Issuu on Google+

SPREKEND

Penny shoes „Mijn vader was natuurkundig ingenieur bij Shell en de eerste twaalf jaar van mijn leven heb ik in Iran gewoond, in Canada, in de Verenigde Staten en op Curaçao. Vier kinderen, ik ben de oudste. Ik heb een uitzinnig bevoorrechte jeugd gehad, maar ik heb wel het gevoel dat het leven pas echt begon toen we terug in Nederland waren. We woonden in Wassenaar en ik ging naar het Rijnlands Lyceum, naar de havo. Wat de jongens van me vonden, hoe mijn haar zat, de schoenen die ik droeg, penny shoes natuurlijk – voor mij was alles belangrijker dan school. Ik zag totaal niet in waarom je je ervoor zou moeten inspannen.”

Floris V „Na de havo ben ik naar het atheneum gegaan en daarna ging ik studeren, in Leiden, want dat deed iedereen. Mijn moeder zei wel: waarom ga je niet naar het hbo? Dat leek haar veel geschikter voor me. Ze was zelf lerares Engels. Ze had gelijk, maar voor mijn vader was het een uitgemaakte zaak dat ik naar de universiteit zou gaan. Het werd geschiedenis. Moest ik me verdiepen in de ontwikkeling van de arbeidersbeweging in de negentiende eeuw en het enige wat mij interesseerde was Floris de Vijfde. Ik switchte naar Nederlands. Daar ben ik ook mee gestopt, want toen zat ik opeens hele dagen te ontleden. Ik deed mee aan een talentenjacht van de grote reclamebureaus in Nederland en zo ben ik tekstschrijver geworden.”

Veertien au pairs „In de ogen van de buitenwereld ben ik een kakker, daar ben ik zeker van. Ik draag geen parelketting en geen geruite rok, maar toch. Mijn manier van praten... Een man die advocaat is in een kantoor op de Lange Voorhout... Huis in Zuid-Frankrijk... Je kunt ook zeggen: ik behoor tot de elite. Sinds twee jaar hebben we in dit appartement in Voorschoten, maar voorheen woonden we in Wassenaar en daar zijn onze kinderen opgegroeid. Zij zaten ook op het Rijnlands Lyceum. Ik heb mijn boek niet geschreven als een buitenstaander, integendeel. We hebben veertien au pairs gehad en mijn kinderen reden ook rond op zo’n te dure Vespa.”

Noeste werkers „Mijn oudste, Annelie, is geboren in 1986, mijn zoon Folmer in 1990 en de jongste is van 1993. Dat is ook een meisje, Mechteld. Heel anders dan ik waren ze op school noeste werkers. Annelie is nu jurist bij de Raad van State, Folmer doet econometrie in Rotterdam en hij heeft al een bachelor filosofie, en Mechteld doet ook econometrie. Mijn zusjes, mijn broer, de aantrouwde familie, iedereen heeft gestudeerd. Ik ben de enige die gesjeesd is. Mijn man heeft drie studies gedaan, sociologie, rechten en bedrijfseconomie, maar als hij het over kon doen, zou hij andere keuzes maken. Zijn passie is natuurkunde. Tegen de kinderen heeft hij altijd gezegd: ga niet klakkeloos maar wat doen, want voor je het weet slijt je je dagen achter een bureau in een klimaatgereguleerd kantoor. We hebben ze gestimuleerd om te ontdekken waar hun talenten lagen. Nou, niet bij sport, niet bij muziek, niet bij commercie. Mijn kinderen zijn goed in sommen maken.”

Te succesvol „In mijn boek laat ik de adellijke Waldemar zeggen dat het niet goed is voor een kind als ouders te succesvol zijn. ‘Gelukkig voor mijn zoons’, zegt hij, ‘ben ik gemakkelijk te overtreffen.’ Dat is het probleem voor heel veel kinderen in Wassenaar en in al die andere elitedorpen: als je vader CEO is van een beursgenoteerde onderneming en er is meer dan genoeg geld, wat moet jij dan nog? Maar voor het ego van je ouders mag je niet falen. Het is een merkwaardige paradox: veel begaafde kinderen uit sociaal zwakke milieus zitten niet op het vwo en veel niet-begaafde kinderen uit

Martje van der Brug (1959) schreef een roman over een school die sprekend op het Rijnlands Lyceum in Wassenaar lijkt: Havo is geen optie. „Kinderen worden er doorheen gesleept met huiswerkcursussen die normale mensen niet kunnen betalen.” Tekst Jannetje Koelewijn, foto Andreas Terlaak

Er zijn ook aardige kakkers

Wassenaar zitten er wel op. Ze worden er tegen hun zin doorheen gesleept met huiswerkcursussen en examentrainingen, die normale mensen niet kunnen betalen. Ik vind dat tragisch. Florentine, een van de kinderen in mijn boek, moet en zal van haar vader eindexamen doen in alle bètavakken, terwijl ze daar niet goed in is. Hij wil niet zien waar ze wel goed in is: tekenen, schilderen. Dat kind ontspoort dus. Een kind is als een plant: het heeft voeding, aandacht en ruimte nodig, en zoals ik de rector laat zeggen: een plant groeit niet harder als je eraan trekt.”

Klap voor je kop „Annelie zat in de derde toen ik gevraagd werd voor het curatorium van het Rijnlands Lyceum en daar heb ik vervolgens elf jaar in gezeten. Ouders die het niet eens waren met een beslissing van de school konden bij ons in beroep gaan. Dat was onze officiële taak. Daarnaast waren we een informeel adviescollege voor de rector. In mijn boek beschrijf ik het geval van een jongen die fraudeert tijdens het eindexamen en toch geen 1 krijgt omdat zijn vader met succes een procedure tegen de school voert. Wat geef je je kind dan voor boodschap mee? Wat leer je je zoon als hij tijdens een schoolfeest tegen alle afspraken in dronken tegen de grond klapt en jij neemt hem in bescherming tegen de leraren die dat niet accepteren? Je zou hem aan zijn haren over het schoolplein moeten trekken. Dat is een van de grote veranderingen van de afgelopen jaren. Ouders kiezen de kant van hun kinderen en zien de school als tegenpartij. Het is, ben ik bang, de overheersende cultuur geworden. Ook op scholen in Rotterdam-Zuid, hoor. Daar sturen ouders geen advocaat op je af, maar slaan ze je in je gezicht.”

Je bent zeker mislukt „Natuurlijk zijn de meeste ouders redelijke mensen en doen ze dat soort dingen niet. Maar een vriendin van me zei, toen ze het boek had gelezen: de werkelijkheid is nog veel gekker, hè. Mijn hoofdpersoon is een lerares natuurkunde en op een tafeltjesavond zegt een ouder tegen haar: je bent zeker mislukt, anders was je niet in het onderwijs gegaan, en nu ga jij mij vertellen dat mijn kind iets niet kan? En ondertussen wel alle aandacht van leraren eisen. Op zaterdagavond bellen om te zeggen dat hun zoon of dochter toch echt het profiel natuur en techniek moet gaan doen. Bij de Albert Heijn een leraar in zijn nek springen: waarom had mijn kind een onvoldoende? Hoogbegaafde leerlingen zijn er niet zoveel, maar er zijn wel heel veel ouders van hoogbegaafde leerlingen.”

Schrijversvakschool „Ik heb altijd graag gelezen en ik wilde altijd schrijven. Toen de kinderen de deur uit waren en we naar dit appartement verhuisden, dacht ik: nu of nooit. Twee jaar geleden, in oktober, ben ik in Amsterdam aan een cursus op de Schrijversvakschool begonnen. In april had ik de eerste versie klaar. Mijn medecursisten zeiden: wat grappig om te lezen dat er ook aardige kakkers zijn. Ja, zo is het. Vooral de mensen bij wie het geld al langer in de familie is zijn vaak beschaafd en relativerend. De agressie komt vooral van het nieuwe geld.”

Warme melk „Ik heb lang genoeg reclameteksten geschreven om te weten hoe je mensen kunt verleiden om door te lezen, tot je ze ervan overtuigd hebt dat ze dat nieuwe kopieerapparaat écht moeten aanschaffen. Ik heb een boodschap en ik wilde dat mijn boek er bij de lezer in zou gaan als een beker warme melk. Dus geen moeilijke zinnen en veel spanning. Ik wil ook de mensen bereiken die alleen in vakanties een boek pakken. Als ze het uit hebben, mogen ze het voor mijn part weggooien. Of aan een ander geven. Als ze maar gaan nadenken over hun rol als ouder.” Martje van der Brug: Havo is geen optie, Artemis, 304 blz., € 18,95


NRC