Waarom een nieuwe ‘geïntegreerde begeleidingsmethodiek’ ontwikkelen voor mensen in generatiearmoede op weg naar werk? We ontwikkelden een nieuwe geïntegreerde begeleidingsmethodiek die dienstverleners in staat moet stellen om werkzoekenden in generatiearmoede beter te begeleiden op weg naar duurzaam werk. We beogen een kwalitatieve, motiverende job die mensen in armoede ultiem in staat stelt om de armoedecirkel te doorbreken en deel te nemen aan de samenleving. Dit als antwoord op de uitsluiting, vernedering en schaamte die zij door hun complexe armoedeproblematiek dag in dag uit ervaren én vaak ook – ongewild – doorgeven aan hun kinderen, waardoor het fenomeen generatiearmoede al decennia een hardnekkig woekerend maatschappelijk probleem is. De naam van deze nieuwe methodiek is ‘WAW-traject’. Dit staat voor ‘een geïntegreerde aanpak van Werk, Armoede en Welzijn’. We hopen dat je na het lezen van dit boek enthousiast zal zijn over de mogelijkheden en resultaten van deze methodiek en dat hij dus zijn naam waardig zal zijn. Vooraleer in te gaan op de essentie van een WAW-traject willen we je vertellen waarom de Vierdewereldgroep Mensen voor Mensen en zijn partners deze methodiek ontwikkelden. We schetsen vanuit welke visie en ervaringen we tot de beslissing kwamen om een innoverend project bij het ESF-agentschap Vlaanderen in te dienen met als doel de ontwikkeling en testing van het WAW-traject.
1.1 Visie op armoede en armoedebestrijding De Vierdewereldgroep Mensen voor Mensen vzw is een vereniging waar armen het woord nemen. Uit het jaarverslag 2010 van de Vierdewereldgroep Mensen voor Mensen:
Ons uitgangspunt: armoede is een onrecht, een schending van de mensenrechten.1 Armoede is een netwerk van sociale uitslui tingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Daarom is onze doelstelling structurele armoedebestrijding op elk terrein van het leven: onderwijs, cultuur, huisvesting,… en ook werkgelegenheid. Wij willen de sociale, culturele en maatschappelijke factoren van uitsluiting van armen opsporen en bestrijden. Tegelijk proberen we mensen ervan bewust te maken dat er dichtbij armoede bestaat en willen we een oproep doen tot solidariteit. Als ‘vereniging waar armen het woord nemen’ werken wij volgens de 6 criteria: 1. armen verenigen zich, 2. voortdurend op zoek blijven gaan naar de armsten, 3. armen nemen het woord, 4. maatschappelijke emancipatie bevorderen, 5. dialoog en solidariteit nastreven met andere partners in de samenleving, 6. werken aan structurele veranderingen. In onze Vierdewereldgroep MvM verenigen we mensen die in armoede leven en anderen die samen strijden tegen het onrecht van armoede en uitsluiting. We verzamelen ervaringen van wat het betekent in armoede te leven en bundelen wat daarin gemeenschappelijk is. Zo trachten we de verdoken armoede zichtbaar te maken en de diepere structurele oorzaken ervan aan te wijzen. Deze ‘kennis over armoede’ brengen we naar buiten en we gaan ermee in dialoog met beleidsverantwoordelijken, om veranderingen te bekomen voor allen in een dergelijke situatie. 1 Tekst afkomstig uit het jaarverslag 2010 van de Vierdewereldgroep MvM.
9
Enkele getuigenissen van mensen in generatiearmoede uit het ESF-project over het belang van de ervaringsdeskundige: “Toen ik Sonia (de ervaringsdeskundige) tijdens het eerste gesprek hoorde vertellen over haar leven, herkende ik er veel van mezelf in. Ik wist toen dat dit project iets voor mij moest zijn.” Michel, 45 jaar, 5 kinderen
“Ik kan veel van Sonia leren. Door wat zij vertelt, kan ik eens op een andere manier naar de dingen kijken. Zij heeft het zelf ook allemaal meegemaakt en weet waarover ze spreekt.” Melissa, 37 jaar, 3 kinderen
“Ik zal eens aan Sonia wat tips moeten vragen hoe ik met mijn agressie moet omgaan. In haar verhalen hoor ik dat zij ook enorm veranderd is. Ik zou willen weten hoe ze dat gedaan heeft, want mij lukt het momenteel niet om op een andere manier te reageren.” Peter, 23 jaar, 1 kind
“Het is belangrijk dat de groepsbegeleiding gebeurt door een tandem van iemand met en iemand zonder armoedeervaring. Niemand begrijpt ons zo goed als Sonia. Aan de tips die we van haar krijgen hebben we extra veel, net omdat
het van iemand komt die het echt meegemaakt heeft. Maar het is ook goed dat er iemand zonder armoede-ervaring is, want anders blijven we ‘onder ons’ spreken. Het is de bedoeling dat de andere kant ons ook begrijpt.” Mariette, 49 jaar, 4 kinderen en Gunther, 33 jaar, gescheiden
“We zijn nu al een hele tijd samen onderweg. Ik vind het goed dat Sonia ons tijdens de teamvergaderingen door haar getuigenissen en opmerkingen wakker schudt en ons steeds attent maakt op wat het betekent om te werken met mensen in armoede. Zo voorkom je dat we over hen gaan spreken zonder echt met hen rekening te houden.” Renée van Groep INTRO
“Ik merk dat Melissa veel heeft aan de gesprekken met Sonia. Ze hebben wat hetzelfde karakter en ik denk dat Melissa ook makkelijker advies of tips van Sonia zal aanvaarden omdat Sonia zelf armoedeervaring heeft en dus weet waarover ze spreekt.” Hilde van CAW Aalst
Dienstverleners in gesprek met Vierdewereldgroep MvM tijdens de vorming over armoede – februari 2010. 29
Mesoniveau: een geïntegreerd WAW-traject vraagt overleg en afstemming 2.2.10 Multidisciplinair teamoverleg Maandelijks vindt in de Werkwinkel een teamvergadering plaats met alle betrokken dienstverleners in de WAW-trajecten. Dit zijn: Vierdewereldgroep MvM, OCMW Aalst, CAW Aalst, VDAB, GTB en Groep INTRO. Het team bestaat uit de educatief werker en ervaringsdeskundige van het armoedetraject, de ankerfiguren welzijn van het welzijnstraject en de trajectbegeleiders van het werktraject. Het team heeft op de agenda: - opvolging van de evolutie van individuele werkzoekenden, - de praktische uitwerking van de methodiek (wat werkt, wat niet, hoe bijsturen, welke vooruitgang zien we,…), - ervaringsuitwisseling en intervisie onder de dienstverleners en - de inbedding van de nieuwe methodiek binnen de verschillende diensten (welke plaats krijgen de WAW-trajecten binnen de reguliere werking en hoe kunnen die elkaar versterken). Het team evalueert de vernieuwende elementen voor de diensten ten opzichte van de huidige manier van werken, welke methoden er (niet) werken en welke inspanningen nodig zijn om resultaat te bereiken. Belangrijk: bij de bespreking van de trajecten van individuele mensen ligt de focus op de afstemming van de armoede-, werk- en welzijnstrajecten en worden onderlinge afspraken gemaakt voor de opvolging van de werkzoekenden. Aandacht voor privacy en de vertrouwelijkheid van de relatie tussen de werkzoekende en de dienstverlener binnen de 3 deeltrajecten is essentieel. Dit betekent concreet dat vertrouwelijke informatie niet doorgegeven wordt, tenzij noodzakelijk voor de geïntegreerde begeleiding. Dit vraagt een evenwichtsoefening. De werkzoekenden in armoede zijn op de hoogte van het doel van de multidisciplinaire teams. Zij kunnen ook vragen doorgeven voor de agenda van het team.
Bijvoorbeeld: zo blijkt in het begin van de werktrajecten – afhankelijk van de dienstverlener waar de persoon in begeleiding is – het voor de ene wel mogelijk te zijn om een gratis busabonnement te verkrijgen om te solliciteren of opleiding te volgen en voor de andere niet. Vanuit de groep werkzoekenden komt de vraag om dit uit te klaren en zodoende komt er afstemming tussen de diensten waardoor het gratis aanbod voor iedereen geldt. De deelname van de opgeleide ervaringsdeskundige in de armoede, in tandem met de educatief werker van de Vierdewereldgroep MvM, aan deze teambijeenkomsten is cruciaal.
Getuigenis: “Door het project heb ik nu meer tijd voor mensen, waardoor ik meer bespreek dan enkel hun zoektocht naar werk. Doordat ik nu meer weet over hen, heb ik een meer vertrouwelijke relatie met hen én kan ik hen ook beter begeleiden naar werk. Ik heb nu vastgesteld dat we door het project ook mensen bereiken die we anders niet zouden bereiken. Mensen die op invaliditeit staan of geen uitkering hebben, vinden vaak spontaan de weg niet tot de VDAB, omdat zij hier niet moeten komen.” Veronique, trajectbegeleider VDAB
“Ik gebruik een bestaande begeleidingsmethodiek van Groep INTRO in de groepswerking, maar wel aangepast aan deze groep. Aan één deel (oriëntatiefase in het werktraject) hebben we dubbel zo lang gewerkt dan normaal, omdat het nodig was. Achteraf merkte ik dat het de investering waard was, dat mensen veel onthouden en bijgeleerd hadden.” Renée, trajectbegeleider, Groep INTRO
67
2.2.11 Stuurgroep De stuurgroep wordt opgericht om het gehele project en specifiek de methodiekontwikkeling in de WAW-trajecten op te volgen, bij te sturen en te evalueren. Deze komt 3-maandelijks samen in en wordt voorgezeten door de Vierdewereldgroep MvM. De stuurgroep bestaat uit de volgende leden: - Vierdewereldgroep MvM (opgeleide ervaringsdeskundige, educatief medewerker en eindverantwoordelijke ESF project), - Stad Aalst, sectie Werkgelegenheid, coördinator sociale economie en MVO, - Resoc Zuid-Oost-Vlaanderen, projectontwikkelaar diversiteit, - VDAB Aalst, verantwoordelijke arbeidsmarktregie, - GTB Oost-Vlaanderen, coördinator, - Groep INTRO Oost-Vlaanderen, coördinator opleiding en begeleiding, - OCMW Aalst, hoofdmaatschappelijk werker, - CAW Aalst, directielid en inhoudelijk coördinator, - Vlaams Netwerk VWAWN48, stafmedewerker thema ‘werk en sociale economie’ - KOPA/ABVV, coördinator.49 De stuurgroep bespreekt de stand van zaken van de armoede-, werk en welzijnstrajecten, waarbij de coördinatoren/teamverantwoordelijken verslag uitbrengen van de stand van zaken van het project binnen hun dienst. De stuurgroep bespreekt de ontwikkeling van de WAW-trajecten niet op een individueel niveau (tenzij ter illustratie van een bevinding m.b.t. de methodiek), maar bekijkt de methodiekontwikkeling op het niveau van de dienstverleners en de volledige groep van werkzoekenden in generatiearmoede: ‘Hoe kan deze geïnte48 Vlaams Netwerk van Verenigingen waar Armen het Woord Nemen – www.vlaams-netwerk-armoede.be. 49 Volgde de stuurgroep vanuit de Werkgroep Dienstverleners die bestond tijdens de voorbereidende fase, uit interesse en expertiseontwikkeling binnen hun dienst. Alle betrokken dienstverleners in de eerste fase konden aangeven of ze ook wilden deelnemen aan de stuurgroep.
68
greerde methodiek bijdragen tot het doorbreken van generatiearmoede en tot het realiseren van recht op werk voor iedereen?’ Daarnaast bekijkt de stuurgroep de invloed van het project op de algemene werking van de dienst waarbij vooral veel aandacht gaat naar de verspreiding van de visieontwikkeling vanuit het project binnen de gehele dienstverlening van de verschillende partners. De stuurgroep ontwikkelt ook de disseminatiestrategie: hoe kunnen we de methodiek verspreiden binnen de eigen dienst en daarbuiten: binnen het netwerk van partners in het werk- en welzijnsveld, alsook naar werkgevers. Welke rol is hier weggelegd voor de beleidsverantwoordelijken op de verschillende niveaus? De stuurgroep is een instrument van beleidsbeïnvloeding over het nut en de waarde van dit project. Stad Aalst, OCMW, Resoc, VDAB zijn de beleidspartners in de stuurgroep. Getuigenis: De begeleidingen i.h.k.v. het ESF-project vragen een hele aanpassing van onze maatschappelijk werkers. Zij zijn immers gewoon om oplossingsgericht te denken, terwijl in dit project gekozen wordt voor een langetermijnoplossing. Toch vinden wij het project zeer waardevol en willen wij dit verspreiden naar de andere maatschappelijk werkers binnen het OCMW. Wij willen hiervoor graag samenwerken met de Vierdewereldgroep. Lutgarde, hoofdmaatschappelijk werker OCMW Aalst
Tijdens de vorige stuurgroep werd besproken dat het belangrijk is om mensen in armoede (op een respectvolle manier) te confronteren met hun denken, aanpak van bepaalde situaties,… De trajectbegeleider van Groep INTRO is net heel voorzichtig om deze gekwetste mensen niet nog meer te kwetsen. Ik zal dit zeker nog eens met haar opnemen. Joke, coördinator opleiding en begeleiding, Groep INTRO
De stuurgroep adviseert de Vierdewereldgroep MvM over de productontwikkeling waardoor de geïntegreerde begeleidingsmethodiek ‘WAWtraject’ toegankelijk kan worden voor andere dienstverleners in andere regio’s: concrete uitwerking van de studiedag, bespreken voorontwerp handboek,…
2.2.12 Dialoogmomenten Nadat de WAW-trajecten al 9 maanden ver zijn, worden er 3 dialoogmomenten georganiseerd. Tijdens deze dialoogmomenten gaan alle deelnemers in generatiearmoede en de betrokken begeleiders van de diensten in gesprek over de innoverende begeleidingsmethodiek: wat hebben we al geleerd? Wat werkt er aan deze manier van werken? Wat niet? Waar moeten we bijsturen? Hoe kunnen andere werkzoekenden (in armoede) baat hebben bij deze methodiek? Hoe kunnen we zorgen dat deze manier van werken ook verspreid/ingeburgerd geraakt in het maatschappelijk middenveld in Vlaanderen. Concreet heeft de dialooggroep als doel: - een rechtstreekse dialoog realiseren tussen mensen in generatiearmoede en dienstverleners als gelijken, - uitwisselen van ervaringen, evaluatie en bijsturing zowel vanuit de werkzoekenden in generatiearmoede als vanuit de dienstverleners, - het versterken van de cultuur- en mentaliteitswijzing zowel bij dienstverleners als mensen in generatiearmoede, - het formuleren van knelpunten, valkuilen, hefbomen, beleidsvoorstellen en input voor de methodiek- en productontwikkeling (handboek en studiedag), - het verhogen van de motivatie, betrokkenheid van iedereen in het actieonderzoek. Het is uniek dat beide partijen, werkzoekenden in generatiearmoede en diensten, als gelijkwaardigen samen aan tafel zitten en openlijk spreken over de manier van samenwerken en de resultaten van de nieuwe methodiek.
Vooraleer de dialoogmomenten van start gaan, eten alle deelnemers (zowel dienstverleners als werkzoekenden in armoede) samen en worden enkele groepsafspraken gemaakt. Tijdens de dialoogmomenten worden een aantal stellingen besproken. Stellingen eerste dialoogmoment: ‘Mensen in armoede blijven liefst zo ver mogelijk van diensten vandaan.’ - Thema: afstand tussen mensen in armoede en diensten (vaak te hoge drempel), verschil in leefwereld tussen middenklasse en mensen in armoede, verschillende ‘bril’ om naar dezelfde dingen te kijken, communicatiekloof en vooroordelen. - Hebben diensten en de deelnemers hun communicatie aangepast tijdens dit project vanuit het beter leren kennen van elkaars leefwereld? ‘Wie vooruit wil, mag niet bang zijn voor verandering.’ - Thema: angst voor verandering, faalangst, op korte of op lange termijn denken, zelfvertrouwen, zelfbeeld: geloof in eigen kunnen,… - Zijn mensen in staat om dingen ten gronde te veranderen of kan dat niet, bv. door hun verleden? Is het wenselijk dat je dingen verandert? Heeft het zin bij jezelf dingen te veranderen als de samenleving (of andere mensen rondom jou) dat niet doet? Bv. arbeidsmarkt, werkgevers, diensten,…) Kunnen mensen groeien? Gewoontes, gedragspatronen veranderen? Is het nodig om aan de ‘gekwetste binnenkant’ te werken? ‘Mensen in armoede hebben een groep nodig waar ze zichzelf kunnen zijn.’ - Thema: belang van groepsdynamica in groep van gelijken, rol opgeleide ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting.
69
Macroniveau: een geïntegreerd WAW-traject vraagt een beleidskeuze 2.2.14 Beleidsoverleg en -beïnvloeding op verschillende beleidsniveaus Belang van constant beleidsoverleg: voor, tijdens en na het actieonderzoek. Een nieuwe ‘geïntegreerde begeleidingsmethodiek’ zoals het WAW-traject kan pas geïmplementeerd worden op lange termijn als de probleemanalyse en de doelstellingen gedeeld worden door onze beleidsverantwoordelijken op de verschillende niveaus. Zij zijn het tenslotte die de eindbeslissing nemen als het gaat over het stellen van prioriteiten, het maken van keuzes hierin en daaruit volgend: de verdeling van de middelen. Wat is de zin van een vernieuwende methodiek te ontwikkelen voor werkzoekenden in generatiearmoede op weg naar werk als daar later geen middelen voor vrijgemaakt zouden worden? Geen! Vandaar dat de Vierdewereldgroep MvM en zijn partners, naast de ontwikkeling en testing van de methodiek, ook volop aan beleidsbeïnvloeding doen om de verschillende beleidsverantwoordelijken warm te maken voor de WAW-trajecten. Vanuit de visie van de Vierdewereldgroep MvM gebeurt dit met en vanuit mensen in armoede, door rechtstreekse dialoog. Lokaal gebeurt dit in de ‘Stuurgroep Werkgelegenheid en Sociale economie’ te Aalst en in de schoot daarvan in de themawerkgroep ‘Duurzame tewerkstelling van kansengroepen’. Op Vlaams niveau komt de Vierdewereldgroep MvM, samen met andere verenigingen waar armen het woord nemen, in thematische werkgroepen bij elkaar in de schoot van het Vlaams Netwerk van VWAWN om zoveel mogelijk te kunnen wegen op het beleid m.b.t. structurele armoedebestrijding. De vooruitgang van dit ESF-project en meer specifiek de ontwikkeling van de geïntegreerde begeleidingsmethodiek wordt opgevolgd, gedeeld en bijgestuurd in de Overleggroep Werk en Sociale Economie. Van daaruit is er ook informeel en formeel verticaal overleg met de kabinetten Werk en Sociale Economie.
Op federaal niveau krijgen we een unieke kans omdat 2010 het ‘Europees jaar tegen de Armoede en Sociale Uitsluiting’ is. Er worden dan ook heel wat initiatieven genomen om des te meer te kunnen wegen op de Europese besluitvorming en dynamiek m.b.t. sociale inclusie. Doordat de Lissabonstrategie (2000 – 2010) afloopt en er een nieuwe strategie moet opgemaakt worden, is het dan ook het uitgelezen moment voor de Vierdewereldgroep MvM om in de nieuwe strategie veel meer de nadruk te proberen leggen op sociale inclusie als mensenrecht. Zo is er op 29/01/2010 de studiedag ‘Europa mét toekomst – Strategie voor een duurzame groei post 2010’, georganiseerd door het BAPN. Hierbij worden 10 aanbevelingen gedaan voor de Belgische en Europese beleidsmakers om van Europa een welvarende regio te maken waar iedereen, dus ook de vele mensen in armoede, een plaats hebben én dus concreet aan de slag te gaan voor een sterk Europa met evenwichtige inspanningen voor economie, klimaat én sociale inclusie. Vanuit de Vierdewereldgroep MvM werken wij sterk mee aan de inhoudelijke voorbereiding van deze studiedag en 5 van de 10 aanbevelingen werden ook door mensen in armoede van onze vereniging aangebracht. Op 19/11/2010 maakt de Vierdewereldgroep ook deel uit van de honderden mensen uit alle Europese lidstaten die een mensenketting rond het Europees parlement vormen om in dit ‘Europees jaar tegen de Armoede’ duidelijk te maken dat we meer verwachten van onze Europese instellingen. Op 20/12/2010 slaagt de Vierdewereldgroep MvM er ook in om vanuit het ESF-project rechtstreeks in dialoog te gaan met Herman van Rompuy, Voorzitter van de Europese Raad, omtrent het spanningsveld tussen activering en armoedebestrijding. De ESF-verantwoordelijke en een werkzoekende in generatiearmoede uit het project vormen hierbij een tandem. “Jullie verenigingen mogen niet opgeven, als jullie druk blijven zetten verandert er wel degelijk iets. Het feit dat armoedebestrijding nu als 1 van de 5 strategische doelstellingen is opgenomen en dat er een concreet streefcijfer is, betekent een 73
Ontmoeting met Herman Van Rompuy – 20 december 2010 (Het Nieuwsblad).
ste als poetsvrouw in een kinderdagverblijf (WEP+). Besluitend: 12 van de 17 werkzoekenden zijn na een jaar WAW-trajectbegeleiding aan het werk of in opleiding’
grote vooruitgang. De lidstaten zullen ook elk jaar moeten aangeven hoe zij hier aan gewerkt hebben en wat de vooruitgang is.” Herman Van Rompuy, Voorzitter Europese Raad
2.2.15 De resultaten van de WAWtrajecten De resultaten hieronder neergeschreven, zijn het gevolg van de tussentijdse evaluatie en de geïntegreerde begeleiding. Deze resultaten zijn nog niet definitief: er volgen nog eindevaluaties, dialoogmomenten en een studiedag om de onderstaande resultaten bij te sturen of aan te vullen.
A) Resultaten voor werkzoekenden in generatiearmoede - Resultaten m.b.t. opleiding: 7 van de 17 werkzoekende starten een opleiding. 1 persoon heeft de opleiding tot keukenmedewerker voltooid en is kort nadien aan de slag gegaan als keukenmedewerker in een rusthuis in een buurgemeente (vervangingscontract met optie vast). 1 deelnemer heeft – na lang wikken en wegen – de opleiding tot ervaringsdeskundige stopgezet voor een vast contract in de Kringwinkel. 5 anderen zijn nog in een opleiding met perspectief op werk: een stukadoor (knelpuntberoep), 2 verzorgenden (knelpuntberoep), een logistiek assistent in het volwassenenonderwijs en een opgeleide ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting vanuit de Link vzw. - Resultaten m.b.t. werk: 7 van de 17 mensen zijn ondertussen aan het werk: als kassierster in de Kringwinkel (vast contract), als handlanger bouw (IBO-contract), 2 als winkelbediende in de Kringwinkel (WEP+), als sorteerder in de Kringwinkel (WEP+), als keukenmedewerker in een rusthuis (vervangingscontract met optie vast) en een laat74
- Resultaten uit de evaluatiegesprekken: Het opbouwen van een vertrouwensrelatie met de trajectbegeleider is een succes. We stellen vast dat de proefpersonen door het project meer zicht hebben op hun sterktes en zwaktes, vaardigheden en kennis, meer geloven in het vinden van een duurzame job, veel gemotiveerder zijn in het zoeken naar werk, beter geïnformeerd zijn (m.b.t. dienstverlening, rechten), zich beter begeleid voelen door dienstverleners en beduidend dichter bij duurzame tewerkstelling komen. - Resultaten m.b.t. welzijn: we stellen vast dat de proefpersonen vooruitgang boeken op verschillende welzijnsdomeinen: wegwerken schuldenlast, stap naar kinderopvang en andere opvoedingsondersteuning, administratie in orde brengen, psychologische hulpverlening, relationele hulpverlening, aanpakken dakloosheid en ongezonde woning, mobiliteitsproblemen,… Verschillende mensen geven aan dat ze meer zelfvertrouwen hebben, zich beter in hun vel en zich meer gewaardeerd voelen en het idee hebben iets te betekenen voor anderen en erbij te horen, beter kunnen omgaan met tegenslagen en meer controle hebben over hun leven. De vooruitgang op verschillende levensdomeinen m.b.t. hun eigen zelfbeeld en welbevinden is noodzakelijk omdat deze elementen de weg naar duurzaam werk bevorderen. - Resultaten m.b.t. de ‘gekwetste binnenkant’: onverwerkte zaken uit het verleden vormen een extra drempel voor werkzoekenden in armoede bij het zoeken of vinden van een duurzame job. De proefpersonen uit het project geven aan dat het nodig is om aan deze binnenkant ‘te werken’ op weg naar werk. Dit houdt hen immers vaak tegen, waardoor ze vaak hervallen in hun oud denk- en gedragspatroon. We ondervinden echter ook regelmatig weerstand om hier-
aan te werken: mensen hebben tijd en vertrouwen nodig om zich kwetsbaar op te stellen en zijn zeer voorzichtig bij het afbreken van de muur die ze door de jaren heen rond zich hebben opgebouwd. Evenwichtig werken aan de binnenkant (wat pijnlijk/ zwaar was, vnl. denken) en praktische kennis en vaardigheden (concrete activiteiten ondernemen die rechtstreeks met werk te maken hebben) zijn noodzakelijk om succes te boeken. Tijdens de geïntegreerde begeleiding boeken de deelnemers vooruitgang in het herstel53 van hun gekwetste binnenkant. - Mensen in generatiearmoede maken een beduidende vooruitgang in hun algehele emancipatie- en groeiproces. De groepsbijeenkomsten van werkzoekenden in het armoedetraject worden hierbij als zeer waardevol ervaren door zowel de proefpersonen als andere dienstverleners. De rol van de opgeleide ervaringsdeskundige is hierbij essentieel. Uit de verschillende evaluatiemomenten blijkt dat werkzoekenden in armoede behoefte hebben om samen te komen met ‘gelijken’. In deze groep vinden ze erkenning en steun voor hun problemen, ontdekken en ontwikkelen ze hun eigen krachten en vaardigheden. Werkzoekenden krijgen inzicht in uitsluitingsmechanismen in de samenleving en in hun eigen denk- en gedragspatronen waardoor ze een deel van het ontschuldigingsproces54 afleggen. Dat 53 Het herstel van een gekwetste binnenkant is een proces van mogelijk jaren of een heel leven, dat zowel kennis, inzichten, vaardigheden als attitudeveranderingen omvat. Het zal ook nooit een ‘herstel’ zijn in de letterlijke zin van het woord, maar wel een herstel waarbij problemen die nu vaste knopen geworden zijn (waardoor een persoon niet goed kan functioneren in de samenleving), ontward worden of een bepaalde plaats krijgen zodat zij niet langer een hindernis vormen om deel te nemen aan de samenleving. De gekwetste binnenkant houdt vaak alle groei en emancipatie tegen, het is dus zaak om dat proces opnieuw mogelijk te maken. 54 Een ontschuldigingsproces kan zelden of nooit op 1 jaar volledig doorlopen worden, maar door het intensieve armoedetraject werd hiermee een begin gemaakt en er is zichtbare vooruitgang geboekt bij de deelnemers. De mate van vooruitgang was wel sterk afhankelijk van de beginpositie van de persoon in armoede toen hij aan het geïntegreerde traject begon.
iemand van het begeleidersduo armoedeervaring heeft, maakt dat de werkzoekenden zich extra gesteund voelen, opener spreken en meer geloven dat het voor hen ook mogelijk is om duurzaam werk te vinden. Ook de dienstverleners erkennen dat de werkzoekenden in armoede een groep nodig hebben waar ze zichzelf kunnen zijn en kunnen ventileren (vrijetijdsfunctie/ sociaal netwerk). - Drempel naar dienstverleners is verlaagd: doordat elke dienstverlener bij zijn kerntaak blijft, kunnen werkzoekenden ook na het project (1 jaar geïntegreerde begeleiding) verder door hun vaste trajectbegeleider en ankerfiguur welzijn begeleid worden. Er is geen breuk in de vertrouwensrelatie.
B) Resultaten voor dienstverleners - Inzicht in de leefwereld van generatiearmen en armoedemechanismen. Door de vormingen, teambijeenkomsten, dialoogmomenten,… hebben de dienstverleners meer inzicht in de leefwereld van mensen in generatiearmoede en ze begrijpen ook hoe armoedemechanismen werken in onze samenleving. Daardoor kunnen zij in de toekomst betere resultaten boeken met mensen in generatiearmoede. - De multidisciplinaire samenwerking tussen de armoede-, werk- en welzijnstrajecten is één van de vernieuwende elementen van deze begeleidingsmethodiek en werpt vruchten af. Het project heeft ervoor gekozen om elke partner vanuit zijn eigenheid/ expertise en kerntaken te laten vertrekken. Iedere partner zet zijn expertise in bij het begeleiden van de proefpersonen in armoede. Deze manier van werken wordt door alle dienstverleners als zinvol ervaren, hoewel dit veel onderling overleg vraagt (maandelijkse teamvergadering en tussentijds – telefonisch – overleg), ook naar samenwerking voor de toekomst. Dienstverleners leren elkaars werking kennen, komen tot afstemming van de deeltrajecten waardoor er meer en betere resultaten 75
met de werkzoekenden in armoede kunnen geboekt worden. - Het vermogen van de trajectbegeleiders en ankerfiguren welzijn om emancipatorisch op weg te gaan met mensen in generatiearmoede is versterkt. Door het multidisciplinair overleg leren alle dienstverleners van elkaar m.b.t. de maatzorgmethodiek, empowerend werken, vraaggericht werken, confronterend werken zonder mensen als persoon af te wijzen,… Dienstverleners geven hierbij aan dat de aanwezigheid van de ervaringsdeskundige in het team en algemeen de kennis vanuit de Vierdewereldgroep verrijkend zijn. - De intense samenwerking onder leiding van de Vierdewereldgroep MvM, vanuit een uitgesproken mensenrechtenvisie en het benadrukken van de gedragenheid van het project binnen het beleid/organisatie van de verschillende dienstverleners (o.m. team, stuurgroep, lokaal en bovenlokaal beleidsoverleg) zorgt voor een cultuur- en mentaliteitswijziging bij de betrokken dienstverleners.55
welzijn hebben die hen intensief en op verschillende levensdomeinen begeleiden, hebben ze een sterkere (vertrouwens)relatie waardoor ze zelf opener durven zijn en meer vragen durven stellen. De dienstverleners geven aan dat ze tot meer inzicht, begrip en kennis van de situatie van de werkzoekende komen, wat een betere begeleiding mogelijk maakt. Hun kennis over armoede groeit, doordat dienstverleners meer tijd kunnen investeren in 1 persoon en op maat werken. Ze leren zelf meer door te vragen, hun behoeften te detecteren en er beter op in te spelen. De kloof verkleint door de constante wisselwerking tussen mensen in armoede en dienstverleners: de begeleidende rol van het begeleidersduo met ervaringsdeskundige uit de Vierdewereldgroep heeft hier een sleutelfunctie.
2.3 Disseminatiefase: verspreiding van de nieuwe methodiek in Vlaanderen
C) Resultaat voor beiden - De communicatiekloof tussen werkzoekenden in armoede en diensten is verkleind. Uit het project blijkt dat zowel de werkzoekende in armoede als de dienstverlener een betere samenwerkingsrelatie/communicatie met elkaar hebben dan voor het project. De werkzoekenden geven aan een beter zicht te hebben op diensten en sneller de stap te zetten om hulp te vragen. Er wordt echt naar hen geluisterd en op hun maat gewerkt. Doordat de werkzoekenden 1 vaste trajectbegeleider en 1 ankerfiguur 55 Dienstverleners verschilden van elkaar m.b.t. hun kennis over armoede en hun visie op mensen in armoede en armoedebestrijding. Ze verschilden ook van elkaar betreffende de implementatie van de projectvisie en – beginselen in het beleid van hun dienst; de mate van gedragenheid was dus verschillend. De ene dienstverlener maakte een begin van een cultuur- en mentaliteitswijziging, terwijl andere dienstverleners hier volop voor gingen i.f.v. kwaliteitsverbetering binnen hun organisatie.
76
De Vierdewereldgroep MvM en zijn partners zijn ervan overtuigd dat deze vernieuwende methodiek zeer waardevol is in het begeleiden van mensen in generatiearmoede en ruimer van mensen in armoede. Daarom zal deze methodiek verspreid worden binnen het Vlaamse werk- en welzijnsveld tijdens de disseminatiefase, om er andere werk- en welzijnspartners mee te inspireren in hun begeleiding van werkzoekenden in armoede naar een duurzame job. De disseminatiefase loopt – mits de goedkeuring van ESF-agentschap Vlaanderen56 – van 1 juli 2011 tot 30 juni 2012.
56 Goedkeuring vanuit ESF-agentschap Vlaanderen of we actie 3, de disseminatiefase mogen doen, zal pas geweten zijn eind juni 2011.
Een stappenplan voor de invoering van WAW-trajecten in jouw regio 3.1 Een stappenplan voor beleidsmakers en dienstverleners die WAW-trajecten willen opstarten in hun regio Als je gebeten bent om in jouw regio WAWtrajecten op te starten, dan krijg je hieronder een plan van aanpak waarbij de belangrijkste elementen van deze vernieuwende methodiek zijn opgesomd.
FASE 1: Voorbereiding van de WAW-trajecten STAP 1: Breng belanghebbende (mogelijke) partners uit je regio en mensen in armoede samen en kom tot een gedeelde visie (zie ook 2.1. voorbereidende fase). Vooraleer tot actie (uitvoering van de trajecten) over te gaan, is het belangrijk om het voorbereidend proces in de diepte te doorlopen. Een goede voorbereiding is het halve werk! - De WAW-trajectmethodiek is gestoeld op de sociale grondrechten van iedere burger in ons land en vertrekt dus van een ‘recht op werk’ en een ‘recht op menswaardig leven’ voor iedereen57. Bijgevolg is het leven in armoede een schending van die rechten, een onrecht. De WAW-trajectmethodiek wil armoede structureel bestrijden door mensen in armoede een goede kans te geven op duurzame tewerkstelling door ondersteuning op hun maat. - Het visieproces zal zeker door 1 dienstverlener moeten ‘getrokken’ worden: vanuit een goed leiderschap bewaak je dat er voldoende tijd genomen wordt om standpunten uit te spreken, samen de probleemanalyse te maken en duidelijke doelen te formuleren. 57 Zie ook Art. 23 uit de Belgische grondwet. Bovenstaande visie wordt ook het rechtenperspectief genoemd.
- De leidinggevende organisatie organiseert en leidt een open dialoogproces met dienstverleners, werkgevers, beleidsmakers en mensen in armoede vanuit het bovenstaande rechtenperspectief. Doel is om te komen tot verbinding, een gedeeld draagvlak en enthousiasme bij alle betrokkenen om de WAW-trajectmethodiek in de praktijk in te voeren, met als ultiem doel de armoedecirkel te doorbreken. Daartoe richt men in eerste instantie 2 ad hoc werkgroepen op: 1 met mensen in (generatie)armoede en 1 met dienstverleners en andere belanghebbenden. - Werkgroep ‘dienstverleners’: breng zoveel mogelijk (minstens 10) belanghebbenden uit het werk-, armoede- en welzijnsveld rond één tafel. Zorg ervoor dat uit de 3 verschillende sectoren zeker dienstverleners aanwezig zijn. Dit is van belang voor de complementariteit en het samenleggen van verschillende invalshoeken en expertise omtrent de armoedeproblematiek. • Beluister zoveel mogelijk meningen van alle betrokken dienstverleners, werkgevers en beleidsmakers: hoe ervaren zij de trajectbegeleiding/hulpverlening van werkzoekenden in armoede? Welke resultaten boeken zij momenteel? Waar zitten de knelpunten? Wat zijn hun doelen? Waar zien zij oplossingen? Kunnen WAW-trajecten aan een aantal knelpunten tegemoet komen? Welke inspanningen zijn nodig om armoede op lange termijn te bestrijden? • Haal hieruit de onderliggende visies van alle belanghebbenden: de leidinggevende organisatie legt deze bloot en zoekt naar verbinding met het rechtenperspectief en tussen de partners onderling. • Breng ervaringsdeskundigheid in het gesprek door de aanwezigheid van een opgeleide ervaringsdeskundige en/of (vertegenwoordigers van) mensen in armoede die hun ervaringen erbij leggen nadat zij dit in een apart dialoogproces hebben voorbereid. 77