High five voor LEF Monique van der Zanden
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 10
14-10-2019 09:34:07
1. Geintje Met een ruk schiet Fenna rechtop in haar bed. Haar hart bonst in haar keel. Wat was dat voor geluid? Een gil! Of zoiets als krijsende remmen. Ze weet het niet zeker, ze sliep nog half toen ze het hoorde. Is er een ongeluk gebeurd? Bijna? Er was geen klap van botsende auto’s. Was dat gekrijs soms van ruzie op straat? Of heeft ze het gedroomd? Het is nu stil. Nadat ze een paar tellen verstijfd van schrik overeind heeft gezeten, komt Fenna met een sprong uit bed. Ze kijkt uit het raam, dat ze vanwege de warmte wijd opengeschoven heeft voor ze ging slapen. Als ze over de vensterbank leunt en het winkelstraatje in tuurt, ziet ze in het licht van de lantaarns twee schimmen. Eentje stapt juist van een fiets en zet die tegen de houten wand van de oude tramhalte. De andere gedaante komt tevoorschijn uit het deurloze gebouwtje en wenkt ongeduldig. Blijkbaar stond daar al iemand te wachten. De twee schimmen geven elkaar een high five. Onderdrukt gefluister zweeft door de zomernacht omhoog naar Fenna’s raam. En nog iets: een van de twee schiet in de lach, een hoog, schel geluid, dat plotseling afbreekt als de ander waarschuwend sist: ‘Ssst!’ Fenna ademt uit. Ze herkent die lach! Opeens weet ze wie dat zijn en wat ze daar doen. Met een grinnik ziet ze het tweetal verdwijnen in het donkere wachthuisje, waar even later het licht van een telefoon opflitst. Met een kriebelig gevoel in haar buik van opwinding probeert Fenna hen in de gaten te houden vanuit haar raam. Maar er valt niet veel te zien. Na korte tijd, als de hemel al lichtroze kleurt, komen de twee figuren weer tevoorschijn en verdwijnen ze ieder naar een andere kant. Fenna kijkt op haar telefoon: halfzes. Ze neemt zich voor ervoor te zorgen dat ze om zeven uur bij de tramhalte staat. Dat wordt lachen! Fenna woont bij haar opa, die een klokkenwinkel heeft aan het Voldersgat, het winkelstraatje waar haar slaapkamer op uitkijkt. Opa 11
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 11
14-10-2019 09:34:08
is een vroege vogel. Als Fenna om kwart voor zeven de trap af komt, heeft hij zijn ontbijt al bijna op. ‘Hé, ben je er nou al?’ vraagt hij, opkijkend uit zijn krant. Maar voor ze iets kan bedenken om te antwoorden, vervolgt hij: ‘Ik heb een appje van je moeder gehad. Ze heeft binnenkort haar laatste examens. Voor je het weet, is ze terug!’ Fenna trekt een gezicht. ‘Blijven we dan nog wel bij jou wonen?’ wil ze weten. Sinds haar vader vijf jaar geleden is gestorven, toen Fenna zes jaar was, woont ze met haar moeder bij opa boven de klokkenwinkel. ‘Nog een tijdje, denk ik,’ zegt opa. ‘Maar zodra je moeder haar opleiding in Oxford heeft afgerond, komt ze terug en zal ze op zoek gaan naar werk. En naar een huis …’ Fenna zucht. Wat opa vertelt maakt haar blij en verdrietig tegelijk. Natuurlijk is het fijn dat mama eindelijk voorgoed naar huis komt, maar ze wil niet weg bij opa. Ze perst haar lippen op elkaar en besluit dat ze er nu niet aan wil denken. Eerst naar de tramhalte! Een lachkriebel borrelt op. Ze graait een cracker van de ontbijttafel en loopt de keuken uit, de winkel in. ‘Ben zo terug!’ roept ze over haar schouder. Precies op het moment dat ze de winkeldeur opentrekt, beginnen de klokken te slaan. Zeven uur! Dat kabaal gaat minutenlang aanhouden, weet Fenna, want geen twee klokken lopen gelijk. Grinnikend stapt ze de eerste stralen van de warme junizon in. Het Voldersgat ligt wat achteraf ten opzichte van de grote winkelstraten, maar toch is het er om deze tijd al een drukte van jewelste. Rolluiken gaan ratelend open, overal fietsen en lopen mensen. Bij de bakker naast opa’s winkel staan al klanten in de rij om een versgebakken croissantje te scoren. Als Fenna oversteekt, knalt er een scooter voorbij, en … Ze lacht. Precies wat ze al verwachtte. Altijd 12
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 12
14-10-2019 09:34:08
swingt hij even langs de oude tramhalte voordat hij naar zijn lessen aan de kunstacademie gaat: Maikel da Silva. ‘Hé, Maikel!’ roept ze als de lange student van zijn rammelende fiets springt. ‘Hé, Fenna!’ groet Maikel terug. Je zou kunnen zeggen dat Maikel de oude tramhalte zo’n beetje geadopteerd heeft. Sinds de tram jaren geleden was opgehouden hierlangs te rijden, stond het ronde gebouwtje leeg en hoopte er zich afval in op. Maikel sprak met de gemeente en kreeg toestemming om het wachthuisje te gebruiken als een soort minimuziek centrum. Hij haalde het zwerfafval eruit en zette er een oude, bont beschilderde piano in, waarop iedereen mag spelen. Zo vaak hij maar kan, geeft hij muzikale straatvoorstellingen met de meest bizarre instrumenten. Nu klemt hij een knalgeel plastic dingetje tegen zijn neus, waarop hij een deuntje blaast. Als hij Fenna verbaasd ziet toekijken, haalt hij het van zijn gezicht en licht hij grinnikend toe: ‘Neusfluit.’ Een oudere man in keurig donkergrijs pak blijft stilstaan bij de tramhalte en kijkt aarzelend naar binnen. Hij vraagt: ‘Ben jij die student?’ ‘Wie weet,’ zegt Maikel met een vriendelijke grijns. Hij steekt zijn hand uit. ‘Maikel da Silva. En volgens mij bent u de ambtenaar die mij vorig jaar geholpen heeft met mijn wilde plannen hier.’ Het gezicht van de man klaart op. Hij schudt Maikels hand. ‘Ja,’ zegt hij. ‘Broeders is mijn naam. En ik speel graag piano. Ik dacht … Mag ik …?’ ‘Tuurlijk!’ zegt Maikel joviaal en de twee gaan het gebouwtje in. Fenna houdt haar adem in. Nu gaat het gebeuren! Plotseling klinkt er een krijsende gil pal achter haar. Het is precies hetzelfde geluid als vannacht! Met een ruk draait Fenna zich om en dan kijkt ze recht in het lachende gezicht van twee van haar beste 13
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 13
14-10-2019 09:34:08
vrienden. ‘Jochem! Indra!’ roept ze uit. En meteen daarop tegen Jochem: ‘Chips man, doe iets aan die rottige fietsrem van je, ik schrik me te pletter!’ Indra fluistert: ‘En? Zijn we op tijd? Heeft Maikel al …’ ‘Maikel niet.’ Fenna giechelt. ‘Er is een vent, die …’ Ze wordt onderbroken door een uitroep van woede. De man in het nette pak beent met grote driftige stappen de tramhalte uit. Hij houdt zijn handen vol afschuw voor zich uit gestoken en buldert: ‘Is dit soms een studentengrap? Is dit jouw stupide idee van humor?’ Maikel komt achter hem aan met een verwilderd gezicht. ‘Maar meneer Broeders, wat is er aan de hand?’ ‘Zeg dat wel, wat is er aan de hand!’ snauwt de man. ‘Wat is er aan twéé handen! Met welke smeerboel heb je de toetsen van die piano ingesmeerd, viespeuk?’ ‘Ingesmeerd?’ vraagt Maikel verbijsterd. ‘Maar …’ Hij rent het wachthuisje in. Even later komt hij weer tevoorschijn. ‘Het is een soort lijm,’ zegt hij beteuterd. ‘Iemand heeft …’ Jochem, Indra en Fenna proesten het uit. Het lijkt wel een lachfilm! Meneer Broeders staat op ontploffen. Hij hapt met een vuurrood hoofd naar adem en brult: ‘Ik zal je die misselijke grap betaald zetten, mannetje, reken daar maar op. Is dit je dank voor alle moeite die ik voor je heb gedaan bij het gemeentebestuur? Hoe krijg ik die rommel van mijn handen?’ ‘Ik heb helemaal niks gedaan!’ roept Maikel wanhopig uit. ‘Ik heb geen flauw idee hoe …’ De ambtenaar loopt met woest wapperende handen weg. Maikel rent hem achterna. Jochem en Indra liggen dubbel van het lachen. Maar Fenna voelt een steek van schrik. Het was maar een geintje. Alleen maar een geintje. Kan geen kwaad. Toch?
14
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 14
14-10-2019 09:34:08
2. LEF Het is die middag om vijf uur snikheet op de zolder van de bso, schuin tegenover de klokkenwinkel in het Voldersgat. Fenna probeert het dakraampje wat verder open te duwen om frisse lucht binnen te laten. Indra hangt tegenover haar op een stokoude driezitsbank en geeuwt luid en lang. Jochem lacht en vraagt plagend: ‘Beetje vroeg opgestaan vanmorgen?’ Indra gooit een kussen naar zijn hoofd. Fenna ploft neer op een stoel en kijkt vrolijk de kring rond. Behalve Jochem, Indra en zijzelf zijn er nog twee leden van LEF, de club die ze samen hebben opgericht. Mehmet, Olaf, Jochem en Indra kennen elkaar al vanaf groep 1. Fenna zat toen nog in een andere stad op school. Maar toen ze met haar moeder bij opa kwam wonen, heeft het viertal meteen vriendschap met haar gesloten. Ze herinnert zich die eerste schooldag op haar nieuwe school nog haarscherp: de dag dat ze groep 3 binnen stapte. Ze liet van de zenuwen haar broodtrommeltje vallen. Door de klap ging het open en haar boterhammen vielen op de zanderige vloer. Jochem bood haar meteen een van zijn eigen boterhammen aan, van Indra kreeg ze een banaan, van Olaf een stuk ontbijtkoek en van Mehmet lekkers dat over was van het Suikerfeest. In het speelkwartier deden ze tikkertje en sindsdien zijn ze onafscheidelijk geweest. ‘Als vijf vingers aan een hand,’ zegt meester Thomas van groep 7 wel eens gekscherend. Indra zit zo erg te geeuwen dat de tranen haar in de ogen springen. Mehmet duwt haar lachend omver, zodat ze bijna van de bank rolt. ‘Vertel, slaapkop! Hoe ging jullie stunt vannacht?’ ‘Vraag maar aan Jochem,’ zegt Indra met een grijns, terwijl ze overeind krabbelt. ‘Je bent getuige of je bent het niet. Vertel, Jochem.’ Jochem straalt van plezier. ‘Toppie, man! Die klus ging gesmeerd. Halfzes vanochtend. Geen mens te zien. Indra had in tien tellen de 15
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 15
14-10-2019 09:34:08
toetsen van die piano volgesmeerd met … eh … hoe heet dat spul ook alweer, Indra?’ ‘Gellak,’ zegt Indra. Ze laat haar glitterende nagels zien. ‘Je smeert het op je nagels als basis om er dingetjes in te plakken, zoals glitter en zo. Het is kleurloos en superplakkerig. Alleen met een ultraviolette lamp wordt het hard. Die plaklaag moet je eraf halen met een speciale remover.’ Jochem glundert. ‘Ja, van dat meidenspul. Werkt perfect. Jullie hadden Maikels gezicht moeten zien vanmorgen.’ ‘Kreeg hij die rommel van zijn vingers?’ vraagt Olaf. ‘Of moest hij zó naar zijn lessen?’ ‘Nee, zíjn handen bleven schoon!’ giechelt Indra. ‘Het was nog veel beter: er kwam een of andere saaie piet op bezoek om piano te spelen. Die greep er vol in. En daarna werd hij woest. Man, wat ging die over de rooie. Die arme Maikel begreep er eerst niks van.’ De anderen schateren. Maar als ze uitgelachen zijn, vraagt Fenna zich hardop af: ‘Hij zal er toch geen gedoe mee krijgen? Die man was van de gemeente.’ Jochem haalt zijn schouders op. ‘Maikel zal het hem wel uitleggen. Ze laten hem heus wel doorgaan daar in de tramhalte, hoor. Wat moeten ze anders met dat ding? Als hij er niet zit, wordt het weer een bende.’ Fenna aarzelt. Ze wil nog iets zeggen, maar Olaf brult: ‘High five voor Indra! High five voor LEF!’ ‘High five voor LEF!’ roepen ze allemaal en alle rechterhanden kletsen tegen elkaar. Het fluwelen gordijn dat ze hebben opgehangen om een hoekje van de zolder af te schermen, beweegt. Twee paar ogen gluren om de hoek en een stem vraagt: ‘Mogen wij meedoen?’ ‘Nee!’ zegt Jochem. ‘Opzouten!’ ‘Dat zijn Jasper en Rohat,’ fluistert Mehmet. 16
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 16
14-10-2019 09:34:08
De twee achter het gordijn laten zich niet zomaar wegjagen. ‘Wat betekent LEF?’ zeurt een van hen. ‘Lachen En Foetsie,’ roept Fenna. ‘Laarzen En Floddertruien,’ joelt Indra. ‘Liever Een Feestneus,’ roept Olaf. ‘En onze club zit vol tot 2080,’ voegt Jochem eraan toe. ‘Wegwezen dus.’ Jasper dreigt: ‘We gaan het tegen Loek zeggen.’ ‘Ja, ren maar gauw naar de leiding,’ zegt Fenna minachtend. ‘O, wat word ik nou bang,’ jammert Indra. Mopperend vertrekt het tweetal en het gelach van de vijf clubleden golft achter hen aan. ‘Opgeruimd staat netjes.’ ‘Ze moeten zelf maar een club bedenken.’ Fenna gloeit van trots. LEF is hun club, een club van alleen maar leuke en stoere kinderen, en zij hoort erbij! Ze grinnikt in zichzelf omdat ze weet dat LEF niks speciaals betekent. Het is geen afkorting of zo. Het betekent gewoon dat ze dingen durven. En ze bedenken allerlei plannen om dat te laten zien. Ze staat op en haalt een stenen pot van een plank. ‘Nieuwe stunt!’ roept ze. ‘Wie is er aan de beurt?’ ‘Ik,’ zegt Jochem. ‘En wie wordt mijn getuige?’ ‘Ik,’ zegt Fenna. Ze duwt de pot onder Jochems neus. ‘Wat gaan we doen?’ Jochem graait tussen de opgevouwen briefjes, waarop ze alle plannen hebben geschreven die ze maar konden bedenken. ‘Niet spieken!’ roept Mehmet. ‘Ik spiek nooit!’ zegt Jochem verontwaardigd. Hij trekt een briefje tevoorschijn en vouwt het open. Met een brede grijns zegt hij: ‘O nee!’ ‘Wat? Wat?’ willen de anderen weten. 17
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 17
14-10-2019 09:34:08
Jochem leest voor: ‘Ga naar de bonbonwinkel, neem van drie bonbons een hapje en leg ze terug. De getuige maakt een foto.’ Alle LEF-leden schateren het uit. Een uurtje later loopt Fenna naar huis. Het Voldersgat zindert nog na van de gloeiend hete middag. Het is al wekenlang zo kurkdroog dat zelfs het onkruid, dat altijd welig tussen de oude tramrails tiert, het heeft opgegeven. Fenna denkt opeens weer aan het geintje van vanmorgen. Ze volgt met haar ogen de roestige, met dor gras overwoekerde rails en gluurt naar de oude tramhalte die er even verderop naast gebouwd is. Als ze Maikel ziet, schrikt ze. Hoe zou het avontuur met die gemeenteman afgelopen zijn? De slungelige student zit op een klapstoeltje voor de halte met zijn lange benen voor zich uitgestrekt en blaast lusteloos een deuntje op zijn neusfluit. ‘Hoi,’ zegt ze aarzelend. Hij knikt en speelt verder. Fenna slikt en vraagt: ‘Alles goed? Ik bedoel … met die kwaaie kerel van vanochtend en zo.’ Maikel haalt de fluit van zijn neus en knipoogt. ‘Die kwaaie kerel heb ik kunnen kalmeren met een kop goede latte macchiato en de bezwering dat er een stel vandalen aan het werk was geweest. Dat geloofde hij meteen, want de gemeente heeft er veel last van in deze buurt. Graffiti, vernielde spullen … Hij heeft mij een hek voor de deuropening van de tramhalte beloofd en ik hem een gezamenlijk optreden tijdens het komende straatfeest. We zijn allebei weer zo blij als een kikker in een modderslootje.’ ‘Gelukkig maar,’ zegt Fenna met een zucht van verlichting. ‘Enne, die pianotoetsen … probeer ze eens schoon te krijgen met remover voor gelnagellak. Moet lukken.’ Maikel kijkt haar verbaasd na.
18
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 18
14-10-2019 09:34:08
35143_est_ob_lees_M7A_bw_STRAMIEN.indd 48
14-10-2019 09:34:19