Skip to main content

WASz December 2023

Page 1

Wetenschappelijk tijdschrift Albert Schweitzer ziekenhuis Jaargang 15 | Nummer 2 | December 2023

was 06

Joke Bosch blikt terug op 10 jaar wetenschapscoördinator

21

Diagnose in beeld: bijzondere bevinding op een CT

26

Een geslaagde wetenschapsweek in het ASz

Z


Van links naar rechts: Channa van der Ploeg, Leon Evera, Laura Eurelings en Cedric Lau

Beste lezer

COLOFON

“Wetenschap is georganiseerde kennis. Wijsheid is georganiseerd leven.” (Emmanuel Kant)

Wetenschap, kennis, leven en organisatie. Compacter kan deze editie van de WASz niet worden samengevat. Alle artikelen in dit blad vallen moeiteloos in een van deze vier categorieën. Een mooi voorbeeld is de laatste Wetenschapsdag, die dit jaar voor het eerst een Wetenschapsweek werd in de laatste week van juni. Belangrijke onderdelen waren de verschillende onderscheidingen van beste poster pitch, mondelinge presentatie en beste publicatie. Natuurlijk staat in deze uitgave een uitgebreid verslag van de Wetenschapsweek in woord en beeld. Het wetenschapsbureau heeft een sterke vernieuwing ondergaan. Een viertal nieuwe medewerkers zijn intussen aangetrokken en geïnstalleerd. Zij gaan het wetenschappelijk werk in het Albert Schweitzer ziekenhuis verder ondersteunen en versterken. Vertrekkend coördinator Joke Bosch schrijft er in dit nummer van WASz een laatste keer over.

Marcel Kofflard (onze gloednieuwe decaan) en Leon Evera ( jurist) ons hier meer inzicht in. Leon is overigens ook ons nieuwste redactielid! Centraal in deze WASz-uitgave staan natuurlijk ook weer de onderzoekers zelf. Deze keer is dat onder andere Noor Huurman. Zij vertelt ons over haar onderzoekstraject: de etiologie, classificatie, behandeling en preventie van sinus pilonidalis, een haarnestcyste in de bilspleet. Sofie Engels beschrijft haar masteronderzoek bij de afdeling Interne Geneeskunde en Vivian Baggen, die een deel van haar opleiding in het ASz volgde neemt ons mee in haar Diagnose in Beeld. Uiteraard zijn de vaste columns er ook. Het lijkt soms wat vanzelfsprekend, maar dit geeft juist een snel en vooral ook mooi overzicht van wat er in het ziekenhuis allemaal voor werk is verzet in de afgelopen tijd. Neem dus gerust de tijd en laat u inspireren door de lijst met recente studies en natuurlijk het laatste nieuws uit de bibliotheek.

WASz is het wetenschappelijk tijdschrift van de Wetenschapscommissie van het Albert Schweitzer ziekenhuis, onderdeel van het Leerhuis. Het blad verschijnt twee keer per jaar. Hoofdredactie Krista Kuitwaard, neuroloog Cedric Lau, ziekenhuisapotheker Channa van der Ploeg, adviseur zorgcontrol Laura Eurelings, arts-assistent interne geneeskunde Leon Evera, jurist Fotografie Frederike Roozen-Slieker Sabine de Vries Redactionele begeleiding Math de Vaan, Delfgauw Creatie

Realisatie Multiplus BV, Drachten

Heel veel leesplezier gewenst! Als topklinisch ziekenhuis zijn verschillende mensen met uiteenlopende werkzaamheden iedere dag actief bezig met de kwaliteit en de organisatie in het ASz. In deze editie geven

De hoofdredactie Cedric Lau, Laura Eurelings, Channa van der Ploeg en Leon Evera

Redactieadres Albert Schweitzer ziekenhuis Afdeling Leerhuis Postbus 444, 3300 AK Dordrecht E-mail: tijdschrift.wasz@asz.nl

Bezoek ook de WASz-pagina op intranet voor eerdere edities en aanvullende informatie. De redactie behoudt zich het recht voor om brieven en aangeboden artikelen in te korten of niet te plaatsen.

3


Inhoud 06

18

14 30

6

Nieuws van het wetenschapsbureau

9

Feit of Fabel

10

11

13

Onderzoeker aan het woord: Arjen Yousefi “Ik word enthousiast als uitkomsten direct vertaald kunnen worden naar de kliniek” Verpleegkundig onderzoek: Anniek Zeeders “Advanced Care Planning waardevolle aanvulling in de zorg” Interview decaan: Marcel Kofflard “Ik wil vakgroepen helpen om onderzoek te doen”

36

14 16 18

21 24

26 28

5

Onderzoeker aan het woord: Noor Huurman “100 km voor fondswerving” Goedgekeurde studies Promoties in het ASz: Christine Verboon “Geniet van een mooie promotietijd” Diagnose in Beeld: Vivan Baggen Interview met de jurist: Leon Evera “We moeten altijd verder om ons heen kijken” Wetenschapsweek Dit keer nét even anders Wetenschapsweek Beste Poster Pitch 2022

30 32 36

38

Column: Romy Klein Kranenbarg “Iedereen heeft een eigen verhaal” Masteronderzoek: Sofie Engels “Vincristine-dosis valt veilig te verminderen” Beste Publicatie 2022 Beste Mondelinge Presentatie 2022

41

Test je kennis over statistiek

43

Berichten uit de bibliotheek

47

Wetenschappelijke publicaties


WETENSCHAPSBUREAU

Nieuws van het wetenschapsbureau Joke Bosch Joke Bosch is 10 jaar wetenschapscoördinator geweest in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Inmiddels heeft ze ons ziekenhuis verlaten en is ze senior-adviseur Onderwijs en Onderzoek bij de Nederlandse Federatie van UMCs (NFU).

In het vorige nummer blikten we terug op 15 jaar WASz. In dit nummer bieden we je een terugblik op 10 jaar ‘Nieuws van het Wetenschapsbureau’. Al die jaren verzorgde Joke Bosch deze WASz-rubriek. Joke heeft inmiddels een andere functie buiten ons ziekenhuis, maar vóór ze vertrok vroegen we haar om een laatste bijdrage. Het werd natuurlijk een terugblik, maar vooral ook vooruitkijken. In het voorjaar van 2014 werd ik in de uitgave van WASz voorgesteld als de wetenschapscoördinator van het Albert Schweitzer ziekenhuis. In het eerstvolgende nummer schreef ik mijn eerste artikel met als titel ‘Onderzoek opzetten en uitvoeren in 12 stappen’. Hierna mocht ik iedere editie de rubriek ‘Nieuws van het wetenschapsbureau’ schrijven. Inmiddels zijn we tien jaar verder en schrijf ik mijn laatste artikel. Tien jaar geleden begon voor mij een mooi avontuur bij een topklinisch opleidingsziekenhuis. Nu ik vertrek, is het een goed moment om terug te blikken wat er de afgelopen jaren aan wetenschappelijke onderwerpen in deze rubriek voorbij zijn gekomen, maar ook om een blik vooruit te werpen op wat de toekomst mogelijk zal brengen. Ambities In 2014 sprak ik de ambitie uit om het ASzonderzoek naar een hoger niveau te tillen. Hiervoor was een wetenschapsbureau nodig voor inhoudelijke ondersteuning en infrastructuur. Ook moesten interne en externe samenwerkingsverbanden ontwikkeld worden. Anno 2023 staat er in het ASz een goede basis voor een wetenschapsbureau. Een wetenschapsbureau waar zowel onderzoekers, commissies en het management een beroep op doen. Ook de samenwerkingsverbanden hebben zich goed ontwikkeld. In de afgelopen 10 jaar hebben reeds bestaande en nieuwe netwerken het ASz veel gebracht, ze zullen essentieel blijven voor de toekomst. In die toekomst komen er voor de wetenschap ook nieuwe ambities bij. Bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidsdata voor on-

derzoek, transparantie van onderzoeksgelden en het versnellen van lokale uitvoerbaarheid. Met voldoende formatie en de juiste expertises kan het wetenschapsbureau van betekenis zijn en blijven. Een bureau door wie onderzoekers en de gehele organisatie kunnen worden gefaciliteerd. Verbinden, samenwerking, netwerken Samenwerking is in wetenschappelijk werk een voorwaarde. In de afgelopen jaren schreef ik meerdere keren over de samenwerkingsverbanden die het ASz heeft en wat deze te bieden hebben. Samenwerkende Topklinische Ziekenhuizen (STZ) is zo’n belangrijk samenwerkingsverband. In 2014 maakte ik de verbinding met het STZnetwerk Wetenschap. Hier heb ik de waarde van een goed netwerk geleerd. De daar opgedane kennis nam ik mee naar het ASz. Een aantal dingen zijn sindsdien veranderd: onderzoekers zijn Good Clinical Practica (GCP)-gekalificeerd, er is een kwaliteitshandboek met daarin de standaard operating procedures voor alle facetten van onderzoek, van opstart tot archievering (zie: http://intranet/inhoud/kwaliteitshandboekwetenschap) en we hebben nu ook een clinical trial studiemanagement- en datamanagementsysteem (Castor SMS en Castor EDC). In de jaren daarna kwamen er voor het ASz twee relevante netwetweken bij: Beter Keten, een regionaal netwerk, en mProve, een netwerk van zeven STZ-ziekenhuizen verspreid over het land. Uit deze samenwerkingsverbanden ontstonden promotietrajecten en zelf geïnitieerd multicenter onderzoek. Onlangs is een mProve

6


was

Z

WETENSCHAPSBUREAU

research coördinator gestart die zich bezig zal houden met het initiëren van gezamenlijk onderzoek en met de vraag hoe we onderzoek binnen de mProve-ziekenhuizen beter kunnen faciliteren.

? ? ? ? ? ? ? Ook intern hebben we netwerken opgezet. Als universitair hoofddocent was ik in de academie gewend met promovendi te werken en ik wilde hen graag ontmoeten. Maar hier waren ze niet centraal zichbaar of geregistreerd. Ook kenden ze elkaar niet. Nadat er een oproep op intranet en in WASz werd geplaatst, ontstond het promovendinetwerk. De eerste bijeenkomst was in november 2015. Ook de research medewerkers gaven aan graag met elkaar in contact te willen komen. Met uitbreiding van mensen in het wetenschapsbureau in mei 2018, konden we hier ook gehoor aan geven. Zo ontstond het interne netwerk van Research Medewerkers. De eerste bijeenkomst was in juni 2018. Voor de toekomst is de ambitie uitgesproken om de promovendi een fysieke ruimte te geven, zodat zij een eigen plek hebben en daar nog meer van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. Onderzoekskwaliteit Bij het overleg van het STZ-netwerk Wetenschap waren de standaardagendapunten lokale uitvoerbaarheid en SOP’s (standard operating procedures). Destijds waren dat voor mij nieuwe onderwerpen, waarvan ik niet wist hoe het in het ASz was geregeld en georganiseerd. Het bleek al gauw dat er geen centraal systeem voor studieregistratie was, dat er geen kwaliteitshandboek was en dat de lokale beoordeling van studies niet werd gedaan door het Wetenschapsbureau. Een eerste stap naar een meer centrale organisatie van het wetenschappelijk onderzoek was het zorgen voor een overzicht van studies in het ASz. Daarop dienden de voorzitters van de Wetenschapscommissie, de lokale uitvoerbaarheidscommissie (WOAC), de Centrale Opleidingscommissie,

7

de nieuwe decaan en de manager van het Leerhuis een verzoek in bij de Raad van Bestuur voor de aanschaf van systemen. In 2018 werd Castor EDC beschikbaar voor onderzoekers zodat zij GCP-proof data konden verzamelen. Vanaf januari 2019 worden alle nieuwe studies in Castor SMS geregistreerd. Met de aanschaf van dit systeem werd het proces van lokale uitvoerbaarheid mogelijk gemaakt, kwam een actueel overzicht van studies centraal beschikbaar en kunnen onderzoekers nu alle studiedocumenten compleet bij elkaar archiveren. Naar verwachting gaan we volgende jaar over naar een nieuw systeem.

Onderzoeksklimaat Ter bevordering van een goed klimaat voor wetenschappelijk onderzoek, organiseerde de wetenschapscommissie vanaf 2009 een aantal activiteiten. Zo waren er stipendiarondes, wetenschapslunches en een jaarlijkse wetenschapsdag. Ook werd in die beginjaren het Wetenschappelijk Magazine (WASz) uitgebracht. En er kwam één dag in de week een statisticus beschikbaar. Het zijn activiteiten die ook nu nog bestaan en die we steeds vernieuwen en uitbouwen, bijvoorbeeld het Wetenschap Event met workshops, Ted Talks of de hele week online posterpresentaties tijdens de lunchpauze. Het elkaar kunnen vinden en met elkaar van gedachten wisselen en samenwerken, is essentieel voor wetenschappelijk werk. Ook zichtbaarheid is een belangrijk punt. Dit bereikten we onder meer met een centraal emailadres (wetenschap@asz.nl) en een eigen plek op intranet (http://intranet/inhoud/wetenschappelijk-onderzoek). Destijds was dat nog niet gebruikelijk en werd het ook nog niet zo belangrijk geacht. Maar het klimaat veranderde. In 2017 vroeg de Raad van Bestuur om met een voorstel te komen voor de besteding van 1 miljoen euro voor wetenschap. Het wetenschapsfonds werd opgericht. Met de wetenschapscommissie werd een voorstel geformuleerd voor de uitbreiding van de jaarlijkse stipendia en een aantal promotietrajecten. Vier trajecten werden gehonoreerd. Inmiddels is één ervan afgerond

met een prachtig proefschrift (Nathalie Bouwer), de overige drie zullen naar verwachting dit jaar of volgend jaar worden afgerond. Het bestuur heeft aangegeven de komende jaren structureel gelden vrij te gaan maken voor nieuwe promotietrajecten. Het belang van onderzoek voor betere zorg is de afgelopen jaren gegroeid. Op intranet lees je nu veel over wetenschappelijk onderzoek, we hebben voor afdelingen en patiënten posters gemaakt voor bewustwording van het belang van onderzoek voor de zorg, en er zijn (digitale) flyers voor patiënten beschikbaar. Wetenschappelijk onderzoek wordt in het ASz gelukkig steeds meer een vanzelfsprekendheid.

Wetenschapsbureau als basis In 2018 zetten we een grote stap in het verbeteren van het onderzoekskwaliteit en -klimaat. Tot die tijd bestond de formatie van het Wetenschapsbureau uit één dag in de week een statisticus van het Erasmus MC, één dag in de week een decaan en ik werkte tweeëneenhalve dag in de week. In 2018 werd de formatie versterkt met een kwaliteitsfunctionaris (Tamara Schaefer) en een trialcoördinator (Rosaline van den Berg). Met de komst van Tamara konden we werken aan de inrichting van het clinical trial studie managementsysteem (CTMS). Er kwamen procedures en instructies. De kwaliteitsfunctionaris hielp onderzoekers, research medewerkers, bedrijfsleiders en afdelingshoofden bij het schrijven, indienen en accorderen van studieprotocollen en patiëntinformatie-formulieren. Trialcoördinator Rosaline dacht inhoudelijk mee over de opzet van het onderzoek, de databases, de analyses en rapportages (wetenschappelijk adviseur of methodoloog, of epidemioloog zou een betere functiebenaming zijn geweest). Met haar ondersteuning en advies werden subsidies succesvol geschreven en publicaties geaccepteerd in wetenschappelijke tijdschriften. De afgelopen twee jaar werd het Wetenschapsbureau verder uitgebreid met een


WETENSCHAPSBUREAU

functionaris voor de ondersteuning van de lokale uitvoerbaarheidscommissie en een jurist voor de contracten. Het Wetenschapsbureau is nu een basis van waaruit onderzoekers en management geadviseerd worden over processen, kwaliteit en inhoudelijk, over het opzetten van goed wetenschappelijk onderzoek. Terugkerende onderwerpen Een aantal onderwerpen kwam in de loop der jaren regelmatig terug. Denk bijvoorbeeld aan de onderwerpen met veel afkortingen zoals ECTR, MDR, AVG, GCP, CWTS, EBP, zorgevaluatie studies, het onderwerp patiëntenparticipatie, fair data, open science en COVID-19. In de toekomst zullen daar zeker verpleegkundig onderzoek en de transparantie van geldstromen bijkomen. Soms zijn onderwerpen actueel en urgent en kunnen ze niet wachten op het uitkomen van de nieuwsrubriek in WASz. Daarom hebben we bij het Wetenschapsbureau ook Nieuwsbrieven. Ze worden verzonden naar onderzoekers als de actuele ontwikkelingen daarom vragen. Afscheid en een nieuw begin Met wetenschappelijk onderzoek verbeteren we de zorg. De afgelopen tien jaar zijn mooie stappen gezet. De mooiste voor mij waren de nieuwe promotietrajecten en de uitbreiding van het wetenschapsbureau. Hiermee is er een verschil gemaakt voor langlopende onderzoekslijnen en het verbeteren van de onderzoekskwaliteit en het klimaat voor het onderzoek in het ASz. In 2024 is er een nieuw team en is er nieuw intern beleid dat aansluit bij de strategie van het ziekenhuis. Naast dit beleid zal het ASz zich inzetten voor de ambities zoals beschreven in het Integraal Zorgakkoord 2022 van de Rijksoverheid. Daarin zullen we elkaar blijven vinden. Vanuit mijn nieuwe rol als senior-adviseur Onderwijs

; ; en Onderzoek bij het NFU, zal ik de UMC’s vertegenwoordigen, maar neem ik de ervaring en de netwerken vanuit het ASz met me mee. Ons aller ambitie is ‘Samen werken aan gezonde zorg’. Activiteiten Wetenschap Scholing Het Leerhuis biedt veel (online) mogelijkheden voor scholing. Denk hierbij aan thema’s als Good Clinical Practice (GCP), statistiek SPSS en R, wetenschappelijk schrijven in het Engels, poster pitchen en monitor training. Zie voor meer informatie het ASz-Leerplein op intranet en Wetenschapskalender (achter op deze WASz). Verbinden De wetenschapslunch het moment waarop onderzoekers presenteren en met elkaar in gesprek gaan over hun onderzoek. Netwerken: wil je netwerkbijeenkomsten bijwonen of een netwerk opzetten voor bijvoorbeeld promovendi of research medewerkers, dan kunnen we je hiermee helpen. Neem hiervoor contact met ons op. Onderzoek indienen Zie informatie op: http://intranet/inhoud/indienen-trials Contact Bezoek de website Wetenschap op intranet: http://intranet/inhoud/wetenschappelijk-onderzoek Heb je verdere vragen, ideeën of opmerkingen over wetenschappelijk onderzoek, mail ze dan naar wetenschap@asz.nl.

8


1. Fabel Onderzoeken met loperamide als monotherapie of als toevoeging aan antibiotica laten positieve effecten en weinig bijwerkingen zien bij volwassenen met acute infectieuze diarree. In een onderzoek van 82 patiënten met koorts en diarree zonder bloed, die behandeld werden met placebo of loperamide, was er geen verschil in het beloop van de koorts of het ziek zijn. Er was wel een significante afname van de diarreefrequentie in de loperamide groep1. Zie ook een mooi overzichtsartikel uit 2015 hierover in het NTvG2. 2. Feit Gedurende opname in het ziekenhuis wordt er vaak bloeddruk gemeten. Artsen hebben de neiging om verhoogde bloeddruk te behandelen, maar er zijn geen goede richtlijnen voor bloeddrukregulatie voor opgenomen patiënten. Hierop zijn natuurlijk wel enkele uitzondering, bijvoorbeeld patiënten opgenomen met een hartinfarct of herseninfact. Een Zwitserse studie laat zien dat de bloeddruk van oudere patiënten, waarbij de bloeddrukmedicatie gelijk werd gehouden, significant daalde na ontslag uit het ziekenhuis (van 133.5±15.6 in het ziekenhuis naar 126.2±14.4 mmHg thuis). Hierbij was ook een verandering in spanning of angstklachten een voorspeller voor de verandering in bloeddruk.3 Het aanpassen van bloeddrukmedicatie zorgt mogelijk juist voor een toename van (her)opnames. Interessant is een cohortstudie met 2.028 patiënten, waarbij de bloeddrukmedicatie voor ontslag was geïntensi-

9 versus home follow-up results. Medicine (Baltimore). 2017 Aug;96(34):e7692 4. Anderson TS, Jing B, Auerbach A, et al. Clinical Outcomes After Intensifying Antihypertensive Medication Regimens Among Older Adults at Hospital Discharge. JAMA Intern Med. 2019 Nov 1;179(11):1528-1536 5. Castellanos J, Axelrod D. Effect of habitual knuckle cracking on hand function. Ann Rheum Dis. 1990;49:308-309. 6. Deweber K, Olszewski M, Ortolano R. Knuckle cracking and hand osteoarthritis. J Am Board Fam Med. 2011;24: 169-174 7. Unger DL. Does knuckle cracking lead to arthritis of the fingers? Arthritis Rheum. 1998;41:949-950 Referenties 1. Bergström T, et al. Symptomatic treatment of acute infectious diarrhea: loperamide versus placebo in a double-blind trial. J Infect. 1986;12:35-8. 2. Douma A.J, Smulders Y.M. Loperamide bij acute infectieuze diarree. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A9132 3. Cappelleri C, Janoschka A, Berli R, et al. Twentyfour-hour ambulatory blood pressure monitoring in very elderly patients: Comparison of in-hospital

veerd. Deze groep werd vergeleken met een gelijk aantal patiënten, waarbij de bloeddrukmedicatie gelijk was bleven voor ontslag. Binnen 30 dagen na ontslag hadden de patiënten met een geïntensiveerde bloeddrukmedicatie een hoger risico voor heropname en meer bijwerkingen dan de controlegroep. Denk hierbij aan bezoek van de SEH of heropname vanwege een val, flauwvallen, hypotensie, elektrolytstoornissen of acute nierschade. In dezelfde studie werden er na één jaar geen positieve effecten gezien van de geïntensiveerde bloeddrukmedicatie. Er is dus geen bewijs dat strikte bloeddrukregulatie bij asymptomatische oudere patiënten, die zijn opgenomen in het ziekenhuis, voordelen biedt. In tegendeel, het risico op complicaties is verhoogd4.

3. Het ‘knakken’ van de vingers verhoogt het risico op artrose. 2. Het behandelen van mild tot matig verhoogde bloeddruk zonder klachten bij oudere patiënten die opgenomen zijn in het ziekenhuis, doet meer kwaad dan goed. 1. Omdat diarree bij darminfecties een functie heeft, mag je alleen loperamide gebruiken als je zeker weet dat de oorzaak van de diarree geen infectie is.

3. Fabel Er zijn geen aanwijzingen dat het knakken van de vingers leidt tot artrose. In een studie van 300 patiënten, waarin 74 patiënten wel regelmatig en

We geven je drie beweringen, zijn ze waar of niet waar?

226 patiënten nooit hun vingers knakten, was er geen verschil in het optreden van artrose5. Een case-control studie van 215 patiënten vond ook geen correlatie tussen artrose en de gewoonte om vingers te knakken. Ook was er geen correlatie tussen het ontwikkelen van artrose en het aantal jaren dat mensen hun vingers al knakten6. Misschien wel het meest bekende voorbeeld van deze vraagstelling is de n-is-1- studie, waarbij de onderzoeker jarenlang alle vingers van zijn linkerhand wel, en de rechterhand niet knakte. Na 50 jaar vergeleek hij zijn rechter- met zijn linkerhand

We hebben een nieuwe WASz-rubriek waarmee je je kennis kunt testen. We leggen je een aantal beweringen voor die je misschien vaker hebt gehoord in het ziekenhuis. De vraag is nu, kloppen deze beweringen of niet? Wij zijn op zoek gegaan naar onderliggend wetenschappelijk bewijs voor de juistheid of het tegendeel ervan. Die antwoorden geven we je, maar vóór je ze leest, maak je natuurlijk eerst zelf een inschatting: feit of fabel?

met behulp van een röntgenfoto waarbij er geen verschil tussen beide handen werd

Z

Laura Eurelings, AIOS Interne Geneeskunde

gevonden7.

was

Feit of fabel? FEIT OF FABEL?


TOPKLINISCH ZIEKENHUIS

Arjen Yousefi

“Ik word enthousiast als uitkomsten direct vertaald kunnen worden naar de kliniek” Hoe is het om als beginnend promovendus in het Albert Schweitzer ziekenhuis te belanden? We vroegen het aan Arjen Yousefi, die sinds 1 juli dit jaar gestart is met zijn promotieonderzoek bij de afdeling hematologie. Arjen, hoe was je eerste indruk hier? “Het ASz kende ik toevallig van twee eerdere coschappen, chirurgie en oogheelkunde. Daarnaast werken mijn beide ouders in dit ziekenhuis. Ik had al een positieve indruk van het ASz. In het Erasmus, waar ik mijn geneeskundeopleiding heb gedaan, is alles veel grootschaliger. Hier is het net iets kleiner en zijn de lijntjes zijn korter om dingen geregeld te krijgen. Daarbij is er in dit ziekenhuis voldoende ruimte voor diepgang en is er specifieke klinische expertise aanwezig.” Waar ga jij je de komende jaren op storten? “Mijn onderzoek focust zich op de ziekte chronisch myeloïde leukemie (CML). Dit is een chronische vorm van beenmergkanker die over het algemeen goed onder controle te krijgen is met medicijnen, de zogenaamde tyrosinekinaseremmers (TKI’s). Vroeger was het idee dat alle CML-patiënten levenslang met TKI’s behandeld moeten worden. Interessant is dat patiënten, bij wie de leukemiecellen door de TKI voor langere tijd onderdrukt zijn, tegenwoordig een poging kunnen doen om hun TKI-behandeling te stoppen. De helft van de patiënten blijft uiteindelijk succesvol gestopt. Maar dat betekent ook, dat bij de andere helft de ziekte

terugkeert na zo’n stoppoging. Ik ga onderzoeken of er meer voorspellers van succesvol stoppen te vinden zijn, zodat we patiënten met een hogere succeskans beter kunnen selecteren.” En wat maakt het zo belangrijk om dit te kunnen voorspellen? “De medicijnen tegen CML kosten veel geld en ze hebben ook de nodige bijwerkingen. De tweede generatie TKI’s zijn bijvoorbeeld berucht om hun cardiovasculaire risico’s. Daarnaast brengt het slikken van medicijnen tegen kanker ook een psychische belasting met zich mee. Als laatst kan een patiënt bij een onsuccesvolle eerste stoppoging niet zo makkelijk weer een tweede poging ondernemen. Een dergelijke tweede stoppoging wordt momenteel vrijwel alleen binnen wetenschappelijke studies gedaan, omdat de kans op succes kleiner is.” Wat heeft je aangetrokken om dit onderzoek te doen? “In het Erasmus MC kwam ik op de hematologieafdeling in aanraking met verschillende vormen van leukemie. Ik zag zowel acute leukemieën zoals AML en ALL als ook de chronische vormen waaronder CML. De verschillen tussen al deze vormen van leukemie interesseerden me enorm. Het is fascinerend dat er in het beenmergsysteem op verschillende manieren fouten kunnen ontstaan, die een grote impact kunnen hebben op de patiënt. Daarbij komt dat de behandelingen per type leukemie compleet verschillend zijn en dat er steeds meer ingenieuze gerichte behandelopties bijkomen. Dit alles heeft mij doen besluiten om voor deze unieke kans te gaan om onderzoek te doen naar CML, waarbij er ditmaal niet een behandeling wordt toegevoegd maar juist wordt weggelaten.”

Arjen Yousefi Arjen Yousefi is arts-onderzoeker in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

doen, waarbij de uitkomsten direct vertaald kunnen worden naar de kliniek. Daar word ik zelf erg enthousiast van . Mijn promotieonderzoek leent zich goed voor dit doel.” Heb je alles kunnen vinden in je eerste weken in het ASz? “Zeker. In de eerste week heb ik alles kunnen regelen. Bijvoorbeeld een computeraccount en benodigde software. De reference manager (EndNote) heb ik via een Topdeskmelding via ICT makkelijk kunnen bemachtigen. Ik vind het daarnaast ook prettig dat we iedere vrijdag research meetings hebben. Daar sluiten ook niet-hematologische onderzoekers aan.” Is het interessant dat ook andere onderzoekers zich aansluiten? “Zeker! Het is niet alleen leuk om anderen te leren kennen, maar ook goed om andere invalshoeken van onderzoek te zien en te leren.” Is er ook iets dat je mist in het ASz? “In academische centra is er een duidelijk onderzoeks- en PhD-netwerk aanwezig. Dat vind ik niet zo zichtbaar in het ASz. Ik ken enkele promovendi, maar ik weet lang niet wie er nog meer onderzoek verricht.” Heb je behoefte om meer met andere onderzoekers op te trekken? “Ja, het is goed om enerzijds een sociaal netwerk van onderzoekers te hebben. Anderzijds kun je dan ook makkelijker met peers sparren over bijvoorbeeld het analyseren van data.” Welke tips heb je voor aankomende promovendi? “Vraag laagdrempelig om hulp. Stel gerust vragen en laat je helpen.”

En wat is de relevantie van het onderzoek dat je nu doet? “Ik vind het belangrijk om onderzoek te 10


was

Z

VERPLEEGKUNIDG ONDERZOEK

Afstudeeronderzoek

Advanced Care Planning waardevolle aanvulling in de zorg Hoe kun je als zorgverlener beter inspelen op de wensen en behoeften van kwetsbare ouderen? Dit is een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt in ons ziekenhuis. Het had ook de persoonlijke interesse van Anniek Zeeders die de opleiding tot hboverpleegkundige heeft afgerond. Anniek deed het afgelopen jaar afstudeeronderzoek naar de implementatie van Advance Care Planning (ACP) op de verpleegafdeling Neurologie. Hieronder vertelt ze erover. Met Advance Care Planning worden de persoonlijke wensen, levensdoelen en voorkeuren van de patiënt rondom zijn zorg tijdig met de behandelaar besproken en vastgelegd. Door dit tijdig te doen voorkom je dat je deze vaak ingewikkelde gesprekken moet voeren op het moment dat de patiënt erg ziek, of misschien wel buiten bewustzijn is. Je kunt hierbij denken aan een situatie van een patiënte die aangeeft dat ze, als ze komt te overlijden, het liefst thuis wil overlijden. Deze wens kan dan een reden zijn om vast te leggen dat de patiënte in bepaalde situaties niet meer in het ziekenhuis wil worden opgenomen. Door dit tijdig af te spreken kunnen we ervoor zorgen dat deze wens van de patiënte gehonoreerd kan worden. Tijdens mijn onderzoek over Advance Care Planning op de verpleegafdeling Neurologie, heb ik semigestructureerde interviews gehouden met verpleegkundigen, neurologen en andere belanghebbenden. Ik vroeg ze naar hun visie op ACP, hoe zij de implementatie ervan voor zich zien en wat daarvoor nodig is. Uiteindelijk heb ik zo ook meer bekendheid gegeven aan ACP op de afdeling en heb ik handvatten gegeven aan verpleegkundigen om hierin de eerste stappen te kunnen zetten. Ook heb ik een adviesrapport gemaakt over hoe de implementatie verder vorm gegeven kan worden.

11

„Met Advance Care Planning worden de persoonlijke wensen, levensdoelen en voorkeuren van de patiënt rondom zijn zorg tijdig met de behandelaar besproken en vastgelegd.” Mijn afstudeeronderzoek heeft niet alleen mijn passie voor verpleegkunde versterkt, maar heeft ook laten zien wat er mogelijk is als we samenwerken voor het welzijn van onze patiënten. Het enthousiasme en de betrokkenheid van zoveel mensen, hebben van dit onderzoek een groot succes gemaakt. Het onderzoek laat zien dat ACP een waardevolle aanvulling is op de zorg voor kwetsbare ouderen. Ben je benieuwd naar het onderzoeksverslag of het adviesrapport over de implementatie van ACP, dan kun je deze opvragen bij a.n.zeeders@asz.nl.

Anniek Zeeders Anniek Zeeders is verpleegkundige op afdeling A2. Het afgelopen jaar heeft ze in het kader van haar opleiding tot hbo-verpleegkundige haar afstudeeronderzoek verricht op verpleegafdeling Neurologie in het Albert Schweitzer ziekenhuis.


was

Z

TOPKLINISCH ZIEKENHUIS

Marcel Kofflard: “Ik wil vakgroepen helpen om onderzoek te doen” Er is een nieuwe functie in het Albert Schweitzer ziekenhuis: decaan Wetenschap. Marcel Kofflard is de eerste die deze positie bekleedt. We kennen Marcel als cardioloog, maar zijn benieuwd te horen hoe hij deze nieuwe functie wil invullen. We beginnen ons gesprek met de meest voor de hand liggende vraag. Marcel, hoe ben je in het decanaat verzeild geraakt? “Ik was altijd al betrokken in het wetenschappelijke deel van ons werk. Tot 1 oktober van dit jaar was ik cardioloog. Ik wil nog niet stoppen en mij ook bezig houden met leuke dingen. Ook wil ik andere mensen verder helpen. De vacature van decaan Wetenschap leek me op mijn lijf geschreven.” Wat doe je als decaan Wetenschap? “We willen een gerichter platform regelen voor wetenschappelijk werk. Een soort bewegwijzering. Iedereen die iets met wetenschap wil doen, moet weten welke loketten er zijn. We hebben daarvoor een geformaliseerd beleidsplan waarin we de ambities van het ASz tot en met 2026 hebben. opgeschreven. Ook is dit onderbouwd met een begroting. We willen ook een universitair hoofddocent aanstellen, zodat we nog meer stimulans vanuit de wetenschap krijgen. En niet onbelangrijk: meer derde geldstromen.” Wie krijgen jouw aandacht? “Sommige vakgroepen hebben de ambitie om onderzoek te doen, maar hebben hiervoor nu nog geen structuur. We willen graag weten welke vakgroepen dit zijn en hen vervolgens gericht helpen. We willen hier graag veel energie insteken zodat ook deze vakgroepen plannen kunnen ontwikkelen, grant-aanvragen kunnen schrijven en publicaties kunnen leveren.”

13

Jij bent decaan Wetenschap. Hoe zie jij de kruisbestuiving met de decaan Onderwijs? “Ik zie een mooie samenwerking tussen wat ik doe en wat de decaan Onderwijs doet. Neem bijvoorbeeld de AIOS, die we tijdens zijn of haar opleiding al kansen kunnen aanbieden om onderzoek te doen. De wetenschapslunches kunnen we ook laagdrempelig als platform gebruiken voor het grensvlak onderwijs en wetenschap.” En wat doe je nog naast je decanaat? “Ik geef ook les aan professionals. En verder ben ik ook betrokken bij wetenschappelijk onderzoek en begeleid ik onderzoekers in samenwerking met het Erasmus MC.” Je gaat stoppen als cardioloog. Ga je dat missen? “Ik heb met veel patiënten een speciale band opgebouwd. Voor patiënten met een verdikte hartspier (hypertrofische cardiomyopathie) heb ik jarenlang een speciale poli gevoerd. Ik zag daar een heel scala aan patiënten van Alkmaar tot aan Zeeland, waaronder ook topsporters. Voor deze patiënten met hypertrofische cardiomyopathie was ik een soort huisarts geworden. Ik zal hun begeleiding missen. Wat ik niet zal missen is de enorme werkdruk in de patiëntenzorg.” Welke tip heb jij voor de jonge onderzoekers? “Vraag gerust om hulp binnen de vakgroep. Kom je er niet uit, vraag het aan de wetenschapscoördinatoren of aan mij. We proberen je zeker verder te helpen”

Marcel Kofflard Marcel Kofflard is decaan Wetenschap in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Eerder was hij cardioloog in ons ziekenhuis.


ONDERZOEKER AAN HET WOORD

Noor Huurman: “We wielrennen jaarlijks 100 km voor fondsenwerving” Noor Huurman doet onderzoek naar de behandelingen voor sinus pilonidalis. Ze is inmiddels al drie jaar werkzaam in een gecombineerde baan als arts-onderzoeker en arts-assistent chirurgie. Dat doet ze nog altijd met veel plezier. We vroegen Noor ons mee te nemen in haar onderzoek en in de praktijk van de combinatie van twee banen. Hoe werk zo'n gecombineerde functie? Gemiddeld werk ik drie weken als arts-assistent chirurgie om twee weken als arts-onderzoeker. In de praktijk is het niet zo zwart-wit in verband met diensten. Ook het onderzoek kan niet helemaal stilliggen. Tijdens mijn arts-assistent-weken zal ik daarom ook af en toe aan mijn onderzoek werken.

Noor Huurman Noor Huurman is arts-onderzoeker en arts-assistent chirurgie in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Wat is het doel van jouw onderzoek? Mijn onderzoekstraject gaat over de etiologie, classificatie, behandeling en preventie van sinus pilonidalis, een haarnestcyste in de bilspleet [1]. Het doel is om verbeteringen te bereiken in de chirurgische zorg van deze aandoening. Inmiddels is dit uitgegroeid tot een promotietraject in het Erasmus MC. Dit doe ik onder supervisie van Robert Smeenk (chirurg in het ASz), Boudewijn Toorenvliet (chirurg in het Ikazia), Christel de Raaff (AIOS chirurgie ASz) en mijn promotor Bas Wijnhoven (chirurg in het Erasmus MC). Ons enthousiasme heeft geleid tot onder andere de oprichting van de PSD (Pilonidal Sinus Disease) Research Foundation (figuur 1) en het eerste Nederlandse sinus pilonidalis symposium ‘Get on track for the buttcrack’. In 2022 is de richtlijn sinus pilonidalis uitgekomen. Daarnaast wielrennen wij jaarlijks 100 km voor fondsenwerving (‘Ride for the Sinus’). Wat is de meest geschikte behandeling voor sinus pilonidalis? Sinus pilonidalis geeft een grote ziektelast bij een veelal jonge patiëntenpopulatie. Per jaar worden in Nederland ongeveer 8000 operaties voor de behandeling ervan uitgevoerd [2]. Momenteel is niet duidelijk wat de meest optimale chirurgische behandeling is voor welk type sinus pilonidalis (simpel versus complex). Dit komt door een gebrek aan zowel gedegen vergelijkende studies als een universeel geaccepteerd en gevalideerd classificatiesysteem voor deze aandoening.

Figuur 1. Logo van PSD research foundation.

Met de PITS studie (n = 682) wilden we inzicht krijgen in de verschillende typen chirurgische behandelingen, de frequentie van de verschillende ingrepen en de uitkomsten hiervan bij sinus pilonidalis in Nederland. Er zijn grofweg vier chirurgische behandelingen van chronische sinus pilonidalis: minimaal invasieve technieken (MIT, 61,2%), excisie met secundaire wondgenezing (ESW, 25,9%), excisie met sluiten in de middenlijn (7,2%) en excisie met sluiten buiten de middenlijn (verschuivingsplastiek, 5,7%). De uitkomsten op korte termijn tonen aan dat het percentage wondgenezing hoger is na MIT ten opzichte van ESW (41,1% versus

14


was

Z

ONDERZOEKER AAN HET WOORD

28,6%). De tijd tot wondgenezing (zie figuur 2) en duur tot hervatten van dagelijkse activiteiten is korter na MIT ten opzichte van ESW. Complicaties zijn hoger na sluiten in de middenlijn (44,8%) ten opzichte van sluiten buiten de middenlijn (26,1%). Onze systematische review over MIT (31 studies, n = 8100) toont aan dat de MIT-behandeling is geassocieerd met snel herstel en lage morbiditeit, maar hoge recidiefpercentages heeft [3]. Additionele technieken (endoscopisch, laser en fenolbehandeling) hebben hogere recidiefpercentages dan pit picking alleen. De recidiefpercentages zijn niet verschillend voor primaire of recidief ziekte. Een retrospectief onderzoek waarin de Bascom Cleft Lift (BCL, type verschuivingsplastiek) wordt vergeleken met ESW, toont aan dat de BCL superieur is aan ESW. Dat blijkt uit het hogere percentage wondgenezing, de kortere tijd tot wondgenezing en het lagere recidiefpercentage (zie figuur 3). Samenvattend lijkt er in de behandeling van sinus pilonidalis geen plaats meer te zijn voor ESW en excisie met sluiten in de middenlijn. Toekomstige prospectieve studies met goed gedefinieerde ziekteclassificaties en definities zijn noodzakelijk om de uitkomsten op lange termijn én de patiënttevredenheid na MIT en BCL te onderzoeken.

Referenties 1. Huurman EA, Etiology of Pilonidal Sinus - The Bottom Line. Clin Surg. 2022; 7(1): 1-3 2. Huurman E A, Galema H A, de Raaff C, et al. Assessment of Surgical Strategies for Pilonidal Sinus Disease in the Netherlands. Cureus 2022; 14(5): e25050. doi:10.7759/cureus.25050 3. Huurman EA, Galema HA, de Raaff CAL, Wijnhoven BPL, Toorenvliet BR, Smeenk RM. Non-excisional techniques for the treatment of intergluteal pilonidal sinus disease: a systematic review. Tech Coloproctol. 2023 Nov 6. doi: 10.1007/s10151-023-02870-7. Epub ahead of print.

Wat is jouw stip op de horizon? Ik hoop eind volgend jaar te promoveren in het Erasmus MC en ik solliciteer aankomende ronde mee voor de opleiding tot chirurg. Ik hoop uiteraard dat ik word aangenomen en dat ik met mijn onderzoeken een bijdrage lever aan het verbeteren van de chirurgische zorg voor patiënten met sinus pilonidalis.

Figuur 2. Kaplan-Meier-curve die de tijd tot wondgenezing laat zien.

Figuur 3. Kaplan-Meier-curve die de tijd tot wondgenezing laat zien. 15


GOEDGEKEURDE STUDIES

Goedgekeurde studies mw. dr. M.B.E. Menke-Pluijmers An integrated optimization of surgery and radiotherapy techniques to improve cosmetic outcome and quality of life in breast conserving therapy for breast cancer patients. dr. J.A.B. van der Hoeven Adjuvant hepatic arterial infusion pump chemotherapy after resection of colorectal liver metastases in patients with a low clinical risk score – a randomized controlled trial mw. dr. S.C.C. Hartong A Phase III, Randomized, Double-blind, Placebo-controlled, Multicenter Trial to Evaluate the Efficacy and Safety of Diamyd® to Preserve Endogenous Beta Cell Function in Adolescents and Adults with Recently Diagnosed Type 1 Diabetes, Carrying the Genetic HLA DR3-DQ2 Haplotype mw. drs. M. Trajkovic-Vidakovic Circulating tumor DNA based adjuvant chemotherapy in stage II colon cancer patients: the MEDOCC-CrEATE trial dr. F.H.J. Wolfhagen A Phase 2b Randomized, Doubleblind, Active- and Placebo-controlled, Parallel-group, Multicenter Study to Evaluate the Efficacy and Safety of Induction and Maintenance Combination Therapy with Guselkumab and Golimumab in Participants with Moderately to Severely Active Crohn’s Disease dr. F.H.J. Wolfhagen A Phase 2b Randomized, Doubleblind, Active- and Placebo-controlled, Parallel-group, Multicenter Study to Evaluate the Efficacy and Safety of Induction and Maintenance Combination Therapy with Guselkumab and Golimumab in Participants with Moderately to Severely Active Ulcerative Colitis dr. P.E. Westerweel A Phase 3 Study of the Hepcidin Mimetic Rusfertide (PTG-300) in Patients with Polycythemia Vera dr. J.B. van der Net A Phase 3, Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled Study to Investi-

gate the Effect of Tirzepatide on the Reduction of Morbidity and Mortality in Adults with Obesity mw. drs. E. de Jongh EPCORE FL-1: Relapsed/Refractory Follicular Lymphoma: Epcoritamab in Combination with Rituximab and Lenalidomide dr. M. A. Lijkwan Management and outcome of neuroendocrine tumors of the appendix in children; a multicenter historical cohort study mw. drs. C. van Kesteren The effect of oral folinic acid rescue therapy on pemetrexed induced neutropenia: A randomized open-label trial mw. Dr. S.C.C. Hartong A Phase 2 open-label extension study to evaluate the longterm safety and efficacy of aro-apoc3 in adults with dyslipidemia dr. R.M. Oemrawsingh A multicenter, international, randomized, active comparator-controlled, double-blind, double-dummy, parallel group, 2-arm Phase 3 study to compare the efficacy and safety of the oral FXIa inhibitor asundexian (BAY 2433334) with apixaban for the prevention of stroke or systemic embolism in male and female participants aged 18 years and older with atrial fibrillation at risk for stroke dr. G.M.H. Marres Multimodal prehabilitation protocol for patients with colon cancer scheduled for elective surgery throughout the Netherlands (2.0) mw. dr. E.W. Bouman-Wammes EMBER-4: A Randomized, Open-Label, Phase 3 Study of Adjuvant Imlunestrant vs Standard Adjuvant Endocrine Therapy in Patients who have Previously Received 2 to 5 years of Adjuvant Endocrine Therapy for ER+, HER2Early Breast Cancer with an Increased Risk of Recurrence

dr. P.E. Westerweel A phase IIIb, multi-center, open-label, randomized study of tolerability and efficacy of oral asciminib versus nilotinib in patients with newly diagnosed Philadelphia Chromosome Positive Chronic Myelogenous Leukemia in Chronic Phase mw. dr. E.W. Bouman-Wammes A randomized, double-blind, phase 3 study of tucatinib or placebo in combination with trastuzumab and pertuzumab as maintenance therapy for metastatic HER2+ breast cancer (HER2CLIMB-05) dr. M.W.F. van Gent Protocol title: HERMES: Effects of ziltivekimab versus placebo on morbidity and mortality in patients with heart failure with mildly reduced or preserved ejection fraction and systemic inflammation. dr. F.H.J. Wolfhagen A Phase IIa, randomized, double-blind, placebo-controlled trial to evaluate the safety, efficacy, pharmacokinetics and pharmacodynamics of BI 706321 orally administered for 12 weeks in patients with Crohn`s Disease (CD) receiving ustekinumab induction treatment mw. dr. A.D. Rozeman Registry of chronic subdural hematoma mw. M. van der Heul MSc Zelfmanagement bij mensen met chronische aandoeningen en beperkte gezondheidsvaardigheden drs. J. van den Bosch Effectiveness, efficiency and quality of care of treatments in metastatic hormone sensitive (HSPC) and castration resistant prostate cancer (CRPC) in real-world practice in the Netherlands drs. J.J.E.M. Kitzen The effect of chemotherapy on survival in Invasive Lobular Breast Cancer Patients

16


was

Z

GOEDGEKEURDE STUDIES

mw. dr. M.B.E. Menke-Pluijmers Spatial location of breast cancer local rECurrence aftEr masTectomy: The SECRET studya retrospective analysis dr. M.W.F. van Gent The impact of a structured chain care program on the outcome of worsening heart failure: The chain care-HF registry dr. M.A. Fouraux Autonomous Blood Drawing Optimization and Performance Testing drs. G. de Zeeuw Potential time gain after prehospital administration of activated charcoal in intoxicated patients; a retrospective cohort study dr. W.M.P.F. Bosman Wound infections following implant removal below the level of the knee; the influence of 2g of prophylactic cefazolin drs. V. de Jonge Evaluatie van het effect van een leefstijl programma gericht op beweging op de kwaliteit van leven en vermoeidheid bij patiënten met inflammatoire darmziekten drs. H. Kerkhoff Immediate carotid artery stenting during endovascular treatment of acute ischemic stroke versus a deferred treatment of carotid artery stenosis. A randomized multicenter clinical trial in patients with acute ischemic stroke and carotid artery stenosis undergoing endovasculair treatment. dr. P.E. Westerweel Impact van vincristine dose intensity op overall survival van patiënten met diffuus grootcellig B-cellymfoom behandeld met R-CHOP mw. dr. M. Borsboom-van Zonneveld Vergelijkend onderzoek tussen resultaten van skin prick test en prick-toprick test uitgevoerd met fruit en groenten allergenen

17

drs. E.J.T. Belt Effect of music prehabilitation on preoperative anxiety in patients undergoing colorectal oncological resection: a multicentre randomized controlled trial

drs. R.K.L. So Surviving Sepsis... Nu wel? Een retrospectief onderzoek naar de updates van de richtlijnen van de surviving sepsis campaign.

dr. W. van de Vrie Very short-course versus standard course antibiotic therapy in patients with acute Cholangitis after adequate endoscopic biliaRy drAinage

drs. J. van den Bosch National PROspective infrastructure for Renal Cell Carcinoma (PRO-RCC)

dr. J.B. van der Net Telemonitoring and E-Coaching in Hypertension

mw. dr. S. Schol-Gelok Het voorspellen van de aanwezigheid van wervelletsel in de prehospitale setting: een retrospectieve case control machine learning studie

dr. R.M. Oemrawsingh Addition of FFRct in the diagnostic pathway of patients with stable chest pain to reduce unnecessary invasive coronary angiography

drs. W.J.B. Blox Haalbaarheidsonderzoek naar het zinvol en bruikbaar inzetten van geselecteerde (meet)apparatuur in de thuissituatie van astmapatiënten

mw. drs. S.D.M. Theuns-Valks EUROKIDS-IBD

mw. dr. A. Lebon Intravenous salbutamol in- and outside of PICU: a retrospective cohort-study

mw. dr. A. Lebon A Feverkidstool for Parents dr. I. Tchetverikov Dynamic disease activity monitoring in Psoriatic Arthritis by novel personalized digital biomarkers dr. P.E. Westerweel Venetoclax in combination with hypomethylating agents as a bridge to transplant or donor lymphocyte infusion for patients with relapsed or refractory acute myeloid leukemia: A nationwide retrospective analysis in The Netherlands. dr. W.M.P.F. Bosman Refraining from closed reduction of dislocated distal radius fractures in the emergency department mw. dr. A. Lebon Intravenous salbutamol on the medium care – a multicentre observational study of new guidelines in The Netherlands drs. R.K.L. So Retrospectief dossier onderzoek naar hemodynamische instabiliteit bij koeling post reanimatie

dr. S.W.I. Reeder Ontwikkeling van patiëntspecifieke gebruikersprofielen voor de Survivorship Care Melanoom app: een kwalitatieve context-mapping study mw. drs. M.C. Meinardi advance care planning in older patients int he acute hospital setting in Europe, a one-day cross-sectional study mw. dr. R.M. Kiewiet-Kemper A national randomized placebo-controlled double-blind multicenter trial of LT4/LT3 combination therapy in patients with autoimmune hypothyroidism drs. C. Lau Effect van bariatrische chirurgie op de spiegels van anti-epileptica en psychofarmaca in de routinezorg mw. drs. A.M.J. Schyns-van den Berg Anesthesia PraCtice for Cesarean DElivery Snapshot Survey


PROMOTIEONDERZOEKER AAN HET WOORD

Christine Verboon

“Geniet van een mooie promotietijd” Christine Verboon verdedigde in het voorjaar haar proefschrift over Guillain-Barré syndroom in de echte wereld. We zochten Christine op, want we zijn benieuwd naar het onderzoek en willen ook graag weten hoe ze haar promotietijd heeft ervaren. En natuurlijk vragen we haar naar haar tips voor toekomstige onderzoekers.

Waar ging jouw promotieonderzoek over? “Het onderzoek bestond uit twee onderdelen. In het eerste deel hebben we naar observationele data gekeken in de dagelijkse praktijk. In tegenstelling tot gerandomiseerde gecontroleerde trials hanteerden we hier open inclusiecriteria. We hebben vastgesteld dat het klinisch beeld van het Guillain-Barré syndroom (GBS) heel variabel is. De patiënten met milde varianten hebben enkel last van tintelingen, terwijl de patiënten met ernstige varianten volledig verlamd aan de beademing liggen. Het aanverwante variant Miller Fisher syndroom (MFS) heeft juist een goede prognose. MFS wordt gekenmerkt door coördinatiestoornissen. Bij zwakte - dus geen kracht in ledematen - werden doorgaans wel problemen gezien. Ook is er veel regionale variatie. In Japan zijn er bijvoorbeeld meer MFS-patiënten. In het tweede gedeelte van de studie hebben we gekeken naar de behandelingen van GBS en wat de uitkomsten waren. In de praktijk kunnen immuunglobulines gegeven worden. Plasmaferese is een andere optie. Met behulp van de grootste databank met GBS-patiënten (140 centra in 20 landen) hebben we gezien dat er veel afgeweken wordt van de bestaande richtlijnen. DrieChristine Verboon Christine Verboon is neuroloog in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ze promoveerde eerder dit jaar aan de Erasmus Universiteit op haar proefschrift getiteld ‘Guillain-Barré Syndrome in the Real World: Observational studies of clinical and treatment dilemmas’.

kwart van de patiënten die volgens de richtlijnen niet behandeld zou moeten worden, zijn toch behandeld! Ook hebben we geconstateerd dat een tweede immunoglobulinekuur niet beter is.” Waarom ben je met je promotieonderzoek begonnen? “Tijdens een weekenddienst liep ik samen met mijn opleider Bart Jacobs naar het Sophia ziekenhuis. Het kwam toevallig tijdens het gesprek over onderzoek doen. Hij vroeg of ik interesse hierin had. Dat had ik en ik mocht langskomen om hier verder over te praten. Niet veel later ben ik zo in het promotieonderzoek gerold.” Welke impact heeft je onderzoek voor het ASz? “Het levert een aantal behandeladviezen op. Bij twijfel aan de

18


was

Z

PROMOTIEONDERZOEKER AAN HET WOORD

symptomen van MFS: toch opnemen! Milde GBS-patiënten wel behandelen. Ernstig zieke patiënten met GBS niet zomaar een tweede IVIG-kuur geven. Altijd doorgaan met behandelen, ook na bijvoorbeeld drie maanden bij IC-patiënten.” Wat heeft je geholpen tijdens je promotietijd? “Mijn partner heeft me ontzettend gesteund. Ik heb mijn praatjes eindeloos voor hem mogen oefenen. Ik heb veel kunnen doen in de avonden, de weekenden en tijdens vakantiedagen, hij was dan met de kinderen. Ook heb ik erg veel steun gehad aan mijn tante en schoonouders die als oppas wilden inspringen.” Hoe was je samenwerking op internationaal vlak? “Fantastisch! Ik kwam veel experts tegen in de neuromusculaire wereld. Het was ook erg bijzonder om als promovenda samen met Japanse professoren bier te drinken. Ik kan me herinneren dat dat voor Japanse promovendi ‘not done’ was.“

„We hebben vastgesteld dat het klinisch beeld van het Guillain-Barré syndroom heel variabel is”

Wat vond je het leukste aan je promotieonderzoek? “Tijdens het congres in Glasgow in 2016 werd het 100-jarig bestaan van de naamgeving GBS gevierd. Ik mocht de eindpresentatie verzorgen. Ik had een filmpje gemaakt zoals de intro van Star Wars, waarbij de tekst een opsomming was van grote doorbraken van de kennis over GBS. Je moet je de intro van Star Wars voorstellen, die begint met ‘A century ago…’ en dan de bombastische muziek van John Williams eronder.” Heel gaaf!

Retrospectief of prospectief? “Prospectief! Dan loop je geen risico dat je naar resultaten zoekt.” Farmaceutische industrie of stipendium? “Stipendium, de onafhankelijkheid is mij veel waard.” Onderzoeksgroep of solo? “Onderzoeksgroep. Samenwerking is leuk” Academisch of perifeer? “Academisch, daar is de infrastructuur en de tijd.”

Wat was minder leuk aan je promotieonderzoek? “De afwijzingen van artikelen. De teleurstelling kon ik altijd snel van mij afschuiven. Maar het reviseren en klaarmaken voor een volgend tijdschrift met weer een ander stijl, voelde voor mij als een ‘waste of time’.” En wat ga je nu doen? “Ik ga me binnen neurologie richten op neurologische slaapstoornissen en multiple sclerose (MS). Daarnaast doe ik ook de consulten voor de oncologie. Ik blijf graag aangehaakt bij lopend onderzoek, maar zie me nu niet als ‘principle investigator’.” Welke tips heb je voor aankomende promovendi? “Geniet van een mooie tijd! Ontmoet andere mensen, ook buiten je eigen discipline. Laat je nooit demotiveren. En als je positief blijft bij tegenslag, zal alles goed komen. Zelfs met een METC…”

Christine Verboon met links paranimf Ralph Verkleij (werkzaam als huisarts in Zwijndrecht) en rechts paranimf Bianca van den Berg (neuroloog in Franciscus Gasthuis Rotterdam).

19


was

Z

DIAGNOSE IN BEELD

Bijzondere bevinding op een CT-angiografie Dit stuk is een vertaling van het artikel van Vivan Baggen publiceerde in het Netherlands Heart Journal, met als titel ‘A rare finding on computed tomography angiography performed to exclude pulmonary embolism’. Casusbeschrijving Een 57 jarige man presenteerde zich bij de longarts met klachten van kortademigheid. De voorgeschiedenis van de patiënt vermeldt hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol en een evaluatie in 2018 in verband met flauwvallen na intensief sporten. Het transthoracale echocardiogram dat destijds werd verricht toonde milde linkerventrikelhypertrofie en een afwijking die pas in retrospect werd gezien. De ambulant ECG en inspannings-ECG waren volledig normaal. In 2021 werd de patiënt opnieuw geëvalueerd vanwege een verminderde inspanningstolerantie en hartkloppingen. Het ambulante ECG toonde toen frequente ventriculaire ectopische hartslagen en enkele slagen non-sustained ventriculaire tachycardie (maximaal vijf slagen). Een hartkatheterisatie werd verricht, waarbij diffuse coronair ziekte gezien werd met meerder intermediaire stenose, alle niet significant bij fractional flow reserve-onderzoek. Als behandeling werd met aspirine, een statine en een beta blocker gestart.

Vivan Baggen Vivan Baggen is AIOS Cardiologie in het Erasmus MC en heeft een gedeelte van haar opleiding gevolgd in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Referentie Baggen VJM, van Woerkens LJPM, Kauling RM, Dirkali A. A rare finding on computed tomography angiography performed to exclude pulmonary embolism. Neth Heart J. 2023 Apr;31(4):170-171. doi: 10.1007/s12471022-01744-1. Epub 2022 Dec 12. PMID: 36507951; PMCID: PMC10033798.

Vanwege de kortademigheid besloot de longarts een CT-scan te verrichten om een longembolie uit te sluiten. Het contrast werd toegediend via de rechterarm. Echter, in figuur 1B wordt geen contract in de longslagader gezien. Wat is uw diagnose? Welke twee congenitale anomalieën kunt u zien in figuur 1?

Figuur 1. Aanvullend onderzoek A Transthoracaal echocardiogram, u ziet hier de parasternale lange as. De asterisk markeert een afwijking. B CT-angiografie, verricht om een longembolie uit te sluiten. Het contrast is toegediend via de rechter arm, u ziet hier de coronale coupe.

21


DIAGNOSE IN BEELD

Het antwoord De rechter vena cava superior komt hier uit in het linkeratrium (figuur 1, pijl). Dit zou normaliter voor hypoxemie zorgen vanwege rechts-links shunting, waarbij de veneuze terugstroom van het gehele bovenlichaam wordt geshunt naar de systemische circulatie. Echter, deze patiënt heeft ook een persisterende linker vena cava superior, welke via de coronaire sinus in het rechter atrium uitkomt. Hierdoor wordt alleen de veneuze return vanuit de bovenste rechter hemithorax geshunt. Bij herbeoordeling werd een gedilateerde coronaire sinus gevonden op het echocardiogram, een bevinding die frequent wordt gezien bij patiënten met een persisterende linker vena cava superior.

Incidentie Een persisterende linker vena cava superior wordt gezien bij ongeveer 0.3-0.5% van de bevolking. Een persisterende linker vena cava superior is geassocieerd met andere hartafwijkingen in 40% van alle gevallen. De op zichzelf staande afwijking van de rechter superior vena cava in het linker atrium is extreem zeldzaam. Ongeveer 20 casussen hiervan zijn beschreven, met name kinderen die zich presenteren met milde hypoxemie en cyanose. De combinatie die gezien wordt bij deze patiënt, met een rechter superior vena cava die uitkomt in het linker atrium, in combinatie met persisterende linker superior vena cava is beschreven bij slechts drie patiënten. De incidentie is echter waarschijnlijk onderschat, gezien de afwezigheid van symptomen. Behandeling Deze patiënt werd verwezen naar een tertiair centrum voor aangeboren hartziekten. Bij een hernieuwde evaluatie gaf de patiënt geen klachten aan van palpitaties en was hij niet beperkt bij normale fysieke inspanning. Bij aanvullend onderzoek werd, door middel van saturatie sampling, een arteriële zuurstofspanning van 96% gemeten in rust. Gedurende inspanning daalde de zuurstofspanning langzaam tot 93%. Vanwege de zeer beperkte symptomen, was er geen indicatie tot operatieve correctie. Wel moeten verdere injecties via de rechterarm vermeden worden, om systemische embolieën te voorkomen.

Figuur 2. Aanvullend onderzoek 2 CT-angiografie, u ziet de coronale coupe. De pijn wijst naar de rechter superior vena cava (SVC), die gevuld is met contrast en uitkomt in het linker atrium. De asterisk geeft de persisterende linker vena cava superior aan, die uitkomt in een gedilateerde coronaire sinus (ook te zien in Figuur 1A).

22


INTERVIEW

“We moeten altijd verder om ons heen kijken” In het Albert Schweitzer ziekenhuis werken heel veel mensen. Af en toe kloppen we bij iemand op de deur of bellen een collega op met de vraag hoe hij of zij bij ons terecht is gekomen en wat zijn of haar werk inhoudt. Dit keer is het de beurt aan Leon Evera, jurist in ons ziekenhuis. Wat is je binding met het ASz? “Als middelbare scholier herinner ik me een project waarbij leerlingen een dagje mee konden lopen met verschillende professionals in het veld. Ik kreeg indertijd een meeloopmorgen toegewezen met een arts in het oude Refaja-ziekenhuis. Ik vond het fantastisch. Die locatie is al lang ter ziele, er staat nu een nieuwbouwwijk. En na een eerste kandidatuur geneeskunde in Antwerpen sloegen mijn ambities ook een ander weg in. Toch, als ik de locatie Dordwijk weer binnenstap, heb ik nog vaak het eerste gevoel van die ene morgen. En als Dordtenaar heb ik met het ASz alleen maar positieve ervaringen. Zeker op persoonlijk vlak. Er zijn hier op de Albert Schweitzerplaats ook twee van mijn kinderen geboren, dat geeft de plek ook altijd een bijzondere lading.”

Leon Evera Leon Evera is jurist in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Wat is in je werk als jurist belangrijk? “We willen in het ASz de kwaliteit verbeteren op inhoudelijk en structureel vlak. Het juridische kader speelt hierbij een essentiële rol. Speciale aandacht geven we aan de thema’s privacy en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), aansprakelijkheid, en de verdeling van de intellectuele eigendommen. Het lijkt soms of het juridisch kader vertragend werkt, afremt of drempels opwerpt, maar op de lange termijn is dat niet zo. Zorgvuldigheid - ook op het juridische gebied - is een belangrijke voorwaarde voor kwaliteit.” Hoe kijk je naar de wereld? “Ik heb eerder bij verschillende profit- en non-profitorganisaties gewerkt. De rode draad van mijn werk was het contractenrecht en de internationale setting. De ervaring met partners in onder andere Cambodja, China, Indonesië en Kenia, hebben mij ervan overtuigd dat Nederland geen eiland is. We moeten altijd verder om ons heen kijken.”

24


was

Z

INTERVIEW

Zie je dat terug in je werk? “Jazeker, die grenzeloosheid is wat mij betreft ook een centraal thema in ons ziekenhuis. Onderzoek en wetenschap is per definitie niet aan grenzen gebonden. Dat het ASz ook een actieve rol speelt met internationale partners, moet alleen maar worden toegejuicht. Dat is soms ook wel lopen op een smal koord, aangezien het vaak juist de internationale projecten zijn die het meeste tijd kosten in de beoordeling.” En wat zie je als jouw rol hierin? “Achter de schermen zie ik dat er door heel veel mensen enorm veel werk wordt verricht. Voor mij voelt het als een zachte deken. Je bent een klein radartje in het grote geheel. Ik vind het prettig dat ik ongestoord en zelfstandig mijn werk kan doen. Dat beslaat voor het grootste deel uit de beoordeling van wetenschapscontracten. Voor ieder onderzoekstraject is een getekend contract vereist, waarin we de belangrijkste partijen bijeenbrengen en de afspraken en verwachtingen over en weer vastleggen. In de dagelijkse praktijk beantwoord ik e-mails, scan ik contracten en verzamel ik handtekeningen. De meeste dossiers vormen vaak alleen een verzameling van nummers en namen. Soms ben ik intensief bezig met dossiers waarvan ik de uiteindelijke resultaten nooit te weten zal komen. Toch is juist het besef dat ik deel uitmaak van een groter geheel in zichzelf een mooie beloning.” Heb je persé een jurist in dit geheel nodig? “Ja, het is goed als er iemand over de schouder meekijkt. Het voelt misschien anders dan vroeger, maar de eisen en voorwaarden zijn niet zo veel veranderd. De aandacht voor privacy en patiëntrechten is wel degelijk toegenomen. Daarom is het goed als een jurist specifiek op die onderdelen inzoomt.” Wat was je eerste indruk van het werk hier? “Het heeft tijd nodig gehad om te ervaren hoe er gewerkt wordt binnen een complexe organisatie als het ASz. Sommige handelingen doen we zo omdat ze bij wet zijn geregeld. Andere dingen doen we zo omdat we daarvoor kiezen. En weer andere zaken doen we uit gewoonte, terwijl we ze ook anders en efficiënter zouden kunnen doen. Ik wil zeker in die laatste categorie graag blijven praten over hoe we dat kunnen aanpakken. En om er nog maar een cliché tegenaan te gooien: daarom staat ook altijd de draaideur of mijn mailbox open. Voor het eerst of juist opnieuw!” Wat zijn je ambities hier? “Ik wil mij vooral inzetten om de processen rond de besluitvorming sneller en efficiënter te laten verlopen. De komende tijd wil ik mijn

25

ideeën uitwerken en waar het kan in de praktijk brengen. Een voorbeeld is de fysieke, natte handtekening. In de praktijk leidt die hier in ASz vaak tot vertraging. Documenten moeten geprint, ondertekend en weer gescand worden. Ik zie dat steeds meer organisaties gebruik maken van elektronische handtekeningen, bijvoorbeeld via DocuSign. Als we tot de conclusie komen dat een elektronische handtekening even betrouwbaar is, dan moeten we niet achterblijven omdat we dit altijd al zo deden.

„De aandacht voor privacy en patiëntrechten is wel degelijk toegenomen. Daarom is het goed als een jurist specifiek op die onderdelen inzoomt” Een ander onderwerp is het vernieuwen en aanscherpen van de wetenschapsvisie hier in het ziekenhuis, waar het wetenschapsbureau sterk op inzet. Belangrijke vragen hierbij zijn: op welke manier heeft die visie invloed op de interne procedures, wat is de rol van de WOAC in efficiëntie en effectiviteit en kan dat anders worden georganiseerd? Die wetenschapsvisie moet interne en externe onderzoekers aantrekken. Op het juridisch vlak wil ik hen vooral op het hart drukken om serieus om te gaan met wettelijke voorschriften. Zeker als het gaat om de toestemming van de patiënt. Niet alleen bij nieuwe studies met nieuwe gegevens, maar zeker ook bij studies die gebruik maken van al bestaande data. In de praktijk zie ik wel dat dit soms een lastig punt is. Zelfs voor ervaren onderzoekers.” Doe je nog dingen buiten het ziekenhuis? “Ja, ik werk op freelancebasis voor verschillende organisaties. De belangrijkste ervan is het werk als Functionaris Gegevensbescherming (FG) en juridisch adviseur op het gebied van privacy bij onderwijsinstellingen. Ik geef daar advies aan schoolbesturen en directies over privacy en de AVG. En om ook puur praktisch met mijn handen bezig te zijn, werk ik soms ook nog als freelance kok. De klassieke Franse en natuurlijk de Indonesische keuken zit vol mooie tegenstelling met een eigen dynamiek. Het lijkt bijna net wetenschap.”


WETENSCHAPSWEEK

Dit keer nét even anders

Wetenschapsweek in het ASz Traditiegetrouw wordt ieder jaar de Wetenschapsdag van het ASz georganiseerd. Een dag vol met informatie over wetenschap, onderzoeken en publicaties. Dit jaar stak het net even anders in elkaar. In plaats van één volle dag konden we nu een week lang van maandag 26 juni tot en met donderdag 29 juni - genieten van al het wetenschappelijk onderzoek binnen het ASz. In dit artikel blikken we terug op een geslaagde week met poster pitches, mondelinge presentaties, een keynote speaker en interessante en levendige discussies.

Poster pitches Tijdens de Wetenschapsweek stonden op de eerste drie dagen tijdens de lunch verschillende sprekers klaar om hun onderzoek online te presenteren. Dit ging via een pitch met ondersteuning van PowerPoint. Op deze manier werd ieder onderzoek in het spotlicht gezet en konden de aanwezige hun vragen stellen. Het bleek een erg succesvolle manier om onderzoek te presenteren. Het kostte elke dag maar een half uur tijdens de lunch om de verschillende presentaties te volgen, tegelijkertijd kreeg je wel veel nieuwe informatie mee en werd je meegenomen in de verschillende onderzoeken binnen het ASz. Doordat het onlinepresentaties waren, was het bijwonen ervan ook gemakkelijker in te passen tussen de dagelijkse werkzaamheden dan een fysieke presentatie elders in het ziekenhuis. Kortom, zeker een aanrader voor de volgende editie. Niet alleen was het leuk om op deze manier meer te horen over de lopende onderzoeken, maar voor de presentatoren was het een spannende wetstrijd. Uit de negen sprekers werd door een vakkundige jury een winnaar aangewezen voor de beste pitch. Heb je niet alles meegemaakt en ben je benieuwd welke onderzoeken zijn gepresenteerd? Hieronder vind je een overzicht van alle sprekers.

Eveline Hardenbol (Intensive Care) - Geef de Intensive Carepatiënt weer stem! Onderzoek naar de meerwaarde en veiligheid rondom het spreken tijdens de mechanische beademing. Rosa Smeets (Ziekenhuisfarmacie) - Correlation between maternal, fetal and neonatal digoxin and flecainide concentrations and (side) effects in mother and child, treated for fetal supraventricular tachycardia - a case series to improve dosing. Geerte Beesems (SEH) - ROSC-HT-Retro; a multicenter retrospective cohort study. Mondelingen voordrachten De Wetenschapsweek werd op donderdag feestelijk afgesloten met een Wetenschapsmiddag. Vanaf 16:00 uur was iedereen van harte welkom op de tweede verdieping in en rondom het Auditorium. Daar werden we meegenomen in zes mondelingen voordrachten over verschillende onderzoeken. Naast de verschillende vragen vanuit het publiek werden de presentaties ook beoordeeld door de jury voor de prijs ‘beste mondelinge presentatie’. Hieronder geven we je een beknopte terugblik op de verschillende presentaties. De middag bestond uit twee delen, het eerste deel werd voorgezeten door Jürgen Riedl en Marcel Kofflard.

Poster pitches Maandag 26 juni: Noor Huurman (Chirurgie) - A national snapshot study on clinical and demographic characteristics of chronic pilonidal sinus disease. Gijs de Zeeuw (SEH) - Potential time gain after prehospital administration of activated charcoal in intoxicated patients; a retrospective cohort study. Paul Nijsse (Klinische Fysica) - Proactief screenen op bloedafwijkingen in het laboratorium middels Machine Learning. Dinsdag 27 juni: Janet de Beukelaar (Neurologie) - Progressive multiple sclerosis: a systematic review and metaanalysis. Janneke van Berkel-Boon (Intensive Care) - Osteoporose door citraat CVVH: feit of fictie? Rick Verbruggen (Klinische Fysica) - Robotic Process Automation in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Woensdag 28 juni: Charlotte Sikking (Ziekenhuisfarmacie) - Hydration methods for cisplatin containing chemotherapy: a systematic review. Impressie van een geslaagde Wetenschapsmiddag 2023

26


was

Z

WETENSCHAPSWEEK

Marije Notenboom (arts-onderzoeker bij radiotherapie) presenteerde haar studie over het optimaliseren van operatie- en radiotherapietechnieken bij patiënten met borstkanker. In deze studie werd onderzocht in hoeverre deze technieken kunnen leiden tot verbindweefseling ofwel fibrose. Er bleek nog veel winst behaald te kunnen worden in de cosmetische uitkomsten en de kwaliteit van leven voor patiënten met borstkanker die een borstsparende operatie ondergaan. Een gedeelte van deze winst valt mogelijk te behalen door het optimaliseren van de radiotherapietechnieken. Yaro Roodenburg (masterstudent Technical Medicine) liet zien dat 3D geprinte anatomische modellen erg nuttig kunnen zijn voor orthopedisch chirurgen bij de preoperatieve planning. Uit de vragenlijst, die als onderdeel van het onderzoek is uitgevoerd, bleek dat orthopedisch chirurgen een 3D-geprint anatomisch model als nuttig ervaren. Noor Huurman (arts-onderzoeker bij chirurgie) presenteerde de resultaten van de nationale snapshot-studie die gedaan is naar de chirurgische behandeling van chronische sinus pilonidalis. Uit de studie bleek dat er veel verschillende technieken worden toegepast, maar ook dat de traditionele excisietechniek nog het meest voorkomt. De meerderheid van chirurgen (in opleiding) zijn niet geheel tevreden met de huidige behandeling. En er is behoefte naar een nationale richtlijn. Na deze presentatie volgde er een pauze, waarin er de mogelijkheid was om de verschillende posters te bezichtigen onder het genot van een hapje en een drankje. Het tweede deel van de middag werd daarna voorgezeten door Robert Smeenk en Marloes van der Heul. Rineke Terlouw (medisch assistent bij allergologie) vertelde over haar onderzoek naar het gebruik van in het ziekenhuis gemaakte allergeenextracten die gebruikt worden voor huidtesten naar IgEgemedieerde voedselallergie. Ze liet alle voor- en nadelen van de techniek langskomen, evenals de overwegingen bij de verschillende voedselallergieën. Romy Klein Kranenburg (arts-onderzoeker bij neurologie) vertelde over het gebruik van ocrelizumab bij patiënten met primair progressieve multipele sclerose (PPMS). Uit haar onderzoek blijkt dat ocrelizemab, een antiCD20 monoclonaal antilichaam, ervoor zorgt dat het aantal CD20dim T-cellen afneemt in het hersenvocht van patiënten met PPMS. Omdat CD20dim T-cellen mogelijk ook betrokken zijn in het pro-inflammatoire proces van MS, zou het remmen van deze cellen een gunstig effect kunnen hebben op de PPMS. Anneleen van Nieuwenhuijzen (GZ-psycholoog in opleiding tot specialist klinisch psycholoog) vertelde over haar onderzoek naar gezamenlijke besluitvorming bij het registreren van behandelbeperkingen op de spoedeisende hulp. Hierbij liet ze zien dat angst en ‘health locus of control’ (iemand denkt dat invloed op de gezondheid wordt uitgeoefend) een belangrijke rol spelen in het registreren van behandelbeperkingen bij oudere patiënten.

27

De drie winnaars: Romy Klein Kranenbarg, Marieke Meinardi (voor Hánah Lelieveld-Rier) en Paul Nijsse Keynote speaker Daarna volgde de presentatie van de keynote speaker Renée Lemaire. Renée is werkzaam als jurist. Vanuit dit perspectief gaf ze antwoord op vragen vanuit het publiek rondom wetenschap en wet- en regelgeving. Natuurlijk waren er veel vragen over de privacywet, de Algemene verordening Gegevensbescherming (AVG) en de afwegingen hierbij ten aanzien van het belang van het doen van onderzoek. Het leverde een interessante en levendige discussie op. Afsluiting en prijsuitreiking Aan het einde van de bijeenkomst ging de vakjury, bestaande uit Rosaline van den Berg, Marloes van der Heul, Cedric Lau en Marcel Kofflard, in beraad. Zij hadden de moeilijke taak om de beste presentatie te kiezen uit de verschillende voortreffelijke poster pitches en mondelinge presentaties. Na hun rijpe beraad werd de wetenschapsweek feestelijk afgesloten met de uitreiking van de prijzen voor de beste publicatie 2022, de beste mondelinge presentatie en de beste poster pitch. In het kader hieronder zie je de winnaars. Je vindt ze allemaal ook met een artikel over hun onderzoek in deze WASz-editie. Na de prijsuitreiking stond er een buffet met warme en koude gerechten te wachten. Al met al een mooie afsluiter van een geslaagde week. De winnaars Beste publicatie 2022 Hánah Lelieveld-Rier (internist-oncoloog) - Association Between Geriatric Assessment and Post-Chemotherapy Functional Status in Older Patients with Cancer. De prijs werd in ontvangst genomen door de tweede auteur van dit artikel, Marieke Meinardi (internist ouderengeneeskunde). Lees verder op pagina 36. Beste mondelinge presentative Romy Klein Kranenbarg (Neurologie) - Ocrelizumab treatment associates with reduced CD20dim T cells in the cerebrospinal fluid of people with primary progressive MS. Lees verder op pagina 40. Beste poster pitch Paul Nijsse (Klinische Fysica) - Proactief screenen op bloedafwijkingen in het laboratorium middels Machine Learning. Lees verder op pagina 30.


WETENSCHAPSWEEK

Beste poster pitch

Proactief screenen op bloedafwijkingen met machine learning Elk jaar wordt er tijdens de Wetenschapsdag in het ASz één poster pitch uitgeroepen tot de beste van dat jaar. Dit jaar was Paul Nijsse de gelukkige winnaar met zijn poster over de inzet van machine learning voor het vroegtijdig herkennen van Myeloproliferatieve Neoplasmata (MPN). We vroegen Paul Nijsse naar zijn onderzoek.

Paul Nijsse Paul Nijsse werkte als stagiair bij de afdeling Klinische Fysica in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

28


was

Z

WETENSCHAPSWEEK

Kan je ons iets over jezelf vertellen? “Ik ben net afgestudeerd als student in technische geneeskunde (ofwel klinische technologie) aan de universiteit in Delft, Rotterdam en Leiden. In 2021 heb ik mij drie maanden in het ASz bezig gehouden met deep learning om longmetastasen te detecteren op PET/CT-scans. Ruim een jaar later kon ik het niet laten om terug te keren naar dit mooie ziekenhuis. In het afgelopen jaar heb ik voor mijn afstudeerstage onderzoek gedaan naar machine learning om bloedafwijkingen op te sporen. Mijn stage (en daarmee mijn studie) heb ik eind september met een mooi resultaat afgerond. Daarmee is een einde gekomen aan een fijne tijd in het ASz. In 2024 start mijn volgende uitdaging en vertrek ik voor onbepaalde tijd naar Uganda om daar als technisch geneeskundige te gaan werken.” Kan je een samenvatting van de studie geven? “Het ASz is een expertisecentrum op het gebied van Myeloproliferatieve Neoplasmata (MPN). Bij dit zeldzame ziektebeeld is de bloedcelvorming in het beenmerg gestoord. Dit heeft cardiovasculaire complicaties als gevolg, veelal door trombosevorming. De overige symptomen zijn echter grotendeels aspecifiek, zoals hoofdpijn, zwakte en gewichtsverlies. We zien een urgentie om MPN sneller te diagnosticeren. In een retrospectieve analyse van 534 MPN-patiënten in het ASz zien we een gemiddelde van 413 dagen tussen de eerste afwijkende bloedwaarden en de daadwerkelijke MPN-diagnose. Deze lange tijd tot diagnose zien we ook in de literatuur terug. In een samenwerking tussen de afdeling Hematologie, het Result Laboratorium en de afdeling Klinische Fysica, ontwikkelden we een algoritme dat MPN-patiënten in de dagelijkse stroom van bloedanalyses herkent op basis van bloedbepalingen. Op dit moment kunnen we MPN herkennen met een sensitiviteit van 0,74 en een specificiteit van 0,84. In een retrospectieve analyse zien we dat het algoritme de helft van onze eigen patiënten (45-62%) meer dan een jaar voor hun daadwerkelijke diagnose als een MPN-patiënt zou hebben herkend. Met deze toepassing van machine learning laten we zien dat een artificieel intelligent systeem in staat is om een beenmergziekte te herkennen op basis van bloedwaarden.”

29

Komt er een vervolg aan de studie? “Hoewel mijn afstudeerstage afgerond is, geldt dat niet voor dit onderzoek. Het wordt voortgezet door enthousiaste collega’s die zich momenteel inzetten om de specificiteit verder te verhogen. Dit gaat helpen om onnodige overdiagnostiek te voorkomen. Dit vervolgonderzoek gaat ook helpen om het algoritme bruikbaar te maken voor daadwerkelijke klinische implementatie.” Waar kijk je met plezier en trots op terug in je stage? “De hele mooie samenwerking tussen verschillende afdelingen om samen te komen tot een snellere diagnose voor onze patiënten. Fijn om onderdeel te zijn van een team dat zogezegd over muren heen kan kijken en zo elkaar vindt. Juist door deze goede manier van samenwerken staan we nu op dit punt: het is ons gelukt om MPN-patiënten vroeger te herkennen!” Welke mogelijkheden voor machine learning zie jij voor de toekomst? “Machine learning is een verzamelnaam voor allerlei computeralgoritmes, die in staat zijn grote hoeveelheden data te versimpelen en op basis daarvan een resultaat te geven. Op dit moment worden deze technieken vooral ingezet voor beslissingsondersteuning en voor de verwerking van (medische) afbeeldingen. Nu we al enige tijd medische gegevens digitaal opslaan, wordt het steeds eenvoudiger om met deze data nieuwe machine learningmodellen te trainen om bijvoorbeeld ziekten te herkennen. Het project dat wij hebben gedaan, is een voorbeeld van een mooie toepassing hiervan. Het is onmogelijk voor een hematoloog om het volledige medische dossier te controleren bij iedere enigszins afwijkende bloedbepaling die in het lab gedaan wordt. De data zijn echter wel aanwezig. Machine learning kan dan helpen om al deze data samen te brengen en ze ‘te versimpelen’ naar een waarschijnlijkheid dat bepaalde bloedbepalingen horen bij een MPN-patiënt. Zo worden wél alle afwijkende bepalingen gecontroleerd, maar hoeft een hematoloog zich alleen te buigen om de daadwerkelijk verdachte bepalingen. Vergelijkbare screeningachtige toepassingen zullen op de middelkorte termijn alleen maar meer ontwikkeld en toegepast worden.”


Column

COLUMN

Wandelen, rollen en rennen voor MS Op zondag 10 september was het zover: MS Motion 2023! Het is een jaarlijks door het Nationaal MS Fonds georganiseerd evenement, waarbij mensen in beweging komen om geld op te halen voor onderzoek naar multiple sclerose (MS). ‘In beweging komen’ kan op veel manieren: je kunt meedoen door hard te lopen, maar ook door te wandelen of mee te rollen in een rolstoel. Hierbij kun je kiezen voor een afstand van 5 of 10 kilometer. Het bijzondere aan het evenement is, dat het een ontzettend breed scala aan deelnemers heeft. Van MS-patiënten en hun naasten, tot neurologen, arts-assistenten, verpleegkundigen en apothekers. En iedereen heeft een eigen verhaal en intrinsieke motivatie om mee te doen.

„Iedereen heeft een eigen verhaal en intrinsieke motivatie om mee te doen”

Romy Klein Kranenbarg Romy Klein Kranenbarg is arts-onderzoeker en promovenda in het Albert Schweitzer ziekenhuis. In deze column deelt ze met ons hoe mooi het is om ‘bewegen’ in te zetten voor wetenschap.

Zelf ben ik sinds een halfjaar bezig met mijn promotieonderzoek naar Primair Progressieve MS (PPMS). Het is een vorm van MS die ongeveer 10-15% van alle MS-patiënten treft en waar - in tegenstelling tot de meer bekende en voorkomende Relapsing Remitting MS (RRMS) - nog bijzonder weinig over bekend is. Mijn onderzoek heeft de naam SPIN-P en heeft als doel om meer te weten te komen over de oorzaak en het beloop van PPMS. Met die kennis kunnen we hopelijk in de toekomst beter nadenken over behandeling van deze vorm van MS. Voor RRMS zijn al veel medicijnen beschikbaar om de juiste afweercellen te remmen, maar ze werken helaas niet of nauwelijks bij PPMS. In Nederland komt MS voor bij 1 op de 1000 mensen en het is helaas nog altijd een ongeneeslijke, impactvolle ziekte die leidt tot invaliditeit. Meer onderzoek is zo hard nodig. Hoe mooi is het dan om tijdens MS Motion 2023 met wandelen, rennen en rollen, weer een stapje dichterbij het begrijpen en aanpakken van deze aandoening te komen. Ook dit jaar was het MS Motion-evenement weer geweldig! We haalden maar liefst € 144.545 op. Het chequebedrag werd persoonlijk door Lee Touwers overhandigd. Bovendien zorgde hij voor een extra vrolijke noot met zijn liedjes ‘Sweet Caroline’ en ‘You’ll never walk alone’. Het motiveerde ons om - ondanks de hoge temperatuur die dag van 32°C - de finish te halen via een prachtige, maar ook schaduwarme route over Vliegbasis Soesterberg.

30


MASTERONDERZOEK

Vincristine-dosis valt veilig te verminderen Sofie Engels is zesdejaars geneeskundestudente aan het Erasmus MC. Ze doet masteronderzoek bij de afdeling Interne Geneeskunde en wordt daar begeleid door Jantina Kortleve (physician assistant hematologie) en Peter Westerweel (hematoloog). Dr. Yasmina Serroukh (hematoloog) is haar begeleider bij het Erasmus MC. Het onderzoek van Sofie gaat over het effect van dosisreductie van vincristine bij patiënten met lymfoom. Het onderzoek is uitgevoerd bij patiënten uit het Albert Schweitzer ziekenhuis en het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein (in samenwerking met dr. Maaike Sohne, hematoloog). Wij vroegen Sofie naar de belangrijkste bevindingen van haar masteronderzoek.

Sofie Engels Sofie Engels is zesdejaars geneeskundestudente aan het Erasmus MC en doet masteronderzoek in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Kun je een beschrijving geven van je onderzoek? “In mijn masteronderzoek heb ik gekeken naar patiënten met diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL). Dit is een vorm van lymfeklierkanker. DLBCL komt met name voor bij oudere mensen, de gemiddelde leeftijd waarop de diagnose gesteld word is 64 jaar. Zonder behandeling zouden patiënten binnen enkele weken tot maanden overlijden, maar behandeling met chemotherapie levert een aanzienlijke winst op in levensverwachting, waarbij de helft van de patiënten van hun DLBCL genezen kan worden. Ons onderzoek betrof het gebruik van de chemotherapie bij deze patiënten. Patiënten met een DLBCL worden meestal behandeld met gecombineerde chemotherapie en doelgerichte therapie, namelijk R-CHOP. Dit is de combinatie van rituximab, cyclofosfamide, vincristine, doxorubicine en prednison. In de praktijk wordt de vincristine-dosis vaak verlaagd, omdat dit bijwerkingen heeft. Eerdere studies laten zien dat een verlaagde dosis vincristine een negatieve uitkomst heeft op de (progressievrije) overleving van patiënten met DLBCL. Het doel van ons onderzoek was om te kijken of een dosisreductie van vincristine inderdaad leidt tot een verminderde (progressievrije) overleving bij patiënten met een DLBCL.” Waarom wordt vincristine vaker gereduceerd? “Omdat er bijwerkingen kunnen optreden. De belangrijkste zijn de neuropathische klachten, zoals pijn, een doof gevoel in handen en voeten, of tintelingen. Neuropathische klachten komen bij wel 70% van de patiënten voor. Als deze klachten optreden, wordt de dosis vaak gereduceerd. Tegelijkertijd kun je je voorstellen dat je met minder chemotherapie, je ook het lymfoom minder goed bestrijdt, waardoor je mogelijk een slechtere (progressievrije) overleving hebt.”

32


was

Z

MASTERONDERZOEK

Figuur 1. Kaplan-Meier curve van de algehele overleving (overall survival)

Figuur 2. Kaplan-Meier curve van de progressievrije overleving (progression-free survival)

Welke patiëntenpopulatie heb je voor je onderzoek gebruikt? “Het onderzoek is een retrospectief cohortonderzoek van patiënten uit het Albert Schweitzer ziekenhuis en patiënten uit het St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein. Het cohort bestaat uit patiënten met ‘de novo’ DLBCL (dus patiënten zonder een lymfoom in de voorgeschiedenis), die gediagnosticeerd zijn tussen 2015 en 2021. Van al deze patiënten hebben een masterstudent uit het Antonius Ziekenhuis en ik de dossiers doorgespit. Uit deze dossiers konden we de patiëntkarakteristieken halen, maar ook de dosis van de chemotherapie, de eventuele bijwerkingen en de momenten waarop er progressie van de ziekte optrad. Voor informatie over overlijdens hebben we de gemeentelijke basisadministratie geraadpleegd.”

sievrije overleving is (zie figuur 2). Maar, en dit is heel belangrijk, deze bevinding komt niet uit de multivariate analyse (zie tabel 1). Wat daarin opvalt is, dat die slechtere overleving niet wordt veroorzaakt door de dosisreductie in vincristine, maar door de hogere leeftijd en de gereduceerde doxorubicine. Beide factoren zorgen voor een slechtere (progressievrije) overleving.

Hoe verschilt jouw onderzoek van eerder onderzoek? “Het is het eerste Nederlandse cohort op dit gebied en er zitten alleen patiënten in met ‘de novo’ DLBCL. De eerder verrichte studies hebben een grotere diversiteit van DLBCL. Daar zitten niet alleen ‘de novo’ DLBCL-patiënten in, maar ook patiënten met getransformeerde lymfomen. We weten ook dat patiënten met getransformeerde lymfomen een slechtere prognose hebben en dit vertroebelt mogelijk het beeld. Een ander groot verschil met eerdere studies is dat we apart hebben gekeken naar patiënten die R-mini-CHOP hebben gekregen. R-mini-CHOP is een aangepaste R-CHOP-kuur, waarbij de dosis van de chemotherapie verlaagd is. Dit wordt gegeven aan kwetsbare, vaak oudere patiënten, waarvan verwacht wordt dat ze te veel bijwerkingen ontwikkelen op de R-CHOP. In onze studie hebben we een aparte analyse gedaan voor de patiënten met R-mini-CHOP, zodat we goede conclusies kunnen trekken over de verschillende groepen. Omdat patiënten met R-mini-CHOP kwetsbaar zijn, verwacht je dus ook al sneller bijwerkingen. In een andere studie wordt wel het aantal patiënten met R-mini-CHOP gerapporteerd, maar er zijn geen aparte analyses mee gedaan.” Wat zijn de belangrijkste resultaten van je onderzoek? “We zien dat als de dosis van vincristine meer dan 50% wordt gereduceerd, er een slechtere overleving (zie figuur 1) en progres-

33

In eerdere studies leek het dus alsof de gereduceerde vincristinedosis de ‘boosdoener’ was van de slechtere (progressievrije) overleving, maar dit blijkt dus te berusten op confounders: namelijk de leeftijd en de doxorubicine-dosis. Patiënten met een gereduceerde vincristine-dosis zijn vaker ouder en hebben vaak ook een lagere dosis doxorubicine. Doxorubicine wordt verlaagd als er R-miniCHOP wordt gegeven of als er sprake is van leverproefstoornissen. Dat patiënten een slechtere (progressievrije) overleving hebben als de dosis doxorubicine wordt verlaagd wisten we uit eerder onderzoek. Nu kunnen hematologen met een geruster hart de dosis vincristine reduceren als dit nodig is voor de patiënt, zonder dat ze bang hoeven te zijn dat hierdoor sprake is van een slechtere (progressievrije) overleving voor hun patiënt.” Wat zijn de beperkingen van je onderzoek? “Het is natuurlijk een retrospectief cohort, wat over het algemeen minder wordt gewaardeerd dan een prospectief cohort. Ook is het een relatief kleine studiepopulatie van 212 patiënten. Andere studies, die een meer heterogene groep van DLBCL-patiënten hebben geïncludeerd, zijn een stukje groter. We gaan nog wel kijken of we deze studie kunnen uitbreiden om zo toch wat meer power te verkrijgen. Ook hebben we natuurlijk de R-mini-CHOP uitgesplitst waardoor er ook weer kleinere groepen ontstaan.” Welke vervolgstappen gaan er volgen? “We zijn nu druk bezig om deze resultaten te publiceren. We hopen in de toekomst de data uit te breiden met data uit andere ziekenhuizen. Zo kunnen we er nog dieper op ingaan en mogelijk meer prognostische factoren identificeren. Dit kan ons mogelijk helpen om nog gerichter advies te geven.”


MASTERONDERZOEK

Wat heb je als masteronderzoeker geleerd en was dit je eerste onderzoek? “Ik heb me vooral verdiept in de statistiek die ik voor dit onderzoek ging gebruiken en dat was zeker heel leerzaam. Ik had al eerder ervaring met onderzoek. Zo heb ik voor de farmacieopleiding, die ik voor de studie geneeskunde heb gevolgd ook een masteronderzoek gedaan. Ik deed toen dossieronderzoek en nam interviews af. Verder heb ik samen met een research-masterstudent gewerkt aan een systematic review, hopelijk leidt dit nog tot een mooie publicatie. Wat ik verder ook heb geleerd is het belang van goede communicatie. Dit onderzoek is een samenwerkingsverband tussen twee ziekenhuizen, dus ik kwam in een groot team terecht. Juist in zo’n groot team is het heel belangrijk om de communicatie goed te laten verlopen om zo alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.” Wat waren de lastigste zaken? “Ik vond het soms lastig dat het onderzoek langzamer gaat dan je zelf zou willen. Zo zijn de overlevingsdata uit het St. Antonius ziekenhuis tijdens mijn onderzoek opnieuw geüpdatet. Daar moest

ik dan drie weken op wachten. Natuurlijk kan ik me dan ook bezig houden met tabellen en figuren maken, maar toch wil je gewoon verder met het onderzoek en de analyses.” Nog tips voor andere studenten die hun masteronderzoek gaan doen? “Mijn aanrader is om op zoek te gaan naar een onderwerp dat je echt interessant vindt, want dat nodigt uit om de verdieping te zoeken. Uiteindelijk ben je 20 weken lang met een project bezig, dus het is wel belangrijk dat je het onderwerp interessant vindt. Verder is goede begeleiding belangrijk. Zelf heb ik een makkelijk te bereiken aanspreekpunt en fijne begeleiding gehad. Dit zorgt ervoor dat het onderzoek vlot verloopt en je niet met vragen blijft zitten.” Wat ga jij hierna doen? Ga je verder met onderzoek? “Ik ga dit onderzoek natuurlijk afronden en we zijn bezig om een artikel te schrijven. Verder gaan we het onderzoek ook presenteren op de refereeravond van de afdeling Hematologie en hebben we een abstract ingediend voor het Dutch Hematology Congress. Daarna ga ik de klinische praktijk in.”

Tabel 1. Deze tabel toont de hazard ratio van de verschillende factoren voor de overleving, zowel univariaat als multivariaat. Hierbij zien we dat de leeftijd en doxorubicine reductie bij de multivariate significant geassocieerd met een slechtere overleving, en de vincristine reductie <50% niet.

Univariate analysis n = 212. n (%) HR (95% CI) P value Age continuous

Multivariate analysis HR (95% CI) P value

1.075 (1.041 - 1.110)

< 0.001

-

-

Age > 60 years

144 (67.9)

4.699 (1.860 - 11.869)

0.001

2.900 (1.064 - 7.908)

0.037

ECOG PS 2-4

29 (13.7)

2.302 (1.171 - 4.526)

0.016

-

-

LDH > upper normal limit

123 (58)

1.177 (0.660 - 2.099)

0.581

-

-

Ann Arbor III-IV

143 (67.5)

2.025 (1.008 - 4.068)

0.047

-

-

Extranodal involvements ≥ 2

47 (22.2)

1.562 (0.838 - 2.912)

0.161

-

-

Adrenal/kidney involvement

17 (8)

0.752 (0.298 - 1.900)

0.547

-

-

IPI score > 2

87 (41)

1.986 (1.123 - 3.515)

0.018

1.025 (0.549 - 1.913)

0.938

0.925 (0.516 - 1.660)

0.794

-

-

Tumor type (GCB/non-GCB) Double hit lymphoma

7 (3.3)

1.174 (0.283 - 4.874)

0.825

-

-

Vincristine RDI < 85%

119 (56.1)

1.369 (0.762 - 2.456)

0.293

-

-

Vincristine RDI < 50%

52 (24.5)

2.274 (1.272 - 4.066)

0.006

1.657 (0.909 - 3.021)

0.099

Doxorubicin reduction

89 (42.0)

4.765 (2.478 - 9.165)

< 0.001

3.550 (1.778 - 7.088)

< 0.001

34


ONDERZOEKER AAN HET WOORD

Beste publicatie 2022 Elk jaar wordt er op de Wetenschapsdag een artikel uitgeroepen tot de beste publicatie van het ASz. Dit jaar was Hánah Lelieveld-Rier de gelukkige. Zij schreef met haar collega’s de winnende publicatie getiteld ‘Association Between Geriatric Assessment and Post-Chemotherapy Functional Status in Older Patients with Cancer’. Reden genoeg om met Hánah in gesprek te gaan over het onderzoek dat aan de mooie publicatie ten grondslag lag. Wat is je ervaring met het doen van onderzoek? “Het geeft je persoonlijke profiel binnen je vakgebied een extra dimensie. Het geeft je ook de kans om een expert te worden binnen een bepaald gebied. Om die reden vind ik het een zeer waardevolle toevoeging aan de patiëntenzorg. Ik heb er veel van geleerd en veel plezier van gehad. Wel is het altijd een uitdaging om dit naast de drukke klinische taken te doen. Het is heel fijn als daar aandacht en ondersteuning voor is.”

Hánah Lelieveld-Rier Hánah Lelieveld-Rier werkt als oncoloog in het Amphia Ziekenhuis. Haar opleiding tot internist-oncoloog heeft ze onder andere gevolgd in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Wat motiveert je om onderzoek te doen? “Dat het onderzoek leidt tot meer begrip en misschien ook beleidsveranderingen betreffende wat de patiënt doormaakt en hoe zijn uitkomsten hierdoor beïnvloed worden. Bijvoorbeeld voor oudere oncologische patiënten die chemotherapie krijgen, is de oncologische effectiviteit heel belangrijk. Tegelijkertijd is het belangrijk hoe zij de behandeling doorstaan en welke factoren bijdragen aan het wel of niet afmaken van de behandeling. Dit vormde voor mij de directe motivatie voor het onderzoek dat in het Albert Schweitzer ziekenhuis heeft plaatsgevonden. Ik blijf het liefst onderzoek doen waarbij de patiënten de uitkomsten ervan direct in de spreekkamer kunnen merken.” Hoe is deze studie ontstaan en wat in het onderwerp? “De aanleiding was een specifieke casus. Een oudere patiënt onderging chemotherapie in verband met een solide maligniteit. Na het afronden van de therapie was de patiënt ziektevrij en heeft nog jaren geleefd. Maar hij hield ook ernstige klachten over aan de chemotherapie. Hij had valneiging en pijn door chemotherapie-gerelateerde polyneuropathie en dit beïnvloedde de jaren daarna zijn zelfstandigheid en kwaliteit van leven. Vooraf is het soms moeilijk in te schatten hoe de patiënt de behandeling zal verdragen. Daar wilden wij meer over te weten komen en dat werd het onderwerp van onze studie: de CHARMING-studie (Change of geRiatric morbidity and Muscle mass in elderly patIents with maligNant disease undergoinG palliative and adjuvant chemotherapy). De studiepopulatie bestond uit patiënten van 65 jaar of ouder die chemotherapie moesten ondergaan (ongeacht welke

36


was

Z

ONDERZOEKER AAN HET WOORD

maligniteit). Het achterliggende klinische probleem van deze patiënten is dat zij soms grote risico’s hebben op comorbiditeit, en verlies van zelfstandigheid en kwaliteit van leven door de chemotherapie. Het is moeilijk om vooraf deze risico’s goed in kaart kan brengen en te voorspellen wie hier last van gaat krijgen. Zelfs een goede conditie bij de start van de behandeling zegt niet alles. De studie onderzocht de prognostische waarde van een geriatric assessment voor het beantwoorden van deze vraag. De patiënten ondergingen voor de start en na het afronden van de behandeling een geriatric assessment, waarna de uitkomsten van het assessment werden gerelateerd aan oncologische effectiviteit (overleving) en achteruitgang van zelfstandigheid en fysiek functioneren. Hieruit bleek dat afwijkingen bij een korte geriatrische screening (de G8-score) geassocieerd waren met oncologische progressie en achteruitgang van fysiek functioneren binnen een jaar na de chemotherapie.” Welke obstakels ben je bij het onderzoek tegengekomen en hoe heb je ze aangepakt? “Een lastig probleem bij het begin van de studie was de infrastructuur voor alle onderzoeken en de inclusie van de patiënten. Dit vereiste een nauwe samenwerking tussen de afdeling geriatrie en interne geneeskunde, zowel door verpleegkundigen als door artsen. Allereerst moesten de patiënten gescreend worden voor de studie, dit werd uiteindelijk via de multidisciplinaire overleggen (MDO’s) gedaan. Vervolgens moesten de oncologen de patiënten includeren, waarna zij een geriatrisch onderzoek moesten ondergaan op de polikliniek geriatrie. Het was een logistieke uitdaging om te proberen afspraken te combineren bij patiënten die al veel op hun bord hadden. Uiteindelijk is dit met inzet van iedereen gelukt en werden er zelfs verpleegkundigen beschikbaar gesteld die het geriatrisch assessment afnamen.” Wat vond je het allerleukste moment in dit onderzoek? “De publicaties zijn natuurlijk grote hoogtepunten, maar vooral de

Meer weten over het onderzoek? Het volledige artikel is afgelopen jaar gepubliceerd in The oncologist. Referentie: Rier HN, Meinardi MC, van Rosmalen J, Westerweel PE, de Jongh E, Kitzen JJEM, van den Bosch J, Trajkovic M, Levin MD. Association Between Geriatric Assessment and Post-Chemotherapy Functional Status in Older Patients with Cancer. Oncologist. 2022 Nov 3;27(11):e878e888. doi: 10.1093/oncolo/oyac131. PMID: 35861263; PMCID: PMC9632320. (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35861263/)

37

successen op de polikliniek zijn ontzettend mooi. Zoals bijvoorbeeld toen wij 100 patiënten hadden geïncludeerd en er taart was op de polikliniek geriatrie. Of de trots die ik voelde toen er verpleegkundigen werden geschoold om de assessments af te nemen. Dat vroeg een enorme inzet van zowel de afdeling geriatrie als interne geneeskunde en het was heel mooi om dit voor elkaar te krijgen.” Wordt de G8 screening tool nu afgenomen voorafgaand aan chemotherapie? “Niet structureel, hij wordt nog steeds veel afgenomen in onderzoeksverband. Wel zijn er in het veld van de geriatrische oncologie de afgelopen tien jaar grote stappen gezet, waar de G8 een deel van is. Er is de afgelopen jaren meer bewijs uit gerandomiseerde trials gekomen over de meerwaarde van geriatrisch assessment voor het inschatten van haalbaarheid en toxiciteit van chemotherapeutische behandelingen en daar heeft de CHARMING-studie aan bijgedragen.”

Zo oordeelde de commissie over de winnende publicatie “Dit heldere artikel, voortgekomen uit een goede samenwerking tussen geriatrie en oncologie, gaat in op gepaste zorg bij de geriatrische patiënt. Het past zeer goed binnen het thema ‘zinnige zorg’. Een simpele screening toegepast bij ouderen, kan waardevolle informatie opleveren bij beslissingen over chemotherapie. Met een groeiende groep ouderen, kan dit leiden tot besparing van invasieve behandelingen.”


ONDERZOEKER AAN HET WOORD

Beste mondelinge presentatie Over het gebruik van ocrelizumab bij patiënten met MS Tijdens de Wetenschapsdag nam Romy Klein Kranenbarg ons mee in haar onderzoek over het gebruik van ocrelizumab bij patiënten met primair progressieve multiple sclerose. Met haar mooie visuele en inhoudelijke presentatie heeft zij de prijs voor beste mondelinge presentatie van 2023 in de wacht gesleept. We spraken met Romy over haar onderzoek, de obstakels en successen, en we keken naar de toekomst.

Romy Klein Kranenbarg Romy Klein Kranenbarg werkt als arts-onderzoeker en promovenda in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Kun je ons iets vertellen over jezelf en je onderzoek? “Een halfjaar geleden ben ik begonnen met mijn promotieonderzoek naar primair progressieve multiple sclerosis (MS) op de afdeling Neurologie. Daarvoor werkte ik als arts-assistent op de afdeling Neurologie in het ASz en in het Erasmus MC. Tijdens mijn coschap neurologie in het ASz ontdekte ik hoe bijzonder is om met het verhaal van de patiënt én de bevindingen bij neurologisch onderzoek, te kunnen lokaliseren waar in het zenuwstelsel het probleem moet zitten. Ik werd enthousiast van het luisteren naar de patiënt en het logisch redeneren wat hierbij komt kijken. Meteen wist ik dat dit de richting was waarin ik me verder wilde specialiseren. Naast mijn promotieonderzoek werk ik eens per maand een weekenddienst in de kliniek om de affiniteit met de algemene neurologie te behouden. In mijn vrije tijd ga ik graag hardlopen om mijn hoofd leeg te maken. Verder haal ik veel positieve energie uit afspreken met vriendinnen. Zo is er een groep meiden waar ik in ieder geval een dag in de week samen mee ga eten.” Wat motiveert jou om onderzoek te doen? “Met onderzoek draag ik bij aan de uitbreiding van kennis. Dat geeft mij het gevoel de geneeskunde verder te helpen, als het ware naar een hoger niveau te tillen. Ik hoop dan ook in de toekomst wetenschappelijk onderzoek te kunnen combineren met werken in de kliniek. De patiënten die meedoen aan mijn onderzoek, volg ik zelf. Dit doe ik op de dag in de week dat ik poli doe. Zij vormen echt de drijfveer voor mijn onderzoek. Over primair progressieve MS is nog zo weinig bekend en ik merk hoe frustrerend dat is voor de mensen die het treft. Dit motiveert mij enorm.” Hoe is deze studie ontstaan en wat omvat de studie? “Het doel van mijn promotieonderzoek is om meer te leren over de oorzaak en het beloop van primair progressieve MS. Door een beter begrip van de oorzaak van MS, kunnen we in de toekomst

38


was

Z

ONDERZOEKER AAN HET WOORD

vanuit die kennis de behandeling verbeteren. Daarnaast hopen we met dit onderzoek het ziekteverloop van patiënten met MS beter te voorspellen, zodat mensen zich daar beter op kunnen voorbereiden. De studie die ik bij de Wetenschapsdag presenteerde en waarmee ik de prijs heb gewonnen is de eerste studie met prospectieve data die we hebben uitgevoerd binnen het onderzoek. Ocrelizumab is momenteel de enige behandeling waarvan is aangetoond dat het de achteruitgang van invaliditeit bij primair progressieve MS vermindert. Ocrelizumab is een anti-CD20 monoklonaal antilichaam en CD20 is een prototypische B-cel marker. Het beoogde werkingsmechanisme van ocrelizumab is dan ook het verminderen van B-cellen. Wij hebben echter met deze studie aangetoond dat ocrelizumab niet alleen B-cellen, maar ook bepaalde T-cellen in zowel bloed als hersenvocht van mensen met primair progressieve MS vermindert. Dit draagt mogelijk bij aan de werkzaamheid van ocrelizumab bij mensen met primair progressieve MS. Dit is belangrijke kennis met het oog op de oorzaak van de ziekte en het ontwikkelen van nieuwe behandelingen. Het zal ook een onderwerp zijn van verder onderzoek. Recent hebben wij deze studie ingediend voor publicatie en hopelijk zijn de resultaten snel openbaar te lezen.” Welke obstakels heb je tijdens dit onderzoek overwonnen? “De grootste uitdaging van deze studie is dat het heel translationeel is: de studie zit op het grensvlak van de immunologie en de klinische praktijk. Met mijn kennis over de klinische kant van de neurologie, sprak ik een andere taal dan de promovenda op het gebied van immunologie, met wie ik voor dit onderzoek veel samenwerk. Het is dan best een uitdaging elkaar te begrijpen. Om ervoor te zorgen dat ik ook de ‘immunologische taal’ leerde spreken, ben ik regelmatig samen met de immunologie-promovenda en ook een postdoctoraal immunologie-onderzoeker gaan zitten. Ik merkte dat dit enorm hielp. Niet alleen omdat ik alles veel beter snapte - ik zal eerlijk toegeven dat ik tot een paar maanden geleden ook nog nooit van een CD20dim cel had gehoord - , maar ik merkte dat ook de immunologie onderzoekers het erg konden waarderen dat ik de moeite nam om hun taal te leren. Zo lukte het me een brug tussen de twee werelden te slaan en de kloof ertussen te verkleinen. En hoe meer ik me erin begon te verdiepen, hoe enthousiaster ik erover werd.”

39

Op welke momenten kijk je met plezier en trots terug? “Enkele weken geleden mocht ik de resultaten van onze studie presenteren met een posterpresentatie op ‘s werelds grootste internationale MS-congres in Milaan. Dit was best spannend, zeker ook vanwege de immunologische aard van de studie. Het voelde toch nog een beetje buiten mijn comfortzone. Ik had tijdens mijn posterpresentatie veel aanspraak en kreeg vragen van onderzoekers van over de hele wereld, van Duitsland, tot Zweden en zelfs Brazilië en Australië. Maar dat ik hier vervolgens zowaar gewoon de antwoorden op wist en inhoudelijke discussies over kon voeren, gaf een enorm gevoel van overwinning en enthousiasme. Dat me dit in slechts een halfjaar tijd is gelukt, daar ben ik best trots op.” Wat hoop je binnen nu en vijf jaar te bereiken? “Ik hoop gepromoveerd te zijn en zoveel kennis opgedaan te hebben dat ik expert ben op het gebied van (primair progressieve) MS. Daarnaast hoop ik ook dat ik mezelf heb ontwikkeld tot wetenschapper, zodat ik mijn wens om wetenschappelijk onderzoek te combineren met de kliniek kan verwezenlijken. En uiteindelijk hoop ik via de samenwerking tussen vele ziekenhuizen binnen én buiten de regio voor mijn onderzoek, verbinding te kunnen creëren. Ik ben ervan overtuigd dat krachten gebundeld moeten worden om wetenschappelijk onderzoek naar MS naar een hoger niveau te tillen. Door samen te werken kun je meer bereiken. Over vijf jaar hoop ik aan de patiënten die meedoen aan mijn onderzoek, kan vertellen dat we mede dankzij hun inzet een stuk meer begrijpen over primair progressieve MS. Dat we hierdoor een stapje dichterbij het behandelen en uiteindelijk genezen van deze aandoening zijn gekomen.”


WETENSCHAP

Test je kennis over statistiek Er zijn allerlei manieren om je kennis te verrijken. In deze rubriek stelt statisticus Sten Willemsen je kennis over statistiek op de proef. Vraag 1 Je onderzoekt of een labwaarde verschilt tussen twee groepen. We nemen aan dat deze normaal verdeeld is met gelijke variantie in de twee groepen. We berekenen voor elke groep afzonderlijk een 95% betrouwbaarheidsinterval. Wat kunnen we nu concluderen als de twee intervallen overlappen en wat als ze niet overlappen? a) Als ze overlappen, is het resultaat van een t-toets niet statistisch significant. Als ze niet overlappen is het resultaat wel statistisch significant. b) Als ze overlappen, kunnen we geen conclusie trekken over de significantie van de t-toets. Als ze niet overlappen, is het resultaat statistisch significant. c) Als ze overlappen, is het resultaat van een t-toets niet statistisch significant. Als ze niet overlappen, kunnen we geen conclusie trekken over de statistische significantie.

Vraag 2 Een alternatief voor een t-toets is de Mann-Whitney toets. Welk antwoord is correct? 1. De t-toets heeft altijd meer power dan een Mann-Whitney toets. 2. De Mann-Whitney toets heeft altijd meer power dan een t-toets, zolang de data niet normaal verdeeld zijn 3. De Mann-Whitney toets vergelijkt de medianen van twee groepen. 4. De Mann-Whitney toets evalueert de nulhypothese dat een willekeurige observatie uit een van de populaties, vergeleken met een willekeurige observatie uit de andere populatie, net zoveel kans heeft om kleiner te zijn als groter.

Juiste antwoord vraag 1: B. Als de intervallen slechts een beetje overlappen kan een verschil toch statistisch significant zijn.

Z

Juiste antwoord vraag 2: D. Het is een misverstand dat de Mann-Whitney toets medianen tussen twee populaties vergelijkt. (Dit is alleen waar als sterke aannamen gemaakt kunnen worden). Aangezien de nulhypotheses niet gelijk zijn, is het een beetje raar om de power tussen de twee toetsen te vergelijken. Toch kan gezegd worden dat de t-toets bij een normale verdeling van de twee populaties iets vaker de nulhypothese zal verwerpen. Wanneer dit niet zo is, kan hier niets over gezegd worden.

was

41

Sten Willemsen Sten Willemsen is statisticus in het Albert Schweitzer ziekenhuis en het Erasmus MC


was

Z

BERICHTEN VAN DE BIBLIOTHEEK

Berichten van de bibliotheek Er zijn dit jaar verschillende nieuwe boektitels opgenomen in ClinicalKey. Heb jij ze al gelezen? Hieronder zie je een overzicht met nieuwe boektitels. Ook zijn er nieuwe tijdschriften toegevoegd aan ClinicalKey. De lijst met nieuwe tijdschriften kun je opvragen in de bibliotheek. Daarnaast zijn de Clinical Overviews uitgebreid. Deze zijn te vinden op onderwerp of via Specialisme. Als je in het ziekenhuis bent zijn alle e-books en e-journals vanaf je werkplek toegankelijk. Met een inlog kun je ClinicalKey ook buiten het ziekenhuis gebruiken. En er is ook een ClinicalKey-app om de toegang te vergemakkelijken. Zeker het proberen waard. Voor vragen kun je terecht in de bibliotheek bij Rian Busser en Rianne van Hof, of via bibliotheek@asz.nl

Rianne van Hof en Rian Busser Rianne van Hof Medisch is informatie specialist. Rechts Rian Busser, de nieuwe medewerker, bibliothecaris.

Overzicht van nieuwe boektitels Clinical Handbook of Nephrology (Brown, Robert Stephen) 1st ed; ISBN: 9780323847872

Breast Pathology (Dabbs, David) 3rd ed; ISBN: 9780323795227 nieuwe druk.

(

> Pediatric Fluid, Electrolyte, and AcidBase Disorders (Assadi, Farahnak) 1st ed; ISBN: 9780443111136

>

Manual of Splinting and Casting (Thompson, Stephen R.) 2nd ed; ISBN: 9780323878296

( Principles and Practice of Robotic Surgery (Costello, Anthony J.) 1st ed; ISBN: 9780323798204

Basic Science in Obstetrics and Gynaecology (Bennett, Phillip) 5th ed; ISBN: 978070207422

(

> Principles of Neonatology (Maheshwari,

Clinical Immuno-Oncology (Niederhuber,

Akhil) 1st ed; ISBN: 9780323694155

John E.) 1st ed; ISBN: 9780323877633

(

" Robotic and Navigated Spine Surgery (Veeravagu, Anand) 1st ed; ISBN: 9780323711609

(

" Clinical Arrhythmology and Electrophysiology: A Companion to Braunwald’s Heart Disease (Issa, Ziad) 4th ed; ISBN: 9780323881821

( 43

The ECMO Book (DellaVolpe, Jeffrey) 1st ed; ISBN: 9780443111983

Spine Phenotypes (Samartzis, Dino) 1st ed; ISBN: 9780128227787


Advertorial

“Je wordt nooit meer de oude, maar wel de nieuwe”.

Hyperbare zuurstoftherapie, een e ectieve behandeling van late bestralingsschade

Bestraling van kanker leidt in sommige gevallen tot lichamelijke klachten. Als deze klachten langere tijd na de bestraling aanhouden of juist dan ontstaan, dan noemen we dit late bestralingsschade. Voorbeelden van late bestralingsschade bij borstkanker zijn pijn, harde plekken in de borst, bewegingsbeperking van de arm, een rode gezwollen borst, gebroken rib of een niet genezende wond. Bij bestraling in het lage bekkengebied kan het gaan om schade aan de blaas, wat zich kan uiten in klachten als bloed in de urine, pijn bij het plassen, minder controle over het plassen, en bij schade aan de endeldarm klachten zoals bloed en/of slijm bij de ontlasting en pijn in de onderbuik. Elk weefsel dat bestraald is kan klachten geven na de bestraling. Ingrid Engels (51) kreeg in 2019 te horen dat ze borstkanker had. Daarvoor onderging ze een borstbesparende operatie, maar ook bestraling. Ingrid is coach en ging vrij snel na de ingreep alweer aan het werk. ‘Gek eigenlijk. Ik adviseer anderen altijd rustig aan te doen, maar zelf had ik daar echt moeite mee. Het gaat wel weer, laten we maar gaan werken. En voordat je het weet zit je er weer vol in.’ Veel pijn Haar lichaam protesteerde dan ook vrij snel. ‘Ik kreeg steeds meer pijn in mijn arm en oedeemklachten. Ik kreeg ook mijn arm steeds minder ver omhoog. Alles ging moeilijker; aankleden lukte bijna niet, autorijden ging gepaard met veel pijn en sporten kon ik helemaal vergeten.’ Ingrid slikte steeds meer pijnstillers. ‘Het waren hele vervelende pijnen, dus ik zat aan de Naproxen. ’s Nachts sliep ik een paar uurtjes, werd ik wakker en dan nam ik maar weer pijnstillers. Meestal ging ik er rond vijf uur ’s ochtends maar uit. Omdat slapen toch niet ging.’ Het moest worden opgelost Ingrid hoorde van haar oncologisch chirurg over de mogelijkheden van hyperbare zuurstoftherapie. Die had al meerdere patiënten met succes doorgestuurd. ‘Ik heb er eigenlijk niet over getwijfeld. Het moest worden opgelost. Daar was ik van overtuigd. Dus heeft de chirurg mij verwezen naar Da Vinci Kliniek’. E ect van de behandeling ‘We zien bij onze patiënten een goede verbetering van de klachten, tot zelfs volledige genezing. Voor borstkankerpatiënten geldt dat zij vooral e ect

(1) (2) (3)

Wat is hyperbare zuurstoftherapie? Hyperbare zuurstoftherapie is het inademen van 100% zuurstof onder een verhoogde omgevingsdruk. Het zorgt voor een toename van de hoeveelheid zuurstof in het bloed. Hierdoor komt het in de weefsels terecht die door de bestraling zijn beschadigd en slecht doorbloedt zijn geraakt. De overmaat aan zuurstof stimuleert het herstel van het beschadigde weefsel onder andere door aanmaak van nieuwe bloedvaatjes. De behandeling is lichamelijk gezien niet belastend voor de patiënt, maar het traject is wel intensief. Iedere behandeling duurt ongeveer twee uur en in totaal zijn er twintig tot veertig behandelsessies, vijf dagen per week. De hele therapie neemt dus vier tot acht weken in beslag, afhankelijk van de aandoening. Hyperbare zuurstoftherapie is erkend door Zorginstituut Nederland, de behandeling wordt volledig vergoed vanuit de basisverzekering. Hyperbare zuurstoftherapie is geïndiceerd voor vrijwel alle late bestralingsschade. Zie voor meer informatie www.davincikliniek.nl merken op de pijnklachten, harde plekken in de borst en bewegingsbeperking. Hierdoor zijn zij ook in staat hun dagelijkse activiteiten weer op te pakken. De e ecten van late bestralingsschade op psychosociaal en maatschappelijk functioneren moeten we niet onderschatten’, aldus dr. Nina Lansdorp, medisch directeur van Da Vinci Kliniek. De verbeteringen die in de praktijk worden gezien worden ook ondersteund door recente publicaties(1, 2): zo liet een retrospectieve analyse van het UMCU van meer dan 1000 vrouwen die hyperbare zuurstoftherapie hebben gehad eenzelfde verbetering van klachten zien, ook tot 3 maanden na de behandeling. ‘Verder prospectief en gerandomiseerd onderzoek is noodzakelijk om het e ect van de behandeling verder te bekijken, daar is ook door het UMCU aan gewerkt(3)”, vertelt dr. N. Lansdorp. Onbetaalbaar herstel De therapie is aangeslagen. Op welk moment weet Ingrid niet precies, omdat ze zoveel pijnstillers slikte. ‘Ik merkte gewoon dat ik zonder pijnstillers ook weer kon functioneren. En dat de pijn weg bleef. Wat een opluchting is dat! Het was precies wat mijn lichaam nodig had om te kunnen herstellen. Het is echt wel even een inspanning, maar wat je ervoor terugkrijgt is onbetaalbaar.’

Batenburg et al. The impact of hyperbaric oxygen therapy on late radiation toxicity and quality of life in breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat. 2021 Sep;189(2):425-433. Spruijt et al. The e ect of hyperbaric oxygen treatment on late radiation tissue injury after breast cancer: A case-series of 67 patients. Diving Hyperb Med. 2020 Sep 30;50(3):206–13. Batenburg et al. Assessing the e ect of hyperbaric oxygen therapy in breast cancer patients with late radiation toxicity (HONEY trial): a trial protocol using a trial within a cohort design. Trials. 2020 Nov 27;21(1):980.


was

Z

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Wetenschappelijke publicaties Februari 2023 tot en met augustus 2023 De publicaties zijn aangeleverd vanuit de Onderzoeksdatabank, databank PubMed-publicaties. Het publicatieoverzicht en lopende studies zijn te vinden op de Bibliotheek- en op de Wetenschapspagina, beide op Intranet. Mis je een artikel, neem dan contact op met de bibliotheek namelijk bibliotheek@asz.nl.

Algemeen

Eur J Clin Invest. 2023 Feb 26:e13976. doi: 10.1111/eci.13976.

Prehospital stroke triage: a modeling study on the impact of triage tools in different regions. Martijne H C Duvekot, Bjarty L Garcia, Luuk Dekker, Truc My Nguyen, Ido R van den Wijngaard, Karlijn F de Laat, Els L L M de Schryver, Loet M H Kloos, Leo A M Aerden, Stas A Zylicz, Jan Bosch, Eduard van Belle, Erik W van Zwet, Anouk D Rozeman, Walid Moudrous, Frédérique H Vermeij, Hester F Lingsma, Jeannette Bakker, Pieter Jan van Doormaal, Adriaan C G M van Es, Aad van der Lugt, Marieke J H Wermer, Diederik W J Dippel, Henk Kerkhoff, Bob Roozenbeek, Nyika D Kruyt, Esmee Venema; Leiden Prehospital Stroke Study and PRESTO Investigators. Prehosp Emerg Care. 2023;27(5):630638. doi: 10.1080/10903127.2023.2215859. Epub 2023 Jun 20. Anesthesiologie Postdural puncture headache: Revisited. Alexandra M J V Schyns-van den Berg, Anil Gupta Best Pract Res Clin Anaesthesiol. 2023 Jun; 37(2):171-187. doi: 10.1016/j.bpa.2023.02.006. Epub 2023 Mar 6. Spinal Cord Stimulation With Additional Peripheral Nerve/Field Stimulation Versus Spinal Cord Stimulation Alone on Back Pain and Quality of Life in Patients With Persistent Spinal Pain Syndrome. Esther P Z van Heteren, Bert-Kristian W P van Roosendaal, Eric-Jan J A A van Gorp, Ewald M Bronkhorst, Jan Willem Kallewaard, Jessica T Wegener, Katja Bürger, Otto P M Teernstra, Hendrik P J Buschman, Tanja E Hamm-Faber, Kris C P Vissers Neuromodulation. 2023 Apr;26(3):658665. doi: 10.1016/j.neurom.2021.11.010. Epub 2022 Jan 26. Value of improving patient safety: health economic considerations for rapid response systems-a rapid review of the literature and expert round table. Christian Subbe, Dyfrig A Hughes, Sally Lewis, Emily A Holmes, Cor Kalkman, Ralph So, Sumeshni Tranka, John Welch BMJ Open. 2023 Apr 17;13(4):e065819. doi: 10.1136/bmjopen-2022-065819. Cardiologie Heart failure treatment in patients with and without obesity with an ejection fraction below 50. Yaar S Aga, Sumant P Radhoe, Dilan Aydin, G C M Linssen, Philip C Rademaker, Peter R Geerlings, Marco W F van Gent, Ismail Aksoy, Liane Oosterom, Hans-Peter Brunner-La Rocca, Bas M van Dalen, Jasper J Brugts

47

Impact of Multisite artery disease on Clinical Outcomes After Percutaneous Coronary Intervention: An Analysis from the e-Ultimaster Registry. Kobo O, Saada M, von Birgelen C, Tonino PAL, Íñiguez-Romo A, Fröbert O, Halabi M, Oemrawsingh RM, Polad J, IJsselmuiden AJJ, Roffi M, Aminian A, Mamas MA, Roguin A. Eur Heart J Qual Care Clin Outcomes. 2023 Jun 21;9(4):417-426. doi: 10.1093/ehjqcco/qcac043. Longitudinal profile of circulating endothelial cells in post-acute coronary syndrome patients. Marie de Bakker, Jaco Kraan, K Martijn Akkerhuis, Rohit Oemrawsingh, Folkert W Asselbergs, Imo Hoefer, Isabella Kardys, Eric Boersma Biomarkers. 2023 Mar;28(2):152-159. doi: 10.1080/1354750X.2022.2162966. Epub 2023 Jan 8. Mitochondrial Cardiomyopathy: Distinctive Cardiac Phenotype Detected with Cardiovascular MRI. Stephan A C Schoonvelde, Claudine W B Ruijmbeek, Judith M A Verhagen, Debby M E I Hellebrekers, Marcel J M Kofflard, Michelle Michels, Alexander Hirsch Radiol Cardiothorac Imaging. 2023 Apr 13;5(2):e230014. doi: 10.1148/ryct.230014. eCollection 2023 Apr. Morphological characteristics of lesions with thin cap fibroatheroma-a substudy from the COMBINE (OCT-FFR) trial. Roleder-Dylewska M, Gasior P, Hommels TM, Roleder T, Berta B, Ang HY, Ng JCK, Hermanides RS, Fabris E, IJsselmuiden AJJ, Kauer F, Alfonso F, von Birgelen C, Escaned J, Camaro C, Kennedy MW, Pereira B, Magro M, Nef H, Reith S, Malinowski K, De Luca G, Garcia Garcia HM, Granada JF, Wojakowski W, Kedhi E Eur Heart J Cardiovasc Imaging. 2023 Apr 24;24(5):687-693. doi: 10.1093/ehjci/jeac218. Regional management of worsening heart failure: rationale and design of the CHAIN-HF registry. Abdul Shakoor, Mireille E Emans, Marco W F van Gent, Anneke Hendrix, Nikola Faber, Tirza S Springeling, Liesbeth C de Vette, Olivier C Manintveld, Robert N Denham, Chajja van de Meerendonk, Robert M A van der Boon, Jasper J Brugts; Rijnmond Heart Failure Network ESC Heart Fail. 2023 Mar 25. doi: 10.1002/ehf2.14354. Online ahead of print. Remote haemodynamic monitoring of pulmonary artery pressures in patients with chronic heart failure (MONITORHF): a randomised clinical trial. Jasper J Brugts, Sumant P Radhoe, Pascal

R D Clephas †, Dilan Aydin †, Marco W F van Gent, Mariusz K, Szymanski, Prof Michiel Rienstra, Mieke H van den Heuvel, Carlos A da Fonseca, Gerard C M Linssen, C Jan Willem Borleffs, Prof Eric Boersma, Prof Folkert W Asselbergs, Arend Mosterd, Prof Hans-Peter Brunner-La Rocca, Prof Rudolf A de Boer, MONITOR-HF investigators: M E Emans, S L M A Beeres, L Heerebeek, C Kirchhof, J Van Ramshorst, R Spee, T Smilde, M Van Eck, E Kaplan, R Hazeleger, R Tukkie, M Feenema, W Kok, V Van Halm, M L Handoko, R Van Kimmenade, M Post, N Van Mieghem, O C Manintveld Lancet. 2023 Jun 24;401(10394):21132123. doi: 10.1016/S0140-6736(23)009236. Epub 2023 May 20. Risk of cancer after ST-segment-elevation myocardial infarction. Maarten J G Leening, Nathalie I Bouwer, M Arfan Ikram, Maryam Kavousi, Rikje Ruiter, Eric Boersma, Ewout-Jan van den Bos, Auke P J D Weevers, Jaap W Deckers, Mark-David Levin Eur J Epidemiol. 2023 Aug;38(8):853-858. doi: 10.1007/s10654-023-00984-8. Epub 2023 Mar 22. Serially measured high-sensitivity cardiac troponin T, N-terminal-pro-B-type natriuretic peptide, high-sensitivity C-reactive protein, and growth differentiation factor 15 for risk assessment after acute coronary syndrome: the BIOMArCS cohort. Muhammed T Gürgöze, K Martijn Akkerhuis, Rohit M Oemrawsingh, Victor A W M Umans, Bas Kietselaer, Carl E Schotborgh , Eelko Ronner, Timo Lenderink, Ismail Aksoy, Pim van der Harst, Folkert W Asselbergs, Arthur C Maas, Anton J Oude Ophuis, Boudewijn Krenning, Robbert J de Winter, Salem H K The, Alexander J Wardeh, Walter R M Hermans, G Etienne Cramer, Ina van Gorp, Yolanda B de Rijke, Ron H N van Schaik, Eric Boersma Eur Heart J Acute Cardiovasc Care. 2023 Jul 7;12(7):451-461. doi: 10.1093/ehjacc/zuad042. Serially Measured hs-cTnT, NT-proBNP, hs-CRP and GDF-15 for Risk Assessment After Acute Coronary Syndrome: the BIOMArCS Cohort. Muhammed T Gürgöze, K Martijn Akkerhuis, Rohit M Oemrawsingh, Victor A W M Umans, Bas Kietselaer, Carl E Schotborgh, Eelko Ronner, Timo Lenderink, Ismail Aksoy, Pim van der Harst, Folkert W Asselbergs, Arthur C Maas, Anton J Oude Ophuis, Boudewijn Krenning, Robbert J de Winter, Salem H K The, Alexander J Wardeh, Walter R M Hermans, G Etienne Cramer, Ina van Gorp, Yolanda B de Rijke, Ron H N van Schaik, Eric Boersma Eur Heart J Acute Cardiovasc Care. 2023 Apr 25;zuad042. doi: 10.1093/ehjacc/zuad042. Online ahead of print.


WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Sex-related bleeding risk in acute coronary syndrome patients receiving dual antiplatelet therapy with aspirin and a P2Y12 inhibitor. Monique E Ten Haaf, Robert-Jan van Geuns, Marc M J M van der Linden, Pieter C Smits, Arie G de Vries, Pieter A Doevendans, Yolande Appelman, Eric Boersma Med Princ Pract. 2023 Mar 22. doi: 10.1159/000529863. Online ahead of print. Chirurgie A low risk of recurrence after breast-conserving surgery for DCIS: A single-institution experience. Sara van Bekkum, Caroline Drukker, Joost van Rosmalen, Marian B E MenkePluijmers, Pieter J Westenend Cancer Treat Res Commun. 2023 Apr 11;35:100706. doi: 10.1016/j.ctarc.2023.100706. Online ahead of print. ASO Visual Abstract: Predicting Lymph Node Metastases in Patients with Biopsy-Proven Ductal Carcinoma In Situ of the Breast: Development and Validation of the DCIS-met Model. Claudia J C Meurs, Joost van Rosmalen, Marian B E Menke-Pluijmers, Sabine Siesling, Pieter J Westenend Ann Surg Oncol. 2023 Apr;30(4):21522153. doi: 10.1245/s10434-022-13067-x. ASO Visual Abstract: Validation and Clinical Utility of a Prediction Model for the Risk of Upstaging to Invasive Breast Cancer After a Biopsy Diagnosis of Ductal Carcinoma In Situ. Claudia J C Meurs, Sara van Bekkum, Joost van Rosmalen, Marian B E MenkePluijmers, Sabine Siesling, Pieter J Westenend Ann Surg Oncol. 2023 Aug 11. doi: 10.1245/s10434-023-14090-2. Online ahead of print. In-depth analysis of immunohistochemistry concordance in biopsy-resection pairs of bronchial carcinoids. Dwayne D Naves, Ellen M B P Reuling, Chris Dickhoff, Pim C Kortman, Mark A M Broeckaert, Peter W Plaisier, Johannes M A Daniels, Erik Thunnissen, Teodora Radonic Ann Diagn Pathol. 2023 Jul 17;67:152181. doi: 10.1016/j.anndiagpath.2023.152181. Online ahead of print. PMID: 37598464 Oncological healthcare providers’ perspectives on appropriate melanoma survivorship care: a qualitative focus group study. Nadia C W Kamminga, Marlies Wakkee, Rianne J De Bruin, Astrid A M van der Veldt, Arjen Joosse, Suzan W I Reeder, Peter W Plaisier, Tamar Nijsten, Marjolein Lugtenberg BMC Cancer. 2023 Mar 28;23(1):278. doi: 10.1186/s12885-023-10759-9. Outcomes of Omniflow® II prosthesis used for revascularization in the femoral tract both in infected and non-infected setting. David J Liesker, Barzi Gareb, Maarten J Speijers, Joost R VAN DER Vorst, Pieter B Salemans, Rudolf P Tutein Nolthenius, Clark J Zeebregts, Ben R Saleem J Cardiovasc Surg (Torino). 2023 Jun 12. doi: 10.23736/S0021-9509.23.12692-9. Online ahead of print. Pectus Excavatum: Consensus and Controversies in Clinical Practice.

Nicky Janssen, Jean H T Daemen, Elise J van Polen, Nadine A Coorens, Yanina J L Jansen, Aimée J P M Franssen, Karel W E Hulsewé, Yvonne L J Vissers, Frank-Martin Haecker, Jose R Milanez de Campos, Erik R de Loos; Chest Wall International Group Collaborator Group (Geertruid M H Marres) Ann Thorac Surg. 2023 Jul;116(1):191-199. doi: 10.1016/j.athoracsur.2023.02.059. Epub 2023 Mar 29. Practice variation and outcomes of minimally invasive minor liver resections in patients with colorectal liver metastases: a population-based study. Michelle R de Graaff, Joost M Klaase, Ruben de Kleine, Arthur K E Elfrink, Rutger-Jan Swijnenburg, Babs M Zonderhuis, J Sven D Mieog, Wouter J M Derksen, Jeroen Hagendoorn, Peter B van den Boezem, Arjen M Rijken, Paul D Gobardhan, Hendrik A Marsman, Mike S L Liem, Wouter K G Leclercq, Tjarda N T van Heek, Gijs A Pantijn, Koop Bosscha, Eric J T Belt, Maarten Vermaas, Hans Torrenga, Eric R Manusama, Petrousjka van den Tol, Steven J Oosterling, Marcel den Dulk, Dirk J Grünhagen, Niels F M Kok; For Dutch Hepato Biliary Audit Group, Collaborators Surg Endosc. 2023 Aug;37(8):5916-5930. doi: 10.1007/s00464-023-10010-3. Epub 2023 Apr 18. Practice variation in anastomotic leak after esophagectomy: Unravelling differences in failure to rescue. Sander Ubels, Eric Matthée, Moniek Verstegen, Bastiaan Klarenbeek, Stefan Bouwense, Mark I van Berge Henegouwen, Freek Daams, Jan Willem T Dekker, Marc J van Det, Stijn van Esser, Ewen A Griffiths, Jan Willem Haveman, Grard Nieuwenhuijzen, Peter D Siersema, Bas Wijnhoven, Gerjon Hannink, Frans van Workum, Camiel Rosman, Joos Heisterkamp, Fatih Polat, Jeroen Schouten, Pritam Singh; Study collaborators:Eric Belt, Bjorn Blomberg Eur J Surg Oncol. 2023 Jan 20:S07487983(23)00032-X. doi: 10.1016/j.ejso.2023.01.010. Prophylactic Mesh Placement During Formation of an End-colostomy Long Term Rct on Effectiveness And Safety. Henk-Thijs Brandsma, Birgitta Me Hansson, Theo J Aufenacker, Nienke de Jong, Klaas Ca V Engelenburg, Chander Mahabier, Rogier Donders, Pascal Steenvoorde, Tammo S de Vries Reilingh, Hendrik Leendert van Westreenen, Marinus J Wiezer, Johannes Hw de Wilt, Maroeska Rovers, Camiel Rosman Ann Surg. 2023 Sep 1;278(3):e440-e446. doi: 10.1097/SLA.0000000000005801. Epub 2023 Jan 24. Recovery and functional outcome after radial nerve palsy in adults with a humeral shaft fracture: a multicenter prospective case series. Saskia H Van Bergen, Esther M M Van Lieshout, Michael H J Verhofstad, Dennis Den Hartog; HUMMER Investigators; Ivo Beetz, Hugo W Bolhuis, P Koen Bos, Maarten Wga Bronkhorst, Milko Mm Bruijninckx, Jeroen De Haan, Axel R Deenik, P Ted Den Hoed, Martin G Eversdijk, J Carel Goslings, Robert Haverlag, Martin J Heetveld, Albertus Jh Kerver, Karel A Kolkman, Peter A Leenhouts, Kiran C Mahabier, Sven Ag Meylaerts, Ron Onstenk, Martijn Poeze, Rudolf W Poolman, Bas J Punt, Ewan D Ritchie, W Herbert Roerdink, Gert R Roukema, Jan Bernard Sintenie, Nicolaj Mr Soesman, Edgar Jt Ten Holder, Wim E Tuinebreijer, Maarten Van der Elst, Frank

Hwm Van der Heijden, Frits M Van der Linden, Peer Van der Zwaal, Jan P Van Dijk, Hans-Peter W Van Jonbergen, Egbert Jmm Verleisdonk, Jos Pam Vroemen, Marco Waleboer, Philippe Wittich, Wietse P Zuidema JSES Int. 2023 Feb 23;7(3):516-522. doi: 10.1016/j.jseint.2023.02.003. eCollection 2023 May. Regional Collaboration and Trends in Clinical Management of Thyroid Cancer. Sam P J van Dijk, Hannelore I Coerts, Ivona Lončar, Caroline M J van Kinschot, Erik M von Meyenfeldt, W Edward Visser, Charlotte van Noord, Hans F Zengerink, Marc R J Ten Broek, Cornelis Verhoef, Robin P Peeters, Tessa M van Ginhoven Otolaryngol Head Neck Surg. 2023 Aug 18. doi: 10.1002/ohn.481. Online ahead of print. Trends in Distal Esophageal and Gastroesophageal Junction Cancer Care: The Dutch Nationwide Ivory Study. Kalff MC, van Berge Henegouwen M, Baas PC, Bahadoer RR, Belt EJT, Brattinga B, Claassen L, Ćosović A, Crull D, Daams F, van Dalsen AD, Dekker JWT, van Det MJ, Drost M, van Duijvendijk P, Eshuis WJ, van Esser S, Gaspersz MP, Görgec B, Groenendijk RPR, Hartgrink HH, van der Harst E, Haveman JW, Heisterkamp J, van Hillegersberg R, Kelder W, Kingma BF, Koemans WJ, Kouwenhoven EA, Lagarde SM, Lecot F, van der Linden PP, Luyer MDP, Nieuwenhuijzen GAP, Olthof PB, van der Peet DL, Pierie JPEN, Pierik EGJMR, Plat VD, Polat F, Rosman C, Ruurda JP, van Sandick JW, Scheer R, Slootmans CAM, Sosef MN, Sosef OV, de Steur WO, Stockmann HBAC, Stoop FJ, Voeten DM,Vugts G, Vijgen GHEJ, Weeda VB, Wiezer MJ, van Oijen MGH, Gisbertz SS. Ann Surg. 2023 Apr 1;277(4):619-628. doi: 10.1097/SLA.0000000000005292. Epub 2021 Nov 11. Use of Omniflow® II biosynthetic graft for the treatment of vascular graft and endograft infections. David J Liesker, Barzi Gareb, Maarten J Speijers, Joost R van der Vorst, Pieter B Salemans, Rudolf P Tutein Nolthenius, Clark J Zeebregts, Ben R Saleem Ann Vasc Surg. 2023 May 25;S08905096(23)00278-9. doi: 10.1016/j.avsg.2023.05.020. Online ahead of print. Validation and Clinical Utility of a Prediction Model for the Risk of Upstaging to Invasive Breast Cancer After a Biopsy Diagnosis Ductal Carcinoma In Situ. Claudia J. C. Meurs MSc, Sara van Bekkum MD, Joost van Rosmalen PhD, Marian B. E. Menke-Pluijmers MD, PhD, Sabine Siesling PhD & Pieter J. Westenend MD, PhD Ann Surg Oncol. 2023 Aug 4. doi: 10.1245/s10434-023-13929-y. Online ahead of print. What affects women’s decision-making on breast reconstruction after mastectomy for breast cancer? Sara van Bekkum, Marloes E. Clarijs, Fientje J. C. van der Veen, Joost van Rosmalen, Linetta B. Koppert & Marian B. E. Menke-Pluijmers Breast Cancer. 2023 Sep;30(5):772-784. doi: 10.1007/s12282-023-01471-4. Epub 2023 Jun 12.

48


was

Z

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Dermatologie Oncological healthcare providers’ perspectives on appropriate melanoma survivorship care: a qualitative focus group study. Nadia C W Kamminga, Marlies Wakkee, Rianne J De Bruin, Astrid A M van der Veldt, Arjen Joosse, Suzan W I Reeder, Peter W Plaisier, Tamar Nijsten, Marjolein Lugtenberg BMC Cancer. 2023 Mar 28;23(1):278. doi: 10.1186/s12885-023-10759-9. Gynaecologie Cytoreductive Surgery with the PlasmaJet Improved Quality-of-Life for Advanced Stage Ovarian Cancer Patients. Gatske M Nieuwenhuyzen-de Boer 1 2, Hanane Aamran 1, Caroline B van den Berg 1 2, Sten Willemsen 3 4, Jurgen M J Piek 5, Nathalie Reesink-Peters 6, Marianne Maliepaard 1, Helena C van Doorn 1, Suzanne Polinder 7, Heleen J van Beekhuizen 1 Cancers (Basel). 2023 Aug 3;15(15):3947. doi: 10.3390/cancers15153947. Plasma Device Functions and Tissue Effects in the Female Pelvis-A Systematic Review. Nick J van de Berg, Gatske M Nieuwenhuyzen-de Boer, Xu Shan Gao, L Lucia Rijstenberg, Heleen J van Beekhuizen Cancers (Basel). 2023 Apr 20;15(8):2386. doi: 10.3390/cancers15082386. Intensieve geneeskunde Adverse drug events caused by three high-risk drug-drug interactions in patients admitted to intensive care units: a multicentre retrospective observational study. Joanna E Klopotowska, Jan-Hendrik Leopold, Tinka Bakker, Izak Yasrebi-de Kom, Frouke M Engelaer, Evert de Jonge, Esther K Haspels-Hogervorst, Walter M van den Bergh, Maurits H Renes, Bas T Jong, Hans Kieft, Andre Wieringa, Stefaan Hendriks, Cedric Lau, Sjoerd H W van Bree, Hendrick J W Lammers, Peter C Wierenga, Rob J Bosman, Vincent M de Jong, Mirjam Slijkhuis, Eric J F Franssen, Wytze J Vermeijden, Joost Masselink, Ilse M Purmer, Liesbeth E Bosma, Martin Hoeksema, Elsbeth Wesselink, Dylan W de Lange, Nicolette F de Keizer, Dave A Dongelmans, Ameen Abu-Hanna Br J Clin Pharmacol. 2023 Aug 11. doi: 10.1111/bcp.15882. Online ahead of print. Interne geneeskunde A non-randomized risk-adjusted comparison of lenalidomide + R-CHOP versus RCHOP for MYC-rearranged DLBCL patients. A Vera de Jonge, Erik van Werkhoven, Avinash G Dinmohamed, Marcel Nijland, Aeilko H Zwinderman, Patrick M Bossuyt, Martine S Veldhuis, Emma G G M Rutten, Rogier Mous, Joost S P Vermaat, Yorick Sandberg, Eva de Jongh, Yavuz M Bilgin, Rinske Boersma, Harry Koene, Marie José Kersten, Daphne de Jong, Martine E D Chamuleau Blood Cancer J. 2023 May 22;13(1):85. doi: 10.1038/s41408-023-00854-2. Determinants and mediating mechanisms of quality of life and disease-specific symptoms among thyroid cancer patients: the design of the WaTCh study. Floortje Mols, Dounya Schoormans, Romana Netea-Maier, Olga Husson, Sandra

49

Beijer, Katrijn Van Deun, Wouter Zandee, Marleen Kars, Pleun C. M. Wouters van Poppel, Suat Simsek, Patrick van Battum, Jérôme M. H. Kisters, Jan Paul de Boer, Elske Massolt, Rachel van Leeuwaarde, Wilma Oranje, Sean Roerink, Mechteld Vermeulen & Lonneke van de Poll-Franse Thyroid Res. 2023; 16: 23. Published online 2023 Jul 10. doi: 10.1186/s13044-02300165-5 First-Line Venetoclax Combinations in Chronic Lymphocytic Leukemia. Barbara Eichhorst, Carsten U Niemann, Arnon P Kater, Moritz Fürstenau, Julia von Tresckow, Can Zhang, Sandra Robrecht, Michael Gregor, Gunnar Juliusson, Patrick Thornton, Philipp B Staber, Tamar Tadmor, Vesa Lindström, Caspar da Cunha-Bang, Christof Schneider, Christian B Poulsen, Thomas Illmer, Björn Schöttker, Thomas Nösslinger, Ann Janssens, Ilse Christiansen, Michael Baumann, Henrik Frederiksen, Marjolein van der Klift, Ulrich Jäger, Maria B L Leys, Mels Hoogendoorn, Kourosh Lotfi, Holger Hebart, Tobias Gaska, Harry Koene, Lisbeth Enggaard, Jereon Goede, Josien C Regelink, Anouk Widmer, Florian Simon, Nisha De Silva, Anna-Maria Fink, Jasmin Bahlo, Kirsten Fischer, Clemens-Martin Wendtner, Karl A Kreuzer, Matthias Ritgen, Monika Brüggemann, Eugen Tausch, Mark-David Levin, Marinus van Oers, Christian Geisler, Stephan Stilgenbauer, Michael Hallek; GCLLSG, the HOVON and Nordic CLL Study Groups, the SAKK, the Israeli CLL Association, and Cancer Trials Ireland N Engl J Med. 2023 May 11;388(19):17391754. doi: 10.1056/NEJMoa2213093. Fixed-duration venetoclax plus obinutuzumab improves quality of life and geriatric impairments in FCR-unfit CLL patients. Lina Van Der Straten, Claudia A M Stege, Sabina Kersting, Kazem Nasserinejad, Julie Dubois, Johan A Dobber, Clemens H M Mellink, Anne-Marie F van der KevieKersemaekers, Ludo M Evers, Fransien de Boer, Harry R Koene, John Schreurs, Marjolein van der Klift, Gerjo A Velders, Ellen van der Spek, Hanna M van der Straaten, Mels Hoogendoorn, Michel Van Gelder, Eduardus F M Posthuma, Hein P J Visser, Ilse Houtenbos, Cecile A M Idink, Djamila E Issa, Ellen C Dompeling, Henk C T van Zaanen, Hendrik Veelken, Henriette Levenga, Lidwine W Tick, Wim E Terpstra, Sanne H Tonino, Peter E Westerweel, Anton W Langerak, Arnon P Kater, MarkDavid Levin Blood. 2023 Jun 26;blood.2023020195. doi: 10.1182/blood.2023020195. Online ahead of print. High karyotypic complexity is an independent prognostic factor in patients with CLL treated with venetoclax combinations. Moritz Fürstenau, Yvonne J Thus, Sandra Robrecht, Clemens H M Mellink, AnneMarie F van der Kevie-Kersemaekers, Julie Dubois, Julia von Tresckow, Michaela Patz, Michael Gregor, Patrick Thornton, Philipp B Staber, Tamar Tadmor, Mark-David Levin, Caspar da CunhaBang, Christof Schneider, Christian Bjørn Poulsen, Thomas Illmer, Björn Schöttker, Ann Janssens, Ilse Christiansen, Thomas Noesslinger, Michael Baumann, Holger Hebart, Tobias Gaska, Josien Regelink, Ellen C Dompeling, Vesa Lindstrom, Gunnar Juliusson, Anouk Andrea Widmer, Jeroen S Goede, Neta Goldschmidt, Florian Simon, Nisha De Silva, Anna Maria Fink, Kirsten Fischer, Clemens-Martin Wendtner, Matthias Ritgen, Monika

Brüggemann, Eugen Tausch, Marcel Spaargaren, Eric Eldering, Stephan Stilgenbauer, Carsten Utoft Niemann, Michael Hallek, Barbara Eichhorst, KarlAnton Kreuzer, Arnon P Kater Blood. 2023 Aug 3;142(5):446-459. doi: 10.1182/blood.2023019634. High-risk additional cytogenetic aberrations in a Dutch chronic phase chronic myeloid leukemia patient population. Camille C B Kockerols, Inge G P Geelen, Mark-David Levin, Jeroen J W M Janssen, Berna H Beveloo, Avinash G Dinmohamed, Mels Hoogendoorn, Jan J Cornelissen, Peter E Westerweel Haematologica. 2023 Mar 23. doi: 10.3324/haematol.2022.282447. Online ahead of print. Ibrutinib sensitizes CLL cells to venetoclax by interrupting TLR9-induced CD40 upregulation and protein translation. Karoline Kielbassa, Marco V Haselager, Danique J C Bax, Bianca F van Driel, Julie Dubois, Mark-David Levin, Sabina Kersting, Rebecka Svanberg, Carsten U Niemann, Arnon P Kater, Eric Eldering Leukemia. 2023 Apr 26. doi: 10.1038/s41375-023-01898-w. Online ahead of print. Improving Outcome-Driven Care in Multiple Myeloma Using Patient-Reported Outcomes: A Qualitative Evaluation Study. Christine Bennink, Marleen de Mul, Marjolein van der Klift, Annemiek Broijl, Lidwine Tick, Eva de Jongh, Mirjam Garvelink, Dorien Lobbezoo, Pieter Sonneveld, Jan Hazelzet Patient. 2023 May;16(3):255-264. doi: 10.1007/s40271-023-00616-z. Epub 2023 Feb 15. NK Cell Phenotype Is Associated With Response and Resistance to Daratumumab in Relapsed/Refractory Multiple Myeloma. Christie P M Verkleij, Kristine A Frerichs, Marloes E C Broekmans, Carolien Duetz, Chloe A O’Neill, Wassilis S C Bruins, Paola M Homan-Weert, Monique C Minnema, Mark-David Levin, Annemiek Broijl, Gerard M J Bos, Marie José Kersten, Saskia K Klein, Medya M Shikhagaie, Tineke Casneuf 10, Yann Abraham, Tina Smets, Greet Vanhoof, Diana Cortes-Selva, Laure van Steenbergen, Elena Ramos, Raluca I Verona, Maria Krevvata, Pieter Sonneveld, Sonja Zweegman, Tuna Mutis, Niels W C J van de Donk Hemasphere. 2023 May 2;7(5):e881. doi: 10.1097/HS9.0000000000000881. eCollection 2023 May. Overall Survival With Daratumumab, Bortezomib, and Dexamethasone in Previously Treated Multiple Myeloma (CASTOR): A Randomized, Open-Label, Phase III Trial. Pieter Sonneveld, Asher Chanan-Khan, Katja Weisel, Ajay K Nooka, Tamas Masszi, Meral Beksac, Ivan Spicka, Vania Hungria, Markus Munder, Maria-Victoria Mateos, Tomer M Mark, Mark-David Levin, Tahamtan Ahmadi, Xiang Qin, Wendy Garvin Mayo, Xue Gai, Jodi Carey, Robin Carson, Andrew Spencer J Clin Oncol. 2023 Mar 10;41(8):1600-1609. doi: 10.1200/JCO.21.02734. Epub 2022 Nov 22.


WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Patient selection for urgent endoscopic retrograde cholangio-pancreatography by endoscopic ultrasound in predicted severe acute biliary pancreatitis (APEC2): a multicentre prospective study. Nora D Hallensleben, Pauline M C Stassen, Nicolien J Schepers, Marc G Besselink, Marie-Paule G F Anten, Olaf J Bakker, Thomas L Bollen, David W da Costa, Sven M van Dijk, Hendrik M van Dullemen, Marcel G W Dijkgraaf, Brechje van Eijck, Casper H J van Eijck, Willemien Erkelens, Nicole S Erler, Paul Fockens, Erwin-Jan M van Geenen, Janneke van Grinsven, Wouter L Hazen, Robbert A Hollemans, Jeanin E van Hooft, Jeroen M Jansen, Frank J G M Kubben, Sjoerd D Kuiken, Alexander C Poen, Rutger Quispel, Rogier J de Ridder, Tessa E H Römkens, Erik J Schoon, Matthijs P Schwartz, Tom C J Seerden, Xavier J N M Smeets, B W Marcel Spanier, Adriaan C I T L Tan, Willem J Thijs, Robin Timmer, Devica S Umans, Niels G Venneman, Robert C Verdonk, Frank P Vleggaar, Wim van de Vrie, Roy L J van Wanrooij, Ben J Witteman, Hjalmar C van Santvoort, Stefan A W Bouwense, Marco J Bruno; Dutch Pancreatitis Study Group Gut. 2023 Feb 27:gutjnl-2022-328258. doi: 10.1136/gutjnl-2022-328258 Platelet Transfusion before CVC Placement in Patients with Thrombocytopenia. Floor L F van Baarle, Emma K van de Weerdt, Walter J F M van der Velden, Roelof A Ruiterkamp, Pieter R Tuinman, Paula F Ypma, Walter M van den Bergh, Astrid M P Demandt, Emile D Kerver, A J Gerard Jansen, Peter E Westerweel, Sesmu M Arbous, Rogier M Determann, Walther N K A van Mook, Mirelle Koeman, Anja B U Mäkelburg, Krijn P van Lienden, Jan M Binnekade, Bart J Biemond, Alexander P J Vlaar N Engl J Med. 2023 May 25;388(21):19561965. doi: 10.1056/NEJMoa2214322. Predictors of the corrected count increment after platelet transfusion, a secondary analysis of the PACER randomized controlled trial. Floor L F van Baarle, Emma K van de Weerdt, Walter J F M van der Velden, Roelof A Ruiterkamp, Pieter R Tuinman, Paula F Ypma, Walter M van den Bergh, Astrid M P Demandt, Emile D Kerver, A J Gerard Jansen, Peter E Westerweel, M Sesmu Arbous, Rogier M Determann, Walther N K A van Mook, Mirelle Koeman, Anja B U Mäkelburg, Krijn P van Lienden, Alexander P J Vlaar, Bart J Biemond Am J Hematol. 2023 Aug 21. doi: 10.1002/ajh.27053. Online ahead of print. Prevalence and treatment of anemia and secondary iron overload in patients with a myelodysplastic syndrome: real-world data from a multicenter cohort study. Camiel L M de Roij van Zuijdewijn, Peter E Westerweel, Martin R Schipperus, Johannes F M Pruijt, Arjan A van de Loosdrecht, Aart Beeker Transfus Clin Biol. 2023 Apr 13;S12467820(23)00044-7. doi: 10.1016/j.tracli.2023.04.001. Online ahead of print. Prognosis of IGLV3-21R110 chronic lymphocytic leukemia after chemotherapybased treatment in a real-world analysis. Paul J. Hengeveld, Hendrik Veelken, Cornelis A. M. van Bergen, Edwin Quinten, Mischa Y. L. Vervoordeldonk, Wahija Ismailzada, Rob S. Barendse, Julie M. N.

Dubois, Marinus H. J. van Oers, Christian H. Geisler, Arnon P. Kater, Peter E. Westerweel, Anton W. Langerak & Mark-David Levin Leukemia. 2023 Jul 21. doi: 10.1038/s41375-023-01975-0. Online ahead of print. Risk of cancer after ST-segment-elevation myocardial infarction. Maarten J G Leening, Nathalie I Bouwer, M Arfan Ikram, Maryam Kavousi, Rikje Ruiter, Eric Boersma, Ewout-Jan van den Bos, Auke P J D Weevers, Jaap W Deckers, Mark-David Levin Eur J Epidemiol. 2023 Aug;38(8):853-858. doi: 10.1007/s10654-023-00984-8. Epub 2023 Mar 22. Switching from imatinib to nilotinib plus pegylated interferon-α2b in chronic phase CML failing to achieve deep molecular response: clinical and immunological effects. Inge G P Geelen, Stein-Erik Gullaksen, Mette M Ilander, Ulla Olssen-Strömberg, Satu Mustjoki, Johan Richter, Nicole M A Blijlevens, Willem M Smit, Bjorn T Gjertsen, Tobias Gedde-Dahl, Berit Markevärn, Malika M A Koppes, Peter E Westerweel, Henrik Hjorth-Hansen, Jeroen J W M Janssen Ann Hematol. 2023 Apr 29. doi: 10.1007/s00277-023-05199-1. Online ahead of print. Variation in hydration use after reinfusion of autologous stem cells in dimethyl sulfoxide (DMSO): a survey of EBMT centers. Kortleve J, Kisch A, Piepenbroek B, Mooyaart J, Kozijn A, Sohne M, Liptrott S Bone Marrow Transplant. 2023 Jun 30. doi: 10.1038/s41409-023-02008-1. Online ahead of print. Klinische chemie Performance of a novel melting curvebased qPCR assay for malaria parasites in routine clinical practice in non-endemic setting. Kim J M van Bergen, Antoine R Stuitje, Robert C Akkers, Henricus J Vermeer, Rob Castel, Theo G Mank Malar J. 2023 Jun 22;22(1):191. doi: 10.1186/s12936-023-04617-z. Longgeneeskunde Loose Tumor Cells in Pulmonary Arteries of Lung Adenocarcinoma Resection Specimen: No Correlation With Survival, Despite High Prevalence. Hans Blaauwgeers, Federica Filipello, Birgit Lissenberg-Witte, Claudio Doglioni, Teodora Radonic, Idris Bahce, Yuko Minami, Andreas Schonau, Julien P L Vincenten, Adrianus A J Smit, Chris Dickhof, Erik Thunnissen Arch Pathol Lab Med. 2023 Aug 28. doi: 10.5858/arpa.2023-0009-OA. Online ahead of print. Maag-, darm en levergeneeskunde Cost-effectiveness analysis of increased adalimumab dose intervals in Crohn’s disease patients in stable remission: the randomised controlled LADI trial. Fenna M Jansen, Reinier C A van Linschoten, Wietske Kievit, Lisa J T Smits, Renske W M Pauwels, Dirk J de Jong, Annemarie C de Vries, Paul J Boekema, Rachel L West, Alexander G L Bodelier, Ingrid A M Gisbertz, Frank H J Wolfhagen, Tessa E H

Römkens, Maurice W M D Lutgens, Adriaan A van Bodegraven, Bas Oldenburg, Marieke J Pierik, Maurice G V M Russel, Nanne K de Boer, Rosalie C Mallant-Hent, Pieter C J Ter Borg, Andrea E van der Meulen-de Jong, Jeroen M Jansen, Sita V Jansen, Adrianus C I T L Tan, Frank Hoentjen, C Janneke van der Woude; LADI study group and the Dutch Initiative on Crohn and Colitis (ICC) J Crohns Colitis. 2023 Jun 13;jjad101. doi: 10.1093/ecco-jcc/jjad101. Online ahead of print. Diagnostic accuracy of endoscopic ultrasonography-guided tissue acquisition prior to resection of pancreatic carcinoma: a nationwide analysis. Rutger Quispel, Hannah M Schutz, Augustinus W P Keultjes, Nicole S Erler, Quisette P Janssen, Jeanin E van Hooft, Niels G Venneman, Pieter Honkoop, Lieke Hol, Robert C Scheffer, Tanya M Bisseling, Rogier P Voermans, Frank P Vleggaar, Matthijs P Schwartz, Robert C Verdonk, Chantal V Hoge, Sjoerd D Kuiken, Wouter L Curvers, Frederike G I van Vilsteren, Alexander C Poen, Marcel B Spanier, Annette H Bruggink, Frank M Smedts, Marie-Louise F van Velthuysen, Casper H van Eijck, Marc G Besselink, Bart J Veldt, Bas G Koerkamp, Lydi M J W van Driel, Marco J Bruno; Dutch Pancreatic Cancer Group (DPCG) and QUality in EndoSonography Team (QUEST) HPB (Oxford). 2023 Jul 23;S1365182X(23)01886-5. doi: 10.1016/j.hpb.2023.07.900. Online ahead of print. Ferric carboxymaltose infusion versus oral iron supplementation for preoperative iron deficiency anaemia in patients with colorectal cancer (FIT): a multicentre, open-label, randomised, controlled trial. Kevin Talboom, Wernard A A Borstlap, Sapho X Roodbeen, Emma R J Bruns, Christianne J Buskens, Roel Hompes, Kristien M A J Tytgat, Jurriaan B Tuynman, Esther C J Consten, Gijsbert Heuff, Teaco Kuiper, Anna A W van Geloven, Gerrit J Veldhuis, Joost A B van der Hoeven, Michael F Gerhards, Colin Sietses, Antonino Spinelli, Anthony W H van de Ven, Edwin S van der Zaag, Marinke Westerterp, Henderik L van Westreenen, Marcel L Dijkgraaf, Nicole P Juffermans, Wilhelmus A Bemelman; FIT collaborative group Lancet Haematol. 2023 Feb 27:S23523026(22)00402-1. doi:10.1016/S23523026(22)00402-1 Increased versus conventional adalimumab dose interval for patients with Crohn’s disease in stable remission (LADI): a pragmatic, open-label, non-inferiority, randomised controlled trial. van Linschoten RCA, Jansen FM, Pauwels RWM, Smits LJT, Atsma F, Kievit W, de Jong DJ, de Vries AC, Boekema PJ, West RL, Bodelier AGL, Gisbertz IAM, Wolfhagen FHJ, Römkens TEH, Lutgens MWMD, van Bodegraven AA, Oldenburg B, Pierik MJ, Russel MGVM, de Boer NK, MallantHent RC, Ter Borg PCJ, van der Meulende Jong AE, Jansen JM, Jansen SV, Tan ACITL, van der Woude CJ, Hoentjen F(24); LADI study group and the Dutch Initiative on Crohn and Colitis. Collaborators: van Noord D, Hoekstra J, Kamphuis JT, Gorter MHP, van Esch AAJ. Lancet Gastroenterol Hepatol. 2023 Apr;8(4):343-355. doi: 10.1016/S24681253(22)00434-4. Epub 2023 Jan 31.

50


was

Z

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Testing for lactase non-persistence in a Dutch population: Genotyping versus the Hydrogen Breath Test. Karlijn Stouten, Frank Wolfhagen, Rob Castel, Marjan van de Werken, Johan Klerks, François Verheijen, Henricus Jan Vermeer Ann Clin Biochem. 2023 Jul;60(4):243248. doi: 10.1177/00045632231159288. Epub 2023 Feb 28. PMID: 36750424 The additive value of CA19.9 monitoring in a pancreatic cyst surveillance program. Iris J M Levink, Sanne C Jaarsma, Brechtje D M Koopmann, Priscilla A van Riet, Kasper A Overbeek, Jihane Meziani, Marloes L J A Sprij, Riccardo Casadei, Carlo Ingaldi, Marcin Polkowski, Megan M L Engels, Laurens A van der Waaij, Silvia Carrara, Elizabeth Pando, Marlies Vornhülz, Pieter Honkoop, Erik J Schoon, Johanna Laukkarinen, Jilling F Bergmann, Gemma Rossi, Frederike G I van Vilsteren, AnneMarie van Berkel, Trevor Tabone, Matthijs P Schwartz, Adriaan C I T L Tan, Jeanin E van Hooft, Rutger Quispel, Ellert van Soest, Laszlo Czacko, Marco J Bruno, Djuna L Cahen; PACYFIC-registry work group United European Gastroenterol J. 2023 Jul 12. doi: 10.1002/ueg2.12422. Online ahead of print. Medische microbiologie Contact investigations for antibiotic-resistant bacteria: a mixed-methods study of patients’ comprehension of and compliance with self-sampling requests postdischarge. Anneloes van Veen, Dominique L. A. Lescure, Suzanne J. C. Verhaegh, Inge de Goeij, Vicki Erasmus, Ed F. van Beeck, Aimée Tjon-a-Tsien, José Splinter, Jan C. Christiaanse, Marjolein Damen, Elisabeth G. W. Huijskens, Sunita Paltansing, Michiel van Rijn, Jacobien Veenemans, Margreet C. Vos, Juliëtte A. Severin Antimicrob Resist Infect Control. 2023 Aug 10;12(1):77. doi: 10.1186/s13756-02301277-1. Invasive group A streptococcal infections in the Netherlands N.V.S. Vinkeles Melchers, R. Tjon-Kon-Fat, E. Verspui-van der Eijk, F. Nawijn, F. Hietbrink, L.W. Rümke, S.M.T. Vestjens, L.M.L. Dix, M.S.W. Quaak, B. de Gier, B.J.M. Vlaminckx, C. Içli, E.G.W. Huijskens Ned Tijdschr Geneeskd. 2023;167:D7118 Testing for lactase non-persistence in a Dutch population: Genotyping versus the Hydrogen Breath Test. Karlijn Stouten, Frank Wolfhagen, Rob Castel, Marjan van de Werken, Johan Klerks, François Verheijen, Henricus Jan Vermeer Ann Clin Biochem. 2023 Jul;60(4):243248. doi: 10.1177/00045632231159288. Epub 2023 Feb 28. Neurologie Author Response: SARS-CoV-2 Vaccination Safety in Guillain-Barré Syndrome, Chronic Inflammatory Demyelinating Polyneuropathy, and Multifocal Motor Neuropathy. Adája E Baars, Pieter A Van Doorn, Bart C Jacobs, Krista Kuitwaard Neurology. 2023 Jul 4;101(1):51. doi: 10.1212/WNL.0000000000207541.

51

Cerebrospinal Fluid Findings in Relation to Clinical Characteristics, Subtype, and Disease Course in Patients With GuillainBarré Syndrome. Helle Al-Hakem, Alex Y Doets, Amro Maher Stino, Sasha A Zivkovic, Henning Andersen, Hugh J Willison, David R Cornblath, Kenneth C Gorson, Zhahirul Islam, Quazi Deen Mohammad, Søren Hein Sindrup, Susumu Kusunoki, Amy Davidson, Carlos Casasnovas, Kathleen Bateman, James Al Miller, Bianca van den Berg, Christine Verboon, Joyce Roodbol, Sonja E Leonhard, Samuel Arends, Linda W G Luijten, Luana Benedetti, Satoshi Kuwabara, Peter Van den Bergh, Soledad Monges, Girolama A Marfia, Nortina Shahrizaila, Giuliana Galassi, Yann Pereon, Jan Bürmann, Krista Kuitwaard, Ruud P Kleyweg, Cintia Marchesoni, María J Sedano Tous, Luis Querol, Lorena MartínAguilar, Yuzhong Wang, Eduardo NobileOrazio, Simon Rinaldi, Angelo Schenone, Julio Pardo, Frederique H Vermeij, Waqar Waheed, Helmar C Lehmann, Volkan Granit, Beth Stein, Guido Cavaletti, Gerardo Gutiérrez-Gutiérrez, Fabio A Barroso, Leo H Visser, Hans D Katzberg, Efthimios Dardiotis, Shahram Attarian, Anneke J van der Kooi, Filip Eftimov, Paul W Wirtz, Johnny Pa Samijn, H Jacobus Gilhuis, Robert Dm Hadden, James Kl Holt, Kazim A Sheikh, Noah Kolb, Summer Karafiath, Michal Vytopil, Giovanni Antonini, Thomas E Feasby, Catharina Faber, Hans Kramers, Mark Busby, Rhys C Roberts, Nicholas J Silvestri, Raffaella Fazio, Gert W van Dijk, Marcel Pj Garssen, Jan Verschuuren, Thomas Harbo, Bart C Jacobs Neurology. 2023 Apr 19;10.1212/WNL.0000000000207282. doi: 10.1212/WNL.0000000000207282. Online ahead of print. Comparison of Prehospital Assessment by Paramedics and In-Hospital Assessment by Physicians in Suspected Stroke Patients: Results From 2 Prospective Cohort Studies. Luuk Dekker, Jasper D Daems, Martijne H C Duvekot, T Truc My Nguyen, Esmee Venema, Adriaan C G M van Es, Anouk D Rozeman, Walid Moudrous, Kirsten R I S Dorresteijn, Jan-Hein J Hensen, Jan Bosch, Erik W van Zwet, Els L L M de Schryver, Loet M H Kloos, Karlijn F de Laat, Leo A M Aerden, Ido R van den Wijngaard, Diederik W J Dippel, Henk Kerkhoff, Marieke J H Wermer, Bob Roozenbeek, Nyika D Kruyt; LPSS and PRESTO Investigators Stroke. 2023 Jul 19. doi: 10.1161/STROKEAHA.123.042644. Online ahead of print. Endovascular treatment versus no endovascular treatment after 6-24 h in patients with ischaemic stroke and collateral flow on CT angiography (MR CLEAN-LATE) in the Netherlands: a multicentre, open-label, blinded-endpoint, randomised, controlled, phase 3 trial. Susanne G H Olthuis, F Anne V Pirson, Florentina M E Pinckaers, Wouter H Hinsenveld, Daan Nieboer, Angelique Ceulemans, Robrecht R M M Knapen, M M Quirien Robbe, Olvert A Berkhemer, Marianne A A van Walderveen, Geert J Lycklama À Nijeholt, Maarten Uyttenboogaart, Wouter J Schonewille, P Matthijs van der Sluijs, Lennard Wolff, Henk van Voorst, Alida A Postma, Stefan D Roosendaal, Anouk van der Hoorn, Bart J Emmer, Menno G M Krietemeijer, Pieter-Jan van

Doormaal, Bob Roozenbeek, Robert-Jan B Goldhoorn, Julie Staals, Inger R de Ridder, Christiaan van der Leij, Jonathan M Coutinho, H Bart van der Worp, Rob T H Lo, Reinoud P H Bokkers, Ewoud I van Dijk, Hieronymus D Boogaarts, Marieke J H Wermer, Adriaan C G M van Es, Julia H van Tuijl, Hans G J Kortman, Rob A R Gons, Lonneke S F Yo, Jan-Albert Vos, Karlijn F de Laat, Lukas C van Dijk, Ido R van den Wijngaard, Jeannette Hofmeijer, Jasper M Martens, Paul J A M Brouwers, Tomas Bulut, Michel J M Remmers, Thijs E A M de Jong, Heleen M den Hertog, Boudewijn A A M van Hasselt, Anouk D Rozeman, Otto E H Elgersma, Bas van der Veen, Davy R Sudiono, Hester F Lingsma, Yvo B W E M Roos, Charles B L M Majoie, Aad van der Lugt, Diederik W J Dippel, Wim H van Zwam, Robert J van Oostenbrugge; MR CLEAN-LATE investigators Lancet. 2023 Apr 22;401(10385):13711380. doi: 10.1016/S0140-6736(23)005755. Epub 2023 Mar 29. Modified Erasmus GBS Respiratory Insufficiency Score: a simplified clinical tool to predict the risk of mechanical ventilation in Guillain-Barré syndrome. Linda W G Luijten # 1 2, Alex Y Doets # 1, Samuel Arends 1 3, Mazen M Dimachkie 4, Kenneth C Gorson 5, Badrul Islam 6, Noah A Kolb 7, Susumu Kusunoki 8, Nowshin Papri 1 6, Waqar Waheed 7, Christa Walgaard 9, Yuko Yamagishi 8, Hester Lingsma 10, Bart C Jacobs 11; IGOS Consortium Collaborators:…Krista Kuitwaard, J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2023 Apr;94(4):300-308. doi: 10.1136/jnnp-2022329937. Epub 2022 Nov 25. Real-world challenges in the diagnosis of primary progressive multiple sclerosis. Katelijn M Blok, Joost Smolders, Joost van Rosmalen, Carine O Martins Jarnalo, Beatrijs Wokke, Janet de Beukelaar Eur J Neurol. 2023 Aug 14. doi: 10.1111/ene.16042. Online ahead of print. The frequency of CYP2C19 loss-of-function variants in patients with non-cardioembolic ischemic stroke or transient ischemic attack in the Dutch population. Lotte van den Heuvel, Henricus J Vermeer, Henk Kerkhoff, Bob Roozenbeek, Elles Zock Cerebrovasc Dis. 2023 Mar 22. doi: 10.1159/000529892. Online ahead of print. Oogheelkunde Long-Term Follow-Up of Patients with Scleritis After Rituximab Treatment Including B Cell Monitoring. Kiki van Bilsen, Daphne P. C. Vergouwen, Mirjam E. J. van Velthoven, Tom O. A. R. Missotten, Saskia M. Rombach, Menno C. van Zelm, Magdalena A. Berkowska, P. Martin van Hagen, Robert W. A. M. Kuijpers & Jan A. M. van Laar Ocul Immunol Inflamm. 2023 Jul 12;1-6. doi: 10.1080/09273948.2023.2229900. Online ahead of print. Orthopedie Adherence to the Dutch recommendation for physical activity: prior to and after primary total hip and knee arthroplasty. Daisy A. J. M. Latijnhouwers, Karolien G. Hoogendoorn, Rob G. H. H. Nelissen,


WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Hein Putter, Thea P. M. Vliet Vlieland & Maaike G. J. Gademan on behalf of the LOAS Study Group (W.J. Marijnissen, among others) Disabil Rehabil. 2023 Jul 27;1-9. doi: 10.1080/09638288.2023.2237409. Online ahead of print.

Claudia J C Meurs, Sara van Bekkum, Joost van Rosmalen, Marian B E MenkePluijmers, Sabine Siesling, Pieter J Westenend Ann Surg Oncol. 2023 Aug 11. doi: 10.1245/s10434-023-14090-2. Online ahead of print.

Effects of reduction technique for acute anterior shoulder dislocation without sedation or intra-articular pain management: a systematic review and meta-analysis. D N Baden, M F L Visser, M H Roetman, D P J Smeeing, R M Houwert, R H H Groenwold, O A J van der Meijden Eur J Trauma Emerg Surg. 2023 Jun;49(3):1383-1392. doi: 10.1007/s00068023-02242-8. Epub 2023 Mar 1.

Validation and Clinical Utility of a Prediction Model for the Risk of Upstaging to Invasive Breast Cancer After a Biopsy Diagnosis Ductal Carcinoma In Situ. Claudia J. C. Meurs MSc, Sara van Bekkum MD, Joost van Rosmalen PhD, Marian B. E. Menke-Pluijmers MD, PhD, Sabine Siesling PhD & Pieter J. Westenend MD, PhD Ann Surg Oncol. 2023 Aug 4. doi: 10.1245/s10434-023-13929-y. Online ahead of print.

Hip or knee arthroplasty Tamara Kamp, Maaike G J Gademan, Sander K R van Zon, Rob G H H Nelissen, Thea P M Vliet Vlieland, Martin Stevens, Sandra Brouwer; Longitudinal Leiden Orthopaedics Outcomes of Osteoarthritis Study (LOAS) Group; H M J van der Linden, B L Kaptein, S H M Verdegaal, P J Damen, S B W Vehmeijer, W C M Marijnissen, H H Kaptijn, R Onstenk Bone Joint J. 2023 Sep 1;105-B(9):977984. doi: 10.1302/0301-620X.105B9.BJJ2023-0190.R1. Sex differences in perceived expectations of the outcome of total hip and knee arthroplasties and their fulfillment : an observational cohort study. Latijnhouwers DAJM, Vlieland TPMV, Marijnissen WJ, Damen PJ, Nelissen RGHH, Gademan MGJ Rheumatol Int. 2023 May;43(5):911-922. doi: 10.1007/s00296-022-05240-y. Epub 2022 Nov 28. Three out of four working-age patients have fulfilled expectations towards paid employment six months after total hip or knee arthroplasty: a multicentre cohort study. Tamara Kamp, Martin Stevens, Thea P M Vliet Vlieland, Rob G H H Nelissen, Sandra Brouwer, Maaike G J Gademan; Longitudinal Leiden Orthopaedics Outcomes of Osteoarthritis Study (LOAS) Group (W.C.M. Marijnissen) Rheumatol Int. 2023 Aug 29. doi: 10.1007/s00296-023-05437-9. Online ahead of print. Pathologie A low risk of recurrence after breast-conserving surgery for DCIS: A single-institution experience. Sara van Bekkum, Caroline Drukker, Joost van Rosmalen, Marian B E MenkePluijmers, Pieter J Westenend Cancer Treat Res Commun. 2023 Apr 11;35:100706. doi: 10.1016/j.ctarc.2023.100706. Online ahead of print. ASO Visual Abstract: Predicting Lymph Node Metastases in Patients with Biopsy-Proven Ductal Carcinoma In Situ of the Breast: Development and Validation of the DCIS-met Model. Claudia J C Meurs, Joost van Rosmalen, Marian B E Menke-Pluijmers, Sabine Siesling, Pieter J Westenend Ann Surg Oncol. 2023 Apr;30(4):21522153. doi: 10.1245/s10434-022-13067-x. ASO Visual Abstract: Validation and Clinical Utility of a Prediction Model for the Risk of Upstaging to Invasive Breast Cancer After a Biopsy Diagnosis of Ductal Carcinoma In Situ.

Plastische chirurgie Burn injury characteristics, referral pattern, treatment (costs), and outcome in burn patients admitted to a hospital with or without a specialized Burn Centre (BURN-Pro). Daan T Van Yperen, Esther M M Van Lieshout, Margriet E Van Baar, Suzanne Polinder, Michael H J Verhofstad, Cornelis H Van der Vlies; BURN-Pro Study Group, Bas J. Punt, Paul A. Vegt Eur J Trauma Emerg Surg. 2023 Feb 3. doi: 10.1007/s00068-023-02233-9.

van den Wijngaard, Jeannette Hofmeijer, Jasper M Martens, Paul J A M Brouwers, Tomas Bulut, Michel J M Remmers, Thijs E A M de Jong, Heleen M den Hertog, Boudewijn A A M van Hasselt, Anouk D Rozeman, Otto E H Elgersma, Bas van der Veen, Davy R Sudiono, Hester F Lingsma, Yvo B W E M Roos, Charles B L M Majoie, Aad van der Lugt, Diederik W J Dippel, Wim H van Zwam, Robert J van Oostenbrugge; MR CLEAN-LATE investigators Lancet. 2023 Apr 22;401(10385):13711380. doi: 10.1016/S0140-6736(23)005755. Epub 2023 Mar 29. Prehospital stroke triage: a modeling study on the impact of triage tools in different regions. Martijne H C Duvekot, Bjarty L Garcia, Luuk Dekker, Truc My Nguyen, Ido R van den Wijngaard, Karlijn F de Laat, Els L L M de Schryver, Loet M H Kloos, Leo A M Aerden, Stas A Zylicz, Jan Bosch, Eduard van Belle, Erik W van Zwet, Anouk D Rozeman, Walid Moudrous, Frédérique H Vermeij, Hester F Lingsma, Jeannette Bakker, Pieter Jan van Doormaal, Adriaan C G M van Es, Aad van der Lugt, Marieke J H Wermer, Diederik W J Dippel, Henk Kerkhoff, Bob Roozenbeek, Nyika D Kruyt, Esmee Venema; Leiden Prehospital Stroke Study and PRESTO Investigators. Prehosp Emerg Care. 2023;27(5):630638. doi: 10.1080/10903127.2023.2215859. Epub 2023 Jun 20.

What affects women’s decision-making on breast reconstruction after mastectomy for breast cancer? Sara van Bekkum, Marloes E. Clarijs, Fientje J. C. van der Veen, Joost van Rosmalen, Linetta B. Koppert & Marian B. E. Menke-Pluijmers Breast Cancer. 2023 Sep;30(5):772-784. doi: 10.1007/s12282-023-01471-4. Epub 2023 Jun 12.

Real-world challenges in the diagnosis of primary progressive multiple sclerosis. Katelijn M Blok, Joost Smolders, Joost van Rosmalen, Carine O Martins Jarnalo, Beatrijs Wokke, Janet de Beukelaar Eur J Neurol. 2023 Aug 14. doi: 10.1111/ene.16042. Online ahead of print.

Radiologie

A trial-based economic evaluation of the CaFaSpA referral strategy for axial spondyloarthritis. M Jamal, T M Kuijper, Jmw Hazes, D Lopes Barreto, Aeam Weel (contributor Tchetverikov) Scand J Rheumatol. 2023 Aug 31;1-9. doi: 10.1080/03009742.2023.2243081. Online ahead of print.

Deep Learning-Based Segmentation of Locally Advanced Breast Cancer on MRI in Relation to Residual Cancer Burden: A Multiinstitutional Cohort Study. Janse MHA, Janssen LM, van der Velden BHM, Moman MR, Wolters-van der Ben EJM, Kock MCJM, Viergever MA, van Diest PJ, Gilhuijs KGA. J Magn Reson Imaging. 2023 Mar 17. doi: 10.1002/jmri.28679. Online ahead of print. Endovascular treatment versus no endovascular treatment after 6-24 h in patients with ischaemic stroke and collateral flow on CT angiography (MR CLEAN-LATE) in the Netherlands: a multicentre, open-label, blinded-endpoint, randomised, controlled, phase 3 trial. Susanne G H Olthuis, F Anne V Pirson, Florentina M E Pinckaers, Wouter H Hinsenveld, Daan Nieboer, Angelique Ceulemans, Robrecht R M M Knapen, M M Quirien Robbe, Olvert A Berkhemer, Marianne A A van Walderveen, Geert J Lycklama À Nijeholt, Maarten Uyttenboogaart, Wouter J Schonewille, P Matthijs van der Sluijs, Lennard Wolff, Henk van Voorst, Alida A Postma, Stefan D Roosendaal, Anouk van der Hoorn, Bart J Emmer, Menno G M Krietemeijer, Pieter-Jan van Doormaal, Bob Roozenbeek, Robert-Jan B Goldhoorn, Julie Staals, Inger R de Ridder, Christiaan van der Leij, Jonathan M Coutinho, H Bart van der Worp, Rob T H Lo, Reinoud P H Bokkers, Ewoud I van Dijk, Hieronymus D Boogaarts, Marieke J H Wermer, Adriaan C G M van Es, Julia H van Tuijl, Hans G J Kortman, Rob A R Gons, Lonneke S F Yo, Jan-Albert Vos, Karlijn F de Laat, Lukas C van Dijk, Ido R

Reumatologie

Arthroscopic synovectomy versus intraarticular injection of corticosteroids for the management of refractory psoriatic or rheumatoid arthritis of the wrist: study protocol for a randomized controlled trial (ARCTIC trial). P N d’Ailly, C Deugd, N W L Schep, T M Kuijper, M R Kok, A Willemze, J H Coert, P H P de Jong, W K Lam-Tse, A H M van der Helm-van Mil, I Tchetverikov, A E A M Weel-Koenders, R J Bisoendial Trials. 2023 Mar 25;24(1):229. doi: 10.1186/s13063-023-07129-y. Spoedeisende geneeskunde BRASD trial: biomechanical reposition techniques in anterior shoulder dislocation-a randomized multicenter clinical trial. David N Baden, Martijn H Roetman, Tom Boeije, Nieke Mullaart, Ralph Boden, Roderick M Houwert, Marilyn Heng, Olivier A J van der Meijden Int J Emerg Med. 2023 Feb 24;16(1):14. doi: 10.1186/s12245-023-00480-6.

52


was

Z

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Burn injury characteristics, referral pattern, treatment (costs), and outcome in burn patients admitted to a hospital with or without a specialized Burn Centre (BURN-Pro). Daan T Van Yperen, Esther M M Van Lieshout, Margriet E Van Baar, Suzanne Polinder, Michael H J Verhofstad, Cornelis H Van der Vlies; BURN-Pro Study Group, Bas J. Punt, Paul A. Vegt Eur J Trauma Emerg Surg. 2023 Feb 3. doi: 10.1007/s00068-023-02233-9. Comparing health status after major trauma across different levels of trauma care. J C Van Ditshuizen, L De Munter, M H J Verhofstad, K W W Lansink, D Den Hartog, E M M Van Lieshout, M A C De Jongh; BIOS-group; Dutch Trauma Registry Southwest, T S C Jakma Injury. 2023 Mar;54(3):871-879. doi: 10.1016/j.injury.2023.01.005. Epub 2023 Jan 7. Effects of reduction technique for acute anterior shoulder dislocation without sedation or intra-articular pain management: a systematic review and meta-analysis. D N Baden, M F L Visser, M H Roetman, D P J Smeeing, R M Houwert, R H H Groenwold, O A J van der Meijden Eur J Trauma Emerg Surg. 2023 Mar 1. doi: 10.1007/s00068-023-02242-8. HEART Score Recalibration Using Higher Sensitivity Troponin T.

Aleem U Khand, Barbra Backus, Michael Campbell, Freddy Frost, Liam Mullen, Michael Fisher, Konstantinos C Theodoropoulos, Mohammed Obeidat, Kate Batouskaya, Edward W Carlton, Kirsten Van Meerten, Kai Neoh, Ahmed Dakshi 3, Bryn E Mumma Ann Emerg Med. 2023 Jun 10;S01960644(23)00313-X. doi: 10.1016/j.annemergmed.2023.04.024. Online ahead of print.

Hoeksema, Elsbeth Wesselink, Dylan W de Lange, Nicolette F de Keizer, Dave A Dongelmans, Ameen Abu-Hanna Br J Clin Pharmacol. 2023 Aug 11. doi: 10.1111/bcp.15882. Online ahead of print.

Reducing the risk of non-sterility of aseptic handling in hospital pharmacies, part C: applying risk assessment and risk control in practice. Boom FA Le Brun PPH, Ris JM, Veenbaas T, Touw D. Eur J Hosp Pharm. 2023 May;30(3):160166. doi: 10.1136/ejhpharm-2021-002747. Epub 2021 Jul 7.

Trauma-Related Clinical Practice Variation in Dutch Emergency Departments. Elise L Tierie, Dennis G Barten, Laura M Esteve Cuevas, Rebekka Veugelers, Menno I Gaakeer Healthcare (Basel). 2023 Mar 3;11(5):748. doi: 10.3390/healthcare11050748. Ziekenhuisapotheek Adverse drug events caused by three high-risk drug-drug interactions in patients admitted to intensive care units: a multicentre retrospective observational study. Joanna E Klopotowska, Jan-Hendrik Leopold, Tinka Bakker, Izak Yasrebi-de Kom, Frouke M Engelaer, Evert de Jonge, Esther K Haspels-Hogervorst, Walter M van den Bergh, Maurits H Renes, Bas T Jong, Hans Kieft, Andre Wieringa, Stefaan Hendriks, Cedric Lau, Sjoerd H W van Bree, Hendrick J W Lammers, Peter C Wierenga, Rob J Bosman, Vincent M de Jong, Mirjam Slijkhuis, Eric J F Franssen, Wytze J Vermeijden, Joost Masselink, Ilse M Purmer, Liesbeth E Bosma, Martin

~ Advertentie~

WONEN MET ZORG Wonen met zorg bij Het Spectrum: welkom thuis Zelfstandig wonen met professionele zorg afgestemd op uw behoefte: dat is Wonen met zorg van Het Spectrum. Wonen met zorg betekent uw eigen plek en zelf bepalen hoe uw dag eruitziet.

Mevrouw Meijer woonde tot haar 78e in een appar-

Het Spectrum biedt Wonen met zorg op verschil-

tement zonder zorg. Toen ze merkte dat dat niet

lende locaties in Dordrecht. Mevrouw Meijer koos

meer ging, zocht ze – samen met haar mantelzorger

voor Het Sterrenwiel: “En daar heb ik geen moment

– een nieuwe plek.

spijt van gehad. Ik heb een ruime kamer met uitzicht op de dijk en het park. Daar geniet ik van; lekker

“Na een operatie en revalidatie kon ik niet meer terug

handwerken op mijn kamer of een boek lezen bij

naar mijn huis. Ik wilde echter wél een eigen plek.

het raam. Maar ik neem ook deel aan de Bingo-

Wat ik zelf nog kan, wil ik ook zelf doen. Voor de

middagen. Ik woon hier nog niet zo lang, maar heb

dingen die ik niet meer kan, wil ik goede en liefdevolle

al best veel contacten gelegd.”

zorg ontvangen. De medewerkers van Het Spectrum zijn ontzettend lief en kundig.” Mevrouw Meijer koos voor Wonen met zorg van Het Spectrum.

] Zelfstandig wonen met professionele zorg dichtbij ] Persoonlijke zorg, afgestemd op uw behoefte,

] Faciliteiten in de buurt én in het complex zelf

MEER WETEN OVER

Wonen met zorg bij Het Spectrum? Ga naar www.hetspectrum.nl/wonenmetzorg. Liever persoonlijk contact of direct inschrijven? Neem contact op met onze klantenservice: 078 799 92 20.

53


ASz Leerplein Onderstaand een overzicht van de wetenschapsagenda met scholingsaanbod voor arts-assistenten en onderzoekers. Het gehele scholingsaanbod, inclusief een groot aantal e-learning modules, is te vinden op het ASz Leerplein. Raadpleeg de cursuscatalogus voor het actuele aanbod. Deze wordt continu uitgebreid.

2024 Januari 18 26

GCP Basis Wetenschapslunch

Maart 26

Wetenschapslunch

Heb je vragen, neem dan contact op met het Leerhuis, we helpen je graag! Op werkdagen zijn wij van 08:30 uur tot 17:00 uur telefonisch bereikbaar op 45100 of mail ons op leerhuis@asz.nl. Je kunt ook via het ASz Leerplein online trainingen van GoodHabitz volgen. Word de beste versie van jezelf!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
WASz December 2023 by WASz - Issuu