Antony Gormley
Op de thee bij de Britse beeldhouwer
Lou Loeber
Pioniers Helen Levitt en Ed van der Elsken nr 4 mei-juni 2026 • € 13,50 • verschijnt 8x per jaar
Kleurrijke harmonie om de wereld te verbeteren
Straatfotografie
pagina’s gratis bijlage
Dubbel spel van Pyke Koch & Charley Toorop
Pyke Koch, ‘Het signaal’, 1975, olieverf op doek, 46,5 x 37,5 cm, Museum More, Gorssel & Ruurlo (foto: Peter Cox)
INHOUDmuseumtijdschrift.nl nr 4 / mei-juni 2026
13-20 39
Museum - kort
Getipt door de redactie:
De mooiste tentoonstellingen in binnen- en buitenland
Als wijn in een glas 46
Column Pauline Broekema
Lezersaanbieding
Introductie en rondleiding door het Valkhof Museum
71-79
Atelier
Ruud Kuijer Boeken
Recensies en tips
Forum
Met de lezersvraag
Slotstuk
Choreografie zonder dans
MODERNE KUNST
Pyke Koch & Charley Toorop
Twee figuratieve schilders, twee artistieke tegenpolen, nu naast elkaar door Kees Keijer
DUBBELINTERVIEW
Lisa Konno & Paul Kooiker
De haat-liefdeverhouding met mode van een ontwerper en een fotograaf door Edo Dijksterhuis
KUNST & ERFGOED
Collectiepresentaties
Een frisse blik op de eigen collectie? Drie musea geven het voorbeeld door Jaron Beekes
DESIGN
Kho Liang Ie
Kosmopolitische modernist en voorloper van het Dutch Design door Chris Reinewald
MODERNE KUNST
Lou Loeber
De socialistische schilder wilde verheffen met kleur, harmonie en multipels door Sophia Zürcher
HEDENDAAGSE KUNST
Antony Gormley
Op atelierbezoek bij de beeldhouwer en zijn dertig assistenten in hartje Londen door Jeroen Junte
OUDE KUNST
De etsen van Rembrandt
Zijn prentkunst getuigt van ongebreidelde creativiteit en commercieel vernuft door Erik Spaans
FOTOGRAFIE
Levitt & Van der Elsken
Verlegen Amerikaanse en brutale Hollander als grondleggers van de straatfotografie door Merel Bem
Confronterende figuren
Museum More brengt twee kunstenaars samen die zelden expliciet naast elkaar zijn geplaatst: Charley Toorop en Pyke Koch. Hun werelden lijken ver uit elkaar te liggen. Toch kruisten hun levens op beslissende momenten.
DOOR KEES KEIJER
De figuren staan dicht op elkaar, bijna ongemakkelijk. Schouders komen in de knel, blikken kruisen zonder elkaar werkelijk te ontmoeten. De tafel waaraan ze zijn gegroepeerd, is vreemd hoog. In Maaltijd der vrienden (1932-33) bracht Charley Toorop haar naaste omgeving samen. Haar zonen staan op het schilderij, samen met een keuze van bevriende schilders, beeldhouwers, een dichter en een fotograaf. Het schilderij vertelt iets over verbondenheid en de bijzondere rol die deze mensen in Toorops leven speelden. Ze begon aan het schilderij kort nadat ze in 1932 opnieuw in haar huis in Bergen was gaan wonen. Jan Toorop had deze atelierwoning, De Vlerken, jaren eerder laten bouwen voor zijn dochter en haar kinderen. Pas in maart 1932, na afwisselend kortere en langere periodes in onder meer Parijs en Amsterdam, zou zij zich er definitief vestigen. Het schilderij lijkt daarmee een stelling -


Charley Toorop, ‘Maaltijd der vrienden’, 1932-33, olieverf op doek, 129,5 x 200 cm, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (foto: Studio Tromp)
Lou Loeber wilde kunst maken die niet van haarzelf was, maar van iedereen. Juist die poging tot universaliteit leverde een persoonlijk oeuvre op dat onmiddellijk herkenbaar is, zo is te zien Stedelijk Museum Schiedam.
DOOR SOPHIA ZÜRCHER
‘Houthandel’, 1931, olieverf op paneel, 60 x 90 cm, privécollectie
De etsen van Rembrandt van Rijn geven inzicht in zijn artistieke visie én zijn commercieel gogme. In Amsterdam en Zutphen staat zijn veelzijdige en invloedrijke prentkunst centraal. Wat maakt zijn etsen zo geliefd?
DOOR ERIK SPAANS
ommige anekdotes bevinden zich in het schemergebied tussen feit en fictie. Neem het verhaal dat Rembrandt van Rijn (1606-69) voor een van zijn grootste en meest ambitieuze etsen een bedrag van honderd gulden wist te bedingen. Ter vergelijking: het dagloon van een handwerksman bedroeg vaak niet meer dan een gulden per dag. Een exorbitant bedrag dus – en dat rechtvaardigt de vraag of we het verhaal met een korreltje zout moeten nemen.
Maar het is wél een verhaal dat halverwege de zeventiende eeuw al de ronde deed en dat deze voorstelling uit ca. 1648 van de predikende Christus destijds ook al de bijnaam De honderdguldenprent opleverde.
Zou Rembrandt – niet vies van een beetje zelfpromotie – het verhaal misschien zelf de wereld in geholpen hebben? Dat hij veel waarde toekende aan prenten moge blijken uit het bedrag van 179 gulden dat hij eens op een veiling voor een ets van Lucas van Leyden neertelde.
Vast staat dat de productie van zijn etsen een belangrijke bron van inkomsten was en dat Rembrandt strategieën uitdokterde om zoveel mogelijk aan zijn prentkunst te verdienen. Om verzamelaars te paaien maakte hij afdrukken op kostbaar Japans papier dat met z’n gelige kleur en gladde textuur een luxe uitstraling had.
Voor fanatieke verzamelaars moet het gekmakend zijn geweest dat hij telkens nieuwe wijzigingen in zijn etsplaten aanbracht en opnieuw drukte. Het aantal ‘staten’ (versies of tussenfasen) van een ets kon oplopen tot vijf, zes, zeven of meer zelfs. Dat getuigt van rusteloze scheppingsdrang en ongebreidelde creativiteit. Maar óók van commercieel gogme. Want Rembrandt wist dat sommige verzamelaars de drang niet konden weerstaan een exemplaar van elke staat te kopen. Schilder en schrijver Arnold Houbra ken stelde in zijn biografieënboek uit 1718-21 dat “zulke luiden voor geen regte liefhebbers gehouden wierden, die het Junootje met en zonder ‘t kroontje, ‘t Josephje met het wit en bruine troontje en diergelyke meer, niet hadden.”

Wie wil nagaan wat die prenten zo bijzonder maakt, kan dit voorjaar terecht in het Amsterdamse Rembrandthuis en het Stedelijk Museum te Zutphen. De Amsterdamse tentoonstelling toont een selectie die de menselijke levenscyclus omspant. De etsen lenen zich daar uitstekend voor, want in Rembrandts oeuvre trekt een bonte stoet aan kleurrijke volkstypen voorbij: scharrige bedelaars op krukken, dreinende kinderen, zorgzame moeders, jongemannen die naar meisjes loeren en luidruchtige straatventers – stuk voor stuk trefzeker neergezet.
ANGSTIGE PEUTER
Ook in Zutphen is te zien dat Rembrandt oog had voor levendige details. Neem de De pannenkoekenbakster (1635) . Terwijl een rimpelig vrouwtje flensjes zit te bakken probeert een angstige kijkende peuter zich een hondje van het lijf te houden dat ook wel een hapje zou lusten. Een man op de achtergrond kijkt schaterlachend toe. Het is een van de hoogtepunten in de Zutphense tentoonstelling, die is gebaseerd op een collectie etsen die generaties lang in een map lag weggestopt en waarvan de waarde pas recent aan het licht kwam. Na onderzoek bleek niet alleen dat het om authentiek werk van Rembrandt gaat, maar ook dat de 35 etsen zich in uitstekende conditie bevinden.
‘Oude man, naar beneden kijkend’, 1631, ets, 11,9 x 11,7 cm, Museum Rembrandthuis, Amsterdam
Fotografen Helen Levitt en Ed van der Elsken kozen de straat als hun romantisch jachtgebied. Met een scherp oog en branie legden ze daar alle facetten van het menselijk leven vast. Bestaat zulke spontane straatfotografie nu eigenlijk nog? DOOR MEREL BEM
Helen Levitt, Zonder titel, New York, ca. 1940, gelatinezilverdruk, later afgedrukt, 11 x 14 cm © Film Documents LLC
Ed van der Elsken, ‘Jongens op het Rokin’, ca. 1950-60, ontwikkelgelatinezilverdruk, 17,7 x 23,9 cm, Rijksmuseum, Amsterdam © erven Ed van der Elsken/Nederlands Fotomuseum
VOLGEND NUMMER
Barokke devotie, grootse schilderkunst en 75 jaar modecollectie
15 Mysteriën
Robert Zandvliet
Meer lezen? Kijk op www.museumtijdschrift.nl voor actuele informatie, tips, recensies en interviews
Reflections on Fashion
Museumtijdschrift nummer 5 ligt vanaf 7 juli in de winkels
Museumtijdschrift verschijnt 8x per jaar (om de 6 weken en in de zomer en winter om de 8 weken)
Kies nu uw cadeau bij een abonnement op Museumtijdschrift
8X +boek
De wereld van Gerard van Honthorst Jazzjaren
W ie in de jaren 1930 ’s avonds door het centrum van Amsterdam liep, hoorde meer dan het geratel van trams en het geroezemoes uit cafés.In stegen en straten klonk een nieuw geluid: jazz had haar weg gevonden naar de stad. Een plek veroveren in de stad is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Veel jazzmigranten zijn AfroSurinaams en krijgen te maken met institutioneel racisme en discriminatie. Het is een leven van schnabbelen en hosselen, als kunstenaarsmodel of als barman. Jazzjaren brengt de jazzscene in beeld aan de hand van persoonlijke verhalen, film, fotografie en kunst en biedt context over de ontvangst van jazz in Nederland en de strijd om gelijke rechten door zwarte activisten.
96 pagina’s, paperback met flappen, 22 x 27 cm, ISBN 9789462587809
€ 24,95
16X +boek
Vanwege zijn afwijkende, on-Nederlandse stijl bleef Gerard van Honthorst tot op heden onderbelicht. Onterecht, want Van Honthorst was tot 1650 een van de meest succesvolle en toonaangevende schilders van de Noordelijke Nederlanden. Dit boek vertelt het verhaal van Van Honthorst: zijn jeugd als oudste in het gezin, zijn opleiding in Utrecht, over hoe hij als jongvolwassene op avontuur ging naar Italië en in Rome kwam te wonen, waar hij misschien wel de succesvolste en gelukkigste jaren van zijn leven doorbracht. Hoe hij terugkeerde naar zijn geboortegrond, een gezin stichtte en zichzelf opnieuw wist uit te vinden. Over zijn succes, ook buiten de landsgrenzen, en over hoe hij een tweede weg insloeg in Den Haag die hem voorspoed en ‘standing’ bracht.
320 pagina’s, gebonden, 19 x 24,5 cm, ISBN 9789462587427
€ 49,95
Ook verkrijgbaar in de boekhandel. Bestel op wbooks.com of bel 038 -467 34 00
Ontwerp van Bas Kosters, Kunstmuseum Den Haag (foto: Alice de Groot)
Robert Zandvliet, ‘Zonder titel’ (detail), 2007, Akzonobel Art Foundation (foto: Henk Geraedts)
Matthijs Voet, ‘Pinksteren’ (detail), ca. 1617, Sint-Pauluskerk, Antwerpen