Skip to main content

75 jaar parochie Sint Suitbertus Stokkum

Page 1

75 jaar parochie

Sint Suitbertus Stokkurn Gld. 1:'t

:'\:.';,.,;..","

, ,,,:.Y:,' i.r'.-,4:a4

t:r'.:.".

i:,

.a (,

t :'::;-.",

,,*: -*r\ BĂŠ*+''"

,.''-iĂŻ,,*l'

uitgave kerkbestuur tekst henk hormsen

druk engelbarts


INLEIDING Bij gelegenheid van het 7ĂŻ-jarig jubileum von onze kerk en parochie biedt het kerkbestuur U dit boekje oan. Wij zijn donkboar, dat onze parochioon Henk Harmsen uit nog beschikbore bronnen erin geslaagd is voor iedere belongstellende een interessant stukje Stokkumse geschiedenis te leyeren en voor het nageslacht te bewaren.

"75 Jaor" is nog geen lange periode. Het boekje beschrijft de opeenvolgende perioden van de zes porochieherders. Wanneer wij echter het gehele kerkelijk leven in al zijn focetten von deze driekwart eeuw en met nome yun de laatste 25 joor zouden verwoorden, dan zou een lijvig boekdeel nog niet voldoende zijn. In de laatste 25 jaar is er in Kerk en Maatschoppij in een stroomversnelling meer veranderd dan in de gehele voorafgoande periode. Sommigen voelen een soort heimwee naar wot niet meer is, anderen verheugen zich dat de kerk opener en menselijker is geworden. Ik wil U bij het lezen von dit boekje gaorne een goede road geven uit de Bijbel (Jes. 43.18). "BlijĂ?t niet storen op wot vroeger gebeurde en stoot bij het verleden niet al te lang stil. Klampt U dus niet alleen aan het verleden yost". Hebt woordering wat de kerk voor onze gemeenschop heeft betekend en laat ons allen ervoor zorgen, dat onze kerk in een levende parochiegemeenschap over 25 jaar ook het eeuwfeest mag vieren. Uw Pastoor

Jonge paroehie

rooms-katholiek en kwam ze onder het beheer van het toenmalig kerkbestuur, voortaan tevens schoolbestuur. Aanvankelijk leek het erop dat we de tekst

Vergeleken met enkele buurtparochies is onze parochie van St. Suitbertus in Stokkum nog maar jong. Toch is er alle reden om stil te staan bij het 75-jarig bestaan,

voor dit boekje hoofdzakelijk uit mondelinge gegevens zouden moeten opbouwen. De gegevens over de tijd van de oprichting r'varen minimaal. Toevallig vond pastoor Nollen juist op tijd het oudste notulenboek van het kerkbestuur op de pastoriezolder terug. Hieruit konden veel aardige bijzonderheden worden gehaald. Verder dank aan alle parochianen die met foto's, knipsels, herinneringen en gegevens hun bijdragen aan boekje en tentoonstelling hebben

omdat de bouw van de kerk eigenlijk tevens het moment betekende waarop de buurtschap Stokkum een echt dorp werd. De parochie werd op 30 mei l9l5 officieel

opgericht. De school bestond

al

II.G. Nollen.

vanaf

1908, maar dan als openbare lagere school. De stichting van de parochie opende de weg

naar bijzonder onderwijs, waartoe de Lager Onderwijswet van 1920 de mogelijkheden gaf. Op I mei 1924 werd de school

geleverd.

l.


Langs oude kerkpaden Door veld en bos slingert, vanaf de Stokkumse dorpskom, nog een eeuwenoude kerk- en molenweg naar Zeddam. Hoewel die benamingen in het vergeetboek zijn geraakt, is de kerkroute nog precies te volgen, zoals onze Stokkumse voorouders haar eeuwenlang te voet zijn gegaan, nog

tot 1855. We beginnen op de Pastoor van Sonsbeeckstraat en gaan de St. Isidorusstraat in. Deze maakt een bocht naar links bij Beenen, maar oorspronkelijk liep dit pad rechtdoor, dus door 't Veld.

Na een heel klein stukje Boterweg, waarop deze onverharde weg uitkomt, steken we de Kastanjelaan over. De weg door het Snijders' Buske is de Dennenweg. Waar deze het bos uit komt gaan we rechtdoor, een eind door het open veld. We kruisen de Vossenweg en gaan iets verder het bos weer in. Langs de voet van de Montferlandheuvel komen we tenslotte uit op de Zeddamse Bovendorpstraat. Daaraan staat de oude moederkerk van St. Oswaldus. Om de hoge ligging wordt dit deel van Zeddam het Bovendorp genoemd. Hier staat ook de torenmolen, waar Stokkumse boeren hun graan moesten laten malen.

Bij de kerk aangekomen hebben we een voettocht van ruim vier kilometer achter de rug. Natuurlijk moest die later ook weer in omgekeerde richting worden afgelegd. De beschreven route was dus de kortste kerkweg voor de meeste Stokkumers, maar de sinds eeuwen voorgeschreven "liekweg" waarlangs de overledenen naar

tevens

hun laatste rustplaats moesten worden gebracht.

Zulke lijkwegen zouden al in de tijd van Karel de Grote zijn vastgesteld. Zevoerden meestal door onbewoonde of dun bewoonde gebieden, misschien vanwege gevaar voor besmetting in tijden van epidemieĂŤn. Theet Polman (geboren in 1903) vertelde dat de liekweg nog erg lang in ere is gehouden.

Zelfs toen kort na de Tweede Wereldoorlog eens een overledene uit het Doetinchemse ziekenhuis moest worden opgehaald met paard en wagen, om in Stokkum te begraven, waren sommige ouderen nog boos omdat niet de oude liekweg door het bos was gevolgd, maar dat menvanaf Zeddam door de "bulten" was gegaan, over 's-Heerenberg.


Vooral 's winters was het geen pretje om de hele weg naar Zeddam te voet af te leggen. Gevaarlijk was het ook nog vanwege wol-

ven, rovers en hoog water. Daarom ging men in groepjes. In andere buurtschappen, die onder de kerk vanZeddam vielen, zoals

Braamt, V/ijnbergen en Lengel, Azewijn, Wehl en 's-Heerenberg, verrezen kapellen

die vanuit Zeddam werden bediend.

Waarom Stokkum nooit een eigen kapel heeft gekregen is niet bekend. Misschien heeft men er eenvoudig nooit om gevraagd. Bovendien stelde Stokkum maar weinig voor; rond 1850 woonden er nog maar zo'n 380 mensen, van wie er ook nog enigen in Elten of Emmerik naar de kerk gingen. Een voor een werden omliggende plaatsen zelfstandige parochies of staties. 'sHeerenberg (statie vanaf 1399) werd in 1853 officieel parochie. Zo kromp de parochie Zeddam, die ooit heel de huidige gemeente Bergh (behalve Beek) omvatte, in tot de huidige omvang. Ze omvat nu alleen nog het dorp Zeddam en de buurtschappen Vethuizen en Vinkwijk. Dat de Zeddamse kerk oorspronkelijk als moederkerk voor heel de streek fungeerde, kwam doordat ze hier als eerste is gebouwd, mogelijk al door of onder de grote missionaris St. Willibrord (658-739), die in Emmerik een belangrijk steunpunt had. Vóór de bouw van de Zeddamse kerk zal Stokkum dus wel tot de Emmerikse parochie van de H. Martinus hebben behoord.

Sint Suitbertus In het najaar van 690 stak de Angelsaksische missionaris Willibrord met elf metgezellen de Noordzee over voor een grote missie-expeditie in de lage landen, vooral onder de stugge Friezen, die het christendom niet zo gemakkelijk aannamen. Een van de helpers van Willibrord was Suitbert. Omdat hij bij de oudsten hoorde, keerde hij na enige tijd terug naar Engeland om er tot bisschop te worden gewijd. Hij heeft echter maar kort als zodanig in Noord-Nederland gewerkt; waarom is niet bekend. Later aanvaardde hij het kloosterleven. Hij bouwde in een eiland in de Rijn

het klooster Kaiserswerth, waar

hij

in

maart 713 overleed. Zeker is wel dat Suitbertus als missionaris in deze contreien heeft gewerkt, o.a. vanuit de St. Martinuskerk in Emmerik, die door

Willibrord rond het jaar 700 moet zijn

gesticht. Zeer waarschijnlijk zette Suitbertus dus op zijn tochten ook voet op Stokkumse bodem. Vandaar zijn patronaat van de Stokkumse parochie. Aardig te weten is, dat Stokkum ooit ook een Sint Suitbertusgilde heeft gehad. Het heeft vanaf l93l maar kort bestaan, ongeveer drie jaar. Het was een zet van de kasteleins, die bang waren brodeloos te worden door de bouw van het gildehuis...

Sint Oswaldus Dat Stokkum onder het kerspel (uitgestrekkwam, hield tevens in dat de weerbare mannen inzetbaar waren voor het Zeddamse schuttersgilde van St. Oswaldus. Zo'n dorpsleger kwam in touw zodra er gevaar dreigde van inval, roof, plundering, watersnood etc. Ja zelfs om tegen kippendieven te waken werden schutters wel ingezet. Zo zullen de Stokkumse mannen dus eens een afdeling van het Zeddamse schuttersgilde hebben gevormd. Dat verklaart dan waarom de naam later, na de heroprichting van de Stokkumse schutterij in 1882, overging op ons eigen Oswaldusgilde. De Stokkumers waren eeuwenlang trouwe parochianen in Zeddam. Hiervan getuigt wel het verhaal over de kostbare Zeddamse

te moederparochie) van Zeddam

altaarkast, die

in de reformatie door de

Stokkumse boeren werd gered van de beeldenstorm. (De Zeddamse Oswalduskerk kwam in 1596/'97 in gereformeerde handen). De Stokkumse boeren verborgen het schitterende stuk houtsnijwerk onder een stromijt om het later, toen het weer veilig

was,

in de schuurkerk van

Zeddam te

plaatsen. Om het ob de schuilplaats tegen verrotting te beschermen, hadden ze het heIemaal met kalk ingesmeerd.


Een andere lezing van het verhaal is, dat

diakenen van de gereformeerde kerk van Zeddam onder de Stokkumse armen ver-

Stokkumse boeren de altaarkast hebben gered, toen de Fransen deze als veroverd cultuurgoed naar Parijs wilden sturen. De

deeld.

In latere jaren schijnt het Stokkumse gilde ook wel een armenzorg en werkverschaffing te hebben gedaan, bijvoorbeeld het

Franse soldaten zouden de altaarkast uit het voormalig Franciscanerklooster in Elten hebben weggeroofd.

dennen poten door werklozen.

Wanneer het Stokkumse armbestuur is opgericht is niet bekend. Misschien is het min

Arrnenzorg

of

meer voortgekomen uit het gilde, of heeft de kerk van Zeddam in Stokkum armmeesters aangewezen. In ieder geval heeft Stokkum al een armbestuur gehad, lang voordat in l9l5 de parochie werd op-

De georganiseerde armenzorg in Stokkum gaat al zeer ver in de historie terug. De oudste vorm van bedĂŠling van behoeftigen was de levering van roggebroden of rogge

gericht.

door de boeren aan arme plaatsgenoten. Zo'n verdeling had eens per jaar plaats on-

Het armbestuur had in de kerk eigen collectes. Hiervoor gingen de armmeesters (en Th. Derksen-Motz) rond met het bekende armenzakje aan de lange steel. Naast het armbestuur, dat in de jaren '60 is

der een hagelkruis, meestal met pinksteren of hemelvaart. Een hagelkruis in de Berghse uitvoering is een lange paal met daarop een kruis, al of niet met een torenhaan. In Kilder en Vethuizen kan men deze kruisen nog aantreffen, evenals in Beek en Wehl. De parochie Zeddam had er oudtijds drie: behalve te Kilder en Vethuizen namelijk ook in Stokkum. Zulke hagelkruisen waren opgericht op plaatsen waar de oogst door storm en hagel was vernield. Boeren hoopten door een jaarlijks offer aan de armen bij dit hagelkruis de "weergoden" gunstig te stemmen. Waar het Stokkumse hagelkruis heeft gestaan is niet bekend. Mogelijk heeft het oude gilde een rol gespeeld bij de oprichting ervan. Het is niet onwaarschijnlijk dat het heeft gestaan ergens in de buurt van de tegenwoordige kerk. Het hagelkruis moet in de tijd van de reformatie in onbruik zijn geraakt. Dat vertelt ons een aantekening uit de zomer van 1624. De 's-Heerenbergse burger Dries Pooren had in Stokkum enige landerijen van Huis Bergh gepacht. Daarvoor moest hij, behalve gewone pacht en de "tiend" van alle gewas, ook jaarlijks elk een malder (50 pond) rogge geven aan de armen die onder het Stokkumse hagelkruis bijeen kwamen. Maar, aldus het notulenboek van de NH gemeente in 's-Heerenberg, dit vergaderen onder het hagelkruis is door de reformatie verboden en de giften en aalmoezen aan de armen worden voortaan door aangestelde

ontbonden, ontstonden later ook het Fonds Hulp in Nood, Herwonnen Levenskracht en het Charitatief Centrum voor hulp aan noodlijdende mensen. Verder kende de KAB een zogenaamd Kolenfonds voor leden. Uit dit spaarfonds kon bij Soeter winterbrandstof worden gekocht tegen reductie. Van het fonds bestaat nog altijd een klein spaartegoed bij de CentraleVolksbank.

Naar s-I{eerenberg Toen in ons land in 1853 de kerkelijke hiĂŤr-

archie van de katholieken werd hersteld, werd de statie 's-Heerenberg tot parochie, met St. Pancratius als kerkpatroon. De buurtschap Stokkum werd twee jaar later bij deze nieuwe parochie gevoegd in verband met de kleinere loopafstand. De toenmalige kerk van de roomsen was gevestigd aan het Waterschap in 's-Heerenberg, ongeveer waar nu het bejaardencentrum staat. Deze kerk was begin l9e eguw gebouwd door de rijke familie Van Baustetter-Hoevel, ter vervanging van een schuilkerk. In 1805 werd de kerk, aanvan4.


kelijk nog zonder toren, overgedragen aan de katholieke gemeente. Tijdens zijn bezoek aan's-Heerenberg schonk koning Lodewijk Napoleon 1200 gulden om er een klokketorentje op te plaatsen.

lenpaadje. Later deed dit pad dienst als kerkpad naar de Stokkumse kerk voor de bewoners van de molenbult en omgeving.

De tegenwoordige r.k. Pancratiuskerk aan de Markt, een neogothiek bouwwerk, dateert van 1897. De Stokkumers hebben dus beide kerken nog meegemaakt. Onze jeugd volgde al van oudsher onderwijs in 's-Heerenberg, het laatst in de oude openbare school die nog aan de Oudste Poortstraat/Emmerikseweg

De kerkgang De zondagse kerkgang naar 's-Heerenberg was vroeger veel meer dan een bezoek aan het kerkgebouw alleen. Tevens werden na de mis de meest noodzakelijke boodschappen gedaan. De mannen zochten op zondagmorgen vertier bij een glaasje.

staat.

Over het schoolgaan in 's-Heerenberg vertelde mij in 1975 de toen 96-jarige me-

Bertus Hakfoort, geboren 1907, vertelt hierover: Na de kerk haalden we bij kleermaker Hafkenscheid de Gelderlander. Bij slagerij en cafĂŠ Hendriksen aan de Grint-

vrouw Van Uhm-Damen uit Ulft, die als kind woonde op "den Hoek" PvS,/Lange Heg (nu F. Bod). Ze ging op klompen over de tegenwoordige Camphuysenweg naar school. Die weg werd toen de kerkweg genoemd. Andere kinderen liepen op de schoolweg ook wel langs 't Klaphek. Ze wist zich te herinneren d.at ze in een barre winter door de knecht van haar vader te paard naar school is gebracht. Pastoor Nales gaf de Stokkumse kinderen, die trouw in de kerk in 's-Heerenberg kwa-

weg (Zeddamseweg) werd vlees gekocht en in de winkel van Te Boekhorst (later Gieze-

naar, Stokkumseweg) nog kruidenierswaren, De mannen uit Stokkum (arbeiders) gingen om tien uur naar de kerk in 's-Heerenberg. Na de mis gingen ze bij Jan Diekman (nu cafĂŠ Renner naast de kerk) hun weekkaart halen voor de tram, waarmee ze naar hun

werk in Emmerik zouden rijden. Maar het kwam nogal eens voor dat het

men, mooie kerkboeken als beloning. Doordat de mensen gewend waren te voet alle omwegen af te snijden ontstonden overal kleine paadjes. Vanaf de Kerkweg (Camphuysenweg) liep bijvoorbeeld nog lang een voetpaadje binnendoor naar de 's-Heerenbergse binnenstad. Dit begon ongeveer op de plaats waar nu Straub woont aan de Camphuysenweg 15, dan schuin door het bouwland. Het kruiste eerst het pad, dat loopt tussen Prinsessebosje en Kreiling en dan de Stokkumseweg bij het landhuis waar voorheen Hoogveld woon-

geld, bedoeld voor deze

weekkaart, opraakte aan drank. Geen nood, dan gingen ze simpelweg maar weer een weekje te voet naar het werk...

Hakfoort bezocht als kind de katechismusles in de 's-Heerenbergse kerk, in de voorste banken. Deze les werd gegeven door de toenmalige kapelaan G. van Sonsbeeck. De Stokkumse kinderen hadden bij hem een streepje voor. Vaak zei Van Sonsbeeck: "Jullie gaan straks mee naar Stokkum", waar hij bouwpastoor zou worden. De 'sHeerenbergse jeugd was natuurlijk jaloers en schopte onder de bank door. In de Drillekoel (Slotlaan) werd de zaak dan later uit-

de. Men liep verder door naar de Drillekoel, over de wal en zo naar de kerk. De meesten weten zich nog wel te herinneren dat het tweede stuk van dit oude pad, langs de buxusheg van Hoogland, nog lang in gebruik resp. te zien was. Zo liepen er tal van voetpaadjes van Stokkum naar 's-Heerenberg. Mensen in de kom van Stokkum, zoals de familie Huen-

gevochten.

ders, maakten meestal gebruik van het mo5.


Een eigen kerk in 1855 bij de parochie 's-Heerenberg was gekomen, nam het inwonertal van Stokkum geleidelijk toe door uitbreiding in noordelijke richting, naar Nadat Stokkum

Lange Heg, Kastanjelaan

en

Stokkum kwamen te horen, hoewel ze na-

tuurlijk veel dichter bij Beek woonden). Het ging allemaal erg snel. In 1913 begon-

nen de Stokkumers overleg te voeren met

Isido-

de

russtraat. Er waren in Stokkum nogal wat voorstanders van een eigen kerkgebouw. Zoals ook Hent en Jan Hebing van de Rozenkampshof en Jan Huenders, die in 's-Heerenberg lid van het zangkoor waren. Ook het toenmalige Stokkumse raadslid Jan van Uhm (café) was voorstander, maar die vond dat de kerk aan de Eltenseweg zou moeten komen, bij de school, zodat zich daar de dorpskom verder zou ontwikkelen. Toen Bernard Hebing echter grond voor de bouw van kerk en pastorie schonk, kon men moeilijk meer om de huidige plek van

van

's-Heerenberg.

raadplegen. Al negen dagen later kreeg kapelaan G. van Sonsbeeck het verzoek een nieuwe parochie in Stokkum te stichten. De architecten Jac. van Gils in Rotterdam en Joh. van Dongen uit Breda kregen in maart opdracht een bouwtekening voor kerk en pastorie te maken. Deze plannen werden door de aartsbisschop op 30 april goedge-

keurd. Op 12 juni ging het werk bij aanbesteding naar Thönissen en Van Sambeek

uit Nijmegen. Maar in augustus l9l4 brak de oorlog uit.

de kerk heen.

De grens ging dicht voor tal van goederen.

(Toen de grenzen van de nieuwe parochie Stokkum werden vastgesteld, werd ook het

hele Stokkumse bosgebied hierbij

geestelijkheid

Pastoor Mtinninghof reisde op 8 februari l9l4 naar Utrecht om de aartsbisschop te

Het werd moeilijk om aan stenen te komen. Daardoor liep de bouw twee maan-

gere-

den vertraging op.

kend. Het gevolg hiervan was dat de bewoners van 't Peeske in l9l5 bij de parochie

De bouw van de kerk én pastorie heeft in totaal 44.437,40 gulden gekost. De aanneemsom bedroeg hiervan 34.500 gulden en de rest waren kosten van meerwerk, extra oorlogskosten, meubilering, architectenhonorarium, reis- en verblijfskosten en salaris van de oprichter van de parochie. Er zijn meerdere ontwerpen geweest. Bij het definitieve ontwerp is door de architecten bijzonder rekening gehouden met het landelijk karakter van Stokkum en de ligging tussen bossen en heuvels.

Architect Van Gils vond de meeste dorpskerken van die tijd te hoog en te rijk van opzet en koos voor sierlijkheid en harmonie. Het type doet ons een beetje denken aan de kerkjes in de bergstreken van Oostenrijk of Duitsland. Op 18 mei l9l5 was de bouw zover gereed, dat deken Reuvekamp van Didam kerk en kerkhof kon inzegenen. Op 30 mei werd de

Zo had de Stokkumse kerk er ook uit kunnen zien. Een vsn de eerste ontwerpen von

de kerkurchitecten, meÍ een losse toren naast het kerkgebouw. Later werd besloten tot een eenvoudiger en landelijker ontwerp.

parochie definitief opgericht. 6.


van Van Uhm, De koets is begin jaren '60 aan enkele particulieren verkocht en voortaan werd voor het vervoer van overledenen een auto van begrafenisonderneming Agelink gehuurd. De contributie was, afhankelijk van de gezinssamenstelling, ongeveer een tientje. De traditie wilde dat de vergaderingen boetplichtig waren. Wie van de leden niet kwam, betaalde vroeger een kwartje, de laatste jaren een gulden vijftig. Het laatste bestuur bestond uit Hein Wissink, Hendrik Polmarl en Hendrik Menting. In 1989 is deze lijkwagen- of begrafenisvereniging opge-

Stokkums was feestelijk versierd met erebogen en sparregroen, toen de aartsbisschop op 2l september 1915 kwam om de kerk te consacreren. 's Avonds tevoren was de kerkvorst in fakkeloptocht door de bevolking aan de parochiegrens afgehaald.

Bij de kerkwijding, waarbij veel geestelijken assisteerden, werden de relekwieĂŤn van

de heilige Diodorus en Valentius in het

hoofdaltaar neergelegd. Hierna werd voor het eerst de

H. Mis op Stokkumse

bodem

opgedragen.

De eerste kerkmeesters waren Hendrikus Damen en Johannes Hebing. De eerste dopeling in de nieuwe kerk van Stokkum was op 18 juni l9l5 Suitbertus Hendrikus Bernardus Beumer, zoon van G. Beumer en Sara van Oudhuizen. Ook de tweede dopeling kreeg de doopnaam Suitbertus mee. Het was de op 2 augustus l9l5 geboren Alphonsus Gerardus Suitbertus Leising, zoon van het Stokkumse school-

heven.

Inhalen Pastoor van Sonsbeeck is voorjaar l915 ingehaald in Stokkum in een feestelijke optocht met versierde fietsen, een paardenkoets, etc. Over zijn intrede in Stokkum is een aardige anecdote.

hoofd J.A. (Koos) Leisink en M.C.C. de Haan. De derde dopelinge was Geertruid Maria Jansen ("Truike Roes") op 18 augustus

Schoolhoofd Leisink werd gevraagd een speech op te maken die dan door het hoofd van de feestcommissie, Piet Krebber, zou worden uitgesproken. Maar Piet kon niet goed uit de woorden komen, of hij kon

1915.

Het eerste huwelijk in Stokkum was dat tussen Hermanus Feldkamp en Maria Snijders op 12 juni 1915. Het tweede op 24 juli van Gerardus V/ijnands en Josephina Hartjes, (ouders van mevrouw Straub.)

Leisink's handschrift niet lezen, in ieder geval, na enkele regels keek hij Leisink hulpeloos aan. Om de situatie te redden zeiLeisink: "Zeg maar gelukkig nieuwjaar,

Piet". Waarop Piet keihard riep: "En ik

wens u gelukkig nieuwjaar". Daarop barstte het gezelschap in lachen uit.

Lijkwagenverenigrng

Het stond Krebber allemaal niet te best aan, want de zak aardappelen die Leisink elk najaar van Krebber kreeg, is sindsdien niet meer gebracht...

Rond 1885 kochten een aantal Stokkumers gezamenlijk een lijkkoets, die kon worden gehuurd bij een begrafenis. Dit vond men toch plechtiger dan een gewone boerenwagen. Voor een paard zorgde de noodnao-

ber. Vooral toen Srokkum kerkelijk bij

's-Heerenberg hoorde, was het vervoer van

de overledenen naar kerk en kerkhof een belangrijk punt. Ouderen herinneren zich het schuurtje voor de koets, dat stond op de Molenbult. Later stond er een kleine loods bij de houtplaats 7,


àiL

-'-i

:^§'

*k*

ilti Èï i

Inhalen von pastoor Von Sonsbeeck voorjaar t915. Foto gemaakt oun de huidige Gildestraat.

Het kerkhof

ven. Hierbij was ook het oudste graf, dat van Elisabeth Streup. Veel later bij de herinrichting van het kerkhof onder pastoor Van Jaarsveld, is ook

Het gemeentebestuur gaf op 28 april l915 goedkeuring voor aanleg van een begraafplaats, die op 18 mei samen met de kerk door de deken werd ingezegend. Al op 27 mei werd de eerste volwassene er

het graf van bouwpastoor Van Sonsbeeck

verlegd naar het middenpad, vóór het grote

kruisbeeld.

Op het oude kerkhof staan nog diverse fraaie gietijzeren kruisen. Deze werden

begraven: Elisabeth Streup, echtgenote van

Lodewijk Seegers. Het kerkhof was aanvankelijk maar klein. Het werd onderhouden door de oude Jan Zweers. Een stuk grond achter kerkhof en pastorietuin was aanvankelijk als bouw-

door het Oswaldusgilde aangeboden bij het overlijden van leden. Hier, onder het groen van naaldbomen en coniferen, liggen de bemoste zerken van zoveel oude bekende Stokkumers. Sommige zerken zijn sterk in verval. En, tussen al die graven van volwassenen, ook kindergrafjes. Zoals van vier kinderen van Van Uhm, Pietje en Betsie, allebei l5 maanden

land verpacht aan de heer Geurts. In 1933 voerde het kerkbestuur besprekingen over de uitbreiding van het kerkhof, dat zo zou

worden aangelegd dat tevens een geschikt processieterrein ontstond. Aannemer Verstegen maakte een kruis met voetstuk. Om een pad langs het oude kerkhof naar het nieuwe te kunnen leggen, moest eerst een rij oude graven worden geruimd. De

jong en ook Bernardus en Maria van Uhm, allebei na l0 maanden al overleden. Vier eenlingen in twee dubbele grafjes. (Dit waren vier van de twaalf kinderen van het ge-

zin Van Uhm, overleden aan vitaminegebrek, zoals in die tijd veel voorkwam.)

doden werden op het nieuwe deel herbegra-

8.


Loflied

4 O Herder tot ons gezonden aonvaord onze huld' en dank die wij vereenigd u wijden met blijden jubelklank blijÍ lons ons hier bereiden het doornig pod der deugd den smallen weg des Heeren die leidt ter eeuw'ge vreugd

Bij het inhalen van Pastoor van Sonsbeeck werd een loflied gezongen met de volgende tekst: (tilijze: Aan U o Koning der eeuwen)

I

Nu klinken juichend de zangen en hoog stijgt des harten toon

Uit de notulen van het kerkbestuur

en ruischend golven de beden

om

's

Allerhoogsten troon

Hij schonk zijn rijkste goven hij zond zijn zegen neer

Aan ÍIem den dank oon hem den lof

des

Op 28 april l918 werd voor het beschilderen van het priesterkoor door de Nijmeegse kerkschilder A. Koster door de parochie 893,15 gegeven.

Harten

en eer (bis)

/

Bij zijn l2Vz-jarig priesterfeest in

2

1918

schenkt PvS de preekstoel. De parochianen bieden een communiebank aan.

IIij

heeÍt een herder gezonden een gids op het pod von het heil die geeft zijn krocht en zijn goven een heel zich zelven veil

Op 19 juli l9l9: drie

"onbekenden"

schenken beelden van de H. Jozef, H. Antonius en H. Gerardus Majella. Op 10 ju,li 1923 wordt een begin gemaakt met de overname van de school, die in

Suitbertus Parochionen nu dankt den zegen Gods wiens koesterende stralen bevruchten heide en rots (bís)

1908

wasgebouwd. J. Venhovenuit's-Hee-

renberg moet de gemeenteschool en het terrein taxeren. Als eerste op de voordracht van hoofd van de r.k. school staat

B. Kolner uit Westervoort. Zijn benoeming wordt door de aartsbisschop be-

3

Die zegen zijt Gij, o Priester uw woord is de stem van God een leidster die ons bestrale

vestigd. De overgang van de school is op I

mei 1924. Op 6 januari 1926 is besloten het hoofdaltaar te bekleden met marmer en tegelwerk te leggen in het priesterkoor. Op 2l juli 1927 bliikt dat het dak, dat lek is, van ruim 300 nieuwe leien en 150 kg lood moet worden voorzien. Op l6 juni 1928: vertrek van kerkmeester J. Hebing en zijn familie naar Wehl. In deze vacature wordt Piet Krebber door de

bij 't wisselend levenslot die in den mocht der zonde als morgenbede rijst ons langs de smalle paden de weg ten Hemel wijst (bis)

bisschop benoemd.

In

verband met een voorschot aan

school van 450 gulden kan

in

de

1929 geen

obligatie ter terugbetaling worden uitgeloot. 9.


''

,

f-.

'lt

ii..i-,§ Ft: ë -à''. É

-r ' *' ,: ,:S,---l ;.;,: 5 :i.,.'is. .

iÈ-Bi$

;:i-i::

rri.-,:a'i-

.:

r"tríÈ;:ii ] i,i:.tË

ir:;

1,.. {-S.lï

i

.: ,.rn:i.;l

\

.lÉ

,.:

.r:t'

l.

t.

'

\ri:i ':liil

'1..\ï:ili\ :nli',ii''

: .:

!:

'

',:.

. I !

:i

a;='Eri

:i

§;r:1:

.

r:Pirrr..i.'

'

r: .i) :.!

|Gil de l{€rk, i0.

:riril

. l:' :..ir .::.:+

a:

. iiri

,;

i:1Èi:l'\

:: i§g ;:i:

:: :i: l'È ::-\! ,;-i1

.$:

r

§\1 .: §\..

I

-} Í-:

\í^\

. S :B+ idr l

:',

1...

*.;,+

"M\ ffË,;i :

i.\..,.l;§i:,,,i

li1

Ë: ; 1'' -=,,1


G.A. van Sonsbeeck (p15-19so) Gerardus Antonius van Sonsbeeck, geboren op 2 december 1878 in huize De Gunne

in Heino bij Zwolle uit een burgemeestersfamilie, wilde aanvankelijk missionaris worden. Als student trad hij in de congregatie van Scheut, maar door ziekte konden zijn plannen niet doorgaan. Omdat hij toch priester wilde worden, studeerde hij eerst verder aan het groot-seminarie in Haaren (bisdom 's-Hertogenbosch) en daarna in Rijsen-

burg, waar

hij in

december 1906 tot

priester werd gewijd. Hij was kapelaan in resp. Uithoorn en IJsselstein. In l9ll kwam hij naar 's-Heerenberg, als kapelaan bij pastoor Miinninghof.

Van Sonsbeeck was beslist de juiste man om in Stokkum een parochie van de grond te tillen. Hij beschikte over veel contacten, had zakelijke aanleg en was van gegoede afkomst. In een In Memoriam wordt hij later omschreven als "uiterlijk ruw en nors, maar met een hart van goud". Vooral zijn milddadigheid wordt geroemd. Van Sonsbeeck was overigens typisch de bourgondische dorpspastoor, die van jacht en wijn hield. Van hem werd wel beweerd dat hij 's morgens bij het tanden poetsen, "als poetsmiddel een zacht moezeltje gebruikte". De smaak van water was hem onbekend... Zijn wijnkelder genoot dan ook een goede reputatie. Per taxi liet de pastoor zich overal heenrijden door Bongers uit 's-Heerenberg. Met de adel had hij goede contacten. Vaak bezocht hij freule Brantsen op Wolkenland. Van de freule Alphonsa van Hugenpoth tot Aertdt van de Boetselaersborg in 's-Heerenberg, dochter van burgemeester A.L. Baron van Hugenpoth tot Aerdt, overleden 1907) kreeg hij een lening van 2000 gulden voor de kerkebouw. Toen ze in 1928 overleed bleek dat de nog openstaande som van 800 gulden niet werd teruggevorderd door haar erfgenamen.

I(ruidentuin De volksgezondheid had de bijzondere belangstelling van Van Sonsbeeck. Achter het Huis Hulzenberg aan de Boterweg, een villa die in 1920 was gebouwd door de Beekse gemeenteveldwachter Hent Hetterscheid en die door Van Sonsbeeck samen met de Hulzenberg werd aangekocht, Iagen kruidentuinen. Mensen uit de omgeving konden hier een stukje grond in gebruik krijgen en kruiden verbouwen. Geneeskundige kruiden zoals alsem, munt en dil, maar ook tabak. Het mes sneed aan twee kanten. De mensen verdienden zo een paar zakcenten en de grond werd rendabel gemaakt. PvS had zelf een fabriekje gesticht waar de kruiden werden uitgeperst of gedroogd, verpakt in dozen en flessen en op bestelling verzonden. Hij werkte hierbij samen met de befaamde Peter Meisters, rentmeester van het landgoed De Bijvanck in Beek. Deze was een goed kenner van de natuur. Behalve hetgeen ter plaatse werd verbouwd werden ook wel kruiden van elders aangekocht ter verwerking.


Van Sonsbeeck stak veel geld in de stichting van een ziekenhuis in 's-Heerenberg. Dit werd naar zijn moeder de Theresia stichting genoemd. Na zijn dood is ook zijn huishoudster, in Stokkum bekend als de Rooie Rika, hier ter verzorging opgenomen.

Bij de pastorie was verderleen koster, Janus, die de kinderen zangles gaf en een beetje orgel kon spelen. De oude Jan Zweers diende als doodgraver. Hij was het, die per kruiwagen de kerkklok in 's-Heerenberg van de tram haalde De Hulzenberg had PvS niet zomaar aangekocht. Daar had hij grootse plannen mee. Hij wilde er namelijk een sanatorium (tbc-kuuroord en ziekenhuis) bouwen. Tbc of tering was in zijn dagen een gevreesde volksziekte, die totale isolatie van de zieken nodig maakte i.v.m.,besmettingsgevaar. Ook in Stokkum kwam die tbc voor. Door gezonde boslucht en rust kon de ziekte min of meer worden bestreden. PvS wilde de

Een grote liefhebberij was de jacht. Vaak zag men de pastoor met een geweer, lange groene jas en jagershoed door de omgeving lopen. Omdat hij last had van rheumatiek droeg hij de haren in de nek nogal lang en droeg hij bij kou een baard. Zo kwam het dat zijn verschijning soms nogal schrik inboezemde.

Verder was reizen een bezigheid die PvS graag beoefende. Samen met pastoor Rademaker uit 's-Heerenberg bezocht hij Rome. In de jaren 1928-'29 reisde hij voor enige tijd naar het H. Land. Zijn tijdelijke vervanger in Stokkum was de priester Van rJ/ezel Ernst van het aartsbisdom Utrecht. Deze deftige verschijning maakte veel indruk, vooral vanwege zijn gouden tand, want zoiets hadden de Stokkumse kinderen nog nooit gezien.

Hulzenberg uitgraven, het zand ten bate van de kerk verkopen en in de zo ontstane

"holle kies" het sanatorium realiseren. Ook had hij plannen voor een kruisweg met staties op de Hulzenberg. Maar zijn plotseling overlijden in 1930 doorkruiste alles. In 1931 ging de Hulzenberg met het gelijknamige huis naar de NV Huis Bergh.

Vooruitstrevend PvS was een vooruitstrevend man die van nieuwigheden hield. Hij bezat een van de eerste radio's in de omgeving. Een gevaarte met grote spoelen, een koptelefoon en een lange antenne, gespannen naar een boom achter in de pastorietuin. Dokter Daal uit 's-Heerenberg nam deze radio later van hem over, toen de pastoor er een kreeg met een luidspreker.

12.


Oorlog Wie mocht menen dat het voor PvS een peuleschilletje was om de nieuwe parochie financieel rond te krijgen, heeft het mis. Vooral in de beginjaren heeft hij hier moeite mee gehad, met name door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

ln verband met de oorlogssituatie durfde geen bank de afgesloten obligatielening van

/

15.000 gulden tegen 4 procent per jaar over te nemen, zodat het kerkbestuur deze zelf moest zien te plaatsen. Daarbij kwam nog dat de aannemers ThĂśnissen en Van Sambeek uit Nijmegen / 900 gulden oorlogsschade verhaalden op de parochie Stokkum. Zelf bezat de parochie 6@0 Duitse Mark, die door de koersdaling opeens 1200 gulden minder waard werd. De bisschop werd toen gevraagd voor 2000 gulden aan losse obligaties te mogen plaatsen. De schulden waren nu: een grote obligatielening van 15.000 gulden, (490), een lening van freule Hugenpoth (/ 2000 tegen 2Vzt/o) losse obligaties (/ 2000 tegen 490) en een renteloze obligatie van de aannemer i.v.m. oorlogsschade van 900, samen een schuld van 19.900 gulden. De uitgeschreven obligaties van elk 500 gul-

den werden jaarlijks terugbetaald bij loting. Hiermee werd al in l917 begonnen. Toen de Eerste Wereldoorlog afliep, kreeg de kerk het weer even moeilijk. De oorlog was voor de grensbewoners nogal winstgevend geweest in verband met de smokkel

van genotmiddelen e.d., maar toen deze extra inkomsten wegvielen konden de mensen hun financiĂŤle toezeggingen niet altijd meer nakomen. Pastoor van Sonsbeeck kwam hierdoor in problemen. Het is voorgekomen dat hij vanaf de kansel zei "lk zal mijn moeder nog eens om hulp vragen, maar als we in de rode cijfers blijven ver-

koop ik de kerk". De mensen schrokken daar wel een beetje van, maar natuurlijk was het puur bangmakerij, want wie koopt er nou een kerk, die ook nog fors in de schulden zit. Ondanks dit alles is het kerkbestuur er toch op verbluffende wijze in geslaagd de schul-

den snel terug te dringen en al na enkele jaren konden zelfs twee obligaties per jaar worden terugbetaald. De kerkschuld van 19.900 gulden was in juli l9l9 al teruggebracht tot 16.600 gulden. Voor het eerste kerkmeubilair had het Os-

waldusgilde 50 gulden geschonken. De laatste dopeling van PvS was Piet Meijer van de Landerswal. Hij werd thuis ge-

doopt. Pastoor van Sonsbeeck is in de warme zomer van 1930 zeer plotseling overleden, 5l jaar oud. Zijn laatste werk als priester was het brengen van het H. Oliesel bij de vrouw van Bart Berendsen (Kastanjelaan), die tijdens het bonen plukken in de hof dodelijk door de bliksem was getroffen. Een dag later, op 3 juli 1930, stierfde pastoor aan een

hartstilstand.


J.I{. Beltrnarr Na het plotseling overlijden van de oprichter van de parochie werd J.H. Beltman zijn opvolger. De eerste dopeling was al op 28 juli 1930 Cornelis Wilhelmus Kniest (Hendrik zoon). Het eerste huwelijk dat hij sloot was tussen Theodorus Bles en Hendrika van Haaren op 15 september 1915. (ouders van Louis).

In

Stokkum herinnert men zich

deze

pastoor als iemand die zich veel heeft ingezet voor de jeugd, maar die daardoor vaak in problemen kwam met de schutterij. Dat

zat zo, Pastoor Beltman wilde graag het nieuwe gildehuis gebruiken voor het jeugdwerk, maar het gilde was daar niet voor. Door nu te trachten als geestelijk adviseur tot de bestuursvergaderingen e.d. toegelaten te worden wilde Beltman zijn doel alsnog bereiken, maar het gildebestuur wilde ook het adviseurschap niet, omdat het gilde daardoor een rk vereniging zou worden. Men wilde liever een algemene vereniging

blijven. De pastoor trok vanaf de kansel van leer tegen de schutterij, die haar beklag deed

bij

de bisschop.

Pastoor Beltman hechtte bijzonder aan de

uiterlijke vorm van de geloofsbeleving. "AIs hij over straat kwam met het Allerheiligste moest je knielen en een kruisteken

maken. Kwam je langs de kerk, dan moest

je de pet afnemen. O wee, als je het niet deed."

Erfenis In 1931 werd van de nalatenschap van wijlen Pastoor van Sonsbeeck aan de parochie 3500 gulden uitgezet bij de Boerenleenbank. Hiervoor zocht men nog een goede belegging. Van het geld werd verder 10.000 gulden als lening verstrekt aan een boer in Azewijn, die zijn verplichtingen echter niet nakwam en herhaaldelijk tot terugbetaling

(1e8O-1e86) van de termijnen moest worden

aange-

maand, zelfs nog in de periode van pastoor De Greef in 1959. Ook de rk kerk in 's-Heerenberg leende 3500 gulden uit de nalatenschap.

Crisis In verband met de crisistijd werd in

1931

geen obligatie uitgekeerd. Van diverse pa-

rochianen kwam het verzoek om de jaar-

lijkse bankenpacht in twee termijnen te mogen voldoen. De laatste bank aan de preekstoelkant zou voortaan worden vrijgelaten voor de armen.

In oktober 1933 waren er besprekingen om het kerkhof uit te breiden en opnieuw in te richten tot processieterrein. Zo kon een jaar later dan de eerste processie in de open lucht worden gehouden.


Pastoor Beltman vertrok

in 1936 naar de

Jacobusparochie in Enschede. Zijn laatste dopeling in Stokkum was Hendrika Ber-

nardina Theresia Kuster-Roes. Bij het afscheid in juli 1936 kreeg de

pastoor in zaal't Klaphek een afscheidsreceptie aangeboden met medewerking van de harmonie Volharding. Meester Kolner hield een afscheidsrede. Hij wees erop dat Beltman veel noden had gelenigd en regel-

matig als redder was opgetreden. De pastoor kreeg een fraai kruisbeeld aangeboden voor de pastorie in Enschede. Gesproken werd nog namens de KJC, RK Werkliedenvereniging en ABTB.

Na de uitbreiding yan het kerkhof in 1933 kon in '34 de eerste socramentsprocessie in de open lucht worden gehouden.

:. ยง

ยง

SN

N

Kerkstroat snno 1933. 15.


J.I{. Spruyt Joh. Hendrikus (Jan) Spruyt was veel verdraagzamer dan zijn nogal astrante voorganger. Hij wordt beschreven als een "boe-

rentype". Lichamelijk was sterk. De eerste dopeling

hij nooit zo

in zijn

periode was G.H.J. Deegens (Lange Heg). Het eerste huwelijkspaar waren Theodorus Briicker en Johanna Janssen, 24 nov. 1936. Spruyt kwam hier in de slechte jaren, hetgeen ook blijkt uit de aantekening van het kerkbestuur dat de bankenpacht in 1937 nog in twee termijnen kon worden vol-

(1e86-1e48) hof. De AlmeloĂŤr was op de vlucht voor de Duitsers.

Enkele van de vele onderduikers die bij Theet Polman onderdak vonden, hebben in 1982 voor het echtpaar Polman het verzets-

kruis aangevraagd, dat door burgemeester Van Breemen werd uitgereikt. Pastoor Spruyt ontsprong in 1941 juist de dans toen hij niets vermoedend met twee

onderwijzer benoemd. Hij heeft goede papieren want: hij kan ook orgel spelen...

bisschopsbrieven in de hand de 's-Heerenbergse pastorie binnenliep, juist op het moment dat de 's-Heerenbergse pastoor Galama en zijn kapelaans Van Rooyen en Hegge gevangen werden genomen wegens het verspreiden van "anti-duitse propaganda". De Duitsers sloegen gelukkig geen acht op Spruyt en de brieven, anders was hij zeker ook gearresteerd. De Todt-werkers, die in het ziekenhuis in Elten lagen omdat ze ziek waren geworden, vervoerde Spruyt met het paard van Aarnt Zweers naar de Theresiastichting in 's-Hee-

In hetzelfde jaar heeft de bankenpacht zo

renberg.

daan.

In 1938 wordt de woning van het schoolhoofd aangekocht van de gemeente voor 3025 gulden.

In 1940 bestaat de parochie veertigjaar. Er wordt gecollecteerd voor een feestgave. In l94l wordt A. Kotman uit Oldenzaal als

goed opgebracht, dat besloten wordt te informeren naar een elektrisch uurwerk met vier wijzerplaten bij de firma Eijsbouts in Asten. Dit kost 700 gulden.

ln 1944 wordt de bankenpacht tijdelijk afgeschaft in verband met gebrek aan kerkplaatsen. Door het opdragen van drie missen per zondag kan in 1946 weer met bankenverpachting worden begonnen. Bij de oprichting van de voetbalvereniging op 2 april 1945 werd pastoor Spruyt geestelijk adviseur. Hij vatte die taak serieus op en wilde de voetballers enige cultuur bijbrengen. Ze moesten maar een toneelclubje vormen, liever dan het houden van dansavonden.

Over de oorlogsjaren lezen we wonderwel helemaal niets in het oude notulenboek. Ene Piet Braakman, onderduiker bij Th. Polman aan de Isidorusstraat, bracht vele nachten door in het lijkhuisje op het kerk-


ln de oorlog kwamen uit Stokkum de volgende personen om het leven:

Jeugdgebouw

B.J. Reuling op 15 febr. 1943 in Riga als Duits soldaat. J.H. Reuling op 17 maart 1943 in Tunis als Duits soldaat. B.E. Bisseling, 14 juni 1944, b\ het bombardement van Emmerik. L.H. Krebber en A.W. te Boekhorst, 20 maarÍ 1945, bij werk voor de O.T. in Hiithum. L. van Kempen, 25 maart 1945, bij de beschieting van Stokkum. Wilhelmina Regina Kroesen, 25 maart 1945 in Terborg door een granaatsplinter. Op 8 maart 1945 werd de Stokkumer Jan Krauts (Dorus-zoon) met 116 andere Nederlanders gefusilleerd bij de Woeste Hoeve op de Veluwe, als vergelding voor een aanslag door het Veluwse verzet op de Duitse Polizeifrihrer Rauter.

Kort na de oorlog wist pastoor Spruyt een Duitse houten soldatenbarak op de kop te tikken. Deze werd als jeugdgebouw in gebruik genomen. De pastoor ging op deze manier alle confrontaties met het gilde uit de weg.

Zijn laatste dopeling in Stokkum was Johannes Antonius Römer van de Kastanje-

laan op 1l november 1948. Pastoor Spruyt vertrok naar Raalte.

;iK

=! r,,i»

:riill

Ontvongst van psstoor Spruijt, 1936. Burgemeester Nederveen houdt een toespraak. Op defoto ook de 's-Heerenbergse postoor Galsma en kapeloon Van Roof en, in de oorlog ollebei omgekomen in Dochau. 17.


A.C. de Greef

(1e48-1e6O)

Pastoor A.C. de Greef was vóór zijn benoeming in Stokkum kapelaan in Duistervoorde, gemeente Voorst. Op l9 november 1948 werd hij in Stokkum ingehaald. Men herinnert zich deze pastoor als een enorm fanatiek voetbalsupporter, die uit eigen zak geld leende aan de voetbalclub. Als men

schreven in zijn Boek der Openbaring.

Pastoor De Greef zette in januari 1958 in het Kerkblad van Bergh de bedoeling van de schilder uitvoerig uiteen. Hij besluit: "Het geheel is een poging van de kunstschilder en van de pastoor om voor de mensen begrijpbare kunst aan te brengen en te trachten hiermede tevens de culturele verheffing te bevorderen.

langs de lijn naast hem stond moest men altijd oppassen dat men niet per ongeluk een

"

klap kreeg van de

overenthousiaste pastoor, die druk met zijn armen zwaaide en de voetballers geestdriftig aanvuurde. De Greef was tijdens zijn Stokkumse perio-

de ook kringadviseur van de KAB afd. Doetinchem. Zijn eerste dopeling in Stokkum was Antonius Theodorus Bernardus Verstegen (Ton-

nie, Hendrikzoon) op 3l januari 1949. Het eerste huwelijk werd voltrokken tussen Johannes Peters en Bernardina Scheers, 3 mei 1949. Pastoor de Greef vierde in Stokkum groots zijn zilveren priesterfeest in juli 1956. Op het schuttersféest van 1957 zorgde hij voor een primeur door bij het Oswaldusgilde schutterskoning te worden. Een uur was al op het laatste stukje van de vogel geschoten. De pastoor liet zijn zuster, die juist in Stokkum op bezoek was, tot koningin kronen.

Schilderingen In

de

tijd van

Verwarrning

De Greef zijn in de kerk nieuaange-

Tijdens het pastoraat van De Greef is tevens gewerkt aan kerkherstel en kerkver-

we ramen en kerkschilderingen

bracht door de glazenier en kerkschilder Stokhof de Jong uit Soest. Deze had in 1948 ook al een kerkraam gemaakt, dat door de KAB was aangeboden aan de kerk. ln 1957 werd een bedrag van 4700 gulden

warming. In de vergadering van het kerkbestuur van mei l95l merkte de pastoor op dat er een kachel moest komen om de kerk op zondagen en bij bijzondere gelegenheden enigszins vorstvrij te houden. "Enige verwarming in de kerk is tegenwoordig een normale zaak" stelt hij. Centrale verwarming

bijeen gebracht en op Kerstmis van dat jaar was het priesterkoor klaar. Helaas waren de meningen over de schilderingen nogal verdeeld. De taferelen stelden de visioenen voor die Johannes de Evangelist heeft be-

blijkt te duur. Het wordt tenslotte een oliestookkachel, die echter pas in 1958 18.


wordt geplaatst. Kosten: 1200 gulden. Als de kachel gekocht is, blijkt dat ook

Plannen voor bouw van een nieuwe kleuterschool zijn niet doorgegaan omdat deze niet op de urgentielijst van het Rijk werden

smid Knoef deze had kunnen leveren. Besloten wordt dat Knoef provisie zal krij-

geplaatst.

gen over de stookolie voor kerk en school,

In

1955 vroeg de Berghse Confectie Industrie uit Zeddam om het achterste lokaal van het jeugdgebouw te mogen huren als confectieatelier voor meisjes uit Stokkum voor 9 gulden per week. Hiermee ging men akkoord. Toen dezelfde firma in 1959 echter verzocht het jeugdgebouw te mogen kopen en daarvoor in plaats te zullen zorgen

die door de firma Strijbosch uit Didam wordt geleverd. En zo is iedereen weer te-

vreden...

De KAB vraagt om uitbreiding van het kerkbestuur met twee personen. Omdat de vereniging twee-derde van Stokkum vertegenwoordigt meent men ook recht te heb-

ben op meer inspraak in de kerk en de school. Th. Freriks (Nieuweweg; nu Voorthuizerweg) zal namens de KAB zitting nemen en W.J. Meijer (Klaphek) namens de middenstand. Op 2 april 1952 worden ze door de bisschop benoemd. Net na de kermis van 1952 schrijft de pastoor het gilde een boze brief. Zijn klacht is dat tijdens de kermisdagen jongens en meisjes van onder de achttien, ja zelfs van veertien en vijftien op de dansbaan waren geweest. "Een geweldige fout tegen de opvoeding" oordeelde de pastoor,

voor een nieuw parochiehuis, voelt

het

kerkbestuur hier niets voor omdat... de firma niet katholiek is. Per I oktober gaat meester Kolner met pensioen. H. de Vreeze volgt hem op.

die aankondigde geen dansavonden meer te

zullen bezoeken totdat het gilde de voorschriften beter zou naleven.

Op l0 april 1953 komt er een plan op tafel om een bewaarschool op te richten als voorbereiding op de lagere school, en om de jeugd zo vroeg mogelijk katholiek te vormen en op te voeden. De bedoeling is de bewaarschool te vestigen in het achterste deel van het jeugdgebouw. Dit wordt echter van rijkswege afgekeurd in verband met het gebrek aan zonlicht en het te lage plafond. Dan wordt besloten een leegstaand lokaal in de lagere school te gaan benutten.

Juffrouw Spekking uit 's-Heerenberg wordt als kleuterleidster aangesteld. Zij

heeft in haar woonplaats al ervaring opgedaan. Bij het armbestuur wordt een lening van 1000 gulden gesloten voor aankoop van meubilair. Er is al meteen een grote belangstelling. Zo'n 45 kinderen worden aangemeld. Op 3

\aÉ,ÍJiiÈ

mei 1954 wordt met kleuteronderwijs begonnen.

Kerkinterieur met schilderingen van Stokhof de Jong. 19.


L.J. van Jaarsveld in de periode van pastoor Leendert van Jaarsveld was Anneke Bod (van Truus en Bernard), 13 juli De eerste dopeling 1960.

De eerste huwelijksmis op 22 november 1960 was van Gerardus Lemm en Trees Krebber, nu in Oud-Zevenaar wonend. De laatste dopeling in 1967: was Theo van Aalst. Pastoor van Jaarsveld was een zeer markant pastoor. Met zijn bronzen stem, zijn schaterlach en zijn stopwoord "prĂ chtig,

prĂłchtig" was hij alom bekend als de grote

vernieuwer van onze kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie bracht in de r.k. kerk veel teweeg. Ook in onze parochie zouden er ingrijpende veranderingen (versoberingen) komen in de aankleding van het kerkgebouw, in de eucharistie en bij de andere sacramenten. Door middel van grote acties haalde Van Jaarsveld het benodigde geld bijeen. Ook werd een bankhypotheek afgesloten.

(1e6O-Le67)

De oude kerkschilderingen van Stokhof de

Jong maakten plaats voor sober

wit. Er

kwam een houten altaartafel, zodat de pastoor tijdens de diensten met zijn gezicht naar de kerkgangers stond. Communiebank en preekstoel verdwenen. De zangkoor- en orgelzolder verhuisde van de zijkant naar de achterkant van de kerk, er kwam een nieuw portaal en kerkverwarming met hete lucht.

De vaste kerkplaatsen verdwenen. De kunstenaar Pieter Derksen maakte nieuwe kruiswegstaties, aanvankelijk strakke, half abstracte muurschilderingen, later de huidige kleine kleurige monotypes. Hoewel de vernieuwing goede kanten had, vonden sommige ouderen het toch wel jammer dat veel kerkstukken, door hen vroe-

ger met dubbeltjes en kwartjes bijeen gebracht, opeens werden afgedankt. Aan de grote kerkrestauratie in de zestiger jaren hielpen velen mee. Ook schoolkinde-

Pastoor L. von Jaarsield, de gouden spreker, met de tekeningei voor de grote kerkvernieuwing. 20.


ren waren van de partij en sjouwden enthousiast met stenen. Maar ze mochten thuis niet vertellen dat ze achter de sacristie stiekum een sigaretje van de pastoor kregen... Zo wist Van Jaarsveld iedereen op de been te krijgen. De kerkrestauratie kon voor een deel ook worden betaald uit de opbrengst van zandverkoop van de molenbult. }Jlet zo ontstane gat is later als regionale vuilnisbelt weer gedempt. "Van Jaarsveld wist aan geld te komen, maar wist ook te geven". Uit de periode-Van Jaarsveld zijn ook de misdienaarskampen vermeldensw aar d, o. a. in Saasveld en Bunnik. Een waar hoogtepunt tijdens het pastoraat van Van Jaarsveld was de viering van het

vijftigjarig parochiefeest in 1965. Het is gevierd met een groot tuinfeest in de

pastorietuin, waar het grootste deel van de parochianen te gast was en waar iedereen de prachtigste herinneringen aan heeft overgehouden. En sommigen... ook forse hoofdpijn. Wat is er een boel wijn gedronken!

Tijdens het feest waren er toespraken en

voordrachten. Oud-pastoor De Greef sprak over zijn opvolger Van Jaarsveld de historische woorden: "Deze herder weet zijn schaapkens wél te scheren, maar: hij haalt ze het vel over de oren"... In 1966 was pastoor Van Jaarsveld25 jaar

priester, hetgeen op bescheiden wijze is gevierd. Een jaar later ruilde hij met pastoor Nollen van standplaats en vertrok hij naar de St. Jacobusparochie in Winterswijk. In die plaats deed hij vooral veel voor de eucumene. In december 1980 ging hij er met emeritaat.

i:ffi t!.':.ltillt í, #

s,

: %,

%;i,

t;11

t;;r1fi.

W i1àil ll!l;:ià :t!.tr,itl

w

Het sobere kerkinterieur na de grote vernieuwing in 21.

de

jaren

'60.


;j;i.

li§;:l:ls=§' $:::'',"i;

Kerk- en ormbestuur bij het vijfti§arig parochiejuPileum in 1965: v.l.n.r. Piet van Uhm (armmeester), Henk Krebber, Willem Freriks, Willem Meijer, Nol Damen, Piet Derksen (ormmeester) en de postoors De Greef en Van Jqarsveld.

De sehool

grond gekomen. Zonder anderen tekort te doen mag toch nog even de bijzondere inbreng van de beide juffrouwen, die vele tientallen jaren een vertrouwd duo vormden, worden ge-

Per I augustus 1973 gingen kleuter- en lager onderwijs samen in de Basisschool voor alle kinderen van vier tot en met twaalf jaar. Gevolg hiervan was tevens, dat de school in Stokkum los kwam te staan van het kerkbestuur. Er werd een

noemd: juffrouw Geurts en juffrouw Claessen.

Generaties kinderen bereidden ze voor op hun eerste H. Communie en hun plaats in

apart schoolbestuur gevormd onder voorzitterschap van Anton Welling. Ouder-

de maatschappij. Een groot deel van de Stokkumse bevolking leerde van hen de grondbeginselen van lezen, schrijven en

participatie en -medezeggenschap werden geregeld in de Wet op het Basisonderwijs. Beide zaken zijn in Stokkum goed van de

i.:S\.'.. .t§&d!r

1:

d\§Jl;l.Wl-" ,.n(i..i

.:t.\N{t. 1

1

rekenen.

1i.;.;,. :'::.-:];^: I §Ài\;.s!liii;,;

De oude school, afgebroken in 1969/'70.

))


FI.G. Nollen Herman Nollen werd geboren in Hengevel-

de, gem. Delden, Ov. op 19 september 1922. Na zijn studies filosofie en theologie in Rijsenburg en Nijmegen werd hij op 25 juli 1948 door kardinaal De Jong tot priester gewijd.

Na zijn eerste standplaats waar

hij

Westervoort,

zeven jaar kapelaan was, en Baarn

(lVz jaar), werd hij rector van de St. Nicolaasstichting in Denekamp, waar hij de zorg had voor voogdijkinderen. Het afscheid van de jeugd viel hem zo zwaar en de situatie in Winterswijk was zo moeilijk, dat

hij daar maar kort als pastoor was. Besloten werd tot een ruil, waarbij pastoor Van Jaarsveld van Stokkum naar Winterswijk zou gaan en pastoor Nollen de Stokkumse parochie zou overnemen. Dat gebeurde per 27 oktober 1967.

De eerste doop door pastoor Nollen was die van Charlotte Straub op 9 november 1967. Het eerste huwelijk op 30 november was van Jan Dibbink en Betsie Derksen; op 8 december trouwden Ans Roes en Ben te Pas.

ln 1967 had het kerkbestuur een bouwaanvraag ingediend voor een nieuw schoolgebouw. Het oude was in zeer slechte staat en het ministerie van onderwijs gaf dan ook snel een urgentieverklaring. De Nijmeegse

architect Estourgie ontwierp de nieuwe school, die door combinatie van lager en kleuteronderwijs haar tijd eigenlijk al vooruit was. Maar de combinatie van kerken schoolbestuur zou niet lang meer voortduren. Er trad een apart schoolbestuur aan. In de periode van pastoor Nollen is vooral

de verfraaiing en het onderhoud van de kerk aangepakt. In de jaren '70 werd de toren deels vernieuwd. In 1986 is het kerkdak, dat hoognodig aan reparatie toe was, grondig hersteld. Op 24,25 en26 augustus 1973 werd het25jarig priesterfeest gevierd. In het gildehuis was op zondag 26 augustus de grote

(1967 tot heden) feestreceptie. De jubilaris werd op het feest rondgereden in een fraaie oldtimer. Op 4 september 1988 vierde pastoor Nollen

ook zijn veertigjarig priesterjubileum, een zeldzaamheid voor een nog actief pastoor. Er was een drukbezochte Bonte Avond in het gildehuis, die nog lang in herinnering zal blijven. De pastoor heeft vanwege zijn leeftijd veel van zijn dekenale taken moeten afstoten. De wens van de parochianen is dat hij echter nog enkele werkzame jaren in ons mooie Stokkum mag doorbrengen, en evenzo juffrouw Jo. Wat de verdere toekomst voor onze parochie zal brengen weten we niet. Maar door de instelling van de actieve parochieraad, nauwere betrokkenheid van parochianen en ouders bij liturgie, koorzang en parochieleven, blijkt de vaste wil om onze St. Suitbertusparochie tot in lengte van jaren in stand te houden. En waar een wil is is een weg ...


w

:§§g\ltf

Bij het zilyeren priesterfeest

van pastoor Nollen

$Ë l*l -

,t

N+l

Huidiq kerkinterieur. )L

in

1973.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
75 jaar parochie Sint Suitbertus Stokkum by Zandhaas - Issuu