P! Magazine #4, 2010

Page 1

Particuliere in it iati ev en

Magazine van Wilde Ganzen en NCDO

#4

december 2010

Thema

Dossier

Toekomst van het Alle fondsen particulier initiatief van A-Z p.4

p.9

Opinie

Op de cover:

Stop de hulp: maak winst

Stichting FLL, Nigeria

p.17

p.14 + p.20


redactioneel

Beste lezer, S

inds mei 2008 geven Wilde Ganzen en NCDO samen dit blad uit, speciaal voor particuliere i­ nitiatieven die een project in een ontwikkelingsland ondersteunen. Inmiddels heeft P! een oplage van 7.000 stuks, waarvan 4.000 naar vaste abonnees verstuurd worden. Een deel van deze abonnees ontvangt voor zijn of haar project subsidie van Wilde Ganzen en/ of NCDO. Per 1 januari 2011 heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken echter een nieuwe taak­stelling voor NCDO gedefinieerd, en zal NCDO stoppen met het verstrekken van subsidies aan particuliere initiatieven. De komende tijd gaat het management van NCDO zich daarom ook beraden op de toekomst van het blad P!. Wilde Ganzen zet de verstrekking van subsidies wel onveranderd voort in 2011. Op welke wijze Wilde Ganzen bij P! betrokken blijft, wordt in het voorjaar van 2011 besloten. Op dit moment is het daarom nog onduidelijk of en in welke vorm het blad in de toekomst kan verschijnen. In het voorjaar van 2011 komt er dan ook geen nummer van P! uit. Zodra er meer bekend is over de toekomst van P! laten we u dit uiteraard zo snel mogelijk weten.

Tot ziens?

Ondertussen wensen we u veel leesplezier met het nummer dat nu voor u ligt.

Namens de redactieraad, Robert Wiggers Adjunct directeur Wilde Ganzen

Arnaut Eimers Programmahoofd POB NCDO

Colofon

nieuwe verdienmodellen Tekening: Farida Laan

P!, 3e jrg., nr. 4, december 2010 P! is een gezamenlijke uitgave van NCDO en Wilde Ganzen. Redactie: Edith van den Akker, Hans Ariëns, Mariken de Bruijn, Gineke Dokter, Kitty van Leeuwen, Linda Muskens, Rieke Spierings Eindredactie: Rinske Bijl Redactieraad: Arnaut Eimers en ­Robert Wiggers Aan dit nummer werkten mee: ­Marusja Aangeenbrug, Brigitte Ars, De Beeldredaktie/Verbeeld, Cathelijne Berghouwer, Radj Bhondoe, Anneke Hymmen, Zsuzsanna Ilijin, Farida Laan, Ilse van ­Lamoen, Linda Mans, Tessa Posthuma de Boer, Lau Schulpen, Louise Verbree, ­Mirjam Vossen, Marije Wilmink

2 P! * december 2010

Foto voorkant: Louise Verbree Foto achterkant: Tessa Posthuma de Boer Basisontwerp: Atelier van GOG, Amsterdam Vormgeving: Atelier van GOG, Amsterdam Bladconcept: Marieke Enter Druk: Tuijtel, Hardinxveld-Giessendam Redactieadres NCDO - Redactie P! Postbus 94020 1090 GA Amsterdam redactie@pimagazine.nl Abonnementen Een abonnement op P! is gratis. Stuur hiervoor een e-mail met je adresgegevens naar redactie@pimagazine.nl.

NCDO NCDO staat voor Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling. NCDO betrekt mensen in Nederland bij internationale samenwerking en ondersteunt hen met informatie, subsidie en adviezen. www.ncdo.nl

Wilde Ganzen Wilde Ganzen steunt wereldwijd kansarme mensen die zich inzetten voor een betere toekomst voor hun gemeenschap. www.wildeganzen.nl

Lees meer over verdienmodellen vanaf pagina 4.


Waar vind je anno 2011 nog financiering voor je project? P! wijst je de weg in het verschuivende labyrint der fondsen en subsidies.

inhoud

4 9 14

+

Hier nog

Het was al nooi te komen waar j aanvraag voor e alle bezuiniging die nu op stapel opnieuw verlegd veranderen? En kansen voor par initiatieven?

Tekst: Brigitte Ars

Het particulier initiatief anno 2020 Het veld van ontwikkelingssamenwerking is volop in beweging. Welke trends zien we in de wereld van de particuliere initiatieven? KPa

Alle fondsen op een rijtje Waar kan je in 2011 nog terecht voor projectsubsidies? P! maakte een rondgang langs de loketten.

Verslag van een videotraining Linda Mans en Louise Verbree leren jonge vrouwen in Nigeria hoe ze de situatie in hun land in beeld kunnen brengen. Voor P! hielden zij een dagboek bij.

En verder... Redactioneel .......................... 2 Column Lau Schulpen ................ 7 Kort I .................................. 8 Kort II................................. 13

Column Mirjam Vossen ............. 13 Opinie ................................ 17 InsP!ratie ............................ 18 P!-xels................................. 19

de wereld van p! #4 A

Zuid-Afrika p.8

De Stichting Projecten Zuid-Afrika (SPZA) zet zich al tien jaar in voor onderwijsprojecten in Zuid-Afrika. Op haar jubileumsymposium nam de stichting het initiatief tot ‘de Verklaring van Driebergen’. B

B

C

C

A

Thailand p.18

Lideke Wery was met haar kersverse echtgenoot op huwelijksreis in Thailand toen de tsunami toesloeg. Hij overleefde het, zij niet. Ter nagedachtenis aan haar richtten haar collega’s de Lideke Wery Foundation op. Ghana p.13

Theo, die ooit zo gepassioneerd en optimistisch was, keert teleurgesteld terug uit Ghana. Zijn conclusie: ‘Ontwikkelingshulp heeft geen zin. De Ghanezen zullen het nooit leren.’

P! * december 2010

3


Waar staat het particulier initiatief in 2020?

Een blik in de toekomst Tekst: Mirjam Vossen Illustraties: Zsuzsanna Ilijin

Wat zijn de kansen voor het kleinschalig ont­ wikkelingswerk? Geen overbodige vraag, aan de vooravond van een grote bezuinigingsronde in de ontwikkelingssector.

Foto: Cathelijne Berghouwer

Henrik Looij Stichting Verbeter de Wereld

bep van sloten Better Care Netw ork

4 P! * december 2010

W

e denken met z'n allen graag na over de vraag hoe de wereld er over tien jaar voorstaat. Hoe zal het er in 2020 uitzien voor ontwikkelingsprojecten van particulieren? Dat het anders zal zijn dan nu, is zeker. Blik maar eens tien jaar terug. Net als vandaag waren duizenden Nederlanders actief in het Zuiden. Maar niemand merkte hen echt op. Met hun project haalden ze hooguit de lokale krant. In de ontwikkelingswereld telden ze amper mee. Gevestigde organisaties waardeerden hen vooral omdat ze bijdroegen aan het draagvlak voor hulp, maar als effectieve armoedebestrijder werden ze niet echt serieus genomen.

Niets is vanzelfsprekend Wat een verschil met vandaag. Grote ontwikkelingsorganisaties maken nu gedegen werk van hun steun aan projecten van burgers. De wetenschap ontdekte hen als onderwerp voor onderzoek. Particuliere initiatiefnemers organiseerden zichzelf, kregen een eigen branchevereniging en een eigen tijdschrift. Ook de media ‘ontdekten’ de bevlogen vrijwilligers. Lovende berichten in de lokale krant kregen gezelschap van kritische artikelen over het nut en de effectiviteit van hun projecten. Anno 2010 staan particuliere initiatieven duidelijk op de kaart. Maar niets is vanzelfsprekend. Het jaar 2011 staat in het teken van grote bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Die treffen ook de subsidies aan projec-

ten van particulieren. Intussen gaat het debat over de professionaliteit van burgerinitiatieven onverminderd door. Ze worden niet langer alleen maar gezien als pijler onder het draagvlak, maar moeten zich ook bewijzen als effectieve armoedebestrijder.

Zichzelf bedruipen Waar staat het particulier initiatief in 2020? Er zijn een aantal tendensen te zien die mogelijk de richting aanwijzen. Een eerste ontwikkeling is dat vrijwilligers op een andere, meer bedrijfsmatige manier hun projecten gaan financieren. De eenmalige sponsorloop, de benefietmiddag en de incidentele subsidieaanvraag hebben hun beste tijd gehad. ‘Particuliere initiatieven gaan meer werken aan hun verdienmodel’, voorspelt Henrik Looij van Stichting Verbeter de Wereld, die trainingen organiseert voor mensen met ideële doelen. ‘Organisaties willen zichzelf op langere termijn kunnen bedruipen, zodat ze minder afhankelijk worden van ad hoc subsidies en giften.’ Her en der zijn al voorbeelden van dit soort ‘verdienmodellen’ te vinden. Een kliniek in Gambia wordt gefinancierd door de winst van een nabijgelegen lodge; in Malawi verdient een irrigatieproject zelf de kost door de aanleg van een commerciële moestuin. ‘Zo’n omschakeling van incidentele subsidies naar vaste inkomsten is niet gemakkelijk’, waarschuwt Looij. ‘Daarvoor moet je een andere mindset hebben dan “we gaan even subsidie aanvragen


Websites Stichting Verbeter de We

reld:

www.verbeterdewere ld.o

Better Care Network:

rg

www.bettercarenetw ork.nl 1%Club: www.1procentc lub.nl Kiva: www.kiva.org

Oxfam Novib:

www.oxfamnovib.n l

P! * december 2010

5


een blik in de toekomst

bij Wilde Ganzen of Impulsis”. Veel organisaties zullen daar hulp bij nodig hebben.’

Keukentafel En daarmee raakt Looij aan een tweede trend: particuliere initiatieven gaan meer samenwerken. Met elkaar en met grote ontwikkelingsorganisaties. Maar ook met bedrijven en deskundigen die de kennis en ervaring hebben die zij zelf ontberen. Dat is voor veel vrijwilligers nog een hele stap. Zij komen nu niet veel verder dan hun eigen keukentafel en hun eigen achterban, waar ze geld ophalen voor ‘hun’ project. En ze putten veel

Platforms per land: Burkina Faso:

www.burkinafasoplatform.nl

Ghana: www.holland-ghanaplatform.nl Kenia: www.platformkenia.nl Zuid-Afrika: voor informatie over andere organisaties die in Zuid-Afrika actief zijn, kan je je bij de ambassade aanmelden om toegang te krijgen tot hun database. Zie: www.zuidafrika.nl.

6 P! * december 2010

voldoening uit het feit dat ze het allemaal zelf doen. Maar een groeiend aantal initiatiefnemers kijkt over de eigen muren heen. Zo verenigden organisaties die actief zijn in Burkina Faso zich in een platform. Ze wisselen tips en ervaringen uit, brengen collega’s in contact met Burkinese organisaties en werken samen in het verschepen van goederen. Ghana, Zuid-Afrika en Kenia zijn andere landen met zo’n eigen platform.

Geen makkelijke boodschap Ook gevestigde organisaties proberen een brug te slaan naar initiatieven van particulieren. Een voorbeeld daarvan is het Better Care Network, opgericht door professionele organisaties die streven naar betere opvang van kinderen die niet bij hun ouders kunnen opgroeien. ‘Het particuliere initiatief is voor ons een belangrijke doelgroep’, zegt coördinator Bep van Sloten. ‘Velen van hen steunen immers weeshuizen. Uit onderzoek blijkt echter dat langdurige opvang in weeshuizen schadelijke effecten heeft. Wij pleiten daarom voor opvang in gezinnen.’ Daarmee heeft het Better Care Network voor veel vrijwilligersgroepen ‘geen gemakkelijke boodschap’. Bep van Sloten: ‘Wanneer je je jarenlang met hart

en ziel voor een tehuis hebt ingezet, is het niet gemakkelijk om te horen dat het misschien anders moet.’ Daarom laat het Better Care Network veel voorbeelden zien waar mensen concreet mee aan de slag kunnen. ‘We willen kennis verspreiden. Veel mensen wéten niet eens wat er allemaal mogelijk is.’ Het Better Care Network is een voorbeeld van een netwerk waarin groot en klein elkaar vindt rond één thema. Het netwerken tussen ontwikkelingsorganisaties krijgt binnenkort een nieuwe impuls met de lancering van Linkis Werknetten. Dat wordt een soort digitaal ontmoetingsplein, waar gebruikers op thema, land of doelstelling in aanraking kunnen komen met gelijkgezinden. Ze kunnen er kennis uitwisselen, discussies opzetten en samen activiteiten ontplooien. Bep van Sloten hoopt dat mensen in deze netwerken zullen snuffelen, voordat ze een nieuw project starten: ‘Ze zouden eerst eens moeten kijken wat er allemaal al is.’

Charmant Een belangrijk doel van samenwerken en netwerken is dat de uitvoering van projecten er beter van wordt. Dat is ook de drijfveer onder een derde trend: particulieren zullen hun projecten beter


column

gaan evalueren. Subsidiegevers, donateurs en het grote publiek zullen steeds strenger toezien of het project werkelijk bijdraagt aan ontwikkeling. Wat dat betreft hebben veel vrijwilligersgroepen nog een slag te slaan, meent Henrik Looij: ‘De grootste uitdaging voor particuliere initiatieven is dat ze in staat zijn om te laten zien wat ze voor elkaar krijgen. En dan denk ik niet alleen aan de tastbare opbrengst, zoals de bouw van een school. Je moet verder kijken: hoeveel kinderen hebben ná die school kans op een baan? Deze effecten op middellange termijn moet je in kaart brengen.’ Deze roep om meetbare resultaten heeft een keerzijde: veel initiatiefnemers hebben een instinctieve afkeer van planning en procedures. Hun aanpak is die van directe, spontane betrokkenheid en actie. Staat die spontaniteit, die kleinschalige

Klaas Dijkhoff VVD-kamerlid en ­w oordvoerder ontw ikkelings­ samenw erking

initiatieven zo charmant maakt, niet op gespannen voet met de druk om te professionaliseren? ‘Dat is een verkeerde vooronderstelling’, meent Henrik Looij. ‘Spontaniteit is een houding, een manier van werken. Dat gaat prima samen met een professionele aanpak. Sterker nog, wanneer je gestructureerd werkt en gericht bent op resultaten, dan levert dat ook meer werkplezier en voldoening op.’ Verdienmodellen, netwerken en evaluaties zijn, kortom, helemaal 2011. Hoe het particuliere initiatief ervoor staat in 2020, dat blijft koffiedik kijken. Maar dat ook over tien jaar duizenden Nederlanders zich zullen inzetten voor kleinschalige projecten is zeker. En wanneer de voortekenen niet bedriegen, dan doen ze dat duurzamer, resultaatgerichter en minder alleen dan vandaag. .

Wim Stoffers, Hoofd Linkis bij Oxfam Novib

‘ H et mooiste is wan­ neer particulieren elkaar steunen’

‘ Particulier initiatief grote verliezer van ­b ezuinigingsronde’

‘Ik vind het mooi wanneer mensen niet alleen dingen vinden, maar daar ook naar handelen. Dat spreekt me aan in projecten van particulieren: mensen roepen niet alleen, maar steken ook de handen uit de mouwen. Het komt voort uit eigen passie, en dat vind ik positief. Het is lastiger om iets te zeggen over de effectiviteit van hun werk. Je hebt hele mooie projecten, maar ook verschrikkelijke. Er zit soms een spanningsveld tussen goede bedoelingen en goede effecten. De overheid heeft naar mijn mening geen directe taak in het ondersteunen van burgerinitiatieven. Hoe meer de overheid gaat doen, hoe minder er sprake is van particulier initiatief. Ik denk dat die rol in eerste instantie bij henzelf ligt. Ook ontwikkelingsorganisaties hebben een rol. Ik vind dat zij open moeten staan om hun expertise – die zij deels hebben opgebouwd met belastinggeld – met anderen te delen. Maar het mooiste vind ik wanneer projecten van particulieren draaien met steun van elkaar. Zoals bij de 1%Club of Kiva, waar mensen zelf kunnen kiezen welk initiatief ze steunen. Dat is een prima systeem om controle uit te oefenen op de kwaliteit. Zo hou je elkaar scherp.’

‘Ik hoop dat grote ontwikkelingsorganisaties projecten van particulieren blijven steunen. Op dit moment is dat voor hen een voorwaarde om overheidssubsidie te krijgen. Vanaf 2011 is dat niet meer het geval. Dat vind ik jammer. De steun aan particulieren wordt straks volledig afhankelijk van de goodwill van organisaties, en dat zou niet zo moeten zijn. Het particulier initiatief wordt de grote verliezer van de bezuinigingen. De concurrentie tussen onze eigen programma’s en de programma’s van particulieren wordt groter. Terwijl het juist belangrijk is om na te denken over de vraag hoe groot en klein, met partners in het Zuiden, kunnen samenwerken om de kwaliteit te verbeteren. Neem onderwijs. Wij lobbyen bij lokale overheden voor het verbeteren van het schoolbezoek. Maar in een lokale gemeenschap is misschien pas over twintig jaar een school. Waarom zou een particulier initiatief daar niet alvast helpen? Maar ze moeten dan wél kijken of die school straks past in het onderwijssysteem van het land. Kennis daarover, dat hebben onze lokale partners. Zo kunnen we elkaar versterken. Ik hoop dat daar, in het nieuwe stelsel, ruimte voor blijft.’

Foto: De Beeldredaktie/Verbeeld

Lau Schulpen

Een kwestie van prioriteit Op deze plek zou ik natuurlijk graag iets zeggen over het kabinet Rutte. Op het moment dat ik dit schrijf is dat kabinet echter nog maar net begonnen. En hoewel er over de voornemens op het terrein van ontwikkelingssamenwerking (OS) al van alles valt te zeggen, kan ik nog niet voldoen aan de oproep van Rutte om zijn kabinet op daden te beoordelen – die zijn er immers nog niet. Gelukkig viel in de marge van Ruttes regeringsverklaring ook het nieuwste draagvlakonderzoek van NCDO in de bus, de Barometer 2010. De kranten waren met dat onderzoek snel klaar: steeds meer Nederlanders hebben er geen moeite mee als er bezuinigd wordt op OS. Voor Rutte c.s. is dat natuurlijk mooi nieuws, zij gaan immers fors korten op het OS-budget. Het ergste is dat de kranten eens een keer geen ­onzin schreven over een onderzoek. De Barometer laat inderdaad zien dat wij in deze economisch onzekere tijden eerst en vooral aan onszelf denken. Anders gezegd: eerst orde op zaken in Nederland en dan hebben we straks wel weer eens tijd voor een blik naar buiten en aandacht voor degenen die het duizend keer erger hebben dan wij zelf. Tsja, het is allemaal een kwestie van prioriteiten stellen. Deze moderne vorm van ‘koop Nederlandse waar, dan helpen we elkaar’ blijft me niet alleen verbazen maar stemt me ook treurig. Ik laaf mij dan maar aan de enkele positieve geluiden die ook uit het onderzoek naar voren komen. En dan vooral aan het feit dat nog steeds bijna driekwart van de Nederlanders zelf ­actief is in of voor ontwikkelingslanden. Daar valt u dus ook onder. U bent mijn redding in deze – waarvoor mijn hartelijke dank. Lau Schulpen is universitair docent en onderzoeker op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en particuliere initiatieven. P! * december 2010

7


kort

Internet

Nieuwe ­website IS

Nieuws

De Verklaring van Driebergen

Lieve wereld­ verbeteraar...

Betere beeldvorming en meer samenwerken Tekst: Marusja Aangeenbrug

— Particuliere initiatieven zijn meer dan clubjes wereldverbeteraars die maar wat doen: ze willen op een professionele manier hulp verlenen. Om dit te benadrukken, stelde de Stichting Projecten Zuid-Afrika (SPZA) een verklaring op: de Verklaring van Driebergen. Zelf zet de SPZA zich al tien jaar in voor onderwijsprojecten in Zuid-Afrika. De verklaring doet ondermeer een beroep op subsidiegevers (méér cursussen) en aan onderzoekers (méér onderzoek). Maar de hand gaat ook in eigen boezem: particuliere initiatieven moeten beter samenwerken en moeten openstaan voor kritiek van buitenaf. SPZA-secretaris Martje Nooij legt uit waarom haar stichting het initiatief nam tot deze verklaring.

Waarom deze verklaring? ‘Wij vinden dat de beeldvorming bij de overheid, professionele ontwikkelingsorganisaties én het publiek veel beter kan. ­Particuliere initiatieven worden soms kritiekloos bejubeld, soms weggezet als onprofessioneel. We willen laten zien waar we voor staan én dat we werken aan professionaliteit.’

Boek

—IS, hét blad over interna­ tionale samenwerking, heeft een nieuwe website. Met daarop veel meer ruimte voor meningen en ervaringen van lezers en bezoekers. Zo kun je een eigen blog starten en reclame maken voor je eigen projecten. Daarnaast vind je er natuurlijk het laatste nieuws, verslagen, prikkelende columns, leuke filmpjes en een uitgebreid archief van het tijdschrift. En wie nog geen lid is van IS kan zich op de website meteen aanmelden voor een gratis abonnement. www.ismagazine.nl

—Wat te doen aan het wereldleed waar we dagelijks mee geconfronteerd worden? ­Vijftien schrijvers en denkers schreven een column over deze vraag, waaronder Arend Jan Boekestijn, Bettine ­Vriesekoop, Naema Tahir en ­Stephan Sanders. Met prikkelende stellingen als ‘Vergéét de basis, wie zijn pijlen richt op de elite besteedt zijn energie pas echt effectief’ (Femke van Zeijl) en ‘Ontwikkelingssamenwerking floreert in een situatie waarin allen zich van elkaar afhankelijk maken’ (Hans Visser). Leuk als kerstkadootje of om zelf mee te nemen op vakantie! Global Village Media, 2010, 94 pagina’s, 9,95 euro.

Cursus

Geld werven via Facebook

Wat willen jullie bereiken? ‘Ons ideaal is dat organisaties elkaar vinden en best practices delen. Meer onderzoek en opleidingen kunnen helpen de professionaliteit te vergroten. Bovendien moet de verklaring mensen ervan bewust maken dat particuliere initiatieven een belangrijke toegevoegde waarde hebben.’

Kunnen andere organisaties zich aansluiten? ‘Graag. Meld je aan via info@spza.org of de PI Netwerkgroep Zuid-Afrika op LinkedIn.’ Meer info: www.spza.org.

8 P! * december 2010

—Wat heb je als particulier initiatief aan sociale media als Facebook en Twitter? Stichting Wereldhulporganisaties biedt een kennismakingscursus aan om te leren hoe je deze media effectief in kunt zetten. Voor fondsenwerving bijvoorbeeld, of om je bestaande donateurs beter te informeren. De introductiecursus kost 15 euro en wordt, afhankelijk van de ­interesse, op verschillende locaties in Nederland gegeven. Meer informatie vind je op de website www.wereldhulporganisaties.nl, die half december online gaat. Je kunt ook een mail sturen naar: info@wereldhulporganisaties.nl.


project

Een overzicht van fondsen en subsidies voor particuliere initiatieven

Tekst: Brigitte Ars

KPA

fondsenwerving

Waar vind je anno 2011 nog financiering voor je project? P! wijst je de weg in het ­verschuivende labyrint der fondsen en subsidies.

organisatie

Nieuwe wegen door subsidieland Waar liggen de kansen? Het was al nooit gemakkelijk om ­erachter te komen waar je het beste een subsidieaanvraag voor een project kunt doen. Met alle bezuinigingen en beleidswijzigingen die nu op stapel staan, worden de paden opnieuw verlegd. Wat gaat er precies ­veranderen? En waar liggen de nieuwe kansen voor ­particuliere initiatieven? Een overzicht

P! * december 2010

9


KPA verdwijnt, SBOS verschijnt Het oude, vertrouwde KPA-programma van NCDO verdwijnt, net als de andere subsidieprogramma’s van NCDO, Building Bridges en ­Matra/KPA. De vorige minister van Ontwikkelingssamenwerking ­besloot deze subsidieprogramma’s stop te zetten en van NCDO een kenniscentrum te maken. Particuliere organisaties kunnen voortaan overheidssubsidie aanvragen bij het nieuwe SBOS-programma: de Subsidiefaciliteit voor Burgerschap en Ontwikkelingssamenwerking. Deze subsidiefaciliteit wordt beheerd door PriceWaterhouseCoopers, Wilde Ganzen en het Nederlands Jeugdinstituut.

Wanneer maak je kans op subsidie van SBOS? SBOS is níet het KPA-programma in een nieuw jasje. ‘Activiteiten die zich op fondsenwerving richten, komen duidelijk niet meer in aanmerking voor subsidie. Maar activiteiten die de ­nadruk leggen op kennis, houding en gedrag in Nederland maken nu juist meer kans op subsidie dan voorheen’, legt Lennart Konijnenberg, operationeel projectdirecteur van SBOS, uit. SBOS is nieuw, en een voorbeeld noemen van een project waarvoor je daar subsidie aan kunt vragen, vindt hij daarom lastig. Bovendien ook niet wenselijk, omdat iedereen zich dan misschien op dergelijke activiteiten gaat richten.

Een belangrijk verschil met KPA is dat SBOS zich op mondiaal burgerschap richt en niet op draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Volgens de richtlijnen betekent dat ‘de bevordering van een mening over, bewustwording van en actieve betrokkenheid bij internationale samenwerking’. Ook goed om te weten: een projectaanvraag kan deels betrekking hebben op een project in een ontwikkelingsland, maar de kwaliteit van de activiteiten in Nederland is doorslaggevend. ‘Met andere woorden: de kleinschalige ontwikkelingsactiviteit in het Zuiden kan nog

zo goed zijn, als de activiteiten gericht op mondiaal burgerschap niet voldoende zijn, dan maakt de aanvraag geen kans op subsidie’, zegt Konijnenberg. Belangrijk is verder dat aanvragen met elkaar worden vergeleken bij de beoordeling, ook die van andere aanvragers dan particuliere initiatieven. Per jaar zijn er meerdere tenderrondes waarin de best scorende aanvragen winnen. Kijk voor meer informatie op: www.sbos.nl .

Bij hen verandert niks: Wilde Ganzen

SBOS

Wilde Ganzen wordt dan wel een van de ­beheerders van het SBOS-­loket, maar blijft daarnaast ook gewoon zelf initiatieven van particulieren ­financieren. ­Particulieren kunnen bij hen als vanouds steun aanvragen voor een ­project van een partner­organisatie in een ontwikkelingsland. De voorwaarde blijft dat zij in Nederland voorlichting geven en een deel van de fondsen ­werven. Kijk op: www.wildeganzen.nl/PI.

WILDE GANZEN

10 P! * december 2010


COSsen

Tip: vraag het de COSsen... of een fondsenwervingsbureau

Zij krijgen minder geld: de medefinancieringsorganisaties Op 1 november werd de uitslag van de subsidieaanvragen van de grotere ­ontwikkelingsorganisaties (MFS-II) bekend gemaakt. Iedereen kreeg minder dan gevraagd, dus ook de vier organisaties waar Wilde Ganzen en NCDO mee samenwerken in Linkis, het doorverwijsloket voor particuliere initiatieven. Dat zijn Cordaid, Impulsis (het samenwerkingsverband van Edukans, ICCO en Kerk In Actie.), Oxfam Novib en Hivos. Wat de gevolgen voor particuliere initiatieven zullen zijn, is nog

niet bekend. Hun woordvoerders vertellen dat ze nu flink aan het rekenen zijn om te kijken welk bedrag er nog overblijft voor subsidies aan particuliere organisaties. De verwachting is dat ze hun subsidieloketten wel open zullen houden, maar dat aanvragers zich nog meer moeten aansluiten bij de thema’s en landen waar deze organisaties zich zelf op richten. Dat zou dus beteken dat er minder ruimte is voor de plannen en projecten die particuliere initiatiefnemers zelf bedenken.

De COSsen geven advies en zijn deskundig op het gebied van fondswerving. Een andere mogelijkheid is het inschakelen van fondsenwervings­ bureaus als Global Projects of het Bureau Internationale Samenwerking (BIS), dat ook ‘Het kleine fondsenboek 2010’ heeft uitgebracht. Kijk op www.cossen.nl voor een regionale COS bij jou in de buurt. www.globalprojects.nl www.bureauinternationalesamenwerking.nl

Meer dan 200 fondsen

linkis

Websites: www.haella.nl www.mamacash.nl www.asnbank.nl www.rabobank.com www.kinderpostzegels.nl www.1procentclub.nl

Wie op zoek is naar financiering kan gelukkig op nog veel meer plekken terecht dan alleen bij SBOS en de grote ontwikkelingsorganisaties. Huub Severiens van COS Zuid-Holland vertelt: ‘Bij ons zijn er zo’n 150 fondsen ­bekend waar particuliere initiatieven aanvragen hebben ingediend, maar er bestaan er waarschijnlijk wel zo’n 200 tot 250. Het kan wel een hele zoektocht zijn om ze te vinden. Het gaat om vermogensfondsen, bedrijfsfondsen en gemeentepotten – fondsen van divers pluimage, waarbij de een je maximaal 2.500 euro geeft en je bij de ander voor minder dan een ton niet aan hoeft te komen.’ Voorbeelden zijn Haëlla, Mama Cash (op het gebied van vrouwenemancipatie), de ASN Bank, Rabobank Founda­ tion (o.a. microfinanciering) en Kinderpostzegels. Kijk op hun website voor de procedure. Blader verder in fondsenboeken (in de bibliotheek) of kijk op websites voor fondsenwerving (bijvoorbeeld www.fondswervingonline. nl). Denk verder ook aan het aansluiten bij ‘internationale marktplaatsen’ die goede doelen koppelen aan geld, mensen en kennis, zoals de 1%Club.

fonds

fonds

rabobank foundation

1%club

Haëlla

fonds

fonds

mama cash

asn bank

fonds

kinderpostzegels

P! * december 2010

11


Liever zakelijke fondsen ‘Wij willen graag een zakelijke boodschap brengen’, zegt Joost Dam, directeur van Viafrica, dat ooit begon als particulier initiatief maar nu is uitgegroeid tot een grote organisatie met betaalde krachten. ‘We vinden het vooral van belang dat onze projecten duurzaam zijn, zichzelf kunnen bedruipen. "Hoe verdien je zelf je geld" is zowat de laatste vraag die opkomt bij de subsidieloketten. Maar zielige boodschappen op braderieën verkondigen is niets voor ons. We hebben er daarom voor gekozen om ons vooral door zakelijke fondsen en bedrijfsleven te laten financieren. Die vinden het ook normaal dat je salariskosten meeneemt in je aanvraag.’

Overtuig een filantroop

zakelijke fondsen

Europese subsidies en de Postcodeloterij: te ambitieus? Voor kleine organisaties is de kans dat ze Europese subsidies krijgen klein. De drempel is hoog, het gaat om grote bedragen – tonnen – en er wordt een grote mate van verantwoording verwacht via rapportages. Bovendien moet het project ­bijdragen aan ‘het Europese idee’. Ook de drempel voor de ­Postcodeloterij is hoog. Wie toch belangstelling heeft voor Europese subsidies of een aanvraag bij de Postcodeloterij, zou zijn krachten kunnen bundelen met andere stichtingen. Lees meer hierover in de paper van Kenan Hadzimucis op: www.kpawildeganzendag.nl.

In Nederland vinden maar weinig organisaties hun weg naar filantropen, terwijl dat in bijvoorbeeld Groot-Brittannië en de Verenigde Staten heel normaal is. Daar ligt een kans dus, maar dan moet er wel wat veranderen. Grote gevers zijn namelijk ontevreden over goede doelen en vinden het moeilijk een ‘goed’ goed doel te vinden, zo blijkt uit onderzoek van Diana van Maasdijk. Zij is adviseur in de filantropische sector, en sprak met rijke weldoeners over hun ervaringen met goede doelen. ‘Filantropen vinden goede doelen niet transparant, opportunistisch, ­onderontwikkeld en teveel gericht op fondsenwerving’, constateert Van Maasdijk. (Bron: wereldburger.tv)

filantroop

Lokale samenwerking en financiering ‘Wij adviseren kleine organisaties in de eerste plaats lokaal (bijvoorbeeld bij de gemeente) veel draagvlak te kweken en fondsen te werven’, zegt Jan-Frans de Bruijn van Stichting Woord en Daad. ‘Daarnaast is samenwerking met andere organisaties – groot en klein, nationaal en lokaal - aan te bevelen. Denk bijvoorbeeld aan grote ontwikkelingsorganisaties of lokale samenwerkingsverbanden voor ontwikkelingssamenwerking, waarin

europa

postcode loterij

nationaal fonds

lokaal fonds

12 P! * december 2010

meerdere maatschappelijke organisaties samenwerken. Lokale verbanden kunnen soms ook subsidie krijgen van een gemeente of provincie. Veel gemeenten zijn tegenwoordig millenniumgemeente of Fair Trade-gemeente, wat mogelijkheden biedt voor een bijdrage.’ Kijk voor meer informatie op: www. vng-international.nl , de internationale afdeling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

gemeente

lokaal fonds


column

Foto: De Beeldredaktie/Verbeeld

Mirjam Vossen

kort Nieuws Onderzoek

Nieuwe rol NCDO

training

kennis

advies

Barometer ­Internationale Samenwerking

0

Cijfer

53%

van de subsidieaanvragen in het KPA-programma van NCDO bedroeg minder dan 15.000 euro. Bron: NCDO

60

70

80

100

—Vanaf 1 januari 2011 gaat NCDO een nieuwe rol vervullen. Dit heeft de vorige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders, zo besloten. NCDO beheert niet langer de subsidieprogramma's voor particuliere initiatieven, maar wordt omgevormd tot een kennis- en adviescentrum. Wat betekent dat voor particuliere initiatieven? Je kunt straks dus niet langer voor financiering van projecten bij NCDO terecht, maar wel voor advies en ondersteuning bij het opzetten, uitvoeren en evalueren ervan. Door de jarenlange ervaring met particuliere initiatieven is NCDO goed op de hoogte van alle mogelijke valkuilen en succesfactoren. Deze kennis wordt nu ingezet om particulieren en organisaties te adviseren, en zo een bijdrage te leveren aan de kwaliteitsverbetering in de sector. Ook gaat NCDO trainingen en opleidingen aanbieden over uiteenlopende thema's, waaronder de vraag hoe betrokkenheid van burgers gecreëerd en gemeten kan worden. NCDO ontwikkelt daarnaast standaarden voor evaluatie en instrumenten voor reflectie op het eigen werk, en ontsluit best practices. Over deze nieuwe trainingen, activiteiten en adviesmogelijkheden valt te zijner tijd meer te lezen op de website van NCDO: www.ncdo.nl.

50

90

10

20

30

40

—Het budget voor ontwikkelingssamenwerking moet omlaag, vindt 45 procent van de Nederlandse bevolking. Een opvallende uitkomtst van de jaarlijkse Barometer Internationale Samenwerking, waarin NCDO onderzoekt hoe de Nederlandse bevolking denkt over ontwikkelingssamenwerking. Vorig jaar vond slechts 34 procent van de bevolking dat het wel met minder kon. Het vertrouwen in initiatieven van particu­ lieren en maatschappelijke organisaties is wel gelijk gebleven. 45 procent denkt dat zij hun budgetten (zeer) goed besteden. Internationale organisaties en professionele ontwikkelingsorganisaties worden het meest geschikt geacht om ontwikkelings­ samenwerking vorm te geven, slechts 13 procent vindt particuliere initiatieven het meest geschikt. Op www.ncdo.nl is het volledige onderzoek en een samenvatting te downloaden. Als je graag ­auto­matisch samenvattingen van ­toekomstige onderzoeken wilt ­ontvangen, stuur dan een mail naar ­onderzoek@ncdo.nl.

De Afrika­ specialist Theo staat in het café en spreekt over ontwikkelingshulp. Zijn verhaal is somber en cynisch. Ooit was Theo echter een en al passie. Vier keer per jaar vloog hij naar zíjn project in Ghana. Elke week belde hij met zíjn Ghanese vertrouweling Joseph. En iedere maand trommelde hij in Nederland zíjn werkgroep op voor een vergadering. Die leidde hij altijd met verve: Theo sprak, de rest hing aan zijn lippen. Theo kreeg veel voor elkaar. In Josephs dorp kwam drinkwater, een moestuin en een schoolfonds. Het dorp ging vooruit, Theo straalde en zijn werkgroep straalde mee. Ghana was zijn lust en zijn leven. Tot Theo minder tijd kreeg voor zijn project. Hij trommelde zijn werkgroep niet meer bij elkaar, de telefoontjes met Joseph werden schaars. Een bezoek aan Ghana schoof hij op de lange baan. Toen Theo uiteindelijk toch ging, kwam hij aangeslagen thuis: de moestuin was verpieterd. Er was ruzie over het schoolfonds. En tot overmaat van ramp had Joseph projectgeld ­ingezet voor zijn eigen bedrijf. Theo straalde niet meer. Vandaag kan Theo nog maar één conclusie trekken: ontwikkelingshulp heeft geen zin. Zie hoeveel tijd en geld hij investeerde, en wat is er van over? ‘De Ghanezen,’ zegt Theo tegen zijn vrienden, ‘ze zullen het nooit leren. Afrika, dat wordt niks meer.’ En Theo kan het weten. Hij is immers Afrikaspecialist. En zie, in het café begint Theo zowaar weer te stralen. Lukt het niet meer als gepassioneerd ontwikkelingswerker, dan maar als criticus van de hulpindustrie. Wie staat op en spreekt Theo tegen? Wie stelt kritische vragen over het ontstaan van dit fiasco? De passie van Theo blijft aanstekelijk. Maar laat hem de borreltafel niet besmetten. Mirjam Vossen is journalist en oprichter van Stichting Het Goede Doel.

P! * december 2010

13


Dagboek van twee Nederlandse trainers in Nigeria

Als echte reporters

Tek st: L inda Ma ns & I lse va n L a moen Foto’s: L ou ise Verbree

Hoe zet je vrouwenrechten in de ­Nigerdelta op de kaart? Niet door met een Nederlandse filmploeg op stap te gaan, maar door vrouwen uit deze regio te leren hoe ze zélf onderzoek doen en documentaires maken. Verslag van een videotraining.

Foto: Tessa Posthuma de Boer

Linda Mans en Louise Verbree Linda Mans (37) is onderzoeker en trainer met een achtergrond in genderstudies. Louise Verbree (41) is fotograaf en cameravrouw. Samen richtten ze in 2006 Stichting FLL op. Na een succesvol foto- en video­ project (Facing Lesbian Lives) met lesbische vrouwen in vier verschillende landen, togen Mans en Verbree dit jaar naar Nigeria om daar videoworkshops aan ­vrouwen te geven, op uitnodiging van de lokale trainings­organisatie MIND. www.f-l-l.nl

Ilse van Lamoen Ilse van Lamoen (37) vertrok in 2004 naar Nigeria voor een periode van anderhalf jaar. Ze werd verliefd op het land én op haar huidige partner, en dus ­besloot ze te blijven. In 2007 richtte ze samen met Nigeriaanse geestverwanten de non-profit organisatie MIND op. Sindsdien verzorgt ze trainingen op het gebied van gender, onderzoek en participatieve media. www.mindng.org

FEMSCRIPT Negen jonge Nigeriaanse vrouwen kregen door MIND een intensief leertraject van drie maanden aangeboden, gefinancierd door Cordaid en de ­Nederlandse ambassade in Nigeria. De videotraining van Stichting FLL was onderdeel van dit traject. Na afloop zijn de vrouwen in staat issues die zij zelf belangrijk vinden publiekelijk aan de kaak te stellen door middel van onderzoek en video.

14 P! * december 2010

16

maart

Dinsdag – Selectie van de deelnemers De wachtruimte in Abuja zit vol met netjes uitgedoste jonge vrouwen. In opperste concentratie werken ze aan hun schrijfopdrachten. Negen van deze vrouwen zullen worden geselecteerd als deelnemers in ons interdisciplinaire leertraject. Maar hoe kies je negen trainees uit zo’n grote groep enthousiaste kandidaten in een land waar CV’s en diploma’s niet altijd representatief zijn voor wat iemand in huis heeft? Referenties, schrijfopdrachten en de schriftelijke en mondelinge motivatie van kandidaten geven voor ons de doorslag.


Eerst leggen Linda en Louise uit hoe de camera werkt, daarna is het de beurt aan de deelnemers zelf om het in eigen woorden na te vertellen.

16

juli

Vrijdag – Gevoelige onderwerpen De negen geselecteerde trainees komen opgewonden terug van hun eerste veldopdracht. In teams van drie hebben zij in dorpen en steden waar ze familiebanden hebben onderzoek gedaan naar de rechtspositie van vrouwen. Na een intensieve trainingsweek hebben ze in twee weken tijd een schat aan informatie verzameld. Ze zijn er in geslaagd de vrouwen in hun dorpen aan de praat te krijgen, ook over een gevoelig onderwerp als seksueel geweld. Tijdens de trainingssessie komen de deelnemers ook naar buiten met veel eigen ervaringen met seksueel geweld en andere kwesties. Blijkbaar heeft het onderzoek veel losgemaakt – en voelt de groep zich inmiddels vertrouwd genoeg om deze verhalen met elkaar te delen.

19

juli

Maandag – De straat op Houd je camera stabiel, zorg ervoor dat je lange shots maakt, denk aan het geluid! En daar gaan de trainees, op weg om hun eerste korte filmreportage te maken. De videotraining is begonnen. Vanochtend hielden ze de camera nog vast als een pasgeboren baby, voorzichtig, kijkend en tastend waar alle knoppen voor dienen. Hoe en waar moet je de microfoons inpluggen? En hoe kun je een tape en ­batterij vervangen? Nu zijn ze klaar voor hun eerste grote oefening: maak een korte reportage over een van de winkeltjes in de buurt. We wandelen mee en horen ze als echte reporters uitleggen wie ze zijn en wat ze graag willen. Een kapster, snackbarhouder en eigenaresse van een kleine supermarkt zijn bereid mee te doen en blijken prima hoofdpersonen voor deze opdracht. Het terugkijken van de opnames is een perfecte leerschool. Al na een dag kunnen ze vrij goed zelf aan­ geven wat goed ging en wat ze nog kunnen verbeteren.

P! * december 2010

15


als echte reporters

9

augustus

Maandag – Stoom afblazen Met een bedrukt gezicht druppelen de meiden de workshopruimte ­binnen voor de tweede videotraining. Ze zijn twee weken zelfstandig op pad geweest om te filmen, en alles leek gesmeerd te lopen, wij kregen slechts een paar technische vragen per telefoon. Helaas blijkt onderweg naar het hotel in Abuja een van de drie camera’s te zijn gestolen. De meiden voelen zich schuldig, maar ook zwaar belast door de vele ­beproevingen van het veldwerk. In de conflictrijke Nigerdelta werden hun tassen met camerastatieven regelmatig aangezien voor geweren. Het was niet makkelijk om mensen aan de praat krijgen voor de camera, en het dragen van de zware apparatuur zorgde zo nu en dan voor onenigheid binnen de teams. Ook voelen ze zich machteloos over de vele hulpvragen die ze van vrouwen in hun gemeenschappen ontvingen, van medische hulp tot het verbeteren van onderwijs. Na twee uur stoom af blazen komt bij het terugkijken van het beeld­materiaal het oude enthousiasme terug. De drie teams bedenken zelf een logistiek plan om zich tijdens de laatste veldsessie te behelpen met twee camera’s.

3

Daar gaan ze dan, op pad om een oefenreportage te maken. En daarna gauw weer terug naar de zaal voor verdere instructies.

september

Vrijdag – Toekomstplannen Trots nemen de trainees hun certificaten in ontvangst. Met pijn in het hart nemen we afscheid, in een zaaltje dat gonst van de onderlinge verbondenheid, gedrevenheid, en optimisme. Ze willen straks met hun films terug naar hun gemeenschappen om daar een dialoog op gang te zetten, over toegang tot gezondheidszorg, verdeling van arbeid en middelen, huwelijks- en erfregelingen en andere factoren die de positie van vrouwen beïnvloeden. En ze willen meer: enkele meiden zijn door de vrouwen in hun gemeenschap gevraagd om hen in de dorpsraad te vertegenwoordigen. Anderen willen het filmvak oppakken of hun nieuwe vaardigheden inzetten bij de lokale organisaties waar zij werken. De videoapparatuur blijft voor hen beschikbaar. Ondertussen gaan MIND en FLL op zoek naar een aanvullend potje om hun filmmateriaal te compileren tot een filmfestivalwaardige documentaire. De unieke beelden – deels gefilmd in afgelegen kreken waar reguliere journalisten nauwelijks durven komen – laten een radicaal andere kant van de Nigerdelta zien dan de veelgerapporteerde kidnappings en gewapende conflicten: de kant van jonge vrouwen die er wonen en werken.

Meer weten over FEMSCRIPT? Kijk op www.f-l-l.nl en www.mindng.org.

16 P! * december 2010


Opinie Foto: Anneke Hymmen

Vloeken in de kerk Binnen de ontwikkelingssamenwerking rust een stevig taboe op het maken van winst. Toch is dat precies wat er moet gebeuren, vindt Radj Bhondoe. Tekst: Radj Bhondoe De regering Rutte wil het ontwikkelingsbeleid fundamenteel herzien en moderniseren. Zij wil een omschakeling maken van hulp naar investeringen. Met als doel: zelfredzaamheid in ontwikkelingslanden. Ook internationaal gezien gaan er steeds meer stemmen op voor investeringen in plaats van hulp. President Obama van de Verenigde Staten refereerde hieraan in zijn toespraak tijdens de recente VN-top over de millenniumdoelen en China loopt hierin al jaren voorop in met name Afrika. Alleen door economische groei kunnen ontwikkelingslanden structureel geld uitgeven aan zaken als gezondheidszorg, onderwijs, milieu en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Zonder economische groei blijven landen afhankelijk van ontwikkelingshulp van Westerse landen. Hulp die wel enigszins in de hoognodige behoeften kan voorzien, maar nooit het ontwikkelingsprobleem voor arme landen kan oplossen. De ontwikkelingsindustrie is te lang uitgegaan van de bijna heilige positie van ontwikkelingshulp en van een vanzelfsprekend draagvlak in de samenleving. Deze houding biedt weinig aanknopingspunten voor echte introspectie, maar leidt eerder tot blinde zelfgenoegzaamheid. De industrie reageert dan ook vol onbegrip als Dambisa Moyo stelt dat in de afgelopen 60 jaar geen enkel land zich heeft kunnen ontwikkelen met ontwikkelingshulp. Of als William Easterly zegt dat hulp arme mensen afhankelijk maakt en dat eerlijke handel arme landen beter houvast biedt voor duurzame ontwikkeling. Het werd dus inderdaad tijd dat het ontwikkelingsbeleid structureel herzien wordt. Het is te hopen dat de bijna strikte scheiding tussen de werelden van ontwikkelingsorganisaties en het bedrijfsleven doorbroken wordt. Ook particuliere initiatieven moeten

gestimuleerd worden zich meer te richten op het versterken van productie, groei en werkgelegenheid in ontwikkelingslanden. Bij Seva moeten wij regelmatig mensen teleurstellen die voor een goed bedoeld, maar weinig op echte ontwikkeling gericht project ondersteuning vragen. We moeten ze vertellen dat het bouwen van een b ­ uurthuis misschien wel een lief idee is, maar dat het weinig bijdraagt tot economische ontwikkeling. En dat de realisatie van een schoolgebouw in een dorp waar kinderen niet naar school kunnen pas effectief is als duidelijk is wie structureel de kosten voor onderhoud en overhead gaat betalen. En is de lokale bevolking misschien niet meer gebaat bij een vakopleiding waar werkloze jongeren kunnen leren timmeren, metselen of landbouwgewassen verbouwen? Particuliere initiatieven houden zich nog onvoldoende bezig met het versterken van ambachten, landbouwproductie, coöperatievorming, etc. Jaarlijks zien wij bij Seva zo’n 100 projecten voorbij komen en zelden zit er een project tussen dat gericht is op het versterken van het lokale bedrijfsleven. Praten over winst maken staat binnen de ontwikkelingssamenwerking momenteel nog ongeveer gelijk aan vloeken in de kerk. Maar wij moeten beseffen dat juist winst maken misschien wel het belangrijkste middel is om armoede te bestrijden. Radj Bhondoe is directeur van Seva ­Network Foundation.

P! * december 2010

17


insp!ratie Naam: Jikkemien Schutte Leeftijd: 33 Organisatie: Lideke Wery Foundation www.lwei.lk

‘Lideke was een van mijn collega’s bij Ebbinge & Company. We werkten al een tijd samen als consultants. Toen mijn baas op derde Kerstdag 2004 belde dat Lideke werd vermist na de Tsunami, was dat een enorme schok. Eerst hoopten we dat ze nog gevonden zou worden. Maar haar man, waarmee ze op huwelijksreis was in Thailand, maakte aan die hoop gauw een einde. Ze had geen schijn van kans gehad.

‘ A ls haar naam valt, denk je niet alleen aan haar dood’ Diezelfde week nog kwamen we met alle Ebbingers samen op kantoor. Een week eerder hadden we met een hele club op Lideke’s bruiloft gestaan. De verslagenheid was enorm. Lideke was zo’n prachtige, krachtige vrouw, een bijzonder en gedreven mens dat opviel. We hadden allemaal het gevoel: het kan niet waar zijn dat dit het einde is. Eigenlijk kwam al heel snel het idee op dat we iets moesten doen om weer door te kunnen. We wilden al dat diepe verdriet omzetten in iets positiefs. De energie die Lideke had in aardse vorm neerzetten en doorgeven. Lideke was van huis uit pedagoge, ontwikkeling en educatie had haar hart. Daar wilden we iets mee. Eerst in Thailand, op de plek waar ze was overleden. Maar daar bleek helemaal geen hulpvraag te bestaan. Uiteindelijk kwamen we uit op Sri Lanka, dat ook zwaar getroffen was. Een dik jaar na de Tsunami openden we er een school waar Engels en IT-onderwijs wordt gegeven. We, dat is de Lideke Wery Foundation, die gedragen wordt door een aantal Ebbingers, Lideke’s man en een aantal oud-stagiares die werkzaam zijn geweest op de school. De school loopt heel goed, en het is een fijne manier om Lideke te herinneren. Als haar naam valt, denk je niet alleen aan haar dood, maar ook aan iets dat groeit en bloeit in Sri Lanka.’ Tekst: Marije Wilmink / Foto: Tessa Posthuma de Boer

18 P! * december 2010


P!-xels

knippen en scheren

De Dutch Foundation for Ladakhi Nuns (DFLN) steunt Tibetaans-boeddhistische nonnen in Ladakh, een hooggebergtewoestijn in het noordwesten van India. Marlies Bosch is secretaris van de stich­ ting, en maakte deze foto van nonnen die elkaar het hoofd kaal scheren. Net als bij boeddhistische monniken staat bij de nonnen een kaal hoofd symbool voor de onthechting aan aardse zaken. www.ladakhnuns.com

Hennie en Jannie Schuurs ondersteunen al jaren een gezin van zes wezen in Kisumu, Kenia. Op de foto is een van de oudere kinderen aan het werk in de kapsalon die Hennie en Jannie in 2005 hielpen inrichten en openen. De kapsalon wordt gerund door de twee oudste zussen. Na een paar moeizame jaren sinds de verkiezingen in 2007 trekt de klandizie nu gelukkig weer aan. www.luandajinja.nl en www.mhmobk.nl Francoise Dakuo kookt iedere avond voor Simon van der Maal en zijn team als ze in Burkina Faso zijn. Behalve heerlijk koken kan ze ook prima knippen. Op deze foto neemt ze teamlid Henk Heijns onder handen. Eerder heeft ze met hun steun een eigen kapsalon kunnen openen, inmiddels runt ze samen met haar zus ook een klein restaurant. www.geldrop­burkinafaso.nl

Ritsko van Vliet, voorzitter van stichting Amurang, maakte deze foto in de plaats Rambang in Indonesië. Zijn stichting zet zich in voor kansarme kinderen en jongeren, en hij maakt graag foto's van kleine ondernemingen om hun te laten zien wat er zoal mogelijk is. Deze kapsalon is wel héél smal: ongeveer net zo breed als de trap! www.amurang.nl

De Zuid-Afrikaanse Xolelwa is bijzonder trots op haar nieuwste kapsel. Zij is een van de 18 kinderen die in het HOKISA-huis wonen, wat financieel gesteund wordt door de stichting Vrienden van HOKISA in Nederland. Vera Habers is secretaris van deze stichting, zij stuurde de foto naar P!. www.hokisa.nl

P! * december 2010

19


rbree (41) 7) en Louise Ve Linda Mans (3 Stichting FLL

te er vrolijk van om iedere keer we ien en oe gr ‘We worden er g in in tra emers door de zien hoe de deeln t moment dat ze t mooiste is he He . en om energie krijg kunnen zetten hoe ze video in wereld n ee zich realiseren je zie n Da uit te dragen. hun boodschap -l.nl .f-l www .’ an voor ze open ga

20 P! * december 2010


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.