we de overlast flink zouden kunnen beperken als we de mens achter de verwarde persoon meer centraal zouden zetten. In Verward laat hij op een toegankelijke, inzichtelijke en humorvolle manier zien hoe dat in de praktijk werkt.
‘Wie Daniëls woorden leest, ziet de psychiatrie zoals ze in de praktijk vaak is. Niet netjes en overzichtelijk, maar rommelig, spannend en soms ronduit ongemakkelijk.’ – Jim van Os, hoogleraar psychiatrie UMC Utrecht
‘Dankzij Daniël van Dijks vakmanschap en zijn vermogen om te vertellen ben ik anders gaan kijken naar de problematiek die zich onder ons aller ogen afspeelt.’ – Sacha Bronwasser, auteur van Luister
VERWARD
Daniël van Dijk heeft zich als psychiater sinds eind jaren negentig ononderbroken ingespannen voor de adequate behandeling van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. In 2006 werd hij door collega’s genoemd als expert op het gebied van de behandeling van schizofrenie. In 2019 is hij beëdigd tot lid van verdienste van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.
DANIËL VAN DIJK
D
oor een groeiende groep verwarde personen komt de politie in Nederland steeds minder vaak toe aan haar taken. Daniël van Dijk, die als psychiater veel verwarde mensen heeft behandeld, is ervan overtuigd dat
Daniël van Dijk
over misstanden en idealisme in de psychiatrie
Met voor woord van Jim van Os en nawoord van
Sacha Bronwasser
Verward Over misstanden en idealisme in de psychiatrie
Daniël van Dijk
Inkijkexemplaar
Dit boek is gebaseerd op twintig jaar praktijkervaring van de auteur. Om de privacy, het medisch beroepsgeheim en de waardigheid van patiënten en collega’s te beschermen zijn herleidbare persoonsgegevens zoals namen, leeftijden, beroepen, uiterlijke kenmerken en locaties veranderd. Daar waar anonimiseren onvoldoende kon is betrokkenen toestemming gevraagd voor publicatie. Als je na het lezen van deze verhalen behoefte hebben aan een gesprek, kun je contact opnemen met een medewerker van SOS-hulplijn 113 of met Slachtofferhulp.
Ontwerp omslag: Rouwhorst + Van Roon Ontwerp binnenwerk: Crius Group, Hulshout Mazirel Pers is een imprint van Walburg Pers. isbn e-isbn nur
978 94 6456 700 7 978 94 6456 704 5 770
ij
ij
© 2026 D. van Dijk p/a Uitgeversmaatschapp Walburg Pers, Zutphen © 2026 Uitgeversmaatschapp Walburg Pers, Zutphen www.mazirelpers.nl Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Zoveel mogelijk is getracht de eventuele rechthebbenden van de afbeeldingen te achterhalen. Rechthebbenden die in dit verband niet zijn benaderd wordt verzocht zich met de uitgever in verbinding te stellen.
Inkijkexemplaar
Inhoud 7
Verantwoording Beknopte biografie Opleiding
13 17 19
Voorwoord van Jim van Os Een psychiater en zijn patiënten
Verhalen over misstanden en idealisme in de psychiatrie 25 28 32 46 52 58 65 68 78 80 84 89 93 98 101 106 111 117 123 128 136 153
Epiloog – Ziekte op straat
163
Arrestant in de Rijnmond De ontmoeting Fruitvliegjes Boy Tic Tac Tuk Redemption song Calamiteit De vrouw uit Enkhuizen De deal De stilte van het graf Het televisieprogramma Het doelwit Het witte kerkje Knappende blaas Moeder Maatschappelijke stage Zelfbeschadiging Pikkelateuren Henk hoort hier niet De violist Beren op de weg De Heer der Heerscharen
5
Inkijkexemplaar
Nawoord van Sacha Bronwasser Dankwoord Noten Literatuur
173 177 179 181
6
Inkijkexemplaar
Voorwoord
Een psychiater en zijn patiënten Ik ken Daniël van Dijk al vele jaren als collega. We begonnen onze loopbanen in een tijd waarin de psychiatrie lekker op zijn kop werd gezet. Oude zekerheden verdwenen, nieuwe waarheden dienden zich aan. De aandacht verschoof van gesprek naar scan, van betekenis naar neurotransmitter, van de mens naar het brein. In die jaren kwamen we elkaar geregeld tegen in het vak. Ieder met onze eigen vragen, maar met dezelfde fascinatie voor mensen die een werkelijkheid beleven die andere mensen niet meer kunnen volgen. Ik heb Daniël leren kennen als een psychiater met een sterke betrokkenheid bij zijn patiënten. Iemand die het vak niet ziet als een verzameling protocollen, maar als een dagelijkse ontmoeting met mensen die het zwaar hebben. Wat me altijd is bijgebleven is zijn koppige vasthoudendheid. Hij laat een patiënt niet zomaar los. Blijft kijken, blijft zoeken, blijft proberen om een ingang te vinden bij mensen die voor anderen vaak al zijn afgeschreven. Dat vraagt een bepaald temperament. Werken met mensen die psychotisch ontregeld zijn betekent dat je te maken krijgt met angst, wantrouwen, agressie en chaos. Veel van deze patiënten hebben geen hulpvraag en willen het liefst met rust gelaten worden. Toch moet iemand de verantwoordelijkheid nemen om naast hen te gaan staan en te proberen hen te helpen. Daniël heeft dat altijd gedaan met klinische scherpte, inventiviteit en een opmerkelijk menselijk geduld. Dit boek laat zien hoe dat er in de praktijk uitziet. Niet in theorie, maar in concrete ontmoetingen. De verhalen gaan over mensen die stemmen horen, achtervolgingswanen hebben of hun grip op wat anderen als de werkelijkheid zien, kwijt zijn. Maar ze gaan net zo goed over de pogingen van een psychiater om in die verwarring contact te maken. Soms lukt dat snel, soms pas na lange tijd, soms helemaal niet.
7
Inkijkexemplaar
Wat mij bij het lezen van deze verhalen opnieuw trof, is hoe vaak het vak uiteindelijk neerkomt op iets eenvoudigs en tegelijk moeilijks. Blijven zitten. Blijven luisteren. Blijven zoeken naar een manier om iemand te bereiken. Misschien wel de kern van de psychiatrie.
Het vak in zijn ruwe vorm Wie Daniëls woorden leest, ziet de psychiatrie zoals ze in de praktijk vaak is. Niet netjes en overzichtelijk, maar rommelig, spannend en soms ronduit ongemakkelijk. Geen steriele spreekkamers waar mensen rustig hun klachten bespreken. Hier gaat het over separeercellen, nachtelijke telefoontjes, politie die moet komen en patiënten die zich soms met hand en tand verzetten tegen de pogingen van hulpverleners om in contact te komen. Mensen die psychotisch zijn beleven een werkelijkheid die voor anderen nauwelijks te volgen is. Voor hulpverleners begint contact daarom vaak in een sfeer van wantrouwen. Wie dan toch probeert een relatie op te bouwen moet tegen een stootje kunnen en, misschien belangrijker, leren praten met psychose. Want uiteindelijk is psychose meestal een metafoor voor gewone menselijke zorgen en angsten. Daniël beschrijft die werkelijkheid zonder opsmuk. Je ziet hoe soms verpleegkundigen een patiënt moeten vasthouden voor een injectie, hoe iemand medicatie verstopt, hoe een behandeling mislukt en opnieuw moet beginnen. Maar je ziet ook iets anders. Dat er in die ogenschijnlijk harde situaties voortdurend gezocht wordt naar een manier om de patiënt als mens te blijven zien en om af te stemmen op de voorkeuren van de ander. Wat opvalt is dat Daniël daarbij vaak kiest voor onverwachte oplossingen. Een gesprek door een gesloten deur. Een pil die op vla wordt gemalen. Of simpelweg het geduld om een halfuur te wachten tot een patiënt bereid is iemand binnen te laten. Geen spectaculaire ingrepen. Maar in de psychiatrie zijn het vaak precies dit soort kleine interventies die het verschil maken. 8
Inkijkexemplaar
Het vak speelt zich daardoor voortdurend af in een spanningsveld. Tussen behandelen en beheersen. Tussen autonomie en verantwoordelijkheid. Tussen nabijheid en afstand. Je probeert iemand te helpen die zelf niet ziet dat hij ontregeld is. En toch moet je blijven zoeken naar een vorm van samenwerking.
Een tijdperk van verandering De psychiatrie waarin Daniël en ik begonnen bestaat eigenlijk niet meer. In de jaren tachtig en negentig voltrok zich een reeks veranderingen die het vak ingrijpend hebben beïnvloed. De psychoanalyse verloor terrein, de biologische psychiatrie kwam op, hersenscans en neurotransmitters werden het nieuwe verklaringsmodel. Tegelijk verdwenen veel klinische voorzieningen en moesten patiënten steeds meer in de samenleving hun weg vinden. Voor psychiaters die dagelijks werkten met mensen met psychotische ontregeling voelde dat soms als een merkwaardige tegenstelling. Aan de ene kant groeide de wetenschappelijke kennis over hersenen en medicatie. Aan de andere kant verdwenen juist de plekken waar patiënten langdurig konden stabiliseren. Veel collega’s van onze generatie hebben die spanning van dichtbij meegemaakt. In die periode deed Daniël ook onderzoek naar cannabis en psychose. In de psychiatrie bestond toen een vrij stellige overtuiging dat cannabis het beloop van schizofrenie verergert. Daniël besloot die aanname eenvoudig te toetsen. De uitkomst bleek minder eenduidig dan velen hadden verwacht. Het was een mooie herinnering aan iets wat in de geneeskunde altijd geldt. De werkelijkheid van patiënten is vaak ingewikkelder dan onze theorieën. In de loop der jaren hebben Daniël en ik niet altijd dezelfde accenten gelegd in hoe we naar psychiatrie kijken. Maar wat ons altijd heeft verbonden is de overtuiging dat mensen met een psychische ontregeling recht hebben op aandacht, zorg en betrokkenheid.
9
Inkijkexemplaar
De therapeutische relatie Als je deze verhalen achter elkaar leest, valt iets op. De behandelingen verschillen. Soms gaat het over medicatie, soms over dwang, soms over praktische oplossingen in het dagelijks leven van een patiënt. Maar onder al die interventies ligt steeds dezelfde basis. De relatie tussen arts en patiënt. In de psychiatrie is dat geen vanzelfsprekend gegeven. Veel mensen met een psychose ervaren hulpverleners niet als bondgenoten maar als bedreiging. Ze vertrouwen de ander niet, voelen zich gecontroleerd of denken dat anderen hen kwaad willen doen. Juist dan moet een psychiater proberen een vorm van contact te vinden die niet alleen gebaseerd is op regels en macht. Wat mij bij Daniël altijd heeft getroffen, is dat hij dat relationele werk serieus neemt. Hij probeert eerst te begrijpen hoe een patiënt de situatie beleeft. Niet om het met hem eens te zijn, maar om een ingang te vinden. Soms betekent dat dat je even wacht voordat je een kamer binnenloopt. Soms dat je iemand een kleine keuze laat maken waar nog een beetje controle mogelijk is. En soms dat je accepteert dat iemand boos is of je wantrouwt. In de verhalen zie je hoe zo’n relatie langzaam ontstaat. Vaak niet door grote woorden maar door kleine momenten van herkenning. Een handdruk. Een grap. Een onverwachte vraag. Of simpelweg het feit dat iemand blijft terugkomen. Daar ligt uiteindelijk de kern van het vak. Zonder relatie blijft er weinig meer over dan beheersen. Met relatie ontstaat er soms ruimte voor herstel.
Een terugblik Dit boek heeft ook iets van een terugblik. Wanneer een arts na vele jaren praktijk de verhalen van zijn patiënten opschrijft, gaat het niet alleen over hen, maar ook over het vak en over het leven dat daaromheen is gegroeid. 10
Inkijkexemplaar
Daniël vertelde me dat hij al geruime tijd ziek is. In plaats van zich terug te trekken uit het gesprek over de psychiatrie, heeft hij ervoor gekozen zijn ervaringen op papier te zetten. Het geeft dit boek een extra laag. Het is niet alleen een verzameling verhalen, maar ook een vorm van reflectie op een lange loopbaan. Wie met deze patiënten werkt weet hoe diep hun verhalen je leven binnenkomen. Je vergeet ze niet. Sommige namen blijven je decennia bij, net als de momenten waarop het misging of juist onverwacht beter werd. Voor veel psychiaters vormen deze ontmoetingen het echte geheugen van hun werk. Dat zie je ook hier. De mensen in dit boek zijn geen voorbeelden uit een leerboek, maar personen die een plaats hebben gekregen in het leven van hun behandelaar. Sommigen herstellen en bouwen een nieuw bestaan op. Anderen blijven kwetsbaar of verdwalen opnieuw in hun aandoening. En weer anderen blijven vooral aanwezig als herinnering aan hoe ingewikkeld dit vak kan zijn. Dit boek laat zien wat een loopbaan in de psychiatrie werkelijk betekent. Niet de theorieën die komen en gaan, maar de mensen die je bijblijven. De patiënten die je nooit meer vergeet. Jim van Os
11
Inkijkexemplaar
Verhalen over misstanden en idealisme in de psychiatrie
Inkijkexemplaar
Arrestant in de Rijnmond ‘Alle joden aan het gas en zwarte mensen moeten dood!’ Het geschreeuw van de arrestant dringt door tot in de hal van het politiebureau. Het is drie uur ’s nachts. Ik sta te wachten met mijn dokterstas in de hand. Uit een kamertje achter de balie komt een gezette politieman. ‘Goeiemorgen, Kees van der Neut, wachtcommandant.’ ‘Goeiemorgen, Daniël van Dijk, arts van de crisisdienst.’ ‘We hebben u gebeld voor de heer Van der Togt.’ ‘Iedereen moet dood!’ roept de arrestant. ‘Hij is al uren aan het oreren, het lijkt ons bij uitstek een klant voor jullie.’ ‘Zo te horen kan je daar weleens gelijk in hebben, hoe is hij hier terechtgekomen?’ ‘De heer liep in zijn ondergoed op straat dit soort teksten uit te kramen. Het was druk, rond dat tijdstip sluiten de cafés. De mensen werden bang en iemand heeft 112 gebeld. De telefonist schakelde ons in en wij hebben direct een patrouillewagen gestuurd. Bij aankomst zagen mijn collega’s een man in onderbroek en op blote voeten, hij liep te zwaaien met een honkbalknuppel. Ze probeerden met hem te praten toen hij hen plotseling aanviel. Een collega heeft zo’n buil op zijn hoofd,’ Van der Neut maakt een vuist om de grootte aan te geven. ‘Hij bood stevig verzet. Je zult de blauwe plekken van het boeien wel zien. Loop maar mee, meneer zit in het dagverblijf.’ ‘Ik wil hem graag spreken.’ In gedachten zie ik de krantenkop ‘Arrestant slaat arts bewusteloos in politiecel’ al voor me. Kees gaat me voor naar een duistere ruimte waar de stoelen op de tafels staan. ‘De kantine,’ zegt hij, ‘daar is het dagverblijf.’ In de achterwand van de kantine zie ik een cel met tralies, schaars verlicht door een tl-buis. In de cel zit een kleine jongeman van kleur met een deken om zich heen zachtjes te prevelen. Hij stopt als Kees de deur opent en ik binnenkom.
25
Inkijkexemplaar
‘Dag meneer, ik ben dokter Van Dijk, zou ik even met u mogen praten?’ Meneer Van der Togt zwijgt en kijkt strak voor zich uit. ‘Uw naam is toch meneer Van der Togt?’ Hij staat op van zijn brits en gaat in de hoek staan, zijn rug naar ons toe. ‘Kom Randy, vertel de dokter maar wat er is,’ zegt Kees. Randy draait zich om. ‘Wat moet je van me? Ik moet jullie niet, ik wil hier weg.’ ‘Agent Van der Neut en ik zijn bezorgd. Ik hoor dat u midden in de winter met weinig kleren aan over straat loopt. Graag wil ik u onderzoeken om te kijken of u niet ziek bent.’ Meneer Van der Togt begint nu zachtjes te huilen. ‘Zullen we er even bij gaan zitten?’ Randy kijkt eerst naar de agent, dan naar mij, gaat op een hoek van de brits zitten en trekt de deken strak om zich heen. Ik zet mijn tas neer en neem plaats op de andere hoek. ‘Bent u zo verdrietig?’ Hij gaat nog harder huilen. ‘Agent, zou u alstublieft een bekertje water voor meneer willen halen?’ Meneer Van der Togt vertelt snikkend dat hij al jaren achtervolgd wordt door joden en zwarte mensen die hem wit willen maken. Ze schelden hem uit. Hij heeft geen huis, geen vrienden, geen familie en niemand gelooft hem. Kees komt terug met een bekertje water dat hij aan Randy geeft. Ik haal twee gele pillen uit mijn tas. ‘Hier wordt u in ieder geval een beetje rustiger van.’ Als in een reflex slikt hij de pillen. Ik luister naar zijn hart, longen en buik en zie overal schrammen en blauwe plekken van de arrestatie. Lichamelijk vind ik hem niet ziek, vanwege zijn verhalen vol achterdocht en bizarre angsten vind ik hem wel psychotisch. Het gevaar dat hij iemand verwondt met zijn knuppel of de woede van anderen over zich afroept door zijn vreemde gedrag is groot. Ik vind dat hij opgenomen moet worden. Maar meneer Van der Togt beseft niet dat hij ziek is, hij wil weg, de straat op. Een dwangopname is onvermijdelijk. Hiervoor is toestemming van de burgemeester nodig en een rechterlijke toetsing achteraf. Dat heet een inbewaringstelling (ibs). 26
Inkijkexemplaar
‘Meneer Van der Togt, ik laat u opnemen. Dan hoeft u vannacht niet op straat of in deze politiecel te slapen.’ Randy zit rustig op de brits en zwijgt. ‘Van der Neut, kan ik hier ergens bellen?’ ‘Kom maar mee.’ Kees doet de cel op slot. Ik loop achter hem aan naar zijn kantoor en draai het nummer van de burgemeester. Slaperig neemt ze op, hoort mijn verhaal aan en gaat akkoord met de gedwongen opname. Randy moet vervoerd worden naar een psychiatrisch ziekenhuis. Ik regel de ambulance, die na twintig minuten arriveert. In het kantoor van de wachtcommandant breng ik de broeders verslag uit en samen lopen we terug naar het arrestantenverblijf, waar Randy rustig ligt te slapen. Een van de broeders wekt hem en stelt zich aan hem voor. Gewillig loopt de patiënt mee de cel uit en laat zich op de brancard helpen. Hij wordt naar de klaarstaande ambulance gereden. Wanneer ik hem sterkte wil wensen, is hij alweer in diepe rust. Kees en ik staan buiten, zien de ziekenauto langzaam optrekken en de hoek omgaan. Het wordt al licht, onze adem condenseert. ‘Kopje koffie, dokter?’
27
Inkijkexemplaar
Beren op de weg Dinsdag ‘Nou heb ik je, Van Dijk.’ Een grote, kalende, corpulente man wappert met een papiertje voor mijn gezicht. Het is Floris Zeeman, voorzitter van de tweekoppige raad van bestuur, of CEO zoals hij zichzelf liever noemt. Baas van Het Nieuwe Gasthuis, dat vóór de fusie met de ambulante zorg Rust en Vrede heette. ‘Het is mij helemaal duidelijk wat voor een idioot jij bent,’ tiert hij, ‘een doodgewone speedfreak, die op naam van een patiënt pillen voor zichzelf gaat halen. Het gekke is dat jouw soort denkt ermee weg te komen.’ Hij richt zijn blik op Vanessa, secretaresse. Een jonge vrouw met kort, krullend haar in een te strakke broek. Zij zit aan de andere kant van de tafel driftig te notuleren. Ik heb geen idee waar hij het over heeft. Vanessa belde mij tijdens mijn spreekuur en liet me weten dat ik met spoed naar het bestuursgebouw moest komen. Het papiertje waarmee hij staat te zwaaien blijkt een recept te zijn. Hij legt het met een klap op tafel en schuift het naar mij toe. Ik ruik de voorzitter van de raad van bestuur: een mengeling van zweet, parfum en tabak. Op het recept staat het verzoek aan de apotheker om 180 pillen Ritalin te verstrekken aan de patiënt. Ritalin of methylfenidaat is een amfetamine-achtig stimulerend middel dat gegeven wordt aan kinderen en volwassenen die druk zijn en zich niet kunnen concentreren, door aandachttekort of ADHD. Het is ook een populaire drug en valt onder de Opiumwet. Ik zie dat mijn naam eronder staat, met een handtekening die op de mijne lijkt. Het handschrift herken ik echter niet. Ik kan mij niet heugen dat ik deze patiënt ooit Ritalin heb voorgeschreven. Het is niet eens een patiënt van mij. ‘Dat recept is niet van mij of voor mij,’ zeg ik droog. ‘Gek dat jouw naam er wel op staat, inclusief handtekening, geen twijfel mogelijk. En nou opgehoepeld, dan kan je aan je 136
Inkijkexemplaar
ontslagbrief beginnen. Beschouw jezelf bij deze als geschorst.’ Al die tijd schrijft zijn secretaresse mee. ‘Vanessa,’ bast Zeeman, ‘laat die vent een zwijgbrief ondertekenen.’ Vanessa staat op, pakt een A4’tje uit een la en legt het papier voor mij op tafel met een pen ernaast. Het is een standaardbrief waarin ondergetekende verklaart nimmer met derden te communiceren over het zojuist gevoerde gesprek. ‘Teken hier maar,’ zegt Vanessa. Achter mijn handtekening schrijf ik de letters v.c., vi coactus, Latijn voor ‘door geweld gedwongen’. Cornelis de Witt heeft dat een paar honderd jaar geleden ook gedaan. Daarmee maak ik de verklaring ongeldig, ik zal zeker niet zwijgen.
Elders op het terrein Tien minuten lopen van het bestuursgebouw ligt paviljoen 3. Mijn afdeling De Vooroever en dagbehandeling De Rode Loper zijn daar gevestigd, met als kloppend hart het secretariaat. Twee secretaresses, Tineke en Katrien, zwaaien er de scepter. Vier verpleegkundigen van de dagbehandeling, arts-assistent psychiatrie Anne en Katrien staan rond het bureau waar Tineke aan zit. Allen buigen zich over een papier dat Katrien in haar hand houdt. Opgewonden praten ze door elkaar heen. ‘Hé,’ zegt Tineke luid, ‘dat recept is helemaal niet door Daniël geschreven, schreef hij maar zo netjes. Niet alleen de naam van de patiënt met geboortedatum, maar ook zijn adres en verzekeringsnummer staan erop. Dat laat hij ons altijd doen, om tijd te besparen.’ De deur van het secretariaat gaat open en Kevin, verpleegkundige van het onderzoeksteam, komt binnen. ‘Wat is hier aan de hand?’ vraagt hij. ‘Geloof het of niet,’ zegt Katrien, ‘ze beschuldigen Daniël ervan medicijnen voor zichzelf uit te schrijven, op naam van een patiënt van de dagbehandeling.’
137
Inkijkexemplaar
we de overlast flink zouden kunnen beperken als we de mens achter de verwarde persoon meer centraal zouden zetten. In Verward laat hij op een toegankelijke, inzichtelijke en humorvolle manier zien hoe dat in de praktijk werkt.
‘Wie Daniëls woorden leest, ziet de psychiatrie zoals ze in de praktijk vaak is. Niet netjes en overzichtelijk, maar rommelig, spannend en soms ronduit ongemakkelijk.’ – Jim van Os, hoogleraar psychiatrie UMC Utrecht
‘Dankzij Daniël van Dijks vakmanschap en zijn vermogen om te vertellen ben ik anders gaan kijken naar de problematiek die zich onder ons aller ogen afspeelt.’ – Sacha Bronwasser, auteur van Luister
VERWARD
Daniël van Dijk heeft zich als psychiater sinds eind jaren negentig ononderbroken ingespannen voor de adequate behandeling van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. In 2006 werd hij door collega’s genoemd als expert op het gebied van de behandeling van schizofrenie. In 2019 is hij beëdigd tot lid van verdienste van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.
DANIËL VAN DIJK
D
oor een groeiende groep verwarde personen komt de politie in Nederland steeds minder vaak toe aan haar taken. Daniël van Dijk, die als psychiater veel verwarde mensen heeft behandeld, is ervan overtuigd dat
Daniël van Dijk
over misstanden en idealisme in de psychiatrie
Met voor woord van Jim van Os en nawoord van
Sacha Bronwasser