Skip to main content

Interview Weinberger

Page 1

denkers en doeners

The cloud

….en de veelzijdigheid der dingen

Op een zonnige zaterdag in april sprak Digitale Bibliotheek ruim een uur lang met dr. David Weinberger. Via Skype. Interviewers Jan Klerk en Edwin Mijnsbergen maakten kennis met een man die behalve erg slim, ook zeer bescheiden bleek te zijn.

Jan Klerk en Edwin Mijnsbergen

D

avid Weinberger, auteur van Everything is Miscellaneous en co-auteur van Het Cluetrain Manifest, is een man met een grote staat van dienst. Bij de lancering van Digitale Bibliotheek omschreef Jan Klerk hem als “een man met een bovengemiddeld begrip van wat er op internet aan de hand is”. Weinberger is een veelgevraagd spreker, die vaak wordt neergezet als de tegenpool van Andrew Keen. Door dat te stellen doe je de man echter tekort. Als je de boeken en artikelen van Weinberger leest, en zijn indrukwekkende cv1 bekijkt, zul je begrijpen dat deze man veel serieuzer genomen zou moeten worden dan Keen. Meneer Weinberger, u experimenteerde al in 1999 met weblogs, u blogt fanatiek op drie weblogs sinds 2001 en u bent ook actief 40 Digitale Bibliotheek dib nummer 3, 2009

op Twitter. Denkt u dat Twitter de functie van weblogs zal overnemen? Het is nog te vroeg om in te schatten of Twitter zich als platform leent voor dezelfde vorm van kennisdeling als weblogs, maar dat het een platform is met veel impact is inmiddels wel duidelijk. Ik gebruik Twitter zelf voornamelijk voor het delen van links waar ik niet uitgebreid over kan of wil schrijven. Ik gebruik het niet om te melden ‘wat ik aan het doen ben’. Voor mij persoonlijk is Twitter in ieder geval geen vervanger van weblogs. In een recente blogpost , over de toekomst van het boek, omschreef u boeken als “mogelijke ongelukken van papier”. Wat bedoelde u daar precies mee? Het komt erop neer dat boeken uiteindelijk misschien niet de


denkers en doeners

meest natuurlijke dragers van kennis blijken te zijn. Dat is nu nog moeilijk voor te stellen, omdat we niet beter weten, maar de hyperlink heeft veel meer mogelijkheden voor goede kennisoverdracht dan boeken, met al hun beperkingen. Betekent dat dan ook dat u informatie zelf alleen nog consumeert via digitale kanalen? En dat uw bronnenonderzoek ook op die wijze plaatsvindt? Nee, dat niet. Ik lees boeken en tijdschriften, blogs en websites en heb ook de beschikking over een Kindle. De Kindle is echter niet geschikt voor referenties omdat Amazon geen paginanummering heeft toegevoegd. In die zin is dat apparaat nog net zo beperkt als het gedrukte boek. Voor recreatief lezen is het echter zeer geschikt. Als ik onderzoek verricht bezoek ik ook nog steeds de bibliotheek, om de doodeenvoudige reden dat veel boeken nog steeds niet gedigitaliseerd en online zijn. Het gemak van de digitale wereld geniet echter mijn voorkeur. Denk je eens in hoeveel extra mogelijkheden onderzoekers hebben als alle relevante boeken gedigitaliseerd zijn te terug te vinden in een universele digitale bibliotheek! Een Google-monopolie over gedigitaliseerde boeken baart me wel zorgen, maar het werk dat zij verrichten biedt ongeëvenaarde informatieperspectieven. En wat zijn volgens u de gevolgen voor bibliotheken van deze ontwikkelingen? Het is niet denkbeeldig dat bibliotheken lokale afspeellijsten (playlists) worden van die universele digitale bibliotheek. Aan de andere kant is het voor bibliotheken van belang dat hun metadata ook ontsloten worden door Google. Als bibliotheken daar niet voor zorgen, zullen hun eigen catalogi steeds minder relevant worden. Hoe zit het eigenlijk met uw eigen boek, Everything is Miscellaneous? Wij vinden dat uw boek bijzonder relevant is voor informatiewerkers in het algemeen, en bibliothecarissen in het bijzonder, maar we hebben ook gemerkt dat de respons op uw uitdagende stellingen matig was in Nederland. Wij vermoeden dat het feit dat het boek nog steeds niet is vertaald daar een oorzaak van is. Waarom is het nooit vertaald? Natuurlijk zou ik graag willen dat mijn boek in het Nederlands vertaald wordt, maar klaarblijkelijk zien uitgevers er te weinig brood in. Ik zou er echter zo voor tekenen. Het boek van Andrew Keen is wel vertaald en krijgt veel meer aandacht. Wij denken dat het goed zou zijn als mensen kennis konden nemen van uw tegengeluid. (lachend) Dat ben ik met jullie eens. Bibliothecarissen beginnen in te zien dat ook zij een rol kunnen spelen op het sociale web. Zij verkennen voorzichtig de netwerken voor jongeren, de online transparantie van Twitter en blogs, enzovoort. Denkt u dat bibliotheekmedewerkers er goed aan doen om zich in het nieuwe web te bekwamen? Zonder meer. Bibliothecarissen zijn van nature goed in het leggen van verbindingen. Juist het sociale web leent zich daar heel

David Weinberger: “De hyperlink heeft veel meer mogelijkheden voor goede kennisoverdracht dan boeken.”

goed voor. Het web is feitelijk een grote aanbevelingsmachine en als bibliothecarissen nu ergens goed in zijn, dan is dat het wel. U ziet ook veel parallellen tussen de problemen waarmee kranten te maken hebben en de toekomst van bibliotheken. Heeft u al een oplossing voor het probleem van het verdienmodel van kranten? Kranten maken een belangrijk deel uit van onze dagelijkse routine, maar hun bestaan is misschien minder vanzelfsprekend dan we denken. Er wordt ten onrechte vanuit gegaan dat kranten ons goed en volledig informeren. Hier in Boston moet de Boston Globe binnen twee weken 20 miljoen dollar ophoesten om te voorkomen dat zij ten onder gaat en als dat gebeurt zou er ook in mijn informatieroutine een gat worden geslagen. Dat betekent echter niet dat we niet zonder de krant zouden kunnen. Mensen lezen allemaal ander nieuws. Kranten kunnen daar maar een beperkt deel van belichten. Als iedereen hetzelfde nieuws zou willen zouden kranten meer bestaansrecht hebben, maar dat is niet het geval. Uw boek Everything is Miscellaneous is in 2007 gepubliceerd, wat betekent dat de tekst al ongeveer klaar was in 2006. Heeft het internet zich in de afgelopen drie jaar ontwikkeld op de manier zoals u het in uw boek voorspelde? Het is moeilijk om daar een goed antwoord op te geven. Er zijn sinds de publicatie van Everything is Miscellaneous geen ontwikkelingen geweest waaruit blijkt dat ik er met de vragen die ik in mijn boek aan de orde stel, fundamenteel naast zit. Het semantische web ontwikkelt zich op veel bruikbare manieren. Ik beschreef het in mijn boek kort als een ontwikkeling waar je je zorgen over kunt maken, maar met de manier waarop het semantische web zich nu ontwikkelt ben ik eigenlijk heel gelukkig. Ik ben daar eigenlijk niet erg verbaasd over. De mensen die zich met het semantische web bezig houden zijn verschrikkelijk slim en hebben waarschijnlijk gewoon gelijk. Digitale Bibliotheek dib nummer 3, 2009 41


denkers en doeners

Onwikkelt het internet zich sneller dan u had gedacht of juist langzamer? Sneller dan ik voor mogelijk had gehouden en daar heb ik ook wel wat verrassende voorbeelden van. Bijvoorbeeld the Library of Congress, tot voor kort een van de zich langzaamst ontwikkelende instellingen, heeft de handschoen goed opgepakt en is nu een koploper op het gebied van innovatie. Het feit dat ze fotoverzamelingen op Flickr hebben gezet en het publiek hebben gevraagd om daar de informatie bij te verschaffen is opmerkelijk. The CIA heeft social software omarmd op een manier die wel erg moeilijk te voorspellen was. Het feit dat in de VS de overheid data gaat publiceren in open formats op http://data. com.gov is net zo opmerkelijk. Die zaken gaan sneller dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. U bent bijzonder positief in uw boek over ‘tagging’. U stelde dat door tagging een extra betekenisvolle laag wordt toegevoegd aan het internet. Tegelijkertijd zie ik dat mensen aarzelen om tags toe te voegen. Eenvoudigweg omdat ze te lui zijn om dit te doen. Zal dat ooit gaan veranderen? De websites die zich hebben toegelegd op tagging ontwikkelen zich veel langzamer dan ik hoopte. Aan de andere kant wordt tagging in veel websites op een succesvolle manier geïntegreerd. Daarom denk ik dat tagging belangrijk blijft. Tagging ‘for tagging’s sake’ is vooral belangrijk voor een klein percentage mensen dat zich met onderzoek bezig houdt. Maar Amazon laat je

‘Weinig mensen kunnen tagging nuttig laten zijn’

social software te gebruiken bij het leerproces. Scholen en ook bibliotheken moeten nog veel doen om mensen te helpen met het op een goede manier interpreteren van wat ze tegenkomen op het internet. Dat is absoluut belangrijk. Tagging is iets dat je in principe zelf binnen vijf minuten onder de knie moet kunnen krijgen. Meer algemeen gezegd vind ik wel dat het omgaan met social software in de onderwijsprogramma’s moet worden opgenomen. U heeft uw boek opgedragen aan de bibliothecarissen. Deed u dat uit barmhartigheid? (lachend) Yes! Maar wat belangrijker is, bibliothecarissen zijn bijzonder bewonderenswaardige mensen. Het zijn mensen die een beroep hebben gekozen dat niet bijzonder goed wordt betaald en die dat hebben gedaan uit roeping om het democratisch proces te verbeteren door onderwijs en informatie. Ik bewonder ze, omdat het mensen zijn die verstand hebben van informatie zoeken en verbindingen leggen. Wat zijn uw gedachten over de toekomst van digitale bibliotheken. Blijven deze bestaan of gaan ze op in ‘the big cloud’. Uiteindelijk zullen digitale bibliotheken nog wel van enige waarde blijven. Maar het belangrijkste is de ontwikkeling van ‘the cloud’2. De content zelf zal uiteindelijk het minst interessant en uitdagend blijken te zijn. Content is een kwestie van scannen en toevoegen aan the cloud waarna deze content voor iedereen toegankelijk is. Maar de ontwikkeling van metadata is een veel grotere uitdaging evenals de zorg voor de door bibliotheken aan the cloud toegevoegde bronnen. Dat blijft een ingewikkelde uitdaging. The cloud, plus de daaraan toegevoegde metadata zullen zich op een historische, indrukwekkende manier transformeren tot één gigantisch belangrijke bron. dib

taggen, Flickr laat je taggen, et cetera. Kortom, tagging blijft een belangrijk instrument. Het komt er eigenlijk op neer dat er slechts een kleine groep mensen nodig is om tagging voor een grote groep mensen nuttig te laten zijn. Bijvoorbeeld bij Amazon voegt misschien maar één procent van de gebruikers actief tags toe maar dat zorgt toch voor de belangrijkste tags die je nodig hebt om bij het zoeken naar boeken handig te kunnen navigeren. Is het noodzakelijk om tagging en andere web 2.0-vaardigheden te integreren in het onderwijs? Op dit moment zijn het vaardigheden die je vooral zelf moet aanleren. Er is geen school die je leert om te taggen. Ik denk niet dat het nodig is dat je taggen leert op school. Er moet nog wel veel gedaan worden om leerlingen te helpen om 42 Digitale Bibliotheek dib nummer 3, 2009

Noten 1 De cv van David Weinberger is te vinden op www.hyperorg.com/speaker/introductions.html. 2 De Engelstalige term ‘the cloud’ verwijst vaak naar het internet. Het is de ‘wolk’ waarin alles gebeurt.


Klaar voorvande bibliotheek de toekomst Gamen in de bibliotheek:

Een nieuwe dimensie dankzij 3M en BeeSmart Door de inzet van innovatieve en sfeerverhogende producten, zoals het exclusieve Vikuiti™ scherm van 3M en de PC gaming oplossingen van BeeSmart. Wilt u ook een nieuwe dimensie geven aan uw bibliotheek? Neemt u dan contact op met 3M Bibliotheeksystemen.

Kijk voor meer informatie op www.3M.nl/Bibliotheeksystemen

7438_adv_library_180x115_10.indd 1

12-05-09 08:57


Congres Kennis in Praktijk – 10 juni 2009 Beurs-WTC, Rotterdam • MET BEKENDMAKING INFORMATIEPROFESSIONAL VAN HET JAAR 2009 • MET BOEKPRESENTATIE ’15 PRAKTIJKVERHALEN OVER KENNISMANAGEMENT’

Kennismanagement met vallen en opstaan Kennis in de praktijk – er is geen succesformule Na alle theorieën en opvattingen over wat je met kennismanagement zou kunnen bereiken, is het nu tijd om te kijken wat organisaties

werkelijk hebben gepresteerd. In dit unieke congres staat Learning by Doing centraal. We nemen afscheid van de stappenplannen en protocollen. Wat werkt wel en wat werkt niet?

Dagvoorzitter: Erik Boekesteijn, DOK Delft

De ervaringen van onder meer het minsterie van Financiën, McKinsey, ING, e-office, Basisbibliotheek Maasland en Bibliotheek Vlissingen Aan de slag met kennismanagement! In dit congres geen platte cases of snelle snapshots van succesverhalen, maar alle ruimte voor de dagelijkse praktijk. Volg hoe vooraanstaande organisaties als ING, het ministerie van Financiën en McKinsey een begin maakten met kennismanagement. Wat hebben ze geleerd en wat zijn de opbrengsten?

Learning by doing: de resultaten Kennis is meer dan een theoretische productiefactor – door er mee aan de slag te gaan ervaar je wat het is. Verschillende sprekers nemen u mee in hun ontwikkeltraject en laten zien dat je op verschillende manieren succes kunt boeken met kennis. Een compleet programma, waardevol voor iedere kenniswerker en informatieprofessional.

Wie wordt de nieuwe Informatieprofessional van het Jaar 2009?

Presentatie van 15 praktijkverhalen over kennismanagement – nieuw bij Essentials

Tijdens het congres Kennis in Praktijk wordt de winnaar bekend gemaakt van de vierde editie van de Prissma-verkiezing Informatieprofessional van het Jaar 2009. De prijs, de Gouden Prissma en een door de NVB gesponsorde (studie)reischeque ter waarde van 2.500 euro, wordt toegekend door een vijfkoppige vakjury aan de informatieprofessional die van bijzondere betekenis is voor het vakgebied. Kandidaten worden aangedragen door de beroepsgroep zelf, maar ook de juryleden hebben de mogelijkheid iemand voor te dragen. Via www.informatieprofessionalvanhetjaar.nl kan ook worden gestemd op de kandidaten voor de door EBSCO gesponsorde publieksprijs.

Voor het boek 15 praktijkverhalen over kennismanagement hebben auteurs Erwin la Roi (Hatch) en Daphne Depassé (Depassé Organisatie & Informatie) gesproken met professionals uit toonaangevende organisaties zoals Shell, ING, McKinsey, Deloitte en KPMG. Dat heeft geleid tot bijzondere en persoonlijke verhalen, los van theorieën, stappenschema’s en voorgeschreven protocollen. Verhalen over onverwachte tegenslagen en geweldige successen op de weg naar kennismanagement. Het boek wordt aan het eind van de dag gratis meegegeven aan de congresdeelnemers. Mathieu Weggeman: “Het mooie van dit boek is dat het laat zien hoe sommige organisaties nog worstelen met de traditionele aanpak van kennismanagement − het managen van kennis − terwijl andere meer moderne opvattingen proberen toe te passen die vooral gebaseerd zijn op het produceren en delen van kennis door kenniswerkers te faciliteren.”

Deelnamekosten en inschrijven Deelnemers betalen € 75,- incl. koffie, thee, lunch en borrel, excl. BTW. Iedere deelnemer ontvangt aan het eind van het congres bovendien gratis het nieuwe boek 15 praktijkverhalen over kennismanagement van Daphne Depassé en Erwin la Roi. IK- en DB-abonnees krijgen 20% korting. Meer informatie of inschrijven? Kijk op www.essentials-media.nl.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Interview Weinberger by ZB Digitaal - Issuu