Page 1

Magazine voor studenten Actuariaat, Econometrie & Operationele Research Een publicatie van VSAE

Nr. 90 Volume 24 Februari 2016

AENORM DEZE EDITIE: MILIEU Optimal leverage ratio targeting | Predictive quality density forecast

Bedrijfsinterviews msg global en Sustainalytics | Exchangeverslag Stellenbosch University | Commissie uitgelicht: Econometric Game


LOOKING FOR A JOB, INTERNSHIP OR STUDENT JOB IN THE QUANTITATIVE SECTOR?

WWW.CAREERS4QUANTS.COM VACANCIES IN THE QUANTITATIVE SECTOR TIPS FOR YOUR RESUME AND THE APPLICATION PROCEDURE ORIENTATION PLATFORM FOR DIFFERENT BRANCHES

www.facebook.com/Careers4Quants www.twitter.com/Careers4Quants


Milieu COLOFON Hoofdredactie Marlou Beringer Ruben Spruit Redactie Morena Bastiaansen Lennert Jansen Romy Schipper Marit Sloof Maarten Uijen Noor Wilmink Oplage 800 De artikelen in dit blad zijn niet noodzakelijkerwijs de mening van het VSAE bestuur of de redactie. Niets uit dit blad mag worden gedupliceerd zonder toestemming van de VSAE.

Adverteerders Actuariaatcongres Careers4Quants msg global Willis Towers Watson Design United Creations, 2013

Ruben Spruit Hoofdredacteur Aenorm

Adres redactie VSAE Roetersstraat 11, Kamer E1.32 1018 WB Amsterdam Tel. 020 - 5254134

KALENDER ALV BORREL ACTUARIAATCONGRES ECONOMETRIC GAME

3

| | | |

23 FEB 24 FEB 9 MRT 6-8 APR

VOORWOORD

Een tijd geleden las ik in het boek ‘A short History of nearly Everything’ dat een rampenspecialist van University College Londen de stad Tokyo omschrijft als ‘A city waiting to die’ - iets dat niet vaak in de toeristenboekjes geschreven wordt. Tokyo ligt op een kruispunt van drie tektonische platen en is hoofdstad van een land dat bekend staat om zijn seismische instabiliteit. In 2011 werd het land getroffen door een tsunami die voortkwam uit een aardbeving. Deze tsunami had als gevolg dat er ruim 19.000 slachtoffers vielen en de schade geschat werd op 147 miljard euro. Hier in Nederland hebben we gelukkig een stabieler klimaat, hoewel een code geel of een beetje sneeuw de NS compleet kan ontregelen. Toch heeft de impact van het milieu in steeds sterkere mate invloed. Gasboringen in Groningen zorgen voor aardverschuivingen en de stijgende zeespiegel laat ons afvragen of leven onder het NAP verstandig is. Ook overheden en het bedrijfsleven houden zich in steeds grotere mate bezig met klimaatproblemen en duurzame technologieën. De klimaattop, waar op mondiaal niveau akkoorden zijn bereikt voor de aanpak van klimaatproblemen, is slechts een paar maanden geleden. Daarnaast heeft bijvoorbeeld Goldman Sachs enige tijd terug aangekondigd 150 miljard te investeren in duurzame technologie. Na het lezen over de stad die gedoemd is een gruwelijke ramp te ondergaan en de toenemende invloed van het klimaat op beleidsmaking, vroeg de econometrist in mij zich af wat onze studie zou kunnen toevoegen aan het beleid omtrent deze risico’s. In deze editie staat ‘Milieu’ centraal en kijken we onder andere naar wat de invloed is van het milieu binnen bedrijven en hoe VSAE’ers denken over het milieu.


INHOUDSOPGAVE TRENDY VSAE TASJE

INTERVIEW SUSTAINALYTICS

ECONOMETRIC GAME

WAT DENKT DE VSAE OVER... HET MILIEU

COLUMN | PAGE 05

BEDRIJFSINTERVIEW | PAGE 16

COMMISSIE UITGELICHT | PAGE 06

VSAE ONDERZOEK | PAGE 17

UITWISSELING WOUTER KASTROP MET STELLENBOSCH UNIVERSITY

PUZZELPAGINA

EXCHANGEVERSLAG | PAGE 08

PUZZEL | PAGE 18

VACATUREPAGINA

PREDICTIVE QUALITY DENSITY FORECAST

VACATURES | PAGE 10

ENGLISH | ECONOMETRICS BSC-LEVEL | PAGE 21

INTERVIEW MSG GLOBAL

BEDRIJFSINTERVIEW | PAGE 11

OPTIMAL LEVERAGE RATIO TARGETING

DE EERSTE RONDE VAN DE QC LEARNING ACADEMY

ENGLISH | ECONOMETRICS MSC-LEVEL | PAGE 26

INHOUDSOPGAVE

LEARNING ACADEMY | PAGE 14

Magazine voor studenten Actuariaat, Econometrie & Operationele Research Volume 24 Februari 2016

Nr. 90

Een publicatie van

4


Trendy VSAE tasje Door: Morena Bastiaansen Duurzaam is hip. Laten merken dat je geeft om een duurzaam milieu – oprecht of gejokt – is helemaal in. Op het Amsterdamse Beukenplein vliegen de bekers fairtrade koffie, linnen tasjes en bakfietsen je om de oren. Laatst werd ik veroordelend aangekeken toen ik aan een vriendin toegaf dat ik thuis in de woonkamer nog een televisie heb staan. Dat is dus, even voor de duidelijkheid, echt helemaal not done. En dan ben ik nog niet begonnen over het dagelijks eten van dierlijke producten. Wie denk ik eigenlijk wel niet dat ik ben?

nog aan staat, ik gister een wasje heb gedraaid met een halflege trommel en ik eigenlijk geen flauw benul heb van wat de bank eigenlijk met mijn geld doet, schrik ik een beetje van mezelf. Wie denk ik eigenlijk wel niet dat ik ben? Milieubesef is geen garantie voor milieuvriendelijk gedrag. De voorbereidingen van deze editie van de Aenorm hebben mij echter meer dan ooit tevoren met mijn neus op de feiten gedrukt en vooral doen stilstaan bij mijn niet-milieuvriendelijke gedrag. En ik moest echt even slikken. Kleine dingen die je kunt veranderen aan je dagelijks leven om groener te leven hoef ik niet op te noemen, die hebben we allemaal al tig keer gehoord. Misschien is het gebruik gaan maken van mijn linnen VSAE tasje zo’n gek idee nog niet.

Als ik aan mijn omgeving vraag of ze geven om een duurzame wereld krijg ik steevast een duidelijke “ja” als antwoord. Opvallend is dat als ik dan doorvraag hoe zich dat uit in hun dagelijks leven, veruit de meesten stilvallen en iets mompelen over vijf minuten douchen. Sommigen lopen al vast bij de vraag waarom ze een duurzame wereld dan zo belangrijk vinden. We willen wel het milieu belangrijk vinden, maar vinden het teveel moeite deze houding tot uiting te laten komen in ons dagelijks leven. Wat zegt dat eigenlijk over ons? Onder andere door de media hebben we als hoogopgeleide volwassenen eigenlijk bijna geen keuze meer dan milieubewust te zijn. Je kan geen krant meer openslaan zonder iets te lezen over de opwarming van de aarde. Je kan zelfs niet meer op je dooie gemak door de Kalverstraat sjokken zonder door een tiener met een schrijfblok en een pretgezicht staande te worden gehouden. Voordat je hebt kunnen bedenken hoe je hier onderuit gaat komen, word je alweer ingelicht over duurzame energie. Heerlijk ouderwets je kop in het zand steken en je ogen sluiten voor alle ellende is geen optie meer. Iedereen is op de hoogte en dus moet iedereen zijn mening klaar hebben liggen. En laat het nou een stuk makkelijker zijn om te onderbouwen dat je wel milieubewust bent, dan dat het je niet zoveel interesseert. Echter, laat het nou ook een stuk comfortabeler zijn om thuis in je luie stoel te luisteren naar de oplossingen van de overheid tijdens de klimaattop, dan om structureel je eigen gedrag en gewoontes te veranderen.

COLUMN

Morena Bastiaansen is 19 jaar, komt uit Amsterdam en zit in het tweede jaar van haar studie Econometrie aan de Universiteit van Amsterdam.

Terwijl ik op het Beukenplein op een met warmtelampen verwarmd terras een (niet-biologische) hamburger van 200 gram in mijn gezicht aan het duwen ben, begin ik me af te vragen of mijn ongegeneerdheid misschien plaats zou moeten gaan maken voor schaamte. En als ik me dan realiseer dat de verwarming thuis hoogstwaarschijnlijk

5


Commissie uitgelicht: Econometric Game DOOR:

De EG-commissie is zoals de naam al voorspelt de commissie die de jaarlijks terugkerende Econometric Game organiseert die van 6 tot en met 8 april plaatsvindt. De commissie bestaat uit: Joppe Arnold (voorzitter) Mark Verhagen (coĂśrdinator), Jowita Osinga, Ea Werner, Mark de Boer, Noah van Grinsven en Benjamin van Arum. De Aenormcommissie heeft een aantal geniale vragen bedacht en heeft de antwoorden van de leden van de EG-commissie op deze vragen weten te bemachtigen. Hieronder volgt het artikel.

MAARTEN UIJEN

Hoe gaat het met de voorbereidingen?

COMMISSIE UITGELICHT

Joppe: Het loopt redelijk op schema, de universiteiten zijn al een poosje bekend en de locaties zo goed als rond. Op dit moment zijn we nog hard bezig met het vergaren van de dataset voor de case en de komende tijd gaan we bezig met het PR-gedeelte van de EG. Zo’n evenement kan veel aandacht in de media krijgen, zoals afgelopen jaar te zien is geweest. Het doel is om ook dit jaar weer de media te bereiken samen met EY en Ortec, zodat Econometrie weer wat extra faam krijgt in Nederland.

Hoe verlopen de vergaderingen?

Joppe: Soms lijkt het wat chaotisch, maar als het echt nodig is dan wordt er altijd wel strak vergaderd. Het doel is wel altijd om zo snel mogelijk een vergadering af te ronden zonder daarbij belangrijke zaken te missen. We vergaderen, afhankelijk van studiedrukte, ook wel bij verschillende mensen thuis. Ook hierbij geldt: de vergadering zelf hoeft niet te lang te duren, zodat er daarna en daarvoor goed gegeten en gedronken kan worden. Jowita: Ik heb het idee dat ik vaak door mensen heen praat. Verder is het altijd erg gezellig en maakt Ea ons happy met haar zelfgebakken taarten. Ea: Jowita kan zelfs door zichzelf heen praten.

Hebben jullie teams moeten afwijzen?

Benjamin: Ja, we wilden 30 teams en er waren 33 aanmeldingen. We hebben dus 3 teams moeten afwijzen. Na de aanmeldingsdeadline waren er nog 2 universiteiten die mee wilden doen, deze hebben we op de reservelijst geplaatst. Het zou anders oneerlijk zijn tegenover de 3 afgewezen universiteiten die wel op tijd hebben aangegeven mee te willen doen.

Zijn jullie een weekend weg geweest of hebben jullie etentjes gehad? En hoe was dit? Joppe: Het weekend hebben we bijna gehad, de etentjes zijn met wijn. Ea: Weekendje weg was lachen man. Mark V: Ik ben er nog steeds. Feest. Jowita: We hebben allemaal een veel te druk leven om een weekend weg te kunnen. Etentjes zijn daarentegen altijd erg gezellig!

6


Hoe komen de casussen tot stand?

Mark de B: Ik durf wel te stellen dat mijn mooiste avond uit in 2015 de avond met de EG-commissie in cafe ‘t Schuim was. Ea: Mark 1 (Mark de Boer) verdween op mysterieuze wijze.....

Mark de B: Zoals jullie weten mag er tot aan het event niks gezegd worden over de case. Wel kan ik zeggen dat de casemakers zijn benaderd en bereid zijn gevonden mee te werken. We zijn langs geweest bij de casemakers met een idee en dat werd met veel enthousiasme ontvangen.

Hoe is het contact met jullie partners EY en Ortec?

Noah: De locaties voor aankomende EG zijn bijna helemaal rond! Helaas zullen deze voor nu nog heel even geheim blijven. Met de locaties van de EG hebben wij geprobeerd een nieuwe dimensie toe te voegen aan de zogenoemde EG-experience. Het idee is dat de deelnemers zo naast het eindeloze getuur naar computerschermpjes ook nog iets mee kunnen krijgen van de bijzondere plekken die onze stad rijk is. Duurzaamheid is een van de belangrijkste factoren geweest bij het uitzoeken van onze locaties. Zo is er gezocht naar een optimale verdeling binnen Amsterdam waarbij zo veel mogelijk kan worden gezien en tegelijkertijd de afstand er tussen kan worden geminimaliseerd. Zo kan gebruik van het openbaar vervoer worden vermeden en de carbon footprint van dit evenement op het minimale worden gehouden.

Wat zijn belangrijke overwegingen wanneer jullie een casemaker kiezen?

Mark de B: Dat ze uiteraard over voldoende econometrische kennis beschikken, zodat ze een case op maat kunnen maken voor de allerbeste PhD- en masterstudenten van de wereld. Verder wilden we ook dat ze een case maken die relevant is en makkelijk uitlegbaar naar de ‘gewone’ mens. Ook hebben we uiteraard het milieu in acht genomen.

Wat kunnen de afvallende teams dit jaar verwachten op de derde dag?

Ea: Omdat de EG inmiddels berucht is om haar derde dag, proberen we deze weer net zo gruwelijk te maken als voorgaande jaren. Wat de precieze activiteiten zijn kunnen we nog niet bekend maken, we zijn namelijk bang dat de kandidaten hun best dan niet meer gaan doen.

Wat is jullie stamkroeg?

Mark V: In principe gaat de commissie altijd naar cafe ‘t Schuim. Het is eigenlijk nog nooit voorgekomen dat we ergens anders naartoe zijn gegaan, grappig dat jullie het vragen. Ik had er nooit zo over nagedacht, maar definitely cafe ‘t Schuim dus. Jowita: Om een bepaalde reden is het ons nog niet vaak gelukt om naar de kroeg te gaan. Wel hebben we het een keer geprobeerd, waarbij we op Marks aandringen in cafe ‘t Schuim belandden. We stonden versteld van het linkse hipster publiek. Al met al super geslaagd, aldus Mark.

Wat vinden jullie als commissie van het thema milieu? Is dit verwerkt in de EG?

Mark V: Voor de commissie is milieu een belangrijk thema. Wij vergaderen altijd met een real-time, digitale agenda, waardoor we gemiddeld vijf blaadjes papier besparen per vergadering. Op jaarbasis is dit niet niks.

7

COMMISSIE UITGELICHT

Jowita: Het contact verloopt goed.De onderhandelingen zijn rond en de contracten zijn getekend. We richten ons nu voornamelijk op hoe we de media-aandacht van de EG kunnen vergroten en hiervoor zijn we met mensen van EY en Ortec in contact. Binnenkort staat er een brainstormsessie gepland om een mediaplan uit te stippelen.

Zijn de locaties al bekend.Welke voorwaarden hebben jullie eraan gesteld? Zijn hier ook duurzaamheids overwegingen meegenomen?


Uitwisseling met Stellenbosch University - Kaapstad

EXCHANGE VERSLAG

Drie jaar lang nominaal je Bachelor doorlopen en geen tussenjaar nemen na je middelbare school, dat gaat allemaal wel heel erg snel. Straks ben je op je 22e al klaar met je Master en begint het leven toch wel een jaar of 3 te vroeg serieus te worden. Dit kon ik natuurlijk niet laten gebeuren. Een half jaar studeren in Zuid-Afrika leek mij dan ook de ideale manier om mijn studententijd nog even op te rekken. En ik kan nu achteraf zeggen dat het inderdaad meer dan een ideale manier is geweest. Omdat in Zuid-Afrika de seizoenen natuurlijk precies tegenovergesteld lopen ten opzichte van hier, begon het tweede semester vrijwel direct nadat het jaar hier was afgelopen. Letterlijk een week na de uiterlijke inleverdatum van mijn Bachelorscriptie zat ik al in het vliegtuig richting Kaapstad. Niet dat dat een probleem was, aangezien ik de afgelopen 6 maanden eigenlijk alleen maar vakantie heb kunnen vieren, maar het zorgde er wel voor dat ik voor mijn gevoel vrij halsoverkop die kant op ging. Deels door de hectische voorbereiding maar ook zeker voor een groot deel bewust, had ik mij niet heel erg ingelezen over Stellenbosch en Zuid-Afrika in het algemeen. Ik wilde me laten verrassen en gewoon met een neutrale blik aan mijn semester beginnen. Of het echt heeft geholpen weet ik niet, maar het heeft me in ieder geval geen moment tegengewerkt. Het zorgde er alleen wel voor dat mijn aankomst daar wel even een moment van twijfel met zich meebracht. Zoals iedereen weet die ooit naar Kaapstad is gevlogen, ligt het vliegveld ongeveer 20 minuten rijden buiten de stad. Eigenlijk hetzelfde zoals Schiphol een paar kilometer buiten Amsterdam ligt. Het enige verschil (of

DOOR: WOUTER KASTROP

nouja niet het enige maar het grootste verschil) is dat het vliegveld van Kaapstad aan de rand van Khayelitsha, de grootste Township in de Western Cape, ligt. Dit had als gevolg dat de eerste 20 minuten die ik buiten het vliegveld spendeerde, ik in een busje zat en alles wat ik zag was een soort vuilnisbelt wat mensen tot hun huis hadden gepromoveerd. In dat busje heb ik toen echt wel een paar keer gedacht, waar ben ik in godsnaam aan begonnen‌ Maar dat beeld veranderde compleet toen we dichter en dichter bij Stellenbosch kwamen, waar alles er steeds mooier en bijna Europees begon uit te zien. Wanneer je in Stellenbosch rondloopt is er, op een aantal zwervers na, geen spoor meer te bekennen van de schrijnende armoede die zich nog geen 10 minuten rijden daar vandaan bevindt. De week dat wij aankwamen was Stellenbosch alleen nog wel vrij uitgestorven. Het nieuwe semester begon pas twee weken later en de meeste lokale studenten waren op vakantie of terug naar hun ouders. Eigenlijk waren er alleen nog maar internationale studenten aangezien de intro een week eerder begon. Ondanks dat Stellenbosch dus nog niet heel erg leefde was het


doen om boven de €15,- uit te komen en een taxirit van een uur kost je maar €25,-. Aangezien we toch al het idee hadden dat we als koningen konden leven omdat alles zo goedkoop was, besloten we het ook maar even goed te doen door een penthouse in Camps Bay te huren voor een lang weekend. Dat was wel echt de definitie van ‘living the good live’. Slaapkamers met kingsize bedden en oceanview, een zwembad op het dakterras, overdag een beetje surfen en aan het strand liggen en ’s avonds je dag afronden door te gaan stappen in Kaapstad. Hoewel het echt super vet was om een lang weekend daar te zitten, is het toch ook wel een beetje schrijnend als je bedenkt dat er 5 kilometer verderop mensen nog maar net genoeg geld op tafel kunnen brengen om te eten in de Townships. Die grote ongelijkheid tussen rijk en arm zorgt ook wel voor heel veel criminaliteit in Zuid-Afrika en in het afgelopen jaar is er toch ook wel veel veranderd daar. Er zijn enorm veel protesten geweest en ook in Stellenbosch waren er wel elke week protesten van een groep studenten die zichzelf OpenStellenbosch noemt. Sommige van deze protesten werden ook echt aangekondigd via de universiteitsmail met het advies zo veel mogelijk binnen te blijven. Ik heb het afgelopen halve jaar dus enorm veel gezien. Ook dingen die op zich niet echt bepaald leuk te noemen zijn, maar die wel degelijk nuttig zijn om een keer gezien te hebben en firsthand mee te maken hoe het er ook aan toe kan gaan in de wereld. Mocht je dus nog zin hebben om 6 maanden lang te partyen en je grenzen te verleggen, met ook nog eens lekker weer erbij, ga naar Stellenbosch of Cape Town University!

9

EXCHANGEVERSLAG

wel een ideaal moment om nieuwe mensen te leren kennen en samen te kijken waar je nou eigenlijk terecht was gekomen. De eerste avond hadden we tijdens het uitgaan al gelijk het plan gemaakt om met 8 studenten 2 auto’s te huren en een soort van roadtrip te gaan maken van 4 dagen. De dag nadat we aankwamen zijn we dus gelijk op een soort minivakantie gegaan en hebben we alle toeristische dingen uit de omgeving gezien. De laatste avond van onze minivakantie besloten we naar een wedstrijd van de Springboks te gaan, het nationale rugbyteam van Zuid-Afrika. Daar viel het al op dat rugby ontzettend groot is in Zuid-Afrika, maar we hadden toen nog geen idee van hoe groot het echt is. Ik heb ontzettend geluk gehad dat ik precies op exchange ben gegaan in het semester dat de Rugby World Cup werd gehouden. Dat is redelijk te vergelijken met het WK voetbal in Nederland. Ik dacht altijd al dat Nederlanders gek waren als het ging om de Oranjekoorts, maar vergeleken met de Zuid-Afrikaanse ‘rugbykoorts’ is onze Oranjekoorts niet meer dan een verkoudheid. De Zuid-Afrikanen hebben er sowieso al een handje van om elke kans die ze krijgen aan te grijpen om te gaan drinken en te feesten, dus wanneer er dan echt een goede reden voorbijkomt, gaan ze ook compleet uit hun dak. Ik had gelukkig 5 Zuid-Afrikaanse huisgenoten (in een huis van 10) die precies wisten waar alle feestjes te vinden waren en die vooral ook de grootste gekken als vrienden hadden. Eigenlijk elke week was er wel ergens een huisfeest in een van de studentenhuizen, maar als de Springboks spelen hebben ze het fenomeen ‘Bokday’. Vanaf een uur of 10 ’s ochtends wordt heel Stellenbosch gevuld met veel te harde muziek van alle huisfeesten die in de studentenhuizen worden gehouden. Iedereen op straat draagt zoveel mogelijk groen en begint eigenlijk zodra ze opstaan met drinken. Tegen de tijd dat de Springboks ook daadwerkelijk moeten rugbyen is eigenlijk iedereen al te dronken om het nog echt te volgen en gaat na 5 minuten weer verder met hetgeen waar ze voor gekomen zijn: bier drinken en vlees eten. Omdat het academisch niveau in Stellenbosch toch wel een stuk lager ligt dan wij in Europa gewend zijn, hoefden wij als internationals ook geen feestje te missen. Daarnaast is alles naar onze standaarden ook echt spotgoedkoop. Je haalt een halve liter bij het uitgaan voor €1,35, als je uit eten gaat moet je je best


VACATURES Alle vacatures zijn terug te vinden op www.careers4quants.com

Junior Consultant Actuariaat

Als Junior Consultant zal je werken met een aantal van de beste adviseurs binnen de branche en ontwikkel je de nieuwste en meest geavanceerde technische kennis en vaardigheden. Je zal vanaf het begin af aan werken aan opdrachten voor echte klanten, waarbij niet alleen een beroep wordt gedaan op je creativiteit, maar ook jouw capaciteit om data te analyseren, hier conclusies uit te trekken en resultaten te presenteren. Ook kun je profiteren van trainingsprogramma’s die speciaal zijn afgestemd op het team waarin je werkzaam zult zijn.

Bedrijf

Willis Towers Watson

Opleidingsniveau

Afgeronde studie Actuariaat, Econometrie of vergelijkbaar

Plaats

Amstelveen, Eindhoven, Rotterdam, Purmerend en Apeldoorn

Werkstudent

Met diverse assessments beoordelen we bij MatchQ kandidaten en voorspellen wij hun (on)geschiktheid voor een specifieke werkomgeving. Wij hebben honderdduizenden datapunten, waar veel meer in zit dan we er op dit moment uithalen. We zoeken een creatieve quant die onontgonnen gebied durft te betreden. Flexibel in denken en snel schakelen met zeer diverse data: we voorspellen vandaag een (binaire) hiring decision, morgen een (continue) verblijfsduur en overmorgen (categorische) klantbeoordelingen.

VACATURES

Insurance Risk Traineeship

Bedrijf

MatchQ

Opleidingsniveau

Afrondende fase Bachelor Econometrie of aanverwante richting

Plaats

Consultant Financial Risk Management

Heemstede

Quantitative Risk Analyst

Delta Lloyd leidt afgestudeerden met een bèta-achtergrond met een tweejarig Insurance Risk Traineeship op tot actuarieel medewerker. Je gaat tijdens het Traineeship met een gevarieerde opdrachtenportfolio bij verschillende actuariële afdelingen aan de slag. Na afloop ben je volwaardig risicoprofessional.

Risk Management consulting is a complex financial profession. It takes a special kind of person to engage, listen and advise and we are recruiting for talented junior professionals who have a passion for statistical techniques and financial risk related complexities. Fluency in English and Dutch is required.

Jouw taak is het verkrijgen van inzicht in de verzekeringstechnische risico’s op het gebied van pensioen-, leven- en/of schadeverzekeringen. Door bestaande modellen te onderzoeken en nieuwe modellen op te stellen kunnen we de verzekeringstechnische risico’s van verplichtingen en beleggingen op onze balans verkleinen.

Bedrijf Delta Lloyd Opleidingsniveau Afgeronde bèta WO-opleiding Plaats Amsterdam

Company Zanders Education Masterdegree in Econometrics or related topic Location Bussum

Bedrijf Aegon Opleidingsniveau Afgeronde kwantitatieve WO-opleiding Plaats Den Haag


Bedrijfsinterview msg global Morena en Noor zijn begin januari langsgeweest bij msg global voor een bedrijfsinterview met één van de vier directeuren van msg Benelux.

Mijn naam is Peter de Bruijne, ik ben mededirecteur van msg Benelux samen met drie andere directeuren. Ik houd mij bezig met verzekeren en gedeeltelijk met banken.

Op jullie webiste is te lezen dat jullie IT-oplossingen bieden aan met name verzekeraars en banken. Kunt u een korte omschrijving geven van deze dienstverlening? Wij zijn een IT consultancy bedrijf. We doen ook wel business. Implementatie van software pakketten, dit zijn SAP, en onze eigen pakketten (MSG). SAP, een acroniem voor systemen, applicaties en producten, is een systeem dat ook gebruikt wordt in transport en de financiële sector. Het systeem zorgt voor makkelijke communicatie van gegevens binnen een bedrijf. Het bedrijf vertelt ons wat zij nodig heeft aan software en wij implementeren deze vervolgens in het bedrijf. We hebben ook eigen producten: msg.pm. Deze worden gebruikt om zowel leven als niet-leven producten te modelleren en alle onderliggende berekeningen die nodig zijn om de premie te berekenen worden daarin opgeslagen. Daarnaast maken wij andere producten die heel specifiek een bepaalde niche afdekken, bijvoorbeeld de Insurance Analyser.

Het thema van deze editie is milieu. In hoeverre is het milieu/duurzaamheid belangrijk voor msg global? Het is belangrijk. We zijn een dienstverlener dus we volgen heel erg wat er in de industrie speelt,maar trekken ook ons eigen beleid. We geloven heel erg in openbaar vervoer. Een groot deel van onze medewerkers maakt gebruik van het OV en dit vergoeden we ook, om het gebruik ervan te stimuleren. Binnen ons bedrijf wordt er ook gebruik gemaakt van leaseauto’s, bij voorkeur hybride. Het gaat ons met name om het vervoer. Hierin is makkelijk progressie te maken. Onze medewerkers werken thuis als dit mogelijk is en reizen ook louter af naar de klant als de klant dit verzoekt.

Hoe hanteert msg global dit thema (milieu/ duurzaamheid) in haar dienstverlening? Het thema komt onder andere soms naar voren in specifiek door de klant aangevraagde producten. Wat bijvoorbeeld steeds belangrijker wordt is de zogenaamde Usage-based Insurance (UBI). Een verzekering in het verkeer die niet meer afhangt van het aantal schades, maar berekend wordt op basis van het gebruikte voertuig, tijd, afstand, rijgedrag en bereden wegen. Rijden buiten de spits resulteert bijvoorbeeld in minder files. Het is een uitdaging voor verzekeraars om duurzame producten te ontwikkelen. Ze zetten wel in op het verduurzamen van de investeringen. Dit speelt bijvoorbeeld bij pensioenen een hele grote rol.

Is het zo dat je als bedrijf meer rendement behaalt als je duurzaam produceert? Uiteindelijk zit bij duurzaamheid ook een kostenaspect. Je bent bewuster bezig met hoe je je dienstverlening inricht, maar het hoeft financieel gezien niet altijd een hoger rendement op te leveren. Aan de andere kant heeft duurzaamheid ook te maken met de manier waarop werknemers worden ingezet. Als je je bewust bezighoudt met hoe je om moet gaan met werknemers is daar wel degelijk persoonlijk rendement te behalen, denk aan bijvoorbeeld werken vanuit huis. Hier wordt de klant voor een groot deel in gevolgd. Op dagen dat er geen of weinig afspraken gepland staan kan de desbetreffende consultant thuiswerken. Bij afspraken in het buitenland moet de klant vaak betalen voor de reistijd naar het buitenland. Dit soort financiële triggers zijn soms ook handig om het aantrekkelijker te maken voor de klant om duurzaam samen te werken. Als je verkozen wordt tot meest duurzame bedrijf door stichtingen die erg kritisch op duurzaamheid zijn dan heeft dat vele voordelen. Buiten aandacht van de media is er namelijk ook voor de consument nu een extra reden om te kiezen voor dit bedrijf. Duurzaamheid weegt namelijk steeds zwaarder voor de consument.

11

BEDRIJFSINTERVIEW

Zou u uzelf even kunnen voorstellen?


Is het interessanter of leuker om bij een bedrijf te werken dat zich bewuster bezighoudt met milieu? Waarom? Ik denk het wel. Zeker als je voor een klant werkt die zich daarmee bezighoudt. Duurzaamheid heeft ook erg veel met innovatie te maken. Het is spannender om bij een bedrijf te werken dat continu bezig is met innoveren. Je merkt in omgevingen die innovatief en duurzaam zijn dat deze aantrekkelijker zijn om in te werken. Niet alleen door alle (mogelijke) verbeteringen maar ook door promotie naar de buitenwereld. Als er een hele grote verzekeraar is die duurzaamheid voorop heeft staan, dan is dat voor ons interessant en pikken we daar ook graag een graantje van mee.

BEDRIJFSINTERVIEW

Is msg global een interessante werkgever voor econometristen? We werken binnen de totale branche van verzekeren. Dat gaat van schade en inkomen tot individueel leven en pensioenen. De meeste mensen met een actuariële achtergrond werken aan de individuele leven- en pensioenenkant, het Nederlands pensioenstelsel is heel complex. Het maakt het complex door de regelgeving van de overheid, die aan de ene kant zegt dat mensen meer individueel gericht moeten worden en aan de andere kant bang zijn dat de hele collectiviteit verdwijnt. Wij proberen met onze klanten en de klanten van onze klanten na te denken over een nieuwe regeling en wat deze moet inhouden. Daar houden de actuariële rekenaars zich heel erg mee bezig. Zij vormen dan ook de brug tussen de verzoeken van de klant en de implementatie daarvan in een product engine, die vervolgens de juiste software kan generen. Bijna iedereen die zich bij ons bezighoudt met product management heeft een wiskundige achtergrond. Dit zijn onder andere natuur- en scheikundigen en soms econometristen. Dan hebben we daarbij nog een kleine groep mensen met een actuariële achtergrond met daarin weer allerlei specifieke specialisaties.

Hebben jullie bij msg global stageplekken en/of werkstudentplekken? Zeker. We laten het vaak aan de stagiaire over om te bedenken hoe het binnen je ontwikkeling past. Wij willen graag iemand in een project betrekken, bijvoorbeeld met het ontwikkelen van demo systemen. Maar ook voor verbeteringen van de aanpak van een project bij een klant staan wij open. Het uiteindelijke ideaalbeeld is dat je een programma bouwt dat minder technisch lijkt dan het nu is en dus ook bereikbaar is voor de klant. Wij hebben mensen nodig die deze vertaling kunnen maken. Het probleem is echter wel dat schadeproducten vrij gestandaardiseerd zijn, de levenskant ook redelijk standaard is, maar de pensioenkant en de zorgkant zwaar gereguleerd zijn. Die kanten verschillen dus heel erg per land. Dit zijn dingen voor stagiaires, er is namelijk geen directe vraag

naar, maar we hebben er wel budget voor. Een frisse blik van een stagiair kan ons heel erg helpen.

Msg global is hoofdsponsor van het komende Actuariaatcongres. Wat kunnen we daar van msg global verwachten? Het onderwerp is ‘Het vermogen tot vernieuwen’. Dit speelt heel erg bij de verzekeraars, dus onze klanten. Die staan ontzettend onder druk. Wij willen tijdens het congres graag laten zien wat er speelt bij onze klanten en hoe wij de klanten helpen met vernieuwing. De verzekeraars vinden dat ze klantgerichter moeten worden en niet altijd een product moeten pushen, maar misschien meer richting een dienstverlening moeten gaan. Verschaffen wat de klant nodig heeft. Wij zorgen ervoor dat de klant innovatief kan zijn en zowel klantgefocust als tegelijkertijd bezig met maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij je gedwongen wordt door de overheid om te specialiseren in een bepaalde richting van het verzekeren. Wat ik veel zie bij verzekeraars is dat ze niet goed hun eigen casus bij de politiek brengen. Ze beïnvloeden de discussie te weinig. Als lobbyclub heb ik het idee dat ze met de complexe materie soms te weinig proberen om aan het stuur te komen. Op het moment dat er echter veel dienstverlening wordt overgenomen van de overheid kan je ook veel kritiek verwachten van de overheid. De klant is meer tevreden als je luistert naar de klant in plaats van producten te pushen die de klant niet nodig heeft. Wijzelf zijn niet heel erg betrokken bij modelleren bij de klant, maar ik ben wel bij een aantal sessies geweest, waarbij er producten aan de klant van de verzekeraar werden verkocht, en heb toen ook mijn mond open gedaan bij een nieuw product dat al afgedekt werd door andere verzekeringen. Er is ook een verantwoording vanuit de verzekeraars - en dus ook vanuit ons die software leveren - om te bedenken of je de klant nou daadwerkelijk verder helpt met een bepaald product.

Hoe belangrijk vindt u het thema milieu persoonlijk? Persoonlijk houd ik mij erg met duurzaamheid bezig en dat heeft ook wel reflectie op mijn werk. Thuis wordt bijna altijd biologisch gegeten bijvoorbeeld. Alleen duurzaamheid betekent niet altijd ook progressie voor het milieu. Het is vooral een bepaalde levensvisie en ik denk dat die maat van denken in mijn persoonlijke leven zich ook uit op het werk. Ik kom uit de olie-industrie, dus ik heb het niet gezocht in dit bedrijf toen ik hier solliciteerde. Mijn passie zit bij IT en ik zou het mooi vinden om ergens te werken waar duurzaamheid hoog in het vaandel staat.

12


De eerste projectronde van de QC Learning Academy DOOR:

LEARNING ACADEMY

De QC Learning Academy vierde op 1 februari de succesvolle afronding van haar eerste projectronde. Gedurende de afgelopen drie maanden hebben twintig studenten econometrie zich ingezet voor een drietal ‘klanten’, die normaliter helemaal niks met kwantitatieve methoden of econometrie te maken hebben. Dit maakte het extra lastig, maar ook extra waardevol en leerzaam om hier verandering in aan te brengen. Lees hier een verslag van de vier projecten die tijdens de afgelopen paar maanden bezig zijn geweest!

De gemeenschappelijke factor binnen de vier projecten die dit najaar van start zijn gegaan was eigenlijk wel de volgende: bij alle vier de projecten had de klant geen enkele verwachting van wat er allemaal mogelijk zou kunnen zijn wanneer een stel econometristen hun bedrijfsprocessen onder de loep namen. Valt er iets zinnigs te halen uit de volledige ticketverkoop-data van de laatste vijf jaar van het Stedelijk Museum? Is het mogelijk om een simulatie te maken van de impact van een Podiumpas (Pathépas voor theaters) in de populatie Amsterdam? Zouden er inzichten verstopt kunnen zitten in de enorme databases aan kaartprijzen en bezettingsgraden van de Stadsschouwburg? Dit waren vragen die onze vier projectteams voorgelegd kregen, wanneer zij voor het eerst met hun klanten (veelal directeuren of andere C-level werknemers van desbetreffende klanten) om de tafel zaten. Het antwoord is dat er natuurlijk wat te halen valt en er uiteraard een simulatie te draaien is en de te ontginnen inzichten haast oneindig zijn. Dit kan echter een beetje als shock ervaren worden onder langgedienden en gaat ook wel eens gepaard met groot scepticisme en wantrouwen voor het te veel leunen op ‘de cijfertjes’. De grote kunst van veel van onze projecten was daarom ook niet om het meest complexe model te bedenken, maar jouw bevinding zo gestructureerd en zorgvuldig als mogelijk aan te pakken. Je bent namelijk niet meer een opdracht aan het maken voor jouw professor, die het allemaal veel beter weet dan jij en je hebt ook niet meer te maken met een gesimuleerde of opgeschoonde dataset, maar de ruwe werkelijkheid van de onvolledige en vervuilde data. Je zult mensen die nooit verder dan een afgeleide zijn gekomen moeten

MARK VERHAGEN

uitleggen wat je precies doet en wat dit oplevert. Je zult moeten begrijpen wat jouw klant echt wil weten en een product moeten afleveren wat zij kunnen begrijpen en gebruiken in de praktijk. Vraagstukken die heel wat minder simpel zijn dan ze lijken. Onze vier projectteams, bestaande uit vier personen per team, hebben uiteindelijk twee uiteenlopende projecten gedaan voor de Stadsschouwburg Amsterdam en nog een project voor stichting Podiumpas en het Stedelijk Museum. Bij elk van de projecten gold dat er in feite een bak data opgeslagen zat in de computersystemen van onze klanten, die eigenlijk nog op geen enkele manier gebruikt werd. Voor de Stadsschouwburg betrof dit informatie over schenkers en hun frequentie van doneren, als ook een volledige database aan zaalbezettingen en ticket-prijzen. Dit waren dan ook de twee projecten waarmee onze eerste twee teams aan de slag gingen. Bij het Stedelijk Museum lag een schat aan ticket-data opgeslagen, hieruit viel het aantal tickets dat per dag (en hoe laat) verkocht werd en haar soort (groepstarief, korting, 65+, etc.) te achterhalen. Ook hier heeft een team zich de afgelopen tijd ingezet om deze goudmijn in relevante inzichten om te zetten. Het laatste team heeft zich tot slot gebogen over het maken van een model dat, gegeven bepaalde gedragsveranderingen, de impact op theaterbezoeken weergeeft wanneer er een Podiumpas wordt geïntroduceerd in Amsterdam en de financiële implicaties hiervan. Onze vier teams zijn uiteraard niet geheel onvoorbereid op deze probleemstukken losgelaten. Gedurende de laatste paar maanden hebben verscheidene partners

14


waar econometristen kunnen aarden, veelal in de financiële sector, maar juist in die minder bekende sectoren blijken de mogelijkheden oneindig groot en bijzonder leuk. Ik denk dat ik voor alle deelnemers spreek als het leukste toch wel is om samen onze gemeenschappelijke kwaliteit (kwantitatief denken) in nieuwe gebieden toe te passen.

Aangezien de eindpresentaties bij de klanten nog zullen gaan plaatsvinden en de teams nog hard bezig zijn met het sleutelen aan hun analyses en presentatie valt er nog niet heel veel te zeggen over de conclusies van de teams. Wel is gebleken dat veel grote organisaties zoals het Stedelijk Museum eigenlijk nog in de babyschoenen van het datagebruik staan. Om die reden hebben veel projecten uiteindelijk als scope dat ze een eerste ‘discovery’ hebben genomen in de verscheidene mogelijkheden die de huidige databases kunnen bieden. Daarnaast is een aantal van de meest basale visualisaties al voldoende gebleken om een aantal hardnekkige mythes snel de kop in te drukken. Zoals al eerder gezegd kunnen de mogelijkheden van data een behoorlijke schok teweegbrengen en moet de overstap zorgvuldig en stapsgewijs uiteengezet worden en dit is dan ook een van de belangrijkste aspecten geweest van deze projectronde. Zoals vaker het geval is bij een eerste, onderzoekende samenwerking heeft deze ronde alleen maar interesse en enthousiasme van de klanten gewekt, wat zich weer vertaalt in honderden andere vragen. Ik denk dat er gezegd kan worden dat het balletje in ieder geval flink is gaan rollen. What’s next na deze ronde voor de QC Learning Academy? Vanaf 1 maart beginnen de volgende projectteams alweer met het volgen van een uitgebreide projectstructurering- en analysetraining. Een aantal van de klanten van vorige ronde zullen aanblijven om het grondwerk dat gelegd is voort te zetten, terwijl we ook een aantal nieuwe klanten zullen verwelkomen. In toevoeging daarop zal er meer coaching plaats gaan vinden door onze partners dan in de vorige ronde. Daarnaast organiseert de QC Learning Academy ook trainingen die volledig op zichzelf staan. Zo organiseert Ben jij geïnteresseerd om ook deel te nemen aan de Deloitte op 16 februari een training die studenten helpt projecten van de QC Learning Academy? Kijk dan op met het succesvol doorlopen van sollicitatie-trajecten. www.vsae.nl/learning-academy voor meer informatie over de projecten en trainingen die wij aanbieden. Uiteindelijk blijkt dat de QC Learning Academy een leergierige groep studenten bij elkaar brengt die interesse heeft in het verder brengen van kwantitatief denken. Er zijn vandaag de dag uiteraard zat plekken

15

LEARNING ACADEMY

van de QC Learning Academy trainingen gegeven om de teams beter voor te bereiden op het definiëren van een probleemstelling, vaststellen van de scope van een project en deze effectief te vertalen naar hun klant. Zo zijn trainingen van Rembrandt Fusies & Overnames, een M&A bedrijf, over het effectief onderhandelen en communiceren vooraf gegaan aan de gesprekken met de klanten en is een training van Simon Kucher & Partners, een strategy consultant, over het structureren van projecten en probleemstellingen vooraf gegaan aan het daadwerkelijk opbreken van de probleemstelling van onze klanten in sub-problemen. De laatste training van deze projectronde vond plaats op 14 januari, waar de teams hun eindpresentaties perfectioneerden gedurende een training bij MIcompany.


Bedrijfsinterview Sustainalytics In January, Marlou interviewed three employees of Sustainalytics to find out how they are related to the environment. Nina van Ewijk is Sustainability and Culture Specialist, Joris Laseur is Responsible Investment Manager at Advisory Services and Hazel Goedhart is Manager at Research Products. What does Sustainalytics do?

Nina: Sustainalytics is an independent ESG and corporate governance research, ratings and analysis firm  supporting investors around the world with the development and implementation of responsible investment strategies. With 13 offices globally, Sustainalytics partners with institutional investors who integrate environmental, social and governance information and assessments into their investment processes. For more information, visit www.sustainalytics.com.

BEDRIJFSINTERVIEW

Are the investors in general critical when it comes to environment? Joris: Institutional investors are progressing steadily with the integration of not only environmental, but also social and governance considerations in the investment process. The motives are diverse, ranging from fundamental values to more pragmatic concerns about financial risk and return.

Are the companies that you research sustainable? And how is this reflected?

Hazel: The companies that we research vary greatly in their approach to sustainability, since we cover over 4,000 stock-listed companies from all over the world. We rely to a large extent on what companies report about their own sustainability initiatives, so transparency is a first requirement. Our research covers many sector-specific sustainability issues that fall under the social, environmental and governance themes. Within each sector, we identify the leading and lagging companies. Leading companies are those that have strong policies and programmes across all of the most relevant sustainability issues and are not involved in any major controversies. In most sectors, European companies tend to form the majority in the leaders’ group.

Is Sustainalytics itself sustainable in your opinion?

Nina: Embedding environmental awareness into our operations comes naturally to Sustainalytics. It’s part of our DNA, but it’s also smart business. We have a number of policies and programmes in place that speak to curbing our environmental footprint, including a sustainable procurement policy, sustainable travel policy and an internal engagement programme which incentivises employees to reduce their individual footprints.

Why do you think it is interesting to work at a company which is concerned with the environment?

Nina: Sustainalytics’ mission is ‘to provide the insights required for investors and companies to make more informed decisions that lead to a more just and sustainable global economy’, which speaks to giving economic value to naturalcapital (valuing externalities), among many other issues and themes. When looking at the issue of climate change, for example, it keeps me motivated and engaged in my work knowing that I am working for a company that is doing its part to tackle this global problem.

Nina van Ewijk

16


Wat denkt de VSAE over… het milieu? DOOR:

Milieu is de afgelopen jaren steeds meer een hot topic geworden. Pro of anti – iedereen heeft tegenwoordig een mening over allerlei milieuaspecten. Reden genoeg om te onderzoeken in wat voor mate VSAE’ers zich bezighouden met het milieu!

Op de vraag in wat voor soort auto men later zou willen rijden was het meest voorkomende antwoord de Tesla, oftewel the Beauty and the Brains onder de auto’s. Of VSAE’ers het belangrijker vinden dat deze auto er goed uitziet of dat deze goed is voor het milieu laten we maar even in het midden. Hopelijk zal later dan ook iedereen in deze Tesla naar zijn of haar werk rijden, want meer dan driekwart is van plan om later met de auto naar het werk te gaan. De reden hiervoor heeft over het algemeen meer met comfort te maken dan met het milieu; beetje luxepaardjes hebben we wel bij de VSAE dus. Eén van de respondenten gaf als reden: “Vroeger stond men in de file of zat men in de trein. Tegenwoordig zit men nog steeds in de file, maar staat men in de trein”. Een groot deel van de VSAE’ers koopt weleens biologische producten. Biologische producten zijn

uiteraard beter voor de natuur, maar zijn vaak ook een stuk duurder. Het grootste gedeelte van deze mensen doet dit om gezondheids- en milieuredenen, maar opvallend genoeg geeft ruim een kwart aan biologische producten te kopen omdat het hip is. Blijkbaar is het studenteninkomen van deze mensen hoger dan gemiddeld, of hebben zij er alle vertrouwen in dat zij later een goede baan gaan vinden. Het merendeel van de respondenten zegt op te letten hoe ze thuis met energie omgaan. Verreweg de meest genoemde reden hiervoor is het milieu. Ondanks dat VSAE’ers zeggen niet veel om het milieu te geven, doen ze dat dus stiekem wel. Het merendeel is zelfs bereid om meer te betalen voor groene stroom. Waarom de respondenten eerder aangaven neutraal tegenover het milieu te staan is dus een groot raadsel. Iedereen was het er om uiteenlopende redenen unaniem over eens dat deVSAE een stuk milieubewuster kan worden. Misschien dat de VSAE een cursusje kan krijgen van Sanne Berendschot en Noah Cnossen, die als meest milieubewuste VSAE’ers uit de bus kwamen. De personen die benoemd werden omdat ze juist wat milieubewuster mogen worden, zitten allemaal in het huidige bestuur. Niet zo gek dus dat iedereen de VSAE niet milieubewust genoeg vindt.

17

VSAE ONDERZOEK

Slechts een derde van de VSAE’ers geeft aan veel om het milieu te geven. Opvallend is dat deze groep voor 75% uit mannen bestaat. Ook is het opmerkelijk dat veel VSAE’ers aangeven neutraal tegenover het milieu te staan, maar dat de meerderheid zich wel zorgen maakt over het broeikaseffect. Gelukkig wisten alle deelnemers wel wat het broeikaseffect inhoudt; we zouden ons een beetje zorgen moeten maken als dit niet het geval was.

MARLOU BERINGER


Puzzelpagina Every row, column and cluster, including the fragmented pink cluster, must contain the numbers 1 to 9.

PUZZEL AENORM 90

1231627

9 8 3 6 7 5 2 4 1

2 4 8 3 5 1 6 7 9

1 9 5 7 3 2 8 6 4

6 2 1 9 4 7 3 8 5

7 5 2 8 6 9 4 1 3

8 3 6 1 2 4 5 9 7

4 6 9 2 1 3 7 5 8

3 7 4 5 9 8 1 2 6

Op deze pagina is een uitdagende puzzel te vinden. Oplossingen kunnen tot en met 1 maart 2016 worden ingeleverd. Dit kan in de VSAE kamer (E1.32), per mail via aenorm@vsae.nl onder vermelding van “Aenorm puzzel 90” of per post naar de VSAE t.a.v. Aenorm puzzel 90. Roetersstraat 11, 1018 WB Amsterdam, Nederland.

© Praxis Professional Services Pty Limited, Australia

5 1 7 4 8 6 9 3 2

Er zal onder de correct ingezonden oplossingen een bol.com-waardebon ter waarde van €10,worden verloot.

www.sudokion.com

PUZZEL

OPLOSSING PUZZEL AENORM 89 Hiernaast staat de oplossing van de puzzel uit de vorige editie van de Aenorm. De winnaar van de vorige puzzel is Ruud Sperna Weiland! Gefeliciteerd. Er ligt een bol.com-waardebon op je te wachten in de VSAE kamer. Kan je geen genoeg krijgen van sudoku’s of wil je alvast oefenen voor de volgende Aenorm editie? Neem een kijkje op www.sudokion.com.

18


SCHATTINGSVRAAG AENORM 90 Tijdens sollicitatiegesprekken kunnen schattingsvragen gesteld worden om de manier van denken te observeren. Probeer door logisch redeneren tot een antwoord te komen op de volgende vraag: Hoeveel mannenhorloges met leren band zijn er in Amsterdam?

BEREDENERING SCHATTINGSVRAAG AENORM 89

Beredenering: 1. Inwoners ~ 16 miljoen 2. 50 procent man ~ 8 miljoen 3. Leeftijd evenredig verdeeld in 5 blokken 0-15,15-30, 30-45, 45-60, 60-75 4. Scheren op leeftijd van 15-75 is 80 procent 5. 80 procent van 8 miljoen = 6,4 miljoen mannen die scheren 6. Mannen die elektrisch scheren met een apparaat ~ 40 procent: 256.000 mannen die een scheerapparaat hebben (hierbij worden mannen die wel beginnen met een elektrisch apparaat maar hier niet meer mee scheren, buiten beschouwing genomen) 7. Het apparaat gaat gemiddeld 1 keer in de 5 jaar stuk dus een man koopt er 1 per 5 jaar 8. Per jaar worden er 1/5 x 256.000 = 51200 apparaten voor mannen verkocht

19

PUZZEL

Vraag: “Hoeveel elektrische scheerapparaten worden er voor mannen in Nederland per jaar verkocht?�


PREDICTIVE QUALITY DENSITY FORECAST In his thesis, Nathan Bijleveld develops a scoring rule based on the kurtosis. The loglikelihood scoring rule is modified such that it becomes more sensitive to the kurtosis.

OPTIMAL LEVERAGE RATIO TARGETING The aim of this research is to develop an understanding of how regulatory measures interact with financial agents and ultimately the economy as a whole. The research will answer several key questions, for example: How can the authority (agent) optimally invoke a leverage ratio requirement?


Predictive quality density forecast Density forecast evaluation for misspecification of the kurtosis

BY:

In this paper a modified scoring rule is proposed for misspecification of the kurtosis.The log-likelihood scoring rule is modified such that it becomes more sensitive to the kurtosis. This modification is conducted by adding a penalty term to the logarithmic scoring rule. By analyzing the size and power of the original and the modified test statistic, a conclusion about the sensitivity with respect to the kurtosis is drawn.

In econometrics forecasting is of big importance, since this discipline is about making predictions using data that already exists.Very often point forecasts are used, but nowadays also density forecasts are considered. This type of forecasting provides more information about the estimation, because it contains a density instead of just one value. The interest in this way of predicting is increasing, as a density forecast provides more information about the uncertainty of the estimation. Especially this uncertainty is highly appropriate for disciplines like finance and macroeconomics. In this thesis a scoring rule based on the kurtosis is developed. Where the question arises whether the power of the modified scoring rule indeed increases. Starting with the log-likelihood scoring rule, as described by Diks, Panchenko, and Van Dijk (2011), it is modified such that it becomes more sensitive to the kurtosis. This adaption involves adding a penalty to the log-likelihood scoring rule, such that it prefers a model with incorrectly specified mean but correctly specified kurtosis above a model with correctly specified mean but incorrectly specified kurtosis. At first the size of the test statistic of the modified scoring rule is considered, to conclude whether the test statistic is well-sized or not. Subsequently standard normality of the statistic needs to hold and therefore the mean, variance and a histogram are considered. Finally the power is examined by Monte Carlo simulation to finally conclude whether the modified scoring rule discredits the model with incorrectly specified mean or not.

2 Scoring rules for competing density forecasts 2.1 Loss function and scoring rules The scoring rule is denoted by depending on the density forecast and the value of .The scoring rule has to behave such that, if possible, incorrectly specified density functions do not get higher average scores than true conditional density forecast estimations.This can be written as follows, where is the true conditional density function, (1) If a scoring rule satisfies condition (1) it is called proper, following Gneiting and Raftery (2007). This implies that when a density forecast is closer to the true conditional density function, it receives a higher score. When two density forecasts need to be compared, just a proper scoring rule is not enough. Therefore a test statistic is needed to test for equal predictive ability. To perform such a test, a score difference has to be defined, as described in Diks et al. (2011), (2) Assuming that the density forecasts and and the realized value of are available, the following null hypothesis for equal predictive ability can be computed,

21

(3)

BSC-LEVEL | ECONOMETRICS

1 Introduction

NATHAN BIJLEVELD


Define

as the sample average of for , thus with , where denotes the maximum size of the estimation window, since these observations are used to predict . According to Diebold and Mariano (2012) the following test statistic can be computed to test against : (4)

where is a heteroskedasticity and autocorrelation-consistent (HAC) variance estimator of , with . Referring to Theorem 4 of Giacomini and White (2006) is asymptotically standard normally distributed as . Hence for a two-sided test the null hypothesis is rejected if , with significance level and the standard normal CDF.

BSC-LEVEL | ECONOMETRICS

2.2 Weighted logarithmic scoring rule As discussed in the introduction, estimations are oftentimes used in disciplines like finance and macroeconomics etc. In these disciplines one might generally be interested in specific regions of the distribution, such as the the tails for instance.Therefore a weighted scoring rule can be computed. Amisano and Giacomini (2007) propose a weighted logarithmic scoring rule:

the kurtosis for a random variable

: (8)

with the variance of . Note that in this thesis is defined as the kurtosis and in no way refers to the definition of a cumulant. Obviously the kurtosis is the fourth standardized central moment, also knows as the fourth central moment divided by the squared variance. Logically an expression the fourth central moment could be used as error term, since it influences the value of the kurtosis. But as described previously the modified logarithmic scoring rule needs to be sensitive to incorrectly specified kurtosis, hence the modified logarithmic scoring rule can be computed. Define (9)

as the modified logarithmic scoring rule. Obviously the penalty term exists of the absolute value of the difference between the realized and theoretical kurtosis. Since both the realized and theoretical kurtosis are included in the penalty term, the modified scoring rule is more sensitive to differences between the realized and theoretical kurtosis. Which means that it is more sensitive to incorrectly specified kurtosis. Following equation (6) differences can be computed for the new scoring rule.

(5) (10)

Again a new test statistic, sample average and null hypothesis can be computed as in the previous subsection. Following the same approach, the sample average with respect to the weighted logarithmic scoring rule is with

(6)

with and equal to the fourth central moment with respect to and at time respectivly.

4 Monte Carlo simulation The test statistic is given by

4.1 Properties of the test statistic (7)

with and still asymptotically standard normally distributed as with fixed, just as in equation (4).

3 Modified logarithmic scoring rule

The test statistic has to perform in such a way that the scoring rule without the penalty term prefers over and the scoring rule including the penalty term prefers over . Where is a distribution with correctly specified kurtosis, but incorrectly specified mean and a distribution with correctly specified mean but incorrectly specified kurtosis. Which leads to the following hypotheses,

3.1 Penalty term When a penalty term based on the kurtosis has to be computed, it seems reasonable to give an expression of

22

(11)


To test if the test statistic performs as wanted, different properties of the test statistic have to be known at first. Otherwise conclusions about the performance of the test statistic are hard to make. Properties like the mean, variance and distribution are considered, because standard normality needs to hold. At last the size is studied, since the type I error of a test statistic is important to know due to the fact that it equals the rejection probability of the test statistic. The size has to be approximately equal to the significance level By analyzing these properties, a conclusion about the standard normality of the t statistic is drawn. This has to hold for both the scoring rule with and without penalty term. To perform this analysis two existing probability density functions are used as density forecasts, where equals a normal distribution with bias and variance 1 and a normal distribution with bias - and variance 1. Using these functions, a vector of test statistic values corresponding with the number of replications of the Monte Carlo simulation is obtained to check the normality condition.

Summarizing, standard normality seems to hold and the size of the test behaves as wanted. As the properties of the test statistic under appear to be correct, the performance of the statistic in terms of power can be tested. To analyze the performance, two distributions need to be specified, as described in the following subsection.

4.2 Power of test statistic Since the size behaves well, the next step is logically to consider the power. For this case two distributions are conducted. The first pdf has to be distributed with a correct kurtosis but a wrong mean, while the other has to be distributed with a correct mean but an incorrect kurtosis. Hence it seems reasonable to use a normal distribution with and to determine the power of the statistic, such that it is biased, with bias b, from a standard normal distribution for the first pdf. Thus (12)

(13) Since this distribution has a variance , that is in general not equal to 1, the pdf has to be transformed. Say , then has variance 1. Using the inverse transformation method the pdf of can be computed, (14) Therefore

can be written as follows, (15)

Figure 1: Size plots of both test statistics

The plots obviously show that the size of both statistics approximately equals the significance level. As a result of the finite sample size, the line fluctuates around the chosen significance level in Figure 1a.

Since the distributions are specified, only the weight of the weighted logarithmic scoring rule needs to be defined as described in equation (6). It is desirable that high differences get a higher weight than lower scores, such that the test statistic receives a higher power compared to the logarithmic scoring rule without weights. Therefore the weight is used. Thus is computed as follows:

23

(16)

BSC-LEVEL | ECONOMETRICS

For a t-distribution is used with = 6, since it has a mean equal to zero, but a kurtosis different to the kurtosis of a standard normal distribution, due to the degrees of freedom equal to 6. The pdf of a t-distribution can be written as follows,


since the kurtosis of a standardized t distribution equals for and the kurtosis of a normal distribution equals 3. Note that this weighted logarithmic scoring rules isn’t proper according to Diks et al. (2011). To specify, the HAC estimator needs to be calculated. In the context of this paper I use an estimator equal to the sample variance since this estimator is already heteroscedasticity and autocorrelationconsistent, due to the use of independent normal and t distribution instead of time series with dependence. Therefore

Recommended for readers of XXx-level

BSC-LEVEL | ECONOMETRICS | SPECIALTY | NL

(17)

where independence of , over the time is used, since in this simulation only depends on simulated observations generated from the same DGP. Thus the test statistic as computed in equation (17) is written as

Figure 2b: Power plot for sample size n = 1000

Considering these plots, an increase in power is visible. Obviously a bias higher than 0.8 leads to a power of zero, such that the test performs better with a bias closer to zero. Since the test statistic seems to perform as wanted, the question arises whether it also performs as wanted under a different null hypothesis. This hypothesis differs such that a right sided test under the null hypothesis changes in a left sided test and vice versa. Hence the following alternative hypothesis is obtained,

(18) (20) with as stated in equation (16). Since all variables of the test statistic are known, the power can be studied. Recall that the power is defined as, (19) where a higher power corresponds to a better performance of the test statistic. Considering multiple power plots with different sample sizes, the power of the test statistic is shown in the plots below. In these plots the alternative hypotheses changes, such that one can compare the increase in power due to the penalty term added. Therefore is used in the following plots, since this corresponds to the alternative hypothesis of the scoring rule with penalty term.

Using this alternative hypothesis, new power plots can be obtained. These plots provide extra information about the test statistic. It is desirable that they show a low power, where the power plots from Figure 3 show a high power. The plots are obtained by making use of since this hypothesis corresponds to the alternative hypothesis of the scoring rule with penalty term as stated in equation (20).

Figure 2a: Power plot for sample size n = 500

Figure 3: Power plots for different sample sizes n

24


In this paper a new scoring rule is developed by modifying an existing scoring rule. In this case the logarithmic scoring rule is used as starting point and modified such that it becomes more sensitive to the kurtosis of the density forecast. This adaption was preferable, since not only the mean but also the kurtosis provides useful information about a distribution. One can imagine that in applications like financial risk management it is useful to include a penalty term with the kurtosis in the original scoring rule, as the kurtosis provides information about the tailedness of a distribution and therefore in this case about the uncertainty of the financial risk decision. Considering Figure 2 the increase in power is visible by adding a penalty term to the original scoring rule. Obviously on the domain where the modified test statistic has a high power, the original test statistic has less power under the same alternative hypothesis. This implies that the modification has the desired result, since the modified test statistic does have more power and therefore is more sensitive to the kurtosis. According to the performed analysis, the modification results in a test statistic that is more sensitive for the kurtosis. But also note that that the modified test statistic has such a power for a bias between 0 and 0.8. Also the use of weighted logarithmic scoring rule is not proper and therefore the modified scoring rule is not proper. Therefore these issues can be investigated in further research, such that the modification also holds for a higher bias and a proper scoring rule is found.

Giacomini, R., White, H., 2006. Tests of conditional predictive ability. Econometrica 74 (6), 1545–1578. Gneiting, T., Raftery, A. E., 2007. Strictly proper scoring rules, prediction, and estimation. Journal of the American Statistical Association 102 (477), 359–378. Mitchell, J., Hall, S. G., 2005. Evaluating, Comparing and Combining Density Forecasts Using the KLIC with an Application to the Bank of England and NIESR ’Fan’Charts of Inflation*. Oxford bulletin of economics and statistics 67 (s1), 995–1033.

References Amisano, G., Giacomini, R., 2007. Comparing density forecasts via weighted likelihood ratio tests. Journal of Business & Economic Statistics 25 (2), 177–190. Davidson, R., MacKinnon, J. G., 1994. Graphical methods for investigating the size and power of hypothesis tests. Institute for Economic Research, Queen’s University. Diebold, F. X., Lopez, J. A., 1996. Forecast evaluation and combination. in G.S. Maddala and C.R. Rao (eds.), Handbook of Statistics. Amsterdam: North-Holland (1996). Diebold, F. X., Mariano, R. S., 2012. Comparing predictive accuracy. Journal of Business & Economic Statistics.

25

ABOUT THE AUTHOR Nathan Bijleveld My name is Nathan Bijleveld, I’m 21 years old now and 3rd year student econometrics. I’ve written my bachelor thesis about density forecast evaluation, where prof. dr. Cees Diks was my supervisor. I’ve chosen this subject since it had more focus on mathematics, statistics and programming, which are subjects I like.

BSC-LEVEL | ECONOMETRICS | SPECIALTY | NL

5 Conclusion

Diks, C., Panchenko, V., Van Dijk, D., 2011. Likelihoodbased scoring rules for comparing density forecasts in tails. Journal of Econometrics 163 (2), 215–230.

Recommended for readers of XXx-level

Considering the following plots, the power functions indeed behave in the opposite direction compared to Figure 3. Also the power function of the scoring rule without penalty term is higher than the power function of the scoring rule with penalty term. This behavior corresponds to the alternative stated in equation (18) for the scoring rule without penalty term.


Optimal Leverage Ratio Targeting A Stochastic Optimal Control Approach

BY:

1 Introduction

MSC-LEVEL | ECONOMETRICS

1.1 A Brief Welcome To The Subject Over the last century financial market regulation has undergone several big changes. After the financial collapse in the U.S. that began in 1929, regulators decided to tighten the financial market regulation. The Glass-Steagall Act of 1933 and the Securities Act of 1933 were two of many acts that were passed by the United States Congress. The Securities Act of 1933 was enacted in order to ensure that the quality of information about securities would improve.The GlassSteagall Act of 1933 prohibited commercial banks from engaging in investment activities. The economic policy after the Great Depression was based on the theory created by John Maynard Keynes who stated that government regulation of business will cause stable growth and high employment. During the early 1980’s the increasing believe in the efficient financial market theory resulted in the deregulation of the financial markets. The Neo-Liberalistic view of efficient financial market theory, proposes that free financial markets will result in the most efficient allocation of financial assets. This believe ultimately led to the repeal of the Glass-Steagall Act in 1999 by the Gramm-Leach-Bliley Act. However, this deregulation was accompanied by financial innovation.The collateralized debt obligation is an example of financial innovation. Collateralized debt obligations, which originated from the late 1980’s, are structured asset-backed securities, which are created by bundling a pool of loans into a single security. The global market for collateralized debt obligations grew explosively over the 1997-2006 period, as the stock of global issuance expanded from $300 billion to almost $2 trillion (Deng). There are two main reasons why the CDO market grew so explosively over this period. By pooling uncorrelated mortgage-backed securities, additional diversification would be created, thereby reducing idiosyncratic risk for a investor. A second advantage from an investor’s perspective was the fact that the cash flows were tranched thereby creating securities with different risk profiles. These different risk profiles enabled investors to choose a specific security with a risk and return profile which corresponded with their preferences. Pension funds

LAURENS VOOGD

that are only allowed to purchase investment-grade securities would obtain a senior tranche with a AAA rating. The most junior or ”equity” tranche would obtain a BBB rating, which were bought mainly by conduits and structured investment vehicles (SIVs). SIVs are off balance-sheet entities, created by banks, to hold these securities thereby evading the capital control requirements that applied to banks under Basel I capital adequacy rules. Conduits are entities which are similar to SIVs but conduits are owned and backed by their respective bank. Securitization was also very advantageous for the issuers of collateralized debt obligations. This securitization fitted perfectly in the “originate and distribute” model, which had been adopted by a large number of banks. In the “originate and distribute” model, banks lend and subsequently sell the claims in stead of lending long and borrowing short as in the “originate and hold” model which banks had been using before they adopted the “originate and distribute” model. Commercial and investment banks established special purpose vehicles (SPVs), which are the financial entities that created these asset-backed securities such as collateralized debt obligations. These advantages are a few of many reasons why the CDO market grew so explosively. There were however some large disadvantages, which would ultimately lead the Great Recession of 2007-

26


which were not required to hold any capital, was a great way to evade capital adequacy rules. In this way banks were able to increase leverage substantially with borrowed funds. Another contributing factor is the widely applied fair value accounting. Fair-value accounting involves reporting assets and liabilities on the balance sheet at fair value and recognizing changes in fair value as gains and losses in the income statement. Fair-value accounting can also be characterized as mark- to market accounting since it is common to set the fairvalue equal to the market-value of the asset or liability (if there is a liquid market for the asset or liability). Critics argue that fair-value accounting exacerbated the severity of the 2007-09 financial crisis. The main allegations are that fair-value accounting contributes to excessive leverage in boom periods and leads to excessive eroded valuation in busts. The write-downs due to falling market prices deplete bank capital and set off a downward spiral, as banks are forced to sell assets at ”fire sale” prices, which in turn can lead to contagion as prices from asset fire-sales of one bank become relevant for other banks. These arguments are often taken at face value and evidence on problems created by fair-value accounting is rarely provided. Aiming to limit the sharp deviations between levered boom periods and ”fire-sale” bust periods and ultimately preventing future reoccurrences of a 200709 financial crisis, central bank and financial regulators tightened regulatory constraints. One such measure was tightening of the leverage requirements to which financial intermediaries need to comply [Wayne R Landsman 2006]. It is widely agreed that high financial leverage – a high ratio of debt to the firm’s value - is a critical factor in the magnifying effects of financial crises. During the crisis value of assets became highly uncertain which led to a decline in their value. As asset values decline, highly levered firms find their net worth sharply eroded and are forced to sell assets to avoid unacceptable risks of insolvency. But asset sales drive asset values down further, adversely impairing the balance sheets of other institutions. These institutions in turn are forced to sell assets, creating a vicious cycle of balance sheet deterioration and asset sales. While the financial dynamics of such balance sheet adjustments have been widely discussed elsewhere, it is less well understood how this process affects macroeconomic outcomes, or that this process alone may generate an immediate and powerful international transmission of shocks. The financial positions of firms and the access to external finance of firms are crucial for the investment in and the development of an economy.This statement has become conventional wisdom in the finance literature. Unfortunately, the first strand omits to underline the financing constraints that are encountered by firms. The untransparent nature of financial markets due

27

MSC-LEVEL | ECONOMETRICS

2008. One of the disadvantages of this securitization process was that these SPV’s had to hold these mortgage-backed securities during the period in which they created these collateralized debt obligations. This period normally lasted between six to nine months and during that period, the firm that created these CDOs took the risk that the assets might lose value. A second disadvantage was that lending standards weakened as a result of the increasing use of the “originate and distribute” model.The transfer of credit risk associated with securitization diluted the screening incentives of the banks that created these collateralized debt obligations. This caused a sharp increase in issuance of inferior quality mortgages. These mortgages were called subprime mortgages. Unavoidably the U.S. housing market collapsed. What initially started with increasing foreclosure activity in the subprime market soon spread to the entire market. This collapse showed that the models on which CDOs were based, were wrong as the mortgage-backed securities turned out to be highly correlated. Shortly thereafter a credit crunch ensued which significantly increased the severity of the crisis. As a result of the crisis SIVs and conduits were no longer able to rollover the short maturity asset backed commercial paper with which they had funded their purchases of CDOs. Banks therefore hoarded liquidity to cover the substantial losses they incurred on their own books through conduits and SIVs. These losses were revealed immediately as financial instruments have to be accounted for at fair values thereby depleting bank capital. This created a pressure on their respective banks’ liquidity and therefore banks became reluctant to lend any money. This credit crunch was aggravated by the complexity of the collateralized debt obligations. Banks also became reluctant to lend to each other as it turned out to be difficult to assess what the exposure of these other banks was. Ultimately a global recession ensued which had a detrimental effect on international trade and increased worldwide unemployment substantially. As a direct result of this global crisis governments and regulators tightened regulation after two decades of deregulation. Many factors that caused the Great Recession were identified and regulated in order to prevent future crises. One factor that clearly contributed to the great recession was the excessive use of leverage. Commercial and investment banks had been using off-balance sheet entities, which enabled them to evade capital control requirements. The commercial and investment banks who where involved in the creation of collateralized debt obligations used special purpose vehicles and commercial and investment banks who invested in CDOs created structured investment vehicles. As banks were required by Basel I rules to hold 8 percent of their capital against loans, the creation of theses off balance-sheet vehicles,


MSC-LEVEL | ECONOMETRICS

to financial innovation and the ”mark to market” accounting applied by financial institutes result to a vulnerable and unstable system. The positive feedback1 nature of the financial markets accelerates the unstable and untransparency caused by financial innovation an fair value accounting. To strengthen bank capital requirements the second Basel Accord and subsequently the third Basel Accord were developed. With the Basel III accord capital requirements, leverage ratios and liquidity requirements were adjusted in order to prevent future crises. According to the Basel III accord commercial and investments banks are no longer able to evade capital requirements with the use of off-balance sheet entities such as SPV’s and SIV’s. A risk of all these regulations however is that it may stifle economic growth. Opponents of the Basel II and III accords are suggesting that this increased regulation will limit lending to the real economy and raise borrowing costs as banks will have to increase equity capital as prescribed in the Basel III accord.

2. The model

The aim of this research is to develop an understanding of how regulatory measures interact with financial agents and ultimately the economy as a whole. The research will answer several key questions, to begin with: (i) How can the authority (agent) optimally invoke a leverage ratio requirement?

(i) A probability triple . (ii) A time domain containing both a starting time and a terminal time , i.e. and (iii) A d-dimensional, -measurable Brownian motion W(t). (iv) A progressively measurable risk free rate proces r(t), satisfying a.s.. (v) A mean rate of return proces (d-dimensional) satisfying a.s.. (vi) A dxd-dimensioanl drift process , satisfying a.s.. (vii) The initial state of the world, i.e. a d+1-dimensional vector .

To answer this question we will develop a mathematical market model in which the authority can define an objective and afterwards implement its optimal control policy. The implementation of this control strategy clearly effects the state of the world. The remaining agents in the market model observe these control strategies as a state of the world and they in turn will formulate their objectives and determine their optimal control strategies. A second important question we aim to answer is: (ii) How does the implementation of leverage ratio requirements influence the optimal strategy of the remaining agents in the economy? The two above questions give insight in how individual objectives will be influenced by posing leverage requirements. A perhapse more interesting question is how the regulatory measures influence the social wealth/objective. Hence the final question we will answer is: (iii) How does the implementation of leverage requirements influence the objectives of society as a whole? To answer the above question we will now introduce a non-technical framework in which we can investigate the dynamics of interest.

2.1 The Mathematical Market The research is setup in a somewhat game theoretical construct. We first will describe the underlying assumptions of our model, whereafter we discuss the objectives of the agents involved. We consider three agents, one inactive and two active. The active agents (authority agent and financial agent) first will determine a strategy that optimizes there objective and after doing so, the research investigates the interaction between those agents. We first briefly discuss the assumptions of our market model. The appendix can be used as an in depth discussion of the assumption of our market model.

2.1.1 A Financial Market Model In this section, we will mathematically describe a financial market. A market model should contain certain properties in order to be a proper financial market model. These properties are:

The market as a whole will be refered to as .

2.1.2 The Financial Agent The financial agent can be viewed as a firm which engages in both risky and riskless investments. As the agent invests he is interested in extracting dividend (consumption) from the value of the firm at time t and in the final achieved value of the firm at the terminal value of the problem period T. Later in this chapter we will be more precise on the objectives of the firm. In contrast to the firm, is the authority agent more interested a stable growth of the economy as a whole. The market in which the financial agent operates can be characterized by two assets. One of which is called a risky asset (stock) and the other is a ”riskless” asset called a bond. The risky stock’s stochastic dynamics are described as follows:

Postive Feedback Markets. A postive feedback market is characterized by the notion that when all agents active in the market belief the market to go up (down) the market eventually will go up (down). 1

28

28

(1)


where W(t) is the standard one-dimensional Brownian motion, and Âľ and are given constants that describe the drift and variance rates of the SDE. Note that in context of the agent this can also be viewed as a multiple of risky investments in which the agent engages, i.e.:

value of the firm at the end of the period. In addition, he wishes to minimize the experienced risk during the problem period. This can be summarized in the following objective function:

(2) The research is not specifically interested in how the agent determines is risky portfolio and considers this as given. We also assume a constant interest rate r for the cash bond price, B(t), i.e.:

(9)

(3)

The objective of the financial agent however is influenced by the tax that is levied by the authority agent. This tax is only levied if the financial agent does not comply to the requirements put up by the authority agent. However the authority agent is only assumed to be able to determine its strategy periodically instead of the financial agent who is able to do so continuously. The tax influences the underlying dynamics that the financial agent faces:

(4)

The above two equations imply that the agent i able to extract dividend payments from its equity. We view this as the possiblity to extract from retained earnings. With the above equations we are able to define the leverage ratio to be: (5) We can furthermore transformation:

make

the

following (6)

and

(10)

That is, the tax is only levied whenever the financial agent does not comply to the preset rules of the authority. The set S(u) can be viewed as the right part of the real numbers to a boundary point determined by the authority, i.e., . If the financial agent applies a control strategy outside of this set, the authority will punish the financial agent with a tax We define:

(7) The above two equation denote the state and control process respectively, which can be summarized as: (8) To summarize, the agent can be viewed as a firm. Initially he is characterized by a feature vector . The agent can decide on the way in which he is leveraged to optimize his objective. The authority however has his own objective and will influence the optimal strategy of the financial agent by enforcing a tax. The financial agent is both interested in the amount of dividend he can extract during the period and the

(11)

2.1.3 The Authority Agent The authority is seeking a balance between growth and stability. The agent assumes that the growth of the economy as a whole is linearly related to the growth in the financial markets (in this case being the financial agent). That is, the economic growth is described by the SDE: (12) Note that this equation describes the value of the economy as a function of the value of the firm (and hence its growth is related to the growth of the financial agent). With the above, we can formulate the objective of the authority as follows:

29

MSC-LEVEL | ECONOMETRICS

At time t, we let D(t) be the money amount the agent bank account (possibly debt), E(t) the money amount he invests in the risky stock. Letting m(t) and n(t) denote the rate of transfer from the cash bond amount to the stock amount and vice versa, we find:


(13)

In the following sections we will discuss how each agent decides upon its strategy. Both agents will select a strategy that optimizes its objectives. The authority agent however, is restricted to setting capital requirements at the beginning of the problem period where as the financial agent can continiously alter its strategy.

3. Research The setup of the research follows the sequence of action within the problem. We first investigate and solve the optimal policy for the authority where after we will do this for the financial agent. The authority agent is only allowed to apply a single control and for this reason is solving the HJB equation not a suitable approach to the problem. Instead we use Monte-Carlo simulation. We note that

(14)

(15)

Note that the economy).

is a generalized notation for the state space and in this case represents

(the value of

However, prior to being able to solve this problem, the authority agent needs to make an assumption about the strategy that the financial agent would apply if there ware no capital requirements. This is because of the fact that where is a standard brownian motion.To solve its own objective, the authority has to first has to make assumptions about how the financial agent will operate and afterwards apply these assumptions in its own optimization problem. Using the HJB equation, we find:

MSC-LEVEL

| ECONOMETRICS

can be estimated as follows:

(16)

where we have used and find:

for notational simplicity. We first formulate the optimality conditon (17)

and (18)

30


Substituting this into the initial PDE, we find: (19)

Figure 1: Numerical solution of the value function

and the restricted value function

Figure 2: Numerical solution of the value function

and the restricted value function

As can be seen above are the optimal control strategies of the financial heavily influenced by the lump sum taxation in case of superseeding the capital requirements. The requirement is optimal at a leverage ratio of . In this case the objective reaches a sample mean of 20.37.2

For a full discussion on the model and the deviations from the above discussed setup, please send an e-mail to voogdlaurens@gmail.com 2

31

MSC-LEVEL | ECONOMETRICS

Using the numerical method of lines, we find the value function to be:


[Borland, 2002] Borland, L. (2002). Option pricing formulas based on a non-gaussian stock price model. Phys Rev Lett, 89(9):098701. [Brebbia and Samartin, 2000] Brebbia, C. A. and Samartin, A. (2000). Computational methods for smart structures and materials II. WIT Press/Computational Mechanics Publications, Southampton,. [Bredies et al., ] Bredies, K., Clason, C., Kunisch, K., and Winckel, G. v. Control and optimization with PDE constraints, volume volume 164 of International series of numerical mathematics. [Bychuk and Haughey, 2011] Bychuk, O.V. and Haughey, B. J. (2011). Hedging market exposures: identifying and managing market risks. Wiley finance series. Wiley, Hoboken, N.J.

Figure 3: Numerical solution of the value function

MSC-LEVEL | ECONOMETRICS

4 Conclusion While it is clear that the strategy applied by the authority influences the control strategy of the financial agent and moreover this results in a social gain, is it questionable if the model comprehensively captures the real world situation. The model discussed above clearly specifies possible risks and gains for both agents. The real world on the other hand can be vague in terms of these characterisation and moreover agents tend to claim full responsibility in cases of succes where this not consistantly holds in the case of risk (loss or faillure). We therefore suggest to in the future incorporate a more clearly specified characterisation of risk.

References [Adrian, 2004] Adrian, T. (2004). Inference, arbitrage, and asset price volatility, volume no. 187 of Staff reports. Federal Reserve Bank of New York. [Backus and Routledge, 2004] Backus, D. and Routledge, B. R. (2004). Exotic preferences for macroeconomists, volume working paper 10597 of NBER working paper series. National Bureau of Economic Research, Cambridge, MA. [Bass, 2011] Bass, R. F. (2011). Stochastic processes, volume 33 of Cambridge series in statistical and probabilistic mathematics. Cambridge University Press, Cambridge. [Bingham and Kiesel, 1998] Bingham, N. H. and Kiesel, R. (1998). Risk-neutral valuation: pricing and hedging of financial derivatives. Springer, London. [Bingham and Kiesel, 2004] Bingham, N. H. and Kiesel, R. (2004). Risk-neutral valuation: pricing and hedging of financial derivatives. Springer, Sheffield, UK, 2nd ed edition.

[Charupat et al., 2012] Charupat, N., Huang, H., and Milevsky, M. A. (2012). Strategic financial planning over the lifecycle: a conceptual approach to personal risk management. Cambridge University Press, New York. [Chen and Islam, 2005] Chen, P. and Islam, S. M. N. (2005). Optimal control models in finance: a new computational approach, volume v. 95. Springer, New York. [Constantinides, ] Constantinides, G. M. Financial derivatives: futures, forwards, swaps, options, corporate securities and credit default swaps, volume vol. 1 of World scientific lecture notes in economics. [da Costa et al., 2015] da Costa, D. R., Dettmann, C. P., de Oliveira, J. A., and Leonel, E. D. (2015). Dynamics of classical particles in oval or elliptic billiards with a dispersing mechanism. Chaos, 25(3):033109. [Danao, 1979] Danao, R. A. (1979). Optimal resource allocation: an application to the Philippine family planning program, volume 7919 of Discussion paper / University of the Philippines, School of Economics. University of the Philippines, School of Economics. [Davison, ] Davison, M. Quantitative finance: a simulationbased introduction using Excel. [Deissenberg and Hartl, 2005] Deissenberg, C. and Hartl, R. F. (2005). Optimal control and dynamic games: applications in finance, management science and economics, volume v. 7. Springer, Dordrecht. [Dumas et al., 2007] Dumas, B., Kurshev, A., and Uppal, R. (2007). Equilibrium portfolio strategies in the presence of sentiment risk and excess volatility, volume working paper 13401 of NBER working paper series. National Bureau of Economic Research, Cambridge, MA.

32


[Fajnzylber and Maloney, 2006] Fajnzylber, P. and Maloney, W. F. (2006). Releasing constraints to growth or pushing on a string: the impact of credit, training, business associations, and taxes on the performance of Mexican micro-firms, volume 3807 of Policy research working paper. World Bank, Washington, D.C.

[P.Malliavin and A.Thalmaier, 2006] P.Malliavin and A.Thalmaier (2006). Stochastic calculus in Finance. Springer. [Pruitt, 2008] Pruitt, S. (2008). Uncertainty over models and data: the rise and fall of American inflation, volume no. 962 of International finance discussion papers. Federal Reserve Board, Washington, D.C. [Ross, 2005] Ross, I. M. (2005). A roadmap for optimal control: the right way to commute. Ann N Y Acad Sci, 1065:210–31.

[Günther, 2012] Günther, M. (2012). Progress in industrial mathematics at ECMI 2010, volume 17 of Mathematics in industry. Springer, Berlin.

[Schiesser, 2003] Schiesser,W. F. (2003). A compendium in partial differential equation models.

[Kissell et al., 2003] Kissell, R., Glantz, M., and Malamut, R. (2003). Optimal trading strategies: quantitative approaches for managing market impact and trading risk. AMACOM, New York.

[Schmidt, 2011] Schmidt, A. B. (2011). Financial markets and trading: an introduction to market microstructure and trading strategies, volume 637 of Wiley finance. Wiley, Hoboken, N.J.

[Legrand and Verheyen, 2012] Legrand, J. B. and Verheyen, L. T. (2012). Real options analysis. Business issues, competition and entrepreneurship. Nova Science Publishers, New York.

[Schofield and Bowler, 2011] Schofield, N. C. and Bowler, T. (2011). Trading the fixed income, inflation and credit markets: a relative value guide. Wiley finance. Wiley, Chichester, West Sussex.

[Livnat and Yamashiro, 1981] Livnat, A. and Yamashiro, S. M. (1981). Optimal control evaluation of left ventricular systolic dynamics. Am J Physiol, 240(5):R370–83.

[Segal and Segal, 1998] Segal, W. and Segal, I. E. (1998). The black-scholes pricing formula in the quantum context. Proc Natl Acad Sci U S A, 95(7):4072–5.

[McDonnell, 2008] McDonnell, P. J. (2008). Optimal portfolio modeling: models to maximize return and control risk in Excel and R + CD-ROM. Wiley, Hoboken, N.J.

[Ser-Giacomi et al., 2015] Ser-Giacomi, E., Rossi,V., López, C., and Hernández-García, E. (2015). Flow networks: a characterization of geophysical fluid transport. Chaos, 25(3):036404. 28

[Milano, ] Milano, M. Principles and practice of constraint programming: 18th International Conference, CP 2012, Qu´ebec City, QC, Canada, October 8-12, 2012 : proceedings, volume 7514 of Lecture notes in computer science. [Mönch, 2005] Mönch, B. (2005). Strategic trading in illiquid markets, volume 553. Springer, Berlin. [N.H.Bingham and R.Kiesel, 2004] N.H.Bingham and R.Kiesel (2004). Risk-neutral valuation: pricing and hedging of financial derivatives, volume second edition. [Oguztoreli and Stein, 1983] Oguztoreli, M. N. and Stein, R. B. (1983). Optimal control of antagonistic muscles. Biol Cybern, 48(2):91–9. [Peterson, 2012] Peterson, S. P. (2012). Investment theory and risk management. Wiley finance series. Wiley, Hoboken, N.J.

[Seydel, 2006] Seydel, R. U. (2006). Tools for computational finance. Universitext. Springer, New York, 5th ed edition. [Stein, 2006] Stein, J. L. (2006). Stochastic optimal control, international finance, and debt crises. Oxford University Press, Oxford. [Tan et al., 2015] Tan, J., Li, C., and Huang, T. (2015). The stability of impulsive stochastic cohengrossberg neural networks with mixed delays and reaction-discusion terms. Cogn Neurodyn, 9(2):213– 20. [Tuovila, 1983] Tuovila, O. (1983). Optimal financing policy of the firm: a control-theoretic approach applied to selected oil-product distribution firms, volume no. 19 of Acta Wasaensia. Universitas Wasaensis,Vaasa. [Xie et al., 2015] Xie, X., Yue, D., Zhang, H., and Xue,

33

MSC-LEVEL | ECONOMETRICS

[Etheridge and Baxter, 2002] Etheridge, A. and Baxter, M. (2002). A course in Financial calculus. Cambridge University Press, Cambridge, UK. 27

[Pincus and Kalman, 2004] Pincus, S. and Kalman, R. E. (2004). Irregularity, volatility, risk, and financial market time series. Proc Natl Acad Sci U S A, 101(38):13709–14.

Recommended for readers of XXx-level

[Engle and Ferstenberg, 2006] Engle, R. and Ferstenberg, R. (2006). Execution risk, volume working paper 12165 of NBER working paper series. National Bureau of Economic Research, Cambridge, MA.


Y. (2015). Control synthesis of discrete-time t-s fuzzy systems via a multi-instant homogenous polynomial approach. IEEE Trans Cybern. [Xu, 2011] Xu, J. (2011). Database systems for advanced applications: 16th international conference, DASFAA 2011, International Workshops: GDB, SIM3, FlashDB, SNSMW, DaMEN, DQIS, Hong Kong, China, April 22-25, 2011 : proceedings, volume 6637 of Lecture notes in computer science. Springer, Berlin. [Yang et al., 2015a] Yang, X., Cao, J., and Ho, D. W. C. (2015a). Exponential synchronization of discontinuous neural networks with time-varying mixed delays via state feedback and impulsive control. Cogn Neurodyn, 9(2):113– 28.

MSC-LEVEL | ECONOMETRICS | SPECIALTY | NL

[Yang et al., 2015b] Yang, Y., Hua, C., and Guan, X. (2015b). Finite time control design for bilateral teleoperation system with position synchronization error constrained. IEEE Trans Cybern.

Recommended for readers of XXx-level

ABOUT THE AUTHOR Laurens Voogd The choice of my thesis subject has come from two origins, one follows from the discussion after the financial crisis which raised concerning the leverage ratios, the other one was my personal wish to make the optimal control theory my own . Meanwhile I belong to the working class now and am I working as a data- scientistmachine learning software engineer at ORTEC. However the techniques used in my thesis are not applicable in my work, though it had been conceptual very instructive to the concept optimality and I have worked on it with much pleasure.

34


9 maart 2016 Tuschinski Aangevraagd voor 7 PE-punten

Het Vermogen tot Vernieuwen Actuariaatcongres 2016 Op 1 januari 2016 is “Solvency II” voor de verzekeraars van kracht geworden. Houdt dit nieuwe toezichtkader de productinnovatie tegen, doordat er minder risico’s genomen mogen worden? Tevens zal de individualisering van pensioenen en afschaffing van de doorsneesystematiek behandeld worden door aandacht te besteden aan de toekomstige solidariteit. Middels interactieve sessies zullen er verschillende innovaties binnende verzekerings- en pensioenwereld besproken worden. Deze innovaties lopen uiteen van concrete productinnovaties tot de ontwikkeling van het menselijke aspect van “de actuaris”. Tijdens de dag afsluiting zal er nog extra aandacht geschonken worden aan het begrip “innovatie” in het algemeen.

35


You’ve nearly completed your degree, and you’re ready for what’s next: a job that will inspire you, make you think and put your skills to the best use. Our unique perspective allows us to see the connections between talent, assets and ideas that can drive performance and growth. Powered by market analytics, behavioral insight and a culture of seamless execution, our colleagues work with you to design and implement lasting solutions that turn risk into a path to growth. Together, we unlock potential.

willistowerswatson.com Copyright © 2016 Towers Watson. All rights reserved. WTW-EU-16-ADV-1899. January 2016. Towers Watson Netherlands B.V. Handelsregister Amsterdam nr: 34308104.

Aenorm 90  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you