Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/237
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/237
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 5 juni 2020 diende xxx een verzoek in bij De Watergroep tot het bekomen van een afschrift van alle stukken uit het dossier (klacht omwille van eerroof) die van De Watergroep uit zijn verstuurd naar het parket (klacht met burgerlijke partijstelling). Op 19 juni 2020 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen door De Watergroep. Op 3 september 2020 diende xxx een beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing van De Watergroep d.d. 19 juni 2020. Dit beroep werd geregistreerd op 7 september 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek dateert van 5 juni 2020. De weigeringsbeslissing van De Watergroep dateert van 19 juni 2020. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, ยง1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 3 september 2020 is tijdig ingediend.
www.vlaanderen.be
De beroepsinstantie heeft vastgesteld dat het opgevraagde document ontegensprekelijk heel wat informatie van persoonlijke aard bevat, zoals bepaald in artikel II.40 §3, 3de lid Bestuursdecreet, zijnde informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van meerdere bij naam genoemde of gemakkelijk identificeerbare natuurlijke personen. Krachtens artikel II.40, §3, 2de lid van het Bestuursdecreet moet de aanvrager voor de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard kunnen aantonen dat hij rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan worden geraakt door ofwel de informatie, ofwel de beslissing waarop de informatie betrekking heeft ofwel de beslissing ter voorbereiding waarvan het document dat de informatie bevat, werd opgesteld. Aangezien het openbaarheidsverzoek uitgaat van dezelfde persoon die het voorwerp uitmaakt van de klacht met burgerlijke partijstelling zelf, is deze belangenvereiste evenwel niet van toepassing, in toepassing van artikel II.40, §3, derde lid, van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Het oorspronkelijk verzoek
Verzoeker vraagt met zijn oorspronkelijk verzoek van 5 juni 2020 aan De Watergroep om een afschrift van alle stukken uit het dossier (klacht omwille van eerroof) die van De Watergroep uit zijn verstuurd naar het parket (klacht met burgerlijke partijstelling).
2. Beslissing van De Watergroep De Watergroep stelt in de aangevochten beslissing d.d. 19 juni 2020 dat het Bestuursdecreet bepaalt dat stukken ten behoeve van een strafvorderingsprocedure niet moeten worden openbaar gemaakt en dat daarom de aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen.
3. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker stelt dat De Watergroep in 2015 een klacht heeft ingediend bij het parket wegens het "roven van eer" namens De Watergroep via een briefwisseling. Hij wenst daarom tegen de beslissing van De Watergroep in beroep te gaan omdat de klacht tegen verzoeker zelf gericht is.
4. Standpunt van de beroepsinstantie Verzoeker vraagt om de openbaarmaking van alle stukken uit het dossier (klacht omwille van eerroof) die van de Watergroep uit zijn verstuurd naar het parket (klacht met burgerlijke partijstelling).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/237
pagina 2 van 4
Daarom heeft de beroepsinstantie navraag gedaan bij De Watergroep om aan te geven welke documenten nu exact deel uitmaken van dit dossier i.v.m. de ingediende klacht bij het parket Uit de ingewonnen informatie, kan de beroepsinstantie opmaken dat het dossier slechts bestaat uit één enkel document: de eigenlijke klacht (een brief, ondertekend door de toenmalige leidend ambtenaar van De Watergroep) zoals die werd neergelegd door De Watergroep bij het parket op 1 april 2015. Na die brief werd er geen enkele correspondentie meer gevoerd met wie dan ook in dat verband. Er bestaat voor de beroepsinstantie geen twijfel over het feit dat het hier gaat om een bestuursdocument in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dat bijgevolg principieel voor openbaarmaking in aanmerking komt. De Watergroep verwees in zijn weigeringsbeslissing naar het feit dat het opgevraagde document een stuk uitmaakt ten behoeve van een strafvorderingsprocedure en om die reden niet openbaar moet worden gemaakt. De beroepsinstantie sluit zich aan bij voormelde redenering. Met zijn beslissing verwijst De Watergroep immers naar de toepassing van artikel II.34, 4° van het Bestuursdecreet. Op grond van deze bepaling dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijk karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus van toepassing indien het vrijgeven van de gevraagde bestuursdocumenten schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Uit de informatie die de beroepsinstantie heeft ontvangen is gebleken dat er sinds het verzenden van de klacht op 1 april 2015 weliswaar niets meer werd vernomen in dat verband, maar dit betekent dus ook dat niet met zekerheid kan gesteld worden dat de strafzaak definitief van de baan zou zijn. Er is tot op heden nooit enige reactie op gekomen vanuit de diensten van het parket. De Watergroep heeft daarom, op uitdrukkelijk verzoek van de beroepsinstantie, de voorbije dagen meerdere keren contact opgenomen met het parket, maar is er niet in geslaagd om meer informatie te bekomen aangaande de klacht uit 2015. Er is dus bijgevolg geen expliciete bevestiging dat het strafonderzoek werd afgesloten. Om voormelde reden is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat terecht toepassing gemaakt werd van de uitzonderingsgrond, zoals voorzien in artikel II.34, 4° van het Bestuursdecreet. De klacht, zoals ingediend door De Watergroep in 2015, moet immers worden bestempeld als een document dat uitsluitend ten behoeve van de strafvordering werd opgemaakt. Het ingestelde beroep wordt om voormelde redenen dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/237
pagina 3 van 4
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 3 september 2020 tegen de weigeringsbeslissing vanwege De Watergroep wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 5 oktober 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/237
pagina 4 van 4