Skip to main content

Witteveen+Bos 80-jaar jubileummagazine

Page 1

Maak kennis met morgen Jubileummagazine 80 jaar Witteveen+Bos


Maak kennis met het nieuwe Witteveen+Bos


Inhoud Slow travel of fast forward?

10

Nu nog met de veerboot, straks door de tunnel

De droom van Wouter

22

Hoe houd je koers als het bedrijf en de wereld om je heen blijven veranderen?

PFAS toch niet eeuwig?

32

Een zoektocht naar het vernietigen van schijnbaar onverwoestbare stoffen

Slimmer kijken

42

Jeroen Grit en Wouter Klein Wolterink over een complexe leefomgeving

Tachtig jaar Witteveen+Bos

10

48

Van 1946 tot 2026; Witteveen+Bos door de jaren heen

Charlotte in Oman

56

Waterwerken op locatie

78

eDNA: disruptief

66

Van baanbrekend onderzoek naar praktijk

De zeehaven

78

Spil in de energietransitie

Natuur als vertrekpunt

92

Gebiedsontwikkeling Wilderszijde

Moordmysterie

96

Acht verdachten en een slachtoffer

Op locatie in Drenthe

102

TenneT maakt netwerk Noordoost Nederland future proof

Samen onderweg Ecologen Marcel Klinge en Lennart Turlings over 25 jaar intensief samenwerken

80 jaar Witteveen+Bos

108


Twee werelden Tom Pinceel

20

‘Ik hou van dialoog.’

Floris Besseling

60

‘Ik wil geen eiland zijn.’

Annemiek Hermans

74

74

‘Mijn enthousiasme nam het over.’

Shan He

90

‘Het beton kan zichzelf repareren.’

28 Stephanie Lamerichs

100

‘Mislukken is ook een waardevolle uitkomst.’

+ Samenwerken Verbinden

18

Waterbeheer

28

Bodemleven

40

Biobased

62

Infrastructuur

76

Impact

88

20


Jonge honden Femke Middeldorp

30

Constructeur met een missie

Jasmine Oosterlinck

46

Verbinder in Vlaanderen

Rik Jansen

64

Historicus tussen de dijken

Tiara Salsabila

96

Coastal engineer tegen het water

Patrick Bruijnes

106

Technicus onder de grond

Columns Ingrid Bolier

27

Wouter Claassen

37

Cathelijne Brunnekreef

87

Hannie Dierx

113

+ Op pad Bezoek de Hollandse Waterlinies

40

Verwonder je in het Naturalis Biodiversity Center of strijk neer op de Groenplaats in Antwerpen

Verken kustplaats Middelkerke Waai uit bij de Zandmotor of ga varen door de Biesbosch

80 jaar Witteveen+Bos

72

30 40


Voorwoord Als je hier al langere tijd werkt, heb je soms het idee dat veranderingen langzaam gaan. We zijn vooral bezig met de projecten van vandaag, met klanten, collega’s en de vraag hoe we het werk zo goed mogelijk kunnen doen. Maar zodra je een paar jaar terugkijkt, zie je hoeveel er eigenlijk is gebeurd. Nieuwe vakgebieden, nieuwe collega’s, nieuwe landen, nieuwe manieren van samenwerken. We veranderen voortdurend, maar hebben het zelf niet altijd door. Dat besef kreeg ik een paar jaar geleden opnieuw toen ik in België ging werken. Het voelde even alsof ik terug was bij het Witteveen+Bos waar ik ooit begon: kleiner, informeler en met een ander type projecten. Daardoor zag ik hoe we als organisatie inmiddels waren gegroeid. En drie jaar later zie ik ook hoeveel er in België alweer is veranderd. Het mooie is dat zo’n ontwikkeling meestal niet begint met een groot masterplan. Het ontstaat uit nieuwsgierigheid. Collega’s die iets willen begrijpen, die samenwerken met nieuwe partners. Die een andere route proberen als de eerste niet werkt. Zo maken we al tachtig jaar kennis: stap voor stap, in onze projecten en met elkaar. Ik vind het fantastisch dat dit magazine die ontwikkeling zichtbaar maakt. Ik lees de passie in de verhalen en zie de enorme diversiteit van ons werk. Het magazine laat zien hoe we steeds vernieuwen, zonder onszelf kwijt te raken. Ik kijk ernaar uit om deze verhalen te delen met de relaties die al jarenlang met ons optrekken, maar denk dat dit magazine vooral een cadeau is aan alle collega’s. Een moment om trots te zijn op wat we samen doen en vooral ook te genieten van het plezier en de nieuwsgierigheid die Witteveen+Bos al tachtig jaar kenmerken.

Maarten-Kees van Breukelen Directeur Bedrijfsvoering


1946


Verbinden

Slow travel of fast for— ward?


Nu nog met de veerboot, straks door de tunnel De bouw van de 18 kilometer lange onderzeese tunnel in de Oostzee tussen Duitsland en Denemarken is in volle gang. Ingenieurs van de joint venture TEC (Haskoning en Witteveen+Bos) werken in het samenwerkingsverband RAT (Ramboll Arup TEC) mee aan het ontwerp en de aanleg van ’s werelds langste afzinktunnel, de Fehmarnbelttunnel. Redacteur Eric Sleeuwits reisde af naar het Deense Rødbyhavn om van dichtbij een kijkje te nemen bij dit project.

Beeld: Sund & Bælt

80 jaar Witteveen+Bos

11


Verbinden

Na een autorit van bijna zes uur langs borden met teksten als Stau, Baustelle en een enkele Raststätte op de Duitse Autobahn, arriveer ik eindelijk bij de tolpoortjes van de veerdienst in het Duitse Puttgarden. Zo traag als het eerste deel van de reis ging, zo vlot gaat het nu. Ik check in en manoeuvreer mijn auto soepeltjes door de buik van de Prins Richard, de boot waarmee ik de overtocht naar het Deense Rødbyhavn ga maken. Daar werken collega’s Piet Barten en Arjen van Dalfsen mee aan de bouw van de Fehmarnbelttunnel.

Voor Piet Barten, technisch expert en op basis van zijn kennis van het project ook wel het geweten van de Fehmarnbelttunnel, is de Fehmarnbelt zijn levenswerk geworden. Hij is vanaf het prille begin betrokken en volgde het project van verkennende studies en ontwerp tot de huidige uitvoeringsfase. Vorig jaar verhuisde Barten naar Denemarken om nog meer betrokken te kunnen zijn bij ‘zijn’ project. Vanuit zijn rol ziet hij er namens de Deense opdrachtgever Femern op toe dat ontwerp, uitvoering en afzinken van de tunnelelementen plaatsvindt volgens de afspraken die gemaakt zijn met aannemers en de Duitse autoriteiten. In 2008, toen het project van start ging, stond Piet Barten voor de keuze: of de Fehmarnbelt of de Hongkong-Zhuhai-Macau Bridge: ‘Ik had een tunnelproject in Mexico afgerond en was wel weer toe aan een nieuwe uitdaging. Als ik voor Hongkong zou kiezen, zou ik wellicht weken achtereen van huis zijn. Dus werd het Denemarken. Hans de Wit, tot midden dit jaar directeur van TEC, vertrok naar Hongkong.’

De gedachte dat ik na zo’n lange rit even kan afschakelen, spreekt me wel aan. Even tijd om uit te waaien met een latte macchiato op het dek, waar ik een close encounter heb met een Baltische mantelmeeuw die - gedreven door de thermiek - schijnbaar moeiteloos met ons meevaart. Om me heen hoor ik Duits, Deens en Zweeds, maar ook een stevig AmerikaansEngels accent. Wanneer ik na driekwartier ‘dobberen’ op de Oostzee de boot verlaat, betrap ik mezelf erop dat deze vorm van slow travel mij wel kan bekoren.

Omdat nog onduidelijk was welke verbinding er uiteindelijk zou komen, werd een ontwerpcompetitie tussen een brug en een tunnel uitgeschreven. TEC schreef in voor de laatste optie. ‘Uit een ontwerpstudie bleek dat de Denen graag een brug wilden’, vertelt Piet Barten: ‘Wij dachten: als ze iets iconisch willen in de vorm van een brug, dan zijn we kansloos. Wij konden alleen concurreren met het ontwerp voor een tunnel. Daar hebben we vol op ingezet. In eerste instantie niet eens omdat we dachten dat we het winnende ontwerp zouden maken, maar meer uit experimentele overwegingen. Het ontwerp bood ons de mogelijkheid om twee tot drie jaar lang nieuwe technieken te ontwikkelen waarmee we bij toekomstige afzinktunnels ons voordeel konden doen.’

Veerboot of tunneltrip

18 kilometer onder water

Reizen per boot is de manier waarop mensen per slot van rekening eeuwenlang zeeën zijn overgestoken. Nu komt er, op slechts enkele kilometers van de veerterminal, een tunnel. En kun je onderwater in tien minuten van Duitsland naar Denemarken reizen. Ik vraag mij af of ik - als na 2032 de tunnel gereed is - nog steeds de veerboot neem op doorreis naar Kopenhagen, Malmö, Stockholm of waar ik in Scandinavië ook wil zijn. Of ga ik met de auto of de trein en zwicht ik uiteindelijk voor een onderzeese, efficiënte tunneltrip?

Toen in 2010 om uiteenlopende redenen een brug niet haalbaar bleek en opdrachtgever Femern het project met ‘lokale’ partijen wilde voortzetten, werd er voor een tunnel gekozen. Piet Barten en zijn team konden aan de slag met het ontwerp van een afzinktunnel: ‘In het Staatsverdrag tussen Zweden en Denemarken, waarin ook een verbinding tussen het Duitse Fehmarn en het Deense Lolland is opgenomen, staat dat het om een ontwerp voor een ‘cable-stayed bridge’ moest gaan. In de ontwerpcompetitie werden als optie twee en drie een suspension bridge en een zinktunnel toegevoegd. We hebben nog serieus gekeken naar een boortunneloplossing, maar de voorkeur van de klant was duidelijk.’ Dus werd het een afzinktunnel die de 18 kilometer die Duitsland van Denemarken in de Oostzee scheidt, moest overbruggen. ‘Nergens ter wereld is er ooit een afzinktunnel van die lengte gerealiseerd. We wisten meteen welke uitdaging ons te wachten stond.’

Het geweten van de Fehmarnbelt In het kantoor van Femern, de Deense Rijkswaterstaat en opdrachtgever voor de tunnelbouw, ontmoet ik Piet en Arjen. Zij vertellen me dat tijdens mijn bezoek het tweede tunnelelement wordt afgezonken in de Oostzee. Wat een timing!

12


80 jaar Witteveen+Bos

13


Verbinden

Twee voor de prijs van één Inmiddels is het operationele gedeelte gestart. Met de huidige inzichten is Piet Barten uitermate gemotiveerd om het oorspronkelijke ontwerp zo dicht mogelijk te benaderen. In eerste instantie zou er een tunnel moeten komen om het treinverkeer vanuit Denemarken naar Zweden enerzijds en anderzijds vanuit Denemarken naar continentaal Europa beter te stroomlijnen. ‘Voor de Denen en Zweden is de aanleg van een spoortunnel een absolute must. Nu gaat al het treinverkeer vanuit Duitsland en Zweden over twee enorme bruggen in Denemarken, de Kleine en de Grote Belt. Daar loopt het regelmatig vast en is er geregeld onderhoud nodig. Op dit moment is er geen alternatieve spoorverbinding van het Europese continent naar Scandinavië. De Fehmarnbelttunnel maakt de spoorwegverbinding tussen Hamburg en Kopenhagen zo’n tweeënhalf uur korter. In Denemarken geldt het uitgangspunt dat als je een vaste oeververbinding aanlegt, je beter een gecombineerde spoor- en wegverkeertunnel kunt realiseren, zodat je tegelijkertijd het wegverkeer kunt accommoderen. Daarbij moet het wegverkeer de spoorwegverbinding gaan financieren. In de trein betaal je namelijk geen tol.’

Van sluizen en waterkeringen naar afzinktunnels Is Piet Barten een arrivé in de tunnelwereld, voor Arjen van Dalfsen geldt dat hij pas aan het begin staat van een carrière in dit domein. Hoewel hij geen tunnelontwerper is, voelt hij zich wel als een spreekwoordelijke vis in het water van de Oostzee: ‘Van huis uit ben ik waterbouwkundige en in de

Fehmarn— fact

1.300

Naast de tunnelfabriek in Rødbyhavn is een compleet dorp gebouwd waar ruim 1.300 medewerkers uit heel Europa wonen: de zogenoemde FLC Village, genoemd naar de aannemerscombinatie die de tunnel bouwt. Betonwerkers en lassers, maar ook ingenieurs en planners werken op deze gigantische bouwlocatie samen aan één van de grootste infrastructuurprojecten van Europa.

eerste zes jaren van mijn loopbaan heb ik veel op projecten voor sluizen, stuwen en andere waterkerende constructies gewerkt. Toen ik daarna een jaar op een tunnelproject werkte, kwam de Fehmarnbelt plotseling voorbij. Omdat ik altijd graag op een project in het buitenland wilde werken, heb ik deze kans met beide handen aangegrepen. Het is anders dan sluizen, waar je met het keren van water aan de binnenkant hebt te maken in plaats van aan de buitenkant, zoals bij afzinktunnels. Maar er is ook veel overlap, het zijn beide grote betonconstructies met water en in een maritieme omgeving.’ Drie jaar werkt hij nu aan het project. De eerste twee jaren vanuit Kopenhagen, maar sinds kort woont hij met zijn gezin weer in Nederland: ‘Het is handiger voor mijn vrouw, die huisarts is, om in Nederland aan de slag te gaan. Nu werk ik om de week in Denemarken en de andere week vanuit het kantoor van Witteveen+Bos in Rotterdam. Die combinatie werkt prima.’ Het eerste jaar dat Arjen actief was voor de Fehmarnbelt, hield hij zich bezig met ontwerpreviews en beoordeelde hij wijzigingen in het ontwerp. Het afgelopen jaar richtte Arjen zich meer op de uitvoering, waarbij hij beoordeelt wat er wel of niet goed gaat op de bouwplaats en wat er beter moet. ‘Vanaf de zomer van 2025 stapelde het aantal rapporten per maand zich op tot een paar honderd. Daar was op een gegeven moment lastig op te anticiperen’, herinnert Arjen zich deze hectische periode: ‘Je merkte aan alles dat het eerste afzinkmoment aanstaande was.’ Op dit moment geeft Arjen bij Femern leiding aan een team van tien mensen die kwaliteitsreviews doen op de uitvoering: ‘Hoewel ik hier niet echt voor ben opgeleid, geeft dit werk me wel veel inzicht in aspecten die komen kijken bij de daadwerkelijke bouw van zulke enorme constructies. Dat neem ik mee als ik in volgende projecten weer aan ontwerpen werk. En wie wil er nou niet rondlopen op een van de indrukwekkendste bouwplaatsen van Europa?’

Betrokkenheid en toewijding Het werken aan een groot en complex project als de Fehmarnbelttunnel vraagt de nodige betrokkenheid en toewijding van de medewerkers. Met name Piet merkt dat hij in de ruim zestien jaar dat hij betrokken is bij de Fehmarnbelt, zodanig vergroeid is geraakt met het project dat het hem moeite kost om het los te laten: ‘Wil je het goed doen, dan kun je er niets naast doen. Nieuwelingen die hier komen, hebben minimaal negen maanden nodig om zich in te lezen en vervolgens nog eens drie jaar om het in de vingers te krijgen.’ Afgelopen jaar informeerde de projectleider bij Femern bij Piet naar zijn toekomstplannen en werd Piet en passant ertoe verleid om in Denemarken te gaan wonen. ‘Bij de uitvraag van het project in 2008 is het weleens bij me opgekomen om hier te gaan wonen, maar toen was de thuissituatie er niet naar. Bovendien


80 jaar Witteveen+Bos

15


‘Nergens ter wereld is er ooit een afzinktunnel van die lengte gerealiseerd. We wisten meteen welke uitdaging ons te wachten stond.’ Piet Barten


Verbinden

—fact

217

De bouw is ook voor het publiek toegankelijk gemaakt. In het Deense bezoekerscentrum in Rødbyhavn (Femern Exhibition Centre) staat een schaalmodel van de tunnel. Het materieel dat voor het afzinken wordt gebruikt, zoals kranen, pontons en sleepboten, is - hoe kan het ook anders - met Lego-stenen opgebouwd. Blikvanger is ook uitzichtplatform Pilen, direct naast de tunneltoerit. Het platform is 217 meter lang, even lang als een tunnelelement. Van daaruit heb je een mooi uitzicht op de bouwplaats, de fabriek waar de elementen worden gebouwd en - want daar kom je voor het afzinken van de tunnelelementen.

geloofde ik er toen niet in dat de tunnel het winnende ontwerp zou worden, omdat de Denen een iconisch ontwerp wilden voor de toegang tot Scandinavië. Nu is de situatie helemaal anders. De kinderen zijn inmiddels het huis uit en het feit dat ik hier eenmaal woon, geeft Bo (de projectleider bij Femern, red.) de geruststelling dat ik niet na drie maanden naar een ander project vertrek.’

Afscheid nemen Toch komt er een moment voor zowel Piet Barten als Arjen van Dalfsen dat ze afscheid moeten nemen van ‘hun’ Fehmarnbelt. Naar verwachting is de tunnel medio 2032 klaar. Piet is dan met pensioen en Arjen weet nog niet hoe zijn loopbaan er dan uitziet. Eén ding is zeker: als straks de tunnel open is voor verkeer zullen ze vol trots een ritje onder de zeespiegel maken. Ook voor mij is het tijd om afscheid te nemen van de Fehmarnbelttunnel. De Prins Richard gunt me nog een laatste blik op de immense bouwlocatie. In de verte zie ik de sleepboten en pontons liggen die het tweede tunnelelement begeleiden naar het punt waar deze moet worden afgezonken en wordt aangesloten op het eerste element. Daaromheen is het een drukte van af- en aanvarende boten. Terwijl de afzinkoperatie in volle gang is, geniet ik van de zon, de sereen kabbelende zee en mijn latte macchiato. Het hectische gebeuren rondom het afzinken van de tunnel maakt langzaam plaats voor de ultieme slow travel beleving van reizen met een veerboot.

—fact

45

Zodra een element gereed is, drijft het via speciaal aangelegde bassins de Femern Belt op. Met behulp van offshore equipment dat specifiek voor dit project is ontwikkeld, zoals geleidepontons, positioneringssystemen en afzinkinstallaties, brengen sleepboten het element naar zijn exacte positie. Daar wordt het tot op de millimeter precies afgezonken tot wel 45 meter onder zeeniveau.

80 jaar Witteveen+Bos

17


Samenwerken

Verbinden In Antwerpen wordt volop gewerkt aan een van de andere grote Europese infrastructuurprojecten van dit moment: de Oosterweelverbinding. Een complexe binnenstedelijke opgave die de stad een flinke kwaliteitsimpuls geeft.

18


Antwerpen De Oosterweelverbinding - een belangrijk onderdeel van het Antwerpse Masterplan 2020 - voltooit de Ring rond Antwerpen. Daarmee verdwijnt een belangrijk verkeersknelpunt en wordt het verkeer beter over de stad verdeeld. Tegelijk geeft de verbinding Antwerpen ook nieuwe openbare ruimte terug. Waar straks verkeer ondergronds verdwijnt, ontstaan boven de tunnels parken, fietsroutes en nieuwe verbindingen tussen stadswijken. De Oosterweel is een mooi voorbeeld van een multidisciplinair project

80 jaar Witteveen+Bos

waarin verschillende expertises samen komen. Denk aan geotechniek en geohydrologie, tunnelexpertise, landschappelijke inpassing en ecologie, tunnelveiligheid, waterbouwkundige werken en verkeers- en tunnelinstallaties. Samen met Sweco is Witteveen+Bos in de joint venture THV ATLAS al sinds 2012 betrokken bij dit project. In eerste instantie met een ontwerpstudie voor de rechteroever van de rivier de Schelde. In 2015 kwam daar de opdracht voor de linkeroever bij.

19


Twee werelden

Tom Pinceel Is bijzonder gastdocent Aan KU Leuven En ecoloog en groepsleider Natuurinrichting en -beheer

20


Al 80 jaar werkt Witteveen+Bos aan de complexe vraagstukken van morgen. Dat vraagt om voortdurende kennisontwikkeling en een stevige verbinding met de wetenschap. Daarom bewegen veel van onze collega’s zich op het snijvlak van praktijk en academisch onderzoek. In deze portrettenreeks vertellen vijf van hen hoe die twee werelden elkaar versterken.

‘Ik hou van dialoog.’ ‘Mijn beide ouders zijn bioloog, en mijn broer ook. We groeiden op in een omgeving waarin de fascinatie voor natuur gemakkelijk kon ontstaan. Zelf raakte ik al jong geboeid door de manier waarop we als mensen onze leefomgeving veranderen. Ondanks alle kennis die we hebben, gaat dat vaak mis. Daarom wilde ik graag leren hoe we ecosystemen kunnen herstellen. Die vraag vormt de rode draad in mijn werk. Het gaat niet alleen om schade uit het verleden herstellen, maar ook om systemen weerbaar maken tegen toekomstige verstoringen, zoals klimaatverandering en toenemende onzekerheid in water- en klimaatsystemen. Als omstandigheden goed voorspelbaar zijn, hebben we vaak technische oplossingen paraat. Maar doordat variatie en onvoorspelbaarheid toenemen, wordt het steeds uitdagender om ecosystemen zo in te richten dat ze met die veranderingen kunnen omgaan. Toen ik in 2022 een open sollicitatie stuurde naar Witteveen+Bos, werkte ik als docent aan de KU Leuven. Het leek me mooi om die twee werelden te combineren, en dat is wat ik sindsdien doe. Aan de universiteit verwerk ik praktijkvoorbeelden in mijn lessen en begeleid ik studenten die hun onderzoek deels uitvoeren binnen projecten van Witteveen+Bos. Zo maken zij al vroeg kennis met het werkveld, terwijl projecten tegelijk profiteren van

80 jaar Witteveen+Bos

nieuwe wetenschappelijke inzichten. De kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek blijft richtinggevend voor de praktijk. Alleen een goed onderbouwd verhaal houdt stand in het maatschappelijke debat, waarin resultaten regelmatig kritisch worden bevraagd. In de academische wereld bedenken we vaak optimale oplossingen om bijvoorbeeld een bepaalde diersoort te beschermen. In de praktijk moet een oplossing natuurlijk ook maatschappelijk en financieel haalbaar zijn. Die realiteitstoets is essentieel om natuurprojecten daadwerkelijk uitgevoerd te krijgen. Binnen projecten kunnen we ruimte creëren voor aanvullende onderzoeksvragen die opdrachtgevers niet altijd direct stellen, maar die onze inzichten kunnen verbeteren. Zo doen we onderzoek naar het ecologisch functioneren van veenvormende zoetwatersystemen en de diensten die we daarvan kunnen afleiden. Een onderwerp waarover nog relatief weinig kennis beschikbaar is, maar dat wel cruciaal is voor natuurherstel in Europa. Ik hou van dialoog. Het geeft me energie om een verhaal te brengen aan een diverse groep luisteraars en van daaruit verschillende perspectieven te ontdekken. Juist in de discussies die dan ontstaan komen we tot oplossingen die echt werken en door een brede groep worden gedragen.’

21


Interview

De droom van Wouter Hoe houd je koers als het bedrijf en de wereld om je heen blijven veranderen? 22


Interview

Midden in coronatijd mocht hij aantreden als directeur. Geen alledaags startpunt: in een snel groeiend bedrijf dat van nul naar volledig thuiswerken was gegaan, nam Wouter Bijman het estafettestokje over. Het leidde hem niet af van het realiseren van zijn droom voor Witteveen+Bos. Een droom die hij om de paar jaar deelt, zodat ook de nieuwere Witteveen+Bos’ers weten waar we samen naartoe werken. Hij neemt dan ook, op zijn werkplek op de tweede verdieping van het Deventer hoofdkantoor, graag de tijd om dit toe te lichten. Dromen en realiteit ‘Mijn droom was heel helder: met Witteveen+Bos bijdragen aan een circulaire, klimaatneutrale samenleving, werken in diverse teams en internationaal impact maken. Op elk van die droomdelen zitten gigantische uitdagingen. Hoe kom je naar projecten die zoveel mogelijk klimaatneutraal zijn, naar meer biodiversiteit, hoe krijg je het hele bedrijf daarin mee? Hoe word je een bedrijf dat voor veel meer mensen als een fijne jas voelt? En hoe kun je wereldwijd opereren en impact maken als je internationaal niet dezelfde tarieven kan rekenen als in Nederland?’ ‘Wat me nu bezighoudt is onze kwalitatieve groei. Over de loop van de jaren zie je dat we tot 2018 eigenlijk best gelijk bleven in grootte, maar in 2018 kwamen we in een enorme groeistuip terecht. Dan zie je dat het aantal mensen toeneemt en de winstgevendheid afneemt. Op zich logisch, want al die jonge aanwas moet eerst onboarden en inzetbaar worden. Maar hoe kun je die afnemende winstgevendheid nou ombuigen? Want uiteindelijk kun je de andere delen van de droom alleen realiseren met een financieel gezond bedrijf.’

‘Werken vanuit vertrouwen klinkt simpel, maar wordt pas echt zichtbaar als het spannend wordt. Cultuur merk je niet als het makkelijk gaat. Het gaat juist om: hoe reageren we op elkaar als we het niet eens zijn? Wat gebeurt er als iemand een fout maakt? En hoe gaan we om met kwetsbaarheid? Dat zijn voor mij de echte graadmeters.’ Wouter Bijman

en cultuur en portfolio. We zoeken dus naar een optimum tussen maatschappelijk relevant zijn, met rendement en met fijne, deskundige mensen.’

Witteveen+Bos 80 jaar ‘Het begon allemaal met vertrouwen. Willem Witteveen en Goosen Bos startten direct na de Tweede Wereldoorlog met letterlijk slechts één A4’tje aan afspraken, en ze gingen uit van onderling vertrouwen. Dat heeft tot aan de pensionering van Witteveen standgehouden en het kernidee van vertrouwen is volgens mij nog altijd het fundament van onze organisatiecultuur.’ Schiet in de lach: ‘Wat ik dan weer ontzettend grappig vind, is dat ik het afgelopen voorjaar vertrouwen als kernthema heb gebruikt in de jaarrede, en in die jaarrede lieten we ook een AIgegenereerde animatie zien van onze oprichters. Naderhand hoorde ik van een jonge collega de feedback dat die ‘allemaal grijze mannen had gezien die het ook niet meer weten en het dus maar op vertrouwen gooien’.’

Diversiteit

‘Met onze strategie doen we eigenlijk niks anders dan het vertalen van de droom naar het maken van concrete, betekenisvolle keuzes. In het hart van onze strategie staan impact en rendement centraal. Die kent eenzelfde spanning als er tussen toekomstdroom en realiteit bestaat. We zoeken een goede balans tussen impact en rendement en dat doen we langs drie strategische pijlers die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: talent en kennis, organisatie

‘Het werken in diverse teams is natuurlijk ook deel van de droom en een belangrijk aandachtspunt. Hoewel onze organisatie steeds internationaler en diverser wordt, zijn er echt nog verbeterpunten. Zoals voor vrouwen, daar zien we momenteel nog onvoldoende doorstroming naar leidinggevende posities. Die ongelijkheid moeten we onder ogen zien en willen we in 2030 hebben teruggebracht naar een verschil van maximaal 5 procent ten opzichte van het percentage vrouwen bij W+B. Uiteindelijk moet het verschil natuurlijk helemaal

24

80 jaar Witteveen+Bos


‘We zoeken naar een optimum tussen maatschappelijk relevant zijn, met rendement en met fijne, deskundige mensen.’ Wouter Bijman

25


Interview

verdwijnen, maar we zijn nogal van de eigen kweek en het kost nu eenmaal tijd om leidinggevenden zelf op te leiden. Soms zullen er ook keuzes worden gemaakt die als pijnlijk kunnen worden ervaren. We moeten de moed hebben om daarover open in gesprek te gaan met elkaar, zonder ‘ja maar’.’ ‘Diversiteit gaat natuurlijk veel breder dan het verbeteren van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het idee is dat als je het goed hebt aangepakt voor de grootste minderheidsgroep, de volgende stap makkelijker wordt.’

Tijden veranderen ‘Toen ik hier in dienst kwam in 2004 was het een heel andere tijd. Witteveen+Bos is sindsdien enorm veranderd, en ook de directies van nu hebben een heel andere vibe dan toen. Wij geven op een andere manier leiding dan vorige generaties. Je bent een directie van de tijd waarin je leeft.’ ‘Als je me vraagt naar welke stempel ik als directeur op het bedrijf heb gedrukt … Ik begon aan het begin van die ontzettend turbulente coronatijd. Ik denk dat we erin zijn geslaagd om er rust in te brengen. En nadat de samenleving weer openging, gingen we van nul verloop naar hoog verloop. We hebben toen een aantal besluiten moeten nemen om het evenwicht weer te zoeken in onze

‘Wij doen als bedrijf zulke fantastische projecten, met grote belangen en technische uitdagingen.’ Wouter Bijman 26

impact, winstgevendheid en menselijkheid. Denk dan aan het klimaatbeleid dat we hebben geformuleerd, met daarin doelen voor onze eigen bedrijfsvoering en onze invloed in de keten. Of denk aan ons bestuursmodel, dat we vorig jaar flink hebben aangepast: we zijn van een directie van drie, naar acht leden gegaan. Want we zijn nu ook wel zo groot geworden dat we het bedrijf op een andere manier moeten aansturen, dat is echt anders ten opzichte van eerdere jaren.’ ‘Aan de andere kant blijven we een bedrijf met heel veel goede, slimme, gedreven mensen. Die hoef je maar een klein zetje te geven om ze de goede dingen te laten doen. Als directie moet je er vooral voor zorgen dat de mensen in je bedrijf in hun kracht staan. Deze directie wil vooral het collectief van Witteveen+Bos benutten.’

Leven na… ‘Bij Witteveen+Bos treden directieleden af na acht jaar die functie te hebben bekleed. Dat betekent dat ik tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van 2028 terugtreed. Het lijkt mij wel lekker om dan weer in een PMC te opereren en te werken met projecten, met mensen en klanten. Dat mis ik wel eens in deze rol. Wij doen als bedrijf zulke fantastische projecten, met grote belangen en technische uitdagingen. Zo’n Fehmarnbelttunnel tussen Duitsland en Denemarken! Dat echte ingenieurswerk, die harde techniek blijft fascinerend.’ ‘Ik zal nooit vergeten, wij hadden een tenderboard met TEC voor een heel groot project in het Midden-Oosten. Zowel ik als toenmalig mededirecteur Stephan van der Biezen zaten daarin, zo groot was het. Er zaten ook een paar mensen van Haskoning in. Stephan en ik zijn in die vergadering al dat project gaan uitvoeren, we gingen inhoudelijk delibereren over golfcondities, en getij, en de ondergrond en hoe onvoorspelbaar die wel niet was op de locatie van het beoogde project ... Je zag de Haskoningers aan de andere kant van de tafel denken: die gasten zijn echt koekoek. Want je hoeft in zo’n tenderboard alleen maar naar juridische zaken te kijken, naar de risico’s en vergunningen en contracten en dergelijke. Je merkt bij ons dan toch dat we het wel heel leuk vinden om zo’n project technisch te snappen. Dat project is trouwens niks geworden. Om technische redenen.’ ‘Ik heb nog geen idee wat ik hierna ga doen. Uiteindelijk ben ik destijds begonnen bij W+B omdat het buitenland lonkte. Ik ben toen vrijwel geen dag in Deventer geweest, kon gelijk naar Servië voor een project met binnenlandse waterwegen. Daarna eerst door naar Kazachstan en na een periode in Rotterdam verkaste ik met mijn gezin naar Dubai, om daar een Witteveen+Bos-kantoor op te richten. In 2018 kwamen we terug. Ja, dat wereldwijde was wel heel leuk, en ik zou het ook wel mooi vinden dat weer te doen. Maar misschien is dat wel een droom.’


Innovatie __ paradox

Ingrid Bolier

Ken je dat gevoel van vliegen met een innoverend team? Ik denk dan aan spreeuwen, dansend bij zonsondergang. Een vogel verandert iets van richting en de zwerm past zich als vanzelf aan; het dansen ontstaat juist door die kleine veranderingen van individuen. Innoveren voelt voor mij zo: vooraf onvoorspelbare initiatieven die het geheel een andere koers geven. Ook wij passen ons aan elkaars behoeften aan, geven ruimte en nemen die weer terug. Met één blik tijdens een overleg bepalen we onze koers. De informatie die ik nodig heb voor mijn inzet in het geheel stroomt moeiteloos naar me toe. Ik krijg er een ‘één voor allen, allen voor één!’-gevoel van. Toch is dat gevoel niet vanzelfsprekend. Thuis, op de orchideeënkwekerij van mijn ouders, leerde ik dat bijzondere bloemen niet per toeval groeien. Je moet een omgeving creëren en onderhouden: gecontroleerd genoeg om te kunnen monitoren, vrij genoeg om te kunnen experimenteren. Dat idee neem ik mee naar ons werk: innovatie cultiveren is geen incidenteel geluk, maar een bewuste praktijk. In onze projectenwereld werken we voortdurend in tijdelijke samenstellingen en veranderen projecten en context continu. Er zijn zat mensen die iets briljants bedenken, maar zij zijn doorgaans niet degenen die implementeren of beslissen voor standaardisatie. Dit levert de innovatieparadox: organisaties met kennis, middelen en intenties die desondanks weinig structurele vernieuwing opleveren. Te vaak blijft het bij knutselen; iemand met een slim idee en een enkele pilot die niet wordt opgeschaald. Waarom? Omdat het niet alleen draait om techniek of geld, maar vooral om mensen, cultuur, timing en samenwerking. Dat is onze voedingsbodem voor innovatie, hoe we van knutselen naar cultiveren gaan. De kern is simpel: innoveren in onze sector doe je samen. Zorg dus voor een mooie mix van complementaire innovatievaardigheden en koester elkaars sterke kanten. Geef mensen ruimte om te proberen en wees alert op signalen die afwijken van de verwachting; dát zijn vaak de aanwijzingen voor de volgende stap. Ik ben ervan overtuigd dat het kan - vliegen met een nabij team, ondanks organisatiegrenzen en de waan van de dag. Ik vertrouw op de meerwaarde van ons collectief. Ik vlieg vanuit mijn plek in de formatie en let op mijn zeven meest naaste vogels. En wanneer we even neerstrijken, nemen we afscheid met de belofte om de volgende keer de lucht weer met elkaar te delen: één voor allen, allen voor één. De lucht is van ons!

80 jaar Witteveen+Bos

27


Samenwerken

Waterbeheer In het Grenspark Kalmthoutse Heide werken Nederlandse en Belgische buren samen aan een betere waterkwaliteit van het Natura 2000-gebied, met name in en rond de Groote Meer. Het grenspark strekt zich uit aan weerszijden van de Belgisch-Nederlandse grens en beslaat een gebied van ongeveer 60 km². Het herbergt een rijkdom aan flora en fauna, maar de natuur staat onder druk door grondwaterdaling en de aanvoer van fosfaatrijk water vanuit het Belgische deel van het gebied.

28


Kalmthoutse Heide

Om de waterkwaliteit te verbeteren, zijn de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen, waaronder een ijzerzandfilter. Dat bleek succesvol, maar niet voldoende. Daarom is nu een tweede filter aangelegd, aan de Vlaamse zijde van het natuurgebied. De installatie werkt volgens een eenvoudig maar doeltreffend principe. Regenwater stroomt vanzelf door een bed van ijzerzand, een restproduct uit de drinkwaterwinning. Fosfaten hechten zich aan het materiaal, waarna schoon water de natuur instroomt.

80 jaar Witteveen+Bos

Dankzij de natuurlijke doorstroming zijn pompen of energie niet nodig. Onze collega’s van Witteveen+Bos Belgium ontwierpen het filter en pasten het zorgvuldig in het landschap in, zodat de natuurwaarde van het historische Evertandven behouden bleef. Het project laat zien hoe innovatieve techniek en grensoverstijgende samenwerking bijdragen aan duurzaam natuur- en waterbeheer.

29


Femke Middeldorp Constructeur met een missie


Jonge honden

Ze zijn jong, ondernemend en ambitieus. De ingenieurs van nu bedenken oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Om doorbraken te realiseren met technologieën en ideeën die van deze tijd zijn. Tegelijkertijd grijpen ze ook terug op vaste waarden. Conventionele technieken die het vertrekpunt markeren van de civiele techniek. Benieuwd naar wat hen drijft? Maak dan kennis met de ingenieurs van morgen.

‘Laatst liep ik in Amsterdam langs een bouwproject waar alle oorspronkelijke bouwmaterialen werden fijngemalen. Dat deed wel veel pijn’, vertelt Femke Middeldorp, constructeur bij Witteveen+Bos. Ze studeerde af op het hergebruik van in het werk gestort beton in nieuwbouwprojecten. Net als veel van haar generatiegenoten ademt Femke duurzaamheid. Ook in haar opleiding werd hier veel aandacht aan besteed. ‘Bij ontwerpvakken is duurzaamheid al een groot onderwerp’, vertelt ze. Na haar master te hebben behaald, is ze bij Witteveen+Bos in dienst gekomen. Daarmee is ze een van de vele jonge ingenieurs die hun opvattingen over duurzaamheid en hergebruik van materialen meenemen naar de organisaties waar ze aan de slag gaan.

Ruimte voor creativiteit ‘We denken nu wat vrijer dan enkele decennia geleden. Binnen de opleiding krijg je alle ruimte om creatief te zijn en oplossingen te bedenken op basis van nieuwe technologieën. Waar het op neerkomt is dat je traditionele kennis en nieuwe inzichten op zo’n manier samenbrengt dat hergebruik van bestaande materialen ook mogelijk is. Hierdoor kunnen we ontwerpen verder optimaliseren en hebben we minder materialen nodig.’ Ondanks dat ze een exponent van deze tijd is, heeft Femke veel bewondering voor old school technieken: ‘Die traditionele kennis heb je ook nu nog nodig, want natuurkunde is nog steeds de basis om constructies volgens een bepaalde norm te berekenen. Tijdens het onderzoek voor mijn scriptie kwam ik veel met de pen getekende archieftekeningen tegen. Mooi dat dit nog allemaal bewaard is gebleven.’

80 jaar Witteveen+Bos

Hergebruik kan ook geld opleveren Bij de keuze voor nieuwe of gebruikte materialen draait het bij projectontwikkelaars nog vaak om geld en dat frustreert haar wel eens: ‘We moeten opdrachtgevers ervan overtuigen dat hergebruik ook geld kan opleveren. We hebben al zoveel beton of staal, waarom zouden we nog meer gaan produceren? Als je bouwafval op de juiste manier kunt scheiden en managen, kan het je geld opleveren.’ Des te meer wanneer constructeurs al vanaf het begin van een project worden betrokken bij het ontwerp. ‘Nu weten we vaak niet wanneer een gebouw gesloopt wordt.’

Interne marktplaats Binnen Witteveen+Bos is er volgens Femke Middeldorp genoeg draagvlak voor het hergebruik van bouwmaterialen: ‘Op een Viva Engage-pagina hebben we een marktplaats gecreëerd, een constructiematerialenbank waarop we gebruikte materialen kunnen plaatsen die mogelijk in andere projecten door andere sectoren hergebruikt kunnen worden. Zo kunnen we intern een match maken.’

Wetgeving op toepassing van gebruikte materialen Hoe is het hergebruik van bouwmaterialen over tien jaar geregeld? ‘Hopelijk hebben we dan een portfolio van projecten die grotendeels zijn opgebouwd met gebruikte materialen. Dan kunnen we opdrachtgevers makkelijker overtuigen om hiermee aan de slag te gaan. Het helpt ook als er wetgeving is over hoeveel materiaal moet worden hergebruikt in projecten. De uitdaging van hergebruik zit ‘m niet in de techniek, maar hoe er over nagedacht wordt.’

31


PFAS toch niet eeuwig? Publieksprijs De Vernufteling 2026

32


Een zoektocht naar het vernietigen van schijnbaar onverwoestbare stoffen Hoe mooi is het als een project waarin Murphy’s Law zich af en toe leek te roeren, uiteindelijk een fantastische prijs in de wacht sleept? Vier Witteveen+Bos’ers vertellen over de maatschappelijk zeer relevante opgave rondom PFASverwijdering en -vernietiging uit de waterketen.

80 jaar Witteveen+Bos

33


Publieksprijs De Vernufteling 2026

Omdat hun project niet is genomineerd voor de juryprijs van De Vernufteling 2026, besluiten ze de uitreiking over te slaan en in plaats daarvan uit eten te gaan met leverancier Cyclopure, producent van DEXSORB en een belangrijke partner in het project. Des te groter is de verrassing als ze worden gebeld met het nieuws dat de publieksprijs wél is gewonnen. Tiza: ‘We zijn dat etentje uiteraard met bubbels begonnen.’

Jordi

Twee technieken, één oplossing Het project dat ze voor de prestigieuze ingenieursprijs indienden, wordt op de longlist van De Vernufteling omschreven als ‘een nieuw systeem dat PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen) uit afvalwater verwijdert, en vervolgens vrijwel volledig afbreekt.’ Eigenlijk gaat het om twee afzonderlijke pilotprojecten die samen een integrale oplossing vormen. Het was een bewuste keuze om voor De Vernufteling de projecten als geheel in te dienen. Jaïr: ‘Er bestaan al verschillende technieken om PFAS uit het water te verwijderen. Maar in de regel verplaatsen die het probleem; kijk maar naar het nieuws rondom de verbrandingsovens in Vlaanderen. De uitdaging is om PFAS echt te vernietigen en uit het milieu te halen.’ Witteveen+Bos ontwikkelde, in opdracht van kenniscentrum STOWA, een systeem dat PFAS uit water verwijdert met DEXSORB, een biobased adsorbens op basis van maïs dat fungeert als een soort ‘PFAS-spons’. Wanneer de DEXSORB verzadigd is, kan deze worden gespoeld met een alcoholmengsel. Hierdoor komt de PFAS los en kan het materiaal worden hergebruikt. De verwijderde PFAS worden daarna vernietigd in een kogelmolen: een centrifuge vol stalen kogels, waaraan een chemische stof wordt toegevoegd. In die kogelmolen worden de (geconcentreerde en gedroogde) PFAS door een combinatie van mechanische en chemische krachten verpulverd: de koolstof-fluorverbindingen worden verbroken en de moleculen vallen uiteen tot hun onschadelijke bouwstenen. In een pilotinstallatie bij rioolwaterzuivering Dordrecht bleek DEXSORB goed te werken, met een PFAS-verwijdering tot 99 procent. De kogelmolen leverde in het lab bij een praktijkmonster uit de waterketen een PFAS-reductie op van 98 procent.

Weerbarstige praktijk Samen vormen de technieken een totaaloplossing voor een urgent probleem: PFAS behoren tot de meest hardnekkige en zorgwekkende stoffen in ons milieu. Ze bevatten extreem

34

Victor

sterke koolstof-fluorverbindingen en breken daardoor nauwelijks af. Dit maakt ze goed bruikbaar in allerlei producten, maar betekent ook dat ze zich ophopen in de bodem, het oppervlaktewater en zelfs in het bloed van mensen. PFAS worden in verband gebracht met negatieve gezondheidseffecten. Ook voor andere zoogdieren en vogels kunnen ze schadelijke gevolgen hebben. Die maatschappelijke relevantie verklaart ook waarom een breed consortium aan het onderzoek meewerkt. Waterschappen, drinkwaterbedrijven, provincies, afvalverwerker Renewi en onderzoeksinstituten investeren gezamenlijk in de ontwikkeling van de ball milldestructietechnologie. Daarmee bevindt dit onderzoek zich op het snijvlak van wetenschap en praktijk: de theorie moet werken in het laboratorium, maar uiteindelijk telt vooral of de oplossing ook standhoudt in de weerbarstige werkelijkheid van de waterketen. Jordi: ‘Waterschappen doen normaal gesproken praktijkgericht onderzoek. Niemand verwacht dat straks bij iedere rioolwaterzuivering een ball mill komt te staan. De belangrijkste oplossing blijft het voorkomen van PFAS-uitstoot aan de bron. Maar door te investeren in technologische ontwikkeling willen de partijen laten zien dat vernietiging mogelijk is. Daarmee geven ze ook een signaal af richting de industrie: kijk, het kan wél.’


Jaïr

Tiza De rol van Witteveen+Bos De oorsprong van het onderzoek gaat inmiddels meer dan tien jaar terug. Tijdens een congres in Singapore maakten collega’s van Witteveen+Bos kennis met een veelbelovend nieuw adsorbens dat PFAS uit water kon verwijderen. Jaïr: ‘Wij hebben Cyclopure destijds naar Nederland gehaald om te onderzoeken of hun DEXSORBtechnologie ook hier toepasbaar was. Dat vormde het startpunt van een reeks haalbaarheidsstudies, pilots en vervolgonderzoeken.’ Pas later ontstond de vraag welke techniek het best geschikt zou zijn om de afgevangen PFAS daadwerkelijk te vernietigen: ‘Die zoektocht leidde uiteindelijk naar de ball mill-technologie. Eerst werd aangetoond dat PFAS uit grondwater kon worden afgebroken. Daarna volgde de stap naar complexere praktijkmonsters uit de waterketen, zoals afvalwater.’ Opvallend is dat Witteveen+Bos daarbij nadrukkelijk niet inzet op eigendom van de technologie. Jaïr: ‘We ontwikkelen dit niet om straks ball mills te verkopen of patenten te beheren. Het doel is om uiteindelijk een maatschappelijk probleem op te lossen. Daarom delen we onze kennis en zoeken we actief de samenwerking op.’

80 jaar Witteveen+Bos

‘De uitdaging is om PFAS echt te vernietigen en uit het milieu te halen.’ Jaïr Dan

Tiza Spit begon als stagiair bij Witteveen+Bos aan de eerste haalbaarheidsstudie met DEXSORB om PFAS en medicijnresten uit water te verwijderen. Inmiddels is ze groepsleider drinkwatertechnologie en betrokken bij verschillende innovatieve pilots met de DEXSORB-technologie. Jordi Wevers startte als stagiair binnen het DEXSORBonderzoek in Lelystad en nam later de leiding over het destructieonderzoek met de ball mill. In dit prijswinnende project vervulde hij zijn eerste grote projectleidersrol bij Witteveen+Bos. Jaïr Dan is sinds de DEXSORB-pilot in Lelystad als projectleider betrokken geweest bij verschillende PFASonderzoeken binnen Witteveen+Bos. Hij is groepsleider afvalwatertechnologie Rotterdam en speelde een belangrijke rol in het opzetten van het onderzoek naar PFAS-verwijdering met DEXSORB en de PFAS-destructie met ball-mill. Victor Helsloot is sinds de zomer van 2024 lead engineer van het DEXSORB pilotonderzoek op rwzi Dordrecht. Hierbij was hij de voornaamste persoon die het verwijderingsonderzoek op locatie uitvoerde, en daarbij verantwoordelijk voor de dagelijkse operatie en het onderzoek.

35


Publieksprijs De Vernufteling 2026

De onderzoekers richten zich onder meer op toepassing in complexere afvalwaterstromen, waar organische stoffen en andere microverontreinigingen het proces kunnen beïnvloeden. Ook de voorbehandeling van de PFAS-houdende reststroom wordt verder geoptimaliseerd. Uiteindelijk moet dit leiden tot een robuuste technologie die ook de meest hardnekkige PFAS-verbindingen, waaronder de moeilijk af te vangen ultrakortketen-PFAS, kan vernietigen. Zodat ook deze ‘eeuwige chemicaliën’ uiteindelijk niet meer eeuwig blijken te zijn.

Murphy’s Law Achter de prijs schuilt een traject dat allesbehalve vanzelfsprekend verliep. Iedere stap leverde voortschrijdende inzichten op, maar ook nieuwe vragen en tegenslagen. Tiza: ‘Innoveren is hard werken en vereist een rotsvast geloof dat het uiteindelijk vruchten af gaat werpen. Je krijgt ook niet voortdurend bevestiging dat je op de goede weg zit. We hebben te maken gehad met tegenvallende resultaten, vertragingen en onverwachte omstandigheden. Murphy’s Law leek soms wel van toepassing: als iets mis kon gaan, gebeurde het ook.’ Ze praat met trots over het doorzettingsvermogen van haar collega’s: ‘Onderzoeksoperators Julianne Goense en Victor Helsloot kwamen steeds met nieuwe, creatieve oplossingen: van wasnetje om het materiaal af te vangen bij terugspoelingen tot massagegun om trillingen toe te voegen.’ Op die moeilijke momenten is het niet alleen een kwestie van zelf de moed erin houden en uitzoeken wat er technisch gebeurt, maar ook van alle betrokken partijen aangehaakt houden. Voor Jaïr schuilt daarin ook de aantrekkingskracht van innovatie: ‘Wat dit project voor mij bijzonder maakt, is de urgentie van het probleem en de samenwerking die daardoor ontstaat. Ik heb niet eerder in zo’n breed consortium gewerkt. Iedereen brengt andere kennis mee en daardoor kom je samen echt verder.’ Na de eerste haalbaarheidsstudie nam Jordi de projectleidersrol over van Jaïr. De manier waarop hij dat deed, maakte indruk op Jaïr. ‘Dit was Jordi’s eerste project waarin hij een groter team aanstuurde. En dan ook nog allesbehalve een routineklus. Je beweegt voortdurend tussen wetenschap en praktijk, terwijl er tegelijkertijd intensief stakeholdermanagement bij komt kijken. Dat heeft hij echt ontzettend goed gedaan.’

Hoe nu verder De komende jaren richt het onderzoek zich op verdere optimalisatie van de verschillende processtappen. Een belangrijk aandachtspunt is de route van het PFASconcentraat naar een droge vaste stof die geschikt is voor behandeling in de ball mill. Jordi: ‘Als samenleving zoeken we nog volop naar manieren om met PFAS om te gaan. Dit onderzoek laat zien dat er perspectief is. De belangrijkste boodschap is dat het mogelijk is om PFAS niet alleen af te vangen, maar ook te vernietigen.’

36

‘Innoveren is hard werken en vereist een rotsvast geloof dat het uit— eindelijk vruchten af gaat werpen.’ Tiza Spit


Vergissing

Wouter Claassen

We kennen allemaal de verhalen over geniale ingenieurs en wetenschappers die de wereld veranderden. Maar minder vaak hoor je dat soms hun grootste vondst begon met een misser. Vaak begint echte vooruitgang niet met een strak plan, maar met mensen die iets anders kregen dan ze bedoeld hadden, en de moed hadden om dat onverwachte resultaat serieus te nemen. Neem Alexander Fleming, de Britse arts die in 1928 zijn kweekschalen even onbeheerd liet staan op het laboratoriumbankje. Toen hij terugkwam, zag hij dat een schimmel alle bacteriën eromheen had gedood. Geen ramp, geen mislukt experiment – maar penicilline, het begin van de moderne geneeskunde. Of Thomas Edison, die honderden filamenten testte voor zijn gloeilamp en later zei: ‘Ik heb niet gefaald, ik heb duizend manieren gevonden die níét werken.’ In de ingenieurswereld is dat niet anders. Ik werkte een paar jaar geleden aan het ontwerp van een vlasvezelversterkte composietbrug, een project dat tijdens de productie volledig mislukte. Niet te wijten aan één enkele factor, maar aan een kettingreactie van kleine vergissingen, miscommunicatie en onderschatte randvoorwaarden. We hebben nog nooit zoveel geleerd en zoveel cruciale data verzameld als tijdens die ene mislukte poging. Tijdens de productie was ik bij de injectie van de hars, een proces dat inclusief uitharding een volle dag duurt. Tot vlak voor de exotherme reactie, het kritieke moment waarop de hars chemisch reageert, leek alles volgens plan te verlopen. Ik gaf de klant een geruststellende update en reed terug naar Deventer. Maar koud daar aangekomen, ging de telefoon: het was helemaal misgegaan. De reactie van de hars was te agressief geweest en de brug was onbruikbaar. Probeer daarna de burgemeester er maar eens van te overtuigen dat een tweede poging wél zal slagen. Hij vroeg me recht op de man af: ‘Weet je 100 % zeker dat het jullie een tweede keer wel gaat lukken?’ Ik zei volmondig ja. En zo geschiedde. De uiteindelijke brug werd naar volle tevredenheid opgeleverd: lichter, duurzamer en kwalitatief veel beter dan het eerste ontwerp. Ze viel in de prijzen en schitterde later zelfs in het innovatiepaviljoen op de grootste composietbeurs ter wereld in Parijs: de JEC. De mislukking was niet het einde van het project, maar het begin van een veel beter ontwerp. Bij Witteveen+Bos zijn de grootste projecten vaak het resultaat van lef om te proberen, te falen en vervolgens te herzien. Fouten zijn geen vlek op het cv, maar een bewijs van nieuwsgierigheid en vakmanschap in ontwikkeling. Wie nooit iets fout doet, probeert waarschijnlijk niet hard genoeg iets nieuws. En in tachtig jaar is die houding misschien wel onze grootste traditie.

80 jaar Witteveen+Bos

37


Op pad 1. Bezoek forten en vestingsstadjes bij de Hollandse Waterlinies

Naturalis laat zien hoe bijzonder én kwetsbaar de natuur is. Van indrukwekkende dinosauriërs tot interactieve tentoonstellingen over biodiversiteit: er is voor jong en oud van alles te ontdekken. Achter de schermen werken onderzoekers aan nieuwe kennis. Samen met Naturalis werkt Witteveen+Bos aan programma’s zoals OBN Natuurkennis en Biodiversiteit in Beeld.

Mike Bink Fotografie

In 2021 kregen de Hollandse Waterlinies de status van UNESCO Werelderfgoed. Dit vijfjarig jubileum vieren ze uitbundig. Van forten en vestingstadjes tot wandelroutes door het bijzondere waterlinielandschap. Er is van alles te ontdekken langs deze 200 kilometer lange verdedigingslinie waar Witteveen+Bos studies heeft gedaan naar de klimaatkansen.

2. Verwondering bij Naturalis Biodiversity Center

38

3. Wandelen in de Maashorst Pak je rugzak, doe stevige schoenen aan en trek De Maashorst (Noord-Brabant) in. Ontdek de OERschatten, maak kennis met Docus Das of ga naar een van de natuurlijke speelplaatsen. Voor natuurgebied De Maashorst ondersteunde Witteveen+Bos de gemeente Maashorst bij het vormen van de toekomstvisie (richting 2050) voor het gebied.


4. Op ontdekkingstocht in de Marker Wadden

5. Ervaar de wildernis van de Boschplaat

Marker Wadden is een bijzondere eilandengroep midden in het Markermeer, aangelegd met zand, klei en slib uit het meer zelf. Het gebied is een paradijs voor vogels én wandelaars, met verschillende routes door een voortdurend veranderend landschap. Witteveen+Bos droeg bij aan het ontwerp, de aanleg en het onderzoek naar de verdere ontwikkeling van de eilanden.

De Boschplaat op Terschelling is een van de donkerste plekken van Nederland en heeft de status van Dark Sky Park. Wandel of fiets door dit unieke Waddenlandschap en ervaar hoe wind, zand en zee hier het ritme bepalen. Witteveen+Bos werkt mee aan onderzoek en plannen om die natuurlijke dynamiek ook voor de toekomst te behouden.

80 jaar Witteveen+Bos

6. Strijk neer op de Groenplaats De Groenplaats is al eeuwenlang een ontmoetingsplek in het hart van Antwerpen. Tegenwoordig is het plein niet alleen sfeervol, maar ook voorbereid op de toekomst. Meer groen en slimme oplossingen voor hitte en regen maken het gebied aantrekkelijker én klimaatbestendig. Bij de herinrichting van deze stadsruimte werkte Witteveen+Bos mee aan het ontwerp.

39


Samenwerken

Bodemleven Hoe breng je bodemleven in kaart? Een interessante vraag waar Bart, Sem en Sjoerd zich mee bezighouden. In het Zwolse Twistvlietpark luisteren ze voor het oog verborgen organismen af. Het doel: een beter beeld van de ondergrondse biodiversiteit.

‘Deze plek lijkt me geschikt’, aldus Sjoerd Faber. Hij kent het park goed. Immers, hij heeft als stagiair de eerste metingen verricht. Sem Zeeman, audiotechnicus, en bodemadviseur Bart van der Kwaak pakken de koffer uit en steken twee sondes in de bodem. Deze krijgen een kap zodat omgevingsgeluid niet

40

kan doordringen. Sem pikt de bodemgeluiden op met een ontvanger die de geluiden opslaat. Hij laat een fragment horen. Een statische ruis die af en toe wordt onderbroken door een lichte klop. Alsof iemand met zijn klomp tegen een drempel loopt. ‘We kunnen aan de hand van verschillende metingen


Twistvlietpark

een ruw profiel van het bodemleven opstellen’, aldus Bart. ‘Je moet het zien als een prescreening op basis waarvan verder onderzoek plaats kan vinden. Het is een technologie die nog in ontwikkeling is maar waar we veel van verwachten.’ Bodemecosystemen zijn van groot

80 jaar Witteveen+Bos

belang voor het functioneren van de natuur en daarmee van de natuurlijke processen waar de maatschappij van afhankelijk is. Bart: ‘Hoe beter zicht we hebben op de wereld onder ons, hoe beter we ervoor kunnen zorgen dat de bodem haar vitale functies kan behouden.’

41


Slimmer kijken Jeroen Grit en Wouter Klein Wolterink over een complexe leefomgeving Een nieuwe woonwijk bouwen, een hoogspanningsverbinding aanleggen, een dijk versterken; het zijn opgaven die meer en meer op elkaar ingrijpen. Een nieuw tracé raakt een Natura 2000-gebied, een woningbouwlocatie loopt vast op netcongestie en een dijkversterking vraagt om zorgvuldige afwegingen tussen waterveiligheid, ecologie en ruimtegebruik. De leefomgeving is één groot systeem geworden. Een systeem te complex om zonder digitale ondersteuning te doorgronden.

42

80 jaar Witteveen+Bos


Wouter Jeroen


Slimmer kijken

Binnen Witteveen+Bos helpt de nieuwe business unit Digitale Leefomgeving en Systeeminzicht (DLS) opdrachtgevers om die samenhang zichtbaar te maken. Business unit manager Jeroen Grit: ‘In onze leefomgeving vind je overal data. Je kunt het zo gek niet verzinnen of er bestaat informatie over.’ Hij vergelijkt de huidige werkelijkheid met een recherchebord uit een detectiveserie: ‘Overal lopen lijntjes tussen onderwerpen. Niemand die er nog chocola van kan maken, totdat de hoofdpersoon opeens een geniale ingeving krijgt. In plaats van die ingeving af te wachten, zijn wij ervan overtuigd dat digitalisering die verbanden zichtbaar kan maken. Daarmee krijgen ingenieurs en adviseurs de inzichten die nodig zijn om betere afwegingen te maken.’ De gespannen verhouding tussen thema’s als stikstof, woningbouw, stroomvoorziening, waterveiligheid en biodiversiteit zet Nederland steeds verder op slot. Niet één afzonderlijk vraagstuk is nog leidend; het gaat erom het complete systeem te overzien: ‘Wij brengen informatie uit verschillende systemen samen en maken die toegankelijk. Daardoor kunnen mensen scenario’s vergelijken, beter onderbouwde keuzes maken en vooral met elkaar het goede gesprek voeren.’

Dezelfde taal spreken Om dat gesprek te kunnen voeren, moeten alle betrokkenen wel dezelfde taal spreken. Klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk gebruiken organisaties, overheden en disciplines ieder hun eigen begrippen, indelingen en werkwijzen. Volgens softwarearchitect Wouter Klein Wolterink begint digitalisering daarom met standaardisatie: ‘Stel: je wilt ergens een geul graven om een kabel aan te leggen. Dan moet je bijvoorbeeld de archeologische beleidskaart raadplegen. Wat wel en niet mag, verschilt per gemeente. En om te bepalen wat mag, werkt de ene gemeente met zes categorieën en bijbehorende regels, en de andere met drie kleuren. Voor professionals is het al ingewikkeld om dan tot een plan te komen, maar als je wilt automatiseren wordt het helemaal lastig. Als de basis niet hetzelfde is, kun je ook niet versnellen.’ Die gezamenlijke taal vraagt soms wel om concessies. Om informatie uit verschillende bronnen met elkaar te kunnen verbinden, moeten mensen en organisaties afspraken maken over hoe zij gegevens vastleggen. Dat betekent soms dat zij elkaar deels tegemoet moeten komen. Volgens Wouter wordt standaardisatie daarom nog weleens gezien als een inbreuk op de eigen werkwijze. Onterecht, vindt hij. ‘Standaardisatie is geen beperking van vrijheid. Het is juist een aanjager van innovatie.’

44

‘Standaardisatie is geen beperking van vrijheid. Het is juist een aanjager van innovatie.’ Wouter Klein Wolterink


Slimme oplossingen Pas als verschillende organisaties hun gegevens op een vergelijkbare manier vastleggen, kan software informatie uit verschillende bronnen automatisch ophalen, combineren en analyseren. Standaardisatie is daarmee het fundament onder vrijwel alle digitale toepassingen die de business unit ontwikkelt. Een goed voorbeeld is de tool Tracis, die Witteveen+Bos ontwikkelde voor TenneT. Zodra een projectgebied op de kaart wordt ingetekend, verzamelt de applicatie automatisch alle beschikbare informatie over dat gebied. Zo kan direct worden onderzocht of een nieuw tracé bijvoorbeeld een Natura 2000-gebied kruist, bestaande infrastructuur raakt of met andere ruimtelijke beperkingen te maken krijgt. Jeroen: ‘De ingenieur hoeft niet langer eerst dagenlang informatie te verzamelen en te ordenen. Dat doet de applicatie. Daardoor ontstaat meer ruimte voor waar het om draait: de juiste afweging maken.’ Mooi, maar om tot zo’n oplossing te komen, is ruimte nodig in een project: ‘Iedereen ziet dat standaardisatie en digitalisering nodig zijn. Tegelijkertijd wordt een projectleider afgerekend op het opleveren van een tunnel of een dijk, niet op het verbeteren van de manier waarop we gegevens uitwisselen. Maar als het lukt om te investeren in de manier waarop we samenwerken, profiteren alle volgende projecten daarvan.’ Volgens hem is ook de manier waarop informatie wordt gepresenteerd cruciaal. Vanuit zijn achtergrond in experience design zoekt hij voortdurend naar de balans tussen technische diepgang en intuïtief gebruik: ‘Denk aan het hamburgermenu op een website. Drie streepjes onder elkaar en vrijwel iedereen begrijpt direct wat de bedoeling is. Goede interfaces maken gebruik van patronen die mensen al kennen. Daardoor kunnen gebruikers zich richten op hun werk, in plaats van op de bediening van de applicatie. Daar zit ook werk voor ons: de juiste balans vinden tussen eenvoud en techniek.’

Ruimte voor creativiteit Wie alle maatschappelijke opgaven over elkaar heen legt, ziet al snel een kaart vol beperkingen. Woningbouw, natuur, water, energie en infrastructuur lijken elkaar voortdurend in de weg te zitten. Jeroen ziet daarin steeds meer de toegevoegde waarde van Witteveen+Bos: ‘Als je alleen naar beperkingen kijkt, lijkt de hele kaart rood. Maar door de complete leefomgeving digitaal inzichtelijk te maken, ontstaat ruimte voor creativiteit. Dan komt het aan op de kennis en ervaring van onze mensen om oplossingen te bedenken die wél iets in beweging zetten.’

80 jaar Witteveen+Bos

Uitgelicht: drie tools van DLS Deze toepassingen helpen opdrachtgevers om energiescenario’s door te rekenen, BIM-modellen automatisch te controleren of verschillende ontwerpvarianten met elkaar te vergelijken. Tracis Brengt automatisch alle relevante ruimtelijke informatie langs een tracé samen. Door eenvoudig een lijn op de kaart te tekenen of aan te passen, worden binnen enkele seconden alle analyses opnieuw uitgevoerd. De tool kan alle beschikbare geodata verwerken, zowel openbare als nietopenbare datasets. Zo is direct zichtbaar hoeveel woningen, beschermde natuur, erfgoed, bestaande infrastructuur en andere relevante objecten binnen de gedefinieerde buffer liggen. De resultaten worden zowel overzichtelijk in cijfers als direct op de kaart weergegeven. Zo ondersteunt Tracis vanaf de eerste schets een snel en goed onderbouwd gesprek over de meest geschikte route. BIM Control Centre Een BIM-model moet aan talloze afspraken voldoen: van naamgeving en coderingen tot de compleetheid van de aangeleverde informatie. Het BIM Control Centre controleert dit automatisch. Fouten worden direct zichtbaar in het model, zodat ontwerpteams ze vroeg kunnen herstellen. Zo neemt de kwaliteit toe, wordt minder tijd besteed aan handmatige controles en ontstaan minder verrassingen later in het project. Tool voor Integraal Programmeren Wat gebeurt er met het energiesysteem als een gemeente kiest voor 10.000 extra woningen, meer windmolens of een snellere verduurzaming van bestaande woningen? De Tool voor Integraal Programmeren (TIP) maakt dat inzichtelijk. In een interactieve kaartomgeving kunnen gebruikers scenario’s aanpassen en direct zien wat de gevolgen zijn voor energievraag, energieopwek en de belasting van de energie-infrastructuur. Zo ondersteunt TIP gemeenten, provincies, RES-regio’s en netbeheerders bij het gezamenlijk ontwerpen van een toekomstbestendig regionaal energiesysteem.


Jasmine Oosterlinck Verbinder in Vlaanderen


Jonge honden

Ze zijn jong, ondernemend en ambitieus. De ingenieurs van nu bedenken oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Om doorbraken te realiseren met technologieën en ideeën die van deze tijd zijn. Tegelijkertijd grijpen ze ook terug op vaste waarden. Conventionele technieken die het vertrekpunt markeren van de civiele techniek. Benieuwd naar wat hen drijft? Maak dan kennis met de ingenieurs van morgen.

Ze startte vijf jaar geleden bij Witteveen+Bos België, meteen na haar afstuderen als bio-ingenieur milieutechnologie: ‘Die studie is geëvolueerd van een technische discipline naar een omgevingswetenschap, waarbij steeds meer gekeken wordt naar de effecten van projecten op mens en omgeving en hoe die met elkaar samenhangen.’

Daar komt bij dat Greenyard haar waterverbruik.gaat halveren en dat er op jaarbasis 200.000 m³ drinkwater bespaard kan worden: ‘Bovendien reduceert het bedrijf haar.zoutlozing met 60 procent, omdat we er, met het hergebruik van water, voor kunnen zorgen dat aanzienlijk minder chemicaliën, zoals desinfectiemiddelen, nodig zijn in het proces.’

Geen uitgemaakte zaak

Volgens Jasmine moet je dit type projecten absoluut multidisciplinair aanvliegen: ‘De groenteverwerkende sector in West-Vlaanderen staat onder druk van verschillende milieuorganisaties, omdat ze als deel van de keten van intensieve landbouw worden gezien. Fabrieken worden steeds groter en drukken zwaar op het milieu. Er zijn in West-Vlaanderen milieuorganisaties die standaard in beroep gaan bij elk project dat bedrijven uit die sector indienen. Je hebt dan experts uit verschillende disciplines nodig om zo’n project vlot te trekken.’

Ze richt zich op waterzuiveringsinstallaties en afvalwatermanagement bij bedrijven: ‘Met name vragen vanuit de industrie over afval- en proceswater, zowel in technisch opzicht als op het gebied van lozingsnormen en vergunningen.’ Een interessant project op dit gebied is Greenyard Frozen, een bedrijf dat ingevroren voedingsmiddelen (groenten en bereide gerechten) produceert en de ambitie had om zijn drinkwatergebruik drastisch te verminderen. ‘Ze wilden ook uitbreiden, naar industriegrond waar bos op stond. Grond die bovendien overstromingsgevoelig was’, vertelt Jasmine. ‘Dan is vergunningverlening niet vanzelfsprekend. Daarom kozen we voor een integrale aanpak, waarbij we vergunningsexperts, ecologen, en (geo)hydrologen hebben ingeschakeld. Ik krijg er veel energie van om collega’s vanuit verschillende disciplines bij elkaar te brengen voor projecten waarbij we bedrijven echt vooruit helpen en verduurzaming implementeren. Dan ben ik aan het eind van de werkdag trots dat ik heb kunnen bijdragen aan duurzamere toekomst.’

Minimale impact De duurzame oplossing zit in dit geval in de natuuraanpak: ‘We moeten bomen kappen, maar daarvoor in de plaats komt een waardevol gebied terug. Een nieuw ingerichte groene zone met ruimte voor water en natuur, die perfect zal aansluiten bij het aanpalende Vijverbos en zo de natuurwaarde zal versterken.’

80 jaar Witteveen+Bos

‘We wisten dat dit project gevoelig zou liggen’, vervolgt ze: ‘We hebben, nog voordat we een vergunningsaanvraag hadden ingediend, overlegd met zoveel mogelijk stakeholders en belanghebbenden. Dus ook met actiegroepen, milieuorganisaties en overheden. Daarbij hebben we de vraag gesteld: hoe kunnen we elkaar tegemoetkomen, zodat we er een zo positief mogelijk project van kunnen maken? Die proactieve aanpak heeft ertoe geleid dat we in één run door de vergunningsaanvraag zijn gerold.’

Route naar de toekomst Als zoiets lukt, geeft haar dat veel voldoening. Haar persoonlijke drive binnen een project is uiteindelijk die duurzame inslag: ‘50 jaar geleden konden bedrijven hun gang gaan en hoefden weinig verantwoording af te leggen voor een aanvraag als deze. In dit tijdsgewricht zul je, naast het technische aspect, ook de omgeving mee moeten nemen. Dat besef is ook ingedaald bij veel bedrijven die hun bedrijfsvoering willen verduurzamen.’

47


Tachtig jaar 19

Start Witteveen+Bos

Eerste stap over de grens

Op 1 januari 1946 richten Willem Gerrit Witteveen (1891-1979) en Goosen Siger Bos (1908-2004) ‘Stedebouwkundig advies- en ingenieursbureau Witteveen en Bos c.i.’ op. Toeval en chemie spelen een rol bij de eerste ontmoeting tussen de twee ingenieurs. Op enig moment eind 1945 kreeg Witteveen van een wederzijdse kennis het advies om eens met Bos te gaan praten. Bos spreekt later zelf over een ‘ongeloofwaardig’ verhaal: ‘Een halve dag na dit advies ontmoetten de bekende stedenbouwer en de volstrekt onbekende, zeventien jaar jongere civiel ingenieur elkaar, en in een uurtje praten na de lunch, was het besluit genomen een maatschap aan te gaan tot het gezamenlijk opzetten van een ingenieursbureau voor de stedenbouw en publieke werken.’

Hoewel Witteveen+Bos nog maar vijf jaar bestaat, gaat het bureau al de grens over. In 1951 voert medeoprichter Goosen Bos in Istanbul een haalbaarheidsstudie uit naar een metronetwerk. De Turkse miljoenenstad groeit snel en onderzoekt hoe het toenemende verkeer in goede banen kan worden geleid. Een metro wordt gezien als een belangrijke oplossing voor de metropool.

Eerste project: de Prins Bernhardsluis In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog richt Witteveen+Bos zich vooral op de wederopbouw van Nederland. Het ontwerp van de Prins Bernhardsluis in Deventer is het eerste project van de jonge maatschap. De opdracht is zo bepalend dat Witteveen en Bos besluiten hun kantoor in Deventer te vestigen, waar het hoofdkantoor nog altijd staat. De sluis maakt deel uit van plannen om de verouderde Deventer industriehaven te moderniseren. Door sterk wisselende waterstanden en beperkte laad- en losmogelijkheden is een nieuwe sluis nodig om de haven beter toegankelijk te maken voor de groeiende industrie. De materiaalkeuze weerspiegelt de armoedige en vindingrijke naoorlogse periode. Oude tramrails van de lijn Deventer-Borculo worden, als de oorlog is afgelopen, gebruikt als wapening, goed voor een besparing van 230.000 gulden. Op 3 augustus 1951 opent prins Bernhard persoonlijk de naar hem vernoemde sluis.

48

De studie markeert het eerste buitenlandse project van Witteveen+Bos, op een moment dat de meeste werkzaamheden nog volledig in het teken staan van de Nederlandse wederopbouw. Wat begint met één opdracht in Turkije, groeit in de decennia daarna uit tot een internationale organisatie, met projecten in tientallen landen wereldwijd.


Willem Witteveen neemt afscheid

Eerste grote rioolwaterzuivering In de jaren vijftig groeit het besef dat schoon water en goede afvalwaterzuiveringen onmisbaar zijn voor de volksgezondheid en leefomgeving. Voor Witteveen+Bos vormt de bouw van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) in Alkmaar een belangrijke mijlpaal. De installatie geldt als de eerste door Witteveen+Bos ontworpen zuivering met een aanzienlijke capaciteit.

80 jaar Witteveen+Bos

De opdracht sluit aan bij de expertise van medeoprichter Goosen Bos, die zich al vóór de oprichting van het bureau richt op riolering en afvalwaterzuivering. Met de rwzi Alkmaar legt Witteveen+Bos de basis voor een werkveld dat in de decennia daarna sterk groeit. Wat begint met één grote zuiveringsinstallatie ontwikkelt zich tot een breed specialisme, waarbij het bureau actief is in alle fases van afvalwatertransport en -zuivering: van studie en ontwerp tot realisatie en bedrijfsvoering.

Op 1 januari 1958 neemt medeoprichter Willem Witteveen op 66-jarige leeftijd afscheid van de maatschap die hij twaalf jaar eerder samen met Goosen Bos heeft opgericht. Daarmee komt een einde aan zijn actieve betrokkenheid bij het bureau. Witteveen heeft een schat aan ervaring meegebracht naar het jonge ingenieursbureau. Als stedenbouwkundige speelt hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van Rotterdam. Direct na het bombardement van 1940 krijgt hij de opdracht om het eerste wederopbouwplan voor de verwoeste binnenstad te ontwerpen. Later is hij als Rijksadviseur betrokken bij de wederopbouw van Nederland. Na het terugtreden van Witteveen, zet Bos de verdere ontwikkeling van Witteveen+Bos voort. De naam van Witteveen blijft verbonden met het bureau. De website wederopbouwrotterdam.nl bevat een mooi artikel over ‘Plan Witteveen’, het eerste wederopbouw plan na het bombardement in 1940.

49


Tachtig jaar 19

Eerste milieueffectrapportage in Nederland

Goosen Bos hoogleraar TU Delft Al vele jaren staat vast dat Goosen Bos op zijn 65e met pensioen zal gaan, maar het loopt anders. Op 63-jarige leeftijd krijgt hij de kans om een lang bepleite leerstoel in de algemene civiele techniek aan de TU Delft te bekleden. Bos heeft op dat moment al een indrukwekkende loopbaan achter de rug. Als ingenieur, ondernemer en medeoprichter van Witteveen+Bos speelt hij een belangrijke rol op het gebied van sanitatie, infrastructuur en stedelijke ontwikkeling in Nederland. Na overleg met zijn collega’s en familie besluit hij de uitdaging aan te gaan. In maart 1972 start Bos als hoogleraar. Daarmee wordt hij de eerste aan Witteveen+Bos verbonden hoogleraar. Zijn benoeming markeert het begin van een traditie waarin in ons bedrijf wetenschap en praktijk elkaar versterken. In de jaren daarna volgen meer collega’s zijn voorbeeld, onder wie Gerd Scherpbier, Jaap van der Graaf, François Clemens en Theo Salet. De verbinding tussen universiteit en ingenieurspraktijk groeit zo uit tot een blijvend onderdeel van de identiteit van Witteveen+Bos.

50

Het ‘plusje’ wordt toegevoegd Naast de kleur blauw, die stevig verankerd is in de huisstijl van Witteveen+Bos en die staat voor onze verbondenheid met water, hanteren we de plus (+) in onze bedrijfsnaam als symbool. In 1975 verving de + het traditionele ‘en’ en ‘&’ in onze naam. Er zijn ook echt Witteveen+Bos’ers, strak in de leer, die de naam uitspreken als ‘Witteveen plus Bos’. Strikt genomen hebben ze gelijk, maar de meesten zeggen (niet schrijven) Witteveen en Bos. De + uit Witteveen+Bos verwijst naar de meerwaarde die we willen brengen. Het impliceert dat het geheel meer is dan de som der delen én dat we staan voor gelijkwaardige partnerschappen; onderling en met onze projectpartners en opdrachtgevers. In tegenstelling tot ‘en’, dat een beetje aanvullend klinkt, drukt de + meer een samenvoeging uit. Bijvoorbeeld die van onze twee oprichters. En daarnaast kan je vormgeeftechnisch natuurlijk ook allerlei creatieve kanten op met het + symbool. Zo gaven we in 2011 een bronzen pluskubus uit, in gelimiteerde editie, bij wijze van jubileumgeschenk. In onze nieuwe huisstijl (2026), speelt de plus een nog prominentere rol.

In de jaren zeventig groeit het milieubewustzijn snel. Overheden en burgers willen niet langer alleen weten of een project technisch haalbaar is, maar ook welke gevolgen het heeft voor natuur, landschap en leefomgeving. Tegen die achtergrond werkt Witteveen+Bos aan de milieueffectrapportage (MER) voor de locatiekeuze van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Tiel. De studie geldt als één van de eerste projecten in Nederland waarbij milieueffecten expliciet worden meegewogen in de besluitvorming. Daarmee loopt Witteveen+Bos vooruit op een ontwikkeling die pas jaren later wettelijk wordt verankerd. Het markeert de overgang naar een meer integrale benadering van ruimtelijke vraagstukken, waarin techniek, milieu en omgeving in samenhang worden beschouwd. De MER groeit in de jaren daarna uit tot een belangrijk onderdeel van de dienstverlening van Witteveen+Bos.


Ontstaan van het Geurlab In de jaren tachtig nemen de klachten over geuroverlast rond rioolwaterzuiveringsinstallaties toe. Voor Witteveen+Bos vormt dat het sein om onderzoek te doen naar het ontstaan, verspreiden en meten van geuren. Wat begint als een zoektocht naar oplossingen voor een praktisch probleem, groeit uit tot een nieuw kennisgebied binnen het bureau.

Eerste buitenlandse vestiging Een organisatiewijziging bij Nedeco (Netherlands Engineering Consultants) biedt Witteveen+Bos in 1978 een bijzondere kans. Het bureau neemt de Indonesische vestiging over, inclusief verschillende projecten op het gebied van havens, baggerwerkzaamheden en landaanwinning. Daarmee krijgt Witteveen+Bos voor het eerst een eigen kantoor buiten Nederland. De projecten sluiten aan bij de Nederlandse expertise op het gebied van waterbouw en kustontwikkeling. Indonesië groeit in de jaren daarna uit tot een belangrijke uitvalsbasis voor internationale activiteiten van Witteveen+Bos.

80 jaar Witteveen+Bos

De stap markeert een nieuwe fase in de ontwikkeling van Witteveen+Bos. Waar internationale opdrachten tot dan toe vooral vanuit Nederland worden uitgevoerd, ontstaat nu een permanente aanwezigheid in het buitenland. Jakarta vormt daarmee het startpunt van een internationaal netwerk dat zich in de daaropvolgende decennia gestaag uitbreidt. Inmiddels werkt Witteveen+Bos vanuit kantoren in Europa, Azië en het Midden-Oosten aan projecten op het gebied van water, infrastructuur, energie en de leefomgeving.

Om geurhinder beter te kunnen onderzoeken en beoordelen, richt Witteveen+Bos een eigen Geurlab op. Daarmee ontstaat een specialistisch kennisgebied dat opdrachtgevers helpt bij vraagstukken rondom industrie, afvalwaterzuivering en de leefomgeving. Het Geurlab van Witteveen+Bos is een van de drie geaccrediteerde geurlaboratoria in Nederland en speelt nog altijd een belangrijke rol bij onderzoek naar geur en geurhinder.

51


Tachtig jaar 19

Oprichting van TEC In 1988 richten Witteveen+Bos en Royal Haskoning - inmiddels Haskoning - samen Tunnel Engineering Consultants (TEC) op. In deze permanente samenwerking bundelen beide bureaus hun kennis en ervaring op gebied van tunnelontwerp en ondergrondse infrastructuur. Het doel is om specialistische expertise op te bouwen en te behouden in een vakgebied waarin ervaring van onschatbare waarde is. Wat begint als een Nederlandse samenwerking, groeit uit tot een internationale speler in de tunnelwereld. TEC werkt mee aan enkele van de meest complexe tunnelprojecten ter wereld, waaronder de Øresundverbinding tussen Denemarken en Zweden, de Busan-Geoje Link in Zuid-Korea, de Hong Kong-Zhuhai-Macau Bridge in China en de Fehmarnbelttunnel tussen Duitsland en Denemarken. TEC ontwikkelt zich daarbij tot een wereldwijde toonaangevende specialist op het gebied van afgezonken tunnels.

52

Voorbereidingen ultrafiltration plant Heemskerk In 1993 start Witteveen+Bos met de voorbereidingen voor een vernieuwende drinkwaterproductieinstallatie in Heemskerk. Het project onderzoekt of oppervlaktewater via membraantechnologie veilig kan worden omgezet in drinkwater, zonder gebruik te maken van chemische desinfectie.

De combinatie van ultrafiltratie en omgekeerde osmose staat op dat moment nog in de kinderschoenen. Jaren van onderzoek, testen en ontwerp moeten uitwijzen of de technologie betrouwbaar genoeg is voor grootschalige toepassing. Het project blijkt een succes. De installatie die uiteindelijk wordt gerealiseerd, groeit uit tot een van de grootste membraanwaterzuiveringen ter wereld en geldt als een belangrijke doorbraak in de ontwikkeling van moderne drinkwaterzuivering.


Engineeringcontract Noord/Zuidlijn In 1995 krijgt Witteveen+Bos als hoofdopdrachtnemer het engineeringcontract voor de Noord/Zuidlijn in Amsterdam toegewezen. De nieuwe metrolijn moet de bereikbaarheid van de stad verbeteren en Amsterdam-Noord rechtstreeks verbinden met de rest van het metronetwerk.

Ontwerp kunstmatige eilanden in de Kaspische Zee

Raamovereenkomst voor Vinexlocatie Haarlemmermeer

In 1997 werkt Witteveen+Bos aan het ontwerp van twaalf kunstmatige eilanden in het Kashagan-veld in de Kaspische Zee, voor de kust van Kazachstan. Het project vraagt om innovatieve oplossingen op het gebied van waterbouw, geotechniek en landaanwinning. De eilanden worden ontworpen voor een gebied met ondiep water, extreme temperatuurverschillen en zware ijsbelasting in de winter.

In de jaren negentig staat Nederland voor een grote woningbouwopgave. Om de groeiende vraag naar woningen op te vangen, wijst de overheid grootschalige uitbreidingslocaties aan: de zogenoemde Vinexwijken. In 1998 sluit Witteveen+Bos een raamovereenkomst voor de ontwikkeling van Floriande in de Haarlemmermeer, een van de grootste Vinexlocaties van Nederland.

Het project behoort tot de meest omvangrijke internationale opdrachten van die tijd en laat zien hoe de expertise van Witteveen+Bos steeds vaker buiten Nederland wordt ingezet. Waar de eerste buitenlandse projecten nog vooral vanuit Nederland worden ondersteund, werkt het bureau inmiddels aan grootschalige en technisch complexe opgaven over de hele wereld. Daarmee markeert Kashagan een volgende stap in de internationale ontwikkeling van Witteveen+Bos.

De opgave gaat verder dan woningbouw alleen. Nieuwe woonwijken vragen ook om wegen, waterbeheer, groenvoorzieningen en andere publieke voorzieningen. Voor Floriande ontwerpt Witteveen+Bos onder meer 25 bruggen die de verschillende woonbuurten met elkaar verbinden. Het project illustreert hoe Witteveen+Bos steeds vaker betrokken raakt bij integrale gebiedsontwikkeling, waarin techniek, inrichting van de leefomgeving en maatschappelijke ontwikkelingen nauw met elkaar verbonden zijn.

80 jaar Witteveen+Bos

Beeld Theo Baart

De opgave is uitzonderlijk complex. Het tracé loopt onder de historische binnenstad, langs monumentale panden en door een dichtbebouwde omgeving. De Noord/Zuidlijn vraagt daardoor om innovatieve oplossingen op het gebied van tunnelbouw, geotechniek en stedelijke infrastructuur. De bouw start in 2003. Na jaren van voorbereiding, ontwerp en uitvoering wordt de Noord/Zuidlijn in 2018 officieel geopend. Het project nam heel wat meer tijd in beslag dan gepland, maar is een van de meest beeldbepalende Nederlandse infrastructuurprojecten van de afgelopen decennia.

53


Tachtig jaar 20

Start constructie Maasvlakte 2 Rotterdam In 2008 start de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Met de uitbreiding groeit de Rotterdamse haven verder uit tot een van de belangrijkste logistieke knooppunten van Europa. Voor het project wordt ongeveer 2.000 hectare aan nieuw land gecreëerd in de Noordzee. Hiervoor wordt circa 240 miljoen kubieke meter zand opgespoten, waarmee een compleet nieuw stuk Nederland ontstaat. Witteveen+Bos levert een bijdrage aan de planvorming, het ontwerp en de realisatie van het project. De aanleg vraagt om grootschalige landaanwinning, kustversterking en complexe waterbouwkundige oplossingen. Maasvlakte 2 vergroot niet alleen de capaciteit van de Rotterdamse haven, maar laat ook zien dat Nederland ruim een halve eeuw na de Deltawerken nog altijd tot de wereldtop behoort op het gebied van waterbouw.

54

Oosterweelverbinding Antwerpen Vanaf 2012 werkt Witteveen+Bos samen met Sweco aan de Oosterweelverbinding in Antwerpen. Het omvangrijke project moet de Antwerpse ring vervolledigen, waardoor miljoenen weggebruikers de stad Antwerpen en de omliggende regio beter kunnen bereiken. De opgave omvat tunnels, aansluitingen, verkeersinfrastructuur en een complexe inpassing in een dichtbebouwde stedelijke omgeving. De Oosterweelverbinding moet niet alleen de doorstroming verbeteren, maar ook de leefbaarheid van de stad vergroten door verkeer beter te spreiden en woongebieden te ontlasten. Het project is jarenlang onderwerp van maatschappelijke en politieke discussie geweest en laat zien hoe infrastructuur steeds vaker raakt aan thema’s als gezondheid, leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit.

Afsluitdijk: planstudie en realisatie In 2017 start de realisatie van de vernieuwing van de Afsluitdijk. Bijna een eeuw na de aanleg wordt het iconische waterbouwkundige werk aangepast aan de eisen van de toekomst. Witteveen+Bos is betrokken bij zowel de planstudie als de realisatie. De opgave combineert waterveiligheid, innovatie, ecologie en infrastructuur. Naast de versterking van de dijk worden nieuwe spuisluizen en pompen gerealiseerd om Nederland ook in de toekomst te beschermen tegen hoogwater. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan maatregelen die de ecologische kwaliteit van het gebied versterken, waaronder de aanleg van de Vismigratierivier. Deze innovatieve verbinding faciliteert de migratie van trekvissen tussen zout en zoet water..


Winst van de Vernufteling In 2025 wint Witteveen+Bos met eDNA Meets Toxiciteit zowel de jury- als de publieksprijs van De Vernufteling, de belangrijkste onderscheiding op gebied van innovatie van de Nederlandse ingenieursbranche. De innovatieve meetmethode maakt het mogelijk om via analyse van eDNA (environmental DNA) de invloed van vervuilende stoffen op waterkwaliteit en biodiversiteit in kaart te brengen. De kracht van de methode is dat niet alleen wordt gekeken naar de aanwezigheid van vervuilende stoffen, maar vooral naar het effect ervan op het leven in het water. Door eDNA te combineren met toxiciteitsonderzoek ontstaat een nieuwe manier om sneller, goedkoper en betrouwbaarder inzicht te krijgen in de gezondheid van complete ecosystemen. Met één watermonster kan informatie worden verzameld over honderden soorten planten en dieren. De jury noemt de aanpak een baanbrekende innovatie met grote maatschappelijke waarde en een veelbelovende bijdrage aan het herstel en behoud van biodiversiteit.

80 jaar Witteveen+Bos

Afzinken eerste tunneldeel Fehmarnbelt In 2026 worden de eerste tunneldelen van de Fehmarnbelttunnel afgezonken tussen Duitsland en Denemarken. Sinds 2009 werkt TEC, het samenwerkingsverband van Witteveen+Bos en Haskoning, aan het ontwerp van dit megaproject.

Na voltooiing wordt de Fehmarnbelttunnel met een lengte van achttien kilometer de langste afgezonken wegen spoortunnel ter wereld. De tunnel vervangt de huidige veerverbinding tussen Duitsland en Denemarken en verkort de reistijd voor zowel reizigers als goederenvervoer aanzienlijk. De afzonderlijke tunnelelementen behoren tot de grootste betonnen constructies die ooit zijn gebouwd en worden stuk voor stuk naar hun definitieve positie gesleept en afgezonken. Het afzinken van het eerste tunneldeel vormt een zichtbare mijlpaal in een project dat decennia aan kennisontwikkeling, samenwerking en innovatie samenbrengt.

55


Grenzeloos


Char— lotte in Oman Waterwerken op locatie

‘Projecten in het buitenland kun je het beste op locatie managen. Een fysieke afstand en cultuurverschillen kunnen voor miscommunicatie zorgen, waardoor zaken soms moeizamer en langzamer lopen dan gepland.’ Beeld: Charlotte Mekel

80 jaar Witteveen+Bos

57


‘Een complexe taak, omdat je veelal rekent en tekent in een nog te ontwikkelen gebied, dat gekenmerkt wordt door bergketens en uitgestrekte vlaktes. Bovendien is de fasering cruciaal. De bevolking groeit, maar de mate van groei is lastig te voorspellen; je wilt niet te groot en zeker niet te klein ramen. Daarnaast zijn er tal van factoren waar je rekening mee moet houden.’

Charlotte Mekel vertoefde in 2025 drie maanden in Oman. Gedurende deze periode trok zij intensief op met vertegenwoordigers van de opdrachtgever, NWS (Nama Water Services), en lokale partner Muscat Engineering Consultancy.

Stijgende vraag ‘Voor NWS zijn we actief op het gebied van drink- en afvalwater. In Oman is sprake van een snelle verstedelijking, wat extra druk legt op de bestaande infrastructuur. Momenteel is de bevolking in hoge mate afhankelijk van tankwagens die separaat drinkwater aanvoeren en afvalwater afvoeren.’ De mobiele afvalwaterketen brengt aanzienlijke risico’s met zich mee voor de volksgezondheid, het milieu en de verduurzaming van de stedelijke omgeving. ‘Kortom, de infrastructuur van drink- en afvalwater moet worden uitgebreid.’

Een complexe taak In haar periode in het Midden-Oosten richtte Charlotte zich op de ontwikkeling van het rioleringsstelsel, het treated effluent netwerk (behandeld afvalwater) en de nog te bouwen rwzi’s. Het ging hierbij om het conceptontwerp van de projecten.

Los van de technische opgaven waren er ook de nodige organisatorische uitdagingen. ‘Communicatie is een sleutelfactor. Je hebt niet alleen te maken met een taalbarrière, maar ook met verschillende communicatiestijlen. We zijn in Nederland vrij direct, wat in andere culturen vaak als impertinent wordt ervaren. Dan helpt het als je face-to-face contact hebt en niet overlegt via Teams of mail.’

Snorkelen tussen schildpadden Had Charlotte tijd om naast haar drukke werkzaamheden het land te verkennen? ‘Zeker! Ik ben onder meer opgetrokken met een andere expat, met wie ik het land heb verkend. Oman heeft een schitterende natuur waarin je van alles kunt doen, zoals snorkelen tussen schildpadden of woestijntochten. Het land kent bovendien prachtige, wereldbekende wadi’s zoals Wadi Shab. Die moet je gezien hebben, zeker als je van water je beroep hebt gemaakt!’

Leren zwemmen Ook had Charlotte aansluiting met de lokale bevolking via een oud-stagiair uit Oman die haar in contact bracht met enkele locals. ‘Deze contacten, in combinatie met cultuurlessen, waren voor mij zeer waardevol. Omani zijn echte familiemensen waardoor het niet altijd makkelijk is om contact te leggen. Dan helpt het als je een liaison hebt.’ Voor Charlotte vlogen de maanden in Oman om. ‘Het was heel intensief en achteraf bezien zeer leerzaam. Je wordt in het diepe gegooid, waardoor je snel leert zwemmen. Al met al een prachtig avontuur met een blijvende afdronk van trots, energie en nieuwe inzichten!’


Grenzeloos

Kennisoverdracht In ons werk voor NWS neemt kennisoverdracht een centrale rol in. Zo hebben Michel Bretveld, Evelien Martens en Marlies Christiaens, collega’s van Charlotte, voor de drinkwaterafdeling van NWS jonge Omani ingenieurs begeleid en ondersteund. NWS hecht veel waarde aan kennisoverdracht zodat het haar afdelingen verder kan professionaliseren. Daarbij leveren we hoogwaardige adviezen voor onder andere hydraulische modellering, waterbehoefteberekeningen, netwerklayout en kostenramingen. Maar het gaat ook om het helpen ontwikkelen van soft en hard skills, zoals het opstellen van rapportages, risicomanagement en stakeholdermanagement.

‘We zijn in Nederland vrij direct, wat in andere culturen vaak als impertinent wordt ervaren.’ Charlotte Mekel

80 jaar Witteveen+Bos

59


Twee werelden

Floris Besseling Is promovendus Structural Monitoring & Identification Aan TU Delft En specialist constructiedynamica

60


Al 80 jaar werkt Witteveen+Bos aan de complexe vraagstukken van morgen. Dat vraagt om voortdurende kennisontwikkeling en een stevige verbinding met de wetenschap. Daarom bewegen veel van onze collega’s zich op het snijvlak van praktijk en academisch onderzoek. In deze portrettenreeks vertellen vijf van hen hoe die twee werelden elkaar versterken.

‘Ik wil geen eiland zijn.’ ‘Een fulltime promotietraject zou niks voor mij zijn, ik heb de link met de praktijk nodig. Met proeftuinprojecten, dynamiek en mensen om me heen. Tegelijk wilde ik mijn rol als expert graag verdiepen. Daarom past deze 50/50-oplossing me perfect. De vragen die me bezighouden rondom monitoring van infraconstructies kan ik nu beetpakken via een promotietraject, met begeleiding van mensen die ik ken en vertrouw. Ik heb bij Witteveen+Bos altijd veel ruimte gekregen om nieuwe richtingen te verkennen. Die vrijheid past goed bij mij. Ik ben van nature nieuwsgierig en vind het leuk om me ergens in te verdiepen, zeker als het gaat om mechanica, dynamica en trillingen - onderwerpen waar je misschien een beetje een nerd voor moet zijn. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat het werk zichtbaar en tastbaar blijft. Mijn onderzoek richt zich op monitoring van bruggen, met als eerste casus de Zeelandbrug. Meer specifiek gaat het in op de vraag hoe we op basis van meetgegevens de constructieve eigenschappen en veiligheid van bestaande bruggen beter kunnen bepalen. Met sensoren verzamelen we data over trillingen en vervormingen, al dan niet onder invloed van bekende belastingen. Vervolgens ontwikkelen we statistische modellen die die meetgegevens vertalen naar betrouwbare uitspraken over bijvoorbeeld stijfheid, zwakke plekken, of interne afdracht van belasting.

80 jaar Witteveen+Bos

Zo ontstaat een realistischer beeld van de daadwerkelijke staat van een brug. In de opstartfase van mijn onderzoek heb ik geleerd hoe belangrijk het is om de probleemdefinitie eerst scherp te krijgen en niet te snel van start te gaan. Tegelijk zie ik in projecten soms ongeduld richting wetenschap: het duurt lang en de opbrengst is niet altijd meteen zichtbaar. Als je praktijk en wetenschap wilt laten samenwerken, vraagt dat om verwachtingsmanagement, geduld en respect voor elkaars belangen. Maar zeker bij complexe vraagstukken hebben we elkaar nodig. Als we de juiste partners weten te vinden, versterkt dat onze projecten enorm. Ik wil geen eiland zijn, daarom deel ik de inzichten uit mijn onderzoek met collega’s en gebruik ik ideeën vanuit mijn rol bij TU Delft voor nieuw toegepast onderzoek in projecten. In samenwerking met de universiteit kunnen we nieuwe projecten oppakken en onze expertise verder verdiepen. Tegelijkertijd geven onze projecten kansen voor nieuw academisch onderzoek en dus voor de vakgroepen van TU Delft, waar we goede contacten hebben. Dat klinkt misschien alsof ik een uitgesproken netwerker ben, maar het tegengestelde is waar. Ik geloof in vertrouwen in mensen en samen ergens voor de lange termijn aan bouwen. Loyaliteit en geduld spelen daarin een grote rol, in mijn werk en daarbuiten. Goede dingen hebben tijd nodig.’

61


Samenwerken

62


Ulm Biobased Een brug van vlas. In het Duitse Ulm maken voetgangers en fietsers er dagelijks gebruik van. Een tastbaar voorbeeld van hoe biobased materialen kunnen worden toegepast in constructies die intensief worden gebruikt.

De sierlijke leuning werd volledig geautomatiseerd geproduceerd met een robotarm. Vezels werden door een harsbad geleid en volgens een computergestuurd patroon laag voor laag aangebracht. Zo kwamen architectuur, parametrisch ontwerp en geavanceerde productietechniek samen in één vloeiende vorm. Maar de grootste innovatie ligt onder je voeten. Het brugdek is opgebouwd uit een composiet van vlasvezels en biobased polyesterhars en ontworpen

80 jaar Witteveen+Bos

om verkeersbelastingen veilig op te nemen. Omdat het materiaal nog relatief nieuw is, is het uitgerust met een netwerk van slimme sensoren. Die meten continu hoe de constructie reageert op belasting, temperatuur en weersinvloeden. De verzamelde data helpen onderzoekers en ontwerpers biobased bruggen verder te ontwikkelen en vormen de basis voor een nieuwe generatie duurzame inftrastructurele kunstwerken.

63


Rik Jansen Historicus tussen de dijken


Jonge honden

Ze zijn jong, ondernemend en ambitieus. De ingenieurs van nu bedenken oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Om doorbraken te realiseren met technologieën en ideeën die van deze tijd zijn. Tegelijkertijd grijpen ze ook terug op vaste waarden. Conventionele technieken die het vertrekpunt markeren van de civiele techniek. Benieuwd naar wat hen drijft? Maak dan kennis met de ingenieurs van morgen.

Als één jonge collega iets van het verleden weet, dan is het Rik Jansen. Afgestudeerd als historicus, maar bij Witteveen+Bos actief als omgevingsmanager. Een heel andere tak van sport dan waarvoor hij is opgeleid. Of toch niet? Als historicus hield hij zich bezig met de manier waarop mensen betekenis geven aan hun leefomgeving. ‘Het wordt interessant als verschillende ideeën en belangen met elkaar in aanraking komen. Dan ontstaat uitwisseling, maar soms ook wrijving.’ Rik wil de dynamiek die daarbij vrijkomt niet alleen bestuderen, maar ook de kennis die deze ontwikkeling met zich meebrengt, toepassen op de maatschappelijke uitdagingen van nu.

Samenwerken aan duurzame projecten Nadat Rik bij de gemeente Den Haag ervaring had opgedaan bij de duurzame inrichting van de openbare ruimte, tipte zijn vriendin hem over de vacature van omgevingsmanager bij Witteveen+Bos. ‘Hier kon ik aan de slag met het inrichten van een participatieproces en met stakeholders samenwerken aan toekomstbestendige projecten. De perfecte synthese van alles waarin ik geïnteresseerd ben.’

Empathie en draagvlak Pakweg vijftien tot twintig jaar geleden ontstond het beroep van omgevingsmanager zoals we dat vandaag kennen. In de periode daarvoor verliep besluitvorming niet altijd even democratisch: ‘Afgezet tegen de maatschappelijke opgaven destijds, zoals de kolenwinning en de exploitatie van de aardgasvelden voor onze energievoorziening, maar ook de naoorlogse wederopbouw en ook de deltawerken, is dat begrijpelijk. Echter, voortschrijdend inzicht leidde ertoe dat we steeds beter zijn gaan luisteren naar de mensen die direct betrokken zijn bij bepaalde plannen of besluitvorming. Niet alleen maar zenden, maar ook luisteren.’

80 jaar Witteveen+Bos

Waar persoonlijke meningen en individuele bezwaren van omwonenden vroeger vaak een lagere prioriteit hadden, constateert Rik dat daar onder invloed van democratiseringsprocessen en consumentisme door de huidige generatie plannenmakers toch anders over gedacht wordt. Hij merkt op dat je je als omgevingsmanager moet kunnen verplaatsen en verdiepen in wat mensen beweegt om eventuele bezwaren en argumenten te kunnen begrijpen: ‘Bewoners kennen hun eigen omgeving vaak erg goed en zien dingen die het projectteam niet ziet. Ga zo vroeg mogelijk met ze in gesprek, toon oprechte interesse en neem ze vooral serieus. Dan krijg je de input die je nodig hebt om een project succesvol te laten zijn. Zo is strategisch omgevingsmanagement als vak ontstaan.’

De impact van een dijkverhoging Rik haalt een voorbeeld aan van een dijkverhoging: ‘Die heeft een behoorlijke impact op de gemeenschap die achter de dijk woont. Deze bewoners hebben een emotionele relatie met de omgeving waarin ze wonen. Betekent die dijkverhoging dat ze straks een deel van hun perceel moeten inleveren of dat hun grond wordt onteigend? Welke gevolgen heeft dit voor hun veiligheid of gezondheid? Door goed te luisteren en ook echt iets te doen met de input die ze leveren, kun je het vertrouwen winnen.’ Bij het versterken van dijken of het toekomstbestendig inrichten van een buurt of wijk moeten we volgens Rik niet alleen naar de toekomst kijken, maar ook naar de gebiedsgeschiedenis: ‘Wat willen we bewaren en wat is belangrijk om uit het verleden mee te nemen naar de toekomst? Het verleden is het fundament van onze cultuur, van onze leefomgeving, van onze identiteit. Dat wil je zo zorgvuldig mogelijk afwegen tegen toekomstige waarden en toekomstige uitdagingen.’

65


Baanbrekend

eDNA: disrup— tief Van onderzoek naar praktijk

Wanneer Sebastiaan Schep mag vertellen over environmental DNA, de innovatie waarvoor hij al meer dan tien jaar de wereld om zich heen enthousiast probeert te maken, lichten zijn ogen op. Als hij spreekt, buitelen zijn woorden over elkaar in de haast om duidelijk te maken hoe betekenisvol en breed inzetbaar deze methode kan zijn in het doel de biodiversiteit te verbeteren, en veel meer. Gelukkig heeft hij gelijkgestemden gevonden die samen met hem het eDNA-evangelie verkondigen. Witteveen+Bos’ers zoals Frederike Bijlmer, of partners in crime buiten de organisatie als Kees Bochove van Datura Environment Solutions. Dankzij hun visie, volharding en samenwerking lijkt het vliegwiel eindelijk vaart te maken. En dat is hard nodig. 66

80 jaar Witteveen+Bos


Beeld EcoPulse


Baanbrekend

Voor wie er aandacht voor heeft, is het probleem evident: wereldwijd neemt de biodiversiteit schrikbarend af. Dat is een probleem, want daarmee wordt het ecosysteem waarvan we als mens afhankelijk zijn steeds kwetsbaarder. Het is ook spannend, want we weten wel ongeveer waar het aan ligt, maar veel weten we ook nog niet. Daar kan Sebastiaan als aquatisch ecoloog van wakker liggen: ‘In zo’n 40 procent van de waterlichamen lijkt de vervuiling van het milieu met giftige stoffen bijvoorbeeld de belangrijkste factor. De precieze omvang en effecten van deze toxische druk zijn alleen moeilijk vast te stellen, omdat zowel het meten van biodiversiteit als het beoordelen van toxische druk op basis van gevestigde methodieken uitdagend en duur is.’ Met eDNA-analyses kunnen we de biodiversiteit en de relatie met de leefomgeving op een relatief eenvoudige en betaalbare manier in kaart brengen. eDNA zijn genetische sporen die organismen (dieren, planten, bacteriën) achterlaten in hun leefomgeving, bijvoorbeeld via uitwerpselen, huidschilfers, haren of speeksel. Die sporen kun je uit water, lucht of bodem bemonsteren en analyseren. ‘Wat wij momenteel doen met eDNA is gericht op drie grote thema’s: biodiversiteit, water en klimaat, en dit alles valt onder de koepel ‘systeembegrip’. Ons doel is om eDNA als monitoringstool van de wetenschap naar de praktijk te brengen. Het begon met waterbemonstering, maar de laatste jaren komen ook lucht- en bodemopnames steeds meer in beeld. De inzichten van eDNA bieden handelingsperspectief om de leefomgeving te verbeteren en zo het verlies van biodiversiteit een halt toe te roepen of zelfs biodiversiteit te herstellen.’

68

De techniek De aanwezigheid van organismen vertelt iets over de biodiversiteit en de leefomgeving. Door patronen te herkennen in de aan- of afwezigheid van soorten, ontstaat een beeld van hoe een ecosysteem reageert op veranderingen, positief of negatief: ‘Met eDNA kunnen we ecosystemen als het ware uitlezen’, vertelt moleculair ecoloog Frederike Bijlmer. ‘In plaats van te kijken welke normen overschreden worden, zien we wat het leven zelf ons vertelt. Die biologische respons is vaak de beste maatstaf voor ecologische gezondheid én een vroege waarschuwing voor als het mis dreigt te gaan.’ Dat maakt eDNA data tot een krachtige indicator, niet alleen voor de huidige staat van een ecosysteem, maar zeker ook voor toekomstige risico’s, zoals verzuring, vermesting of klimaatverandering. Ook de microbiële basis van de voedselpiramide, gevormd door bijvoorbeeld bacteriën en schimmels, kan je hiermee analyseren. Frederike: ‘Een dataset met DNA-sequenties vormt een unieke vingerafdruk voor elk watermonster. Het vergelijken van die vingerafdrukken levert relaties op tussen soortenrijkdom, de aan- of afwezigheid van indicatorsoorten en drukfactoren zoals gifstoffen en nutriënten. Een plotselinge toe- of afname van bepaalde organismen kan veelzeggend zijn. In één liter water detecteren we ongeveer vijfduizend unieke DNA-sequenties, die tot individuele organismen te herleiden zijn. In het onderzoek eDNA meets toxiciteit hebben we aangetoond dat dit ons een gedetailleerd inzicht geeft in de biodiversiteit, de waterkwaliteit en de toxische druk.’


Beeld Arjan Otten

‘Deze ontwikkeling durf ik wel disruptief te noemen.’ Sebastiaan Schep

Water De kracht van de door ons ontwikkelde onderzoeksmethode ligt in het toepassen van eDNA in de praktijk van het waterbeheer: niet in het lab, maar in samenwerking met waterschappen en RWS in echte meren, sloten, beken en rivieren, en op termijn ook in mariene gebieden. Frederike: ‘Een volgende stap is om het onderzoek uit te breiden van zoet- naar zoutwatersystemen: denk aan onze kustgebieden, zeeën en oceanen. Want juist ook in deze gebieden is de urgentie van biodiversiteitsverlies groot. Denk aan de snelle opwarming en verzuring van de oceanen, de vervuiling met microplastic en chemische stoffen, verlies van habitats door winning van zeldzame metalen en overbevissing. Juist in deze gebieden kunnen vroege ecologische signalen het verschil maken tussen behoud en achteruitgang. Maar alleen meten is niet genoeg: de signalen die we daar opvangen, moeten ook worden vertaald naar concrete acties.’

Onderzoek bij windparken op zee Annemiek Hermans, mariene ecoloog bij Witteveen+Bos, bouwt met haar promotieonderzoek een brug tussen wetenschap en praktijk. Zij maakte voor haar studie dankbaar gebruik van de eDNA-techniek. Aan de Wageningen Universiteit onderzoekt Annemiek vissoorten die gevoelig zijn voor elektrische en magnetische velden en de gevolgen van de aanleg van windparken en stroomkabels op het mariene milieu. In de Noordzee komen 145 verschillende soorten vissen voor, waaronder haaien en

80 jaar Witteveen+Bos

69


Baanbrekend

Uitreiking van zowel de jury- als de publieksprijs van De Vernufteling 2025, door Koninklijke NLingenieurs.

klimaatverandering of veranderingen in de omgeving? Dat is enorm complex. Op basis van de juiste informatie met behulp van eDNA, met een grondig begrip van ecosystemen én door ecologische modellen in te zetten bij de dataanalyses kan je adviseren over het verbeteren van de biodiversiteit in dat systeem.’

Biodiversiteit in Beeld

roggen, zogenaamde elasmobranchen. Die elasmobranchen zijn gevoelig voor elektriciteit en magnetische velden en hebben een beschermde status. Omdat er op de Noordzee veel windparken aangelegd gaan worden, is er extra aandacht voor deze soorten en de mogelijke negatieve effecten van windparken op hun habitat. Annemiek: ‘Zo kunnen we waardevolle natuurgebieden beschermen en kan het energienetwerk op zee zo slim mogelijk worden aangelegd.’ Haar onderzoek leverde als bijvangst al de ontdekking op dat de reuzenhaai voorkomt voor de Nederlandse kust.

Voorspellend ecologisch inzicht is noodzaak Tijdens de VN Oceaantop, die in juni 2025 plaatsvond in Nice, stond één thema centraal: hoe houden we de oceanen leefbaar in een tijd waarin menselijk handelen, zoals bodemvernietiging door sleepnetten en overbevissing, samen met klimaatverandering en vervuiling leidt tot verlies van biodiversiteit? De bijeenkomst onderstreepte wat binnen het eDNA-project al langer speelt: we moeten verder kijken dan het hier en nu. Van monitoren naar voorspellen. Van signaleren naar begrijpen. En vooral: van achteraf herstellen naar tijdig ingrijpen. Sebastiaan: ‘Dat is waar we als Witteveen+Bos ook onze rol zien en goed over kunnen adviseren. Ik houd me al jaren bezig met aquatische systeemanalyses: waarom is de ecologische toestand zoals die is? Wat zijn de onderlinge afhankelijkheden, welke soorten organismen hebben welke betekenis, hoe interacteren deze? Wat zijn de gevolgen van

70

Vanuit Witteveen+Bos onderzoeken we de toepassing van eDNA in andere werkvelden, zoals drink- en afvalwater. Tenslotte is eDNA veel breder toepasbaar en dat vraagt om samenwerking tussen verschillende disciplines, zoals moleculair biologen, ecologen, datawetenschappers, chemici, hydrologen, maar ook ontwerpers. In eigen huis, maar ook met diverse partners. Eigenlijk precies de multidisciplinaire benadering waarin Witteveen+Bos zich thuis voelt.

Met het eDNA meets toxiciteit-project won het team in 2025 de prestigieuze ingenieursprijs De Vernufteling, zowel de publieks- als de juryprijs. Een eervolle erkenning, maar belangrijker: het gaf de innovatie vleugels. Sebastiaan: ‘Men kon niet meer om het potentieel van deze methode heen en ik werd al snel vrijgespeeld om eDNA breder te trekken, naar andere Witteveen+Bosprojecten bijvoorbeeld, maar ook daarbuiten. Zo hebben we samen met Deltares dit voorjaar het Project Biodiversiteit in Beeld (BiB) gelanceerd. Daarin werken wetenschap, overheid en marktpartijen samen aan het ontwikkelen van kosteneffectieve meetstrategieën voor monitoring van biodiversiteit. Dit beperkt zich niet tot eDNA, het kan ook gaan om camera’s, remote sensing, akoestische sensoren en dergelijke. Bedrijven doen aan BiB mee vanuit eigen ambitie, maar ook omdat ze aan bepaalde CSRD-rapportageplichten moeten voldoen. De belangstelling is groot. Het huidige project is vol, met acht proeftuinen waar meetstrategieën getoetst worden, en we zijn in gesprek over uitbreiding.’

Naar de praktijk ‘De eDNA-techniek vindt snel de weg naar de praktijk, omdat inzet ervan soms een nobrainer is. Bijvoorbeeld, om de visstand in het Noordzeekanaal te bemonsteren, wat verplicht is vanuit de overheid, moet nu de scheepvaart tijdelijk worden stilgelegd. Dat komt door het gebruik van grote netten tussen twee schepen. Dit veroorzaakt veel ongemak, ook economisch, terwijl je de stand van zaken evengoed en zelfs veel beter kan bepalen met een aantal watermonsters. In de Rotterdamse haven


hebben we dit al aangetoond. Deze ontwikkeling maakt de praktijk zoveel makkelijker, ik zou het wel disruptief durven noemen.’

Te land, ter zee en in de lucht Naast water, kijken we nadrukkelijk ook naar toepassingsmogelijkheden van eDNA in bodem en lucht. Deze zomer startte een bijzondere proef voor het meten van biodiversiteit in het Reevediep. Op initiatief van Witteveen+Bos verzamelt EcoPulse luchtsamples met een speciaal hiervoor ontwikkeld voertuig, zet TNO een innovatieve vaste installatie in voor lucht en verzamelt Datura Environment Solutions water- en bodemsamples. Als klap op de vuurpijl test Datura een palet aan eDNA technieken. Frederike: ‘Dit doen we niet voor niks. Het Reevediep is een nieuwe waterverbinding onder Kampen en onderdeel van het programma Ruimte voor de Rivier. Witteveen+Bos was nauw bij het ontwerp betrokken. Naast waterveiligheid is er in het ontwerp ook stevig ingezet op de ruimtelijke kwaliteit en behoud en versterking van de bijzondere natuurwaarden. Door analyse van de eDNA-samples die in de lucht zijn opgevangen, ontstaat hopelijk een goed beeld van de variatie aan planten- en diersoorten die nu in het gebied voorkomen als gevolg van de maatregelen die vooraf zijn bedacht. Als de proef slaagt, is dat een mooie nieuwe stap in de steeds laagdrempeliger toepassing van eDNA. En belangrijker, dan kunnen we verbetering van de biodiversiteit op de schaal van een gebied als het Reevediep aantoonbaar maken. Daarmee laat je zien dat investeringen in de ruimtelijke kwaliteit beloond worden.’

Toekomst Sebastiaan: ‘Uiteindelijk willen we met eDNA niet alleen monitoren, maar ook onderzoeken óf, en vervolgens aantonen dát natuurherstel mogelijk is en welke acties je daarvoor moet ondernemen. De opgaven op het gebied van water, klimaat en biodiversiteit zijn groot en vragen om een heroriëntatie op ons landschap, op onze projecten en om groot denken. Het helpt enorm als we in beleid en in projecten opgaven kunnen verbinden, zoals die van droogte, waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Daar kan eDNA een katalysator in zijn, door te leren van wat wel en niet werkt, door biodiversiteitswinst meetbaar en aantoonbaar te maken en door vooraf in het ontwerp onderbouwd te kunnen adviseren over effectieve maatregelen voor biodiversiteit. Dit motiveert en helpt om meer te investeren in groene oplossingen.’

80 jaar Witteveen+Bos

Hoe het begon Tien jaar geleden werden Kees van Bochove van Datura Environment Solutions en Sebastiaan Schep van Witteveen+Bos ‘gematcht’ door collega Marloes van der Kamp op een congres over innovatieve technieken. En dat was een uitstekende match. Sebastiaan, met zijn kennis van waterbeheer en ecosystemen, en Kees, met een laboratoriumachtergrond en kennis van DNA-analyse, vonden elkaar in het systeemdenken. Ze hadden al snel door dat hun gecombineerde kennis wel eens interessant zou kunnen zijn voor water- en natuurbeheerders. Deze min of meer toevallige ontmoeting tussen Kees en Sebastiaan luidde de start in van onze eDNA-analyses in relatie tot de biodiversiteit van zoetwatergebieden in Nederland, en daarna is het snel gegaan. Technologische vooruitgang is echter pas waardevol als de hele keten, van ecoloog tot beleidsmaker en terreinbeheerder, dezelfde taal spreekt. Om dat te realiseren, organiseren we met de Witteveen+Bos Academy met enige regelmaat kennissessies en workshops, waarvoor we ketenpartners als Staatsbosbeheer en Naturalis Biodiversity Center uitnodigen.

71


Op pad 1. Dagje strand in Middelkerke Voor een ontspannen dag aan de Belgische kust zit je goed in Middelkerke. Struin over het brede strand, maak een wandeling over de vernieuwde zeedijk of geniet van een terrasje met uitzicht op zee. Witteveen+Bos werkte mee aan de gebiedsontwikkeling van de badplaats, waar leefkwaliteit, recreatie en een toekomstbestendige inrichting hand in hand gaan.

72

2. Kijk met andere ogen naar de stad

3. Vogels kijken bij de Makkumer Noordwaard

Kan een wereldstad ook een nationaal park zijn? In het Natuurhistorisch Museum Rotterdam ontdek je bij de tentoonstelling Nationaal Park Rotterdam een verrassende toekomstvisie waarin natuur en stad steeds meer met elkaar verweven raken. Witteveen+Bos droeg bij aan deze visie, die onder meer tot leven komt in een indrukwekkend vogelvlucht-storyboard.

Rust, ruimte en weidse uitzichten: de Makkumer Noordwaard is een prachtige plek voor een wandeling langs het IJsselmeer. Het nieuwe natuurgebied biedt een thuis aan vele vogelsoorten en is een mooi voorbeeld van hoe een nieuw landschap zich kan ontwikkelen. Witteveen+Bos leverde een bijdrage aan de ontwikkeling van dit bijzondere landschap.


4. Verken de Kalmthoutse Heide

5. Uitwaaien bij de Zandmotor

6. Varen door de Biesbosch

In Grenspark Kalmthoutse Heide wandel je ongemerkt van Nederland naar België, langs uitgestrekte heidevelden, stille vennen en oude bossen. Het gebied is een toevluchtsoord voor bijzondere planten en dieren, maar staat ook voor uitdagingen. Witteveen+Bos werkt mee aan natuurherstelprojecten die de biodiversiteit helpen herstellen en dit waardevolle landschap toekomstbestendig maken.

De Zandmotor is een bijzonder stukje Nederlandse kust: een kunstmatig schiereiland dat wind, zee en stroming het werk laat doen. Wandel over strand en duinen of geniet van het uitzicht over de Noordzee. Vanuit het programma Building with Nature draagt Witteveen+Bos bij aan monitoring en kennisontwikkeling rond dit vernieuwende concept, gericht op kustbehoud.

Stap in een kano of fluisterboot en ontdek Nationaal Park De Biesbosch, een doolhof van kreken, wilgenbossen en rietvelden. In dit grootste zoetwatergetijdengebied van Europa gaan natuur en water al eeuwenlang samen. Witteveen+Bos werkt hier mee aan projecten op het gebied van waterveiligheid, natuurontwikkeling en een toekomstbestendige inrichting van het landschap.

80 jaar Witteveen+Bos

73


Twee werelden

Annemiek Hermans Is recent gepromoveerd en nu parttime onderzoeker Aan Wageningen University & Research En Biologisch oceanograaf en projectmanager mariene milieuprojecten

74


Al 80 jaar werkt Witteveen+Bos aan de complexe vraagstukken van morgen. Dat vraagt om voortdurende kennisontwikkeling en een stevige verbinding met de wetenschap. Daarom bewegen veel van onze collega’s zich op het snijvlak van praktijk en academisch onderzoek. In deze portrettenreeks vertellen vijf van hen hoe die twee werelden elkaar versterken.

‘Mijn enthousiasme nam het over.’ ‘Voor een milieueffectrapportage waar ik aan werkte, maakte ik een afspraak met hoogleraar Tinka Murk. Ik wilde haar bevragen over de ecologische effecten van elektromagnetische velden van kabels op zee; een onderwerp waarover nog veel onbekend is. In dat gesprek vroeg zij: waarom ga je dat niet zelf onderzoeken? Mijn eerste reactie was: dat kan helemaal niet, ik heb een baan. Daarna nam mijn enthousiasme het over. Ik vind roggen en haaien fantastische beesten. Ik voel een sterke drang om ze te beschermen. De eerste soorten zijn al 400 miljoen jaar oud, ouder dan dinosauriërs en bomen, en in al die tijd nauwelijks veranderd. Ze beschikken over zintuigen die wij niet kennen. Zo kunnen ze elektrische signalen waarnemen om prooien onder het zand te vinden en navigeren op het aardmagnetisch veld over grote afstanden. De vraag is in hoeverre stroomkabels op zee invloed hebben op die overlevingsmechanismen. Om het onderzoek te kunnen starten, moest eerst de financiering rondkomen. Witteveen+Bos droeg daaraan bij, samen met andere partijen. Vanaf 2020 mocht ik twintig procent van mijn tijd aan mijn promotieonderzoek besteden. Ik heb dat als fantastische jaren ervaren. In februari van dit jaar heb ik mijn manuscript ingediend, en in augustus heb ik het verdedigd. Nu ga ik verder aan de WUR als parttime onderzoeker.

80 jaar Witteveen+Bos

Doordat ik ook aan de universiteit werk, weet ik snel wie ik moet benaderen als er een kennisvraag speelt. Dat verhoogt de kwaliteit van ons werk. De uitkomsten van mijn onderzoek landen bovendien direct in de praktijk; we gebruiken ze in onze adviezen. Andersom kan ik collega’s aan de universiteit helpen met dingen die bij Witteveen+Bos heel gewoon zijn, zoals projectmatig werken, plannen en kostenbewustzijn. Ook dat vind ik erg leuk om te doen. Ik heb een lange studieroute achter de rug, van het mbo tot deze PhD. Daardoor beweeg ik me makkelijk in verschillende werelden. Als voor een project cofinanciering nodig is, weet ik vaak snel welke partijen daarbij belang hebben. Zo konden we voor het project North Sea Power extra middelen vinden voor onderzoek naar onderwatergeluid, door aan te sluiten bij een concrete kennisbehoefte van TenneT. Ik denk dat we als organisatie nog meer met die wetenschappelijke binding kunnen doen. We werken aan complexe projecten met nieuwe vormen van engineering en schuiven voortdurend de grenzen van de kennis op. Juist door die kennis ook wetenschappelijk te delen, dragen we bij aan de wereld en versterken we onze positie. Ik weet zeker dat dit pad voor meer mensen openligt. Het vraagt niets uitzonderlijks, en het is heerlijk om te doen.’

75


Samenwerken

Infrastructuur In Amsterdam is de komende decennia ruim 200 kilometer kademuur aan herstel of vervanging toe. Daarmee staat de stad voor een ingrijpende opgave. Witteveen+Bos levert hiervoor ingenieursdiensten binnen een meerjarige raamovereenkomst.

76


Amsterdam De opgave is uitdagend, omdat geen kademuur hetzelfde is. Onder de straat liggen kabels en leidingen, hemelwaterafvoeren doorkruisen de constructie, woonboten moeten bereikbaar blijven en ook bomen, parkeerplaatsen, ondernemers en bewoners vragen om ruimte. De basisoplossing is vaak vergelijkbaar, maar de omgeving maakt iedere locatie uniek. Een oplossing moet niet alleen veilig en duurzaam zijn, maar ook

80 jaar Witteveen+Bos

passen in een historische binnenstad die tijdens de werkzaamheden gewoon blijft functioneren. Dat vraagt om flexibiliteit, oog voor de omgeving en de ervaring om onverwachte situaties op te lossen. Onze collega’s weten hoe je een oplossing inpast in een stad die nooit stilstaat. Zo helpen zij Amsterdam stap voor stap veilig en toekomstbestendig te houden.

77


De zee— haven Spil in de energietransitie

Anno 2026 drukt de overslag van fossiele brandstoffen nog steeds een stempel op de wijze waarop zeehavens functioneren. Gaandeweg verschuift de focus wel meer richting non-fossiele energiebronnen zoals waterstof of stroom opgewekt met windmolens op zee. Witteveen+Bos werkt in projecten in binnen- en buitenland mee aan deze transitie, waarin voor zeehavens een spilfunctie is weggelegd.

78

80 jaar Witteveen+Bos


Solide track record Witteveen+Bos heeft op het gebied van maritieme infrastructuur, green- en brownfield, een solide track record opgebouwd. Onze dienstverlening strekt zich uit van het opstellen van (haalbaarheids)studies, masterplannen, ontwerpen, aanbestedingsdocumenten en bouwkostenramingen tot bouwmanagement en uitvoeringsbegeleiding van bouwwerken. In dit artikel belichten we enkele sprekende projecten in binnen- en buitenland.

80


De zeehaven

Met de opkomst van fossiele grondstoffen en in een later stadium containervervoer, zijn zeehavens uitgegroeid tot industriële clusters van formaat. Met de aanvoer van olie en aardgas vestigden petrochemische bedrijven en aanpalende industrieën, zoals producenten van plastics/kunststoffen, zich op of nabij haventerreinen. Deze bedrijvigheid - olieraffinage en de chemie in algemene zin - vergt veel energie die momenteel voornamelijk wordt opgewekt uit fossiele bronnen. De verwachting is dat nonfossiele bronnen meer en meer de rol van aardgas, olie en steenkool over zullen nemen.

Logistieke hubs voor offshore energie Deze ontwikkeling is al wereldwijd zichtbaar. Zo fungeren zeehavens als logistieke hubs voor offshore windparken waarbij de havens deze projecten faciliteren door onder meer de op- en overslag van onderdelen voor windmolens en windmolenfundaties, assemblage en onderhoud. Een andere rol die voor havens is weggelegd, is de aanlanding van elektriciteit die is opgewekt op zee. Dit is niet alleen een kwestie van de nabije ligging ten opzichte van windparken op zee, maar ook van de koppeling van vraag en aanbod. Gezien de energie-intensieve industrie en de ligging in stedelijke gebieden zijn havens bij uitstek geschikt om ‘offshore elektronen’ te ontvangen, benutten en distribueren.

Groene waterstof In het verlengde van elektriciteit die vanaf zee aan land komt, ligt de ontwikkeling van opslagmogelijkheden voor deze energie. Een optie is om deze om te zetten naar groene waterstof die onder meer voor industriële processen kan worden ingezet. Verschillende zeehavens in binnen- en buitenland zien kansen om waterstofhubs te ontwikkelen waarbij windenergie via elektrolyse wordt omgezet en opgeslagen in groene waterstof en vervolgens richting chemie (zoals kunstmestproducenten) wordt getransporteerd. Deze omzetting kan zowel op zee als op land plaatsvinden.

Ammoniak Ammoniak is een ander, veelbelovend non-fossiel gas in de energietransitie. Het is niet alleen een grondstof voor de industrie, het heeft ook potentieel als brandstof voor vracht- en containerschepen. Verschillende fabrikanten ontwikkelen scheepsmotoren die lopen op ammoniak. Deze stoten geen CO2 uit, een groot voordeel ten opzichte van (bio)brandstoffen.

80 jaar Witteveen+Bos

Duurzame ambities Zeehavens in binnen- en buitenland kijken in toenemende mate naar een volledige elektrificatie van hun operaties. Deze beweging wordt deels gedreven door wet- en regelgeving, onder andere op gebied van klimaat en milieu, en deels door duurzame ambities van havenbedrijven en terminal operators. Het vervangen van dieselgedreven apparatuur (kranen, voertuigen, koeling etc.) geldt niet alleen voor de wal, maar ook voor het elektrificeren van de schepen. Deze zijn veelal zelfvoorzienend, waarbij diesel wordt gebruikt voor hun energieopwekking. Voorzieningen voor walstroom zorgen voor lagere CO2-emissies en brengen luchtvervuiling terug tot nul. Elektrificatie vereist wel ingrijpende aanpassingen in de civiele en elektrotechnische infrastructuur om deze elektronen richting terminals, kades en schepen te krijgen.

81


De zeehaven

Ventspils op zoek naar ‘tweede wind’ De zeehavens in de Baltische staten kijken qua energiemarkt meer naar de zee dan landinwaarts. Voorheen voornamelijk gericht op olie en gas, gaat de blik tegenwoordig meer naar offshore wind. De haven van Ventspils, een voormalige Hanzestad gelegen in Oost-Letland, vormt hierop geen uitzondering. Het havenbedrijf verkent verschillende routes en rollen die het kan nemen in de energietransitie, waaronder windenergie of Power-2-X, waarbij elektriciteit kan worden omgezet naar gas (bijvoorbeeld waterstof) of vloeistof (ammoniak). Gezien zijn geografische ligging heeft Ventspils goede kaarten om als ‘offshore windhub’ te fungeren voor (geplande) windparken die zijn gelegen ten zuidwesten van de haven. Hiervoor moet de haven wel voorsorteren op deze rol. Witteveen+Bos heeft onderzocht of bestaande terminals, kades en toevoerwegen aangepast kunnen worden zodat deze geschikt zijn voor op- en overslag van windmolenonderdelen. Ook is gekeken naar de faciliteiten voor onderhoud en reparatie. Een tweede optie is een gloednieuwe terminal op een greenfieldlocatie, zeg maar een Maasvlakte-variant, die wordt ingericht specifiek op offshore wind en bijbehorende infrastructuur.


Ook belangrijk: er is een bestaande infrastructuur - veelal in zeehavens - om ammoniak op te slaan. Ammoniak kan hierbij een rol spelen als een goedkopere energiedrager dan groene waterstof, omdat opslag en transport hiervan een lagere druk en hogere temperaturen toelaat.

CO2-opslag In de energietransitie speelt de afvang en opslag van CO2 (Carbon Capture and Storage) een belangrijke rol, met name voor energie-intensieve industrieën zoals kunstmest, cement- of staalproductie. Met CCS kunnen deze bedrijven op relatief korte termijn hun CO2-uitstoot reduceren. Zeehavens fungeren daarbij als hub voor inname en transport van CO2 die is gegenereerd aan de wal, richting opslag. Inmiddels zijn er meerdere CCSinitiatieven in het Noordzeegebied, waaronder Porthos, Aramis en CO2 Highway Europe. Porthos, een samenwerking tussen Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN, wordt inmiddels gerealiseerd en zal naar verwachting vanaf 2027 CO2 van vier bedrijven in het havengebied afvangen

80 jaar Witteveen+Bos

en opslaan. De capaciteit van Porthos: 2,5 miljoen ton CO2 per jaar voor de komende vijftien jaar.

Restwarmte Met de aanwezigheid van energieintensieve bedrijven wordt ook de inzet van restwarmte steeds aantrekkelijker. Ondernemingen die een surplus aan warmte genereren, kunnen zo hun CO2-footprint reduceren. Hun uitstoot verdwijnt dan niet in de atmosfeer maar wordt ingezet voor de verwarming van huizen of kassen. WarmtelinQ is hiervan een sprekend voorbeeld. Dit transportnet gaat warmte van bedrijven in de Rotterdamse haven transporteren naar nabijgelegen gemeenten in Zuid-Holland. Uiteindelijk moet deze warmte 120.000 huizen en bedrijven verwarmen. Kortom, of het nu elektronen of moleculen zijn, zeehavens zijn nu al aan het voorsorteren op een toekomst die minder fossiel is gedreven. Dat is ook hard nodig gezien de spilfunctie die zeehavens innemen in wereldwijde logistieke ketens en onze energievoorziening.

83


De zeehaven

Verbreding vitale verkeersader Het Yangtzekanaal is een belangrijke verkeersader in de Rotterdamse haven. Het kanaal verbindt het Beerkanaal met de havenbekkens op de Maasvlakte 2 en vormt daarmee de toegangspoort tot onder andere de Prinses Amaliahaven, Prinses Arianehaven en Prinses Alexiahaven. Door toenemend containervervoer en schaalvergroting heeft Havenbedrijf Rotterdam besloten om de vaarweg van het kanaal over de gehele lengte te verbreden en te verdiepen. Hiervoor moeten twee nieuwe kademuren worden gebouwd, waarbij Witteveen+Bos aan de lat staat voor het ontwerp dat een zo laag mogelijke CO2-footprint moet hebben. In de tweede kademuur, met een lengte van 1450 meter, zal de bovenbouw in zijn geheel worden gemaakt van geopolymeerbeton. Dit materiaal heeft een 50 procent langere CO2-voetafdruk dan traditioneel beton omdat het cementloos is. In 2029 moet het project zijn afgerond en is een belangrijke bijdrage geleverd aan de doelstelling van Havenbedrijf Rotterdam om in 2050 klimaatneutraal te zijn en tegelijkertijd economisch vitaal en concurrerend te zijn.


Van diesel naar full electric Bij de ingebruikname midden jaren negentig was de ECT Delta Terminal op de Maasvlakte de eerste geautomatiseerde containerterminal ter wereld. Ruim dertig jaar later zet eigenaar Hutchison Ports ECT Rotterdam (ECT) de volgende visionaire stap: volledige elektrificatie van de terminal. In het kader van de duurzaamheidsambitie om in 2035 volledig emissievrij te opereren, is door ECT het traject ingezet om al het diesel aangedreven rollend materieel te elektrificeren. Hiermee wordt het dieselverbruik op de terminal, dat afgelopen tien jaar al door diverse optimalisaties was gehalveerd, verder teruggebracht naar nul. Tegelijkertijd zullen, in samenwerking met Havenbedrijf Rotterdam en Rotterdam Shore Power, voorzieningen worden geïnstalleerd voor walstroom. Zodoende kunnen containerschepen energie ontvangen via een stroomkabel aan de wal en hoeven zij niet zelf middels diesel aangedreven aggregaten elektriciteit op te wekken. Beide projecten vergen een verdrievoudiging van de capaciteit van het elektrisch netwerk op de ECT Delta Terminal. Witteveen+Bos heeft hiervoor het ontwerp en de aanbestedingsdocumenten opgesteld, voor onder andere een nieuw inkoopstation, verdeelstations en de benodigde ondergrondse kabel infrastructuur richting laadstations en kades. Dit alles zal moeten worden gerealiseerd terwijl de terminal praktisch 24/7 in bedrijf blijft.


De zeehaven

Elektrificatie containerterminal in Oman In het bestaande havengebied staat de volledige elektrificering van Oman International Container Terminal op het programma. Het doel is het behalen van Hutchison Ports’ net-zero duurzaamheid ambities voor 2035. De terminal, met een capaciteit van ca 2,4 miljoen TEU’s (standaardcontainer) per jaar, is nu nog voornamelijk ‘diesel powered’. Witteveen+Bos is verantwoordelijk voor het ontwerp voor de civiele en elektrische infrastructuur en begeleidt de aanbesteding. De aanleg van de infrastructuur wordt afgestemd op de plannen voor nieuwe en geretrofitte voertuigen en kranen, zodat de terminal uiteindelijk volledig elektrisch kan opereren. Daarnaast wordt laadinfrastructuur gerealiseerd en is het elektriciteitsnet robuuster en toekomstbestendig gemaakt.

86

Masterplan voor maritieme Golf-hub De Port of Sohar in Oman heeft door haar strategische ligging, net buiten de Straat van Hormuz, een indrukwekkende groei doorgemaakt. Inmiddels groeit de haven uit zijn jasje waardoor een mogelijke uitbreiding in het verschiet ligt. Voor deze uitbreiding, aan de noordzijde van het havengebied, heeft Witteveen+Bos een masterplan gemaakt. Daarbij maakten we gebruik van uiteenlopende studies, onder andere prognoses over vracht/ containervervoer, om tot een blauwdruk te komen van zo’n terrein. Deze blauwdruk geeft het havenbedrijf houvast om hun investeringen in haveninfrastructuur, havenuitrusting en havendiensten gericht in te zetten zodat ze hun concurrentievermogen op peil houden. Onderdeel van de masterplanstudie was ook conceptontwerp van een volledig geautomatiseerde en geëlektrificeerde containerterminal en de implementatie van het green port concept waarbij er ruimtereserveringen zijn gedaan voor steigers voor de import van waterstof en/of ammoniak en het transport van afgevangen CO2.


Waarden

Cathelijne Brunnekreef

Toen Witteveen+Bos in 1946 werd opgericht, bestond mijn beroep nog niet. Communicatieadviseur. We verzonnen het later, samen met communicatiestrategieën, employer branding, thought leadership en heel wat andere nieuwe woorden. Als communicatieprofessional ben ik niet immuun voor nieuwe woorden. Integendeel, ik ben geneigd te zoeken naar iets nieuws, naar woorden die opvallen. Toch zijn er ook dingen die opmerkelijk weinig veranderd zijn. Neem de kernwaarden van Witteveen+Bos. Deskundig. Betrouwbaar. Betrokken. Ik ken ze al jaren. En eerlijk gezegd vond ik ze vanuit communicatieoogpunt ongeveer even spannend als een gebruiksaanwijzing. In communicatieland houden we namelijk van grotere woorden. Van purpose. Impact. Transformatie. Ecosystemen. Moonshots. En als het meezit nog een manifest van drie pagina’s. Tegen die achtergrond komen deskundig, betrouwbaar en betrokken niet direct binnen als een marketingtechnisch hoogtepunt. Sterker nog: het had over mijn tandarts kunnen gaan. Of over een wifi-router. Deskundig: technisch moet het kloppen. Betrokken: fijn als iemand meedenkt als het hapert. Betrouwbaar: we hebben vooral graag dat het werkt. Maar misschien zat daar mijn denkfout. Worden woorden niet onderscheidend doordat je ze bedenkt, maar doordat je ze volhoudt. En daar moet ik Witteveen+Bos toch iets nageven. Deskundig, betrouwbaar en betrokken zijn niet bepaald termen waarmee je een communicatieprijs wint, maar tachtig jaar na onze oprichting blijken ze wel nog steeds te passen. Misschien geldt voor waarden wel hetzelfde als voor goede meubels, oude gebouwen en sommige collega’s: als ze lang genoeg meegaan, worden ze vanzelf karakteristiek. In een wereld waarin alles sneller gaat, communicatiekanalen elkaar verdringen en iedere organisatie op zoek lijkt naar de volgende grote slogan, zijn deze drie woorden gebleven. En dat is misschien ook wel heel erg Witteveen+Bos. Niet altijd de hardste stem in de kamer. Niet de organisatie van de grote gebaren. Maar wel een plek waar woorden waarde krijgen doordat mensen er elke dag iets mee doen. En vooruit, als ik dan toch moet kiezen: liever waarden die klinken als een betrouwbare wifi-router en die worden waargemaakt, dan een spectaculaire slogan die al vastloopt bij de eerste update.

80 jaar Witteveen+Bos

87


Samenwerken

Impact Meer produceren en tegelijk de impact op de omgeving verkleinen. Dat lijkt een tegenstelling, maar is precies waar brouwerij Duvel Moortgat (België) aan werkt. Het familiebedrijf heeft de ambitie om de CO₂-uitstoot in 2030 met 60 procent te verminderen en werkt aan een efficiënter gebruik van energie, water en grondstoffen.

De productiecapaciteit groeit daarbij van één naar anderhalf miljoen hectoliter per jaar. Voor zo’n uitbreiding moeten de effecten op de omgeving in beeld worden gebracht. Witteveen+Bos begeleidde de vergunningsprocedure en stelde het milieueffectrapport op. Daarbij

88

werd gekeken naar onder meer luchtkwaliteit, geluid, geur, water, bodem, natuur, mobiliteit en klimaat. De uitkomsten vormden de basis voor de vergunning en voor een reeks concrete verbeteringen. Zo investeert de brouwerij in schonere stoomopwekking, wordt


Duvel Moortgat

proceswater efficiënter gezuiverd en hergebruikt, neemt het gebruik van chemicaliën af en worden geur- en emissiebronnen verder teruggedrongen. Parallel aan de technische analyse begeleidde Witteveen+Bos ook het participatie- en communicatietraject, met

80 jaar Witteveen+Bos

bewonersavonden, overleg met vergunningverleners en heldere documentatie. Daardoor liepen techniek, vergunningverlening en omgevingsdialoog vanaf het begin gelijk op.

89


Twee werelden

Shan He Is recent cum laude gepromoveerd en parttime onderzoeker Aan TU Delft En consultant duurzaam beton en 3D-betonprinten

90


Al 80 jaar werkt Witteveen+Bos aan de complexe vraagstukken van morgen. Dat vraagt om voortdurende kennisontwikkeling en een stevige verbinding met de wetenschap. Daarom bewegen veel van onze collega’s zich op het snijvlak van praktijk en academisch onderzoek. In deze portrettenreeks vertellen vijf van hen hoe die twee werelden elkaar versterken.

‘Het beton kan zichzelf repareren.’ ‘Tijdens mijn promotie deed ik onderzoek naar zelfherstellend beton: een materiaal dat kleine scheuren zelf kan dichten. In het beton zitten bacteriesporen die jarenlang in een soort slaaptoestand blijven. Pas als er een scheur ontstaat en water binnendringt, worden ze actief en produceren ze kalksteen waarmee de scheur weer wordt opgevuld. Zo kan het beton zichzelf als het ware repareren. Het idee dat een constructiemateriaal zichzelf kan herstellen fascineert veel materiaalonderzoekers. Normaal gesproken hopen beschadigingen in constructies zich op en moeten we uiteindelijk repareren of vervangen. Met zelfherstellend beton probeer je dat proces om te keren, en soms kan het materiaal zelfs sterker worden door het herstel. Dat lijkt een beetje op hoe spieren werken: na herstel kan een beschadigde spier sterker terugkomen. Kun je je een brug voorstellen die na verloop van tijd juist sterker wordt? Tegelijkertijd blijkt in de praktijk hoe complex dat is: het herstelmechanisme werkt alleen onder de juiste omstandigheden en laat zich nog niet altijd betrouwbaar voorspellen. Aan het einde van mijn promotie kreeg ik de kans om die kennis ook in een echt project toe te passen. In het lab worden materialen getest onder gecontroleerde omstandigheden en vaak over relatief korte tijd. Maar in een project moeten ze zich bewijzen: onder wisselende omstandigheden, over tientallen jaren en binnen bestaande ontwerpregels.

80 jaar Witteveen+Bos

Nieuwe materialen worden pas breed geaccepteerd als ze in echte projecten hebben gewerkt, maar die eerste projecten ontstaan alleen als iemand het aandurft. Doordat ik tussen onderzoek en praktijk werk, kunnen we soms ook helpen om zulke pilotprojecten te stimuleren. Bij Witteveen+Bos werk ik onder meer aan duurzaam beton en 3D-betonprinten. Bij de TU Delft doe ik onderzoek naar nieuwe testmethoden voor innovatieve betonmaterialen. Een veelvoorkomend misverstand is dat duurzaam beton simpelweg een groenere versie van traditioneel beton is. Door de andere samenstelling veranderen ook de eigenschappen van het materiaal, en daarmee de manier waarop je het moet testen en ontwerpen. Met ons onderzoek willen we daarom beter begrijpen hoe deze nieuwe materialen zich gedragen. Als we hun eigenschappen sneller en betrouwbaarder kunnen bepalen, zullen ingenieurs het beter aandurven. Als we de CO₂uitstoot per kubieke meter beton zelfs maar een paar procent kunnen verlagen, kan dat wereldwijd een groot verschil maken. Maar daarvoor moeten ingenieurs wel weten waar ze op kunnen vertrouwen. Uiteindelijk gaat het er niet alleen om nieuwe materialen te ontwikkelen, maar ook om ze zo goed te begrijpen dat we ze effectief kunnen gebruiken in echte constructies.’

91


Gebiedsontwikkeling

Natuur als vertrek— punt


— Gebiedsontwikkeling Wilderszijde ‘Hoeveel mensen komen er te wonen? Hoe verplaatsen die zich? Welke voorzieningen horen daarbij? Allemaal logische vragen als je werkt aan een gebiedsontwikkeling. Maar als we écht willen bijdragen aan biodiversiteit, dan moeten we totaal anders denken.’

80 jaar Witteveen+Bos

93


Gebiedsontwikkeling

Het is een uitspraak die typerend is voor Louisa van den Brink. Op haar LinkedIn-profiel staat: Stedenbouwkundige met een passie voor ecologie. Wie haar ontmoet, zal dat herkennen. Ze verschijnt in een mosterdgele broek en een blouse met daarop kleurrijke planten. ‘Ik draag eigenlijk altijd wel iets met een verwijzing naar de natuur,’ lacht ze.

Begin met het landschap Louisa begon in de coronaperiode - tijdens ons 75-jarig jubileumjaar - bij Witteveen+Bos. Midden in die bijzondere tijd kreeg ze de vraag om een ontwerpend onderzoek te doen naar natuurvermeerderende stedenbouw. ‘Dat gaf ons de vrijheid om na te denken over hoe dat eruit ziet,’ vertelt ze. ‘Niet: hoe ontwerpen we een woonwijk mét natuur? Maar: hoe zou je een woonwijk ontwerpen als de natuur het uitgangspunt is?’ ‘Eigenlijk deden we aan reverse engineering,’ zegt Louisa. In plaats van te beginnen met woningen, wegen en parkeerplaatsen, brachten ze eerst de ecologische structuur van het gebied in kaart. ‘Waar stroomt het water? Welke dieren leven er? Hoe bewegen zij zich door het landschap? Welke bestaande verbindingen kunnen we versterken en welke nieuwe kunnen we realiseren?’

De praktijk van Wilderszijde Die manier van denken bleef niet op de tekentafel liggen. Het gedachtegoed kreeg een vervolg in de gebiedsontwikkeling van Wilderszijde, ten noorden van Rotterdam. Op de kaart doet het gebied denken aan een vlinderstrik: aan weerszijden liggen het Lage Bergse Bos en Natuurpark Schieveen, met Wilderszijde als de knoop die beide natuurgebieden met elkaar verbindt. In de nieuwe wijk, die momenteel in ontwikkeling is, komen ongeveer 3.000 woningen, verdeeld over zestien buurten. De gemeente Lansingerland formuleerde voor de woonwijk ambitieuze duurzaamheidsambities: maak het integraal ontwerp voor de openbare ruimte, de hoofdinfrastructuur, kunstwerken en bouwvelden zo dat leven, wonen en natuur elkaar versterken. Voor Louisa en projectleider David Biron vormde dat het vertrekpunt. David

94

‘Het is uniek dat de experts van Witteveen+Bos niet, zoals het klassieke adviesbureau, met één definitieve oplossing per opgave komen. In plaats daarvan analyseren ze de doelen met een integrale blik en vertalen deze naar verschillende keuzes en verschillende scenario’s. Met inzicht in de voor- en nadelen. Zo kom je als projectteam tot de beste oplossingen met maximale synergie en bouw je met elkaar aan integraliteit en duurzaamheid. Dat is echte meerwaarde: consultancy 2.0.’ Bregje van Spaendonck, projectleider Gebiedsontwikkeling Wilderszijde van de gemeente Lansingerland

kijkt er als Canadees met een frisse blik naar. ‘Mensen mopperen weleens op het Nederlandse polderen,’ zegt hij monter. ‘Maar ik vind het mooi en uniek. Op zo’n klein oppervlak wonen zoveel mensen en toch blijft er ruimte voor natuur. Dat is toch fantastisch? Dat lukt alleen als je blijft afstemmen en optimaliseren.’ Die manier van samenwerken was ook de basis voor Wilderszijde. ‘We zijn gestart met het bodem- en watersysteem,’ vertelt Louisa. ‘Dat was leidend voor het integraal ontwerp.’ ‘Het landschap heeft een polderstructuur, dus dat was op zich niet zo spannend,’ vult David aan. ‘Maar we hebben ingezet op het gebruiken en versterken van de ecologische waarde.’

Verlichting voor vleermuizen Vanuit die eerste analyse werkten ze aan een robuuste groenstructuur die buurten met elkaar en met het omliggende landschap verbindt. Op elk schaalniveau – van de bovenwijkse structuur tot het individuele gebouw – is gekeken hoe mens en natuur elkaar kunnen versterken. Bruggen zijn tegelijk faunapassages, woningen bieden ruimte aan nestvoorzieningen en hagen vormen veilige routes voor egels. Verlichting is afgestemd op vleermuizen en langs de oevers zijn schuilplekken voor vissen gecreëerd. Zelfs de beplanting is gekozen op basis van de voedselbehoefte van verschillende diersoorten. Louisa: ‘Dit zijn geen losse maatregelen, er ligt systeemdenken aan ten grondslag.’ David: ‘Bij gebiedsontwikkelingen worden voorzieningen vaak tijdelijk aangelegd om ze later weer aan te passen. Dat kost tijd, geld en materiaal. Wij hebben vanaf het begin ingezet op: denken vanuit het natuurlijke systeem en alles in één keer goed doen. Dat klinkt logisch, maar vraagt enorm veel afstemming tussen alle betrokken partijen. Doordat we steeds de juiste disciplines op het juiste moment aan tafel hadden, konden we de infrastructuur zonder faalkosten realiseren. Voor mij is dat óók duurzaamheid.’

Oeverzwaluwen naast graafmachines Net als in elke gebiedsontwikkeling, was er een voortdurend spanningsveld tussen voortgang boeken en flexibiliteit behouden. Uiteindelijk is de basisstructuur in een keer ontworpen en aangelegd. Zelfs de bomen zijn al in een vroeg stadium definitief aangeplant. David: ‘Nu de mensen kunnen verhuizen, zijn die bomen al veel volwassener. En het heeft ons allemaal verbaasd hoe snel dieren de nieuwe structuur in gebruik namen. Dat gebeurde al binnen een seizoen.’ Nog voordat de wijk klaar was, namen ook oeverzwaluwen hun intrek in de speciaal aangelegde nestvoorzieningen.


Ecologische Ontwerp Principes Goede ideeën worden sterker als je ze deelt. Daarom hebben we de lessen uit projecten zoals Wilderszijde vertaald naar de Ecologische Ontwerp Principes. De factsheets zijn beschikbaar voor verschillende vakgebieden, waaronder stedenbouw, infrastructuur en dijken. Scan de QR-code om ze te bekijken.

Graafmachines stonden er letterlijk naast. ‘Dat vond ik prachtig’, zegt Louisa. ‘Het laat zien dat je niet hoeft te wachten tot een project is afgerond. Als je de juiste omstandigheden creëert, komt de natuur vanzelf.’

bijdragen aan de ecologie van het gebied. Durf de opdracht opnieuw te bekijken. Natuurlijk zijn er commerciële belangen en praktische beperkingen, maar door aan het begin die vragen te stellen, ontstaan later vaak de beste oplossingen.’

Het laat bovendien zien dat ecologie niet stopt bij de grens van jouw project. Louisa: ‘Een egel kan geen bestemmingsplan lezen.’ Volgens haar denken we nog te vaak binnen de lijnen van een opdracht, terwijl de natuur zich daar niets van aantrekt. Wie echt impact wil maken, kijkt daarom verder dan de grenzen van het project en ontwerpt vanuit het landschap als geheel.

Van ambitie naar realisatie

Durf irritant te zijn ‘Voor mij was een belangrijke succesfactor dat we op een gegeven moment gewoon zijn gaan doen,’ zegt David. ‘Een integraal ontwerp begint met samen nadenken, maar op een gegeven moment moet je ook durven uitvoeren. Je kunt niet iedere beslissing opnieuw ter discussie stellen. We hebben aan het begin veel tijd geïnvesteerd om alle disciplines en de gemeente mee te nemen in de aanpak. Daarna ontstond het vertrouwen om keuzes te maken. Zo hebben we snelheid gemaakt en tot nu toe alles op tijd kunnen realiseren.’ Louisa knikt. ‘Doorpakken is belangrijk, maar je moet ook een beetje irritant durven zijn. Blijf bevragen waarom we doen wat we altijd doen. Dat betekent soms andere gesprekken met opdrachtgevers en een andere samenwerking binnen projectteams. Vraag hoe een ontwerp kan

80 jaar Witteveen+Bos

Om er vervolgens voor te zorgen dat de ecologische ambities ook écht waar worden gemaakt, helpt het om iemand in het team te hebben die de voorgenomen maatregelen tijdens de uitvoeringsontwerpfase ook echt doordrukt. Bij Wilderszijde is dat civieltechnisch werkvoorbereider Tim Kerkhof. Louisa over haar teamgenoot: ‘In de praktijk zie je vaak dat in de latere fases van een project ecologische maatregelen onder druk komen te staan door budget en beheer. Dat is het moment waarop die plannen vaak niet volledig worden gerealiseerd of zelfs worden geschrapt, tenzij er iemand voor gaat staan. Ik kom niet vaak collega’s tegen die mijn plannen zo verdedigen als Tim.’ Tim: ‘In essentie zorg ik ervoor dat de ideeën uit de voorfase van een project worden omgezet naar uitvoering. Het is daarbij van belang om te zorgen dat de ecologische ontwerp onderdelen in uitvoeringscontracten en in beheer worden opgenomen.’ Dankzij de efficiënte samenwerking tussen Louisa, David, Tim en de opdrachtgever is er voor gebiedsontwikkeling Wilderszijde zelfs ruimte over gebleven om extra ecologische maatregelen te nemen en deze ook te gaan monitoren op effectiviteit.

95


Tiara Salsabila Coastal engineer tegen het water


Jonge honden

Ze zijn jong, ondernemend en ambitieus. De ingenieurs van nu bedenken oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Om doorbraken te realiseren met technologieën en ideeën die van deze tijd zijn. Tegelijkertijd grijpen ze ook terug op vaste waarden. Conventionele technieken die het vertrekpunt markeren van de civiele techniek. Benieuwd naar wat hen drijft? Maak dan kennis met de ingenieurs van morgen.

Nog geen 300 meter van de kust van Noord-Jakarta groeide Tiara Salsabila op. In een gebied dat steeds vaker te maken krijgt met overstromingen, door bodemdaling en een stijgende zeespiegel. Tegenwoordig werkt ze als coastal engineer bij Witteveen+Bos mee aan oplossingen voor precies die uitdaging. ‘Ik maak zelf deel uit van de gemeenschap die hier leeft’, vertelt ze. Tijdens haar studie maritieme techniek kwam Tiara via een stage in contact met Witteveen+Bos. Haar aandacht werd getrokken door een project dat Jakarta moet beschermen tegen de stijgende zeespiegel en extreme bodemdaling. Dit grootschalige NCICD-programma richtte zich op de bescherming van Jakarta tegen overstromingen. Als inwoner van Noord-Jakarta was Tiara nieuwsgierig naar een project dat direct van invloed kon zijn op haar eigen leefomgeving. Toen er een vacature vrijkwam voor junior coastal engineer, besloot ze te solliciteren. ‘Van jongs af aan ben ik bekend met de gevaren van overstromingen door vloedgolven, zeespiegelstijging en bodemdaling. Die raken mij en mijn omgeving persoonlijk. De nabijheid van de zee heeft me geïnspireerd om maritieme techniek te studeren. Nu kan ik als coastal engineer bijdragen aan oplossingen voor de gemeenschap waarin ik ben opgegroeid. Niet alleen door mensen te beschermen tegen het water, maar ook door bij te dragen aan een prettigere en groenere leefomgeving.’

Beschermen en verbeteren Tiara gelooft dat de combinatie van een conventionele kustverdediging en Nature-based Solutions, waarbij gebruik wordt gemaakt van natuurlijke processen zoals mangroves en beplanting, de leefkwaliteit in Noord-Jakarta kan verbeteren: ‘Door de landzijde van een kustwal te beplanten of mangroves aan te leggen, beschermen we een gebied niet alleen tegen

80 jaar Witteveen+Bos

overstromingen. We creëren ook meer ruimte voor mensen, versterken de biodiversiteit en verbeteren de kwaliteit van de leefomgeving.’

Buiten de comfortzone Door groene oplossingen te integreren in concepten waarmee we de uitdagingen voor de toekomst aangaan, toont Tiara zich een kind van deze tijd: ‘Ik treed buiten de comfortzone van een gewone civieltechnische ingenieur die redeneert: oké, laten we een hellende kustdijk toepassen, want dat staat al duidelijk in de richtlijnen. Als je Nature-based Solutions wilt toepassen, moet je creatief denken, buiten de gebaande paden treden. Je stelt bijvoorbeeld voor om mangroves te ontwikkelen als kustbescherming, maar er zijn weinig tot geen richtlijnen die vermindering van golfenergie door mangroven kunnen kwantificeren. Dat zorgt echt voor een uitdaging. En ik hou van uitdagingen.’

Old school civiele techniek als basis Tegelijkertijd is ze zich bewust van de rol die de conventionele civiele techniek nog steeds kan spelen: ‘Als je Nature-based Solutions wilt toepassen als kustbescherming of bescherming tegen overstromingen, heb je op een gegeven moment ook die kennis nodig. Die vormt nog steeds de basis. Daar bouwen we met nieuwe technologieën op voort.’ En welke impact hoopt zij als jonge engineer te maken? ‘Ik hoop dat toekomstige generaties hier veilig kunnen wonen, werken en leven, zonder zich voortdurend zorgen te hoeven maken over het water. Daarom houden we in onze ontwerpen rekening met toekomstige bodemdaling, extreme golfcondities en een stijgende zeespiegel. We ontwerpen kustbescherming niet voor vandaag, maar om gemeenschappen te beschermen tegen toekomstige scenario’s voor de komende 50 tot 100 jaar.’

97


Murdoku: wie is de dader? Al 80 jaar lossen we binnen Witteveen+Bos complexe vraagstukken op met analyses, modellen en berekeningen. Dit keer ligt er een ander soort uitdaging op tafel: een moordmysterie! Acht verdachten, opvallend genoeg allemaal lid van de W+B-directie, en een slachtoffer. Gebruik onderstaande aanwijzingen om erachter te komen wie verantwoordelijk is voor deze (gelukkig fictieve) moordzaak. Veel plezier en succes!

Marc Scheres

Wouter Bijman

Hannie Dierx

Stond in de vijver

Zat op het houten bankje of op het bed

Stond naast een kast op kantoor

Leonie Koops

Evelien Peeters

Harry Mols

Zat op een stoel in het restaurant

Bevond zich naast de tent

Was in de vergaderruimte

Maarten-Kees van Breukelen

Edgar Rijsdijk

Emile Jager

Was alleen met een vrouw

Zat op een stoel of campingstoel

Het slachtoffer. Was in dezelfde ruimte als de moordenaar

98


Vijver

Bouwkeet

Bos

Restaurant

Bouwplaats

Vergaderruimte

Kantoor

Spelregels:

Puzzel opgelost?

• Eén persoon per kolom. • Eén persoon per rij. • ‘Naast’ betekent boven, onder, links, of rechts van een object. • Er mag meer dan één persoon in een kamer zijn. • Kasten, bomen, stenen, eenden, tafels, bureaus en borden kunnen niet bezet worden. • Het slachtoffer wordt op het laatst beschikbare vakje geplaatst. • Het slachtoffer staat in dezelfde ruimte als de moordenaar.

Dan beschik je in elk geval over een scherpe, analytische blik. En daar zijn we bij Witteveen+Bos altijd naar op zoek. Wil je werken aan uitdagende vraagstukken die ertoe doen, samen met gedreven collega’s uit allerlei vakgebieden? Dan maken we graag kennis met je. De koffie staat klaar!

80 jaar Witteveen+Bos

Bekijk de vacatures en mogelijkheden op onze website.

99


Twee werelden

Stephanie Lamerichs Was docent en onderzoeker Aan HAN & TU Eindhoven Is business unit manager Circular & Net Zero Solutions

100


Al 80 jaar werkt Witteveen+Bos aan de complexe vraagstukken van morgen. Dat vraagt om voortdurende kennisontwikkeling en een stevige verbinding met de wetenschap. Daarom bewegen veel van onze collega’s zich op het snijvlak van praktijk en academisch onderzoek. In deze portrettenreeks vertellen vijf van hen hoe die twee werelden elkaar versterken.

‘Mislukken is ook een waardevolle uitkomst.’ ‘Ik kon vroeger hele dagen wiskundesommen maken. Het is prettig als iets klopt, als een berekening sluitend is, maar de puzzel mag complex zijn. Toch kwam ik er bij Witteveen+Bos achter dat ik meer generalist ben dan specialist. Sindsdien zit de complexiteit steeds meer in projecten met onderlinge afhankelijkheden en uiteenlopende belangen. Ik heb lesgegeven op de HAN, in mechanica en constructie. Doordat je de materie moet uitleggen aan studenten, leer je het zelf nog beter begrijpen. Naar aanleiding van die rol werd ik, samen met collega Wouter Claassen, gevraagd om bij te dragen aan het onderzoek Smart Circular Bridge. In een consortium, op initiatief van de TU Eindhoven. De ambitie was drie fietsbruggen te bouwen die bestaan uit biocomposietmateriaal, een mix van vlas en een speciale biohars. De eerste brug ligt in Almere, de derde ligt in het Duitse Ulm en de tweede is... mislukt. Dat was op dat moment verschrikkelijk, maar achteraf blijkt die ervaring veruit de meest leerzame. Ook dat is onderzoek doen, weet ik sindsdien. ‘Lukt niet’ is ook een waardevolle uitkomst. Bovendien heeft die heftige periode van Wouter en mij een nog sterker team gemaakt. De twee bruggen die wel zijn gerealiseerd, bevatten zo’n honderd verschillende sensoren,

80 jaar Witteveen+Bos

die informatie geven over het gedrag van het materiaal tijdens het dagelijks gebruik. Wat als er honderden mensen tegelijk overheen lopen? Of wat gebeurt er tijdens verschillende seizoenen van het jaar en verschillende weersomstandigheden? Met dat soort gegevens kunnen we materiaalmodellen verfijnen om toekomstige bruggen en andere constructies duurzamer te ontwerpen. Wat ik uit het onderzoek heb meegenomen, is dat vernieuwing tijd kost en dat je alleen verder komt als je verschillende perspectieven bij elkaar brengt. In de academische wereld ga je vaak diep de theorie in, terwijl wij vanuit de praktijk steeds moeten vragen: wat gebeurt er hier straks echt mee? Precies die combinatie maakt onze oplossingen sterker. In mijn huidige rol – ik richt me inmiddels weer volledig op Witteveen+Bos – zie ik dat dagelijks terug. Verduurzamingsstappen zijn vaak klein, omdat het om grote en risicovolle objecten gaat. Technische specialisten en duurzaamheidsexperts spreken niet altijd dezelfde taal, terwijl ze elkaar juist nodig hebben. Dat vraagt een lange adem en oprechte nieuwsgierigheid naar de ander. Voor mij zit daar de kern: het gesprek voeren, samen randvoorwaarden verkennen en steeds opnieuw zoeken naar wat wél mogelijk is.’

101


Energietransitie

Op locatie in Drenthe TenneT maakt netwerk Noordoost Nederland future proof Op een snikhete dag eind juli bezochten delegaties van TenneT en Witteveen+Bos het Drentse hoogspanningsstation Veenoord. Het station moet op de schop en daarvoor is een locatiebezoek onontbeerlijk. Kabels die net even anders liggen, hoe de dimensionering van binnenruimtes uitpakt: nuttige informatie voor een nieuw ontwerp.

102

Beeld Archief TenneT

80 jaar Witteveen+Bos


Energietransitie

De opgave om het station toekomstbestendig te maken, omvat drie deelgebieden: de primaire en secundaire componenten en het civiel technische deel. Witteveen+Bos adviseert TenneT voor alle stations binnen Deelnet Emmen (zie kader). In de zomer bezochten Kenan Zhang, Vishakha Marathe en Ségolène Blanchard van Witteveen+Bos de locatie, samen met technisch managers van TenneT. ‘Zo’n sitebezoek is zeer waardevol’, aldus Edwin Mombarg van TenneT. ‘Soms roepen bepaalde aspecten op tekeningen vragen op. Dan is het goed om deze ter plekke te beantwoorden.’

Goed beeld Ségolène, civiel technisch ingenieur, beaamt dit: ‘Tijdens de inspectie zagen we dat de aftakkingen, de kabels die lopen vanuit de centrale kabel, niet in een goot maar in de grond liggen. Zulke aspecten staan niet op as-built tekeningen.’ Kenan, verantwoordelijk voor de primaire componenten van het station, werd tijdens de site visit niet echt verrast: ‘Op basis van bestaande documentatie en een 3D-scan had ik al een goed beeld van het station. Toch hielp het om, met een schuin oog op het nieuwe ontwerp, de configuratie in het echt te zien.’

Ontvlechten

Veenoord staat apparatuur (schakelkasten) van TenneT in de bedrijfsruimte van Enexis. Volgens de Splitsingswet moet dit worden aangepast, waarbij alle componenten achter de transformatoren van Enexis zijn en alles ervoor van TenneT. Dit vergt een rigoureuze aanpassing van de ruimteverdeling in het bedrijfsgebouw en het verplaatsen van secundaire componenten zoals telecom-verbindingen en beveiliging naar het TenneT-deel.’

Alle disciplines onder een dak ‘Dit vergt de nodige afstemming met Enexis’, stelt Vishakha. ‘Omdat de lay-out van het Enexis-deel van het station verandert. Er wordt TenneT-apparatuur verplaatst en Enexis vervangt drie bestaande transformatoren door twee grotere exemplaren. Dit heeft gevolgen voor hoe de secundaire componenten, zoals beveiliging en telecomverbindingen, worden geplaatst in het TenneT-deel.’ Deze in- en externe herindeling heeft vanzelfsprekend gevolgen voor het civieltechnische deel. ‘Klopt, de indeling van de bedrijfsruimtes van beide bedrijven zal ingrijpend veranderen’, volgens Ségolène. ‘Daarom is het zo belangrijk om alle partijen tijdens een locatiebezoek bij elkaar te brengen. Zo kom je sneller tot inzichten voor een optimaal ontwerp.’

De complexiteit van het nieuwe station schuilt met name in het ontvlechten van het TenneT- en het Enexis-deel. Edwin: ‘In

104

80 jaar Witteveen+Bos

In Noordoost Nederland is het huidige 110kV-net overbelast. De toenemende vraag naar en het aanbod van duurzaam opgewekte elektriciteit vereist een forse uitbreiding en versterking van het netwerk. Zo is het aantal wind- en vooral zonneparken fors toegenomen. Waren er in 2020 nog circa 3.100 zonneparken in Nederland, vijf jaar later is dit aantal verviervoudigd tot meer dan 12.000. De groei vindt vooral plaats in provincies waar ruimte is voor deze parken, zoals Groningen en Drenthe. Dat betekent aan de aanbodkant dat duurzame energie niet altijd kan worden teruggeleverd aan het net, en aan de vraagkant ontstaan wachtrijen, bijvoorbeeld voor bedrijven die uit willen breiden of voor nieuwbouwwoningen die op het net moeten worden aangesloten. Daarom moeten nieuwe hoog- en middenspanningsstations worden gebouwd en zijn aanpassingen aan bestaande energie-infrastructuur nodig, waaronder bij station Veenoord.


Beeld Pieter-Jan Krijnen

Veenoord vanuit vogelperspectief. De komst van het nieuwe station Veenoord-Boerdijk (VOB) heeft gevolgen voor de omliggende energie-infrastructuur, zo ook voor Veenoord dat onder meer via een ondergrondse kabel verbonden wordt met VOB.

Drenthe: toekomstige deelnetten

TenneT provinciekaart Drenthe

Deelnet Emmen is een cruciaal knooppunt in het elektriciteitsnetwerk in Noordoost Nederland. Rondom de Drentse stad wordt het elektriciteitsnetwerk opgeknipt in een regionaal deelnet dat verbonden wordt met de 380kV-lijn tussen Zwolle en Meeden. Dat gebeurt via het nieuwe hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk (VOB), gelegen buiten het deelnet. Twee nieuwe hoogspanningsstations staan gepland in Emmen Noord en Emmen Bargerweg. Het project omvat eveneens ondergrondse kabelverbindingen om de hoogspanningsstations aan te sluiten op het bestaande hoogspanningsnet, het verbinden van de stations met bovenen ondergrondse hoogspanningslijnen en het verwijderen van ondergrondse kabelverbindingen die niet meer werkzaam zijn.

105


Patrick Bruijnes Technicus onder de grond


Jonge honden

Ze zijn jong, ondernemend en ambitieus. De ingenieurs van nu bedenken oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Om doorbraken te realiseren met technologieën en ideeën die van deze tijd zijn. Tegelijkertijd grijpen ze ook terug op vaste waarden. Conventionele technieken die het vertrekpunt markeren van de civiele techniek. Benieuwd naar wat hen drijft? Maak dan kennis met de ingenieurs van morgen.

Sinds 2024 werkt Patrick Bruijnes bij de groep Smart Infra Systems binnen de business line Infrastructuur en mobiliteit. Zijn achtergrond in elektrotechniek en werktuigbouwkunde, vanuit de master Automotive Technology aan de Technische Universiteit Eindhoven, bezorgde hem een stageplek bij Lightyear.

wegblazen. Vroeger waren die mogelijkheden er niet, nu kunnen we vrijwel alles beveiligen en voor iedere situatie een oplossing bedenken. Maar is dat ook doelmatig? Veertig jaar geleden deed je wat praktisch mogelijk was. Nu moet je veel meer afwegingen maken.’

Op afstand bedienbaar Patrick rondde zijn studie af en rolde meteen de praktijk in bij Witteveen+Bos: ‘Ik wilde niet in een lab of achter een pc alleen maar met onderzoek bezig zijn, maar met mensen werken. Hier ontmoeten techniek en praktijk elkaar in bijna elk project. Dat vind ik interessant.’ Zijn kennis stopt hij nu onder andere in een grootschalig renovatie- en onderhoudsproject voor de tunnels in ZuidHolland: ‘Ik haal veel voldoening uit het helpen bouwen aan infraprojecten, het doorvoeren van innovaties of het inpassen van AI.’ In hedendaagse tunnels bevinden zich ruim 50 verschillende werktuigbouwkundige- en elektrotechnische deelsystemen. ‘Als je naar zo’n tunnel kijkt, dan zie je dat daarin een compleet geavanceerd en innovatief energiesysteem is aangelegd waar ventilatoren, camera’s, luidsprekers en nog veel meer technologie op aangesloten is. Dat had je dertig tot vijftig jaar geleden, toen de meeste van deze tunnels werden aangelegd, niet kunnen bedenken.’

Onbegrensde technische mogelijkheden De laatste decennia is het aantal verkeersbewegingen sterk toegenomen. Steden zijn dichter bevolkt geraakt en om ze in de toekomst bereikbaar te houden, moeten tunnels veilig en vlot functioneren. Daarbij speelt techniek een steeds grotere rol. Patrick: ‘De vraag is hoe je technische kennis vertaalt naar de praktijk. Want daar moet het werken. Dat geldt voor tunnels, maar ook voor bruggen, sluizen en gemalen. Tegenwoordig kunnen we elk detail van zo’n kunstwerk digitaal vastleggen. In tunnels kunnen we ventilatoren inbouwen van 200 megawatt die bij een grote brand rook kunnen

80 jaar Witteveen+Bos

Veertig jaar geleden werd een brug bediend vanuit het brugwachtershuisje. Aan de besturing en aandrijving van kunstwerken is sindsdien verrassend weinig veranderd. Bewezen techniek, zoals de actuator waarmee een brug opent, is nog steeds in gebruik. ‘Het verschil zit in de techniek eromheen’, legt Patrick uit. ‘Tegenwoordig worden vanuit verkeers- en bediencentrales tientallen kunstwerken op afstand aangestuurd. Daardoor veranderen ook de eisen van het systeem. Je kunt niet meer uit het raam kijken of er verkeer aankomt; daarvoor gebruik je camera’s en videoverbindingen. Valt die verbinding uit, dan kun je de brug niet meer bedienen. Daarom zijn betrouwbare systemen en back-ups essentieel.’

Wie is verantwoordelijk? ‘Stel dat je de bedienaar van het videosysteem vervangt door AI’, vervolgt Patrick. ‘De mogelijkheden zijn groot, maar is het ook wenselijk? Wat als een brug opent terwijl er nog verkeer op staat? Wie is dan verantwoordelijk? De automobilist die een rood licht negeert, of het systeem dat de situatie verkeerd heeft beoordeeld?’ Ondanks de opkomst van AI blijft ingenieurswerk mensenwerk, gelooft hij: ‘AI is sterk in het ophalen en structureren van informatie. Maar uiteindelijk gaat het ook om afwegen, beoordelen en het zoeken naar de vraag achter de vraag. AI kan veel antwoorden geven, maar het formuleren van de juiste vraag blijft mensenwerk. Door kritisch te blijven nadenken, kunnen wij als ingenieurs het verschil maken.’

107


Interview

Samen onder— weg Ecologen Marcel Klinge en Lennart Turlings over 25 jaar intensief samenwerken

Ze herinneren zich beiden hun eerste ontmoeting nog, inmiddels 25 jaar geleden. Vlak voor Kerst, op een terras in een op alle mogelijke manieren kille stationshal. ‘Ik vond Lennart meteen een ontzettend prettig mens. Maar ik zocht eigenlijk een ecotoxicoloog, en dat was hij niet,’ vertelt Marcel. Toch blijkt meteen dat ze niet om elkaar heen kunnen. Lennart: ‘Alles wat we op dat terras bespraken, is later uitgekomen.’

108

80 jaar Witteveen+Bos


Marcel Lennart

80 jaar Witteveen+Bos

109


‘Elk project dat we doen is een bouwsteentje.’ Marcel Klinge

110


Interview

Toen Marcel in 1990 bij Witteveen+Bos begon, was ecologie een niche. Samen met één andere ecoloog vormde hij een opvallende subcultuur binnen een organisatie die vooral bestond uit ‘echte ingenieurs’, zoals hij het zelf noemt. ‘Mannen in pakken, met aktetassen. Wij liepen daar rond in spijkerbroek. En ook inhoudelijk hadden we weinig binding met de rest van het bedrijf. We deden blijmoedig ons werk, maar het had nauwelijks impact op de koers.’ Voor Marcel, net afgestudeerd en vol idealen, was dat even schakelen: ‘Ik dacht: we moeten de waterkwaliteit verbeteren, en wel nu. Maar ik had al snel door dat het een verhaal van de lange adem zou worden.’ Wat volgt is een mooie tijd, van keihard werken in een hecht team met complementaire kwaliteiten. De opdrachten uit de markt blijven komen, en het team breidt zich langzaam uit. In 2001 haalt Marcel Lennart erbij: ‘Ik dacht meteen: dit is iemand die op zoek gaat naar de vraag achter de vraag. En dat is een enorme kwaliteit in het contact met klanten.’

Lennart, waarom koos jij destijds voor Witteveen+Bos? Lennart: ‘In dat eerste gesprek omschreef Marcel de rol van zijn team als brug tussen kennisontwikkeling en praktijk. Dat er zo dicht tegen de wetenschap aan werd gewerkt, sprak me enorm aan. Daarnaast was het meteen een persoonlijk gesprek. Dat was ik niet zo gewend, maar ervoer ik als heel prettig.’

Hoe ziet ‘dicht tegen de wetenschap aan werken’ er in de praktijk uit? Marcel: ‘Wetenschappelijk gezien is er binnen de ecologie nog veel onontgonnen terrein. Daarom proberen we ons in elk project verder te bekwamen. Dan is samenwerken met kennisinstellingen logisch. En die werkwijze is heel stabiel, want zo werken we nog steeds.’ Lennart: ‘Het klinkt misschien logisch, maar wetenschap en praktijk vormen geen vanzelfsprekende combinatie. Het zijn echt andere werelden. Er moet vertrouwen ontstaan, waardering voor elkaars rol.’ Marcel: ‘Er vinden hier nog steeds veel innovaties plaats, dat is ook deel van onze marktpositie. We zijn de ideale partner voor de nieuwste kennis in projecten. We bouwen al 35 jaar aan kennis van ecologische systemen. En elk project dat we doen fungeert als bouwsteentje.’

In 2010 werd Ecologie een officiële business unit binnen Witteveen+Bos. Wat betekende dat voor jullie werk? Marcel: ‘In die periode begon de maatschappij echt last te krijgen van de slechte water- en natuurkwaliteit in ons land.

80 jaar Witteveen+Bos

De externe markt groeide, maar intern gebeurde er ook veel. Ecologen werden nodig voor vergunningen, infraprojecten en natuurinclusieve ontwerpen. We hoefden steeds minder werk binnen te halen; het kwam steeds vaker op ons af.’ Lennart: ‘Zo’n verschuiving brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee en vraagt andere capaciteiten van het team.’ Marcel: ‘Vroeger selecteerde je mensen vooral op ondernemerschap. Er moest werk worden binnengehaald.’ Lennart: ‘Nu zijn andere kwaliteiten belangrijker geworden. We hebben inmiddels een goede mix van mensen die dienstbaar zijn, goed kunnen luisteren, en collega’s met een meer ondernemend profiel. Zij maken het bedrijf toekomstbestendig.’

In 2020 stopte Marcel als PMC-leider en nam Lennart het stokje over. Wat voor periode was dat? Marcel: ‘Ik had de wens om na tien jaar weer meer de specialisatie in te gaan en leiderschapstaken naast me neer te leggen. Voor mij was Lennart de gedroomde opvolger, maar ik mocht me er niet te veel mee bemoeien. Uiteindelijk werd hij gekozen na een intern traject.’ Lennart: ‘Ik vond het spannend, maar na het eerste jaar dacht ik: als ik dit en dit nog een beetje anders doe, dan komt het volgens mij wel goed.’ Marcel: ‘Ik ben toen zelf bewust een tijd bij een andere PMC aan de slag gegaan, om Lennart zoveel mogelijk ruimte te geven.’

Pakt hij het anders aan dan jij? Marcel: ‘Lennart is rustiger, georganiseerder. Hij is een goede manager, ik ben meer een ondernemer.’ Lennart: ‘Vanuit mijn rol kan ik juist de ondernemende types zoals Marcel vrijspelen voor datgene waarin ze uitblinken. Dat vind ik een heel dankbare taak.’

111


Interview samen onderweg zijn geweest en pratend in de auto hebben doorgebracht.’ Marcel: ‘Wat wij gemeen hebben, is dat we geduldige mensen zijn. We genieten elke dag van wat we doen en zijn nooit erg bezig geweest met onze carrière. En juist dat geduld heeft ertoe geleid dat de loopbaanstappen op de juiste momenten op ons af zijn gekomen.’ Lennart: ‘We zijn vooral goede vrienden. Dat hebben we eigenlijk nog nooit zo uitgesproken, maar dat zijn we wel.’ Marcel: ‘Ja, vrienden. Die klik was er al in die stationshal. Het gaat hier ook niet alleen om wat je kunt, je wordt uitgedaagd op wie je bent. Hoe gedraag je je in projectcontacten en hoe ga je om met moeilijke overleggen? Die intermenselijke kwaliteiten zijn heel belangrijk.’ Lennart: ‘We hebben ook wel eens woorden gehad, hoor. Er was eens een project waar ik niet zo goed uitkwam, dat gaf ik toen zo door aan Marcel. Hij kwam mijn kamer binnen en riep: waar ben jij mee bezig, dit is gepruts! En ik wist dat hij gelijk had. Zelf zou ik het nooit zo doen, ik zit niet zo confronterend in elkaar, maar het hielp me wel. Hij zegt waar het op staat. Ik heb er niet van wakker gelegen, daarna schakelden we samen naar de oplossingsstand.’ Marcel: ‘Weet je dat ik me dit helemaal niet herinner? Maar het kan kloppen, hoor. Ik kan erg gepassioneerd zijn. Lennart is meer beschouwend, daar heb ik van geprobeerd te leren.’

Wat zien jullie als de grootste uitdaging voor de komende jaren?

Herken je niet wat Marcel zegt, dat je zelf ook kunt terugverlangen naar zo’n gespecialiseerde rol? Lennart: ‘Nee, eigenlijk niet. Ik krijg genoeg mee van de inhoud, krijg overal een kijkje in de keuken. In de rol van projectdirecteur vind ik het leuk om uit veel informatie te filteren: waar gaat dit in essentie nou over en hoe krijgen we dit weer op de rails? Juist omdat je dan op een afstandje staat, lukt dat goed.’ Marcel: ‘Dat is precies de kwaliteit waarom klanten en collega’s Lennart zo waarderen. Hij luistert, heeft snel door waar de angel zit. Dat legt hij dan rustig en keurig op tafel, om zo een heel gedoe op te lossen.’

Jullie werken al een kwart eeuw samen bij Witteveen+Bos. Hoe vat je zoiets samen? Lennart: ‘Ik denk dan meteen aan alle mooie projecten die we hebben gedaan, maar ook aan al die uren die we

112

Lennart: ‘De allergrootste uitdaging is ervoor te zorgen dat we blijven doen wat we zelf willen ontwikkelen. Je kunt ook overspoeld worden door wat er op je af komt.’ Marcel: ‘De marktvraag groeit zo hard, dan moet je zorgen dat je het organisatorisch echt goed op orde hebt.’ Lennart: ‘Ook intern is de beweging gemaakt: van weerstand naar acceptatie en nu naar betrokkenheid. Collega’s willen bijdragen aan biodiversiteit en klimaat, vanuit hun eigen projecten. De volgende stap is effectiviteit. Want we willen wel, maar weten nog niet altijd hoe. En soms ontbreken, bijvoorbeeld bij beton of staal, simpelweg de wetenschap, regelgeving of techniek om volledig klimaatneutraal te ontwerpen.’ Marcel: ‘Juist daarom moeten we innovatie blijven aanjagen, zodat wij krijgen wat we nodig hebben om echt het verschil te maken.’ Lennart: ’En, ook een uitdaging: Marcel heeft een belangrijke rol vervuld als inspirator. Hij is een voorbeeld, iemand van wie je energie krijgt. Nu hij weggaat, moeten we zorgen dat die handschoen weer wordt opgepakt.’

Bekijk het video-interview met Marcel op onze website.


Ideeën

Hannie Dierx

Een paar weken geleden zette mijn zus een document in onze familie-app. ‘Dit heeft pap ooit geschreven.’ Ik schonk koffie in, ging aan de keukentafel zitten en begon te lezen. Mijn vader keek terug op zijn jeugd in een groot mijnwerkersgezin in Limburg. Hard werken, gezag, zuinigheid en gemeenschapszin waren vanzelfsprekend. Wat me het meest raakte, was dat hij niet alleen zijn eigen generatie beschreef. Hij liet ook zien hoe de generatie vóór hem veranderde door zíjn generatie. Later beschreef hij hoe zijn kinderen hem opnieuw naar de wereld leerden kijken. Die gedachte bleef hangen. Ik dacht altijd dat ouders hun kinderen vormen. In werkelijkheid gebeurt het ook andersom. Laatst hoorde ik een van mijn kinderen tegen een ander zeggen: ‘Mama is niet dom. Ze heeft gewoon wel eens pech bij het nadenken.’ Ik moest lachen. Later dacht ik: daar zat meer wijsheid in dan ik op dat moment doorhad. Wie nooit pech heeft bij het nadenken, denkt waarschijnlijk vooral bekende gedachten. We veranderen elkaar voortdurend. Niet omdat de één de antwoorden heeft en de ander de vragen, maar omdat iedereen iets ziet wat een ander nog niet zag. Sinds ik dat verhaal van mijn vader las, kijk ik anders naar een gemeenschap. Niet als een plek waar kennis wordt opgeslagen. Maar als een levend geheugen. Iedereen laat iets achter: een ervaring, een vraag of een manier van kijken. Iets wat een ander weer meeneemt, aanvult of ter discussie stelt. Zo groeit een gemeenschap met iedere generatie verder. Dat geldt ook voor Witteveen+Bos. Als ingenieurs bouwen we constructies die generaties meegaan. Bruggen, dijken, gemalen en stations. We zijn er goed in. Maar de mooiste constructie waaraan we inmiddels tachtig jaar bouwen, laat zich niet fotograferen. Het is een gemeenschap waarin we nooit van elkaar zijn uitgeleerd. Waar een jonge collega een ervaren ingenieur opnieuw laat kijken. Waar ideeën niet alleen worden bedacht, maar ook worden doorgegeven, bevraagd en verrijkt. Mijn vader wist niet dat zijn verhaal mij jaren later opnieuw aan het denken zou zetten. Mijn kind wist niet dat één opmerking hetzelfde zou doen. ‘Wat nou als alles ertoe doet?’ Die regel van Typhoon blijft door mijn hoofd gaan. Omdat je nooit weet welke gedachte van jou ooit weerklank vindt bij iemand anders.

80 jaar Witteveen+Bos

113


Colofon Maak kennis met morgen 80 jaar Witteveen+Bos Eenmalige uitgave september 2026 Witteveen+Bos (N.V.) www.witteveenbos.com Redactie Witteveen+Bos Sam van Middendorp Lucien Joppen Eric Sleeuwits Bart-Jan Keizer Inez van Slooten Josine Hof Met dank aan alle collega’s die hebben meegewerkt en tijd en aandacht hebben geïnvesteerd in deze publicatie. Ontwerp en vormgeving Houdbaar Druk Drukkerij Rijser B.V. Beeld Viorica Cernica (portretten) Sund & Bælt (coverbeeld en art Fehmarnbelttunnel) W+B Beeldenteam; Donald Böing, Julia Versteden en Martijn Asbroek Papier Multidesign Original Soft White 120 /300 grs (Papyrus) Oplage 5.500 exemplaren © Witteveen+Bos, 2026 Aan de inhoud van dit magazine is met grote zorg gewerkt. Desondanks kunnen aan de inhoud geen rechten worden ontleend. Overname van teksten en beelden uitsluitend met bronvermelding en toestemming van Witteveen+Bos.


+ witteveenbos.com


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook