Skip to main content

BRAFCO_0626_book_NL_ISSUU

Page 1


BELGISCHE FEDERATIE DER

BRANDSTOFFENHANDELAARS

JUNI 2026

V.U. Johan Mattart, BRAFCO, Léon Lepagestraat 4, B-1000 Brussel

LESS CO2 DRIVE BLUE

Comfort Energy, de grootste onafhankelijke distributeur van vloeibare brandstoffen in België, biedt met trots de snelste weg naar verduurzaming.

Haalbaar

Met Blauwe Diesel effenen we het pad naar een duurzamere toekomst – niet alleen voor ons netwerk van meer dan 70 partners, maar voor iedereen. Blauwe Diesel is een duurzamere brandstof, samengesteld uit hoogwaardige diesel en HVO, die een vlotte en efficiënte overstap naar CO2-reductie mogelijk maakt.

Directe impact

Blauwe Diesel stelt klanten in staat om op hun eigen tempo te verduurzamen, met een CO2-reductie tot 90% ten opzichte van traditionele brandstoffen. Bovendien is de brandstof direct beschikbaar en compatibel met bestaande infrastructuur. Daardoor is het een ideale drop-in oplossing om snel en zonder grote investeringen aan duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen. Met Blauwe Diesel kunnen jouw klanten uitpakken in CSRD-rapporteringen en is verduurzaming al meteen een stap dichterbij.

Betaalbaar

Als partner krijg je exclusieve toegang tot deze innovatieve brandstof, positioneer je jouw bedrijf als koploper in duurzame energie en profiteer je van onze expertise en toekomstige groene initiatieven.

ZET DE EERSTE STAP EN CONTACTEER ONS VANDAAG NOG:

Tom Lambert I CEO +32 477 94 83 68 tom.lambert@comfortenergygroup.com

Walter Vankerckhoven I CSO +32 479 74 40 07 walter.vankerckhoven@comfortenergygroup.com

WWW.COMFORTENERGY.BE

HVO100 Verminder uw impact op het milieu

VERVANGT uw gebruikelijke diesel

VERMINDERT de uitstoot van CO2 en andere sto en* CONFORM de norm EN 15940

Uw brandstof van 100% hernieuwbare oorsprong.

Ontdek hier meer

* Tests uitgevoerd met HVO100 in 2018 en 2019 op verschillende soorten voertuigen, vergeleken met een standaard EN 590 dieselbrandstof.

COLOFON

VU

Johan Mattart, Algemeen Directeur van de Belgische Federatie der brandstoffenhandelaars v.z.w

Léon Lepagestraat 4, 1000 Brussel info@brafco.be www.brafco.be

LAYOUT

Bold & pepper n.v. ‘t Hofveld 6C4 1702 Groot-Bijgaarden 02 325 64 64 www.boldandpepper.be

FOTO’S: AdobeStock, Brafco, Daniel Dumont, DVH Logistics, Groupe Tourneur, De Wit Bunkering, UPEI

Cover: AdobeStock/Bold & pepper

PUBLICITEITSREGIE

Bold & pepper nv rik@boldandpepper.be 0477 30 21 32

De redactie is niet verantwoordelijk voor publireportages.

Een distributiesector die beter gewapend is tegen de energie-uitdagingen

Sinds 28 februari gaat onze sector opnieuw door een periode van onzekerheid en strubbelingen. De energiecrisis stelt de leefbaarheid van onze bedrijven die brandstoffen en motorbrandstoffen verdelen zwaar op de proef. Die ondernemingen, vaak kleine familiebedrijven, vormen nochtans een essentiële schakel in de energievoorziening van ons land. We zeiden het al toen Rusland Oekraïne binnenviel en we herhalen het hier nogmaals: de huidige conjunctuur, die wordt gekenmerkt door internationale spanningen en prijsschommelingen, blijft de distributieketen in een uiterst kwetsbare positie plaatsen, en dan in het bijzonder de laatste schakel in de keten.

Het is nogmaals gebleken dat de K­factor, die in de formule van de Programmaovereenkomst wordt geactiveerd wanneer de prijzen op de internationale markt te sterk stijgen, nadelig is voor de verdelers van gasolie­verwarming en uitbaters van tankstations. Vooral tijdens de eerste drie weken van de crisis werd dat pijnlijk duidelijk. Met het oog op die steeds terugkerende problemen pleiten we al meerdere jaren voor de afschaffing van de K­factor. Tegelijkertijd roepen we op om het systeem van toegestane maximumprijzen te vervangen door richtprijzen of adviesprijzen, waardoor de verdelers onder normale marktomstandigheden zouden kunnen werken, een voldoende marge behouden en de consument verzekeren van een betrouwbare dienstverlening, zelfs in periodes van sterke prijsvolatiliteit.

In deze moeilijke context zijn we verheugd dat de regering duidelijk openstaat voor onze bezorgdheden. De vice­eersteminister en minister van Economie, David Clarinval, zei te erkennen dat de K­factor een nadelige impact heeft op de distributiesector en belastte de FOD Economie met een studie naar de relevantie ervan. De conclusies daarvan worden tegen eind augustus verwacht. Algemener gezien is, zoals aangekondigd in het regeerakkoord, de Algemene Directie Energie van de FOD Economie belast met het uitvoeren van een studie naar de Programmaovereenkomst om de doeltreffendheid ervan in een snel evoluerend energielandschap te evalueren. De minister van Economie lichtte ons onlangs toe dat, hoewel hij van mening is dat de Programmaovereenkomst een belangrijk instrument blijft voor prijsstabiliteit en bevoorradingszekerheid, de conclusies van de lopende analyse zullen worden aangevuld met een raadpleging van de belanghebbenden, dit om na te gaan in welke mate het mechanisme moet worden behouden, aangepast of hervormd. Dat pragmatisme en de dialoog met de Federatie tonen aan dat de regering zich bewust is van het belang van het behoud van

een dynamische sector die in staat is om crisissen te overwinnen en de continuïteit van de energievoorziening voor iedereen te waarborgen.

De recente beslissingen van de regering op het vlak van energieautonomie verdienen overigens alle lof. De hernieuwde politieke aandacht voor de kerncentrales, indien die wordt gerealiseerd, vormt een belangrijke stap om de energiezekerheid van het land te versterken. Op dezelfde manier getuigt de positieve houding ten opzichte van de ontwikkeling van hernieuwbare vloeibare brandstoffen van een pragmatische en evenwichtige benadering van de energietransitie. Die bioliquids, die geschikt zijn voor woningen die niet kunnen worden uitgerust met een warmtepomp, verzekeren de bevoorrading en dragen tegelijk bij aan de decarbonisatie. De multi­energiestrategie is veruit de meest doeltreffende manier om de energieautonomie van het land te versterken en de geopolitieke kwetsbaarheden te beperken.

Gezien de huidige uitdagingen vormt de succesvolle integratie van in4fuels binnen Brafco een belangrijke strategische meerwaarde voor onze sector. in4fuels brengt zijn grondige kennis van de consument mee, en weet als geen ander hoe te informeren en bewust te maken over koolstofarme en hernieuwbare oplossingen. Voor de Federatie betekent die integratie ook een interne versterking en een grotere eenheid; elementen die essentieel zijn om effectief gewicht in de schaal te leggen in intersectorale discussies en bij de gewestelijke en federale overheden.

Brafco/in4fuels vertegenwoordigt zo de hele keten – van invoerder en groothandelaar over verdeler tot eindconsument – en kan concrete initiatieven promoten zoals de lancering van koolstofarme brandstoffen op de markt, de uitbreiding van het werkveld naar brandstoffen voor transport en logistiek, de versterking van het ledennetwerk en de voorbereiding van de nieuwe Europese consumentenwetgeving.

Door de krachten te bundelen, profileert Brafco/in4fuels zich als de onmisbare gesprekspartner om op een geloofwaardige en proactieve manier de plaats van vloeibare brandstoffen in een technologieneutrale energietransitie te verdedigen.

Na de Copernicaanse omwenteling van 2015 – het jaar waarin Brafco omgevormd werd van een confederatie van erkende beroepsverenigingen naar een federatie met rechtstreeks aangesloten ondernemingen – was 2025 op organisatorisch vlak een nieuwe mijlpaal voor de Federatie. Tien jaar na de succesvolle integratie van de Belgische Petroleumunie in de Federatie, werd eind 2025 in4fuels, het voormalige Informazout, in Brafco geïntegreerd met de bedoeling de slagkracht van de Federatie in de huidige energietransitie te verhogen.

ENERGIETRANSITIE

Door de krachten te bundelen profileert Brafco/in4fuels zich als “l’interlocuteur incontournable” om op een geloofwaardige en proactieve manier de plaats van vloeibare en andere off grid brandstoffen in een technologieneutrale energietransitie te verdedigen. De integratie moet de impact van de communicatie richting beleidsmakers en consumenten versterken, zeker in een context waarin niet­misleidende informatie over duurzaamheid steeds belangrijker wordt.

Samen met andere sectororganisaties pleit de Federatie voor een technologieneutrale aanpak van de klimaatproblematiek. Elke technologie die kan bijdragen tot de vermindering van de CO2­uitstoot, moet een eerlijke kans krijgen. Door een ‘technologieban’ – in de vorm van een verbod op stookinstallaties gevoed met vloeibare brandstoffen – in te voeren, wordt niet enkel de burger in zijn keuzevrijheid beperkt en op nodeloze kosten gejaagd, maar wordt tevens het gebruik van hernieuwbare, duurzame brandstoffen in deze verwarmingstoestellen de facto onmogelijk gemaakt.

Verwijzend naar de door de Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED II) opgelegde bijmenging van energie uit hernieuwbare bronnen in de motorbrandstoffen, blijft de Federatie er op federaal vlak op aandringen dat het wettelijk kader wordt gecreëerd om een gelijkaardige verplichting geleidelijk aan in te voeren voor de in België tot verbruik uitgeslagen huisbrandolie, zodat deze steeds duurzamer wordt maar ook betaalbaar blijft voor de consument. De nieuwe Duitse regelgeving inzake gebouwen, die de brandstoffensector verplicht om een jaarlijks toenemend minimumquotum hernieuwbare brandstof in het totaal op de markt gebrachte volume huisbrandolie te injecteren, kan hierbij als voorbeeld dienen.

Inzake motorbrandstoffen blijft de Federatie van nabij de omzetting van de RED III­richtlijn opvolgen. Zo heeft zij deelgenomen aan de stakeholdersbevraging over het voorontwerp van wet en hierbij verscheidene opmerkingen geformuleerd, zowel voor de sector van het wegvervoer als voor de binnenvaart en de zeevaart. Wat deze laatste sectoren betreft, heeft de Federatie haar bezorgdheid geuit over de praktische implementatie en de mogelijke concurrentieverstoring ingevolge het ontbreken van een level playing field. Niettemin blijft de Federatie achter de beoogde verduurzaming van de betrokken sectoren staan. Momenteel is het nog onduidelijk in welke mate het voorontwerp van wet wordt bijgestuurd en rekening wordt gehouden met de door Federatie geformuleerde opmerkingen.

PROGRAMMAOVEREENKOMST

Met de oorlog in het Midden Oosten en de daarmee gepaard gaande sterk gestegen petroleumprijzen op de internationale markt, was de beruchte K­factor in maart jl. na 4 jaar terug van weggeweest. Deze “correctiefactor” treedt in werking van zodra de valorisatie van een ton geraffineerde olie 20% hoger ligt dan de voortschrijdend gemiddelde valorisatie van de laatste 20 dagen. Gedurende een periode van maar liefst 18 dagen, van 6 tot 23 maart, was dit het geval en werden de CIF­prijzen (op basis waarvan de maximumprijzen worden berekend) neerwaarts gecorrigeerd. Hierdoor was

de aankoopprijs van vooral diesel en gasolie voor menig brandstoffenhandelaar en pomphouder in die periode vaak hoger dan de maximumprijs die op deze brandstoffen van toepassing was.

Dit plaatste de brandstoffenhandelaar voor een onmogelijke keuze: ofwel de maximumprijs respecteren (en dus met verlies verkopen, wat niet enkel verboden maar ook onhoudbaar is), ofwel boven de maximumprijs verkopen (wat eveneens verboden is). De derde optie is de enige legale: geen bestellingen meer aanvaarden en dus de klant in de kou laten...

Na herhaaldelijk aandringen van de Federatie werd uiteindelijk beslist om de impact van de K­factor tijdelijk te halveren, doch enkel voor de fiscaal gemerkte gasolie. De impact hiervan op de distributiemarge van de handelaar was amper voldoende om break­even te draaien. Om te vermijden dat pomphouders in ernstige financiële problemen zouden komen door het te lang uitblijven van een aanpassing van de maximumprijzen, werden deze op vraag van Brafco reeds op zondag 22 maart jl. verhoogd, twee dagen eerder dan in normale marktomstandigheden het geval zou zijn. De maximumprijs voor diesel steeg die dag met iets meer dan 0,18 euro per liter.

Eigenlijk had deze dramatische periode zich niet mogen herhalen, temeer daar de Federatie sinds maart 2022 herhaaldelijk heeft aangedrongen om voorgoed komaf te maken met de K­factor en het huidige systeem van maximumprijzen voor petroleumproducten te vervangen door adviesprijzen. Dit was trouwens ook de boodschap die de Federatie tijdens de hoorzitting van 24 maart jl. in het federaal parlement duidelijk liet verstaan.

Indien na de in het regeerakkoord aangekondigde evaluatie van de Programmaovereenkomst zou blijken dat de regering het huidige systeem van maximumprijzen in stand wil houden, eist de Federatie een gewaarborgde distributiemarge voor de laatste schakel in de keten, temeer daar deze – meestal familiale –ondernemingen diensten leveren die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking.

ENERGIEFACTUUR

Op jaarbasis berekend, waren de maximumprijzen voor alle petroleumproducten (met uitzondering van LPG) in 2025 de laagste sedert de energiecrisis van 2022. Door de aanval van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz, gingen de energieprijzen opnieuw pijlsnel de hoogte in, waardoor in politieke kringen uiteenlopende voorstellen werden geformuleerd om de energiefactuur van de burger te milderen. De Federatie heeft zich in dit debat gemengd door zich uit te spreken tegen een mogelijke herinvoering van

het omgekeerde cliquetsysteem en tegen de invoering van een energiecheque, die dan – zoals in 2022 het geval was – door de sector zou moeten worden betaald onder het mom van een tijdelijke solidariteitsbijdrage of overwinstbelasting. Hiertegen lopen overigens nog steeds diverse juridische procedures.

Het afgelopen jaar heeft de Federatie in de media meermaals gewaarschuwd voor websites waar huisbrandolie wordt aangeboden aan zeer lage prijzen. Op deze websites kunnen geïnteresseerden een bestelling plaatsen, waarna hen gevraagd wordt tot betaling over te gaan. De bestelling wordt echter nooit geleverd. Op vraag van Brafco werden een vijftal dergelijke websites offline gehaald.

FISCALITEIT

Onder het mom van de strijd tegen de klimaatverandering werden de btwtarieven op steenkool en verwarmingstoestellen op fossiele brandstoffen, ondanks protest van de Federatie, midden vorig jaar opgetrokken tot 21%, terwijl het btw­tarief op de levering en installatie van warmtepompen werd verlaagd. Hierdoor zullen, op plaatsen waar de vervanging van een stookolieketel nog toegestaan is maar de plaatsing van een warmtepomp geen optie is, oude en energieverslindende stookketels minder snel worden vervangen. Ook de btwverhoging op steenkool werd door de Federatie als een asociale maatregel bestempeld. Gelet op het beperkt volume steenkool dat door huishoudens in België nog wordt gebruikt, draagt deze maatregel nauwelijks bij tot een vermindering van de globale CO2­uitstoot, maar treft des te meer de sociaal zwakkeren en ouderen die deze brandstof gebruiken.

Niettegenstaande de Federatie meermaals haar bezorgdheid had geuit over de in het regeerakkoord aangekondigde taxshift, besliste de regering bij de opmaak van de meerjarenbegroting eind vorig jaar om de accijnzen op huisbrandolie en op aardgas voor niet­zakelijk gebruik op te trekken en deze op elektriciteit te verlagen. Deze accijnswijzigingen zullen, nu de Programmawet op 28 mei jl. werd goedgekeurd, op 1 augustus e.k. ingaan. De accijnzen op huisbrandolie zullen die dag stijgen van 17,2564 euro/m³ naar 23 euro/m³. Hetzelfde accijnstarief zal ook van toepassing zijn op gasolie diesel geleverd voor industriële en commerciële toepassingen. Vanaf 2027 wordt het accijnstarief op fiscaal gemerkte gasolie diesel en op gasolie verwarming jaarlijks met 1 euro/m³ verhoogd, en dit tot 2029. Ook voor benzine en diesel is een (voorlopig eenmalige) verhoging van de accijnzen met ca. 4,25 euro/m³ voorzien. Deze zal pas op 1 januari 2027 ingaan.

Het uitblijven van een fiscale stimulus voor koolstofarme motorbrandstoffen is voor de Federatie onbegrijpelijk. Waarom moet een hernieuwbare brandstof als HVO, die tot 90% minder CO2 uitstoot en geen technische aanpassing van de dieselmotor vergt, aan hetzelfde accijnstarief onderworpen worden als conventionele diesel?

PROMAZ

De aanmeldingsperiode om een aanvraag tot tussenkomst in te dienen bij Promaz, het bodemsaneringsfonds voor lekkende stookolietanks, eindigde op 28 februari 2025. Nagenoeg 2.500 dossiers werden ontvankelijk verklaard. Intussen werd reeds voor meer dan 10 miljoen euro aan saneringskosten terugbetaald voor residentiële dossiers en werden een 250­tal saneringen opgestart.

Om te vermijden dat stookoliegebruikers, na het verstrijken van de aanmeldingstermijn, niet langer van een tussenkomst zouden kunnen genieten indien zij met een bodemverontreiniging worden geconfronteerd, hebben de drie oprichters

van Promaz (waaronder Brafco) ook een herverzekeringsmaatschappij (captive) opgericht. Dankzij deze captive wordt nagenoeg eenieder die verder gasolie gebruikt voor de verwarming van zijn woning of niet­residentieel gebouw, ontzorgd indien de door de stookolietank veroorzaakte bodemverontreiniging voor het eerst wordt vastgesteld na het verstrijken van de hoger vermelde aanmeldingsperiode.

Niettegenstaande de gewesten en de Interregionale Bodemsaneringscommissie (IBC) instemden met de vraag van Promaz om een bijdrage in te voeren van €10 /m³ huisbrandolie (te verrekenen in de maximumprijs), met het oog op de financiering van de activiteiten van Promaz, weigerde de federale regering hiermee in te stemmen. Het gevolg is dat de op 1 januari 2026 ingevoerde Promazbijdrage momenteel beperkt is tot €2/m³, wat onvoldoende is om de saneringskosten te dekken. In overleg met de gewesten en de IBC zal eerstdaags een nieuwe aanvraag bij de federale regering worden ingediend om de structurele financiering van het bodemsaneringsfonds Promaz op te trekken tot €10/m³.

PC 127

Op sociaal vlak werd vrij snel een protocolakkoord gesloten met de sociale partners voor de periode 2025­2026. Daarnaast werd een ontwerp van sectorale kader­cao goedgekeurd om, zodra er op federaal vlak een juridische basis is, flexi­jobs onder bepaalde voorwaarden in de sector toe te laten. Hiermee willen de sociale partners ondernemingen bijkomende flexibiliteit bieden in een steeds krapper wordende arbeidsmarkt.

De instroom van goed opgeleide chauffeurs in de sector blijft vele werkgevers zorgen baren. In die context werd met de Vlaamse regering opnieuw een sectorconvenant afgesloten met daarin specifieke doelstellingen o.m. om de instroom en de kwaliteit van die instroom te verhogen.

OOK OP ANDERE FRONTEN ACTIEF

Naast de hierboven opgesomde dossiers, behartigt de Federatie de belangen van de sector in tal van andere domeinen. Zo neemt zij actief deel aan de werkzaamheden van diverse organisaties, verenigingen en instellingen, zoals de Hoge Raad voor Zelfstandigen en KMO, het strategisch voorraadagentschap Aseva, de Operator voor Normalisatie van Petroleumproducten & Substituten (ONPS), de Europese koepelorganisaties Eurofuel en UPEI, de bodemsaneringsfondsen Promaz en Bofas, het Sociaal Verwarmingsfonds, het Fonds voor de Analyse van de Kwaliteit van Petroleumproducten (Fapetro),... enz. De Federatie streeft er in haar contacten met deze instanties en met de bevoegde politieke en administratieve overheden, zowel op Europees als op federaal en regionaal vlak, naar om via haar kennis en expertise op constructieve wijze de belangen van haar leden te behartigen en te verdedigen.

Naast belangenverdediging zette de Federatie ook hard in op haar twee andere kerntaken, het informeren van de leden – o.m. via het magazine Brandstoffen en de website – en het aanbieden van diensten en opleidingen.

Om deze nieuwe, naast de haar eerder toevertrouwde, opdrachten te realiseren kan de Federatie rekenen op een uitgebreid team gemotiveerde medewerkers. Wij zijn elk van hen, alsook de leden van het bestuursorgaan en de ondernemers die in de commissies van de Federatie actief zijn, dankbaar voor hun inzet en toewijding.

(Situatie op 30.04.2026)

BESTUURSORGAAN

Voorzitter

Etienne RIGO

Ondervoorzitter

Roel KEERSMAEKERS

Bestuurders

Seyran AKAT

Stéphane BOURGEOIS

Johan DELEU

Kristof GABRIELS

Christian JACQUET

Tom LAMBERT

Koen ROOSE

Nico STANDAERT

Charlotte TAHON

Christian WARIN

Algemeen Directeur

Johan MATTART

Penningmeester

Koen ROOSE

Verificateurs voor de rekeningen

Jan DAUW

Fons LAMBAERTS

Het Bestuur van Brafco (van links naar rechts en van boven naar onder): Tom Lambert (Voorzitter Commissie Vloeibare Brandstoffen), Nico Standaert, Kristof Gabriëls (Voorzitter Commissie Tankstations), Stéphane Bourgeois, Christian Warin (Voorzitter Commissie Sociale Zaken), Charlotte Tahon, Etienne Rigo (Voorzitter van de Federatie), Seyran Akat, Roel Keersmaekers (Ondervoorzitter), Christian Jacquet, Johan Deleu (Voorzitter van de Commissie Invoerders/Erkende Entrepothouders) en Koen Roose.

Algemene Vergadering Bestuursorgaan

Voorzitter: Etienne Rigo

TAAKVERDELING BINNEN DE FEDERATIE

in4fuels

Marketing Manager Filip Lannoy filip.lannoy@brafco.be

Sectorconvenant

Sectorconsulente

Anne Gabriëls anne.gabriels@fonds127.be

Technische zaken en Leefmilieu

Adviseur Energie & Milieu

Emmanuel Cécille emmanuel.cecille@brafco.be

Publicaties en Communicatie Communicatieadviseur Vincent Orts vincent.orts@brafco.be

Administratie en secretariaat

Ann De Knibber ann.deknibber@brafco.be

Verantwoordelijke dagelijks bestuur

Algemeen Directeur Johan Mattart johan.mattart@brafco.be

in4fuels

Technical Advisor Guido Saenen guido.saenen@brafco.be

Sociale Zaken

Directeur Sociaal Fonds

Adviseur Sociale Zaken

Lisa Van Eenhooge Lisa.VanEenhooge@fonds127.be

Administratie en secretariaat

Naziha Boulben Fellah naziha.boulben@brafco.be

Van links naar rechts en van boven naar onder: Filip Lannoy, Anne Gabriëls, Vincent Orts, Johan Mattart, Lisa Van Eenhooge, Emmanuel Cécille, Ann De Knibber, Guido Saenen en Naziha Boulben Fellah.

(Situatie op 30.04.2026)

COMMISSIE INVOERDERSERKEND ENTREPOTHOUDERS & BUNKERING

Johan Deleu (Voorzitter) VARO ENERGY

FIRMA/GROEP

Cédric Bourdon BELGOMINE

Michaël Bouts BOUTS

Simon De Wachter

VIRYA ENERGY

Peter De Wit DE WIT BUNKERING

Julie Fournier

FOURNIER CAVOS

Joeri Gabriëls UNITED BUNKERS

Ann Gillis BELGOMAZOUT

Philip Goedkoop VAN RAAK

Emre Gostek GROUP BRUNO

Jean­Pierre Hurkmans

GILOPS GROUP

Tom Lambert COMFORT ENERGY

Frédéric Loverix

GILOPS GROUP

Martin Mouthaan DIESEL TERMINAL GENT

Tim Peeters DE WIT BUNKERING

Koen Roose ROOSE

Bram Timmermans

COMFORT ENERGY

Hans Van Dam MAES

Ken Verbraeken

NORTHSTAR BUNKER

Peter Van Raak VAN RAAK

COMMISSIE VLOEIBARE BRANDSTOFFEN

Tom Lambert (Voorzitter) COMFORT ENERGY

FIRMA/GROEP

Etienne Botton BOTTON

Cédric Bourdon BELGOMINE

Michaël Bouts BOUTS

Benoit Briers GILOPS GROUP

Vincent Declerck OCTA+

Johan Deleu VARO ENERGY

Emre Gostek GROUP BRUNO

Harry Hérion HERION

Jocelyne Mouchart MOUCHART

Martin Mouthaan DIESEL TERMINAL GENT

Xavier Rigo OCTA+

Nico Standaert PROXIFUEL

Charlotte Tahon TAHON

Hans Van Dam MAES

COMMISSIE VASTE BRANDSTOFFEN

FIRMA/GROEP

Etienne Demulier DEMULIER

Claude Detandt DETHYE

Dirk Logghe LOGGHE

Jocelyne Mouchart MOUCHART

COMMISSIE TANKSTATIONS

Kristof Gabriëls (Voorzitter) GABRIELS

FIRMA/GROEP

Willem Leyssen MAES

Noë Bruno GROUP BRUNO

Florence Cannio CIRCLE K BELGIUM

Johan Deleu

VARO ENERGY

Eddy Devolder G&V ENERGY GROUP

Simon De Wachter

VIRYA ENERGY

Ignace Gabriëls GABRIELS

Ann Gillis

BELGOMAZOUT

Willem Kalhöfer BELGOMINE

Alain Riskin

UHODA/GILOPS

Marie­Hélène Van Cauwenberghe DATS 24

Hans Van Dam MAES

COMMISSIE SOCIALE ZAKEN

Christian Warin (Voorzitter) WARIN

COMMISSIE GAS

FIRMA/GROEP

Stijn De Jans DE JANS

Greta Desmet MACOGAS

Simon De Wachter

Eric Dumon

VIRYA ENERGY

DVH LOGISTICS

Dirk Seminck SEMINCK GAS

Ingeborg Symons MULTIGAS

Jan Van Lindt PRACTIGAS

FIRMA/GROEP

Stéphane Bourgeois EBTRANS

Luc Bouts BOUTS

Luc De Bodt COMFORT ENERGY

Frédéric Derumeaux VERVAEKE

Kristof Gabriëls GABRIELS

Ann Gillis BELGOMAZOUT

Christiaan Jacquet JACQUET­LABAISSE

Etienne Rigo OCTA+

Ingeborg Symons MULTIGAS

Rudy Wille SCHENK

REDACTIECOMITÉ

Johan Mattart (Voorzitter)

Emmanuel Cécille

Anne Gabriëls

Filip Lannoy

Vincent Orts

Guido Saenen

Lisa Van Eenhooge

MARKT

In 2025 bedroeg de gemiddelde temperatuur in Ukkel 12,0 °C, wat een graad meer is dan normaal. Met deze waarde strandt het afgelopen jaar op de vierde plaats, samen met 2014, net achter de recordjaren 2020 en 2022 (12,2°C) en achter 2023 (12,1°C). Op januari na lag de gemiddelde temperatuur elke maand boven zijn normale waarde. Enkel in januari en maart lag de gemiddelde minimumtemperatuur onder de normale waarde voor die maanden.

De verkoop van gasolie­verwarming steeg in 2025 met 1,74% ten opzichte van 2024, wat neerkomt op een toename van 51.100 metrische ton. Die matige stijging is voornamelijk te verklaren door een prijs voor gasolie­verwarming die in 2025 ongeveer 10% lager lag dan het voorgaande jaar.

Het gewapende conflict in het Midden­Oosten, dat eind februari 2026 uitbrak, had een onmiddellijke impact op de wereldwijde energiemarkt. In België steeg de maximumprijs van gasolie­verwarming met 70% en bereikte op 4 april 2026 een historisch record van € 1,6063/l (prijs voor een levering vanaf 2.000 l incl. btw). Door de zeer sterke stijging van de energieprijzen begin maart werd de in de Programmaovereenkomst voorziene K­factor geactiveerd. Het gevolg was dat de prijsstijgingen op de internationale markt niet volledig werden doorgerekend in de maximumprijzen, wat ten koste ging van de distributiemarge van de laatste schakel in de keten. Vermits niet of nauwelijks rekening wordt gehouden met deze K­factor hoger

Verdeling van gasolie-verwarming en gasolie-diesel per sector

Industriële en commerciële toepassingen

Verwarming

Zeevaart

Binnenvaart

Landbouw

Andere

Bron: Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie der Douane en Accijnzen

Verbruik van gasolie-verwarming (inclusief gasolie-diesel, voorheen ‘gasolie extra’ genoemd) van 2016 tot 2025 (in miljoen metrische ton)

in de keten, was de aankoopprijs voor handelaars in die periode vaak hoger dan de maximumprijs waaraan ze de producten mochten verkopen. Brafco wees er op dat deze situatie de bevoorrading van de consument in gevaar brengt en drong er andermaal op aan om die K­factor definitief te schrappen.

Volgens Climafed, de Belgische federatie voor klimaattechnologieën, lieten stookolieketels in 2025 een opvallende heropleving optekenen: in sommige regio’s, vooral in Wallonië, werden er bijna 25% meer geplaatst. Die trend wordt grotendeels verklaard door de nieuwe regelgeving, die veel huishoudens ertoe heeft aangezet hierop te anticiperen en hun installatie aan te passen vooraleer het verbod van kracht werd. In het Waalse Gewest is het sinds 1 januari 2026 verboden om in een nieuwbouwwoning nog een stookolieketel te plaatsen. Voor bestaande gebouwen zou het verbod ingaan vanaf 2031, doch het decreet hierover is nog niet gestemd. Ook stookoliegebruikers in het Brussels Gewest anticipeerden op het op 1 juni 2025 ingegane verbod en vervingen hun oude mazoutinstallatie nog snel door een nieuwe.

In september en november 2025 wees de Federatie haar leden en consumenten op frauduleuze praktijken bij de online verkoop van stookolie. Ze waarschuwde voor verschillende valse websites die stookolie aanboden tegen abnormaal lage prijzen. Die platforms maakten misbruik van de identiteit van echte brandstofhandelaars door hun btw­nummer en adres over te nemen, en zo vooruitbetalingen te vragen zonder ooit daadwerkelijk te leveren. Gezien de omvang van het fenomeen – bijna 2.000 meldingen geregistreerd door de FOD Economie sinds 2022 – vestigde de Federatie de aandacht op zaken die op fraude kunnen wijzen (onrealistische prijzen, ontbreken van een Belgisch vast telefoonnummer enz.). Ze moedigde haar leden aan om die alarmbellen ook te communiceren naar hun klanten en om elk vermoeden van fraude te melden, zodat de betrokken websites snel kunnen worden geblokkeerd.

PROMOTIE VAN KOOLSTOFARME VLOEIBARE BRANDSTOFFEN

De integratie van in4fuels in Brafco, die eind 2025 werd afgerond, maakt van onze sector een onmisbare gesprekspartner om de plaats van vloeibare brandstoffen in een technologisch neutrale energietransitie te verdedigen. De strategie van in4fuels wordt elders in dit jaarverslag uiteengezet.

De Federatie drong er bij de federale regering meermaals op aan om via een wijziging van het K.B. van 3 juli 2018 betreffende de benamingen en de

cijfers

Bron: Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie; Algemene Directie Energie.

kenmerken van gasolie bestemd voor verwarming het wettelijke kader te creëren zodat R33 als verwarmingsbrandstof in België op de markt kan worden gebracht. R33 bestaat voor een derde uit hernieuwbare bestanddelen, waaronder 26% HVO en 7% FAME. In België zouden bijna 1,5 miljoen huishoudens R33 kunnen gebruiken.

Om duurzamere alternatieven voor gasolie­verwarming op de markt toe te laten, neemt de Federatie ook deel aan een werkgroep met vertegenwoordigers van BtecCH, Energia, FeBuPro en gas.be. Deze werkgroep beoogt zowel gasolie voor verwarmingsdoeleinden als propaan en aardgas te verduurzamen via een geleidelijke verhoging van het aandeel biocomponenten in deze brandstoffen, om zo de CO2­uitstoot terug te dringen. Dit initiatief moet een antwoord bieden op de door de gewesten ingevoerde of geplande verboden op de vervanging van stooktoestellen op fossiele brandstoffen.

SOCIAAL VERWARMINGSFONDS

In 2025 kregen 63.887 gezinnen een toelage van het Sociaal Verwarmingsfonds. Dat is een daling (­5,62%) ten opzichte van de 67.695 gezinnen in 2024. Een vergelijkbare afname zien we bij het aantal gezinnen dat een toelage ontving op basis van het aangekochte volume stookolie of propaangas in bulk, namelijk 56.272 gezinnen in 2025 tegenover 59.531 in 2024 (­5,47%). Wat de forfaitaire toelagen betreft, daalde het aantal begunstigden van 8.534 in 2024 naar 7.931 in 2025 (­7%). Die aanhoudende daling wordt verklaard door de renovatie van oudere woningen door nieuwe eigenaars.

Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van gasolie-verwarming en gasoliediesel (extra) van 2009 tot april 2026 (voor leveringen vanaf 2000 liter in EUR/liter, incl. btw)

Gasolie-diesel (extra)

Gasolie-verwarming (H0/H7)

Bron: Brafco

Evolutie van de graaddagen (15/15) in Ukkel

TERUGBLIK OP 2025

2025 was voor in4fuels een jaar van contrasten: uitdagend in context, maar sterk in impact. Als informatie­ en kenniscentrum voor vloeibare brandstoffen bleef in4fuels zijn kerntaak consequent waarmaken: consumenten correct, objectief en praktisch informeren over het gebruik van vloeibare brandstoffen voor verwarming en offroad­toepassingen. In een klimaat van ongunstige beleidskeuzes, soms eenzijdige mediaberichtgeving en groeiende onzekerheid bij consumenten over hun investeringen inzake verwarming, positioneerde in4fuels zich nadrukkelijk als betrouwbare gids.

Die rol vertaalde zich in een sterke digitale aanwezigheid. In 2025 vonden maar liefst 2,3 miljoen bezoekers hun weg naar de website. Vooral de brandstofprijs­pagina fungeerde als referentiepunt, maar ook de adressengids en de informatie rond regelgeving bij ketelvervanging werden intensief geraadpleegd. Praktische, direct toepasbare content bleek bijzonder succesvol: artikels rond tankinhoud, geurhinder en noodsituaties bij lege tanks behoorden tot de meest gelezen blogbijdragen. Tegelijk bleef de helpdesk een belangrijke pijler: maandelijks werden gemiddeld 75 telefonische en evenveel schriftelijke vragen behandeld – een duidelijk bewijs van vertrouwen in de expertise van in4fuels.

Naast deze directe dienstverlening investeerde in4fuels sterk in proactieve communicatie. Via tien edities van de newsletter Fuel4You voor consumenten, telkens verspreid naar circa 60.000 abonnees, werd relevante en bruikbare informatie gedeeld. Met een openingspercentage van 39,5% – ruim boven de gangbare benchmark – bevestigen de cijfers dat deze communicatie niet alleen de doelgroep bereikt, maar ook wordt gewaardeerd. Thema’s zoals energiebesparing, veilig (online) bestellen en flexibele betaaloplossingen speelden daarbij in op concrete noden van de gebruiker.

Ook richting professionals bouwde in4fuels verder aan zijn rol als kennispartner. Brandstofverdelers en verwarmingstechnici werden geïnformeerd via respectievelijk Fuel4Pro’s en Fuel4Experts, aangevuld met bijdragen in vakbladen (Sanilec / Brandstoffen) en samenwerkingen met sectororganisaties. Initiatieven zoals de samenwerking met Bouwunie rond HVOtoepassingen op werven illustreren hoe in4fuels actief meewerkt aan innovatie en kennisdeling binnen de sector.

Tegelijk was 2025 ook een kantelpunt op organisatorisch vlak. Door het wegvallen van bijdragen van belangrijke leden en onzekerheid over de toekomstige positionering, werd het voortbestaan van in4fuels in vraag gesteld. In die context werden verschillende scenario’s onderzocht om de continuïteit te verzekeren. Dit mondde uit in een strategische beslissing: op 16 december 2025 werd de vzw in4fuels ontbonden en vereffend en geïntegreerd binnen Brafco. De in4fuels merknaam, website en andere communicatiekanalen blijven echter behouden en werden overgedragen aan Brafco. Concreet betekent deze fusie ook dat twee van de vier werknemers van in4fuels –Filip Lannoy, marketingmanager, en Guido Saenen, technisch adviseur – het team van Brafco kwamen versterken.

Deze integratie betekent meer dan een structurele wijziging. Ze vormt een duidelijke versterking van de sector. Door de koppeling van consumentencommunicatie, sectorinzichten en belangenbehartiging ontstaat een unieke synergie. De volledige waardeketen – van verdeler tot eindgebruiker en beleidsmaker – wordt voortaan coherenter verbonden. Voor brandstofverdelers vertaalt zich dat in een sterker onderbouwde sectorpositie, betere toegang tot data en een krachtiger communicatieplatform. Het fundament is gelegd voor een toekomst waarin de sector niet defensief, maar proactief en met vertrouwen zijn rol kan blijven opnemen.

Koolstofarme vloeibare brandstoffen

Fidelisatie door communicatie

VOORUITBLIK IN 2026

In 2026 bouwt in4fuels doelgericht verder op de versterkte basis die werd gelegd met de integratie binnen Brafco. Het activiteitenplan rust op vier strategische pijlers die samen één duidelijke ambitie ondersteunen: de positie van vloeibare brandstoffen in een veranderend energielandschap duurzaam verankeren én versterken, met concrete meerwaarde voor brandstofverdelers.

De eerste en belangrijkste pijler is de voorbereiding van de marktintroductie van koolstofarme vloeibare brandstoffen. Hier ligt een cruciale opportuniteit voor de sector. In4fuels zet in op een dubbele aanpak: enerzijds via educatieve communicatie – met productfiches, webinars, persacties en op termijn roadshows in samenwerking met ketelfabrikanten – en anderzijds via onderbouwde beleidsbeïnvloeding. De resultaten van de grootschalige consumentenbevraging “Brandstoffen van de toekomst”, aangevuld met data uit praktijktesten, vormen een sterk fundament om het maatschappelijk en economisch potentieel van deze brandstoffen aan te tonen. Voor verdelers betekent dit perspectief: een toekomstgericht productaanbod dat aansluit bij klimaatdoelstellingen zonder de klant uit het oog te verliezen.

De tweede pijler betreft de uitbreiding van de scope naar transportbrandstoffen. Hiermee speelt in4fuels in op de realiteit van de markt, waar veel verdelers actief zijn over meerdere productcategorieën. Door ook transportbrandstoffen structureel op te nemen in communicatie en tools, ontstaat een vollediger en coherenter verhaal. De website wordt hieraan aangepast, met nieuwe content, een geoptimaliseerde structuur en uitgebreidere functionaliteiten. Dit versterkt niet alleen de zichtbaarheid van het volledige aanbod, maar verhoogt ook de relevantie van in4fuels als centraal informatieplatform.

Uitbreiding inhoudelijke scope

ECGTrichtlijn (EmpCo)

Een derde speerpunt is ledenbehoud en ­werving. In een competitieve markt waar klantenloyaliteit steeds crucialer wordt, positioneert in4fuels zich nadrukkelijk als ondersteunende partner voor verdelers. Door consumenten perspectief te bieden en hen correct te informeren, helpt in4fuels verdelers om hun klanten te behouden en de band met de klant te versterken. Concreet vertaalt zich dit in tools zoals het Fuel4You­programma, waarmee verdelers maandelijks gepersonaliseerd contact kunnen onderhouden met hun klanten. Waar vroeger slechts sporadisch contactmomenten bestonden (bij levering), evolueert de verdeler zo naar een permanente energieadviseur. Daarnaast blijft in4fuels via haar B2B­nieuwsbrieven technische en regelgevende ondersteuning bieden, zodat verdelers zich kunnen focussen op hun kernactiviteit.

Tot slot zet in4fuels sterk in op compliance en Europese samenwerking. Met de inwerkingtreding van nieuwe consumentenwetgeving (Directive on Empowering Consumers for the Green Transition, ook bekend als EmpCo of ECGT­richtlijn) in september 2026 wordt het essentieel om communicatie transparant, correct en toekomstbestendig te maken. In4fuels zal de Brafcoleden hierover informeren maar bereidt zich hier zelf grondig op voor via een audit van haar website en contentaanpassing binnen alle communicatiekanalen. Parallel blijft de actieve rol op Europees niveau binnen Eurofuel behouden, wat er voor zorgt dat de Belgische sector niet alleen volgt, maar ook mee richting geeft aan het debat.

2026 wordt daarmee een jaar van positionering en versnelling. In4fuels evolueert van een puur informerend platform naar een geïntegreerde, strategische partner die alle leden van Brafco ondersteunt in communicatie, klantrelaties en toekomstontwikkeling.

MARKT

In 2025 bleef het verkochte volume benzine toenemen (+5,74%) terwijl dat van diesel erop achteruit ging (­3,27%). De brandstofprijzen bleven het hele jaar door stabiel, met zelfs een lichte daling ten opzichte van 2024, behalve voor LPG. De gemiddelde prijs voor benzine en diesel op jaarbasis bereikte z’n laagste peil sinds vier jaar. Sinds het uitbreken van het conflict in Iran op 28 februari 2026 zijn de brandstofprijzen fors gestegen. Op 8 april bereikte de prijs van diesel B7 een recordhoogte van € 2,489/l. Menig tankstationuitbater zag in maart dit jaar zwarte sneeuw door een nagenoeg onbestaande distributiemarge. De K­factor en de onvoldoende snelle aanpassing van de maximumprijzen aan de prijzen op de internationale markten zorgden voor onrealistisch lage maximumprijzen in België, in het bijzonder voor diesel. Dat leidde dan weer tot heel wat tanktoerisme naar ons land, zonder dat de pomphouders daar voordeel uit putten, wel integendeel. Een aantal pomphouders overwogen zelfs hun tankstation(s) tijdelijk te sluiten om de verliezen te beperken. Vooral operatoren die contractueel aan klanten een vaste korting geven t.o.v. de maximumprijs, werden zwaar getroffen; per tankbeurt stapelden de verliezen zich op.

Bij de aankoop van een nieuwe wagen bleef de benzinemotor ook in 2025 de favoriet van de Belgische automobilisten (40,6% van de markt). De elektrische aandrijving, nummer één bij de bedrijven, blijft aan marktaandeel winnen (34,7%). Samen zijn de geëlektrificeerde aandrijvingen – hybride en volledig elektrisch – goed voor 55,6% van de markt.

De Federatie vestigde de aandacht van haar leden op de opkomst van ‘shimming’, een onopvallende vorm van fraude die vooral betaalterminals bij tankstations viseert. Hoewel het fenomeen beperkt blijft, werden er in België al meerdere gevallen gemeld; deze vonden in de meeste gevallen plaats langs de grote verkeersassen. Om de sector bewust te maken van het probleem, werden preventiemaatregelen gecommuniceerd en werd een onderzoek gestart om de omvang van het probleem te meten.

HERNIEUWBARE BRANDSTOFFEN

In het kader van de problematiek rond de LEZ­zone in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest herinnerde de Federatie de bevoegde overheid er aan dat HVO een geloofwaardig en onmiddellijk beschikbaar alternatief vormt voor 100% fossiele diesel. HVO maakt het mogelijk om de CO2­uitstoot

tot 90% te verminderen in vergelijking met puur fossiele diesel, en het bovendien in de meeste dieselvoertuigen kan worden gebruikt zonder dat deze hiervoor een technische aanpassing moeten ondergaan. De Federatie is van mening dat deze brandstof een belangrijke overgangsrol kan spelen voor voertuigen die uit de LEZ worden geweerd. Ze benadrukt echter dat de huidige fiscaliteit de ontwikkeling ervan afremt. Ondanks het uitblijven van een fiscaal vriendelijker behandeling van deze duurzame brandstof, waardoor de vraag naar het product zeer beperkt blijft, wordt het door verscheidene leden van de Federatie toch aangeboden.

Een aantal leden investeren ook in alternatieve mobiliteitsoplossingen zoals HVO, CNG, bio­CNG, LNG en elektrische laadpalen. Op 3 april 2025 en op 26 maart 2026 organiseerde de Federatie samen met EV Belgium een seminarie over elektromobiliteit en de regelgeving en uitdagingen hieromtrent. Deze initiatieven hadden ook tot doel om in het kader van de energietransitie de mogelijke synergiën tussen e­mobiliteit en traditionele brandstoffen te verkennen.

PRODUCTKWALITEIT

De analyses van Fapetro (Fonds voor de Analyse van Petroleumproducten) brachten non­conformiteiten aan het licht inzake het vlampunt van diesel in sommige tankstations, vooral wanneer er ook benzine van ‘winterkwaliteit’ wordt verkocht. Het fenomeen zou vooral optreden door de benzinedampen die tijdens het samen lossen van benzine en diesel in de dieselcompartimenten terechtkomen. Er werden aanbevelingen geformuleerd om dit probleem zoveel mogelijk te beperken.

Volgens de norm NBN EN 228 mag de dampspanning van benzine ‘zomerkwaliteit’ maximum 60 kPa bedragen, voor de ‘winterkwaliteit’ is dat 95 kPa. De zomerkwaliteit moet vanaf 1 mei in tankstations worden aangeboden. De Federatie blijft de producenten en groothandelaars vragen dat ze de ‘zomerkwaliteit’ uiterlijk begin april ter beschikking stellen en vraagt de Economische Inspectie iets toleranter te zijn bij de controles in de maand mei, vooral voor benzine 98 RON gezien de lagere voorraadrotatie voor dit product.

VERGUNNING ‘HANDELAAR ALCOHOL EN TABAK’

De Federatie herinnerde haar leden die tankstations met een shop uitbaten er aan dat ze tijdig hun vergunning ‘Handelaar Alcohol en Tabak” moeten indienen. Ze wees daarbij uitdrukkelijk op het einde van de overgangsperiode, zijnde op 31 oktober 2025. Ook wees de Federatie er op dat tabaksproducten sinds 1 april 2025 niet langer zichtbaar uitgestald mogen worden in verkooppunten zoals shops van tankstations, krantenwinkels en nachtwinkels.

NIET-GESCHEIDEN AFVALINZAMELING

De huidige regelgeving inzake afval bestraft onterecht pomphouders, door hen boetes op te leggen voor het sluikstorten door derden en het niet naleven van de opgelegde gescheiden afvalinzameling, niettegenstaande ze hierover nauwelijks controle hebben. Ondanks hun investeringen in infrastructuur en sensibilisering blijft de situatie voor hoofdbrekens zorgen. Controles en boetes blijven bestaan zonder een duidelijk onderscheid in verantwoordelijkheden. Een sectoroverleg, waaraan de Federatie deelneemt, pleit voor een betere toepassing van sancties tegen sluikstorters en voor een rechtvaardiger behandeling van pomphouders.

Verbruik van motorbrandstoffen van 2016 tot 2025 (in duizend metrische ton)

*Voorlopige cijfers

Infrastructuur voor elektrisch opladen

Aantal publieke oplaadpunten

CNG/LNG/L-CNG-verbruik van 2015 tot 2025 (in TJ)

▪ Vlaams Gewest ▪ Waals Gewest

▪ Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Bron: EV Belgium

Bron: Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van motorbrandstoffen van 2009 tot april 2026 (incl. btw, in EUR/liter)

Bron : Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

Inschrijvingen van nieuwe wagens per soort brandstof 2025

Autogas: 0%

Autogas: 0,8%

CNG: 0%

Hybride no plugin (HEV): 11,5%

Hybride plugin (PHEV): 9,3% Batterij-elektrisch (BEV): 34,7%

Bron: Febiac
Benzine Overige Diesel

MARKT

De verkoopstatistieken van de leden van FeBuPro (Federatie ButaanPropaan) wijzen op een heel lichte daling met 0,04% van de totale volumes propaan, butaan en LPG – alle toepassingen samen – ten opzichte van 2024. De volumes voor niet­zakelijk gebruik stegen met 5,5% voor propaan, terwijl die van butaan met 5,3% daalden.

Propaan in bulk groeit dan weer gestaag en blijft nieuwe klanten aantrekken. De propaanoperatoren in het Vlaams Gewest blijven immers profiteren van het verbod op de plaatsing of vervanging van stookolieketels in Vlaanderen, niet enkel bij nieuwbouwwoningen en ingrijpende energetische renovaties, maar ook in woningen en gebouwen die op het aanwezige aardgasnet kunnen worden aangesloten. Zoals blijkt uit de overvolle orderboeken van de operatoren die propaantanks installeren, schakelen sommige mazoutklanten liever over op propaan dan dat ze investeren in een warmtepomp of in een aansluiting op het aardgasnet. Ook in het Waalse Gewest werd in 2025 vastgesteld dat de sector van propaan in bulk bijzonder agressieve commerciële campagnes voerde tegen stookolie, vermoedelijk in de hoop het succes te herhalen dat eerder in Vlaanderen werd geboekt. Gerichte promotiecampagnes en de nadruk op de economische en praktische voordelen van propaan lijken een groeiend aantal gezinnen en bedrijven aan te spreken die aarzelen om over te schakelen op andere verwarmingsoplossingen.

Hoewel 2025 het op drie na warmste jaar was sinds het begin van de meteorologische waarnemingen in 1833, profiteerde propaan in bulk ook van een gunstige prijscontext, met een gemiddelde prijs die 6,16% lager lag dan in 2024. Ook op de renovatiemarkt is propaan aan een opmars bezig.

De daling op de butaanmarkt wordt verklaard door de structurele daling van de vraag naar butaan in flessen. Butaan blijft vooral beperkt tot nichemarkten, zoals bepaalde huishoudelijke en recreatieve toepassingen en regio’s waar alternatieve energieoplossingen minder beschikbaar zijn,

maar deze markten volstaan niet meer om de structurele terugval van de verkoop tegen te houden.

Volgens de statistieken van de FOD Economie zijn de in 2025 verkochte LPG­volumes gedaald met 11% ten opzichte van 2024, terwijl in dezelfde periode het aantal inschrijvingen van nieuwe LPG­auto’s met 8,7% terugviel, nadat deze brandstof sinds 2020 jaar na jaar gestaag was blijven groeien. Dat is vooral te verklaren doordat LPG in 2025 als enige brandstof in vergelijking met 2024 een stijging van de gemiddelde prijs liet optekenen, namelijk met 7,68%. Deze evolutie verkleinde een deel van het economische voordeel dat traditioneel een van de belangrijkste troeven van deze brandstof voor automobilisten vormt. Net als alle verbrandingsmotorisaties heeft ook LPG te lijden onder de opkomst van de elektrische mobiliteit. Die transitie, die wordt ondersteund door het overheidsbeleid inzake decarbonisatie, het ruimere aanbod aan elektrische voertuigen, het steeds grotere rijbereik en de verdere uitbouw van de laadinfrastructuur, verandert geleidelijk de keuzes van de consument. LPG blijft weliswaar een interessante optie om de uitstoot en gebruikskosten te verlagen in vergelijking met de traditionele brandstoffen, maar wordt wel steeds vaker gezien als een overgangstechnologie nu elektrische voertuigen een groeiend deel van de nieuwe inschrijvingen voor hun rekening nemen.

BIOPROPAAN

In 2025 organiseerde FeBuPro en haar Europese koepelorganisatie Liquid Gas Europe een evenement over het potentieel van biopropaan voor de decarbonisatie van gebouwen. Biopropaan wordt geproduceerd uit hernieuwbare grondstoffen, zoals plantaardige oliën, dierlijke vetten en gebruikte frituuroliën, en biedt een duurzaam alternatief voor de traditionele brandstoffen. Het is vooral geschikt voor plattelandsgebieden en gebouwen die niet op het aardgasnet zijn aangesloten. Aan de hand van het concrete voorbeeld van ADEM, een zorgcentrum in Rotselaar, op minder dan 30 kilometer van Brussel, werd aangetoond dat door over te stappen van propaan naar biopropaan de uitstoot van broeikasgassen met meer dan 60% kan worden teruggeschroefd, en dat zonder zware investeringen of aanpassingen aan de bestaande installaties. Dat bevestigde de rol van biopropaan als hernieuwbare, betaalbare en onmiddellijke oplossing om de energietransitie te versnellen.

VERBOD OP BEPAALDE AANSLUITINGEN

Het Vlaams Parlement keurde in 2023 een wijziging goed van het Energiedecreet. Aardgasaansluitingen worden in Vlaanderen sinds begin 2025 niet meer toegelaten bij nieuwe (residentiële en niet­residentiële) gebouwen. Dat geldt ook voor de aanleg van (collectieve) leidingen voor de levering van propaan of butaan aan eindafnemers. Ook voor ‘grote projecten’ is er een verbod, afhankelijk van de datum waarop de stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd. Als gevolg hiervan mag een nieuwbouwappartement of een groepswoningbouwproject waarvoor een omgevingsvergunning in 2023 of 2024 werd aangevraagd, nog met één centrale propaaninstallatie worden verwarmd voor zover het maximum 4 bouweenheden omvat. Op de vraag van Brafco of het verbod ook geldt voor de plaatsing van propaantanks bij nieuwbouw (directe leiding die één tank verbindt met één enkele afnemer), antwoordde het Vlaams Energieen Klimaat Agentschap (VEKA) negatief. Propaaninstallaties in bestaande gebouwen mogen bovendien tot nader order nog steeds vervangen worden door een nieuwe propaaninstallatie.

Verdeling vloeibare petroleumgassen per marktsegment

Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van propaan in bulk van 2016 tot april 2026 (voor leveringen vanaf 2.000 liter, in EUR/l, incl. btw)

in bulk 95.653 t Propaan in flessen 24.262 t

in flessen en in bulk 2.606 t

Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van propaan in bulk in 2025 en 2026 (voor leveringen vanaf 2.000 liter, in EUR/l, incl. btw)

INZAMELING VAN LEGE EN/OF NIET-GEBRUIKTE ‘HERVULBARE’ PROPAAN- EN BUTAANGASFLESSEN

In 2021 sloot Brafco zich aan bij het initiatief van FeBuPro om verspreid over het hele land inzamelpunten voor lege en/of niet meer gebruikte ‘hervulbare’ propaan­ en butaangasflessen in te richten. Momenteel doen 136 operatoren dienst als ‘inzamelpunt’. Ze zijn terug te vinden op de overzichtskaart met inzamelpunten, waardoor de consument altijd weet waar hij zijn ‘hervulbare’ propaan­, butaan­ en Campingaz­fles naartoe kan brengen. De kaart met inzamelpunten is terug te vinden in de rubriek ‘Lege gasfles’ op de homepage van de website van Brafco.

Om de afvalbeheerketen veiliger te maken, lanceerde Fost Plus een nieuw online platform, https://www.betersorteren.be/waarnaartoe-met-jegasfles, waarop alle informatie is terug te vinden over afval scheiden en de terugname van gasflessen, gaspatronen en gascapsules. Dankzij dit initiatief, dat werd ontwikkeld in samenwerking met Brafco, FeBuPro, Essenscia, Copidec, Interafval en Net Brussel, vindt de consument snel waar hij met ieder type naartoe kan. De bedoeling is om de risico’s van verkeerd achtergelaten gasflessen in inzamelpunten, recyclageparken, sorteercentra en verbrandingsovens te beperken.

SOCIAAL VERWARMINGSFONDS

In 2025 kende het Sociaal Verwarmingsfonds, via de OCMW’s, financiële toelagen toe aan 2.638 gezinnen in een moeilijke financiële situatie die propaan in bulk gebruiken om zich te verwarmen. Dat is een heel lichte daling met 1% ten opzichte van de 2.724 gezinnen in 2024 en komt neer op een gemiddelde toelage van 148,00 euro per gezin voor een gemiddeld volume van 1.054 liter/gezin.

GE ZOC H T VOO R E XPOR T:

Tankwagens en tankopleggers voor LPG, diesel, benzine, olie, bitumen, chemische stoffen, levensmiddelen, cement en bulkopleggers. Aankoop trekkers en ander rollend materieel. Materiaal te koop of een overname? BEL VANDAAG!!! G SM +32 (0)475-60 12 43 E - mai l : detrucks@telenet.be w w w t a n kwagens. c o m

Bron: FeBuPro
Propaan
Bron: FOD Economie
Bron: FOD Economie

PELLETS

In 2025 lijkt de pelletmarkt in België een zekere stabiliteit te hebben teruggevonden na de sterke turbulentie door het begin van de oorlog in Oekraïne in 2022, maar die stabiliteit blijft niettemin fragiel. Volgens de operatoren in de sector ligt de gemiddelde prijs van een zak van 15 kg premiumpellets tegenwoordig rond 5,50 tot 6,10 euro, wat nog steeds hoger is dan het niveau van vóór 2022, toen zakken voor minder dan 4 euro werden verkocht.

Sommige verdelers vrezen een nieuwe prijsstijging, met name door een daling van de voorraden en een tekort aan grondstoffen, vooral zaagsel, als gevolg van de vertraging in de zaagindustrie en nieuwe milieubeperkingen op bosbouwactiviteiten. Daar komen nog de stijgende kosten voor logistiek en verpakkingsmaterialen bij, in het bijzonder plastic, waarvan sommige professionals aangeven dat het sterk in prijs is gestegen onder invloed van de internationale spanningen en de stijgende olieprijs. De transportkosten,

STEENKOOL

De Belgische steenkoolmarkt blijft achteruitgaan. Volgens cijfers van de FOD Economie lag de steenkoolverkoop in 2025 18,35% lager dan in 2024, met een daling van 31.600 ton naar 25.800 ton. De verhoging van het btw­tarief op steenkool voor huishoudelijk gebruik van 12 naar 21% sinds 29 juli 2025 had een grote invloed op de verkoop van steenkool op de Belgische markt. Globaal gezien zagen de steenkoolhandelaars hun verkoopvolumes erop achteruitgaan na de invoering van deze fiscale maatregel, terwijl in de maanden ervoor verschillende van hen een omgekeerd fenomeen registreerden. Heel wat steenkoolgebruikers anticipeerden immers op de prijsstijging en legden voor de verhoging van het btw­tarief al een voorraad aan.

Na het begin van het conflict in Oekraïne in 2022 gingen de prijzen de hoogte in. Sindsdien hebben de prijzen van vaste brandstoffen zich relatief gestabiliseerd, terwijl producten zoals petroleumcokes zelfs een lichte daling lieten optekenen. De energieprijscrisis als gevolg van het huidig conflict in het Midden­Oosten heeft geen invloed op de markt van de vaste brandstoffen. Steenkoolhandelaars benadrukken dat de bevoorrading voldoende blijft en de kwaliteit van de producten correct is, met name voor sommige nieuwe herkomsten van antraciet.

gekoppeld aan de stijgende dieselprijs, dragen eveneens bij aan de aanhoudende druk op de prijzen. Volgens Valbiom, het referentiecentrum voor de bio­economie, duiken er ook op internationaal vlak bevoorradingsproblemen op. Italië, de belangrijkste Europese markt, ontvangt geen pellets meer uit Brazilië. De Amerikaanse invoerrechten hebben de houtproductie in dat land afgeremd, en Italiaanse importeurs richten zich nu op Oostenrijk en Duitsland, wat het tekort in Centraal­Europa verergert.

Ondanks deze context blijven de spelers in de sector relatief het vertrouwen houden: de pelletmarkt blijft groeien en behoudt een positief imago dankzij de relatieve stabiliteit ten opzichte van de andere energiebronnen, de lokale oorsprong en het gunstige milieuprofiel. Pellets worden geproduceerd uit bijproducten van de houtindustrie en hebben ook een positief imago wat hun klimaatimpact betreft, aangezien de verbranding ervan als schoner en stabieler wordt beschouwd dan bij de traditionele fossiele brandstoffen.

Met de publicatie van de Programmawet van 18 juli 2025 in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2025 werden de btw­tarieven voor steenkool en verwarmingstoestellen op fossiele brandstoffen met onmiddellijke ingang opgetrokken tot het standaardtarief van 21%. Voor de Federatie is deze btw­verhoging een asociale maatregel die, gelet op het beperkt volume steenkool dat door huishoudens in België wordt gebruikt, nauwelijks bijdraagt tot een vermindering van de globale CO2­uitstoot, maar des te meer de sociaal zwakkeren en ouderen die deze brandstof gebruiken, treft.

© Groupe
Tourneur

MARKT

In 2025 bleef de markt voor industriële smeermiddelen in België en Europa grotendeels stabiel, met een lichte groei die op 1,5% wordt geraamd voor België en rond de 2% voor Europa. Die stabiliteit is vooral merkbaar in traditionele segmenten zoals garages, waar de verkoop van smeermiddelen stabiel blijft.

De automobielsector laat echter een contrasterende evolutie zien. De geleidelijke overgang van voertuigen met verbrandingsmotor naar elektrische voertuigen begint daar te wegen op de vraag naar conventionele smeermiddelen. Die trend wordt deels gecompenseerd door de groei bij de gespecialiseerde smeermiddelen voor elektrische transmissies en koelsystemen, en door de ontwikkeling van oplossingen voor hybride wagens.

De markt voor industriële vetten, die worden gebruikt in de automobielsector en bepaalde industriële toepassingen, blijft stabiel wat betreft de volumes, ondanks een lichte stijging van de prijzen. Die prijsverhoging is voornamelijk toe te schrijven aan de onder druk staande prijzen voor lithium, dat een essentieel element is in bepaalde specifieke formules en waarvan de toenemende vraag voor batterijen voor elektrische voertuigen blijft doorwegen op de prijs.

De sector van de hernieuwbare energieën, en dan in het bijzonder windenergie, blijft heel wat opportuniteiten bieden voor fabrikanten van smeermiddelen. Krachtige smeermiddelen voor windturbines blijven aan belang winnen, aangezien de vraag daarnaar erg hoog is, met name om slijtage te beperken, wrijving te verminderen en corrosie te voorkomen. Volgens WindEurope installeerde Europa in 2025 voor 19,1 GW aan nieuwe windenergiecapaciteit en is het van plan om daar in Europa voor de periode 2026­2030 nog eens 151 GW aan toe te voegen, waarvan 112 GW in de EU­27. Maar ondanks deze groei blijft de windenergiemarkt toch vooral gedomineerd door grote fabrikanten en oliemaatschappijen, wat de diversificatie­ en innovatiemogelijkheden voor kmo’s beperkt.

DUURZAAMHEID EN INNOVATIE

In België werd de markt van de smeermiddelen in 2025 gekenmerkt door een grote technologische en regelgevende evolutie. Fabrikanten moeten voldoen

aan erg strenge eisen op het vlak van duurzaamheid en recycleerbaarheid, wat de fabricage en commercialisering van de producten beïnvloedt. Technologische innovaties, zoals de lancering van nanotechnologieën, bieden nieuwe opportuniteiten om de prestaties en levensduur van smeermiddelen te verbeteren.

De Europese regelgeving inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR) legt strenge criteria op, wat het toenemende gebruik van gerecycleerde basisoliën en biogebaseerde smeermiddelen stimuleert. Die vereisten, die nog worden versterkt door de toenemende vraag naar biologisch afbreekbare producten met een lage milieu­impact, stimuleren de ontwikkeling van nieuwe biosmeermiddelen die zijn afgestemd op de landbouw, de binnenvaart en de industrie. Krachtige smeermiddelen met een lage viscositeit die het energieverbruik van machines verlagen, worden ook steeds populairder.

WERELDWIJDE DYNAMIEK

De wereldwijde markt voor smeermiddelen kent een gematigde maar aanhoudende groei, die wordt gedragen door de regio Azië­Pacific, waar China, India en Indonesië door hun snelle industrialisering en dynamische energietransitie de vraag stimuleren. Ondanks de relatief stabiele volumes in andere regio’s stijgt de vraag naar hoogwaardige en gespecialiseerde smeermiddelen, met name in de automobiel­ en energiesectoren en in de industrie. Synthetische en geregenereerde oliën winnen aan belang, terwijl toepassingen voor elektrische voertuigen, geavanceerde koelsystemen en datacenters nieuwe niches met hoge toegevoegde waarde creëren. Wie kan innoveren en duurzame en gecertificeerde oplossingen aanbieden, zal een concurrentievoordeel hebben in een steeds veeleisendere en meer gesegmenteerde wereldmarkt.

AANSLUITING

BIJ VALORLUB

België beschikt over een gestructureerd wettelijk kader rond de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (ERP). Concreet loopt dit via Valorlub. Gebruikte oliën zijn gevaarlijk afval. Daarom gelden er strenge regels voor de opslag, het transport en de verwerking ervan. Professionals zijn dan ook wettelijk verplicht om een beroep te doen op erkende inzamelaars. Die zien erop toe dat de gebruikte olie op een ecologische manier wordt gerecycleerd.

Voor 2026 legde de algemene vergadering van Valorlub volgende tarieven voor aansluiting vast: 0,25 euro per liter voor huishoudelijke olie (motorolie in verpakkingen kleiner of gelijk aan 25 kilogram); 0,03 euro per liter voor professionele olie (alle andere dan huishoudelijke olie die afvalolie genereert) en 0 euro voor olie die geen afvalolie genereert. Elke producent of invoerder van smeeroliën op de Belgische markt is wettelijk verplicht om die olie op eigen kosten in te zamelen en te recycleren of zich aan te sluiten bij Valorlub, dat als inzamelingsorgaan de terugnameplicht voor zijn leden vervult.

Brafco betreurt dat bepaalde operatoren – van grote invoerders van smeeroliën tot kleine automobielfabrikanten – hun wettelijke verplichting niet nakomen en dat Valorlub niet over de controlemiddelen beschikt om de naleving ervan af te dwingen, wat leidt tot concurrentieverstoring op de markt.

MARKT

De binnenvaart kende in België een sterk jaar in 2024, met een totaal vervoerd volume van ongeveer 166 miljoen ton (+3,8%). 2025 laat echter een duidelijke kentering optekenen. De beschikbare cijfers tonen een daling op jaarbasis, waarbij vooral in de loop van het jaar een terugval zichtbaar is. Alles wijst erop dat het totale jaarvolume onder het niveau van 2024 zal uitkomen. In Vlaanderen is het beeld iets stabieler. Daar bleef de trafiek in 2025 nagenoeg gelijk (ongeveer 66 miljoen ton), met zelfs een stijging van de tonkilometers. Dat wijst er vooral op dat er relatief meer langere trajecten werden uitgevoerd.

Ten opzichte van Nederland zien we dat de Belgische markt gevoeliger blijft voor schommelingen in industriële en petrochemische volumes, terwijl Nederland sterker gestuurd wordt door schaal en beleidsinstrumenten.

Wat de zeevaart betreft, droegen de stabiliteit van de internationale maritieme stromen en het behoud van een hoge activiteit in de segmenten containervervoer, bulkgoederen en petrochemie bij aan de vraag naar maritieme brandstoffen. In 2025 werd de situatie complexer. De inwerkingtreding van de nieuwe Europese regelgeving, met name de FuelEU Maritime­verordening, evenals de discussies rond RED III en de doelstellingen voor de decarbonisatie van het maritiem transport, leidden tot meer onzekerheid op de markt. Hoewel de bunkervolumes over het algemeen veerkrachtig bleven, voelen de operatoren een toenemende druk op de marges en merken ze dat rederijen gevoeliger zijn geworden voor prijsverschillen tussen de verschillende Europese havens.

RED III

De invoering van de RED III­richtlijn blijft voor grote onzekerheid zorgen in de Belgische bunkersector en binnenvaart. Deze Europese richtlijn heeft tot doel heeft het aandeel hernieuwbare energie in het energieverbruik te verhogen en de uitstoot van broeikasgassen in de transportsector te verminderen, maar werd nog niet omgezet in Belgisch recht. De inwerkingtreding ervan is nu voorzien op 1 januari 2027, maar een duidelijk operationeel kader is er nog niet.

Dat gebrek aan duidelijkheid zorgt ervoor dat veel spelers een voorzichtige houding aannemen en bepaalde investeringsbeslissingen uitstellen.

Naast de vragen over de timing maakt de sector zich vooral zorgen over de praktische uitvoering van de richtlijn. België en Nederland kiezen daarbij momenteel duidelijk voor een andere aanpak. Nederland werkt met een systeem op basis van de verlaging van de broeikasgasemissies, terwijl België eerder inzet op bijmengverplichtingen van biobrandstoffen. Dat verschil zorgt vandaag voor een ongelijk speelveld. In de praktijk zien we dat bunkerbeslissingen steeds meer gestuurd worden door prijs en compliancekost. Tegelijk is Nederland zelf ook begonnen zijn beleid te corrigeren, onder meer door verplichtingen tijdelijk bij te sturen om concurrentieverstoringen te beperken. Het risico blijft dus dat volumes verschuiven tussen landen afhankelijk van de regelgeving.

FuelEU MARITIME

Dankzij hun strategische geografische ligging, de kwaliteit van hun infrastructuur en de beschikbaarheid van bunkerdiensten wisten de Belgische havens niettemin hun aantrekkelijkheid te behouden.

Tegelijkertijd nam de regionale concurrentie, met name met Nederland, toe, waar bepaalde regelgevende en fiscale mechanismen de beslissingen rond het bunkeren van schepen blijven beïnvloeden.

Wat de brandstofprijzen voor bunkering betreft, werd het jaar 2025 gekenmerkt door een aanhoudende volatiliteit als gevolg van de geopolitieke spanningen en ontwikkelingen op de wereldwijde energiemarkten. Niettemin bleef de bunkerprijs het hele jaar door tussen de 450 en 650 EUR/m³, wat voor een zekere stabiliteit zorgde en het mogelijk maakte om de kasstromen en kosten relatief beheersbaar te houden. Politieke en regelgevende keuzes speelden echter een bepalende rol in de evolutie van het concurrentievermogen van de Belgische havens voor de komende jaren.

De hierboven aangehaalde zorgen worden nog verscherpt door de inwerkingtreding op 1 januari 2025 van de FuelEU Maritime­verordening, de Europese wetgeving die is aangenomen als onderdeel van de Green Deal en het Fit for 55­pakket, met als doel de maritieme sector geleidelijk koolstofvrij te maken. Die verordening legt een geleidelijke vermindering op van de broeikasgasemissie­intensiteit van brandstoffen die worden gebruikt door schepen in EU­havens en op de zeeroutes die ze bevaren. Sinds 2025 moeten schepen de intensiteit van hun uitstoot per gebruikte energie­eenheid verminderen.

De doelstelling begint bij een broeikasgasemissiereductie van de scheepsbrandstoffen met 2% in 2025, om tegen 2050 een reductie met 80% te bereiken. Die verplichting geldt voor schepen groter dan 5000 GT (gross tonnage) die EU­havens aandoen en gebruikt worden voor het vervoer van personen of vracht voor commerciële doeleinden. Die schepen moeten hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen gebruiken die voldoen aan de daarvoor geldende broeikasgasemissiereductie­ en duurzaamheidseisen uit de richtlijn betreffende de hernieuwbare energieën. De verordening wil ook het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet­biologische oorsprong (RFNBO’s) met een hoog decarbonisatiepotentieel stimuleren. De scheepvaartmaatschappijen zijn

© Maxime
De Greef

verantwoordelijk voor de rapportages van het brandstofgebruik van hun schepen en het (aantoonbaar) voldoen aan de reductieverplichting en de walstroomplicht wanneer ze aan de kade liggen. De verplichting ligt dus bij de rederij en niet bij de brandstofleverancier.

Sinds 2025 zien de Belgische operatoren dat de Fuel EU Maritimeverordening en de nationale implementatie van RED III sterk op elkaar beginnen in te werken, wat het geheel complexer maakt voor de sector. Het Memorandum of Understanding tussen België en Nederland is er, maar wordt in de praktijk met enige terughoudendheid bekeken. Het is nog af te wachten hoe dit concreet zal doorwerken op de markt. Vandaag blijven de systemen fundamenteel verschillend. Vanuit de sector zou het logischer zijn dat beide landen werken met een model gebaseerd op de broeikasgasemissiereductie, in plaats van een combinatie van reductiedoelstellingen en bijmengverplichtingen.

Bovendien hebben bepaalde beleidskeuzes al een effect: in het kader van RED III (met name voor de zeevaart) staan de bunkervolumes in Nederland onder toenemende druk. Dat toont aan hoe gevoelig de markt is voor deze regelgeving.

Duitsland heeft er zelfs voor gekozen om de maritieme sector niet in RED III op te nemen waardoor een toekomstige afstemming op het Nederlandse model op termijn ook tot verschuivingen in de volumes binnen Europa zou kunnen leiden.

ETS 2

De kwestie van de integratie van de binnenvaart in ETS 2 heeft de afgelopen jaren tot heel wat debat geleid. Terwijl het Europese systeem voor de handel in emissierechten (EU­ETS) sinds 2024 geleidelijk wordt toegepast op de zeevaart, valt de binnenvaart niet automatisch onder het toekomstige ETS 2, waarvan de inwerkingtreding oorspronkelijk voor 2027 was voorzien, doch met een jaar wordt uitgesteld. De lidstaten hebben namelijk de mogelijkheid om deze sector vrijwillig op te nemen via een zogenaamde ‘opt­in’­regeling. De Belgische overheid heeft uiteindelijk duidelijk voor een ‘opt­out’ gekozen, een beslissing die vandaag voor meer duidelijkheid en stabiliteit zorgt bij de operatoren in de sector. Deze positie wordt echter nauwlettend opgevolgd, vooral vanwege de druk van bepaalde Nederlandse actoren – gesteund door enkele vertegenwoordigers van het agentschap De Vlaamse Waterweg en

het departement Mobiliteit en Openbare Werken – om tot een regionale harmonisatie te komen. De Belgische bunkersector is echter van mening dat een opname van de binnenvaart in ETS 2 een risico op concurrentieverstoringen inhoudt en dat activiteiten zullen worden verplaatst naar landen met een gunstiger regelgevend kader, met name Duitsland.

HVO

Op het vlak van duurzaamheid vormt HVO (Hydrotreated Vegetable Oil) een onmiddellijk beschikbare oplossing om de koolstofvoetafdruk van de bunkeren binnenvaartsector te verkleinen. Die doet het met CO2­uitstootwaarden tussen 21,5 en 44,3 g CO2/t.km bovendien al beter dan het wegvervoer, dat 79 g CO2/t.km voor vrachtwagens uitstoot. Op technisch vlak is HVO perfect compatibel met bestaande motoren en een geloofwaardig alternatief voor fossiele diesel. Toch blijft de ontwikkeling ervan in België erg beperkt omwille van de prijs die aanzienlijk hoger ligt en het uitblijven van een ondersteuningsmechanisme zoals het Nederlandse HBE­systeem (Hernieuwbare Brandstofeenheden). Dat leidt tot concurrentieverstoring in het nadeel van de Belgische leveranciers. Om dat probleem aan te pakken, richtte Brafco op 10 maart 2024 een schrijven aan de eerste minister met de vraag om de volumes HVO die aan de binnenvaart of voor industriële en commerciële toepassingen worden geleverd, te laten meetellen als hernieuwbare energie­eenheden voor het RED II­register om de verhoop ervan in economisch competitieve omstandigheden te kunnen stimuleren. Op die manier zou een soortgelijke regeling als het Nederlandse mechanisme van HBE’s in België worden ingevoerd, waardoor HVO voor de binnenvaart ook in ons land tegen competitieve prijzen kan worden aangeboden.

MASS FLOW METER

Sinds 1 januari 2026 zijn in de havens van Antwerp­Bruges en Rotterdam mass flow meters (MFM) verplicht. Hoewel die maatregel in theorie de transparantie en nauwkeurigheid zou moeten verbeteren, blijven er in de praktijk een aantal aandachtspunten, met name wat betreft de frequentie van de keuringen en de bijbehorende kosten. Indien dat jaarlijks moet gebeuren, betekent dat een aanzienlijke bijkomende last voor de sector. Overigens leidt de invoering van MFM op zich niet automatisch tot vlekkeloze leveringen. Er blijft dus nood aan correcte procedures en opvolging. Deze evolutie is zeker een stap in de richting naar meer professionalisering, maar geen oplossing voor alle operationele uitdagingen.

Productie van tanks tot 100.000 l

Constructies, maatwerk & saneringen

Totaalprojecten tankinstallaties

Verhuur tanks

info@m-tanks.be • www.m-tanks.be • 03/313.06.72

Atelier: Molenstraat 107 • 2960 Brecht

Maatschappelijke zetel: Theo Coertjenslaan 15 • 2960 Brecht

ENERGIEFACTUUR VAN DE GEZINNEN

3 ACCIJNSVERHOGING

De meerjarenbegroting die de federale regering eind 2025 opstelde, voorziet in een accijnsverhoging op fiscaal gemerkte (rode) gasolie. Wat gasolie verwarming en gasolie diesel aangewend voor verwarmingsdoeleinden betreft, worden de accijnzen op 1 augustus dit jaar opgetrokken van 17,2564 euro/m³ naar 23 euro/m³. Daarnaast zullen ook de accijnzen op gasolie en gasolie diesel die aangewend worden voor industriële en commerciële toepassingen opgetrokken worden van 22,8845 euro/m³ naar eveneens 23 euro/m³. Dat uniform accijnstarief zou vervolgens jaarlijks (tot 2029) met 1 euro/m³ worden verhoogd. De inwerkingtreding van deze accijnsverhoging was oorspronkelijk voorzien voor 1 april jongstleden. De stemming over de Programmawet, waarin ook een accijnshervorming inzake aardgas en elektriciteit is voorzien, kon door de bijkomende adviezen die de oppositie aan de Raad van State had gevraagd, pas op 28 mei jl. plaatsvinden. Naast de accijnsverhoging op gasolie en op aardgas (voor niet­zakelijk gebruik) en de accijnsverlaging op elektriciteit (voor nietzakelijk gebruik), is ook een eenmalige verhoging van de accijnzen op diesel en benzine voorzien van ca. 4,25 euro/m³. Deze accijnsverhoging zal op 1 januari 2027 worden doorgevoerd.

De Federatie is van mening dat eenzelfde accijnsniveau op gasolie voor verwarmingsdoeleinden en op gasolie voor industriële en commerciële toepassingen (ICT) een slechte zaak is, in die zin dat er op gasolie voor ICT geen bijdragen voor het Sociaal Verwarmingsfonds en voor Promaz verschuldigd zijn, waardoor het risico bestaat dat aanzienlijke volumes gasolie die voor verwarmingsdoeleinden worden geleverd, gefactureerd zullen worden als zijnde geleverd voor ICT met de bedoeling deze bijdragen (momenteel 3,6 euro/m³) te recupereren. Dit zou niet alleen leiden tot concurrentievervalsing maar ook de financiering van Promaz in gevaar kunnen brengen. De Federatie bracht de FOD Financiën en de FOD Economie op de hoogte van dit risico.

3 VERHOGING VAN DE BTW OP STEENKOOL

Met de publicatie van de Programmawet van 18 juli 2025 in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2025 werden de btw­tarieven voor steenkool en verwarmingstoestellen op fossiele brandstoffen met onmiddellijke ingang opgetrokken tot het standaardtarief van 21%.

Prijs van benzine 95 E10 in België en in de buurlanden (in ¤/1000 liter van toepassing op 04/05/2026)

Wat de vaste brandstoffen betreft, werd het verlaagd tarief van 12% (dat van toepassing was op “steenkool en van steenkool vervaardigde vaste brandstoffen; bruinkool en geperste bruinkool, met uitzondering van git; cokes en halfcokes van steenkool, van bruinkool of van turf; niet gecalcineerde petroleumcokes, als brandstof gebruikt”) geschrapt, waardoor het btw­tarief voortaan 21% bedraagt.

Voor de Federatie is deze btw­verhoging een asociale maatregel die, gelet op het beperkt volume steenkool dat door huishoudens in België wordt gebruikt, nauwelijks bijdraagt tot een vermindering van de globale CO2uitstoot, maar des te meer de sociaal zwakkeren en ouderen die deze brandstof gebruiken, treft.

ETS2

De Federatie vreest dat fossiele brandstoffen onder ETS2 dermate belast zullen worden dat een taxshift en verdere accijnsverhogingen zullen leiden tot energiearmoede bij burgers die zich geen warmtepomp kunnen veroorloven.

Ter compensatie van de invoering van nieuwe Europese emissiereductiedoelstellingen voor 2035 en 2040 werd deze ETS2­koolstoftaks met één jaar uitgesteld – tot 2028 dus. Dat uitstel geldt niet voor erkende entrepothouders die al onderworpen zijn aan verplichtingen inzake monitoring, rapportering en verificatie van de emissies van de brandstoffen die ze tot verbruik uitslaan.

RECUPERATIE PROMAZ-BIJDRAGE

Sinds 1 januari 2026 wordt op de volumes gasolie verwarming en gasolie diesel (extra) die voor verwarmingsdoeleinden worden gebruikt een Promazbijdrage van € 2/m³ toegepast. Die bijdrage geldt niet voor de volumes

Prijs van diesel B7 in België en in de buurlanden (in ¤/1000 liter van toepassing op 04/05/2026)

Heffingen en taksen niet inbegrepen Heffingen en taksen inbegrepen

© Europese Commissie. Directoraat-generaal Energie en Vervoer

Heffingen en taksen niet inbegrepen Heffingen en taksen inbegrepen

© Europese Commissie. Directoraat-generaal Energie en Vervoer

Evolutie van de accijnstarieven van benzine 95 E10(1) en diesel (in ¤/1.000 liter)

Bron: Federale Overheidsdienst Financiën (1) Sinds 1 januari 2017: Benzine 95 E10

gasolie verwarming en gasolie diesel die met vrijstelling van accijnzen aan de land- en tuinbouw worden geleverd, noch op de volumes rode gasolie die geleverd worden voor ICT (en waarop het verschuldigde accijnstarief, momenteel 22,8845 €/m³, werd betaald).

Dat houdt in dat handelaars die geen erkend entrepothouder zijn sinds 1 januari op elke liter rode gasolie de bijdrage voor de financiering van Promaz moeten betalen, ongeacht de finale bestemming van het product. Voor de hoeveelheden rode gasolie geleverd aan de land- en tuinbouw of voor ICT dient dus in een procedure te worden voorzien die de brandstoffenhandelaar toelaat de door hem voorgefinancierde bijdrage aan Promaz te recupereren. Ondanks het aandringen van de Federatie werd, op het ogenblik van dit schrijven, de officiële rondzendbrief die de recuperatie van deze bijdrage mogelijk moet maken, nog niet gepubliceerd.

FISCALITEIT HERNIEUWBARE BRANDSTOFFEN

Ingevolge de Wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit moesten vanaf 2026 alle nieuwe bedrijfswagens broeikasgasvrij zijn om de bijhorende kosten fiscaal aftrekbaar te houden

voor de werkgever. In 2026 aangekochte of geleasete elektrische bedrijfswagens (BEV) zijn 100% aftrekbaar. Dat percentage zal de komende jaren geleidelijk aan worden verlaagd. Sinds 1 januari 2026 zijn nieuwe bestellingen van voertuigen met een brandstofmotor (benzine en diesel) en zelfladende hybrides (HEV) niet meer aftrekbaar. De aftrekbaarheid van herlaadbare hybride motorisaties wordt tijdelijk verlengd, tot eind dit decennium, maar blijft wel onder het niveau van die BEV’s. De aftrekbaarheid van de brandstofkosten van PHEV’s is beperkt tot 50% en vanaf 2027 tot 0% voor nieuwe bestellingen, maar de laadkosten zullen wel aftrekbaar blijven op dezelfde manier als die voor BEV’s.

Ondanks het aandringen van de Federatie om een verlaagd accijnstarief voor hernieuwbare, koolstofarme brandstoffen zoals HVO in te voeren, blijft deze klimaatvriendelijke brandstof (die tot 90% minder CO2 uitstoot dan conventionele diesel) fiscaal aan hetzelfde accijnstarief onderworpen als puur fossiele diesel, waardoor ze bij de consument geen ingang vindt.

Wat de vermindering van de teruggave van accijnzen voor professionele diesel betreft, zie rubriek ‘Transport’ in dit jaarverslag.

Overzicht BTW, heffingen en taksen op basis van gelijke energieprijzen in België

Simulatie op basis van gelijke energieprijs 01.05.2026

PROMAZ

De vzw Promaz is een initiatief van de sectororganisaties Brafco, Energia en in4fuels (het voormalige Informazout). Die vzw werd in het voorjaar van 2019 opgericht om uitvoering te geven aan het Interregionaal Samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018 tussen de federale staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations en gasolietanks voor verwarmingsdoeleinden, dat gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 8 mei 2019. Na de publicatie van het erkenningsbesluit van Promaz in het Belgisch Staatsblad van 28 februari 2022 is het Fonds op 1 april 2022 van start gegaan. De aanmeldingsperiode om een aanvraag tot tussenkomst bij Promaz in te dienen liep op 28 februari 2025 ten einde. Op deze datum waren er bij Promaz 4.831 volledige aanvraagdossiers ingediend. 2.427 daarvan werden ondertussen ontvankelijk verklaard. Van alle aanvragen worden er momenteel nog 87, hetzij zo’n 1,8%, onderzocht. De overgrote meerderheid van de aanvragen (82%) betreft residentiële dossiers. Geografisch ziet de verdeling van de aanvragen er als volgt uit: 69% in Vlaanderen, 22% in Wallonië en 9% in Brussel.

Er zijn twee soorten dossiers: enerzijds dossiers waarvoor de tussenkomst van Promaz louter financieel is, en anderzijds dossiers waarvoor Promaz ook de sanering voor zijn rekening neemt. Voor de dossiers waarvoor een terugbetaling moet worden gedaan, heeft Promaz er al 327 afgehandeld en terugbetaald. Dat is iets meer dan de helft van de betrokken dossiers. Voor de dossiers waarvoor Promaz instaat voor de sanering is de doelstelling om vanaf 2026 jaarlijks 160 nieuwe saneringen op te starten. Even herhalen dat Promaz de dossiers waarbij er een risico bestaat voor het milieu of de gezondheid, prioritair behandelt. In dat kader werden tussen 2022 en 2025 247 dossiers opgestart. Wat de financiële tussenkomsten betreft, had Promaz eind maart 2026 reeds 327 dossiers afgewerkt, goed voor een totaal bedrag van € 10.130.354.

Promaz richtte een verzekeringssysteem op om mazoutgebruikers te ondersteunen die te maken krijgen met een bodemverontreiniging die na het verstrijken van de aanmeldingsperiode, dus na 28 februari 2025, voor het eerst wordt vastgesteld. De bedoeling van dat verzekeringssysteem is om de saneringskosten te dekken tot 100.000 euro voor residentiële dossiers en tot 50.000 euro voor niet­residentiële dossiers. Hiervoor zijn ondertussen 165 aanvragen geregistreerd.

Niettegenstaande de 3 gewesten en de IBC (Interregionale Bodemsaneringscommissie) instemden met de vraag van Promaz om een bijdrage in te voeren van €10/m³ huisbrandolie (te verrekenen in de maximumprijs), met het oog op de financiering van de activiteiten van Promaz, weigerde de federale regering hiermee in te stemmen. Het gevolg is dat de op 1 januari 2026 ingevoerde Promaz­bijdrage momenteel beperkt is tot €2/m³, wat onvoldoende is om de saneringskosten te dekken. In overleg met de gewesten en de IBC wordt een nieuwe aanvraag bij de federale regering ingediend om de structurele financiering van het bodemsaneringsfonds Promaz op te trekken tot €10/m³.

Geografische verdeling van de op 28 februari 2025 ingediende aanvragen tot tussenkomst.

69% Vlaams Gewest

22% Waals Gewest

9% Brussels Hoofdstedelijk Gewest

BOFAS – Spreiding en afgeronde dossiers

Brussel

Oost­Vlaanderen

Vlaams­Brabant

Luxemburg

Namen

Waals­Brabant

Ontvankelijke dossiers Afgeronde dossiers

BOFAS

Tijdens de derde aanvraagronde in 2019 werden van de 480 bij Bofas ingediende aanvragen tot sanering of tot financiële tussenkomst 269 dossiers ontvankelijk verklaard.

Er zijn inmiddels 190 van deze 269 ontvankelijke dossiers afgerond; voor 130 dossiers liet Bofas zelf de sanering uitvoeren en voor 60 dossiers werden de saneringskosten aan de aanvrager terugbetaald.

Bij de 3.672 ingediende dossiers uit de vorige aanvraagrondes (2004 tot 2008) zijn er 1.964 gesloten tankstations waarvoor Bofas een mandaat heeft gekregen om de bodemsanering te laten uitvoeren en 1.708 dossiers die betrekking hebben op een terugbetaling van de saneringskosten. De laatste 3 dossiers waarvan Bofas zelf de sanering laat uitvoeren, bevinden zich in een eindstadium en er blijven 140 dossiers over waarvoor Bofas wacht op een aanvraag tot terugbetaling van de gemaakte saneringskosten.

De erkenning van Bofas als bodemsaneringsfonds voor tankstations werd in 2025 verlengd tot 31 december 2027. Aanvragers die zelf de sanering laten uitvoeren hebben dus nog tot 30 september 2027 de tijd om hun dossier af te ronden en een terugbetalingsaanvraag aan Bofas te richten. Meer informatie op https://bofas.be/nl/terugbetaling of contacteer Bofas op het nummer 02/788.29.00.

ENERGIETRANSITIE

3 ETS2

In het kader van het ‘Fit for 55’­pakket moest het mechanisme voor de uitwisseling van uitstootrechten dat op 1 januari 2005 werd ingevoerd, in 2027 worden uitgebreid naar de sectoren gebouwen, wegtransport en kleine industrie. Maar ter compensatie van de invoering van nieuwe Europese emissiereductiedoelstellingen voor 2035 en 2040 werd de ETS2­’koolstoftaks’ met één jaar uitgesteld – tot 2028 dus. Dat uitstel geldt niet voor erkende entrepothouders die nu reeds onderworpen zijn aan verplichtingen inzake monitoring, rapportering en verificatie van de emissies van de brandstoffen die ze tot verbruik uitslaan.

ETS2 verschilt van ETS1 in die zin dat bij ETS2 de ‘gereglementeerde entiteiten’ niet de eindgebruikers zijn, maar wel de brandstofhandelaars die energieproducten “tot verbruik uitslaan” in de zin van de accijnswetgeving.

3 RED II & RED III

Met de goedkeuring van de gereviseerde richtlijn betreffende de hernieuwbare energieën (RED III) is het wetgevende pakket ‘Fit for 55’ nu definitief gelanceerd om tegen 2030 de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie te realiseren. De Commissie Invoerders/Erkend Entrepothouders van Brafco

volgde van nabij de omzetting van RED II in Belgisch recht op, wat resulteerde in de wet van 31 juli 2023, die op 1 januari 2024 van kracht is geworden. Die wet, die al deels vooruitliep op RED III, voorziet in een ‘register voor hernieuwbare energie in transport’ dat de biobalans vervangt. Petroleummaatschappijen en handelaars die vloeibare en gasvormige motorbrandstoffen (LPG, CNG, LNG, waterstof enz.) in verbruik stellen, moeten via deze IT­tool de voor transport in verbruik gestelde volumes en de volumes uit hernieuwbare energie die zij tot verbruik uitslaan, rapporteren. Via het register kunnen ook hernieuwbare energie­eenheden worden verhandeld die gebruikt kunnen worden om aan de bijmengverplichting te voldoen.

De Commissie besteedde ook bijzondere aandacht aan de impact van het Koninklijk Besluit van 16.01.2025 tot wijziging van het KB van 17.12.2021 houdende bepaling van productnormen voor transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen en voor transportbrandstoffen op basis van hergebruikte koolstof. Dat besluit werd genomen ter uitvoering van de uitvoeringsverordening 2022/996 betreffende de voorschriften om de duurzaamheids­ en broeikasgasemissiereductiecriteria alsmede de criteria inzake laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik te controleren. Het voorziet ook in de gedeeltelijke omzetting van de richtlijnen RED II (2018/2001) en RED III (2023/2413) en de gedelegeerde richtlijn 2024/1405 tot wijziging van de Bijlage IX bij de REDII­richtlijn wat betreft de toevoeging van grondstoffen voor de productie van biobrandstoffen en biogas.

Eind maart vond de eerste vergadering van de interkabinettenwerkgroep van 2026 plaats over de omzetting van de RED III­richtlijn – die uiterlijk op 1 januari 2027 in voege moet treden. De bedoeling zou vooral zijn om de meerkosten voor de gebruikers zo laag mogelijk te houden en in te zetten op waterstof, een sector waarin België een pioniersrol wil spelen.

3 TASK FORCE ENERGY TRANSFORMATION

De Task Force Energy Transformation werd binnen de Federatie opgericht om de onafhankelijke energiedistributie te transformeren tot een toekomstgericht beroep en spitste zich in 2025 onder meer toe op het aangaan van partnerschappen met andere organisaties om boodschappen uit te werken over technologische neutraliteit en de brandstoffen van de toekomst. Zo werden er contacten aangeknoopt met verschillende mobiliteitsorganisaties en werden er op 3 april 2025 en 26 maart 2026 samen met EV Belgium seminaries georganiseerd om de synergiën tussen mobiliteit en energie te verkennen in de context van evoluerende Europese regelgeving.

VLAAMS GEWEST

Op 1 januari 2025 werden diverse wijzigingen aan de Vlarem II­regelgeving van kracht die een belangrijke impact hebben op de sector, in het bijzonder op (het vullen van) stookolietanks. Dit belangrijkste wijzigingen, die onder andere dankzij de tussenkomsten van Brafco iets minder radicaal zijn dan de oorspronkelijke voorstellen van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid, zijn de volgende:

• Voor de ‘ingedeelde’ opslaginstallaties met een alarmfluit geplaatst vóór 2025 moet het fluitje tegen 31 december 2027 worden vervangen door een sonde. Voor particuliere stookolietanks (< 6.000 l.) moet dit gebeuren tegen uiterlijk 31 december 2035.

• Iedere vulverrichting moet worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon, rechtspersoon of zijn aangestelde die instaat voor het gebruik of het in stand houden van de tank. De aangestelde kan de brandstofleverancier zijn, als de exploitant en de leverancier dit overeenkomen. In dat geval moeten het leveringsdebiet en de

nodige voorzorgsmaatregelen op voorhand worden afgesproken. Om te vermijden dat telkens als de klant niet aanwezig kan zijn bij de levering, er een dergelijke overeenkomst moet worden gesloten, werkte Brafco een standaarddocument uit dat ze ter beschikking stelde van haar leden die het aan hun klanten ter ondertekening kunnen voorleggen en waarin deze laatsten o.m. verklaren dat de tank gekeurd is, de bestelde hoeveelheid in de opslagtank kan, er al dan niet specifieke voorzorgsmaatregelen in acht genomen dienen te worden, welke die zijn, ... enz. Zodoende hebben de brandstoffenhandelaars ook een bewijs in handen voor het geval er tijdens of na de levering een schadegeval zou optreden.

• Voorafgaand aan elke levering kan de brandstoffenhandelaar het attest van de installatie of het attest van de laatste periodieke controle opvragen. Bedoeling is om op deze manier een extra controle in te bouwen bij de levering, zodat het aantal incidenten tot een minimum wordt beperkt.

WAALS GEWEST

In het Waalse Gewest is het sinds 1 januari 2026 verboden om in een nieuwbouw een stookolieketel te plaatsen. Een ontwerp van decreet dat voorziet in een verbod op de vervanging van stookolieketels in bestaande gebouwen vanaf 1 januari 2031, doorloopt momenteel de wetgevingsprocedure. Dit ontwerpdecreet voorziet in uitzonderingen bij het gebruik van vloeibare biobrandstoffen. Brafco stelt hier haar expertise ter beschikking van het kabinet van de Waalse minister van Energie.

Er lopen momenteel gesprekken tussen Brafco en verschillende sectorfederaties zoals BtecCH, Energia, FeBuPro en Gas.be over een technisch en wetgevend kader voor de uitwerking van een nieuw kader voor biobrandstoffen voor verwarmingsdoeleinden, alsook over een intentieverklaring waarbij ze zich engageren om over een periode van vijf jaar hun globale CO2­uitstoot aanzienlijk te verlagen.

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

Sinds 1 juni 2025 is het in het Brussels Gewest verboden om stookolieketels te vervangen, tenzij ze werken op een hernieuwbare vloeibare brandstof die voldoet aan strenge eisen op het vlak van rendement en de uitstoot van fijnstof. Brafco bracht onlangs de nieuwe staatssecretaris voor Energie ervan op de hoogte dat die criteria moeilijk toe te passen zijn: er is geen methode of erkend organisme om de uitstoot te meten en geen enkel ander Europees land legt ze op. Bovendien zijn de voorziene afwijkingen te omslachtig en duurt het te lang om ze te verkrijgen, en zijn technische alternatieven zoals warmtepompen vaak onhaalbaar of te duur voor Brusselse huishoudens. De Federatie roept de bevoegde staatssecretaris op om de afwijkingsvoorwaarden te versoepelen om het de Brusselse consumenten mogelijk te maken hun stookolieketels te vervangen in afwachting van de geleidelijke invoering van een hernieuwbare vloeibare brandstof.

Op 11 september 2025 schorste het Grondwettelijk Hof de ordonnantie die de inwerkingtreding van de nieuwe fase van de lage­emissiezone (LEZ) in het Brussels Gewest uitstelde van 1 januari 2025 tot 1 januari 2027. Dieselvoertuigen EURO 5 en benzinevoertuigen EURO 2 (auto's, bestelwagens, bussen, vrachtwagens) en benzinemotorfietsen die niet minimaal voldoen aan de EURO 3­norm, mogen dus niet meer rijden in het Brussels Gewest. Om de eigenaars van deze voertuigen in staat te stellen zich aan de normen te conformeren, werd echter wel een overgangsperiode ingesteld. Brafco stelde de Brusselse overheid voor om het gebruik van HVO te verplichten in de LEZ voor dieselvoertuigen die niet voldoen aan de EURO 6­norm, in plaats van de burger op kosten te jagen. Die hernieuwbare brandstof kan de CO2­uitstoot tot 90% verminderen in vergelijking met fossiele diesel.

90 DAGEN NETTO-INVOER

België moet als lidstaat van de Europese Unie en van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) een veiligheidsvoorraad aanhouden die overeenkomt met een kwart (90 dagen) van zijn jaarlijkse netto­invoer van aardolieproducten. Er moet ook een derde van de veiligheidsvoorraad in sleutelproducten worden aangehouden (dit is 30 dagen netto ­ invoer). Sleutelproducten maken samen ten minste 75% van het verbruik uit. Voor België betreft dat voor het jaar 2025 diesel, gasolie voor verwarming en benzine. Bij een nationale of internationale crisis zullen die strategische voorraden worden ingezet om markttekorten op te vangen. De nv van publiek recht ASEVA staat in voor het aanhouden van die minimumvoorraad.

De voorraadplicht voor 2026 bedraagt 3.416.810 ton ruwe aardolie­equivalent (TOE). ASEVA heeft momenteel het equivalent van 2.069.065 ton ruwe aardolie en 1.750.749 ton afgewerkte aardolieproducten in opslag in België, Frankrijk, Nederland en Duitsland.

Europa laat toe dat de voorraad die zich aan het begin van de RotterdamAntwerp Pipeline (RAPL­pijpleiding) bevindt en voor België is bestemd, ook als Belgische veiligheidsvoorraad wordt aangemerkt. Hoewel ASEVA er geen eigenaar van is en er ook geen aankooprecht op heeft, beschikt België daardoor wel over een EU­veiligheidsvoorraad van 108 dagen netto­invoer.

Sinds 2019 zetelt de algemeen directeur van de Federatie in de Raad van Bestuur van het Agentschap, waar hij momenteel het voorzitterschap waarneemt.

AANKOOP EN VERKOOP/OPSLAG

Ondernemingen die aardolieproducten of ook zgn. tickets (reserveringen van stocks met een aankooprecht in geval van een bevoorradingscrisis) aan ASEVA wensen te verkopen of voor het Agentschap productverversingen willen doen, kunnen zich kandidaat stellen om opgenomen te worden op de shortlist voor de respectieve raamovereenkomst. De geselecteerde kandidaten ontvangen dan alle aanbestedingen die het Agentschap in het kader van die raamovereenkomsten uitschrijft. Op het einde van een opslagcontract, bij verversingen of bij een dalende voorraadplicht zal het Agentschap ook voorraden verkopen. Bedrijven die geïnteresseerd zijn om afgewerkte aardolieproducten van ASEVA aan te kopen, kunnen het Agentschap vragen om op de lijst van potentiële kopers opgenomen te worden.

Bedrijven kunnen met het Agentschap ook opslagcontracten afsluiten. De voorraden die ASEVA beheert, moeten ondergebracht worden in ‘in aanmerking komende depots’. Dergelijke depots moeten een minimumcapaciteit hebben van 5.000 m³, beschikken over welbepaalde laad­ en losfaciliteiten en voldoen aan specifieke toegankelijkheidsvoorwaarden (bv. gelegen zijn in zeehavens of aan waterwegen). Het Agentschap heeft op regelmatige basis nood aan opslagcontracten om andere contracten die verstrijken, te vervangen.

DIVERSIFICATIE VAN DE OPSLAGCAPACITEIT

VAN DE AFGEWERKTE AARDOLIEPRODUCTEN

In het kader van de energietransitie wil ASEVA haar opslagcapaciteit in België uitbreiden met 250.000 ton benzine en 150.000 ton jet fuel via retrofit. De retrofit voor benzine is reeds afgerond en toegewezen. De aanbesteding voor de retrofit van jet fuel is daarentegen nog niet gelanceerd. Hiervoor zal voldoende tijd moeten worden voorzien zodat de depots kunnen

Evolutie van de ASEVA-bijdrage

I (benzine) in euro/m3

II (gasolie en kerosine)* in euro/m3

III (zware stookolie) in euro/ton

(*) De bijdrage op kerosine gebruikt voor de reguliere luchtvaart en cargo bedraagt sedert 01.07.2013 de helft van de bijdrage voor de productcategorie II.

nagaan of zij de nodige vergunningen kunnen verkrijgen. De looptijd van de contracten zou 7 of 10 jaar bedragen. Door het dalende dieselverbruik zal de opslagcapaciteit voor diesel de komende drie jaar met ongeveer 400.000 ton worden verminderd.

ASEVA-BIJDRAGE

De bijdrage voor de financiering van ASEVA wordt elk kwartaal berekend voor de verschillende productcategorieën met als belangrijkste variabele de internationale aardolieprijzen. Elke bijdrageverlaging of ­verhoging wordt onmiddellijk en integraal verrekend in de maximumprijs op de dag waarop ze van kracht wordt. Brafco brengt de leden daarvan op de hoogte via haar website.

De bijdrage is het bedrag dat erkend entrepothouders aan ASEVA verschuldigd zijn bij de inverbruikstelling van benzine, diesel, gasolie, lamppetroleum, kerosine en zware stookolie. Het bedrag dient ter financiering van de werkingskosten van ASEVA. Deze bijdrage wordt via de prijsformule van de Programmaovereenkomst doorgerekend aan de eindgebruiker.

AARDOLIECRISISBELEID

De Belgische regelgeving bevat procedures om bij een internationale of een nationale crisis de voorraden van ASEVA onmiddellijk in te zetten. De regels voor de werking van het Nationaal Oliebureau (NOB), dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de maatregelen bij een bevoorradingscrisis, werden al in 2018 geactualiseerd. De regels voor het nationaal toewijzen en aanspreken van de noodvoorraden werden in 2019 en 2020 ingevoerd.

De nieuwe ASEVA­wet stelt dat de Algemene Directie (AD) Energie van de FOD Economie een nationaal programma moet opstellen met daarin noodmaatregelen om de vraag te beperken. De AD Energie moet ook de daarbij horende lijst opstellen van prioritaire gebruikers voor wie de vraagbeperking niet of in mindere mate zal gelden. De AD Energie heeft een noodplan opgesteld.

De AD Energie en ASEVA organiseerden in 2021 een gezamenlijke infosessie over het crisisbeleid en hielden ook een succesvolle crisisoefening. In 2022 werkte ASEVA zijn crisisdraaiboek bij, waarin de interne procedure voor de inzet van de veiligheidsvoorraden in een internationale en nationale bevoorradingscrisis en een communicatieplan zijn opgenomen. Het crisisdraaiboek houdt ook rekening met de ervaringen die zijn opgedaan bij de humanitaire leveringen aan Oekraïne. In het kader van een ‘Collective Action’ van het IEA naar aanleiding van de Russische invasie van Oekraïne, stelde de federale regering veiligheidsvoorraden brandstoffen (in totaal 33.250 ton) als humanitaire hulp ter beschikking van de Oekraïense bevolking. Aan de hand van dat draaiboek is ASEVA volledig voorbereid om zijn strategische voorraden zo nodig vrij te geven. In 2025 voerden ASEVA en de AD Energie een gezamenlijke crisisoefening uit waarbij een scenario werd gesimuleerd voor het vrijgeven van voorraden op het Belgisch grondgebied, uitsluitend via het wegtransport. Aan de hand van die oefening kon de volledige operationele keten onder beperkende omstandigheden worden getest en verschillende verbeterpunten geïdentificeerd. De lessen die hieruit werden getrokken, werden rechtstreeks gebruikt om de geldende procedures bij te sturen en de operationele paraatheid van ASEVA te verbeteren.

Welke situaties worden beschouwd als een bevoorradingscrisis? Wat gebeurt er in dat geval, wie neemt deze beslissing en wat zullen de maatregelen zijn? Wat betekent dit voor de ondernemingen? Wat is het onderscheid tussen een internationale en nationale bevoorradingscrisis :

• Bij internationale bevoorradingsproblemen roept het Internationaal Energie Agentschap in Parijs een crisissituatie uit. Tijdens een dergelijke IEA Collective Action zal ASEVA, na groen licht gegeven door de Minister van Energie, de veiligheidsstocks hoog in de distributieketen injecteren via een vraag tot aanbiedingen (call for bids) met verkoop van de voorraden aan de hoogst biedende koper(s). Opzet is immers om de internationale aardoliemarkt meer liquide te maken. De Minister van Energie kan, als het IEA hierom vraagt, de ingezette voorraden beperken tot bepaalde types van aardolie of hun inzet afleiden naar bepaalde IEA lidstaten.

• Bij nationale bevoorradingsmoeilijkheden beslist de Minister van Energie om al dan niet de situatie als een bevoorradingscrisis te erkennen. Wordt een dergelijke crisis daadwerkelijk uitgeroepen, dan zal ASEVA, na akkoord van de Minister van Energie, de veiligheidsvoorraden in regel inzetten via een zgn. ‘vrijgave’. Hierbij biedt ASEVA zijn stocks tegen marktprijs aan de aardoliebedrijven hoog in de nationale distributieketen (de zgn. primaire deelnemers). Deze bedrijven zullen de Belgische markt verder volgens hun normale stromen beleveren. De nationale aanpak is in zoverre flexibel dat de Minister van Energie, mocht dit opportuner zijn, kan beslissen om deze nationale procedure niet in beweging te zetten, maar te gaan voor een call for bids of een andere maatregel. ASEVA streeft ernaar rekening te houden met de voorkeuren van oliemaatschappijen voor de locatie van depots in het geval van een crisis.

De sluiting van de Straat van Hormuz in maart 2026 en de daaropvolgende verstoringen op de internationale markten brachten ASEVA ertoe om een verhoogd paraatheidsniveau te activeren. Zonder vooruit te lopen op de instructies van de bevoegde autoriteiten zorgde het Agentschap ervoor dat aan alle noodzakelijke voorwaarden is voldaan voor een snelle en geordende interventie.

Wat de coördinatie tussen de verschillende agentschappen betreft, werden regelmatige operationele gesprekken gevoerd met de Duitse en Nederlandse tegenhangers, met name om de logistieke stromen van ruwe olie die in de zoutcavernes is opgeslagen, te synchroniseren. Door dat overleg kon ASEVA zijn ramingen van de vrijgavetermijnen voor dit product aanzienlijk verfijnen.

De contacten met de belangrijkste deelnemers en partnerdepots werden met hetzelfde doel opgevoerd: de logistieke ketens stroomlijnen, operationele knelpunten verminderen en het reactievermogen van de volledige toeleveringsketen garanderen.

Tot slot kan ASEVA dankzij zijn opgebouwde ervaring bij de productverversingen via de binnenvaart de efficiëntie in deze context onmiddellijk waarborgen.

Voor meer info over het aardoliecrisisbeleid, zie website van de FOD Economie (https://economie.fgov.be/nl/themas/energie/bevoorradingszekerheid/ coordinatie-van-het/aardolie/vaak-gestelde-vragen-over-de) en die van ASEVA.

Voor alle informatie over ASEVA’s activiteiten, algemene voorwaarden en procedures: www.aseva.be

ADR-OPLEIDINGEN EN CODE 95

Sinds de opstart van de evaluatie­ en herzieningsprocedure in 2012 van de Europese Richtlijn 2003/59 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen ijverden Brafco en ECFD er hard voor om ADR­opleidingen te laten meetellen voor de verplichte 35 uur nascholing (de zgn. ‘code 95’), die vrachtwagenbestuurders om de vijf jaar moeten volgen.

De niet­aflatende inspanningen van beide organisaties werden uiteindelijk beloond met de publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie van Richtlijn 2018/645 van 18 april 2018, die de voornoemde richtlijn van 2003 wijzigt. In die nieuwe richtlijn wordt, wat de verplichte nascholing betreft, het volgende gepreciseerd: “Door een erkend opleidingscentrum worden nascholingscursussen georganiseerd. Die cursussen duren 35 uur per vijf jaar en worden gegeven in modules van ten minste zeven uur die over twee opeenvolgende dagen mogen worden gespreid. (...) De lidstaten kunnen de voltooide specifieke opleiding die verplicht is op grond van andere EU-regelgeving, beschouwen als een van de voorgeschreven modules van 7 uur. Dat omvat, doch niet uitsluitend, de opleiding inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, die verplicht is op grond van Richtlijn 2008/68/EG (...). Lidstaten kunnen echter besluiten dat een voltooide specifieke opleiding inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, die verplicht is op grond van Richtlijn 2008/68/EG, als twee van de modules van zeven uur worden gerekend, mits dit de enige andere opleiding is die in acht wordt genomen bij de nascholing.”

Sinds de richtlijn 2018/645/EU in de 3 gewesten van het land is omgezet in regionale regelgeving, kunnen alle ADR­cursussen, ongeacht het gewest waarin de zetel van de opleidingsinstelling zich bevindt, in rekening worden gebracht voor de verplichte 5­jaarlijkse 35 uur bijscholing in het kader van de vakbekwaamheid (code 95). Die ADR­opleidingen worden beschouwd als opleidingen van de 2e categorie (toepassing van de voorschriften).

Afhankelijk van het gewest waar de zetel van de opleidingsinstelling gevestigd is, zijn de ADR­opleidingen die in aanmerking komen voor de code 95, deze die plaatsvonden na :

• 12 augustus 2020 (georganiseerd door ADR­opleidingsinstellingen met zetel in het Vlaams gewest);

• 15 mei 2021 (georganiseerd door ADR­opleidingsinstellingen met zetel in het Waals gewest);

• 3 augustus 2021 (georganiseerd door ADR­opleidingsinstellingen met zetel in het Brussels Hoofdstedelijk gewest).

Het aantal kredietpunten verschilt enkel naargelang de gevolgde opleiding, maar niet naargelang het gewest waar de zetel van de opleidingsinstelling gevestigd is. Deze kredietpunten worden enkel toegekend indien de chauffeur geslaagd is voor het examen. Volgende examens ADR waarvoor de chauffeur slaagt, tellen mee als kredietpunten voor de code 95: ADR-opleiding met examen

I (colli) 7

Examen bijscholing categorie I + II (colli en tank) 14

Examen bijscholing categorie IV (vloeibare brandstoffen) 7

Niettegenstaande een ADR­bijscholing categorie IV gespreid wordt over 2 dagen, komt deze opleiding dus slechts voor 7 kredietpunten in aanmerking. De reden hiervan is dat het ADR stipuleert dat een dag opleiding slechts 8 leseenheden van 45 minuten mag bedragen. En vermits 8 x 45 minuten 360 minuten of 6 uur is, kan deze opleiding niet voor 2 modules van 7 uur (14 kredietpunten) maar voor slechts 1 dergelijke module (7 kredietpunten) in rekening worden gebracht.

DIGITALE EXAMENS IN HET VLAAMS GEWEST

Sinds 1 januari 2024 verlopen de ADR­examens in Vlaanderen digitaal (op computer) en kunnen chauffeurs zelf kiezen wanneer ze hun examen afleggen. Ze kunnen daarvoor terecht bij een van de 16 erkende examencentra van GOCA Vlaanderen, het Expertisecentrum voor autokeuring en rijbewijs. Het examen kan van maandag t.e.m. vrijdag plaatsvinden (en hoeft dus niet meer op een zaterdag bij het ITLB). Er zijn meerdere tijdssloten beschikbaar. Het is belangrijk dat kandidaten zich op voorhand inschrijven om aan het examen deel te nemen. Aan het examen zelf verandert er niets. Het blijft een openboekexamen dat per categorie 90 minuten duurt. Examinandi die dit wensen, kunnen het examen ook nog steeds schriftelijk afleggen, maar dan enkel op zaterdag in de kantoren van het ITLB. Geïnteresseerden dienen dit vooraf te melden bij de instantie waar zij de opleiding volgen.

FINANCIËLE TUSSENKOMST PC 127

Ingevolge een cao die de sociale partners op 19 december 2024 sloten om de instroom van gekwalificeerd personeel in de sector te bevorderen, voorziet het Sociaal Fonds voor de Brandstoffenhandel in een financiële tussenkomst in de kosten van de initiële ADR­opleiding en de kosten voor het behalen van het rijbewijs C/CE of de basiskwalificatie vakbekwaamheid

voor nieuwe werknemers die in dienst treden in een bedrijf actief in de brandstoffenhandel (PC 127, RSZ­categorie 091).

Concreet komt het Sociaal Fonds onder bepaalde voorwaarden tussen voor een forfaitair bedrag van 500 euro per nieuwe werknemer voor ADRopleidingen en ­examen(s), gevolgd bij een erkend opleidingscentrum:

• Basisopleiding ADR categorie I (colli)

• Basisopleiding ADR categorie I en II (colli en tanks)

• Basisopleiding ADR categorie IV (vloeibare brandstoffen)

Het Sociaal Fonds komt ook tussen voor een forfaitair bedrag per nieuwe werknemer voor volgende opleidingen en examen(s), die gevolgd worden bij een erkend opleidingscentrum:

• Opleiding en examens rijbewijs C: maximum 1700 euro

• Opleiding en examens rijbewijs CE: maximum 1500 euro

• Basiskwalificatie vakbekwaamheid voor rijbewijs C: maximum 500 euro

VERMINDERING VAN DE TERUGVORDERING

VAN ACCIJNZEN VOOR PROFESSIONELE DIESEL

Reeds op 1 januari 2024 werd professionele diesel iets duurder: het terug te vorderen bedrag aan accijnzen werd toen verminderd met 10,5665 euro/m³ tot 193,50 euro/m³. Dat bedrag werd op 1 januari 2025 en op 1 januari 2026 telkens met 1,10 euro verlaagd, waardoor het terug te vorderen bedrag aan accijnzen voor professionele diesel momenteel nog maximaal 191,30 euro/m³ bedraagt.

KILOMETERHEFFING

Op 1 juli 2025 werden de tarieven voor de kilometerheffing in Vlaanderen en Brussel geïndexeerd. In het Waals Gewest trad de recentste indexering van de tarieven van de kilometerheffing op 1 januari 2026 in werking (met een gemiddelde verhoging van 1,91%).

Een preferentieel tarief van nul cent/km wordt momenteel toegekend aan emissievrije voertuigen (ZEV) op het volledige Vlaamse wegennet en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De OBU blijft verplicht voor de ZEV. In Wallonië (SOFICO) vallen de ZEV onder emissiecategorie EURO VI.

Vlaanderen kondigde een ingrijpende hervorming aan van zijn kilometerheffing voor vrachtwagens, door er vanaf 1 juli 2026 een CO2­component in op te nemen. Deze wijziging komt er naar het voorbeeld van de Europese wetgeving en houdt in dat er geleidelijk aan wordt afgestapt van de categorieën op basis van de euronormen.

NIEUW WEGENVIGNET

Brafco werkt mee aan de voorbereidende werken voor de invoering van een wegenvignet voor voertuigen met een MTM van maximum 3,5 ton in België, die voorzien is vanaf 1 maart 2027. De rol die tankstations zouden kunnen spelen, met name in de grensregio’s, zou erin bestaan de aankoop van het digitale vignet te vergemakkelijken voor automobilisten die niet zo vertrouwd zijn met online tools. De deelname van de pomphouder is vrijwillig en de precieze modaliteiten (prijzen, periodes, voertuigtypes, vergoeding enz.) moeten nog worden bepaald. Brafco volgt de gesprekken op om een gemeenschappelijk standpunt van de sector voor te bereiden en bij te dragen aan de praktische uitvoering van de regeling voor alle weggebruikers.

ADR 2025

Traditioneel krijgt het ADR om de twee jaar een update met de bedoeling de voorschriften aan te passen aan de recentste wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. De Nederlandse tekst van het ADR 2025, dat sedert 1 juli 2025 van kracht is, verscheen in het Belgisch Staatsblad van 27 december 2024; de Franse versie verscheen in het Belgisch Staatsblad van 3 februari 2025. Brafco publiceerde de wijzigingen voor het transport van petroleumproducten in haar vakblad. De wijzigingen hebben o.m. betrekking op de oranje borden voor het gelijktijdig vervoer van UN 3475 (mengsel van ethanol en benzine met meer dan 10 procent ethanol) met andere petroleumproducten, de constructie van FL­voertuigen die ontvlambare vloeistoffen van verpakkingsgroepen I of II vervoeren (waaronder benzinetankwagens) die na 31 december 2026 voor het eerst worden ingeschreven, de boorddocumenten in de cabine, de vullingsgraad voor warm vervoerde stoffen, de introductie van natrium­ionbatterijen en de mogelijkheid het tankdossier voortaan digitaal te bewaren.

MOBILITEITSBELEID

Om te vermijden dat ondernemingen die lokaal distributievervoer verrichten (zoals brandstoffenhandelaars), grote omwegen moeten volgen om zich naar de volgende bestemming te begeven, vindt Brafco het aangewezen om, waar mogelijk, de verbodsborden C21 en C23 te vervangen door het verbodsbord C25. Ook moet worden vermeden dat tonnagebeperkingen worden ingevoerd op plaatsen waar dit niet noodzakelijk is en die de vrachtwagenchauffeurs verplichten een grote omweg te maken, vermits dit andere negatieve effecten met zich brengt. Om huishoudens en handelszaken in lage­emissiezones (LEZ) in de toekomst verder te kunnen bevoorraden, zouden (vracht)wagens met een verbrandingsmotor die voldoen aan de Euro6dnorm, ook na 2030 in de LEZ moeten worden toegelaten.

De Federatie pleit er ook voor om de snelheidslimiet voor voertuigen met een MTM van meer dan 7,5 ton buiten de bebouwde te verhogen van 60 naar 70 km/uur. Op die manier worden andere weggebruikers die zich op deze wegen mogen voortbewegen tegen een snelheid van 70 km/uur, niet in de verleiding gebracht in te halen, wat de veiligheid ten goede komt. Ingevolge artikel 48bis1 van de wegcode moeten voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren in de zin van het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (A.D.R.), behalve in geval van noodzaak, de autosnelwegen volgen. Dit leidt er in de praktijk toe dat brandstoffenhandelaars in bepaalde gevallen grote omwegen moeten maken. Een vrijstelling van deze verplichting voor voertuigen die ‘in mindere mate gevaarlijke goederen’ (van verpakkingsgroep III) vervoeren, zoals huisbrandolie en diesel, zou dit kunnen vermijden.

De onafhankelijke energie- en mobiliteitsleveranciers in Europa bij de Algemene Vergadering van UPEI, die in november 2025 in Mechelen werd georganiseerd.

UPEI

Brafco is een actief lid van UPEI, de Europese vereniging van zelfstandige energie­ en mobiliteitsleveranciers. Die organisatie vertegenwoordigt bij de Europese Unie (EU) zowel de invoerders als de groot­ en kleinhandelaars in motor­ en verwarmingsbrandstoffen en hun duurzame alternatieven. UPEI is via haar leden, nationale verenigingen en/of bedrijven, die samen de belangen van de sector op nationaal en Europees niveau verdedigen en promoten, aanwezig in twintig lidstaten van de Europese Unie.

In 2025 hervormde UPEI haar interne werking om de leden meer te betrekken bij de voorbereiding van de standpunten. Het beheersorgaan, dat wordt voorgezeten door de afgevaardigde van Brafco, Johan Deleu, blijft de strategische koers uitzetten, maar de vaste commissies werden vervangen door ‘workshops’ en webinars die ad hoc worden georganiseerd rond actuele Europese thema’s. De webinars zijn informatieve bijeenkomsten die worden geleid door een interne of externe expert van UPEI, met als doel om een wetgevend of technisch onderwerp nader toe te lichten en een stand van zaken op te maken. De workshops dan weer zijn interactieve bijeenkomsten over regelgeving die nog in voorbereiding is, met als doel zoveel mogelijk standpunten van de leden te verzamelen en op basis daarvan een standpunt te bepalen. Op basis van dit model organiseerde UPEI in 2025 drie workshops over het plan van de Europese Unie inzake betaalbaar wonen (en dan in het bijzonder over het energieaspect), over de volgende herziening van de “Klimaatwet” (met de bedoeling om de CO2­reductiedoelstelling van 90% tegen 2040 daarin op te nemen) en over de komende herziening van de verordening betreffende de CO2­uitstootnormen van lichte voertuigen. De drie workshops hebben geleid tot het opstellen van standpunten die werden gepubliceerd en verspreid onder de EU­besluitvormers die verantwoordelijk zijn voor deze dossiers. Alle leden van de bij UPEI aangesloten verenigingen kunnen deelnemen aan de workshops en webinars.

2025 – het eerste volledige jaar van de tweede ambtstermijn van de CommissieVon der Leyen – werd gekenmerkt door de goedkeuring van de herziene ‘Klimaatwet’, die de basis vormt voor de toekomstige herziening van het volledige wetgevingspakket ‘Fit for 55’, maar ook door het besef dat de concurrentiekracht van de Europese economie afneemt en dat de wetgeving moet worden aangepast aan de concurrentie, met name door die te vereenvoudigen.

Naast het concurrentievermogen en het behoud van het traject naar klimaatneutraliteit tegen 2050 is er nog een belangrijke kwestie naar voor gekomen die ook rechtstreeks invloed heeft op het energiebeleid: de bevoorradingszekerheid en het aspect van militaire mobiliteit. Ook dit dossier stond in 2025 bij UPEI op de agenda. Het seminarie in het Europees Parlement, dat werd gevolgd door vergaderingen met de redacteurs van het rapport over de energiebevoorradingszekerheid in Europa, positioneerde onze sector als gesprekspartner van de instellingen in een dossier waarvan het belang alleen nog maar zal toenemen.

Tot slot werd ter gelegenheid van de Algemene Vergadering van UPEI, die van 19 tot 21 november 2025 in Mechelen plaatsvond op uitnodiging van en in samenwerking met Brafco, in een prachtig historisch kader gedebatteerd met Philippe Lamberts, klimaatadviseur van de voorzitter van de Europese Commissie, over de uitdagingen voor het Europese energie­ en klimaatbeleid en in het bijzonder over de wettelijke belemmeringen voor technologieneutraliteit.

EUROFUEL

Brafco is eveneens lid van Eurofuel, de Europese vereniging voor vloeibare verwarmingsbrandstoffen, die meer dan 10.000 bedrijven uit Europa en de Verenigde Staten vertegenwoordigt die actief zijn op het gebied van vloeibare brandstoffen. Eurofuel behartigt de belangen van de sector bij Europese instellingen en pleit voor een sectorvisie waarin koolstofarme en hernieuwbare vloeibare brandstoffen de CO2­uitstoot aanzienlijk zullen terugdringen.

Naar aanleiding van de publicatie van het meerjarenprogramma van de nieuwe Europese Commissie in februari 2025 riep Eurofuel de Europese Commissie op tot een actieplan om het concurrentievermogen en de levensvatbaarheid van de sector op lange termijn te waarborgen door:

1. Een stabiel beleidskader vast te stellen om langetermijninvesteringen in de productie en distributie van hernieuwbare vloeibare brandstoffen te stimuleren.

2. Een technologieneutrale aanpak te implementeren die hernieuwbare vloeibare brandstoffen erkent als een belangrijke oplossing voor het verminderen van emissies bij de verwarming van gebouwen.

3. Een emissiebeoordeling over de volledige levenscyclus in te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met productie gerelateerde emissies en de koolstofvoordelen van circulaire grondstoffen.

4. Innovatie te ondersteunen door af te stappen van een verbod op specifieke brandstoffen of technologieën.

5. Aandacht te besteden aan de sociale impact van de energietransitie door keuzevrijheid aan consumenten toe te staan, innovatie te bevorderen en concurrentie te stimuleren om verwarmingsoplossingen betaalbaar te maken voor huishoudens met een bescheiden inkomen en in landelijke gebieden.

6. De efficiëntienormen voor gebouwen op een maatschappelijk verantwoorde manier aan te scherpen, waarbij de uitdagingen van energiearmoede alsook de beperkte beschikbaarheid van alternatieven voor koolstofarme verwarmingsbrandstoffen in afgelegen gebieden worden erkend.

Eurofuel nam verder met haar deelname in conferenties en position papers standpunten in bij het Europese Green Deal­beleid: de richtlijn betreffende

Sening Multitask

Eén platform voor alle tankwagen toepassingen

Multiseal - Elektronische Tankwagen verzegeling

NoMix - Voorkomt foutieve lossingen en/of belading

Multilevel - Accuraat niveaumeetsysteem

Multiow - Elektronisch telwerk

Verbeterde Communicatie

Service van op afstand

Installatie & aanpassing tankwagen apparatuur

Kalibratie meetsystemen

ADR & SLP controles

Verkoop MID gekeurde meet- & controlesystemen

Verkoop tankwagen onderdelen

24/7 service & onderhoud

de energieprestatie van gebouwen (EPBD), de richtlijn inzake energieefficiëntie (EED), de Verordening inzake ecologisch ontwerp en energieetiketteringen van verwarmingstoestellen (Ecodesign en energy labelling), de Clean Industrial Deal, het Plan voor betaalbare energie, het Plan voor betaalbare huisvesting en de Europese Strategie voor verwarming en koeling.

Tenslotte organiseerde Eurofuel in 2025 een webinar over FAME als koolstofarme verwarmings­brandstof gevolgd in 2026 door een tweede webinar over HVO als hernieuwbaar alternatief voor gasolie verwarming.

JOINT HEATING COMMISSION

Sinds zeven jaar coördineren de Europese koepelorganisaties FuelsEurope, Eurofuel, UPEI en ECFD hun initiatieven inzake het beleidsdomein ‘verwarming’ via de ‘Joint Heating Commission’. In 2025 voerde de Commissie haar werkzaamheden ter ondersteuning van hernieuwbare vloeibare brandstoffen, zoals HVO, FAME en Power­to­Liquid­brandstoffen (PtL), verder op om Europese huishoudens te helpen hun uitstoot te verlagen. De gesprekken gingen ook over het Europees plan voor betaalbare energie, de Europese strategie voor verwarming en koeling, en over gunstige fiscale regelingen voor hernieuwbare brandstoffen. De deelnemers aan de Joint Heating Commission kwamen bijvoorbeeld overeen om een document op te stellen waarin de rol van groene moleculen naast elektrificatie in de verf wordt gezet.

Your liquids, our Metering & Control

DCM EMBA Metering & Control nv

Sinds 1930 de expert voor de optimalisatie van uw vloeistofverlading

Benelux organisatie die meedenkt en meegroeit met de klant

Erkende keurder voor de controle van meetinstallaties

contact@dcmemba.eu | www.dcmemba.eu

PENSIOENPLAN

De brandstoffendistributiesector, vertegenwoordigd in het Paritair Comité 127 (PC 127), was één van de eerste sectoren die in 2003 een sectoraal pensioenplan invoerde. Intussen raken sectorale pensioenplannen algemeen ingeburgerd. Sinds 1 januari 2010 wordt in het PC 127 zowel de werkgeversals de werknemersbijdrage voor dit aanvullend pensioen, hetzij 3% van het brutoloon, gedragen door de werkgever.

Hieronder vindt u een korte berekeningssimulatie voor 4 arbeiders die in 2003 respectievelijk 0, 5, 10 en 15 jaar anciënniteit hebben als tankwagenchauffeur. Naar de toekomst toe wordt geen rekening gehouden met indexeringen of verhogingen en wordt een rendement van 1,75% per jaar verondersteld.

ENERGY DRIVERS

Om jongeren in het secundair onderwijs te stimuleren om deel te nemen aan sectorale toekomst­ en knelpuntgerichte opleidingen, ontwikkelde de sector ‘Energy Drivers’. Met deze activiteit gaan bedrijven in de sector naar scholen in hun buurt om jongeren uit de derde graad technisch­ en beroepsonderwijs te laten kennismaken met het beroep van chauffeur in de brandstoffenhandel. De sector zal dit project in 2026 verder promoten bij bedrijven en scholen.

YOUTH ENERGY PROJECT

Via het Youth Energy Project (YEP) kunnen jongeren (18­25 jaar en werkzoekend) volledig gratis worden opgeleid tot chauffeur C/CE met vakbekwaamheid en ADR­attest bij een bedrijf in de sector. Hiermee hoopt het Sociaal Fonds het aantal jongeren in de sector te verhogen, de instroom te bevorderen en de toenemende vergrijzing op te vangen. Binnen het project YEP III, dat liep van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025, werden vijf jongeren opgeleid bij een werkgever actief in de sector. Op 1 januari 2026 ging het YEP IV van start; dit project loopt tot en met 31 december 2027.

Opnames van een videogetuigenis over het ‘Youth Energy Project’ bij het bedrijf Deconinck Brandstoffen in Oudenaarde.

Waardeverhoging

van maaltijdcheques

in de sector (PC 127)

Alle werkgevers onder PC 127 zijn binnenkort verplicht om maaltijdcheques te geven. Vanaf 1 januari 2026, om precies te zijn.

Er zijn 2 mogelijkheden:

Je geeft al maaltijdcheques

In dit geval moet je ze met +€2 per cheque verhogen.

Je geeft nog geen maaltijdcheques

Vanaf 1 januari moet je maaltijdcheques toekennen. De minimumwaarde bedraagt €3,09 per gewerkte dag.

Meer informatie?

Daarvoor kun je terecht bij Brafco.

Nog geen klant bij Edenred?

Word lid van de Edenred-community! Advies en ondersteuning voor onze +55.000 kmo's en bedrijven

Erkenning en vergoeding voor de +2 miljoen werknemers die onze oplossingen gebruiken.

Eco 1 2

Met Edenred Maaltijd krijg je eenvoudigweg meer voor je geld. Meer voordelen, meer comfort, meer plezier.

Partnerschap vernieuwd… en VERSTERKT!

Voor 2026 heeft Brafco nog voordeligere tarieven onderhandeld met Edenred. Wat dat voor jou betekent?

-40% korting* met de kortingscode TR2601BRAFCO65 Edenred Maaltijd

Meer informatie op edenred.be of via federations-BE@edenred.com.

-40% korting* met de kortingscode EC2601BRAFCO34

* Deze korting is van toepassing op de basisprestatievergoeding en niet cumuleerbaar.

OVERZICHT ACTIES SECTORCONVENANT 2025

Het Sociaal Fonds voor de Handel in Brandstoffen vervult een actieve rol bij de uitvoering van het sectorconvenant. In 2025 werden diverse initiatieven gerealiseerd die de instroom van nieuwe talenten ondersteunen en bijdragen aan duurzame loopbanen binnen de sector. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste verwezenlijkingen in 2025.

1. Instroom

In 2025 werd door het Sociaal Fonds sterk ingezet op de promotie van de sector en het aantrekken van nieuw talent via diverse jobbeurzen, infosessies en kennismakingsdagen, waarbij jongeren en werkzoekenden werden geïnformeerd over mogelijkheden binnen de brandstoffensector.

Op 27 september 2025 organiseerde de sector een activiteit over het beroep ‘chauffeur in de brandstoffenhandel’ voor kwetsbare jongeren (10­14 jaar) die een traject volgen bij TAJO in Gent. Daarnaast organiseerde het Fonds, in samenwerking met vijf andere sectoren actief in transport en logistiek, de beroepenrally ‘On The Move 8’ op 4 en 6 november 2025. Ongeveer 200 leerlingen maakten hierbij kennis met transport­ en logistieke beroepen bij Group GTS in Geel. In samenwerking met Het Beroepenhuis werd ook het bijhorende lespakket vernieuwd, zodat scholen met actueel materiaal aan de slag kunnen.

Tot slot werden ook toeleiders en trajectbegeleiders uitgebreid geïnformeerd over de instroommogelijkheden in de sector. Op 28 januari 2025 organiseerde het Fonds samen met de cluster ‘transport en logistiek’ de info­ en doedag #StappenNaarWerk in Zwijnaarde, gevolgd door online infosessies op 24 april 2025 en 19 november 2025. Op 30 juni 2025 werd vanuit de cluster ‘transport en logistiek’ ook nog een infosessie voor de begeleiders van Atlas in Antwerpen georganiseerd.

In 2026 zal de sector blijven inzetten op het verspreiden van relevante informatie, met als doel meer werkzoekenden op te leiden tot gekwalificeerde chauffeurs en hen vervolgens te laten instromen in de sector.

2. Levenslang leren en competentiebeleid

Om het gebruik van de mobiele opleidingsunit beter op te volgen, werd vanaf 2025 een afzonderlijke opleidingscode aan de opleiding gekoppeld. Daarnaast werd de online webcursus ‘Handel in Brandstoffen’ in samenwerking met VDAB volledig geactualiseerd met ondersteunende praktijkvideo’s, waarna de vernieuwde cursus in 2025 werd opgeleverd.

In 2025 organiseerde het Sociaal Fonds samen met de Taxi­ en Verhuissector opnieuw de gratis opleiding Coach op de werkvloer. Dankzij gerichte

Interactieve info- en doedag #StappenNaarWerk voor toeleiders en trajectbegeleiders in samenwerking met de cluster ‘transport en logistiek’.

De activiteit van het Sociaal Fonds bij TAJO in Gent. TAJO vzw organiseert zaterdagateliers voor kwetsbare jongeren van 10-14 jaar waarin ze verschillende beroepen en competenties leren kennen.
De beroepenrally ‘On The Move 8’ bij het transportbedrijf Group GTS in Geel.

communicatietechnieken en praktijkgerichte voorbeelden kregen werknemers gerichte handvaten om nieuwkomers op de werkvloer te begeleiden en op te leiden.

Samen met de cluster Transport en Logistiek organiseerde het Sociaal Fonds in 2025 een lerend netwerk rond alcohol­ en druggebruik op de werkvloer. Tijdens deze hybride infosessie werd ingezet op kennisdeling en het uitwisselen van ervaringen rond preventie en aanpak binnen ondernemingen. In totaal namen 69 werkgevers deel aan de sessie.

3. Werkbaar werk

Begin 2025 lanceerde de sector samen met de SERV en een twintigtal andere sectorfondsen de podcastreeks ‘Werkbaar wint!’, met inzichten en praktische tips rond werk­privébalans, werkdruk, mentaal welzijn en krapte op de arbeidsmarkt. In het voorjaar van 2025 werden vier gratis online inspiratiesessies georganiseerd waarin deze thema’s verder werden uitgediept.

Eind 2025 voerde het Sociaal Fonds samen met 5 andere sectoren een bevraging uit bij werkgevers rond ziekteverzuim. Op basis van de resultaten van deze bevraging werden gerichte acties geformuleerd voor het nieuwe sectorconvenant, dat loopt van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2028.

4. Diversiteit en inclusie

In het kader van diversiteit en inclusie zette het Sociaal Fonds, samen met de SERV en een twintigtal sectorfondsen, in het voorjaar van 2025 een webinarreeks op rond racismebestrijding, psychologische veiligheid en employer branding. In het najaar werd dit traject verder verdiept via drie bijkomende opleidingen die op dezelfde thema’s verder bouwden.

Samen met de cluster transport en logistiek organiseerde het Sociaal Fonds op 30 juni 2025 een lerend netwerk over inclusieve werkvloeren. Aan deze hybride infosessie namen 30 werkgevers deel.

SECTORAAL AKKOORD 2025-2026 IN HET PC 127

Op 27 oktober 2025 bereikten de sociale partners in het Paritair Comité voor de Handel in Brandstoffen (PC 127) een sectoraal akkoord voor de periode 2025­2026. Het akkoord bevat verschillende maatregelen rond koopkracht en werkbaarheid. De formele ondertekening van de cao’s volgde op 27 november 2025.

Een belangrijk onderdeel van het akkoord betreft de invoering van maaltijdcheques op sectorniveau vanaf 1 januari 2026. Werknemers ontvangen vanaf dan maaltijdcheques met een nominale waarde van 3,09 euro per gewerkte dag, waarvan 2 euro ten laste van de werkgever en 1,09 euro ten laste van de werknemer. Ondernemingen die reeds maaltijdcheques of maaltijdvergoedingen toekennen, passen vanaf dezelfde datum een nettoverhoging van 2 euro toe.

Daarnaast hebben de sociale partners een ontwerp van sectorale kader­cao goedgekeurd om, zodra er op federaal vlak een juridische basis is, flexi­jobs onder bepaalde voorwaarden in de sector toe te

laten. Hiermee willen zij ondernemingen bijkomende flexibiliteit bieden in een steeds krapper wordende arbeidsmarkt.

Ook op het vlak van tijdelijke werkloosheid werd een aanpassing overeengekomen. Vanaf 1 januari 2026 stijgt de aanvullende vergoeding bij economische werkloosheid met 0,5 euro per dag.

Verder zal de regeling rond de premie bij pensionering worden hervormd. De aangepaste regeling moet werknemers stimuleren om langer actief te blijven in de sector, met bijzondere aandacht voor medewerkers ouder dan 62 jaar met minstens vijf jaar sectoranciënniteit.

Tot slot zijn verschillende bestaande cao’s verlengd, waaronder de afspraken rond tijdskrediet en landingsbanen, telkens binnen de wettelijke mogelijkheden. Ook andere cao’s van bepaalde duur werden verlengd, zodat de continuïteit van belangrijke sectorale afspraken verzekerd blijft.

Opnames van ondersteunende video’s voor de VDAB-webcursus ‘Handel in Brandstoffen’ bij de bedrijven Fournier - Cavos in Menen en Gabriëls Transport in Aalst.

ADR-CURSUS ‘VLOEIBARE BRANDSTOFFEN’

Sedert 1993 organiseert de Federatie voor zaakvoerders en hun personeel ADR­opleidingen (zowel initiële als vervolmakingscursussen). Haar erkenning als ADR­opleidingsinstelling werd eind 2013 door de FOD Mobiliteit en Vervoer met succes verlengd en deze erkenning werd door de gewesten bevestigd. Zij zijn door de Zesde Staatshervorming sedert 1 januari 2015 bevoegd voor o.m. de opleiding en examens van ADR­chauffeurs. Brafco heeft de ambitie om die opleidingen op korte termijn ook in het Waals Gewest zelf te organiseren, zoals het dat als erkend opleidingsinstituut al drie decennia doet in het Vlaams en Brussels Gewest.

Aangezien op vraag van de Federatie een specifiek opleidingsgetuigschrift ‘vloeibare brandstoffen’ (categorie IV) in het leven werd geroepen, was Brafco de eerste organisatie die reeds in het najaar van 2008 een dergelijke opleiding organiseerde. De ADR­cursus ‘vloeibare brandstoffen’ kan worden gevolgd als initiële ADR­opleiding of als vervolmakingscursus (voor wie al over een geldig getuigschrift beschikt). Dat getuigschrift is interessant op meerdere vlakken. De initiële opleiding is beperkt tot 2,5 dagen (i.p.v. 5) en uitsluitend gericht op die producten waar de meeste chauffeurs in de sector dagelijks mee omgaan: gasolie, dieselolie, benzine en kerosine (lamppetroleum).

ADR-BIJSCHOLINGSCURSUS

Brafco organiseerde in 2025 opnieuw de gewone ADR­bijscholingscursussen voor haar leden om hen de kans te geven tijdig een verlenging van de geldigheidsduur van hun getuigschrift te bekomen. Een bijscholingscursus kan worden gevolgd in de 12 maanden voor de vervaldatum van het getuigschrift (het getuigschrift wordt dan verlengd vanaf de vervaldatum). Indien de bijscholingscursus eerder wordt gevolgd, gaat de geldigheidsperiode van het nieuwe getuigschrift in op de datum waarop het examen met succes wordt afgelegd. Alle chauffeurs van wie de Federatie vooraf in kennis werd gesteld van de categorie en de vervaldatum van hun ADR­getuigschrift, ontvangen automatisch een uitnodiging om deel te nemen aan een bijscholingscursus enkele maanden voor de vervaldatum van hun getuigschrift.

ADR-VEILIGHEIDSADVISEUR

Elke onderneming die gevaarlijke goederen over de weg vervoert en/of laad­, los­ of vulwerkzaamheden verricht, met inbegrip van de overslag van de weg, het spoor of de binnenwateren naar een andere vervoerswijze, moet beschikken over een ADR­veiligheidsadviseur. De functie van veiligheidsadviseur mag worden uitgeoefend door de bedrijfsleider, een persoon die binnen de onderneming andere taken vervult of een persoon die niet tot de onderneming behoort. Ondernemingen die niet over een ADR­veiligheidsadviseur beschikken, kunnen terecht bij Brafco die deze individuele dienstverlening aanbiedt.

NASCHOLINGEN VAKBEKWAAMHEID CHAUFFEURS

In het kader van de vakbekwaamheid – code 95 – moeten chauffeurs met een rijbewijs C of CE om de 5 jaar 5 erkende opleidingen van ten minste 7 uur (samen 35 kredieturen) hebben gevolgd om hun rijbewijs te verlengen.

Ondernemingen in de sector (en ook andere) kunnen bij de Federatie terecht voor opleidingen in het kader van de vakbekwaamheid en permanente vorming van de chauffeurs. Brafco werkt hiervoor samen met enkele gespecialiseerde opleidingscentra.

QFOR-LABEL EN OPLEIDINGSCHEQUES

Het Qfor­kwaliteitscertificaat waarover Brafco beschikt, heeft tot doel de kwaliteit en het professionalisme van de opleidingsinstellingen vast te leggen en te verzekeren. Dankzij dit Qfor­label kunnen ondernemingen in het Vlaamse Gewest via de ‘kmo­portefeuille’ genieten van een tussenkomst in de kosten van opleidingen die Brafco organiseert. Waalse bedrijven die een beroep doen op de diensten van Brafco krijgen toegang tot opleidingscheques van het Waals gewest. Het Qfor­kwaliteitscertificaat is drie jaar geldig. In 2025 werd, na een audit, het Qfor­kwaliteitslabel van Brafco verlengd.

EMPCO-RICHTLIJN

Vanaf 27 september 2026 moeten B2C­bedrijven hun duurzaamheidscommunicatie aanpassen om te voldoen aan de Europese richtlijn Empowering Consumers for the Green Transition (EmpCo ­ EU 2024/825). Met de Empcorichtlijn wil Europa consumenten tegen misleidende productclaims en greenwashing beschermen. Termen zoals ‘milieuvriendelijk’, ‘groen’, ‘ecologisch’, ‘klimaatvriendelijk’, ‘koolstofarm’, ‘energie­efficiënt’ zullen alleen nog worden toegestaan als ze aantoonbaar worden ondersteund door erkende labels, zoals het EU Ecolabel, of normen, zoals ISO 14024. Bedrijven moeten die onderbouwing in hetzelfde communicatiemedium vermelden. Inbreuken op de richtlijn worden gesanctioneerd met een geldboete die kan oplopen tot 4 procent van de jaaromzet.

NOTERINGEN

Brafco biedt haar leden de mogelijkheid om vier keer per dag, per fax of per e­mail, informatie te ontvangen over de evolutie van de petroleumprijzen op de internationale markten. De leden worden eveneens een dag vooraf op de hoogte gebracht van elke wijziging van de officiële maximumprijzen van de petroleumproducten. Leden die dat wensen kunnen ook tweemaal per dag per sms geïnformeerd worden over de koers van de dollar ten opzichte van de euro en over de evolutie van de noteringen van gasolie en diesel.

BLIJVEN INFORMEREN

De Federatie stelt haar leden diepgaande artikels ter beschikking en een onophoudelijke informatiestroom via de website www.brafco.be en het tweemaandelijkse magazine Brandstoffen Brandstoffen is in de eerste plaats bestemd voor de leden van de Federatie, maar ook een belangrijk informatiemiddel voor de decision makers binnen overheidsadministraties en ministeriële kabinetten. In 2025 publiceerde het magazine Brandstoffen artikels over tal van onderwerpen die te maken hebben met bedrijfsvoering, waaronder de verplichting tot het gebruik van gestructureerde elektronische facturen vanaf 1 januari 2026 en de gevolgen van richtlijn NIS 2.

De website van Brafco biedt heel wat functies: statistieken over de prijsevolutie van de verschillende petroleumproducten; de mogelijkheid voor leden om hun gegevens aan te passen in ‘mijn profiel’; artikels voor leden/niet­leden duidelijk zichtbaar; te downloaden formulieren gerangschikt volgens thema in ‘documenten’; de mogelijkheid om zich online in te schrijven voor een evenement of opleiding … Het ledenportaal op de website wordt zeer regelmatig bijgewerkt met interessante info voor brandstoffenhandelaars en pomphouders.

Door de krachten te bundelen kunnen Brafco/in4fuels hun leden nu nog beter begeleiden op het vlak van communicatie, klantenrelaties en toekomstige ontwikkelingen. Vooral de rechtstreekse communicatie naar de klanten toe vormt illustreert de integratie van in4fuels in de Federatie. Zie p. 14­15 in dit jaarverslag.

MEDIA

De kaderleden van de Federatie treden ook op als woordvoerders in de media. Ze verschenen in 2025 erg vaak in de media, met name over de tussenkomsten van Promaz, de impact van de Amerikaanse invoerrechten op de prijs van een vat olie, de btw­verhoging op steenkool en op verwarmingstoestellen gevoed met fossiele brandstoffen. Sinds 28 februari 2026 worden ze in de media gevraagd over de gevolgen van het conflict in het Midden­Oosten op de olieprijzen.

PERSBERICHT

Op 17 december 2025 juichte de Federatie in een persbericht de beslissing toe van de Europese Commissie om de regels rond het einde van auto’s met verbrandingsmotor vanaf 2035 te versoepelen. Volgens de Federatie speelt deze koers een technologisch neutrale benadering in de kaart, waarbij ruimte wordt gelaten voor hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen, zoals biobrandstoffen en e­fuels. In datzelfde persbericht benadrukte ze ook het potentieel van HVO 100, een brandstof die de CO2­uitstoot van dieselwagens sterk kan verminderen zonder technische aanpassing aan de voertuigen. Dat was tevens een gelegenheid voor de Federatie om te pleiten voor een gunstiger fiscaal beleid om het gebruik van deze duurzame alternatieven aan te moedigen en de Europese energie­innovatie te ondersteunen.

Br ndsto en

Informatie voor zowel handelaars als decision makers binnen overheidsadministraties en ministeriële kabinetten.

De actualiteit richt regelmatig – en in het bijzonder sinds het begin van het conflict in het Midden-Oosten – haar schijnwerpers op onze sector en de woordvoerders van de Federatie.

Het ledenportaal van de website wordt heel regelmatig bijgewerkt.

Contacteer ons voor meer info:

▶ Verkoop nieuwe & tweedehandse ADR voertuigen

▶ Aankoop en overname van uw ADR tankwagen voor internationale export

▶ 25 jaar ervaring in aankoopadvies en technische ondersteuning

Bezoek onze showparking

Kanaalstraat 8, 3560 Lummen

Jean-François Riche

+32 (0)475 61 83 22

jfr@tvw-fueltrucks.com www.tvw-fueltrucks.com

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BRAFCO_0626_book_NL_ISSUU by vincentorts - Issuu