Skip to main content

dossier 2021-148.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/148

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/148

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 8 maart 2021 diende xxx een verzoek in bij het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van alle bestuursdocumenten (inclusief inkomende en uitgaande briefwisseling en mails) waarover de Minister-president actueel beschikt betreffende het door de Vlaams parlement gevraagd advies naar aanleiding van het Verzoekschrift 20202021 nr. 8 (inzake de openbaarheidsregels voor het toekennen van een afschrift van dossiers van wilsonbekwame bewoners door woonzorgcentra aan familieleden die de belangen van die bewoners behartigen). Op 28 maart 2021 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen door het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering. Op 1 april 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing vanwege het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering. Dit beroep werd geregistreerd op 1 april 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 8 maart 2021.

www.vlaanderen.be


De in beroep aangevochten beslissing van 28 maart 2021 maakt geen melding van de beroepstermijn en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet zodat de beroepstermijn pas aanvangt vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het ingediende beroep van 1 april 2021 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

De aangevochten beslissing

Het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering stelde in een eerste mail d.d. 28 maart 2021 dat, aangezien de adviesvraag nog in behandeling was, zij hun antwoordtermijn wilden verlengen tot een maximale termijn van veertig kalenderdagen. Verzoeker repliceerde daarop de hiervoor opgegeven reden “dat de adviesvraag nog in behandeling is” geen verband houdt met de toetsing van de stukken die nu reeds in het bezit zijn van de Minister-president. Bijgevolg is de geformuleerde reden tot uitstel door het bestuursdecreet niet toegestaan en hoopte verzoeker alsnog binnen de wettelijke termijn de gevraagde stukken te ontvangen. Het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering stelde daarop in zijn tweede beslissing d.d. 28 maart 2021 dat, aangezien verzoeker perse uitsluitsel wou binnen de wettelijke termijn, de aanvraag van verzoeker betrekking heeft op bestuursdocumenten die niet af zijn, zodat de openbaarmaking niet kan worden toegestaan in toepassing van artikel II.33, 2° van het Bestuursdecreet.

2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker stelt het volgende in zijn beroepschrift : “Volgens de Minister-president zijn de gevraagde stukken nog niet af. Uit dit antwoord kan minstens worden afgeleid dat de Minister-president inderdaad een vraag ontving vanwege het parlement. Over dit document bestaat geen twijfel dat het ‘af’ is. Alvast voor dit document is er door de Minister-president geen motivatie geleverd om de openbaarheid te weigeren. Aanvullend mag ook aangenomen worden dat de Minister-president als gevolg van de vraag van het parlement aan verschillende collega’s en administraties een antwoord heeft gevraagd. Het spreekt voor zich dat ook de correspondentie verzonden door de Minister-president te beschouwen is als ‘af’ en dus eveneens reeds in aanmerking komt voor openbaarheid. Tot slot is het niet uitgesloten dat ook collega’s en administraties reeds hun visie bekend hebben gemaakt aan de Minister-president. De beroepsinstantie heeft er al herhaaldelijk op gewezen dat in die gevallen die

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/148

pagina 2 van 4


verzonden antwoorden te beschouwen zijn als ‘af’ in toepassing van de bepalingen van het bestuursdecreet, ongeacht het definitieve antwoord van de Minister-president aan het parlement.” Verzoeker hoopt door de tussenkomst van de beroepsinstantie alsnog de gevraagde stukken te ontvangen.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering om wat toelichting bij het openbaarheidsverzoek te geven. Daaruit is gebleken dat er vanuit het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering alsnog een mail werd gestuurd aan verzoeker op 6 april 2021, waarbij twee documenten werden meegestuurd: -

Een brief d.d. 23 februari 2021 vanuit het Vlaams Parlement aan Vlaams Minister-president Jan Jambon, met daarin het verzoek om een advies te verlenen bij het ingediende verzoekschrift nr.8 bij het Vlaams Parlement; Het advies van Vlaams Minister-president Jan Jambon d.d. 30 maart 2021 met betrekking tot het ingediende verzoekschrift nr.8 bij het Vlaams Parlement.

De beroepsinstantie ontving voornoemde mail ook en kan aldus vaststellen dat vanuit het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering alsnog de gevraagde documenten werden verstrekt aan verzoeker. Vanuit het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering werd nog bijkomend meegegeven dat, aangezien het finaliseren van het advies vanuit het kabinet tot vorige donderdag op zich heeft laten wachten, en er enkel mondelinge contacten zijn geweest inzake timing en inhoud van dit advies, zij ervoor geopteerd hadden om xxx ineens het volledig dossier te bezorgen, mits het verkrijgen van een kort uitstel. Anders hadden zij de aanvraag moeten weigeren op gronden dat het dossier niet af was, gelet op de afwijkende timing die de facto werd gehanteerd t.a.v. het oorspronkelijk schrijven van het Vlaams Parlement: daarin werd het advies immers gevraagd tegen 4 maart 2021, terwijl die timing naderhand mondeling werd bijgesteld naar 1 april 2021. Het kabinet heeft xxx dus ter wille willen zijn met hun eerste mail op 28 maart 2021. De beroepsinstantie kan daarom nu enkel vaststellen dat met de voormelde mail d.d. 6 april 2021 werd tegemoetgekomen aan de verzuchtingen van verzoeker uit zijn oorspronkelijk openbaarheidsverzoek en dat het ingestelde beroep dan ook als zonder voorwerp moet worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 1 april 2021 tegen de weigeringsbeslissing vanwege het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering wordt als ontvankelijk doch zonder voorwerp beschouwd.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/148

pagina 3 van 4


Brussel, 7 april 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/148

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook