Skip to main content

Kijk, daar groeit je jas_LR_bladerpdf

Page 1

Je vindt in je huis allerlei producten die ergens in Nederland of ver daarbuiten op het land groeiden. Van je boterham tot je spijkerbroek. Van je ontbijtkoek tot je (vegetarische) rookworst. Van je broekriem tot je fietsband. Dit boek vertelt de verhalen over de belangrijkste gewassen en landbouwdieren. Herken je tarwe, gerst, rogge en haver op het land en weet je in welk eten en drinken we die granen terugvinden? Wist je dat de suiker uit onze suikerbieten ook voor de klassieke Coca-Cola bestemd is? En dat Rembrandt verfstoffen zoals meekrap gebruikte die gewoon op het land groeiden? En waarom lingerie met ‘lin’ begint? Omdat het oorspronkelijk van linnen werd gemaakt, van vlas. Ook voor linoleum gebruiken we vlas, het woord is afgeleid van lijnolie dat we winnen uit vlas. Het land is de grond onder ons bestaan. Het voedt ons, kleedt ons, verzorgt ons en levert medicijnen. Het verdient het om daar iets meer over te weten.

Kijk, daar groeit je jas

“ Hoe heet dat gele spul, mam? En wat doen ze ermee?”

Kijk, daar groeit je jas

Jaap Toorenaar Chris de Visser Jaap Toorenaar Chris de Visser

Wat zie je op het land en wat maken we daarvan?


Inhoudsopgave 6

Waarom dit boek?...

...Inleiding

8 Kijk, daar groeit je boterham... 10 Kijk, daar groeit je friet...

...Tarwe ...Aardappelen

12 Kijk, daar groeien je cornflakes... 14 Kijk, daar groeit suiker...

...Maïs ...Biet-/rietsuiker

16 Kijk, daar groeit bier...

...Gerst/hop

18 Kijk, daar groeit je uiensoep...

...Uien

20 Kijk, daar lopen je hamburger en je milkshake...

...Runderen

26 Kijk, daar loopt je rookworst...

...Varkens

38 Kijk, daar groeit je uitsmijter...

...Kippen

40 Kijk, daar staat je geitenmelk...

...Geiten

42 Kijk, daar lopen je leren schoenen...

...Dierenhuiden

44 Kijk, groenten die je (niet) ziet groeien...

...Asperges e.a.

46 Kijk, de grootste agrarische publiekstrekker van Europa 48 Kijk, daar groeien appels. Of zijn het peren?... 50 Kijk, daar groeien groenbemesters...

Bloemen ...Fruitteelt

...Gele mosterd e.a.

52 Kijk, daar groeit je ontbijtkoek...

...Rogge

53 Kijk, daar groeit biobrandstof...

...Koolzaad

54 Kijk, daar groeien je vegaburgers...

...Peulvruchten

56 Kijk, daar groeit je havermelk...

...Haver

57 Kijk, daar halen ze je mosterd...

...Mosterdzaad

58 Kijk, daar groeit bouwmateriaal...

...Hennep

70 Spreek je al een aardig woordje Agrarisch?...

...Vaktaal

KIJK, DAAR GROEIT JE... 4


76 Kijk daar groeit je linnen jasje...

...Vlas

Met hierin ‘Kleuren die op het land groeiden’

79 Kijk, daar loopt je trui...

...Schapen

82 Kijk, daar groeit je spijkerbroek...

...Katoen

Met hierin ‘Textielstoffen van het land’

86 Kijk, daar groeien je bankbiljetten...

...Katoen/vlas

87 Kijk, daar groeit een nieuw gewas...

...Quinoa

88 Kijk, daar loopt je donzen dekbed...

...Eenden/ganzen

90 Kijk, daar groeide dit boek...

...Bosbouw

93 Kijk, daar groeit Pinot grigio...

...Druiven

106 Kijk, daar groeit je nasi...

...Rijst

108 Kijk, daar groeit olie voor in de keuken...

...Plantaardige olie

112 Kijk, daar groeit je koffie...

...Koffie

114 Kijk, daar groeit je thee...

...Thee

116 Kijk, daar groeit chocolade...

...Cacao

118 Kijk, daar groeien pindakaas en hazelnootpasta...

...Pinda’s/noten

120 Kijk, daar groeien sigaretten...

...Tabak

122 Kijk, daar groeit je fietsband...

...Rubber

124 Kijk, daar groeit je cola...

...Coca

125 Oppassen verboden gewassen... 138

Dankwoord, geraadpleegde literatuur, auteurs

...INHOUDSOPGAVE 5

...Opiumpapavers


Waarom dit boek? De katoenen lakens waartussen je vanmorgen wakker werd, groeiden op het land. De wol, kapok of bamboe in je hoofdkussen ook. De zeep die je gebruikte in de badkamer. De handdoek waarmee je jezelf afdroogde. De kleren en schoenen die je aantrok. Je ontbijt groeit op het land. Je boter, kaas en eieren, je vlees of vleesvervangers. Het leren hoesje van je smartphone. Je wollen vloerkleed en je kokosmat bij de voordeur. De hennep in de isolatieplaten onder je dak. De biobrandstof die is toegevoegd aan de E-10 benzine. Het rubber in de fiets- of autobanden waarop je naar het winkelcentrum rijdt. En ook daar vind je veel artikelen van grondstoffen die op akkers, in weilanden of bossen stonden. Zoals bij de bakker, supermarkt, meubelzaak, boekhandel, ijssalon, kledingwinkel en het café. Het land is letterlijk en figuurlijk de grond onder ons bestaan, het voedt ons, kleedt ons, verzorgt ons en verwarmt ons. Toch lijken we vervreemd geraakt van wat het land ons geeft. Wie van ons ziet het verschil nog tussen tarwe, gerst en rogge? Of tussen een melkkoe en een vleeskoe. Wie kan vertellen waar onze boterhammen of cornflakes groeien? ‘Kinderen weten niet meer waar de melk vandaan komt’, hoor je weleens van volwassenen. Zouden ze het zelf weten als ze toevallig havermelk drinken? Herkennen ze haver op een akker? ALLES WAT GROEIT, BLOEIT, MEKKERT EN LOEIT Alles wat we eten groeit op het land, behalve vis en het zout dat we op onze gebakken aardappelen strooien. Zout groeit niet en laten we hier buiten beschouwing. In de volgende hoofdstukken maken we een denkbeeldige fietstocht over de aarde – op een fiets zie je tenminste iets – langs alles wat er op het land groeit en bloeit, mekkert en loeit. Af en toe stappen we af, voor een praatje met een boer, tuinder, kweker of bosbouwer. Soms nemen we een kijkje op plaatsen waar grondstoffen verwerkt worden, waar brood wordt gebakken van tarwe of papier wordt gemaakt van fijnsparren voor dit boek. Grondstoffen zijn meestal achtergrondstoffen maar op de volgende pagina’s staan ze op de voorgrond. Er bestaan prachtige natuurgidsen vol foto’s of illustraties van planten, WAAROM DIT BOEK?... 6


LANDBOUW IN HECTARES, CBS 2025

Weilanden (grasland)

Hennep 2.808 ha

960.000 hectares

Rogge 1.829 ha

bomen, vogels en andere dieren. Dit boek Maïs 196.563 ha Koolzaad 1.611ha vormt een aanvulling op de vele naslagwer- Aardappelen 164.294 ha Haver 1.310 ha ken vol rododendrons, platanen, grutto’s Tarwe 112.450 ha Suikerbieten 80.037 ha Tuinbouw (buiten) 92.040 ha en Indische olifanten. Gerst 35.226 ha Fruitteelt 16.750 ha Glastuinbouw 11.600 ha We zijn geneigd om de landbouw te beschou- Uien 33.161 ha Vlas 3.723 ha wen als iets dat losstaat van de natuur, maar is dat terecht? Dit boek behandelt ook planten en dieren en richt zich op de soorten die we telen en houden voor ons voedsel, kleding en andere dagelijkse behoeften. Zonder landbouw zou ons leven er anders uitzien. Dan zouden we, net als onze verre voorouders, weer eetbare planten, schimmels en insecten moeten verzamelen in de natuur. En daardoor zouden we vaker te laat komen op school en op ons werk. INLEIDING IN DE LANDBOUW Dit boek biedt een beginnerscursus, een inleiding in de akkerbouw, tuinbouw, veeteelt en bosbouw. Het vertelt over het land, het platteland, het boerenland dat je ook tegenkomt in de centra van onze steden. Waar je chique damesschoenen vindt van geitenleer. Waar je het lekkerste Italiaanse roomijs koopt van Nederlandse koeien. En dat mooie colbert van linnen, van vlas dat vorig jaar nog op een akker in Zeeuws-Vlaanderen stond. Het boek mengt zich niet in actuele discussies over klimaat, stikstof en de wolf en niemand wordt hier heilig of schuldig verklaard. ‘Wat groeit of loopt daar?’ ‘Wat maken we daarvan of daarmee?’ Dat zijn de kernvragen in dit boek dat de stad en het platteland misschien iets dichter bij elkaar brengt. Als de producten van het land letterlijk van levensbelang voor ons zijn, voor meer dan acht miljard wereldburgers, verdienen ze het om er iets meer over te weten.

Daarom dit boek ...DAAROM DIT BOEK 7


Kijk, daar groeit je boterham Tarwe is het grootste gewas in Europa als je kijkt naar het aantal hectares waar het groeit. Het behoort met rijst en maïs tot de drie grootste gewassen op aarde. Onze vroegste voorouders hadden geen vaste woonen verblijfplaats. Ze zwierven rond om te jagen en te vissen en zochten eetbare vruchten en planten op het land en in het bos. Tot ze ontdekten dat ze zaden

konden verzamelen en dat daaruit iets groeide. Met het verbouwen van gewassen ontstonden tienduizend jaar geleden de eerste nederzettingen en dorpen in de vruchtbare gebieden van het Midden-Oosten. De landbouw bracht rust op het land. De jagers en verzamelaars werden boeren. Ze aten platte broden; ze kenden nog geen gist dat deeg laat rijzen.

GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD

Beide fabrieken worden ook wel molens genoemd. Net als de klassieke graanmolens malen ze tarwekorrels. Dat moet, anders poepen we ze onverteerd uit. Het woord ‘molen’ is trouwens afgeleid van het werkwoord ’malen’. Beide industriële molens staan aan een haven en hun tarwe arriveert grotendeels per binnenvaartschip. Rotterdam ontvangt vooral graan uit Duitsland en minder uit Frankrijk, Leeuwarden krijgt ook graan uit Duitsland, maar meer uit Nederland. Een steeds groter deel van de tarwe voor ons brood komt uit eigen land en wordt soms ‘Nedertarwe’ genoemd. Die vraagt om speciale tarwerassen en bemesting en groeit vooral in Zuidwest-Nederland. Hier schijnt de zon iets vaker en bereikt de tarwekorrel een hoger eiwitgehalte. Het gevolg: het meel rijst beter. De kans om boterhammen te zien groeien is het grootst op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. Kenners schatten dat zo’n 20 procent van de tarwe voor onze boterhammen en pannenkoeken uit eigen land komt. Bakkers mengen die met tarwe uit andere landen. Het grootse deel van onze eigen tarwe gaat naar het veevoer. Een term als ‘Zeeuws bloem’ zegt niets over de herkomst, het is een type bloem voor cake en taart. Tarwe uit Oekraïne, dat vaak ‘de graanschuur van Europa’ wordt genoemd, komt niet onze

Geen voedsel komt zo vaak voor in spreekwoorden en gezegden als brood. We kennen ‘brood en spelen’, ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’ en horen dat er ‘brood op de plank’ moet komen. Je vindt brood in meer uitdrukkingen dan bijvoorbeeld melk of appels, van ‘appeltje voor de dorst’. We zien ook brood in de geschiedenisboeken. Leidenaren vier(d)en het Leids Ontzet met haring en wittebrood en in de Hongerwinter dropten de geallieerden Zweeds wittebrood uit vliegtuigen. Het Onze Vader (Mattheüs 6:9-13) noemt brood: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. En een grootvader verzuchtte eens op hoge leeftijd: “Ik heb de meeste boterhammen nu wel gehad.”

TARWE UIT FRANKRIJK, DUITSLAND EN NEDERLAND Waar groeien ze eigenlijk, onze boterhammen? Dat kun je aan je bakker vragen, hij kent de leverancier van zijn meel. Nederland kent twee 1 grote meelfabrieken, waarbij vrijwel alle bakkers klant zijn. Dossche Mills in Rotterdam, het vroegere Meneba (Meelfabrieken van Nederlandse Bakkerijen) en Royal Koopmans in Leeuwarden.

KIJK, DAAR GROEIT JE... 8


WAAR ZIJN DE BOERDERIJEN? In Noord-Frankrijk zie je in juni eindeloze, golvende panorama’s van wuivend graan. Boerderijen zijn nergens te bekennen, wat het landschap on-Nederlands maakt. Bij ons staan ze overal en de dichter Marsman noemde ze in Denkend aan Holland. ‘En in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land.’ Kennen Fransen dan geen boerderijen? Jawel, ze staan al sinds de Middeleeuwen bij elkaar in de dorpen. In vroeger tijden was het voor boeren veiliger om samen te wonen dan geïsoleerd op het land. In Nederland kennen we ook dorpen met de boerderijen broederlijk bijeen. Terpdorpen of wierdedorpen als Niehove in Groningen of Havelte in Drenthe. Veilige, hooggelegen plaatsen voor tijden waarin het water zou komen.

2

kant op. Dat gaat naar Afrika en het Midden-Oosten. Ook de EU exporteert graan, vooral uit Frankrijk.

een oud stokbrood, is onbekend.

VOLKORENMEEL EN BLOEM

DURUMTARWE, BAKTARWE, VOERTARWE

Veel van wat een bakker verkoopt, komt uit de tarwekorrel. Brood, bolletjes, beschuit, cake, croissants, koeken, muffins, de basis van gebak, taarten en 3 pizzapunten, het groeit allemaal op dezelfde akker met tarwe. Als je een tarwekorrel vermaalt, krijg je twee meelsoorten: volkorenmeel en bloem. De verhouding tussen die twee grondstoffen bepaalt welk product een bakker bakt. Het volkorenmeel, het meel van de hele tarwekorrel, dus van de binnen- en buitenkant, is goed voor volkorenbrood. Van het meel aan de binnenkant, de bloem, maak je witbrood en witte bolletjes. Een mengsel van volkorenmeel en bloem is nodig voor tarwebrood. De tarwe van een nieuwe oogst kan iets vochtiger zijn; de molenaar zal dan de samenstelling van zijn meel enigszins aanpassen. Meel, water, zout en bakkersgist, meer heeft een bakker niet nodig om deeg te maken. Gist is een levend micro-organisme dat het deeg laat rijzen, waardoor het brood luchtig wordt. In het deeg of beslag voor zuurdesembrood groeien gisten en bacteriën. Ze geven een fris-zure smaak aan het brood. Voor het klassieke Franse stokbrood bestaat een traditioneel recept. De baguette (stok, staaf) bevat geen vet. Of er in Frankrijk weleens iemand bewusteloos is geslagen met

1. De tarwe is geoogst; wat achterblijft is het stro, de graanstengels. Dat wordt weer gebruikt als bodembedekking in stallen en als diervoeding. 2. In het Noorden van Frankrijk vind je grote percelen met tarwe. Het zou zo maar kunnen zijn dat hier je boterham groeide.

4

Spaghetti, macaroni, penne en andere pasta’s hebben een hardere bite dan ons brood; ze worden ook gemaakt van een hardere tarwe, durum. Die groeit vaak in Zuid-Europa, in de pasta-landen. Het verschil tussen onze zachte tarwe en de harde durumtarwe is op het land amper te zien. Hoeveel meter lopen we in de supermarkt langs de broden en de bolletjes? Langs de pasta’s en de pannenkoekmixen? En langs de ontbijtproducten en de koeken? Zullen we daar een keer aan akkers met wuivende tarwe denken die we zonder terug te zwaaien voorbijrijden? Zo’n 15 procent van de tarwe in ons land is baktarwe, het grootste deel is voertarwe en gaat naar het veevoer. Naar de runderen, varkens en kippen. Zeker de varkens mag je grote eters noemen, die kunnen op een dag vier kilo wegwerken. Als ze knorren, is dat niet van de honger. Als de kwaliteit van de baktarwe tegenvalt, wordt het gedegradeerd tot voertarwe. Tot slot: tarwe wordt geoogst met een combine. Die ‘combineert’ het maaien van de graanstengels met het dorsen van de aren. De graankorrels worden losgeklopt uit de aren en belanden in de graanwagen.

5

3. Ook van tarwe: beschuit. In de 17e eeuw heette dat scheepsbeschuit. Het bleef goed op lange zeereizen zolang de scheepsratten er niet bij konden. 4. Vlnr: Rijpe halmen van rogge, tarwe, haver en gerst.

...BOTERHAM 9

5. Het kantoor en de meelfabriek van Meneba, nu Dossche Mills, aan de Maashaven in Rotterdam zijn gebouwd in 1914. Architect was Michiel Brinkman. In een gang vinden we een eerbetoon aan het eindproduct; die heeft de vorm van een brood.


Kijk, daar groeit je uitsmijter Vissen, vogels, reptielen, insecten. Honderdduizenden diersoorten leggen eieren. Maar als wij aan een ei denken, zien we doorgaans een kippenei voor ons. Het woord ‘kip’ gebruiken we voor zowel de hanen, de mannetjes, als de hennen, de vrouwtjes. In Nederland zijn zo’n honderd miljoen kippen. Een derde van de kippenpopulatie bestaat uit leghennen die eieren leggen. Twee derde van alle kippen zijn vleeskippen, die we doorgaans vleeskuikens noemen. De leghennen groeien bij andere pluimveebedrijven op dan de

vleeskuikens. Na zeventien weken in de opfokstal gaan ze naar de legstal. Aan de leghennen danken we onze eieren, cake, mayonaise en advocaat, een likeur, van bijvoorbeeld het merk Zwarte Kip. De vleeskuikens werken mee aan de kipfilet, kipschnitzel en kippensoep. Kippenvlees eten we meer dan rundvlees en minder dan varkensvlees in Nederland. De meeste kippen leven in een stal. Alleen biologische en vrije-uitloopkippen wandelen overdag buiten. En hobbykippen.

KUIKENS UIT DE BROEDMACHINE Sommige dieren kunnen eieren leggen, ook als ze zelf niet bevrucht zijn. Onze leghennen bijvoorbeeld. Van hen eten we onbevruchte eieren, waarvoor geen haan is langs geweest. De eieren van een leghen worden elke dag weggehaald. Ze gaan naar fabrikanten van eihoudende producten of naar de winkel, naar de consument. Bevruchte eieren komen van bedrijven die hanen bij hennen houden. De eieren gaan naar een broedmachine van een broederij. Hier klauteren de kuikens na 21 dagen uit het ei. De kip zelf broedt dus niet en gaat na het weghalen van het ei door met eieren leggen. Mannelijke kuikens van leghennen worden meteen na de geboorte vernietigd. Omdat ze later geen eieren zullen leggen en niet geschikt zijn voor de 1 vleesproductie hebben ze

geen economische waarde. Niemand wil ze hebben. Vandaag worden steeds vaker technieken gebruikt om al na 10 dagen te zien of er een mannelijk of vrouwelijk embryo in het ei zit. De eieren met haantjes worden afgevoerd.

VIJFHONDERD EIEREN IN EEN KIPPEN-LEVEN Een legkip in de professionele pluimveehouderij wordt een kleine twee jaar oud. In die tijd legt ze tot vijfhonderd eieren. Na het slachten, zien we haar terug als soepkip of in de kippenbouillon. Een vleeskuiken gaat na vijf tot acht weken naar de slachterij. Al snel dus, het kuiken is nog geen volgroeide kip. We zien bij kippen hetzelfde als bij koeien. Kippen en koeien die eieren respectievelijk melk blijven leveren, leven langer dan vleeskoeien en vleeskuikens. Bij de hobbykippenhouders worden de kippen, meestal leghennen, veel ouder. Soms wel twaalf jaar. Hier scharrelen ze doorgaans rond onder toezicht van een haan. De hennen van sommige rassen zijn broeds en willen hun eieren uitbroeden. Zoals de moederkloek die haar nest geen moment verlaat.

KIJK, DAAR GROEIT JE... 38


WAT DEED EEN KUIKENSEKSER? Een van de meest bijzondere beroepen in ons land was dat van kuikensekser. In Barneveld bestond er in de jaren vijftig van de vorige eeuw een speciale opleiding voor. Een kuikensekser kon bij een

2a

Veel andere hennen hebben geen belangstelling voor hun eieren. Broeden is niet de hobby van elke hobbykip. De haan bevrucht de hennen – de paring duurt enkele seconden – en zorgt voor rust in het kippenhok. Tenzij hij geen orde kan houden en het aan de stok krijgt met een andere haan.

kuiken het geslacht vaststellen door het betasten van de cloaca, de multifunctionele lichaamsopening waarin het geslachtsorgaan uitmondt. Hij wist dus of het kuiken zou uitgroeien tot haan of hen. Later zagen we dat aan de veren van het kuiken. En vandaag meldt een scanner het geslacht van het embryo. Een ervaren kuikensekser beoordeelde duizenden cloaca’s op een dag.

Eieren zouden goed zijn voor de potentie, hoorde je vroeger. Die volkswijsheid werd ook op rijm gezet. ‘Eitje met een zoutje, penis als een houtje’.

KIPPEN KUNNEN LEVENS REDDEN

2b

Hanen kunnen elkaar tot bloedens toe verwonden. In sommige landen worden zelfs hanengevechten gehouden, maar in de meeste zijn die verboden.

PAASEIEREN

2c

Mensen eten al sinds mensenheugenis kippen en eieren. En die eieren eten we zeker met Pasen. Waar komt die traditie vandaan? In katholieke kringen mochten gelovigen tussen Aswoensdag en Pasen geen vlees, vis en eieren eten, maar de kippen aten rustig verder en bleven eieren leggen. Het gevolg was dat we rond de paasdagen omkwamen in de eieren. En die moesten natuurlijk op. Nog eerder verstopten boeren eieren in de grond van hun akkers. Ze zouden de bodem vruchtbaarder maken. Er zijn tijden geweest dat veel Nederlanders kippen hielden, zeker op het platteland. In bijna elke achtertuin stond wel een kippenren en één keer per jaar moest iemand, meestal de man des huizes, slachten. Hij ving een kip, draaide haar de nek om of hakte haar kop eraf met een bijl. Op de aanwezige kinderen moet het beeld van een rennende kip die nog even doorliep indruk hebben gemaakt. Een kip zonder kop. Hobbykippenhouders moeten alert blijven. Ratten kunnen het kippenvoer, de legkorrels en het legmeel, stelen en eksters zijn dol op kippeneieren.

1. Beeld van de beroemde Bresse kip langs de snelweg bij Bourg-en-Bresse, dé kippenregio van Frankrijk.

2. V.b.n.b: Barnervelder en de Leghorn. Er bestaan honderden kippenrassen. Sommige worden gehouden voor de eieren, andere voor het vlees.

...UITSMIJTER 39

3

Louise O. Fresco was jarenlang bestuursvoorzitter van de Wageningen University & Research. In haar boek Ons voedsel (2023) waarschuwt ze voor het gemak waarmee we kritische opvattingen over zuivel en vlees projecteren op ontwikkelingslanden. Als de oogsten in Zuid-Congo mislukken, stelt ze, produceren de magere kippen van de allerarmsten nog af en toe een ei en zorgen ze voor wat vlees om te eten. “Voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, hun kleine kinderen en de ouderen in hun gezinnen, maakt een ei of wat melk van een eigen koe, schaap of geit het essentiële verschil tussen ondervoeding en het begin van een mogelijk gezonde toekomst.”

4

3. Witte kippen leggen vaak witte eieren, bruine kippen bruine. 4. Eieren in een broedmachine. Een expert kan proeven of het voer vismeel bevatte.


Kijk, groenten die we (niet) zien groeien ‘Wat eten we vandaag?’ Als Engelse kinderen dat aan hun ouders vragen, kan het antwoord ‘kip’ luiden. In Frankrijk is dat misschien ‘forel’ en in Polen ‘eend’. Maar in ons land kan het antwoord ‘bloemkool’, ‘spinazie’ of ‘boerenkoolstamppot’ zijn. Ons hoofdgerecht is vaak een groente. In restaurants schakelen we over op wat in het buiten-

land gebruikelijk is. We kiezen een vlees- of vissoort van de kaart, tenzij we vegetarisch willen eten. Ook bij Van der Valk vraagt zelden iemand om sperziebonen. Er bestaat één uitzondering op de regel, één soort groente die we wel bestellen als we uit eten gaan: asperges. Ze staan in de aspergetijd prominent op de menukaart.

WELK LAND EXPORTEERT DE MEESTE SPRUITJES?

spruitjesexporteur ter wereld? Dat is Mexico. De Mexicaanse spruiten gaan naar de VS waar geroosterde/gegrilde spruiten hip zijn.

Wat zijn de belangrijkste groenten die we in Nederland op het veld zien staan? Koolsoorten (onder andere bloemkool, rode kool, boerenkool, witte kool voor de zuurkool en spruitjes), bonen (tuinbonen, sperziebonen, bruine bonen, witte bonen, snijbonen), erwten (spliterwten, groene of doperwten, kapucijners). En verder broccoli, wortelen (peen), prei, rode bieten, spinazie, andijvie en radijs. In totaal telen we in Nederland op 94.000 hectaren groenten.

1

2

WAT ZIEN WE GROEIEN EN WAT NIET?

Het grootste gedeelte is voor de uien die we naar 140 landen exporteren. De provincies waar we, exclusief uien, de meeste groenten op het veld zien zijn: Zuid-Holland, Flevoland en Noord-Brabant. Nederland is de grootste spruitjesexporteur in Europa. En wat is de grootste

Veel groenten die we bij de groenteboer zien, staan in Nederland op het land. Niet allemaal, want een deel komt uit de kas of wordt geïmporteerd, zoals tomaten, komkommers, paprika’s en aubergines. De meeste groenten zien er in de winkel precies zo uit als op het land. Voor zuurkool geldt dat niet. Dat is gesneden witte kool die geconserveerd is met melkzuurbacteriën en zout. Zuurkool bevat veel vitamine C en op de lange zeereizen in de achttiende eeuw kwam het goed van pas om scheurbuik te voorkomen. Je kunt zuurkool in de winkel alleen verpakt kopen. Groenten hebben net als bijna alle planten licht nodig om te groeien. Zonlicht of kunstlicht in een kas. Met behulp van dat licht op hun bladeren, water, mineralen en CO2 maken ze hun eigen voedsel. Maar er zijn ook groenten die we niet zien groeien; dat doen ze in het aardedonker. Daarom zijn ze wit.

ASPERGES Asperges worden vooral op zandgronden geteeld, meestal in Noord-Limburg, de laatste jaren ook in het oosten van Nederland. Bij de tuinders kun je bordjes met ‘Spargel’ zien,

GROENTEN DIE WE (NIET) ZIEN... 44


waardoor de Duitsers ook weten waar ze asperges kunnen kopen. Het is een meerjarig gewas dat vaak acht tot tien jaar op dezelfde akker groeit. In het voorjaar zien we de ruggen, bedekt door zwart of wit plastic. Daarin groeien de stengels vanuit de wortelkrans, het hart van de plant, naar boven. Kort voordat de asperge zijn kop boven het zand wil steken, duwt hij de grond omhoog. Een teler ziet hieraan waar hij de stengel kan ‘steken’, zeg maar afsnijden. Vanaf 21 juni snijdt de boer de stengels niet meer af. Die groeien nu door, vormen loof en zorgen voor het herstel van de wortels, zodat we het volgende voorjaar weer asperges kunnen eten. Groene asperges groeien niet in ruggen maar op vlakke percelen. De stengels krijgen zonlicht en blijven dus niet wit. De oogst daarvan is veel eenvoudiger. Tegenwoordig wordt een deel van de asperges in de kas geteeld, en in de volle grond onder plastic tunnels om ervoor te zorgen dat we al vroeg in het jaar van asperges kunnen genieten.

WITLOF Witlof kweken begint, zoals bij de meeste gewassen, met zaaien. Uit het zaad ontwikkelt zich een plant die onder de grond wortels vormt. Tot zover niets bijzonders. Maar de witlof-wortels krijgen een speciale behandeling. Ze worden geoogst en verhuizen naar grote, donkere loodsen, waar ze gekoeld worden opgeslagen. Na een paar maanden worden de wortels dicht op elkaar in bakken gezet waar water doorheen stroomt. De wortels kunnen dan uitlopen, maar in het aardedonker vormen ze geen groene bladeren. In plaats daarvan ontstaat een witte krop: dat is witlof. De eerste witlof werd verkocht op de markt in Brussel. Daarom wordt witlof ook wel ‘Brussels lof’ genoemd. De witlof die we kennen, stamt af van wilde cichorei, ook wel wegenwachter genoemd, omdat deze plant vaak langs wegen groeit. Een neefje van de wilde cichorei werd in ons land tijdens beide wereldoorlogen gebruikt om surrogaatkoffie te maken.

1. Wortels van witlof worden in het donker naast elkaar ‘mannetje aan mannetje’ op water gezet. De krop gaat groeien uit de wortel en het resultaat is een bleke krop, de witlof. 2. Groeit er zuurkool op het land? Ja, maar dan heet het nog witte kool.

BLEEKNEUZEN ONDER DE GROENTEN We kennen meer groenten die wit zijn omdat ze in de duisternis groeien, zoals 3 bloemkool. De tuinders die je vaak rond Andijk in Noord-Holland vindt, voorkomen dat de bloemkop zonlicht krijgt en verkleurt. Ze vouwen de bladeren om de bloem heen. Soms gaat er een elastiekje om de bladeren en ontstaat er een puntdak boven de planten. Sinds enige tijd zie je ook de bloemkool-naaimachine op het land. Die pakt de bladeren op en naait ze met afbreekbaar garen aan elkaar. Elke bloemkool groeit en blijft wit in zijn eigen tentje. Bij een prei zien we eveneens een wit deel, het onderste. Dat groeit onder de grond. Ook champignons zijn wit, maar dat zijn eigenlijk geen groenten: ze behoren tot de schimmels. Hun witte kleur heeft een andere oor4 zaak: ze hebben van nature weinig pigmenten, althans de witte champignons. Er zijn ook bruine champignons. Schimmels hebben trouwens geen zonlicht nodig om te groeien. Champignons worden door kwekers geteeld in loodsen, op bedden van organisch materiaal zoals compost, stro of houtsnippers. Dit materiaal voedt de schimmels. Champignons groeien ook goed op paardenmest.

3. Om ervoor te zorgen dat bloemkool wit blijft, moet de groeiende kool worden afgedekt. Dat kan door de bloemkoolbladeren vast te naaien. Foto: Agrivizier.

...GROEIEN 45

5

4. Een aspergeveld in het vroege voorjaar. De ruggen zijn afgedekt met zwarte folie, waardoor de grond sneller opwarmt en de asperges eerder geoogst kunnen worden. De folie zorgt er ook voor dat witte asperges in het donker groeien. Zodra ze licht krijgen, verkleuren ze en dat verlaagt hun verkoopprijs. Met wit folie houdt de kweker de grond koeler en vertraagt hij de groei. 5. Asperges groeien in het donker om wit te blijven.


Kijk, daar groeit je havermelk Waaraan denk je als je het woord ‘haver’ hoort? Aan havermelk? Havermout? Haver voor de paarden? Glutenvrij haverbrood? Dat laatste zou goed kunnen, want haver bevat in tegenstelling tot tarwe, gerst en rogge geen gluten. 1

Honderd jaar geleden was haver een veel groter gewas in ons land dan vandaag. Het is grotendeels verdrongen door tarwe en maïs. Waarom? Ten eerste voerden we vroeger haver aan werkpaarden, maar die worden niet meer ingezet op het land. Ten tweede levert tarwe een hogere opbrengst op per hectare, omdat de tarweplant meer korrels voortbrengt dan de haverplant. De tarwekorrels zitten in de tarweaar dichter op elkaar dan de haverkorrels in de pluim van de haverplant. Daar komt nog bij dat tarwerassen vaker zijn veredeld, zeg maar verbeterd. De opbrengst is na de oorlog sterk gestegen. Aan haver verdient een Nederlandse akkerbouwer weinig, en daar bestaat een oude uitdrukking voor: ‘Havergeld is gauw geteld’. Dat kun je ook zeggen over rogge. Ook rogge is verdreven door gewassen die meer geld opleveren zoals mais, tarwe en groenten. Vergis je niet, op onze vredige velden vinden veldslagen plaats.

te telen voor de productie van een haverdrank. De haver voor onze havermelk komt vaak uit Scandinavië, waar haver een veel groter gewas is. Je maakt havermelk door water toe te voegen aan de havervlokken en het geheel te blenden. Na enige tijd kun je de haver met een zeef uit de witte vloeistof verwijderen. Havermelk bevat minder vet en meer water dan koemelk. De haver voor de havermout van Brinta en Quaker komt uit Noord- en Oost-Europa. De haver voor Alpro Haver groeit in Noord- en West-Europa. De haver voor paarden komt uit Polen, de Baltische staten, Duitsland en Frankrijk. De grootste Nederlandse aanbieder van biologische havermout is Meesters van de Halm uit Heeswijk-Dinther. Hier worden de korrels gepeld, het vliesje moet eraf, en geplet. Hun haver groeit onder andere in Flevoland.

TE DURE GROND VOOR HAVER

HAVERMELK EN HAVERMOUT Krijg je in juli of augustus de onbedwingbare behoefte om haver te zien groeien in Nederland? Dan moet je heel goed zoeken naar de haverpluimen. In de Flevopolder, Noord-Brabant, Friesland en Groningen vind je ze misschien bij biologische boeren. Op Landgoed Velhorst in Lochem kun je ook haver bekijken, net als rogge. Het is in ons land nog niet gelukt om op grote schaal haver 1. Haver is een bekend paardenvoer. 2. Haverkorrels hangen aan dunne steeltjes en in kleine groepjes.

2

Nederland ligt in een rivierdelta met veel vlakke, vruchtbare landbouwgrond met weinig stenen erin. Voor akkerbouwers is dit een ideale bodem voor hun gewassen. Tegelijkertijd is er veel druk op de ruimte in ons dichtbevolkte landje dat op weg is naar twintig miljoen inwoners. Er moeten nieuwe huizen, dorpen en steden komen. Nieuwe natuurgebieden. Nieuwe ‘dozen’, nieuwe distributiecentra. Misschien wel nieuwe datacentra. Die druk is medeverantwoordelijk voor de hoge grondprijzen. Een hectare landbouwgrond kost hier vlug tussen de € 60.000 en € 200.000. In Zuid-Finland teel je al haver op hectares vanaf € 10.000. Op onze prijzige grond verbouw je geen gewassen die slecht renderen.

KIJK, DAAR GROEIT JE...HAVERMELK 56


Kijk, daar halen ze je mosterd Mosterdzaad voor de mosterd die in de winkel staat groeit meestal niet in Nederland, maar in Saskatchewan in Canada, Oekraïne, Moldavië of de omgeving van Dijon in Frankrijk. Mag je Maastrichtse Mosterd of Deventer Mosterd verkopen als je je mosterdzaad uit het buitenland haalt? Jazeker. Misschien staat daar de fabriek of komt het recept daarvandaan. 1

Het Groningse Marne mosterd gebruikt voor een klein deel van zijn productie mosterdzaad van eigen bodem. Je ziet het in de zomer onder andere rond Nieuw Beerta. Het kleine merkje De Braakhekke uit het Gelderse Harfsen haalt zijn zaad uit Laren in de Achterhoek. Mocht je een mosterdzaadtocht willen maken, hier een herhaalde waarschuwing.

2

1. Mosterdzaad op het land.

bloeit in het voorjaar, mosterdzaad in de zomer en de groenbemester gele mosterd in het najaar. En: koolzaad heeft een sterke, scherpe geur, terwijl gele mosterd zo goed als geurloos is. Mosterdzaad is een bewerkelijk gewas met wisselende opbrengsten. Het areaal is veel kleiner dan in de middeleeuwen, toen veel plaatsen hun eigen mosterdfabriek hadden. We aten vroeger meer mosterd dan vandaag. Het camoufleerde de smaak van het soms bijna bedorven voedsel dat we ver voor de koelkast in huis hadden. En het zou de spijsvertering stimuleren.

Mosterdzaad lijkt sprekend op koolzaad en op de groenbemester gele mosterd. Wat helpt om de gewassen te herkennen, is de bloeiperiode: koolzaad 2. Dijon mosterd kan overal gemaakt worden. Ook in Nederland. Het oorspronkelijke recept bevat bruine mosterdzaden. Die zijn pittiger dan de gele. Daarom is Dijonmosterd vaak wat aan de pittige kant.

KIJK, DAAR HALEN ZE JE...MOSTERD 57


Kijk, daar groeit je linnen jasje Vlas. Het was eeuwenlang een belangrijk gewas in de Lage Landen. Nu zie je de akkers met hemelsblauwe bloempjes alleen nog in Zuidwest Nederland, met name in Zeeuws-Vlaanderen en in Flevoland, in Vlaanderen en Wallonië en vooral in Normandië. Vlas houdt van zeelucht. Hier groeien onze linnen broeken, colberts, overhemden en modieuze damesjassen. Linnen was de eerste textielstof in onze

streken. Onze verre voorouders droegen het nadat de berenvellen en andere dierenhuiden uit de mode raakten. Linnen is eeuwenlang – met wol – de belangrijkste grondstof voor onze kleding geweest. Onze warme bovenkleding was van wol, onze lichtere overhemden, jurken en onderkleding waren van linnen. Het woord ‘lingerie’ begint niet toevallig met ‘lin’ van linnen.

1

VEZELVLAS VOOR LINNEN EN OLIEVLAS VOOR LIJNZAAD Vlas (in het Frans ‘lin’) is een gewas voor kleding én olie want we kennen twee typen vlas: vezelvlas en olievlas. Beide variëteiten bloeien kort – elke bloem maar één dag – rond juni met een trosje blauwe bloemen in de top. Een vezelvlasplant groeit in een paar maanden uit tot een stengel van meer dan een meter hoog. Aan de buitenkant van de stengel zitten soepele bastvezels en daar is het om te doen: daarvan wordt linnen gemaakt. Na de oogst blijven de planten een paar weken op het land liggen. Door de nattigheid en door de inwerking van schimmels en bacteriën komen de vlasvezels los van de stengel. Van die vezels kunnen na enkele bewer2 kingen vlasgarens worden

gemaakt die tot linnen worden geweven. Dat gebeurt nu vooral in Azië, maar ook dichter bij huis zoals in het Belgische Meulebeke bij de grootste linnenweverij van de Benelux, Libeco. Het andere type vlas is olievlas. Dat wordt geteeld voor het vlaszaad, het lijnzaad, en dan speciaal voor de olie die daaruit wordt geperst: lijnzaadolie of kortweg lijnolie. Olievlas wordt minder hoog dan vezelvlas, zo’n 70 cm, de plant is meer 1 vertakt en heeft veel bolletjes, zaaddozen met zaden die rijk zijn aan olie. Het gaat bij dit soort vlas niet om de lange vezels voor het linnen, maar om de oliehoudende zaden. Vlas was een gewas dat zowel olie als linnen opleverde, een dubbel bruikbaar gewas dus, maar door veredeling zijn er twee typen ontstaan. Olievlas is op wereldschaal een veel groter gewas dan vezelvlas. Het groeit in Canada, Kazachstan en Rusland. Lijnzaad vind je in onder andere muesli, lijnolie in verf, zeep en linoleum. Het vlaszaad/lijnzaad ging vroeger naar de olieslager, de molenaar die olie perste uit allerlei soorten zaden. ‘Slager’ sloeg op het slaan met een zwaar heiblok op de pers.

KIJK, DAAR GROEIT JE... 76


3

AAN DE NIJL, DE TIBER EN DE SCHELDE Vlas wordt al meer dan achtduizend jaar geteeld. In het oude Egypte groeide het gewas al langs de Nijl en de Romeinen verspreidden de teelt verder in Europa. Je komt linnen in veel geschiedenisboeken tegen. Ook letterlijk, want boekbinders gebruikten het. In de Bijbel wordt Jezus na zijn kruisiging in linnen doeken gewikkeld. Net als eeuwen daarvoor de dode farao’s. De Romeinen droegen onder hun wollen toga vaak een linnen tuniek. De zeilen van de VOC-schepen waren van linnen en ook de schilderdoeken van de grote meesters. Zelfs de olieverf die Rembrandt en Van Gogh gebruikten, kwam van de vlasplant. Ook hun kleurstoffen groeiden soms op het land.

LINNENKAST WORDT KATOENKAST Linnenkast, beddenlinnen, tafellinnen. Het zijn begrippen uit de tijden dat linnen zóveel werd gebruikt dat het synoniem werd voor textiel. Linnen is luchtiger dan andere stoffen en daarom geschikt

1. Jasje van luchtig linnen, eeuwenlang een belangrijke textielstof.

4

voor een zomerjurkje of een zomers colbert. Een nadeel is dat het makkelijk kreukt. Daarom wordt het bij het spinnen vaak gemengd met wol, katoen of polyester. ‘Linnenblend’ of ‘Linnenmix’ staat er dan op het label met het wasvoorschrift. Na 1850 heeft katoen het linnen grotendeels verdrongen. De linnenkast werd een katoenkast. Maar nog steeds wordt linnen gebruikt voor luxere kleding, lakens, theedoeken en gordijnen.

VLAS OP DE VLOER Olievlas is ook een belangrijke grondstof voor linoleum, de vloerbedekking die mensen soms zeil noemen. ‘Linoleum’ is een samentrekking van Linum (vlas) en oleum (olie). De grootste linoleumfabrikant ter wereld is Forbo in Krommenie. Valt er morgen een klontje Becel – met linolzuur van de vlasplant – op je linoleum? Weet dan: dat groeide misschien wel op dezelfde akker in Kazachstan.

2. De vlasvezels komen los van de houtachtige kern van de stengel door rotting. Dat heet roten. Als dat proces op het veld plaatsvindt onder invloed van dauw heet dat dauwroten. Voordat de vezels gesponnen kunnen worden, moeten de stengels na het roten nog gebroken worden (brakelen), uitgeklopt worden (zwingelen) en de vrijgekomen vezels nog gekamd worden (hekelen).

...LINNEN JASJE 77

3. Vlasplant. Met het bloemetjes doen we niets. Van de stengel maken we linnen. De stengel van vezelvlas wordt tot een meter lang. 4. Linoleum. Samentrekking van Linum (vlas) en oleum (olie). Ja, er ligt vlas op de vloer.


Kijk, daar loopt je donzen dekbed Op het Poolse platteland slapen kinderen soms onder een donzen dekbed dat hun grootvader voor hen heeft gevuld. Opa bezit een stukje grond met een vijver en houdt als hobbyboer naast kippen en varkens ook eenden en ganzen, vooral voor het vlees van de watervogels. Maar niets gaat verloren: ook de veren krijgen een bestemming.

Na de slacht verzamelt hij het dons, wast het en droogt het in de zon. Zodra hij genoeg dons heeft, stopt hij het in een stevige katoenen hoes en naait die dicht. Een cadeau voor de kleine Agnes. Ook in andere landen zien we dit soort huisvlijt, zoals in Hongarije, Roemenië, Oostenrijk en Duitsland (met name in Beieren).

WATERVOGELS

eenden. Op moderne fokkerijen vind je in plaats van vijvers waterkranen en -goten. Er leven soms tienduizenden watervogels, maar niet lang. Eenden worden na ongeveer tien weken geslacht, ganzen na circa twintig weken. Daarna worden de veren geplukt en verwerkt. In delen van China worden dieren levend geplukt, wat we in Europa als dierenmishandeling beschouwen. Europees dons draagt vaak een RDS- of Downpass-keurmerk. Deze keurmerken moeten garanderen dat de dieren pas na de slacht worden geplukt, geen dwangvoeding krijgen en niet in kooien leven. De certificeringen krijgen kritiek omdat de controles niet bepaald waterdicht zouden zijn. Ook in Nederland bestaan eenden- en ganzenfokkerijen. Zij leveren vooral vlees en in mindere mate dons voor dekbedden, slaapzakken, kussens en jassen. Een deel van het wild in restaurants wordt rechtstreeks geleverd door jagers. Grauwe ganzen, die voor boeren een

Watervogels blijven warm dankzij het dons onder de veren op hun borst. Dit warmte-isolerende dons bestaat uit zachte pluizen. De veren met schachten – de stokjes waaraan de pluizen vastzitten – worden niet gebruikt, omdat ze kunnen prikken en minder goed isoleren. De donspluizen houden lucht vast die door het lichaam wordt opgewarmd. Ganzendons isoleert iets beter dan een-

1

dendons, omdat het meer lucht kan vasthouden. Grote eenden- en ganzenfokkerijen bevinden zich vooral in waterrijke gebieden in Polen, Hongarije, Frankrijk en China. In Mazurië, in het noordoosten van Polen, zie je veel meren, kanovaarders én

KIJK, DAAR LOOPT JE... 88


plaag vormen, verschijnen soms op het menu van sterrenrestaurants, altijd via een wildslachthuis.

2

IJSLANDS DONS UIT DE NATUUR

Er bestaat ook eendendons van eiders, wilde zee-eenden die hun nest bouwen langs de IJslandse kusten. De moedereenden plukken de donsveren uit hun eigen borst om hun eieren warm te houden in hun nest. In een koud klimaat is dat extra belangrijk. Het dons wordt na de broedtijd met de hand uit de nesten van eidereenden gehaald, als die door de eenden zijn verlaten. Deze methode is zeer arbeidsintensief en dat maakt het IJslandse eiderdons kostbaar. Je vindt het alleen bij exclusievere donsverkopers, waar een donzen dekbed duizenden euro’s kan kosten. In IJsland is het rapen van eendendons een eeuwenoude traditie, die door wetten is beschermd.

DE EENDENKOOI Van de zestiende tot de negentiende eeuw telde Nederland honderden eendenkooien. Dat waren vangplaatsen bij stille meertjes waar eenden graag neerstreken om voedsel te zoeken. De nieuwsgierige dieren werden met behulp van tamme lokeenden en vangpijpen de kooi ingelokt. Daarna gingen ze levend naar de markt of werden ze geslacht. De naam ‘eendenkooi’ doet aan ‘schaapskooi’ denken, maar dat is een stal, een gebouw. Een eendenkooi is een systeem van water, vangpijpen en fuiken. De eigenaar van de kooi heette een kooiker, en zijn assistent was de kooikershond, die de eenden verleidde de vangpijp te verkennen. De hond deed zijn werk in stilte – kooikershonden blaffen niet, om de eenden niet te verjagen. Het ging de kooiker om het vlees van de eenden, niet om het dons. Er bestaan nog historische eendenkooien in ons land, en een aantal daarvan kun je bezoeken. 3

EEN PEN IS EEN VEER Ons woord ‘pen’ komt van ‘penna’, dat ‘veer’ betekent. Eeuwenlang schreven we met veren, vooral ganzenveren. We slepen een scherpe punt aan de schacht van de veer en doopten die in de inkt. Dan konden we beginnen aan onze boze brief aan Luther of Napoleon. Dat slijpen herhaalden we regelmatig. Balpennen kennen we sinds 1938.

1. Eeuwenlang schreven we met een geslepen ganzenveer, die we ook ‘pen’ noemden. Hier Schrijvende vrouw in het geel van Johannes Vermeer, omstreeks 1665. National Gallery of Art, Washington, D.C.

4

2. In een eendenkooi werden eenden gevangen voor hun vlees.

...DONZEN DEKBED 89

3. Ganzen op een farm in Polen. 4. De eider, de IJslandse zee-eend, geeft ons dons uit de natuur.


Cacaoboer in Kameroen, na Ivoorkust en Ghana een van de belangrijkste cacao-exporterende landen. Hij levert het voornaamste ingrediënt van wat wij Nederlandse, Belgische en Zwitserse chocolade noemen: Afrikaanse cacao. Zie pag. 116.


Colofon UITGAVE WBOOKS, Zwolle info@wbooks.com wbooks.com

TEKST Jaap Toorenaar Chris de Visser

ILLUSTRATIES iStock, Shutterstock, Chris de Visser

ONTWERP studio026, Velp www.studio026.nl

© 2026 WBOOKS ZWOLLE / DE AUTEURS Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2026. ISBN 978 94 625 8791 5 NUR 680

DIT BOEK IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR: Provincie Noord-Brabant Yara Sluiskil Landbouw Innovatie Noord-Brabant (LIB)


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook