Issuu on Google+

RIL

(Un)finished?

Is een concept (Un)finished? Interflow Brussel Zuid Geschakelde Units

maandelijkse uitgave / nummer 1 / jaargang 2012

archi


editoriaal H et beroep van architect is veelzijdig en omvat veel verschillende facetten. Een goed architect moet op de hoogte blijven van wat er leeft in verschillende branches die aansluiting kunnen hebben met architectuur. Daarom tracht dit tijdschrift een breed scala aan onderwerpen aan bod te laten komen. Dit omvat naast architectuurprojecten ook onderwerpen zoals kunst, cultuur, technieken,... Interessante architectuur ontstaat steeds door een cross-over met deze onderwerpen. Juist in die confrontatie gebeurt iets bijzonders. Wat reilt en zeilt er zoal op een architectuurbureau? Hoe ziet de dag van een doorsneearchitect eruit? archiBRIL neemt op ludieke wijze een kijkje in het dagelijkse, professionele leven van een architect. De verschillende rubrieken zijn steeds een verwijzing naar wat een architect zoal te doen heeft. De rubriek ‘gesprek’, waar je steeds een interview kan terugvinden, duidt bijvoorbeeld op de vele gesprekken die een architect moet voeren. Dit niet alleen met de opdrachtgevers, aannemers, mede-architecten maar ook bijvoorbeeld met kunstenaars of politici .

Elk nummer heeft als het ware een andere themabril op zodat architectuuronderwerpen van verleden, heden en toekomst altijd vanuit een andere invalshoek worden belicht. Deze focus wordt bepaald door wat er op dat moment leeft in de maatschappij of in de architectengemeenschap. ‘(UN)finished?’ is de themabril van dit nummer. In een steeds sneller veranderende wereld is dit een zeer actueel begrip. Dingen veranderen al voordat ze ‘voltooid’ zijn, en architectuur is hier geen uitzondering op. Is architectuur eigenlijk ooit afgewerkt? Meer nog: is het nodig dat

architectuur totaal af is? Dit nummer gaat over mogelijkheden en gebreken die (on)afgewerkte architectuur in zich herbergt. Architectuur kan bijvoorbeeld dwingend worden wanneer ze geen mogelijkheid meer toelaat voor verandering of wanneer ze anders gezegd té ‘afgewerkt’ is. Door de groeiende individualisering willen mensen vrijheid op alle vlakken en wordt deze modernistische ontwerp wijze niet meer geapprecieerd. ‘Onafgewerkte’ architectuur laat zich beïnvloeden door zijn omgeving, door zijn gebruikers. Andersom kan ‘afgewerkte’ architectuur zijn omgeving en gebruikers beïnvloeden. Architecten (in spe) bedenken steeds meer flexibele ontwerpen, die gebruikers van een grotere vrijheid voorzien, waardoor de gebruikers mee kunnen ‘volbrengen’, personaliseren, aanpassen. Dit soort flexibiliteit is echter geen sinecure, doordat het geheel van parameters veel breder wordt. De architect moet met steeds meer rekening houden en het kan moeilijker worden om een ‘klaar’ concept voor te leggen. Een huis moet bijvoorbeeld kunnen meegroeien met een gezin, het moet aanpasbaar zijn aan veranderende noden, waardoor het zich eigenlijk altijd in een ‘onafgewerkt’ stadium bevindt. Want wat kan een bejaard koppel nog aanvangen met een mooi huis vol trappen? Onze steeds ouder wordende bevolking wil steeds langer in eigen huis blijven wonen, dus het ontwerp van een woning moet flexibel zijn. Anderzijds moet een gebouw op zich -de structuur ervan- ook andere functies in zich kunnen herbergen dan waarvoor het op dat moment ontworpen is. De architect moet al op de ontwerptafel eigenhandig het programma uitbreiden naar later toe. Vandaag moet het leven van de structuur van een gebouw best zo lang mogelijk ‘ruw’ zijn, de basisstructuur zelf echter zo ‘afgewerkt’ mogelijk. Dit fenomeen


is al in veel hergebruikte gebouwen en sites te zien. Herbestemming is een actueel en uitdagend item in een wereld waar de open ruimte een schaars begrip wordt. Een ander luik van herbestemming is het recycleren van (bouw)materialen. Ook hier is het de bedoeling dat het leven van de materialen niet ‘beëindigt’ is bij een eerste gebruik. Dit kan ontwerpmatig maar ook ecologisch en economisch nieuwe perspectieven openen die ons aansporen om onbetreden paden te verkennen. // Laura Spelier, Maya Bogaert, Tine Van Loock

archi

RIL

maandelijkse editie (Un)finished? Colofon jaargang 1, editie 1, juni 2012 oplage: 2 Leden van de archiBRIL-vereniging ontvangen archiBRIL 12 maal per jaar Redactieadres Sint Lucas Brussel Paleizenstraat 63 1030 Schaarbeek archibril@gmail.com

Over de Cover De foto toont een constructie in werffase. Foto door -hlibis http://hlibis.deviantart.com/

3


N

inhoud

Anderlecht

8

Gesprek

PEN

6 Kennismaking met de Redactie

TAG

In het kader van de Urban Architectural Designstudio werd Brussel-Zuid het eerste semester van dit jaar onderzocht. Interflow is een studentenproject dat tracht enkele belangrijke grenzen en problemen op te heffen waarmee het centrumgebied van deze zone te kampen heeft. Het ontwerp - met een totaaloppervlakte van 10 000 vierkante meter - is gelokaliseerd onder de sporen aan het Europaplein. Na een voorstelling van het project en het onderzoek wordt de ‘afgewerktheid’ met name de flexibiliteit en het verder leven Saint - Gilles ervan in vraag gesteld.

8

Interflow Station Brussel-Zuid

I

16

ON

Onderzoek

16

Het perfecte plaat(s)je n het kader van de Urban Explorative Architectural Designstudi

Het perfecte plaat(s)je W Zuid het eerste semester van dit jaar stevig onder de loep geno hebben we onderzocht welke fysieke en sociale grenzen er bestaa kunnen opheffen om tot een beter gemeenschapsleven te komen Het voorgaande onderzoek en het project dat we vervolgens hebb Inspiratie artikel uitgelegd. Daarna volgt een reflectie in verband met het th 20 ‘afgewerktheid’, de flexibiliteit en het verdere leven van dit projec We nemen een kijk op de stijl van Victor Horta aan de hand e nemen eens een kijkje bij een woning van de hand van Victor Horta, bekend door zijn vele gebouwen en ontwerpen in Brussel in de Art Nouveau stijl. We bekijken specifiek zijn woning en atelier in de Amerikaansestraat 23-25 te Sint Gillis. Deze woning dateert van 1898 wanneer de bouwvergunning werd aangevraagd en toegekend. Vanaf dan werd het tot in detail uitgewerkt en ontworpen over verschillende jaren. Tot 1911 bleven er veranderingen en uitbreidingen aan het huis plaatsvinden1. Het huis en het atelier zijn nu tot een museum gemaakt. Art Nouveau zelf had steeds als uitgangspunt om de leefomgeving aangenamer te maken op meerdere vlakken. Het samengaan van architectuur, interieur, exterieur, kunst, ambacht en het functionele er steeds aan gekoppeld. Dit zien we in deze woning van Horta ook terugkomen, de meubels en gebruiksvoorwerpen zijn specifiek voor dit huis ontworpen en vullen elkaar aan. Victor Horta ontwierp vaak woningen voor de rijkere klasse waar hij veel vrijheid van ontwerpen kreeg en voor zijn eigen woonst kon hij dit nog verder doordrijven. Deze eigen stijl kroop op alle vlakken het dagelijkse leven binnen en was op verschillende vlakken aanwezig. Was er misschien daardoor geen plaats meer voor de mens? Werd deze populaire stijl een onleefbare stijl door het te hard doordrijven van haar ideeën? Is Victor Horta door zijn veelzijdigheid een architect geworden die eerder kunstvoorwerpen maakt om naar te kijken dan in om in te wonen? Of is dit perfectionisme en dit streven naar een totaalkunstwerk een eigenschap van de Art Nouveau periode. Wanneer het huis dan als kunstvoorwerp zou kunnen worden beschouwd en misschien onleefbaarder wordt daardoor, is het dan niet fascinerend hoe weinig er kritiek op deze stijl werd gegeven en hoe geliefd de stijl is?

Het Strandbeest

Om een beter beeld te krijgen hoe een dergelijk huis mensen zou kunnen verleiden of waar deze perfecties dan net liggen, doorlopen we het huis van Horta. We gaan na hoe verregaand deze stijl is doorgetrokken in deze woning in vergelijking met de manier waarop we nu huizen bouwen en ontwerpen. We bekijken alle details en ruimtes om een mening te kunnen vormen over deze leefbaarheid.

Foto 2: Hortamuseum, eetkamer en trappenhuis vanuit de grote hal dat salon vormt

voor de verwarming een reeks vinnen en die de atelier. warmte afsluiting met het personeel Dit van zijn eigeniswoning Deeen hoge graad vangezorgd. afwerking verspreiden en naar boven leidt en onder een zetel personeel had zijn aparte circulatie door een eigen uitkomt en daar in de rug zijn warmte afgeeft en de trappenhal. Buiten deze waren er nog 2 trappenhallen, en samenhang van de verschillendeéénruimten in het gebouw zetel verwarmt. Wanneer de trap dan wordt opgegaan voor de woongedeeltes en één voor het atelier. De merk je dat de figuren op de van muur je naarde boven directe Alles heeft zijn eigen plaats, alles Uit onderzoek over dezijnactiviteiten tot niets bij aa een typisch kenmerk voor zijn stijl. Vandaag stellen lijken te lokken door hun vorm. Ook het kleurenpallet 40 is er voor een reden en er lijkt niets gaat hier van start, de donkere bruinrode kleur met te ontbreken. goudgele afgewerktheid accenten. Dezede donkereaangrenzende bruinrode kleur de woning traphal in van het personeel enis hetze ateliernog is nu niet meer we deze van vraag: buurt van kantoren h Beeldessay (Un)finished? Historical NYin en rond het zuidstation, gaat over in lichtgeel hoe meer we ons naar boven in toegankelijk voor bezoekers van het museum. Maar het gebouw begeven. Alle tinten van stoffen, behang deze 2 trapgangen zijn ook amper merkbaar vanuit de Als we dan de inkomhal willen binnengaan door de voldoende leefbaar voor andere bewoners? op deze kleuren afgestemd. In de je merkt amper de “verborgen” ruimtes op grote deelgemeenten houten deur met smeedijzeren versieringen, Sint-Gillisen meubels en zijnAnderlecht en het woning, westelijk meters. Als he

Het huis

Wanneer je voor de gebouwen staat merk je een duidelijk verschil in de façade, de woning is verfijnd met versieringen en mooi afgewerkt met uitstulpingen en smeedwerk terwijl het atelier een bijna vlakke gevel heeft. Elke overgang van structureel smeedwerk loopt vloeiend in elkaar over en is met meer dan louter functionele redenen vormgegeven.

moeten we de gesmede deurklink die uit de deur lijkt te zijn gegroeid openduwen. De inkomhal wordt verdeeld in een inkomplaats links waar je jassen kan laten weghangen in de vestiaire en de traphal waar je terechtkomt door de volgende grote deuren door te wandelen. Links wordt de vestiaire afgescheiden van de traphal door een dubbele rij deuren waartussen een gang kan ontstaan die ervoor zorgde dat het personeel kon circuleren zonder direct contact met de huisbewoners en gasten. Vanaf het vestiairegedeelte en de gang kan je doorgaan naar de traphal. Daar bevindt zich een zitje naast de verwarming die vanuit de kelders naar de verdieping wordt geleid. Het ontwerp

achterliggende zit- en eetruimte van de 1ste verdieping van het woonhuis is de detaillering van de wanden op elkaar afgestemd en worden de ruimtes verdeeld in een soort van decors. Alles heeft zijn eigen plaats, alles is er voor een reden en er lijkt niets te ontbreken. Er hangt bijvoorbeeld onderaan de tafel een telefoon van waaruit ze met de verschillende kamers in het huis konden communiceren. In de wandkast in de eetkamer is er een doorgeefluik voorzien waardoor het eten doorgegeven kan worden door het personeel. Opnieuw werd ervoor gezorgd dat er minimaal contact was met het personeel. Ook werden er via de gordijnen die voor de deuren werden gehangen, opnieuw voor

omdat je op een tocht door het huis geleid wordt. Van de eetkamer kom je via een korte trap naar de salon vooraan in het huis, die als een ontvangstruimte voor gasten dienst deed. Wanneer Horta zijn intrede vanuit zijn atelier dan deed kon hij op de iets hoger gelegen overloop zijn gasten toespreken. De leuning maakte daar ook een speciale kronkel en een uitstulping waardoor de aandacht er al op gericht werd als een soort van spreekstoel. Vervolgens kan je vanuit de salon naar het atelier door de open trapgang verder te volgen of naar het 2de verdiep waar de slaapkamer en privévertrekken zich bevonden. In de slaapkamer ligt er een tapijten vloerbekleding die de kleuren van de

gelegen industrieterrein, bleek dat al deze gebieden niets meer dan uit elkaar gedreven worden door een groeiend eiland en dat in het h de resultaten v van kantoorgebouwen in de onmiddellijke omgeving van het gekozen om o L e station. z i n g Er is in de loop der jaren een breuk ontstaan tussen de lokale bevolking en de globale van het proble werknemers die elke dag van huis naar het kantoor gefragmenteer 22 pendelen. De kantorenLeozijn zeeren gesloten volumes Van als Broeck Oana Bogdan beschouwen architectuur kantoorgebou Bogdan & Van Broeck ArchitectsHet zijnnietmeestal als een éénmalige interventie, vormgegeven. massieve blokkenmaar vanals een dynamisch beweging tewe proces waarbij naast ruimte vooral tijd weerspiegelendglas. Ze dragen op straatniveau weinigen verandering de opnieuw met essentiële context vormen van een ontwerp. Dit artikel is een 14 korte recensie over de lezing die het duo gegeven hebben op Nu Architecten 19 april in het STUK in Leuven. Foto 1: Voordeur Hortamuseum

4

22


Ik koos er vanaf het begin voor om de unit de mogelijkheid te geven eindeloos te kunnen doorgaan in plaats van er een beoogde constructie of stapeling mee te creëren. Het ontwerp werd dus niet statisch in één basisvorm of stapeling opgevat, maar de grenzen kunnen evengoed weggedacht worden. De vorm lag voor mij in de unit niet in het geheel. Mijn ontwerp is ook zo opgevat dat je alleen op vlak van structuur in het begin van een unit kan spreken maar vanaf de uiteindelijk stapeling is bereikt vormen ze structureel een geheel. Aan de ontwerptafel Dit komt doordat de structuren van de units gedeeld worden wanneer ze gestapeld zijn en zo samen werken. De ontwerpmogelijkheden buiten de limiet van 372 worden zo bijna oneindig in de x-,y- en z-richting. Bij een dergelijk ontwerpproces kunnen we ons enkele vragen stellen. zijn de kwaliteitenvan van een dergelijk ontwerp DeWat mogelijkheid geschakelde en wordt het op de duur niet uniform? Hoe breng je in een oneindige herhaling karakter en wat zijn deunits limieten van de herhaalde schakeling? Ontstaat er zo een staat van constante ‘onafheid’ door deze oneindigheid of moet de unit hier als ‘af ’ beschouwd worden? Bepaalt de unit dan de kwaliteitIs vaneen het geheel? concept (Un)finished?

50

26

Fig 1: unit, Tine Van Loock Fig 2, 3 onder: details, Tine Van Loock

50

Bij het studentenproject ‘372’ waar er een duidelijke opdracht rond schakeling en herhaling is gegeven, kijken we naar de mogelijkheden dat dit biedt. We verdiepen ons in de fascinatie van de architect in wording voor de puzzel als ontwerpstrategie. De limieten en de kwaliteiten van repetitie en schakeling worden onderzocht.

26

De werf 56 Beeldessay: De Vylder: Bermheimbeuk

HoeGeheim ver gaat een concept? Het is een vraag Herbestemming die alle architecten Het van een Succesvolle

Werkplaatsen in of Leuven zich stellen. MoetHal alles9tot_ Centrale in de puntjes worden bepaald gaan de keuzes de gebruikers? de architect erbestemming is eeneerder actueel ennaar uitdagend item in een regio Stopt waar de open ruimte een begrip wordt. Een gebouw dat herbestemd wordt, krijgt een tweede of zelfs een bijschaars de oplevering isthema er al‘(Un)Finished’ nagedachtkunnen overweeen verderalsof leven? derde leven. In het kader vanofhet dit bekijken het gebouw of Dit de structuur telkenshet weerstudentenproject laat ‘afwerken’ tot iets nieuws. zet onsde aan om artikelzichtoont ‘372’Ditenfenomeen probeert nieuwe architectuur zo te ontwerpen dat ze net als herbestemde gebouwen ook flexibel genoeg is vraagstelling beantwoorden: Inwordt hoeverre wordt omvolgende andere functies te herbergen dantewaarvoor ze oorspronkelijk ontworpen. Maar hoe kunnen wij vandaag flexibele structuren ontwerpen die steeds opnieuw af te een visie ook echt gerealiseerd in de realiteit. Het ontwerp werken, in te vullen en te personaliseren zijn, zodat de herbestemming al bijna vervat zit in het oorspronkelijke Dit prangend is niet makkelijk beantwoorden. wordt ookontwerp? vergeleken metontwerpvraagstuk twee projecten: Habitatte67 van Aan de hand van de herbestemming van hal 9 van de Centrale Werkplaatsen in Leuven gaan we en Lavan Maison Médicale van L. Kroll. opM. zoekSafdie naar de criteria een succesvolle herbestemming.

H

Na de oplevering

Waarin schuilt de flexibiliteit van dit gebouw en hoe wordt hier architecturaal mee omgegaan?

62

Het Geheim van een Succesvolle Herbestemming

66 Late at Night

71 COMING UP

62

In het kader van ‘(Un)finished’ kunnen we ‘herbestemming’ bekijken alsof een gebouw zich telkens ‘afwerken’ totop iets bekroondlaat met zadeldaken die rustten een bepaald type spant genoemd nieuws. Dit zet ons aan om nieuwepolonceauspanten, architectuur naar zijn uitvinder waarbijzo het te spant ontdubbeld is in een vakwerkconstructie. ontwerpen dat ze ook flexibel genoeg te Even naisdeom Eersteandere wereldoorlogfuncties waren de Centrale Werkplaatsen aan uitbreiding toe en werd het geheel herbergen dan waarvoor ze oorspronkelijk wordt aangevuld met een nieuwe ontworpen. hal - hal 9 - die in de zuidwestelijke hoek van de site werd opgetrokken. In de Maar hoe wordt dit prangende vraagstuk aangepakt? Aan de nieuwe hal werd een ketelmakerij gevestigd. Wegens de naoorlogse materiaalschaarste hergebruikte men voor de hand van de herbestemming van hal 9 van de Centrale Werkplaatsen in Leuven gaan we op zoek naar de criteria van een succesvolle herbestemming. Waarin schuilt de flexibiliteit van dit gebouw en hoe wordt hier architecturaal mee omgegaan? Figuur 1: Interieurbeeld van hal 9 voor de restauratie.

De Centrale Werkplaatsen zijn gelegen achter het station van Leuven. De rechthoekige site is ongeveer 8 hectare groot. Ze werd in het jaar 1864 tijdens de industriële revolutie opgericht als werkplaats van de toenmalige spoorwegen, later de NMBS. Op de werkplaats werden locomotieven, rijtuigen, wagens,… gebouwd en hersteld. Het geheel van monumentale werkhallen was een ontwerp van Maurice Urban. De hallen zijn opgetrokken in een baksteenarchitectuur met segmentboog- of rondboogmuuropeningen. Ze werden

5


Wie zijn ze,

wat doen ze, waar komen ze vandaan en waar gaan ze naartoe?

H

et is de bedoeling dat er in deze rubriek elke maand een interview aan bod komt met één of meerdere personen die ons een unieke kijk kunnen geven op het thema. Omdat dit ons eerste nummer is, laten we jullie eerst kennis maken met de redactie. We beschreven voor jullie ons afgelegd studietraject.

Ik ben Laura Spelier, 23 jaar en studente 1ste Ma architectuur aan Sint Lucas Brussel. Mijn keuze om architectuur te studeren kwam er na een jaartje op verkenning te gaan bij interieurarchitectuur. Creatief bezig zijn met kleur en vorm heeft me altijd geboeid, maar tijdens dat jaar ontdekte ik dat ik ‘meer’ wilde. De rationele kant van het vak sprak me aanvankelijk meer aan dan de conceptuele dus koos ik ervoor om de eerste drie jaar van mijn opleiding te volgen in Provinciale Hogeschool Limburg in Diepenbeek, een school die bekend staat om haar structurele aanpak. Ik zag de tijd rijp om mijn architecturale visie wat te verruimen ben ik mijn master in Sint Lucas in Brussel gaan volgen. De hoofdstad vormt een sterk contrast met het landelijke Limburg en zorgt constant voor creatieve impulsen en inspiratie. De architectuur en het leven van de stad interesseren me enorm, daarom was de keuze om Urban Architectural Design te gaan volgen snel gemaakt. Een keuze waarvan ik tot op heden geen spijt heb! Tijdens het eerste semester hebben we met de ontwerpstudio Brussel- Zuid onder de loep genomen, een heel interessante en nieuwe ervaring voor mij. In de toekomst wil ik graag verder verkennen wat ‘stadsontwerp’ betekent en beter worden in het lezen van contextueel gebonden problemen en mogelijkheden.

6

Ik ben Maya Bogaert, 21 jaar en studente 1ste Ma architectuur aan Sint Lucas Brussel. Sinds kinds af aan intereseert architectuur me al. Toen ik 9 was, dacht ik dat ik al architectuurplannen kon tekenen, achteraf bleken ze jammer genoeg onuitvoerbaar. In het middelbaar heb ik lang getwijfeld over wat ik wou doen, talen lag me goed, dus leek het voor de leerkrachten een logische keuze. Ik wou iets in de creatieve richting studeren uiteindelijk ben ik voor architectuur gegaan omdat dit voor mij een goede balans is tussen kunst en wetenschap. hoewel ik aanvankelijk een totaal ander beeld had van de richting dan dat ze in werkelijkheid is, heb ik me deze keuze nog geen moment beklaagd. Ik heb in deze richting veel meer geleerd dan enkel architectuur: fotografie, layout, schrijven, schilderen,.. Al deze disciplines komen ook aan bod in deze richting. Het is veel meer dan alleen maar een ontwerp maken en dat uitwerken. Ik volgde in het eerste semester Advanced Architectural Design maar ben sinds dit semester toch overgeschakeld naar Research, Exploration, Architecture Laboratory. Het vrij zijn in onderzoeken wat architectuur nog allemaal kan inhouden boeit mij enorm en verrijkt mij in mijn zoektocht naar wat architectuur betekent.


Ik ben Tine Van Loock, 24 jaar en studente 1ste Ma architectuur aan Sint Lucas Brussel. Als kind vormde de tekenschool voor mij een uitlaatklep. In het secundair onderwijs baseerde ik mijn studiekeuze in het “droge” algemene ASO voor zover mogelijk op mijn zin voor creativiteit. Aan het einde van mijn secundair onderwijs wist ik dat ik interieurvormgeving aan de KHM te Mechelen wou doen. Ik heb er drie super jaren beleefd en een ongelooflijke basis meegekregen op verschillende vlakken. Meubelontwerp, grafisch ontwerp, theaterontwerp, presentatietechnieken en grote basis aan tekenprogramma’s werden ons bijgebracht. Het einde van mijn studie viel samen met het begin van de economische crisis, dit zette me aan het denken over de beperkte jobmogelijkheden die de studie me bood. Hoewel er een grote verscheidenheid aan jobs in de branche bestaat leken de meeste ervan niets voor mij. De keuze om verder te studeren was daarom makkelijk gemaakt. Een fascinatie voor architectuur was reeds lang onderhuids aanwezig maar doordat ik geen wiskundeknobbel was had ik de stap niet eerder gezet. Met al een diploma op zak begon ik met goede moed aan Architectuur. Door eerst interieurvormgeving te studeren heb ik een andere kijk gekregen op verschillende zaken en gaat het me gelukkig allemaal vlot af. Ik omschrijf mezelf als een visueel ingestelde perfectioniste met een gezonde zin voor creatieve uitdagingen. Na enkele jaren ontwerpervaring kan ik mijn ontwerpmethode kenmerken door twee factoren: Ik werk enerzijds graag geometrisch en anderzijds heb ik een fascinatie voor het organische. In de Advanced Architectural Design kan ik me volledig uitleven op beide vlakken en ik hoop dit in de toekomst succesvol voort te zetten.

GESPREK Volgende maand: Gesprek met Peter Zumthor

Foto’s: 1ste: http://www.blueprintmagazine.co.uk/index.php/architecture/peter-zumthor-newwork-and-old-habits/, (laatst geconsulteerd op 10-06-2012) 2de: http://lucept.com/2012/05/31/peter-zumthor/, (laatst geconsulteerd op: 09-062012) 3de: http://www.archdaily.com/13358/the-therme-vals/, (laatst geconsulteerd op: 09-06-2012)

7


I N T E R F L O W

Station Brussel Zuid

Designers: Esther Scheyltjens en Laura Spelier

Ci

ty

TAG

ce

nt

re

PEN ON

Anderlecht

PEN TAG ON

Saint - Gilles

I

PE

A NT

GO

N

n het kader van de Urban Explorative Architectural Designstudio van de eerste master is BrusselZuid het eerste semester van dit jaar stevig onder de loep genomen. Met een kritische blik hebben we onderzocht welke fysieke en sociale grenzen er bestaan en hoe we deze al dan niet kunnen opheffen om tot een beter gemeenschapsleven te komen. Het voorgaande onderzoek en het project dat we vervolgens hebben ontworpen wordt in dit artikel uitgelegd. Daarna volgt een reflectie in verband met het thema (Un)Finished over de ‘afgewerktheid’, de flexibiliteit en het verdere leven van dit project.

Uit onderzoek over de activiteiten van de directe buurt in en rond het zuidstation, de aangrenzende deelgemeenten Sint-Gillis en Anderlecht en het westelijk gelegen industrieterrein, bleek dat al deze gebieden uit elkaar gedreven worden door een groeiend eiland van kantoorgebouwen in de onmiddellijke omgeving van het station. Er is in de loop der jaren een breuk ontstaan tussen de lokale bevolking en de globale werknemers die elke dag van huis naar het kantoor pendelen. De kantoren zijn als zeer gesloten volumes vormgegeven. Het zijn meestal massieve blokken van weerspiegelendglas. Ze dragen op straatniveau weinig

8

tot niets bij aan het stadsleven. Daardoor is de zone van kantoren herleid tot geconsumeerde vierkante meters. Als het zo verder gaat, is deze plek binnenkort niets meer dan een dode zone, een niemandsland en dat in het hart van de Zuid-wijk. Omwille van de resultaten van dit onderzoek hebben we ervoor gekozen om ons project te situeren in het centrum van het probleemgebied, het knooppunt van alle gefragmenteerde zones, midden in het eiland van kantoorgebouwen. Zo willen we een epicentrische beweging teweeg brengen die zoveel mogelijk partijen opnieuw met elkaar in contact brengt en de met de jaren


Sfeerbeeld van de Zuid markt met de pensioentoren. <Foto: Laura Spelier>

De Zuid markt is een flomboyant multicultureel gebeuren dat belichaamt het doel van het project is. gegroeide grenzen kan doen vervagen. Concreet ligt de locatie van het project onder de spoorlijnen aan het Europaplein, waar de oude, reeds lang ongebruikte gebouwen van de post liggen. Deze gebouwen zijn omringd door het Europaplein aan de kant van Anderlecht en door een parking aan de kant van Sint-Gillis. Momenteel wordt deze open ruimte alleen zondagochtend benut door de Zuid-markt, een flamboyant multicultureel gebeuren dat belichaamt wat we met het project willen bereiken.Voor de rest van de week is het terrein verlaten omdat er niets aan grenst wat de ruimte gebruikt: er zijn geen winkeletalages waarlangs gekuierd wordt of geen terrasjes van cafés die zich de ruimte toe-eigenen. Hierdoor voelt niemand zich verantwoordelijk voor wat er met de plaats gebeurt. In onze ogen kan de situatie enkel verbeteren: op voorwaarde dat de Zuid-markt een plek krijgt in het nieuwe project nemen we van niets of niemand iets af want er gebeurt toch niets goeds op dit moment.

We hebben een multifunctioneel totaalproject ontworpen dat een oppervlakte van ongeveer 10 000 m2 beslaat, de oppervlakte van de bestaande gebouwen van de post. Het project wil een gentrificatie - een opwaardering op sociaal, cultureel en economisch gebied - teweegbrengen in deze verwaarloosde buurt van Brussel waar enerzijds kantoren van pendelende werknemers als paddenstoelen uit de grond schieten en waar anderzijds de lokale bevolking onderkend en weggedrukt wordt. Het ontwerp kreeg de naam ‘Interflow’ als symbool voor de osmose tussen verschillende op dit moment op zichzelf staande partijen, die samen een plek krijgen waar ontmoeting en interactie opnieuw mogelijk wordt. Het programma van het project is heel multifunctioneel. Het omvat naast commerciële ruimtes zoals winkels, cafeetjes, restaurants, hotels… ook sociale en culturele plekken: een theaterzaal, een bibliotheek, een fitnessruimte, een discotheek, maar ook een workshopruimte met cafetaria geïnspireerd op Recycl’art. Dit is een buurtcentrum gelegen onder de sporen aan het station van Kapellekerk, tussen Het Zuid station en het Centraal station.

Buurtcentrum Recycl’art te Kapellekerk <www.recyclart.be>

Ontwerpstrategie: perforeren, opeisen en multifunctioneel invullen

CONNECTIE tussen St-Gilles en Anderlecht Gebouwen OPENEN naar de pleinen Gesloten gebouwen PERFOREREN De ruimte OPEISEN d.m.v. functies

SOCIO-CULTURELE AS voor zowel de lokale bevolking als de globale werknemers

9


Het concept van Interflow is gebaseerd op de al reeds aangehaalde problematiek van zeer gesloten kantoorgebouwen, welke wij zien als introverte bunkers, en de grote ongebruikte open ruimte, het Europaplein. Door de open ruimte door de bunkers te laten vloeien en de twee uitersten horizontaal en verticaal met elkaar te vermengen en in balans te brengen, willen we een landschapsstructuur creëren, die is ingebed in het stedelijk weefsel. Deze langgerekte structuur vertrekt in het Zuid-station en geeft de richting aan van het centrum, een belangrijke oriëntatie die in de huidige stationshal ontbreekt. Treinreizigers kunnen reeds in het station de landschapsstructuur betreden en vinden zo gemakkelijker hun weg naar het centrum van de stad. Het ontwerp van de structuur tracht de dynamiek van de plek te benadrukken. Zo werden er gaten voorzien in de dakstructuur waar de treinsporen liggen zodat er niet alleen licht valt in de donkere ruimte onder de sporen maar zodat de treinen ook op straatniveau voelbaar worden. Op sommige plaatsen liggen pleinen lager dan het straatniveau, bereikbaar met trappen en hellende vlakken. Hierdoor worden zichten breder en oriëntatie gemakkelijker. De lager gelegen pleinen geven diepte aan de eerder horizontale structuur. De verschillende functies van het programma werden in de structuur geordend door hun snelheid van activiteit: dichterbij het station hebben commerciële activiteiten en ruimte voor openbaar vervoer – de tram, een auto- en fietsenparking met fietsatelier – de bovenhand, verder weg richting centrum liggen de meer cultureel getinte functies waar men doorgaans langer verblijft

Op de foto is een beeld van de maquette te zien waarvan de dakstructuur waar de treinen op rijden is weggehaald. Onderaan zie je de stationshal. De nieuwe witte structuur sluit aan op de bestaande stationshal en leidt bezoekers richting centrum Brussel. Het lager gelegen plein rechtsonderaan wordt van buiten naar binnen doorgetrokken. De tram - op het model aangegevn met een smalle grijsbruine strook - heeft aan het buitengedeelte van dit lager gelegen plein een halte. De tram rijdt letterlijk door de structuur van straatniveau naar het lager gelegen plein waar de hij vervolgens onder een volume met zicht op het plein verdwijnt. Hierin bevind zich een openbare werkruimte met bibliotheek. In het gedeelte dat omringt wordt door de tramlijn vinden we onder andere vooraan op de foto een driehoekige blok met winkel- en eetpanden, achteraan rechts een fitnessruimte met cafetaria en een dubbelhoge sportzaal die ‘s avonds tot dancng kan worden omgevormd, uiterst links ligt een jeugdhotel met op de straatlaag een restaurant en uiterst recht ligt het fietsatelier dat gelinkt is met een fietsenparking op niveau -1. Het gedeelte achter de tram is meer cultureel getint en herbergt onder andere een theaterzaal en een workshopruimte. 10


11


Na afloop van het ontwerpproces dringt zich in het kader van het thema (Un)finished een reflectie op over het verdere leven en de ‘afgewerktheid’ van het project. Enerzijds kunnen we ons afvragen hoe dit project zijn omgeving zal beïnvloeden en vice versa. Anderzijds kunnen we vragen stellen over de flexibiliteit van plan en programma. Kan de gebruiker deze twee componenten genoeg naar zijn hand zetten wanneer het oorspronkelijke niet meer aan de vraag voldoet? Op welke manier bieden wij hier als ontwerpers een antwoord?

Een flexibel plan en programma zijn zeer belangrijk om een lange levensduur voor een project te garanderen. Deze flexibiliteit mag echter niet te vrijblijvend zijn, anders zal de gebruiker zich verloren voelen. De grote structuur moet een houvast bieden aan veranderende noden en tegelijk genoeg ruimte laten voor interpretatie. In Interflow is de grote structuur, de houvast met andere woorden, de langs de verschillende cellen vloeiende buitenruimte.Door te werken met lichten en zichten krijgt de buitenruimte vorm en dynamiek en maakt ze haar omgeving leesbaar. Zo werd er door perspectivische vormgeving en bovenlichten een sterke oriëntatie vanuit de centrale stations- gang naar het centrum van de stad gecreëerd. De ‘cellen’ waarlangs de buitenruimte vloeit, belichamen de flexibiliteit. Ze werden ook met behulp van licht en zicht vormgegeven. Op die manier hebben

12


ze elk een andere dynamiek en sfeer welke zich elk voor verschillende doeleinden leent. Belangrijk is dat tijdens één leven van het project, een ruimte meerdere functies voor verschillende gebruikers kan omvatten zodat de het project de hele dag door leeft. Zo kan de dubbelhoge sportzaal ’s avonds getransformeerd worden tot een dancing. Door multifunctionaliteit al in de afzonderlijke ruimtes zelf te verwerken is er hopelijk minder snel nood om het programma bij te sturen en te herwerken. Wat de materiële afwerking van de cellen betreft kan er specifiek naar elke cel gekeken worden. Zo zou elke gebruikersgroep zelf een (aparte) ontwerper kunnen aangespreken om zijn bepaalde cel te personaliseren. Op die manier kan de gebruiker zich meer identificeren met ‘zijn’ cel en ontstaat er een groter verantwoordelijkheidsgevoel. Wanneer een bepaalde cel niet meer voldoet kan enkel deze cel hernieuwd worden, waardoor er dus een grote flexibiliteit in het project zit. Als masterstudenten van de Urban Explorative Architectural Designstudio hebben we gefocust op de grote lijnen, de verschillende zichten en lichten en de dynamiek van het geheel. Voor het ontwerp van elke cel hebben we een aanzet gedaan welke nog verder moet worden uitgewerkt.

Door het ontwerp te baseren op diepgaand onderzoek van de omgeving is het beter ingebed in de topografische en de sociale context waardoor de slaagkans van het project verhoogt.

Hoe de omgeving het project zal beïnvloeden en vice versa, hoe het zal gebruikt worden, hoe het zal ‘leven’ kunnen we alleen veronderstellen. We hopen dat het zo zal zijn als wij het oorspronkelijk voor ogen hadden maar de enige juiste manier om deze vraag te beantwoorden is om bijvoorbeeld 10 jaar na de oplevering te gaan kijken hoe het project door zijn omgeving is opgenomen en er opnieuw een studie over te maken. Onze veronderstellingen van vandaag zijn echter wel gebaseerd op diepgaand onderzoek van de omgeving. Door het ontwerp van Interflow hierop te baseren hebben we getracht het op een juiste manier in te bedden in de topografische en de sociale context. We kunnen besluiten dat de ‘afgewerktheid’ van het Interflow bepaald wordt door de grote structuur of de houvast, door de volledigheid van het programma, door het initiatief van de gebruikers, door de inplanting in het stedelijk weefsel en door de tijd die moet uitwijzen of het project slaagt in zijn opzet. De grote structuur hebben we zo afgewerkt mogelijk ontworpen omdat het een houvast moet bieden aan het programma. Het programma omvat vele facetten en is in die zin omvattend genoeg om ‘afgewerkt’ door het leven te gaan, al kan het indien nodig worden aangepast. Anderzijds hopen we dat door het initiatief van de gebruikers de cellen van het project nooit ‘afgewerkt’ zullen zijn, maar steeds in evolutie, steeds opnieuw toegeëigend door zijn veranderende gebruiker. Hierdoor en door de specifieke inbedding van het project in het stedelijk weefsel zal het project hopelijk een lange levensduur kennen. // Laura Spelier

13


O

p 9 mei werd ‘NU architectuuratelier’ uitgenodigd in de BOZAR om er een NICHE-lezing te geven over hun werk en ArchiBRIL was erbij. ‘NU architectuuratelier’ is een jong architectenbureau komende uit Gent. Het team bestaat uit Armand Eeckels en Halewijn Lievens. Ze werken nu en dan samen met externen. Vooral de C-Mine expeditie kwam op de lezing uitgebreid aan bod. Eeckels en Lievens hadden elk een tekst uitgekozen die aansloot bij hun ontwerpvisie. Vooral het tijdselement primeerde. Materialiteit en tactiliteit zijn twee belangrijke uitgangspunten in hun architectuur. Ze houden ervan zelf dingen te bouwen en zijn vaak aangenaam verrast door de interessante tussenfases die ze daarbij ontdekten. Tijdens het maken van de epoxystenen voor de gevel van Sint Lukas, in de Zwarte Zusterstraat in Gent, vonden de twee architecten het drogen van de hars erg boeiend. Het was een zeer traag proces want de epoxy moest laag per laag drogen. Eeckels en Lievens bewaarden het beeld en gebruikten het bij een latere opdracht opnieuw als input. Dat ‘maken’ is iets zeer typerends voor ‘NU architectuuratelier’. Vele architectenbureau’s stoppen na het ontwerpproces tot de werf begint. Dit bureau vult die leegte in door te experimenteren met materiaal in hun eigen atelier. Ze maken niet alleen stalen en prototypes voor hun eigen projecten maar doen dit ook in samenwerking met externe bureau’s.1 Maar vooral hun specifieke aanpak voor de C-mine is boeiend binnen het thema van dit tijdschrift. De C-mine site in Genk bevindt zich op de fundamenten van de mijn van Winterslag.2 Enkele jaren geleden werd er een wedstrijdvraag geschreven om in de oude ventilattietunnels een toeristische attractie te ontwerpen die tot 100.000 bezoekers per jaar zou aantrekken.3 ‘NU architectuuratelier ‘beantwoordde deze ontwerpvraag met een heuse ontdekkingstocht doorheen de tunnels. Ze wilden meer zijn dan gewoon een historisch museum en zorgde voor een

14

zintuigelijk belevingsparcours als meerwaarde. Ook hebben ze de tunnels uitgebreid om zo een langer parcours te creëren. Eeckels en Lievens hebben hun eigen visie op herbestemming: ze willen de oude mijnsite doen herleven door hem terug in zijn natuurlijke context te plaatsen.4 De herbestemming werkt want ze gebruiken dezelfde functionele taal en plaatsen de constructie in de kijker door subtiele toevoegingen. Ook al is de functie gewijzigd en de site hervormd, je voelt de oorspronkelijke waarde van de mijnsite nog altijd aan. Het was zeker een verrijkende lezing en we raden al onze lezers aan de C-Mine eens te bezoeken. // Maya Bogaert

Bronnen 1 PIETERS, D., “NU architectuuratelier”, http://www.bozar.be/dbfiles/webfile/201205/webfile119465.pdf, (laatst geconsulteerd op: 20-05-2012). 2

“C-Mine”, http://www.c-mine.be/, (laatst geconsulteerd op: 20-05-2012).

3

CONTESSE, A., “NU architectuuratelier C-Mine Expeditie”, http://www.bozar.be/

dbfiles/webfile/201205/webfile119465.pdf, (laatst geconsulteerd op: 20-05-2012). 4

CONTESSE, A., “NU architectuuratelier C-Mine Expeditie”, http://www.bozar.be/

dbfiles/webfile/201205/webfile119465.pdf, (laatst geconsulteerd op: 20-05-2012). Foto

“NU architectuuratelier”, http://www.nu-web.be/, (laatst geconsulteerd op:

7-06-2012).

Fig 1: Inplantingsplan


LEZING

15


Het perfecte plaat(s)je

W

e nemen eens een kijkje bij een woning van de hand van Victor Horta, bekend door zijn vele gebouwen en ontwerpen in Brussel in de Art Nouveau stijl. We bekijken specifiek zijn woning en atelier in de Amerikaansestraat 23-25 te Sint Gillis. Deze woning dateert van 1898 wanneer de bouwvergunning werd aangevraagd en toegekend. Vanaf dan werd het tot in detail uitgewerkt en ontworpen over verschillende jaren. Tot 1911 bleven er veranderingen en uitbreidingen aan het huis plaatsvinden1. Het huis en het atelier zijn nu tot een museum gemaakt. Art Nouveau zelf had steeds als uitgangspunt om de leefomgeving aangenamer te maken op meerdere vlakken. Het samengaan van architectuur, interieur, exterieur, kunst, ambacht en het functionele er steeds aan gekoppeld. Dit zien we in deze woning van Horta ook terugkomen, de meubels en gebruiksvoorwerpen zijn specifiek voor dit huis ontworpen en vullen elkaar aan. Victor Horta ontwierp vaak woningen voor de rijkere klasse waar hij veel vrijheid van ontwerpen kreeg en voor zijn eigen woonst kon hij dit nog verder doordrijven. Deze eigen stijl kroop op alle vlakken het dagelijkse leven binnen en was op verschillende vlakken aanwezig. Was er misschien daardoor geen plaats meer voor de mens? Werd deze populaire stijl een onleefbare stijl door het te hard doordrijven van haar ideeĂŤn? Is Victor Horta door zijn veelzijdigheid een architect geworden die eerder kunstvoorwerpen maakt om naar te kijken dan in om in te wonen? Of is dit perfectionisme en dit streven naar een totaalkunstwerk een eigenschap van de Art Nouveau periode. Wanneer het huis dan als kunstvoorwerp zou kunnen worden beschouwd en misschien onleefbaarder wordt daardoor, is het dan niet fascinerend hoe weinig er kritiek op deze stijl werd gegeven en hoe geliefd de stijl is?

Om een beter beeld te krijgen hoe een dergelijk huis mensen zou kunnen verleiden of waar deze perfecties dan net liggen, doorlopen we het huis van Horta. We gaan na hoe verregaand deze stijl is doorgetrokken in deze woning in vergelijking met de manier waarop we nu huizen bouwen en ontwerpen. We bekijken alle details en ruimtes om een mening te kunnen vormen over deze leefbaarheid.

Het huis Wanneer je voor de gebouwen staat merk je een duidelijk verschil in de façade, de woning is verfijnd met versieringen en mooi afgewerkt met uitstulpingen en smeedwerk terwijl het atelier een bijna vlakke gevel heeft. Elke overgang van structureel smeedwerk loopt vloeiend in elkaar over en is met meer dan louter functionele redenen vormgegeven. Als we dan de inkomhal willen binnengaan door de grote houten deur met smeedijzeren versieringen, moeten we de gesmede deurklink die uit de deur lijkt te zijn gegroeid openduwen. De inkomhal wordt verdeeld in een inkomplaats links waar je jassen kan laten weghangen in de vestiaire en de traphal waar je terechtkomt door de volgende grote deuren door te wandelen. Links wordt de vestiaire afgescheiden van de traphal door een dubbele rij deuren waartussen een gang kan ontstaan die ervoor zorgde dat het personeel kon circuleren zonder direct contact met de huisbewoners en gasten. Vanaf het vestiairegedeelte en de gang kan je doorgaan naar de traphal. Daar bevindt zich een zitje naast de verwarming die vanuit de kelders naar de verdieping wordt geleid. Het ontwerp

Foto 1: Voordeur Hortamuseum


Foto 2: Hortamuseum, eetkamer en trappenhuis vanuit de grote hal dat salon vormt

voor de verwarming is een reeks vinnen die de warmte verspreiden en naar boven leidt en onder een zetel uitkomt en daar in de rug zijn warmte afgeeft en de zetel verwarmt. Wanneer de trap dan wordt opgegaan merk je dat de figuren op de muur je naar boven lijken te lokken door hun vorm. Ook het kleurenpallet gaat hier van start, de donkere bruinrode kleur met goudgele accenten. Deze donkere bruinrode kleur gaat over in lichtgeel hoe meer we ons naar boven in het gebouw begeven. Alle tinten van stoffen, behang en meubels zijn op deze kleuren afgestemd. In de achterliggende zit- en eetruimte van de 1ste verdieping van het woonhuis is de detaillering van de wanden op elkaar afgestemd en worden de ruimtes verdeeld in een soort van decors. Alles heeft zijn eigen plaats, alles is er voor een reden en er lijkt niets te ontbreken. Er hangt bijvoorbeeld onderaan de tafel een telefoon van waaruit ze met de verschillende kamers in het huis konden communiceren. In de wandkast in de eetkamer is er een doorgeefluik voorzien waardoor het eten doorgegeven kan worden door het personeel. Opnieuw werd ervoor gezorgd dat er minimaal contact was met het personeel. Ook werden er via de gordijnen die voor de deuren werden gehangen, opnieuw voor

een afsluiting met het personeel gezorgd. Dit personeel had zijn aparte circulatie door een eigen trappenhal. Buiten deze waren er nog 2 trappenhallen, één voor de woongedeeltes en één voor het atelier. De Alles heeft zijn eigen plaats, alles is er voor een reden en er lijkt niets te ontbreken. traphal van het personeel en het atelier is nu niet meer toegankelijk voor bezoekers van het museum. Maar deze 2 trapgangen zijn ook amper merkbaar vanuit de woning, je merkt amper de “verborgen” ruimtes op omdat je op een tocht door het huis geleid wordt. Van de eetkamer kom je via een korte trap naar de salon vooraan in het huis, die als een ontvangstruimte voor gasten dienst deed. Wanneer Horta zijn intrede vanuit zijn atelier dan deed kon hij op de iets hoger gelegen overloop zijn gasten toespreken. De leuning maakte daar ook een speciale kronkel en een uitstulping waardoor de aandacht er al op gericht werd als een soort van spreekstoel. Vervolgens kan je vanuit de salon naar het atelier door de open trapgang verder te volgen of naar het 2de verdiep waar de slaapkamer en privévertrekken zich bevonden. In de slaapkamer ligt er een tapijten vloerbekleding die de kleuren van de

17


muren opnieuw benaderd en de kasten zijn allen uit hout vervaardigd en mooi afgewerkt met sleutelgaten in de vorm van een soort van oorschelp. Ook elke deurklink is gedetailleerd en verschilt naargelang de belangrijkheid die de deur heeft. Ernaast ligt de dressing en de badkamer en aan de voorzijde van Via deze lichtkoepel boven de traphal wordt het licht alle verdiepingen van het gebouw binnengeleid. het huis ligt het damesvertrek en salon. Wanneer je dan de trap volgt naar de laatste verdieping bevind je je net onder de lichtkoepel. De aangrenzende wanden van de lichtkoepel zijn aan twee zijden bekleed met spiegels in bijpassende vormen die de ruimte vergroten en de accenten en tekeningen op de muren tot in het oneindige dupliceren. Via de lichtkoepel boven de traphal wordt het licht alle verdiepingen van het gebouw binnengeleid. Op deze manier bracht Victor Horta een ruimtegevoel en een openheid in zijn gebouwen. In die tijd was de mentaliteit ook om de huizen zo open en vrij mogelijk te maken zodat de werkman naar huis gelokt zou worden en niet op cafĂŠ zou blijven hangen. Op deze laatste verdieping bevonden zich de vertrekken van de dochter en een soort van kleine serre. In het huidige museum zijn

Foto 3: Sculptuur deur

er vele zaken toegevoegd die niet noodzakelijk in art nouveau stijl zijn ontworpen en zelf oorspronkelijk niet bij het gebouw horen. Horta woonde tot 1915 in het huis en verhuisde in 1919 na zijn terugkeer uit Engeland naar de Louizalaan en verkocht het huis.2 Foto 4: Trappenhal

18


Foto 5 en 6: Doorsnedes Hortahuis

Besluit

Maar als punt van kritiek kan dus deze verbondenheid en algemene afgewerktheid gebruikt worden, er is namelijk geen ruimte meer voor eigen invulling, het huis is te perfect afgewerkt. Alle details werden ingevuld en zijn op elkaar ingespeeld. Het is dus wel degelijk een architectuur voor even want als mens leef je in een kunstvoorwerp waar je niets aan kan veranderen. Er is geen ruimte meer om in te richten, aan te passen, uit te breiden of te groeien. Het kleurenpalet is zo op elkaar ingespeeld en bedoeld om af te zijn dat een extra kleur niet zou passen in het geheel. Wanneer iets vervangen moet worden kan dit ook niet zomaar een standaardproduct zijn en een andere vormgeving is niet steeds gepast. Het is een allesbepalende architectuur geworden in dit huis. Het werd voor Victor Horta en zijn gezin moeilijk om te leven in hun eigen huis, werd me verteld door de gids van het museum. Het gezin bleek dus zelf de gevolgen te voelen van de keuzes van Horta. Ze konden niet makkelijk iets veranderen zonder grote ingrepen te doen en dit bleek voor hun ook een probleem te zijn. Daar tegenover staat dat deze stijl nog steeds veel volk trekt, we moesten zelf elke keer we het museum bezochten aanschuiven. De stijl van het huis wordt vaak als mooi omschreven losstaand van de andere eigenschappen die het bezit. De schoonheid wordt net gezien in deze volmaaktheid van bij elkaar passende materialen, vormen, kleuren en de speling van het licht doorheen het huis. Dit komt misschien ook door deze perfectie maar vooral door het statische van dit

complete plaatje. De architectuur moet hierbij dus inderdaad eerder gezien worden als kunstvorm om naar te kijken, dan als een woning om in te leven.// Tine Van Loock

Foto 7: Detail

Bronnen 1+2 Het Hortamuseum, http://www.hortamuseum.be/main.php?lang=nl&part=maison &page=histoire, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012) -Het Hortamuseum, http://www.hortamuseum.be/main.php?lang=nl&part=horta&p age=artnouveau, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012) -Het Hortamuseum, Amerikaansestraat 23-25, 1060 Sint-Gillis Fotoâ&#x20AC;&#x2122;s Foto 1: http://www.bluffton.edu/~sullivanm/belgium/brussels/hortahouse/horta.html, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012) Foto 2: Foto Ch. Bastin & J. Evrard Š MBHG, http://www.irismonument.be/nl.1060. Amerikastraat.23.html, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012) Foto 3: http://www.take-a-trip.eu/nl/brussel/fotos/foto-bezienswaardigheid/2521/, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012) Foto 4: http://nl.lindemanswine.be/3/verborgen-juweeltjes/gem/10089/victor-horta-artnouveau-in-brussel, (laatst geconsulteerd op 02-05-2012) Foto 5 en 6: http://www.hortamuseum.be/main.php?lang=nl&part=maison&page=v isite, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012) Foto 7: http://www.bluffton.edu/~sullivanm/belgium/brussels/hortahouse/horta.html, (laatst geconsulteerd op 10-06-2012)

19


STRANDBEESTJES

20


W

ie ze nog niet is tegengekomen tijdens een wandeling over het strand van Scheveningen zal zich een hoedje verschieten wanneer ze oog in oog met één komen te staan. De strandbeesten van Theo Jansen zijn behoorlijk indrukwekkend om te zien. Het zijn grote constructies uit gele plastieken buisjes die met elkaar verbonden zijn. Door middel van zeilen en de wind zich kunnen verplaatsen. Ze kunnen zichzijdelings, schuifelend, stappend of rollend verplaatsen, de mogelijkheden zijn eindeloos. Ze hebben allemaal een andere constructie maar door de bijzondere manier waarop ze zijn opgebouwd zien ze er toch uit als één familie. In 1990 startte het hele proces, Jansen wou nieuwe vormen van “leven” ontwikkelen waarom inspireerde hij zich op levende beesten en zo zijn de strandbeesten ook opgebouwd. Hij vergelijkt onderdelen met de maag, spieren, hersenen en dergelijke. Dit resulteerde in skeletten die door de wind leefden en zoals aangegeven wordt op website “they don’t have to eat”. De constructie ervan zit telkens zeer mooi in elkaar en je zou kunnen twijfelen of er echt niemand ze vooruit trekt. Het hele concept van eeuwig leven die deze beesten kunnen hebben, maakt ze ook zo bijzonder. Zijn doel was om de beesten zeer sterk te maken zodat ze opgewassen waren tegen de natuurkrachten en ze uiteindelijk op stranden te kunnen plaatsen in kuddes waar ze hun eigen leven konden leiden.// Tine Van Loock

Bronnen -”strandbeest”, http://www.strandbeest.com/, (laatst geconsulteerd op: 08-06-2012) -”strandbeest”, http://www.strandbeest.com/beests_storage.php, (laatst geconsulteerd op: 08-06-2012) Foto: http://designblog.rietveldacademie.nl/?tag=strandbeest, (laatst geconsulteerd op: 09-06-2012)

21


A

ls architect gaat men vaak naar lezingen om een insteek te krijgen van andere bureaus. Wat is hun visie over architectuur? Als redactie zijn we op 19 april naar de lezing van Bogdan & Van Broeck Architects gaan luisteren in het STUK in Leuven. De titel van hun lezing was ‘Verdichting en hergebruik’. Volgens de korte inhoud beschouwen Leo Van Broeck en Oana Bogdan architectuur niet als een éénmalige interventie, maar als een dynamisch proces waarbij, naast ruimte, vooral tijd en verandering de essentiële context vormen van een ontwerp.1 Dit sluit zeer mooi aan bij het thema van dit tijdschrift. Bogdan en Van Broeck zijn twee architecten van diverse achtergrond; zij komt uit Roemenië, hij uit België. Toch delen ze beiden dezelfde visie: ‘de aarde is niet van ons, wij behoren tot de aarde’. Bogdan en Van Broeck zijn van mening dat de politiekers dit onpopulaire verhaal niet willen vertellen en dat het net daarom nog belangrijker is voor architecten en stedenbouwkundingen om dit besef om te zetten in sterke projecten die hiermee wél omgaan. Ze beweren dat “het onze ecologische taak is om mensen van hogere densiteiten te overtuigen.” “We hebben micro eco-systemen nodig, op die manier blijven er toch op nog enkele plaatsen groen over.” Hun bureau is gevestigd in Brussel: “Ergens in de vijfhoek tussen het Noord-station en de KVS”. Al in de inrichting van hun bureau komt hergebruik terug. Er liggen oude tapijten op de vloer, meer voor de gezelligheid dan voor de akoestiek, en er hangen oude kroonluchters. Ook gebruiken ze hun kantoorruimte niet alleen voor te werken, ze houden er ook soms concerten en catwalks. Dit toont hoe één ruimte duidelijk meerdere doeleinden kan hebben. Intuïtie is een zeer belangrijk onderdeel van hun filosofie. Ze zoomen uit, denken globaal maar handelen lokaal. Ze hebben hun hoofd in de wolken. Je kan mensen niet altijd overtuigen maar hun wel doen denken. Een zeer belangrijk beeld voor Bogdan & Van Broeck is dat van bunker 599 in Nederland, ontworpen door Rietveld Landscape.

22


LEZING

23


24


Het toont de essentie van ontwerpen. De meesten zullen ervoor kiezen de bunker af te breken of om er een pad omheen te maken. Maar de kracht zit voor hen net in geen van die twee te kiezen maar er een pad door te snijden. Je ziet nu de binnenkant van de bunker. Het overwinnen van de oorlog wordt voor hen gesymboliseerd in dit pad naar het water. Bij intuïtie hoort ook het inspirerend citaat van Richard Buckminster Fuller: “When I’m working on a problem, I never think about beauty. I think only how to solve the problem. But when I have finished, if the solution is not beautiful, I know it is wrong.” Volgens Bogdan en Van Broeck denken teveel architecten dat een project altijd hetzelfde zal blijven, maar dit is volgens hun verkeerd. Het is een lang proces dat begint met het ontwerpen. Architectuur is dus ‘(Un)finished’. We moeten ook een blik werpen op de geschiedenis. In de laatste eeuw zijn er zoveel mensen op aarde bijgekomen, waaronder in de steden. Dit heeft een zeer grote impact op het beroep van architect. Ten slotte eindigden Bogdan en Van Broeck hun lezing met een korte blik op enkele van hun projecten. Hun laatste project, aan de zuidhaven in Brussel kwam uitgebreid aan bod. Ze maken van een oude maalderij aan de Demetskaai een nieuwe plaats voor economische en culturele activiteiten. Er is plek voor kmo’s, workshops en tentoonstellingen. Ze densifiëren een oud delicaat gebouw, verbinden alle lagen van de stad en verbeteren de kwaliteit. Op het dak van het gebouw komt er een kleine stadstuin met een zicht over de hele stad. Bogdan en Van Broeck hebben een zeer aansluitende visie bij dit tijdschrift, we raden dan ook al onze lezers aan eens op hun website een kijkje te nemen naar hun projecten. // Maya Bogaert Bronnen 1

‘Verdichting en hergebruik, Bogdan & Van Broeck Architects’, http://www.stuk.

be/nl/lezing/detail/59614, (laatst geconsulteerd op 21/4/2012) Grote foto’s: ‘Bogdan & Van Broeck Architects’, http://www.bvbarchitects.com Foto’s Bunker: Maya Bogaert, 22 september 2011 Foto Zuidhaven: ‘Bogdan & Van Broeck Architects’, http://www.bvbarchitects.com

25


O

IS EEN

p de ontwerptafel vindt het creatieve proces van de architect plaats. Er wordt een visie gecreëerd in de hoop deze te kunnen realiseren. Er gaan veel gedachten naar het verhaal, materiaalkeuze, vormgeving,... Maar in hoeverre wordt het concept bepaald? Wanneer stopt het proces: moet alles tot in de puntjes worden bepaald of laat de architect de keuzes over aan zijn gebruikers? Denkt de architect al na over de verdere loop van het project? Of zit de kracht in het loslaten eens gerealiseerd? Met andere woorden: Is een concept (Un)Finished? Actuele thema’s zijn voortdurend als input aanwezig. Zo ook de steeds sneller veranderende wereld. De wereldbevolking neemt in een recordtempo toe en individualisering staat centraal. Architectuur moet zich bewijzen in deze context. Flexibel ontwerpen is daarbij een zeer actueel begrip. Hoe gaat de architect er mee om dat zijn project moet kunnen meegroeien met de steeds snellere veranderende noden van de mens? Bij het ontwerp 372 kijken we hoe 9 basisunits op verschillende wijzen worden ingevuld afhankelijk van de behoeften van de gebruikers. Dit artikel zal eerst kort het concept schetsen en daarna verder een antwoord formuleren op de vraagstelling in hoeverre een visie ook echt gerealiseerd wordt in de realiteit. Het ontwerp 372 wordt ook vergeleken met Habitat 67 van Moshe Safdie en La Maison Médicale van Lucien Kroll. Deze twee architecten gaan op een totaal andere manier om met de vrijheid van de gebruikers in hun ontwerp.Dit artikel hoopt een kritische zelfreflectie op te roepen over een studentenproject. In hoeverre klopt het eindresultaat met de oorspronkelijke intenties?

CONCEPT

(un)FINISHED?

Fig 1: Inplantingsplan

26


Voor de atelieropdracht van de eerste master Advanced Architectural Design werd er gevraagd om 372 ruimtelijke eenheden (units) samen tot één gebouw te koppelen. Er moest een zekere complexiteit inzitten, de context en functionele invulling was vrij te kiezen. Belangrijk was de relatie van unit tegenover geheel en geheel tegenover unit. Er is voor gekozen om een stad te creëren op een eiland in Vancouver recht tegenover het silhouet van de bestaande stad. Zo ontstaat er een spanning tussen de gegroeide en geplande stad. Het concept begint bij een beeld met simpele geometrische vormen waar de onderscheiding tussen binnen en buiten vaag is. Door de interessante ruimtelijke beleving ontstaat er een speels en dynamisch geheel. Er wordt een raster uitgetekend van 12x12m, hierin worden negen units geplaatst. Dat grid wordt dan drie maal telkens 90° gedraaid zodat het een groot grid geeft van vier maal negen units. Het is oneindig uitbreidbaar in de x- en y- richting. Toch is er in dit project voor gekozen om een vaste vorm te volgen. Het bovenaanzicht van negen units samen wordt uitvergroot zodat de totale 42x9 units erin passen. In de z-richting is ervoor gekozen om maximaal vier units boven elkaar te plaatsen zodat er optimale lichtinval gegarandeerd wordt.

De algemene stabiliteit van alle units samen wordt verzekerd door een superstructuur. Er is een grid van stalen H-profielen om de 6 meter. De superstructuur is in staal en geeft een mooi contrast met de houten units. Dankzij de structuur blijft het onderscheid tussen alle onderlinge units duidelijk. Er zijn windverbanden en de liftkokers zorgen voor de stijve kern. De unit op zich is opgebouwd uit een basis pakket van houten balken en kolommen. De units bestaan uit een speciale skeletstructuur, deze blijft altijd goed zichtbaar want de wanden zijn niet met de structuur uitgelijnd. De wanden bestaan ofwel uit houten sandwichpanelen of uit glasvlakken. Delen die bijgebouwd worden (door de gebruikers) zijn in glas zodat er een zichtbaar verschil is met de oorspronkelijke units. Algemeen gebeurt de circulatie via liftkokers en bruggetjes. Sommige woningen hebben een eigen trap naar hun bovenliggende unit(s). →

27


Fig 2: Gelijkvloers


Om verder te gaan worden eerst de intenties vanop de ontwerptafel geschetst. De bedoeling is dat er 372 basis-units te koop staan voor gezinnen, bedrijven en winkels. Alle functies zitten door elkaar. Er mogen ook meerdere units tegelijk gekocht worden die verbonden worden met een interne trap. Er is de mogelijkheid tot uitbreiding in een lichtere glazen structuur, op of naast de woningen. Tussen alle units zijn er loopbruggetjes en terrasjes voorzien. Zo ontstaan er overal gezellige buitenruimtes, unieke plekjes en sferen. De plannen bruisen van het leven en tonen het opzet. Op het gelijkvloers zijn er vele units omgetoverd tot gemeenschappelijke ruimtes. De bewoners van het complex kunnen er terecht in computerlokalen, mini-serretjes, hobbyruimtes, zitruimtes, mini-leesruimtes, opbergruimtes, openbare toiletten, fitnessruimtes, saunaâ&#x20AC;&#x2122;s,... Tussenin de units zijn er kleine parkjes, speelruimtes, fietsstallingen,... De buitenruimten zijn de ideale ontmoetingsplaatsen. â&#x2020;&#x2019;

Fig 3: Uitvergroting gelijkvloers

29


Fig 4:Eerste Verdiep


Deze buitenruimten zijn ook op de bovenliggende verdiepen te vinden. Buiten alle loopbruggetjes worden de daken van onderliggende units soms gebruikt als buitenterrasjes. De overgang van publiek naar privaat vervaagt door deze kleine interventies. Net zoals op het gelijkvloers zijn ook op de bovenliggende verdiepen gemeenschappelijke units voorbehouden. Sommige zijn omgetoverd tot repetitieruimten voor bands, andere dan weer tot clubhuis. Ook voor de oudere bevolking zijn er dingen te vinden van de bib tot kaartenhuis, restaurants tot cafés. Alles wat ze maar wensen zit in dit project verwerkt. Koken en persoonlijke hygiëne is wel privaat gehouden daar elke woonunit zijn eigen keuken en badkamer heeft, variërend in grootte. Alles bij elkaar hoopt dit ambitieuze project een plek te zijn waar jong en oud harmonieus samenleven. En waar iedereen zijn eigen plekje kan personaliseren naar eigen wensen. →

Fig 4: Uitvergroting verdiep 1

31


Fig 5: Verdiep 2

32

Fig 6: Verdiep 3


Fig 7: 3D-beeld Nu is de vraag in hoeverre het concept aansluit bij de mogelijkheden die het project echt kan hebben in een verder leven. Het project is ontwikkeld vanuit een wens om alle betrokkenen te laten participeren in het ontwerp van het project. Maar sinds dit een studentenproject is, toont het vooral de visie die ikzelf als architecte voor ogen heb. In welke mate zullen de mensen wel hetzelfde willen bouwen en zich houden aan de minimale uitbreidingen? Moeten er dan meer regeltjes opgelegd worden? Maar beperken deze dan niet weer de vrijheid en flexibiliteit? Het is zeker niet de bedoeling dat dit project volgebouwd zou worden sinds alle tussenruimtes de kwaliteit van het project versterken. Hoe kan dit project op participatie inspelen zonder de kwaliteiten van de architectuur te verliezen?

Om deze vragen op te lossen wordt er vergeleken met gebouwde voorbeelden van flexibele architectuur: Habitat 67 (Montréal) van Moshe Safdie en La Mémé (Sint-Lambrechts-Woluwe) van Lucien Kroll. Allebei houden ze ‘de vrijheid van de gebruiker’ hoog in het vaandel en ze zijn beide in een zelfde tijdsgeest gebouwd. Waar zitten de verschillen dan? En welke conclusies zijn er toe te passen op het project 372? Eerst worden beide projecten toegelicht, waarna op deze vragen een antwoord wordt gegeven. →

33


Foto 1: De landtong Cité du Havre

HABITAT 671 Dit ontwerp is gebouwd in Montréal op een artificieel gecreëerde landtong ‘Cité du Havre’ ter gelegenheid van Expo ’67. Het thema van de expo was ‘Man and his World’, huizen en wonen was één van de hoofdthema’s die aan bod kwam. Liberalisme en vrijheid van het individu stonden centraal. Moshe Safdie ontwierp dit thematisch paviljoen dat door velen bewonderend werd bezocht. Habitat 67 was destijds ook een tijdelijk verblijf voor hoogwaardigheidsbezoekers. Tot op de dag van vandaag wordt het beschouwt als een gemeenschap waar men kwaliteits- en stijlvol leeft.

De kubus is de basis, bedoeling en totaliteit van het ontwerp. Hij symboliseert stabiliteit door materialiteit en symboliseert de mystiek door: wijsheid, waarheid, morele perfectie en onze samenleving. Het uiteindelijke resultaat zijn 354 kubussen, 146 huizen tussen lucht en aarde, tussen stad en rivier, tussen groen en licht.

“Il nous faut rendre vivante cette maison neuve qui n’a point encore de visage. La vérité pour l’un fut de bâtir, elle est, pour l’autre, de l’habiter.” 1 Het was een revolutionair huizencomplex, waar men leeft in de sterke omgeving van een stad maar toch met een villa-gevoel. Het is nog altijd een modern utopia geprezen door architecten, stedenbouwkundigen, het publiek en de bewoners van het complex. Wat was nu het concept waarmee Moshe Safdie aan dit project begon? In al zijn bouwwerken komt er één thematiek naar voren: dingen naar een eeuwig karakter brengen met de nadruk op het dagelijkse leven. Hij vindt het belangrijk te zien hoe plekken worden gebruikt, het gebouw in relatie met zijn klimaat. Habitat 67 wil dan ook ‘een icoon van permanente moderniteit’ zijn. “Een fragment van paradijs voor iedereen.” Foto 2: Tussen groen en licht

34

Foto 3: Interieur ‘67

Safdie wil dus duidelijk een bouwwerk dat er eeuwig hetzelfde uitziet. Maar hoe zorgt hij daar dan voor? Welke ontwerpbeslissingen heeft deze architect genomen? Een belangrijk punt om aan te halen is dat wanneer de bewoners van Habitat 67 willen renoveren, Moshe Safdie daar nauw bij betrokken is. Hij geeft advies zodat de architecturale identiteit bewaard blijft. Langs de buitenkant te zien mogen de bewoners toch niet al te veel alteraties aanbrengen.


Foto 4: Modern interieur

Foto 5: Privaat dakterras

Foto 6: Zicht op Montréal

Van binnen is het al wat vrijer, recente foto’s tonen een voorbeeld van een heel modern interieur in vergelijking met die van ’67. De bewoners hadden het appartement gestript tot op zijn betonnen omhulsel.3 Vanbinnen kan er blijkbaar wel heel wat veranderd worden maar de buitenkant moet in de visie van de architect blijven. Deze beperkte vrijheid roept natuurlijk vragen op bij de thema’s van Expo ’67. Stonden namelijk liberalisme en de vrijheid van het individu niet centraal? En wat gebeurt er nu met die architecturale identiteit als deze architect er niet meer is om advies te geven?

De buitenruimtes bezitten veel kwaliteiten, in dat opzicht is de architect zeker geslaagd. Volgens Safdie is één van de belangrijkste doelen van architectuur dan ook het creëren van betekenisvolle, essentiële en inbegrepen sociale plaatsen. Architectuur gaat niet alleen over het programma maar ook over de stedenbouwkundige rol om de gemeenschap te verrijken en sociale interactie mogelijk te maken. Alle bewoners bezitten over een eigen privaat dakterras en er zijn speelruimtes voorzien voor kinderen in het project. Er zijn drie liften die zorgen voor de verticale circulatie, de rest van de circulatie gebeurt op de voetgangersstraten. Er zijn zichten doorheen het project naar de nabije stad.4 De interieurs hebben unieke zichten op de omgeving en de rivier is duidelijk voelbaar door de slimme gaten die gemaakt zijn in de betonnen muren.5 →

Foto 7: Dakterrassen

35


“Door onszelf in de positie van de toekomstige bewoners te plaatsen bewogen wij ons ver van de traditionele rol van de architect als de maker van geïsoleerde objecten. Relaties tussen mensen in een ruimte die hen past, dat is architectuur. Een lege doos is geen architectuur. Bouwen vindt zijn betekenis alleen in de sociale relaties die het ondersteunt. Communicatie door architectuur wordt politiek.” Lucien Kroll 11

Foto 8: La Mémé

LA MAISON MEDICALE La Mémé is de bijnaam voor het studentencomplex aan de medische faculteit UCL in Sint-LambrechtsWoluwe. Het studentendorp is ontworpen in 1970 door Lucien Kroll en opgeleverd in 1982.6 Er is maar de helft gebouwd van de geplande 40000 m2. 7 Het project situeert zich in de nadagen van mei ’68, individualisme en sociale vrijheid zijn de nieuwe idealen. Kroll wil een complex bouwen waar collectief wonen en participatie van de bewoners centraal staat. Hij overlegt met de studenten en komt zo tot de basis van zijn ontwerp. Het hele complex is multifunctioneel. Bij de oplevering zijn er 20 appartementen, 60 studio’s, 200 kamers, 6 groepswoningen, een restaurant, bioscoop, theater, winkels, kinderdagverblijf, kantoren, postkantoor en cafés.8 Op de verdiepen bevinden zich de studentenkamers, het project bestaat uit verschillende vleugels, elk in een andere stijl. La Masion Médicale lijkt net zoals een oude stad stapje per stapje te zijn gegroeid.9 Het gebouw toont zijn ontstaansgeschiedenis. Dit ziet men niet vaak in nieuwe geplande steden, ze zijn maar al te vaak geneutraliseerd door de moderne normen.10

Het doel van Lucien Kroll is architectuur te maken die rekening houdt met zijn context en gebruikers. Hij gebruikt willekeurige materialen doorheen het project en verkiest verweerde materialen over gloednieuwe. Dit alles geeft het gebouw een tijdloze indruk.12 Toch is het gek om over La Mémé te spreken in termen van uiterlijk, esthetiek en de gevel. Het gaat net om de organisatie van het ontwerpproces, de gebouwen en het stadslandschap.13 Kroll is sterk voorstander van participatie in zijn projecten, hij zet als ontwerper graag een stapje terug. Dit gaat totaal in tegen de Modernistische ideeën waarbij de architect dé expert is.14 Het draait bij Kroll om zijn deelname aan de realisatie van een project dat de gebruikers toebehoort.15 La Maison Médicale is een monument voor de democratiseringsbeweging in Europa.16 Het is een manifest tegen de standaardisering en massaproductie. Het studentencomplex is een gebouw dat leeft en voortdurend in verandering is. Het gebouw is eerder een tussenstadium van een proces dat zich moet openbaren na verloop van tijd. Elke bewoner kan het zich helemaal toe-eigenen, telkens opnieuw.17 Iedereen laat zijn sporen na zelfs in het ontwerpproces werd elk programmapunt telkens doorgegeven naar een andere ontwerpgroep. Zo veranderde de samenstelling en aanpak telkens opnieuw.18

Hij zet als ontwerper graag een stapje terug.

Foto 9, 10 en 11

36

Hoe past Kroll deze participatie nu toe in zijn project? Hij nodigde alle betrokkenen uit om mee te denken tijdens het ontwerp-, bouw- én gebruiksproces. De architectuur van Kroll is een katalysator om een creatief en sociaal proces in gang te zetten dat tot in de lengte der dagen duurt.


Foto 12: Tijdloze indruk

Eerst was er niet zoveel reactie maar na een tijdje kreeg Kroll toch enkele punten op de agenda. Deze zijn: horizontale/verticale communicatie, vrije indeling ruimten/flexibele wanden, centraal sanitair, terrasmoestuinen, geen grote uniforme architectuur, vluchtwegen langs buiten. Per tien studenten zou een samenlevingspatroon worden bepaald dat na verloop van tijd kan worden aangepast.19 Kroll wou de participatie omarmen als functie. La Mémé is een eerste type voorbeeld van ‘Open Building’, het gebouw heeft een grillige onregelmatige betonnen structuur, kan flexibel ingericht worden en heeft de mogelijkheid tot veranderende façades doordat de gevel, ruimtescheidende elementen en draagconstructie volledig onafhankelijk van elkaar gemaakt zijn.20 Vloeren kunnen zo ook makkelijk weggenomen worden om er een vide in te plaats te maken.21 Kroll had dus een aantal opties, componenten bepaald maar geen algemene organisatieconcepten of structuurplannen.22 Het gebouw is gebaseerd op principes van openheid, participatieprocessen en heeft mogelijkheden om mee te evolueren met de tijd. Net daarom is het nog altijd, veertig jaar later, een gebouw van nu.23 Gebouwen zijn meestal na oplevering ‘af ’ en de architecten denken niet na over het verdere leven ervan. Daardoor evolueren ze vaak slecht in der loop der tijd. La Masion Médicale kan zichzelf daartegenover permanent herstructureren. Het complex is geëvolueerd naar voornamelijk individuele woningen tegenover de groepswoningen van vroeger. Maar er zitten nog altijd enkele collectieve functies in zoals een bioscoop, café, kinderdagverblijf en postkantoor.24 Het landschap werkt, de woningen zijn verbouwd, nieuwe planten zijn aangelegd, er rijdt nu

Foto 13: Gebruik van componenten

een metro, de cafés zijn nog open en er zijn enkele scholen bijgekomen.25 Toch valt dit deel te besluiten met een paradox. Eind jaren ’90 werd dit gebouw ingediend als monument. Dit zou de natuurlijke groei van het complex stopzetten en het hele verhaal te niet doen. Men vroeg Kroll zijn mening. Hij antwoordde dat hij wel aan het overwegen was deze kandidatuur te aanvaarden als

Dit deel valt te besluiten met een paradox. dit ervoor zorgde dat hij de toenmalige verbouwingswerken kon stopzetten. Hij had namelijk ontdekt dat beton werd geverfd, hout verkeerde kleuren kreeg en balustrades werden veranderd. Wat een contradictie dat Kroll nu ineens toch niet in staat bleek zijn gebouw los te laten en liever zijn visie behouden zag terwijl La Mémé zich permanent zou moeten kunnen veranderen.26 →

Foto 14: Interieurs

37


VERGELIJKING HABITAT 67 EN LA MEME MET 372 Het project 372 heeft duidelijk overeenkomsten met zowel Habitat 67 als met La Mémé. In alle drie staat liberalisme en de vrijheid van het individu centraal. Maar in Habitat 67 is het dé architect, Safdie, die alles bepaalt terwijl in La Mémé Kroll een stapje terug zet als architect en zich verzet tegen het modernisme zoals dat van Safdie. In mijn project zou ik liever een mix van beide doen. Terwijl nu alles zelf is bepaalt, zou het interessanter zijn om de toekomstige bewoners van 372 mee te laten denken aan de ontwerptafel net zoals bij Kroll. Juist in de confrontaties, ontmoetingen, vervlechtingen van ideeën tussen architect en gebruiker gebeurt iets interessant, er ontstaan discussies, daaruit ontstaan nieuwe ideeën. Wel niet alles zou aan de gebruiker zijn overgelaten. Ik moet toegeven dat ik net zoals Safdie toch graag mijn visie werkelijkheid zie worden. Zoals al eerder aangehaald, op het einde van de dag bleek ook Kroll niet in staat zijn project los te laten. Alle drie zijn de projecten geplande steden. Bij Safdie kreeg het een eeuwig karakter met een duidelijk contrast tegenover de historische stad aan de overkant van het water. Bij Kroll lijkt zijn project te zijn gegroeid. Maar bij 372 sluit ik mijn visie meer aan bij dat van Safdie. Het zou erg zijn als alle kwaliteiten van 372 zouden verloren gaan als mensen zomaar zouden bijbouwen waar ze willen. Dus er moeten striktere regels worden opgelegd over hoe en waar de bewoners exact mogen bijbouwen, maar ook niet te veel. Dat eeuwige karakter is te ingrijpend. Het is ook beter om zelf al te bepalen welke units bij elkaar horen. Zo is er later nooit verwarring. Er kan dus

38

lichte variatie ontstaan in de loop der tijd maar het zal nooit zo sterk variëren zoals bij Kroll. Over interieurs worden geen uitspraken gedaan, daar is de bewoner baas over. Uiterlijk is 372 een mix van zowel Habitat 67 als La Mémé. Daar Safdie de kubus als de basis neemt van zijn ontwerp, ontwikkelde Kroll enkele componenten waaruit zijn architectuur is ontstaan. 372 heeft 9 basisunits die zijn opgebouwd uit een basis pakket van componenten. Zo lijkt Habitat 67 en 372 ook meer één overduidelijke stijl te hebben terwijl La Mémé verschillende stijlen door elkaar mixt. Collectieve delen om de sociale interactie te bevorderen is ook een verschijnsel dat bij alle drie de projecten terugkomt. Het is duidelijk een punt dat erg belangrijk wordt geacht. Het is jammer dat we ons allemaal zo in onszelf keren in de huidige maatschappij. Het zal meer dan ooit belangrijk worden naar buiten gaan te stimuleren en sociale contacten te leggen in het echte leven. BESLUIT Maar al te vaak zitten tussen concept en realiteit veel complicaties die voor tegenstrijdigheden zorgen in het ontwerpproces. Hoe ver er moet worden vooruit gedacht hangt af van de ontwerper. De ene heeft een eeuwig beeld voor ogen. Bij de andere zit de kracht van het ontwerp juist in dat je als architect niet altijd de controle hebt over het verdere leven van je ontwerp. Zij beslissen er bewust voor om het project over te laten aan de gebruiker(s).


Na een kritische blik te werpen op mijn project zie ik nu in dat extreme participatie van de bewoners in het ontwerpproces zoals bij Kroll niet is wat ik voor ogen heb. Ik ben het ook niet helemaal eens met het modernisme van Safdie. Ik kies dus de gulden middenweg. Er moet wel participatie zijn in het ontwerpproces maar op het einde van de dag beslis ik als architect. Ook moeten er meer regeltjes zijn gedefinieerd over hoe en waar de bewoners exact mogen bijbouwen. Zo zal er toch lichtjes variatie zijn na verloop van tijd maar blijven de algemene kwaliteiten van mijn project bewaard.

Foto 8, 11, 12, 13, 14, 15: POLLETI, Raffaella, “Lucien Kroll, Utopia Interropted”, http://www.domusweb.it/en/architecture/lucien-kroll-utopia-interrupted/, (laatst geconsulteerd op: 30/05/2012). Foto 9 HENDRIKS, Rob, “la Mémé versus Woonsilo”, http://www.stichtingtijd.nl/ publicaties_lezing_rob_hendriks.html, (Laatst geconsulteerd op: 12/05/2012). Foto 10: BESCH, J.D., Componenten 2 - Omtrent de modernisering van architectuur, (Delft: Publicatiebureau Bouwkunde 1997).

1

09/05/2012). 2+4

“Safdie Architects”, http://www.msafdie.com/, (Laatst geconsulteerd op:

31/04/2012). 3

Het is dus duidelijk belangrijk om bij het ontwerpproces al eens een blik te werpen op de toekomst. Waar wilt u dat het project heen gaat na oplevering? Eens die vraag beantwoord is zal het vanzelf duidelijk worden in hoeverre het concept moet worden bepaald. //

“Habitat 67”, http://nl.wikipedia.org/wiki/Habitat_67, (Laatst geconsulteerd op:

ORRELL, Rita, ‘Kitchen and Batch Review: Habitat 67 Condo Kitchen’, http://archre-

cord.construction.com/products/kitchen_and_bath/2011/Habitat-67-Condo-Kitchen/ default.asp, (Laatst geconsulteerd op: 31/04/2012). 5

Grace, “Peeking into Habitat 67 in Montreal”, http://www.poetichome.

com/2009/04/22/peeking-into-habitat-67-in-montreal/, (Laatst geconsulteerd op: 31/04/2012). 6+9

“Sint-Lambrechts-Woluwe à la carte”, http://www.monument.irisnet.be/nl/down-

load/WSL_ACARTE_NL.pdf, (Laatst geconsulteerd op: 02/05/2012).

Maya Bogaert

7 + 8 + 13 + 15 + 16 + 18 + 19 + 22 + 25 + 26

HENDRIKS, Rob, “la Mémé versus Woonsilo”, http://

www.stichtingtijd.nl/publicaties_lezing_rob_hendriks.html, (Laatst geconsulteerd

Bronnen:

op: 12/05/2012).

Figuur 1-7, Foto 16: Maya Bogaert

10 + 11

Foto 1: “Habitat 67”, http://nl.wikipedia.org/wiki/Habitat_67, (Laatst geconsulteerd op: 09/05/2012). Foto 2, 6, 17: “Safdie Architects”, http://www.msafdie.com/, (Laatst geconsulteerd op: 31/04/2012). Foto 3, 4: ORRELL, Rita, ‘Kitchen and Batch Review: Habitat 67 Condo Kitchen’, http:// archrecord.construction.com/products/kitchen_and_bath/2011/Habitat-67-Condo-

BESCH, J.D., Componenten 2 - Omtrent de modernisering van architectuur,

(Delft: Publicatiebureau Bouwkunde 1997). 12 + 14

“Lucien Kroll”, http://www.greatbuildings.com/architects/Lucien_Kroll.html,

(Laatst geconsulteerd op: 02/05/2012). 17 + 21 + 24

ALLARD, Jolles, “La Mémé”, http://www.daad.nl/wp-content/uploads/pdfs/

DAAD%20Het%20beslissende%20gebouw.pdf, (Laatst geconsulteerd op: 02/05/2012). 20 + 23

BOUTSEN, Dag, “I have always been attracted to”, http://issuu.com/sint-

Kitchen/default.asp, (Laatst geconsulteerd op: 31/04/2012).

lucas/docs/corps?mode=window&pageNumber=1”, (Laatst geconsulteerd op:

Foto 5, 7: Grace, “Peeking into Habitat 67”, http://www.poetichome.com/2009/04/22/

02/05/2012).

peeking-into-habitat-67-in-montreal/, (Laatst geconsulteerd op: 31/04/2012).

39


40


BEELDESSAY

(Un)finished? Historical NY

Eugene de Salignac/Courtesy NYC Municipal Archives

41


42


Auteur onbekend/Courtesy NYC Municipal Archives

43


44


Eugene de Salignac/Courtesy NYC Municipal Archives

45


46


Eugene de Salignac/Courtesy NYC Municipal Archives

47


48


Joseph Shelderfer/Courtesy NYC Municipal Archives

49


De mogelijkheid van geschakelde units

V

oor de opdracht 372 in het eerste semester van mijn eerste master Architectuur op St. Lucas Architectuur was het de bedoeling een unit te ontwerpen die 372 keer herhaald moest worden. De opdracht bestond er dus uit een vorm te ontwikkelen die als unit kon gebruikt worden en die kwaliteiten bezat om in een schakeling te functioneren. De start was dan ook een onderzoek naar eerder ontworpen units en de schakeling ervan

en vervolgens een onderzoek waar structuur als uitgangspunt werd genomen. Er waren twee mogelijkheden op het vlak van de structuur van de schakeling. De structuur kon in de unit vervat zitten of de units konden gedragen worden door een structuur. Zo kwamen we uiteindelijk ook tot de volgende stap, het koppelen van de units en het verder uitwerken van het geheel tenslotte.

Vanaf de ontwerpfase speelde ik met geometrische vormen die als een puzzel in elkaar kunnen passen. Het in elkaar passen van vormen op verschillende manieren en de bekomen uitkomsten ervan fascineert me. Bij vorige opdrachten experimenteerde ik reeds met de stapelbaarheid van containers en de uitdaging om de vorm ervan een invloed te laten hebben op het interieur. Meer kwaliteiten leggen in de vorm en de voeling ermee kwam hierbij aan bod. Doordat ik aan de ene kant wat perfectionistisch ben aangelegd hecht ik veel belang aan zaken die in elkaar passen op meerdere manieren. Ook uit dit zich in eerder te kiezen voor evenwijdigheden en het uitlijnen van lijnen tegenover elkaar i.p.v. ze in het wilde weg te plaatsen. Dit soort van wiskundige uitkomsten willen bekomen heeft rechtstreeks een invloed op de keuzes die ik maak. Bij deze opdracht starte ik met kubusvormen en ging verder met veelvlakkige vormen.Daarbij kwam een variatie op een diamantvorm al snel naar voor omwille van zijn schakelbaarheid en pasbaarheid in elkaar. Deze diamantvorm bood in meerdere richtingen schakelmogelijkheden waarmee ik kon experimenteren. Het ontwerpen startte dus voor mij vanuit een zoektocht naar een puzzelvorm waarmee ik verder kon om dan het geheel te ontwerpen. De unit is een diamantvorm geworden die uit 12 driehoeken, telkens 6 langs boven- en onderzijde, die als structuur dienst doen. Ik koos er vanaf het begin voor om de unit de mogelijkheid te geven eindeloos te kunnen doorgaan in plaats van er een beoogde constructie of stapeling mee te creëren. Het ontwerp werd dus niet statisch in één basisvorm of stapeling opgevat, maar de grenzen kunnen evengoed weggedacht worden. De vorm lag voor mij in de unit niet in het geheel. Mijn ontwerp is ook zo opgevat dat je alleen op vlak van structuur in het begin van een unit kan spreken maar vanaf de uiteindelijk stapeling is bereikt vormen ze structureel een geheel. Dit komt doordat de structuren van de units gedeeld worden wanneer ze gestapeld zijn en zo samen werken. De ontwerpmogelijkheden buiten de limiet van 372 worden zo bijna oneindig in de x-,y- en z-richting. Bij een dergelijk ontwerpproces kunnen we ons enkele vragen stellen. Wat zijn de kwaliteiten van een dergelijk ontwerp en wordt het op de duur niet uniform? Hoe breng je in een oneindige herhaling karakter en wat zijn de limieten van de herhaalde schakeling? Ontstaat er zo een staat van constante ‘onafheid’ door deze oneindigheid of moet de unit hier als ‘af ’ beschouwd worden? Bepaalt de unit dan de kwaliteit van het geheel?

50

Fig 1: unit, Tine Van Loock Fig 2, 3 onder: details, Tine Van Loock


Fig 4:Zicht op geheel, Tine Van Loock

Structuur

Ik koos ervoor om 5 lagen te maken van telkens 25 units, 5 langs elke zijde telkens gestapeld op de onderste lagen. De structuur van het geheel bestaat uit horizontale platen met kolommen die door het center van de unit gaan. De vloerplaten worden opgehangen aan deze betonnen kolommen en lopen door over alle verdiepingen. In de vloeren worden de krachten verdeeld door I-liggers met bredere onderflens waarop een staalplaat bevestigd is die een betonvloer draagt. De liggers lopen van de hoeken van de zeshoekige vloerplaat door het midden tot de overliggende hoek. In het midden zijn ze met een stalen ring rond de kolommen bevestigd. Rondom de vloerplaat van elke unit lopen er glazen vloerstroken die opgelegd zijn tussen de vloerplaten van de units naastliggend. Ook

zijn er overlopen om van het vloerdeel van de ene unit naar de andere te gaan. De schuine ribben in de boven- en onderzijde van de unit bestaan uit metalen staven die de krachten naar de stalen I-liggers in de vloerplaten leiden. Deze schuine staven lopen van kolom tot kolom of naar een knooppunt van staven. Zij functioneren als trekkers en duwers die de torsie- en windkrachten opvangen. De buitenste horizontale

De vormgeving creĂŤerde een uitdaging die nieuwe mogelijkheden doet ontstaan. ribben van de unit die er omheen lopen bestaan uit I-liggers die de algemene stijfheid verzekeren. Zij zorgen voor isolatie en lichtdoorgang door de kussens die onder druk staan. Zo kan er een structuur

51


1,5

1 ,9 1

9 6 ,0

52


ontstaan die oneindig kan herhaald worden. Door het in elkaar passen van de vorm van de diamant en de eruit voortvloeiende structuur kon er een eenvoudige grotere structuur uit voortkomen. De vormgeving creëerde een uitdaging die nieuwe mogelijkheden doet ontstaan.

Organisatie en ruimtelijke opbouw Vervolgens heb ik gekeken hoe er binnen deze speciale vormgeving, circulatie en een functie kan plaatsvinden. Door de structuur van de diamant, waar de afscheidingen niet noodzakelijk rechte muren zijn, is de circulatie namelijk minder evident. Ik besloot het geheel van units te bestemmen als een kantoor. De vloerplaten van de units worden als werkeilandjes gebruikt die door de visuele scheiding in de vloeren en de staven een soort van grenzen krijgen. Dit zonder de openheid per laag te verliezen. Hierdoor worden er zeer weinig muren geplaatst, de staven en vloeren zorgen al voor voldoende afscheiding in de ruimte. Daar kon nog extra op ingespeeld worden door de toevoeging van interieur en gesloten ruimtes voor de verschillende behoeften. Zo moest er rekening gehouden worden met verschillende indelingen zoals vergaderruimtes, gewone werkruimtes maar ook aparte bureau’s, zit- en snackhoekjes.

Zo werd er een identiteit gegeven aan de verschillende werkplaatsen zodat ieder zijn eigen plek kan herkennen. De bereikbaarheid van alle vloeren wordt mee bepaald door oversteekjes die er wel of niet zijn langs de 6 zijden van elke vloerplaat. Doordat er rekening is gehouden met de plaatsing ervan, door het interieur mee erop te richten werden sommige zo vloerplaten zeer bereikbaar en publiek gemaakt en andere eerder gesloten en privé. Door kleur aan de vloerplaten te geven en het materiaalgebruik van de verschillende bureau types wordt zo de functie nog duidelijker gemaakt. Zo wordt er een identiteit gegeven aan de verschillende werkplaatsen zodat ieder zijn eigen plek kan herkennen. Met de plaatsing van de bureau’s rond de centrale kolommen wordt ingespeeld op de vorm van de units. Er lijkt weinig privacy te zijn qua zicht en geluid door de openheid in elke laag maar de staven die schuin door de ruimte lopen zorgen mee voor een variatie aan zichten rondom rond en zorgen zo mee voor een afscheiding.

A'

De kantoren voor de directie en de vergaderzalen zijn wel in een glazen omhulling geplaatst voor privacy qua geluid. Daar wordt ook door middel van gordijnen, de inkijk en het licht geregeld. De sanitaire delen zijn boven elkaar gesitueerd en zijn gesloten blokken in de ruimte die afwijken van de diamantvorm en ermee contrasteren. Fig 5:Zoom op verdiep, Tine Van Loock

53


Besluit Het ging hier duidelijk om een spel met vormen en schakelbaarheid waarbij de mate van repetitie hetgene was waar rekening mee gehouden moest worden. De units vormen hier een geheel dankzij de functie en de invulling die ze gekregen hebben. Maar andere invullingen zijn ook altijd mogelijk dus de oneindigheid qua gebruik bestaat zeker. Het was de bedoeling de vorm van de diamant zeer aanwezig te houden wanneer je je erin bevond door de visuele grenzen. Het ervaren van de unit in het geheel wordt daarom door de spaties in de vloeren en de structuur benadrukt.

Bij grote gebouwen hoort er een specialere aanpak op vlak van vorm of uitzicht, daarvoor ging de keuze naar een buitenschil van ETFE kussens, die mee zorgen voor de uitstraling van dit grote complex. Het interieurplan en de gebouwvorm worden overheerst door de unit zijn vorm en structuur die mee voor de kwaliteit en de mogelijkheden van het gebouw zorgen. De unit kan hier dus als eindig worden beschouwd in een oneindig geheel.// Tine Van Loock

Er is sfeer in het gebouw gebracht door het open houden van de verschillende lagen en de privĂŠ ruimtes toch de privacy te geven zonder af te doen aan het ruimtegevoel. Door het gebruik van materialen en kleuren wordt er een eigenheid aan de delen gegeven die dit vragen. Het gebouw zal echter ophouden met te werken in het geval dat de repetitie teveel wordt. De limiet zal er zijn wanneer het gebouw zo groot wordt dat de persoonlijkheid verloren gaat en de ruimte en structuur onoverzichtelijk wordt.

Bronnen -Designer: Tine Van Loock, opdracht 372, 1ste semester Advanced Architectural Design, Sint Lucas Architectuur Brussel

Fig 6 onder, 7 en 8 rechterpagina: plannen Verdiep 1, 2 en 3, Tine Van Loock

54


55


Foto 1: Fotograaf Filip Dujardin, architecten dvvt, http://www.architectendvvt.com/projects/woning_bm/0/0/0/21/, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012)

56


BEELDESSAY

Werf woning BM architectenbureau De Vylder Vinck Taillieu

Foto 2: Fotograaf: Filip Dujardin, Architecten dvvt, http://www.vai.be/nl/nieuws/bekijk-het-interview-met-de-vylder-vinck-taillieu-nav-de-tentoonstelling, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012)

57


Foto 3 onder: Fotograaf Filip Dujardin, architecten dvvt, http://www.architectendvvt.com/projects/woning_bm/0/0/0/23/, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012)

Foto 4 onder: Zicht vanuit leefruimte op kachelbuis, Fotograaf Filip Dujardin, architecten dvvt, http://www.architectendvvt.com/projects/woning_bm/0/0/0/26/, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012) Foto 5 rechterpagina: Fotograaf Filip Dujardin, architecten dvvt, http://www.architectendvvt.com/projects/woning_bm/0/0/0/22/, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012)

58


59


Foto 6: Fotograaf Filip Dujardin, architecten dvvt, http://www.architectendvvt.com/projects/woning_bm/0/0/0/27/, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012)

60


Foto 7: Zicht vanuit de leefruimte, Fotograaf Filip Dujardin, architecten dvvt, http://www.architectendvvt.com/projects/woning_bm/0/0/0/24/, (laatst geconsulteerd op 09-06-2012)

61


Het Geheim van een Succesvolle Herbestemming

Hal 9 _ Centrale Werkplaatsen in Leuven

H

erbestemming is een actueel en uitdagend item in een regio waar de open ruimte een schaars begrip wordt. Een gebouw dat herbestemd wordt, krijgt een tweede of zelfs een derde leven. In het kader van het thema ‘(Un)Finished’ kunnen we dit bekijken alsof het gebouw of de structuur zich telkens weer laat ‘afwerken’ tot iets nieuws. Dit fenomeen zet ons aan om nieuwe architectuur zo te ontwerpen dat ze net als herbestemde gebouwen ook flexibel genoeg is om andere functies te herbergen dan waarvoor ze oorspronkelijk wordt ontworpen. Maar hoe kunnen wij vandaag flexibele structuren ontwerpen die steeds opnieuw af te werken, in te vullen en te personaliseren zijn, zodat de herbestemming al bijna vervat zit in het oorspronkelijke ontwerp? Dit prangend ontwerpvraagstuk is niet makkelijk te beantwoorden. Aan de hand van de herbestemming van hal 9 van de Centrale Werkplaatsen in Leuven gaan we op zoek naar de criteria van een succesvolle herbestemming. Waarin schuilt de flexibiliteit van dit gebouw en hoe wordt hier architecturaal mee omgegaan?

Figuur 1: Interieurbeeld van hal 9 voor de restauratie.

De Centrale Werkplaatsen zijn gelegen achter het station van Leuven. De rechthoekige site is ongeveer 8 hectare groot. Ze werd in het jaar 1864 tijdens de industriële revolutie opgericht als werkplaats van de toenmalige spoorwegen, later de NMBS. Op de werkplaats werden locomotieven, rijtuigen, wagens,… gebouwd en hersteld. Het geheel van monumentale werkhallen was een ontwerp van Maurice Urban. De hallen zijn opgetrokken in een baksteenarchitectuur met segmentboog- of rondboogmuuropeningen. Ze werden

62

bekroond met zadeldaken die rustten op polonceauspanten, een bepaald type spant genoemd naar zijn uitvinder waarbij het spant ontdubbeld is in een vakwerkconstructie. Even na de Eerste wereldoorlog waren de Centrale Werkplaatsen aan uitbreiding toe en werd het geheel aangevuld met een nieuwe hal - hal 9 - die in de zuidwestelijke hoek van de site werd opgetrokken. In de nieuwe hal werd een ketelmakerij gevestigd. Wegens de naoorlogse materiaalschaarste hergebruikte men voor de


constructie grote ijzeren spanten van het ‘Arsenaal der Staatsijzerenwegen’ van Hoboken dat in 1920 afgebroken werd. De hal bestaat uit 1 grote open ruimte met een oppervlakte van ongeveer 1950 m². Net als de andere industriële hallen op het terrein wordt hal 9 gekenmerkt door een mooi diffuus licht dat via raamopeningen in de gevels en lichtstroken in het dak binnenvalt. Dit specifieke licht en de grote overspanningen maken dat de hal ook na de sluiting van de Centrale Werkplaatsen een aantrekkelijk object voor fotografie blijft.

Het licht en de grote overspanningen maken van de hal ook na de sluiting van de Centrale Werkplaatsen een aantrekkelijk object voor fotografie. Sinds 1993 liggen alle industriële activiteiten op het terrein stil. De site werd een ommuurde, dode zone in het hart van Kessel-Lo, die enkel nog tot parkeerterrein diende. Sinds kort is men hier begonnen met de opbouw van een nieuwe stadswijk die Kessel-Lo nieuw leven moet inblazen. Het masterplan van de site betreft een reconversie van de voormalige spoorwegmaatschappij tot een gemengde woonomgeving. Het is een ontwerp van de Wit Architecten en Projectteam Stadsontwerp KU Leuven. Op onderstaande figuur is het masterplan te zien. Naast woningbouw is er nog een groot cultureel aandeel op de site. Drie van de oude industriehallen,

waaronder hal 9, zullen worden gerestaureerd en omgevormd. In de voormalige ketelmakerij zal de stad een nieuw jeugdcentrum vestigen. Dit betekent dat het programma een hele reeks kinder- en jeugdvoorzieningen omvat welke zijn opgesplitst in dag- en avondjeugdwerking. De dagjeugdwerking omvat opvanglokalen, atelierruimten en een overdekte speel- en sportruimte, de avondjeugdwerking een grotere ontmoetingsruimte voor jongeren waar de decibels al eens de hoogte mogen ingaan. De stedelijke jeugddienst moet ook een kantoor krijgen met enkele vergaderlokalen en een info punt. Het ontwerp voor de herbestemming van hal 9 is van architect Karel Vandenhende en zijn team. De kantoren en vergaderlokalen worden ondergebracht in een nieuwe voorbouw. Dit is een smal volume van twee verdiepingen hoog uit staal en glas dat tegen de lange noordgevel van de hal wordt geplaatst. Deze voorbouw zorgt ervoor dat het jeugdcentrum zichtbaar is vanop de site en vanaf de straat. Aan de zuidgevel wordt een lager langgerekt volume geplaatst dat enkele lokalen en bergruimten herbergt. De ontmoetingsruimte voor avondjeugdwerking wordt gevestigd in één van de vroegere half ingegraven schuilkelders aan de westkant van hal 9 zodat er probleemloos geluid kan worden gegenereerd zonder voor overlast te zorgen. Het dak van de voormalige schuilkelder wordt van hellende vlakken en trappen voorzien zodat het hoogteverschil tussen de omliggende straten en de site overbrugd wordt. Naast de hal komt een groene zone met een deels

1. Centraal park 2. Locomotievenpad 3. Sociale koopwoningen (ontwerp:NeroArchitecten) 4. Woningen van Matexi NV

5. Beschermde hal 9 6. Beschermde hallen 4 en 5 7. Nieuwbouw met woningen op plaats huidig administratiegebouw 8. Nieuwbouwappartementen op NMBS parking 9. Stedelijk plein 10. Stedelijk plein aan hal 9

Figuur 2: Masterplan van de reconversie van de Centrale Werkplaatsen.

63


Figuur 3: Plan van de herbestemming van Hal 9 als jeugdcentrum.

verhard plein dat grenst aan het nieuwe glazen volume met administratie. Doordat een groot deel van het programma plaats heeft in de nieuwe aanbouw en in de aangrenzende schuilkelder blijft de invulling in de hal beperkt tot de verschillende ruimtes voor de dagjeugdwerking. De opvanglokalen en atelierruimten worden ondergebracht in een asymmetrisch opgestelde groep losse houten volumes. Zo ontstaan er daarnaast twee sportvelden met normale verhoudingen, binnen de immense lengte van de hal. Tussen de losse volumes zijn er kleine speelplekken met elk hun eigen karakter. Doordat het spel van nieuwe volumes losstaat van de bestaande wanden, kunnen deze optimaal gerestaureerd worden en wordt de openheid van de hal maximaal bewaard. Er ontstaat zo een respectvol contrast tussen het standvastige oude en het heel flexibel opgevatte nieuwe die elkaar de ruimte gunnen. Het blokkenspel kan naar gelang de behoefte worden uitgebreid of gereduceerd tijdens het ontwerpproces maar ook na de realisatie.

Figuur 4 & 5: Sfeerbeelden van de herbestemming van Hal 9 als jeugdcentrum.

64


Bij hal 9 kunnen we zeggen dat de flexibiliteit, de mogelijkheid tot herbestemming, schuilt in twee factoren: enerzijds vormen de overdimensionering en het daglicht een ruimtelijkheid die een carte blanche biedt voor wat er binnenin allemaal kan gebeuren, anderzijds maakt het karakter, de identiteit van het gebouw het de moeite waard maakt om het te herbestemmen. Flexibele architectuur heeft dus een karakter, een identiteit. Zo niet is het slechts een flexibele structuur, niet de moeite waard om te bewaren. Maar hoe wordt ‘karakter’ van een gebouw gegenereerd? Volgens Aldo Rossi heeft het karakter van een bepaald gebouw te maken met het feit dat het betreffende gebouw een historische constante is in een stedelijk weefsel. Dit niet alleen doordat het gebouw een abstractie is van een bepaalde architecturale gebouwenconfiguratie maar vooral doordat het gebouw een drager van culturele betekenis is.

Hoe wordt ‘karakter’ van een gebouw gegenereerd? Als we in die richting verder denken hebben wij als ontwerpers het generen van een karakter van een gebouw maar deels in de hand. Wat het gebouw zal betekenen voor zijn omgeving en welke culturele identiteit het daardoor verkrijgt wordt voor een groot stuk door de tijd bepaald. Wanneer men een gebouw herbestemd wil dit zeggen dat het een historische constante is die men in het stadsbeeld wil bewaren. De geschiedenis van hal 9 geeft het gebouw zijn identiteit, zijn karakter. De hal was een van de belangrijkste gebouwen op de site van de Centrale Werkplaatsen en had een sleutelrol in de industriële activiteiten, het staat in het collectief geheugen van Kessel-Lo gegrift. Bij de bouw ervan werd destijds al een stukje geschiedenis in het gebouw verwerkt doordat men gebruik maakte van grote ijzeren spanten van het afgebroken ‘Arsenaal der Staatsijzerenwegen’. Nieuwe gebouwen ontwerpen die historische constanten in het stedelijk weefsel zullen zijn en dus later de moeite waard om te herbestemmen is geen wetenschap maar een inschatting. Die inschatting moet gebaseerd zijn op een gefundeerd onderzoek van het stadsweefsel en de omgeving om het gebouw zo goed mogelijk structureel, cultureel en sociaal aan te laten sluiten bij zijn context. Naast dit onderzoek van de context moet de basisstructuur van het gebouw om de tijd te kunnen overleven aan de basiseisen van architectuur voldoen: daglicht en ruimtelijkheid. Het eigenlijke programma is dus bijkomstig, al kan het wel de aanleiding geven voor kwaliteit van de voorgenoemde twee basisfactoren.

Ruimtelijkheid en daglicht staan ten dienste van het programma. Op die manier kunnen we de flexibiliteit van hal 9 in vraag stellen, aangezien het merendeel van het programma van eisen buiten het gebouw wordt geplaatst om de hal binnenin architecturaal volledig tot haar recht te laten komen.

De flexibiliteit van hal 9 schuilt in de ruimtelijkheid en in de culturele identiteit van het gebouw. We kunnen enerzijds besluiten dat de flexibiliteit van hal 9 schuilt in de overdimensionering en het daglicht al worden deze niet volledig benut door het nieuwe programma. Dat het gebouw herbestemd wordt is anderzijds te danken aan het feit dat het een culturele identiteit in het bestaande stadsweefsel heeft. Deze culturele identiteit wordt voor een groot stuk bepaald door de tijd, wat het moeilijk maakt voor ons ontwerpers om een gebouw te ontwerpen waarvan we weten dat het later kan herbestemd worden. Mits gefundeerd onderzoek van de context is dit echter wel goed mogelijk. Als ontwerpers kunnen we lezen wat een omgeving nodig heeft en kunnen we hierop een antwoord bieden. // Laura Spelier

Bibliografie Antonissen, Geert, Stoeykens, Karlien, Vanesch, Erna en Maes, Wendy. Werkplaatsen. Mozaiek, 2008.

Centrale

Stadsontwikkelingen in Leuven. Stad Leuven. [Online] [Laatst geconsulteerd op: 4 april 2012]. <http://www.leuven.be> Centrale Werkplaatsen Leuven. [Online] [Laatst geconsulteerd op: 4 april 2012]. <http:// www.centralewerkplaatsenleuven.be> Centrale Werkplaatsen Leuven. [Online] [Laatst geconsulteerd op: 4 april 2012]. <http:// www.origin.eu/project.cfm?pro=83&lang=nl&cat=18&cattype=project> De Schepper, Jo. Centrale werkplaats NMBS. [Online] [Laatst geconsulteerd op: 4 april 2012]. <http://inventaris.vioe.be/dibe/relict/200270> Restauratie en herbestemming. Centrale Werkplaatsen, Leuven 2006. [Online] [Laatst geconsulteerd op: 4 april 2012]. <http://www.karelvandenhende.be/07CWL_ restauratie_en_herbestemming_Hal9_Centrale_Werkplaatsen_Leuven.html>

Bronnen van de afbeeldingen: Figuur 1: <http://www.origin.eu/project.cfm?pro=83&lang=nl&cat=7&cattype=ep oque> Figuur 2: <http://www.leuven.be/leven/stadsvernieuwing/centrale-werkplaatsen> Figuur 3, 4 & 5: http://www.karelvandenhende.be

65


LATE AT NIGHT door Maya Bogaert

blems eep, o l s r p r a d De we ha unger... w o n k i as yo ow. w i when love you n but i

TWEELINGEN - 21 mei tot 21 juni Het wordt een zware maand voor de tweeling. Pas op voor miscommunicatie! Vraag gerust alles een tweede keer aan die nieuwe klant, voor er problemen opduiken in een later proces. Je deadlines lopen niet zo vlot door je trage schetsvermogen. Je familie kan je lange uren op het werk niet meer appreciĂŤren. Gelukkig is er ook licht aan het einde van de tunnel, die langverwachte bonus komt eindelijk binnen.

KREEFT - 22 juni tot 22 juli Dat rivaliserende bedrijf ligt op de loer. Je zal alles op scherp moeten stellen om die wedstrijd te winnen. Laat je niet verleiden tot een machtsspelletje en gedraag je koel. Je zal zien, het komt het werk alleen maar ten goede. In het bedrijf zelf loopt alles van een leien dakje, je baas erkent je zware werk.

LEEUW - 23 juli tot 23 augustus Je voelt je goed in je vel en straalt dit ook zo uit. Maar anderen zien je als overmoedig. Pas dus op als die ene collega je het vuur aan de schenen legt! Als je je kalmte niet bewaart zou die ene autocad-file eens van je computer kunnen verdwijnen. Je krijgt wel wat meer vrije tijd deze maand. Zo kan je eindelijk aan die persoonlijke projecten werken.

MAAGD - 24 augustus tot 22 september Je hebt het deze maand erg moeilijk. Je medewerkers vertrouwen je voor geen haar. Zelf ben je niet gefocust en erg moe tijdens vergaderingen. Ga elke avond op tijd slapen en vermijd de koffiestand. Op het vlak van de liefde zit het wel mee, die ene flirt van het werk vraagt je eindelijk mee uit!

66


WEEGSCHAAL - 23 september tot 22 oktober

WATERMAN - 21 januari tot 19 februari

Je bent deze maand gezegend met uitzonderlijke creativiteit. Alle projecten lopen van een leien dakje. Je kan eindelijk je slaapachterstand inhalen. Maar pas toch op voor die ene aannemer, hij kan van je goede humeur misbruik maken. Zit met je hoofd dus niet teveel in de wolken weegschaal!

Je bent niet in topvorm deze maand! Als er dan nog eens een fatale error bijkomt in autocad is het hek helemaal van de dam. Laat al dat verloren werk je niet van streek brengen en luister naar je collega’s als ze je een hart onder de riem steken. Je baas zal de hele situatie begrijpen en alles komt wel op zijn pootjes terecht.

SCHORPIOEN - 23 oktober tot 22 november VISSEN - 20 februari tot 20 maart

Je zit krap bij kas deze maand. Je baas voor opslag vragen kan nogal fout uitdraaien. Geld lenen bij vrienden lijkt een betere optie. Pas op voor ladders op dat werfbezoek! Je wil niet de komende weken in het gips belanden. Thuis is alles rustig, je hebt eindelijk wat meer tijd voor ontspanning.

Wees flexibel deze maand, zeker als je baas afkomt met nog meer werk. Je zal dat ene etentje met je vrienden weer moeten verzetten. Neem het hen niet kwalijk als ze teleurgesteld zijn, ze zullen achteraf wel inzien dat je er niet aan kan doen. De laatste week van deze maand gaan er enkele positieve veranderingen plaatsvinden.

BOOGSCHUTTER - 23 november tot 21 december Wees niet te naïef deze maand boogschutter! Geef enkel aandacht aan degene die er echt toe doen. Sommige collega’s zouden misbruik kunnen maken van je enthousiasme. Die aanslepende rechtszaak komt gelukkig wel stilletjes aan op zijn einde. Het ziet er gunstig uit, je advocaten salaris niet.

RAM - 21 maart tot 20 april Het leven is geen pretje, zeker niet als die aannemer failliet gaat. Je klanten zullen het je kwalijk nemen dat je hen niet correct had ingelicht. Doe beroep op die oude gunst die een vriend je nog moet. Het zal een achterpoortje zijn uit je miserie. Pas op voor zure melk in je koffie.

STEENBOK - 22 december tot 20 januari Vertrouw op je gevoel steenbok. Die ingenieur weet het deze keer echt niet beter dan jij. Het zou nog eens slecht kunnen uitdraaien! Volgens de sterren hangt er liefde in de lucht. Die knappe van dat andere bedrijf is zeker de moeite waard. Trek je stoute schoenen aan en ga ervoor!

I used But nowto have a life ... I’m an archite c

STIER - 20 april tot 20 mei Je sterk temperament wordt op proef gesteld deze maand. Zeker nadat die muur niet goed gestut blijkt te zijn op de werf. Uiteindelijk lijkt de schuld te liggen bij de aannemer, die had alles wat beter moeten controleren. Je krijgt deze maand eindelijk die langverwachte promotie! Geniet ervan.

t

Bronnen Illustratie: Il Pelicano, ‘Archimatects’, http://pintday.org/archimatects/ comic?p=35, (Laatst geconsulteerd op 10-06-2012).

67


68


69


Mina El Hasn - LAN Architects

70

Chapel of Reconcilation


Coming up

RIL

Light Peter Zumthor

Spel van licht: Zeehaven Gent Invloed van licht op het interieur

maandelijkse uitgave / nummer 2 / jaargang 2012

archi

71


IdeeĂŤn, suggesties voor volgende themaâ&#x20AC;&#x2122;s, ... Geef ons je mening op : archibril@gmail.com

72


archiBRIL