Skip to main content

Jaarverslag PThU 2019

Page 1

Jaarverslag 2019

PThU Jaarverslag 2019


Jaarverslag 2019

PThU Jaarverslag 2019


PThU Jaarverslag 2019


4

PThU Jaarverslag 2019


Voorwoord Graag bieden we u met dit jaarverslag een uitgebreide inkijk in het reilen en zeilen van de Protestantse Theologische Universiteit. Met betrekking tot het onderwijs leverde het jaar 2019 goede beoordelingen op naar aanleiding van de visitatie van zowel onze gezamenlijke bacheloropleiding met de VU als onze masteropleidingen. Dat vervult ons uiteraard met trots. U leest er meer over in dit verslag. Op het onderzoeksterrein konden we in 2019 stevige stappen zetten om tot twee gezichtsbepalende onderzoeksprogramma’s te komen. Ook daarover leest u meer in dit verslag. Voor ons als PThU is het erg belangrijk dat het dialogisch leren meer gestalte kan krijgen. Onze afgestudeerden moeten immers in en tussen geloofsgemeenschappen, maar ook in de samenleving als geheel, professionals zijn die mensen helpen elkaar te begrijpen – ook op het niveau van drijfveren, waarden, geloof en visies op het leven. Wij hebben unieke mogelijkheden om academische kwaliteit en doorleefde spiritualiteit met elkaar te verbinden. Die mogelijkheden mogen nog meer aangeboord worden, om uitgesproken en dus luisterende theologen op te leiden. In én buiten de kerken is daar behoefte aan.

N

Al met al geeft 2019 ons een beeld te zien van een PThU die volop in beweging is. We willen erg veel tot stand brengen met elkaar en zullen in de nabije toekomst nog scherpere keuzes moeten maken wat betreft onze mensen en middelen. We zeggen dank aan allen die hun beste krachten in dit verslagjaar aan de universiteit hebben gegeven, aan onze staf, onze sponsoren en donoren, onze meelevende achterban in de PKN en in zorginstellingen, krijgsmacht, justitie, media, musea en andere sectoren en werkvelden. Onze afgestudeerden komen goed gekwalificeerd bij u terecht. Ons onderzoek komt u ten goede. Dank voor uw suggesties, medewerking aan onderzoek, openheid voor stagiaires, morele en materiële steun. Prof. dr. Mechteld Jansen Rector / Voorzitter College van Bestuur

PThU Jaarverslag 2019

5


Inhoudsopgave Bestuurlijk jaarverslag Hoofdstuk 1

| Missie en profiel van de Protestantse Theologische Universiteit

10

Hoofdstuk 2

| Kerngegevens

12

Hoofdstuk 3

| Inrichting van het onderwijs en het onderzoek 3.1 Onderwijs 3.2 Onderzoek en valorisatie

14 14 14

Hoofdstuk 4

| Inrichting van de governance en de universitaire organisatie 4.1 D e governancestructuur aan de universiteit 4.2 K waliteitszorg, administratieve organisatie en interne beheersing

16 16 17

Hoofdstuk 5

| Verslag Raad van Toezicht 20 5.1 Samenstelling 20 5.2 G oedkeurende besluiten en aandachtspunten 20 5.3 Remuneratiecommissie 21 5.4 Auditcommissie 21 5.5 Algeheel oordeel 21

Hoofdstuk 6

| ContinuĂŻteitsparagraaf 24 6.1 Personeel en studenten 24 6.2 M eerjarenbalans en meerjarenbegroting 25 6.3 I nterne risicobeheersingsen controlesysteem 6.4 Helderheid bekostiging

6

9

PThU Jaarverslag 2019

27 30


Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9

|

|

|

Onderwijs 7.1 Bacheloropleiding 7.2 Masteropleidingen 7.3 K waliteitsinvesteringen onderwijs uit studievoorschot­middelen 7.4 Postacademisch onderwijs

32 32 34 35 36

Onderzoek en valorisatie 8.1 Beleid 8.2 Resultaten 8.3 Onderzoeksformatie 8.4 Wetenschappelijke output 8.5 V alorisatie van kennis: maatschappelijke output 8.6 Promovendi en promoties 8.7 F inanciering onderzoek: eerste en overige geldstromen

38 38 39 40 42

46

Personeel 9.1 O mvang en samenstelling personeel 9.2 HR-thema’s 9.3 Werkloosheidsuitkering

50 50 50 51

43 45

Hoofdstuk 10 | Ondersteunende faciliteiten, voorzieningen en diensten 10.1 O ndersteuning ten behoeve van onderwijs, onderzoek en valorisatie 10.2 Human Resource Management 10.3 Communicatie en Marketing

52 52 53 54

Jaarrekening 57 Bijlage 1

|

Promoties

78

Bijlage 2

|

Kerkelijk Album en Ordinantie 13

79

PThU Jaarverslag 2019

7


PThU Jaarverslag 2019


Bestuurlijk jaarverslag

PThU Jaarverslag 2019


Hoofdstuk 1

Missie en profiel van de Protestantse Theologische Universiteit Missie

scherpen aan elkaar. De spiritualiteit die studenten en mede-

Als Protestantse Theologische Universiteit (PThU) zijn wij een

werkers meebrengen, maakt integraal onderdeel uit van het

levensbeschouwelijke universiteit die zich richt op weten-

profiel van onze universiteit. Daarbij sluit de ontwikkeling van

schappelijk onderwijs, onderzoek en valorisatie van kennis in

een stevige identiteit als geestelijk (bege)leider naadloos aan.

de theologie. Met onze theologiebeoefening staan we in de protestantse traditie. We bestuderen het christelijk geloof in

Zo dragen onze medewerkers en studenten bij aan een

de wisselwerking tussen bronnen en eigentijdse vormgeving.

universiteit die gespecialiseerd is in academisch theologisch

We richten ons daarbij op de context van het christendom in

onderzoek en onderwijs; die de toon aangeeft wat betreft

Nederland als onderdeel van het christendom wereldwijd.

de protestantse theologie in Nederland; die internationaal de competitie aankan en nationaal relevant is voor kerk en

Onderwijs

samenleving; die erkend specialist is in de vertaling van oude

We streven er naar studenten op te leiden tot wetenschap-

bronnen naar nieuwe contexten; die valorisatie vanzelfspre-

pelijke theologen die op creatieve en ondernemende wijze

kend vindt; die met haar onderzoek met en voor partners

kerk en samenleving kunnen dienen, op al die plekken waar

navolgbaar impact heeft op de beantwoording van de grote

theologische expertise verrijkend is voor het ontwikkelen van

levensvragen en de verbindingen in de samenleving; die de

inzicht en handelen.

Protestantse Kerk in Nederland en de samenleving dient met academisch gevormde en communicatief vaardige theologen,

Onderzoek

die overal te vinden zijn waar mensen zin en samenhang

We streven er naar, zowel op nationaal als op internationaal

zoeken; en die ambitieuze studenten aantrekt.

niveau, een significante bijdrage te leveren aan de theologische wetenschap en aan vernieuwing van de christelijke traditie.

Valorisatie We streven er naar met ons onderzoek aanwijsbare impact te hebben op sociaal-maatschappelijke vraagstukken, bij te dragen aan intellectuele verrijking van de samenleving met betrekking tot religie, interreligieuze en intrareligieuze kennis, en leidend te zijn in die aangelegenheden waarin onze specifieke expertise benut kan worden ten behoeve van predikanten, kerkelijk werkers en professionals in centrale sectoren in het publieke domein, zoals zorg en onderwijs.

Profiel In het realiseren van deze missie zijn voor onze medewerkers en studenten vier kernwaarden leidend: scherp van geest, diep geworteld, breed georiĂŤnteerd en rijk aan spiritualiteit. Deze termen drukken uit dat onze medewerkers en studenten zich nadrukkelijk geworteld weten in hun levensbeschouwelijke traditie. Zij zijn in staat tot een brede oriĂŤntatie op maatschappelijke ontwikkelingen en levensovertuigingen die meer of minder overeenkomen met de eigen traditie. En zij zijn in staat zich met deze overtuigingen en ontwikkelingen te leren verstaan. Onze medewerkers en studenten dragen actief bij aan de intellectueel uitdagende, maar ook veilige leeromgeving, waarin zij zich in het academische gesprek kunnen

10

PThU Jaarverslag 2019


PThU Jaarverslag 2019

11


Hoofdstuk 2

Kerngegevens Studenten en personeel Studenten

Bachelor

Totaal

2018

2019

2018

2019

35

32

48

39

83

71

Totale populatie

110

103

166

158

276

261

Aantal diploma’s

13

26

39

37

52

63

Instroom

Medewerkers

Totaal 2019

Bestuur (fte)

2018

0,90

0,90

Wetenschappelijk personeel (fte)

52,38

50,60

Ondersteunend personeel (fte)

27,30

30,31

Totaal aantal medewerkers (fte)

80,58

81,81

Financiën (€ x 1.000)

2019

2018

9.674,5

9.413,9

Bijdrage Protestantse Kerk

194,8

199,2

College- en examengelden

531,6

456,8

Deelnemersbijdragen PAO

118,3

92,7

Tweede en derde geldstroommiddelen

800,4

419,5

Rijksbijdrage

Overige baten

235,9

228,7

Totale baten

11.555,6

10.810,8

Resultaat

-/- 697,8

-/- 636,5

8.969,2

9.667,0

Solvabiliteitsratio

0,65

0,65

Liquiditeitsratio

0,50

0,51

77,6%

89,4%

Eigen Vermogen

Weerstandsvermogen

12

Master

2019

PThU Jaarverslag 2019

2018


Hoofdstuk 0

Titel

PThU Jaarverslag 2019

13


Hoofdstuk 3

Inrichting van het onderwijs en het onderzoek 3.1 Onderwijs

en ‘Religie en conflict’. Onze doorlopende leerlijn is hierop

Wij bieden zowel bachelor- als masteropleidingen aan. Deze

afgestemd en blijft tevens verbonden met de eindtermen van

opleidingen kenmerken zich door een een nauwe verwe-

de bachelor Theologie joint degree met de VU.

venheid van onderzoek en onderwijs; een internationale oriëntatie; inbedding in een brede universitaire context;

Studenten die de bacheloropleiding Theologie van de RUG

betrokkenheid op sociale, culturele, maatschappelijke en

volgen en die daarbinnen onze route opnemen, bereiden zich

kerkelijke ontwikkelingen; en volop ruimte voor persoonlijke

optimaal voor op de masteropleidingen die wij aanbieden.

en spirituele vorming.

3.1.2 Masteropleidingen 3.1.1 Bacheloropleiding

Ons masteronderwijs kent drie opleidingen: een masteroplei-

Ons bacheloronderwijs is ingericht langs twee lijnen:

ding Gemeentepredikant in Amsterdam, een masteropleiding Predikantschap in Groningen, met zowel een route voor de

1. De samen met de faculteit Religie en Theologie van de

gemeentepredikant als voor de predikant-geestelijk verzorger,

Vrije Universiteit (VU) ingerichte bachelor Theologie joint

en een eenjarige internationale masteropleiding Verdieping

degree in Amsterdam, waarvan wij gezamenlijk met de VU

in Groningen.

eigenaar zijn. We beogen met onze masteropleidingen wetenschappelijk Met deze bacheloropleiding beogen wij brede basiskennis aan

opgeleide theologen op te leiden, die op creatieve en onder-

te reiken op het gebied van theologie. Van de academische

nemende wijze hun expertise inbrengen in kerk en samen-

theologiebeoefening binnen de bacheloropleiding maakt –

leving. Zij leveren die inbreng als predikant in uiteenlopende

naast het verwerven van kennis op de terreinen van geloof,

werkvelden en als gids in diverse maatschappelijke sectoren.

samenleving en kerk – de kritische reflectie op het geloof en

Zij doen dit vanuit een stevige persoonlijke identiteit om als

de eigen theologische positie deel uit. Vanuit een betrokken

geestelijk leider te kunnen spreken en handelen in maat-

positie leert de student het gesprek te voeren met andere

schappelijke en kerkelijke contexten.

posities, andere culturen en andere godsdiensten. In het licht van deze doelstelling vormen het dialogisch perspectief van

Het doel van onze masteropleiding Verdieping is startbe-

theologiseren en de persoonlijke vorming belangrijke compo-

kwame theologische professionals op te leiden die een werk-

nenten in de bacheloropleiding. De oefening in dialoog en het

plek vinden in de wereldkerk, in het theologisch onderwijs of

ontwikkelen van de eigen theologische identiteit vindt in de

onderzoek of in maatschappelijke organisaties.

opleiding plaats door middel van georganiseerde onderlinge uitwisseling van overtuigingen en standpunten, met daarbij de

3.2 Onderzoek en valorisatie

regels van de wetenschapsbeoefening als gemeenschappe-

Ons onderzoek vindt plaats vanuit drie onderzoeksprogram-

lijke basis.

ma’s: Sources, Beliefs en Practices.

2. De aan onze vestiging Groningen ingerichte route, die is

Sources is het onderzoeksprogramma van Bijbelwetenschap-

afgeleid van de bacheloropleiding Theologie joint degree

pen en Kerkgeschiedenis. Binnen dit programma draait het

en die we aanbieden (voor een omvang van 45 ECTS)

om de bronnen van christendom en jodendom en de wissel-

binnen de bacheloropleiding van de faculteit Godgeleerd-

werking door de tijd heen tussen die bronnen.

heid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).

Beliefs is het systematisch-theologisch onderzoek van onze universiteit. Centraal staat de vraag wat er gebeurt met (men-

Het bachelorprogramma van de RUG legt een specifieke

selijk) leven in de eenentwintigste eeuw. Hoe transformeert

nadruk op joods-christelijke tradities. Het curriculum is onder-

dit leven, in wetenschap en technologie, politiek en ecologie,

zoeksgestuurd opgebouwd en ontwikkeld door het faculteit-

kunst, religie, cultuur, globalisering en massamigratie, en in

sprofiel ‘Religie en Cultuur’, wat concreet wordt uitgewerkt

welke richting ontwikkelt het zich? Zijn deze ontwikkelingen

in twee thematische lijnen: ‘Religie en culturele diversiteit’

14

PThU Jaarverslag 2019


vanuit (christelijk) theologisch perspectief als heilzaam

Uit hoofde van die verantwoordelijkheid heeft de commissie

te duiden?

een belangrijke adviesrol richting het College van Bestuur van onze universiteit.

Practices is het onderzoeksprogramma waarin onderzoekers van praktisch-theologische disciplines en vanuit de

Naar aanleiding van de aanbeveling van de visitatiecommissie

sociale wetenschappen samenwerken in een multidiscipli-

Onderzoek, die ons in 2018 adviseerde een ‘verdergaande

naire benadering van geloofspraktijken in de kerken en het

focus, coherentie, kritische massa en internationale zichtbaar-

publieke domein.

heid’ van het onderzoek na te streven, zijn in 2019 belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van twee nieuwe onder-

Leden van de wetenschappelijke staf brengen hun onderzoek

zoeksprogramma’s: Mediating Good Life en Moving Identities.

onder bij een van de drie groepen, die elk worden geleid door

Deze zijn anders dan de bestaande onderzoeksprogramma’s

een onderzoeksprogrammaleider. De programmaleiders

interdisciplinair en thematisch ingestoken. Vervanging van

vormen gezamenlijk de commissie Wetenschapsbeoefening

de drie disciplinaire programma’s door de interdisciplinaire

en zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van ons onderzoek.

programma’s is voorzien voor 2020.

PThU Jaarverslag 2019

15


Hoofdstuk 4

Inrichting van de governance en de universitaire organisatie 4.1 D e governancestructuur aan de universiteit

het oog op de omvang van de organisatie – eenhoofdig, zodat de taken en verantwoordelijkheden van rector en voorzitter

Het bestuur en toezicht met betrekking tot onze universiteit is

zich verenigen in één persoon. Het College van Bestuur is ver-

geregeld overeenkomstig de governancecode VSNU en de op

antwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht. De taken

onze levensbeschouwelijke universiteit van toepassing zijnde

van het College van Bestuur hebben betrekking op zowel de

bepalingen in hoofdstuk 9 van de Wet op het Wetenschap-

academische als bestuurlijke representatie en zijn vastgelegd

pelijk Onderwijs en Onderzoek (WHW), Ordinantie 13 van de

in het Bestuursreglement.

Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland en het eigen Bestuursreglement, zoals dit op 25 september 2017 door de

Bij haar bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden laat de

Raad van Toezicht is gewijzigd en goedgekeurd.

rector zich bijstaan door het managementteam, bestaande uit de directeur onderwijs en de manager bedrijfsvoering, die

Raad van Toezicht: taken, bevoegdheden en samenstelling

beiden als adviseurs van het College van Bestuur optreden.

De leden van de Raad van Toezicht worden op basis van Ordi-

lijk ondersteund en geadviseerd door de bestuurssecretaris.

nantie 13-3 van de Kerkorde benoemd, geschorst en ontsla-

Het College van Bestuur, met het managementteam en de

gen door de Generale Synode.

ambtelijke ondersteuning, was in 2019 als volgt samengesteld:

Het College van Bestuur met de twee adviseurs wordt ambte-

– prof. dr. M.M. Jansen, rector en voorzitter De Raad van Toezicht houdt toezicht op de uitvoering van de

– dr. F. Stark, directeur onderwijs

werkzaamheden en op de uitoefening van de bevoegdheden

– drs. J.W. Boven, manager bedrijfsvoering (tot 1 mei 2019)

van het College van Bestuur, oefent het werkgeverschap uit

– mr. drs. D.J. de Boer, ambtelijk secretaris

over de bestuurder en is gesprekspartner op strategisch Toezicht het College van Bestuur met raad terzijde. Daarnaast

Medezeggenschap: Universiteitsraad en Opleidingscommissie

heeft hij in opdracht van de Generale Synode een speciale

Voor de medezeggenschap hebben wij een Universiteits-

verantwoordelijkheid met betrekking tot de instandhouding

raad ingesteld, bestaande uit acht leden, van wie de helft uit

van de opleiding van predikanten voor de Protestantse Kerk in

en door het personeel is gekozen en de andere helft uit en

Nederland. Voor zijn toezichthoudende verantwoordelijkheid

door de studenten. Taken en bevoegdheden van de raad zijn

heeft de raad een toezichthoudend kader vastgesteld.

geregeld in een Reglement voor de Universiteitsraad waarin

niveau van het College van Bestuur. Ook staat de Raad van

toepassing is gegeven aan de taken en bevoegdheden in paraDe Raad van Toezicht is zodanig samengesteld dat de leden

graaf 1 van titel 2 van hoofdstuk 9 van de WHW. In verband

ten opzichte van elkaar en van het College van Bestuur

met de monofacultaire structuur van onze universiteit kennen

onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Het principe van

wij geen Faculteitsraad zoals bedoeld in paragraaf 2 van

onafhankelijkheid is daarmee geëerbiedigd. De leden van de

titel 2 van hoofdstuk 9 van de WHW. De Universiteitsraad

Raad van Toezicht opereren collegiaal en besluiten in collec-

voert ten minste tweemaal per jaar overleg met het College

tiviteit. Tegelijk hebben de leden elk een eigen portefeuille en

van Bestuur.

aandachtsgebied. De leden ontvangen voor hun toezichthoudende taken geen persoonlijke financiële vergoeding anders

De Opleidingscommissie vormt het medezeggenschapsorgaan

dan de vergoeding als lid van de Raad van Toezicht.

voor het bevorderen en waarborgen van de kwaliteit van de opleidingen. De commissie bestaat uit acht leden, van wie de

16

College van Bestuur: taken, bevoegdheden en samenstelling

helft uit en door het personeel is gekozen en de andere helft

De Raad van Toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden

commissie zijn geregeld in een Reglement voor de Opleidings-

van het College van Bestuur. Tevens stelt de raad de beloning

commissie waarin toepassing is gegeven aan de taken en

van de leden van het College van Bestuur vast.

bevoegdheden in paragraaf 2 van titel 1 van hoofdstuk 9 van

Het College van Bestuur is belast met het bestuur, het beheer

de WHW. Aan onze universiteit zijn twee van deze commissies

en de bedrijfsvoering van de universiteit. Het bestuur is – met

verbonden: één voor de bacheloropleiding Theologie joint

PThU Jaarverslag 2019

uit en door de studenten. Taken en bevoegdheden van de


degree, die we samen met de VU aanbieden en waarvoor

Voor specifieke beleidsthema’s stelt het College van Bestuur

wij de helft van het aantal leden hebben aangewezen; en

werkgroepen in die op verzoek van het college voorstellen

één voor onze masteropleidingen. De Opleidingscommissie

doen. Voor de doorontwikkeling van de masteropleidingen

voert ten minste twee maal per jaar overleg met het College

stelde ons bestuur een werkgroep in die tot taak heeft voor-

van Bestuur.

stellen te ontwikkelen voor herziening van de curricula van deze opleidingen, gericht op verbreding van de uitstroompro-

Horizontale verantwoording: overleg met interne en externe stakeholders

ding Theologie joint degree heeft het College van Bestuur, in

Wij beoefenen de theologie in wisselwerking met en ten dien-

overleg met het bestuur van de faculteit Religie en Theologie

ste van de academie, de kerk en de samenleving. Dit kunnen

van de VU, een werkgroep geïnstalleerd, die voorstellen ont-

we alleen maar waarmaken als we bij het vormen en uitvoe-

wikkelt voor herziening van het curriculum van deze gezamen-

ren van beleid in contact staan met onze interne en externe

lijke opleiding.

stakeholders. Ten behoeve van een goede aansluiting van het onderwijs op

fielen. Ook voor de doorontwikkeling van de bacheloroplei-

4.2 Kwaliteitszorg, administratieve organisatie en interne beheersing

de omliggende academische, kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, onderhoudt het bestuur van onze universiteit

Planning en controlcyclus

verschillende externe bestuurlijke relaties. Zo vindt twee- tot

Basis voor de interne sturing en externe verantwoording is

driemaal per jaar overleg plaats met het bestuur van de facul-

de planning- en controlcyclus. Deze cyclus is ingericht volgens

teit Religie en Theologie van de VU en met de faculteit Godge-

de plan-do-check-act structuur. Het instellingsplan vormt

leerdheid en Godsdienstwetenschap van de RUG. Ten minste

het kader waarbinnen de begroting wordt vastgesteld als

eenmaal per jaar spreekt ons College van Bestuur met preses

finan­ciële doorvertaling van de beleidsvoornemens voor het

en scriba van het moderamen van de Generale Synode van de

daarop betrekking hebbende begrotingsjaar. Tussentijds

Protestantse Kerk in Nederland. Vier maal per jaar heeft het

worden financiële rapportages opgesteld uitlopend op de

College van Bestuur overleg met de Raad van Advies. Het Col-

twaalfmaandsrapportage in de vorm van de Jaarrekening

lege van Bestuur kan deze raad om advies vragen over alle

en het Bestuursverslag. Deze worden door het College van

zaken die de universiteit aangaan. Met het oog op het onder-

Bestuur vastgesteld na advisering door de Universiteitsraad

wijsbeleid fungeert de raad als werkveldadviescommissie.

en ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Toezicht.

Het College van Bestuur vraagt de raad in elk geval om advies over het strategisch beleid dat de predikantsopleidingen en

Voor het doorlopen van de planning- en controlcyclus beschik-

de relevante beroepenvelden aangaat.

ken wij over interne administratieve systemen en procedures. De kwaliteit van deze systemen en procedures wordt jaarlijks

Onderzoeks- en valorisatiebeleid geven we mede vorm door

getoetst met behulp van interne evaluaties van processen

het deelnemen aan netwerkorganisaties. Wij doen op zowel

en op grond van de jaarlijkse interim controle, die door de

organisatorisch als individueel niveau mee. Door binnen deze

externe accountant uitgevoerd wordt en waarvan verslag

netwerkverbanden present te zijn kunnen wij onze exper-

wordt gedaan in de managementletter.

tise ontwikkelen en inzetten binnen bredere maatschappelijke verbanden.

De planning- en controlcyclus op het niveau van de administratieve organisatie staat ten dienste van de primaire pro-

Wij participeren in het Netwerk van Levensbeschouwelijke

cessen die zelf zijn ingebed in een cyclus van kwaliteitszorg.

Universiteiten (NLU); dit ten behoeve van de behartiging van

Zowel onderwijs als onderzoek en valorisatie kennen een

de bijzondere belangen van de levensbeschouwelijke univer-

zesjarige cyclus.

siteiten, met betrekking tot beleidsontwikkelingen die op het schap tot stand komen. Via dit netwerk onderhouden wij

Externe en interne kwaliteitszorg onderwijs: onderwijskwaliteit en toetsing

contact met de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten

Wat betreft het onderwijs loopt deze cyclus gedurende de

(VSNU), zodat we direct zicht houden op bredere universitaire

zesjarige accreditatietermijn van de opleidingen. Na een

ontwikkelingen.

positief accreditatiebesluit door de Nederlands-Vlaamse

niveau van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten-

Accreditatieorganisatie (NVAO) bieden we het onderwijs aan Intern zijn medewerkers en studenten bij het beleid betrok-

in de vorm van opleidingen. Ten behoeve van het monitoren

ken via de Universiteitsraad en de opleidingscommissies.

van de kwaliteit van het onderwijs en de toetsing hebben

Daarnaast belegt het bestuur informele bijeenkomsten voor

we een onderwijskwaliteitsbeleid en een toetsbeleid vast-

uitwisseling van beleidsvoornemens met het personeel.

gesteld. De twee opleidingscommissies, die onder andere

In klankbordgroepen heeft het bestuur op informele wijze

de evaluatie van de cursussen voor hun rekening nemen,

contact met studenten op de beide vestigingsplaatsen.

borgen de kwaliteit van zowel de bacheloropleiding als de

PThU Jaarverslag 2019

17


masteropleidingen. Het College van Bestuur neemt kennis van de uitkomsten van de evaluaties en besluit vervolgens tot het treffen van verbetermaatregelen, die het opleidingsmanagement in overleg met de onderwijsgevenden doorvoert. Tussen bestuurlijke besluitvorming en implementatie van beleid is de Opleidingscommissie als medezeggenschaps­ orgaan gepositioneerd. Ten behoeve van de borging van het voor de opleidingen vastgestelde toetsbeleid is voor zowel de bacheloropleiding als de masteropleidingen een Examencommissie ingesteld. De commissie voor de bacheloropleiding is benoemd in gezamenlijkheid met het bestuur van de faculteit Religie en Theologie van de VU. De Examencommissie voor de bacheloropleiding bestaat uit vier leden: twee uit de wetenschappelijke staf van de faculteit en twee uit onze eigen wetenschappelijke staf. Aan de commissie is een ambtelijk secretaris toegevoegd. De voltallige commissie functioneert tevens als BSA-commissie. Tijdens de zesjaarscyclus van onderwijskwaliteitszorg vindt na drie jaar een midterm-evaluatie plaats. De uitkomsten van de tussentijdse evaluatie vormen de basis voor verbetermaatregelen die we in de resterende drie jaren van de accreditatietermijn doorvoeren en monitoren. In het zesde jaar van de accreditatietermijn volgt een externe beoordeling van de opleidingen op basis van het door de NVAO daartoe gehanteerde beoordelingskader met het oog op heraccreditatie. In 2019 heeft de externe beoordeling van zowel de bacheloropleiding als de masteropleidingen van de PThU plaatsgevonden. Op de uitkomst daarvan wordt in hoofdstuk 7 ingegaan.

Externe en interne kwaliteitszorg onderzoek Ook de kwaliteitszorg van het onderzoek kent een zes­ jarige cyclus, met tussentijds een evaluatie van de stand van zaken betreffende de verbetermaatregelen die een externe visitatiecommissie heeft aangereikt. Binnen onze organisatie is het onderzoeksmanagement, dat bestaat uit de leiders van de onderzoeksprogramma’s onder aansturing van de rector, verantwoordelijk voor de interne kwaliteitszorg van het onderzoek. Jaarlijks stellen we aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve criteria vast of de uitvoering van het onderzoeks- en valorisatiebeleid voldoende is in het licht van de beleidskaders en de doelstellingen van het Instellingsplan. In 2018 heeft een externe commissie het onderzoek van onze universiteit beoordeeld en daarvan rapport uitgebracht.

18

PThU Jaarverslag 2019


PThU Jaarverslag 2019

19


Hoofdstuk 5

Verslag Raad van Toezicht 5.1 Samenstelling De Raad van Toezicht bestaat uit vijf leden, onder wie de

5.2 Goedkeurende besluiten en aandachtspunten

voorzitter. De leden zijn benoemd op basis van profielen die

De Raad van Toezicht vergaderde in het verslagjaar vijf keer,

in de eerste plaats deskundigheid voor het uitoefenen van

kwam eenmaal voor een interne evaluatie bijeen en organi-

een toezichthoudende taak betreffen: een onafhankelijke

seerde samen met het bestuur een heidag. De vergaderingen

en kritische positie kunnen innemen ten opzichte van het

zijn opgebouwd uit twee onderdelen. In het eerste deel van de

bestuur; beschikken over affiniteit met een wetenschappelijke

vergadering bespreekt de raad in afwezigheid van het College

instelling; beschikken over ervaring met het besturen van

van Bestuur interne aangelegenheden van de raad en wordt

een complexe organisatie; kunnen herkennen van relevante

het overleg met het bestuur voorbereid. Het tweede deel van

ontwikkelingen; beschikken over een relevant maatschappe-

de vergadering vindt plaats in aanwezigheid van het bestuur.

lijk, kerkelijk en/of politiek netwerk. In de tweede plaats stelt

Tijdens dit deel van de vergadering komen de zaken aan de

de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland de eis dat

orde waarover de raad een besluit dient te nemen, waaronder

een lid van de raad belijdend lid van deze kerk is. In de derde

die aangelegenheden die goedkeuring van de raad behoeven.

plaats is voor elk lid aan de algemene deskundigheidseisen een specifiek profiel toegevoegd: voorzitter, expertise op het

De belangrijkste besluiten van de Raad van Toezicht in

terrein van bedrijfsvoering, hoogleraar, bijzondere betrokken-

2019 waren goedkeuring van:

heid op nieuwe vormen van kerk-zijn, theoloog/predikant.

– Bestuurlijk jaarverslag en Jaarrekening 2018; – Begroting 2020 met uitzondering van de daaraan

In 2019 was de Raad van Toezicht als volgt samengesteld: – mr. J.H.P. Donner (voorzitter, lid remuneratiecommissie) · aanvang eerste termijn: 1 mei 2018 · einde eerste termijn: 30 april 2022 – Ir. H.A.C. Branderhorst

toegevoegde investeringsagenda; – de financiële kwartaalrapportages en bijbehorende prognoses; – de voorstellen voor de kwaliteitsafspraken in verband met investering uit studievoorschotmiddelen; – voornemen College van Bestuur tot medeoprichting

(profiel nieuwe vormen van kerk-zijn, vice-voorzitter)

van een coöperatie van de Nederlandse

· aanvang eerste termijn: 1 januari 2016

Levensbeschouwelijke Universiteiten;

· einde eerste termijn: 31 december 2019 – mr. G. Endedijk

– benoeming van een nieuw lid van de Raad van Advies; – benoeming bijzonder hoogleraar Diaconaat;

(profiel bedrijfsvoering financiën, lid auditcommissie)

– benoeming hoogleraar Ethiek van de zorg;

· aanvang eerste termijn: 1 december 2017

– herbenoeming voor vier jaar van de rector / voorzitter

· einde eerste termijn: 30 november 2021 – prof. dr. M. Kaptein (profiel hoogleraar, lid auditcommissie)

College van Bestuur; – voornemen tot benoeming van een tweede lid van het College van Bestuur.

· aanvang eerste termijn: 1 mei 2011 · einde eerste termijn: 30 april 2015

De raad keurde de Jaarrekening 2018 en de Begroting 2020

· aanvang tweede termijn: 1 mei 2015

goed op basis van een positief advies van de auditcommissie,

· einde tweede termijn: 30 april 2019

bestaande uit mr. G. Endedijk en prof. dr. M. Kaptein.

· einde verlengde termijn: 1 maart 2020 – dr. A.G.L. van Nieuwpoort

Daarnaast hebben onder meer de volgende zaken de aan-

(profiel predikant, lid remuneratiecommissie)

dacht van de raad gevraagd:

· aanvang eerste termijn: 1 juni 2017

– accountantsverslag namens DVE Accountants bij de

· einde eerste termijn: 31 mei 2021

Jaarrekening en Bestuurlijk jaarverslag 2018; – de visie op de protestantse en theologische identiteit van de

20

Vanuit de Raad van Toezicht onderhoudt ir. Branderhorst het

universiteit en de bezinning op de strategische keuzes die in

contact met de Universiteitsraad.

verband daarmee moeten worden gemaakt;

PThU Jaarverslag 2019


– opstellen van een profiel en werving van een tweede lid van het College van Bestuur;

Interne evaluatie raad van toezicht In de zomer van 2019 heeft de Raad van Toezicht een interne

– werving studenten en rendement masteropleidingen;

evaluatie van zijn functioneren gehouden. Daarbij is de

– werving tweede en derde geldstroommiddelen;

wens voor meer administratieve ondersteuning aan de orde

– studententevredenheid op grond van de uitkomst van de

gekomen. Tevens is daarbij uitgesproken dat de raad meer

Nationale Studentenenquête 2018; – de toekomst van de bacheloropleiding Theologie joint

affiniteit wil creëren met wat in de organisatie omgaat, zoals het onderwijs- en het onderzoeksprogramma. De raad sprak

degree, in samenhang met het voornemen van het bestuur

met het bestuur af dat op de jaaragenda van de raad ook

van de faculteit Religie en Theologie van de VU, naast

inhoudelijke onderwerpen komen te staan. Het doel is door

deze gezamenlijke opleiding, een brede, internationale

middel van deze onderwerpen meer verbinding te krijgen met

bacheloropleiding te ontwikkelen;

wat er op het terrein van de primaire processen (onderwijs,

– de heraccreditatie van de bacheloropleiding Theologie joint degree; – de heraccreditatie van de masteropleidingen Gemeentepredikant, Predikantschap en Verdieping.

Strategie: Instellingsplan 2018-2022

onderzoek en valorisatie) omgaat. De raad kan betrokkenen bij deze processen vragen tijdens de vergadering korte presentaties te geven.

5.3 Remuneratiecommissie De Remuneratiecommissie van de Raad van Toezicht

In april 2019 hield de Raad van Toezicht een heidag. Deze

bestond in het verslagjaar uit mr. J.H.P. Donner en

dag was bedoeld om bouwstenen te vinden in het licht van

dr. A.G.L. van Nieuwpoort. In het verslagjaar was er geen

heroriëntatie op de strategie, die de raad samen met het

aanleiding voor een gesprek met de commissie, omdat op

College van Bestuur was begonnen. De raad voerde met het

dat moment de herbenoeming van het bestuurslid voor een

bestuur een gesprek over wat het betekent om predikanten

nieuwe periode van vier jaar aan de orde was.

op te leiden als geestelijk leider, wat het specifieke is van theologie, wat het eigene is van onze universiteit, wat onze

5.4 Auditcommissie

boodschap is en wat onze meerwaarde voor de samenleving.

De Auditcommissie ondersteunt de Raad van Toezicht bij

De raad zocht een antwoord dat past bij deze tijd waarin de

financiële aangelegenheden. Deze commissie bestaat uit twee

kerk kleiner wordt en grijzer, in een samenleving die mede

leden: mr. G. Endedijk en prof. dr. M. Kaptein. De commissie

berust op protestantse tradities en zich bezig blijft houden

heeft in 2019 tweemaal overleg gevoerd, naar aanleiding

met vragen naar zin en bestemming. Om het beraad richting

van de Jaarrekening 2018 en de Begroting 2020. De commis-

te geven werden voor elk van de drie gespreksthema’s (het

sie heeft na een bespreking met de rector de Jaarrekening

academische karakter van de universiteit; de zichtbaarheid

2018 en de Begroting 2020 met een positief advies voorgelegd

van de universiteit in de buitenwereld; en de predikanten, hun

aan de raad, met dien verstande dat de door het bestuur aan

opleiding en de eisen die daaraan moeten worden gesteld)

de Begroting 2020 toegevoegde investeringsagenda geen

externe deskundigen uitgenodigd.

deel uitmaakte van dit positieve advies. De auditcommissie

Op basis van de uitkomst van het gesprek op de heidag

besprak ook de managementletter naar aanleiding van de

stelde de Raad van Toezicht vast dat het draait om aantrek-

interimcontrole 2019, en legde deze na kennisname van de

kingskracht, kwaliteit en zichtbaarheid in hun onderlinge

voorgenomen opvolging van aanbevelingen door het bestuur

samenhang: aantrekkingskracht die gelegen is in de erkenning

met positief advies voor aan de Raad van Toezicht.

van onze universiteit als plaats van meer dan volwaardig academisch onderzoek en onderwijs, dat betekenisvol is voor

Nadat het bestuur de viermaandsrapportage met een geprog-

de kerk en de bredere samenleving, en helpt bij het bouwen

nosticeerd resultaat eindejaar 2019 aan de auditcommissie

van bruggen en het vinden van dialoog; kwaliteit die gelegen

had voorgelegd en de commissie moest vaststellen dat deze

is in nationaal en internationaal erkende wetenschappelijke

prognose onverwacht in de rchting van een substantiële

kwaliteit op het terrein van de theologie; zichtbaarheid die

overschrijding van het resultaat op basis van de Begroting

gelegen is in wetenschappers, studenten en alumni die zich

2019 wees, heeft de Auditcommissie, na met het bestuur

duidelijk en helder manifesteren als theologen die midden in

afspraken te hebben gemaakt over maatregelen tot bijstu-

de samenleving staan.

ring, extra overlegvergaderingen gepland op basis van een

De Raad van Toezicht heeft met het bestuur het strategisch

prognose­rapportage na zes maanden en negen maanden.

gesprek tijdens de na april gehouden vergaderingen voortgezet en zal dit na het verslagjaar continueren om nadere

5.5 Algeheel oordeel

invulling te geven aan het Instellingsplan 2018-2022 en als

De Raad van Toezicht stelt met voldoening vast dat het

prelude op het nieuw te ontwikkelen strategische beleidsplan

bestuur inzet op het versterken van de positie van de PThU

voor de jaren daarna.

in het academisch theologische landschap, in verbinding met kerk en samenleving. In aanvulling op de verbreding van de uitstroomprofielen van de masteropleidingen is een

PThU Jaarverslag 2019

21


begin gemaakt met een verdergaande doorontwikkeling en herziening van deze opleidingen. Deze zet in op het vergroten van de aantrekkelijkheid en wervingskracht van de opleidingen mede door de identiteit van het onderwijs scherper naar voren te brengen, de studeerbaarheid te verbeteren en het onderwijs in een betere balans met een breed beroepsveld en bijbehorende stagecontexten te brengen. De financiĂŤle positie van de PThU is ondanks het tekort ten opzichte van de begroting vooralsnog bevredigend,. Toch mag deze niet als een rustig bezit worden beschouwd. Gegeven de noodzakelijke aanpassing naar beneden van de prognose van het aantal studenten en in de wetenschap dat het realiseren van een bescheiden groei van het studentenaantal grote inspanningen zal vergen; en rekening houdend met mogelijke negatieve lange termijn effecten op de rijksbijdrage als gevolg van een herziening van het bekostigingsstelsel en in het bijzonder heroverweging van het vaste voetpercentage als onderdeel van de bekostiging, moet bestuurlijk rekening worden gehouden met een daling van de inkomsten op de langere termijn. Dit vergt enerzijds ontwikkeling van krachtig beleid gericht op groei van het aantal studenten ; en anderzijds vraagt dit om voorbereiding van beheersingsmaatregelen om eventuele negatieve begrotingseffecten op de langere termijn te kunnen ondervangen. De PThU staat voor een blijvende opgave in een samenleving die voortgaand seculariseert, haar academisch, kerkelijk en maatschappelijk belang waar te maken.

22

PThU Jaarverslag 2019


PThU Jaarverslag 2019

23


Hoofdstuk 6

Continuïteitsparagraaf

Als gevolg van het uitbreken van de Covid-19 crisis is een

De aanstelling van nieuwe medewerkers heeft plaatsgevon-

onzekere situatie ontstaan. Deze onzekerheid wordt mede

den binnen de meerjarige kaders van de personeelsbegroting

veroorzaakt door maatregelen die door de overheid zijn inge-

en, voor zover het niet de promovendi en ondersteunende

steld om de verspreiding van het Covid-19-virus te beperken.

medewerkers betreft, binnen het kader van de investering in

Het effect op onze universiteit en de vraag of dit op termijn

kwaliteit van het onderwijs. De prognose van de personele

kan leiden tot continuïteitsproblemen is onduidelijk.

bezetting 2019-2022 laat het volgende beeld zien.

De overheid heeft steunmaatregelen aangekondigd, waarvan de exacte uitvoering en uiteindelijke afwikkeling echter nog onduidelijk zijn. Hierdoor bestaat er een onzekerheid die naar onze inschatting niet van materieel belang is op grond waarvan gerede twijfel zou kunnen bestaan over de conti-

Prognose ontwikkeling personele bezetting Bestuur Personeel primaire proces

2019

2020

2021

0,90

1,9

1,9

2022 1,9

52,38

53,63

52,16

50,33

Ondersteunend personeel

27,30

24,7

24,64

24,64

Totaal

80,58

80,23

78,70

76,87

nuïteit van het geheel van onze werkzaamheden. Gezien de bijzondere situatie rondom het Covid-19-virus in combinatie

In de meerjarenbegroting blijft – als gevolg van natuurlijk

met de branche (hoger onderwijs) waarin onze universiteit

verloop – de vacatureruimte beschikbaar, waardoor bijsturing

zich bevindt én de steun die door de overheid is uitgesproken,

op personeelskosten en personele inzet in de komende jaren

verwachten wij geen continuïteitsissue op deze grond voor

mogelijk blijft. Met het oog op de noodzaak flexibel te kunnen

onze universiteit. Wij zijn dan ook van mening dat de waar-

inspelen op de ontwikkelingen in het omliggende veld voor

deringsgrondslagen op basis van continuïteit kunnen worden

wat betreft de aanstelling van wetenschappelijk personeel,

gehandhaafd. De in de onderhavige Jaarrekening gehanteerde

volgt het bestuur in de komende jaren een beleid waarin

grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn dan

talent wordt gespot en kansen worden benut om dit talent

ook gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van

aan onze universiteit te binden.

onze universiteit.

6.1.2 Studenten Conclusie

De ontwikkeling van het aantal studenten in de jaren

Hoewel de situatie onzeker is, verwachten wij op dit moment

2016-2019 is als volgt.

niet dat de gevolgen van het Covid-19-virus een materieel 20192020

negatief effect zullen hebben op onze financiële conditie of liquiditeit.

6.1 Personeel en studenten

20182019

20172018

20162017

Bachelor

114

103

110

98

Masteropleidingen

157

158

176

162

Totaal

270

261

286

260

6.1.1 Personeel

Eén student is zowel op de master- als bacheloropleiding

Het personeelsbestand heeft zich in de jaren 2015-2019 als

ingeschreven; dit verklaart het verschil in de totaaltelling. Voor

volgt ontwikkeld.

studiejaar 2019-2020 is de prognose niet gehaald. De daling ten opzichte van studiejaar 2017-2018 maakt duidelijk dat

Bestuur Personeel primaire proces

2019

2018

2017

2016

2015

0,90

0,90

0,90

0,90

0,90

52,38

50,60

52,93

49,98

47,99

Ondersteunend personeel

27,30

30,31

23,49

22,76

22,69

Totaal

80,58

81,81

77,32

73,64

71,58

Ten opzichte van 2018 is sprake van een afname van het totaal aantal in dienst zijnde medewerkers (uitgedrukt in fte). De afname bedraagt 1,23 fte.

24

PThU Jaarverslag 2019

er nadrukkelijk maatregelen ter vergroting van de zichtbaarheid en aantrekkingskracht van de opleidingen moeten worden ingezet.


De prognose van het aantal studenten 2020-2023 ziet er als

Staat van baten en lasten

volgt uit. BATEN 20192020

20202021

20212022

20222023

20232024

Bachelor

114

105

110

115

115

Masteropleidingen

157

175

180

185

185

Totaal

270

280

290

300

300

Rijksbijdrage

2019

2020

2021

2022

9.674,5

9.634,2

9.472,3

9.599,9

194,8

240,0

242,4

244,8

Bijdrage Protestantse Kerk in Nederland College-, cursus- en examengelden

531,6

515,0

515,0

515,0

Deelnemersbijdragen

118,3

100,0

101,0

102,0

We zetten in op het doen toenemen van het aantal studenten

Baten werk in opdracht derden

800,4

952,4

734,7

688,3

dat bij aanmelding voor de gezamenlijke bacheloropleiding

Overige baten

235,9

112,9

118,0

123,1

de eerste inschrijving bij onze universiteit doet. Dit is in het

TOTAAL BATEN

11.555,6

11.554,5

11.183,4

11.273,1

7.494,7

7.074,3

7.120,4

6.990,3

597,4

610,0

609,2

479,8

1.069,6

1.145,6

1.154,6

1.164,9

belang van het behoud van voldoende niveau van het studentgebonden onderwijsdeel van de bekostiging, aangezien deze gekoppeld is aan het aantal bekostigde inschrijvingen.

LASTEN Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten

De door onze universiteit in de bachelor Theologie van de

Overige lasten

3.089,5

2.972,1

2.546,7

2.885,6

faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de

TOTAAL LASTEN

12.251,3

11.802,0

11.430,9

11.520,6

Saldo baten en lasten

-/- 695,7 -/- 247,50

/- 247,50

/- 247,50

RUG aangeboden route, vergroot enerzijds de aantrekkelijkheid van deze bacheloropleiding voor prospectieve studenten.

Saldo financiële baten en lasten

Anderzijds draagt de route bij aan toenemende instroom in

TOTAAL RESULTAAT

-/- 2,1

-/-2,5

-/- 2,5

0

-/- 697,8

-/- 250,0

-/- 250,0

-/- 250,0

de masteropleidingen van onze universiteit, vooral die aan de In samenwerking met het faculteitsbestuur van de VU is

Verwachte mutaties reserves, fondsen en voorzieningen

besloten tot een doorontwikkeling van de gezamenlijke

In de begrotingsjaren 2020 tot en met 2022 voorzien we de

bacheloropleiding. Uitgangspunten bij deze doorontwikkeling

volgende substantiële mutaties in de op de balans voorko-

zijn: internationalisering van het onderwijs, flexibilisering van

mende reserves, fondsen en voorzieningen.

vestiging Groningen worden aangeboden.

het onderwijs en versterking van het academisch niveau. Dit, samen met het aanscherpen van het eigen profiel van de opleiding, verhoogt de aanstrekkingskracht van de bachelor Theologie joint degree.

Algemene reserve (publiek) Bestemmingsreserve (privaat) Reorganisatievoorziening

2020

2021

2022

-/- 250

-/- 250

-/-250

-

-

-

-/- 50

-/- 50

-/- 21

6.2 Meerjarenbalans en meerjarenbegroting

Algemene reserve (publiek) en egalisatiereserve PThU (privaat)

De meerjarenbegroting (zowel balans als staat van baten

In verband met het aanpassen van de afschrijvingstermijn

en lasten) op hoogste aggregatieniveau, op basis van cijfers

voor investeringen op de locatie Amsterdam zijn de afschrij-

verslagjaar en prognose jaren t+1 t/m t+3 (t=2019), is als

vingslasten de komende jaren hoger. De afschrijvingster-

volgt opgesteld.

mijn is gelijk gesteld aan de duur van het huurcontract (tien jaar). Deze schattingswijziging is verwerkt in de Jaarrekening

Balans

2016, De hogere lasten worden in de jaren 2017 tot en met 2022 gedekt uit de algemene reserve. Vanaf 2023 leidt

Activa

2019

2020

2021

2022

MATERIELE VASTE ACTIVA

5.424

4.895

4.322

3.859

VLOTTENDE ACTIVA

deze wijziging tot structureel lagere afschrijvingslasten voor onze universiteit.

Vorderingen

1.462

1.262

1.262

1.262

Liquide middelen

7.018

5.262

4.732

4.444

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

8.4780

6.527

5.997

5.706

In het kader van het Sociaal Plan, dat is vastgesteld en

TOTAAL ACTIVA

13.904 11.422 10.319

9.565

overeengekomen om de gevolgen voor het personeel van de

PASSIVA

verplaatsing van de universiteit naar Amsterdam en Gronin-

EIGEN VERMOGEN Algemene reserve

Reorganisatievoorziening

gen (in 2012) op te vangen, is een reorganisatievoorziening

6.799

6.050

5.296

4.543

Bestemmingsreserve publiek

294

294

294

294

Bestemmingsreserve privaat

1.876

1.876

1.876

1.876

van de sociale en arbeidsrechtelijke uitvoering, waaronder

gevormd. Deze is bestemd voor de financiële consequenties

TOTAAL EIGEN VERMOGEN

8.969

8.220

7.466

6.713

tegemoetkoming in reiskosten en reistijd, ontslagvergoedin-

VOORZIENINGEN

2.328

449

100

100

KORTLOPENDE SCHULDEN

gen en outplacementbegeleiding. De in bovenstaande staat

2.607

2.753

2.753

2.753

13.904 11.422 10.319

9.566

opgenomen mutaties betreffen de geraamde onttrekkingen

TOTAAL PASSIVA

aan de voorziening op basis van bestaande verplichtingen.

PThU Jaarverslag 2019

25


Voorziening pensioenverplichting

Bijdrage vanuit de Protestantse Kerk in Nederland

Deze pensioenvoorziening is gevormd ten behoeve van de

De bijdrage vanuit de Protestantse Kerk in Nederland wordt

betaling van pensioenen van oud-hoogleraren, die voorheen

verstrekt ten behoeve van de verzorging van de verplichte

als kerkelijk hoogleraar vanwege de Nederlandse Hervormde

nascholing van predikanten van de kerk. De deelnemers-

Kerk verbonden waren aan de door het Theologisch Weten-

bijdragen zijn inkomsten uit betaling voor deelname door

schappelijk Instituut (TWI) van die kerk verzorgde kerkelijke

predikanten aan vrijwillig gevolgd aanbod in het kader van

opleiding bij een van de toenmalige faculteiten Godgeleerd-

postacademisch onderwijs.

heid van de Universiteit Utrecht, de Universiteit Leiden, de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen.

Baten uit werk in opdracht van derden

Voor hen geldt een pensioenregeling die niet is ondergebracht

Baten uit werk in opdracht van derden betreft gelden die wij

bij een bedrijfstakpensioenfonds. Tot en met 2005 werden

ontvangen voor onderzoeksprojecten van externe organisa-

deze pensioenlasten betaald door het Ministerie van Onder-

ties (tweede en derde geldstroommiddelen).

wijs, Cultuur en Wetenschappen. Met ingang van 2006 is de verplichting overgegaan naar het TWI en vanaf 2007 naar onze

Overige baten

universiteit. Het aantal pensioengerechtigden dat pensioen-

Overige baten hebben betrekking op vrijwillig bijgedra-

gelden ontvangt uit de voorziening pensioenverplichting is

gen contributies door particulieren, alsmede opbrengsten

zeven (twee deelnemers en vijf partners).

uit verhuur van ruimten op de vestigingen te Amsterdam en Groningen.

Investeringen Er worden in de jaren 2020 tot en met 2022 geen substantiële

Subsidiabel en niet subsidiabel

investeringen voorzien die invloed hebben op de materiële

Binnen het geheel van activiteiten maken wij volgens de

activa anders dan de reeds geraamde afschrijvingen.

criteria met betrekking tot de helderheid van de bekostiging onderscheid tussen subsidiabele (publieke) en niet-subsi-

Toelichting op de raming van baten en lasten

diabele (private) activiteiten. De onderscheiden onderdelen binnen het totaal van de baten worden onderscheiden toegerekend aan subsidiabele respectievelijk niet-subsidiabele acti-

Financieringsstructuur

viteiten en als zodanig in beeld gebracht binnen de Begroting

De financieringsstructuur van onze universiteit is opgebouwd

en Jaarrekening.

uit de volgende onderdelen: 2019

€

%

9.674,5

84%

Bijdrage Protestantse Kerk in Nederland

194,8

2%

College en examengelden

531,6

5%

Deelnemersbijdrage

118,3

1%

Baten uit werk in opdracht van derden

800,4

7%

Rijksbijdrage

Overige baten Totaal

235,9

2%

11.555,6

100%

Baten 2019 Rijksbijdrage Bijdrage Protestantse Kerk in Nederland College en examengelden Deelnemersbijdragen

subsidiabel

niet subsidiabel

9.674,5

-

-

194,8

531,6

-

-

118,3

Baten uit werk in opdracht van derden

800,4

-

Overige baten

165,0

71,0

11.171,5

384,1

Totaal

Onderzoeksmiddelen: tweede en

Rijksbijdrage

derde geldstroommiddelen

De rijksbijdrage die wij ontvangen is opgebouwd uit een vaste

Ten aanzien van de onderzoeksmiddelen geldt dat

voetbijdrage voor onderzoek en onderwijs, een dynamisch

14,90% van de totale financiële input afkomstig is van

deel voor onderwijs dat is gebaseerd op aantal bekostigde

vierde geldstroommiddelen.

inschrijvingen en behaalde graden, een dynamisch deel PThU

voor onderzoek dat is gebaseerd op het aantal bekostigde

Funding:

graden en het aantal promoties en een deel gekoppeld aan

Direct funding (1)

de gemaakte prestatieafspraak alsmede een bijdrage in het kader van de subsidieregeling tweede graden. Onderdeel 2019 Rijksbijdrage OC&W ow vast Rijksbijdrage OC&W ow-gebonden dynamisch Rijksbijdrage OC&W oz-vast Rijksbijdrage OC&W oz-gebonden dynamisch Totaal

0,00

0,00%

Other (4)

3,36

14,85%

22,63

100,00%

%

Total funding Expenditure:

6%

685,0

7%

9.674,5

100%

3,31%

0,75

55% 33%

81,84%

Research grants (2)

€ 544,0

%

18,52

Contract research (3)

5.297,0 3.148,6

2019 fte

Personnel costs Other costs Total expenditure

2.127.623

84,06%

403.430

15,94%

2.531.053

100,00%

De categorieën geldstromen die in bovenstaande tabel zijn opgenomen, zijn die welke in het Standard Evaluation Protocol

26

PThU Jaarverslag 2019


(2015-2021) voor onderzoek worden onderscheiden. Onder

– De college- en examengelden blijven nagenoeg

deze categorieën wordt verstaan:

op het huidige niveau. De verwachting is dat de

– direct funding: de fte’s onderzoek die vanuit de op

studentenaantallen stabiliseren c.q. beperkt stijgen.

basis van de rijksbekostiging verkregen middelen

– De personeelskosten zijn doorgerekend op basis van de

worden gefinancierd;

huidige fte’s. Hierbij is zowel de autonome groei (periodieke

– research grants: de fte’s onderzoek die vanuit de op basis

groei in salaristreden) als loonkostenontwikkeling

van competitie door externe organisaties, zoals NWO of

onder behoud van CAO verwerkt. Voor 2020 is rekening

KNAW, toegekende middelen worden gefinancierd;

gehouden met een CAO-stijging van 3%. Vanaf 2021 is

– contract research: de fte’s onderzoek die op basis van

jaarlijks een post van 1,0% opgenomen voor onvoorziene

een met een externe organisatie, zoals NWO, KNAW of

salarisontwikkelingen (aanpassingen premies /

de Europese Commissie, gesloten onderzoekscontract

sociale lasten).

gefinancierd wordt met de door deze organisatie

– In de huidige meerjarenbegroting blijft – als gevolg van

toegekende financiering;

natuurlijk verloop – de vacatureruimte beschikbaar,

– other: de fte’s onderzoek die worden gefinancierd met

waardoor bijsturing op personeelskosten en personele

middelen verkregen uit gemaakte afspraken met externe

inzet in de komende jaren mogelijk blijft.

partijen, die niet onder de andere categorieën kunnen

– Ten aanzien van de overige begrotingsposten is de jaarschijf

worden gebracht.

2018 grotendeels doorgetrokken. In enkele gevallen is een prijsindex van jaarlijkse 1% gehanteerd. Indien

Huisvesting

deze prijsindex bij begrotingsposten niet is toegepast, betekent dit dat het budget 2019 voor de komende jaren

Onderdeel

€

Huur VU

637,5

Servicekosten VU incl. bibliotheekvoorzieningen

253,7

taakstellend is. – In verband met het aanpassen van de afschrijvingstermijn voor investeringen op de locatie Amsterdam zijn

SNO facilitair Groningen

32,0

Onderhoud SNO gebouw/installaties Groningen

49,2

Mutatie onderhoudsvoorziening Groningen

30,0

afschrijvingstermijn is gelijkgesteld aan de duur van het

Energie en water

22,3

huurcontract (tien jaar). Deze schattingswijziging is verwerkt

Belasting en verzekeringen gebouwen

44,8

in de Jaarrekening 2016. De hogere lasten worden in de

Totaal huisvesting

1.069,3

de afschrijvingslasten de komende jaren hoger. De

jaren 2017 tot en met 2022 gedekt uit de algemene reserve.

Onze eigen identiteit in de samenwerking met de VU en de

Vanaf 2023 leidt deze wijziging tot structureel lagere

RUG komt tot uitdrukking in huisvesting met een herkenbare

afschrijvingslasten voor de PThU.

stijl, vormgegeven in Amsterdam op basis van de huur van een verdieping in het hoofdgebouw, in de directe nabijheid

De geraamde huisvestingslasten zijn gebaseerd op de thans

van de faculteit Godgeleerdheid van de VU. In Groningen

van kracht zijnde samenwerkingsovereenkomsten met de VU

hebben wij een eigen pand verworven in de directe omgeving

en de RUG en de daarbij behorende huur- en serviceniveau-

van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap

overeenkomst respectievelijk dienstverleningsovereenkomst.

van de RUG. Zowel de huisvesting in Amsterdam als in Grogemakkelijk kunnen treffen. Er is nadrukkelijk voor gekozen

6.3 Interne risicobeheersings- en controlesysteem

het onderlinge verkeer tussen de faculteiten en onze universi-

Ons interne risicobeheersings- en controlesysteem is geba-

teit op basis van het huisvestingsconcept te stimuleren. Voor

seerd op het COSO-ERM-model en opgebouwd uit verschil-

zowel Amsterdam als Groningen hebben wij voor de huis-

lende elementen. In de eerste plaats hanteren wij een set van

vesting een programma van eisen opgesteld, dat niet alleen

planning- en control instrumenten in het licht van financial

uitgaat van eigen representatieve ruimten en vergadervoor-

control, zoals de Begroting, Jaarrekening en tussentijdse

zieningen, maar ook van eigen onderwijs- en studievoorzienin-

rapportages na vier en acht maanden. Daarnaast is een

gen, in combinatie met de mogelijkheid om ook (onderwijs- en

inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgesteld dat door elke

studie)voorzieningen (inclusief het gebruik van de aula) van de

medewerker die verantwoordelijkheid draagt voor inkoop

VU of RUG af te nemen.

gevolgd dient te worden. Contracten zijn centraal geregis-

ningen is zodanig ingericht, dat docenten en studenten elkaar

treerd in een contractenregister en er is een proces rond presOntwikkelingen met betrekking tot de staat van baten en

tatielevering vastgesteld. Interne controlewerkzaamheden

lasten 2020 tot en met 2022:

worden zo volledig mogelijk gedocumenteerd. Periodiek vindt

– De rijksbijdragen blijven de komende jaren minimaal gelijk.

een frauderisicoanalyse plaats.

In de meerjarenbegroting is uitgegaan van gemiddeld zeven promoties per jaar.

Het onderbrengen van voor onze bedrijfsvoering kritische applicaties (bijvoorbeeld voor de administratie van studievoortgang van studenten, de financiële boekhouding en

PThU Jaarverslag 2019

27


document management) bij de infrastructuur van de VU,

Rendement opleidingen

terwijl deze applicaties geen deel uitmaken van het pakket

Naast het aantal studenten vormt met name het rendement

dat de VU voor haar eigen interne organisatie in stand houdt,

van de opleidingen een aandachtspunt binnen de risico-in-

blijkt kwetsbaar.

ventarisatie. Een te laag rendement brengt het risico van een achterblijvend aan prestaties gerelateerd bekostigingsniveau

6.3.1 Belangrijkste risico’s en onzekerheden

met zich mee. De streefwaarden voor rendement, die deel uitmaakten van de prestatieafspraak en betrekking hadden

Aantal studenten

op het studiesucces, hebben we na afloop van de prestatie-

Een belangrijk te onderkennen risico is het studentenaantal in

afspraak gehandhaafd. Dit betekent dat we in de komende

de initiële opleidingen. Sinds de nieuwe constellatie van onze

jaren extra inspanning zullen moeten blijven leveren.

universiteit in 2012 haar beslag kreeg, is het aantal voltijdstudenten in de bacheloropleiding gestegen, maar is het aantal

Beheersmaatregelen

masterstudenten gedaald. Er zijn verschillende factoren aan-

Beheersmaatregelen zijn gericht op het bindend studieadvies

wijsbaar die het risico op een negatieve trend in zich dragen.

in de bacheloropleiding en herziening van de masteropleidin-

1. De masteropleidingen zijn predikantsmasters. Het is een

gen, zodanig dat studeerbaarheid van de opleiding vergroot

gegeven dat de Protestantse Kerk in Nederland zich in een

wordt. Ook hebben we maatregelen getroffen in de sfeer van

krimpscenario bevindt. Dit brengt met zich mee dat het

strakkere studiebegeleiding, in het bijzonder de verbetering

beroepenveld krimpt. Een verslechterende arbeidsmarkt-

van de intake bij aanvang van de opleiding. Deze intake stelt

positie heeft repercussies voor de aantrekkingskracht van

ons in staat potentiële risico’s met betrekking tot de studie-

de opleiding.

voortgang in kaart te brengen, zodat we hierop in de studie-

2. Het brede profiel van de bacheloropleiding lijkt onvol-

begeleiding kunnen inspelen. De verbeterde intake kan ook

doende herkenbaar voor studenten die een opleiding met

specifieke opleidingsbehoeften van de student aan het licht

een nadrukkelijk protestantse signatuur zoeken.

brengen, wat de motivatie van de student kan versterken.

3. De focus van de driejarige masteropleidingen op het

Ook meedenken over loopbaanmogelijkheden na afron-

predikantschap vormt een mogelijke belemmering voor

ding van de studie – tegen de achtergrond van de verbrede

potentiële studenten die theologie willen studeren, maar

uitstroomprofielen van de masteropleidingen – kan positief

bij aanvang van hun studie nog niet hebben besloten

bijdragen aan de studievoortgang. Als de student een zeker

predikant te worden.

loopbaanperspectief voor ogen heeft, worden de kansen op

4. Niet alle studenten die studie en werk wensen te combine-

studievertraging kleiner.

ren, kunnen vanwege de huidige programmering van de masteropleidingen voldoende bediend worden. De opzet

Wetenschappelijke integriteit

van de studie in doorlopende leerlijnen belemmert het

Om het risico op schending van wetenschappelijke integriteit

modulair aanbieden van het onderwijs. Dit leidt er toe dat

te beheersen hebben wij de Gedragscode Wetenschaps-

wij maar in beperkte zin maatwerk kunnen leveren voor

beoefening, zoals in 2005 door de VSNU vastgesteld en in

de student die in deeltijd wil studeren.

2012 gewijzigd, onderschreven. In gezamenlijkheid met de andere levensbeschouwelijke universiteiten hebben wij

Beheersmaatregelen

een commissie Wetenschappelijke Integriteit geïnstalleerd,

We zijn ons terdege bewust van deze risicofactoren. Daarom

die in voorkomende gevallen klachten rond schending van

hebben wij besloten tot verbreding van de uitstroomprofielen

wetenschappelijke integriteit in behandeling neemt en advies

van de masteropleidingen, zodat de wervingskracht van de

uitbrengt aan het betrokken bestuur. In verband met het

masteropleidingen niet alleen gekoppeld is aan de aantrek-

functioneren van de commissie hebben wij een klachtenrege-

kingskracht van het beroep van predikant in de Protestantse

ling vastgesteld. Ook het promotiereglement bevat waarbor-

Kerk in Nederland. In de tweede plaats hebben wij besloten

gen ter voorkoming van schending van wetenschappelijke

tot herziening van het honoursprogramma tot een research-

integriteit. Binnen de promotieopleiding, maar ook binnen de

programma binnen de masteropleidingen, zodat studenten

bacheloropleiding en de masteropleidingen, komt het aanle-

die een onderzoekscarrière ambiëren, beter bediend kunnen

ren van integere wetenschapsbeoefening nadrukkelijk aan de

worden. Binnen het wervingsbeleid is een zwaartepunt gelegd

orde. Ter ondersteuning van het borgen van integere weten-

op werving van studenten afkomstig van gymnasiale opleidin-

schapsbeoefening hebben wij een beleid omtrent zorgvuldig

gen binnen een geseculariseerde context.

en verantwoord beheer van onderzoeksdata vastgesteld en is

Met het oog op het vergroten van de studeerbaarheid van de

een aantal faciliteiten ingericht die onderzoekers ondersteunt

opleidingen en daarmee het verhogen van de aantrekkings-

bij het maken van verantwoorde keuzes.

kracht voor studenten die in deeltijd willen studeren, zullen wij toewerken naar een specifiek op deeltijdstudenten toege-

Bekostigingsstelsel

sneden onderwijsprogrammering.

Onze huidige bekostiging is enerzijds gebaseerd op integratie van de systematiek van bekostiging in het bekostigingsstelsel

28

PThU Jaarverslag 2019


zoals dit voor het hoger onderwijs in Nederland is vastgesteld.

bredere samenwerkingsverbanden. Wanneer onze onderzoe-

Anderzijds hebben we voor de vaststelling van de hoogte van

kers deze mogelijkheden onvoldoende benutten, of wanneer

de onderdelen in de toe te kennen financiering, een aantal

onderzoekers van de faculteiten waarmee samenwerking

specifiek op onze situatie bij introductie in het stelsel toege-

bestaat onvoldoende bereidheid tonen tot samenwerking,

sneden parameters vastgesteld. Dit heeft bijvoorbeeld geleid

dreigt een verschraling van ons onderzoek. We zetten in het

tot een relatief hoge vaste voetpercentage in de bekostiging.

overleg met de faculteitsbesturen daarom in op faciliteren en

Op basis van het in 2017 vastgestelde regeerakkoord wordt

organiseren van voldoende mogelijkheden tot samenwerking.

een herziening van het bekostigingsstelsel HO voorbereid. Voor zover het relatieve aandeel van het vaste voet percen-

Arbeidsomstandigheden

tage daarbij betrokken wordt, vormt dit een risico voor ons.

Op het terrein van arbeidsomstandigheden voeren we risico-inventarisaties en evaluaties uit om de voornaamste risico’s

Met betrekking tot onderzoeksbekostiging vormt de eventuele

in kaart te brengen. Uit de inventarisatie is gebleken dat de

voorwaardelijke toekenning van middelen, op basis van de

twee voornaamste risico’s binnen onze universiteit verband

mate waarin wij aansluiten bij de onderzoeksprogramma’s en

houden met de fysieke belasting van het kantoorwerk, waar-

onderzoeksactiviteiten op de Nationale Wetenschapsagenda,

mee alle medewerkers te maken hebben, en de psychosociale

een risico. Voor een specifiek geprofileerde levensbeschou-

arbeidsbelasting. Het laatste heeft betrekking op werkdruk.

welijke universiteit als de onze is het moeilijker aansluiting

Deze wordt over het algemeen in lijn met vergelijkbare instel-

te realiseren op deze agenda dan voor brede universiteiten.

lingen voor Hoger Onderwijs als hoog ervaren.

Het bestuur onderkent weliswaar de mogelijkheden die er zijn om aan te haken bij onderzoek in het kader van de ‘veerkrach-

Beheersmaatregelen

tige samenleving’. Deze mogelijkheid is er in beginsel zelfs op

Na afstemming met de Universiteitsraad hebben we een

Europees niveau. Maar het is evident dat onze mogelijkheden

preventiemedewerker aangewezen teneinde tijdig problemen

daartoe beperkter zijn dan voor bredere universiteiten, die

en uiteindelijk ziekteverzuim te helpen voorkomen.

interdisciplinaire onderzoekssamenwerking binnen de eigen

Werkdruk is binnen onze universiteit een aangelegen onder-

instelling kunnen organiseren, terwijl wij afhankelijk zijn van

werp. Om de werkdruk zo goed mogelijk te beheersen en

de aansluiting bij bredere samenwerking op het niveau van

knelpunten te verhelpen hebben we verschillende maatre-

instellingen. In dit licht is de inbedding bij en de samenwer-

gelen getroffen of in voorbereiding genomen. Met het oog

king met de VU en de RUG van bijzonder belang.

op een werkbare verdeling van onderzoeks-, onderwijs- en bestuurlijke taken, hanteert het opleidingsmanagement een

Beheersmaatregelen

systematiek voor toerekening van onderwijsbelastingsuren

Gezamenlijk met de andere drie levensbeschouwelijke univer-

per docent op basis van de omvang van het aantal aan de

siteiten hebben we een netwerkverband in het leven geroe-

docent toekomende fte onderwijs, de omvang en aard van

pen. Daarmee kunnen de specifieke en vergelijkbare belangen

de te geven cursussen en het aantal deelnemende stu-

van de levensbeschouwelijke universiteiten, in overleg met de

denten. In verband met concretisering van de verwachting

VSNU, richting overheid in gezamenlijkheid behartigd worden.

waaraan wetenschappelijke medewerkers binnen de aan

Bij aanstelling van nieuwe wetenschappelijke medewerkers

hen toegekende onderzoekstijd moeten voldoen, hanteert

besteden we nadrukkelijk aandacht aan de potentie die zij

het onderzoeksprogrammamanagement normen op basis

hebben om externe middelen aan te boren.

van het aantal publicaties per fte onderzoek. We zien het als onze taak in afstemming met het opleidings- en onderzoeks-

Onderzoek

programmamanagement de berekeningssystematiek voor

In het verlengde van het risico met betrekking tot het bekosti-

docentbelasting en de normen voor wetenschappelijke output

gingsstelsel, geldt op het terrein van onderzoek het risico dat

te hanteren, te evalueren en waar nodig bij te stellen. Daarbij

ons onderzoek te weinig aansluiting vindt bij onderzoek dat in

zullen we een zo goed mogelijk evenwicht moeten vinden

interdisciplinair en multidisciplinair verband plaatsvindt.

tussen het externe referentiekader waaraan de berekeningssystematiek en normstelling worden gerelateerd en de speci-

Beheersmaatregelen

fieke situatie aan onze universiteit.

De aansluiting daarbij kan in de eerste plaats door middel van de investering in eigen netwerken door individuele onder-

Bijzonder aandachtspunt vormt de belasting van wetenschap-

zoekers worden gevonden. Maar evenzeer van belang is de

pelijk personeel met bestuurlijke en coördinerende taken.

samenwerking met collega-onderzoekers van de faculteiten

De externe druk op de organisatie om te voldoen aan bij

van de VU en de RUG waarmee samenwerkingsovereenkom-

wet- en regelgeving vastgestelde kaders, in samenhang met

sten bestaan, op grond waarvan tot een gezamenlijk optrek-

de aanhoudende noodzaak flexibel in te spelen op externe

ken in onderzoek kan worden gerealiseerd. Deze mogelijkheid

ontwikkelingen in het maatschappelijke, kerkelijke en aca-

vormt een reeds geformaliseerde en daardoor voor de

demische veld, creëert een structurele belasting van weten-

hand liggende stap naar inbreng van het eigen onderzoek in

schappelijk personeel met taken die weliswaar samenhangen

PThU Jaarverslag 2019

29


met de primaire processen, maar zelf geen onderwijs- of onderzoekswerkzaamheden betreffen. Met het oog op taakverlichting hebben we onder andere ondersteunend personeel structureel toegevoegd aan commissies en raden ten behoeve van ambtelijke en administratieve ondersteuning. Een daarop aanvullende maatregel is het toekennen van verlof om wetenschappelijke staf in staat te stellen zich gedurende een van andere taken afgebakende aaneengesloten periode volledig toe te leggen op onderzoek. Ook kan deskundigheidsbevordering bijdragen aan terugdringen van te grote werkdruk.

6.4 Helderheid bekostiging Met betrekking tot de thema’s 1, 2, 4 en 8, die in het kader van de helderheid betreffende de bekostiging op universiteiten van toepassing zijn, kan het volgende worden opgemerkt:

Thema 1: Uitbesteding van bekostigd onderwijs aan een niet door de overheid bekostigde private organisatie tegen betaling Binnen de driejarige masteropleiding besteden we een klein onderdeel van het onderwijs uit aan Trainingscentrum Kor Schippers en GGZ-Centraal. Dit zijn niet bekostigde private instellingen die een exposure en een instellingsstage verzorgen op basis van met deze instellingen vastgelegde afspraken. De daarvoor verstrekte vergoeding wordt verantwoord in de Jaarrekening onder overige kosten (stage).

Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten We houden een strikte scheiding aan tussen publieke en private activiteiten in de administratie en verantwoording van middelen. Voor de voornaamste private activiteit, het verzorgen van de Permanente Educatie van predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland, worden de middelen verkregen van de kerk. Dit komt tot uitdrukking in de onderscheiding tussen een subsidiabele en niet subsidiabele exploitatierekening in de Jaarrekening. Onze universiteit is geen publiek-­ private arrangementen aangegaan.

Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten Onze universiteit schrijft jaarlijks een aantal studenten uit het buitenland in. Deze volgen de internationale eenjarige masteropleiding Verdieping. De studenten betalen voor inschrijving het instellingscollegegeld.

Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten Het maken van maatwerktrajecten waarbij een derde een bijdrage betaalt voor het op maat snijden van een bestaande opleiding komt binnen onze universiteit niet voor.

30

PThU Jaarverslag 2019


PThU Jaarverslag 2019

31


Hoofdstuk 7

Onderwijs

We hebben het afgelopen jaar extra geïnvesteerd in ons onderwijs. De focus daarbij lag op versterking van het academische niveau, verbetering van de studeerbaarheid van de opleidingen, en verhoging van onze aantrekkingskracht op studenten die zich breder willen oriënteren dan op het predikantschap.

7.1 Bacheloropleiding De opleiding Theologie joint bachelor, die we gezamenlijk met de VU aanbieden, is een academische opleiding die plaatsvindt binnen een oecumenische en dialogische context van meerdere religies en diverse christelijke stromingen. Studenten ontwikkelen hun academisch theologische kennis en attitude. In de opleiding is tevens aandacht voor de spirituele ontwikkeling en communicatie in dialoog met niet- en andersgelovigen. Dit levert een unieke combinatie op van academische theologie en persoonlijke vorming.

7.1.1 Instroom en rendement

Instroom Herinschrijving na één jaar

2019-2020

2018-2019

2017-2018

2016-2017

44

32

34

28

34

25 (78%)

29 (79%)

21 (81%)

18 (60%)

40%

56%

16

15

Opleidingsrendement na drie jaar van inschrijving na herinschrijving na één jaar

2015-2016

Opleidingsrendement na vier jaar van inschrijving na herinschrijving na één jaar Afgegeven diploma’s in studiejaar

26

In studiejaar 2019-2020 hebben dertien studenten die zich voor de bacheloropleiding van de RUG hebben ingeschreven, zich aangemeld voor onze PThU-route.

groep die meer dan een jaar studievertraging oploopt, blijkt een aanzienlijk deel een tweede studie te volgen. Een ander

De instroom in onze bacheloropleiding is in 2019 met

deel loopt vertraging op in verband met een studieverblijf

25% gestegen ten opzichte van de instroom in 2018.

elders. Hoewel het volgen van een tweede studie of het kiezen

Het aantal herinschrijvers na één jaar studie van het cohort

voor een studieverblijf elders gedurende de bacheloropleiding

2017-2018 ligt, evenals in het daaraan voorafgaande stu-

goed is voor de vorming van de student, heeft dit een negatief

diejaar, rond de 80%. Het aantal afgegeven diploma’s laat

effect op het opleidingsrendement.

sinds 2016-2017 een toename zien. Dit toont aan dat, hoewel

32

het rendement op basis van drie jaar inschrijving na herin­

7.1.2 Doorontwikkeling bacheloropleiding

schrijving na één jaar blijvend aandacht behoeft, de groep

Het bestuur van de faculteit Religie en Theologie van de VU

die de opleiding uiteindelijk met een diploma afrondt groeit.

en het College van Bestuur van onze universiteit besloten

Het rendement van het cohort 2016-2017, na drie jaar van

in lijn met de uitkomst van de mid term review 2017 in juni

inschrijving na herinschrijving na één jaar, is met 40% lager

2018 op basis van een aantal overeengekomen uitgangs-

dat dat van het cohort 2015-2016. Dit geeft aanleiding dit

punten de gezamenlijke bacheloropleiding door te ontwik-

rendementcijfer nauwgezet te blijven volgen. Van het cohort

kelen. Deze uitgangspunten zijn: internationalisering van het

2016-2017 heeft 60% ofwel de studie afgebroken, ofwel een

onderwijs, flexibilisering van het onderwijs en versterking

studievertraging van meer dan een jaar opgelopen. Van de

van het academisch niveau. In 2019 zijn in opdracht van de

PThU Jaarverslag 2019


besturen voorstellen gedaan voor een nieuwe inrichting van

tussen hen op het gebied van onderzoek en onderwijs is het

de bacheloropleiding Theologie. Bij deze voorstellen is reke-

panel zeer te spreken. Wel ziet het panel ruimte voor een

ning gehouden met het voornemen van het faculteitsbestuur

professionaliseringsslag onder docenten voor het inzetten

de huidige bacheloropleidingen Religie en Theologie om te

van digitale leermiddelen. Voor het panel springt het brede

vormen tot een brede, internationale bacheloropleiding Theo-

spectrum aan begeleiding waar studenten een beroep op

logy and Religious Studies. Onderdeel van dit voornemen is

kunnen doen er uit. Ook de kwaliteitszorg krijgt waardering,

dat de nu nog in de gezamenlijke bacheloropleiding Theologie

zowel als het gaat om de kernprocessen als de constructief-­

joint degree opgenomen tracks voor een aantal seminaria aan

kritische houding van zowel het opleidingsmanagement als de

deze opleiding onttrokken zullen worden. Deze worden geĂŻn-

docenten, die gericht zijn op constante verbetering. Het panel

tegreerd binnen de nieuw te ontwikkelen bachelor. Dit brengt

geeft aan zeer te spreken te zijn over de vorderingen die sinds

met zich mee dat de bachelor Theologie joint degree een ster-

de vorige visitatie zijn gemaakt op het gebied van borging van

ker PThU-profiel kan krijgen. We hebben het initiatief geno-

de toetskwaliteit. Het niveau en kwaliteit van de eindwerken

men om het programma voor de vernieuwde bachelor joint

bestempelt het panel als vrij hoog.

degree te ontwerpen. Aanbod van een vernieuwd programma is voorzien per september 2020.

7.1.3 Cursusevaluaties De respons op evaluaties van cursussen van de bachelor­ opleiding is laag. Niettemin kunnen we op grond van de uitkomst van de evaluaties de conclusie trekken dat de studenten door de bank genomen tevreden zijn met het hun aangeboden onderwijs. De cursusevaluaties geven dan ook geen aanleiding tot ingrijpende maatregelen in het curriculum.

7.1.4 Evaluatie toetsing In de afgelopen jaren vormde de gebrekkige aanlevering van toetsdossiers door docenten een knelpunt voor het functioneren van de Examencommissie. Het actief stimuleringsbeleid richting docenten om de toetsdossiers op orde te brengen heeft in 2019 geleid tot verbetering. Het stimuleringsbeleid heeft een extra impuls gekregen met de vaststelling van een vernieuwd beleid voor toetsen en beoordelen. Deze is gebaseerd op het nieuwe toetskader van de VU. Het vernieuwde toetsbeleid voorziet in een combinatie van transparante horizontale verantwoording door middel van collegiale intervisie met verticaal toezicht.

7.1.5 Heraccreditatie bacheloropleiding In 2019 heeft een visitatiepanel een beoordeling van de bacheloropleiding uitgevoerd als onderdeel van de procedure voor heraccreditatie van de opleiding. Het panel heeft een positief oordeel uitgesproken op alle standaarden van het NVAO-beoordelingskader. Het panel oordeelt dat de opleiding een helder profiel heeft en een duidelijke visie op interreligieuze kwesties, met aandacht voor open dialoog, reflectie en diversiteit. Het panel noemt de brede universitaire inbedding via de VU en de verbinding met de Protestantse Kerk in Nederland en anderzijds het dialogische karakter van de opleiding bijzonder. Wel ziet het panel nog mogelijkheden winst te behalen in verheldering van het concept dialogisch leren. Het panel spreekt over een activerende didactiek. De relatief lage rendementen van de opleiding wijt het panel aan de bijzondere samenstelling van de studentenpopulatie en uitdrukkelijk niet aan de studeerbaarheid van het programma. Over de docenten en in het bijzonder de goede samenwerking

PThU Jaarverslag 2019

33


7.2 Masteropleidingen 7.2.1 Instroom en opleidingsrendement 2019-2020

2018-2019

2017-2018

2016-2017

Instroom master GP en PRED

31

28

45

23

2015-2016 59

Instroom master Verdieping

17

11

11

11

14

Opleidingsrendement (excl. master Verdieping) na drie jaar van inschrijving

67%

Opleidingsrendement (excl. master Verdieping) na vier jaar van inschrijving Afgegeven diploma’s in studiejaar

45

35

44

47

Ten opzichte van studiejaar 2018-2019 is de totale instroom

Gemeentepredikant als welomlijnd en evenwichtig. Het profiel

in de masteropleidingen gestegen. Deze stijging komt gro-

is helder uitgewerkt in leerdoelen op een voor een weten-

tendeels voor rekening van de masteropleiding Verdieping.

schappelijke masteropleiding passend niveau en passende

De terugloop van het aantal deeltijdstudenten in de master-

oriëntatie. Het panel benoemt de formulering van de beoogde

opleiding Gemeentepredikant, waaraan de daling ten opzichte

leerresultaten in de vorm van competenties als een sterk

van studiejaar 2017-2018 vorig jaar te wijten was, geldt ook

punt. Deze competenties weten de ambitie van onze univer-

in 2018-2019. Twee verklaringen hiervoor zijn: de beperkte

siteit om een goede balans te vinden tussen academische

studeerbaarheid voor deeltijdstudenten die een opleiding met

verdieping, beroepsvorming en persoonlijke ontwikkeling,

relatief veel contacturen moeten combineren met betaald

adequaat te vertalen.

werk en maatschappelijke activiteiten, waarmee de opleiding

Het panel spreekt waardering uit voor onze ambitie van om

qua aantrekkingskracht het moet afleggen tegen aan andere

de predikantsopleidingen te verbreden naar een opleiding

instellingen aangeboden opleidingen, die bijvoorbeeld minder

tot academisch theoloog, die een diverse profilering van de

contacturen vergen; en de totale duur van het opleidingspro-

afgestudeerden in een constant veranderend beroepen-

gramma dat in deeltijd ten minste 4,5 jaar in beslag neemt en

veld toelaat.

niet zelden voor deeltijdstudenten uitloopt op zes jaar.

Het curriculum van de opleiding is naar het oordeel van het panel coherent en evenwichtig samengesteld. De integratieve

Het rendement van de masteropleidingen – met uitzonde-

leerlijn ondersteunt de ambitie om theorie, onderzoek, ont-

ring van de masteropleiding Verdieping – is voor ons een

wikkeling van vaardigheden en reflectie in een permanente

aanhoudend punt van zorg. We hebben daarom de volgende

leercyclus te integreren. De aandacht die daarin uitgaat naar

verbetermaatregelen genomen:

persoonlijke vorming met behulp van super- en intervisie

– We benadrukken meer dan voorheen de integratie

vindt het panel een sterk element.

van academische en existentiële dimensie van de

Waardering spreekt het panel ook uit over het gericht zijn

theologiestudie, zowel door dit aspect helderder in

van het onderwijsconcept op eigenaarschap van het leer­

de leerlijnen in te bouwen als door aandacht te geven

proces. Het streven het opleidingsprogramma in de toekomst

aan vormingsaspecten buiten de studie om; dit om te

felxibeler te maken verbetert de studentgerichtheid van het

voorkomen dat de existentiële doorwerking van de studie

programma.

een vertragende factor wordt. – Voor begeleiding en planning van het thesistraject hanteren

Een belangrijke aanbeveling van het panel betreft het explicieter ruimte maken in het programma voor internationalisering.

we een veel stringenter handleiding dan voorheen, die

Ook over de kwaliteit van het docentenkorps is het panel

docenten en studenten een strikt kader geeft om zich aan

positief. De docenten worden kwaliteitsvol genoemd: zij weten

hun planning te houden.

actief de verbinding tussen onderzoek en onderwijs te leggen.

– Het beleid rond herkansingen is enigszins versoepeld. Het is

Bijzondere waardering is er voor de mate waarin de docenten

niet de bedoeling dat studenten vertraging oplopen door

er in slagen het duale onderwijsconcept te realiseren voor een

bijzondere omstandigheden buiten hun schuld.

zeer diverse studentengroep. Onze studie- en studentenbegeleiding kwalificeert het panel

7.2.2 Heracrreditatie masteropleidingen

als zeer goed uitgebouwd. Voor het brede spectrum aan bege-

In 2019 heeft een visitatiepanel een beoordeling van

leiding waar studenten een beroep op kunnen doen, heeft het

de masteropleidingen uitgevoerd als onderdeel van de

panel grote waardering.

procedure voor heraccreditatie van deze opleidingen.

Ook voor de interne kwaliteitszorg bestaat grote waardering.

Het panel heeft voor alle drie de masteropleidingen een

Dit geldt voor de Opleidingscommissie en de Universiteits-

positief oordeel uitgesproken op alle standaarden van het

raad, die op een zeer proactieve manier hun rol invullen en

NVAO-beoordelingskader.

ter harte nemen. De Examencommissie wordt door het panel als uitstekend aangemerkt.

34

Masteropleiding Gemeentepredikant

Al met al ligt er een algeheel positief beoordelings­

Het panel beoordeelt het profiel van de masteropleiding

rapport van het visitatiepanel waarin de masteropleiding

PThU Jaarverslag 2019


Gemeentepredikant op alle standaarden een voldoende

7.2.4 Cursus- en semesterevaluaties

beoordeling krijgt.

Cursusevaluaties Masteropleiding Predikantschap

In totaal heeft de Opleidingscommissie in het studiejaar

De onder het kopje ‘master gemeentepredikant’ benoemde

2018-2019 93 cursusevaluaties besproken. De commissie

beoordelingspunten van het visitatiepanel betreffen ook de

constateert een afnemende respons op de cursusevaluaties

masteropleiding Predikantschap. Het panel voegt daar in

en werkt aan een verbetering van de evaluatiesystematiek.

verband met de masteropleiding Predikantschap enkele speci-

De zelfreflectie van docenten is onderdeel van de cursus­

fieke overwegingen aan toe.

evaluaties. Dat betekent dat de Opleidingscommissie inciden-

Zo bestaat er waardering voor de interculturele en interdis-

teel verbeteradviezen geeft.

ciplinaire focus alsmede de internationale context, die het onderscheidende profiel van deze opleiding ten opzichte van

Semesterevaluaties

de masteropleiding Gemeentepredikant uitmaakt.

Naast de evaluatie op cursusniveau evalueren we ook per

De samenwerking met de RUG om de profielen binnen de

opleiding op semesterniveau. De semesterevaluaties geven

opleiding gestalte te geven vindt het panel een sterk punt.

goed zicht op de samenhang in het curriculum en zijn aanlei-

Het samenvoegen van de internationale studenten van de

ding om aandacht te geven aan de verdeling van de studie-

master Verdieping en de studenten van de master Predikant-

druk bnnen een semester.

schap leidt naar het oordeel van het panel tot een vruchtbare uitwisseling.

Uit de semesterevaluaties van de master Verdieping blijkt een goede samenhang tussen de profilering van de eenjarige

Masteropleiding Verdieping

master en de voorbereiding op de masterthesis. De Oplei-

Het panel noemt de volgende punten die specifiek samen-

dingscommissie heeft een kort onderzoek gedaan naar het

hangen met de masteropleiding Verdieping. Als sterk element

thesisproces in de beide driejarige opleidingen in Amsterdam

van de deze opleiding ziet het panel de brede en open opzet

en Groningen. Dit heeft geleid tot meer aandacht voor de

die ruimte biedt aan verschillende theologische profielen en

studievoortgang in de afrondende fase van het thesistraject.

specialisaties. Ook het interculturele en de interdisciplinaire focus vormt een onderscheidend kenmerk.

Cursus- en semesterevaluaties zouden meer in samenhang

Als bijzonder aandachtspunt noemt het panel de noodzaak

moeten worden bezien. De herziening van de evaluatiesyste-

blijvend te monitoren dat de aandacht voor methoden en aca-

matiek heeft de aandacht van de Opleidingscommissie.

demische vaardigheden internationale studenten adequaat begeleidt om de steile leercurve naar het wetenschappelijke

7.2.5 Evaluatie toetsing

masterniveau te realiseren.

De door de Examencommissie uitgevoerde beoordelingen leverden de conclusie op dat onze toetsing aan de maat is.

7.2.3 Herziening van het masteronderwijs

De kwaliteit van de mastertheses blijkt voldoende. Niettemin

Het jaar 2019 heeft in het teken gestaan van de heraccredi-

is een aantal aanbevelingen ter verbetering van toetskwali-

tatie van het masteronderwijs en de ontwikkeling van een

teit gedaan.

herzien programma. We hebben tot herziening besloten naar aanleiding van veranderingen in de landschappen van theolo-

De Examencommissie heeft aanbevolen voldoende diversiteit

gie, predikantschap en academisch onderwijs. Het gaat daarbij

in toetsvormen aan te houden en naar studenten toe vol-

om de volgende aspecten: disciplinaire verdieping in samen-

doende helderheid te betrachten als het gaat om de vorm van

hang met interdiscplionaire verbreding; diversificatie van het

de toets. Dit bevordert de doceerbaarheid, studeerbaarheid

ambt van predikant; meer nadruk op eigenaarschap van stu-

en organiseerbaarheid van de toetsing en verhoogt daarmee

denten, flexibilisering, aanleren van eigentijdse competenties.

de kwaliteit ervan. In het verlengde van deze aanbeveling stelt

De in 2017 gehouden midterm review bracht de noodzaak tot

de Examencommissie voor de toetsing binnen de module­

verbetering van de studeerbaarheid aan het licht. De project-

beschrijvingen meer te integreren in het geheel van de

groep die we hebben geïnstalleerd heeft binnen de kaders die

beschreven leeractiviteiten.

het bestuur met de medezeggenschap is overeengekomen (onderwijsidentiteit op basis van theologische diversiteit; doel-

Op basis van de toetsencheck heeft de Examencommissie als

matige aansluiting van de opleiding op het beroepenveld; een

aandachtspunt vastgesteld dat de transparantie van de beoor-

studeerbaar programma voor voltijd en deeltijdstudenten;

deling door de examinator in sommige gevallen verhoogd kan

betaalbaarheid) gewerkt aan voorstellen voor een vernieuwd

worden. Waar dit het geval was, heeft de commissie dit aan de

curriculum. In 2019 is op hoofdlijn van het programma over-

desbetreffende examinator teruggekoppeld.

eenstemming bereikt met de medezeggenschap. Het streven is met ingang van studiejaar 2020-2021 het vernieuwde programma te kunnen aanbieden.

PThU Jaarverslag 2019

35


7.3 Kwaliteitsinvesteringen onderwijs uit studievoorschotmiddelen

over periodes van telkens vijf jaar. Deze nascholing wordt verantwoord in studiepunten, die door de Commissie voor de

In 2019 hebben wij in het kader van de kwaliteitsafspraak

Permanente Educatie zijn toegekend aan door deze commis-

overeenstemming bereikt met het ministerie OCW voor het

sie beoordeelde scholingsactiviteiten. Ons postacademisch

doen van investeringen in onderwijskwaliteit uit de studie-

onderwijs heeft een format dat past bij deze regelingen, maar

voorschotmiddelen. Een daartoe door de NVAO geĂŻnstalleerde

staat open voor iedereen die postacademisch theologisch

commissie heeft onze voornemens daartoe van een positief

onderwijs wil volgen en daarvoor gekwalificeerd is.

advies voorzien. Op grond van dit advies zijn aan onze universiteit studievoorschotmiddelen toegekend.

7.4.2 Primaire Nascholing van Predikanten (PNP)

De investeringsplannen zijn tot stand gekomen in nauw

De primaire nascholing, die geheel door onze universiteit

overleg met de studentengeleding van de medezeggenschap.

verzorgd wordt, bestaat uit een route van zes maal twee

De plannen betreffen investering in: 1) verbetering van de

opleidingsdagen op Nieuw Hydepark, plus een introductiedag,

bestaande begeleiding van studenten door middel van het

thuiswerk (voorbereiding en afwerking) en een eindgesprek

aanbieden van een ontwikkelassessment aan studenten bij

van samen negen dagen. De hele route kost de deelnemer

aanvang van hun masteropleiding; 2) aanbieden van trai-

dus 21 dagen. Deze PNP neemt twaalf maanden in beslag en

ningen waarbij de integratie van kennis en spiritualiteit in

is verplicht gesteld door de Protestantse Kerk in Nederland

interactie met studenten en docenten gestalte kan krijgen; 3)

voor hen die na hun opleiding voor een eerste termijn zijn

IT-faciliteiten die de mogelijkheden vergroten blended bearn-

aangesteld als predikant. Persoonlijke ontwikkeling in het

ing in te zetten in het onderwijs; 4) extra professionalisering

ambt van predikant, vakmatige en geestelijke vorming en

van docenten door hen te trainen in eigentijds en didactisch

training van specifieke onderdelen van de beroepsuitoefening

verantwoord gebruik van IT-mogelijkheden voor het aanbie-

vormen de hoofdbestanddelen van het programma. Kern van

den van hun onderwijs.

het programma is de (wetenschappelijke) reflectie op de eigen

De eerste twee investeringsdoelen (ontwikkelassessment

positie en het eigen handelen. Predikanten van de Vrije Evan-

en ontwikkelen integratietrainingen) maken deel uit van

gelische Gemeenten en de Evangelische Broedergemeente

de herziening van het masteronderwijs. Realisatie daarvan

nemen ook deel aan deze PNP.

wordt voorzien in samenhang met de start van het nieuwe curriculum.

7.4.3 Overig postacademisch onderwijs

Wij hebben de ambitie de vaardigheden van docenten en

Het overige postacademisch onderwijs wordt aangeboden

mogelijkheden van IT-faciliteiten voor het onderwijs didactisch

in de vorm van cursussen. Zij vallen in het zogenoemde

beter te benutten. Om dit te kunnen realiseren hebben wij om

aangestuurde deel van de PE van de kerk, omdat de invulling

toelating verzocht tot de themagroep docentprofessionalise-

van dit gedeelte van de PE exclusief aan onze universiteit is

ring, die als onderdeel van de Versnellingsagenda IT is inge-

toebedeeld. Wij werken echter samen met partnerinstellingen

richt en waarin de universiteiten op landelijk niveau expertise

(onder andere VU, RUG, Windesheim en CHE) voor wat betreft

delen en doorontwikkelen.

aanbod en inzet van personeel. Behalve predikanten zijn ook

7.4 Postacademisch onderwijs

kerkelijk werkers een doelgroep. Met het oog daarop zijn we cursussen op drie verschillende niveaus gaan aanbieden: a) voor predikanten en kerkelijk werkers, b) voor predikanten die

7.4.1 Voortgezette nascholing van de Protestantse Kerk in Nederland

academische verdieping zoeken, en c) voor mensen die reeds

Het postacademisch onderwijs van de PThU is nauw gelieerd

vertegenwoordigers van de kerk, de Bond van Nederlandse

aan de Voortgezette Nascholing (Permanente Educatie, ofwel

Predikanten (BNP), de Vereniging van Kerkelijk Werkers (VKW)

PE) van de Protestantse Kerk in Nederland. De kerk heeft

en van onze universiteit. Deze commissie ontwikkelt een

belangrijke delen van de PE aan onze universiteit toebedeeld.

program van eisen met betrekking tot het aanbod, ziet toe

In april 2012 heeft de kerk besloten tot kerkordelijke veran-

op de kwaliteit van de PE-activiteiten en adviseert ons College

kering van de verplichting tot voortgezette nascholing voor

van Bestuur.

gepromoveerd zijn. Er is een PAO-commissie, bestaande uit

predikanten. Doel van deze verplichting is behoud en doorontwikkeling van deskundigheid van predikanten gedurende de uitoefening van hun ambt. De eerste fase bestond al langer

7.4.4 Cursusaanbod, afname, deelnemers en evaluatie

en wordt nu de primaire nascholing genoemd. De volgende

36

fases van de PE vallen uiteen in een aangestuurd deel, waarin

Primaire nascholing

men verplicht is een aantal cursussen bij onze universiteit

In 2019 zijn in de PNP weer twee reeksen aangeboden. Aan de

af te nemen, en in een vrij deel, dat men onder eigen regie

routes namen in totaal 31 predikanten deel. De deelnemende

kan invullen. Deze volgende fases vangen aan in het zesde

predikanten hebben het opleidingsaanbod weer positief

jaar nadat de predikant is bevestigd in het ambt en bestaat

geĂŤvalueerd. De kans om na ongeveer twee jaar werken

uit een op de persoon toegesneden scholingsplan, verdeeld

tezamen met mensen in vergelijkbare situaties stil te staan,

PThU Jaarverslag 2019


te evalueren hoe men er voor staat en te oefenen met op de

bereiken en het interdisciplinaire gesprek daarmee ook

eigen persoon en situatie toegesneden kennis en inzichten

kunnen stimuleren. Daartoe start in 2020 een ‘kennismake-

voelt voor het merendeel als een geschenk. Men beschouwt

laar’ die zich breder met de valorisatietaak van de PThU zal

de nascholing dan ook als leerzaam, inspirerend en nuttig.

bezighouden en als onderdeel daarvan ook de coördinatietaak van het PAO op zich zal nemen. De kwaliteit van de aan-

Overig postacademisch onderwijs – aangestuurde deel (PE)

geboden cursussen is goed beoordeeld. Met opnieuw de hoge respons van 75% laten de evaluaties gemiddeld het volgende beeld zien:

a. Cursusaanbod en -afname 2019 Aantal aangeboden cursussen Aantal afgenomen cursussen (%) Aantal geannuleerde cursussen (%)

2018

2017

2016

Streefwaarde

Categorie

Percentage

Uitstekend

44,3

Goed

48,6

Redelijk 23

29

32

45

17 (74%) 24 (83%) 24 (75%) 36 (80%)

6 (26%)

5 (9%)

8 (25%)

7,1

Slecht Ten­ minste 75% Maximaal 25%

9 (20%)

b. Deelnemers

0

Het percentage deelnemers dat de cursussen als uitstekend of goed waardeert, is met 92,9% iets hoger dan in 2018, toen in totaal 90% de cursussen als uitstekend of goed waardeerde. Uit de evaluaties blijkt bovendien dat een overgroot deel van de deelnemers de cursussen als relevant tot zeer relevant voor zichzelf en hun eigen functioneren als predikant of geestelijk verzorger hebben ervaren.

2019

2018

2017

2016

Streefwaarde

179

249

361

506

400

Predikanten die deelnemen in het kader van PE Cursisten die niet deelnemen in het kader van PE Totaal

16

23

36

46

195

272

397

552

Daarnaast liepen er in 2019 vier langere studietrajecten met in totaal 52 deelnemers. c. Evaluatie In 2019 hadden onze PE-cursussen in totaal 195 deelnemers. Het betreft zowel deelnemers die cursussen hebben gevolgd in het kader van hun verplichte Permanente Educatie (179 deelnemers) als deelnemers die buiten het kader van Permanente Educatie cursussen hebben gevolgd (zestien deelnemers). Het aantal deelnemers in 2019 (195) is gedaald ten opzichte van 2018 en nog ver van het streefgetal van 400. Voor een deel is dat te wijten aan het feit dat we cursussen hebben moeten annuleren waar zich te weinig mensen voor hadden aangemeld. Ook was het merendeel van de cursussen van het programma 2019-2020 in de eerste helft van 2020 gepland. Dit verklaart de afname echter zeker niet geheel. Dat de kerk de registratie van de PE aan predikanten zelf overlaat, lijkt het verplichtende karakter niet te bevorderen. De komende jaren zal extra ingezet worden op werving en afstemming met de kerk. Daarnaast zullen wij inzetten op betere aansluiting bij de doelgroep; dit door de behoeften beter te inventariseren, zowel wat betreft inhoud en onderwerpen als wat betreft de vorm van het aanbod. Ook zullen we onderzoeken hoe we met een deel van de cursussen meer doelgroepen kunnen

PThU Jaarverslag 2019

37


Hoofdstuk 8

Onderzoek en valorisatie 8.1 Beleid

Internationalisering en internationale samenwerking

Strategische agenda voor het onderzoek: richting nieuwe onderzoeksprogramma’s

Eind 2018 stelden wij de institutionele Internationaliserings-

Naar aanleiding van de aanbeveling van de visitatiecommis-

speerpunten op het terrein van het onderzoek:

agenda voor de periode 2019-2022 vast, met de volgende

sie, die ons in 2018 adviseerde een ‘verdergaande focus, coherentie, kritische massa en internationale zichtbaarheid’ van het onderzoek na te streven, zijn in 2019 belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van twee nieuwe onderzoeksprogramma’s voor onze universiteit. Door middel van

– internationale profilering op overkoepelende onderzoeksthema’s; – versterking van onze internationale academische reputatie en zichtbaarheid;

een ‘bottom-up’ proces, waarin alle junior- en senioronderzoe-

– investering in de diversiteit van ons onderzoekspersoneel;

kers de kans kregen in diverse rondes een bijdrage te leveren

– consolidering en strategische inzet van ons research

aan de totstandkoming van onderzoeksgroep-overstijgende thema’s, werden clusters of foci geformeerd die in 2020 zullen leiden tot de vervanging van de disciplinair georiënteerde onderzoeksgroepen Sources, Beliefs en Practices door de interdisciplinaire en thematisch ingestoken onderzoeksprogramma’s Mediating Good Life en Moving Identities.

fellowship programma; – werving van een toenemend aantal internationale promovendi; – consolidering en versterking van ons internationale netwerk; – inzet van het Centrum voor Beroepsvorming en Spiritualiteit (CBS) voor internationale valorisatie van

Externe financiering: tweede en derde geldstroom

wetenschappelijk onderzoek.

Onze universiteit zal de komende jaren nadrukkelijk inzetten op de werving van middelen vanuit de tweede en derde

Deze algemene doelstellingen zijn uitgewerkt in specifiekere

geldstroom. Daartoe wordt thematisch aansluiting gezocht bij

doelstellingen en in 2022 te realiseren resultaten en zijn voor

de Nationale Wetenschapsagenda en het Europese beleid op

een belangrijk deel afgeleid van de aanbevelingen van de

het gebied van onderzoek en innovatie. Naast de tweede geld-

Visitatiecommissie. In 2019 zijn de eerste stappen gezet in de

stroom (NWO, ZonMW, Horizon2020) blijven wij structureel

ontwikkeling van beleid op bovenstaande terreinen.

aandacht houden voor private onderzoeksfinanciering (derde geldstroom). In het voorjaar van 2019 is een tijdelijke mede-

Internationale samenwerking met langjarige partners is

werker toegevoegd aan de afdeling onderzoekondersteuning

geconsolideerd. De samenwerkingsovereenkomsten met het

met als taak een advies te schrijven over verder te ontwikke-

Princeton Theological Seminary (inzake het Karl Bart Data-

len beleid en de behoefte aan ondersteuning op dit terrein.

base Project) en met Duta Wacana Christian University te

Belangrijke lopende en nieuwe extern gefinancierde onder-

Yogyakarta (Indonesië) zijn in 2019 verlengd. Laatstgenoemde

zoeksprojecten zijn het ‘Moral Compass Project’ onder leiding

is tevens een partner in het Netherlands-Indonesia Consor-

van prof. dr. P.M. Wisse (Stichting Paradosis), het project

tium for Muslim-Christian Relations (NICMCR).

‘Science and Religion in French-Speaking Africa’ onder leiding

Voorts werden er afspraken gemaakt over joint doctorate

van prof. dr. B. van den Toren (Templeton World Charity

overeenkomsten met de Katholieke Universiteit Leuven en

Foundation), het NWO Veni-project ‘Reflective Equilibrium

de Evangelische Theologische Faculteit (eveneens te Leuven).

and Practical Wisdom’ van dr. J.R. Compaijen, het project

Met de Universiteit van Oxford wordt vanuit de onderzoeks-

‘Global Christianity at Your Fingertips’, onder leiding van

groep Practices samengewerkt in een onderzoek naar de bele-

prof. dr. B. van den Toren (John Templeton Foundation en

ving van de choral evensong in Nederland en het Verenigd

Cornerstone Trust) en het project ‘Church Life Survey (CLS)

Koninkrijk.

in Nederland’, onder leiding van prof. dr. H.P. de Roest (Maat-

In Amsterdam vond van 4 tot en met 7 juli de dertiende

schappij van Welstand en Protestantse Kerk in Nederland).

internationale conferentie plaats van het International Reformed Theological Institute (IRTI), een gezamenlijk initiatief van de PThU en de Faculteit Religie en Theologie van de VU, over ‘The Calling of the Church in Times of Polarization’, met

38

PThU Jaarverslag 2019


zo’n honderd deelnemers uit Afrika, Noord-Amerika, Azië

en aangeboden op het terrein van research skills (5 ECTS),

en Europa.

research management (5 ECTS) en research proposal (5 ECTS).

Op 3 september werd het nieuwe studiejaar geopend door

De IGS moet bijdragen aan een effectieve selectie van kan-

research fellow prof. dr. I. Nell van de Universiteit van Stel-

didaten en efficiënte inzet van middelen, in het bijzonder

lenbosch, een van onze ‘preferred partners’, met een lezing

begeleidingstijd van (beoogde) promotores.

over ‘Postcolonial Leadership. The Challenges Facing a New Generation of Theologians’. Andere research fellows die in

Talentontwikkeling

2019 bij ons te gast waren, zijn dr. D. Frankel van het Schech-

Onze universiteit heeft de afgelopen jaren reeds belangrijke

ter Institute of Jewish Studies te Jeruzalem, dr. S. Weber van

stappen gezet in de ontwikkeling van talentbeleid. Tenure en

de Universiteit van Stellenbosch, prof. dr. H. Walton van de

career tracks zijn geïntroduceerd en geïmplementeerd. Talent-

Universiteit van Glasgow en dr. C. Hays van Fuller Theological

volle jonge onderzoekers zijn hierdoor aan onze universiteit

Seminary (VS).

verbonden, terwijl de doorstroommogelijkheden voor senioronderzoekers zijn vergroot. Wij zullen de komende jaren

Valorisatie en impact

verder inzetten op de ontwikkeling van talent door training,

Wij definiëren de valorisatie van ons onderzoek in termen van

begeleiding en het bieden van kansen.

drie p’s: people, partnerships en products.

In 2019 werden binnen de onderzoeksgroep Beliefs ver-

Onderzoek aan onze universiteit dient mensen – gelovigen en

schillende aio’s aangesteld en binnen de onderzoeksgroep

niet-gelovigen – die zich bezighouden met vragen over geloof

Practices een UD (dr. P.M. Sonnenberg) en een postdoctorale

en zin- en betekenisgeving in het leven, en die de voortdu-

onderzoeker (dr. C.S.H. Rijken), beiden gepromoveerd aan

rende relevantie van de christelijke traditie verkennen door

onze universiteit.

haar bronnen (sources), overtuigingen (beliefs) en praktijken (practices) te onderzoeken.

Wetenschappelijke integriteit

Om ervoor te zorgen dat in de behoeften van een breed

Onze universiteit onderschrijft de Nederlandse Gedragscode

scala aan maatschappelijke groepen wordt voorzien, werken

Wetenschappelijke Integriteit (2018). Wij hebben een eigen

wij samen met verschillende partners, dat wil zeggen

vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit. Klachten

maatschappelijke instellingen en organisaties waarmee we

worden afgehandeld door de wetenschappelijke integri-

concrete onderzoeksprojecten ontwikkelen via contracten

teitscommissie van de Nederlandse Levensbeschouwelijke

en/of subsidies.

Universiteiten (NLU). Kandidaat-promovendi ontvangen als

De resultaten van ons onderzoek worden zichtbaar in

onderdeel van de Initial Graduate School een specifieke trai-

een breed scala aan producten. Behalve de productie van

ning op het gebied van wetenschappelijke integriteit.

kwaliteitsartikelen, -boeken en -dissertaties voor de academimedia en middelen: artikelen in professionele tijdschriften en

Open science: open access, onderzoekinformatiesysteem en Research Data Management

kranten, trainingsprogramma’s, lezingen voor een algemeen

Samen met de theologische universiteiten van Apeldoorn

publiek, media-optredens, lidmaatschappen van adviesraden,

en Kampen hebben wij een eigen repository, waarin proef-

enzovoort.

schriften, academische redes en masterscripties open access

sche gemeenschap, delen wij ons onderzoek ook via andere

beschikbaar zijn .

Onderzoekondersteuning

In 2019 hebben wij in NLU-verband afspraken gemaakt over

Ondanks personele wisselingen in 2019 is er met de totstand-

de (parallelle) aanschaf en inrichting van een onderzoekinfor-

koming van een afdeling onderwijs- en onderzoekondersteu-

matiesysteem, waarmee onze onderzoeksoutput eenvoudiger

ning (O&O), waaronder ook de bibliotheek is gevoegd, een

en vollediger in beeld kan worden gebracht, met belangrijke

belangrijke eerste stap gezet in de integratie van ondersteu-

voordelen voor onder andere (SEP-)rapportages, beleids-

nende diensten.

ontwikkeling en profilering van onderzoek en onderzoekers. Tevens zal de introductie een impuls geven aan het open

Graduate School en promovendibeleid

access beschikbaar stellen van onderzoeksoutput

De Visitatiecommissie formuleerde in 2018 een aantal spe-

Een nieuw format voor het datamanagementplan voor junior-

cifieke aanbevelingen voor de verbetering van het promo-

en senioronderzoekers is geïntroduceerd.

vendibeleid en de verdere ontwikkeling van de Graduate School. Naar aanleiding hiervan vond in 2019 de eerste editie

8.2 Resultaten

plaats van de Initial Graduate School (IGS), met deelnemers uit Egypte, India, Indonesië, Nederland, Taiwan, Verenigd

8.2.1 Highlights

Koninkrijk, Zuid-Afrika en Zuid-Korea. De IGS is een voortra-

Een hoogtepunt op congresgebied voor de onderzoeksgroep

ject richting de promotiestudie, waarbinnen een belangrijk

Sources was het internationale slotcongres van het door NWO

deel van het onderwijs (15 ECTS) in het PhD-traject wordt

gefinancierde project ‘Parables and the Partings of the Ways’

verzorgd. Cursussen werden in dit verband in 2019 ontwikkeld

(PI’s: dr. H.L.M. Ottenheijm, prof. dr. M.J.H.M. Poorthuis en

PThU Jaarverslag 2019

39


prof. dr. A.B. Merz, 2014-2020). Dit congres was getiteld ‘The

docent ethiek dr. P.H. Vos werd tevens benoemd op een

Power of Parables. Narrative and Religious Identity in Late

nieuwe bijzondere leerstoel Protestantse Geestelijke Verzor-

Antiquity’ en vond plaats van 24 tot en met 26 juni 2019 in

ging bij de Krijgsmacht, gevestigd aan de vestiging Groningen.

Utrecht. Specialisten van wereldrang op het gebied van onder-

Deze benoeming versterkt de al toenemende samenwerking

zoek naar joodse en vroegchristelijke parabels werden hier

tussen de onderzoeksgroepen Practices en Beliefs. Hij inaugu-

bij elkaar gebracht. In toraal waren er 22 sprekers uit Israël,

reerde op 8 oktober met een rede over ‘Het gedeelde verhaal

diverse Europese landen en de VS.

van een beschadigde moraal. Moral injury en de geestelijke

Het project ‘Science and Religion in French-Speaking Africa’

verzorging bij de krijgsmacht’.

onder leiding van prof. dr. B. van den Toren (Beliefs) werd

Er werden dit jaar maar liefst zes nieuwe aio’s aangesteld

afgesloten met een conferentie over ‘Contextuality and

binnen de onderzoeksgroep Beliefs. Het gaat om M.C.

Universality in Science and Religion’ in Oxford, georganiseerd

Hansen met een onderzoek in de dogmatiek naar de moge-

samen met Scholarship and Christianity in Oxford (SCIO,

lijke bijdrage van een vleselijke theologie aan het begrip van

Oxford), met academische bijdragen uit Europa, Noord- en

(de nasleep van) seksueel misbruik. M. van den Toren doet

Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Een monografie met een neer-

onderzoek in de missiologie naar het verstaan van vrede

slag van het onderzoek zal in 2020 bij Brill verschijnen.

onder pinkstergelovigen in Colombia. In een deels extern

Voorafgaand aan het afscheidscollege van prof.dr. M.N.

gefinancierd onderzoek naar de liturgische formulieren in

Walton op 11 november werd een zeer drukbezocht sym-

de Nederlandse gereformeerde traditie zijn S. Zwemer en

posium georganiseerd over de wetenschappelijke ‘oogst’

W.D. Kroese aangesteld voor onderzoek naar respectievelijk

van de leerstoelen Geestelijke Verzorging in Nederland en de

het avondsmaalsformulier en het doopformulier. In het kader

toekomst van de geestelijke verzorging.

van het Moral Compass Project werd D. Klamer-Gosewisch

8.3 Onderzoeksformatie

aangesteld voor een onderzoek naar de rol van de deugden in de gereformeerde scholastiek. De laatste drie onderzoeken zijn vrucht van het sterke netwerk van onze universiteit met

Onderzoeksgroep Sources

kerkelijke partners.

Er hebben in 2019 geen ingrijpende veranderingen plaats-

De totale onderzoeksomvang voor het onderzoeksprogramma

gevonden in de onderzoeksformatie van Sources. De lichte

Beliefs nam toe van 7,27 naar 8,53, met een sterke toename

daling in effectieve onderzoeks-fte is te wijten aan het tijdelijk

van onderzoekstijd voor junioronderzoekers.

terugbrengen van de aanstelling van dr. P.B. Hartog tot 7% in verband met zijn Humboldt-beurs (oktober 2019 tot septem-

Onderzoeksgroep Practices

ber 2020), het met emeritaat gaan van prof. dr. H.-M. Kirn,

In de staf van Practices vond een belangrijke wijziging plaats.

wiens onderzoekstaak per 1 november stopte, en lang-

Prof. dr. M.N. Walton, bijzonder hoogleraar Geestelijke

durige ziekte van twee senioronderzoekers, die gelukkig

Verzorging vanwege de Stichting Deo Volente en tevens UHD

eind 2019 weer voor een belangrijk deel hun onderwijs- en

Geestelijke Verzorging verliet per 1 november de universiteit

onderzoekstaken konden opnemen. Zorgwekkend met oog op

vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

de toekomst is het feit te noemen dat er geen vacature voor

Professor Walton heeft in de relatief korte tijd van zijn hoog-

opvolging op de kerkhistorische leerstoel (Kirn) kon worden

leraarschap een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling

uitgezet in verband met financiële tekorten.

van wat in de Angelsaksische wereld wordt aangeduid met chaplaincy studies. Hij heeft een wereldwijde bekendheid

40

Onderzoeksgroep Beliefs

opgebouwd, dankzij artikelen in toonaangevende journals

Prof. dr. R.H. Reeling Brouwer, universitair hoofddocent dog-

en goede contacten met internationale onderzoekers. Ook in

matiek en bijzonder hoogleraar op de Miskotte/Breukelman

eigen land werd hij een veel geraadpleegd expert. Hij maakte

leerstoel voor de theologische hermeneutiek van de Bijbel,

deel uit van de Commissie Wetenschap van de Vereniging van

nam op 7 mei afscheid met een symposium over ‘Messiaanse

Geestelijke Verzorgers (VGVZ), speelde een grote rol bij de ont-

exegese’ en een rede over ‘Het onderwijs van Mozes en het

wikkeling van het Onderzoekscentrum Geestelijke Verzorging

onderwijs van de ekklesia’. Dr. R.D.N. van Riessen, universi-

van onze universiteit en de Universiteit van Tilburg en was

tair hoofddocent godsdienstfilosofie, nam op 13 december

mede-initiatiefnemer van het zogeheten Case Study Project.

afscheid met een symposium over haar recente boek Van

In dit project werken zestig geestelijk verzorgers van diverse

zichzelf bevrijd: Levinas over transcendentie en nabijheid

achtergrond samen met twaalf academische onderzoekers

(Amsterdam, Sjibbolet, 2019). De plaats van prof. dr. Ree-

en een tweetal promovendi, door het onderzoeken van good

ling Brouwer werd ingenomen door dr. K. Bom als docent

practices, aan de professionalisering van het handelen van

dogmatiek, die met het oog op Reeling Brouwers afscheid al

geestelijke verzorgers. In het verslagjaar is het proces gestart

in 2018 een vaste aanstelling kreeg. Vanwege zijn staat van

ter vervulling van de vacature.

dienst in zowel academische output als valorisatie op het

Per 1 januari werd dr. P.H. Vos, universitair docent van de

gebied van de medische ethiek is dr. T.A. Boer benoemd tot

onderzoeksgroep Beliefs, voor 0,2 fte toegevoegd aan de

persoonlijk hoogleraar in de medische ethiek. Universitair

formatie van Practices, als bijzonder hoogleraar. De naam

PThU Jaarverslag 2019


van de leerstoel is Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht. Financiering van de leerstoel loopt via de Stichting Christelijke Hulpverlening Militairen. Professor Vos richt zich in zijn onderzoek op de ethische en existentiële vragen die zich voordoen bij de begeleiding vanuit de GV-Krijgsmacht. Morele vorming heeft hierbij nadrukkelijk de aandacht. Eveneens per 1 januari 2019 trad dr. C.S.H. Rijken toe tot de onderzoeksformatie van Practices als postdoctoraal onderzoeker (0,5 fte). Een maand later, op 1 februari werd dr. P.M. Sonnenberg aangesteld als universitair docent Praktische TTheologie / Youth Ministry. Per 1 september trad dr. T. Tromp aan als bijzonder hoogleraar Diaconaat. Docent van het Centrum voor Beroepsvorming en Spiritualiteit dr. H.M. van den Bosch kreeg een onderzoekstaak van 0,2 fte. De omvang van de seniorstaf, inclusief postdoctorale onderzoekers, groeide aanzienlijk ten opzichte van het vorige verslagjaar (4,87 tegenover 3,97), de effectieve onderzoeks-fte van de promovendi daalde licht naar 3,10 fte, met name vanwege langdurige ziekte van twee aio’s.

Algemeen Onderstaande tabel biedt een cijfermatig overzicht van de onderzoeksformatie per onderzoeksgroep en voor onze universiteit als geheel voor het jaar 2019 in vergelijking tot 2018. De totale omvang van de seniorstaf is ten opzichte van 2018 nagenoeg gelijk gebleven.

2019 Sources

Beliefs

Practices

Totaal

2018 Sources

Beliefs

Practices

Totaal 11,66

Senioronderzoekers (hoogleraar, UHD, UD)

3,01

4,37

4,15

11,53

3,26

4,57

3,83

Postdoctorale onderzoekers

0,73

0,95

0,72

2,40

0,91

0,96

0,14

2,01

Totaal

3,74

5,32

4,09

13,15

4,17

5,53

3,97

13,67

Practices

Totaal

Sources

Beliefs

Practices

Totaal

Voor bijzondere leerstoelhouders en promovendi met dienstverband (aio’s) ziet het overzicht er als volgt uit. In 2019 zijn een aantal nieuwe promovendi aangesteld, met name binnen de onderzoeksgroep Beliefs.

2019 Sources

Beliefs

2018

Bijzondere hoogleraren met dienstverband

0,20

0,28

0,33

0,81

0,20

0,28

0,23

0,71

Promovendi

1,61

2,93

3,10

7,64

1,67

1,46

3,56

6,69

PThU Jaarverslag 2019

41


8.4 Wetenschappelijke output

onderzoek van dr. B. Muchemwa, die promoveerde op een onderzoek naar christelijke geloofsgemeenschappen en de

Onderzoeksgroep Sources

thematiek van corruptie in Zambia. Daarnaast promoveerde

De wetenschappelijke output als geheel is vergeleken met

A. van der Knijf op een onderzoek naar bevindelijk preken in

2018 in aantal titels iets afgenomen, waarbij vooral het

de Gereformeerde Gemeenten.

verschil bij lezingen (28 vs. 9) en hoofdstukken in boeken

Het beleid om promovendi zoveel mogelijk te introduceren in

(24 vs. 14) opvalt. Desalniettemin is de kwaliteit en de daad-

onderzoeksnetwerken zien we, evenals in 2018, terug in een

werkelijke omvang van publicaties in 2019 ongekend hoog,

groot aantal door de promovendi ingediende papers voor

met maar liefst vijf stevige wetenschappelijke monografieën

conferenties, van acht naar negen, en in peer reviewed artike-

van de hand van prof. dr. R. Roukema, dr. G.M.G. Teugels,

len waarin promovendi eerste auteur zijn.

prof. dr. K. Spronk, prof. dr. H.-M. Kirn en prof. dr. M. Mat-

Het aantal peer reviewed artikelen in wetenschappelijke

thias, die bij de beste uitgevers en reeksen van ons vakgebied

tijdschriften – in het vorige verslagjaar nog teruggevallen van

verschenen (uitgevers: de Gruyter, Mohr-Siebeck, Peeters,

veertien (in 2017) naar acht (in 2018) – is nu weer sterk geste-

Kohlhammer, Evangelische Verlagsanstalt; reeksen: Studies in

gen en wel naar achttien artikelen. Daarnaast verschenen

the Bible and its Reception, Texts and Studies in Ancient Judaism,

vier bijdragen in refereed books. Ook werd een belangrijke,

Historical Commentary on the Old Testament, Geschichte des

four-person peer reviewed monografie over collaborative

Christentums, Edition Pietismustexte). De zichtbaarheid en

research in de praktische theologie geschreven door prof.

blijvende impact van onderzoek wordt in de kerkgeschiedenis

dr. H.P. de Roest en gepubliceerd door uitgeverij Brill. Prof.

en de Bijbelwetenschappen vooral door dit soort boekpubli-

dr. M. Barnard was co-auteur van de monografie A Ritual Lens

caties gerealiseerd, die doorgaans de vrucht zijn van jaren

on Social Capital Formation in African Independent Churches in

van onderzoek. Dit laatste onderstreept het grote belang van

South Africa, een boek dat werd gepresenteerd in Phpenni (de

het verwerven van een competitieve Humboldt onderzoeks-

onderzochte African Independent Church) en aan de Universi-

grant door dr. P.B. Hartog, die hem in staat stelt als Humboldt

teit van Stellenbosch in oktober van het verslagjaar.

postdoctoral fellow van oktober 2019 tot september 2020 aan

Voor het aan onze universiteit gevestigde Institute of Ritual

de Westfälische Wilhelms-Universität in Münster aan een

and Liturgical Studies was het jaar 2019 een memorabel jaar

monografie te werken.

vanwege het emeritaat van prof. dr. P.G.J. Post (TiU), die om

Tenslotte verdient vermelding dat bij Sources in 2019 één

die reden afscheid nam als voorzitter van het bestuur van

proefschrift kon worden verdedigd en dat één van de aio’s

IRILIS. Post was decennialang toonaangevend in het veld van

twee peer reviewed artikelen in A-tijdschriften publiceerde.

de liturgische en rituele studies, in Nederland en daarbuiten. Met zijn vertrek uit het bestuur is een einde gekomen aan

Onderzoeksgroep Beliefs

zijn jarenlange betrokkenheid bij het instituut in verschil-

Er werden in 2019 twee proefschriften verdedigd van

lende rollen en functies. Een highlight was daarom ook het

aio’s waarvan de aanstellingen al eerder waren afgelopen:

mini-symposium Rituele dynamiek dat IRiLiS op 1 november

C. van der Knijff, Between Providence and Choice Biography.

in Tilburg hield ter gelegenheid van het afscheid van profes-

An Account of Divine Guidance from a Reformed Perspective en

sor Post als hoogleraar Rituele Studies in samenwerking met

G. van Zanden, Bij het begin beginnen. Het Bijbels-­theologische

Tilburg School for Humanities and Digital Sciences.

project van Frans Breukelman. In de publicaties zet een verschuiving naar hoogwaardiger

Algemeen

publicaties zich door, waarbij het stimuleren van publicaties

De tabel hiernaast biedt een volledig overzicht van weten-

in refereed journals en in refereed bundels opnieuw vruchten

schappelijke output per onderzoeksgroep en voor onze

afwerpt. Opvallend is het grote aantal keynote lezingen door

universiteit als geheel in het jaar 2019. Ten opzichte van

leden van de onderzoeksgroep.

2018 is een duidelijke toename van de output in vrijwel alle

Het Moral Compass onderzoeksproject, in 2018 onder leiding

categorieën waar te nemen. Met name het aantal refereed

van prof. dr. P.M. Wisse begonnen, kwam in 2019 goed op

artikelen is substantieel toegenomen. Daarmee is de aan-

stoom met de benoeming van twee nieuwe aio’s en een

beveling van de Visitatiecommissie om in toenemende mate

postdoctoraal onderzoeker: dr. A.S. Groenewoud die door

in te zetten op academische publicaties die bijdragen aan

de Radboud Universiteit is gedetacheerd voor het medisch-­

onze internationale reputatie opgevolgd. Opvallend is ook

ethische onderdeel van het project onder leiding van prof.

de sterke toename van het aantal gepubliceerde wetenschap-

dr. T.A. Boer.

pelijke boeken.

Onderzoeksgroep Practices Practices wist het aantal fte van promovendi te doen stijgen, maar ook zag de onderzoeksgroep twee promovendi hun proefschrift met succes verdedigen en de doctorsbul ontvangen. Belangwekkend, ook in het internationale veld, was het

42

PThU Jaarverslag 2019


2019 Sources

Beliefs

Practices

Totaal

2018 Sources

Beliefs

Practices

Totaal

Artikelen in tijdschriften: refereed

5

15

18

38

8

12

8

28

Artikelen in tijdschriften: non-refereed

9

8

10

27

4

14

2

20

Hoofdstukken in boeken / artikelen in bundels

14

24

5

43

24

22

6

52

Wetenschappelijke boeken

5

3

2

10

1

2

0

3

Conferentiepapers: keynotes

2

16

8

26

4

11

5

20

9

9

13

31

28

19

12

59

22

20

6

48

24

16

5

45

Conferentiepapers: zelf ingediend Overige output onderzoek

De wetenschappelijke output van bijzonder hoogleraren met een aanstelling aan onze universiteit is in 2019 verdubbeld ten opzichte van 2018 (een totaal aantal van zestien in plaats van acht publicaties/papers), terwijl de aan onze universiteit gevestigde bijzonder hoogleraren zonder dienstverband een vrijwel gelijkblijvende wetenschappelijke output hebben gerealiseerd (23 in plaats van 22 publicaties/papers). Voor de medewerkers van het aan onze universiteit gevestigde Seminarium van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten (VEG) is de onderzoeksoutput iets gestegen (vijf in plaats van drie wetenschappelijke producten). Tot slot is de wetenschappelijke output van promovendi met dienstverband (aio’s) iets afgenomen ten opzichte van 2018 (21 in plaats van 28 publicaties/papers). 2019 was een productief jaar, niet enkel in absolute zin, maar ook per fte beschikbaar voor het onderzoek. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de ontwikkeling van de wetenschappelijke output van de PThU als geheel per fte onderzoek. Voor het eerst in jaren werden drie van de vier streefwaarden gehaald. 2019

Streefwaarden

2018

2017

2016

2015

Artikelen in tijdschriften: refereed

2,73

1,7

2,05

2,52

3,28

2,50

Artikelen in tijdschriften: non-refereed

1,94

2

1,46

0,79

0,95

1,10

Hoofdstukken in boeken / artikelen in bundels

3,09

4

3,80

3,53

2,63

3,24

Wetenschappelijke boeken

0,72

0,5

0,22

0,50

0,36

0,29

8.5 Valorisatie van kennis: maatschappelijke output Onderzoeksgroep Sources De leden van de onderzoeksgroep Sources worden veel gevraagd om hun kennis op kerkhistorisch en Bijbelwetenschappelijk gebied te delen met geïnteresseerde groepen in joodse en christelijke gemeenten in de vorm van lezingen, leerhuizen, bibliodrama bijeenkomsten, leaderschip trainingen en dergelijke. Ook in 2019 besteedden zij veel tijd aan dit soort kleinschalige valorisatie-activiteiten. Sources leverde met afstand de meeste publicaties voor algemeen publiek. Hier zijn met name te noemen vele bijdragen aan de Bijbelblog van onze universiteit, al jaren een publiekstrekker op de website, maar ook aan andere veelgelezen blogs, zoals de valorisatiepagina van het NWO-project rond parabels (parabelproject.nl). R.B. ten Hoopen, een van de aio’s van Sources, schreef de winnende radiocolumn voor de ‘Zin

PThU Jaarverslag 2019

43


in Weekend Rembrandt’ wedstrijd, o.a. gepubliceerd in het

de Westerkerk in Amsterdam, de Domkerk in Utrecht, de

Nederlands Dagblad en ‘Het Vermoeden’.

Martinikerk in Groningen, de Grote Kerk in Dordrecht en de Hooglandse Kerk in Leiden. Het onderzoek is opgezet

Onderzoeksgroep Beliefs

als actie-onderzoek, waardoor valorisatie gelijk op gaat met

De leden van het onderzoeksprogramma zijn opnieuw breed

dataverzameling.

actief in het valoriseren van wetenschappelijk onderzoek.

In het kader van het project #PP050 organiseerde Practices

Daarbij laat het aantal vakpublicaties een toename zien van

van onze vestiging Groningen voor alle protestantse maat-

38 in 2018 naar 53 in 2019. Hierin spelen ook de bijzonder

schappelijke instellingen en kerken in Groningen een onder-

hoogleraren, die sterke banden hebben met maatschappelijk

zoekbijeenkomst, teneinde samen met hen de concerns vast

organisaties, een belangrijke rol.

te stellen voor onderzoek, door senioronderzoekers, maar

Prof. dr. T.A. Boer wordt vaak door landelijke media geraad-

ook door studenten. Deze bijeenkomst werd goed bezocht

pleegd rond medisch-ethische vragen. Internationale

en leidt tot collaborative research met deze instellingen en

erkenning van zijn expertise is zichtbaar in het feit dat hij rond

kerken vanaf september 2020.

vragen met betrekking tot het levenseinde als expert vanwege

Op 14 en 15 november vonden drukbezochte boekpresenta-

de Canadese regering betrokken werd bij rechtszaken in het

ties plaats van het nieuwe boek van prof. dr. H.P. de Roest,

Superior Court in Quebec en het Superior Court in Vancou-

Collaborative Practical Theology. De bijeenkomst op 14 novem-

ver. Rond dezelfde thematiek werd hij geraadpleegd door de

ber in Amsterdam was bestemd voor leden van het Werkver-

rechtbank in Johannesburg en sprak hij voor de parlementen

band Kerkelijk Opbouwwerk. De dag erna in Groningen waren

van Tsjechië en Nieuw-Zeeland.

meer dan zestig studenten aanwezig. Het boek wordt van

Dit jaar was prof. dr. H.E. Zorgdrager opnieuw op verschil-

belang geacht voor het verbinden van theologisch onderzoek

lende manieren betrokken bij maatschappelijke vragen rond

en onderwijs, kerk en samenleving.

religie en seksualiteit. We noemen onder meer de presentatie

Op 15 juni waren er meer dan honderdvijftig aanwezigen bij

van het boek Wondermooi, zoals U mij gemaakt hebt (Utrecht:

een symposium in Zwolle, naar aanleiding van de verschijning

KokBoekencentrum) over transgender en geloof. Verder

van het boek Een kerk die kan van dr. M. van der Meulen en

geeft zij mede leiding aan een onderzoeksproject dat onze

ds. R. Setz. Het boek is van belang voor de vernieuwing van

universiteit uitvoert voor een Europese partner met als doel

lokale geloofsgemeenschappen.

het ontwikkelen van een LHBTI-inclusiviteitsindex voor Euro-

Op 15 november participeerde dr. P.M. Sonnenberg vanuit het

pese kerken.

Onderzoekscentrum Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC) met een

In 2019 is hard gewerkt aan het opzetten van een Centre

lezing over ‘Kerkverlating: jonge mensen die weggaan of juist

for Theology and Christianity Worldwide, om zo onderzoek

blijven’ in de studiedag ‘Mij niet meer gezien’ , over kerkverla-

en valorisatie op het gebied van interculturele theologie en

ting in perspectief, georganiseerd door diverse theologische

kennis van christelijk geloof wereldwijd te concentreren, ver-

instellingen. Aan de studiedag namen zo’n tachtig mensen

sterken en profileren. In dat kader is dr. B. Bangura uit Sierra

deel, hoofdzakelijk predikanten, kerkelijk werkers en ker-

Leone voor een jaar aangesteld en (deels) door de Evangeli-

kenraadsleden. Naar aanleiding van de studiedag zal een

sche Theologische Faculteit te Leuven aan onze universiteit

cursus worden ontwikkeld voor weetwatjegelooft.nl. Tevens

gedetacheerd, met het oog op het verdiepen van contacten

zal een nummer van het blad Handelingen worden gewijd aan

met christelijke gemeenschappen met een migrantenachter-

de studiedag.

grond in Nederland en Vlaanderen.

OJKC startte tevens een onderzoek in opdracht van Hervormd Gereformeerde Jeugd Bond (HGJB), de Gereformeerde Zen-

Onderzoeksgroep Practices

dingsbond (GZB) en de Inwendige Zendingsbond (IZB) naar

Practices wist het niveau van valorisatie van wetenschappe-

missionair bewustzijn onder jongeren uit hun repsectievelijke

lijke kennis te handhaven. Het aantal vakpublicaties nam toe,

achterbannen. Het aan onze universiteit gevestigde Institute

het aantal publicaties voor een breed publiek nam af. Hieron-

for Ritual and Liturgical Studies (IRiLiS) was op 8 oktober gast-

der belichten wij enkele highlights in valorisatie van kennis.

heer op een dag van het Universitair Centrum voor Geestelijke

Er werd een eerste begin gemaakt met het valoriseren van

Verzorging (UCGV) over rituelen.

kennis via websites en YouTube. Vijf online afleveringen van dr. M.C.M. Klomp, ‘Natafelen met theologen’, boden een

Algemeen

wetenschappelijke reflectie op het EO-programma ‘Tel je

De tabel hiernaast biedt een volledig overzicht van maat-

Zegeningen’. Dr. P.E.M. Meijers participeerde in een videocol-

schappelijke en kerkelijke output per onderzoeksgroep en

loquium. Dr. C.S.H. Rijken ontwikkelde een website voor haar

voor onze universiteit als geheel in het jaar 2019, in vergelij-

onderzoek.

king tot het voorgaande jaar. Net als bij de wetenschappelijke

In het kader van het onderzoek van M. Kaljouw werden twee

output is een sterke toename waar te nemen.

bijeenkomsten georganiseerd van het leernetwerk Iconische Kerken. In dit onderzoek werken achttien iconische stadskerken samen, waaronder de Laurenskerk in Rotterdam,

44

PThU Jaarverslag 2019


2019 Sources

Vakpublicaties Publicaties voor algemeen publiek

Beliefs

Practices

Totaal

2018 Sources

Beliefs

Practices

Totaal

7

54

22

83

5

38

15

58

51

41

11

103

21

41

24

86

Het aantal vakpublicaties van bijzonder hoogleraren met een dienstverband aan onze universiteit is gelijk gebleven ten opzichte van 2018, terwijl het aantal publicaties voor een breder publiek is afgenomen. De valoriserende output van bijzonder hoogleraren zonder aanstelling is toegenomen, met name waar het gaat om publicaties voor een breder publiek. Ook de onderzoekers van het seminarium VEG realiseerden in 2019 meer vakpublicaties en een gelijkblijvend aantal populariserende publicaties. De aio’s waren in 2019 beduidend productiever qua publicaties in de valorisatiecategorie. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de ontwikkeling van de maatschappelijke output van onze universiteit als geheel per fte onderzoek. Hieruit blijkt dat het aantal vakpublicaties de afgelopen vijf jaar per onderzoeks fte nooit zo hoog was, terwijl ook het aantal populariserende bijdragen bovengemiddeld was. 2019

2018

2017

2016

2015

Vakpublicaties

5,96

4,24

5,05

3,06

2,94

Publicaties voor algemeen publiek

7,39

6,29

8,36

8,10

5,88

8.6 Promovendi en promoties In 2019 vonden vijf promoties plaats. Bij de Graduate School stonden op de peildatum 31 december 2019 in totaal zeventig promovendi ingeschreven: achttien aio’s, vier duale promovendi en 48 buitenpromovendi (32 uit Nederland en zestien uit andere landen).

PThU Jaarverslag 2019

45


8.7 Financiering onderzoek: eerste en overige geldstromen Onderstaande tabel biedt een overzicht van de financiering van de onderzoeksformatie vanuit de diverse geldstromen (direct funding, research grants, contractonderzoek en overig). Protestantse Theologische Universiteit Funding: Direct funding (1)

2019

2019

2018

2018

Fte

Percentage

Fte

Percentage

18,52

81,84%

17,78

83,48%

Research grants (2)

0,75

3,31%

0,09

0,42%

Contract research (3)

0,00

0,00%

0,00

0,00%

Other (4)

3,36

14,85%

3,43

16,10%

22,63

100%

21,30

100%

2.127.623

84,06

1.953.022

88,17%

403.430

15,94%

262.051

11,83%

€2.531.053

100%

€2.215.073

100%

Total funding Expenditure: Personnel costs Other costs Total expenditure Sources Funding:

Fte

percentage

Fte

percentage

Direct funding (1)

5,46

95,12%

5,83

95,42 %

Research grants (2)

0,00

0,00%

0,00

0,00 %

Contract research (3)

0,00

0,00%

0,00

0,00 %

Other (4)

0,28

4,88%

0,28

4,58 %

Total funding

5,74

100%

6,11

100 %

Beliefs Fte

percentage

Fte

percentage

Direct funding (1)

Funding:

7,04

82,05%

6,53

88,08 %

Research grants (2)

0,75

8,74%

0,09

1,23 %

Contract research (3)

0,00

0,00%

0,00

0,00 %

Other (4)

0,79

9,21%

0,71

9,69 %

Total funding

8,58

100%

7,33

98,99 %

Practices Fte

percentage

Fte

percentage

Direct funding (1)

Funding:

6,02

72,44%

5,42

68,96 %

Research grants (2)

0,00

0,00%

0,00

0,00 %

Contract research (3)

0,00

0,00%

0,00

0,00 %

Other (4)

2,29

27,56%

2,44

31,04 %

Total funding

8,31

100%

7,86

100 %

De categorieën geldstromen die in bovenstaande tabel zijn opgenomen zijn die welke in het Standard Evaluation Protocol (2015-2021) voor onderzoek worden onderscheiden. Onder

In 2019 lopen de volgende extern gefinancierde

deze categorieën wordt verstaan:

onderzoeksprojecten:

– direct funding: de fte’s onderzoek die vanuit de op

– ‘Moral Compass Project’, o.l.v. prof. dr. P.M. Wisse,

basis van de rijksbekostiging verkregen middelen

gefinancierd door Stichting Paradosis (totaal: €1.970.085,

worden gefinancierd;

ten bate van 2019: €163.131,75);

– research grants: de fte’s onderzoek die vanuit de op basis

o.l.v. prof. dr. B. van den Toren, gefinancierd door

toegekende middelen worden gefinancierd;

Templeton World Charity Foundation (totaal: bijna

– contract research: de fte’s onderzoek die op basis van

€550.000; ten bate van 2019: €28.781,34);

een met een externe organisatie, zoals NWO, KNAW of

– project ‘Reflective Equilibrium and Practical Wisdom’,

de Europese Commissie, gesloten onderzoekscontract

o.l.v. dr. J.R. Compaijen, gefinancierd door NWO Veni

gefinancierd wordt met de door deze organisatie toegekende financiering; – other: de fte’s onderzoek die worden gefinancierd met

(totaal: €249.948; ten bate van 2019: €50.199,01). – project ‘Global Christianity at Your Fingertips’, o.l.v. prof. dr. B. van den Toren, gefinancierd door de John Templeton

middelen verkregen uit gemaakte afspraken met externe

Foundation en Cornerstone Trust (totaal: €179.741;

partijen, die niet onder de andere categorieën kunnen

ten bate van 2019: €50.810,37);

worden gebracht.

46

– project ‘Science and Religion in French-Speaking Africa’,

van competitie door externe organisaties zoals NWO, KNAW

PThU Jaarverslag 2019


– project ‘Database-Driven E-Learning (DaDEL) voor

– bijzondere leerstoel Geschiedenis van het Gereformeerd

Hebreeuws en Grieks’, o.l.v. drs. E. Boogert, gefinancierd

Protestantisme (prof. dr. W.H.Th. Moehn), gefinancierd door

door het Ministerie van OCW, de Vrije Universiteit en de

de Gereformeerde Bond (zonder dienstverband PThU);

PThU (totaal: €53.125; ten bate van 2019: €42.182,92); – project ‘Church Life Survey (CLS) in Nederland’, o.l.v.

– bijzondere leerstoel Ethiek van de Zorg (prof. dr. T.A. Boer), gevestigd aan de Theologische Universiteit Kampen

prof. dr. H.P. de Roest, gefinancierd door Maatschappij

(dienstverband PThU), gefinancierd door de Stichting prof.

van Welstand en Protestantse Kerk in Nederland (totaal:

dr. G.A. Lindeboom (ten bate van 2019: €16.065,06);

€53.412,56; ten bate van 2019: €44.786,95); – project ‘Liturgische Formulieren’ o.l.v. dr. K.W. de Jong,

– bijzondere leerstoel Vrijzinnige Theologie (prof. dr. H.S. Benjamins), gevestigd aan de Rijksuniversiteit Groningen

gefinancierd door diverse externe fondsen (ten bate van

(dienstverband PThU), gefinancierd door de Vereniging van

2019: €17.732,14);

Vrijzinnige Protestanten (ten bate van 2019: €11.666,67).

– Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur, gefinancierd door PKN Fonds Brandenburg (ten bate van

De volgende universitaire docenten en postdoctorale onder-

2019: €5.776,38);

zoekers zijn (deels) extern gefinancierd:

– tijdelijke en gedeeltelijke vervanging prof. dr. A.B. Merz i.v.m. participatie in onderzoeksproject ‘Parables and the Parting of the Ways’, gefinancierd door de Universiteit Utrecht en NWO (ten bate van 2019: €16.666,67).

– universitair docent Diaconaat (dr. P.E.M. Meijers), gefinancierd door Kerk in Actie Diaconaat (ten bate van 2019: €15.784,25); – postdoctorale onderzoeker aangesteld in het kader van het

De volgende (bijzondere) leerstoelen zijn (deels)

onderzoeksproject ‘My Soul Doth Magnify’ (dr. C.S.H. Rijken),

extern gefinancierd:

gefinancierd door PKN Fonds Kerk en Wereld en de Maatschappij van Welstand, in samenwerking met Oxford

– bijzondere leerstoel Judaïca (prof. dr. A. Houtman),

University (ten bate van 2019: €15.000).

gefinancierd door Stichting tot Bevordering van het Wetenschappelijk Onderwijs in de Judaïstiek (ten bate van

De volgende promotietrajecten worden extern gefinancierd:

2019: €8.859,23); – leerstoel Lutherana (prof. dr. M. Mathias), mede gefinancierd door de Stichting Luthers Diakonessenhuis Fonds (ten bate van 2019: €9.400); – bijzondere leerstoel Missiologie (prof. dr. D. Nagy),

– promotietraject L.C. van Leersum-Bekebrede, MA., gefinancierd door PKN Fonds Brandenburg (ten bate van 2019: €44.967,17); – promotietraject M.J. Verburg, MA., gefinancierd door

gefinancierd door Stichting de Zending (ten bate van 2019:

Stichting Kerk en Wereld, PKN, Protestantse Kerk

€26.296,75);

Amsterdam en Maatschappij van Welstand (ten bate van

– bijzondere leerstoel Miskotte/Breukelman voor de theologische hermeneutiek van de Bijbel (prof. dr. R. Reeling Brouwer), gefinancierd door Stichting de Nieuwe Bijbelschool (ten bate van 2019: €491,42); – bijzondere leerstoel Geestelijke Verzorging Krijgsmacht (prof. dr. P.H. Vos), gefinancierd door de Stichting Christelijke Hulpverlening Militairen (ten bate van 2019: €25.000); – bijzondere leerstoel voor Geloofvernieuwing (prof. dr. J.J.M. de Hart) gefinancierd door PKN Fonds Kerk en Wereld (ten bate van 2019: €30.016,86); – bijzondere leerstoel Diaconaat (prof. dr. T. Tromp) gefinancierd door Stichting Rotterdam (ten bate van 2019: €16.291,71); – bijzondere leerstoel Geestelijke Verzorging (prof. dr. M.N. Walton), gefinancierd door Stichting

2019: €24.750); – promotietraject R.P. Israël, MA., gefinancierd door Maatschappij van Welstand, Juliana Zusters, Ridder Duitse Gilden en Sormani Fonds (ten bate van 2019: €8.517,01); – promotietraject J.N. den Toom, MA., gefinancierd door diverse fondsen (ten bate van 2019: €19.340,17); – promotietraject M.J. Kaljouw, MA., gefinancierd door Stadskerken, Ad Pias Causas en de Maatschappij van Welstand (ten bate van 2019: €25.480,79); – promotietraject H. Vogel, MA., gefinancierd door Stichting Luthers Diaconessenhuis Fonds (ten bate van 2019: €25.000); – promotietraject W.D. Kroese, gefinancierd door de Gereformeerde Bond (ten bate van 2019: €4191,36); – promotietraject S. Zwemer, gefinancierd door de Gereformeerde Bond (ten bate van 2019: €5.472,14).

Deo Volente (ten bate van 2019: €12.500); – bijzondere leerstoel Orthodoxie en Vredesopbouw

Daarnaast lopen er vier duale PhD-trajecten, in samenwer-

(prof. dr. A. Brüning), gefinancierd door de Stichting

king met Windesheim, Driestar Educatief en de Christelijke

Instituut voor Oosters Christendom (Radboud Universiteit

Hogeschool Ede.

Nijmegen) en de Stichting Vredeswetenschappen (zonder dienstverband PThU);

In 2019 is dr. C.S.H. Rijken in als postdoctorale onderzoeker aan de PThU verbonden in het kader van een gezamenlijk

PThU Jaarverslag 2019

47


onderzoeksproject met de Universiteit van Oxford naar de beleving van de choral evensong Nederland en Engeland. Hiertoe werden nieuwe externe middelen geworven. Dit geldt ook voor de bijzondere leerstoelen van prof. dr. T. Tromp en prof.dr. P.H. Vos, die in 2019 werden aangesteld als bijzonder hoogleraar voor Diaconaat en Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht. Tot slot ging het Liturgische Formulieren Project, in samenwerking met de Gereformeerde Bond en de Theologische Universiteit Kampen van start. Ruim 18% van onze onderzoeksformatie werd in 2019 gefinancierd uit externe middelen (categorie ‘overig’), een lichte toename ten opzichte van 2018 (ruim 16%).

48

PThU Jaarverslag 2019


PThU Jaarverslag 2019

49


Hoofdstuk 9

Personeel 9.1 Omvang en samenstelling personeel

HR maakt deel uit van het HR-netwerk van de Nederlandse Levensbeschouwelijke Universiteiten voor het delen van

Het personeel is van strategische waarde voor onze univer-

kennis. Ook is HR betrokken bij het netwerk van volgers van

siteit. Gezamenlijk werken de wetenschappelijke staf, de

de CAO Nederlandse Universiteiten vanuit de VSNU.

ondersteunende staf en het bestuur aan het realiseren van de

Verhouding man/vrouw

ambities van onze organisatie. De totale personeelsbezetting bedraagt op 31 december 2019 80,58 fte (inclusief 2,06 fte studentassistenten). Er is sprake van een lichte daling ten

40

30

opzichte van 2018.

20

2019

2018

2017

2016

2015

WP

52,38

50,60

52,93

49,98

47,99

OBP

27,30

30,31

23,49

22,76

22,69

0,90

0,90

0,90

0,90

0,90

80,58

81,81

77,32

73,64

71,58

Bestuur Totaal

10 0

WP

OBP M

V

De omvang van het wetenschappelijk personeel is gelijk

Het ondersteunend personeel bestaat in meerderheid uit

gebleven. De omvang van het ondersteunend personeel is

vrouwen, bij het wetenschappelijk personeel is dit omge-

licht gedaald. In 2018 was er bij het ondersteunend personeel

keerd. Het streven is diversiteit in gender, leeftijdsopbouw

sprake van een (tijdelijke) overlap tussen vertrekkende en

en internationalisering (medewerkers uit het buitenland, met

nieuwe medewerkers en vervanging in verband met langdu-

een niet-westerse achtergrond). Hierbij enkele gegevens over

rige ziekte. Deze situatie is in 2019 gewijzigd.

gender en leeftijdsopbouw op peildatum 31 december 2019 in fte’s (exclusief student-assistenten):

De inzet is kwaliteitszorg, professionaliteit en commitment

Leeftijdsopbouw OBP (incl. student-assistent)

aan onze ambities en doelstellingen. Dit vraagt om samenwerking tussen wetenschappelijke en ondersteunende staf, inhoudelijke expertise en professionaliteit. De samenstelling van de ondersteunende staf onderging in 2019 opnieuw een aantal wijzigingen. Zo vertrok de directeur bedrijfsvoering en kwam er een kwartiermaker/interim bedrijfsvoerder. Op advies van de kwartiermaker is er een wijziging in de structuur van de ondersteunende functies ingevoerd. Er is

20

15

10

5

gestart met een nieuwe vorm van ketenoverstijgend werken in de bedrijfsvoering. De werving & selectie van een kennis-

0

makelaar en een tweede lid van het College van Bestuur is gestart. De kennismakelaar richt zich op impact van theologische kennis in de samenleving. De portefeuille van de nieuwe bestuurder bevat bedrijfsvoering en strategie.

9.2 HR-thema’s Na een periode van interim bezetting startten in het verslag-

50

25 - 34 jaar

35 - 44 jaar

45 - 54jaar

55+ jaar

Leeftijdsopbouw WP (incl. promovendi) 35

30 25 20

jaar een nieuwe HR-adviseur en HR-medewerker. De nadruk

15

ligt op continuïteit en verbetering van HR-werkprocessen, met

10

gericht op name werving & selectie en introductie. Hierdoor is

5

er minder tijd voor beleidsontwikkeling.

0

PThU Jaarverslag 2019

< 25 jaar

< 25 jaar

25 - 34 jaar

35 - 44 jaar

45 - 54jaar

55+ jaar


Ruim een derde van het wetenschappelijk personeel is

beroep gedaan op deze uitkering, waarmee een bedrag van

ouder dan 55 jaar. Het pensioenakkoord (2019) maakt dat de

€ 143.278 is gemoeid. Hiervan komt € 94.353 ten laste van de

AOW-datum vier maanden naar voren schoof vergeleken met

voorziening wachtgeld (vijf personen) en € 48.925 ten laste

de eerdere verwachting. Uitstroom als gevolg van AOW biedt

van de voorziening Reorganisatie (één persoon). Dit is gevolg

mogelijkheden om nieuwe strategische keuzen te maken bij

van het Sociaal Plan van de reorganisatie in 2011.

de (her)invulling van de vacature. Het percentage vrouwelijke hoogleraren is gering. Dit geldt eveneens voor het percentage niet-EU afkomst onder het wetenschappelijk personeel in loondienst. Indicator

2019

Percentage vrouwelijke hoogleraren (inclusief bijzonder hoogleraren) in fte

26,25

Internationalisering Indicator

2019

Percentage wetenschappelijk personeel met niet-EU afkomst in fte

2%

Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid Indicator

2019

2018

2017

2016

2015

Verzuimpercentage personeel

5,87

4,29

7,26

3,21

4,45

Verzuimpercentage WP

3,29

1,08

4,63

2,31

2,46

Verzuimpercentage OBP

11,96

9,09

12,85

5,22

6,86

0,74

0,84

0,83

0,59

0,52

Gemiddelde verzuimfrequentie

Vergeleken met 2018 is het verzuimpercentage in 2019 gestegen. Dit geldt zowel voor de wetenschappelijke als ondersteunende staf. De verzuimfrequentie (hoe vaak medewerkers verzuimen) is relatief laag. Dat betekent dat het verzuimpercentage vooral bepaald wordt door langdurig verzuim. In 2019 is actief ingezet op de aanpak hiervan. De verzuimprocedure is geactualiseerd en ruim onder de aandacht gebracht bij het College van Hoogleraren, andere leidinggevenden en de Universiteitsraad. Het terugdringen van verzuim blijft op de agenda staan. Hierbij hebben de medewerker, de leidinggevende, HR en bedrijfsarts ieder een eigen rol en verantwoordelijkheid. Het bevorderen van een gezonde en actieve leefstijl is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de medewerker zelf. De universiteit zelf is hierbij ondersteunend. We gebruiken hiervoor een gecertificeerde arbodienst die adviseert over arbeidsomstandigheden, (duurzame) inzetbaarheid van medewerkers en re-integratie. Naast het verzuimspreekuur houdt de bedrijfsarts ook een arbeidsgezondheidsspreekuur waar medewerkers op eigen initiatief hun gezondheid en arbeidsomstandigheden kunnen bespreken zonder ziekgemeld te zijn. Vanwege een wisseling van bedrijfsarts is de verzuimaanpak door onze universiteit uitgebreid besproken.

9.3 Werkloosheidsuitkering Onze universiteit is eigen risicodrager voor werkloosheidsuitkeringen en bovenwettelijke uitkeringen. Deze komen dus ten laste van onszelf. In 2019 hebben zes personen een

PThU Jaarverslag 2019

51


Hoofdstuk 10

Ondersteunende faciliteiten, voorzieningen en diensten

Wij streven naar kwalitatief goede en efficiënt georganiseerde

Ondersteuning ten behoeve van onderzoek

ondersteuning en bedrijfsvoering waarmee we de doelstellin-

We onderschrijven de Gedragscode Wetenschappelijk Onder-

gen voor onderwijs, onderzoek en valorisatie kunnen halen.

zoek, die gericht is op een integere wijze van wetenschapsbe-

De ondersteuning speelt slagvaardig in op een zich wijzigend

oefening. Deze code vraagt om een universitair beleid voor

landschap en op veranderende kaders, onder meer op het

het verzamelen, bewaren en analyseren van onderzoeksdata.

gebied van kwaliteitszorg en bekostiging.

Ons beleid voorziet onder andere in een zodanige opslagmogelijkheid van gegevens dat we aan het beginsel van transpa-

In 2019 hebben we de interne organisatie van de onder-

rantie kunnen voldoen. Op basis van dit beginsel moeten de

steunende diensten opnieuw ingericht. De afdelingen die

in een wetenschappelijke studie gepresenteerde conclusies te

rechtsreeks ondersteunend zijn aan een van de primaire

herleiden zijn tot de data die hieraan aan ten grondslag lagen.

processen (onderwijs- en studentenzaken, onderzoeks- en

Met de universiteitsbibliotheek van de VU (UBVU) hebben we

valorisatieondersteuning, bibliotheek, international office) zijn

afspraken gemaakt over tweedelijns ondersteuning bij uitvoe-

geclusterd tot één afdeling onderwijs- en onderzoeksonder-

ring van het datamanagementbeleid. Deze afspraken voorzien

steuning. Naast deze afdeling staan de stafafdelingen HRM,

ook in het verstrekken van voor integere wetenschapsbeoe-

Financieel economische zaken (FEZ) en Communicatie. Al deze

fening noodzakelijke formats, zoals informed consents, aan

vier onderdelen voor ondersteuning en bedrijfsvoering zijn

wetenschappelijke medewerkers van de PThU.

ondergebracht bij de secretaris/manager bedrijfsvoering.

Jaarlijks maken we de gerealiseerde onderzoeks- en valorisatieoutput van de wetenschappelijke staf inzichtelijk. Daaraan

Deze organisatiewijziging draagt bij aan het verhogen van de

ligt een arbeidsintensief proces ten grondslag. Bovendien

efficiëntie van de ondersteuning door middel van een grotere

heeft een jaarlijkse meting als effect dat door het jaar heen

mate van integratie van werkprocessen onder één regie. Daar-

geen integraal overzicht van output opgemaakt kan worden.

naast vergemakkelijkt het een tijdige en vanuit het perspectief

Voor het management en de sturing van het onderzoek is dit

van bedrijfsvoering integrale advisering aan het bestuur in

bezwaarlijk. We hebben daarom besloten in samenwerking

voorbereiding op bestuurlijke besluitvorming.

met twee andere levensbeschouwelijke universiteiten (Univer-

10.1 Ondersteuning ten behoeve van onderwijs, onderzoek en valorisatie

siteit voor Humanistiek en Theologische Universiteit Kampen) over te gaan tot het aanschaffen en in gebruik nemen van een digitaal registratiesysteem. Dit systeem biedt bovendien de mogelijkheid onderzoeks- en valorisatieresultaten via een

Proces- en applicatiebeheer onderwijs- en onderzoekorganisatie en –administratie

koppeling met de website van de universiteit op een eigen-

Nadat we halverwege het verslagjaar de integratie van de

We verwachten het systeem in 2020 in te richten en in gebruik

afdelingen voor ondersteuning van de primaire processen

te kunnen nemen.

tijdse en snelle manier zichtbaar te maken naar buiten toe.

onderwijs, onderzoek en valorsiatie hebben gerealiseerd

52

in één ondersteunende afdeling, kwam een einde aan een

Ondersteuning in het licht van de valorisatie

interimperiode die ontstond met het vertrek van de manager

De valorisatie van onderzoek vindt in toenemende mate

bedrijfsvoering. Reeds ingezet beleid voor het doorvoeren

plaats in overleg van wetenschappelijke stafleden met derde

van een verbeteringsslag met betrekking tot onderwijs- en

partijen, die ofwel als geldschieter optreden, ofwel een op hun

onderzoeksondersteunende processen kon worden herijkt.

belang toegesneden onderzoeksvraag willen laten onderzoe-

Het versterken van functioneel en applicatiebeheer, infor-

ken. Om de geldstromen en vergaring van onderzoeksdata

matiemanagement en procesondersteuning kreeg daarin

in afstemming met deze derde partijen te stroomlijnen,

prioriteit. Het kunnen realiseren van een kwaliteitsslag op dit

ondersteunen onze afdelingen bij het inrichten van onder-

terrein is voorwaardelijk voor het waarmaken van de ambities

zoekscentra door juridische, financiële en organisatorisch-­

voor verbetering van de efficiëntie en kwaliteit van de onder-

administratieve, en marketingexpertise in te brengen.

wijs- en onderzoeksondersteuning, niet in de laatste plaats

Deze ondersteunende expertise wordt gekoppeld aan de

omdat we de mogelijkheden van reeds beschikbare applica-

deskundigheid van de kennismakelaar die in 2019 is geworven

ties beter kunnen benutten.

en in voorjaar 2020 in dienst zal komen. De kennismakelaar

PThU Jaarverslag 2019


heeft tot taak de wederzijdse verbinding te leggen tussen het

Erfgoed en Archieven

aanbod van onderzoek en onderwijs dat binnen onze univer-

De bijzondere collecties van de bibliotheek bestaan uit ruim

siteit ontwikkeld wordt en partijen in de bredere context van

3.500 oude drukken (verschenen <1800) en bijna vijftig

de universiteit. De kennismakelaar brengt vraag en aanbod

archiefcollecties, waaronder hoogleraarsarchieven. De erf-

bij elkaar.

goedcollectie van de PThU bestaat verder uit schilderijen, antiek meubilair en andere objecten.

Bibliotheek De bibliotheek ondersteunt het onderwijs en onderzoek aan

Het Universitair Platform Informatiedienstverlening en

onze universiteit op verschillende manieren. Op beide locaties

Recordsmanagement (UPIR) bestaat uit de afdelingen van

biedt de bibliotheek een veelheid aan diensten. Studenten

universiteiten en umc’s die zich bezig houden met (digitale)

vinden er een studieplek om te werken aan bijvoorbeeld

archivering van administratieve processen. Het hoofd van

hun masterscriptie of gebruiken de collegeplanken voor

onze bibliotheek neemt in zijn functie als archivaris deel aan

opdrachten. Het wetenschappelijk personeel heeft een goed

dit gremium. Eind 2019 kwam de Selectielijst Universiteiten

geoutilleerde handbibliotheek tot zijn beschikking. Niet alleen

en Universitair Medische Centra 2020 gereed. Dit instrument

vanaf de werkplek maar ook vanuit huis biedt de bibliotheek

voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewa-

een ruime hoeveelheid digitale collecties aan. Wat niet in de

ring – van de administratieve neerslag van de processen van

eigen collectie aanwezig is, kan snel en veelal digitaal geleverd

universiteiten treedt per 1 januari 2020 in werking. Onze

worden. Wie extra ondersteuning of uitleg wenst, kan altijd bij

universiteit participeerde formeel in het tot stand komen

een medewerker terecht.

van de selectielijst en conformeert zich derhalve aan de nieuwe archiveringsrichtlijnen.

Omvang bibliotheekcollectie op 31 december 2019:

10.2 Human Resource Management

2019

2018

117.852 (Incl. 13.141 e-books)

112.455 (Incl. 8.768 e-books)

Tijdschrifttitels

3.570 (Incl. 802 e-journals)

3.237 (Incl. 609 e-journals)

Lopende abonnementen

199 (Incl. 63 (ook) online)

197 (Incl. 58 (ook) online)

Boektitels

Onze bibliotheek neemt actief deel aan lokale, landelijke en Europese samenwerkingsverbanden. Zo participeert de bibliotheek in het netwerk van Amsterdamse bibliotheken (AdamNet), de Vereniging voor het Theologisch Bibliothecariaat (VThB) en de Werkgroep Speciale Wetenschappelijke Bibliotheken (WSWB).

Cao Nederlandse Universiteiten Wij volgen de cao Nederlandse Universiteiten. In de cao is afgesproken dat universiteiten (gaan) werken aan: – de aanpak van verlaging van werk- en prestatiedruk; – strategische personeelsplanning: de kwalitatieve ontwikkeling en de kwantitatieve bezetting; – een ‘leven lang leren’ in het loopbaantraject van ondersteunend medewerkers. Functievervulling door OBP maximaal vier tot zes jaar; – meer carrièreperspectieven voor junior docenten en postdocs; – het faciliteren van duurzame inzetbaarheid door het

Datamanagement en Open Access

Vitaliteitspact 2019 waarbij oudere medewerkers financieel

Onze bibliotheek adviseert onderzoekers, (buiten)promovendi

gefaciliteerd worden om gezond en vitaal tot de AOW-

en masterstudenten bij het opstellen van een datamanage-

datum te blijven werken.

mentplan en het zorgvuldig archiveren van onderzoeksgegevens tijdens en na afloop van het onderzoek.

Aanpak werkdruk

Van een aantal promovendi en masterstudenten worden

Het Activiteitenplan werkdruk (2017) is verder opgepakt.

onderzoeksdata gearchiveerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt

Hierbij besteden we aandacht aan deeltijdwerk, opnemen

van de technische faciliteiten van de UBVU. Onze bibliotheek

van verlof, de verdeling van commissiewerkzaamheden, de

maakt volwaardig deel uit van de RDM Community van de VU,

vaststelling en hantering van de systematiek voor berekening

een netwerk van onderzoekers en onderzoekondersteuners

van docent-belasting-uren voor onderwijs, en vervanging bij

die zich bezighouden met research data management (RDM).

ziekte en studieverlof.

Namens onze universiteit participeren E. Bertelink en J.W. Puttenstein in dit netwerk.

Strategische personeelsplanning Er is in het verslagjaar voorzichtig gewerkt aan strategische

Open access en open science zijn actuele thema’s, die breed

personeelsplanning. We sturen op de inzet en ontwikkeling en

in de academische wereld spelen. Ook onze universiteit hecht

vaardigheden van medewerkers om onze doelen te bereiken.

veel waarde aan het kosteloos online toegang bieden tot

De uitbouw van dit instrument kan systematischer en krijgt

wetenschappelijke publicaties. Onze bibliotheek speelt een

een vervolg.

actieve rol in het open access beschikbaar maken van onze wetenschappelijke output .

PThU Jaarverslag 2019

53


Loopbaanbeleid voor wetenschappelijk medewerkers

Arbeidsomstandigheden

Voor de kwalitatieve ontwikkeling van het personeel zetten we

in 2016) en het plan van aanpak, vroegen ook in 2019 om

in op ontwikkeling en deskundigheid ten behoeve van onder-

aandacht voor de fysieke belasting in verband met veelvuldig

wijs, onderzoek en valorisatie. Een ruim budget voor opleiding

beeldschermwerk en psychosociale belasting. Om de fysieke

en ontwikkeling is beschikbaar. Wetenschappers kunnen zich

vitaliteit te stimuleren is de pilot ‘Kantoor in beweging’ ver-

scholen op het gebied van valorisatie, ondernemerschap,

volgd. Hierbij worden andere manieren van werken onder-

leidinggeven en onderwijs. Docenten professionaliseren zich

zocht en is er op de vestigingen Groningen en Amsterdam

met de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) en de Senior Kwali-

nieuw meubilair aangeschaft om actief zitten te bevorderen.

De bevindingen van de RI&E (Risico-Inventarisatie & Evaluatie

ficatie Onderwijs (SKO). Het loopbaanbeleid voor wetenschappelijk personeel krijgt

Externe samenwerking

vorm in career tracks (vier wetenschappers) en tenure tracks

We stimuleren subsidieaanvragen, matchingsconstructies en

(twee wetenschappers). Bevorderingscommissies bepalen aan

andere samenwerkingsverbanden met private partijen door

welke ontwikkelpunten kandidaten moeten werken om voor

inzet van ondersteunende expertise. Ook zetten we in op het

de voorgestelde promotie of benoeming in aanmerking te

aantrekken van buitenlandse PhD-studenten.

komen. Eén career track resulteerde in 2019 in een bevordering tot UHD.

10.3 Communicatie en marketing

Loopbaanbeleid voor ondersteunend medewerkers

Studentenwerving

Het loopbaanbeleid voor ondersteunend personeel bestaat

Teneinde het aantal studenten te doen toenemen overeen-

uit maatwerkafspraken voor scholing, ontwikkeling en mobi-

komstig de in dit jaarverslag opgenomen prognose hebben

liteit. Er is scholing in overstijgend samenwerken (samenwer-

we een aantal beleids- en bestuursmaatregelen genomen.

ken in de keten) door trainingen in Scrum. Vacatures worden

Deze richten zich op het verhogen van de aantrekkelijkheid

actief onder de aandacht gebracht om eigen medewerkers de

van de opleiding voor verschillende doelgroepen. Om deze

kans te geven horizontaal of verticaal door te groeien. Drie

initiatieven voor het voetlicht te krijgen is een uitgekiend

medewerkers hebben hier succesvol gebruik van gemaakt.

wervingsbeleid noodzakelijk. Onderdeel van het beleid is het

In gesprekken wordt aandacht besteed aan duurzame inzet-

in kaart brengen van potentiële doelgroepen zodat we een op

baarheid. Wanneer er beperkt perspectief is, worden er in

elke doelgroep afgestemde strategie kunnen ontwikkelen.

overleg met de medewerker maatwerk afspraken gemaakt om het vervolg van de loopbaan buiten onze universiteit

We hebben mogelijkheden voor studenten gecreëerd om

te faciliteren.

op parttime basis wervingsactiviteiten voor de universiteit te verrichten, waarmee zij hun studie kunnen medefinancieren.

Vitaliteit en duurzame inzetbaarheid

Deze activiteiten zijn aanvullend op het vaste stramien dat

In 2019 maakte een medewerker gebruik van het Vitaliteits-

we de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Om het wer-

pact. Met deze regeling is het mogelijk is om minder uren per

vingsbeleid succesvol te laten zijn zetten we in op actieve

week te werken met gedeeltelijke doorbetaling van uren en

betrokkenheid van docenten, studenten, alumni en onder-

volledige pensioenopbouw.

steunende medewerkers.

Welkom nieuwe medewerkers

Alumnibeleid

We hebben de introductie en ‘landing’ van nieuwe mede-

Wij hechten aan het actief onderhouden van een relatie

werkers in 2019 verder opgepakt. De communicatie rond

met onze alumni. Door het verstrekken van informatie

indiensttreding, de praktische toegang tot bijvoorbeeld digi-

over onze actuele situatie houden we hen op de hoogte en

tale systemen en het kennismaken met de werkorganisatie

betrokken. Omgekeerd kunnen alumni betroken worden

kunnen we verder verbeteren.

bij onze activiteiten, niet in de laatste plaats op het gebied van studentenwerving.

Jaargesprekken We ambiëren een werkklimaat met open werkverhoudingen waarin leidinggevenden en medewerkers elkaar durven aanspreken op verantwoordelijkheden, ontwikkeling en resultaat. Aandacht voor de professionele ontwikkeling en het tot bloei brengen van talenten zijn belangrijk. Ook motiveren, feedback geven en samenwerking dragen bij aan het realiseren van onze organisatiedoelstellingen.

54

PThU Jaarverslag 2019


PThU Jaarverslag 2019

55


PThU Jaarverslag 2019


Jaarrekening

PThU Jaarverslag 2019


Resultaat jaarrekening 2019

Het jaarrekeningresultaat 2019 van de PThU is € 697,8k negatief. Analyse van dit resultaat is weer te geven in een uitsplitsing van resultaten uit (reguliere) bedrijfsvoering en eenmalige resultaten. Een overzicht hiervan is opgenomen in onderstaande tabel (bedragen x € 1.000). Categorie

Bedrijfsvoering

Eenmalig

Rijksbijdragen Hogere rijksbijdragen op basis van definitieve beschikking DUO

103 (v)

Bijdragen PKN Door minder cursussen is de realisatie 2019 ca k € 45 lager dan geraamd. Het aantal cursussen is overigens gelijk aan 2018.

-45 (n)

College- en examengelden De college- en examengelden zijn op rapportagedatum beperkt hoger dan begroot. Dit heeft vooral te maken met de afrekening van de pre-master studenten.

17 (v)

Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen zijn € 18k hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door start van een nieuwe leergang (specialisatie interim-predikant)

18 (v)

Baten werk in opdracht van derden Lagere baten werk in opdracht van derden door o.a. vertraging van nieuwe projecten

-115 (n)

Overige baten Bijdragen van (samen-)werkingspartners, Erasmus-gelden en evenementen TOTAAL BATEN

77 (v) - 22 (n)

77 (v)

- 116 (n)

- 174 (n)

Personeelslasten Hogere personeelskosten door CAO (structureel) en inhuur i.v.m. vervanging langdurige ziekte en organisatieontwikkeling Aan de voorziening pensioenen oud hoogleraren heeft een extra dotatie moeten plaatsvinden a.g.v. actuariele berekening (lagere rente, hogere eindleeftijd)

- 252 (n)

De voorziening voor pensioen oud hoogleraren kent ook een vrijval van toekomstige opgenomen verplichtingen door overlijden een deelnemer

200 (v)

Aan de voorziening wachtgelden, verlofsparen en jubileum heeft een extra dotatie moeten plaatsvinden Vanuit de personeelskosten heeft een doorberekening naar de projecten plaatsgevonden, die in de begroting gesaldeerd als bate en last waren gerubriceerd onder baten 2e/3e geldstroom

-153 (n) 32 (v)

Diverse overige personeelkosten leiden tot een beperkte onderschrijding van de begroting. Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Financiele baten en lasten TOTAAL LASTEN

Het resultaat 2019 van de PThU wordt veroorzaakt door € 55k hogere baten t.o.v. de begroting. De baten uit reguliere bedrijfsvoering wijken € 22k af ten opzichte van de begroting. Voor een bedrag van € 77k zijn incidentele voordelen gerealiseerd, bestaande uit hogere bijdragen van contribuanten. Aan de lastenkant is een nadeel van € 502k gerealiseerd t.o.v. de begroting. In de reguliere bedrijfsvoering is een afwijking t.o.v. de begroting van €145k gerealiseerd. Indicentele mutaties in voornamelijk de voorzieningen maar ook de organisatieontwikkeling leiden in 2019 tot een eenmalig nadeel van € 357k t.o.v. de begroting.

58

PThU Jaarverslag 2019

22 (v) 6 (v) 56 (v) -118 (n) -5 (n) -145 (n)

-357 (n)


Eigen vermogen, liquiditeit, voorzieningen

haar overeengekomen bezoldigingsovereenkomst, voor

Per 31 december van het verslagjaar bedroeg het eigen ver-

woon-werkverkeer en binnenlandse dienstreizen de beschik-

mogen van de PThU € 9,0 miljoen. De hoogte van de liquide

king over een OV jaarkaart 1e klas ter waarde van € 8.023,13.

middelen was op die datum € 7,0 miljoen. De hoogte van de

Voor het overige zijn er in 2019 geen declaraties van bestuurs-

voorzieningen was € 2,3 miljoen, waarvan € 2,0 miljoen per-

leden geweest.

soneelsvoorzieningen. Voor kortlopende schulden stond op

Beheersing van ontslagvergoeding

31 december een bedrag van ruim € 2,6 miljoen gesaldeerd.

De PThU hanteert met betrekking tot vergoeding bij ontslag

Financiële ratio’s

een beleid dat overeenkomt met de maximale norm van

Eén en ander leidde tot een solvabiliteitsratio van 0,65, een

de per 2013 geldende Wet Normering Topinkomens (WNT).

current ratio van 3,25 en een weerstandsvermogen van

Dit betekent dat wanneer sprake zou zijn van ontslag van een

77,6 en zijn daarmee nagenoeg gelijk aan het niveau 2018.

(top)functionaris de maximale ontslagvergoeding gelijk is aan de som van de beloning en de voorzieningen ten behoeve van

Profileringsfonds

beloningen betaalbaar op termijn over de twaalf maanden

De PThU kent het profileringsfonds waaruit aan studenten

voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, maar

die te maken hebben met bijzondere omstandigheden zoals

niet meer dan € 75.000.

bedoeld in artikel 7.51 WHW een financiële bijdrage kan worden verstrekt. In 2019 is voor een bedag van € 25.552 aan bijdragen uit dit fonds verstrekt. Dezehebben volledig betrekking op commissievergoedingen.

Treasury De niet voor de bedrijfsuitoefening benodigde liquiditeiten van de PThU worden op basis van het Financierings- en Beleggingsstatuut, in lijn met het Algemeen Verbindend Voorschrift van het Ministerie OCW rondom ‘beleggen en belenen’, uitgezet in de vorm van vastrentende waarden met hoofdsomgarantie waarbij een zeer defensieve beleggingsstrategie wordt gehanteerd. De beleggingen worden tevens getoetst aan het criterium ‘duurzaam en maatschappelijk verantwoord’. In 2019 zijn geen nieuwe beleggingen en beleningen geweest. De bestaande beleggingen en beleningen zijn overeenkomstig de regeling. Advisering, monitoring en uitvoering geschiedt in samenwerking met ING-Investment Office.

Investeringen In 2019 hebben geen investeringen met betrekking tot de huisvesting van de PThU in Amsterdam en Groningen plaatsgevonden.

Declaraties bestuur Overzicht declaraties bestuursleden verslagjaar 2019 (bedragen in € ) Bestuurder

prof. dr. M.M. Jansen

Representatiekosten

313,85

Reiskosten binnenland

311,60

Reiskosten buitenland

-

Overige kosten Totaal

625,45

Bovenstaande tabel is ingevuld op basis van de Declaratieregeling CvB-leden Nederlandse Universiteiten die met ingang van 1 januari 2018 van kracht is geworden. De declaraties van de bestuurder bestaan grotendeels uit binnenlandse dienstreizen. De bestuurder heeft, op grond van de met

PThU Jaarverslag 2019

59


Jaarrekening 2019

Jaarrekening 2019

Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Inhoud Balans per 31-12-2019 Staat van baten en lasten PThU Kasstroomoverzicht Waarderingsgrondslagen Toelichting op de balans Toelichting op de staat van baten en lasten

60

PThU Jaarverslag 2019


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Balans PThU per 31-12-2019 31-12-2019

Balans

(bedragen in euro's x 1.000) 31-12-2019

Activa Vaste activa Materiele vaste activa Financiele vaste activa Vlottende activa Vorderingen Effecten Liquide middelen

1.1 1.2

1.3 1.4 1.5

5.423,8 0,0 1.461,5 0,0 7.018,4

Totaal activa

31-12-2018

5.423,8

8.479,9

6.012,8 0,0 1.261,5 0,0 7.567,5

13.903,7

6.012,8

8.829,0 14.841,8

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden Totaal passiva

Jaarrekening PThU 2019

2.1 2.2 2.3

8.969,2 2.328,4 2.606,1

13.903,7 13.903,7

9.667,0 2.494,4 2.680,4

14.841,8 14.841,8

PThU Jaarverslag 2019

1

61


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Staat van baten en lasten PThU per 31-12-2019 Staat van baten en lasten

(bedragen in euro's x 1.000) 31-12-2019

Baten

Begroting 2019

Rekening

Afwijking

Rijksbijdragen

3.1

9.674,5

9.571,3

Bijdrage PKN

3.2

194,8

240,0

45,2-

199,2

College- en examengelden

3.3

531,6

515,0

16,6

456,8

Deelnemersbijdragen

3.4

118,3

100,0

18,3

92,7

Baten werk in opdracht van derden

3.5

800,4

915,8

115,4-

419,5

Overige baten

3.6

235,9

159,0

76,9

228,7

11.555,6

11.501,1

54,5

10.810,8

441,5-

7.315,9

Totaal baten

103,2

2018

9.413,9

Lasten Personeelslasten

4.1

7.494,7

7.053,2

Afschrijvingen

4.2

597,4

603,4

Huisvestingslasten

4.3

1.069,6

Overige lasten

4.4

3.089,5 12.251,3

Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten Resultaat

695,75

2,1697,8-

6,0

612,3

1.125,7

56,1

1.053,2

2.971,0

118,5-

2.464,6

11.753,3

498,0-

11.445,8

252,22,2 250,0-

443,5-

635,0-

4,3-

1,5-

447,8-

636,5-

Het financiële jaarresultaat 2019 komt uit op € 698k negatief en is daarmee € 448 k lager dan begroot. De overschrijding in het resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de kosten van de organisatieontwikkeling omtrent de onderwijs - en onderzoekondersteuning welke na het vertrek van de directeur bedrijfsvoering is ingezet. Het negatieve resultaat heeft daarmee een grotendeels incidenteel karakter. De totale baten zijn enerzijds beïnvloed door hogere Rijksbijdragen(+ € 100k in 2019) tegenover lagere bijdragen van derden. De totale lasten zijn het met name hoger door de personeelslasten met een overschrijding van € 441k door met name hogere inhuur personeel € 174k i.v.m. de ingezette organisatiewijzigingen en dotaties aan personele voorzieningen € 141k.

62

Jaarrekening PThU 2019

PThU Jaarverslag 2019

2


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Kasstroomoverzicht per 31-12-2019 Kasstroomoverzicht

(bedragen in euro's x 1.000)

Kasstroom uit operationele activiteiten

Rekening 2018

31-12-2019

Saldo baten en lasten

695,7-

644,8-

Aanpassingen voor: - afschrijvingen - mutaties voorzieningen

597,4 166,0-

612,3 343,8-

Veranderingen in vlottende middelen: - voorraden - vorderingen - schulden

200,074,3-

539,0719,1

Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest / kosten Buitengewoon resultaat

0,0 2,2-

Totaal kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiele vaste activa Desinvesteringen in materiele vaste activa boekwaarde Investeringen in effecten Waardevermindering effecten Desinvesteringen in effecten

Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen Liquide middelen per 1 januari Liquide middelen per rapportagedatum Mutatie liquide middelen

Jaarrekening PThU 2019

448,6

2,1-

196,20,4 2,0-

1,5-

540,78,4-

Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactivteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende leningen

157,2 538,5-

197,732,5-

8,4-

32,5-

-

-

549,1-

230,2-

7.567,5 7.018,4

7.797,7 7.567,5

549,1-

230,2-

PThU Jaarverslag 2019

3

63


Jaarrekening PThU 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De Protestantse Theologische Universiteit is een levensbeschouwelijke universiteit zoals bedoeld in artikel 1.3 lid 2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en is gericht op het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs voor een levensbeschouwelijk ambt of beroep. Zij verricht wetenschappelijk onderzoek op levensbeschouwelijk terrein, voorziet in de opleiding tot wetenschappelijk onderzoeker en draagt kennis over ten behoeve van de maatschappij. In het bijzonder is aan de Protestantse Theologische Universiteit krachtens Ordinantie 13 van de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland door de generale synode van de Protestantse Kerk de opleiding en vorming van de predikanten van de Protestantse Kerk toevertrouwd. De jaarrekening van de PThU is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling Jaarverslaggeving onderwijs en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is Richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de sector presentatie-, waarderings- en verslaggevingsvoorschriften opgenomen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij betreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De bedragen in de tabellen worden gepresenteerd in duizenden euro's. Als gevolg van afrondingen zijn in sommige gevallen geringe verschillen ontstaan. Deze verschillen tasten het getrouwe beeld van de jaarrekening niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht. Financiële instrumenten Algemeen Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen en schulden, als financiële derivaten verstaan. In de toelichting op de op de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die afwijkt van de boekwaarde. Indien het financiële instrument niet in de balans is opgenomen wordt de informatie over de reële waarde gegeven in de toelichting onder de ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’. De PThU heeft als beleid om geen financiële derivaten te gebruiken. Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. Kredietrisico Het kredietrisico ten aanzien van de overige vorderingen van de PThU is beperkt aangezien de grootste vorderingen debiteuren met een hoge betrouwbaarheid betreffen. Reële waarde De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan. De reële waarde van de overige in de balans verantwoorde financiële instrumenten wijkt niet materieel af van de boekwaarde

2. Waarderingsgrondslagen Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Afschrijving vindt lineair plaats op grond van vastgestelde afschrijvingstermijnen: gebouwen en verbouwingen 3,3% Inventaris 10,0% computerapparatuur en software 25,0% overige apparatuur 20,0% Met ingang van 1 januari 2016 is de afschrijvingstermijn voor de verbouwingen voor de locatie Amsterdam verhoogd met 10%. Deze schattingswijziging is conform de bepalingen uit RJ145.301 in de jaarrekening 2016 verwerkt. Materiële vaste activa die niet meer in gebruik is, wordt gewaardeerd tegen de kostprijs of de lagere opbrengstwaarde. Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of indien geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of vervreemding te verwachten zijn. Voor de kosten van periodiek groot onderhoud wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening is opgenomen onder de overige voorzieningen aan de passiefzijde van de balans. Financiële vaste activa De financiële vaste activa (obligaties) worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, rekening houdend met individuele lagere marktwaarde van het product, onder toepassing van de effectieve-rentemethode. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Jaarrekening PThU 2019

64

PThU Jaarverslag 2019

4


Voorzieningen Reorganisatievoorziening In verband met de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten vanuit Kampen, Utrecht en Leiden naar Amsterdam en Groningen was een gedetailleerd plan voor de reorganisatie geformuleerd. In de reorganisatievoorziening zijn slechts de kosten opgenomen die direct als gevolg van de reorganisatie noodzakelijk zijn voor de groep waarvoor een feitelijke of juridische verplichting is ontstaan, conform RJ 252.413. De kosten die in verband staan met de doorlopende activiteiten zijn niet opgenomen. Voorziening wachtgelden De PThU is eigen risicodrager voor de WW en de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen. Met het oog daarop is een voorziening wachtgelden gevormd. De voorziening omvat de per balansdatum bestaande verplichting voor het deel dat niet onder de reorganisatievoorziening valt. De bedragen zijn tegen contante waarde opgenomen met een rekenpercentage van 0,05%. Onderhoudsvoorziening De voorziening ter gelijkmatige verdeling van lasten voor groot onderhoud van het gebouw te Groningen wordt bepaald op basis van de te verwachten kosten over een reeks jaren. De voorziening wordt lineair opgebouwd. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht. Voorziening jubileumuitkeringen Op basis van richtlijn 271 wordt het risico inzake de jubileumuitbetaling voortvloeiend uit de arbeidsvoorwaardenregeling gedekt. De bedragen zijn tegen contante waarde opgenomen met een rekenpercentage van 0,05%. Voorziening pensioenverplichtingen Inzake toekomstige pensioenverplichtingen voor oud-hoogleraren van het voormalig ThWI heeft de PThU een voorziening opgenomen waarvan de verplichting is gebaseerd op reële actuariële uitgangspunten tegen contante waarde met een rekenpercentage van 0,05%. Tevens is rekening gehouden met een opslag voor uitvoeringskosten van 1,00%. Voorziening verlofsparen Conform OCW Richtlijn is terzake van door personeelsleden gespaarde verlofuren het tegoed onder voorzieningen opgenomen. De looptijd van de voorzieningen is vermeld. Kortlopende schulden Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld. Overlopende passiva De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.

3. Bepaling van het resultaat Algemeen Voor de vaststelling van het resultaat wordt het baten- en lastenstelsel gehanteerd. Voorts worden in de bijlage baten en lasten toegerekend aan de soort exploitatie waarop ze betrekking hebben, te weten subsidiabele en niet subsidiabele exploitatie. Waar nodig zijn de cijfers voorgaand jaar aangepast aan de classificatie in het lopende jaar. Rijksbijdrage De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte subsidies worden in het jaar waarop toekenningen betrekking hebben verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. De besteding wordt verwerkt op de betreffende posten aan de lastenkant. Indien sprake is van een te verrekenen voorschot wordt dit opgenomen onder kortlopende schulden. College- en examengeld De baten van de collegegelden worden als volgt verantwoord: 1/3 komt ten gunste van het lopend jaar; 2/3 komt ten gunste van het volgende boekjaar en is als vooruitbetaalde collegegelden op de balans onder de kortlopende schulden opgenomen. Baten werk in opdracht van derden Hieronder zijn de baten verantwoord die buiten de primaire bekostiging vallen. Resultaten worden ten gunste of ten laste van de exploitatierekening gebracht naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Giften Giften worden gewaardeerd tegen de reële waarde in de staat van baten en lasten.

5

Jaarrekening PThU 2019

PThU Jaarverslag 2019

65


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de balans

Materiële vaste activa publiek 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva Totaal materiële vaste activa publiek

31-12-2019

(bedragen in euro's x 1.000)

Aanschafprijs 1-1-2019

Materiële vaste activa privaat 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva Totaal materiële vaste activa privaat Materiële vaste activa totaal 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva Totaal materiële vaste activa

Cum afschr. en waardevermind.

Boekwaarde 1-1-2019

8.273,8 730,9

2.494,5499,0-

5.779,3 231,8 6.011,2

9.004,7

2.993,5-

12,3

10,6-

12,3

10,6-

1,6 1,6

8.273,8 743,1 9.016,9

2.494,5509,73.004,1-

5.779,3 233,5 6.012,8

Investeringen

Aanschafprijs Afschrijvingen Desinvesteringen

Afschrijvingen Desinvestering

8,4

-

531,963,9-

-

8,4

-

595,8-

-

-

-

1,6-

-

-

-

1,6-

8,4 8,4

-

531,965,5597,4-

Aanschafprijs 31-12-2019

Cum. afschr 31-12-2019

Boekwaarde 31-12-2019

8.273,8 739,3 9.013,1

3.026,4562,93.589,3-

5.247,4 176,4 5.423,8

-

12,3 12,3

12,312,3-

0,00,0-

-

8.273,8 751,5 9.025,3

3.026,4575,23.601,6-

5.247,4 176,4 5.423,8

Toelichting: De materiële vaste activa zijn onder te verdelen in investeringen Privaat - op eigen rekening - en investeringen in gebouwen en inventaris Publiek - ten laste van de ontvangen subsidies van het Ministerie van OCW. In 2011 is het pand in Groningen - Oude Ebbingestraat 25 - aangekocht voor € 2.759k. Een deel van de begane grond is in 2013 verkocht voor € 839k. De verbouwingen - inclusief architect en bouwprojectmanagement zijn in 2013 afgerond. De vanaf maart 2012 gehuurde vleugel bij de VU in Amsterdam is eveneens verbouwd naar de maatstaven van de PThU voor € 2.465k inclusief architect en bouwprojectbegeleiding. De investeringen van beide vestigingen worden, samen met de investering van de nieuwe inrichting op beide locaties voor € 520k, vanaf het moment van ingebruikname in 2012 afgeschreven. Investeringen boven € 500 worden geactiveerd. De gehanteerde afschrijvingspercentages bedragen voor gebouwen en verbouwingen 3,33%, inventaris 10%, computerapparatuur 25%, overige apparatuur 20% en software 25%. Met ingang van 1 januari 2016 is de afschrijvingstermijn voor de verbouwingen voor de locatie Amsterdam in overeenstemming gebracht met de termijn van het lopende huurcontract bij de VU en verlaagd van 30 jaar naar 10 jaar. Deze schattingswijziging is conform de bepalingen uit RJ145.301 in de jaarrekeningen verwerkt. De WOZ-waarde van het pand in Groningen bedraagt € 1.804k. De verzekerde waarde van de gebouwen, inclusief het pand in Groningen en het huurdersbelang in het VU-complex inzake de verbouwingsinvestering, bedraagt € 16,2 miljoen.

1.3 Vorderingen

31-12-2019

31-12-2018

Debiteuren

1.3.0

375,0

Derden

1.3.1

4,6

6,3

Studenten

1.3.2

146,9

117,4

Overlopende activa

1.3.3

1.225,1

1.007,4

Voorziening dubieuze debiteuren

1.3.4

Totaal vorderingen

290,11.461,5

420,5

-290,1 1.261,5

Toelichting: 1.3.0 Debiteuren; de openstaande vorderingen waaronder in rekening gebrachte bedragen inzake 2e/3e geldstroom projecten. 1.3.1 Derden; De vordering op derden heeft betrekking op personeelsleningen (fietsregeling). 1.3.2 Studenten: De vordering op studenten betreft de nog niet vervallen termijnen in het kader van de gespreide inning van collegegelden. 1.3.3 Overlopende activa: In de overlopende activa zijn de vorderingen opgenomen inzake de nog te ontvangen bedragen 2e/3e geldstroom, deelnemersbijdragen PAO en een aantal kleinere posten. Alle vorderingen hebben een verwachte looptijd van minder dan 1 jaar. De toename ten opzichte van vorig boekjaar betreft de vooruitbetaalde kosten en nog te factureren cursussen PAO/PE. 1.3.4 Voorziening dubieuze debiteuren: voorziening voor verwachte oninbare bedragen per balansdatum op specifieke debiteurenvorderingen waaronder de volledige vordering inzake gederfde rente waarvan de afwikkeling nog bij de faillissementscurator ligt. Toelichting: In juli 2017 heeft conform de afloopdatum de eindaflossing plaatsgehad van de laatste bedrijfsobligatie. Hiermee was de volle dige obligatie- en effectenportefeuille bij ING Investment management afgebouwd. Over toekomstige beleggingsmogelijkheden vindt continue heroverweging plaats.

1.5 Liquide middelen

31-12-2019

Kasmiddelen

31-12-2018 0,2

0,8

Tegoeden op bank- en girorekeningen

1.5.1

4.024,2

4.579,4

Deposito's

1.5.2

2.994,8

2.994,8

Overige

1.5.3

Totaal liquide middelen

0,87.018,4

-7,5 7.567,5

Toelichting: 1.5.1 Tegoeden op bank- en girorekeningen: Het betreft de rekening courant saldi 1.5.2 Deposito's: in verband met te lage rendementen op obligaties zijn de vrijgevallen beleggingen op een bankrekening gestald. 1.5.3 Overige heeft betrekking op betalingen of ontvangsten welke op het moment van rapportage nog o.b.v. bankafschriften definitief verwerkt moeten worden op debiteuren en crediteuren. De tegoeden staan ter vrije beschikking.

66

PThU Jaarverslag 2019 Jaarrekening PThU 2019

6


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

De tegoeden staan ter vrije beschikking.

2.1 Eigen vermogen

Stand per 1-1-2019

Algemene reserve

onttrekking

7.198,8

6.799,1

15,5

293,8

15,5

293,8

1.247,5

97,4

1.150,1

911,4

185,3

726,1

309,4

Bestemmingsreserve publiek

309,4

Reserve buitenlandse studenten

31-12-2019

399,6

Fonds Graduate School

Reserve niet-subsidiabele activiteiten

Stand per

Resultaatbestemming dotatie

-

Bestemmingsreserve privaat

2.158,8

-

282,7

1.876,2

Totaal eigen vermogen

9.667,0

-

697,8

8.969,2

Toelichting: Het eigen vermogen is gesplitst in de algemene reserve (die ontstaan is door samenvoeging van de algemene reserves van de voormalige ThUK, ThWI en ELS), de bestemmingsreserve publiek (gevormd met rijksmiddelen) en de bestemmingsreserves privaat (gevormd met niet-subsidiabele middelen). Bestemmingsreserve publiek: Het fonds graduate school is vastgelegd vermogen ten behoeve van excellente studenten (o.a. studiebeurzen). Bestemmingsreserve privaat: - De Reserve niet-subsidiabele activiteiten, voorheen "egalisatiereserve PThU" is de algemene reserve, ontstaan uit saldering van niet-subsidiabele resultaten. - De Reserve buitenlandse studenten is een speciaal voor dit doel bedoeld studiefonds die in het verleden o.a. werd opgebouwd uit pariticuliere en kerkelijke vrijwillige contributies. In 2014 is het resultaat uit de verkoop van de private woningpanden in Kampen toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Deze reserve blijft als afzonderlijke private bestemmingsreserve bestaan, omdat voor dit doel specifiek beleid binnen de PThU wordt gevoerd.

2.2 Voorzieningen

31-12-2019

31-12-2018

Reorganisatievoorziening

121,3

233,5

Personeelsvoorzieningen

2.013,7

2.097,5

Overige voorzieningen

193,3

Totaal voorzieningen

2.328,4

163,3 2.494,4

Het verloop van de voorzieningen is als volgt: Stand per

Voorziening

1-1-2019 Reorganisatievoorziening

2.2.1

233,5

Dotaties

Onttrekking -

Vrijval

Stand per

Kortlopende

Langlopende

31-12-2019

deel < 1 jaar

deel > 1 jaar

49,0

63,2

121,3

49,3

72,0

200,9

1.387,2

Personeelsvoorzieningen Voorziening pensioenverplichtingen

2.2.2

1.711,8

252,5

192,3

1.571,1

183,9

Voorziening jubileumuitkeringen

2.2.3

22,5

5,6

1,4

26,6

4,0

22,6

Voorziening verlofsparen

2.2.4

291,0

42,7

-

333,7

42,7

291,0

Voorziening wachtgelden

2.2.5

72,3

104,3

94,4

82,3

69,0

13,3

2.2.6

163,3

30,0

-

193,3

117,1

76,2

2.494,4

435,2

2.328,4

466,0

1.862,4

Overige voorzieningen Onderhoudsvoorziening Totaal voorzieningen

337,1

264,1

Toelichting: 2.2.1 Reorganisatievoorziening: Op basis van geformaliseerde plannen omtrent de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten vanuit Kampen, Utrecht en Leiden naar Amsterdam en Groningen zijn de materiële effecten bepaald en opgenomen in deze voorziening. De personele gevolgen van de verplaatsing zijn opgenomen in een Sociaal Plan, opgesteld in overleg met de vakorganisaties met als uitgangspunt het bepaalde in artikel 9.8 CAO VSNU. De financiële consequenties van de sociale en arbeidsrechtelijke uitvoering, waaronder tegemoetkoming in reistijd en reiskosten, beëindiging dienstverband en outplacementbegeleiding, zijn in deze voorziening opgenomen. De mutatie in de rapportageperiode betreft de enige nog resterende post in deze voorziening zijnde de WW/BWuitkeringen in dit betreffend boekjaar. 2.2.2 Voorziening pensioenverplichtingen: De pensioenvoorziening is gevormd ten behoeve van de betaling van de pensioenen van een aantal oud-hoogleraren ThWI. Voor hen geldt een toegezegde pensioenregeling die niet is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds. Tot en met 2005 werden de jaarlijkse pensioenlasten vergoed door het Ministerie van OCW, maar met ingang van 2006 is de verplichting overgegaan naar voormalige ThWI en vanaf 2007 de PThU. De verplichting is ultimo boekjaar actuarieel berekend, en tegen contante waarde opgenomen tegen een disconteringsvoet van 0,05%, in overeenstemming met RJ 271 Personeelsbeloningen. De sterftetabel GBM/GBV 2012-2017 is gehanteerd met een leeftijdsterugstelling voor zowel man als vrouw met 2 jaar en een kostenopslag van 1%. Het actuariële resultaat hiervan wordt ultimo boekjaar verantwoord. Het weduwepensioen is gesteld op circa 75%. De periodieke toename uit hoofde van interest wordt verwerkt als dotatie. Er worden voor deze verplichting geen specifieke (fonds)beleggingen aangehouden. De onttrekking betreft de uitbetaalde pensioenbedragen tot en met de rapportagedatum.In het boekjaar zijn twee deelnemers overleden waardoor er een vrijval in de verplichting is gerealiseerd. Het aantal pensioengerechtigden op rapportagedatum bestaat uit 2 deelnemers en 5 partners. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. Voor de overige personeelsleden geldt ook een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De regeling is ondergebracht bij de bedrijfstakpensioenfondsen van PGGM en ABP. Er is geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij PGGM of ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De PThU heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een toegezegde-bijdrageregeling en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. 2.2.3 Voorziening jubileumuitkeringen: op basis van RJ 271 is een voorziening voor jubileumuitkeringen opgenomen. Deze voorziening geeft inzicht in de financiële verplichting per ultimo boekjaar inzake de uitbetaling van jubileumuitkeringen hetgeen voortvloeit bij toepassing van de arbeidsvoorwaardenregeling. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.4 Voorziening verlofsparen: Dit betreft gespaarde verlofuren vermenigvuldigd met het ultimo vorig boekjaar geldende bruto uurtarief (inclusief sociale lasten). De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.5 Voorziening wachtgelden: De verplichting heeft betrekking op ex-werknemers niet vallende onder de reorganisatievoorziening. In rekening gebrachte uitkeringen gedurende het jaar worden als onttrekking van deze voorziening gebracht. De looptijd van de voorziening bedraagt 1-5 jaar. 2.2.6 Onderhoudsvoorziening: Met ingang van 2013 vindt dotatie plaats in de onderhoudsvoorziening voor het pand in Groningen ten behoeve van groot onderhoud op basis van een onderhoudsplan. In 2019 hebben geen onttrekkingen aan de voorziening plaatsgevonden.

PThU Jaarverslag 2019 Jaarrekening PThU 2019

67 7


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

2.3 Kortlopende schulden

31-12-2019

31-12-2018

Crediteuren

395,3

Belastingen

6,9

3,5

332,1

355,6

Premies sociale verzekeringen Pensioenen Derden en gelieerde instellingen

424,9

95,4

89,5

570,9

717,7

Vakantietoelage / eindejaarsuitkering

233,6

220,4

Vakantiedagen

205,2

165,2

Vooruitontvangen collegegelden

370,6

321,3

Overige overlopende passiva

396,1

382,3

2.606,1

2.680,4

Totaal kortlopende schulden

Toelichting: Crediteuren met name afgenomen diensten bij de VU en RuG op het gebied van ICT en huisvesting . De Premies sociale verzekeringen is de verschuldigde loonheffing aan de belastingdienst over de afgelopen maand die een maand later wordt afgerekend. Datzelfde geldt voor de Pensioenen, werkgevers- en werknemersdeel af te dragen aan het ABP. Onder Derden en gelieerde instellingen zijn onder andere schulden opgenomen wegens nog te besteden geoormerkte gelden van het Erasmus-Socrates programma, het Targum project, het project Case Studies Geestelijke Verzorging, het project DaDEL van het ministerie OC&W en het Templeton Charity Foundation project. De Vakantietoelage / eindejaarsuitkering en Vakantiedagen zijn personele verplichtingen welke berekend zijn op basis van nog uit te betalen bedragen op rapportagedatum. De overige overlopende passiva bestaat uit diverse vooruit ontvangen bedragen en nog te betalen kosten uit de Standaard Niveau Overeenkomsten (SNO) bij de VU en Rug op het gebied van ICT en huisvesting. In de kortlopende schulden is geen sprake van OC&W-subsidies die in model G behoeven te worden opgenomen. Over de schulden is geen rente verschuldigd.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen Met de VU is een huurovereenkomst afgesloten voor een huurtermijn van 10 jaar, ingaande 01-03-2012 met verlenging per 5 jaar voor een jaarbedrag van €557,8k gekoppeld aan een jaarvergoeding €196,7k exclusief BTW voor leveringen en diensten (servicekosten). Op het gebied van ICT en Audiovisuele middelen zijn met de VU zogenaamde Standaard Niveau Overeenkomsten (SNO's) afgesloten. De SNO voor ICT is voor onbepaalde tijd aangegaan (in relatie tot de huurtermijn) en bedraagt €252,1k excl BTW op jaarbasis. Voor het gebruik en ondersteuning van de audiovisuele middelen in Amsterdam en Groningen is jaarlijks een bedrag verschuldigd van € 95,8k excl BTW. Met de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) is verder een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten die stilzwijgend telkens met één jaar wordt verlengd. De dienstverlening bevat de productgroepen bewaking, catering, post, schoonmaak, technisch beheer gebouw en installaties en energie en watermanagement. De verschuldigde vergoeding is gebaseerd op productafname x tarief. Alle bedragen op prijspeil 2019.

Verbonden partijen Er zijn geen verbonden partijen bekend waar de bestuurders van de PThU bestuurlijke invloed ofwel deelneming in hebben.

Kengetallen en ratio's

(bedragen in euro's x 1.000) 31-12-2019

31-12-2018

Exploitatie Rijksbijdrage

9.674,5

9.413,9

Baten werk voor derden

800,4

419,5

Subsidiabel resultaat

415,2-

411,7-

Niet subsidiabel resultaat

282,7-

224,8-

Vermogen Eigen vermogen

8.969,2

9.667,0

Totaal vermogen

13.903,7

14.841,8

Solvabiliteitsratio

0,65

0,65

Rentabiliteit Totale Vermogen

-4,9%

-4,3%

Liquiditeit Liquide middelen Liquiditeitsratio Beleggingen in effecten Netto werkkapitaal Current ratio

7.567,5

0,50

0,51

-

-

5.873,8

6.148,6

3,25

Totaal baten incl.fin.baten Weerstandsvermogen

68

7.018,4

11.553,5 77,6%

3,29 10.809,3 89,4%

PThU Jaarverslag 2019 Jaarrekening PThU 2019

8


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 3.1 Rijksbijdrage Rijksbijdrage OC&W ow vast

(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel

niet-subsid.

Realisatie 2019

Begroting 2019

Afwijking

Rekening 2018

5.297,0

5.297,0

5.191,1

105,9

4.798,3

544,0

544,0

517,9

26,1

508,7

Rijksbijdrage OC&W prestatieafspraken

-

-

100,0

100,0-

389,0

Rijksbijdrage OC&W bedrag voorziening oz

0,0

0,0

3.148,6

3.148,6

Rijksbijdrage OC&W ow-gebonden dynamisch

Rijksbijdrage OC&W oz-vast Rijksbijdrage OC&W oz-gebonden dynamisch Totaal Rijksbijdrage OC&W

3.096,5

0,0

229,3

52,1

2.860,6

685,0

685,0

665,8

19,2

627,9

9.674,5

9.674,5

9.571,3

103,2

9.413,9

Toelichting: De beschikking van DUO inzake de Rijksbijdrage 2019 is per 31-10-2019 voor de PThU vastgesteld op € 9.674k, ruim € 100k hoger dan begroot. Het dynamische deel van de Rijksbijdrage is gerelateerd aan de vastgestelde bekostigde aantallen uit 2017 (jaar n-2), zijnde het aantal gewogen bekostigde inschrijvingen (82) en graden onderwijs (30) inclusief joint degrees, het gewogen aantal bekostigde graden onderzoek (54) en het driejarig gemiddeld aantal promoties (7). De toegekende bijdrage voor de ambtsopleiding Vrije Evangelische Gemeente (VEG) van € 150k wordt afgedragen en is als last opgenomen onder 4.4 Overige lasten.

3.2 Bijdrage PKN

subsidiabel

Bijdrage PKN

niet-subsid. 194,8

Realisatie 2019 194,8

Begroting 2019 240,0

Afwijking

Rekening 2018

45,2-

199,2

Toelichting: Deze bijdrage betreft de doorberekening van de cursuskosten omtrent de Primaire Nascholing Predikanten (PNP) en Permanente Educatie (PE) op basis van het aantal cursussen en deelnemers aan het Protestants Centrum Toerusting & Educatie (PCTE) van de Dienstenorganisatie PKN. Het aantal cursussen in 2019 is qua realisatie blijven steken op het niveau van 2018.

3.3 College- en examengelden College- en examengelden

subsidiabel

niet-subsid.

531,6

Realisatie 2019 531,6

Begroting 2019 515,0

Afwijking

Rekening 2018

16,6

456,8

Toelichting: Het aantal ingeschreven studenten op rapportagedatum is 270 bestaande uit 157 masterstudenten en 114 bachelorstudenten. Eén student is zowel op de masterals bacheloropleiding ingeschreven; hetgeen het verschil in de totaaltelling verklaart. Het aantal studenten met een Bewijs Betaald Collegegeld (BBC) in deze cijfers bestaat voornamelijk uit bachelorstudenten (53) en 1 masterstudent. Het aantal pre-masterstudenten bedraagt 12. De collegegelden inclusief pre-masteropbrengsten op rapportagedatum komen iets hoger uit dan begroot.

3.4 Deelnemersbijdragen Deelnemersbijdragen

subsidiabel

niet-subsid. 118,3

Realisatie 2019 118,3

Begroting 2019 100,0

Afwijking

Rekening 2018

18,3

92,7

Toelichting: De deelnemersbijdragen zijn de gerealiseerde ontvangsten voor kerkelijk vrijwillig post-academisch onderwijs van predikanten en kerkelijk werkers is boven het niveau van de begroting en de realisatie van 2018.

Jaarrekening PThU 2019

9

PThU Jaarverslag 2019

69


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 3.5 Baten werk in opdracht van derden

(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel

niet-subsid.

Realisatie 2019

Begroting 2019

Afwijking

Rekening 2018

- NWO/Veni

50,2

50,2

50,2

5,8

- Templeton World Charity Foundation

28,8

28,8

28,8

34,8

- John Templeton Foundation

43,3

43,3

126,4

83,1-

11,2

- OCW/DUS-I

42,2

42,2

215,6

173,4-

12,6

- Moral Compass project

163,1

163,1

199,3

36,2-

-

- NL-Church Life Survey

44,8

44,8

44,8

-

- Projectsubsidie LDF

31,3

31,3

31,3

6,3

- Kerk in Actie

16,3

16,3

16,3

3,6

- Deo Volente

12,5

12,5

12,5

15,0

- Lutherana steunstichting

23,5

23,5

23,5

22,9

50,7

50,7

50,7

59,2

Overige bijdragen

- Brandenburgfonds

293,7

293,7

374,5

80,8-

248,1

Totaal baten werk in opdracht van derden

800,4

800,4

915,8

115,4-

419,5

-

Toelichting: De baten uit 2e/3e geldstroom zijn € 115k lager dan begroot. In de afgelopen periode is actief ingezet op werving van nieuwe projecten en externe subsidies. In 2019 is o.a. gestart met de uitvoering van het Moral Compass project (€ 163k).

De post Overige bijdragen bestaat o.a. uit: een bijdrage van Stichting de Zending inzake bijzonder hoogleraarschap prof.dr. Nagy, Commissiefonds PKN-Stichting Kerk en Wereld voor prof.dr. de Hart en promovendus Verburg en een aantal overige bijdragen van o.a. de Gereformeerde Bond, de Nieuwe Bijbelschool, Stichting Lindeboom, Case Studies Project en Project Stadskerken. De kosten van werk in opdracht van derden staan verantwoord onder 4.4 Overige kosten Onderzoek.

3.6 Overige baten

subsidiabel

Contributies

niet-subsid.

Realisatie 2019

Begroting 2019

Afwijking

Rekening 2018

52,3

52,3

25,0

27,3

42,2

-

42,2

15,0

27,2

27,9

Overige baten

122,7

18,6

141,4

119,0

22,4

173,3

Totaal overige baten

165,0

71,0

235,9

159,0

76,9

228,7

Baten gebouwen

27,6

Toelichting: Contributies; de vrijwillige bijdragen particulieren met financiële ondersteuning door organisaties t.b.v internationale studenten liggen boven het niveau van de begroting door additionele bijdragen vanuit internationale organisaties.. De Baten gebouwen hebben betrekking op verhuur van (college)zalen in voornamelijke Amsterdam gedurende tijdstippen dat deze niet voor eigen studenten/activiteinten in gebruik zijn. De post overige baten bestaat voornamelijk uit bijdragen van diverse (samenwerkings-) partners zoals Erasmus+, VU Bridging Gaps bijdrage, Rijksuniversiteit Groningen inzake onderwijsdienstverlening alsmede niet-subsidiabele ontvangsten van buitenlandse instellingen voor studiebeurzen buitenlandse studenten.

Jaarrekening PThU 2019

70

PThU Jaarverslag 2019

10


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 4.1 Personeelslasten Brutolonen en salarissen

(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel

niet-subsid.

Realisatie 2019

Begroting 2019

Afwijking

Rekening 2018

5.591,3

5.591,3

5.584,1

7,2-

5.275,2

Sociale lasten

663,5

663,5

642,1

21,4-

652,2

Pensioenpremies

841,4

841,4

753,9

87,5-

755,1

7.096,2

6.980,1

116,1-

6.682,5

Lonen en salarissen Dotatie/onttrekking personele voorzieningen

141,0

141,0

-

-

Personeel niet in loondienst

266,7

266,7

Doorberekening salarissen aan projecten e.d.

215,0-

215,0-

Personeelslasten Seminarium (niet subsidiabel)

386,3-

Overig

205,9

Lasten Sociaal Plan

386,3

Overige personele lasten Totaal personeelslasten

7.108,4

386,3

-

141,0-

9,8

-

-

92,4

174,3-

288,8

246,8-

31,8-

140,7-

-

-

-

205,9

227,5

21,6

475,4

398,5

73,1

325,4-

633,4

7.494,7

7.053,2

441,5-

7.315,9

Toelichting: Lonen en salarissen: Hierin is het personeel opgenomen dat op basis van een arbeidscontract in het salarissyteem van de PThU wordt verloond, inclu sief de tijdelijke arbeidsovereenkomsten van medewerkers welke aan projecten zijn gekoppeld. De realisatie van de lonen en salarissen is â&#x201A;Ź 116k hoger dan begroot. Dit komt met name door de doorrekening van de werkgeverslasten door de CAO verhoging met 2,6% in februari 2019. NB: de personele lasten die betrekking hebben op uitvoering van het Sociaal Plan zijn direct ten laste van de Voorziening Reorganisatie (balans) gebracht.

Dotaties personele voorzieningen: ultimo boekjaar is een bedrag vrijgevallen uit de voorziening reorganisatie(+63,3k) tegenover dotaties aan de pensioenvoorzie ning in eigen beheer t.b.v. oud hoogleraren ThWI/ELS (-52,0k), wachtgeldvoorziening (-104,3k), voorziening verlofsparen (-72,5) en voorziening jubileumuitkering(-5,6) . Personeel niet in loondienst: betreft de tijdelijke vervanging van ondersteunend personeel (obp). I.v.m (langdurige) ziekte en vertrekkend personeel heeft op meerdere afdelingen vervangende inhuur plaatsgehad.

Doorberekening salarissen aan projecten e.d betreft de doorberekening van de salarislasten aan projecten zoals Templeton en Moral Compassdie zijn verdisconteerd in de post lonen en salarissen De post Overig bestaat uit o.a. de kosten voor studie en opleiding en meerdere onderdelen zoals werving en selectie, reiskosten woon/werk ( niet zijnde Sociaal Plan), arbo, ipap, aansprakelijkheidsverzekering.

Aantal fte's

Realisatie 2019

Bestuur WP

Begroting 2019

0,90

0,90

52,38

53,70

Afwijking

Rekening 2018

-

0,90

1,3

50,60

OBP

27,30

24,14

3,2-

30,31

Totaal fte's ultimo rapportageperiode

80,58

78,74

1,84-

81,81

Gemiddeld aantal fte's

78,42

79,80

4.2 Afschrijvingen Afschrijvingslast gebouwen/inventaris tlv ministerie

subsidiabel 595,8

Afschrijvingskosten op eigen rekening Vrijval investeringssubsidies Totaal afschrijvingen

niet-subsid.

1,6 595,8

Realisatie 2019

Begroting 2019

Afwijking

Rekening 2018

595,8

601,7

5,9

1,6

1,7

0,1

2,5

-

-

1,6

75,52

597,4

603,4

6,0

609,8

612,3

Toelichting: De afschrijvingslasten van voornamelijk de investeringen en verbouwingen in Amsterdam en Groningen zijn vanaf het moment van ingebruikname opgenomen en zijn conform de de begroting. De afschrijvingen komen uit op het niveau van de begroting.

Jaarrekening PThU 2019

11

PThU Jaarverslag 2019

71


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 4.3 Huisvestingslasten Huisvestingslasten subsidiabel Dotatie voorziening onderhoud

(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel

Realisatie 2019

Begroting 2019

Afwijking

1.039,6

1.039,6

1.095,7

30,0

30,0

30,0

-

-

-

-

Huisvestingslasten niet-subsidiabel Totaal huisvestingslasten

niet-subsid.

1.069,6

-

1.069,6

1.125,7

56,1

56,1

Rekening 2018 1.036,5 16,7 1.053,2

Toelichting: In de subsidiabele huisvestingslasten zijn de contractuele huur en servicekosten bij de VU in Amsterdam inclusief de huurvergoeding voor de vierkante meters van de bibliotheek in Amsterdam en Groningen. De dotatie aan de voorziening onderhoud heeft betrekking op planmatig toekomstig groot onderhoud aan het pand in Groningen, waarvoor eind 2014 een meerjarenonderhoudsplan is opgesteld.

4.4 Overige lasten

subsidiabel

niet-subsid.

Realisatie 2019

Begroting 2019

Afwijking

Rekening 2018

Bibliotheek

144,9

144,9

137,9

7,0-

126,8

Administratie- en advieskosten

351,1

351,1

192,8

158,3-

296,9

Publiciteit en voorlichting

224,4

224,4

200,0

24,4-

196,2

Automatisering

633,1

633,1

742,1

Reis- en vergaderkosten

126,0

126,0

100,0

26,0-

125,6

33,9

33,9

25,0

8,9-

23,1

Vergoeding Raad van Toezicht Contribuantenadministratie Overige lasten

4,6

-

5,3

5,3

-

4,6

6,0

1.523,4

1.403,8

Subtotaal overige organisatielasten

109,0

497,5

5,3-

5,1

1,4

81,6

119,6-

1.352,7

Inhuur docenten

59,2

59,2

36,7

22,5-

57,7

Profileringsfonds

25,6

25,6

12,0

13,6-

11,7

1,3

1,3

12,0

10,7

249,3

249,3

152,2

97,1-

14,4

17,0

2,6

21,5

169,3-

75,7

75,0

0,7-

112,3

150,1

151,3

1,2

147,8

85,9

74,0

11,9-

42,6

661,4

530,2

131,2-

541,9

Studentenvoorzieningen Studietoelage buitenlandse student Stage (instelling/kerk.gemeente)

14,4

Lasten initieel onderwijs Seminarium

245,0

Vrije Evangelische Gemeente (VEG)

150,1

Overige lasten opleidingen

81,2

4,7

Subtotaal overige lasten onderwijs Internationalisering

1,7 146,4

116,7

116,7

137,8

21,1

112,6

Onderzoeksactiviteiten programma's

80,7

80,7

70,4

10,3-

82,5

Graduate school

15,5

15,5

15,0

0,5-

15,5

427,6

427,6

574,8

147,2

83,6

Matching onderzoek 2e/3e geldstroom

61,1

61,1

72,0

10,9

34,8

Kosten overige activiteiten onderzoek

14,4

Projectkosten (Templeton, etc.)

-

Subtotaal overige lasten onderzoek Kosten dienstverlening kerkelijk

188,8

Subtotaal overige lasten dienstverlening Totaal overige lasten

2.810,7

278,8

14,4

42,0

27,6

85,0

716,0

912,0

196,0

414,0

188,8

125,0

63,8-

155,9

188,8

125,0

63,8-

155,9

3.089,5

2.971,0

118,5-

2.464,6

Toelichting:

Jaarrekening PThU 2019

72

PThU Jaarverslag 2019

12


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten

(bedragen in euro's x 1.000)

Toelichting: Organisatielasten - Bibliotheek; realisatie op het niveau van de begroting. - Administratie- en advieskosten; De overschrijding op de advieskosten t.o.v. de begroting worden m.n. veroorzaakt door eenmalige additionele inzet van een kwartiermaker onderwijs- en onderzoekondersteuning na het vertrek van de directeur bedrijfsvoering. - Publiciteit en voorlichting; een lichte overschrijding op de begroting heeft betrekking op drukwerk, PThUnie, evenementen en digitale communicatie. - Automatisering; lasten op basis van de Standaard Niveau Overeenkomst (SNO) van ICT en dienstverlening Audiovisuele infrastructuur. Daarnaast zijn hier de additionele kosten van licenties, onderhoud en hosting van bedrijfseigen softwareapplicaties voor beide locaties ondergebracht. De kosten zijn lager dan begroot aangezien de nog in gebuik zijnde (afgeschreven) AVC-apparatuur eerst in de 2e helft van het jaar is vervangen. - Reis- en vergaderkosten; dit betreft de algemene kosten van het College van Bestuur, het wetenschappelijk personeel en ondersteunend personeel. - Vergoeding Raad van Toezicht; De vacatiegelden inclusief btw van de leden van de Raad van Toezicht (inclusief reiskosten). In 2019 heeft een aanpassing van de hoogte van de vacatievergoeding plaatsgevonden. - Overige lasten; geen afwijking t.o.v. de begroting. Onderwijs - Inhuur docenten; dit betreft hoofdzakelijk de tijdelijke inhuur voor onderwijs in verband met taken stagecoördinatie vestiging Amsterdam. De inzet van (freelance)docenten op het Seminarium ten behoeve van PAO is verantwoord onder Kosten dienstverlening kerkelijk. - Profileringsfonds; bijdragen voor 14 studenten die zitting hebben in de Onderwijscommissie en Universiteitsraad uit dit fonds. - Studentenvoorzieningen; vooralsnog alleen nog de vergoedingen voor proefvisitaties en meet&greet bijeenkomsten. - Studietoelage buitenlandse student; de verblijfskosten van buitenlandse master studenten en PhD's. Met uitbouw van internationale programma's werd rekening gehouden met een overschrijding op dit budget met eenzelfde bedrag. Doelstelling van 13 internationale studenten is gerealiseerd. - Stage (instelling/kerkelijke gemeente); uitgaven inzake de directe docentkosten, inclusief inhuur, van deze initiële stage onderdelen in de masteropleiding die bestaat uit het 2-weken seminarie, praktijkstage kerkelijke gemeente, pastorale training, performance en communicatie alsmede de verblijfskosten bij diverse centra. - Lasten initieel onderwijs Seminarium; zijn de arrangementskosten van het initieel onderwijs op het Seminarium die ten laste van de Rijkssubsidie mogen worden gebracht inclusief interne doorberekening van inzet docenten, huisvesting en overhead van het Seminarium. - Vrije Evangelische Gemeente; afdracht van het door de PThU ontvangen geïndexeerde bedrag in de Rijksbijdrage; enerzijds als bate en anderzijds als last. Verantwoording vindt plaats via een separaat jaarverslag van de VEG. - Overige lasten opleidingen; met name de kosten van de midterm review onderwijs, de reiskostenvergoedingen bij studentenstages, masterclasses, en de studieweek Roemenië. Niet-subsidabel betreft diverse administratieve onderwijskosten van het Seminarium. Onderzoek - Internationalisering; uitgaven in het kader van internationale contacten, studentmobiliteit, conferenties en samenwerking. Financiële bijdragen zoals Erasmus+ zijn opgenomen in de post overige baten. - Onderzoeksactiviteiten programma's; zijn op basis van de goedgekeurde begroting van de programmaleiders uitgevoerd. Betreft geplande activiteiten zoals studiereizen, vertaalkosten, output ondersteuning, e.d. - Graduate school; dit betreffen de reis- en verblijfkosten en kosten van bijeenkomsten inzake de Graduate school route ten aanzien van onderzoeksvoorstellen en seminars graduate students. - Projectkosten (Templeton, etc.); (zie ook Baten werk in opdracht van derden). Het betreft de lasten van het project van de Templeton World Charity Foundation met de titel "Science and Religion in French speaking Africa" geleid door prof. dr. Van den Toren inclusief het overeengekomen deel "PThU-funding" en "Global Christianity" van de J. Templeton Foundation. Daarnaast zijn de lasten van het Moral Compass Project en het project DaDEL van het ministerie van OC&W inzake Elearning voor Hebreeuws en Grieks hier verantwoord. De bijdragen staan verantwoord bij 3.5 Baten werk derden. Reeds ontvangen tranches maar nog niet gerealiseerde lasten staan als vooruit ontvangen gelden in de Balans opgenomen. In totaal lagere lasten tegenover lagere opbrengsten. - Matching onderzoek 2e/3e geldstroom; Het betreft promotietrajecten in samenwerking met meerdere hogescholen. De lasten betreffen de personele lasten van de detacheringen. - Kosten overige activiteiten onderzoek; de inhuur van onderzoekondersteuning en de persoonsgebonden budgetten van promovendi, boekpresentaties en vertaalkosten en kosten van de onderzoekschool Ethiek/Noster. - Kosten dienstverlening kerkelijk bestaan uit de directe arrangementskosten gefactureerd op basis van de afspraken inzake de Permanente Educatie met de PKN en inzet van (freelance)docenten op het Seminarium. Door het samenvoegen in het aanbod van cursussen waren zowel de kosten als de baten naar beneden

Jaarrekening PThU 2019

13

PThU Jaarverslag 2019

73


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 5 Financiële baten en lasten

(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel

niet-subsid.

Realisatie 2019

Begroting 2019

Afwijking

Rekening 2018

Financiële baten

0,0

-

0,0

4,2

4,2-

Financiële lasten

2,2-

-

2,2-

2,0-

0,2-

2,0-

Totaal financiële baten en lasten

2,1-

-

2,1-

2,2

4,3-

1,5-

0,4

,

Toelichting: De financiële baten zijn nihil. Rentebaten uit beleggingen in obligaties zijn op dit moment niet aan de orde i.v.m. de lage rentevergoeding. De financiële lasten, bestaan uit de bankkosten van de bedrijfsrekeningen. Op basis van de verhouding privaat en publiek eigen vermogen op de balans vindt normaliter toerekening plaats van de rente.

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector (WNT) Bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en eind functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (in fte)

Prof. dr. M.M. Janssen Rector 1-1 t/m 31-12

0,90

Dienstbetrekking

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn

117.392 20.197

Subtotaal

137.589

Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum

124.200

-/- Onverschuldigd betaald bedrag Totale bezoldiging Reden waarom de overschrijding is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

137.589 overgangsrecht n.v.t.

Gegevens 2018 Aanvang en eind functievervulling in 2018 Omvang dienstverband (in fte)

1-1 t/m 31-12

0,90

Dienstbetrekking

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn

114.370 18.663

Subtotaal

133.033

Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum

119.700

-/- Onverschuldigd betaald bedrag Totaal bezoldiging

133.033

Toelichting: Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op PThU van toepassing zijnde regelgeving: Het WNT-maximum voor het onderwijs, klasse C en complexiteitspunten per criterium: gemiddelde totale baten per jaar (4 punten), gemiddeld aantal leerlingen, deelnemers of studenten (1 punt) en gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren (3 punten). Het bezoldigingsmaximum voor de PThU is € 124.200. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. De bezoldiging van de rector, prof. dr. M.M. Janssen, is in 2019 hoger dan de norm. Voor deze bestuurder is echter het overgangsrecht WNT van toepassing.

Jaarrekening PThU 2019

74

PThU Jaarverslag 2019

14


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten

(bedragen in euro's x 1.000)

Toezichthoudende topfunctionarissen Bedragen x â&#x201A;Ź 1

mr. J.P.H. Donner

Functiegegevens

voorzitter

Aanvang en einde functievervulling in 2019

1-1 t/m 31/12

prof.dr. M. Kaptein

mr. G.C. Endedijk

dr. A.G.L. van mw.ir. H.A.C. Nieuwpoort Branderhorst

lid

lid

lid

lid

1-1 t/m 31/12

1-1 t/m 31/12

1-1 t/m 31/12

1-1 t/m 31/12

Bezoldiging Totale bezoldiging

8.964

3.754

5.976

5.976

5.976

20.700

13.800

13.800

13.800

13.800

-/- Onverschuldigd betaald bedrag

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Reden waarom de overschrijding is toegestaan

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum

Gegevens 2018 Bedragen x â&#x201A;Ź 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2018

drs. J.W. Meinsma

mr. J.P.H. Donner

voorzitter a.i.

voorzitter

1-1 t/m 30-4

1-5 t/m 31/12

prof.dr. M. Kaptein

mr. G.C. Endedijk

dr. A.G.L. van mw.ir. H.A.C. Nieuwpoort Branderhorst

lid

lid

lid

lid

1-1 t/m 31/12

1-1 t/m 31/12

1-1 t/m 31/12

1-1 t/m 31/12

Bezoldiging Totale bezoldiging

2.000

4.000

3.600

3.600

3.600

3.600

Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum

6.504

13.446

13.300

13.300

13.300

13.300

Toelichting: De vergoedingen aan de Raad van Toezicht betreffen vacatiegelden excl.BTW op basis van ingediende facturen en blijven onder d e WNT-norm van toezichthouders van resp. 15% en 10% t.a.v. voorzitterschap en lid.

Vermelding accountantshonorarium De accountantshonoraria zijn als volgt:

Controle van de jaarrekening incl. bekostigingscontrole

Realisatie 2019 32,9

Rekening 2018 25,4

Fiscale advisering

-

-

Niet-controle diensten

-

-

32,9

25,4

Totaal

Toelichting: A12 Registeraccountants B.V. uit Veenedaal is de huisaccountant van de PThU. De in de jaarrekening 2019 verantwoorde accounta ntskosten hebben betrekking op de jaarrekening- en bekostigingscontrole 2019 plus een (interne) verrekening over 2018.

Jaarrekening PThU 2019

15

PThU Jaarverslag 2019

75


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten

(bedragen in euro's x 1.000)

Onderstaande opstelling geeft een overzicht van de subsidiabele en niet-subsidiabele Exploitatierekeningen. Begroting 2019

Realisatie subsidiabel

2019 niet-subsid.

Totaal realisatie

%

Baten 9.571,3

9.674,5

9.674,5

100,0%

College-, cursus-, les- en examengelden

855,0

531,6

313,1

844,7

8,7%

Baten werk in opdracht van derden

915,8

800,4

-

800,4

8,3%

Overige baten

159,0

165,0

71,0

235,9

2,4%

11.501,1

11.171,5

384,1

11.555,6

119,4% 0,0%

7.053,2

7.108,4

386,3

7.494,7

Rijksbijdragen

Totaal baten

-

Lasten

-

Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten

603,4

595,8

1.125,7

1.069,6

-

597,4

6,2%

1.069,6

11,1%

Overige lasten

2.971,0

2.810,7

278,8

3.089,5

31,9%

Totaal lasten

11.753,3

11.584,5

666,8

12.251,3

126,6% 0,0%

Saldo baten en lasten Financiele baten en lasten Exploitatieresultaat

252,22,2 250,0-

2,1415,2-

282,7282,7-

Bijdrage PKN

194,8

Deelnemersbijdragen

118,3

118,3

Contributies Baten gebouwen Overige baten FinanciĂŤle lasten/baten Totaal baten

Buitenlandse studenten

413,0-

Totaal nietsubs. 194,8

Realisatie niet-subsidiabel

Seminarium

52,3

-

18,6

18,6

71,0

384,1 -

386,3

386,3

1,6

1,6

Huisvestingslasten niet-subsidiabel

-

-

Overige lasten contribuantenadm.

5,3

5,3

Publiciteit

-

-

249,3

249,3

Studentenpastoraat

-

Administratiekosten Seminarium Dotatie Ruimzicht

-

0,0% 0,0% -7,2%

4,7 -

Doorberekening inzet PThU-docenten

169,3-

169,3-

188,8

188,8

410,5

666,8 -

Doorberekening naar initieel onderwijs

-

Totaal lasten

256,3

Resultaat niet-subsidiabel

185,3-

PThU Jaarverslag 2019

2,1697,8-

4,7

Kosten dienstverlening kerkelijk

Jaarrekening PThU 2019

-7,2% 0,0%

313,1

Afschrijvingskosten op eigen rekening

Studietoelage buitenlandse student

695,7-

52,3

-

Personeelslasten Seminarium (niet subsidiabel)

76

1,6

0,0% 77,5%

97,4-

282,7-

16


Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019

Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten Overige gegevens

(bedragen in euro's x 1.000)

De jaarrekening 2019 is door de Raad van Toezicht goedgekeurd op xx juni 2020.

1. Vaststelling van de resultaatbestemming over het boekjaar 2019 Het College van Bestuur stelt de resultaatbestemming over het boekjaar 2019 als volgt vast: Algemene Reserve Fonds Graduate School Reserve niet-subsidiabele activiteiten Reserve buitenlandse studenten

399,615,597,4185,3697,8-

Dit voorstel is in de jaarrekening verwerkt.

2. Gebeurtenissen na balansdatum De uitbraak van Covid-19 heeft zich in 2020 razendsnel ontwikkeld. Maatregelen die door diverse overheden zijn genomen om het virus in te perken hebben negatieve gevolgen gehad voor de (economische) activiteit. Wij hebben een aantal maatregelen genomen om de effecten van het C ovid-19-virus te bewaken en te voorkomen, zoals veiligheids- en gezondheidsmaatregelen voor onze medewerkers (zoals beperking van sociale contacten en vanuit huis werken). In dit stadium zijn de gevolgen voor onze activiteiten en onze resultaten beperkt. Wij zullen het beleid en het advies van de diverse nationale instellingen blijven volgen en zullen tegelijkertijd ons uiterste best doen om onze activiteiten zo goed en veilig mogelijk voort te zetten zonder daarbij de gezondheid van onze medewerkers in gevaar te brengen. Wij verwijzen tevens naar de toelichting in de paragraaf ContinuĂŻteit op pagina ... in het bestuursverslag

3. Controleverklaring van de accountant

Jaarrekening PThU 2019

17

PThU Jaarverslag 2019

77


Bijlage 1

Promoties

S.V. Luganov MA

prof. dr. K. Spronk

14 februari 2019

prof. dr. J.T.A.G.M. van Ruiten drs. A. van der Knijff

prof. dr. F.G. Immink

23 mei 2019

dr. T.T.J. Pleizier ds. G. van Zanden

prof. dr. K. Spronk

12 juni 2019

C. van der Knijff MA MSc

prof. dr. R.H. Reeling-Brouwer prof. dr. G. van den Brink

14 juni 2019

prof. dr. M.W. Elliott B. Muchemwa MA

prof. dr. M. Barnard dr. R. Brouwer

78

PThU Jaarverslag 2019

Following the Traces of the Serpent in the Old and New Testaments and the Early Jewish Interpretation. Genesis 3:1-15 in Light of Its Reception History Bevindelijk preken. Een empirisch-homiletisch onderzoek naar bevinding in de prediking binnen de Gereformeerde Gemeenten Bij het begin beginnen. Het Bijbels-theologische project van Frans Breukelman Between Providence and Choice Biography. An Account of Divine Guidance from a Reformed Perspective

5 december 2019 Born Again, Morality and Transformation. An Ethnographic Case Study on Pentecostal Conceptualisation of Corruption


Bijlage 2

Kerkelijk Album en Ordinantie 13 Kerkelijk Album Op peildatum 1 oktober 2019 stonden 114 studenten ingeschreven in het kerkelijk album. Universiteit

Bachelor

Radboud Universiteit Nijmegen

Master

Premaster

Totaal

1

-

1

Evangelische Theologische Faculteit Leuven

1

2

-

3

PThU Amsterdam

4

74

-

78

PThU Groningen

-

30

-

30

Premaster

-

Totaal

5

106

2

2

2

114

Ordinantie 13-13 Ordinantie 13-13 van de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland bepaalt het volgende: 1. Indien iemand die bij een andere kerk in of buiten Nederland als predikant of geestelijke dienst heeft gedaan dan wel in deze kerk is toegelaten tot het ambt van predikant of geestelijke, toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, beoordeelt de kleine synode, gehoord het College van Bestuur inzake de kwaliteit van de ontvangen opleiding en nadat een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in artikel 9 is ingesteld, of, en zo ja, onder welke voorwaarden de weg naar het colloquium voor betrokkene kan worden geopend. 2. Het College van Bestuur stelt vast of een masterexamen aan de Protestantse Theologische Universiteit nodig is en zo ja, welke vrijstellingen kunnen worden verleend voor het masterexamen dat door betrokkene moet worden afgelegd. 3. De kleine synode kan bepalen dat betrokkene â&#x20AC;&#x201C; als bijzondere omstandigheden de kleine synode aanleiding geven de weg naar het colloquium te openen zonder dat toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in lid 2 â&#x20AC;&#x201C; ten aanzien van een of meer vakken een aanvullende opleiding moet doen bij daartoe aangewezen hoogleraren en docenten van de Protestantse Theologische Universiteit. In het jaar 2019 hebben drie beoordelingen overeenkomstig deze kerkordebepaling geleid tot een advies aan het moderamen van de generale synode. Het verzoek tot beoordeling van de opleiding had betrekking op de aanvraag van een predikant/voorganger uit de Hersteld Hervormde Kerk, de Anglicaanse Kerk (Wales) en de Gereformeerde Kerk RoemeniĂŤ.

PThU Jaarverslag 2019

79


PThU | Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam, Groningen Jaarverslag 2019 Versie: v1 // 2020

PThU Jaarverslag 2019


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook