10 minute read

Achter alle patronen zitten deze vier overlevingsmechanismen

Lisette Brattinga

Hoe kan het dat mensen soms zo vervelend of tegendraads reageren? Waarom doen ze zo? Er ontstaan zelfs ruzies en oorlogen omdat mensen verkeerd reageren op het gedrag van anderen. Maar er zit altijd iets achter het gedrag dat je ziet, zo laat Lisette Brattinga zien in haar artikel.

Waarom wordt iemand om het minst gering ste boos? Niet omdat jij toevallig per onge luk voordringt bij de bakker. Niet omdat die persoon toevallig een rothumeur heeft. Er zit veel meer achter gedrag. Gedrag komt niet zomaar uit de lucht vallen. In dit artikel lees je over de vier overlevingsmecha nismen waarmee je jezelf en je medemens beter leert ‘lezen’ en begrijpen. Heel handig om je coachees en klanten beter te snappen, maar ook om je partner, vriend of collega beter te begrijpen.

De fietskoerier

Wat zit er dan achter het gedrag van iemand? Alles begint natuurlijk bij een situatie of iets wat gebeurt. Bijvoorbeeld een ongeluk. Van de week zag ik een fietskoerier tegen de deur van een auto aanklappen. De chauffeur deed zijn deur open zonder te kijken of er iemand aan kwam. Die fietskoerier werd van zijn fiets gelanceerd en belandde tussen een berg geparkeerde fietsen.

Mijn interpretatie van deze gebeurtenissen hangt af van mijn overtuigingen

Er gebeurde dus voor mijn ogen een ongeluk en daar heb je als mens dan meteen allerlei gedachten over, zoals: Wat een pannenkoek van een bestuurder, dat die niet even kijkt of er wat aan komt. Goh, die fietskoerier reed wel heel hard op zijn elektrische fiets. O, dat ziet er pijnlijk uit. Die gedachten rie pen een bepaald gevoel bij mij op. Ik werd letterlijk misselijk omdat ik die fietskoerier met een van pijn vertrokken gezicht zag liggen. Aan dat gevoel gaf ik vervolgens in mijn hoofd mijn eigen woorden.

Ik snelde als eerste naar die fietskoerier en vroeg hoe het met hem ging. Ik vertelde hem dat we snel een ambulance zouden bellen. Ik vroeg hem wat hij verder nodig had en keek tegelij kertijd of we hem uit zijn benauwde positie konden bevrijden. Dat lukte met een paar mensen en we konden hem even in de auto neerleggen. Mijn gedrag op dat moment heeft gevolgen, positief of negatief. Ik weet niet hoe het is afgelopen met de koerier.

Handelen vanuit je instinct

Een gebeurtenis leidt dus tot gedachten. Dat leidt tot gevoelens, en op basis daarvan ga je iets wel of niet doen. En dat heeft weer gevolgen. De vraag die hierbij centraal staat: Hoe reageer jij op gebeurtenissen en wat is dan je gedrag? Hoe kun je dit beïnvloeden? Je gedrag in geval van onverwachtse gebeur tenissen of een crisis komt voort uit overlevingsmechanismes. Er zijn vier overlevingsmechanismes die in ons onderbewust zijn liggen opgeslagen. En die bepalen wat je doet als je in een onverwachtse situatie of crisis terechtkomt. Je handelt vanuit je instinct, vanuit je onderbewuste patroon.

In onze natuur, in ons systeem, zitten dus vier overlevings mechanismes opgeslagen: vluchten, vechten, bevriezen en je aanpassen. In het Engels zijn het de vier F’s: fight, flight, freeze en flexible.

Als je bevriest, de freeze (niet letterlijk natuurlijk), dan sla je dicht en weet je even niet wat je het beste kunt doen. Je wordt zoals dat heet apathisch. Uit onderzoek is gebleken dat het merendeel van de mensen dit automatisch doen in geval van een crisis. Het onderzoek is gedaan na een vliegtuigcrash met overlevenden. Zo’n 80 procent van de vliegtuigpassagiers bevroor in hun stoel bij het nieuws dat ze mogelijk zouden crashen. Ze schrokken zo ontzettend dat ze apathisch in hun stoel bleven zitten. Alsof ze verlamd waren. Daar kunnen ze niks aan doen.

Zo’n 10 procent werd boos en ging schreeuwen. Ze werden ontzettend emotioneel en zetten de boel echt op zijn kop. Deze mensen schieten in de vechtmodus. Of ze werden juist ontroostbaar verdrietig en bleven daarin hangen. Ze hadden hier op dat moment geen invloed op. In de vechtmodus maak je je dus vreselijk druk of word je heel emotioneel. Ook bij een minder acute crisis. Sommigen gaan uit boosheid de barricaden op, zoals de boeren dat doen tegen stikstofplannen. Sommigen schrijven boze brieven naar de overheid of uiten op een andere manier hun boosheid. Vechten is dus ook een van de vier overlevingsmechanismes.

Even terug naar de vliegtuigcrash: slechts 10 procent kwam direct in actie om mensen om zich heen te helpen. Gek genoeg is dit de vluchtmodus. Lijkt misschien tegenstrijdig, want je kunt niet altijd letterlijk vluchten. Ze vluchtten uit hun emo ties weg. Omdat die te groot voor ze zijn om te bevatten op dat moment. Ze staken hun kop in het zand en lieten de emoties niet binnenkomen. Ze schoten in de doe-modus. Ze zetten hun vluchtgedrag om in actie en nemen daarmee eigenlijk leider schap over zo’n situatie.

Ze staken hun kop in het zand en lieten de emoties niet binnenkomen

In dit onderzoek van de vliegtuigcrash is niet het vierde over levingsmechanisme meegenomen: je aanpassen, flexibel zijn, maar ik schat in dat die ook bij die 10 procent die in actie komen past. Dat flexibel zijn herken je aan de mensen die direct gaan meebewegen. Zichzelf direct wegcijferen. Deze mensen in de flexibele modus zijn vooral heel zorgzaam voor anderen. Ontpoppen zich meteen tot verzorger. Zoeken mak kelijk hun weg in de omstandigheden en passen zich aan, aan de mensen om zich heen, aan de situatie.

Welk gedrag vertoon jij in een crisis?

Hoe reageerde je tijdens een eigen vette crisis en hoe gedraag je je bij zoiets onverwachts? Je reageert dan vanuit je onderbe wustzijn. Bevries je, schiet je in de emotie en word je boos of moet je heel hard huilen of kom je meteen in actie en schiet je in de doe-modus? Of bekommer je je meteen om je mede mens? Het is interessant om te weten! Want als je deze vier overlevingsmechanismes begrijpt en leert te zien bij anderen, dan kun je mensen veel makkelijker lezen. Leren kennen, hun gedrag verklaren, ze snappen en daarop reageren in plaats van te reageren op het gedrag dat je ziet. Er zit altijd iets achter het gedrag dat je ziet.

Vooral als mensen niet lekker in hun vel zitten, schieten ze automatisch in hun overlevingsmechanisme. Van de vier die er zijn, zijn er meestal een of twee dominant aanwezig. Die zijn dominant geworden door de dingen die je in je leven zoal mee maakt. Bij kleinere crises worden deze overlevingsmechanismes ook al getriggerd. Ook als je niet goed in je vel zit, bang of angstig bent of als je onder hoge druk staat en veel stress hebt. Overlevingsmechanismes spelen dus eigenlijk bij iedereen op deze aardbol een hele grote rol.

Even praktisch, hoe herken je zo’n overlevingsmechanisme?

1 De flexibele modus: als je ziet dat iemand zich altijd weg cijfert, zich altijd aanpast, altijd eerst voor een ander zorgt en dan pas voor zichzelf, niet zoveel zelfvertrouwen heeft, dan speelt dit flexibele overlevingsmechanisme mee op de achtergrond. En daar zit weer achter dat zo iemand bang is om afgewezen te worden, dat zijn ideeën afgekeurd worden of dat ze iets niet waard zijn. Ze zijn in de basis op zoek naar goedkeuring of erkenning. Dat is een heel normale basisbehoefte. Als ze die goedkeuring niet voelen, dan gaan ze zich aanpassen en in allerlei bochten wringen om maar complimenten of goedkeuring te krijgen. Je kent vast wel zo iemand in je omgeving.

2 De vluchtmodus herken je vooral aan doeners die een hekel hebben aan sleur, houden van vrijheid (ook een vorm van vluchten). Ze zijn snel afgeleid, kunnen slecht focus sen, zijn met veel tegelijk bezig, maar zijn ook bang om ergens aan vast te zitten. Ze houden bijvoorbeeld niet van contracten of langdurige commitments. Een soort vrijbui ters eigenlijk. Deze mensen voelen zich snel gevangen in een situatie, voelen zich snel ergens niet prettig bij en kun nen slecht focussen. In de basis willen deze mensen graag zichzelf kunnen zijn. Het is een groot goed als je jezelf mag zijn in elke situatie.

3 De bevriezingsmodus herken je aan mensen die vaak keihard werken om hun gevoel maar niet te voelen. Ze overschreeuwen zichzelf, praten heel veel of worden juist heel stilletjes als ze zich ergens niet prettig voelen. Ze scha kelen op dat moment hun gevoel compleet uit en doen alles op ratio. Ze piekeren, zijn vaak onzeker diep vanbinnen en vaak zijn dit ook perfectionisten. Ander gedrag dat hierbij hoort is uitstelgedrag, ook een vorm van bevriezen. In de basis willen deze mensen het liefste zekerheid. Dat is ook een basisbehoefte die we allemaal in meer of mindere mate hebben.

4 De vechtmodus herken je bij mensen die altijd meteen de strijd aangaan. Ze zien onmiddellijk wat ze tekort krijgen of wat er ontbreekt. Ze letten ontzettend op details. Ze houden van controle over een situatie. Dat maakt dat ze niet zo van nieuwe dingen uitproberen houden. Eigenlijk ook omdat ze altijd allerlei problemen voorzien. Ze vertrouwen ook niet zo snel, wantrouwen dus snel iemand of iets. Deze mensen staan altijd ‘aan’ omdat ze alert moeten zijn. Vaak zijn dit ook mensen die uit een onveilige thuissituatie komen. In basis zijn ze op zoek naar controle. Dat is ook een basisbe hoefte die we van nature allemaal hebben, maar bij hen is er een ongezond gevoel van onveiligheid of angst.

Denk je nu, ik herken bij allemaal wel iets van mezelf? Nou, dat klopt! Want we hebben allemaal in zekere zin behoefte aan controle, zekerheid, goedkeuring en jezelf kunnen zijn. Daar is dus niks mis mee. Maar als je je onveilig voelt, je je meer onze ker voelt dan normaal, je angstiger bent, te perfectionistisch of veel meer piekert of wat dan ook – je voelt vaak zelf heel goed aan wanneer iets te veel of te weinig is – dan heeft een van deze overlevingsmechanisme te veel nadruk. Als je dat weet van jezelf of je ziet het bij anderen, weet je dus veel beter wat je nodig hebt. Je hebt dan meer controle nodig, meer zekerheid, meer goedkeuring of meer ruimte nodig om jezelf te kunnen zijn. Als het dieper zit, bijvoorbeeld doordat iemand traumati sche ervaringen heeft opgedaan, vooral in de jonge kinderjaren, dan is het belangrijk om die trauma’s op te sporen. Vervolgens zijn er verschillende therapieën die trauma’s ‘opruimen’ zoals bijvoorbeeld emdr , iemt of hypnotherapie.

Eigenlijk is het heel simpel. Als je ziet dat iemand niet in zijn gewone doen is, let dan op zijn gedrag. En koppel dit aan de overlevingsmechanismes en behoeftes die we als mensen alle maal hebben. Je kunt dit toepassen bij coachees, maar ook in je gezin, bij je familie, vrienden of bij je collega’s. Ga hierover het gesprek aan. De persoon voelt zich veel sneller begrepen en blijft er dus ook minder lang in hangen. Het is echt zo’n eyeopener! Doe er je voordeel mee.

Lisette Brattinga is businesscoach en helpt experts en coaches om te groeien in geld, impact én plezier. Business Happiness is voor iedereen mogelijk. Haar Sleutel tot Groei-podcast biedt vele korte praktische inspirerende verhalen van mindset en marketing tot sales en strategie uit meer dan 25 jaar praktijkervaring. www.lisettebrattinga.nl