Page 1

Jubileum Magazine DKOD 85 Jaar Pagina 1


Met dank aan: Jeroen & Ruben, Ben & Hans, Arie & Daan, Janneke & DaniĂŤlle, Oosten, Ruud & Oosten, Willem, Jenny, Janny, Jos, Anja, Dick, Nicole, Kathinke, Wilco, Judith, bestuur, sponsoren, leveranciers, vrijwilligers ĂŠn alle bezoekers van dit jubileum feest!

Pagina 2


Pagina 3


Pagina 4


Voor het 85-jarig bestaan van DKOD en de feestelijkheden daaromheen zijn er mensen samengebracht voor het maken en afnemen van een interview. Het verzoek aan Ruben van der Garde uit het E2 van DKOD om zijn trainer en coach, Jeroen van Brakel, te interviewen. Ruben zei natuurlijk volmondig: “Ja!” en ging meteen aan de slag in de zengende hitte van die dag om vragen te maken. Hij neemt zijn interviewtaak erg serieus zoals hij dat ook in het veld altijd doet op aanwijzing van zijn coach. Vervolgens gingen wij onaangekondigd op pad naar Jeroen van Brakel maar uiteraard zat zijn vrouw Judith in het complot. We worden hartelijk ontvangen in huize van Brakel, al duurde het even voordat de deur open ging. Jeroen doet in bankhang-outfit de deur open, charming ;-), afgepeigerd na een dag hard werken. Jeroen dacht natuurlijk ook eens een vrije woensdagavond te hebben nadat de training van de E-tjes op woensdag eindelijk de vakantieperiode in is gegaan. En dan staan wij als “verrassing” op de stoep… Nadat Jeroen zijn outfit een beetje opgeleukt heeft nemen de heren naast elkaar plaats, het interview kan beginnen!

Ruben wil zelf later ook bij DKOD in het 1ste spelen. En dan naar de Ziggo Dome. Dat is het toch wel helemaal, zijn ultieme droomwens, in de landsfinale tegen TOP! Pagina 5


Wie zou je verder graag ontmoeten? Wat ik wel leuk zou vinden is om mijn grote leermeester Ben Crum te ontmoeten bij DKOD. Ben is echt de beste trainer allertijden, een icoon. Ik zou het erg leuk vinden om met hem bijvoorbeeld een gasttraining te geven aan de DKOD-jeugd Ruben vertel dat hij Ben Crum is tegengekomen bij DVO. Hij liep daar in de kantine in zijn DKOD-shirt omdat het E2 later die avond mocht oplopen met de tegenstanders van DVO1. Hij botste tegen Ben Crum aan die hem vervolgens vroeg van welke club dat mooie shirt was die hij aan had. “Nu, van DKOD natuurlijk”. Waarop Ben antwoordde dat dat de beste en de leukste club van heel Nederland is en dat hij met trots dat mooie shirt mag dragen en nooit moet weggaan bij DKOD. “Natuurlijk ga ik nooit meer weg bij DKOD”: zegt Ruben

Hoe kwam je bij DKOD? Dat was in 2004. Dan moet ik even iets nakijken zegt Jeroen ( pakt zijn telefoon om iets te checken en om iets te laten zien aan flitsende reporter Ruben). Wacht zegt Jeroen en ik heb nog iets, hij rent naar boven en komt met een fotolijst naar beneden om aan Ruben te laten zien. Het is een compilatie van foto’s toen hij trainer/coach van DKOD 2 was. Ik kwam via Evert Houtriet en Ferry Roozenboom bij DKOD 2 terecht als trainer/coach. Ik was toen nog coach bij Vada en Evert vroeg of ik mee wilde naar DKOD. Deze fotolijst was een cadeau bij mijn afscheid in 2007. Kijk Ruben hier op deze lijst staan allemaal bekenden en ik MET haar (op mijn hoofd)! Het was een hele bijzondere tijd en mijn eerste vlucht uit het Vada-nest. Best spannend.

Wat was je rotste korfbalmoment? Ja, dat is nogal wat. Want het rotste moment was ook meteen mijn mooiste moment en dat was het kampioenschap van DKOD maar op datzelfde moment overleed ook mijn oom en was ik erg verdrietig. Ik kan mij dat nog heel goed herinneren en vergeet het nooit. Sowieso was het mooi dat we toen, met die groep mensen, DKOD als club weer hebben laten doen opleven. Het is/was een ontzettende enthousiaste, leergierige en leuke groep mensen. Wat is je lievelingsclub? Dat is een lastige vraag want ik vind meerdere clubs leuk…. Maar als het aan jou ligt Ruben dan moet ik natuurlijk DKOD zeggen. Natuurlijk vindt Ruben dat….duuuuhhhh. En dus zegt Jeroen ook dat DKOD zijn lievelingsclub is, onder lichte druk van de heer R. van de Garde. Wie vind jij de beste korfballer bij DKOD in de afgelopen 85 jaar en waarom?

Pagina 6

Tja……Jeroen moet heel lang nadenken. Bedoel je dan nu of vroeger en wil je dan een dame of een heer…….. tja mag ik daar nog even over nadenken en dan komen we er straks op terug! Van wie of welk team hoop je ooit trainer te worden? Wat ik heel gaaf en leuk zou vinden en eigenlijk ook heel erg hoop is dat ik ooit trainer mag worden van DKOD 1 met spelers uit bijvoorbeeld het huidige E2 of andere talentvolle spelers die nu in de jeugd lopen. Dat is toch wel een heel grote wens van mij. Dat zou ik echt geweldig vinden. Leukste persoon die je dit jaar hebt leren kennen? Moet dat een speler zijn? Dit jaar of langer geleden? Of bij DKOD? Ik kan eigenlijk niet kiezen maar als ik dan toch iets moet kiezen dan de spelers van het E2. Ik vind ze namelijk allemaal heel leuk en stuk voor stuk kanjers en een hele eer dat ik ze heb leren kennen. Wat doen jullie je best!

Wat was je eerste gedacht toen je vanmorgen opstond? Dat het vandaag niet zo’n mooi weer was, eigenlijk bagger-weer en dat ik moest opschieten met het ontbijt. Ik bedacht me ook dat ik nou eigenlijk weleens op zou moeten gaan staan maar daar had ik nog niet zo’n zin in. Zoiets was het volgens mij. Ik overdenk eigenlijk altijd eerst de dag in stappen als ik wakker word, wat is de planning en wat moet ik als eerste doen. Waar kan je niet tegen? Heel eerlijk? Ik ben heel gevoelig en ik kan er niet zo goed tegen als mensen mij niet zo aardig vinden. Dat vind ik erg lastig en ik kan daar moeilijk mee om gaan. Wat is voor jou het beste gevoel van de wereld en waarom? Dat iedereen om mij heen gelukkig is. Dat vind ik heel belangrijk en erg fijn en daar word ik ook gelukkig van.

Wat is je droombezigheid als je oud en bent? Dat ik nog heel lang kan genieten van de kinderen bij DKOD. Dat ik jullie nog heel lang mag begeleiden, jullie groot zie worden en jullie zie groeien in alle opzichten.


Tenslotte.... waar ligt je hart echt, bij VADA, DVO of bij DKOD? (Eerlijk antwoorden zegt Ruben) Mijn roots liggen bij Wageningen dus daar heb ik een heel groot zwak voor maar ik ben nu ook heel gelukkig bij DKOD. Voorruit dan maar, ik kies dus maar DKOD. Een fotosessie met de twee heren volgt en bijna zou vraag 4 vergeten worden waar nog even over nagedacht moest worden. Ware het niet dat onze flitsende reporter Ruben Jeroen er nog even aan herinnerde.

Wat vind jij de beste korfballer bij DKOD in de afgelopen 85 jaar en waarom? Het hele rijtje “DKOD oude garde” wordt opgenoemd zoals Margrita van der Kolk, Tjeerd de Jong, Jan-Sjouke van den Bos, Remco Boer…enz., maar uiteindelijk is het Dennis Voshart die wat betreft de oud spelers het beste uit de bus komt. Voor nu bij DKOD is de beste speler voor mij Jako van der Kolk want hij is atletisch, motorisch goed, kan goed verdedigen, is veelzijdig, loyaal en trouw aan DKOD. Hij heeft een goed technisch inzicht maar kan tegelijk ook meer uit zichzelf halen. Ruben vindt toch echt wel dat de beste speelster allertijden zijn moeder Leonie is en wil zelf later ook bij DKOD in het 1ste spelen…en dan naar de Ziggo Dome. Dat is het toch wel helemaal en zijn ultieme droomwens, in de landsfinale tegen TOP. Voor nu is de moeilijkste tegenstander SKF en die gasten uit Tiel zijn ook best lastig maar worden we toch kampioen. En met deze laatste woorden van onze flitsende reporter Ruben van der Garde sluiten we het interview af. Jeroen bedankt Ruben voor het interview en zegt dat hij het een eer vond. Met de welgemeende complimenten voor de knappe vragen! Goed gedaan Ruben en reuze bedankt Jeroen. Het was erg gezellig!

Pagina 7


‌ Ik wist toen wat DKOD eigenlijk was, DKOD was een heel mooi schilderij wat bestond uit heel veel kleine penseelstreken en verfpuntjes, die samen een monumentaal schilderij vormden en waarbij elke penseelstreek en verfpuntje een wezenlijk onderdeel vormde van het totaalplaatje.

Pagina 8


Een heel klein deeltje van een bonte verzameling verhalen... In aanloop naar de viering van het 85-jarig bestaan van DKOD en tevens het vertrek vanuit het zo vertrouwde Heelsum naar het nieuwe sportcomplex in Renkum dook ik in de verzameling van zaken die ik tot mijn beschikking had. Onbewust vroeg ik mezelf af wat DKOD nu eigenlijk was. Op zich leek dat een wat rare vraag, maar niets is minder waar. Heel kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat DKOD een korfbalclub is die al 85 jaar bestaat en vele honderden mensen heel veel plezier heeft bezorgd in een geweldige tak van sport. Op het moment dat je daar wat over na gaat denken, dan is DKOD eigenlijk veel meer. Is DKOD het DKOD van de oprichters, van het team dat in 1957 de eerste landstitel veroverde, de ploeg die in de jaren 60 het vlaggenschip van de CKB (Christelijke Korfbalbond) werd genoemd en diverse landstitels behaalde, of de teams die in de sporthallen van Doorwerth en Renkum korfbal speelde van een andere planeet, zoals omschreven werd in het Nederlands Korfbalblad en mensen vanuit heel Nederland naar de gemeente Renkum wist te lokken? Was DKOD misschien de grote groep van mensen die de kar trok op de meest moeilijke momenten in het bestaan van de club en tegen de stroom in de clubkleuren op een bewonderenswaardige wijze verdedigden? Het antwoord kreeg ik eigenlijk tijdens een bezoek aan het Kröller-Müller-museum op de Hoge Veluwe. In het museum hangen heel veel geweldige schilderijen en als je van een afstand naar die schilderijen kijkt, dan zie je een mooi totaalplaatje. Het verassende van veel schilderijen is dat hoe dichterbij je komt het schilderij bestaat uit ontelbare kleine penseelstreken en/of verfpuntjes. Vincent van Gogh gebruikte deze schildertechniek veelvul-

dig en ook Paul Signac. Ik wist toen wat DKOD eigenlijk was, DKOD was een heel mooi schilderij wat bestond uit heel veel kleine penseelstreken en verfpuntjes, die samen een monumentaal schilderij vormden en waarbij elke penseelstreek en verfpuntje een wezenlijk onderdeel vormde van het totaalplaatje. De in het oog springende onderdelen van het schilderij waren nooit zo op de voorgrond komen te staan, als de zo op het oog minder belangrijke zaken niet aanwezig waren geweest. De wens van de jubileumcommissie was om een aantal zaken vanuit deze bonte verzameling extra uit te lichten vanuit bepaalde invalshoeken. In een brainstormsessie werden diverse mogelijkheden geopperd en om keuzes te maken was best ingewikkeld. Een opvallende vriendschap binnen de DKOD-gelederen kwam in de opsomming van de mogelijkheden voorbij en leek in samenhang met andere onderwerpen een goede optie. Vanuit deze visie werden de eerste contacten gelegd met de beoogde mensen en twee dagen na het interview met de familie v.d. Vegte werd koers gezet richting Doorwerth om het gesprek te gaan houden met twee markante DKOD-leden, die heel veel jaren hun steentje meer dan bijgedragen hadden aan het reilen en zeilen van de club, te weten Hans Jansen en Ben de Hond.

Arnhem sterke belangstelling had voor Ben en zijn vrouw Tilly. De doorslaggevende factor om te kiezen voor DKOD bleek ook hier weer de aanwezigheid van Ben Crum te zijn. Door een blokkade van het KNKV konden zij in de eerste periode echter niet spelen en leek het er heel sterk op dat de bond met twee maten aan het meten was, omdat een transfer van spelers/speelsters van EKCA en Oost-Arnhem wel de goedkeuring kreeg van het KNKV. Ben had toch wel het sterke vermoeden dat enkele mensen die actief waren binnen commissies meerdere petten ophadden met als gevolg een periode niet kunnen spelen en inconsequent handelen van de korfbalbond. Ben begon op het veld in het 1e twaalftal, maar in de zaal zat hij niet bij het viertal heren. Hij wist zich toch wel een vaste plaats in de DKODselectie te verwerven en speelde tot zijn 32e in de hoofdmacht. Een oneindige rij namen komt voorbij van mensen met wie hij samen speelde, waarvan Bart Crum, Ben Crum, Ria Janse, Jan van Ballegoijen, Karel Hoegen, Wim en Annie van Grasstek en Stijn van de Bovenkamp een aantal in het oog springende namen waren.

Vooral Stijn werd met heel veel respect genoemd, want zij was het die ook nog heel veel jaren met Ben in de midweek speelde en een geweldige bindende factor was binnen het team. De slopende ziekte en het overlijden van Stijn raakte ook nu nog zichtbaar een heel gevoelige snaar. Het zou niet het laatste slikmomentje zijn op deze avond en vormt eigenlijk een bruggetje naar Hans Jansen, die al heel veel jaren een hechte vriendschap heeft met het echtpaar de Hond. Hans was niet heel erg jong toen hij in aanraking kwam met DKOD. Hans was woonachtig in Doorwerth en om wat specifieker te zijn de Eekhoornstraat. Iedereen die de DKODgeschiedenis een beetje kent weet dat er vanuit een aantal DKOD-leden een korfbalclub werd opgericht in Doorwerth, namelijk DTS. De korfbalclub in Doorwerth was niet een echt lang leven beschoren, maar in het dorp Doorwerth was wel een hechte korfbalgemeenschap ontstaan. Vooral de Eekhoornstraat was een echte korfbalenclave te noemen. De familie Beekhuizen, de familie de Groot en de familie van Kranen vormden bijna letterlijk een blok.

Alleen het voorgesprek leverde genoeg informatie op om diverse Tempo’s te vullen, maar dat krijg je als je met een aantal mensen zit die spontaan een aantal herinneringen delen vanuit de vele jaren die zij bij DKOD hebben doorgebracht en ook nog jarenlang elkaars teamgenoten waren. Na enig aandringen werd er toch van start gegaan met de eigenlijke bedoeling van deze avond. Zowel Ben en Hans waren natuurlijk op enig moment betrokken geraakt bij DKOD. Ben zijn eerste korfbaljaren speelden zich niet af bij DKOD, maar bij het Oosterbeekse Onder Ons. De verhuizing vanaf het zuidelijke deel van Oosterbeek naar de Pieterbergseweg, aan de westkant van Oosterbeek, was daar mede debet aan, want je kon bij wijze van spreken kruipend naar het veld van Onder Ons op het park Hartenstein. Ondanks het feit dat Ben een telg was uit een echt Onder-Ons nest werd toch in november 1975 de overstap gemaakt naar de streekgenoot DKOD, ondanks het feit dat ook OostPagina 9


Daarbij kwam dan ook nog eens de familie Straatman en natuurlijk de familie Jansen met Tineke en René, de zus en broer van Hans. Het was Jaap Groot, die in zijn niet aflatende ijver, Hans rekruteerde voor het ophalen van oud-papier voor DKOD. Ook was hij het die Hans meenam naar de sporthal in Doorwerth, waar de eerste echte wedstrijd op topniveau werd bijgewoond. Het was de memorabele wedstrijd waarin DKOD de ongenaakbare topploeg Ons Eibernest op niet mis te verstane wijze van de mat veegde, met de toen onvoorstelbare cijfers 23-17. Door deze wedstrijd was Hans meteen verkocht en werd DKOD een belangrijk onderdeel van zijn leven. De eerste training kreeg hij van Annemiek Zweers en Dick Hoegen in de gymzaal aan de Maatweg in Renkum. Hans wist zich nog wel goed te herinneren dat er heel veel aandacht ging naar het 1e juniorenteam en dat dit best weleens lastig was, maar dat dit de luxe positie was waarin DKOD op dat moment verkeerde en op elk niveau meerdere teams samengesteld konden worden. Op de vraag wat de specifieke kwaliteiten waren van Ben als korfballer kwam een wat aarzelend antwoord, want om nu over jezelf zeggen waarin je goed was, dat voelde niet echt gemakkelijk. Ben had volgens eigen zeggen het vermogen om snel de zwakke en sterke punten van de tegenstanders te analyseren en daar het speelplan op aan te passen. Ook had hij meestal wat lengteoverwicht op zijn directe tegenstanders, iets wat op vele fronten een hele prettige bijkomstigheid was tijdens de wedstrijden. De verdedigende capaciteiten hielden niet over, zoals hij het zelf uitdrukte, maar dat was natuurlijk wel een wezenlijk onderdeel van het totaalplaatje. Na de periode in de selectie ging Ben nog heel lang door met spelen, zoals al eerder in het gesprek naar voren kwam en korfbalde door tot zijn 63e en kwam er dus pas een einde aan zijn actieve korfbalperiode na 51 jaar. Waarschijnlijk was hij nog wel wat langer doorgegaan, maar teveel mensen waar hij zeer veel jaren mee had samengespeeld waren gestopt, of hadden aangegeven dat ze gingen stoppen en dat Pagina 10

maakte het besluit om zelf te stoppen toch wel wat makkelijker. Het antwoord verbaasde mij niet, want omdat mijn vrouw heel lang bij Ben in het team speelde wist ik wat er leefde en dat het wegvallen van diverse teamleden een grote impact hadden op de overblijvende teamgenoten. Ook Hans maakte deel uit van het midweekteam, maar mede door zijn betrokkenheid bij de selectieteams als teambegeleider was hij regelmatig afwezig, maar hij vond terecht dat de begeleidende functie bij de selectie voorrang moest hebben. Bij de vraag naar de hoogtepunten van Ben en Hans waren er toch wel verrassende antwoorden te noteren. Ben vond zijn tijd in het 1e een hele leuke tijd, maar het echte hoogtepunt vond hij toch het kampioenschap met het 2e in de reserve hoofdklasse. Tegen alle verwachtingen in wist dit team het kampioenschap op te eisen. In die periode werd er echter op reserve hoofdklasseniveau nog geen wedstrijd om de landstitel gespeeld tussen de twee kampioenen van de reserve hoofdklassen. Op eigen initiatief werd contact opgenomen met de kampioen van de andere reserve hoofdklasse PKC en besloten om toch een wedstrijd tegen elkaar te gaan spelen om de “Nederlandse titel”. De wedstrijd kwam er, waarbij PKC wel aan het langste eind trok, maar dat was eigenlijk van ondergeschikt belang. Voor Hans was het korfballen eigenlijk altijd een feestje en de eerste wedstrijd die hij zag zal hij zich altijd blijven herinneren, want die wedstrijd van DKOD tegen Ons Eibernest was natuurlijk een sensatie van de eerste orde en maakte zoveel indruk. Honderden hossende mensen, die niet konden kiezen tussen verbazing, euforie, ongeloof en alles wat je aan emotie maar kon bedenken. De finales in Utrecht en in Ahoy en natuurlijk de landstitel in 1996 zijn ook hele dierbare en onvergetelijke momenten in een hele grote en gedenkwaardige DKOD-geschiedenis. Ook de vele beladen derby’s tussen DKOD en Oost-Arnhem staan in zijn geheugen gegrift, dat waren feestjes op zichzelf. Ook

een ander activiteit binnen DKOD was een jaarlijks hoogtepunt, namelijk de kampen die georganiseerd werden. Het waren altijd geweldige en afwisselende festiviteiten. Ook kijkt Hans met een grote glimlach terug naar de periode dat het midweekteam in de zaalcompetitie in de reguliere competitie speelde en dan vaak moest uitkomen tegen selectieteams. Hans vond het dan prachtig als dat bijeengeraapte zooitje (die ouwe hap, zoals hij het team noemde) aan het inschieten was, met aan de andere kant een team in gesponsorde trainingspakken en nog meer toeters en bellen. Het mooiste was dan als na een minuut of tien spelen dat ongeregelde zooitje de wedstrijd al ruimschoots in hun voordeel had beslist, want ze bleken over veel meer korfbal intelligentie te beschikken en dat een gesponsord trainingspak daar echt niet tegenop kon. Ook de geweldige playbackshows die Hans presenteerde in het clubhuis “de Berk” zijn momenten waaraan hij met een grote glimlach terug kan denken en waarbij vooral het optreden van “de Smurfen” nog op zijn netvlies gebrand staat. Bij een interview met Hans kan je natuurlijk ook niet om een aantal dieptepunten heen en kan je het antwoord op die vraag eigenlijk zelf al wel invullen. Het was de ziekte die zijn broer en ras DKOD-er René trof. René was één van de mensen die op heel veel fronten actief was binnen DKOD en waarbij heel veel draaide om zijn cluppie. Binnen DKOD was de verslagenheid groot toen de ernst van de ziekte duidelijk werd en die verslagenheid was binnen het gezin van René en bij zijn directe familie natuurlijk nog groter. Het ziekteverloop en het helaas veel te jong overlijden van René veroorzaakte een diepe wond en die is tot op de dag van vandaag nog steeds niet echt geheeld. Hans vond het wel geweldig dat in deze periode DKOD als vereniging veel meer bleek te zijn dan alleen een korfbalvereniging en dat dit was voor de familie een geweldige steun. Het noodlot dat René trof, dat overkwam ook een ander DKOD-monument namelijk Annemiek Zweers en ook dat raakte Hans heel diep,

want voor velen was Annemiek DKOD en DKOD was Annemiek en het nog niet verwerkte verdriet over zijn broer kreeg door het noodlot van Annemiek nog een extra lading en een herbeleving van een hele zware periode. In het verlengde was er ook nog het plotseling overlijden van teamgenoot Evert Roozenboom en van zijn lieve teamgenote Stijn van de Bovenkamp, die zo belangrijk was voor de teamgeest en ook tijdens haar slopende ziekte, daar waar het maar enigszins mogelijk was, het team ondersteunde. De bewoordingen die Hans gebruikte om zijn gevoelens te uiten over de ziekte zal ik niet gebruiken, maar waren zo terecht en daaruit sprak nog zoveel begrijpbare frustratie en verdriet en zelfs op het moment dat ik deze zinnen aan het papier toevertrouw voel ik dat ook en daar schaam ik me niets voor. Het mooie van een interview met Hans en Ben is eigenlijk dat, buiten de antwoorden op de vragen die gesteld werden, er een soort tweede verhaallijn ontstond die even mooi als onvoorspelbaar bleek te zijn. Overal tussendoor kwamen er verhalen vanuit het verleden naar boven, die wel een wezenlijk onderdeel vormden van hun jarenlange lidmaatschap van DKOD. Ben was in een ver geleden nog als hulpsinterklaas opgetreden en had op die manier de DKOD-jeugd een geweldige avond bezorgd en dat was mede te danken aan de meegenomen hulppiet, die toen overigens zonder problemen als Zwarte Piet aangesproken kon worden, maar waarachter de clowneske Karel Hoegen schuil ging. Het koste Ben heel veel moeite om in zijn rol te blijven, want de mallotige capriolen van zijn hulpje waren van dien aard, dat hij bijna ondersteboven op zijn versierde zetel zat. Ook bleek Hans zich op een later moment als hulpje van Sinterklaas verdienstelijk had gemaakt en dat dat voor hem toch ook wel een hele mooie herinnering was, waarbij hij zich naar hartenlust uit kon leven. Eén keer werd hij noodgedwongen in de hoofdrol geduwd, want de ingehuurde hulpsinterklaas bleek op het moment suprême niet in staat de kinderen toe te spreken en moest het


improvisatietalent van Hans de avond redden. Het lukte wonderwel. Naadloos ging het verhaal van Hans verder over de vele activiteiten waar hij dierbare herinneringen aan had, waarbij de vele Playbackshows, de droppings en de Dynastie-avond het meest op de voorgrond kwamen. Ook de Barbecues, die spontaan ontstonden en daardoor een gezellige en ontspannen sfeer kregen, brengen een uitdrukking op zijn gezicht die bijna voelen als het mijmeren over hele mooie zaken die zomaar uit het niets ontstonden, maar die van een enorme meerwaarde bleken te zijn voor het clubleven. Gewoon even in gedachten terug naar zaken die het lidmaatschap van DKOD een extra positieve dimensie gaven. Ook kwam het aankomende vertrek uit Heelsum en het kwijtraken van een eigen onderkomen ter sprake en dat was zeker voor Hans toch nog wel een dingetje. Hij vond het een slechte zaak, want het was hem nog steeds niet helemaal duidelijk waarom we niet samen met de voetbalverenigingen de realisatie van kunstgrasvelden hadden kunnen bewerkstelligen. De locatie op het Wilhelmina-sportpark was uniek en daar ligt toch ook een heel stuk geschiedenis van DKOD en ook van hem persoonlijk. Het baarde hem ook zorgen dat de vereniging, vooral in de seniorensector, heel erg klein aan het worden is. Hardop vroeg hij zichzelf dan ook af of DKOD over 10 jaar nog zou bestaan. Met de jeugd gaat het eigenlijk heel erg goed, maar we zijn wel kwetsbaar. Hans koesterde wel de herinneringen aan de glorietijd van DKOD, waar de vereniging tot de absolute korfbaltop behoorde en een wezenlijk aandeel had in de ontwikkeling van de sport, waarbij Ben Crum natuurlijk een grote rol speelde, maar nu vraagt hij zich toch wel af hoe de balans eigenlijk uitgepakt heeft, als je alle positieve en negatieve elementen tegen elkaar af gaat wegen. Recent had hij een gesprek met Marjolein van Ballegoijen- Jansen, die al heel lang in de DKOD-selectie speelt. Marjolein vertelde hem dat ze heel blij was dat Hans nog vrij regelmatig zijn gezicht liet zien, maar dat hij eigenlijk een uitzondering was. Heel veel mensen zag je na hun actieve korfbalperiode eigenlijk nooit meer en dat deed haar echt wel pijn. Hans begreep dit als geen ander, want hij was heel veel jaren teambegeleider bij zowel het

eerste als het tweede en wist welke inspanningen de mensen moesten en moeten doen om de zaak op de rails te houden. De opmerking dat de huidige selectieleden 200% hun best doen en eigenlijk meer aandacht en steun verdienden kwam dan ook recht uit zijn hart. Het besef is er echter wel dat er een duidelijke mentaliteitsverandering is te zien met een aantal jaren geleden en de hoeveelheid mensen, die echt al hun tijd in een vereniging willen steken, zienderogen afneemt. Net zoals aan het begin van het gesprek komen er ook aan het einde van het gesprek nog een paar mooie anekdotes tevoorschijn uit de hoge hoed van Hans en Ben. Enkele van deze belevenissen zijn zeker de moeite waard om als afsluiting nog even op papier te zetten. Zo moest het team van Ben een keer op een onmogelijke tijd (21:30 uur) aantreden in Purmerend om tegen een team van BEP te spelen. Nu was de tijd al belachelijk, maar er speelde in Noord-Holland kennelijk nog meer. De dienstdoende scheidsrechter had het blijkbaar niet zo op de thuisspelende vereniging en wist door overdreven controle van de aanwezige korfbalpalen te bewerkstelligen dat er eentje afbrak. Er waren geen reserve palen en de wedstrijd kon dus eigenlijk geen doorgang vinden. Het team zag de bui al hangen, op een doordeweekse avond weer richting Purmerend moeten, om de wedstrijd alsnog te spelen. Er was heel wat voor nodig om de scheidsrechter te bewegen alsnog te spelen, nadat de paal was gelast, door een in de haast opgetrommelde lasser. Het tijdstip waarop daadwerkelijk begonnen werd wist Ben niet meer precies, wel dat beide helften 5 minuten ingekort werden. Het was midden in de nacht dat de thuisreis weer aanvaard kon worden en de ploeg weer een ervaring rijker was. De tweede anekdote was eigenlijk veel mooier. Het team waarin zowel Hans, Ben en mijn vrouw speelde moest aantreden tegen een team van SKF in Veenendaal. Op zich was er niets aan de hand tijdens die wedstrijd. Dat er echt vrijwel niets aan de hand was bleek wel toen ineens één kant van de hal in het duister gehuld was. De zaal was namelijk voorzien van bewegingssensoren en die schakelden uit wanner er gedurende een bepaalde tijd geen beweging geconstateerd

werd. Het zal menigeen niet verbazen dat het aan de kant was waar Hans en Ben zich bevonden. De door verbazing ontstane stilte werd luid onderbroken door het lachen van mijn vrouw, die het komische van de situatie wel inzag. Toen de spelers en speelsters hun erg passieve houding lieten varen, maakte de duisternis al weer snel plaats voor een aanvaardbaar lichtniveau om de wedstrijd normaal te kunnen voortzetten, maar de lach verdween eigenlijk niet meer van de gezichten van enkele teamgenoten. Hans wist zich ook nog een mooi verhaal te herinneren van de periode dat DKOD in heel zwaar weer zat door het vertrek van vrijwel de gehele selectie. Jan Wielink had de moeilijke taak op zich genomen om de mensen die de (te) zware kar moesten trekken onder zijn hoede te nemen. Er ontstond iets heel moois qua teamgeest, met het soms ongeleide projectiel Jan als trainer/coach, maar met een onvoorwaardelijke steun in de richting van de spelers en speelsters. Je kon van Jan van alles vinden, maar hij stond wel ergens voor en zeker voor de mensen die hij onder zijn hoede had en die het heel zwaar hadden. Het was vlak voor een wedstrijd, waarbij het niet ging over winnen of verliezen, maar hoe houden we de nederlaag zo goed mogelijk binnen de perken. De wedstrijd was in de Rijnkom en vlak voor het begin riep Jan de ploeg bij elkaar en nam hen mee in het complex. De tocht ging door de gang, door de kantine en voerde verder door de tennishal en eindigde in een kleine ruimte achterin. Toen de hele ploeg binnen was nam Jan het woord en het enige wat hij zei was: “In het westen is er een ploeg die heet NOAD, Nooit Opgeven, Altijd Doorgaan.” en de ploeg kon de tocht omgekeerd maken richting de speelvloer. Het mooiste was dat de ploeg dit motto ook het gehele seizoen wist vast te houden en dat was misschien wel een grotere prestatie dan de vele overwinningen van de teams die topwedstrijden wisten te winnen, maar van dit team nog wel iets konden leren. Ben en Hans zijn als aandachtig toeschouwer nog regelmatig te vinden bij wedstrijden op het hoogste niveau, simpelweg omdat ze nog steeds genieten van de mooie korfbalsport. Korfbal heeft zich sinds de invoering van de Korfballeague sterk ontwikkeld, mede door Pagina 11


enkele aanpassingen binnen de regelgeving. De kunststof korf, de schotklok en de zuivere speeltijd zijn daarvan enkele mooie voorbeelden. De invloed van DKOD-er Ben Crum is hierbij natuurlijk van heel groot belang geweest. Ook het gezamenlijk uit eten gaan is een regelmatig terugkerende gebeurtenis die is ontstaan vanuit hun vriendschap bij DKOD. Bij een blik richting de klok bleek dat de avond om was gevlogen en dat het hoog tijd was om weer richting Ede te vertrekken, met de wetenschap dat er waarschijnlijk nog heel veel verhalen onbesproken waren gebleven, maar dat kon ook haast niet anders bij twee mensen die heel lang actief waren binnen de vereniging en heel veel lief en leed deelden. Dick Hoegen.

Ook de geweldige playbackshows die Hans presenteerde in het clubhuis “de Berk” zijn momenten waaraan hij met een grote glimlach terug kan denken en waarbij vooral het optreden van “de Smurfen” nog op zijn netvlies gebrand staat.

Pagina 12


Pagina 13


Daan:

Ik ben geboren in 2008 en speel in DKOD E2. En ik wil gaan trouwen met Britt Hooijer ! Pagina 14


Interview met Arie & Daan van Ballegoijen Kunnen jullie iets over jezelf vertellen voor de mensen die jullie nog niet kennen?

vind ik dat hij soms fluit voor verdedigt, terwijl ik vind dat dit niet zo is.

Arie: Ik ben getrouwd met Sieúwke en heb drie kinderen waarvan de middelste geen korfballer is. Toen ik in Renkum ben komen wonen ben ik op advies van mijn vader lid geworden van DKOD. Dit vanwege het sociale karakter van korfbal.

We gaan binnenkort verhuizen naar het Doelum in Renkum. Wat vinden jullie hiervan?

Daan: Ik ben geboren in 2008 en speel in DKOD E2. En ik wil gaan trouwen met Britt Hooijer. Hoe lang zijn jullie al lid van DKOD en hoe zijn jullie in aanraking gekomen met korfbal?

Arie: Ik ben vanaf 1964 lid van DKOD. En mijn ouders zagen voetbal niet zo zitten, dus werd het korfbal. En…. DKOD hoorde toen tot de korfbaltop van Nederland. Daan: Bij de post zat een keer iets over korfballen en omdat mijn ouders ook korfballen ben ik ook gaan korfballen. Ik ben al 5 jaar lid van DKOD. Arie, fluit je wel eens wedstrijden van Daan? En wat vind je hiervan? Ik fluit alle thuiswedstrijden van Daan en dat vind ik heel leuk. Toen Daan nog bij de F-jes zat vond ik het fluiten veel lastiger; er waren eigenlijk geen (echte) spelregels. Ik vind dat Daan echt aan het groeien is in het spel. Ik vind het niet lastig om een wedstrijd van mijn kleinzoon te fluiten. Verder vind ik het belangrijk om de wedstrijd aan te voelen, en hierop te anticiperen met fluiten. En Daan wat vindt jij er van dat je opa jouw fluit? Ik vind dat mijn opa heel goed fluit, alleen

Daan: Ik vind de naam Doelum geen mooie naam. Maar ik heb er wel veel zin in en ik vind het leuk dat we een nieuwe sporthal en een kunstgrasveld krijgen. Arie: Ik vind het een goede ontwikkeling. Ik hoop dat dit extra jeugd zal trekken. Voor DKOD is het goed, ondanks dat we wel het mooiste plekje van sportpark Wilhelmina zullen gaan verlaten. Wat vinden jullie het leukst aan DKOD? Daan: Dat er veel nieuwe mensen naar DKOD komen. Want dat is goed voor DKOD! Arie: De gemoedelijke sfeer en het familiegevoel binnen DKOD vind ik mooi. Het gevoel van saamhorigheid en het familiegevoel maken het erg fijn binnen DKOD. Binnenkort bestaat DKOD 85 jaar. Wat vinden jullie het mooiste moment dat jullie met DKOD hebben meegemaakt? Daan: Ik vind het schoolkorfbaltoernooi het mooiste wat ik heb meegemaakt met DKOD. Ik vind het ook leuk dat mijn moeder dit altijd omroept. Arie: Er zijn meerdere momenten geweest. De zaalkorfbalfinales waren echt mooi, maar ook de Rust Roest toernooien met Hemelvaart in Eindhoven en het kamp te Acht. Verder is het

ook leuk om nog regelmatig oud leden te zien en ik vind het ook heel bijzonder dat ik in 2005 door DKOD ben voorgedragen zodat ik een nu Lid in de Orde van Oranje-Nassau ben. En natuurlijk het erelidmaatschap van DKOD. Hebben jullie veel vrienden binnen DKOD? Daan: Ja, iedereen is mijn vriend binnen DKOD. Vooral iedereen in de E2. Arie: Ik heb veel kennissen binnen DKOD. Het is altijd fijn dat je een praatje kunt maken binnen DKOD vanwege de gemoedelijke sfeer. Kijken jullie wel eens naar de korfbal league? Zo ja, welke club vinden jullie de beste?

Daan: Ja, ik vind PKC heel goed. Mijn lievelingsspeler is Danny den Dunnen. Tevens ben ik naar de afgelopen korfbal league finale Top – Blauw Wit geweest. Mijn moeder baalde toen dat ze niet mee kon. Arie: Ik heb het eigenlijk nog nooit echt gezien. Soms wat op TV maar het is wel erg professioneel geworden. Ik heb 1 keer een wedstrijd gezien (DVO – PKC van afgelopen seizoen), maar dat was alleen omdat Daan mocht oplopen met de spelers. Tot slot: DKOD bestaat bijna 85 jaar. Hoe ziet DKOD eruit als we 100 jaar bestaan? Daan: We zijn dat als vereniging veel groter. DKOD 2 speelt veel hoger en DKOD 1 speelt korfbal league.

Arie: Ik hoop dat het Doelum, DKOD een boost zal geven en dat we groter zullen zijn over 15 jaar. Maar ja, die vrijwilligers he; ik denk dat we het als vereniging komende jaren lastig zullen krijgen.

Pagina 15


Toen en Nu (& Jong & Oud) Janneke, dit interview zal ik plaatsen in combinatie met een zelfde soort gesprek met een dame die vroeger in onze DKOD selectie en die van Nederland zat. Iemand waar je nog niet zo lang geleden een mooie website voor hebt gebouwd. Ik vond het wel een mooie combinatie iets met Toen & Nu, want over Jong & Oud durf ik niet te praten want dan krijg ik vast ruzie met Daniëlle Busch. Haar ken ik al vele jaren en toch leerde ik door dit gesprek weer wat nieuws. Jou ken ik vanuit de verte als speelster van de selectie, AC lid en nog niet zo heel lang als jonge en enthousiaste ondernemer. Maar daar gaan we nu wat verandering in brengen voor mij, maar hopelijk ook voor de vele lezers van dit item op internet en ons clubblad Tempo. Een paar geweldige actie foto’s van jou uit het afgelopen zaal seizoen zullen een foto wand sieren op het jubileum feest, met daarbij een leuke quote uit dit interview.

Pagina 16

Zo laten we maar eens met een open vraag beginnen… Stel je eens voor aan de lezers, je weet wel naam, leeftijd, rugnummer, woonplaats, beroep, vriend ja/nee, naam van je cavia. Dan hebben we dat maar gehad voor de mensen die dat allemaal willen weten… Mijn naam is Janneke Koehorst, 23 jaar, woonachtig in Arnhem en sinds 1,5 jaar heb ik mijn eigen marketing- en communicatie-bureau: Itsomi Media. Mijn vriend, Thomas, heb ik leren kennen op school en is dus in dezelfde branche werkzaam. Heel fijn aangezien ik ZZP’er ben en dus geen collega’s om me heen heb om even advies aan te vragen. Of Thomas het ook zo fijn vindt... dat moet je hem zelf maar vragen! ;-) Mijn rugnummer is heel lang 4 geweest, daarna een tijdje 6 en sinds ik in het 1e speel nummer 1, maar dat heeft alleen te maken met het feit dat dat het kleinste shirtje is… Verder ben ik naast korfbal ook veel aan het fitnessen of sla ik af en toe een balletje op de tennisbaan.

Wat voor een type speelster was je, ben je nu en wat wil je nog verbeteren komende seizoenen? Ik weet nog dat iedereen in mijn team vroeger altijd als eerste wilde verdedigen, want dat betekende dat je als laatste nog mocht aanvallen. En dat vonden zij het leukst! Ik dus niet! Verdedigen vond ik veel leuker en ik was niet zo aanvallend. Inmiddels ben ik wel een stuk aanvallender geworden, mede dankzij Margrita! Van haar heb ik veel geleerd. Nu pik ik zelf ook mijn doelpuntjes mee. Toch geeft ballen onderscheppen ook een goed gevoel en vind ik verdedigen nog steeds leuk!

Wat is het mooiste (korfbal)sport moment dat je zelf als speelsters hebt meegemaakt? Het mooiste moment is denk ik toch wel de promotiewedstrijd geweest tegen Trekvogels in Utrecht. Ik stond eigenlijk reserve, maar moest erin omdat Mariëlle geblesseerd raakte. Ik zat zelf niet in het 1e, dus dat was überhaupt al spannend. Toen werd het ook nog eens gelijk waardoor er verlenging was en na de verlening stond het nog steeds gelijk waardoor er strafworpen genomen Toen jij nóg jonger was, speelde je natuurlijk al korfbal? Door wie of wat ben je ooit aan deze sport moesten worden. Ik had verwacht dat Gertilde, die ook reserve stond, dan op mijn plek gewisseld zou begonnen? worden omdat zij beter was in strafworpen… maar Ik kan mij nog herinneren dat er een keer een helaas. Beide teams moesten achter de middellijn proeftraining was bij DKOD waar mijn moeder mij mee naar toe had genomen. Toen ik het veld op liep staan en één voor één moesten we een strafworp nemen… Doodeng! wilde ik eigenlijk direct terug naar de fiets lopen, totdat ik zag dat Nina Staal ook mee deed. Haar De zogenaamde ‘zekerheidjes’ begonnen, maar zo kende ik omdat wij samen zwemdiploma A, B en C zeker waren zij niet waardoor het voor de niethebben gehaald. Toch meegedaan dus en dat zekerheidjes (zoals ik) toch ook wel noodzakelijk beviel goed! werd om te scoren… Gelukkig misten de tegenstanders ook, waardoor mijn misser geen Had je direct zoiets van: dit is echt iets voor mij of ramp was, maar ik moest wel een traantje wilde je eigenlijk ook nog iets anders doen zoals jazz ballet of iets dergelijks? Ballet of dansen is niks voor mij. De eerste korfbaltraining viel direct in de smaak. Ik zat ook op tennis, maar korfbal kon er nog wel bij! Totdat ik naar de middelbare school ging vonden mijn ouders dit goed. Daarna moest ik toch echt een keuze maken: korfbal of tennis. En dat is dus korfbal geworden, maar ik vind het nog steeds leuk om af en toe een balletje te slaan! Wat trekt je aan in het korfbal? Het leuke aan korfbal vind ik het feit dat het een teamsport is. Samen knokken naar de overwinning, maar ook de gezelligheid die erbij komt kijken. Daarnaast is het spelletje zelf natuurlijk erg leuk!


‌ Ik kan mij nog herinneren dat er een keer een proeftraining was bij DKOD waar mijn moeder mij mee naar toe had genomen. Toen ik het veld op liep wilde ik eigenlijk direct terug naar de fiets lopen, totdat ik zag dat Nina Staal ook mee deed. Haar kende ik omdat wij samen zwemdiploma A, B en C hebben gehaald. Toch meegedaan dus en dat beviel goed!

Pagina 17


wegpinken. Uiteindelijk gewonnen, wat was dat gaaf! Dat weekend was ook kamp en iedereen van het kamp is naar de wedstrijd gekomen om ons aan te moedigen. Daardoor was de sfeer geweldig. Als ik de foto’s terug kijk krijg ik nog steeds kriebels... Bij de “mooiste sportmoment” vraag hoort natuurlijk een ‘tegen’ vraag bij, wat is je grootste “Blooper” moment? De strafworp missen in de promotiewedstrijd tegen Trekvogels vind ik zelf een behoorlijke blooper. Verder kan ik me zo geen bloopers bedenken… Op welke “concurrent” binnen of buiten de club had je stiekem wel een beetje hebben willen lijken? Hmm… dat is een moeilijke. Ik weet zo niet iemand te benoemen, maar ik ben wel in het algemeen jaloers op dames die zo gemakkelijk vrijkomen in de 1 tegen 1. Dat is niet mijn sterke punt :-) Afgelopen zaal seizoen, scoorde je in één wedstrijd 5 keer… had je zelf ook een soort van “dat doet ze anders nooit” momentje? Niet dat je niet scoort overigens, want als je jouw naam in combinatie met DKOD Googled dan staan de scores keurig per week onder elkaar in de Hoog & Laag artikelen… Er zit er zelf een tussen met: Uitblinkster aan DKODzijde was Janneke Koehorst! Haha, zeker! Ik scoor wel steeds meer, maar 5 in een wedstrijd is niks voor mij. Leuk om een keer mee te maken en wie weet komend jaar nog eens ;-) Volgens mij is de selectie waar je al een tijdje in bivakkeert een hechte groep, hoe bevalt dat en is er dan ook nog ruimte voor opbouwende kritiek om voldoende scherpte te behouden zeker in een seizoen dat net is afgelopen? Ja, ondanks het leeftijdsverschil binnen de selectie hebben we een hele hechte en vooral gezellige groep! Mensen vragen wel eens waarom ik nog steeds in Renkum korfbal en niet in Arnhem, maar dat is mede dankzij deze leuke groep! Komend seizoen hebben we een wat kleinere Pagina 18

groep en zullen we zonder trainer verder gaan, maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat helemaal goed gaat komen! Het enige puntje van opbouwende kritiek: we mogen wel wat meer teamuitjes organiseren :-) Wat wil jij de kids van DKOD voor hun sportieve toekomst meegeven, ze zijn immers het toekomstige selectie materiaal? Geniet van het spel, geniet van je team en geniet vooral van de gezelligheid. Sporten is leuk, zeker in een teamsport! Waarom moeten ze hiervoor bij DKOD zijn én blijven? Omdat DKOD een super gezellige club is! Wat is voor jou het mooiste moment geweest in en rondom het clubhuis “de Berk” ? Het jeugdkamp. Met z’n allen slapen in tenten op het veld, spellen doen in het ‘bos’, marshmallows maken bij het kampvuur en de super spannende dropping. Daar is De Berk een super locatie voor! Wat is het mooiste moment in de Rijnkom geweest voor jou? Dat is niet 1 moment geweest, maar de momenten dat ik vroeger het 1e en 2e aanmoedigde als jonge speelster waren toch wel erg leuk. Met het team spandoeken maken en deze voor de wedstrijd ophangen. Kijken of je trainer het spandoek ziet hangen en even naar je team zwaait. Samen met alle andere teams het clublied zingen en de spelers aanmoedigen. We gaan eerdaags verhuizen naar Doelum, kijk je daar naar uit? Zaal en veld bij elkaar, maar wellicht zoeken naar een identiteit in het gezamenlijke MFC ? Of zit juist in dat gezamenlijke wellicht de kracht? Ik kijk er zeker naar uit! Zelf vind ik het fijner spelen op kunstgras. Daarnaast heb ik een kijkje mogen nemen in het gebouw aangezien ik met de website en huisstijl van Doelum aan de slag ga en het ziet er al

heel gaaf uit. Hoe leuk is het om ook bij andere sportverenigingen te kunnen kijken en dat er nog meer publiek is tijdens onze eigen wedstrijden!? Het zal inderdaad misschien wel zoeken zijn naar een identiteit en een eigen plekje voor DKOD, maar daar komen we vast wel uit. Ik denk dat we er zeker op vooruit gaan en wie weet levert het ons nog meer leden op! Je liet me een tijdje geleden weten dat je Daniëlle niet kende, maar dat je toen je nog klein was haar misschien hebt toegejuicht bij DKOD… zoals ik al eerder schreef we gaan niet rekenen met de leeftijden, maar ze is al even weg bij DKOD. Al was Daniëlle er in 2005/2006 om het “oranje spoor” (een opleidingsplan voor de kids binnen de club) samen met een aantal mensen te ontwikkelen. Wie weet is er wel een bijdrage aan jouw ontwikkeling gedaan door haar. Maar wie waren/zijn jouw voorbeelden binnen onze club of daar buiten? Wat ik mij voornamelijk nog kan

herinneren van het 1e dat ik ‘vroeger’ toejuichte is dat Peter en Marjolein toen in dat team speelde. Zij hebben denk ik toch wel de meeste indruk gemaakt ;-) en hoe tof is het dat ik later bij ze in hetzelfde team heb gespeeld! Wat doe je zelf naast het spelen voor DKOD, kunnen mensen jou kennen van een bardienstje of als AC-lid of kampbegeleider? Of ben jij iemand die gewoon voor alle zaken te vragen zijn, want ik zag je recent op foto’s van de DKOD Playbackshow… Ik ben inderdaad al een aantal jaar lid van de activiteitencommissie en heb vroeger ook een paar teams getraind en gecoacht. Verder heb ik ook een tijdje in de schoolkorfbalcommissie gezeten en help ik met het organiseren van het jeugdkamp. Daarnaast ben ik altijd in voor gezelligheid en kan je mij dus ook op het podium zien


van de playbackshow… vroeger ook al! (Zie foto in pyjama hieronder) Je vader is ook een DKOD-er, volgens mij nooit als speler… wel bijvoorbeeld als barman en teambegeleider… houdt hij je dan extra in de gaten? Mijn vader heeft inderdaad nooit zelf gekorfbald. Wel al jaren heel actief bij de club als o.a. barman en teambegeleider. Hij houdt mij dan ook zeker extra in de gaten en ziet niks over het hoofd… geen doelpunt maar ook geen wijntje dat ik naar binnen giet ;-) Ik schrijf wel “nooit als speler”, maar hij heeft vast mee gedaan als ouders tegen de kinderen wedstrijdje, zijn daar nog leuke anekdotes over te vermelden? Mijn vader heeft hier nooit aan mee gedaan. Hij bedacht altijd smoesjes zodat alleen mijn moeder mee hoefde te doen… Nog andere gezinsleden actief in de korfbalsport? Mijn zusje, Inge, heeft ook jarenlang gekorfbald! Sinds ze is gaan studeren is ze gestopt, maar afgelopen jaren heeft ze zo nu en dan nog het 2e uit de brand geholpen. Je hebt een niet korfballer maar drukke web designer als vriend? Volgens mij heeft hij niet zoveel met het wereldje, het is als korfballer toch altijd lastig uitleggen, of niet? Ondanks dat zijn moeder heeft gekorfbald in Oosterbeek heeft hij er zelf niet zoveel mee nee. Jammer, anders kwam hij misschien wat vaker kijken ;-) Recent heb je Daniëlle ontmoet in het verre Haps, dat is een speelster van de vorige generatie en ook een ondernemer. Was dat leuk? Want ik was er wel bij, maar het ging al snel over korfbal, trainers en ondernemen… Toen & Nu in optima forma zullen we maar zeggen, dus ik was blij dat er koffie was… Ja, dat was zeker leuk! We kwamen eigenlijk bij elkaar om over de website te praten, maar het ging voornamelijk over korfbal. Zeker als je jullie twee naast elkaar zet komen er leuke herinneringen! Gebruik je kennis uit de (korfbal)sport of het verenigingsleven/commissie lidmaatschap ,in

je communicatie & media bedrijf? Hm, volgens mij niet. Ik denk eerder andersom; kennis van mijn communicatie opleiding/bedrijfje toepassen binnen de commissies. Digitaliseren, dat zit in je bloed natuurlijk, vind je dat we nog een papieren clubblad moeten hebben op papier, of gaan we in de toekomst gewoon op alle mogelijke manieren digitaal? Ondanks dat ik erg veel met online bezig ben, vind ik het zelf nog steeds prettig om een papieren blad te lezen. Even weg van mijn scherm, want daar kijk ik soms wel iets te veel naar… Ik denk dat voorlopig het

papieren blad nog wel moet blijven, zeker voor de oudere generatie. Toch is bijna iedereen al wel via online op de hoogte van alle ontwikkelingen en kan er wat dat betreft wel kosten en tijd worden bespaard. Zodra er een generatie is opgeschoven en écht iedereen online is zal het blad daarom wel gedigitaliseerd worden verwacht ik.

Je bent op de achtergrond met onze nieuwe website bezig, ik kijk uit naar onze samenwerking en mogelijk dat ik straks zelf ook weer wat meer tijd heb om te schrijven. Wat zijn straks de beste/mooiste verbeteringen, ons thema is immers niet voor niets Toen & Nu?

Klopt, ik ben inderdaad op de achtergrond met de nieuwe website voor DKOD bezig. Een erg leuk project vind ik zelf! Belangrijk is dat de website straks overzichtelijk is met een ontwerp uit deze tijd. Alle informatie die nodig is, is te vinden op de nieuwe website. Denk aan trainingstijden, ontwikkelingen, maar ook een duidelijk overzicht van de evenementen. Ook de ‘vrienden van DKOD’ krijgen een plekje op de site.

Pagina 19


“Met 17 jaar werd ik in het eerste gezet onder leiding van Jan Hof. Die heeft mij in het diepe gegooid door mij er al heel vroeg bij te trekken.”

Thema van het jubileum feest is Toen en Nu & Jong & Oud en daarbij hoort natuurlijk een interview met een oud gediende uit de roemruchte DKOD selectie... Nu zit ik hier natuurlijk niet om te zeggen dat je jong of oud bent, dat is veel te gevaarlijk en zou niet passen in onze vriendschap die wel al vele jaren hebben. Dus laten we het maar hebben over Toen & Nu en kijken we nog wel even naar een jongere DKOD-er die op dit moment onderdeel is van de DKOD selectie. Kun je je daar in vinden? Lijkt me een goed plan Wilco. Leuk om te horen en te zien dat jij nog zo actief bent voor de club! Toen jij nog “kleine Daantje” was, speelde je natuurlijk al korfbal? Door wie ging je aan deze sport beginnen? Zoals veel korfballers stam ik uit een ‘korfbal nest’. Mijn ouders waren lid van ZKC’31 in Zaandam waar ik tot mijn 18e heb gespeeld. Ook mijn broer heeft daar een aantal jaar gespeeld. Daarna ben ik naar DKOD gegaan. Je hebt me wel eens verteld dat je ouders ook zeer actief waren in het korfbal. Hebben ze zelf ook gespeeld eigenlijk, want ik ken ze als verbeten supporters van jou en later hun kleinkinderen Naomi en Mandy en als de drukke vrijwilligers? Ja ze hebben inderdaad allebei ook gespeeld en ze waren zeer actieve leden: voorzitter, secretaris, bardiensten, trainingen verzorgen….alles hebben ze wel een keer opgepakt. Had je direct zoiets van: dit is echt iets voor mij of wilde je eigenlijk ook nog iets anders doen zoals tennis, hockey, ballet of iets dergelijks? Haha nou het was toen niet echt een bewuste keus van mij. Ik ging gewoon mee en uiteraard bleef ik spelen. Naast het korfballen heb ik vanaf 6 jaar ook paard gereden maar rond mijn overgang naar DKOD heb ik dat op moeten geven als hobby. Doordat het aardig lukte met korfbal en ik steeds wat hoger en intensiever ging spelen heb ik geen behoefte gehad om andere sporten op te pakken…was ook geen tijd voor gezien alle trainingen en de reistijd die erbij kwam kijken.

Pagina 20


Kun je je nog iets herinneren van je jonge periode in het korfbal, wie was de leuke trainer, welke activiteiten organiseerde de club die je leuk vond (ik heb nog wel eens een playback show gewonnen en met schaamrood op de kaken denk ik daar aan terug in deze jubileum periode… Tjonge, even denken: wij hadden Jan Korf (… mooie naam en ook nog in de verte familie..). Een bloedfanatieke trainer. Daar heb ik in de aspiranten/juniorentijd veel van geleerd. Bosloopjes, trainingsschema’s in de zomer.. alles kwam voorbij. Met 17 jaar werd ik in het eerste gezet onder leiding van Jan Hof. Die heeft mij in het diepe gegooid door mij er al heel vroeg bij te trekken. Zij vader kwam altijd uit Amsterdam op zijn brommertje en met een grote sigaar kijken naar de wedstrijden van ons. Prachtig. En verder het zomerkamp op Texel (wordt nog steeds gedaan)…. Vond ik enorm spannend. moesten wel even met de fiets van Zaandam naar Texel. Wie waren de voorbeelden voor jou in de tijd dat je in de jeugd speelde en waarom? Of speelde en trainde je alleen zelf en keek je niet zo om naar de selectie van je club of die van andere clubs in het Westen? ZKC speelde 2e klasse/ 1e klasse en een jaar in de overgangsklasse in die tijd. Ik vond het toen al geweldig om naar hen te kijken. Onze grote concurrenten uit de omgeving waren Groen Geel, Blauw Wit (Amsterdam), Rohda en KZ. Met DKOD spelers en spelers van het Nederlands team kwam ik in aanraking toen ik in het Nederlands juniorenteam speelde. Ik zag in Ahoy de finale Nederland- België en dacht : ja als ik wat wil dan moet ik het hoger op zoeken… ik heb toen met Wil de Vos contact gezocht (teambegeleider Nederlands team) en via hem kwam ik in contact met Ben Crum. Zijn reactie was dat de afstand Zaandam (waar ik woonde) en Renkum/Heelsum toch wel erg ver uit elkaar lag. Toch heb ik besloten de overstap te wagen. Achteraf ben ik daar erg blij mee geweest. Ook met de kans die Ben mij toen bood om erbij te komen.

kampbegeleider? Bij ZKC heb ik trainen gegeven, ben ik scheidsrechter geweest, bardiensten, meehelppen met schoolkorfbal etcetc In de tijd dat ik bij DKOD speelde heb ik weinig extra zaken kunnen oppakken. Daar was eenvoudig geen tijd voor. Ik reisde 4 a 5 keer per week vanuit Zaandam naar Renkum en dan de wedstrijddag nog. Later heb ik gelukkig wel het e.e.a. kunnen oppakken zoals het trainen van de junioren 1 samen met Arianne Bon en in de TC commissie zitten. Je hebt een flinke korfbal carrière gehad, denk je daar nog wel eens aan terug? Heel vaak! Alleen hier in de omgeving van Haps (waar Patrick en ik nu wonen) kennen ze eigenlijk alleen dameskorfbal. Hier in deze omgeving wordt er voornamelijk aan voetbal, volleybal, turnen en tennis gedaan. Helaas dus geen gemengd korfbal. Wat voor een type speelster was je? All rounder, rebound/aangeef, het passen van de bal en lezen van het spel en schot van 5/6 meter. Ik heb het vooral ook van hard werken moeten hebben. Het kwam mij niet zo aanwaaien allemaal. Heb je iets gemist om dat niveau toen te bereiken en te behouden, of heb je dat gevoel niet en was korfbal gewoon jaren het aller belangrijkste? Hoe keek je “omgeving” naar jou in die periode? Als ik terug kijk denk ik dat we jarenlang een unieke groep korfballers en trainers hebben gehad. Met allemaal maar 1 doel; de beste willen zijn in dit spelletje. Daar moest heel veel voor wijken.. feestjes, verjaardagen, feestdagen…mijn ouders en mijn broer zullen vast wel eens gemopperd hebben maar bleven al die jaren achter mij staan. Korfbal ging ook voor de studie; tijdens de opleiding fysiotherapie zuchtte de docent; het is wel de bedoeling dat je de lessen ook volgt… en mede studenten zijn gek geworden van al het gekopieer van hun aantekeningen door mij.

Wat deed je zelf naast het spelen binnen de clubs waar je hebt gezeten, kunnen mensen jou kennen van een bardienstje of als TC-lid of Pagina 21


Je hebt belangrijke wedstrijden gespeeld op het hoogste podium, kun je dat gevoel van destijds nog steeds oproepen?, hoe ging je daarmee om als speelster? Het hebben van 1 doel met elkaar ( en dan bedoel ik de spelers van 1/2/3 , de trainer, de begeleiders, de fysio) zorgde ervoor dat iedereen zowel fysiek als mentaal het maximale uit zichzelf moest halen. Dat was zeker niet altijd gemakkelijk. Je leert jezelf en anderen kennen en niet altijd is dat positief. Maar het kan niet anders. Als je de top wil bereiken moet je alles willen geven. Dat gevoel is heel intens. Als het vervolgens lukt is dat een geweldig gevoel. Als het niet lukt een enorm vervelend gevoel. Die intensiteit vond ik prachtig. Daarbij vond ik het geweldig om te zien hoe blij de club en de supporters waren als het wel lukte. Uiteindelijk is het delen van emoties met elkaar het mooiste wat er is.

Kun je een situatie beschrijven die voor jou erg stressvol was en hoe je daarmee bent omgegaan? Nou …heb je even.. er zijn er velen maar 1 van de eerste bij DKOD was het moment dat ik de allereerste keer moest trainen. Ik had een paar weken daarvoor mijn vinger gebroken op het allerlaatste toernooitje voor ZKC.. daar ging mijn eerste trainingsmoment met Jan Sjouke, Tjeerd , Arianne, Margrita etc etc…allemaal spelers waar ik heel erg tegenop keek…en daar stond ik met mijn arm in het gips. In mijn eerste jaar (ik..groentje, 18 jaar) speelden wij nog in 3 vakken en in de zaal moesten er dus 4 afvallen. Ik weet nog dat Ben tegen mij riep: He BUS, jij gaat naar 2! Ik dacht…what the f… ??? Uiteindelijk ben ik door een blessure later toch in het 1e gekomen, maar dat moment zal mij altijd bijblijven! Andere stressmomenten waren er rondom trainers wissels, onenigheid in het team of met het bestuur, het verwisselen van DKOD voor DOS’46 voor een jaar en het spelen in het Nederlands team. Pagina 22

Wat is het mooiste (korfbal)sport moment dat je zelf hebt meegemaakt? Ahoy, daar kwam eigenlijk alles samen: in Ahoy besloot ik toen ik 18 was om weg te gaan bij ZKC en uiteindelijk stond ik daar op het veld.. Geweldig! Op welke “concurrent” had je stiekem wel een beetje hebben willen lijken? Shirley Eijlbracht en Rini van der Laan... die speelden ogenschijnlijk zo gemakkelijk… Je bent ook een tijdje bezig geweest met en rondom de Taiwanezen die regelmatig in Nederland te vinden zijn, kun je daar iets over vertellen? Bird en Inglih…eerst tegen ze gespeeld, later met ze getraind bij DKOD en toen zij geen speler meer waren mocht ik mee als fysio naar toernooien zowel met de senioren als junioren. Een hele andere cultuur dan wat wij gewend waren. Zeker in het begin toen ze net bij DKOD kwamen; stonden ze in de zaal, zonder goede schoenen maar met een ijzeren discipline. Blessure of niet ze haalde alles uit zichzelf. Moest ook wel want anders kwamen er sancties. Heel geleidelijk door de jaren heen hebben ze de manier van trainen en begeleiden veranderd. Maar het is en blijft een andere cultuur waar ik veel van geleerd heb en ik ben hen erg veel dank verschuldigd dat ik er zo dichtbij mocht komen. Heb je nog contacten in de korfbal wereld? Want uit jou generatie zijn er nog wel een aantal actief in het wereldje…. Haha ja met jou! En met Naomi, die speelt nu in de selectie van AW/DTV. Ik ben regelmatig gaan kijken bij haar en dan ontmoet je wel wat oudgedienden. Maar verder eigenlijk niet. Gister appte toevallig Petra Bes een oud speelster van ZKC…ze liep een wandeltocht hier in de buurt. Dat is dan wel erg leuk. Maar verder heb ik te weinig tijd door mijn werk om contact te houden.

Wat heb je aan sport gedaan toen je stopte met korfbal? Tennis, hardlopen, fitness… en paardrijden heb ik weer opgepakt. Er staan nu 2 paarden bij ons in de wei. 1 is met pensioen (26 jaar) maar de ander is 17 en die rijdt nog prima.


Je bent in 2005/2006 nog een tijdje terug geweest bij DKOD, in de TC volgens mij… hoe ben je daarin verzeild geraakt? Via Arianne Bon… die trok mij erbij. Michiel was toen al voorzitter en samen met bestuur en TC hebben we getracht om alle ploegen te voorzien van trainers en materiaal voor de trainingen. Ik ken je verder van veel en hard werken, die drive en dat fanatisme is er dus nog steeds…? want vroeger reisde je het hele land door om in Heelsum/Renkum te kunnen trainen en spelen, dus het gaat nog steeds maar door en door… Gebruik je je ervaringen uit de sport, nu nog steeds bijv. als ondernemer (eigen fysiotherapiepraktijk) of daar buiten? Tja .. die gedrevenheid en dat fanatisme zit er nog altijd. Als ik iets in mijn hoofd zet dan probeer ik er veel voor te doen. Na twee praktijken te hebben gehad elders heb ik 8 jaar geleden de praktijk in Cuijk overgenomen en zijn we van 3 naar 9 medewerkers gegroeid. Daarnaast ben ik voorzitter van de fysiotherapiepraktijken uit de omgeving, zit ik in 4 netwerken… kan het toch niet laten… Je hebt een voetballer en een drukke ondernemer als vriend? Volgens mij heeft hij niet zoveel met het wereldje, het is als korfballer toch altijd lastig uitleggen, of niet? Patrick is eigenaar van recreatiepark ’t Loo in Linden en is idd voetballer. Michiel (de voorzitter) heeft eens tegen mij gezegd: voetballers kijken naar de bal en zien dan de speler bewegen maar bij korfbal staat de speler met de bal stil… je moet dus anders kijken als voetballer naar het korfbalspelletje… Nou dat heb ik geprobeerd over te brengen op Patrick maar dat blijkt toch lastig. Hij vindt ‘t geweldig om te horen wat en he wij het allemaal hebben gedaan in die tijd maar het blijft net als het fenomeen “Carnaval” voor mij: ik zie het gebeuren maar snap niet dat mensen daar zo veel plezier in hebben….! Je hebt recent Janneke Koehorst ontmoet, dat is een speelster en onderneemster van de huidige generatie was dat leuk? Want ik was er wel bij, maar het ging al snel over korfbal, trainers en ondernemen… Toen & Nu in

optima forma zullen we maar zeggen, dus ik was blij dat er koffie was… Ja! Janneke is een leuk en spontaan persoon! Dank voor de tip van jou dat zij onze website zou kunnen vernieuwen! Die is inmiddels helemaal klaar en ziet er tip top uit! Ik heb Janneke een beetje leren kennen en vind het leuk om de verhalen van DKOD NU te horen. Het is en blijft toch de club waar ik met heel veel plezier aan terugdenk.

Laatste vraag!: Gaat het nu niet kriebelen na zo’n ochtend door alles heen bladeren en een goed gesprek over korfbal? ……. (en we namen zwijgzaam nog een slokje koffie – redactie-).

Nog even iets over een foto die we hier zojuist op de keukentafel hebben uitgestrooid… Daar zag ik je als topscorer ergens bij staan. Nu heeft Janneke afgelopen zaalseizoen behoorlijk gescoord in een bepaalde wedstrijd zelfs 5 keer… vertel jij eens over die foto die ik zeker ga plaatsen in het magazine? Nou ehhh, ik was topscoorder van de Zaanstreek vlak voordat ik naar DKOD ging.. dat heb ik later nooit meer gehaald hahahaha. Op de foto sta ik overigens naast Frank van ‘t Kaar, is later nog van Groen Geel naar Oost Arnhem gegaan... Pagina 23


Dick: “DKOD is een te mooie vereniging om te verdwijnen uit de korfbalwereld. We laten op allerlei fronten zien dat we nog springlevend zijn en een belangrijke rol vervullen binnen de gemeente.� Pagina 24


Hi Dick, kijk je al uit naar het Jubileum feest? Een paar maanden geleden startte we met zoiets als onderstaande… “Dick, je doet toch wel mee met wat randzaken van het 85 jarige jubileum van DKOD? Anja zit dan wel in de jubileumcommissie, maar het zou mooi zijn dat je een steentje bijdraagt. Ja, ik weet dat je al veel doet voor én bij DKOD. Maar dat is het nou juist, die mensen willen we natuurlijk even aan het woord hebben in dit extra feestelijke jaar.”

en dat doet het al 85 jaar voor velen van ons. Zelf wilde ik niet voor de interview vorm kiezen, ik dacht meer aan een soort van briefwisseling (al zal het wel e-mail worden)… Zo een als destijds in de Linda waar schrijfster Saskia Noort en ex Playboy hoofdredacteur Jan Heemskerk regelmatig (en zeer herkenbaar) de vinger wisten te leggen op de schurende verschillen tussen man en vrouw. Dat lijkt me wel wat. Zullen wij eens een poging

wagen en wat zaken rondom DKOD op een rijtje zetten? Dick, de laatste dagen schijnt de zon weer volop en wisten de vele jeugdteams van DKOD dit seizoen weer kampioen te worden op het veld. Het eerste handhaafde zich, maar verloor de laatste partij op het heilige gras van ons sportpark in Heelsum. En dat gras, dat is eindig… Nu zijn er van die lui die zeggen: “Kunstgras is helemaal niks. Ik hou van

Ja, ik kon het niet laten om je erbij te betrekken. 10 jaar geleden maakte we samen een magazine ter gelegenheid van het 75 jarig jubileum van DKOD. Dit keer geen magazine, maar enkele commissie leden maken een reeks interviews waarbij ‘generaties’, toen & nu een belangrijke rol spelen. De club bestaat immers niet alleen uit de hoogtijdagen van DKOD en de selecties. Nee, DKOD staat voor veel meer

Groet Wilco

Hoi Wilco, Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, toen Anja zich spontaan opgaf om zitting te nemen in de jubileumcommissie wist ik eigenlijk al dat ik “het haasje” zou zijn en er vast wel een beroep op mij gedaan zou worden. Mijn valkuil is echter dat ik soms iets te perfectionistisch wil zijn. Ik vond het wel aardig dat toen jij op bezoek kwam om foto’s uit te gaan zoeken, ik je verraste met een kant en klare DVD. Ik kan je vertellen dat de DVD die jij hebt meegekregen al lang niet meer de laatste versie is. (Anja kan beelden al wel dromen en is er al een beetje tureluurs van  ) Ik herken je gevoelens ten aanzien van het normale gras. Ik kijk echter naar het sociale aspect en wat is er dan lekkerder dan een normaal grasveld, maar de ontwikkelingen staan niet stil en op het niveau waar ik mij wekelijks mee bezig houdt is gewoon gras eigenlijk nergens meer te vinden. Door de komst van al die kunstgrasvelden is ook echt het sociale gebeuren wel iets minder gewor-

modder tussen de noppen en gras op de broek of rok, dat is echt korfbal…”. Maar volgens mij is die tijd al lang voorbij in de korfbal wereld. En eindelijk kan DKOD daar, als alles goed gaat in en rondom Doelum (je weet het immers maar nooit in de Gemeente Renkum), ook van kan gaan genieten. Het is misschien jammer dat onze unieke combinatie van clubhuis de Berk en het vierkante veld in de Heeslumse bossen voorbij is, maar eigenlijk is dat alleen maar een drukke en geweldige plek tijdens de oude club toernooien (n de huidige schoolkorfbaltoernooien als het echt helemaal vol ligt met velden. Ja, met een zonnetje er bij ruikt dat gras wel lekker maar in Nederland regent het nog al vaak en dan is het stukken minder. Dus recreatief geweldig, maar sportief heb ik het nooit wat gevonden…. Wat vindt jij er van?

vonden de weg naar Heelsum en het zette onze mooie club op een hele mooie manier in de schijnwerpers.

den, want het lekker met z’n allen heerlijk op het gras zittend naar je cluppie kijken, dat is voltooid verleden tijd. Juist dat sociale aspect moeten we goed bewaken, want dat is mede iets wat onze mooie sport zo aantrekkelijk maakt. Ik kijk wel een beetje sceptisch naar het niet meer hebben van een eigen onderkomen, iets waar we heel lang hard voor geknokt hebben en nu weer los moeten laten. De grote toernooien, ja dat was wat. DKOD was geweldig in het organiseren van geweldi-

ge Gelderlanddagen, wat was dat een feestje. Ik kan me nog herinneren dat ik met Oosten v.d. Vegte jr., half Gelderland doorreed om overal de korfbalpalen vandaan te toveren, die nodig waren om tientallen velden van het juiste materiaal te voorzien. Meestal hadden we geweldig weer en dat was al de helft van een geslaagd toernooi. Jaap Haalboom was geweldig in het maken van de schema’s en als er op het allerlaatste moment nog wijzigingen plaats moesten vinden, dan werd dat perfect opgelost. Duizenden korfballers

Het afscheid van het gras dat doet overigens wel veel minder zeer, dan het vertrek uit Heelsum. DKOD en Heelsum zijn voor mij als geboren en getogen Heelsummer onverbrekelijk met elkaar verbonden, maar het belangrijkste vind ik het feit dat we op de nieuwe locatie misschien kans zien om ons ledental weer op een hoger niveau kunnen tillen, want DKOD is een te mooie vereniging om te verdwijnen uit de korfbalwereld. We laten op allerlei fronten zien dat we nog springlevend zijn en een belangrijke rol binnen de gemeente vervullen. Ik was positief verrast over jouw inzet voor onze club, terwijl je eigenlijk ook een aantal jaren uit beeld bent geweest om het zo maar eens te zeggen. Wat is jouw drijfveer om zoveel tijd te steken in onze club? Dick Pagina 25


Tja, waarom doe je veel voor een club? Dat gevoel dat ik ergens betrokken bij ben en wil zijn, heb ik eigenlijk altijd wel gehad. Clubliefde was en is voor mij niet alleen op de tribune zitten of naar uitwedstrijden gaan. Clubliefde is je als een kind zo blij voelen als de DKOD teams winnen, balen bij een gelijkspel en je klote voelen bij verlies. Ik ging destijds bij verlies van mijn eigen team, niet stappen, dat gunde ik mezelf dan gewoonweg niet. Maar laat ik bij het begin beginnen… Toen ik in de pupillen ben gestart ergens midden jaren 80, wilde ik altijd al aan alles deelnemen wat er georganiseerd werd bij DKOD. Het jeugdkamp, want daar kon je de Gouden Hand winnen als je genoeg punten wist te scoren door elke ochtend vroeg je afstandsschoten, doorloopballen en strafworpen te nemen. De playback shows, in die tijd… ik heb hem nog eens gewonnen met wat team genoten met een liedje van Freiheit en werden toen door een of andere “diva” (tegenwoordig hebben we er zelf een zag ik op Facebook) van Radio Keizerstad beoordeeld.

De Zoom-toernooien in Wageningen, die zich in mijn herinnering altijd tijdens mooi weer afspeelden en waar we in ieder geval met alle jeugdteams veel plezier hebben beleefd. Daarnaast de vele feestavondjes in de Berk. Ook viel er elke maand een dikke Tempo in de bus en wekelijks een nieuwsbrief. Al was die meer voor mijn ouders wanneer ze moesten rijden. Zelf hield ik standaard mijn zaterdag al helemaal vrij om bij DKOD te spelen, bezig te zijn of een activiteit te bezoeken.

Pagina 26

Als je al die dingen dan bezoekt of er aan deelneemt, dan komen op den duur onvermijdelijk de vragen… ik zal dat aan de hand van enkele voorbeelden illustreren Kathinke Vedder: “Wilco, kunnen jij en je broertje Mattijs de weekbrief bezorgen in jullie wijk?” En zoals zoveel klusjes thuis, verdeelde ik en mijn broertje Mattijs de weken en fietste we met een stapeltje weekbrieven in de elegante fietstas (not!) door Heelsum om deze netjes en op tijd te bezorgen. Gelukkig kregen we altijd van een meer belegen DKOD-er in Hoog Heelsum een koekje als we de weekbrief niet zomaar in de bus beneden mikte maar deze echt aan de deur bezorgde.. twee of drie etages hoog. Ja, op die leeftijd ben je nog makkelijk over te halen. Harry Kranen: “Wilco, zou je mee willen schrijven, knippen en plakken aan Tempo? En jij was toch ook handig met Wordprefect 4.2?” En zo kwamen er geweldige avonden in het clubhuis en bij de redactie leden thuis bij. Joop van Dijk als senior, Janny en Alberdine en nog een aantal anderen. Harry stopte een seizoen later en toen was de techniek in mijn handen en dat hebben we zo heel wat jaartjes vol gehouden. We hadden een flink aantal regelmatige schrijvers, en genoeg materiaal uit de NK en de diverse kranten. DKOD stond toen landelijk in de picture en de jeugdhoek was stevig vertegenwoordigd. Annemiek Zweers & Ria van Dijk: “Zou je willen deelnemen aan een trainers cursus in Ede? Het vervoer hebben we elke maandag avond al geregeld en Lisette, Dennis en Angela gaan ook!” En dan ga je, want een kundig trainerschap wil je natuurlijk voor je club waarmaken als je gevraagd wordt door je eigen trainster. Nooit gevoeld dat ik er anders ‘naast’ werd gezet of zo, je was gewoon trots dat je gevraagd werd en nóg een dagje extra DKOD kon hebben in plaats van huiswerk. De club heb ik nog vaak als rede opgegeven voor mijn 7 jarige HAVO aanwezigheid die ik uiteindelijk wel met een diploma heb verlaten…

Technische Commissie: “Nu, je die trainerscursus met goed gevolg hebt afgelegd wil je dat vast in de praktijk brengen samen met je teammaatje Dennis van Dijk!?”. En daar stond je dan aan het einde van de middag op het veld, nadat je als een speer om 15:30 uur (of iets eerder in de schooltijd… ach, spijbelen voor het goede doel werd toen nog oogluikend toegestaan. Tegenwoordig weten je ouders het direct als 5 minuten te laat bent of iets te vroeg weg gaat) naar huis fietste uit school. En als je team dan goed presteert, dan worden dat vanzelf twee middagen. Maar gelukkig trainde we zelf vaak na deze jeugdtrainingen en sloot alles weer op elkaar aan. Een ervaring die me nu nog dagelijks helpt om mijn team op kantoor te begeleiden en te voorzien van enthousiasme voor het ‘vak’ en teamgeest die daarvoor nodig is. Eind jaren 90 ben ik met de al deze dingen gestopt. Een zware knie blessure, in mijn ogen te weinig aandacht vanuit de club in de herstel periode (die ik gelukkig goed ben doorgekomen door Danielle Busch die mij als fysiotherapeut heeft behandeld en afgebeuld op Papendal) en na een intensieve stage periode ben ik gaan werken in de ICT. Daar begonnen de lange werkdagen, nachten en weekenden in de hotels door het gehele land en soms daar buiten. De ICT carrière had duidelijk voorrang na een moeizame schoolperiode waarin ik de eerst de havo, daarna de meao en een ISI opleiding doorliep (ik zou hier graag alleen de korfbalsport de schuld van geven, maar dat is natuurlijk niet helemaal waar). Dus DKOD heeft jaren op een minimaal pitje gestaan in de vorm van “niet spelend lid”. In 2006 vroegen Danielle Busch en Arianne Bon me voor een klusje rondom het TC plan “Oranje spoor” en toen dat eindigde bleek het 75 jarige jubileum aanstaande en die commissie wilde een gevulde Tempo in dat seizoen. Echter de “eenvrouws” Tempo redactie ging stoppen en de toenmalige web redacteur ging studeren en die wilde natuurlijk ook de DKOD website gaan overdragen. Ja, dan wordt je gevraagd en ben je ineens weer heel actief. Echter de tijd die ik hierin kon steken was niet beperkt tot de weekenden, training- en wedstrijdtijden en dat zorgde voor deze “her

activering” ondanks de drukte in de ICT. Sindsdien zijn jij en ik ook weer met elkaar in contact, want het idee werd gevat om elke maand een hoofdstuk te schrijven over de historie van DKOD en de laatste hoofstukken daar uit te houden om die te verzamelen voor een magazine. Dat we dan gingen verkopen op het 75 jarige jubileum feest. Een mooie maar drukke periode waar ik met veel plezier op terug kijk en volgens mij kon jij net als nu je pennenvruchten goed kwijt. Een van de dingen die ik niet gedaan heb is scheidsrechter zijn, want daar had ik het nog wel eens mee aan de stok. Ik kan me ook nog wel een enkel akkefietje met jou herinneren… ik had nog wel eens een flink grof mondje over voor mijn teamgenoten als het me niet zinde. Aanvoerder zijn was soms de enige manier om iets verder te mogen gaan dan de rest, maar bij jou mocht dat niet altijd baten. Wat heeft je bewogen om scheidsrechter te worden, ondanks types zoals ik? Groet, Wilco

Wilco: “Een ervaring die me nu nog dagelijks helpt om mijn team op kantoor te begeleiden en te voorzien van enthousiasme voor het ‘vak’ en teamgeest die daarvoor nodig is.”


Hoi Wilco, Mooi verhaal van je activiteiten binnen DKOD. Ik zal maar meteen beginnen met je vraag te beantwoorden. In de sporthal Doorwerth was ik vaak de hele dag aanwezig als zaalwacht. DKOD speelde daar de thuiswedstrijden en regelmatig nam ik een wedstrijdje fluiten voor mijn rekening bij één van de vele jeugdteams. Op geen enkele manier had ik het idee om ook als officiële scheidsrechter op te gaan treden (Scheidsrechters vond ik meer een noodzakelijk kwaad  ), maar het liep allemaal heel anders en eigenlijk bij toeval. DKOD speelde de wedstrijden op zaterdag en in dezelfde hal speelde Onder Ons uit Oosterbeek op zondag. Het contact met Onder Ons was simpelweg heel goed te noemen en rivaliteit was er eigenlijk alleen in onderlinge wedstrijden aanwezig. Op dat laatste kom ik overigens nog terug in een later stadium. Op een zondag gingen we kijken bij de wedstrijden van Onder Ons en toen bleek dat er bij de juniorenwedstrijd geen scheidsrechter op kwam dagen. De heer van Gelder (de sporthalbeheerder) zag de bui al hangen en kwam mij vragen of ik de wedstrijd niet wilde fluiten. Eigenlijk had ik daar niet heel veel zin in, maar nee zeggen bleek moeilijker dan gedacht. Uit een kast met “gevonden voorwerpen” kwamen een shirtje, een broekje en zelfs een paar passende zaalschoenen. Na die wedstrijd ben ik eigenlijk niet meer als scheidsrechter van de velden verdwenen. Enige tijd later heb ik de scheidsrechters gevolgd in Ede, die werd gegeven door Jantje Goldman. Samen met Douwe Straatman gingen we één keer in de week naar sportpark “de Bosrand”. We werden gebracht door de vader van Douwe, want we waren nog niet in het bezit van een rijbewijs in die periode. Ik slaagde met geweldige cijfers, maar heb nog steeds het vermoeden dat dit ook te maken had met andere cursisten. Een aantal miste toch wel een paar essentiële competenties om goed te functioneren als scheidsrechter, maar die wilden ze toch met een diploma de cursus laten afronden. Ik had geen echte ambities om hoog te gaan fluiten en persoonlijk denk ik ook dat dit de reden is dat ik wel de absolute top bereikte. Op de weg naar de top kwam ik di-

verse obstakels tegen, die zal ik je besparen. Het enige wat ik daarover kwijt wil is dat het lidmaatschap van DKOD me weleens parten speelde en ik op geen enkele manier mee wilde werken aan kliekjesvorming en haantjesgedrag vond ik al helemaal uit den boze. We zullen maar zeggen dat je zonder deze “competenties” er iets langer over doet om je plaatsje in de top te bemachtigen. Van zwemmen tegen de stroom in schijn je alleen maar sterker te worden en als ik terugkijk, dan heb ik een hele mooie carrière achter de rug, waarbij ontelbare topwedstrijden en alle grote internationale toernooien op mijn conto staan. Het mooiste compliment kreeg ik na de wedstrijd Spanje-Portugal op het Wereldkampioenschap van Frank Buvens van het IKF. De wedstrijd was beslissend voor de plaatsing voor het hooftoernooi. Meestal werden deze wedstrijden op het heetst van de strijd gevoerd en waren er de nodige veldslagen te noteren, al dan niet met gele en rode kaarten. Voor de wedstrijd werd er door de Belgische delegatie gepleit voor Geoffrey Picqueur, die de wedstrijd in goede banen zou moeten leiden, maar die lobby was tevergeefs en werd de wedstrijd aan mij toegewezen. Het werd een fantastische wedstrijd, die voor mij al niet meer stuk kon toen, bij het spelen van de volksliederen Anja en de kinderen de zaal inkwamen, dat was een hele grote verrassing, want ik wist dat Anja die dag in het buitenland zat. Na de wedstrijd kwam als één van de eersten Frank Buvens naar mij toe om me te feliciteren en zijn woorden staan in mijn geheugen gegrift. “Dit heb ik nog nooit meegemaakt, wat een wedstrijd en jij bent na de wedstrijd nog een vriend van iedereen, hoe is het mogelijk. Beter kan je een dergelijke wedstrijd niet fluiten”, dat waren de eerste zinnen die hij tegen me zei, gevolgd door een ferme handdruk en felicitatie. Ik kan nog heel veel mooie en ook minder mooie momenten opsommen, maar dat zal ik je besparen.

papier te zetten. DKOD was vaak belangrijker dan andere zaken en achteraf heb ik misschien weleens wat teveel tijd in de club gestoken, maar ik heb daar een veelvoud aan plezier voor terug gekregen en dat is dan wel niet direct tastbaar, maar wel heel waardevol. Om een lang verhaal kort te maken kan ik beter zeggen welke functies in niet heb gehad, dan zijn we veel sneller klaar. Voorzitter en penningmeester en dat was het een beetje, de rest allemaal wel. Vanuit mijn periode in het bestuur staat me nog wel heel helder voor de geest de bijeenkomst met de overblijvende selectiespelers nadat het overgrote deel van de selectie de vereniging de rug toekeerde. Ik was vicevoorzitter en Ab van de Vegte (voorzitter) was op vakantie. Het was een moeilijke avond, maar wat was ik trots op de aanwezigen, die weigerden de handdoek in de ring te gooien. Het hele moeilijke jaar dat volgde staat mij nog helder voor de geest en ik ben nog steeds trots op al die kanjers, die toen de (te) zware kar moesten trekken. Eigenlijk was dat DKOD op zijn best.

Ook heb ik een periode onder het pseudoniem “Speldeprik” mijn bijdrage geleverd aan het clubblad. Het mooie was dat echt niemand wist wie er schuil ging achter “Speldeprik”. Ik zorgde er altijd voor dat ik geen zaken schreef die niet konden, want mensen konden zich moeilijk verdedigen en ik vond het niet fair om ze via de geschreven columns in verlegenheid te brengen. Wel vond ik het aardig dat ik mensen op deze manier kon laten nadenken over zaken die binnen de vereniging speelden. Toen ik weer binnen het bestuur actief werd ben ik hiermee gestopt, omdat ik persoonlijk vond dat die twee zaken botsten. Al in de beginjaren 80 werkte ik samen met enkele DKOD-leden aan een boek met als titel “Vang dan toch, K’nijn”, dat uitgebracht werd naar aanleiding van het 50-jarig bestaan. De titel was ontleend aan een kreet die geuit werd in een wedstrijd van DKOD in de jaren 40. In 2007 kwam daar een vervolg op met het magazine “Hoe is het mogelijk ?!” waarbij wij nauw samenwerkten en een mooi boekwerkje het levenslicht zag. Ik kan je vertellen dat met een tekstverwerker werken veel prettiger is,

Ik maak even de overstap naar de meer specifieke DKOD beslommeringen, want ik las met een kleine glimlach hoe jij overal weer inrolde en dat was herkenbaar. Zelf heb ik binnen DKOD eigenlijk van alles gedaan. Eerlijk gezegd vind ik het best lastig om dat allemaal op Pagina 27


dan het werken met enorme A3 typmachines en velletjes tipp-ex. Net heb ik twee grote interviews gehouden en uitgewerkt in het kader van het 85-jarig bestaan van DKOD en dat leverde weer een karrevracht aan mooie verhalen op. Leuk om met de jubileumcommissie te brainstormen over de mogelijk combinaties voor een interview en zo vele kanten van de vereniging voor het voetlicht te halen. Want DKOD is zoveel meer dan alleen een korfbalvereniging. Voor jou heb ik ook nog wel een vraag. Nog een paar maandjes spelen we in Heelsum, maar de verhuizing naar het nieuwe sportcomplex laat niet lang meer op zich wachten. Welke invloed denk jij dat het zal hebben op de vereniging. “De Berk” was toch wel een plek waar we heel veel activiteiten konden ontplooien en dat zal nu wat ingewikkelder gaan worden, of ben ik nu te pessimistisch?

Dick

Dick: “Al in de beginjaren 80 werkte ik samen met enkele DKOD-leden aan een boek met als titel “Vang dan toch, K’nijn”, dat uitgebracht werd naar aanleiding van het 50 -jarig bestaan. De titel was ontleend aan een kreet die geuit werd in een wedstrijd van DKOD in de jaren 40.” Pagina 28

Hi Dick, Van “de Berk” naar Doelum, om alleen die naam is al teveel te doen geweest. Maar zoals altijd als er een prijsvraag wordt uitgeschreven dan zijn de reacties beperkt. En dan zeg ik, zoals met veel dingen, hadden we iets anders gewild dan hadden we namen moeten opgeven. Meedoen is dan wel noodzakelijk voor de burgers in ons dorp. En ja, er gaat veel tijd in zitten en daarvoor ben ik de mensen uit de besturen van de clubs, die zich uiteindelijk gaan huisvesten in Doelum, dankbaar. Zij hadden de ondankbare taak dit zo goed mogelijk voor te bereiden. Dit alles met een Gemeente die al zolang bezig is met een “nieuw centrum”, dat je op een gegeven moment liever hebt dat ze gaan bouwen dan nog jaren door vergaderen en dure externe ‘pakken’ moeten inhuren gedurende de steeds wisselende bestuursperiodes. De Rijnkom was namelijk al jaren toe aan vervanging, zoals je vast wel hebt ervaren vanaf de te hoge tribune waar DKOD-ers samen met de ‘tegen partij’ de teams moesten aanmoedigen. Dit omdat de schuiftribune als te gevaarlijk werd bestempeld. Maar laten we niet beginnen over ambtenarij en de mate van het oude beheer, we vieren immers een jubileum dit jaar en ergens in augustus is het centrum klaar en kan er direct worden doorgepakt met de tennisbanen en ons kunstgrasveld. “Diverse verenigingen krijgen hun clubhuis in Doelum, zoals zwem- en poloclub RZC, tennisvereniging Bakkershaag en korfbalvereniging DKOD”, werd er december 2016 aangegeven. En om dat in goede banen te leiden is er nu al een tijdje mevrouw de Bondt, actief als manager. Zij zal de verbinding tussen clubs en het bestuur van het centrum moeten ‘in kleuren’. Als het goed is zijn daar de kleuren oranje/zwart voldoende vertegenwoordigd. Ik heb van het


bestuur begrepen dat het er binnen allemaal mooi uit komt te zien en dat men betrokken is bij de keuze van meubilair en verdere aankleding. Of er ruimte voldoende is om de leden van DKOD hun eigen activiteiten te laten ontplooien weet ik zo niet, maar ik zie wel mooie feesten voor me waarbij wij feesten met de andere clubs bij de behaalde resultaten en zij bij die van ons. De succesvolle playbacks shows en Halloween party’s van DKOD kunnen nu nog veel grootser worden aangepakt. En volgens mij krijgen we die culturen best samen als we daar wat moeite voor doen. Daarnaast kijk ik uit naar die BSO en school kids die nu nog makkelijker kennis kunnen maken met onze mooie sport. En die we beter kunnen ‘verkopen’ vanwege het feit dat we lekker centraal in het ‘dorp’ zitten. Waarbij de ouders vanaf de Kiss-and-Ride moeten doorrijden naar de parkeerplaatsen (al hoop je dat ze lopend of op de fiets komen natuurlijk) omdat hun kind nog vol enthousiasme op ons kunstgrasveld staat, een ranja aan de bar besteld hebben of nog een vreugde rondje in de zaal rent omdat hij of zij 3 keer gescoord heeft tijdens de training. Wel hoop ik dat het kunstgras veld groot genoeg gaat worden zodat we er toch minimaal twee wedstrijden tegelijk op kunnen spelen, ik zal vanavond nog eens kijken naar de plannen die destijds online zijn gezet (1,5 veld). Want ons geliefde schoolkorfbal toernooi willen we natuurlijk blijven organiseren. Zeker als er veel meer van die kids lid gaan worden. Ik ben dus wel te porren voor deze nieuwe plek en dat we er nog jaren over discussiëren is onvermijdelijk… dat zal tijdens ons jubileum feest niet anders zijn.

Wat wilde je kwijt over de samenwerking met Onder Ons en je wilde vast nog wel iets schrijven over dat Schoolkorfbal waar je dat oude scheidsrechtershirt nog af en toe voor uit de kast trekt? Wilco.

Hoi Wilco. Klopt als een bus ik zou nog terugkomen op Onder Ons. Maar dat ging nou niet specifiek over de samenwerking, die er overigens wel op bepaalde gebieden was. Het ging over een geweldige periode toen ik nog speelde en dat was niet een periode in de selectie, maar in DKOD 4. We hadden een geweldig team met Steff Tatuhey, René en Jenny Jansen, mijn broer Karel en mijn vrouw Anja en nog een paar echte DKOD-ers. We zaten in de competitie bij Onder Ons 2 en het was in meer dan

één opzicht een gedenkwaardig seizoen. De enige momenten dat de sporthal overvol zat was bij de wedstrijden van DKOD 1, maar daar kwam het bewuste seizoen verandering in. Al bij de eerste ontmoeting tussen de twee teams waren de tribunes volledig bezet en was het een wedstrijd om je vingers bij af te likken. De ploegen gaven elkaar geen strobreed toe. Ook de tweede wedstrijd gaf hetzelfde beeld d te zien en weer kon bijna het bordje “uitverkocht” op de deur gehangen worden. Het was wel duidelijk dat Onder Ons alles op alles zette om te winnen, want het team leek meer op het eerste. Onder Ons had na-

melijk hun beste spelers en speelsters opgegeven als algemeen reserve en die werden tegen DKOD 4 dan ook allemaal ingezet. Aan het einde van de competitie bleek een beslissingswedstrijd noodzakelijk om het kampioenschap en die werd toegewezen aan een sporthal in de regio. In overleg met Onder Ons werd het verzoek gedaan om de wedstrijd in onze “eigen hal” te spelen en dat verzoek werd gehonoreerd. Via de hockeyclub Oosterbeek werden de uren geregeld en kon de wedstrijd in de voor beide teams zo vertrouwde omgeving worden gespeeld. Het werd een bloedstollend scenario , want na de reguliere speeltijd was het weer een gelijke stand die op het scorebord prijkte. De hockeyclub was hier duidelijk niet blij mee, maar de mensen op de weer overvolle tribunes vonden het prachtig dat er nog een verlenging volgde. In de verlenging trok Onder Ons aan het langste einde en dat had meer te maken met een wissel aan onze kant, dan dat zij echt de betere waren. Ik speelde tegen Paul van de Staay en eigenlijk was ik hem wel aardig de baas, ook in scorend vermogen. In de verlenging wilde ik een beslissing forceren en liet me wisselen voor mijn broer Karel, die al eerder in de competitie van grote waarde bleek, vooral door zijn scorend vermogen. De scheidsrechter van dienst bleek echter geen al te grote fan te zijn van Karel en hij kon werkelijk niets goed doen in de ogen van de arbitrage. Misschien dat bij de man in het zwart nog wat frustratie zat, omdat Karel enige keren het eerste team van zijn vereniging na een nederlaag had geschoten en dat zat kennelijk nog heel hoog. Toch blijft het een fantastische herinnering, dat je als 4e team een sporthal drie keer vol kan krijgen, waarbij het publiek ook nog van enthousiasme op de banken staat. Je tweede vraag was over het schoolkorfbaltoernooi en daar heb je wel een gevoelige snaar geraakt. Het schoolkorfbal is zo’n mooi

evenement. Het is een feest om daar elk jaar weer een bijdrage aan te mogen leveren. Je weet dat ik een paar jaar geleden mijn fluit aan de wilgen heb gehangen, omdat het na 37 jaar wel mooi was geweest. Ik ben dan nog wel elke week ergens in het land om scheidsrechters te beoordelen/begeleiden in de Korballeague en hoofdklasse, maar het fluiten zelf is definitief afgelopen. De enige keer dat ik het scheidsrechters-shirt nog uit de kast haal is op Goede Vrijdag, wanneer de schooljeugd van de gemeente Renkum hun korfbalvaardigheden vertonen op het jaarlijkse schoolkorfbaltoernooi. Het enthousiasme en de passie spatten er vaak vanaf en elk toernooi geeft weer zoveel energie, ondanks het feit dat je eigenlijk geen tijd hebt om je consumptiebonnen op te maken, omdat je elke ronde aan het fluiten bent. Wat te denken van een minimeisje wat nog geen bal had gehad, maar wel op de knietjes ging om de veter dicht te maken van een tegenstandertje, die dat zelf niet kon. Vol concentratie en met het puntje van haar tong tussen de tanden maakte ze een mooie dubbele strik. Toen ze even later weer een bal door haar vingers liet glippen zei ik tegen haar: “Maar je kunt wel heel goed veters strikken!”. Haar trotse en mooie glimlach vergeet ik nooit meer en ik wist weer waarom dit nog veel mooier was, dan welke topwedstrijd dan ook. Dit was korfbal in zijn allermooiste vorm. Verleden jaar waren de weergoden ons voor het eerst heel slecht gezind en na de eerste ronde was ik al bijna verdronken en had geen droge vezel meer aan mijn lijf. Het was koud en nat en ik vreesde dat er een aantal leerkrachten zouden zijn die hun teams terug zouden trekken. Niets bleek minder waar en het werd, ondanks de barre omstandigheden, weer een groot feest. Het grootste compliment kreeg in na het toernooi van een leerkracht waarmee ik stond te praten en mijn blijdschap uitsprak over het enthousiasme van de deelnemertjes in de poule waar ik heel veel had gefloten Ze zei dat dit voor een groot deel aan mij was te danken, omdat ik er volledig voor ging om het de kinderen naar de zin te maken en dat door mijn manier van leiding geven de kinderen een geweldige fijne dag hadden beleefd en dit ondanks de erbarmelijke weersomstandigheden. Pagina 29


Ik laat het dan niet zo merken, maar ben dan eigenlijk wel trots dat ik dit nog steeds in mijn bagage heb. Waarschijnlijk is dit ook één van de redenen dat ik het zolang heb volgehouden, want eigenlijk maakte het mij niet uit op welk niveau ik floot, als ik er maar plezier in had. Misschien heb ik weleens vergeten te genieten van al die mooie momenten die ik als scheidsrechter mee heb gemaakt en dat is ook de boodschap die ik meegeef aan de scheidsrechters die ik mag begeleiden op het hoogste niveau, dat ze moeten genieten van de topwedstrijden die ze krijgen en dat dit niet iedereen is gegeven. Zo dat was weer een heel verhaal, maar weer even terug naar jou. We kwamen tot de conclusie dat er veel historie van DKOD verloren is gegaan en dat gaat ons eigenlijk wel aan het hart. Ik schrok persoonlijk nogal van het feit dat heel veel gewonnen prijzen niet meer aanwezig waren in ons clubhuis, toen ik op verzoek van het bestuur een inventarisatie maakte van de nog aanwezige relikwieën. Ik hoorde jou tussen neus en lippen door wat zaken noemen om de historie van DKOD vast te leggen, daar kan je vast wel wat meer over kwijt. Dick

Dick, het is zeer spijtig om te constateren dat een deel van die rijke historie straks niet meer te aanschouwen is. Ik zag afgelopen week nog een foto voorbij komen waarbij een aantal mensen een blik wierp op de prijzenkast die altijd vol trots in ons clubgebouw heeft gehangen… ik ben benieuwd wat jullie nog wel weten op te poetsen zodat het straks in volle glorie te bewonderen is. Laatst tijdens een van onze laatste jubileum commissie vergaderingen heb ik inderdaad even terloops gemeld dat ik een groot deel van de Tempo’s uit onze historie als verzameling op zolder heb staan, sinds het 10 jarige jubileum. Ik heb toen een

groot deel van het Tempo archief dat ik eerder had samengesteld in de periode 1990 -1997 kunnen uitbreiden met Tempo’s van Johan de Jong (waaronder het tweede nummer ooit, helaas is het eerste nummer onvindbaar gebleken tot nu toe) en van Ab van de Vegte. We hebben toen veel materiaal verwerkt in het door jou geschreven en door mij samengestelde magazine van destijds. Dat 64 pagina’s tellende magazine met de titel: “Hoe is ’t mogelijk !? ckv DKOD 75 jaar” is vastgelegd in de Koninklijke Bibliotheek (Nationale bibliotheek van Nederland), daarmee blijft het voor altijd inzichtelijk. Ook is het opvraagbaar op Bibliotheek.nl en hebben we nog wel ergens een stapeltje exemplaren liggen. Die ben je vast tegen gekomen in het clubhuis tijdens een van je laatste rondgangen daar! Die Tempo’s uitzoeken is een hels karwei, ik heb destijds een aantal nummers voorzien van jaargang en nummers op de kaften. Maar er bleek ook ergens een jaargang verkeerd geteld en op de een of andere manier zijn de makers door de jaren heen druk geweest met de inhoud, maar is de nummering niet zo goed bijgehouden of zelfs niet in het clubblad opgenomen. Ach, wat deert het… die kaft is maar de kaft het gaat om de inhoud met daarin de resultaten van de teams, de ontwikkelingen en perikelen binnen onze club en daarbuiten. Ook waren er regelmatig zaken voor de jeugd qua kleurplaten, puzzels ed. Eerst veel typmachine tekst, uitgeknipte plaatjes en vervolgens werden gestencild, later gekopieerd en nu geprint waardoor foto’s en dergelijke weer een prominente plek hebben. Dit alles aangevuld met de DKOD website en de Face-

Pagina 30

book pagina. Deze laatste is tegenwoordig zeer in trek en het bereik van bepaalde items bereiken soms wel 1500+ mensen. Wat betekend dat deze items rijkelijk worden gedeeld. En je weet Dick, als er eenmaal op internet iets gezet is het nooit meer te wissen. Dat is in dit geval maar goed ook, dan gaat het nooit verloren. Een geweldige ontwikkeling heeft ons clubblad doorgemaakt, maar de laatste jaren komen we erg weinig uit. Het nieuws is vaak al gedeeld via de website of Facebook of de lokale media als de Hoog & Laag en soms de Gelderlander. Misschien is de volgende stap wel volledig digitaal. Je ziet namelijk dat het clubblad op internet gretig aftrek vindt als deze is “geupload” naar het wereld wijde web. Dus als we onze artikelen nu eens gewoon op dat platform zouden maken, dan kan jij ook jouw columns gewoon maandelijks posten! De jubileum commissie werd volgens mij getriggerd door deze twee zaken… grote stapels oude Tempo’s spreken extra tot de verbeelding in zo’n jubileum jaar en digitaliseren voor de komende generaties een nobel streven. Zodat we die rijke historie veiligstellen. Dat zou een mooie klus zijn voor komende winter… alles in volgorde leggen en kijken hoe we dat allemaal gaan digitaliseren. Sommige clubbladen zitten op de een of andere manier qua kaft een beetje vreemd aan elkaar, en de oude nietjes waren 10 jaar geleden al roestig. Maar het zou geweldig zijn als we de leden dit konden aanbieden en wellicht zijn er dan ook mogelijkheden om die papieren exemplaren veilig te stellen in een archief. Want bij iemand thuis op zolder is natuurlijk extra kwetsbaar


voor brand, water overlast of iets dergelijks. Ik zou het zonde vinden als het verloren zou gaan, zoals die van sommige prijzen uit de DKOD prijzenkast… Volgens mij hebben we zo heel wat onderwerpen besproken met elkaar en hebben de mensen straks een mooi beeld met al die interviews en deze briefwisseling. Samen met een geweldig feest als het goed is. Aan het enthousiasme van de organisatie gaat het in ieder geval niet liggen! Dick, heb je nog andere zaken die je de revue wilt laten passeren? Groet - Wilco Hoi Wilco, Even een afrondend stukje. De laatste weken vullen zich voor een groot deel met activiteiten voor het jubileum, want op het moment dat ik dit op papier zet zitten we nog maar een paar dagen vanaf de 24e juni. Nog een keertje de DVD met ontelbare foto’s afkijken of er ergens een onvolkomenheid zit (die waarschijnlijk alleen mij maar opvalt  ) Anja die de muntjes netjes per 10 in een zakje heeft gedaan. Even een kopietje van de DVD naar Nicole, maar als die thuis blijkt te zijn, dan is het niet even, maar wel heel gezellig, zeker als Wendy

Raven er ook is en pa Jaap (Luit) even later ook nog aanschuift. Even persoonlijk langs bij Johan de Jong om hem uit te nodigen. Tussendoor nog even opgeruimd in en rondom “de Berk” en letterlijk puin aan het ruimen geweest. Morgenavond zit Anja weer bij Nicole om wat puntjes op de i te zetten voor het feest. Vrijdag de tent opzetten, zaterdag de laatste voorbereidingen en het feest en dan zondag de tent weer afbreken en een afsluitende lunch. Tussendoor moeten er ook nog de nodige inkopen gedaan worden en dat is alleen maar wat er nog op onze agenda staat. Ik vergeet bijna de mailtjes en andere communicatie over het naderende feest, neem je je fototoestel zaterdag mee, kan je even een paar quotes uit de interviews halen die we moeten ophangen en zo komt de tijd wel vol. Mijn hoofd zit alweer vol met ideeën voor de Tempo, maar die zit met al die interviews waarschijnlijk wel aardig vol en ik ben op dit moment simpelweg gewoon heel erg blij dat ik in een DKOD-familie geboren ben, want het is veel meer dan een gewone korfbalclub en ik hoop dat we nog een hele mooie toekomst tegemoet gaan. Dick

“...ik ben op dit moment simpelweg gewoon heel erg blij dat ik in een DKOD-familie geboren ben, want het is veel meer dan een gewone korfbalclub en ik hoop dat we nog een hele mooie toekomst tegemoet gaan.” Pagina 31


In gesprek met‌ In het kader van het 85-jarig bestaan van DKOD heeft de jubileumcommissie het idee geopperd om wat zaken van de afgelopen jaren wat nader te belichten. De korfbalsport staat bekend als een familiesport en als je in de geschiedenis van DKOD duikt, dan ontkom Pagina 32

je er niet aan dat ook binnen DKOD een aantal families waren/zijn die hun stempel drukten op de vereniging. Als we heel ver terug gaan, dan waren er de broers Roozeboom die een belangrijke plek innamen in de DKOD-selectie en als we een stapje vooruit gaan in de geschiedenis, dan is het de familie Crum, met de broers Bart, Ben en Jan, die voor 50% verantwoordelijk zijn voor de

invulling van de heren in het team dat echt jarenlang de top van Nederland was in de CKB-tijd. Ben en Bart wisten ook na het ontstaan van het KNKV nog menig succes aan de toch al lange reeks toe te voegen. Ook zijn er families waarvan drie opeenvolgende generaties in de hoofdmacht van DKOD speelden. De familie Hoegen en de families

van de Vegte vertegenwoordigden DKOD door de jaren heen en blijken onverbrekelijk verbonden met de club. Een zeer prettige bijkomstigheid was dat vrijwel al deze mensen zich niet uitsluitend met korfbal bezig hielden, maar een wezenlijk aandeel leverden in de beslommeringen die nodig waren om een vereniging goed te laten functioneren. Hierover is op zich al een boek te schrijven.


De keuze om een stukje in de DKODgeschiedenis te duiken met de familie v.d. Vegte, specifieker de familie van Oosten v.d. Vegte, leek vanuit redactioneel oogpunt een juiste, al zullen de andere families ook mooie verhalen over onze vereniging kunnen vertellen, maar wat in het vat zit verzuurd niet. Ook met betrekking tot de familie van Oosten hebben we lastige keuzes moeten maken en dat betekend dat dochter Renate en zoon Albert-Jan (Appie) niet aan het gesprek deel hebben genomen, maar ook zij hebben een wezenlijke bijdrage geleverd aan DKOD, waarbij de glansrijke carrière van Renate als international en de finale die zij speelde in de ijshal van “de Vechtse Banen” in Utrecht en Albert-Jan in Ahoy natuurlijk tot de verbeelding spreken. Het verhaal zal dus niet compleet zijn, maar al mooi genoeg om op te tekenen. Op maandag 29 mei was er een afspraak ingepland op de Pannekoekenlaan nr 4 in Heelsum en reed ik samen met mijn vrouw naar een voor mij wel zeer bekende plek. Ontelbare uren bracht ik daar door, want elk vrij uurtje werd besteed om samen met één van de gesprekspartners en oud-klasgenoot Oosten jr de daar aanwezige korf te bestoken met duizenden schoten en doorloopballen. Zelfs een geparkeerde Mercedes van Wim van de Brink (één van de spelers die in 1957 het eerste Nederlands kampioenschap met DKOD behaalde) weerhield ons niet om de korf te blijven bestoken en op deze manier kwamen we er achter hoe duur een spiegel van een dergelijk autootje was. Door de tropische hitte op de dag van het interview werd al snel besloten dat het beoogde gesprek plaats zou vinden in de tuin, waar het goed toeven was. Al voordat iedereen aangeschoven was kwam er een mapje tevoorschijn met daarin diverse DKODknipsels en een paar oude clubbladen, die op zich al een basis vormden om een clubblad volledig te vullen. Geweldige passages, waarbij ook de aankondiging van het huwelijk van mijn ouders tevoorschijn kwam, maakten dat mijn avond al niet meer stuk kon. Ook kwam er een geweldige foto tevoorschijn van de herdenking van 4 mei in Amsterdam, waarop Oosten sr en kleinzoon Ruud heel

mooi geportretteerd werden. De blik van Oosten, bij het laten zien van de foto, sprak boekdelen, hoe trots kan je zijn. Toen iedereen aangeschoven was kon het eigenlijk interview plaats gaan vinden en doken we in de geschiedenis van DKOD. De eerste vraag was natuurlijk aan Oosten sr, want daar was het DKOD-verhaal van de familie v.d. Vegte ten slotte begonnen en dat was een mooie start van een inspirerende avond. Het was Henk Roozeboom (één van de oprichters van DKOD) die zich melde bij de vader van Oosten sr of zijn zoon niet wilde gaan korfballen bij DKOD en dezelfde vraag was er ook voor broer Ab. De contributie was dan wel niet veel, maar was toch wel een aardige uitgave in het budget wat de familie ter beschikking had. Volgens Oosten was het ongeveer 15 cent in de maand, maar dat stond niet meer helder op zijn netvlies. Toch mochten de broers zich als de eerste DKODjunioren begeven op het korfbalpad en tot op de dag van vandaag is dat lidmaatschap in stand gebleven. Het veld bevond zich toen nog bij de Torenlaan in Heelsum en dus eigenlijk echt in het dorp. De moeder van Bep de Jong, speelster van DKOD, zorgde voor ketels met thee en Wim van de Brink zorgde persoonlijk voor een tent waar omgekleed kon worden, een bittere noodzaak in die tijd, want korfbal was tenslotte een gemengde sport. Ook kwamen de trainingen in het zaaltje van Rehoboth (waar DKOD opgericht werd) nog even aan bod, je kunt je daar nu helemaal niets meer bij voorstellen, maar menige DKOD -er heeft daar de eerste beginselen van de korfbalsport tot zich genomen.

DKOD nog bijna voorrang kreeg op de aangifte van de geboorte bij de burgerlijke stand. Het daadwerkelijk gaan spelen van Oosten jr. was ook op dezelfde leeftijd als zijn vader. De eerste trainingen kreeg Oosten jr. van twee spelers van DKOD1, te weten Bart Crum en Henk van Barneveld op het beneden veld van het Wilhelmina-Sportpark, wat eigenlijk al jaren het hoofdveld was van DKOD en de kleedkamers werden gedeeld met de plaatselijke voetbalverenigingen. Voor Ruud, die als derde generatie de DKOD-kleuren ging verdedigen was dat allemaal niet van toepassing, die begon op het huidige veld en ver-

toonde zijn korfbalkwaliteiten ook af en toe op één van de achterste trainingsvelden, waar ook soms een wedstrijd plaatsvond, die in de avonduren werd gespeeld. Het andere veld zal hij zondermeer wel gezien hebben, want al in de wieg was hij vaste bezoeker van het sportpark, maar ja wat wil je als je geboren bent als een v.d. Vegte en je ouders behoren tot de grote groep mensen die elkaar hebben gevonden op het korfbalveld, want die sport staat niet voor niets bekend als de bakermat voor menig huwelijk, de zogenaamde korfbalhuwelijken zijn bijna een begrip in de sportwereld.

Begon het korfballeven van Oosten sr op ongeveer 9-jarige leeftijd, het kon nog gekker. Oosten en zijn vrouw werd de trotse ouders van Oosten jr en terwijl dat formeel helemaal niet kon, werd zoonlief meteen na de geboorte lid gemaakt van DKOD. DKOD was een zodanig belangrijk onderdeel geworden van de familie v.d. Vegte dat het lidmaatschap van Pagina 33


Oosten sr maakte zijn debuut in DKOD 1 nadat hij was teruggekeerd van zijn militaire uitzending naar Indië, waarbij en passant nog even het contact met het thuisfront en met DKOD ter sprake kwam, wat dierbare herinneringen opriep, omdat ook tijdens het verblijf daar, het contact met DKOD niet verloren ging. Ook mocht hij op kosten van DKOD deelnemen aan een trainerscursus in Rotterdam van de toenmalige Christelijke Korfbalbond (CKB). Het debuut van zoon Oosten jr. was op 17-jarige leeftijd in Friesland. De tegenstander was even wat moeilijker, en of het nu Stanfries was of Wordt Kwiek uit Jubbega, dat bleef onbeantwoord. Het was soms wel even doorbijten voor junior, want pa liet zich aardig gelden langs de lijn. Zijn voorkeur voor scores via doorloopballen stak hij niet onder stoelen of banken en vanuit het veld, in de sporthal van Doorwerth, wist Oosten jr. zijn vader even subtiel op zijn plaats te zetten door heel droog te vragen: “Heb je problemen pa?” en daarmee even de druk van de ketel wist te halen en de lachers op zijn hand. De korfbalkwaliteiten bleven niet onopgemerkt en al snel werd Oosten geselecteerd voor Jong-Oranje. Het “probleem” van interlands op zondag was al een beetje getackeld door de uitverkiezing van Jan van Ballegoijen in een eerder stadium voor het Nederlandse jeugdteam en DKOD liet de keuze om al dan niet op zondag te spelen volledig over aan de geselecteerde mensen en dat was mede omdat de vereniging heel trots was op de DKOD-ers die in aanmerking kwamen om Nederland te gaan vertegenwoordigen op het hoogste niveau. Uit die periode staat vooral het kampioenschap tegen Steeds Hooger, via een beslissingswedstrijd in de Rheton in Rheden, nog helder op zijn netvlies. Een hele vervelende blessure opgelopen in Leiden leken een vroegtijdig einde te maken aan een succesvolle carrière. Een afgescheurde kruisband, die eigenlijk wat te laat tot een operatie leidde was dat er een langdurige herstelperiode in het vooruitzicht lag. Na een lange revalidatie werd het oude niveau wel benaderd. Het toch niet meer volledig het niveau kunnen halen maakte helaas een relatief vroeg einde aan de korfbalactiviteiten van misschien wel één van de grootste talenten binnen de vereniging. Op dat moment was zusje Renate al aan een opmerkelijke opmars Pagina 34

bezig binnen de korfbalwereld en zou een glansrijke en vooraanstaande rol in gaan nemen in het Nederlandse team. Het debuut van Ruud in DKOD 1 was dan wel op een veel lager niveau, maar was zeker niet minder mooi. DKOD 1 was door blessures genoodzaakt om een beroep te doen op spelers die nog geen ervaring hadden in het eerste team, maar nood breekt wetten. Op die gedenkwaardige zaterdagavond in de Rijnkom werden Ruud en Marlou Kop-Jansen voor de leeuwen gegooid. De tegenstander was niet kinderachtig en eigenlijk werd een nederlaag al ingecalculeerd. Niets was echter minder waar, want de twee debutanten stegen boven zichzelf uit en waren er mede verantwoordelijk voor dat de punten gewoon in Renkum bleven. Het moment dat de twee bij het wisselen van de vakken een schitterende High-five gaven staat op mijn netvlies gegrift en leverde een mooie column op in Tempo, met de titel “één bewogen moment”, afgeleid van de mislukte foto van het vastleggen van dit unieke moment. Ook had Ruud nog een korte scheidsrechtersloopbaan, maar de combinatie van spelen en fluiten was toch niet ideaal. Het fluiten van jeugdwedstrijden vond hij persoonlijk het mooiste, maar wedstrijden van het midweekteam, dat was niet echt zijn ding. Het noodlot van blessures bleef echter Ruud ook niet bespaard, want op 1 april van dit jaar scheurde ook hij zijn kruisband af en helaas was dat geen grap, ondanks de datum waarop de blessure ontstond. Ook voor hem een langdurige revalidatie, die op dit moment nog volop aan de gang is. Het mooie aan een avondje in de tuin bij de familie van de Vegte is dat je eigenlijk helemaal geen vragen hoeft te stellen, maar dat vooral Oosten sr boordevol mooie verhalen zit en heel veel clubbladen kunnen vullen, helaas ging dat niet allemaal lukken omdat simpelweg de avond heel snel omvloog. Een poging naar het absolute hoogtepunt uit hun imposante korfbalgeschiedenis te vragen was eigenlijk vragen om problemen, want er was geen specifiek hoogtepunt te noemen, want er waren er ontelbare. Vooral de ogen van Oosten Sr. beginnen te glinsteren als zijn gedachten terug gaan in de rijke historie van


plaatje dat DKOD zo’n unieke vereniging maakt. Helaas herhaald de geschiedenis zich en zit Ruud voorlopig nog met zijn onwillige knie en nog een lange weg te gaan om volledig te herstellen, zoals al eerder gememoreerd in dit stuk.

zijn grote sportliefde DKOD. Na enig aarzelen, komt toch de eerste landstitel in 1957 uit zijn rijk gevulde koker. Pernix werd na een 8-8 gelijkspel in Leiden verslagen in Heelsum met 6-4 en de eerste landstitel was een feit. Ook de ontvangst van DKOD, na het behalen van één van de vele kampioenschappen, door de Heelsumse Harmonie is niet uit zijn geheugen te branden en een hele dierbare herinnering. Ook het feit dat *Wim van de Brink een mondelinge tuchtzaak aan zijn broek kreeg, omdat hij in een wedstrijd tegen SSS zijn tegenstander “een schop voor zijn kont” had gegeven, tovert een grote glimlach op zijn gezicht. Samen op reis naar Utrecht, maar wel op eigen kosten, want penningmeester Fre Rozenboom betaalde dit niet, wie dacht dat hij op voetballen zat, die moest dat dan ook maar zelf bekostigen. Bij de hoogtepunten voor Oosten jr zat de al eerder gememoreerde beslissingswedstrijd tegen Steeds Hooger in Rheden, maar gek genoeg niet zijn verkiezing in het Nederlandse jeugdteam. Nee, een hoogtepunt was het kampioenschap met het juniorenteam, wat ik persoonlijk ook als zodanig heb ervaren, want als je het over een team hebt, dan

kon het toenmalige juniorenteam daar model voor staan. Heel mooi was het dat bijna het volledige team aanwezig was op het 75-jarig jubileum en er opnieuw een teamfoto gemaakt werd. “Sweet memories” aan een mooie korfbalperiode. Het dieptepunt was natuurlijk de kruisbandblessure, die op een wel heel vervelend moment in zijn korfballoopbaan kwam. Het hoogtepunt, of eigenlijk de hoogtepunten van Ruud spelen zich meer af buiten het korfbalveld, want hij heeft de kampen met de jeugd van DKOD toch heel hoog in zijn favorietenlijstje staan. Het was elke keer weer een feestje op zich en hij koestert de herinneringen aan die kampen dan ook. Als hij dan toch een hoogtepunt vanuit zijn korfbalactiviteiten moet noemen, dan is de uitwedstrijd van een paar seizoenen geleden tegen DWS, de club waar oer-DKOD-er Coen Hooijer nu al twee seizoenen de scepter zwaait, toch wel een gedenkwaardig moment. Hij was die wedstrijd de beslissende factor met 8 doelpunten en dat verteld hij met een glimlach van oor tot oor en zo heeft iedereen zijn eigen mooie momenten in het totaal-

Een poging naar het absolute hoogtepunt uit hun imposante korfbalgeschiedenis te vragen was vragen om problemen, want er was geen specifiek hoogtepunt te noemen, want er waren er ontelbare.

DKOD - Steeds Hooger

Vooral de ogen van Oosten Sr. beginnen te glinsteren als zijn gedachten terug gaan in de rijke historie van zijn grote sportliefde DKOD. Na enig aarzelen, komt toch de eerste landstitel in 1957 uit zijn rijk gevulde koker. Pernix werd na een 8-8 gelijkspel in Leiden verslagen in Heelsum met 6-4 en de eerste landstitel was een feit.

DKOD - SSS Oosten Pagina 35


Een punt waar we in het gesprek niet omheen konden was het clubhuis “de Berk”. De ontelbare uren die door alle drie de betrokkenen besteed zijn aan ons clubhuis zijn overweldigend en dan gaat het bij Oosten sr. niet alleen aan de werkelijk (ver)bouw-uren, maar ook aan de hele lange lobby om daadwerkelijk een clubhuis op het Wilhelmina-sportpark te verwezenlijken. Heel nadrukkelijk wijst Oosten op de belangrijke rol die de veel te vroeg overleden Jaap Haalboom hierin heeft gespeeld, want zonder hem was er nooit een clubhuis gekomen, zo weet Oosten sr. ons op het hart te drukken. Jaap was eigenlijk de grote man achter de verwezenlijking van de zo lang gekoesterde wens om een eigen onderkomen te realiseren op het Wilhelmina-sportpark. Vele bouwtekeningen en bezoekjes aan het gemeentehuis gingen vooraf aan de definitieve goedkeuring van de bouwplannen. Historisch is de uitspraak van Oosten sr, tegen een ambtenaar die zich bezighield met de beoordeling van de bouwtekeningen en Oosten toevertrouwde dat DKOD bovenop de stapel lag. Ik had het gezicht weleens willen zien toen Oosten de bewuste ambtenaar vroeg: “dan werken jullie zeker vanaf onderaan de stapel? “. Nadat de vergunning rond was en de prefabbehuizing geplaatst was kon er eindelijk aan de afwerking worden begonnen en werd ons eerste echte clubhuis een feit. Natuurlijk werd ook Oosten jr ingeschakeld en dat was zeker ook het geval bij de latere verbouwingen, waarbij een uitbreiding richting het veld en het realiseren van de bestuurskamer het meest in het oog springen. Ook is Oosten niet vergeten dat er een paar DKOD-leden er eigenlijk altijd waren om hand en spandiensten te verrichten en ook zijn maatje Piet Hoek (met wie hij jaren de erewacht vormde bij de diverse herdenkingen) was het vermelden waard, want die stak ook heel veel uren in de bouw. Wim van Kranen en René Jansen en ook ikzelf werden daarbij als trouwe helpers ten tonele gevoerd, maar ja, het was volgens mij een vanzelfsprekende zaak, want het oranje-zwarte bloed kroop toch waar het niet gaan kon. Ruud was bij de latere verbouwingen ook een zeer grote kracht, die menig uurtje in en rondom “de Berk” vaak letterlijk zijn steentje bijdroeg. Hij vertelde met enig leedvermaak dat hij persoonlijk verantwoordelijk was voor het uit het Pagina 36

zicht laten verdwijnen van de door zijn opa geplaatste schrootjes, want die kregen de kwalificatie “foeilelijk” en voldeden op geen enkele manier meer aan het beeld wat Ruud had voor de aankleding van “zijn” clubhuis. Ruud geeft wel aan de het clubhuis echt niet meer voldeed aan de eisen die je daaraan mag stellen anno 2017 en dat het financiële plaatje, om “de Berk” weer echt op te knappen, de op handen zijnde verhuizing naar Renkum wel rechtvaardigde. Zijn opa heeft er toch wel wat meer moeite mee en de verhuizing naar Renkum en de verkoop van het clubhuis aan voetbalvereniging Redichem doen hem meer dan hij wil laten blijken, maar dat is niet zo gek, als je zijn geschiedenis met het sportpark en in het bijzonder met het clubhuis kent. Voor zijn zoon ligt het allemaal wat minder ingewikkeld, na zijn blessure heeft hij zich niet echt meer regelmatig bij DKOD laten zien, terwijl zijn vrouw tot voor enkele jaren nog steeds actief was in het Midweekteam.

Natuurlijk kon een vraag hierover niet uitblijven en bleek dat het toch ook wel een beetje zelfbescherming was. Het toch weer een balletje gaan gooien, met kans op blessures en zijn werkzaamheden in de zaak, dat waren niet direct zaken die zich goed lieten combineren. Vooral Ruud zag de voordelen van de verhuizing naar Renkum wel zitten. Het krijgen van kunstgrasvelden en de betere bereikbaarheid voor potentiele jeugdleden waren belangrijke argumenten. Het inleveren van een eigen clubhuis, dat was wel even een dingetje, maar om daar op voorhand al een punt van te maken, dat had geen functie. “Eerst maar eens kijken hoe dat uit gaat pakken”, dat was zijn terechte opmerking. Ondertussen was de tijd omgevlogen en moesten we het gesprek af gaan ronden. Al hadden we nog uren door kunnen praten over onze gezamenlijke passie. Onderweg naar huis bleek de buitentemperatuur nog ruim 22 graden te zijn en dat was het een heerlijke temperatuur voor het einde van mei en in mijn hoofd zat weer een koffer vol met hele mooie verhalen over DKOD en dan te bedenken dat de ongetwijfeld mooie en boeiende verhalen van Renate en Albert-Jan nog ontbraken. Dick Hoegen


Ruud vertelde met enig leedvermaak dat hij persoonlijk verantwoordelijk was voor het uit het zicht laten verdwijnen van de door zijn opa geplaatste schrootjes, want die kregen de kwalificatie “foeilelijk” en voldeden op geen enkele manier meer aan het beeld wat Ruud had voor de aankleding van “zijn” clubhuis.

Pagina 37


Het jubileumfeest vanwege het 85-jarig bestaan van DKOD kende heel veel hoogtepunten. Het is ook moeilijk aan te geven wat het mooiste moment van deze avond was, maar wel wat een heel belangrijk moment was op deze gedenkwaardige dag. Het was het moment dat er vier mensen werden gehuldigd vanwege het feit dat zij Pagina 38

meer dan 50 jaar lid waren van de vereniging. De titel van deze column is eigenlijk niet goed, want in dit geval vertelt de foto niet 1 verhaal, maar 4 verhalen. Mensen die meer dan 50 jaar lid zijn van een vereniging, dat is niet zomaar iets en kan het niet anders zijn, dan dat DKOD een belangrijke plaats in hun leven inneemt, of ingenomen heeft. In de

wetenschap dat dit ĂŠĂŠn van mijn lastigste columns gaat worden, probeer ik het toch maar. Waarom het lastig is, dat is moeilijk uit te leggen, maar alle vier de mensen verdienen een stukje extra aandacht, want het zijn wel de pijlers waar de vereniging zijn bestaansrecht aan te danken heeft.


Om het me mezelf iets makkelijker te maken werk ik maar van links naar rechts en dan kom je vanzelf als eerste uit bij Willem van Kranen. De laatste jaren zien we Willem wat minder bij de wedstrijden, maar de verdiensten van Willem voor DKOD zijn heel erg groot. Vanuit de DKOD-enclave in Doorwerth (Eekhoornstraat) was er geen ontkomen aan voor Willem, mede omdat zijn vader al heel lang bij DKOD betrokken was. De door Jan van Kranen georganiseerde Bazaars waren uitmuntend te noemen en mede door zijn vader zal Willem het DKOD-virus hebben opgelopen. Willem was één van de trouwste papierophalers en het aantal, dat hij voor DKOD binnenbracht, die durf ik niet eens te schatten. In de toptijd van DKOD werd er ook geen enkele wedstrijd overgeslagen om als supporter aanwezig te zijn en ook toen was de benzine niet voor niets, maar geen uitwedstrijd was te ver. Samen met Willem was ik elke zaterdagmorgen om 7:00 uur aanwezig bij de bouw en verbouw van “De Berk” en zelfs waren we midden in de nacht beton aan het storten voor wat nu de bestuurskamer is. Die nachtelijke avonturen waren noodzakelijk om op schema te blijven en we dachten er niet eens over na, want het was voor de club. Ook was Willem jaren verantwoordelijk voor het onderhoud van ons materiaal en hij deed dat met verve. Menig keer foeterde hij als er weer een pin was afgebroken, of dat niet alle ballen op hun plek lagen, maar het kwam altijd weer voor elkaar. Veel onzichtbaar werk, maar wel heel belangrijk en waardevol. Willem staat niet graag in de belangstelling, maar soms mag je best eens uit de schaduw treden en terecht in de spotlights staan. De tweede jubilaris, dat is Anja Hoegen-Jager. Het zou wel heel vreemd zijn als ik over haar geen informatie had, want al meer dan 40 jaar is zij mijn partner en is ons huwelijk één van de vele korfbalhuwelijken die er in de korfbalsport te noteren zijn. Anja begon al heel jong met korfballen en vooral de juniorentijd was een bijzondere periode, want ook buiten de trainingen was het team vaak bij elkaar, waarbij de ouderlijke huizen van de laatste twee jubilarissen vaak als vervangend clubhuis dienden. Vrijwel alle zaterdagen werden doorgebracht in de sporthal, of op het veld.

Onze huwelijksplechtigheid kreeg een extra dimensie door een erehaag van DKODadspiranten, waarvoor ik het wedstrijdsecretariaat verzorgde en Anja vond het geweldig dat de huwelijksplechtigheid op deze manier een Oranje-zwart tintje kreeg. Toen Anja om praktische redenen ging spelen in Ede, werd het lidmaatschap van DKOD natuurlijk niet onderbroken. De toenmalige secretaris (Abe de Jong) gaf in de brief naar het KNKV dan ook expliciet aan dat zij akkoord gingen dat hun lid Anja Hoegen-Jager ging spelen bij Reehorst, maar lid bleef van DKOD. Het bleef bij één seizoen, want Anja wilde gewoon weer spelen bij haar eigen club en zocht snel weer haar vertrouwde korfbalmaatjes op. Het meeste voelde Anja zich in haar element als ze creatief bezig kon zijn en een mooi voorbeeld was de honderden oranje hesjes die zij samen met Christel Stunneberg in elkaar zette, dit naar aanleiding van de finale in Ahoy. Anja maakte op latere leeftijd nog haar debuut op het hoogste niveau, dit door het vertrek van bijna de gehele selectie, waardoor heel veel “echte DKOD-ers” voor de leeuwen werden gegooid. Nog steeds ben ik heel erg trots op haar en op de hele groep, die hun ziel en zaligheid legden in een eigenlijk onmogelijke missie. Ook bij de keren dat ze als leiding betrokken was bij het jeugdkamp was ze in haar element. Recent maakte ze deel uit van de jubileumcommissie, wat op zich al een feestje was. Een mooie anekdote is dat wij thuis de zakjes aan het vullen waren met de muntjes en snack bon. Een fluitje van een cent denk je dan, maar dat liep toch even anders. Alle snackbonnen moesten met de goede kant zichtbaar zijn en dus konden die niet zomaar in het zakje gedaan worden. Niemand die het zag, maar er was geen ontkomen aan en met een grote glimlach heb ik me maar geconformeerd aan haar verzoek. Het even snel de zakjes vullen, dat kon ik vergeten. Het jubileum werd een mooier feest dan dat ze had durven dromen en het volgende project staat alweer op stapel, DKOD-kussentjes maken voor in “De Doelum”. De volgende in de rij is Jenny Jansen-van Aalst. Het was niet echt raar dat ruim 50 jaar geleden Jenny zich aanmeldde als lid van

DKOD. Jenny is namelijk de dochter van Dinie Meijer en dan is eigenlijk al een groot deel van haar passie voor de korfbalsport verklaard, want Dinie maakte deel uit van het team dat in de jaren 50 furore maakte op de korfbalvelden. Haar ouderlijk huis was vaak een plek waar het juniorenteam ook buiten de normale korfbalactiviteiten te vinden was en fungeerde de huiskamer eigenlijk een beetje als clubhuis, wat tekenend was voor de teamgeest. Alle teams werden doorlopen en ik persoonlijk bewaar mijn mooiste herinneringen aan de tijd dat ik samen met Jenny in het 4e team speelde. Het was eigenlijk één van mijn mooiste korfbalperiodes, want het was elke week weer een feestje om samen te knokken voor een zo goed mogelijk resultaat, met als absolute hoogtepunten de wedstrijden tegen Onder Ons 2. Na de geboorte van de kinderen werd haar actieve korfbalperiode afgesloten en werd zij

jaren coach van jeugdteams van DKOD, samen met Frans van Vught en later met Arianne Bon. Heel veel mooie herinneringen bewaart zij aan de vele kampioenschappen die de jeugd onder haar leiding behaalde. Ook is Jenny 12,5 jaar leiding geweest bij de jeugdkampen van DKOD en dat was heel leuk, maar ging meestal wel gepaard met vele slapeloze nachten, maar dat had ze er samen met Ria van Dijk graag voor over. Voor Alberdine Tesink was ze een welkome hulp bij de opvang van de Taiwanezen, die bij DKOD verbleven. Ook had zij nog jaren zitting in de technische commissie. Terecht memoreerde voorzitter Michiel Hupkes tijdens zijn toespraak aan het grote verdriet dat Jenny en eigenlijk heel DKOD raakte en dat was de ernstige ziekte en het overlijden van haar man René op een veel te jonge leeftijd. René was DKOD-er tot in het puntje van zijn tenen en zijn overlijden was een dreun in de DKODPagina 39


gelederen en het verdriet binnen de familie onmetelijk. Op het moment dat ik deze tekst aan het tikken ben komen 1001 mooie herinneringen naar boven en maakt het vinden van de juiste woorden heel lastig, omdat het me, om persoonlijke redenen, raakt. Het kiezen van woorden als het gaat over mensen die je heel dierbaar zijn is soms moeilijk en de tijd dat ik de grote jongen uit wilde hangen, die ligt ver achter me. Jenny is simpelweg één van de mensen waarom DKOD zo’n mooie club is, want ze stond er altijd als DKOD haar nodig had en dat was niet altijd even makkelijk. Haar korfbalcarrière kreeg toch nog een vervolg in het midweekteam, vaak samen met mijn vrouw in één vak spelend en waarbij vooral plezier een hoofdrol speelde. De laatste in de rij jubilarissen, dat is Janny van de Vegte-van Ginkel. Ook Janny werd al heel jong lid van DKOD en ook haar ouderlijk huis deed vaak dienst als vervangend clubhuis, want zaten ze niet bij de familie van Aalst, dan zaten ze wel op de Maatweg bij de familie van Ginkel met vrijwel het hele team. Ook met Janny zat ik vele jaren in het team en ook speelde ze nog ontelbare jaren met mijn vrouw in de midweek-competitie. Janny trainde ook nog de jeugd van DKOD in de gymzaal op de Maatweg. Soms leverde dat wat problemen op met haar werk, want overwerken op de trainingsdag behoorde gewoon niet tot de mogelijkheden, de kinderen trainen geven kreeg namelijk voorrang boven het werk en de boze gezichten van de collega’s werden voor lief genomen. Ook werd haar typevaardigheid benut, want voor Cees Beekhuizen tikte ze de wedstrijdschema’s voor de scheidsrechters die floten op de grote toernooien die DKOD organiseerde. Jarenlang typte zij ook de Tempo en de weekbrief, samen met Janny van de Schouw en later met Kathinke Vedder. Het jubileum was voor Janny een zeer emotionele gebeurtenis en dit had alles te maken met het recente overlijden van haar vader Wim van Ginkel, één van de trouwste vrijwilligers in de DKOD-gelederen. Toen Janny het ooit in haar hoofd haalde om lid te willen worden van DKOD, mocht zij dat onder de strikte voorwaarde, dat ze dan ook lid zou Pagina 40

“Als vereniging kunnen we alleen maar trots zijn op zulke leden, die DKOD trouw zijn gebleven onder alle omstandigheden en die er vooral voor zorgden dat DKOD meer was als uitsluitend de korfbalvereniging.” blijven. Nu werd ze gehuldigd voor 50 jaar lidmaatschap van haar club en voelde zij het gemis van haar vader dubbel, want wat was er mooier geweest dan dat hij bij haar 50-jarig jubileum aanwezig was geweest. Helaas het mocht niet zo zijn en dat je op een dergelijk moment je emoties durft te tonen, dat siert je alleen maar en zeker als je het verhaal achter deze emoties kent. Als vereniging kunnen we alleen maar trots zijn op zulke leden, die DKOD trouw zijn gebleven onder alle omstandigheden en die er vooral voor zorgden dat DKOD meer was als uitsluitend de korfbalvereniging en als je je daar enigszins in verdiept, dan weet je ook waarom ik de DVD die werd getoond tijdens het jubileumfeest de subtitel “More than a feeling” mee had gegeven. Dick Hoegen


Pagina 41


Pagina 42


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.