Skip to main content

RESOURCE - Nr. 02 2026 (NL)

Page 1

Nr 02

WUR from within: open, eerlijk, kritisch

OKTOBER ❷⓿❷❻ JAARGANG ❷❶

Onderzoek naar spookreferenties

WE NIEU NIST: M COLU gala Man as Sriniv p.11

NL

1128 studenten maken longlist TOTY

Journalistiek magazine over Wageningen University & Research

Ingezonden: ‘Houd elkaar vast’

Raad van toezicht ‘blijft schimmig’

Babydarmen uit het lab

Weg met die laptops Colleges weer met pen en papier? | p.12


Inhoud

VOORWOORD

NR ❷ JAARGANG ❷❶

14

Vliegtuigen om op te peuzelen

20

Bettina Bock over boerenprotesten

24

Hoor, de plant roept!

5 Turnitin wil AI trainen met werk studenten 6 Voedseltech onder één dak 8 Falen en opstaan: ‘Best gênant’

33 Thesis Life: herbivoren in Franse bossen 34 Meanwhile in Spanje: Maricarmen symbool huisvestingscrisis Kijk voor meer verhalen en nieuws op onze website via deze QR-code:

Duiden De waarheid zoeken op basis van de feiten, onafhankelijk, evenwichtig en transparant. In de kern verschilt ons werk eigenlijk niet zo heel veel van de dagelijkse werkzaamheden van onderzoekers. Dit keer bijvoorbeeld het verhaal van redacteur Luuk Zegers over de renovatie van bacheloropleidingen, de herziening van het onderwijsportfolio. Als die analyse op ons bureau komt, gaan we eerst lezen en vragen stellen. Daarna interviewen. In dit verhaal (pag. 26) komen zeven betrokkenen aan het woord. Het is een informatief verhaal met duiding en bedenkingen. Die bedenkingen komen terug in de nieuwe rubriek Q&Council, waarin de vraag wordt gesteld: wat betekent het samenvoegen van opleidingen voor studieverenigingen en heeft WUR daar wel goed over nagedacht (pag, 34)? Ons werk is ook de wereld om ons heen in de gaten houden. Wat vinden studenten en docenten bijvoorbeeld van het Amsterdamse plan (UvA) om geen laptops, telefoons en tablets meer toe te laten bij bepaalde colleges (pag.12)? De reacties scherpen de geest. Nu liggen onder meer de onlangs openbaar gemaakte AI-implementatiestrategie en de plannen van het bestuur om spookreferenties tegen te gaan op ons bureau. We gaan weer lezen, interviewen en duiden. Wordt vervolgd.

Willem Andrée Hoofdredacteur


GRONDBOREN Op woensdagavond 7 oktober vonden de jaarlijkse Grondboorkampioenschappen plaats aan de Haarweg. Dit jaar was het thema Drill House Rock en waren er naast de grondboorwedstrijd en de creatieve verkleedpartij ook optredens van lokale artiesten zoals Waga Collective (onder meer bekend van het nummer Grondboor Drillrap). lz Foto Maren Heikamp


NIEUWS

Kamervragen na afzeggen stikstofsymposium

Honderden tekeningen cadeau

Het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) heeft het symposium over stikstof- en natuurbeleid van 13 oktober afgezegd. Dat zou gebeurd zijn nadat onder anderen WUR-bestuursvoorzitter Sjoukje Heimovaara als KIVI-lid bedenkingen had geuit.

Speciale Collecties van de bibliotheek heeft honderden pentekeningen gekregen van botanisch kunstenaar Mariet de Geus. Ze schonk de tekeningen tijdens de opening van de expositie in Impulse over haar werk: Mariet de Geus, getekend met passie. De Geus (92) werkte van 1970-1985 bij WUR. De tekeningen zijn de originelen die zijn gebruikt voor het naslagwerk Loofbomen in en buiten het bos van D.E Boeijink en B. Schalk. (zie ook pag. 30). rk

Het symposium, ‘Van Habitatrichtlijn naar doelgericht natuurbeheer’, werd opgezet door oud-WUR-onderzoeker Henri Prins. Sprekers waren onder anderen Wim de Vries, Han van Dobben en Wouter de Heij. Nadat opinieplatform Wynia’s Week over de rol van Heimovaara berichtte, stelden Kamerleden Mona Keijzer (onafhankelijk) en Peter van Duijvenvoorde (FvD) vragen over ‘mogelijke bemoeienis’ van de WUR-bestuursvoorzitter. Een woordvoerder van WUR bevestigt dat Heimovaara haar bedenkingen heeft geuit, maar benadrukt dat ze niet heeft aangedrongen op annulering. ‘Ze heeft het niet als WUR-bestuurder gedaan, maar als KIVI-lid. Ze vindt het belangrijk dat wat onder de KIVI-vlag gebeurt betrouwbaar is.’ Volgens de woordvoerder had Heimovaara niet verwacht dat het symposium zou worden afgelast. ‘En dat was ook zeker niet haar bedoeling.’ Het KIVI heeft ‘eigenstandig’ na interne overwegingen ervoor besloten het symposium niet door te laten gaan, laat de woordvoerder weten. ‘Omdat de opzet van de bijeenkomst een complexe discussie op een eenzijdige manier zou belichten. Een gedegen wetenschappelijk debat was voor deze bijeenkomst niet geborgd.’

e

Resource

15•10•2026 PAGINA 4

Ongemakkelijk

Stikstofonderzoeker Wim de Vries, die over de gevolgen van stikstofdepositie zou spreken, vindt de afzegging en de Kamervragen ‘heel vervelend’. ‘Je voelt je een beetje alsof je in een bepaald kamp wordt getrokken. Dat is ongemakkelijk.’ Het afzeggen noemt hij ‘wat vergaand’. ‘Ik ben de afgelopen veertig jaar altijd in gesprek gegaan met mensen die anders tegen de problematiek aankijken. Als je ergens je verhaal kwijt kunt en je zegt nee, vind ik dat een zwaktebod. Met mensen die puur ontkennen valt geen zinnig woord te wisselen, maar dat gevoel had ik hier niet.’ Volgens De Vries heeft Prins zijn best gedaan om ook ecologen te laten spreken. ‘Als beide kanten aan bod komen en er een eerlijk gesprek is, moet dat gewoon kunnen.’ wa

Eerste voorstellen nieuwe opleidingen bekend De eerste voorstellen voor nieuwe bachelors, die de huidige 21 bachelor­ opleidingen terug moeten brengen naar 12 tot 16 brede opleidingen, in 2030 zijn bekend. In de nieuwe bachelor met de werktitel Gedrag, Economie en Bedrijf worden huidige opleidingen Economie en Beleid, Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen, en elementen van Communication and Life Sciences, samengevoegd. De andere nieuwe bachelor – Planetary Change and Development – is gebaseerd op Internationale Ontwikkelingsstudies en Tourism, ook weer met elementen van Communication and Life Sciences. De bedoeling is dat beide opleidingen in september 2028 van start gaan. Voor de opleiding Gezondheid en Maatschappij bleek geen ruimte in deze ronde, hoewel dat oorspronkelijk wel de bedoeling was. Die komt aan bod terug bij de ronde van Food Nutrition and Health. De opleiding Communication and Life Sciences wordt teruggebracht tot een nieuwe minor Communicatie. lz Lees verder op pagina 26

Longlist TOTY onthuld De longlist voor de verkiezing van de Teacher of the Year is bekend. Afgelopen juli brachten 1128 studenten hun stem uit op hun favoriete docent. Een studentenjury zal de negen docenten op de longlist interviewen en op basis van die interviews een top vijf kiezen. Die zogenoemde shortlist wordt naar verwachting begin november bekend. De uiteindelijke winnaar wordt bekendgemaakt tijdens de Teachers Day op dinsdag 8 december in Orion. lz De longlist (op alfabetische volgorde): Carlos Serrano Fajardo, Hannie van der Honing, Jan den Ouden, Julia Diederen, Nicolo Alvisi, Nina Fatouros, Roel Dijksma, Tijs Ketelaar, Wim Bosschaart.


lz

Onderzoek naar spookreferenties Er komt een onderzoek naar het voorkomen van spookreferenties in papers van WUR-onderzoekers. Dat laat Dean of Research Edith Feskens weten. Spookreferenties zijn verwijzingen in wetenschappelijke artikelen naar niet bestaand onderzoek van andere al dan niet bestaande wetenschappers. Ze ontstaan meestal door slordig gebruik van AI. De studie is een reactie op een publicatie van De Groene Amsterdammer in juli dit jaar over dit fenomeen, ‘Ik denk niet waarbij WUR dat er opzet in de lijst met het spel is. Het ‘daders’ is naïviteit.’ aanvoerde. De studie zal volgens Feskens beperkt van opzet zijn en is bedoeld om meer inzicht te krijgen in het fenomeen. Het gaat volgens haar uitdrukkelijk niet om naming en shaming van individuele wetenschappers. ’We willen inzicht krijgen in de ernst van de situatie, in hoe vaak het gebeurt, of het om bepaalde groepen onderzoekers gaat, om

Om de schade door ‘vervuilde papers’ te herstellen, is een van opties om ‘iedereen op te roepen zijn of haar papers te controleren die de afgelopen jaren zijn gepubliceerd’.  Foto Shutterstock

bepaalde nationaliteiten of vakgebieden.’ Feskens gaat ervan uit dat naïef gebruik van AI ten grondslag ligt aan spookreferenties. ‘Ik denk niet dat er opzet in het spel is. Het is naïviteit. Desondanks is het een overtreding van de wetenschappelijke code zorgvuldig te zijn bij het refereren aan andermans werk. We gaan daarom zeker praten met wetenschappers bij wie dit gebeurt. We willen ze erop attenderen dat er iets is gebeurd wat niet kan en dat het niet nog eens moet gebeuren.’

Hoe het onderzoek precies wordt uitgevoerd, is nog niet duidelijk. De opzet moet nog, samen met informatiespecialisten van de bibliotheek, worden ingevuld. Naast de studie wordt ook nagedacht over hoe de schade door ‘vervuilde papers’ het beste kan worden hersteld. ‘Een van de opties is iedereen oproepen zijn of haar papers te controleren die de afgelopen jaren zijn gepubliceerd. Als referenties niet kloppen, kun je die vervolgens aanpassen of het artikel zelfs intrekken.’ rk

15•10•2026 PAGINA 5

De studentenraad deelde begin oktober (naar schatting) 120 koekjes uit in Forum tijdens hun nieuwe evenement Cookie for your Thought. Dat deden de raadsleden omdat ze willen dat studenten weten waar ze terecht kunnen met hun vragen, zorgen en problemen. Na afloop van het evenement waren er nog een paar koekjes over. Wat daarmee is gebeurd, is niet bekend.

Turnitin, de plagiaatdetectiesoftware die ook bij WUR wordt gebruikt, wil in de toekomst de AI-detectiefunctie verbeteren door het werk van studenten te gebruiken als trainingsmateriaal. Dat initiatief komt van de Amerikaanse tak van het bedrijf, vertelt André Groenewoud, die bij WUR’s Teaching & Learning Centre verantwoordelijk is voor de online leeromgeving. ‘Turnitin Europa is niet vooraf geconsulteerd. Vanwege onrust die hierover is ontstaan, is de voorgenomen aanpassing in de gebruiksovereenkomst in Europa uitgesteld tot 1 september 2027. Overigens staat WUR dergelijk gebruik van studentendata niet toe zonder dat wij daar expliciet toestemming voor geven. Daar moeten we eerst intern een besluit over nemen.’ Dit jaar is er een nieuwe aanbesteding voor plagiaatdetectie. Daarin neemt WUR expliciete eisen rondom AI op, aldus Groenewoud. lz

Resource

120

Turnitin wil AI-detectie­ model trainen met werk studenten


NIEUWS

ingezonden brief

‘Samen staan we voor een respectvolle campus’

L

ieve WUR-genoten, Donderdag 1 oktober besloten wij met een grote groep onze werkplekken te verlaten en lunchpauzes te onderbreken, om naast elkaar te staan en een duidelijk signaal af te geven: Hier ben je veilig en welkom, wie je ook bent. De aanleiding was minder fijn: er stonden mensen op Campus Plaza die daar niet welkom waren. Een groep mannen kwam demonstreren tegen het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen en verspreidde misinformatie over abortus. Daar bovenop vonden zij het nodig om homofobe leuzen te roepen. In Wageningen pikken wij dit niet. Daarom stonden we er, in groten getale, en luid. Een fantastisch keihard tegengeluid tegen een groep die rechten van vrouwen – en van de lhbtqia+-gemeenschap – wil beperken, en een steun voor iedereen die zich onveilig voelde door de aanwezigheid van deze groep. Daarom willen wij alle stadsgenoten, medewerkers en studenten die er stonden bedanken. Onze campus moet een veilige en toegankelijke plek zijn, ongeacht gender, afkomst, of van wie je houdt. Door daar te staan, stil of schreeuwend, hebben jullie laten zien dat wij in Wageningen hiervoor staan.

Bij deze willen jullie ook oproepen dat te blijven doen. Blijf hier staan. Beweeg niet mee richting het beperken van mensenrechten. Onze verworven rechten zijn niet vanzelfsprekend en gelijkheid komt niet vanzelf. Laten we vrouwen, lhbtqia+-personen, vluchtelingen en mensen van kleur respectvol blijven behandelen. Laten we niet stil zijn bij discriminatie en haat en laten we samen blijven opkomen voor een respectvolle samenleving. Laten we samen een lijn vormen, elkaar vasthouden en niet wijken. Ongewenst of onbedoeld zwanger? Onafhankelijke informatie vind je op fiom.nl Liefs, WUR Actieteam, Dolle Mina Wageningen, Wageningen Environmental Platform, Thalia, Feminist Collective, Otherwise, The Jester, OR-CS+, Veste, S&I, W.S.R. Argo, SSR-W en de vakbonden AOb, CNV, FNV Onderwijs en Onderzoek, CMHF-Overheid en VCPS. Reageren? Ga naar resource-online.nl

Advertentie

Foodtech-tak onder één dak MCB-34303: Commodity Futures & Options Markets

Resource

15•10•2026 PAGINA 6

Always wondered about what is happening at the trading floor of exchanges like the ones in Amsterdam, Paris, Frankfurt, London and Chicago? Wondered about how (agribusiness) companies manage their risks and improve their financial performance using commodity futures and options markets? Wondered about how it would be if you were trading commodity futures in Amsterdam, Chicago, London, Frankfurt and Paris? The Marketing & Consumer Behavior Group organizes a unique course that will introduce students to commodity futures and options markets. Students will develop an understanding of the markets and how they work, gain knowledge about the theory behind futures and options markets, identify their economic functions, and develop an analytical capability to evaluate their economic usefulness. This course is taught by Prof. dr ir Joost M.E. Pennings (Marketing & Consumer Behavior Group, Wageningen University). There are only 40 seats available. If you are interested in taking this course (3 Credits) please register in Osiris or contact Ellen Vossen, e-mail: Ellen.Vossen@wur.nl, tel. 0317-483385. Lectures are on Fridays in period 5 (one lecture is on Thursday), 0.5 day a week, please check schedule in TimeEdit for time and location. Prerequisites: None.

De food tech-tak van Wageningen Food and Biobased ­Research heeft sinds kort een eigen onderkomen op de ­campus: Cibia (Latijn voor voeding). ‘Alle verschillende invalshoeken en disciplines die te maken hebben met voedselinnovatie en productontwikkeling hebben we nu op één plek beschikbaar’, zegt research manager Food Technology Rianne Ruijschop. En niet alleen voor de onderzoekers van WUR, maar ook voor derden. Het gebouw heeft onder meer keukens, bakkerijen, laboratoria en proceshallen. Nieuw voor Food Technology zijn de uitgebreide mogelijkheden voor sensorisch en consumentenonderzoek. Ruijschop: ‘Voorheen lieten we dit onderzoek bij derden doen. Logistiek gezien niet zo praktisch. En juist het testen van nieuwe producten bij de consument is superbelangrijk.’ Cibia bevindt zich achter Axis.

Polaris Ook voor Polaris, de ‘vriezer’ van Radix, zijn nieuwbouwplannen. Het huidige gebouw is gesloten en tijdelijk vervangen door noodcontainers. Het nieuwe Polaris wordt ongeveer even groot (240 m2) en wordt gemaakt als verplaatsbaar en uit te breiden gebouw vanwege de mogelijke nieuwbouw van Radix zelf. Polaris is naar verwachting begin volgend jaar klaar. rk


Burgerinitiatieven voor stadslandbouw kunnen een waardevolle proeftuin vormen voor nieuwe benaderingen van ruimtelijke planning. Maar in de praktijk valt het nogal tegen met wat gemeentelijke instanties opsteken van dergelijke vernieuwende initiatieven. Tekst Marieke Enter

D

at concludeert Paul de Graaf, die onder auspiciën van promotor Han Wiskerke (Rurale Sociologie) onderzocht hoe de gemeente Rotterdam tussen 2006 en 2018 omging met burgerinitiatieven voor stadslandbouw. Hij reconstrueerde de ontwikkeling van tien verschillende stadslandbouwprojecten uit die periode. Dat deed hij aan de hand van interviews met initiatiefnemers, gemeenteambtenaren en andere betrokkenen, aangevuld met analyses van onder meer projectplannen, beleidsdocumenten en lokale nieuwsberichten. Vooral de periode tussen 2008 en 2014 was interessant, beschrijft hij, toen Rotterdam vanwege de financiële crisis relatief veel tijdelijk braakliggend bouwland had. Burgerinitiatieven kregen daardoor meer ruimte om hun ideeën over standslandbouw in de praktijk te brengen. Hun ideeën over de inrichting en het gebruik van de stad waren nieuw, anders en onderling sterk uiteenlopend. Dat gegeven stimuleerde de gemeentelijke beleidsmakers om een visie te ontwikkelen op stadslandbouw.

Bemoeienis

De Graafs analyse toont een interessante paradox: gemeentelijke bemoeienis stimuleerde én belemmerde het vernieuwende karakter van stadslandbouwprojecten. Juist de initiatieven die door de gemeente werden gesteund, volgden een minder vernieuwend planningsproces. Dat kwam doordat de initiatiefnemers zich gaandeweg, min of meer noodgedwongen, conformeerden aan de gebruikelijke gemeentelijke planningspraktijk. Want hoewel de gemeente wel meer ruimte wilde

Vredestuin Pompenburg in hartje Rotterdam, waar bewoners onder begeleiding van Groengoed samen groenten verbouwen.  Foto Paul de Graaf

geven aan de burgerinitiatieven, bleven de gemeentelijke regels en werkwijzen grotendeels intact. De gesteunde initiatieven bleven daardoor de uitzondering die regel bevestigt. En zo ontstond wat De Graaf in zijn proefschrift een parallelle planningsrealiteit noemt: een experimentele praktijk naast de gebruikelijke gang van zaken, waarin initiatiefnemers en ambtenaren andere werkwijzen uitprobeerden. De lessen daaruit zijn echter amper doorgedrongen in de gemeentelijke organisatie en het langetermijnbeleid, concludeert hij.

Gepaste afstand

Juist door de veelheid aan initiatieven kan stadslandbouw een waardevolle proeftuin zijn voor nieuwe vormen van ruimtelijke planning, stelt de promovendus. Om die potentie beter te benutten, pleit hij voor meer prefigurative planning: alternatieven

daadwerkelijk uitproberen in de praktijk, zodat zichtbaar wordt wat wel en niet werkt en daarvan leren. De Graaf stelt daarbij dat ambtenaren expliciet mandaat en tijd moeten krijgen om buiten de gebruikelijke kaders te werken. Maar wel op gepaste afstand, wetende dat veel overheidsbemoeienis het experimentele karakter van burgerinitiatieven kan aantasten. De Graaf, in Delft opgeleid tot architect, kent de Rotterdamse stadslandbouw van binnenuit. Hij was een van de oprichters van expertisegroep Eetbaar Rotterdam, die sinds begin deze eeuw (2007) stadslandbouw agendeerde in de havenstad. Met zijn eigen ontwerp- en onderzoeksbureau is hij nog steeds werkzaam op dit terrein. De Graaf promoveerde in september.

15•10•2026 PAGINA 7

Lessen uit Rotterdamse stadslandbouw

Resource

WETENSCHAP


Falen & opstaan Een mislukte proef, een afgewezen artikel: in de wetenschap wordt het al gauw bestempeld als falen. En erover praten? Dacht het niet. In deze rubriek doen collega’s dat wel. Want falen is nuttig. Dit keer Tim van Emmerik (37), plasticonderzoeker en universitair hoofddocent. Tekst Willem Andrée  Illustratie Mathijs Megens/SeaBlueBird Studio

Resource

15•10•2026 PAGINA 8

‘Vol energie vertrok ik in 2018 voor The Ocean Cleanup naar Vietnam. De opdracht was plastic meten in rivieren. Er was amper kennis, dus moest ik zelf bedenken hoe je dat doet. Ik had tien onderzoekers en studenten mee. Ik had een meetplan geschreven en een speciaal ontworpen net om plastic uit het water te vissen. Daar aangekomen bleek de Saigon-rivier steeds van stroomrichting te veranderen en moesten we meten aan beide brugkanten. Oversteken betekende een kilometer omlopen of met vangnet tussen razende vrachtwagens door rennen. Door getijden kan een rivier twee kanten op stromen; als hydroloog had ik dat moeten weten. ‘Even later ging het weer mis: mijn net werd meegesleurd door een tapijt waterhyacinten, een snelgroeiende invasieve plant. Meting mislukt. Daar stond ik, met tien mensen die op mijn instructies wachtten. Best gênant. Sommige teamleden waren boos en vonden het slecht voorbereid. Ik gaf ze ruimte om stoom af te blazen, maar maakte duidelijk: onze missie staat nog steeds.

‘Ik had namelijk gezien dat het meeste plastic in de planten verstrikt zat. We gingen plastic tellen vanaf een brug en de stroomsnelheid meten. Later zag ik op een luchtfoto een groen tapijt op een bruine rivier, vol

‘Daar stond ik, met tien mensen die op mijn instructies wachtten’ plastic; waterhyacinten zijn zo groot dat je ze vanuit de ruimte kunt zien. Kun je ze gebruiken om plastic te monitoren? Dat leidde tot een nieuw onderzoeksveld. En omdat de overheid de hyacinten als plaag al actief verwijdert, werken we nu aan een manier om plant én plastic tegelijk uit de rivier te halen. ‘Nu staat op mijn veldwerk-checklist: hoe stroomt het water, is er een dam, wordt er gevaren of gevist, hoe hangt de rivier samen met de stad? Het kan nog steeds misgaan. Maar een mislukte meting kan ook iets opleveren.’

Babydarmen uit het lab WUR-onderzoekers maken in het lab minidarmen van een baby na om de impact van voeding daarop te onderzoeken. Met een nieuw darmmodel dat uniek is in de wereld, willen WUR-onderzoekers Tamara Hoppenbrouwers en Marit Keuper-Navis (Food Quality and Design) onderzoeken wat de impact van voeding is op de verschillende cellen in de darm van een baby. Om een minibabydarmpje te maken, gebruiken de onderzoekers een in het lab gemaakte stamcel. Voor zo'n stamcel is bijvoorbeeld een menselijke huidcel nodig. Wetenschappers resetten de cel met een uitgekiende cocktail van stoffen. Genetische programma’s die aanstaan gaan uit en signalen die de cel vertellen dat hij een huidcel is, worden gewist. Zo wordt de huidcel weer een stamcel. Een cel die opnieuw tot alles kan uitgroeien.

Vrijwel identiek ‘Uit eerdere onderzoeken weten we welke eigenschappen een gezonde babydarm heeft’, zegt Keuper-Navis. ‘Welke genen komen bijvoorbeeld tot expressie? Door de kweekcondities in het lab aan te passen, sturen we de ontwikkeling van de stamcellen richting babydarmcellen en -immuuncellen.’ Hoppenbrouwers: ‘Je krijgt nooit een honderd procent match, maar functioneel zijn onze immuuncellen vrijwel identiek ‘Functioneel zijn aan die in een onze immuuncellen babydarm.’ vrijwel identiek aan De onderzoekers die in een babydarm’ willen graag weten of er componenten in moedermelk zitten die direct een effect op de verschillende darmcellen hebben, of dat de voeding eerst door het microbioom verteerd moet worden. Keuper-Navis: ‘Daarom bekijken we in aparte experimenten ook wat de effecten zijn van melk op het microbioom. De stofjes die de bacteriën produceren, kunnen we dan weer toevoegen aan onze minidarmpjes.’ Hoppenbrouwers verwacht dat het model eind 2026 of begin 2027 klaar is. Dan willen de onderzoekers het publiceren, samen met de eerste resultaten over de effecten van melk op de darmcellen. avk


Drones hebben moeite om in een rommelige omgeving te landen. Laat staan als het oppervlak ook nog eens flink beweegt. Bijen hebben daar weinig moeite mee. Tijd dus voor een beetje afkijken in de natuur. Oftewel: hoe landt een hommel op een bloem die beweegt op de wind? Promovendus Chenyao Wang zocht het uit. Tekst Roelof Kleis  Foto Shutterstock

W

ang begon met heel goed kijken. Niet alleen met het blote oog, maar vooral ook naar sterk vertraagde beelden van een highspeed camera die 5000 beeldjes per seconde schiet. Dat filmen van hommels die landen op een (verticale) bloem vond binnen plaats in een ‘studio’. Als bloem werd een dummy gebruikt die twee keer per seconde 2,5 centimeter heen en weer bewoog. Drie snelle camera’s legden de bewegingen vanuit verschillende hoeken vast. Wang en zijn collega’s verzamelden 48 succesvolle landingen van hommels. Daarop is duidelijk te zien hoe de beestjes te werk gaan. De hommels volgen de zigzaggende beweging van de bloem zo goed mogelijk en landen vervolgens zachtjes. Precies volgen lukt overigens nooit helemaal. De bloem is altijd sneller dan de hommel. De hommel loopt zo’n 100 milliseconde achter, blijkt uit de metingen.

Helikopter

Wang splitste de gang van de hommel in een zijwaartse versnelling en eentje haaks daarop naar de bloem toe, ‘omdat

maar alleen de snelheid van de optic flow. Ze doen hun uiterste best om die naar nul te krijgen, dus om het beeld in hun blikveld stil te zetten.’ we met name geïnteresseerd zijn in die zijdelingse beweging, die nodig is om te kunnen landen’. Die zijwaartse beweging is volgens hem vergelijkbaar met hoe een helikopter manoeuvreert. ‘De hommel rolt om zijn lengte-as om zijwaarts te versnellen. En voor de ‘We proberen voorwaartse drones op een beweging vergelijkbare verandert-ie manier te laten de verticale vliegen als bijen’ stand van zijn lichaam. Beide door de stand van de vleugels iets aan te passen, zoals een helikopter dat doet met zijn rotorbladen.’ Het opmerkelijke is hoe de hommel die bewegingen stuurt. Daarbij is vooral de zogeheten optic flow van belang, de beweging van (in dit geval de bloem) over het netvlies. Wang: ‘Als wij mensen een bewegend voorwerp met onze ogen volgen, gebruiken we de gezichtshoek. Hommels gebruiken die informatie niet,

Knipperen

Dat stilzetten van het beeld lukt natuurlijk nooit helemaal, omdat er altijd een vertraging is tussen wat de ogen zien en de motorische reactie. Uit het model dat Wang ontwikkelde blijkt dat die interne verwerking van de visuele prikkel tot actie ongeveer 52 milliseconde is. Ter vergelijking: dat is vijf keer sneller dan het knipperen van onze ogen. Het onderzoek van Wang is onderdeel van een samenwerking van WUR met de TU Delft, wat als doel heeft betere drones te maken. ‘We proberen drones op een vergelijkbare manier te laten vliegen als bijen.’ Het mes snijdt daarbij aan twee kanten, zegt Wang. ‘Zulke drones kunnen wij dan weer gebruiken om de mechanica van bijen beter te begrijpen. Drones als een fysiek model van een bij.’

15•10•2026 PAGINA 9

DRONE LEERT VAN HOMMEL

Resource

WETENSCHAP


WETENSCHAP

proefschriften

in 't kort

Stigma Een maagverkleining is vaak het laatste redmiddel voor mensen met extreem overgewicht. Patiënten die dat laten doen, ervaren het vaak als een stigma, een negatief brandmerk: een maagverkleining is een makkelijke uitweg, iets voor mensen zonder ruggengraat. Franshelis Garcia (Dominicaanse Republiek) onderzocht hoe die vooroordelen leven bij patiënten, het publiek en gezondheidsprofessionals. Er valt nog veel te verbeteren, is haar conclusie. Om overgewicht hangt nog altijd het stigma van weinig wilskracht, motivatie en doorzettingsvermogen. rk The social weight of surgery. Franshelis Garcia Promotoren Kirsten Verkooijen, Annemarie Wagemakers en Eric Hazebroek

Modeltomaat Verticale landbouw vindt binnen plaats onder kunstlicht. Dat kost veel energie. Om die energie maximaal te benutten, zijn nieuwe planten nodig. Michele Butturini (Italië) ontwierp een model voor een nieuwe soort dwergtomaat,waarvan de bladen naar boven wijzen. De trossen tomaatjes kunnen onderaan de stam zitten, voor mechanisch oogsten, of juist boven in de plant, als een robot het werk moet doen. Het modelplantje bestaat voorlopig alleen nog virtueel. Maar nu weten de veredelaars in ieder geval welke kant ze op moeten. rk Vertical Farming: beyond the hype, towards the ideotype. Michele Butturini Promotor Leo Marcelis

DE STELLING

Resource

15•10•2026 PAGINA 10

Promovendi lichten hun meest prikkelende stelling toe. Dit keer is dat Julian Engelhardt, die vlak voor de zomer promoveerde op onderzoek naar de ontwikkeling van in zout water oplosbare kunststoffen. Tekst Ning Fan

Intensive care De intensive care (IC) overleven is een hele toer voor een lichaam. Genoeg eten is daarbij essentieel. Maar daar ontbreekt het vaak aan. Een deel van de patiënten verliest tot wel een vijfde van de spiermassa in de eerste tien dagen op de IC. Michelle Carmen Paulus onderzocht hoe je dat kunt voorkomen. Persoonlijke voeding is daarbij het devies: geen twee mensen zijn hetzelfde. Uit haar onderzoek blijkt dat je de eiwitdosering beter kunt afstemmen op de vetvrije massa van een lichaam dan op het totale lichaamsgewicht. Een gamechanger, die onder meer zorgt voor kortere IC-opname. rk Strategies to optimise personalised nutrition in critical illness and convalescence. Michelle Carmen Paulus Promotor Arthur van Zanten

‘Het wetenschappelijke publicatiesysteem is een van de meest bizarre bedrijfsmodellen’ ‘Je werkt twee of drie jaar aan een onderzoek en schrijft vervolgens een artikel. Je dient het in bij een tijdschrift en wellicht moet je flink betalen om het gepubliceerd te krijgen. Het artikel wordt beoordeeld door recensenten die dat op vrijwillige basis naast hun gewone werk doen. ‘Wat mij opvalt, is het economische aspect. Onderzoek dat wordt gefinancierd met belastinggeld, wordt dus betaald door het publiek. Als onderzoekers hun bevindingen publiceren, moet het publiek soms nogmaals betalen om die te kunnen lezen. Ze betalen dus eigenlijk twee keer. Is dat niet een bizar systeem? ‘De druk van ‘publiceren of verdwijnen’ maakt publicaties belangrijk voor de geloofwaardigheid van een wetenschapper. Als publiceren in vooraanstaande tijdschriften duur wordt, kan dit ongelijk-

heid veroorzaken. Twee groepen kunnen even goed onderzoek doen, maar de ene groep heeft wellicht meer geld om in toonaangevende tijdschriften te publiceren, wat hun bereik drastisch kan beïnvloeden. Onderzoekers die niet in dergelijke tijdschriften kunnen publiceren, kunnen mogelijk moeilijker subsidies krijgen, samenwerkingspartners vinden en toekomstige financiering veiligstellen. ‘Wetenschappelijk onderzoek zou openbaar toegankelijk moeten zijn en de instellingen zouden verantwoordelijk moeten zijn voor het beoordelen van de kwaliteit ervan. Het peer review-proces is essentieel voor het controleren en verifiëren van wetenschappelijk werk, maar ik vind dat ook recensenten veel meer erkenning en wellicht meer geld zouden moeten krijgen voor hun bijdrage.’


COLUMN

Thermische camera’s zien vogelval Slachtoffers van windmolens op land zijn goed in kaart te brengen. Op zee is dat moeilijk, want ze verdwijnen in het water. Het schatten van slachtoffers op zee is daarom tot nu toe vooral giswerk, zegt dierecoloog Karen ­Krijgsvel. Thermische camera’s brengen daar nu verandering in. Het bedrijf Wildlife Imaging Systems plaatste, in opdracht van stroomleverancier Vattenfall, een batterij van zestien thermische camera’s op een turbine aan de rand van een windmolenpark op de Noordzee. Twaalf camera’s keken vanuit de turbine richting zee, om te registreren wat ernaar beneden viel. Vier camera’s keken omhoog om te registreren wat er door de wieken Het is misschien niet vloog of erop nodig om windmolens botste. ’s nachts tijdens Uit de negen trekpieken stil te zetten maanden aan videobeelden die dat opleverde, werden met hulp van AI 782 mogelijke incidenten gefilterd. Handmatige controle leidde tot de vaststelling dat het bij 22 incidenten om aanvaringen ging met vogels. Deels zangvogels, omdat die (voornamelijk) ’s nachts trekken en de aanvaringen vooral dan plaatsvonden. Het gros van de overige geselecteerde signalen bleek van insecten te zijn.

Zangvogeltrek Maar het systeem op zichzelf werkt, vindt Krijgsman. ‘We kunnen aanvaringen meten. Dat is de grote stap die is gezet. We zijn nu bezig om samen met TNO de nachtelijke zangvogeltrek te meten met deze apparatuur. Door op meerdere plekken in het windmolenpark slachtoffers te meten, kunnen we de relatie met de vogeltrek in kaart brengen.’ Die relatie met de vogeltrek is belangrijk. Windmolens worden nu tijdens trekpieken ’s nachts stilgezet. Maar mogelijk is dat helemaal niet nodig. Een deel van de botsingen vond juist buiten de trek plaats. Tijdens de trek vielen vooral slachtoffers als het hard waaide. Onder goede omstandigheden zijn de risico’s voor zangvogels mogelijk beperkt. rk

Onverwachte ontmoeting Toen ik promoveerde, had het instituut waar ik werkte een oude bibliotheek: witte marmeren vloeren, donkere houten boekenkasten, oude boeken en schemerige hoekjes. Mijn lievelingsplek was een afgelegen hoekje met een bureau naast de verwarming. Daar nam ik mijn labtimer mee naartoe om stiekem een dutje te doen terwijl mijn monsters incubeerden. Jaren later diende die bibliotheek als de gevangenis van Gotham City in The Dark Knight. Ik kan dus met recht zeggen dat ik in Batmans gevangenis heb gezeten! Een gevangenis is een opmerkelijk tweede leven voor een universiteitsbibliotheek. Maar we gaan al lang niet meer naar de bibliotheek om artikelen op te zoeken. Die vinden we net zo goed op kantoor, op de bank of in de trein. Waar is de bibliotheek dan nog voor? Bij WUR lijkt het antwoord te zijn: een rustige studeerplek. Studenten hebben nu eenmaal plekken nodig om te werken. Toch vraag ik me af of we in onze haast om alles te digitaliseren en efficiënter te maken niet iets belangrijks zijn kwijtgeraakt: de onverwachte ontmoeting. Iemand van een andere afdeling tegen het lijf lopen, een gesprek voeren zonder agenda, of gewoon een plek hebben om te mijmeren. Dat doet ertoe, want nieuwe ideeën laten zich niet inplannen. Vaak hebben ze verveling nodig, dwalen, gesprekken en tijd. In een academische wereld vol dead-

lines, prestatie-indicatoren en overvolle agenda's blijft er weinig ruimte over om na te denken. Tegelijk speelt het academische leven zich steeds meer online af; voor een groot deel van ons werk hoeven we niet eens meer naar de campus. Dan rijst de vraag: waar zijn op een moderne univer-

‘Nieuwe ideeën hebben vaak verveling nodig’ siteit als WUR de fysieke plekken die ruimte laten voor bezinning en voor het onverwachte? Universiteiten hebben stille plekken nodig om geconcentreerd te kunnen werken, maar evengoed plekken voor gesprekken, toevallige ontmoetingen en een intellectuele gemeenschap. Het een mag het ander niet vervangen. Nu informatie vrijwel overal beschikbaar is, zit de waarde van fysieke academische ruimtes misschien niet meer in de toegang tot kennis, maar in het samenbrengen van de mensen die die kennis maken, ter discussie stellen en delen. Een universiteit is meer dan een verzameling labs, kantoren, collegezalen en databases. Het is in de eerste plaats een gemeenschap van mensen. En soms gebeurt het interessantste juist in de ruimtes daartussen.

Mangala Srinivas Mangala Srinivas is hoogleraar Celbiologie en Immunologie bij Animal Sciences Group en vicevoorzitter van de Groep van wetenschappelijk hoofdadviseurs van de Europese Commissie. Ze speelt sinds kort cello.


OPINIE

PEN EN PAPIER HIER? JA/NEE Studenten van de opleiding Interdisciplinaire Sociale Wetenschap van de UvA mogen geen laptops, telefoons en tablets meer gebruiken tijdens colleges. Is terug naar pen en papier ook voor Wageningen een goed idee? Tekst Redactie Resource  Illustratie Valerie Geelen

Inspiratie

Youssef el Khattabi, masterstudent International Land and Water Management ‘Mijn eerste reactie was: Wat wil de UvA eigenlijk bereiken met deze maatregel? Moet je niet sowieso blij zijn dat er studenten naar college komen? Zou je niet moeten kijken naar hoe je een college de moeite waard maakt om de laptop voor dicht te klappen? Veel colleges duren maar liefst drie uur. Ieder vak is natuurlijk anders, maar mijn ervaring is dat colleges het meest interessant zijn wanneer docenten een discussie met studenten aangaan. Ik vind het afschaffen van laptops daarom een grote beperking, omdat ik vaak mijn laptop gebruik om inspiratie op te doen door dingen op te zoeken die in mij opkomen en die aansluiten bij het onderwerp van het college. Daarnaast vraag ik mij ook af welke skills je nou eigenlijk leert als je geen laptop meer voor je hebt? Ga je er bijvoorbeeld beter door schrijven?’ lh

Aanspreken

Resource

15•10•2026 PAGINA 12

Hannie van der Honing, docent Cell & Developmental Biology ‘Laatst stond ik tijdens het verhaal van een collega midden in een volle collegezaal en zag ik dat een student de serie Suits aan het kijken was op Netflix. Aan de andere kant van zijn laptopscherm had hij de slides van het college openstaan. Meestal spreek ik studenten die er niet met hun aandacht bij zijn even aan in de pauze, omdat dit soort dingen ook afleidend zijn voor andere studenten. Ik denk dat veel studenten afgeleid zijn door de mogelijkheden van hun schermpjes. Tegelijkertijd zijn laptops en tablets fijne apparaten om aantekeningen op te maken, dus ik weet niet hoe ik erover denk om dit te verbieden. Ik stop mijn energie in ieder geval liever in het zo enthousiast en duidelijk mogelijk een verhaal vertellen dan in het handhaven van zo’n verbod.’ lz

Framen

Sjoerd Brandsma, docent Landschapsarchitectuur & Ruimtelijke planning ‘Tijdens onderwijscursussen voor docenten leer je over allerlei interessante lesvormen. De focus ligt daarbij niet op het geven van colleges, maar juist op het stimuleren van creativiteit, interactie tussen studenten en het optimaal benutten van de hele ruimte. Met deze lesvormen kun je spelen en ze op allerlei manieren naar je hand zetten. Zo worden colleges interactiever, leerzamer en leuker. In workshops leren studenten op allerlei manieren van en met elkaar en scherpen ze elkaars ideeën aan. Niemand zit dan op een telefoon. Dus laten we niet denken in verboden, maar de uitdaging anders framen. Hoe kunnen we juist nog meer ruimte geven aan onze creativiteit? Laten we onze onderwijsbudgetten en ruimtes nog vrijer en beter inrichten om te kunnen experimenteren en creatieve vormen van onderwijs mogelijk te maken.’ lz


Resource 15•10•2026 PAGINA 13

Volwassen

Yijun Zhu, masterstudent Duurzame Supply Chain Analytics ‘Ik begrijp wel waarom docenten een verbod op laptops en andere apparaten zouden overwegen. Maar persoonlijk ben ik daar geen voorstander van. Ik ben gewend om met mijn laptop of iPad te studeren. Het maakt het voor mij makkelijker om het college te volgen, omdat ik de slides kan bekijken zoals ik dat wil en dingen kan opzoeken als ik iets wil controleren. Bovendien gaan de meesten van ons na de colleges studeren en zonder elektronische apparaten kunnen we niet werken. Leren je te concentreren terwijl je een laptop of tablet gebruikt, is ook belangrijk. Een verbod helpt dan niet. En bovendien zijn studenten volwassenen. We zitten niet meer op de middelbare school. Natuurlijk leer ik niet veel als ik tijdens een college naar YouTube kijk. Maar uiteindelijk is dat mijn eigen beslissing en mijn eigen verantwoordelijkheid.’ me

Afgeleid

Eva Hamers, bachelorstudent Bos- en Natuurbeheer ‘Ik zie eigenlijk best veel voordelen van een laptopverbod. Tijdens colleges zie ik studenten vaak van alles doen achter hun laptop dat niets met het college te maken heeft. Zelf word ik ook makkelijker afgeleid dan ik zou willen, terwijl ik best streng ben voor mezelf. Ik maak al jarenlang aantekeningen op papier en uit ervaring weet ik dat ik daardoor dingen beter onthoud. Je kunt maar weinig opschrijven terwijl je luistert, dus dat dwingt je om meteen samen te vatten en de kern eruit te halen. Als ik docent was, zou ik waarschijnlijk ook zeggen: doe dat scherm weg. Tegelijkertijd voelt zo’n verbod niet fijn. Soms is een college saai of raak je de draad kwijt en wil je even iets anders doen. Ik wil graag zelf kunnen bepalen wanneer ik dat doe. Die vrijheid inleveren, daar zou ik toch moeite mee hebben.’ me

We vroegen onze volgers op Instagram of zij het een goed idee vinden om laptops en telefoons te verbieden in de collegezaal. Ja: 46 stemmen Nee: 50 stemmen Hangt af van het vak: 55 stemmen

Saai

Ananya Beura, masterstudent Environmental Sciences ‘Tijdens mijn bachelor gebruikte ik eigenlijk altijd pen en papier voor mijn aantekeningen. Ik had toen veel vakken waarbij ik echt goed moest luisteren om de stof te begrijpen. Vakken zoals wiskunde, natuurkunde en hydrologie. Aantekeningen maken met pen en papier werkt voor mij alleen als het college echt interactief en interessant is. Ik vind colleges vaak nogal traag, ze zijn niet boeiend genoeg om je aandacht helemaal op te slokken. Vaak is de stof makkelijk te begrijpen als je de slides hebt. Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik mijn tijd aan het verspillen ben tijdens college. En dan werk ik liever aan iets anders op mijn laptop. Daarom zou ik niet willen dat er strikte regels komen voor het gebruik van laptops.’ cj


WETENSCHAP

Eetbare vliegtuigen voor rampgebieden Een zweefvliegtuig dat na zijn vlucht wordt opgegeten en bewegend visvoer. Wageningse onderzoekers ontwikkelen eetbare robots met verrassend veel toepassingen. Tekst Anne van Kessel

E

en vloedgolf raast door afgelegen dorpen in Nepal en verwoest wegen, bruggen, watersystemen en energiecentrales. Meer dan duizend mensen overlijden en weken later zijn nog altijd duizenden mensen vermist. Overlevenden zitten dagenlang zonder voedsel en water omdat hulpverleners het gebied niet kunnen bereiken. Rampen kunnen ze niet voorkomen, maar als het aan onderzoekers van de afdeling Food Process Engineering ligt, zorgen eetbare drones en zweefvliegtuigjes er over een paar jaar voor dat slachtoffers in dit soort rampgebieden veel sneller toegang krijgen tot schoon drinkwater en voedsel. Dat klinkt misschien als sciencefiction, maar het eerste eetbare zweefvliegtuig vloog al over de campus, nadat promovendus Ruihao Zhu het vanaf de tweede verdieping van het Aeres gebouw naar beneden liet zweven. ‘Ongelooflijk dat dat lukte’, zegt hij.

Resource

15•10•2026 PAGINA 14

Gestapeld tarwemeel Het vliegtuigje werd door Zhu in een 3D-printer opgebouwd. Die stapelde laagje voor laagje tarwezetmeel in een uniek patroon. Vervolgens werd het vliegtuig gevriesdroogd zodat de vorm goed bleef en daarna kreeg hij een coating van eetbaar papier. De totale spanwijdte is ongeveer een meter. De structuur is zo ontworpen dat het vliegtuig niet meteen kapot is als het ergens tegenaan botst, zegt Zhu, die zelf een achtergrond in de mechatronica heeft, een com-

binatie van werktuigbouwkunde en elektrotechniek. Op 11 september promoveerde hij op zijn onderzoek. ‘Ik wist niets van voedingstechnologie maar vond het project vanaf het begin super interessant.’ Het complete vliegtuig is eetbaar en levert in de huidige opzet zo’n 300 calorieën op, legt Zhu uit. Maar dat kan in de toekomst makkelijk aangepast worden door bijvoorbeeld suikers toe te voegen. Daarnaast kan het zweefvliegtuig een kleine hoeveelheid voedsel en water meenemen, maar ook dat kan volgens Zhu makkelijk opgeschaald worden. Ondertussen wordt er ook gewerkt aan eetbare drones, waarbij zelfs de elektronica eetbaar is. ‘Het grote voordeel daarvan is dat ze een grotere reikwijdte hebben dan zweefvliegtuigen’, legt hoogleraar levensmiddelenproceskunde Remco Boom uit. Ze kunnen zelfs een veel grotere afstand afleggen dan ‘normale drones’, omdat ze niet terug hoeven te keren.

Gek onderzoek Een paar jaar geleden kwam Boom in het onderzoek terecht omdat een Zwitserse robotwetenschapper robots duurzamer wilde maken. ‘Hij dacht: waarom gebruiken we geen eetbare materialen? En zo kwam hij bij ons uit. We zeiden ja omdat ik het meteen een heel gek en leuk idee vond.’ Volgens Boom zouden wetenschappers vaker iets om die reden moeten doen. ‘Uiteindelijk heeft het mooie toepassingen en leren wij door dit onderzoek weer veel over voedsel, maar iets doen omdat het gek is,


Resource 15•10•2026 PAGINA 15

Testvlucht met het eetbare vliegtuigje dat gemaakt is met een 3D-printer van laagjes tarwezetmeel. Still uit een filmpje (te zien in het artikel op resource-online.nl)

dat is ook waar een universiteit voor zou moeten zijn.’ Eetbare robotica onderzoekt zowel robots die je kunt eten als voedsel dat kan bewegen als een robot, legt Boom uit. ‘Bij dat laatste kun je bijvoorbeeld denken aan pasta die zich uitvouwt, een beetje zoals zo’n theebloem die helemaal opengaat als hij in heet water komt.’ Kleine kinderen die moeite hebben met vast voedsel kunnen volgens hem door bewegend voedsel worden aangemoedigd om te eten. ‘Zij hebben nog niet de culturele afkeer die wij in het Westen vaak hebben van eten dat beweegt.’ Maar bewegend voedsel kan volgens Boom niet alleen aantrekkelijker zijn voor kinderen. Ook voor volwassenen kan het praktische voordelen hebben. Boom: ‘Parkinsonpatiënten hebben vaak moeite met slikken, waardoor ze regelmatig alleen nog vloeibaar voedsel krijgen. De vraag is hoe goed dat voor iemand is. Vast voedsel dat zelf naar beneden zwemt door de slokdarm, zou dan kunnen helpen.’

Bewegend visvoer Ook buiten de menselijke voeding kan bewegend voedsel een functie hebben. Zhu onderzocht tijdens zijn promotie hoe robotvoeding het natuurlijke eetgedrag van gekweekte zalmen kan nabootsen. Een soort bewegend visvoer dus. ‘Zalmen zijn roofvissen’, legt Boom uit. ‘Op veel plekken krijgen die nu pellets, maar zalmen willen

Eetbare robotica onderzoekt robots die je kunt eten en voedsel dat kan bewegen als een robot jagen. Dus een deel van het voer wordt niet gegeten, zinkt naar de bodem en geeft vervuiling.’ Bovendien kunnen in dit bewegende voer vaccins worden verwerkt. Dat kan handig zijn bij zalmkwekerijen, waar de zalmen erg gevoelig zijn voor infecties en waar het lastig is om tienduizenden vissen tegelijk te vaccineren. Boom: ‘Met bewegend voer is dat veel makkelijker.’ Dit soort visvoer is voorlopig nog te duur in vergelijking met standaardvoeding, denkt Boom. Maar als het aan Zhu ligt worden de voedzame zweefvliegtuigen over één tot vijf jaar al op grote schaal ingezet. ‘Zo moeilijk is de productie niet.’ En lekker zijn ze volgens hem ook. ‘Het is net een cracker.’ ■


WETENSCHAP

POLITIEK VAN LOZE BELOFTEN Al 23 jaar komt antropoloog Martijn Koster in de favelas van Recife om te doorgronden hoe de bewoners politiek beleven. Hij schreef er een boek over, met daarin een sleutelrol voor het typisch Braziliaanse begrip enrolação.

Resource

15•10•2026 PAGINA 16

E

nrolação betekent zoiets als ‘iets of iemand inpakken of oprollen’. In de politieke context waarin Koster in Brazilië met de term te maken kreeg, komt het neer op ‘loze beloftes doen’. Koster, in 2024 teruggekeerd naar WUR als universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Sociologie van Ontwikkeling en Verandering, stuitte al op de term bij zijn allereerste verblijf in Recife in 2003, als promovendus. Hij deed daar veldwerk om te doorgronden hoe bewoners van achterstandswijken – de term favela gebruiken ze zelf liever niet vanwege de vooroordelen – politiek beleven en hoe hun relatie met de overheid is. In de inleiding van zijn boek beschrijft hij hoe hij met bewoners meegaat naar een bijeenkomst over een prestigieus stedelijk vernieuwingsproject. Het gemeentebestuur houdt de bewoners voor dat de zelfgebouwde huizen langs de rivier gesloopt worden en dat ze in plaats daarvan goede, vervangende woningen krijgen. Antônio, leraar op een middelbare school, gelooft weinig van de mooie woorden. ‘Ik laat ze praten, maar ik ben niet gek. Het is allemaal enrolação’, zo citeert Koster hem. De andere bewoners zijn dat met hem eens.

Tekst Marieke Enter

Toch praten ze tijdens de wandeling huiswaarts vol enthousiasme en hoop over het project.

Niet naïef Die ambiguïteit is typerend voor de beleving van politiek in de Braziliaanse stedelijke periferie, concludeert Koster, inmiddels vele jaren en in totaal 25 maanden aan veldwerk verder. Enrolação is geen kwestie van goedgelovige burgers die steeds opnieuw in mooie praatjes trappen; de wijkbewoners doorzien wel degelijk dat ze loze beloften voorgespiegeld krijgen. Dat ze toch hoopvol blijven, is niet uit naïviteit, benadrukt Koster. ‘Ze weten juist heel goed hoe het politieke spel wordt gespeeld en dat hun stem of steun waarschijnlijk weer niet tot verbetering leidt. Tegelijkertijd realiseren ze zich ook dat zij de spelregels zelf niet kunnen veranderen. Ze blijven daarom altijd de hoop koesteren dat het deze keer anders gaat, dat deze politicus ze niet teleurstelt.’ Een tijd lang heeft Koster geprobeerd deze ogenschijnlijk wonderlijke mix van hoop en wantrouwen te doorgronden en tot een synthese te brengen. Tevergeefs. ‘De westerse sociale theorie gaat er te veel vanuit dat mensen coherent en

consistent zijn in hun denken. Maar er is nou eenmaal incoherentie, er is inconsistentie, overal’, zegt hij daar nu over. Een belangrijke factor bij de acceptatie van die dualiteit was het perspectief waarmee Koster zijn veldwerk deed. Hij bekeek de politieke dynamiek niet vanuit wat volgens een westers, bestuurlijk denkframe ‘normaal’ is, maar vanuit de beleving van de bewoners van de periferie. Met als gevolg dat zijn blik kantelde. ‘Het was belangrijk om de ambiguïteit te accepteren als realiteit en het niet langer te zien als een tegenstrijdigheid die opgelost moet worden’, zegt hij daarover.

Zittende macht Zo’n zelfde ambigue blik op politiek helpt volgens Koster ook om de huidige verkiezingsstrijd in Brazilië te begrijpen: de krachtmeting tussen de linkse zittende

Boek Het nieuwe boek van Martijn Koster verschijnt op 20 oktober en is getiteld Politics of the Periphery: Governance and Elections in Brazil’s Urban Margins. Met de code KOSTER20 is het via uitgever Stanford University Press te bestellen met 20 procent korting.


Resource

Favelas in Recife.  Foto Shutterstock

Genormaliseerde haat Zelf is het Koster beslist niet om het even wie president wordt. ‘Als onderzoeker heb ik altijd geprobeerd om neutraal te blijven. Maar bij deze verkiezingsstrijd heb ik een uitgesproken voorkeur, en daar heb ik geen geheim van gemaakt’, vertelt hij. ‘Heel eng aan Bolsonaro’s politiek vind ik dat het allerlei vormen van discriminatie normaliseert. Het effect daarvan merk je in de wijken. Zijn

vader normaliseerde racisme en haat tegen seksuele diversiteit en genderdiversiteit, en deed laatdunkend over mensen die geen werk hebben. Flávio Bolsonaro heeft een gematigder toon, maar een vergelijkbaar programma. Dus ja, ik hoop dat Lula wint. Al lijkt dat nu wel heel moeilijk te worden.’ ■

PRESIDENTSVERKIEZINGEN Voor de meeste Brazilianen geldt een stemplicht. In totaal telt Brazilië bijna 159 miljoen stemgerechtigden op een totale bevolking van ruim 213 miljoen. De eerste ronde van de presidentsverkiezingen, met twaalf kandidaten, vond plaats op 4 oktober. Omdat niemand een absolute meerderheid behaalde, volgt op 25 oktober een tweede ronde. Daarbij gaat de strijd tussen de twee kandidaten die tijdens de eerste ronde de meeste stemmen kregen: Flávio Bolsonaro (47,03%) en Lula da Silva (45,16%).

15•10•2026 PAGINA 17

president Lula da Silva en diens rechtse uitdager Flávio Bolsonaro – ‘zoon van’ de Bolsonaro die is veroordeeld wegens het leiden van een couppoging na zijn verloren presidentsverkiezingen in 2022. Dat het zo’n nek-aan-nekrace is, wijst volgens Koster niet per se op een ruk naar rechts bij de bevolking, of op acceptatie van de dictatoriale trekjes van Bolsonaro senior. ‘Voor een deel komt het voort uit teleurstelling over de zittende macht. Wie telkens het gevoel heeft bedrogen te worden binnen het bestaande politieke systeem, kan op een gegeven moment op zoek gaan naar een alternatief’, zo vat Koster de overwegingen samen: misschien dat déze Bolsonaro je niet bedriegt. Ook speelt mee dat voor veel periferie-bewoners het verschil tussen beide kampen voor hun dagelijks leven een stuk minder groot is dan de botsende politieke overtuigingen veronderstellen, nuanceert hij. ‘Beleid op gemeentelijk niveau heeft altijd

een heel duidelijke impact op de wijken. Voor federaal beleid geldt dat in mindere mate, behalve dan de uitkering voor mensen met geen of weinig inkomsten: de Bolsa Família. President Bolsonaro had die het liefst geschrapt, maar wist dat dat hem veel stemmen zou kosten, dus hij verving het door iets anders – met ongeveer hetzelfde bedrag. Onder Lula keerde de Bolsa Família weer terug. Het is veel mensen uit de lage-inkomenswijken om het even wie nu president wordt. Zo lang ze maar ongeveer hetzelfde bedrag ontvangen, zien zij nauwelijks verschillen, zeggen ze.’


Resource

15•10•2026 PAGINA 18

BEELD


Resource 15•10•2026 PAGINA 19

ONDERWATERDRONE Wageningen Marine Research verkent de mogelijkheden voor onderzoek met onbemande onderwaterdrones in de Noordzee, bijvoorbeeld de inzetbaarheid, manoeuvreerbaarheid en de kwaliteit van de verzamelde ecologische gegevens. Ook de robuustheid van de drone is belangrijk. Projectleider Enzo Kingma: ‘De Noordzee is een van de meest ruwe zeeën ter wereld. Daar red je het niet met een drone van Intertoys-kwaliteit.’ Op de foto een zogeheten autonomous underwater vehicle. Bij deze drones wordt hun route vooraf geprogrammeerd. ‘Die laat je te water en daarna leggen ze zelfstandig hun patroon af. Deze drone (de Lobster Scout) kan in één middag meten waar een duiker een week mee bezig is.’ me Lees het hele artikel via de QR-code Foto Oscar Bos


ACHTERGROND

‘Nederland heeft landbouwbeleid, geen plattelandsbeleid’

Doorpakken of afpakken: ‘Beide zijn waar’ In grote delen van het Nederlandse buitengebied wemelt het momenteel van de protestborden tegen de voorgenomen stikstofmaatregelen van het kabinet – en niet alleen bij boeren. Resource vroeg Bettina Bock (hoogleraar inclusieve plattelandsontwikkeling) om duiding. Tekst en beeld Marieke Enter

Resource

15•10•2026 PAGINA 20

T

E KOOP, staat er met grote letters op de borden die nu volop te zien zijn in het buitengebied. ‘Makelaar Van Essen’ biedt het platteland aan ‘voor een land vol zorgen’. Opvallend is dat de protestborden zeker niet alleen op boerenerven staan. Ook bijvoorbeeld de kaasboer en de dierenarts hebben ze op hun gevel hangen. Kennelijk leven de zorgen breder. Hoogleraar inclusieve plattelandsontwikkeling Bettina Bock is wel bereid om voor Resource haar kijk hierop te geven. ‘Maar ik heb er niet specifiek onderzoek naar gedaan’, maakt ze meteen duidelijk. Ook benadrukt ze dat ze hecht aan evenwichtige, respectvolle berichtgeving. ‘Want ik begrijp de boerenzorgen heel goed. En het is belangrijk om de polarisatie niet verder aan te wakkeren.’ Volgens Bock heeft vooral het voornemen van de provincie Noord-Brabant om van vijf pluimveehouderijen de vergunningen in te trekken (zie kader) veel losgemaakt. ‘Iedereen weet wel dat er iets moet gebeuren rond stikstof. Maar

dat dít kan gebeuren, dat de overheid zo de stoel onder een bedrijf vandaan kan trekken terwijl het een vergunning heeft, is een grote schok – en niet alleen voor boeren. Ook heel veel andere mensen schrikken hiervan: gaat de overheid zó om met ondernemers?’ Dat er iets moet veranderen, staat voor haar niet ter discussie. ‘Nederland draait al zó lang om de hete brij heen in het stikstofdossier, dat biedt geen oplossing. Maar hard ingrijpen zonder voldoende perspectief evenmin’, zegt ze. Precies op dat punt wringt de Brabantse aanpak. Bock: ‘De ene persoon zal het intrekken van de vergunningen zien als ‘doorpakken’, terwijl de ander het ziet als ‘afpakken’. En beide zijn waar.’

Groeiende verdeeldheid De stap naar voren naar een aanpak die wel toekomstbestendig is, kan volgens Bock alleen worden gezet in overleg met de sector. ‘Maar dan moet de sector ook willen bewegen en niet alleen maar de hakken in het zand zetten’, nuan-

ceert ze. Die bereidheid is er volgens haar in toenemende mate. ‘Ik proef groeiende verdeeldheid onder boeren. Deels uit weerstand tegen de radicalere kanten van het boerenprotest, zoals dat weerzinwekkende gedoe met Jodensterren. Maar ook omdat een groeiende groep boeren ernaar snakt om uit de onzekerheid te komen en weer vooruit te kunnen kijken.’ Volgens Bock geldt dat vooral voor jonge boeren. ‘Zij strijden niet voor behoud van het huidige, maar voor behoud van perspectief.’ Als er meer vanuit hun gezichtspunt gepraat zou worden, zou Nederland weleens sneller uit de impasse kunnen komen, veronderstelt ze. ‘Ten eerste omdat mensen sowieso meer bereid zijn om iets in te leveren als het hun kinderen ten goede komt. En juist boeren zijn gewend aan een langdurig, generatielang perspectief.


Resource

Sociale cohesie Er is nood aan een perspectief dat ver vooruitkijkt – en in de volle breedte, vindt Bock. Grote veranderingen in de landbouw hebben bijvoorbeeld ook gevolgen voor het landschap en de sociale structuren, zoals boeren regelmatig benadrukken bij hun protestacties. Bock erkent dat, maar vindt dat de sociale rol niet overdreven moet worden. ‘De teruggang in het aantal boeren is al jarenlang aan de gang. Het is niet zo dat het verenigingsleven op het platteland nu op sterven na dood

is. Ja, boeren bezitten de grond waarop de paasvuren en buurtfeesten worden gehouden; ze hebben de machines om dat soort grootse dingen mogelijk te maken. Maar het platteland kent steeds meer niet-agrarische bewoners en die organiseren ook dingen.’ Dat veel van die niet-agrarische bewoners de boerenprotesten zichtbaar steunen, begrijpt Bock wel. ‘De boeren zijn hun noabers, waarmee ze soms al generaties lang verbonden zijn. En je stáát voor elkaar als gemeenschap. Vanuit die optiek is het niet raar dat ze zich achter de boeren scharen. Dat zouden

ze waarschijnlijk ook doen voor hun bakkers als er iets met de bakkers zou gebeuren.’ En, ziet Bock, daar komt nog iets bij: een gedeeld gevoel van verlies. ‘Bij veel plattelandsbewoners leeft het idee dat de bestuurders in Den Haag

15•10•2026 PAGINA 21

Ze willen graag kunnen doorgeven wat zij weer van hun ouders hebben gekregen. Boeren die nu vasthouden aan hun eigen belang, blokkeren in zekere zin de weg naar voren voor jongere boeren.’

‘Het platteland kent steeds meer niet-agrarische bewoners en die organiseren ook dingen’


ACHTERGROND

‘Heel veel mensen schrikken: gaat de overheid zó om met ondernemers?’

onvoldoende oog hebben voor wat zij van waarde vinden. Dat gaat niet alleen over de landbouw, maar ook over de tradities, gewoonten en zelfredzaamheid in het buitengebied. De plattelanders vinden dat een fijne manier van leven, daar zijn ze trots op. Boeren horen daar nadrukkelijk ook bij. Dus die kunnen rekenen op hun steun.’ Die saamhorigheid betekent niet dat het platteland één brok eensgezindheid is, nuanceert de hoogleraar. Plattelandsgemeenschappen verschillen onderling behoorlijk en conflicten zijn er ook. Bijvoorbeeld over de gezondheidsrisico’s van de geitenhouderij (Bock: ‘Q-koorts is lokaal een flinke splijtzwam’), de stank van varkensbedrijven of het forse pesticidengebruik van bepaalde teelten.

Resource

15•10•2026 PAGINA 22

‘Niet alle boeren hebben dezelfde belangen’

Niet alleen ‘import’ loopt daartegen te hoop. ‘Ook al proberen de agrarische organisaties dat wel zo voor te stellen: niet alle boeren hebben dezelfde belangen. Als de ene boer stopt, komt er land vrij voor een andere. Als de ene boer kiest voor lelieteelt, wat kan de naburige boer dan nog? Het heeft allemaal invloed op elkaar.’

Verlies én winst Veranderingen in de landbouw betekenen overigens niet alleen verlies, stelt Bock, die meelas met de toenmalige gebiedsplannen voor Overijssel – voordat de vorige regering een streep zette door het Nationaal Programma Landelijk Gebied. ‘Die plannen maakten heel duidelijk: er is ook winst. Er ontstaat bijvoorbeeld meer ruimte voor natuur, waar je toeristisch iets mee zou kunnen. Of er komt ruimte voor boeren die het anders willen doen: meer diversificatie, écht agrarisch natuurbeheer. Er ontstaat dan iets anders wat ook waarde kan hebben.’ Is dat een pleidooi om nieuw leven te blazen in de gebiedsprocessen, waarin boeren en andere plattelandsbewoners gezamenlijk nadenken over de toekomst van hun omgeving? ‘Ja en nee’, ant-

BRABANTSE VERGUNNINGEN De voorgenomen intrekking van de vergunningen voor de vijf Brabantse pluimveehouderijen vloeit voort uit een rechtszaak tegen de provincie Noord-Brabant, aangespannen (en gewonnen) door milieuorganisatie MOB. De rechter bepaalde dat de provincie binnen een jaar moet zorgen voor een ‘blijvende en substantiële’ daling van de stikstofdepositie rond een aantal Natura2000-gebieden; de provincie zag geen andere oplossing om daaraan te voldoen dan deze. De Raad van State heeft de provincie nog tot begin februari de tijd gegeven om er een besluit over te nemen. De stikstofspoedwet, waarvan landbouwminister Van Essen heeft gezegd dat hij die eind deze maand wil indienen bij de Tweede Kamer, biedt mogelijk een uitweg uit deze Brabantse impasse. Van Essen heeft gezegd dat ‘alles op alles’ gezet moet worden om intrekking te voorkomen.

woordt Bock. ‘Je kunt niet zeggen: beste boeren en buitenlui, regelen jullie het zelf maar in jullie gebied. Daarvoor zijn de belangen te groot. Dan moeten alle regels en voorwaarden goed op orde zijn, ook voor de lange termijn.’ Ze benadrukt dat zo’n proces ontzettend veel vertrouwen vergt – van alle betrokkenen, maar zeker ook van boeren. ‘Als boer kun je maar één keer stoppen met je bedrijf, dat is een hele zware beslissing. Het wordt heel moeilijk als boeren het gevoel hebben dat de overheid zomaar weer kan zeggen: nee, het wordt toch anders. Het is absoluut zaak dat er goed langetermijnbeleid komt. Voor de landbouw, maar ook voor het platteland. Want dat doet Nederland eigenlijk niet. We hebben landbouwbeleid, geen plattelandsbeleid.’ ■


Met de benoeming van Marloes Roetgerink, financieel directeur van veevoederbedrijf ForFarmers, als lid van de raad van toezicht, zou WUR volgens critici te veel neigen naar het bedrijfsleven. Governance-expert Harry de Boer van de Universiteit Twente heeft een andere zorg: niemand weet goed wat de raad eigenlijk doet. Tekst Willem Andrée  Illustratie Shutterstock

D

e Boer deed jarenlang onderzoek naar raden van toezicht van universiteiten. Voor Resource bekeek hij de samenstelling van de raad in Wageningen. ‘Ik vind het niet in onbalans. Je hebt leden met een academische achtergrond, die weten iets van wetenschap en onderwijs. Dan twee uit het bedrijfsleven in de landbouwsector en de natuurcomponent met het Wereld Natuur Fonds. Twee van de zes uit het bedrijfsleven vind ik niet buitensporig.’ Volgens De Boer zoekt elke raad ‘steeds het schaap met de vijf poten’. Anders dan in sommige andere landen zitten in Nederlandse raden van toezicht alleen externe leden, gekozen op expertise, niet als vertegenwoordigers van de universitaire gemeenschap. ‘En WUR is echt een universiteit waarin de relatie met het bedrijfsleven voor de hand ligt. Dat is niet zo raar.’ Wie als student of medewerker ontevreden is, kan alleen invloed uitoefenen via de profielschets voor een nieuw lid, waarover de WUR Council adviesrecht heeft.

Geslotenheid Het echte probleem is volgens De Boer algemener: de geslotenheid. ‘Eigenlijk weten we niet zo heel veel van hoe raden van toezicht functioneren. Wat er besproken wordt, hoe de rolverdeling is: dat is heel moeilijk te ach-

terhalen.’ Als onderzoeker stuurde hij eens vragenlijsten naar toezichthouders, maar die kwamen niet terug. ‘Het blijft redelijk schimmig.’ In Wageningen zijn de notulen van de raad van toezicht niet openbaar. Wel legt de raad verantwoording af in het WUR-jaarverslag. In 2025 vergaderde de raad twaalf keer, waarvan zes keer besloten, onder meer over de bezuinigingen, de dalende instroom van bachelorstudenten en AI. Neemt dat het schimmige ‘Het blijft redelijk weg? Niet echt, vindt De schimmig’ Boer. Het verslag somt op wát er besproken is, maar niet welke standpunten de raad innam of waar het bestuur werd bijgestuurd. Resource vroeg de afgelopen acht jaar vaker om een interview met de toezichthouders, maar de raad verwijst dan naar de raad van bestuur. ‘Dat verbaast me niet’, zegt De Boer. Hij vermoedt risicomijdend gedrag: ‘Men voelt zich misschien onvoldoende deskundig om met de academische gemeenschap in discussie te gaan.’ Die geslotenheid voedt wantrouwen. ‘Is het niet een old boys network? Dekken ze niet altijd de bestuurders af in plaats van de brede universitaire gemeenschap? Dat kun je niet met ja of nee beantwoorden, omdat we het gewoon niet weten.’

Transparanter Op papier heeft WUR de zaken volgens De Boer netjes geregeld. ‘De vraag is of dat in de praktijk ook zo is.’ Zijn advies: ‘Een raad van toezicht zou dit soort kritiek kunnen pareren door transparanter te zijn. Misschien doen ze wel knettergoed werk. Maar niemand die het weet.’ ■ Lees het volledige artikel op resource-online.nl

15•10•2026 PAGINA 23

‘Transparantie raad van toezicht vrij mager’

Resource

ORGANISATIE


WETENSCHAP

Hoor, de plant roept! Planten maken geluid. En daar kun je wat mee. Het geluid zegt iets over het innerlijk welzijn van de plant. Bij chrysanten bijvoorbeeld verklapt het geluid hoelang de bloemen op vaas nog vers blijven. Illustratie Sharath Malleshaiah

Tekst Roelof Kleis

Resource

15•10•2026 PAGINA 24

D

at planten geluid maken is al een decennium bekend. Het geluid heeft te maken met processen in de watervaten van het xyleem, waaronder de vorming en beweging van luchtbellen. Het gaat om korte pulsen, voor menselijke oren onhoorbaar. De frequentie van het getik ligt in het ultrasone gebied boven de 20 kHz. Maar gevoelige microfoons pikken het wel op. Tot voor kort wist men niet goed raad met dat plantengeluid. Ja, het was er en je kon het meten, zegt Sharath Malleshaiah van de leerstoelgroep Tuinbouw & Productfysiologie. ‘Maar men wist niet wat je ermee kon doen.’ Dat is veranderd. Malleshaiah en zijn collega’s hebben een methode ontwikkeld om het geluid van een chrysant te relateren aan de fysiologische gesteldheid van de plant. Concreet: de resterende vaastijd, de tijd die de bloem nog rest in de vaas voordat-ie verwelkt. Die vaastijd is een belangrijk gegeven in de snijbloemen-industrie. De klant wil immers een bloem die zo lang mogelijk goed blijft. Voor bloemen die van ver moeten komen, is dat een hele klus. Ze worden in een soort fysiologische slaap gebracht door ze te drogen, koelen en in het donker te bewaren. Op de plaats van bestemming wordt de bloem wakker gekust door haar op water te zetten. Op dat moment begint het in de stengel weer te borrelen.

In mineur De traditionele manier om vaastijd te meten, is gebaseerd op observatie. Kijken dus naar uiterlijke kenmerken van afsterving. De methode die Malleshaiah en

zijn team hebben ontwikkeld, is gebaseerd op interne fysiologische processen in de afgesneden stengel. De geluidspulsen zijn een teken van die veranderingen. ‘De plant communiceert voordat er uiterlijke symptomen zijn. Ze zijn emotioneel in mineur, maar huilen nog niet’, legt hij het poëtisch uit. De luistermethode is niet gebaseerd op de hoeveelheid geluid die de plant maakt, maar zoomt in op het karakter van een individuele puls: hoelang duurt een puls en welke frequenties zijn er in het spel? Uit die gegevens kan een ‘akoestische’ straal van de vaten in het xyleem worden berekend. Grappig detail: de formule die daarbij wordt toegepast, stelt zo’n xyleem-vat voor als een orgelpijp. Die berekende straal staat rechtstreeks in verband met de vaastijd.

GEVOELIG De pulsmethode is opmerkelijk gevoelig. Sharath Malleshaiah onderwierp zes verschillende variëteiten chrysanten van Deliflor aan zijn test. De methode ‘hoort’ niet alleen de verschillen tussen de chrysanten, maar detecteert ook verschillen die verband houden waarmee ze zijn gekweekt: 74 planten (zomer) per vierkante meter of 54 (winter). Verschil in dichtheid betekent verschillende beschikbaarheid van licht en voedingsstoffen per plant. Veel varkens maken de spoeling dun. Die nauwkeurigheid heeft ook een nadeel: elke soort en elke variant heeft een eigen referentie nodig. Er is geen ‘one size fits all’.


Resource 15•10•2026 PAGINA 25

‘Dit is de eerste keer dat is aangetoond dat je dit geluid van de plant kunt kwantificeren en gebruiken om de vaastijd mee te bepalen’, zegt Malleshaiah met gepaste trots. De methode, ontwikkeld samen met de TU Delft en Deliflor Chrysanten, is inmiddels gepatenteerd. Malleshaiah werkt zowel bij WUR als Delifor. Techneuten van Delft zijn op dit moment bezig de vinding om te zetten in een daadwerkelijk apparaat. Voor zo’n apparaat zijn meerdere opties mogelijk. Een handzaam hulpmiddel voor de bloemist bijvoorbeeld, die met een simpele meting de resterende vaastijd van zijn bloemen kan bepalen. ‘En voor de kweker van snijbloemen, die nu nog weken moet wachten op de resultaten van de vaastijd van een nieuwe variant. Met deze methode kan dat veel sneller.’ Voor industrieel gebruik valt te denken aan grootschalige metingen aan de lopende band.

Markt ‘Het is een opwindende ontwikkeling’, zegt Malleshaiah. Maar eerlijk gezegd, is de markt er volgens hem nog niet rijp voor. ‘Nog niet. Er is meer onderzoek nodig. Onze resultaten zijn een proof-of-principle: het werkt onder bepaalde omstandigheden en met een bepaalde plant. De volgende stap is het verder testen van de methode in andere contexten. Dat wil zeggen: met andere planten, maar ook met andere stressoren.’

‘Plantengeluiden zijn eigenlijk noodkreten’ Dat laatste maakt de methode nog interessanter. Planten maken niet alleen geluid als ze droogtestress ervaren. Het geluidssignaal treedt in principe op bij elke omstandigheid die de structuur van de vaten in het xyleem en het omringende weefsel (xyleem) aantast. Ziektes bijvoorbeeld. ‘Bacteriën en schimmels die de plant infecteren, doen dat zeker’, zegt Malleshaiah. ‘Ze tasten de stroomlijn van de houtvaten aan, wat het aantal luchtbellen kan veranderen, het frequentiespectrum en de duur van een puls.’ Met de ontwikkelde methode ontsluit Malleshaiah feitelijk een heel nieuw veld van onderzoek. ‘Plantengeluid is een teken dat er iets aan de hand is. Eigenlijk zijn het noodkreten. En die noodkreten hebben een betekenis. Het is een afgeleid effect, dat meetbaar is voordat er uiterlijke symptomen zijn. Er is daar veel leed en wij luisteren ernaar om te begrijpen wat dat leed is.’ ■


ONDERWIJS

Nieuwe bachelors

CREATIEVE MONSTERKLUS De grondige renovatie van WUR’s volledige aanbod aan bacheloropleidingen komt op gang. Hoewel iedereen de noodzaak van verandering inziet, denkt niet iedereen hetzelfde over hoe die verandering wordt vormgegeven.

Resource

15•10•2026 PAGINA 26

V

anwege dalende studentenaantallen, toenemende concurrentie en een snel veranderende wereld, besloot de raad van bestuur het aantal bacheloropleidingen terug te brengen van 21 naar 12 tot 16 bredere opleidingen in 2030. De opleidingen zijn daartoe verdeeld over vijf thematische groepen, die subsets worden genoemd (zie kader). Subset voor subset onderzoeken opleidingen waar ze overlappen, of ze elkaar kunnen versterken en of ze eventueel kunnen samengaan. In december 2025 gingen de zes opleidingen uit de eerste subset (Sustainable Transitions for Society and Business) met die opdracht aan de slag. Eind september presenteerden onderwijsdecaan Dick de Ridder en Joost de Laat (algemeen directeur van de Social Sciences Group) de uitkomsten van dat proces.

De belangrijkste conclusies: • De opleidingen Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen en Economie en Beleid gaan samen verder in een nieuwe opleiding met de werktitel Gedrag, Economie en Bedrijf. Daarin keren ook elementen van Communication & Life Sciences terug. • Internationale Ontwikkelings­studies vormt de basis voor een nieuwe bachelor met de werktitel Planetary Change and Development. Ook elementen uit Tourism keren terug in die opleiding. • Gezondheid en Maatschappij wordt verder besproken binnen de subset Food, Nutrition & Health. • Er komt een nieuwe minor Communicatie.

Noodzakelijke stap Frans Verhees (opleidingsdirecteur van zowel Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen als Economie en Beleid) is blij met het plan voor de brede opleiding Gedrag, Economie en Bedrijf. ‘Allebei mijn opleidingen zijn afgelopen jaar weer verder gekrompen. Alle betrokkenen beseffen dat er iets moet gebeuren en dat samengaan een noodzakelijke stap is.’

Tekst Luuk Zegers

De feedback van studiekiezers heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van het voorstel, aldus Verhees. ‘Dat is belangrijk: we kunnen van alles willen, maar uiteindelijk gaat het erom dat scholieren warmlopen voor wat wij ze te bieden hebben.’ Ook het werkveld was betrokken. ‘Bij de uitwerking van het curriculum wil ik hen nog meer betrekken. We willen mensen opleiden waar werkgevers op zitten te wachten.’

‘Samengaan is een noodzakelijke stap’ ‘We willen mensen opleiden waar werkgevers op zitten te wachten’


Resource 15•10•2026 PAGINA 27

In de tweede ronde van de herziening van bacheloropleiding zit onder meer Marine Sciences. Op de foto: onderzoek naar hittestress bij koraalriffen in Kenia door WUR-onderzoeker Ewout Knoester.  Foto Marine Animal Ecology Group

In Nederland is er geen tekort aan opleidingen in economie en bedrijfskunde, zegt Verhees. ‘Om ons te onderscheiden, moeten we meer gebruikmaken van de unieke kennis die in Wageningen aanwezig is, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, milieu en landbouw. De koppeling tussen de sociale wetenschappen en het WUR-domein – dat is waar we goed in zijn. Dit voorstel biedt daar goed ruimte voor.’

Juiste richting Ook bij Internationale Ontwikkelingsstudies werd de noodzaak tot vernieuwing al langer gevoeld. ‘We waren zelfs al behoorlijk ver met een herontwerp van onze opleiding toen dit portfolioproces begon’, vertelt universitair hoofddocent Sietze Vellema (tot voor kort voorzitter van de opleidingscommissie). ‘Het plan voor Planetary Change and Development zie ik als een bevestiging van de richting die we daarmee op wilden gaan.’ Ook de huidige voorzitter van de opleidingscommissie, student Isa van Luijk, ziet poten-

deze partijen beter betrokken worden bij de werkgroepen, dat het proces transparanter wordt en dat de primaire focus ligt op de kwaliteit van de opleidingen.’ tie in de plannen. ‘Ik ben blij dat men het belang en de relevantie van ontwikkelingsstudies inziet, zowel voor WUR als voor de maatschappij. Het voorstel heeft sterke punten, zoals het interdisciplinaire karakter, het globale perspectief en de focus op impact maken.’ Toch zijn beiden ook kritisch. ‘Er is nog veel onduidelijkheid over hoe de nieuwe bachelor er echt uit gaat zien’, zegt Van Luijk. ‘Er is nu veel focus op de studentenaantallen, maar hoeveel ruimte is er voor bijvoorbeeld didactische vernieuwing?’ Ook Vellema heeft die vraagtekens. ‘Door de aandacht voor hoe we een opleiding ‘in de markt zetten’, is er minder ruimte om na te denken over vernieuwing en inhoud.’ Daarnaast vindt Van Luijk dat opleidingscommissies en studenten tot nu toe onvoldoende zijn betrokken bij het proces. ‘Opleidingscommissies kennen de sterke en zwakke punten van de bachelorprogramma’s door en door. Ik hoop dat

Bosje bloemen Vellema vergelijkt WUR’s aanbod aan bacheloropleidingen met een bosje bloemen. ‘We zijn nu in allerlei subsets, los van elkaar, plannen aan het maken. Dat zullen vast hele mooie losse bloemen worden. Maar je weet nog niet of dat straks wel gaat werken als alles weer in een boeket samenkomt. Ik denk dat het waardevol is om ook alvast over dat boeket na te denken.’ Daarnaast twijfelt hij of een minimumaantal van tachtig studenten per opleiding haalbaar is. ‘Daar wordt nu vrij


ONDERWIJS

rigide op ingezet. Om financiële redenen is dat begrijpelijk, maar wat als dat niet lukt? Mogen die opleidingen dan blijven als ze een belangrijke rol spelen in dat boeket? Of zijn die straks verdwenen?’

De tweede ronde De plannen voor de vernieuwde opleidingen van subset 1 worden op korte termijn verder uitgewerkt tot bachelorprogramma’s die in september 2028 van start gaan. Ondertussen is afgelopen september de tweede subset, Earth and Environmental Sciences – met daarin zeven opleidingen – van start gegaan. Net als Vellema zien opleidingsdirecteuren van deze bachelors risico’s in de aanpak per subset. Volgens Karen Fortuin bijvoorbeeld hoort Marine Sciences bij geen enkele subset echt thuis. ‘In deze opleiding worden milieuwetenschappen, levenswetenschappen en sociale wetenschappen, en de thema’s natuur, voedsel en maatschappij gecombineerd.’ Die universiteitsbrede aanpak werkt, stelt ze. ‘De laatste vier jaar trokken we telkens meer dan honderd nieuwe studenten.’

Brede opleidingen

Resource

15•10•2026 PAGINA 28

Opleidingsdirecteur Marjo Lexmond van Environmental Sciences vindt het jammer dat haar opleiding niet is ingedeeld bij de eerste subset. ‘We hebben een sterke sociale wetenschapskant. Door ons alleen in te delen bij Earth & Environmental Sciences ontstaat het risico dat er in andere subsets dingen worden bedacht

die wij al aan het doen zijn, of andersom.’ Ook bij de subset Technology and Engineering zou ze graag aansluiten. Environmental Sciences is net klaar met een herontwerpproces waarbij de volledige opleiding tegen het licht is gehouden, vertelt Lexmond. ‘Ik ben blij met het resultaat. De studenten zijn enthousiast en de instroom laat een voorzichtige groei zien. Ik hoop dat we in dit portfolioproces de bevestiging krijgen dat we de juiste richting in zijn geslagen.’ Ze vindt het belangrijk dat de universiteit regelmatig kritisch kijkt naar de aangeboden opleidingen. ‘Maar we moeten uitkijken dat we niet alle opleidingen in hetzelfde format gaan drukken. Er moet ruimte blijven voor brede, interdisciplinaire opleidingen zoals Environmental Sciences en Marine Sciences.’ Ook Bert Bruins van International Land and Water Management wil die ruimte bewaken. ‘Door dit proces zo stap voor stap te doen, ontstaat het gevaar dat interdisciplinaire opleidingen er straks minder goed uitkomen. Dat is wel een risico.’

Logistiek onmogelijk Onderwijsdecaan Dick de Ridder is bekend met de zorgen over de aanpak per subset. ‘Een risico van een stapsgewijze aanpak is dat er in de ene subset iets wordt bedacht dat in een andere subset al bestaat. Maar logistiek is het ondoenlijk om dit proces met alle 21 opleidingen tegelijk te doorlopen. Om het risico te ondervangen, werken subsets niet geïsoleerd van elkaar: waar er overlap is tussen onderwerpen, worden dezelfde mensen betrokken bij meerdere subsets. Zij kunnen problemen signaleren. En sommige opleidingen hebben een plek in meerdere subsets.’ De Ridder leidt de stuurgroep Portfolio Redesign. ‘Die zorgt uiteindelijk voor

‘We moeten uitkijken dat we niet alle opleidingen in hetzelfde format drukken’

SUBSETS In de eerste subset, Sustainable Transitions for Society & Business, zaten zes opleidingen: Internationale Ontwikkelingsstudies, Tourism, Communication & Life Sciences, Gezondheid en Maatschappij, Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen, Economie en Beleid. De tweede subset, Earth & Environmental Sciences, is in september begonnen. Daarin zitten zeven opleidingen: Environmental Sciences, International Land and Water Management, Bos- en Natuurbeheer, Marine Sciences, Earth System Sciences, Tourism en Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning. Als alles volgens planning loopt gaat de derde subset (Technology & Engineering) in januari 2027 van start; de vierde (Food, Nutrition & Health) in juni 2027 en de vijfde (Biological Sciences) in januari 2028. Voor een overzicht van welke opleidingen daarin zitten, lees de online versie van dit verhaal op www.resource-online.nl.

afstemming en coördinatie tussen de subsets en bewaart het overzicht over het gehele boeket.’ Volgens De Ridder is er veel gedaan om iedereen te horen. ‘Zoals workshops met alle betrokkenen, ook met opleidingscommissies en studenten. De enquête voor studiekiezers over de mogelijke nieuwe opleidingen is ook uitgezet onder onze eigen studenten en het voorlopig advies van de stuurgroep is gedeeld met opleidingscommissies voor feedback. Er zitten studenten in de stuurgroep Portfolio Redesign en in de werkgroepen van de subsets.’ Er was veel animo om mee te doen aan de workshops, vertelt de onderwijsdecaan. ‘Om het werkbaar te houden, vroegen we een of twee personen per leerstoelgroep of opleidingscommissie om deel te nemen. We begrijpen dat er behoefte kan zijn aan nog breder contact en inspraak. Tegelijkertijd moet een proces zoals dit werkbaar blijven en naar een uitkomst toewerken.’ ■ De werkgroep van subset 2 mikt op een rapport met voorstellen in maart 2027. In mei volgt dan het advies van de stuurgroep Portfolio Redesign aan de raad van bestuur.


Als kind raakte Malik Zafar, bachelorstudent Moleculaire Levenswetenschappen, door een Japanse anime-serie gefascineerd door basketbal. Vorige maand hielp hij als assistent-bondscoach het Nederlandse vrouwenteam naar een bronzen plak op het WK rolstoelbasketbal in Canada. Tekst Luuk Zegers  Foto Luc Reuvers

Hoe ben je terechtgekomen bij rolstoel­ basketbal? ‘Toen ik zestien was, ben ik gaan basketballen. Door een Japanse anime-serie die ik als kind keek, ben ik helemaal gek van die sport. Op mijn achttiende werd ik voor het eerst coach en in 2019 maakte ik als scheidsrechter kennis met rolstoelbasketbal. Ik vond het bijzonder dat de spelers, ondanks dat ze in een rolstoel zitten, alsnog met een gewone basketbal scoren in een gewone basket. De opzet van het spel is hetzelfde, maar de tactieken zijn anders. Omdat een rolstoel meer ruimte inneemt, is positionering bijvoorbeeld veel belangrijker. Wat ik inspirerend vind, is dat paralympische sporters zich niet laten beperken door wat hun lichaam niet meer kan, maar juist kijken wat wél kan.’

Wat doet een assistent-bondscoach? ‘Als data-analist verzamel ik tijdens of na afloop van wedstrijden data die de hoofdcoach of de eerste assistent kunnen gebruiken om de tegenstander te analyseren. Bijvoorbeeld hoeveel schoten er komen van een bepaalde kant van het veld, waar veel ruimte ligt of waar het druk ‘Ik moest mijn is. Tijdens een wedstrijd kun studie tactisch je daar dan direct op inspeplannen’ len. Ook in de voorbereiding kun je zulke data gebruiken om de tegenstander te analyseren. Daarnaast speel ik ook een rol in het teamproces; ik moedig de spelers aan en zorg dat ze zich gezien en gehoord voelen.’

Kom je nog aan studeren toe? ‘Ik ben eind april begonnen als tweede assistent en in september was het WK in Canada. Op een gegeven moment trainde het team drie à vier dagen per week op Papendal. Ik wilde er zoveel mogelijk bij zijn, maar ik wilde mijn studie niet op een lager pitje zetten. Dus heb ik geprobeerd mijn studiejaar tactisch te plannen. Ik ben bijvoorbeeld eerder aan mijn thesis begonnen. Dat was wel pittig, ook

omdat ik nog een paar hertentamens had. Studenten die topsporter zijn kunnen flexibeler studeren, maar voor bondcoaches bestaan zulke regelingen volgens mij niet.’

Hoe kijk je terug op het WK? ‘Het was mooi, maar we kwamen voor goud. In de halve finale verloren we van gastland Canada. Zij hebben een sterk team, dus dat is geen schande. Een van de leukste dingen was om andere landen en culturen te leren kennen. Ik heb bijvoorbeeld met bondscoaches van China en Japan gesproken. Als ze mij ooit vragen om daar te coachen, zou ik dat zeker serieus overwegen. Maar het Nederlandse team heeft voor mij prioriteit.’

Ligt jouw toekomst bij Moleculaire Levenswetenschappen of basketbal? ‘Als mijn contract bij de bond wordt verlengd, blijf ik daar alles voor geven. Uiteindelijk wil ik bondscoach worden, zowel bij rennend basketbal als bij rolstoel­ basketbal. Als ik daarmee klaar ben, zoek ik een baan in mijn studierichting.’ ■

15•10•2026 PAGINA 29

VAN ANIME TOT ASSISTENT-BONDSCOACH

Resource

STUDENT


ACHTERGROND

BOSMENS MET PASSIE Mariet de Geus (92) werkte een halve eeuw geleden als botanisch tekenaar voor WUR. Impulse exposeert een klein deel van haar werk. ‘Toen ik een jaar of tien was kreeg ik een boekje en olieverf’. Tekst Roelof Kleis

Resource

15•10•2026 PAGINA 30

J

e moet het maar net weten. Makkelijk vindbaar is ze niet. Verscholen in het bos van de Buunderkamp in Wolfheze woont Mariet de Geus. Een smal kronkelend tuinpad leidt naar een knus groen houten huisje. Tegen de zijgevel ligt een bordje: Atelier ‘De Wolf’. Voorheen stond dat langs de weg. ‘Maar er kwamen te vaak wildvreemde mensen aan de deur die dachten dat hier iets te zien was.’ Mariet de Geus is botanisch tekenaar in ruste. Dat is op zichzelf niet vreemd voor een 92-jarige. Toch ligt het niet aan haar leeftijd. ‘Ik zou het nog wel kunnen, denk ik. Alles doet het nog’, lacht ze. Ze steekt demonstratief haar beide armen recht naar voren. Zo vast als een huis, geen trilling te zien. Nee, de leeftijd is het niet. Het is de tuin. ‘Ik kom er gewoon niet meer aan toe. Ik ben altijd druk bezig in de tuin. Je moet in beweging blijven als je ouder wordt.’

Die tuin, dat is de bijna één hectare bos rondom haar huisje. Een paradijs dat veel onderhoud vergt. Mariet de Geus werd in 1934 geboren in Heerhugowaard als dochter van een tuinder. ‘We verbouwden kolen. Rode kool, witte kool.’ Er stond thuis regelmatig kool op het menu. Of ze kool lekker vindt? ‘Ach… het schijnt gezond te zijn. Misschien word ik daarom wel zo oud’. Die jeugd in West-Friesland legde de basis voor haar kunstenaarschap. ‘Mijn vader schilderde in zijn vrije tijd landschappen. Die artistieke inslag heb ik van hem. Ik tekende altijd met mijn vader mee. Toen ik een jaar of tien was kreeg ik een boekje en olieverf. Ik ben er dus mee opgegroeid.’ Ook de liefde voor de natuur was er al vroeg. ‘Ik herinner me dat ik als kind van een jaar of vijf een spelletje had met plaatjes van wilde planten. Toen ontdekte ik dat die gewoon bij ons buiten in het gras stonden. Dat was echt een

openbaring.’ Die liefde voor bloemen is nooit meer verdwenen. Ze maakte er carrière mee. De enkele tientallen gekleurde aquarellen in Impulse zijn een kleine staalkaart van haar productie als botanisch kunstenaar. Selfmade kunstenaar bovendien. Een opleiding heeft ze nooit gevolgd. ‘We spreken wel over bijna honderd jaar geleden, hè. Mijn moeder stierf toen ik tien jaar was. Ik moest thuis meehelpen. Ik heb alles uit het leven geleerd.’

Walsfabriek Haar creatieve werk begon Mariet de Geus bij een fabrikant in Ede die walsen maakte voor behangpapier. Daar ontwierp ze de motieven. ‘Via iemand van de schilderclub hoorde ik dat ze in Wageningen iemand zochten die kon tekenen. Daar heb ik toen op gesolliciteerd.’ Bij de leerstoelgroep Plantensys-

‘Mijn man noemde me Keetje Stippel’ ‘De artistieke inslag heb ik van mijn vader’


Resource

doeken van kleurige bloemen. ‘Die maak je met grote kwasten. Dat was een soort afreageren van dat fijne stippelwerk.’ De Geus werkte van 1970-1985 bij de Landbouwhogeschool. Er kwam een abrupt einde aan toen de geldkraan dichtging. ‘Ik werkte in Wageningen, maar werd betaald door instituut TNO. Op een gegeven moment moesten alle TNO’ers eruit. Ik was 50 jaar. Toen ben

ik porselein gaan beschilderen. Dat heb ik nog tien jaar gedaan. Kijk, zoals die vaas daar. Elke vaas is uniek. Ik heb in het tuinhuis nog een heel serviesje staan met roosjes.’ In die tijd kwamen ook veel opdrachten van tuinbladen als Groei & Bloei en Grasduinen. ‘Ik heb het nooit zo druk gehad als toen.’

Zonnebloemen Boven de bank hangt een schilderij met zonnebloemen. ‘Op een gegeven moment was ik aan het googelen op mijn naam en toen vond ik dit schilderij op Marktplaats. Ik herkende het meteen: dat is van mij. Ik heb het destijds voor 800 euro verkocht. Ik kon ‘t voor 50 euro terugkopen. Nu is het weer thuis.’ Haar schilderijen zijn ‘haar kindjes’. ‘Ik weet nog dat ik als kind een keer een olieverfdoekje had gemaakt van een molen met een huisje. Mijn vader wilde dat ik dat aan oudoom Hendrik zou geven. Dat heb ik braaf gedaan, maar het ging me aan het hart.’ En dan lachend. ‘Later heb ik nog wel van hem geërfd.’ Schilderen doet ze nu alleen nog in haar hoofd. ‘Buiten, als ik een mooie compositie zie. Daar ben ik altijd wel mee bezig.’ En fraaie composities zijn er genoeg in haar grote bostuin. ‘Mensen zeggen vaak: hoe durf je hier alleen te wonen. Hoezo alleen? Ik ken elke boom! Ik kom van het platteland, maar ik ben een echt bosmens geworden. Er komen hier vossen en boommarters. Dat weet ik van de wildcamera. En van de keutels. Ik heb zelfs een keutel van de wolf gezien in mijn tuin. Prachtig toch. Bang? Kom op, geloof niet in die sprookjes.’ ■

Mariet de Geus: Met Passie Getekend

Te bezoeken op werkdagen van 08.30 tot 18.00 uur Impulse | Toegang gratis.

15•10•2026 PAGINA 31

tematiek leerde ze planten tekenen door te ‘stippelen’: tekeningen zonder lijnen, opgebouwd uit duizenden stipjes. ‘Dat heb ik mezelf aangeleerd. Eerst maak je met potlood een schets en dan ga je stippelen. Heel fijn en precies werk. Je mocht geen fouten maken, want je kon het niet uitgummen. Mijn man noemde me Keetje Stippel’, lacht ze. In de hoek van de woonkamer staan grote olieverf-


Podium Van café tot bioscoop tot platenzaak, op 29 oktober kun je op 16 locaties in het Wageningse centrum bands bekijken tijdens de Popronde. Zo’n 30 beginnende acts treden die avond op en je kunt er gratis heen. Tekst Coretta Jongeling

DO 29-10-26

Binnenstad Wageningen vanaf 19:30 uur Gratis

Popronde Elk najaar trekt Popronde van stad naar stad om beginnende bands een podium te bieden. De selectie van de acts begint al veel eerder, vertelt Myrthe van Dok, coördinator bij Popronde Wageningen. ‘Begin dit jaar hebben alle bands die mee wilden doen zich opgegeven. Dat waren er ongeveer 1400. Daaruit maakt een team van professionals, mensen die door heel het land in de cultuursector werken, een selectie van honderd acts.’ Die lijst met honderd acts is het startpunt van de lastige opgave waar elke stadscoördinator voor staat: welke act past bij welke locatie?

Van de zestien locaties die dit jaar meedoen in Wageningen, zijn er twee terug van weggeweest: Theater de Wilde Wereld en Caffè Tola. ‘Tijdens de Popronde is het altijd heel druk, dus als je iets echt graag wilt zien moet je er op tijd bij zijn’, raadt Van Dok aan. ‘Zeker bij Tola, want dat is superklein. Dus kom op tijd en koop lekker een drankje, daarmee support je indirect cultuur. Popronde is wel gratis, maar het kan echt niet meer voor niks.’

Moeite met kiezen? Bij de infostand van Popronde op het marktplein kunnen vrijwilligers je persoonlijke tips geven op basis van je muzieksmaak. Op de Popronde-app vind je een blokkenschema om je planning te maken. Van Dok heeft ook een aantal aanraders: ‘Angelo Benson vind ik heel vet. Een beetje poppy maar heel energiek. In Good Spirit bij het Rad van Wageningen is folkachtig, maar meerstemmig en warm. Inoyson staat in Visum Mundi en heeft matchende visuals op groot scherm achter het podium. En Mahala in Theater de Wilde Wereld is echt cool. Moeilijk om in een hokje te plaatsen, een beetje Altin Gun-achtig. Dat wil ik zelf graag zien.’ Popronde is altijd op zoek naar vrijwilligers die tijdens de avond een handje willen helpen. Mail naar wageningen@popronde.nl voor meer info. TIPS Zondag 25 oktober Theetuin op zondag (muziek en expositie) Theekoepel aan het Wallenpad

Resource

15•10•2026 PAGINA 32

Zondag 1 november Fiesta Latina x Dia de Los Muertos (diner en dj) Restaurant de Blaauwe Kamer

ANDRO in de bblthk tijdens een eerdere Popronde.  Foto Jessie Kamp

Donderdag 5 november Roomservice (studentenkamerfestival) Door heel Wageningen


Tekst Eva Hamers

Je thesis in 40 woorden? ‘Ik heb gekeken naar de impact van herbivoren in een natuurgebied in de Drôme in Frankrijk, in samenwerking met Rewilding France. Ik heb verschillende methodes vergeleken, zoals het meten van het aantal zaailingen (jonge bomen), het aantal boomtoppen en bastschade.’

Wat vond je leuk? ‘Ik zat in een mooie omgeving, in het dorpje Die. En het was gezellig bij het gastgezin, we aten vaak samen. Verder vond ik het leuk om de introductie te schrijven om het kader van mijn onderwerp te onderzoeken. En ik kan met mijn onderzoek iets bijdragen aan lopend onderzoek als ik op de hoogte ben van de academische discussie over dit onderwerp.’

Hoe was je interactie met de locals? ‘Die was er nauwelijks. Mijn veldwerk was in de natuur, dus niet heel sociaal. Alleen met mijn mede-stagiair heb ik veel tijd doorgebracht. Wel heb ik edelherten, reeën, zwarte spechten en vale gieren gezien.’

Wat was er moeilijk? ‘Ik wist vaak niet zeker of ik op de juiste weg was. Ik vind het niet erg om veel te werken, maar die twijfel vond ik moeilijk. Waarschijnlijk vraag ik te weinig hulp. Dan denk ik: nu is het te laat, nu moet ik het zelf uitzoeken. Maar het is nooit te laat; ik raad iedereen aan om vooral wel om hulp te vragen. Het valt me op dat je in Nederland in het onderwijs heel erg wordt aangemoedigd om vragen te stellen, dat is anders dan in België, waar ik vandaan kom. Ook thuiskomen na het veldwerk was wennen. Ik had het leuk in Frankrijk, met goed eten, en toen moest ik daar weer afscheid van nemen. Maar ik ben tevreden met mijn onderzoek. En het was op tijd af zodat ik op vakantie kon.’

Smaken van WUR

Pad Kapraow ‘Pad Kapraow is super populair in Thailand. Het is een roerbakgerecht met gehakt en basilicumblaadjes en een knapperig spiegelei. Het is een stevige maaltijd met een beetje pit. De ingrediënten zijn makkelijk te krijgen, het gerecht is voedzaam en zit boordevol eiwitten. De ingrediënten zijn gemakkelijk te vervangen, dus ik heb dit gerecht overal waar ik kom kunnen maken, nu ook hier in Wageningen.’ 1 Kook de rijst en zet apart. 2 Hak de knoflook fijn, snijd de verse chilipeper in plakjes en ­ doe deze in een pan met middelwarme olie. 3 Voeg onmiddellijk het gehakt toe. 4 Roer tot het volledig doorbakken is en zet het vuur lager. 5 Voeg 2 el sojasaus en 2 el oestersaus toe (of zoveel je wilt). Roer tot het goed gemengd is en zet het vuur uit. 6 Doe de basilicumblaadjes erbij en roer tot de blaadjes geslonken zijn. 7 Verhit in een andere pan olie op middelhoog vuur tot de olie zichtbaar heet is en breek er een ei in. 8 Wacht tot de randen knapperig worden. Zet het vuur uit. 9 Schep een paar lepels hete olie over de eidooier, zodat deze van geel naar heel lichtroze verkleurt. 10 Schep de rijst op een bord en daarop het vlees en daarop het ei.

Ingredienten (voor 1 portie): • Gehakt van varkens­ vlees/rundvlees/kip of vega alternatief – zolang het maar gebakken kan worden • Minimaal 2 teentjes knoflook • 1 of 2 Thaise chili­ pepers of chilivlokken • Basilicumblaadjes • Rijst voor één persoon • Een ei • Sojasaus (meest authentieke smaak: Thaise Golden Mountain Seasoning-sojasaus, verkrijgbaar bij toko Indrani, of Maggisojasaus) • Oestersaus • Zonnebloemolie

Nat Yuan

Scan de QR-code voor de video van Nat Yuan.

15•10•2026 PAGINA 33

Jaarlijks studeren zo’n 3.500 bachelor- en masterstudenten in Wageningen af. In de rubriek Thesis Life vertellen ze over hun mijlpaal; over de inhoud, de ups en de downs. Dit keer Tuur Portier, masterstudent Forest and Nature Conservation, uit België.

In Wageningen kom je alle smaken van de wereld tegen. Nat Yuan, masterstudent Plant Biotechnology uit Thailand, deelt een klassiek Thais gerecht dat makkelijk te maken is.

Resource

Thesis Life


Meanwhile in… Spanje – Huisuitzetting

Q&COUNCIL

Resource

15•10•2026 PAGINA 34

In de rubriek Q&Council stelt Resource elke editie de centrale medezeggenschap (de WUR Council of de Student Council) vragen over wat er speelt bij WUR. Deze keer: vicevoorzitter van de Student Council Chloe Cassens (26) over het nieuwe AI-beleid en de portfolio-herziening van de bacheloropleidingen.

Q Het is stil rond het AI-beleid. Hoe staat het ervoor? C ‘Verder dan we dachten. De AI-implementatiestrategie is inmiddels openbaar. De medezeggenschap is er niet bij betrokken.’ Q Zaten er studenten in de werkgroep? C ‘Nee, en dat vind ik echt jammer, want de plannen raken alle studenten. Juist bij jongere generaties zijn er kritische geluiden over AI. Die jonge, kritische stem had aan tafel moeten zitten. Andere Nederlandse universiteiten zijn hier twee jaar geleden al mee begonnen, dus het onderwerp is niet nieuw. Een enorme gemiste kans. We onderzoeken nu of we via ons initiatiefrecht of via de route van een ongevraagd advies iets kunnen voorstellen waarmee studenten echt kunnen meepraten over deze verandering.’ Q De herziening van het portfolio van de bacheloropleidingen is de tweede ronde ingegaan (zie ook pag. 26). Wat vindt de Student Council van de aanpak? C ‘Het gaat onder meer over opleidingen die samen moeten gaan. We maken ons zorgen over wat dat betekent voor de

studieverenigingen. Verenigingen samenvoegen is duur en juridisch ingewikkeld, en WUR lijkt dat over het hoofd te zien. Ook is onduidelijk waarom het besluit over het fuseren of verdwijnen van sommige opleidingen is uitgesteld. De opleiding Gezondheid en Maatschappij zou bijvoorbeeld in de eerste ronde worden meegenomen, maar komt nu pas later aan de beurt. Dat zorgt voor onzeker-

Verenigingen samen­ voegen is duur en juridisch ingewikkeld, en WUR lijkt dat over het hoofd te zien heid bij studenten en medewerkers. Bij opleidingen die stoppen, moet de continuïteit van het onderwijs gewaarborgd blijven. De belangrijkste les uit de eerste ronde is betere communicatie. Er is een nieuwsbrief beloofd, maar we weten nog steeds niet waar die te vinden is of hoe vaak die verschijnt.’ wa

Bij WUR werken en studeren honderden internationals. In de rubriek Meanwhile in vragen we een van hen te reageren op gebeurtenissen in het thuisland. Dit keer vertelt Ángeles Pérez Ros (24), masterstudent Food Technology uit Córdoba, Spanje, over de protesten naar aanleiding van de huisuitzetting afgelopen september van de 87-jarige Maricarmen in Madrid. Tekst Ananya Beura ‘Maricarmen was 87 jaar en woonde haar hele leven in het centrum van Madrid. Zij erfde in de jaren ’50 het huurcontract voor het appartement in het gebouw waar zij al zeventig jaar woonde. Dat gebouw is gekocht door een investeringsmaatschappij en die wilde haar weg hebben. Na vele procedures volgde eind september een huisuitzetting waarbij de oude vrouw op een brancard naar buiten moest worden gedragen. Hoe kun je een vrouw van die leeftijd uit huis zetten en haar niet eens wat anders aanbieden? Maricarmen is intussen helaas overleden, maar zij staat nu symbool voor de huisvestingscrisis in Spanje. Er zijn veel soortgelijke gevallen. Mensen zijn naar aanleiding van haar uithuiszetting de straat op gegaan om te protesteren en die protesten hebben zich ook uitgebreid naar andere steden. ‘Gelukkig heeft Maricarmen haar huis teruggekregen. De regering voert nu twee nieuwe wetten in, maar ik denk dat die snelle symptoombestrijding zijn en niet de onderliggende oorzaak oplossen. Internationaal profileert premier Pedro Sánchez zich als een liberale leider, maar mensen met een linkse ideologie zijn niet tevreden over hem, omdat hij niets voor de mensen doet. Huisvesting is business geworden en dat zou niet zo moeten zijn. Het is een mensenrecht, maar de wet beschermt degenen die onroerend goed kopen, niet de mensen die erin wonen. Veel gebouwen zijn eigendom van grote, vaak internationale, investeringsmaatschappijen. Toen ik in Madrid studeerde, hield mijn huisbaas 900 euro van onze borg in vanwege een ontbrekend onderdeel van de wasmachine. Wij zijn studenten, we willen gewoon de kans krijgen om te wonen in de stad waar we studeren. 'Hier in Nederland werken jongeren tien uur per week en daarmee kunnen ze de huur betalen. In Spanje wonen dertigers nog steeds thuis. Wij houden echt van Spanje en van onze cultuur, maar als het systeem niet werkt en je op geen enkele manier vooruithelpt of ondersteunt, dan zoek je je heil maar in een ander land.’


Tip: zoek ook naar antwoorden in dit magazine en op resource-online.nl.

Horizontaal 1. Nieuw voedseltech-onderzoekscentrum 5. Oud vriesgebouw 12. Tokio's oude naam 13. Maken planten door middel van luchtbellen in de watervaten van het xyleem 14. De Lucía of Rabanne 15. Nick __, acteur (Cape Fear) 17. Schip 18. Interlandpetje 19. Muggenbestrijdingsmiddel 21. Band met strijkers 23. Verenplakmiddel 28. __rium 29. Britse zangeres 30. Hooikoortsplant 34. Kaiser of Garros 36. Schip 37. Groep die op de campus demonstreerde tegen abortus 39. Rita __, Britse zangeres

40. Insecten die Chenyao Wang bestudeert 41. Thermische __ leggen vast hoeveel zangvogels sterven door windmolens op zee Verticaal 1. (Honderdste) munt 2. Kunsttaal 3. Beer van weleer 4. Vertegenwoordiger van de politie 5. Past voor ton of gas

) , 2 5 , 1 , ' 5 2 1 ( 6 1 / 2 . . 2 2 , , , 8 5 2 9 ( 5 6 * 5 2 9 ( ' ( 1 / , 2 6 ( 7 8 , ( 2 ' 5 2 2 * 7 ( 6 7 5 ( 6 6 : ( ( ( 1 : , 3 $ 7 , ( ( 5 9 $ 5 ( 1 5 2 / ' ( $ $ 1 1 $ $ ( 5 2 ; $ 3 , ; ( / / 2 : / $ 1 ' 6 De oplossing van de puzzel uit Resource #1 is ‘droogtestress’. De winnaar is Jinte Jespers. Gefeliciteerd! We nemen contact met je op. Winnaars mogen kiezen uit het boek De Kanteling van WUR-wetenschapper en Spinoza-winnaar Marten Scheffer; De Geheimzinnige Vissendief (kinderboek met bijdragen van WUR-medewerkers en -studenten voor ‘jonge natuurhelden’) of de Wageningen Verjaardagskalender met dronefoto’s gemaakt door DroneWageningen.

6.

__ Planet, serie met David Attenborough 7. Vind-ik-leuken 8. Krant na Christus 9. Bitter biertje 10. Hij ploetert wat af 11. Hoogleraar die de boerenprotesten duidt 16. Die puzzel is familie van de zaagvis 18. Kindonvriendelijke verpakking 20. Ai! 22. __ __, film met Jim Carrey

24. Geen hoge ogen 25. Tussen pim en pet 26. Is de kop na het begin 27. Oude provincie 28. Voert de Klassieke Top 400 aan 31. Tussen bim en bom 32. Prima 33. __ showtime! 35. Dier tegen de kou 38. Elektronica

Colofon Resource is het onafhankelijke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op resource-online.nl verschijnen dagelijks nieuwe berichten. Het magazine verschijnt maandelijks. Contact Vragen en opmerkingen voor de redactie: resource@wur.nl | www.resource-online.nl Redactie Willem Andrée (hoofdredacteur), Helene Seevinck (eindredacteur), Roelof Kleis (redacteur), Luuk Zegers (redacteur), Marieke Enter (redacteur), Coretta Jongeling (online coördinator), Dominique Vrouwenvelder (redacteur), Anne van Kessel (redacteur) Vertalingen Tessera Translations S.L. Vormgeving Alfred Heikamp, Paul Gerlach Basisontwerp Marinka Reuten Coverillustratie Valerie Geelen Druk Damen Drukkers BV, Werkendam Abonnement Een abonnement op het magazine kost €59 (buitenland €135) per academisch jaar. Opzeggen voor 1 augustus. ISSN 1874-3625 Uitgever Corporate Communications & Marketing, Wageningen University & Research

©steenhuispuzzels.nl

Vul de puzzel in en ontdek welk(e) woord(en) er in de gekleurde vakjes staat(n). Stuur dit als oplossing naar resource@wur.nl vóór 10 november.

15•10•2026 PAGINA 35

HOKJESDENKEN

Resource


[DE NEUS]

Nieuws met een luchtje

Foto Shutterstock

DUURZAME TOILETROLHOUDER TELT VELLETJES PER GEBRUIKER De toiletpapier-dispensers op de Wageningse campus worden de komende tijd vervangen. Niet alleen de nieuwe toiletpapierhouders en het papier zelf blinken uit in duurzaamheid, ook de extra smartfuncties dragen bij aan verantwoord gebruik.

D

e slimme dispenser telt het aantal velletjes per gebruiker en geeft dat realtime door aan de gebouwbeheerder. Zo kan per gebouw, verdieping of leerstoelgroep worden bijgehouden met hoeveel velletjes men daar gemiddeld de billen afveegt. Deze innovatie leidt aantoonbaar tot minder papiergebruik, legt hoogleraar Duurzaam Toiletpapiergebruik Karel Kontermann uit. ‘Veel mensen zijn zich helemaal niet bewust van de hoeveelheid papier die ze jaarlijks gebruiken bij de toiletgang. Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders gemiddeld 9 vellen per toiletbeurt gebruiken en gemiddeld 6,8 keer per etmaal het kleinste kamertje bezoeken.’ Een aanzienlijke belasting voor het milieu, aldus Kontermann. ‘De raad van bestuur heeft mij gevraagd een analyse te maken van het toiletpapiergebruik van WUR en dat is niet mals. Rekening houdend met diverse diëten, het percentage studenten dat colleges skipt en het thuiswerkgedrag van de werknemers, kom je op uit op bijna 136 miljoen vellen wc-papier per jaar. Dat zijn, met de nieuwe rollen die WUR gebruikt, 279.230 rollen per jaar.’ ‘Als mensen zich onbespied wanen, gebruiken ze veel

meer toiletpapier’, aldus Kontermann. ‘Uit proeven blijkt dat mensen wel twee keer nadenken voor ze nog eens afvegen als ze weten dat hun gebruik wordt bijgehouden.’ Hij ziet dus wel toekomst in de nieuwe smart-dispensers. ‘Dit is een makkelijke manier om iets aan duurzaamheid te doen. Bovendien kost deze innovatie geen drol.’ Rector magnificus Kroezalina Caro laat weten zeer verheugd te zijn met de innovatie. ‘Dit zet WUR weer echt op de kaart als het gaat om duurzaamheid. Op deze manier staan we allemaal meerdere keren per dag stil bij het feit dat wij responsable changemakers zijn.’ Om mensen nog extra te stimuleren zuinig af te vegen, zal er tijdens de nieuwjaarsreceptie een prijs worden uitgereikt aan de leerstoelgroep die het meest milieubewust heeft getoiletteerd. ‘We verloten onder de winnaars een bruine WUR-trui.’ ‘Als mensen zich onbespied wanen, gebruiken ze veel meer toiletpapier’


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
RESOURCE - Nr. 02 2026 (NL) by Wageningen University & Research - Issuu