Skip to main content

Jaarverslag 2021 - Juni 2022

Page 1

JAARVERSLAG

2021

B E LG I S C H E F E D E R AT I E D E R BRANDSTOFFENHANDELAARS

JUNI 2022 Afgiftekantoor Aalst Mail. P002604, V.U. Johan Mattart, BRAFCO, Léon Lepagestraat 4 B-1000 Brussel


TOT UW DIENST

Antwerpen Roeselare

Gent

Zolder Brussel

Doornik Feluy

Luik

www.gilopsgroup.com Gilops group Rue du Dossay, 2 | B-4020 Liège (Wandre) | Tél. : 04 345 96 16 | Fax : 04 345 96 19 | info@gilopsgroup.com


99% van uw klanten heeft geen probleem van bodemverontreiniging door een mazoutlek.

1% heeft ook geen probleem. Want Promaz helpt!

Goed nieuws voor het milieu én voor uw klanten. Als ze vermoeden dat ze een lek hebben in hun mazouttank, kunnen ze vanaf nu beroep doen op Promaz, het fonds dat hen helpt en financieel tussenkomt bij de bodemsanering. Wat een opluchting! We rekenen ook op u om uw klanten dit goede nieuws te brengen: ga naar promaz.be/toolkit, om gratis affiches en folders te bestellen in de hoeveelheden die u nodig heeft. Samen kunnen we bijdragen aan de sanering van de bodem.

De tussenkomst van Promaz gebeurt onder de bepalingen van het Samenwerkingsakkoord, zoals dat van kracht is a) op de datum van de aanvraag, b) op basis van de prioriteitenlijst van Promaz en c) in functie en tot het beloop van de beschikbare financiële middelen van Promaz (art 16 van het Samenwerkingsakkoord).

Wat een opluchting


INHOUD

5

BOODSCHAP VAN DE VOORZITTER

6

ACTIVITEITENVERSLAG

8

BESTUUR VAN DE FEDERATIE

9

ORGANIGRAM VAN DE FEDERATIE

10 COMMISSIES VAN DE FEDERATIE 12 GASOLIE-VERWARMING 14 MOTORBRANDSTOFFEN 16 BUTAAN-PROPAAN 18 BRAFCO 75 JAAR 20 OLIE EN SMEERMIDDELEN 22 VASTE BRANDSTOFFEN 24 ACCIJNZEN

COLOFON VU Johan Mattart, Algemeen Directeur van de Belgische Federatie der brandstoffenhandelaars v.z.w Léon Lepagestraat 4, 1000 Brussel info@brafco.be www.brafco.be

26 VEILIGHEIDSVOORRADEN AARDOLIE 28 MILIEU 30 BUNKERING BRAFCO

LAYOUT Bold & pepper n.v. ‘t Hofveld 6C4 1702 Groot-Bijgaarden 02 325 64 64 www.boldandpepper.be

32 TRANSPORT 34 EUROPA 36 SOCIALE ZAKEN 38 DIENSTEN

FOTO’S Coverfoto : AdobeStock_Studio-FI, AdobeStock, Brafco, Daniel Dumont, Maxime de Greef Bedankt aan alle leden van de Federatie om onze fotograaf te ontvangen om zo dit jaarverslag te illustreren. PUBLICITEITSREGIE Bold & pepper nv rik@boldandpepper.be 0477 30 21 32 De redactie is niet verantwoordelijk voor publireportages.

4

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

39 PUBLICATIES & COMMUNICATIE


BOODSCHAP VAN DE VOORZITTER

De exploderende energieprijzen versterken de noodzaak de energietransitie te integreren in de strategie van onze bedrijven

N

a de daling van de energieprijzen tijdens de eerste lockdown in maart 2020 zijn de prijzen gedu­ rende het ganse jaar 2021 fors blijven stijgen. De inflatie, aange­ wakkerd door de hoge energie­ prijzen, en reeds het gevolg van de economische heropleving en van een combinatie van factoren die een uitwerking hadden op de groothandelsprijzen voor energie­ producten, steeg in 2021 naar 3,2%, het hoogste gemiddelde peil sinds 10 jaar. De prijsstijging voor energieproducten bedroeg gemiddeld +22,4% per jaar, en in het laatste kwartaal zelfs maar liefst +47,7%. Eind 2021 voorspelden analisten voor 2022 aanhoudend hoge prij­ zen, en dat was nog zonder de Russische invasie in Oekraïne gerekend, die op 24 februari 2022 begon en de wereldwijde prijzen voor petroleum, gas en elektriciteit naar ongeziene hoogtes stuwde. Los van het conflict in Oekraïne wijst eind mei 2022 niets erop dat er aan deze situatie op korte termijn iets zal veranderen; alle trends blijven in stij­ gende lijn gaan, te beginnen bij de prijzen voor de energieproducten – álle energieproducten. Als het conflict op een gegeven moment ten einde loopt, wanneer dan ook zal zijn, dan zal dat weliswaar leiden tot een tijdelijke daling van de energieprijzen, maar dat zal de Europese landen er niet van weerhouden om hun energie-onafhankelijkheid te willen blijven versterken en de energietransitie verder te zetten via steeds meer hernieuwbare ener­ gieën en een beheerst en gematigd energieverbruik. Een veilige energiebevoorrading en de Europese doelstellingen op het vlak van koolstofneutraliteit tegen 2050 staan dus in een nieuw daglicht. Nog maar net was Rusland Oekraïne binnengevallen of het Internationaal Energieagentschap kondigde al aan dat investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen niet alleen de koolstofuitstoot kunnen

verlagen maar ook de energiefactuur van gezinnen en ­bedrijven verlichten, én tegelijk bijdragen aan de energie­ veiligheid. En dat is de weg die we moeten inslaan. De energietransitie is dus actueler dan ooit en veranderin­ gen zullen zich wellicht aan een steeds hoger tempo opdrin­ gen. Onlangs nog kondigde de Europese Commissie bijvoorbeeld aan dat de verkoop van nieuwe auto’s met verbrandingsmotor vanaf 2035 verboden zal zijn. De tekst werd goedgekeurd door de Milieucommissie van het Europees Parlement, ondanks de oproep van bepaalde landen om die datum uit te stellen. Hoe de Federatie betrokken is bij de Europese, nationale en gewestelijke ener­ giedossiers die onze bedrijven aanbe­ langen, leest u in de rubrieken ‘Accijnzen’, ‘Milieu’ en ‘Europa’ van dit jaarverslag. Experts verwachten dat de prijzen van de energieproducten nog tot zeker eind 2023 hoog en onstabiel zullen blijven. In dat kader is het aan ons – invoerders, groothan­ delaars en brandstoffenhandelaars – om de energietransitie op te nemen in onze strategie op korte, middellange en lange termijn zodat we onze klanten op de best mogelijk manier daarin kunnen begeleiden. En dat gegeven staat ook centraal in het denkproces waaraan de Federatie is begonnen om de manier waarop ze de belangen van haar leden verdedigt en vertegenwoor­ digt, te herschrijven.

Etienne Rigo Voorzitter van de Federatie

* Inflatie gemeten op basis van de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP), bron FOD Economie

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

5


ACTIVITEITENVERSLAG

H

et jaar 2021 zal de annalen ingaan als tweede – en hopelijk laatste – coronajaar. Dankzij de massale vaccinatiecampagnes die in het voorjaar van 2021 van start gingen, hadden de derde en vierde coronagolf een geringere impact dan de eerste twee golven die in 2020 de samenleving teisterden. De gezondheidscrisis was echter amper bezworen of een nieuwe crisis – met een zo mogelijk nog grotere impact op de sector – diende zich aan ...

ENERGIECRISIS

Niettegenstaande de invasie van Rusland in Oekraïne in het voorjaar 2022 plaatsvond, is de impact op de sector dermate groot dat het enigs­ zins wereldvreemd zou zijn het hierover in dit activiteitenverslag – dat in principe betrekking heeft op het voorbije kalenderjaar – niet te hebben. Als gevolg van de ‘speciale militaire operatie’ van Rusland in Oekraïne zijn de energieprijzen wereldwijd geëxplodeerd en is de prijsvolatiliteit op de internationale energiemarkten nog steeds ongezien hoog. Al snel bleek dat de Programma-overeenkomst, die een halve eeuw geleden was ingevoerd om de bevoorrading van het land te verzekeren, in deze energiecrisis precies het omgekeerde effect heeft en de levering van brandstof aan de burger bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt. De traag­ heid waarmee de in België van kracht zijnde maximumprijzen aan de volatiele internationale marktprijzen worden aangepast, en het feit dat deze laatste – bij activering van de K-factor – niet integraal in rekening worden gebracht voor de berekening van de maximumprijzen, heeft tot gevolg dat de van toepassing zijnde maximumprijzen niet de reële markt­ prijzen weerspiegelen. Reeds meerdere malen was de aankoopprijs voor pomphouders en brandstoffenhandelaars hoger dan de maximumprijs die aan de gebruiker mocht worden aangerekend. Dergelijke situatie is een financiële catastrofe voor de ondernemingen in de sector. Vermits niet boven de maximumprijs mag worden verkocht, staan de onderne­ mingen in de sector voor een verscheurende keuze : ofwel de zaak tijde­ lijk sluiten ofwel de klant niet in de kou laten, en dus met verlies verkopen, wat ook verboden is. Via de media heeft de Federatie begin maart de bevolking er van in kennis gesteld dat pomphouders en brand­ stoffenhandelaars niet of nauwelijks de maximumprijzen kunnen respec­ teren daar hun aankoopprijzen hoger zijn. Eerder had de Federatie de ondertekenaars van de Programmaovereenkomst hier meerdere malen attent op ge­ maakt en aangedrongen op een onmiddellijke bijsturing, met name de afschaffing van de K-factor en een snellere aanpassing van de maximumprijzen aan de prijzen op de internationale markten. Het overleg dat hierop volgde heeft echter geen struc­ turele oplossing gebracht. Immers, eens de waarde van de K-factor terug onder de 1,2 was gedaald, was bij het kabinet van de bevoegde minister de “sense of ­urgency” verdwenen, en blijft deze K-factor als een Zwaard van Damocles boven de ­sector hangen.

6

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

Dit is onaanvaardbaar. Wenst de overheid vast te houden aan een ­systeem van maximumprijzen voor petroleumproducten, dan dient de Programma-overeenkomst zodanig te worden bijgestuurd dat brandstof­ fenhandelaars ten allen tijde kunnen terugvallen op een gewaarborgde distributiemarge. Meer succes had de Federatie met haar oproep naar de federale regering om, naast een tijdelijke verlaging van de BTW op aardgas en elektriciteit, ook oog te hebben voor de gestegen energiefactuur van gezinnen die zich met huisbrandolie of propaan in bulk verwarmen. Daar de Europese BTWrichtlijn geen dergelijke verlaging toelaat voor andere fossiele brandstof­ fen dan aardgas, besliste de regering om, naast een accijnsverlaging op benzine en diesel, een eenmalige forfaitaire premie van 200 euro toe te kennen per gezin voor leveringen uitgevoerd op hun domicilieadres in de periode van 15 november 2021 tot 15 november dit jaar. Dit zal, in tegen­ stelling tot hetgeen door de regering eerst werd aangekondigd, gebeuren onder de vorm van een cashback-regeling en niet als een korting op de factuur. De verwarring hierrond was dermate groot dat de Federatie via de media de burgers moest oproepen niet langer de brandstoffenhande­ laars hierover op te bellen. De modaliteiten zullen tegen de zomer bekend worden gemaakt. In dit kader heeft de Federatie er op aangedrongen dat de administratieve impact voor de verdelers tot een minimum zou worden beperkt. Eerder al had de regering beslist een verwarmingstoelage van 100 euro toe te kennen voor alle gezinnen, zonder onderscheid naarge­ lang de aangewende energie voor verwarming, en dit via een korting op de elektriciteitsfactuur. VERBOD STOOKOLIEKETELS

De niet-discriminerende behandeling van stookoliegebruikers door de federale regering staat in fel contrast met de prohibitieve houding van de Vlaamse en Brusselse gewestregeringen t.a.v. stookolieketels. Ondanks het herhaalde pleidooi van de Federatie voor een technologie­ neutraal klimaat- en energiebeleid, blijft deze oproep in dovemansoren klinken. Met een nieuwe wetenschappelijke studie van RDC Environment werd aangetoond dat aardgas niet milieuvriendelijker is dan huisbrand­ olie wanneer rekening gehouden wordt met de volledige levenscyclus van beide energieën. Dat de klimaatimpact van aardgas veel groter is dan gedacht, en in sommige gevallen bijna even groot is als die van steenkool, blijkt o.m. uit recent wetenschappelijk onderzoek door de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE). Vooral lekken bij de winning en het transport zijn de boosdoener. Deze methaanverliezen doen zich ook voor bij verscheidene Fluxys-installaties in België, wat door de Clean Air Task Force, een actiegroep die ijvert voor een koolstofvrije samenleving, recent werd aangetoond. Dergelijke onafhankelijke onderzoeken illustreren en bevestigen de geloofwaardigheid van de hoger vermelde RDC-studie. Ondanks alle door de sec­ tor­organisaties aan­ge­brachte argumenten werd op 20 ok­ tober 2021 het Decreet tot


ACTIVITEITENVERSLAG

wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat een verbod op de plaatsing of vervanging van een stookolieketel betreft, in het Vlaams parlement goedgekeurd. Hierdoor is het sinds 01.01.2022 in Vlaanderen verboden nog stookolieketels te plaatsen of te vervangen door andere stookolieketels, zelfs al kunnen deze zonder aanpassing werken op hernieuwbare vloeibare brandstoffen. Dit verbod geldt niet enkel bij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties, maar ook voor woningen en gebouwen die op het aanwezige aardgasnet kunnen wor­ den aangesloten. De Federatie is van mening dat dit verbod enkel de aardgassector ten goede komt, doch zeker niet het klimaat, wat – zoals reeds vermeld – ook wetenschappelijk is aangetoond. Om te vermijden dat de ca. 600.000 Vlaamse gezinnen die stookolie gebruiken op node­ loze kosten worden gejaagd, heeft de Federatie eind 2021 een verzoek tot vernietiging van het hoger vermelde decreet bij het Grondwettelijk Hof ingediend. Wij hopen tegen eind dit jaar een voor onze sector positief arrest te mogen lezen, zodat aan deze onverantwoorde ­ ­discriminatie een einde komt. PROMAZ

Het afgelopen jaar werd veel energie gestopt in de voorbereiding van het erkenningsdossier van de vzw Promaz, het bodemsaneringsfonds voor lekkende stookolietanks dat door de sector werd opgericht. De onzeker­ heid omtrent het uitblijven van de gevraagde structurele financiering en het stookolie-ontradend beleid van de Vlaamse regering hypothekeren evenwel de financiële haalbaarheid van het project. Vandaar dat Promaz, bij de indiening van het erkenningsdossier op 21 juni 2021, er op gewezen heeft dat, zolang de gevraagde structurele financiering met 10 euro/m3 (te verrekenen in de maximumprijs van gasolie 50 en 10 ppm) uitblijft, het Fonds jaarlijks ca. 30 miljoen euro aan inkomsten misloopt. In het erken­ ningsdossier heeft de sector dan ook duidelijk gesteld dat Promaz onmid­ dellijk na de aanmeldingsperiode een periodieke evaluatie zal uitvoeren om na te gaan of de beschikbare middelen toelaten de activiteiten onge­ wijzigd verder te zetten, dan wel of wijzigingen noodzakelijk zijn. Niettegenstaande de Interregionale Bodemsaneringscommissie zich niet bereid toonde om onmiddellijk in te gaan op de door Promaz gestelde voorwaarden m.b.t. de financiering, keurde ze de erkenningsaanvraag op 25 november 2021 goed. Het erkenningsbesluit werd op 28 februari 2022 in het Staatsblad gepubliceerd. Sinds 31 maart jl. is het Fonds operatio­ neel. Aanvragen voor een tussenkomst voor bodemverontreiniging veroor­ zaakt door een lekkende stookolietank bestemd voor de verwarming van gebouwen kunnen tot uiterlijk 28 februari 2025 bij Promaz worden inge­ diend. FQD EN RED II

De op 1 januari 2020 ingevoerde FQD-verplichting (genoemd naar de Europese Fuel Quality Directive) beoogt een reductie van de broeikas­ gasemissies met 6% per eenheid energie van de op de markt gebrachte transportbrandstoffen. Naast benzine en diesel valt ook het op de markt gebrachte volume gasolie diesel (extra) dat aangewend wordt voor mobi­ le toepassingen onder de verplichting. Daar echter deze brandstof ook voor niet-mobiele toepassingen (o.a. verwarming, stationaire motoren, ..) kan worden gebruikt, en hierop geen FQD-verplichting van toepassing is, werden op 1 januari 2020 drie officiële maximumprijzen ingevoerd voor gasolie diesel, pro rata het aandeel mobiele toepassingen waarvoor het

product wordt aangewend, m.n. in de landbouw (52%), voor industriële en commerciële toepassingen (31%) en voor verwarming (0%). Dit leidde in de praktijk tot heel wat praktische problemen , waarvoor de Federatie ook had gewaarschuwd. Na maandenlang overleg met de sec­ tor werd uiteindelijk beslist om vanaf 1 april 2021 de FQD-verplichting te spreiden over het ganse volume gasolie diesel. Hierbij werd het aandeel mobiele toepassingen geraamd op 15,3%. Door de spreiding over het ganse volume is de FQD-kost op gasolie diesel, ongeacht de toepassing, voortaan dezelfde, waardoor een einde kwam aan bepaalde concurrentie­ verstorende praktijken. Nadeel van de spreiding is echter dat gasolie diesel die voor verwarmingsdoeleinden wordt aangewend, opnieuw duurder is dan de gasolie 50 ppm, waardoor handelaars zich genoodzaakt zien beide kwaliteiten terug aan te bieden. Samen met Energia, de vroegere Belgische Petroleum Federatie, heeft de Commissie Invoerders/Erkend Entrepothouders heel wat aandacht be­ steed aan de omzetting van artikel 25 van de RED II -richtlijn (Renewable Energy Directive) dat de basis moet vormen van de nieuwe bijmengwet. Niettegenstaande de omzetting diende te gebeuren tegen 30 juni 2021, en het de bedoeling was om de nieuwe wet op 1 januari 2023 in werking te laten treden, is deze omzetting nog steeds niet gebeurd, waardoor de wet van 17 juli 2013 voorlopig van toepassing blijft. Teneinde de markt­ operatoren in staat te stellen om hun verplichtingen op een efficiënte en kosteneffectieve manier na te komen, dringt de sector aan op een realis­ tische en haalbare jaarlijkse doelstelling met voldoende flexibiliteit zodat alle actoren hun verplichtingen kunnen nakomen. De aangekondigde in­ voering van een energie-eenheden register wordt – niettegenstaande dit nog verder moet worden uitgewerkt – alvast positief onthaald. Wel be­ treurt de sector de intentie van België om een versnelde en bredere uitfa­ sering dan voorzien door RED II op te leggen voor biobrandstoffen geproduceerd uit palmolie of sojaolie met een laag risico van indirecte veranderingen in landgebruik, vermits deze door Europa nog steeds wor­ den toegelaten. Ook vraagt de sector dat de foodcrop cap – de limiet voor biobrandstoffen van de eerste generatie – tot 2030 op 7% blijft. 75 JAAR BRAFCO

Ook in tal van andere dossiers die de sector aanbelangen, liet de Federatie duidelijk haar stem horen, zowel op regionaal, federaal als op Europees vlak. Het vertegenwoordigen en verdedigen van de collectieve belangen van haar leden is voor de Federatie de afgelopen 75 jaar steeds haar raison d’être geweest en dit zal, gezien de regulitis en de toenemende complexi­ teit van de regelgeving in de beleidsdomeinen waarmee de sector wordt geconfronteerd, zo blijven. Naar aanleiding van dit jubileum vond op 25 september jl. een druk bijgewoonde academische zitting plaats, waar het nieuwe logo van de Federatie werd voorgesteld en de nieuwe website, die intussen 3 maand live is, werd aangekondigd. De grote opkomst voor het event illustreert de appreciatie van de leden voor hun sectorfederatie en is voor het ganse team medewerkers ook een extra motivatie om verder het beste van zichzelf te geven voor de sector. Wij zijn elk van hen, alsook de leden van de Raad van Bestuur en de afgevaardigden die in commissies van de Federatie actief zijn, dankbaar voor hun inzet en toewijding. Johan Mattart Algemeen Directeur

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

7


BESTUUR VAN DE FEDERATIE

(Situatie op 30.04.2022)

RAAD VAN BESTUUR

Voorzitter ① Etienne RIGO

Algemeen Directeur Johan MATTART

Ondervoorzitter ② Roel KEERSMAEKERS

Penningmeester Koen ROOSE

Bestuurders ③ Eric CANON ④ Johan DELEU ⑤ Yves FRANCOIS ⑥ Christian JACQUET ⑦ Dirk MAES ⑧ Robert PIERRARD ⑨ Koen ROOSE ⑩ Charlotte TAHON ⑪ Christian WARIN

Verificateurs voor de rekeningen Jan DAUW Fons LAMBAERTS

②

③

⑦

①

⑧

⑪

8

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

④

⑤

⑥

⑨

⑩


ORGANIGRAM VAN DE FEDERATIE

Algemene Vergadering Raad van Bestuur Voorzitter : Etienne Rigo

TAAKVERDELING BINNEN DE FEDERATIE

Administratie en secretariaat Ann De Knibber ann.deknibber@brafco.be

Administratie en secretariaat Naziha Boulben Fellah naziha.boulben@brafco.be

Verantwoordelijke dagelijks bestuur Algemeen Directeur: Johan Mattart johan.mattart@brafco.be

Publicaties en Communicatie Communicatieadviseur: Vincent Orts vincent.orts@brafco.be

Sociale Zaken Sociaal Fonds Opleiding chauffeurs Directeur Sociaal Fonds/ Sociaal Adviseur Brafco: Jan Baar jan.baar@fonds127.be

Sectorconvenant Sectorconsulente: Lisa Van Eenhooge Lisa.VanEenhooge@fonds127.be

Technische zaken en Leefmilieu Technisch Directeur: Olivier Neirynck olivier.neirynck@brafco.be

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

9


COMMISSIES VAN DE FEDERATIE

(Situatie op 30.04.2022) COMMISSIE INVOERDERS - ERKEND ENTREPOTHOUDERS

COMMISSIE VASTE BRANDSTOFFEN

Johan Deleu (Voorzitter) VARO ENERGY

Bernard Ory (Voorzitter) JOASSIN

Firma/Groep

Firma/Groep

Stefan Baeten Luc Bouts David Delellio Emmanuel De Corte Filip Engelen Julie Fournier Kristof Gabriëls Ann Gillis Emre Gostek Jean-Pierre Hurkmans Kevin Rogiers Hans Van Dam Peter Van Raak Frédéric Loverix

PETROLIHM BOUTS COMFORT ENERGY DATS 24 BELGOMAZOUT FOURNIER CAVOS GABRIELS BELGOMAZOUT BRUNO MAZOUT GILOPS GROUP COMFORT ENERGY MAES VAN RAAK GILOPS GROUP

Michel Debève Etienne Demulier Claude Detandt Dirk Logghe Jocelyne Mouchart Theo Meys

LIEGEOIS-ALLARY DEMULIER DETHYE LOGGHE MOUCHART VKPA-SYBRA

COMMISSIE SOCIALE ZAKEN

Christian Warin (Voorzitter) WARIN

COMMISSIE VLOEIBARE BRANDSTOFFEN

Firma/Groep Charlotte Tahon (Voorzitter) TAHON

Firma/Groep Etienne Botton Luc Bouts Benoit Briers Eric Canon David Delellio Vincent Declerck Johan Deleu Yves François Ignace Gabriëls Jocelyne Mouchart Robert Pierrard Xavier Rigo Linda Roelandts Hans Van Dam

10

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

BOTTON BOUTS GILOPS GROUP COMFORT ENERGY COMFORT ENERGY OCTA+ VARO ENERGY PROXIFUEL GABRIELS MOUCHART PIERRARD OCTA+ ROELANDTS MAES

Luc Bouts Leen Claes Etienne Demulier Frédéric Derumeaux Claude Detandt Kristof Gabriëls Natalie Gelders Ann Gillis Roel Keersmaekers Dirk Maes Robert Pierrard Etienne Rigo Vincent Salducci Ingeborg Symons Charlotte Tahon Henri Verdickt Rudy Wille

BOUTS COMFORT ENERGY DEMULIER VERVAEKE DETHYE GABRIELS COMFORT ENERGY BELGOMAZOUT KEMACO MAES PIERRARD OCTA+ TRASOLUX - DENIS BUXANT MULTIGAS TAHON VERDICKT SCHENK


COMMISSIES VAN DE FEDERATIE

COMMISSIE SMEERMIDDELEN

COMMISSIE GAS

Firma/Groep Frédéric Dejace (Voorzitter) PROLUB

Firma/Groep Stefaan Gabriëls

GABRIELS

COMMISSIE MOTORBRANDSTOFFEN

Stijn De Jans Etienne Demulier Greta Desmet Eric Dumon Jean-Yves Henrotte Laurence Moreels Dirk Seminck Ingeborg Symons Alexander Thomas Jan Van Lindt

DE JANS DEMULIER MACOGAS DVH LOGISTICS HENROTTE PROGALYS SEMINCK GAS MULTIGAS ANTARGAZ BELGIUM PRACTIGAS

COMMISSIE BUNKERING

Firma/Groep Dirk Maes (Voorzitter) MAES

Bart Bastiaenssen Peter De Wit Wim Jochems Koen Roose

PENINSULA PETROLEUM ARA DE WIT BUNKERING MINERVA NEW ROOSE

Firma/Groep Eric Canon Johan Deleu Eddy Devolder Emmanuel De Corte Ignace Gabriëls Ann Gillis Frédéric Loverix Joris Mertsveld Steven Vanherpe

COMFORT ENERGY VARO ENERGY G&V ENERGY GROUP DATS 24 GABRIELS BELGOMAZOUT GILOPS GROUP MAES TANKTERMINAL

REDACTIECOMITÉ

Johan Mattart (Voorzitter)

Jan Baar Olivier Neirynck Vincent Orts Lisa Van Eenhooge

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

11


GASOLIE-VERWARMING

MARKT

In 2021 lagen de temperaturen lichtjes lager dan normaal, na een jaar 2020 dat het warmste ooit was in België. De verkoop van gasolie-verwarming daalde in 2021 met 5,61% (of 202.600 metrieke ton) ten opzichte van 2020. De verklaring daarvoor is grotendeels te zoeken in de plotse stijging van de prijs voor petroleumproducten: in 2021 kostte een vat ruwe olie uit de Noordzee (Brent) gemiddeld 70,9 dollar, terwijl dat het jaar daarvoor 41,8 dollar was. Tussen 2020 en 2021 steeg de prijs voor gasolie-verwar­ ming en gasolie-diesel met respectievelijk 37,61 en 40,74%. De verkoop van gasolie-diesel ging erop achteruit (-9,3%) ten voordele van gasolie-verwar­ ming (+3,9%). Dat is het gevolg van de spreiding, sedert 1 april 2021, van de FQD-verplichting over het ganse volume gasolie-diesel, waardoor het pro­ duct opnieuw duurder werd dan gasolie-verwarming. De stijging van de prijzen voor petroleumproducten zette zich door onder invloed van de oorlog in Oekraïne, die op 24 februari 2022 uitbrak, waardoor de prijs steeg tot boven de 100 dollar per vat, een prijspeil dat we al zeven jaar niet meer hadden gezien. In België piekte de officiële maximumprijs voor huisbrandolie op ca. 1,4 euro per liter (btw incl.). De traagheid waarmee de in België van kracht zijnde maximumprijzen aan de internationale markt­ prijzen worden aangepast had tot gevolg dat gedurende meerdere dagen de aankoopprijs van die producten hoger was dan de maximumprijs die aan de gebruiker mocht worden aangerekend. In maart besliste de federale rege­ ring tijdelijk de BTW op aardgas te verlagen en een korting van 200 euro per domicilie toe te kennen aan gezinnen die verwarmen met mazout en propaan in bulk. Sinds 1 januari 2022 is het in Vlaanderen verboden om nog stookolieketels te plaatsen of te vervangen, niet enkel bij nieuwbouwwoningen en ingrij­ pende energetische renovaties, maar ook in woningen en gebouwen die op het aanwezige aardgasnet kunnen worden aangesloten. Brafco diende een verzoekschrift tot vernietiging van dat decreet in bij het Grondwettelijke Hof.

vernieuwen, kunnen we het verbruik en dus ook de uitstoot van die toestel­ len nu al met 30% verminderen.

In 2021 werd Comfort Energy met de overname van Q8Mazout de grootste mazoutoperator van België en Luxemburg. Die positie werd begin 2022 nog versterkt door de ondertekening van een strategisch partnership met Gabriëls Power.

Cedicol werd in de jaren 60 opgericht door de petroleumsector en was sinds zijn ontstaan hét technisch en wetenschappelijk referentiecentrum voor vloeibare brandstoffen. In 2021 veranderde het van naam en werd BtecCH, om zich te profileren als neutraal en ruim multi-energiekenniscentrum.

PROMOTIE VAN KOOLSTOFARME VLOEIBARE BRANDSTOFFEN

SOCIAAL VERWARMINGSFONDS

In 2021 voerde Informazout met succes praktijktesten uit met R33, een mengsel van traditionele mazout en koolstofarme vloeibare brandstoffen. Het gebruik van dat mengsel verlaagt de CO2-uitstoot met maar liefst een derde ten opzichte van klassieke stookolie. Meer nog: een stookolieketel die gevoed wordt met die brandstof stoot minder CO2eq/kWh uit dan een aard­ gasketel. Informazout blijft overigens de consument adviseren zodat die de juiste be­ slissing kan nemen in termen van kosten en efficiëntie. Samen met Brafco dringt Informazout er bij de overheid op aan dat het principe van technolo­ gieneutraliteit wordt gerespecteerd zodat iedere technologie die kan bijdra­ gen aan de klimaatdoelstellingen een faire kans krijgt en niet a priori wordt uitgesloten. Ook stookolieketels kunnen bijdragen aan de klimaatdoelstellin­ gen door het gebruik van koolstofarme vloeibare brandstoffen, zoals FAME, Biomass-to-Liquid, HVO en e-fuels. Door stookolieketels systematisch te

12

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

Ook in 2021 bleef het Sociaal Verwarmingsfonds via de OCMW’s financiële toelagen toekennen aan 72.315 gezinnen in een moeilijke financiële situatie die gasolie, propaan in bulk of lampolie gebruiken om zich te verwarmen (voorlopig cijfers eind februari 2022). In 2020 waren dat er nog 74.261. Die daling van het aantal aanvragers bij de OCMW’s wordt verklaard door de angst om het openbaar vervoer te nemen tijdens de Covid-periode (risico op besmetting) maar ook door de digitale kloof. Gezinnen zonder internetverbin­ ding hebben immers geen toegang tot de digitale aanvraagprocedure die veel OCMW’s hanteren. Begin maart 2022 waren de prijzen voor de betref­ fende brandstoffen zodanig gestegen dat de tussenkomst steeg tot € 0,20 per liter (met een maximum van 1.500 l) terwijl deze tot februari 2022 ­beperkt was tot € 0,14 per geleverde liter.

Voor de verdediging van mazout op Europees niveau, de energietransitie en het Fonds gasolietanks: zie ook rubrieken Europa en Milieu in dit jaarverslag.


GASOLIE-VERWARMING

5,0

Verbruik van gasolie-verwarming (inclusief gasolie-diesel, voorheen ‘gasolie extra’ genoemd) van 2012 tot 2021 (in miljoen metrieke ton)

4,5 4,08

3,97

4,0

3,88 3,5

*Voorlopige cijfers

2017

38,04%

2012

2013

2014

2019

3,47 2015

2016

2017

2020

31,38% 71,47%

70,89%

Gasolie-diesel (extra)

2021

2021

28,53%

65,08%

3,41*

2019

2018

2020

29,11%

34,92%

61,96%

3,61

3,58

3,55

3,0

2018

3,66 3,68

68,62%

Gasolie-verwarming

Bron: Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie; Algemene Directie Energie.

1,2000 1,1000 1,0000 0,9000 0,8000 0,7000 0,6000 0,5000

April 2022

Maart 2022

Feb 2022

Jan 2022

Dec 2021

Nov 2021

2021

Br ndstoffen

2021

2020

2020

2019

2019

2018

2018

2017

2016

2017

2015

2014

2016

2013

2015

2012

2011

2014

Gasolie-verwarming

2010

2009

2013

2008

2012

2007

2006

Okt 2021

Sept 2021

Aug 2021

Juli 2021

Juni 2021 2011

2005

2004

2003

2000

1999

1998

1997

1996

1995

1994

2500 2400 2300 2200 2100 2000 1900 1800 1700 1600 1500 1400 1300

1993

Bron: Brafco

2009

Gasolie-diesel (extra) Gasolie-verwarming

2002

0,9500 0,9000 0,8500 0,8000 0,7500 0,7000 0,6500 0,6000 0,5500 0,5000 0,4500

2001

Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van gasolie-verwarming (50 ppm S) en gasolie-diesel (extra) van 2009 tot 2021 (incl. btw, in EUR/liter, vanaf 2000 liter)

2010

Gasolie-diesel (extra)

Bron: Brafco

Evolutie van de graaddagen (15/15) in Ukkel

Mei 2021

April 2021

Feb 2021

0,3000

Maart 2021

0,4000 Jan 2021

Evolutie van de officiële maximumprijs van gasolie-verwarming (50 ppm S) en gasoliediesel (extra) aangewend voor verwarmingsdoel­ einden in 2021 en 2022 (maandgemiddelden, voor leveringen vanaf 2000 liter, incl. btw)

Jaarverslag 2021 13


MOTORBRANDSTOFFEN

MARKT

Gezien de forse afname van het autoverkeer tijdens de lockdowns in 2020 is de stijging van de volumes benzine (+23%) en diesel (+7,8%) tussen 2020 en 2021 geen weerspiegeling van een normale marktsituatie. In vergelijking met de volumes die in 2019 werden verkocht, blijven de cijfers voor benzine eerder gelijk (+0,10%), terwijl diesel een daling laat optekenen (-6%).

© Adobe Stock

De sector van de brandstoffenhandel werd zwaar getroffen door de plotse stijging van de petroleumprijzen ingevolge de oorlog in Oekraïne. Door de aanhoudende sterke stijging van de petroleumprijzen op de internationale markten begin maart steeg de waarde van de in de Programma-overeenkomst voorziene K-factor gedurende meerdere dagen tot boven de 1,2, zijnde de drempel waarboven deze K-factor in werking treedt. Deze waarde wordt bereikt wanneer de CIF-prijzen op de internationale markten 20% hoger liggen dan het rekenkundig gemiddelde van de laatste 20 dagen. Liggen de

Verbruik van motorbrandstoffen van 2012 tot 2021 (in duizend metrieke ton) 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021*

Benzine

1220

1251

1276

1353

1460

1537

1721

1931

1620

1993

Diesel

6765

6786

6792

7048

7051

6846

6696

6402

5582

6017

64

60

42

58

59

54

50

50

43

43

LPG *Voorlopige cijfers

Elektriciteitsverbruik voor mobiele ­toepassingen van 2014 tot 2020 (in GWh)

CNG/LNG/L-CNG-verbruik van 2014 tot 2020 (in TJ)

160

2500

140

2000

120 100

1500

80 1000

60 40

500

20 0

2014

2015

2016

2017

2018

2019

0

2020

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bron : Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van motorbrandstoffen van 2009 tot 2021 (incl. btw, in EUR/liter) 2,00 1,80 1,60

Benzine 98 E5 Benzine 95 E10 Diesel LPG

1,40 1,20 1,00 0,80 0,60 0,40 0,20 0 2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Bron : Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

14

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

2018

2019

2020

2021


Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van motorbrandstoffen in 2021 en 2022 (incl. btw, in EUR/l) 2,10 2,00 1,90 1,80 1,70 1,60 1,50 1,40 1,30 1,20 1,10 1,00 0,90 0,80 0,70 0,60 0,50 0

Benzine 98 E5 Benzine 95 E10 Diesel LPG

jan 2021

feb 2021

maart 2021

april 2021

mei 2021

juni 2021

juli 2021

aug 2021

sept 2021

okt 2021

nov 2021

dec 2021

jan 2022

feb 2022

maart 2022

april 2022

Bron : Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

CIF-prijzen hoger, dan worden deze – voor de berekening van de maximum­ prijzen – neerwaarts aangepast. Zo werd voor de berekening van de maxi­ mumprijzen op 9 maart vertrokken van CIF-prijzen die maar liefst 17% lager waren dan de werkelijke CIF-prijzen. Het gevolg is dat, wanneer de K-factor geactiveerd is, de berekende maximumprijzen de reële marktprijzen niet weerspiegelen. Daar de groothandel geen rekening houdt met deze aange­ paste CIF-prijzen, maar zich op de reële CIF-prijzen baseert, lag de aankoop­ prijs van petroleumproducten voor handelaars en pomphouders gedurende meerdere dagen boven de geldende maximumprijs voor de betrokken pro­ ducten. De tankbeurten die op deze dagen plaatsvonden waren voor de pomphouders een financiële aderlating zonder voorgaande. Brafco pleit voor de afschaffing van de K-factor in het Programma-akkoord, zodat forse prijs­ stijgingen op de internationale markten integraal kunnen worden verrekend in de maximumprijzen, en voor een snellere aanpassing van deze laatste aan de wereldmarktprijzen.

maal toegestane dampspanning aan het licht, en dit vooral in de maanden mei en juni. Brafco adviseert haar leden om hun voorraden benzine 95 RON en 98 RON optimaal te beheren zodat de hoeveelheid winterkwaliteit in hun tanks zo laag mogelijk is wanneer ze weer gevuld worden met zomerkwali­ teit. De Federatie blijft er bij de producenten en groothandelaars ook op aandringen dat ze de ‘zomerkwaliteit’ uiterlijk begin april ter beschikking stellen van de tankstations vermits meerdere vullingen met zomerkwaliteit vereist zijn om de dampspanning van de benzine in de opslagtanks van de stations te doen dalen tot maximum 65 kPa. Ook vraagt ze de Economische Inspectie iets toleranter te zijn bij de controles in de maand mei.

Inschrijvingen van nieuwe wagens per soort brandstof 2010

Terwijl de regering de uitfasering voorziet van het fiscale voordeel voor be­ drijfsvoertuigen met verbrandingsmotor en de drie gewesten van ons land voorschrijven dat er bij nieuwbouw of ingrijpende renovaties elektrische laadinstallaties moeten worden voorzien, blijft de Federatie er bij de federa­ le regering voor pleiten dat om hernieuwbare, koolstofarme vloeibare brandstoffen alle kansen te geven, ook op fiscaal vlak. Heel wat leden van Brafco investeren al in alternatieve mobiliteitsoplossingen (HVO, CNG, ­bio-CNG, LNG, elektrische laadpalen enz.)

0,6%

21,5% 77,9%

Autogas: 7,04% Hybride + benzine: 90,11% Aardgas: 1,44% Elektriciteit: 1,41%

NIEUWE AFFICHAGE

Ingevolge het koninklijk besluit van 9 december 2021 tot wijziging van het KB van 13 april 2019 betreffende de benaming en de kenmerken van de ­alternatieve brandstoffen moeten pomphouders die ten minste drie verschil­ lende soorten brandstoffen – benzine 95 en 98 RON worden als één soort beschouwd – aanbieden, sinds 1 april 2022 op een goed zichtbare plaats bij de pompen en in de shop een affiche ophangen met de gemiddelde brand­ stofprijzen per 100 km voor benzine 95 E10, diesel B7, LPG, elektriciteit, waterstof en CNG. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een door Europa opgelegde verplichting. Brafco heeft, bij de omzetting van de richtlijn, gewe­ zen op het gevaar voor misleiding van de consument.

Diesel

Overige

2021

24,3%

23,70%

Elektriciteit: 24,35% Aardgas: 1,07% Hybride + benzine: 66,91%

DAMPSPANNING

Ingevolge de norm NBN EN 228 mag de dampspanning van benzine ­‘zomerkwaliteit’ maximum 60 kPa bedragen, voor de winterkwaliteit is dat 95 kPa. De zomerkwaliteit moet vanaf 1 mei tot eind oktober in tankstations worden aangeboden. Elk jaar opnieuw brengen controles van Fapetro (Fonds voor de Analyse van Petroleumproducten) een overschrijding van de maxi­

Benzine

Hybride + diesel: 5,41%

52%

Autogas: 2,25% Waterstof: 0,01% Diesel

Benzine

Overige

Bron: Febiac

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 15


BUTAAN-PROPAAN

MARKT

De statistieken van de FOD Economie wijzen op een toename van de ver­ koop van butaan en propaan in 2021 met bijna 7,5%, van 138.200 metrieke ton in 2020 tot 148.900 metrieke ton in 2021. Die volumestijging is groten­ deels toe te schrijven aan de markt van propaan in bulk, en dat ondanks een stijging met 36,30% van de gemiddelde officiële prijs van het product in 2021 t.o.v. 2020. De operatoren noteren een aanzienlijke stijging in het aantal nieuwe propaaninstallaties. In het Vlaams Gewest lijken ze mazoutketels te verdrin­ gen op plaatsen waar geen aardgasaansluiting is. Verkopers van propaan zien ook kansen in de verplichting om vanaf 2023 in nieuwbouwwoningen hybride verwarmingssystemen (condensatieketels op gas in combinatie met een elektrische warmtepomp) te plaatsen. Met het in Vlaanderen op 1 janu­ ari 2022 ingevoerde verbod om nog stookolieketels te plaatsen of te vervan­ gen, niet enkel bij nieuwbouwwoningen en ingrijpende energetische renovaties, maar ook in woningen en gebouwen die op het aanwezige aard­ gasnet kunnen worden aangesloten, verwachten de propaanoperatoren dat de huidige mazoutklanten eerder zullen overstappen op propaan dan investe­ ren in de aankoop van een nieuwe mazoutbrander wanneer dat nodig is. Ook de operatoren in het Waalse Gewest zien een stijging voor propaan in bulk in nieuwbouwwoningen, en dit zowel in appartementsgebouwen als in gezinswoningen. Ook de verkoop van propaan in flessen gaat vlot. Propaan in flessen is voornamelijk bestemd voor restaurants, maar ook voor bedrij­ ven, die ze gebruiken voor hun heftrucks. De structurele daling van de verkoop van butaan in flessen zette zich in 2021 voort. Verschillende operatoren zijn gestopt met de verkoop van butaan in flessen omdat de investeringen voor de logistieke distributie van het pro­ duct niet langer verantwoord zijn voor de verkochte volumes. Algemeen gezien stappen butaanklanten in dat geval zonder noemenswaardige proble­ men over op propaan in flessen. Die evolutie is logisch omdat propaan bruikbaar is voor klassieke huishoudtoepassingen en omdat het beheer en de logistiek er voor de operatoren eenvoudiger op wordt. Volgens voorlopige cijfers van de FOD Economie zijn de verkochte hoeveel­ heden LPG in 2021 stabiel gebleven ten opzichte van 2020, op 42.900 me­ trieke ton. Het aandeel nieuw ingeschreven LPG-voertuigen dan weer steeg tot 0,5%, een toename met 110% voor voertuigen die aangedreven worden door een brandstof die dankzij de accijnsvrijstelling goedkoper is dan ande­ re motorbrandstoffen. CONTROLES ‘OPSLAGPLAATS’ EN ‘LEKDICHTHEID VAN DE LEIDINGEN’

Zowel in het Waalse als in het Vlaamse gewest is het verplicht om naast de vijfjaarlijkse controle van de ‘opslagplaats’ (tank en veiligheidsafstan­ den) een dichtheidscontrole van de gasleidingen uit te voeren tussen de dienstkraan van de tank/het recipiënt en de gebruikstoestellen. Beide keuringen mogen voor propaangas enkel door een Notified Body (Nobo/ Keurorganisme) worden uitgevoerd. Het is heel belangrijk te weten dat het eindverslag – dat de samenvatting is van beide voornoemde controles bij één en dezelfde exploitant/consument – enkel als geldig kan worden beschouwd als de beide controles (en de opslagplaats en de dichtheid van de leidingen) positief zijn. Een positief

16

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

verslag is een noodzakelijke voorwaarde voor de gasleverancier om de tank van de consument (d.w.z. de exploitant) wettelijk gezien te mogen vullen. Eén van de drie documenten dat moet worden voorgelegd aan de Nobo(‘s) bij de controle van de opslaplaats en/of de dichtheidstest van de leidingen is het ‘pijpleidingenattest’. Dit attest, verplicht volgens de norm NBN D51006 - Bijlage B, moet worden opgesteld door de installateur bij de plaatsing van de leidingen. De Nobo’s stellen vast dat niet alle consumenten/exploitanten nog beschik­ ken over het ‘leidingenattest’ van hun gasinstallatie, en dit zowel voor in­ stallaties die dateren van vóór de periode (2005)2008 als van deze na (2005)2008; dit zijn de jaren waarin de norm NBN D51-006 voor het eerst in werking trad in respectievelijk het Waalse en het Vlaams Gewest. Om dat probleem te verhelpen, ging FeBuPro (de Federatie Butaan Propaan) samen­ zitten met de keuringsinstellingen om samen met hen een soort ‘controle­ rapport’ op te stellen voor deze installaties waar het attest ontbreekt. De keuringsinstellingen stonden aanvankelijk eerder terughoudend tegenover dat initiatief, maar gingen tenslotte toch akkoord om mee te werken aan de opstelling van een ‘Code van goede praktijk’ onder de vlag van het Vlaamse Gewest. Eind 2021 antwoordde FeBuPro nog op enkele vragen van de Vlaamse overheid betreffende het bijhorende controlerapport. Zodra de ‘Code van goede praktijk’ klaar is, zal hij worden gepubliceerd op de website van het Vlaamse Departement Omgeving. Hierin zullen alle voorschriften vermeld worden waaraan installaties moeten voldoen en de manier waarop


BUTAAN-PROPAAN

0,70 0,60 0,50 0,40 0,30 0,20

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2021

2020

Bron: FOD Economie

Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van propaan in bulk in 2021 en 2022 (voor leveringen vanaf 2.000 liter, in EUR/l, incl. btw)

April 2022

Maart 2022

Feb 2022

Jan 2022

Dec 2021

Nov 2021

Okt 2021

Sept 2021

Aug 2021

Juli 2021

Juni 2021

Mei 2021

April 2021

1.10 1.00 0,90 0,80 0,70 0,60 0,50 0,40 0,30 0,20 0,10 0,00 Maart 2021

In 2021 heeft Brafco zich aangesloten bij het initiatief van FeBuPro (Federatie Butaan Propaan) om inzamelpunten verspreid over het ganse land in te richten. Het gaat hier niet om een commerciële operatie, maar om een vrijwillige en noodzakelijke actie om de bevoegde overheden aan te tonen dat de sector blijk geeft van verantwoordelijkheids­ zin en dat hij alles in het werk stelt om te vermijden dat lege en/of niet meer-gebruikte ‘hervulbare’ propaan- en butaanflessen op de markt blijven rondzwerven.

0,80

Feb 2021

INZAMELING VAN LEGE EN/ OF NIET MEER GEBRUIKTE ‘HERVULBARE’ PROPAANEN BUTAANFLESSEN

Evolutie van de gemiddelde officiële maximumprijs van propaan in bulk van 2012 tot 2021 (voor leveringen vanaf 2.000 liter, in EUR/l, incl. btw)

Jan 2021

de conformiteit zal worden gecontroleerd. De controle kan leiden tot een soort ‘vervang­ attest’ voor de exploitant om zijn gastank veilig en volgens de wettelijke regels te kunnen laten vullen. FeBuPro wil na de invoe­ ring van die ‘Code van goede praktijk’ in het Vlaamse Gewest ook met het Waals Gewest een gelijkaardige versie opstellen. In eerste instantie zal de ‘Code van goede praktijk’ en het ‘vervangattest’ enkel gelden voor het Vlaamse Gewest en voor installaties die da­ teren van vóór 2008. Voor installaties uitge­ voerd na 2008 waar het ‘pijpleidingenattest’ ontbreekt, moet de exploitant/consument contact opnemen met een installateur om een nieuw ‘pijpleidingenattest’ te laten op­ stellen.

Bron: FOD Economie

Toen de Europese Commissie in 2013 stelde dat gasflessen als verpakkings­ afval zouden kunnen worden beschouwd, ijverde de sector als één man er­ voor om navulbare gasflessen te laten erkennen als herbruikbaar afval. Indien de gasflessen als éénmalig verpakkingsafval zouden worden be­ schouwd, dan zou er op de flessen bij de verkoop een extra taks moeten worden geheven. En dat is nu net wat iedere operator wil vermijden. Daartoe moet evenwel aan twee voorwaarden worden voldaan: de ­technische herbruikbaarheid moet worden bewezen en er moet een sluitend ophaalsysteem bestaan dat garandeert dat de ‘hervulbare’ gasflessen, na gebruik, door de operatoren/gasverdelers worden teruggenomen. De ­oprichting van inzamelpunten verbetert niet alleen de inzameling van de flessen maar eveneens de omruiling van deze flessen voor propaan- en ­butaangas tussen de operatoren, die de eigenaars zijn van die flessen. Eerder werd daar al werk van gemaakt via de websites van Brafco (www.legegasfles.be) en FeBuPro (www.mijngasfles.be). Eind 2021 gaven veel van de bij Brafco aangesloten gasoperatoren en klein­ handelaars in een enquête aan te willen fungeren als ‘inzamelpunt’. De praktische modaliteiten van het systeem van inzamelpunten worden mo­ menteel uitgewerkt.

OVERSTROMINGEN JULI 2021

Tienduizenden tonnen afval lieten de dodelijke overstromingen van 14 en 15 juli 2021 achter, en daar waren uiteraard ook gasflessen bij. De coördinator voor de Waalse overheidsdienst voor Defensie (SPW), Civiele Bescherming en de nooddiensten die instaan voor de grote opruimacties, vroeg Brafco en FeBuPro om een ophaalactie voor die flessen te organiseren. Midden sep­ tember vond een coördinatievergadering plaats tussen de vertegenwoordi­ gers van de SPW, de IVCIE (Interregionale Verpakkingscommissie), Brafco en FeBuPro om de technische aspecten uit te werken van een dergelijke inza­ meling waarvoor vrachtwagens en ADR-chauffeurs nodig waren. Beide be­ roepsorganisaties namen vervolgens contact op met de operatoren die in de buurt van de rampgebieden actief zijn. Verschillenden van hen gingen me­ teen in op de oproep waardoor er snel ophaalrondes konden worden geor­ ganiseerd. SOCIAAL VERWARMINGSFONDS

In de loop van 2021 bleef het Sociaal Verwarmingsfonds, via de OCMW’s, financiële tussenkomsten toekennen aan 3.019 gezinnen in een moeilijke financiële situatie die propaan in bulk gebruiken om zich te verwarmen.

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 17


BRAFCO 75

EEN VERJAARDAG EN EEN TOEKOMSTVISIE

Een jaar lang werkte de Federatie aan de voorbereidingen van het evenement dat oorspronkelijk zou plaatsvinden op 5 juni 2021. Maar de covidpandemie gooide roet in het eten, waardoor de feestelijkheden voor de 75e verjaardag van de Federatie moesten worden uitgesteld naar 25 september 2021... 450 mensen gingen in op de uitnodiging. Het was een boeiende avond waarbij de leden van Brafco elkaar konden ontmoeten in het moderne kader van de Docks Dome in Brussel. Het evenement werd georganiseerd voor de vele brandstoffenhandelaars en hun partners, werknemers en chauffeurs, maar ook voor genodigden, waaron­ der politieke en administratieve overheden, bevriende federaties en de 21 wsponsors die deze avond tot een waar succes maakten. De grote opkomst voor de viering van de 75e verjaardag van de Federatie toonde duidelijk aan dat verbondenheid een belangrijke waarde is in de sector. Meer dan een hoogte­ punt in het bestaan van onze beroepsorganisatie vormde een dergelijk evene­ ment vooral een uitgelezen kans om de banden met collega-handelaars aan te halen, ervaringen uit te wisselen en standpunten toe te lichten. EVOLUTIE VAN HET BEROEP EN STATUTAIRE HERVORMING VAN DE FEDERATIE

De feestelijkheden zetten nog maar eens in de verf hoe belangrijk het verhaal van de afgelopen 75 jaar is geweest, een verhaal dat geschreven werd door ondernemers die zowel ijverden voor hun eigen zaak als voor de solidariteit tussen elkaar. Een verhaal ook dat in belangrijke mate werd bepaald door de initiatieven van de leidinggevenden van de Federatie. De steenkoolhandelaars van vroeger diversifieerden hun productgamma en zijn vandaag niet alleen handelaars in vaste brandstoffen in de ruime zin van het woord, maar ook handelaars in vloeibare brandstoffen, motorbrandstoffen, gasvormige brandstoffen, oliën en smeermiddelen, AdBlue, scheepsbrandstof­ fen enz. Een aantal van hen zijn zelfs gestart met het verkopen van aardgas en elektriciteit, het verhuren van opslagcapaciteit aan Apetra en last but not least hernieuwbare vloeibare brandstoffen.

maar vooral door de regulitis en de toenemende complexiteit van de regelge­ ving waarmee de sector wordt geconfronteerd, is deze kerntaak met de jaren steeds belangrijker en omvangrijker geworden. De Federatie streeft er in haar contacten met de bevoegde politieke en administratieve overheden, zowel op Europees als op federaal en regionaal vlak, naar om via haar kennis en experti­ se de belangen van haar leden op constructieve wijze te behartigen en te ver­ dedigen. Dat is een zeer arbeidsintensief proces dat voor bepaalde dossiers zelfs jarenlange inspanningen vergt alvorens resultaat op te leveren. Als praten evenwel niet werkt, schrikt de Federatie er niet voor terug om ‘op de barricades’ te staan en via manifestaties op te komen voor de collectieve be­ langen van haar leden. Maar ook via gerechtelijke weg, met procedures voor het Grondwettelijk Hof en de Raad van State, heeft de Federatie al meermaals de belangen van de sector moeten verdedigen. En dat zal in de toekomst niet anders zijn. Naast belangenverdediging zijn ook de twee andere kerntaken van de Federatie, namelijk het informeren en het aanbieden van diensten en opleidin­ gen, in de loop der jaren sterk geëvolueerd en toegenomen. ZICH BUIGEN OVER DE TOEKOMST

De viering van 75 jaar Brafco was ook de ideale gelegenheid om ons te buigen over de toekomst van ons beroep enerzijds en over de rol en taak van de Federatie anderzijds. Wat de toekomst betreft, zorgden heel wat bekende namen voor een bijzonder verrijkende inbreng in de twee debatten die we organiseerden over de toekomst van de verwarmings- en mobiliteitssector. Wat daaruit naar voren kwam, was onder andere hoe belangrijk de dialoog tussen overheid en privésector is. Wat de taak van de Federatie betreft, is haar voornaamste missie om haar leden te begeleiden als actoren in de energietransitie. Etienne Rigo, voorzitter van Brafco, greep de feestelijkheden aan om aan te kondigen dat Brafco zich grondig gaat bezinnen over de langetermijnvisie van de sector om te kunnen tegemoetkomen aan de klimaatdoelstellingen en de door de wetgever opgelegde vereisten. Dat proces werd in maart 2022 effectief in gang gezet. TALENTEN

De academische zitting werd opgesmukt met filmpjes die waren opgenomen bij enkele leden. En ook de grondige herstructurering van de Federatie in 2015 kwam aan bod. De confederale structuur, die decennialang haar nut had bewe­ zen, was gezien de gewijzigde marktomstandigheden als het ware een an­ achronisme geworden die de performantie van de organisatie dreigde te hypothekeren. De omvorming van de organisatiestructuur naar een federatie met rechtstreeks aangesloten ondernemingen was een copernicaanse omwen­ teling die zowel de representativiteit als de slagkracht van de Federatie ten goede moest komen. De beslissing van de Belgische Petroleum Unie eind 2015 om te fusioneren met de nieuwe Federatie droeg hier in grote mate toe bij.

De bij de Federatie aangesloten ondernemingen moeten dynamisch zijn en hun manier van werken afstemmen op de evoluties in de markt. De Federatie wilde die dynamiek en creativiteit extra aandacht geven en vanuit deze optiek werden tijdens de viering van 75 jaar Brafco acht Awards uitgereikt, vier voor elke taalgroep (NL/FR). 1. Jonge beloftevolle ondernemer (m/v) van de nieuwe generatie 2. Meest tevreden chauffeur (m/v) in de sector 3. Meest gedifferentieerde en innoverende onderneming in de sector 4. Beste ambassadeur (m/v) van de sector

TAKEN

Er zijn zo van die momenten die hun stempel drukken op het bestaan van een federatie. De viering van 75 jaar Brafco was daar een van. Het evenement be­ vestigde met zijn academische, plechtige en feestelijke inslag eens te meer hoe belangrijk het is dat solidariteit vooropstaat bij de zaakvoerders van de bij de Federatie aangesloten ondernemingen.

Het vertegenwoordigen en verdedigen van de belangen van de ondernemingen in de sector is voor de Federatie steeds haar raison d’être geweest en zal dit ongetwijfeld ook blijven. Niet enkel omwille van de diversiteit van de onderne­ mingen in de sector en de grote verscheidenheid aan producten en diensten,

18

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

SOLIDARITEIT STAAT VOOROP


LNG CNG

HVO

Energie zoals u het wenst! TotalEnergies verwelkomt u in het hele land dankzij het breedste netwerk van België.

Download de TotalEnergies app ! Downloaden in de

Downloaden in de


OLIE EN SMEERMIDDELEN

MARKT

De recentste gegevens van de Union of the European Lubricants Industry (UEIL) tonen een daling van de verkoop van motorolie op de Belgische markt van 42.000 metrieke ton in 2019 naar 41.000 metrieke ton in 2020. De ver­ koop van industriële oliën bleef wel zo goed als stabiel. Ook de procesoliën (speciale soorten olie die in heel wat chemische en technische processen worden gebruikt als grondstof of additief) bleef in 2020 nagenoeg constant, hoewel de cijfers wel lager liggen dan aan het begin van dit decennium. In 2020 deden de sociale-afstandsregels, het verbod op reizen en de sluiting van niet-essentiële bedrijven de vraag naar smeermiddelen in de Europese transportsector kelderen. De automobielsector werd bijzonder zwaar getrof­ fen, met een daling van het aantal inschrijvingen van toeristische voertuigen en nutsvoertuigen met respectievelijk 23,7% en 18,9% tussen 2019 en 2020. Bepaalde sectoren zoals de chemische industrie en de bouw werden minder hard getroffen door de gezondheidscrisis, maar de sector van het luchttrans­ port viel nagenoeg volledig stil, wat een rem zette op de leveringen van kerosine. Bij de raffinaderijen leidde de afname van de productie van ­benzine, diesel en kerosine tot een geringere beschikbaarheid van bij­ producten. Daarbij kwam begin 2021 ook nog de schaarste aan grondstoffen die nodig zijn voor de productie van basisoliën. Sinds september 2021 ondervinden de Belgische operatoren grote moeilijk­ heden bij het inkopen van basisoliën, maar ook van additieven en dat voor alle merken. Sinds maart 2022 verstoort de oorlog in Oekraïne de logistieke ketens en zijn de prijzen voor petroleumproducten geëxplodeerd. Waar handelaars in smeermiddelen hun producten normalerwijze binnen de 5 tot 10 dagen ontvangen, is dat nu 4 tot 6 weken. Als de producten tenminste nog beschikbaar zijn. De prijzen op hun beurt stegen in 2021 met 30% en die trend zal zich in 2022 wellicht nog doorzetten. Er werden dit jaar al twee prijsverhogingen doorgevoerd. Door de schaarste aan grondstoffen passen de producenten de formulering van bepaalde producten aan, maar dan moeten ze daar wel nieuwe goed­ keuringen voor krijgen voor ze deze mogen verkopen. Dat leidt opnieuw tot

Marktaandelen 2020 (België)

Automotive (motorolie) 42%

58%

Industrie (en andere oliën)

Evolutie verkoopcijfers op de Belgische markt tussen 2010-2020 (in metrieke ton) 85.000 75.000 65.000 55.000 45.000 35.000 25.000 2010

2011

Totaal

2012

2013

2014

2015

Automotive (motorolie)

2016

2017

2018

2019

2020

Industrie (en andere oliën)

Bron: UEIL Industry Statistics

langere leveringstermijnen en prijsverhogingen. In deze context heeft de activiteit van de handelaars in oliën en smeermiddelen momenteel meer weg van depannagewerk dan van een echte handel. Gezien de huidige ­situatie op de petroleummarkt verwacht de sector geen verbeteringen voor het einde van het jaar. AANSLUITING BIJ VALORLUB

In 2022 ging het tarief voor aansluiting bij Valorlub van 0,22 naar 0,25 euro per liter voor huishoudelijke olie (motorolie in verpakkingen kleiner of gelijk aan 25 kilogram) en van 0,02 naar 0,03 euro per liter voor professionele olie (alle andere dan huishoudelijke olie die afvalolie genereren). Iedere pro­ ducent of invoerder van oliën op de Belgische markt is wettelijk verplicht om die olie op eigen kosten in te zamelen en te recycleren of zich aan te sluiten bij Valorlub, dat als inzamelingssysteem de terugnameplicht voor haar leden vervult. ‘CERTIFIED PROFESSIONAL FOR LUBRICANT TECHNOLOGY’

© Adobe Stock

De reacties van de bij de Federatie aangesloten operatoren op de ­opleidingscyclus die de Commissie Smeermiddelen van Brafco in 2018 orga­ niseerde, waren zeer positief. Dat initiatief heeft tot doel het label ‘Certified Professional for Lubricant Technology’ toe te kennen. De opleidingen werden door de COVID-19-crisis tijdelijk stopgezet maar de verantwoordelijken van de Commissie willen ze heropstarten in samenwerking met Uniti, de Duitse federatie van kleine en middelgrote ondernemingen in de sector van de ­minerale oliën.

20

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021


Werk mee aan de energietransitie en investeer in een CO2-neutrale toekomst

Maak samen met Comfort Energy de omslag naar duurzame energie Aangezien één op drie gezinnen vandaag verwarmt met mazout, zal de stookoliesector een belangrijke rol spelen in het behalen van de Europese ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Daarom dat Comfort Energy als Belgisch marktleider de voortrekkersrol op zich neemt om de noodzakelijke energietransitie waar te maken en de toekomst van onze sector te vrijwaren. > > > > >

Heeft u ook vragen over de toekomst van onze sector? Bent u ook nieuwsgierig naar de mogelijkheden van alternatieve brandstoffen en de mogelijkheden voor uw klanten? Wil u ook graag weten hoe CO2-compensatie vandaag reeds een toegevoegde waarde kan zijn voor uw klanten? Wil u ook graag van de uitdagingen van de Green Deal uw voordeel maken? Wil u graag eens met de marktleider, die de ondernemersmentaliteit heeft behouden, van gedachte wisselen?

Dat kan. Wij ontvangen u graag op één van onze lokale kantoren of wij komen graag bij u langs om een mooie toekomst voor uzelf en uw klanten te verkennen.

www.comfortenergy.be

Stefan Baeten I CEO +32 476 29 22 73 stefan.baeten@comfortenergy.be

Walter Van Kerckhoven I Verkoopdirecteur +32 479 74 40 07 walter.vankerckhoven@comfortenergy.be


© Adobe Stock

VASTE BRANDSTOFFEN

STEENKOOL

PELLETS

De Belgische markt van steenkool voor huishoudelijk gebruik kende een structurele daling van de verkoopcijfers. Volgens de statistieken van de FOD Economie gingen de verkochte volumes van 56.200 ton in 2020 naar 50.800 ton in 2021. Dat is een daling met ca. 9,6%. Hoewel steenkool­ klanten traditioneel erg trouwe klanten zijn, gaat het wel om een veroude­ rende groep die stilaan aan het verdwijnen is. Bij de verkoop van een woning die verwarmd werd met steenkool, is het uitzonderlijk dat de nieuwe eige­ naars die energie als hoofdverwarming houden. Bij de renovatie van hun woning kiezen de jonge generaties veelal voor andere verwarmingsbronnen.

Hoewel de situatie van operator tot operator sterk kan verschillen – wat deels verklaard zou kunnen worden door hun geografische ligging – is ook de pelletmarkt erg gespannen. Bepaalde handelaars zien in 2021 een stabi­ lisering van de verkochte volumes pellets in vergelijking met 2020. Gewoonlijk is de vraag het hoogst vlak voor de winter, maar door het voch­ tige weer en de natte zomer moesten mensen ook buiten het normale stookseizoen hun verwarming opzetten waardoor de vraag in 2021 gespreid werd over het hele jaar.

Hoewel de prijs van steenkool tussen 2020 en 2021 relatief stabiel is geble­ ven, zien we vandaag toch een verdubbeling tot zelfs een verdrievoudiging in vergelijking met 2021. Sommige operatoren schatten dat de prijs voor antraciet van goede kwaliteit – àls deze beschikbaar is tenminste – tot 500 à 600 euro per ton zou kunnen klimmen of zelfs meer. De voorraden van de mijn van Ibbenbüren, die in 2019 gesloten werd, zijn intussen volledig opgebruikt. Door de oorlog in Oekraïne kwam de invoer van steenkool uit het Donetskbekken en Rusland tot stilstand, waardoor de Belgische invoerders van steenkool het momenteel bijzonder moeilijk hebben om hun klanten – steenkoolhandelaars – alternatieven aan te bieden. In Wales is na de sluiting van de mijn van Celtic de mijn van Aberpergwm de enige die nog antraciet en fijnkool delft. Die fijnkool dient voor de productie van antracietbriketten of ‘Ovoids’, waar sommigen een alternatief in zien voor antraciet. Naast die productiedaling zijn de Britten door de energie­crisis ook niet bijzonder geneigd om hun eigen steenkool uit te voeren, waardoor leve­ ringen maar met mondjesmaat plaatsvinden. De Belgische invoerders van steenkool bekijken actief hoe ze hun bevoorrading kunnen diversifiëren. Steenkool gold lange tijd als een veilige keuze wat bevoorrading en prijssta­ biliteit betreft, zeker in vergelijking met de andere verwarmingsenergieën. Maar vandaag staan de handelaars in vaste brandstoffen voor een ongezie­ ne uitdaging om de tienduizenden Belgische huishoudens die nog steenkool gebruiken als hoofdverwarming, van brandstof te blijven voorzien. Het gaat dan voornamelijk om huishoudens met een bescheiden inkomen die niet van plan zijn om voor hun verwarming over te stappen naar een andere energie.

22

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

De stijging van de energieprijzen die in 2021 werd ingezet, had ook recht­ streekse gevolgen voor de productiekosten van pellets, waarvan de prijs met 50% steeg tussen de zomer en het begin van de daaropvolgende winter. In 2022 wogen de oorlog in Oekraïne en de aanhoudende prijsstijgingen voor energie zwaar door op de beschikbaarheid van grondstoffen en personeel, maar ook op de productiekosten. In die mate zelfs dat de operatoren een nieuwe prijsstijging van 50% voorzien. Bepaalde leveranciers houden voor pelletverkopers vaste prijzen aan gedurende 15 dagen – een ongeziene maatregel – terwijl anderen maar 80% van de leveringen van het jaar ervoor kunnen garanderen. Om die instabiliteit op de markt op te lossen, werkt de sector momenteel aan een verhoging met 20 tot 25% van de productiecapaciteit tegen 2025. Terwijl brandstoffenhandelaars zich hoofdzakelijk bevoorraden bij de drie grote pelletproducenten in België, halen grootwarenhuizen (doe-het-zelfza­ ken, tuincentra enz.) hun product dan weer vooral bij producenten uit ­Oost-Europa, waar de productie momenteel belemmerd wordt door het conflict in Oekraïne. Het spreekt voor zich dat de Belgische pelletproducen­ ten niet alle invoertekorten zullen kunnen opvullen. In afwachting van nieuwe prijsdalingen stelt de consument zijn aankoop dan maar uit. Een echte schaarste kunnen we het niet noemen, maar het is wachten op het begin van de winter om te zien of het aanbod zich kan ­afstemmen op de vraag.


ai164845370811_V_Advertentie Brafco 2022_TSGBelgium_NL.pdf 1 28/03/2022 09:48:30

Dé partner voor tanken, laden en wassen. Begeleiding in het voorontwerp Detail uitwerking van uw project Totaaloplossing op maat Installatie en projectbegeleiding Service na verkoop C

M

Y

CM

MY

CY

CMY

K

TSG Belgium nv

Treskesdijk 7

B-2300 Turnhout

+32(0)14 44 85 00

sales.turnhout@tsgnortheurope.com

Sening Multitask Eén platform voor alle tankwagen toepassingen

Multiseal - Elektronische Tankwagen verzegeling NoMix - Voorkomt foutieve lossingen en/of belading Multilevel - Accuraat niveaumeetsysteem Multiow - Elektronisch telwerk Verbeterde Communicatie Service van op afstand

Installatie & aanpassing tankwagen apparatuur Kalibratie meetsystemen ADR & SLP controles Verkoop MID gekeurde meet- & controlesystemen Verkoop tankwagen onderdelen 24/7 service & onderhoud

Your liquids, our Metering & Control DCM EMBA Metering & Control nv Sinds 1930 de expert voor de optimalisatie van uw vloeistofverlading Benelux organisatie die meedenkt en meegroeit met de klant Erkende keurder voor de controle van meetinstallaties

contact@dcmemba.eu | www.dcmemba.eu


ACCIJNZEN

FQD-KOST

Op verzoek van de Federatie wordt de FQD-verplichting (de Europese richtlijn Brandstofkwaliteit) sinds 1 april 2021 gespreid over het totale volume gas­ olie-diesel (extra). Dat heeft tot gevolg dat de FQD-kost niet langer verschil­ lend is naargelang de toepassing (verwarming, land- en tuinbouw of industriële en commerciële toepassingen), wat de deur openzette voor marktverstorende praktijken. Brafco is tevreden dat haar verzoek uiteindelijk werd gehonoreerd waardoor de FQD-kost reeds in de aankoopprijs van de handelaars is vervat en deze niet langer afzonderlijk moest worden aange­ rekend. Door de spreiding van de FQD-kost over het totale volume gasolie-diesel is het gebruik van dit product voor niet-mobiele toepassingen (zoals verwar­ ming) iets duurder geworden, vermits voorheen voor dergelijke toepassingen er geen FQD-kost kon worden aangerekend. Nu dit wel het geval is, is dit product voor verwarmingsdoeleinden concurrentieel minder interessant dan gasolie-verwarming (50 ppm), dat zijn verkoop tussen 2020 en 2021 zag toenemen (+3,9%) ten koste van de verkoop van gasolie-diesel (-9,3%).

De Federatie dringt er bij de bevoegde overheden op aan om oplossingen die in ontwikkeling of onmiddellijk voor iedereen beschikbaar zijn, a priori niet uit te sluiten. Steeds meer grote bedrijven uit de sector van de bouw, wegenbouw en/of openbare werken willen hun koolstofvoetafdruk verkleinen door “gekleurde” HVO te gebruiken voor hun machines (i.p.v. rode gasolie diesel) mits deze ook kan genieten van een verlaagd accijnstarief voor industriële en commer­ ciële toepassingen. Anderzijds is er ook vraag naar HVO voor verwarmings­ doeleinden, voor zover deze ook kan genieten van een verlaagd of nultarief inzake accijnzen. Vanuit deze optiek heeft de Federatie bij de bevoegde ­federale overheid aangedrongen op een wettelijke basis voor het commer­ cialiseren van rode/gemerkte HVO met een lager accijnstarief zodat de operatoren die dat wensen dat product kunnen gebruiken voor alle off road toepassingen of voor verwarmingsdoeleinden.

FISCALE BEHANDELING VAN HERNIEUWBARE BRANDSTOFFEN

ACCIJNSDALING OP BENZINE EN DIESEL

Op 3 december 2021 werd in het Staatsblad de Wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit gepubliceerd. Deze wet beoogt in de eerste plaats de vergroening van de bedrijfswagens. Tegen 2026 moeten alle nieuwe bedrijfswagens broeikasgasvrij zijn om de bijbehorende kosten fiscaal aftrekbaar te houden voor de werkgever. De fiscale aftrekbaarheid van voertuigen met een verbrandingsmotor (diesel, benzine én hybride) verdwijnt dus, terwijl het gunstregime voor elektrische voertuigen behouden blijft. De wet voorziet eveneens in een belastingver­

De regering besloot om de bijzondere accijns op diesel en benzine op 19 maart tijdelijk te verlagen met 144,6281 euro/1.000 liter (excl. btw). Die verlaging van het accijnstarief gaat samen met een cliquetsysteem (van 19 maart 2022 tot 30 september 2022) waarbij het tarief van de bijzondere accijns, eens de maximumprijs daalt onder de 1,70 euro/l en bij alle verdere prijsdalingen, geleidelijk aan wordt teruggebracht op het vorige niveau (van vóór 19 maart). Er is voorzien dat de accijnstarieven opnieuw worden terug­ gebracht op het vorige niveau indien deze in het kader van het cliquet­

Prijs van benzine 95 E10 in België en in de buurlanden (in ¤/1000 liter van toepassing op 02/05/2022)

Prijs van diesel B7 in België en in de buurlanden (in ¤/1000 liter van toepassing op 05/05/2022)

2500

2500

2000

2000

1500

1500

1000

1000

500

500

0

0 Luxemburg

België

Duitsland

Frankrijk

Heffingen en taksen niet inbegrepen Heffingen en taksen inbegrepen

© Europese Commissie. Directoraat-generaal Energie en Vervoer

24

mindering voor laadstations voor elektrische wagens en in een investerings­ aftrek voor koolstofemissievrije vrachtwagens en tankinfrastructuur voor blauwe, groene of turquoise waterstof en elektrische laadinfrastructuur.

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

Nederland

Luxemburg

België

Duitsland

Frankrijk

Heffingen en taksen niet inbegrepen Heffingen en taksen inbegrepen

© Europese Commissie. Directoraat-generaal Energie en Vervoer

Nederland


ACCIJNZEN

Evolutie van de accijnstarieven van benzine 95E10(1) en diesel (in ¤/1.000 liter) 700 650 600 550 500 450

18/03/2022 19/03/2022

15/05/2021

19/07/2018

11/07/2018

23/06/2018

5/06/2018

13/06/2018

9/03/2018

6/02/2018

13/02/2018

1/01/2018

23/03/2017

14/03/2017

1/01/2017

14/01/2017

3/08/2016

27/07/2016

6/07/2016

13/07/2016

1/01/2016

4/12/2015

12/12/2015

1/11/2015

systeem op 30 september niet werden bereikt. Door de daling van het accijnstarief daalde ook het bedrag dat in het kader van de professionele diesel kan worden gerecupereerd. De Federatie informeerde haar leden over de terugbetalingsmodaliteiten met betrekking tot de accijnsverlaging.

20/11/2015

400

Benzine 95 E10 Diesel Bron: Federale Overheidsdienst Financiën (1) Sinds 1 januari 2017: Benzine 95 E10

CHEQUE VAN 200 EURO

Naar aanleiding van het voornemen van de federale regering om de btw op aardgas en elektriciteit tijdelijk te verlagen naar 6% drong Brafco er in het voorjaar van 2022 op aan dat ook gezinnen die verwarmen met gasolie of propaan zouden kunnen genieten van een tussenkomst. Dat werd toege­ staan in de vorm van een eenmalige forfaitaire tussenkomst van 200 euro per huishouden dat gedomicilieerd is op een adres waar in de periode van 15 november 2021 tot 15 november 2022 een levering van gasolie of propaan in bulk werd/wordt uitgevoerd. De Federatie onderhandelde uitge­ breid met het kabinet van de minister van Economie en de FOD Economie over de toekenningsmodaliteiten van die premie, die in een wet zullen worden gegoten die tegen de zomer zal worden gepubliceerd. Om misbrui­ ken te voorkomen, zal de medewerking worden gevraagd van de handelaars in gasolie en propaan.

BELASTING OP AUTOMATEN

Om de fiscaliteit voor tankstations niet verder te verzwaren dringt Brafco er al drie jaar bij de Waalse Regering op aan om de ‘belasting op de voor het publiek toegankelijke bankautomaten’ te verlagen. De Waalse minister be­ voegd voor Begroting en Financiën besliste onlangs om die belasting voor boekjaar 2024 met een factor 3 te verlagen voor semi-automatische tank­ stations en met een factor net onder 2 voor full-automatische tankstations. De Federatie is tevreden met de positieve afloop van dat dossier waardoor pomphouders meer f­inanciële marge krijgen om hun aanbod in hun tank­ stations te diversifiëren.

Overzicht heffingen en taksen op huisbrandolie en aardgas voor niet-zakelijk gebruik (mei 2022) Huisbrandolie Taksen Sociaal Verwarmingsfonds Bijdrage Apetra Federale bijdrage (incl. toeslag beschermde klanten) TOTAAL

Aardgas

Per 1000 l

Per MWh (*)

Per MWh

18,6521 EUR

1,7528 EUR

1,5378 EUR (**)

1,6 EUR

0,1503 EUR

---

9,40 EUR

0,8834 EUR

---

---

---

0 (***)

29,6521 EUR

2,7865 EUR

1,6460 EUR

Verschil + 14%

+ 69%

(*) 1 l huisbrandolie = 10,641 KWh (PCS) (**) voor de schijf van 0 tot 20.000 MWh (0,9978 energiebijdrage + 0,54 bijzondere accijns) (***) Ingevolge de Programmawet van 27 december 2021 werd de federale bijdrage (een toeslag ter financiering van o.m. sommige openbare dienstverplichtingen) vervangen door een bijzondere accijns, waarvan de hoogte degressief is naargelang het volume toeneemt

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 25


VEILIGHEIDSVOORRADEN AARDOLIE

90 DAGEN NETTO-INVOER

Elke lidstaat van de Europese Unie en van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) moet een minimumhoeveelheid veiligheidsvoorraad aanhouden die overeenkomt met een kwart (90 dagen) van zijn jaarlijkse netto invoer van aardolieproducten. Ten minste één derde van deze voor­ raad moet hierbij aangehouden worden onder de vorm van de afgewerkte aardolieproducten die in de desbetreffende lidstaat het meest verbruikt worden. Bij een nationale of internationale crisis zullen die voorraden worden ingezet om markttekorten op te vangen. Het beheren en aanhouden van deze voorraden is de taak van het opslag­ agentschap APETRA, een nv van publiek recht met sociaal oogmerk. Het merendeel van APETRA’s stocks zijn eigendom van het agentschap. De eigen voorraden betreffen zowel afgewerkte aardolieproducten als ruwe aardolie. De ontbinding van de Belgische Petroleumunie en de integratie van haar leden in Brafco in 2015 vroeg om een wijziging van de statuten van APETRA. Sinds 2019 zetelt een afgevaardigde van de Federatie in de raad van bestuur van het Agentschap. De nationale voorraadplicht bedroeg in 2021 zo’n 3,09 miljoen ton ruwe aardolie-equivalent (r.a.e.), wat een aanzienlijke daling betekende tegen­ over in 2020 (3,7 miljoen ton r.a.e.). Reden hiertoe was de daling van de consumptie van motorbrandstoffen door de Corona lockdownmaatregelen. Vanaf 1 juli 2022 zal de voorraadplicht opnieuw stijgen, zij het niet tot op het pre-corona niveau. APETRA-BIJDRAGE

De bijdrage voor de financiering van APETRA wordt elk kwartaal berekend voor de verschillende productcategorieën met als belangrijkste variabele de internationale aardolieprijzen. Elke bijdrageverlaging of -verhoging wordt onmiddellijk en inte­

26

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

graal verrekend in de maximumprijs op de dag waarop ze van kracht wordt. Brafco brengt haar leden daarvan op de hoogte via haar website. In april 2020 zakten de aardolieprijzen op de internationale markt naar een historisch dieptepunt. Deze daling van het meest bepalende element in de formule voor de berekening van de bijdrage, gecombineerd met een bruuske consumptievermindering ingevolge de coronacrisis, zette de federale rege­ ring er toe aan om een minimumniveau voor de APETRA-bijdrage (‘floor’) in te voeren. Tot 1 oktober 2021 bevond de APETRA bijdrage zich op dit mini­ mumniveau om vanaf het vierde kwartaal 2021 terug te stijgen. AANKOOP EN VERKOOP/OPSLAG

Wie aardolieproducten of zgn. tickets (reserveringen van stocks met een aan­ kooprecht in geval van een bevoorradingscrisis) aan APETRA wil verkopen of voor het Agentschap productverversingen wil doen, kan zich kandidaat stellen om opgenomen te worden op de shortlist voor de respectieve raamovereen­ komst. De kandidaten ontvangen dan alle openbare aanbestedingen die het Agentschap in het kader van die raamovereenkomst zal lanceren. Bedrijven kunnen met het Agentschap ook opslagcontracten afsluiten. De voorraden die APETRA beheert, moeten ondergebracht worden in ‘in aan­ merking komende depots’. Dergelijke depots moeten een minimum­capaciteit hebben van 5000 m³, beschikken over welbepaalde laad- en ­losfaciliteiten


VEILIGHEIDSVOORRADEN AARDOLIE

en voldoen aan specifieke toegankelijkheidsvoorwaarden (bv. gelegen zijn in zeehavens of aan waterwegen). Het Agentschap heeft op regelmatige basis nood aan opslagcontracten om andere contracten die verstrijken, te vervangen. In de periode midden 2020 – midden 2021 kwam een aanzienlijk aantal van de opslagcontracten einde looptijd. Het vervangen van deze contracten gebeurde via de aanbestedingsronde van eind 2019 en was een ideaal moment om te diversifiëren binnen het gamma van de eigen stocks. APETRA verschuift in de komende jaren zijn voorraden verder naar meer benzine. Gelet op de energie­ transitie kunnen hier in de toekomst andere producten bijkomen. Bedrijven die de APETRA tenders voor opslagcapaciteit willen ontvangen, kunnen zich aanmelden voor APETRA’s shortlist. AARDOLIECRISISBELEID

Welke situaties worden beschouwd als een bevoorradingscrisis? Wat gebeurt er in dat geval, wie neemt deze beslissing en wat zullen de maatregelen zijn? Wat betekent dit voor de ondernemingen? In de in 2018-2020 uitgewerkte wetgeving wordt een onderscheid gemaakt tussen een internationale en nationale bevoorradingscrisis: • Bij internationale bevoorradingsproblemen roept het Internationaal Energie Agentschap in Parijs een crisissituatie uit. Tijdens een dergelij­ ke IEA Collective Action zal APETRA, na groen licht gegeven door de Minister van Energie, de veiligheidsstocks injecteren via een vraag tot aanbiedingen (call for bids) met verkoop van de voorraden aan de hoogst biedende koper(s). Opzet is immers om de internationale aard­ oliemarkt meer liquide te maken. Deze injectiemethode is eenvoudig en snel, werd door APETRA al toegepast in de Libië-crisis en is APETRA’s normale verkoopwijze. De Minister van Energie kan, als het IEA hierom vraagt, de ingezette voorraden beperken tot bepaalde types van aard­ olie of de inzet afleiden naar bepaalde IEA lidstaten.

• Bij nationale bevoorradingsmoeilijkheden beslist de federale ministerraad om al dan niet de situatie als een bevoorradingscrisis te erkennen. Wordt een dergelijke crisis daadwerkelijk uitgeroepen, dan zal APETRA, na akkoord van de Minister van Energie, de veiligheids­ voorraden in regel injecteren via een zgn. ‘vrijgave’. Hierbij biedt APETRA zijn stocks tegen marktprijs aan aan de aardoliebedrijven hoog in de nationale distributieketen (de zgn. primaire deelnemers). Deze bedrijven zullen de Belgische markt verder volgens hun normale stro­ men beleveren. De nationale aanpak is in zoverre flexibel dat de Minister van Energie, mocht dit opportuner zijn, kan beslissen om deze nationale procedure niet in beweging te zetten, maar te gaan voor een call for bids of een andere maatregel. Midden maart 2021 organiseerden de Algemene Directie Energie van de FOD Economie en APETRA een informatiesessie voor deze primaire deel­ nemers, sectorfederaties en betrokken overheidsinstanties. In aansluiting hierop is een crisisoefening georganiseerd naar de primaire deelnemers van diesel toe. In de zomer van 2021, na de tragische overstromingen in de provincie Luik en met een blokkering van de sluis van Monsin tot gevolg, riep de federa­ le ministerraad een bevoorradingscrisis uit en werd een inzet van de vei­ ligheidsvoorraden voorbereid. De heropening van de sluis maakte de depots die achter de sluis liggen opnieuw toegankelijk en de maatregel overbodig. Voor meer info over het aardoliecrisisbeleid, zie website van de FOD Economie (https://economie.fgov.be/nl/themas/energie/bevoor radingszekerheid/coordinatie-van-het/aardolie/vaak-gestelde-vragen-over-de) en die van APETRA. Voor alle informatie over APETRA’s activiteiten, algemene voorwaarden en procedures: www.apetra.be

Evolutie van de APETRA-bijdrage 10

9

8

7

6 1e kwartaal 2021

2e kwartaal 2021

(benzine) in euro/m3

3e kwartaal 2021

4e kwartaal 2021

(gasolie en kerosine)* in euro/m3

1e kwartaal 2022

2e kwartaal 2022

(zware stookolie) in euro/ton

(*) : D e bijdrage op kerosine gebruikt voor de reguliere luchtvaart en cargo bedraagt sedert 01.07.2013 de helft van de bijdrage voor de productcategorie II.

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 27


MILIEU

KLIMAATBELEID EN ENERGIETRANSITIE

De COP26 die in november 2021 in Glasgow plaatsvond, leidde niet tot een Belgisch akkoord over de verdeling van de door de verschillende entiteiten van ons land te leveren inspanningen om de Europese doelstellingen te halen. De Federatie herinnert haar leden geregeld aan alle gewestelijke klimaat­ maatregelen inzake mobiliteit en gebouwen die hen en hun klanten recht­ streeks aanbelangen. De marktactoren zijn zich ten volle bewust van de energietransitie en de be­ langrijke rol die koolstofarme vloeibare brandstoffen hierin kan spelen. Brafco is verheugd over de geslaagde praktijktests die Informazout organiseerde met R33, een mengsel van klassieke stookolie en koolstofarme vloeibare brand­ stoffen dat de CO2-uitstoot met derde verlaagt ten opzichte van klassieke stookolie. Om het gebruik van dergelijke klimaatvriendelijke brandstoffen aan te moedigen, pleit de Federatie voor een defiscalisatie van het aandeel her­ nieuwbare brandstoffen in stookolie. AANDEEL HERNIEUWBARE ENERGIEËN IN FOSSIELE BRANDSTOFFEN

Het koninklijk besluit tot wijziging van artikels 3 en 4 van het koninklijk besluit van 4 mei 2018 dat de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen vastlegt, die de volumes brandstoffen die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen moeten bevatten, werd op 31 december 2021 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Dat besluit moet bijdragen tot het streefdoel om tegen 2030 een aandeel van hernieuwbare energie van minstens 14% in het eindenergieverbruik in de vervoersector te bereiken, de afhankelijkheid van de fossiele brandstoffen te verminderen en bij te dragen tot een vermindering van de broeikasgassen in de transportsector. Het wil het bijmengingsvolume van duurzame biobrandstoffen uitgedrukt in energetische waarde vanaf 1 januari 2022 verhogen tot 10,2%, dubbeltelling inbegrepen, op de hoeveelheid fossie­ le brandstoffen die jaarlijks tot verbruik uitgeslagen worden. Op die manier wordt ook het bijmengingsvolume van geavanceerde biobrandstoffen ver­ hoogd van 0,10 naar 0,11%, uitgedrukt in energetische waarde, en het aan­ deel biobrandstoffen dat dubbel kan geteld worden verhogen van 0,6% naar 0,95% uitgedrukt in energetische waarde. De federale minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal maakte in april 2021 haar intentie bekend om nieuwe duurzaam­ heidscriteria voor hernieuwbare transportbrandstoffen in te voeren, en hierbij

28

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

© Adobe Stock

De Europese Commissie keurde in juli 2021 een pakket voorstellen goed, “Fit for 55”, om de uitstoot tegen 2030 met 55% te verlagen. Het gaat om ambiti­ euze maatregelen die de effecten van de klimaatontregeling op efficiënte wijze moeten milderen en als dusdanig een impact hebben op de strategieën van de Europese lidstaten en bedrijven. De definitieve versies zouden tegen 2023-2024 moeten worden goedgekeurd, na besprekingen tussen de Europese instellingen en de lidstaten. De Commissie Invoerders/Erkend Entrepothouders van Brafco volgt de voor de sector belangrijkste ontwerprichtlijnen van nabij op, met name : • de naar boven bijgestelde ambities van de ETS-richtlijn betreffende het plafonneringssysteem en de emissiehandel voor de sectoren die het mees­ te broeikasgassen uitstoten. • de herziening van de ETD-richtlijn betreffende de energiebelasting. • de nieuwe versie van de Richtlijn betreffende hernieuwbare energie (RED III). verder te gaan dan hetgeen in de RED II-richtlijn is voorzien. Zo is er een poli­ tiek akkoord om naast palmolie vanaf 1 januari 2023, ook soja vanaf 1 juli 2023 te verbieden. De Federatie onderschrijft de doelstelling om het gebruik van biobrandstoffen van de eerste generatie met een hoog risico van indirecte veranderingen in landgebruik geleidelijk aan uit te faseren vanaf 2024 naar een volledig verbod in 2030, maar betreurt de intentie van België om een snellere en bredere uitfasering op te leggen dan deze voorzien in de RED II. Biobrandstof op basis van onrechtstreeks van de oliepalm en sojaplant afge­ leide producten wordt immers door Europa niet als high risk ILUC (Indirect Land Use Change) ingedeeld. Brafco vraagt om het gebruik van low risk ILUC bio­ fuels verder toe te laten om te vermijden dat er een tekort zou zijn van bio­ brandstoffen van de eerste generatie, wat de prijzen nog verder zou doen stijgen. De Commissie Invoerders/Erkend Entrepothouders van Brafco volgt de omzet­ ting van de RED II in Belgisch recht nauwlettend op en meer in het bijzonder de omzetting van artikel 25, dat moet leiden tot een nieuwe wet op de bijmen­ ging, die in 2023 van kracht moet worden. Die nieuwe wet verhoogt geleidelijk de bijmengverplichting voor transportbrandstoffen – momenteel vastgelegd op 10,2%e (energetisch) – naar 13,9%e tegen 2030 en breidt ze uit tot gas­ vormige transportbrandstoffen en elektriciteit. Het voordeel van de nieuwe wet is dat ze voorziet in de mogelijkheid om energie-eenheden tussen markt­ partijen te transfereren zodat de operatoren kunnen voldoen aan hun bijmeng­ verplichting. PROMAZ

De vzw Promaz is een initiatief van de sectororganisaties Brafco, Energia (de vroegere Belgische Petroleum Federatie) en Informazout. Die vzw werd in het voorjaar van 2019 opgericht om uitvoering te geven aan het Interregionaal Samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018 tussen de federale staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations en gasolietanks voor verwarmingsdoeleinden, dat gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 8 mei 2019. Na de publicatie van het erkennings­ besluit van Promaz in het Belgisch Staatsblad van 28 februari 2022 heeft het Fonds op 1 april zijn activiteiten opgestart. Het is de bedoeling dat Promaz in het licht van de vereffening in 2026 van BOFAS – het fonds voor bodemsane­ ring van tankstations (dat eveneens door de sector werd opgericht) – geleide­ lijk aan de resterende middelen van dat fonds wordt toegewezen, maar nu


MILIEU

reeds is duidelijk dat die niet zullen volstaan. De Federatie, die momenteel instaat voor het voorzitterschap van Promaz, heeft haar bezorgdheid geuit over de financiële levensvatbaarheid van het project en er op gewezen dat, zolang de gevraagde structurele financiering met 10 euro/m3 gasolie (50 en 10 ppm) uitblijft, het Fonds jaarlijks ca. 30 miljoen euro aan inkomsten misloopt. Deze gederfde inkomsten kunnen niet worden gecompenseerd tenzij via een verho­ ging van de bijdrage, wat de sector wenst te vermijden. BOFAS Van de 480 in 2019 ontvangen aanvragen tot sanering of financiële tussen­ komst door Bofas onder de derde aanvraagperiode konden er 274 dossiers ontvankelijk worden verklaard. Hiervan zijn er 164 dossiers die in aanmerking komen voor een bodemsanering door Bofas terwijl 110 dossiers betrekking hebben op een (al dan niet gedeeltelijke) terugbetaling van de sanerings­ kosten. Er zijn reeds 57 dossiers volledig afgerond, waaronder 24 dossiers waar de sanering door Bofas werd uitgevoerd. 217 dossiers zijn in uitvoering, waarvan 140 dossiers die Bofas zelf saneert en 77 dossiers met vraag tot terugbetaling.

maakte kosten is het belangrijk dat de betrokkenen zo snel mogelijk deze aanvraag tot terugbetaling indienen zodat zij niet uit de boot vallen. VLAAMS GEWEST

Het Vlaams decreet van 22 oktober 2021 “tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat een verbod op de plaatsing of vervanging van een stookolieketel betreft” verbiedt sinds 1 januari 2022 om in Vlaanderen nog stook­ olieketels te plaatsen of te vervangen, niet enkel bij nieuwbouwwoningen en ingrijpende energetische renovaties, maar ook in woningen en gebouwen die op het aanwezige aardgasnet kunnen worden aangesloten. Brafco diende bij het Grondwettelijk Hof een – niet opschortend – verzoekschrift in tot vernieti­ ging van dat decreet. Het decreet, dat overigens de financieringsbasis van Promaz versneld dreigt uit te hollen, zal de 600.000 gezinnen die verwarmen met mazout ertoe dwingen om nutteloze uitgaven te doen die enkel in de kaart spelen van de aardgassector, maar het klimaat niet ten goede komen. Aan de hand van een update van de LCA-studie van RDC Environment werd namelijk aangetoond dat het zinloos is om de ene fossiele energie te discrimineren ten voordele van een andere fossiele brandstof. WAALS GEWEST

Van de 3.705 ontvankelijke dossiers uit de vorige periodes van indiening (2004 tot 2007) zijn er 1.964 dossiers die in aanmerking kwamen voor sanering door Bofas zelf en 1.741 dossiers die betrekking hadden op een (al dan niet gedeel­ telijke) terugbetaling van de saneringskosten. Op 10 mei 2022 waren er 1.955 saneringen uitgevoerd door Bofas en 1.520 dossiers afgehandeld waarbij Bofas niet optrad als saneerder maar wel instond voor een terugbetaling van de kosten. Er zijn nog 9 lopende dossiers met sanering door Bofas waarvan verwacht wordt dat deze in de loop van dit jaar zullen kunnen afgerond wor­ den, en 221 dossiers waarvoor nog geen aanvraag tot terugbetaling van de gemaakte kosten is ontvangen. Bofas heeft een verlenging van de erkenning gekregen tot einde januari 2026. Voor de dossiers die in aanmerking komen voor een terugbetaling van de ge­

BOFAS-dossiers Spreiding over de provincies en Brussel

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

700 600 500 400 300 200 100 0 Brussel

Antwerpen

OostVlaamsWestLimburg Vlaanderen Brabant Vlaanderen Henegouwen

Totaal ontvankelijke dossiers Totaal afgesloten dossiers Bron: BOFAS 10.05.2022

Luik

Luxemburg

Op 28 april 2020 werd het Besluit van de Waalse regering van 18.07.2019 (B.S. 13.11.2019) betreffende het beheer van stookolieopslag voor verwar­ mingsdoeleinden met een capaciteit tussen 500 en 24.999 liter ingetrokken. Die beslissing kwam er na de vaststelling van té veel tegenstrijdigheden, waardoor het niet toepasbaar bleek en de Waalse minister van Milieu het weer introk. Het Besluit moest regels opleggen voor tanks met een capaci­ teit van minder dan 3.000 liter en alle verplichtingen voor tanks met een capaciteit van 500 tot 24.999 l in één enkel juridisch document gieten. Om de struikelblokken uit het ingetrokken besluit te vermijden, werd in overleg met de actoren op het terrein, waaronder Brafco, een nieuw voorstel van besluit van de Waalse regering betreffende het beheer van stookolieopslag voor verwarmingsdoeleinden met een capaciteit tussen 100 l (en niet meer 500 l) en 24.999 l opgesteld dat momenteel het legislatieve goedkeurings­ proces doorloopt. De minister wil de nieuwe regelgeving vanaf 2023 kunnen toepassen.

Namen

WaalsBrabant

Nieuwbouwprojecten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waarvoor vanaf 2025 een stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend, zullen wellicht niet meer mogen uitgerust worden met een verwarmingsketel op mazout of gas. Om de Brusselse burger aan te moedigen sneller af te stappen van fossiele brandstoffen, wordt die maatregel vanaf 2023 gekoppeld aan het einde van de subsidies voor dat soort verwarmingsketels. Het gaat hier om een belangrijke beslissing, aangezien 10 tot 14% van alle woningen in de hoofdstad worden verwarmd met mazout. De Brusselaars zullen worden begeleid doorheen deze verandering. De Klimaatordonnantie van 17 juni 2021 voorziet afwijkingen die momenteel worden bestudeerd. Brafco nam deel aan de onderhandelingen met het kabinet van de minister van Milieu en met Leefmilieu Brussel en – onder voorbehoud van de officiële bevesti­ ging – zullen de Brusselse inwoners die momenteel met mazout verwarmen en hun woning niet grondig renoveren, nog tot in 2035 op die manier mogen blijven verwarmen. Nieuwbouwwoningen moeten wel aan de passiefstan­ daard voldoen (de warmte die binnenshuis vrijkomt en de warmte van bui­ tenaf volstaan voor de verwarmingsbehoeften van de woning) en zijn uitgerust met een ventilatie­systeem met dubbele stroom.

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 29


BUNKERING

MARKT

Ondanks de coronacrisis namen de overslagcijfers in de havens op jaarbasis licht toe en hield de bunkermarkt stand. In de vier Vlaamse zeehavens (in orde van volumegrootte: Antwerpen, Zeebrugge, North Sea Port Flanders en Oostende) werd in 2021 iets minder dan 322 miljoen ton goederen geladen en gelost. Dat is ruim 12 miljoen ton of 4% meer maritieme trafiek – dus laden in en lossen uit zeeschepen – dan in 2020. Die stijging vertaalde zich ook in het aantal schepen dat vorig jaar binnen­ liep in de havens van Gent, Zeebrugge en Antwerpen. In de Antwerpse haven bijvoorbeeld klom het aantal aanlopen aanzienlijk ten opzichte van 2020, goed voor 3,9% groei. Zo telde de Antwerpse haven 14.181 aanlopen in 2021 of 526 meer dan het jaar ervoor. Maar de kloof met het niveau van voor de financiële crisis, in 2007, is nog groot. Toen stond de Antwerpse teller nog op 16.689 aanlopen. De statistieken tonen een stijging van de maritieme bunkering. Terwijl de bunkering van residuele stookolie in 2020 (5,17 megaton) nog een duik nam met bijna 30% in vergelijking met 2019, steeg het volume opnieuw tot 6,63 Mt in 2021. Het volume gasolie steeg van 1,35 Mt in 2020 tot 1,48 Mt in 2021. Ondanks de hoopvolle tekenen dat de bunkersector uit het dal klimt, is het nog te vroeg om van een structurele heropleving te spreken. Onder druk van de aanhoudende volatiele economische situatie in de logistieke business, versterkt door de – gelukkig relatief geringe – impact en onzekerheid van de wereldwijde COVID-19-pandemie, hield de precaire situatie in de bunkersec­ tor in 2021 aan. Veel hoop dat de sector ooit volledig zal herstellen tot het niveau van vóór de financiële en economische crisis is er wel niet meer. Specifiek voor de binnenvaart wordt het in de Haven van Antwerpen almaar moeilijker om te bunkeren. Enerzijds omdat de overheid het aantal locaties inperkt, anderzijds omdat bunkerstations in België niet zijn toegelaten, waardoor steeds meer schepen in Nederland gaan bunkeren. VLSFO: NOOD AAN MEER CONTROLE

Sinds 1 januari 2020 werd op volle zee de mondiale maximale zwavelnorm van 0,5% van kracht. Dat vormt een grote uitdaging voor de toeleveringske­ ten, waar bunkerschepen moeten worden gereinigd en tanks moeten wor­ den gevuld met conforme Very Low Sulphur Fuel Oil (VLSFO - max. 0,5%). Dit was in 2021 een grote zorg bij de bunkerbedrijven. De bunkeraar is verplicht om enkel brandstof te bunkeren die aan de strenge 0,5%-norm voldoet. Door de korte ‘port stay’ van zeeschepen en de lange wachttijden bij de laadter­ minals is het product vaak al gebunkerd nog voor de laboanalyse bekend is. Vaak blijkt uit dergelijke analyses dat het product niet conform het ‘Certificate of Quality’ is. De leverancier blijft echter buiten schot – hij zwaait met zijn kwaliteitscertificaat – en de bunkeraar draagt de volle ver­ antwoordelijk. Daarom roept de bunkersector op tot meer controles. Er is nood aan duide­ lijke regels met afdwingbare sancties. Zeker nu er, door de oorlog in Oekraïne geen Russische olie meer mag worden gebunkerd en de raffinade­ rijen meer blenden om aan de vraag te kunnen voldoen. Nog om aan de nieuwe norm te voldoen, installeren reders ‘scrubbers’ die het zwaveloxide uit de uitlaatgassen wassen. Daardoor kan er nog altijd

30

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

hoogzwavelige brandstof (HSFO) worden verhandeld. Die markt is in 2021 zelfs weer gegroeid. De scrubber-technologie werkt op basis van natriumhy­ droxide en magnesiumhydroxide. Sinds 2020 worden beide producten zowel met trucks als per lichter geleverd. DOUANE EN ACCIJNSFORMALITEITEN MET NEDERLAND

Ter herinnering: in 2019 bereikten de Belgische en Nederlandse Douane en Accijnzen een bilateraal akkoord over de douane- en accijnsprocedure en de nieuwe Zeevaart-bunkerprocedure. Het nieuwe akkoord betekent dat Belgische bedrijven die in Nederland willen bunkeren en laden, verplicht een vestiging moeten oprichten op Nederlands grondgebied. Het kantoor moet volledig bemand en uitgerust worden en alle ‘Nederlandse’ handel moet van daaruit gebeuren. Dat geldt omgekeerd ook voor Nederlandse bedrijven die in België willen bunkeren. Maar met dat cruciale verschil dat er in België nauwelijks bunkerproducten zijn opgeslagen. Die vestigingsvoorwaarden bieden echter geen enkele toegevoegde waarde voor de business. Sinds 1 januari 2020 moeten alle Belgische bunkeraars volgens de nieuwe regeling werken. De meeste bunkerbedrijven hebben zich willens nillens aangepast, ondanks de hoge kosten en uiterst complexe administratie. Komt daarbij dat de Belgische en Nederlandse douane de wettelijke vereisten die aan de gasolie voor de zeevaart worden gesteld, verschillend interpreteren. Met als gevolg dat Belgische bunkeraars eenmaal in Nederland torenhoge boetes riskeren, ook als ze hun lading kunnen staven met alle vereiste laad­ papieren, douane- en uitvoerdocumenten. Het probleem is gekend in beide landen, maar tot nog toe blijft een oplossing uit. FQD-VERPLICHTING

In 2020 werd de omzetting de Europese Richtlijn Fuels Quality Directive (FQD) van kracht. Die richtlijn stelt dat de leverancier van transportbrandstoffen tegen eind 2020 de broeikasgasemissies per eenheid energie met 6% moet verminderen. Ze is niet alleen van toepassing op diesel en benzine voor weg­ transport, maar ook op het niet-wegtransport (zgn. off road). Een van de strijdpunten van Brafco in 2020 was de vrijstelling van de FQD-verplichting op gasolie diesel (extra) voor de binnenvaart. Immers, de FQD dreigde de concur­ rentiepositie van de Belgische bunkerbedrijven die gasolie diesel leveren aan de binnenvaart, volledig te ondermijnen, want de binnenvaart in Frankrijk, Nederland en Duitsland is vrijgesteld van de FQD. Om een lang verhaal kort te maken: Brafco wist ook voor België de vrijstelling te bekomen. Vorig jaar was het even schrikken in Nederland toen er sprake was om de verplichting alsnog in te voeren vanaf 1 januari 2022. Dat werd vermeden. Onder druk van de bunkerwereld in beide landen wordt de FQD-reductie pas verplicht vanaf 1 januari 2023. Op die manier is er een level playing field tussen de Belgische bunkerbedrijven en hun Nederlandse c­ ollega’s. RISICO PRIJSSPECULATIE

Door de coronapandemie zakten de noteringen van de olietermijncontracten, waardoor veel binnenvaarders en hun bunkeraars kozen voor vaste langeter­ mijnprijzen. Dat is slim voor wie zonder gasolieclausules werkt (zo’n clausu­ le verhoogt of verlaagt de vrachtprijs naarmate de brandstof duurder of goedkoper wordt) en kiest voor een vaste kost. Veel Nederlandse bunkerbe­ drijven kopen vaker ‘on spot’ om zo goedkoper in te kunnen slaan. Sinds de oorlog in Oekraïne eind februari 2022 losbarstte, boomen de brandstofprij­ zen en moeten de Nederlandse concurrenten volgen, terwijl in België de prijzen stabieler bleven.


© Maxime de Greef

BUNKERING

CONCURRENTIE PIJPLEIDING TIJDELIJK VAN DE BAAN

Vlaanderen wil een pijpleiding tussen de Antwerpse haven en het Ruhrgebied. Er wordt vooral gekeken naar het vervoer van CO2 en waterstof. Die zijn nodig voor de klimaat- en energietransitie van de betrokken (petro)chemische bedrij­ ven. Maar ook zuurstof, aardgas, propyleen en biobrandstoffen staan op de transportlijst. Zo’n pijpleiding kan de binnentankvaart hard raken. De sector vraagt zich af of een pijpleiding het juiste antwoord is, temeer daar tankschepen die aan de strengste normen voldoen, dat transport veiliger kunnen uitvoeren en met minder impact op mens en natuur. De overheid verdedigt zich met het argu­ ment dat het geen verschuiving van transporten is. Dat klopt in die mate dat de markt van het brandstoffentransport in volle transitie zit. Traditionele kolen bijvoorbeeld verdwijnen uit het aanbod voor de binnenvaart, maar de nieuwe

brandstoffen zouden via de pijpleidingen worden vervoerd. In die zin schaadt het project wel degelijk de toekomst van de binnenvaart. Maar het ziet er naar uit dat het niet zo’n vaart zal lopen. Onder druk van burgers, gemeentebesturen en (natuur)organisaties moesten de plannen vorig jaar terug naar de tekentafel om de voorgestelde tracés aan te passen. Maar uitstel betekent echter geen afstel. OORLOG OEKRAÏNE

De impact van de inval van Rusland in Oekraïne op 24 februari 2022 was direct voelbaar in de bunkersector. Brandstof werd schaarser, prijzen gingen door het dak, leveringen lieten op zich wachten, … Door de hoge prijzen verhogen ook de financiële risico’s van de bunkerbedrijven. Die doen vaak beroep op bank­ kredieten, doch de financiële instellingen en kredietverzekeraars stellen zich minder soepel op.

NV Ketelmakerij - Tanks tot 100.000 L Bovengronds, ondergronds ook verhuur Brandstofpompen van 40 tot 160l/min Complete fleet-software Meer dan 30 jaar service & ervaring

Molenstraat 107 • 2960 Brecht • Tel: +32 3 313 06 72 www.keysersnoel.be • info@keysersnoel.be

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 31


TRANSPORT

ADR-OPLEIDINGEN EN CODE 95

Sinds de opstart van de evaluatie- en herzieningsprocedure in 2012 van de Europese Richtlijn 2003/59 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen ijverden Brafco en ECFD er hard voor om ADR-opleidingen te laten meetellen voor de verplichte 35 uur nascholing (de zgn. ‘code 95’), die vrachtwagenbestuurders om de vijf jaar moeten volgen. De niet-aflatende inspanningen van beide organisaties werden uiteindelijk beloond met de publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie van Richtlijn 2018/645 van 18 april 2018, die de voornoemde richtlijn van 2003 wijzigt. In die nieuwe richtlijn wordt, wat de verplichte nascholing betreft, het volgende gepreciseerd: “Door een erkend opleidingscentrum worden nascholingscursussen georganiseerd. Die cursussen duren 35 uur per vijf jaar en worden gegeven in modules van ten minste zeven uur die over twee opeenvolgende dagen mogen worden gespreid. (...) De lidstaten kunnen de voltooide specifieke opleiding die verplicht is op grond van andere EU-regelgeving, beschouwen als een van de voorgeschreven modules van 7 uur. Dat omvat, doch niet uitsluitend, de opleiding inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, die verplicht is op grond van Richtlijn 2008/68/EG (...). Lidstaten kunnen echter besluiten dat een voltooide specifieke opleiding inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, die verplicht is op grond van Richtlijn 2008/68/EG, als twee van de modules van zeven uur worden gerekend, mits dit de enige andere opleiding is die in acht wordt genomen bij de nascholing.” Aangezien het Brusselse gewest de richtlijn 2018/645 niet tijdig heeft omge­ zet, werden ADR-opleidingen die werden georganiseerd door instellingen die gevestigd zijn in het Brusselse gewest (waaronder Brafco), veel later dan in de andere gewesten van het land in rekening gebracht voor de code 95. Brafco verzocht het kabinet van de bevoegde minister om alle ADR-opleidingen die na 23 mei 2020 (de uiterste datum waarop de richtlijn moest omgezet zijn) wer­ den georganiseerd, met terugwerkende kracht te erkennen. Met de publicatie van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juli 2021 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betref-

fende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E in het Staatsblad van 3 augustus 2021 is de richtlijn 2018/645/EU eindelijk in de 3 gewesten van het land omgezet in regionale regelgeving. Dit impliceert dat voortaan alle ADR-cursussen, ongeacht het gewest waarin de zetel van de opleidingsinstelling zich bevindt, in rekening kunnen worden gebracht voor de verplichte 5-jaarlijkse 35 uur bijscholing in het kader van de vakbekwaamheid. Afhankelijk van het gewest waar de zetel van de opleidingsinstelling geves­ tigd is, zijn de ADR-opleidingen die in aanmerking komen voor de code 95, deze die plaatsvonden na : • 12 augustus 2020 (georganiseerd door ADR-opleidingsinstellingen met zetel in het Vlaams gewest); • 15 mei 2021 (georganiseerd door ADR-opleidingsinstellingen met zetel in het Waals gewest); • 3 augustus 2021 (georganiseerd door ADR-opleidingsinstellingen met zetel in het Brussels Hoofdstedelijk gewest). Het aantal kredietpunten verschilt enkel naargelang de gevolgde opleiding, maar niet naargelang het gewest waar de zetel van de opleidingsinstelling gevestigd is. Deze kredietpunten worden enkel toegekend indien de chauffeur geslaagd is voor het examen. Volgende examens ADR waarvoor de chauffeur slaagt, tellen mee als kredietpunten voor de code 95: ADR-opleiding met examen

Aantal kredietpunten

Initieel examen ADR categorie I (colli)

14

Initieel examen ADR categorie I + II (colli en tank)

14

Initieel examen ADR categorie IV (vloeibare brandstoffen)

14

Examen bijscholing categorie I (colli)

7

Examen bijscholing categorie I + II (colli en tank)

14

Examen bijscholing categorie IV (vloeibare brandstoffen)

7

Niettegenstaande een ADR-bijscholing categorie IV gespreid wordt over 2 dagen, komt deze opleiding dus slechts voor 7 kredietpunten in aanmerking. De reden hiervan is dat het ADR stipuleert dat een dag opleiding slechts 8 leseenheden van 45 minuten mag bedragen. En vermits 8 x 45 minuten 360 minuten of 6 uur is, kan deze opleiding niet voor 2 modules van 7 uur (14 kredietpunten) maar voor slechts 1 dergelijke module (7 kredietpunten) in rekening worden gebracht. VERLENGING VAN DE GELDIGHEIDSDUUR VAN DE ADR-OPLEIDINGSGETUIGSCHRIFTEN

© Adobe Stock

Ingevolge de tweede coronagolf in het najaar van 2020 was het in België, maar ook in andere EU-lidstaten, tijdelijk niet mogelijk om opleidingscursus­ sen in het kader van de nascholing vakbekwaamheid (code 95) te volgen. Dat leidde ertoe dat ons land gebruik maakte van de mogelijkheid om de geldig­ heidsduur van de rijbewijzen en de verplichte nascholingen met vervaldatum in 2021 te verlengen. Die mogelijkheid was voorzien in de Europese verorde­ ning (EU) 2021/267, die op 22 februari 2021 gepubliceerd werd in het Publicatieblad van de Europese Unie en die toeliet dat lidstaten specifieke en tijdelijke maatregelen nemen in verband met de vernieuwing of verlenging van bepaalde certificaten en vergunningen, het uitstellen van bepaalde periodieke controles en periodieke opleidingen op bepaalde gebieden van de vervoers­ wetgeving.

32

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021


TRANSPORT

Brafco informeerde haar leden op 16 maart 2021 over het volgende: • de verlenging met 10 maanden (vanaf einddatum geldigheid) van de rij­ bewijzen (administratieve geldigheid, medische selectie en code 95) en de nascholing code 95 die vervallen in de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021; • een bijkomende verlenging van de rijbewijzen (administratieve geldigheid, medische selectie en code 95) en de nascholing code 95 waarvan de geldig­ heid verstreken is na 31 januari 2020 en vóór 1 september 2020 en die reeds in de eerste periode een verlenging genoten voor 7 maanden, met 6 maan­ den en dit tenminste t.e.m. 1 juli 2021. Die verlenging gold automatisch. Er hoefde geen hernieuwing van het docu­ ment aangevraagd te worden (rijbewijs, kwalificatiekaart of getuigschrift na­ scholing). De Federatie informeerde haar leden ook dat België het multilaterale akkoord M333 niet had ondertekend en dat de ADR-opleidingsgetuigschriften geen tweede maal automatisch verlengd zouden worden. België had wel eerder al het multilateraal akkoord M330 ondertekend, waardoor ADR-opleidings­ getuigschriften die vervielen in de periode van 1 maart 2020 tot 1 februari 2021, automatisch verlengd werden tot 28 februari 2021. De reden voor het niet ondertekenen van het multilateraal akkoord M333 door België was dat in de tweede coronagolf de ADR-opleidingsinstellingen niet verplicht werden hun activiteiten op te schorten. Ook maakte België evenmin gebruik van de mogelijkheid om de vervaldata van de technische keuring van de voertuigen te verlengen, aangezien de centra voor automobielinspectie tijdens de tweede golf gewoon open zijn gebleven. WIJZIGINGEN ADR 2021

Naar ‘goede’ gewoonte wordt het ADR-reglement om de twee jaar op een aantal punten gewijzigd of geactualiseerd. De nieuwe editie, ADR 2021, mocht sinds 1 januari 2021 worden toegepast, maar werd (na de gebruikelijke over­ gangstermijn van 6 maand) op 1 juli verplicht. Net als bij editie 2019 bevat ook deze nieuwe editie weinig ingrijpende wijzigingen voor de sector van de brandstoffendistributie. Brafco publiceerde een artikel hierover in haar vakblad van februari 2021. RIJ- EN RUSTTIJDEN

Door het winteroffensief in België van 8 tot 14 februari stemde de minister van Mobiliteit in met het verzoek van Brafco om een tijdelijke afwijking op de rijen rusttijden toe te staan voor het vervoer van brandstoffen op het Belgisch grondgebied. Die tijdelijke versoepeling gold van 9 tot en met 21 februari 2021.

KILOMETERHEFFING

Net als op 1 januari 2021 voerde de regering van het Brusselse Gewest op 1 januari 2022 een indexaanpassing door. De leden werden op de hoogte ge­ bracht van de nieuwe barema’s van de kilometerheffing in het Waals Gewest en van de tarieven in het Vlaamse Gewest en in Brussel voor de periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2022. VOERTUIGCOMBINATIES VAN 50 TON

“Het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2021 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen” werd op 26 november 2021 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Sinds 6 december 2021 is het in Vlaanderen, naar het voorbeeld van het Waalse Gewest – waar dat sinds mei 2018 reeds toegestaan is – dus mogelijk om zich met een voertuig van maximaal 50 ton op 6 assen te begeven op het wegennet. De Federatie beschreef voor haar leden alle voorwaarden waaraan het gebruik van een dergelijke combinatie is verbonden. Die voorwaarden zijn strenger dan die in het Waalse Gewest, waar voertuigcombinaties met een totale toegelaten massa van 50 ton geen alter­ natieve brandstof hoeven te gebruiken of emissievrij moeten zijn. VERKEERSBORD C23

Sinds 1 juli 2021 is het negeren van het verkeersbord C23 een overtreding van de derde graad. Dit is de op één na zwaarste categorie van verkeersmisdrijven. Voorheen was het negeren van het verkeersbord C23 een overtreding van de eerste graad. De indeling van de overtreding bij de derde graad komt overeen met hogere strafmaatregelen. Deze wijziging werd ingevoerd door de ‘Wet van 2 april 2021 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, wat de nietinachtneming van verkeersbord C23 betreft’. Pro memorie, het verbodsbord C23 betekent “verboden toegang voor bestuur­ ders van voertuigen bestemd of gebruikt voor het vervoer van zaken”. Een opschrift op een onderbord beperkt het verbod tot de bestuurders van voertui­ gen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan de aangeduide massa. Met deze wijziging werd een vergetelheid rechtgezet. Het niet respecteren van een tonnagebeperking aangegeven door het verkeersbord C21 werd reeds op 24 september 2016 gecatalogeerd als een verkeersmisdrijf van de derde graad. Logischerwijs had op dat ogenblik ook het negeren van het verkeers­ bord C23 moeten worden ingedeeld bij de verkeersinbreuken van de derde categorie.

De uitzonderlijke weersomstandigheden en de hevige regenbuien in het Waalse Gewest tijdens de zomer leidden ook tot een tijdelijke en beperkte versoepeling van de handhaving van de rij- en rusttijden voor bestuurders van voertuigen voor het transport van hulpgoederen, het opruimen van puin en de distributie van petroleumproducten en brandstoffen in de getroffen gebieden. Deze tijdelijke versoepeling gold van 27 juli 2021 tot en met 8 augustus 2021. In beide gevallen stelde de Federatie alle officiële documenten voor die ver­ soepelingen via haar website ter beschikking van haar leden en raadde hen aan om met het oog op eventuele wegcontroles een kopie ervan in de cabine van de vrachtwagen te bewaren.

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 33


EUROPA

ECFD Brafco is lid van ECFD (European Confederation of Fuel Distributors), die de nationale federaties van brandstoffenhandelaars en zelfstandige pomphou­ ders van België, Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk verenigt en hun belangen verdedigt bij de Europese instellingen. In 2021 organiseerde ECFD een grondige denkoe­ fening over haar rol als Europese koepelorganisa­ tie. Daaruit kwam naar voren dat de organisatie haar sensibiliseringsacties bij de Europese instel­ lingen moet opvoeren om aan te sturen op een reglementair kader dat de verdelers van vloeibare brandstoffen ondersteunt en de invoering van synthetische vloeibare brandstoffen en biobrand­ stoffen stimuleert.

ECFD

European Confederation of Fuel Distributors

ECFD information

10 facts about e-fuels:

The essential contribution of synthetic fuels for a successful energy transition

voor alternatieve brandstoffen (DAFI) en de CO2emissienormen voor personen­wagens en bestel­ wagens. Met name wat betreft de ETD benadrukte ECFD dat de conventionele motorbrandstoffen niet lan­ ger financieel aantrekkelijker hoeven te zijn dan nieuwe, klimaatvriendelijke brandstoffen zoals e-fuels. ECFD is ook gekant tegen de invoering van een CO2-heffing op verwarmingsenergieën, aan­ gezien die beantwoorden aan een basisbehoefte en omwille van de negatieve gevolgen voor kwetsbare consumenten (energiearmoede).

Inzake de richtlijn betreffende de promotie van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (RED II), waarvan het aandeel tegen 2030 goed moet zijn voor 32% van het bruto-eindverbruik ECFD publiceerde onlangs de brochure '10 facts about e-fuels'. van energie in de Europese Unie, steunt ECFD de plannen die het mogelijk maken over te stappen Rekening houdend met de huidige initiatieven op van verwarmingsmazout op een klimaatvriendelijkere vloeibare brandstof Europees vlak legt ECFD zich onder meer toe op de richtlijnen betreffende de omdat deze toelaat de koolstofuitstoot te verlagen en onmiddellijk kan wor­ belasting van energieproducten (ETD), hernieuwbare energieën (RED II & III), den gebruikt in de bestaande verwarmingssystemen van de consument. Dat de energieprestatie van gebouwen (EPBD), de uitrol van een infrastructuur

UPEI Brafco is op Europees vlak eveneens actief als lid van UPEI, de Europese koepelorganisatie van de onafhankelijke brandstoffenhandelaars. Die or­ ganisatie vertegenwoordigt op Europees vlak zowel de invoerders als de groot- en kleinhandelaars in transport- en verwarmingsbrandstoffen en hun hernieuwbare alternatieven. Ze verdedigt bij de Europese Unie de belangen van de nationale verenigingen, hun leden en de bedrijven over heel Europa. De Raad van Bestuur van UPEI formuleert, op basis van de input van vijf werkgroepen (‘commissies’) en experts, haar standpunt over tal van richt­ lijnen die in voorbereiding zijn of worden herzien. Het voorzitterschap van UPEI wordt momenteel waargenomen door de afgevaardigde van Brafco. 2021 was het jaar waarin een reeks voorstellen werd gedaan om de transitie naar een koolstofneutrale economie tegen 2050 te versnellen. Die voorstellen werden, zoals reeds vermeld, gegroepeerd in het ‘Fit for 55 Package’ en later nog aangevuld met voorstellen om de gasmarkten te decarboniseren, waterstof te promoten en de uitstoot van methaan te verlagen (‘Gas Package’). Al deze voorstellen beogen een concretisering van de maatregelen om tegen 2030 55% minder CO2 uit te stoten door o.m. een herziening van de Europese klimaat- en energie­wetgeving. UPEI besloot zich te concentreren op zes voorstellen waarvoor ze in okto­ ber en november 2021 standpunten publiceerde die ze verdedigt bij de Europese Raad en het Europees Parlement in het kader van de legislatieve gesprekken binnen en tussen beide instellingen. Het gaat dan met name om de Richtlijn betreffende de uitrol van een infrastructuur voor alterna­ tieve brandstoffen (DAFI), de Richtlijn betreffende de belasting van ener­

34

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

gieproducten (ETD), het Reglement op de CO2-uitstootnormen voor lichte voertuigen, het voorstel ‘Fuels EU Maritime’ voor alternatieve motor­ brandstoffen voor het maritiem transport, de Richtlijn betreffende de emissiehandel (ETS) en de herziening van de Richtlijn betreffende de hernieuwbare energieën (RED III). Maar het monitoren van wetgevende initiatieven door UPEI gaat nog veel verder en omvat bijvoorbeeld ook de aanstaande herziening van de Richtlijn betreffende de betaaldiensten en de herziening van de Richtlijn betreffende de energieprestatie van gebou­ wen (EPBD). UPEI onderschrijft de ambitie van de Europese Unie om tegen 2050 een klimaatneutrale economie te realiseren. Wat de invoering van milieuvrien­ delijkere energieën betreft, staat ze achter een technologieneutrale aan­ pak en het smeden van banden tussen de industrie en de consument enerzijds en tussen besluitvormers en investeerders anderzijds om de markt toegankelijk en betaalbaar te houden. Die boodschap is ook het onderwerp van een van haar recentste position papers (maart 2022) over de herziening van de ETD waarin UPEI uiting geeft aan haar standpunt dat het verhinderen van het gebruik van een brede waaier aan technologische oplossingen voor het lichte transport de aantrekkingskracht en economi­ sche duurzaamheid van investeringen in koolstof­arme motorbrandstoffen (vloeibare en gasvormige, hernieuw­bare en/of synthetische) in gevaar brengt. Indien een gunstig reglementair kader en een evolutieve rentabi­ liseringsanalyse uitblijven, bestaat het risico dat het onderzoek naar en de ontwikkeling van alle koolstof­ arme motorbrandstoffen spaak lopen, waardoor ook de decarbonisatie van het zwaar vervoer, de zeevaart, de luchtvaart en andere sectoren waarin het verlagen van de uitstoot moei­ lijker is, in gevaar komt.


EUROPA

zal positieve gevolgen hebben voor de duurzaamheidsdoelstellingen van de EU en bijkomende uitgaven voor de consument vermijden. In dat opzicht staat ECFD achter een aanpak waarbij de focus ligt op koolstofarme energieefficiëntie, en niet op het bevoordeligen van bepaalde technologieën. Om haar doelstellingen na te streven, opteert ECFD voor een samenwerking met andere sectororganisaties, zoals blijkt uit haar deelname aan de Joint Heating Commission en haar kandidatuur voor de ‘Renewable and Low Carbon Fuels Value Chain Alliance’ (de industriële vereniging voor de waardeketen van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen), een initiatief van de Europese Commissie dat de productie, distributie en het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in het transport wil stimuleren. In 2021 lanceerde de Europese Commissie meerdere regelgevende initiatie­ ven onder de noemer “Fit for 55” (globaal plan waarin een nieuwe doelstel­ ling wordt vastgelegd om tegen 2030 55% minder CO2 uit te stoten en de Europese klimaat- en energiewetgeving te herzien). Deze voorstellen kaderen in de Europese Green Deal. Om de vooropgestelde klimaatdoelstelling te kunnen halen, zijn ook koolstofneutrale vloeibare brandstoffen noodzakelijk,

waaronder duurzame en geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO). Die synthetische vloei­ bare brandstoffen, waaronder ook de e-fuels kunnen worden gekwalificeerd, kunnen als brandstof worden gebruikt voor transport en verwarming. ECFD publiceerde onlangs de brochure ‘10 facts about e-fuels’, waarin uitleg te vinden is over hoe ze worden gemaakt, hoeveel ze kosten, waarvoor ze kun­ nen worden gebruikt en op welke manier ze bijdragen aan de bescherming van het klimaat.

GEZOCHT VOOR EXPORT: Tankwagens en tankopleggers voor LPG, diesel, benzine, olie, bitumen, chemische stoffen, levensmiddelen, cement en bulkopleggers. Aankoop trekkers en ander rollend materieel. Materiaal te koop of een overname? BEL VANDAAG!!!

G SM + 3 2 ( 0 ) 4 7 5 - 6 0 1 2 4 3 E -m ai l: d e t r u c k s@ t e l e n e t .b e w ww.ta nk w ag e n s.com

JOINT HEATING COMMISSION Sinds drie jaar coördineren de Europese koepelorganisaties FuelsEurope, Eurofuel, UPEI en ECFD hun initiatieven inzake het beleidsdomein ‘ver­ warming’ via de ‘Joint Heating Commission’. Dat biedt de betrokken koepelorganisaties de kans om met één stem te spreken over een hele reeks gemeenschappelijke dossiers, waaronder de ‘Europese Renovatiegolf’, de Richtlijn betreffende de belasting van energieproduc­ ten (ETD) en de Richtlijn betreffende de emissiehandel (ETS).

Tijdens de vergadering van de Joint Heating Commission op 7 januari 2021 bespraken de leden onder meer de inwerkingtreding in Duitsland van een nationaal koolstofemissiehandelsysteem dat feitelijk neerkomt op de in­ voering van een CO2-taks (al wil de Duitse regering het woord ‘taks’ of ‘belasting’ niet in de mond nemen). Die ‘CO2-taks’ legt voor het eerst in Duitsland een prijs vast voor de uitstoot van CO2 buiten de sectoren die onder het emissiehandelssysteem van de Europese Unie (EU-ETS) vallen.

VRIJWILLIG KREDIETSYSTEEM VOOR DUURZAME BIOBRANDSTOFFEN Aan het begin van de zomer van 2021 riepen 223 verenigingen (waaron­ der onze Europese organisaties ECFD en UPEI, bedrijven en weten­ schappelijke instellingen) de Europese Commissie op om een vrijwillig kredietsysteem voor duurzame hernieuwbare brandstoffen op te nemen in de wetgeving betreffende de CO2-uitstoot van voertuigen.

nieuwbare brandstoffen. De globale klimaatdoelstellingen van de Europese Unie kunnen sneller en met meer zekerheid worden gereali­ seerd wanneer gebruik wordt gemaakt van duurzame hernieuwbare brandstoffen als bijkomend middel om de CO2-uitstoot van het wagen­ park te verlagen.

De ondertekenaars van die brief begonnen met de mededeling dat ze volledig achter de doelstelling staan van de Europese Unie om tegen 2050 klimaatneutraliteit te realiseren en dat ze zich terdege bewust zijn van de belangrijke rol die de transportsector in dit kader speelt. Ze voegen daar echter aan toe dat de huidige aanpak, die zich uitsluitend toespitst op de emissies via de uitlaatgassen van nieuwe voertuigen, niet toelaat om de overgang naar een klimaatneutrale mobiliteit te verzekeren.

Een rondvraag onder de belanghebbenden bij deze thematiek binnen de EU toont aan dat 70% van hen achter een mechanisme staat dat reke­ ning houdt met de bijdrage van duurzame hernieuwbare brandstoffen in de toekomstige CO2-wetgeving voor voertuigen.

In het kader van het ‘Fit for 55 Package’ dringen de ondertekenaars aan op de noodzaak om bij de herziening van de CO2-nomen voor voertuigen en bestelwagens en – tijdens de volgende herzieningsfase – ook voor de vrachtwagensector, ook rekening te houden met de duurzame her­

De ondertekenaars van de brief benadrukken nog dat duurzame her­ nieuwbare brandstoffen niet bedoeld zijn om de Europese inspanningen op het vlak van elektrificatie te verminderen, maar om deze aan te vul­ len tijdens de overgangsfase naar een zero-uitstootmobiliteit, en meer in het bijzonder zo lang de omstandigheden die een elektrische mobili­ teit met batterijen en waterstofmobiliteit mogelijk moeten maken, nog niet overal in de EU dit toelaten (bijvoorbeeld wat betreft de inburgering bij de consument of de beschikbaarheid van oplaadinfrastructuur).

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 35


SOCIALE ZAKEN

SECTORAAL PENSIOENPLAN

Het PC 127 was één van de eerste sectoren die een sectoraal pensioenplan invoerde. Sinds 1 januari 2010 worden alle bijdragen, hetzij 3% van het brutoloon, gedragen door de werkgever.

Hieronder vindt u een korte berekeningssimulatie voor 4 arbeiders die in 2003 respectievelijk 0, 5, 10 en 15 jaar anciënniteit hadden als chauffeurs actief in de brandstoffenhandel. Voor de toekomst werd in de simulatie ­abstractie gemaakt van indexeringen en verhogingen en werd uitgegaan van een rendement van 1,75% per jaar.

Anciënniteit op 01-01-2003

Leeftijd op 01-01-2003

Leeftijd op 01-01-2020

Uurloon in 2003

Uurloon in 2022

Reeds opgebouwde reserve op 01-01-2022

Schatting van het kapitaal op 65 jaar

0 jaar

25 jaar

42 jaar

€ 9,0679

€ 13,7507

€ 17.541

€ 46.039

5 jaar

30 jaar

47 jaar

€ 9,1448

€ 14,0922

€ 17.790

€ 38.663

10 jaar

35 jaar

52 jaar

€ 9,2241

€ 14,2310

€ 17.937

€ 31.367

15 jaar

40 jaar

57 jaar

€ 9,3530

€ 14,4339

€ 18.075

€ 24.579

SECTORALE AKKOORDEN

Op 23 september 2021 ondertekenden de sociale partners het Protocolakkoord voor 2021-2022. Ter uitvoering hiervan werden op 3 november 2021 volgen­ de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten: • Een verhoging met 0,4% van alle minimum- en effectieve lonen vanaf 1 januari 2022 bovenop de jaarlijkse indexering. • Een eenmalige premie voor 2021 ten belope van 10 euro per effectief gewerkte maand in 2021. • De toekenning van consumptiecheques voor effectief gewerkte dagen in de referteperiode van 1 oktober 2020 tot 30 september 2021 a rato van 2,25 euro per dag met een maximum van 250 euro. • Verhoging naar 7.500 euro van de schadevergoeding bij ontslag wegens verlies van de medische schifting. • Forfaitaire berekening van de beschikbaarheidstijd: de voorziene wachttijden bij het laden en lossen van brandstoffen alsook de rusttijden met het oog op de verkeersveiligheid dienen te worden betaald aan het normaal uurloon maar hoeven niet te worden beschouwd als arbeidstijd in de zin van de Arbeidswet. Ten belope van maximum 2 uur per dag en 10 uur per week (boven de grens van 8uur/dag en 40uur/week) kan dit forfaitair worden vastgesteld en dient dit niet op gedetailleerde wijze worden verantwoord. Een en ander werd vastgelegd bij Koninklijk Besluit van 21 december 2021.

Dankzij de online bevraging konden de sectorale instroomacties gerichter communiceren met relevante actoren (bedrijven, werkzoekenden en job bemiddelaars). Het verstrekken van info inzake de IBO-projecten heeft tot resultaat geleid, daar er in 2021 6 IBO-projecten bij bedrijven in de sector werden opgestart. Ook in 2022 zal de sector extra inzetten op het versprei­ den van informatie rond IBO’s met de bedoeling nog meer werkzoekenden op te leiden tot chauffeur met rijbewijs C/CE en ADR-attest om hen vervol­ gens in de sector te laten instromen. Verder organiseert de sector samen met 4 andere sectorfondsen actief in transport jaarlijks een beroepenrally voor leerlingen van de 2de graad. Deze actie heeft tot doel jongeren kennis te laten maken met jobs die aan trans­ port zijn gelieerd. Omwille van de strenge coronamaatregelen die in 2021 van kracht waren, werd de voor 2021 geplande editie uitgesteld naar 2022. En zo vond op 25 en 28 april 2022 On The Move 5 plaats bij transport­ bedrijf Corneel Geerts in Wijnegem. In totaal werden 200 leerlingen onder­ gedompeld in de wereld van transport en logistiek. 2. Competentiebeleid Om de administratieve verwerking van de compensatiedagen in het kader van de 38-uren-week te vergemakkelijken werd het platform ‘La Fontaine online’ met succes uitgebreid en opengesteld voor werkgevers en werkne­ mers. Tevens werd ook de website van het Sociaal Fonds in een nieuw jasje gestoken, o.m. met de bedoeling de dienstverlening verder te optimaliseren.

OVERZICHT ACTIES SECTORCONVENANT 2021

Een van de opdrachten van het Sociaal Fonds is de uitvoering van het sec­ torconvenant. Het convenant heeft als doel de werkgelegenheid binnen de brandstoffenhandel te bevorderen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste verwezenlijkingen in 2021 opgedeeld volgens de drie decreta­ le prioriteiten: 1. Instroom Op 27, 28 en 29 april 2021 nam het Sociaal Fonds deel aan de digitale schoolverlatersbeurs Verruim je horizon. Gedurende de drie dagen kre­ gen leerlingen de kans om een één op één gesprek te hebben met de sec­ torconsulent van het Sociaal Fonds. Daarnaast organiseerde het Fonds ook interactieve workshops in samenwerking met de cluster transport en logis­ tiek. Zodoende konden een dertigtal leerlingen worden bereikt.

36

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

In samenwerking met de cluster transport en logistiek organiseerde het Sociaal Fonds voor de Handel in Brandstoffen in 2021 twee lerende netwerken voor bedrijven actief in de sector. Op 28 mei 2021 werd het leren­ de netwerk preventie burn-out georganiseerd. Dit lerende netwerk, dat in samenwerking met organisaties IDEWE en Van Dievel werd georganiseerd, was een groot succes. Het andere lerend netwerk focuste op re-integratie na ziekte en vond plaats op 22 oktober 2021. 3. Non-discriminatie Onder leiding van Woodwize en een intersectorale adviseur non-discrimina­ tie werden verschillende werkgroepen opgericht. Binnen deze werkgroepen worden sensibiliserende, informerende en ondersteunende acties ter be­ strijding van discriminatie en ter bevordering van inclusie ­bewerkstelligd.


SOCIALE ZAKEN

Bezoek van Jinnih Beels, schepen bevoegd voor onderwijs en jeugd van de stad Antwerpen, naar aanleiding van de beroepenrally die in april 2022 in Wijnegem werd georganiseerd.

Meer informatie rond de bovengenoemde acties zijn terug te vinden op de website van het Sociaal Fonds via www.fonds127.be. YOUTH ENERGY PROJECT

Sinds januari 2020 loop het Youth Energy Project. Via het jongerenproject kunnen jongeren (-26 jaar en werkzoekend) aan de hand van een IBO (indivi­ duele beroepsopleiding) volledig gratis worden opgeleid tot chauffeur C/CE met ADR-attest. Hiermee hoopt het Sociaal Fonds het aantal jongeren in de sector te verhogen, de instroom te bevorderen en de aangroeiende vergrij­ zing op te vangen. Intussen werden 4 jongeren succesvol opgeleid die nu aan de slag zijn bij werkgevers in de sector. Het project loopt nog tot 31 december 2023.

Wij zijn Powerland. Sterk in e-mobiliteit.

OPENBAAR

OP HET WERK

THUIS

www.powerland.be

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 37


DIENSTEN

ADR-CURSUS ‘VLOEIBARE BRANDSTOFFEN’

Sedert twee decennia organiseert de Federatie voor zaakvoerders en hun personeel ADR-opleidingen (zowel initiële als vervolmakingscursussen). Haar erkenning als ADR-opleidingsinstelling werd eind 2013 door de FOD Mobiliteit en Vervoer met succes verlengd en deze erkenning werd door de gewesten bevestigd. Zij zijn door de Zesde Staatshervorming sedert 1 ­januari 2015 bevoegd voor o.m. de opleiding en examens van ADR-chauffeurs. Aangezien op vraag van de Federatie een specifiek opleidingsgetuigschrift ‘vloeibare brandstoffen’ (categorie IV) in het leven werd geroepen, was Brafco de eerste organisatie die reeds in het najaar van 2008 een dergelijke opleiding organiseerde. De ADR-cursus ‘vloeibare brandstoffen’ kan worden gevolgd als initiële ADR-opleiding of als vervolmakingscursus (voor wie al over een geldig getuigschrift beschikt). Dat getuigschrift is interessant op meerdere vlakken. De initiële opleiding is beperkt tot 2,5 dagen (i.p.v. 5) en uitsluitend gericht op die producten waar de meeste chauffeurs in de sector dagelijks mee omgaan: gasolie, dieselolie, benzine en kerosine (lamppetroleum).

Door de aanhoudende inspanningen van Brafco, dat er sinds de eerste evalu­ atie van de richtlijn 2003/59 zowel op Europees als op nationaal en regionaal vlak voor ijverde dat gevolgde ADR-opleidingen ook kunnen meetellen voor de verplichte 35 uur nascholing, is dit nu het geval in de drie gewesten van het land. ADR-opleidingen komen voortaan in aanmerking voor 14 kredietpunten voor de “code 95”. Deze ADR-opleidingen worden beschouwd als opleidingen van de 2de categorie (thema B, “toepassing van de voorschriften”). Zie ook ­rubriek ‘Transport’ in dit jaarverslag. Ingevolge de tweede coronagolf in het najaar van 2020 was het in België, maar ook in andere EU-lidstaten, tijdelijk niet mogelijk om opleidingscursus­ sen in het kader van de nascholing vakbekwaamheid (code 95) te volgen. Dat leidde ertoe dat ons land gebruik maakte van de mogelijkheid om de geldig­ heidsduur van de rijbewijzen en de verplichte nascholingen met vervaldatum in 2021 te verlengen. Zie ook rubriek ‘Transport’ in dit jaarverslag.

Het specifieke getuigschrift ‘petroleumproducten’ – dat niet onderworpen is aan een kilometerbeperking rond de maatschappelijke zetel van de onderne­ ming – geldt ook voor het internationale vervoer en voor het vervoer van zware stookolie, dat sinds 2012 onder het ADR valt (meestal gecatalogeerd onder UN 3082).

Ondernemingen in de sector (en ook andere) kunnen bij de Federatie terecht voor opleidingen in het kader van de vakbekwaamheid en permanente vorming van de chauffeurs. Brafco werkt hiervoor samen met enkele gespecialiseerde opleidingscentra.

ADR-BIJSCHOLINGSCURSUS

QFOR-LABEL EN OPLEIDINGSCHEQUES

Brafco organiseerde in 2021 opnieuw de gewone ADR-bijscholingscursussen voor haar leden om hen de kans te geven tijdig een verlenging van de geldig­ heidsduur van hun getuigschrift te bekomen. Een bijscholingscursus kan worden gevolgd in de 12 maanden voor de vervaldatum van het getuigschrift (het getuigschrift wordt dan verlengd vanaf de vervaldatum). Indien de bij­ scholingscursus eerder wordt gevolgd, gaat de geldigheidsperiode van het nieuwe getuigschrift in op de datum waarop het examen met succes wordt afgelegd. Alle chauffeurs van wie de Federatie vooraf in kennis werd gesteld van de categorie en de vervaldatum van hun ADR-getuigschrift, ontvangen automatisch een uitnodiging om deel te nemen aan een bijscholingscursus enkele maanden voor de vervaldatum van hun getuigschrift.

Het Qfor-kwaliteitscertificaat waarover Brafco beschikt, heeft tot doel de kwaliteit en het professionalisme van de opleidingsinstellingen vast te leggen en te verzekeren. Dankzij dit Qfor-label kunnen ondernemingen in het Vlaamse Gewest via de ‘kmo-portefeuille’ genieten van een tussenkomst in de kosten van opleidingen die Brafco organiseert. Waalse bedrijven die een beroep doen op de diensten van Brafco krijgen toegang tot opleidingscheques van het Waals gewest.

ADR-VEILIGHEIDSADVISEUR

Elke onderneming die gevaarlijke goederen over de weg vervoert en/of laad-, los- of vulwerkzaamheden verricht, met inbegrip van de overslag van de weg, het spoor of de binnenwateren naar een andere vervoerswijze, moet beschik­ ken over een ADR-veiligheidsadviseur. De functie van veiligheidsadviseur mag worden uitgeoefend door de bedrijfslei­ der, een persoon die binnen de onderne­ ming andere taken vervult of een persoon die niet tot de onderneming behoort. NASCHOLINGEN VAKBEKWAAMHEID CHAUFFEURS

De vakbekwaamheid – code 95 – is on­ dertussen een begrip. Chauffeurs met een rijbewijs C of CE moeten om de 5 jaar 5 erkende opleidingen van ten

38

minste 7 uur (samen 35 kredieturen) hebben gevolgd om hun rijbewijs te verlengen.

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021

NOTERINGEN

Brafco biedt haar leden de mogelijkheid om vier keer per dag, per fax of per e-mail, informatie te ontvangen over de evolutie van de petroleumprijzen op de internationale markten. De leden worden eveneens een dag vooraf op de hoogte gebracht van elke wijziging van de officiële maximumprijzen van de petroleumproducten. Leden die dat wensen kunnen ook tweemaal per dag per sms geïnformeerd worden over de koers van de dollar ten opzichte van de euro en over de evolutie van de noteringen van gasolie en diesel.


PUBLICATIES & COMMUNICATIE

De woordvoerders van Brafco duiken steeds vaker op in de pers en in de debatten.

RESTYLING EN DOORLOPEND INFORMEREN

Brafco, al 75 jaar tot uw dienst!

De 75e verjaardag van de Federatie, die we vierden op 25 september 2021, was ook de gelegenheid om het logo van de Federatie op te frissen met een transitie van rood naar groen om aan te tonen dat we ook actoren van de energietransitie zijn en dat we alle off-grid brandstoffen vertegen­ woordigen, ook de hernieuwbare en de koolstofarme. Die nieuwe visuele identiteit is voortaan terug te vinden op alle ge­ drukte en digitale kanalen van de Federatie.

De retrospectieve brochure die werd uitgebracht ter gelegenheid van de 75e verjaardag van de Federatie, schetst een beeld van de evolutie in de sector en de rol van de Federatie.

De nieuwe website van Brafco, die sinds maart online staat, omvat een hele reeks gloednieuwe functies: statistieken over de prijsevolutie van de verschillende petrole­ umproducten; de mogelijkheid voor leden om hun gegevens aan te passen in ‘mijn profiel’ (met o.a. de mogelijkheid om iemand binnen het bedrijf toegang tot het ledenportaal te geven); een uitgebreide dealer locator en tankstation locator; artikels voor leden/niet-le­ den duidelijk zichtbaar; te downloaden formulieren gerangschikt volgens thema in ‘documenten’; de mogelijkheid om zich online in te schrijven voor een evenement of opleiding … Het ledenportaal op de website wordt zeer regelmatig bijgewerkt met interessante info voor brandstoffenhandelaars en pomphouders.

men aan een enquête over de administratieve vereenvoudiging of zich kan­ didaat stellen als inzamelpunt voor hervulbare butaan- en propaanflessen in België. Via haar Facebook-pagina en Twitter-account richt Brafco zich ook tot de consument. MEDIA

Voor de Nederlandstalige media treedt Algemeen Directeur Johan Mattart op als woordvoerder van de Federatie. Voor de Franstaligen is dat de taak van Technisch Directeur Olivier Neirynck. Zij kwamen meermaals in de media, bijvoorbeeld naar aanleiding van de invoering van het verbod om in Vlaanderen mazoutketels te vervangen, de ongeziene prijsstijgingen, de toekenning van de cheque van € 200 voor gebruikers van stookolie en propaan in bulk en de opstart van de activiteiten van Promaz. In bepaalde gevallen neemt de Federatie zelf het initiatief om persberichten uit te sturen. Dit was bijvoorbeeld het geval begin maart 2022, toen de K-factor geactiveerd was, om een noodkreet te slaken en te wijzen op de catastrofale situatie waarin de meeste operatoren in de sector verkeerden door het feit dat hun aankoopprijs gedurende meerdere dagen hoger was dan de maximum toegelaten verkoopprijs.

Die informatie die de Federatie onafgebroken ter beschikking stelt van haar leden, wordt nog aangevuld met het tweemaandelijks magazine Brandstoffen. Dat is in de eerste plaats bestemd voor de leden van de Federatie, maar ook een belangrijk informatiemiddel voor de decision ­makers binnen overheidsadministraties en ministeriële kabinetten. Met al die communicatiemiddelen voorziet de Federatie ook in de interacti­ viteit tussen haar leden. Zo konden de leden zich via het magazine of online kandidaat stellen voor de Brafco Awards die werden uitgereikt ter gelegen­ heid van de 75e verjaardag van de Federatie, hun visie geven op de manier waarop Brafco moet evolueren in het kader van de energietransitie, deelne­

De nieuwe website van Brafco werd in maart 2022 gelanceerd en toont de nieuwe visuele identiteit van de Federatie.

Br ndstoffen

Jaarverslag 2021 39


Met een ADR-truck van TVW Fuel Trucks loopt uw onderneming op wieltjes!

Verkoop nieuwe & tweedehandse ADR voertuigen

Aankoop en overname van uw ADR tankwagen voor internationale export

20 jaar ervaring in aankoopadvies en technische ondersteuning

Bezoek onze showparking • Kanaalstraat 8, 3560 Lummen

Contacteer ons voor meer info • Jean-François Riche: +32 (0)475 61 83 22 jfr@tvw-fueltrucks.com www.tvw-fueltrucks.com


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag 2021 - Juni 2022 by vincentorts - Issuu