Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
4
PThU Jaarverslag 2019
Voorwoord Graag bieden we u met dit jaarverslag een uitgebreide inkijk in het reilen en zeilen van de Protestantse Theologische Universiteit. Met betrekking tot het onderwijs leverde het jaar 2019 goede beoordelingen op naar aanleiding van de visitatie van zowel onze gezamenlijke bacheloropleiding met de VU als onze masteropleidingen. Dat vervult ons uiteraard met trots. U leest er meer over in dit verslag. Op het onderzoeksterrein konden we in 2019 stevige stappen zetten om tot twee gezichtsbepalende onderzoeksprogramma’s te komen. Ook daarover leest u meer in dit verslag. Voor ons als PThU is het erg belangrijk dat het dialogisch leren meer gestalte kan krijgen. Onze afgestudeerden moeten immers in en tussen geloofsgemeenschappen, maar ook in de samenleving als geheel, professionals zijn die mensen helpen elkaar te begrijpen – ook op het niveau van drijfveren, waarden, geloof en visies op het leven. Wij hebben unieke mogelijkheden om academische kwaliteit en doorleefde spiritualiteit met elkaar te verbinden. Die mogelijkheden mogen nog meer aangeboord worden, om uitgesproken en dus luisterende theologen op te leiden. In én buiten de kerken is daar behoefte aan.
N
Al met al geeft 2019 ons een beeld te zien van een PThU die volop in beweging is. We willen erg veel tot stand brengen met elkaar en zullen in de nabije toekomst nog scherpere keuzes moeten maken wat betreft onze mensen en middelen. We zeggen dank aan allen die hun beste krachten in dit verslagjaar aan de universiteit hebben gegeven, aan onze staf, onze sponsoren en donoren, onze meelevende achterban in de PKN en in zorginstellingen, krijgsmacht, justitie, media, musea en andere sectoren en werkvelden. Onze afgestudeerden komen goed gekwalificeerd bij u terecht. Ons onderzoek komt u ten goede. Dank voor uw suggesties, medewerking aan onderzoek, openheid voor stagiaires, morele en materiële steun. Prof. dr. Mechteld Jansen Rector / Voorzitter College van Bestuur
PThU Jaarverslag 2019
5
Inhoudsopgave Bestuurlijk jaarverslag Hoofdstuk 1
| Missie en profiel van de Protestantse Theologische Universiteit
10
Hoofdstuk 2
| Kerngegevens
12
Hoofdstuk 3
| Inrichting van het onderwijs en het onderzoek 3.1 Onderwijs 3.2 Onderzoek en valorisatie
14 14 14
Hoofdstuk 4
| Inrichting van de governance en de universitaire organisatie 4.1 D e governancestructuur aan de universiteit 4.2 K waliteitszorg, administratieve organisatie en interne beheersing
16 16 17
Hoofdstuk 5
| Verslag Raad van Toezicht 20 5.1 Samenstelling 20 5.2 G oedkeurende besluiten en aandachtspunten 20 5.3 Remuneratiecommissie 21 5.4 Auditcommissie 21 5.5 Algeheel oordeel 21
Hoofdstuk 6
| ContinuĂŻteitsparagraaf 24 6.1 Personeel en studenten 24 6.2 M eerjarenbalans en meerjarenbegroting 25 6.3 I nterne risicobeheersingsen controlesysteem 6.4 Helderheid bekostiging
6
9
PThU Jaarverslag 2019
27 30
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
|
|
|
Onderwijs 7.1 Bacheloropleiding 7.2 Masteropleidingen 7.3 K waliteitsinvesteringen onderwijs uit studievoorschotmiddelen 7.4 Postacademisch onderwijs
32 32 34 35 36
Onderzoek en valorisatie 8.1 Beleid 8.2 Resultaten 8.3 Onderzoeksformatie 8.4 Wetenschappelijke output 8.5 V alorisatie van kennis: maatschappelijke output 8.6 Promovendi en promoties 8.7 F inanciering onderzoek: eerste en overige geldstromen
38 38 39 40 42
46
Personeel 9.1 O mvang en samenstelling personeel 9.2 HR-thema’s 9.3 Werkloosheidsuitkering
50 50 50 51
43 45
Hoofdstuk 10 | Ondersteunende faciliteiten, voorzieningen en diensten 10.1 O ndersteuning ten behoeve van onderwijs, onderzoek en valorisatie 10.2 Human Resource Management 10.3 Communicatie en Marketing
52 52 53 54
Jaarrekening 57 Bijlage 1
|
Promoties
78
Bijlage 2
|
Kerkelijk Album en Ordinantie 13
79
PThU Jaarverslag 2019
7
PThU Jaarverslag 2019
Bestuurlijk jaarverslag
PThU Jaarverslag 2019
Hoofdstuk 1
Missie en profiel van de Protestantse Theologische Universiteit Missie
scherpen aan elkaar. De spiritualiteit die studenten en mede-
Als Protestantse Theologische Universiteit (PThU) zijn wij een
werkers meebrengen, maakt integraal onderdeel uit van het
levensbeschouwelijke universiteit die zich richt op weten-
profiel van onze universiteit. Daarbij sluit de ontwikkeling van
schappelijk onderwijs, onderzoek en valorisatie van kennis in
een stevige identiteit als geestelijk (bege)leider naadloos aan.
de theologie. Met onze theologiebeoefening staan we in de protestantse traditie. We bestuderen het christelijk geloof in
Zo dragen onze medewerkers en studenten bij aan een
de wisselwerking tussen bronnen en eigentijdse vormgeving.
universiteit die gespecialiseerd is in academisch theologisch
We richten ons daarbij op de context van het christendom in
onderzoek en onderwijs; die de toon aangeeft wat betreft
Nederland als onderdeel van het christendom wereldwijd.
de protestantse theologie in Nederland; die internationaal de competitie aankan en nationaal relevant is voor kerk en
Onderwijs
samenleving; die erkend specialist is in de vertaling van oude
We streven er naar studenten op te leiden tot wetenschap-
bronnen naar nieuwe contexten; die valorisatie vanzelfspre-
pelijke theologen die op creatieve en ondernemende wijze
kend vindt; die met haar onderzoek met en voor partners
kerk en samenleving kunnen dienen, op al die plekken waar
navolgbaar impact heeft op de beantwoording van de grote
theologische expertise verrijkend is voor het ontwikkelen van
levensvragen en de verbindingen in de samenleving; die de
inzicht en handelen.
Protestantse Kerk in Nederland en de samenleving dient met academisch gevormde en communicatief vaardige theologen,
Onderzoek
die overal te vinden zijn waar mensen zin en samenhang
We streven er naar, zowel op nationaal als op internationaal
zoeken; en die ambitieuze studenten aantrekt.
niveau, een significante bijdrage te leveren aan de theologische wetenschap en aan vernieuwing van de christelijke traditie.
Valorisatie We streven er naar met ons onderzoek aanwijsbare impact te hebben op sociaal-maatschappelijke vraagstukken, bij te dragen aan intellectuele verrijking van de samenleving met betrekking tot religie, interreligieuze en intrareligieuze kennis, en leidend te zijn in die aangelegenheden waarin onze specifieke expertise benut kan worden ten behoeve van predikanten, kerkelijk werkers en professionals in centrale sectoren in het publieke domein, zoals zorg en onderwijs.
Profiel In het realiseren van deze missie zijn voor onze medewerkers en studenten vier kernwaarden leidend: scherp van geest, diep geworteld, breed georiĂŤnteerd en rijk aan spiritualiteit. Deze termen drukken uit dat onze medewerkers en studenten zich nadrukkelijk geworteld weten in hun levensbeschouwelijke traditie. Zij zijn in staat tot een brede oriĂŤntatie op maatschappelijke ontwikkelingen en levensovertuigingen die meer of minder overeenkomen met de eigen traditie. En zij zijn in staat zich met deze overtuigingen en ontwikkelingen te leren verstaan. Onze medewerkers en studenten dragen actief bij aan de intellectueel uitdagende, maar ook veilige leeromgeving, waarin zij zich in het academische gesprek kunnen
10
PThU Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
11
Hoofdstuk 2
Kerngegevens Studenten en personeel Studenten
Bachelor
Totaal
2018
2019
2018
2019
35
32
48
39
83
71
Totale populatie
110
103
166
158
276
261
Aantal diploma’s
13
26
39
37
52
63
Instroom
Medewerkers
Totaal 2019
Bestuur (fte)
2018
0,90
0,90
Wetenschappelijk personeel (fte)
52,38
50,60
Ondersteunend personeel (fte)
27,30
30,31
Totaal aantal medewerkers (fte)
80,58
81,81
Financiën (€ x 1.000)
2019
2018
9.674,5
9.413,9
Bijdrage Protestantse Kerk
194,8
199,2
College- en examengelden
531,6
456,8
Deelnemersbijdragen PAO
118,3
92,7
Tweede en derde geldstroommiddelen
800,4
419,5
Rijksbijdrage
Overige baten
235,9
228,7
Totale baten
11.555,6
10.810,8
Resultaat
-/- 697,8
-/- 636,5
8.969,2
9.667,0
Solvabiliteitsratio
0,65
0,65
Liquiditeitsratio
0,50
0,51
77,6%
89,4%
Eigen Vermogen
Weerstandsvermogen
12
Master
2019
PThU Jaarverslag 2019
2018
Hoofdstuk 0
Titel
PThU Jaarverslag 2019
13
Hoofdstuk 3
Inrichting van het onderwijs en het onderzoek 3.1 Onderwijs
en ‘Religie en conflict’. Onze doorlopende leerlijn is hierop
Wij bieden zowel bachelor- als masteropleidingen aan. Deze
afgestemd en blijft tevens verbonden met de eindtermen van
opleidingen kenmerken zich door een een nauwe verwe-
de bachelor Theologie joint degree met de VU.
venheid van onderzoek en onderwijs; een internationale oriëntatie; inbedding in een brede universitaire context;
Studenten die de bacheloropleiding Theologie van de RUG
betrokkenheid op sociale, culturele, maatschappelijke en
volgen en die daarbinnen onze route opnemen, bereiden zich
kerkelijke ontwikkelingen; en volop ruimte voor persoonlijke
optimaal voor op de masteropleidingen die wij aanbieden.
en spirituele vorming.
3.1.2 Masteropleidingen 3.1.1 Bacheloropleiding
Ons masteronderwijs kent drie opleidingen: een masteroplei-
Ons bacheloronderwijs is ingericht langs twee lijnen:
ding Gemeentepredikant in Amsterdam, een masteropleiding Predikantschap in Groningen, met zowel een route voor de
1. De samen met de faculteit Religie en Theologie van de
gemeentepredikant als voor de predikant-geestelijk verzorger,
Vrije Universiteit (VU) ingerichte bachelor Theologie joint
en een eenjarige internationale masteropleiding Verdieping
degree in Amsterdam, waarvan wij gezamenlijk met de VU
in Groningen.
eigenaar zijn. We beogen met onze masteropleidingen wetenschappelijk Met deze bacheloropleiding beogen wij brede basiskennis aan
opgeleide theologen op te leiden, die op creatieve en onder-
te reiken op het gebied van theologie. Van de academische
nemende wijze hun expertise inbrengen in kerk en samen-
theologiebeoefening binnen de bacheloropleiding maakt –
leving. Zij leveren die inbreng als predikant in uiteenlopende
naast het verwerven van kennis op de terreinen van geloof,
werkvelden en als gids in diverse maatschappelijke sectoren.
samenleving en kerk – de kritische reflectie op het geloof en
Zij doen dit vanuit een stevige persoonlijke identiteit om als
de eigen theologische positie deel uit. Vanuit een betrokken
geestelijk leider te kunnen spreken en handelen in maat-
positie leert de student het gesprek te voeren met andere
schappelijke en kerkelijke contexten.
posities, andere culturen en andere godsdiensten. In het licht van deze doelstelling vormen het dialogisch perspectief van
Het doel van onze masteropleiding Verdieping is startbe-
theologiseren en de persoonlijke vorming belangrijke compo-
kwame theologische professionals op te leiden die een werk-
nenten in de bacheloropleiding. De oefening in dialoog en het
plek vinden in de wereldkerk, in het theologisch onderwijs of
ontwikkelen van de eigen theologische identiteit vindt in de
onderzoek of in maatschappelijke organisaties.
opleiding plaats door middel van georganiseerde onderlinge uitwisseling van overtuigingen en standpunten, met daarbij de
3.2 Onderzoek en valorisatie
regels van de wetenschapsbeoefening als gemeenschappe-
Ons onderzoek vindt plaats vanuit drie onderzoeksprogram-
lijke basis.
ma’s: Sources, Beliefs en Practices.
2. De aan onze vestiging Groningen ingerichte route, die is
Sources is het onderzoeksprogramma van Bijbelwetenschap-
afgeleid van de bacheloropleiding Theologie joint degree
pen en Kerkgeschiedenis. Binnen dit programma draait het
en die we aanbieden (voor een omvang van 45 ECTS)
om de bronnen van christendom en jodendom en de wissel-
binnen de bacheloropleiding van de faculteit Godgeleerd-
werking door de tijd heen tussen die bronnen.
heid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
Beliefs is het systematisch-theologisch onderzoek van onze universiteit. Centraal staat de vraag wat er gebeurt met (men-
Het bachelorprogramma van de RUG legt een specifieke
selijk) leven in de eenentwintigste eeuw. Hoe transformeert
nadruk op joods-christelijke tradities. Het curriculum is onder-
dit leven, in wetenschap en technologie, politiek en ecologie,
zoeksgestuurd opgebouwd en ontwikkeld door het faculteit-
kunst, religie, cultuur, globalisering en massamigratie, en in
sprofiel ‘Religie en Cultuur’, wat concreet wordt uitgewerkt
welke richting ontwikkelt het zich? Zijn deze ontwikkelingen
in twee thematische lijnen: ‘Religie en culturele diversiteit’
14
PThU Jaarverslag 2019
vanuit (christelijk) theologisch perspectief als heilzaam
Uit hoofde van die verantwoordelijkheid heeft de commissie
te duiden?
een belangrijke adviesrol richting het College van Bestuur van onze universiteit.
Practices is het onderzoeksprogramma waarin onderzoekers van praktisch-theologische disciplines en vanuit de
Naar aanleiding van de aanbeveling van de visitatiecommissie
sociale wetenschappen samenwerken in een multidiscipli-
Onderzoek, die ons in 2018 adviseerde een ‘verdergaande
naire benadering van geloofspraktijken in de kerken en het
focus, coherentie, kritische massa en internationale zichtbaar-
publieke domein.
heid’ van het onderzoek na te streven, zijn in 2019 belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van twee nieuwe onder-
Leden van de wetenschappelijke staf brengen hun onderzoek
zoeksprogramma’s: Mediating Good Life en Moving Identities.
onder bij een van de drie groepen, die elk worden geleid door
Deze zijn anders dan de bestaande onderzoeksprogramma’s
een onderzoeksprogrammaleider. De programmaleiders
interdisciplinair en thematisch ingestoken. Vervanging van
vormen gezamenlijk de commissie Wetenschapsbeoefening
de drie disciplinaire programma’s door de interdisciplinaire
en zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van ons onderzoek.
programma’s is voorzien voor 2020.
PThU Jaarverslag 2019
15
Hoofdstuk 4
Inrichting van de governance en de universitaire organisatie 4.1 D e governancestructuur aan de universiteit
het oog op de omvang van de organisatie – eenhoofdig, zodat de taken en verantwoordelijkheden van rector en voorzitter
Het bestuur en toezicht met betrekking tot onze universiteit is
zich verenigen in één persoon. Het College van Bestuur is ver-
geregeld overeenkomstig de governancecode VSNU en de op
antwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht. De taken
onze levensbeschouwelijke universiteit van toepassing zijnde
van het College van Bestuur hebben betrekking op zowel de
bepalingen in hoofdstuk 9 van de Wet op het Wetenschap-
academische als bestuurlijke representatie en zijn vastgelegd
pelijk Onderwijs en Onderzoek (WHW), Ordinantie 13 van de
in het Bestuursreglement.
Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland en het eigen Bestuursreglement, zoals dit op 25 september 2017 door de
Bij haar bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden laat de
Raad van Toezicht is gewijzigd en goedgekeurd.
rector zich bijstaan door het managementteam, bestaande uit de directeur onderwijs en de manager bedrijfsvoering, die
Raad van Toezicht: taken, bevoegdheden en samenstelling
beiden als adviseurs van het College van Bestuur optreden.
De leden van de Raad van Toezicht worden op basis van Ordi-
lijk ondersteund en geadviseerd door de bestuurssecretaris.
nantie 13-3 van de Kerkorde benoemd, geschorst en ontsla-
Het College van Bestuur, met het managementteam en de
gen door de Generale Synode.
ambtelijke ondersteuning, was in 2019 als volgt samengesteld:
Het College van Bestuur met de twee adviseurs wordt ambte-
– prof. dr. M.M. Jansen, rector en voorzitter De Raad van Toezicht houdt toezicht op de uitvoering van de
– dr. F. Stark, directeur onderwijs
werkzaamheden en op de uitoefening van de bevoegdheden
– drs. J.W. Boven, manager bedrijfsvoering (tot 1 mei 2019)
van het College van Bestuur, oefent het werkgeverschap uit
– mr. drs. D.J. de Boer, ambtelijk secretaris
over de bestuurder en is gesprekspartner op strategisch Toezicht het College van Bestuur met raad terzijde. Daarnaast
Medezeggenschap: Universiteitsraad en Opleidingscommissie
heeft hij in opdracht van de Generale Synode een speciale
Voor de medezeggenschap hebben wij een Universiteits-
verantwoordelijkheid met betrekking tot de instandhouding
raad ingesteld, bestaande uit acht leden, van wie de helft uit
van de opleiding van predikanten voor de Protestantse Kerk in
en door het personeel is gekozen en de andere helft uit en
Nederland. Voor zijn toezichthoudende verantwoordelijkheid
door de studenten. Taken en bevoegdheden van de raad zijn
heeft de raad een toezichthoudend kader vastgesteld.
geregeld in een Reglement voor de Universiteitsraad waarin
niveau van het College van Bestuur. Ook staat de Raad van
toepassing is gegeven aan de taken en bevoegdheden in paraDe Raad van Toezicht is zodanig samengesteld dat de leden
graaf 1 van titel 2 van hoofdstuk 9 van de WHW. In verband
ten opzichte van elkaar en van het College van Bestuur
met de monofacultaire structuur van onze universiteit kennen
onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Het principe van
wij geen Faculteitsraad zoals bedoeld in paragraaf 2 van
onafhankelijkheid is daarmee geëerbiedigd. De leden van de
titel 2 van hoofdstuk 9 van de WHW. De Universiteitsraad
Raad van Toezicht opereren collegiaal en besluiten in collec-
voert ten minste tweemaal per jaar overleg met het College
tiviteit. Tegelijk hebben de leden elk een eigen portefeuille en
van Bestuur.
aandachtsgebied. De leden ontvangen voor hun toezichthoudende taken geen persoonlijke financiële vergoeding anders
De Opleidingscommissie vormt het medezeggenschapsorgaan
dan de vergoeding als lid van de Raad van Toezicht.
voor het bevorderen en waarborgen van de kwaliteit van de opleidingen. De commissie bestaat uit acht leden, van wie de
16
College van Bestuur: taken, bevoegdheden en samenstelling
helft uit en door het personeel is gekozen en de andere helft
De Raad van Toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden
commissie zijn geregeld in een Reglement voor de Opleidings-
van het College van Bestuur. Tevens stelt de raad de beloning
commissie waarin toepassing is gegeven aan de taken en
van de leden van het College van Bestuur vast.
bevoegdheden in paragraaf 2 van titel 1 van hoofdstuk 9 van
Het College van Bestuur is belast met het bestuur, het beheer
de WHW. Aan onze universiteit zijn twee van deze commissies
en de bedrijfsvoering van de universiteit. Het bestuur is – met
verbonden: één voor de bacheloropleiding Theologie joint
PThU Jaarverslag 2019
uit en door de studenten. Taken en bevoegdheden van de
degree, die we samen met de VU aanbieden en waarvoor
Voor specifieke beleidsthema’s stelt het College van Bestuur
wij de helft van het aantal leden hebben aangewezen; en
werkgroepen in die op verzoek van het college voorstellen
één voor onze masteropleidingen. De Opleidingscommissie
doen. Voor de doorontwikkeling van de masteropleidingen
voert ten minste twee maal per jaar overleg met het College
stelde ons bestuur een werkgroep in die tot taak heeft voor-
van Bestuur.
stellen te ontwikkelen voor herziening van de curricula van deze opleidingen, gericht op verbreding van de uitstroompro-
Horizontale verantwoording: overleg met interne en externe stakeholders
ding Theologie joint degree heeft het College van Bestuur, in
Wij beoefenen de theologie in wisselwerking met en ten dien-
overleg met het bestuur van de faculteit Religie en Theologie
ste van de academie, de kerk en de samenleving. Dit kunnen
van de VU, een werkgroep geïnstalleerd, die voorstellen ont-
we alleen maar waarmaken als we bij het vormen en uitvoe-
wikkelt voor herziening van het curriculum van deze gezamen-
ren van beleid in contact staan met onze interne en externe
lijke opleiding.
stakeholders. Ten behoeve van een goede aansluiting van het onderwijs op
fielen. Ook voor de doorontwikkeling van de bacheloroplei-
4.2 Kwaliteitszorg, administratieve organisatie en interne beheersing
de omliggende academische, kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, onderhoudt het bestuur van onze universiteit
Planning en controlcyclus
verschillende externe bestuurlijke relaties. Zo vindt twee- tot
Basis voor de interne sturing en externe verantwoording is
driemaal per jaar overleg plaats met het bestuur van de facul-
de planning- en controlcyclus. Deze cyclus is ingericht volgens
teit Religie en Theologie van de VU en met de faculteit Godge-
de plan-do-check-act structuur. Het instellingsplan vormt
leerdheid en Godsdienstwetenschap van de RUG. Ten minste
het kader waarbinnen de begroting wordt vastgesteld als
eenmaal per jaar spreekt ons College van Bestuur met preses
financiële doorvertaling van de beleidsvoornemens voor het
en scriba van het moderamen van de Generale Synode van de
daarop betrekking hebbende begrotingsjaar. Tussentijds
Protestantse Kerk in Nederland. Vier maal per jaar heeft het
worden financiële rapportages opgesteld uitlopend op de
College van Bestuur overleg met de Raad van Advies. Het Col-
twaalfmaandsrapportage in de vorm van de Jaarrekening
lege van Bestuur kan deze raad om advies vragen over alle
en het Bestuursverslag. Deze worden door het College van
zaken die de universiteit aangaan. Met het oog op het onder-
Bestuur vastgesteld na advisering door de Universiteitsraad
wijsbeleid fungeert de raad als werkveldadviescommissie.
en ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Toezicht.
Het College van Bestuur vraagt de raad in elk geval om advies over het strategisch beleid dat de predikantsopleidingen en
Voor het doorlopen van de planning- en controlcyclus beschik-
de relevante beroepenvelden aangaat.
ken wij over interne administratieve systemen en procedures. De kwaliteit van deze systemen en procedures wordt jaarlijks
Onderzoeks- en valorisatiebeleid geven we mede vorm door
getoetst met behulp van interne evaluaties van processen
het deelnemen aan netwerkorganisaties. Wij doen op zowel
en op grond van de jaarlijkse interim controle, die door de
organisatorisch als individueel niveau mee. Door binnen deze
externe accountant uitgevoerd wordt en waarvan verslag
netwerkverbanden present te zijn kunnen wij onze exper-
wordt gedaan in de managementletter.
tise ontwikkelen en inzetten binnen bredere maatschappelijke verbanden.
De planning- en controlcyclus op het niveau van de administratieve organisatie staat ten dienste van de primaire pro-
Wij participeren in het Netwerk van Levensbeschouwelijke
cessen die zelf zijn ingebed in een cyclus van kwaliteitszorg.
Universiteiten (NLU); dit ten behoeve van de behartiging van
Zowel onderwijs als onderzoek en valorisatie kennen een
de bijzondere belangen van de levensbeschouwelijke univer-
zesjarige cyclus.
siteiten, met betrekking tot beleidsontwikkelingen die op het schap tot stand komen. Via dit netwerk onderhouden wij
Externe en interne kwaliteitszorg onderwijs: onderwijskwaliteit en toetsing
contact met de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten
Wat betreft het onderwijs loopt deze cyclus gedurende de
(VSNU), zodat we direct zicht houden op bredere universitaire
zesjarige accreditatietermijn van de opleidingen. Na een
ontwikkelingen.
positief accreditatiebesluit door de Nederlands-Vlaamse
niveau van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten-
Accreditatieorganisatie (NVAO) bieden we het onderwijs aan Intern zijn medewerkers en studenten bij het beleid betrok-
in de vorm van opleidingen. Ten behoeve van het monitoren
ken via de Universiteitsraad en de opleidingscommissies.
van de kwaliteit van het onderwijs en de toetsing hebben
Daarnaast belegt het bestuur informele bijeenkomsten voor
we een onderwijskwaliteitsbeleid en een toetsbeleid vast-
uitwisseling van beleidsvoornemens met het personeel.
gesteld. De twee opleidingscommissies, die onder andere
In klankbordgroepen heeft het bestuur op informele wijze
de evaluatie van de cursussen voor hun rekening nemen,
contact met studenten op de beide vestigingsplaatsen.
borgen de kwaliteit van zowel de bacheloropleiding als de
PThU Jaarverslag 2019
17
masteropleidingen. Het College van Bestuur neemt kennis van de uitkomsten van de evaluaties en besluit vervolgens tot het treffen van verbetermaatregelen, die het opleidingsmanagement in overleg met de onderwijsgevenden doorvoert. Tussen bestuurlijke besluitvorming en implementatie van beleid is de Opleidingscommissie als medezeggenschaps orgaan gepositioneerd. Ten behoeve van de borging van het voor de opleidingen vastgestelde toetsbeleid is voor zowel de bacheloropleiding als de masteropleidingen een Examencommissie ingesteld. De commissie voor de bacheloropleiding is benoemd in gezamenlijkheid met het bestuur van de faculteit Religie en Theologie van de VU. De Examencommissie voor de bacheloropleiding bestaat uit vier leden: twee uit de wetenschappelijke staf van de faculteit en twee uit onze eigen wetenschappelijke staf. Aan de commissie is een ambtelijk secretaris toegevoegd. De voltallige commissie functioneert tevens als BSA-commissie. Tijdens de zesjaarscyclus van onderwijskwaliteitszorg vindt na drie jaar een midterm-evaluatie plaats. De uitkomsten van de tussentijdse evaluatie vormen de basis voor verbetermaatregelen die we in de resterende drie jaren van de accreditatietermijn doorvoeren en monitoren. In het zesde jaar van de accreditatietermijn volgt een externe beoordeling van de opleidingen op basis van het door de NVAO daartoe gehanteerde beoordelingskader met het oog op heraccreditatie. In 2019 heeft de externe beoordeling van zowel de bacheloropleiding als de masteropleidingen van de PThU plaatsgevonden. Op de uitkomst daarvan wordt in hoofdstuk 7 ingegaan.
Externe en interne kwaliteitszorg onderzoek Ook de kwaliteitszorg van het onderzoek kent een zes jarige cyclus, met tussentijds een evaluatie van de stand van zaken betreffende de verbetermaatregelen die een externe visitatiecommissie heeft aangereikt. Binnen onze organisatie is het onderzoeksmanagement, dat bestaat uit de leiders van de onderzoeksprogramma’s onder aansturing van de rector, verantwoordelijk voor de interne kwaliteitszorg van het onderzoek. Jaarlijks stellen we aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve criteria vast of de uitvoering van het onderzoeks- en valorisatiebeleid voldoende is in het licht van de beleidskaders en de doelstellingen van het Instellingsplan. In 2018 heeft een externe commissie het onderzoek van onze universiteit beoordeeld en daarvan rapport uitgebracht.
18
PThU Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
19
Hoofdstuk 5
Verslag Raad van Toezicht 5.1 Samenstelling De Raad van Toezicht bestaat uit vijf leden, onder wie de
5.2 Goedkeurende besluiten en aandachtspunten
voorzitter. De leden zijn benoemd op basis van profielen die
De Raad van Toezicht vergaderde in het verslagjaar vijf keer,
in de eerste plaats deskundigheid voor het uitoefenen van
kwam eenmaal voor een interne evaluatie bijeen en organi-
een toezichthoudende taak betreffen: een onafhankelijke
seerde samen met het bestuur een heidag. De vergaderingen
en kritische positie kunnen innemen ten opzichte van het
zijn opgebouwd uit twee onderdelen. In het eerste deel van de
bestuur; beschikken over affiniteit met een wetenschappelijke
vergadering bespreekt de raad in afwezigheid van het College
instelling; beschikken over ervaring met het besturen van
van Bestuur interne aangelegenheden van de raad en wordt
een complexe organisatie; kunnen herkennen van relevante
het overleg met het bestuur voorbereid. Het tweede deel van
ontwikkelingen; beschikken over een relevant maatschappe-
de vergadering vindt plaats in aanwezigheid van het bestuur.
lijk, kerkelijk en/of politiek netwerk. In de tweede plaats stelt
Tijdens dit deel van de vergadering komen de zaken aan de
de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland de eis dat
orde waarover de raad een besluit dient te nemen, waaronder
een lid van de raad belijdend lid van deze kerk is. In de derde
die aangelegenheden die goedkeuring van de raad behoeven.
plaats is voor elk lid aan de algemene deskundigheidseisen een specifiek profiel toegevoegd: voorzitter, expertise op het
De belangrijkste besluiten van de Raad van Toezicht in
terrein van bedrijfsvoering, hoogleraar, bijzondere betrokken-
2019 waren goedkeuring van:
heid op nieuwe vormen van kerk-zijn, theoloog/predikant.
– Bestuurlijk jaarverslag en Jaarrekening 2018; – Begroting 2020 met uitzondering van de daaraan
In 2019 was de Raad van Toezicht als volgt samengesteld: – mr. J.H.P. Donner (voorzitter, lid remuneratiecommissie) · aanvang eerste termijn: 1 mei 2018 · einde eerste termijn: 30 april 2022 – Ir. H.A.C. Branderhorst
toegevoegde investeringsagenda; – de financiële kwartaalrapportages en bijbehorende prognoses; – de voorstellen voor de kwaliteitsafspraken in verband met investering uit studievoorschotmiddelen; – voornemen College van Bestuur tot medeoprichting
(profiel nieuwe vormen van kerk-zijn, vice-voorzitter)
van een coöperatie van de Nederlandse
· aanvang eerste termijn: 1 januari 2016
Levensbeschouwelijke Universiteiten;
· einde eerste termijn: 31 december 2019 – mr. G. Endedijk
– benoeming van een nieuw lid van de Raad van Advies; – benoeming bijzonder hoogleraar Diaconaat;
(profiel bedrijfsvoering financiën, lid auditcommissie)
– benoeming hoogleraar Ethiek van de zorg;
· aanvang eerste termijn: 1 december 2017
– herbenoeming voor vier jaar van de rector / voorzitter
· einde eerste termijn: 30 november 2021 – prof. dr. M. Kaptein (profiel hoogleraar, lid auditcommissie)
College van Bestuur; – voornemen tot benoeming van een tweede lid van het College van Bestuur.
· aanvang eerste termijn: 1 mei 2011 · einde eerste termijn: 30 april 2015
De raad keurde de Jaarrekening 2018 en de Begroting 2020
· aanvang tweede termijn: 1 mei 2015
goed op basis van een positief advies van de auditcommissie,
· einde tweede termijn: 30 april 2019
bestaande uit mr. G. Endedijk en prof. dr. M. Kaptein.
· einde verlengde termijn: 1 maart 2020 – dr. A.G.L. van Nieuwpoort
Daarnaast hebben onder meer de volgende zaken de aan-
(profiel predikant, lid remuneratiecommissie)
dacht van de raad gevraagd:
· aanvang eerste termijn: 1 juni 2017
– accountantsverslag namens DVE Accountants bij de
· einde eerste termijn: 31 mei 2021
Jaarrekening en Bestuurlijk jaarverslag 2018; – de visie op de protestantse en theologische identiteit van de
20
Vanuit de Raad van Toezicht onderhoudt ir. Branderhorst het
universiteit en de bezinning op de strategische keuzes die in
contact met de Universiteitsraad.
verband daarmee moeten worden gemaakt;
PThU Jaarverslag 2019
– opstellen van een profiel en werving van een tweede lid van het College van Bestuur;
Interne evaluatie raad van toezicht In de zomer van 2019 heeft de Raad van Toezicht een interne
– werving studenten en rendement masteropleidingen;
evaluatie van zijn functioneren gehouden. Daarbij is de
– werving tweede en derde geldstroommiddelen;
wens voor meer administratieve ondersteuning aan de orde
– studententevredenheid op grond van de uitkomst van de
gekomen. Tevens is daarbij uitgesproken dat de raad meer
Nationale Studentenenquête 2018; – de toekomst van de bacheloropleiding Theologie joint
affiniteit wil creëren met wat in de organisatie omgaat, zoals het onderwijs- en het onderzoeksprogramma. De raad sprak
degree, in samenhang met het voornemen van het bestuur
met het bestuur af dat op de jaaragenda van de raad ook
van de faculteit Religie en Theologie van de VU, naast
inhoudelijke onderwerpen komen te staan. Het doel is door
deze gezamenlijke opleiding, een brede, internationale
middel van deze onderwerpen meer verbinding te krijgen met
bacheloropleiding te ontwikkelen;
wat er op het terrein van de primaire processen (onderwijs,
– de heraccreditatie van de bacheloropleiding Theologie joint degree; – de heraccreditatie van de masteropleidingen Gemeentepredikant, Predikantschap en Verdieping.
Strategie: Instellingsplan 2018-2022
onderzoek en valorisatie) omgaat. De raad kan betrokkenen bij deze processen vragen tijdens de vergadering korte presentaties te geven.
5.3 Remuneratiecommissie De Remuneratiecommissie van de Raad van Toezicht
In april 2019 hield de Raad van Toezicht een heidag. Deze
bestond in het verslagjaar uit mr. J.H.P. Donner en
dag was bedoeld om bouwstenen te vinden in het licht van
dr. A.G.L. van Nieuwpoort. In het verslagjaar was er geen
heroriëntatie op de strategie, die de raad samen met het
aanleiding voor een gesprek met de commissie, omdat op
College van Bestuur was begonnen. De raad voerde met het
dat moment de herbenoeming van het bestuurslid voor een
bestuur een gesprek over wat het betekent om predikanten
nieuwe periode van vier jaar aan de orde was.
op te leiden als geestelijk leider, wat het specifieke is van theologie, wat het eigene is van onze universiteit, wat onze
5.4 Auditcommissie
boodschap is en wat onze meerwaarde voor de samenleving.
De Auditcommissie ondersteunt de Raad van Toezicht bij
De raad zocht een antwoord dat past bij deze tijd waarin de
financiële aangelegenheden. Deze commissie bestaat uit twee
kerk kleiner wordt en grijzer, in een samenleving die mede
leden: mr. G. Endedijk en prof. dr. M. Kaptein. De commissie
berust op protestantse tradities en zich bezig blijft houden
heeft in 2019 tweemaal overleg gevoerd, naar aanleiding
met vragen naar zin en bestemming. Om het beraad richting
van de Jaarrekening 2018 en de Begroting 2020. De commis-
te geven werden voor elk van de drie gespreksthema’s (het
sie heeft na een bespreking met de rector de Jaarrekening
academische karakter van de universiteit; de zichtbaarheid
2018 en de Begroting 2020 met een positief advies voorgelegd
van de universiteit in de buitenwereld; en de predikanten, hun
aan de raad, met dien verstande dat de door het bestuur aan
opleiding en de eisen die daaraan moeten worden gesteld)
de Begroting 2020 toegevoegde investeringsagenda geen
externe deskundigen uitgenodigd.
deel uitmaakte van dit positieve advies. De auditcommissie
Op basis van de uitkomst van het gesprek op de heidag
besprak ook de managementletter naar aanleiding van de
stelde de Raad van Toezicht vast dat het draait om aantrek-
interimcontrole 2019, en legde deze na kennisname van de
kingskracht, kwaliteit en zichtbaarheid in hun onderlinge
voorgenomen opvolging van aanbevelingen door het bestuur
samenhang: aantrekkingskracht die gelegen is in de erkenning
met positief advies voor aan de Raad van Toezicht.
van onze universiteit als plaats van meer dan volwaardig academisch onderzoek en onderwijs, dat betekenisvol is voor
Nadat het bestuur de viermaandsrapportage met een geprog-
de kerk en de bredere samenleving, en helpt bij het bouwen
nosticeerd resultaat eindejaar 2019 aan de auditcommissie
van bruggen en het vinden van dialoog; kwaliteit die gelegen
had voorgelegd en de commissie moest vaststellen dat deze
is in nationaal en internationaal erkende wetenschappelijke
prognose onverwacht in de rchting van een substantiële
kwaliteit op het terrein van de theologie; zichtbaarheid die
overschrijding van het resultaat op basis van de Begroting
gelegen is in wetenschappers, studenten en alumni die zich
2019 wees, heeft de Auditcommissie, na met het bestuur
duidelijk en helder manifesteren als theologen die midden in
afspraken te hebben gemaakt over maatregelen tot bijstu-
de samenleving staan.
ring, extra overlegvergaderingen gepland op basis van een
De Raad van Toezicht heeft met het bestuur het strategisch
prognoserapportage na zes maanden en negen maanden.
gesprek tijdens de na april gehouden vergaderingen voortgezet en zal dit na het verslagjaar continueren om nadere
5.5 Algeheel oordeel
invulling te geven aan het Instellingsplan 2018-2022 en als
De Raad van Toezicht stelt met voldoening vast dat het
prelude op het nieuw te ontwikkelen strategische beleidsplan
bestuur inzet op het versterken van de positie van de PThU
voor de jaren daarna.
in het academisch theologische landschap, in verbinding met kerk en samenleving. In aanvulling op de verbreding van de uitstroomprofielen van de masteropleidingen is een
PThU Jaarverslag 2019
21
begin gemaakt met een verdergaande doorontwikkeling en herziening van deze opleidingen. Deze zet in op het vergroten van de aantrekkelijkheid en wervingskracht van de opleidingen mede door de identiteit van het onderwijs scherper naar voren te brengen, de studeerbaarheid te verbeteren en het onderwijs in een betere balans met een breed beroepsveld en bijbehorende stagecontexten te brengen. De financiĂŤle positie van de PThU is ondanks het tekort ten opzichte van de begroting vooralsnog bevredigend,. Toch mag deze niet als een rustig bezit worden beschouwd. Gegeven de noodzakelijke aanpassing naar beneden van de prognose van het aantal studenten en in de wetenschap dat het realiseren van een bescheiden groei van het studentenaantal grote inspanningen zal vergen; en rekening houdend met mogelijke negatieve lange termijn effecten op de rijksbijdrage als gevolg van een herziening van het bekostigingsstelsel en in het bijzonder heroverweging van het vaste voetpercentage als onderdeel van de bekostiging, moet bestuurlijk rekening worden gehouden met een daling van de inkomsten op de langere termijn. Dit vergt enerzijds ontwikkeling van krachtig beleid gericht op groei van het aantal studenten ; en anderzijds vraagt dit om voorbereiding van beheersingsmaatregelen om eventuele negatieve begrotingseffecten op de langere termijn te kunnen ondervangen. De PThU staat voor een blijvende opgave in een samenleving die voortgaand seculariseert, haar academisch, kerkelijk en maatschappelijk belang waar te maken.
22
PThU Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
23
Hoofdstuk 6
Continuïteitsparagraaf
Als gevolg van het uitbreken van de Covid-19 crisis is een
De aanstelling van nieuwe medewerkers heeft plaatsgevon-
onzekere situatie ontstaan. Deze onzekerheid wordt mede
den binnen de meerjarige kaders van de personeelsbegroting
veroorzaakt door maatregelen die door de overheid zijn inge-
en, voor zover het niet de promovendi en ondersteunende
steld om de verspreiding van het Covid-19-virus te beperken.
medewerkers betreft, binnen het kader van de investering in
Het effect op onze universiteit en de vraag of dit op termijn
kwaliteit van het onderwijs. De prognose van de personele
kan leiden tot continuïteitsproblemen is onduidelijk.
bezetting 2019-2022 laat het volgende beeld zien.
De overheid heeft steunmaatregelen aangekondigd, waarvan de exacte uitvoering en uiteindelijke afwikkeling echter nog onduidelijk zijn. Hierdoor bestaat er een onzekerheid die naar onze inschatting niet van materieel belang is op grond waarvan gerede twijfel zou kunnen bestaan over de conti-
Prognose ontwikkeling personele bezetting Bestuur Personeel primaire proces
2019
2020
2021
0,90
1,9
1,9
2022 1,9
52,38
53,63
52,16
50,33
Ondersteunend personeel
27,30
24,7
24,64
24,64
Totaal
80,58
80,23
78,70
76,87
nuïteit van het geheel van onze werkzaamheden. Gezien de bijzondere situatie rondom het Covid-19-virus in combinatie
In de meerjarenbegroting blijft – als gevolg van natuurlijk
met de branche (hoger onderwijs) waarin onze universiteit
verloop – de vacatureruimte beschikbaar, waardoor bijsturing
zich bevindt én de steun die door de overheid is uitgesproken,
op personeelskosten en personele inzet in de komende jaren
verwachten wij geen continuïteitsissue op deze grond voor
mogelijk blijft. Met het oog op de noodzaak flexibel te kunnen
onze universiteit. Wij zijn dan ook van mening dat de waar-
inspelen op de ontwikkelingen in het omliggende veld voor
deringsgrondslagen op basis van continuïteit kunnen worden
wat betreft de aanstelling van wetenschappelijk personeel,
gehandhaafd. De in de onderhavige Jaarrekening gehanteerde
volgt het bestuur in de komende jaren een beleid waarin
grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn dan
talent wordt gespot en kansen worden benut om dit talent
ook gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van
aan onze universiteit te binden.
onze universiteit.
6.1.2 Studenten Conclusie
De ontwikkeling van het aantal studenten in de jaren
Hoewel de situatie onzeker is, verwachten wij op dit moment
2016-2019 is als volgt.
niet dat de gevolgen van het Covid-19-virus een materieel 20192020
negatief effect zullen hebben op onze financiële conditie of liquiditeit.
6.1 Personeel en studenten
20182019
20172018
20162017
Bachelor
114
103
110
98
Masteropleidingen
157
158
176
162
Totaal
270
261
286
260
6.1.1 Personeel
Eén student is zowel op de master- als bacheloropleiding
Het personeelsbestand heeft zich in de jaren 2015-2019 als
ingeschreven; dit verklaart het verschil in de totaaltelling. Voor
volgt ontwikkeld.
studiejaar 2019-2020 is de prognose niet gehaald. De daling ten opzichte van studiejaar 2017-2018 maakt duidelijk dat
Bestuur Personeel primaire proces
2019
2018
2017
2016
2015
0,90
0,90
0,90
0,90
0,90
52,38
50,60
52,93
49,98
47,99
Ondersteunend personeel
27,30
30,31
23,49
22,76
22,69
Totaal
80,58
81,81
77,32
73,64
71,58
Ten opzichte van 2018 is sprake van een afname van het totaal aantal in dienst zijnde medewerkers (uitgedrukt in fte). De afname bedraagt 1,23 fte.
24
PThU Jaarverslag 2019
er nadrukkelijk maatregelen ter vergroting van de zichtbaarheid en aantrekkingskracht van de opleidingen moeten worden ingezet.
De prognose van het aantal studenten 2020-2023 ziet er als
Staat van baten en lasten
volgt uit. BATEN 20192020
20202021
20212022
20222023
20232024
Bachelor
114
105
110
115
115
Masteropleidingen
157
175
180
185
185
Totaal
270
280
290
300
300
Rijksbijdrage
2019
2020
2021
2022
9.674,5
9.634,2
9.472,3
9.599,9
194,8
240,0
242,4
244,8
Bijdrage Protestantse Kerk in Nederland College-, cursus- en examengelden
531,6
515,0
515,0
515,0
Deelnemersbijdragen
118,3
100,0
101,0
102,0
We zetten in op het doen toenemen van het aantal studenten
Baten werk in opdracht derden
800,4
952,4
734,7
688,3
dat bij aanmelding voor de gezamenlijke bacheloropleiding
Overige baten
235,9
112,9
118,0
123,1
de eerste inschrijving bij onze universiteit doet. Dit is in het
TOTAAL BATEN
11.555,6
11.554,5
11.183,4
11.273,1
7.494,7
7.074,3
7.120,4
6.990,3
597,4
610,0
609,2
479,8
1.069,6
1.145,6
1.154,6
1.164,9
belang van het behoud van voldoende niveau van het studentgebonden onderwijsdeel van de bekostiging, aangezien deze gekoppeld is aan het aantal bekostigde inschrijvingen.
LASTEN Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten
De door onze universiteit in de bachelor Theologie van de
Overige lasten
3.089,5
2.972,1
2.546,7
2.885,6
faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de
TOTAAL LASTEN
12.251,3
11.802,0
11.430,9
11.520,6
Saldo baten en lasten
-/- 695,7 -/- 247,50
/- 247,50
/- 247,50
RUG aangeboden route, vergroot enerzijds de aantrekkelijkheid van deze bacheloropleiding voor prospectieve studenten.
Saldo financiële baten en lasten
Anderzijds draagt de route bij aan toenemende instroom in
TOTAAL RESULTAAT
-/- 2,1
-/-2,5
-/- 2,5
0
-/- 697,8
-/- 250,0
-/- 250,0
-/- 250,0
de masteropleidingen van onze universiteit, vooral die aan de In samenwerking met het faculteitsbestuur van de VU is
Verwachte mutaties reserves, fondsen en voorzieningen
besloten tot een doorontwikkeling van de gezamenlijke
In de begrotingsjaren 2020 tot en met 2022 voorzien we de
bacheloropleiding. Uitgangspunten bij deze doorontwikkeling
volgende substantiële mutaties in de op de balans voorko-
zijn: internationalisering van het onderwijs, flexibilisering van
mende reserves, fondsen en voorzieningen.
vestiging Groningen worden aangeboden.
het onderwijs en versterking van het academisch niveau. Dit, samen met het aanscherpen van het eigen profiel van de opleiding, verhoogt de aanstrekkingskracht van de bachelor Theologie joint degree.
Algemene reserve (publiek) Bestemmingsreserve (privaat) Reorganisatievoorziening
2020
2021
2022
-/- 250
-/- 250
-/-250
-
-
-
-/- 50
-/- 50
-/- 21
6.2 Meerjarenbalans en meerjarenbegroting
Algemene reserve (publiek) en egalisatiereserve PThU (privaat)
De meerjarenbegroting (zowel balans als staat van baten
In verband met het aanpassen van de afschrijvingstermijn
en lasten) op hoogste aggregatieniveau, op basis van cijfers
voor investeringen op de locatie Amsterdam zijn de afschrij-
verslagjaar en prognose jaren t+1 t/m t+3 (t=2019), is als
vingslasten de komende jaren hoger. De afschrijvingster-
volgt opgesteld.
mijn is gelijk gesteld aan de duur van het huurcontract (tien jaar). Deze schattingswijziging is verwerkt in de Jaarrekening
Balans
2016, De hogere lasten worden in de jaren 2017 tot en met 2022 gedekt uit de algemene reserve. Vanaf 2023 leidt
Activa
2019
2020
2021
2022
MATERIELE VASTE ACTIVA
5.424
4.895
4.322
3.859
VLOTTENDE ACTIVA
deze wijziging tot structureel lagere afschrijvingslasten voor onze universiteit.
Vorderingen
1.462
1.262
1.262
1.262
Liquide middelen
7.018
5.262
4.732
4.444
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
8.4780
6.527
5.997
5.706
In het kader van het Sociaal Plan, dat is vastgesteld en
TOTAAL ACTIVA
13.904 11.422 10.319
9.565
overeengekomen om de gevolgen voor het personeel van de
PASSIVA
verplaatsing van de universiteit naar Amsterdam en Gronin-
EIGEN VERMOGEN Algemene reserve
Reorganisatievoorziening
gen (in 2012) op te vangen, is een reorganisatievoorziening
6.799
6.050
5.296
4.543
Bestemmingsreserve publiek
294
294
294
294
Bestemmingsreserve privaat
1.876
1.876
1.876
1.876
van de sociale en arbeidsrechtelijke uitvoering, waaronder
gevormd. Deze is bestemd voor de financiële consequenties
TOTAAL EIGEN VERMOGEN
8.969
8.220
7.466
6.713
tegemoetkoming in reiskosten en reistijd, ontslagvergoedin-
VOORZIENINGEN
2.328
449
100
100
KORTLOPENDE SCHULDEN
gen en outplacementbegeleiding. De in bovenstaande staat
2.607
2.753
2.753
2.753
13.904 11.422 10.319
9.566
opgenomen mutaties betreffen de geraamde onttrekkingen
TOTAAL PASSIVA
aan de voorziening op basis van bestaande verplichtingen.
PThU Jaarverslag 2019
25
Voorziening pensioenverplichting
Bijdrage vanuit de Protestantse Kerk in Nederland
Deze pensioenvoorziening is gevormd ten behoeve van de
De bijdrage vanuit de Protestantse Kerk in Nederland wordt
betaling van pensioenen van oud-hoogleraren, die voorheen
verstrekt ten behoeve van de verzorging van de verplichte
als kerkelijk hoogleraar vanwege de Nederlandse Hervormde
nascholing van predikanten van de kerk. De deelnemers-
Kerk verbonden waren aan de door het Theologisch Weten-
bijdragen zijn inkomsten uit betaling voor deelname door
schappelijk Instituut (TWI) van die kerk verzorgde kerkelijke
predikanten aan vrijwillig gevolgd aanbod in het kader van
opleiding bij een van de toenmalige faculteiten Godgeleerd-
postacademisch onderwijs.
heid van de Universiteit Utrecht, de Universiteit Leiden, de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen.
Baten uit werk in opdracht van derden
Voor hen geldt een pensioenregeling die niet is ondergebracht
Baten uit werk in opdracht van derden betreft gelden die wij
bij een bedrijfstakpensioenfonds. Tot en met 2005 werden
ontvangen voor onderzoeksprojecten van externe organisa-
deze pensioenlasten betaald door het Ministerie van Onder-
ties (tweede en derde geldstroommiddelen).
wijs, Cultuur en Wetenschappen. Met ingang van 2006 is de verplichting overgegaan naar het TWI en vanaf 2007 naar onze
Overige baten
universiteit. Het aantal pensioengerechtigden dat pensioen-
Overige baten hebben betrekking op vrijwillig bijgedra-
gelden ontvangt uit de voorziening pensioenverplichting is
gen contributies door particulieren, alsmede opbrengsten
zeven (twee deelnemers en vijf partners).
uit verhuur van ruimten op de vestigingen te Amsterdam en Groningen.
Investeringen Er worden in de jaren 2020 tot en met 2022 geen substantiële
Subsidiabel en niet subsidiabel
investeringen voorzien die invloed hebben op de materiële
Binnen het geheel van activiteiten maken wij volgens de
activa anders dan de reeds geraamde afschrijvingen.
criteria met betrekking tot de helderheid van de bekostiging onderscheid tussen subsidiabele (publieke) en niet-subsi-
Toelichting op de raming van baten en lasten
diabele (private) activiteiten. De onderscheiden onderdelen binnen het totaal van de baten worden onderscheiden toegerekend aan subsidiabele respectievelijk niet-subsidiabele acti-
Financieringsstructuur
viteiten en als zodanig in beeld gebracht binnen de Begroting
De financieringsstructuur van onze universiteit is opgebouwd
en Jaarrekening.
uit de volgende onderdelen: 2019
€
%
9.674,5
84%
Bijdrage Protestantse Kerk in Nederland
194,8
2%
College en examengelden
531,6
5%
Deelnemersbijdrage
118,3
1%
Baten uit werk in opdracht van derden
800,4
7%
Rijksbijdrage
Overige baten Totaal
235,9
2%
11.555,6
100%
Baten 2019 Rijksbijdrage Bijdrage Protestantse Kerk in Nederland College en examengelden Deelnemersbijdragen
subsidiabel
niet subsidiabel
9.674,5
-
-
194,8
531,6
-
-
118,3
Baten uit werk in opdracht van derden
800,4
-
Overige baten
165,0
71,0
11.171,5
384,1
Totaal
Onderzoeksmiddelen: tweede en
Rijksbijdrage
derde geldstroommiddelen
De rijksbijdrage die wij ontvangen is opgebouwd uit een vaste
Ten aanzien van de onderzoeksmiddelen geldt dat
voetbijdrage voor onderzoek en onderwijs, een dynamisch
14,90% van de totale financiële input afkomstig is van
deel voor onderwijs dat is gebaseerd op aantal bekostigde
vierde geldstroommiddelen.
inschrijvingen en behaalde graden, een dynamisch deel PThU
voor onderzoek dat is gebaseerd op het aantal bekostigde
Funding:
graden en het aantal promoties en een deel gekoppeld aan
Direct funding (1)
de gemaakte prestatieafspraak alsmede een bijdrage in het kader van de subsidieregeling tweede graden. Onderdeel 2019 Rijksbijdrage OC&W ow vast Rijksbijdrage OC&W ow-gebonden dynamisch Rijksbijdrage OC&W oz-vast Rijksbijdrage OC&W oz-gebonden dynamisch Totaal
0,00
0,00%
Other (4)
3,36
14,85%
22,63
100,00%
%
Total funding Expenditure:
6%
685,0
7%
9.674,5
100%
3,31%
0,75
55% 33%
81,84%
Research grants (2)
€ 544,0
%
18,52
Contract research (3)
5.297,0 3.148,6
2019 fte
Personnel costs Other costs Total expenditure
2.127.623
84,06%
403.430
15,94%
2.531.053
100,00%
De categorieën geldstromen die in bovenstaande tabel zijn opgenomen, zijn die welke in het Standard Evaluation Protocol
26
PThU Jaarverslag 2019
(2015-2021) voor onderzoek worden onderscheiden. Onder
– De college- en examengelden blijven nagenoeg
deze categorieën wordt verstaan:
op het huidige niveau. De verwachting is dat de
– direct funding: de fte’s onderzoek die vanuit de op
studentenaantallen stabiliseren c.q. beperkt stijgen.
basis van de rijksbekostiging verkregen middelen
– De personeelskosten zijn doorgerekend op basis van de
worden gefinancierd;
huidige fte’s. Hierbij is zowel de autonome groei (periodieke
– research grants: de fte’s onderzoek die vanuit de op basis
groei in salaristreden) als loonkostenontwikkeling
van competitie door externe organisaties, zoals NWO of
onder behoud van CAO verwerkt. Voor 2020 is rekening
KNAW, toegekende middelen worden gefinancierd;
gehouden met een CAO-stijging van 3%. Vanaf 2021 is
– contract research: de fte’s onderzoek die op basis van
jaarlijks een post van 1,0% opgenomen voor onvoorziene
een met een externe organisatie, zoals NWO, KNAW of
salarisontwikkelingen (aanpassingen premies /
de Europese Commissie, gesloten onderzoekscontract
sociale lasten).
gefinancierd wordt met de door deze organisatie
– In de huidige meerjarenbegroting blijft – als gevolg van
toegekende financiering;
natuurlijk verloop – de vacatureruimte beschikbaar,
– other: de fte’s onderzoek die worden gefinancierd met
waardoor bijsturing op personeelskosten en personele
middelen verkregen uit gemaakte afspraken met externe
inzet in de komende jaren mogelijk blijft.
partijen, die niet onder de andere categorieën kunnen
– Ten aanzien van de overige begrotingsposten is de jaarschijf
worden gebracht.
2018 grotendeels doorgetrokken. In enkele gevallen is een prijsindex van jaarlijkse 1% gehanteerd. Indien
Huisvesting
deze prijsindex bij begrotingsposten niet is toegepast, betekent dit dat het budget 2019 voor de komende jaren
Onderdeel
€
Huur VU
637,5
Servicekosten VU incl. bibliotheekvoorzieningen
253,7
taakstellend is. – In verband met het aanpassen van de afschrijvingstermijn voor investeringen op de locatie Amsterdam zijn
SNO facilitair Groningen
32,0
Onderhoud SNO gebouw/installaties Groningen
49,2
Mutatie onderhoudsvoorziening Groningen
30,0
afschrijvingstermijn is gelijkgesteld aan de duur van het
Energie en water
22,3
huurcontract (tien jaar). Deze schattingswijziging is verwerkt
Belasting en verzekeringen gebouwen
44,8
in de Jaarrekening 2016. De hogere lasten worden in de
Totaal huisvesting
1.069,3
de afschrijvingslasten de komende jaren hoger. De
jaren 2017 tot en met 2022 gedekt uit de algemene reserve.
Onze eigen identiteit in de samenwerking met de VU en de
Vanaf 2023 leidt deze wijziging tot structureel lagere
RUG komt tot uitdrukking in huisvesting met een herkenbare
afschrijvingslasten voor de PThU.
stijl, vormgegeven in Amsterdam op basis van de huur van een verdieping in het hoofdgebouw, in de directe nabijheid
De geraamde huisvestingslasten zijn gebaseerd op de thans
van de faculteit Godgeleerdheid van de VU. In Groningen
van kracht zijnde samenwerkingsovereenkomsten met de VU
hebben wij een eigen pand verworven in de directe omgeving
en de RUG en de daarbij behorende huur- en serviceniveau-
van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap
overeenkomst respectievelijk dienstverleningsovereenkomst.
van de RUG. Zowel de huisvesting in Amsterdam als in Grogemakkelijk kunnen treffen. Er is nadrukkelijk voor gekozen
6.3 Interne risicobeheersings- en controlesysteem
het onderlinge verkeer tussen de faculteiten en onze universi-
Ons interne risicobeheersings- en controlesysteem is geba-
teit op basis van het huisvestingsconcept te stimuleren. Voor
seerd op het COSO-ERM-model en opgebouwd uit verschil-
zowel Amsterdam als Groningen hebben wij voor de huis-
lende elementen. In de eerste plaats hanteren wij een set van
vesting een programma van eisen opgesteld, dat niet alleen
planning- en control instrumenten in het licht van financial
uitgaat van eigen representatieve ruimten en vergadervoor-
control, zoals de Begroting, Jaarrekening en tussentijdse
zieningen, maar ook van eigen onderwijs- en studievoorzienin-
rapportages na vier en acht maanden. Daarnaast is een
gen, in combinatie met de mogelijkheid om ook (onderwijs- en
inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgesteld dat door elke
studie)voorzieningen (inclusief het gebruik van de aula) van de
medewerker die verantwoordelijkheid draagt voor inkoop
VU of RUG af te nemen.
gevolgd dient te worden. Contracten zijn centraal geregis-
ningen is zodanig ingericht, dat docenten en studenten elkaar
treerd in een contractenregister en er is een proces rond presOntwikkelingen met betrekking tot de staat van baten en
tatielevering vastgesteld. Interne controlewerkzaamheden
lasten 2020 tot en met 2022:
worden zo volledig mogelijk gedocumenteerd. Periodiek vindt
– De rijksbijdragen blijven de komende jaren minimaal gelijk.
een frauderisicoanalyse plaats.
In de meerjarenbegroting is uitgegaan van gemiddeld zeven promoties per jaar.
Het onderbrengen van voor onze bedrijfsvoering kritische applicaties (bijvoorbeeld voor de administratie van studievoortgang van studenten, de financiële boekhouding en
PThU Jaarverslag 2019
27
document management) bij de infrastructuur van de VU,
Rendement opleidingen
terwijl deze applicaties geen deel uitmaken van het pakket
Naast het aantal studenten vormt met name het rendement
dat de VU voor haar eigen interne organisatie in stand houdt,
van de opleidingen een aandachtspunt binnen de risico-in-
blijkt kwetsbaar.
ventarisatie. Een te laag rendement brengt het risico van een achterblijvend aan prestaties gerelateerd bekostigingsniveau
6.3.1 Belangrijkste risico’s en onzekerheden
met zich mee. De streefwaarden voor rendement, die deel uitmaakten van de prestatieafspraak en betrekking hadden
Aantal studenten
op het studiesucces, hebben we na afloop van de prestatie-
Een belangrijk te onderkennen risico is het studentenaantal in
afspraak gehandhaafd. Dit betekent dat we in de komende
de initiële opleidingen. Sinds de nieuwe constellatie van onze
jaren extra inspanning zullen moeten blijven leveren.
universiteit in 2012 haar beslag kreeg, is het aantal voltijdstudenten in de bacheloropleiding gestegen, maar is het aantal
Beheersmaatregelen
masterstudenten gedaald. Er zijn verschillende factoren aan-
Beheersmaatregelen zijn gericht op het bindend studieadvies
wijsbaar die het risico op een negatieve trend in zich dragen.
in de bacheloropleiding en herziening van de masteropleidin-
1. De masteropleidingen zijn predikantsmasters. Het is een
gen, zodanig dat studeerbaarheid van de opleiding vergroot
gegeven dat de Protestantse Kerk in Nederland zich in een
wordt. Ook hebben we maatregelen getroffen in de sfeer van
krimpscenario bevindt. Dit brengt met zich mee dat het
strakkere studiebegeleiding, in het bijzonder de verbetering
beroepenveld krimpt. Een verslechterende arbeidsmarkt-
van de intake bij aanvang van de opleiding. Deze intake stelt
positie heeft repercussies voor de aantrekkingskracht van
ons in staat potentiële risico’s met betrekking tot de studie-
de opleiding.
voortgang in kaart te brengen, zodat we hierop in de studie-
2. Het brede profiel van de bacheloropleiding lijkt onvol-
begeleiding kunnen inspelen. De verbeterde intake kan ook
doende herkenbaar voor studenten die een opleiding met
specifieke opleidingsbehoeften van de student aan het licht
een nadrukkelijk protestantse signatuur zoeken.
brengen, wat de motivatie van de student kan versterken.
3. De focus van de driejarige masteropleidingen op het
Ook meedenken over loopbaanmogelijkheden na afron-
predikantschap vormt een mogelijke belemmering voor
ding van de studie – tegen de achtergrond van de verbrede
potentiële studenten die theologie willen studeren, maar
uitstroomprofielen van de masteropleidingen – kan positief
bij aanvang van hun studie nog niet hebben besloten
bijdragen aan de studievoortgang. Als de student een zeker
predikant te worden.
loopbaanperspectief voor ogen heeft, worden de kansen op
4. Niet alle studenten die studie en werk wensen te combine-
studievertraging kleiner.
ren, kunnen vanwege de huidige programmering van de masteropleidingen voldoende bediend worden. De opzet
Wetenschappelijke integriteit
van de studie in doorlopende leerlijnen belemmert het
Om het risico op schending van wetenschappelijke integriteit
modulair aanbieden van het onderwijs. Dit leidt er toe dat
te beheersen hebben wij de Gedragscode Wetenschaps-
wij maar in beperkte zin maatwerk kunnen leveren voor
beoefening, zoals in 2005 door de VSNU vastgesteld en in
de student die in deeltijd wil studeren.
2012 gewijzigd, onderschreven. In gezamenlijkheid met de andere levensbeschouwelijke universiteiten hebben wij
Beheersmaatregelen
een commissie Wetenschappelijke Integriteit geïnstalleerd,
We zijn ons terdege bewust van deze risicofactoren. Daarom
die in voorkomende gevallen klachten rond schending van
hebben wij besloten tot verbreding van de uitstroomprofielen
wetenschappelijke integriteit in behandeling neemt en advies
van de masteropleidingen, zodat de wervingskracht van de
uitbrengt aan het betrokken bestuur. In verband met het
masteropleidingen niet alleen gekoppeld is aan de aantrek-
functioneren van de commissie hebben wij een klachtenrege-
kingskracht van het beroep van predikant in de Protestantse
ling vastgesteld. Ook het promotiereglement bevat waarbor-
Kerk in Nederland. In de tweede plaats hebben wij besloten
gen ter voorkoming van schending van wetenschappelijke
tot herziening van het honoursprogramma tot een research-
integriteit. Binnen de promotieopleiding, maar ook binnen de
programma binnen de masteropleidingen, zodat studenten
bacheloropleiding en de masteropleidingen, komt het aanle-
die een onderzoekscarrière ambiëren, beter bediend kunnen
ren van integere wetenschapsbeoefening nadrukkelijk aan de
worden. Binnen het wervingsbeleid is een zwaartepunt gelegd
orde. Ter ondersteuning van het borgen van integere weten-
op werving van studenten afkomstig van gymnasiale opleidin-
schapsbeoefening hebben wij een beleid omtrent zorgvuldig
gen binnen een geseculariseerde context.
en verantwoord beheer van onderzoeksdata vastgesteld en is
Met het oog op het vergroten van de studeerbaarheid van de
een aantal faciliteiten ingericht die onderzoekers ondersteunt
opleidingen en daarmee het verhogen van de aantrekkings-
bij het maken van verantwoorde keuzes.
kracht voor studenten die in deeltijd willen studeren, zullen wij toewerken naar een specifiek op deeltijdstudenten toege-
Bekostigingsstelsel
sneden onderwijsprogrammering.
Onze huidige bekostiging is enerzijds gebaseerd op integratie van de systematiek van bekostiging in het bekostigingsstelsel
28
PThU Jaarverslag 2019
zoals dit voor het hoger onderwijs in Nederland is vastgesteld.
bredere samenwerkingsverbanden. Wanneer onze onderzoe-
Anderzijds hebben we voor de vaststelling van de hoogte van
kers deze mogelijkheden onvoldoende benutten, of wanneer
de onderdelen in de toe te kennen financiering, een aantal
onderzoekers van de faculteiten waarmee samenwerking
specifiek op onze situatie bij introductie in het stelsel toege-
bestaat onvoldoende bereidheid tonen tot samenwerking,
sneden parameters vastgesteld. Dit heeft bijvoorbeeld geleid
dreigt een verschraling van ons onderzoek. We zetten in het
tot een relatief hoge vaste voetpercentage in de bekostiging.
overleg met de faculteitsbesturen daarom in op faciliteren en
Op basis van het in 2017 vastgestelde regeerakkoord wordt
organiseren van voldoende mogelijkheden tot samenwerking.
een herziening van het bekostigingsstelsel HO voorbereid. Voor zover het relatieve aandeel van het vaste voet percen-
Arbeidsomstandigheden
tage daarbij betrokken wordt, vormt dit een risico voor ons.
Op het terrein van arbeidsomstandigheden voeren we risico-inventarisaties en evaluaties uit om de voornaamste risico’s
Met betrekking tot onderzoeksbekostiging vormt de eventuele
in kaart te brengen. Uit de inventarisatie is gebleken dat de
voorwaardelijke toekenning van middelen, op basis van de
twee voornaamste risico’s binnen onze universiteit verband
mate waarin wij aansluiten bij de onderzoeksprogramma’s en
houden met de fysieke belasting van het kantoorwerk, waar-
onderzoeksactiviteiten op de Nationale Wetenschapsagenda,
mee alle medewerkers te maken hebben, en de psychosociale
een risico. Voor een specifiek geprofileerde levensbeschou-
arbeidsbelasting. Het laatste heeft betrekking op werkdruk.
welijke universiteit als de onze is het moeilijker aansluiting
Deze wordt over het algemeen in lijn met vergelijkbare instel-
te realiseren op deze agenda dan voor brede universiteiten.
lingen voor Hoger Onderwijs als hoog ervaren.
Het bestuur onderkent weliswaar de mogelijkheden die er zijn om aan te haken bij onderzoek in het kader van de ‘veerkrach-
Beheersmaatregelen
tige samenleving’. Deze mogelijkheid is er in beginsel zelfs op
Na afstemming met de Universiteitsraad hebben we een
Europees niveau. Maar het is evident dat onze mogelijkheden
preventiemedewerker aangewezen teneinde tijdig problemen
daartoe beperkter zijn dan voor bredere universiteiten, die
en uiteindelijk ziekteverzuim te helpen voorkomen.
interdisciplinaire onderzoekssamenwerking binnen de eigen
Werkdruk is binnen onze universiteit een aangelegen onder-
instelling kunnen organiseren, terwijl wij afhankelijk zijn van
werp. Om de werkdruk zo goed mogelijk te beheersen en
de aansluiting bij bredere samenwerking op het niveau van
knelpunten te verhelpen hebben we verschillende maatre-
instellingen. In dit licht is de inbedding bij en de samenwer-
gelen getroffen of in voorbereiding genomen. Met het oog
king met de VU en de RUG van bijzonder belang.
op een werkbare verdeling van onderzoeks-, onderwijs- en bestuurlijke taken, hanteert het opleidingsmanagement een
Beheersmaatregelen
systematiek voor toerekening van onderwijsbelastingsuren
Gezamenlijk met de andere drie levensbeschouwelijke univer-
per docent op basis van de omvang van het aantal aan de
siteiten hebben we een netwerkverband in het leven geroe-
docent toekomende fte onderwijs, de omvang en aard van
pen. Daarmee kunnen de specifieke en vergelijkbare belangen
de te geven cursussen en het aantal deelnemende stu-
van de levensbeschouwelijke universiteiten, in overleg met de
denten. In verband met concretisering van de verwachting
VSNU, richting overheid in gezamenlijkheid behartigd worden.
waaraan wetenschappelijke medewerkers binnen de aan
Bij aanstelling van nieuwe wetenschappelijke medewerkers
hen toegekende onderzoekstijd moeten voldoen, hanteert
besteden we nadrukkelijk aandacht aan de potentie die zij
het onderzoeksprogrammamanagement normen op basis
hebben om externe middelen aan te boren.
van het aantal publicaties per fte onderzoek. We zien het als onze taak in afstemming met het opleidings- en onderzoeks-
Onderzoek
programmamanagement de berekeningssystematiek voor
In het verlengde van het risico met betrekking tot het bekosti-
docentbelasting en de normen voor wetenschappelijke output
gingsstelsel, geldt op het terrein van onderzoek het risico dat
te hanteren, te evalueren en waar nodig bij te stellen. Daarbij
ons onderzoek te weinig aansluiting vindt bij onderzoek dat in
zullen we een zo goed mogelijk evenwicht moeten vinden
interdisciplinair en multidisciplinair verband plaatsvindt.
tussen het externe referentiekader waaraan de berekeningssystematiek en normstelling worden gerelateerd en de speci-
Beheersmaatregelen
fieke situatie aan onze universiteit.
De aansluiting daarbij kan in de eerste plaats door middel van de investering in eigen netwerken door individuele onder-
Bijzonder aandachtspunt vormt de belasting van wetenschap-
zoekers worden gevonden. Maar evenzeer van belang is de
pelijk personeel met bestuurlijke en coördinerende taken.
samenwerking met collega-onderzoekers van de faculteiten
De externe druk op de organisatie om te voldoen aan bij
van de VU en de RUG waarmee samenwerkingsovereenkom-
wet- en regelgeving vastgestelde kaders, in samenhang met
sten bestaan, op grond waarvan tot een gezamenlijk optrek-
de aanhoudende noodzaak flexibel in te spelen op externe
ken in onderzoek kan worden gerealiseerd. Deze mogelijkheid
ontwikkelingen in het maatschappelijke, kerkelijke en aca-
vormt een reeds geformaliseerde en daardoor voor de
demische veld, creëert een structurele belasting van weten-
hand liggende stap naar inbreng van het eigen onderzoek in
schappelijk personeel met taken die weliswaar samenhangen
PThU Jaarverslag 2019
29
met de primaire processen, maar zelf geen onderwijs- of onderzoekswerkzaamheden betreffen. Met het oog op taakverlichting hebben we onder andere ondersteunend personeel structureel toegevoegd aan commissies en raden ten behoeve van ambtelijke en administratieve ondersteuning. Een daarop aanvullende maatregel is het toekennen van verlof om wetenschappelijke staf in staat te stellen zich gedurende een van andere taken afgebakende aaneengesloten periode volledig toe te leggen op onderzoek. Ook kan deskundigheidsbevordering bijdragen aan terugdringen van te grote werkdruk.
6.4 Helderheid bekostiging Met betrekking tot de thema’s 1, 2, 4 en 8, die in het kader van de helderheid betreffende de bekostiging op universiteiten van toepassing zijn, kan het volgende worden opgemerkt:
Thema 1: Uitbesteding van bekostigd onderwijs aan een niet door de overheid bekostigde private organisatie tegen betaling Binnen de driejarige masteropleiding besteden we een klein onderdeel van het onderwijs uit aan Trainingscentrum Kor Schippers en GGZ-Centraal. Dit zijn niet bekostigde private instellingen die een exposure en een instellingsstage verzorgen op basis van met deze instellingen vastgelegde afspraken. De daarvoor verstrekte vergoeding wordt verantwoord in de Jaarrekening onder overige kosten (stage).
Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten We houden een strikte scheiding aan tussen publieke en private activiteiten in de administratie en verantwoording van middelen. Voor de voornaamste private activiteit, het verzorgen van de Permanente Educatie van predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland, worden de middelen verkregen van de kerk. Dit komt tot uitdrukking in de onderscheiding tussen een subsidiabele en niet subsidiabele exploitatierekening in de Jaarrekening. Onze universiteit is geen publiek-Â private arrangementen aangegaan.
Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten Onze universiteit schrijft jaarlijks een aantal studenten uit het buitenland in. Deze volgen de internationale eenjarige masteropleiding Verdieping. De studenten betalen voor inschrijving het instellingscollegegeld.
Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten Het maken van maatwerktrajecten waarbij een derde een bijdrage betaalt voor het op maat snijden van een bestaande opleiding komt binnen onze universiteit niet voor.
30
PThU Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
31
Hoofdstuk 7
Onderwijs
We hebben het afgelopen jaar extra geïnvesteerd in ons onderwijs. De focus daarbij lag op versterking van het academische niveau, verbetering van de studeerbaarheid van de opleidingen, en verhoging van onze aantrekkingskracht op studenten die zich breder willen oriënteren dan op het predikantschap.
7.1 Bacheloropleiding De opleiding Theologie joint bachelor, die we gezamenlijk met de VU aanbieden, is een academische opleiding die plaatsvindt binnen een oecumenische en dialogische context van meerdere religies en diverse christelijke stromingen. Studenten ontwikkelen hun academisch theologische kennis en attitude. In de opleiding is tevens aandacht voor de spirituele ontwikkeling en communicatie in dialoog met niet- en andersgelovigen. Dit levert een unieke combinatie op van academische theologie en persoonlijke vorming.
7.1.1 Instroom en rendement
Instroom Herinschrijving na één jaar
2019-2020
2018-2019
2017-2018
2016-2017
44
32
34
28
34
25 (78%)
29 (79%)
21 (81%)
18 (60%)
40%
56%
16
15
Opleidingsrendement na drie jaar van inschrijving na herinschrijving na één jaar
2015-2016
Opleidingsrendement na vier jaar van inschrijving na herinschrijving na één jaar Afgegeven diploma’s in studiejaar
26
In studiejaar 2019-2020 hebben dertien studenten die zich voor de bacheloropleiding van de RUG hebben ingeschreven, zich aangemeld voor onze PThU-route.
groep die meer dan een jaar studievertraging oploopt, blijkt een aanzienlijk deel een tweede studie te volgen. Een ander
De instroom in onze bacheloropleiding is in 2019 met
deel loopt vertraging op in verband met een studieverblijf
25% gestegen ten opzichte van de instroom in 2018.
elders. Hoewel het volgen van een tweede studie of het kiezen
Het aantal herinschrijvers na één jaar studie van het cohort
voor een studieverblijf elders gedurende de bacheloropleiding
2017-2018 ligt, evenals in het daaraan voorafgaande stu-
goed is voor de vorming van de student, heeft dit een negatief
diejaar, rond de 80%. Het aantal afgegeven diploma’s laat
effect op het opleidingsrendement.
sinds 2016-2017 een toename zien. Dit toont aan dat, hoewel
32
het rendement op basis van drie jaar inschrijving na herin
7.1.2 Doorontwikkeling bacheloropleiding
schrijving na één jaar blijvend aandacht behoeft, de groep
Het bestuur van de faculteit Religie en Theologie van de VU
die de opleiding uiteindelijk met een diploma afrondt groeit.
en het College van Bestuur van onze universiteit besloten
Het rendement van het cohort 2016-2017, na drie jaar van
in lijn met de uitkomst van de mid term review 2017 in juni
inschrijving na herinschrijving na één jaar, is met 40% lager
2018 op basis van een aantal overeengekomen uitgangs-
dat dat van het cohort 2015-2016. Dit geeft aanleiding dit
punten de gezamenlijke bacheloropleiding door te ontwik-
rendementcijfer nauwgezet te blijven volgen. Van het cohort
kelen. Deze uitgangspunten zijn: internationalisering van het
2016-2017 heeft 60% ofwel de studie afgebroken, ofwel een
onderwijs, flexibilisering van het onderwijs en versterking
studievertraging van meer dan een jaar opgelopen. Van de
van het academisch niveau. In 2019 zijn in opdracht van de
PThU Jaarverslag 2019
besturen voorstellen gedaan voor een nieuwe inrichting van
tussen hen op het gebied van onderzoek en onderwijs is het
de bacheloropleiding Theologie. Bij deze voorstellen is reke-
panel zeer te spreken. Wel ziet het panel ruimte voor een
ning gehouden met het voornemen van het faculteitsbestuur
professionaliseringsslag onder docenten voor het inzetten
de huidige bacheloropleidingen Religie en Theologie om te
van digitale leermiddelen. Voor het panel springt het brede
vormen tot een brede, internationale bacheloropleiding Theo-
spectrum aan begeleiding waar studenten een beroep op
logy and Religious Studies. Onderdeel van dit voornemen is
kunnen doen er uit. Ook de kwaliteitszorg krijgt waardering,
dat de nu nog in de gezamenlijke bacheloropleiding Theologie
zowel als het gaat om de kernprocessen als de constructief-Â
joint degree opgenomen tracks voor een aantal seminaria aan
kritische houding van zowel het opleidingsmanagement als de
deze opleiding onttrokken zullen worden. Deze worden geĂŻn-
docenten, die gericht zijn op constante verbetering. Het panel
tegreerd binnen de nieuw te ontwikkelen bachelor. Dit brengt
geeft aan zeer te spreken te zijn over de vorderingen die sinds
met zich mee dat de bachelor Theologie joint degree een ster-
de vorige visitatie zijn gemaakt op het gebied van borging van
ker PThU-profiel kan krijgen. We hebben het initiatief geno-
de toetskwaliteit. Het niveau en kwaliteit van de eindwerken
men om het programma voor de vernieuwde bachelor joint
bestempelt het panel als vrij hoog.
degree te ontwerpen. Aanbod van een vernieuwd programma is voorzien per september 2020.
7.1.3 Cursusevaluaties De respons op evaluaties van cursussen van de bachelor opleiding is laag. Niettemin kunnen we op grond van de uitkomst van de evaluaties de conclusie trekken dat de studenten door de bank genomen tevreden zijn met het hun aangeboden onderwijs. De cursusevaluaties geven dan ook geen aanleiding tot ingrijpende maatregelen in het curriculum.
7.1.4 Evaluatie toetsing In de afgelopen jaren vormde de gebrekkige aanlevering van toetsdossiers door docenten een knelpunt voor het functioneren van de Examencommissie. Het actief stimuleringsbeleid richting docenten om de toetsdossiers op orde te brengen heeft in 2019 geleid tot verbetering. Het stimuleringsbeleid heeft een extra impuls gekregen met de vaststelling van een vernieuwd beleid voor toetsen en beoordelen. Deze is gebaseerd op het nieuwe toetskader van de VU. Het vernieuwde toetsbeleid voorziet in een combinatie van transparante horizontale verantwoording door middel van collegiale intervisie met verticaal toezicht.
7.1.5 Heraccreditatie bacheloropleiding In 2019 heeft een visitatiepanel een beoordeling van de bacheloropleiding uitgevoerd als onderdeel van de procedure voor heraccreditatie van de opleiding. Het panel heeft een positief oordeel uitgesproken op alle standaarden van het NVAO-beoordelingskader. Het panel oordeelt dat de opleiding een helder profiel heeft en een duidelijke visie op interreligieuze kwesties, met aandacht voor open dialoog, reflectie en diversiteit. Het panel noemt de brede universitaire inbedding via de VU en de verbinding met de Protestantse Kerk in Nederland en anderzijds het dialogische karakter van de opleiding bijzonder. Wel ziet het panel nog mogelijkheden winst te behalen in verheldering van het concept dialogisch leren. Het panel spreekt over een activerende didactiek. De relatief lage rendementen van de opleiding wijt het panel aan de bijzondere samenstelling van de studentenpopulatie en uitdrukkelijk niet aan de studeerbaarheid van het programma. Over de docenten en in het bijzonder de goede samenwerking
PThU Jaarverslag 2019
33
7.2 Masteropleidingen 7.2.1 Instroom en opleidingsrendement 2019-2020
2018-2019
2017-2018
2016-2017
Instroom master GP en PRED
31
28
45
23
2015-2016 59
Instroom master Verdieping
17
11
11
11
14
Opleidingsrendement (excl. master Verdieping) na drie jaar van inschrijving
67%
Opleidingsrendement (excl. master Verdieping) na vier jaar van inschrijving Afgegeven diploma’s in studiejaar
45
35
44
47
Ten opzichte van studiejaar 2018-2019 is de totale instroom
Gemeentepredikant als welomlijnd en evenwichtig. Het profiel
in de masteropleidingen gestegen. Deze stijging komt gro-
is helder uitgewerkt in leerdoelen op een voor een weten-
tendeels voor rekening van de masteropleiding Verdieping.
schappelijke masteropleiding passend niveau en passende
De terugloop van het aantal deeltijdstudenten in de master-
oriëntatie. Het panel benoemt de formulering van de beoogde
opleiding Gemeentepredikant, waaraan de daling ten opzichte
leerresultaten in de vorm van competenties als een sterk
van studiejaar 2017-2018 vorig jaar te wijten was, geldt ook
punt. Deze competenties weten de ambitie van onze univer-
in 2018-2019. Twee verklaringen hiervoor zijn: de beperkte
siteit om een goede balans te vinden tussen academische
studeerbaarheid voor deeltijdstudenten die een opleiding met
verdieping, beroepsvorming en persoonlijke ontwikkeling,
relatief veel contacturen moeten combineren met betaald
adequaat te vertalen.
werk en maatschappelijke activiteiten, waarmee de opleiding
Het panel spreekt waardering uit voor onze ambitie van om
qua aantrekkingskracht het moet afleggen tegen aan andere
de predikantsopleidingen te verbreden naar een opleiding
instellingen aangeboden opleidingen, die bijvoorbeeld minder
tot academisch theoloog, die een diverse profilering van de
contacturen vergen; en de totale duur van het opleidingspro-
afgestudeerden in een constant veranderend beroepen-
gramma dat in deeltijd ten minste 4,5 jaar in beslag neemt en
veld toelaat.
niet zelden voor deeltijdstudenten uitloopt op zes jaar.
Het curriculum van de opleiding is naar het oordeel van het panel coherent en evenwichtig samengesteld. De integratieve
Het rendement van de masteropleidingen – met uitzonde-
leerlijn ondersteunt de ambitie om theorie, onderzoek, ont-
ring van de masteropleiding Verdieping – is voor ons een
wikkeling van vaardigheden en reflectie in een permanente
aanhoudend punt van zorg. We hebben daarom de volgende
leercyclus te integreren. De aandacht die daarin uitgaat naar
verbetermaatregelen genomen:
persoonlijke vorming met behulp van super- en intervisie
– We benadrukken meer dan voorheen de integratie
vindt het panel een sterk element.
van academische en existentiële dimensie van de
Waardering spreekt het panel ook uit over het gericht zijn
theologiestudie, zowel door dit aspect helderder in
van het onderwijsconcept op eigenaarschap van het leer
de leerlijnen in te bouwen als door aandacht te geven
proces. Het streven het opleidingsprogramma in de toekomst
aan vormingsaspecten buiten de studie om; dit om te
felxibeler te maken verbetert de studentgerichtheid van het
voorkomen dat de existentiële doorwerking van de studie
programma.
een vertragende factor wordt. – Voor begeleiding en planning van het thesistraject hanteren
Een belangrijke aanbeveling van het panel betreft het explicieter ruimte maken in het programma voor internationalisering.
we een veel stringenter handleiding dan voorheen, die
Ook over de kwaliteit van het docentenkorps is het panel
docenten en studenten een strikt kader geeft om zich aan
positief. De docenten worden kwaliteitsvol genoemd: zij weten
hun planning te houden.
actief de verbinding tussen onderzoek en onderwijs te leggen.
– Het beleid rond herkansingen is enigszins versoepeld. Het is
Bijzondere waardering is er voor de mate waarin de docenten
niet de bedoeling dat studenten vertraging oplopen door
er in slagen het duale onderwijsconcept te realiseren voor een
bijzondere omstandigheden buiten hun schuld.
zeer diverse studentengroep. Onze studie- en studentenbegeleiding kwalificeert het panel
7.2.2 Heracrreditatie masteropleidingen
als zeer goed uitgebouwd. Voor het brede spectrum aan bege-
In 2019 heeft een visitatiepanel een beoordeling van
leiding waar studenten een beroep op kunnen doen, heeft het
de masteropleidingen uitgevoerd als onderdeel van de
panel grote waardering.
procedure voor heraccreditatie van deze opleidingen.
Ook voor de interne kwaliteitszorg bestaat grote waardering.
Het panel heeft voor alle drie de masteropleidingen een
Dit geldt voor de Opleidingscommissie en de Universiteits-
positief oordeel uitgesproken op alle standaarden van het
raad, die op een zeer proactieve manier hun rol invullen en
NVAO-beoordelingskader.
ter harte nemen. De Examencommissie wordt door het panel als uitstekend aangemerkt.
34
Masteropleiding Gemeentepredikant
Al met al ligt er een algeheel positief beoordelings
Het panel beoordeelt het profiel van de masteropleiding
rapport van het visitatiepanel waarin de masteropleiding
PThU Jaarverslag 2019
Gemeentepredikant op alle standaarden een voldoende
7.2.4 Cursus- en semesterevaluaties
beoordeling krijgt.
Cursusevaluaties Masteropleiding Predikantschap
In totaal heeft de Opleidingscommissie in het studiejaar
De onder het kopje ‘master gemeentepredikant’ benoemde
2018-2019 93 cursusevaluaties besproken. De commissie
beoordelingspunten van het visitatiepanel betreffen ook de
constateert een afnemende respons op de cursusevaluaties
masteropleiding Predikantschap. Het panel voegt daar in
en werkt aan een verbetering van de evaluatiesystematiek.
verband met de masteropleiding Predikantschap enkele speci-
De zelfreflectie van docenten is onderdeel van de cursus
fieke overwegingen aan toe.
evaluaties. Dat betekent dat de Opleidingscommissie inciden-
Zo bestaat er waardering voor de interculturele en interdis-
teel verbeteradviezen geeft.
ciplinaire focus alsmede de internationale context, die het onderscheidende profiel van deze opleiding ten opzichte van
Semesterevaluaties
de masteropleiding Gemeentepredikant uitmaakt.
Naast de evaluatie op cursusniveau evalueren we ook per
De samenwerking met de RUG om de profielen binnen de
opleiding op semesterniveau. De semesterevaluaties geven
opleiding gestalte te geven vindt het panel een sterk punt.
goed zicht op de samenhang in het curriculum en zijn aanlei-
Het samenvoegen van de internationale studenten van de
ding om aandacht te geven aan de verdeling van de studie-
master Verdieping en de studenten van de master Predikant-
druk bnnen een semester.
schap leidt naar het oordeel van het panel tot een vruchtbare uitwisseling.
Uit de semesterevaluaties van de master Verdieping blijkt een goede samenhang tussen de profilering van de eenjarige
Masteropleiding Verdieping
master en de voorbereiding op de masterthesis. De Oplei-
Het panel noemt de volgende punten die specifiek samen-
dingscommissie heeft een kort onderzoek gedaan naar het
hangen met de masteropleiding Verdieping. Als sterk element
thesisproces in de beide driejarige opleidingen in Amsterdam
van de deze opleiding ziet het panel de brede en open opzet
en Groningen. Dit heeft geleid tot meer aandacht voor de
die ruimte biedt aan verschillende theologische profielen en
studievoortgang in de afrondende fase van het thesistraject.
specialisaties. Ook het interculturele en de interdisciplinaire focus vormt een onderscheidend kenmerk.
Cursus- en semesterevaluaties zouden meer in samenhang
Als bijzonder aandachtspunt noemt het panel de noodzaak
moeten worden bezien. De herziening van de evaluatiesyste-
blijvend te monitoren dat de aandacht voor methoden en aca-
matiek heeft de aandacht van de Opleidingscommissie.
demische vaardigheden internationale studenten adequaat begeleidt om de steile leercurve naar het wetenschappelijke
7.2.5 Evaluatie toetsing
masterniveau te realiseren.
De door de Examencommissie uitgevoerde beoordelingen leverden de conclusie op dat onze toetsing aan de maat is.
7.2.3 Herziening van het masteronderwijs
De kwaliteit van de mastertheses blijkt voldoende. Niettemin
Het jaar 2019 heeft in het teken gestaan van de heraccredi-
is een aantal aanbevelingen ter verbetering van toetskwali-
tatie van het masteronderwijs en de ontwikkeling van een
teit gedaan.
herzien programma. We hebben tot herziening besloten naar aanleiding van veranderingen in de landschappen van theolo-
De Examencommissie heeft aanbevolen voldoende diversiteit
gie, predikantschap en academisch onderwijs. Het gaat daarbij
in toetsvormen aan te houden en naar studenten toe vol-
om de volgende aspecten: disciplinaire verdieping in samen-
doende helderheid te betrachten als het gaat om de vorm van
hang met interdiscplionaire verbreding; diversificatie van het
de toets. Dit bevordert de doceerbaarheid, studeerbaarheid
ambt van predikant; meer nadruk op eigenaarschap van stu-
en organiseerbaarheid van de toetsing en verhoogt daarmee
denten, flexibilisering, aanleren van eigentijdse competenties.
de kwaliteit ervan. In het verlengde van deze aanbeveling stelt
De in 2017 gehouden midterm review bracht de noodzaak tot
de Examencommissie voor de toetsing binnen de module
verbetering van de studeerbaarheid aan het licht. De project-
beschrijvingen meer te integreren in het geheel van de
groep die we hebben geïnstalleerd heeft binnen de kaders die
beschreven leeractiviteiten.
het bestuur met de medezeggenschap is overeengekomen (onderwijsidentiteit op basis van theologische diversiteit; doel-
Op basis van de toetsencheck heeft de Examencommissie als
matige aansluiting van de opleiding op het beroepenveld; een
aandachtspunt vastgesteld dat de transparantie van de beoor-
studeerbaar programma voor voltijd en deeltijdstudenten;
deling door de examinator in sommige gevallen verhoogd kan
betaalbaarheid) gewerkt aan voorstellen voor een vernieuwd
worden. Waar dit het geval was, heeft de commissie dit aan de
curriculum. In 2019 is op hoofdlijn van het programma over-
desbetreffende examinator teruggekoppeld.
eenstemming bereikt met de medezeggenschap. Het streven is met ingang van studiejaar 2020-2021 het vernieuwde programma te kunnen aanbieden.
PThU Jaarverslag 2019
35
7.3 Kwaliteitsinvesteringen onderwijs uit studievoorschotmiddelen
over periodes van telkens vijf jaar. Deze nascholing wordt verantwoord in studiepunten, die door de Commissie voor de
In 2019 hebben wij in het kader van de kwaliteitsafspraak
Permanente Educatie zijn toegekend aan door deze commis-
overeenstemming bereikt met het ministerie OCW voor het
sie beoordeelde scholingsactiviteiten. Ons postacademisch
doen van investeringen in onderwijskwaliteit uit de studie-
onderwijs heeft een format dat past bij deze regelingen, maar
voorschotmiddelen. Een daartoe door de NVAO geĂŻnstalleerde
staat open voor iedereen die postacademisch theologisch
commissie heeft onze voornemens daartoe van een positief
onderwijs wil volgen en daarvoor gekwalificeerd is.
advies voorzien. Op grond van dit advies zijn aan onze universiteit studievoorschotmiddelen toegekend.
7.4.2 Primaire Nascholing van Predikanten (PNP)
De investeringsplannen zijn tot stand gekomen in nauw
De primaire nascholing, die geheel door onze universiteit
overleg met de studentengeleding van de medezeggenschap.
verzorgd wordt, bestaat uit een route van zes maal twee
De plannen betreffen investering in: 1) verbetering van de
opleidingsdagen op Nieuw Hydepark, plus een introductiedag,
bestaande begeleiding van studenten door middel van het
thuiswerk (voorbereiding en afwerking) en een eindgesprek
aanbieden van een ontwikkelassessment aan studenten bij
van samen negen dagen. De hele route kost de deelnemer
aanvang van hun masteropleiding; 2) aanbieden van trai-
dus 21 dagen. Deze PNP neemt twaalf maanden in beslag en
ningen waarbij de integratie van kennis en spiritualiteit in
is verplicht gesteld door de Protestantse Kerk in Nederland
interactie met studenten en docenten gestalte kan krijgen; 3)
voor hen die na hun opleiding voor een eerste termijn zijn
IT-faciliteiten die de mogelijkheden vergroten blended bearn-
aangesteld als predikant. Persoonlijke ontwikkeling in het
ing in te zetten in het onderwijs; 4) extra professionalisering
ambt van predikant, vakmatige en geestelijke vorming en
van docenten door hen te trainen in eigentijds en didactisch
training van specifieke onderdelen van de beroepsuitoefening
verantwoord gebruik van IT-mogelijkheden voor het aanbie-
vormen de hoofdbestanddelen van het programma. Kern van
den van hun onderwijs.
het programma is de (wetenschappelijke) reflectie op de eigen
De eerste twee investeringsdoelen (ontwikkelassessment
positie en het eigen handelen. Predikanten van de Vrije Evan-
en ontwikkelen integratietrainingen) maken deel uit van
gelische Gemeenten en de Evangelische Broedergemeente
de herziening van het masteronderwijs. Realisatie daarvan
nemen ook deel aan deze PNP.
wordt voorzien in samenhang met de start van het nieuwe curriculum.
7.4.3 Overig postacademisch onderwijs
Wij hebben de ambitie de vaardigheden van docenten en
Het overige postacademisch onderwijs wordt aangeboden
mogelijkheden van IT-faciliteiten voor het onderwijs didactisch
in de vorm van cursussen. Zij vallen in het zogenoemde
beter te benutten. Om dit te kunnen realiseren hebben wij om
aangestuurde deel van de PE van de kerk, omdat de invulling
toelating verzocht tot de themagroep docentprofessionalise-
van dit gedeelte van de PE exclusief aan onze universiteit is
ring, die als onderdeel van de Versnellingsagenda IT is inge-
toebedeeld. Wij werken echter samen met partnerinstellingen
richt en waarin de universiteiten op landelijk niveau expertise
(onder andere VU, RUG, Windesheim en CHE) voor wat betreft
delen en doorontwikkelen.
aanbod en inzet van personeel. Behalve predikanten zijn ook
7.4 Postacademisch onderwijs
kerkelijk werkers een doelgroep. Met het oog daarop zijn we cursussen op drie verschillende niveaus gaan aanbieden: a) voor predikanten en kerkelijk werkers, b) voor predikanten die
7.4.1 Voortgezette nascholing van de Protestantse Kerk in Nederland
academische verdieping zoeken, en c) voor mensen die reeds
Het postacademisch onderwijs van de PThU is nauw gelieerd
vertegenwoordigers van de kerk, de Bond van Nederlandse
aan de Voortgezette Nascholing (Permanente Educatie, ofwel
Predikanten (BNP), de Vereniging van Kerkelijk Werkers (VKW)
PE) van de Protestantse Kerk in Nederland. De kerk heeft
en van onze universiteit. Deze commissie ontwikkelt een
belangrijke delen van de PE aan onze universiteit toebedeeld.
program van eisen met betrekking tot het aanbod, ziet toe
In april 2012 heeft de kerk besloten tot kerkordelijke veran-
op de kwaliteit van de PE-activiteiten en adviseert ons College
kering van de verplichting tot voortgezette nascholing voor
van Bestuur.
gepromoveerd zijn. Er is een PAO-commissie, bestaande uit
predikanten. Doel van deze verplichting is behoud en doorontwikkeling van deskundigheid van predikanten gedurende de uitoefening van hun ambt. De eerste fase bestond al langer
7.4.4 Cursusaanbod, afname, deelnemers en evaluatie
en wordt nu de primaire nascholing genoemd. De volgende
36
fases van de PE vallen uiteen in een aangestuurd deel, waarin
Primaire nascholing
men verplicht is een aantal cursussen bij onze universiteit
In 2019 zijn in de PNP weer twee reeksen aangeboden. Aan de
af te nemen, en in een vrij deel, dat men onder eigen regie
routes namen in totaal 31 predikanten deel. De deelnemende
kan invullen. Deze volgende fases vangen aan in het zesde
predikanten hebben het opleidingsaanbod weer positief
jaar nadat de predikant is bevestigd in het ambt en bestaat
geĂŤvalueerd. De kans om na ongeveer twee jaar werken
uit een op de persoon toegesneden scholingsplan, verdeeld
tezamen met mensen in vergelijkbare situaties stil te staan,
PThU Jaarverslag 2019
te evalueren hoe men er voor staat en te oefenen met op de
bereiken en het interdisciplinaire gesprek daarmee ook
eigen persoon en situatie toegesneden kennis en inzichten
kunnen stimuleren. Daartoe start in 2020 een ‘kennismake-
voelt voor het merendeel als een geschenk. Men beschouwt
laar’ die zich breder met de valorisatietaak van de PThU zal
de nascholing dan ook als leerzaam, inspirerend en nuttig.
bezighouden en als onderdeel daarvan ook de coördinatietaak van het PAO op zich zal nemen. De kwaliteit van de aan-
Overig postacademisch onderwijs – aangestuurde deel (PE)
geboden cursussen is goed beoordeeld. Met opnieuw de hoge respons van 75% laten de evaluaties gemiddeld het volgende beeld zien:
a. Cursusaanbod en -afname 2019 Aantal aangeboden cursussen Aantal afgenomen cursussen (%) Aantal geannuleerde cursussen (%)
2018
2017
2016
Streefwaarde
Categorie
Percentage
Uitstekend
44,3
Goed
48,6
Redelijk 23
29
32
45
17 (74%) 24 (83%) 24 (75%) 36 (80%)
6 (26%)
5 (9%)
8 (25%)
7,1
Slecht Ten minste 75% Maximaal 25%
9 (20%)
b. Deelnemers
0
Het percentage deelnemers dat de cursussen als uitstekend of goed waardeert, is met 92,9% iets hoger dan in 2018, toen in totaal 90% de cursussen als uitstekend of goed waardeerde. Uit de evaluaties blijkt bovendien dat een overgroot deel van de deelnemers de cursussen als relevant tot zeer relevant voor zichzelf en hun eigen functioneren als predikant of geestelijk verzorger hebben ervaren.
2019
2018
2017
2016
Streefwaarde
179
249
361
506
400
Predikanten die deelnemen in het kader van PE Cursisten die niet deelnemen in het kader van PE Totaal
16
23
36
46
195
272
397
552
Daarnaast liepen er in 2019 vier langere studietrajecten met in totaal 52 deelnemers. c. Evaluatie In 2019 hadden onze PE-cursussen in totaal 195 deelnemers. Het betreft zowel deelnemers die cursussen hebben gevolgd in het kader van hun verplichte Permanente Educatie (179 deelnemers) als deelnemers die buiten het kader van Permanente Educatie cursussen hebben gevolgd (zestien deelnemers). Het aantal deelnemers in 2019 (195) is gedaald ten opzichte van 2018 en nog ver van het streefgetal van 400. Voor een deel is dat te wijten aan het feit dat we cursussen hebben moeten annuleren waar zich te weinig mensen voor hadden aangemeld. Ook was het merendeel van de cursussen van het programma 2019-2020 in de eerste helft van 2020 gepland. Dit verklaart de afname echter zeker niet geheel. Dat de kerk de registratie van de PE aan predikanten zelf overlaat, lijkt het verplichtende karakter niet te bevorderen. De komende jaren zal extra ingezet worden op werving en afstemming met de kerk. Daarnaast zullen wij inzetten op betere aansluiting bij de doelgroep; dit door de behoeften beter te inventariseren, zowel wat betreft inhoud en onderwerpen als wat betreft de vorm van het aanbod. Ook zullen we onderzoeken hoe we met een deel van de cursussen meer doelgroepen kunnen
PThU Jaarverslag 2019
37
Hoofdstuk 8
Onderzoek en valorisatie 8.1 Beleid
Internationalisering en internationale samenwerking
Strategische agenda voor het onderzoek: richting nieuwe onderzoeksprogramma’s
Eind 2018 stelden wij de institutionele Internationaliserings-
Naar aanleiding van de aanbeveling van de visitatiecommis-
speerpunten op het terrein van het onderzoek:
agenda voor de periode 2019-2022 vast, met de volgende
sie, die ons in 2018 adviseerde een ‘verdergaande focus, coherentie, kritische massa en internationale zichtbaarheid’ van het onderzoek na te streven, zijn in 2019 belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van twee nieuwe onderzoeksprogramma’s voor onze universiteit. Door middel van
– internationale profilering op overkoepelende onderzoeksthema’s; – versterking van onze internationale academische reputatie en zichtbaarheid;
een ‘bottom-up’ proces, waarin alle junior- en senioronderzoe-
– investering in de diversiteit van ons onderzoekspersoneel;
kers de kans kregen in diverse rondes een bijdrage te leveren
– consolidering en strategische inzet van ons research
aan de totstandkoming van onderzoeksgroep-overstijgende thema’s, werden clusters of foci geformeerd die in 2020 zullen leiden tot de vervanging van de disciplinair georiënteerde onderzoeksgroepen Sources, Beliefs en Practices door de interdisciplinaire en thematisch ingestoken onderzoeksprogramma’s Mediating Good Life en Moving Identities.
fellowship programma; – werving van een toenemend aantal internationale promovendi; – consolidering en versterking van ons internationale netwerk; – inzet van het Centrum voor Beroepsvorming en Spiritualiteit (CBS) voor internationale valorisatie van
Externe financiering: tweede en derde geldstroom
wetenschappelijk onderzoek.
Onze universiteit zal de komende jaren nadrukkelijk inzetten op de werving van middelen vanuit de tweede en derde
Deze algemene doelstellingen zijn uitgewerkt in specifiekere
geldstroom. Daartoe wordt thematisch aansluiting gezocht bij
doelstellingen en in 2022 te realiseren resultaten en zijn voor
de Nationale Wetenschapsagenda en het Europese beleid op
een belangrijk deel afgeleid van de aanbevelingen van de
het gebied van onderzoek en innovatie. Naast de tweede geld-
Visitatiecommissie. In 2019 zijn de eerste stappen gezet in de
stroom (NWO, ZonMW, Horizon2020) blijven wij structureel
ontwikkeling van beleid op bovenstaande terreinen.
aandacht houden voor private onderzoeksfinanciering (derde geldstroom). In het voorjaar van 2019 is een tijdelijke mede-
Internationale samenwerking met langjarige partners is
werker toegevoegd aan de afdeling onderzoekondersteuning
geconsolideerd. De samenwerkingsovereenkomsten met het
met als taak een advies te schrijven over verder te ontwikke-
Princeton Theological Seminary (inzake het Karl Bart Data-
len beleid en de behoefte aan ondersteuning op dit terrein.
base Project) en met Duta Wacana Christian University te
Belangrijke lopende en nieuwe extern gefinancierde onder-
Yogyakarta (Indonesië) zijn in 2019 verlengd. Laatstgenoemde
zoeksprojecten zijn het ‘Moral Compass Project’ onder leiding
is tevens een partner in het Netherlands-Indonesia Consor-
van prof. dr. P.M. Wisse (Stichting Paradosis), het project
tium for Muslim-Christian Relations (NICMCR).
‘Science and Religion in French-Speaking Africa’ onder leiding
Voorts werden er afspraken gemaakt over joint doctorate
van prof. dr. B. van den Toren (Templeton World Charity
overeenkomsten met de Katholieke Universiteit Leuven en
Foundation), het NWO Veni-project ‘Reflective Equilibrium
de Evangelische Theologische Faculteit (eveneens te Leuven).
and Practical Wisdom’ van dr. J.R. Compaijen, het project
Met de Universiteit van Oxford wordt vanuit de onderzoeks-
‘Global Christianity at Your Fingertips’, onder leiding van
groep Practices samengewerkt in een onderzoek naar de bele-
prof. dr. B. van den Toren (John Templeton Foundation en
ving van de choral evensong in Nederland en het Verenigd
Cornerstone Trust) en het project ‘Church Life Survey (CLS)
Koninkrijk.
in Nederland’, onder leiding van prof. dr. H.P. de Roest (Maat-
In Amsterdam vond van 4 tot en met 7 juli de dertiende
schappij van Welstand en Protestantse Kerk in Nederland).
internationale conferentie plaats van het International Reformed Theological Institute (IRTI), een gezamenlijk initiatief van de PThU en de Faculteit Religie en Theologie van de VU, over ‘The Calling of the Church in Times of Polarization’, met
38
PThU Jaarverslag 2019
zo’n honderd deelnemers uit Afrika, Noord-Amerika, Azië
en aangeboden op het terrein van research skills (5 ECTS),
en Europa.
research management (5 ECTS) en research proposal (5 ECTS).
Op 3 september werd het nieuwe studiejaar geopend door
De IGS moet bijdragen aan een effectieve selectie van kan-
research fellow prof. dr. I. Nell van de Universiteit van Stel-
didaten en efficiënte inzet van middelen, in het bijzonder
lenbosch, een van onze ‘preferred partners’, met een lezing
begeleidingstijd van (beoogde) promotores.
over ‘Postcolonial Leadership. The Challenges Facing a New Generation of Theologians’. Andere research fellows die in
Talentontwikkeling
2019 bij ons te gast waren, zijn dr. D. Frankel van het Schech-
Onze universiteit heeft de afgelopen jaren reeds belangrijke
ter Institute of Jewish Studies te Jeruzalem, dr. S. Weber van
stappen gezet in de ontwikkeling van talentbeleid. Tenure en
de Universiteit van Stellenbosch, prof. dr. H. Walton van de
career tracks zijn geïntroduceerd en geïmplementeerd. Talent-
Universiteit van Glasgow en dr. C. Hays van Fuller Theological
volle jonge onderzoekers zijn hierdoor aan onze universiteit
Seminary (VS).
verbonden, terwijl de doorstroommogelijkheden voor senioronderzoekers zijn vergroot. Wij zullen de komende jaren
Valorisatie en impact
verder inzetten op de ontwikkeling van talent door training,
Wij definiëren de valorisatie van ons onderzoek in termen van
begeleiding en het bieden van kansen.
drie p’s: people, partnerships en products.
In 2019 werden binnen de onderzoeksgroep Beliefs ver-
Onderzoek aan onze universiteit dient mensen – gelovigen en
schillende aio’s aangesteld en binnen de onderzoeksgroep
niet-gelovigen – die zich bezighouden met vragen over geloof
Practices een UD (dr. P.M. Sonnenberg) en een postdoctorale
en zin- en betekenisgeving in het leven, en die de voortdu-
onderzoeker (dr. C.S.H. Rijken), beiden gepromoveerd aan
rende relevantie van de christelijke traditie verkennen door
onze universiteit.
haar bronnen (sources), overtuigingen (beliefs) en praktijken (practices) te onderzoeken.
Wetenschappelijke integriteit
Om ervoor te zorgen dat in de behoeften van een breed
Onze universiteit onderschrijft de Nederlandse Gedragscode
scala aan maatschappelijke groepen wordt voorzien, werken
Wetenschappelijke Integriteit (2018). Wij hebben een eigen
wij samen met verschillende partners, dat wil zeggen
vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit. Klachten
maatschappelijke instellingen en organisaties waarmee we
worden afgehandeld door de wetenschappelijke integri-
concrete onderzoeksprojecten ontwikkelen via contracten
teitscommissie van de Nederlandse Levensbeschouwelijke
en/of subsidies.
Universiteiten (NLU). Kandidaat-promovendi ontvangen als
De resultaten van ons onderzoek worden zichtbaar in
onderdeel van de Initial Graduate School een specifieke trai-
een breed scala aan producten. Behalve de productie van
ning op het gebied van wetenschappelijke integriteit.
kwaliteitsartikelen, -boeken en -dissertaties voor de academimedia en middelen: artikelen in professionele tijdschriften en
Open science: open access, onderzoekinformatiesysteem en Research Data Management
kranten, trainingsprogramma’s, lezingen voor een algemeen
Samen met de theologische universiteiten van Apeldoorn
publiek, media-optredens, lidmaatschappen van adviesraden,
en Kampen hebben wij een eigen repository, waarin proef-
enzovoort.
schriften, academische redes en masterscripties open access
sche gemeenschap, delen wij ons onderzoek ook via andere
beschikbaar zijn .
Onderzoekondersteuning
In 2019 hebben wij in NLU-verband afspraken gemaakt over
Ondanks personele wisselingen in 2019 is er met de totstand-
de (parallelle) aanschaf en inrichting van een onderzoekinfor-
koming van een afdeling onderwijs- en onderzoekondersteu-
matiesysteem, waarmee onze onderzoeksoutput eenvoudiger
ning (O&O), waaronder ook de bibliotheek is gevoegd, een
en vollediger in beeld kan worden gebracht, met belangrijke
belangrijke eerste stap gezet in de integratie van ondersteu-
voordelen voor onder andere (SEP-)rapportages, beleids-
nende diensten.
ontwikkeling en profilering van onderzoek en onderzoekers. Tevens zal de introductie een impuls geven aan het open
Graduate School en promovendibeleid
access beschikbaar stellen van onderzoeksoutput
De Visitatiecommissie formuleerde in 2018 een aantal spe-
Een nieuw format voor het datamanagementplan voor junior-
cifieke aanbevelingen voor de verbetering van het promo-
en senioronderzoekers is geïntroduceerd.
vendibeleid en de verdere ontwikkeling van de Graduate School. Naar aanleiding hiervan vond in 2019 de eerste editie
8.2 Resultaten
plaats van de Initial Graduate School (IGS), met deelnemers uit Egypte, India, Indonesië, Nederland, Taiwan, Verenigd
8.2.1 Highlights
Koninkrijk, Zuid-Afrika en Zuid-Korea. De IGS is een voortra-
Een hoogtepunt op congresgebied voor de onderzoeksgroep
ject richting de promotiestudie, waarbinnen een belangrijk
Sources was het internationale slotcongres van het door NWO
deel van het onderwijs (15 ECTS) in het PhD-traject wordt
gefinancierde project ‘Parables and the Partings of the Ways’
verzorgd. Cursussen werden in dit verband in 2019 ontwikkeld
(PI’s: dr. H.L.M. Ottenheijm, prof. dr. M.J.H.M. Poorthuis en
PThU Jaarverslag 2019
39
prof. dr. A.B. Merz, 2014-2020). Dit congres was getiteld ‘The
docent ethiek dr. P.H. Vos werd tevens benoemd op een
Power of Parables. Narrative and Religious Identity in Late
nieuwe bijzondere leerstoel Protestantse Geestelijke Verzor-
Antiquity’ en vond plaats van 24 tot en met 26 juni 2019 in
ging bij de Krijgsmacht, gevestigd aan de vestiging Groningen.
Utrecht. Specialisten van wereldrang op het gebied van onder-
Deze benoeming versterkt de al toenemende samenwerking
zoek naar joodse en vroegchristelijke parabels werden hier
tussen de onderzoeksgroepen Practices en Beliefs. Hij inaugu-
bij elkaar gebracht. In toraal waren er 22 sprekers uit Israël,
reerde op 8 oktober met een rede over ‘Het gedeelde verhaal
diverse Europese landen en de VS.
van een beschadigde moraal. Moral injury en de geestelijke
Het project ‘Science and Religion in French-Speaking Africa’
verzorging bij de krijgsmacht’.
onder leiding van prof. dr. B. van den Toren (Beliefs) werd
Er werden dit jaar maar liefst zes nieuwe aio’s aangesteld
afgesloten met een conferentie over ‘Contextuality and
binnen de onderzoeksgroep Beliefs. Het gaat om M.C.
Universality in Science and Religion’ in Oxford, georganiseerd
Hansen met een onderzoek in de dogmatiek naar de moge-
samen met Scholarship and Christianity in Oxford (SCIO,
lijke bijdrage van een vleselijke theologie aan het begrip van
Oxford), met academische bijdragen uit Europa, Noord- en
(de nasleep van) seksueel misbruik. M. van den Toren doet
Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Een monografie met een neer-
onderzoek in de missiologie naar het verstaan van vrede
slag van het onderzoek zal in 2020 bij Brill verschijnen.
onder pinkstergelovigen in Colombia. In een deels extern
Voorafgaand aan het afscheidscollege van prof.dr. M.N.
gefinancierd onderzoek naar de liturgische formulieren in
Walton op 11 november werd een zeer drukbezocht sym-
de Nederlandse gereformeerde traditie zijn S. Zwemer en
posium georganiseerd over de wetenschappelijke ‘oogst’
W.D. Kroese aangesteld voor onderzoek naar respectievelijk
van de leerstoelen Geestelijke Verzorging in Nederland en de
het avondsmaalsformulier en het doopformulier. In het kader
toekomst van de geestelijke verzorging.
van het Moral Compass Project werd D. Klamer-Gosewisch
8.3 Onderzoeksformatie
aangesteld voor een onderzoek naar de rol van de deugden in de gereformeerde scholastiek. De laatste drie onderzoeken zijn vrucht van het sterke netwerk van onze universiteit met
Onderzoeksgroep Sources
kerkelijke partners.
Er hebben in 2019 geen ingrijpende veranderingen plaats-
De totale onderzoeksomvang voor het onderzoeksprogramma
gevonden in de onderzoeksformatie van Sources. De lichte
Beliefs nam toe van 7,27 naar 8,53, met een sterke toename
daling in effectieve onderzoeks-fte is te wijten aan het tijdelijk
van onderzoekstijd voor junioronderzoekers.
terugbrengen van de aanstelling van dr. P.B. Hartog tot 7% in verband met zijn Humboldt-beurs (oktober 2019 tot septem-
Onderzoeksgroep Practices
ber 2020), het met emeritaat gaan van prof. dr. H.-M. Kirn,
In de staf van Practices vond een belangrijke wijziging plaats.
wiens onderzoekstaak per 1 november stopte, en lang-
Prof. dr. M.N. Walton, bijzonder hoogleraar Geestelijke
durige ziekte van twee senioronderzoekers, die gelukkig
Verzorging vanwege de Stichting Deo Volente en tevens UHD
eind 2019 weer voor een belangrijk deel hun onderwijs- en
Geestelijke Verzorging verliet per 1 november de universiteit
onderzoekstaken konden opnemen. Zorgwekkend met oog op
vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
de toekomst is het feit te noemen dat er geen vacature voor
Professor Walton heeft in de relatief korte tijd van zijn hoog-
opvolging op de kerkhistorische leerstoel (Kirn) kon worden
leraarschap een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling
uitgezet in verband met financiële tekorten.
van wat in de Angelsaksische wereld wordt aangeduid met chaplaincy studies. Hij heeft een wereldwijde bekendheid
40
Onderzoeksgroep Beliefs
opgebouwd, dankzij artikelen in toonaangevende journals
Prof. dr. R.H. Reeling Brouwer, universitair hoofddocent dog-
en goede contacten met internationale onderzoekers. Ook in
matiek en bijzonder hoogleraar op de Miskotte/Breukelman
eigen land werd hij een veel geraadpleegd expert. Hij maakte
leerstoel voor de theologische hermeneutiek van de Bijbel,
deel uit van de Commissie Wetenschap van de Vereniging van
nam op 7 mei afscheid met een symposium over ‘Messiaanse
Geestelijke Verzorgers (VGVZ), speelde een grote rol bij de ont-
exegese’ en een rede over ‘Het onderwijs van Mozes en het
wikkeling van het Onderzoekscentrum Geestelijke Verzorging
onderwijs van de ekklesia’. Dr. R.D.N. van Riessen, universi-
van onze universiteit en de Universiteit van Tilburg en was
tair hoofddocent godsdienstfilosofie, nam op 13 december
mede-initiatiefnemer van het zogeheten Case Study Project.
afscheid met een symposium over haar recente boek Van
In dit project werken zestig geestelijk verzorgers van diverse
zichzelf bevrijd: Levinas over transcendentie en nabijheid
achtergrond samen met twaalf academische onderzoekers
(Amsterdam, Sjibbolet, 2019). De plaats van prof. dr. Ree-
en een tweetal promovendi, door het onderzoeken van good
ling Brouwer werd ingenomen door dr. K. Bom als docent
practices, aan de professionalisering van het handelen van
dogmatiek, die met het oog op Reeling Brouwers afscheid al
geestelijke verzorgers. In het verslagjaar is het proces gestart
in 2018 een vaste aanstelling kreeg. Vanwege zijn staat van
ter vervulling van de vacature.
dienst in zowel academische output als valorisatie op het
Per 1 januari werd dr. P.H. Vos, universitair docent van de
gebied van de medische ethiek is dr. T.A. Boer benoemd tot
onderzoeksgroep Beliefs, voor 0,2 fte toegevoegd aan de
persoonlijk hoogleraar in de medische ethiek. Universitair
formatie van Practices, als bijzonder hoogleraar. De naam
PThU Jaarverslag 2019
van de leerstoel is Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht. Financiering van de leerstoel loopt via de Stichting Christelijke Hulpverlening Militairen. Professor Vos richt zich in zijn onderzoek op de ethische en existentiële vragen die zich voordoen bij de begeleiding vanuit de GV-Krijgsmacht. Morele vorming heeft hierbij nadrukkelijk de aandacht. Eveneens per 1 januari 2019 trad dr. C.S.H. Rijken toe tot de onderzoeksformatie van Practices als postdoctoraal onderzoeker (0,5 fte). Een maand later, op 1 februari werd dr. P.M. Sonnenberg aangesteld als universitair docent Praktische TTheologie / Youth Ministry. Per 1 september trad dr. T. Tromp aan als bijzonder hoogleraar Diaconaat. Docent van het Centrum voor Beroepsvorming en Spiritualiteit dr. H.M. van den Bosch kreeg een onderzoekstaak van 0,2 fte. De omvang van de seniorstaf, inclusief postdoctorale onderzoekers, groeide aanzienlijk ten opzichte van het vorige verslagjaar (4,87 tegenover 3,97), de effectieve onderzoeks-fte van de promovendi daalde licht naar 3,10 fte, met name vanwege langdurige ziekte van twee aio’s.
Algemeen Onderstaande tabel biedt een cijfermatig overzicht van de onderzoeksformatie per onderzoeksgroep en voor onze universiteit als geheel voor het jaar 2019 in vergelijking tot 2018. De totale omvang van de seniorstaf is ten opzichte van 2018 nagenoeg gelijk gebleven.
2019 Sources
Beliefs
Practices
Totaal
2018 Sources
Beliefs
Practices
Totaal 11,66
Senioronderzoekers (hoogleraar, UHD, UD)
3,01
4,37
4,15
11,53
3,26
4,57
3,83
Postdoctorale onderzoekers
0,73
0,95
0,72
2,40
0,91
0,96
0,14
2,01
Totaal
3,74
5,32
4,09
13,15
4,17
5,53
3,97
13,67
Practices
Totaal
Sources
Beliefs
Practices
Totaal
Voor bijzondere leerstoelhouders en promovendi met dienstverband (aio’s) ziet het overzicht er als volgt uit. In 2019 zijn een aantal nieuwe promovendi aangesteld, met name binnen de onderzoeksgroep Beliefs.
2019 Sources
Beliefs
2018
Bijzondere hoogleraren met dienstverband
0,20
0,28
0,33
0,81
0,20
0,28
0,23
0,71
Promovendi
1,61
2,93
3,10
7,64
1,67
1,46
3,56
6,69
PThU Jaarverslag 2019
41
8.4 Wetenschappelijke output
onderzoek van dr. B. Muchemwa, die promoveerde op een onderzoek naar christelijke geloofsgemeenschappen en de
Onderzoeksgroep Sources
thematiek van corruptie in Zambia. Daarnaast promoveerde
De wetenschappelijke output als geheel is vergeleken met
A. van der Knijf op een onderzoek naar bevindelijk preken in
2018 in aantal titels iets afgenomen, waarbij vooral het
de Gereformeerde Gemeenten.
verschil bij lezingen (28 vs. 9) en hoofdstukken in boeken
Het beleid om promovendi zoveel mogelijk te introduceren in
(24 vs. 14) opvalt. Desalniettemin is de kwaliteit en de daad-
onderzoeksnetwerken zien we, evenals in 2018, terug in een
werkelijke omvang van publicaties in 2019 ongekend hoog,
groot aantal door de promovendi ingediende papers voor
met maar liefst vijf stevige wetenschappelijke monografieën
conferenties, van acht naar negen, en in peer reviewed artike-
van de hand van prof. dr. R. Roukema, dr. G.M.G. Teugels,
len waarin promovendi eerste auteur zijn.
prof. dr. K. Spronk, prof. dr. H.-M. Kirn en prof. dr. M. Mat-
Het aantal peer reviewed artikelen in wetenschappelijke
thias, die bij de beste uitgevers en reeksen van ons vakgebied
tijdschriften – in het vorige verslagjaar nog teruggevallen van
verschenen (uitgevers: de Gruyter, Mohr-Siebeck, Peeters,
veertien (in 2017) naar acht (in 2018) – is nu weer sterk geste-
Kohlhammer, Evangelische Verlagsanstalt; reeksen: Studies in
gen en wel naar achttien artikelen. Daarnaast verschenen
the Bible and its Reception, Texts and Studies in Ancient Judaism,
vier bijdragen in refereed books. Ook werd een belangrijke,
Historical Commentary on the Old Testament, Geschichte des
four-person peer reviewed monografie over collaborative
Christentums, Edition Pietismustexte). De zichtbaarheid en
research in de praktische theologie geschreven door prof.
blijvende impact van onderzoek wordt in de kerkgeschiedenis
dr. H.P. de Roest en gepubliceerd door uitgeverij Brill. Prof.
en de Bijbelwetenschappen vooral door dit soort boekpubli-
dr. M. Barnard was co-auteur van de monografie A Ritual Lens
caties gerealiseerd, die doorgaans de vrucht zijn van jaren
on Social Capital Formation in African Independent Churches in
van onderzoek. Dit laatste onderstreept het grote belang van
South Africa, een boek dat werd gepresenteerd in Phpenni (de
het verwerven van een competitieve Humboldt onderzoeks-
onderzochte African Independent Church) en aan de Universi-
grant door dr. P.B. Hartog, die hem in staat stelt als Humboldt
teit van Stellenbosch in oktober van het verslagjaar.
postdoctoral fellow van oktober 2019 tot september 2020 aan
Voor het aan onze universiteit gevestigde Institute of Ritual
de Westfälische Wilhelms-Universität in Münster aan een
and Liturgical Studies was het jaar 2019 een memorabel jaar
monografie te werken.
vanwege het emeritaat van prof. dr. P.G.J. Post (TiU), die om
Tenslotte verdient vermelding dat bij Sources in 2019 één
die reden afscheid nam als voorzitter van het bestuur van
proefschrift kon worden verdedigd en dat één van de aio’s
IRILIS. Post was decennialang toonaangevend in het veld van
twee peer reviewed artikelen in A-tijdschriften publiceerde.
de liturgische en rituele studies, in Nederland en daarbuiten. Met zijn vertrek uit het bestuur is een einde gekomen aan
Onderzoeksgroep Beliefs
zijn jarenlange betrokkenheid bij het instituut in verschil-
Er werden in 2019 twee proefschriften verdedigd van
lende rollen en functies. Een highlight was daarom ook het
aio’s waarvan de aanstellingen al eerder waren afgelopen:
mini-symposium Rituele dynamiek dat IRiLiS op 1 november
C. van der Knijff, Between Providence and Choice Biography.
in Tilburg hield ter gelegenheid van het afscheid van profes-
An Account of Divine Guidance from a Reformed Perspective en
sor Post als hoogleraar Rituele Studies in samenwerking met
G. van Zanden, Bij het begin beginnen. Het Bijbels-theologische
Tilburg School for Humanities and Digital Sciences.
project van Frans Breukelman. In de publicaties zet een verschuiving naar hoogwaardiger
Algemeen
publicaties zich door, waarbij het stimuleren van publicaties
De tabel hiernaast biedt een volledig overzicht van weten-
in refereed journals en in refereed bundels opnieuw vruchten
schappelijke output per onderzoeksgroep en voor onze
afwerpt. Opvallend is het grote aantal keynote lezingen door
universiteit als geheel in het jaar 2019. Ten opzichte van
leden van de onderzoeksgroep.
2018 is een duidelijke toename van de output in vrijwel alle
Het Moral Compass onderzoeksproject, in 2018 onder leiding
categorieën waar te nemen. Met name het aantal refereed
van prof. dr. P.M. Wisse begonnen, kwam in 2019 goed op
artikelen is substantieel toegenomen. Daarmee is de aan-
stoom met de benoeming van twee nieuwe aio’s en een
beveling van de Visitatiecommissie om in toenemende mate
postdoctoraal onderzoeker: dr. A.S. Groenewoud die door
in te zetten op academische publicaties die bijdragen aan
de Radboud Universiteit is gedetacheerd voor het medisch-
onze internationale reputatie opgevolgd. Opvallend is ook
ethische onderdeel van het project onder leiding van prof.
de sterke toename van het aantal gepubliceerde wetenschap-
dr. T.A. Boer.
pelijke boeken.
Onderzoeksgroep Practices Practices wist het aantal fte van promovendi te doen stijgen, maar ook zag de onderzoeksgroep twee promovendi hun proefschrift met succes verdedigen en de doctorsbul ontvangen. Belangwekkend, ook in het internationale veld, was het
42
PThU Jaarverslag 2019
2019 Sources
Beliefs
Practices
Totaal
2018 Sources
Beliefs
Practices
Totaal
Artikelen in tijdschriften: refereed
5
15
18
38
8
12
8
28
Artikelen in tijdschriften: non-refereed
9
8
10
27
4
14
2
20
Hoofdstukken in boeken / artikelen in bundels
14
24
5
43
24
22
6
52
Wetenschappelijke boeken
5
3
2
10
1
2
0
3
Conferentiepapers: keynotes
2
16
8
26
4
11
5
20
9
9
13
31
28
19
12
59
22
20
6
48
24
16
5
45
Conferentiepapers: zelf ingediend Overige output onderzoek
De wetenschappelijke output van bijzonder hoogleraren met een aanstelling aan onze universiteit is in 2019 verdubbeld ten opzichte van 2018 (een totaal aantal van zestien in plaats van acht publicaties/papers), terwijl de aan onze universiteit gevestigde bijzonder hoogleraren zonder dienstverband een vrijwel gelijkblijvende wetenschappelijke output hebben gerealiseerd (23 in plaats van 22 publicaties/papers). Voor de medewerkers van het aan onze universiteit gevestigde Seminarium van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten (VEG) is de onderzoeksoutput iets gestegen (vijf in plaats van drie wetenschappelijke producten). Tot slot is de wetenschappelijke output van promovendi met dienstverband (aio’s) iets afgenomen ten opzichte van 2018 (21 in plaats van 28 publicaties/papers). 2019 was een productief jaar, niet enkel in absolute zin, maar ook per fte beschikbaar voor het onderzoek. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de ontwikkeling van de wetenschappelijke output van de PThU als geheel per fte onderzoek. Voor het eerst in jaren werden drie van de vier streefwaarden gehaald. 2019
Streefwaarden
2018
2017
2016
2015
Artikelen in tijdschriften: refereed
2,73
1,7
2,05
2,52
3,28
2,50
Artikelen in tijdschriften: non-refereed
1,94
2
1,46
0,79
0,95
1,10
Hoofdstukken in boeken / artikelen in bundels
3,09
4
3,80
3,53
2,63
3,24
Wetenschappelijke boeken
0,72
0,5
0,22
0,50
0,36
0,29
8.5 Valorisatie van kennis: maatschappelijke output Onderzoeksgroep Sources De leden van de onderzoeksgroep Sources worden veel gevraagd om hun kennis op kerkhistorisch en Bijbelwetenschappelijk gebied te delen met geïnteresseerde groepen in joodse en christelijke gemeenten in de vorm van lezingen, leerhuizen, bibliodrama bijeenkomsten, leaderschip trainingen en dergelijke. Ook in 2019 besteedden zij veel tijd aan dit soort kleinschalige valorisatie-activiteiten. Sources leverde met afstand de meeste publicaties voor algemeen publiek. Hier zijn met name te noemen vele bijdragen aan de Bijbelblog van onze universiteit, al jaren een publiekstrekker op de website, maar ook aan andere veelgelezen blogs, zoals de valorisatiepagina van het NWO-project rond parabels (parabelproject.nl). R.B. ten Hoopen, een van de aio’s van Sources, schreef de winnende radiocolumn voor de ‘Zin
PThU Jaarverslag 2019
43
in Weekend Rembrandt’ wedstrijd, o.a. gepubliceerd in het
de Westerkerk in Amsterdam, de Domkerk in Utrecht, de
Nederlands Dagblad en ‘Het Vermoeden’.
Martinikerk in Groningen, de Grote Kerk in Dordrecht en de Hooglandse Kerk in Leiden. Het onderzoek is opgezet
Onderzoeksgroep Beliefs
als actie-onderzoek, waardoor valorisatie gelijk op gaat met
De leden van het onderzoeksprogramma zijn opnieuw breed
dataverzameling.
actief in het valoriseren van wetenschappelijk onderzoek.
In het kader van het project #PP050 organiseerde Practices
Daarbij laat het aantal vakpublicaties een toename zien van
van onze vestiging Groningen voor alle protestantse maat-
38 in 2018 naar 53 in 2019. Hierin spelen ook de bijzonder
schappelijke instellingen en kerken in Groningen een onder-
hoogleraren, die sterke banden hebben met maatschappelijk
zoekbijeenkomst, teneinde samen met hen de concerns vast
organisaties, een belangrijke rol.
te stellen voor onderzoek, door senioronderzoekers, maar
Prof. dr. T.A. Boer wordt vaak door landelijke media geraad-
ook door studenten. Deze bijeenkomst werd goed bezocht
pleegd rond medisch-ethische vragen. Internationale
en leidt tot collaborative research met deze instellingen en
erkenning van zijn expertise is zichtbaar in het feit dat hij rond
kerken vanaf september 2020.
vragen met betrekking tot het levenseinde als expert vanwege
Op 14 en 15 november vonden drukbezochte boekpresenta-
de Canadese regering betrokken werd bij rechtszaken in het
ties plaats van het nieuwe boek van prof. dr. H.P. de Roest,
Superior Court in Quebec en het Superior Court in Vancou-
Collaborative Practical Theology. De bijeenkomst op 14 novem-
ver. Rond dezelfde thematiek werd hij geraadpleegd door de
ber in Amsterdam was bestemd voor leden van het Werkver-
rechtbank in Johannesburg en sprak hij voor de parlementen
band Kerkelijk Opbouwwerk. De dag erna in Groningen waren
van Tsjechië en Nieuw-Zeeland.
meer dan zestig studenten aanwezig. Het boek wordt van
Dit jaar was prof. dr. H.E. Zorgdrager opnieuw op verschil-
belang geacht voor het verbinden van theologisch onderzoek
lende manieren betrokken bij maatschappelijke vragen rond
en onderwijs, kerk en samenleving.
religie en seksualiteit. We noemen onder meer de presentatie
Op 15 juni waren er meer dan honderdvijftig aanwezigen bij
van het boek Wondermooi, zoals U mij gemaakt hebt (Utrecht:
een symposium in Zwolle, naar aanleiding van de verschijning
KokBoekencentrum) over transgender en geloof. Verder
van het boek Een kerk die kan van dr. M. van der Meulen en
geeft zij mede leiding aan een onderzoeksproject dat onze
ds. R. Setz. Het boek is van belang voor de vernieuwing van
universiteit uitvoert voor een Europese partner met als doel
lokale geloofsgemeenschappen.
het ontwikkelen van een LHBTI-inclusiviteitsindex voor Euro-
Op 15 november participeerde dr. P.M. Sonnenberg vanuit het
pese kerken.
Onderzoekscentrum Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC) met een
In 2019 is hard gewerkt aan het opzetten van een Centre
lezing over ‘Kerkverlating: jonge mensen die weggaan of juist
for Theology and Christianity Worldwide, om zo onderzoek
blijven’ in de studiedag ‘Mij niet meer gezien’ , over kerkverla-
en valorisatie op het gebied van interculturele theologie en
ting in perspectief, georganiseerd door diverse theologische
kennis van christelijk geloof wereldwijd te concentreren, ver-
instellingen. Aan de studiedag namen zo’n tachtig mensen
sterken en profileren. In dat kader is dr. B. Bangura uit Sierra
deel, hoofdzakelijk predikanten, kerkelijk werkers en ker-
Leone voor een jaar aangesteld en (deels) door de Evangeli-
kenraadsleden. Naar aanleiding van de studiedag zal een
sche Theologische Faculteit te Leuven aan onze universiteit
cursus worden ontwikkeld voor weetwatjegelooft.nl. Tevens
gedetacheerd, met het oog op het verdiepen van contacten
zal een nummer van het blad Handelingen worden gewijd aan
met christelijke gemeenschappen met een migrantenachter-
de studiedag.
grond in Nederland en Vlaanderen.
OJKC startte tevens een onderzoek in opdracht van Hervormd Gereformeerde Jeugd Bond (HGJB), de Gereformeerde Zen-
Onderzoeksgroep Practices
dingsbond (GZB) en de Inwendige Zendingsbond (IZB) naar
Practices wist het niveau van valorisatie van wetenschappe-
missionair bewustzijn onder jongeren uit hun repsectievelijke
lijke kennis te handhaven. Het aantal vakpublicaties nam toe,
achterbannen. Het aan onze universiteit gevestigde Institute
het aantal publicaties voor een breed publiek nam af. Hieron-
for Ritual and Liturgical Studies (IRiLiS) was op 8 oktober gast-
der belichten wij enkele highlights in valorisatie van kennis.
heer op een dag van het Universitair Centrum voor Geestelijke
Er werd een eerste begin gemaakt met het valoriseren van
Verzorging (UCGV) over rituelen.
kennis via websites en YouTube. Vijf online afleveringen van dr. M.C.M. Klomp, ‘Natafelen met theologen’, boden een
Algemeen
wetenschappelijke reflectie op het EO-programma ‘Tel je
De tabel hiernaast biedt een volledig overzicht van maat-
Zegeningen’. Dr. P.E.M. Meijers participeerde in een videocol-
schappelijke en kerkelijke output per onderzoeksgroep en
loquium. Dr. C.S.H. Rijken ontwikkelde een website voor haar
voor onze universiteit als geheel in het jaar 2019, in vergelij-
onderzoek.
king tot het voorgaande jaar. Net als bij de wetenschappelijke
In het kader van het onderzoek van M. Kaljouw werden twee
output is een sterke toename waar te nemen.
bijeenkomsten georganiseerd van het leernetwerk Iconische Kerken. In dit onderzoek werken achttien iconische stadskerken samen, waaronder de Laurenskerk in Rotterdam,
44
PThU Jaarverslag 2019
2019 Sources
Vakpublicaties Publicaties voor algemeen publiek
Beliefs
Practices
Totaal
2018 Sources
Beliefs
Practices
Totaal
7
54
22
83
5
38
15
58
51
41
11
103
21
41
24
86
Het aantal vakpublicaties van bijzonder hoogleraren met een dienstverband aan onze universiteit is gelijk gebleven ten opzichte van 2018, terwijl het aantal publicaties voor een breder publiek is afgenomen. De valoriserende output van bijzonder hoogleraren zonder aanstelling is toegenomen, met name waar het gaat om publicaties voor een breder publiek. Ook de onderzoekers van het seminarium VEG realiseerden in 2019 meer vakpublicaties en een gelijkblijvend aantal populariserende publicaties. De aio’s waren in 2019 beduidend productiever qua publicaties in de valorisatiecategorie. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de ontwikkeling van de maatschappelijke output van onze universiteit als geheel per fte onderzoek. Hieruit blijkt dat het aantal vakpublicaties de afgelopen vijf jaar per onderzoeks fte nooit zo hoog was, terwijl ook het aantal populariserende bijdragen bovengemiddeld was. 2019
2018
2017
2016
2015
Vakpublicaties
5,96
4,24
5,05
3,06
2,94
Publicaties voor algemeen publiek
7,39
6,29
8,36
8,10
5,88
8.6 Promovendi en promoties In 2019 vonden vijf promoties plaats. Bij de Graduate School stonden op de peildatum 31 december 2019 in totaal zeventig promovendi ingeschreven: achttien aio’s, vier duale promovendi en 48 buitenpromovendi (32 uit Nederland en zestien uit andere landen).
PThU Jaarverslag 2019
45
8.7 Financiering onderzoek: eerste en overige geldstromen Onderstaande tabel biedt een overzicht van de financiering van de onderzoeksformatie vanuit de diverse geldstromen (direct funding, research grants, contractonderzoek en overig). Protestantse Theologische Universiteit Funding: Direct funding (1)
2019
2019
2018
2018
Fte
Percentage
Fte
Percentage
18,52
81,84%
17,78
83,48%
Research grants (2)
0,75
3,31%
0,09
0,42%
Contract research (3)
0,00
0,00%
0,00
0,00%
Other (4)
3,36
14,85%
3,43
16,10%
22,63
100%
21,30
100%
2.127.623
84,06
1.953.022
88,17%
403.430
15,94%
262.051
11,83%
€2.531.053
100%
€2.215.073
100%
Total funding Expenditure: Personnel costs Other costs Total expenditure Sources Funding:
Fte
percentage
Fte
percentage
Direct funding (1)
5,46
95,12%
5,83
95,42 %
Research grants (2)
0,00
0,00%
0,00
0,00 %
Contract research (3)
0,00
0,00%
0,00
0,00 %
Other (4)
0,28
4,88%
0,28
4,58 %
Total funding
5,74
100%
6,11
100 %
Beliefs Fte
percentage
Fte
percentage
Direct funding (1)
Funding:
7,04
82,05%
6,53
88,08 %
Research grants (2)
0,75
8,74%
0,09
1,23 %
Contract research (3)
0,00
0,00%
0,00
0,00 %
Other (4)
0,79
9,21%
0,71
9,69 %
Total funding
8,58
100%
7,33
98,99 %
Practices Fte
percentage
Fte
percentage
Direct funding (1)
Funding:
6,02
72,44%
5,42
68,96 %
Research grants (2)
0,00
0,00%
0,00
0,00 %
Contract research (3)
0,00
0,00%
0,00
0,00 %
Other (4)
2,29
27,56%
2,44
31,04 %
Total funding
8,31
100%
7,86
100 %
De categorieën geldstromen die in bovenstaande tabel zijn opgenomen zijn die welke in het Standard Evaluation Protocol (2015-2021) voor onderzoek worden onderscheiden. Onder
In 2019 lopen de volgende extern gefinancierde
deze categorieën wordt verstaan:
onderzoeksprojecten:
– direct funding: de fte’s onderzoek die vanuit de op
– ‘Moral Compass Project’, o.l.v. prof. dr. P.M. Wisse,
basis van de rijksbekostiging verkregen middelen
gefinancierd door Stichting Paradosis (totaal: €1.970.085,
worden gefinancierd;
ten bate van 2019: €163.131,75);
– research grants: de fte’s onderzoek die vanuit de op basis
o.l.v. prof. dr. B. van den Toren, gefinancierd door
toegekende middelen worden gefinancierd;
Templeton World Charity Foundation (totaal: bijna
– contract research: de fte’s onderzoek die op basis van
€550.000; ten bate van 2019: €28.781,34);
een met een externe organisatie, zoals NWO, KNAW of
– project ‘Reflective Equilibrium and Practical Wisdom’,
de Europese Commissie, gesloten onderzoekscontract
o.l.v. dr. J.R. Compaijen, gefinancierd door NWO Veni
gefinancierd wordt met de door deze organisatie toegekende financiering; – other: de fte’s onderzoek die worden gefinancierd met
(totaal: €249.948; ten bate van 2019: €50.199,01). – project ‘Global Christianity at Your Fingertips’, o.l.v. prof. dr. B. van den Toren, gefinancierd door de John Templeton
middelen verkregen uit gemaakte afspraken met externe
Foundation en Cornerstone Trust (totaal: €179.741;
partijen, die niet onder de andere categorieën kunnen
ten bate van 2019: €50.810,37);
worden gebracht.
46
– project ‘Science and Religion in French-Speaking Africa’,
van competitie door externe organisaties zoals NWO, KNAW
PThU Jaarverslag 2019
– project ‘Database-Driven E-Learning (DaDEL) voor
– bijzondere leerstoel Geschiedenis van het Gereformeerd
Hebreeuws en Grieks’, o.l.v. drs. E. Boogert, gefinancierd
Protestantisme (prof. dr. W.H.Th. Moehn), gefinancierd door
door het Ministerie van OCW, de Vrije Universiteit en de
de Gereformeerde Bond (zonder dienstverband PThU);
PThU (totaal: €53.125; ten bate van 2019: €42.182,92); – project ‘Church Life Survey (CLS) in Nederland’, o.l.v.
– bijzondere leerstoel Ethiek van de Zorg (prof. dr. T.A. Boer), gevestigd aan de Theologische Universiteit Kampen
prof. dr. H.P. de Roest, gefinancierd door Maatschappij
(dienstverband PThU), gefinancierd door de Stichting prof.
van Welstand en Protestantse Kerk in Nederland (totaal:
dr. G.A. Lindeboom (ten bate van 2019: €16.065,06);
€53.412,56; ten bate van 2019: €44.786,95); – project ‘Liturgische Formulieren’ o.l.v. dr. K.W. de Jong,
– bijzondere leerstoel Vrijzinnige Theologie (prof. dr. H.S. Benjamins), gevestigd aan de Rijksuniversiteit Groningen
gefinancierd door diverse externe fondsen (ten bate van
(dienstverband PThU), gefinancierd door de Vereniging van
2019: €17.732,14);
Vrijzinnige Protestanten (ten bate van 2019: €11.666,67).
– Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur, gefinancierd door PKN Fonds Brandenburg (ten bate van
De volgende universitaire docenten en postdoctorale onder-
2019: €5.776,38);
zoekers zijn (deels) extern gefinancierd:
– tijdelijke en gedeeltelijke vervanging prof. dr. A.B. Merz i.v.m. participatie in onderzoeksproject ‘Parables and the Parting of the Ways’, gefinancierd door de Universiteit Utrecht en NWO (ten bate van 2019: €16.666,67).
– universitair docent Diaconaat (dr. P.E.M. Meijers), gefinancierd door Kerk in Actie Diaconaat (ten bate van 2019: €15.784,25); – postdoctorale onderzoeker aangesteld in het kader van het
De volgende (bijzondere) leerstoelen zijn (deels)
onderzoeksproject ‘My Soul Doth Magnify’ (dr. C.S.H. Rijken),
extern gefinancierd:
gefinancierd door PKN Fonds Kerk en Wereld en de Maatschappij van Welstand, in samenwerking met Oxford
– bijzondere leerstoel Judaïca (prof. dr. A. Houtman),
University (ten bate van 2019: €15.000).
gefinancierd door Stichting tot Bevordering van het Wetenschappelijk Onderwijs in de Judaïstiek (ten bate van
De volgende promotietrajecten worden extern gefinancierd:
2019: €8.859,23); – leerstoel Lutherana (prof. dr. M. Mathias), mede gefinancierd door de Stichting Luthers Diakonessenhuis Fonds (ten bate van 2019: €9.400); – bijzondere leerstoel Missiologie (prof. dr. D. Nagy),
– promotietraject L.C. van Leersum-Bekebrede, MA., gefinancierd door PKN Fonds Brandenburg (ten bate van 2019: €44.967,17); – promotietraject M.J. Verburg, MA., gefinancierd door
gefinancierd door Stichting de Zending (ten bate van 2019:
Stichting Kerk en Wereld, PKN, Protestantse Kerk
€26.296,75);
Amsterdam en Maatschappij van Welstand (ten bate van
– bijzondere leerstoel Miskotte/Breukelman voor de theologische hermeneutiek van de Bijbel (prof. dr. R. Reeling Brouwer), gefinancierd door Stichting de Nieuwe Bijbelschool (ten bate van 2019: €491,42); – bijzondere leerstoel Geestelijke Verzorging Krijgsmacht (prof. dr. P.H. Vos), gefinancierd door de Stichting Christelijke Hulpverlening Militairen (ten bate van 2019: €25.000); – bijzondere leerstoel voor Geloofvernieuwing (prof. dr. J.J.M. de Hart) gefinancierd door PKN Fonds Kerk en Wereld (ten bate van 2019: €30.016,86); – bijzondere leerstoel Diaconaat (prof. dr. T. Tromp) gefinancierd door Stichting Rotterdam (ten bate van 2019: €16.291,71); – bijzondere leerstoel Geestelijke Verzorging (prof. dr. M.N. Walton), gefinancierd door Stichting
2019: €24.750); – promotietraject R.P. Israël, MA., gefinancierd door Maatschappij van Welstand, Juliana Zusters, Ridder Duitse Gilden en Sormani Fonds (ten bate van 2019: €8.517,01); – promotietraject J.N. den Toom, MA., gefinancierd door diverse fondsen (ten bate van 2019: €19.340,17); – promotietraject M.J. Kaljouw, MA., gefinancierd door Stadskerken, Ad Pias Causas en de Maatschappij van Welstand (ten bate van 2019: €25.480,79); – promotietraject H. Vogel, MA., gefinancierd door Stichting Luthers Diaconessenhuis Fonds (ten bate van 2019: €25.000); – promotietraject W.D. Kroese, gefinancierd door de Gereformeerde Bond (ten bate van 2019: €4191,36); – promotietraject S. Zwemer, gefinancierd door de Gereformeerde Bond (ten bate van 2019: €5.472,14).
Deo Volente (ten bate van 2019: €12.500); – bijzondere leerstoel Orthodoxie en Vredesopbouw
Daarnaast lopen er vier duale PhD-trajecten, in samenwer-
(prof. dr. A. Brüning), gefinancierd door de Stichting
king met Windesheim, Driestar Educatief en de Christelijke
Instituut voor Oosters Christendom (Radboud Universiteit
Hogeschool Ede.
Nijmegen) en de Stichting Vredeswetenschappen (zonder dienstverband PThU);
In 2019 is dr. C.S.H. Rijken in als postdoctorale onderzoeker aan de PThU verbonden in het kader van een gezamenlijk
PThU Jaarverslag 2019
47
onderzoeksproject met de Universiteit van Oxford naar de beleving van de choral evensong Nederland en Engeland. Hiertoe werden nieuwe externe middelen geworven. Dit geldt ook voor de bijzondere leerstoelen van prof. dr. T. Tromp en prof.dr. P.H. Vos, die in 2019 werden aangesteld als bijzonder hoogleraar voor Diaconaat en Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht. Tot slot ging het Liturgische Formulieren Project, in samenwerking met de Gereformeerde Bond en de Theologische Universiteit Kampen van start. Ruim 18% van onze onderzoeksformatie werd in 2019 gefinancierd uit externe middelen (categorie ‘overig’), een lichte toename ten opzichte van 2018 (ruim 16%).
48
PThU Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
49
Hoofdstuk 9
Personeel 9.1 Omvang en samenstelling personeel
HR maakt deel uit van het HR-netwerk van de Nederlandse Levensbeschouwelijke Universiteiten voor het delen van
Het personeel is van strategische waarde voor onze univer-
kennis. Ook is HR betrokken bij het netwerk van volgers van
siteit. Gezamenlijk werken de wetenschappelijke staf, de
de CAO Nederlandse Universiteiten vanuit de VSNU.
ondersteunende staf en het bestuur aan het realiseren van de
Verhouding man/vrouw
ambities van onze organisatie. De totale personeelsbezetting bedraagt op 31 december 2019 80,58 fte (inclusief 2,06 fte studentassistenten). Er is sprake van een lichte daling ten
40
30
opzichte van 2018.
20
2019
2018
2017
2016
2015
WP
52,38
50,60
52,93
49,98
47,99
OBP
27,30
30,31
23,49
22,76
22,69
0,90
0,90
0,90
0,90
0,90
80,58
81,81
77,32
73,64
71,58
Bestuur Totaal
10 0
WP
OBP M
V
De omvang van het wetenschappelijk personeel is gelijk
Het ondersteunend personeel bestaat in meerderheid uit
gebleven. De omvang van het ondersteunend personeel is
vrouwen, bij het wetenschappelijk personeel is dit omge-
licht gedaald. In 2018 was er bij het ondersteunend personeel
keerd. Het streven is diversiteit in gender, leeftijdsopbouw
sprake van een (tijdelijke) overlap tussen vertrekkende en
en internationalisering (medewerkers uit het buitenland, met
nieuwe medewerkers en vervanging in verband met langdu-
een niet-westerse achtergrond). Hierbij enkele gegevens over
rige ziekte. Deze situatie is in 2019 gewijzigd.
gender en leeftijdsopbouw op peildatum 31 december 2019 in fte’s (exclusief student-assistenten):
De inzet is kwaliteitszorg, professionaliteit en commitment
Leeftijdsopbouw OBP (incl. student-assistent)
aan onze ambities en doelstellingen. Dit vraagt om samenwerking tussen wetenschappelijke en ondersteunende staf, inhoudelijke expertise en professionaliteit. De samenstelling van de ondersteunende staf onderging in 2019 opnieuw een aantal wijzigingen. Zo vertrok de directeur bedrijfsvoering en kwam er een kwartiermaker/interim bedrijfsvoerder. Op advies van de kwartiermaker is er een wijziging in de structuur van de ondersteunende functies ingevoerd. Er is
20
15
10
5
gestart met een nieuwe vorm van ketenoverstijgend werken in de bedrijfsvoering. De werving & selectie van een kennis-
0
makelaar en een tweede lid van het College van Bestuur is gestart. De kennismakelaar richt zich op impact van theologische kennis in de samenleving. De portefeuille van de nieuwe bestuurder bevat bedrijfsvoering en strategie.
9.2 HR-thema’s Na een periode van interim bezetting startten in het verslag-
50
25 - 34 jaar
35 - 44 jaar
45 - 54jaar
55+ jaar
Leeftijdsopbouw WP (incl. promovendi) 35
30 25 20
jaar een nieuwe HR-adviseur en HR-medewerker. De nadruk
15
ligt op continuïteit en verbetering van HR-werkprocessen, met
10
gericht op name werving & selectie en introductie. Hierdoor is
5
er minder tijd voor beleidsontwikkeling.
0
PThU Jaarverslag 2019
< 25 jaar
< 25 jaar
25 - 34 jaar
35 - 44 jaar
45 - 54jaar
55+ jaar
Ruim een derde van het wetenschappelijk personeel is
beroep gedaan op deze uitkering, waarmee een bedrag van
ouder dan 55 jaar. Het pensioenakkoord (2019) maakt dat de
€ 143.278 is gemoeid. Hiervan komt € 94.353 ten laste van de
AOW-datum vier maanden naar voren schoof vergeleken met
voorziening wachtgeld (vijf personen) en € 48.925 ten laste
de eerdere verwachting. Uitstroom als gevolg van AOW biedt
van de voorziening Reorganisatie (één persoon). Dit is gevolg
mogelijkheden om nieuwe strategische keuzen te maken bij
van het Sociaal Plan van de reorganisatie in 2011.
de (her)invulling van de vacature. Het percentage vrouwelijke hoogleraren is gering. Dit geldt eveneens voor het percentage niet-EU afkomst onder het wetenschappelijk personeel in loondienst. Indicator
2019
Percentage vrouwelijke hoogleraren (inclusief bijzonder hoogleraren) in fte
26,25
Internationalisering Indicator
2019
Percentage wetenschappelijk personeel met niet-EU afkomst in fte
2%
Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid Indicator
2019
2018
2017
2016
2015
Verzuimpercentage personeel
5,87
4,29
7,26
3,21
4,45
Verzuimpercentage WP
3,29
1,08
4,63
2,31
2,46
Verzuimpercentage OBP
11,96
9,09
12,85
5,22
6,86
0,74
0,84
0,83
0,59
0,52
Gemiddelde verzuimfrequentie
Vergeleken met 2018 is het verzuimpercentage in 2019 gestegen. Dit geldt zowel voor de wetenschappelijke als ondersteunende staf. De verzuimfrequentie (hoe vaak medewerkers verzuimen) is relatief laag. Dat betekent dat het verzuimpercentage vooral bepaald wordt door langdurig verzuim. In 2019 is actief ingezet op de aanpak hiervan. De verzuimprocedure is geactualiseerd en ruim onder de aandacht gebracht bij het College van Hoogleraren, andere leidinggevenden en de Universiteitsraad. Het terugdringen van verzuim blijft op de agenda staan. Hierbij hebben de medewerker, de leidinggevende, HR en bedrijfsarts ieder een eigen rol en verantwoordelijkheid. Het bevorderen van een gezonde en actieve leefstijl is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de medewerker zelf. De universiteit zelf is hierbij ondersteunend. We gebruiken hiervoor een gecertificeerde arbodienst die adviseert over arbeidsomstandigheden, (duurzame) inzetbaarheid van medewerkers en re-integratie. Naast het verzuimspreekuur houdt de bedrijfsarts ook een arbeidsgezondheidsspreekuur waar medewerkers op eigen initiatief hun gezondheid en arbeidsomstandigheden kunnen bespreken zonder ziekgemeld te zijn. Vanwege een wisseling van bedrijfsarts is de verzuimaanpak door onze universiteit uitgebreid besproken.
9.3 Werkloosheidsuitkering Onze universiteit is eigen risicodrager voor werkloosheidsuitkeringen en bovenwettelijke uitkeringen. Deze komen dus ten laste van onszelf. In 2019 hebben zes personen een
PThU Jaarverslag 2019
51
Hoofdstuk 10
Ondersteunende faciliteiten, voorzieningen en diensten
Wij streven naar kwalitatief goede en efficiënt georganiseerde
Ondersteuning ten behoeve van onderzoek
ondersteuning en bedrijfsvoering waarmee we de doelstellin-
We onderschrijven de Gedragscode Wetenschappelijk Onder-
gen voor onderwijs, onderzoek en valorisatie kunnen halen.
zoek, die gericht is op een integere wijze van wetenschapsbe-
De ondersteuning speelt slagvaardig in op een zich wijzigend
oefening. Deze code vraagt om een universitair beleid voor
landschap en op veranderende kaders, onder meer op het
het verzamelen, bewaren en analyseren van onderzoeksdata.
gebied van kwaliteitszorg en bekostiging.
Ons beleid voorziet onder andere in een zodanige opslagmogelijkheid van gegevens dat we aan het beginsel van transpa-
In 2019 hebben we de interne organisatie van de onder-
rantie kunnen voldoen. Op basis van dit beginsel moeten de
steunende diensten opnieuw ingericht. De afdelingen die
in een wetenschappelijke studie gepresenteerde conclusies te
rechtsreeks ondersteunend zijn aan een van de primaire
herleiden zijn tot de data die hieraan aan ten grondslag lagen.
processen (onderwijs- en studentenzaken, onderzoeks- en
Met de universiteitsbibliotheek van de VU (UBVU) hebben we
valorisatieondersteuning, bibliotheek, international office) zijn
afspraken gemaakt over tweedelijns ondersteuning bij uitvoe-
geclusterd tot één afdeling onderwijs- en onderzoeksonder-
ring van het datamanagementbeleid. Deze afspraken voorzien
steuning. Naast deze afdeling staan de stafafdelingen HRM,
ook in het verstrekken van voor integere wetenschapsbeoe-
Financieel economische zaken (FEZ) en Communicatie. Al deze
fening noodzakelijke formats, zoals informed consents, aan
vier onderdelen voor ondersteuning en bedrijfsvoering zijn
wetenschappelijke medewerkers van de PThU.
ondergebracht bij de secretaris/manager bedrijfsvoering.
Jaarlijks maken we de gerealiseerde onderzoeks- en valorisatieoutput van de wetenschappelijke staf inzichtelijk. Daaraan
Deze organisatiewijziging draagt bij aan het verhogen van de
ligt een arbeidsintensief proces ten grondslag. Bovendien
efficiëntie van de ondersteuning door middel van een grotere
heeft een jaarlijkse meting als effect dat door het jaar heen
mate van integratie van werkprocessen onder één regie. Daar-
geen integraal overzicht van output opgemaakt kan worden.
naast vergemakkelijkt het een tijdige en vanuit het perspectief
Voor het management en de sturing van het onderzoek is dit
van bedrijfsvoering integrale advisering aan het bestuur in
bezwaarlijk. We hebben daarom besloten in samenwerking
voorbereiding op bestuurlijke besluitvorming.
met twee andere levensbeschouwelijke universiteiten (Univer-
10.1 Ondersteuning ten behoeve van onderwijs, onderzoek en valorisatie
siteit voor Humanistiek en Theologische Universiteit Kampen) over te gaan tot het aanschaffen en in gebruik nemen van een digitaal registratiesysteem. Dit systeem biedt bovendien de mogelijkheid onderzoeks- en valorisatieresultaten via een
Proces- en applicatiebeheer onderwijs- en onderzoekorganisatie en –administratie
koppeling met de website van de universiteit op een eigen-
Nadat we halverwege het verslagjaar de integratie van de
We verwachten het systeem in 2020 in te richten en in gebruik
afdelingen voor ondersteuning van de primaire processen
te kunnen nemen.
tijdse en snelle manier zichtbaar te maken naar buiten toe.
onderwijs, onderzoek en valorsiatie hebben gerealiseerd
52
in één ondersteunende afdeling, kwam een einde aan een
Ondersteuning in het licht van de valorisatie
interimperiode die ontstond met het vertrek van de manager
De valorisatie van onderzoek vindt in toenemende mate
bedrijfsvoering. Reeds ingezet beleid voor het doorvoeren
plaats in overleg van wetenschappelijke stafleden met derde
van een verbeteringsslag met betrekking tot onderwijs- en
partijen, die ofwel als geldschieter optreden, ofwel een op hun
onderzoeksondersteunende processen kon worden herijkt.
belang toegesneden onderzoeksvraag willen laten onderzoe-
Het versterken van functioneel en applicatiebeheer, infor-
ken. Om de geldstromen en vergaring van onderzoeksdata
matiemanagement en procesondersteuning kreeg daarin
in afstemming met deze derde partijen te stroomlijnen,
prioriteit. Het kunnen realiseren van een kwaliteitsslag op dit
ondersteunen onze afdelingen bij het inrichten van onder-
terrein is voorwaardelijk voor het waarmaken van de ambities
zoekscentra door juridische, financiële en organisatorisch-
voor verbetering van de efficiëntie en kwaliteit van de onder-
administratieve, en marketingexpertise in te brengen.
wijs- en onderzoeksondersteuning, niet in de laatste plaats
Deze ondersteunende expertise wordt gekoppeld aan de
omdat we de mogelijkheden van reeds beschikbare applica-
deskundigheid van de kennismakelaar die in 2019 is geworven
ties beter kunnen benutten.
en in voorjaar 2020 in dienst zal komen. De kennismakelaar
PThU Jaarverslag 2019
heeft tot taak de wederzijdse verbinding te leggen tussen het
Erfgoed en Archieven
aanbod van onderzoek en onderwijs dat binnen onze univer-
De bijzondere collecties van de bibliotheek bestaan uit ruim
siteit ontwikkeld wordt en partijen in de bredere context van
3.500 oude drukken (verschenen <1800) en bijna vijftig
de universiteit. De kennismakelaar brengt vraag en aanbod
archiefcollecties, waaronder hoogleraarsarchieven. De erf-
bij elkaar.
goedcollectie van de PThU bestaat verder uit schilderijen, antiek meubilair en andere objecten.
Bibliotheek De bibliotheek ondersteunt het onderwijs en onderzoek aan
Het Universitair Platform Informatiedienstverlening en
onze universiteit op verschillende manieren. Op beide locaties
Recordsmanagement (UPIR) bestaat uit de afdelingen van
biedt de bibliotheek een veelheid aan diensten. Studenten
universiteiten en umc’s die zich bezig houden met (digitale)
vinden er een studieplek om te werken aan bijvoorbeeld
archivering van administratieve processen. Het hoofd van
hun masterscriptie of gebruiken de collegeplanken voor
onze bibliotheek neemt in zijn functie als archivaris deel aan
opdrachten. Het wetenschappelijk personeel heeft een goed
dit gremium. Eind 2019 kwam de Selectielijst Universiteiten
geoutilleerde handbibliotheek tot zijn beschikking. Niet alleen
en Universitair Medische Centra 2020 gereed. Dit instrument
vanaf de werkplek maar ook vanuit huis biedt de bibliotheek
voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewa-
een ruime hoeveelheid digitale collecties aan. Wat niet in de
ring – van de administratieve neerslag van de processen van
eigen collectie aanwezig is, kan snel en veelal digitaal geleverd
universiteiten treedt per 1 januari 2020 in werking. Onze
worden. Wie extra ondersteuning of uitleg wenst, kan altijd bij
universiteit participeerde formeel in het tot stand komen
een medewerker terecht.
van de selectielijst en conformeert zich derhalve aan de nieuwe archiveringsrichtlijnen.
Omvang bibliotheekcollectie op 31 december 2019:
10.2 Human Resource Management
2019
2018
117.852 (Incl. 13.141 e-books)
112.455 (Incl. 8.768 e-books)
Tijdschrifttitels
3.570 (Incl. 802 e-journals)
3.237 (Incl. 609 e-journals)
Lopende abonnementen
199 (Incl. 63 (ook) online)
197 (Incl. 58 (ook) online)
Boektitels
Onze bibliotheek neemt actief deel aan lokale, landelijke en Europese samenwerkingsverbanden. Zo participeert de bibliotheek in het netwerk van Amsterdamse bibliotheken (AdamNet), de Vereniging voor het Theologisch Bibliothecariaat (VThB) en de Werkgroep Speciale Wetenschappelijke Bibliotheken (WSWB).
Cao Nederlandse Universiteiten Wij volgen de cao Nederlandse Universiteiten. In de cao is afgesproken dat universiteiten (gaan) werken aan: – de aanpak van verlaging van werk- en prestatiedruk; – strategische personeelsplanning: de kwalitatieve ontwikkeling en de kwantitatieve bezetting; – een ‘leven lang leren’ in het loopbaantraject van ondersteunend medewerkers. Functievervulling door OBP maximaal vier tot zes jaar; – meer carrièreperspectieven voor junior docenten en postdocs; – het faciliteren van duurzame inzetbaarheid door het
Datamanagement en Open Access
Vitaliteitspact 2019 waarbij oudere medewerkers financieel
Onze bibliotheek adviseert onderzoekers, (buiten)promovendi
gefaciliteerd worden om gezond en vitaal tot de AOW-
en masterstudenten bij het opstellen van een datamanage-
datum te blijven werken.
mentplan en het zorgvuldig archiveren van onderzoeksgegevens tijdens en na afloop van het onderzoek.
Aanpak werkdruk
Van een aantal promovendi en masterstudenten worden
Het Activiteitenplan werkdruk (2017) is verder opgepakt.
onderzoeksdata gearchiveerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt
Hierbij besteden we aandacht aan deeltijdwerk, opnemen
van de technische faciliteiten van de UBVU. Onze bibliotheek
van verlof, de verdeling van commissiewerkzaamheden, de
maakt volwaardig deel uit van de RDM Community van de VU,
vaststelling en hantering van de systematiek voor berekening
een netwerk van onderzoekers en onderzoekondersteuners
van docent-belasting-uren voor onderwijs, en vervanging bij
die zich bezighouden met research data management (RDM).
ziekte en studieverlof.
Namens onze universiteit participeren E. Bertelink en J.W. Puttenstein in dit netwerk.
Strategische personeelsplanning Er is in het verslagjaar voorzichtig gewerkt aan strategische
Open access en open science zijn actuele thema’s, die breed
personeelsplanning. We sturen op de inzet en ontwikkeling en
in de academische wereld spelen. Ook onze universiteit hecht
vaardigheden van medewerkers om onze doelen te bereiken.
veel waarde aan het kosteloos online toegang bieden tot
De uitbouw van dit instrument kan systematischer en krijgt
wetenschappelijke publicaties. Onze bibliotheek speelt een
een vervolg.
actieve rol in het open access beschikbaar maken van onze wetenschappelijke output .
PThU Jaarverslag 2019
53
Loopbaanbeleid voor wetenschappelijk medewerkers
Arbeidsomstandigheden
Voor de kwalitatieve ontwikkeling van het personeel zetten we
in 2016) en het plan van aanpak, vroegen ook in 2019 om
in op ontwikkeling en deskundigheid ten behoeve van onder-
aandacht voor de fysieke belasting in verband met veelvuldig
wijs, onderzoek en valorisatie. Een ruim budget voor opleiding
beeldschermwerk en psychosociale belasting. Om de fysieke
en ontwikkeling is beschikbaar. Wetenschappers kunnen zich
vitaliteit te stimuleren is de pilot ‘Kantoor in beweging’ ver-
scholen op het gebied van valorisatie, ondernemerschap,
volgd. Hierbij worden andere manieren van werken onder-
leidinggeven en onderwijs. Docenten professionaliseren zich
zocht en is er op de vestigingen Groningen en Amsterdam
met de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) en de Senior Kwali-
nieuw meubilair aangeschaft om actief zitten te bevorderen.
De bevindingen van de RI&E (Risico-Inventarisatie & Evaluatie
ficatie Onderwijs (SKO). Het loopbaanbeleid voor wetenschappelijk personeel krijgt
Externe samenwerking
vorm in career tracks (vier wetenschappers) en tenure tracks
We stimuleren subsidieaanvragen, matchingsconstructies en
(twee wetenschappers). Bevorderingscommissies bepalen aan
andere samenwerkingsverbanden met private partijen door
welke ontwikkelpunten kandidaten moeten werken om voor
inzet van ondersteunende expertise. Ook zetten we in op het
de voorgestelde promotie of benoeming in aanmerking te
aantrekken van buitenlandse PhD-studenten.
komen. Eén career track resulteerde in 2019 in een bevordering tot UHD.
10.3 Communicatie en marketing
Loopbaanbeleid voor ondersteunend medewerkers
Studentenwerving
Het loopbaanbeleid voor ondersteunend personeel bestaat
Teneinde het aantal studenten te doen toenemen overeen-
uit maatwerkafspraken voor scholing, ontwikkeling en mobi-
komstig de in dit jaarverslag opgenomen prognose hebben
liteit. Er is scholing in overstijgend samenwerken (samenwer-
we een aantal beleids- en bestuursmaatregelen genomen.
ken in de keten) door trainingen in Scrum. Vacatures worden
Deze richten zich op het verhogen van de aantrekkelijkheid
actief onder de aandacht gebracht om eigen medewerkers de
van de opleiding voor verschillende doelgroepen. Om deze
kans te geven horizontaal of verticaal door te groeien. Drie
initiatieven voor het voetlicht te krijgen is een uitgekiend
medewerkers hebben hier succesvol gebruik van gemaakt.
wervingsbeleid noodzakelijk. Onderdeel van het beleid is het
In gesprekken wordt aandacht besteed aan duurzame inzet-
in kaart brengen van potentiële doelgroepen zodat we een op
baarheid. Wanneer er beperkt perspectief is, worden er in
elke doelgroep afgestemde strategie kunnen ontwikkelen.
overleg met de medewerker maatwerk afspraken gemaakt om het vervolg van de loopbaan buiten onze universiteit
We hebben mogelijkheden voor studenten gecreëerd om
te faciliteren.
op parttime basis wervingsactiviteiten voor de universiteit te verrichten, waarmee zij hun studie kunnen medefinancieren.
Vitaliteit en duurzame inzetbaarheid
Deze activiteiten zijn aanvullend op het vaste stramien dat
In 2019 maakte een medewerker gebruik van het Vitaliteits-
we de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Om het wer-
pact. Met deze regeling is het mogelijk is om minder uren per
vingsbeleid succesvol te laten zijn zetten we in op actieve
week te werken met gedeeltelijke doorbetaling van uren en
betrokkenheid van docenten, studenten, alumni en onder-
volledige pensioenopbouw.
steunende medewerkers.
Welkom nieuwe medewerkers
Alumnibeleid
We hebben de introductie en ‘landing’ van nieuwe mede-
Wij hechten aan het actief onderhouden van een relatie
werkers in 2019 verder opgepakt. De communicatie rond
met onze alumni. Door het verstrekken van informatie
indiensttreding, de praktische toegang tot bijvoorbeeld digi-
over onze actuele situatie houden we hen op de hoogte en
tale systemen en het kennismaken met de werkorganisatie
betrokken. Omgekeerd kunnen alumni betroken worden
kunnen we verder verbeteren.
bij onze activiteiten, niet in de laatste plaats op het gebied van studentenwerving.
Jaargesprekken We ambiëren een werkklimaat met open werkverhoudingen waarin leidinggevenden en medewerkers elkaar durven aanspreken op verantwoordelijkheden, ontwikkeling en resultaat. Aandacht voor de professionele ontwikkeling en het tot bloei brengen van talenten zijn belangrijk. Ook motiveren, feedback geven en samenwerking dragen bij aan het realiseren van onze organisatiedoelstellingen.
54
PThU Jaarverslag 2019
PThU Jaarverslag 2019
55
PThU Jaarverslag 2019
Jaarrekening
PThU Jaarverslag 2019
Resultaat jaarrekening 2019
Het jaarrekeningresultaat 2019 van de PThU is € 697,8k negatief. Analyse van dit resultaat is weer te geven in een uitsplitsing van resultaten uit (reguliere) bedrijfsvoering en eenmalige resultaten. Een overzicht hiervan is opgenomen in onderstaande tabel (bedragen x € 1.000). Categorie
Bedrijfsvoering
Eenmalig
Rijksbijdragen Hogere rijksbijdragen op basis van definitieve beschikking DUO
103 (v)
Bijdragen PKN Door minder cursussen is de realisatie 2019 ca k € 45 lager dan geraamd. Het aantal cursussen is overigens gelijk aan 2018.
-45 (n)
College- en examengelden De college- en examengelden zijn op rapportagedatum beperkt hoger dan begroot. Dit heeft vooral te maken met de afrekening van de pre-master studenten.
17 (v)
Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen zijn € 18k hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door start van een nieuwe leergang (specialisatie interim-predikant)
18 (v)
Baten werk in opdracht van derden Lagere baten werk in opdracht van derden door o.a. vertraging van nieuwe projecten
-115 (n)
Overige baten Bijdragen van (samen-)werkingspartners, Erasmus-gelden en evenementen TOTAAL BATEN
77 (v) - 22 (n)
77 (v)
- 116 (n)
- 174 (n)
Personeelslasten Hogere personeelskosten door CAO (structureel) en inhuur i.v.m. vervanging langdurige ziekte en organisatieontwikkeling Aan de voorziening pensioenen oud hoogleraren heeft een extra dotatie moeten plaatsvinden a.g.v. actuariele berekening (lagere rente, hogere eindleeftijd)
- 252 (n)
De voorziening voor pensioen oud hoogleraren kent ook een vrijval van toekomstige opgenomen verplichtingen door overlijden een deelnemer
200 (v)
Aan de voorziening wachtgelden, verlofsparen en jubileum heeft een extra dotatie moeten plaatsvinden Vanuit de personeelskosten heeft een doorberekening naar de projecten plaatsgevonden, die in de begroting gesaldeerd als bate en last waren gerubriceerd onder baten 2e/3e geldstroom
-153 (n) 32 (v)
Diverse overige personeelkosten leiden tot een beperkte onderschrijding van de begroting. Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Financiele baten en lasten TOTAAL LASTEN
Het resultaat 2019 van de PThU wordt veroorzaakt door € 55k hogere baten t.o.v. de begroting. De baten uit reguliere bedrijfsvoering wijken € 22k af ten opzichte van de begroting. Voor een bedrag van € 77k zijn incidentele voordelen gerealiseerd, bestaande uit hogere bijdragen van contribuanten. Aan de lastenkant is een nadeel van € 502k gerealiseerd t.o.v. de begroting. In de reguliere bedrijfsvoering is een afwijking t.o.v. de begroting van €145k gerealiseerd. Indicentele mutaties in voornamelijk de voorzieningen maar ook de organisatieontwikkeling leiden in 2019 tot een eenmalig nadeel van € 357k t.o.v. de begroting.
58
PThU Jaarverslag 2019
22 (v) 6 (v) 56 (v) -118 (n) -5 (n) -145 (n)
-357 (n)
Eigen vermogen, liquiditeit, voorzieningen
haar overeengekomen bezoldigingsovereenkomst, voor
Per 31 december van het verslagjaar bedroeg het eigen ver-
woon-werkverkeer en binnenlandse dienstreizen de beschik-
mogen van de PThU € 9,0 miljoen. De hoogte van de liquide
king over een OV jaarkaart 1e klas ter waarde van € 8.023,13.
middelen was op die datum € 7,0 miljoen. De hoogte van de
Voor het overige zijn er in 2019 geen declaraties van bestuurs-
voorzieningen was € 2,3 miljoen, waarvan € 2,0 miljoen per-
leden geweest.
soneelsvoorzieningen. Voor kortlopende schulden stond op
Beheersing van ontslagvergoeding
31 december een bedrag van ruim € 2,6 miljoen gesaldeerd.
De PThU hanteert met betrekking tot vergoeding bij ontslag
Financiële ratio’s
een beleid dat overeenkomt met de maximale norm van
Eén en ander leidde tot een solvabiliteitsratio van 0,65, een
de per 2013 geldende Wet Normering Topinkomens (WNT).
current ratio van 3,25 en een weerstandsvermogen van
Dit betekent dat wanneer sprake zou zijn van ontslag van een
77,6 en zijn daarmee nagenoeg gelijk aan het niveau 2018.
(top)functionaris de maximale ontslagvergoeding gelijk is aan de som van de beloning en de voorzieningen ten behoeve van
Profileringsfonds
beloningen betaalbaar op termijn over de twaalf maanden
De PThU kent het profileringsfonds waaruit aan studenten
voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, maar
die te maken hebben met bijzondere omstandigheden zoals
niet meer dan € 75.000.
bedoeld in artikel 7.51 WHW een financiële bijdrage kan worden verstrekt. In 2019 is voor een bedag van € 25.552 aan bijdragen uit dit fonds verstrekt. Dezehebben volledig betrekking op commissievergoedingen.
Treasury De niet voor de bedrijfsuitoefening benodigde liquiditeiten van de PThU worden op basis van het Financierings- en Beleggingsstatuut, in lijn met het Algemeen Verbindend Voorschrift van het Ministerie OCW rondom ‘beleggen en belenen’, uitgezet in de vorm van vastrentende waarden met hoofdsomgarantie waarbij een zeer defensieve beleggingsstrategie wordt gehanteerd. De beleggingen worden tevens getoetst aan het criterium ‘duurzaam en maatschappelijk verantwoord’. In 2019 zijn geen nieuwe beleggingen en beleningen geweest. De bestaande beleggingen en beleningen zijn overeenkomstig de regeling. Advisering, monitoring en uitvoering geschiedt in samenwerking met ING-Investment Office.
Investeringen In 2019 hebben geen investeringen met betrekking tot de huisvesting van de PThU in Amsterdam en Groningen plaatsgevonden.
Declaraties bestuur Overzicht declaraties bestuursleden verslagjaar 2019 (bedragen in € ) Bestuurder
prof. dr. M.M. Jansen
Representatiekosten
313,85
Reiskosten binnenland
311,60
Reiskosten buitenland
-
Overige kosten Totaal
625,45
Bovenstaande tabel is ingevuld op basis van de Declaratieregeling CvB-leden Nederlandse Universiteiten die met ingang van 1 januari 2018 van kracht is geworden. De declaraties van de bestuurder bestaan grotendeels uit binnenlandse dienstreizen. De bestuurder heeft, op grond van de met
PThU Jaarverslag 2019
59
Jaarrekening 2019
Jaarrekening 2019
Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Inhoud Balans per 31-12-2019 Staat van baten en lasten PThU Kasstroomoverzicht Waarderingsgrondslagen Toelichting op de balans Toelichting op de staat van baten en lasten
60
PThU Jaarverslag 2019
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Balans PThU per 31-12-2019 31-12-2019
Balans
(bedragen in euro's x 1.000) 31-12-2019
Activa Vaste activa Materiele vaste activa Financiele vaste activa Vlottende activa Vorderingen Effecten Liquide middelen
1.1 1.2
1.3 1.4 1.5
5.423,8 0,0 1.461,5 0,0 7.018,4
Totaal activa
31-12-2018
5.423,8
8.479,9
6.012,8 0,0 1.261,5 0,0 7.567,5
13.903,7
6.012,8
8.829,0 14.841,8
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden Totaal passiva
Jaarrekening PThU 2019
2.1 2.2 2.3
8.969,2 2.328,4 2.606,1
13.903,7 13.903,7
9.667,0 2.494,4 2.680,4
14.841,8 14.841,8
PThU Jaarverslag 2019
1
61
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Staat van baten en lasten PThU per 31-12-2019 Staat van baten en lasten
(bedragen in euro's x 1.000) 31-12-2019
Baten
Begroting 2019
Rekening
Afwijking
Rijksbijdragen
3.1
9.674,5
9.571,3
Bijdrage PKN
3.2
194,8
240,0
45,2-
199,2
College- en examengelden
3.3
531,6
515,0
16,6
456,8
Deelnemersbijdragen
3.4
118,3
100,0
18,3
92,7
Baten werk in opdracht van derden
3.5
800,4
915,8
115,4-
419,5
Overige baten
3.6
235,9
159,0
76,9
228,7
11.555,6
11.501,1
54,5
10.810,8
441,5-
7.315,9
Totaal baten
103,2
2018
9.413,9
Lasten Personeelslasten
4.1
7.494,7
7.053,2
Afschrijvingen
4.2
597,4
603,4
Huisvestingslasten
4.3
1.069,6
Overige lasten
4.4
3.089,5 12.251,3
Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten Resultaat
695,75
2,1697,8-
6,0
612,3
1.125,7
56,1
1.053,2
2.971,0
118,5-
2.464,6
11.753,3
498,0-
11.445,8
252,22,2 250,0-
443,5-
635,0-
4,3-
1,5-
447,8-
636,5-
Het financiële jaarresultaat 2019 komt uit op € 698k negatief en is daarmee € 448 k lager dan begroot. De overschrijding in het resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de kosten van de organisatieontwikkeling omtrent de onderwijs - en onderzoekondersteuning welke na het vertrek van de directeur bedrijfsvoering is ingezet. Het negatieve resultaat heeft daarmee een grotendeels incidenteel karakter. De totale baten zijn enerzijds beïnvloed door hogere Rijksbijdragen(+ € 100k in 2019) tegenover lagere bijdragen van derden. De totale lasten zijn het met name hoger door de personeelslasten met een overschrijding van € 441k door met name hogere inhuur personeel € 174k i.v.m. de ingezette organisatiewijzigingen en dotaties aan personele voorzieningen € 141k.
62
Jaarrekening PThU 2019
PThU Jaarverslag 2019
2
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Kasstroomoverzicht per 31-12-2019 Kasstroomoverzicht
(bedragen in euro's x 1.000)
Kasstroom uit operationele activiteiten
Rekening 2018
31-12-2019
Saldo baten en lasten
695,7-
644,8-
Aanpassingen voor: - afschrijvingen - mutaties voorzieningen
597,4 166,0-
612,3 343,8-
Veranderingen in vlottende middelen: - voorraden - vorderingen - schulden
200,074,3-
539,0719,1
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest / kosten Buitengewoon resultaat
0,0 2,2-
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiele vaste activa Desinvesteringen in materiele vaste activa boekwaarde Investeringen in effecten Waardevermindering effecten Desinvesteringen in effecten
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen Liquide middelen per 1 januari Liquide middelen per rapportagedatum Mutatie liquide middelen
Jaarrekening PThU 2019
448,6
2,1-
196,20,4 2,0-
1,5-
540,78,4-
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactivteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende leningen
157,2 538,5-
197,732,5-
8,4-
32,5-
-
-
549,1-
230,2-
7.567,5 7.018,4
7.797,7 7.567,5
549,1-
230,2-
PThU Jaarverslag 2019
3
63
Jaarrekening PThU 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De Protestantse Theologische Universiteit is een levensbeschouwelijke universiteit zoals bedoeld in artikel 1.3 lid 2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en is gericht op het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs voor een levensbeschouwelijk ambt of beroep. Zij verricht wetenschappelijk onderzoek op levensbeschouwelijk terrein, voorziet in de opleiding tot wetenschappelijk onderzoeker en draagt kennis over ten behoeve van de maatschappij. In het bijzonder is aan de Protestantse Theologische Universiteit krachtens Ordinantie 13 van de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland door de generale synode van de Protestantse Kerk de opleiding en vorming van de predikanten van de Protestantse Kerk toevertrouwd. De jaarrekening van de PThU is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling Jaarverslaggeving onderwijs en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is Richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de sector presentatie-, waarderings- en verslaggevingsvoorschriften opgenomen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij betreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De bedragen in de tabellen worden gepresenteerd in duizenden euro's. Als gevolg van afrondingen zijn in sommige gevallen geringe verschillen ontstaan. Deze verschillen tasten het getrouwe beeld van de jaarrekening niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht. Financiële instrumenten Algemeen Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen en schulden, als financiële derivaten verstaan. In de toelichting op de op de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die afwijkt van de boekwaarde. Indien het financiële instrument niet in de balans is opgenomen wordt de informatie over de reële waarde gegeven in de toelichting onder de ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’. De PThU heeft als beleid om geen financiële derivaten te gebruiken. Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. Kredietrisico Het kredietrisico ten aanzien van de overige vorderingen van de PThU is beperkt aangezien de grootste vorderingen debiteuren met een hoge betrouwbaarheid betreffen. Reële waarde De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan. De reële waarde van de overige in de balans verantwoorde financiële instrumenten wijkt niet materieel af van de boekwaarde
2. Waarderingsgrondslagen Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Afschrijving vindt lineair plaats op grond van vastgestelde afschrijvingstermijnen: gebouwen en verbouwingen 3,3% Inventaris 10,0% computerapparatuur en software 25,0% overige apparatuur 20,0% Met ingang van 1 januari 2016 is de afschrijvingstermijn voor de verbouwingen voor de locatie Amsterdam verhoogd met 10%. Deze schattingswijziging is conform de bepalingen uit RJ145.301 in de jaarrekening 2016 verwerkt. Materiële vaste activa die niet meer in gebruik is, wordt gewaardeerd tegen de kostprijs of de lagere opbrengstwaarde. Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of indien geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of vervreemding te verwachten zijn. Voor de kosten van periodiek groot onderhoud wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening is opgenomen onder de overige voorzieningen aan de passiefzijde van de balans. Financiële vaste activa De financiële vaste activa (obligaties) worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, rekening houdend met individuele lagere marktwaarde van het product, onder toepassing van de effectieve-rentemethode. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Jaarrekening PThU 2019
64
PThU Jaarverslag 2019
4
Voorzieningen Reorganisatievoorziening In verband met de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten vanuit Kampen, Utrecht en Leiden naar Amsterdam en Groningen was een gedetailleerd plan voor de reorganisatie geformuleerd. In de reorganisatievoorziening zijn slechts de kosten opgenomen die direct als gevolg van de reorganisatie noodzakelijk zijn voor de groep waarvoor een feitelijke of juridische verplichting is ontstaan, conform RJ 252.413. De kosten die in verband staan met de doorlopende activiteiten zijn niet opgenomen. Voorziening wachtgelden De PThU is eigen risicodrager voor de WW en de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen. Met het oog daarop is een voorziening wachtgelden gevormd. De voorziening omvat de per balansdatum bestaande verplichting voor het deel dat niet onder de reorganisatievoorziening valt. De bedragen zijn tegen contante waarde opgenomen met een rekenpercentage van 0,05%. Onderhoudsvoorziening De voorziening ter gelijkmatige verdeling van lasten voor groot onderhoud van het gebouw te Groningen wordt bepaald op basis van de te verwachten kosten over een reeks jaren. De voorziening wordt lineair opgebouwd. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht. Voorziening jubileumuitkeringen Op basis van richtlijn 271 wordt het risico inzake de jubileumuitbetaling voortvloeiend uit de arbeidsvoorwaardenregeling gedekt. De bedragen zijn tegen contante waarde opgenomen met een rekenpercentage van 0,05%. Voorziening pensioenverplichtingen Inzake toekomstige pensioenverplichtingen voor oud-hoogleraren van het voormalig ThWI heeft de PThU een voorziening opgenomen waarvan de verplichting is gebaseerd op reële actuariële uitgangspunten tegen contante waarde met een rekenpercentage van 0,05%. Tevens is rekening gehouden met een opslag voor uitvoeringskosten van 1,00%. Voorziening verlofsparen Conform OCW Richtlijn is terzake van door personeelsleden gespaarde verlofuren het tegoed onder voorzieningen opgenomen. De looptijd van de voorzieningen is vermeld. Kortlopende schulden Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld. Overlopende passiva De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.
3. Bepaling van het resultaat Algemeen Voor de vaststelling van het resultaat wordt het baten- en lastenstelsel gehanteerd. Voorts worden in de bijlage baten en lasten toegerekend aan de soort exploitatie waarop ze betrekking hebben, te weten subsidiabele en niet subsidiabele exploitatie. Waar nodig zijn de cijfers voorgaand jaar aangepast aan de classificatie in het lopende jaar. Rijksbijdrage De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte subsidies worden in het jaar waarop toekenningen betrekking hebben verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. De besteding wordt verwerkt op de betreffende posten aan de lastenkant. Indien sprake is van een te verrekenen voorschot wordt dit opgenomen onder kortlopende schulden. College- en examengeld De baten van de collegegelden worden als volgt verantwoord: 1/3 komt ten gunste van het lopend jaar; 2/3 komt ten gunste van het volgende boekjaar en is als vooruitbetaalde collegegelden op de balans onder de kortlopende schulden opgenomen. Baten werk in opdracht van derden Hieronder zijn de baten verantwoord die buiten de primaire bekostiging vallen. Resultaten worden ten gunste of ten laste van de exploitatierekening gebracht naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Giften Giften worden gewaardeerd tegen de reële waarde in de staat van baten en lasten.
5
Jaarrekening PThU 2019
PThU Jaarverslag 2019
65
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de balans
Materiële vaste activa publiek 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva Totaal materiële vaste activa publiek
31-12-2019
(bedragen in euro's x 1.000)
Aanschafprijs 1-1-2019
Materiële vaste activa privaat 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva Totaal materiële vaste activa privaat Materiële vaste activa totaal 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva Totaal materiële vaste activa
Cum afschr. en waardevermind.
Boekwaarde 1-1-2019
8.273,8 730,9
2.494,5499,0-
5.779,3 231,8 6.011,2
9.004,7
2.993,5-
12,3
10,6-
12,3
10,6-
1,6 1,6
8.273,8 743,1 9.016,9
2.494,5509,73.004,1-
5.779,3 233,5 6.012,8
Investeringen
Aanschafprijs Afschrijvingen Desinvesteringen
Afschrijvingen Desinvestering
8,4
-
531,963,9-
-
8,4
-
595,8-
-
-
-
1,6-
-
-
-
1,6-
8,4 8,4
-
531,965,5597,4-
Aanschafprijs 31-12-2019
Cum. afschr 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2019
8.273,8 739,3 9.013,1
3.026,4562,93.589,3-
5.247,4 176,4 5.423,8
-
12,3 12,3
12,312,3-
0,00,0-
-
8.273,8 751,5 9.025,3
3.026,4575,23.601,6-
5.247,4 176,4 5.423,8
Toelichting: De materiële vaste activa zijn onder te verdelen in investeringen Privaat - op eigen rekening - en investeringen in gebouwen en inventaris Publiek - ten laste van de ontvangen subsidies van het Ministerie van OCW. In 2011 is het pand in Groningen - Oude Ebbingestraat 25 - aangekocht voor € 2.759k. Een deel van de begane grond is in 2013 verkocht voor € 839k. De verbouwingen - inclusief architect en bouwprojectmanagement zijn in 2013 afgerond. De vanaf maart 2012 gehuurde vleugel bij de VU in Amsterdam is eveneens verbouwd naar de maatstaven van de PThU voor € 2.465k inclusief architect en bouwprojectbegeleiding. De investeringen van beide vestigingen worden, samen met de investering van de nieuwe inrichting op beide locaties voor € 520k, vanaf het moment van ingebruikname in 2012 afgeschreven. Investeringen boven € 500 worden geactiveerd. De gehanteerde afschrijvingspercentages bedragen voor gebouwen en verbouwingen 3,33%, inventaris 10%, computerapparatuur 25%, overige apparatuur 20% en software 25%. Met ingang van 1 januari 2016 is de afschrijvingstermijn voor de verbouwingen voor de locatie Amsterdam in overeenstemming gebracht met de termijn van het lopende huurcontract bij de VU en verlaagd van 30 jaar naar 10 jaar. Deze schattingswijziging is conform de bepalingen uit RJ145.301 in de jaarrekeningen verwerkt. De WOZ-waarde van het pand in Groningen bedraagt € 1.804k. De verzekerde waarde van de gebouwen, inclusief het pand in Groningen en het huurdersbelang in het VU-complex inzake de verbouwingsinvestering, bedraagt € 16,2 miljoen.
1.3 Vorderingen
31-12-2019
31-12-2018
Debiteuren
1.3.0
375,0
Derden
1.3.1
4,6
6,3
Studenten
1.3.2
146,9
117,4
Overlopende activa
1.3.3
1.225,1
1.007,4
Voorziening dubieuze debiteuren
1.3.4
Totaal vorderingen
290,11.461,5
420,5
-290,1 1.261,5
Toelichting: 1.3.0 Debiteuren; de openstaande vorderingen waaronder in rekening gebrachte bedragen inzake 2e/3e geldstroom projecten. 1.3.1 Derden; De vordering op derden heeft betrekking op personeelsleningen (fietsregeling). 1.3.2 Studenten: De vordering op studenten betreft de nog niet vervallen termijnen in het kader van de gespreide inning van collegegelden. 1.3.3 Overlopende activa: In de overlopende activa zijn de vorderingen opgenomen inzake de nog te ontvangen bedragen 2e/3e geldstroom, deelnemersbijdragen PAO en een aantal kleinere posten. Alle vorderingen hebben een verwachte looptijd van minder dan 1 jaar. De toename ten opzichte van vorig boekjaar betreft de vooruitbetaalde kosten en nog te factureren cursussen PAO/PE. 1.3.4 Voorziening dubieuze debiteuren: voorziening voor verwachte oninbare bedragen per balansdatum op specifieke debiteurenvorderingen waaronder de volledige vordering inzake gederfde rente waarvan de afwikkeling nog bij de faillissementscurator ligt. Toelichting: In juli 2017 heeft conform de afloopdatum de eindaflossing plaatsgehad van de laatste bedrijfsobligatie. Hiermee was de volle dige obligatie- en effectenportefeuille bij ING Investment management afgebouwd. Over toekomstige beleggingsmogelijkheden vindt continue heroverweging plaats.
1.5 Liquide middelen
31-12-2019
Kasmiddelen
31-12-2018 0,2
0,8
Tegoeden op bank- en girorekeningen
1.5.1
4.024,2
4.579,4
Deposito's
1.5.2
2.994,8
2.994,8
Overige
1.5.3
Totaal liquide middelen
0,87.018,4
-7,5 7.567,5
Toelichting: 1.5.1 Tegoeden op bank- en girorekeningen: Het betreft de rekening courant saldi 1.5.2 Deposito's: in verband met te lage rendementen op obligaties zijn de vrijgevallen beleggingen op een bankrekening gestald. 1.5.3 Overige heeft betrekking op betalingen of ontvangsten welke op het moment van rapportage nog o.b.v. bankafschriften definitief verwerkt moeten worden op debiteuren en crediteuren. De tegoeden staan ter vrije beschikking.
66
PThU Jaarverslag 2019 Jaarrekening PThU 2019
6
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
De tegoeden staan ter vrije beschikking.
2.1 Eigen vermogen
Stand per 1-1-2019
Algemene reserve
onttrekking
7.198,8
6.799,1
15,5
293,8
15,5
293,8
1.247,5
97,4
1.150,1
911,4
185,3
726,1
309,4
Bestemmingsreserve publiek
309,4
Reserve buitenlandse studenten
31-12-2019
399,6
Fonds Graduate School
Reserve niet-subsidiabele activiteiten
Stand per
Resultaatbestemming dotatie
-
Bestemmingsreserve privaat
2.158,8
-
282,7
1.876,2
Totaal eigen vermogen
9.667,0
-
697,8
8.969,2
Toelichting: Het eigen vermogen is gesplitst in de algemene reserve (die ontstaan is door samenvoeging van de algemene reserves van de voormalige ThUK, ThWI en ELS), de bestemmingsreserve publiek (gevormd met rijksmiddelen) en de bestemmingsreserves privaat (gevormd met niet-subsidiabele middelen). Bestemmingsreserve publiek: Het fonds graduate school is vastgelegd vermogen ten behoeve van excellente studenten (o.a. studiebeurzen). Bestemmingsreserve privaat: - De Reserve niet-subsidiabele activiteiten, voorheen "egalisatiereserve PThU" is de algemene reserve, ontstaan uit saldering van niet-subsidiabele resultaten. - De Reserve buitenlandse studenten is een speciaal voor dit doel bedoeld studiefonds die in het verleden o.a. werd opgebouwd uit pariticuliere en kerkelijke vrijwillige contributies. In 2014 is het resultaat uit de verkoop van de private woningpanden in Kampen toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Deze reserve blijft als afzonderlijke private bestemmingsreserve bestaan, omdat voor dit doel specifiek beleid binnen de PThU wordt gevoerd.
2.2 Voorzieningen
31-12-2019
31-12-2018
Reorganisatievoorziening
121,3
233,5
Personeelsvoorzieningen
2.013,7
2.097,5
Overige voorzieningen
193,3
Totaal voorzieningen
2.328,4
163,3 2.494,4
Het verloop van de voorzieningen is als volgt: Stand per
Voorziening
1-1-2019 Reorganisatievoorziening
2.2.1
233,5
Dotaties
Onttrekking -
Vrijval
Stand per
Kortlopende
Langlopende
31-12-2019
deel < 1 jaar
deel > 1 jaar
49,0
63,2
121,3
49,3
72,0
200,9
1.387,2
Personeelsvoorzieningen Voorziening pensioenverplichtingen
2.2.2
1.711,8
252,5
192,3
1.571,1
183,9
Voorziening jubileumuitkeringen
2.2.3
22,5
5,6
1,4
26,6
4,0
22,6
Voorziening verlofsparen
2.2.4
291,0
42,7
-
333,7
42,7
291,0
Voorziening wachtgelden
2.2.5
72,3
104,3
94,4
82,3
69,0
13,3
2.2.6
163,3
30,0
-
193,3
117,1
76,2
2.494,4
435,2
2.328,4
466,0
1.862,4
Overige voorzieningen Onderhoudsvoorziening Totaal voorzieningen
337,1
264,1
Toelichting: 2.2.1 Reorganisatievoorziening: Op basis van geformaliseerde plannen omtrent de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten vanuit Kampen, Utrecht en Leiden naar Amsterdam en Groningen zijn de materiële effecten bepaald en opgenomen in deze voorziening. De personele gevolgen van de verplaatsing zijn opgenomen in een Sociaal Plan, opgesteld in overleg met de vakorganisaties met als uitgangspunt het bepaalde in artikel 9.8 CAO VSNU. De financiële consequenties van de sociale en arbeidsrechtelijke uitvoering, waaronder tegemoetkoming in reistijd en reiskosten, beëindiging dienstverband en outplacementbegeleiding, zijn in deze voorziening opgenomen. De mutatie in de rapportageperiode betreft de enige nog resterende post in deze voorziening zijnde de WW/BWuitkeringen in dit betreffend boekjaar. 2.2.2 Voorziening pensioenverplichtingen: De pensioenvoorziening is gevormd ten behoeve van de betaling van de pensioenen van een aantal oud-hoogleraren ThWI. Voor hen geldt een toegezegde pensioenregeling die niet is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds. Tot en met 2005 werden de jaarlijkse pensioenlasten vergoed door het Ministerie van OCW, maar met ingang van 2006 is de verplichting overgegaan naar voormalige ThWI en vanaf 2007 de PThU. De verplichting is ultimo boekjaar actuarieel berekend, en tegen contante waarde opgenomen tegen een disconteringsvoet van 0,05%, in overeenstemming met RJ 271 Personeelsbeloningen. De sterftetabel GBM/GBV 2012-2017 is gehanteerd met een leeftijdsterugstelling voor zowel man als vrouw met 2 jaar en een kostenopslag van 1%. Het actuariële resultaat hiervan wordt ultimo boekjaar verantwoord. Het weduwepensioen is gesteld op circa 75%. De periodieke toename uit hoofde van interest wordt verwerkt als dotatie. Er worden voor deze verplichting geen specifieke (fonds)beleggingen aangehouden. De onttrekking betreft de uitbetaalde pensioenbedragen tot en met de rapportagedatum.In het boekjaar zijn twee deelnemers overleden waardoor er een vrijval in de verplichting is gerealiseerd. Het aantal pensioengerechtigden op rapportagedatum bestaat uit 2 deelnemers en 5 partners. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. Voor de overige personeelsleden geldt ook een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De regeling is ondergebracht bij de bedrijfstakpensioenfondsen van PGGM en ABP. Er is geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij PGGM of ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De PThU heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een toegezegde-bijdrageregeling en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. 2.2.3 Voorziening jubileumuitkeringen: op basis van RJ 271 is een voorziening voor jubileumuitkeringen opgenomen. Deze voorziening geeft inzicht in de financiële verplichting per ultimo boekjaar inzake de uitbetaling van jubileumuitkeringen hetgeen voortvloeit bij toepassing van de arbeidsvoorwaardenregeling. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.4 Voorziening verlofsparen: Dit betreft gespaarde verlofuren vermenigvuldigd met het ultimo vorig boekjaar geldende bruto uurtarief (inclusief sociale lasten). De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.5 Voorziening wachtgelden: De verplichting heeft betrekking op ex-werknemers niet vallende onder de reorganisatievoorziening. In rekening gebrachte uitkeringen gedurende het jaar worden als onttrekking van deze voorziening gebracht. De looptijd van de voorziening bedraagt 1-5 jaar. 2.2.6 Onderhoudsvoorziening: Met ingang van 2013 vindt dotatie plaats in de onderhoudsvoorziening voor het pand in Groningen ten behoeve van groot onderhoud op basis van een onderhoudsplan. In 2019 hebben geen onttrekkingen aan de voorziening plaatsgevonden.
PThU Jaarverslag 2019 Jaarrekening PThU 2019
67 7
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
2.3 Kortlopende schulden
31-12-2019
31-12-2018
Crediteuren
395,3
Belastingen
6,9
3,5
332,1
355,6
Premies sociale verzekeringen Pensioenen Derden en gelieerde instellingen
424,9
95,4
89,5
570,9
717,7
Vakantietoelage / eindejaarsuitkering
233,6
220,4
Vakantiedagen
205,2
165,2
Vooruitontvangen collegegelden
370,6
321,3
Overige overlopende passiva
396,1
382,3
2.606,1
2.680,4
Totaal kortlopende schulden
Toelichting: Crediteuren met name afgenomen diensten bij de VU en RuG op het gebied van ICT en huisvesting . De Premies sociale verzekeringen is de verschuldigde loonheffing aan de belastingdienst over de afgelopen maand die een maand later wordt afgerekend. Datzelfde geldt voor de Pensioenen, werkgevers- en werknemersdeel af te dragen aan het ABP. Onder Derden en gelieerde instellingen zijn onder andere schulden opgenomen wegens nog te besteden geoormerkte gelden van het Erasmus-Socrates programma, het Targum project, het project Case Studies Geestelijke Verzorging, het project DaDEL van het ministerie OC&W en het Templeton Charity Foundation project. De Vakantietoelage / eindejaarsuitkering en Vakantiedagen zijn personele verplichtingen welke berekend zijn op basis van nog uit te betalen bedragen op rapportagedatum. De overige overlopende passiva bestaat uit diverse vooruit ontvangen bedragen en nog te betalen kosten uit de Standaard Niveau Overeenkomsten (SNO) bij de VU en Rug op het gebied van ICT en huisvesting. In de kortlopende schulden is geen sprake van OC&W-subsidies die in model G behoeven te worden opgenomen. Over de schulden is geen rente verschuldigd.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen Met de VU is een huurovereenkomst afgesloten voor een huurtermijn van 10 jaar, ingaande 01-03-2012 met verlenging per 5 jaar voor een jaarbedrag van €557,8k gekoppeld aan een jaarvergoeding €196,7k exclusief BTW voor leveringen en diensten (servicekosten). Op het gebied van ICT en Audiovisuele middelen zijn met de VU zogenaamde Standaard Niveau Overeenkomsten (SNO's) afgesloten. De SNO voor ICT is voor onbepaalde tijd aangegaan (in relatie tot de huurtermijn) en bedraagt €252,1k excl BTW op jaarbasis. Voor het gebruik en ondersteuning van de audiovisuele middelen in Amsterdam en Groningen is jaarlijks een bedrag verschuldigd van € 95,8k excl BTW. Met de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) is verder een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten die stilzwijgend telkens met één jaar wordt verlengd. De dienstverlening bevat de productgroepen bewaking, catering, post, schoonmaak, technisch beheer gebouw en installaties en energie en watermanagement. De verschuldigde vergoeding is gebaseerd op productafname x tarief. Alle bedragen op prijspeil 2019.
Verbonden partijen Er zijn geen verbonden partijen bekend waar de bestuurders van de PThU bestuurlijke invloed ofwel deelneming in hebben.
Kengetallen en ratio's
(bedragen in euro's x 1.000) 31-12-2019
31-12-2018
Exploitatie Rijksbijdrage
9.674,5
9.413,9
Baten werk voor derden
800,4
419,5
Subsidiabel resultaat
415,2-
411,7-
Niet subsidiabel resultaat
282,7-
224,8-
Vermogen Eigen vermogen
8.969,2
9.667,0
Totaal vermogen
13.903,7
14.841,8
Solvabiliteitsratio
0,65
0,65
Rentabiliteit Totale Vermogen
-4,9%
-4,3%
Liquiditeit Liquide middelen Liquiditeitsratio Beleggingen in effecten Netto werkkapitaal Current ratio
7.567,5
0,50
0,51
-
-
5.873,8
6.148,6
3,25
Totaal baten incl.fin.baten Weerstandsvermogen
68
7.018,4
11.553,5 77,6%
3,29 10.809,3 89,4%
PThU Jaarverslag 2019 Jaarrekening PThU 2019
8
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 3.1 Rijksbijdrage Rijksbijdrage OC&W ow vast
(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel
niet-subsid.
Realisatie 2019
Begroting 2019
Afwijking
Rekening 2018
5.297,0
5.297,0
5.191,1
105,9
4.798,3
544,0
544,0
517,9
26,1
508,7
Rijksbijdrage OC&W prestatieafspraken
-
-
100,0
100,0-
389,0
Rijksbijdrage OC&W bedrag voorziening oz
0,0
0,0
3.148,6
3.148,6
Rijksbijdrage OC&W ow-gebonden dynamisch
Rijksbijdrage OC&W oz-vast Rijksbijdrage OC&W oz-gebonden dynamisch Totaal Rijksbijdrage OC&W
3.096,5
0,0
229,3
52,1
2.860,6
685,0
685,0
665,8
19,2
627,9
9.674,5
9.674,5
9.571,3
103,2
9.413,9
Toelichting: De beschikking van DUO inzake de Rijksbijdrage 2019 is per 31-10-2019 voor de PThU vastgesteld op € 9.674k, ruim € 100k hoger dan begroot. Het dynamische deel van de Rijksbijdrage is gerelateerd aan de vastgestelde bekostigde aantallen uit 2017 (jaar n-2), zijnde het aantal gewogen bekostigde inschrijvingen (82) en graden onderwijs (30) inclusief joint degrees, het gewogen aantal bekostigde graden onderzoek (54) en het driejarig gemiddeld aantal promoties (7). De toegekende bijdrage voor de ambtsopleiding Vrije Evangelische Gemeente (VEG) van € 150k wordt afgedragen en is als last opgenomen onder 4.4 Overige lasten.
3.2 Bijdrage PKN
subsidiabel
Bijdrage PKN
niet-subsid. 194,8
Realisatie 2019 194,8
Begroting 2019 240,0
Afwijking
Rekening 2018
45,2-
199,2
Toelichting: Deze bijdrage betreft de doorberekening van de cursuskosten omtrent de Primaire Nascholing Predikanten (PNP) en Permanente Educatie (PE) op basis van het aantal cursussen en deelnemers aan het Protestants Centrum Toerusting & Educatie (PCTE) van de Dienstenorganisatie PKN. Het aantal cursussen in 2019 is qua realisatie blijven steken op het niveau van 2018.
3.3 College- en examengelden College- en examengelden
subsidiabel
niet-subsid.
531,6
Realisatie 2019 531,6
Begroting 2019 515,0
Afwijking
Rekening 2018
16,6
456,8
Toelichting: Het aantal ingeschreven studenten op rapportagedatum is 270 bestaande uit 157 masterstudenten en 114 bachelorstudenten. Eén student is zowel op de masterals bacheloropleiding ingeschreven; hetgeen het verschil in de totaaltelling verklaart. Het aantal studenten met een Bewijs Betaald Collegegeld (BBC) in deze cijfers bestaat voornamelijk uit bachelorstudenten (53) en 1 masterstudent. Het aantal pre-masterstudenten bedraagt 12. De collegegelden inclusief pre-masteropbrengsten op rapportagedatum komen iets hoger uit dan begroot.
3.4 Deelnemersbijdragen Deelnemersbijdragen
subsidiabel
niet-subsid. 118,3
Realisatie 2019 118,3
Begroting 2019 100,0
Afwijking
Rekening 2018
18,3
92,7
Toelichting: De deelnemersbijdragen zijn de gerealiseerde ontvangsten voor kerkelijk vrijwillig post-academisch onderwijs van predikanten en kerkelijk werkers is boven het niveau van de begroting en de realisatie van 2018.
Jaarrekening PThU 2019
9
PThU Jaarverslag 2019
69
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 3.5 Baten werk in opdracht van derden
(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel
niet-subsid.
Realisatie 2019
Begroting 2019
Afwijking
Rekening 2018
- NWO/Veni
50,2
50,2
50,2
5,8
- Templeton World Charity Foundation
28,8
28,8
28,8
34,8
- John Templeton Foundation
43,3
43,3
126,4
83,1-
11,2
- OCW/DUS-I
42,2
42,2
215,6
173,4-
12,6
- Moral Compass project
163,1
163,1
199,3
36,2-
-
- NL-Church Life Survey
44,8
44,8
44,8
-
- Projectsubsidie LDF
31,3
31,3
31,3
6,3
- Kerk in Actie
16,3
16,3
16,3
3,6
- Deo Volente
12,5
12,5
12,5
15,0
- Lutherana steunstichting
23,5
23,5
23,5
22,9
50,7
50,7
50,7
59,2
Overige bijdragen
- Brandenburgfonds
293,7
293,7
374,5
80,8-
248,1
Totaal baten werk in opdracht van derden
800,4
800,4
915,8
115,4-
419,5
-
Toelichting: De baten uit 2e/3e geldstroom zijn € 115k lager dan begroot. In de afgelopen periode is actief ingezet op werving van nieuwe projecten en externe subsidies. In 2019 is o.a. gestart met de uitvoering van het Moral Compass project (€ 163k).
De post Overige bijdragen bestaat o.a. uit: een bijdrage van Stichting de Zending inzake bijzonder hoogleraarschap prof.dr. Nagy, Commissiefonds PKN-Stichting Kerk en Wereld voor prof.dr. de Hart en promovendus Verburg en een aantal overige bijdragen van o.a. de Gereformeerde Bond, de Nieuwe Bijbelschool, Stichting Lindeboom, Case Studies Project en Project Stadskerken. De kosten van werk in opdracht van derden staan verantwoord onder 4.4 Overige kosten Onderzoek.
3.6 Overige baten
subsidiabel
Contributies
niet-subsid.
Realisatie 2019
Begroting 2019
Afwijking
Rekening 2018
52,3
52,3
25,0
27,3
42,2
-
42,2
15,0
27,2
27,9
Overige baten
122,7
18,6
141,4
119,0
22,4
173,3
Totaal overige baten
165,0
71,0
235,9
159,0
76,9
228,7
Baten gebouwen
27,6
Toelichting: Contributies; de vrijwillige bijdragen particulieren met financiële ondersteuning door organisaties t.b.v internationale studenten liggen boven het niveau van de begroting door additionele bijdragen vanuit internationale organisaties.. De Baten gebouwen hebben betrekking op verhuur van (college)zalen in voornamelijke Amsterdam gedurende tijdstippen dat deze niet voor eigen studenten/activiteinten in gebruik zijn. De post overige baten bestaat voornamelijk uit bijdragen van diverse (samenwerkings-) partners zoals Erasmus+, VU Bridging Gaps bijdrage, Rijksuniversiteit Groningen inzake onderwijsdienstverlening alsmede niet-subsidiabele ontvangsten van buitenlandse instellingen voor studiebeurzen buitenlandse studenten.
Jaarrekening PThU 2019
70
PThU Jaarverslag 2019
10
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 4.1 Personeelslasten Brutolonen en salarissen
(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel
niet-subsid.
Realisatie 2019
Begroting 2019
Afwijking
Rekening 2018
5.591,3
5.591,3
5.584,1
7,2-
5.275,2
Sociale lasten
663,5
663,5
642,1
21,4-
652,2
Pensioenpremies
841,4
841,4
753,9
87,5-
755,1
7.096,2
6.980,1
116,1-
6.682,5
Lonen en salarissen Dotatie/onttrekking personele voorzieningen
141,0
141,0
-
-
Personeel niet in loondienst
266,7
266,7
Doorberekening salarissen aan projecten e.d.
215,0-
215,0-
Personeelslasten Seminarium (niet subsidiabel)
386,3-
Overig
205,9
Lasten Sociaal Plan
386,3
Overige personele lasten Totaal personeelslasten
7.108,4
386,3
-
141,0-
9,8
-
-
92,4
174,3-
288,8
246,8-
31,8-
140,7-
-
-
-
205,9
227,5
21,6
475,4
398,5
73,1
325,4-
633,4
7.494,7
7.053,2
441,5-
7.315,9
Toelichting: Lonen en salarissen: Hierin is het personeel opgenomen dat op basis van een arbeidscontract in het salarissyteem van de PThU wordt verloond, inclu sief de tijdelijke arbeidsovereenkomsten van medewerkers welke aan projecten zijn gekoppeld. De realisatie van de lonen en salarissen is ₏ 116k hoger dan begroot. Dit komt met name door de doorrekening van de werkgeverslasten door de CAO verhoging met 2,6% in februari 2019. NB: de personele lasten die betrekking hebben op uitvoering van het Sociaal Plan zijn direct ten laste van de Voorziening Reorganisatie (balans) gebracht.
Dotaties personele voorzieningen: ultimo boekjaar is een bedrag vrijgevallen uit de voorziening reorganisatie(+63,3k) tegenover dotaties aan de pensioenvoorzie ning in eigen beheer t.b.v. oud hoogleraren ThWI/ELS (-52,0k), wachtgeldvoorziening (-104,3k), voorziening verlofsparen (-72,5) en voorziening jubileumuitkering(-5,6) . Personeel niet in loondienst: betreft de tijdelijke vervanging van ondersteunend personeel (obp). I.v.m (langdurige) ziekte en vertrekkend personeel heeft op meerdere afdelingen vervangende inhuur plaatsgehad.
Doorberekening salarissen aan projecten e.d betreft de doorberekening van de salarislasten aan projecten zoals Templeton en Moral Compassdie zijn verdisconteerd in de post lonen en salarissen De post Overig bestaat uit o.a. de kosten voor studie en opleiding en meerdere onderdelen zoals werving en selectie, reiskosten woon/werk ( niet zijnde Sociaal Plan), arbo, ipap, aansprakelijkheidsverzekering.
Aantal fte's
Realisatie 2019
Bestuur WP
Begroting 2019
0,90
0,90
52,38
53,70
Afwijking
Rekening 2018
-
0,90
1,3
50,60
OBP
27,30
24,14
3,2-
30,31
Totaal fte's ultimo rapportageperiode
80,58
78,74
1,84-
81,81
Gemiddeld aantal fte's
78,42
79,80
4.2 Afschrijvingen Afschrijvingslast gebouwen/inventaris tlv ministerie
subsidiabel 595,8
Afschrijvingskosten op eigen rekening Vrijval investeringssubsidies Totaal afschrijvingen
niet-subsid.
1,6 595,8
Realisatie 2019
Begroting 2019
Afwijking
Rekening 2018
595,8
601,7
5,9
1,6
1,7
0,1
2,5
-
-
1,6
75,52
597,4
603,4
6,0
609,8
612,3
Toelichting: De afschrijvingslasten van voornamelijk de investeringen en verbouwingen in Amsterdam en Groningen zijn vanaf het moment van ingebruikname opgenomen en zijn conform de de begroting. De afschrijvingen komen uit op het niveau van de begroting.
Jaarrekening PThU 2019
11
PThU Jaarverslag 2019
71
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 4.3 Huisvestingslasten Huisvestingslasten subsidiabel Dotatie voorziening onderhoud
(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel
Realisatie 2019
Begroting 2019
Afwijking
1.039,6
1.039,6
1.095,7
30,0
30,0
30,0
-
-
-
-
Huisvestingslasten niet-subsidiabel Totaal huisvestingslasten
niet-subsid.
1.069,6
-
1.069,6
1.125,7
56,1
56,1
Rekening 2018 1.036,5 16,7 1.053,2
Toelichting: In de subsidiabele huisvestingslasten zijn de contractuele huur en servicekosten bij de VU in Amsterdam inclusief de huurvergoeding voor de vierkante meters van de bibliotheek in Amsterdam en Groningen. De dotatie aan de voorziening onderhoud heeft betrekking op planmatig toekomstig groot onderhoud aan het pand in Groningen, waarvoor eind 2014 een meerjarenonderhoudsplan is opgesteld.
4.4 Overige lasten
subsidiabel
niet-subsid.
Realisatie 2019
Begroting 2019
Afwijking
Rekening 2018
Bibliotheek
144,9
144,9
137,9
7,0-
126,8
Administratie- en advieskosten
351,1
351,1
192,8
158,3-
296,9
Publiciteit en voorlichting
224,4
224,4
200,0
24,4-
196,2
Automatisering
633,1
633,1
742,1
Reis- en vergaderkosten
126,0
126,0
100,0
26,0-
125,6
33,9
33,9
25,0
8,9-
23,1
Vergoeding Raad van Toezicht Contribuantenadministratie Overige lasten
4,6
-
5,3
5,3
-
4,6
6,0
1.523,4
1.403,8
Subtotaal overige organisatielasten
109,0
497,5
5,3-
5,1
1,4
81,6
119,6-
1.352,7
Inhuur docenten
59,2
59,2
36,7
22,5-
57,7
Profileringsfonds
25,6
25,6
12,0
13,6-
11,7
1,3
1,3
12,0
10,7
249,3
249,3
152,2
97,1-
14,4
17,0
2,6
21,5
169,3-
75,7
75,0
0,7-
112,3
150,1
151,3
1,2
147,8
85,9
74,0
11,9-
42,6
661,4
530,2
131,2-
541,9
Studentenvoorzieningen Studietoelage buitenlandse student Stage (instelling/kerk.gemeente)
14,4
Lasten initieel onderwijs Seminarium
245,0
Vrije Evangelische Gemeente (VEG)
150,1
Overige lasten opleidingen
81,2
4,7
Subtotaal overige lasten onderwijs Internationalisering
1,7 146,4
116,7
116,7
137,8
21,1
112,6
Onderzoeksactiviteiten programma's
80,7
80,7
70,4
10,3-
82,5
Graduate school
15,5
15,5
15,0
0,5-
15,5
427,6
427,6
574,8
147,2
83,6
Matching onderzoek 2e/3e geldstroom
61,1
61,1
72,0
10,9
34,8
Kosten overige activiteiten onderzoek
14,4
Projectkosten (Templeton, etc.)
-
Subtotaal overige lasten onderzoek Kosten dienstverlening kerkelijk
188,8
Subtotaal overige lasten dienstverlening Totaal overige lasten
2.810,7
278,8
14,4
42,0
27,6
85,0
716,0
912,0
196,0
414,0
188,8
125,0
63,8-
155,9
188,8
125,0
63,8-
155,9
3.089,5
2.971,0
118,5-
2.464,6
Toelichting:
Jaarrekening PThU 2019
72
PThU Jaarverslag 2019
12
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten
(bedragen in euro's x 1.000)
Toelichting: Organisatielasten - Bibliotheek; realisatie op het niveau van de begroting. - Administratie- en advieskosten; De overschrijding op de advieskosten t.o.v. de begroting worden m.n. veroorzaakt door eenmalige additionele inzet van een kwartiermaker onderwijs- en onderzoekondersteuning na het vertrek van de directeur bedrijfsvoering. - Publiciteit en voorlichting; een lichte overschrijding op de begroting heeft betrekking op drukwerk, PThUnie, evenementen en digitale communicatie. - Automatisering; lasten op basis van de Standaard Niveau Overeenkomst (SNO) van ICT en dienstverlening Audiovisuele infrastructuur. Daarnaast zijn hier de additionele kosten van licenties, onderhoud en hosting van bedrijfseigen softwareapplicaties voor beide locaties ondergebracht. De kosten zijn lager dan begroot aangezien de nog in gebuik zijnde (afgeschreven) AVC-apparatuur eerst in de 2e helft van het jaar is vervangen. - Reis- en vergaderkosten; dit betreft de algemene kosten van het College van Bestuur, het wetenschappelijk personeel en ondersteunend personeel. - Vergoeding Raad van Toezicht; De vacatiegelden inclusief btw van de leden van de Raad van Toezicht (inclusief reiskosten). In 2019 heeft een aanpassing van de hoogte van de vacatievergoeding plaatsgevonden. - Overige lasten; geen afwijking t.o.v. de begroting. Onderwijs - Inhuur docenten; dit betreft hoofdzakelijk de tijdelijke inhuur voor onderwijs in verband met taken stagecoördinatie vestiging Amsterdam. De inzet van (freelance)docenten op het Seminarium ten behoeve van PAO is verantwoord onder Kosten dienstverlening kerkelijk. - Profileringsfonds; bijdragen voor 14 studenten die zitting hebben in de Onderwijscommissie en Universiteitsraad uit dit fonds. - Studentenvoorzieningen; vooralsnog alleen nog de vergoedingen voor proefvisitaties en meet&greet bijeenkomsten. - Studietoelage buitenlandse student; de verblijfskosten van buitenlandse master studenten en PhD's. Met uitbouw van internationale programma's werd rekening gehouden met een overschrijding op dit budget met eenzelfde bedrag. Doelstelling van 13 internationale studenten is gerealiseerd. - Stage (instelling/kerkelijke gemeente); uitgaven inzake de directe docentkosten, inclusief inhuur, van deze initiële stage onderdelen in de masteropleiding die bestaat uit het 2-weken seminarie, praktijkstage kerkelijke gemeente, pastorale training, performance en communicatie alsmede de verblijfskosten bij diverse centra. - Lasten initieel onderwijs Seminarium; zijn de arrangementskosten van het initieel onderwijs op het Seminarium die ten laste van de Rijkssubsidie mogen worden gebracht inclusief interne doorberekening van inzet docenten, huisvesting en overhead van het Seminarium. - Vrije Evangelische Gemeente; afdracht van het door de PThU ontvangen geïndexeerde bedrag in de Rijksbijdrage; enerzijds als bate en anderzijds als last. Verantwoording vindt plaats via een separaat jaarverslag van de VEG. - Overige lasten opleidingen; met name de kosten van de midterm review onderwijs, de reiskostenvergoedingen bij studentenstages, masterclasses, en de studieweek Roemenië. Niet-subsidabel betreft diverse administratieve onderwijskosten van het Seminarium. Onderzoek - Internationalisering; uitgaven in het kader van internationale contacten, studentmobiliteit, conferenties en samenwerking. Financiële bijdragen zoals Erasmus+ zijn opgenomen in de post overige baten. - Onderzoeksactiviteiten programma's; zijn op basis van de goedgekeurde begroting van de programmaleiders uitgevoerd. Betreft geplande activiteiten zoals studiereizen, vertaalkosten, output ondersteuning, e.d. - Graduate school; dit betreffen de reis- en verblijfkosten en kosten van bijeenkomsten inzake de Graduate school route ten aanzien van onderzoeksvoorstellen en seminars graduate students. - Projectkosten (Templeton, etc.); (zie ook Baten werk in opdracht van derden). Het betreft de lasten van het project van de Templeton World Charity Foundation met de titel "Science and Religion in French speaking Africa" geleid door prof. dr. Van den Toren inclusief het overeengekomen deel "PThU-funding" en "Global Christianity" van de J. Templeton Foundation. Daarnaast zijn de lasten van het Moral Compass Project en het project DaDEL van het ministerie van OC&W inzake Elearning voor Hebreeuws en Grieks hier verantwoord. De bijdragen staan verantwoord bij 3.5 Baten werk derden. Reeds ontvangen tranches maar nog niet gerealiseerde lasten staan als vooruit ontvangen gelden in de Balans opgenomen. In totaal lagere lasten tegenover lagere opbrengsten. - Matching onderzoek 2e/3e geldstroom; Het betreft promotietrajecten in samenwerking met meerdere hogescholen. De lasten betreffen de personele lasten van de detacheringen. - Kosten overige activiteiten onderzoek; de inhuur van onderzoekondersteuning en de persoonsgebonden budgetten van promovendi, boekpresentaties en vertaalkosten en kosten van de onderzoekschool Ethiek/Noster. - Kosten dienstverlening kerkelijk bestaan uit de directe arrangementskosten gefactureerd op basis van de afspraken inzake de Permanente Educatie met de PKN en inzet van (freelance)docenten op het Seminarium. Door het samenvoegen in het aanbod van cursussen waren zowel de kosten als de baten naar beneden
Jaarrekening PThU 2019
13
PThU Jaarverslag 2019
73
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten 5 Financiële baten en lasten
(bedragen in euro's x 1.000) subsidiabel
niet-subsid.
Realisatie 2019
Begroting 2019
Afwijking
Rekening 2018
Financiële baten
0,0
-
0,0
4,2
4,2-
Financiële lasten
2,2-
-
2,2-
2,0-
0,2-
2,0-
Totaal financiële baten en lasten
2,1-
-
2,1-
2,2
4,3-
1,5-
0,4
,
Toelichting: De financiële baten zijn nihil. Rentebaten uit beleggingen in obligaties zijn op dit moment niet aan de orde i.v.m. de lage rentevergoeding. De financiële lasten, bestaan uit de bankkosten van de bedrijfsrekeningen. Op basis van de verhouding privaat en publiek eigen vermogen op de balans vindt normaliter toerekening plaats van de rente.
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector (WNT) Bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en eind functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (in fte)
Prof. dr. M.M. Janssen Rector 1-1 t/m 31-12
0,90
Dienstbetrekking
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn
117.392 20.197
Subtotaal
137.589
Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum
124.200
-/- Onverschuldigd betaald bedrag Totale bezoldiging Reden waarom de overschrijding is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
137.589 overgangsrecht n.v.t.
Gegevens 2018 Aanvang en eind functievervulling in 2018 Omvang dienstverband (in fte)
1-1 t/m 31-12
0,90
Dienstbetrekking
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn
114.370 18.663
Subtotaal
133.033
Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum
119.700
-/- Onverschuldigd betaald bedrag Totaal bezoldiging
133.033
Toelichting: Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op PThU van toepassing zijnde regelgeving: Het WNT-maximum voor het onderwijs, klasse C en complexiteitspunten per criterium: gemiddelde totale baten per jaar (4 punten), gemiddeld aantal leerlingen, deelnemers of studenten (1 punt) en gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren (3 punten). Het bezoldigingsmaximum voor de PThU is € 124.200. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. De bezoldiging van de rector, prof. dr. M.M. Janssen, is in 2019 hoger dan de norm. Voor deze bestuurder is echter het overgangsrecht WNT van toepassing.
Jaarrekening PThU 2019
74
PThU Jaarverslag 2019
14
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten
(bedragen in euro's x 1.000)
Toezichthoudende topfunctionarissen Bedragen x ₏ 1
mr. J.P.H. Donner
Functiegegevens
voorzitter
Aanvang en einde functievervulling in 2019
1-1 t/m 31/12
prof.dr. M. Kaptein
mr. G.C. Endedijk
dr. A.G.L. van mw.ir. H.A.C. Nieuwpoort Branderhorst
lid
lid
lid
lid
1-1 t/m 31/12
1-1 t/m 31/12
1-1 t/m 31/12
1-1 t/m 31/12
Bezoldiging Totale bezoldiging
8.964
3.754
5.976
5.976
5.976
20.700
13.800
13.800
13.800
13.800
-/- Onverschuldigd betaald bedrag
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Reden waarom de overschrijding is toegestaan
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum
Gegevens 2018 Bedragen x ₏ 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2018
drs. J.W. Meinsma
mr. J.P.H. Donner
voorzitter a.i.
voorzitter
1-1 t/m 30-4
1-5 t/m 31/12
prof.dr. M. Kaptein
mr. G.C. Endedijk
dr. A.G.L. van mw.ir. H.A.C. Nieuwpoort Branderhorst
lid
lid
lid
lid
1-1 t/m 31/12
1-1 t/m 31/12
1-1 t/m 31/12
1-1 t/m 31/12
Bezoldiging Totale bezoldiging
2.000
4.000
3.600
3.600
3.600
3.600
Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum
6.504
13.446
13.300
13.300
13.300
13.300
Toelichting: De vergoedingen aan de Raad van Toezicht betreffen vacatiegelden excl.BTW op basis van ingediende facturen en blijven onder d e WNT-norm van toezichthouders van resp. 15% en 10% t.a.v. voorzitterschap en lid.
Vermelding accountantshonorarium De accountantshonoraria zijn als volgt:
Controle van de jaarrekening incl. bekostigingscontrole
Realisatie 2019 32,9
Rekening 2018 25,4
Fiscale advisering
-
-
Niet-controle diensten
-
-
32,9
25,4
Totaal
Toelichting: A12 Registeraccountants B.V. uit Veenedaal is de huisaccountant van de PThU. De in de jaarrekening 2019 verantwoorde accounta ntskosten hebben betrekking op de jaarrekening- en bekostigingscontrole 2019 plus een (interne) verrekening over 2018.
Jaarrekening PThU 2019
15
PThU Jaarverslag 2019
75
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten
(bedragen in euro's x 1.000)
Onderstaande opstelling geeft een overzicht van de subsidiabele en niet-subsidiabele Exploitatierekeningen. Begroting 2019
Realisatie subsidiabel
2019 niet-subsid.
Totaal realisatie
%
Baten 9.571,3
9.674,5
9.674,5
100,0%
College-, cursus-, les- en examengelden
855,0
531,6
313,1
844,7
8,7%
Baten werk in opdracht van derden
915,8
800,4
-
800,4
8,3%
Overige baten
159,0
165,0
71,0
235,9
2,4%
11.501,1
11.171,5
384,1
11.555,6
119,4% 0,0%
7.053,2
7.108,4
386,3
7.494,7
Rijksbijdragen
Totaal baten
-
Lasten
-
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten
603,4
595,8
1.125,7
1.069,6
-
597,4
6,2%
1.069,6
11,1%
Overige lasten
2.971,0
2.810,7
278,8
3.089,5
31,9%
Totaal lasten
11.753,3
11.584,5
666,8
12.251,3
126,6% 0,0%
Saldo baten en lasten Financiele baten en lasten Exploitatieresultaat
252,22,2 250,0-
2,1415,2-
282,7282,7-
Bijdrage PKN
194,8
Deelnemersbijdragen
118,3
118,3
Contributies Baten gebouwen Overige baten FinanciĂŤle lasten/baten Totaal baten
Buitenlandse studenten
413,0-
Totaal nietsubs. 194,8
Realisatie niet-subsidiabel
Seminarium
52,3
-
18,6
18,6
71,0
384,1 -
386,3
386,3
1,6
1,6
Huisvestingslasten niet-subsidiabel
-
-
Overige lasten contribuantenadm.
5,3
5,3
Publiciteit
-
-
249,3
249,3
Studentenpastoraat
-
Administratiekosten Seminarium Dotatie Ruimzicht
-
0,0% 0,0% -7,2%
4,7 -
Doorberekening inzet PThU-docenten
169,3-
169,3-
188,8
188,8
410,5
666,8 -
Doorberekening naar initieel onderwijs
-
Totaal lasten
256,3
Resultaat niet-subsidiabel
185,3-
PThU Jaarverslag 2019
2,1697,8-
4,7
Kosten dienstverlening kerkelijk
Jaarrekening PThU 2019
-7,2% 0,0%
313,1
Afschrijvingskosten op eigen rekening
Studietoelage buitenlandse student
695,7-
52,3
-
Personeelslasten Seminarium (niet subsidiabel)
76
1,6
0,0% 77,5%
97,4-
282,7-
16
Jaarrekening 2019 Versie: definitief (na accountantscontrole), datum: 30 april 2019
Toelichting op de staat van baten en lasten Toelichting op de staat van baten en lasten Overige gegevens
(bedragen in euro's x 1.000)
De jaarrekening 2019 is door de Raad van Toezicht goedgekeurd op xx juni 2020.
1. Vaststelling van de resultaatbestemming over het boekjaar 2019 Het College van Bestuur stelt de resultaatbestemming over het boekjaar 2019 als volgt vast: Algemene Reserve Fonds Graduate School Reserve niet-subsidiabele activiteiten Reserve buitenlandse studenten
399,615,597,4185,3697,8-
Dit voorstel is in de jaarrekening verwerkt.
2. Gebeurtenissen na balansdatum De uitbraak van Covid-19 heeft zich in 2020 razendsnel ontwikkeld. Maatregelen die door diverse overheden zijn genomen om het virus in te perken hebben negatieve gevolgen gehad voor de (economische) activiteit. Wij hebben een aantal maatregelen genomen om de effecten van het C ovid-19-virus te bewaken en te voorkomen, zoals veiligheids- en gezondheidsmaatregelen voor onze medewerkers (zoals beperking van sociale contacten en vanuit huis werken). In dit stadium zijn de gevolgen voor onze activiteiten en onze resultaten beperkt. Wij zullen het beleid en het advies van de diverse nationale instellingen blijven volgen en zullen tegelijkertijd ons uiterste best doen om onze activiteiten zo goed en veilig mogelijk voort te zetten zonder daarbij de gezondheid van onze medewerkers in gevaar te brengen. Wij verwijzen tevens naar de toelichting in de paragraaf ContinuĂŻteit op pagina ... in het bestuursverslag
3. Controleverklaring van de accountant
Jaarrekening PThU 2019
17
PThU Jaarverslag 2019
77
Bijlage 1
Promoties
S.V. Luganov MA
prof. dr. K. Spronk
14 februari 2019
prof. dr. J.T.A.G.M. van Ruiten drs. A. van der Knijff
prof. dr. F.G. Immink
23 mei 2019
dr. T.T.J. Pleizier ds. G. van Zanden
prof. dr. K. Spronk
12 juni 2019
C. van der Knijff MA MSc
prof. dr. R.H. Reeling-Brouwer prof. dr. G. van den Brink
14 juni 2019
prof. dr. M.W. Elliott B. Muchemwa MA
prof. dr. M. Barnard dr. R. Brouwer
78
PThU Jaarverslag 2019
Following the Traces of the Serpent in the Old and New Testaments and the Early Jewish Interpretation. Genesis 3:1-15 in Light of Its Reception History Bevindelijk preken. Een empirisch-homiletisch onderzoek naar bevinding in de prediking binnen de Gereformeerde Gemeenten Bij het begin beginnen. Het Bijbels-theologische project van Frans Breukelman Between Providence and Choice Biography. An Account of Divine Guidance from a Reformed Perspective
5 december 2019 Born Again, Morality and Transformation. An Ethnographic Case Study on Pentecostal Conceptualisation of Corruption
Bijlage 2
Kerkelijk Album en Ordinantie 13 Kerkelijk Album Op peildatum 1 oktober 2019 stonden 114 studenten ingeschreven in het kerkelijk album. Universiteit
Bachelor
Radboud Universiteit Nijmegen
Master
Premaster
Totaal
1
-
1
Evangelische Theologische Faculteit Leuven
1
2
-
3
PThU Amsterdam
4
74
-
78
PThU Groningen
-
30
-
30
Premaster
-
Totaal
5
106
2
2
2
114
Ordinantie 13-13 Ordinantie 13-13 van de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland bepaalt het volgende: 1. Indien iemand die bij een andere kerk in of buiten Nederland als predikant of geestelijke dienst heeft gedaan dan wel in deze kerk is toegelaten tot het ambt van predikant of geestelijke, toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, beoordeelt de kleine synode, gehoord het College van Bestuur inzake de kwaliteit van de ontvangen opleiding en nadat een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in artikel 9 is ingesteld, of, en zo ja, onder welke voorwaarden de weg naar het colloquium voor betrokkene kan worden geopend. 2. Het College van Bestuur stelt vast of een masterexamen aan de Protestantse Theologische Universiteit nodig is en zo ja, welke vrijstellingen kunnen worden verleend voor het masterexamen dat door betrokkene moet worden afgelegd. 3. De kleine synode kan bepalen dat betrokkene – als bijzondere omstandigheden de kleine synode aanleiding geven de weg naar het colloquium te openen zonder dat toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in lid 2 – ten aanzien van een of meer vakken een aanvullende opleiding moet doen bij daartoe aangewezen hoogleraren en docenten van de Protestantse Theologische Universiteit. In het jaar 2019 hebben drie beoordelingen overeenkomstig deze kerkordebepaling geleid tot een advies aan het moderamen van de generale synode. Het verzoek tot beoordeling van de opleiding had betrekking op de aanvraag van een predikant/voorganger uit de Hersteld Hervormde Kerk, de Anglicaanse Kerk (Wales) en de Gereformeerde Kerk RoemeniÍ.
PThU Jaarverslag 2019
79
PThU | Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam, Groningen Jaarverslag 2019 Versie: v1 // 2020
PThU Jaarverslag 2019