Issuu on Google+

Filosofie van de afzondering

‘Ik hoor je allen jubelen... maar mij stemt het weemoedig, dat zooveel schoone gedachten voor een enkel ogenblik oplaaien als vonken in donkeren nacht, zonder een lichtend spoor na te laten aan de menschen! Dat stemt me zoo treurig.’ (Lisa in Kinderen van de Zon. Maxim Gorki, Rusland 1905) In het toneelstuk van Maxim Gorki is Lisa een intellectueel die zich samen met haar familie afzondert van de buitenwereld waar opstanden de dagelijkse gang van zaken zijn. De buitenwereld oefent echter steeds meer druk uit op het afgesloten huishouden. Lisa komt in opstand, want zij wil die realiteit

1


Filosofie van de afzondering

wel beleven en heeft door dat de opvattingen binnenshuis totaal niet stroken met de gebeurtenissen in de buitenwereld. Ze gaat daarom de dialoog aan met haar familie en buitenstaanders die op bezoek komen, over de opvattingen die zij hebben over zichzelf, de liefde, het leven en de buitenwereld. Na het zien van dit toneelstuk, was het voor mij duidelijk dat ik dit gesprek met mezelf wilde aangaan. Na tijden van afwisselend afzondering, fysiek en geestelijk, en het korte beleven van de buitenwereld is voor mij het moment aangebroken om na te gaan welke relatie ik als illustrator heb en zou willen hebben met de buitenwereld. Het isolement dat ik opzoek en de wens tegelijkertijd in de buitenwereld te zijn, leveren een spanning op. In dit essay ga ik op zoek naar de rol die de vrijwillige afzondering speelt in mijn leven als illustrator en welke invloed dat heeft op mijn beeldproductie. In contrast met het vrijwillige isolement staat een onvrijwillige afzondering. Ik beschrijf in twee casestudy’s over het meest afgesloten land ter wereld, Noord-Korea, en een kunstenaar in een psychiatrische inrichting, Adolf WÜlfli, de invloed van die onvrijwillige afzondering op hun beeldproductie.

2


Filosofie van de afzondering

Een geschiedenis Nietzsche schreef in 1883-1885 het boek ‘Aldus sprak Zarathoestra’ waarin de hoofdpersoon Zarathoestra door het medium Nietzsche schreef. Zarathoestra was de eigenlijke schrijver. De Perzische wijsgeer Zarathoestra (of Zoroaster of Zardosht) verbleef tien jaar lang in de bergen waar hij wandelde en nadacht. Dit speelde zich naar schatting af rond 1700 tot 500 voor Christus. Na die lange periode van afzondering verscheen op dertigjarige leeftijd Vohu Manah aan hem die hem naar de God Ahura Mazda bracht. Zarathoestra raakte geïnspireerd en ging terug naar de bewoonde wereld om daar zijn ideeën te verspreiden. Hij werd de grondlegger van het zoroastrisme en kreeg vele aanhangers, Magi genaamd. Hij was waarschijnlijk de eerste mens die gebeurtenissen in een strijd van goed en kwaad, licht en donker analyseerde. Volgens Nietzsche was de uitvinding van de moraal door Zarathoestra de diepste dwaling in de menselijke geschiedenis en was het zijn taak om deze teniet te doen.1 Met het boek ‘Aldus sprak Zarathoestra’ trekt Nietzsche een parallel met zijn eigen leven als het gaat om het denken in afzondering. Nietzsche wandelde in 1881 zelf ook op dertigjarige leeftijd een tijd in de Zwitserse bergen om na te denken, zijn filosofie te formuleren en daarna zijn boek te schrijven. Maar ook in zijn latere leven speelde het isolement een grote rol. Verder verscheen aan Nietzsche “tweeduizend meter boven goed en kwaad” ook iemand: “Da wurde eins zwei und Zarathustra ging an mir vorbei”. Zarathoestra werd zijn inspiratiebron.1 In het boek verwijst Nietzsche nog naar een andere afgezonderde, namelijk Jezus. Friedrich schrijft dat tien jaar in afzondering nodig is om als leermeester op te kunnen treden en vergelijkt dit met de veertig dagen die Jezus in de woestijn doorbracht om de beproevingen van Satan te doorstaan. De terugkeer naar de bewoonde wereld was volgens hem te snel en daarom zou het optreden van Jezus een schaduwkant

3


Filosofie van de afzondering

hebben van “vertoorndheid, fulmineren, briesen en agressiviteit”.2 Net als de Magiërs die Zarathoestra volgden in zijn gedachten, kreeg ook Jezus vele aanhangers. Naar het voorbeeld van Jezus die veertig dagen in de woestijn doorbracht, trokken volgelingen zich terug om Satan en zijn demonen macht te ontnemen.3 In de Middeleeuwen ontstonden zelfs gemeenschappen van kluizenaars. Bijvoorbeeld de Katholieke orde der Kartuizers die het geloof als uitgangspunt heeft. Het kluizenaarschap zelf dateert uit de 3e of 4e eeuw na Christus, toen de vroeg-christelijke kluizenaars in Egypte, het Midden-Oosten en bepaalde streken van Rusland anachoreten of heremieten genoemd werden. In WestEuropa zijn de oudste vermeldingen van kluizenaars uit de 9e eeuw. Meestal zonderden mannen zich af in de natuur, maar na de 11e eeuw nam het aantal vrouwen die zich terugtrokken toe. Voor de veiligheid gingen deze vrouwen niet in eenzaamheid de natuur in, maar lieten ze zich insluiten in een kluis die bij een kerk of klooster hoorde. Dit was een beslissing voor het leven, waarbij strenge toelatingseisen hoorden en een gelofte dat zij de kluis nooit zouden verlaten.4 Een luik was de enige verbintenis met de buitenwereld; de deur was verzegeld of ingemetseld.5 Een initiatieplechtigheid, die erg lijkt op een begrafenisrite, ging aan de inkluizing vooraf, waarna de kluizenaar ‘dood voor de wereld’ was en begon aan zijn boetedoening. Suster Bertken (Utrecht 1426/1427) zonderde zich op deze radicale wijze af van de buitenwereld. Ze leefde zevenenvijftig jaar lang vrijwillig in zo’n kluis van ongeveer zestien vierkante meter. Ze bracht haar tijd door met bidden, lezen en schrijven. Na haar dood kreeg zij erkenning als dichteres voor haar twee bewaarde boeken met liederen.6 In kloosters zonderen mensen zich ook af om zich geheel te wijden aan het geloof, maar dan in vrijere vorm. Monniken en nonnen/zusters hebben een strakke dagindeling waarbij bidden en werken centraal staan. Westerlingen verblijven tegenwoordig vaak tijdelijk in een klooster om daar tot rust te komen. Een grotere acceptatie en waardering voor het kluizenaarschap lijkt te ontstaan. Voor de mensen die lange tijd in de hectiek van de westerse wereld leven worden de voordelen duidelijk en gaan ze in het klooster op zoek naar zingeving. De Franse filosoof Michel de Montaigne heeft de volgende

4


Filosofie van de afzondering

mening over mensen die naar een andere plek gaan om ‘zichzelf te vinden’: “Dikwijls denkt men zich van alle beslommeringen bevrijd te hebben, terwijl men ze alleen maar heeft veranderd. (..) Onze eerzucht, hebzucht, besluiteloosheid, angst en begeerten verlaten ons niet wanneer wij van landstreek veranderen. Vaak volgen die ons zelfs in de kloosters en de scholen der wijsbegeerte. Geen woestijn, geen rotshol, geen haren hemd en geen vasten bevrijden ons daarvan.’(...) ‘Het is niet voldoende om ergens anders heen te gaan. We moeten afstand nemen van de neigingen van de massa in ons zelf. We moeten ons isoleren en onszelf weer terugwinnen.” 7 Michel zegt hier dat het isolement niet fysiek moet zijn, maar geestelijk om jezelf weer terug te winnen. Ik denk dat de fysieke afzondering kan helpen om tot inkeer te komen, maar geen voorwaarde is om het te bereiken.

5


Filosofie van de afzondering

Gated communities De kloosters zijn voor westerlingen een manier voor tijdelijke en vrijwillige afzondering. Een andere manier om als een collectief afgezonderd te leven, is wonen in een gated community. In Amerika is deze vorm van wonen ontstaan met name voor de veiligheid. De hekwerken die het gebied omsluiten en de controle van bezoekers aan de poort zorgen ervoor dat ongewilde personen niet het terrein op kunnen komen. In Nederland is deze vorm van isolement niet veel te zien, maar wel een soortgelijke. In Den Bosch is in 2000 met de bouw van Haverleij begonnen. De architecten Sjoerd Soeters en Paul van Beek hebben een woonwijk ontworpen die gebaseerd is op kastelen, landgoederen en vestingsteden. Het bewoonde gedeelte heeft een aandeel van tien procent in het landschap. De rest bestaat uit een park, bos en een golfbaan. Het terrein is openbaar, maar heeft zo’n karakter dat het gesloten lijkt.8

CreĂŤrende afgezonderde collectieven De gated communities hebben een relatie met groepen kunstenaars die zich vrijwillig afzonderen om te werken en te leven. In kunstenaarskolonies wonen net als in de gated communities groepen mensen die eenzelfde manier van leven wensen. Deze collectieven ontstonden in de 19e eeuw. Kunstenaars zochten een goede plek om tegelijkertijd te wonen en te werken. Het platteland was daar erg geschikt voor omdat het voor inspiratie zorgde. Barbizon is een bekende Franse kunstenaarskolonie die door de schilder ThĂŠodore Rousseau geleid werd. Hij maakte daar veel van zijn landschapsschilderijen en ook Vincent van Gogh sprak vol lof over het dorp.9

6


Filosofie van de afzondering

Nederlandse kunstenaarskolonies, of schildersdorpen, zijn bijvoorbeeld Laren, Katwijk, Bergen en Domburg. Ook Staphorst heeft in de eerste helft van de twintigste eeuw een grote aantrekkingskracht gehad op kunstenaars vanwege het sterke gevoel voor traditie. De schilders Jan Sluijters en Leo Gestel zijn twee van die kunstenaars.10 In deze gesloten, religieuze, gemeenschap heb ik van mijn vijftiende tot negentiende gewoond. Het leven in deze collectieve afzondering zorgde voor een grote wens om te vertrekken. Wat ik in mijn project ‘De mentale spagaat tussen Groningen en Amsterdam’ vertel, over het ergens anders willen zijn dan ik ben, was dus ook op dat moment al sterk van toepassing.

7


Filosofie van de afzondering

De inspiratie die kunstenaars uit hun afzondering in het schildersdorp halen heeft te maken met mijn dagboekproject. Vanuit mijn vrijwillige afzondering als individu werk ik aan mijn tekeningen. De inspiratie komt uit die afzondering, maar ook uit de dagen in de buitenwereld. De relatie die ik heb, en wil hebben met die buitenwereld is onderwerp van mijn onderzoek. De Franse schrijver en filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980) zegt in ‘Situations’ het volgende over het beleven van de buitenwereld: “Niet in de afzondering zullen we onszelf ontdekken, maar onderweg, in de stad, in de menigte, als ding onder de dingen, als mens onder de mensen.” Ik wil een uitdaging aangaan waarin ik mezelf in situaties breng die ik niet onder controle heb. Welke (onbekende) reacties heb ik bij oncontroleerbare situaties en gebeurtenissen? Daarmee wil ik ontdekken welke verhalen ik wil en kan vertellen aan de buitenwereld. Daarvoor moet ik die buitenwereld eerst wel zelf leren kennen, zoals Sartre ook al zei. Dingen zijn anders wanneer ik ze met eigen ogen zie, dan wanneer iemand erover vertelt. De details die een verhaal voor mij interessant maken kan ik beter overbrengen als ik ze heb zien gebeuren. Mijn waarneming van de realiteit in plaats van mijn waarneming van de waarneming van de realiteit van iemand anders heeft een andere waarde omdat details verloren gaan in het tweede geval. Elke waarneming is subjectief. Die tweedegraads waarneming kan onderwerp zijn, maar dan moet het een bewuste keuze zijn om met andermans waarnemingen te werken. De eigen waarneming is in ieder geval het instrument om een persoonlijk verhaal te kunnen vertellen. De reactie hierop zal groter zijn dan wanneer het verhaal over abstracties, algemeenheden en oppervlakkigheden gaat, tenzij het de intentie is deze in te zetten voor een hoger doel. De waarnemingen van de buitenwereld neem ik mee naar mijn isolement van waaruit ik werk. De inspiratie is een combinatie van vele gebeurtenissen

8


Filosofie van de afzondering

en situaties die voor iedere kunstenaar en vormgever anders is. De waarnemingen van mensen, objecten, gebeurtenissen en situaties in de buitenwereld worden onbewust en bewust gevormd tot (subjectieve) herinnering en verbeelding. Elke gebeurtenis wordt door ieder persoon anders verteld. Een wisselwerking tussen de buiten- en binnenwereld treedt op waarbij een idee wordt gevormd over de subjectieve werkelijkheid zowel qua inhoud als vorm. Voor mij gaat illustreren over het bewuste gebruik van de invloed die deze twee werelden op mij als illustrator hebben. Dan pas kan ik een passende vorm vinden voor wat ik wil vertellen en bepalen wat ik precies wil vertellen. Op een soortgelijke wijze zijn filosofen bezig met het vormen van gedachten. Uit de buitenwereld halen zij hun inspiratie en gebruiken dat om hun eigen gedachten vorm te geven in woord. Maar ook vanuit de afzondering wordt nagedacht. Jean-Jacques Rousseau bijvoorbeeld neemt zichzelf als studieobject in de laatste jaren voor zijn dood wanneer hij niemand meer om zich heen heeft en in isolement leeft. Hij zegt: “Als het mij lukt, door na te denken over mijn innerlijke toestand, daarin meer orde aan te brengen en het kwaad dat zich er nog kan bevinden, te corrigeren, zullen mijn overdenkingen niet geheel nutteloos zijn en, ofschoon ik nergens meer toe dien op deze aarde, zal ik dan mijn laatste dagen niet geheel verspild hebben.(...) Het zal vaak over mijzelf gaan, aangezien een eenzaam persoon die nadenkt, zich noodzakelijkerwijs veel met zichzelf bezighoudt.” 11 Op een empirische manier gaat hij te werk; hij wil zich “ beperken tot het bijhouden van de resultaten van het onderzoek zonder te proberen ze tot een systeem te herleiden.” 11 De teksten die filosofen schrijven kunnen aantekeningen zijn die ze voor zichzelf schrijven, maar ook teksten die zij aan de buitenwereld richten. Michel de Montaigne wordt met zijn Essais besproken door JeanJacques Rousseau: “Ik onderneem hetzelfde als Montaigne, maar met een doel dat tegenovergesteld is aan het zijne, want hij schreef zijn Essais alleen voor

9


Filosofie van de afzondering

anderen en ik schrijf mijn overpeinzingen uitsluitend voor mijzelf.”11 De afzondering van Rousseau is hiermee totaal. De filosoof, en dus ook schrijver (een filosoof die zijn gedachten in boekvorm weergeeft), heeft de buitenwereld buitengesloten. Schrijvers van romans zijn misschien niet zoals Rousseau specifiek, maar wel als filosofen, namelijk mensen die hun gedachten vormgeven in taal. Bij de roman worden de ideeën in een verhaal gegoten en bij filosofische werken is de tekst de gedachte, alhoewel door filosofen de literaire vorm niet geschuwd wordt (Plato schrijft in dialogen). De relatie tussen romanschrijvers en illustratoren is die van het in afzondering werken om daarna de buitenwereld het gemaakte te laten lezen of zien. De afzondering die het produceren van werk vaak met zich meebrengt staat in groot contrast met de hectiek van lezingen, interviews, signeersessies, openingen van tentoonstellingen, etcetera. Connie Palmen schrijft in ‘Het geluk van de eenzaamheid’ over het schrijverschap en wat de rol van de afzondering daarin is. Haar mening over afzondering is dat het nodig is voor de creërende mens, zoals schrijvers, maar ook kunstenaars, om tot jezelf te komen en helder na te kunnen denken.12 Ook gaan schrijvers en illustratoren vaak op een gelijke wijze met de werkelijkheid om, alleen is de taal anders. De een vertelt met woord en de ander met beeld. In een roman wordt een structuur uitgewerkt die de ideeën van de schrijver dient. De lezer leest een vorm waarin de ideeën uitgangspunt zijn en kan de inhoud op verschillende niveaus begrijpen. Het begrijpen zelf ontstond volgens Vilém Flusser met het ontstaan van het schrift. Met het conceptmatige, begripsmatige denken konden geprojecteerde beelden op de wereld verscheurd worden. De tekst is een metacode van het beeld. Het conceptmatige, begripsdenken wat historisch bewustzijn ten gevolge had, staat tegenover het magische denken. Schrijven was, achteraf gezien, uitgevonden om de weg vrij te maken naar de wereld achter de beelden. Voor het ontstaan van het schrift hadden beelden het zicht op de wereld namelijk ontnomen. De wereld zelf werd als beeld, doordat de mens de beelden op de wereld projecteerde en die als waar aannam (idolatrie).13 In de steeds voortdurende strijd van het schrift tegen het beeld en andersom heeft de illustrator een bijzondere positie. Het illustreren gebeurt vaak naar aanleiding van teksten en

10


Filosofie van de afzondering

illustratoren gebruiken zelf ook vaak teksten, zoals in graphic novels. Vanuit de filosofie is Plato een man die het gebruik van beeld erg verafschuwde. Hij keert zich sterk tegen het gebruik van beelden omdat dat de wereld nog meer schijn geeft. De realiteit is al een afspiegeling van de ideeënwereld waarin tijd afwezig is. En als een kunstenaar dan ook nog een nieuwe afspiegeling van de afspiegeling maakt dwaalt een kunstenaar nog verder af. Richard Pattinson zegt over de mening van Plato: “Plato forceably brings us back to our senses, reminding us that the artist’s illusory work is an illusion - that it falls short, at least, in not being another genuine thing of the sort it imitates, no matter how lifelike it may be. He also reminds us of the artist’s lowly aspiration: not the creation of real things, of genuine articles, but only the production of phainomena of real things.”14 In het stuk over het waarnemen van andermans waarnemingen van de werkelijkheid dat ik schreef, zeg ik dat ik dat minder goed vind dan afgaan op een eigen waarneming en daar beeld van maken, tenzij het heel bewust gebeurt en dat het onderwerp is. Plato gaat nog een stap verder terug. Hij vindt dat de wereld die wij waarnemen al een illusie is, dat die wereld slechts als een schaduw van de ideeënwereld in de grot zichtbaar is voor de afgezonderde mensen van die ideeënwereld. Van de gedachte over een illusie van een illusie en een afzondering (als illustrator) in afzondering in de Platoonse grot, gaan mijn gedachten verder naar de reden om zich in isolement te begeven. Hierover en over het gebruik van het medium taal schrijft Connie Palmen in ‘Echt contact is niet de bedoeling’ over het schrijverschap dat het isolement niet wordt gekozen omdat dat voortkomt uit mensenschuwheid of het haten van mensen, maar omdat “...een schrijver het isolement en het medium van het boek verkiest om de waarheid te kunnen zeggen.(...) Je schrijft het, omdat je het niet kunt zeggen.”15 Een illustrator zou dus kunnen tekenen omdat hij het niet kan zeggen of

11


Filosofie van de afzondering

niet kan schrijven. Een illustrator tekent omdat dat het medium is waar hij zich het beste mee kan uitdrukken. Een combinatie van tekst en beeld is natuurlijk ook mogelijk. Ergens moet wel die meerwaarde of andere waarde van het beeld zijn. De Amerikaanse illustrator Saul Steinberg weet op een intelligente manier tekst en beeld te combineren. Hij noemde het tekenen een manier van denken op papier. Hij wilde door elke pretentie van de wereld heenkijken.16 In mijn project ‘Dagboek’ laat ik tekst en beeld ook een relatie met elkaar aangaan. Tekst maakt deel uit van de illustratie, door het op zo’n manier weer te geven dat het een functie heeft binnen het beeld. De functie van mijn teksten is een commentaar geven op de getekende werkelijkheid, maar ook een gedachte over die werkelijkheid te vormen. Ik bepaal zelf wat leesbaar is en hoe leesbaar het is. Het bewust wegvagen of afplakken van teksten en beelden is hier een manier voor die ik in ‘Dagboek’ heb gebruikt. Qua beeld geef ik bepaalde delen van een dag een belangrijker aandeel dan bijvoorbeeld routines. Ik werk met kaders waarin ik gebeurtenissen orden en structureer. De controle die ik in het beleven van een dag heb, voer ik door in de tekeningen. Van de lezer verwacht ik dat hij moeite doet om na te denken over wat er afgebeeld is en op welke manier. De afstand die ik in de buitenwereld bewaar tussen mijzelf en anderen (fysiek en geestelijk) komt dus terug in de vormgeving van de dagen. Ook het afwezig zijn als persoon bij het werk zorgt voor een afstand, het brengt de maker in afzondering van de beschouwer en het werk zelf. Door fysiek aanwezig te zijn wanneer het werk beschouwd wordt krijgt het werk een andere lading en stelt het de beschouwer in staat om vragen te stellen, maar ook een ander idee te vormen over de relatie tussen maker en werk. De illustrator bepaalt zelf op welke manier hij zichzelf presenteert en daarbij moet hij nadenken over wat hij zegt in de nabijheid van zijn werk. De afzondering speelt dus niet alleen een rol in onderwerpkeuze en de weergave van mijn ideeën, maar ook in de perceptie van de beschouwer.

12


Filosofie van de afzondering

Tim Enthoven is ook een illustrator die vanuit afzondering werkt en dat als onderwerp voor zijn illustraties heeft gekozen. Hij zonderde zich een jaar lang vrijwillig af van de buitenwereld en ging alleen naar buiten om eten te halen. Hij illustreerde zijn ervaringen in het boek Binnenskamers.17 Ook hij werkt met kaders. Bij het werk van Tim is het kader zijn directe leefomgeving waarin zich alles afspeelt. Hij heeft zichzelf en zijn leven als onderwerp gekozen waarbij hij speelt met werkelijkheid en fictie. Met dit boek geeft Tim een plaatsbepaling van zichzelf als maker en zijn werk dat de buitenwereld ingaat. Het moment waarop de maker zich in de buitenwereld begeeft en een directe dialoog aangaat met zijn of haar publiek ligt het aan de woorden van de maker wat prijs wordt gegeven over het gemaakte, zoals ik al eerder schreef. Die woorden kunnen een extra laag aan het gemaakte geven, maar ook gevormde ideeĂŤn tenietdoen. De relatie die je als maker hebt met de buitenwereld is dus mede afhankelijk van de manier waarop er over het gemaakte gesproken zal worden door jezelf en het publiek. Bij een totale afzondering van de maker zal het gemaakte een eigen leven gaan leiden en is de controle die je over je werk hebt het werk zelf. Ik denk dat het vinden van een juiste balans tussen die twee ervoor zorgt dat het werk het beste tot zijn recht komt. Tenzij het voor het concept beter is om als maker nooit aanwezig te zijn of juist constant, zoals bij performances in de autonome kunst het geval zou kunnen zijn. Het in de buitenwereld zijn kan ook essentieel zijn om in die afzondering te kunnen leven. Die afwisseling van periodes binnen en buiten is voor mij in ieder geval nodig om te herstellen van de buitenwereld en te herstellen van de eenzaamheid. Er ontstaat een golfbeweging van periodes van totaal isolement en van totale overgave aan de buitenwereld. Deze wisseling geeft mij de mogelijkheid elke periode volledige concentratie te geven. Net zoals wanneer je van een tijd in het donker naar het daglicht gaat, is de waarneming sterker bij contrasten. De waarnemingen van de buitenwereld neem ik mee naar mijn binnenwereld. De intensiteit zal weerslag hebben in mijn

13


Filosofie van de afzondering

illustraties. Het werken in zwart-wit geeft dit nog duidelijker weer. Vanuit de beleving van de buitenwereld vorm ik ideeën in mijn binnenwereld. De ervaringen ontwikkelen zich tot gedachten die ik later in mijn illustraties verwerk. Het isolement is hierin een manier om de buitenwereld op afstand te houden. Het stelt me in staat om zonder beïnvloeding idealen te overdenken, gedachten te ordenen, de wereld van een afstand te bekijken en mijn eigen ideeën daarover te vormen. Wat ik hoop te bereiken is dat mijn illustraties mensen laten nadenken over vormgeving, de wereld en zichzelf. De ervaring van twee dagen in de buitenwereld en die van vijf dagen in isolement heeft ook zijn eigen waarde. De afzondering zorgt niet alleen voor de hoge concentratie, maar op den duur ook voor verstikking. In inspiratieloze tijden komen de muren op mij af en moet ik weg. Letterlijk naar buiten gaan helpt dan niet, maar het is wel tijd om nieuwe impulsen binnen te laten, andere invalshoeken van personen, boeken, muziek, interviews, etcetera. De tijden in afzondering zijn soms dus te lang, terwijl de dagen in de buitenwereld soms niet genoeg zijn. In mijn dagboekillustraties is de benauwdheid goed te zien, maar ook de noodzaak van impulsen. In teksten noem ik titels van boeken, bezochte webpagina’s en citeer ik andere mensen uit gesprekken die ik met ze voerde. Wanneer ik mijn illustraties de buitenwereld inbreng, zijn deze op zichzelf staand geworden. Ze gaan een relatie aan met elkaar, de ruimte en de beschouwer. De illustrator is niet meer aanwezig en laat het werk los. De mens die geobserveerd werd door de illustrator is nu zelf observator van de illustrator en zijn werk. Wanneer deze wisselingen van rol vaker optreden, zal er een relatie ontstaan tussen beschouwer en maker waarbij het publiek de maker al observeert terwijl hij hen observeert. Verwachtingen worden geschapen. Het is aan de illustrator wat hij daarmee doet. Je kan je conformeren aan die verwachtingen, maar het lijkt mij juist spannend om die verwachtingen om te zetten in iets wat ze dachten te verwachten, maar het niet is. In ieder geval wordt de geestelijke afzondering hiermee steeds kleiner. Ik denk dat de fysieke afzondering voor mij altijd belangrijk blijft, maar dan wel in combinatie met het beleven van de buitenwereld waaruit zoveel inspiratie te halen valt. Dat is de opwinding van een stad of juist de leegte,

14


Filosofie van de afzondering

de verhalen van de stad, de verhalen die mensen vertellen en de verhalen die voor het oprapen liggen en klaar zijn om gevormd te worden tot beeld. Als afgestudeerde illustrator ga ik op zoek naar een manier om aansluiting te vinden bij de buitenwereld, wat ook voor het overleven als ondernemer belangrijk is. Opdrachtgevers en uitgeverijen zijn natuurlijk bereikbaar via internet en telefoon, maar persoonlijk contact heeft in sommige gevallen een meerwaarde. Niet alleen de zakelijke kant is een reden, maar ook de behoefte om persoonlijk met vakgenoten te discussiĂŤren over illustratie en vormgeving. Bij openingen, lezingen en afspraken zal ik de buitenwereld betreden, maar mijn illustraties zijn misschien wel de belangrijkste relatie die ik met de buitenwereld heb.

15


Filosofie van de afzondering

De vrijwillige afzondering die ik de afgelopen tijd heb beleefd staat in contrast met de onvrijwillige afzondering van de Noord-Koreanen en Adolf Wölfli. De macht die de leider van Noord-Korea over zijn burgers heeft, resulteert in een massa die vrijheid van meningsuiting niet kent. De beelden die geproduceerd worden zijn afhankelijk van de ideeën van de leider. Bij Adolf Wölfli was de macht van het instituut, het rechtssysteem en de psychiatrische kliniek, van invloed op de fysieke bewegingsvrijheid. De tekeningen die hij maakte kwamen voort uit die gevangenschap, maar de kliniek bepaalde niet wat hij mocht tekenen. In mijn eigen vrijwillige afzondering ben ik ook zelf degene die bepaalt wat afgebeeld wordt. De reden van censuur zijn mijn eigen gedachten over wat ik aan de buitenwereld wil laten zien. Dit doe ik in het project ‘Dagboek’ door tekst en beeld onleesbaar te maken. De censuur speelt in Noord-Korea ook een grote rol. De leider bepaalt wat het buitenland ziet. De beelden en informatie die buitenstaanders te zien krijgen zijn positief; foto’s van de massagymnastiek bij festiviteiten, de stad Pyongyang als visitekaartje, de utopische visie van Kim Il-jong uitgelegd in zijn boeken die online te lezen zijn, kunst waarin het socialistisch realisme hoogtij viert. Ondanks dat de makers van deze kunst door Kim Jong-il gestuurd worden, hebben ze toch nog een eigen handschrift dat naar voren komt in bijvoorbeeld de houtsnedes, een techniek die Kim Jong-il aanmoedigt. Kim Jong-il als leider van het afgezonderde land, zondert zichzelf ook af van de wereld. Dat doet hij door een dictator te zijn die zijn eigen burgers vermoordt. Afgezien van die afzondering, staat hij verder in goed contact met de buitenwereld. Hij laat zich beïnvloeden door bijvoorbeeld het communisme, Japan en films uit Hollywood. Hij heeft zichzelf een uitzonderingspositie gegeven ten opzichte van zijn burgers. Mijn vrijwillige afzondering kan ik ook op elk moment omzetten in het beleven van de buitenwereld. De combinatie van een afgezonderd en een werelds leven zorgt voor een spanning in mijn werk. Het contrast tussen die twee werelden wordt nog eens versterkt in mijn illustraties door het afbeelden in zwart-wit.

16


Filosofie van de afzondering

Het werken in kaders en de hoge mate van controle in mijn werk zijn een weerspiegeling van mijn afzondering. In het werk van Adolf Wรถlfli zijn dat ook belangrijke kenmerken. Ook wil hij, net als ik, controle uitoefenen op de beschouwer. Hij geeft commentaar op zijn werk en geeft uitleg over de gebruikte thematiek in de compositie zelf of op de achterkant van het papier. Die thematiek had vaak te maken met zijn verschrikkelijke leven vroeger. Hij vertelde met autobiografische gegevens en fictieve elementen de meest fantastische verhalen. Wat betreft de technieken waarin Wรถlfli werkte, had hij niet veel vrijheid. Hij had beperkte middelen om aan zijn materiaal te komen, vooral in het begin. Hij gebruikte de grijze potloden waarvan hij er twee per week kreeg. Pas later toen hij tekeningen verkocht, broodkunst genoemd, kon hij zich kleurpotloden en mooi papier veroorloven. Vanuit de afzondering lijkt, qua onderwerpkeuze, het willen beleven van de buitenwereld of een andere wereld sterker te worden. Ook in Noord-Korea is een andere realiteit een belangrijk onderwerp. De Juche filosofie is hierop gebaseerd. Het streven naar een utopische wereld, een betere toekomst voor het land, schemert door in alle afbeeldingen, zowel propagandaposters als houtsnedes, doordat het socialistisch realisme leidend is. De utopie van Kim Jong-il heeft naast zijn positieve kracht ook een negatieve kant. Koste wat het kost drijft Kim Jong-il zijn zin door. De cultuur in het land lijkt op het eerste gezicht misschien mooi, groots en indrukwekkend, maar in de dictatuur zijn nog steeds concentratiekampen waar mensen worden vermoord omdat zij andere gedachten hebben dan toegestaan. Mijn vergelijking met Noord-Korea is dan ook alleen op de beeldcultuur gericht en zeker niet op de inhoud van de dictatuur. Ook bij Adolf Wรถlfli is er naast zijn erg interessante levenswerk een minder mooie kant, namelijk de pedofilie waarvoor hij opgepakt werd en de schizofrenie waaraan hij leed. Maar de productie van tekeningen en ander beeld vanuit de afzondering, ook al is die onvrijwillig, hebben dus vele gemene delers. Anniek Tijmes, 2011

17


Filosofie van de afzondering

1. Paul Kriwaczek, Op zoek naar Zarathoestra. Amsterdam, Atlas 2003

2. Friedrich Nietzsche, Aldus sprak Zarathoestra. Amsterdam, Boom 2006. 3. Jezus in de woestijn [Mat. 4:1-11]. Op www.nbv.nl (mei 2011)

4. René ten Dam, Utrecht - het vergeten graf van Suster Bertken. 2011. Op www.dodenakkers.nl (mei 2011) 5. Katholiek Documentatiecentrum. G.Harinck e.a. (red), Christelijke Encyclopedie. Kampen 2005. Op www.protestant.nl (mei 2011)

6. Suster Bertken: profiel, Koninklijke Bibliotheek. Op www.kb.nl (mei 2011)

7. Michel de Montaigne, essays. Essay nr. 39 ‘Over eenzaamheid’. Amsterdam/Meppel 1993. 8. Haverleij 2011. Op www.haverleij.nl (juni 2011)

9. Hugh Honour & John Fleming, A world history of art. 7e Editie. London 2005.

10. Marina de Vries, Kleine zelfstandige onder de wodanseik, 25 mei 2004. Op www.volkskrant.nl (juni 2011)

11. Jean-Jacques Rousseau, Overpeinzingen van een eenzame wandelaar. Amsterdam 2006 12. Connie Palmen, Het geluk van de eenzaamheid. Amsterdam 2009. 13. Vilém Flusser, Een filosofie van de fotografie. Utrecht 2007.

14. Richard Patterson, Image and reality in Plato’s metaphysics. Indiana 1985. 15. Connie Palmen, Echt contact is niet de bedoeling. Amsterdam 2000.

16. Saul Steinberg 2011, op www.saulsteinberg foundation.org (juni 2011)

17. Tim Enthoven, Binnenskamers. Bries 2011. Op www.binnenskamers.com (mei 2011)

18


Case 1 Noord-Korea

27 Februari 2011 “Noord-Korea heeft gedreigd met geweld tegen Zuid-Korea als dat land doorgaat met het verspreiden van propaganda via ballonnen. Zuid-Koreaanse activisten en het leger sturen tienduizenden pamfletten, radio’s, voedsel en medicijnen naar het noorden. In de pamfletten wordt verteld hoe de bevolking van Tunesië, Egypte en Libië in opstand is gekomen tegen hun dictator. Noord-Korea kent een zware censuur, waardoor de inwoners nauwelijks op de hoogte zijn van die gebeurtenissen. Zuid-Korea hoopt dat de Noord-Koreanen ook in

1


Case 1 Noord_Korea

opstand komen tegen hun dictator, Kim Jong-il. In de waarschuwing zegt Noord-Korea dat de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel zal veranderen in een “zee van vuur”, als de provocaties doorgaan. Ook de Verenigde Staten worden in de dreigementen genoemd. Dat land is een bondgenoot van Zuid-Korea.”1 De burgers leven onder streng bewind van Kim Jong-il, De Generaal, die overigens geen president is, omdat dat zijn overleden vader Kim Il-sung, de Grote Leider, voor eeuwig blijft. De zware censuur die Kim Jong-il het land oplegt, zorgt niet alleen voor een erg smalle informatiestroom voor de burgers, maar ook de beelden die geproduceerd worden zijn afhankelijk van wat de Geliefde Leider Kim Jong-il voor ogen heeft. Door het onderzoeken van deze afzondering en de invloed die dat heeft op hun beeldproductie, wil ik meer inzicht krijgen in mijn eigen vrijwillige afzondering. Dus, welke invloed heeft de onvrijwillige collectieve afzondering op de beeldproductie van dit hermetisch gesloten land?

2


Case 1 Noord-Korea

Geschiedenis De strijd tussen Noord- en Zuid-Korea gaat terug naar de Tweede Wereldoorlog waarin Korea werd bezet door de Japanners. Russen en Amerikanen bevrijdden Korea, maar verdeelden daarmee tegelijkertijd het land in een noordelijk en zuidelijk deel waar respectievelijk het communisme van de Russen en het kapitalisme van de Amerikanen doorgevoerd werden. De verschillende bewinden van Noord en Zuid zorgden voor een oorlog. Kim Il-sung die inmiddels met goedkeuring van de Russen de succesvolle leider van het communisme was geworden, viel op 25 juni 1950 Zuid-Korea aan en was er van overtuigd dat het communistische bewind ook in ZuidKorea leidend moest zijn. Zuid-Korea kreeg echter hulp van de Amerikanen en zorgde ervoor dat de Noord-Koreaanse militairen zich tot de Chinese grens moesten terugtrekken. Amerika en Zuid-Korea hadden veel NoordKoreanen tot slachtoffer gemaakt. Kim Il-sung besloot dat zijn staat zich van de rest van de wereld ging afsluiten en Amerika en het kapitalisme als grootste vijand zou blijven beschouwen.2 In de eerste jaren van isolement zorgde Kim Il-sung ervoor dat hij als leider zo groot werd dat hij alle macht over de staat zou behouden. Hij moest zorgen dat de burgers hem gehoorzaamden in alles wat hij wilde en ontwikkelde daarom de Juche filosofie. Voor het leiden van een land en de ideologische achtergrond heeft hij zich laten inspireren door andere communistische bewinden zoals het Marxisme, Leninisme, Stalinisme en het Maoisme. Maar ook veel ideeĂŤn in zijn filosofie komen van het Confucianisme uit China, waarbij zelfredzaamheid een belangrijk punt is. Deze zelfredzaamheid is dan ook een veelgebruikte vertaling van het woord Juche.3 Op economisch gebied zijn volgens Juche de ontwikkeling van zware industrie en zelfredzaamheid van de landbouw speerpunten en aan het militariseren van Noord-Korea worden grote bedragen uitgegeven. Het ontwikkelen van deze nieuwe filosofie was volgens Kim Il-sung nodig, omdat in de andere

3


Case 1 Noord-Korea

regimes het communisme niet voldoende voldeed aan de eisen om succesvol te zijn als land. Een psychologische verandering bij de burgers was nodig. In Rusland waar Stalin zich vooral richtte op het collectiviseren, ging het mis. Een collectieve (psychologische) instelling die nodig is om een zelfredzame staat goed te laten functioneren, was bij de burgers niet aanwezig. Zij werkten mentaal gezien alleen voor zichzelf en niet voor de maatschappij, zoals zij altijd al hadden gedaan. Kim Il-sung bedacht dat het dus nodig was om de geest van de mensen ook collectief te laten denken. De Juche filosofie is alomvattend.4

Fysieke afzondering Kim Il-sung zorgde voor een hermetisch afgesloten land om de Juche filosofie in de praktijk te kunnen laten slagen. Invloeden van buitenaf zouden namelijk voor verdeeldheid zorgen. De manier waarop Kim Il-sung voor deze afzondering van de rest van de wereld zorgde was niet alleen mentaal, maar ook fysiek als collectief. De Eeuwige President Kim Il-sung, leider tot aan zijn dood in 1994, en opvolger Kim Jong-il nu, de zoon, laten buitenlanders sporadisch toe en burgers worden sinds 1953 beperkt in hun eigen reizen. Aan alle kanten zijn de grenzen van Noord-Korea ook de letterlijke grenzen. Aan de noordzijde van het land is een brede rivier die NoordKorea van China scheidt, die eventuele vluchtelingen kan tegenhouden. Aan de oost- en westzijde zorgt zee voor de afzondering. Aan de zuidzijde waar Noord aan Zuid grenst, is een drie kilometer brede demarcatiezone aangelegd die de twee van elkaar scheidt. Aan beide zijden staan militairen die de grens bewaken.5 Afzondering van de buitenwereld wordt verder in stand gehouden door burgers een verbod te geven op het spreken, aankijken en onderhandelen met buitenlanders. Wanneer toeristen het land bezoeken, krijgen ze een of meerdere gidsen toebedeeld die zijn aangesteld door de leider of zijn naasten. Deze mogen wel met buitenlanders spreken en hen ook aankijken in tegenstelling tot andere burgers. Zonder gids kan het land niet bezocht worden.6

4


Case 1 Noord-Korea

Naast de invloed van buitenaf die zou zorgen voor verdeeldheid in het land, is het gevaar van de Verenigde Staten, het kapitalisme en imperialisme een reden tot isolement. Kim Il-sung en zijn zoon Kim Jong-il, hebben de overtuiging dat de VS Noord-Korea wil aanvallen en het communisme wil uitbannen. Daarmee zou de leider zijn macht kwijtraken. De angst hiervoor speelt dus een grote factor in de manier waarop hij omgaat met het besturen van het land. Dat was in de tijd van Kim Il-sung zo, maar ook nu, ook al zijn er wel pogingen tot verzoening gedaan tussen Noord en Zuid.

Geestelijke afzondering De Juche filosofie werd ontwikkeld door Kim Il-sung om zijn burgers collectief te laten denken. Drie essentiële nationale waarden van Juche zijn politieke autonomie, economische onafhankelijkheid en een sterke positie van het leger.7 Een massale hersenspoeling was het gevolg van de wil tot collectief denken. De Noord-Koreanen werden geïndoctrineerd en tegenstanders werden naar ‘heropvoedingskampen’ gestuurd waar zij de ideologie van Kim Il-sung onder dwang tot zich namen. Deze kampen zijn naar bijvoorbeeld het verhaal van vluchteling Kang Chul-hwan eerder concentratiekampen, dan een soort scholen. Noord-Koreanen zelf en buitenlanders krijgen deze kampen nooit te zien. De burgers kunnen geen verweer tegen Juche of de staat tonen, want het enige wat dan volgt is een strafkamp en heel waarschijnlijk de dood.8 Noord-Koreanen die nu leven zijn van een andere generatie, ze kennen alleen de Juche filosofie en weten niet wat in de rest van de wereld gebeurt. Het logische gevolg zou dan zijn dat de opstand van burgers minder wordt, maar ondertussen groeit het aantal concentratiekampen.9 Door de totale afzondering hebben veel burgers geen ander idee van de wereld dan hun eigen staat en wordt de realiteitszin steeds kleiner. Op scholen krijgen kinderen les in Juche en wordt hun ook een afkeer tegen de Amerikanen bijgebracht. Het Grote Ideaal van de leider komt op deze manier steeds dichterbij. Wat kennis en nieuwe media betreft is voor Noord-Koreanen het internet

5


Case 1 Noord-Korea

alleen toegankelijk voor een geselecteerde groep mensen die een hoge functie hebben. Een intranet is aanwezig en beschikbaar in enkele internetcafĂŠs in de hoofdstad Pyongyang. De diensten zijn alleen erg duur, informatie is beperkt toegankelijk en er wordt streng gecontroleerd op wat gecommuniceerd wordt.10 Niet alleen communicatie via het internet of intranet wordt gecontroleerd en is beperkt, maar ook telefoneren en het gebruik van kopieermachines. Het beleid wordt uitgevoerd door personeel van Kim Jong-Il en medeburgers. De sociale controle is zeer groot in Noord-Korea. De manier waarop Kim Il-sung en ook Kim Jong-il ervoor zorgen dat hun ideeĂŤn toekomst hebben en constant in de gedachten van de burgers zijn is propaganda. De afzondering en propaganda zijn nodig om de burgers te laten geloven dat alles goed is en goedkomt. De idealen van de leider moeten door de burgers overgenomen worden om zo zelfredzaamheid te kunnen bewerkstelligen. Dit kan alleen in die afzondering zonder dat de burgers weten dat in andere landen een totaal andere manier van werken wordt gehanteerd waarbij vrijheid van meningsuiting een norm is. De hersenspoeling wordt mede mogelijk gemaakt door de propaganda die in het land wordt verspreid. Het leven, de gedachten en de omgeving zijn doordrenkt van de idealen van de Grote Leider. Een onafhankelijke, zelfredzame staat heeft volgens Juche het collectief nodig om te kunnen overleven en succesvol te zijn. Zolang Kim Jong-il de burgers nog steeds in die droom kan laten geloven, is hij succesvol en behoudt hij zijn macht.

6


Case 1 Noord-Korea

Pyongyang Propaganda is dus een middel van de Grote Leider om zijn burgers te laten geloven in een utopische visie. De idealen van de Juche filosofie komen tot uiting via verschillende media. Na de Koreaanse oorlog, waarbij NoordKorea een van de meest gebombardeerde landen ter wereld was geworden, moest het land opnieuw worden opgebouwd. Kim Il-sung had zijn communistische voorgangers, vooral Mao en Stalin, goed bestudeerd en heeft veel uiterlijk vertoon van hun afgekeken. Ten eerste was de wederopbouw van de stad Pyongyang belangrijk. Kim Il-sung kon naar eigen idee de stad in zijn geheel vanaf niets opbouwen en op deze manier zijn macht tentoonspreiden. Het zou gaan fungeren als het visitekaartje van Noord-Korea. Een aantal kenmerkend communistische elementen zijn in de architectuur en stadsplanning terug te vinden. Voorbeelden hiervan zijn de grote gebouwen die in lang niet alle gevallen bewoond en afgemaakt zijn, de brede straten en verhogingen waarop de grote leider vereerd wordt met standbeelden. Naast Chinese en Russische invloeden zijn ook Egyptische kenmerken te zien in zuilen, obelisken en in de Juche Toren die met een vlam bovenop de unieke Juche gedachte van Kim Il-sung over de wereld laat schijnen. De vlam is ook in Westerse monumenten te zien, namelijk The Monument in Londen en het Vrijheidsbeeld in New York. In Juche geschriften zullen de westerse en de Egyptische invloeden echter nooit bevestigd worden.11 Kim Jong-il schrijft in On Fine Art het volgende over de Juche Toren die voor de zeventigste verjaardag van Kim Il-sung gebouwd was: “The Tower of the Juche Idea is a historic monument which reflects the will and desire of our people and the revolutionary people throughout the world to defend and glorify, throughout the generations, the Juche idea, the great guiding idea of our era, the era of independence, authored by the great leader Comrade Kim Il Sung; it demonstrates its gran-

7


Case 1 Noord-Korea

deur to the whole world as the common artistic wealth of mankind. The variegated and diverse figurative shapes–the imposing granite tower soaring into the blue sky of Pyongyang, the capital of Korea, and the flaming torch on top of it, the radiant letters reading “Juche,” the sculpture of three people holding up the emblem of the Party and the group sculptures of secondary themes, the pavilions evoking national sentiments, and the fountains ejecting mists of water–symbolize the greatness of the immortal Juche idea and the vibrant spirit of the era of Juche.”12

Juche realisme Een andere manier waarop Juche verspreid wordt is de socialistisch realistische kunst die zijn herkomst heeft in de Sovjet-Unie. Stalin nam in de jaren twintig controle over de kunsten en begon in 1928 een culturele revolutie. Hij vond dat een populaire cultuur moest ontstaan, waar de avant-garde absoluut niet bijhoorde. Als gevolg daarvan werd in 1934 het socialistisch realisme de enige toegestane kunstvorm. De vier principes daarvan waren klassenbewustzijn, actuele relevantie, trouw aan de Partij en toegankelijkheid voor de massa. Deze ideeën waren afgeleid van het Marxisme en Leninisme, maar het socialistisch realisme ontstond door Stalin. Na Rusland werd dit door China, Engeland en Noord-Korea overgenomen.13 In Noord-Korea ontwikkelde het socialistisch realisme zich in de jaren zestig tot Juche realisme. Kim Il-sung gaf de volgende instructie: “Let’s develop our national form, with Socialist content”. Dit geldt nog steeds als het leidende principe. Die nationale vorm is traditionele Koreaanse inktschildering of ‘Chosonhwa’, die het beste de emotie kan weergeven.14 Westerse olieverfschilderingen worden ook goedgekeurd, alhoewel die vorm wel minder werd gewaardeerd door de herkomst. Het afkeuren van deze westerse invloeden laat zien dat de beide Kims hun eigen ideeën het beste vinden en alles onafhankelijk van andere landen willen uitvoeren. De afzondering, ook geestelijk van Kim Jong-il (en vroeger Kim Il-sung), zorgt dus voor een beperkt gebruik van technieken en ook een zeer kleine mogelijkheid tot

8


Case 1 Noord-Korea

experiment. Ook geïmmigreerde kunstenaars, zoals Zuid-Koreanen werden in de jaren zestig niet meer gewaardeerd en werden zelfs uit de NoordKoreaanse kunstgeschiedenisboeken geschrapt, terwijl ze daarvoor nog bekend waren.15 Kunstenaars worden opgeleid aan de in 1947 door Zuid-Koreanen opgerichte Pyongyang University of Fine Art. Studenten kunnen onder andere bij de afdelingen kalligrafie, Koreaans schilderen, olieverfschilderen, beeldhouwen en publicatiekunst terecht. Na het afstuderen krijgen deze kunstenaars een voorkeursbehandeling bij het vinden van een baan bij een van de Art Creation Companies. Een voorbeeld van zo’n bedrijf is Mansudae Creation Company waar Kim Jong-il een belangrijke rol speelt in beleidsbepaling. Daardoor krijgt deze studio veel grote opdrachten voor het collectief zoals voor publieke gebouwen. Het bedrijf is ook het grootst met zijn 3700 werknemers, waarvan 1000 kunstenaars. Tien verschillende afdelingen worden gerepresenteerd waarbij toegepaste kunst een even grote waarde heeft als de schone kunst. Kunstenaars hebben een maandsalaris waarbij in een contract is vastgesteld hoeveel kunstwerken ze daarvoor moeten leveren. De manier waarop een kunstenaar werkt is verschillend. De een werkt vanuit kantoor, terwijl de ander op locatie het dagelijkse leven observeert, tekent en schildert. Kim Jong-il vindt werken op locatie erg belangrijk omdat alleen op die manier de kunstenaar de realiteit naar waarheid kan weergeven. De onderwerpen die afgebeeld mogen worden zijn beperkt en dit is niet alleen bij Mansudae Creation Company het geval. Kim Jong-il heeft duidelijk voor ogen wat goede kunst is en hoe de Juche filosofie het beste tot uiting komt in de werken. Hierover zegt hij: “A picture must be painted in such a way that the viewer can understand its meaning. If the people who see a picture cannot grasp its meaning, no matter what talented artist may have painted it, they cannot say it is a good picture.” Abstracte of conceptuele kunst is dus in ieder geval uit den boze. Stillevens en landschappen mogen wel geschilderd worden. Die landschappen inspireren niet alleen tot trots en liefde voor de schoonheid van het land, maar

9


Case 1 Noord-Korea

hebben indirect een politieke boodschap, namelijk het laten zien van historische plekken die de leiders hebben bezocht en hebben genoemd. Een ander genre is portretkunst. Kunstenaars krijgen vaak de opdracht om de leiders te schilderen. Hoe vaker ze worden afgebeeld, des te groter de cultus wordt.15

Propaganda Posters De Juche filosofie die in de schone kunsten leidend is, wordt door middel van propagandaposters nog duidelijker en intenser aan de massa getoond. Grote billboardposters hangen in de stad Pyongyang en daarbuiten. Niet alleen worden deze afbeeldingen buiten tentoongesteld, maar ook binnen in klaslokalen waar ze ter educatie dienen. De posters moeten volgens Kim Jong-il de ideologische en mentale staat van de mensen dienen, maar ook esthetische kwaliteit hebben. Een poster die niet gebaseerd is op het begrijpen van politiek bewustzijn, revolutionair enthousiasme en esthetische wensen van de massa kan zijn rol als inspirator van de burgers niet uitvoeren. Naast deze rol moet de poster de kwaliteiten mobilisatie, aantrekkingskracht, overtuiging en motivatie bevatten.16 De onderwerpen waarin deze tot uiting komen zijn het sociale leven, politiek, economie, cultuur en het leger. Kim Jong-il zegt hierover: “The production of graphic painting should generalize social phenomenon to the highest even with simple themes, and thus present a visual representation of the ideological contents of the work in a persuasive form.(...)The power of the poster must manifest itself in stirring up the people’s ideology instantly and encouraging them to undertake positive action. The poster must make its message an occasion for motivating the people to action and advance a practical way for them to do so.”16 De manier waarop grafische kunstenaars aan deze hoge eisen kunnen voldoen is vooral hard werken, veel lezen over politiek en Juche, discussiëren

10


Case 1 Noord-Korea

en daarnaast natuurlijk de technische vaardigheden blijven verbeteren. Wat als eerste opvalt als je naar de posters kijkt, zijn de kleuren rood, blauw en goud. Het gebruik van deze kleuren is niet toevallig. Rood is de kleur van het socialisme. Posters die te maken hebben met anti-Amerikanisme, politieke mobilisatie, loyaliteit en zelfopoffering hebben rood als primaire kleur, omdat het overgave, vastberadenheid en woede uitbeeldt. Blauw is een kleur die, in tegenstelling tot rood, rust, vrede en harmonie uitstraalt. De kleur goud wordt veelvuldig gebruikt in de posters omdat het de kleur van toekomstige welvaart, overwinning en voorspoed is en dus het Grote Ideaal vertegenwoordigt. De posters hebben een duidelijke opbouw. Onderaan is vaak een slogan te lezen in hoekige typografie. De kunstenaar werkt vanuit deze slogans en illustreert deze. De scheiding van de tekst en het beeld laat zien dat de twee niet door dezelfde persoon bedacht zijn. Het beeld wordt vaak in kikkerperspectief gemaakt zodat de beschouwer in een ontvangende positie komt. Ook staart de persoon op de poster de beschouwer soms aan, maar vaker kijken de mensen naar een punt boven de horizon. Heroïsch bewegen ze zich naar een mooie toekomst. De mensen die afgebeeld worden zijn regelmatig alleen of in een groep van vier mensen, namelijk een soldaat, een arbeider, intellectueel en een boer die meestal vrouwelijk is. Wanneer vrouwen afzonderlijk worden afgebeeld begeven ze zich vaak in een vrolijke, vredelievende en harmonieuze sfeer, waarin een paradijs zonder zorgen wordt laten zien. De leiders Kim Il-sung en Kim Jong-il worden in de posters niet afgebeeld, maar ze zijn wel degelijk aanwezig met hun naam op bijvoorbeeld de rode boekjes die de burgers in hun handen hebben en in de ideologie en productie zelf.17 Kim Il-sung en Kim Jong-il in beeld De Grote Leider en de Generaal worden in schilderijen en in beeldhouwwerken wel veelvuldig afgebeeld. Een ware Kim cultus heerst in Noord-Korea. Metershoge standbeelden staan door het hele land verspreid, waar door de burgers bloemen worden bijgelegd. In de opvoeding en op school wordt kinderen een beeld van de leider bijgebracht die aandoet als vader, een man die goeddoet en van zijn ‘kinderen’ houdt en ook als God. In huizen van

11


Case 1 Noord-Korea

Noord-Koreanen zijn vaak twee portretten te vinden van de leiders. Neerkijkend op de bewoners hangen ze naast elkaar aan de muur. Buiten op straat dragen veel Noord-Koreanen badges waarop het portret van de leider staat. Deze worden als straf ingenomen wanneer anti-Kim gedrag tentoongespreid wordt.18 De persoonlijkheidscultus die dus overal aanwezig is, laat ook weer zien hoe machtig de leiders zijn. Wanneer de verafgoding zo groot is, zal de macht van Kim Jong-Il alleen maar groter worden en de status van Eeuwige Leider Kim Il-sung onaangetast blijven. Film Film is al lange tijd een grote hobby van Kim Jong-il en is het medium van voorkeur. Hij is een filmliefhebber en bemoeit zich met elk aspect van het maken en produceren van een film. Hij regisseert zelf, maar heeft ook regisseurs en acteurs uit het buitenland ‘ingehuurd’. Zelf schijnt hij een grote collectie films te hebben waaronder veel Hollywoodproducties.19 Film is volgens Kim Jong-il een ideale manier om Juche ideologie en de tijdsgeest aan de burgers te laten zien, omdat het nog dichterbij de realiteit komt dan een stilstaand beeld. Maar dit blijkt wel lastig te zijn, want Kim Jong-il zegt herhaaldelijk het volgende over scriptschrijvers: “The scriptwriters who produced it have not deeply studied and experienced the new events which are taking place in our lives.”20 Ook films die minder realistisch zijn worden gemaakt hebben altijd de Juche filosofie in zich. In de film Pulgasari komt een monster tot leven die ijzer eet. Hij staat voor het kapitalisme en de Amerikanen. Eerst is het een grote vriend van de Noord-Koreanen en helpt het in een strijd tegen onrecht. Later blijkt dat de vriend hun grootste vijand is geworden: Pulgasari is onverzadigbaar.21 De burgers buiten Pyongyang konden alleen Noord-Koreaanse producties zoals deze op televisie kijken, totdat pas geleden voor het eerst in Noord-Korea een buitenlandse film op televisie werd vertoond: 31 December 2011 “Dat Noord-Korea vrij afgesloten is van de rest van de wereld, blijkt

12


Case 1 Noord-Korea

wel uit het feit dat zondag voor het eerst een westerse film op de televisie is vertoond. Dat meldt de omroep BBC. De Britse film Bend It Like Beckham had de eer de eerste westerse film daar op tv te zijn. De Britse ambassade had de voetbalfilm aangeboden aan de Noord- Koreaanse televisie. Maar de film moest eerst wat aangepast worden, want hij werd geknipt van 112 minuten tot 104 minuten. De film uit 2002 met actrice Keira Knightley gaat over twee voetbalgekke meisjes. Voetbal is ook populair bij de Noord-Koreanen.”22 Massagymnastiek Een van de meest kenmerkende beelden van Noord-Korea voor buitenlanders zijn foto’s en video’s van de massagymnastiek dat op speciale dagen uitgevoerd wordt door de burgers. Het is een ‘cadeau van de burgers’ aan de jarige leider of een viering van het jubileum van de onafhankelijke staat. Burgers worden op het uiterlijk geselecteerd en zijn verplicht om urenlange trainingen te volgen waarin elke beweging van het optreden geoefend wordt. Het resultaat is groots en de beelden daarvan gaan de hele wereld over. De repetities zijn echter gesloten voor buitenlanders. De ideale zelfpresentatie mag geen deuken krijgen. Souk-Young Kim schrijft over deze manier van presenteren, wat ook kan gelden voor de beeldproductie in het algemeen: “North Korea, on the other hand, made it its mission to improve its belligerent national image by presenting itself as a respectable nation to the outside world. This meant that North Korea carefully developed criteria for selecting presentable images to be shown to outside spectators and had its people rehearse according to those criteria.”23

13


Case 1 Noord-Korea

Zelfcensuur Kim Jong-il is meester in censuur plegen op zijn eigen land. Niet alleen zijn burgers krijgen een ideaal beeld voorgeschoteld, maar ook de rest van de wereld. Naast de fysieke censuur op menselijke uiterlijkheden en wie het land in en uit mag, bepaalt hij welke beelden geschikt zijn om aan de buitenwereld te laten zien. De films en foto’s van de massagymnastiek zijn hier een goed voorbeeld van. Kim Jong-il heeft een commissie in dienst die getraind en betrouwbaar is in het bepalen van het gezicht van Noord-Korea. Kim Jong-il heeft veel kennis over hoe naar buiten te treden, want hij was gedurende lange tijd werkzaam bij het propagandabureau. Hij weet dus precies hoe hij de massa en de buitenwereld kan manipuleren en overtuigen. Souk-Young Kim vertelt in haar boek Illusive Utopia over de rol van theater in Noord-Korea het volgende: “Moreover, the contrasting intentionality of showing and hiding, as an image-producing process, becomes more important than what actually happens to the actors involved in the process.”24 In propaganda wordt het utopische toekomstbeeld rijkelijk in beeld laten zien, maar ook in de relatie van Noord-Korea met de buitenwereld is een mooi zelfbeeld het zichtbare. De massagymnastiek is een goed voorbeeld van het theater voor de buitenwereld. Kim Jong-il heeft een geïdealiseerd zelfbeeld aan Noord-Korea gegeven waarbij hij meer geeft om het beeld naar de buitenwereld dan de mensen achter de theatrale façade. Invalide en oude mensen, maar ook, volgens Kim, lelijke en ongezonde Noord-Koreanen mogen bijvoorbeeld niet zichtbaar zijn voor buitenstaanders.

14


Case 1 Noord-Korea

Beeld voor de buitenwereld In Noord-Korea is een beperkte reisvrijheid niet alleen voor de burgers, maar ook voor toeristen, zoals eerder genoemd. De gidsen die hen begeleiden hebben een protocol. Ze geven geen antwoord op vragen en wanneer een toerist de vrijheid van meningsuiting toepast, loopt hij kans op gijzeling. Ze zijn in feite de acteurs in het theater van Kim Jong-il samen met de toeristen die de beschouwer zijn en het beste hun mond kunnen houden. Toeristen krijgen in gebouwen performances getoond. Alleen de gezonde en mooie kinderen worden uitgekozen om deze te mogen doen.25 Bezoekers van Noord-Korea krijgen altijd dezelfde attracties te zien, die zich voornamelijk in de voorbeeldige stad Pyongyang bevinden. In musea krijgen toeristen geselecteerde kunstwerken te zien, waar vaak bordjes bijhangen waarop de naam van Kim Il-sung of Kim Jong-il staat samen met de datum van bezichtiging. Een andere manier waarop de leiders hun sporen achterlaten is kalligraferen op monumenten. Op die manier uiten ze hun goedkeuring. Ook die plekken laten de gidsen zeker niet onbezocht.25 In het buitenland zijn recent een aantal tentoonstellingen van NoordKoreaanse kunst geweest. In 2004 was bijvoorbeeld in de Kunsthal in Nederland een tentoonstelling van 150 gouaches en 135 schilderingen op doek.26 Ook Noord-Koreaanse posters zijn in het westen tentoongesteld. David Heather heeft een grote collectie originele propagandaposters die in 2007 in London voor het eerst te zien waren.27 Bij die tentoonstelling hoort het boek ‘North Korean Posters’, een van de weinige naslagwerken die te vinden is over Noord-Koreaanse kunst en vormgeving. Veel posters die op internet te vinden zijn, zijn reproducties of illegaal meegenomen. NoordKoreaanse kunst is wel te koop buiten Noord-Korea. Een galerie in Japan heeft goede relaties met kunstenaars in Pyongyang en kan op een legale manier handelen. Maar dit is telkens met goedkeuring van Kim Jong-il. Hij is degene die altijd zal bepalen welk beeld van Noord-Korea naar de buitenwereld gezonden wordt. Naast een select aantal kunstwerken die op internet te vinden zijn, heeft Kim Jong-il zijn weg ook gevonden voor toerisme en handelsbetrekkingen. Op internet zijn een aantal officiële websites te vinden die op het toerisme

15


Case 1 Noord-Korea

gericht zijn en op bedrijven die met Noord-Korea zouden willen handelen. Een lijst met voorbeelden van producten en diensten kan door geïnteresseerden geraadpleegd worden. Op een blog, die ongetwijfeld zwaar gecensureerd en gepropagandeerd is, toont Kim Jong-il foto’s van festiviteiten waarbij de massagymnastiek niet geschuwd wordt.28 Verder geeft Kim Jong-il via het internet toegang tot een aantal van zijn boeken. De vormgeving hiervan is niet bijzonder, maar opvallend is de rode typografie. Ook in andere boeken worden citaten van de leiders vaak in het rood of bold lettertype weergegeven. Dit is een voorbeeld van de manier waarop de De Generaal op sommige manieren dezelfde rol als de koning in traditioneel Korea vervulde. Koninklijke documenten werden toen namelijk vaak in rode inkt of op rood papier geschreven. In een communistisch land als Noord-Korea wordt de vormgeving niet door concurrerende bedrijven verzorgd, maar door de staat net als kleding, boeken, schoenen, posters, producten en verpakkingen. Noord-Korea zoekt naar technologische ontwikkelingen die ze kunnen gebruiken en laten zich daarvoor door de buitenwereld beïnvloeden. Ze behouden hierbij wel hun eigen uitgangspunten en idealen.

Contact met de buitenwereld Echt contact met de buitenwereld, via internet of persoonlijk, is steeds normaler aan het worden in Noord-Korea. Sinds de hongersnood van 1993, toen Kim Jong-Il hulp moest vragen aan buitenlandse organisaties, is de hermetische afsluiting minder geworden. Instanties over de hele wereld leveren tot op heden geld, voedsel en andere hulpmiddelen aan Noord-Korea. In die zin is Kim Jong-il afhankelijk van het buitenland, ook al is zijn Grote Ideaal juist het omgekeerde. De leider heeft ingezien dat hij die hulp nodig heeft. Suk-Young Kim schrijft over de relatie tussen hulporganisaties en het afgezonderde land het volgende: “From the state’s point of view, foreign aid workers are undesired parties because they insist on stepping out of the roles of controllable spectators,

16


Case 1 Noord-Korea

but they are granted some degree of autonomy so they can distribute much-needed resources. North Korean employees providing services to foreign tourists are also in a peculiar situation. They are constantly exposed to visitors, and thereby become unwanted but necessary agents who must mediate between North Korea and the outside world.”29 Ook om de economie van het land op te bouwen, heeft hij de grenzen meer opengezet. Op de officiële webpagina van Noord-Korea, www.korea-dpr. com, is zoals eerder genoemd een lijst van handelsproducten te vinden, waarop specifieke machines en werktuigen staan. Het geld dat Kim Jong-il binnenkrijgt gaat echter vaak niet naar de mensen die het hard nodig hebben, maar juist naar zijn grootste kostenposten: een van de grootste legers ter wereld en wapens.30 Op die manier wil het land zich staande kunnen houden bij een aanval van de Amerikanen en andere kapitalistische landen. Naast giften is illegale handel in wapens en andere goederen ook een bron van inkomsten voor de burgers. Een andere reden voor een grotere openstelling van het land naast de economische is het volgende: “However, putting economic motivations aside, North Korea seems to have another compelling motivation to encourage tourism: that of constructing a radically different notion of North Korea for foreign spectators.”31 Kim Jong-il bewerkstelligt dit door bijvoorbeeld festivals te organiseren waar buitenlandse kunstenaars worden uitgenodigd. Op het jaarlijkse Art Festival worden musici, kunstenaars en dansers uitgenodigd om te laten zien waar zij zich mee bezighouden. En het Pyonyang International Film Festival kan een nieuw licht werpen op de cultuur van Noord-Korea. Bovenstaande manieren lijken de verhouding tussen het afgezonderde land van Kim Jong-il en de buitenwereld te verbeteren, ondanks de gruwelijkheden die nog steeds plaatsvinden. Het buitenland ziet in de openstelling van Noord-Korea en de cultuur vooral een manier om het geheime land te ontrafelen. En om zo beetje bij beetje de Noord-Koreanen in aanraking te laten komen met andere ideeën over de wereld.

17


Case 1 Noord-Korea

De afzondering van Noord-Korea als collectief zorgt voor een eigen beeldproductie. De leider Kim Jong-il nu en Kim Il-sung toen zijn de enige die onbeperkt toegang tot de buitenwereld hebben. Niet alleen een fysieke afzondering, maar ook een geestelijke afzondering van de burgers zorgt voor een gebrek aan experiment en eigen initiatieven. Alhoewel sommige kunstenaars weleens het buitenland bezoeken, eenmaal terug zijn de grenzen van Noord-Korea gesloten en bij gedrag wat niet past binnen het Juche ideaal wordt hard opgetreden. Het zal niet de eerste keer zijn dat een burger samen met zijn familie wordt opgepakt en jarenlang in een concentratiekamp moet verblijven. Het idealisme van het afgezonderde land, het streven naar het Grote Ideaal van een zelfredzaam land, komt tot uiting in elke manier van verbeelding; schilderijen, performances, films en de propagandaposters. Elk middel wordt ingezet om de boodschap van Juche zo duidelijk mogelijk te laten communiceren naar de burgers. De leiders zijn meester in het manipuleren en overtuigen. Dit doen zij niet alleen naar de burger toe, maar ook naar de rest van de wereld. Kim Jong-il geeft zijn land een positief beeld door het theater wat hij opvoert met de beelden van massagymnastiek, de stad Pyonyang als visitekaartje en de festivals die hij jaarlijks organiseert waar buitenlanders worden uitgenodigd. De relatie tussen de beeldcultuur van afgezonderd Noord-Korea en mijn eigen werk is te vinden in de zelfcensuur en de hoge mate van controle. Het theater dat Kim Jong-il opvoert is zelfcensuur op een hoog niveau. Hij weet wat hij moet verbergen en wat hij mooier moet maken. In mijn eigen ‘Dagboek’ project pas ik ook zelfcensuur toe. Ik zoek met mijn illustraties naar de dingen die ik wel en niet wil vertellen. Verder zijn Kim Jong-il en Kim Il-sung twee leiders die macht willen hebben en daarbij gaan ze over lijken. Dat is onacceptabel en die associatie wil ik zeker niet leggen met mijn werk. Het gaat in Noord-Korea ook over de relatie tussen een machtige, controlerende leider en zijn gehersenspoelde burgers, terwijl ik degene ben die alleen mijzelf hoef aan te sturen. Een overeenkomst is dat de leiders als individu

18


Case 1 Noord-Korea

een ideaal hebben die ze willen verwezenlijken en dat ik ook een ideaalbeeld heb over het illustrator-zijn. In het filosofische gedeelte van dit visueel essay gaan mijn gedachten over de afzondering als ideaal en de relatie van de afzondering met het illustreren. Anniek Tijmes, 2011

19


Case 1 Noord-Korea

1. NOS, Noord-Korea dreigt met militair geweld, 27 februari 2011, op www.nos.nl (juni 2011)

2. Kongdan Oh and Ralph C. Hassig, North Korea through the looking glass, (Washington D.C., 2000) 3. Jane Portal, Art Under Control in North Korea. (Londen, 2005)

4. Kongdan Oh and Ralph C. Hassig, North Korea through the looking glass, (Washington D.C., 2000)

5. Bradley K. Martin. Under the loving care of the fatherly leader. North Korea and the Kim Dynasty, (New York, 2004)

6. Noord-Korea: een dag in het leven van (2004) Regie: Pieter Fleury

7. Koen de Ceuster, David Heather, North Korean Posters: The David Heather Collection, (Londen 2008)

8. Bradley K. Martin. Under the loving care of the fatherly leader. North Korea and the Kim Dynasty, (New York, 2004)

9. Harm, F., We waren blij als er iemand doodging, 4 mei 2011, op www.NOS.nl (juni 2011)

10. Yang Jung A, Controlling Internet CafĂŠ in North Korea, 13 juli 2005, op www.dailynk.com (mei 2011) 11. Jane Portal, Art Under Control in North Korea. (Londen, 2005) 12. Kim Jong-Il, On fine art. (Noord-Korea, 16 Oktober, 1991)

13. Jane Portal, Art Under Control in North Korea. (Londen, 2005)

14. Koen de Ceuster, David Heather, North Korean Posters: The David Heather Collection, (Londen 2008) 15. Jane Portal, Art Under Control in North Korea. (Londen, 2005) 16. Kim Jong-Il, On fine art. (Noord-Korea, 16 Oktober, 1991)

17. Koen de Ceuster, David Heather, North Korean Posters: The David Heather Collection, (Londen 2008) 18. Jane Portal, Art Under Control in North Korea. (Londen, 2005)

19. Suk-Young Kim, Illusive Utopia: Theater, Film, and Everyday Performance in North Korea (Michigan, 2010)

20. Kim Jong-Il, Let us create more revolutionary films based on socialist life. Talk to Writers and Film Directors. 18 Juni, 1970. (Pyongyang, 1986)

21. Chong Gon Jo, Sang-Ok Shin, Pulgasari, (Noord-Korea, 1985)

22. NOS, Noord-Korea zendt westerse film uit, 31 december 2010, op www.nos.nl (juni 2011)

23. Suk-Young Kim, Illusive Utopia: Theater, Film, and Everyday Performance in North Korea (Michigan, 2010)

24. Suk-Young Kim, Illusive Utopia: Theater, Film, and Everyday Performance in North Korea (Michigan, 2010)

25. Jane Portal, Art Under Control in North Korea. (Londen, 2005)

26. De wereld volgens Kim Jong-il. Kunst uit Noord-Korea, 2004, op www.kunsthal.nl (juni 2011)

27. Koen de Ceuster, David Heather, North Korean Posters: The David Heather Collection, (Londen 2008) 28. OfficiĂŤle website van Noord-Korea, www.korea-dpr.com (april 2011)

29. Suk-Young Kim, Illusive Utopia: Theater, Film, and Everyday Performance in North Korea (Michigan, 2010)

30. Kongdan Oh and Ralph C. Hassig, North Korea through the looking glass, (Washington D.C., 2000)

31. Suk-Young Kim, Illusive Utopia: Theater, Film, and Everyday Performance in North Korea (Michigan, 2010)

20


Case 2 Adolf Wölfli

“Ich jedoch bin der ung-glüklichste Mensch, den Die liebe Mutter Erde auf Ihrem breitten, erhabenen Rüken trägt. Ein Ung-glüks-Fall ohne Gottes Hilfe, ist schwärtzer als die schwärtzeste Nacht. Gut Nacht. Gez. Hochachtungslehrst. Skelet. Adolf Wölfli. Bern.”1 In bovenstaande woorden van kunstenaar Adolf Wölfli zelf, wordt duidelijk hoe slecht hij er mentaal aan toe was. Hij was dan ook als paranoïde schizofreen opgenomen in een psychiatrische instelling. Tijdens zijn jarenlange verblijf in de kliniek heeft hij duizenden tekeningen, gedichten, collages, verhalen en muziekstukken gemaakt. Het isolement is in zijn leven een

1


Case 2 Adolf Wรถlfli

belangrijke bron van zijn kunstenaarschap. Daarom onderzoek ik in deze casestudy de invloed van de onvrijwillige individuele afzondering op zijn beeldproductie.

2


Case 2 Adolf Wölfli

Adolf Wölfli, geboren in 1864, groeide op in de Zwitserse hoofdstad Bern. Zijn ouders waren de arme steenhouwer en alcoholist Jakob en Anna. Jakob liet zijn gezin in de steek toen Adolf vijf jaar oud was. Zijn moeder ging als wasvrouw werken om haar kinderen te kunnen onderhouden. In 1872 werd zij ziek en ging samen met Adolf terug naar haar geboortedorp Schangnau in de buurt van Bern. Adolf en zijn moeder werden van elkaar gescheiden om op verschillende boerderijen te werken in ruil voor eten en een slaapplaats. Toen Adolf acht was, overleed zijn moeder. Het was voor hem een traumatische gebeurtenis die nog gedurende zijn hele leven een grote invloed zou hebben op zijn werk en zijn geestelijke gesteldheid. Na de dood van zijn moeder werd zijn leven nog miserabeler dan het al was. Hij had het idee dat zijn leven niet de moeite waard was, hij zwierf rond en had criminele bezigheden. Later werkte hij als huurling voor verschillende families waar hij mishandeld of genegeerd werd. Op school ging het wel goed en hij ging na zijn basisopleiding werken als klusjesman. Rond zijn achttiende werd Adolf verliefd op een meisje van het platteland. Ook dit was geen succes, want de liefde werd verboden door de ouders van het meisje. Adolf beleefde dit als de tweede grote catastrofe in zijn leven, naast het overlijden van zijn moeder. Adolf schreef hierover (in het Duits, hier vertaald): “I rolled in the snow and wept for the happiness so cruelly snatched from me…my heart had suffered too much.” Na deze afwijzing misbruikte Adolf twee jonge meisjes en belandde daarvoor in de gevangenis. Na een derde keer werd hij opnieuw opgepakt en kreeg hij een psychiatrisch onderzoek in het Waldau Mental Asylum. De artsen gaven hem de diagnose schizofrenie en mentale incompetentie. Vanaf 31-jarige leeftijd verliet Adolf de buitenwereld en nam zijn betrekking in Waldau waar hij de rest van zijn leven zou blijven.2

3


Case 2 Adolf Wölfli

In de eerste jaren van zijn afzondering in de kliniek was Adolf Wölfli zeer agressief en gewelddadig tegenover zijn medepatiënten en de medewerkers. Ook had hij last van hallucinaties. Nadat hij in 1899 was overgeplaatst naar een privé-cel begon hij te tekenen en veranderde zijn gemoedstoestand. Hij was kalm tijdens het tekenen, maar agressiever wanneer hij minder werkte.3 Die agressiviteit werd nog eens aangewakkerd door medepatiënten die zijn tekeningen verscheurden. De artsen waren ook niet enthousiast over het werk van Wölfli. Ze hadden in 1902 het volgende genoteerd in een medisch dossier: “...stompzinnige onzin, een pure wirwar van noten, woorden en figuren...”4 Uit de periode 1899-1903 zijn dan ook geen tekeningen bewaard gebleven. Het oeuvre begint met een vijftigtal zwart-wit tekeningen gemaakt tussen 1904 en 1906. Ook dan zijn de artsen nog steeds niet helemaal overtuigd: “Zijn tekeningen zijn nog steeds dezelfde fantastische warboel. De manier waarop hij zonder technische hulpmiddelen rechte lijnen of eenvoudige bogen maakt is bewonderenswaardig.”5 De op krantenpapier gemaakte tekeningen geven een goed beeld van Wölfli’s werkwijze die hij ook in zijn verdere oeuvre toepast. Roger Cardinal schreef over deze werkwijze het volgende: “Wölfli never planned in advance, and never hesitated. Normally he would begin drawing at the edge of the sheet, and having drawn the border device would add successive layers, moving inward toward the center and stopping only when the whole space was filled in - at which he

4


Case 2 Adolf Wölfli

would turn over and start his commentary.”6 In die commentaren gaf Wölfli een beschrijving of uitleg van het onderwerp in de tekening.7 In die vroege tekeningen liet Wölfli al zien geïnteresseerd te zijn in zijn autobiografie. Hij liet bijvoorbeeld in lange horizontale tekeningen de omgeving zien waarin hij opgegroeid was. Het dorp Schangnau werd genoemd en ook de Zwitserse vlag was aanwezig in de werken. Ondanks zijn moeilijke jeugd, refereerde hij aan het dorp als zijn thuis. Hij tekende met potloden waarmee hij verschillende tinten grijs maakte. De vormen waren soms abstract, zoals de ‘muziekstaven’. De leegheid van die vormen zijn in sterk contrast met de rest van zijn geïllustreerde scènes die de neiging hebben van horror vacui (angst voor leegte). Dat is een manier van werken die vaker bij schizofrene kunstenaars wordt gezien; het opvullen van de gehele ruimte op het papier.8 Ongeremd en impulsief wordt het hele papier bedekt met vreemde tekens, symbolen, eigenaardige vormen en figuratieve voorstellingen.9 Ook in de latere werken was de horror vacui nog steeds een opvallend kenmerk van Wölfli’s kunst. Deze manier van weergeven zou kunnen voortkomen uit het opgesloten voelen in zijn eigen geest en ook fysiek in de privé-cel. Het vel papier opvatten als een afgesloten ruimte die je kunt vullen met je eigen wereld waarin jij de controle hebt in plaats van de natuur of andere mensen. Een ander kenmerk van het werk is het gebruik van zowel symmetrische en mandala-achtige composities als archetypische vormen: ovalen, ei-vormen, sterren, vlinders en kevers. Deze vormen kunnen beschouwd worden als symbolen, maar ook als bouwstenen, opvullingen en oer-elementen.10 Sinds de komst van arts Walter Morgenthaler in de kliniek, veranderde het leven en werk van Wölfli. De afzondering waarin Wölfli werk produceerde was belangrijk, maar ondertussen nam de invloed van buitenaf toe door mensen zoals Morgenthaler die zich met het talent bemoeiden. De arts was erg onder de indruk van de originaliteit en kwaliteit van de tekeningen. Hij moedigde hem aan om verder te gaan en zijn talent te ontwikkelen. Hij schreef zelfs een boek naar aanleiding van zijn ontmoeting met Wölfli: ‘Ein Geisteskranker als Künstler’. Dit boek gaf veel reacties, omdat het in die tijd

5


Case 2 Adolf Wölfli

ongewoon was om een schizofreen die tekent een kunstenaar te noemen. De dichter Rainer Maria Rilke gaf na het lezen van het boek een interpretatie van de toestand waarin Wölfli moest verkeren toen hij zijn tekeningen maakte: “Offenbar wird jenes Ordnende, das unter den Kräften des Künstlerischen die unaufhaltsamste is, durch zweierlei innere Lagen am dringendsten aufgerufen: durch das Bewusstsein des Überflusses und durch den völligen Einsturz in einem Menschen: aus welcher ja auch wieder einen Überfluss ergiebt.” De staat van zijn was dus een van complete innerlijke ineenstorting en innerlijk isolement. De herinneringen uit vooral de kindertijd die Morgenthaler bij Wölfli naar boven bracht door gesprekken over de tekeningen te voeren, gaven hem inspiratie om verder te tekenen. Een voorbeeld van een verbeelde herinnering is een tekening over de spinnerij in Bern die hij als kind bezocht. Als gevolg begint hij in 1908 te schrijven aan het verhaal van zijn kindertijd en zijn jeugd. De herinneringen aan de harde realiteit van vroeger bleven hem bezighouden. Later in het jaar maakte hij een tweede start met zijn verhaal, maar schreef het toen als een imaginaire biografie die hij verbeeldde in ‘Von der Wiege bis zum Graab’.11

Vertellende werk In het vijfdelige vertellende werk van Wölfli, waaronder ‘Von der Wiege bis zum Graab’, maakte Wölfli zijn (levens)ervaringen en waarnemingen van vroeger tot een groots, gedeeltelijk fictief, oeuvre. Het vertellende werk bestaat uit proza, gedichten, muzikale composities en illustraties die ook met elkaar gecombineerd worden. De pagina’s zonder illustratie werden ook vormgegeven.12 In ‘Von der Wiege bis zum Graab’ (1908-1912) haalde Wölfli niet alleen

6


Case 2 Adolf Wölfli

inspiratie uit zijn eigen vroegere leven, maar ook uit illustraties van het tijdschrift Über Land und Meer, dat in de kliniek ter inzage lag. Hij gebruikte deze als vertrekpunt voor zijn verhalen en hield nauwkeurig de nummers en jaartallen bij. Ook had hij zijn eigen schoolatlas, idiosyncratische landschappen, sprookjes en de architectuur van de stad Bern als inspiratiebronnen. In het verhaal is Wölfli, als twee- tot achtjarige, een held (genaamd Doufi) die reizen over verschillende delen van de aarde maakt samen met zijn moeder en andere vrienden en bekenden. De architectuur waar hij zo van hield kwam tot uiting in het beschrijven en verbeelden van kerken, kastelen, monumenten en bruggen. Het isolement van Wölfli tijdens het maken van dit werk wordt zo nog schrijnender dan het al was. De vlucht uit de realiteit van de kliniek was voor Wölfli een overlevingsmiddel. In het tweede deel van zijn vertellende werk, ‘Geographische und Allgebraische Hefte’, nam Wölfli een nieuwe identiteit aan en noemde zichzelf Skt. Adolf II. Er zijn veel minder illustraties te zien, maar wel veel tekst, getallentekeningen en muzikale composities. In Heft nummer 11 gaat Wölfli met zijn reisgenoten de kosmos in, waar hij van ster tot ster reist. Het kind Doufi had namelijk een fortuin bemachtigd uit sympathie voor al zijn lijden. Hij heeft in de kosmos ontmoetingen met goden die personen uit zijn familie en kindertijd verbeelden. En om de grootte van die andere wereld te benoemen had hij zijn eigen getallenreeks uitgevonden. Vanaf 1917 tot 1922 werkte Wölfli aan ‘Hefte mit Liedern und Tanzen’. Daarvoor gebruikte hij elk soort papier dat hij kon vinden, van krantenpapier, tafelkleden, landkaarten, posters tot medische rapporten en doktersdiploma’s. De illustraties die hij daarop maakte zijn voornamelijk collages. Hij gaf ze titels als Bilder-Rahtsel en Humoristische Mappe waarvoor de inspiratie kwam uit de rubrieken in populaire tijdschriften die hij ook gebruikte als collagemateriaal. De muzikale composities zijn ook nog steeds aanwezig. Wölfli had een nieuw nummersysteem ontworpen waarmee hij die ordent. Hiermee kreeg dit deel een fundamentele andere structuur, omdat de teksten steeds minder doorlopende verhalen bevatten.

7


Case 2 Adolf Wölfli

De volgende Hefte ‘Allbumm-Hefte mit Tanzen und Marschen’ die Wölfli van 1924 tot 1928 maakte, hebben een langwerpig horizontaal formaat. Qua stijl en formaat lijken ze op gewone fotoalbums. Ook hier zijn vele muzikale composities te vinden. De illustraties in dit vertellende werk zijn collages. Wölfli geeft commentaar op actuele gebeurtenissen, personen en plaatsen in Zwitserland en daarbuiten in de stijl van humoristische straatliederen. In de jaren 1927 en 1928 heeft Wölfli naast de collages ook 24 tekeningen gemaakt die in dit deel thuishoren. Door het verblijf in de privécel had Wölfli dus wel degelijk hang naar een beleving van de buitenwereld. Het laatste van Wölfli’s verhalende werk is de Trauer-Marsch. De illustraties die hij van 1928 tot 1930 hiervoor maakte, waren voornamelijk collages. Voor het maken van de liederen nam hij een motief uit de collages en werkte dat uit in gedichten.13 In de Trauer-Marsch hanteerde Wölfli een andere manier van werken. De vroegere muziektekeningen vol met noten en decoratieve tekeningen heeft hij omgezet in het volgende: “Here, his page layouts appear to offer more generous areas of white space, one of the hallmarks of that style. In fact, though, that “white space” is usually filled with the artist’s florid handwriting, which, in design terms, throughout his work, may be seen as an integral element of his compositions. (Wölfli wrote in Süttelin cursive script, whose long, narrow letterforms are unfamiliar to readers of modern German. Like the gothic type in which German-language books, newspapers and official documents were once printed, Süttelin largely died out by the 1940s.)”14 De discussie die begin 1900 gevoerd werd over schizofrenen en andere psychiatrische patiënten in de kunst, werd door het werk van Wölfli anders. Wölfli liet namelijk zien dat schizofrenen bijvoorbeeld, wel degelijk een ontwikkeling konden doormaken in hun werk. Misschien is Wölfli een uitzondering, want in ‘Adolf Wölfli 1864-1930’ wordt ingegaan op het feit dat de ziekte bij Wölfli geen creatieve vermogens veroorzaakte die niet al deel uitmaakten van zijn persoonlijkheid. De sociale achtergrond - een leven in grote armoede, de uitbuiting die hij onderging als wees, ‘Verdingkind’ en

8


Case 2 Adolf Wölfli

arbeider - bood hem niet de mogelijkheid voor een bestaan als kunstenaar. Zijn totale levensverhaal bleek daarbij even belangrijk als zijn ziekte en het verblijf in de inrichting. De ontwikkeling die ‘gewone’ kunstenaars doormaken in hun levensloop is bij Wölfli duidelijk te zien in de Funeral March. De omgang met witruimte is zoals hierboven al beschreven veranderd. Ondanks dat was de buitenwereld voor Adolf Wölfli nog steeds bedreigend. Dit blijkt uit pagina 2930 van de Funeral March: “Wölfli pasted photo clippings of a British mansion destroyed by fire onto page 2930 of the Funeral March; he was fascinated by the elegance and grandeur such buildings represented ‒ but also keenly aware of the vulnerability of so much of the “real” world beyond his ‒ or St. Adolf ’s ‒ control.”15

Broodkunst Naast het verhalende werk maakte Wölfli ook ‘broodkunst’, een term die door Walter Morgenthaler werd bedacht. Hij schreef daarover: “...er zijn werken die broodkunst kunnen worden genoemd. Dit zijn vellen die hij voor anderen maakte en waarvoor hij potloden, kleurkrijt, papier, tabak etc. terugkreeg.” Wölfli zelf noemde zijn tekeningen voor anderen portretten. De tekeningen die onder broodkunst vallen zijn gemaakt tussen 1916 en 1930. Vanaf 1917 kreeg Wölfli van Morgenthaler veelal kleiner formaat tekenpapier en materialen, waaronder kleurkrijt. Hij voegde tekeningen samen in series van 6, 13, 30 en 50 tekeningen. Wölfli vond het werken in opdracht beduidend minder interessant dan zijn eigen fantastische verhalen, want de verzamelaars wilden liever het getekende werk zien dan de collages die hij veel liever maakte. Zo kwam er een onderscheid in de manier van werken voor anderen en voor zichzelf. De composities van de broodkunst zijn symmetrischer en centraal

9


Case 2 Adolf Wรถlfli

gestructureerd, statischer en schematischer dan zijn illustraties met veel tekst voor zijn verhalen. Ook hieruit blijkt weer dat de invloed van buitenaf in het afgezonderde bestaan van Adolf Wรถlfli wel degelijk sterk aanwezig is.16

10


Case 2 Adolf Wölfli

In het werk Voor het verhalende werk gebruikte Wölfli tijdschriften die in de kliniek lagen. De inhoud van deze bladen oefenden invloed uit op de thematiek van zijn tekeningen en voor de collages waren de beelden sfeerbepalend. Met deze kijk in de buitenwereld kon hij zijn imaginaire reizen, die in zijn verhalende werk veel voorkwamen, voeden. De volgende thema’s kwamen veel voor: vrouwelijke schoonheid, moederliefde, bergen, gletsjers, politieke en financiële macht, rampen, idylles, exotische landschappen en diersoorten, huiselijk geluk, woongemak, vrouwen die moderne huishoudelijke apparatuur gebruiken (wasserettes) en vrouwen in hun vrije tijd.17 De idylles en het huiselijk geluk bijvoorbeeld nam Wölfli als thematiek om het contrast met zijn eigen ongelukkige leven te benadrukken. Voor de collages combineerde hij de gevonden afbeeldingen met zijn geschriften. Hij illustreerde dus met de uitgeknipte beelden. Op die manier kreeg het werk van Adolf een minder afgesloten karakter. Hij spoorde actuele gebeurtenissen op en koos thema’s zoals sport, film, technologie, het stadsleven of uiteenlopende reclameafbeeldingen. Het gebruik van de afbeeldingen uit tijdschriften weerspiegelt de herontdekking van de buitenwereld binnen de persoonlijke wereld die hij had opgebouwd in zijn verhalen. “Een dergelijke presentatie van iemands eigen verhalende en beeldende thema’s door middel van bestaande afbeeldingen, creëert een verband tussen het privé-leven en de buitenwereld. Het is echter een belangrijk gegeven dat Wölfli ‒ hoewel hij zichzelf lijkt te openen naar de buitenwereld door illustraties te gebruiken uit tijdschriften en door thema’s te ‘ lenen’ ‒ deze thema’s uit de afbeeldingen neemt om ze uiteindelijk terug in zijn eigen wereld te plaatsen, ze als het waren ‘in de wieg te stoppen’.”18 Ondanks dat Adolf Wölfli voor het grootste gedeelte van zijn verblijf in de

11


Case 2 Adolf Wölfli

psychiatrische instelling in een privé-cel zat, werd hij niet alleen door te lezen beïnvloed, maar ook door de mensen om zich heen. Zijn directe omgeving was belangrijk voor de ontwikkeling van het werk van Wölfli, maar ook mensen van buiten Waldau oefenden invloed uit.

In de kliniek Vooral tijdens de eerste jaren in de kliniek had Wölfli het moeilijk met zijn medemensen. Artsen vonden het werk van Wölfli niets voorstellen en stimuleerden hem niet. Medepatiënten verscheurden zelfs tekeningen, waar Adolf agressief op reageerde. Pas sinds de erkenning van zijn talent door Walter Morgenthaler kreeg het oeuvre van Wölfli een impuls. Walter stimuleerde het tekenen en vond zelf inspiratie om een boek te schrijven over Wölfli en de positie van het werk van psychiatrische patiënten in de kunstwereld. Ook moedigde Morgenthaler Wölfli aan tot het maken van meer broodkunst toen het werk van Wölfli steeds meer aandacht kreeg na het uitbrengen van het boek. Met de opbrengsten van de tekeningen buiten Waldau, kon Wölfli zich nieuwe potloden, papier en tabak veroorloven. Morgenthaler was zelfs zo enthousiast dat hij meehielp met het opzetten van een museum in de kliniek waar kunst van de patiënten tentoongesteld kon worden.18 Morgenthaler was zich ook bewust van het feit dat Wölfli maar al te graag zijn werk publiekelijk wilde laten zien. Wölfli noemde zichzelf kunstenaar en componist en liet blijken dat hij dat als zijn identiteit zag. Wölfli zocht zelf ook contact met de buitenwereld om die publieke bekendheid te verwerven. “In 1906, in a letter to his brother sent from Waldau, Wölfli signed off with a typically confident declaration: “Drawn by Adolf Wölfli. Composer. This letter should be printed. Show this letter to your teacher.””19 Verder schreef Wölfli een plan voor een solotentoonstelling. Hij beschreef welke werken daar te zien moesten zijn en op welke manier. Hij had zelfs

12


Case 2 Adolf Wölfli

een idee over hoe de publicatie eruit moest zien die bij de tentoonstelling uitgegeven zou worden: “The annual excursion of the patients ended with an extensive meal, Wölfli wanted to show ten of his pictures. “And so I ask the highly honored Bären-innkeeper-family in Schüpfen, to frame each [picture] nicely and without fault and then to hang them on the walls of the ballroom. I send you these ten pictures as a voluntary gift. To cover further expenses, of course, for the carpenter and glass cutter, etcetera, and, if possible also for a gratuity for my efforts and the used material, I recommend to you to organize a collection for voluntary donations every time you have a dance; a marriage; a childs baptism; or any other kind of happy celebration. Why? That way you do not lose anything, and to some extent you would also do me a good turn. My advice is good and flawless; Believe me. But now, you should arrange it among yourselves, to buy about four or five, each, clean and fresh newspaper sheets, like this one here, in order to copy, that means, to transcribe the whole and entire text on the backside of the ten portraits, each according to their numbered order, as indicated below. This page presents the beginning or, the preface to the whole story. You should carefully photograph all ten pictures, and add these resulting though uncolored pictures to your respective explanations. Actually, you yourself could write a short final chapter about my Humble Self and, about Kirch-Dorf and the community of Schüpfen, (...) So: have this whole story, nicely put together, printed perfectly in a printing press in Bern and, you have a rather pretty and instructive, amusing little book.” (“The Schüpfen Letter, 1922; unfortunately, the exhibition never took place”)”20

Mensen van buitenaf Walter Morgenthaler had veel invloed op het maken van broodkunst door de stroom opdrachtgevers die hij op gang bracht. Door het publiceren van zijn boek stond het werk van Wölfli in grote belangstelling. Opdrachtgevers

13


Case 2 Adolf Wölfli

hadden een duidelijke voorkeur voor de tekeningen in tegenstelling tot de collages die Wölfli veel liever maakte. Ondanks de populariteit van die tekeningen ging Wölfli ook gewoon door met zijn eigen oeuvre. Hij had voor de opdrachtgever wel een aantal eisen voordat hij begon aan de tekening, ook hier wilde hij de controle kunnen behouden net als in zijn werk en leven: “Mr. Messer, bring me from the stationery store Kollbrunner in Bern the following colored pencils as listed here: 6. Cadmium, dark. 36. Scarlet red. 37. Saturn red 32. Crap-carmine. 47. English red. 49. Indian red. 52. Bister. 54. Burnt Umber. 46. Venetian red. 9. Orange. 14. May green. 26. Prussian blue, one piece of each, or, a total of 12 pieces. Yeah, also a whole bundle of black lead pencils, Kollbrunner No. 2, with the yellow wood. And one piece beautiful drawing paper, exactly 43 centimeter wide and 55 centimeter long.”21 Zelfs wanneer hij de tekening af had en aan de opdrachtgever meegaf, wilde Wölfli nog steeds controle houden, namelijk over de beschouwer; Hij verwerkte in zijn tekeningen of op de achterkant een handgeschreven uitleg over de thematiek.

Verzamelaars Naast opdrachtgevers had Wölfli ook verzamelaars van zijn werk, waaronder de bekende psychiater C.G. Jung. Hij had drie tekeningen in zijn bezit die dateerden uit 1904, 1905 en 1906. Het werk van Adolf sprak Jung erg aan door het gebruik van symbolische en archetypische vormen. Ook andere psychiaters hadden werk van Wölfli in bezit: Walter Morgenthaler, Oskar Forel, Hugo Rast en Maria von Ries. En zelfs studenten en medewerkers van de kliniek hadden later tekeningen die ze van Wölfli hadden gekregen.22

14


Case 2 Adolf Wölfli

Na het leven van Wölfli Het werk van Adolf Wölfli is na zijn dood door de vele verzamelaars bewaard gebleven. Tentoonstellingen werden gehouden en boeken zijn uitgegeven. Zijn werk is zelfs vertoond op de Documenta in Kassel. De wens van Adolf Wölfli om publiekelijk bekend te zijn als kunstenaar is in ieder geval uitgekomen. Hij heeft zijn eigen stichting gekregen die vele jaren geleid is door Elka Spoerri. Zij heeft de duizenden tekeningen onderzocht. De grote hoeveelheden teksten en ingewikkelde composities gaven meer inzicht in de drijfveren en thematiek van Wölfli. Onder de noemer Art Brut of Outsider Art, door Roger Cardinal zo genoemd, leeft het werk van Adolf Wölfli ook voort. Kunstenaar Jean Dubuffet, die samen met André Breton in 1948 de Compagnie de l’Art Brut stichtte, was zeer geïnteresseerd in het werk van geesteszieken, maar ook zwervers, mensen die medium zijn en andere ‘onschuldigen’ die immuun zijn voor artistieke invloeden.23 Hij begon met verzamelen van werken van kunstenaars als Wölfli, Joseph Crépin en Alfredo Pirucha. Een bekende Nederlandse kunstenaar die onder Art Brut en Outsider Art valt is Willem van Genk, hij had een fascinatie voor architectuur, muziek, en encyclopedieën.24 Opvallend is dat niet alleen de interesses, maar ook de manier van uitwerken dichtbij dat van Wölfli ligt. De immuniteit voor artistieke invloeden, zoals Dubuffet de werkwijze van de geesteszieken noemde, is in de huidige maatschappij veel lastiger geworden. Wölfli beleefde zelfs al in het begin van 1900 een grote invloed van buitenaf, terwijl hij in een privécel van de kliniek compleet afgesloten was van de buitenwereld. Met de komst van internet en televisie is het nu zelfs voor de meest afgezonderde mensen in de maatschappij mogelijk om op de hoogte te blijven met gebeurtenissen in de buitenwereld, zonder zelf in die buitenwereld te treden en menselijk contact te hebben. Voor de geesteszieken in een kliniek, die creatieve aspiraties hebben, is de afzondering ook anders geworden sinds de tijd waarin Wölfli leefde: “Mentally ill persons’ creativity can be said to face more control mechanisms, too, now that most psychiatric hospitals have at least rudimentary art therapy programs to engage patients (and direct their creative energies?).

15


Case 2 Adolf Wölfli

Nowadays, too, the use of anti-depressants and other drugs to manage or ameliorate mental illnesses might affect the character and quality of a patient’s art-making...”25 In ieder geval geldt voor Wölfli dat hij met zijn beelden en teksten de existentiële toestand uitdrukte die de psychose hem deed ondergaan. Daarmee geeft hij de beschouwer een diepgaand inzicht in deze extreme menselijke toestand. Daarom zullen de tekeningen van Wölfli “ons ooit helpen om nieuwe inzichten te verwerven in de bronnen van de creativiteit”.”26

16


Case 2 Adolf Wölfli

De afzondering van Adolf Wölfli in een psychiatrische kliniek had dus een grote invloed op de ontwikkeling van zijn beeldende werk. Niet alleen de fysieke afzondering, maar misschien nog wel meer de geestelijke afzondering speelde hierbij een rol. In de eerste jaren van zijn verblijf in de kliniek had hij veel moed moeten hebben gehad om door te gaan met zijn gedetailleerde tekeningen. Pas na de komst van een buitenstaander, arts Walter Morgenthaler, kreeg Wölfli steun in zijn werk. De invloed van buitenaf, zowel de aanmoediging van Morgenthaler, als de tijdschriften die ter inzage in de kliniek aanwezig waren, zorgde voor een verdieping. De fantasie van Wölfli kende geen grenzen; hij ging verder met reizen in de kosmos waarbij goden en godinnen aanwezig waren en het geluk hem vaker toelachte dan in zijn jeugd. Het escapisme is een duidelijk kenmerk van een afgezonderd individu en dan met name van een onvrijwillig afgezonderde kunstenaar. Ook de angst voor een lege plek op het papier, horror vacui, is een kenmerk van een geesteszieke kunstenaar. De leegte die Wölfli in de privé-cel had, vulde hij op het papier op. Verder werkte Wölfli vanuit zijn autobiografie aan een fictief verhaal. De wens van een ander leven vermengde hij met de harde realiteit. De teksten die hij aan het beeld toevoegde zijn van meerwaarde, omdat hij zijn eigen woorden ontwikkelde waarin hij nog meer laat blijken in een eigen wereld te leven. Later bleek de realiteit van zijn leven gunstiger te zijn, want zijn wens om als kunstenaar publiekelijk bekend te zijn, kwam uit door het boek van Morgenthaler en de tekeningen die hij voor opdrachtgevers maakte. Ook na zijn dood leeft hij nog voort als een groot kunstenaar met vele tentoonstellingen en als een belangrijk man in Art Brut en Outsider Art. Anniek Tijmes, 2011

17


Case 2 Adolf Wölfli

1. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 2. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 3. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk,

visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 4. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 5. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 6. W. Morgenthaler, A.H. Esman, E. Spoerri: In Madness and art - the life and work of Adolf Wölfli, Nebraska 1992 7. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 8. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 9. Saskia Meijer, Reizen door het rijk der verbeelding, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 10. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 11. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 12. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 13. Adolf Wölfli-Stiftung, op www.adolfwoelfli.ch (juni 2011) 14. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 15. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 16. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 17. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 18. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wölfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 19. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 20. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 21. Edward M. Gomez, Adolf Wölfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 22. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wölfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel

18


Case 2 Adolf Wรถlfli

Baumann, Adolf Wรถlfli 1864-1930 (Zwolle 1995) 23. Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum (Wijk bij Duurstede 2010) 24. Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, (Wijk bij Duurstede 2010) 25. Edward M. Gomez, Adolf Wรถlfli: Master of His Universe, in Envision, the Missouri journal for folk, visionary and self-taught art 2/2003, p. 1-20. 26. Elka Spoerri, De kunst van Adolf Wรถlfli, in Elka Spoerri, Saskia Meijer, Ubu Lemereis en Daniel Baumann, Adolf Wรถlfli 1864-1930 (Zwolle 1995)

19


Filosofie van de afzondering