Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Monitoringsrapport T+6 2014 In opdracht van VLM
maart ’15
I.s.m.
Veldwerk: Frederic Gabrys Auteurs: Frederic Gabrys Projectleider: Raf Kempen
Opgemaakt door Landmax bvba Welvaartstraat 22/12, 2200 Herentals +32 14 26 25 00 info@landmax.be www.landmax.be
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Inhoud Inleiding ............................................................................................................. 3 1. Bepalen biotoopkwaliteit ........................................................................... 4 1.1. Algemene biotoopkwaliteit ...................................................................... 4 1.1.1. Methode - uitvoering ........................................................................... 4 1.1.2.
Locatie – beschrijving 2008 – inrichtingsmaatregel – beschrijving 2014 ..... 4
2. Meetnet vegetatie ..................................................................................... 6 2.1. Oppervlakte en ligging doelsystemen ....................................................... 6 2.2. Soortensamenstelling vegetatie in natuurstreefbeelden .............................. 8 2.2.1. Methode – uitvoering ........................................................................... 8 2.2.2.
Resultaat - bespreking per permanent kwadraat ....................................10
3. Macrofauna ............................................................................................. 63 3.3. Situering van het onderzoek ...................................................................63 3.3.1. Opdracht ...........................................................................................63 3.3.2.
Inhoud ..............................................................................................63
3.4. Materiaal en methoden ..........................................................................64 3.4.1. Veldwerk ...........................................................................................64 3.4.2.
Onderzoek.........................................................................................66
3.4.3.
Verwerking van de gegevens ...............................................................66
3.5. Resultaten en bespreking .......................................................................67 3.5.1. Ijsevijver Groot Noord ........................................................................67 3.5.2.
Ijsevijver Groot Midden .......................................................................69
3.5.3.
Ijsevijver Groot Zuid...........................................................................71
3.5.4.
Ijsevijver Klein ...................................................................................73
3.5.5.
Langerodevijver .................................................................................75
3.5.6.
Soorten en taxa in detail .....................................................................77
3.6. Discussie .............................................................................................81 3.6.1. Evolutie van de BBI in vergelijking met vorige studies ............................81 3.6.2.
Beheerkeuzen ....................................................................................83
3.7. Besluit .................................................................................................84 3.7.1. Resultaten .........................................................................................84 4. Lijst van tabellen en figuren .................................................................... 85 4.1. Lijst van tabellen ..................................................................................85 4.2. Lijst van figuren ...................................................................................85 5. Bronnenlijst............................................................................................. 87 5.1. Meetnet vegetatie .................................................................................87 5.2. Macrofauna ..........................................................................................87 5.2.1. Algemeen ..........................................................................................87 5.2.2.
Identificatie macrofauna .....................................................................87
6. Bijlagen ................................................................................................... 88 6.1. Beheertabel .........................................................................................88 6.2. Turboveg-analyse .................................................................................88 i
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei 6.3. 6.4.
Foto’s PQ’s ...........................................................................................88 Lijst van kaarten ...................................................................................88
ii
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Inleiding In 2008-2009 worden een aantal maatregelen uitgevoerd in het kader van het natuurinrichtingsproject Dijlevallei projectuitvoeringsplan fase 1, vooral i.f.v. natuurontwikkeling. Om het resultaat van deze ingrepen op te volgen - positief en negatief, zijn de beoogde doelstellingen gehaald ? - en om bij te leren m.b.t. toekomstige maatregelen, worden een aantal indicatoren opgevolgd. Meer informatie over het waarom en hoe van deze monitoring is terug te vinden in het monitoringsplan. Het doel van het monitoringsprogramma is het nagaan van de effectiviteit van de maatregelen voor natuur die in het kader van het natuurinrichtingsproject “Dijlevallei” werden uitgevoerd. Specifiek in deze studie zullen voor de derde keer na de ingrepen (jaar +6) de effecten op hydrologie en ecologie worden geëvalueerd. Er kunnen 3 belangrijke studieonderdelen onderscheiden worden:
Deel 1: Bepalen biotoopkwaliteit Deel 2: meetnet vegetatie Deel 3: BBI
3
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
1. Bepalen biotoopkwaliteit 1.1.
Algemene biotoopkwaliteit
1.1.1. Methode - uitvoering In 7 vijvers worden enkele parameters gemeten om de biotoopkwaliteit (abiotisch milieu en aanwezigheid waterplanten) te bepalen: - Doorzicht met Secchischijf - pH, temperatuur, conductiviteit en opgeloste zuurstof werden gemeten met de multimeter. - watervegetatiestructuur : aanwezigheid, bedekking en soorten helofyten, ondergedoken en drijvende waterplanten. 1.1.2. Locatie – beschrijving 2008 – inrichtingsmaatregel – beschrijving 2014
Een situering van deze vijvers is terug te vinden op kaart 1 Langerodevijver - Aan de rand van het onbeheerd rietland in vijver. Er ligt een groen drab in het water. - maatregel V35: de vegetatie wordt verwijderd om riet te vitaliseren - Brede rietkraag goed ontwikkeld. IJsevijver klein, groot zuid, groot midden en groot noord: - deels verlande vijvers zonder watertoevoer (zelfs met struweel) - maatregel V17: De watertoevoer en -afvoerconstructies worden hersteld. De dijken worden deels verlaagd. De verlandingsvegetatie wordt verwijderd om open water te bekomen. - Openwater met in Ijsevijver Noord verlandings vegetatie, de overige slechts beperkt verland, struwelen zijn verwijderd. Kliniekvijver uiterst zuid - grotendeels verlande vijver (zelfs met struweel) - maatregel V100: De verlandingsvegetatie wordt verwijderd om open water te bekomen. - Enkel oostelijke zone is openwater rest is verland. Kliniekvijvertje uiterst noord - volledig verlande vijver (zelfs met struweel) - maatregel V102: De verlandingsvegetatie wordt verwijderd om open water te bekomen. - Ondiepe vijver met een zeer dikke sliblaag, geen verlandingsvegetatie. Het droogleggen van deze vijver en mineraliseren (inklinken) van de sliblaag is hier aangewezen.
4
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Locatie Langerodevijver
Ijsevijver Klein
Ijsevijver Zuid
3/sep
3/sep
2/sep
15
25
9.7
Groot
Ijsevijver Midden
Groot
Ijsevijver Groot Noord
Kliniekvijver Zuid
uiterst
Kliniek vijver uiterst Noord
2/sep
2/sep
24/sep
24/sep
25
20
30
30
15
6.4
6.52
6.83
6.82
6.94
8.54
19.3
15.3
18.1
18.6
18.2
17.1
15.7
283.5
257.8
263.2
286.9
380.9
375.3
330.4
11.90%
29.90%
32.30%
14%
37.50%
28.30%
15% - 85m² Grote egelskop Grote lisdodde
10% - 450m² Liesgras Riet Grote lisdodde
10% - 500m² Grote lisdodde Liesgras
35% - 1190m² Liesgras Rietgras Grote lisdodde
95% - 10000m² Rietgras Riet Grote lisdodde
10% -1250m² Rietgras Riet Liesgras Grote lisdodde
Grof hoornblad 20% - 70m² Groot nimfkruid 1% - 1m² Schedefonteinkruid 5% - 15m²
Groot nimfkruid 1% - <5m² Schedefonteinkruid 1% - <5m²
Grof hoornblad 40% - 1700m² Schedefonteinkruid 1% < 1m² Stijve waterranonkel 2% 1m²
Groot nimfkruid <5% - <5m²
Schede fonteinkruid < 5% - 5m²
Klein kroos 1% - <5m²
Klein kroos 1% - <5m²
Klein kroos 1% - <1m²
Klein kroos < 5% - <5m²
Klein kroos 5% - <5m²
Datum Doorzicht cm ph Temp °C Conductiviteit mS O2 in % 18.90% Helofyten (bedekking en soorten) 775m² Riet Grote egelskop Zegge spec. Onderwaterplanten (Bedekking en soorten) Groot nimfkruid 1% - <1m² Schedefonteinkruid 5% - 2m²
Drijvende waterplanten (bedekking en soorten) Klein en Veelwortelig kroos 100% - 2000m²
Tabel 1: Resultaten biotoopkwaliteit vijvers
5
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
2. Meetnet vegetatie 2.1.
Oppervlakte en ligging doelsystemen
Zie Kaart 2 en Tabel 2. De basis waarop de verdere kartering is uitgevoerd is de vegetatiekaart opgenomen in het monitoringsrapport 2009. In vergelijking met het vorige rapport kan vastgesteld worden dat er meer open water is. Rietvegetatie is veel meer aan het verbossen. Er zijn meer hectaren nitrofiele alluviale elzenbossen en er is ook een grotere oppervlakte verbossende moerasspirearuigte. Een deel van de veranderingen die in de tabel gevisualiseerd worden is te wijten aan een verschillende interpretatie of beoordeling van BWK-types. Tabel 2: Oppervlakte doelsystemen en natuurstreefbeelden/vegetatietypes doelsysteem BWK opp. T+6 (ha) opp. T+3 (ha) Opp T-1 stilstaande waters
ae
3.96
1.82
0.8
graslanden
hu
0
0,42
0.35
hp*
0
0.58
1.21
hub
0
0.32
0
hu + hp
0
0.36
0
hu(k)
0.32
0
hx
0.24
0.76
0
hp
0
0,24
0.14
hp / hr
0.57
0
0
hc
1.23
2,82
1.87
hc + mc
0.79
0
0
hc + mr
0
0
0
kj
0.27
hr
0.34
0,03
1.77
hrb
0.24
0
0
hf
1.8
3,4
11.89
hfc
0.28
0
0
hf(c)b
0.62
0
0
hf(c+mr)b/hc
0.65
0
0
ku
0.35
0
0
hf + se
0
1.04
0
hf + mr + so
1.04
0
0
mr
2.96
4.29
1.9
mrb + mc
0
0.55
0
mc
0.95
0
0.22
mc + hj
0.23
0
0
mrb
7.86
1.69
0
mr + mc
0
0.65
0
Verlandingsveg
0
0
3.03
se
0.16
1,39
0.37
sf
0
0,80
0.08
voedselrijke ruigten
Voedselrijke ruigten met boomopslag moerassen
struwelen
6
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei sf + vn
0.77
0
0
sf +hfb(va)
1,64
0
0
sp + hfb
0.06
0
0
sz
1.36
0
0
vn
2.33
0,13
0.34
geml
1.76
1,69
1.69
va
0.59
0.17
0
vf
1.19
0.71
0
lhi
0
0
1.08
lh + hu
0.76
0
0
hf/l
0
0.82
2.87
va/l
0
0
0.17
qa/l
0
0
1.64
vm/l
0
0
0.44
vn/l
0
0,31
0.1
khw
0
0.07
0
hfb
1.6
0.82
0
mr/l
0
1,29
1.73
p
0.04
0.29
1.68
p/hr
0.18
0.18
0
boomgaarden
kj
0.27
0,49
0.2
urbaan gebied
u
0.6
0
0.60
loofbossen
loofhoutaanplant
naaldhoutaanplant
7
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
2.2.
Soortensamenstelling vegetatie in natuurstreefbeelden
2.2.1. Methode – uitvoering Op het terrein werden in 2007 een aantal permanente kwadraten (PQ’s) uitgezet. Deze PQ’s werden zodanig verdeeld over het gebied zodat een goede opvolging van de natuurstreefbeelden mogelijk is (zie kaart 3) maar vooral is gezocht naar de relevantie m.b.t. de uitvoeringsmaatregelen. Er is gekozen voor die locaties waar we sterk geïnteresseerd zijn in de resultaten van bepaalde maatregelen. Per PQ wordt onder locatie het maatregelnummer gegeven (verwijst naar een specifiek perceel op de kaart met maatregelen van het eerste projectuitvoeringsplan). De coördinaten (Lambert-coördinaten) worden weergegeven per besproken PQ. De oppervlakte van het PQ is afhankelijk van het vegetatietype in het natuurstreefbeeld. Onder inrichting en beheer worden de inrichtingsmaatregelen en beheersactiviteiten gespecificeerd (zie ook bijlage 6.1. beheertabel). Onder vegetatie wordt een beschrijving gegeven van de vegetatie en de naam van het huidig vegetatietype (+ BWK) en tenslotte het beoogde natuurstreefbeeld (+ BWK) dat zou moeten resulteren uit inrichtings- en beheersactiviteiten. Op de bijhorende figuur wordt het PQ gesitueerd. Per PQ werd een vegetatieopname gemaakt (ruwe data, terug te vinden onder opname PQ): er werd een soortenlijst opgesteld en per soort werd een abundantie toegekend op basis van de Londo-schaal (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Nadien werd een vergelijking gemaakt tussen de opnames van 2007, 2011 en die van 2014. Londo r1 r2 r4 p1 p2 p4 a1 a2 a4 m1 m2 m4 1 11+ 2 3 4 5 55+ 6 7 8 9
Aantal individuen Bedekking sporadisch 1-3 (rarum) <1% sporadisch 1-3 (rarum) 1-3 % sporadisch 1-3 (rarum) 3-5 % weinig talrijk 4-20 (paulum) <1% weinig talrijk 4-20 (paulum) 1-3 % weinig talrijk 4-20 (paulum) 3-5 % talrijk 21-100 (amplum) <1% talrijk 21-100 (amplum) 1-3 % talrijk 21-100 (amplum) 3-5 % zeer talrijk >100 (multum) <1% zeer talrijk >100 (multum) 1-3 % zeer talrijk >100 (multum) 3-5 % Willekeurig 5-15 % Willekeurig 5-10 % Willekeurig 10-15 % Willekeurig 15-25 % Willekeurig 25-35 % Willekeurig 35-45 % Willekeurig 45-55 % Willekeurig 45-50 % Willekeurig 50-55 % Willekeurig 55-65 % Willekeurig 65-75 % Willekeurig 75-85 % Willekeurig 85-95 % Tabel 3: Londo schaal
8
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Deze opnames werden vegetatiekundig geanalyseerd met Turboveg 2.0 en Associa (synsystematisch systeem Pg-01-43, default instellingen o.a. reference 3 combined, normalised incompl. & weird species). Associa rangschikt de resultaten van de analyse van de opname op basis van de waarde voor de combined index, een maat voor de gelijkenis van een opname met de “doorsnee” opname van een syntaxon uit de Vegetatie van Nederland (Schaminée et al.). Hoe kleiner de index, hoe groter de gelijkenis en hoe hoger in de rangschikking. Om te komen tot een uiteindelijke keuze van vegetatietype/syntaxon waarmee de opname correspondeert, wordt vooral belang gehecht aan de incompleteness en de weirdness. De incompleteness is best maximum 1, hoe kleiner hoe beter. Het aantal “weird” soorten is tevens best kleiner dan 0, hoe negatiever, hoe beter. Dit betekent dat de eerst vermelde associatie door Associa niet noodzakelijk de beste hoeft te zijn. Wanneer Associa moeilijk of niet interpreteerbare resultaten geeft, werd het niet gevolgd. Dan is de keuze van vegetatietype op basis van deskundigenoordeel gebeurd. Bij resultaat vegetatie-analyse worden de eerste 3 resultaten van Associa weergegeven (met laagste combined index) en daarna een uiteindelijke syntaxon-keuze die hiervan kan afwijken om hierboven toegelichte redenen. De nummering en naamgeving van de syntaxa verwijzen naar De Vegetatie van Nederland. De syntaxon-keuze wordt daaronder verder toegelicht met eventueel voorstellen voor aanpassingen naar beheer en/of natuurstreefbeeld. Bijkomend werden de resultaten in geladen in het programma SynBioSys. SynBioSys is een informatiesysteem dat allerlei informatie bevat op meerdere schaalniveaus en daarnaast de mogelijkheid biedt om de vegetatieopnamen bijkomend te analyseren zoals bv. successie, Ellenbergwaarden,... . Van iedere plantengemeenschap geeft SynBioSys informatie over soortensamenstelling, ecologie, successie, structuur, verspreiding en natuurbeheer, en wel door middel van teksten, verspreidingskaarten, tabellen, foto's, literatuur en allerlei grafieken. De gegevens hiervoor zijn ontleend aan deel 2 t/m 5 van 'De Vegetatie van Nederland' (Schaminée et al. 1995, 1996, 1998 en Stortelder et al. 1999), vier delen van de 'Atlas van Plantengemeenschappen in Nederland' (Weeda et al. 2000, 2002, 2003, 2004) en de 'Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland' (Schaminée et al. 2010).
9
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei 2.2.2. Resultaat - bespreking per permanent kwadraat
PQ 1 Locatie : Maatregel V105 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 171702,49 171709,98 171716,60 171709,11
Y 172188,47 172195,09 172187,60 172180,97
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 15/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Bosomvorming: kappen populieren en andere exoten. Ondergroei wordt afgezet om nadien weer snel tot bosvorming te kunnen leiden. Nulbeheer, opvolging bosontwikkeling. / (zie Bijlage 1) qa eiken-haagbeukenbos sf + hfb(va) wilgenstruweel met een ondergroei van natte moerasspirearuigte en boomopslag van een alluviaal elzen-essenbos Struweel van wilgen met opslag van Zwarte els, Esdoorn, Es en Populier. Met ondergroei van moerasspirea ruigte.
10
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
Associa_02
Associa_03
Syntaxon
2007 33DG02 Derivaatgemeenschap van Populier 43RG01 Rompgemeenschap van Fluitenkruid 43RG03 Rompgemeenschap van Grote brandnetel 43RG3 RG Grote brandnetel met elementen van 43AA2 Essen-Iepenbos
2011 38AA02B Gele lisOoibos; subass. met Grote vossenstaart 33DG02 Derivaatgemeenschap van Populier 43AA05 VogelkersEssenbos 38AA02B lissen-ooibos met elementen van 33DG02 nitrofiele zomen
43AB01C subass.
2014 Eiken-Haagbeukenbos;
typische
43AA05 Vogelkers-Essenbos
39AA02B Elzenzegge-Elzenbroekbos; subass. met Bittere veldkers 43AB01C Eiken-Haagbeukenbos met elementen van 43AA05 Vogelkers-Essenbos en 39Aa02B Elzenzegge-Elzenbroek, subass. met Bittere veldkers
43AB01C Eiken-Haagbeukenbos, typische sub associatie met elementen van 43AA05 Vogelkers – Essenbos en 39Aa02B Elzenzegge -Elzenbroek Hoewel het hier gaat om jong bos van struweel en opslag, vinden we toch veel soorten terug van ouder bos. Dit is te verklaren omwille van de vroegere bosopstand met Populier en andere soorten. Es is een kensoort van de klasse der Eiken-en Beukenbossen op voedselrijke grond. Gevlekte aronskelk en Bosanemoon zijn kensoorten van deze associatie. Elementen van een Vogelkers – Essenbos vinden we terug als Es, Zwarte els, Dagkoekoeksbloem, Bosanemoon en Gevlekte aronskelk. Het Elzenzegge – Elzenbroek type uit zich in de aanwezigheid van Boswilg en Zwarte els. Beheer Met reeds veel soorten uit het Haagbeukenverbond kunnen we zeggen dat dit perceel gunstig evolueert richting het natuurstreefbeeld Eiken-haagbeukenbos (qa). De andere types wijzen op beekbegeleidend bos, wat niet verwonderlijk is door de aanwezigheid van de Dijle ten zuiden van het perceel.
11
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 1 2007
2011
Naam Nl
bedekking (Londo)
Gewone esdoorn Zwarte els Hondsdraf Gele dovenetel Dagkoekoeksbloem Grote brandnetel Canadapopulier
4 2 7 1p1 4 1+
Naam Nl Gewone smeerwortel Dagkoekoeksbloem Akkerdistel Grote brandnetel Koninginnenkruid Riet Pitrus Boswilg Schietwilg Zwarte Els Ruwe iep Braam (G) Hop Populier (G) Gewone Es Akkervergeet-mijnietje Kleefkruid Bosandoorn Speenkruid Hondsdraf Aronskelk (G) Moesdistel Vogelmuur
2014 bedekking (Londo)
Naam Nl
bedekking (Londo)
p2 a2 7 7 m4 a1 r1 1+ p4 p2 r2 p2 p1 p4 r2
Ruwe iep Koninginnenkruid Moesdistel Braam (G) Gewone smeerwortel Grote brandnetel Kleefkruid Hondsdraf Dagkoekoeksbloem Schietwilg Akkerdistel Harig wilgenroosje Zwarte els Boswilg Gewone hennepnetel
1+ P4 M4 P4 11+ A4 M1 A4 3 P2 P1 3 3 R1
r1 p1 a2 m2 m1 p1 r1 p1
Gewone es Grote kattenstaart Gevlekte aronskelk Kantig hertshooi Riet Hop Pitrus Moerasandoorn Populier Bosanemoon Gevlekte aronskelk
1A2 P2 R1 A2 P2 R2 R1 12 P1
12
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 2 Locatie : Maatregel V104 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 171515,16 171519,15 171528,32 171524,33
Y 171947,56 171956,73 171952,74 171943,57
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 15/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Bosomvorming: kappen populieren en andere exoten. Ondergroei wordt afgezet om nadien weer snel tot bosvorming te kunnen leiden. Nulbeheer, opvolging bosontwikkeling. / (zie Bijlage 1) va alluviaal elzen-essenbos hfcb natte Moerasspirearuigte met Moesdistel en boomopslag Beperkte verspreide boomopslag, vooral langs de randen.
13
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
Associa_02
Associa_03
Syntaxon
2007 38RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel 38A Orde der wilgenvloedbossen en struwelen 38AA Verbond der wilgenvloedbossen en struwelen 38RG1 RG Grote brandnetel met elementen van 43RG3 Grote brandnetel [CircaeoAlnenion]
2011 32RG01 Rompgemeenschap van Koninginnekruid 32BA02A Moerasmelkdistelass 38AA02B Gele lis-Ooibos; subass. met Grote vossenstaart Natte strooiselruigte verbond van harig wilgenroosje 32BA02A met elementen van lissen-ooibos 38AA02B
2014 32Aa01C Ass. Van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Gewone smeerwortel 38Aa01B Bijvoet-ooibos; subass. met Fioringras 38Aa02A Gele lis-Ooibos; subass. met watermunt Associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan met Gewone smeerwortel (32Aa01C) met elementen Verbond de wilgenvloedbossen en -struwelen
32Aa01 Associatie van Moerasspirea en Valeriaan, subassociaties met Gewone smeerwortel (32Aa01C) met elementen van het Verbond der wilgenvloedbossen en –struwelen Dit perceel heeft als natuurstreefbeeld een alluviaal Elzen-essenbos (va). Oorspronkelijk stonden hier Populieren en andere exoten. Deze werden gekapt samen met de ondergroei. Anno 2014 heeft zich hier een natte ruigte van het Moerasspirea-verbond ontwikkeld. Typische soorten als Moerasspirea, Gewone smeerwortel, Moesdistel, Koninginnekruid en Harig wilgenroosje zijn aanwezig. Verder zien we elementen van het verbond der Wilgenvloedbossen en –struwelen. Met name de associaties Bijvoet-ooibos (38Aa01) en Lissen-ooibos (38Aa02). De eerste associatie vormt een pionierstruweel met één –en tweejarige soorten. De tweede associatie komt voor als een struikvegetatie met veel moerasplanten. Deze elementen zijn te verklaren door het verleden als bos. Beheer Verjonging (zowel vegetatief als vanuit zaad) van bomen is momenteel zeer beperkt. Dit kan te verklaren zijn doordat voor de kaalkap van dit perceel er weinig tot geen struiken nevenetage aanwezig was. Ook in de nabije omgeving zijn er weinig zaadbomen te vinden. Dit hoeft echter geen reden te zijn om het natuurstreefbeeld aan te passen. Na enkele jaren worden verspreid staande struiken en bomen groot genoeg om de dominantie aan ruigtekruiden terug te dringen en meer kiemplaatsen te verschaffen aan bomen en struiken. Eens deze voldoende gevestigd zijn gaat de successie snel de juist kant op richting een Vogelkers-essenbos (43Aa05) of een alluviaal elzen-essenbos (va).
14
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Figuur 1: Successie vanuit de Associatie van Moerasspirea en Valeriaan (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
Figuur 2: Successie vanuit de Associatie van Lissen-ooibos (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
15
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 2 2007
2011
Moesdistel Kale jonker Moerasspirea Kleefkruid Hondsdraf Gewone berenklauw Hop Riet Canadapopulier Zomereik Braam (G)
bedekking (Londo) p2 r1 p1 r1 p1 r1 r2 16 r1 p4
Gewone smeerwortel Grote brandnetel Gelderse roos
17 r1
Naam Nl
Naam Nl Zachte berk Gewone smeerwortel Riet Gele lis Braam (G) Pitrus Moesdistel Kleefkruid Grote Brandnetel Echte Koekoeksbloem Hondsdraf Akkervergeet-mijnietje Boswilg Koninginnenkruid Kruipend zenegroen Dagkoekoeksbloem Moerasandoorn Gevleugeld hertshooi
2014 bedekking (Londo) r1 5 1+ a2 r4 p1 p2 m1 a2 r1 2 p1 p1 a2 p1 r1 p1 p1
Naam Nl Akkerdistel Braam(G) Riet Koninginnenkruid Kleefkruid Gewone smeerwortel Hondsdraf Boswilg Gele lis Basterdwederik (G) Moesdistel Harig wilgenroosje Grote brandnetel Pitrus Bosbies Watermuur Ruw beemdgras Hop Moerasspirea Ruwe berk Dagkoekoeksbloem Boerenwormkruid Kantig hertshooi
bedekking (Londo) A4 A2 2 1+ P2 A4 12 P4 R1 P2 A2 A2 R4 R4 1P2 R1 A4 R1 A2 R1 R1
16
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 3 Locatie : Maatregel V37 Coördinaten PQ (Lambert 72) PQ verplaatst in ZO-richting met volgende coördinaten: Hoekpunt 1 2 3 4
X 170282.51 170274.78 170269.53 170276.51
Y 170201.28 170209.30 170200.64 170194.35
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 15/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Struweel kappen en ontstronken met bosfrees, populierenstronken wegfrezen. Cyclisch maaibeheer. Gefaseerd maaien. (zie Bijlage 1) mr + mc rietland en grote zeggenvegetatie hf(c+mr)b / hc moerasspirearuigte met moesdistel en rietgras Ontwikkeling naar hc door beheer. (Bosbies, Liesgras en Echte valeriaan waargenomen op 10-tal meter van PQ) Nat verruigd grasland met beperkte boomopslag.
17
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
2007 38AA03 Bittere veldkersooibos 38RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel
2011 32RG02 Rompgemeenschap van Harig wilgenroosje 38AA01B Bijvoet-Ooibos; subass., met Fioringras
Associa_03
33RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel
Syntaxon
39RG4 RG Grote brandnetel met elementen van 38RG1 RG Grote brandnetel
32AA01C Associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan; met Gewone smeerwortel Moerasspirea – verbond met RG van Rietgras
Associa_02
2014 16Ab05 Bosbies-associatie 16Ab06 Associatie van Gewone engelwortel en Moeraszegge 32Aa01B Associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan; Subass.; met Gestreepte witbol Mengsel van Bosbies-ass. en Ass. van Gewone engelwortel en Moeraszegge onder het Dotterbloem-verbond (16Ab)
Dotterbloem-verbond – Mengsel van 16Ab05 Bosbies-associatie en 16Ab06 Associatie van Gewone engelwortel met Moeraszegge Dit perceel heeft als natuurstreefbeeld een rietland en Grote zegge-vegetatie. Met de vegetatie-analyse komen we uit op een Bosbies-associatie; deze gemeenschap is gebonden aan kwelmilieus. Een tweede gemeenschap die nauwverwant is, is de Associatie van Gewone engelwortel en Moeraszegge. In deze gemeenschap komen meer ruigteplanten voor dan in de Bosbies-associatie, wat we ook in de vegetatieopname terug vinden met Gewone berenklauw, Gewone engelwortel en Moerasspirea. Beheer We kunnen zeggen dat dit perceel momenteel in een tussensituatie zit van een Moerasspirearuigte en een Dotterbloemhooiland. Om te komen tot een rietland en Grote zegge-vegetatie dient het terrein verder vernat te worden opdat het maaiveld meerdere maanden per jaar onder water komt te staan. Het regulier beheer bestaat best uit het twee- tot driejaarlijks maaien in de herfst. Bij het volledig achter wegen blijven van beheer gaat deze gemeenschap richting een Moerasspirearuigte waar het nu al nauw aan verwant is.
Figuur 3: Successie vanuit de associatie van Grote engelwortel en Moeraszegge. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
18
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 3 2007 Naam Nl Zwarte els Haagwinde Moesdistel Kropaar Kleefkruid Riet Grote brandnetel
2011 bedekking (Londo) 8 r2 11r1 p4 9
Naam Nl Moesdistel Harig Wilgenroosje Ridderzuring Zwarte Els Rietgras Bijvoet Kruipende Boterbloem Gewone smeerwortel Schietwilg Pitrus Haagwinde Hondsdraf Grote Brandnetel Gevleugeld Hertshooi Krulzuring Witbol Witte Dovenetel Moerasspirea Wikke (G) Bosandoorn Moerasrolklaver Kleefkruid Boerenwormkruid Gewone Berenklauw Kropaar Grote Vossenstaart Glanshaver Watermuur
2014 bedekking (Londo) p4 a2 m4 r1 6 a2 m2 p2 p2 m2 p1 a1 a1 r1 r1 m2 r1 r1 p1 r1 m2 p1 p1 r1 a1 r1 p1 a4
bedekking (Londo) Goudgele honingklaver P2 Moerasspirea M4 Rietgras 6 Pitrus 3 Glanshaver 2 Ridderzuring A4 Moerasrolklaver 1Veldlathyrus 1+ Moesdistel 1+ Gewone engelwortel M4 Heelblaadjes P2 Grote kattenstaart P2 Grote weegbree R2 Vogelwikke M4 Witte klaver M2 Rode klaver A2 Harig wilgenroosje P2 Hondsdraf 1Kleine klaver R2 Heermoes A2 Gewone berenklauw A4 Veldzuring P2 Zwart els R4 Watermunt P2 Biezenknoppen P1 Beemdlangbloem 1Kruipende boterbloem M2 Kropaar R2 Gestreepte witbol A2 Naam Nl
19
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 4 Locatie : Maatregel L1 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 170745,74 170750,69 170759,38 170754,42
Y 170538,09 170546,78 170541,82 170533,14
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 15/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Populieren en ander onderhout kappen en ontstronken. Cyclisch maaibeheer. Nulbeheer, opvolging bosontwikkeling. (zie Bijlage 1) hf moerasspirearuigte sz boomopslag van allerlei aard met vooral wilg en els Opslag van zwarte els en wilg met ondergroei van stikstofminnende ruigtekruiden.
20
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
2007 39RG04 Rompgemeenschap van Grote brandnetel 38A Orde der wilgenvloedbossen en struwelen 38AA Verbond der wilgenvloedbossen en struwelen 43RG3 Grote brandnetel (Circaeo-Alnenion) met elementen van 37AB1 PrunoCrataegetum
Associa_02
Associa_03
Syntaxon
2011 38AA02A Gele lisOoibos-ass. 38AA02B Gele lisOoibos ass.; subass. met Grote vossenstaart 36AA02B Ass. Van Grauwe wilg; typische subass. Wilgenbroekstruwelen – associatie van grauwe wilg 36AA02B
2014 39Aa02C Elzenzegge-Elzenbroek; subass. met Zwarte bes 38RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel 39RG04 Rompgemeenschap Grote brandnetel
van
Elzenzegge-Elzenbroek; subass.; met Zwarte bes (39Aa02C) Rompgemeenschap van Grote brandnetel
39 Klasse der Elzenbroekbossen – 39Aa02C Elzenzegge-Elzenbroek; subassociatie met Zwarte bes – Rompgemeenschap van Grote brandnetel (39RG04) Dit type wordt gekenmerkt door een hoge grondwaterstand en door een jonge begroeiing van Zwarte els met veel stikstofminnende planten als Grote brandnetel, Gewone vlier en Hondsdraf. Deze soorten wijzen op verdroging en eutrofiëring. Ze komt vooral voor op verstoorde bodems in het beekdallandschap of laagveengebied. Beheer Het streefbeeld hier is een moerasspirearuigte. Waarschijnlijk is het geplande beheer na de inrichting niet uitgevoerd en is het perceel verbost. Best wordt hier het natuurstreefbeeld bijgesteld naar een nitrofiel alluviaal elzenbos (vn). Een nulbeheer is hier dan van toepassing. Opname PQ 4 2007 Naam Nl
2011 bedekking (Londo)
Naam Nl
Zwarte els Haagwinde
4 r1
Zwarte Els Schietwilg
Dolle kervel
p1
Moesdistel Kropaar
p2 2
Kleefkruid Hondsdraf Gewone bereklauw Sleedoorn Boswilg Gewone vlier Moerasandoorn Vogelmuur Grote brandnetel Meidoorn (G) Braam (G)
2014 bedekking (Londo)
Naam Nl
bedekking (Londo)
5+ 3
Zwarte els Grauwe wilg
Grauwe wilg
5+
Schietwilg
Haagwinde Koninginnenkruid
m2 1-
Grote brandnetel Bitterzoet
1R2
p2
Riet
m4
Hop
R2
1+ r1
Grote brandnetel Gele lis
m2 a4
Gele lis Gewone braam
P4 A4
p2
Akkerdistel
m4
Moesdistel
P2
r1 1-
Kleefkruid Pitrus
a1 8
Hondsdraf Gewone vlier
2 P2
p2 r1
Moerasrolklaver Zegge (G)
p1 m4
Dolle kervel Haagwinde
P1 R1
Moesdistel
p4
Speenkruid
P2
Munt Moerasandoorn
a1 p1
Riet Kleefkruid
R4 P2
Grote kattenstaart
p1
Pitrus
R2
Geoord helmkruid Bitterzoet
p1 r1
Zegge (G) Akkerdistel
R1 R1
Harig wilgenroosje Braam (G)
p1 1-
Koninginnenkruid Grote kattenstaart
R1 R1
Watermunt Ruw beemdgras
R1 R1
6 r1 p4
6 3 2
21
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 5 Locatie : Maatregel V9 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 169832,02 169837,98 169846,01 169840,04
Y 169778,29 169786,31 169780,35 169772,32
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 29/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Bosomvorming: kappen populieren en andere exoten. Ondergroei wordt afgezet om nadien weer snel tot bosvorming te kunnen leiden. In een volgende fase zal deze zone vernat worden. Nulbeheer, opvolging bosontwikkeling. Hakhoutbeheer of nulbeheer. (zie Bijlage 1) sf wilgenstruweel sp + hfb moerasspirearuigte met boomopslag en doornstruweel in de rand van het PQ PQ is een samenstelling van doornstruweel en zeer vochtige ruigte. Houtkant is goed ontwikkeld en een punt van aandacht in het beheer.
22
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
Associa_02
Associa_03
Syntaxon
2007 37AB Verbond van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn 38 Klasse der wilgenvloedbossen en struwelen 38A Orde der wilgenvloedbossen en struwelen 37AB Carpinio-Prunion samen met 33DG populus x canadensis (GalioUrticetea)
2011 32AA01C Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Gewone smeerwortel 32AA01 Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan 31RG04 Rompgemeenschap van Kweek Associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan, subassociatie met gewone smeerwortel
2014 38Aa02A Gele lis-Ooibos; subass. met Watermunt 32AA01B Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Gestreepte witbol 38Aa02B Gele lis-Ooibos; subass. met Grote vossenstaart 32Aa01 Associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan
32Aa01 Associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan Dit is een ruigtegemeenschap die we terugvinden op stikstof- en voedselrijke, sterk humeuze zand- en leemgronden met een wisselende grondwaterstand. Het streefbeeld hier is een wilgenstruweel. Aan de noordwestrand grenst het PQ aan een houtkant en verder is het perceel aan het verbossen met wilgen. We kunnen dus zeggen dat de successie in de goede richting gaat. Beheer Vanuit een Moerasspirearuigte volgt een Vogelkers-Essenbos of Elzenbroekbos bij een nulbeheer. Wil men echter een wilgenstruweel behouden, dan dient de verbossing tijdig terug gezet te worden d.m.v. een hakhoutbeheer.
Figuur 4: Successie vanuit Moerasspirea en Echte valeriaan. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
23
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 5 2007 Naam Nl Gewone engelwortel Haagwinde Akkerdistel Moesdistel Rode kornoelje Kropaar Viltige basterdwederik Koninginnekruid Moerasspirea Kruisbladwalstro Geel nagelkruid Liesgras Klimop Gewone berenklauw Pitrus Dagkoekoeksbloem Watermunt Watermuur Veenwortel Waterpeper Sleedoorn Zomereik Laurierwilg Bitterzoet Moerasandoorn Grote brandnetel Canadapopulier Meidoorn (G) Meidoorn (G) Braam (G)
2011 bedekking (Londo) r1 p2 p1 p2 r2 a4 p1 p1 p2 a2 p1 m4 r1 r1 r1 p1 p2 r1 r1 p1 6 r1 r4 p1 p1 p2 1r1 p1 1-
Naam Nl Rode Kornoelje Grote brandnetel Moesdistel Dagkoekoeksbloem Ruw Beemdgras Harig Wilgenroosje Pitrus Biezenknop Gewone Engelwortel Boerenwormkruid Zomereik Ruwe Iep Braam (G) Bijvoet Wikke (G) Moerasspirea Kruipende Boterbloem Gelderse roos Kruisbladwalstro Watermunt Watermuur Koninginnenkruid Bitterzoet Gewone smeerwortel Eenstijlige meidoorn Gewone vlier Wilde kardinaalsmuts Echte Koekoeksbloem Grote Lisdodde Sleedoorn Moerasandoorn Rietgras Gestreepte witbol Waterpeper
2014 bedekking (Londo) r2 1 p2 a1 m2 a2 2 2 r1 r1 r1 r1 p2 p1 a2 a2 m4 p4 p1 2 r1 a2 r1 r1 r2 r2 1r1 p1 r1 r1 1 a1 p1
Naam Nl Kruisbladwalstro Pitrus Grote Lisdodde Moerasspirea Gewone Berenklauw Leverkruid Moesdistel Watermunt Gewone Engelwortel Haagwinde Viltige Basterdwederik Lidrus Wolfspoot Meidoorn Harig Wilgenroosje Braam Rietgras Penningkruid Bitterzoet Zomereik Moerasrolklaver Vergeten wikke Heelblaadjes Boerenwormkruid Veldlathyrus Basterdwederik (spec.) Grote Brandnetel Grote Kattenstaart Gelderse roos Helmkruid Vogelwikke
bedekking (Londo) r1 1a4 a4 a4 a2 p4 2 a2 a1 p2 p1 a2 r4 a2 r4 3 2 r2 r1 a1 p1 p2 r2 p1 a2 p2 p2 r4 r2 r1
Buiten PQ: Bosbies
24
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 6 Locatie : Maatregel V28 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 169622,04 169622,81 169620,96 169620,19
Y 169720,35 169718,50 169717,73 169719,58
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 15/07/2014 Oppervlakte PQ : 2x2m, 4m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Toelichting
Populieren kappen en ontstronken. Maaien met eventueel nabegrazing. Verschraling door maaibeheer. (zie Bijlage 1) hc dottergrasland mr rietland met rompgemeenschap van rietgras Geen opslag van wilg meer.
25
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
Associa_02
Associa_03
Syntaxon
2007 32AA01C Ass. van Moerasspirea met Echte valeriaan ; subass met Gewone smeerwortel 32RG05 Rompgemeenschap van Rietgras 08RG09 Rompgemeenschap van Rietgras
2011 32RG05 Rompgemeenschap van Rietgras
2014 32RG05 Rompgemeenschap van Rietgras
38RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel
08BC03 Blaaszegge-ass.
32RG02 Rompgemeenschap van Harig wilgenroosje
32RG5 RG Phalaris arundinacea-[ConvolvuloFilipenduletea]
32RG5 RG Klasse der natte strooiselruigte met rompgemeenschap van rietgras
32AA01C Ass. van Moerasspirea met Echte valeriaan ; subass. met Gewone smeerwortel 32RG05 Klasse der natte strooiselruigte met rompgemeenschap van rietgras
32RG05 Klasse der natte strooiselruigte met rompgemeenschap van Rietgras Dit perceel wordt gedomineerd door Rietgras. Deze komt optimaal voor op nitraat- en fosfaatrijke bodems met wisselende waterstand. Beheer Bij verdere verschraling door maaibeheer gaat deze gemeenschap richting een associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan. Bij het aanhouden van dit verschralingsbeheer vormt zich een dottergrasland. Verschraling gebeurt best met het 2 maal per jaar maaien. Op deze manier worden de meeste voedingsstoffen afgevoerd.
Figuur 5: Successie vanuit Moerasspirea en Echte valeriaan. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
26
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Opname PQ 6 2007 Naam Nl Gewone engelwortel Haagwinde Moerasspirea Rietgras Riet Braam (G) Grote brandnetel
2011 bedekking (Londo) r2 r2 r2 9 1+ 1r2
Naam Nl Schietwilg Wilg (G) Rietgras Riet Grote Lisdodde Pitrus Biezenknoppen
2014 bedekking (Londo) 2 1+ 6 p2 r1 1 a1
Naam Nl Pitrus Riet Rietgras Grote kattenstaart Beemdlangbloem Schietwilg Biezenknoppen Gewone waterbies Glanshaver Harig wilgenroosje Zegge (G) Basterdwederik
bedekking (Londo) 1A4 6 A2 M2 R2 A2 P2 M1 R1 M4 R1
27
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 7 Locatie : Maatregel V29 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 169739,60 169741,91 169745,99 169743,67
Y 170015,92 170019,18 170016,28 170013,02
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 15/07/2014 Oppervlakte PQ : 4x5m, 20m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Populieren kappen en ontstronken. Maaien met nabegrazing. / (zie Bijlage 1) hu+hp* glanshaver/kamgrasland hp* kamgrasland PQ ligt in zelfde weide als PQ 8 maar droger/hoger. Op moment van vegetatieopname was dit perceel pas gemaaid, daardoor laag aantal soorten waargenomen.
28
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
2007 30BB02 Hanepoot-ass.
2011 33AA05B Zevenblad-ass.
Associa_02
33RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel
Associa_03
30BB02A Hanepoot-ass.; typische subass.
Syntaxon
33AA4B AlliarioChaerophylletum aleopsietosum met 33DG2 DG populus x canadensis
12BA01A Ass. van Geknikte vossenstaart; subass. met Akkerkers 33RG01 33RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel 16RG01 Klasse der vochtige graslanden met RG van Gestreepte witbol
2014 16RG01 Rompgemeenschap van Gestreepte witbol en Engels raaigras 12Ba01D Ass. van Geknikte vossenstaart; arme subass. 12Aa01A Ass. van Engels raaigras en Grote weegbree; typische subass. 16RG01 Klasse der matig voedselrijke graslanden: Rompgemeenschap van Gestreepte witbol en Engels raaigras
16RG01 Rompgemeenschap van Gestreepte witbol en Engels raaigras Graslanden die behoren tot deze rompgemeenschap worden gedomineerd door Gestreepte witbol. Dit soort begroeiingen komen voornamelijk voor op voedselrijke vochtige zand- en veengronden, waar ze door bemesting en drainage ontstaan uit natte schraallanden. De vegetatie heeft ook kenmerken van de volgende twee associaties: associatie van Geknikte vossenstaart en associatie van Engels raaigras en Grote weegbree. Beheer Het natuurstreefbeeld is in feite al bereikt maar om een nog soortenrijker grasland te bekomen kan men het beheer voortzetten. Door te maaien wordt er verder verschraald en beweiding zorgt ervoor dat het grasland kort de winter ingaat. Dit zorgt voor een goede kiemkans voor nieuwe planten.
Figuur 6: Successie vanuit een Glanshaverassociatie. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
29
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 7 2007 Naam Nl Kropaar Kweek Kruipende boterbloem Vogelmuur Grote brandnetel Paardebloem (G) Klaver (G)
2011 bedekking (Londo) 8 1p1 a4 p4 r1 r1
Naam Nl Kropaar Zachte Dravik s.l. Ruw beemdgras Grote Brandnetel Moerasbeemdgras Kruipende Boterbloem Gestreepte witbol Geknikte vossenstaart
2014 bedekking Naam Nl (Londo) 4 Gestreepte witbol p1 Ruw beemdgras 2 p2 1+ p1 p1 p1
Veldbeemdgras Paardenbloem Glanshaver Kruipende boterbloem
bedekking (Londo) 4 3 2 P1 R1 R1
30
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 8 Locatie : Maatregel V2 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 169897,61 169899,02 169897,59 169896,19
Y 169890,68 169889,26 169887,86 169889,28
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 15/07/2014 Oppervlakte PQ : 2x2m, 4m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Populieren kappen en ontstronken. Cyclisch maaibeheer. Nulbeheer, cyclisch maaibeheer. (zie Bijlage 1) mr rietland ku ruderale ruigte of pioniersvegetatie Dit perceel heeft tijdens de inventarisatieperiode onder water gestaan zodat een vegetatieopname en BWK typering niet mogelijk was.
Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
2007 12 Weegbree-klasse
Associa_02 Associa_03 Syntaxon
2011
2014
/
/
12BA01 Ass. van Geknikte vossenstaart; 12BA Zilverschoon-verbond
/
/
/
/
12BA1 RanunculoAlopecuretum geniculati
/
Geen vegetatietype bepaald
31
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Geen vegetatietype Dit perceel heeft tijdens de inventarisatieperiode onder water gestaan zodat een vegetatieopname en BWK typering niet mogelijk was. In het voorjaar stond het perceel onder water. In de nazomer was het perceel drooggevallen, met grote slijkbodems tot gevolg. Er was zo goed als geen vegetatie zichtbaar. Beheer Het langdurig onder water staan van het maaiveld is in principe een goede uitgangspositie voor de ontwikkeling van het Rietvegetatie, doch het tijdelijk droogvallen van het maaiveld kan leiden tot het ontstaan van een Grote zeggenvegetatie. Deze kan op zijn beurt wel evolueren naar een Rietland. Voor de ontwikkeling van een rietland is een hoge waterstand in de winter noodzakelijk en een lagere waterstand in de zomer. Echter mag het waterpeil in de zomer nooit wegzakken dan een tiental cm onder het maaiveld. Het wegzakken van het water tot onder het maaiveld heeft als voordeel dat er ook kleinere moerasplanten zich kunnen vestigen. Het regulier beheer houdt in het behouden van een hoge waterstand (met eventueel tijdelijk droogvallen in de zomer) en het cyclisch maaien van het riet in de winter. Dit maaien zal uiteraard pas gebeuren wanneer zich een riet- of zeggevegetatie zich heeft ontwikkeld.
Figuur 7: Successie vanuit een Riet-associatie. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
32
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 8 2007 Naam Nl Pinksterbloem Mannagras Engels raaigras Kruipende boterbloem Grote weegbree s.l. Paardenbloem (G)
2011 bedekking (Londo) p1 19
Naam Nl Mannagras
2014 bedekking (Londo) 5+
Naam Nl
bedekking (Londo)
7 r1 r1
33
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 9 Locatie : Maatregel L27 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 169370,68 169374,44 169376,16 169372,40
Y 168231,22 168232,60 168227,90 168226,53
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 16/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving Toelichting
Plaatsen raster. Begrazingsbeheer. Terugzetten van boomopslag en begrazing uitvoeren. (zie Bijlage 1) hp* kamgrasland hfcb moerasspirearuigte met Moesdistel en boomopslag Moerasspirearuigte met moesdistel en verspreid boomopslag aanwezig. Begrazingsbeheer is onvoldoende om het natuurstreefbeeld te behalen. Beter is om het natuurstreefbeeld om te vormen naar een hfcb ipv een hp*.
34
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
32A orde
2007 Moerasspirea-
Associa_02
32AA Moerasspireaverbond
Associa_03
32AA01 Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan 32AA1B ValerianoFilipenduletum holcetosum
Syntaxon
2011 32AA01C Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Gewone smeerwortel 32AA01B Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Gestreepte witbol 16AB06 Ass. van Gewone engelwortel en Moeraszegge 32A Moerasspireaverbond
2014 32Aa01C Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Gewone smeerwortel 32Aa01B Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Gestreepte witbol
32Aa01A Ass Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Hennegras 32Aa01c Ass. van Moerasspirea en Engelwortel; subass. met Gewone smeerwortel
32Aa01b Ass. van Moerasspirea en Engelwortel; subass. met Gewone smeerwortel Deze associatie wordt gedomineerd door Moerasspirea en heeft daarnaast een zeer talrijke aanwezigheid van Gewone smeerwortel, van daar de subassociatie. De vegetatieanalyse bracht ook kenmerken van de subassociaties met enerzijds Gestreepte witbol en anderzijds Hennegras voort. Een honderdtal meter ten zuiden van de PQ is wel een kamgrasland aanwezig. Beheer Om het natuurstreefbeeld te bekomen gaan er zeer veel en zeer dure werken uitgevoerd moeten worden. Omwille van de grotere potentie tot hfcb ipv hp* is het beter om het natuurstreefbeeld bij te stellen. Ook voor de biodiversiteit komt dit ten goede. Momenteel is er een successie bezig naar een moerasspirearuigte. Deze kan behouden worden met eventuele terugzetting van boomopslag. Begrazing zorgt voor een structuurrijk geheel.
35
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Figuur 8: Successie vanuit Moerasspirea en Echte valeriaan. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
Figuur 9: Successie vanuit een Kamgrasweide. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
36
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 9 2007 Naam Nl Gewone engelwortel Moeraszegge Ruige zegge Grote centaurie Akkerdistel Moesdistel Kropaar Peen Viltige basterdwederik Koninginnekruid Moerasspirea Hondsdraf Biezenknoppen Pitrus Rietgras Riet Gewone smeerwortel Grote brandnetel Lathyrus (G)
2011 bedekking (Londo) r1 p2 p2 p1 112 r1 r1 1+ 3 p2 p1 p2 p1 r1 1p1 r1
Naam Nl Dagkoekoeksbloem Moerasspirea Akkerdistel Gewone smeerwortel Moesdistel Hondsdraf Grasmuur Wikke (G) Akkervergeet-menietje Heermoes Gewone Engelwortel Moeraszegge Grote vossenstaart Ruw beemdgras Harig wilgenroosje Kleefkruid Biezenknoppen Adderwortel
2014 bedekking (Londo) a4 8 a4 p2 p4 m4 a2 p2 r1 r1 r1 a4 7 4 p2 a1 p1 a2
Moerasspirea Akkerdistel Moeraszegge Koninginnenkruid Veenwortel Gewone engelwortel Viltige basterdwederik Basterdwederik (G)
bedekking (Londo) 7 12 A4 A1 P4 M2 M2
Gewone smeerwortel Braam (G) Hop Moesdistel Riet Pitrus Hondsdraf Adderwortel Ruw beemdgras Harig wilgenroosje Kale jonker Vogelwikke Lidrus
P2 R4 R4 P4 R1 R1 1A2 2 P2 M2 P2 R1
Naam Nl
37
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 10 Locatie : Maatregel V25 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 169473,38 169472,91 169470,97 169471,43
Y 166362,62 166360,68 166361,14 166363,09
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 16/07/2014 Oppervlakte PQ : 2x2m, 4m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Fijnspar kappen. Extensieve begrazing (onderdeel van groot begrazingsblok), mogelijk met cyclisch maaibeheer. Extensieve begrazing. (zie Bijlage 1) mr rietland/rietruigte se + hfcb kapvlakte met moerasspirearuigte en boomopslag Ruigte na kaalkap met verspreid boomopslag.
38
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
Associa_02
Associa_03
Syntaxon
2007 37AB Verbond van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn 37AB01 Ass. van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn 43AA02A EssenIepenbos; typische subass. 43AA5 PrunoFraxinetum met elementen van 37AB1 Pruno-Crataegetum
2011 32RG05 Rompgemeenschap van Rietgras 33RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel
2014 38Aa03A Bittere veldkersOoibos; subass. met Fluitenkruid 38RG01 Rompgemeenschap van Grote brandnetel
32RG02 Rompgemeenschap van Harig wilgenroosje
32RG05 Rompgemeenschap van Rietgras
Klasse der natte strooiselruigte 32RG en elementen van Klasse der nitrofiele zomen 33 RG
32RG05 Klasse der strooiselruigte Rompgemeenschap Rietgras
natte – van
32RG05 Klasse der natte strooiselruigte met Rompgemeenschap van Rietgras Dit perceel wordt gedomineerd door Rietgras. Deze Rompgemeenschap komt optimaal voor op nitraat- en fosfaatrijke bodems met wisselende waterstand. Deze Rompgemeenschap van Rietgras (Rompgemeenschap onder de klasse der natte strooiselruigten) heeft ook kenmerken van de Rompgemeenschap van Grote brandnetel en de associatie van Bittere veldkers-Ooibos, subassociatie met Fluitenkruid, beide onder de klasse der wilgenvloedbossen en –struwelen. Beheer Het is niet zeker dat een rietland bekomen zal worden, dit hangt af van de gemiddelde waterstand in het gebied. Een hoge waterstand van gemiddeld 10-15cm boven het maaiveld geeft aanleiding tot de ontwikkeling van een rietvegetatie, zoals de figuur (figuur 11) met de vochtwaarden aangeeft. Enkel daardoor valt te bepalen of rietland zich zal kunnen ontwikkelen. Logischer zou zijn om het natuurstreefbeeld bij te stellen naar een associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan (hfc) eventueel met verspreide boomopslag aangezien dit perceel al extensief wordt begraasd. Indien het gebied vernat, kan een rietland wel bereikt worden.
39
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Figuur 10: Successie vanuit Moerasspirea en Echte valeriaan. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) Ellenberg - vocht onder water
12 11,5
water
11 10,5
tijdelijk droogvallend water tijdelijk droogvallend
10
water
9,5
natte bodems natte bodems
9 8,5
vochtige tot vochtige natte bodems
indicatieklassen
8
tot natte bodems
7,5
vochtige vochtige bodemsbodems
7 6,5
droge/vochtige tot vochtige bodems
6 5,5
droge/vochtige bodems
5 4,5
droge tot droge/vochtige bodems
4 3,5 3
droge bodems
2,5 extreem droge tot droge bodems
2 1,5 1
1
extreem droge bodems
2
1: 08Bb04-Riet-associatie (n=3939)
2: 32RG05-Rompgemeenschap van Rietgras (n=2529)
Figuur 11: Ellenberg-vocht-waarden voor Riet-associatie (08Bb04) en de Rompgemeenschap van Rietgras (32RG05). (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
40
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 10 2007 Naam Nl Gewone esdoorn Gewone esdoorn Rode kornoelje Hondsdraf Hop Amerikaanse vogelkers Gewone smeerwortel Grote brandnetel Meidoorn (G) Meidoorn (G) Braam (G)
2011 bedekking (Londo) 11r1 1+ r1 r1 1+ 2 1r1 1-
Naam Nl Rietgras Grote Brandnetel Hondsdraf Pitrus Gewone Engelwortel Kruipende Boterbloem Eenstijlige Meidoorn Ridderzuring Biezenknoppen Harig Wilgenroosje Kleefkruid
2014 bedekking (Londo) 2 2 p4 2 r4 p4 r2 r2 p1 p4 r1
Naam Nl Braam (G) Moesdistel Grote brandnetel Grote kattenstaart Harig wilgenroosje
bedekking (Londo) 3 12 A4 P2
Akkerdistel Gewone engelwortel Pitrus Rietgras Hondsdraf Watermunt
A2 P4 P1 11A4
Hop Haagwinde Gewone smeerwortel
P4 A2 1+
41
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 11 Locatie : Maatregel V17 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 168674,83 168707,15 168751,25 168720,21
Y 167264,00 167353,05 167340,21 167261,43
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 16/07/2014 Oppervlakte PQ : +/- 45x90m, 4000m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Herinrichting van de vijvers: verwijderen strooisellaag en plantengroei in verlandingszone, herstel constructies voor watertoevoer en afvoer Jaarlijks (meermaals) bijvullen van water, cyclisch (om de paar jaren) droogleggen van vijvers. Gefaseerd maaien in de zomerperiode, bijvullen van water indien nodig geacht. (zie Bijlage 1) ae open water ae open water met emergente vegetatie Open water met emergente oeverplanten en hier en daar wilgenopslag.
42
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01 Associa_02
2007 36AA02B Ass. van Grauwe wilg; typische subass. 29A Tandzaad-orde
Associa_03
29AA Tandzaad-verbond
Syntaxon
8RG1 RG Glyceria maxima[Phragmitetea] samen met 38AA Salicion Albae
2011 05RG04 Rompgemeenschap van Grof hoornblad 05RG03 Rompgemeenschap van Schedefonteinkruid en Gesteelde zannichellia 08AB02 Ass. van Egelskop en Pijlkruid 05 Fonteinkruid-klasse met elementen van Riet-klasse
2014 05Ba03 Ass. van Witte waterlelie en Gele plomp 04Bb01 Ass. van Gewoon kransblad 05RG04 Rompgemeenschap van Grof hoornblad 05Ba03 Ass. van Witte waterlelie en Gele plomp
05Ba03 Associatie van Witte waterlelie en Gele plomp Deze associatie wordt volledig gedomineerd door Gele plomp. Witte waterlelie is ook altijd aanwezig maar de helft minder talrijk dan Gele plomp. De vegetatie-opname leert dat kenmerken van de Associatie van Gewoon kransblad (onder de Kranswieren-klasse) en de Rompgemeenschap van Grof hoornblad (onder de Fonteinkruiden-klasse, net zoals de Associatie van Witte waterlelie en Gele plomp) aanwezig zijn. Beheer Volgens figuur 12 hieronder gaat deze associatie spontaan bekomen zijn vanuit open water of via successie vanuit de Associatie van glanzig fonteinkruid. Door de aanwezigheid van Grof hoornblad lijkt het erop dat er reeds een sterke eutrofiëring heeft plaatsgevonden in de vijver. Het natuurstreefbeeld open water (ae) is reeds behaald. Om dit te behouden moet de oeverzone elke vijf jaar gefaseerd gemaaid worden in de zomerperiode. Verder is het noodzakelijk om de vijver elke paar jaar droog te leggen in de zomer.
Figuur 12: Successie vanuit de associatie van Witte waterlelie en Gele plomp. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
43
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 11 2007 Naam Nl Zwarte els Haagwinde Harig wilgenroosje Koninginnekruid Liesgras Hop Pitrus Wolfspoot Grote kattenstaart Riet Braam (G) Boswilg Katwilg Gewone smeerwortel Grote lisdodde Grote brandnetel Blauwe waterereprijs
2011 bedekking (Londo) r1 a2 a1 m2 7 a1 m2 a1 1m2 a1 p2 2 a1 1m2 a1
Naam Nl Grote Lisdodde Liesgras Riet Harig Wilgenroosje Blauwe waterereprijs Beekpunge Schedefonteinkruid Grof hoornblad
2014 bedekking (Londo) 1+ m4 m2 m1 r1 m1 4 4
Naam Nl Grote lisdodde Liesgras Riet Harig wilgenroosje Grof hoornblad Schedefonteinkruid Klein kroos Stijve waterranonkel
bedekking (Londo) 1+ M4 M4 M4 3 3 a2 1-
44
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 12 Locatie : Maatregel V42 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 168617,92 168626,24 168631,79 168623,47
Y 167048,07 167053,61 167045,29 167039,75
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 16/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Herstellen reliëf met grond van naastliggende dijk, spontane verbossing. Nulbeheer, opvolging bosontwikkeling. / (zie Bijlage 1) va alluviaal elzen-essenbos sz opslag van allerlei aard Hoge densiteit van boomopslag op uitgedroogde vijver.
45
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
2007 29 Tandzaad-klasse
Associa_02
29A Tandzaad-orde
Associa_03
29AA Verbond
Syntaxon
29AA2 Rumicetum maritimi met elementen van 8RG3 RG Typha latifolia [Phragmitetea] en 38AA Salicion albae
Tandzaad-
2011 32AA01C Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Gewone smeerwortel 39RG04 Rompgemeenschap van Grote brandnetel 39AA02B ElzenzeggeElzenbroek; subass. met Bittere veldkers 39A Elzen-verbond met elementen van 38A Wilgenverbond
2014 39RG04 Rompgemeenschap Grote brandnetel
van
39Aa02C Elzenzegge-Elzenbroek; subass. met Zwarte bes 43RG03 Rompgemeenschap van Grote brandnetel 43RG03 Rompgemeenschap Grote brandnetel
van
43RG03 Rompgemeenschap van Grote brandnetel De vegetatieanalyse heeft zeer veel kenmerken van een Elzenzegge-Elzenbroek (subassociatie met Zwarte bes) en van een Rompgemeenschap van Grote brandnetel (beide behorend tot de klasse der elzenbroekbossen). De grote aanwezigheid van Zwarte Els heeft bepaald dat dit perceel tot de elzenbroekbossen behoord. Omdat op dit perceel zich nog in de struweelfase bevindt (en Zwarte Els daar gemakkelijk voorkomt) en omdat het perceel geen moerasgebied met permanent hoge waterstand is (zoals bij een Elzenbroek het geval is), wordt het vegetatietype van dit perceel vastgelegd op een Rompgemeenschap van Grote brandnetel dat valt onder de klasse der eiken- en beukenbossen op voedselrijke gronden. Het perceel bevond zich in 2007 in een ruigtefase en in 2011 en 2014 in de struweelfase. Via onderstaande tabel wordt duidelijk dat de verbossing begonnen is (vandaar de huidige BWK-typering: sz). Binnen dit en minstens tien jaar zal de boomlaag volledig ontwikkeld zijn en zal een nitrofiel alluviaal elzenbos (BWK-code: vn) bereikt worden. Decennia later, wanneer voorjaarsbloeiers aanwezig zijn, zal een alluviaal elzen-essenbos bekomen worden (BWK-code: va). Beheer Spontane ontwikkeling zal ervoor zorgen dat dit perceel zijn natuurstreefbeeld behaald.
46
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 12 2007 Naam Nl Veerdelig tandzaad Moeraszegge Pitrus Zeegroene rus Wolfspoot Grote kattenstaart Watermunt Waterpeper Gele waterkers Amandelwilg Katwilg Bitterzoet Grote lisdodde Grote brandnetel Egelskop (G)
2011 bedekking (Londo) 6 a2 a2 p1 a1 3 a4 2 1p2 a4 a2 4 a1 a2
Naam Nl Zwarte Els Schietwilg Katwilg Koninginnenkruid Moesdistel Pitrus Rietgras Haagwinde Braam (G) Ridderzuring Boerenwormkruid Gewone engelwortel Kleefkruid Akkerdistel Veldzuring Reuzenzwenkgras Gevleugeld hertshooi Geoord helmkruid Hop Grote Brandnetel Walstro (G) Kruipende Boterbloem
2014 bedekking (Londo) 9 r1 r1 m2 a2 8 a1 m2 3 p2 p2 p1 a1 a2 m2 m4 m2 p1 r1 p2 r1 p1
Naam Nl Zwart els Robinia Schietwilg Braam (G) Grote brandnetel Kleefkruid Dagkoekoeksbloem Bosbies Veldzuring Haagwinde Gewone engelwortel Geel nagelkruid Bosandoorn Kruipende boterbloem Watermuur Ridderzuring Moesdistel Ruw beemdgras Basterdwederik (G) Hondsdraf Rietgras Hop Haagwinde Pitrus Koninginnenkruid Katwilg
bedekking (Londo) 9 11+ 4 3 1A2 P4 P2 P2 P2 R2 R2 P1 P2 P4 P4 A1 A1 1P1 R1 M2 R1 R4 R1
47
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 13 Locatie : Maatregel V102 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 169034,43 169033,17 169031,61 169032,87
Y 167470,66 167469,11 167470,36 167471,92
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 26/05/2011 Oppervlakte PQ : 10x10 m
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Verwijderen strooisellaag en plantengroei. Cyclisch maaibeheer. Nulbeheer, cyclisch maaibeheer. (zie Bijlage 1) mc grote-zeggenvegetatie ae open water De vijver is nog steeds ten dele open water. Successie naar mc geschied traag. De vegetatie breidt geleidelijk uit. Zone ten oosten van PQ kan men typeren als mc.
48
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01 Associa_02
Associa_03 Syntaxon
2007 32 Klasse der natte strooiselruigten 32AA01A Ass. van Moerasspirea en Echte valeriaan; subass. met Hennegras 32AA Moerasspirea-verbond 32AA1C ValerianoFilipenduletum symphytetosum met elementen van 8RG8 RG Carex acutiformis[Phragmitetalia]
2011
2014 04Bb01 Ass. van Gewoon kransblad 05Bb02 Ass. van Groot blaasjeskruid
05Ba03 Ass. van Witte waterlelie en Gele plomp 05Ba03 Associatie van Witte waterlelie en Gele plomp
05Ba03 Associatie van Witte waterlelie en Gele plomp Deze associatie wordt volledig gedomineerd door Gele plomp. Witte waterlelie is ook altijd aanwezig maar de helft minder talrijk dan Gele plomp. De vegetatie leert dat kenmerken van de Associatie van Gewoon kransblad (onder de Kranswieren-klasse) en de Associatie van Groot blaasjeskruid (onder de Fonteinkruiden-klasse, net zoals de Associatie van Witte waterlelie en Gele plomp) aanwezig zijn. Geleidelijk aan groeit de vijver dicht met een Grote zeggenvegetatie. Beheer Als de successie zijn gang kan gaan zal het natuurstreefbeeld (Grote zeggenvegetatie, hier geïnterpreteerd als Oeverzegge-vegetatie en Associatie van Scherpe zegge) op enige termijn bekomen worden. Wanneer de vijver is dichtgegroeid kan het regulier beheer van cyclisch maaien starten.
Figuur 13: Successie vanuit de associatie van Witte waterlelie en Gele plomp. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
49
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Figuur 14: Successie vanuit Oeverzegge-associatie. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
Figuur 15: Successie vanuit de associatie van Scherpe zegge. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
Opname PQ 13 2007 Naam Nl Moeraszegge Moesdistel Moerasspirea Hop Grote kattenstaart Riet Bitterzoet Grote brandnetel
2011 bedekking (Londo) 52 2 1r4 3 a4 r2
Naam Nl Gevleugeld sterrenkroos Schedefonteinkruid
2014 bedekking (Londo) a1 1
Naam Nl Grote lisdodde Rietgras Riet Liesgras Schedefonteinkruid Klein kroos
bedekking (Londo) 1111p4 a4
50
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 14 Locatie : Maatregel V7 Coördinaten PQ (Lambert 72) Hoekpunt 1 2 3 4
X 169369,82 169379,10 169382,83 169373,55
Y 168937,10 168940,82 168931,54 168927,82
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 16/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Beschrijving
Bosomvorming: kappen fijnspar en andere exoten. Nulbeheer, opvolging bosontwikkeling. / (zie Bijlage 1) vm mesotroof elzenbroekbos hrb+sz verruigd grasland met boomopslag en wilgenstruweel Boomopslag met een ondergroei van vochtig verruigd grasland.
51
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01
2007 41RG02 Rompgemeenschap van Fijn en Groot laddermos
2011 33Aa05B Zevenbladass.; subass. met Gestreepte witbol
2014 37Ab01D Ass. van Eenstijlige meidoorn; Bosrank
Associa_02
41RG01 Rompgemeenschap van Bronsmos en Haarmos 41AA Verbond der naaldbossen
18Aa02 Ass. van Boshavikskruid en Gladde witbol 31Ca01B Honingklaverass; typische subass.
43RG01 Rompgemeenschap Fluitenkruid
41AA Dicrano-Pinion met elementen van 43AA2 FraxinoUlmetum
Klasse der nitrofiele zomen 33 RG met elementen van Klasse der natte strooiselruigte 32RG
Associa_03
Syntaxon
Sleedoorn en subass. met van
37Ab01C Ass. van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn; subass. met Gelderse roos 37Ab01 Ass. van Sleedoorn en meidoorn met elementen van 43 Verbond van Els en Vogelkers – Rompgemeenschap van Fluitenkruid (43RG01)
Ass. van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn met elementen van Verbond van Els en Vogelkers – Rompgemeenschap van Fluitenkruid Dit verruigd grasland is momenteel sterk aan het verbossen met soorten als Eenstijlige meidoorn, Gewone vlier, Ruwe berk en Boswilg. Verder zien we nog veel Braam, hondsdraf, Grote brandnetel en Kleefkruid. Deze stikstofminnende kruiden zijn typische voor het Verbond van Els en Vogelkers. Eenstijlige meidoorn is dan weer een typische soorten van de Associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn. De Rompgemeenschap met Fluitenkruid is te verklaren door de open en lichtrijk karakter door de recente kap. De associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn zien we voornamelijk in mantels van bossen en als een tijdelijk stadium bij regeneratie na het kappen van een bos. Beheer Bij verdere successie kan hieruit een Abelen-Iepenbos ontstaan. Bij vernatting van het perceel kan een Elzenzegge-Elzenbroek (39Aa02) ontstaan oftewel een elzenbroek (vm) ontstaan. Indien niet vernat wordt dan ontstaat een nitrofiel alluviaal elzenbos (vn).
52
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
Figuur 16: Successie vanuit associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
Figuur 17: Successie vanuit een Abelen-Iepenbos. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
Figuur 18: Successie vanuit een Vogelkers-Essenbos. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
53
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Ellenberg - vocht onder water
12 11.5
water
11 10.5
tijdelijk droogvallend water
10 9.5 9
natte bodems
8.5 vochtige tot natte bodems
indicatieklassen
8 7.5 7
vochtige bodems
6.5 droge/vochtige tot vochtige bodems
6 5.5
droge/vochtige bodems
5 4.5
droge tot droge/vochtige bodems
4 3.5 3
droge bodems
2.5 extreem droge tot droge bodems
2 1.5 1
1
2
extreem droge bodems
3 1: 37Ab01-Associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn (n=1684) 2: 39Aa02-Elzenzegge-Elzenbroek (n=2385) 3: 43Aa05-Vogelkers-Essenbos (n=2724)
Figuur 19: Ellenberg-vocht-waarden van de Associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn (37Ab01), Elzenzegge-Elzenbroek (39Aa02) en Vogelkers-Essenbos (43Aa05). (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
54
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 14 2007 Naam Nl Kruipend zenegroen Mannetjesvaren Smalle stekelvaren Gewone es Kleefkruid Hondsdraf Klimop Penningkruid Zomereik Gewone vlier Grote brandnetel Fijnspar Meidoorn (G) Braam (G)
2011 bedekking (Londo) p1 r1 p2 r1 r1 p1 r1 p1 r1 p2 p1 8 r1 p2
Naam Nl Gewone vlier Grote Brandnetel Moesdistel Pitrus Bitterzoet Gewone smeerwortel Dagkoekoeksbloem Gewone margriet Grasmuur Hondsdraf Ruwe Berk Rietgras Akkerdistel Krulzuring Bijvoet Kruipende Boterbloem Bosandoorn Gestreepte witbol Mannetjes Varen Wilg (G) Vlasbekje Grote Vossenstaart Ruw beemdgras Kropaar Moerasspirea Wikke (G) Klein Hoefblad
2014 bedekking (Londo) r1 1a4 m1 p1 r1 p1 a1 p1 a2 p2 1 a2 r1 p1 p1 p1 a1 r1 r1 1+ a1 p1 p1 r1 p1 r1
Naam Nl Braam (G) Kleefkruid Rietgras Grote brandnetel Akkerdistel Moesdistel Bijvoet Gewone smeerwortel Mannetjesvaren Vergeten wikke Ruwe berk Eenstijlige meidoorn Gewone vlier Pitrus Hondsdraf Ruw beemdgras Gestreepte witbol Zwarte els Koninginnenkruid Dagkoekoeksbloem Boswilg Bitterzoet Krulzuring Ruw beemdgras Kropaar
bedekking (Londo) 2 13 1+ P2 P4 R2 P2 R2 R1 5+ R4 1R1 1+ 11R4 R4 R1 1R1 R1 P1 P1
55
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
PQ 15 Locatie : Maatregel V46 Coördinaten PQ (Lambert 72) → PQ verplaatst omwille van door parking en intensieve betreding tegenhouden van successie van PQ. Hoekpunt 1 2 3 4
X 169139.529 169149.292 169151.277 169141.355
Y 168064.764 168066.590 168056.906 168055.160
Inrichting en beheer voor opname 2014 Datum opname : 16/07/2014 Oppervlakte PQ : 10x10m, 100m²
Inrichtingsbeheer Regulier beheer Aanpassing beheer Natuurstreefbeeld Huidige vegetatie BWK Toelichting Bijstelling beheermaatregelen
Spontane verbossing. Nulbeheer, opvolging bosontwikkeling. / (zie Bijlage 1) vc elzen-essenbos van bronnen en bronbeken sz / va spontane houtige opslag met elementen van alluviaal elzen-essenbos Hoge densiteit van boomopslag langs pad op voormalige akker. Evolutie naar alluviale bos op minerale bodem zijn mogelijk (va, vn, vc). Evolutie naar va reeds duidelijk merkbaar.
56
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Resultaat vegetatie-analyse Analyse Associa_01 Associa_02
2007 31CA03B Wormkruidass.; typische subass. 31CA03 Wormruid-ass.
Associa_03
31C Wormkruid-Orde
Syntaxon
31CA3B TanacetoArtemisietum typicum
2011 31CA03B Wormkruidass.; typische subass. 33AA05B Zevenbladass.; subass. met Gestreepte witbol 31CA03A Wormkruidass.; typische subass.; subass. met Gewoon struisgras
2014 43Aa04 Goudveil-Essenbos 43RG03 Rompgemeenschap van Grote brandnetel 43Aa05 Vogelkers-Essenbos
43Aa05 Vogelkers - Essenbos
43Aa05 Vogelkers - Essenbos In deze Associatie komen de volgende soorten trouw voor: Reuzenzwenkgras, Tweestijlige meidoorn, Zwarte bes, Donkersporig en Bleeksporig bosviooltje, Peterselievlier, Tweestijlige x Eenstijlige meidoorn en Witte rapunzel, waarvan de laatste drie in heel kleine aantallen. Dit soort bos komt voor op matig voedselrijke tot voedselrijke bodems en vooral op droge/vochtige tot vochtige bodems. Beheer Zeer plaatselijk zou eventueel een Goudveil-Essenbos bekomen kunnen worden indien er bronnen of bronbeken aanwezig zijn. Bij de controle in 2014 zijn er geen gevonden in de PQ. Het natuurstreefbeeld behalen lijkt eerder uitzonderlijk te zijn, mede omdat de grondwaterschommelingen te groot zijn. Het perceel evolueert naar een alluviaal elzenessenbos (BWK-code: va). Het is dan ook aan te raden het natuurstreefbeeld hieraan gelijk te stellen.
Figuur 20: Successie vanuit een Vogelkers-essenbos. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR)
57
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Opname PQ 15 2007 Naam Nl Zevenblad Glanshaver Bijvoet Haagwinde Akkerdistel Moesdistel Kropaar Peen Viltige basterdwederik Koninginnekruid Rood zwenkgras s.l. Hondsdraf Gestreepte witbol Groot springzaad Rietgras Kruipende boterbloem Braam (G) Ridderzuring Dagkoekoeksbloem Gekroesde melkdistel Moerasandoorn Watermuur Gewone smeerwortel Boerenwormkruid Grote brandnetel
2011 bedekking (Londo) a1 1a1 a1 111a2
Naam Nl Rode Klaver Braam (G) Gewone Berenklauw Kruipende Boterbloem Gewone smeerwortel Gestreepte witbol Glanshaver Witte klaver
2014 bedekking (Londo) p1 2 p2 1p4 m4 1m2
Naam Nl Braam Boswilg Grote brandnetel Bosgierstgras Moesdistel Dagkoekoeksbloem Gewone engelwortel Ruwe berk
bedekking (Londo) 2 7 2 P2 P4 R2 P4 2
a2 11+ a4 m4 1m4
Koninginnenkruid Bijvoet Wikke (G) Wilgenroosje Boerenwormkruid Grote Vossenstaart Kropaar
a1 p1 111 p1 p1
Zwart els Klimop (G) Mannetjesvaren Guldenroede (G) Hondsdraf Lidrus Gewone esdoorn
2 P1 P2 P2 1+ r1 R2
a1 a2 a2 a2 a1 a1 a1 11a1
Dagkoekoeksbloem Heermoes Rietgras Moesdistel Dolle Kervel Klein Hoefblad Rood Zwenkgras s.s. Gewone Melkdistel Kompassla
p1 p1 p1 r1 r1 p2 a1 p1 r1
Veldkers (G) Geel nagelkruid Speenkruid Muskuskruid
R1 P1 1R1
58
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van alle percelen en PQ’s die onderzocht zijn sinds 2007 met het corresponderende BWK en/of vegetatietype. Op kaartenreeks 4 wordt de BWK typering getoond. kadastr. perceelnr
2007
2011
2014
beschrijving
PQ nr PQ
BWK
PQ
BWK
PQ
BWK
234C4
lh + hu
234C4
hr
3D
Geml
3D
1
25D
2
43 Klasse Eiken-beukenbossen op voedselrijke groend 43RG3 RG Rompgemeenschap van Grote brandnetel (CircaeoAlnenion) met elementen van 43AA2 Essen-iepenbos Qa/L 38 Klasse van wilgenvloedbossen en -struwelen 38RG1 Rompgemeenschap van Grote brandnetel (Salicion albae) met elementen van 43RG3 rompgemeenschap van Grote brandnetel (Circaeo-Alnenion) Lhi
Lissen - ooibos met elementen van 33DG02 nitrofiele zomen
Natte strooiselruigte verbond van harig wilgenroosje 32BA02A met elementen van lissen-ooibos 38AA02B
natuurstre efbeeld BWK
Geml
Natte moerasspirea ruigte met boomopslag hfb (Va)
43AB01C EikenHaagbeukenbos met elementen van 43AA05 VogelkersEssenbos en 39Aa02B Elzenzegge-Elzenbroek, Sz/Hf(c)b° --> subass. met Bittere veldkers va/Vn
zeer jong aluviaal elzen-essenbos met veel natte ruigte-soorten --> sterk verbost moerasspirearuigt e Qa
hf
Associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan met Gewone smeerwortel (32Aa01C) met elementen Verbond de wilgenvloedbossen en struwelen Hf(c)b
Moerasspirearuigt e met beetje boomopslag Va
6L, 7G, 7R, S,T,V
Geml
6L
hr
5
4
43 Klasse Eiken-beukenbossen op voedselrijke groend 43RG3 RG Rompgemeenschap van Grote brandnetel (CircaeoAlnenion) met elementen van 37AB1 Ass. van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn
Hf/L
Wilgenbroekstruwelen – associatie van grauwe wilg 36AA02B
hfb
Elzenzegge-Elzenbroek; subass.; met Zwarte bes (39Aa02C) - Rompgemeenschap van Grote brandnetel (39RG04)
5, 3, 2A, 1C
sz els, wilg
mr
56, 57H, 56G
Mrb Tabel 4:Samenvattende tabel PQ, BWK en natuurstreefbeeld
Monitoringsrapport T+6 2014
p 59
Wilgenstruweel met veel zwarte els
hf
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
kadastr. perceelnr
2007
2011
2014
beschrijving
PQ nr PQ
56 3
39 Klasse van Elzenbroekbossen 39RG4 RG van Grote brandnetel (Alnion glutinosae) met elementen van 38RG1 RG van Grote brandentel (Salicion albae)
BWK
S, brandnetelruigte
PQ
Moerasspirea – verbond met RG van Rietgras
BWK
hf
PQ Mengsel van Bosbies-ass. en Ass. van Gewone engelwortel en Moeraszegge onder het Dotterbloem-verbond (16Ab)
BWK
mrb
16D, 17A
mr
16D, 17A
mr
62, 63, 64, 65
mrb
21A
hrb
49G
mrb
207B, 209G2, F2, C2, B2, N2
u
209R2
hu(k)
230D, 209W
sf + vn
209W
va
209W
vn
209F, G, 209D2
BWK
Hfc + mr°
16D, 17A
natuurstre efbeeld
Mc
mrb + vn
7
33 Klasse nitrofiele zomen 33AA4B Ass. Look zonder look en Dolle kervel, subass. met Gewone hennepnetel met 33DG2 DG canadapopulier
8
12Ba Zilverschoonverbond12BA1 Ass van Geknikte vossenstaart
116P
31E
Monitoringsrapport T+6 2014
Hp*/L
Hp*/L
16RG01 Klasse der vochtige graslanden met RG van Gestreepte witbol
Hp
hu+hp*
16RG01 Klasse der matig voedselrijke graslanden: Rompgemeenschap van Gestreepte witbol en Engels raaigras
Niet kunnen bereiken
p 60
hp*
ku
Hu+Hp* Deels tijdelijk drooggevallen overstromingsvla kte
Mr
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei kadastr. perceelnr
2007
6
396E
2014 beschrijving
PQ
5
45
2011
PQ nr BWK
37AB Verbond van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn met 33DG Derivaat gemeenschap Canadapopulier (Galio-Urticetea) (Orde nitrofiele zomen) 32 Klasse Natte strooiselruigte32RG5 RG van Rietgras (ConvolvuloFilipenduletea)
PQ
BWK
Hf/L
Mr/L
32RG5 RG Klasse der natte strooiselruigte met rompgemeenschap van rietgras
Mr
PQ
natuurstre efbeeld
BWK
32Aa01 Associatie van Moerasspirea en Echte valeriaan 32RG05 Klasse der natte strooiselruigte met rompgemeenschap van rietgras
sp + hfb
PQ langs doornstruweel/ho utkant
Sf
Mr
Rietgrasruigte
Hc
354B
hp/hr
354B
kj
411A, 414A
BWK
p + hr
14
342C
41AA Verbond der naaldbossen met elementen van 43AA2 Essen-iepenbos
P
Klasse der nitrofiele zomen 33 RG met elementen van Klasse der natte strooiselruigte 32RG
Se
37Ab01 Ass. van Sleedoorn en meidoorn met elementen van 43 Verbond van Els en Vogelkers – Rompgemeenschap van Fluitenkruid (43RG01)
hrb + sz
11B
ae
11B
ae
207E, F, G, 2007, 207F, 208C, 209
9
373B
15
32 Klasse Natte strooiselruigte 32AA1B Moerasspireaverbond Ass. Van Moerasspirea en Echte valeriaan - Subass. met Gestreepte witbol
Hf
31 Klasse der Ruderale gemeenschappen 31CA3B Wormkruidass.
B
32A Moerasspirea verbond
Hf
32Aa01c Ass. van Moerasspirea en Engelwortel; subass. met Gewone smeerwortel
hfcb
Ku
43Aa05 Vogelkers - Essenbos
sz
259B
mrb
406, 240B
hf
kadastr. perceelnr
PQ nr
Monitoringsrapport T+6 2014
2007
2011
2014
p 61
Vm
moerasspirea ruigte
Hp*
Vc
beschrijving
natuurstre efbeeld
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei PQ
13
302
32 Klasse natte strooiselruigte 32aa Moerasspirea orde 32AA1C ass. Moerasspirea en Echte valeriaan, subass. Gewone smeerwortel met elementen van 8RG8 RG Moeraszegge (Phragmitetalia)
BWK
Hf+A
PQ
05 Fonteinkruid-klasse
BWK
Ae
PQ
05Ba03 Associatie van Witte waterlelie en Gele plomp
2A, 2B
BWK
ae
Mc
hf
9A
hc
11
255B
255B, 102R4
12
8 Rietklasse 8RG1 RG van Rietgras (Phragmititea) samen met 38AA Verbond der Wilgenvloedbossen en struwelen 29AA2 Tandzaadklasse Ass. Van Goudzuring en Moerasandijvie met elementen van 8 Rietklasse 8RG3 RG van Grote lisdodde (Phragmitetea) en 38AA Wilgenvloedbossen en -struwelen
A
05 Fonteinkruid-klasse met elementen van Riet-klasse
Ae
05Ba03 Ass. van Witte waterlelie en Gele plomp
ae
Ae
Ae
39A Elzen-verbond met elementen van 38A Wilgenverbond
So
43RG03 Rompgemeenschap van Grote brandnetel
sz
Va
277A, B
ae
285
hfb
113B
hf + mr + so
202E, 205B, E, D,F, G, 206A
mrb
202L
167B
BWK
p 10
43AA5 Vogelkers-Essenbos met elementen van 37AB1 Ass. Van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn
P
Klasse der natte strooiselruigte 32RG en elementen van Klasse der nitrofiele zomen 33 RG
Se
32RG05 Klasse der natte strooiselruigte – Rompgemeenschap van Rietgras
147L
se + hfcb va
145C of D
mrb
75A
vf
Monitoringsrapport T+6 2014
p 62
Mr
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
3. Macrofauna 3.3.
Situering van het onderzoek
3.3.1. Opdracht In opdracht van de VLM werd de biologische waterkwaliteit van bepaalde vijvers in de Ijsevallei te Neerijse onderzocht. Dit onderzoek is een belangrijk deel in het monitoringsprogramma van het natuurinrichtingsproject Dijlevallei. 3.3.2. Inhoud In dit onderzoek wordt de biologische waterkwaliteit beoordeeld met behulp van de BBImethode (Belgische Biotische Index). Deze methode is gebaseerd op de aan- of afwezigheid van specifieke soorten uit de grotere ongewervelde zoetwaterdieren, ook wel macrofauna of macro-invertebraten genoemd. De volgende vijf vijvers werden onderzocht: de Ijsevijver Groot Noord de Ijsevijver Groot Midden de Ijsevijver Groot Zuid de Ijsevijver Klein en de Langerodevijver
Monitoringsrapport T+6 2014
p 63
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
3.4.
Materiaal en methoden
3.4.1. Veldwerk Het veldwerk omvatte telkens: a. een beschrijving van de plaats van staalname en de biotoop en het nemen van foto’s hiervan b. metingen van temperatuur, zuurtegraad (pH), geleidbaarheid (EC) en zuurstofgehalte van het water c. de staalname van de macrofauna en gebeurde op 2 en 16 september 2014 in vijver 1 (Ijsevijver Groot Noord, IJSGN10), op 2 en 19 september 2014 in vijver 2 (Ijsevijver Groot Midden, IJSGM20), op 2 en 23 september 2014 in vijver 3 (Ijsevijver Groot Zuid, IJSGZ30), op 3 en 23 september 2014 in vijver 4 (Ijsevijver Klein, IJSKL40) en op 3 en 24 september 2014 in vijver 5 (Langerodevijver, LANG50). De exacte locaties van de bemonsteringsplaatsen in de vijvers zijn te zien in Figuur 21 hieronder. Deze zijn tevens dezelfde als bij de monitoring in 2011.
Figuur 21: Bemonsteringsplaatsen in de vijvers (URS, 2012)
Monitoringsrapport T+6 2014
p 64
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. hieronder wordt elke bemonsteringsplaats in detail weergegeven. Meetpunt IJSGN10
Lambert-coördinaten UTM-coördinaten 168,73 – 167,30 31 UFS 1514 3062
Water
Locatie
Situering
Ijsevijver Groot Noord
Huldenberg Neerijse
Elsenstraat. Oostoever, midden.
Figuur 22: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 1 (URS,2012)
IJSGM20
168,69 – 167,19 31 UFS 15113051
Ijsevijver Groot Midden
Huldenberg Neerijse
Elsenstraat. Oostoever, midden.
Figuur 23: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 2 (URS,2012)
IJSGZ30
168,65 – 167,09 31 UFS 1507 3041
Ijsevijver Groot Zuid
Huldenberg Neerijse
Elsenstraat. Oostoever, midden.
Figuur 24: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 3 (URS,2012) Tabel 5:Bemonsteringsplaatsen in detail
Monitoringsrapport T+6 2014
p 65
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei IJKL40
168,61 – 167,07 31 UFS 1502 3038
Ijsevijver Klein
Huldenberg Neerijse
Elsenstraat. Oostoever, volledig.
Figuur 25: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 4 (URS,2012)
LANG50
168,61 – 167,07 31 UFS 1534 3163
Langerodevijver
Huldenberg Neerijse
Langerodestraat. Zuidelijke uitloper.
Figuur 26: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 5 (URS,2012)
De macrofauna werd verzameld door gebruik van een handnet. Er werd schoksgewijs geschept tussen de vegetatie, in de waterkolom, aan het wateroppervlak en op de bodem. De monsters werden verdeeld over verschillende gelabelde emmers. De grootste organismen en de meeste predatoren werden voor alle zekerheid apart gezet in kleine potjes. 3.4.2. Onderzoek Elke emmer met monster werd op de volgende manier verwerkt: a. al het materiaal in de emmer werd gezeefd door drie zeven met verschillende maasgrootte (eerst door de zeef met 2 mm maasgrootte, daarna door de zeef met 1 mm maasgrootte en als laatste door een zeef met maasgrootte van 0,3 mm) b. de gevangen organismen werden voor zover mogelijk per orde bij elkaar gezet c. de organismen werden gedetermineerd met behulp van een stereomicroscoop en vakliteratuur d. het aantal organismen (abundantie) per geslacht (of per soort) werd bepaald In totaal waren er minstens drie emmers per vijver. Het doorlopen van bovenstaand stappenplan gebeurde apart per vijver. 3.4.3. Verwerking van de gegevens Met de bekomen gegevens (nomenclatuur en abundantie) werd per vijver de B.B.I.-klasse bepaald, welke de biologische kwaliteit per vijver weergeeft.
Monitoringsrapport T+6 2014
p 66
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
3.5.
Resultaten en bespreking
3.5.1. Ijsevijver Groot Noord 3.5.1.1. Veldwaarnemingen Algemene vorm Bemonsterde traject IJSGN10 Water Kleur Doorzichtigheid Fysisch-chemisch
Bedding Vegetatie
Rechthoekige vijver met vooral zwak afhellende oevers. ± 20 m in het midden van de oostelijke oever, daar waar de oeverbegroeiing het minst breed was. Op het moment van de bemonstering: grijsgroen 15 cm temperapH geleidings- zuurstofzuurstoftuur vemogen gehalte verzadiging °C µS/cm mg O2/l % 15,7 8,54 330,4 14 Lemig materiaal, hier en daar vermengd met slib en detritus op lemig zand. Helofyten: Grote lisdodde (Typha latifolia), Groot liesgras (Glyceria maxima), Haagwinde (Convolvulus sepium), Grote kattenstaart (Lythrum salicaria), Rietgras (Phalaris arundinacea) en Riet (Phragmites australis) Onderwaterplanten: Grof hoornblad (Ceratophyllum demersum), fonteinkruid (Potamogeton sp.), Schedefonteinkruid (Potamogeton pectinatus) en Brede waterpest (Elodea canadensis) Drijvende waterplanten: Klein kroos (Lemna minor)
3.5.1.2. Macrofauna Eén zeldzame soort werd gevonden: een larve van de Bruine korenbout (Libellula fulva), zoals te zien in Figuur 27. Verder bevatten de waterstalen nog algemeen voorkomende bewoners van stilstaande wateren: larven van de Grote roodoogjuffer (Erythromma najas), de Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula), en van het lantaarntje (Ischnura elegans), kevers en wantsen (de watertreder Haliplus fulvus, de Diksprietwaterroofkever Noterus clavicornis, de Gewone sigaar Sigara striata, de Zilveren schaatsenrijder Gerris argentatus en het Minischaatsenrijdertje Microvelia reticulata), larven van steekmuggen (Culicidae partimAnophelinae), larven van steltmuggen (Limoniidae), larven van dansmuggen (Chironomidae non thummi-plumosus) en volwassen exemplaren van de waterspin (Argyroneta aquatica), karperluizen (Argulus foliaceus), watervlooien (orde Cladocera), eenoogkreeftjes of roeipootkreeftjes (onderorde Copepoda) en van verschillende slakken waaronder de Oorvormige poelslak (Radix auricularia) en de Bronblaashoren (Physa fontinalis).
Monitoringsrapport T+6 2014
Figuur 27: Larve van de bruine korenbout (Libellula fulva)
p 67
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Er werden eveneens twee exoten gevonden: de gelede worm Branchiura sowerbyi en de vlokreeft Crangonyx pseudogracillis (te zien in Figuur 28), die allebei reeds gevonden werden bij de vorige monitoring in 2011 (URS Belgium BVBA, 2012).
Figuur 28: De exoot Crangonyx pseudogracillis
3.5.1.3. Belgische Biotische Index Aantal taxa Richtgroep1 Biotische index Biologische kwaliteit
1
22 taxa waarvan 12 met 2 of meer individuen. Haftenfamilie Heptageniidae uit tolerantieklasse 1. De B.B.I. bedraagt 6. Matige verontreiniging aanwezig; matige waterkwaliteit; kritieke toestand.
Richtgroep = laagste tolerantieklasse
Monitoringsrapport T+6 2014
p 68
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei 3.5.2. Ijsevijver Groot Midden 3.5.2.1. Veldwaarnemingen Algemene vorm Bemonsterde traject IJSGM20 Water Kleur Doorzichtigheid Fysisch-chemisch
Bedding Vegetatie
Rechthoekige vijver met vooral zwak afhellende oevers. ± 20 m in het midden van de oostelijke oever, daar waar de oeverbegroeiing het minst breed was. Op het moment van de bemonstering: grijsgroen 20 cm temperapH geleidings- zuurstofzuurstoftuur vemogen gehalte verzadiging °C µS/cm mg O2/l % 18,6 6,83 286,9 32,30 Fijn lemig materiaal, op sommige plaatsen vermengd met slib en detritus op lemig zand. Helofyten: Grote lisdodde (Typha latifolia), Groot liesgras (Glyceria maxima), Grote kattenstaart (Lythrum salicaria) en Pitrus (Juncus effusus) Onderwaterplanten: Groot nimfkruid (Najas marina) en Klein kroos (Lemna minor)
3.5.2.2. Macrofauna De volgende algemene soorten werden gevonden: larven van het Lantaarntje (Ischnura elegans), de Tengere grasjuffer (Ischnura pumilio), de haft Cloeon dipterum (zoals te zien in Figuur 29), kevers en wantsen (de Watertreder Haliplus fulvus, de Diksprietwaterroofkever Noterus clavicornis, de Gewone sigaar Sigara striata, het Vijverdwergduikertje Micronecta scholtzi (te zien in Figuur 30), de Zilveren schaatsenrijder Gerris argentatus, de Gewone vijverloper Hydrometra stagnorum en het Minischaatsenrijdertje Microvelia reticulata), larven van steekmuggen (zowel Culicidae partim-Anophelinae als Culicidae partim-Culicinae), larven van Meniscusmuggen (Dixidae), larven van Steltmuggen (Limoniidae), larven van dansmuggen (zowel Chironomidae non thummi-plumosus als Chironomidae thummi-plumosus), larven van zweefvliegen (Syrphidae subfamilie Eristalinae) en volwassen exemplaren van zoetwaterpissebedden (Asellus aquaticus), karperluizen (Argulus foliaceus), watervlooien (orde Cladocera), eenoogkreeftjes of roeipootkreeftjes (onderorde Copepoda) en van de slak bronblaashoren (Physa fontinalis). Overigens werd ook opnieuw de exoot Branchiura sowerbyi gevonden.
Monitoringsrapport T+6 2014
Figuur 29: De haft Cloeon dipterum
Figuur 30: Het vijverdwergduikertje Micronecta scholtzi
p 69
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei 3.5.2.3. Belgische Biotische Index Aantal taxa Richtgroep Biotische index Biologische kwaliteit
21 taxa waarvan 17 met 2 of meer individuen. Haftenorde Ephemeroptera (excl. de familie Heptageniidae) uit tolerantieklasse 3. De B.B.I. bedraagt 7. Weinig verontreiniging aanwezig; goede waterkwaliteit.
Monitoringsrapport T+6 2014
p 70
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei 3.5.3. Ijsevijver Groot Zuid 3.5.3.1. Veldwaarnemingen Algemene vorm Bemonsterde traject IJSGZ30 Water Kleur Doorzichtigheid Fysisch-chemisch
Bedding Vegetatie
Rechthoekige vijver met vooral zwak afhellende oevers. ± 20 m in het midden van de oostelijke oever, daar waar de oeverbegroeiing het minst breed was. Op het moment van de bemonstering: grijsgroen 25 cm temperapH geleidings- zuurstofzuurstoftuur vemogen gehalte verzadiging °C µS/cm mg O2/l % 18,1 6,52 263,2 29,90 Fijn lemig materiaal, op sommige plaatsen vermengd met slib en detritus op lemig zand. Helofyten: Grote lisdodde (Typha latifolia), Groot liesgras (Glyceria maxima), Rietgras (Phalaris arundinacea) en Riet (Phragmites australis) Onderwaterplanten: Grof hoornblad (Ceratophyllum demersum) en Groot nimfkruid (Najas marina) Drijvende waterplanten: Klein kroos (Lemna minor)
3.5.3.2. Macrofauna In deze vijver werden geen zeldzame soorten gevonden. De volgende algemene organismen kwamen wel voor: verschillende kevers en wantsen (de Diksprietwaterroofkever Noterus clavicornis, de Gewone sigaar Sigara striata , het Minischaatsenrijdertje Microvelia reticulata, de Beekloper Velia caprai (te zien in Figuur 31), het Dwergbootsmannetje Plea minutissima (te zien in Figuur 32) en de Staafwants Ranatra linearis), larven van steekmuggen (Culicidae partim-Anophelinae), larven van steltmuggen (Limoniidae), larven van knijten (Ceratopogonidae), larven van pluimmuggen (Chaoboridae partimChaoborus) en larven van schietmotten (Trichoptera - familie Leptoceridae, te zien in Figuur 33) en volwassen exemplaren van de waterspin (Argyroneta aquatica), springstaarten (Podura aquatica), watervlooien (orde Cladocera) en van verschillende slakken waaronder de ovale poelslak (Radix balthica) en de Bronblaashoren (Physa fontinalis).
Figuur 31: De beekloper Velia caprai
Figuur 32: Het dwergbootsmannetje (Plea minutissima)
Monitoringsrapport T+6 2014
p 71
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Er werden ook nog verschillende gelede wormen gevonden waaronder broze slibwormen (Lumbriculus variegatus) en reuzenkieuwwormen (Branchiura sowerbyi). De laatste in de rij is opnieuw de exoot die eerder werd teruggevonden.
Figuur 33: Larve van een schietmot (Trichoptera familie Leptoceridae)
3.5.3.3. Belgische Biotische Index Aantal taxa Richtgroep Biotische index Biologische kwaliteit
16 taxa waarvan 8 met 2 of meer individuen. De orde van de schietmotten (Trichoptera) uit tolerantieklasse 2. De B.B.I. bedraagt 6. Matige verontreiniging aanwezig; matige waterkwaliteit; kritieke toestand.
Monitoringsrapport T+6 2014
p 72
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei 3.5.4. Ijsevijver Klein 3.5.4.1. Veldwaarnemingen Algemene vorm Bemonsterde traject IJSKL40 Water Kleur Doorzichtigheid Fysisch-chemisch
Bedding Vegetatie
Vrij langgerekte rechthoek met plaatselijk uitstulpingen van de oever naar binnen toe. Sterkere helling (± 45°-60°) aanwezig. ± 10 m langs de oostelijke kant van de vijver. Voor waterplanten zo’n 10 m het water in tegen de rechterkant. Op het moment van de bemonstering: grijsbeige 25 cm temperapH geleidings- zuurstofzuurstoftuur vemogen gehalte verzadiging °C µS/cm mg O2/l % 15,3 6,4 257,8 1,19 11,90 Zeer veel takken en bladeren in het water aanwezig. Fijn slib in grote mate aanwezig op de lemige zandbodem. Helofyten: Grote lisdodde (Typha latifolia) en Grote egelskop (Sparganium erectum) Drijvende waterplanten: Klein kroos (Lemna minor) en Veelwortelig kroos (Spirodela polyrhiza)
3.5.4.2. Macrofauna In deze vijver werd één zeldzame soort gevonden, namelijk een larve van de Zuidelijke keizerlibel (Anax parthenope). Verder bevatten de waterstalen nog algemeen voorkomende bewoners van stilstaande wateren: larven van de grote Roodoogjuffer (Erythromma najas) en van de Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula), kevers en wantsen (Diksprietwaterroofkever Noterus clavicornis, de Eironde watertor Hyphydrus ovatus (te zien in Figuur 34), een waterkever genaamd Anacaena bipustulata, de Gewone sigaar Sigara striata en het Gewoon bootsmannetje Notonecta glauca), larven van knijten (Ceratopogonidae), larven van dansmuggen (Chironomidae thummi-plumosus), larven van pluimmuggen (Chaoboridae), larven van echte vliegen (Muscidae) zoals te zien in Figuur 35 en volwassen exemplaren van springstaarten (Podura aquatica), zoetwaterpissebedden (Asellus aquaticus), eenoogkreeftjes of roeipootkreeftjes (onderorde Copepoda), elzenvliegen (Sialis sp.) en van verschillende slakken waaronder de Ovale poelslak (Radix balthica), de Bronblaashoren (Physa fontinalis), de Platte pluimdrager (Valvata cristata) en de Vijverpluimdrager (Valvata piscinalis).
Monitoringsrapport T+6 2014
Figuur 34: De eironde watertor (Hyphydrus ovatus)
Figuur 35: Larve van een echte vlieg (Muscidae)
p 73
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Er werden tevens nog enkele bloedzuigers gevonden waaronder de Eendebloedzuiger (Theromyzon tessulatum) die weergegeven is in Figuur 36, de Gezoomde bloedzuiger (Hemiclepsis marginata), de Tweeogige bloedzuiger (Helobdella stagnalis) en de Achtogige bloedzuiger (Erpobdella octoculata). Het Gewoon stroomwormpje (Nais communis) werd ook gespot. Verder werden er geen exoten aangetroffen.
Figuur 36: De eendebloedzuiger (Theromyzon tessulatum)
3.5.4.3. Belgische Biotische Index Aantal taxa Richtgroep Biotische index Biologische kwaliteit
21 taxa waarvan 10 met 2 of meer individuen. De stam van de weekdieren (Mollusca), exclusief de familie Sphaeriidae, en de orde van de libellen (Odonata), allebei uit tolerantieklasse 4. De B.B.I. bedraagt 5. Matige verontreiniging aanwezig; matige waterkwaliteit; kritieke toestand.
Monitoringsrapport T+6 2014
p 74
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei 3.5.5. Langerodevijver 3.5.5.1. Veldwaarnemingen Algemene vorm Bemonsterde traject LANG50 Water Kleur Doorzichtigheid Fysisch-chemisch
Bedding Vegetatie
Onregelmatig vierhoekige vijver met verschillende uitstulpingen zowel naar binnen als naar buiten toe. De oevers waren vrij zwak hellend. ± 30 m langs de oever aan de zuidzijde van de meest zuidelijke uitloper. Op het moment van de bemonstering: beige 15 cm temperapH geleidings- zuurstofzuurstoftuur vemogen gehalte verzadiging °C µS/cm mg O2/l % 19,3 9,7 283,5 1,83 18,90 Veel slib aanwezig op de lemige zandbodem. Plaatselijk ophopingen van dood organisch materiaal. Helofyten: Riet (Phragmites australis), Grote egelskop (Sparganium erectum), Gele lis (Iris pseudacorus) en zegge (Carex sp.) Onderwaterplanten: Groot nimfkruid (Najas marina) en fonteinkruid (Potamogeton sp.)
3.5.5.2. Macrofauna In deze vijver werd geen enkele zeldzame of zeer zeldzame soort teruggevonden. Wel kwamen de volgende algemeen verspreidde organismen voor: een larve van de Paardenbijter Aeshna mixta, kevers en wantsen (grote aantallen van de Diksprietwaterroofkever Noterus clavicornis, zeer grote aantallen van de Gewone sigaar Sigara striata, verschillende exemplaren van het Vijverdwergduikertje Micronecta scholtzi, de Zilveren schaatsenrijder Gerris argentatus, het Gewoon bootsmannetje Notonecta glauca, de Waterschorpioen Nepa cinerea en de Gewone vijverloper Hydrometra stagnorum), larven van steltmuggen (Limoniidae), larven van knijten (Ceratopogonidae), larven van dansmuggen (zowel Chironomidae non thummi-plumosus als Chironomidae thummi-plumosus), larven van echte vliegen (Muscidae) en volwassen exemplaren van de Waterspin (Argyroneta aquatica) die te zien is in Figuur 37, watermijten (Arrenurus sp.) waarvan één exemplaar getoond in Figuur 38, Zoetwaterpissebedden (Asellus aquaticus), eenoogkreeftjes of roeipootkreeftjes (onderorde Copepoda) en van verschillende slakken waaronder de Gewone schijfhoornslak (Planorbis planorbis), de
Monitoringsrapport T+6 2014
Figuur 37: De waterspin (Argyroneta aquatica)
p 75
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Platte pluimdrager (Valvata cristata) en de Vijverpluimdrager (Valvata piscinalis). De Broze slibworm (Lumbriculus variegatus) werd samen met enkele bloedzuigers (waaronder de Eendebloedzuiger Theromyzon tessulatum en de Achtogige bloedzuiger Erpobdella octoculata) gevonden. Er werd één exoot aangetroffen: opnieuw de gelede worm Branchiura sowerbyi. Figuur 38: Een watermijt (Arrenurus sp.)
3.5.5.3. Belgische Biotische Index Aantal taxa Richtgroep Biotische index Biologische kwaliteit
20 taxa waarvan 12 met 2 of meer individuen. De stam van de weekdieren (Mollusca), exclusief de familie Sphaeriidae, uit tolerantieklasse 4. De B.B.I. bedraagt 6. Matige verontreiniging aanwezig; matige waterkwaliteit; kritieke toestand.
Monitoringsrapport T+6 2014
p 76
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei 3.5.6. Soorten en taxa in detail Classis Ordo Familia Nemertea Tetrastemmatidae Oligochaeta Lumbriculidae
Genus en Species
Nederlandse naam
IJS GN 10
IJS GM 20
IJS GZ 30
Prostoma Lumbriculus variegatus
broze slijkworm
5
5
12
bloedzuigers
Erpobdella octoculata
Mollusca: Gastropoda Valvatidae Valvata cristata Valvata piscinalis
Arachnida Argyronetidae Arrenuridae Crustacea: Branchiopoda Cladocera Crustacea: Maxillopoda Argulidae Copepoda Crustacea: Amphipoda Crangonyctidae Crustacea: Isopoda Asellidae Collembola Poduridae Ephemeroptera Baetidae Odonata: Zygoptera Coenagrionidae
4 3
Hemiclepsis marginata Helobdella stagnalis Theromyzon tessulatum
Planorbidae
1
slingerwormen
Hirudinea Glossiphoniidae
Lymnaeidae
1
4 borstelarme wormen
Branchiura sowerbyi Nais communis
Physidae
LA NG 50
snoerwormen
Naididae Tubificinae
Erpobdellidae
IJS KL 40
Physa fontinalis Radix auricularia Radix balthica Planorbis planorbis
1 1 1 achtogige bloedzuiger weekdieren: slakken pluimdragers platte pluimdrager vijverpluimdrager blaashorens bronblaashoren poelslakken oorvormige poelslak ovale poelslak schijfhorenslakken gewone schijfhoornslak spinachtigen
Argyroneta aquatica
waterspin
Arrenurus sp.
watermijt bladof kieuwpotigen watervlooien
Argulus foliaceus
karperluizen karperluis roeipootkreeftjes schaaldieren: vlokreeften
Crangonyx pseudogracillis
1
1
2
1
1 1
1 4
1
4
1
1
1
1 3
2
2 22
3
3
7
3 1
2 10
6
1
1
1
3
7 schaaldieren: pissebedden
Asellus aquaticus
waterezeltje springstaarten
Podura aquatica
zwarte waterspringstaart eendagsvliegen
Cloeon dipterum
Erythromma najar Erythromma ind. Ischnura elegans Ischnura pumilio
Monitoringsrapport T+6 2014
libellen: waterjuffers waterjuffers grote roodoogjuffer lantaarntje tengere grasjuffer
1
9
4
7
2
2
3 1
3
2 1
p 77
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Pyrrhosoma nymphula spp. ind. Odonata: Anisoptera Aeshnidae
Libellulidae Heteroptera: Gerromorpha Hydrometridae Veliidae
Gerridae Heteroptera: Nepomorpha Nepidae
Pleidae Notonectidae Corixidae
Megaloptera Sialidae Coleoptera Haliplidae Noteridae Dytiscidae
Hydrophilidae Scirtidae Trichoptera Leptoceridae Diptera: Nematocera Culicidae
Chaoboridae
Aeshna mixta Anax parthenope Libellula fulva
Hydrometra stagnorum Velia caprai Microvelia reticulata Gerris argentatus
Nepa cinerea Ranatra linearis Plea minutissima Notonecta glauca Micronecta scholtzi Sigara striata Sialis sp. Haliplus fulvus Noterus clavicornis Hyphydrus ovatus spp. ind. Anacaena bipustulata
vuurjuffer
1
libellen: echte libellen glazenmakers paardenbijter zuidelijke keizerlibel korenbouten bruine korenbout oppervlaktewantsen vijverlopers gewone vijverloper dwerg- en beeklopers gewone beekloper gewoon dwerglopertje schaatsenrijders zilveren schaatsenrijder waterwantsen waterschorpioen staafwants dwergbootsmannetjes dwergbootsmannetje bootsmannetjes gewoon bootsmannetje duikerwantsen vijverdwergduikertje gewone sigaar slijkvliegen elzevliegen kevers watertreders diksprietwaterroofkever waterroofkevers eironde watertor
1 1 1
2
1
4
1
5
Ceratopogonidae
2 1 7
2
10
20
2 11
6
1
2
1
11 34
2 2
4
4
10
1
1
16
1 4
spinnende watertorren
1 2
schietmotten spp. ind.
sF. Anophelinae sF. Culicinae spp. ind. spp. ind.
18 tweevleugeligen: muggen steekmuggen
7
1 2
1 1
pluimmuggen
1
1
5
meniscusmuggen Dixella sp.
C. gr. non thummiplumosus
1
1
spp. ind.
Dixidae Chironomidae Chironominae C. gr. thummi plumosus
5 3
4 dans- en vedermuggen vedermuggen
spp. ind.
1
spp. ind. spp. ind.
Monitoringsrapport T+6 2014
1 knijten
4
5
3 1
12
3
p 78
6
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Limoniidae Diptera: Brachycera Syrphidae Muscidae TOTAAL AANTAL
Diergroep
steltmuggen
spp. ind.
1
3
tweevleugeligen: vliegen zweefvliegen
sF. Eristalinae
1
2
echte vliegen
spp. ind.
83 Tabel 6:Overzicht van de aangetroffen macro-invertebraten Tol. kl.
1
IJSGN10
Taxon (vereist 10/ 4/ 9/ BBI2 2007 2011 2014 identificatieniveau) Tricladida Dugesia R Oligochaeta Lumbriculidae R Naididae: Naidinae R Naididae: Tubificinae 6 E3 B Hirudinea Alboglossiphonia 5 Erpobdella 5 Helobdella 5 Hemiclepsis 5 Theromyzon 5 onbepaald (T=-1,=0) Mollusca: Gastropoda Acroloxus 3 Anisus 4 Bithynia 4 Gyraulus 4 Haitia (=Physella) 4 Hippeutis 4 Lymnaea 4 B A Physa 4 A Pisidium 5 Planorbarius 4 Planorbis 4 Valvata 4 Viviparus 4 Crustacea Argulidae R B Asellidae 5 Crangonyctidae R B B Ephemeroptera Caenis 3 Cloeon 3 B B onbepaald (T=-1,=0) Plecoptera onbepaald (T=-1,=0) 1 Odonata Aeshna 4 A Anax 4 Coenagrion 4 B Coenagrionidae 4 (T=-1,=0) Erythromma 4 B
IJSGM20
IJSGZ30
91
81
IJSKL40
1 59
LANG50
10/ 4/ 9/ 10/ 4/ 9/ 10/ 4/ 9/ 10/ 4/ 9/ 2007 2011 2014 2007 2011 2014 2007 2011 2014 2007 2011 2014
A
X4
C
B
A E E
B C
E C
B
B
X
C F F B B
B A A A
B B
A
A X
B C
B ?X
B
D
A
B A
?X
B B
B
B A
B
?X A A
A B
B
E
C
C
B
B E
C C
A
A C
B B
B A B B A E B E B B E A
B
A B
B
D
X
X X A A B
A
?X
?X B
2
B.B.I.: gevoeligheids- of tolerantieklassen zoals aangegeven in De Pauw & Vannevel (1991) Aantallen zoals vermeld in De Pauw & Vannevel (1991): A = 1, B = 2 - 9, C = 10 - 50, D = 51 - 100, E = 100 - 999, F = 1000 9999, G = > 10000 4 Devolder (2009) vermeldt geen aantallen. We gaan verder op het rapport van URS (2012), dat verondersteld dat X en ?X voor 2 of meer exemplaren staan, maar waarbij men bij ?X niet zeker is over de status van het vermeld taxon. 3
Monitoringsrapport T+6 2014
p 79
1 126
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Ischnura 4 B B ?X B B C Libellula 4 A A Orthetrum 4 B (Platycnemis) 4 X (T=-1,=0) Pyrrhosoma 4 A Heteroptera Corixidae sp. – larven 5 (T=-1,=0) Gerris 5 A B B Hydrometra 5 B Ilyocoris 5 B A A Micronecta 5 B B Microvelia 5 A B A Nepa 5 Notonecta 5 Plea 5 B B Ranatra 5 A Sigara 5 A C C B B Velia 5 B Megaloptera Sialis R Coleoptera Dytiscidae R B X B C Haliplidae R B B B B Hydrophilidae R A A Noteridae R B B A Scirtidae R B Trichoptera Leptoceridae 2 C Limnephilidae 2 A A Diptera Ceratopogonidae R B C Chaoboridae R A A Chironomidae C. thummi6 A A A A plumosus C. non thummiR D A X E B E plumosus Culicidae R B B A Dixidae R B B B Limoniidae R A A B B A Muscidae R A Psychodidae R Stratiomyiidae R A Syrphidae 7 B Eristalinae Belgische Biotische Index aantal taxa (= vereiste identificatiegrens) (ook 17 21 12 20 29 16 indien n=1) (laagste tolerantieklasse als alle taxa (ook n=1) (2) (3) (2) (3) (3) (2) meetellen) (aantal taxa in (1) (1) (1) (1) (2) (1) tolerantieklasse) (indexwaarde) (8) (7) (7) (7) (7) (9) (biologische kwaliteitsklasse) (G) (G) (G) (G) (G) (ZG) aantal systematische 11 11 10 9 17 21 8 eenheden (n≥2) laagste tolerantieklasse 3 3 3 3 3 3 2 aantal S.E. in 1 1 1 1 1 1 1 tolerantieklasse Biotische Index 6 6 5 5 7 7 6 biologische kwaliteitsklasse M M M M G G M Tabel 7: Overzicht van de geïdentificeerde taxa (in identificatieniveaus zoals vereist hun abundantie en bijhorende tolerantieklasses.
Monitoringsrapport T+6 2014
B A X B X A
B A B B B
A
A
B
A
X
B B
X
A B
A A
C
B
B B B
C
C
B
E
D
B
X
C
B
X
E
A
B
A A
A C
14
16
33
20
(2)
(4)
(2)
(4)
(1)
(6)
(1)
(3)
(7) (G)
(7) (G)
(8) (G)
(7) (G)
14
10
13
24
12
2
4
1
2
4
1
4
1
3
7 5 8 8 6 G M G G M voor kwaliteitsbepaling)
p 80
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
3.6.
Discussie
3.6.1. Evolutie van de BBI in vergelijking met vorige studies Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. geeft een vergelijking van de resultaten van het onderzoek van oktober 2007 met de resultaten van april 2011 en met de nieuwe resultaten van september 2014. De resultaten van september 2014 komen voort uit een tweevoudige bemonstering, aan het begin en aan het einde van de maand. Concreet zijn de volgende gegevens beschikbaar: a) een eerste set, verzameld op een bepaald traject in het najaar van 2007; b) een tweede set, verzameld op exact hetzelfde traject als in 2007, maar in het uitzonderlijk warm voorjaar van 2011; c) een derde set, verzameld op exact hetzelfde traject als in 2007 en 2011, maar ditmaal in het najaar van 2014. Om een vergelijking op te stellen tussen alle datasets, werd ervan uitgegaan dat er best een vergelijking gemaakt wordt tussen de gegevens uit het najaar van 2007 en die uit het najaar van 2014 omdat: a) beide datasets genomen zijn in dezelfde periode van het jaar, namelijk het najaar. De gegevens uit 2011 werden bekomen door monstername in het voorjaar. Aangezien de larven van sommige ongewervelden enkel aanwezig zijn in bepaalde periode, vragen we ons af wat hiervan de weerslag op de biotische index is. Steenvlieglarven zijn bijvoorbeeld zeer bepalend voor de biotische index, terwijl zij in een bepaalde periode van het jaar talrijker voorkomen dan in een andere periode. b) uitzonderlijke wijzigingen van bijvoorbeeld temperatuur zoals in het voorjaar van 2011 waarschijnlijk verandering brengt in de samenstelling van de macrofauna, alleen hebben we geen idee over welke verandering en in welke mate deze al dan niet aanwezig zou zijn. De uitkomsten waren: De biotische index van de Ijsevijver Groot Noord is met een BBI-score van 6 gelijk gebleven. Als alle taxa meegeteld zouden worden, dus ook die met slechts één organisme, dan zou de BBI-score gedaald zijn van 8 naar 7. Deze daling zou ook beïnvloed worden door de afwezigheid van een kokerjuffer (familie Limnephilidae). De biotische index van de Ijsevijver Groot Midden is gelijk gebleven in 2007 en 2011, en is gestegen van 5 naar 7 in 2014. Als alle taxa meegeteld zouden worden in de berekening, had deze vijver in 2011 ook al een score van 7 behaald. Het grote verschil in beide periodes, en dus de reden waarom nu wel 7 op 10 gehaald wordt, is het feit dat we in deze waarnemingsperiode bijna dubbel zoveel taxa gevonden hebben dan er in 2011 gevonden zijn. De biotische index van de Ijsevijver Groot Zuid is gedaald van 7 in 2011 naar 6 in 2014. Puur wiskundig is dit geen grote daling, maar als we kijken naar de daling van de kwaliteitsklasse (van een goede naar een matige biologische kwaliteit) geeft dit toch een groter verschil. Een opmerkelijk feit: als alle taxa meegeteld zouden mogen worden, haalde deze vijver een score van maar liefst 9 op 10 en een zeer goede biologische kwaliteit. Deze verbetering komt door het vinden van een behoorlijk aantal kokerjuffers (familie Leptoceridae). De uiteindelijke score van 6 op tien, die wel 3 punten lager ligt, komt vooral
Monitoringsrapport T+6 2014
p 81
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei door het feit dat er weinig taxa met meer dan 1 organisme gevonden zijn. In 2014 gaat het van 16 taxa (n≥1) naar 8 taxa (n≥2) en ter vergelijking met 2011 van 21 taxa (n≥2) in 2011 naar 8 taxa (n≥2) nu. De biotische index van de Ijsevijver Klein is gedaald van 7 in 2011 naar 5 in 2014. Dit lijkt tot nu toe een vrij grote daling te zijn, maar het grote probleem is dat we niet kunnen vergelijken met resultaten uit 2007. Het verschil met 2011 zit in het feit dat er nu geen kokerjuffers (familie Limnephilidae) waargenomen zijn en dat er in 2014 minder taxa waren met méér dan 1 individu. Daarnaast valt ook op te merken dat de Ijsevijver Klein geen vijver is zoals de anderen. De vijver biedt een ietwat ander biotoop. De biotische index van de Langerodevijver is gelijk gebleven in 2007 en 2011, en gedaald van 8 naar 6 in 2014. Cijferkundig is dit een grotere daling en theoretisch op basis van kwaliteitsklasse (van een goede naar een matige biologische kwalteit) ook. We kunnen bij deze vijver perfect de vergelijking maken met de resultaten uit 2007. In het rapport van URS (2012) gaf men al aan dat een afwezigheid van larven van steenvliegen of van kokerjuffers direct een grote invloed zou hebben op de biologische kwaliteit. Voor zover deze bewering ook een voorspelling was, is ze wel degelijk dit jaar uitgekomen. Indien alle taxa meegeteld zouden worden, komt de BBI uit op een 7 op 10. Dat is 1 punt hoger dan de werkelijke BBI en is cijferkundig geen grote stijging, maar theoretisch zou de biologische kwaliteit dan goed zijn in de plaats van matig zoals nu het geval is. De volgende problemen doken op: a) de staalname van 2014 gebeurde in het najaar, maar niet in de herfst zoals in 2007. Er is vermoedelijk een verschil tussen een staalname in oktober (begin van de herfst) en september (einde van de zomer). Waarschijnlijk zal de uitkomst van een staalname in november (midden van de herfst) meer gelijkenis tonen met een staalname in oktober. b) de aanwezigheid van larven van haften in het water hangt af van periodes. Deze periodes komen niet perfect overeen met de seizoenen, zoals eerst werd gedacht. Bij de haften zijn er enerzijds univoltiene soorten en anderzijds bivoltiene soorten. De univoltiene soorten (1 generatie per jaar) overwinteren in het ei- of larvestadium, kennen een maximale groei in de zomer en ontpoppen kort daarna. De bivoltiene soorten (2 generaties per jaar) vertonen een winter- en zomergeneratie. De wintergeneratie ontpopt in het voorjaar en de zomergeneratie ontpopt in het najaar. Gelet op deze belangrijk verschillen zullen de bivoltiene soorten waarschijnlijk makkelijker gevonden worden in de herfst. Theoretisch gezien lijkt het erop dat de univoltiene soorten in september enkel als eitje in het water te vinden zijn. Ze gaan de winter door als eitje of als larve. De larve zou dan gevorm worden rond oktober. De Heptageniidae is een familie met univoltiene soorten (of toch zeker degenen die hier te vinden zijn) die bijna altijd reeds vóór september zijn ontpopt. Om Heptageniidae te vinden zal er best gezocht worden in de lente of in de herfst, en niet in de zomer en dus ook niet in september. c) ook de Trichoptera (kokkerjuffers) zitten met een soortgelijk probleem. Verschillende soorten vliegen in het voorjaar al uit, anderen stellen het uit tot maximum het einde van het najaar. Het voorkomen van geslachten en hun soorten is dus seizoensgebonden. In dat opzicht lijkt de grootste vangkans het voorjaar te zijn. Er valt dus nog steeds geen perfecte vergelijking te maken tussen de verschillende staalnames in verschillende perioden omwille van bovenstaande redenen. Er is met andere
Monitoringsrapport T+6 2014
p 82
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei woorden nog steeds geen sluitend antwoord op de vraag of een staalname best in het voorjaar of beter in het najaar uitgevoerd wordt, hoewel Boyen in het monitoringsplan PUP Fase 1 toch aangeeft het voorjaar als periode voor staalname te kiezen. Desondanks is de allereerste staalname in de vijvers toch uitgevoerd in de herfst. Het is aan te raden om vanaf nu een vaste periode te kiezen en deze aan te houden. Er zijn redenen om voor het voorjaar te kiezen, maar in het najaar zou evengoed kunnen wanneer steeds dezelfde maand wordt aangehouden. Met het oog op belangrijke indicatorsoorten als de eendagsvliegen en de kokerjuffers, lijkt het toch aangewezen altijd het voorjaar (en misschien zelfs altijd dezelfde maand) als uitvoeringsperiode te kiezen. 3.6.2. Beheerkeuzen Als ervan uit wordt gegaan dat de wijzigingen in B.B.I.-scores sterk beïnvloedbaar zijn door het terugvinden van slechts één soort en dat deze wijzigingen dus met een korrel zout te nemen zijn, durven we te stellen dat de biologische kwaliteit bijna ongewijzigd is gebleven gedurende de zeven voorbije jaren. Hiervan uitgegaan kunnen we ons bijna volledig aansluiten bij de redenering uit het rapport van URS (2012) met inbegrip van de volgende uitzonderingen: a) in de Ijsevijver Klein lijkt ons op deze moment een ruiming van de met bladeren en detritus bedekte bedding meer aangewezen dan in 2011. Er werden wel libellenlarven gevonden maar geen kokerjufferlarven zoals dat in 2011 wel het geval was. b) in de Ijsevijver Groot Noord, en eigenlijk in alle andere vijvers, werden duidelijk meer onderwaterplanten aangetroffen dan in 2011.
Monitoringsrapport T+6 2014
p 83
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
3.7.
Besluit
3.7.1. Resultaten 3.7.1.1. Ijsevijver Groot Noord Voor de Ijsevijver Groot Noord wijst een B.B.I.-score van 6 op een matige biologische kwaliteit. 3.7.1.2. Ijsevijver Groot Midden Voor de Ijsevijver Groot Midden wijst een B.B.I.-score van 7 op een goede biologische kwaliteit. 3.7.1.3. Ijsevijver Groot Zuid Voor de Ijsevijver Groot Zuid wijst een B.B.I.-score van 6 op een matige biologische kwaliteit. 3.7.1.4. Ijsevijver Klein Voor de Ijsevijver Klein wijst een B.B.I.-score van 5 op een matige biologische kwaliteit. 3.7.1.5. Langerodevijver Voor de Langerodevijver wijst een B.B.I.-score van 6 op een matige biologische kwaliteit. 3.7.1.6. Normen Enkel de Ijsevijver Groot Midden beantwoordde tijdens dit onderzoek aan de vroegere basiskwaliteitsnorm B.B.I.≥7. De Ijsevijver Groot Noord, de Ijsevijver Groot Zuid en de Langrodevijver vallen net onder deze basiskwaliteitsnorm. De Ijsevijver Klein ligt met zijn B.B.I. van 5 al iets meer onder deze basiskwaliteitsnorm. 3.7.1.7. Tendensen Enkel de Ijsevijver Groot Midden haalde tijdens dit onderzoek een hogere B.B.I.-score dan voordien. De Ijsevijver Groot Noord haalde tijdens dit onderzoek exact dezelfde B.B.I.score als voordien. De overige drie vijvers scoren op basis van hun B.B.I.-scores net iets minder dan de vorige jaren. 3.7.1.8. Prognoses Eén enkele vijver heeft nu reeds beter gescoord dan voordien. We verwachten dat met eenzelfde onderhoud in de Ijsevijver Groot Midden deze hoge score makkelijk behouden kan worden. Verder zou een ruiming in de Ijsevijver Klein, zoals eerder vermeld, een positieve invloed kunnen hebben op de biologische kwaliteit. De Ijsevijver Groot Noord, de Ijsevijver Groot Zuid en de Langerodevijver scoren zeker niet slecht, maar de biologische kwaliteit zou daar volgens ons waarschijnlijk terug verbeteren naar de volgende staalname toe. Dit is natuurlijk enkel en alleen het geval als het huidige beheer doorgezet wordt en als de staalname bijvoorbeeld eens opnieuw in het voorjaar plaatsvindt.
Monitoringsrapport T+6 2014
p 84
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
4. Lijst van tabellen en figuren 4.1.
Lijst van tabellen
Tabel 1: Resultaten biotoopkwaliteit vijvers .............................................................. 5 Tabel 2: Oppervlakte doelsystemen en natuurstreefbeelden/vegetatietypes .................. 6 Tabel 3: Londo schaal ............................................................................................ 8 Tabel 4:Samenvattende tabel PQ, BWK en natuurstreefbeeld .....................................59 Tabel 5:Bemonsteringsplaatsen in detail ..................................................................65 Tabel 6:Overzicht van de aangetroffen macro-invertebraten ......................................79 Tabel 7: Overzicht van de geïdentificeerde taxa (in identificatieniveaus zoals vereist voor kwaliteitsbepaling) hun abundantie en bijhorende tolerantieklasses. ...........................80
4.2.
Lijst van figuren
Figuur 1: Successie vanuit de Associatie van Moerasspirea en Valeriaan (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ...........................................................15 Figuur 2: Successie vanuit de Associatie van Lissen-ooibos (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ..........................................................................15 Figuur 3: Successie vanuit de associatie van Grote engelwortel en Moeraszegge. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ...........................................18 Figuur 4: Successie vanuit Moerasspirea en Echte valeriaan. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ..........................................................................23 Figuur 5: Successie vanuit Moerasspirea en Echte valeriaan. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ..........................................................................26 Figuur 6: Successie vanuit een Glanshaverassociatie. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ...................................................................................29 Figuur 7: Successie vanuit een Riet-associatie. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) .......................................................................................32 Figuur 8: Successie vanuit Moerasspirea en Echte valeriaan. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ..........................................................................36 Figuur 9: Successie vanuit een Kamgrasweide. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) .......................................................................................36 Figuur 10: Successie vanuit Moerasspirea en Echte valeriaan. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ..........................................................................40 Figuur 11: Ellenberg-vocht-waarden voor Riet-associatie (08Bb04) en de Rompgemeenschap van Rietgras (32RG05). (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ..................................................................................................40 Figuur 12: Successie vanuit de associatie van Witte waterlelie en Gele plomp. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ...........................................43 Figuur 13: Successie vanuit de associatie van Witte waterlelie en Gele plomp. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ...........................................49 Figuur 14: Successie vanuit Oeverzegge-associatie. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) .......................................................................................50 Figuur 15: Successie vanuit de associatie van Scherpe zegge. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ..........................................................................50 Figuur 16: Successie vanuit associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ...........................................53 Figuur 17: Successie vanuit een Abelen-Iepenbos. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) .......................................................................................53 Figuur 18: Successie vanuit een Vogelkers-Essenbos. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ...................................................................................53 Figuur 19: Ellenberg-vocht-waarden van de Associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn (37Ab01), Elzenzegge-Elzenbroek (39Aa02) en Vogelkers-Essenbos (43Aa05). (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) .................................54
Monitoringsrapport T+6 2014
p 85
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei Figuur 20: Successie vanuit een Vogelkers-essenbos. (Bron: SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR) ...................................................................................57 Figuur 21: Bemonsteringsplaatsen in de vijvers (URS, 2012) .....................................64 Figuur 22: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 1 (URS,2012) ...........65 Figuur 23: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 2 (URS,2012) ...........65 Figuur 24: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 3 (URS,2012) ...........65 Figuur 25: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 4 (URS,2012) ...........66 Figuur 26: Schematische voorstelling bemonsteringsplaats vijver 5 (URS,2012) ...........66 Figuur 27: Larve van de bruine korenbout (Libellula fulva) ........................................67 Figuur 28: De exoot Crangonyx pseudogracillis ........................................................68 Figuur 29: De haft Cloeon dipterum ........................................................................69 Figuur 30: Het vijverdwergduikertje Micronecta scholtzi ............................................69 Figuur 31: De beekloper Velia caprai .......................................................................71 Figuur 32: Het dwergbootsmannetje (Plea minutissima) ............................................71 Figuur 33: Larve van een schietmot (Trichoptera - familie Leptoceridae) .....................72 Figuur 34: De eironde watertor (Hyphydrus ovatus) .................................................73 Figuur 35: Larve van een echte vlieg (Muscidae) ......................................................73 Figuur 36: De eendebloedzuiger (Theromyzon tessulatum) ........................................74 Figuur 37: De waterspin (Argyroneta aquatica) ........................................................75 Figuur 38: Een watermijt (Arrenurus sp.) ................................................................76
Monitoringsrapport T+6 2014
p 86
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
5. Bronnenlijst 5.1.
Meetnet vegetatie
Vriens, L., Bosch, H., De Knijf, G., De Saeger, S., Guelinckx, R., Oosterlynck, P., Van Hove, M. & Paelinckx, D. (2011). De Biologische Waarderingskaart: Biotopen en hun verspreiding in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Mededelingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. INBO.M.2011.1, Brussel. 416 p.
5.2.
Macrofauna
5.2.1. Algemeen De Pauw, N. & Vannevel, R. (1991). Macro-invertebraten en waterkwaliteit. Dossiers Stichting Leefmilieu 11. Stichting Leefmilieu, Antwerpen. Devolder, D. (2009). Monitoringsrapport Dijlevallei: Projectuitvoeringsplan 1e fase t = -1 & T = 0. Vlaamse Landmaatschappij, Vlaams Brabant. URS Belgium BVBA. (2012). Natuurinrichtingsproject Dijlevallei: Uitvoering PUP fase 1, jaar +3 (2011). URS Belgium BVBA, Holsbeek. 5.2.2. Identificatie macrofauna De Pauw, N. & Vannevel, R. (1991). Macro-invertebraten en waterkwaliteit. Dossiers Stichting Leefmilieu 11. Stichting Leefmilieu, Antwerpen. Gittenberger, E., Janssen, A.W., Kuijper, J.G.J., Meier, T., van der Velde, G., de Vries, J.N. & Peeters, G.A. (1998). De Nederlandse zoetwatermollusken: recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water. Nederlandse Fauna 2. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. 288p., 12pl. Greenhalgh, M. & Ovenden, D. (2010). Zoetwaterleven van Noordwest-Europa. Tirion Uitgevers BV, Baarn. 256p. Brochard, C., Groenendijk, D., van der Ploeg, E. & Termaat, T. (2012). Fotogids Larvenhuidjes van Libellen. KNNV Uitgeverij, Zeist. 320p.
Monitoringsrapport T+6 2014
p 87
Natuurinrichtingsproject Dijlevallei
6. Bijlagen 6.1.
Beheertabel Bijlage 1: Tabel beheerwerken
PQ Maatregel 1 nulbeheer, opvolging bosontwikkeling 2 nulbeheer, opvolging bosontwikkeling 3 gefaseerd maaien 4 nulbeheer, opvolging bosontwikkeling 5 hakhoutbeheer of nulbeheer 6 verschraling door maaibeheer 7 maaien met nabegrazing 8 nulbeheer, cyclisch maaibeheer 9 terugzetten van boomopslag en begrazing uitvoeren 10 extensieve begrazing 11 gefaseerd maaien in de zomerperiode, bijvullen 12 nulbeheer 13 nulbeheer, cyclisch maaibeheer 14 nulbeheer 15 nulbeheer
TOELICHTING maatregel nulbeheer, opvolging bosontwikkeling gefaseerd maaien hakhoutbeheer of nulbeheer verschraling door maaibeheer (2x / jaar) maaien met nabegrazing terugzetten van boomopslag en begrazing uitvoeren extensieve begrazing gefaseerd maaien in de zomerperiode + bijvullen
6.2.
Turboveg-analyse
6.3.
Foto’s PQ’s
6.4.
Lijst van kaarten
Kaart Kaart Kaart Kaart
2015 0 0
2016 0 0
2017 0 0
2018 Locatie 0 V105 0 V104 M1/3 M1/3 M1/3 M1/3 V37 0 0 0 0 L1 0 0 0 H+0 V9 2x M 2x M 2x M 2x M V28 M+B M+B M+B M+B V29 0 (M 1/3) M 1/3 M 1/3 V2 K+B B B K+B L27 ex B ex B ex B ex B V25 M 1/3 + W M 1/3 + W M 1/3 + W M 1/3 + W V17 0 0 0 0 V42 0 0 0 0 + M1/3 V102 0 0 0 0 V7 0 0 0 0 V46
code 0 M 1/3 M of 0 2x M M+B K+B Ex B M 1/3 + W
1: Situering vijvers 2: Ligging doelsystemen 3.1. en 3.2.: Ligging PQ’s 4.1 tot 4.4.: BWK-typering
Monitoringsrapport T+6 2014
p 88
Soortnamen/Opnamenummer Acer pseudoplatanus-b2 Acer pseudoplatanus-s1 Adoxa moschatellina-kl Alnus glutinosa-b2 Alnus glutinosa-b3 Alnus glutinosa-jl Alnus glutinosa-s1 Alnus glutinosa-zl Anemone nemorosa-kl Angelica sylvestris-kl Arrhenatherum elatius-kl Artemisia vulgaris-kl Arum maculatum-kl Betula pendula-b3 Cardamine species-kl Carex acutiformis-kl Carex species-kl Chaerophyllum temulum-kl Cirsium arvense-kl Cirsium oleraceum-kl Cirsium palustre-kl Convolvulus sepium-kl Cornus sanguinea-s1 Crataegus monogyna-kl Crataegus monogyna-s1 Cruciata laevipes-kl Dactylis glomerata-kl Dryopteris filix-mas-kl Eleocharis palustris-kl Epilobium hirsutum-kl Epilobium parviflorum-kl Epilobium species-kl Equisetum arvense-kl Equisetum palustre-kl Eupatorium cannabinum-kl Eupatorium species-kl Festuca pratensis-kl Ficaria verna-kl Filipendula ulmaria-kl Fraxinus excelsior-s1 Galeopsis tetrahit-kl Galium aparine-kl Geum urbanum-kl Glechoma hederacea-kl Glyceria maxima-kl Hedera helix-kl Heracleum sphondylium-kl Holcus lanatus-kl Humulus lupulus-kl Hypericum maculatum s. obtusiusculum-kl Iris pseudacorus-kl Juncus conglomeratus-kl Juncus effusus-kl Lathyrus pratensis-kl Lemna minor-kl Lotus pedunculatus-kl Lycopus europaeus-kl Lysimachia nummularia-kl Lythrum salicaria-kl Melilotus altissimus-kl Mentha aquatica-kl Milium effusum-kl Myosoton aquaticum-kl Persicaria amphibia-kl Persicaria bistorta-kl Phalaris arundinacea-kl Phragmites australis-kl Phragmites species-kl Plantago major s. major-kl Poa pratensis-kl Poa trivialis-kl Populus species-b3 Potamogeton pectinatus-kl Pulicaria dysenterica-kl Quercus robur-kl Ranunculus repens-kl Robinia species-b3 Rubus species-kl Rubus subg. Rubus-kl Rumex acetosa-kl Rumex crispus-kl Rumex obtusifolius-kl Salix alba-b3 Salix alba-jl Salix alba-s1 Salix caprea-b2 Salix caprea-b3 Salix caprea-s1 Salix cinerea s. cinerea-b3 Salix viminalis-b3 Sambucus nigra-kl Sambucus nigra-s1 Scirpus sylvaticus-kl Scrophularia species-kl Silene dioica-kl Solanum dulcamara-kl Solidago species-kl Stachys palustris-kl Stachys sylvatica-kl Symphytum officinale-kl Tanacetum vulgare-kl Taraxacum species-kl Trifolium dubium-kl Trifolium pratense-kl Trifolium repens-kl Typha latifolia-kl Ulmus glabra-kl Urtica dioica-kl Viburnum opulus-kl Vicia cracca-kl Vicia sativa s. segetalis-kl Vicia tetrasperma s. gracilis-kl
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15 r2
r2 r1 2 6
9
r4
p4 3 p2 2 m4 2
a2
p4
p4
p2
p4
m1 r1 r2
p2 r1
5+ m4
p2 a4 m4 p2
1+
r1 p1 r1 p2
p4
r1
a1
1- a2 p4 1m2 a2 1+ r2
p2 p4
p4
r4 p1 r2
p2
a2 p2 a2
r1
p4
p2
r2
a2
p2 r1
p2 p2 m2
p2
m4
r1
r1
18 SocGroep1 SocGroep2 SocGroep3 SocGroep Natte duinvalleien B43A B B43A B B43AB01 B B39AA B B39AA B B39AA B B39AA B B39AA B B43A B R32 R G16BB01 Gk R31 R B43AB01 B B42A B
R33AA R31 G16AB06 G16A R32BA S37A S37A S37A R33AA03 G16BB01 B43AB01 M08B R32BA P27AA02
39AA01
R32AA01
A30A R32AA01
B43A
R31CA L21AB
Z17AA01
SocGroep Droge graslanden B B B B B B B B B R Ga R B B
Gm
Gm
R R Gm Gm R B B B R Gk B Mp R Pn
R R Gm Gm R B B B R Ga B Gm R P
Pb Mn R
P Gm R
Gk R R B R R B R Mp B Gk Gm B Gm Mp Gm Gm Gk W Gm R Gm R R Mp B Pb Gp Gm R Mp
Ga R R B R R B R Gm B Ga Ga B Gm Gm Gm Gm Ga Gm R Gm Gm R Gm B P Gp Gm R Gm
Gp Gk Gp
Gp Ga Gp
W Gp B Gp
Gp B Gp
Gk Gp R B B B B B B
Ga Gp R B B B B B B
B B B Gm
B B B Gp
B B
B B
Mp B R R
Gm B R R
Gk Gk Gp Mp B R B Gk
Ga Ga Gp Gm B R B Ga
Rode Lijst
Kwetsbaar
a1
a2 1+
17
G16AB
r4 r1
p1
2 r1
2
16
p1 a2
r1 a4
r1 r4
r4
r4
A30A G16A R32
M09
p4 1-
m2 p2
a4 1r1 a4
m4
p2
m1 1-
1a4
7
p2 1-
2
1-
1r2 1-
11+
11+
p1 1+
1p1
a4 a2 p2 r1
r1 r1 p4
r2
r4
a4 4 r2
1r4
p4
r1
r1
p1
r1
p4 p1 3 1+
r2
1p1
a2 1-
r1 a4
1-
a2
p2 p2 p2
r1
a1 a2 2 p2
r1
2
a2
a4 a4 p2
1-
p2 a1 a2 6
2
3 r4
6 a4
1r1
p1 1+
11-
3
G16 B43A R32AA01 B43A R34AA01 R33AA B43A R33AA M08 B43A G16BB01 G16 B39AA02 Z17AA01 M08B G16A P28AA G16B W01A G16A R32BA B38AA02 R32AA01 R31CA01 M08B B43AB01 P29AA G12BA01 G16AB06 R32AA01 M08BB04
R33AA
A30B B43AA01
B43A S37AB01
B43AA
S37AB
R33AA S37A G16AB B39AA
R32AA01
G16AB04
B39AA02
S36AA G16AB05 M09
B39AA02
B38AA W04AA01 R32AA01
A30A
B38AA
R32AA
a2 r2 p2
2 3
r1
2
a1
G12 G16B G12BA
1-
1p4 p2
W02AA G12B B42A G12BA
p2 r1
m2
r1
p1 1-
M09BA
2 p4
a2
a4
r4
r4
3
4 p2
p2
2 r1
a4
p4 1+
2 r2
p4
3 7 2
1-
3
1-
G16 G12BA01 R31 B38AA B38AA B38AA B43A B43A B43A
P22AA01 B38AA
R31
S36AA S36AA S36AA
3 r1
B38AA S37A S37A G16AB05
p2 1r4
p4 r2
a4
a2
a2 r2
r1 r1
r2
r2
B43AA B39AA
S36AA02
p2 r1
R32 B43A R32 R31CA
r2 1-
a4 r1
p2
1+
p2
r2
B38AA02 B38AA
M08B
p1 r2 a2 m2 a4 1+ 1+
a2
1m4
p2 r4 r1
3 2
13
1+
p2
2
G16B G16B G16BC01 M08 B43A R33AA B43A G16
P29AA02
r1 p1
Enstig bedreigd
PQ 1
PQ 2
PQ 3
PQ 4
PQ 5
PQ 6
PQ 7
PQ 8
PQ 9
PQ 10
PQ 11
PQ 12
PQ 13
PQ 14
PQ 15
Kaart 1 Situering vijvers
Legende Langerodevijver
waterbiotoop&BBI locatie
IJsevijver groot midden IJsevijver groot noord IJsevijver groot zuid IJsevijver klein Kliniekvijver uiterst zuid Kliniekvijvertje uiterst noord Langerodevijver
Kliniekvijvertje uiterst noord IJsevijver groot noord IJsevijver groot midden IJsevijver groot zuid IJsevijver klein Kliniekvijver uiterst zuid
1:7 500 0
0,075 0,15
0,3
0,45
Landmax bvba Welvaartstraat 22 bus 12 2200 Herentals Tel.: +32 14 26 25 00 Info@landmax.be
Kilometers
Kaart 2 Ligging doelsystemen
Legende Percelen
1:25 000 0
0,25
0,5
1
Landmax bvba Welvaartstraat 22 bus 12 2200 Herentals Tel.: +32 14 26 25 00 Info@landmax.be
1,5
Kilometers
Kaart 3.1 Ligging PQ's PQ 1
PQ 2
Legende
PQ_locatie_studie PQ PQ_natuurstreefbeeld
PQ 4
PQ 3
1:10 000 0
0,1
0,2
0,4
PQ 7 PQ 8 PQ 6
PQ 5
Landmax bvba Welvaartstraat 22 bus 12 2200 Herentals Tel.: +32 14 26 25 00 Info@landmax.be
0,6
Kilometers
Kaart 3.2 Ligging PQ's
PQ 14
Legende
PQ_locatie_studie PQ
PQ 9 PQ 15
PQ_natuurstreefbeeld
PQ 13 PQ 11
PQ 12
1:10 000 0
PQ 10
0,1
0,2
0,4
Landmax bvba Welvaartstraat 22 bus 12 2200 Herentals Tel.: +32 14 26 25 00 Info@landmax.be
0,6
Kilometers
Kaart 4.1 BWK - typering
Legende Percelen
lh + hu hr
geml
sf + hfb(va)
hf(c)b
1:7 500 0
0,075 0,15
0,3
0,45
Landmax bvba Welvaartstraat 22 bus 12 2200 Herentals Tel.: +32 14 26 25 00 Info@landmax.be
Kilometers
Kaart 4.2 BWK - typering mrb mr
mr
gml hrb u vn
hr
Legende
hf mr
Percelen
vn
mrb hf(c+mr)b / hc
mrb
hu(k) sf + vn
mrb
sz
geml
hx
va vn
ku
mrb
sp + hfb mr
hp/hr kj
1:7 500
p + hr
0
0,075 0,15
0,3
0,45
sz Landmax bvba Welvaartstraat 22 bus 12 2200 Herentals Tel.: +32 14 26 25 00 Info@landmax.be
Kilometers
se
ae
ae ae
Kaart 4.3 BWK - typering
se mrb
vn
vn
vn
va
mr
sz hfb vf hfb
Legende
vn
Percelen mrb
hf aeae hf
mrb ae aehf mr ae ae mr sf + vn sf + vn
hc mr
ae hfb ae mc
hc hc + mc mc + hj mrbhfb
1:7 500 0
hf + mr + so
hf + mr + so p hfc
0,075 0,15
0,3
0,45
mrb Landmax bvba Welvaartstraat 22 bus 12 2200 Herentals Tel.: +32 14 26 25 00 Info@landmax.be
Kilometers
Kaart 4.4 BWK - typering
vava mrb
Legende
vf
Percelen
1:7 500 0
0,075 0,15
0,3
0,45
Landmax bvba Welvaartstraat 22 bus 12 2200 Herentals Tel.: +32 14 26 25 00 Info@landmax.be
Kilometers