120064_omslag_Benno_WBooks 12-04-12 15:38 Pagina 1
VIKINGEN !
VI KI NG E N !
VI KI NGE N ! V.T. van Vilsteren (redactie)
7
We noemen ze Vikingen Gunnar Andersson
21
Ontmoeting met Vikingen Gunnar Andersson
41
Rondom het huis Gunnar Andersson
61
Religie bij de Vikingen Gunnar Andersson
83
Leven na de dood Gunnar Andersson
105
Door Vikingen gemaakt Gunnar Andersson
127
Runen Gunnar Andersson
141
Op handelsreis Gunnar Andersson & David Score
155
Het Vikingschip Gunnar Andersson
167
Vikingen in Nederland Jan Besteman, Michel Groothedde & Cuno Koopstra
174 174 175
Literatuur Fotoverantwoording Auteurs
We noemen ze Vikingen
Titelblad van een 18e-eeuws IJslands manuscript van de Proza-Edda, met figuren uit de Noordse mythologie. Het magische noorderlicht zal de inwoners van Scandinavië ongetwijfeld hebben doen geloven dat er meer is dan alleen een aards leven. (pag. 4-5)
In Scandinavië is de Vikingtijd de laatste periode van de ijzertijd. Het woord wordt vooral gebruikt bij de beschrijving van de geschiedenis van de noordse landen, maar ook in de Britse en Ierse geschiedschrijving hanteert men het begrip. In andere delen van Europa spreken historici eveneens over de Vikingtijd, soms als een deel van de ijzertijd, soms ook wordt het tot de vroege middeleeuwen gerekend. Zowel de naamgeving als het tijdperk zelf zijn bedacht door geschiedschrijvers en archeologen. De mensen die destijds in het weidse Scandinavië leefden, zouden zich er niet in herkennen. Het merendeel van deze mensen zou zich zelf vast geen Vikingen noemen en als iemand zou beweren dat zij een gemeenschappelijke cultuur hadden, zouden ze dat zeker stellig tegenspreken. Het is lang niet eenvoudig om de Vikingtijd goed te definiëren. Wanneer we die periode laten beginnen of ophouden, is afhankelijk van de invalshoek. In de Scandinavische archeologie en geschiedenis wordt meestal het tijdsbestek van circa 790-1050 na Chr. gehanteerd, terwijl in de historische wetenschappen – vooral buiten Scandinavië – doorgaans 793 en 1066 na Chr. als grenzen worden aangehouden. Bij deze tweede optie zijn twee gebeurtenissen die zich beide in Engeland afspeelden bepalend geweest voor het begin en het einde van het tijdperk. Het startsein is in beide gevallen de datum van 8 juni 793, toen plunderende Vikingen het klooster van Lindisfarne aan de Engelse noordoostkust aanvielen en verwoestten. Voor het einde van de Vikingtijd wordt buiten Scandinavië de datum van 25 september 1066 aangehouden, toen Harald Hårdråde sneuvelde bij een poging de heerschappij van de zogenoemde Danelagen (Danelaw) in Oost-Engeland te heroveren in de slag bij Stamfordbridge, even buiten York. Deze gebeurtenissen waren ongetwijfeld van groot belang voor de ontwikkelingen in Engeland. Het is echter maar de vraag of deze data ook van doorslaggevende betekenis waren voor wat er zich in Scandinavië afspeelde en dus hoe relevant deze zijn als beginen einddatum van de Vikingtijd.
Archeologisch zijn er duidelijke aanwijzingen dat de contacten tussen Scandinavië en het continent en de Britse eilanden van vóór het jaar 793 dateren. Scandinavische handelaren hebben waarschijnlijk al vele eeuwen vóór het begin van de Vikingtijd goederen verhandeld en belangrijke informatie over de verhoudingen en mogelijkheden van al die vreemde landen meegebracht. Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat deze expedities soms ook best wel eens resulteerden in geweld en plunderingen. Zo bezien zou men kunnen zeggen dat er met de Vikingtochten niets nieuws onder de zon was. Dat de contacten later (vanaf het jaar 800) escaleerden, is iets anders. De oorzaken daarvan zijn gedeeltelijk te vinden in de binnenlandse politieke verhoudingen van bijvoorbeeld het Frankische rijk en van Engeland. Vanuit Scandinavisch perspectief wordt de problematiek van die jaartallen nog duidelijker als wij kijken naar de materiële cultuur. Vooral de einddatum vormt daarbij een probleem. Of men nu uitgaat van 1050 of van 1066 na Chr., het grootste gedeelte van de runenstenen in Oost-Scandinavië dateert net als de jongste varianten van de dierenornamentiek van ná die tijd. Binnen de archeologie is er niet één bepaald type voorwerp aan te wijzen dat bepalend is voor het begin van de middeleeuwen en dus voor het einde van de Vikingtijd. De mensen hadden een eigen materiële cultuur. Ze hadden natuurlijk geen boodschap aan de chronologische indelingen zoals historici en archeologen die duizend jaar later zouden opstellen. De laatste tijd wordt in Scandinavië het eind van de Vikingtijd steeds vaker op omstreeks het jaar 1100 na Chr. gesteld, maar ook deze datum is niet geheel zonder problemen. Dat komt omdat men veelal geneigd is de Scandinavische stenen plattelandskerken niet meer als afkomstig uit Vikingtijd te beschouwen, maar als behorend tot de middeleeuwen. Dendrochronologische datering van houten ramen in deze kerken komt veelal uit op omstreeks het jaar 1100 en om die reden zou het nog niet zo gek zijn om de Vikingtijd daar te laten eindigen. Maar stenen kerken werden her en der op verschillende tijdstippen gebouwd. Daarom is
7
de algemene opvatting nu dat de Vikingtijd in de diverse delen van Scandinavië niet overal tegelijk eindigt. Bronnen Onze kennis van de Vikingtijd kunnen we op twee manieren vergaren: uit archeologische en uit schriftelijke bronnen. In het eerste geval is meestal sprake van archeologisch onderzoek op plaatsen uit de Vikingtijd of van voorwerpen uit die tijd. De schriftelijke bronnen bestaan uit verschillende aantekeningen en handschriften en worden in de regel ingedeeld in oudnoordse en niet-oudnoordse bronnen. In de oudnoordse wordt soms, maar lang niet altijd, verteld over de interne verhoudingen in Scandinavië. In de niet-oudnoordse verhalen treffen we ooggetuigenverslagen aan van mensen die op één of andere manier buiten Scandinavië met de Vikingen in contact waren geweest. Een speciale categorie van bronnen zijn de runenschriften. Dat er verschillende typen bronmateriaal zijn, onderscheidt de Vikingtijd van de overige prehistorische tijdperken in Scandinavië. Voor deze laatste zijn we overgeleverd aan de archeologie. Voor alle bronnen geldt dat we ze niet zomaar als vanzelfsprekend mogen aannemen en gebruiken. Ze moeten allemaal geëvalueerd, geanalyseerd en geïnterpreteerd worden in hun context. Dit betekent uiteraard ook dat de conclusies die we er uit kunnen trekken over de verhoudingen in de Vikingtijd, heel erg uiteen kunnen lopen. Zowel archeologen als historici kijken anders tegen hun bronnen aan dan 150 jaar geleden. Destijds, toen de archeologie in vele opzichten nog in de kinderschoenen stond, werden de resultaten van opgravingen recht voor zijn raap en zonder veel nuances geïnterpreteerd. Op een soortgelijke manier geloofden veel historici letterlijk alles wat in de oudnoordse geschriften beschreven stond. Ze werden bijna zonder voorbehoud als zeer betrouwbaar gezien. Tegenwoordig kijkt men daar toch wat anders tegen aan. Wetenschappers worden steeds genuanceerder in hun visie op de rol van de mens in
8
relatie tot zijn omgeving. Dat heeft bijvoorbeeld geleid tot het inzicht dat de voorwerpen die iemand meekreeg in zijn graf niet zonder meer een afspiegeling vormen van zijn of haar sociale of economische positie in de maatschappij. Een soortgelijk voorbehoud geldt voor schriftelijke bronnen. Ook hierbij is de context waarin ze ontstaan zijn en het doel waarvoor ze gemaakt werden van doorslaggevende betekenis voor hun geloofwaardigheid. Een bijzonder probleem met betrekking tot de oudnoordse bronnen is verder dat ze pas veel later zijn gemaakt – soms zelfs vele honderden jaren later – dan de gebeurtenissen die ze beschrijven. In dit opzicht onderscheiden zij zich van de nietoudnoordse verhalen, die niet alleen vaak later zijn geschreven, maar die ook erg overdreven zijn en niet zelden een negatieve visie op de noorderlingen laten zien. De bewaard gebleven oudnoordse teksten die vertellen over de oude religie en de mythen, zijn bijvoorbeeld in de 13e eeuw door christenen geschreven. Vanzelfsprekend had hun geloof invloed op wat ze schreven. Het is niet ongebruikelijk dat schrijvers hun christelijke wereldbeelden in de teksten lieten doorklinken. Een ander probleem betreft de herkomst van de bronnen. We kennen ze uitsluitend uit IJsland. Ze gaan dus vooral over situaties en verschijnselen in dat land en in mindere mate ook in Noorwegen, dus over het westelijke deel van Scandinavië. Vaak is er in de bronnen een sterke neiging om alles uit het oostelijk deel van Scandinavië op een neerbuigende toon te beschrijven. We weten dus aanzienlijk meer over de noorderlingen in het Westen dan over die in het Oosten. Ondanks alle voorbehouden zijn de handschriften uitermate belangrijk voor het beeld zoals wij ons dat van de Vikingtijd hebben gevormd. Ze vertellen ons over persoonlijke verhoudingen, over politiek, over zeereizen, over mythologie en geloofsopvatting, en nog veel meer. De archeologie werd vroeger meestal alleen als illustratie gebruikt bij die bronnen of moest als bewijs dienen van de geloofwaardigheid daarvan.
Niet heel ScandinaviĂŤ was in de Vikingtijd bewoond.
9
Niet echt één volk We kunnen de Vikingen niet als een echt volk betitelen, althans niet in de moderne zin van het woord. Hun ‘thuislanden’ vallen niet samen met Scandinavië als geheel, of met de huidige landsgrenzen. In grote delen van noordelijk Scandinavië leefde toen – net als nu – een Samische bevolking met een andere cultuur en maatschappij. De meerderheid van de bevolking in Scandinavië noemde zich zelf waarschijnlijk geen Viking. Integendeel, het lijkt erop dat men bang was voor de Vikingen. Op een runensteen in Midden-Zweden staat geschreven dat ‘Assur beschermer was van het land en wachter tegen Vikingen’. Uit dergelijke formuleringen blijkt dat het woord toen al synoniem was met de plundertochten die plaats vonden. De Vikingen waren in hun thuislanden even gevreesd als op het continent. Maar hoe zou het gewone volk zich zelf dan genoemd hebben? In de oudnoordse literatuur kennen we de bewoners als norræner menn (Noormannen), dat verwijst naar alle noordse volken met uitzondering van de Samen. Maar waarschijnlijk zouden ze, als ze zich zelf moesten beschrijven, die benaming niet gebruiken. We moeten ons veeleer voorstellen dat ze zich in eerste instantie noemden naar de hoeve, het dorp of de omgeving waar ze leefden, net zoals iemand uit Kesteren Van Kesteren genoemd werd. Verder konden ze zich identificeren met de streek waar ze vandaan kwamen, bij voorbeeld Sundermanniaren of Westerfoldingen. Als laatste hebben ze misschien een nog hogere, regionale benaming gebruikt, zoals bij voorbeeld Sweamannen of Danen. Maar ze zouden zich nooit Zweden, Denen of Noren genoemd hebben. Het is dus helemaal fout om – zoals wel eens heel populair gebeurt – van Zweedse, Deense of Noorse Vikingen te spreken. Er bestonden in die tijd weliswaar min of meer eigenmachtige kleine gemeenschappen en een elite van belangrijke mannen en opperhoofden, waarvan sommigen niet aarzelden om zich zelf
10
koning te noemen. Maar ze heersten primair niet over een bepaald territorium, veeleer over mensen via allerlei allianties en meer gebaseerd op persoonlijke loyaliteit dan op etniciteit. In die tijd was er nog geen sprake van de vorming van één rijk, ook al deden de ‘koningen’ soms alsof dat net zoals in continentaal Europa wel het geval was. Evenmin was er sprake van een nationale saamhorigheid zoals wij die nu kennen. Tegen het einde van de Vikingtijd kunnen we toch constateren dat er een fundament gelegd is voor wat later de middeleeuwse Scandinavische rijken zouden worden. Hoezo homogeen? Er heeft eigenlijk nooit één homogene ‘cultuur van de Vikingtijd’ bestaan, die door iedereen in Scandinavië als zodanig ervaren werd. Op een wat hoger niveau fungeerde de taal wel als een soort bindmiddel. Dat gold ook voor de mythologie en voor de godenwereld, die toch in grote delen van Scandinavië in hoge mate als gemeenschappelijk werd ervaren. We kunnen dit vooral afleiden uit de kunst – zowel bij de karakteristieke dierenornamentiek als bij afbeeldingen en runenstenen – maar ook uit de plaatsnamen, waarvan er veel naar goden zijn vernoemd. Als we dat gemeenschappelijke eens wat nader onder de loep nemen, wordt al snel duidelijk dat er toch grote onderlinge verschillen bestonden tussen de diverse regio’s. Het lijkt er bijvoorbeeld op dat er over het geloof niet een eenduidige opvatting bestond. In plaats daarvan sprak men over ‘de oude gewoonte’. Archeologisch blijkt zonneklaar hoe complex het culturele leven wel was. Zo verschilden niet alleen grafschriften, maar in zekere zin ook de mode van streek tot streek. Hetzelfde geldt voor de plaatsnamen, waarbij duidelijk blijkt hoe zeer ook sommige goden in de ene regio veel populairder waren en meer aanbeden werden dan andere. Ook in dit opzicht kunnen we dus in de ‘thuislanden’ van de Vikingen spreken van sterke regionale verschillen.
In 1918 werd bij Altuna in Uppland,
De god Thor (met de hamer in zijn
Zweden, deze 195 centimeter hoge
rechterhand) probeert de slang uit
steen ontdekt. Het is de enige
Midg책rd te vangen. Detail van het
bewaard gebleven steen met een
beroemde kruis (eerste helft
voorchristelijke afbeelding. Op de
10e eeuw) op het kerkhof van
steen gaat de god Thor (met zijn
Gosforth in Cumbria (Engeland).
hamer) op jacht naar het monster
Dit gebied was in de 9e/10e eeuw
Midg책rdormen.
door Vikingen gekoloniseerd.
11
Vlak bij de kerk van Bro in Uppland, Zweden, staat een runensteen ter nagedachtenis van Assur. Volgens de inscriptie was hij landbeschermer (wachter) tegen Vikingen. Dit kan betekenen dat diegenen die ‘op Viking’ waren, ook in Scandinavië zelf werden gevreesd.
Net als bij alle andere culturen veranderde ook ‘de Vikingcultuur’ in de loop der tijd. De vele impulsen van buitenaf zorgden ervoor dat gebruiksvoorwerpen, de geloofsopvatting en de ideologie en in zekere zin ook de mentaliteit langzaam maar gestaag aan verandering onderhevig waren. De pijlen die op kaarten van de Vikingwereld aangeven waar ze naar toe reisden en in welke gebieden ze hun sporen achterlieten, zouden feitelijk in twee richtingen aangegeven moeten zijn.
men dat ook niet. In sommige gevallen wordt de onbepaalde vorm in meervoud gebruikt en dan worden er groepen of categorieën van mensen mee bedoeld. Op de al eerder genoemde runensteen uit MiddenZweden staat beschreven dat ‘Assur beschermer van het land en wachter tegen Vikingen’ was. Uit dergelijke formuleringen blijkt dat het woord toen al synoniem was met de plundertochten die plaatsvonden. De Vikingen waren in hun eigen thuislanden even gevreesd als op het continent.
Wie was nu die Viking? Het begrip Vikingtijd is typisch iets van onze tijd, maar het woord Viking bestond al in die periode. We komen het zowel tegen op runenstenen als in de oudnoordse schriftelijke bronnen. Wat het precies betekende, is niet altijd even duidelijk. Als er in de schriftelijke bronnen over wordt gesproken, had het meestal betrekking op een situatie of een activiteit: men was ‘op Viking’. Bij andere formuleringen lijkt het erop dat men niet altijd dezelfde status had: soms was men een Viking, soms was
12
De meeste mensen associëren de Vikingtijd met de Vikingtochten. De klassieke Viking stelt men zich voor als man – een plunderaar, een koopman of een kolonisator – meestal uitgedost met een helm met horens, die erop uittrekt om te plunderen. Maar uit schriftelijke bronnen weten we dat op gezette tijden ook vrouwen, kinderen en jongelingen meegingen op de tochten en dat zij minstens zo gewelddadig konden zijn als de mannen. Zo kon waarschijnlijk iedereen, of tenminste bijna iedereen, wel eens Viking zijn.
13
Op deze bronzen matrijs van Torlunda
Vikingen droegen geen helmen met
(5,6 x 4,8 centimeter) staat een
horens. Dit 28 centimeter lange
krijger afgebeeld die een helm met
mannetje van hertshoorn staat
horens op lijkt te hebben. Toch
bekend als de Sigtuna-Viking naar
gelooft geen enkele archeoloog
de vindplaats in Uppland, Zweden.
meer dat Vikingen zulke helmen
Het is ĂŠĂŠn van de weinige voorstel-
hebben gedragen. Datering 6e eeuw.
lingen van een Viking met een soort van helm, maar zonder horens!
14
Over helmen met horens Het is een wijdverbreid misverstand dat de Vikingen helmen met horens droegen. Deze misvatting is aan het eind van de 19e eeuw ontstaan in de periode van nationalistische romantiek. In de 20e eeuw heeft die voorstelling van de ‘Viking met de horens’ een steeds grotere bekendheid gekregen. De meeste mensen weten vandaag de dag wel dat het niet klopt, maar desondanks blijkt het beeld zeer hardnekkig in de populaire cultuur (strips, films, speelgoed), als handelsmerk in de marketing en ook in de toeristenindustrie (Tshirts en supporterspetten). Er bestaan wel afbeeldingen van mensen uitgedost met helmen met horens, maar die zijn Keltisch en niet Scandinavisch en bovendien veel ouder dan de Vikingtijd. Uit de jongere ijzertijd kennen we verschillende Scandinavische afbeeldingen van dansende of springende mannen uitgedost met wat op het eerste gezicht lijkt op helmen met horens. Maar als men deze taferelen beter bekijkt, is goed te zien dat de punten van de horens eigenlijk vogelkoppen zijn. Het lijkt daarbij eerder om ceremoniële hoofddeksels te gaan dan om echte strijdhelmen. De figuur in deze taferelen zou mogelijk de god Odin met zijn raven Hugin en Munin kunnen voorstellen. Er zijn maar heel weinig helmen uit de Vikingtijd gevonden. Uit heel Scandinavië kennen we er maar een handje vol van en geen enkele daarvan had horens. De meest bekende en best bewaarde stamt uit een rijk brandgraf bij Gjermundbu in Noorwegen. In de bekende plaatsen Birka, Hedeby en Kaupang, waar toch tal van bijzondere graven werden opgegraven, is geen enkele helm gevonden. Maar we weten door de gedenkstenen, de wandkleden en inkervingen wel dat de Vikingen zo nu en dan helmen droegen. Er is ook een klein aantal driedimensionale figuurtjes met helmen tevoorschijn gekomen. En toch werden er nooit helmen met horens gevonden. Men kan zich dus afvragen waarom ze zo moeilijk te vinden zijn. Misschien werden ze in de meeste gevallen wel van vergankelijk materiaal vervaardigd, zoals bijvoorbeeld van leer met alleen een paar details van ijzer. In dat geval is, als de condities in de bodem niet optimaal zijn geweest, zoiets moeilijk herkenbaar als helmfragment.
Archeologie is meer dan opgravingen alleen Archeologische kennis komt niet alleen met schop en troffel uit de grond. De moderne archeoloog werkt nauw samen met een hele reeks andere wetenschappers uit verschillende disciplines. Archeologen willen begrijpen hoe mensen in het verleden hebben geleefd en hoe ze hun natuurlijke omgeving gevormd hebben. Wat dachten de mensen en waarom deden ze wat ze deden? Hoe zagen ze zichzelf en hoe keken ze tegen hun eigen leven aan? Bij dit soort vragen kunnen sociologie, godsdienstwetenschap, etnologie en geschiedenis goed helpen. Afhankelijk van de context kan een bijl een wapen of gereedschap zijn, of kracht symboliseren. Een indrukwekkende grafheuvel is in zijn omgeving niet alleen een monument voor een belangrijk persoon, maar kan bijvoorbeeld ook een uiting zijn van de positie en macht van de familie in die streek. De zogeheten C14-methode wordt gebruikt om de ouderdom van organisch materiaal, zoals hout, houtskool of onverbrand bot, vast te stellen. Botten en menselijke resten kunnen iets zeggen over geslacht, leeftijd, leefomstandigheden, dieet en veestapel. Etensresten in aardewerken potten kunnen iets vertellen over de voeding. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van DNA maken het mogelijk uitspraken te doen over de verwantschap van mensen en over migratie.
16
Het 3 centimeter lange bronzen mannetje uit een graf in Ekhammar (Uppland, Zweden) heeft een oogje op zijn hoofd. Datering 8e eeuw. Ten onrechte is dit zo geïnterpreteerd dat de Vikingen helmen met horens droegen.