cube juni 2017
te s r e m e t He useu d m rlan n g i e het s d e e d N en de. n e a v ub rka ? C t e et e K i e n n h t i ook g i l m o r a Wa
CUBE 1
cube juni 2017
inhoud 2 SchOonheiD Is oOk EEn behOEfte 4 de toekomst van de barbecue 6 Niet iedereen kan de pot op 10 De fiets wordt alsmaar slimmer
SchOonheiD Is oOk EEn behOEfte In tegenstelling tot reguliere musea is Cube design museum in Kerkrade niet zo geïnteresseerd in kunsthistorische stromingen of individuele ontwerpers. “Onze focus ligt op design voor menselijke behoeften”, zegt directeur Hans Gubbels. Oftewel: hoe kan design bijdragen aan betere levensomstandigheden? Door Jeroen Junte
H
et verplaatsbare toilet van Koning Willem III (1849-1890) is een van de topstukken op de nieuwe tentoonstelling Everything You Always Wanted to Know About Toilets * But Were Afraid to Ask in designmuseum Cube in Kerkrade. Bij deze koninklijke ‘gemakstoel’, die overigens is gecamoufleerd als een pronkerig zitmeubel, kunnen bezoekers ook de smartphone-app Airpnp.co met een overzicht van alle openbare wc’s downloaden. Ook zien ze een prototype van het ‘smart toilet’ dat aan de hand van poep- en urineanalyse nog voor het doorspelen een spijsverteringsafwijking of zelfs zwangerschap vaststelt.
12 Een toilet dat achter je aan loopt 14 Voor Limburgs design is Nederland te klein
colofon Deze publicatie werd mede mogelijk gemaakt door Cube design museum in Kerkrade, en valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van Zuiderlucht. Concept en realisatie: Bodosz Uitgevers Coördinatie en eindredactie: Emile Hollman Fotografie: Richard Stark | Teksten: Emile Hollman, Alex van der Hulst, Jeroen Junte, Paul van der Steen | Vormgeving: Andrea Bertus/Ontwerpbureau Bertus.
foto René de Wit
Architectuur Designmuseum Cube vormt met twee andere attracties een Museumplein in Kerkrade dat een internationale trekpleister voor cultuurtoeristen worden. De populairwetenschappelijke presentaties in Continium sluiten aan bij de belevingswereld van kids en tieners. Het Columbus earth centre creëert bewustwording onder een brede doelgroep. En dan is er nog Cube, dat zowel de designpurist als een breed publiek wil bedienen. In zijn verschijningsvorm is het 21 meter hoge Cube een robuuste, frisse en moderne blikvanger. Het Museumplein is ingericht door het Rotterdamse architectenbureau Shift A+U. Door te kiezen voor drie archetypische vormen – bol (Columbus), rechthoek (Continium) en vierkant (Cube) – wordt de identiteit van de afzonderlijke onderdelen benadrukt. Tegelijkertijd vormen ze een visueel geheel, fysiek verbonden door één ondergrondse entree met café en een ruim binnenplein.
2
Een tentoonstelling over poepen – en alles wat daarmee te maken heeft – maakt dit designmuseum het zich niet onnodig lastig? Het mediagenieke Dutch Design van bekende ontwerpers als Marcel Wanders en Studio Job trekt toch veel meer aandacht en dus bezoekers? Directeur Hans Gubbels denkt daar anders over. “Design moet in onze optiek middenin de samenleving staan’, zegt hij. “Wat overigens niet betekent dat we geen mooie voorwerpen laten zien. Schoonheid is ook een belangrijke menselijke behoefte.” Wat het Cube-adagium design for human needs dan te maken heeft met poepen? Alles, meent Gubbels. “Juist als het om de wc gaat, is design cruciaal. We doen het elke dag, allemaal. Vaak meerdere keren zelfs.” Poep en pies raken bovendien belangrijke maatschappelijke vraagstukken als
cube juni 2017
Directeur Hans Gubbels: “We willen zoveel mogelijk mensen betrekken bij wat we doen.”
hygiëne en welvaartongelijkheid. “Jaarlijks wordt ruim 200 miljoen ton kilo poep geproduceerd, waarvan de grote hoop rechtstreeks in sloten, meren en bermen verdwijnt, vooral in ontwikkelingslanden. Meer dan een miljard mensen heeft geeneens een wc. Hierdoor sterven jaarlijks ruim 150 miljoen kinderen – meer dan aan malaria en aids samen.” Ook is de wc een spiegel voor technologische innovatie en culturele verschillen. “Waarom hurken ze in India? En hoe ziet het toilet van de toekomst eruit?” In de anderhalf jaar dat Cube open is, kwam reeds een bonte stoet aan actuele en soms urgente thema’s aan bod. Zo was er de expositie 3D-Print: Now! dat een overzicht bood van wat er nu – en straks – allemaal mogelijk is met deze innovatieve techniek. Te zien waren sieraden maar ook alledaagse keukenapparaten of medische protheses en zelfs architectuur. Met Meat the Future werd ingezoomd op een toekomst waarbij we kweekvlees eten uit laboratoria; de tentoonstelling was ingericht als een fictief restaurant. Het aantal sterren bij een gerecht verbeeldde de technologische haalbaarheid: één ster betekende technisch nog onhaalbaar, vijf betekende al gerealiseerd. “We willen zoveel mogelijk mensen betrekken bij wat we doen. Dat betekent dat je onderwerpen toegankelijk moet presenteren”, zegt Gubbels, die als werktuigbouwkundige onder meer werkte voor amusementsparken en World Expo’s. Everything You Always Wanted to Know About Toilets is zelfs niet minder dan een manifestatie. “Naast de publieksvriendelijke tentoonstelling brengen we een publicatie uit over de noodzaak van goed sanitair. Daarnaast hebben we een educatief programma ontwikkeld. Ook kunnen bezoekers zich in onze designlabs zelf buigen over vraagstukken rond poep en pies.”
Deze ‘designlabs’ zijn publieks toegankelijke ruimtes waar studenten werken aan case studies. Dat kunnen opdrachten vanuit het bedrijfsleven zijn, maar ook onderzoeksvragen die zijn geformuleerd door bezoekers. Doel is om Cube-bezoekers niet alleen met eindproducten laten kennismaken, maar ook met het ontwerpproces; zelfs marketing en distributie komen aan bod. land met argusogen gekeken naar dit nieuwe designmuseum in Kerkrade, off all places. In Amsterdam immers was jaren gebroed op een designmuseum aan de Zuidas door het designplatform Premsela – inmiddels met het Nederlands Architectuurinstituut en het Virtueel Platform gefuseerd in Het Nieuwe Instituut (HNI). De crisis gooide roet in het eten. Door zijn ontoegankelijke presentaties kan HNI de belofte als nationale schatkamer voor design en architectuur vooralsnog niet waarmaken. Het MOTI in Breda, een museum voor grafisch ontwerp en beeldcultuur, is verdwenen; het gaat op in het deze zomer te heropenen Stedelijke Museum aldaar. Kortom, Cube vult een lacune. Gubbels: “De publieke interesse voor design is groeiende. Bovendien hebben we hier in Kerkrade een unieke, internationale locatie. Veel bezoekers komen uit België en Duitsland.” Naar eigen zeggen ligt Gubbels op schema met de doelstelling om binnen drie jaar 200.000 bezoekers naar het Museumplein (zie kader) te trekken: in de eerste vier maanden van dit jaar waren het er alvast 50.000.
‘Door slechte hygiëne sterven jaarlijks ruim 150 miljoen kinderen.’ Aanvankelijk liep de interactie tussen bezoekers en studenten wat stroef. “We waren de eerste instelling die pionierde met deze open labs. Inmiddels voelen we beter aan hoe dat werkt.” Nu de designlabs zijn gecentreerd op de begane grond, zitten de prikborden vol met vragen van bezoekers. “Vooral bij milieu en zorg, thema’s die dichtbij de belevingswereld van bezoekers staan, worden er interessante vragen gesteld.” Met deze scherpe én toegankelijke programmering heeft Cube zijn bestaansrecht bewezen. Al ging dat niet vanzelf. Bij de opening in november 2015 werd er vanuit de rest van het
3
De internationale ambities van Cube bleken al tijdens de openingsexpositie Designing the World, die tot stand kwam door samenwerking met vijf designinstituten van over de hele wereld: Cooper Hewitt (New York), Design Museum (Londen), het Museum of Applied Arts and Sciences (Sydney), The Mind Museum (Manilla, Filippijnen) en het Design Indaba (Kaapstad). Elke selecteerde vijf producten bij vijf centrale thema’s: voedsel, gezondheid, welzijn, bescherming en veiligheid. Te zien waren onder meer een rookmelder (Londen), een haute couture jurk (Sydney) en serviesgoed (New York). Inmiddels liggen nieuwe samenwerkingen met deze instellingen op stapel. “We hebben net een overeenkomst met Cooper Hewitt voor uitwisseling van collecties en een gezamenlijke tentoonstelling met de werktitel Nature.” De ambities van Cube groeien maar de focus blijft onveranderd, verzekert Gubbels: “Design met maatschappelijke impact.” O
cube juni 2017
de toekomst van de barbecue Vijf verdiepingen telt Cube design museum in Kerkrade, elke etage heeft een eigen beleving. Wie zijn de bezoekers en wat vinden ze ervan? “Kannibalisme krijgt zo een geheel nieuwe betekenis.” Door Emile Hollman
O
p een krukje in de hoek van de vierde verdieping van Cube is Suus Eggen neergestreken. “Ik ben bijna tachtig”, verontschuldigt ze zich voor haar pauze. Die we trouwens niet verkeerd moeten begrijpen want ze vermaakt zich uitstekend. “Ik dacht dat design altijd over kleding ging, maar als ik zie waar die jonge mensen allemaal mee bezig zijn! In één woord adembenemend. Moet je je voorstellen, straks kun je een nieuwe neus uitprinten of je eigen stoel.”
Jeffrey Heiligers Posture
Suus Eggen komt uit Den Bosch. Met haar dochter Marjo uit Maastricht had ze een feestje in de buurt en besloten een kijkje te nemen bij Cube. Ze hebben net de tentoonstelling 3D-Print NOW gezien. Waar inderdaad wordt uitgelegd dat de wetenschap hard op weg is om oren en neuzen uit stamcellen te printen. Suus Eggen slaat een paaltje. En wel op 21 juli 1969 als Apollo 11 op de maan landt. Ze roept de pas overleden Chriet Titulaer in herinnering die de eerste stappen van Neil Armstrong becommentarieerde. Nederland keek, gekluisterd aan de zwart-wit tv, ademloos toe. En zie wat al
Posture is een op maat gemaakt kledingstuk dat de gebruiker stimuleert rechtop te zitten. Handig wanneer je teveel achter een bureau zit. Tegelijk wil ontwerper Jeffrey Heiligers (Voerendaal 1988) het negatieve imago van een ouder wordende bevolking omzetten naar een imago van, actieve en gezonde mensen. Wanneer de gebruiker van Posture in een onjuiste houding zit, wordt hij of zij eraan herinnerd om rechtop te gaan zitten.
4
die jonge mensen in de tussentijd voor elkaar hebben gekregen. Dan zwijgt ze nog maar over de computer - die ze trouwens een moeilijk ding vindt. “Nu ik het hier heb gezien, kan ik pas geloven dat het waar ze is wat ze zeggen over de nieuwste ontwikkelingen.” Niet dat ze alles even fantastisch vindt. Neem de filmbeelden van kabbelende riviertjes en wuivende bloemenweiden met ambient muziek, die zo weldadig blijken voor dementerende ouderen. “Je kunt ook een natuurfilm bij de EO opzetten hoor.” Dochter Marjo heeft de kunstacademie in Maastricht gedaan en hoewel ze van kunst niet haar professie heeft gemaakt, zegt ze wel dat de opleiding haar vatbaar heeft gemaakt voor de schoonheid van de kunsten. En tja, daar staan ze dan voor het olieverfschilderij Rough Sea, Normandy van Claude Monet uit 1883 dat bij nader inzien geprint blijkt en nauwelijks van het origineel te onderscheiden. Dat beweert althans het onderschrift. Zelfs het reliëf in de verf lijkt te kloppen en je mag er nog met je vingers aankomen ook. Suus spreekt van een revolutie. Marjo kan zich voorstellen dat schilders zich ook wel bedreigd kunnen voelen door deze ontwikkeling.
cube juni 2017 Trix en Jan Borsje uit Capelle aan den IJssel bij het paviljoen van Michiel van der Kley in Cube. foto Richard Stark
Als er zo gemakkelijk gekopieerd kan worden. Jos en Marjon Wolswijk kwamen vanuit Maastricht naar Cube voor de presentatie over 3D-printen. Jos overweegt om zelf zo’n printer aan te schaffen dus is het handig om te zien welke mogelijkheden zo’n ding heeft. Hij voelt zich nu gesterkt om tot aanschaf over te gaan. We lopen elkaar tegen het lijf op de eerste verdieping waar onder de titel What is design? een introductie op het thema wordt gegeven. Die doen ze dan maar als afsluiting. Met een beetje algemene kennis weet je toch al veel, vindt Jos, maar er blijft genoeg over om te ontdekken. Zo wisten ze niet dat de firma Colgate zich ooit begaf in de voedingsmiddelenindustrie, want, zo was de gedachte, als je voedsel van het merk Colgate had gegeten, dan poetste je je tanden daarna uiteraard ook met Colgate. Het bleek een dure misvatting. Na vier verdiepingen Cube vragen de Maastrichtse studenten Lena Schulz (24) en Jelmer Kingma (23) zich af waarom een designmuseum in Kerkrade ligt, en niet in Eindhoven. Die stad heeft zijn kans door onderling gekissebis laten lopen, maar dat weten ze niet.
presentaties bij Cube. Al vinden ze het op de eerste afdeling wel wat donker. Met name de ontwikkelingen op het gebied van kweekvlees op de tweede verdieping onder de titel Meat the Future vinden ze machtig interessant. Als je via stamcellen je eigen vlees kunt kweken en je dat door je geliefde laat opeten, dan krijgt kannibalisme wel een hele nieuwe betekenis, lacht Jan Borsje. Uit het gastenboek blijkt dat de tentoonstelling over het kweekvlees veel reacties oproept. Naar verwachting is de ontwikkeling van het spul rond 2028 zover dat het betaalbaar is en op het menu kan prijken. Vegetariërs blijven natuurlijk vegetariërs, een enkeling steekt zijn tong uit naar boeren, en de grappen zijn niet van de lucht natuurlijk. ‘Wat is de toekomst van de barbecue? Geen rook?’ ‘Dodo-nuggets op de kaart? Een kansrijke ontwikkeling; proef de 16e eeuw!” O
Jelmer is vooral onder de indruk is van het uit 4460 geprinte kunststofstenen bestaande paviljoen van ontwerper Michiel van der Kley. De stenen zijn namelijk uitgeprint door evenzoveel mensen, verspreid over de hele wereld, die beschikken over een 3D-printer. “Zij hebben letterlijk hun steentje bijgedragen om dit mogelijk te maken. In theorie zou je zoiets ook kunnen toepassen bij armoedebestrijding.” Intussen heeft Lena een ontdekking gedaan in de expositie Showroom Limburg. De waterflesjes met filter genaamd Bobble kende ze al – een poging om iets doen tegen al dat wegwerp plastic - maar dat die flesjes ontworpen zijn door een Maastrichtenaar, daar hoort ze van op. Ontwerper Bart Ruijpers ging in 2005 voor Karim Rashid werken in New York die onder andere ontwerpt voor Pepsi, Samsung en Tropicana. Sinds kort is Ruijpers vicepresident van bureau Design & Branding. Van de Bobble-flesjes zijn er sinds 2010 wereldlijd zo’n 25 miljoen verkocht. Trix (71) en Jan Borsje (76) uit Capelle aan den IJssel kamperen bij Sittard en hebben lovende woorden voor de
5
cube juni 2017
Niet iedereen kan de pot op Per jaar zitten we opgeteld zo’n dag of twaalf à dertien op de pot. Het toilet lijkt een vanzelfsprekendheid, Cube design museum ziet toch voldoende aanknopingspunten voor een bijzondere tentoonstelling. Een kleine indruk in tien boodschappen. Door Paul van der Steen
6
cube juni 2017
G
E
ouden toiletpotten zijn spreekwoordelijk geworden. Ze staan voor de ultieme luxe. Maar ook die is inmiddels gedemocratiseerd. In het Guggenheim Museum in New York geldt een massief gouden exemplaar als een van de topattracties. Hoe anders was dat in vroeger tijden. Op de tentoonstelling in Cube is een sierlijk vormgegeven chaise nécessaire van Paleis Het Loo te zien, waarop Oranjevorst Willem III waarschijnlijk zijn koninklijke boodschappen deed. Het reinigen van dit nachtgemak met ingebouwd spoelsysteem zal geen fris klusje zijn geweest. Maar de lakeien verantwoordelijk voor de hygiënische nazorg van de in fris roze gestoffeerde kakzetel van de Oostenrijkse keizer Jozef II (tegenwoordig onderdeel van de collectie van de stad Gent, hij werd gemaakt voor een bezoek aan die stad) waren veel meer te beklagen.
D
e Brit Thomas Twyford ontwierp in de jaren tachtig van de negentiende eeuw het eerste volledig keramische closet. Voor die tijd werd er nog volop gewerkt met een stuk minder makkelijk schoon te houden houten ombouwen en metalen gedeeltes. Fabrieken in Maastricht als Sphinx en Société Céramique voeren er wel bij. Tot in 1956 werden overigens ook nog aardewerken secreettrechters geproduceerd die te plaatsen waren in poepgaten van de houten toiletten oude stijl. Maar zijn we niet te veel gehecht geraakt aan de harde materialen? Droog Design ontwierp een pot met een zachtere uitstraling: met een keramieken binnenkant en een siliconen buitenkant.
en ogenblik van afzondering is het voor ons geworden. Misschien wel een meditatief moment. Of een goede gelegenheid om dat lange tijdschrift-artikel ongehinderd te kunnen lezen. Alleen al het idee dat iemand van buiten de huiselijke kring je zou kunnen horen of ruiken is voor sommigen reden om zoveel mogelijk alleen thuis ter toilet te gaan. Van die (valse) schaamte hadden de Romeinen geen last, ze deden hun behoefte openlijk en gezellig naast elkaar. Zittend op de lavatrina kletsten ze lekker bij. Een Chinese uitdrukking voor naar de wc gaan is ‘qu kaihu’, in vertaling: ter vergadering gaan.
7
A
chter poepen en plassen gaat een infrastructuur schuil. Tot begin vorige eeuw was het tonnensysteem de norm. Plat gezegd: de strontkar reed door de straten om de menselijke mest op te halen. Tegenwoordig is in het Westen vrijwel iedereen aangesloten op water en riolering. Prachtvoorzieningen, maar ze staan ook innoverend denken in de weg. Want wie kan en durft de bestaande infrastructuur overbodig te maken?
cube juni 2017
O
“S
anitaire voorzieningen zijn belangrijker dan onafhankelijkheid”, zei Mahatma Gandhi. Hij wist hoe dodelijk een gebrek aan eigen en schone toiletten kan zijn. Plusminus anderhalf miljard wereldburgers hebben er geen. In Gandhi’s India gaat het om honderden miljoenen mensen zonder. Vrouwen, die er in het donker buiten hun behoefte gaan doen, worden er ook geregeld slachtoffer van verkrachtingen. Een mogelijke oplossing voor dit soort landen: de Britse Cranfield University ontwikkelde met steun van de Bill & Melinda Gates Foundation recentelijk een toilet dat poep en plas direct afbreekt zonder energie en extern water maar met behulp van dezelfde ontlasting en plas.
“K
unst is als stront; zodra een kunstwerk uit het lichaam van de kunstenaar komt, kan het niet meer aangeraakt of veranderd worden”, aldus kunstenaar Joep van Lieshout. Voor een theatervoorstelling ontwierp hij met zijn atelier desondanks het houten pig-toilet. De uitwerpselen die de mens er aan de ene kant in deponeert, worden door varkens aan de andere kant met smaak opgegeten.
8
nder Kerkrade en een groot deel van de rest van ZuidLimburg waren tot pakweg een halve eeuw geleden duizenden mijnwerkers aan de slag. De luxe van een toiletblok op het einde van de gang kenden ze niet. Ze poepten op een kiebelton. Dat was het nette woord. Onder elkaar hadden ze het ook wel over de ‘sjietbak’. Het draagbare toilet voor de koempels leek veel op de gietijzeren vuilnisemmers uit die tijd.
Z
itten is het nieuwe roken, klinkt het steeds vaker. Op de pot is het niet dodelijk, maar het knelt wel de darmen af. Hurken is natuurlijker, gezonder en voorkomt de vorming van aambeien. Designers doen hun best. Zoals Peter Codling die in 2013 met een prototype met de cultuurhistorisch zeer verantwoorde naam Le Penseur kwam. Dat het niet tot in productie nemen van dit soort ontwerpen komt, ligt aan de klant. Die laat zich niet tot hurken dwingen en wil –gewoontedier als hij/zij is– gewoon kunnen zitten.
cube juni 2017
W
c’s zijn voer voor discussies. Relationele twisten kunnen gaan over de vraag of het papier aan de voor- of achterkant van het rolletje hoort te hangen. De Amerikaanse schrijfster Erika Jong dacht veel te kunnen afleiden van de voorkeur van de Duitsers voor een vlakspoel- wc (met plateautje) in plaats van een diepspoel: “Het Duitse toilet is de sleutel tot de gruwel van het Derde Rijk. Mensen die zulke wc’s kunnen verzinnen zijn tot alles in staat.” Een boude stelling. Over het verkwisten van schoon drinkwater valt wel een boom op te zetten. De ontwerpers Gabriele & Oscar Buratti ontwierpen zes jaar geleden een combinatie van toilet en wastafel, die spoelwater filtert en hergebruikt.
V
an tv tot koelkast. Steeds meer apparaten zijn slimme apparaten. Voor een meekijkend en meedenkend toilet valt veel te zeggen. Urine en ontlasting bieden actuele informatie over ons welbevinden: Eten we wel goed en gevarieerd? Zijn we nog gezond? De mogelijkheden voor slim sanitair zijn er, maar het publiek wil er niet aan. Zo gemakkelijk als mensen elders allerlei persoonlijke gegevens weggeven, zo voorzichtig zijn ze met hun privaat. Dan maar af en toe een potje naar de dokter brengen. Een apparaatje dat mensen met een complexe stoelgang via de smartphone voortijdig waarschuwt wanneer ze naar de wc moeten, vindt wel zijn weg naar klanten.
Alex Schweder Bi-Bardon-Urinal
Everything You Always Wanted to Know About Toilets, but Where Afraid to Ask. Van 19 mei t/m 19 november in Cube design museum. cubedesignmuseum.nl
9
Performancekunstenaar Alex Schweder (Berlijn, 1970) ontwierp het zogenaamde B-Bardon-Urinal. Dit Siamese tweelingurinoir is niet voor praktisch gebruik, maar geldt als een commentaar op het traditionele design van sanitair. Schweder stelde zich voor hoe een urinoir er voor ‘abnormale’ mensen uitziet.
cube juni 2017
De fiets wordt alsmaar slimmer De ligfiets redde het niet, de fixie wel. Net als fietsen met een elektrische (hulp)motor. Binnenkort gebeurt het schakelen, net als bij de profs, elektronisch. En de fietssnelweg is ook niet ver meer weg. Mat tal van innovaties lijkt de fiets aan een tweede (of derde) jeugd bezig. Het enige wat blijft, is dat je moet trappen. Door Alex van Hulst
M
En toch zien de racefietsen er ieder jaar anders uit. De vooruitgang is niet te stoppen - zolang het maar niet al te revolutionair is. En zoals de Formule 1 het laboratorium is voor de personenauto, zo is het professionele wielrennen en mountainbiken de proeftuin voor de stadsfiets. Die stadsfiets lijkt de laatste jaren steeds sportiever te worden. In het verkeersbeeld zijn meer en meer fixies te vinden. Dat is een fiets in de meest uitgeklede vorm. Geen versnellingen, geen spatborden, geen lampen, geen kettingkast. Er zitten zelfs geen remmen op. Dat is de meest extreme vorm, maar dit ontwerp heeft veel fietsontwerpers geïnspireerd om kalere modellen te maken. Het past in de trend van de laatste jaren waarin er een soort van fietsesthetiek is opgekomen. Een fiets hoeft niet langer enkel stevig en betrouwbaar te zijn, een mooie en sportieve uitstraling is zeker zo belangrijk. Die proeftuin in het wielrennen en mountainbiken heeft voor nieuwe materialen gezorgd. De fietsprofs zijn de afgelopen dertig jaar geëvolueerd van staal via aluminium naar carbon. Dat zorgt ook voor nieuwe aerodynamica. Voorheen was er nog de beperking van de ronde stalen buizen in een fiets. Door aluminium en carbon zijn die vormen aan het veranderen. Voor hobbywielrenners is carbon een statussymbool aan het worden, je kunt er niet genoeg van hebben. Hoge velgen, dikke buizen, hoe meer carbon een fiets heeft, hoe hoger de status. Tegelijkertijd is er een
oest dit nog een fiets voorstellen? In 1994 brak de Schot Graeme Obree het werelduurrecord op de wielerbaan met een zelfgebouwde fiets. Obree lag met zijn borst op zijn stuur, een houding die al snel de benaming ‘de bidsprinkhaan’ kreeg. Het record van Obree werd dat jaar en de jaren erna gebroken door renners die bijna plat op hun fiets lagen, de supermanhouding. De internationale wielerfederatie UCI zette uiteindelijk een streep door al deze records. Er mocht enkel nog op een normale fiets worden gereden. Zo eentje waarop Eddy Merckx in 1972 het werelduurrecord brak. Wat is een normale fiets? De UCI heeft inmiddels een boekwerk aan strenge regels waarin gewicht, afmetingen en verhoudingen van de fiets tot achter de komma zijn beschreven. In het frame moet een traditionele driehoek zitten en ook met de voor- en achtervork mag niet te veel worden geëxperimenteerd. De twee wielen, de trappers, het zadel en het stuur zijn vanzelfsprekend ook noodzakelijk en het formaat ligt vast.
Fiets-Bike-Fahrrad, Design on Two Wheels. Van 1 juli t/m 3 december in Cube design museum.
BUB Easy. Ontwerp: Van Berlo Design
10
bescheiden revival van de ouderwetse, stalen glimmende fiets: een kleine retroopleving. Er zijn wielrenners die naar Italië afreizen voor een handbeschilderde Pegoretti. Anderen zweren bij het celeste van Bianchi. Het zijn met name de Italianen die voor mooie designs zorgen. Fietsontwerper Pinarello onderscheidt zich met buizen in voor- en achtervork die bijna golven. De fietsonderdelen van Campagnolo staan bekend om de mooie, ronde vormen, tegenover het hoekige, maar functionele ontwerp van de Japanse concurrent Shimano. In Amerika maken ze weer meer werk van aerodynamica en speciale kleurenschema’s waar consumenten uit kunnen kiezen als ze een fiets van Specialized of Trek kopen.
Ontwerp: Paolo Di Giusti
Naast vorm is er ook inhoud. De belangrijkste fietsveranderingen bij het wielrennen en mountainbiken in de afgelopen jaren vonden plaats in het schakelen en het remmen. Als deze innovaties al nog niet zijn doorgevoerd in de normale fiets, zal het niet lang duren. De racefietsen van tegenwoordig schakelen allemaal elektrisch. Je hoeft
cube juni 2017
MASS Snow. Ontwerp: Philippe Starck
niet langer met kabels de versnelling op zijn plek te trekken, maar de schakelknop geeft een signaal af die de versnelling scherp zet. Ook het remmen wordt geavanceerder. In de conservatieve wielerwereld is de zeer accurate schijfrem nog onderwerp van discussie en hebben de remblokjes op de wielvelg nog de overhand, maar in het mountainbiken en veldrijden is de schijfrem al overheersend. En dan is er ook nog eens het hydraulisch remmen waarbij het remmen veel beter kan worden gedoseerd.
Bamboo Bicycle. Ontwerp: Ross Lovegrove © John Ross
Het enige wat exclusief aan de consumentenfiets blijft voorbehouden is de elektrische motor. Al geloven enkelen dat deze ‘mechanische doping’ ook in de profsport te vinden is. Het schijnbare gemak waarmee Fabian Cancellara tijdens de Ronde van Vlaanderen van 2010 op de Muur van Geraardsbergen wegreed bij mede-favoriet Tom Boonen is nog steeds onderwerp van speculatie. Als al die nieuwe ontwikkelingen en materiaalverbeteringen van de sportfietsen terugkomen in de stadsfietsen zullen we op termijn allemaal comfortabeler fietsen, remmen en schakelen. Die behoefte aan eenvoud op de fiets is ook terug te vinden in het gebruik van onderdelen. Al vroeg speelde fietsfabrikant Van Moof in op de vraag naar een simpeler fiets, door een model te maken waar fietslampen en slot slim in het frame werden verwerkt. Een deel
van de consumenten wil minder toeters en bellen. Minder accessoires betekent ook minder onderhoud en vervanging. Zo zijn er fietsen zonder ketting of met een aandrijfriem in plaats van een ketting. Het wegwerken en combineren van onderdelen is tegenwoordig een nieuwe uitdaging voor fietsfabrikanten. Zo kunnen wielrenners een bel onder hun fietscomputer zetten, zijn er helmen met lichten voor en achter om in het donker gezien te worden en zijn er knipperlichten voor onder je zadel. Daarnaast wordt de fietscomputer ook op de stadsfiets steeds belangrijker. De tijd van een grote kaart op je stuur is definitief voorbij, maar de ideale fietsnavigatie is nog niet gevonden. Die zoektocht zal nog even duren. En er kan tegenwoordig ook stevig worden doorgefietst op al die sportieve modellen. Gemeentelijke en provinciale overheden investeren in fietspaden waar niet bij iedere kruising gestopt hoeft te worden. Er komen fietsbruggen, fietstunnels en als de verbinding goed genoeg is, zijn er zelfs fietssnelwegen. En dan komt zo’n sportieve fiets pas echt goed tot zijn recht.
Om terug te keren naar de beginvraag: wat is een fiets? Niets wijst er op dat er een revolutie aanstaande is waarbij het traditionele model van de fiets overboord wordt gegooid. We zijn niet zoals Obree allemaal met de borstkas op ons stuur gaan liggen. In de technologie hebben we gezien dat dit niet wil zeggen dat het dan ook niet zal gebeuren. Komt er een verandering die echt veel beter is dan het huidige fietsmodel dan zal iedereen snel overstappen, maar daar lijkt het vooralsnog niet op. De traditionele zit blijft de beste manier om comfort en snelheid op een simpele en veilige manier te combineren. Ligfiets zal het niet gaan maken. Wel staat de fiets volop in de aandacht van ontwerpers, uitvinders en fabrikanten. Fietsen gaan met sprongen vooruit en zien er telkens beter uit. Ook komen er steeds meer gadgets voor de fiets. Vorm en functie lopen inmiddels gelijk op. Een fiets is steeds meer een statussymbool geworden, zeker in de drukke steden waar een auto niet alleen overbodig is, maar ook duur, hinderlijk en minder populair. Een beter stedelijk vervoermiddel dan de fiets is er niet. En dan mag die fiets dus ook mooi zijn, snel en flitsend. Maar zoals wielrenners altijd zeggen wanneer een van hun fietsvrienden met een peperduur, glimmend nieuw model aan komt zetten: “Uiteindelijk moet je nog steeds zelf trappen”. O
Biolove. Ontwerp: Ross Lovegrove © John Ross
11
Bike for Two. Ontwerp: studenten Design Academy Eindhoven
De expositie Fiets – Bike – Fahrrad: Design on Two Wheels, een coproductie van Cube en IMF Foundation, geeft een inkijk in de toekomst van de fiets. Talent en inventiviteit krijgen vorm in slimme ideeën en ingenieuze prototypes. Door vorm en technologie op verschillende manieren met elkaar te combineren slagen ontwerpers erin de fiets telkens opnieuw uit te vinden. Het resultaat is een omarming van design, vakmanschap en industriële productie.
cube juni 2017 Raoul Smeets bedacht de Toil-E, een toilet dat achter je aan hobbelt. foto Richard Stark
Een toilet dat achter je aan loopt
O
p het prikbord in de basement van het Cube design museum hangen zomaar wat ideeën van bezoekers over het toilet van de toekomst. Een wc met wi-fi. Een toilet dat de poep uit je darmen zuigt. Een broek met ingebouwd urinoir. Een duo-toilet, ofwel: twee potten gezellig naast elkaar.
Cube design museum heeft niet alleen exposities over design maar is ook een laboratorium waar bezoekers, studenten en ontwerpers nieuwe ideeën lanceren en uitwerken. “Voor elk plantje heeft een student een flesje vol geplast.”
Maró Postema (21) uit Haarlem, student industrial design in Eindhoven en stagiair bij Cube, heeft zo’n duo-toilet al eens gezien, in een Finse discotheek. Vandaag is aan haar de beurt om bezoekers aan te sporen mee te denken over de toekomst van het toilet. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat die bezoekers, onderzoekende studenten en ontwerpers contact leggen in het laboratorium van Cube. Die kruisbestuiving moet het onderzoek ten goede komen. Soms komt het onderwerp
Door Emile Hollman
12
van onderzoek uit de tentoonstelling, idealiter komt er een vraag van buiten, van bedrijf, overheid of instelling, een zogenaamde ‘call’, waarin studenten hun tanden kunnen zetten. Ze worden met enige regelmaat via workshops aangespoord om in hun denken buiten de gangbare paden te gaan. Sinds de opening van Cube in oktober 2015 werken studenten in het lab, als onderdeel van het Cube in Residence Program. Dit voorjaar zijn het er tien. Ze komen van hogescholen en universiteiten Eindhoven, Venlo, Den Haag, Maastricht, Deventer, Utrecht en Heerlen. “Het idee”, legt lab-coördinator Anja Köppchen uit, “is om tentoonstellingen met objecten te koppelen aan het design-proces. We nodigen bezoekers uit om mee te denken met jonge designers. En dat doen ze graag. Bezoekers komen er snel achter dat dit de onderzoeksruimte
cube juni 2017
van het museum is. Natuurlijk is er een drempeltje maar de studenten zelf spreken de bezoekers aan. Je ziet dat die snel geïnteresseerd raken en meer willen weten. Ze stimuleren de studenten om nog meer te reflecteren op hun onderzoek. Daarom kiezen we ook voor onderwerpen die iedereen aangaat en waarover iedereen mee kan praten.” Zoals voedselproductie, afvalverwerking, dementie of de toekomst van het toilet. Raoul Smeets (21) uit Wessem, student industrieel productontwerp in Venlo, was op zoek naar een stageplek. Hij zocht in de richting van interieurontwerp in auto’s maar kwam uiteindelijk in Kerkrade terecht, bij Think Shit zoals de werktitel van de ‘call’ over de toekomst van het toilet luidt. Zijn eerste idee ging uit naar een toilet in een auto, maar in de discussie met medestudenten ging het een andere kant op. Iemand tornde in een schets aan de vormen van het toilet zoals we dat kennen, maakte het vierkant. Wat Smeets op het idee bracht om er rupsbanden bij te denken en zo kwam hij op de Toil-E, een mobiel toiletje dat achter je aan hobbelt en beschikbaar is wanneer je het maar nodig hebt, ideaal voor mensen die bijvoorbeeld om medische redenen altijd een toilet in de buurt willen. Smeets begon met een schets maar werkte inmiddels ook een aantal prototypes uit, die net als die van zijn medestudenten te zien zijn in het Cube-lab. “Het is niet per se de bedoeling dat we commercieel interessante producten ontwikkelen”, zegt Gene Bertrand van Cube, “ze moeten vooral raken aan ons dagelijks leven. Dus kort bij het publiek liggen.” Zo kwam er een ‘call’ van een stichting die meer orgaandonoren wil werven. De vraag luidde: hoe kunnen
we meer mensen ertoe overhalen om zich als donor te registeren? Dat leidde uiteindelijk tot interactief programma dat binnenkort in het zustermuseum Continium Discovery Center zal draaien. “Maar het resultaat is hier niet heilig”, zegt Bertrand, “het gaat vooral om het proces.” Uiteraard verzamelen de studenten data over hun onderwerp. Zo blijkt volgens Gina Hooiveld (24) uit Kerkrade, student aan de TU Eindhoven, dat negen op de tien mensen op de een of andere manier bedenkingen heeft om te poepen in een publiek toilet of als ze ergens op bezoek zijn. In het eerste geval spelen de hygiënische omstandigheden een rol. Gina bedacht een zoals zij dat noemt shape changing interface: een balletje dat je bij je kunt dragen en dat via blue tooth informatie van een sensor ontvangt die het aantal bacteriën meet in een openbaar toilet. Is het oppervlak van het balletje egaal dan is het schoon. Krijgt het stekels dan is het raadzaam een ander toilet te zoeken. Mooi idee, maar is het ook haalbaar? “Ik denk dat het wel mogelijk is ja. Als het niet werkt via een sensor dan misschien via een ander systeem. Je moet eerst iets uitproberen voordat je weet of het werkt. We proberen ook uit te vinden hoe mensen dit zouden ervaren. Misschien zou je zo’n sensor ook in het handvat van een tas of in he toilet zelf kunnen inbouwen.” Maró Postema, student aan de TU in Eindhoven, moest even zoeken naar haar weg in het Cube-lab. Haar interesse ligt meer bij kunst en psychologie dan bij
product design, ze zocht een stageplek in de richting van debat over design. Tijdens de opleiding ontwierp ze een abortus-/doodskist om een debat op gang te brengen, het bracht haar op het thema schaamte dat ze nu uitpluist in het kader van Think Shit. “Er zijn mensen die zich schamen als anderen hen horen poepen of ruiken. Ik wil niet zo zeer dat taboe verhullen door geluid en geur weg te nemen, maar ik wil ze er juist mee confronteren. Bijvoorbeeld door het geluid van poepende mensen te laten horen in een toilet.” Ook onderzoekt ze of planten kunnen groeien op menselijke mest. Ze wijst op een tafel vol plantjes op de binnenplaats. Voor elk plantje heeft een student een flesje vol geplast.
O
13
Roald Meijs Motorman Meer dan de helft van de mensen op aarde leeft in steden waar het verkeer dag in dag uit vast loopt. Dat inspireerde de Maastrichtse ontwerper Ronald Meijs (1962) om het perfecte voertuig te ontwikkelen voor zulke steden. Dat kon volgens hem alleen maar een lichte, milieuvriendelijke en dus elektrische brommer zijn. Een motor met een retrolook die niet brult en geen uitlaatgassen de stad in stoomt. En hoewel sober, ook elegant moet zijn en kwalitatief hoogstaand. Volgens Meijs een oplossing voor de spits en een genot buiten de bebouwde kom. De motor is in productie.
cube juni 2017
Voor Limburgs design is Nederland te klein Bestaat er zoiets als Limburgs design? Zeker weten, meent designcriticus Jeroen Junte. In Limburg zijn ontwerpers en vormgevers actief die voldoen aan de allerhoogste eisen. Ze laten zich inspireren door de streek en halen hun materiaal uit de omgeving. “Nergens is het nieuwe elan van de provincie zo zichtbaar als in het ontluikende design.” Door Jeroen Junte
I ‘Deze persoonlijke aanpak wordt door buitenlanders gezien als aangenaam onNederlands.’
n 1952 wordt in het Limburgs Dagblad voor het eerst in Nederland geadverteerd met de originele ‘cowboy spijkerbroek’ uit Amerika. Limburg was destijds een welvarend mijngebied en trok werknemers vanuit heel Europa. Een van hen was, in 1948, Jozef Grivec uit Slovenië. Met een beetje fantasie is hij die Europese cowboy, aangetrokken door de goldrush naar steenkool, het zwarte goud. Meer dan een halve eeuw later starten zijn twee kleinzoons Marcel en Roger Grivec een eigen jeansmerk – niet voor de stoere mijnwerker maar voor de modegevoelige stadscowboy van de 21ste eeuw. Grivec Jeans heet het merk, dat zijn authentieke ‘Limburgse’ roots gretig uitvent, en tegelijkertijd aansluit bij de klassieke Amerikaanse denimtraditie, inclusief metalen knopen met navy stars. Het gebruikte denim is overigens van Japanse makelij, van de Kaihara weverij om heel precies te zijn. De Grivec Jeans vat het dilemma van ‘Limburgs design’ treffend samen. Bestaat er namelijk wel zoiets? Niet echt, zou je denken. De Grivec Jeans, met wortels in maar liefst drie werelddelen, is het letterlijke product van de
globalisering. Uiteindelijk is het gewoon een coole jeans waarmee je ook in Amsterdam of Tokio de blits maakt. Niks Limburgs aan dus. Net zomin als een lamp Limburgs licht kan geven. Tegelijkertijd is de wereld van denim en jeans conservatief. Voor de drager is merkbeleving vaak belangrijker dan een innovatief design. De gebroeders Grivec spelen met deze beperking door hun jeans een onmiskenbaar Limburg stempel mee te geven. Sterker nog, ze gaan terug naar de bakermat van de neder-jeans. Dat maakt Grivec net zo Limburgs als de asperge of vlaai, in elk geval in de consumentenbeleving. Je ziet het pas als je hebt doorhebt, zou Cruyff zeggen. Ook de overige producten die te zien waren in Showroom Limburg, die in het najaar een vervolg krijgt, vallen in eerste instantie niet op als Limburgs. Ze sluiten vooral aan bij actuele ontwikkelingen in design in Nederland en zelfs wereldwijd. De producten geven blijk van een scherp oog voor de grillen van de hedendaagse consument, die zelf bepaalt hoe zijn meubel eruit ziet of anders op z’n minst een uniek product wil. Ze zijn bovendien efficiënt en vaak ook duurzaam te
14
produceren met moderne technieken als 3D-printen en upcycling. Kortom, dit Limburgse design voldoet aan de criteria waaraan élk goed ontwerp moet voldoen. En ook niet onbelangrijk: dit regionale design blijft moeiteloos overeind in een internationale context. Een van die actuele trends in design is materiaalonderzoek. En dan blijkt dat er wel degelijk zoiets bestaat als Limburgs design, bijvoorbeeld as ontwerpers experimenteren met lokale grondstoffen als mergel. Uiteindelijk maakt het dan ook niet meer uit waar de ontwerper vandaan komt. Dit voorjaar werd de Crossover Design Contest georganiseerd waaraan studenten van vijf internationale designopleidingen deelnemen uit Londen, Düsseldorf, Genk, Antwerpen en Maastricht. Opdracht was: ontwerp een Limburgs interieurproduct. De uiteindelijke winnares is een Zweedse studente aan de Londense designschool Saint Martins. Van hout van dode kersenbomen uit de Limburgse fruitteelt maakte ze houten tegels waarin met een laser een patroon is ingekerfd. Dit patroon wordt vervolgens gevuld met steenkoolgruis, een verwijzing naar het Limburgse mijnverleden. De jury
cube juni 2017
Koffer van DenimX, ontworpen door Marc Meijers uit Maastricht
De tweeling Roger en Marcel Grivec uit Chevremont
was onder de indruk van het heldere concept dat bovendien tot in detail is uitgewerkt en sprak van “Limburgs design van internationale allure”. Deze blik naar buiten – het buitenland om precies te zijn – is misschien wel een wezenskenmerk van Limburgs design, dat tenslotte wordt gerealiseerd in de nabijheid van een drielandenpunt. Zo kon de Maastrichtse ontwerper Marc Meijers voor de ontwikkeling van zijn geavanceerde composietmeubels en het DenimX (een materiaal van gerecyclede jeans, ook te zien in Showroom Limburg) gebruik maken van een uitgebreid netwerk aan leveranciers en producenten in Duitsland en België. “Limburg heeft een grens van 350 kilometer. Keulen en Brussel liggen dichterbij dan Groningen. Ik spreek net zo vaak Duits, Frans of Engels als Nederlands”, aldus Meijers. Wat helpt bij deze internationale contacten is de informele mentaliteit van de Limburger, die minder direct is dan van Randstedelijke landgenoten. Meijers: “Wij werken makkelijk samen, zonder meteen te denken aan concurrentie. We beginnen ook niet meteen over geld en andere zaken maar bouwen eerst vertrouwen op. Deze persoonlijke aanpak wordt door deze buitenlanders gezien als aangenaam on-Nederlands.”
Limburg heeft zich na de sluiting van de mijnen economisch opnieuw moeten uitvinden. Nergens is het nieuwe elan van de provincie zo zichtbaar als in het ontluikende design. De kunstacademie MAFAD in Maastricht heeft een vermaarde afdeling productontwerp die zich kan meten met opleidingen in Londen, Düsseldorf en Antwerpen. Met Cube in Kerkrade beschikt Limburg zelfs over het eerste volwaardige designmuseum van Nederland. Daarnaast vormt ook de kennisindustrie op hubs als Chemelot, Maastricht Health Campus en Greenpoint Venlo voor knowhow. Bovendien zijn oorspronkelijke grondstoffen voorradig en is de mentaliteit positief. Zo groeit, langzaam maar zeker, een gezonde humuslaag waarop eigenzinnig design kan ontkiemen – en dan onvermijdelijk zijn vleugels zal uitslaan naar het buitenland. Want één ding is nu al duidelijk: voor Limburgs design is Nederland te klein. O
Tess Cleven Living Stone Ontwerper Tess Cleven bedacht Living Stone, een wellness-collectie van mergelsteen. Haar collectie is gebaseerd op diepgravend materiaalonderzoek, waarbij ze de kwaliteiten van mergel uitbuit. Door het ruwe oppervlak leent het zich als Scrub Stone voor de huid. De poreuze structuur komt van pas als Humidifier, een brok mergelsteen die water opneemt en zo de luchtvochtigheid reguleert. De Scent Stone doet hetzelfde maar dan met parfum. Cleven, die woont en werkt in Venlo, heeft een eigentijds streekproduct gemaakt van een ietwat vergeten materiaal, de zachte steensoort die eeuwenlang een belangrijk bouwmateriaal was maar door beton en baksteen in de verdrukking is gekomen.
15
Sanne Hendriks GlasGewas
Nina Simons De Regendrinker
Ontwerper Sanne Hendriks is opgegroeid op het Limburgse glastuinbouwbedrijf van haar ouders in Venlo. Door de schaalvergroting binnen de glastuinbouw liggen daar veel kleine kassen er verwaarloosd bij. Hendriks heeft glas uit deze kassen vermalen en versmolten. Dit gerecyclede glas heeft zowel een cultuurhistorische als een circulaire, duurzame waarde. Het GlasGewas zou in de toekomst gebruikt kunnen worden binnen architectuur, die daarmee een verdwijnende geschiedenis zichtbaar maakt.
De Regendrinker voorziet in drinkwater op plekken waar dit niet voorhanden is. Naast deze slimme, praktische functie vergroot dit ontwerp op een subtiele manier het bewustzijn over de heilzame en onmisbare kracht van de natuur. Het kan dagelijks gemiddeld twee deciliter regenwater opvangen. Waarom gebruiken we zoveel kraanwater in een land waar er zoveel water uit de hemel valt? Deze vraag is nergens zo actueel als in Limburg, waar al decennia met veerkracht en vindingrijkheid wordt gezocht naar nieuwe duurzame grondstoffen en energiebronnen.
cube juni 2017
No colour, no Glory
I This is not a design conference Cube
J
aarlijks terugkerende tweedaagse conferentie die georganiseerd wordt in samenwerking met de Universiteit Maastricht, Zuyd Hogeschool en Maastricht Disrupt. Centraal thema is Design thinking en de rol die deze methode kan spelen in de verschillende disciplines en omgevingen. Sprekers vanuit heel Europa zullen hun licht laten schijnen op de mogelijkheden, kansen en toepassingen die design thinking biedt. Uitgangspunt hierbij is dat deze conferentie niet alleen bedoeld is voor deelnemers uit de creatieve sector maar ook geschikt is voor toepassing in organisaties en bedrijven die actief zijn in verschillende sectoren. “This is not a design conference” vindt plaats op 23 en 24 september in het Cube design museum. Wil je meer weten over de tentoonstelling of de activiteiten van het Cube design museum meld je aan voor de nieuwsbrief op onze website.
Cube is het eerste museum van Nederland volledig gewijd aan design. Cube toont design met inhoud. Openingstijden Dagelijks geopend van dinsdag tot en met zondag 10.00 tot 17.00 uur. In schoolvakanties ook op maandag. Adres Museumplein 2 6461 MA Kerkrade Tel 045 - 567 60 10 info@cubedesignmuseum.nl Parkeren Houd Hambosweg 60 Kerkrade aan voor de gratis Parking bij Station Kerkrade. Info&tickets cubedesignmuseum.nl
16
n navolging van de in 2016 gehouden conferentie ‘Future Design History’ zal er in 2017 opnieuw een evenement plaats vinden onder de naam ‘No colour, No glory’.Naar aanleiding van de eerste conferentie is het de bedoeling om in een jaarlijks terugkerend evenement steeds vanuit een andere invalshoek de relatie tussen de ontwerpers, de samenleving en de industrie te onderzoeken en te duiden. Onder deze naam zullen in een tweedaagse conferentie op 10 en 11 oktober aanstaande de aspecten van het gebruik van kleur in design en de toepassing daarvan in producten en diensten worden in gegaan. Op de eerste dag ligt de focus op de wetenschap rondom kleur, op de tweede dag op de rol die kleur speelt voor de designer, de industrie en de consument. Evenals vorig jaar zal er weer een groep van inspirerende internationale sprekers de diverse aspecten van het gebruik van kleur en hun samenhang belichten.No Colour, No glory wordt georganiseerd door Business Meets Design in een nauwe samenwerking met Orvconsultancy, Cube Design Museum en de Limburgse Design Associatie, LDA en is een initiatief van Rob Vermeulen. Mede ondersteund door de Provincie Limburg, LIOF, Bno (de landelijke design organisatie) en ZUYD Hogeschool.Op dit moment lijkt het thema voor 2018 te zijn “Feel me”, waarbij de rol van de haptiek in design aan de orde zal komen. Rob Vermeulen