Skip to main content

dossier 2020-262.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/262

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/262

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 6 en 24 augustus 2020 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Affligem, tot het verkrijgen van een digitale kopie van alle documenten, verslagen, voorstellen enz. betreffende het omgevingsvergunningsdossier xxx (beslissing d.d. 17 maart 2020 - ‘Verbouwing eengezinswoning xxx’) en de in dat dossier genomen beslissingen, inbegrepen de dossiers zoals voorgelegd aan het schepencollege, de gemeenteraad en de gemeentelijke raadgevende organen. Op 9 september 2020 heeft de gemeente Affligem geantwoord op dit verzoek. Op 27 september 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie Openbaarheid van Bestuur (hierna: ‘beroepsinstantie’) tegen de voormeld antwoord van de gemeente Affligem. Dit beroep werd door de beroepsinstantie geregistreerd op 7 oktober 2020. In toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengde de beroepsinstantie bij beslissing van 5 november 2020 haar beslissingstermijn van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep

www.vlaanderen.be


Verzoeker heeft zijn openbaarheidsverzoek ingediend bij de gemeente Affligem op 6 en 24 augustus 2020. De bestreden beslissing van de gemeente Affligem dateert van 9 september 2020 en deze beslissing maakt geen melding van de beroepstermijn en –modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna vermeld als: Bestuursdecreet). Bijgevolg start de termijn om een beroep in te dienen overeenkomstig artikel II.48, §1, vierde lid van het Bestuursdecreet pas vier maanden na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing. Op 27 september 2020 diende verzoeker beroep in tegen de voormelde beslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van het Bestuursdecreet.

1.

Aangevochten beslissing

Het beroepschrift van 27 september 2020 is gericht tegen het antwoord van de gemeente Affligem d.d. 9 september 2020. In dit antwoord had de gemeente verwezen naar eerdere briefwisseling die zij met verzoeker had gevoerd: “U heeft inhoudelijk reeds een kort en duidelijk antwoord gekregen van onze dienst

op 29 juli 2020. De overige resem aan 'beschuldigingen' die u uitte t.o.v. collega's en nu recentelijk ook tegen mijzelf zijn zonder enig objectief bewijs. Gezien de onsamenhangende opbouw, de incoherente inhoud en niet concrete verwoording van uw grieven, is het voor onze diensten een onbegonnen taak te antwoorden op elk van uw brieven. We blijven uiteraard steeds bereid om duidelijke en concrete vragen te beantwoorden.” 2.

Inhoud van het beroepschrift

Via het indienen van het beroepschrift herneemt verzoeker zijn oorspronkelijke vragen.

3.

Standpunt van de beroepsinstantie

De beroepsinstantie heeft op 12, 19, 27 en 30 oktober, en vervolgens op 6 november 2020 contact openomen met de gemeente Affligem om meer informatie te verkrijgen betreffende dit beroepsdossier. De gemeente heeft op 12 en 28 oktober, en vervolgens op 3 en 10 november 2020 geantwoord aan de beroepsinstantie, aan wie het thans toekomt te oordelen over het ingestelde beroep.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/262

pagina 2 van 6


De beroepsinstantie gaat ervan uit dat de gegevens, bijgebracht door de gemeente Affligem, alle stukken omvatten waarover de gemeente beschikt in het kader van voorliggend openbaarheidsverzoek. Concreet gaat het over de bestanden, overgemaakt door de gemeente Affligem aan de beroepsinstantie op 12 oktober 2020, die deel uitmaken van de volgende mappen: Brieven xxx – xxx; Dossier X – xxx; Gecoro X - xxx; Historiek xxx – xxx; Mails xxx - xxx; Mails X - xxx; Deze aan de beroepsinstantie overgemaakte documenten zijn bestuursdocumenten die vallen onder de principiële openbaarheid van bestuur. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep principieel gegrond is, evenwel onder voorbehoud van de toepassing van volgende twee uitzonderingsgronden.

Uitzonderingsgrond betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer De aan de beroepsinstantie overgemaakte bestuursdocumenten bevatten op bepaalde plaatsen de naam en adresgegevens van een natuurlijke persoon, andere dan die van verzoeker. In toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet moet een verzoek tot openbaarmaking worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen

belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58).

Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De namen van natuurlijke personen (aanvrager van een vergunning) behoren algemeen gezien ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/262

pagina 3 van 6


uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is van oordeel dat de mededeling van de naam en het adres van de natuurlijke persoon (andere dan die van verzoeker) die in voorliggend dossier vermeld wordt in de stukken die de gemeente Affligem haar heeft overgemaakt, afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Nu de betrokken persoonsgegevens in toepassing van artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet afgesplitst kunnen worden van de overige gegevens, is het beroep op het vlak van de betrokken persoonsgegevens ongegrond. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke persoon om toestemming aan te schrijven voor het openbaar maken van de betrokken persoonsgegevens. De beroepsinstantie heeft op 12 november 2020 betrokkene aangeschreven maar heeft tot op heden geen toestemming ontvangen.

Betreffende auteursrechtelijke bescherming van bouwplannen De aan de beroepsinstantie overgemaakte bestuursdocumenten bevatten ook enkele bouwplannen die naar het oordeel van de beroepsinstantie vallen onder de bescherming van het auteursrecht. In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De plannen genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat het werk de persoonlijke stempel draagt van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. De plannen die deel uitmaken van de bestuursdocumenten die door de gemeente Affligem aan de beroepsinstantie werden overgemaakt, getuigen naar het oordeel van de beroepsinstantie van de nodige originaliteit en het vereiste individuele karakter om door het auteursrecht te worden beschermd. Concreet gaat het over de plannen die deel uitmaken van de mappen ‘Dossier X – xxx’, en ‘Gecoro X - xxx, door de gemeente Affligem aan de beroepsinstantie overgemaakt op 12 oktober 2020. Bijgevolg houdt de overhandiging van een afschrift van dit plan, zonder toestemming van de auteur ervan, een schending in van het auteursrecht, behoudens de in het bovenvermeld wetboek vermelde uitzonderingen. In casu zijn er evenwel geen dergelijke uitzonderingsgronden van toepassing. Bovendien figureert in het Bestuursdecreet geen bepaling die een overheidsinstantie verplicht de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/262

pagina 4 van 6


auteursrechthebbende te vragen of, en onder welke voorwaarden, een aanvrager een afschrift van een auteursrecht overhandigd mag worden. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep, in zoverre het is gericht om een afschrift te krijgen van de betrokken plannen, ongegrond is. Volledigheidshalve merkt de beroepsinstantie op dat het verlenen van inzage in de plannen wel kan toegestaan worden.

Geen andere uitzonderingsgronden Behalve voormelde uitzonderingen, is de beroepsinstantie van oordeel dat er geen andere wettelijke of decretale weigeringsgronden voorhanden zijn die zich verzetten tegen de openbaarmaking van de gevraagde bestuursdocumenten. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 27 september 2020 van xxx tegen de beslissing d.d. 9 september 2020 van de gemeente Affligem wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd, behalve wat betreft het verlenen van een afschrift van de bouwplannen, en de vrijgave van de naam van de natuurlijke persoon, andere dan die van verzoeker. De gemeente Affligem dient bijgevolg aan xxx een afschrift over te maken van de bestuursdocumenten die aan de beroepsinstantie werden overgemaakt op 12 oktober 2020, en die deel uitmaken van de volgende mappen: -

Brieven xxx – xxx; Dossier X – xxx; Gecoro X - xxx; Historiek xxx – xxx; Mails xxx - xxx; Mails X - xxx;

met uitzondering van de bouwplannen die deel uitmaken van de mappen ‘Dossier X – xxx’, en ‘Gecoro X xxx’, beide door de gemeente Affligem aan de beroepsinstantie overgemaakt op 12 oktober 2020, en na anonimisering van de persoonsgegevens van de natuurlijke personen (andere dan die van verzoeker) die vermeld worden in de betrokken documenten.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/262

pagina 5 van 6


Brussel, 17 november 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/262

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-262.pdf by Vlaanderen-be - Issuu