Page 1

p

u

b

l

i

c

d

e

s

i

g

n Special Openbare verlichting met o.a. • Praktijkcases Tilburg, Breda, Den Helder, e.a. • LED en openbare verlichting

In samenwerking met SenterNovem

MAGAZINE

• Landschapsarchitectuur en openbare verlichting


Het Nationale Lichtcongres 2009 In samenwerking met:

Op donderdag 12 november 2009 organiseert de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde het jaarlijkse Nationale Lichtcongres, met als titel:

NIEUW LICHT Colofon De NSVV wil tijdens dit congres met u de uitdaging aangaan voor het nieuwe licht van de toekomst. De NSVV speelt een vooraanstaande rol voor het licht in de samenleving. We willen u laten zien wat we nu al (kunnen) doen. Via inspirerende voordrachten, met nieuwe inzichten en ideeën en interactieve workshops willen we samen met u een flinke stap zetten op weg naar ‘nieuw licht op licht”. Plaats: CineMec te Ede Aanmelding via www.nsvv.nl

adviesraad Verkeer in Beeld laat zich adviseren door een aantal praktijkdeskundigen uit diverse segmenten van de markt, te weten: Frank Aalbers (Goudappel Coffeng), Gerrit Bekkernens (Witteveen + Bos), Jan ter Burg (DHV), Robert Coffeng (Oranjewoud), Martin Courtz (provincie Drenthe), Robert Galjaard (Breijn), Hans Nugteren (RWS), Jolanda van Oijen (XTNT) en Cees Prins (gemeente Breda). medewerkers Aan dit nummer werkte mee: Geert Dijkstra, Elise Fikse, Erna Jansen, Maarten Reith. Met dank aan: Karel Brookhuis, Rick van Eijk, Joop Goos, Roel Koenraad, Jos Lammers, Angela van der Kloof, Merijn Wienk, Bert Jan Zandhuis. Coverfoto: Sander Foederer

Workshop Openbare Verlichting De Taskforce Verlichting fungeert als belangrijke katalysator bij de vele proefprojecten, die in het kader van energiebesparing zijn opgezet. De inhoudelijke bijdragen worden gevormd door Theo Mackaay (SenterNovem over Task Force Verlichting), Jan Ottens (Infra Engineering over Energie Labelling) en Thom Vermeulen (Gemeente Breda over LED-proeven in Breda)

oplage en bereik Verkeer in Beeld verschijnt in een oplage van 7.000 exemplaren en bereikt alle beleidsmakers en uitvoerenden bij de rijksoverheid, provincies, gemeenten, projectontwikkelaars, aannemers, toeleveranciers, adviesbureaus. advertenties Het grote bereik en de onderscheidende formule maken Verkeer in beeld tot een uiterst geschikt advertentiemedium om op indringende wijze de doelgroep te bereiken. Wilt u een advies op maat, neem dan contact met ons op via (038) 4606384 en vraag naar Harald Jansen of Michiel Noordzij of advertenties@ acquirepublishing.nl

Inhoud Taskforce Verlichting

3

Energiebesparing: een kernthema in het Openbare Verlichtingsbeleid

4-5

Cursusoverzicht

5

PraktijkCase Assen

6-7

IGOV

8

PraktijkCase Amsterdam

10-11

PraktijkCase Breda

12-13

Landschapsarchitecten en openbare verlichting

14-16

PraktijkCase Den Helder

17

LED’s in openbare verlichting

18-19

PraktijkCase Heerenveen

20-21

PraktijkCase Tilburg

22-23

Wat kan ik morgen al DOEN?

24

20

Verkeer in Beeld is een onafhankelijk en informatief vakblad op het gebied van verkeerstoepas-sigen en mobiliteitsoplossingen. Het informeert de lezer met een mix van achtergrondartikelen, projectbeschrijvingen, productnieuws en columns elke twee maanden over de praktische kant van hun vak.

abonnementen Een abonnement op Verkeer in Beeld kost 49,50 per jaar (exclusief BTW en inclusief verzendkosten). U kunt zich aanmelden voor een abonnement via (038) 4606384 of abonnementen@acquirepublishing.nl Als abonnee heeft u recht op het magazine, de emailnieuwsbrief en toegang tot de website. vormgeving A5design Wezep druk Thieme MediaCenter Verkeer in Beeld is een uitgave van Acquire Publishing BV Faradaystraat 4a 8013 PH ZWOLLE T (038) 4606384 F (038) 4606318 info@acquirepublishing.nl www.acquirepublishing.nl Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. druk, fotokopie of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

vib

verkeer in beeld


Taskforce Verlichting De projectgroep Openbare Verlichting roept gemeenten en provincies op werk te maken van energiebesparing in de openbare verlichting. Die bepaalt namelijk 60% tot 70% van de gemeentelijke en provinciale energievraag. Met de ‘Koplopersaanpak’ wordt een versnelling in de energiebesparing gerealiseerd. Actie en enthousiasme De ‘koplopersaanpak’ houdt in dat gemeenten en provincies die al actief zijn op het gebied van energiebesparing andere gemeenten en provincies enthousiasmeren en aanzetten tot actie. Om de verschillende gemeenten en provincies met elkaar in contact te brengen, organiseert de projectgroep Openbare Verlichting bijeenkomsten in verschillende delen van het land. Eind januari is in Apeldoorn de eerste bijeenkomst gehouden. “Die kick-off van de koplopersaanpak is zeer druk bezocht”, vertelt Rob Metz, wethouder in Apeldoorn en voorzitter van de projectgroep Openbare Verlichting. “We willen collega-gemeenten laten zien wat er allemaal al gebeurt op het gebied van energiezuinige verlichting. Want het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden”. Energiescans Van alle gemeenten en provincies wordt verwacht dat zij een uitvoeringsplan opstellen voor het energiezuinig maken van hun openbare

verlichting en dat plan de komende jaren gaan uitvoeren. Daarbij kunnen ze gebruikmaken van een energiescan die het huidige energiever-

Energiezuinige verlichting kan: Koplopers zijn aan te spreken Ambitieniveau is af te spreken Nulmeting d.m.v. energiescan

problemen die de Taskforce Verlichting nog probeert op te lossen.” Quickwins “De quickwins moet je in ieder geval beetpakken”, stelt Metz. “Hogedruk kwiklampen zijn vanaf volgend jaar bijvoorbeeld verboden, dus die moet je sowieso vervangen. En ook over verouderde lampen hoef je niet te twijfelen. Maar als je als gemeente net twee jaar geleden nieuwe verlichting hebt aangeschaft, is het een moeilijker kwestie. Daarover gaan de discussies die de projectgroep faciliteert. Zo proberen we een kennisplatform te verwezenlijken dat voorziet in ‘best practices’. Gelukkig is daar al veel bestuurlijke en ambtelijke aandacht voor”.

het K A N

bruik en het besparingspotentieel berekent. Metz: “In de transitie naar zuinige verlichting is het zaak om allereerst te weten wat je waaraan uitgeeft. Pas dan kun je doelgericht stappen zetten. Er zijn echter verschillende soorten scans waarvan de resultaten moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Dat is een van de

Steeds meer koplopers Er zijn in Nederland nog ongeveer 2,2 miljoen lichtpunten waar 35-70% energie bespaard kan worden. Dat is een te grote kans om te laten liggen volgens Metz. “Maar om die besparing te realiseren moeten we vooral de discussie over regelgeving en normering voeren. Daarbij is het belangrijk dat we inzichtelijk maken wat de resultaten zijn die we boeken. Dat enthousiasmeert enorm en zo krijgen we steeds meer koplopers!”

Projectgroepleden Openbare Verlichting R. Metz H. Baud T. van den Brink W. Eleveld R. van Esch H. Faber W. de Jong N. van Koningsbruggen T. van Leeuwen Th. Mackaay J. Mol S. Nieuwenhuis J. Vlasblom R. van Vliet Y. Visser R. van Wordragen

#05 - november 2009

Gemeente Apeldoorn – voorzitter Liandyn NSVV / Rijkswaterstaat Liandyn Philips Gemeente Apeldoorn Provincie Utrecht NLA / Indal Ministerie VROM SenterNovem Innolumis Ministerie VROM Provincie Utrecht VNG UNETO-VNI / Imtech SenterNovem - secretaris

Zicht op Licht Het totale energieverbruik van alle gemeentelijke OVL is eind 2008 m.b.v. het rekenmodel ‘Zicht op Licht’ berekend op ± 485.000 MWh. Dat is gemiddeld zo’n 1.100 MWh per gemeente. Het totale theoretische besparingspotentieel voor gemeentelijke OVL is berekend op 18%. 21


Energiebesparing: een kernthema in het Openbare Verlichtingsbeleid In veel gemeenten is openbare verlichting (OVL) tegenwoordig onderdeel van het programma Openbare Ruimte. Binnen dit programma maken gemeenten keuzes over veiligheid, esthetische kwaliteit, energiebesparing, lichthinder, lichtsoort en milieuaspecten. Energiebesparing is dan ook maar één van de invalshoeken, maar deze ontwikkelt zich snel tot een kernthema in het OVL-beleid. Dit artikel geeft een algemene schets van beleidsontwikkeling OVL in gemeenten (en provincies). De huidige praktijk De huidige praktijk van OVL-beleid heeft een forse ontwikkeling doorgemaakt sinds de jaren negentig. Het werkveld is breed geworden en volgt in steeds meer gemeenten de beleidscyclus zoals weergegeven in de figuur.

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) heeft in 2004 geleid tot de verplichte paragraaf Kapitaalgoederen. Daarmee wordt het kapitaalintensieve en het meerjarige karakter van de ‘sector OVL’ onderstreept. In de jaren na 2004 begon de invloed van de Wet Dualisering door te dringen met als effect dat ook de functionaris die het gemeentelijk beleidsplan OVL opstelt, te maken kreeg met de programmamanager Openbare Ruimte. De over het algemeen technisch georiënteerde beheerder OVL moest zich gaan gedragen als beleidsmedewerker. Om goed beleid te ontwikkelen moet je je eigenlijk in de huid van een bestuurder kunnen plaatsen en die kloof is voor velen in de OVL-

22

sector groot. Tegenwoordig is de OVL gelukkig in veel gemeenten geen sluitpost meer op de begroting, omdat bestuurders beseffen dat de gemeente zich met OVL-beleid kan onderscheiden van andere gemeenten. Toch liggen oneigenlijke bezuinigingen voor de OVL nog steeds op de loer zolang bestuurders weinig greep hebben op de vertaling van OVL-techniek naar euro’s. Om hieraan tegemoet te komen worden nieuwe competenties gevraagd van de OVL-beheerder en zijn adviseurs. De toekomst: aandacht voor energiebesparing Vanuit onze ervaring met het recent ontwikkelde Model Beleidsplan Openbare Verlichting (2007) en de eerdere Aanbeveling Kengetallen Openbare Verlichting (2004) zijn de volgende aandachtspunten en verbeterpunten te noemen: 1 Beleidsontwikkeling voor energiebesparing in de OVL is het meest effectief als het wordt ingebed in een totaalbeleid rond OVL. Energiebesparing volgt hiermee de beleidscyclus. 2 Beleid moet in een later stadium van de cyclus verantwoord worden. Om dat te kunnen doen is kennis onontbeerlijk over jaarlijkse monitoring van het energieverbruik en van de energie-efficiëncy (de kosten van het energieverbruik per eenheid van lichtstroom). Het is belangrijk beide begrippen te onderscheiden. Monitoring over langere termijn vereist dat energieverbruik en de bijbehorende kosten in de gemeentelijke administratie zichtbaar zijn (voor veel gemeenten nog een verbeterpunt). Bovendien is een vereiste dat energieverbruik niet ‘vervuild’wordt door het laten meeliften van andere gebruiksdoelen, zoals het aanstralen van gebouwen

of gebruik voor lichtkunstwerken. 3 Voor beleid rond energiebesparing is het wenselijk om energiekosten en vervangingsinvesteringen meer dan tot nu toe aan elkaar te relateren. Als in het beleid wordt opgenomen dat vervangingsinvesteringen eerder worden gepleegd dan technisch nodig is, kan er sprake zijn van ‘rendabele investeringen’ terwijl er tegelijkertijd boekhoudkundig ook desinvesteringen worden gepleegd. Dit soort redeneringen en analyses vergt voor OVL-beheerders nieuwe kennis en competenties. 4 Voor het monitoren van energieefficiëncy dient het gemeentelijk beheersysteem voor de OVL eventueel aangepast te worden. De overweging om daarin te investeren is ook onderdeel van het OVL-beleid! 5 Tenslotte dient beleid rond energiebesparing en energie-efficiëncy rekening te houden met de behoefte aan leeromgevingen. Wenselijk is dat de OVL-beheerder tijd beschikbaar heeft om ervaringen met andere gemeenten (of provincies) te delen en te analyseren op leerpunten. De ruimte die hiervoor gegeven wordt is onderdeel van het beleid.

Energiebesparing in de Openbare Verlichting Openbare verlichting biedt veel kansen voor verduurzaming. Met het juiste beleid en een goed uitvoeringsplan haal je eruit wat erin zit. Steeds meer gemeenten zien hier kansen om enerzijds een bijdrage te leveren aan het klimaatbeleid en anderzijds een besparing te realiseren. Om gemeenten hierbij te ondersteunen heeft SenterNovem in samenwerking met een aantal provincies en

vib

verkeer in beeld


OVL-beheerders een aanpak ontwikkeld waarbij in een kort tijdsbestek een plan van aanpak kan worden gerealiseerd. Deze workshops voor beheerders en beleidsmakers worden in verschillende regio’s georganiseerd. De handschoen opgepakt Dat gemeenten een grotere inspanning willen leveren om energiebesparing te realiseren blijkt uit het akkoord dat het Rijk met de gemeenten hebben gesloten. In dit akkoord hebben de gemeenten de doelstelling onderschreven om jaarlijks 2% energiebesparing te realiseren in de openbare verlichting. Dat de gemeenten de handschoen oppakken blijkt ook uit de aanvragen voor een uitkering Stimuleringsregeling Lokaal Klimaatbeleid van het ministerie van VROM. Daarbij kiezen ruim 80% van de ongeveer 440 gemeenten voor het realiseren van energiebesparingsprojecten in de openbare verlichting. Er is door het kabinet veel belangstelling voor het onderwerp en ook de door de minister ingestelde taskforce heeft het onderwerp bij veel gemeenten hoger op de agenda gezet. Knelpunten Bij veel beheerders is er belangstelling om aan de workshops deel te nemen. Deze belangstelling is wel

te verklaren. Uit de ervaringen van SenterNovem is gebleken dat veel gemeenten de uitvoering van het beheer Openbare Verlichting bij de provider hebben gelegd. Veel providers gaven daarbij ook beleidsmatige adviezen. In veel gemeenten is de wijze van beheren voornamelijk ingegegeven door de kosten en het criterium sociale veiligheid. En alhoewel het binnen een gemeentelijke organisatie een belangrijke kostenpost is, hebben maar weinig gemeenten zicht op het verbruik en de besparingspotentiëlen. Pilots SenterNovem heeft een aanpak ontwikkeld die gemeenten in staat stelt om snel tot beleidskeuzes en een uitvoeringsplan te komen. Deze aanpak is getest in een aantal pilots, waaraan zo’n 50 gemeenten deelnamen. In een reeks van vijf workshops werkten gemeentelijke wegbeheerders (en later ook beleidsmedewerkers) aan duurzaam OVL-beleid en/of een uitvoeringsplan. De workshops worden inhoudelijk afgestemd op de vraag die er bij de deelnemers ligt. Daarbij is aandacht besteed aan het gemeentelijk verbruik, de besparingspotentiëlen, technische ontwikkeling en keuzes. Het uitgangspunt is dat energiebesparing niet ten koste mag gaan van bijvoorbeeld de sociale veiligheid.

Ervaringen Tijdens de pilots ontstonden vaak geanimeerde discussies waarbij veel kennis over technieken, politieke ontwikkelingen en goede voorbeelden werden uitgewisseld. In een aantal situaties heeft dat ertoe geleid dat de beheerders elkaar zijn blijven ontmoeten. Meer moeite hadden veel beheerders met het schrijven van beleidsplannen. Hiervan gaven veel beheerders aan dat dat een aparte expertische vereist. Daarom worden in de huidige workshops ook de beleidsmedewerkers betrokken om tot een praktisch resultaat te komen. Veel verbetering lijkt mogelijk in de interne communicatie bij gemeenten. Opvallend is dat veel wegbeheerders niet op de hoogte zijn van het eigen klimaatbeleid en de opvatting van de bestuurder niet kennen. Kennis en draagvlak Uit de pilots kwam duidelijk naar voren dat ook kennisbehoefte en het vergroten van draagvlak bij collega’s en gemeentebestuur succesfactoren vormen voor het ontwikkelen van duurzaam OVL-beleid. Daarom zijn ook die aspecten opgenomen in de definitieve versie van het handboek. De handleiding aanpak duurzame openbare verlichting is te downloaden bij de publicaties op www. senternovem.nl/openbareverlichting.

Overzicht opleidingen, cursussen en workshops voor openbare verlichting  CROW 1 daagse R.A.W. cursussen over bestekken aanleg en onderhoud openbare verlichting www.crow.nl/cursussen tel. 0318 - 69 53 60  Licht & Donker Advies 4 daags beleidstraject Licht & donkerte 1 daagse technische en beleidstrainingen www.lichtendonkeradvies.nl tel. 026 - 352 33 17  Elsevieropleidingen 5 daags opleiding Openbare Verlichting www.elsevieropleidingen.nl tel. 078 - 62 53 888  Light Design Academy 1 daagse (2 avonden) cursussen openbare verlichting en lichthinder www.lightingdesignacademy.org tel. 084- 420 3280

#05 - november 2009

 Infra Engineering bv Diverse 1 à 2 daagse cursussen over verschillende technische en beleidsapecten www.infra-engineering.nl/veiligheid tel. 033-450 22 25

 ROC Midden Nederland Opleiding Hogere Verlichtingskunde (OV deel 8 lesuren) www.rocmn.n Tel. 030 - 285 24 22

 Philips Lighting Academy 3 daagse cursus openbare verlichting en workshops specifieke onderwerpen www.lighting.philips.com/nl_nl/academy tel. 040 -.27.87500

 Liandyn - Cursus Openbare verlichting (8 x ½ dag) over basiskennis OV, - Masterclasses “Licht op Openbare Ruimte” op locatie voor beheerders en beleidsmedewerkers http://www.lichtopopenbareruimte.nl/ www.liandyn.nl of tel. 020 - 597 11 56

 IP Lighting 1 à 2 daagse cursussen en workshops over basiskennis OV, ontwerpen OV en dimmen www.enexis.nl/netwerk/netbeheerder/ site/lighting/index.html tel. 073 855 84 22

 Spectrum Advies Workshop (halve dag) Nieuwe Technieken voor Bestuurders www.spectrumadvies.nl tel. 0318 - 643971


Aad Verheul, gemeente Assen, roept collega’s op tot kennis delen en gewoon doen! Begin dit jaar hebben Raad en College van de gemeente Assen hun fiat gegeven op het vijfjaren plan voor de openbare verlichting in de gemeente. Er is maar liefst vier miljoen euro beschikbaar voor duurzaam en veilig verlichten van de openbare ruimte. En dus gebeurt er veel, onder bezielende leiding van Aad Verheul. Zijn motto: weg met de koudwatervrees, gewoon doen! Naast doelstellingen op het gebied van sfeer, veiligheid en het tegengaan van lichtvervuiling staat CO2-reductie centraal in het beleid. LED, dimmen en het evt. verwijderen van lichtmasten, meer smaken heeft Assen in de toekomst niet meer. Naast de keuze voor het gebruik van CO2-neutrale masten gemaakt van 100% gerecycled aluminium is vooral het gebruik van lokaal geproduceerde, houten masten een opvallende verschijning in het pakket van eisen. En dus gaat in het plaatsje

24

Loon alleen inlands Larix gebruikt worden voor de masten in de oude dorpskern. Het is niet verrassend dat Enexis, die op dit moment de gesprekken met de mastenleveranciers voert, het nodige zendingswerk moet verrichten. Leveranciers blijken even te moeten wennen aan dit soort vergaande eisen. LED Binnen de bebouwde kom gaat LED volop toegepast worden. Er is op dit moment gekozen voor de Stela van Indal. Verheul: “Je wordt bedolven onder de LED-informatie op dit moment en er zijn nog geen echte standaarden in de markt. Daarom heb ik in deze fase gekozen voor de Stela van Indal. Ik ken Indal als een degelijke partij, die zelf bovendien ook veel lichtonderzoek doet. Een leuke bijkomstigheid is dat de armaturen in Emmen worden

gemaakt.” De Stela is inmiddels getest in Kloosterveen waar de proef leidde tot positieve reacties onder bewoners. Men vond alleen het blauwe licht te hard en dat wordt in de definitieve opstelling aangepast. Ook buiten de bebouwde kom worden proeven met LED’s uitgevoerd. In het oog springt de proef op een wegvak op de rondweg van Assen. Daar zijn over een traject van een kleine kilometer de masten vervangen door solar LED-spots. De circa honderd spots, die net achter de kantstrepen zijn geplaatst, halen hun stroom niet van het energienet maar volledig uit zonne-energie. Resultaten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeersveiligheid energiewinst en CO2 reductie, volgen later dit jaar. Dit soort initiatieven zijn mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de Provincie Drenthe.

vib

verkeer in beeld


Sociale veiligheid Gedimd of LED, iets anders is er dus op termijn niet meer in Assen. De wijk Assen Oost is koploper. Daar zijn of worden de circa 800 vier meter paaltoppen vervangen door de Stela’s en de zes meter masten worden gedimd. In de hele gemeente Assen worden 7.000 van het totale bestand van 17.000 masten en armaturen vervangen. Dat leidt tot een besparing van 4 miljoen KW en 2000 ton CO2. Burgers in de betreffende wijken worden ondermeer via flyers op de hoogte gebracht van het beleidsplan en de consequenties voor hun wijk. Ook zijn er proefexemplaren geplaatst om heel direct respons vanuit de burgers te krijgen en ze bij het proces te betrekken. Of het toereikend is om het gevoel van sociale veiligheid in tact te laten, moet nog blijken. Verheul: “We zijn in Nederland heel veel licht gewend. En dus geeft vermindering van licht veel burgers een minder veilig gevoel.” Is dimmen dus per definitie strijdig met het gevoel van sociale veiligheid? Verheul: “Naast het dimmen kun je sowieso met nieuwe armaturen op het gebied van lichthinder al veel bereiken zonder dat het effectieve verlichtingsniveau afneemt. En dat is absoluut winst voor de burgers die gaan last meer hebben van paaltopjes die hun slaapkamers verlichten. En qua dimmen blijkt dat het gelijkmatige dimmen naar 50 procent wat wij op dit moment ’s nachts doen door de meeste burgers niet eens wordt opgemerkt.” Geen beleidsplan zonder uitvoeringsplan Er gebeurt veel in Assen en dat terwijl Aad Verheul slechts een beperkt aantal uren per week beschikbaar heeft voor het openbare verlichtingsbeleid. Verheul: ‘ Ik kan het niet vaak genoeg zeggen, maar het is gewoon een kwestie van doen. In Nederland barsten we van de goede bedoelingen en goed doordachte beleidsplannen. Maar er wordt te weinig uitgevoerd. Ik klaag dus niet over de beperkte tijd, maar zie het echt als een voordeel dat ik alle projecten overzie en kan aanjagen. En ook dicht tegen de uitvoering aan kan zitten.

#05 - november 2009

Een project komt vanuit beleidsambtenaren pas echt van de grond als vooraf beleid, financiën en uitvoering helder zijn.’ Geen beleidsplan zonder uitvoeringsplan dus. Kennis delen een ‘verplicht vak’ Naast bovenstaande projecten om Assen over te krijgen op ‘LED of dimmen’ lopen er ook nog een paar andere interessante pilots. Zoals met groene verlichting van Innolumis in het Asserbos. En er wordt samen met BügelHajema adviseurs en de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek gedaan naar het effect van groen licht, wit licht en ‘geen licht’ op watervleermuizen aan de rand van Assen. Van dat laatste project wordt eind dit jaar de rapportage verwacht. Verheul roept iedereen op kennis te delen, bijvoorbeeld via een partij als SenterNovem, en neemt daarin zelf het voortouw. Hij gaat

eens op de koffie bij raadsleden, nodigt omliggende gemeenten uit of geeft trainingen bij de Provincie. Dan moet het voor Verheul geen probleem zijn om, terugkijken naar de ontwikkeling van het beleidsplan en de eerste uitvoeringsprojecten, zijn collega’s in het land van een aantal nuttige adviezen te voorzien. Verheul: ‘Mijn eerste advies is om al tijdens de planfase pilots te gaan uitvoeren. Dat levert niet alleen inhoudelijke kennis en ervaring op maar creëert ook goodwill bij bestuurders. Zo kun je aan de voorkant al je budget veilig stellen. Verder moet elk beleidsplan in mijn ogen dus vergezeld gaan van een uitvoeringsplan, anders schuift het door naar een volgend bureau en verlies je het momentum. En last but not least moet je niet bang zijn. Ook al is het nieuw, en al ga je een keer onderuit, je moet het gewoon doen!’

Koplopergemeenten op de kaart SenterNovem heeft de ambities en resultaten op het gebied van energiebesparing in de OVL per gemeente in kaart gebracht. Op www.senternovem.nl/openbareverlichting vindt u een Google-map van koplopergemeenten. Per gemeente is vermeld of er een beleids- en/ of uitvoeringsplan voor energiezuinige OVL is en hoeveel energie er bespaard wordt. Via een formulier op de site kunt u als contactpersoon OVL de gegevens van uw gemeente doorgeven.

25


Steeds meer deelnemers, steeds representatiever, steeds meer mogelijkheden

IGOV - Kengetallen zetten trend in OVL-beleid Kengetallen bieden houvast bij het opstellen, uitvoeren en meten van (de effecten van) beleid. Hoe meer en hoe vaker beheerders en beleidsmakers kengetallen inzetten, hoe robuuster ze worden. Steeds meer betrokkenen in openbare verlichting zien de voordelen. In de afgelopen jaren zijn verschillende instrumenten ontwikkeld om zicht te krijgen op het energiegebruik in de openbare verlichting (OVL). Ongeveer 10 jaar geleden werd in opdracht van SenterNovem gekeken of er zinvolle kengetallen voor openbare verlichting konden worden geformuleerd. Kengetallen in OVL verhelderen en vereenvoudigen het onderbouwen en verantwoorden van

SenterNovem publicaties SenterNovem publicaties over energiebesparing in de openbare verlichting vindt u op www.senternovem.nl/openbareverlichting. Nog meer publicaties, ook van andere organisaties, vindt u op www.kennisbankopenbareverlichting.nl. Tevens bevat deze site een forum waar u al uw vragen kunt stellen over openbare verlichting.

werken met kengetallen veel voordelen biedt. En hoe meer gemeenten aanhaken, hoe beter het instrument wordt: • mediaan en gemiddelden worden steeds betrouwbaarder • bandbreedten worden betrouwbaarder en bruikbaarder • er ontstaan mogelijkheden voor betere vergelijkingen in een subgroep (bijvoorbeeld op basis van omvang lichtstroomproductie of regio) Sturen en ondersteunen Op het gebied van OVL wordt onderscheid gemaakt in sturende en ondersteunende kengetallen. Denk bij sturende kengetallen aan exploitatiekosten, waarde van de verlichtingsmiddelen, energie-efficiëntie en kwaliteit. Ondersteunende kengetallen zijn bijvoorbeeld totale lichtstroom, lichtstroom per lichtpunt en per oppervlakte, systeemvermogen en esthetische en constructieve kwaliteit.

beleidskeuzes. Goed gekozen kengetallen bieden inzicht in kosten en opbrengsten van OVL, geven ontwikkelingen door de jaren aan en maken allerlei vormen van benchmarking mogelijk. De NSVV-Aanbeveling ‘Kengetallen Openbare Verlichting’ zette ze in 2004 op een rijtje.

Leren interpreteren Het berekenen van OVL-kengetallen is in korte tijd te leren. Het interpreteren van de meetresultaten vergt aanvullende oefening. Dat gaat het best in een leertraject: van basiskennis, via praktijkervaring, tot het zelfstandig toepassen van kengetallen. Het IGOV organiseert jaarlijks een reeks van bijeenkomsten om het (collectieve) geheugen op te frissen, uit te bouwen en op peil te houden.

Meedoen loont Een aantal gemeenten werkt inmiddels enkele jaren met voornoemde NSVV-publicatie. Bij het opstellen van de in 2007 uitgebrachte ‘Aanbeveling Modelbeleidsplan OVL’ (een gezamenlijke publicatie van NSVV, IGOV en SenterNovem) werd nogmaals onderstreept dat het

Cyclus Een gemeente of provincie kan zijn OVL-beleidscyclus systematisch verbeteren door gedurende een reeks van jaren kengetallen te berekenen en beleidsmatig te interpreteren. Dit leidt tot steeds beter gefundeerde beslissingen over investeringen, beheer en onderhoud.

26

Extrapoleren Op korte termijn kan een doorbraak worden gemaakt naar landelijk dekkende cijfers. Door de resultaten totnu-toe te extrapoleren ontstaat een benadering van de totale lichtstroom op jaarbasis en van het bijbehorende energieverbruik. Landelijke monitoring komt dan heel dichtbij, en dat kan weer impact hebben op het overheidsbeleid. Omgekeerd is het mogelijk om kengetallen, met behulp van GIS-technologie, te genereren op wijkniveau. Deze benadering biedt de mogelijkheid om benchmarks over gelijksoortige wijken in Nederland toe te passen en daarvan te leren. Standaard Steeds meer gemeenten ervaren nut en noodzaak van kengetallen. Het aantal deelnemers aan de IGOVbijeenkomsten groeit mee. Kengetallen zijn eigenlijk onmisbaar bij het opstellen, uitvoeren en meten van (de effecten van) beleid. Naar verwachting behoren kengetallen straks tot de standaardproducten binnen de OVL-organisatie.

Kengetallensessies in 2009 IGOV, NSVV en SenterNovem organiseren jaarlijks een serie van drie samenhangende bijeenkomsten over kengetallen. Doel van de eerste bijeenkomst (maart 2009) was: • starters op weg helpen • ervaringen delen en elkaar helpen bij het invullen van de excell bestanden • basis leggen voor een praktische handleiding voor het invullen van de kengetallen-gegevens

vib

verkeer in beeld


#05 - november 2009

27


Groen licht rond Erasmuspark in Amsterdam

Foto’s: Steven van Kooijk fotografie.

Als je om tafel gaat met Hans Akkerman, Senior medewerker openbare verlichting en stadsilluminatie bij de gemeente Amsterdam, is er eigenlijk te veel om over te praten. Amsterdam ontwikkelt talloze initiatieven om haar openbare verlichting te optimaliseren qua kwaliteit, lichtbeeld, energieverbruik en sociale veiligheid. We zoomen in op twee items: de pilot met groene LED-verlichting in het Erasmuspark en om te beginnen de noodzaak om verlichting van Alocaties integraal aan te pakken. Bij de gemeente Amsterdam leeft al langere tijd de behoefte om, zeker op de A-locaties, het lichtbeeld bij avond te verbeteren. Akkerman: “Net als andere gemeenten heeft ook Amsterdam uiteraard zijn hand-

28

boeken voor de openbare ruimte. Die staan vol met richtlijnen voor sfeerbeelden en inrichtingseisen overdag qua meubilair, groen, bestrating en dergelijke. Maar er staat niet in hoe wij als gemeente vinden dat de openbare ruimte er ’s avonds of ’s nachts uit moet zien”. Integrale aanpak Echt een klus voor de openbare verlichtingsspecialisten van de gemeente, zo lijkt het. Maar in het binnenstedelijk gebied van Amsterdam vormt openbare verlichting slechts een beperkt deel van het totaal aan lichtfuncties dat ’s avonds en ’s nachts de stad verlicht. Ook gevelverlichting, reclameverlichting, kantoorverlichting, allerlei soorten

van sierverlichting en verlichting van etalages vormen een onlosmakelijk deel van het totale beleving van de openbare ruimte ‘s avonds. En dus wordt het lichtbeeld al gauw meer een optelsom van lichtpunten dan een samenhangend geheel. Een integrale aanpak is gewenst, of eigenlijk noodzakelijk, om te komen tot een uitgebalanceerd verlichtingsplan qua energieverbruik, lichtkwaliteit en sociale veiligheid. Eenvoudiger gezegd dan gedaan, ervaart ook Akkerman. Hij ziet het vaak al bij de projectdefinitie en –opzet mis gaan. Opdrachten worden vaak te enkelvoudig geformuleerd, zoals ‘verlicht de Sint Nicolaaskerk’. Akkerman: “Als dat je insteek is, gaan verlichtingsspecialisten zich alleen op dat

vib

verkeer in beeld


eigen energievoorziening heeft georganiseerd, besparen we relatief weinig energiekosten. Voor ons ligt de winst vooral in de lange levensduur”, nuanceert Akkerman. Uitrol Of de LED-proef in het Erasmuspark snel op grote schaal navolging krijgt, is de vraag. Want al gaan de ontwikkelingen snel, toch ziet Akkerman nog een aantal beperkingen voor de grootschalige toepassing van LED’s. “De brede doorgaande wegen in onze stad zie ik bijvoorbeeld nog niet zo snel met LED verlicht worden. Ook verblinden veel LED’s installaties nog te veel en heb je vaak meer lichtpunten nodig waardoor de totale energiebesparing gereduceerd wordt.” Maar ook Amsterdam experimenteert volop door in nauwe samenwerking met de industrie. En gezien de positieve ervaringen in het Erasumuspark zullen de groene LED’s zullen hun weg naar andere groene gebieden in de hoofdstad waarschijnlijk wel vinden.

object focussen. Om te komen tot een echt integraal verlichtingsplan moet je vanaf het begin het totale plaatje meenemen. En je moet dus ook alle verantwoordelijken voor de belangrijkste verlichtingspunten erbij betrekken.” Met de groei van het aantal betrokken partijen nemen ook de belangentegenstellingen toe. Akkerman: “Etalage verlichting is vanuit duurzaamheidsprincipe en energiebesparing misschien niet gewenst, maar het draagt wel bij aan de sociale veiligheid”. Amsterdam staat dus nog aan het begin van een echt integraal verlichtingsbeleid. Maar het besef is er en de eerste voorzichtige schreden zijn gezet. Dit najaar zullen de eerste resultaten van de visie op het lichtbeeld in de openbare ruimte worden gepresenteerd.

Elektronische nieuwsbrief Ontvangt u de gratis elektronische nieuwsbrief ‘Energiebesparing openbare verlichting’ van SenterNovem al? Meld u aan op www.senternovem.nl/openbareverlichting.

#05 - november 2009

Groen licht in Erasmuspark Overzichtelijker zijn de diverse proeven die de gemeente Amsterdam uitvoert met LED-verlichting en andere lichttechnieken. Zoals de proef met groene LED-verlichting rond het Erasmuspark. Akkerman: “Op de route om het vierkante park hebben we een aantal lichtmasten met een armatuur van Innolumis geplaatst. Dat type verlichting past hier in mijn ogen goed. Je kunt er de route goed mee verlichten, met respect voor de natuur en energiezuinig”. De proef loopt nu enkele maanden en de ervaringen zijn positief. Akkerman: “De spreiding van het licht is goed en de optiek zorgt voor een mooie spreiding van het licht. Mensen blijken ook snel te wennen aan het groene licht. En ook op de lange, rechte weg houd je eigenlijk altijd zicht op het einddoel. Ook al ligt dat vaak honderden meters verder op. Dat geeft het veilige gevoel, waar je rond een park naar streeft. Ik zie er tot ’s avonds laat mensen joggen”. En hoe zit het qua energieverbruik? “Deze installatie is relatief efficiënt. Maar omdat de gemeente Amsterdam op een goedkope manier haar

29


De stad Breda als openbare proeftuin De gemeente Breda is actief op het gebied van openbare verlichting. Onder bezielende leiding van Thom Vermeulen wordt niet alleen lichtbeleid ontwikkeld en uitgevoerd voor de eigen stad, maar wordt tegelijkertijd een groot aantal LED-proefopstellingen gebouwd en geëvalueerd. Thom Vermeulen is sinds vier jaar werkzaam als beheerder Openbare Verlichting bij de gemeente . Met zijn komst werd destijds de functie voor het eerst fulltime ingevuld en was de tijd van het brandjes blussen voorbij. Geheel in lijn met het programma ‘Taal van de stad’ dat op dat moment in Breda gelanceerd werd, ging Vermeulen direct gevraagd en ongevraagd met ontwerpers én beheerders gezamenlijk om tafel. Vermeulen: “Een belangrijk uitgangspunt van ‘Taal van de stad’ is dat beheerders al in de ontwerpfase meekijken om zo tot een beter beheerbaar product te komen. Het klinkt logisch maar het kost nog veel energie om mensen ervan te overtuigen dat een dergelijke projectmatige aanpak zeker niet tot bureaucratie hoeft te leiden of meer tijd zou kosten.”

30

Nadat Vermeulen als eerste een nieuw beleidsplan had afgerond, startte hij met het opstellen van een nieuw onderhoudsbestek. In eerste instantie lag de nadruk daarin op energiebesparing. Hij ging grondig te werk. Vermeulen: “Elke gemeente wil energie besparen en iedereen weet dat openbare verlichting de grootste energieverbruiker in de stad is. Maar vaak ontbreekt het zicht op de concrete besparingsmogelijkheden. Daarom heb ik in 2007 door Infra-lux als eerste het besparingspotentieel in de bestaande installaties laten berekenen. Denk aan het vervangen van lampen, de aanschaf van LED’s en door installaties te dimmen”. Deze kennis werd vertaald in een eerste beleidsplan dat door de politiek weliswaar werd geaccordeerd, maar waar niet op voorhand ook budgetten aan werden toegekend. Per project diende de financiering nog separaat geregeld te worden. Een extra reden om alle projecten helder te benoemen en te prioriseren. Daarvoor heeft Vermeulen door Spectrum Advies & Design in 2009 een uitvoeringsplan laten opstellen met in totaal 48 kleine en

grote projecten. Daarin is tot op straatniveau aangegeven wat de mogelijkheden zijn en wat de besparing is van de nieuwe ten opzichte van de huidige situatie. Dit Uitvoeringsplan ligt nu bij de politiek en zal het draaiboek voor de komende jaren moeten worden. De nadruk in de projecten ligt overigens in eerste instantie op het vervangen van de slechte lampen die het meeste energie gebruiken en het minste licht produceren. “We hebben ervoor gekozen om eerst de lampen en het direct inbouwen van de mogelijkheden om te dimmen aan te pakken en later het dimmen daadwerkelijk in te voeren, ondanks dat met dat laatste waarschijnlijk meer winst te boeken is. Maar als de lampen eenmaal vervangen zijn, is de basis goed en kunnen we het dimmen gaan invoeren. Die tijd hebben we overigens ook nog wel nodig om de politiek deelgenoot te maken van de filosofie en principes van het dimmen. Want de lichtplannen uit het begin van de jaren ’90, toen de 24-uurs economie hot was en beleidsmakers dat vertaalden in 24 uur licht, hebben hun sporen nog nagelaten”, aldus Vermeulen.

vib

verkeer in beeld


LED-proeftuin Nadat hij in de eerste jaren dat hij in functie was de plannen voor onderhoud en energiebesparing in gang had gezet, startte Vermeulen anderhalf jaar geleden met de eerste LED-proeven. Daarbij gestimuleerd door de politiek en via zijn contacten bij het IGOV. In eerste instanties ging het om drie straatjes waar de paaltoppen werden vervangen door LED-armaturen van Indal, Innolumis en Philips. Naast de technische aspecten werd in samenwerking met de afdeling Onderzoek & Informatie ook de mening van de burger uitgebreid onderzocht. En de eerste reacties waren niet onverdeeld positief (rapportcijfer 6,0 ten opzichte van een 7,1 voor de oude situatie). Men vond het licht te kil en kon bijvoorbeeld niet meer, zoals vroeger, het sleutelgat vinden. De wisselende reacties leidden tot een terughoudende reactie bij de wethouder buitenruimte. Toch werd een tweede proeftuin opgestart, dit keer in een nieuwbouwwijk. Daarvoor werd de

Stela van Indal gekozen. Een armatuur dat op het gebied van gelijkmatigheid, lichtkleur en strooilicht zijn voorgangers alweer ver achter zich liet. De test werd een succes, een rapportcijfer van 7,6 van de burgers was het resultaat. Vermeulen: “Naast de verbeteringen in het armatuur speelde ook mee dat mensen in een nieuwbouwwijk geen referentie hadden vanuit het verleden. Bovendien zijn het over het algemeen jongere mensen die wat meer openstaan voor dit soort nieuwe ontwikkelingen.” Gesteund door het succes van de proef en aangejaagd door de snelle technologische ontwikkelingen op LED-gebied, startte Vermeulen opnieuw een proeftuin in

een bestaande wijk. Vermeulen: “Ik heb in twee straten van elke fabrikant twee exemplaren van hetzelfde armatuur laten plaatsen om zo te kunnen zien of en hoe de resultaten tussen de armaturen verschillen op één en dezelfde locatie. Op dit moment staan er de Innolumis type Lumis-LED Ecowhite, Ledned type Streetlight 72 LED's warm white, Philips type City spirit cone LED, Indal type Stela 18 LED 5700K, Schréder type Altra-2 LED, Unique Lights type Kingsun KSE070T2 Street, Ruud lighting type LEDway Road, Philips type Residium Fortimo, Lightronics type Primus en Helder light type HL-1 white. In week 41 doen we de lichtmeting en vermogensmeting en kunnen we meer vertellen. De week daaropvolgend wordt geënquêteerd. We maken er, net als bij eerdere testen, weer een openbaar toegankelijk rapport van dat ondermeer via het IGOV haar weg zal vinden. Positief op voorhand is in ieder geval al dat alle fabrikanten mee willen doen, ondanks dat ze zich op deze manier kwetsbaar op stellen”. Naast deze LED-proeven is Vermeulen ook positief over de proef met de LMM van Lightronics. Vermeulen: “In de Baanakker te Effen heeft Lightronics een vijftal kegelvormige armaturen (GFK) omgebouwd van compact fluorescentie naar LED. Lightronics heeft deze LED-module in samenwerking met Philips ontwikkeld. In de hele serie van armaturen waarvan de GFK deel vanuit maakt, is een montageplaat met daarop de lichtbron en de elektronica ingebouwd, waardoor het vervangen een peulenschil is. De LED wordt nu behandeld als een lichtbron die uit te wisselen is. Hiermee is goed op de toekomst ingespeeld. De bewoners hebben niet in de gaten dat er iets is veranderd. Het lichtbeeld is gelijk aan de oude situatie. Zelf ben ik zeer te spreken over deze LED-module.”

Thom Vermeulen is een van de sprekers op het Nationaal Lichtcongres dat op 12 november 2009 in Ede wordt gehouden. Hij zal dan dieper ingaan op de opzet en de resultaten van de diverse proeven in Breda.

#05 - november 2009

31


“Mogelijkheden energiebesparing grotendeels afhankelijk van ambitieniveau van ambtenaren”

Tekst: Jaap Groot

Landschapsarchitecten kunnen in hun ontwerpen wezenlijk bijdragen aan besparing op energiegebruik bij verlichting in de openbare ruimte. Zij stuiten echter nog te vaak op een te laag ambitieniveau onder gemeenten. Daarnaast bieden ook producenten nog te weinig keuzemogelijkheden wat betreft toe te passen verlichtingsvormen en geschikte armaturen. “De koplopersaanpak waarmee gemeenten en provincie worden uitgedaagd tot energiebesparing, is op zich een goede regeling. Maar het kan geen kwaad om er landelijk wat meer druk achter te zetten. Zoals bijvoorbeeld ook gedaan is ten aanzien van het gebruik van duurzaam, gecertificeerd hout.” Dat zegt Hanneke Kijne van het gerenommeerde Bureau Alle Hosper, landschapsarchitectuur en stedebouw uit Haarlem. Kijne is als landschapsarchitect gespecialiseerd in de stedelijke buitenruimte waarbij naast verharding en straatmeubilair vooral ook bijzondere verlichting een belangrijk integraal onderdeel vormt. “De maatschappelijke discussie over energiebesparing en beperking van de CO2-uitstoot speelt ook bij ons als landschapsarchitecten al geruime tijd. Onze filosofie is bij elk ontwerp: energiebesparing waar mogelijk. Maar die mogelijkheden zijn wel grotendeels afhankelijk van de ambitie van onze opdrachtgevers, de gemeenten. Natuurlijk kunnen wij verregaande voorstellen doen, maar vaak zijn gemeenten daar niet snel toe geneigd. Energiezuinige armaturen zijn op dit moment nog duurder in aanschaf en moeilijker te verkrijgen. Veelal zijn de budgetten niet toereikend waardoor gemeenten de ene keer liever kiezen voor een wat duurdere verharding en een andere keer weer voor een wat duurder verlichtingsconcept. In ieder

32

geval ben ik nog geen gemeente tegengekomen die als beleid heeft alleen maar energiezuinige lampen te gebruiken.” Kijne is zich er zeker van bewust dat er enorm bespaard kan worden op energiegebruik bij openbare verlichting, waar per gemeente gemiddeld zo’n 60 tot 70% van het totale elektriciteitgebruik aan opgaat. “Wij proberen energiezuinigheid altijd te promoten, zoals wij ook duurzaam hout en duurzame steensoorten in onze ontwerpen trachten mee te nemen. Hoewel gemeenten vaak voorkeur hebben voor zo goedkoop mogelijke materialen, proberen wij daar als bureau toch enigszins een draai aan te geven of maken wij

zelf al een keuze. Het gebruik van duurzaam hout zit over het algemeen wel goed tussen de oren bij onze opdrachtgevers. Ten aanzien van verlichting is dat toch anders. Men let wel op kosten van onderhoud, maar voor duurzaamheidsaspecten bestaat op dit vlak nog nauwelijks belangstelling.” Tot op heden hebben de landschapsarchitecten van bureau Alle Hosper wat betreft gebruik van energiezuinige verlichting, alleen te maken gehad met LEDverlichting, vervolgt Kijne. Vooral de klassieke niet-energiezuinige lampen in straatlantaarns worden meer en meer vervangen door LEDlampen. “Grootste probleem is dat nogal wat armaturen

vib

verkeer in beeld


niet geschikt zijn voor LEDlampen”, zegt Kijne. De LEDtechniek is volgens haar de laatste paar jaar wel aanzienlijk verbeterd. De LED's zijn veel kleiner geworden, waardoor

je meer LED's in een armatuur kunt gebruiken. Ook in kleurmogelijkheden is de techniek vooruit gegaan. “Tot voor kort was alleen rood, groen en blauw beschikbaar, omdat je

Goede lichtvisie als kader voor energiebesparing

categorieën. Ik heb nog wel eens discussies met lokale groepringen en milieubewegingen die zich verzetten tegen het ‘onnodig hoge’ lichtverbruik in de binnenstad. Maar licht heeft daar extra belevingswaarde en bepaalt ook een deel van het veiligheidsgevoel. Waarom daar zoveel inspanning doen om tot 1 procent besparing te kunnen komen, terwijl we in de woonwijken het percentage kunnen terugbrengen naar 20 tot 30 procent. Dat zet pas zoden aan de dijk. In woonwijken brandt de hele nacht verlichting, terwijl er bijna niemand op straat is. Met sensoren en dimsystemen kun je het energiegebruik aanmerkelijk terugbrengen door de straatverlichting alleen volop te laten branden als er zich een voetganger, fietser of auto in de buurt bevindt.”

“Als we echt energie willen gaan besparen, kunnen we beter sensoren aanbrengen in de openbare verlichting in woonwijken. Stel dat we een kwart van de woonwijken in Nederland zouden voorzien van die sensoren en dimsystemen, dan zouden we wat betreft de CO2 emissie in één keer ruimschoots aan onze Kyotodoelstellingen kunnen voldoen.” Dat is de overtuiging van Berry van Egten, lichtontwerper/ directeur van Berlux lichtarchitectuur uit Zwolle. Van Egten richt zich met zijn ontwerpen voornamelijk op de doelgroep gemeenten in Nederland “met wie je ook over andersoortige zaken kunt praten dan uitsluitend energiebesparing. Daar gaat het ook om vragen als wat is de kwaliteit van de binnenstad, wat is de toeristische waarde van het gebied en hoe kunnen we die verhogen met een goede lichtvisie.” Van Egten wijst naar een onlangs gehouden onderzoek onder ruim 60 gemiddeld grote gemeenten waarbij het energiegebruik in kaart is gebracht. Daarbij is volgens hem gekeken naar verlichting van industrieterreinen en naar straatverlichting langs doorgaande wegen, woonwijken en de binnenstad. Van Egten: “Daaruit blijkt dat slechts 2 tot 4 procent van de energierekening wordt bepaald door verlichting in de binnenstad en de resterende 96 procent ongeveer gelijkwaardig verdeeld over de andere onderzochte

#05 - november 2009

Het ei van Columbus. Maar waarom gebeurt dat dan niet? Van Egten: “Men is veel te gefixeerd op LEDverlichting, terwijl dat (hoewel de LEDtechniek wel sterk aan het verbeteren is) lang nog niet zo’n efficiënte lichtbron is als steeds maar wordt geroepen. Maar het is wel een zichtbare maatregel waarmee politici/bestuurders direct kunnen scoren.En men schrikt nog steeds terug van de investeringskosten die gepaard gaan met het aanbrengen van dim- en sensortechnieken. Men kijkt niet naar de exploitatie, terwijl duidelijk aantoonbaar is dat het zich binnen zeven jaar terugverdient.” Van Egten vindt ook dat te eenzijdig naar energiebesparing wordt gekeken. “Het gaat volgens ons bureau in

daarmee alle kleuren kunt maken. Nu ontwerpen wij ook met wit, amber en blauw waarmee veel mooiere effecten zijn te bereiken. Maar nog steeds lopen de meningen nogal uiteen over de lichtopbrengst en levensduur van LEDlampen. Het aantal branduren komt vaak niet overeen met wat de fabrikant aangeeft. Daar is nog een behoorlijke slag te slaan en een gedegen onderzoek naar kwaliteit en werkelijk aantal branduren zou meer duidelijkheid kunnen bieden.” Koudwatervrees De landschapsarchitecte constateert

eerste instantie om de lichtkwaliteit, om de belevingswaarde ervan door de burger. Als je draagvlak voor energiebesparing wilt creëren, zul je daar toch zeker ook rekening mee moeten houden.” De lichtontwerper benadrukt dat hogedruk kwiklampen, natriumlampen en bepaalde soorten spaarlampen nog steeds een hoger rendement per watt hebben dan LEDlampen. Hij constateert zelf dat landschapsarchitecten over het algemeen nog over te weinig technische kennis beschikken en zich voornamelijk met de vormgeving van de armaturen bezighouden. “Maar misschien moeten we ook anders naar openbare verlichting gaan kijken. LEDlicht geeft dan wel op straatniveau een lichtbundel die voldoet aan de wettelijke eisen wat de lichtopbrengst betreft, maar die bundel is zo smal dat er geen zicht op de omgeving is. Eventuele belagers zijn daardoor niet te herkennen. We moeten dus nog niet alles op de LED gooien en wellicht meer overgaan tot verlichting van verticale vlakken, want daar oriënteert het visuele systeem van de mens zich veel meer op. Als iemand zijn binnenverlichting op een zwart plafond richt, wordt ‘ie voor gek verklaard. Maar wij proberen buiten met onze lantaarnpalen wel zwart asfalt te verlichten waar ook nog eens auto’s overheen rijden die een eigen lichtbron hebben...” Meer informatie is te vinden op www.berluxlichtarchitectuur.nl en www.lightingdesignacademy.org

33


lichtfabrikant ter plekke gaan kijken hoe ver we kunnen komen met een armatuur- of lampsoort.”

dat de naam LEDverlichting over het algemeen ook wel bekend staat bij haar opdrachtgevers. “Daar hoef ik verder geen uitleg bij te geven. Men weet dat LED's energiezuiniger zijn. Maar van het bestaan van andere vormen van energiezuinige verlichting is men niet of nauwelijks op de hoogte. Bovendien zien we bij onze opdrachtgevers ook een vorm van koudwatervrees, gezien de onbekendheid met het fenomeen, het gebrek aan referentieprojecten en garanties over de duurzaamheid, en hogere investeringen. Er bestaat nog onvoldoende besef dat de kosten zich al binnen enkele jaren terugverdienen. Daarnaast is het moeilijk gemeenten over de streep te trekken omdat er nog onvoldoende keuzemogelijkheden bestaan. Wat dat betreft ligt de bal ook wel een beetje bij de fabrikanten. Als ontwerper zitten wij tussen de vraag- en aanbodkant ingeklemd. Wij adviseren in principe de gemeente. Als er onvoldoende keuzemogelijkheden zijn bij de producent, kijken we altijd eerst of wij zelf iets kunnen maken. Maar als dat niet mogelijk is, moeten wij ons beperken tot wat er is. Ontwerpers proberen er altijd zoveel mogelijk uit te halen, proberen vooruit te lopen en soms gaan producenten en opdrachtgevers dan toch mee.” Soms gaat het ook niet zozeer om de lichtbron zelf, vervolgt Kijne “maar om wat je ermee doet. Neem bijvoorbeeld het Spui in Den Haag. Daar hebben we verlichtingsmasten gecombineerd met trammasten. Daarmee bezuinig je op het aantal masten in de openbare ruimte; weer een heel andere strijd. In dit geval werkten wij samen met Philips om tot de ontwikkeling van een nieuw armatuur te komen. Dat doen wij wel vaker, dat we samen met een

34

België Heeft het bureau Alle Hosper in Nederland nog wel eens te maken met een betrekkelijk laag ambitieniveau bij gemeenten, in België ervaart men dat anders. Hanneke Kijne: ”In Genk zijn wij in opdracht van de gemeente bezig met een project waarbij een oude mijnfabriek wordt getransformeerd tot een nieuw cultureel centrum. In de gerestaureerde bebouwing worden een schouwburg, een bioscoop en een kunstacademie gerealiseerd. Wij hebben de opdracht voor de inrichting van het centrale plein gekregen waarbij de verlichting voor een heel belangrijk deel het karakter van het plein moet accentueren. Van begin af aan hebben wij daar een geheel concept neergelegd waarin energiebesparende verlichting een grote rol gaat spelen. Op het plein staat twee imposante schachtbokken die nu nog van onderen door enorme schijnwerpers worden aangelicht. De bedoeling is dat wij met LEDlijnen de contouren van die schachtbokken tot bovenin gaan uitlichten. Niet alleen is dat fraaier en wordt er energie mee bespaard, ook qua onderhoud wordt bespaard omdat LEDlicht veel langer meegaat en lampjes veel minder vaak hoeven te worden verwisseld. Wel zo makkelijk omdat anders telkens een kraanwagen zou moeten worden ingezet om

een lampje boven in de meer dan 30 meter hoge torens te vervangen”, aldus Kijne. Verder worden de gevels van de bebouwing rondom het plein vanaf het maaiveld aangelicht door traditionele spotjes. Daar is energiebesparing dus niet mogelijk. Wat het plein zelf betreft gaat de discussie nog over gebruik van LEDlampen of fiberlicht. Hanneke Kijne: “Het is een vrij groot plein en wij hebben ervoor gekozen de randen eromheen goed te verlichten, en het middendeel vrij donker te houden. In tegenstelling tot Nederland waar is vastgelegd hoeveel lux er op het maaiveld moet vallen, zijn daar in Belgie minder strenge eisen voor. Wij hadden voor de pleinvloer allemaal kleine lichtjes bedacht. Fiberlicht heeft daarbij als voordeel dat er slechts één lichtbron nodig is van waaruit er naar alle kanten fiberkabels worden aangelegd die tot op 20 meter afstand een lichtpunt geven. Je kunt dus zeggen dat je dan meer licht hebt voor hetzelfde geld. Bovendien hoef je maar één lamp te vervangen bij een storing. Probleem is waarschijnlijk dat het plein overrijdbaar moet zijn met grote vrachtwagens. Mogelijk dat de bolling in de LEDlampjes en fiberlicht daar niet geschikt voor is. In dat geval komen er LEDlijnen in het plein te liggen. In ieder geval biedt het hoge ambitieniveau van de gemeente ons de kans meer te experimenteren met energiezuinige verlichting die door de gebruikers ook nog eens als fraai wordt beleefd.”

vib

verkeer in beeld


LED's met succes toegepast bij voetgangersoversteekplaatsen in Den Helder Met LED’s in woonwijken wordt inmiddels volop geëxperimenteerd. In Den Helder heeft men de voordelen van LED’s ook ontdekt bij voetgangersoversteekplaatsen. De gemeente Den Helder is een van de koplopergemeenten die naar aanleiding van de Taskforce Verlichting zijn ingesteld. Deze rol blijkt ook in Den Helder te leiden tot een verhoogd bewustzijn qua energiegebruik.

een heldere en herkenbare uitstraling te geven.” Aanrader Op dit moment zijn er 102 Stela’s geplaatst bij diverse voetgangersoversteekplaatsen in Den Helder. Daar komen er volgend jaar nog eens 100 bij. Heeft Docter het gevoel dat meer gemeenten dit concept gaan overnemen? “Dat weet ik eigenlijk niet. De oversteekplaatsen zijn pas vrij recent aangepast, dus veel be-

kendheid is er nog niet aan gegeven. En bovendien maakt elke gemeente natuurlijk zijn eigen keuzes. Zo heeft niet elke gemeenten, zoals wij, in het beleid staan dat elke voetgangersoversteekplaats verlicht dient te zijn. Maar op basis van de resultaten in Den Helder kan ik het mijn collega’s absoluut aanraden. En ik nodig ze graag uit om eens contact op te nemen of op locatie te komen kijken!”

Stela Met dat in het achterhoofd ging Ries Docter, verantwoordelijk voor de openbare verlichting in de gemeente, op zoek naar energiezuinige oplossingen toen de vervanging van armaturen bij voetgangersoversteekplaatsen aan de orde kwam. “Er zijn uiteraard een aantal armaturen op de markt die speciaal geschikt zijn voor voetgangersoversteekplaatsen. Maar in mijn ogen gebruiken die nog altijd te veel energie. Mijn oog viel uiteindelijk op de Stela van Indal waarmee elders binnen de gemeenten op dat moment proeven liepen. Naast het energievoordeel dat dit LED-armatuur bood, vond ik vooral het ingetogen ontwerp uitstekend geschikt voor toepassing bij voetgangersoversteekplaatsen.” Positieve reacties Voor de proef heeft Docter bewust gekozen voor de minst goed zichtbare paden. En tot zijn grote vreugde bleek het concept te werken. Docter: “De oversteekplaatsen werden als mooi en duidelijk herkenbaar ervaren door de burgers. Ook het witte licht, met een kleurtemparatuur van 5700 Kelvin dat in woonwijken nogal eens als kil wordt ervaren, bleek de voetgangersoversteekplaatsen juist

#05 - november 2009

35


Steeds meer LED in openbare verlichting Zo’n 150 Nederlandse gemeenten experimenteren met LED-oplossingen voor hun openbare verlichting. Staan we aan de vooravond van een uitrol van deze nieuwe technologie? ‘Ook de grotere leveranciers verwachten niet dat LED binnen enkele jaren conventionele oplossingen volledig technisch en economisch achterhaalt’. Het toepassen van LED-oplossingen in openbare verlichting (OVL) komt goed op gang. Begin 2008 experimenteerden nog enkele gemeenten, met enkele tientallen armaturen. Nu zijn dat er zo’n 150, met duizenden armaturen. Ook het aantal aanbieders groeit, inmiddels telt de Nederlandse markt zo’n 10 OVL LED-leveranciers. Hun producten zijn merendeels afkomstig uit het verre buitenland. Zonder uitzondering prijzen zij de significante energiebesparing en lange levensduur. Verbazend Hoewel ook het buitenland al wat meer experimenteert met LED, loopt Nederland duidelijk voorop. Dit is in belangrijke mate het gevolg van het innovatieve, energiezuinige en duurzame imago dat LED-verlichting bij bestuurders heeft ten opzichte van ‘normale’ verlichtingsoplossingen. Dit verbaast enigszins. Hun kennis over energie-efficiëntie en duurzaamheid van moderne oplossingen met gasontladingslampen is zeer beperkt. Daarnaast weten openbare verlichtingsbeheerders nog betrekkelijk

OVL LED pilots op de kaart Op www.senternovem.nl/openbareverlichting vindt u een Google-map waarin de gegevens van alle OVL LED pilots die door SenterNovem worden geëvalueerd zijn vermeld. Binnenkort zullen ook andere OVL LED pilots op de kaart worden opgenomen. Bent u contactpersoon voor een OVL LED pilot in uw gemeente? Kijk dan of de gegevens al volledig op de kaart staan en vul ze aan m.b.v. het formulier op de site.

36

weinig over de werkelijke prestaties van LED-verlichting in de praktijk. Informatiebehoefte Er bestaat in het algemeen een grote behoefte aan objectieve informatie, zo leert een rondgang langs een aantal gemeentelijke LED-proefprojecten. Die behoefte heeft bijvoorbeeld betrekking op de werkelijke prestaties van OVL-LED en de manier waarop je een systeem beoordeelt. Het gaat hun niet alleen maar over energie-efficiency en levensduur, maar bijvoorbeeld ook over de werkelijke impact van nieuwe armatuurconcepten, het belang van strooilicht (dat met LED vermindert) en de praktijkwaarde van groen (mesopisch) licht langs het fietspad. De ervaring van bewoners en verkeersdeelnemers – als ook de werkelijke besparingen - wisselt. Dit komt deels door kinderziekten die nog overwonnen moeten worden, maar deels ook doordat LED soms ondoordacht wordt toegepast. Het is dus goed dat er veel vragen zijn en dat er veel onderzoek plaatsvindt. Twijfel De markt beseft dat LED-technologie nog sterk in ontwikkeling is: nieuwere, betere, energiezuinigere en beter dimbare oplossingen volgen elkaar snel op. Vervangbare LEDmodules en -drivers winnen terrein op het ‘sealed for life’-concept, waarin afzonderlijke componenten niet kunnen worden vervangen. Dit kan twijfelaars, die terugschrikken voor een versnelde afschrijving van de hoge investeringen in LED-armaturen, deels gerust stellen. De vraag waar veel gemeenten mee zitten is: ‘Is het zinvol om nog te investeren in de gasontladings-technologie waarop onze huidige meerjarenverlichtingsplannen zijn gebaseerd?’ Dit hangt uiteraard sterk af van de samenstelling van het bestaande verlichtingspark. Maar het uitstellen van beslissingen leidt hoe dan ook

tot een vertraging in de uitvoering van plannen en het ‘wegglijden’ van beschikbare budgetten, terwijl zij bij uitvoering zeker een substantiële energie-efficiëntieverbetering zouden opleveren. Niet wachten Hoewel de LED-ontwikkelingen dus snel gaan, is het ook volgens de grotere leveranciers een illusie om te denken dat zij binnen enkele jaren de conventionele oplossingen volledig technisch en economisch achterhalen. Grotere gemeenten wordt geadviseerd om - naast het opdoen van ervaring met LED-(proef) projecten - niet te wachten met het uitvoeren van reeds geplande projecten, ook al zijn ze gebaseerd op de conventionele technologieën en dimming. Ook voor kleinere gemeenten, met nog veel verouderde armaturen, is het raadzaam om niet te wachten met uitvoering van bestaande plannen om die armaturen om te bouwen. Als het park nog relatief jong is, kan men misschien nog wel even wachten op aanstaande LED-ontwikkelingen. Maar het blijft zinvol om na te gaan of bestaande installaties, met beperkte investeringen via bijvoorbeeld timing, zuiniger kunnen. Juiste beslissing Afwachten of niet: het is voor alle gemeenten van belang om voldoende kennis over LED-oplossingen in huis te halen en de prijs- en prestatieontwikkelingen te blijven volgen. Dat legt de basis voor juiste beslissingen over energie-efficiënte en kosteneffectieve oplossingen. Acties als de koplopersaanpak van de Taskforce Verlichting (VROM) dragen hieraan bij. SenterNovem beschikt over uitgebreide en actuele informatie over energie-efficiënte openbare verlichting. Door LED-proefprojecten doordacht op te zetten en

vib

verkeer in beeld


te evalueren kunnen gemeenten meer kennis opdoen over deze technologie. SenterNovem helpt, bijvoorbeeld via de website www. senternovemnl/openbareverlichting.

#05 - november 2009

De site bevat resultaten van een landelijke gecoĂśrdineerde evaluatie van 40 LED-projecten die nu ruim een jaar worden gevolgd (en waarvan de eindrapportage eind 2009

volgt). Hier kunnen gemeenten (en andere geĂŻnteresseerden) bovendien ook ideeĂŤn opdoen en instrumenten downloaden voor eigen onderzoek.

37


Marc Jense, civielingenieur, antropoloog en wijkmanager in Heerenveen:

“Ga uit van de lichtbehoefte en niet van de technische mogelijkheden!” Marc Jense is naast civieltechnicus ook antropoloog en daarmee een vreemde verschijning in de door technici gedomineerde verlichtingssector. Zijn visie, waarin niet de technologische mogelijkheden centraal staan maar de daadwerkelijke lichtbehoefte, vindt echter steeds meer weerklank. Marc Jense is twaalf jaar als wijkmanager actief in de gemeente Heerenveen waarvan acht jaar ‘met openbare verlichting’. En dus is hij direct betrokken bij wat er speelt in de wijk op uiteenlopende gebieden als verkeer, gezondheidszorg en ook openbare verlichting. Input, of klachten,

38

uit de wijken neemt hij mee naar de betreffende interne afdelingen. Niet altijd met evenveel succes. Ook in de openbare verlichtingshoek kreeg hij voor zijn gevoel te vaak onbevredigende antwoorden. Vanuit normen en berekeningen geredeneerd waren ze correct, maar de burgers werden er niet gelukkiger van. Dus ging Jense zich verdiepen in openbare verlichting en ontwikkelde een beleidsplan dat uitging van ‘lichtbeleid’ in plaats van ‘verlichtingsbeleid’. Een woordspeling waarachter een totaal andere kijk op de functie en toepassing van licht schuilt gaat, zo

blijkt uit de toelichting van Jense: “Lichtbeleid gaat uit van de beleving van mensen. En begint bij de vraag wat licht in welke situatie moet doen. Als je daar de antwoorden op geformuleerd hebt, kun je lichtbeelden maken. Pas daarna wordt het een uitdaging voor lichtspecialisten om er zo goed mogelijk invulling aan te geven.” Lichtbakens in het buitengebied De eerst ervaringen met deze filosofie deed Jense op met lichtbakens die in het buitengebied van Heeren-

vib

verkeer in beeld


Foto: DAS fotografie

veen werden geplaatst. Bewoners leken aanvankelijk af te willen koersen op zo min mogelijk licht. Dus werden de lichtmasten vervangen door lichtbakens van bijna twee meter hoog met een lamp die door zonneenergie werd gevoed. Reactie van de bewoners? Een schande, levensgevaarlijk! In de beleving van de bewoners waren de sociale- en verkeersveiligheid sterk achteruit gegaan terwijl dat feitelijk niet zo was. Jense: “Er bleek dus een groot verschil te bestaan tussen de beleefde veiligheid en de werkelijke veiligheid. Een interessant fenomeen, waarover in de vakwereld nog weinig bekend is. En de rapporten die er zijn, spreken elkaar tegen”. Dus zette Jense twee studenten van de Rijksuniversiteit Groningen aan het werk om vanuit psychologisch en sociologisch perspectief naar dit fenomeen te kijken. Resultaten volgen begin volgend jaar en vormen de eerste puzzelstukjes voor dit complexe vraagstuk. Geen gebaande paden Vooruitlopend op de onderzoeksresultaten blijft Jense kritische vragen stellen bij dogma’s in de wereld van de openbare verlichting. Zoals verlichten in verband met sociale

#05 - november 2009

veiligheid. Klinkt logisch, maar is het dat wel? En welke verlichtingsniveaus gelden dan? En als mensen het kennelijk niet merken wanneer verlichting ’s nachts is gedimd naar 50%, waarom is dan die 50% niet het standaard verlichtingsniveau? Hij heeft wel een vermoeden waarom veel van dit soort, in zijn ogen, logische vragen niet worden gesteld.: “Technici hebben altijd een aantal mechanismen in hun hoofd om te komen tot een optimale, technische oplossing. Op zich heel goed natuurlijk maar ze zouden dat moeten combineren met kennis om vanuit lichtbehoeften te denken en pas daarna in technische oplossingen. En onderschat ook de invloed van toeleveranciers niet, ook binnen de NSVV. Ze denken actief mee met verlichtingsvraagstukken van opdrachtgevers, maar we moeten ons wel blijven realiseren dat we niet altijd dezelfde belangen hebben.” Balises Jense blijft ondertussen binnen de gemeente Heerenveen zijn filosofie toepassen in de praktijk. Hij verlicht het fietspad in plaats van de hoofdweg (“auto’s zorgen zelf al voor voldoende verlichting”) en laat fiets-

paden afstrooien met witte steenslag om, net als een schelpenpad in de duinen, als vanzelf een betere reflectie en geleiding te realiseren. En hij heeft een succesvolle test gedaan met zogenaamde balises in het buitengebied van Heerenveen. “Een lichtpunt ter markering van een kruispunt is helemaal niet zo logisch als het klinkt. Het is een achterhaald principe uit de tijd dat auto’s een stuk minder eigen verlichting hadden dan nu. Bovendien verblindt het ook en heb je enkele seconden na het passeren van het kruispunt even wat minder zicht.” Dus ging hij op zoek naar een alternatief. En kwam er op vakantie achter dat in Frankrijk naar volle tevredenheid kruispunten in het buitengebied al meer dan dertig jaar gemarkeerd worden door balises. Dat zijn grote buizen die zijn voorzien van een reflectielaag, ze functioneren zonder stroom en kosten ruim minder dan honderd euro per stuk. Jense is razend enthousiast en wil de balises breder gaan toepassen. Maar realiseert zich uiteraard dat ze dan als landelijke standaard zouden moeten gaan gelden. Een niet mis te verstane oproep aan zijn collega’s in het land!

39


Gemeente Tilburg benut alle technische mogelijkheden voor energiebesparing Er is in tien jaar veel gebeurd op het gebied van openbare verlichting in Tilburg. Het rigide nachtbeleid, waarbij vanaf twaalf uur ruim tweederde van de lichtpunten uit gingen, is grotendeels omgebouwd volgens de visie ‘alles aan, maar gedimd’. Jos van Groenewoud, aanjager van het proces, is nog lang niet klaar en vertelt enthousiast over zijn projecten op het gebied van gelijkmatig dimmen, licht op aanvraag, LED’s enzovoort. De vraag hoe men als gemeente Tilburg de stad wil verlichten, is vanaf de jaren ’90 vastgelegd in een uitgewerkt verlichtingsbeleid. De tijd was rijp voor een nieuwe filosofie: ook ’s nachts alles aan, maar gedimd. Ten opzichte van het tot dan toe gevoerde beleid, waarbij ’s nachts om twaalf uur 66% van het complete bestand uitgedaan werd, was het een forse omslag in denken. Jos van Groenewoud, samen met Bert Smits

40

verantwoordelijk voor de openbare verlichting in Tilburg: “Je wilt vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en sociale veiligheid natuurlijk niet dat tweederde van je stad ’s nachts donker wordt. En alle lichtpunten aanlaten is uiteraard ook geen oplossing. Dus is het energiebedrijf op ons aandringen geleidelijk gaan werken aan wijziging van het OVLnetwerk, zodat alle verlichting in de gemeente ‘s-nachts aan kán blijven, maar gedimd. Van de circa 40.000 lichtpunten is nu ruim 40% gedimd, op dit moment met name in de woon- en verblijfsgebieden.”Het heeft er toe geleid dat Tilburg qua energieverbruik nu nog op hetzelfde niveau zit als in 2001. En dat ondanks forse areaaluitbreidingen én dus het feit dat ‘s-nachts meer licht blijft branden.

Twee sporen naar verdere energiebesparing Bestuur en wethouder dragen het beleid en zijn tevreden over de behaalde resultaten, maar wilden meer. Van Groenewoud en Bert Smits werden extra uitgedaagd om verder energie te besparen. Er zijn daartoe de volgende twee sporen uitgezet. Spoor 1: Gelijkmatiger dimmen Het eerste spoor richt zich op het nog geleidelijker dimmen, in plaats van de oorspronkelijke twee stappen. Daarvoor wordt vanaf september gebruik gemaakt van de Dynadimmer. Van Groenewoud: “Daarmee kunnen we flexibeler dimmen naar periode en naar intensiteit. In plaats van twee stappen, om 12 uur ’s nachts terug van 100 naar 50 procent, kunnen we bijvoorbeeld al om tien uur 20

vib

verkeer in beeld


een gemiddelde verlichtingssterkte van 5 lux en een gelijkmatigheid van 0,6 . Dat zijn echt ongelofelijke verbeteringen ten opzichte van de tot nu toe gebruikte PLL met scores van 3 lux en 0,3!”

procent terug in intensiteit. Nuancering in het dimmen, zal ook nog een forse energiebesparing kunnen opleveren”. Spoor 2: Alleen verlichten als het nodig is Het tweede spoor is gebaseerd op moderne detectietechnologie die ‘licht op aanvraag’ mogelijk maakt. Daarvoor worden in de proeftuin Berkel Enschot diverse experimenten gehouden. De twee qua bebouwingspatroon, stratenpatronen en dergelijke identieke deelwijken stellen de gemeente in staat om allerlei varianten verlichting uit te testen. De eerste test met de City Spirit LED Cone van Philips is zéér positief verlopen. Van Groenewoud: “De gemiddelde burger is altijd kritisch, ook hier. Des te mooier waren de lovende reacties op deze proef. Ook wij waren zeer tevreden over de mooie lichtkleur, de verlichtingssterkte en de gelijkmatigheid. De door ons ook voor LED -verlichting als standaard vastgelegde kleurtemperatuur van 3000 °K blijkt prima te voldoen in de woonomgeving.” Binnenkort start men met het testen van verschillende scenario’s van dynamische verlichting. Hoe reageren burgers bijvoorbeeld als om half elf ’s avonds de verlichting terug gaat naar 30% en alleen voor passanten in een fractie van een seconde naar max gaat om vervolgens, als niets meer gedetecteerd wordt, in vier minuten weer langzaam terug te vallen? Wat voor invloed heeft licht op aanvraag op hun gevoel van veiligheid, wat is hun totale indruk, hoe reageren vrienden die op bezoek komen in de wijk en het fenomeen dynamisch verlichten niet kennen? Vragen waar Jos van Groenewoud in de loop van 2010 antwoord op hoopt te krijgen.

#05 - november 2009

Gelijkmatigheid boven sterkte Door alle projecten en ervaringen heen, raakt Van Groenewoud steeds meer overtuigd van het belang van gelijkmatigheid boven verlichtingssterkte. Hij licht zijn visie toe: “Verlichten gaat in mijn ogen vooral over gelijkmatigheid, meer nog dan sterkte. Ga in een mooie zomernacht maar eens op de hei staan, dan zie je dat je bij een minimale verlichtingssterkte dankzij een perfecte gelijkmatigheid toch verrassend veel ziet. Dit streven naar gelijkmatigheid vertalen we bijvoorbeeld in de keuze van armaturen, het nog kritischer analyseren van lichtberekeningsresultaten of door lichtmasten net even iets dichter bij elkaar te plaatsen dan de theorie aangeeft”.

Cradle to Cradle Naast armaturen en verlichting is er ook volop aandacht voor het duurzaam inkopen van de lichtmasten. Van Groenewoud: “Bijna in de hele gemeente worden de aluminium lichtmasten van Sapa Pole Products toegepast. We hebben met hen een overeenkomst gesloten om aantoonbaar klimaatneutraal te produceren. Per lichtmast wordt een paar euro betaald om het gedeelte dat nog niet CO2 neutraal geproduceerd wordt te compenseren. Dit bedrag wordt door Sapa Pole Products, in samenwerking met de Climate Nautral Group, geïnvesteerd in een duurzaamheidsproject. Tevens verzamelt de gemeente het oude aluminium in voor hergebruik door Sapa volgens het Cradle to Cradle principe. Het Cradle to Cradle principe houdt in dat producten uitsluitend worden gemaakt van verantwoorde, volledig recyclebare materialen.

Zo is er bijvoorbeeld als pilot voor een fietspad gekozen voor de UrbanLine van Philips. Van Groenewoud: “Testen op een fietspad in de gemeente hebben aangetoond dat we met de Urban Line 18W, uitgaande van lichtpunthoogte 5m en een lichtmastafstand van 25m, komen tot

41


Pluk & Play List

Wat kan ik morgen al DOEN? Opstellen van een plan van aanpak, op basis van een berekening (scan), om energie te besparen in mijn OVL-installatie. In het plan van aanpak wordt aangegeven HOE en WANNEER dat zal kunnen:

• • • • • • •

• • • • • • •

Geen verlichting daar waar mogelijk. Dimbare energiezuinige verlichting met minimale lichthinder. Openbare verlichting vervangen door andere initiatieven zoals reflecterende markering. Minimaliseren van lichthinder door reclameborden en stadsverfraaiing vanaf een bepaald tijdstip. Vervangen van hogedrukkwiklampen door energie efficiëntere en dimbare SON, CPO, PLL of LED oplossingen. Vervangen van oude TL-D/E/MS installaties door dimbare elektronische PLL of LED oplossingen. Vervangen van conventionele PLL/PLT-voorschakelapparaten door dimbare elektronische units en dan: – Eenvoudig dimprofiel daar waar de leefbaarheid en veiligheid niet in het gedrang komt. – Intelligent dimsysteem, gebaseerd op meerdere schakelmomenten en/of gemiddelde bewegingsintensiteit. Vervangen van conventionele SON-voorschakelapparaten door dimbare elektronische units en dan: – Wijkontsluitingswegen: eenvoudig dimprofiel. – Hoofd- en ringwegen: intelligent dimsysteem, gebaseerd op weer- en verkeersomstandigheden. In de binnenstad: Vervangen van geel licht (SON 50-150W) door energie-efficiënter gedimd wit licht (CPO 45-140W of LED) waardoor ook een verbeterde camerabewaking wordt gecreëerd. Starten proefprojecten om ervaring op te doen met LED oplossingen, die nu al energiebesparing leveren en waarschijnlijk in de toekomst tot verdere energiebesparing kunnen leiden. Starten van proefprojecten in landelijke of natuurgebieden met mesopisch licht (groene LED). Bij nieuwe installaties lichthinder vrije verlichtingsarmaturen toepassen (minimale tot geen lichtuitstoot naar boven). Toepassen van lange levensduur lampen bij groepsremplace. Installeren van habitat vriendelijke verlichting, daar waar binnen natuurgebieden openbare verlichting noodzakelijk is.

SenterNovem is het agentschap voor duurzaamheid en innovatie van het ministerie EZ In opdracht van de ministeries VenW en VROM wordt bij SenterNovem het programma OVL uitgevoerd, met o.a.: – Koplopersaanpak en Beleidsontwikkeltraject gemeenten – Nieuwsbrief OVL – OVL LED pilots – Zicht op Licht en andere instrumenten, factsheets en brochures

W: www.senternovem.nl/openbareverlichting E: openbareverlichting@senternovem.nl vib

verkeer in beeld

2009-SB-SN  

MAGAZINE In samenwerking met SenterNovem Special Openbare verlichting met o.a. • Praktijkcases Tilburg, Breda, Den Helder, e.a. • LED en ope...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you