Issuu on Google+

ACW memorandum Aanbevelingen voor het stadsbestuur naar aanleiding van de gemeente- en districtsraadsverkiezingen in Antwerpen op 14 oktober 2012


INHOUDSOPGAVE 1.

EEN TOEKOMSTVISIE VOOR STAD EN DISTRICTEN ............................................................................ 4

2.

BELEIDSDOMEINEN ............................................................................................................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10

3.

WELZIJN EN ARMOEDE .................................................................................................................. 8 MOBILITEIT ............................................................................................................................... 10 KINDEROPVANG, ONDERWIJS EN LEVENSLANG LEREN ....................................................................... 12 MILIEU EN KLIMAAT.................................................................................................................... 14 INTERCULTURELE SAMENLEVING ................................................................................................... 16 LOKAAL CULTUURBELEID.............................................................................................................. 18 RUIMTELIJKE ORDENING EN HUISVESTING ....................................................................................... 20 ONTWIKKELINGS- EN EUROPEES BELEID ......................................................................................... 22 VEILIGHEID................................................................................................................................ 23 FINANCIEN & FISCALITEIT ............................................................................................................ 24

BELEIDSDOMEINEN VANUIT DEELORGANISATIES ........................................................................... 25 3.1 3.2 3.3 3.4

WERKEN AAN EEN DUURZAME ..................................................................................................... 25 AANBEVELINGEN VANUIT HET JONGERENOVERLEG (ARKTOS, KAJ, CM-KAZOU, ACV-ENTER) ............. 29 AANBEVELINGEN VANUIT OKRA ................................................................................................... 31 VOORSTELLEN DIE HET STEDELIJKE NIVEAU OVERSTIJGEN: ................................................................. 35 Aanbevelingen van Pasar: www.pasar.be ................................................................................................ 35 Aanbevelingen van CM: www.cm.be ....................................................................................................... 35 Aanbevelingen van het Internationaal Comité Antwerpen: www.internationaalcomite.be ................... 36

4.

DISTRICTEN EN VARIANT.................................................................................................................... 37 4.1 4.2

DISTRICTEN ............................................................................................................................... 37 VARIANT ................................................................................................................................ 38

COLOFON...................................................................................................................................................... 39


1. EEN TOEKOMSTVISIE VOOR STAD EN DISTRICTEN In dit memorandum formuleren we beleidsvoorstellen voor het toekomstige stadsbestuur. We vertrekken hiervoor vanuit een aantal zekerheden voor de toekomst, bekeken door een ACW-bril. ACW-KIJK OP STAD EN SAMENLEVING ACW gaat voor een rechtvaardige, duurzame en democratische toekomst. Rechtvaardig: een samenleving met gelijke kansen voor iedere mens, waar sterke schouders meer lasten kunnen dragen. Duurzaam: Omdat gedragen beslissingen betere beslissingen zijn moeten mensen die zich engageren en organiseren betrokken worden. Democratisch: de beslissingen van vandaag hebben gevolgen voor mensen elders op de wereld en voor de toekomstige generaties. Onze blik op de samenleving is een helikopterbeeld: Niet vanuit één thema of één invalshoek, maar een oog op de hele samenleving met een nuchtere kijk. Breed gedragen door geëngageerde mensen in verenigingen en bewegingen, diensten en organisaties, buurten en gemeentes.

ZEKERHEDEN VOOR DE TOEKOMST De toekomst is onzeker, veel is onbekend. Toch zijn we van sommige zaken nu al zeker en kunnen we daar rekening mee houden. We verwachten dat een nieuw stadsbestuur dat ook doet. Verstedelijking De 21ste eeuw wordt wereldwijd vormgegeven door een massale en definitieve migratie naar de stad. Ook Antwerpen groeit en de rand verstedelijkt. Nieuwe fenomenen in onze samenleving worden eerst zichtbaar in de steden.

Bevolkingsgroei De bevolking in de stad groeit. In de toekomst zal het aantal kinderen en jongeren nog stijgen, terwijl ook de groep ouderen groeit. Dit stelt concrete uitdagingen voor onder meer kinderopvang, onderwijs, zorgvoorzieningen, toegankelijkheid en sociaal isolement.

4


Multicultureel Met meer dan 150 nationaliteiten zijn en blijven de inwoners van Antwerpen veelkleurig. Meer dan de helft heeft ouders of grootouders afkomstig uit andere landen. Een volwaardig diversiteitsbeleid vraagt een beleid op lange termijn over hoe om te gaan met deze realiteit en de permanente migratiebewegingen.

Eindige energie In de toekomst moeten we anders omspringen met grondstoffen en energie. De natuurlijke voorraden en de draagkracht van de aarde zijn eindig. Dat beginnen we te merken in onze economie en aan de klimaatsverandering.

Diverse leefvormen Vandaag kennen we een brede waaier aan gezins- en samenwoonvormen: alleenstaanden, eenoudergezinnen, nieuw samengestelde gezinnen, samenhuizen, kangoeroewoningen en serviceflats, ‌ Deze realiteit vraagt een aangepast beleid.

Mondige burger

De burger van de 21ste eeuw heeft een mening en uit ideeĂŤn vaak individueel via sociale media. Daarnaast zijn actiegroepen, grote en kleine bewegingen een kanaal om deze stem te laten horen. Zo wordt ook (mee) beleid gemaakt.

ANDERS KAN EN MOET Voor een stad en haar inwoners zijn niet alleen de beleidsdoelstellingen belangrijk. Vaak is de weg ernaartoe bepalend. We verwachten dat de stad hierin een voorbeeldrol vervult en zo haar inwoners stimuleert en motiveert om mee te werken aan een leefbare stad. We willen alvast volgende accenten leggen:

5


MEER MIXEN Kleuren Het ontmoeten, samenwerken en samenleven tussen de vele culturen en nationaliteiten in de stad blijven aanmoedigen.

Leeftijd Aandacht en respect voor jong en oud. Zo groeit zorg voor mekaar.

Functies Buurten met enkel kantoren zijn doods. We willen buurten met een mix aan functies: winkelen, werken, wonen, onderwijs, kinderopvang, ontspanning, ontmoeting, …

Sociaal-economische verschillen De kloof tussen arm en rijk mag niet groeien. Verschillen tussen arm en rijk moeten zo klein mogelijk zijn zodat iedereen zijn woonplaats kan kiezen.

VOOR DE MENSEN, NIET VOOR HET GELD Niet alles is uit te drukken in geld. Zaken die echt belangrijk zijn zoals zorg, opvoeding, … mogen niet volgens economische spelregels verlopen. Grenzen aan rijkdom We kunnen niet eindeloos streven naar meer. Onze stad ligt in een van de rijkste regio’s van Europa. In een beleid mogen we duidelijk maken dat er grenzen zijn. In de toekomst moet het hoofdaccent liggen op rechtvaardige verdeling van die rijkdom en het tevreden zijn met wat we hebben. Duurzaamheid en rechtvaardigheid verdragen niet langer het eindeloos streven naar ‘meer’. 6


De gezamenlijke portemonnee is eindig De beschikbare middelen van een overheid worden bepaald door politieke keuzes. Wij vinden dat ieder naargelang zijn draagkracht moet bijdragen. Hoge inkomens kunnen zwaardere lasten dragen. Toch beseffen we dat de overheidsfinanciën de komende jaren beperkt zullen zijn. Het maken van de juiste keuzes en de gerichte inzet van middelen wordt nog belangrijker. Wederkerigheid én solidariteit Vandaag klinkt ‘Voor wat hoort wat’. Een natuurlijke reflex, want inderdaad: niets lijkt voor niets. Maar als beweging met een sterke christelijke traditie en een grote rechtvaardigheidsreflex willen we daar niet de grens trekken. We willen verder gaan dan dat verzekeringsprincipe. Sterkste schouders dragen zwaardere lasten. Er mag beroep gedaan worden op mensen die meer kunnen bijdragen. Wij willen blijven geloven in de kracht van de onvoorwaardelijkheid. De gedreven inzet van mensen voor mensen.

ANDERS OP WEG NAAR DIE TOEKOMST Voor een stad en haar inwoners zijn niet alleen de beleidsdoelstellingen belangrijk. Vaak is de weg ernaartoe bepalend. We verwachten dat de stad hierin een voorbeeldrol vervult en zo haar inwoners stimuleert en motiveert om mee te werken aan een leefbare stad. We willen volgende accenten leggen: Samenwerking tussen stad en andere partners We rekenen op een constructieve samenwerking tussen lokale overheid (stad, OCMW, stedelijke dochters), sociale partners en organisaties om samen lijnen uit te tekenen. Een goed premie- en stimuleringsbeleid dat vrijwilligers en derden verantwoordelijkheid geeft, kan een efficiënt en betaalbaar antwoord bieden. Partners moeten van nabij betrokken zijn in taakverdeling en afspraken, ze dienen niet louter om het stadsbeleid uit te voeren. Samen op weg Door te leven en zich te engageren in de stad nemen mensen deel aan de stad, ze maken de stad. Die ervaring van burgers moet benut worden. Door samen dingen te doen en in gesprek te gaan worden compromissen gevonden en engageren mensen zich. We geloven in de kracht van mensen. We verwachten een stad die inspanningen doet om iedere Antwerpenaar te bereiken en die het engagement van mensen en verenigingen erkent en waardeert. Een stedelijke overheid die participatie organiseert, kiest niet voor de makkelijkste maar wel de zekerste weg tot meer betrokkenheid en gedragenheid van het beleid. Stap voor stap We kunnen de wereld niet op één dag veranderen. We moeten stap voor stap verandering stimuleren. Het is tijd voor fundamentele keuzes. Groeiende ongelijkheid, milieuproblemen en migratie vragen hierom. Proberen én doen Ook al kennen we niet alle oplossingen, toch moeten we proberen zaken anders aan te pakken. Gaandeweg zullen we uit deze ervaringen leren en dat kan ons weer verder helpen. We verwachten van een stad concrete projecten naar verandering, naar vernieuwing toe. Sociale correcties bij alle maatregelen Keuzes voor nieuw beleid en nieuwe middelen moeten rekening houden met de draagkracht van de Antwerpenaren. Als Christelijke werknemersbeweging verwachten we sociale correcties die ongelijkheid wegwerken en bijdragen vragen op basis van draagkracht.

7


2. BELEIDSDOMEINEN 2.1 WELZIJN EN ARMOEDE De bevolking van de stad groeit en wordt steeds diverser. ACW-Antwerpen kiest ervoor om verschillen te waarderen en sociaal economische ongelijkheden aan te pakken. De kloof tussen arm en rijk mag niet groeien. ACW-Antwerpen engageert zich met vele vrijwilligers uit deelorganisaties op buurtniveau. Met het platform StopArmoede.Nu voeren we actie voor een stevig armoedebeleid en zijn we actief als partner in het lokaal sociaal beleid van de stad. ACW-Antwerpen onderschrijft de uitgangspunten van StopArmoede.Nu Verschillen waarderen, maar sociaal economische ongelijkheid aanpakken. In onze stad is er een grote diversiteit. We willen een stad waar alle inwoners menswaardig kunnen leven en een goede toekomst kunnen uitbouwen. Iedereen moet kunnen genieten van het brede aanbod van diensten van de stad (kinderopvang, energiesnoeiers, ‌) en niet vooral sterke groepen. De kloof tussen arm en rijk moet kleiner worden. Wat er is moet rechtvaardiger verdeeld worden. Solidariteit organiseren. We willen een beleid dat vertrekt vanuit solidariteit tussen alle mensen die in onze stad verblijven. Ook met diegenen die weinig of niets kunnen bijdragen. Basisrechten erkennen. De fundamentele mensenrechten zijn het uitgangspunt voor een goed sociaal beleid. De overheid moet de mensen helpen om hun rechten te leren kennen en moet ze ook zelf realiseren. Werk maken van gericht armoedebeleid in samenwerking met partners. Het stadsbestuur moet een sociaal beleid voeren en creatief mee zoeken hoe elke inwoner zijn plaats vindt in onze stad. Ze moeten dit beleid organiseren en uitvoeren samen met sociale organisaties. Voorstellen uit onze bevraging: 1. De buurt is het eerste vangnet bij problemen. De stad stimuleert de vrijwillige inzet van mensen, groepen en verenigingen om hun buurt tot een warme buurt te maken. 2. Sociale economieprojecten bieden mensen een inkomen. De stad ondersteunt dit soort initiatieven. De stad kan samenwerking en netwerking bevorderen. 3. De stad stimuleert de uitbreiding van steun voor mantelzorg. 4. Stad en OCMW versterken de verschillende initiatieven voor budgetbegeleiding (begeleiding, budgetbeheer, schuldbemiddeling). 5. De stad ondersteunt (logistiek en financieel) de initiatieven van niet stedelijke diensten en organisaties die zich actief inzetten in het lokaal sociaal beleid. 6. FinanciÍle steun van stad en OCMW houdt rekening met een noodsituatie en is gekoppeld aan inkomensgrenzen. De budgetstandaard (onderzoek: wat hebben mensen nodig) geldt hierbij als referentie.

8


7. Het netwerk van Sociale Infopunten (SIP) wordt versterkt. (SIP’s zijn lokale infopunten waar je terecht kan voor alle vragen in verband met welzijn en waar je gericht wordt doorverwezen.)

Andere voorstellen: De afstemming van welzijnsinitiatieven van stad, OCMW (en stedelijke dochters als Zorgbedrijf, ZNA,…) dienen rekening te houden met initiatieven van andere ‘derde’ spelers. De regiefunctie voor het sociaal beleid moet duidelijker bij de stad liggen. Regieafspraken worden gemaakt met betrokkenheid van alle partners. Tussen Zorgbedrijf, OKRA en andere seniorenorganisaties kan een nieuw samenwerkingsakkoord gesloten worden. In het verleden sloten de OCMW-dienstencentra en seniorenorganisaties een akkoord over afstemmen van programmatie, bekendmaking van het aanbod, gebruiksvoorwaarde van de accommodatie, …. Hulpverlening vanuit OCMW moet ‘tijd’ geven aan mensen. Herpakken na een periode overleven met leefloon is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Beschermende maatregelen bruusk stopzetten blijkt niet effectief. Een overgangsperiode of een natraject kan het stabiliseren ondersteunen. Sociale economie-initiatieven kunnen hierin een rol spelen. Naast leefloon zijn allerlei aanvullende vormen van budgetondersteuning belangrijk. We verwezen al naar de energietoelagen (‘Het OCMW gebruikt de voorziene federale budgetten om de energiefactuur van mensen in armoede betaalbaar te houden’). Activering is meer dan mensen begeleiden naar een job. Ook sociale activering, het aanreiken van een netwerk voor mensen na hulpverlening is belangrijk. De stad verwijst actief door naar verschillende initiatieven. De stad kan het denkwerk rond vernieuwende en emancipatorische modellen van noodhulp; zoals sociale kruideniers, sociale restaurants, … mee ondersteunen. Dit kan door overleg te ondersteunen (zie ‘Platform noodhulp onder protest’), samenwerking te bevorderen, eigen expertise en ervaringen te delen, … Gekoppeld aan de Sociale Infopunten (SIP) vragen we de verdere uitbouw en ondersteuning van een welzijnsoverleg op districtsniveau. In het bijzonder wijzen we op de rol en de aandacht voor ‘derden’. Het welzijnsoverleg kan een belangrijke actor zijn in het overleg tussen verschillende hulpverleners met transparantie voor de klant (eigen regie voor de klant, dossier dat eigendom is van de klant, …). De stad streeft naar maximale toegankelijkheid voor personen met een handicap. Expertise rond toegankelijkheid van gebouwen en diensten ligt in de eerste plaats bij de gebruikers. De stedelijke adviesraad Personen met een handicap (PmH) en de Werkgroep Antwerpen toegankelijk zijn de eerste gesprekspartner op dit terrein.

9


2.2 MOBILITEIT De beschikbare ruimte in de stad staat onder zware druk, dit wordt niet in het minst duidelijk wanneer we naar de mobiliteitsproblematiek kijken. Om de stad maximaal leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen pleit ACW voor een doorgedreven toepassing van het STOP-principe. Voorstellen uit onze bevraging: 1. De stad werkt in samenwerking met De Lijn en de NMBS aan een dicht en frequent openbaar vervoersnet. 2. De stad houdt vast aan het STOP-principe en maakt op basis daarvan duidelijke keuzes in het mobiliteitsbeleid en bij heraanleg van de openbare ruimte. 3. De stad stelt alles in het werk om besliste en geplande werken zo snel en efficiënt mogelijk uit te voeren. 4. De stad betrekt bewoners en gebruikers bij mobiliteitsplannen vanaf de vroegste fase in de planning. 5. De stad stimuleert autoluwe kernen, inclusief wijk –en randparkings met overstapmogelijkheden op openbaar vervoer en fietsen (fietsenparkings en A-vélo). 6. De stad stimuleert een verstandig verkeersgedrag door een weloverwogen mix van sensibiliseren en politiehandhaving. 7. De stad maakt een systeem mogelijk waarbij artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners voor korte duur voor een garage kunnen parkeren waar dat aangegeven is (Parkeren met een hart).

Toelichting: Als gevolg van de bevolkingsaangroei in de stad zal de druk op de openbare ruimte enkel toenemen. Deze aangroei gaat gepaard met zowel een vergrijzing als een vergroening van de bevolking. Het zijn net de oudste en jongste deelnemers aan het verkeer die, veelal als ‘stapper’ het meest kwetsbaar zijn. Veilige en comfortabele voetpaden en oversteekplaatsen zijn, in lijn met het STOP-principe, dan ook prioritair. Maar ook het aanpakken van snelheidsduivels, wildparkeerders en zogenaamd sluipverkeer spelen hierin een grote rol. Steeds meer mensen, vooral ouderen, voelen zich onveilig in het verkeer. Dit leidt tot een nieuwe vorm van vervoersarmoede. Het grote succes van de publieke fietsen (A-Velo’s) bewijst het enorme potentieel van korte verplaatsingen per fiets. Wat betreft de infrastructuur is er echter nog veel werk. Een degelijke fietsinfrastructuur gaat uit van de verplaatsingsbehoefte van de fietser. De ontwikkeling van degelijke functionele fietsroutes, ook voor korte verplaatsingen in stad of district is noodzakelijk. Goede fietsroutes zijn naast veilig en comfortabel ook samenhangend en direct. De herkenbaarheid van fietspaden voor fietsers en niet-fietsers, niet in het minst op kruispunten en pleinen, moet omhoog. De aanbevelingen uit het Vademecum Fiets dienen bij (her)aanleg maximaal toegepast te worden. Hoewel openbaar vervoer geen strikt stedelijke bevoegdheid is, maar wel een Vlaamse en federale, verwacht ACW van het toekomstig stadsbestuur dat het met De Lijn en de NMBS in gesprek gaat om er voor te zorgen dat het aanbod aan trams, bussen, treinen en stations in geen geval verder afneemt. Wij vragen daarentegen een toenemende bereikbaarheid, niet in het minst van zorginstellingen, ziekenhuizen, scholen en dergelijke meer door de uitbouw van een dicht net van 10


openbaar vervoer. Overstappen van de ene lijn op de andere is vaak nodig. Om te vermijden dat mensen hierdoor afhaken, moeten haltes en overstapplaatsen veilig en toegankelijk ingericht worden. Hierbij gelden de meest kwetsbaren (mindervaliden, ouderen, kinderen) als norm. Wachttijden moeten door hoge frequenties en gegarandeerde aansluitingen zo kort mogelijk gehouden worden. Zelfs wanneer de hierboven genoemde vervoersopties uitstekend zijn uitgewerkt, blijft het in sommige situaties en voor sommige groepen nodig zich met de wagen te verplaatsen. Dit moet echter steeds de laatste optie zijn ten gunste van verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid voor wie niet anders kan. We denken hierbij aan minder mobielen, maar ook diensten zoals gezinshulp, thuisverpleging, dokters, … Voor deze diensten moet een systeem uitgewerkt worden waarbij tijdelijk parkeren voor garagepoorten mogelijk wordt. De parkeerdruk in de stad is gigantisch. Meer parkeerplaatsen creëren kan dit probleem niet oplossen. Betalend parkeren remt het gebruik van de auto in het centrum af. In een aantal woonwijken moet het betalend parkeren geëvalueerd worden. Daar wordt momenteel enkel betaald op momenten dat de parkeerdruk het laagst ligt, met name tijdens de werkdag. In het weekend en ’s avonds stijgt de parkeerdruk echter, maar is parkeren voor niet-bewoners net gratis. Hierdoor kunnen bewoners hun auto nog moeilijker kwijt. Het ACW moedigt het openstellen van bedrijvenparkings voor wijkbewoners na de kantooruren aan. Bewoners die hier terecht kunnen moeten niet meer op zoek naar plaats in hun wijk en zorgen zo voor minder zoekverkeer in woonbuurten. Het aanleggen van extra ondergrondse parkings voor bewoners is een erg dure onderneming. Deze komt enkel ten goede aan die mensen die een eigen wagen bezitten en de financiële mogelijkheid hebben om zo’n parkeerplaats te huren. Het ACW vindt niet dat publieke middelen hiervoor aangewend moeten worden. Voor autoverkeer dat van buiten de stad komt moeten voldoende ruime randparkings met aansluiting op frequent openbaar vervoer voorzien worden. Dit om de parkeerdruk in de stad te verlichten en om te vermijden dat woonwijken in de stadsrand als parking voor pendelaars gaan fungeren. Mobiliteit is een controversieel thema. Dit mag echter geen reden zijn om participatie te beperken, integendeel. Een breed participatietraject leidt tot meer gedragenheid en meer begrip voor andere standpunten. Bij bv. Wijkcirculatieplannen of de heraanleg van straten dienen verschillende doelgroepen (bewoners en gebruikers) al vanaf de eerste fase van de planning geïnformeerd en gehoord te worden. Zo worden hun bezorgdheden al in het eerste ontwerp vertaald. Heraanleg dient overigens steeds te gebeuren binnen het kader van een lange termijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling en verkeersafwikkeling van de ruimere omgeving, de wijk, de stad. Het spreekt voor zich dat die visie er eerst moet zijn. Het gaat niet op om bijvoorbeeld alvast straten te knippen in kader van een wijkcirculatieplan dat nog niet goedgekeurd is, of om al voorzieningen voor het ene vervoersmiddel te ontwikkelen en ‘later’ te gaan kijken waar er nog ruimte over blijft voor een ander.

11


2.3 KINDEROPVANG, ONDERWIJS EN LEVENSLANG LEREN Jonge mensen kiezen ervoor om in onze stad te wonen en te werken. Deze jonge gezinnen vragen aangepaste voorzieningen in kinderopvang en onderwijs. Daarnaast blijft het een permanente zorg om alle Antwerpenaren voldoende kansen op vorming en bijscholing te bieden. Voorstellen uit onze bevraging: 1. De stad volgt de bevolkingsevolutie en buurtgebonden noden op en zorgt zo voor voldoende plaatsen in kinderopvang en onderwijs. 2. Taalondersteuning aan kinderen en volwassenen is een extra aandachtspunt binnen onze diverse samenleving. 3. De stad stimuleert scholen om verbonden te zijn met het buurtleven. 4. Er is nood aan een toegankelijk en betaalbaar aanbod aan vormingen en opleidingen voor volwassenen. 5. De stad erkent en stimuleert ook de niet stedelijke initiatieven voor kinderopvang en onderwijs. 6. De stad stimuleert opleiding en (na)vorming om kwaliteitsvolle kinderopvang en onderwijs te garanderen. 7. De centrale inschrijving voor onderwijs en kinderopvang moet rekening houden met maatschappelijk kwetsbare groepen.

Toelichting: ACW wenst dat het nieuwe bestuur zorgt voor een stimulerende en leerrijke stad waar het fijn is om op te groeien. Waar wonen en werken voor gezinnen met kinderen aantrekkelijk is. Waar jezelf ontplooien als kind en als volwassene wordt aangemoedigd. Gezinnen met jonge kinderen zoeken plaats. Plaats om te wonen, te spelen, een plaats met kinderopvang waar ouders hun kinderen met een gerust hart kunnen achterlaten. Een school waar ze vertrouwen in hebben en voldoende opvang voor en na school en tijdens vakanties. ACW vraagt een ambitieus plan met daarin de krijtlijnen voor kinderopvang en onderwijs in deze stad. Waar willen we hiermee staan in 2018? Hoe willen we baby’s, kleuters, leerlingen, studenten aan hogescholen en universiteit de nodige kansen geven in onze stad om zich te ontwikkelen tot volwassen inwoners? We vragen aan het nieuwe bestuur om in te spelen op demografische ontwikkelingen en stedelijke verschuivingen. Op termijn zijn er meer plaatsen nodig in onderwijs en kinderopvang. In dit proces moeten alle betrokkenen meegenomen worden en SAMEN gaan voor meer en betere kinderopvang en onderwijs. Overleg en afstemming tussen verschillende initiatiefnemers is hierin zeer belangrijk. Een degelijk werkend Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) en Lokaal Overlegplatform basis- en secundair onderwijs (LOP) zijn hierin belangrijke actoren. Om tot een betere afstemming tussen aanbod kinderopvang en de noden van de arbeidsmarkt te komen is het ACV vragende partij om deel te nemen aan het LOK.

12


Het aanbod aan vormingen en opleidingen voor volwassenen is groot in de stad. We vragen om dit op een laagdrempelige manier bekend te maken met respect voor de initiatiefnemers. Wat kan er beter? Extra initiatieven zijn nodig op het terrein van de kinderopvang, buitenschoolse opvang en het onderwijs. ACW vraagt aan het nieuwe bestuur om een klimaat te creëren waarin deze initiatieven kunnen groeien. Nieuwe plaatsen in het onderwijs vragen ook meer leerkrachten en andere professionele ondersteuners. Hierbij vragen we extra begeleiding rond de stedelijke doelgroep. Leerkrachten zijn hier niet altijd op voorbereid, zeker niet wanneer ze zelf niet in de stad wonen. We pleiten voor een optimale kennismaking met de stedelijke schoolpopulatie voor beginnende en meer ervaren leerkrachten. In de kinderopvang groeit de vraag naar flexibele omvang om de combinatie van werk en gezinsleven haalbaar te houden. Daarnaast is er nood aan occasionele opvang in het kader van een opleidingstraject of sollicitaties. Het belang van het kind primeert hierbij. Altijd. Hierbij vragen we om blijvende aandacht te hebben voor vorming en bijscholing van het personeel in kinderopvang en onderwijs. Het onderwijsaanbod is lokaal heel verschillend. Sommige richtingen/afdelingen zijn in wijken ondervertegenwoordigd of helemaal niet aanwezig. Onderwijs werkt niet op een eiland. De link naar economie en arbeidsmarkt dringt zich op. Gericht advies en doorstroming naar opleidingen die kansen bieden op de arbeidsmarkt zijn nodig. Leegstaande panden of herbestemming van gebouwen bieden mogelijkheden om de capaciteit in kinderopvang en onderwijs uit te breiden. Scholen leven evenmin op een eiland. We pleiten voor een betere inbedding in het lokale veld en de ontwikkeling en ondersteuning van ‘brede scholen’. Met een publiek met een diverse achtergrond is er nood aan extra taalondersteuning, zowel bij de allerkleinsten als bij volwassen nieuwkomers. Preventieve gezinsondersteuning is een blijvend aandachtspunt om kinderen en hun omgeving zo vroeg als mogelijk op te volgen. Interessant om weten: Deelname aan kleuteronderwijs en ook kinderopvang blijken belangrijke factoren te zijn in de taalontwikkeling van kinderen. Het belang hiervan kan niet genoeg benadrukt worden. Informatie over het onderwijs en de concrete werking hiervan is cruciaal zeker voor sociaal zwakkeren. Ouders betrekken bij de schoolloopbaan van kinderen helpt hen samen op weg. Het aanbod aan vormingen en opleidingen is bijzonder groot en divers, maar de bekendmaking hiervan kan beter. Heldere communicatie in een duidelijk taal vraagt extra aandacht. Initiatiefnemers en instanties die mensen doorverwijzen naar cursussen zijn hierin een belangrijke schakel. Ouders die hun oudste peuter voor het eerst moeten aanmelden voor de kleuterschool zitten met iets minder stress vermits het criterium ‘tijd’ uit de aanmeldingsprocedure is gehaald. School in zicht helpt ouders in hun keuze voor een buurtschool: scholen die aanvankelijk minder aantrekkelijk waren, worden een realistische optie voor velen. De expertise die hierin is opgebouwd is uniek en dient optimaal ingezet worden in de wijken waar school in zicht actief is maar ook in andere delen van de stad waar scholen en ouders ondersteuning vragen. Het stedelijke loket voor de kinderopvang helpt ouders verder in hun zoektocht naar een opvangplaats.

13


2.4 MILIEU EN KLIMAAT De ecologische crisis is fundamenteler dan de economische, financiële en politieke crisissen waarin we zitten. We moeten in de toekomst anders omgaan met grondstoffen en energie. Voorstellen uit onze bevraging: 1. De stad werkt aan een proper straatbeeld en voorziet voldoende vuilbakken en sorteerstraatjes. 2. De stad stimuleert en ondersteunt initiatieven van verenigingen en bewoners die leiden tot een groter bewustzijn en een meer duurzaam gedrag. 3. Duurzaamheid wordt een A-waarde (kernwaarde voor stadsbeleid). Duurzame ontwikkeling wordt een groene draad doorheen het beleid. 4. Het OCMW gebruikt de voorziene federale budgetten om de energiefactuur van mensen in armoede betaalbaar te houden. 5. De stad zet sterk in op (dak)isolatieprojecten, vooral naar huurders en sociale huisvestingsmaatschappijen. 6. Voor kosten zoals afvalverwerking of aansluiting op gescheiden riolering voor regen –en afvalwater worden sociale prijscorrecties voorzien. Informatie daarover wordt tijdig en duidelijk meegedeeld. 7. De stad stimuleert de aanleg van regenwaterputten.

Toelichting: ACW verlangt van het toekomstig bestuur een ambitieus en sociaal rechtvaardig energie –en klimaatbeleid. Een ambitieus klimaat –en energiebeleid denkt verder dan enkel de komende bestuursperiode. Keuzes die nu gemaakt worden zetten het proces in dat op lange termijn resulteert in een integraal duurzaam systeem. Deze lange termijnvisie is cruciaal om te vermijden dat een milieubeleid zich enkel richt op de makkelijkst te behalen resultaten. Daardoor worden moeilijkere veranderingen in gedrag en structuur of niet onmiddellijk zichtbare (milieu)kosten doorgeschoven naar toekomstige generaties. Dit neemt niet weg dat op een aantal doelstellingen op korte termijn voluit ingezet moet (blijven) worden. In de eerste plaats gaat het dan om de isolatie van woningen in combinatie met het plaatsen van hoogrendementsglas en het vervangen van oude verwarmingsinstallaties. Met integraal wijst ACW er op dat een klimaatbeleid geen zaak van de milieudienst alleen is. Een succesvol klimaatbeleid moet geïntegreerd zijn in het ruimtelijke, sociale en economische beleid van de stad. De stad moet zelf constant het goede voorbeeld geven op alle terreinen waar ze actief is. Daarnaast betekent integraal ook dat het stadsbestuur geen eiland is. Naar inwoners en middenveld toe moet de stad een stimulerend beleid voeren dat initiatieven die van onderuit ontstaan alle groeikansen geeft. Zeker wanneer deze initiatieven vooruitstrevend zijn en voor zover deze passen binnen strategisch uitgetekende beleidslijnen. In de initiatieven die de stad zelf opzet moet ze streven naar een maximaal dragende betrokkenheid van zoveel mogelijk partners.

14


Ten derde betekent een integraal stedelijk klimaatbeleid ook dat deze visie doorgetrokken wordt naar platformen waar de stad in vertegenwoordigd is. Afstemming met (inter)gemeentelijke en bovenlokale spelers is noodzakelijk om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Een sociaal rechtvaardig energie –en klimaatbeleid betekent dat de beperkte middelen in de eerste plaats ingezet worden om zoveel mogelijk energie te besparen bij de mensen die dat het meest nodig hebben. De stad heeft een aantal goede initiatieven zoals de energiescans met Levanto en de Woonwinkels voor advies en doorverwijzing. In samenspraak met de spelers op het terrein moet het mogelijk zijn om vanuit deze scans en adviezen te evolueren naar een kwaliteitsvolle trajectbegeleiding naar energiebesparing. De stad moet hierin de regierol opnemen. Een groeiende uitdaging zijn de stijgende energieprijzen. Het OCMW moet bijzondere aandacht hebben voor de strijd tegen energiearmoede. De daarvoor voorziene budgetten moeten ten volle benut worden voor preventieve acties die de energiefacturen van sociaal zwakkeren doen dalen en voor schuldbemiddeling en tussenkomsten bij betalingsproblemen. Wanneer ondanks eerdere inspanningen toch overgegaan wordt tot het plaatsen van budgetmeters moet dit gekoppeld zijn aan begeleiding die tot structurele verlaging van de energiefactuur leidt. Een duurzaam beleid is voor ACW een herverdelend beleid: collectieve kosten moeten voor een groter deel gedragen worden door de sterkste schouders. Een decentraal en ‘slim’ energienet moet gefinancierd worden door wie er het meeste baat bij heeft. Fiscale maatregelen die milieubelastend gedrag bestraffen, treffen in verhouding de meest kwetsbaren sterker. De kosten voor aansluiting op een gescheiden rioleringsnet kunnen niet blind op alle inwoners verhaald worden. ACW is voorstander van het principe dat de vervuiler betaalt, maar sociale correcties zijn daarbij noodzakelijk.

15


2.5 INTERCULTURELE SAMENLEVING De stedelijke bevolking groeit en wordt steeds diverser: ze vergroent, vergrijst en verkleurt. De multiculturele samenleving is ook in Antwerpen een feit. Het wordt de grote uitdaging om ze ook intercultureel te maken. Dat vraagt een beleid en beleidskeuzes op lange termijn. Voorstellen uit onze bevraging: 1. Na de verplichte inburgering voor nieuwkomers stimuleert de stad initiatieven rond verdere integratie naar werk, verenigingsleven, taal, ... 2. Diversiteit is een realiteit. Een volwaardig diversiteitsbeleid vraagt een politiek op lange termijn. 3. De stad voorziet voldoende aanbod aan Nederlandse lessen, betaalbaar en op verschillende niveaus. 4. De stad waardeert en ondersteunt eigen cultuurbeleving. 5. De stad werkt actief aan een personeelsbestand dat een weerspiegeling is van de diverse Antwerpse bevolking. Het nieuwe stadsbestuur heeft hierin een voorbeeldfunctie. 6. De stad betrekt koepels van migrantenorganisaties bij het opstellen en uitvoeren van het beleid. 7. De stad gaat in gesprek met de verschillende geloofsgemeenschappen over de rol en plaats van de gebouwen voor de erediensten.

Toelichting en andere voorstellen: Om tot een interculturele samenleving te komen is het nodig dat mensen uit verschillende gemeenschappen en herkomst met elkaar in dialoog gaan en respectvol met elkaar omgaan. Dit vraagt in de eerste plaats verantwoordelijkheid van alle inwoners zelf. Maar de stedelijke overheid kan hiervoor stimulansen ontwikkelen en zelf het goede voorbeeld geven. Het erkennen van ieders eigenheid en de diversiteit daarin is een eerste stap om respectvol samen te leven. Hiervoor hebben alle groepen (gemeenschappen) de mogelijkheden nodig om hun eigen cultuur te beleven. Pas hierna hebben initiatieven die bruggen bouwen tussen de gemeenschappen een kans.Het ACW pleit er voor om de ondersteuning aan federaties van allochtone zelforganisaties verder te zetten en structureel te garanderen. Op die manier krijgen koepelorganisaties bestaanszekerheid en kunnen zij hun werking ĂŠn hun groepen versterken. Een structurele ondersteuning die samengaat met goed gekozen strategische projecten moeten de basis voor het nieuwe beleid vormen. Die eigen cultuurbeleving en het bruggen bouwen tussen de verschillende gemeenschappen kan erg concreet worden in de cultuurparticipatie van de allochtone gemeenschappen. De goede voorbeelden van samenwerking tussen allochtonenverenigingen en stedelijke cultuurcentra moeten verder uitgewerkt worden. Voor nieuwkomers zijn de verschillende inburgeringsinitiatieven een eerste en belangrijke kennismaking met de Belgische samenleving. Het is positief dat de Vlaamse en Antwerpse overheid 16


hierop inzet. Toch willen we benadrukken dat dit slechts een eerste stap is in een veel langer traject waarbij de nieuwkomer zijn weg in de verschillende segmenten van onze samenleving moet vinden. We zien hierbij twee uitdagingen voor de stedelijke overheid. Ten eerste dreigt het gevaar van een ‘te administratieve afhandeling van het inburgeringstraject’. De kwaliteit van het inburgeringstraject dient bewaakt te worden en mag niet lijden onder een toenemend aantal inburgeraars. Daarnaast is het nodig dat er meer wordt ingezet op het ‘secundaire’ inburgeringstraject. Het traject dat na de eerste kennismaking volgt. Willen we dat mensen echt een plek in onze samenleving verwerven dan moet ook daar voldoende aandacht aan gegeven worden. Mensen moeten na die eerste ondersteuning ook verder op weg geholpen worden om werk te vinden, de taal verder en beter te leren en een eigen netwerk uit te bouwen. We stellen vast dat het bestaande NT2 (Nederlands tweede taal) aanbod niet volstaat. Mensen dienen vaak een aantal maanden te wachten voordat zij een opleiding kunnen starten. Daarnaast ontbreekt het velen aan ‘oefenkansen’ Nederlands buiten de schoolse omgeving. De stad zou verenigingen en organisaties die dit aanbieden meer moeten ondersteunen. Werk blijft één van de belangrijkste factoren om mensen te integreren, maar ook om het draagvlak en de betaalbaarheid van de interculturele samenleving mogelijk te maken. Ook op dit vlak moet het toekomstige stadsbestuur een aantal inspanningen verder zetten of versterken. Het stedelijke activeringsbeleid werpt zijn vruchten af. Toch zien we dat nog teveel na een tijdelijke tewerkstelling (art.60) werkloos worden. We stellen vast dat ook in Antwerpen de tewerkstelling van etnisch culturele minderheden heel wat lager is dan die van autochtonen. Tal van bewuste en minder bewuste discriminatiemechanismen liggen hier aan de oorsprong. We zien ook dat de tewerkstelling van etnisch culturele minderheden binnen het stedelijke personeel verhoudingsgewijs nog steeds té laag is. Vandaar onze oproep naar het nieuwe bestuur om de inspanningen om allochtone Antwerpenaars op de verschillende niveau’s tewerk te stellen op te drijven en de aanwervingsprocedures nauwkeurig samen te stellen Daarnaast blijven inspanningen om allochtonen in andere sectoren aan ’t werk te krijgen nodig. De stad kan daar in samenwerking met partners een stimulerend beleid rond voeren. We vragen in dit kader ook aandacht voor het debat rond de plaats van religieuze symbolen in Antwerpen.

17


2.6 LOKAAL CULTUURBELEID ACW pleit voor een cultuurbeleid waar er voldoende samenhang is, een deskundige uitwerking en ruimte voor participatie. Spreiding van aanbod en slimme inzet van patrimonium zijn pijlers om de drempel voor iedereen laag te houden. Voorstellen vanuit onze bevraging: 1. De stad erkent de eigen rol van verenigingen en herleidt hen niet alleen tot uitvoerders van een stedelijk beleid. 2. De stad voorziet middelen voor verenigingen die werken aan ontmoeting en sociale cohesie. 3. Stedelijke cultuur- en dienstencentra overleggen met een divers verenigingsleven over het gebruik van lokalen en samenwerkingsmogelijkheden. 4. De stad zorgt ervoor dat aanvragen en afhandelen van subsidies en logistieke ondersteuning duidelijk en laagdrempelig is (op papier en digitaal). 5. De stad werkt een beleid uit dat voldoende ontmoetingsruimten voor diverse verenigingen toegankelijk maakt. 6. De bibliotheken moeten laagdrempelig en toegankelijk zijn. Bibpunten en de bibbus vullen de werking aan. 7. De stad combineert grote evenementen met lokale kleinschalige initiatieven.

Andere voorstellen: Binnen het cultuurbeleid zijn er een aantal actoren die hierin een evidente rol spelen: de culturele centra, de ontmoetingsruimten en de bibliotheken. Daarnaast geven heel wat kleine en grote organisaties en verenigingen mee vorm aan het cultuurbeleid. Hiervoor vragen we aangepaste subsidiemogelijkheden om initiatieven te stimuleren. Subsidies ACW vraagt een subsidiebeleid dat duidelijk, logisch en transparant is. Momenteel blijft de tocht naar de juiste subsidiepot en de opmaak van een dossier nog teveel een kluwen. Ook de afhandeling is voor velen een obstakel. Daarnaast vragen we heldere en realistische criteria voor de subsidieaanvragen. Het blijkt momenteel bijna een noodzaak om een dossier in te dienen dat focust op ‘integratie’ of ‘diversiteit’ om het beoogde budget binnen te halen. We pleiten voor een bredere grond waarop dossiers worden goedgekeurd. Een mix van criteria rond kwaliteits- en kwantiteitsvoorwaarden maken het aantrekkelijk. Digitale procedures lijken makkelijk toegankelijk maar nog steeds zijn heel wat Antwerpenaren niet vertrouwd met deze weg. Een papieren versie van alle reglementen en aanvraagformulieren blijft noodzakelijk. We vragen bij het hele subsidieverhaal voldoende gezond verstand om de procedures eenvoudig te houden – zonder afbreuk te doen aan de nodige vereisten - en een vlotte afhandeling te garanderen. Ook zonder zware dossiers of vooropgestelde doelstellingen werken verenigingen aan het sociale weefsel van de stad. Gewoon ‘samenkomen’ heeft haar waarde en moet gehonoreerd worden. 18


Er zijn zeker positieve voorbeelden in het hele subsidieverhaal: convenanten die een samenwerking flexibeler maken, voorschotten bij subsidies, ‌ Bibliotheken Antwerpen heeft een mooi netwerk van bibliotheken. Het blijft zaak om deze zeer laagdrempelig te houden om iedereen van het aanbod te laten genieten. Dit om de leescultuur te bevorderen maar ook om verder in te zetten op de informatiefunctie van de bibliotheek. We vragen een goeie inzet van de middelen om het bibliotheeknetwerk te beheren. En waar nodig bibpunten te organiseren of de bibbus te laten circuleren. Ontmoetingsruimten en andere locaties. Heel wat verenigingen zoeken geschikte ruimten voor hun activiteiten. Het netwerk ontmoetingsruimten is in dit kader een mooi initiatief om de aanwezige lokalen optimaal te benutten. Dit netwerk is momenteel uitgewerkt voor een deel van de stad. De ontmoetings-en dienstencentra zijn intussen goed verspreid over de stad. We pleiten voor een grondige samenwerking tussen deze centra en het lokale verenigingsleven. Zo worden de activiteiten meer gedragen door de vooropgestelde doelgroep. Ze nemen dan meer de regie op zich en zijn zelf minder iniatiefnemer. De ontwikkeling van Buurtcentrum Cortina - 2060 Antwerpen - is een mooi voorbeeld van een samenwerking stad en buurt. Culturele centra Het aanbod van de verschillende CC’s in Antwerpen is enorm. Toch pleiten we voor een verbreding van hun aanbod om de link tussen het cultuurhuis en de buurt optimaal te benutten. Door laagdrempelig te programmeren en/of sporadisch op locatie aanwezig te zijn, wordt de doelgroep verruimd. Waar een ontmoetingscentrum in de omgeving is, kan er mogelijke concurrentie zijn tussen de huizen. Afstemming is in dit kader aangewezen. En dit ook met de cultuurantennes. Mensen Vrijwilligers krijgen meer en meer een rol binnen de werking van cultuurcentra. Mooi dat dit mogelijk is maar dit heeft ook neveneffecten: hier en daar horen we gemor over een concurrentieslag voor vrijwilligers. En dat is jammer.

19


2.7 RUIMTELIJKE ORDENING EN HUISVESTING In Antwerpen wonen inmiddels ruim een half miljoen mensen. De komende bestuursperiode zal dit aantal nog toenemen. Deze aangroei stelt de stad voor nieuwe uitdagingen, zowel rond huisvesting als ruimelijke ordening. Daarnaast zien we de diversiteit aan woonvormen toenemen. Het zal voor de nieuwe bestuursploeg van belang zijn om ervoor te zorgen dat de beschikbare ruimte zo goed mogelijk met de verschillende functies wordt ingevuld. Voorstellen uit onze bevraging: 1. De stad bewaart de schaarse groene en open ruimte en creëert waar mogelijk nieuwe. 2. De stad zet de strijd tegen huisjesmelkers, verkrotting en leegstand verder om meer gezonde en kwalitatieve woningen te creëren. 3. De stad garandeert voldoende aantrekkelijke (speel)ruimte voor kinderen en jongeren. 4. De stad werkt verder aan de ondersteuning van verschillende alternatieve woonvormen (solidair wonen, samenhuizen, …). 5. De stad investeert in het verhogen van het aantal sociale woningen. 6. De stad ondersteunt sociale verhuurkantoren om meer private huurwoningen ter beschikking te stellen van de zwakste groepen. 7. De stad richt een woonraad op waarin alle belangrijke spelers het stedelijk woonbeleid adviseren.

Toelichting en andere voorstellen: Betaalbaar wonen Onderzoek toont aan dat de post ’huisvesting’ een grote impact heeft op het gezinsbudget. Zelfs in die mate dat betaalbaar wonen een belangrijke factor is om mensen uit armoede te houden (zie budgetstandaard). De stad kan het betaalbaar wonen uitbreiden door zowel op de publieke als private huisvestingsmarkt initiatieven te nemen. Enerzijds door het vergroten van het aanbod sociale woningen én anderzijds door de werking van de sociale verhuurkantoren te versterken. Het is enkel door het totale aanbod woningen te vergroten dat de betaalbaarheid bewaakt wordt. Daarnaast vragen wij dat het stadsbestuur aandacht voor de problematiek van de sociale verdringing. Wij zijn voorstander van stadsvernieuwing en herwaardering van bepaalde wijken, maar dit mag niet ten koste gaan van de betaalbaarheid van woningen voor de oorspronkelijke bewoners. Het risico hierbij is dat de problematiek wordt verschoven worden naar andere wijken. Kwalitatief wonen Het is niet voldoende dat wonen betaalbaar is, het moet ook goed zijn. Elke Antwerpenaar heeft recht op een kwaliteitsvolle woning en woonomgeving. Vandaar onze vraag naar gezonde, veilige en kwaliteitsvolle woningen. Om kwalitatief wonen te realiseren vragen wij dat de stad hiervoor een actief beleid voert. We denken dan aan het opvolgen van de woonkwaliteit, het verder stimuleren van eigenaars om de energiekwaliteit van woningen na te gaan en te verbeteren. Maar ook het gebruik van instrumenten 20


om effectief in te grijpen bij onbewoonbaarheid en misbruik (door onbewoonbaarverklaring, gebruik van sociaal beheersrecht‌). Om de leefbaarheid te vergroten moet de stad het beleid om bouwblokken te ontpitten verder zetten. Op die manier kan de schaarse open ruimte in de verschillende bouwblokken hersteld worden en verhoogt de woonkwaliteit van de omliggende panden. Sociale huisvesting De wachtlijsten confronteren ons dagelijks met de grote nood aan sociale woningen. Wij vragen dan ook dat de stad via de maatschappijen werk maakt van meer sociale woningen. Gezien de duur voor de realisatie hiervan, moet de stad snel werk maken van nieuwe projecten om binnen enkele jaren de wachtlijsten niet nog meer te laten exploderen. Een andere maatregel die zich opdringt is het wegwerken van de leegstand in de sociale huisvesting. Panden moeten op een zo kort mogelijke tijd gerenoveerd worden. Andere vormen van samenwonen Er ontstaan meer en meer andere vormen van samenwonen. Dit is een antwoord op de vele nieuw samengestelde gezinnen en op de beperkte ruimte die de stad biedt. We verwachten dat de stad inzet op nieuwe woonvormen en experimentele initiatieven ondersteunt. Zo zien we in enkele andere steden projecten ontstaan in de vorm van Community Land Trust, coÜperaties en andere originele samenwoonvormen. We vragen aan het toekomstige stadsbestuur om initiatieven te ontwikkelen die de discriminatie op de private huisvestingsmarkt tegen gaan. We willen dat de stad het recht op wonen voor iedereen garandeert en waakt over het recht op wonen voor kwetsbare groepen door actief uitsluiting en verdringing van etnisch-culturele minderheden te bestrijden.

21


2.8 ONTWIKKELINGS- EN EUROPEES BELEID Ontwikkelingsbeleid De geglobaliseerde economie met haar ongelijke verhoudingen tussen Noord en Zuid manifesteert zich in het dagelijks leven. In de stad Antwerpen is de wereld onmiskenbaar aanwezig: op ons bord, in de winkel, op het podium. Wat we consumeren is steeds vaker afkomstig uit het Zuiden. Ook in ons straatbeeld zien we de wereld: migranten en vluchtelingen op zoek naar een beter bestaan. Deze nabijheid verhoogt de roep om betrokkenheid. Ontwikkelingssamenwerking moet focussen op het tot stand brengen van solidariteit in het Noorden en een structurele samenwerking met het Zuiden. Van een stedelijk ontwikkelingsbeleid verwachten we dat het vertrekt vanuit de kracht van wat aanwezig is. NGO’s en vierde pijlerorganisaties in Antwerpen hebben heel wat ervaring met ontwikkelingsprojecten en/of sensibiliserende initiatieven. ACW vraagt dat de middelen voor ontwikkelingssamenwerking prioritair aangewend worden voor ondersteuning van deze organisaties, financieel en materieel. Deze organisaties werken voor sensibiliserende activiteiten al dan niet samen met organisaties uit andere sectoren zoals onderwijs, cultuur, jeugd en samenlevingsopbouw. De stad kan helpen deze samenwerkingen tot stand te brengen bijvoorbeeld door het ondersteunen van initiatieven zoals Global Fiesta. Dit uiteraard met respect voor de zichtbaarheid en eigenheid van de initiatiefnemers. Daarnaast kan de stad zelf heel wat doen om bij te dragen aan een wereldwijde duurzame ontwikkeling, in de eerste plaats door zelf te handelen met respect voor het Zuiden. ACW verwacht van de stad dan ook een blijvende en groeiende inzet als FairTradeGemeente en Schone Kleren Gemeente. Het verwerven van een titel of het aannemen van een raadsbesluit zijn belangrijke signalen: zij drukken een goede intentie uit en vergroten het draagvlak bij de bevolking. Om echt een verschil te maken vraagt ACW dat het stadsbestuur ethische en sociale criteria tot norm verheft bij het aankoopbeleid. Een integraal duurzaam aankoopbeleid moet veel verder gaan dan het afsluiten van een occasioneel symbolisch contract. Als grote afnemer kan de stad zwaar wegen op leveranciers en zodoende een voortrekkersrol spelen in het beïnvloeden van de markt. Antwerpen in Europa Antwerpen ondertekende het Leipzig Charter voor steden. In dit charter worden de lijnen uitgezet om het economische, sociale en milieubeleid op elkaar af te stemmen om tot duurzame steden te komen. Het Leipzig Charter benadrukt dat lokaal vaardigheden ontwikkeld moeten worden waardoor alle betrokken hun taak kunnen vervullen. Om tot een integraal duurzaam beleid te komen is daarvoor betrokkenheid nodig van verschillende overheden, belanghebbende burgers en organisaties. Europa stelt fondsen ter beschikking om lokaal vernieuwende projecten op te zetten en kennisuitwisseling tussen steden te stimuleren. ACW vraagt dat de stad deze kansen optimaal benut om in samenwerking met de diverse mogelijke partners ernstige stappen naar een duurzaam beleid te zetten.

22


2.9 VEILIGHEID In het publieke en politieke debat wordt het thema veiligheid te veel herleid tot criminaliteit en slachtofferschap en het bijhorende onveiligheidsgevoel. Dat onveiligheidsgevoel heeft echter vooral te maken met angstgevoelens en een gevoel van onbehagen. Onbehagen omdat men zich economisch onzeker voelt, omdat mensen niet meekunnen met de maatschappij, de elektronische vernieuwing niet aankunnen en bijna geen sociale contacten hebben. Dit heeft weinig te maken met criminaliteit maar door de berichtgeving hierover projecteren mensen deze gevoelens van angst wel op criminaliteit. Vanuit deze analyse denken wij aan de volgende elementen die belangrijk zijn voor de volgende bestuursploeg: Versterken van het sociaal weefsel. In dit kader vragen wij dat het bestuur verder inzet op de initiatieven die bewoners samen brengen maar ook blijft investeren in de structurele ondersteuning van verenigingen die voor dit sociaal weefsel zorgen. Voorzien van voldoende aanwezigheid en zichtbaarheid van publieke diensten en infrastructuur (zoals verlichting, telefooncellen, scholen,…) Wij vragen dat het nieuwe stadsbestuur de nodige maatregelen neemt om de infrastructuur in orde te houden en er waar nodig nieuwe en aangepaste te voorzien. In dat kader vinden wij het actieve stedelijke beleid om stadskankers (leegstand, verkrotting, … ) aan te pakken en weg te werken positief. Een andere zinvolle maatregel lijkt ons om beter te communiceren over de aanwezigheid, werking en opdrachten van heel wat stedelijk en politiepersoneel. We denken in de eerste plaats aan de wijkagent, maar ook de buurtregisseurs en de buurttoezichters. Een informatiecampagne met een overzicht van contactgegevens en wie waarvoor verantwoordelijk is en kan aangesproken worden zou een stap vooruit zijn. Hoffelijkheid Niet alleen de stedelijke overheid heeft een verantwoordelijkheid in deze. Een grote opdracht is ook weggelegd voor de Antwerpenaar zelf. Toch kan ook de stad impulsen geven die bijdragen tot normbesef. De succesvolle politiecampagne “Merci om trager te rijden” is daar een mooi en geslaagd voorbeeld van. Het consequent aanpakken van overlast. In dit kader pleiten we in eerste instantie voor enkele preventieve maatregelen. We denken daarbij aan enkele concrete zaken zoals: -

Het installeren van verstandige snelheidsbegrenzers op drukke verkeersassen Techno preventief advies beter bekend maken (technisch advies m.b.t. diefstalpreventie)

Ten slotte dient bepaald gedrag ook gewoon bestraft te worden. De vraag om overtredingen en misdrijven kordaat aan te pakken past hierin.

23


2.10 FINANCIEN EN FISCALITEIT Onze stad ligt in een van de rijkste regio’s van Europa. In het beleid mogen we duidelijk maken dat er grenzen zijn aan rijkdom. Het hoofdaccent moet liggen op rechtvaardige verdeling van rijkdom en het tevreden zijn met wat we hebben. Duurzaamheid en rechtvaardigheid verdragen niet langer het eindeloos streven naar meer. De beschikbare middelen van een overheid worden bepaald door politieke keuzes. Het ACW vraagt bijdragen naargelang de draagkracht. Hogere inkomens kunnen zwaardere lasten dragen. Toch beseffen we dat overheidsfinanciën de komende jaren beperkt zullen zijn. Het maken van de juiste keuzes en de gerichte inzet van middelen worden nog belangrijker. ACW-Antwerpen vraagt een goed evenwicht tussen de Algemene Personenbelasting (APB) en de opcentiemen op Onroerende Voorheffing. Belangrijk om weten is dat de APB vooral een belasting op arbeid is en de opcentiemen op onroerende voorheffing een belasting op kapitaal. We pleiten voor een sociaal rechtvaardig fiscaal beleid dat zowel inkomsten uit arbeid als uit kapitaal evenredig belast worden. ACW is dan ook tegen een belastingverhoging via de APB. Bijkomende specifieke belastingen zijn geen taboe, ze moeten wel doordacht, gericht, consequent en volgehouden uitgevoerd worden. Doordacht: gedragssturende belastingen zoals een heffing op leegstand en verkrotting, een heffing op onbebouwde percelen (met speculatieve doeleinden) of belastingen met een positief effect op duurzaamheid:  op het verspreiden van reclame (papierverbruik)  op lichtreclame (elektriciteitsverbruik)  op zwembaden (waterverbruik)  … Omgekeerd kunnen belastingen op milieuvriendelijk gedrag verminderd worden, bv. belastingen op recycleren en sorteren. Gericht: belastingen op tweede verblijven zijn een vorm van belasting op vermogen, waar we niet tegen zijn Volgehouden: Bepaalde specifieke belastingen wisselen nogal eens van karakter (belasting op gevelreclame, publiciteitsborden, milieuheffingen …) Aandachtspunten: Overheidsfinanciën in orde brengen en historische schulden aanpakken. Geen belastingverhoging via aanvullende personenbelasting Specifieke lokale belastingen zijn mogelijk De stad spreekt maximaal de subsidiekanalen van hogere overheden aan De marktconforme verhuring of verkoop van woningen en panden via AG VESPA vraagt om sociale correcties in specifieke wijken en voor specifieke panden Aanpak Mattheus-effecten in subsidies, premies, en financiële ondersteuning De districten krijgen meer financiële armslag Beheer van middelen is zuinig, transparant Groeiende belang van de beleids-en beheerscyclus (kader van Vlaamse overheid)

24


3.

Beleidsdomeinen vanuit deelorganisaties

3.1 WERKEN AAN EEN DUURZAME ECONOMIE Aanbevelingen vanuit ACV Antwerpen-Stad Het moet voor Antwerpen de ambitie zijn om steeds te streven naar een goede balans tussen sociale (People), ecologische (Planet) en economische (Profit) belangen bij het nemen van beslissingen en bij het uitvoeren van activiteiten zowel vandaag als in de toekomst. Voor ons betekent “duurzame ontwikkeling” dat we willen voorzien in huidige behoeften zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden van toekomstige generaties en van de huidige generatie elders in de wereld. Wij willen daarbij onze syndicale accenten in dit debat aanreiken wat betekent dat het voor ons moet blijven gaan om volwaardige jobs. Wij hopen om daarover de komende periode in overleg te treden om te komen tot gedragen actieplannen met het stadsbestuur en met vele anderen, die hierin hun verantwoordelijkheid willen opnemen.

De sociale uitdagingen De stad Antwerpen staat voor gigantische uitdagingen: In de kinderopvang, bij de plaatsen in de scholen, bij de fatsoenlijke woongelegenheid en bij de kwaliteitsvolle collectieve openbare ruimten met speelruimte voor de kinderen worden de tekorten steeds nijpender als gevolg van de bevolkingsaangroei van de laatste jaren en de verwachte groei voor de komende jaren De harde paradox op de Antwerpse arbeidsmarkt blijft bestaan. De werkloosheid en de armoede nemen zelfs overhand toe. Door het mobiliteitsprobleem in en rond Antwerpen rijden we ons straks met z’n allen vast. Als stad aan de stroom is Antwerpen onvoldoende gewapend tegen het wassende water als gevolg van de klimatologische veranderingen. Het tij keren: het moet en het is ook mogelijk! Werk maken aan een stad voor iedereen kan alleen als we samen werken aan een stad met iedereen. Werk maken aan een sociaal rechtvaardige stad met een sterke economie, met jobs en inkomensverwerving voor de Antwerpse gezinnen. Dit is pas mogelijk in een “duurzame stad van de toekomst” door een klimaatneutraal beleid. Een klimaatneutrale wereld begint bij de steden: die zullen het moeten waarmaken De klimaatconferentie in december 2011 (Durban, Zuid-Afrika) bracht geen bindend klimaatakkoord. Het is de zoveelste mislukte poging om op wereldvlak daadwerkelijk vooruitgang te boeken. Het is nochtans hoogdringend, maar er is ook hoop. Want steden overal ter wereld zijn in actie geschoten. Als die het waarmaken, in de wetenschap dat tegen 2050 2/3e van de wereldbevolking in steden zal wonen, dan zijn we al een heel eind opgeschoten. En de ‘Grote Politiek’ zal dan moeten volgen. Ook Europa zet sterk in op de transitie van steden, met zijn Smart Cities-road map. De stad Antwerpen moet hierin mee, en is dat ook aan het voorbereiden.

25


Transitie naar een sociaal rechtvaardige duurzame stad Omschakeling mits maximale tewerkstellingskansen voor inwoners Samenwerken aan de omschakeling naar een koolstofarme samenleving is de enige weg. Maar deze maatschappelijke uitdaging kan ook omgezet worden in sociaal-economische opportuniteiten met een dalende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen een groene economie als spil voor welvaart een boost aan tewerkstellingskansen voor de inwoners een terugdringen van de energie-armoede door een radicaal programma voor energieefficiëntie. De stad Antwerpen moet daarbij als lokale overheid de rol als facilitator opnemen in functie van een maximalisatie van ecovriendelijke arbeidsplaatsen, maar zij heeft ook een rol in de sociale aansturing naar een duurzame stad van de toekomst.

Inschakelen en tewerkstellen van kansengroepen De creatie van groene jobs kan zeker hand in hand gaan met de creatie van tewerkstellingskansen voor kansengroepen. Bij de ontwikkeling van projecten moet ook blijvende aandacht gaan naar het inbouwen van doorstromingskansen. Voor zij die voor een langere periode of blijvend in de sociale economie of in de arbeidszorg aan de slag zijn, mag de meerwaarde voor de individuele medewerker niet uit het oog verloren worden: de medewerker moet zich gewaardeerd weten in zijn/haar functie en in het uitoefenen van zijn/haar job en moet kunnen verder werken aan zijn/haar competenties. Domeinen waar de stad kan ingrijpen Voor de hand liggende domeinen waar de stad in die zin kan ingrijpen zijn energieverbruik en energiebesparing mobiliteit bouwen en verbouwen toerisme cultuur Bijvoorbeeld op het vlak van energie kan in een stedelijke omgeving veel effectiever dan in het rurale gebied de omschakeling naar hernieuwbare energie en het besparen op energieverbruik aangepakt worden. Dit kan door de aanwezigheid van collectieve toepassingen: grote flatgebouwen en zelfs volledige woonwijken zouden kunnen worden aangepakt met collectieve voorzieningen inzake isolatie, plaatsen van installaties voor hernieuwbare energie met collectief gebruik, verwarmen van woonwijken met restwarmte uit de industrie … In zulke aanpak zullen ook veel meer minder begoeden, die anders de investering niet aankunnen, nu meegenomen kunnen worden. En qua sociale woningen zouden er vanaf nu alleen nog maar ‘passiefwoningen’ mogen gebouwd worden. Maar ook op veel minder voor de hand liggende domeinen kan de stad ingrijpen, bijvoorbeeld op het domein ‘voeding’: één van de ideeën in dit verband is alvast het faciliteren van ‘landbouw in de stad’. Daarvan zijn ondertussen een aantal experimenten en voorbeelden in andere steden. Op het eerste zicht lijkt dit eerder een ‘activiteit in de marge’, maar bij nader inzien komen verscheidene voordelen te voorschijn: vergroening van de stad (met meer opname van CO2), daling van de toevoer van voedsel naar de stad met een positief mobiliteitseffect, kleinschalige bedrijfjes met een hoog eco-label, 26


en vooral creatie van groene jobs met een groot tewerkstellingspercentage van laaggeschoolden, maar ook een betrokkenheid van de burgers bij hun eigen voedselvoorziening. Om vooruitgang te kunnen boeken heeft de stad echter ook de medewerking nodig van de hogere overheid. In het voorbeeld van de maatregelen op het vlak van energie hebben we gezien dat de subsidies en fiscale gunstmaatregelen vooral de betere middenklasse hebben aangesproken. Een accentverschuiving naar ondersteuningsmaatregelen op maat van de stedelijke context met een sterke sociale dimensie is nu aan de orde.

Voorstellen om werk van te maken Zonder twijfel brengen heel wat maatregelen, die door de stedelijke overheid kunnen genomen worden, een veelheid aan groene jobs op, waarin ook een groeiend potentieel voor tewerkstelling van laaggeschoolden en werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vervat zit, zoals: Bouw, afbraak en heropbouw van gebouwen, woningen en stadswijken op basis van een duidelijke visie op duurzame ontwikkeling, met o.a. maximale recyclage van afbraakmaterialen. Collectieve aanpak op het vlak van energiebesparing en installaties voor het benutten van hernieuwbare energie, zowel voor elektriciteit als warmteproductie. Faciliteren en regisseren van het sluiten van de materialenkringlopen (‘urban mining’), volgens het ‘cradle to cradle’ principe, waarbij hoogduurzame grondstoffen worden gebruikt . Hierbij is het de bedoeling dat kringlopen zo lokaal mogelijk worden gehouden, waardoor minder nieuw materiaal wordt gebruikt, wat een heel gunstig effect geeft op energieverbruik en mobiliteit. Maar het verankert ook de industrie in de regio. Bovendien zit er in de recyclage en in de aanbreng van de herbenutte grondstof potentieel voor groene jobs voor laaggeschoolden. Landbouw in de stad (‘urban farming’) verlaagt de ecologische voetafdruk, maar bovendien kan het stadsbestuur via overleg bekijken welke jobcreatie mogelijk is, welke de kansen zijn voor tewerkstelling van laaggeschoolden, en welke bij/herscholingen nodig zijn. Versterken van KMO’s door duurzaamheidsprogramma’s voor hen op te zetten of te faciliteren: enkele grote bedrijven zijn hen al voorgegaan, met verankering en toename van jobs tot gevolg. Mits de nodige creativiteit aan de dag gelegd wordt, kan bovenstaande lijst nog fel worden uitgebreid: er zijn zo vele projecten in dit kader mogelijk op stadsniveau zoals aandacht voor biovoeding en streekproducten overslag van goederen, ingrijpen in het woon-werkverkeer met maximalisatie van collectief vervoer uitbreiden van het systeem VELO hergebruik van materialen in scholen, kinderdagverblijven en stedelijke diensten, sociale restaurants, middenveldorganisaties. Mits een goede planning kunnen heel wat economische activiteiten niet alleen vergroenen, maar ook uitbreiden en verankerd worden. Zo leveren ze een veelheid aan jobs, ook voor laaggeschoolden.

27


Voor iedereen en door iedereen Om een duurzame ontwikkeling te realiseren, moeten we niet alleen investeren in het vinden en in het tot uitvoering brengen van duurzame oplossingen, maar ook investeren in een draagvlak voor de oplossingen en in een enthousiasme voor duurzaamheid. Het spreekt vanzelf dat in het duurzame klimaatneutrale Antwerpen van de toekomst iedereen moet meetellen. Dat kan alleen maar tot stand komen wanneer dat qua visie en betrokkenheid van bij de start van de planning en de actie wordt meegenomen door het stadsbestuur. Dat betekent ook dat er appel mag gedaan worden op de inwoners en dat middenveldorganisaties mee hun verantwoordelijkheid opnemen. Middenveldorganisaties, en dus ook wijzelf, moeten het goede voorbeeld geven en hun achterban mee sensibiliseren. Het stadsbestuur moet ook kunnen rekenen op de medewerking van het Gemeentelijke Autonoom Havenbedrijf en de industrie. Ook ondersteunende maatregelen van de hogere overheid zullen nodig zijn. En verder moet het de stad ook toegelaten zijn om strengere voorwaarden te kunnen opleggen als dat nodig blijkt om de vooropgestelde klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken. Bovenal verwachten wij van het stadsbestuur dat het een uitgebouwde overlegstructuur uittekent en installeert. Die overlegstructuur moet gelinkt zijn aan het sociaal overleg dienaangaande (mogelijkheden zijn: resoc, stedelijk forum werkgelegenheid, de regionale sectorcommissies en het overleg m.b.t. het duurzaamheidsverslag van de Antwerpse haven), waardoor een draagvlak wordt gecreÍerd voor maximalisatie van groene jobs en maximale groei van tewerkstelling voor kansengroepen (zo broodnodig om de Antwerpse arbeidsmarktparadox te lijf te gaan). In die overlegstructuur moet ook plaats zijn voor een samenwerkingsmodel met participatie van het middenveld, nodig voor een gedragenheid in functie van een veel kleinere ecologische voetafdruk door de inwoners en om te komen tot de verwezenlijking van gesloten materialenkringlopen. Er moet ook gezocht worden naar manieren van samenwerking met de omliggende gemeenten (samen die CO2-uitstoot naar beneden halen – want een bijzonder grensoverschrijdende aangelegenheid - is ook o zo veel effectiever). Ook het aangaan van partnerschappen in de wijde wereld lijkt ons in casu een weg te zijn, die aanmoedigend en inspirerend kan werken.

28


3.2 AANBEVELINGEN VANUIT HET JONGERENOVERLEG (ARKTOS, KAJ, CM-KAZOU, ACV-ENTER)

Financies/subsidies Het Vlaamse en het federale niveau leggen meer en meer de nadruk op ‘cijfers’ en ‘resultaten’ in het kader van de structurele subsidies. Het beleid werkt erg kwantitatief en resultaatsgericht. De stad Antwerpen zou het verschil kunnen maken door haar focus meer te leggen op kwaliteit. Zo zou de balans terug wat in evenwicht zijn. Minder cijfers en meer inhoud. Infrastructuur/ruimte Er is nog steeds een grote nood aan infrastructuur voor jongeren en jongerenorganisaties; jongeren hebben ontmoetingsruimte nodig en plaats om zich te organiseren. We stellen vast dat – zeker in de binnenstad - jeugdbewegingen en organisaties het erg moeilijk krijgen om nog betaalbare jeugdlokalen te vinden. Het beleid zou AG VESPA als hefboom kunnen gebruiken om het jeugdwerk hierbij te ondersteunen. Daarnaast pleiten we voor meer gemengd gebruik van groot publiek en privaat patrimonium. De stad zou stimulansen kunnen geven om de schaarse ruimte van lokalen en ontmoetingsruimten meer te delen. Samenwerking rond infrastructuur dringt zich op. Maatschappelijk kwetsbare jongeren in de stad. Jongeren ervaren geregeld provocerend optreden van politie of ambtenaren. Bovendien stellen we bij ambtenaren vaak een gebrekkige kennis van de doelgroep vast, terwijl net kennis van die groep een basisvereiste is om tot oplossingen te komen. Naast het sanctionerend beleid dient de stad veel meer te investeren in preventiebeleid. Een positieve en constructieve dialoog met de doelgroep en de professionele omkadering kunnen daarbij inspireren. We zijn formeel tegen een mogelijke uitbreiding van de GAS-boetes voor jongeren vanaf 16 jaar. Beleidskader De Jeugdraad moet blijven inzetten op inspraak en participatie van jongeren. We pleiten voor een goed werkende jeugdraad waarin alle groepen jongeren vertegenwoordigd zijn. Onderwijs, vorming en werk De jeugdwerkloosheid in de stad is schrikbarend hoog. Extra investeringen in specifieke projecten om jongeren aan de slag te krijgen dringen zich op. Sociale achtergrond van jongeren heeft een grote impact op de onderwijskansen en op de arbeidsmarkt. De fysieke bereikbaarheid van bepaalde opleidingen vormt voor een aantal groepen een onnodige drempel. Het onderwijsaanbod moet voor iedereen beschikbaar zijn op redelijke afstand.

29


Er is een groot aanbod aan cursussen maar jongeren de informatie hierover komt niet altijd terecht. De stad kan in een traject van werken en leren stappen om werkgevers te stimuleren om stagiaires kansen te geven. Trajectbegeleiding voor de zwakste jongeren kan later ingrijpen voorkomen. We doen in dit kader ook een oproep om meer competentiegericht te werken. De stad moet hierin zelf het goede voorbeeld geven. De aanwervingvereisten bij vacatures zijn zeer hoog en niet in verhouding. Mobiliteit Het openbaarvervoer is voor veel jongeren nog steeds het enige haalbare vervoersmiddel. Het is dan ook erg belangrijk dat dit betaalbaar gehouden wordt. Zoals eerder in dit memorandum vinden wij het VĂŠlo-project positief. Toch stellen we vast dat het voor veel jongeren en de sociaal zwakkeren niet toegankelijk is. Dag- en weekkaarten zijn enkel per visa te betalen. Deze groepen beschikken daar vaak niet over en worden dus owv hun economische situatie uitgesloten van dit positief project. Huisvesting Betaalbaar wonen is voor meer en meer jongeren een groot probleem. De prijzen om te kopen en te huren zijn te hoog om als starter op de arbeidsmarkt naar een eigen woonst te verhuizen. Bij gevolg blijven veel jongeren erg lang thuis (bij de ouders) wonen. Een nieuwe tendens die we vaststellen is dat meer en meer startende koppels in een studentenkot of studie trekken omdat een appartement onbetaalbaar is. Algemeen School aan de beurt/Buurt aan de beurt is een goed initiatief. Ook vanuit het jongerenoverleg stellen we het subsidiariteitsprincipe voorop. De stad moet niet alles zelf doen. Ze moet faciliteren en ondersteunen. Jongeren en hun organisaties zijn de ervaringsdeskundige die vanuit hun expertise en inzet heel wat goede en zinvolle projecten realiseren. Wij pleiten dan ook voor een structurele betrokkenheid van deze groep bij de opmaak en het uittekenen van het toekomstige jeugdbeleid. Antwerpen als Europese jongerenhoofdstad is zeker niet ongemerkt voorbijgegaan. We hopen dat hiervan niet enkel de evenementen blijven hangen maar dat ook de Antwerpse jongeren van vandaag hier structureel de naweeĂŤn van ondervinden.

30


3.3 AANBEVELINGEN VANUIT OKRA OKRA is een sociaal-culturele beweging, van voor en met 55+. In de stad formuleerden 55 plaatselijke trefpunten hun bekommernissen en aanbevelingen voor het toekomstige stadsbestuur. Hieronder volgt de synthese daarvan. Via stemming werden de prioriteiten als volgt vastgelegd: 1. Meer verkeersveiligheid. 2. Betaalbare huurwoningen voor ouderen. 3. Bijzondere inspanningen opdat ouderen zich veiliger zouden voelen. 4. Openbaar vervoer dat inspeelt op de behoeften van ouderen. 5. Betaalbare voorzieningen voor wie niet meer thuis kan blijven wonen. Een leefbare omgeving Ouderen hechten veel belang aan hun onmiddellijke omgeving. Zo bevordert de aanwezigheid van allerlei voorzieningen in hun buurt, zoals winkels, sociale voorzieningen en publieke dienstverlening hun welbevinden.  Nabijheid van winkels en openbaar vervoer in de meeste delen van de stad.  Veel lokale postpunten verdwijnen. Ook lokale bankkantoren. Voor senioren is dat een probleem.  in de onmiddellijke omgeving weinig winkels op maat van senioren (vb: droogkuis, schoenwinkel, kledingwinkel, …)  Openbare toiletten. Veiligheid ligt ouderen nauw aan het hart. Vaak voelen ze zich bedreigd in hun omgeving en vragen een beleid dat de sociale onveiligheid aanpakt. De verbetering en herinrichting van de woonomgeving dragen bij tot dat groter veiligheidsgevoel en komen ook vaak het milieu ten goede.  Onveiligheid ’s avonds op straat. 

Veel ongesorteerd vuil, sluikstort, zwerfvuil, hondenpoep, … Kordater bestraffen van de sluikstorters.

Ten slotte vinden ouderen de sociale kenmerken van de buurt belangrijk. Zo maken goede buurtcontacten en ontmoetingsplaatsen binnen en buiten de buurt tot een leefbare omgeving.  Het verenigingsleven.  De dienstencentra worden gewaardeerd als ontmoetingsplek. Mobiliteit, verkeersveiligheid en toegankelijkheid Met ouder worden, verkleinen vaak de mobiliteitsmogelijkheden. Meer en meer dienen ouderen gebruik te maken van het openbaar vervoer of het vervoer voor minder mobielen. Basismobiliteit is volgens OKRA een fundamenteel recht. De stad kan op dit terrein met de openbare vervoersmaatschappijen en sociale voorzieningen samenwerken. Anderzijds verplaatsen ouderen zich op diverse andere manieren en ondervinden ook daarbij moeilijkheden. De aanwezigheid en beschikbaarheid van goede parkeerplaatsen, de staat van het wegennet of slecht gelegen zebrapaden kunnen onder andere een belemmering vormen voor de 31


mobiliteit van de ouderwordende bevolking. Als zwakke weggebruikers verwachten ze maatregelen die de lokale verkeersveiligheid verbeteren. Het STOP-principe als centraal uitgangspunt voor het mobiliteitsbeleid is alvast een goed begin. Dikwijls laat ook de bereikbaarheid en toegankelijkheid van diverse voorzieningen en openbare gebouwen te wensen over.  Voetpaden zijn in erbarmelijke staat: veel putten, te grote helling, te smal, riooldeksels, … leiden tot valgevaar.  Vaak is er op het fietspad geen zebrapad aangeduid. Zo zien de fietsers niet dat er een oversteekplaats voor voetgangers is. Het zebrapad doortrekken op het fietspad lijkt ons zinvol.  Op heel wat plaatsen zijn er goede fietspaden bijgekomen.  Op heel wat plaatsen ontbreken goede fietspaden. In afwachting van nieuwe fietspaden alvast witte lijnen trekken zodat er een fietsstrook gemarkeerd wordt.  In studentenbuurten staan vaak te veel fietsen tegen huizen geparkeerd, waardoor de stoep te smal wordt om met rolstoel of rollator te passeren. De hogescholen moeten hun studenten voldoende aanmanen de fietsenstalling effectief te gebruiken.  Fietsers rijden vaak op de stoep.  Aanwezigheid van openbaar vervoer. We houden ons hart vast als het gaat om de nieuwe dienstregeling van De Lijn vanaf 1 september 2012. Het overstapmodel is niet voor alle senioren haalbaar  Op de meeste plaatsen is het erg moeilijk tot onmogelijk om als minder mobiele op tram of bus te stappen. Deze gebrekkige opstappen weerhouden heel wet senioren ervan het openbaar vervoer te nemen.  Bij werken duurt het soms enorm lang om tram- en bushokjes te vervangen. Meer toezicht gevraagd op De Lijn vanuit het beleid. Bij het autovrij maken van straten moet voldoende worden nagedacht over de consequenties. Wonen en energie Ouderen wensen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen. Velen hebben een eigen woning verworven die echter aangepast moet worden aan de problemen van het ouder worden of aan hedendaags comfort inboet. De gemeente of stad kan hieraan bijdragen via specifieke woon- en energiepremies. Anderen huren een woning en worden geconfronteerd met hoge huurprijzen, onaangepaste woningen of woononzekerheid. Wat betreft sociale woningen voor ouderen hebben lokale besturen zeker een taak. OKRA moedigt de opmaak van een lokaal toewijzingsreglement voor ouderen aan.  In het centrum van de stad wonen heeft als voordeel dat bijna alles in de buurt en makkelijk bereikbaar is.  Bij Woonhaven zijn er problemen met woningen die speciaal voor gehandicapten zijn voorzien. Wij stellen voor dat gehandicapten van bij het ontwerp tot de concrete uitvoering worden betrokken.

32


 De huishuur is voor velen te hoog geworden. Zeker aangezien de pensioenen niet mee in dat tempo gestegen zijn. Een huurpremie kan hier steun bieden.  Wachtlijsten voor sociale woningen. Er zijn meer sociale woningen nodig.  Energieprijzen zijn erg hoog. Premies kunnen hier steun bieden. Dienstverlening, zorg en gezondheid Ouderen verwachten betaalbare en toegankelijke zorgvoorzieningen in hun eigen omgeving. Zolang het kan, wensen zij immers in hun eigen woning te blijven. De aanwezigheid van allerlei goed gecoördineerde thuiszorgdiensten is daarom onontbeerlijk. Het sociale beleid van gemeente en OCMW dienen hierop in te spelen. Voor ouderen die niet langer thuis kunnen blijven, zijn daarnaast bereikbare, betaalbare en kwaliteitsvolle voorzieningen in de eigen omgeving, zoals woonzorgcentra noodzakelijk. Ook naar de uitbouw van tussenvoorzieningen zoals serviceflats, aanleunwoningen, dag- en nachtopvang en centra voor kortverblijf dient aandacht uit te gaan. Tenslotte is ook de gemeentelijke en andere (sociale) dienstverlening van uitzonderlijk belang. Aan de administratieve en sociale dienstverlening (pensioenaanvraag, aanvraag Tegemoetkoming Hulp Aan Bejaarden, diensten voor ouderen, poetsdiensten…) kan vaak nog heel wat verbeteren.  Dienstverlening is wel ok. Toch suggestie om de prijzen in het oog te houden.  Te lange wachtlijsten voor serviceflats en homes. (Men moet 75 jaar zijn om in te schrijven. Met een wachttijd van 5 jaar erbij, is men al 80 jaar).  Mensen weten vaak niet wat er allemaal mogelijk is. Een goed informatie- en communicatiebeleid is opportuun.  Zorg en thuiszorg uitbreiden in het kader van zo lang als mogelijk thuis blijven wonen.  Bij informatieaanbod “www” ook steeds een telefoonnummer vermelden.  Kostprijs vervoer door Zorgbedrijf: onduidelijke communicatie en een felle prijsstijging voor een deel van de doelgroep. Informatie, inspraak en participatie Ouderen zijn volwaardige burgers die recht hebben op degelijke informatie en inspraak. Ouderen willen daarnaast beter geïnformeerd worden over (sociale) dienstverlening en premies die ze in de gemeente kunnen krijgen. De invoering van eigentijdse communicatiemiddelen, zoals het internet, maakt goede, persoonlijke service en informatie via ambtenaren zeker niet overbodig. Stad en OCMW moeten dan ook rekening houden met de eigenheid van ouderen.  In de informatieoverload lijkt men net te weinig geïnformeerd te zijn. Ook ontbreekt vaak andere info dan digitale. Daardoor hebben veel senioren (die niet zo bekend zijn met het internet) het gevoel dat ze veel zinvolle informatie ontberen. Ouderen beschikken over levenservaring die onontbeerlijk is voor degelijke beleidvoering. Een gemeentelijke ouderenadviesraad die alle kansen krijgt om adviezen te geven aan gemeente en OCMW is hiertoe een basisvoorwaarde.

33


 Heel wat senioren hebben het gevoel dat het met inspraak en participatie vrij goed zit in Antwerpen.  Deelname aan seniorenraden van de districten en Antwerpse Ouderenraad vraagt wel wat inzet en engagement. Wat daar op de agenda komt, moet zinvol en relevant zijn, en de inspraak van senioren en hun vereniging bevorderen. Voor vertegenwoordigers in adviesraden is het frustrerend dat er weinig antwoord wordt gegeven op uitgebrachte adviezen. Daar waar nodig moet ook de werkbaarheid, het vlotte verloop en de efficiëntie van deze raden bekeken en verbeterd worden. Vrije tijd, sport en cultuur De meeste ouderen kunnen volop deelnemen aan het sociaal-cultureel leven en hebben op dat vlak heel wat behoeften. Verenigingen zijn dan ook erg belangrijk. Ze vormen het sociale weefsel en bevorderen het democratische gehalte van de samenleving. Van de stad verwachten we dat ze via een goed sociaal-cultureel beleid verenigingen ondersteunt, onder meer door in degelijke én betaalbare infrastructuur te voorzien. De gemeente dient hier vooral aanvullend te werken. Ook de deelname aan cultuur in al haar aspecten en naar alle lagen van de bevolking dient gestimuleerd te worden. Hierin kunnen ouderenverenigingen een belangrijke rol spelen. Tevens op het vlak van sportbeleid naar ouderen gericht, kan de gemeente een belangrijke ondersteunende rol spelen.  De aanwezigheid van parken wordt erg gewaardeerd.  Veel kansen om aan allerlei zaken deel te nemen en een groot aanbod aan activiteiten  Veel mogelijkheden tot vrijwilligerswerk  Stad en district zouden vroeger hun activiteiten moeten aankondigen. Enkel op die manier kan de nodige informatie ook worden doorgespeeld binnen de verengingen.  Dienstencentrum is vaak een concurrent van de lokale verenigingen. Dat is erg jammer.

34


3.4 VOORSTELLEN DIE HET STEDELIJKE NIVEAU OVERSTIJGEN: AANBEVELINGEN VAN FEMMA: WWW.FEMMA.BE Femma pleit voor een verenigingsvriendelijke stad: - met aandacht voor, inspraak en participatie van verenigingen. - logistieke ondersteuning van verenigingen -financiële ondersteuning van verenigingen Vanuit de recente actie ‘Goud voor zorg’ stellen ze volgende prioriteiten voor: - Een premie voor elke mantelzorger - Administratieve vereenvoudiging voor zorg - Dienstverlening van woon- en zorgcentra openstellen voor zorgbehoevenden in de thuisomgeving

AANBEVELINGEN VAN PASAR: WWW.PASAR.BE Pasar houdt de vinger aan de pols wat betreft vrijetijdsbesteding en recreatie in Vlaanderen. Ze blijft aandacht vragen voor de uitbouw van recreatie dichtbij, voor het behoudt en goed beheer van bos- en natuurgebied en vraagt inspraak bij de ontwikkeling van lokale initiatieven. Daarnaast wil Pasar een uitgebouwd sociaal toerisme waardoor de drempels voor mensen met een fysische beperking of beperkte financiële middelen zo laag mogelijk blijft.

AANBEVELINGEN VAN CM: WWW.CM.BE Iedereen heeft recht op welzijn. Een doelgericht gemeentelijk sociaal welzijnsbeleid zorgt ervoor dat elke inwoner met een zorgnood of –vraag geholpen en ondersteund wordt. De gemeente en het ocmw dragen een grote verantwoordelijkheid in de realisatie van een goed lokaal sociaal beleid. Een goed lokaal sociaal beleid wordt opgezet in een partnerschap tussen gemeente, ocmw, de doelgroepen, het vrij initiatief en het actieve middenveld. CM komt op voor een warme samenleving. Een solidaire samenleving met oog voor elkaar en voor de meest kwetsbaren in het bijzonder. Een gemeente, een vereniging, een buurt, een vriendengroep die geborgenheid biedt, waarin we aandacht hebben voor elkaar en de zorg over elkaar opnemen. CM pleit voor een stevig luik lokaal sociaal beleid binnen het gemeentelijk meerjarenplan. Het lokaal sociaal beleid is een goede basis om de integrale zorg gestalte te geven en om bijzondere aandacht te schenken aan armoedebestrijding Voor CM is het belangrijk dat de gemeente van welzijn een prioriteit maakt, met concrete doelstellingen en acties op korte en middellange termijn, met duidelijke budgetten en met vermelding van de wijze waarop er samengewerkt wordt met het middenveld om dit te realiseren. De unieke plaats die het vrije (zorg)initiatief inneemt, vraagt meer erkenning en ondersteuning. Ook vraagt CM meer de ziekenfondsen als een belangrijke partner sterk in het uittekenen en realiseren van een lokaal sociaal gezondheids- en welzijnsbeleid te betrekken. CM wenst dat de gemeente bij de uitvoering van het lokaal sociaal beleid het subsidiariteitsbeginsel respecteert. Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat de gemeentelijke instanties niet iets moeten doen of ontwikkelen wat door het vrij initiatief al wordt of kan worden opgenomen. De bestaande initiatieven ondersteunen en versterken geniet de voorkeur boven eigen initiatief ontwikkelen. De

35


gemeente pleegt onderzoek, ontdekt nieuwe leemten en formuleert in overleg met de zorgactoren een afdoend antwoord op nieuwe noden. CM wil (mee)werken aan een sociaal rechtvaardige en duurzame samenleving, met gelijke kansen voor en betrokkenheid van iedereen, maar vooral met zorg voor de zwakkeren en verantwoordelijkheid over de volgende generaties. CM ijvert voor een efficiënte en waar mogelijk pro-actieve dienstverlening aan de doelgroepen. De gemeentelijke diensten doen dit in overleg en samenwerking met bestaande non-profit diensten. Daarnaast moet de dienstverlening nog beter en actief bekend gemaakt worden en zo laagdrempelig mogelijk georganiseerd worden.

AANBEVELINGEN VAN HET INTERNATIONAAL COMITÉ ANTWERPEN: WWW.INTERNATIONAALCOMITE.BE Het Internationaal Comité werkte, als federatie voor allochtone zelforganisaties, mee aan het memorandum van het Minderhedenforum Antwerpen. De federaties pleiten voor een volwaardig participatiebeleid, een kwalitatief sociaal beleid en een integraal beleid van gelijke kansen. Ze maken dit concreet in 10 prioriteiten voor het nieuwe stadsbestuur: Een volwaardig participatiebeleid 1. De Stad Antwerpen betrekt etnisch-culturele verenigingen bij het beleid, en dit in verschillende relevante domeinen (tewerkstelling, onderwijs, sociaal beleid, cultuurbeleid,…). 2. De Stad Antwerpen bouwt netwerken uit met lokale Roma-groepen. 3. De Stad Antwerpen ondersteunt etnisch-culturele verenigingen structureel bij hun werking, vooral in de sectoren cultuur, jeugd , sport , tewerkstelling, onderwijs, welzijn en Noord-Zuid. Kwalitatief sociaal beleid 4. De Stad Antwerpen streeft naar een weerspiegeling van de diverse samenleving in hun personeelsbestand. Ze neemt een streefcijfer van 27 % (=aandeel bevolking van niet-EU27 afkomst in Antwerpen in 2011) voor etnische diversiteit in de ambtenarij op in het bestuursakkoord met een tijdspad naar het eind van de legislatuur. 5. In bestekken voor overheidsopdrachten en subsidiereglementen van de Stad Antwerpen worden non-discriminatie- en diversiteitclausules opgenomen om diversiteit in de privésector te stimuleren. 6. Het lokaal onderwijsbeleid versterkt de kansen van alle kinderen. 7. De Stad Antwerpen erkent dat veiligheid ook een bezorgdheid is van etnische-culturele minderheden, waakt over de veiligheid van alle bewoners op het grondgebied en investeert in preventie. 8. De Stad Antwerpen garandeert het recht op wonen in een woonwagen op zijn grondgebied. Integraal beleid van gelijke kansen 9. De Stad Antwerpen geeft haar diensten richtlijnen mee om de communicatie, het personeelsbeleid en het aanbod af te stemmen op de toenemende diversiteit en dus te interculturaliseren. 10. De Stad Antwerpen voert een strategisch antidiscriminatiebeleid in de horeca, in de huisvesting, op de arbeidsmarkt en bij de politie dat verder gaat dan enkel sensibilisering. Meer info op: www.minderhedenforum.be > verkiezingen > memoranda Antwerpen

36


4. DISTRICTEN EN VARIANT 4.1 DISTRICTEN Een aantal plaatselijke ACW werkingen legden een traject af om in samenwerking met de verschillende deelorganisaties een memorandum voor hun district op te maken. Op basis van de lokale gevoeligheden en belangrijke thema’s werd eveneens een bevraging opgemaakt die getoetst werd bij de achterban. De resultaten van die bevraging werden gebundeld in een memorandum per district en dat werd in enkele districten reeds aan de verschillende politieke partijen bezorgd. Hoewel plaatselijke elementen een belangrijk deel uitmaken van die memoranda zijn er toch een paar grote lijnen in de belangrijkste thema’s vast te stellen: Straatbeeld en groenbeleid Een aanzienlijk deel van het districtsbudget gaat naar openbare werken. Een heel aantal ingrepen worden door de inwoners gewaardeerd maar toch blijft er op dit vlak werk liggen. Voetpaden en straten die dringend heraangelegd dienen te worden, fietspaden die voor onveilige situaties zorgen en wegenwerken die niet op elkaar (of op andere ingrepen ) zijn afgestemd. Gebrek aan communicatie rond werken in het algemeen is een bemerking die vaak terugkomt. Communicatie en participatie Ook in de districten wordt het belang van goede communicatie en participatie duidelijk. Het district heeft enkele hefbomen in handen om daar eigen accenten te leggen. Een gediversifieerde communicatie aanpak kan ervoor zorgen dat de verschillende groepen bereikt én betrokken worden bij wat er in een district gebeurd (en wordt gerealiseerd). Elk district heeft de ruimte om te zoeken naar nieuwe methodieken om die inspraak te realiseren. Veiligheid Veiligheid is een thema waar mensen gevoelig voor zijn. Hier hebben we het zowel over verkeersveiligheid als over het onveiligheidsgevoel dat mensen ervaren door criminaliteit. De aanpak van deze twee aspecten is erg verschillend. Enerzijds kunnen een aantal verkeerskundige ingrepen de lokale verkeersveiligheid aanzienlijk verbeteren. Anderzijds is werken aan het onveiligheidsgevoel moeilijker weg te werken. Werken aan dat gevoel vraagt ingrepen op lange termijn die het districtsniveau overstijgen. Hiervoor verwijzen we naar het onderdeel over dit thema in het stedelijk memorandum (pag. 23) Tot slot stemt het ons hoopvol dat ieder district probeert om via zijn eigen beleidsdomeinen (vaak cultuurbeleid) een positief beeld en gevoel bij haar inwoners te creëren. Mensen wonen graag in hun district en voelen er zich door die initiatieven nauw mee verbonden.

37


4.2 VARIANT VARIANT is een project van ACW-Antwerpen en gaat voor een warme en solidaire samenleving. Samen met nieuwe Antwerpenaren (nieuwkomers) en Antwerpenaren willen we hieraan werken. We zetten projecten op, proberen samen dingen uit en laten mensen hun stem klinken. Centraal hierbij staat het samen iets doen en beleven. Met een diverse groep van nieuwkomers en anderstaligen kwamen een paar keer samen om stil te staan bij de gemeenteraadsverkiezingen. We koppelden deze bespreking telkens aan het bezoek van een symbolische locatie in aanwezigheid van een betrokken mandataris: het provinciehuis, het stadshuis en het districtshuis van Borgerhout. Telkens stond er één van de beleidsdomeinen centraal en de klemtoon lag hierbij op de input van de deelnemers: het bespreken van het thema en het invullen van de bevraging. Hieronder een overzicht van de voorstellen die zij naar voor schuiven: Armoede en welzijn 1. 2. 3.

Sociale economieprojecten bieden mensen een inkomen. De stad ondersteunt dit soort initiatieven. De stad kan samenwerking en netwerking bevorderen. Financiële steun van stad en OCMW houdt rekening met een noodsituatie en is gekoppeld aan inkomensgrenzen. De budgetstandaard (onderzoek: wat hebben mensen nodig) geldt als referentie. De buurt is het eerste vangnet bij problemen. De stad stimuleert de vrijwillige inzet van mensen, groepen en verenigingen om hun buurt tot een warme buurt te maken.

Ruimtelijke ordening en huisvesting 1. 2. 3.

De stad investeert in het verhogen van het aantal sociale woningen. De stad garandeert voldoende aantrekkelijke (speel)ruimte voor kinderen en jongeren. De stad zet de strijd tegen huisjesmelkers, verkrotting en leegstand verder om meer gezonde en kwalitatieve woningen te creëren.

Mobiliteit 1. 2. 3.

De stad werkt samen met De Lijn en de NMBS aan een dicht en frequent openbaar vervoersnet. De stad stelt alles in het werk om besliste en geplande werken zo snel en efficiënt mogelijk uit te voeren. De stad volgt het STOP-principe (prioriteit aan Stappen - Trappen - Openbaar vervoer - Privévervoer in deze volgorde) en maakt zo duidelijke keuzes voor mobiliteit en openbare ruimte.

Interculturele samenleving 1. 2. 3.

Na de verplichte inburgering voor nieuwkomers stimuleert de stad initiatieven rond verdere integratie naar werk, verenigingsleven, taal,... De stad voorziet voldoende aanbod aan Nederlandse lessen, betaalbaar en op verschillende niveaus. De stad gaat in gesprek met de verschillende geloofsgemeenschappen over de rol en plaats van de gebouwen voor de erediensten.

Kinderopvang, onderwijs en levenslang leren 1. 2. 3.

De stad erkent en stimuleert ook de niet stedelijke initiatieven voor kinderopvang en onderwijs. Taalondersteuning aan kinderen en volwassenen is een extra aandachtspunt binnen onze diverse samenleving. Er is nood aan een toegankelijk en betaalbaar aanbod aan vormingen en opleidingen voor volwassenen.

Lokaal cultuurbeleid 1. 2. 3.

De stad voorziet middelen voor verenigingen die werken aan ontmoeting en sociale cohesie. De bibliotheken moeten laagdrempelig en toegankelijk zijn. Bibpunten en de bibbus vullen de werking aan. De stad werkt een beleid uit dat voldoende ontmoetingsruimten voor diverse verenigingen toegankelijk maakt.

Milieu en klimaat 1. 2. 3.

De stad werkt aan een proper straatbeeld en voorziet voldoende vuilbakken en sorteerstraatjes. Het OCMW gebruikt de voorziene federale budgetten om de energiefactuur van mensen in armoede betaalbaar te houden. Voor kosten zoals afvalverwerking of aansluiting op gescheiden riolering voor regen -en afvalwater worden sociale prijscorrecties voorzien. Informatie daarover wordt tijdig en duidelijk meegedeeld.

38


COLOFON Dit memorandum is het resultaat van een jaar werken rond de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 met vrijwilligers en beroepskrachten. Lokale ACW afdelingen van de stad Antwerpen Regiogroep: groep met vertegenwoordigers uit de verschillende lokale ACW afdelingen Regiokern: kerngroep ACW vrijwilligers Bewegingsploeg: groep met educatieve medewerkers van de verschillende deelorganisaties en geassocieerde partners van ACW Antwerpen stad. Illustraties: Mattias De Leeuw v.u. Annemie Verhoeven, Nationalestraat 111, 2000 Antwerpen Juni 2012

39



ACW-memorandum stad Antwerpen 2012