Skip to main content

dossier 2020-305.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/305

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/305

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 26 oktober 2020 diende xxx een verzoek in bij de gemeente Sint-Gillis-Waas om een afschrift te bekomen van de ingevulde financiële ratio's van het samenwerkingsverband Arcaterra/Artenys. Op 13 november 2020 heeft de gemeente Sint-Gillis-Waas deze openbaarmaking geweigerd. Op 18 november 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing van de gemeente van 13 november 2020. Dit beroep werd op 19 november 2020 door de beroepsinstantie geregistreerd. In toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengde de beroepsinstantie bij beslissing van 18 december 2020 haar beslissingstermijn van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 26 oktober 2020. De weigeringsbeslissing van de gemeente SintGillis-Waas dateert van 13 november 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna: Bestuursdecreet).

www.vlaanderen.be


Op 18 november 2020 diende verzoeker beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

Het beroepschrift van 18 november 2020 is gericht tegen de weigeringsbeslissing d.d. 13 november 2020. In deze beslissing weigert de gemeente Sint-Gillis-Waas op grond van artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet een afschrift van de gevraagde ingevulde financiële ratio's van het samenwerkingsverband Arcaterra/Artenys.

2.

Inhoud van het beroepschrift

Beroeper geeft aan dat hij de gemeente Sint-Gillis-Waas met betrekking tot dit dossier reeds heeft gedagvaard. De gunning van het project is volgens beroeper gebaseerd op de informatie die wordt geweigerd. Deze info bevat de bevestiging of de kandidaat kopers al dan niet voldoen aan de financiële ratio's die zijn vooropgesteld om te kunnen/mogen kopen.

3.

Standpunt van de beroepsinstantie

Nadat de beroepsinstantie contact heeft opgenomen met de gemeente Sint-Gillis-Waas om informatie en afschrift te verkrijgen betreffende dit beroepsdossier bezorgde de gemeente op 8 december 2020 de nodige informatie. De gemeente Sint-Gillis-Waas deelt mee dat verzoeker momenteel via de burgerlijke rechtbank alsook via de Raad voor Vergunningsbetwistingen de verkoop van de Sint-Helenasite en de uitvoering van het project tracht tegen te houden. De gemeente verklaart dat de burgerlijke procedure het risico inhoudt dat het project nietig wordt verklaard, de verkoop niet doorgaat en vooral dat het nu bedongen bedrag in een nieuwe procedure niet meer zou worden gehaald, zodat op die manier het belang van de gemeente en OCMW en bijgevolg ook het algemeen belang van de inwoners van Sint-Gillis-Waas zou worden geschaad. Het komt nu toe aan de beroepsinstantie te oordelen over het ingestelde beroep. Uit de informatie blijkt dat xxx interesse had in de mededingingsprocedure met onderhandeling betreffende de verkoop en ontwikkeling van gronden met gebouwen gelegen te xxx, eigendom van de gemeente en het OCMW. Verzoeker diende weliswaar geen offerte in omdat, naar zijn mening, de voorwaarden waaraan deze offerte diende te voldoen geheel oninteressant waren gelet op de beperkingen opgelegd door het RUP

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/305

pagina 2 van 4


(zoals de beperking dat elk gebouw voor meergezinswoningen slechts maximaal 600m² oppervlakte mocht hebben, in de contouren van het bestaande gebouw moest vallen en er toch voldoende afstand moest behouden blijven tussen de verschillende vrijstaande gevels. Uitbreiding was slechts beperkt mogelijk, nl. met 20%. Uit de in het kader van openbaarheid opgevraagde plannen van het gegunde project bleek achteraf dat het beoogde project geenszins voldoet aan voormelde bepalingen van het RUP, en bijgevolg onwettig is. Het deel nieuwbouw zou niet slechts 20% uitbreiding, doch wel maar liefst 78% uitbreiding zijn t.o.v. de bestaande toestand. Dit wijzigt volgens verzoeker dan ook de rendabiliteit en haalbaarheid van het project drastisch. De ingeleide gerechtelijke procedure is dan ook gericht tegen de foutieve handelswijze van de gemeente en het OCMW van Sint-Gillis-Waas, waardoor zij de schade van xxx dienen te vergoeden en de rechtbank de onwettig verklaring van het gegunde project in zijn huidige vorm dient uit te spreken. Op basis van artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet moet een aanvraag tot openbaarmaking worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Deze uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld. De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding en tegen een bestuursinstantie kan worden aangewend. In casu heeft de beroepsinstantie kunnen vaststellen dat het voorwerp van huidig verzoek duidelijk gelinkt is aan het door verzoeker ingeleide burgerlijk rechtsgeding tegen de gemeente. Verzoeker deelt ook mee dat deze informatie zal worden aangewend in de hangende gerechtelijke procedure, wat de wapengelijkheid in het proces dan ook zou ondermijnen. De toetsing van de concrete situatie aan de finaliteit van de betrokken uitzonderingsgrond leidt tot de conclusie dat het belang van de openbaarheid in dit specifieke geval niet opweegt tegen het belang van de ingeroepen uitzonderingsgrond. Het beroepsschrift dient bijgevolg als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/305

pagina 3 van 4


BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 18 november 2020 van xxx tegen de weigeringsbeslissing d.d. 13 november 2020 van de gemeente Sint-Gillis-Waas wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 24 december 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/305

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook