Een wandeling door de tijd
BRESCIA In de Noord-Italiaanse provinciehoofdstad is de gelaagdheid van het verleden op bijna elke straathoek tastbaar. Romeinse tempels, middeleeuwse kerken en Venetiaanse paleizen vertellen er hun verhaal. Historia maakte een tijdreis. tekst & fotografie S E R V A A S N E I J E N S
OUDHEID | ITALIË Het Capitolium vormt het monumentale hart van het Romeinse Brixia. De inscriptie vermeldt Vespasianus als stichter.
Rechts: Het met 212 klassieke (edel)stenen en gemmen bezette Karolingische Kruis van Desiderius. Vroege 9de eeuw. Museo di Santa Giulia
Vorige pagina’s: Een pauw en druiven ranken als christelijk- Longobardische symbolen van de wederopstanding en het lijden van Christus. 8ste eeuw. Museo di Santa Giulia
Bronzen beeldje van de god Mars met baard. Parco archeologico di Brescia romana.
D
e lange geschiedenis van Brescia gaat terug tot de pre-Romeinse bewoning van de Colle Cidneo, de heuvel midden in de stad. Volgens de overlevering werd het gebied aanvan kelijk bewoond door Ligurische stammen, voordat de Keltische Cenomani zich hier in de 4de eeuw v.C. vestigden. Daarna verschenen de Romeinen op het toneel, die hun macht steeds verder over het Italiaanse schiereiland uitbreidden. De relatie van de Cenomani met Rome was er een van vallen en opstaan, maar bleek beslissend voor de ontwikkeling van de stad. Brixia, zoals Brescia in de Romeinse tijd heette, steunde Rome in 225 v.C. in de strijd tegen binnenvallende Gallische stammen. Tijdens de daaropvolgende conflicten wisselden de Cenomani meermaals van positie, maar in 196 v.C. werden zij definitief met Rome verbonden. In 42 v.C. verkreeg Brixia de status van municipium civium Romanorum. Daarmee kregen de inwoners het Romeinse burgerrecht. Tijdens de keizertijd kende Brixia een periode van economische en stedelijke bloei. Archeologische resten, monumentale gebouwen en kunstvoorwerpen getuigen van een welvarende gemeenschap die profiteerde van haar gunstige ligging aan de routes tussen de Alpen, de Povlakte en de Adriatische kust.
De Romeinse stad vormde het f undament voor het latere Brescia. Het stratenplan met cardines en decumani (noord-zuid- en oost-westassen) bleef in hoofdlijnen herkenbaar, ook toen middel eeuwse bebouwing de regelmaat van de antieke stad doorbrak. Ook delen van de Romeinse infrastructuur bleven lange tijd van betekenis. Een aquaduct vanuit de Fonte di Mompiano, in de heuvels ten noorden van de stad, voerde water naar onder meer thermen, fonteinen en woon wijken. De stedelijke economie steunde op handel, markten en ambachtelijke productie en op de verbindingen met de omliggende valleien en de Povlakte. Dankzij haar ligging werd Brixia niet alleen een belangrijk bestuurlijk centrum, maar ook een knooppunt in de handelsroutes naar Milaan, Verona en Aquileia. Belangrijke monumenten uit de Romeinse tijd zijn in Brescia nog altijd te bewonderen. Het Capitolium springt het meest in het oog. Deze tempel werd in 73 gebouwd onder keizer Vespasianus en vormde het religieuze hart van de Romeinse stad. De geschiedenis van deze plek gaat echter veel verder terug. Onder het Capitolium liggen de resten van een republikeins heiligdom uit de 1ste eeuw v.C., dat op zijn beurt nog oudere cultusgebouwen verving.
CHRONOLOGIE
VAN BRIXIA NAAR BRESCIA
ca. 500-200 v.C.
ca. 200 v.C.- 476 n.C.
569–774
774–1426
1426-1859
1859–heden
De Gallische Cenomani vestigen zich in en rond Brescia. Zij onderhouden handelscontacten met andere Noord-Italiaanse volkeren.
Brixia wordt opgenomen in de Romeinse wereld. In de keizertijd groeit Brixia uit tot een Romeinse stad met forum, tempels, theater en aquaducten.
De Longobarden maken Brixia tot machtscentrum en bouwen kerken en kloosters waarin Romeinse en christelijke tradities samensmelten.
Na de Frankische verovering groeit Brescia uit tot vrije stadstaat, beleeft conflicten met buursteden en komt uiteindelijk onder Milanese heerschappij.
Onder Venetië bloeit Brescia economisch en cultureel, waarna Franse en Oostenrijkse machthebbers achtereenvolgens het bestuur overnemen.
Na de Italiaanse onafhankelijkheidsstrijd wordt Brescia onderdeel van Italië en groeit de stad uit tot belangrijk industrieel en cultureel centrum. BRESCIA
65
OUDHEID | ITALIË
BRESCIA Milaan
Venetië
Mozaïekvloer in het Huis van de fonteinen onder het Museo di Santa Giulia. 1ste-4de eeuw.
Verborgen bronzen beelden
Deze bronzen Daone-helm, gevonden in het Chiesedal, getuigt van de preRomeinse culturen en hun contacten met de Etruskische wereld. ca. 550–450 v.C. Museo di Santa Giulia
Het huidige Capitolium verrees op een hoog terras tegen de zuidhelling van de Colle C idneo en torende daardoor boven het Romeinse forum uit. Bij de bouw onder keizer Vespasianus bleven enkele kenmerken van het oudere heiligdom behouden. De nieuwe tempel kreeg drie naast elkaar gelegen cellae (tempelkamers), gewijd aan de Capitolijnse triade: Jupiter, Juno en Minerva. Aan weerszijden van het tempelcomplex strekten zich portieken uit. Daarnaast bevonden zich twee vertrekken waarvan de precieze functie nog altijd niet bekend is. Op en rond het Capitolium zijn talrijke archeologische vondsten gedaan. Systematische opgravingen begonnen in 1823, op initiatief van het stadsbestuur en de Academie voor Wetenschappen, Letteren en Kunsten van Brescia. De resten van het Capitolium werden blootgelegd, samen met talrijke architectuurfragmenten, beelden en inscripties. De eerste resten van het onderliggende republikeinse heiligdom werden al in 1825 ontdekt, maar pas tijdens opgravingen tussen 1956 en 1961 werd het complex systematisch
66 N AT I O N A L G E O G R A P H I C H I S T O R I A
onderzocht. Het bestaat uit vier naast elkaar gelegen tempelruimten met uitzonderlijk goed bewaarde mozaïekvloeren en kleurrijke muurschilderingen in de tweede Pompeïsche stijl, waarin geschilderde zuilen, gordijnen en perspectief de illusie van diepte creëren. Een van de belangrijkste ontdekkingen volgde in juli 1826, toen opgravers een verborgen depot met grote bronzen beelden aantroffen. Daartoe behoorde ook de beroemde Vittoria Alata (Gevleugelde Overwinning), een bronzen beeld uit het midden van de 1ste eeuw, dat uitgroeide tot hét symbool van het Romeinse Brescia. Na de opgravingen werden de drie cellae van de tempel gerestaureerd en in 1830 ingericht als het Museo Patrio, het eerste stedelijke museum van Brescia. Tijdens het fascistische bewind van Benito Mussolini werd het Capitolium opnieuw gerestaureerd, ter gelegenheid van de viering van de tweeduizendste geboortedag van k eizer Augustus. Daarbij werd de monumentale voorhal gedeeltelijk gereconstrueerd, werden de bewaard gebleven zuilen heropgericht en kreeg ook het fronton met de inscriptie ter ere van keizer Vespasianus opnieuw een plaats. Ten zuiden van het Capitolium lag het forum, dat via trappen en de decumanus maximus (oost-westelijke hoofdstraat) met het heiligdom was verbonden. Het Piazza del Foro en de Via dei Musei (Museumstraat) zijn de hedendaagse afspiegelingen van het Romeinse stratenplan. Vanaf de 4de eeuw veranderde de religieuze identiteit van Brixia ingrijpend. Volgens de stedelijke traditie werd het christendom in Brixia gesticht door de martelaren Faustino en Giovita, die later de beschermheiligen van de
NG (KAART)
ITALIË
De zogeheten Grotte di Catullo zijn geen grotten, maar de ruïnes van een grote, luxueuze Romeinse villa aan het Gardameer, niet ver van Brescia. 1 ste eeuw v.C. -1 ste eeuw n.C. BRESCIA
67
OUDHEID | ITALIË
Onder het Capitolium zijn de resten bewaard gebleven van een republikeins heiligdom uit de 1ste eeuw v.C. De wanden zijn beschilderd met marmereffecten en geplooide draperieën. Parco archeologico di Brescia romana
Vittoria Alata, de gevleugelde overwinning. Dit bronzen beeld, een icoon voor Brescia, bestaat uit 37 delen. 1ste eeuw. Parco archeologico di Brescia romana
68
stad werden. De overlevering vertelt dat zij na verschillende wonderbaarlijke gebeurtenissen op 15 februari in 120 n.C. werden onthoofd. Historisch bewijs voor deze gebeurtenissen ontbreekt echter. Hun levensbeschrijving werd waarschijnlijk pas in de 8ste of 9de eeuw opgesteld en is dus historisch onbetrouwbaar, maar hun cultus kreeg een belangrijke plaats in de religieuze en stedelijke identiteit van Brescia. De opkomst van Mediolanum (Milaan) als keizerlijke residentie leidde in de 4de eeuw tot een relatieve achteruitgang van Brixia. Dankzij de vruchtbare landbouwgronden in het omringende gebied en haar strategische ligging bleef de stad echter economisch en bestuurlijk van betekenis. Brescia herstelde zich bovendien van zware tegenslagen, zoals de plundering door de Hunnen onder Attila in 452. De overgang naar de vroegmiddeleeuwse wereld verliep echter onrustig. Na de machtsovername door de Germaanse krijgsheer Odoaker in 476 en vervolgens door de Ostrogoot Theoderik, raakte Brescia betrokken bij de Gotisch-Byzantijnse Oorlog (535–’54).
Archeologische sporen van brandlagen, ingestorte gebouwen en het hergebruik van bouwmateriaal laten zien dat het klassieke stadsbeeld in deze periode ingrijpend veranderde.
Longobardische kunstschatten
Met de komst van de Longobarden in 569 n.C. begon voor Brescia een nieuwe periode. De stad werd de zetel van een hertogdom en groeide uit tot een belangrijk politiek en militair centrum van het Longobardische koninkrijk. Onder koning Desiderius (756–’74) bereikte Brescia een prominente p ositie. Nog vóór zijn koningschap stichtte hij samen met zijn vrouw Ansa rond 753 het benedictinessenklooster San Salvatore. Hun dochter Anselperga werd de eerste abdis. Het klooster groeide in latere eeuwen uit tot het omvangrijke complex van Santa Giulia. San Salvatore was veel meer dan een klooster. Het fungeerde als een centrum van dynastieke representatie, grootgrondbezit, geleerdheid en kunstproductie. De architectuur verenigde Longobardische, vroegchristelijke en
Bronzen kop van een vrouw met een typisch Flavische haardracht. Mogelijk stelt dit Domitia Longina voor, de vrouw van keizer Domitianus. 1ste eeuw. Museo di Santa Giulia
BRESCIA
69
OUDHEID | ITALIË
Kerken, kloosters, musea
De Rotonda met daarachter een puntje van de Duomo Nuovo.
De Lipsanoteca van Brescia is een ivoren reliekkist uit de tweede helft van de 4de eeuw, versierd met tientallen vroegchristelijke reliëfs. Museo di Santa Giulia
Byzantijnse invloeden en het complex verrees op een terrein met oudere Romeinse en vroegmiddeleeuwse resten. De kerk van San Salvatore werd als een driebeukige basiliek aangelegd met een rijke decoratie. Kapitelen, vlechtwerk, kruisen, pauwen en wijnranken verenigen klassieke en mediterrane tradities met Longobardische decoratieve motieven. Een van de beroemdste kunstwerken uit het klooster is het zogenoemde Kruis van Desiderius, een processiekruis bezet met antieke cameeën, edelstenen en glas. Het laat zien hoe kostbare materialen en beeldtradities uit de Klassieke Oudheid in een nieuwe christelijke context werden opgenomen en hergebruikt. Ook na de verovering van het Longobardische koninkrijk door Karel de Grote in 774 bleef San Salvatore–Santa Giulia een klooster van grote politieke, religieuze en culturele betekenis.
Nieuwe machtsstructuren
In de 10de en 11de eeuw nam de macht van bisschoppen, kloosters en lokale edelen toe. De bisschop was niet alleen geestelijk leider, maar trad ook op als wereldlijk heerser en vertegenwoordiger van de keizer. Tegelijkertijd ontstonden nieuwe vormen van stedelijke samenwerking. In 945 werd voor het eerst een 70 N AT I O N A L G E O G R A P H I C H I S T O R I A
conventus civium vermeld, een vergadering van burgers die als voorloper geldt van de latere stadscommune. Een van de bekendste godsdiensthervormers uit deze periode was Arnold van Brescia (ca. 1090–1155), die zich fel keerde tegen de rijkdom en wereldlijke macht van de Kerk. De roep om hervorming en stedelijke autonomie nam toe. In de 12de eeuw leidde dit tot de vorming van een stadscommune. Rond 1120 ontstond een volksvergadering en vanaf 1127 werd de stad bestuurd door consuls. Met de bouw van het Broletto kreeg Brescia een monumentaal stadhuis en een zichtbaar symbool van haar stedelijke autonomie. In de 13de eeuw werden onder leiding van bisschop Alberico da Gambara nieuwe straten en bouwpercelen aangelegd. Het stratenpatroon uit die periode is in het historische centrum nog duidelijk herkenbaar. Ondanks politieke conflicten tussen rivaliserende facties bleef de commune zich verder ontwikkelen, totdat de plundering door de troepen van Hendrik VII in 1311 een einde maakte aan deze bloeiperiode. De stadscommune verloor geleidelijk haar zelfstandigheid aan diverse regionale vorstendommen die elkaar in rap tempo opvolgden. Na een periode van interne strubbelingen
ARCHIVIO FOTOGRAFICO MUSEI CIVICI DI BRESCIA - FOTOSTUDIO RAPUZZI (KIST)
Brescia bezit een rijk religieus en cultureel erfgoed. Op Piazza Paolo VI staan twee kathedralen naast elkaar. De opvallendste is de Duomo Vecchio, door de inwoners meestal de Rotonda genoemd (links). Deze romaanse kerk uit de 11de en 12de eeuw dankt haar naam aan haar bijzondere ronde vorm. Direct ernaast staat de veel grotere Duomo Nuovo, die vanaf de 17de eeuw werd gebouwd. Een ander hoogtepunt is het voormalige benedictijnse klooster San Salvatore– Santa Giulia, gesticht in 753 door de Longobardische koning Desiderius en zijn vrouw Ansa. Tegenwoordig vormt dit kloostercomplex het Museo di Santa Giulia, het belangrijkste museum van Brescia. De collectie vertelt de geschiedenis van de stad vanaf de prehistorie en de R omeinse tijd tot de Middeleeuwen en latere eeuwen. Bijzondere delen van het museum zijn de basiliek San Salvatore, de kapel Santa Maria in Solario (rechts), het Nonnenkoor en de resten van Romeinse woningen. Het complex behoort bovendien sinds 2011 tot het UNESCO-werelderfgoed.
De 12de-eeuwse Santa Maria in Solario kreeg een octagonale koepel. De kapel is versierd met fresco’s met scènes uit de levens van Jezus en Santa Giulia. Hier staat ook het Kruis van Desiderius. BRESCIA
71
OUDHEID | ITALIË
Gezicht op Brescia vanaf de Colle Cidneo, waar op de plaats van een Romeins heiligdom nu een middeleeuws kasteel staat.
kwam Brescia achtereenvolgens onder het gezag van de Scaligeri (uit Verona), de Visconti (uit Milaan) en Pandolfo Malatesta (uit Rimini) om in 1421 weer in Milanese handen te vallen.
Stad van lagen
Een grotesk stenen masker als architec tonische decoratie op het binnenhof van het Palazzo Broletto in Brescia. 17de eeuw.
Vanaf 1426 werd de situatie rustiger. De stad kwam onder het gezag van de Republiek Venetië en zou een periode van bijna vier eeuwen van relatieve stabiliteit en economische bloei kennen. Tot 1797, toen Venetië tijdens de Napoleontische oorlogen ten val kwam en er een nieuwe stoelendans om de macht volgde. Brescia werd achtereenvolgens onderdeel van de Cisalpijnse Republiek en het Napoleontische Koninkrijk Italië. Daarna kwam het onder Oostenrijks gezag als deel van het Koninkrijk Lombardije-Venetië, totdat het in 1859 werd opgenomen in het Koninkrijk Sardinië, dat in 1861 opging in het Koninkrijk Italië. Sinds 1946 is het land een republiek. Wat uit al die eeuwen overblijft, is een stad die in haar uiterlijk een schoolvoorbeeld vormt van historische continuïteit. De Romeinse stad
72 N AT I O N A L G E O G R A P H I C H I S T O R I A
bleef herkenbaar in het middeleeuwse stratenplan; vroegchristelijke heiligdommen maakten plaats voor nieuwe kerken, maar hun locaties bleven religieus; kloosters namen politieke, economische en sociale functies op zich; gemeentelijke paleizen verrezen op oudere religieuze en particuliere terreinen; muren en waterlopen bepaalden eeuwenlang de stedelijke ontwikkeling. Iedere periode herschiep de stad, zonder haar verleden volledig uit te wissen. Juist daardoor is Brescia geen verzameling losse monumenten, maar een stedelijk archief waarin Romeinse, Longobardische, Karolin gische, communale, Venetiaanse en latere historische lagen met elkaar verbonden blijven. Deze uitzonderlijke continuïteit kreeg in 2011 internationale erkenning, toen het Longobar dische kloostercomplex San Salvatore–Santa Giulia en het aangrenzende archeologische gebied van het Capitolium werden opgenomen op de Unesco-Werelderfgoedlijst. Met dank aan Aurora Raimondi Cominesi.
Met de komst van de Venetiërs in 1426 werd het Piazza della Loggia het bestuurlijke hart van de stad. De 16de-eeuwse Torre dell’Orologio heeft een beroemde astronomische wijzerplaat. BRESCIA
73