Willem Anthonie Oepts 1904–1988 Monografie en oeuvrecatalogus
Willem Anthonie Oepts 1904–1988 Monografie en oeuvrecatalogus
Wim
oepts
Uitgeverij d’jonge Hond Zwolle 2011
Inhoudsopgave
Voorwoord
7
Gerard Valkier
Biografie van Willem Anthonie Oepts (1904–1988) Marie-Louise van Aubel
Grafiek, schilderijen en tekeningen uit de periode 1924–1934 48 Marieke Jooren
Het Franse Werk van Wim Oepts Caroline Roodenburg-Schadd
Oeuvrecatalogus 130 132 Grafiek Olieverfschilderijen
144
selectie Werken op papier 242 Gelegenheidsgrafiek 256
Correspondentie 1947–1986
Lijst van tentoonstellingen Literatuurlijst Colofon
5
279
275
273
264
86
8
Voorwoord
Mijn kennismaking met het werk van Wim Oepts dateert uit 1954. In het huis van de directeur van ons bedrijf in Zuid-Afrika zat ik aan tafel tegenover een van zijn kleurrijke schilderijen. Ik was gefascineerd door de krachtige compositie en het opvallend kleur足 gebruik. In de winter van 1955 ontmoette ik Wim Oepts in Parijs. Daarna hadden wij veelvuldig contact in Parijs en in Nederland. De vriendschap duurde tot zijn dood in 1988. In januari 2007 studeerde Marie-Louise van Aubel af aan de Faculteit der Letteren te Utrecht op een scriptie over de schilder Willem Anthonie Oepts. Als groot liefhebber van zijn werk heb ik haar gedurende het voorafgaande jaar kunnen bijstaan en voorzien van het nodige archiefmateriaal. Kort na haar afstuderen ontstond het idee om het reeds omvangrijke overzicht van zijn werk aan te vullen en uit te brengen in een oeuvrecatalogus. Het werk van Wim Oepts verdient immers grotere bekendheid en voor zijn vele vrienden en verzamelaars voorziet deze catalogus in een behoefte.Een nagenoeg compleet overzicht van zijn schilderijen en grafisch werk is nu gerealiseerd. Het inventariseren van zijn oeuvre was uitermate tijdrovend, evenals het bijeenbrengen van het fotografisch materiaal. MarieLouise van Aubel verdient alle lof voor haar niet aflatende inzet en enthousiasme voor de grondige research die zij heeft gedaan ten behoeve van deze oeuvrecatalogus. Zij heeft tevens haar scriptie bewerkt tot een biografisch artikel in het boek. Wim Oepts, artiste peintre zoals zijn beroep in Parijs werd omschreven, was een bescheiden mens. Hij was een voorbeeld van iemand voor wie afkomst en opleiding hem niet vanzelf足 sprekend tot kunstenaar zouden maken. Hij leefde veelal in onvrede met zichzelf en met de wereld om hem heen. Zo worstelde hij met zijn schilderijen; hij was nooit tevreden en vond het doek nooit af. Een schilderij kwam niet tot stand in een spontane opwelling of vanuit een vluchtige impressie. Het werd altijd een doordacht en doorwrocht werk. Ontevreden was hij ook over de naoorlogse aandacht voor de abstracte schilderkunst en de miskenning van het figuratieve. Dat zat hem erg dwars, zoals ook blijkt uit zijn correspondentie. De tegenstelling tussen zijn donkere, sombere vooroorlogse periode in Nederland en de kleurrijke schilderijen van na de oorlog, doet denken aan een soortgelijke ontwikkeling bij Vincent van Gogh. Ook Wim Oepts ontplooide pas zijn ware talent met de kleuren en het licht van Zuid-Frankrijk. Evenals bij Van Gogh werden de landschappen en de dorpen van de Provence zijn favoriete onderwerpen. Oepts had een grote bewondering voor de schilderkunst van Van Gogh. Voor het eerst is in dit boek aandacht besteed aan het grafisch werk. Marieke Jooren heeft het vroege en het grafisch werk van Oepts besproken en in de context van zijn tijd geplaatst. Caroline Roodenburg-Schadd heeft de overgangsperiode en het Franse werk van Wim Oepts vakkundig beschreven. Voor beider bijdragen aan dit boek betuigen wij onze grote dank. Bij het verschijnen van deze oeuvrecatalogus wordt in de Kunsthal in Rotterdam een overzichtstentoonstelling van het werk van Wim Oepts gehouden. Aan Emily Ansenk, directeur van de Kunsthal en haar medewerkers zijn wij veel dank verschuldigd. Het is de eerste tentoonstelling van Wim Oepts in Rotterdam. De tentoonstelling is een erkenning van de betekenis van Wim Oepts in de Nederlandse schilderkunst voor een breed publiek. Deze oeuvrecatalogus had niet tot stand kunnen komen zonder een belangrijke bijdrage van het door het Prins Bernard Cultuurfonds beheerde Straverfonds evenals het Gravin Bylandt Stichting. Ook Van Lanschot Bankiers en ABN AMRO MeesPierson hebben deze uitgave financieel gesteund. Wij zijn hiervoor zeer erkentelijk. Voor de vele bijdragen van particulieren betuigen wij onze bijzondere dank. Gerard Valkier Voorzitter Stichting Vrienden van Wim Oepts Wim Oepts in zijn atelier aan de Avenue Frochot, Parijs 1984 Gefotografeerd door Nico Koster
6
7
Biografie
‘Ik ben een beetje een Don Quichote geweest’ Biografie van Willem Anthonie Oepts (1904–1988)
Marie-Louise van Aubel Willem Anthonie Oepts, door familie en vrienden Wim genoemd, wordt op 22 december 1904 in Amsterdam geboren. Als jongste van een arbeidersgezin met zeven kinderen, groeit hij op in de buurt van het Haarlemmerplein en in andere volkswijken (Afb. 01). Vader des huizes, Cornelis Oepts (1864–1942) is tekenaar en meubelmaker. Hij werkt lange tijd bij de Amsterdamse meubelfabriek ‘t Modelhuis N. Le Grand aan de Herengracht in Amsterdam. Naast zijn functie als opzichter houdt hij zich bezig met het ontwerpen van interieurs voor passagiersschepen van de Nederlandse rederij Stoomvaart Maatschappij Nederland, maar ook voor de Sociëteit de Groote Club in Amsterdam en de Kunstzaal Kleykamp, een belangrijke ontmoetingsplaats in Den Haag voor kunstenaars en kunstverzamelaars.01 Hoewel zijn ouders het vooral druk hebben met het in leven houden van het grote gezin, hebben zij beiden een voorliefde voor kunst en cultuur. Zo was zijn moeder, Johanna Maria
8
01 Spoorbrug bij het Haarlemmerplein in Amsterdam
Ketter (1869–1931) erg geïnteresseerd in muziek en zijn vader in architectuur en beeldende kunst. Wim Oepts komt hierdoor al op jonge leeftijd in aanraking met kunst. Hij is de enige van de kinderen die zich hiertoe aangetrokken voelt.02 Regelmatig bezoeken vader en zoon het Rijksmuseum in Amsterdam. Wim Oepts maakt daar voor het eerst kennis met het werk van Vincent van Gogh (1853–1890) en raakt onder de indruk van diens kleurenpalet.03 Zijn vader toont hem in de stad waar Rembrandt (1606–1669) tekende en wijst hem op de architectuur van de oude binnenstad.05 Oepts gaat, net zoals zijn vader, naar de ambachtschool. Behalve lessen in technisch tekenen is er in de opleiding nauwelijks aandacht voor kunstzinnige uitingen. In eerste instantie is de jonge Oepts geboeid door machines en voelt hij zich aangetrokken tot de zee en verre landen.06 Hij wil daarom machinist op de grote vaart worden en volgt na de ambachtschool de avondopleiding tot machinist op de MTS. Zijn carrière neemt echter een andere wending. Zijn eerste prak-
tijkervaring, op veertienjarige leeftijd, doet hij namelijk op bij Schipper’s Hijschtoestellen, een metaalconstructiebedrijf in Amsterdam Oost. Daar wordt hij machinetekenaar. Oepts zet hier zijn eerste stappen als tekenaar en ontwerpt daarna bij verschillende bedrijven advertenties. Begin jaren twintig besteedt Oepts steeds meer van zijn vrije tijd aan tekenen. De moderne aspecten van de stad dienen daarbij als inspiratiebron. In 1924 neemt hij de belangrijke beslissing zijn baan op te zeggen om zich volledig aan de beeldende kunst te kunnen wijden. Oepts’ beslissing getuigt, gezien de economisch barre tijden, van een eigenzinnigheid en vastberadenheid die als een rode draad door zijn hele leven én werk lopen (Afb. 02, 03). Zoals veel jonge mensen uit het arbeidersmilieu, schrijft Oepts zich in het begin van de jaren twintig in bij de Arbeiders Jeugd Centrale (A.J.C.). Deze beweging is in 1918 opgericht als jeugdorganisatie van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen en de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij. Ze organiseert bijeenkomsten met de idee jongeren uit de arbeidersklasse te helpen bij hun ontwikkeling en hen daarmee ook voor te bereiden op een deelname aan de strijd van de arbeidersbeweging in naam van het socialisme.06 Oepts ziet in deze beweging vooral een manier om los te komen van het thuisfront en om leeftijdsgenoten te leren kennen. Uiteindelijk zal dit lidmaatschap hem onverwachts een ingang geven bij de Nederlandse avant-garde kunstenaars. De jonge kunstenaar voelt zich, zonder kunstopleiding, niet bekwaam genoeg om te schilderen. Zo leert Oepts, mede gedwongen door zijn beperkte financiële middelen, zichzelf naast tekenen de techniek aan van hout- en linosnijden.07 Het vervaardigen van hout- en linosnedes past geheel in de hernieuwde belangstelling voor de houtsnijkunst. Veel kranten en tijdschriften hebben in die tijd speciale bijlagen geïllustreerd met hout- of linosnedes, zo ook de verslagen en het educatief materiaal van de A.J.C.08 Line Tiggers (1886–1962) en haar echtgenoot, Piet Tiggers (1891–1968) zijn zeer actief binnen de A.J.C. en organiseren er muziek- en dansbijeenkomsten.09 Op één van deze activitei-
9
Marie-Louise van Aubel
ten ontmoet het echtpaar Tiggers Wim Oepts en is gecharmeerd van zijn werk. Zij kopen in 1924 als een van de eersten werk van de jonge kunstenaar aan. Het contact met hen zal voor Oepts op professioneel vlak van belang blijken. Hoogstwaarschijnlijk in hun opdracht vervaardigt Oepts twee jaar later, een serie houtsnedes voor de eerste druk van de door Line Tiggers samengestelde muziekbundel De pinksterblom: een verzameling dansen, zooals ze in de AJC gedanst en gezongen worden.10 Onder de hoede van zijn kunstmoeder Charley Toorop De eerste houtsneden die Oepts in 1924 verkoopt aan de Tiggers blijven niet onopgemerkt. In dat jaar maakt Charley Toorop (1891–1955) bij haar vriendin Line, kennis met het werk van de jonge kunstenaar. Zij is onder de indruk en nodigt hem uit in haar huis ‘De Vlerken’ in Bergen (NH).11 Vanaf deze
02 [tk.002] Wim Oepts, een eerste zelfportret, ca. 1923 Particuliere collectie
Biografie
Teunisse. Regelmatig zocht deze Oepts op bij hun gemeenschappelijke vriend de schilder Joop Sjollema (1900–1990).17 Het is zeer waarschijnlijk dat Oepts Nelly zo leerde kennen. Zij was jong, mooi én balletdanseres. In 1930 maakte Nelly deel uit van de dansgroep rond Florrie Rodrigo (1893–1996), pionier in de professionalisering van het klassiek ballet in Nederland.18 De kunstenaar viel als een blok voor haar (Afb. 06).
het voor de receptie en verkoop van zijn werk belangrijk is om zich open te stellen voor mogelijke verzamelaars, maar heeft daarover gemengde gevoelens. Zo komt hij bij Nieweg in aanraking met het Amersfoortse kunstpubliek uit de hogere sociale klasse. Deze belangstellenden volgen maar al te graag de meningen van de kunstcritici Bremmer en Havelaar. Ondanks de waardering die het Amersfoortse kunstpubliek voor zijn werk heeft, valt het lobbyen Oepts niet mee. Als eenvoudige Amsterdammer voelt hij zich eigenlijk niet thuis tussen deze hogere kringen. Hij voelt zich eenzaam en mist zijn echtgenote. Zo schrijft hij Nelly in 1930 vanuit zijn logeeradres in Amersfoort: ‘[…] Lief Nelletje, Het huishouden is hier een beetje in de war door de ernstige ziekte van Havelaar wat op het oogenblik in een heel gevaarlijk stadium is. […] Vanmiddag ben ik met Nieweg naar Zeist geweest naar een tentoonstellingetje. Raad eens wat. In de “Amersfoortse vaatdoek” staat een reproductie van een van m’n houtsneden geëxposeerd op de “Grafische” n.l. het Mannetje. Bij nadere informatie door N. bleek dat hij daarvoor in het “Handelsblad” heeft gestaan. Wat een reclame hé. Ik ben nu ineens de Amersfoortsche beroemdheid. Baron “De Beer”, Mevr. …, Mevr. …, Mevr. …, Mijnheer ….. zijn allemaal erg geïnteresseerd. Wacht maar….[schetsje van geldbuidel met muntjes]. Gisteravond ben ik met de fam. naar een kamermuziekavond geweest “het Hartveld Kwartet”. De eerste 2 deelen was erg mooi, na de pauze niet zoo erg, maar wat een publiek. De heele “Amersfoortsche Kunstkring” was op de been […] Laat eens iets van je zoetvloeiende taal overwaaien, een lettertje of zoo. Enfin ik zie je misschien weer gauw. Was je maar eens hier. De menschen zijn wel aardig hier allemaal en toch voel ik me zoo hoopeloos alleen. Ik zou het hier nooit lang uithouden. De afstand is zoo groot, ze zijn in de grond zoo hoopeloos burgerlijk. […] Toch is wel eens leerzaam zoo af en toe een tijdje tusschen die menschen. Was het maar Zondag. […].’ (Afb. 07) 20
In 1930 logeert Oepts een tijd bij de schilder en vriend Jacob Nieweg in Amersfoort. Deze kunstenaar behoort tot de entourage van Toorop en H.P. Bremmer (1871–1956), kunstpedagoog en adviseur van de gefortuneerde Hélène Kröller-Müller (1869–1939). Ook Nieweg had in Amersfoort in de jaren twintig en dertig een groep kunstenaars om zich heen verzameld. Hij kwam regelmatig samen met deze groep en bracht hen het gedachtegoed van Bremmer over. De kunstenaar was echter ook goed bevriend met de toonaangevende kunstcriticus Just Havelaar (1880–1930) die al in 1928 lovend over Oepts publiceerde in Het Vaderland.19 Hij had net als de kunstcritici Bremmer en Jan Veth (1864–1925) een grote invloed op de smaak van het Nederlands kunstminnend publiek. Samen met Nieweg bezoekt Oepts de Utrechtse kunsthandel Gerbrands en een tentoonstelling in Zeist. Tegelijk maakt hij, vanwege Niewegs vriendschap met Havelaar, van dichtbij mee dat Havelaar door ziekte geveld is en zijn laatste dagen doormaakt. Oepts weet dat
06 Wim Oepts en Nelly Teunisse, Amsterdam 1933 Gefotografeerd door Paul Citroen
overnachten en maakte den volgende dag lange wandelingen met haar in de duinen, waar ik getroffen werd door haar grote belangstelling op allerlei gebied. Sindsdien was ik er als ‘kind’ in huis en ze beschouwde zich als mijn ‘kunstmoeder’! Wel altijd gebeurde er wat. Dan was het de dadaïst Kurt Schwitters die z’n ‘blanke’ gedichten declameerde, dan was het de architect Rietveld, ook een eenvoudig man, die zijn theorieën duidelijk probeerde te maken.’12 (Afb. 04, 05)
03 De jonge Wim Oepts, Amsterdam ca. 1925 Gefotografeerd door Paul Citroen
ontmoeting tot in het begin van de jaren dertig zal Toorop op sociaal en artistiek vlak van grote betekenis zijn voor Oepts’ ontwikkeling. Via haar wordt hij ondergedompeld in een kunstwereld die hem tot dan toe vreemd was. De vaste groep kunstenaars die Toorop in de jaren twintig om zich heen heeft verzameld, zijn de schilders Peter Alma (1886–1969), Jacob Bendien (1891–1933), Pyke Koch (1901–1991), Jacob Nieweg (1877–1955), Dirk Nijland (1881–1955) en Kurt Schwitters (1887–1948). Ook beeldhouwer John Rädecker (1885–1956), dichter Adriaan Roland Holst (1888–1976), architect Gerrit Rietveld (1888–1964) en essayist Arthur Müller Lehning (1899–2000) behoren tot haar vriendenkring. Samen met deze kunstenaars brengt Oepts menig weekend bij Toorop door. Hij geniet met volle teugen van de inspirerende omgeving en voelt zich opgenomen in deze groep van intellectuelen en artistieke avant-garde. Oepts schrijft hierover het volgende: ‘Omstreeks 1924 ontving ik een brief met de uitnodiging eens bij haar [Charley Toorop] langs te komen met m’n werk, waarna ze bij een vriendin van haar (Line Tiggers) een en ander zag. Natuurlijk was dat voor mij een grote gebeurtenis en een beetje angstig kwam ik dus in een ‘week-end’ bij haar huis ‘De Vlerken’ in Bergen aan. Nu werd ik direct alleraardigst ontvangen heel eenvoudig, en zonder eenige ‘consendence’ [sic] [...] bleef er
10
Door het contact met Toorop kan Oepts vrij snel deelnemen aan verschillende tentoonstellingen, zoals in 1925, met de Hollandse Kunstenaarskring in het Stedelijk Museum in Amsterdam.13 In dezelfde periode wordt hij ook lid van een aantal andere kunstenaarsverenigingen zoals De Grafische Vereeniging, De Onafhankelijken en De Brug, met wie hij meerdere keren zal exposeren.14 Net zoals ze doet bij haar zoon Edgar Fernhout (1912–1974) met wie Oepts bevriend raakt, geeft Toorop haar protégé raad en aanwijzingen over hoe hij het beste te werk kan gaan. Het is ook op haar advies dat hij eind jaren twintig de volgende stap zet in zijn kunstenaarschap. Zij stimuleert hem te gaan schilderen. Oepts pakt dit snel op en al in 1928 wordt bij Kunsthandel Gerbrands in Utrecht een eerste solotentoonstelling met schilderijen van de jonge kunstenaar georganiseerd.15 Zijn werk blijkt Toorop zelfs zo te bevallen dat Oepts in 1929 zijn schilderijen ten toon mag stellen op de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Architectuur, Schilderwerk en Beelhouwwerk (A.S.B.), een groep door Toorop bijeengebrachte kunstenaars.16 Oepts exposeert hier met kunstenaars als Piet Mondriaan (1872– 1944), Bart van der Leck (1876–1958) en Rietveld, pioniers van de abstracte kunst in Nederland. Oepts lijkt zijn draai te vinden in de kunstwereld. Ook op persoonlijk vlak gaat het hem goed. Oepts trouwt op 4 juni 1930 met Nelly Teunisse (1910–1977). Waar hij haar heeft leren kennen is onduidelijk. Feit is dat Oepts een goede schaakvriend was van haar grootvader, de lijstenmaker Frans
04 Charley Toorop, ca. 1930
05 Een brief van Charley Toorop aan Wim Oepts, ca. 1930
11
Marie-Louise van Aubel
Biografie
Ondertussen krijgt Oepts’ werk steeds meer bekendheid mede dankzij Toorops uitgebreide netwerk. Toonaangevende personen zoals Bremmer en J.Q. van Regteren Altena (1899–1980) raken geïnteresseerd in zijn werk.21 Bremmer koopt voor zichzelf in de jaren dertig een litho van Oepts. Van Regteren Altena ziet in Oepts veel potentieel en zorgt ervoor dat hij in 1930 een studiebeurs krijgt om tot 1932 avondlessen op de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam te volgen.22 Van Regteren Altena was kunsthistoricus en op dat moment conservator van de kleinere Amsterdamse gemeentemusea (het Amsterdams Historisch Museum, Willet-Holthuysen en Fodor). Vanaf 1937 werd hij professor Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Oepts is Van Regteren Altena dankbaar voor de steun in de rug, maar voelt zich tegelijk in een keurslijf gedrukt. Hij blijft de lessen voornamelijk volgen vanwege de uitkering die hij dan krijgt. Naar latere herinnering schrijft Oepts hierover: ‘Ik moest er geraamtes tekenen, met alle details, zoals botbreuken en zo. Dat was voor de opleiding in de vrije schilderkunst. We moesten ook naar model tekenen. Soms kwam er een ezeltje of een paard op het podium. Je moest dan elk pluisje tekenen. Je leerde daar om het te doen zoals het niet moet. Het was niks.’23
De ontdekking van Parijs brengt Oepts op een nieuw spoor
08 Nelly Oepts in Gif sur Yvette bij de Sondaars, ca. 1933
07 Brief van Wim Oepts aan Nelly Teunisse vanuit Amersfoort, 1930
De erkenning van Bremmer en van Van Regteren Altena is niet alleen van belang voor de receptie van Oepts als kunstenaar. Ondanks het feit dat Oepts niet helemaal gelukkig was met wat hij leerde op de Rijksakademie, geeft het hem persoonlijk een enorme stimulans om door te gaan op de ingeslagen weg. In de loop van de jaren ontwikkelt Oepts zo, beetje bij beetje een eigen visie en stijl die los komen te staan van Toorop’s denken werkwijze. Hij begint te reizen en in navolging van Vincent van Gogh en Charley Toorop gaat hij in 1931 naar de Belgische mijnstreek de Borinage en vervolgens in datzelfde jaar voor het eerst naar Parijs. 24 Oepts is natuurlijk niet de enige en eerste Nederlandse kunstenaar die zich aangetrokken voelt tot deze stad. Parijs is al jarenlang het centrum van Europa op gebied van kunst en cultuur en vormt voor veel buitenlandse kunstenaars een aantrekkelijke pied à terre. Dat geldt niet alleen voor de groep rond Toorop. Ook vriend en beeldhouwer Han Wezelaar (1901– 1984) verhuist in de jaren dertig voor een tweede keer naar Montrouge, een buitenwijk van Parijs. Jeugdvriend Bertus Sondaar (1904–1984) vestigt zich eerst in Parijs en daarna in Gif sur Yvette, een stadje 25 km ten zuiden van de Franse hoofdstad. Het ontbreekt Oepts dus niet aan connecties in deze stad. Samen met Nelly of alleen logeert hij de daarop volgende jaren regelmatig bij Wezelaar en Sondaar (Afb. 08, 09). Bij aankomst in Parijs wordt Oepts overrompeld door de ‘mondaine’ stad, die zo anders is dan Nederland. Hij bezoekt
12
13
Marie-Louise van Aubel
er musea en tentoonstellingen en raakt onder de indruk van het werk van menig kunstenaar. Enthousiast schrijft hij zijn echtgenote: ‘Lieve Nelly, Vanmorgen ben ik naar “het Louvre” geweest. Prachtige dingen gezien, jammer dat die zaal waar die Primitieven hangen en die man met die neus voor werkzaamheden gesloten was. De andere zaal met Fransche Primitieven was ook erg mooi, daar hangt dat schilderij van die man met dat glas je weet wel ik heb er ook een anzicht van (ecole Francais). Ik wou ondertusschen dat ze die schilderijen in die Groote gallerij w.o. Rembrandt eens schoon gingen maken, ze zijn allemaal zoo geel en goor wat erg jammer is, want er zijn prachtige schilderijen bij Greco, Mantegna, Zurbaran, Goya, Bellini etc. Boven heb ik echter het meest genoten, daar was een heele zaal met Dega’s veel die wij gezien hadden op die tentoonstelling, maar ook veel die ik nog niet ken, dat vrouwenkopje waar ik die reproductie van heb was hier ook, wat is die toch prachtig, nog veel mooier dan op die reproductie, dat is toch een echte artiest. Zoo spiritueel en mooi, ook de plastieken van hem zijn prachtig en de teekeningen van danseressen. Verder waren er weer prachtige Manet’s allen die we ook gezien hebben op de tentoonstelling, mooie Van Gogh’s en Cezanne’s etc. Gister ben ik de Gallerie’s d’Art in de rue de la Boêté afgeloopen, er was niet veel moois of nieuws. Enkele wel mooie Utrillo’s
Biografie
Is er nog wat geweest? Gisteravond heb ik geprobeerd een zelfportret te teekenen, eerst werd het goed maar toen heb ik het natuurlijk weer bedorven. Ik ga nu langzamerhand aan de “Coöperatie” beginnen, dan kan ik m’n lol weer op. […] Vanmiddag heb ik prettig geschilderd, een zelfportret ben ik aan het maken, ik hoop dat ik dit nu maar tot een goed einde breng. Nu dag Nelly, gegroet van Wim.26
De bezoeken die volgen in de periode van 1931 tot 1937 geven Oepts veel nieuwe indrukken en vormen direct aanleiding voor veranderingen in zijn kunstenaarschap. Hoewel hij terugkeert naar Nederland, voelt de kunstenaar er zich steeds minder op zijn gemak. Terugkijkend op deze periode schrijft hij: ‘Ik zie niet dat het werk aan de anderen van enige invloed is geweest voor m’n aantrekkingskracht die Parijs op me uitoefende. Hoe dan ook, ik voelde me daar vrijer in al m’n doen en laten. Wat ik toen en later ook voelde was een sterke Duitse invloed in Nederland, een soort politieke terreur (bekeuringen voor links te hebben gelopen in de Leidse Straat e.d.).’26 Langzaam maar zeker komt Oepts los van Toorops’ invloed. In Parijs ziet hij dat hij met olieverf een speciale sfeer kan scheppen. Hij wil meer dan een schilderkunst die maatschappelijke problemen wil uiten.27 Hij kan zich niet meer vinden in de schilderkunst van Toorop:
09 Wim Oepts in Gif sur Yvette bij de Sondaars, ca. 1933
en verder mooie Vlaminck’s, maar dat was dan ook alles. Paul Rosenberg was gesloten. Dat was jammer. Het is leuk op straat, overal ruik je de “Maron’s” het is zeker de tijd ervoor, ik zal ook eens “un quart” nemen. Het is gek maar je wandelt hier eigenlijk veel rustiger dan in Amsterdam. De auto’s claxonneren absoluut niet, je hoort alleen een suizen en wat gepiep van remmen. Het oversteken gaat prachtig, alles gaat even vlot. Leuk zijn ook die karren met grooten wielen, bespannen door paarden, of die lichtere wagentjes met een zeildoek bespannen en een sierlijk paard ervoor. Er zijn nog tamelijk veel paarden hier. Het is prettig ook hier op Boulevard St. Michel tegen de tijd dat kantooren etc. uitgaan, het is dan zoo’n gezellige drukte, de … zijn dan al op en alles zit vol, de restaurants en het ruikt dan zo gezellig naar alles. Ik verlang soms zoo dat je er ook bent en we samen gezellig langs alles scharrelen. Ik leef er zuinig, ik zorg dat ik met huur van de kamer beneden of tot f 2,50 blijf, dat is dus 98 cent om te leven daar is dan bij inbegrepen overgeslagen over 1 week porto en museum bezoek e.d. Ik leef dus van 68 cent p.d. Het brood is evenwel vreselijk dun, voor nog minder dan bij ons een brood betaal je 30 cent. Voor zoo’n eind korst van 2 decimeter 10 cent. Gister kocht ik een livre du jambon f 0,48. Gek is dat ik niemand spreek, duizende menschen om me heen die allen een doel hebben en ik zwerf maar in m’n eendje, maar ja ik heb het zelf gewild hé, het is ook niet zoo erg en er zit ook wel iets prettig in.
14
10 Joop Sjollema aan de Amsteldijk, Amsterdam ca. 1930
foto_nelly op de academie in paris.tif
11 Nelly Oepts als model in een Parijse Académie, ca. 1935
‘Ik vond dat ze te veel wou “uitdrukken” en ik vond dat daardoor sommige kwaliteiten verdwenen.’28
Rond 1932 geeft Toorop haar protégé nog wel een plaats op het groepsportret De maaltijd der vrienden. Het schilderij is opgebouwd uit portretten van vrienden en familie zoals John Rädecker, Gerrit Rietveld (1888–1964), Adriaan Roland Holst (1888–1976), fotografe en schoondochter Eva Besnyö (1910– 2003) én Oepts (Afb. 30, p. 64). Desalniettemin zal het contact tussen Oepts en de groep rond Toorop sterk afnemen en in de tweede helft van de jaren dertig is hun ‘artistieke samenwerking’ verleden tijd. Oepts omschrijft dit in 1979 als volgt: ‘Het contact met Holland wat betreft de Charley Toorop-groep was verbroken en ik maakte geen werk meer dat door de omgeving van die groep geapprecieerd kon worden. Kortom ik was [voor] het eerst serieus aan het zoeken naar een zuiver picturale uiting en niet meer dat werk met een min of meer sociale achtergrond’29 Het contact met Van Regteren Altena is dan nog wel intensief. De conservator bezorgt Oepts niet alleen verschillende professionele opdrachten voor de gemeente Amsterdam. Ook als privépersoon koopt hij werk van de kunstenaar aan en nodigt de kunstenaar regelmatig thuis uit. Hieruit volgt zelfs de opdracht om een portret van zijn echtgenote te schilderen. De kunstenaar voelt zich wederom geëerd door deze aandacht en is zich bewust van de noodzaak ervan. Maar Oepts zou Oepts niet zijn als hij zich hierdoor niet in zijn vrijheid als kunstenaar beperkt zou voelen: ‘Gisteravond was ik bij Regteren Altena. Hij was nog steeds enthousiast over m’n werk en heeft me een paar adressen aan de hand gedaan waar ik eens heen moest gaan. Jammer dat het nu dus eigenlijk pas komt. Ik verlang erg naar Parijs terug, wat zal het er nu heerlijk zijn! Jammer dat ik weer een soort van opdracht heb gekregen voor die catalogus, ik zal er weer zoon werk hebben! […] Van de vrouw van Van Regteren Altena mag
15
Marie-Louise van Aubel
ik als ik weer in Holland kom een portret tekenen, je ziet dat ik nogal in een goed blaadje sta.’30
Na een periode waarin Oepts en Nelly regelmatig heen en weer tussen Amsterdam en Parijs reizen, beslist het echtpaar in 1933 definitief naar de lichtstad te verhuizen. Ze komen er, beperkt door hun financiële situatie, terecht in een buitenwijk. Terwijl Oepts, genietend van de ongedwongen sfeer en het rijke culturele Parijse leven, een nieuwe weg in zijn schilderkunst bewandelt, vervolgt Nelly die van haar in de balletwereld. Ze schrijft zich onder meer in bij de beroemde Olga Preobrajenska (1871–1962) om haar klassieke ballettechniek te verbeteren. Om de kosten hiervan te kunnen betalen én om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien poseert Nelly als model aan één van de vele Parijse kunstacademies (Afb. 11).32 Ondanks het feit dat zijn contacten met de Toorop-groep verwateren, heeft Oepts zijn vrienden waarop hij altijd kan terugvallen. Uit de groep rond Toorop blijft de beeldhouwer Rädecker een goede vriend. Ook hij verblijft regelmatig in Parijs en zal later zelfs getuige zijn op Oepts’ tweede huwelijk. De vriendschap met zijn jeugdvriend de beeldhouwer Bertus Sondaar is er een die zijn hele leven zal voortduren.32 De leeftijdsgenoten leerden elkaar kennen rond 1923 toen Oepts de beslissing nam zich volledig op de kunst te gaan richten en Sondaar een beeldhouwopleiding aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus in Amsterdam volgde. Via Sondaar leerde Oepts de beeldhouwer Han Wezelaar kennen met wie hij een hechte vriendschap opbouwt en regelmatig correspondeert per brief (Afb. 12).33 Ook de schilder Joop Sjollema kan tot zijn goede vrienden worden gerekend (Afb. 10). Het zijn deze drie kunstenaarsvrienden, Sondaar, Wezelaar en Sjollema die Oepts regelmatig geld lenen of woonruimte beschikbaar stellen in Nederland en Frankrijk, zodat hij weer een aantal maanden vooruit kan. Oepts vindt het verschrikkelijk zo afhankelijk te zijn, maar kan niet anders dan doorgaan op de ingeslagen weg. Zo schrijft hij in 1934 vanuit Parijs aan Nelly: ‘[…] dat wat Bertus betreft, hij vond dat het wel goed zou zijn voor ons dat we er eens uitkwamen uit het gedoe in
Biografie
12 Han Wezelaar en John Rädecker in Amsterdam, ca. 1933
Amsterdam. Hij wil fl. 1000 geven. Voor zoo’n atelier als bij Wezelaar zouden dan fl. 650 af gaan voor huur, zodat er nog fl. 350 over zou blijven voor gebruik, wat dan met eigen eventueele verdiensten van mij aangevuld zou worden […]’.
Amsterdam en Parijs, Nelly en Marthe. Oepts voert een hevige innerlijke strijd In 1937 komt Oepts voor een korte periode terug naar Nederland en trekt tijdelijk in bij Sjollema die op dat moment in een etage aan de Amsteldijk 19 woont (Afb. 13).34 Sjollema, verbleef dat jaar alsnog vaak in Parijs om een wandschildering te maken voor het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling. Hij ontmoet er in februari 1937 Marthe Jeanne Caudal (1910–1990), een Franse schilderes en tevens model.35 Marthe stond model tijdens de lessen van de beeldhouwer Charles Despiau (1874–1946) aan de Académie de la
Grande Chaumière. Haar verloofde was omgekomen tijdens één van de laatste Antarctica expedities van de beroemde Franse poolreiziger Jean-Baptiste Charcot (1867–1936). Marthe raakt geïnteresseerd in Nederland en het Nederlandse kunstwezen waarop Sjollema haar uitnodigt in Amsterdam. Wanneer Oepts de Française voor Sjollema van het Centraal Station haalt, wordt de kiem gelegd voor een mooie vriendschap. Tijdens haar verblijf in Nederland leert Marthe Oepts beter kennen en ziet veel potentieel in het werk van de Amsterdammer. Beiden dragen Frankrijk én de schilderkunst een warm hart toe. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Oepts, waarschijnlijk op aanraden van Marthe een paar maanden later, terug naar Frankrijk gaat en vanuit Parijs naar het Zuid-Franse vissersdorp Collioure trekt om er te gaan schilderen.36 De natuur spreekt hem niet direct aan, maar Oepts raakt diep onder de indruk van het mediterrane licht en de pasteltinten in die omgeving.37 Hij ziet hierdoor nieuwe mogelijkheden om de kleuren van zijn palet uit te breiden.38 Dicht bij de Spaanse grens had dit vissersdorp door zijn speciale lichtinval al sinds de 19e eeuw een grote aantrekkingskracht op beeldende kunstenaars, schrijvers en zangers.39 Ook Wezelaar trok hier in de jaren twintig geregeld naar toe..40 Ondertussen verloopt het huwelijk van Oepts en Nelly niet soepel. Regelmatig zijn beiden wekenlang van elkaar gescheiden. De kunstenaar reist heen en weer tussen Parijs, Collioure en Nederland, terwijl Nelly vaak logeert bij een balletvriendin in Dijon. Oepts worstelt op dat moment ook met zijn kunstenaarschap. Zijn zoektocht naar wat hij als kunstenaar wil bereiken, leidt hem naar de vraag wie hij als persoon en kunstenaar is. Somber kijkt hij terug op de voorgaande jaren die hij in Nederland doorbracht. Langzaam maar zeker groeit het echtpaar uit elkaar. In correspondentie van Oepts aan Nelly wordt duidelijk welke moeilijkheden de kunstenaar zo op de proef stellen: ‘Lieve Nelly, dank voor je brief. Ik heb lang geaarzeld je te schrijven, omdat dat zoo moeilijk is daarin de dingen zoo te schrijven als ze zijn. Ik ben bang je groot verdriet te gaan doen Nelly. En toch zou ik het je niet willen en kunnen verzwijgen. Ik
ben er zelf erg van in de war. Ik heb nl. een groote symphatie gekregen voor dat meisje dat hier is gekomen uit Parijs. Ik heb me er erg tegen verzet en zij is ook gauw naar Parijs teruggegaan maar het heeft me zoo in de war gebracht. Nelly ik hoop dat je het kunt begrijpen of aanvoelen. Het was zoo moeilijk voor me de laatste tijd onze verhouding. Ik had het graag anders gehad, maar kan niet vijnzen. Maak het me nu niet te moeilijk. Veel verwacht ik er niet van nu en toch kan en wil ik me er nu niet aan onttrekken. Daarna zou het nog moeilijker met ons gaan. Ik heb lang geaarzeld je dit alles te schrijven maar het leek me zoo erg voor je als je zou komen en ik zou het je dan allemaal vertellen. Misschien kan je nog wat in Parijs blijven. Het is me natuurlijk ook moeilijk te antwoorden op een brief van Bertus die ik kreeg en waarin hij vroeg of ik het goed vond dat je nog wat bleef. Het zal nu ook wel afgeloopen zijn met zijn sympathie voor mij. Maar dat kan me allemaal niet schelen. Ik heb met mijn eigen leven te maken en er moest iets veranderen. […] M’n gevoel voor jou is niet veranderd, maar ik ben mezelf nu niet, ik kan het andere niet uit mijn hoofd zetten punt. Wat er nu precies gebeuren moet kan ik me nog niet goed realiseren. Dat hangt ook af van jou, wat je doen wilt gaan. Maak het me nu niet te moeilijk Nelly en laat me gaan, want anders zou ik er alles bij neer gooien en wegsomberen en daar ben ik toch ook nog te jong voor. Enfin laat ik nu niet teveel meer schrijven en tracht je goed te houden Nelly. Wim.’41
13 Wim en Nelly Oepts in de etage aan de Amsteldijk, ca. 1937
Martheopbank
16
17
14 Marthe Caudal bij een van haar schilderijen
Marie-Louise van Aubel
Enkele weken later schrijft hij haar: ‘[…] Ja wat er allemaal gaat gebeuren weet ik ook niet. Ik sta op het ogenblik ook zoo vreemd in het leven. Allemaal hier hebben ze een soort van bestaan, dat mis ik erg en vreemd, telkens als er mogelijkheden voor zijn ga ik het uit de weg. Ik voel dat ik wat m’n werk betreft alles nog leeren moet en het is een gevoel van schaamte voor wat ik deed to nu toe wat me weerhoud naar buiten te treden met m’n werk. […] Ook geeft me dat alles een gevoel van maatschappelijke onvolwaardigheid. […]’ Iets verder in de brief zegt Oepts: ‘[…] Ik begin nu te gelooven dat ik nooit zal [begrijpen?] zooals ik het voel en zooals ik het zie. In Frankrijk is de kunst levend gebleven, heeft zich steeds vernieuwd terwijl in Holland sinds de Zeventiende eeuw niets gebeurt is, enkele heel sterke figuren hebben iets weten te [begrijpen?] maar zijn alleen gebleven en hebben in Holland geen vernieuwing gebracht. Het eenigste is dat ik doorploeter, maar ik ben zoo moe en al dat gedoe met het geld m’n gevoel afhankelijk te zijn van de menschen zonder iets positiefs te maken maakt me nerveus.[…]’42 Op een zondagochtend in Collioure beëindigt Oepts deze emotionele correspondentie met de volgende brief. ‘Lieve Nelly, je vraagt je af waarom het zoo gegaan is met ons, en wiens schuld het zou zijn dat het zoo gegaan is. […] In ons geval is het niet nodig van schuld te praten, zoo ja dan ben ik zeker het eerst schuldig. […] ik heb heel goed gevoeld dat ik je in veel te kort deed en dat kwam ondanks me zelf. Graag had ik aardiger voor je geweest maar ik kon niet, ik weet niet waarom. Nelly ik weet zelf haast niet waarom het zoo gegaan is, het is allemaal zoo vreemd, ik vervreem van alles en iedereen nu. Je schrijft in wezen een romantisch meisje te zijn en gelukkig te zijn met een beetje poëzie. En dat is juist wat ik je zoo moeilijk kan geven, omdat ikzelf zoo ontzettend onrustig ben en niet eens dat verlang maar alleen maar een beetje rust. Het is je moeilijk te beschrijven in hoe ’n staat ik me soms voel, daardoor was het me onmogelijk iets voor je te zijn. […] Denk niet dat het zoo maar een gril is van me wat ik gedaan heb. Dat het goed ging in het begin kwam omdat ik toen een zekere rust had wat m’n werk betreft, hoewel het juist toen begon te veranderen! Nu moet je vooral niet denken dat ik denk, dat dat door jou zou zijn gekomen! Het zou met elk ander zoo zijn gegaan. Het kwam daardoor, omdat m’n zoogenaamde bekendheid en waardering voor m’n werk om een valsche basis beruste. Onbewust heb ik dat zelf altijd wel gevoeld een beetje, maar eigenlijk nooit de moed gehad me direct dat hele gedoe de rug toe te keren en hier komt eigenlijk de schuldvraag, ik geloof dat die heele stomme, valsche kliek in Holland m’n mooiste tijd verpest heb. In die tijd dat ik aldoor wanhoopig heb geprobeerd een compleet ‘schilderij’ te maken zonder eenige elementaire artistieke kennis, doordat ze in Holland daar geen enkel idee van hebben en elkaar maar wat opwarmen. Langzamerhand wordt alles me duidelijk en kan ik niet anders dan betreuren de tijd die ik verloren heb en op hoe’n manier. En nu moet ik je iets schrijven, al doe ik dat niet