Skip to main content

RESOURCE - Nr. 09 2026 (NL)

Page 1


Reis boeken wordt (iets) makkelijker

Ingezonden: Uit de menstruatiekast

Journalistiek magazine over Wageningen University & Research

CRISPR-pieper staat op het veld

Universiteiten willen digitale autonomie Vaccins verminderen verspreiding vogelgriep

Studenten, seks en liefde

Van mono naar poly | p.14

MEI ❷⓿❷❻ JAARGANG ❷⓿

Inhoud

Nieuw: de mannencirkel

Weidegang voor melkkoeien: niet zwart/wit

Falen en opstaan:

20

weg naar minder opleidingen

VOORWOORD

Roepen

'Helaas zijn onze politieke leiders met andere dingen bezig.' Het is een verzuchting die je in Wageningen vaker hoort. WUR-programmaleider Klimaat Tim van Hattum zegt het desgevraagd over het nieuws dat de meest extreme klimaatscenario's door het IPCC zijn geschrapt, en wat de wetenschap daar nog aan kan doen (pag. 9). Het antwoord is: ‘weinig’; niet omdat de kennis er niet is, maar omdat die weinig wordt opgepakt. Want hier in Wageningen en elders weten wetenschappers al ruim voldoende over de oorzaken van de biodiversiteitscrisis, over technologische oplossingen, over wat een eerlijkere en gezondere toekomst zou kunnen betekenen voor mens en planeet. De wetenschap heeft haar werk gedaan en doet dat dagelijks nog.

Martha Bakker over scheiding natuur en intensieve landbouw

Kijk voor meer verhalen en nieuws op onze website via deze QR-code:

Harder roepen dan maar? Wat mij betreft wel, maar dat is niet erg Wagenings. Hier spreken de feiten, en dat is wat wij als Resource laten zien. Op de campus en daarbuiten gebeurt dagelijks meer dan over te schrijven valt. Maar studenten en wetenschappers zijn bescheiden, roepen niet en komen niet vaak zelf de redactie op lopen om hun verhalen te delen, hun zorgen of kritiek. Dat begrijpen we, maar weet ons tóch te vinden: resource@wur.nl.

Lees dit nummer maar. Zie wat er speelt en leeft, op de campus, in het veld en onder studenten (zoals in ons verhaal over veelkleurige liefde). Al dat werk, al die studies, alle meningen: ze verdienen het verteld te worden.

SPOTTEN

Het is een traditie van 35 jaar: de vogelexcursie, georganiseerd door onder anderen senior onderzoeker Joop Spijker. Dit jaar spitsten zo’n veertig WUR’ers de oren in het arboretum en de uiterwaarden. De opbrengst was volgens Joop niet bijzonder, maar dat hoeft ook niet. ‘Het gaat om beleving. En de soorten díe we hoorden en zagen, zien mensen normaal niet snel. Zoals de cetti’s zanger, braamsluiper en de boomkruiper. En de zwartkop, die prachtig zingt.’ In de uiterwaarden riep de kluut zijn eigen naam en kwaakte de slobeend. Spijker wil de traditie voortzetten. ‘Ook al ga ik snel met pensioen.’ wa

Vaccins verminderen verspreiding vogelgriep

Nadat eerdere tussenrapportages over de veldproef al succes meldden, zijn ook de zogenoemde transmissieproeven van twee vaccins tegen hoogpathogene vogelgriep (H5N1) succesvol verlopen, zo werd vorige week bekendgemaakt.

Voor het onderzoek werden twee koppels leghennen gevolgd op twee verschillende pluimveebedrijven, vanaf het moment dat ze uit het ei kropen. Daaruit werden groepjes dieren op verschillende leeftijden overgebracht naar Wageningen Bioveterinary Research, waar de helft werd geïnfecteerd met het H5N1-vogelgriepvirus.

Uit het onderzoek blijkt dat de vaccins zowel het risico op een uitbraak als de omvang ervan sterk verminderen. Zonder vaccinatie bedroeg het risico op een uitbraak na besmetting ongeveer 96 procent; bij gevaccineerde koppels 10 tot 30 procent, afhankelijk van de vaccinatiestrategie. Ook de omvang van uitbraken nam aanzienlijk af.

De virustransmissie bleek aanzienlijk lager in groepen waarin alle dieren hoge niveaus antistoffen hadden.

Naast vaccineren an sich is het dus ook belangrijk om het antistofniveau van het hele koppel uniform en hoog te houden, bijvoorbeeld door te boosteren.

Veilig

De vaccinatie bleek veilig voor de kippen. De gezondheid van de koppels bleef stabiel en de sterfte bleef binnen normale waarden voor commerciële houderijsystemen. Negatieve effecten op dierenwelzijn of eiproductie werden niet waargenomen. De voedselveiligheid bleek evenmin in het geding.

Omdat vogelgriepuitbraken minder in het oog springen als ziekteverschijnselen en sterfte afnemen door de vaccins, moet vaccinatie wel gepaard gaan met actieve monitoring, benadrukken de onderzoekers. Met een passend surveillancesysteem kan meer dan 93 procent van de uitbraken tijdig worden gedetecteerd. De bestaande diagnostische tests bleken goed geschikt om veldinfecties te detecteren bij de gevaccineerde koppels. Het onderzoek, waarbij de dieren ruim 85 weken werden gemonitord, vond plaats in opdracht van het ministerie van LVVN. Staatssecretaris Erkens (Landbouw) komt uiterlijk eind dit jaar met een vaccinatieplan, heeft hij laten weten. me

Rustige ruimten

De campus is een meditatieruimte én een contemplatieruimte rijker. Hier kunnen studenten zich even terugtrekken om tot rust te komen, te bidden of – met of zonder begeleiding – te mediteren. De meditatieruimte is te vinden in de bibliotheek in Forum. Binnen liggen zitkussentjes (zie foto). In de contemplatieruimte, op de begane grond in Orion, staat een kastje waar studenten bijvoorbeeld een bijbel of kleedje kunnen achterlaten. lz

Elke periode een ‘mannencirkel’

Vanaf komende collegejaar is er elke periode een zogeheten mannencirkel, vertelt Lisa Nguyen van Team Student Life, Wellbeing & Inclusion. ‘Onder begeleiding van een coach komen mannelijke studenten bij elkaar om op een laagdrempelige manier over dingen te praten waar ze mee zitten.’ Elke periode staat een ander thema centraal. ‘In de winter keren mensen meer in zichzelf. Richting de zomer zijn mensen vaak meer naar buiten gekeerd en gebeurt er opeens heel veel. Dus ik kan me voorstellen dat we iets met de seizoenen gaan doen.’ Ook onderwerpen als de manosphere en looksmaxxing kunnen aan bod komen. lz

Inschrijflijst op resource-online.nl

Reis boeken wordt (iets) makkelijker

Al geruime tijd is er onvrede over reisagent DGI Travel. Om tot een werkbare dienstverlening te komen, verandert WUR zelf iets in de goedkeuringsprocedure voor reizen.

Martijn van den Heuvel, hoofd Integraal Facilitair Management: ‘Voor zogenoemde groene en gele regio’s hoeven de leidinggevenden vanaf de zomer niet langer in de reistool in te loggen en akkoord te geven. We gaan werken vanuit vertrouwen: de reiziger moet straks aanvinken of er akkoord is van de leidinggevende en of hij zich ervan bewust is dat er voor gele gebieden extra aanwijzingen gelden. Zo halen we een administratieve stap uit het proces. Ik hoop dat het rapportcijfer 4 dat de dienstverlening nu krijgt minstens een voldoende zal worden.’ dv

Foto Resource

2771

Per september 2027 gaan studenten 2771 euro collegegeld betalen, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS over de inflatie. Het wettelijke collegegeld volgt de inflatie. Brandstof, boodschappen en cafébezoek worden duurder, dus dan gaat het collegegeld ook omhoog. Dit studiejaar betalen studenten 2601 euro. Komende september wordt dat 2694 en een jaar later dus 2771 euro. hop

Nieuw dichterscollectief

De Struikrovers

Makers van poëzie, spoken word en andere woordkunst kunnen sinds deze week terecht bij dichterscollectief De Struikrovers.

‘Bij poëzie denken mensen toch nog vaak aan grijze mannen achter typemachines’, aldus medeoprichter Lars Verhoeff. De Struikrovers, naast Verhoeff onder anderen Poetry Slam-winnaar Eva van Wissen en stadsdichter Bob ter Haar, willen dat beeld veranderen.

Het collectief komt maandelijks samen op verschillende locaties en organiseert open mic-avonden. Verhoeff benadrukt dat ook beginnende dichters welkom zijn. ‘Het is niet per se bedoeld voor mensen die er jarenlang mee bezig zijn en stadsdichter willen worden of op grote podia willen staan. Dat mag natuurlijk wel. Maar ook als je nog nooit wat geschreven hebt kan je aansluiten.’ Meer weten? Neem contact op met Lars Verhoeff via Instagram: @dj_mier. cj

Universiteiten buigen zich over hun digitale autonomie

Universiteiten moeten minder afhankelijk worden van de Amerikaanse softwaregiganten, vinden ze. Ze richten samen een commissie op voor meer digitale autonomie.

Van de ene op de andere dag niet meer bij je mail kunnen vanwege Amerikaanse sancties: wat de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag vorig jaar overkwam, is een alarmsignaal geweest voor universiteiten. ‘We moeten eigenlijk een digitaal noodpakket ontwikkelen’, zegt woordvoerder Ruben Puylaert van UNL, de koepel van Nederlandse universiteiten. ‘Wat als zoiets als bij het Strafhof ook bij ons gebeurt? Op welke aanbieder stap je dan over?’

De afhankelijkheid van Amerikaanse software is groot. Vooral Microsoft is heer en meester in het Nederlandse hoger onderwijs. En de Amerikanen

kunnen zomaar de knop omdraaien. Of de prijzen flink verhogen. Of stiekem anderen inzage geven in onze data. ‘Deze afhankelijkheid zet de waarden van onderwijs en wetenschap onder druk’, schrijft UNL in een verklaring. De koepel heeft een commissie in het leven geroepen waar ook de overheid en

‘De afhankelijkheid zet de waarden van onderwijs en wetenschap onder druk’

IT-coöperatie SURF in zitten. De commissie gaat de risico’s in kaart brengen en oplossingen zoeken voor de korte en lange termijn.

Cloudopslag

Hogescholen en universiteiten gebruiken niet alleen e-mail en kantoorsoft-

ware van Microsoft, maar leunen er ook sterk op voor cloudopslag of voor het veilig houden van hun netwerken. Die afhankelijkheid stelden de rectoren van alle universiteiten al in 2019 aan de kaak, maar sindsdien is er niet veel veranderd.

Wel is SURF eind vorig jaar een praktijktest gestart met software van het Duitse Nextcloud. Dat zou voor een deel Microsoft kunnen vervangen. Die pilot is zo populair dat SURF hem nu uitbreidt (zie resource-online.nl). hop

ingezonden brief

Uit de menstruatiekast

Stel dat je bij de balie van Forum om een velletje toiletpapier moet vragen als je je eigen papier vergeten zou zijn? Klinkt absurd, nietwaar? Waarom is dat anders als het over menstruatieproducten gaat? Waarom zijn menstruatieproducten bij WUR niet gratis en vrij verkrijgbaar?

Het is (overigens nauwelijks bekend) beleid van WUR dat menstruatieproducten ‘verkrijgbaar’ zijn bij recepties en balies, waar ze in een kast verstopt liggen en je erom moet vragen. Waarom is dat zo? Volgens WUR is er geen bewijs voor ‘menstruatiearmoede’ en is er niet genoeg budget. WUR ziet het daarmee als niet-essentieel wat ingaat tegen de visie van een groot aantal mensenrechtenorganisaties die het als basisbehoefte op het gebied van gezondheid erkennen. Ook projecten van studenten in Wageningen en een promotieonderzoek van Niene Iping laten dat zien en roepen WUR op tot actie. Waarom vraagt WUR om bewijs dat het om een basisbehoefte gaat, om het vervolgens te verwerpen als het eenmaal geleverd is?

Het wordt tijd het stigma, de geheimzinnigheid en de schaamte rondom menstrueren achter ons te laten. Menstruatie wordt

van oudsher gezien als vies en beschamend, wat voortkomt uit vrouwonvriendelijke opvattingen over vrouwenlichamen. Dit leidt tot heimelijk omgaan met menstruatie; je mag er niet openlijk over praten (tenzij je klaagt), je moet doorgaan alsof je niet ongesteld bent en je moet altijd menstruatieproducten bij je hebben. Deze praktijk van geheimzinnigheid, ook wel ‘de menstruatiekast’ genoemd, versterkt het menstruatiestigma. Het wordt tijd dat WUR erkent hoe dat stigma ingebakken zit in zijn (gebrek aan) beleid en voorzieningen. Het verstrekken van menstruatieproducten in alle toiletten op de campus zou daarbij een eerste stap moeten zijn. De aanhoudende aandacht voor en onderzoek naar menstruatie, zoals door PERIODS, EUmetriosis en projecten van studenten, geven hoop dat dit onderwerp meer aandacht zal krijgen bij WUR en ik verheug me erop deze verandering te zien en eraan bij te dragen.

Erica Selznick is promovendus (LAW groep) en doet onderzoek naar de manier waarop vrouwen endometriose ervaren en ermee omgaan.

Advertentie

Vacancy

Cover_subtite

The BoE is the legal board of all accredited study programmes at Wageningen University & Research (WUR) and consists of 4 senior staff members and 4 students.

The activities of the BoE take up about one day a week. This includes a meeting every two weeks on Wednesdays between 9:00 and 12:30.

Professor or Lecturer 1? Join the Board of Education (BoE)

Do you have a passion for education? From September 2026, a staff position on the Board is vacant

Your responsibilities / opportunities

• To represent staff from WUR in the board that decides upon the content and quality of accredited study programmes and advises the Executive Board on various educational issues.

• To deal with a variety of topics, such as new study programmes, quality of education, new education policies and education innovation.

Your qualities

You have a passion for education and ideas to develop and innovate WUR education. You are proactive and you have a critical attitude.

Interested?

You have extensive experience in research, developing education, and teaching in the domain of Environment & Landscape (BBN, BES, BIL, BLP, BSW, MCL, MEE, MES, MFN, MGI, MIL, MLP, MTO, MUE).

The appointment is for at least two years, with the possibility of re-appointments. Your department will be compensated with one day a week by Education and Student Affairs (ESA) for your contributions. A member of the BoE cannot be a member of the Management Board of a Department, a Programme Committee, an Examining Board, a central/decentral Works Council, or the Student Staff Council.

Send your CV and motivation letter, in English, before 10 June 2026 to boardofeducation.secretary@wur.nl

More information: wur.eu/boardofeducation

MELKKOE IN DE WEI

NIET ZWART/WIT

Een koe hoort in de wei, zo luidt de rotsvaste maatschappelijke overtuiging, want dat is beter voor het beest. Maar is dat wel zo? Met data van 78 melkveehouderijen door heel Nederland zag promovendus Iris de Munck dat bij beweiding veel meer factoren meespelen dan tot nu toe werd aangenomen. Tekst Marieke Enter

De Munck analyseerde de relatie tussen graasintensiteit en -duur en de productie en gezondheid van melkkoeien, op basis van de gegevens van 78 commerciële Nederlandse melkveebedrijven tijdens de weideseizoenen 2023 en 2024. Onlangs verscheen haar paper hierover. Ze keek onder meer naar het aantal weidedagen, het gemiddelde aantal weide-uren per dag en het aantal koe-uren per hectare beschikbare weide. Dit vergeleek ze met indicatoren voor productie (kilo’s melk, het vet- en eiwitgehalte van de melk, de gestandaardiseerde melkproductie) en indicatoren voor gezondheid, zoals het celgetal uit tankmelk (een graadmeter van uiergezondheid) en antistoffen tegen de klauwontsteking-veroorzakende bacterie Treponema en parasieten zoals longworm en maagdarmwormen.

Uit haar analyse bleek een iets lagere melkproductie tijdens het weideseizoen. Terwijl graasintensiteit en -duur een kleine negatieve samenhang liet zien met de gestandaardiseerde melkproductie, was er juist een positieve samenhang met de vet- en eiwitgehalten van de melk.

Antistoffen

Ook de uiergezondheid was iets slechter tijdens het weideseizoen. Daarentegen werden tijdens het weideseizoen bij minder bedrijven antistoffen gevonden tegen de Treponema-‘klauwbacterie’. Onbeperkte weidegang (minstens 17,5 uur per dag toegang tot de wei, tijdens minstens 30 aaneengesloten dagen) ging samen met een hogere kans op antistoffen tegen longworm, terwijl meer koe-uren per hectare (een parameter van de beweidingsintensiteit) samenhing met meer antistoffen

tegen maagdarmwormen.

‘De gebruikelijke opvatting over weidegang is eigenlijk te simpel’

De gevonden verbanden zijn bescheiden, geeft De Munck aan. ‘Maar het geeft wel aan dat de gebruikelijke opvatting over weidegang – minstens 120 dagen per jaar, 6 uur per dag – eigenlijk te simpel is. Er blijken nog veel meer factoren relevant, zoals beweidingsintensiteit.’

Deze eerste bevindingen bieden volop aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. ‘Ik wil meer de diepte in. Het zou mooi zijn als er genoeg kennis komt om bij bepaalde gezondheidsproblemen een specifieke beweidingsaanpak te kunnen aanraden, ook rekening houdend met stalsysteem, bedrijfsmanagement en intrinsieke motivatie van de betreffende veehouder. Bedrijfseconomische aspecten spelen natuurlijk ook een rol. Binnenkort hoop ik een tweede paper te publice-

ren over de diergezondheidskosten in een beweidingssysteem en een stalsysteem. In een later stadium wil ik met boekhoudgegevens ook bekijken wat beweiding betekent voor bedrijfsefficiëntie: gaan bedrijven met meer uren weidegang efficienter om met hun inputs, zoals arbeid en aantal hectares?’

De Munck is promovendus bij zowel de WUR-leerstoelgroep Bedrijfseconomie als bij Aeres Hogeschool Dronten, die penvoerder is van het onderzoeksproject waar haar promotieonderzoek onderdeel van is, Gezond Weiden. De Munck: ‘Weidegang is een veelbesproken onderwerp in de sector. Het is aan ons als onderzoekers om er meer greep op te krijgen, zodat boeren betere, op data gebaseerde beslissingen kunnen nemen over hoe ze beweiding willen aanpakken.’

Foto Shutterstock

Falen &

opstaan

Een mislukte proef, een afgewezen artikel: in de wetenschap wordt het al gauw bestempeld als falen. En erover praten? Dacht het niet. In deze rubriek doen collega’s dat wel.

Want falen is nuttig. Dit keer Nicole van ’t Wout Hofland, wetenschapsredacteur bij AFSG en schrijver van deze rubriek.

Tekst Nicole van ’t Wout Hofland  Illustratie Mathijs Megens/ SeaBlueBird Studio

‘Tijdens mijn promotieonderzoek dacht ik iets nieuws op het spoor te zijn. Ik was zo overtuigd van mijn hypothese dat ik de data maandenlang negeerde.

‘Het begon toen ik een planteneiwit doorspitte op zoek naar aanwijzingen over hoe dat eiwit werkt. Een specifiek stukje leek verdacht veel op een verbindingsmechanisme uit een andere eiwitfamilie.

Daarmee grijpen twee eiwitten elkaar vast en werken dan samen. Bingo, dacht ik. Dat betekende mogelijk een kruisbestuiving tussen twee totaal verschillende biologische systemen. Mijn begeleider geloofde er ook wel in: ‘We zien dat eiwit steeds terugkomen in grote datasets, dus misschien ben je wel iets op het spoor’, zei hij. Ik was verrukt door het idee. ‘Ik ontwierp een test op moleculair niveau. Als de twee eiwitten echt samenwerkten, zou ik kleine gele bolletjes fluorescentie zien onder de microscoop. Op het moment van de waarheid legde ik het preparaat met trillende handen onder de microscoop en stelde scherp. Ik zette de laser aan…pikzwart. Geen enkel geel bolletje. Ik kon het niet geloven. Misschien lag het aan de manier waarop ik de test

had opgebouwd, dacht ik. Want er zijn meerdere manieren om zo'n test op te zetten. Ik probeerde ze allemaal. Ik leerde nieuwe methoden en ik probeerde het nog eens. En nog eens. Elk experiment gaf een negatief resultaat. Maanden

‘Ik was zo overtuigd van mijn hypothese dat ik de data maandenlang negeerde’

van mijn kostbare tijd spendeerde ik eraan, maar de resultaten bleven negatief.

‘Achteraf gezien had ik dat eerder moeten accepteren. Dan had ik mijn tijd nuttiger kunnen besteden. Blijkbaar was ik te koppig, te enthousiast over mijn hypothese om te vertrouwen op de data. Hoe elegant het idee ook was in mijn hoofd, het was fout. Uiteindelijk heb ik dat moeten accepteren en de negatieve resultaten verwerkt in mijn proefschrift. En toch heb ik nog altijd een alert ingesteld dat me e-mailt zodra die twee eiwitten samen opduiken in de literatuur.’

CRISPR-PIEPER STAAT OP HET VELD

Op een veld bij Lelystad zijn eind april genetisch aangepaste aardappelen gepoot die beter bestand zijn tegen de aardappelziekte fytoftora. Genetisch gemodificeerd met technieken die (binnenkort) mogen van ‘Europa’.

Sinds 2001 zijn gm-(genetische modificatie) gewassen aan strenge regels gebonden in de EU. Maar daar komt verandering in nu regels voor nieuwe genetische technieken als CRISPR-Cas op het punt staan versoepeld te worden. Het gaat bij die versoepeling om veranderingen die in principe ook op natuurlijke wijze kunnen ontstaan door kruisen of muteren. Gebruik van soortvreemde genen blijft strikt gereguleerd. Onderzoeker Ania Lukasiewicz is projectleider van de proef met gm-aardappelen in Lelystad.

‘We willen laten zien dat de aanpassingen een grotere resistentie tegen fytoftora geven’

Een deel van de aardappelen heeft een of twee extra resistentiegenen meegekregen tegen de schimmel Fytoftora infestans. Bij een ander deel op dit veld is met CRISPR-techniek heel gericht een gen uitgeschakeld. Lukasiewicz: ‘We willen laten zien dat die aanpassingen leiden tot een grotere resistentie tegen fytoftora. Daarvoor gebruiken we drie verschillende behandelingen: niet spuiten, regulier spuiten en aangepast spuiten naar gelang de aantasting door fytoftora. Het streven is natuurlijk om nog zo min mogelijk te hoeven spuiten.’

Agrobacterium

Alle gm-planten zijn ontwikkeld in Wageningen. Het inbouwen van nieuwe genen gebeurt met behulp van de bacterie Agrobacterium tumefans. Lukasiewicz: ‘Dat is een bacterie die zijn eigen DNA in planten kan infecteren. Een proces dat ook in de natuur plaatsvindt. Dat vermogen kun je, op celniveau, gebruiken om elk gewenst DNA in te bouwen. Uit die geïnfecteerde cellen laat je vervolgens een plant groeien.’ Lukasiewicz verwacht te kunnen oogsten in september of begin oktober. ‘Maar vanaf juli verwachten we dat de fytoftora toeslaat. Dan ga je de verschillen in het veld zien.’ rk

‘OOK 2 GRADEN IS EEN RAMPSCENARIO’

De meest extreme klimaatscenario’s zijn door het IPCC geschrapt. Ze zijn niet realistisch meer. Dat is niet per se goed nieuws, zegt WUR-programmaleider Klimaat Tim van Hattum. Tekst Roelof Kleis

‘

Dat door klimaatactie een extreem negatief scenario voor 2100 niet meer realistisch is, is goed nieuws. Maar tegelijkertijd is het meest gunstige scenario ook geschrapt. De opwarming onder de 1,5 graad Celsius houden is niet meer haalbaar. En dat is zeer alarmerend.’

De spreiding in onzekerheid is minder. Oftewel we liggen met meer zekerheid op rampkoers?

‘Dat klopt, ook al weten we nog niet precies hoe groot die ramp is. Overigens, het extreme scenario van meer dan 3,5 graad opwarming deze eeuw is ná 2100 nog steeds mogelijk. Dat is wat mij irriteert aan deze boodschap: het lijkt nu net alsof er niks aan de hand is. En dat is dus niet zo.’

Wat had de boodschap dan moeten zijn?

‘De boodschap is dat we nog steeds op een verontrustende klimaatverandering afstevenen. Een opwarming van 2 graden – en we stevenen nog steeds af op 3 graden – is voor veel gebieden op de wereld een rampscenario. Ook voor Europa, dat twee keer sneller opwarmt dan de rest van de wereld. Bij 2 graden opwarming bereiken we al de kantelpunten van het klimaatsysteem. Dat van de koraalriffen zijn we al gepasseerd. De

Wat kan de klimaatwetenschap nog doen?

gletsjers smelten onomkeerbaar. Dat is de boodschap die de klimaatwetenschap keihard moet blijven uitstralen.’

De wereld heeft even wat anders aan het hoofd.

‘Dat is altijd zo. Er is altijd iets. Eerst was het corona, toen de oorlog in Oekraïne en nu de wereldwijde crisis rond Iran. We worden continu afgeleid door andere prioriteiten. Terwijl we weten wat de oplossingen zijn. We moeten het gebruik van fossiele brandstoffen afbouwen. We zien op dit moment hoe politiek slim het is om dat te doen. De kennis is voorhanden om de wereld de goede kant op te sturen.’

‘We moeten laten zien hoe een alternatieve toekomst eruitziet, als we wel de goede keuzes maken. Daar moeten we onze energie in steken. Dat kost offers, maar brengt ook veel positiefs voor onze gezondheid en economie. Helaas zijn onze politieke leiders, zeker op wereldniveau, met andere dingen bezig. We moeten het dus hebben van beweging van onderop. En er gebeurt ook veel goeds. Daardoor kon nu het meest negatieve scenario worden geschrapt.’

IJsbergen in Jokulsarlon-meer in IJsland  Foto Shutterstock

proefschriften in 't kort

Kleur bekennen

Vapes met een smaakje zijn verboden in Nederland. Terecht, blijkt uit onderzoek van Ina Hellmich uit Duitsland. Een op de vijf vapers stopte daardoor met roken. Maar het is niet alleen de smaak die vapes aantrekkelijk maakt. Ook de kleur van de sigaret doet ertoe. Rode sigaretten worden als zoeter ervaren, ook al is de smaak chemisch hetzelfde. Rood en groen verhogen de fruitigheid, de waardering en het verlangen naar nog een trekje. Goed om te weten voor beleidsmakers. Kleur doet ertoe. Maar ook de tabaksindustrie leest proefschriften! rk Toxic but tasty, the role of flavors in e-cigarette product appeal Ina Hellmich

Promotor Sanne Boesveldt

IJzervreters

De larve van de zwarte soldatenvlieg (Hermetia illucens) is goed eiwitrijk voer voor kippen, varkens of kweekvis. Die voedzaamheid kun je verhogen door de beestjes op een ijzerrijk dieet te zetten. De vlieg kan goed overweg met al dat ijzer, blijkt uit studie van Tomer First uit Israël. De larve hoopt tot wel drie keer zoveel ijzer op in zijn darmen, zonder noemenswaardige gevolgen. Dat doet de vlieg door veel meer van het ijzerbindende eiwit entoferritine aan te maken. Echte ijzervreters dus, die soldatenvliegen rk The power of metalcore, iron biofortification of black soldier fly larvae as an enhance micronutrient source Tomer First Promotor Vincenzo Fogliano

DE STEL LING

Promovendi lichten hun meest prikkelende stelling toe. Dit keer is dat Carlo de Bruin die op 4 december promoveerde. Hij onderzocht het potentieel van cyclische ionen-mobiliteit massaspectrometrie (cIMS-MS) voor het karakteriseren van isomeren, fenolen en vetten in voeding. Tekst Ning Fan

Droge boel

Gedroogde groenten en fruit gaan langer mee. Maar hoe droog je ze het best? Hoe verlies je door weer water toe te voegen (zwellen) zo min mogelijk kwaliteit en smaak? Lina Hu uit China onderzocht dat aan de hand van shiitake-paddenstoelen. Ze probeerde verschillende (combinaties van) droogtechnieken uit en bestudeerde de gevolgen tot op moleculair niveau. Het blijkt vooral belangrijk dat de celmembraan intact blijft. Poreus is goed, kapot maken niet. Ze ving de onderliggende processen bovendien in een verklarend model. rk Serial combined drying strategy of mushrooms for rehydration improvement Lina Hu Promotoren Ruud van der Sman en Jinfeng Bi (CAAS)

‘Geen één wetenschapper blijft altijd volledig objectief’

‘Tijdens mijn eerste congresbezoek als promovendus sprak ik met een verkoper van een ander type ionen-mobiliteit massaspectometer dan ik gebruikte (cIMSMS), namelijk een zogeheten trapped ion mobility-massaspectrometer TIMS-MS. ‘Hij roemde de sterke punten van TIMSMS en wees op de zwakke punten van cIMS-MS. Als reactie daarop begon ik ‘mijn’ instrument vurig te verdedigen en de zwakke punten van TIMS-MS te benadrukken. Achteraf gezien verloor ik mijn objectiviteit tijdens dat gesprek. Als onderzoeker moet ik het instrument wetenschappelijk bestuderen en zowel de sterke punten als de beperkingen ervan onderzoeken. Ik hoef het instrument niet te verdedigen.

‘Terugkijkend realiseer ik me dat ik reageerde vanuit emotionele betrokken-

heid bij mijn werk, want ik had veel tijd en energie gestoken in het beheersen van het instrument en het verkrijgen van resultaten.

‘Wetenschappers moeten altijd streven naar objectiviteit, maar we zijn ook gewoon mensen. Als onderzoeksresultaten worden weerlegd of blijken niet te kloppen, is de eerste reactie vaak emotioneel en bestaat de kans dat we onze objectiviteit verliezen.

‘Ik denk dat het niet realistisch is om van wetenschappers te verwachten dat ze altijd volledig objectief zijn. Waar het om gaat, is dat je in staat bent een stap terug te doen, na te denken en nieuw bewijs zorgvuldig te evalueren. Door vooringenomenheid te herkennen en de tijd te nemen om na te denken, kunnen onderzoekers hun objectiviteit weer terugkrijgen.’

Nieuw Wagenings expertisecentrum over toerisme en migratie

WUR-experts op het gebied van migratie en toerisme bundelen hun krachten in het nieuwe Centre of Expertise for Transformative Mobilities (CENTMOB). Het samenwerkingsverband verkent de raakvlakken met klimaat, biodiversiteit, rechtvaardigheid en cultureel erfgoed.

Toerisme en migratie worden vaak gezien als afzonderlijke vormen van menselijke mobiliteit. Maar de sociale, ecologische en ruimtelijke vraagstukken die ermee gepaard gaan, zijn vaak vergelijkbaar, schetst Meghann Ormond, universitair hoofddocent Cultural Geography en lid van de stuurgroep Van Woningtekorten tot Ecologische Achteruitgang. ‘Zowel in de praktijk als qua beleidskaders vervagen de grenzen tussen toerisme, zakelijke mobiliteit en migratie; tussen mobiliteit als lifestyle en mobiliteit uit nood.’

CENTMOB wil die samenhang zichtbaar maken en er meer integraal naar kijken. Het onderzoekt in brede zin wat mobiliteit betekent voor ecosystemen, bestaansmiddelen, machtsverhoudingen en de binding met bepaalde plekken, en hoe die effecten kunnen worden getransformeerd zodat ze bijdragen aan een meer rechtvaardige, veerkrachtige en milieubewuste toekomst.

Verzamelplaats

Het nieuwe centrum is een verzamelplaats voor Wageningse wetenschappers uit verschillende leerstoelgroepen die zich bezighouden met toerisme, migratie en andere mobiliteitsvraagstukken, of die dat willen gaan doen, ongeacht de fase van de loopbaan. Voor hen wil CENTMOB een platform vormen voor onderzoek en onderwijs, waar collega’s makkelijk kunnen aansluiten bij projecten. Daarnaast wil het centrum ondersteuning bieden bij gezamenlijke subsidieaanvragen, externe samenwerkingen en maatschappelijke outreach

Workshops, cursussen en lezingen organiseren maakt ook deel uit van de plannen. Eind april vond de eerste activiteit plaats: de WUR Tourism Day, die ook meteen de lancering van CENTMOB markeerde. Meer informatie over het expertisecentrum en hoe je je aansluit is te vinden op transformativemobilities.eu. me

Mooi buiten

Zoals veel WUR-medewerkers en studenten loop ik regelmatig een rondje over onze mooie campus. Deze columnist heeft heus zijn klachten over deze organisatie, maar eerlijk is eerlijk: als iemand die vele campussen in de wereld heeft mogen bezoeken en soms zelfs bewoond, kan ik zerggen dat we hier niet moeten klagen. Open velden, bloeiende planten, vijvers vol leven, en met een beetje geluk zie je eenden, futen en fazanten. Zelfs onze geliefde zwaan is gebleven. Die heeft het centrum van Forum ingeruild voor een buitenverblijf bij Aurora. Kan je het ‘m kwalijk nemen?

Maar onze campus is ook een microkosmos van de ruimtelijkeordeningsproblemen van het hele land, of eigenlijk: de hele wereld. Te weinig ruimte, te veel plannen. Proefveldwetenschappers die botsen met kraaien, dassenactivisten die botsen met fietsers en fietsers die botsen met parkeerwensen. Elke nieuwe ontwikkeling op de campus is een afweging: groen of baksteen, egel of Excel? De balans tussen natuur en menselijk ruimtegebruik is misschien wel het lastigste vraagstuk van onze tijd – en voorlopig lijken we er nationaal gezien weinig van te bakken. Neem de exotische rivierkreeft. Die eet beschermde soorten op, ondermijnt onze dijken en wordt al decennia door Wageningse onderzoekers bestempeld als risico. En wat is het officiële overheidsadvies als

Guido Camps

je er eentje vangt (per ongeluk, hè – expres vangen mag niet!): direct terugzetten. Met zulke vijanden heb je geen vrienden meer nodig.

Was de rest van Nederland maar wat meer als onze campus: zorgvuldig ontworpen natuur, een paar mooie gebouwen ertussen, productieve ruimte ertussenin. Het

‘Was de rest van Nederland maar meer als onze campus’

lijkt wel alsof we ervoor hebben doorgeleerd. Zelfs voor woningbouw hebben we hier ruimte zat – mits je op woensdag of vrijdagmiddag komt. Dus aan het nieuwe kabinet en alle ambtenaren die worstelen met vraagstukken rondom openbare ruimte: kom eens kijken in Wageningen. En aan middelbare scholieren die twijfelen over hun studiekeuze: ook als je niets met ruimtelijke ordening wil, is het hier goed toeven. Kom vooral, we hebben binnenkort zelfs weer zwanenkuikens.

Reageren? Ga naar resource-online.nl

Guido Camps (40) is dierenarts en onderzoeker bij Humane Voeding en OnePlanet. Hij houdt van bakken, bijen houden en bijzondere dieren.

Nederland telt veel meer terpen dan gedacht

9000 TERPEN , 9000 VERHALEN

Nederland, waterland. Dat is altijd zo geweest. Het land is ontstaan uit de zee. Om de voeten droog te houden, richtten de vroegste bewoners terpen op. Vooral het landschap in Noord-Nederland is erdoor getekend. Maar niet alleen daar, laat uitvoerig nieuw onderzoek zien. Ook langs rivieren en in polders wemelt het van de terpen. Tekst Roelof Kleis

Dat onderzoek is uitgevoerd onder leiding van WUR-archeoloog Roy van Beek. Hij maakte eerder al naam door de veenlijken in Noord-Europa in kaart te brengen. Dit keer inventariseerde hij terpen, wierden, belten of hoe die door mensen gebouwde verhogingen tegen het water regionaal dan ook genoemd worden. ‘Ja, ik ben wel een verzamelaar’, geeft Van Beek lachend toe. ‘Dat komt doordat ik geïnteresseerd ben in het grotere plaatje. Ik wil weten wat de grote patronen zijn.’ Die zoektocht leverde veel op. Veel meer dan hij had verwacht. ‘Het traditionele terpengebied van Nederland is de Noordzeekust in het noorden van het land. Ik wist wel dat terpen ook in de rest van Nederland voorkomen, maar dat is veel minder ontsloten en onderzocht. Ik dacht vooraf op zo’n 3000 tot 4000 terpen uit te zullen komen. Het werden er 8922.’ Om tot dat aantal te komen, spitte het team rond Van Beek bestaande datasets door van provincies, gemeenten en organisaties voor erfgoedbeheer en bestudeerde nauwkeurig de hoogtekaarten van het Actueel Hoogtebestand Nederland.

Wat onderscheidt een terp van een natuurlijke verhoging in het landschap?

‘Een terp is een doelbewust door mensen gemaakte ophoging. Dat zie je aan de vorm ervan. Terpen zijn vaak rond, hooguit enkele tientallen meters in doorsnee, en er staat een boerderij op. Dat ziet er anders uit dan een oeverwal, een langgerekte zandrug langs een rivier. Terpen liggen daarnaast vaak in onnatuurlijke lineaire patronen. De naam op de kaart is soms ook een aanwijzing.’

Je hebt ze dus niet alle 8922 bezocht?

‘Nee. We varen op data die beschikbaar zijn en wat we er nog bij hebben kunnen vinden. Qua archeologisch onderzoek is nog maar een klein percentage bestudeerd. Ik schat hooguit zo’n tien procent, voornamelijk in Noord-Nederland, waar al meer dan honderd jaar terpenonderzoek plaatsvindt. Er valt dus nog heel veel te doen.’

Uit de inventarisatie dringt zich één conclusie heel duidelijk op: de geschiedenisboekjes moeten worden herschre -

ven. Nederland telt niet alleen veel meer terpen dan gedacht, ook hun ontstaansgeschiedenis is diverser en complexer dan altijd is aangenomen. De standaardvisie op terpen moet volgens Van Beek worden bijgesteld. Die ontstaansgeschiedenis gaat terug tot zo’n 2500 jaar geleden, toen mensen Noord-Nederland gingen bewonen. Op de hogere delen van de vruchtbare kwelders werden terpen aangelegd. Dat proces stopte na het jaar 1000 grotendeels. Toen hoefde het niet meer, omdat er dijken werden aangelegd. Maar elders in Nederland begon volgens Van Beek de terpenbouw toen pas.

Hoe komt dat?

‘In de riviergebieden hoefden mensen aanvankelijk geen terpen te bouwen. Ze woonden op de hogere oeverwallen. Totdat, zo rond het jaar 1000, de rivierdijken werden aangelegd. Dat leidde weliswaar tot minder overstromingen, maar áls er een dijk doorbrak, was het effect heftig. Door bedijking creëer je een soort badkuip. Om zich tegen zo’n doorbraak te wapenen, werden terpen gebouwd. Eerst

waren er dus dijken en toen pas terpen. Dat is precies de omgekeerde volgorde van wat in Noord-Nederland gebeurde.’

En in de polders en vroegere veengebieden ligt het anders?

‘Ja. In polders als de Alblasserwaard kregen de bewoners na ontginning al snel last van het water. De huiskavels op de kop van die percelen werden vervolgens opgehoogd. Dat levert lijnen van terpen op, een heel ander beeld dan terpen in Noord-Nederland. Bodemdaling daarna dwong de bewoners hun erven nog verder op te hogen. Mensen gingen inventieve oplossingen zoeken in de bouw

van hun boerderij, door bijvoorbeeld de vloeren op te hogen. Terpenbouw is een mooi voorbeeld van hoe mensen reageren op het veranderende landschap.’

Het verhaal van Nederlanders en hun strijd tegen het water?

‘Ik zou eerder zeggen: een leven met het water. Meer dan de helft van Nederland is gevoelig voor overstroming en wateroverlast. Dat is gewoon wat hoort bij dit land en wat we altijd hebben omarmd. Ik snap het verhaal van het gevecht tegen het water, het verhaal van de polders en de dijken. Maar als je iets verder kijkt, zie je dat we meer met water leven dan tegen water vechten. Het verhaal van Nederland is veel genuanceerder, complexer en rijker dan

‘Terpenbouw is een mooi voorbeeld van hoe mensen reageren op het veranderende landschap’

altijd wordt voorgesteld. Je kunt een heel ander verhaal vertellen als je door een terpenbril naar Nederland kijkt. En in iedere regio is weer het anders, elke terp heeft zijn eigen verhaal. Het zijn eigenlijk 9000 verhalen.’

En die verhalen moeten we nog ontdekken. Zuinig zijn dus op die terpen?

‘Ik zie al die terpen als archeologische vindplaatsen. Dat betekent niet per se afblijven. Maar denk wel goed na over de keuzes die we maken. Terpen hebben een lange geschiedenis van bewoning en bevatten veel informatie. Het zijn archieven over hoe mensen omgaan met het om hen heen veranderende landschap. Die data zitten allemaal in die terpen. We moeten nadenken over wat we daarvan willen weten, wat voor kennis we daaruit willen halen. Er is nog zoveel te ontdekken. En het ligt daarbuiten allemaal voor het opscheppen.’ ■

Terp (belt) op Kampereiland  Foto Roy van Beek

De veelzijdigheid van de liefde

Van mono naar poly

Monogaam, meerdere relaties tegelijk of toch liever single?

Studentredacteur Oliver Slysko nam het liefdesleven van Wageningse studenten onder de loep.

Seks! (En liefde). Het houdt ons allemaal bezig; de een wat meer dan de ander, maar de bloemetjes en de bijtjes zullen altijd een van de grootste obsessies van de mens blijven. We praten steeds vrijer over seks en we proberen steeds meer verschillende relatievormen op het liefdesspectrum uit, van polyamorie tot monogamie tot zelfs het celibaat. Ook Wageningse studenten experimenteren er lustig op los.

Louise* (24) heeft een open relatie. Zij zet vraagtekens bij de standaard van de monogame relatie en onderzoekt wat bij haar past: 'Je weg vinden in een niet-monogame relatie is moeilijk, persoonlijk en veranderlijk. Een niet-monogame relatie is niet zwart-wit: je bent niet of monogaam of polyamoureus. We zijn opgegroeid met Disneyfilms en sprookjes en het is moeilijk om opnieuw te leren wat je met de paplepel is ingegoten. We hebben geleerd om op zoek te gaan naar die ene, de ware. Maar zijn mensen in wezen monogaam? Is dat onze natuur of zijn we zo opgevoed?'

Veel mensen die een niet-monogame relatie hebben of willen, worstelen met dat vraagstuk: je gelooft in non-monogamie als concept, maar je vindt het in de praktijk moeilijk om te jongleren met meerdere relaties tegelijkertijd en het gedoe dat dat met zich meebrengt. Margo* (23) heeft een open relatie, maar doet daar

‘Het is voor veel mensen al heel wat om één relatie goed te houden’

momenteel niets mee: "Ik voel me soms net zo'n winkel waar het bordje ‘open’ op de deur blijft hangen, ook al is de winkel gesloten. Polyamorie, of een open relatie, betekent niet dat je met iedereen naar bed kan, maar wel dat je de mogelijkheid hebt om intiem te zijn met anderen, zolang je maar goede onderlinge afspraken maakt. Een open relatie kan moeilijk zijn, omdat we zijn opgevoed in een overwegend monogame samenleving en je daarnaast ook rekening moet houden met ieders gevoelens. Polyamorie is niet onmogelijk, maar ook geen rozentuin. Als de sterren gunstig staan, de afspraken goed zijn en je hebt een beetje geluk, dan kan het heel mooi zijn.’

Pleister

Maar niet iedereen kan zich vinden in het idee van polyamorie. Jan* (22) omschrijft zichzelf als ‘heel monogaam’. 'Volgens mij zijn open relaties vaak een pleister op de wond van een toch al zieltogende relatie. Ik zeg het een beetje ironisch en natuurlijk ervaart iedereen een relatie anders – dat is heel individueel – maar ik denk dat het voor veel mensen al heel wat is om één relatie goed te houden. En als je bijvoorbeeld fulltime werkt, is het ook moeilijk om ruimte te hebben voor meer. In mijn omgeving heeft ongeveer twee derde een monogame relatie, schat ik.'

Hoe zit het met alle singles die geen deel uitmaken van een monogame of niet-monogame relatie? Hoe ervaren zij seks en relaties? Tarik* (22) gaat af en toe op date. Is dat een vorm van niet-monogamie? ‘Nee, dat vind ik niet. Als ik met twee mensen in dezelfde week uitga, is dat toeval en geen opzet. Voor mij is dat geen vorm van non-monogamie.'

Een bijzonder fenomeen in het seksuele (studenten-)landschap is het spinnenweb. In het studentenhuis van Tarik, waar ruim twintig mensen wonen, hangt in de woonkamer een groot papier met de namen van alle huisgenoten. Deze namen zijn verbonden met lijnen: blauw voor een

kus en goud voor een nacht samen. Is dit komische web een uiting of een vorm van non-monogamie? 'Het web is begonnen in coronatijd toen je niet naar buiten kon om mensen te ontmoeten. Er gebeurden toen wel meer gekke dingen’, zegt Tarik lachend. ‘Tegenwoordig komen er minder vaak draden bij in het web, maar het gebeurt nog wel eens. En twee huisgenoten kregen zelfs een vaste relatie.’ Tarik wil ook wel een keer settelen: 'Ik denk dat ik deze date-fase zal ontgroeien. Seksuele vrijheid is niet per se leuk. Ik kan makkelijk dingen bedenken die beter voelen dan niet-intieme seks, zoals een week skiën bijvoorbeeld. Seks zonder intimiteit is niet te vergelijken met een diep emotionele verbintenis.’

Celibaat

Voor Louise en Margo betekent polyamorie niet dat je geen emotionele band hebt met degene met wie je vrijt. Margo: 'Je kunt liefde ontvangen van en geven aan meer dan één persoon. Liefde is een oneindige bron. Maar zo’n relatievorm kost tijd en energie en dat heb je niet altijd.' Dat ervaart ook Axl* (23). Hij kiest ervoor om – in ieder geval tijdelijk – helemaal afstand te nemen van het date-leven; hij beschouwt zichzelf als celibatair. ‘Ik mis de emotionele verbinding in niet-intieme seksuele relaties. En tegelijkertijd vragen diepere, romantische relaties nu te veel aandacht en energie van mij. Het pad dat ik nu kies, is niet per se makkelijk. Ik denk vrijwel elke dag aan

‘We zijn opgegroeid met Disneyfilms: we zoeken naar die ene, de ware’
‘Seksuele vrijheid is niet per se leuk’

relaties en intimiteit. Maar op dit moment richt ik me op andere vormen van liefde, zoals vriendschap.'

De ideeën van studenten in Wageningen over seks en liefde zijn veelzijdig en kleurrijk, net als de studenten zelf. Gelukkig hebben we invloed op de manier waarop we onze relaties vormgeven. We kunnen allemaal de schoen dragen die bij ons past, want waarom een maatje te klein of te groot nemen? En waarom een wandelschoen aan doen als je zin hebt om vanavond hoge hakken te dragen? ■

*Echte en volledige namen bekend bij de redactie

Illustratie Valerie Geelen

ENERGIE EN HET INTERNATIONALE STRIJDTONEEL

Met de geopolitiek en governance van de energietransitie als vakgebied, zijn het momenteel interessante tijden voor Daniel Scholten, docent bij de Environmental Policy Group. ‘De tijd van de open wereldorde is voorlopig wel even voorbij; Europa voelt opnieuw hoe afhankelijk het is.’

Voor de tweede keer binnen een paar jaar bevindt de Europese energievoorziening zich door politieke powerplay in onrustig vaarwater. Eerst was het de Russische invasie in Oekraïne die de gasaanvoer bedreigde en de prijzen torenhoog opjoeg. Nu is het de aanval op Iran en het daaropvolgende Amerikaans/Iraanse gebakkelei om de Straat van Hormuz die de toevoer van olie en LNG (zie kader) onder druk zet en de prijzen opdrijft. Ondertussen is op Cuba de wurggreep van energieschaarste als politiek pressiemiddel nog een graadje erger voelbaar. Daar blokkeert de VS vrijwel de volledige olietoevoer. Grote delen van het land hebben daardoor uren per dag geen elektriciteit en vanwege brandstoftekort is er amper nog vervoer.

Tekorten voorkomen

Je zou verwachten dat dergelijke ontwikkelingen een vliegwiel vormen voor de energietransitie. Want niemand hoeft meer buikpijn te krijgen van gesaboteerde gaspijpleidingen of geblokkeerde LNGof olietankers als Nederland en Europa de boel grotendeels draaiend kunnen houden met energie uit wind, zon, waterkracht, waterstof, geothermie en

biomassa. En als bijvoorbeeld nog maar 10 procent van de energiemix bestaat uit olie of gas, dan zijn prijsstijgingen ook lang niet meer zo ingrijpend als nu. Maar zo ver is het nog niet, weet Scholten. ‘De eerste reactie bij een energiecrisis is vaak om de fossiele bron die schaarser wordt ergens anders vandaan te halen. Dat is ook logisch, want overheden willen tekorten voorkomen en het duurt simpelweg te lang om voldoende nieuwe duurzame productiecapaciteit op te bouwen. Welke uitwegen worden gekozen, is vooral afhankelijk van wat er al ligt aan infrastructuur. Om minder afhankelijk te worden van Russisch gas kon Nederland bijvoorbeeld vrij snel een LNG-terminal bouwen. Die stond er binnen een jaar.’

De omvang van het vraagstuk speelt ook een rol. ‘Stel je voor dat LNG geen alternatief was geweest voor Russisch aardgas; dat elektrificatie het zou moeten opvangen’, schetst Scholten. ‘Waar haal je die capaciteit in hemelsnaam vandaan? Met de bouw van groot offshore windpark ben

Daniel Scholten werkt sinds vorig jaar als docent/lecturer bij de Environmental Policy Group en is gespecialiseerd in de geopolitiek en governance van de energietransitie. Daarnaast is hij als research associate verbonden aan Instituut Clingendael. Scholten studeerde politicologie (Radboud Universiteit) en internationale betrekkingen (UvA) en promoveerde aan de TU Delft op toekomstige energiesystemen. Hij werkte met name in de wetenschap, maar was ook een tijdje strategisch adviseur bij energie-toezichthouder ACM.

je zo 5 tot 10 jaar verder, dus dat komt te laat. En andere duurzame oplossingen zijn er gewoon niet. Dus het is begrijpelijk dat overheden uitwijken naar vervangende fossiele oplossingen.’

Gevaar is daarbij wel dat ze uit zekerheidsoogpunt kiezen voor contracten met lange looptijden, wat het gevoel van urgentie vermindert om te investeren in duurzame oplossingen. Ook blijft het opletten met welke landen je zaken doet: importeer lie-

‘Het is begrijpelijk dat overheden uitwijken naar vervangende fossiele oplossingen’

ver niet uit landen die (potentiële) strategische rivalen zijn van de EU. Scholten: ‘Kijk naar de huidige Europese afhankelijkheid van Amerikaans LNG. Onder Biden leek dat een prima uitweg voor Russisch gas, waardoor niemand zich meer druk maakte over alternatieven. Maar onder Trump blijkt het alsnog een achilleshiel.’

Prijs laag houden

Is het acute gevaar van tekorten afgewend, dan is de tweede reactie doorgaans om de prijzen laag te houden, duidt Scholten. Hoge en volatiele prijzen leiden vaak tot ingrijpen. Maar de kosten van subsidies, prijsplafonds of het aanboren van reserves moeten natuurlijk wel opgehoest worden – meestal eerst door de overheid en later alsnog door de burgers. Volgens Scholten leidt dat regelmatig tot problemen. En pas als die problemen zijn getackeld, komt er weer oog voor het langetermijnperspectief. ‘Politici beseffen heus wel dat investeringen in duurzame energiebronnen nodig zijn en de echte oplossing vormen. Maar nú zijn ze even te druk met een crisis bezweren,’ zegt hij.

De risico’s van die kortetermijnblik dringen wel steeds meer door, ziet Scholten. Maar daarmee heeft Europa nog geen goede langetermijnstrategie. ‘Politiek wordt vaak sterk gestuurd door de waan van de dag – zie het Nederlandse besluit over de sluiting van het Groninger gasveld. Naar mijn idee is de overheid daarmee aan het overcompenseren. In plaats van in te grijpen door ervoor te zorgen dat de Groningers fatsoenlijk gecompenseerd

LNG

Liquefied Natural Gas (LNG) is gezuiverd aardgas dat wordt gekoeld tot circa -160oC om het vloeibaar en dus makkelijker transporteerbaar te maken, met name per schip. Op de plaats van bestemming wordt het in een zogeheten LNG-terminal weer gasvormig gemaakt, waarna het via bestaande gasleidingnetwerken verder verspreid kan worden. De nieuwe LNG-terminal in Eemshaven (2022) heeft een capaciteit van 8 miljard kubieke meter aardgas per jaar, ruim een kwart van het totale Nederlandse aardgasverbruik.

worden, besluit de politiek de gasputten dicht te betonneren. Onze Europese bondgenoten begrijpen daar niks van en Poetin lacht zich kapot. Geopolitiek gezien zou het veel logischer zijn om dat veld op een waakvlammetje te houden.’

Maatschappelijke onvrede

Iedereen merkt het als de energieprijzen stijgen. Brandstof wordt duurder, net als de dagelijkse boodschappen: hogere transportkosten en prijziger kunstmest en andere petrochemische producten werken door in een hoger prijspeil. Dat kan grote maatschappelijk onvrede losmaken. Volgens Scholten is de politiek zich daar zeer van bewust. Een belangrijke vraag daarbij is hoe weerbaar burgers zijn bij energieschaarste, en hoeveel ongemak

ze bereid zijn te accepteren. Dit voorjaar waren er tot nu toe alleen in Ierland grote protesten. ‘Maar Europa heeft ooit de gelehesjes-beweging gehad naar aanleiding van hoge brandstofprijzen. Dat is politici heus wel bijgebleven.’

Scholten voorziet dat de huidige energierealiteit niet zonder gevolgen zal blijven; de tijd van de open wereldorde is voorlopig wel even voorbij, denkt hij. ‘Europa voelt opnieuw hoe afhankelijk het is en de kwetsbaarheden van een op efficiëntieoptimalisatie gebaseerde mondiale markt worden wederom zichtbaar. Die zagen we ook al tijdens covid, toen van veel cruciale producten de toevoer uit Azië stokte. De energiecrises leren Europa dat de factoren redundancy, resilience and diversification weer nadrukkelijk meegenomen moeten worden bij beleids- en investeringsbeslissingen. Naast investeringen in duurzame energie uiteraard.’ ■

GEKLEURDE GOLFBAL

Dit golfbalkoraal (Favia fragum) is gefotografeerd onder blauw licht in de aquaria van Mariene Dierecologie. De kleuren ontstaan door fluorescentie van speciale eiwitten in het koraal. Ze maken van de golfbal een kunstwerk. De koralen zijn voor het eerst ook gescand met BABETTE, het onlangs door EngD’er Johan Bücher (Plant Breeding) ontwikkelde apparaat, waarmee de groei van planten in 3D wordt vastgelegd in de tijd. Dat kan vast ook met koraal, dachten koraalonderzoeker Ronald Osinga en tropisch ecoloog Matthijs van der Geest. En zo ontstond een nieuwe samenwerking binnen WUR tussen planten- en marien onderzoek. rk

Foto Julia Koorn, Tim Wijgerde, Johan Bücher

OP WEG NAAR MINDER OPLEIDINGEN

Het universiteitsbestuur wil dat het aantal bacheloropleidingen van de huidige 21 wordt teruggebracht naar 12 tot 16 bredere opleidingen. Maar hoe pak je zoiets aan? De eerste zes bachelors zijn al aan het kijken hoe ze samen verder kunnen in twee à drie opleidingen. ‘De kaarten zijn nog niet geschud.’

Het zijn spannende tijden voor de opleidingen Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen, Economie en Beleid, Internationale Ontwikkelingsstudies, Communicatie en Life Sciences, Gezondheid en Maatschappij, en Tourism. De zes bachelors moeten straks verder in twee, hooguit drie vernieuwde programma’s die goed passen binnen het Wageningse domein en aantrekkelijk zijn voor studiekiezers. Het proces om tot die nieuwe opleidingen te komen is afgelopen december van start gegaan. Dat proces is complex, zegt beleidsmedewerker Jetske ten Caat, die in de werkgroep van deze eerste groep opleidingen (ook wel subset genoemd) zit. ‘In workshops en vergaderingen hebben we ideeën opgehaald bij studenten, docenten, studieadviseurs, leerstoelgroepen en andere betrokkenen. Het gaat om meer dan alleen de vraag of we opleidingen moeten samenvoegen of dat ze op de oude voet kunnen doorgaan. Wat brengen ze? Wat vinden studiekiezers aantrekkelijk? En is er kennis die in het huidige portfolio niet goed tot zijn recht komt?’

‘Zodra men over de initiële weerstand heen is, ontstaat er een creatief proces’
Tekst

Luuk Zegers

Twee groepen zijn vervolgens met die ideeën aan de slag gegaan om voorstellen voor mogelijke opleidingen uit te werken, vervolgt Ten Caat. ‘De ene groep focust op bedrijfskunde en economie, de andere op sociale wetenschappen voor maatschappelijke transformaties. Elke groep heeft drie voorstellen uitgewerkt die we nu door een extern bureau laten voorleggen aan 400 tot 600 studiekiezers met de vraag: wat spreekt jullie aan? Met hun input kunnen we de voorstellen straks verder aanscherpen.’

Ook de behoeften van toekomstige werkgevers zijn belangrijk, vertelt onderwijsdecaan Dick de Ridder. ‘Daarom bespreken we de ideeën niet alleen met studiekiezers, studenten en decanen op middelbare scholen, maar ook met mensen uit het werkveld.’

Tachtig studenten ‘Het doel van de portfoliorenovatie is om straks sterke, toekomstbestendige opleidingen te hebben die het liefst minimaal tachtig studenten trekken’, zegt De Ridder. ‘Momenteel is er veel overlap tussen opleidingen. Voor studiekiezers is het verschil tussen sommige bachelorprogramma’s niet duidelijk. We willen dat opleidingen minder met elkaar verweven zijn, zodat die onafhankelijker van elkaar aanpassin -

gen kunnen doen. Zo wordt het makkelijker om het curriculum aan te passen als er iets verandert in het werkveld.’

Tegelijkertijd moeten opleidingen qua structuur wél meer op elkaar gaan lijken, vervolgt De Ridder. ‘Bijvoorbeeld dat je bij elke opleiding in het eerste jaar een stevige basis legt en in het tweede jaar meer keuzevrijheid hebt en je kunt specialiseren. Als die opzet bij elke opleiding zo is, wordt het makkelijker om over te stappen naar een andere bachelor, omdat je het tweede jaar kunt gebruiken om bij te spijkeren wat je hebt gemist. Een werkgroep is daar nu naar aan het kijken.’

Er is in Wageningen al ervaring met het starten van nieuwe en het herontwerpen van bestaande opleidingen, maar de huidige operatie is een stuk complexer, vertelt Ten Caat. ‘Normaal gesproken begin je met een idee voor een nieuw of beter programma. Er is dan al een duidelijke basis en er is een beperkte groep mensen bij betrokken. Bij dit proces is die basis er nog niet en

‘Top-down hoort niet bij Wageningen. Maar te veel bottom-up maakt het onmogelijk om stappen te zetten.’
‘Opleidingen moeten minimaal tachtig studenten kunnen trekken’

zijn heel veel mensen betrokken. Bij een workshop waar één iemand per leerstoelgroep mocht aanschuiven, hadden we 55 deelnemers, die allemaal eigen ideeën en wensen inbrachten. Met zulke grote groepen moeten we uitvinden wat het kernidee is van de vernieuwde opleidingen die we straks willen aanbieden.’

Omdat dat proces nogal wat voeten in aarde heeft en de nodige regie vereist, is besloten de herziening van het portfolio in zes rondes met groepen opleidingen op te delen. ‘Voor de zomer zijn de plannen voor deze eerste groep opleidingen – dus Sustainable Transitions for Society and Business – klaar en brengen we een

Bijschrift  Foto Mette Bordes

advies uit aan de raad van bestuur over de voorstellen voor de vernieuwde, bredere opleidingen’, vertelt De Ridder. ‘Daarna gaat de tweede groep – Earth and Environmental Sciences – met daarin zeven opleidingen, van start.’

Verschillen benadrukken

De aanpak voor die tweede groep kan niet zomaar worden gekopieerd van de eerste, vertelt Ten Caat. ‘Bij de eerste subset is er sprake van drastisch dalende studentenaantallen, terwijl in de tweede ook opleidingen zitten die het op dat gebied goed doen, zoals Marine Sciences en Bos- en Natuurbeheer. Misschien zijn er in deze tweede groep ook opleidingen die overlap hebben en sterker kunnen worden door samen te gaan. Maar

de hoofdvraag is: wat maakt elke opleiding uniek? We moeten de verschillen duidelijker benadrukken.’ Het originele plan was om elke drie maanden een nieuwe groep van opleidingen van start te laten gaan, vertelt De Ridder. ‘Maar dat bleek veel te optimistisch. Bij de eerste zijn we vier maanden bezig geweest met workshops en vergaderingen, en die tijd hadden we ook hard nodig. Pas na een half jaar kunnen we met de tweede subset beginnen.’ Ook het streven om al in september 2027 met de eerste vernieuwde bachelors van start te gaan, is te ambitieus, aldus De Ridder. ‘De stuurgroep zal in haar advies aan de raad van bestuur meenemen welke stappen al mogelijk zijn en waar meer tijd voor nodig is.’ ■

DIT VINDEN OPLEIDINGSDIRECTEUREN

TE KLEIN

Arjaan Pellis, Tourism

‘Sommige opleidingen zijn te klein. De gemiddelde kosten per student zijn dan relatief hoog. Als je WUR’s studentenaantallen verdeelt over minder opleidingen met een duidelijker eigen profiel, dan is de situatie duurzamer. Maar de weg daarnaartoe is spannend en onzeker.

‘De positie van Tourism oogt vaak penibeler dan die van andere opleidingen in deze subset, omdat WUR zich afgelopen najaar heeft voorgenomen zich terug te trekken uit deze joint degree-samenwerking met Breda. Maar eigenlijk is het voor alle opleidingen in onze subset enorm spannend wat het resultaat van dit proces wordt. De kaarten zijn nog lang niet geschud. En we zijn erg benieuwd hoe studiekiezers reageren op onze ideeën.’

TOP-DOWN BOTTOM-UP

Frans Verhees, Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen en Economie en Beleid

‘Onze schrijfgroep heeft drie voorstellen uitgewerkt voor opleidingen in de hoek van economie en bedrijfswetenschappen. Uiteindelijk moet daar één bachelorprogramma uit komen. Overigens is dat niet per se een van die drie: het kan ook een opleiding zijn die elementen van alle drie de voorstellen bevat. Dat hangt af van de feedback van studiekiezers.

‘Wageningse docenten zijn erg betrokken. Ze willen het liefst allemaal meepraten, maar dat is moeilijk te organiseren. Op sommige bijeenkomsten komen wel zeventig mensen af. De werkgroep probeert een balans te vinden tussen een top-down aanpak en een bottom-up aanpak. Top-down voelt als opleggen, dat hoort niet bij Wageningen. Maar te veel bottom-up maakt het onmogelijk om stappen te zetten.’

CREATIEF

Marleen Maanen-Nooij, Internationale Ontwikkelingsstudies

‘Leerstoelgroepen zijn financieel afhankelijk van de vakken die zij verzorgen. De veranderingen kunnen grote financiële gevolgen hebben voor leerstoelgroepen, die momenteel al worstelen met bezuinigingen. Maar zodra men over de initiële weerstand heen is, ontstaat er een creatief proces. Dan blijkt bij allerlei workshops en schrijfgroepen opeens dat mensen wel degelijk willen innoveren.

‘Er zijn nu drie proposities voor een bacheloropleiding in de hoek van de sociale wetenschappen voor maatschappelijke transformaties. Uiteindelijk moeten we met een van die proposities verder. De uiteindelijke keuze heeft veel impact op hoeveel ruimte er straks is voor de inhoud van de huidige opleidingen.

‘Als er straks een knoop is doorgehakt, zou er een overgangsregeling voor leerstoelgroepen moeten komen om financiële problemen te voorkomen.’

Lees de uitgebreide reacties online via de QR-code.

Ruimtelijke scheiding in landelijk gebied

Zoneren of saneren?

Al ten tijde van haar benoeming tot leerstoelhouder Landgebruiksplanning, in 2019, pleitte Martha Bakker voor een grondige herstructurering van het landelijk gebied in Nederland. Haar ideeën daarover zijn nog altijd actueel, en misschien zelfs urgenter dan ooit, nu Nederland opnieuw kijkt naar ruimtelijk beleid rondom landbouw. ‘Maar zonder politieke wil verzandt het.’ Tekst Marieke Enter

Het was volle bak in Omnia toen daar onlangs het symposium De nieuwe landinrichting werd gehouden. Onderzoekers, beleidsmakers en mensen uit de praktijk stonden er stil bij de kernvragen van zonering, de ruimtelijke scheiding tussen natuur en intensieve landbouw om een aantal hardnekkige problemen op te lossen in het landelijk gebied, zoals de te hoge stikstofuitstoot, achterblijvende waterkwaliteit en biodiversiteitsverlies. Maar hoe bepaal je welk gebied welke functie moet krijgen, op basis van welke graadmeters? En hoe geef je het vorm in de praktijk? ‘Daar vallen nog allerlei beslissingen over te nemen, dus het was heel interessant’, oordeelt Bakker, die zelf ook een presentatie hield. Zonering was een tijdje uit de gratie, nadat het inmiddels beruchte stikstofkaartje van toenmalig minister Van der Wal onbedoeld uitgroeide tot een symbool van hoogoplopende boerenprotesten en falend Haags beleid. Regeringsadviseur Johan Remkes verwees het naar de prullenbak om de gemoederen te sussen, maar constateerde niettemin in zijn rapport, veelzeggend getiteld Niet alles kan overal, dat Nederland uiteindelijk wel een vorm van zonering nodig heeft. Bakker ziet dat

ook zo. ‘Ik vind zonering van het landelijk gebied een aantrekkelijker scenario dan de Veluwe twee of drie keer zo groot maken. Want dat is eigenlijk het enige andere alternatief om te voldoen aan de EU-richtlijnen voor natuur en milieu. Dan wordt het alleen maar suf bos. Ik heb liever een twee keer zo groot gebied dat een functie houdt voor landbouwproductie en echt cultuurlandschap blijft – sterk lijkend op het cultuurlandschap van de jaren ‘50.’

Minder is meer

Bakker bepleit een indeling van het landelijk gebied in twee zones. In de ene moet de landbouw extensiveren om ruimte te maken voor natuur- en milieudoelstellingen; in de andere mag de landbouw intensiever zijn. Niet iedereen is het daarmee eens. Sommigen vinden dat er meer variaties moeten komen, vanwege de verschillen in onder meer bodemsoorten en landschapstypes in Nederland. Bakker kent de discussie: ‘Naast mensen met de beste bedoelingen gebruikt ook de agri-sector dit argument, om het idee van zonering de das om te doen. Ze weten namelijk heel goed dat het dan bestuurlijk niet meer uitvoerbaar wordt. Dan krijg je een bureaucratisch gedrocht waaraan geen helder verhaal meer te koppelen is

Zonering

Zonering houdt in dat het landelijk gebied ruimtelijk wordt verdeeld over twee (of meer) typen landbouw. Een deel wordt toegewezen aan extensieve, natuurinclusieve landbouw, zodat er ruimte ontstaat voor natuur- en milieudoelstellingen. Die zone zou vooral rondom natuurgebieden moeten komen, op het veen en op de droge zandgronden. Het andere deel is voor intensievere landbouw, die primair gericht is op voedselproductie. Daarbij zou niet-grondgebonden landbouw geclusterd moeten worden in zogeheten agroparken. Zo’n strikte indeling zet volgens Bakker meer zoden aan de dijk dan wanneer alle vormen van landbouw als een lappendeken door elkaar heen liggen.

en waardoor allerlei discussies ontstaan over bijvoorbeeld wie in welke zone nou hoeveel subsidie moet krijgen.’

De geschiedenis geeft haar gelijk. Begin deze eeuw kende Nederland de Reconstructiewet, om delen van het landelijk gebied opnieuw in te richten. ‘Daarbij waren er in theorie landbouwontwikke-

‘De meeste politieke partijen willen nu wel iets met zonering. Tegelijkertijd is er een enorme koudwatervrees. Zonering breekt namelijk met het gebruikelijke bureaucratische principe van gelijke monniken, gelijke kappen.’  Foto Ruben Eshuis

lingsgebieden en extensiveringsgebieden, met daartussen een soort mengzone. Je raadt al wat er gebeurde: die mengzone bleef gewoon het dominante model. Bestuurlijk had er een veel scherpere afbakening gemaakt moeten worden tussen ontwikkelingsgebieden enerzijds en extensiveringsgebieden anderzijds. Het laat goed zien hoe zonering kan verzanden als de politieke wil er niet is.’

Koudwatervrees

Die politieke wil ontbrak ook bij het vorige kabinet, met de BBB als regeringspartij. Maar inmiddels waait er een nieuwe politieke wind. Bakker: ‘De meeste politieke partijen willen nu wel iets met zonering. Tegelijkertijd is er een enorme koudwatervrees. Zonering breekt namelijk met het gebruikelijke bureaucratische principe van gelijke monniken, gelijke kappen. In bestuurlijk Nederland vreest men daarom voor rechtszaken van boeren die aanvechten dat ze in de ene zone zitten en niet in de andere.’

Desondanks proeft Bakker wel animo, met name op provinciaal niveau, om werk te maken van zonering. Best gedurfd, vindt ze. ‘Ik zou het begrijpen als de provincies eerst een visie vanuit het Rijk willen afwachten. Het is niet zo dat iedere provincie per se 50 procent

van zone A en 50 procent van zone B moet hebben; de verdeling kan provinciaal verschillen. Maar de systematiek en logica erachter moeten nationaal wel enigszins eenduidig zijn. Daarover moeten de neuzen dezelfde kant op staan, anders bestaat het risico dat een provinciaal initiatief op een later moment wordt overruled door een andere bestuurslaag. En dan riskeer je kwijt te raken wat op dit moment het meest precair is: het vertrouwen van boeren.’

Niet klein beginnen

Bakker zou het toejuichen als de nieuwe regering tot een landelijk ‘masterplan’ zou komen en dat dan ook voortvarend in de praktijk brengt. ‘Een aanpak via een groeimodel klinkt politiek misschien aantrekkelijker: klein beginnen en dan opschalen wat succesvol is. Maar daar kleeft het levensgrote risico aan dat de initiatieven klein blíjven. Bovendien betekent zo’n aanpak dat een groot deel van de boeren nog steeds niet weet waar ze aan toe zijn.’

Zonering is niet per se nadelig voor boeren, benadrukt ze. ‘Niks doen, de wal het schip laten keren en die EU-richtlijnen gewoon maar laten neerslaan op de boeren, mondt uit in een koude sanering. Dan geef je de toch al forse afname van het aantal boeren een extra zetje, en op zo’n manier dat de groten het winnen van de kleintjes – met ook grote gevolgen voor de leefbaarheid van het platteland. Maar zo hoeft het niet te gaan. Je kunt ook zeggen: we willen dat in de helft van het land extensief geboerd gaat worden en helpen de zittende boeren bij die omschakeling.

‘Ik vind zonering een aantrekkelijker scenario dan de Veluwe twee of drie keer zo groot maken’

Dierziekten en zoönosen

Gezondheidsrisico’s, zowel voor dier als mens, vormen nóg een reden voor zonering. Zowel de intensieve als de extensieve veehouderij kennen een hoog risico op dierinfectieziekten. De oorzaken zijn echter heel verschillend. In het intensieve systeem is het risico hoog vanwege de hoge concentraties van dezelfde dieren, met relatief veel transportbewegingen van en naar het bedrijf. In het extensieve systeem zijn vooral interacties tussen vee en wilde dieren een risicofactor. ‘Door die verschillende oorzaken conflicteren de strategieën voor risicobeheersing. In het intensieve model gaat het primair om afschermen, compartimenteren en goede monitoring. In het extensieve systeem zijn risico’s te beperken door de dierconcentraties laag te houden, te investeren in betere natuurlijke weerbaarheid door een hogere biodiversiteit en door via de inrichting van het landschap proberen te voorkomen dat wilde en gehouden dieren elkaar vaak tegenkomen’, legt Bakker uit. ‘Op het moment dat je die twee strategieën niet heel duidelijk ruimtelijk scheidt, wordt het risico extra hoog.’

Bijvoorbeeld door grond op te kopen van boeren die toch al willen stoppen en die in goedkope pacht uit te geven. Of door te schuiven met landbouwsubsidies: van algemene inkomenssteun naar extra geld voor natuur- en landschapsbeheer. Zo zijn er beleidsmatig best veel mogelijkheden om boeren te helpen omschakelen. Dan verdwijnen die boeren dus níet en heb je ook niet van die enorme sociale consequenties in het landelijk gebied.’ Hoewel Bakkers pleidooi aan navolging wint, is de ruis op de lijn nog niet verdwenen, ziet ze. Opmerkelijk genoeg komt die ruis vooral van aanhangers van het idee van land sharing, die vinden dat natuur en landbouw hand in hand moeten gaan en dus dat de héle landbouw duurzamer moet worden. ‘Zij suggereren dat gebieden die worden aangewezen voor intensieve landbouw een soort ecologische dead zones worden. Maar dat is niet zo. Die gebieden lijken op het landelijk gebied zoals het nu is, inclusief de huidige milieuwetgeving – maar dan een stukje kleiner, om ruimte te maken voor een nieuwe, natuurinclusievere gebieden elders. Als Nederland dat een beetje verstandig organiseert, kan het voor iedereen heel leuk worden – óók voor boeren. Voorwaarde is wel dat ze houvast krijgen voor de langere termijn. Want als zij iedere vier jaar maar moeten afwachten wie er nu weer aan het politieke roer komt en of toezeggingen misschien weer teruggedraaid worden, dan krijg je ze natuurlijk niet mee.’ ■

Winnaars en verliezers in beeld

In de buitenexpositie bij Impulse hangt het afscheidscadeau van bachelorstudent Jan-Freerk Kloen aan WUR: fraaie natuurfoto’s.

Roelof Kleis

Het is een afscheid omdat hij het, na zijn nét afgeronde bachelor Bos- en Natuurbeheer, voor gezien houdt. Hij heeft een baan bij Ravon (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland). De expositie van zijn werk vestigt de aandacht op de lopende BioBlitz op de campus. Biodiversiteit in Beweging, heet de expositie. Alles stroomt. Die oude Griekse wijsheid geldt zeker voor de natuur in deze tijd. Soorten zijn als gevolg van klimaatverandering op drift. De expositie maakt dat op een treffende manier duidelijk. De foto’s in de ene looprichting tonen de winnaars; foto’s in de andere looprichting brengen de verliezers in beeld. Nieuwkomers tegenover vertrekkers.

Jan-Freerk Kloen fotografeert en beschrijft de natuur al van jongs af aan. Toen hij 11 jaar was, in 2014, begon hij met een eigen blog: Janboel van Fladderaars en Kruipers. ‘Mijn vader had een blog. Hij schreef en deelde foto’s. Dat vond ik cool. Ik dacht: dat kan ik ook en zo is het begonnen. Langzaamaan is dat steeds beter geworden; zowel de foto’s als de verhalen. In het begin was het meer een dagboekje van waar ik was geweest. In de loop der tijd kreeg het steeds meer inhoud.’

Libellen

Het blog evolueerde tot het huidige JFK Natuurblog. Hij kan er in persoonlijke stijl zijn liefde voor de natuur kwijt. Die liefde werd hem met de paplepel ingegoten. ‘Mijn beide ouders hebben hier in Wageningen biologie gestudeerd en zijn hier blijven ‘hangen’. Ik ben op vijf minuten van de campus opgegroeid. Mijn moeder doet natuureducatie, mijn vader is met natuurbeleid bezig. Ze delen dezelfde hobby: lekker de natuur in, plantjes kijken. Daar heb ik zelf iets minder mee.’

Zijn grote liefde zijn de libellen, wat af te zien is aan de expositie. Waarom libellen? ‘Ik vind ze sowieso mooi. Daarnaast heb ik er veel over gelezen en geleerd. Dat scheelt ook: hoe meer je van iets weet, hoe interessanter het wordt. En het ecologische aspect speelt ook mee. Libellen zijn een goede indicator voor de kwaliteit van hun habitat. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Som-

watersalamander.

mige soorten libellen rukken met tientallen kilometers per jaar op in noordelijke richting.’

Nieuwe soorten komen, oude gaan. Is het glas daarmee per saldo halfvol of halfleeg? ‘Lastig’, vindt Kloen. ‘Aanvankelijk was het voor mij halfvol. Ik ben positief ingesteld en zie kansen voor de natuur. Klimaatverandering zorgt ervoor dat soorten uit zuidelijke landen hier een kans krijgen. Maar ik heb me de afgelopen jaren ook verdiept in soorten waar het slecht mee gaat. Met name libellen. Als je ziet hoe snel hun aantal afneemt, dan vind ik dat enorm zorgelijk.’

Dupe

Met name de specialisten onder de libellen, de soorten die een specifiek omgeving nodig hebben, zijn de dupe. ‘De soorten die oprukken zijn sterk, opportunistisch en generalistisch. Zo’n generalist kan overal terecht. Ze zijn bovendien zo concurrerend dat ze de bestaande soorten wegdrukken. Specialisten kunnen niet verder opschui-

De expositie Ever changing biodiversity toont achttien foto’s gemaakt door Jan-Freerk Kloen van soorten die in de afgelopen drie jaar binnen 15 kilometer van de campus te zien waren en die door toedoen van de mens vooruit (gaffelwaterjuffer) of juist achteruit (pad) zijn gaan.

Locatie: buiten-expositieruimte bij Impulse

Datum: te zien tot 30 september 2026

‘De soorten die oprukken zijn sterk, opportunistisch en generalistisch. Zo’n generalist kan overal terecht’
‘Mijn vader had een blog, dat vond ik cool’

ven, want ze zitten al aan de noordelijke rand van hun habitat. Ze kunnen geen kant op en verdwijnen. Wat de kwaliteit van de natuur betreft, is klimaatverandering per saldo negatief. Daar ben ik van overtuigd.’

Door zijn baan bij Ravon zal Kloen weinig bijdragen aan de BioBlitz, de soortentelling op de campus die loopt van 7 april tot 26 juni. De expo ziet hij als zijn afscheidscadeau. Aan vorige ‘blitzen’ deed hij wél intensief mee. Al heeft hij voor het spotten van soorten zo’n BioBlitz niet nodig. De afgelopen 15 jaar heeft hij in Nederland ruim 36.000 waarnemingen van 2400 soorten gemeld op het platform Waarneming.nl. Dat zijn er gemiddeld meer dan 2000 per jaar. Een vijfde van die waarnemingen betreft libellen. ‘Ik ben een fanatiek waarnemer. Ik hoop dat er nieuwe fanatieke waarnemers op de campus opstaan om de libellen de komende jaren op de kaart te zetten.’ ■

Kleine roodoogjuffers en links de kleine
Virtuele realiteit verslaat lab bij voedselonderzoek

Teleporteren naar tarwe

Voedsel- en consumentenonderzoek vindt vaak plaats in een lab, een omgeving die niet lijkt op de plekken waar mensen eten of eten kopen. Dat maakt het lastig te achterhalen hoe context meespeelt bij voedselkeuzes. Virtual reality kan proefpersonen onderdompelen in een realistische omgeving.

Waan jezelf in een kleurrijk tarweveld, omringd door natuurvriendelijke strokenteelt. Terwijl je om je heen kijkt, hoor je vogels en insecten. Van de tarwe die voor je staat, wordt brood gemaakt. Je proeft een stukje. Hoe smaakt het?

Zo gaat grofweg het onderzoek dat wetenschappers van Wageningen Food & Biobased Research en Wageningen Social & Economic Research hebben uitgevoerd samen met het WANDER XR Experience Lab – de virtual reality-faciliteit van WUR. Anke Janssen, onderzoeker bij de groep Food Technology: ‘Voedselproducenten willen weten of hun producten mensen aanspreken. Met dit onderzoek willen we achterhalen wat voor consumenten prikkels zijn om duurzamere voedselproducten wel of niet te kopen.’

In eerder onderzoek van beide groepen moesten deelnemers zich via 2D-afbeeldingen op het beeldscherm voorstellen dat ze in een tarweveld stonden van monoteelt of van strokenteelt. Onderzoe -

ker Liam Dwyer van Consumer Research: ‘We vroegen mensen toen wat ze vonden van wat ze zojuist hadden gezien en van het stukje brood dat ze hadden geproefd. Tegelijkertijd maten we hun onbewuste reacties – hartslag, huidgeleiding en gezichtsuitdrukkingen – als maat voor emotionele opwinding.’

Dat gaf inzicht in hoe de productiemethode van voedsel de beleving van consumenten beïnvloedt, maar de onderzoekers wilden een stap verder gaan. Dwyer: ‘Om de verschillen tussen strokenteelt en monoteelt duidelijk te maken, wilden we de deelnemers in die productiemethode onderdompelen.’

Janssen: ‘Want wanneer iemand naar plaatjes van een tarweveld kijkt, ervaart hij dat anders dan wanneer hij er middenin staat. Deelnemers letterlijk in een tarweveld zetten, is lastig. Bovendien

‘Daar zit wat mij betreft de meerwaarde van VR: de onderdompeling’

Tekst Dominique Vrouwenvelder

ziet een veld er maar twee of drie weken per jaar hetzelfde uitziet en dat maakt herhaling onder dezelfde omstandigheden onpraktisch. En zo kwamen we op het idee van virtual reality.’

Tarweveld

Het WANDER XR Experience Lab bouwde voor hen twee virtuele tarwevelden: een met strokenteelt, een met monocultuur. Janssen: ‘Deelnemers ervaren midden in het veld te staan en kunnen om zich heen kijken en vogels horen.’ Thomas Ginn, teamleider van WANDER: ‘Onze veronderstelling is dat virtual reality het makkelijker maakt om je in een omgeving in te leven. Deze manier van onderzoek sluit aan bij een bredere verschuiving in voedsel- en consumentenonderzoek: weg uit het steriele lab naar een context die relevant is voor mensen om beslissingen te nemen. Bovendien is een virtual reality-omgeving makkelijk te veranderen of te personaliseren – zelfs wanneer iemand zich al in deze omgeving bevindt.’

‘Daarnaast kan een VR-bril tegelijkertijd worden gebruikt als meetinstrument. In de bril zitten sensoren om bijvoorbeeld pupilgrootte en kijk- en staargedrag te meten. Onderzoekers kunnen zo de oogbewegingen van de deelnemer volgen en zien waar hij naar kijkt of staart.’

Het experiment start op de broodafdeling in een virtuele supermarkt. Deelnemers krijgen te horen hoe brood in het algemeen wordt geproduceerd en ze beantwoorden een eerste reeks vragen: hoe gezond en milieuvriendelijk vinden ze het brood, en zouden ze het kopen? Net als in het eerdere onderzoek meten de onderzoekers ook de hartslag en huidgeleiding bij de deelnemers. Die proeven vervolgens, nog steeds ondergedompeld in de virtuele wereld, een stukje brood en vertellen hoe lekker ze het vinden.

Teleporteren

Daarna horen ze in de virtuele supermarkt over ecologische voor- en nadelen van monoteelt of strokenteelt en worden ze virtueel geteleporteerd naar het mono- of strokentarweveld. Bij de

monocultuur is het nagenoeg stil, een weerspiegeling van lage biodiversiteit. Bij de strokenteelt zoemen insecten en fluiten vogels.

Terug in de supermarkt proeven ze brood waarvan ze denken dat het met tarwe van de zojuist bezochte landbouwmethode (dus mono- of strokenteelt) is gemaakt en beantwoorden ze dezelfde vragen als aan het begin. Daarna volgt een tweede teleportatie naar de andere landbouwmethode, met opnieuw dezelfde vragen en een stukje brood om te proeven. Pas daarna mag de deelnemer de VR-headset afzetten. Dwyer: ‘Zo ervaart elke deelnemer beide productiemethoden en meet het onderzoek hoe die ervaring het oordeel over hetzelfde brood beïnvloedt.’

De belangrijkste uitkomst is volgens de onderzoekers dat de VR-omgeving duidelijk invloed had op de deelnemers.

Dwyer: ‘Deelnemers hadden – vergeleken met hun reacties vooraf – een hogere hartslag en zweetreflex op het moment dat ze na de VR-omgeving het

stukje brood proefden. Daar zit wat mij betreft de meerwaarde van VR: de onderdompeling.’ Dat dat inderdaad effect heeft, bleek ook uit de vragenlijsten die deelnemers achteraf invulden. Janssen: ‘We vroegen hoe sterk ze zich ondergedompeld hadden gevoeld in de virtuele omgeving en hoeveel omgevingsgeluiden uit de onderzoeksruimte ze nog hadden gehoord. De scores waren opvallend goed.’

Ginn: ‘Dit experiment bevestigt voor ons ook dat je geen perfecte virtuele omgeving hoeft te bouwen om mensen er echt in mee te nemen. We hadden nog honderd uur kunnen steken in het perfectioneren van de supermarktomgeving – maar dat bleek helemaal niet nodig. Vergeleken met een 2D-plaatje op een beeldscherm helpt VR deelnemers sterk om zich in een andere omgeving te wanen. Dat opent perspectieven voor consumentenonderzoek dat veel dichter bij de werkelijkheid ligt dan wat een lab ooit kan bieden.’ ■

NIEUWE KADES LANGS OUDE GRACHTEN

Niks Amsterdamser dan de grachten. De oudste gaan al meer dan vier eeuwen mee. Hun aanblik is in al die tijd onveranderd. En dat moet, als werelderfgoed van Unesco, ook zo blijven. Maar er moet wel iets gebeuren. Zo’n 200 kilometer kademuur is aan renovatie of vervanging toe. En niet alleen in Amsterdam.

EngD’ers Bas Kramer en Rohan Daniel brengen de ideeën daarvoor onder in landschappelijk verantwoorde en aantrekkelijke ontwerpen.

Het gaat namelijk niet zomaar om het vervangen van stenen. ‘De nieuwe kades en hun omgeving moeten multifunctioneel worden’, legt Kramer uit. ‘Bij de renovatie worden ook opgaven voor energietransitie, klimaatadaptatie en sociale ontwikkelingen meegenomen. Bij dat laatste moet je onder meer denken aan de wens de stad autoluwer te maken. Klimaatadaptatie vraagt om bomen, zodat er zoveel mogelijk schaduw is. En voor de energietransitie worden de kademuren gebruikt voor warmte-koude-opslag.’

Een gebruikelijk systeem voor warmte-koude-opslag (WKO), zoals op de campus, wisselt warmte met het diepe grondwater. In Amsterdam is het volgens Kramer de bedoeling die warmte uit het grachtwater te halen. ‘Met de kademuur als warmtewisselaar. In de zomer onttrek je warmte aan het water, wat verkoelend werkt, en slaat dat op. In de winter gebruik je die opgeslagen energie om de huizen te verwarmen. Voor de opslag denken we aan een bodemlaag. Van daaruit wordt het opgewarmde water toegevoegd aan het stedelijk warmtenetwerk. Als je van het gas af wilt, is dit een hoopvolle mogelijkheid. De eerste proeven bij de TU Delft zijn veelbelovend.’

‘VERVOER TERUG NAAR HET WATER, ZOALS VROEGER’

Die proeven voeren de EngD’ers niet zelf uit. Namens de leerstoelgroep Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke

Planning maken de twee deel uit van een consortium met de gemeente, het instituut AMS, universiteiten, ingenieursbureaus en aannemers. Kramer en Daniel volgen daarbij de methode Research Through Design, een manier van werken waarbij ontwerpen en onderzoek hand in hand gaan. ‘Daarbij worden alle ontwerpen door onderzoek op hun effect getoetst en zo nodig aangepast. Dat iteratieve proces van ontwerpen en testen levert een optimaal ontwerp op dat aan zoveel mogelijk eisen voldoet.’

Onzichtbaar

Van die technische innovaties zie je straks boven de grond weinig tot niets. ‘Die zitten achter de kademuur om modulaire boxen. Daar is de ruimte voor de WKO, voor elektriciteitshuisjes of de tijdelijke opslag van afval voordat het wordt afgevoerd.’ Het moet ook onzichtbaar zijn. ‘We kunnen niet zomaar nieuwe functies aan het gebied toevoegen. Het historische hart van Amsterdam is beschermd werelderfgoed. Elke ingreep moet te verantwoorden zijn naar het verleden, of vanuit het verleden in het verhaal van de stad passen. Dat is de grote uitdaging.’

Maar dat wil niet zeggen dat bovengronds niks verandert. Klimaatadaptatie vraagt om aanpassingen. Hitte vraagt om bomen. In dit geval om iepen, de stadsbomen

Tekst Roelof Kleis

Artist impression van het kadeproject. Bas Kramer, EngD’er bij de leerstoelgroep Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning: ‘We maken veel gebruik van drijvende elementen in dit project. Dat past goed in Hollandse grachten, waar ook veel woonboten liggen. Het water biedt extra ruimte die nu nog niet wordt benut.’

van Amsterdam. ‘De iep is een mooie metafoor voor dit project’, zegt Kramer. ‘Iepen zijn problematisch vanwege de heersende iepenziekte. Dus moeten we op zoek naar een iep die daartegen bestand is. En laat nou juist WUR daaraan werken. Wat op het eerste gezicht een belemmering lijkt, brengt uiteindelijk expertises uit verschillende sectoren bij elkaar.’

Opvallend aan de ontwerpen van Kramer en Daniel zijn de groene en recreatieve elementen op het water. Langs de kant liggen drijvende groene eilandjes. ‘Heliofyten-eilandjes die niet alleen het water zuiveren, maar ook de ecologische kwaliteit van de grachten verhogen’, legt Kramer uit. De groene eilandjes worden afgewisseld met drijvende terrassen om te zitten. ‘We maken veel gebruik van drijvende elementen in dit project. Dat past goed in Hollandse grachten, waar ook veel woonboten liggen. Het water biedt extra ruimte die nu nog niet wordt benut. Die lage pontons zijn onderdeel van de aanpassing aan het klimaat. Hoe dichter bij het water, hoe groter de ervaring van verkoeling.’

Pontons

Pontons op straathoogte bieden daarnaast ruimte om fietsen te stallen, een speelplek of een overslagpunt voor bevoorrading van supermarkten of het afvoeren van afval. Mobiliteit over het water past volgens Kramer in de ambitie van de stad om autoluw te worden. ‘Vervoer terugbrengen naar het water, zoals het vroeger ook was. En dan zoveel mogelijk elektrisch. Dat is minder vervuilend en vermindert de druk op de kades. In Amsterdam

Prijs

Het kademuren-project won vorige maand de Transdisciplinary Research Award van WUR. De 2500 euro die dat opleverde, worden volgens Bas Kramer gebruikt om hun werk te promoten. ‘We willen de boodschappen en innovaties overbrengen naar beleidsmakers die met dit soort vraagstukken bezig zijn. We weten dat andere steden met veel interesse naar dit project kijken.’

zijn een paar proefprojecten voor transport over water, maar een brede visie over hoe dat er op grotere schaal uit moet zien is er nog niet. Overslagpunten op het water betekent minder overlast voor omwonenden.’

Het mooie aan de studie van Kramer en Daniel is dat het niet bij mooie plaatjes blijft. ‘Het is leuk dat het zo toepasbaar is. Volgend jaar wordt het op een locatie ook daadwerkelijk getest. De plek waar dat gaat gebeuren, moet nog even geheim blijven. Voor de EngD’ers zit het werk er dan al op. ‘Tot de zomer zijn we nog bezig met de afronding van de laatste ontwerpfase en het toetsen van onze ontwerpen op hun belevingswaarde. Daarvoor hebben we een enquête gemaakt (zie QR-code), waarmee iedereen aan de hand van fotorealistische plaatjes zijn mening kan geven.’ ■

Podium

Op 30 mei zoeft nieuw talent uit de regio in sneltreinvaart voorbij tijdens Ede-Wageningen ontspoort! Achttien acts, variërend van singer-songwriter tot metal, country en tekno laten in korte optredens horen wat ze in huis hebben. De Wageningse drum ’n bass-producer en dj Rhizosphere, meestal te zien met de Barbaboefjes, zal die avond het podium delen met een plant. Tekst Coretta Jongeling

Ede-Wageningen ontspoort!

Dat is geen toeval, want Rhizosphere, in het dagelijks leven Ramon van Esch, studeerde vorig jaar af als plantwetenschapper. Nu werkt hij als plantspecialist bij een veredelingsbedrijf. Natuur is een inspiratiebron voor zijn muziek, legt hij uit. ‘Ik vind het nice om geluiden uit de natuur te gebruiken in mijn nummers. En mijn naam komt daar ook vandaan: de rhizosphere is de wortelzone van de plant. Als die basis niet sterk is, kan de plant niet bloeien. Voor mij bestaat die basis uit de mensen die dicht bij me staan, natuur en de energie van muziek.’

Met de Barbaboefjes draait hij allerlei artiesten, bij Ede-Wageningen ontspoort laat hij zijn eigen nummers horen. ‘Ik maak alles zelf, van drums en bas tot de melodische dingetjes. Ik begin vaak met een onderdeel dat me dan het meest inspireert, zoals de bas. Dan bouw ik eerst een baslijn, maak daar de akkoorden omheen en uiteindelijk de drums die daarbij passen. Maar soms gaat het ook precies andersom.’ Het optreden zal wat anders

Za

30-05-2026

Astrant Ede 19:00u

Toegang gratis

zijn dan normaal. ‘De sets die ik normaal draai tijdens Barbaboefjes-feesten zijn meer gefocust op clubachtige sounds. Dit wordt een iets rustiger optreden, waar ik mijn rustigere tracks ook kan laten horen.’

De achttien acts worden verdeeld over drie podia en krijgen twintig minuten podiumtijd. ‘Dat is kort, maar in die tijd kan je best wat laten horen. Zeker als dj, dan kan je nummers door elkaar heen laten draaien.’ En die plant? ‘Het blijft nog geheim hoe die precies meedoet, maar ik kan wel zeggen dat ik die live ga gebruiken tijdens mijn optreden.’

Ede-Wageningen ontspoort! is bedoeld om nieuw talent te showen en wordt georganiseerd door Popcultuur Wageningen, PopUPop en Astrant. De avond is gratis toegankelijk. Kijk op de website van Astrant voor de volledige programmering.

TIPS

Vrijdag 5 juni

Metal Mayhem (bandavond)

Unitas

Vrijdag 29 mei

Larbi door Introdans (dans)

Junushoff

Zaterdag 13 juni

0317 festival

Argo-terrein

DJ Rhizosphere

Jaarlijks studeren zo’n 3.500 bachelor- en masterstudenten in Wageningen af. In de rubriek Thesis Life vertellen ze over hun mijlpaal; over de inhoud, de ups en de downs. Dit keer Machteld van Kempen, master International Development. Tekst Eva Hamers

Jouw thesis in 40 woorden?

‘De vluchtelingenkampen in Kenia zijn in transitie van kampen naar dorpen. Ik onderzoek hoe dit de hulpverlening verandert en hoe verschillende organisaties ernaar kijken, bijvoorbeeld naar de middelen en bestuurlijke kwaliteiten van de lokale overheid, die meer zeggenschap zal krijgen.’

De plaatselijke context:

‘Mensen uit conflictgebieden vluchtten naar Kenia waar dertig jaar geleden twee ‘tijdelijke’ opvangkampen zijn ontstaan. Maar de conflicten zijn nog steeds gaande. Mede door mondiale bezuinigingen op ontwikkelingshulp is het leven daar heel moeilijk. De vluchtelingen krijgen bijvoorbeeld hulp naar gelang hun kwetsbaarheid. Maar de minst kwetsbaren krijgen nu geen geld en eten meer, ook al hebben sommigen die hulp wel nodig om te kunnen overleven.’

Wat maakte het meeste indruk?

‘Het vluchtelingenkamp zelf. De armoede is schokkend, en de omliggende Keniaanse dorpen leken er niet veel beter aan toe. Ook merkte ik dat er een groot verschil zat tussen mijn academische kennis en hoe de humanitaire hulp er in de praktijk uitzag.’

Favoriete plek om aan je scriptie te schrijven?

‘De campus, thuis werkt niet voor mij. Alleen heeft mijn leerstoelgroep geen vaste bureaus voor thesisstudenten. Daarom zit ik vaak in de UB, en soms probeer ik bij vriendinnen die wel een thesisplek hebben, aan te schuiven.’

Heb je nog tips?

‘Onderzoek wat er nodig is qua visa; ik had twee maanden vertraging omdat ik een verblijfsvergunning voor onderzoekers moest aanvragen. En het reisadvies, voor mij code geel, heeft ook administratieve consequenties. Daarnaast: probeer het leuk voor jezelf te maken. Ik was het grootste gedeelte van de tijd in de stad Nairobi, omdat ik me anders te geïsoleerd voelde. Als je je niet goed voelt, heeft dat ook effect op je werk.’

In Wageningen kom je alle smaken van de wereld tegen. Bachelorstudent Food Technology Dhanapath Chaiwiwat – ook wel bekend als Bingo – uit Bangkok deelt een recept voor Thaise groene curry.

Smaken van WUR

Thaise groene curry

‘Ik vind het heerlijk om te koken en mensen te ontmoeten en over elkaars cultuur te horen, vooral via eten. Heb je zin in iets geurigs en karaktervols? Naast de beroemde pad thai en mango sticky rice is Thaise groene curry een gerecht waar je je vingers bij aflikt. Deze Thaise klassieker zit boordevol smaak; een warme kick vol kruiden en specerijen in elke hap. Eén keer proeven en je bent verkocht.’

1 Snijd de aubergine in stukjes.

2 Snijd de chili in schuine plakjes, bewaar wat plakjes als decoratie.

3 Pers de limoenen uit.

4 Snijd de kip in stukjes.

5 Zet een pan op middelhoog vuur, voeg olie toe en wacht tot de olie heet is.

6 Doe 50 ml kokosmelk en de currypasta in de pan en roerbak tot het begint te geuren.

7 Voeg de kip toe en roerbak alles tot de kip en currypasta goed gemengd zijn.

8 Voeg de rest van de kokosmelk, vissaus, suiker en chilipeper toe en laat 10 minuten koken.

9 Voeg aubergine toe en kook tot de kip zacht en gaar is.

10 Zet het vuur uit en voeg limoensap toe.

11 (Voeg naar smaak extra vissaus, chilipeper en limoensap toe).

Serveer met ‘koolhydraten’ naar keuze, meestal gekookte rijst.

Ingredienten (voor 4 porties):

• 2 pakjes kant-en-klare groene currypasta

• 500 g vlees naar keuze (kip)

• 250 g aubergine

• 1 liter kokosmelk

• 35 g vissaus

• 2 limoenen (3 el sap)

• 50 g suiker

• 15 g chilipeper

• 2 tl plantaardige olie (geen olijfolie)

Dhanapath Chaiwiwat Bachelorstudent Food Technology

Scan de QR-code voor de video van Dhanapath.

Meanwhile in… Verenigd Koninkrijk – Labour in zwaar weer

Bij WUR werken en studeren honderden internationals. In de rubriek Meanwhile in vragen we een van hen naar gebeurtenissen in het thuisland. Dit keer vertelt Gavin Niccolls (22), masterstudent Biotechnologie, over de lokale verkiezingen in Engeland. Tekst Philip Timmers

‘Premier Keir Starmer staat onder grote druk. Bij lokale verkiezingen heeft de Labourpartij maar een heel klein aantal stemmen weten te behalen, terwijl hun concurrent, Reform UK, juist veel stemmen heeft gekregen. Onlangs was er een groot schandaal rondom een Labour-politicus die banden bleek te hebben met de veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein. Maar mijn indruk is dat de Labourpartij al eerder begon te wankelen. ‘De Britse politiek is heel erg veranderd vergeleken met de beginjaren 2000. Toen had je politici zoals Tony Blair en David Cameron die meerdere regeerperioden in het zadel zaten. Dat is veranderd. Nu hebben we vier premiers gehad in vijf jaar tijd. ‘Ik denk dat Labour zo sterk daalt in de peilingen omdat mensen niet de radicale verandering zien waarop ze hoopten. Sinds het begin van de jaren 2000 heeft het Verenigd Koninkrijk bezuinigd op de sociale voorzieningen, met als gevolg dat de lagere sociale klassen slechter af zijn. Labour beloofde beterschap en de overheidsuitgaven zijn iets evenwichtiger geworden en

de wachttijden voor de NHS (National Health Service, red.) zijn korter, maar de grote verandering waar mensen op hoopten, is uitgebleven. Veel van mijn vrienden in Engeland studeren nu af en hebben moeite met het vinden van werk en huisvesting. Er zijn steeds meer plaatsen in Engeland waar inwoners rechts georiënteerd zijn en omdat mijn vrienden meer liberaal zijn, willen ze daar niet wonen. Ze zijn daar ‘de ander’ en voelen zich er niet welkom. Met vrienden in Wageningen praat ik weleens over de vraag of het bergafwaarts gaat met het Verenigd Koninkrijk. Persoonlijk denk ik van niet. Maar als je de Britse media moet geloven, kan je dat makkelijk denken; die zijn erg reactionair en paniekzaaierig. Artikelen over successen van de regering verkopen niet. Een artikel met een schreeuwerige kop trekt aandacht. Dan gaan mensen erover twitteren en krijgt het meer aandacht. Die cyclus leidt tot polarisatie. Zo snel van regering wisselen als de afgelopen vijf jaar is slecht voor iedereen. Verandering kost tijd en zonder een stabiele regering zal het Verenigd Koninkrijk steeds verder afglijden.’

Negen keer Harry

Van de tien concerten die zanger Harry Styles deze en volgende week geeft in de Amsterdamse Johan Cruijff Arena, woont student Dierwetenschappen Mylène Poppe (op de foto rechts) er acht bij. Minstens. ‘Nu de tickets in prijs zakken, ga ik die andere avonden misschien ook nog wel.’

‘Er zijn vast andere WUR-studenten die ook gaan, maar die ken ik niet: op de uni heb ik niet zo veel sociale contacten. Ik ga naar acht concerten in Amsterdam en één in Londen. Dat is prijzig, ja, maar ik heb ervoor gespaard. Ik werk nu ongeveer anderhalf jaar bij de Plus in Bennekom en ik kon in dit vierde jaar van mijn bachelor, waarin de studiebelasting wat minder is, extra veel werken. Ik vind het niet erg om mijn geld hieraan uit te geven; ik doe verder weinig dingen die veel geld kosten. Dit is gewoon wat ik heel graag doe. ‘Er

zijn artiesten die bij elk concert een totaal andere setlist hanteren. Harry speelt meestal grotendeels hetzelfde, maar hij praat veel met zijn fans en daardoor is elke avond toch anders. De concerten zijn niet uitverkocht en op Ticketswap daalden de ticketprijzen. Als ik nog goede plekken kan vinden die niet zo duur zijn, ga ik misschien toch ook naar de avonden waarvoor ik nog geen tickets heb. Als ik toch bezig ben…’

Wembley Stadium

‘Van Harry ben ik al jarenlang fan. Zijn eerste soloconcert in AFAS Live heb ik helaas gemist, maar daarna heb ik van elke tour meerdere shows gezien. Vijf keer in Amsterdam, één keer in Antwerpen en één keer in Düsseldorf. Bij deze tour wilde ik per se ook naar Londen. Mijn vrienden vonden dat te duur, maar gelukkig wilde mijn moeder wel mee. Het

lijkt me een bijzondere belevenis straks: tussen de Britse Harry-fans, in dat hele grote Wembley Stadium.’ me

HOKJESDENKEN

Vul de puzzel in en ontdek welk(e) woord(en) er in de gekleurde vakjes staat(n). Stuur dit als oplossing naar resource@wur.nl vóór 9 juni.

Tip: zoek ook naar antwoorden in dit magazine en op resource-online.nl.

Horizontaal

1. Pleit hoogleraar Landgebruiksplanning

Martha Bakker voor

8. Film van entomoloog Hans Smid

12. Q__, complottheorie

13. In het __ komen

14. Gier

16. Gevatte familie van Arne Slot en Bob Spaak (2+3)

18. Antieke stad in Mesopotamië

19. 2 verticaal

21. Fraaie steen

22. __(w)oud

24. Tegenhanger van knikkers

25. __oom

28. Archipel die bij Portugal hoort

30. Hoe kom je __?

31. Love is __, Roger Glover & Guests

33. Stad(sgenoot) van Juventus

34. Geus of Mathieu

36. Stromen

37. Gril

38. Brengt brand en roos bij elkaar

39. Kunnen worden ingezet bij warmte-koude-opslag

40. Paardenhaar

Verticaal

1. Heeft een blad met tanden

2. 19 horizontaal

3. Richtsnoer

4. Tegenover de andere

5. Past voor Nobelprijs of Farben

6. Past voor linguïstiek of chirurgie

7. Enorme kindervriend

8. Laten wagenwielen achter

9. __ Mor Llombart wint Van Deemterprijs voor beste scriptie in de analytische chemie

10. Novi __, Servische stad

11. Schijnt in de reclame

15. Grote liefde van bachelorstudent Jan-Freerk Kloen

17. Gemiddelde

20. Hiervan zijn er bijna 9000 in Nederland

Colofon

De oplossing van de puzzel uit Resource #8 is ‘entomologie’. De winnaar is Aafke Saarloos. Gefeliciteerd! We nemen contact met je op.

Winnaars mogen kiezen uit het boek Zeven dieren bijten terug van WUR-alumnus Frank Westerman of de Wageningen Verjaardagskalender met dronefoto’s gemaakt door DroneWageningen.

23. Volks voorvoegsel

24. In één keer alles om

26. __ Green Tomatoes, film met Kathy Bates

27. Dijbeen

28. Terreinfiets

29. Enorme zeehondjesliefhebber

31. Saxofoon van Suzuki

32. Polderaar avant la lettre

35. Olm

37. Tussen vroeger en later

Resource is het onafhankelijke en journalistieke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op resourceonline.nl verschijnen dagelijks nieuwe berichten. Het magazine verschijnt maandelijks.

Contact Vragen en opmerkingen voor de redactie: resource@wur.nl | www.resource-online.nl

Redactie Willem Andrée (hoofdredacteur), Helene Seevinck (eindredacteur), Marieke Enter (redacteur), Roelof Kleis (redacteur), Dominique Vrouwenvelder (redacteur), Luuk Zegers (redacteur), Coretta Jongeling (online coördinator).

Vertalingen Tessera Translations S.L.

Vormgeving Alfred Heikamp, Larissa Mulder

Basisontwerp Marinka Reuten

Coverillustratie Valerie Geelen

Druk Damen Drukkers BV, Werkendam

Abonnement Een abonnement op het magazine kost €59 (buitenland €135) per academisch jaar. Opzeggen voor 1 augustus.

ISSN 1874-3625

Uitgever Corporate Communications & Marketing, Wageningen University & Research

[DE NEUS]

Nieuws met een luchtje

CURSUS BURGERLEVEN VOOR

BIJNA-AFGESTUDEERDEN

Vanaf academisch jaar ‘26/’27 zal WUR een korte cursus Burgerleven aanbieden. Deze cursus, die bijna-afgestudeerden moet voorbereiden op het bestaan na het behalen van een diploma, was een lang gekoesterde wens van actiegroep BvB (Bang voor Burgerschap).

De actiegroep, die vooral uit vijfdejaars tot achtstejaars bestaat, maakt zich zorgen over leven na het studeren. Woordvoerder Bente Jong spreekt van een generatiecrisis. ‘We krijgen steeds meer signalen van studenten die in hun laatste jaar zitten dat de stress gigantisch is. Wat als je straks geen student meer bent? Hoe serieus is het leven dan?’ Dit is geen irreële angst, benadrukt ze. ‘Vrienden die zijn afgestudeerd bevestigen dat het afgestudeerde leven echt zwaar is. Elke dag naar je werk, een regelmatig dag-nachtritme en nadenken over matchend bestek is geen grapje.’

De cursus wordt gegeven in periode 5 en 6 bestaat uit colleges en practica. ‘Onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer Een woning zoeken, Niet meer doordeweeks uitgaan en Heeft een baan een aanwezigheidsplicht?’, vertelt coördinator Door Snee. ‘Tijdens de practica gaan we in op zaken zoals Een gesprek voeren met een burger, we nodigen dan ook echte burgers uit zodat je kan oefenen hoe het is om met ze praten over hun kinderen, hypotheekrenteaftrek en vogelspotten.

‘We nodigen echte burgers uit zodat je kan oefenen hoe het is om met ze praten’

Ook komt er een ervaringsdeskundige langs, die al meer dan een jaar is afgestudeerd. Die geeft praktische tips over hoe je zonder schoonmaakrooster je huishouden regelt en hoe je 40 uur in de week werkt zonder gillend gek te worden.’ De lijst onderwerpen kan intimiderend overkomen, geeft Snee toe. ‘Maar we nemen ruim de tijd om rustig door de stof heen te gaan. Daarnaast is een psycholoog beschikbaar om te praten over de mentale impact van het voorbereiden op het burgerschap.’ Ben je er toch nog niet klaar voor? BvB-woordvoerder Jong heeft tips. ‘Je thesis rekken is de makkelijkste manier om nog even onder het echte leven vandaan te komen. Ook het niet halen van je laatste tentamens is een tip.

Voor je weer een herkansing kan doen ben je zo wat maanden verder.’

De cursus zal onder andere ingaan op het voeren van koffieautomaat-gespekken met collega’s  Foto Shutterstock

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook