Milan en Finn en hun nieuwe vriendjes
Guusje Nederhorst
Lieve Milan, Samen met je beste vriendje Finn zijn jullie in dit verhaal twee dappere vogeltjes.
Liefs, Opa & Oma
© 2026 Een uitgave van Van Hoorne Studios in samenwerking met YourSurprise
Van Hoorne Studios BV
Tekst, illustraties en vormgeving: Van Hoorne Studios
© 2025 Van Hoorne Studios
Naar het idee en de creatie van Guusje Nederhorst (1969-2004) www.woezelenpip.nl | www.detovertuin.nl
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of overgedragen in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere informatie- opslag en retrieval systeem, zonder schriftelijke toestemming van Van Hoorne Studios BV en YourSurprise.
Bestellen: www.yoursurprise.nl
Druk: ARSprintmedia
Milan en Finn en hun nieuwe vriendjes
Het is weer zo’n lekkere luie niks-doen-dag in de Tovertuin.
Woezel ligt te soezen in het zachte gras en Pip rolt zomaar wat heen en weer.
‘Twiet!…Twiet!’ Hé, dat klinkt als een vogeltje.
Woezel en Pip kijken omhoog. Ja hoor, daar zit een vogeltje op een tak. En nog één! ‘Hallo kleine vogeltjes,’ zegt Pip, ‘hoe heten jullie?’ ‘Twiet!’, zegt het ene vogeltje, ‘Ik heet Milan.’ ’En ik heet Finn,‘ zegt het andere vogeltje. ‘En jij?’
‘Waf waf’ blaft Pip, ‘wij zijn Woezel en Pip van de Tovertuin. Willen jullie vandaag onze vriendjes zijn?’ ‘Twiet twiet!’ antwoorden Milan en Finn blij. Woezel en Pip rennen snel naar Tante Perenboom. ‘Tante! Kijk eens! Wij hebben twee nieuwe vriendjes!
En ze heten Milan en Finn!’ ‘Dat is leuk’, zegt Tante Perenboom, ‘en wat gaan jullie samen doen vandaag?’ ‘Wij gaan op avontuur’ roepen de hondjes stoer, ‘en Milan en Finn mogen mee!’ ‘Spannend hoor’, zegt Tante, ‘maar denken jullie wel aan…’
Maar de hondjes zijn al weg. Ze rennen de Tovertuin uit. De kleine vogeltjes vliegen dapper achter ze aan. Ze gaan helemaal naar de duinen toe. ‘Leuk hè Milan en Finn?’ roept Woezel, ‘zo met ons op avontuur! Wij weten heel goed hoe dat moet.
Wij zijn namelijk al best groot!’ ‘Twiet twiet!’ zeggen Milan en Finn. Na heel veel rennen rusten ze even uit. ‘Pip’, zegt Woezel, ‘mijn buik maakt allemaal knorretjes. Zullen we onze boterhammen op eten?’ BOTERHAMMEN?? De hondjes kijken elkaar aan…
‘O jee’, stamelt Pip, ‘we zijn de boterhammen vergeten.
Laten liggen bij Tante Perenboom…’ ‘Maar ik heb nu wel hele erge honger’ jammert Woezel. ‘Zullen we ze even halen?’ zeggen Milan en Finn. ‘Wij vliegen wel, zo gedaan!’
‘Oh jaaa!’ juichen de hondjes, ‘Kunnen jullie dat?!’ Milan en Finn vliegen naar Tante. Een poosje later komen ze weer terug met een grote zak vol boterhammen. Goed zo, Milan! Goed zo, Finn!
Mmmmm, wat heeft Tante Perenboom lekkere boterhammen klaargemaakt. Woezel, Pip en Milan en Finn eten alles op. ‘En nu gaan we naar het strand,’ zegt Woezel. ‘We gaan verder met ons avontuur! Volg ons maar, vogeltjes.
Pip en ik zijn al vaak naar het strand geweest. Wij weten daar alles van. Daar is de zee met de golven en daar kan je heel leuk in spelen. Je hoeft echt niet bang te zijn, hoor. Als jullie je zwembandjes maar om hebben.’
ZWEMBANDJE? Oh nee, dat zijn ze ook al vergeten! ‘Wat erg’, zegt Pip, ‘de zwembandjes liggen nog in ons hok. Nu kunnen we niet met de golven spelen.’
De vier vriendjes kijken beteuterd naar de zee.
‘Zullen wij misschien… de zwembandjes halen?’ zeggen Milan en Finn. De hondjes kijken hun vriendjes vol bewondering aan. ‘Ohhh, kunnen jullie nóg een keer heen en weer vliegen?!’ ‘Pff… makkie’, zeggen de vogeltjes. ‘Twiet twiet!’ Daar gaan ze al.
‘Neem dan ook nog de bal mee!’ roept Woezel hen nog na. Woezel en Pip zijn erg blij met hun nieuwe vriendjes. Zo handig dat zij kunnen vliegen! Kijk, daar komen Milan en Finn al weer terug. Met de zware tas vol strandspullen.
‘Dank je wel, Milan! Super, Finn’. Snel doen ze alle vier hun zwembandjes om. Nu kunnen ze eindelijk het water in. Woezel springt boven op een golf. En dan Pip. En dan Milan. En dan Finn. Wat is dat leuk!
Na het zwemmen gaan ze spelen met de grote bal. Ze zijn al heel lang op het strand. En dan zegt Pip: ‘Woezel, we moeten naar huis. Kijk, het zonnetje zakt naar beneden en dan is de dag voorbij.’ ‘Hè nee’, zegt Woezel,’ ik wil nog niet naar huis…
Ik wil nog heel even blijven…’ ‘Maar dat vindt Tante Perenboom niet goed, dat weet je toch?’ zegt Pip. Woezel zucht. Milan en Finn kijken naar hun vriendjes. ’Zullen we het even vragen aan Tante Perenboom?’ ‘JAAAA! Hoera voor Milan en Finn!’
En nog een keer vliegen de dappere vogeltjes heen en weer.
En ja, ze mogen van Tante nog héél even blijven. Het zonnetje kleurt de zee vol goud en roze. Wat is dat mooi… ‘Dag zonnetje! Wij gaan terug naar huis!’
Ze lopen terug over het strand. En dan de lange weg door de duinen. Milan en Finn zijn moe en mogen bovenop Woezels zachte flaporen zitten. Als ze thuiskomen, is het al bijna donker. Ze vertellen Tante Perenboom alles over hun avonturendag.
‘Guttegut’, zegt Tante, ‘dat was een lange dag voor Milan en Finn, ze zullen wel een beetje moe zijn.’ ‘Ach ja’, zegt Pip stoer, ‘en u snapt natuurlijk wel dat Woezel en ik hun álles moesten leren. En héél veel moesten helpen.’
‘Ja, ja’, lacht Tante, ‘enne… misschien hebben de vogeltjes jullie ook af en toe geholpen?’ En Milan en Finn zelf? Die slapen al. Zij mogen die nacht blijven logeren in het lekkere warme hok van Woezel en Pip. Dat hebben ze wel verdiend… vinden jullie ook niet?
Dank je wel Milan!
Dank je wel Finn!
Jullie hebben het heel goed gedaan!
Ga je nog een keer met Woezel en Pip op avontuur?
Woezel en Pip hebben nieuwe vriendjes.
De nieuwe vriendjes heten Milan en Finn en ze nodigen hun uit om een dagje op avontuur te gaan.
Woezel en Pip weten precies hoe dat allemaal moet.
Of... toch niet...?