Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/315
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/315
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 26 juli en 28 september 2020 werden door xxx (hierna: verzoekster) aan de gemeente LangemarkPoelkapelle diverse vragen gesteld met betrekking tot het RUP Statiewijk en Westelijke dorpsrand. Op 21 september en 23 oktober 2020 werd door de gemeente geantwoord aan verzoekster. Op 16 november 2020 antwoorden/beslissingen.
werd
door
verzoekster
beroep
aangetekend
tegen
voormelde
Op 26 november 2020 werd dit beroep geregistreerd door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur. Ontvankelijkheid van het beroep Het eerste bestreden antwoord van de gemeente Langemark-Poelkapelle dateert van 21 september 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 16 november 2020 diende verzoekster beroep in tegen deze beslissing. Het beroep werd, wat dit onderdeel betreft, bijgevolg ingediend na het verstrijken van de termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de bestreden beslissing, en is derhalve onontvankelijk in toepassing van artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.
www.vlaanderen.be
Het tweede bestreden antwoord van de gemeente dateert van 23 oktober 2020 en deze beslissing maakt geen melding van de beroepstermijn en –modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Bijgevolg start de termijn om een beroep in te dienen overeenkomstig artikel II.48, §1, vierde lid van het Bestuursdecreet pas vier maanden na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing. Op 16 november 2020 diende verzoekster beroep in tegen de voormelde beslissing. Het ingediende beroep is, wat dit onderdeel betreft, bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk, behalve betreffende de vragen van verzoekster die louter kritiek bevatten betreffende de handelwijze van de gemeente, meer bepaald waar gesteld wordt dat “pas 25 dagen na de vraag betreffende een afschrift van de beslissing van de deputatie
van 19 december 2019, aangegeven wordt dat ik in feite mijn vraag moest richten naar de provincie, terwijl het aan de algemeen directeur zelf is om bij een vraag naar bestuursdocumenten bij de verkeerde instantie, die vraag zelf onmiddellijk door te sturen naar de bevoegde instantie” en dat “zowel de beslissing van de algemeen directeur van 26 juli 2020 als van 23 oktober 2020 tot openbaarheid van bestuursdocumenten meer dan 20 dagen duurde” en dat “zowel in de ontvangen beslissing van de algemeen directeur van 26 juli 2020 als van 23 oktober 2020 geen registratienummer terug te vinden is betreffende de vraag naar bestuursdocumenten in het kader van openbaarheid van bestuur”. De beroepsinstantie is evenwel niet bevoegd voor dergelijke klachten tegen de vermeende afwezigheid of ontoereikendheid van antwoorden van overheidsinstanties. Het ingestelde beroep is betreffende deze grieven dan ook onontvankelijk.
Louter volledigheidshalve merkt de beroepsinstantie op dat het Bestuursdecreet geen specifieke sancties bevat tegen het beweerde laattijdige doorsturen van vragen door een overheidsinstantie naar een andere, noch tegen het laattijdig antwoorden of niet vermelden van het registratienummer van vragen inzake openbaarheid van bestuur. Wat het laattijdig beantwoorden van openbaarheidsverzoeken betreft, wijst de beroepsinstantie wel op artikel II.48, §1, eerste lid, 2° van het Bestuursdecreet, op grond waarvan een aanvrager steeds beroep kan instellen tegen het uitblijven van een beslissing nadat de termijn waarbinnen de beslissing moest genomen worden, verstreken is. In casu had verzoekster bijgevolg de mogelijkheid om op een vroeger tijdstip beroep in te stellen tegen de op dat moment bestaande ontstentenis van beslissing van de gemeente. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het beroepschrift van 16 november 2020 is op ontvankelijke wijze gericht tegen de beslissing van 23 oktober 2020 van de gemeente Langemark-Poelkapelle, in de mate dat volgens verzoekster niet afdoend werd geantwoord op haar oorspronkelijke vragen betreffende het RUP Statiewijk en Westelijke dorpsrand. In het kader van voorliggend beroep gaat het om het verkrijgen van een afschrift van: -
alle bijlagen bij de gemeenteraadsbeslissing van 1 juli 2019 betreffende het punt 2019-GR 00149: RUP Statiewijk en Westelijke dorpsrand definitieve vaststelling gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Statiewijk en Westelijke dorpsrand (o.a. de uitgebrachte adviezen en de verslagen van de GECORO,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/315
pagina 2 van 4
-
2.
die niet terug te vinden zijn tussen de bestuursdocumenten die op de gemeentelijke website werden gepubliceerd); de aangepaste toelichting van het RUP; de beslissing van de deputatie van 19 december 2019 betreffende het RUP Statiewijk en Westelijke dorpsrand.
Inhoud van het beroepschrift
Via het indienen van het beroepschrift wenst verzoekster alsnog de gevraagde documenten te verkrijgen.
3.
Standpunt van de beroepsinstantie
De beroepsinstantie heeft op 27 november 2020 contact opgenomen met de gemeente LangemarkPoelkapelle om meer informatie te verkrijgen betreffende dit beroepsdossier. De gemeente heeft op 9 december 2020 geantwoord aan de beroepsinstantie, aan wie het thans toekomt te oordelen over het ingestelde beroep.
Betreffende de bijlagen bij de gemeenteraadsbeslissing van 1 juli 2019 en de toelichting bij het RUP De gemeente Langemark-Poelkapelle heeft bij mail van 9 december 2020 aan de beroepsinstantie laten weten dat alle vermelde documenten aan xxx werden overgemaakt via de mailberichten van 21 september 2020 en 23 oktober 2020. Enkel de toelichting bij het RUP werd door een administratieve vergissing niet bezorgd. Deze werd evenwel bij mail van 9 december 2020 alsnog aan verzoekster bezorgd. Wat de toelichting bij het RUP betreft is het beroep bijgevolg zonder voorwerp geworden. Wat de bijlagen betreft, wordt door de beroepsinstantie vastgesteld dat de gemeente alle beschikbare adviezen aan verzoekster heeft overgemaakt. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager, die in het bezit is van de betrokken overheidsinstantie. Aangezien de gemeente over geen andere bijlagen bij de gemeenteraadsbeslissing van 1 juli 2019 blijkt te beschikken dan deze die ze reeds heeft overgemaakt aan verzoekster, kan zij daarvan uiteraard geen afschrift verlenen. Het beroep is, wat de bijlagen betreft, derhalve ongegrond.
Betreffende de beslissing van de deputatie van 19 december 2019 De gemeente Langemark-Poelkapelle heeft bij mail van 9 december 2020 aan de beroepsinstantie laten weten dat zij niet in het bezit is van de beslissing van de deputatie van 19 december 2019. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager die in het bezit is van de betrokken overheidsinstantie. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat de gemeente Langemark-Poelkapelle niet in het bezit is van de gevraagde deputatiebeslissing. Het ingestelde beroep wordt, wat vermelde beslissing betreft, dan ook als ongegrond beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/315
pagina 3 van 4
Volledigheidshalve wordt vermeld dat de gemeente bij mail van 23 oktober 2020, gericht aan verzoekster, heeft laten weten dat de deputatie in zitting van 19 december 2019 beslist heeft, enerzijds, dat er geen aanleiding is om over te gaan tot schorsing van het gemeenteraadsbesluit van 1 juli 2019 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP Statiewijk en Westelijke dorpsrand, en dat, anderzijds, de gemeente kan overgaan tot publicatie van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP Statiewijk en Westelijke dorpsrand in het Belgisch Staatsblad, tenzij de Vlaamse Regering zou beslissen tot schorsing binnen de daartoe decretaal voorziene termijn. De gemeente bevestigde daarbij dat dit de enige correspondentie is die ze als lokaal bestuur ontving van de deputatie. Voor meer informatie heeft de gemeente verzoekster doorverwezen naar de provincie West-Vlaanderen zelf. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 16 november 2020 van xxx tegen de beslissingen d.d. 21 september en 23 oktober 2020 van de gemeente Langemark-Poelkapelle is deels onontvankelijk, en is voor het overige ontvankelijk doch deels zonder voorwerp en deels ongegrond. Brussel, 22 december 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/315
pagina 4 van 4