Issuu on Google+

Wie Tessa van Zadelhoff, leerkracht groep 8 op De Kleine Beer in Berlicum

Sta er voor

‘ICT is de wereld van nu’ december 2009 | Prima PO

| 15


Waarom taal en rekenen wel afstemmen op de vaardigheden en interesses van een individueel kind en een vak als wereldoriëntatie niet? Leerkracht Tessa van Zadelhoff van De Kleine Beer in Berlicum bracht hier verandering in. Tegenwoordig werkt groep 5 tot en met 8 individueel en in groepjes aan wereldoriëntatie. Ict speelt daarin een grote rol. Tekst: Ingrid Dekker Beeld: Peter van Es

16 | Prima PO | januari 2010

H

et Neem een willekeurig thema op het gebied van wereldoriëntatie, vulkanen bijvoorbeeld. Werd er vroeger op De Kleine Beer in Berlicum klassikaal aan gewerkt met behulp van een boek en een werkboek, tegenwoordig gaat het er heel anders aan toe. ‘Kinderen gaan in groepjes zelfstandig aan de slag’, zegt Tessa van Zadelhoff, leerkracht van groep 8. ‘Het ene groepje maakt een Powerpoint-presentatie, het andere groepje een interactieve quiz of een digitaal prentenboek. Iedereen onderzoekt het onderwerp op een eigen manier.’ Ict speelt een belangrijke rol in de nieuwe manier van werken op De Kleine Beer. ‘Het is de wereld van nu’, zegt Van Zadelhoff. ‘Die manier van werken spreekt kinderen aan. Bovendien leren ze extra vaardigheden aan die altijd goed van pas komen. Als je kijkt naar de fantastische Powerpoint-presentaties met bijzondere effecten die de leerlingen uit groep 8 maken… Die vaardigheid komt bij het voortgezet onderwijs alleen maar van pas.’ Overigens is de huidige aanpak niet uitsluitend ict, er zijn ook andere verwerkingsvormen mogelijk. ‘Als een groepje graag een liedje of een rap wil maken over een vulkaan is dat ook goed. Al letten we er wel op dat een kind ook af en toe iets interactiefs doet en daarin ook varieert. Het is dus niet de bedoeling dat Jantje altijd een Powerpoint maakt en

Marietje steeds een podcast. Afwisseling vinden we belangrijk.’

Subsidie Om deze nieuwe manier van werken mogelijk te maken, werd Van Zadelhoff een jaar lang één dag per week vrijgeroosterd. Dit was mogelijk omdat de school voor dit project subsidie ontving in het kader van innovatief onderwijs (stichting TQ.nl). ‘Het kostte veel tijd om dit op te zetten’, zegt Van Zadelhoff. ‘Er is onder meer een website gebouwd, er zijn doelenlijsten gemaakt, handleidingen geschreven, voorbeeldopdrachten gemaakt. Erg leuk, maar ook erg intensief.’ De nieuwe manier van werken, bevalt prima. ‘Het geeft kinderen een keuzemogelijkheid. En omdat we er al een aantal jaren mee werken, zijn de kinderen die ik nu in de klas heb, niet anders gewend. Als er kinderen van een andere school instromen, merk ik wel dat ze het heel bijzonder vinden hoe wij hier werken. Maar bovenal vinden ze het leuk. Ik zie een grote interesse om nieuwe dingen te willen leren.’ Kinderen krijgen drie middagen de tijd om te werken aan hun eindproduct: een liedje, toneelstuk, quiz, filmpje, Powerpoint, mindmap, podcast, knutsel, mailonderzoek, folder, et cetera. Daarna moeten ze het resultaat presenteren aan de groep. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van een markt met kraampjes. ‘Leerlingen krijgen dus een onderwerp


Sta er voor op veel verschillende manieren aangeboden. Gebleken is dat de informatie daardoor beter blijft hangen. Vraag je er een paar maanden later iets over terug, dan hebben ze het heel goed onthouden. De stof beklijft goed, juist omdat het zo heel divers is gepresenteerd.’

Verschillende onderwerpen Tal van vakken en onderwerpen worden op de Kleine Beer op deze manier behandeld. Met aardrijkskunde kan het bijvoorbeeld gaan over Amerika, Afrika, duurzame energie of water. Met geschiedenis over stoommachines, ontdekkingsreizen, revoluties of de school van vroeger. Met natuurkunde over ehbo, seksuele voorlichting (‘hoewel daar wel enige begeleiding nodig is’), ruimtevaart, drugs of weer en wind. Momenteel wordt deze manier van werken toegepast in groep 5 tot en met 8, maar ook groep 4 krijgt er al mee te maken. ‘Het is voor deze groep wel iets lastiger’, vindt Van Zadelhoff. ‘Omdat je

te maken hebt met een lager leesniveau. Maar met plaatjes, filmpjes en animaties kom je toch een heel eind.’ Een en ander stimuleert de creativiteit, vindt ze. ‘We integreren ook steeds meer werkvormen, zoals tekenen en handvaardigheid. Behandelen we bij geschiedenis hoe de veenboeren in Drenthe woonden, dan kleien we een plaggenhut, maar dan moeten ze wel van alles over een plaggenhut weten. En dat zoeken ze op via internet.’ Van Zadelhoff probeert nieuwe ontwikkelingen zo goed mogelijk bij te houden. Steeds weer kijkt ze of nieuwe toepassingen een plek kunnen krijgen op school. ‘Ik vind het leuk om met nieuwe dingen te experimenteren. Zo zijn we momenteel in de klas bezig met het maken van interactieve posters.’ Ook met taal zoekt de school naar nieuwe werkvormen. ‘We bedenken bijvoorbeeld hoe het zou zijn als Anne Frank geen dagboek had gehad maar twitter. We gaan kijken hoe dat eruit had kunnen zien.’

‘Ik zie een grote interesse om nieuwe dingen te willen leren.’

Meer info: www.watjevanberenkanleren.nl januari 2010 | Prima PO

| 17


Prima po sta ervoor