Skip to main content

Jaarverslag 2025

Page 1

van de commissaris van de Koning in Groningen


Voorwoord Investeer! De titel van dit jaarverslag is een dringende oproep. De oproep is urgent, omdat steeds duidelijker wordt dat afwachten, uitstellen, op de lange baan schuiven niet de neutrale optie is, maar een keuze. En omdat we in Groningen weten wat er gebeurt als noodzakelijke investeringen te lang worden vooruitgeschoven. Investeer in de infrastructuur van morgen. Het openingshoofdstuk van dit jaarverslag gaat daarover. Het voorbeeld bij uitstek, de Lelylijn, is geen luxeproject, maar een randvoorwaarde voor een sterker en evenwichtiger Nederland. Zonder goede verbindingen blijven kansen ongelijk verdeeld. De Lelylijn is al jaren breed gedragen, in Noord-Nederland, in Brussel en Den Haag. Maar het excuus om niet te investeren is altijd geldgebrek. Ik hoop dat we inzien dat dat een misverstand is. Investeer, in de democratische rechtsstaat. Steeds zichtbaarder wordt hoe kwetsbaar vertrouwen is. In het buitenland, maar ook in Nederland ervaren we inmiddels dagelijks hoe kwetsbaar democratie en rechtsstaat zijn. Vertrouwen, in instituties, in de overheid, in elkaar, het is een voorwaarde voor een stabiele samenleving. Het vraagt op een grotere schaal dan we gewend zijn om investeren in democratische omgangsvormen. In democratisch burgerschap. De rechtsstaat onderhoudt zichzelf niet. Zij vraagt om duidelijke spelregels, zorgvuldigheid en bestuur dat betrouwbaar wil zijn, ook als dat lastig is. 4

Investeer, in kwaliteit van leven. Juist aan de randen van het land. Groningen laat zien wat de prijs is van verwaarlozing. Van te laat investeren. Met Nij Begun is er nu de kans om het anders te doen: gericht, structureel en met oog voor wonen, werken en welzijn. We zien dit als een grote verantwoordelijkheid voor ons allemaal en grijpen de kansen. We willen investeren in de toekomst.

Ieder voor zich was altijd al een slecht recept Investeer, in elkaar. Samen waren we verantwoordelijk voor het jaar dat in dit verslag wordt beschreven. Samen maken we ook 2026. Ieder voor zich was altijd al een slecht recept. Het is het ook in het komende jaar. Grote opgaven vragen samenwerking, geen versnippering. Investeren in elkaar is investeren in draagvlak, vertrouwen en uitvoeringskracht. Dit jaarverslag laat zien waar we voor staan. Wie vooruit wil, moet investeren in vooruitgang. Vandaar de titel. Investeer!


5

Op de foto: commissaris van de Koning in Groningen, René Paas


Inhoudsopgave Investeer! 8 januari Geen ijstijd 18 Haail en zegen 20 Wie wordt burgemeester van Groningen? 24 Auschwitz-Birkenau 28 Silent Scream 32 februari Gewoon doorfietsen 38 Het assertieve midden 40 Beelden van de oorlog 44 maart Werken aan iets groters 50 Een nieuwe coalitie, een nieuw akkoord 52 Mit Mekoar 54 Grensoverstijgend 60 april Vrijheid, verbinding, voortgang 62 Urgente noden 64 Verzetsvrouwen 68 Voortgang & tegenwind 70 Afscheid van vier gedeputeerden 74 mei Doormodderen 82 Vrijheid: een belofte in elke boom 84 Slechts vernieuwing kan behouden 88 Denkend aan König 92 Het keerpunt bij de bult 96 juni Koude soep en warme samenwerking 102 De Noordzee als brug - niet als grens 104 Olympische wetenschap 106 Verbeeld je niks! 108 Dankjewel Mirjam! 112 Welkom Roelien! 116 6


juli/augustus Rare tijden 124 Triple A op wielen 126 Reces na een zwaar jaar 130 Veel plezier Burgemeester Broekhuizen! 132 september Feestelijke tradities 140 Gouke Moes wordt gemist 146 Een hond in Fraeylemaborg 144 Agricola’s wandelschoenen 148 oktober Geloof in elkaar 154 Het gezicht van de provincie 156 Een Grondwet met tanden 160 Grenzeloos verbonden 164 Stemmingmakerij 166 november Klappen in november 172 Ondermijning in beeld 174 Dit nooit meer 176 Trouble is our business 178 Dierbare Jetta! 180 december Geen oplossing zonder problemen 188 Gaat het wel goed daar? 190 Veiligheidsmonitor 192 Lach hard, duik diep, kom terug 194 Bescherm de Koning 198 Rijkstaken 202 Koninklijke onderscheidingen 204 Burgerdeputatie 205 Wat een ander niet kan of doet 206 Koninklijke bezoeken 210 Burgemeesterszaken 211 Ambtsbezoeken 212 Migratie en integratie 214 Portefeuille en Nevenfuncties 216 7


Het jaar eindigde toch nog hoopvol. Begin december presenteerde informateur Sybrand Buma een notitie van twee politieke partijen waarin helder stond dat Nederland moet investeren om de grote problemen op te lossen. Niet alleen praten over tekorten en koopkracht, maar geld vrijmaken voor woningbouw, infrastructuur, energie en economische versterking.1 Het politieke positiespel gaat nog even door, maar de notitie werd breed warm ontvangen als een grote stap vooruit na een paar jaar van geploeter, stilstand en achteruitgang, waarin voor investeringen in onze toekomst zelden voldoende geld beschikbaar was.

We zitten er warmpjes bij. Het rijk is rijk! Voor drie collega-commissarissen en mijzelf was het document een feest van herkenning. Twee weken eerder hadden wij een ingezonden krantenartikel geschreven met een hartstochtelijk pleidooi om de ruimte die er wél is, eindelijk te benutten.2 In dat stuk noemden we één voorbeeld bij uitstek: de Lelylijn. Een snelle spoorverbinding tussen Amsterdam en Groningen, sinds 2023 opgenomen in het Europese TEN-T8

netwerk als onderdeel van de noordelijke corridor richting Scandinavië.3 De Lelylijn staat voor een andere manier van denken over groei: niet alles verder samenpersen in de Randstad, maar groei ruimte geven in regio’s die die ruimte daadwerkelijk hebben - en waar bovendien iets recht te zetten valt. In dit hoofdstuk leg ik uit waarom investeren in de Lelylijn geen luxe is, maar noodzaak. Van de bank af! Ik begin met de overheidsfinanciën. Als je alleen daarnaar kijkt, zou je denken dat Nederland rustig achterover kan leunen. De staatsschuld bedroeg in september 2024 42,6 procent van het bruto binnenlands product. Hij was nog nooit zo laag.4 Ver onder de Europese norm van zestig procent. Onze schuldquote behoort tot de laagste in Europa.5 Het begrotingstekort liep in 2024 weliswaar licht op tot 0,9 procent van het bbp, maar blijft volgens het Centraal Planbureau ook in 2026 binnen de Europese normen.6 Tegenover de schulden van de staat staan trouwens ook de toekomstige inkomsten. De Nederlandse pensioenfondsen beheren een enorme spaarpot van ruim 1,6 biljoen.7 Daarover moeten gepensioneerden belas-


ting betalen. Waarschijnlijk meer dan de hele huidige staatsschuld. Kortom: de rijksfinanciën zijn niet wankel. We zitten er warmpjes bij. Het rijk is rijk! Maar we hebben een ander probleem. Onze groeimotor hapert. Het CPB voorziet voor 2026 een groei van slechts 1,4 procent. Het IMF schat de groei van Nederland de komende jaren op ongeveer 1,6 procent per jaar en voegt er nadrukkelijk aan toe dat zelfs deze groei alleen haalbaar is als ze ‘ondersteund wordt door publieke investeringen en hervormingen’.8 De OECD ziet prima prestaties, maar schrijft hardop wat we liever niet horen: dat we kwetsbaar zijn als we niet gericht investeren.9

En iets te vaak naar de chips grijpt De Algemene Rekenkamer laat zien dat zelfs geld dat wél is vrijgemaakt voor investeringen - in infrastructuur of klimaatfondsen niet of te laat wordt besteed.10

En de Raad van State, tenslotte, bepleit in het advies bij de Miljoenennota ‘een omslag van consumptieve en overdrachtsuitgaven naar publieke investeringen.’11 Als ik het in één beeld moet samenvatten: Nederland is een gezin dat comfortabel leeft, maar te weinig studeert, te weinig sport en iets te vaak naar de chips grijpt. De zachte kussens remmen de vooruitgang. Nederland moet van de bank af. Degelijkheid als misverstand In Den Haag hoor je al snel waarschuwende woorden: ‘Kijk uit, het tekort loopt op, we hebben geen geld, we moeten oppassen met uitgaven.’12 Dat klinkt verstandig en degelijk, en bij de gewone overheidsuitgaven is het dat ook. Maar waar het gaat om investeringen, berust die reflex op een misverstand. Er is namelijk een groot verschil tussen gewone uitgaven en investeringen. Internationale studies wijzen op de zogeheten golden

9


10

Foto: Stella Dekker


rule van de overheidsfinanciën: productieve publieke investeringen mag je met schuld financieren, zolang ze renderen voor toekomstige generaties.13 In september 2024 publiceerde Mario Draghi, op verzoek van de Europese Commissie, zijn rapport over de toekomst van het Europese concurrentievermogen. Draghi waarschuwt dat Europa economisch achter raakt bij de Verenigde Staten en China, doordat het structureel te weinig investeert in infrastructuur, technologie en innovatie. Alleen grootschalige publieke en private investeringen kunnen de productiviteitsgroei weer op gang brengen en het Europese verdienvermogen veiligstellen.14 Ook het in december verschenen rapport-Wennink bepleit tijdig investeren in strategische infrastructuur die productiviteit, innovatie en regionale groei versterkt, omdat dat de beste garantie biedt voor toekomstige welvaart.15

Brussel ziet dus wat Den Haag soms vergeet

dát te doen: de productiviteit verhogen.17 Degelijkheid is dus niet: zo min mogelijk investeren. Echte degelijkheid is: investeren in wat de samenleving op termijn sterker maakt. Dat is niet nieuw. Juist ons land dat voor de helft onder zeeniveau ligt, staat vol met de indrukwekkende resultaten van verantwoorde investeringen. De Zuiderzeewerken, die veiligheid brachten en een nieuwe provincie schiepen. De Deltawerken, die ons beschermen tegen het water en tegelijk de logistieke ruggengraat van de zuidwestelijke delta vormen. Beide projecten waren destijds omstreden, duur en traag. Ook toen klonken er stemmen die ze te groot en te riskant vonden.18 Maar nu ze er zijn, betwist niemand meer dat ze de welvaart en veiligheid van Nederland enorm hebben versterkt. Het blijken investeringen waarvan we hopelijk eeuwenlang plezier hebben. We profiteren Deze voorbeelden staan niet op zichzelf. Econoom John Fernald toonde aan dat de aanleg van de Amerikaanse Interstate Highways grote productiviteitswinsten heeft opgeleverd.19

De Europese begrotingsregels zijn in 2024 herzien om meer ruimte te bieden voor investeringen en hervormingen die passen in een ‘houdbaar meerjarenpad’.16 Brussel ziet dus wat Den Haag soms vergeet: wie investeert in groei, mag daarvoor lenen.

En, recenter liet de Elizabeth Line in Londen in de eerste jaren al ruim 350 miljoen ritten zien, met aantoonbare effecten op banen, vastgoedontwikkeling en stedelijke vitaliteit.20 ‘

Geschiedenis: investeren loont De meest effectieve manier om schuldratio’s te verlagen is niet door eindeloos te bezuinigen, maar door meer te verdienen. Groei maakt de schuld relatief kleiner. Publieke investeringen in infrastructuur, kennis en innovatie blijken volgens talloze studies precies

De staat, dat zijn de dijken’, leerde de Groningse staatsrechtsgeleerde André Donner aan zijn studenten. Zijn uitspraak was breder bedoeld dan droge voeten, maar ze ging ook daarover. Je kunt met droge ogen beweren dat dijken verlieslatend zijn. Maar de baten zijn enorm. Kenmerk van publieke 11


investeringen is dat ze vaak veel geld kosten, maar dat we allemaal profiteren. De coupletten verschillen, maar het refrein is steeds hetzelfde: investeren loont. Publieke infrastructuur blijkt keer op keer geen kostenpost, maar een grote stimulans voor private activiteit en economische dynamiek. Als je dus denkt dat publieke investeringen duur zijn, probeer het eens zonder. De prijs van stilstand wordt nu al pijnlijk zichtbaar. Onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven en TNO raamt de maatschappelijke kosten van files en congestie in Nederland op ruim 7 miljard euro per jaar, aan verloren tijd, brandstof en productiviteitsverlies.21 Netbeheerders waarschuwen dat wachtrijen voor aansluitingen en netcongestie bedrijven dwingen investeringen uit te stellen of naar het buitenland te verplaatsen. Ecorys becijferde dat netcongestie jaarlijks 3 tot 5 miljard euro economische schade veroorzaakt.22 Volgens de OECD remt het tekort aan betaalbare woningen in Nederland onze vooruitgang. De aanhoudende schaarste drijft prijzen op, belemmert de werking van de arbeidsmarkt en zet zo de economie structureel onder druk.9 Bijna stilstand De stikstofcrisis is een crisis omdat ze leidt tot een bijna-stilstand: het ‘stikstofslot’. Volgens SEO Economisch Onderzoek en CE Delft kost dat ons een slordige 30 miljard euro per jaar.23 De minister van LNV schreef in een brief dat dit de economie schaadt, het investeringsklimaat aantast en werkgelegenheid remt.24 Helaas leidde dit niet tot de investeringen die nodig zijn om Nederland van het stikstofslot af te halen. 12

Let wel: hierboven staan alleen ramingen van de financiële schade. Knelpunten door uitblijvende investeringen benadelen ook de brede welvaart die iedereen zegt na te streven: gezondheid, leefomgeving, kansengelijkheid. Het CPB en PBL lieten in 2022 zien dat die effecten in klassieke maatschappelijke kosten-batenanalyses vaak niet of slechts gedeeltelijk worden meegenomen.23 Kortom: niet investeren is niet neutraal, het is schadelijk.

Dat was dus geen natuurverschijnsel, maar bewust beleid Er is nog een dimensie die niet in macro-cijfers te vangen is, maar moreel zwaar weegt. Nederland heeft iets recht te zetten. De parlementaire enquête over de aardgaswinning in Groningen liet onomwonden zien dat Groningen decennialang is gebruikt als bron van nationale inkomsten, zonder dat daar een evenredige teruginvestering tegenover stond: ‘De provincie voelt zich vaak een soort wingewest, en de commissie stelt vast dat dat gevoel op feiten is gebaseerd.’26 Een vergeten regio De regio bleef achter met beschadigde huizen, gebiedsonzekerheid en een structureel zwakkere economie. De veelgenoemde ‘ereschuld’ kan niet worden ingelost met uitsluitend schadeherstel en versterking. Het veelbesproken investeringspakket Nij Begun is onvoldoende om de balans te herstellen. Het vraagt om gerichte investeringen in toekomstkansen.27 Ook het breed omarmde advies Elke regio telt! beschrijft hoe de perifere regio’s structureel zijn onderbedeeld bij grote publieke investeringen, terwijl investeringen zich concentreren in de Randstad.28


© Hein de Kort / ComicHouse.nl

Dat was geen natuurverschijnsel, maar bewust beleid, geïnspireerd door de commissie Wagner, die in 1982 zei: ‘Don’t back the losers, pick the winners.’ Deze benadering vergroot sindsdien de regionale verschillen en vergroot tegelijkertijd de ruimtelijke druk in het westen van het land, met schokkend ongelijke kansen als gevolg.30

Met schokkend ongelijke kansen als gevolg Een vergeten regio dus. Maar wie de moed heeft deze relatieve achterstand aan te pakken, creëert nationale kansen. Noord-Nederland heeft aan héél Nederland ongelooflijk veel te bieden: ruimte voor woningbouw, duurzame energieproductie en natuurherstel. Er is kennis, er is creativiteit. Maar al die nationale kansen blijven onbenut als de macht der gewoonte ervoor zorgt dat de investeringen in noodzakelijke infrastructuur vooral neerdalen in de Randstad.

De Lelylijn: meer dan een spoorlijn In dat licht krijgt de Lelylijn haar echte betekenis. Het is geen regionaal prestigeproject, maar een strategische nationale investering. In 2023 werd de verbinding formeel onderdeel van het uitgebreide Europese TEN-Tnetwerk, waarmee zij is aangewezen als schakel in de noordelijke Europese corridor richting Scandinavië.31 Dat betekent dat Europa de lijn erkent als essentieel onderdeel van het continentale vervoersnetwerk en dat er mogelijkheden zijn voor cofinanciering. Onderzoeken laten zien dat de reistijd tussen Groningen en Amsterdam kan worden teruggebracht tot ruim een uur, waarmee dagelijkse pendel realistisch wordt.32 Daardoor ontstaan nieuwe arbeidsmarkten: wonen in Drachten of Heerenveen en werken in Amsterdam of Utrecht wordt een reële keuze, en andersom.

13


Woningbouw komt op gang in regio’s met ruimte, dorpen blijven leefbaar en de noordelijke achterstand in de slag om talent verdwijnt. Voor Noord-Nederland is de Lelylijn een sleutel voor gelijke kansen. Voor heel Nederland is zij een manier om groei niet verder in de Randstad te concentreren, maar een beetje meer over het land te verdelen. Niet meer alles volproppen in een toch al verstopte Randstad, maar groei letterlijk ruimte geven. Er is al jarenlang veel steun voor de Lelylijn, maatschappelijk en in de politiek.33 Het meest gehoorde bezwaar luidt: dit klinkt allemaal prachtig, maar kan Nederland het betalen? Met een lage overheidsschuld, een sterke economie en nieuwe Europese begrotingsruimte is het eerlijke antwoord: ja, mits we het geld verstandig uitgeven. Durven investeren De vraag is niet of investeren kostbaar is (dat is het per definitie) maar of het écht goedkoper is om het níet te doen. Alles wijst Foto: Margo Wagenaar (Beeldbank Provincie Groningen)

14

erop dat stilstand uiteindelijk veel meer kost: in productieverlies, woningnood, uitgestelde energietransitie en regionale scheefgroei. De nota van informateur Buma markeerde begin december een voorzichtig keerpunt: investeringen werden weer expliciet onderdeel van het politieke gesprek. Nu, vlak na de jaarwisseling, worden die contouren vertaald in tabellen, coalitieteksten en keuzes. Nederland staat voor een keuze. Blijven we beheren, tekorten managen, knelpunten doorschuiven, regio’s laten achterlopen? Of durven we weer te bouwen aan onze toekomst? De Lelylijn kan in die keuze symbool staan: als uitdrukking van een nieuw investeringsdenken. Een Nederland dat aan iedereen kansen biedt, dat groei spreidt in plaats van concentreert, en dat durft te investeren in zijn eigen verdienvermogen. Investeer dus. Laat, hoe het ook samengesteld is, het volgende kabinet een investeringskabinet te zijn. Om héél Nederland te laten groeien.


1

D66 & CDA, Samen aan de slag voor een sterker Nederland. Inhoudelijke agenda aan informateur Buma, 2 december 2025.

18

Paas, Brok, Klijnsma, Gerritsen, Iedereen wil de Lelylijn, maar niemand wil betalen, FD, 19 november 2025.

19

2

Rijksoverheid, Lelylijn opgenomen in uitgebreide TEN-T netwerk, 5 december 2022.

Smits, Het oordeel van de natie over het plan-Lely, Historiek.net, 2024. Fernald, Roads to Prosperity? Assessing the Link between Public Capital and Productivity, American Economic Review 1999.

3

CEIC, Netherlands Government Debt: % of GDP, geraadpleegd december 2025.

Transport for London, Evidencing the value of the Elizabeth line, 2023. 20

4

Eurostat, Government deficit/surplus, debt and associated data, 2025.

TU Eindhoven, Cutting the cost of congestion and logistics, onderzoeksprojectenpagina, geraadpleegd in 2025. 21

5

CPB, Macro Economische Verkenningen 2026, Den Haag, 2025. 6

DNB, Statistiek Belegd vermogen pensioenfondsen, geraadpleegd december 2025.

22

Ecorys, Maatschappelijke kostprijs van netcongestie, 2024.

SEO Economisch Onderzoek & CE Delft, Stikstofuitstoot en stikstofbeperkingen, 2025; Nieuwe Oogst, Stikstofimpasse kost Nederland bijna 15 miljard euro per jaar, 3 juli 2025. 23

7

IMF, Staff Concluding Statement of the 2024 Article IV Mission - The Netherlands, 2024, en bijbehorende landenrapportage 2025. 8

OECD, Economic Surveys: Netherlands 2025, Parijs 2025. 9

Algemene Rekenkamer, Resultaten verantwoordingsonderzoek 2024 IenW (Mobiliteitsfonds/ Deltafonds), Den Haag, 2025. 10

Raad van State, Advies Miljoenennota 2026 en septemberrapportage begrotingstoezicht 2026, Den Haag, 2025, bladzijde 4. 11

Bijvoorbeeld Minister Madlener, Kamerbrief, 21 maart 2025: ‘geen ruimte voor nieuwe investeringen’; Minister Heinen (bij de Voorjaarsnota): ‘niet rijk rekenen.’ 12

Blesse e.a., A targeted golden rule for public investments? A comparative analysis of possible accounting methods in the context of the review of Stability and Growth Pact, Europees Parlement, 2023. 13

Draghi, The Future of European Competitiveness; A Competitiveness Strategy for Europe, Europese Commissie, 2024. 14

Wennink, De route naar toekomstige welvaart, Den Haag, 2025. 15

Europese Unie, Hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact, 2024, officiële mededeling en verordeningen inzake begrotingskaders. 16

24 Brief van de Minister voor Natuur en Stikstof over Problematiek rondom stikstof en PFAS (Kamerstuk 35 334, nr. 225), Den Haag, 16 februari 2023.

CPB & PBL, Maatschappelijke kosten-batenanalyse en brede welvaart, Den Haag, 2022. 25

Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen, Groningers boven gas. Eindrapport parlementaire enquête aardgaswinning Groningen, 2023, boek 1, bladzijde 75. 26

Brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, Nij begun: op weg naar erkenning, herstel en perspectief, Den Haag, 25 april 2023. 27

RLI, ROB en RVS, Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s, Den Haag, 2023. 28

Milikowski, Een klein land met verre uithoeken, Ongelijke kansen in veranderend Nederland, Amsterdam, 2020. 29

Ravesteijn, Nieuwe interactieve KansenKaart, Erasmus Universiteit Rotterdam, 2020. 30

Projectorganisatie Lelylijn, Lelylijn definitief op Europese spoorkaart, 19 december 2023. 31

Projectorganisatie Lelylijn, Zicht op de Lelylijn, Eindrapportage MIRT- en NOVEX onderzoek Lelylijn, Den Haag, 2024, bladzijde 23. 32

Brouwer e.a., Brede Welvaartsaspecten van een mogelijke Lelylijn. Een scenario-onderzoek onder inwoners, Groningen, 2024. 33

Foster e.a. (Wereldbank), The Impact of Infrastructure on Development Outcomes: A Meta-Analysis, 2023: een overzicht van ruim 300 empirische studies. 17

15


16

januari


17


Geen ijstijd

18

Vorig jaar in januari was er nog een marathon op natuurijs. Bij ons in Noordlaren. Het was weliswaar niet de eerste van het land (want de wedstrijd tussen natuurijsbanen is zeker zo spannend als de marathon zelf) maar de liefhebbers konden, dik ingepakt en toch verkleumd, genieten van de gestroomlijnde bewegingen van atleten in schaatspakken, pijlsnel op een dun laagje Gronings ijs. En wie snel was (en goed in spijbelen) kon ook zelf nog een paar slagen maken op een ondergelopen weiland of een andere ijsbaan. Snel, voordat de onvermijdelijke dooi weer inzette. Het Paterswoldsemeer en het Schildmeer lagen ver buiten bereik. Laat staan de Noorderrondrit (nu bijna 30 jaar geleden). Open water…

naar het provinciehuis om te helpen voorkomen dat Kardinge dichtging. Emotionele pleidooien in een rommelige context: wat kost een nieuwe ijsbaan nou echt? En wie neemt welke beslissingen? Helderheid kregen de schaatsers nog niet, maar hun betrokkenheid maakte zeker indruk.

Dit jaar is er nog minder dat wijst op een aanstaande ijstijd. Mijn schaatsen hangen rustig in een kast. Voor spijbelen vanwege schaatsen is geen enkele aanleiding. Niet één keer werd mijn wekelijkse roeitocht verhinderd door ijs. Het is rustig in Noordlaren. Wie wil schaatsen, moet dat doen op kunstijs. Kardinge dus, voor de Groningers en Drenten (sinds De Smelt is ontooid). De noodzaak van kunstijs voor schaatsers gaf eind deze maand een voelbare lading in de Statenzaal. Betrokken leden van schaatsverenigingen (vaak in clubtenue) kwamen

En het vraagt ook nogal wat van de zittende collegeleden

Nij Begun Ook verder was er geen gebrek aan beweging in januari. We zijn weer los. De boel is ontdooid. Na een aarzelend begin in de eerste week van januari en de onvermijdelijke nieuwjaarsontvangsten is alles weer gaan stromen. Met Eurosonic Noorderslag raakten we werkelijk op volle snelheid. We zijn weer druk bezig.

‘Kwartiermaker’ Henk Nijboer presenteerde de sociale agenda, een van de twee pijlers van ‘Nij Begun’, de maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de volgende generatie Groningers betere kansen krijgt. We praten over een plan voor dertig jaar, sterk geconcentreerd op de kansen voor straks. Na afloop werd Nijboer overladen met complimenten, uit alle delen van onze provincie. Hier kunnen we mee verder.


Komende maand volgt de tweede presentatie. Want Nij Begun heeft een even grote economische dimensie. Collega-kwartiermaker Jacob Klompien doet binnenkort uit de doeken hoe de economische agenda er uitziet. Hoe benut de voormalige ‘gaskolonie’ de extra middelen uit Den Haag om de ijle economische structuur te versterken? Nog even dus, en we hebben behoorlijk concrete plannen voor de Groningers van morgen en overmorgen. Nieuw staatsrecht Ondertussen werken de formerende partijen in Groningen gestaag door aan een nieuwe coalitie. Groningen schreef nieuw staatsrecht in september. De coalitie viel, maar het college bleef zitten. Provinciale Staten namen een motie aan waarin ze de coalitie ten grave droegen, maar het college verzochten de ‘lopende zaken’ te behartigen. De coalitievorming bleek een lastige puzzel. Sindsdien bestuurt GS door, neemt besluiten, doet voorstellen aan Provinciale Staten en verdedigt ze in de Statenzaal.

Maar het is allemaal in afwachting van een nieuwe coalitie en een gewijzigd college. En het vraagt ook nogal wat van de zittende collegeleden. Vier partijen, de BBB, de PvdA, GroenLinks en de VVD hebben na een lange aanloop de handschoen opgepakt en formeren nu een nieuwe coalitie. Bij die besprekingen moeten veel mensen even wachten wat eruit komt. Dat geldt ook voor de commissaris van de Koning. En ja, dat is lastig. In agrarische termen: de broedende kip niet storen.

Op de foto: Eurosonic in de Oosterstraat

19


Haail en zegen Ik heet de vele gasten welkom in ons huis. Een groot deel van hen kan me niet eens horen, omdat ze niet in de Statenzaal passen. De plek waar we elkaar traditioneel ‘veul haail en zegen’ wensen voor het nieuwe jaar. Ik denk dat ik niet de enige ben die vindt dat we wel een beetje zegen kunnen gebruiken. En die niet altijd zeker weet wélk heil we elkaar toewensen. Met een oorlog in de achtertuin. Met een verdwijnend gevoel van zekerheid. Met messcherpe verhoudingen binnen en buiten het land. En polarisatie die onze provincie natuurlijk niet voorbijgaat. En in eigen huis: met de stroeve vorming van een nieuwe coalitie. Zou ‘Kop d’r veur’ niet een passendere nieuwjaarswens zijn? Of ‘ain wille, vast as stoal’?

‘Dat een compromis niet wijst op slappe knieën’ Om met dat laatste te beginnen: het is vandaag Driekoningen, maar de drie formateurs zijn zaterdag al begonnen. Ze brengen geen geschenken mee, maar ze weten dat hun succes afhangt van wat anderen komen brengen. Ik hoop op de ‘wille vast as stoal’. 20

En begrijp me goed. Ik bedoel niet de vastberadenheid om nooit met de ogen te knipperen. Of om het onderste uit de kan te halen. Maar de vaste wil om er met elkaar uit te komen. Vanuit de overtuiging dat dat kan én moet in een land dat bestaat uit minderheden. Dat een compromis niet wijst op slappe knieën, maar op de bereidheid serieus naar elkaar te luisteren. In de politiek én in de samenleving. Ik wens hen en ons toe dat ze daar snel in zullen slagen. Nij begun Welkom in het provinciehuis, op wat voor velen van ons de eerste echte werkdag is van het nieuwe jaar. In het democratische hart van ons huis, waar we de bankjes weg hebben gehaald om ruimte te bieden om elkaar te ontmoeten. Ik ben blij dat we elkaar treffen, want we kunnen samen veel doen. De start van een nieuw jaar is per definitie een Nij Begun. Anderhalf jaar geleden presenteerde het kabinet het antwoord op de ereschuld aan Groningen onder dezelfde titel. We hadden zorgen, omdat de ambities van het kabinet groter leken te zijn dan het budget. We hebben zorgen over de macht der gewoonte in de Haagse beslissingen. Je wilt een oplossing en je krijgt een regeling.


Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)

Waaruit blijkt dat Den Haag in Groningen iets recht wil zetten? Hoeveel milder, menselijker en makkelijker wordt het nou echt voor onze inwoners? Hoeveel energie zit er nog in het streven alle huizen in het aardbevingsgebied op niveau te krijgen? Hoeveel prioriteit krijgt de voor ons noodzakelijke infrastructuur als het aankomt op kiezen? En bevat de wet die nu bij de Raad van State ligt, weidse intenties of harde beloften?

Een uitweg te bieden uit het moeras Den Haag in Groningen iets recht wil zetten? Hoeveel milder, menselijker en makkelijker wordt het nou echt voor onze inwoners? Hoeveel energie zit er nog in het streven alle huizen in het aardbevingsgebied op niveau te krijgen? Hoeveel prioriteit krijgt de voor ons noodzakelijke infrastructuur als het aankomt op kiezen? En bevat de wet die nu bij de Raad

van State ligt, weidse intenties of harde beloften? Ja, er valt vast nog veel te doen in Den Haag. Maar we weten al lang: ‘haail en zegen’ komen niet uit Den Haag. Die zijn sterk afhankelijk van onze eigen inzet. Ons vermogen om kansen te benutten. We hebben nú de kans om voor de volgende generatie een andere start te maken. Om een patroon van kwetsbaarheid te doorbreken. Een uitweg te bieden uit het moeras van laaggeletterdheid, niet-afgemaakte opleidingen en kwetsbaarheid. Het is aan ons om de toekomst van onze kinderen een beetje mooier te maken. En die van ons ook, als het even kan. We hebben de richting te pakken. Inspirerend vind ik het programma “Tijd voor toekomst”. Basisscholen in tien gemeenten bieden hun kinderen een verrijkte schooldag. En daarmee waarschijnlijk betere kansen in hun leven. Een betere toekomst? We doen het al! 21


22 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


80 jaar vrijheid Welkom in het provinciehuis. Waar we het atrium gereed hebben gemaakt om u iets te laten zien. U ziet zo meteen een fragment uit de voorstelling ‘Op zoek naar Josef Cohen’, naar een verhaal van Beno Hofman. Het stuk gaat over het leven van de Groninger schrijver en bibliothecaris Josef Cohen. Over wat hij meemaakte voor, tijdens en na de oorlog. En over hoe onverschillig we na de oorlog waren voor wat de Nederlandse joden was aangedaan.

dat inspireert, dat verbindt en dat toekomstgericht is. We kunnen er vandaag nog mee aan de slag. Laat 2025 het jaar zijn waarin Groningen niet alleen droomt van een betere toekomst, maar waarin we ervaren dat we die samen verwezenlijken. Ik wens ons alleen al daarom veul haail en zegen.

We ervaren steeds opnieuw hoezeer onze toekomst is verbonden met onze vrijheid. Dit jaar herdenken we 80 jaar vrijheid. Zo’n mensenleven-lange periode van vrede en welvaart is bijzonder in onze geschiedenis en in de wereld. En veel mensen hebben voor onze vrijheid een hoge prijs betaald.

Niet omdat we naïef zijn We zijn het aan hen, aan onszelf en aan de Groningers van de toekomst verplicht om het nieuwe jaar te beginnen met de hoop dat we de dragers van vooruitgang en beschaving kunnen zijn. Hoopvol Ik wens ons toe dat we hoopvol de toekomst tegemoet gaan. Niet omdat we naïef zijn. Niet omdat we niet weten dat de toekomst ingewikkeld is. Maar omdat we weten dat onze houding een wereld van verschil maakt wanneer we werken aan een betere toekomst. Steeds opnieuw begint de toekomst met wat we er zelf aan doen. Hoe we ‘haail en zegen’ zijn voor elkaar. Ook als dat moeite kost. Het vraagt om leiderschap dat luistert, 23


Wie wordt burgemeester van Groningen? Vandaag begint de gemeente Groningen aan een bijzonder proces. De gemeenteraad heeft in een profielschets opgeschreven wat voor soort burgemeester de Metropool van ‘t Noorden nodig heeft. En er is een vertrouwenscommissie ingesteld die de cruciale taak krijgt om de juiste persoon voor deze functie te vinden. Een moment vol ambitie, verwachting, en - laten we eerlijk zijn - een beetje spanning. Want we zoeken niet zomaar iemand; we zoeken de toekomstige verbinder, de drijvende kracht en het boegbeeld van Groningen. Als ik denk aan de vraag waarom iemand burgemeester van deze gemeente zou willen worden, schieten er meteen talloze redenen door mijn hoofd. Groningen is de grootste stad en economische motor van Noord-Nederland, met bijna 245.000 inwoners, waarvan 70.000 studenten.

hoeft niet overtuigd te worden dat doet Groningen zelf wel Maar Groningen is zoveel meer dan feiten en cijfers. Een stad vol leven, diversiteit en ambitie. Hier vinden het stedelijke en dorpse elkaar; hier komen innovatie en traditie samen. Het is voor de raadsleden, de wethouders, maar ook voor mij persoonlijk, onze 24

woonplaats en veel meer. Het is de stad waarmee we ons enorm verbonden voelen. Het is de eigenzinnigheid van de Groningers, het gevoel van gemeenschap, het gevoel dat je thuiskomt als je in de verte d’ Olle Grieze ziet opdoemen, of de trots wanneer je over de nieuwe ringweg rijdt. Het is een plek waar mensen durven dromen én durven doen. Waar de drang om te vernieuwen hand in hand gaat met de kracht van verbinding. Groningen heeft op veel mensen een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Een burgemeester die hier mag dienen, hoeft niet overtuigd te worden - dat doet Groningen zelf wel. En daarom geloof ik dat veel mensen zich aangetrokken voelen tot deze functie. Ik nodig hen van harte uit om te solliciteren. Het proces Ik neem de raadsleden mee in het bekende proces. Overmorgen, vrijdag, staat de vacature in de Staatscourant. En natuurlijk op de websites van de gemeente, de provincie en van Binnenlandse Zaken. Ik ken inmiddels al een aantal mensen waarvan ik verwacht dat ze reikhalzend naar dat moment uitzien. Burgemeester van Groningen, het is een meisjes- en jongensdroom.


Vanaf vrijdag hebben geïnteresseerden drie weken om te solliciteren. Mijn kabinet zorgt voor een niet al te veelzeggend persbericht na sluiting van de sollicitatietermijn op 7 februari 2025. Tegelijk met het persbericht begint bij ons in huis een zorgvuldig proces van selectie, waarin ik inlichtingen inwin over de kandidaten - de justitiële antecedenten, maar ook andere informatie, via de collega-commissarissen. We beoordelen brieven en cv’s. We voeren gesprekken. We toetsen kandidaten zowel aan de vijf basiscompetenties die gelden voor alle burgemeesters - integer, herkenbaar, onafhankelijk, verbindend en stressbestendig - als aan de specifieke eisen die de gemeente formuleert in de profielschets. En zo ontwikkelen we een zo goed mogelijk beeld over de geschiktheid van de kandidaten voor deze rol. Hoe helderder de profielschets op dit punt is, hoe beter de kandidaten zelf zich een beeld kunnen vormen van

hun eigen geschiktheid. En hoe beter wij ons werk kunnen doen.

Verplicht tot geheimhouding. Voor altijd. En tegenover iedereen Als ik een beeld heb gevormd van de kandidaten, ga ik in gesprek met de vertrouwenscommissie. De vertrouwenscommissie beslist zelf met wie ze wil spreken. En ze doet het zware werk. De gemeenteraad vertrouwt de vertrouwenscommissie de belangrijke rol toe om de aanbeveling voor te bereiden. En de kandidaten vertrouwen op de vertrouwelijkheid van hun kandidatuur. Of beter gezegd: de geheimhouding, want iedereen die bij het werk van de vertrouwenscommissie betrokken is, is verplicht tot geheimhouding. Voor altijd. En tegenover iedereen. Die geheimhouding rust ook op de gemeenteraad, die uiteindelijk beslist over de aanbeveling aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Die bereidt

Foto: RTV Noord

25


het Koninklijk Besluit voor. Als alles volgens plan verloopt, zet de Koning vervolgens zijn handtekening onder het benoemingsbesluit en kunnen we de nieuwe burgemeester nog voor de zomervakantie installeren. De profielschets De profielschets speelt een belangrijke rol in dit proces. Ik heb hem met veel interesse gelezen. Mijn complimenten voor de manier waarop deze tot stand is gekomen. De gemeenteraad heeft aan veel mensen gevraagd wat zij verwachten van de nieuwe burgemeester. En velen hebben daarop gereageerd: van inwoners en ondernemers tot de kinderburgemeester. Meer dan 4.000 betrokken stadjers hebben hun visie gedeeld via de enquête op stemvangroningen.nl. Dat verdient lof, want stadjers leveren en de gemeenteraad luistert. De schets zet een ambitieus beeld neer. Groningen zoekt een burgemeester die een boegbeeld is, die de eigenzinnigheid versterkt en koppigheid van de Groningers kan waarderen. Groningen zoekt een daadkrachtig bestuurder maar tegelijkertijd een burgervader/ moeder, iemand die midden in de samenleving staat. Dat vraagt nogal wat.

Maar wat vindt de raad nou het allerbelangrijkste? Ik krijg de gelegenheid om nog een paar concrete vragen te stellen. Ik bespreek met de gemeenteraad het risico dat je aan scherpte verliest als je te veel competenties noemt. Omdat de profielschets dan eigenlijk niet meer een profiel schetst. Wat zoek je precies als je een burgemeester wilt die 26

daadkrachtig is én verbindend, eigenzinnig én toegankelijk, kritisch én hartelijk. Maar wat vindt de raad nou het allerbelangrijkste? Ik stel nog wat vragen over de stijl van besturen die de nieuwe burgemeester moet hebben. En ik informeer naar het gewicht van het ambt: heeft de burgemeester van Groningen werkelijk een heel zwaar leven? Of gaat het er ook om hoe je het ambt invult? En vanzelfsprekend zoom ik nog een beetje in op de bovengemeentelijke rol van de nieuwe burgermoeder (of -vader). Ik raad iedereen die interesse heeft aan om de vergadering te bekijken. Het geeft een beetje kleur aan de droge competenties. En het laat iets zien over de cultuur van de gemeenteraad van Groningen. Voortvarend Ik ben blij met de voortvarendheid waarmee deze profielschets tot stand is gekomen. Het laat zien dat de gemeenteraad zich realiseert hoe belangrijk deze zoektocht is voor de toekomst van Groningen. De taak die voor ons ligt, is niet eenvoudig, maar wel enorm belangrijk. Samen zoeken we naar een burgemeester die niet alleen bestuurlijk sterk is, maar ook het vertrouwen, de trots en de harten van onze inwoners wint. Het is ook ongelooflijk mooi om die zoektocht gezamenlijk aan te mogen gaan. Ik wens u veel succes en wijsheid in dit proces en kijk uit naar onze verdere samenwerking.


27 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


AuschwitzBirkenau Het is morgen tachtig jaar geleden dat het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau werd bevrijd. Op 27 januari 1945 trok het Russische Rode Leger de poorten binnen. De soldaten geloofden hun ogen niet. Ze liepen door de sneeuw en zagen bergen bevroren lichamen. En ze ontmoetten duizenden bange, uitgeputte gevangenen.

groot getal. Auschwitz werd in gebruik genomen in mei 1940. Het heeft dus nog geen vijf jaar bestaan. In het echt ging het anders, maar als je gaat rekenen, kom je op bijna 20.000 mensen per maand. 640 per dag.

Het woord ‘Auschwitz’ werd symbolisch voor de hele Holocaust. Als wij zeggen ‘Nooit meer Auschwitz’, heeft het die betekenis. De behoefte om elkaar te vertellen dat we waakzaam zijn. Strijdbaar. En diep bezorgd, omdat we zien hoe vreemdelingenhaat en antisemitisme steeds opnieuw tot ongekende wreedheid leiden.

Maar zoals ik al zei: in het echt ging het anders. In het echt was het extremer. Want in de eerste jaren was Auschwitz een concentratiekamp waar mensen stierven door mishandeling, honger en barre omstandigheden.

Vandaag, tachtig jaar later, brengt ons dat bijeen in onze synagoge in de Folkingestraat. Het is vol. Fijn dat er zoveel mensen zijn. Onvoorstelbaar Nog altijd krijg ik kippenvel als ik het kille getal zie van de omvang van deze moordpartij: 1,1 miljoen mensen werden alleen al in Auschwitz vermoord. Roma, Sinti, homoseksuelen en politieke gevangenen. Maar het overgrote deel, ongeveer één miljoen, omdat ze jood waren. Een onvoorstelbaar 28

‘Een bodemloze wanhoop’, noemde de Primo Levi zijn ervaringen

In maart 1942 opende Birkenau, speciaal gebouwd voor de industriële vernietiging van mensen. En ook deze moordmachine draaide niet meteen op volle toeren. Pas in de laatste zomer, die van 1944, werd de capaciteit van de gaskamers en de crematoria van Birkenau helemaal benut. Bodemloos ‘Een bodemloze wanhoop’, noemde Primo Levi zijn ervaringen in zijn boek ‘Is dit een mens’. Hij beschreef wat hem overkwam vanaf het moment dat hij werd opgepakt en per trein


in Auschwitz-Monowitz terechtkwam, het derde kamp van Auschwitz. Het werkkamp. In zijn voorwoord beschrijft Levi de wrange paradox dat hij het ‘geluk’ had, dat hij pas in 1944 in Auschwitz terecht kwam. Geluk, tussen aanhalingstekens. Want omdat fabrieken bij Monowitz, zoals IG Farben, te weinig arbeiders hadden, besloten de Duitsers de gemiddelde levensduur van de kampbewoners te verlengen.

Hoe was dat voor de overlevenden, die al zoveel ontberingen hadden doorstaan en vaak alsnog stierven?

Voor de mensen die brood verstopten onder hun bed, omdat ze niemand meer konden vertrouwen

Net zoals ik me geen voorstelling kan maken van het leed in de kampen - anders dan wat ik er over gelezen, gezien en gehoord heb - kan ik me nauwelijks indenken hoe de bevrijding van Auschwitz is geweest.

Voor de koude, uitgehongerde bewoners van wie het lichaam het eten niet meer kon verwerken, waardoor ze overleden? Voor de mensen die na de bevrijding stierven aan besmettelijke ziekten? Voor de mensen die brood verstopten onder hun bed en omdat ze niemand meer konden vertrouwen? Voor de Russische soldaten, die ontredderd waren door wat ze zagen?

Ik las dat de Russische soldaten werden verwelkomd als bevrijders. Uitgemergelde gevangenen kwamen in gestreepte kleding naar buiten, uit hun barakken. Maar hoe was dat?

Harteloos De paar duizend mensen die Auschwitz overleefden, wilden naar huis. Maar velen slaagden daar niet in. Wie wel thuiskwam, ontdekte vaak dat hij geen huis meer had.

Op de foto: Primo Levi - Bron: Mondadori Publishers

29


30 Op de foto: Joodse vrouwen die na aankomst in het kamp geschikt werden geacht voor arbeidcamp - Bron: Auschwitz Birkenau State Museum ©


Eigendommen gestolen. Familieleden, vrienden, collega’s, klasgenoten vermoord. Nieuwe huiseigenaren en huurders die net de oorlog achter de rug hadden en echt niet zaten te wachten op de vroegere bewoners. Daar bovenop kwam de onverschilligheid. ‘De ontvangst was koel’, zei mevrouw De Liever uit Groningen. Ze was eind april 1945 naar Zweden gebracht om aan te sterken. ‘Weer een paar vrouwen die verzorgd moesten worden,’ kijkt De Liever terug over haar ontvangst in Nederland.

Levi eindigt na deze passage met: ‘De geschiedenis van de vernietigingskampen behoort door ieder mens begrepen te worden als een sinister alarmsignaal.’ Dit alarmsignaal kunnen wij niet serieus genoeg nemen. Laten we er goed naar luisteren. Niet alleen vandaag, maar ook hierna. En er naar handelen.

‘En wat zagen we er goed uit na drie maanden Zweden. Wie kon geloven wat we allemaal hadden meegemaakt? Niemand begreep dat we nu alléén terugkwamen, zonder te weten wat we nu moesten gaan doen. (...) Er was niemand die een paar woorden van welkom zei.’ En niemand die wilde weten wat je had meegemaakt. En hoe het was om een van de weinige overlevenden te zijn. Nog altijd duurde de bodemloze wanhoop voort. Het gevoel dat je vreemdeling bent.

“dan staat aan het eind van de keten het Lager” Ik haal er opnieuw Primo Levi bij. ‘Veel mensen, en volken’, schrijft hij, ‘zijn min of meer bewust de mening toegedaan dat ‘elke vreemdeling een vijand is’. Meestal ligt die overtuiging ergens diep weggestopt, als een sluimerend virus; ze komt alleen in losse, toevallige reacties tot uiting en leidt niet tot een samenhangend gedachtensysteem. Maar als dat wel gebeurt, als het onuitgesproken dogma het uitgangspunt van een sluitende redenering wordt, dan staat aan het eind van de keten het Lager. 31


Silent Scream Wat begon als een fotokunstproject, is veel meer dan dat geworden. In ‘Silent Scream’ brengt Henriëtte van Gasteren de realiteit van seksueel geweld in beeld. De expositie vertelt verhalen van slachtoffers, naasten en plegers van seksueel geweld. De foto’s zijn meestal gemaakt op de plek waar het seksueel misbruik plaatsvond. Toen haar dochter in 2017 werd verkracht, voelde ze machteloze woede. Henriëtte van Gasteren heeft heeft haar verdriet, frustratie, onmacht, twijfel, woede, schaamte en liefde omgezet in dit indrukwekkende project. Teer en gevoelig Waar de expositie ook is te zien, wie het boek ook leest, wie de website ook bezoekt, wie ook meedoet aan een programma of een bijeenkomst bijwoont, altijd constateer je dat Henriëtte van Gasteren iets belangrijks heeft gemaakt. Daar herkenning mee oproept. Erkenning ook. In de woorden van Gerard Reve: het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven. Dat is een enorme prestatie. Juist omdat het zo teer en gevoelig is. Omdat bij het maken van de foto’s die hier te zien zijn, elke keer het dunne laagje over de wond weer werd 32

losgetrokken. En het weer pijn deed. Net als je dacht dat het dit keer niet zou gebeuren. Niet bij de fotograaf en niet bij de gefotografeerde. En toch, toch hielp het. Toch was vaak het effect van de fotosessie helend. Zoals veel activiteiten rondom dit project helend zijn. En dus belangrijk. En beklemmend, want we zien niet alleen slachtoffers, maar soms ook de dader. Schaamte Seksueel misbruik, om deze woorden nu maar uit te spreken, dragen slachtoffers hun hele leven mee. Hoe leef je verder met de schaamte, de pijn en de lichamelijke vernedering? Er is iets onherstelbaar veranderd. Op de gekste momenten merk je dat. En soms ook weer helemaal niet. Vorig jaar heeft Gisèle Pelicot iets ongekends teweeggebracht. Het verhaal is bekend: haar man drogeerde haar en verkrachtte haar jarenlang. Hij nodigde andere mannen uit om dat ook te doen. 51 van hen stonden terecht. Hannah Arendt muntte het begrip ‘de banaliteit van het kwaad’. Dat deed ze toen ze in Israël het proces tegen Adolf Eichmann bij-


woonde en zag dat dat iemand was van wie je niet al van verre zag: dat is een gevaarlijke man. Integendeel: kampbeulen of soldaten die de moord op zoveel Joden, Roma en Sinti en homoseksuelen op hun geweten hadden, hun officieren en zelfs Adolf Eichmann - dat waren eigenlijk heel gewone mensen. Ze hadden je buurman kunnen zijn. Bittere kennis Bij seksueel misbruik zijn de daders meestal bekenden van het slachtoffer. De buurman, de oppas, de oom. Het is vaak deze bittere kennis die slachtoffers van misbruik opdoen. Kennis die niet helpt om te herstellen van een verkrachting. Om je leven weer op te pakken. Net zoals de stilte niet helpt, als je toch een keer tegen iemand zegt dat je bent verkracht - hoe begrijpelijk die stilte die dan volgt misschien ook is. Want het is nogal een mededeling. Deze expositie laat de tere, pijnlijke en indrukwekkende kracht zien die slachtoffers van misbruik in zich hebben, als het ze lukt om de schaamte achter zich te laten. En ze de stilte voorbij zijn. Als kijker zie je: ook dit kan een mens. Ik wil Henriëtte heel erg bedanken voor dat inzicht.

Henriëtte van Gasteren over de expositie Silent Scream: “Het verhaal van mijn dochter Krissi is de kern van dit alles. Uit een positie van onmacht groeide geheel onverwacht een bijna ongekende kracht. Mijn liefde voor mijn dochter werd voor mij de drijfveer achter Silent Scream. Het is een liefde die verder gaat dan woorden, een liefde die handelt, die verandering probeert teweeg te brengen. Krissi en ik ondervonden allebei dat gesprekken stilvielen als we zeiden dat we waren verkracht. Hoogste tijd om de stilte te transformeren in een krachtig wapen tegen seksueel misbruik. Met Silent Scream wil ik bovendien proberen om vooroordelen weg te nemen. Vooroordelen als: ‘het meisje met het korte rokje dat erom vroeg’ en ‘de man in de bosjes’. Victim blaming kan schuld en schaamte versterken. Iemand kan zich hierdoor dubbel slachtoffer voelen. Seksueel misbruik kan iedereen overkomen en het kan overal gebeuren. Een extra reden om - indien mogelijk - met de mensen terug te keren naar de plaats van het misbruik om hen dáár te fotograferen.”

Foto: HJIMvanGASTEREN ©

33


Afspraken 6 januari Nieuwjaarsreceptie Provincie Groningen Provinciehuis Nieuwjaarsdiner met de burgemeesters Groningen 8 januari Nieuwjaarsreceptie Noord-Nederland Martiniplaza 13 januari Lunchbijeenkomst comissarissen van de Koning en provinciesecretarissen Amsterdam Nieuwjaarsreceptie van de Koning en de Koningin Amsterdam 15 januari Statencommissie Provinciehuis

34

Verwelkoming Ambassadeurs van Groningen Eurosonic/MXT Groningen Gemeenteraadsvergadering profielschets burgemeester Groningen 16 januari Gastheer bij diner en aanwezig bij uitreiking MME-awards Eurosonic Groningen 17 januari Provinciale Regietafel vluchtelingen Provinciehuis Ontvangst en concert Eurosonic Eurosonic Groningen 22 januari Presidium, aansluitend Statencommissie Provinciehuis


23 januari Inleiding bij de Groote Sociëteit Groningen

29 januari Werkbezoek aan Stichting Exodus Den Haag

24 januari Bestuursvergadering Fondsen Groningen

30 januari Beëdiging burgemeester Jaap Velema, vanwege herbenoeming Provinciehuis

Jureren finaleronde scholieren ‘Op weg naar het Lagerhuis’ Provinciehuis 26 januari Herdenking Holocaust Synagoge Folkingestraat, Groningen 27 januari Kring van commissarissen van de Koning Den Haag

31 januari Stuurgroep Lelylijn Lelystad Werkbezoek aan Staatsbosbeheer Slochteren Opening expositie ‘Silent Scream’ Provinciehuis

Overleg met minister Uitermark van BZK Den Haag economische dimensie. Collega-kwartiermaker Jacob Klompien doet binnenkort uit de doeken hoe 35


36


37


Gewoon doorfietsen Terwijl wij ons buigen over het landelijk gebied, financiële tekorten en bestuurlijke wisselingen, speelt zich op het wereldtoneel een geopolitiek drama af. Hoe verhoudt onze Groningse werkelijkheid zich tot deze grotere krachten? En tegen dat ontzagwekkende decor speelden wij ons eigen toneelstuk. Er werd onderhandeld over de vorming van een nieuwe coalitie, maar ondertussen deed het provinciebestuur gewoon wat er moest gebeuren: doorgaan met besturen. Dat werd deze maand goed zichtbaar bij gedeputeerde Tjeerd van Dekken. Hij maakte bekend dat hij afscheid zou nemen als gedeputeerde. Maar op zijn voorstel besloot het college nog over het uitvoeringsprogramma leefbaarheid 2025 - 2027. Daarin wordt ruim 34 miljoen euro uitgetrokken om te bevorderen dat Groningers meer gezonde levensjaren, hebben, dat ze meer bewegen en sporten, goed wonen, minder armoede kennen en gelijke kansen ervaren. De Ring Zuid is nog maar amper klaar, maar gedeputeerde Johan Hamster maakte in februari bekend dat de rijksoverheid, de provincie en de gemeente Groningen tot 2040 175 miljoen euro extra gaan investeren in de verbetering van de bereikbaarheid van de 38

westkant van de stad (de “Westflank”) en de verbinding van de stad met de regio Noordwest Groningen. Op de website www.ringwestverbindt.nl zijn alle voorstellen te vinden en geïllustreerd met kaarten en foto’s. En ondertussen werd weer een stuk van de doorfietsroute tussen Assen en Groningen voltooid en er werd geklust aan de ‘roos’ bij Winschoten.

We praten, debatteren, wisselen argumenten in moties en plannen Provinciale Staten stelden ook deze maand in grote eensgezindheid het gebiedsplan voor de Toekomst van het Landelijk Gebied (TLG) vast, in debat met gedeputeerde Henk Emmens. Stikstof, waterkwaliteit en biodiversiteit zijn uitgegroeid tot grote problemen. Rechterlijke uitspraken beperken de scharrelruimte die overheden nog dachten te hebben in de vergunningverlening. Boeren, natuurorganisaties en beleidsmakers proberen grip te krijgen op een toekomst die steeds onzekerder lijkt. We praten, debatteren, wisselen argumenten in moties en plannen. Ondertussen wordt buiten de ur-


Op de foto: De “doorfietsroute” voorbij Haren

gentie voelbaar in de kwaliteit van de natuur, de afnemende ruimte om vergunningen te verlenen en om onze boeren een toekomst te geven.

over de nieuwe Omgevingsvisie. Provinciale Staten beslissen binnenkort of deze visie ter inzage kan worden gelegd. En daarna kan iedereen er zijn mening over geven.

En het college bracht op voorstel van gedeputeerde Bram Schmaal een nieuwe concept Omgevingsvisie uit, onder de titel ‘Dit wordt Groningen’. De visie bevat ruimtelijke plannen tot 2050. Inwoners, medeoverheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties dachten de afgelopen maanden mee

Het kan dus. Je werk blijven doen onder uitdagende omstandigheden. En ik denk dat het belangrijk is dat dat gebeurt. En februari bewees dat het kon: doorfietsen, ondanks alles. 39


Het assertieve midden ‘Bij zijn benoeming tot commissaris van de Koning kreeg Arthur van Dijk zóveel lof toegezwaaid, dat het verbaasde dat hij de vergaderzaal in Haarlem gewoon was binnengewandeld. En niet kwam aanzweven in een blauw pak met een wapperende rode cape.’ Dat verzin ik niet zelf. Dat schreef Het Parool op 7 januari 2019, naar aanleiding van de installatie van Arthur als kersverse commissaris van de Koning. Zijn niet geringe kwaliteiten waren hem vooruitgesneld. De verwachtingen waren hooggespannen. Voldoe daar maar eens aan! Moed Vandaag organiseert de Provincie Noord-Holland een symposium ter ere van de herbenoeming van collega Van Dijk. En kunnen we constateren dat de loftuitingen bepaald niet overdreven waren. Hij bleek de juiste mens op de juiste plek.

Maar Arthur trekt zich er niks van aan en gaat er op af Wat maakt hem zo geschikt als boegbeeld van de provincie Noord-Holland? Als doyen - het langstzittende lid van de Kring van Commissarissen van de Koning - heb 40

ik ruimschoots de gelegenheid gehad om Arthur te observeren en die vraag te kunnen beantwoorden. Ik benoem graag een paar van zijn kenmerkende kwaliteiten. Zes jaar geleden kwam hij binnen in onze Kring. Met een frisse blik en de houding van iemand die erop afgaat. Waarop? Overal op af. Je verwacht eigenlijk niet anders van iemand die voorzitter van Transport en Logistiek Nederland was. Erop afgaan. Dat doet Arthur bijvoorbeeld bij gemeenten die wel een beetje aansporing kunnen gebruiken bij de opvang van asielzoekers. Daar is moed voor nodig. En daarover beschikt hij in ruime mate. Als commissaris van de provincie waarin Ter Apel ligt, de plaats waar het uit de hand loopt als de rest van het land niet levert, ben ik hem dankbaar voor zijn daadkracht. We leven in een tijd waarin de opvang van mensen die vaak verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, geen populair thema is. Maar Arthur trekt zich er niks van aan en gaat er op af. Achterlichtjes Arthur stapt ook af op gemeenten waar de bestuurlijke verhoudingen zijn verstoord. Door een wijziging van de Provinciewet hebben commissarissen van de Koning sinds


Foto: Provincie Noord-Holland

kort ‘toetredingsrecht’. Ze mogen in zo’n situatie de vergaderingen van het gemeentebestuur bijwonen. Dat kan ons helpen in onze wettelijke taak om te bemiddelen en te adviseren. De meeste collega’s - waaronder ikzelf zaten nog even na te denken hoe dat zou zijn: naar B&W op toernee? Maar Arthur kon ons de eerste de beste Kringvergadering al vertellen over zijn ervaringen. Hij was de eerste (en volgens mij tot nu toe de enige) commissaris die deze bevoegdheid gebruikte. En dat is niet toevallig. Hij ging erop af. En in de verte zagen zijn collega’s zijn achterlichtjes verdwijnen. Arthur is resoluut en assertief. En hij schroomt niet om alle middelen in te zetten die hem ten dienste staan.

Erop afgaan. Moedig, resoluut en assertief. Dat maakt Arthur geschikt als commissaris van de Koning. Daarnaast is hij vriendelijk, goedgehumeurd, rustig en geestig. Dat maakt hem nog veel geschikter! Want een goede commissaris moet stevig zijn en durven doorpakken. Maar je moet óók empathisch zijn en kunnen luisteren. Zacht hart In november vorig jaar liet Arthur van zich horen na geweld in Amsterdam. Zijn woorden sneden door de maatschappelijke ruis heen: “Helaas is demonstreren tegenwoordig vooral provoceren en zelfs molesteren. En helaas staan geloof en politiek niet meer voor hoop en idealen, maar voor woede en tweespalt.” 41


Dat is een krachtige observatie. Maar Arthur zou Arthur niet zijn als hij het niet had opgevolgd met een oproep tot actie. Hij ging erop af. Hij ging in gesprek met gemeentebesturen, hij vroeg aandacht voor respect in het politieke debat en hij herinnerde ons eraan dat polarisatie niet iets is wat ons overkomt, maar iets waar we zelf invloed op hebben. Niet voor niks koos de Provincie NoordHolland de omgang met polarisatie uit als onderwerp voor dit symposium. Het is een bekend fenomeen: hoe harder de flanken schreeuwen, hoe stiller het midden wordt. Maar stilzwijgen past Arthur niet. Hij wil de stem van het midden versterken. Geluid geven aan de nuance. Met een zacht hart, want dat is veel sterker. Dat zei schrijfster en columnist Natascha van Weezel tijdens de Willem Arondéuslezing, vorig jaar in het provinciehuis. Daarmee inspireerde zij Arthur, zei hij in een interview. Beste Arthur, Moedig erop afgaan. Dat is wat jij doet. Niet als een ‘Superman’ in een blauw pak met een wapperende rode cape. Maar als de drager van (en ik heb er even over nagedacht hoe ik het zou noemen) het assertieve midden. Met een zacht hart. Maar niet perse zacht uitgesproken. Dat maakt jou tot een bewonderenswaardige collega. Perfect gecast voor de rol van commissaris van de Koning. Noord-Holland mag blij zijn met je herbenoeming. En ik ben blij dat we je als collega behouden in onze Kring van commissarissen. Veel succes en geluk in deze nieuwe periode in Noord-Holland!

42


43 Op de foto: Provinciehuis Paviljoen Welgelegen - Bron: Arch (Wikipedia)


Beelden van de oorlog Een rode emmer met koolzaadolie. Bovenop een keukenkastje. Dat beeld zou altijd op het netvlies blijven staan van Damster Piet Nienhuis. Het was 5 mei 1945. Hij was 6 jaar oud. De onderkant van de emmer was getroffen door een granaatscherf. De olie droop eruit. Een glibberige massa verspreidde zich over de keukenvloer. Letterlijk als een olievlek. Piets moeder barstte in tranen uit bij de ravage. Zij, die zo netjes was. Waar moest ze beginnen? Beelden zeggen meer dan woorden. U herinnert zich het beeld van Aylan Kurdi. Drie jaar oud. Met zijn rode truitje lag hij in de branding op een Turks strand. Verdronken, vluchtend voor de oorlog in Syrië. Op weg naar vrijheid, die hij nooit zou bereiken. Ook op dit moment kruipen, via tv en social media, beelden van oorlog onder onze huid. Kinderen onder puin in Gaza. Ouderen die wanhopig ronddolen in wat ooit hun veilige Oekraïense dorp was. Beelden die we niet van ons netvlies krijgen. Die ons laten zien hoe oorlog alles vernietigt. Maar we voelen het niet aan den lijve. Al 80 jaar mogen wij in vrijheid leven. Vrijheid die ons is geschonken. Vrijheid die 44

er voor de meesten van ons altijd al was. Alleen de ouderen onder ons hebben uit hun eigen herinnering beelden van de verwoesting in ons eigen land. Van Joodse mensen die nooit meer terugkwamen. Van gebombardeerde huizen en straten. Piet Nienhuis kwam op die 5e mei met zijn ouders terug in hun huis, hier in Appingedam. Niet alleen de emmer koolzaadolie was kapot. Overal lagen brokstukken en puin. Het laatste slagveld van de Tweede Wereldoorlog op het Nederlandse vasteland was hier, rond Appingedam en Delfzijl. Wie heeft moeten vechten voor vrijheid, kijkt er heel anders tegenaan, dan wie vrijheid in de schoot is geworpen. Tachtig jaar na de bevrijding zijn er steeds minder mensen die er als ooggetuige over kunnen vertellen. Wij, de mensen van na de oorlog, vinden vrijheid vanzelfsprekend. Maar laten we beseffen dat dat niet zo is. Vrijheid is méér dan de afwezigheid van oorlog. Vrijheid betekent dat je zonder angst kunt gaan en staan waar je wilt. Dat je - binnen de grenzen van de wet - kunt zeggen wat je wilt. Dat je in vrije verkiezingen de leiders van je land kunt kiezen.


Dames en heren, Een rode emmer met koolzaadolie. Een rode emmer met koolzaadolie. Een Een verdronken verdronken kindje, kindje, deinend deinend in in de de branding. branding. Kinderen onder puin, ronddolende Kinderen Beelden onder puin, ouderen. die ronddolende ons laten zienouderen. hoe oorlog levens verwoest en hoe vrijheid afpakt. Beelden die ons laten zien oorlog levens verwoest en vrijheid Laat ik eindigen met afpakt. een ander beeld. Laat ik eindigen met een ander beeld. Op de website van de verhalen van Groningen – waar u ook het verhaal van Piet NienOp de website van de verhalen van Groninhuis staat bij de van bevrijding van gen -kunt waarlezen u ook– het verhaal Piet NienGroningen een zwart-witfoto van Canadese huis kunt lezen - staat bij de bevrijding van soldaten. versieren hun tank tulpen. GroningenZe een zwart-witfoto vanmet Canadese Die zijn in Ze kleur. Felroodhun zijntank ze. met tulpen. soldaten. versieren Die zijn in kleur. Felrood zijn ze. Voor mij symboliseren die soldaten in zwart-wit de Voor mij symboliseren die soldaten in zwartoverwinning op het op duister van devan oorlog. wit de overwinning het duister de oorlog. De rode tulpen voelen als vrijheid. De rode voelen als vrijheid. Door hoetulpen ze uitbundig stralen in deDoor zon.hoe ze uitbundig stralen in de zon. En onbekomEn onbekommerd zichzelf zijn. merd zichzelf zijn.

Maar pas op: ze zijn ook kwetsbaar. Om ze heel te houden, moet je ze verzorgen. En beschermen tegen wat ze kapot kan maken. Net als de vrijheid zelf. Vandaag starten wij in Groningen het gedenken en vieren van 80 jaar vrijheid. Een mooi initiatief van Museum aan de A. Laten we dat dankbaar en vol overtuiging doen. Maar laten we ook waakzaam zijn. Want vrijheid kan ons afgenomen worden. In één klap. Of sluipenderwijs, door kwaad dat zich als koolzaadolie door een keuken verspreidt. Vier dus de vrijheid, maar stá er ook voor. Zodat we haar ongeschonden doorgeven aan de generaties na ons. (Toespraak bij de opening van “80 jaar vrijheid,” in Appingedam.)

45


Afspraken 3 februari Ontvangst Minister Hermans van Klimaat en Groene Groei Provinciehuis 4 februari Presentatie ‘Goud uit Groningen’ Den Haag Opening Waddendiner Den Haag

46

5 februari Vergadering Provinciale Staten Provinciehuis 6 februari Symposium ‘Meer nuance, minder schreeuwen. Lang leve het midden’ Haarlem


13 februari Installatie van mevrouw Karin Orsel als honorair consul Noorwegen Groningen 14 februari Ontvangst ambassadeur French van Australië Provinciehuis

16 februari Startbijeenkomst 80 jaar vrijheid Nicolaïkerk, Appingedam 26 februari Statencomissie Provinciehuis

47


48


49


Werken aan iets groters De aanloop was dus niet gemakkelijk. Maar op 11 maart presenteerden de onderhandelende partijen het resultaat van hun onderhandelingen. BBB, PvdA, GroenLinks en VVD waren het eens over hun gezamenlijke visie voor de provincie Groningen. Hun akkoord benadrukt het belang van samenwerking en het bieden van houvast aan inwoners, bedrijven en organisaties. De partijen vinden dat politiek niet draait om winnen of verliezen, maar om gezamenlijk werken aan iets groters.

Ik voegde daaraan in een brief toe: Gain Verrazzens Het coalitieakkoord bevat ambitieuze plannen die voortbouwen op de plannen van het vorige akkoord. Vertrouwde ambities zijn het streven naar een hogere brede welvaart in Groningen, het (‘zo snel mogelijk’) stoppen van gaswinning uit kleine velden, en het verbeteren van de bereikbaarheid door projecten als de Nedersaksenlijn en de Lelylijn. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van de leefbaarheid in dorpen en het stimuleren van innovatie in landbouw en industrie. Mit Mekoar is een mooi motto: want voor de meeste ambities is de medewerking van 50

anderen noodzakelijk. Van regionale overheden, kennisinstellingen en bedrijven. Maar met name van het rijk wordt terecht het nodige gevraagd. En het is langebaanwerk: de coalitiepartijen kijken nadrukkelijk over de grenzen van de statenperiode heen. Geen verrassingen Dat schept vertrouwen. Zoals ook de Ik denk dat het belangrijk is om in een uitvoeringsprogramma de ambities concreet te maken. Mit Mekoar is een aansprekend en wervend motto. Ik voegde daaraan in een brief toe: Gain Verrazzens. En daar bedoel ik mee dat het juist in de komende twee jaar zinvol is om de provinciale organisatie te vragen om naast het akkoord een uitvoeringsprogramma te leggen. De mogelijkheden zijn niet onbeperkt. Dat geldt ook voor de ambtelijke capaciteit. Daarom verdient het hoofdlijnenakkoord een precisering van de invulling van het beleid in de komende twee jaar. Het college heeft inmiddels afgesproken dat te gaan doen. De installatie van de nieuwe gedeputeerden vond plaats op 19 maart. Ik mocht Gouke Moes en Leo Wenneger (beiden voorgedragen door de BBB), Pascal Roemers (PvdA),


Op de foto: Gouke Moes, Pascal Roemers, Karin Dekker, Erik Jan Bennema, Leo Wenneger, Susan Top en René Paas

Karin Dekker (GroenLinks) en Erik Jan Bennema (VVD) installeren. Susan Top hoefde niet opnieuw te worden geïnstalleerd. Zij blijft gedeputeerde. 51


Een nieuwe coalitie, een nieuw akkoord Gisteravond presenteerden de onderhandelende partijen hun nieuwe coalitieakkoord. Ik ben blij dat het is gelukt, want de provincie verdient een sterk bestuur, gedragen door een meerderheid in Provinciale Staten. Mit mekoar, heet het coalitie-akkoord. Op basis daarvan willen BBB, PvdA, GroenLinks en de VVD de komende jaren samenwerken. Als er een coalitieakkoord is bereikt, krijgt de ‘kroonbenoemde’, de burgemeester of de commissaris van de Koning altijd de gelegenheid om daarop te reageren. Dat doe ik in deze brief aan Provinciale Staten. Ik dring er daarin op aan dat het nieuwe college snel een uitwerkingsprogramma maakt. Zodat iedereen weet wat er gaat gebeuren. Maar bovenal kijk ik uit naar de samenwerking in het college in de nieuwe samenstelling. Als alles goed gaat, wordt het komende woensdag geïnstalleerd. Geachte dames en heren, Ongeveer vijf maanden nadat de basis voor de samenwerking aan de coalitie was ontvallen, ligt er een nieuw coalitieakkoord, onder de passende titel Mit Mekoar. Dit betekent dat de drie formateurs er met de BBB, PvdA, GroenLinks en de VVD in zijn geslaagd om met elkaar het fundament te bouwen 52

voor een nieuw college dat kan rekenen op een goede samenwerking met Provinciale Staten en op een royale steun daarbinnen. Dat verdient een compliment. Volgens de Provinciewet krijgt de commissaris van de Koning de gelegenheid om zijn opvattingen over het bereikte akkoord kenbaar te maken. Omdat hij op verschillende manieren een rol speelt bij de uitvoering van het akkoord. En ook om de Staten te informeren als daar zaken in staan die in zijn ogen grote problemen opleveren op het gebied van de uitvoering of vanuit het oogpunt van goed bestuur. Dergelijke fundamentele bezwaren heb ik niet aangetroffen in dit akkoord. Wel is duidelijk dat er nog veel moet worden uitgewerkt. En ik vind het belangrijk dat dat ook gebeurt, want bij de concretisering staat van tevoren vast dat niet alles kan. Uitwerking nodig Ik heb de teksten aandachtig gelezen en veel passages aangetroffen die weliswaar aangeven in welke richting de nieuwe coalitie denkt, of wat zij belangrijk vindt, maar waarbij de concrete maatregelen nog ontbreken. Waar dat het geval is, heeft het college de ruimte en de opdracht om op


die gebieden beleid te ontwikkelen en waar nodig nadere keuzes te maken. Soms staat juist heel helder wat de nieuwe coalitie niet wil, terwijl nog onduidelijk is welke kaders de rijksoverheid of de wetgever zullen stellen. Daarin zit een risico: wat doet de provincie Groningen als de wetgever of het rijk als bevoegd gezag een andere kant op willen?

De mogelijkheden zijn niet onbeperkt. Dat geldt ook voor de ambtelijke capaciteit Ook is nog onvoldoende helder welke financiële middelen de provincie tot haar beschikking heeft, ook in het licht van belangrijke keuzes die het rijk heeft gemaakt of nog zal maken, zoals met betrekking tot de Toekomst Landelijk Gebied of het nieuwe verdeelmodel van het provinciefonds. Niet al deze onzekerheid is in een hoofdlijnenakkoord af te dekken, al biedt de financiële paragraaf al wel inzicht. Maar veel van de feitelijke keuzes zullen pas zichtbaar worden in de uitwerking door het college. Veel van de inhoud van Mit Mekoar is vertrouwd. Dit betekent dat de formateurs en de nieuwe coalitie gehoor hebben gegeven aan de opdracht van uw Staten: neem het

hoofdlijnenakkoord van de vorige coalitie als basis. Tegelijk is Mit Mekoar wel degelijk een nieuw akkoord. Met hier en daar ook nieuwe ambities voor de resterende twee jaar tot aan de volgende Provinciale verkiezingen. Gain verrazzens Mijn conclusie is dat het provinciebestuur een doorstart kan maken. Maar het succes van die doorstart is niet alleen afhankelijk van het college. Dat is aan de gehele Provinciale Staten. Mit Mekoar is wat dat betreft een hoopgevende titel. Ik zou daaraan willen toevoegen: Gain Verrazzens. En daar bedoel ik mee dat het juist in de komende twee jaar zinvol is om de provinciale organisatie te vragen om naast het akkoord een uitvoeringsprogramma te leggen. De mogelijkheden zijn niet onbeperkt. Dat geldt ook voor de ambtelijke capaciteit. Daarom verdient het hoofdlijnenakkoord een precisering van de invulling van het beleid in de komende twee jaar. Ik kijk uit naar de samenwerking in de toekomst en vertrouw erop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd. Met hartelijke groet, René Paas, commissaris van de Koning in Groningen

53


Mit Mekoar Het was een lang debat, vandaag in Provinciale Staten. Op een ongebruikelijk moment, middenin de periode, werden vijf nieuwe gedeputeerden benoemd. Naast Susan Top, die gedeputeerde bleef. Het nieuw samengestelde college wordt ondersteund door een nieuwe coalitie. Het is voor niemand een geheim dat dat moeite kostte. En een halfjaar, sinds de vorige coalitie bezweek. Ik zat naar het debat te luisteren. En het had trekken van algemene beschouwingen, waarbij de inbreng van het college soms node werd gemist. Maar het was een debat van Statenleden onder elkaar, aan de wieg van het nieuw samengestelde college. Hoe gaat dat? Er was veel exegese van teksten uit het akkoord dat de onderhandelende partijen sloten. Wat er nou precies werd bedoeld. Maar het is logisch dat niet alles wordt uitgewerkt. Coalitieakkoorden beantwoorden vooral de vraag wat politieke partijen willen vastleggen voordat ze onderdeel willen uitmaken van een coalitie. Voordat ze gedeputeerden willen leveren voor een college. Het dagelijks bestuur, het college van Gedeputeerde Staten, moet de richting van het coalitieakkoord vertalen in concreet beleid. 54

En er is volop gelegenheid om in de toekomst met het college in debat te gaan. Veel sprekers vertelden dat ze blij waren dat er eindelijk weer een college zit dat kan rekenen op de steun van een royale meerderheid. Ik ben net zo blij als zij. En net zo erkentelijk als veel sprekers aan de gedeputeerden die zich in de afgelopen jaren stevig hebben ingezet voor Groningen. En die nu hun ontslagbrief hebben geschreven. Liefde Ik verheug me op de samenwerking in het college en wil die ook bevorderen. En op de samenwerking van het college met Provinciale Staten. Want vormgeven aan een democratie, fatsoenlijk bestuur, vooruitgang boeken, dat doe je Mit Mekoar, om de titel van het akkoord te citeren. Vondel schreef de Gijsbrecht in de zeventiende eeuw, toen onze Statenzaal nog nieuw was. Die eindigt met ‘De liefde tot zijn land is ieder aengeboren.’ In die tijd had ‘land’ nog een andere betekenis. Het ging niet over Nederland als natiestaat, maar in dit geval over ‘Amstelland’. ‘Land’, dat was de streek waar je woont. De omgeving die je draagt. Het dorp dat je opvoedt. De stad waarin je je dankzij anderen kunt ontwikke-


Op de foto: Gouke Moes, Pascal Roemers, Karin Dekker en Erik Jan Bennema

len. Je kunt zeggen: dat gaat over de provincie. De vele sprekers van vandaag laten zien dat die liefde nog bepaald niet is bekoeld. Ze spraken over de liefde voor Groningen. Want dat is óns land. Ik denk dat die liefde belangrijk is voor ons allemaal. Liefde voor de democratie die we samen moeten onderhouden. Ik sluit de Statenvergadering in de hoop en overtuiging dat Mit Mekoar een typering wordt voor onze manier van werken. We zullen het met elkaar moeten doen. 55


Grensoverstijgend Vandaag ontving ik staatssecretaris en Chef der Staatskanzlei Niedersachsen Dr. Jörg Mielke en staatssecretaris Eddie van Marum voor de Triloog. Tijdens dit jaarlijkse driehoeksgesprek staan we stil bij de voortgang van de samenwerking tussen Nederland en Nedersaksen. Ik ben daar als ‘rijksheer’ de derde punt van de driehoek. Vijf jaar geleden maakten we afspraken over de grensoverstijgende samenwerking. Voor, en dóór onze grensregio, én zijn inwoners, voor wie het passeren van de landsgrens onderdeel is van het dagelijks leven. De samenwerking bestaat natuurlijk al veel langer dan vijf jaar. Maar het is nog elke dag belangrijk dat we de grens een beetje verder uitgummen. De belemmeringen verminderen. Dat lukt niet altijd. Grenscontroles bijvoorbeeld, waren verdwenen, maar zijn weer terug. Maar vandaag was een mooie gelegenheid om de kansen te verkennen en waar nodig nieuwe afspraken te maken. Ik ben blij dat ook de Duitse ambassadeur Dr. Nikolaus Meyer-Landrut, consul-generaal Hannah Tijmes en Landesbeauftragter Nikolaus Jansen naar Groningen kwamen. 56

Zij gaven met hun inzichten extra diepgang aan ons gesprek over onder andere veiligheid, natuurbeleid en waterbeheer. We hielden de mogelijkheden en de beperkingen tegen het licht en bespraken de dingen die we bij de volgende editie van de Triloog verder uitgewerkt willen zien. In het belang van onze inwoners in de grensregio. Als we samenwerken, staan we sterker, in onze regio, en in Europa.


57


Afspraken 6 maart Presentatie van de Economische Agenda van Nij Begun Stadskanaal

17 maart Werkbezoek staatssecretaris Jansen van I&W NS-hoofdstation Groningen

Opening Massive Open Online Courses Gronings Rijksuniversiteit Groningen

Afnemen ambtseed van nieuwe medewerkers van de provincie Provinciehuis

10 maart Kring van commissarissen van Koning Hengelo

Inleiding ledenvergadering CDA Midden-Groningen Sappemeer

13 maart Stuurgroep Grensoverstijgende Samenwerking (GROS) Zwolle 14 maart Bestuurdersconferentie uitvoeringsstructuur Economische Agenda Nij Begun Martiniplaza Groningen

58

18 maart Bestuurlijk overleg staatssecretaris Jansen van I&W over Deltaplan Noordelijk Nederland Den Haag Regiegroep Noorderlijke Samenwerking Digitaal 19 maart Vergadering Provinciale Staten Provinciehuis


20 maart Ambtsbezoek aan gemeente Midden-Groningen Hoogezand

27 maart Opening symposium van het Zorginnovatieforum Provinciehuis

21 maart Stuurgroep Lelylijn Digitaal

28 maart Noordelijk Convent met parlementariërs en VNO-NCW/MKB Noord Meppel

Bestuurlijk overleg met minister Faber van Asiel en Migratie, over herinvoering binnengrenstoezicht Digitaal 23 maart Driedaagse van het college van GS België 26 maart Lunch van de commissarissen van de Koning, met de Koning en de Koningin Paleis Huis ten Bosch, Den Haag Overleg staatssecretaris Van Marum (BZK) Den Haag

29 maart Opening Special Olympics Event van De Brug Veendam 31 maart ‘Triloog’ Nederland - Niedersachsen met de staatsecretarissen Mielke (NDS) en Van Marum (NL) Provinciehuis Diner Pensant van de Kring van comissarissen van de Koning met provinciesecretaressen en griffiers Utrecht

59


60


61


Vrijheid, verbinding, voortgang In normale jaren vormen 4 en 5 mei het zwaartepunt van de herdenking. Maar dit jaar is geen normaal jaar. We vieren dit jaar 80 jaar vrijheid, overal in het land, precies op de datum waarop de bevrijding van dat landsdeel plaatsvond. Het begon in zuid-Limburg. En op 13 april bereikte de bevrijding de stad. En zo herdachten we op die dag de bevrijding van stad en provincie. In de A-Kerk, die veel vrede en oorlog heeft meegemaakt, klonken muziek en woorden die recht deden aan 80 jaar vrijheid. Het kabinet was vertegenwoordigd. Er waren vier commissarissen van de Koning. En een bijzondere gast was de scheidende minister-president van Nedersaksen, Stephan Weil. Het was een moment van bezinning en dankbaarheid. Vrijheid is nooit vanzelfsprekend, dat besef was tastbaar aanwezig. Trillen Al tijdens de officiële lunch voorafgaand aan de herdenking begon mijn telefoon te trillen. Eerst probeerde ik het te negeren - dit was niet het moment. Maar het hield aan. De landelijke coalitiefracties hadden een akkoord bereikt over de voorjaarsnota. Er zou geld komen voor de Nedersaksenlijn - een belangrijke stap 62

voor de regio. Maar ruim een half uur later werd duidelijk waar dat geld vandaan kwam: het werd gevonden door het budget voor de Lelylijn op te offeren. De concentratie tijdens viering van 80 jaar vrijheid werd verstoord door getril in mijn broekzak. Verzoeken om te reageren. Meteen na de viering stonden we de pers te woord. Niet over oorlog en bevrijding, maar over politieke keuzes en het schrappen van een belofte. Het contrast kon nauwelijks groter zijn.

Dan verbind je niet. Dan verdeel je De Lelylijn is méér dan een spoorlijn. Het is een symbool van verbinding, van het verkleinen van afstanden in een land dat ongelijk groeit. Het is een verandering van de reistijdenkaart van Nederland. Er zijn afspraken over gemaakt op het hoogste niveau, bekrachtigd in de geboortepapieren van het kabinet. Herhaaldelijk gaf de Tweede Kamer ondubbelzinnige opdrachten aan het kabinet: vind geld voor de Nedersaksenlijn en blijf van het budget voor de Lelylijn af. Maar het liep dus anders.


Natuurlijk is heel Noord-Nederland blij met de aanpak van het bestaand spoor tussen Meppel en Zwolle. En zeker ook met de Nedersaksenlijn, die verbinding maakt tussen Veendam en Emmen. Maar het had niet betaald mogen worden uit de reservering voor de Lelylijn. Wie Nederland wil verbinden, moet het Noord-Nederland niet aandoen dat de vooruitgang van de ene helft van de regio moet worden betaald door de andere. Dan verbind je niet. Dan verdeel je. Toen we aan het eind van de maand hierover spraken met twee staatssecretarissen, maakten vertegenwoordigers van vier provincies glashelder wat ze hiervan vonden. Tegenwind In het historische perspectief van 80 jaar vrijheid, is alles relatief. Maar voor Noordelijk

Nederland (inclusief Flevoland) is dit een ongelooflijke zeperd. Later in april mocht ik ook het boek ‘Voortgang & tegenwind’ in ontvangst nemen, over 200 jaar provinciaal bestuur in Groningen. In de 650 pagina’s van dit prachtige geschiedenisboek staat ook genoeg om de teleurstelling van april te relativeren. En om moed te houden. Ook bij tegenwind is voortgang te boeken. De tragiek van historische boeken is natuurlijk, dat het boek wel af is, maar de geschiedenis nooit. Die schrijven we elke dag opnieuw. De maand april bevatte flinke tegenwind. Maar laten we de voortgang beschrijven in een goed vervolgverhaal.

Op de foto: 80 jaar vrijheid, bij de A-Kerk

63


Urgente noden Vrijwilligers zijn behoorlijk in het nieuws de laatste dagen. De blijk waardering voor het onmisbare werk van vijf vrijwilligers bleek gisteren aanleiding te geven tot een verhit debat in de Tweede Kamer. Er was zichtbaar sprake van urgente, politieke nood. Bijvangst van de nare kwestie was dat veel woordvoerders zich uitputten in loftuitingen voor onze o zo belangrijke vrijwilligers. En terecht. Vandaag ontmoet ik een grote groep vrijwilligers. Op de jaarvergadering van de Stichting Urgente Noden. Die wordt gehouden in onze Statenzaal. De uitnodiging kwam van de voorzitter, Rikus Jager. We hebben elkaar de laatste tijd een paar keer in een ander verband gezien. Want hij was een van de formateurs die hielp om een nieuw College te smeden, hier in het provinciehuis. Die formatie begon op 6 januari, nadat de vorige coalitie was bezweken en een maandenlange, intensieve verkenning opleverde dat het verstandig was om met vijf partijen de puzzel te leggen. Het was dringend nodig dat dat gebeurde. Er was ook bij ons sprake van een urgente nood. Opnieuw een politieke. Fijn dat Rikus aan de oplossing daarvan heeft bijgedragen. 64

Want inmiddels hebben we weer een college en een bijbehorende coalitie. En dat klaart de lucht om aandacht te geven aan urgente noden die veel dieper snijden. Die niet het functioneren van een regering of een ander politiek bestuur raken, maar het dagelijks bestaan van mensen. Mensen die zichzelf en hun kinderen niet kunnen bieden wat ieder mens nodig heeft om waardig te leven. Dáár gaat het vandaag over. En daar houdt Stichting Urgente Noden (SUN) zich dag in dag uit mee bezig. Intensiteit Het zegt veel over deze tijd, dat SUN bestaat. En het zegt misschien nog wel meer, dat SUN móét bestaan. Want het vangnet van onze samenleving - hoe goed bedoeld ook - laat soms nog mensen door de mazen vallen. En dat vangnet raakt onder spanning. We hoorden het recent van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het SCP waarschuwde dat armoede in Nederland niet alleen een kwestie van aantallen is, maar ook van intensiteit. Een woord dat je normaal gesproken zou gebruiken om muziek of liefde te beschrij-


Foto: Divosa

ven. Maar nu dus: armoede-intensiteit. Gruwelijk eigenlijk, als je erover nadenkt.

raken de mensen die wél arm zijn, dieper in de problemen Het SCP noemt mensen arm als hun inkomen onder de zogenoemde armoedegrens ligt. Maar het spreekt van ‘intensieve armoede’ wanneer dat inkomen meer dan 30 procent daaronder ligt. Dat betekent voor een alleenstaande: minder dan zo’n 1.050 euro per maand. Voor een gezin met twee kinderen: onder de 1.775 euro. Het zorgelijke is: die groep groeit. Terwijl het totaal aantal mensen dat in armoede leeft iets lijkt te dalen, raken de mensen die wél arm zijn, dieper in de problemen. En misschien nog wel schrijnender: het zijn lang niet allemaal mensen zonder werk.

Het gaat ook om ‘werkende armen’. Om ’ers met te weinig omzet. Of een uitkering. Mensen die meedoen - en desondanks niet rondkomen. Noodoplossing Wat dat betekent, weten de aanwezigen in onze Statenzaal als geen ander. Professionals bestuurders, hulpverleners, mensen van fondsen. Zij zien de gevolgen van armoede niet alleen in cijfers, maar in gezichten. In verhalen. In kindervoetjes zonder goede schoenen. In brieven die ongeopend blijven omdat ze alleen maar slecht nieuws brengen. In keukenkastjes waar de houdbare pasta het enige is dat er nog staat. Stichting SUN is dan soms het verschil tussen een koude kamer en een warme. Tussen uitsluiting en meedoen. Tussen wanhoop en 65


66


de eerste stap naar herstel. En ja: het is een noodoplossing. Maar soms is een noodoplossing precies wat nodig is. Snel, menselijk, op maat. En zónder bureaucratische omwegen.

hoe we mensen eerder kunnen bereiken Ik kwam ze in allerlei rollen tegen. De mensen die in de hoek zitten waar de klappen vallen. Toen ik wethouder was in Groningen en me bezig hield met de maatschappelijke opvang. Toen ik werkte bij vakbond CNV.

Het vraagt behalve om waardering ook om samenwerking. Om warmte. Om vasthoudendheid. En ja - ook om het soort betrokkenheid en doortastendheid dat ik bij SUN keer op keer terugzie. Ik dank de mensen die actief zijn voor de stichting voor hun belangrijke werk. En ik wens hen vandaag - en in het jaar dat volgt op de jaarvergadering - het succes dat ze verdienen.

En later bij Divosa, de vereniging van sociale diensten. Steeds opnieuw is confronterend om te zien wat het betekent om in armoede te leven. Soms was het een glimp, niet meer dan een schaduw in een dossier. En soms kwam de armoede ineens keihard en frontaal binnen. Omdat het over mensen ging die alles deden wat ze konden - en toch steeds verder vastliepen. Niet geholpen werden. Of zich terugtrokken omdat eerdere hulp mislukt was. Vrijwilligers bij de Stichting Urgente Noden kennen die verhalen van binnenuit. Daarom is het goed dat ze vandaag stilstaan bij de resultaten van SUN, én met elkaar het gesprek aangaan over de toekomst. Over hoe we mensen beter kunnen helpen - maar misschien nog wel belangrijker: hoe we mensen eerder kunnen bereiken. Zodat hulp op tijd komt. Zodat uitzicht blijft bestaan. Belangrijk Ik wens hen een goede bijeenkomst toe. Een mooi moment om te kijken wat er anders en beter kan aan het belangrijke werk dat ze doen. Want dat werk is nog lang niet klaar. 67


Verzetsvrouwen Op deze herdenkingsdag, tachtig jaar later, staan we stil bij een bijna vergeten verhaal. Een verhaal van moed, van pijn - en van een groep vrouwen die geschiedenis schreef. Verzet wordt ten onrechte vaak gezien als mannenwerk. Wij gedenken vandaag 116 vrouwen. ‘Partizanenvrouwen’, noemden de Duitsers hen. Allen opgepakt vanwege hun rol in het verzet - of omdat ze familieleden hadden die zich verzetten tegen het regime. In de allerlaatste dagen van de oorlog werden ze uit Kamp Westerbork gehaald, gekleed in overalls van vermoorde Joodse gevangenen, genummerd en gemarkeerd, alsof ze al waren opgegeven. Alsof ze al dood waren.

We weten tot op de huidige dag niet daarom dat was Dodenmars Ze werden op een dodenmars gestuurd. Nachtenlang liepen ze, onder gewapend toezicht, van Westerbork richting Groningen. De oorlog was bijna voorbij, maar zij wisten dat niet. Wat ze wel wisten: elke stap kon hun laatste zijn. De angst, de uitputting, de onzekerheid - ze zijn niet te beschrijven. Jacoba van der Kun, een van de vrouwen, 68

schreef in haar dagboek: ‘’Het is belachelijk, die spanning en onzekerheid waarin we leven. Iedere dag en nacht is een doorlopende aaneenschakeling van buitenissigheden.’ Buitenissigheden… dat is zacht uitgedrukt voor de ellende, de angst en de pijn. Vrouwen van alle leeftijden, die gedwongen werden om te lopen. Sommigen hoogzwanger, anderen nauwelijks in staat om te lopen. Ze liepen omdat ze moesten. Omdat er geen andere keus was. Omdat hoop, hoe flinterdun ook, sterker bleek dan wanhoop. Wij weten hoe het afliep. Wij kennen de verhalen over het bizarre einde op 14 april 1945. Hoe de vrouwen aankwamen bij een boerderij bij Visvliet. Hun einde leek nabij. En toen klonken er drie woorden: ‘Sie sind entlassen.’ U bent vrij. We weten tot op de huidige dag niet waarom dat was. Durfden de soldaten het niet meer aan? Voelden ze dat de oorlog verloren was? Sprak op het laatste moment misschien hun geweten? Zwijgen Deze vrouwen overleefden het. Maar daarmee eindigt het verhaal niet. Want toen ze thuiskwamen was niets meer zoals het was. Velen van hen kwamen in een leeg huis. De oorlog had niet alleen hun vrijheid genomen,


maar ook hun geliefden. Mannen, zonen, vaders - verdwenen. De vrijheid die zij kregen, ging gepaard met groot verdriet. Verdriet waarover je zweeg. Corry Kieft bijvoorbeeld - koerierster, verzetsvrouw, dapper en onverschrokken - sprak er nauwelijks over. De pijn was te groot. Net als bij zo velen. Of verzetsvrouw Riek Sennema. Haar achternicht, Hilde Sennema, vertelt haar verhaal aan de aanwezigen. Haar naam komen we tegen als we bij Zuidhorn even voor de brug moeten wachten. Maar dat is niet genoeg. Deze vrouwen verdienen een plek in ons collectieve geheugen. Niet als voetnoot, maar als hoofdstuk. Want zonder hen is het verhaal van onze vrijheid niet compleet.

Toekomstige generaties zullen ons vragen wat wij met onze vrijheid hebben gedaan Herdenken gaat gepaard met rituelen. Maar het is meer dan een ritueel. Het is een morele opdracht. De verhalen van deze vrouwen dwingen ons om na te denken over ons eigen leven. Wat doen wij met onze vrijheid, die zo zwaar bevochten is?

Hoe nemen wij onze verantwoordelijkheid, in een wereld, in een land, waarin fundamentele waarden broos blijken? Het is een cliché dat vrijheid niet vanzelf spreekt. Toekomstige generaties zullen ons vragen wat wij met onze vrijheid hebben gedaan. Voetsporen Het minste wat wij kunnen doen, is de namen blijven noemen van de mensen die onverzettelijk waren. Hun verhalen blijven vertellen. En, belangrijker nog: hun waarden levend houden. Moed. Rechtvaardigheid. Onverzettelijkheid. Vandaag lopen we letterlijk in hun voetsporen. En ik hoop dat de wandelaars vandaag bij elke stap denken aan Jacoba. Aan Riek. Aan Corry. Aan Nora Torenbeek. Aan Jo Meyboom. Aan al die 116 vrouwen van wie de namen klinken. Zoals Bram Vermeulen zong: Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde. Het water gaat er anders dan voorheen. Deze vrouwen hebben stenen verlegd. Het is aan ons om de rivier te blijven volgen - met respect, met herinnering en met inzet voor een vrije toekomst. Voor iedereen.

Foto: Willem van de Poll (Nationaal Archief)

69


Voortgang & tegenwind Het voelt een beetje als een ‘Droste-effect’. Want met de presentatie van dit boek over de geschiedenis van ons provinciebestuur in aanwezigheid van veel mensen die daarvan vroeger deel uitmaakten - voegen we er zélf een nieuw hoofdstuk aan toe. Dat is het mooie van geschiedenis. Het heeft geen einde. Er was ooit iemand die plechtig het einde van de geschiedenis afkondigde, maar die nuanceert zijn mening inmiddels een beetje. Geschiedenis kent geen begin trouwens. Want de geschiedenis van het provinciaal bestuur van Groningen stopt niet op de laatste bladzijde van dit boek. En ze begon ook niet op de eerste bladzijde ervan. In onze Statenzaal, gebouwd in een middeleeuws schoolgebouw, worden al meer dan 400 jaar Statenvergaderingen gehouden. Dat doet ons beseffen dat we onderdeel zijn van de lange lijnen van de historie van Stad en Ommeland. Dat relativeert. Wie zijn wij nu helemaal? Passanten, die staan op de schouders van onze voorgangers. Maar het geeft ons ook een verantwoordelijkheid. Want het zijn ónze schouders, waarop nieuwe generaties verder zullen bouwen. Daarbij kunnen we leren van de geschiedenis. Dat is opnieuw een Droste-effect: we 70

kunnen bezweren dat we moeten leren van de geschiedenis, maar de elke tijd kent zijn eigen geschiedenislessen. De lessen die we trekken uit de geschiedenis zijn zo variabel, dat ze op zichzelf een studie waard zijn. Maar voordat we lessen kunnen leren, moet de geschiedenis toegankelijk zijn.

Maar elke tijd kent zijn eigen geschiedenislessen En daarom is het zo mooi dat daarvan nu de laatste ruim 200 jaar zijn vastgelegd. Vanaf 1814, toen de provincies hun plek kregen in het Koninkrijk der Nederlanden. En mijn verre voorganger Gustaaf Willem baron van Imhoff werd benoemd tot eerste gouverneur van de Provincie Groningen, zoals de commissaris van de Koning toen werd genoemd. Tussen Van Imhoff en Paas Ik ben ontzettend nieuwsgierig naar wat er tussen Van Imhoff en Paas allemaal is gebeurd in het bestuur van de provincie Groningen. Ik kan dan ook niet wachten om de ruim 600 pagina’s die hier voor mij liggen, te gaan lezen. Het is een kloek boek geworden. Met veel tekst en gelukkig ook heel veel illustraties. Over veel verschillende dingen. Voortgang & tegenwind heet het. En het is uitgegeven door uitgeverij Passage.


Want door de eeuwen heen kregen we als provinciebestuurders te maken met heel uiteenlopende uitdagingen. De aanleg van het Eemskanaal en de inpoldering. De industrialisatie, de strokarton en de schaalvergroting in de landbouw. De ontwikkeling van het Groninger landschap, de havens en de spreiding van de Rijksdiensten. Groei en krimp van de bevolking. De gaswinning. De aardbevingen.

Er is de lange lijn van een diepgeworteld ‘Groningen-gevoel’ Maar in de aanpak van die zo verschillende opgaven zijn doorgaande, lange lijnen te herkennen, dwars door alle provinciebesturen heen. Er is de lange lijn van een diepgeworteld ‘Groningen-gevoel.’ Het vaste geloof dat Groningen niet zomaar een provincie is, maar een identiteit. Ain pronkjewail in golden raand, waar je ongegeneerd trots op bent. En waarvoor je je als vanzelfsprekend inzet.

Er is de lange lijn van eigenzinnig zijn, en onverzettelijk. Van weerstand tegen de snakkeres uut ‘t Westen. Van ingewikkeld doen tussen Stad en Ommeland. Maar toch niet zonder elkaar kunnen. Van weinig woorden gebruiken. Van nuchterheid. Want: ‘t het nog nooit, nog nooit zo donker west, of ‘t wer altied wel weer licht. En diep van binnen zo emotioneel als wat! En er is de lange lijn van ambitie en veerkracht. Van kansen zien. Vooruit willen, ondanks tegenwind. Van kop d’r veur, júist als het tegenzit. Het is mijn stellige overtuiging dat het de rol en de taak is van het provinciebestuur om die lange lijnen vast te houden en ernaar te handelen. Sterker: het is onze kracht én ons bestaansrecht om in die lange lijnen te denken. Als verbindende schakel tussen gemeenten en Rijk. En voorbij de zittingstermijn van de Staten. Als de provincie het vermogen verliest om in lange lijnen te denken, is het gebeurd met de provincie. Juist daarom is dit boek zo belangrijk. Om ons te laten zien in welke traditie we staan. Om ons te bepalen bij die

Foto: Staking in Oude Pekela, 1969 (Wikipedia)

71


lange lijnen. En ons in staat te stellen die door te trekken naar de toekomst. Als een trein Maar los van deze serieuze boodschap verheug ik me natuurlijk ook gewoon op de verhalen in het boek. De kleurrijke belevenissen van al die provinciebestuurders door de jaren heen. De portretten van markante Groningers. Hier en daar een smeuïge anekdote. Want voor wat ik er tot nu toe van heb gezien, oogt het boek gedegen, maar leest het ook als een trein. Ik spoor alle aanwezigen aan om het te gaan lezen. En ermee de boer op te gaan. Zodat zoveel mogelijk Groningers de geschiedenis van ons provinciebestuur leren kennen. En ook niet-Groningers trouwens. Want dit boek laat zien dat wij hier iets unieks neerzetten. Daar kunnen ook anderen hun voordeel mee doen.

Romke Visser, oud-Statenlid en aanstichter van deze geschiedschrijving Ik ben dankbaar dat de Staten dit initiatief hebben genomen. Ik bedank hen daarvoor. Maar in het bijzonder Romke Visser, oud-Statenlid en aanstichter van deze geschiedschrijving. Toen we afscheid van hem namen als Statenlid, zei ik in deze zelfde zaal tegen: ‘We zien je hier vast op een dag terug, bijvoorbeeld bij de presentatie van het boek over het provinciaal bestuur.’ Vandaag stel ik vast dat ik voorspellende gaven heb. Voortgang en tegenwind Nu is het zover: het boek ligt er. En Romke mag er trots op zijn. Hiermee schrijft ook hij 72

mee aan de geschiedenis van Groningen. Dat moet zijn hart als historicus en oud-Statenlid goed doen! Ik ben de Rijksuniversiteit Groningen dankbaar. En Dirk Jan Wolffram en zijn medeauteurs Wiek van Gemert, Daniël Broersma, Stefan Couperus en Ronald Plantinga. Voortgang en tegenwind is ongetwijfeld ook van toepassing op het proces dat zij hebben doorlopen om dit boek tot een goed einde te brengen. Maar het is gelukt, en het is prachtig geworden. Ze verdienen veel dank voor hun waardevolle bijdrage aan de geschiedschrijving van de provincie Groningen! Tenslotte bedank ik de commissie die het project begeleidde, waaronder oud-Statenlid Jan Hein Mastenbroek, die na de overhandiging van het boek vakbekwaam het panel voorzat. En natuurlijk alle anderen die ervoor hebben gezorgd dat wij het boek nu in onze handen kunnen houden. Drostedoosje Net als op het cacaobusje van Droste (zelf ook al weer geschiedenis), bezien wij de geschiedenis en staan we er tegelijkertijd midden in. Als wij de laatste bladzijde van dit boek dichtslaan, schrijven wij zelf het volgende deel. Laten we de erfenis van onze voorgangers, zo nauwgezet opgetekend in dit boek, respectvol behandelen. En de provincie Groningen trots en sterk doorgeven aan de volgende generatie. Met alle butsen en scheuren die zij in de loop der tijden heeft opgelopen. Maar vooral ook met de pracht, de ambitie en de veerkracht die zij in huis heeft. Want de échte lange lijn blijft voor altijd dat er niets boven Groningen gaat.


73 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


Afscheid van vier gedeputeerden Daar stonden ze, op 5 juli 2023. Een nieuw team gedeputeerden op het bordes van het provinciehuis. En poserend in de GS-kamer. Vol trots, vol goede moed en met een hoofd vol plannen. Klaar om te bouwen aan een sterker Groningen. Klaar om - in de vier jaar die hen gegeven waren - het verschil te maken. En toch staan we hier in de Euroborg, nog geen twee jaar later, op een afscheidsreceptie. Dat was niet de bedoeling. En zeker niet het plan. Maar zoals dat vaker gaat in de politiek: het liep anders. Ondanks goede bedoelingen, ondanks tomeloze inzet. Op 25 september viel de basis onder de samenwerking in de coalitie weg. En sindsdien is gewerkt aan een nieuwe meerderheid. Met - zo bleek uiteindelijk - een nieuwe ploeg. En dus zijn we hier vandaag. Voor een afscheid dat niemand zocht, maar dat er tóch is gekomen. Een afscheid van mensen die eigenlijk nog maar net begonnen waren. Maar die wél al verschil maakten. Die boegbeelden waren geworden voor onze provincie. Dat maakt het afscheid dubbel zuur. Voor Groningen - en zeker ook voor hen persoonlijk. We wilden door. 74

We hadden plannen. En het is ronduit frustrerend dat die reis niet kon worden afgemaakt. Maar vandaag staan we niet stil bij wat niet lukte - vandaag willen we vieren wat wél gelukt is. Vieren hoe deze vier bestuurders, ieder op hun eigen manier met overtuiging hebben gewerkt voor Groningen. En ze zijn doorgegaan, ook toen het lastig werd. Toen we moesten bespreken wat dat eigenlijk was... doorgaan met de lopende zaken. En we kozen voor een brede uitleg van dat begrip. Dat verdient waardering - en die wil ik vandaag graag uitspreken. Henk Emmens Henk stond bekend om zijn humor en was een graag geziene collega. Maar hij was ook een man van tempo en resultaat. Met indrukwekkende snelheid bracht hij een economische visie naar de Staten. En hij wist na jaren gesteggel - zekerheid te bieden aan Groningen Airport Eelde.

Boerenzoon met lef en visie Misschien nog wel indrukwekkender was zijn inzet voor de toekomst van de landbouw. In een complex speelveld, met botsende belangen, wist hij koers te houden.


De boerenzoon die landbouwgedeputeerde werd, bleef dicht bij zichzelf - authentiek, verbindend en met hier en daar een grap. En dat werkte. Henk kreeg mensen mee. Natuur- én landbouworganisaties. Niet door te duwen, maar door te luisteren. Door contact te maken. En - als het moest - door zelf op het gedoe af te stappen. Dapper, doortastend. Zijn motto - ‘Wat levert dit op voor de Groninger?’ - heeft school gemaakt. Het is letterlijk een tegeltjeswijsheid geworden. Een joekel van een tegel prijkte de afgelopen jaren op zijn tafel. En de tekst inspireert ons allemaal. Die wijsheid blijft hangen. En er zijn hem nieuwe avonturen gegund avonturen die Groningen én hemzelf verder brengen. Bram Schmaal Bram was onze kilometervreter. Hij kwam op zijn laatste werkdag pas na middernacht thuis van een diner in Den Haag. Een volbloed netwerker. Iemand die Den Haag en Brussel opzocht - en er nieuwe vrienden voor Groningen maakte. We luisterden vol ontzag als hij sprak over ‘Mona’ en ‘Gijs’ en ‘Sharon’, alsof hij ze al jaren kende. En misschien gaf hij hen dat gevoel ook wel.

Netwerker met een kaart vol spelden Wij luisterden ook met een lichte verwarring. Wie Gijs was, wisten we. Bij Mona hadden we ook wel een beeld. Maar welke ‘Marjolein’ bedoelt hij nu precies? Maar het zegt alles over Brams toewijding: Groningen moest op de kaart. En daarin nam hij zijn rol en droeg hij bij. Je kon het zelfs zien in zijn werkkamer. Daar hing een

kaart vol spelden, van alle plekken waar je was geweest. En die kaart was nog lang niet vol. Ook op nationaal vlak leverde hij belangrijke bijdragen - onder meer aan een eerlijkere financiële verhouding tussen Rijk en provincies. Onder zijn leiding kwamen grote dossiers tot een afronding, zoals de Omgevingsvisie en ‘Dit wordt Groningen’. En ja, de geur van oliebollen zal altijd aan hem doen denken. Niet alleen vanwege het jaarlijkse oliebollentoernooi, maar ook omdat hij ze samen met zijn vrouw Andrea bakte voor zijn team. Vandaag zeggen we dankjewel zonder oliebollen, maar mét waardering en Johan Hamster Johan is een man van vele talenten. Filosoof, violist, blogger en bestuurder. Niet te beroerd om vroeg in de ochtend met scholieren op de fiets te stappen voor meer fietsveiligheid - om vervolgens doorweekt op kantoor te verschijnen. Zelden was hij zo natgeregend. Maar het toonde zijn betrokkenheid. Doortrappen, ook als het regent. Hij zette door. En hij liet zich kennen als een stevige en kundige bestuurder. In 2022 werd Henk Staghouwer plotseling minister, en Johan volgde hem op, een man met twaalf jaar wethouderschap in Stadskanaal op zijn naam. Een bestuurder die door het vakblad Binnenlands Bestuur werd uitgeroepen tot ‘Beste Bestuurder’. Die ervaring nam hij mee. In korte tijd wist hij zich in te werken in complexe dossiers als landbouw, gaswinning en natuur. En ja - niemand praat zó lyrisch als Johan over de schoonheid van een streek die zijn naam niet mee heeft: Smeerling. 75


76 Op de foto: Presentatie nieuwe college 2023 - Bron: DvhN


En terecht: de naam is even wennen, maar het is er prachtig. Na de verkiezingen kreeg hij mobiliteit, energie, klimaat en water in portefeuille. Hij werkte aan betere bereikbaarheid - met als hoogtepunt de opening van Ring Zuid. En hij legde de bouwstenen voor toekomstig energiebeleid, met oog voor energiearmoede. Er is reden tot dankbaarheid voor zijn inzet om Groningen mooier, beter en eerlijker te maken.

Doortrapper met diepgang Zijn laatste ‘woord van de werkdag’ sluit af met: Wat de toekomst brengen moge… Een wens die breed gedeeld wordt - in de hoop hem terug te zien in het openbaar bestuur. Zijn eigen slotwoorden neem ik graag over: “Wat de toekomst brengen moge…” Tjeerd van Dekken Tjeerd was de langstzittende gedeputeerde van dit viertal. Zes jaar lang zette hij zich in voor de provincie Groningen. Met een scherp gevoel voor politiek en met hart voor de mensen. Hij wist coalities te smeden - en was voor velen een verbindende kracht. Hij ontwikkelde zich van volksvertegenwoordiger tot een gelouterd bestuurder. Niet alleen binnen het provinciehuis. Ook bij Vera, Simplon en de supportersvereniging van FC Groningen was hij een gewaardeerde kracht. Toen hij gedeputeerde werd, moest hij die maatschappelijke rollen neerleggen - zodat het provinciebestuur gebruik kon maken van zijn politieke sensitiviteit.

en gelijke kansen. Altijd met oog voor de menselijke maat. En voor harmonie. Want Tjeerd was iemand die liever verbond dan verdeelde. Soms leek hij té aardig voor de politiek… maar juist dat bleek zijn kracht. Hij hield de kikkers in de kruiwagen - zelfs aan de zorgtafel - en deed dat met stijl.

Sociale, effectieve verbinder Zijn afscheidsbericht eindigde met de woorden: Wees lief voor elkaar. En dat nemen we ter harte. Ik bedank hem voor wie hij was. Het was een plezier om met hem samen te werken. Tot slot Vier gedeputeerden, vier verschillende karakters, één gemeenschappelijke drijfveer: liefde voor Groningen. Ze gaven hun tijd, hun energie, hun beste ideeën. En ze deden dat in een politiek klimaat dat niet altijd vriendelijk was. Juist daarom is hun inzet zo waardevol. Vier betrokken mensen die hopelijk een mooie toekomst tegemoet gaan. We zwaaien ze uit. We bedanken ze. En we gunnen andere organisaties de inzet en het talent van deze vier mannen. En henzelf een prachtige toekomst. Dank jullie wel voor jullie grote inzet en betrokkenheid. Graag tot ziens. Het ga jullie goed.

Onder zijn leiding kwam de eerste Leefbaarheidsvisie van Nederland tot stand. Hij zette zich in voor kunst en cultuur, leefomgeving 77


Afspraken 2 april Statencomissie Provinciehuis 3 april Werkbezoek Royal Bodewes Hoogezand Opening jaarbijeenkomst stichting Urgente Noden Provinciehuis Lezing bestuurders wooncorporaties Pepergasthuis, Groningen 7 april ‘Diner pensant’ comissarissen van de Koning met ministerpresident Schoof Den Haag 9 april Statencomissie Provinciehuis

78

10 april Haagse dag met o.a. minister Beljaarts van EZ, staatsecretaris Van Marum van BZK Den Haag 11 april Ambtsbezoek gemeente Westerwolde Sellingen Onthulling Namenmonument door prof. Pieter van Vollenhoven Stadskanaal Presentatie ‘Voortgang en Tegenwind’: over de geschiedenis provinciaal bestuur Provinciehuis 12 april Bijwonen viering 80 jaar vrijheid in Groningen, in aanwezigheid van de ambassadeur van Canada Stefanuskerk, Noorddijk


13 april Herdenking van de ‘Vrouwenmars’ Huis van Bewaring, Groningen 14 april Bezoek Europarlementariër Ingeborg ter Laak UMCG en Provinciehuis 16 april ‘4+1 Treffen’ tussen cdK’s van Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en minister-president Weil van Niedersachsen Groningen Herdenking 80 jaar vrijheid A-Kerk, Groningen 17 april Werkbezoek aan Zwartwoud Groningen

18 april Openingswoord bij uitvoering van ‘Crucifixion’ Martinikerk Groningen 23 april Vergadering Provinciale Staten Provinciehuis 24 april Afscheid van vier gedeputeerden Euroborg Groningen 25 april Ontvangst Europarlementariër Anouk van Brug Forum Groningen Bestuurlijk overleg Lelylijn, met de staatssecretarissen Jansen (I&W) en Van Marum (BZK) Assen

Opening tentoonstelling ‘Beek in Beeld’ Nienoord, Leek

79


80


81


Doormodderen Enquêtes en peilingen zijn altijd goed voor actueel nieuws. „Klimaatverandering verliest aan urgentie onder Nederlanders, in het bijzonder onder jongeren”, berichtte een onderzoeksbureau onlangs. Jongeren zouden zich steeds meer richten op zorgen over opleiding, werk en inkomen - begrijpelijk. Maar opvallender vond ik de twijfel die uit het onderzoek sprak: ze vragen zich af of hun eigen inspanningen voor het klimaat eigenlijk wel zin hebben. Want wat doen bedrijven en overheden nou echt? Die vraag is klassiek, bijna filosofisch. De wereld om ons heen is vaak de optelsom van kleine handelingen van velen. En hoewel een betere wereld begint bij jezelf, zie je niet meteen verschil als je vaker de fiets pakt, geen vliegvakantie neemt of korter doucht. Dan helpt het als je ziet dat bedrijven en overheden hun verantwoordelijkheid ook nemen. Want dat gedrag - structureel en zichtbaar - maakt dat individuele inzet zinvol voelt. Baggerdepot En áls je daar op let, kun je je afvragen of het klimaat werkelijk minder belangrijk is geworden. Kijk naar Groningen, en ik denk eerlijk gezegd: er gebeurt hier juist veel. Mei was daarvan een goed voorbeeld. 82

Zo mocht ik deze maand in Dorkwerd het zonthermisch park openen - een van de grootste in Europa. Op het terrein van een voormalig baggerdepot liggen nu 24.000 geavanceerde zonnecollectoren die zonlicht omzetten in warmte. Daarmee kunnen straks duizenden huishoudens worden verwarmd, op een duurzame manier.

Mei was, wat dat betreft, een maand van modder én moed Dat klinkt soepel, maar de aanleg was allesbehalve makkelijk. Letterlijk. Door de overvloedige regen van de afgelopen maanden zakten de monteurs - medewerkers van een Italiaans installatiebedrijf - weg in de modder. Het werd een smeerboel. De werkzaamheden moesten zelfs tijdelijk stilgelegd worden. Maar zoals wel vaker in de polder - uiteindelijk bleek doormodderen succesvol. Verantwoordelijkheid Maar na regen komt zonneschijn. Letterlijk én figuurlijk. Want het park kwam er. De opening voelde als een beloning voor jaren pionierswerk: van doorzetten, van geloven in een nieuwe techniek. Wat hier in Dorkwerd is gelukt, kan op andere plekken navolging


Op de foto: Heiligerlee verwacht een kanonschot

krijgen. De kennis en ervaring kunnen we exporteren. Natuurlijk: je kunt onmogelijk heel Nederland volleggen met zonthermische installaties. Daarvoor ontbreekt simpelweg de ruimte. En het is verder ook een slecht idee. Maar het is wel één van de manieren waarop we afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Het klimaatprobleem is de optelsom van heel veel individueel gedrag. Maar de oplossing is het ook.

Ik denk - zonder onderzoeksbureau of steekproef - dat jongeren dat óók vinden. Hun vraag is niet of het klimaat belangrijk is, maar eerder: wie doet er iets? Wie neemt verantwoordelijkheid? Dorkwerd geeft een antwoord. En dat is precies het soort voorbeeld dat we vaker nodig hebben. Mei was, wat dat betreft, een maand van modder én moed.

83


Vrijheid: een belofte in elke boom Wat een betekenisvolle plek om vandaag samen te komen: het Bevrijdingsbos. Geen gewoon bos, maar een levend monument. Hier vormen de bomen een levend bewijs van onze herinnering. Iedere stam, ieder blad herinnert ons aan wat ooit ondenkbaar leek - en toch werkelijkheid werd: de terugkeer van de vrijheid. Feest? ‘Vier vijf mei’. Het klinkt als een opdracht. En dat is het ook. Maar ik vind het een lastig genre: feestredes op 5 mei. Over vrijheid. Zeker op een plek die is bedoeld om de herinnering levend te houden aan de pijn en het verdriet. Aan Canadese jonge mannen die hier zijn gesneuveld. Het wringt in mijn hoofd. Feest vieren vanwege de bevrijding, terwijl we ondertussen blijven gedenken. Tachtig jaar geleden kwam er een einde aan vijf donkere jaren van oorlog, onderdrukking en angst. Ook in Groningen. Met zware gevechten, verwoesting - en met onmetelijk verlies. De bezetting was verschrikkelijk, de bevrijding ging opnieuw gepaard met bittere ellende. De vrijheid die wij sindsdien kennen, is daarop gebouwd. Op het hoogste offer dat zovelen brachten. Ruim 7.600 Canadezen 84

stierven bij de bevrijding van Nederland. Ze werden ver van hun huis en hun geliefden begraven. Veel anderen keerden terug, fysiek en mentaal beschadigd voor de rest van hun leven.

‘We lost so many,’ verzuchtte een oude veteraan jaren later De eerste soldaat die sneuvelde bij de bevrijding van Groningen, was Fred Butterworth. 23 jaar oud was hij, toen zijn tank op de Paterswoldseweg in brand werd geschoten. Hij kwam om in een land waar hij nog nooit was geweest. Maar zijn familieleden zijn hier vandaag. Groningen was het laatste stukje vasteland dat met bittere gevechten moest worden bevrijd. ‘We lost so many,’ verzuchtte een oude veteraan jaren later, bij een herdenking in de Martinikerk. Zijn kameraden werden hier, in onze provincie, als helden ontvangen. Niet vanwege wapens, maar omdat ze ons iets onbetaalbaars terugbrachten: ruimte om weer te leven. Om opnieuw te beginnen.


Kinderen en vrijheid Vooral voor kinderen betekende de bevrijding een nieuw begin. Stel je voor: kinderen die zich jarenlang stil moesten houden. Die leerden om zich klein te maken, weg te kruipen bij sirenes. Die de angst zagen in de ogen van volwassenen. Voor hen was de bevrijding geen abstract begrip. Zij voelden het in hun benen, toen ze weer zonder angst durfden te rennen. Ze hoorden het in hun eigen stem, toen ze weer luidop mochten lachen. Het Bevrijdingsbos herinnert ons daaraan. Elke boom hier is geplant voor een Canadese bevrijder. En langs het educatieve pad liggen stenen met de ‘Tien Rechten van het Kind’ - universele beloften aan de toekomst.

Een vrijheid die niet dichterbij komt als we onze hoofden laten hangen Eén recht raakt me steeds opnieuw: het recht van elk kind om zonder angst buiten te spelen. Vrijheid begint daar - in het geluk van spelende kinderen. Terwijl wij vandaag feestvieren, leven er kinderen in Oekraïne, Gaza of Soedan die honger lijden, moeten

vluchten, of de nacht vrezen. Die dood en verderf meemaken en groot verdriet. Paus Franciscus sprak over de wreedheid van het bombarderen van kinderen. Het raakte hem diep. Ook onvrijheid kent vele vormen. Vormen die ook hier de vrijheid beperken. Armoede, uitsluiting, onveiligheid - ze nemen ruimte af, net als angst en geweld. Want vrijheid is méér dan de afwezigheid van oorlog. Het is een mensenrecht, een kinderrecht. En dus een opdracht voor ons allemaal. Bomen planten Wat we mogen vieren: dat zoveel mensen zich willen inzetten voor anderen. Ik ervaar dat ook in Groningen. Steeds opnieuw. Mensen die zich inzetten voor elkaar. Die opkomen voor de volgende generatie. Die een ‘nij begun’ maken. In het werk van ouders, leraren, vrijwilligers - die bouwen aan plekken waar kinderen wél vrij kunnen zijn. Soms zinkt de moed je in de schoenen. Als je wordt geconfronteerd met ontzaglijke wereldproblemen. Als je ziet hoe cynisch met mensen wordt omgegaan. Op de foto: Kinderburgemeester Inez spreekt over vrijheid

85


86 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


Maar we vieren vandaag de vrijheid. Een vrijheid die niet dichterbij komt als we onze hoofden laten hangen. Maarten Luther zei ooit: “Als morgen de wereld vergaat, plant ik vandaag nog een boom.” Vandaag mag ik samen met de familie van Fred Butterworth een esdoorn planten. De nationale boom van Canada. Een boom met een kroon van hoop. Zijn wortels verbinden ons met het verleden, zijn takken wijzen naar de toekomst.

Want vrijheid is nooit een rustig bezit Deze esdoorn laat het zien: de vrijheid groeit niet vanzelf. Ze vraagt wat van ons. Je moet haar planten, verzorgen en beschermen. Laten we dat blijven doen. Samen. Laten we bouwen aan een samenleving waarin niemand in angst hoeft te leven. Waar verschillen geen dreiging zijn, maar rijkdom. Waar elk kind - hier én ver weg - de vrijheid kent van een veilige jeugd. Want vrijheid is nooit een rustig bezit. Het is een belofte. Aan elkaar. En aan de generaties na ons. Er is reden om een boom op te zetten. En reden om feest te vieren. Ik wens iedereen een feestelijke, vrije 5 mei.

87


Slechts vernieuwing kan behouden Ik mag ze welkom heten in Groningen. In het Forum, een gebouw dat net zo eigenzinnig is als de stad zelf. Scheef, modern, gewaagd, duur - en toch geliefd. De debatten liepen hoog op: zo’n baksteen in onze binnenstad. Maar het was nog niet open, of Groningers en bezoekers van Groningen sloten deze plek in hun hart.

hij in Foxhol een zetmeelfabriek. Daarmee bracht hij de industriële revolutie naar Groningen. Scholten had geen blauwdruk of modellen. Wel verbeeldingskracht. En durf. Hij werd er enorm rijk van. En hij veranderde deze regio voorgoed - van landbouwgrond naar industriegebied, van klei naar chemie en energie.

Een passende plek voor de vernieuwers in de industrie. Ze treffen elkaar vandaag in het congres van het het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT). En de vraag staat centraal hoe de ervaringen in Groningen Nederland en Europa hun positie kunnen versterken. 150 bedrijven zijn aangesloten bij het ISPT.

Tijd om te handelen Ook onze tijd vraagt om durf. We voelen dat we op een kantelpunt staan. De vanzelfsprekendheid van goedkoop gas en overvloedige grondstoffen is voorbij. De oorlog in Oekraïne en de opstelling van wereldmachten drukken ons met de neus op de feiten: toegang tot energie en grondstoffen is niet neutraal. Het is politiek. Geopolitiek.

En ze zijn vandaag gekomen naar een plek die bewijst dat vernieuwen visie én lef vraagt. Dat is precies het thema van vandaag: vernieuwing door durf. Want of het nu gaat om architectuur of industrie - vooruitgang begint vaak met weerstand. En eindigt met trots, en als het mee zit, liefde.

En durf. Hij werd er enorm rijk van Durf dus. Zoals Willem Albert Scholten durfde in 1842. Met weinig meer dan aardappelen, visie en doorzettingsvermogen startte 88

Er zijn krachten in de wereld die bewust ontwrichten wat voor ons van waarde is. En zij zetten ons onder druk via energie, technologie en grondstoffen. Geopolitiek, oorlog en klimaatverandering zetten alles op scherp. Onze industrie moet fundamenteel veranderen. En we weten het: minder fossiel, meer circulair, elektrificeren. Dat klinkt logisch, maar is niet makkelijk. Bedrijven worstelen met netcongestie, hoge kosten en ondoorgrondelijke regels. Zelfs


Op de foto: De Koningin opent Avantium (oktober 2024) - Bron: Agro&Chemie

de Europese Commissie waarschuwt: onze industrie verliest terrein.

De Gasunie groef elders zelfs leidingen op om dat hier mogelijk te maken Slecht nieuws kan verlammen. Maar deze tijd vraagt niet om somberen, maar om handelen. En om een snufje inspiratie. Waar vinden we die? Ik zou zeggen: kijk overal, maar zeker ook bij ons. Want wie goed kijkt, ziet dat er juist nú iets bijzonders gebeurt. En wel hier - in Groningen. Toen de energiecrisis uitbrak, bouwden we met een rotvaart een LNG-terminal in onze Eemshaven. De Gasunie groef elders zelfs leidingen op om dat hier mogelijk te maken. Vergunningen waren zo verleend. Dat zegt

iets over de daadkracht van deze regio. Wij produceren geen rapporten, maar resultaten. Groningen heeft unieke troeven. We halen straks 8 gigawatt aan groene stroom binnen. We hebben ruimte, infrastructuur, én samen werking. En we hebben iets wat je niet kunt plannen of kopen: mensen met lef en nuchtere innovatiekracht. Voorbeelden Waar kun je dat zien? In Delfzijl, waar Avantium van plantaardig materiaal een grondstof maakt voor plastic. Groene chemie van wereldniveau. Koningin Máxima opende de fabriek - de eerste ter wereld op commerciële schaal. Dat zien we bijvoorbeeld in de Eemshaven. Ik kwam onlangs bij Holland Malt om een 89


eeuwenoud productieproces te bekijken, helemaal aangepast aan de eisen van deze tijd. Ik weet nog precies hoe het rook: mout, warmte, en een vleugje verbazing. Hier draait een volledige mouterij zonder aardgas. Holland Malt gebruikt restwarmte. Fossielvrij bier: het smaakt beter. We zien het ook bij Circtec, in Delfzijl, dat de grootste fabriek ter wereld opent voor chemische recycling van autobanden. Milieuwinst, banen, en economische groei in één. Groningen Seaports maakt dit soort innovaties mogelijk. We zien het in Vlagtwedde, waar ChainCraft groente- en fruitafval omzet in vetzuren en meststoffen. Wat normaal in de kliko verdwijnt, wordt hier een grondstof. Zo bouwen we aan een circulaire economie. Voorwaarden Maar innovatie bloeit niet vanzelf. Het vraagt om investeringen in mensen, kennis en faciliteiten. Zonder dat fundament geen fabriek, geen verduurzaming, geen toekomst. Daarom is Entrance in Groningen zo belangrijk: daar worden de energieprofessionals van morgen opgeleid. En het Chemport Innovation Center biedt jonge bedrijven de ruimte om te groeien. Want zonder talent geen transitie. Het bijzondere van Groningen is de combinatie. Groene stroom van zee. Een infrastructuur voor elektriciteit én waterstof. Ruimte om te testen en te schalen. Kennisinstellingen, bedrijven en overheden die elkaar versterken. En mensen die al worden opgeleid voor het werk van morgen. Hier komt het allemaal samen. En dat maakt het verschil.

90

Maar we zijn er nog niet. Er zijn ook hier nog veel ‘als-dan’-verhalen. Als de waterstofproductie echt opschaalt… Als de infrastructuur er snel komt… Als investeringen blijven doorgaan… dan kan Groningen de plek zijn waar de industrie van morgen al vandaag begint.

Ik weet nog precies hoe het rook: mout, warmte, en een vleugje verbazing Maar de vraag van vandaag is: durven we te bewegen? Niet blijven hangen in plannen, in het formuleren van voorwaarden, maar stappen zetten. Zoals Scholten ooit deed. Hij begon. En veranderde daarmee de regio. Beginnen Vandaag is het aan ons. Om kennis te delen. Verbindingen te leggen. En vooral: om te handelen. De toekomst wacht niet. En alleen vernieuwing kan behouden. Daarom hoop ik dat we vandaag samen de relevante vragen van een antwoord voorzien. Vragen als: Hoe versnellen we samen de elektrificatie van de industrie? Hoe bouwen we een sterke waardeketen rond waterstof? Hoe maken we samenwerking tastbaar - in resultaten, banen, duurzaamheid en brede welvaart? Ik ben benieuwd naar de ideeën en inzichten die deze dag oplevert. We hebben een prachtige zaal met de beste deskundigen. Laten we niet alleen praten over verandering, maar die vandaag nog in gang zetten. Welkom dus in Groningen. Bij ons is de toekomst al begonnen.


91 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


Denkend aan König

92

‘De lucht hangt er laag. En de zon wordt er ‘s avonds in grijze, veelkleurige dampen gesmoord.’ Bij de haven van Delfzijl of de Eemshaven, is Marsman nooit ver weg. Ook vandaag niet: Denkend aan König, zie ik hem - vrij naar de genoemde dichter - breed lachend voor een oneindig havencomplex staan. Met als ‘hooge pluimen aan den einder’ de kranen en windturbines, en ook schepen die traag door het water gaan. De voeten in de klei, de blik naar de toekomst. Kortom: een havenbaas zoals je ‘m wenst.

En daarmee was Cas de betrouwbare en energieke CEO die Groningen Seaports in een onrustige wereld nodig had. Zoals toen de Russische gaskraan dichtging. En hij, samen met anderen, de veelgeroemde LNG-terminal in de Eemshaven van de grond kreeg. In een half jaar tijd. Een prestatie van wereldformaat, waarin hij een leidende rol speelde.

Boegbeeld En dat was Cas de afgelopen jaren. De juiste man op de juiste plaats. Voor Groningen Seaports én voor onze regio. Een aantal eigenschappen maakte hem geknipt voor die rol. Laten we eens kijken welke dat zijn. We zoeken per slot van rekening een opvolger!

Netwerker Wat daarbij helpt is dat Cas een briljante netwerker is. Harold Sanders, de CFO van Groningen Seaports, sprak voor mij. Hij maaide me op dit punt aardig het gras voor de voeten weg. En hij kan het weten, want hij zat erbovenop.

Allereerst is Cas een onberispelijk boegbeeld. Ik begon niet voor niks met dat plaatje van hem, poserend voor de zee. Of de haven. Ik vind dat typerend. Talloze keren heeft hij daar zo gestaan. Met of zonder helm en hesje. Maar altijd perfect gecast: mooi pak, brede grijns, onverbeterlijk goed gehumeurd. Dat was niet alleen voor de show. Zo is hij écht.

Onvermoeibaar heeft Cas mensen rondgeleid in de Groninger zeehavens. Van Koning, kabinet en Kamerleden tot directeuren-generaal gedeputeerden, raadsleden, potentiële investeerders en omwonenden. Bijvoorbeeld als gids toen de Eemshaven 50 jaar bestond. Cas laat graag en trots zien hoe de energietransitie zich voltrekt in de havens. En zo kweekte Cas goodwill bij bestuurders

Een prestatie van wereldformaat, waarin hij een leidende rol speelde.


en trok nieuwe, duurzame bedrijvigheid naar de regio. Grensoverschrijdend ook, in de goede zin van het woord: Cas nam actief deel aan handelsmissies, waarbij hij Groningen Seaports (dat niet voor niets zo heet) ook internationaal op de kaart zette. De belangen van het bedrijf liepen voor hem synchroon met die van de regio. Daarmee was hij een solide steunpilaar voor de economische en sociale ontwikkeling van Groningen. Overheden en maatschappelijke organisaties kregen bij hem een luisterend oor. Cas was altijd bereid om mee te denken en waar mogelijk te ondersteunen. Wat goed was voor de havens, moest ook goed zijn voor Groningers. Visie Ik heb Cas ervaren als een verbindende visionair. Groningen Seaports moest vooroplopen in verduurzaming van de industrie.

In groene chemie en waterstof. Dat is Cas gelukt, omdat hij niet alleen een visie had, maar ook de juiste partijen bij elkaar wist te brengen, bijvoorbeeld aan de Industrietafel Noord-Nederland.

Ik kan maar één negatief punt bedenken Maar ook omdat hij visie koppelt aan daadkracht: plannen zijn leuk, maar van plannen kunnen we niet eten. Ze moeten uitvoerbaar zijn. En worden uitgevoerd. Het is Groningen Seaports onder zijn leiding voor de wind gegaan. Ook letterlijk. De Eemshaven is een vanzelfsprekend knooppunt geworden voor aanlanding van wind op zee. Cas droeg er krachtig aan bij dat het begrip ‘windhandel’ daar een nieuwe betekenis kreeg. Met de uitbreiding in de Oostpolder kan de haven verder groeien in Op de foto: Het westelijke deel van de haven van Delfzijl - Bron: Wutsje (Wikipedia)

93


een groene en duurzame richting. Dat biedt niet alleen het bedrijf, maar ook onze provincie kansen voor een welvarende toekomst. Beste Cas, Onberispelijk boegbeeld. Briljante netwerker. Solide steunpilaar. Daadkrachtige visionair. Wordt het niet een al te mooie lofzang op jouw kwaliteiten? Natuurlijk waren er ook dingen ingewikkeld of niet leuk. Zoals de afwikkeling van Aldel en North Refinery. Of de ferry naar Noorwegen. Maar ook in moeilijke tijden had jij altijd de blik gericht op het vooruithelpen van de havens én de regio. En was je nooit chagrijnig. Ik kan maar één negatief punt bedenken. En dat is dat je nu, na 41 jaar, het Noorden gaat verlaten. Want denkend aan Cas, zie ik hem opnieuw breed lachend voor een oneindig havencomplex staan. Perfect gecast, dat ook. En in een goed pak. Maar dan wel een heel eind weg. Niks Delfzijl en Eemshaven, maar Vlissingen, Terneuzen en Gent. Zeeuwen en Belgen in plaats van Grunnegers. Ga er maar aan staan! Maar eerlijk is eerlijk. Jij gaf Groningen Seaports een Nij Begun. Natuurlijk gunnen wij dat jou nu ook. Dank voor alles wat je voor onze regio hebt betekend! Heel veel succes en geluk bij North Sea Port. Wij zullen je missen. En mocht je ons stiekem ook een beetje missen: altijd welkom in het Noorden!

94


95 Op de foto: De haven van Delfzijl - Bron: Gouwenaar (Wikipedia)


Het keerpunt bij de bult Op zaterdagochtenden ben ik vaak op het Reitdiep. In een roeiboot. Terwijl we rustig over het water glijden, komt er altijd dat ene moment waarop ik bewonderend omhoog kijk. Een beetje opgelucht ook, als het zwaar is. Ik kijk omhoog naar de bult. Want die markeert het keerpunt. We naderen de sluis. Verder gaan we niet. Hier maken we rond. We gaan terug, naar de koffie. Maar die bult markeert inmiddels meer dan alleen de helft van de training. Hij staat nu ook symbool voor een ander keerpunt. Iets nieuws. Iets vooruitstrevends. Iets hoopvols. Iets warms - letterlijk. Pittig Boeren zeggen weleens dat ze in het voorjaar het gras en de zomertarwe wel uit de grond kunnen kíjken. En ze weten precies wat voor weer ze daarbij nodig hebben: zon, met af en toe een vriendelijk buitje. ‘Groeizaam weer’, noemen ze dat. Ik stel me zo voor dat de mensen die dit zonthermiepark ooit bedachten, net zulke mensen zijn. Dat ze de afgelopen zonnige dagen met een glimlach om zich heen hebben gekeken. Want het weer hielp mee. De zon gaf hun businesscase een aardig duwtje in de rug. 96

En dat was meer dan welkom. Want laten we eerlijk zijn: het ontstaan van dit park was niet bepaald een wandelingetje in het park. Als je van tevoren had geweten hoe taai en ingewikkeld het zou worden… dan had je je misschien wel twee keer achter de oren gekrabd. Drijfzand Pionieren is prachtig, maar ook pittig. Het vraagt meer dan een goed idee. Je hebt uithoudingsvermogen nodig - Ausdauer, zoals onze oosterburen zeggen. Maar misschien nog wel belangrijker: je hebt elkaar nodig. Ik denk aan Novar. Aan WarmteStad. Aan de gemeente, aan gebiedsontwikkelaar K3. Aan alle anderen die samen optrokken. Die bleven staan, ook als het moeilijk werd. Die niet opgaven. Want het idee klinkt simpel: gebruik zonnepanelen eens niet voor stroom, maar voor warmte. En gebruik die warmte om huizen van het gas te halen. Klaar, toch? Maar het bleek lastig om het te realiseren. Dat het gelukt is - hier, bij Dorkwerd - zegt veel. Over de mensen achter het plan. Over Novar, een jong bedrijf uit Groningen. Maar ook over ons, als regio. Over onze motivatie. En over onze geschiedenis.


Tot voor kort stonden ze er nog. Aan de kant van het Reitdiep, aan de voet van de bult. Felgele waarschuwingsborden: Drijfzand. De initiatiefnemers hebben ze ongetwijfeld gezien. En bedacht: dit project kan vastlopen. Kan wegzakken in vertragingen, twijfels, of technische hobbels. En tóch zijn ze begonnen. Dat vergt moed.

Maar dit park laat iets belangrijks zien: het kan. Het werkt En er is nog iets anders. Groningers weten wat gaswinning met je doet. We voelen het - in onze huizen, in onze straten, in onze ruggen en schouders. En juist daarom willen we het anders. Daarom zijn we gemotiveerd om stappen te zetten. Om vol te houden. Indrukwekkend En nu liggen ze daar: 24.000 zonnecollectoren. Op een bult bij Dorkwerd, langs het Reitdiep. Vandaag is de feestelijke opening. Het grootste zonthermiepark van Nederland. Ruim. De nummer twee - in Flevoland - heeft er 600. Daarmee zijn we zelfs de nummer

drie van Europa. En ja, met die 24.000 panelen kunnen zo’n 2.600 woningen verwarmd worden. Dat is indrukwekkend, maar we zijn er nog lang niet. Willen we écht verschil maken in Groningen, dan is er meer nodig. Meer parken. Slimmere techniek. Betere efficiëntie. Zoals we eerder ook zagen bij traditionele zonnepanelen - de ontwikkeling stopt niet. Maar dit park laat iets belangrijks zien: het kan. Het werkt. Daarom zeg ik nu tegen gemeenten, provincies, bedrijven - en ook tegen het ministerie van Klimaat en Groene Groei: jullie zijn aan zet. Wij hebben laten zien dat het kan. Nu jullie. En ik? Ik roei zaterdag gewoon weer op het Reitdiep. Tot aan de bult. Daar kijk ik omhoog. En denk: wat ooit een eindpunt was, is nu een veelbelovend begin.

97


Afspraken 3 mei Rede bij de herdenking van de slachtoffer April-meistakingen Appelbergen

7 mei Gesprek met Statenleden over gasdossier Provinciehuis

4 mei Kranslegging bij de dodenherdenking Martinikerk Groningen

8 mei Openingstoespraak ISPT-congres (procesindustrie) Forum Groningen

5 mei Rede bij de herdenking van ‘80 jaar vrijheid’ in het Bevrijdingsbos Planten van een kastanje Namens de Provincie Groningen

Afscheidstoespraak voor Cas König als CEO van Groningen Seaports DOT Groningen

Ontsteken van het bevrijdingsvuur bij het Bevrijdingsfestival Stadspark Groningen

98

9 mei Provinciale regietafel vluchtelingen Provinciehuis 10 mei In ontvangst nemen van eerste exemplaar van een boek over Orgelbrouwer Hinsz


15 mei Opening zonthermisch park Dorkwerd Groningen 16 mei Stuurgroep Lelylijn Lelystad 21 mei Presidium van Provinciale Staten Provinciehuis 23 mei In onvangst nemen briefadvies SER Noord-Nederland over ‘ontzorgen MKB’ Provinciehuis Aanwezig bij herdenking van de slag bij Heiligerlee Heiligerlee

26 mei Bestuurlijk Overleg Groningen met staatssecretaris Van Marum (BZK) en Jansen (I&W) Provinciehuis Kennismakingsbezoek van de Ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland, Dr. Meyer-Landrut Provinciehuis 27 mei Noord in Nieuwspoort Den Haag 28 mei Bezoek van Provinciale Staten van Groningen en Drenthe aan de Eerste Kamer Den Haag

99


100


101


Koude soep en warme samenwerking ‘Bovenal is de zee koude soep’, zingt Kamagurka. Toen ik deze maand met een grote Groningse delegatie in Schotland en op de Orkney-eilanden was, klopte dat beeld vrij aardig. Niet dat ik de temperatuur van het water werkelijk heb geprobeerd: de zee daar nodigt niet uit tot zwemmen. Het stroomt, het waait en het kolkt, waar de Noordzee de Atlantische Oceaan ontmoet. Juist daardoor gebeurt er in en rond het water van alles dat warmte oplevert: energiewinning, innovatie en samenwerking. Want ook aan de overkant van de Noordzee werken ze aan de energietransitie. Ook daar zoeken mensen naar houvast in de omslag van fossiel naar hernieuwbaar. En in die herkenning ligt de basis voor partnerschap. De Noordzee verbindt dus. Letterlijk, tussen regio’s die elkaar begrijpen. We ontdekten in de Schotten de Groningers van Groot-Brittannië. De zee verbindt ook figuurlijk. De Noordzee blijkt een brug tussen mensen die hun toekomst in eigen hand willen nemen. Daarom waren we daar. En daarom bleken er goede kansen op duurzame samenwerking.

Intussen was er in ons vasteland ook koude soep. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend’, zegt het spreekwoord. Maar de Haagse soep was al lang afgekoeld. En het tienpuntenplan van de grootste partij bleek een koele aankondiging van breuk. Ik vind dat een verlies voor kiezers die dachten dat het dit keer anders zou gaan. En een verlies voor iedereen die weet dat stilstand achteruitgang is. Met name voor de delen van het land die net iets meer afhankelijk zijn van stevig landsbestuur. Gebieden zoals Groningen.

vertelde ik de wetenschappers wat ze al lang wisten Gelukkig gebeurde er hier ook veel dat wél energie gaf. Zoals de aanwezigheid van topwetenschappers in Groningen. De opening van het prachtige Feringa Building, waarin ik een rol mocht spelen. En het European Polymer Congress, dat een week lang Martiniplaza en de halve stad bezet hield. Zelfs hier ging het over zee en soep: in mijn welkomstpraatje vertelde ik de wetenschappers wat ze al lang wisten: hoe belangrijk

102


Op de foto: Energie uit golven op Orkney - Bron: Martijn Heemstra

103

hun werk is. Voor schaarse grondstoffen. Voor het klimaat. En voor het aanpakken van de plasticsoep in zee.

En een week daarna fietsten Erik Jan Bennema en ik voor de Nierstichting... opnieuw langs de zee tegen de dikke tegenwind in.

De zee was deze maand dus vaker in beeld dan normaal. Aan het eind van de maand voer ik nog een eindje mee met de reddingsbrigade in Lauwersoog.

De zee is zeker koude soep. Maar ze bleek deze maand verrassend vaak bruikbaar als warme metafoor voor de junimaand.


De Noordzee als brug niet als grens Afgelopen week stond ik op een plek die geschiedenis ademt: Edinburgh Castle. Vanaf die rots kijk je uit over de Schotse hoofdstad, maar ook - als je goed kijkt over de horizon van Europa. Ik stond er in goed gezelschap. Van degenen die ons ontvingen. Maar ook samen met een brede Groningse delegatie - ondernemers, onderzoekers, onderwijsinstellingen en overheden. Samen reisden we door Schotland. Van de golfslag bij Orkney tot waterstof in Edinburgh. Van de net geopende nieuwe haven van Aberdeen tot een distilleerderij die binnenkort draait op groene waterstof. Wat al die plekken gemeen hadden? Ze lijken op ons.

En overal zagen we: de groene transitie is mensenwerk Niet letterlijk natuurlijk. Het regent daar anders. De heuvels zijn hoger. De doedelzakken net iets luider. Maar de maatschappelijke opgaven - die zijn bijna identiek. Hoe breng je je regio van fossiele energie naar hernieuwbaar, zonder dat je de mensen kwijtraakt? Hoe houd je bedrijvigheid in gebieden waar vroeger olie en gas centraal stonden - en straks misschien niks meer? 104

In Orkney zagen we pioniers in getijdenenergie. In Aberdeen zagen we hoe de oliewereld zich heruitvindt in een Energy Transition Zone. En overal zagen we: de groene transitie is mensenwerk. Technologie is onmisbaar. Maar zonder samenwerking gebeurt er niks. En daarom zijn we hier De innovatie-missie naar Schotland had als doel om te leren, te verbinden en om ideeën mee terug te nemen naar Groningen. Maar misschien nog belangrijker: om nieuwe Europese bondgenoten te vinden. En ondertussen de spelers in Groningen nog beter te leren kennen. Elkaars vragen en observaties op wat we zagen op ons in te laten werken. Want de grote transities van onze tijd - klimaat, energie, economie - spelen zich niet af tussen hoofdsteden. Ze worden gemaakt in regio’s als de onze. Aan de randen van het land, met zicht op zee. Daar waar de wind waait, de ruimte is, en de mentaliteit bestaat om er gewoon mee te beginnen. Daarom geloof ik sterk in samenwerking rondom de Noordzee. Niet alleen in vergaderzalen, maar ook op werkbezoeken.


Niet alleen tussen ministers en burgemeesters, maar juist ook tussen ingenieurs, docenten, havenbestuurders en waterstofpioniers. Zij zijn het die de transitie concreet maken.

op zee, waterstof, netcongestie en beroepsonderwijs, dan praat je met vakgenoten die exact weten waar je tegenaan loopt. En je komt samen sneller tot oplossingen. Of op zijn minst tot betere vragen.

‘En daarom zijn we hier’, stelde ik tevreden vast in de bus. Het voelde goed om een rol te kunnen spelen bij die connectie. Soms vinden deskundigen en ondernemers elkaar vanzelf. Soms moet je een ‘innovatiemissie’ uitrusten en er moeite voor doen. Je moet over zee, over je ego (‘not invented here’) en over je grenzen heen.

In de kasteelmuren van Edinburgh klonk dat extra sterk door: De energietransitie is geen technocratisch project. Het is een maatschappelijke opdracht. De Noordzee is de zee die ons verbindt. In Schotland, in Scandinavië, in Noord-Duitsland en bij ons wordt gewerkt aan sterk vergelijkbare projecten voor een betere toekomst.

Samen ga je sneller De bekende uitdrukking ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’, is niet altijd waar. Soms kun je elkaar helpen om vaart te maken. Wat deze missie vooral liet zien: we hoeven het niet alleen te doen. Als Groningen met Schotland praat over wind

En alleen als we de brug slaan tussen kennis en kapitaal - en tussen de regio’s die elkaar écht begrijpen - maken we er iets van dat standhoudt. Daarom waren wij daar. En daarom blijven we samenwerken. Rondom de Noordzee. Voor een groene toekomst. 105


Olympische wetenschap Soms krijg je een glimp van wat het betekent om de Nobelprijs voor de Scheikunde te winnen. Niet alleen vanwege de roem of de internationale erkenning, maar om naschokken, de gevolgen van zo’n prijs. Jaren nadat het applaus in Stockholm is verstomd, begint het pas echt. Vandaag opende in Groningen een gebouw van glas, staal en ambitie: het Feringa Building. Een broedplaats voor bèta-talent, technologie en toekomstgericht onderzoek. In aanwezigheid van Prins Constantijn. En van de naamgever natuurlijk. Want het gebouw is vernoemd naar iemand die gewoon nog door de gang kan lopen. Ben Feringa leeft - en hoe.

En dat schept vandaag voor mij een probleem Dat een gebouw dat je naam draagt nog tijdens je leven: dat overkomt prinsessen en koninginnen (m/v). Maar verder alleen mensen die niet alleen iets uitzonderlijks hebben gepresteerd, maar die ook een uitzonderlijke indruk achterlaten. Levende legendes. Feringa’s Nobelprijs was meer dan een kroon op zijn werk. Het was een signaal aan studenten, collega-wetenschappers, 106

beleidsmakers: het kan. Hier, aan de universiteit van Groningen, kun je werken op het hoogste niveau. Je kunt de grenzen van het weten oprekken, en de wereld verbaasd achterlaten. Huldiging Wat me fascineert, is niet alleen Feringa’s ontdekking van moleculaire motoren. Het is de manier waarop hij altijd de mensen om zich heen groter maakt. Zijn studenten, zijn promovendi, zijn collega’s - ze worden allemaal een beetje Feringa als ze met hem werken. En hij zet ze altijd op een podium. Hij is een voorbeeld waar je anderen mee vergelijkt. Toen ik de gouden roeisters van Gyas mocht huldigen, noemde ik ze ‘de Ben Feringa’s van Gyas.’ En dat schept vandaag voor mij een probleem. Want als zij ‘de Ben Feringa’s zijn’, hoe noem ik Ben Feringa zelf dan? Laten we het isgelijkteken maar letterlijk nemen. Dan is Ben Feringa dus de meest olympische wetenschapper die we hebben. Ik geloof niet dat hij roeit. Maar hij bedrijft topsport op het allerhoogste niveau. Gedreven, vindingrijk, grensverleggend. En als teamspeler: Feringa trekt anderen mee omhoog.


Het nieuwe gebouw, opvallend genoeg in de vorm van een W (een letter die in Ben noch Feringa voorkomt), is nu het kloppend hart van de Faculty of Science and Engineering. Hier wordt gebouwd aan de volgende generatie onderzoekers, ingenieurs, uitvinders. Misschien loopt de volgende Nobelprijswinnaar er al rond - of zit ze nog aan de koffie in de kantine.

het land. En regelmatig zelfs de wereld. De Rijksuniversiteit Groningen werkt - zo luidt haar motto - aan de grenzen van het weten. Met het Feringa Building krijgt dat motto opnieuw betekenis. Want kennis is belangrijk, maar durf misschien nog wel meer.

Samenwerken Maar het gebouw is meer dan een architectonisch hoogstandje. Het is een uitnodiging. Het is zo vormgegeven dat het samenwerking uitlokt. Het is mooi om er samen te werken. Over de grenzen van disciplines heen. En dat is nodig ook.

Ik was trots dat ik een handje mocht helpen bij de opening. En terwijl ik in voortreffelijk gezelschap de rode knop indrukte, keek ik in de vrolijke gezichten van de mensen die hier gaan studeren, onderzoeken en werken.

Want de problemen van deze tijd - de energietransitie, klimaatverandering, gezondheidszorg - vragen om wetenschappers die over hun eigen schaduw heen stappen. Die techniek verbinden met ethiek. Chemie met biologie. Data met verbeelding.

Misschien loopt de volgende Nobelprijswinnaar er al rond

Ben Feringa stelde vast dat je in ‘zijn’ gebouw makkelijk kon verdwalen. En hij hoopte zelfs dat dat zou gebeuren. Veel wetenschappelijke successen zijn veroorzaakt door verdwalen. Ik wens de wetenschappers veel succes. En veel plezier. Eén ding is zeker - aan de faciliteiten zal het niet liggen.

In Groningen kunnen we dat. En in dit gebouw krijgt die ambitie een thuis. Wat hier gebeurt, raakt niet alleen de stad. Het raakt

Op de foto: Ben Feringa bij de opening van ‘zijn’ gebouw

107


Verbeeld je niks! Ruim elfhonderd topwetenschappers en deskundigen uit de industrie uit meer dan 40 landen, treffen elkaar deze week in Martiniplaza. Geen toevallige bijeenkomst van vakgenoten, maar wetenschappers die een revolutie kunnen ontketenen. Wetenschappers die daarmee van grote betekenis kunnen zijn voor onze toekomst. Vandaag mocht ik hun European Polymer Congress 2025 openen. De editie van dit jaar trekt veel meer bezoekers dan normaal. Ik denk natuurlijk dat het komt door Groningen. Ik vertelde onze gasten wat over de plaats van hun congres. Over de vrolijke kant. De jongste stad van Nederland, meer studenten dan fietsenrekken, horeca zonder sluitingstijden. Een stad die nooit slaapt. Over de sterke kant. Groningen als brandpunt van ideeën en van wetenschap die wereldwijd indruk maakt.

Hier leerden we op de moeilijke manier: stilstand is achteruitgang En over de dramatische kant. Ik vertelde waarom juist Groningen snakt naar vernieuwing. In een regio waar de gaswinning een schokkend effect had. En aardbevingen 108

duizenden huizen, monumentale boerderijen en middeleeuwse kerken beschadigde. Waar door de stijgende zeespiegel en de dalende bodem zout kwelwater onder de dijken doorstroomt en onze landbouwgronden bedreigt. Hier leerden we op de moeilijke manier: stilstand is achteruitgang. Slechts vernieuwing kan behouden. Crisis en moleculen En dat is wat er op het spel staat. De toekomst. De toekomst is geen abstract ideaal. Ze krijgt vorm in moleculen. In nieuwe materialen. In samenwerkingen die lef vragen. Zoals bij de inzet van groene waterstof in onze chemie, of bij de herbestemming van oude gasleidingen voor een duurzame energietoekomst. En ja: aan de rand van de Waddenzee werelderfgoed, en niet zonder reden - staat het tweede chemiecluster van Nederland. Ook dat wil vergroenen. Niet uit luxe, maar omdat het moet. Polymeren zijn de bouwstenen van onze tijd. Plastic bestaat eruit. En plastic is overal. Van voedselverpakkingen tot medicijnen, van kleding tot smartphones. Polymeren vullen niet alleen onze leefomgeving, ze bepalen ook onze ecologische voetafdruk.


En nee, het gaat niet goed. Want jaarlijks belanden er nog steeds miljoenen tonnen plastic in onze oceanen. We verbranden in enkele decennia de fossiele grondstoffen die de aarde in miljoenen jaren heeft opgebouwd. En klimaatverandering is allang geen waarschuwing meer. Het is een regelrechte bedreiging.

Nobelprijswinnaars die lieten zien hoe je de materie opnieuw kunt bekijken De wereld is hard toe aan een materialenrevolutie. Een fundamentele omwenteling naar slimme, circulaire, biobased grondstoffen. En het goede nieuws is: die revolutie begint hier. In Groningen. Op dit congres. Maar niet alleen daar. Wetenschap met lef Een Groningse reactie zou zijn: verbeeld je maar niks! Maar wie beter kijkt, ziet het.

Hier kan het wel. Groningen is de stad van Frits Zernike en Ben Feringa - Nobelprijswinnaars die lieten zien hoe je de materie opnieuw kunt bekijken. Maar ook van het Zernike Institute en het Stratingh Institute, waar vandaag gewerkt wordt aan een betere toekomst. Groningen doet niet alleen mee, maar loopt voorop in fundamenteel én toepasbaar materiaalonderzoek. Met zelfreplicerende systemen, supramoleculaire materialen, enzymatische polymerisaties en andere dingen die de meeste mensen niet begrijpen. Academische bubbels? Nee. Bij ons is het realiteit. Bezoek Delfzijl en je ziet de Avantium-fabriek: de eerste commerciële installatie ter wereld die PEF produceert uit plantaardige suikers. Een 100% biobased, recyclebaar plastic zonder olie. Zoals alle innovaties vergt het moed om eraan te beginnen. Maar het krijgt 109


vorm. Avantium werkt inmiddels samen met Coca-Cola en Carlsberg aan de ontwikkeling van duurzame verpakkingen.

hoe wetenschap hier niet ophoudt, bij belangrijke publicaties Ga naar Emmen waar we polyester recyclen via CURe-technologie. Of ga er op uit in Groningen, waar BioBTX plastic afval omzet in aromatische bouwstenen. En alles komt samen in de ‘triple helix’ die in Groningen goed ontwikkeld is: die van onderwijs, overheid en ondernemingen: de Greenwise Campus en Chemport Europe. In 2021 gaf dat vorm aan het eerste hybride lectoraat in Nederland rond circulaire polymeren. Revolutionair en kenmerkend voor de ‘Universiteit van het Noorden’ - van universiteit tot mbo. In modern taalgebruik noemen we dat een ‘ecosysteem’. We zien hoezeer we met elkaar verbonden zijn. En van elkaar afhankelijk, net als in de biologie. Op deze conferen-

110

tie kunnen we dat zien. Op de stand van de Greenwise Campus kan iedereen met eigen ogen zien hoe wetenschap hier niet ophoudt bij belangrijke publicaties, maar moet doorwerkt in pilots en in fabrieken. Dweilen of herontwerpen? Deze week is Groningen de verzamelplaats voor de meest geavanceerde kennis op het gebied van polymeren, recycling en duurzaamheid. Dat is mooi om even van te genieten. Maar de uitdaging is niet alleen topwetenschap. Het gaat hier over relevantie. Want ja, het is fantastisch dat ‘onze’ Boyan Slat de plastic soep bestrijdt. Maar die vervuiling stroomt nog steeds door. Miljoenen tonnen per jaar. Evenals de verspilling van aardolie en de opwarming van de aarde. Wie meer wil dan dweilen met de kraan open, heeft nieuwe technologie nodig. Verbeeld je eens... niks. Niks fossiel. Niks afval. Dankzij nieuwbare grondstoffen. Materialen die makkelijker te recyclen zijn,


processen die efficiënter zijn, keuzes die eenvoudiger worden. En de maatschappelijke acceptatie daarvan. Consumenten en industrieën moeten begrijpen waarom het ertoe doet. Overheden moeten een handje helpen. En chemici maken het allemaal mogelijk.

Ik hoop daarom dat deze conferentie dat biedt. Niet alleen ideeën en contacten, maar ook inspiratie om door te gaan. We heten een fantastische groep mensen welkom met open armen, zonder sluitingstijd. Om een eind te maken aan ‘verbeeld je maar niks’.

de moleculaire bouwstenen van onze wereld herontwerpen

Want de wereld veranderen, dat vergt een enorme verbeelding. Een revolutie lukt nooit op routine. Ze vraagt bovendien om geïnspireerde samenwerking. En daarom alleen al (en natuurlijk omdat het ook ‘chemie’ is) gun ik alle deelnemers ook een biertje aan het eind van een lange werkdag.

De vragen zijn groot. Hoe maken we van doorbraken een nieuwe standaard? Hoe wordt circulariteit vanzelfsprekend in plaats van een dure optie? Hoe ontwerpen we materialen die een antwoord geven op de grote problemen van vandaag? Het begint vandaag bij de wetenschap. Wetenschappers kunnen de moleculaire bouwstenen van onze wereld herontwerpen. En dat onder de aandacht brengen van mensen in de industrie. Van investeerders die duurzaamheid niet als kostenpost zien, maar als een kans om marktleider te worden. Van beleidsmakers die regels durven maken voor winst op lange termijn, in plaats van kostenbesparing in het lopende begrotingsjaar. En bovenal: de samenwerking van al die mensen. Verbeelding Wetenschappers kunnen oplossingen bieden die nu nog niemand kan bedenken. Ze kunnen moleculen, polymeren de basis laten zijn voor een andere toekomst. De rest is verbeeldingskracht. Niet alleen die van wetenschappers, ook die van ondernemers, consumenten en ja, ook aan beleidsmakers.

111


Dankjewel Mirjam! Burgemeester ben je vanaf de eerste minuut. Iedereen verwacht en mag verwachten dat je meteen je rol oppakt, de juiste beslissingen neemt en de goede dingen doet.’ Vandaag was de uitzwaaibijeenkomst voor waarnemend burgemeester Mirjam van ‘t Veld. Temidden van een mooie deelverzameling van binnenlands bestuur, afdeling Groningen, stond het Stadhuis stil bij haar vertrek. En bij de betekenisvolle acht maanden die daaraan vooraf gingen. Ik begon mijn toespraakje met een citaat. En het kan maar zo dat dit citaat Mirjam van ‘t Veld bekend voorkomt. Ik citeer namelijk uit haar eigen werk. En wel uit het boek ‘En dan ben je burgemeester’, dat Mirjam ooit schreef, samen met bestuurskundige Theo Camps. Ze deelde daarin haar ervaringen als beginnend burgemeester in Maarssen. Zodat anderen daarvan konden leren. Dat Mirjam begon in Maarssen, is lang geleden. Maar wat je in het boek zegt over het burgemeesterschap, gold ook toen ze vorig jaar oktober waarnemer werd in Groningen. Het vertrek van Mirjams voorganger kwam sneller en ingewikkelder dan verwacht. We hadden op korte termijn iemand nodig die 112

weet hoe je dat doet, burgemeester zijn. Die meteen aan de bak kon. En die ontspanning kon brengen. Mirjam bleek de juiste vrouw op de juiste plaats. Waarbij ik graag het woord ‘vrouw’ benadruk. Ik ben er trots op dat ik met haar eindelijk - de eerste vrouwelijke burgemeester van Groningen mocht benoemen. En dat er met Roelien Kamminga meteen sprake is van een trend!

Eindelijk: de eerste vrouwelijke burgemeester van Groningen Dat Mirjam burgemeester was vanaf de eerste minuut, is voor haar bijna een gewoonte. Als waarnemer heb je doorgaans geen tijd om je in te werken. Je moet meteen leveren. Dat kostte Mirjam in Groningen weinig moeite. Met haar nuchtere en ontwapenende persoonlijkheid nam ze mensen snel voor zich in. Mirjam kan héél hard lachen, dat helpt. Maar wat vooral helpt, is dat ze vriendelijkheid paart aan de stevigheid die nodig is om een stad te besturen. Een zeldzame combinatie, maar Mirjam heeft die in huis.


Waarnemers hebben weinig tijd. En Mirjam toonde vanaf het begin leiderschap. Door zich overal in de stad te laten zien. Door zich glashelder uit te spreken over gevoelige onderwerpen, zoals een landelijk vuurwerkverbod en normering van drugsgebruik. Door zich te scharen achter het pleidooi van haar Amsterdamse collega Femke Halsema om het dodelijke geweld in Gaza te stoppen.

Dat vond je gezellig, maar niet erg efficiënt Het mooie van een waarnemer ‘van buiten’ is dat die ons met een frisse blik een spiegel kan voorhouden. Zo wees Mirjam ons erop dat we het in Noord-Nederland bestuurlijk héél druk hebben. Ze rende zich rot van het ene overleg naar het andere. Waarbij ze tot haar verbazing voortdurend dezelfde mensen tegenkwam. Ander circus, zelfde clowns. Dat vond ze natuurlijk gezellig. Leuke mensen en zo... Maar het was niet erg efficiënt. Mirjam heeft ons dan ook beslist een handje geholpen onze overleggen te stroomlijnen, onder andere als trekker van de economische agenda van het programma Nij Begun. Daar kunnen wij mooi op voortbouwen.

Beste Mirjam Jij zet graag stappen vooruit. Dat is maar goed ook. Want die éne stap die je in Groningen achteruitzette, is je niet goed bekomen. Omdat ik er zo dicht bij stond, beweren kwade tongen (die teveel House of Cards hebben gekeken) dat ik jou tijdens Eurosonic Noorderslag van het podium in de Stadsschouwburg duwde. Ik ontken alles. Maar ik zag het wel gebeuren. Een rotsmak! Wat een ongelooflijke pech, dat je zó onfortuinlijk terechtkwam. De impact was groot, je kon een aantal weken niet werken. En een zware hersenschudding werkt lang na. Maar toen ik je - half grappend, maar humor is de hoogste vorm van ernst - of ik voor de waarnemer een waarnemer moest benoemen, was er geen haar op je hoofd die daaraan dacht. Toch heb je veel naweeën ondervonden van je val. Waardoor je waarschijnlijk een rustigere burgemeester was, dan je wilde. Zelfs met die ‘handicap’ - want dat was het toch voor je - was je een kundige en betrokken burgemeester van Groningen. Je zette je in om de stad sterker en veiliger te maken. Dat deed je ontspannen en vrolijk. En met Op de foto: Mirjam van ‘t Veld

113


114 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


oog voor politiek, bestuur én inwoners. Je was burgemeester vanaf de eerste minuut. Je pakte meteen je rol, nam de juiste beslissingen en deed de goede dingen. Geheel volgens het boekje dat je zelf schreef. Het was een feestje, zei je in je afscheidsinterviews. Maar we weten allemaal dat je vaak zelf de slingers moet ophangen. En dat deed je.

Eens een Groninger, altijd een Groninger, weet ik uit ervaring Nu draag je de stad over aan je opvolger. Want het lot van een waarnemer is dat je snel komt, maar ook snel gaat. Voor iemand die goed is in waarnemen, ben je níet zo goed in loslaten, heb je wel eens gezegd. Nou, maak je borst dan maar nat. Eens een Groninger, altijd een Groninger, weet ik uit ervaring. Wat ga je ze missen: d’Olle Grieze, de Grote Markt en het Hoge der A. En natuurlijk de aaierbal en al die leuke Stadjers. Graag tot gauw dus. Hopelijk houdt Groningen een warm plekje in je hart als er weer nieuwe uitdagingen op je pad komen. Veel dank voor wat je voor Stad en Ommeland hebt betekend. ’t Kon minder, zeggen we dan hier. En: beste mor weer!

115


Welkom Roelien! Zonet mocht ik de vrouw beëdigen die vanmorgen wakker werd als burgemeester van Groningen. Wij Noorderlingen zijn van: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Maar als het om de burgemeester van Groningen gaat, laten we alle bescheidenheid graag varen. ‘De mooiste gemeente van Nederland zoekt de beste burgemeester van ons land.’ Dat zei Jeffry van Hoorn, voorzitter van de vertrouwenscommissie, toen hij de profielschets voor de nieuwe burgemeester namens de gemeenteraad aan mij aanbood. We zoeken een burgemeester, zei hij, ‘op Champions League-niveau’. Nou, daar schrok ik wel even van. Want laten we eerlijk zijn: het is zelfs onze FC nog nooit gelukt om Champions League te spelen. En met televisieprogramma’s die op dat niveau zeggen te opereren, loopt het ook niet altijd goed af. Dus is het wel verstandig, zo vroeg ik me destijds af, om in dat soort termen te spreken over de toekomstige burgemeester? Wie durft er dan nog te solliciteren? Maar ‘met de kennis van nu’ kunnen we zeggen dat de strategie heeft gewerkt. Want kijk, daar zit ze. De Champions League-burgemeester. Die alles heeft wat de gemeenteraad in de profielschets vroeg. En daar 116

toch bescheiden en zichzelf bij blijft. Vrouw van de wereld, maar ook gewoon: meisje uit Zuidbroek. Keiharde werker, maar altijd aardig en vriendelijk. Beste Roelien Zo heb ik jou een jaar of zes geleden leren kennen. Jij was toen als ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de versterking in Groningen. Je viel op door je nuchtere en praktische aanpak. Met hart voor de zaak en oog voor de Groningers. Je legde gemakkelijk contact met ‘onze’ ambtenaren. Dat is niet elke Rijksambtenaar gegeven. Jouw houding deed de spreekwoordelijke afstand tussen Den Haag en Groningen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Zo heb je ook in die rol al veel voor ons kunnen betekenen. Maar jouw competenties vielen niet alleen ons op. Voor we het wisten werd je van ambtenaar lid van de Tweede Kamer. Diverse malen had ik het genoegen om bij jou, onder het genot van een kopje koffie, te peilen hoe de vlag erbij hing in de machtige en ondoorgrondelijke VVD-fractie. Ik ging altijd goed bijgepraat en met nuttige inzichten naar huis. Waarbij je overigens nooit infor-


matie prijsgaf die daar niet voor bedoeld was. En je liet je ook niet voor een karretje spannen. Zelfs niet als dat uit Groningen kwam.

Maar voor jou bleef Groningen altijd je basis Je deed het goed in de Tweede Kamer. Je was een bevlogen volksvertegenwoordiger, fractiesecretaris, lid van het presidium en ondervoorzitter van de Kamer. Maar toen kwam die vacature voorbij. Voor die Champions League-burgemeester. Jij liet je daar niet door ontmoedigen. Misschien spoorde het je zelfs wel aan. Want als kind wilde je al burgemeester van Groningen worden. Maar óók de nieuwe Mart Smeets. Nou, die kan er ook wat van, qua spreken in sporttermen! Je reisde voor eerdere banen over de we-

reld. Je woonde en werkte bij de Verenigde Naties in Wenen. Je stond de Bovenwindse Eilanden bij in de wederopbouw na de orkaan Irma. Maar voor jou bleef Groningen altijd je basis. Toen je lid werd van de Tweede Kamer, verhuisde je terug naar Zuidbroek. Omdat je het contact met de regio waar je vandaan komt, belangrijk vond. Wortels En nu komt alles bij elkaar in het burgemeesterschap van Groningen. Je kennis van het openbaar bestuur. Je Haagse netwerk. Je brede nationale en internationale ervaring. Maar ook: je wortels in deze regio. Je nuchterheid en je doortastende aanpak. Je warme hart voor de Groningers. Bij jouw afscheid in de Tweede Kamer noemde voorzitter Martin Bosma jouw vertrek een verlies voor de Kamer, maar een

117


enorme winst voor het Noorden. ‘Groningen krijgt met jou een kei van een burgemeester’, voorspelde hij. En hij kan het weten, want hij kent je. Jij hebt Groningen veel te bieden. Maar het omgekeerde is ook waar. Want Groningen is een kei van een gemeente. Ik zou haast zeggen: Champions League. De zesde stad van Nederland. Economische motor van het Noorden. Met bijna 250.000 inwoners, waarvan 70.000 studenten. Levendig en druk. Ambitieus en innovatief. Eigenzinnig en koppig. Maar ook: charmant en landelijk, met de prachtige dorpen die deel uitmaken van de gemeente. Er ligt veel werk. Voor een doener als jij, Roelien, meer dan genoeg om de mouwen voor op te stropen. Ik noem maar eens wat. Krachtdadige uitvoering van Nij Begun. Openbare orde en veiligheidsissues. De Lelylijn. De woningnood, het ravijnjaar, het aanpakken van armoede en ongelijkheid. En vooral natuurlijk, zeg ik niet zonder eigenbelang, de samenwerking in de regio en met de provincie. Ik kijk ernaar uit! Ik wens je veel succes en geluk in Groningen. Denk niet te veel aan de Champions League, maar ga gewoon lekker aan de slag. En laat je vooral leiden door wat een van je inwoners de nieuwe burgemeester adviseert in de profielschets: ‘Wees jezelf, maar denk Gronings.

118


119 Op de foto: Burgemeester Roelien Kamminga - Bron: Gemeente Groningen


Afspraken 2 juni Vergadering Kring van commissarissen van de Koning Den Haag Overleg van de commissarissen van de Koning met de ministers van BZK, J&V, de NCTV en de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten Den Haag

10 - 13 juni Innovatiemissie Schotland 16 juni Eedaflegging Provincieambtenaren Provinciehuis

3 juni Herdenking bij Indië-monument Groningen

17 juni Opening Feringa Building Groningen

4 juni Provinciale Staten Provinciehuis

20 juni Provinciale Regietafel Vluchtelingen Provinciehuis

Indië-herdenking Havelte

120

5 juni ‘Grenslandreis’ Nederland Nedersaksen, Emmen

Bestuursvergadering Fondsen (Scholten, Kamminga en Landbouw) Provinciehuis


Bezoek aan 43e Gemechaniseerde Brigade Kazerne Havelte 23 juni Opening European Polymer Congress Provinciehuis Ondertekening Joint letter of Intent Cosun, Vierverlaten 25 juni Presidium Provinciehuis Statencomissie Provinciehuis

26 juni Werkbezoek aan demontage NAM-locatie Kooipolder Froombosch 27 juni Ambtsbezoek aan gemeente Het Hogeland WEC, Lauwersoog 28 juni Meefietsen met (het eerste deel van) de Coast to Coast Challenge Zoutkamp 30 juni Installatie burgemeester Roelien Kamminga gemeente Groningen Stadhuis Groningen

Afscheid waarnemend burgemeester Mirjam van ‘t Veld Stadhuis Groningen

121


122


123


Rare tijden ‘Er zijn gewone tijden en er zijn rare tijden’, schrijft Toon Tellegen in ‘De egel, dat ben ik’. Als je het hem ernaar zou vragen, is de kans groot dat hij over deze tijd zou zeggen dat het een rare is. Want dit kende ik nog niet: wordt een demissionair kabinet dubbel demissionair als één van de overgebleven politieke partijen alsnog uit de regeringscoalitie stapt?

de zomer ’26 gaat duren. Al die tijd maakt het land een soort ‘surplace’. Of het nu gaat om het oplossen van het hoofdpijndossier stikstof, de woningbouw, de opvang van vluchtelingen of het halen van de klimaatdoelen.

Een onverwacht bij-effect was dat een kersverse gedeputeerde door zijn partij werd gevraagd om minister te worden. We zagen Gouke Moes met gemengde gevoelens vertrekken naar Den Haag.

Dichter bij huis: de behandeling van de Groningenwet, die voor ons van groot belang is voor het herstel van de gevolgen van de gaswinning en voor ons toekomstperspectief, verkeert ook in de gevarenzone. De Raad van State gaf een kritisch advies. Het duurt lang voordat het kabinet die kritiek heeft verwerkt.

Wie mij aan het begin van de zomervakantie had gevraagd of ik dit zag aankomen, zou als antwoord krijgen: nee, absoluut niet. Dat kan natuurlijk betekenen dat er betere waarzeggers zijn (ik sluit dat niet uit). Maar ook, dat het rare tijden zijn. Dat er onverwachte dingen gebeuren, die flinke gevolgen hebben voor het bestuur van ons land. En ons provinciebestuur voor vraagstukken stellen die we nog niet eerder meemaakten. Sinds het kabinet demissionair is, koersen we af op de verkiezingen eind oktober. Met in ons achterhoofd de serieuze mogelijkheid van een kabinetsformatie die tot aan 124

De tijden weer een beetje gewoon krijgen. Met vereende krachten

En voor je het weet is het verkiezingsreces. Met het risico dat de huidige Tweede Kamer kan zeggen: dat laten we over aan de nieuwe Kamer. En wat doet een nieuwe Tweede Kamer, zolang de formatiebesprekingen lopen? Gewoon een paar voorbeelden van de impact van rare tijden. Tijden waarin niets loopt zoals je gewend bent. Enfin: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Besturen als de kunst van


Foto: Margo Wagenaar (Beeldbank Provincie Groningen)

het doormodderen. Blijven duwen. Nooit op je handen zitten. En er het beste van maken. Dus: doorgaan met de uitwerking van de sociale en economische agenda van Nij Begun, het compensatiepakket als antwoord op de parlementaire enquête naar de gevolgen van de gaswinning.

En ondertussen met een nieuw college dat nu een half jaar op stap is de provincie zo goed mogelijk besturen. Ik hoop dat we er toe kunnen bijdragen dat we er samen al polderend uitkomen. Zodat we de tijden weer een beetje gewoon krijgen. Met vereende krachten. 125


Triple A op twee wielen Er is een onvermijdelijk thema deze week. Racefietsen. Want in dezelfde week waarin ik samen met gedeputeerde Erik Jan Bennema de Coast-to-Coast-challenge mocht starten, nemen we afscheid van een burgemeester die verzot is op racefietsen. Net als zijn hele familie. Henk Jan Bolding. “We blijven racefietsen”, beloofde hij zijn famile bij zijn installatie als eerste kroonbenoemde burgemeester van Het Hogeland. En hij hééft gefietst. Veel en hard. Ik weet er alles van. In de toespraak die ik voor hem mag houden in de stralende zon, op Maarhuizen, begin ik dus eerst maar over fietsen. Ik ben nooit die ene Winsumer Wierdentocht vergeten waarvoor hij een klein pelotonnetje had uitgenodigd. Een tocht van ruim honderd kilometer door het Groninger land. Henk Jan als kopman. Als goede gastheer hield hij ons met kroketten en appeltaart en andere gezonde versnaperingen op de been. Natuurlijk verrichtte Henk Jan het meeste kopwerk. Zelfs toen vlak na Warffum, met nog 15 kilometer te gaan, zijn trapper afbrak, bleef hij onverstoorbaar vooraan rijden, dwars door de tegenwind. 126

Met één been, maar met zo’n tempo dat wij hem nóg bijna niet konden bijhouden. Enfin, we kwamen vandaag niet bij elkaar in deze grote tuinparty om wieleranekdotes op te halen. We nemen vandaag afscheid van Henk Jan als als burgemeester. Maar de vergelijking ligt te veel voor de hand om hem niet te maken: heeft Henk Jan zijn gemeente op dezelfde voortreffelijke manier geleid als dat wielerploegje tijdens de Winsumer wierdentocht? Drie vinkjes Ik heb een objectieve manier ontwikkeld om dat te checken. Namelijk via de strikt wetenschappelijke Triple A-test. Wie drie vinkjes heeft, slaagt. Toen Henk Jan hier in 2020 tot burgemeester werd benoemd, was de gemeente namelijk volgens de profielschets op zoek naar een ‘Triple A-burgemeester’. In de financiële wereld betekent dat dat de kredietwaardigheid van een bedrijf of land van het hoogste niveau is. Het Hogeland mikte daarmee op het hoogste burgemeestersniveau. Het nieuwe boegbeeld moest Ambitieus, Aanvoerder en Ambassadeur zijn.


Ambitieus Welnu, hoe zat het met Henk Jans ambities? Best goed. Ik vond hem in Het Hogeland nog ambitieuzer dan op de racefiets. Vanaf dag één wilde hij van deze gemeente een stevige speler maken in de regio. Met vitale dorpen waar het goed wonen en werken is voor álle inwoners. Het zijn zinnen die je makkelijk uitspreekt. Maar realiseren vergt grote inzet en energie. En tot op de dag van vandaag heeft hij zich daar energiek en betrokken voor ingezet. Samen met zijn medebestuurders, de gemeenteraad, de inwoners en de regio. En met goed resultaat. In de afgelopen zes jaar hebben de Hogelanders een gemeente neergezet met een slagkracht die sterker is dan de som der delen. Tegelijkertijd is er volop levendigheid en ‘noaberschap’ in de dorpskernen.

Ik had eigenlijk ook niet anders verwacht. Als secretaris en algemeen directeur bij de provincie Groningen loodste Henk Jan ook mij verstandig en vakkundig door mijn eerste periode als commissaris van de Koning, kat in een vreemd pakhuis. Hij zorgde ervoor dat ik me altijd welkom heb gevoeld. Als ik even niet wist welke kant het op moest, stuurde hij mij altijd in de goede richting. Ambitieus en deskundig. Maar óók: menselijk en vriendelijk.

‘Best een sympathieke vent, die Henk Jan Bolding’ Op dat laatste vlak - de menselijke maat - had Henk Jan als burgemeester ook ambities. Hij wilde een goede bestuurder zijn. Maar vooral wilde hij herinnerd worden (zei hij in een interview) als een burgemeester die oog had voor de mensen 127


om wie het gaat. Dat ze bij zijn vertrek zouden zeggen: ‘Best een sympathieke vent, die Henk Jan Bolding.’ Ook in die ambitie is Henk Jan geslaagd. Hij wordt alom gewaardeerd als een warme burgervader. Iemand die klaarstaat voor de inwoners. Die deelt in hun blijdschap, en meeleeft bij verdriet en rouw. Aanvoerder Ja, Henk Jan was een ambitieuze burgemeester. En hij heeft die ambities kunnen waarmaken. Maar was hij ook - de tweede A - een aanvoerder? In zijn eerdere functies als gemeente- en provinciesecretaris speelde hij natuurlijk een dienende rol. Ambtenaren horen niet in het licht te staan van hun bestuurders.

confronterende gesprekken met inwoners Ze werken meer op de achtergrond. Als burgemeester ben je de voorman van wie leiderschap wordt verwacht. Ik vind het bijzonder om te zien hoe vanzelfsprekend hij die rol vanaf het begin op zich nam. Alsof hij nooit anders had gedaan. Foto: Alex Wiersma (Beeldbank Provincie Groningen)

128

Henk Jan is een slimme en dappere bestuurder. Durft beslissingen te nemen en zijn nek uit te steken. Om de vaart te houden in de aanpak van de gevolgen van de gaswinning. Om de veiligheid in de gemeente te versterken. Om de impact van scheepsrampen als de MSC Zoe en de Fremantle Highway zoveel mogelijk te beperken. Om opvang van asielzoekers te realiseren, waarbij hij confronterende gesprekken met inwoners niet uit de weg ging. Vanuit zijn ‘drive’ om op een beschaafde manier met elkaar om te gaan. Het Hogeland heeft daarmee in Henk Jan de aanvoerder gehad die nodig was om deze fusiegemeente sterk en volwassen te laten worden. Ambassadeur Of Henk Jan daarbij een goede sadeur was, is niet eens een vraag. Het zit in zijn naam! ‘Bolding’, is typografenjargon voor vet zetten, benadrukken. Waar je ook komt, wie je ook ontmoet: zijn enthousiasme over Het Hogeland spat ervan af. We zien je allemaal nog met een big smile op de brug in Winsum staan, toen


bekend werd dat dat het mooiste dorp van Nederland was. Ik heb meegemaakt hoe je ministers, staatssecretarissen, directeuren-generaal, leden van het koninklijk huis - eigenlijk iedereen - wist in te pakken en te verleiden om al dat prachtigs zelf te komen zien. Ze kwamen gewoon als jij dat vroeg.

‘Wees trots’, heb ik hem vaak tegen de inwoners horen zeggen Gelukkig hebben we de foto’s nog! Burgemeester Bolding naast Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima bij de opening van de Tirrel. Een stralend regiobezoek van het Koningspaar, dat perfect verliep. En waar Henk Jan als gastheer en ambassadeur van zijn gemeente glorieerde. Met een big smile. En zo heeft Henk Jan herhaaldelijk met succes mensen uit zijn enorme netwerk naar Het Hogeland gehaald en rondgeleid. Al was het maar om ze af te matten tijdens de Winsumer Wierdentocht! Zo kreeg hij van alles voor elkaar en weet heel Nederland wat een feest het is om in Het Hogeland te wonen, werken en opgroeien. ‘Wees trots’, heb ik hem vaak tegen de inwoners horen zeggen, bijvoorbeeld in zijn laatste nieuwjaarstoespraak.

wat je voor Het Hogeland én de regio hebt betekend. Je bent niet alleen goed in fietsen, maar ook in burgemeester zijn. Beste Henk Jan, Toch houdt het nu op. Omdat je overmorgen 70 wordt. Jij vindt daar iets van. Wat is dat voor leeftijdsdiscriminatie dat een scherpe en topfitte zeventiger geen gemeente meer mag besturen? Ik begrijp je frustratie. Want als iemand laat zien dat 70 het nieuwe 50 is, dan ben jij het wel. Gelukkig kun je de burgemeester wel uit de gemeente halen, maar niet de gemeente uit de burgemeester. Jij hebt Het Hogeland voor altijd in je hart gesloten. Ik ben ervan overtuigd dat je maatschappelijk actief blijft en je op andere manieren zult inzetten voor deze mooie regio. Daarnaast wens ik jou, Annie en jullie familie toe dat jullie ook wat meer tijd zullen hebben om samen door te brengen. ‘We blijven racefietsen’, beloofde je hen ruim 5 jaar geleden. Ik hoop vooral dat je daar nog heel lang mee door mag gaan. Zonder dat je trappers je in de steek laten. Want er is geen mooiere manier om te blijven genieten van het prachtige landschap rond Het Hogeland. Dank voor alles, en het ga jullie goed!

‘Wees trots’. Dat zeg ik nu ook tegen jou. Wees trots op de manier waarop je een ambitieuze aanvoerder en ambassadeur van deze gemeente bent geweest. Je hebt de Triple A-test glansrijk doorstaan. En: die Henk Jan Bolding is óók nog best een sympathieke vent… Dank voor alles 129


Reces, na een zwaar jaar Het was een mooie vergadering, vandaag. Ik ben al jaren geleden opgehouden met voorspellen hoe lang een Statenvergadering duurt. Zeker niet de algemene beschouwingen. Maar de conclusie van vandaag was: niet eens zo heel lang. Voor het avondeten klaar. En het was ook mooi. Als we zouden tellen hoeveel woorden hier vandaag zijn gewisseld, dan zouden we vast wel al een eind op weg zijn naar de volgende voorjaarsnota. Maar dat past ook bij algemene beschouwingen: partijen krijgen de ruimte om te zeggen waar ze op uit zijn. Je krijgt de ruimte om te beschouwen, je zegt wat je vindt, je legt iets neer, je stuurt iets bij, en als het goed gaat, gun je elkaar iets. Verbinden Opvallend vond ik vandaag dat de fractievoorzitters in hun bijdragen bijna allemaal verbinding zochten. Boven het gekissebis wilden uitstijgen, met thema’s als ‘noaberschap’, ‘verbinden’, ‘samen-leving’, begrip voor elkaars perspectief en ‘samenwerken’. Door deze thema’s te kiezen voor hun bijdragen, stelden de fractievoorzitters in de Staten natuurlijk ook eisen aan zichzelf. 130

De lat lag dus hoog, maar het is vandaag allemaal gelukt. Een constructief debat. Af en toe scherp, maar vaak welwillend. Best veel moties, ook. ’t Kon minder, zou ik bijna zeggen. En zo sterk gericht op de inhoud, dat je bijna zou vergeten: dit is óók mensenwerk. Hard werk. Dat ook.

dat je bijna zou vergeten: dit is óók mensenwerk Voor velen van ons, ook mensen die we in de afgelopen maanden zagen vertrekken, was het geen gemakkelijk politiek jaar. Eigenlijk begonnen we opnieuw. Eerst de breuk in de coalitie in september. Toen een moeilijk en vaak emotioneel formatieproces. En daarna de installatie van nieuwe gedeputeerden, in maart. Inwerken. Wennen aan bekende en onbekende gezichten in nieuwe rollen. Nevenfunctie? Ook vandaag bleek: we willen de beste keuzes maken voor onze provincie. En dat gaat niet vanzelf. Zeker niet zo vlak voor de vakantie. Want wat moest er nog veel, zo in die laatste weken. Alsof er geen leven meer is ná de zomer. Gesprekken, vergaderingen, bijeenkomsten, telefoontjes.


De meeste Statenleden combineren dit werk met een ander beroep. Dat heet op onze website ‘nevenfunctie’, maar ik vermoed dat Statenleden dat zelf anders beleven. Voor de één een uit de hand gelopen hobby, voor de ander een roeping - zoals vaak weer blijkt uit de maidenspeeches. Dan is het niet zo gek als tegen de zomer je tong op je schoenen hangt.

het zomerreces komt niks te vroeg Laat ik voor mezelf spreken: het zomerreces komt niks te vroeg. En ik gun ook de Statenleden een paar weken van even niks. Verdwalen in een boek, op een terras, in een gesprek dat nergens toe hoeft te leiden. Tijd om los te laten. Om op te laden. Zodat we straks weer samen verder kunnen. Want er ligt nog genoeg te doen. Maar dat mag straks.

Onthaast Het is, zoals Rutger Kopland schreef, in een volkomen onthaast gedicht onder de titel ‘Zomeravond in het Noorden’: “Er is niets dat moet, zelfs de tijd is hier langzamer dan elders, en als de wind al iets wil dan is het fluisteren tussen koren en koolzaad dat alles goed is, zolang je maar durft te kijken zonder iets te zoeken.” Fijne zomer allemaal! Rust goed uit. En tot in september.

Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)

131


Veel plezier, Burgemeester Broekhuizen! In het voorjaar publiceerden de universiteiten van Amsterdam en Leiden het onderzoek ‘Wie wil nog burgemeester worden?’ De titel is zorgwekkend. Hij klinkt alsof mijn collega’s en ik zuchtend kijken naar steeds dunnere stapeltjes sollicitatiebrieven. Alsof maar weinig mensen meer voor dit ambt zijn te porren. En daar kun je je best wat bij voorstellen. Want ik wil de feestelijke installatiebijeenkomst waarop ik Burgemeester Broekhuizen mag beëdigen niet bederven, maar het is onomstreden het in deze tijd een uitdaging is om burgemeester te zijn. Met taaie maatschappelijke problemen, tegengestelde belangen en soms luidruchtig geuit wantrouwen tegen de overheid. En tóch staan er altijd weer mensen klaar die juist zin hebben in die uitdaging. Mensen die houden van het openbaar bestuur. Die zich er als een vis in het water voelen. En die het een eer vinden om boegbeeld te mogen zijn van een gemeente en haar inwoners. Het Hogeland is erin geslaagd zo iemand te vinden. Hans Broekhuizen staat te trappelen om hier als burgemeester aan de slag te gaan. Hij voldoet volgens de voorzitter van de vertrouwenscommissie aan alle eisen uit de profielschets die de gemeenteraad 132

samen met de inwoners opstelde. Hans is een ervaren bestuurder met een energieke uitstraling. Hij loopt graag voorop, maar zet met evenveel plezier anderen in de schijnwerper. Hij wil zichtbaar zijn, en midden tussen de mensen staan. En hij heeft alles in huis om in de regio een ambassadeur voor Het Hogeland te zijn. Graag feliciteer ik alle Hogelandsters dan ook met deze nieuwe burgemeester!

Terug waar hij weg komt En het omgekeerde ook. Ik feliciteer ook Hans Broekhuizen. Want Het Hogeland betekent voor hem: thuiskomen. Hans is geboren in Delfzijl. Ging naar school op het Fivelcollege en studeerde aan de RUG. Hij werkte bij de provincie Groningen, wat natuurlijk altijd een streepje voor geeft. Hij maakte een paar uitstapjes naar Friesland, Flevoland en, de laatste jaren, het ‘verre oosten’. Maar die vergeven we hem. Want nu is Hans terug waar hij weg komt. Dat moet een goed gevoel geven. Toch is thuiskomen niet het hele verhaal. Wie de overstap maakt van Twenterand naar Het Hogeland maakt ook een schaal-


Op de foto: Hans Broekhuizen - Bron: Gemeente TwenterandGroningen

sprong. Van iets meer dan 34.000 inwoners naar ruim 48.000. Van 3 naar 5 wethouders. En van ruim 100 vierkante kilometer naar meer dan 900. Zelfs als je bedenkt dat bijna de helft van al die bijna honderdduizend bunders bestaat uit water, is het nog steeds een indrukwekkend oppervlak. Bijna letterlijk van Lauwerzee tot Dollard tou. Een grote, interessante gemeente, waar veel aan de hand is. Vrijwel alles wat speelt in de provincie Groningen, kom je tegen in Het Hogeland. Risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid. Dilemma’s rond de ontwikkeling van de zeehavens. De impact van de aardbevingen. Het goed besteden van de gelden van het programma Nij Begun. En niet in het minst: de uitgestrektheid van het gebied. Hans zal aardig zijn best moeten doen om in alle ruim 50 dorpen je gezicht te laten zien.

En tegelijk een wijde blik moeten ontwikkelen. Je kunt in Het Hogeland ver kijken. In de verte zie je altijd een dijk of een wierde. En als je beter kijkt ook fantastische kansen. Die je mee mag helpen verzilveren. Kansen op het gebied van de landbouw, van de visserij en het toerisme. Kansen in de energietransitie. In het verder versterken van verbinding tussen dorpen en buurtschappen. In het bevorderen van ondernemerschap en bedrijvigheid. Het Hogeland is een prachtige, weidse gemeente. Met inwoners die nuchter en eigenzinnig zijn. Maar ook met het hart op de tong. Het landsdeel waar ze de ‘richt’ en slichte toal’ uit het Groninger volkslied hebben uitgevonden. Met de kop d’r veur-houding, die Hans als geboren Groninger ook eigen is. 133


134 Foto: Alex Wiersma (Beeldbank Provincie Groningen)


Hoge verwachtingen Samengevat: ik zie een heel goede match tussen Hans en Het Hogeland. Geen wonder dat hij hier burgemeester wil zijn. Hij was trouwens niet de enige, want er waren 21 sollicitanten voor deze vacature. Dat ligt keurig op het gemiddelde, zo blijkt uit recente cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken, naar aanleiding van het al genoemde onderzoek ‘Wie wil nog burgemeester worden?’ En nee. De veronderstelling dat nogmaar weinig mensen burgemeester willen worden, klopt dan ook niet, aldus de onderzoekers. Wél bevestigen zij het beeld dat het ambt er niet eenvoudiger op is geworden. Je moet kunnen besturen. En een snelle blik op Den Haag leert dat dat niet vanzelf spreekt. Maar inwoners hebben ook hoge verwachtingen van hun burgemeester. Hij of zij is immers in de ogen van de inwoners de baas van de gemeente. En die moet dus leveren, om het eens in modieus politiek jargon te zeggen.

de burgemeester die alles over zich heen kreeg Maar de aanwezigen vandaag in de raadzaal in Uithuizen weten beter. Natuurlijk is de burgemeester niet de baas van de gemeente: de gemeenteraad is het hoogste orgaan. En het besturen van een gemeente is bovendien teamwork: ‘collegiaal bestuur’, als je het sjiek staatsrechtelijk wilt zeggen.

Dat hoort er dus bij. En uit het onderzoek naar burgemeestersvacatures blijkt dat dat voor de meeste mensen geen beletsel is om te solliciteren. Best veel mensen willen burgemeester worden. Ook Hans Broekhuizen heeft ervaren dat het ambt van burgemeester z’n uitdagingen kent. Maar hij heeft uit volle overtuiging gesolliciteerd op de vacature in Het Hogeland. En Het Hogeland heeft uit volle overtuiging voor hem gekozen. Dat geeft vertrouwen in de samenwerking, die hopelijk Hans én Het Hogeland veel goeds zal brengen. Beste Hans, Ik wens jou, samen met je gezin, en alle inwoners van Het Hogeland, een prachtige toekomst, thuis in het Noorden. Geniet, vrij naar Ede Staal, van de waait en van de hoaver. En van ’t koolzoad in de blui. Van de horizon bie Roanum, vlak noa’n dunderbui. Want ‘t is dien laand, dien Hogelaand! Dan vraag ik Hans om naar voren te komen om hem te installeren als burgemeester van de gemeente Het Hogeland. Ik lees hem de eed voor. Hans zweert, zoals iedereen die een publiek ambt bekleedt, dat hij geen giften of gunsten heeft gegeven of beloofd om benoemd te worden en dat ook nooit zal doen. Hans zweert trouw aan de Grondwet. En dat hij de wetten zal nakomen en zijn plichten als burgemeester naar eer en geweten zal vervullen. Applaus en felicitaties volgen. De ambtsketen wordt omgehangen. Burgemeester Broekhuizen kan aan de bak.

Burgemeesters beschikken daarmee lang niet altijd over het gereedschap om aan de verwachtingen van inwoners te voldoen. Maar meestal is het wél de burgemeester die alles over zich heen krijgt, als er iets misgaat in de gemeente. 135


Afspraken 2 juli Vergadering Provinciale Staten Provinciehuis 3 juli Afscheid burgemeester Henk Jan Bolding gemeente Het Hogeland Op Maarhuizen, Winsum 7 juli Provinciale regietafel vluchtelingen Digitaal

136

8 juli Ontmoeting met het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân Leeuwarden 9 juli Vergadering Provinciale Staten Provinciehuis 11 juli Stuurgroep Lelylijn Lelystad


21 augustus Sail Amsterdam op uitnodiging van de commissaris van de Koning in Noord-Holland Amsterdam

25 augustus Installatie Hans Broekhuizen als burgemeester van Het Hogeland Uithuizen

22 augustus Netwerkbijeenkomst Noorderzon Groningen

28 augustus 28-augustuslezing, Groningens Ontzet Academiegebouw, Groningen

24 augustus Herdenkingsdienst Groningens Ontzet Martinikerk Groningen

30 augustus Conferentie kring van commissarissen van de Koning Ballum, Ameland

137


138


139


Feestelijke tradities September is een maand vol feestelijke tradities, die meestal betekenen dat we een nieuw begin maken. Een begin van een nieuw seizoen bijvoorbeeld. We pakken de draad weer op waar we voor de zomer waren gebleven. Rondom het provinciehuis vult de stad zich met studenten. De KEIweek is geweest, het serieuze werk begint. En in een feestelijke optocht lopen in toga gehulde hoogleraren naar de kerk. En als het monumentale orgel van de Martinikerk het ‘Io vivat’ speelt (strikt genomen toch een ietwat overschat drinklied), dan klinkt het als een eerbiedwaardige, feestelijke traditie. En dan moet het nog Prinsjesdag worden. Natuurlijk, het is dit jaar een rijksbegroting met de handrem erop. De Miljoenennota van een dubbel demissionair kabinet. En zelfs de troonrede begon met een knots van een winstwaarschuwing: “Het werk van het kabinet rust na de recente politieke ontwikkelingen immers op een zeldzaam smalle basis”. En het regende ook nog! Maar zelfs dan is het een dag vol feestelijke tradities. De start van het parlementaire jaar. Een dag waarin het Nederlandse volk een beetje extra werd vertegenwoordigd door een ‘burgerdeputatie’ uit Groningen.

140

Wat inmiddels ook een beetje een traditie is - en wat mij betreft een waardevolle - is dat de Koning jaarlijks in gesprek gaat met inwoners van onze provincie om rechtstreeks van hen de verhalen te horen over de voortgang van schadeherstel en versterking. Of in veel gevallen: het gebrek aan voortgang. Ook dat gesprek vond plaats in september. Op 3 september combineerde de Koning deze gesprekken met inwoners, in het prachtige Op Maarhuizen, met de opening van Kunstcentrum De Ploeg, in Wehe Den Hoorn. In alle eerlijkheid: dat was best even schakelen. Want eerst vertellen mensen van de lange en moeizame weg naar herstel. Een ‘nij begun’ is te bereiken, maar vaak met veel moeite. En daarna, na een autorit van nog geen tien minuten, stapt de Koning door een haag van blije mensen. Blij, omdat Wehe Den Hoorn er een trekpleister van jewelste bij heeft gekregen. De Koning kwam het te openen. Het indrukwekkende nieuwe Kunstcentrum De Ploeg. Ook dat markeert een nieuw begin. Ik herinner me nog dat ik ooit op bezoek kwam in het bouwvallige schoolgebouw. “Kijk uit waar u loopt, want je zakt daar makkelijk


door de vloer”. En wat volgde was eigenlijk een wonder. Met grote vasthoudendheid slaagde een klein groepje vrijwilligers erin om van dromen uiteindelijk gerealiseerde plannen te maken. Dat het succesvol wordt, bewijzen de bezoekerscijfers van 10 oktober. Net een maand na de opening ontving

het kunstcentrum de 10.000ste bezoeker. Dat is de kroon op jaren hard werken. Soms zakt de moed je in de schoenen, maar als je volhoudt, vier je een nieuw begin.

141


Gouke Moes wordt gemist Maandagavond belde Gouke. Twintig voor negen. Twintig minuten voordat het publiek zou worden. Hij was door zijn partij, de BBB, gevraagd om (demissionair) minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen te worden. De keuze was moeilijk. Maar de conclusie viel in ons nadeel uit. Ik feliciteerde hem. Van harte. Maar leuk vond ik het niet. We hadden in het college een hele dinsdag om aan de gedachte te wennen. En vanmorgen, tijdens de commissievergadering van Provinciale Staten, bleek het ook daar flink te leven. D66 stelde, mede namens een aantal andere partijen, vragen over het plotselinge vertrek van de gedeputeerde. Vol verbazing hadden ze maandag in de media moeten lezen dat gedeputeerde Moes, na nog geen 24 weken (en als we het reces eraf trekken, effectief 18 weken) zijn functie alweer neerlegt om minister te worden in Den Haag. Hoe kijkt het college nou zelf aan tegen het plotselinge vertrek van Moes? Wat zegt dit volgens het college over de betrouwbaarheid en stabiliteit van dit bestuur richting onze inwoners? En aangezien gedeputeerde Moes de vrijheid voelt dat hij zo snel weer 142

kan vertrekken, terwijl we nog maar anderhalf jaar te gaan hebben, hoe kijkt het college naar het niet opvullen van de vrijgekomen vacature? En hoe ziet het college het overnemen van de lopende dossiers, zodat wij geen vertraging oplopen? Hartstikke jammer... Ik mocht antwoorden geven. En het begon met dezelfde verrassing. Want het was voor elk lid van het college, behalve voor de betrokken gedeputeerde zelf, een grote verrassing maandagavond. En het is natuurlijk bijzonder. Het is eerder voorgekomen, maar het blijft bijzonder dat iemand uit ons college minister wordt.

als een gedeputeerde aftreedt, komt er meestal een nieuwe! En het is ook belangrijk dat iemand minister wordt, want het land moet bestuurd worden. Het is dus niet een gedeputeerde die zomaar wegloopt, het is een gedeputeerde die minister wordt. Daar zit een belangrijk verschil in. Het is een grote en moeilijke stap, zeker voor gedeputeerde Moes zelf. We hebben hem in alle opzichten geluk gewenst.


Hoe kijkt het college daarop terug? Ons gevoel lijkt op dat van de D66-fractie. We vinden het hartstikke jammer dat hij weggaat. We begrijpen het, maar we hadden hem graag langer gehouden. Hij is stevig, energiek, verstandig, een steunpilaar voor het college. Dus ja, wij vinden het jammer en ongemakkelijk. Maar, met alle respect voor gedeputeerde Moes, er is niemand onmisbaar. ...maar rampspoed? Het is overdreven om te doen alsof de stabiliteit van het bestuur ineens in het geding is, of dat de betrouwbaarheid van het hele college ineens wegvalt. Dat doet ook geen recht aan de overgebleven leden van het college. Het is ook niet voor het eerst dat een gedeputeerde vertrekt. Daar zijn routines voor. En ik kan iedereen geruststellen: als een gedeputeerde aftreedt, komt er meestal een nieuwe!

Wat doen we ondertussen? Er voor elke gedeputeerde een vaste vervanger. In dit geval is dat gedeputeerde Top. Ook gedeputeerden kunnen een week griep hebben of op vakantie gaan of andere verplichtingen hebben. En dan is er altijd vervanging. Natuurlijk kijken we zeer binnenkort - waarschijnlijk dinsdag in het college - hoe we de taken tijdelijk het beste kunnen beleggen tot er een nieuwe gedeputeerde is. Er is dus geen enkele reden tot paniek. Er is in deze provincie in het verleden effectief bestuurd met vijf gedeputeerden. Dus er is echt geen rampspoed. Maar we vinden het bar vervelend dat Gouke Moes weggaat, want we waarderen hem zeer als collega.

Op de foto: Gouke Moes - Bron: Provincie Groningen

143


Een hond in de Fraeylemaborg Al sinds mensenheugenis is dit Groningse pronkjewail een plek waar geschiedenis tastbaar wordt, waar je door gangen loopt die verhalen fluisteren, en waar de tuinen elk seizoen opnieuw tot leven komen. Vandaag vieren we dat de Fraeylemaborg 50 jaar een ‘museaal landgoed’ is. De borg zelf is uiteraard veel ouder. We vieren de kracht van een plek die een begrip werd door steeds opnieuw betekenis te krijgen. Dankzij de grote inzet en liefde van vrijwilligers.

herinneringen krijg je geen vat. Ze zijn niet te sturen. Ze zijn er ineens. Soms blijven ze bij ons, soms verdwijnen ze en soms keren ze onverwacht terug. Een hond die gaat liggen waar hij wil.

Ik mag in een tuin vol vrijwilligers aandacht besteden aan een element dat tot nu toe te weinig aandacht heeft gekregen. Want het wordt tijd om het eens te gaan hebben over honden. Honden speelden ook op de Fraeylemaborg een belangrijke rol. Voor de jacht. Voor de status. Voor de gezelligheid. Er bevindt zich op het landgoed zelfs een heus hondenkerkhof. Honden zijn, kortom, belangrijk. Belangrijker dan de meeste mensen denken.

We denken dat vaak, maar er is een andere kracht die telkens weer een beslissende rol speelde: de hond. Ik heb even diepgaand onderzoek gedaan. Op het internet. En ik ben tot verrassende conclusies gekomen.

De schrijver Cees Nooteboom debuteerde lang geleden met de roman Rituelen. Daarin staat meer prachtigs. Maar één zin bleef bij mij plakken: ‘Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil.’ Want dat is raak. De borg is een huis van herinneringen. Maar op 144

Historische honden De invloed van honden is nauwelijks te overschatten. Het is een misverstand dat de loop van de geschiedenis wordt bepaald door grote veldslagen, door verkiezingen of door diplomatieke verdragen.

zonder Checkers, geen Watergate! Neem Willem van Oranje. Vader des Vaderlands, held van de Tachtigjarige Oorlog. Maar hij had zijn leven te danken aan zijn hond Pompey. Terwijl Willem in zijn tent sliep, kwamen er Spaanse huurmoordenaars aan. Pompey sloeg alarm, blafte, krabde, en redde zo het leven van zijn meester.


Op de foto: Directeur Liefke Knol overhandigt eerste exemplaar van stripboek Spoekie! - Bron: Geert Pruiksma

Kortom: zonder een blaffende viervoeter, misschien geen Nederland. En zonder Pompey had die andere huurmoordenaar, Balthasar Gerards, een andere plek in de geschiedenis ingenomen. Het praalgraf van Willem van Oranje in Delft heeft dan ook één opvallende figuur. Aan het voeteneind ligt een trouwe, waakzame hond. Drie eeuwen later, in de Verenigde Staten, was Richard Nixon alleen nog maar kandidaat voor het vicepresidentschap. Maar hij was al in grote problemen. Hij werd beschuldigd van gesjoemel met geld. Maar in een beroemde televisietoespraak zei hij: ‘Eén cadeau geef ik nooit terug: het hondje van mijn dochters, Checkers.’ Het publiek smolt, en Nixons carrière was gered. Voorlopig althans. Met de kennis van nu, kunnen we zeggen: zonder Checkers, geen Watergate!

En dan John F. Kennedy, die midden in de Koude Oorlog een nogal verrassend geschenk kreeg van Nikita Chroesjtsjov: een hondje genaamd Pushinka. Het was de pup van Strelka, die nog was meegegaan met de Spoetnik. Het was diplomatie met een kwispelstaart. Soms brengt een pup meer ontspanning dan een topoverleg!

bij een blaf, een kwispel of gewoon een smekende hondenblik Alexander de Grote had een grote hond, Peritas. Volgens de overlevering versloeg hij een leeuw en zelfs een olifant. Alexander was zo onder de indruk van het beest dat hij het na zijn dood wilde vereeuwigen. Jan Evert Scholten noemde een dorp naar zijn moeder (Klazienaveen). Alexander de Grote noemde een stad naar zijn hond. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Groten 145


der aarde en honden: ze blijken onafscheidelijk. De conclusie is helder: geen staatsman zonder hond. De ware beslissingen in de wereldgeschiedenis zijn misschien niet genomen in vergaderzalen of op slagvelden, maar bij een blaf, een kwispel of gewoon een smekende hondenblik. Zoals Vondel al terecht zei: ‘Waer werd oprechter trouw Dan tusschen man en vrouw - Ter weereld oit gevonden? Bij de honden!’ Een hond voor Fraeylema Iedereen die hier is geweest, bewaart er een eigen herinnering aan. Voor de een is dat een zomerse wandeling langs de vijver. Voor een ander de geur van het interieur, of het besef dat generaties hier hun leven hebben geleid. En vanaf nu, dankzij de jubileumstrip, is daar een nieuwe herinnering bijgekomen: de hond die door de eeuwen heen meeloopt, als stille getuige van alles wat zich hier afspeelt: Spoekie!

Voor een ander de geur van het interieur Wat zullen bezoekers zich herinneren, jaren na hun bezoek? Misschien is het de tuin in herfstkleuren. Misschien de kunst, of gewoon het gevoel dat je in een ander tijdperk bent gestapt. Misschien is het hoe het rook. Of hoe geheimzinnig het was. Maar ik geef Spoekie een behoorlijke kans om een blijvende herinnering te worden aan deze bijzondere borg. Een herinnering die je nog jaren bijblijft. Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil. Het mooie is: de Fraeylemaborg laat ruimte voor al die herinneringen. 50 Jaar museum. 50 Jaar gastvrijheid. Duizenden bezoekers uit Slochteren, Groningen en ver daarbuiten kwamen hier om zich te laten raken door ge146

schiedenis en schoonheid. En dat is precies waar de borg zo goed in is: een brug slaan tussen verleden en heden, en inspiratie geven voor de toekomst. Leve Spoekie! Daarom is het jubileum niet alleen een terugblik, maar vooral ook een uitnodiging. Aan iedereen die het verhaal van de borg wil leren kennen. Aan iedereen die zich even wil verliezen in een andere wereld. En aan iedereen die een herinnering mee naar huis wil nemen. Of die nu in de vorm van een hond is, of gewoon van een gevoel dat blijft hangen. Lang leve de Fraeylemaborg. Op naar de volgende 50 jaar als museum, vol nieuwe verhalen en nieuwe herinneringen. En lang leve de nieuwe borghond! Leve Spoekie!


147 Foto: Alex Wiersma (Beeldbank Provincie Groningen)


Agricola’s wandelschoenen Je moet maar durven: een Aduarder Kring Anno Nu oprichten. Want de Aduarder Kring, dat zijn grote schoenen om te vullen. Mensen als Rudolf Agricola, Wessel Gansfort en Regnerus Praedinius, drukken nu, na zes eeuwen, nog altijd een stempel op onze samenleving. En dan niet alleen omdat er straten en scholen naar hen zijn vernoemd. Of omdat onze Staten nog steeds vergaderen in de oude school van Preadinius. De ideeën van de deelnemers aan de oorspronkelijke Aduarder Kring hebben de manier gevormd waarop wij denken en tegen de wereld aankijken. De grote humanist Erasmus beschouwde het bijwonen van een lezing van Rudolf Agricola als één van de hoogtepunten van zijn leven. Ze legden de basis voor het humanisme in Europa. En ze waren de grondleggers van ons onderwijs en bijvoorbeeld de Groningse universiteit. De intellectuele zwaargewichten in de Aduarder Kring deelden hun kennis en wijsheid onafhankelijk en zonder oordeel. Ze gingen uit van de kracht van de gemeenschap. Ze deden onderzoek en ze dachten zélf na. In lijn met de beweging van de Moderne Devotie, die daartoe aanzette. Dat was bijzonder en vernieuwend in een tijd waarin kerkelijk 148

leiders voornamelijk bepaalden hoe mensen moesten denken en leven. Grote Groningers Maar het zijn ook in onze tijd belangrijke en noodzakelijke waarden: wijsheid en het delen van kennis, onafhankelijk denken en uitgaan van de kracht van de gemeenschap. Daarom kijk ik met interesse uit naar de Aduarder Kring Anno Nu. Een mooi initiatief, dat hopelijk verfrissende ideeën en visies zal opleveren voor de uitdagingen van déze tijd. Ik begrijp dat AI - artificial intelligence - het eerste onderwerp van gesprek zal zijn. Dat laat meteen al zien dat de tijden zijn veranderd. Want daar hadden de heren - hopelijk doen er dit keer trouwens ook dames mee - van de oorspronkelijke Aduarder Kring vast nog nooit van gehoord. Ik denk wel dat ze het heel interessant hadden gevonden. Rudolf Agricola zeker! Interessant is óók dat het Noorden destijds de ‘place to be’ was als je een geleerde nodig had. Noord-Nederland - en dan specifiek het klooster in Aduard - was het centrum van de Europese wetenschap. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat zo weinig mensen in deze tijd dat weten. Daarbij speelt ongetwijfeld de Noordelijke bescheidenheid en onze


‘doe-maar-gewoon-mentaliteit’ een rol. We ‘snakken’ niet graag (we mogen het ook niet van onze moeder) maar we zouden onze betekenisvolle bijdrage aan het humanisme en de moderne beschaving best wat trotser mogen uitdragen. Opscheppen over grote Groningers, over onze voorouders, dat moet toch kunnen? Pelgrims Daarom ben ik blij met de klooster- en pelgrimsroutes die daar meer inzicht in geven. Pelgrimeren is helemaal van deze tijd. Ik hoop dat velen de routes zullen bewandelen. Dat dat niet alleen hun lichaam, maar ook hun geest in beweging zal zetten. Dat het hun kijk op de wereld zal verruimen. En hun blik op Noord-Nederland zal verbreden en verdiepen. Ik neem dus dankbaar de routeboekjes in ontvangst. Ik zal ze zelf graag gebruiken als aansporing om te pelgrimeren.

Wat in mijn geval overigens voornamelijk op de fiets plaatsvindt. Fijn dat de routes daar ook geschikt voor zijn. Ik wens de Aduarder Kring Anno Nu veel wijsheid, denk- en daadkracht toe. Ze hebben de oude, grote schoenen van de geleerden van destijds uit de kast gehaald en afgestoft. Vooral de wandelschoenen eigenlijk. Hopelijk lukt het hen om ze op een eigentijdse en even inspirerende manier te vullen. Zodat oude tijden herleven in een nieuw jasje. Net als vanmiddag, als vanaf hier een cisterciënzer monnik en een modern devoot hun pelgrimage naar Drenthe starten. Ik wens hen een goede pelgrimage, een goede reis en een behouden aankomst toe!

149


Afspraken 1 september Opening academisch jaar Rijksuniversiteit Martinikerk Groningen

9 september Vergadering college van Gedeputeerde Staten Appingedam

2 september Bijeenkomst colleges van Gedeputeerde Staten van Fryslân, Drenthe en Groningen Sneek

Toespraak bij landbouwdiner Appingedam

3 september Bezoek koning WillemAlexander aan bevingsgebied Op Maarhuizen, Winsum Aanwezig bij opening Kunstcentrum De Ploeg door Koning Willem-Alexander Wehe den Hoorn 4 september Met college op werkbezoek bij de buitendienst van de provincie Groningen

10 september Aanwezig bij legeroefening Falcon Leap Zoutkamp 11 september Welkomstwoord cursus Politiek Actief Statenzaal 12 september 50 jaar Fraeylemaborg Slochteren 14 september Aanwezig bij boekpresentatie ‘Het kon Minder’ Johan Remkes Café De Woldhoorn Groningen 14 september Pré-Prinsjesdagbijeenkomst SNN Den Haag

150


16 september Prinsjesdag Den Haag 17 september Ontbijt met media Groningen over Miljoenennota en Troonrede Provinciehuis 18 september Eerste Jongerenpakket basisschool IKC Borgman Groningen Eerste Jongerenpakket Winkler Prins Veendam Welkomstwoord seniorendag oud-werknemers provincie Groningen Provinciehuis 19 september Stuurgroep Lelylijn Lelystad Bijeenkomst college van Gedeputeerde Staten met partners Groningen

20 september Ontvangst premier Mike Eman van Aruba Provinciehuis 22 september Kring van commissarissen van de Koning Arnhem 24 september Vergadering Provinciale Staten Provinciehuis Beëdiging burgemeester Ard van der Tuuk na zijn herbenoeming als burgemeester van de gemeente Westerkwartier Zuidhorn 26 september Ambtsbezoek aan de gemeente Pekela 30 september IPO Jaarcongres Brussel

151


152


153


Geloof in elkaar Niet dat ik me eerder in oktober verveelde, maar in de laatste paar dagen leek alles samen te komen. Met als klap op de vuurpijl natuurlijk woensdag de 29e. Drie gebeurtenissen vroegen die dag om aandacht. Allereerst was er een extra vergadering van Provinciale Staten. Een bijzondere, want de Staten installeerden Marian van Dijken als nieuwe gedeputeerde. De opvolger van Gouke Moes, die minister werd. Marian stopt als raadslid in de gemeente Midden-Groningen en maakt meteen haar debuut in de provinciale politiek als lid van het College. Het kon minder, zeggen we dan in Groningen. Marian wekt in alles de indruk dat ze vol energie aan haar nieuwe taak begint. Na de installatie volgde een spoeddebat, met een vervelende aanleiding: de provincie had te laat de gronden aangevoerd voor het beroep tegen de verlenging van de gaswinning in Pieterzijl. De Raad van State verklaarde het beroepschrift niet-ontvankelijk. Het College pakt dat niet licht op. Er komt een onafhankelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd door de oud-bestuursvoorzitter van de Sociale Verzekeringsbank, Simon Sibma. In dat onderzoek kijkt hij niet alleen naar dit incident, maar ook naar 154

eerdere gevallen waarin we juridisch niet scherp genoeg waren. De Staten volgen dat nauwgezet - zowel de opzet van het onderzoek als de afronding ervan.

tenminste met één hersenhelft ook bij de verkiezingen Ons spoeddebat haalde het nationale nieuws, want er werd een motie van wantrouwen bij ingediend. Die werd overigens verworpen. Maar we speelden onze rol tegen de achtergrond van de landelijke verkiezingen, die op dezelfde dag plaatsvonden. De meeste Statenleden zullen tenminste met één hersenhelft ook bij de verkiezingen zijn geweest. In de wandelgangen van het Provinciehuis was het verkiezingsnieuws minstens zo’n gespreksonderwerp als het gasdossier. Voor mij was dat aanleiding om de Statenvergadering te beginnen met een gedicht. In de krant van die ochtend stond Stemadvies van Babs Gons, Dichter des Vaderlands. Ik vertelde erbij dat ik besef dat bijna niemand in de Statenzaal een stemadvies nodig heeft. En toch raakt de tekst een snaar bij iedereen die iets met democratie heeft:


‘stem met een volgende ochtend voor ogen waarop we eindelijk van onze eilanden af kunnen stappen we elkaar weer zullen treffen en we niet meer die, dit of dat zullen zijn aan de ene of andere kant maar waarop we ons geloof in elkaar herstellen’ De uitslag zelf, daar kunnen we natuurlijk van alles van vinden. En dat doen we ook. Maar tegelijk is er dat besef: hier moeten we het mee doen. Op basis van de zetelverdeling moet nu een nieuw kabinet worden

gevormd. Mijn hoop (en die van velen, denk ik) is dat er redelijk snel een kabinet komt dat stabiel is en de volle termijn van vier jaar zal regeren. Nederland heeft daar behoefte aan. En Groningen zeker. Een stabiel kabinet dat samen met de Tweede Kamer oplossingen vindt, keuzes durft te maken en het alle inwoners van Nederland gunt dat we die keuzes samen uitwerken. Zodat we, om met Babs Gons te spreken, ons geloof in elkaar weer herstellen. En het land weer vooruit kan. 155


Het gezicht van de provincie Op mijn eigenwijze momenten verbeeld ik me wel eens dat ik het gezicht van de provincie ben. Maar zodra ik een voet in het provinciehuis zet, weet ik beter. Want het gezicht van de provincie, dat zijn de mensen die je gastvrij ontvangen. Die er zijn, hoe vroeg je ook komt en hoe laat je ook vertrekt. Zorgzaam, zorgvuldig en vooral aardig en geïnteresseerd. We zijn via een aanbesteding bij elkaar gekomen. Veel jaren geleden won hun werkgever de wedstrijd en kregen ze de opdracht. En sindsdien vormen ze ons gezicht. Heel vertrouwd, maar toch niet in dienst. En zoals het gaat... zoals we aan deze betekenisvolle medewerkers zijn gekomen, nemen we ook ineens afscheid van ze. Door de volgende aanbesteding. Na vele jaren. Een ander bedrijf won de aanbesteding. Nieuwe medewerkers van een ander bedrijf werken zich in. Nieuwe gezichten van de provincie. Afscheid Vandaag namen we met pijn in het hart afscheid van onze gastvrouwen en gastheren Johanna, Martin, Andrea, Robbert, Yvonne, Megan, Ferdie, Arie, Jarno, Wouter en Albert. Bijna onherkenbaar in hun gewone kleren stonden ze op de borrel die we voor hen in de ‘plaza’ aanrichtten. Hierna gaan ze sa156

men nog wat eten. En daarna is er een goede kans dat we hen bij hun nieuwe klanten weer tegenkomen, als we ons melden voor een afspraak. Afscheid nemen bestaat wél. En vandaag was merkbaar. Er is niks aan. In de jaren dat deze mensen onze gastvrouwen en gastheren waren, is er veel veranderd. Vroeger was er een behoorlijke kans dat je gewoon kon doorlopen als je de indruk wekte dat je hier werkte. Of dat je wel wist met wie je een afspraak had. Wij waren heel anders dan de rijksoverheid. Of de Tweede Kamer of het Europees Parlement, waar je zelfs door de scan moet. En ook bij onze Drentse collega’s waren de sporen van de Molukse gijzelingen, een half mensenleven geleden, nog lang zichtbaar. Zware beveiliging.

open waar het kan, dicht waar het moet Ondertussen is er bij ons wel wat aan de al te losse beveiliging gedaan. Ik geloof dat wij nu zijn in ons provinciehuis een mooie balans hebben gevonden. Het motto van de aanpak waarin we nu gastvrijheid en veiligheid combineren is: open waar het kan, dicht waar het moet. Natuurlijk wil je dat het


provinciehuis voor iedereen vrij toegankelijk is. Het is tenslotte een plek voor alle inwoners van Groningen. Hier wordt gewerkt aan hun toekomst. Nemen de Staten besluiten met de intentie om Groningen een beetje mooier te maken. Mensen Er kwamen poortjes. We hebben camera’s en een paar deuren die niet vanzelf open gaan. Maar het belangrijkste zijn de mensen. De mensen die sinds 2018 gastvrijheid en veiligheid op onze werkplek een gezicht hebben gegeven. Hier, in het oude gedeelte. En zeker ook ‘over de brug’. Dat deden ze op de ‘gewone’ werkdagen (die vroeg beginnen en heel laat eindigen). Maar zeker ook op de dagen die net even wat anders waren. Zonder volledig te willen zijn, noem ik er een paar: Koningsdag Groningen

2018, Het boerenprotest 2019, waarbij men met de deur in huis viel. Persoonsbeveiliging van Collegeleden die een spannend bezoek moesten afleggen. Beveiliging bij discussies over stikstof, energietransitie, gemeentelijke herindelingen in diverse dorpshuizen. In zaaltjes of hier in ons provinciehuis.

En dat dan ’s ochtends vroeg tot aan ’s avonds laat Het waren vertrouwde gezichten. In het Noorderplantsoen bij ons jaarlijkse Noorderzon-diner. Of, heel iets anders, bij het IPO-congres in de Martinikerk en Aa-kerk. Ze waren in touw als er weer een minister, staatssecretaris of een DG langs kwam (of een staatssecretaris wat langer een kamer kwam huren). De deelname van Geert Wilders aan het Noordelijke verkiezingsdebat Foto: Alex Wiersma (Beeldbank Provincie Groningen)

157


hier betekende ook wat voor hun werk. En toen in 2021 de kabinetsformatie voor een deel gebeurde in ons provinciehuis, waren zij ook voor en achter de schermen actief. Betrokken En dan zwijg ik nog over de bijzondere momenten. De Open Monumentendagen. De Urban walk & Urban trail. En de diners die we hier hebben gehouden, bijvoorbeeld rondom Eurosonic/Noorderslag. Kortom: door de week, in de avonden en ook in weekenden konden we een beroep op dezelfde mensen doen. En dat dan ’s ochtends vroeg tot aan ’s avonds laat. Professioneel. Betrokken. Aandachtig. Alert. Je zou kunnen denken dat we onafscheidelijk waren. Maar vandaag is het afscheid. Onvergetelijk was het wel. Onvergetelijk goed. Ik wil jullie hartelijk bedanken, dat wij ons bij jullie in goede handen voelden. Onze inwoners en bezoekers zich hier welkom en gezien wisten. Ik overhandig een symbolisch cadeautje. Een bouwpakketje voor een vogelhuis met ‘Groningen’ erop. Omdat een vogelhuis een prachtig symbool is. Je moet het zelf ophangen. Je kunt er in- en uitvliegen. En het moet vooral gastvrij, open en veilig zijn. Ik bedank de mensen die jarenlang voor ons zorgden. Ik wens hen alle goeds. En hopelijk komen we elkaar gauw weer tegen!

158


159 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


Een Grondwet met tanden Veel mensen zijn laat. Storm Benjamin ontregelt de spoorwegen. Tijdens mijn welkomsttoespraak loopt de zaal langzaam vol. Net op tijd, voordat de storm ook hier losbarst. Een debat van rechtsgeleerden die geïnteresseerd zijn in sociale grondrechten. En van vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, die vaak aandringen op een betere bescherming van de sociale rechten van Nederlanders. ‘Sociale grondrechten’ klinkt misschien abstract, maar ze staan deze weken midden in het politieke debat. Ze heten alleen anders. Ze heten wooncrisis, zorg, migratie, stikstof, en zelfs vrijheid van onderwijs. Voor iedereen die vandaag in de Statenzaal zit, is de vertaling snel gemaakt: ze staan allemaal in de Grondwet. De Statenzaal is het toneel van een symposium dat is gewijd aan sociale grondrechten. En aan de manier om die wat meer bijtkracht te geven. De organisatoren hebben een prima plek gevonden. Ik vind het prachtig dat dit debat hier vandaag plaatsvindt, in deze zaal. Al meer dan vier eeuwen de plek waar we hartgrondig van mening verschillen over de vraag die nooit veroudert: hoe maken we het leven van mensen beter, veiliger, waardiger? 160

Hoe bieden we elkaar bestaanszekerheid? De vraag naar sociale rechtvaardigheid. Thorbecke wist al dat we daarvoor aan klassieke vrijheidsrechten niet genoeg hebben. Hij zei in 1844: “wat is de wetgeving, die allen Staatsburgerschap aanbiedt onder eene door weinigen bereikbare voorwaarde, wat is die wetgeving, tenzij ironie?” Sociale grondrechten Grondrechten beperken zich niet tot de Grondwet. Nederland heeft zich verbonden aan tal van internationale verdragen die grondrechten, ook sociale grondrechten, erkennen en beschermen. Maar toen ik hier kwam studeren, hing de grote grondwetsherziening van 1983 nog in de lucht. Een nieuwe Grondwet met iets nieuws: een hele rij sociale grondrechten.

Waarvoor precies? Ja, dat staat er niet zo scherp We zijn veertig jaar verder. Nu kunnen we beter zien hoezeer deze herziening een kind was van haar tijd. Er was in de jaren ’70 en ’80 een groot geloof in de vooruitgang. Met een hoofdrol voor de overheid. Die moest zorgen voor vrijheid, maar ook voor welvaart, werk en welzijn. Een ‘moderne, sociale


rechtsstaat’, in de woorden van de Staatscommissie Cals Donner, “heeft mede tot taak voorwaarden te scheppen voor de ontplooiing van de menselijke persoon en voor maatschappelijke gerechtigheid.” En zo leerde ik de sociale grondrechten kennen. De overheid moest de werkgelegenheid bevorderen (art. 19), zorgen voor bestaanszekerheid en spreiding van welvaart (art 20) het leefmilieu beschermen en verbeteren (art 21), en zorg dragen voor volksgezondheid, woongelegenheid en voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding (ja, echt! - art 22). Het rijtje werd afgesloten met het beroemde artikel 23, waarin onderwijs vrij was, maar ook een ‘voorwerp van aanhoudende zorg der regering’. Zorgplichten dus. Je kon er niet makkelijk mee naar de rechter. Artikel 120 van de Grondwet verbood trouwens ook de toetsing van wetten aan de Grondwet. Maar het was een duidelijk signaal: de staat moet ervoor zorgen. Waarvoor precies? Ja, dat staat er niet zo scherp. Mijn favoriete stelling over overheidsbeleid is dat alle beleid uiteindelijk sociaal beleid is. We asfalteren echt niet uit liefde voor asfalt. We leggen heus geen bedrijfsterreinen aan

omdat we ze mooi vinden. We doen dat om mensen vooruit te helpen. Een sociaal doel. ‘Brede welvaart’, zeggen we tegenwoordig. En het is niet nieuw. Toen we in de 17e eeuw besloten over de bedijking van het Reitdiep en de Dollard, ging het om het naakte bestaan. Over de bescherming van boeren en bewoners tegen het water. Dijken aanleggen was de letterlijke belofte: wij laten elkaar niet verzuipen. Toen de Staten in de 19e eeuw de plannen steunden voor de aanleg van spoorlijnen en voor de aanleg van het Eemskanaal, was dat omdat die verbindingen arbeid, handel en hoop brachten. Voor onze inwoners. En toen provinciebestuurders in de 20ste eeuw woningbouwverenigingen ondersteunden, bouwverordeningen goedkeurden, en hielpen om in de Veenkoloniën modelwoningen te realiseren, was dat om onze mensen fatsoenlijke huizen te bieden in plaats van krotten.

mensen fatsoenlijke huizen te bieden in plaats van krotten En in deze eeuw liepen Provinciale Staten van Groningen voorop in hun strijd tegen de gasellende van onze inwoners en voor een een Nij Begun. Dat een gemiste termijn

161


bij de Raad van State in de Statenzaal een grote kwestie is, zegt veel over de inzet waarmee Provinciale Staten aan deze diep sociale kwestie willen werken. Vier voorbeelden uit vier eeuwen. Zelden zeggen we hardop dat het gaat over sociale grondrechten. Maar het is zo. De stemming van deze tijd We staan een week voor de verkiezingen. Vroeger noemden we dat ‘het feest van de democratie’. Maar feestelijk voelt het niet Het SCP meldde dat meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat de politiek niet opkomt voor ‘mensen zoals ik’. En Ipsos meldde rond Prinsjesdag dat slechts een kwart van de bevolking nog vertrouwen heeft in de Tweede Kamer - het laagste niveau in jaren. Waarom? Omdat de politiek problemen niet oplost (76%), vooral met zichzelf bezig is (74%) en niet in staat is tot samenwerken (68%). Dat wantrouwen komt niet uit de lucht vallen. Iedereen kent wel iemand die geen huis kan vinden, iemand die niet de zorg krijgt die hij nodig heeft, iemand die achterstanden heeft bij gas en licht, iemand die nog steeds wacht op schadeherstel of op de voortgang van de versterking. Steevast blijken de systemen die moesten helpen, in de praktijk tegenstanders. De verzorgingsstaat was ooit de afspraak dat we elkaar niet laten zakken. Maar te veel mensen ervaren het anders. Ze vragen zich af of de politiek die belofte nakomt. Het is een vraag over rechtvaardigheid, over bestaanszekerheid - en dus over precies dat waar sociale grondrechten over gaan.

162

Een Grondwet met tanden? In artikel 120 van de Grondwet staat dat rechters wetten niet mogen toetsen aan de Grondwet. Het kabinet wil dat verbod deels schrappen, namelijk voor de klassieke grondrechten. Voor de sociale nog niet, want men vreest ‘politisering van de rechtspraak.’ Zou je er eigenlijk wat aan hebben? Aan toetsing van wetten aan sociale grondrechten? Biedt dat je kansen als je een huis wilt? Als je werk zoekt? Als je minder schadelijke stoffen wilt inademen of als je een theater wilt op fietsafstand van je huis? Ik ben niet optimistisch. Want de sociale grondrechten in de Grondwet zijn zo vaag opgeschreven, dat het wel veel moed vraagt om daarmee naar de rechter te stappen.

‘leveren’, om het eens modieus te zeggen En daarom is de Proeve van een Grondwetsherziening: Sociale Grondrechten van Gijsbert Vonk en andere wetenschappers interessant. Ze lanceren hem vandaag. Stel nou dat je niet alleen wetten mag toetsen aan de Grondwet, inclusief de sociale grondrechten, maar de Grondwet ook zo herschrijft dat er echt iets te toetsen valt? Hoe zou dat er dan uitzien? Kun je de overheid werkelijk houden aan resultaten? Het is een aantrekkelijk gedachte - een Grondwet die niet alleen zegt wat de overheid moet laten, maar ook wat ze moet ‘leveren’, om het eens modieus te zeggen. Ik denk dat de Grondwet daar leuker en leesbaarder van wordt. Concreter en herkenbaarder. De verantwoordelijkheid van de overheid wordt scherp gemaakt. En het versterkt de sociale rechten die zijn opgeno-


men in internationale verdragen. Doen wat je belooft Zo’n aanscherping past gek genoeg bij de denkwijze van 1983. Toen stond al in de memorie van toelichting bij de grondwetsherziening dat sociale grondrechten moesten aangeven wat we als maatschappelijke verworvenheid zien en wat als plicht van de overheid wordt ervaren. Maar het leidde tot de kogelronde teksten van de huidige Grondwetsartikelen. Zit het er in? Een scherper geformuleerde Grondwet, een Grondwet met tanden? Laat ik eerlijk zijn: het lijkt me een waagstuk. Want zodra je probeert de sociale grondrechten scherper en concreter te maken, zit je tot je nek in een uitermate politiek debat. Wat betekent ‘voldoende woongelegenheid’? Wat is ‘bestaanszekerheid’? Dat zijn geen juridische definities. Het zijn politieke keuzes. Als de rechter daarover moet oordelen, grijpt dat diep in in de democratie. Het leidt bovendien tot een nog grotere druk op de rechter. En als alles een recht wordt, maar de overheid het niet kan waarmaken, wat koop je dan voor die duidelijke teksten? Leg je dan niet de basis voor de volgende teleurstelling?

steeds opnieuw probeerden provinciebestuurders recht te doen aan hun tijd. Steeds opnieuw ook verschilden ze van mening over de manier waarop. De Proeve staat in die traditie. Ze probeert de sociale belofte van Nederland opnieuw onder woorden te brengen: een samenleving waarin ieder mens telt. Waarin bestaanszekerheid, gezondheid, huisvesting en participatie geen gunsten zijn, maar rechten.

wie aan zo’n Grondwet werkt, kan rekenen op een flink debat. Het realiseren daarvan vraagt veel meer dan een Grondwet. Maar misschien begint het daar wel mee: met woorden die iets betekenen, met beloften waaraan we de overheid kunnen houden. En wie aan zo’n Grondwet werkt, kan rekenen op een flink debat. Terecht, wat mij betreft. Want de invulling van sociale grondrechten zie ik bij uitstek als politiek. Het is het soort debat dat in deze Statenzaal al vier eeuwen gaande is. Een prima plek dus voor een stormachtig debat terwijl de storm ook buiten losbarst. Het belooft een onrustige middag te worden!

Zoals altijd komt de naleving vóór de handhaving. Daarom is essentieel dat overheden zelf hun sociale grondrechten serieus nemen. Omdat ze fundamentele verplichtingen van de overheid aan de mensen die het zonder de overheid niet redden. Wij allemaal dus, maar niet allemaal in dezelfde mate. In deze zaal is vier eeuwen lang gewerkt aan die belofte van sociale rechtvaardigheid. Dijken, kanalen, woningen, versterkte huizen: 163


Grenzeloos verbonden Er zijn plekken waar je je gedragen voelt door het verleden, terwijl je je bezighoudt met actuele problemen. Ons historische provinciehuis is zo’n plek. Je voelt onze voorgangers bijna meekijken bij onze 21-ste-eeuwse debatten. Maar de Martinikerk - recht tegenover mijn werkkamer - is in dit opzicht de overtreffende trap. Je hoeft er maar even te staan om te voelen hoe verbonden toen en nu met elkaar zijn. De huiskamer van de stad. De gedroomde plek voor een congres over grensoverschrijdende zorg. Een onderwerp, zo groot, dat je er een hele kerk mee kunt vullen. Om de mensen te ontmoeten die er dagelijks aan werken. Die vorm geven aan de verbinding tussen Noord-Nederland en Nedersaksen. Die soms tegen muren oplopen, maar die ook in staat zijn ze af te breken. In het belang van de zorg.

dat zorg en samenwerking dezelfde taal spreken De bewoners van onze grensregio trekken zich weinig aan van grenzen. Ze leven met de grens. Ze wonen, werken en zorgen over de grens heen. Voor hen is die lijn op de kaart al lang geen scheidslijn meer. Toch bestaan er nog genoeg praktische 164

obstakels: verschillende regels, systemen, vergoedingen, en natuurlijk de talen en de cultuur. Tijdens het congres ging het over wat er wél lukt. We bespraken projecten als Health4DE-NL, dat de samenwerking tussen Nederlandse en Duitse zorginstellingen structureel versterkt. En Care-Flow, dat met slimme technologie helpt om patiëntenstromen en zorgcapaciteit beter op elkaar af te stemmen. Zulke initiatieven maken de zorg niet alleen efficiënter, maar ook menselijker. Ze brengen professionals bij elkaar, en dat is vaak het begin van iets goeds. Erotisch Terwijl ik de kerk in keek moest ik weer denken aan die uitspraak van Dirk Linthout. Hij noemde de Nederlands-Duitse grens ooit ‘de meest erotische van Europa’, omdat nergens anders buren zó vaak over de grens flirten, samenwonen en trouwen. Ik zag de aanwezigen met andere ogen naar elkaar kijken. Het is dus mogelijk dat we meer bereiken wanneer we hier praten over zorgsystemen en capaciteitsplanning. We vormen een grens om tot een zone van ontmoeting. Een plek waar mensen elkaar vinden. In werk, in zorg, soms in liefde. Wie dat beseft, kijkt anders naar samenwerking. Dan gaat het niet meer over struc-


Op de foto: ‘Zieken verzorgen’ door Egbert Modderman (schilderij te zien in Martinikerk)

turen of protocollen, maar over mensen die elkaar willen helpen. Egbert Modderman schilderde voor deze kerk niet alleen Sint Maarten die zijn mantel deelt, maar ook de overige werken van barmhartigheid. Waaronder het verzorgen van zieken. De Martinikerk blijkt vol inspiratie, ook voor een congres over grensoverschrijdende zorg. Mensenwerk, inderdaad.

Dat is misschien wel de mooiste boodschap van dit congres: dat zorg en samenwerking dezelfde taal spreken, ook als die in het Nederlands begint en in het Duits verdergaat. We raken grenzeloos verbonden. De toekomst van onze regio ligt niet aan één kant van de grens, maar er dwars overheen. Wie zorg deelt, ziet de grens verdwijnen. 165


Stemmingmakerij Twijfel is gezond. Het zaaien van twijfel niet. Wie vandaag het gezag van de Kiesraad of de eerlijkheid van onze verkiezingen, zaagt aan een pijler die ons allemaal draagt. Het vertrouwen in eerlijke verkiezingen. ’Stop the steal’, riepen ze in de Verenigde Staten. Het bleek ongefundeerde stemmingmakerij, die tot de huidige dag voort-ettert. Democratie is mensenwerk. En verkiezingen zijn ook nooit foutloos. Maar we maken ze met vereende krachten wél betrouwbaar. En die betrouwbaarheid wordt gemaakt door duizenden vrijwilligers, ambtenaren en tellers op elke verkiezingsdag in Nederland. Verkiezingen in ons land zijn goed georganiseerden hartstikke transparant. Voor wie de moeite neemt om te komen kijken. En dat doen heel veel mensen. Op je knieën Nederlanders konden op bijna tienduizend plaatsen stemmen. Tienduizenden vrijwilligers runnen de stembureaus en dat doen ze heel zorgvuldig. En bij het tellen van stemmen is iedereen welkom. Vele handen maken licht werk. Meehelpen. Op je knieën op de vloer. Op tafels. Eindeloos hertellen om een verschil van één of twee biljetten uit te 166

zoeken. En na de eerste telling op het stembureau (met proces-verbaal) volgt vaak de preciezere telling voor de voorkeurstemmen op een andere locatie. Met andere mensen. Stembureaus met rare uitkomsten, vallen meteen op. Het valt waarachtig niet mee om in ons land zoveel te frauderen dat je één Kamerzetel verschil kunt maken. Laat staan de hele uitslag kunt manipuleren. Succesvolle fraude? Een opzienbarende logistieke monsterklus. Een mission impossible. En een publieke vermakelijkheid. De betrouwbaarheid Is het dan foutloos? Natuurlijk niet. Bij hertellingen komen vaak piepkleine verschillen boven water. Kleine fouten bestaan en ze worden gecorrigeerd. Tellen is openbaar. Processen-verbaal zijn openbaar, hertellingen zijn mogelijk en de Kiesraad controleert en verantwoordt. In 2023 concludeerde de Kiesraad expliciet dat er geen onregelmatigheden waren die de betrouwbaarheid van de uitslag aantasten. Dat is saai nieuws, en saai is, zoals wel vaker, een zegen. Wie desondanks ongefundeerd wantrouwen zaait over het tellen van de stemmen, zet iets kostbaars op het spel. Vertrouwen in de verkiezingen zelf. En daar is geen reden


voor. Voor een gestolen zetel moeten tienduizenden stemmen ergens in stilte zijn verdampt, ondanks open tellingen, controlerende ogen en stapels papieren sporen. Dat is geen gezonde twijfel meer. Zoiets is in Nederland, met het huidige verkiezingsproces, pure fictie. Talloze vrijwilligers Dat hebben we te danken aan de helden van de democratie. Niet de grote woorden, maar de kleine daden: de leden van de stembureaus die de hele dag toezicht houden. De voorzitter die om 21:00 de bus verzegelt. De teller die de resultaten een tweede keer naloopt. De burgers die blijven zitten tot ook het laatste stapeltje klopt. Eerst in de stembureaus, later nog een keer bij de centrale tellingen, door andere mensen. Het zijn deze talloze vrijwilligers die de democratie een handje helpen. Mensen met totaal verschillende achtergronden. De medewerkers van het zwembad. Toevallige geïnteresseerden. Ambtenaren en studenten van Noorderpoort. Het zijn mensen die elkaar vaak van tevoren niet kenden. Ze staken samen de handen uit de mouwen. Eén voor één legden ze de stembiljetten op stapels.

De afzonderlijke lijsten. De lijsttrekkers en de voorkeurstemmen. De stembiljetten, zo groot als tafellakens, soort bij soort, ver uit elkaar. Ze telden de stapels. Controleerden elkaar. En alles moest kloppen met de totale hoeveelheid uitgebrachte stemmen. Verkiezingen in Nederland. Zo fijnmazig. En met zoveel mensen. De inzet van tienduizenden mensen die meehelpen, maakt succesvol frauderen tot een bespottelijke gedachte. Wie twijfel zaait over de eerlijkheid van het verkiezingsproces of over de Kiesraad, doet aan pure stemmingmakerij. Rekenvoorbeeld: Voor één Kamerzetel waren de vorige keer ongeveer 70.000 stemmen nodig. Bij de vorige Kamerverkiezingen, in 2023, werden 10.432.726 geldige stemmen uitgebracht. Het aantal stemmen dat je nodig hebt voor een zetel (de ‘kiesdeler’), was dus 10.432.726 gedeeld door 150 is 69.552. Er waren in dat jaar 9.829 stembureaus. (Bron voor al deze cijfers: Kiesraad) Gemiddeld kwamen er dus iets meer dan duizend stemmen per stembureau binnen. Eén zetel vergt dus alle stemmen van bijna zeventig stembureaus! Op de foto: Centraal stemmen tellen in Martiniplaza - Bron: RTV Noord

167


Afspraken 1 oktober Gesprekken bij de Europese Unie Brussel 3 oktober Provinciale Regietafel Vluchtelingen Provinciehuis 6 oktober Startbesluit Nedersaksenlijn Garage TDI, Emmen 7 oktober Afscheid College van medewerkers receptie en beveiliging Provinciehuis

168

9 oktober Aanwezig bij opening symposium Wind Meets Gas Martinikerk Groningen Bijdrage bij start Nationale Groendag Forum Groningen Ontvangst ambassadeur Hongarije, de heer D. Horoszegi SzilágiLandeck Provinciehuis 10 oktober Opening MBO-docentendag Provinciehuis

8 oktober Overhedenoverleg met kabinet Den Haag

Aanwezig bij verkiezingsdebat VNO NCW en MKB-Noord Drachten

Diner ambassadeurs Scandinavië vanwege Wind Meets Gas Groningen

11 oktober Aanwezig bij wijding mgr. Cornelissen tot bisschop van Groningen/ Leeuwarden Groningen


16 oktober Opening AI-fabriek Niemeyer, Groningen Symfonisch gala NNO SPOT/Oosterpoort, Groningen

29 oktober Extra vergadering Provinciale Staten, o.a. installatie gedeputeerde Marian van Dijken Provinciehuis

17 oktober Werkbezoek New Born Rubber Grootegast

30 oktober Opening symposium grensoverstijgende gezondheidszorg Martinikerk Groningen

Uitreiking predicaat Hofleverancier aan de Dekens Groep Sappemeer

Stuurgroep GROS (grensoverstijgende samenwerking) Provinciehuis

23 oktober Welkomstwoord bij symposium over nieuwe sociale grondrechten Provinciehuis

Ontmoeting met minister Walter van Nedersaksen Provinciehuis

27 oktober Afscheid Gouke Moes Provinciehuis 28 oktober Regiegroep Noordelijke Samenwerking Heerenveen

Adviesraad Lelylijn Stadhuis Groningen 31 oktober Stuurgroep Lelylijn Lelystad Bestuurlijke tafel Nij Begun Provinciehuis 169


170


171


Klappen in november Trouble is our business vertelde ik begin november vrolijk aan studenten van de Thorbecke-academie in Leeuwarden: Wij bekommeren ons om de dingen die niet vanzelf goed gaan. Om de mensen die in de hoek zitten waar de klappen vallen. En daarom is de overheid misschien wel de mooiste werkkring van Nederland. Ik was me zelf nog niet bewust van de trouble die in de rest van de maand Groningen zou raken. November gaf ons twee klappen te verwerken. De ene voelde iedereen in zijn lijf: de beving bij Zeerijp, midden in de nacht van 13 op 14 november. Om kwart over één uur schudde de grond. 3,4 op de schaal van Richter. Precies zo hard als die vorige zware klap bij Zeerijp, in 2018. Een paar uur later volgde nog een naschok van 2,1. De klap was ook psychologisch: ik was één van de vele mensen die (ondanks waarschuwingen van deskundigen) was gaan hopen dat de seismiciteit langzaam zou uitdoven. Dat in de toekomst alleen nog maar lichte aardbevingen zouden bestaan. Daardoor kwam deze klap bij veel mensen extra hard binnen. De angst, de schade, de meldingen, het gedoe - alles sprong weer op scherp. Zoals iemand op het provinciehuis zei, die in 172

het gebied woont: het zit weer helemaal in mijn systeem. We voelen weer: dit is nog niet voorbij. De opdrachten voor het IMG en de NCG - herstellen, versterken, recht doen - zijn nog net zo urgent als tevoren. Met inmiddels duizenden nieuwe schademeldingen is het nauwelijks te bevatten hoe groot de opgave blijft. Wij hoopten dat ‘Groningen’ niet langer automatisch verbonden zou worden met bevingsellende. Maar zo eenvoudig laat de realiteit zich niet wegdenken.

Doorgaan, ook als de grond onder onze voeten trilt De andere klap was bestuurlijk. Afgelopen vrijdag trad gedeputeerde Karin Dekker terug, acht maanden nadat ze met groot enthousiasme was begonnen. Haar vertrek raakt een college dat nog maar kort onderweg is - en een provincie die middenin grote opgaven staat. De afhandeling van de gevolgen van de gaswinning, maar ook grote uitdagingen op het gebied van water en milieu. Besturen betekent altijd samenwerken met verschillen in stijl en temperament. Soms lukt dat niet voldoende en loopt het anders dan iedereen


Op de foto: Opening Nationaal Monument tegen Seksueel Geweld (Winschoten)

hoopt. Ook dat hakt erin, in een bestuur dat niet alleen volgens de wet collegiaal is. Twee klappen in één maand. Eerst de aarde die ons eraan herinnert hoe kwetsbaar Groningen nog altijd is. Daarna het besef dat ook bestuurlijke stabiliteit niet vanzelfsprekend is, juist in tijden waarin we die het

hardst nodig hebben. Trouble is our business, inderdaad. Ons werk is relevant, juist als het moeilijk is. Het blijft ook nu een kwestie van kop d’r veur en volhouden. Doorgaan, ook als de grond onder onze voeten trilt. 173


Ondermijning in beeld Ik vind het ongemakkelijk. Je loopt door het Atrium van het Provinciehuis en plotseling sta je oog in oog met de foto’s van Ondermijning in beeld. Geen vrolijk onderwerp voor een maandagochtend. Toch bleven bezoekers staan. Studenten van NHL Stenden maakten de foto’s in opdracht van de Provincie Fryslân en het RIEC Noord-Nederland. Jong, nieuwsgierig, onderzoekend - precies wat dit thema nodig heeft. Want voor ondermijning geldt: je moet het zien voordat je het kunt aanpakken. Maar hoe zie je iets dat bedoeld is om verborgen te blijven? Natuurlijk, georganiseerde misdaad bestaat sinds mensenheugenis. Wat is er dan zo bijzonder aan ondermijning? We noemen het ‘ondermijning’ sinds we merkten dat georganiseerde misdaad niet langer netjes buiten de deur blijft. De grenzen vervagen tussen de ‘bovenwereld’ en de ‘onderwereld’. Criminelen gebruiken gewone bedrijven om zwart geld wit te wassen. Een loods op het platteland blijkt ineens een drugslab. Een woningcorporatie verhuurt onbewust een pand waar arbeidsmigranten worden uitgebuit. Jongeren merken dat je met het toppen van hennepplanten of met het bezorgen van pakketjes meer verdient dan met vakken vul174

len bij de Jumbo. En ergens in een natuurgebied liggen blauwe vaten met drugsafval. Toen we er, jaren geleden alweer, mee aan de slag gingen, dacht ik nog: ‘dat valt bij ons wel een beetje mee’. We zien misschien weinig, maar kan komen doordat er weinig te zien is. Maar wie dat denkt, heeft het mis.

Dat zijn cijfers om van te schrikken Uit onderzoek van Pieter Tops en Eppo van der Torre blijkt dat ook hier de lijnen tussen legaal en illegaal dunner worden. Volgens de Politie registreerde onze provincie vorig jaar honderden drugsgerelateerde misdrijven, tientallen gevallen van wapenhandel, milieucriminaliteit en mensenhandel. En uit de Monitor Integriteit en Veiligheid weten we dat ook politieke ambtsdragers steeds vaker te maken krijgen met agressie en bedreiging. Bijna de helft van de Groningse burgemeesters, wethouders, gedeputeerden, raads- en statenleden en waterschapsbestuurders gaf aan te maken te hebben gehad met verbale agressie. 24% met bedreiging en agressie. En 5% zelfs met fysiek geweld. Dat zijn cijfers om van te schrikken.


Op de foto: Beeld uit fototentoonstelling ‘Ondermijning in beeld’

Ondermijning is een veelkoppig monster dat we moeten bestrijden. Dat vraagt om overheidsoptreden. Maar het vraagt ook om een integere overheid die corruptie en fraude aanpakt. Een overheid die weerbaar is tegen intimidatie, agressie en bedreigingen. Kijken en handelen De prijs die we betalen voor wegkijken is hoog. Onze omgeving wordt aangetast. Mensen voelen zich onveilig. En het vertrouwen in de overheid en de democratische rechtsstaat neemt af. Daarom moet ondermijning bij de overheid ‘in beeld’ zijn. Wie zegt dat Groningen rustig is, kijkt niet goed genoeg. De tentoonstelling dwingt wél tot kijken. Sommige foto’s tonen verlaten panden met gesloten rolluiken; andere een boerderij waar opvallend veel busjes af en aan rijden. Met de QR-code naast elke foto lees je het verhaal erachter. Wat op het eerste gezicht normaal lijkt, blijkt bij nadere beschouwing het decor van illegale handel

of uitbuiting. En precies dat is de kracht van dit project. ‘Bewustwording’ is geen ambtelijke term, het is een menselijke handeling. Je ziet iets wat niet klopt - en besluit er iets mee te doen. De bestrijding van ondermijning is geen zaak van alleen politie of provincie. Het begint bij inwoners die hun omgeving kennen, die weten wat ‘normaal’ is in hun straat of dorp. Die alert zijn zonder argwanend te worden. Die melden wat niet pluis is, juist omdat ze trots zijn op hun buurt. Wie kijkt, ziet. En wie ziet, kan handelen. In het belang van een leefbaar, veilig en rechtvaardig Groningen.

175


Dit nooit meer Morgen de Kristallnachtherdenking. Vandaag de afsluiting van 80 jaar vrijheid. Het weekend is weer vol van gedenkwaardige momenten.

- wat moeten wij doen - om vandaag de dag te leven naar die drie woorden? Dit nooit meer. Ik hoor er zowel moed als wanhoop in. Dreiging en durf.

Ik was eigenlijk een beetje verbaasd, toen ik vanmiddag hierheen fietste. Naar de Stefanuskerk in Noorddijk. Vlakbij het Bevrijdingsbos. Omdat ik me ineens realiseerde: het is opeens zo maar voorbij, de periode waarin wij 80 jaar bevrijding vierden. Dat deden we op allerlei manieren. Op allerlei plekken. Met veel verschillende invalshoeken. Ook hier.

Een jaar lang stonden we stil bij 80 jaar bevrijding. En we spraken de hoop uit dat niet alleen wij allemaal ‘van na de oorlog’ zijn en blijven, maar dat dat ook voor onze kinderen en kleinkinderen mag gelden. Nog eens 80 jaar vrijheid.

We eerden niet alleen mensen die in de Tweede Wereldoorlog het grootste offer brachten, hun leven. We luisterden niet alleen naar verhalen, bij plekken waar verschrikkelijk hard gevochten is. We stonden niet alleen stil bij de Jodenvervolging, bij de vernietiging van zo onvoorstelbaar veel mensen, op een industriële schaal. Maar we dachten ook na wat vandaag de dag de betekenis is van wat mensen tegen elkaar zeiden toen de oorlog was afgelopen: “Dit nooit meer.” Nog eens 80 jaar Het is een vraag, die we elke keer weer moeten beantwoorden: Hoe kunnen wij handelen 176

In de echte wereld, maar ook met trollen en AI Het voelt eerlijk gezegd als een uitdaging. In dit jaar verhoogde Europa de budgetten voor Defensie tot ongekende hoogte. Om weerbaar te zijn in wat we in Nederland een ‘hybride oorlog’ zijn gaan noemen. Een oorlog die op korte afstand van ons gepaard gaat met honderdduizenden doden. En weer honderden drones vannacht, die in Oekraïne ellende aanrichtten. Het was ook een jaar waarin Russische piloten de luchtruimen van landen om ons heen schenden. Steeds vaker. Een jaar ook, waarin onbekende drones onze luchthavens in gevaar brengen. Een jaar waarin Amerika voortaan een Ministerie van Oorlog heeft.


Op de foto: Esdoornblad [eerbetoon gesneuvelde Canadese militairen] door Robin de Krijger (Noorddijk, Groningen) - Bron: Gouwenaar (Wikipedia)

Vereende krachten Een jaar ook waarin er bijna overal, ook in ons land, mensen zijn die de pijlers van onze rechtsstaat, onder onze democratie, onophoudend omver proberen te duwen. In de echte wereld, maar ook met trollen en AI. Dit nooit meer. Laten we die drie woorden opvatten als een opdracht. Een opdracht die we met vereende krachten uitvoeren, hoe

groot onze onderlinge verschillen soms ook zijn. Laten deze drie woorden aanleiding zijn om die verschillen niet altijd maar weer in de schijnwerpers te zetten. Laten we onze lampen juist richten op wat ons bindt. Op wat waardevol is. Omdat we weten wat we verliezen als we dat loslaten. Laten we elkaar vasthouden. Elke keer weer. 177


Trouble is our business Maandagavond. Een collegezaal in Leeuwarden, gevuld met studenten bestuurskunde, Europese studies, rechten en veiligheidskunde. De Thorbecke Academie. Een plek waar jonge mensen leren hoe Nederland wordt bestuurd. En af en toe ook waarom! Een vrolijke boel, bovendien. Ik mocht er te gast zijn, als commissaris van de Koning ’helemaal uit Groningen’ (ja, zelfs daar). Het werd een levendige avond. Studenten die vragen stelden, lachten en soms even stil vielen. We spraken over de democratische rechtsstaat, over vertrouwen in de overheid, en over wat het betekent om te werken in het publieke domein. Vertrouwen daalt Wat me opviel: verreweg de meesten kozen bewust voor het openbaar bestuur. Terwijl de wereld om hen heen juist wantrouwig is. Zelf vinden ze trouwens ook niet dat de overheid het zo goed doet. Maar ze kiezen wel de overheid als werkterrein. En dat in een tijd waarin politici worden uitgescholden op sociale media en bestuurders beveiliging nodig hebben. Waarin ambtenaren steeds meer te maken krijgen met agressief gedrag van anderen. En waarin het vertrouwen in de Tweede Kamer in een paar jaar tijd daalde van meer dan de helft van de Nederlanders 178

naar minder dan een derde. Wie dán zegt: “Ik wil werken voor de overheid”, verdient eigenlijk al ons vertrouwen. We spraken over drie kwesties die schuren omdat ze het hart van onze rechtsstaat raken. Over de gaswinning, die Nederland decennialang welvaart bracht, maar Groningen karrenvrachten vol ellende en die nog lang naschokken veroorzaakt. Onherstelbare schade, niet alleen in muren, vooral in het vertrouwen. We spraken over Ter Apel, waar het asielsysteem piept en kraakt, niet omdat er zo veel vluchtelingen zijn, maar omdat er te weinig huizen zijn. En over de ongelijkheid tussen regio’s, dankzij beleid dat decennia lang de sterkste schouders de beste kansen gaf. Wat betekent het werkelijk als elke regio telt? Wie is de baas? Daar tussendoor ging het over een vraag die verrassend moeilijk te beantwoorden is: Wie is de baas in Nederland? De Europese Commissie die doelen stelt? Den Haag dat wetten maakt? Gemeenten die ze uitvoeren? Of de provincie, die probeert om iedereen bij elkaar te houden? Het eerlijke antwoord is: niemand alleen. Ze kenden het bestuurskundige begrip: ‘multilevel governance’ ofwel: gedeeld bestuur. In Nederland draait de


macht niet om bevelen geven, maar om de kunst om te verbinden: de uithoeken van het land, de mensen van goede wil, de generaties overheidsdienaren. Openbaar bestuur is een ambacht. Het gaat om luisteren, uitleggen, schipperen, overtuigen. Niet alles wat rechtmatig is, voelt rechtvaardig. En niet alles wat eerlijk voelt, past binnen de regels. Wat doe je als je dat tegenkomt? Maar precies in dat spanningsveld speelt zich het mooiste deel van ons werk af. En dat is wat die studenten in

Leeuwarden intuïtief al begrepen. Het gaat niet om de macht maar om de betekenis voor anderen. Rottigheid is dus onderdeel van het openbaar bestuur. Daar schrikken we niet van. Trouble is our business. Wij bekommeren ons om de dingen die niet vanzelf goed gaan. Om de mensen die in de hoek zitten waar de klappen vallen. En daarom is de overheid misschien wel de mooiste werkkring van Nederland. 179


Dierbare Jetta! De Kring van commissarissen van de Koning is een bijzonder gezelschap. Ik kan dat weten. Want ik kom er al lang. Als doyen, de langstzittende commissaris, heb ik mijn collega’s allemaal zien komen en ruimschoots kunnen observeren. Ik ben tot de conclusie gekomen dat elke provincie de commissaris krijgt die bij haar past. Mijn collega’s zijn heel verschillende personen. Bourgondisch. Welbespraakt. Bedachtzaam. Al dan niet te temmen in een vergadering. Zo verschillend als de twaalf provincies waarin we zijn benoemd. In dat bonte palet vertegenwoordigde Jetta de afgelopen acht jaar de provincie Drenthe. Voorbestemd Een effect van een gereformeerde opvoeding kan zijn dat je gaat geloven in predestinatie. Dat alles is voorbestemd. Toeval bestaat niet. Jetta en ik hebben allebei zo’n opvoeding gehad. Maar ik denk niet dat we geloven dat alles is gepland. Toch hebben we reden om daar nog eens over na te denken. Want onze levensloop is zo vol toeval dat je eigenlijk wel moet geloven dat we voor elkaar bestemd zijn. Onze geschiedenis gaat terug tot de vorige eeuw. We waren allebei wethouder, Jetta 180

in Den Haag, ik in Groningen. Jetta werd voorzitter van de VNG-commissie welzijn en volksgezondheid. Ik vicevoorzitter. Vele uren zaten we samen aan vergadertafels. Onderhandelen met het rijk. Toen al merkte ik hoe Jetta er onverdroten en met aanstekelijk enthousiasme wilde zijn voor kwetsbare mensen. En hoeveel ze daarin wist te bereiken.

En raad eens wie dat werd? Inderdaad. Jetta! Als je niet in predestinatie gelooft, is het alsof de duvel ermee speelt. Want sindsdien komen we elkaar steeds weer tegen. Ik werd voorzitter van het CNV. En wie werd staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid? Inderdaad: Jetta Klijnsma. Ik verhuisde naar Divosa, de vereniging van directeuren van sociale diensten. En raad eens wie daarna de vaste spreker werd op al onze congressen? Omdat ze opnieuw ‘onze’ staatssecretaris werd? Ook daar ging ze door roeien en ruiten voor bestaanszekerheid en werk voor mensen die dat niet op eigen kracht redden. Onder andere met de Banenafspraak en de Participatiewet. Vastberaden, charmant en dwars door tegenwind heen. We werkten prachtig


samen en namen definitief afscheid, dachten we, in 2016. Ik vertrok om commissaris van de Koning te worden, helemaal in Groningen. Einde verhaal, zou je denken. Buurvrouw Maar eind 2017 gebeurde het onvermijdelijke. Drenthe zocht een nieuwe commissaris. En ik had het natuurlijk kunnen weten... Inderdaad. Jetta Klijnsma uut Hoogeveen. Die uitgroeide tot een dierbare buurvrouw. Opnieuw werkten we intensief samen. Acht jaar, waarin Jetta zich onverzettelijk en met visie inzette voor de provincie waar ze is geboren en getogen. Ze was een herkenbare en betrokken commissaris van de Koning voor alle Drenten. Ze liet zich zien in dorpen, steden en buurtschappen. Ze luisterde. En ze bracht ingewikkelde thema’s terug tot de kern: wat betekent het voor mensen? Jetta maakte dat ook fysiek zichtbaar, achter haar rollator: als het de moeite waard is, mag het ook best moeilijk zijn. Strijd kosten. Opkomen voor mensen, dat deed Jetta ook op misschien wel het meest beladen dossier van deze tijd: de opvang van asielzoekers. Een dossier waarin het inmiddels

een treurige treurige praktijk praktijk is is om om bestuurders bestuurders te te bedreigen. Bedreigen omdat ze simpelweg hun werk doen. Hier was Jetta glashelder en moedig. Ze stond pal voor asielzoekers, voor alle inwoners én voor hun gemeentebestuurders die te maken krijgen met intimidatie en geweld. Bij het uitvoeren van wetten, waarbij ze op z’n zachtst gezegd weinig steun krijgen van de verantwoordelijke ministers. Ze drong er onvermoeibaar op aan dat de Spreidingswet er móést komen, gewoon om eerlijk te delen, en dat het kabinet er geen twijfel over mag laten bestaan dat het de wet uitvoert. Vorige week nog, sprak Jetta de Minister-President aan op de noodzaak regie te voeren. Niet alleen met warme woorden. Maar door daadwerkelijk mogelijk te maken dat bestuurders gewoon hun werk kunnen doen. En daarmee op te komen voor beschaving. Beschaving Beschaving voor mensen die vaak afgrijselijke dingen hebben meegemaakt en hier komen schuilen. Beschaving, voor de inwoners van Ter Apel, dat te klein is om in zijn eentje de problemen van een heel land te dragen. Aan de nationale regietafel toonde

Op de foto: Commissaris van de Koning in Drenthe, Jetta Klijnsma - Bron: Marcel Jurian de Jong

181


Jetta zich ook hun trouwe buurvrouw. En daarmee een moreel kompas in een politieke storm. Jetta is van de samenwerking. In de kring van de cdK’s. In verenigd Noord-Nederland. Een ambtsvoorganger van Jetta citeerde ooit Bismarck, die zei dat je van wetten en worsten niet moet willen weten hoe ze gemaakt worden. En dat, zei hij, geldt ook voor de Noordelijke samenwerking. Maar die is er wel. En Jetta kende de kracht van het noorden, die ligt in een gezamenlijk - in haar woorden - ‘tijgeren’ naar Den Haag en Brussel. Jetta was de motor achter noordelijke samenwerking. Geholpen door haar indrukwekkende netwerk in Den Haag.

maar twee kalenderjaren waarin Jetta en ik niet intensief samenwerkten Ze haalde de ene Haagse prominent na de andere naar Drenthe. Wie dat ver vond, moest van haar ‘z’n mond spoelen’. Ze kwamen allemaal. Jetta vergaderde, belde, organiseerde etentjes. Ze was met haar charme van onschatbare waarde voor Drenthe én voor heel Noord-Nederland. Of het nu ging om spoorlijnen, de leefbaarheid in de Veenkoloniën of de arbeidsmarkt: Jetta gaf richting en bleef betrokken. En we werkten dus al die tijd wéér intensief samen. Ik ben er even voor gaan zitten en deed een bijzondere ontdekking. Sinds de eeuwwisseling waren er - met al die verschillende dingen die we deden - maar twee kalenderjaren waarin Jetta en ik niet intensief samenwerkten. 182

Beste Jetta, Of het nou voorbestemd was of niet, Drenthe kreeg met jou de commissaris die de provincie verdiende. Jouw krachtige, verbindende stem zal nog lang naklinken. Je kwam op voor jouw provincie, onze regio en ons land. Met alles wat je in je hebt.

droedels, druiven, dreutels en druiloren En dat is nogal veel. Onverbeterlijke opgewektheid. Noordelijke nuchterheid. Vriendelijkheid en humor. Je onnavolgbare taal, vol droedels, druiven, dreutels en druiloren. (En dan heb ik alleen nog maar de ‘d’ van je woordenboek). Ook de ‘d’ van dapperheid en doorzettingsvermogen. Het meisje dat nooit zou kunnen lopen, werd een inspiratie voor anderen om het beste uit zichzelf te halen. Door het voor te leven. Door warm te zijn en hard tegelijk. En door mensen kansen te bieden. Vorige week namen we in de Kring van commissarissen al afscheid van je. We moeten verder zonder een van onze kleurrijkste collega’s. Het zal ook raar zijn om je niet meer tegen te komen in onze noordelijke overleggen. Maar wees gerust: ik houd je vervolgstappen nauwlettend in de gaten. Zodat ik die van mij daar gewoon weer op kan afstemmen… Nieuw noaberschap, het is natuurlijk slechts een kwestie van tijd! Dank voor wat je hebt betekend voor Drenthe, voor Noord-Nederland en voor héél Nederland, Jetta. Het was groots. Het ga je goed, samen met Ard en iedereen die je lief is! En graag weer tot gauw!


183 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


Afspraken 3 november Opening fototentoonstelling Ondermijning Provinciehuis

10 november Ontvangst Kumar Tuhin, ambassadeur India Provinciehuis

Kring van commissarissen van de Koning Utrecht

Gastcollege Thorbecke Academie Leeuwarden

5 -7 november Bezoek aan Brussel Brussel Kring van commissarissen van de Koning in Brussel Brussel 8 november Slotbijeenkomst viering 80 jaar vrijheid Stefanuskerk, Noorddijk 9 november Herdenking Kristallnacht Synagoge Folkingestraat, Groningen

184

12 november Vergadering Provinciale Staten over Begroting 2026 Provinciehuis 14 november Bezoek met gedeputeerde Top aan Zeerijp, na beving Zeerijp 17 november Kring van commissarissen van de Koning Drents Museum, Assen Overleg met de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en Veiligheid Assen


18 november Bezoek van het college van GS aan het college van B&W van Het Hogeland Wehe-den Hoorn Noordelijk Convent Den Haag 19 november Bestuurlijk overleg asiel met de Minister-President en de minister van Asiel en Migratie Den Haag 20 november Bijzondere Verenigde vergadering van de Staten-Generaal in verband met 80 jaar vrijheid Grote Kerk, Den Haag

21 november Provinciale regietafel vluchtelingen Provinciehuis 25 november Hijsen vlag vanwege Orange the World Provinciehuis Spreken bij onthulling nationaal monument tegen seksueel geweld Winschoten 26 november Statencommissie Provinciehuis Gesprek met de Koning, Paleis Huis ten Bosch Den Haag

Lezing over Lelylijn, sociëteit De Witte Den Haag

27 november Bijeenkomst Energiek Groningen Euroborg, Groningen

Uitreiking Noorderpoort Jaarprijs Groningen

28 november Spreken bij het afscheid van collega Jetta Klijnsma Provinciehuis Drenthe, Assen 185


186


187


Geen oplossing zonder problemen Als die uitspraak ergens opgaat, is het in ‘Ter Apel’. Met aanhalingstekens, want het dorp zelf is al jaren uit beeld geraakt. ‘Ter Apel’ is een begrip geworden. Een samenvatting van alles wat vastloopt in het Nederlandse asielbeleid. Wie ‘Ter Apel’ zegt, denkt niet aan de Ruiten Aa, het bos of het klooster, maar aan het overvolle aanmeldcentrum. Daar tonen we vluchtelingen én dorpsbewoners een Nederland dat vooral zijn schouders ophaalt. Permanente crisis, permanente verontwaardiging. En een hardnekkig misverstand: want dit is geen asielcrisis, maar een opvangcrisis. De cijfers zijn bekend en worden netjes bijgehouden door het CBS. Van een asieltsunami is geen sprake. Wel van een systeem dat verstopt zit. De ‘asielzoekerscentra’ zitten vol met mensen die geen asiel meer zoeken. Mensen die de procedure hebben doorlopen en mogen blijven. Ze zitten vast omdat er geen woning is. En dus stroomt Ter Apel, waar de keten begint, steeds opnieuw over. Het rijk betaalt treurige dwangsommen, maar zou zich moeten houden aan de afspraken. Hier wordt een dorp opgezadeld met een nationaal falen. 188

De gevolgen zijn zichtbaar en voelbaar. Middenstanders en inwoners hebben overlast en diefstal. Dat wordt versterkt doordat in Ter Apel honderden kansarme asielzoekers verblijven, vaak jonge mannen uit Noord-Afrika. Te veel, te lang, op één plek. Dat is vragen om problemen. Deze maand kwam minister Keijzer naar Ter Apel. Burgemeester Velema en ik spraken haar over maatregelen. De discussie bleef hangen op iets wat ik zag als een detail: de ‘gratis’ pendelbus tussen station Emmen en het aanmeldcentrum. Het werd een prominent onderwerp. Dagblad van het Noorden publiceerde naar aanleiding van het bezoek een artikel met de kop: ’Keijzer wil geen gratis pendelbus. Maar wat dan wel?’ Die pendelbus is namelijk geen luxe, maar een veiligheidsmaatregel. Buslijn 73 is al jaren een risicolijn. Chauffeurs mijden hem, of nemen hun partner mee om zich veiliger te voelen. Maar de minister wil geen gratis pendel. Ook in Provinciale Staten werden verontwaardigde vragen gesteld: waarom asielzoekers gratis vervoer, terwijl onze kaartjes duurder worden? Dat is toch slecht gedrag belonen? Ik snap de reflex. Maar het helpt niet per se


bij het vinden van een oplossing. Het alternatief is waarschijnlijk niet goedkoper: meer incidenten, meer politie, meer schade. Geen oplossing zonder problemen dus. Extra beveiliging op lijn 73, het is nodig.

Meer vreemdelingenpolitie ook. En de aankondiging van de minister dat het aantal veiligelanders van 300 in Ter Apel wordt teruggebracht tot 100, klinkt ook goed. Hopelijk lukt het.

189


Gaat het wel goed daar? Wat een goed idee: door aan de bar naar ‘Floris’ te vragen, kunnen vrouwen in een groeiend aantal cafés in het centrum van Groningen laten weten dat ze zich niet veilig voelen. Het cafépersoneel kan dan een taxi regelen, iemand de toegang weigeren of de politie inschakelen. Het idee is afkomstig uit Engeland. ‘Ask for Angela’ werd hier dus: vraag naar Floris. Als je op internet naar die naam zoekt, lees je dat Floris sinds de jaren ’90 van de vorig eeuw populair werd. Inmiddels dragen zo’n 16.000 jongens en mannen in Nederland deze voornaam.

De dader is een bekende Je hoopt natuurlijk dat het nooit zo ver komt. Dat je op deze manier hulp moet inschakelen omdat je een situatie te link vindt. En waar ik schrijf ‘situatie’, bedoel ik eigenlijk: het gedrag van een ander. Of van anderen - meervoud dus. Die ander is trouwens vaak een bekende. Want het is een misvatting dat mensen die uit zijn op narigheid opeens vanachter een boom tevoorschijn springen. De plegers van een aanranding bijvoorbeeld zijn vaak personen die het slachtoffer goed kent. 190

Van de studie, een studentenhuis, werk of sport - bedenk het maar. Overal in de binnenstad zijn wel camera’s die ervoor moeten zorgen dat het veilig op straat blijft. En ook in cafés en andere plekken binnen zie je ze hangen. Maar het zijn allemaal lapmiddelen, zoals het trucje met Floris dat ook is. Beter is het wanneer we wat meer op elkaar letten. En we samen iets doen als we denken: gaat het daar wel helemaal goed? Want sociale veiligheid is van ons allemaal. Niet alleen van het personeel achter de bar.


191


Veiligheidsmonitor Zet je een veiligheidsmonitor online, dan is dat op het eerste gezicht een tamelijk technische gebeurtenis. Een nieuw tabblad, nieuwe cijfers, nieuwe grafieken. Maar wie iets langer kijkt, ziet dat hier iets belangrijkers gebeurt. We lanceren de Veiligheidsmonitor. Iedereen kan hem vanaf nu vinden op De Staat van Groningen: de plek waar we in één oogopslag laten zien hoe het ervoor staat op de vele beleidsterreinen waar de provincie bij betrokken is. Het is ook de plek waar we de komende jaren kunnen volgen of de investeringen van Nij Begun daadwerkelijk verschil maken. De Veiligheidsmonitor is ontwikkeld op verzoek van Provinciale Staten. En het is geen toeval dat dat verzoek voortkomt uit de volksvertegenwoordiging. Want veiligheid is geen beleidsbegrip, maar het speelt in je eigen dorp of buurt. Criminaliteit Wat laat die monitor dan zien? In de kern geeft hij antwoord op een paar eenvoudige, maar wezenlijke vragen. Welke vormen van criminaliteit komen in Groningen voor? Hoe groot zijn die problemen eigenlijk? Waar doen ze zich voor? Zien we ontwikkelingen 192

over de tijd? Zien we groei of afname? Of verschuiving? En hoe verhouden we ons tot het landelijke beeld? De cijfers zijn geordend rond twee hoofdcategorieën. De eerste is ondermijnende criminaliteit: misdrijven die niet alleen strafbaar zijn, maar ook de samenleving aantasten. Denk aan drugshandel, wapenhandel, mensenhandel, milieucriminaliteit, intimidatie van bestuurders. Zaken die het vertrouwen in de rechtsstaat en de overheid onder druk zetten en die de leefbaarheid en volksgezondheid raken. Daarnaast is er een brede categorie ‘overige geregistreerde misdrijven’. Daarin gaat het om delicten die direct op mensen zijn gericht: geweld, zedendelicten, berovingen en overvallen, discriminatie. Gebeurtenissen die diep ingrijpen in individuele levens. Een begin De Veiligheidsmonitor presenteert deze gegevens per gemeente, in absolute aantallen én per duizend inwoners. Ook is zichtbaar hoe Groningen zich verhoudt tot andere provincies. De cijfers zijn gebaseerd op openbare politiedata. Dat betekent: transparant en voor iedereen toegankelijk.


Cijfers spreken nooit voor zich. Ze vormen het begin van een gesprek. Ze geven geen volledige verklaring. Ze laten zien wat er gebeurt, maar niet altijd waarom. Een stijging kan het gevolg zijn van betere opsporing, meer meldingsbereidheid, of juist van een groeiend probleem. Soms schuilt de betekenis juist in de cijfers áchter de cijfers.

Met deze veiligheidsmonitor hebben we in elk geval de basis op orde. We kunnen beleid ontwikkelen op basis van feiten. Geen losse indrukken, maar gedeeld inzicht. Ik denk dat het een eerste stap is. Een begin van gerichter werken aan een leefbaar en veilig Groningen

193


Lach hard, duik diep, komt terug We zijn na een lange dag van vergaderen aan het eind gekomen van een lang én intens vergaderjaar. En mocht iemand denken dat politiek vooral discussiëren achter microfoons is dan heeft 2025 ons overtuigend laten zien dat politiek echte impact heeft in de levens van mensen. Niet in de laatste plaats in het leven van de mensen die in de politiek werk hebben gemaakt van hun idealen. 2025 had natuurlijk de gebruikelijke drukte. Dit jaar werden … moties ingediend. Hoeveel werden er aangenomen? Slechts 42. Maar voordat een motie werd ingetrokken, aangehouden of verworpen, gebeurde er wel wat in de Statenzaal. Amendementen waren schaarser. Slechts vier keer werd een voorstel door een amendement gewijzigd.

Slimmer? Menselijker misschien? We deden dat in … Statenvergaderingen. En die werden voorbereid in 15 commissievergaderingen. Ik heb de uren niet bij elkaar opgeteld, maar het is zonneklaar dat Statenlid een tijdrovende vrijetijdsbesteding is. want achter al deze cijfers zit uren werk van mensen die hun tijd ook aan iets anders hadden kunnen besteden. 194

We zijn dit najaar begonnen met de evaluatie van onze werkwijze, door de Staten, voor de Staten. Het is nog niet klaar. Ik kijk ernaar uit om in de loop van volgend jaar met de Staten te bespreken hoe het beter kan. Zodat we nog voor de Statenverkiezingen van 2026 kunnen werken aan onze werkwijze. Wat kan er beter? Slimmer? Menselijker misschien?

Eindelijk rust, dachten we toen Het wordt de nieuwe opdracht voor Dennis, onze nieuwe griffier. We hebben hem vanmorgen beëdigd. Welkom geheten in onze eerbiedwaardige Statenzaal, die hij al lang kent. Niet dat we al toe zijn aan het afscheid van Nettie. Dat moment komt later. Maar het afscheid nadert. En dat is voelbaar nu. We zagen vandaag wel Oeds, onze bode, voor het laatst in die rol door de zaal lopen. Oeds, dankjewel voor je jarenlange inzet en betrokkenheid. Ik noem twee functionarissen, omdat we afscheid van ze nemen. Maar ze staan voor veel mensen die hun uiterste best doen om ons werk zo goed mogelijk te ondersteunen. We kunnen weinig zonder hun steun.


Toen 2025 begon, werd er nog onderhandeld over een nieuw coalitieakkoord. Mocht iemand denken dat ze er in Den Haag lang over doen - wij hadden het ook niet makkelijk. Het akkoord Mit Mekoar werd in maart gepresenteerd. Her vormde de basis voor een nieuwe personele bezetting van het college. Eindelijk rust, dachten we toen. Maar dat pakte anders uit. We zijn inmiddels twee wisselingen verder. Gouke Moes werd

minister. Marian van Dijk was bereid zijn positie over te nemen. En eind november maakte Karin Dekker bekend dat ze stopt, wat opnieuw een wisseling betekent in het college. Dat maakt één ding duidelijk: ‘mit mekoar’ besturen is anno 2025 geen sinecure. Stevige uitdagingen 2025 was ook in andere opzichten geen makkelijk jaar. We hebben momenten gehad 195


Uit ‘Kom terug’ - Spinvis (2011): Droom een boot in de zon Geef ’m zeilen en wind Kus een droevige mond heel zacht Voor de dag begint Bewaar een steen in je tas Uit het land waar je sliep Waar je de wonden opliep Waar een koninkrijk verging Haal de parels uit de zee Geef ze weg Vecht met alles wat je hebt Geef ze weg Vecht met alles wat je hebt Verlies het goed Wacht dan tot het lichter wordt Je hebt de tijd Reis ver, drink wijn, denk na Lach hard, duik diep, kom terug.

196


waar we kleur hebben moeten bekennen en diep hebben nagedacht over wat Groningen nodig heeft. We hebben stevige debatten gevoerd over bestuurlijke verantwoordelijkheid, soms met moties, waaronder moties van wantrouwen, vaak met de steun van een royale meerderheid. We werden ook geconfronteerd met onrust in de samenleving. En we maakten opnieuw een zware aardbeving mee, terwijl we allemaal hoopten dat zware klappen voorgoed tot een akelig verleden zouden behoren. Net als duizenden inwoners die weer onzeker zijn over hun huizen. Die schade moeten melden. En die weten dat het voorlopig nog niet voorbij is.

heid. Belangrijk om daar samen aandacht aan te besteden. Zo kunnen we elkaar ook steunen als het moeilijk wordt. En nu, nu houdt het even op. Iedereen krijgt als aardigheidje het prachtige stripboek mee van Spoekie, de eeuwige hond van de Freijlamaborg. Vermakelijk voor onder de kerstboom. We gaan naar huis. We vieren Kerst. We vieren Oud en Nieuw. We koesteren wat ons dierbaar is - familie, vrienden, rust. En daarna komen we terug. ik kan het niet mooier zeggen dan Spinvis in ‘Kom terug.’

voor echte mensen met echte zorgen Temidden van die spanning gaven we met z’n allen zo goed mogelijk samen vorm aan de toekomst van Groningen. Daarover gingen al onze debatten, moties en amendementen. Wij weten dat politiek niet gaat over eenvoudige antwoorden, maar over samen zoeken naar duurzame oplossingen voor echte mensen met echte zorgen. Verbinding We gingen ook letterlijk op pad: de Noordelijke Statendag in Leeuwarden, gesprekken in Appingedam en Grijpskerk over gaswinning en de impact op inwoners, en een bezoek aan de Eerste Kamer samen met collega’s uit Drenthe. En bij al die ontmoetingen bouwen we bruggen. En we hebben in elkaar geïnvesteerd: in augustus ondergingen we samen een theatervoorstelling over integriteit en weerbaar197


Bescherm de Koning Niet eerder zag er zoveel liefhebbers van het schaakspel bij elkaar, als hier bij de ACLO in Groningen. Schaken draait om één stuk, dat altijd centraal staat: de koning. Hij is niet de sterkste op het bord - met hem kun je alle kanten op, maar hij schuifelt slechts één stap tegelijk. Ondertussen is hij wel de belangrijkste. Als de koning valt, is het spel voorbij. Daarom beschermen we hem, plannen we om hem heen, en zorgen we dat hij veilig blijft. Mocht iemand denken dat mijn aandacht voor de koning komt door beroepsdeformatie - je bent tenslotte commissaris van de Koning of niet - dan is geruststellend om te weten dat ik destijds watertandend heb gekeken naar de prachtige bingewatchwaardige serie ‘The Queens Gambit’ (nog steeds op Netflix). Het schijnt dat het succes van de serie heeft geleid tot een veel grotere belangstelling voor het schaakspel. Dus ja, ook koninginnen doen ertoe! Botvinnik, Euwe, Najdorf En zo relativeer ik vanzelf de kloeke openingszin waarmee ik begon. De koning mag dan centraal staan, dat relativeert natuurlijk niet het belang van torens, lopers, paarden en zelfs pionnen. Soms lijkt een pion onbelangrijk, maar hij kan de weg vrijmaken (of 198

blokkeren) voor een briljante aanval. Zo is het ook in het echte leven: iedereen hier, van grootmeester tot beginner, van vrijwilliger tot organisator, speelt een rol van betekenis. Zonder hen geen toernooi. Dat ik nog niet eerder zoveel schaakliefhebbers bij elkaar zag, zegt natuurlijk vooral veel over mij. Groningen heeft een respectabele schaakgeschiedenis. In september 1946 - de stad lag nog in puin - was Groningen zelfs het toneel van het eerste internationale schaaktoernooi na de Tweede Wereldoorlog. Het was 15 maanden nadat de Duitsers hadden gecapituleerd. Het puin was net geruimd. Huizen en winkels moesten met schaarse middelen worden hersteld. Groningers waren bezig met de wederopbouw. En temidden van dat decor kwamen grootmeesters uit de hele wereld hierheen - Botvinnik, Euwe, Najdorf - om op 64 velden een gestileerde oorlog te spelen. Groningen leefde op. Cafés zaten vol, mensen stonden buiten om de uitslagen te horen. Er werd zelfs gezegd dat je in de Folkingestraat meer over het Siciliaans kon leren dan in een schaakboek! Of over dame-gambiet natuurlijk. Het toernooi bracht


hoop en verbondenheid in een tijd waarin iedereen snakte naar iets positiefs. En kijk: bijna tachtig jaar later doen we dat opnieuw. Schaken verbindt, toen én nu. Wijsheid en vooruitzien Nog even en we gaan beginnen. Denk dus goed na voordat u uw koning in gevaar brengt. Want net als in het echte leven is het beschermen van je koning - en alles waar hij voor staat - een kwestie van wijsheid en vooruitzien.

Ik wens iedereen in de ACLO een fantastisch toernooi. Ik begrijp dat ik nu een eerste zet mag doen, in het bijzijn van grootmeester Van Foreest. De angst om fouten te maken leidt tot een conservatieve zet. Creatief worden we een andere keer wel weer. Dus vooruit, daar gaan we. Ik speel e4. De koningspion…

199


Afspraken 1 - 2 december Tweedaagse College van GS Dokkum

8 december Eedaflegging nieuwe medewerkers Provinciehuis

3 december Presidium Provinciehuis

Regiegroep Noordelijke Samenwerking Heerenveen

Ontvangst Sint Nicolaas Provinciehuis

9 december Bestuurlijke tafels Nij Begun Provinciehuis

5 december Stuurgroep Lelylijn Lelystad

10 december Training voorzitters Provinciale Staten Provinciehuis Eedaflegging trainees Provinciehuis

200


11 december Overleg met minister Van Weel van Asiel en Migratie over binnengrenscontroles Digitaal 15 december Bezoek minister Keizer voor Asiel en Migratie aan Ter Apel 16 december Bezoek Volleybaltoernooi provincie Groningen Leek

18 december Ontvangst boek ‘120 seconden’ van Ties Groenewold Provinciehuis Afscheid Sieger Dijkstra en Agnes Mulder VNO-NCW Noord Bakkeveen 22 december Opening Schaaktoernooi ACLO Groningen

17 december Ontvangst Almanak Vindicat Provinciehuis Vergadering Provinciale Staten Provinciehuis Presentatie Veiligheidsmonitor Provinciehuis

201


Rijkstaken

Het ambt van commissaris is ouder dan het koninkrijk zelf. Het is namelijk ingevoerd door de Fransen, toen ze hier op de grens van de negentiende eeuw de baas waren. In elk ‘departement’ kwam een commissaris, die moest zorgen dat de wetten behoorlijk werden uitgevoerd. Ook onze eerste koning, Koning Willem I, vond dat nuttig, al sprak hij liever over een ‘gouverneur’. Maar de grondwet bevatte opnieuw een ‘commissaris’, die rijkstaken had en verder de vergaderingen van Provinciale Staten en van het college moest voorzitten. Er kwam een ‘ambtsinstructie’ (bij Koninklijk besluit). En nog in mijn studietijd leerde ik dat de commissaris van de koningin door het rijk werd betaald. Een rijksfunctionaris, dus. ‘Rijksfunctionaris’ Die tijd is voorbij. Zoals het ook voorbij is dat commissarissen van de Koning vooral de vorst te vriend moesten houden. De commissaris van de Koning is anno nu vooral een provinciebestuurder. En als ik met mijn gezicht naar Den Haag sta, is het doorgaans om Groningse belangen te behartigen. Maar nog steeds wordt de commissaris benoemd bij Koninklijk besluit. En in mijn takenpakket zit een aantal ‘rijkstaken’. 202

Die voer ik uit als ‘rijksfunctionaris’, onder de verantwoordelijkheid van een minister of staatssecretaris. De commissaris van de Koning is dus nog steeds een beetje ‘van de Koning’. Het gaat bijvoorbeeld over de werving en selectie van een nieuwe burgemeester. Of het houden van toezicht op de Veiligheidsregio. Of het bevorderen van voldoende opvangcentra voor vluchtelingen als voorzitter van de ‘Provinciale regietafel’. Over de uitoefening van mijn rijkstaken heb ik contact met bewindspersonen. Maar veel vaker onderhouden de medewerkers van mijn kabinet het contact met ambtenaren op ministeries.


203


Koninklijke onderscheidingen Voor bedrijven De predicaten ‘Hofleverancier’ en ‘Koninklijk’ zijn onderscheidingen die de Koning toekent aan bedrijven. Het is een uiting van grote waardering voor de bedrijven die dat overkomt. En het is heel exclusief. Dit jaar mocht ik op 17 oktober het predicaat ‘Hofleverancier’ uitreiken aan de Dekens Groep BV in Sappemeer. Voor personen Wat het predicaat ‘Hofleverancier’ of ‘Koninklijk’ is voor bedrijven, is de Koninklijke onderscheiding voor inwoners van Nederland. Die onderscheidingen worden ook wel ‘lintjes’ genoemd. Ze worden toegekend aan mensen die zich voor de samenleving verdienstelijk hebben gemaakt. De procesgang van het verkrijgen van een lintje is strikt vertrouwelijk. Maar ondertussen is het proces bepaald niet geheim. Het begint met mensen die de moeite nemen om voor iemand een koninklijke onderscheiding aan te vragen. De burgemeester kijkt of hij het eens is met de aanvraag en stuurt die door naar de commissaris van de Koning. Ook de commissaris van de Koning beoordeelt de aanvraag en stuurt die door naar het Kapittel voor de Civiele Orden. Het Kapittel adviseert vervolgens de verantwoor204

delijke minister over de toekenning. De Koning en de minister op wiens beleidsterrein iemand actief is, zetten hun handtekening onder het Koninklijk Besluit. De meeste Koninklijke onderscheidingen worden uitgereikt bij ‘Algemene gelegenheid’, op de dag voor de verjaardag van de Koning. Dit jaar waren dat in Groningen 79 onderscheidingen. De mannen waren in de meerderheid: 52 mannen en 27 vrouwen. Deze ondervertegenwoordiging van vrouwen is in lijn met het landelijke gemiddelde. Soms wordt een onderscheiding uitgereikt bij een ‘Bijzondere gelegenheid’, bijvoorbeeld als iemand afscheid neemt van een activiteit waarmee hij ‘een lintje verdient’. Dat gebeurde dit jaar 27 keer, 22 keer aan een man en vijf keer aan een vrouw.


Burgerdeputatie

Op verzoek van het Ministerie van Defensie en het Koninklijk Huis leveren de provincies bij toerbeurt een ‘burgerdeputatie’ voor Prinsjesdag. De Provincie Zuid-Holland coördineert dat en nodigde onze provincie uit om dit jaar de burgerdeputatie samen te stellen om deel te nemen aan de ereafzetting voor de Koninklijke koets tijdens Prinsjesdag. De ereafzetting bestaat verder uit militairen.

De afvaardiging van Groningers dit jaar was een mooie diverse groep mensen van bijna 50 personen maakten tijd vrij om in uitdagende weersomstandigheden deel uit te maken van de ereafzetting. Het ging om vrijwillige molenaars, Homomannenkoor Zangzaad en het winnende damesteam van G.S.V.V. The Knickerbockers.

Op de foto: Militairen Prinsjesdag - Bron: Remco Zwinkels (Provincie Zuid-Holland)

205


Wat een ander niet kan of doet Er zijn momenten waarop je met verbazing terug kijkt. Momenten als vandaag. Hoe is het mogelijk? Opeens is het bedrijf waar je werkt, of waar je leiding aan geeft, honderd jaar oud. Honderd jaar worden… Dat is voor de meeste bedrijven - net als voor de meeste mensen - niet weggelegd. De Dekens Groep is, zoals zo veel bedrijven die een eeuw meegaan, een familiebedrijf. Sinds de overgang van Borchert naar Dekens staat de derde generatie van ‘de Dekentjes’ nu aan het roer om het bedrijf de toekomst in te sturen. Dekens hield het in de familie. Niet alleen de leiding ging over van vader op zoon. Maar ook onder de werknemers treffen we vaders en zonen aan, of broers en neven. Ik denk dat je geen beter bewijs kunt vinden dan dat je in alle opzichten een familiebedrijf bent. Onzekerheid Het is geen toeval dat het vrijwel altijd familiebedrijven zijn die het zo lang volhouden. Al is het woord ‘volhouden’ misschien te lijdzaam. Te passief. En daar is geen sprake van. Want het is overduidelijk dat je het met passiviteit niet redt. Dit is een bedrijf waar staal vloeibaar wordt. Waar mensen letterlijk staan voor hete vuren. Een bedrijf dat de ups 206

and downs van de wereldeconomie heeft meegemaakt en altijd gebaat was bij scherpe, eigenzinnige keuzes. Beslissingen die ervoor zorgen dat je nu kunt zeggen: ‘Toen het zwaar was, in de crisis van de jaren ‘80, maakten we een dappere keuze. We specialiseerden ons in handvormgietwerk in kleine series.’ Voor ons is dat makkelijk. Want wij weten dat het goed afliep. Wie deze beslissing op het moment zelf moest nemen, roeide tegen de stroom in. Het was een waagstuk. Het week af van de koers van collega-gieterijen, die zich destijds massaal concentreerden op massaproductie. Machinaal vormen. Hoge volumes. Veel van deze collega’s bestaan inmiddels niet meer. Dekens koos een eigen koers. Handvormgietwerk, in kleine series. Nu weten we dat dat een gouden greep was. Je zou haast vergeten hoe onzeker de omstandigheden waren toen deze beslissing werd genomen.

Achteraf heeft het verleden zelfs iets vertederends Achteraf is alles logisch. Wijsheid achteraf, inderdaad. Achteraf heeft het verleden zelfs iets vertederends. Ik las bijvoorbeeld dat het bedrijf in 1956 bestond uit twee directeuren,


met twee werknemers. Dat klinkt wel heel overzichtelijk. Totdat het tot je doordringt: deze vier mensen hebben de basis gelegd voor waar Dekens nu staat. Ze stonden aan de wieg van een spectaculaire groei. En zij hebben elke dag de leus waargemaakt die Dekens nu gebruikt: Wij maken wat een ander niet kan of doet. Wat een ander niet kan of doet... Zoals elk goed motto klinkt het eenvoudig. Maar ga er maar aan staan. Want niet alleen in de sport, ook als bedrijf geldt dat je zo goed bent als je laatste resultaat. Je moet elke dag weer het beste uit je bedrijf halen. Alles voor elkaar Het vraagt om een inzet die je misschien het beste kunt samenvatten met: ‘alles voor de klant’. Tenminste, dat is de indruk die je krijgt als je leest dat de klanten van Dekens overal op de wereld te vinden zijn. En als een klant eenmaal klant is, ook klant blijft. Het verloop is minimaal. De focus op de klant kan je alleen honderd procent waarmaken als je ook een focus hebt op je personeel. Als je in hen investeert. In hun kennis en vaardigheden.

Hun vakmanschap. Investeren gaat trouwens verder dan vakmanschap. Bij Dekens was altijd aandacht voor de achtergrond van de medewerkers. Hun leven, met alle lusten en lasten. ‘Alles voor de klant’ betekent ‘alles voor elkaar’.

Dekens doet in langdurige relaties En dat betekent bij Dekens: kijken hoe je kunt helpen bij problemen thuis. Heb je geldproblemen of ben je ziek? Kom je niet makkelijk aan het werk? Er zijn tal van momenten waarop een werkgever kan bewijzen dat hij echt sociaal is. Het barst ook van de werkgevers die daarin teleurstellen. Dekens doet in langdurige relaties. Met klanten. En met medewerkers. En ook voor mensen die nog geen werknemer zijn, maar die beter af zouden zijn met een baan. Dekens bood kansen. Kansen op werk voor mensen met ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’. En kansen om het beste uit jezelf te halen. Om je te ontwikkelen, persoonlijk, maar ook in je vakmanschap.

Op de foto: Specialistisch gietwerk bij Dekens - Bron: Dekens [Bedrijfsfilm]

207


Op de foto: Herman Dekens, Harold Dekens, Marjan Dekens, Luuk Dekens en René Paas - Bron: DvhN

208


De Dekens-groep zegt over zichzelf op de website dat klanten ‘één totaalpakket’ krijgen. Ik denk dat dat niet alleen opgaat voor klanten. Ik denk dat dat ook opgaat voor het personeel. En voor Sappemeer als geheel. Feest Er is reden genoeg voor een feest. Reden genoeg om iedereen te complimenteren met die honderd jaar vol prachtige prestaties. Ik mag daarbij zelfs een ‘royaal’ gebaar maken. Want Koning Willem-Alexander heeft de Dekens Groep, naar aanleiding van zijn honderdste verjaardag, het Predicaat Hofleverancier toegekend. Namens de koning mag ik de bijbehorende oorkonde uitreiken. Ik feliciteer alle aanwezigen, huidige en vroegere werknemers hiermee van harte. Ik neem de tijd om uit te leggen hoe bijzonder dit is. In mijn toespraak deed ik het niet, maar laat ik hier wat feiten en cijfers noemen: Er worden per jaar ongeveer 4.000 koninklijke onderscheidingen uitgereikt aan personen. Laat je dus door het woord ‘lintjesregen’ niet in de war brengen. Van de 18 miljoen Nederlanders hebben er ruim 100.000 een ridderorde. Het is dus best bijzonder als je ‘een lintje’ krijgt. Maar wie hofleverancier wordt, treedt toe tot een nog veel exclusievere club. Het aantal hofleveranciers was tot vandaag 738. Niet per jaar. Maar in totaal. En vandaag kwam er dus eentje bij. Ik mag dus niet vaak zo’n certificaat uitreiken. Ook voor mij is het een bijzonder moment. Want het predicaat Hofleverancier krijg je niet zomaar. Je moet minstens honderd jaar bestaan. Je moet een voor-

aanstaande positie in de regio innemen. Je bedrijf dient financieel gezond te zijn. En van onberispelijk gedrag, net als de bestuurders. Het hele bedrijf wordt binnenstebuiten gekeerd, waarbij talloze mensen en organisaties meekijken. Een zware procedure, die ongeveer een jaar in beslag neemt.

dat Paleis Noordeinde binnenkort wordt volgehangen met hand vormgietwerk uit Sappemeer De Dekens Groep heeft dat alles glansrijk doorstaan. Daar mag iedereen in de feesttent trots op zijn. Want een gezonde onderneming maak je samen. Als directie én werknemers. En leveranciers en klanten. Door hard te werken. Door slim en creatief in te spelen op wat de maatschappij vraagt. Extra glans De bedrijfsslogan biedt volgens mij grote mogelijkheden: Wij maken wat een ander niet kan of doet. Dus er is zeker een kans dat Paleis Noordeinde binnenkort wordt volgehangen met handvormgietwerk uit Sappemeer. Maar het predicaat ‘hofleverancier’ betekent iets anders dan dat. Het erkent vooral dat de Dekens Groep een heel bijzonder bedrijf is. Dat wisten alle betrokkenen natuurlijk al lang. Maar als de koning het zegt, geeft dat toch nét wat extra glans. We onthullen een wapenschild. We drinken er een glas op. Het feest kan beginnen. De Dekens Groep draagt het predicaat met trots. En begint vandaag aan de volgende honderd jaar.

209


Koninklijke bezoeken

De Koning en de Koningin komen regelmatig in de provincie Groningen. Vaak is dat informeel. Maar soms heeft een bezoek een meer formeel karakter. Dan staan de burgemeester en de commissaris van de Koning langs de stoeprand klaar om de Koning ‘protocollair’ te ontvangen. In 2025 waren er de volgende koninklijke bezoeken:

11 april 2025 Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der Nederlanden zou het Namenmonument onthullen op uitnodiging van de Stichting Streekhistorisch Centrum in Stadskanaal. Na een ongelukkige val op het ijs in Thialf was zij onvoldoende hersteld en daarom nam haar echtgenoot, professor mr. Pieter van Vollenhoven, haar rol over.

210

1 juli 2025 Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander bracht een buurtbezoek aan Oude Pekela. 3 september 2025 Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander bracht een bezoek aan het aardbevingsgebied. Het bezoek bestond uit twee onderdelen. Eerst bezocht de Koning Op Maarhuizen, in de gemeente Het Hogeland. Hier ging hij in gesprek met mensen over hun ervaringen als eigenaar of bewoner van een monument, een zogeheten ‘erfgoedpand’. Daarna vertrok de Koning naar Wehe-Den Hoorn, waar hij Kunstcentrum De Ploeg opende.


Burgemeesterszaken

Herbenoeming burgemeester Sikkema Op 29 januari startte het jaar met de herbenoeming van burgemeester Sikkema. De gemeenteraad heeft haar aanbevolen voor herbenoeming voor een tweede termijn. Cora-Yfke Sikkema was, voor zij in 2019 in Oldambt werd benoemd, raadslid (2010-2014) en wethouder (2014-2019) in Haarlem. Burgemeester Kamminga gestart in Groningen De gemeente Groningen was op zoek naar een nieuwe burgemeester, nadat Koen Schuiling besloot terug te treden. Na zijn vertrek nam Mirjam van ’t Veld het burgemeesterschap waar. Dat gaf de tijd en ruimte om op zoek te gaan naar een nieuwe burgemeester. Er solliciteerden 16 mensen op de vacature van burgemeester, waarvan het overgrote deel zeer getalenteerd was. Voor de vertrouwenscommissie van de gemeenteraad betekende dit een intensief proces. Uiteindelijk koos de gemeenteraad voor Roelien Kamminga. Een keuze die ik begrijp, vanwege haar binding met de gemeente Groningen, haar kennis op het gebied van openbare orde en haar politieke ervaring. Burgemeester Kamminga startte op 30 juni 2025. Afscheid en welkom nieuwe burgemeester Het Hogeland Op 25 augustus 2025 werd Hans Broekhuizen geïnstalleerd als de nieuwe burgemeester van

Het Hogeland. De in Delfzijl geboren Broekhuizen was sinds 2020 burgemeester van de gemeente Twenterand. Daarvoor was hij gemeenteraadslid en wethouder in Heerenveen. Eerder werkte hij onder meer als bestuursadviseur van de commissaris van de koning in Flevoland. In Het Hogeland volgde hij Henk Jan Bolding op, die met pensioen ging vanwege het bereiken van de uiterste leeftijd van 70 jaar. Henk Jan Bolding was de eerste burgemeester van de fusiegemeente Het Hogeland. Met veel energie, warmte en enthousiasme heeft hij de gemeente op de kaart gezet. Herbenoeming burgemeester Van der Tuuk Ard van der Tuuk is officieel herbenoemd tot burgemeester van de gemeente Westerkwartier. Zijn tweede termijn ging in op 2 oktober. Tijdens de raadsvergadering van woensdag 24 september heb ik de eed bij Ard van der Tuuk mogen afnemen. Hij is sinds oktober 2019 burgemeester van Westerkwartier. Vanaf oktober 2016 tot eind 2018 was Van der Tuuk al waarnemend burgemeester van Grootegast. Die gemeente ging per 1 september 2019 op in de fusiegemeente Westerkwartier. Eerder was Van der Tuuk onder meer gedeputeerde van Drenthe.

211


Ambtsbezoeken

De ambtsinstructie van de commissaris van de Koning bepaalt dat de commissaris ‘met redelijke tussenpozen’ bezoeken aflegt aan de gemeenten in de provincie. In de praktijk breng ik eens in de twee jaar een officieel gemeentebezoek (of ‘ambtsbezoek’). Tijdens zo’n bezoek spreek ik apart met de burgemeester. Daarna met het hele college. De wethouders informeren me over de belangrijkste zaken die ze in hun werk tegenkomen. Daarna bezoeken we iets in de gemeente dat het gemeentebestuur graag wil laten zien. En meestal eindigt het bezoek met een lunch met gemeenteraadsleden of gesprekken met actieve inwoners die bij hun wijk of dorp betrokken zijn. Leve de vrijwilligers! In 2025 bezocht ik vier gemeenten: Midden Groningen, Westerwolde, Het Hogeland en Pekela. Het thema was ‘vrijwilligerswerk’. Dat bleek een schot in de roos. Want het maakte mij ook enthousiast om in contact te komen met heel veel mensen die vaak achter de schermen onze samenleving draaiende houden. Bij de KNRM en de brandweer sprak ik mensen die dag en nacht klaarstaan om in actie te komen wanneer dat nodig is. En levens te redden. Hun inzet, vaak naast werk en gezin, 212

vraagt moed, professionaliteit en een groot verantwoordelijkheidsgevoel. In dorpshuizen maakte ik mee hoe vrijwilligers samen zorgen voor levendige ontmoetingsplaatsen die de sociale samenhang versterken. En hoe ze in staat zijn mensen te helpen. Ja, onze maatschappij is gehaast en wordt steeds individueler. Maar een kop koffie drinken met mensen die zich met hart en ziel voor hun medemensen inzetten, is het beste medicijn tegen een al te somber wereldbeeld. We hebben veel te danken aan vrijwilligers. Zij zorgen ervoor dat hun dorp of wijk vitaal blijft. Zij maken de plekken waar je even met iemand kunt praten en bijkomen. Waar je na de sport, gym of yoga een kop thee kunt drinken. Zij zetten een wandel- of fietsparcours uit waar je zonder verkeershinder kunt genieten. En ga zo maar door. Vrijwilligerswerk verbindt, versterkt en inspireert. Vrijwilligers zijn het kloppende hart van onze lokale gemeenschappen. Zonder hun inzet zouden veel verenigingen, voorzieningen en initiatieven eenvoudigweg niet kunnen bestaan. Het is de basis waarop we samen bouwen aan een leefbare en veerkrachtige provincie.


213

Op de foto: Bezoek aan de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij [Het Hogeland]


Migratie en integratie Net als mijn collega-commissarissen ben ik als commissaris van de Koning verantwoordelijk voor de Provinciale Regietafel Asiel en Migratie. Aan die tafel zitten vertegenwoordigers van Groninger gemeenten, het COA, het ministerie en de provincie. We spreken met elkaar over de verdeling van asielzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden in Groningen. Net als de afgelopen jaren, waren er in 2025 te veel mensen in de opvanglocatie in Ter Apel. En met te veel, moet je denken aan getallen van ruim boven de absolute bovengrens van 2.000 mensen die in de opvanglocatie Ter Apel kunnen verblijven. Die getallen bewijzen eens te meer dat we toch echt geen asielcrisis, maar een opvangcrisis hebben. De uitstroom van statushouders, van mensen die in ons land mogen blijven, liep vast. Overvol Vanwege het uitblijven van meer plekken raakte de opvanglocatie in Ter Apel al in september overvol en zag het COA zich gedwongen tijdelijk alternatieve opvang te organiseren. Dit terwijl politiek Den Haag zich vooral met de aanstaande verkiezingen bezig leek te houden. Dat telkens opnieuw 214

geroepen wordt dat de Spreidingswet - die enorm helpt voor een goede verdeling over het land - wordt ingetrokken, helpt de problemen in Ter Apel niet. De heropening van een tijdelijke opvanglocatie in Biddinghuizen gaf ‘Ter Apel’ wat lucht, maar niet voor lang. Door het vastlopen van het opvangsysteem bleven de cijfers in het najaar wekenlang boven de 2.000 mensen, tegen alle afspraken met het COA in. De dwangsom die het COA daarvoor aan gemeente Westerwolde moet betalen liep daardoor ook steeds verder op. Bemoedigende zaken In 2025 was sprake van veel onrust in en rondom het dorp Ter Apel. Bewoners en lokale ondernemers ervaren al jarenlang veel overlast van een grote groep kansarme asielzoekers, de zogenoemde ‘veiligelanders’. En nog altijd zijn er veel zorgen over veiligheid. Het afgelopen jaar leidde deze voortdurend zorgwekkende situatie tot een aantal ernstige (gewelds) incidenten. Gelukkig vallen er ook wel bemoedigende zaken te melden als het over migratie en integratie gaat. Zaken die mede dankzij de bestuursovereenkomst tussen de tien Groninger gemeenten en de toenmalige


staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot stand konden worden gebracht. In Oude Pekela bijvoorbeeld werd een geheel nieuwe woonwijk met 68 energie-neutrale flexwoningen gerealiseerd. De helft van deze woningen wordt inmiddels bewoond door statushouders die aan de gemeenten Pekela, Oldambt en Westerkwartier gekoppeld zijn. De andere helft wordt bewoond door ‘Pekelders’, mensen uit gemeente Pekela. De hoop en de verwachting is dat deze samenstelling van inwoners leidt tot een wijk waarin sociale cohesie gevoeld en ervaren wordt. Nieuwkomersonderwijs Daarnaast werd, in de laatste reguliere vergadering van de provinciale regietafel van het jaar, de evaluatie nieuwkomersonderwijs aangeboden. Het woord geeft al aan dat het hier om onderwijs voor onze nieuwkomers gaat: ontheemden uit Oekraïne en asielzoekers. De lokale aanpak van landelijk herkenbare knelpunten, zoals leerlingenvervoer en de praktische organisatie van het nieuwkomersonderwijs wordt in de evaluatie vooruitstrevend en effectief genoemd.

In Groningen doen we graag samen wat samen kan. En zorgen we voor maatwerk waar maatwerk nodig blijkt. Die aanpak past in landelijke ontwikkelingen, waarbij we als voorbeeld mogen dienen voor regionale samenwerking, expertise en kennisoverdracht op het gebied van nieuwkomersonderwijs en het verbeteren van de doorstroom van nieuwkomers naar regulier (basis)onderwijs en het voortgezet onderwijs in het bijzonder. Tegelijkertijd is het duurzaam kunnen voortzetten van deze geslaagde aanpak, zowel in Groningen als in den lande, afhankelijk van nieuwe wet- en regelgeving gericht op de langere termijn. Hoe verder… In Den Haag wordt gewerkt aan een nieuwe regering. Mijn hoop is dat die de asielopvang beheersbaar zal maken. En dat vluchtelingen met een verblijfsstatus verspreid worden over meer gemeenten en over kleinere locaties. Tegelijkertijd moet er een oplossing komen voor de overlastgevende asielzoekers in Ter Apel. Dat zal leiden tot meer draagvlak bij de bevolking.

215


Portefeuille en Nevenfuncties Nevenfuncties zijn er in drie soorten. Allereerst zijn er de zogenaamde ‘q.q.-functies’. Q.q staat voor ‘qualitate qua’, ook wel ‘nevenfuncties, onbezoldigd, voortvloeiend uit de functie’. Dat is goed Gronings voor werk dat je doet omdat het bij de functie van commissaris van de Koning hoort. Zodra ik met mijn hoofdfunctie stop, is het ook afgelopen met zo’n nevenfunctie. Dan gaat het bijvoorbeeld over het bestuurslidmaatschap van een fonds dat een aantal keren per jaar geld toekent aan projecten waar de stichter of stichters van het fonds hun aandacht op richten. Het Scholtenfonds, het Kammingafonds of het Fonds voor de Landbouw. Fondsen met een verschillende herkomst, maar met één bestuur. Ik ben er de voorzitter van. En net als mijn collega’s ben ik voorzitter van de provinciale afdeling van ‘Het Cultuurfonds’. Er zijn ook functies die weinig meer betekenen dan een soort eervolle vermelding voor een waardevolle organisatie. Ieder jaar ontvang ik verzoeken van stichtingen of verenigingen of ze de naam en de functie van de commissaris van de Koning mogen verbinden aan hun organisatie. Dat kan bijvoorbeeld als ‘beschermheer’. Maar ook als lid van een ‘comité van aanbeveling’. 216

Dat doe ik altijd graag. Maar voordat ik een positief antwoord kan geven, kijken medewerkers van de provincie of de aanvraag voldoet aan de gestelde criteria. Na een positieve uitslag ontvangt de aanvrager een bevestigingsbrief waarin de (meestal ideële) initiatiefnemers worden gewaarschuwd dat ik geen werkzaamheden voor ze ga verrichten en dat ze ook niet op geld moeten rekenen. Tenslotte zijn er nevenfuncties die ik vervul omdat ik ze belangrijk vind en die niets met mijn hoofdfunctie te maken hebben. Deze heb ik altijd eerst overlegd met Provinciale Staten. En de vaste afspraak is dat ik de (eventuele) inkomsten laat storten in de provinciekas. In het overzicht in dit jaarverslag (en ook op de website) staan de bedragen opgenomen.


217 Foto: Xander Brinkman (Beeldbank Provincie Groningen)


Portefeuille en Nevenfuncties Portefeuille - Kwaliteit openbaar bestuur (inclusief (jongeren)participatie) - Communicatie - Interbestuurlijk toezicht - Integriteit en weerbaar bestuur - Uitvoering wettelijke regelingen - Representatie - Rijkstaken Nevenfuncties Onbezoldigd, voortvloeiend vanuit de functie - Voorzitter van Groningen Promotie/ Ambassadeurs van Groningen - Lid van het algemeen en dagelijks bestuur van het SNN - Voorzitter van het Cultuurfonds, afdeling Groningen - Voorzitter van het J.B. Scholtenfonds - Voorzitter van het H.S. Kammingafonds - Voorzitter van het bestuur van de Stichting Fonds ten behoeve van de Landbouw in de Provincie Groningen

218

Onbezoldigd, niet voortvloeiend vanuit de functie - Voorzitter Interkerkelijke Commissie voor het Justitiepastoraat - Voorzitter van de Hoofdcommissie van Overleg Koninklijk Huis Bezoldigd, niet voortvloeiend vanuit de functie - Voorzitter van de Raad van Advies van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De inkomsten uit deze nevenfunctie zijn €4.510,20 per jaar. Dat bedrag wordt in de provinciekas gestort. - Onafhankelijk voorzitter van het bestuur van de coöperatie PGGM. De inkomsten uit deze nevenfunctie zijn €33.450 per jaar. Dat bedrag wordt in de provinciekas gestort. Beschermheer - Beschermheer van het historisch evenement Slag bij Heiligerlee - St. Vrienden Martini Ziekenhuis - Groningwer Monumentenfonds - Vereniging Vrienden van Martinikerk - Centrum voor Canadese Studies - Jeugdtheaterschool Wonderboom - Stichting Oude Groninger Kerken - Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs en Dienstslachtoffers afdeling noordoost Nederland


- Koninklijk Mannenkoor Gruno - Algemene Oranjevereniging Oranje Nassau - Groninger sportvereniging Be Quick - Stichting Op Roakeldais - Provinciale Brassband Groningen - Stichting Het Groninger Landschap - Stichting Samenwerkingsverband Veteranen en Postactieve Militairen Groningen - Stichting Music4allHaren - Bond van Koren in de provincie Groningen - Stichting Platform van Kerken Westerkwartier Comités van aanbeveling - Prinses Christina Concours (PCC-Noord) - Stichting Aurora festival - Stichting Vier 5 Mei - Stichting Van der Leeuw-lezing - Filharmonie Der Aa - Hanze University Foundation - Stichting Zeesleepboot Holland - Studentenkoor C.S.G. Gica - Stichting De Jonge Onderzoekers Groningen - Ambassadeur kledingbanken Maxima in de provincie Groningen - Groninger Studenten Muziekgezelschap Bragi - Stichting Groningen verwelkomt

Ambassadeur Alliantie van de Kracht tegen Armoede - Ambassadeur Groninger bondgenootschap voor geletterdheid - Delfsail 2024 - Stichting Beeldentuin Verhildersum - Noordelijke Haringparty - Ambassadeur van het Gronings offensief tegen seksueel geweld - 32e editie van ISCOMS (2025) International Martini Organ Competition 2024 - EBF Conference 2024 - Evenement ‘Jubileum Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB) 2024’ - Ambassadeur van de Stichting Wensambulance Noord-Nederland - Studievereniging Clio (Internationale Relaties en International Organisaties aan de RUG, Faculteit Letteren) - MARUG Conference Congres 2024-2025 - Stichting KEI t.b.v. de KEI-week in 2025 - Happietaria Groningen in 2024 - 38e editie van het Groninger Studenten Cabaret Festival - Stichting KEI - Juridische Faculteitsvereniging Groningen - Stichting Vensters op Rilke

219


Tekst René Paas Redactie Matthé ten Wolde Grafisch ontwerp & illustraties Yateesha van Loon www.yateesha.com Boekontwerp Roald de Jong Drukwerk Chemistry Publishing www.chemistrypublishing.com Fotocredits vermeld bij de afbeeldingen


van de commissaris van de Koning in Groningen


222


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag 2025 by Provincie Groningen - Issuu