Skip to main content

9789464567120_inkijk-2

Page 1


Hetdatjaar wij antifascisten werden

Het jaar d at wij antifascisten werden

Het jaar dat wij antifascisten werden

alledaags antifascisme

Dit boek is geschreven, samengesteld en vormgegeven door de wombats van Alledaags Antifascisme. Kijk voor meer informatie op alledaagsantifascisme.nl

Mazirel Pers is een imprint van Walburg Pers isbn 978 94 6456 712 0 nur 754 | 747

© 2026 De auteurs, p/a Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Zutphen © 2026 Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Zutphen www.mazirelpers.nl

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Zoveel mogelijk is getracht de eventuele rechthebbenden van de afbeeldingen te achterhalen. Rechthebbenden die in dit verband niet zijn benaderd wordt verzocht zich met de uitgever in verbinding te stellen.

Inhoudsopgave

Waar te beginnen?

0ver waakzaamheid, weerbaarheid en w0mbats

Hoe het allemaal begon

Het rommelde, in de wereld en in onze hoofden. Al langer, natuurlijk. Het was niet alsof we ineens op een bepaald punt waren aanbeland. Dat was nou juist het probleem. De situatie op die willekeurige dag in februari 2025 was het resultaat van een hele reeks ontwikkelingen die al langer gaande waren. In Nederland, in Europa en wereldwijd. En alles wat er op die willekeurige dag in februari gebeurde, zou op de daaropvolgende dagen weer nieuwe ontwikkelingen aanjagen. De trein denderde door, de verkeerde kant op. En wij keken ernaar, met open monden van verbijstering en afgrijzen.

Het was ook niet alsof we tot dan toe niks deden. We stemden, protesteerden en doneerden. We waren of werden lid. We tekenden petities, we lazen, deelden en discussieerden. We droegen op verschillende manieren bij aan de goede zaak, vrijwillig of professioneel. Maar nu de ontwikkelingen in een stroomversnelling kwamen, merkten we dat ons handelingsrepertoire jammerlijk tekortschoot.

Want wat doe je als er doelgericht aan de stoelpoten van de democratie wordt gezaagd? Als racisme in het parlement, de media en op straat ongehinderd de boventoon gaat voeren? Als de rechten van minderheden worden ontkend, en het streven naar een menswaardig bestaan voor iedereen wordt weggehoond

en wegbezuinigd? Als feiten, grondrechten en internationale verdragen moeiteloos terzijde worden geschoven wanneer dat zo uitkomt? En als dat alles wordt uitgelegd als de wil van het volk, waarnaar we ons nu eenmaal te voegen hebben?

Als konijnen staarden we in de koplampen van het oprukkend fascisme. Na weer een avond wanhopig scrollen door het nieuws, stuurde een van ons een berichtje naar enkele vrienden en collega’s:

Nu de democratische rechtsstaat van binnenuit en buitenaf wordt bedreigd, en rechten en vrijheden op tal van plaatsen in rap tempo worden afgebroken, heb ik behoefte aan voorbereiding op en verzet tegen wat er gebeurt en wat komen gaat. Vrij naar het vroegere Comité van Waakzaamheid begin ik daarom een werkgroep Waakzaamheid, Weerbaarheid en Verzet. Doel: samen denken en doen, door onze kennis en krachten te bundelen.

Geïnteresseerden konden zich aanmelden voor een eerste bijeenkomst. Waar we rekenden op zo ’ n vijf tot acht mensen, hadden zich binnen twee dagen al 22 mensen aangemeld. Niemand van ons had kunnen bevroeden dat ons initiatief ruim een half jaar later als het aan de Tweede Kamer lag zou worden aangemerkt als terroristische organisatie.

Werkgroep waakzaamheid, weerbaarheid en verzet

Het initiatief voor onze werkgroep Waakzaamheid, weerbaarheid en verzet was mede geïnspireerd door het Comité van Waakzaamheid dat in 1936 werd opgericht door een groep ‘anti-nationaal-socialistische intellectuelen’, zoals zij zichzelf noemden. Het Comité waarschuwde voor het grote gevaar van het nationaalsocialisme en van ‘alle andere groeperingen van dezelfde aard’ voor de vrijheid van onderzoek en meningsuiting. Het comité gaf brochures uit, organiseerde bijeenkomsten en werkte met plaatselijke afdelingen. Iedereen kon lid worden, ongeacht politieke voorkeur. Ook zette het Comité zich in voor de opvang van vluchtelingen en het versterken van het asielrecht, mede in reactie op het sluiten van de grenzen met Duitsland voor vluchtelingen. Het Comité van Waakzaamheid werd uiteindelijk in 1940 opgeheven, toen het gevaar waarvoor het waarschuwde zich inmiddels breed over Nederland uitrolde. Nu, 85 jaar later, was er alle reden onze waakzaamheid opnieuw te verhogen.

Wie er is bang voor antifa?

In onze eerste bijeenkomst muntten we de term alledaags antifascisme als beschrijving van onze gezamenlijke missie. Alledaags antifascisme is een directe vertaling van ever yday antifascism, die in het Nederlands ook nog eens lekkerder allitereert dan het Engelse equivalent. De term werd door sommigen in de groep direct omarmd, anderen aarzelden. Het leidde tot interessante discussies.

Klonk antifascisme niet te radicaal, vroegen sommigen zich af. Associaties met militante anarchisten in zwarte hoodies drongen zich op. Anderen zagen daarin juist aanleiding om de term terug te claimen. Het zou toch volstrekt normaal en vanzelfsprekend moeten zijn om antifascistisch te zijn? Bovendien hadden die vermeend militante types met hun hoodies het antifascistische vuur de afgelopen jaren toch maar mooi brandend gehouden. Anarchistisch geïnspireerd of niet, radicaal kon je antifascisme als ideaal toch onmogelijk noemen.

Anderen hadden zorgen dat we ons als groep met de term antifascisme gemakkelijk zouden laten wegzetten in een extreemlinkse hoek, wat mogelijk een drempel zou opwerpen voor mensen om zich aan te sluiten bij de strijd. Daarop reageerden anderen weer fel: wat kon het ons schelen als we zouden worden ‘weggezet’, we waren toch zeker geen politieke partij?

Een andere twijfel gold het ‘anti’ in de term antifascisme. Ergens tegen zijn is doorgaans minder effectief. Als je verandering wilt zien, dan kun je beter benoemen welk gedrag je wél wilt zien, dan wat je níét wilt zien. Bovendien is jezelf als anti- presenteren niet verbindend, wanneer je mensen die (nu nog) pro- zijn wilt overtuigen. We bleven erbij dat antifascisme een goede omschrijving was van onze missie, maar we ontwikkelden in onze publieke uitingen zoveel mogelijk positief geformuleerde boodschappen, zoals Stem fascisme de kamer uit, Sta pal voor democratie en rechtsstaat en Trek je pluriform aan!

Tot slot laaide ook in onze groep de onvermijdelijke discussie op over de betekenis van de term fascisme. Was het nu werkelijk fascisme waartegen we streden, of moest die term worden voorbehouden aan gewelddadige vormen van staatsterreur zoals die zich voordeden in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw? We doken daarom eerst maar eens in het debat over wat fascisme al dan niet inhoudt, zodat we meer duidelijkheid konden vinden in wat antifascisme dan behelst. En hoe militant de – door fascisten gretig aangewakkerde – associaties met antifa voor sommigen ook zijn, op een alledaagse variant van antifascisme kon toch niemand tegen zijn. Onze conclusie was dat alledaags antifascisme als missie ons paste als een jas. Na deze sessie stuurde een van ons een hartenkreet rond, die voortaan onze leuze zou zijn:

Ik ga echt wel/niet

met een pvv ’ er in gesprek

Hoe om te gaan met mensen die willens en wetens achter fascisten aanlopen? De grootste meningsverschillen in onze groep betroffen de vraag of je mensen die op fascistische partijen stemmen tegemoet moet treden. Moet je ze willen begrijpen, ze proberen met liefde te omarmen, luisteren naar hun meningen, zorgen en angsten, en hopen dat ze door het aangaan van een respectvol gesprek tot inkeer komen? Of moet je ze consequent tegenspreken, hun mening in niet mis te verstane bewoordingen afwijzen en ze met actieve tegenstand tegemoet treden? In de groep leek over het algemeen het tweede spoor sterker vertegenwoordigd. Als alledaagse antifascisten stelden we nu juist dat de ‘sociale boete’ op fascistische uitingen verhoogd zou moeten worden. Er moet schande worden gesproken, in plaats van ongemakkelijk weg te kijken of vriendelijk te constateren dat de meningen kennelijk verschillen.

Voorstanders van deze benadering beriepen zich onder meer op de paradox van tolerantie, die stelt dat tolerantie voor intolerantie uiteindelijk zorgt voor vernietiging van de tolerantie. Hoe lang wordt er al niet geluisterd naar ‘bezorgde burgers’ en ‘afgehaakten’ die hun angsten en zorgen vertalen in haat en on-

verdraagzaamheid, wierpen zij op. En wat heeft dat luisteren nou eigenlijk opgeleverd, anders dan een normalisering van racisme? Ook werden er kritische kanttekeningen geplaatst bij de suggestie dat economische zorgen of (angst voor) achterstelling de reden zijn voor mensen om op fascistische partijen te stemmen. De keuze voor die partijen wordt weldegelijk ingegeven door racistische motieven en die verdienen geen luisterend oor, zo klonk het. Ook het veelgehoorde culturele argument voor een pvv-stem, vaak verwoord met de frase ‘ik herken mijn eigen buurt niet meer’, blijkt in de praktijk niet veel anders dan een klacht over de aanwezigheid van mensen die er anders uitzien dan de klager en een wens dat die het veld ruimen.

Maar je expliciet als anti- positioneren helpt niet om mensen te laten luisteren en over de streep te trekken, wierpen andere leden van de groep tegen. Je hoeft heus niet bij alles vriendelijk te knikken, maar door in gesprek te gaan met pvv-stemmers en ze uit hun groef te halen – al dan niet met een ludieke actie – kun je soms iets wezenlijks tot stand brengen, wat niet zou gebeuren als beide kanten in hun bubbels van wederzijdse afkeer blijven hangen. Een van de meest standvastige verdedigers van dit standpunt in onze groep schoolde zich in deep canvassing, een methode om een-op-eengesprekken te voeren met mensen die heel andere meningen kunnen zijn toegedaan dan jijzelf. Begrip blijven opbrengen voor de ander en diens beweegredenen, het goede in de ander

Actievoeren voor de antifascistbeginnende

Verkiezingsopkomsten, opstanden, demonstraties, maar ook trends en memes: wat maakt dat sommige bewegingen doodslaan en andere hard gaan? Voor het beantwoorden van die vraag bestaat een nuttig instrument: de gedragsbril. De gedragsbril helpt de alledaagse antifascist om effectiever actie te voeren.

Met die bril op zie je namelijk dingen die je eerst niet zag. Neem bijvoorbeeld de bestorming van het Capitool in januari 2021. Iedereen herinnert zich nog de man met de horens, maar er gebeurde ook iets anders. Als je goed naar de beelden kijkt, dan zie je de meute als een kudde bizons naar binnen stormen om vervolgens te stuiten op iets onneembaars: hun eigen gewoontes. Het enige zichtbare obstakel op hun weg heeft de vorm van een rode loper met aan weerskanten verplaatsbare fluwelen afzetkoorden.

Deze formele begrenzing, duidelijk voor een ander publiek bedoeld, verwart de bestormers. Zij proberen via de rode loper te lopen, wat de binnenstormende massa afremt. Er vormt zich een rij en men wandelt ordentelijk verder. Eén van de bestormers wil een foto maken. Hij haakt voorzichtig een koordje los, fotografeert zijn maten en stapt weer terug, maar niet nadat hij het koord weer teruggehangen heeft.

Zelfs op hol geslagen Capitoolbestormers zijn dus gevoelig voor hun omgeving. Datzelfde principe is zichtbaar op vliegvelden, Koningsdag en in TikTokrijen: mensen voegen zich naar wat ze denken dat ‘de bedoeling’ is. Dat maakt het reeds aangevinkte vakje met ‘ja, ik accepteer alle cookies’ zo weerzinwekkend effectief. Het bromvliegje in de mannenpispot laat mannen automatisch beter mikken, de rode verdrijfvlakken bij de fietspontjes in Amsterdam laten mensen onbewust netjes voorsorteren, allemaal zonder appèl aan enig moreel besef of gezag. Marketeers, beleidsmakers én fascisten doen hun voordeel met kennis over het sturen van gedrag door de inrichting van de omgeving. Om dat te herkennen, en vooral om dat ook zelf te leren toepassen, zijn er vier belangrijke invalshoeken waarmee de alledaagse antifascist het eigen gedrag en dat van de medemens kan bijsturen. Als geheugensteuntje zijn ze af te korten tot GAsT: Gemak, Aantrekkelijkheid, de Sociale factor en het Tijdsaspect. GAsT is geen recept voor succes. Het omvat elementen uit vijftig jaar aan gedragswetenschappelijke kennis die op iedere actie kunnen worden losgelaten.

Gemak: maak een actie z0 gemakkelijk m0gelijk

De deels zo ordelijk verlopende bestorming van het Capitool is een voorbeeld van de eerste invalshoek: gedrag is als water en stroomt meestal langs de gladste, eerder uitgesleten paden. Wat ook het doel van

Het jaar dat wij antifascisten werden

Wat te doen wanneer het fascisme om zich heen grijpt? Wanneer er doelgericht aan de stoelpoten van de democratie wordt gezaagd? En wanneer racisme in het parlement, de media en op straat ongehinderd de boventoon gaat voeren? Een groep vrienden ging op zoek naar hun mogelijkheden om het tij te keren.

In Het jaar dat wij antifascisten werden delen zij wat hen in hun zoektocht hielp en inspireerde. Van voorbeelden van effectieve vormen van protest in binnen- en buitenland tot praktische tips om je in woord en daad te verzetten tegen fascisme: alledaags antifascisme is noodzakelijk. Het is vanzelfsprekend. En het werkt.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789464567120_inkijk-2 by WBOOKS - Issuu