Nieuws
CGT BIJ EEN CLIËNT MET EEN LVB? GEWOON DOEN!
Volgens gz-psycholoog (GioS) Senne de Wit lopen in de ggz meer mensen met een licht verstandelijke beperking rond dan veel professionals weten. ‘We doen er goed aan alert te zijn op deze mogelijkheid, zeker als een behandeling niet goed aanslaat. Misschien heb je te maken met iemand voor wie leren ingewikkeld is.’
B
ij de 24-jarige Floor was wel bekend dat ze een licht verstandelijke beperking (LVB) heeft. Senne: ‘Floor werd aangemeld met spanningsklachten, stemmingsproblemen en angstklachten. Ze werd snel boos, maakte dan dingen kapot en schold haar familie uit.
Daar schaamde ze zich voor. Daarnaast piekerde ze veel en voelde ze zich altijd onrustig. Altijd was het weer de vraag of ze wel mee kon komen in het normale leven. Floor wilde erbij horen.’ Dat het beeld zo diffuus was, is volgens Senne kenmerkend voor de doelgroep. pag 2
04/2021
Nieuwsbrief wordt magazine! Dit is de laatste nieuwsbrief die je van de VGCt zult ontvangen. Teleurgesteld? Niet nodig! Vanaf nu krijg je vier keer per jaar het nieuwe VGCt magazine. Dit magazine heeft een staand formaat en meer pagina’s. Dat betekent dat vertrouwde artikelen zoals ‘N=1’ en ‘Uit de praktijk’ blijven bestaan maar dat we daarnaast méér wetenschappelijke artikelen kunnen plaatsen en nieuwe rubrieken gaan toevoegen. Een mooie doorstart! Wil je het magazine liever niet op je deurmat maar in je mailbox ontvangen? Dan kun je dit doorgeven via ‘Mijn VGCt’. (HB)
Cgt bij insomnia 4 Back to the Future 5 Dit najaarscongres mag je niet Effect missen
exposuredag 5
N=1: trauma na een De mooiste parel 8 medische ingreep 6
Enverder: verder: En Najaarscongresverslag 8 • Positionering van niet BIGInterview met 2 • Trots op geregistreerden Marije van Leeook 12 lid van de ereleden 9 •der Word NVGzP 10
vervolg pag 1
‘Floor zag het contrast met haar leeftijdsgenoten steeds groter worden’
Colofon Deze nieuwsbrief is een uitgave van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën en verschijnt vier keer per jaar. Informatie over lidmaatschap en opzeggen vind je op vgct.nl. Overname en vermenigvuldiging van artikelen is toegestaan met bronvermelding. T 030 254 30 54 E info@vgct.nl W vgct.nl LinkedIn en Facebook: VGCt Twitter: @VGCtwit YouTube: VGCtube Instagram: vgct_insta Samenstelling en eindredactie: Hilde Bout en Annet Reusink Aan dit nummer werkten mee: Ed Berretty, Hilde Bout, Arnold van Emmerik, Mieke Ketelaars, Mariëtte Lammers, Kimalou de Mol, Saskia Mulder, Annet Reusink en Katinka Smits
‘Vaak hebben mensen met een LVB veel faalervaringen achter de rug, waardoor de problemen zich opstapelen. Om een goed beeld te krijgen van de problematiek is het daarom belangrijk een extra stap in de diagnostiek te zetten. Eerst goed kijken hoe het intelligentieprofiel is opgebouwd en daar de omgeving op aanpassen. Pas dan kun je zien wat er overblijft.’
SPANNING REGULEREN
Bij Floor bleek behandeling gericht op sociale angst noodzakelijk. Senne: ‘Floor vond het bijvoorbeeld heel lastig wanneer mensen op zachte toon met elkaar praatten. Ze wist dan zeker dat het over haar ging. Hierdoor bouwde ze spanning op die er ’s avonds thuis uitkwam.’ Gelukkig was de opbouw van die spanning voor Floors omgeving goed zichtbaar. Door een signaleringsplan op te stellen kon de omgeving tijdig ingrijpen. Daarnaast werd samen met Floor gekeken naar goede manieren om spanning aan het einde van de dag te reguleren. Een playlist bood uitkomst: heftige muziek gevolgd door droevige muziek hielp Floor de spanning kwijt te raken.
EXPOSURE
Tegelijkertijd was het voor Floor een behandeldoel om te leren omgaan 2
met moeilijke sociale situaties, aldus de Senne. Samen met een ambulant begeleider deed Floor daarom exposureoefeningen, zoals op anderen afstappen om te vragen of ze over haar praatten. Omdat Floor het antwoord in het begin niet kon geloven, werden er vervolgens oefeningen gedaan om die kernovertuiging uit te dagen. De behandeling vond plaats in nauwe samenwerking met Floors netwerk. Deze samenwerking is volgens Senne bij deze doelgroep noodzakelijk wil de behandeling kans van slagen hebben. Moeilijk hoeft dat gelukkig niet te zijn. Senne: ‘Een heen-enweer-schriftje is soms al voldoende. Ouders en begeleiders zien zo waar we in behandeling mee bezig zijn en kunnen thuis verder oefenen. Zo kun je het generaliseren bevorderen, wat voor henzelf heel lastig is.’
PERSPECTIEF
Uiteindelijk bleek ook het gebrek aan perspectief Floor parten te spelen. Door haar beperking was niet duidelijk ingekleurd wat er mogelijk was. Ondertus-
‘ Door samen met de behandelaar na te denken over haar mogelijkheden, kreeg Floor meer duidelijkheid over de toekomst’
Senne de Wit
sen zag Floor het contrast met leeftijdgenoten steeds groter worden. De wereld werd daardoor steeds onvoorspelbaarder. Door samen met de behandelaar na te denken over haar mogelijkheden, kreeg Floor meer duidelijkheid over de toekomst. Bovendien kwamen zo de onuitgesproken zorgen van zowel Floor als haar ouders boven tafel. Met het concretiseren van de toekomst groeide ook de motivatie voor behandeling. Senne: ‘Floor leerde inzien dat het gedrag dat ze nu liet zien haar niet dichter bij haar doel bracht.’ Inmiddels is de behandeling afgesloten. Floor heeft stappen gezet op weg naar een goede toekomst. Ze is een ander mens geworden. Dichter bij zichzelf en rustiger. Cgt bij een LVB? Gewoon doen. (MK)
‘ De auteurs schuwen niet om hun eigen kwetsbaarheid en dilemma’s ook te beschrijven’
Boekbespreking
SCHEMATHERAPIE: EEN KIJKJE ACHTER DE SCHERMEN
Hellen Hornsveld, Hélène Bögels en Heleen Grandia, ‘Casusboek Schematherapie. 21 voorbeelden uit de praktijk’. Uitgeverij: BSL in Houten (augustus 2021). Prijs: € 39,95 Voor meer informatie ga naar vgct.nl/boekrecensies
Deze zomer verscheen onder redactie van Hellen Hornsveld, Hélène Bögels en Heleen Grandia het ‘Casusboek Schematherapie. 21 voorbeelden uit de praktijk’. Katinka Smits las het en vindt het een zeer welkome aanvulling op haar boekenverzameling.
H
et Casusboek Schematherapie is niet opgezet als een leerboek, maar wil vooral een kijkje achter de schermen bieden. Aan de hand van 21 casussen beschrijven de auteurs de toepassing van schematherapie bij verschillende comorbide stoornissen die vaak voorkomen bij persoonlijkheidsproblematiek. Zoals: schematherapie bij verslaving, bij een cliënt met ADHD en bij ouderen (bij wie bewust gebruik wordt gemaakt van de gezonde schema’s die relateren aan periodes in hun leven dat het iets beter ging). Voor sommige behandelprogramma’s
bestaat al enige wetenschappelijke evidentie, voor andere geldt vooral best practice en een aanzet voor verder onderzoek. Bij iedere casus leggen de auteurs uit waarom ze kozen voor schematherapie. Daarbij schuwen ze niet om hun eigen kwetsbaarheid en de dilemma’s die ze onderweg tegenkwamen ook te beschrijven.
PRACHTIGE ILLUSTRATIES
Hoewel de casuïstiek in het boek heel divers is, had ik zelf graag meer willen lezen over pubers en adolescenten met een recidiverende depressie (vaak in
combinatie met ernstig zelfbeschadigend gedrag, suïcidaliteit en/of een eetstoornis). Daarnaast miste ik een hoofdstuk over systeemgerichte schematherapie of over de werkzame factoren van schematherapie bij cliënten uit een andere cultuur. Misschien een idee voor een volgende uitgave? En ik hoop dat Heleen Grandia dan wederom zulke prachtige en tot de verbeelding sprekende illustraties zal maken! (KS) Katinka Smits is gz-psycholoog, supervisor/ leertherapeut VGCT, senior schematherapeut.
3
sectienieuws •
Vacatures Wil jij je als sectiebestuurslid inzetten voor je vak? Dat kan! Deze secties zoeken versterking. De sectie cgw zoekt drie nieuwe bestuursleden. Gezien de samenstelling van de sectie gaat de voorkeur uit naar leden binnen de werkvelden jeugdzorg, ziekenhuis en/of gehandicaptenzorg. Interesse? Mail je cv en korte motivatie naar c.kleist@vgct.nl (Casper Kleist). De sectie positieve cgw zoekt nieuwe bestuursleden, zowel cgw’ers als cgt’ers. Jouw aanmelding is echt van waarde, je zorgt ervoor dat de sectie kan blijven bestaan! Mail je cv en motivatie naar solutions@ fredrikebannink.com (Fredrike Bannink) of hkuiper@chello.nl (Hidde Kuiper) De sectie relatie- en gezinstherapie zoekt drie nieuwe bestuursleden, onder wie minstens één cgw’er. NVRG-lidmaatschap is een pre. Ook heb je affiniteit met de volgende gebieden: • Cognitief gedragstherapeutisch georiënteerde relatie- of gezinstherapie; • Het betrekken van naasten bij individuele behandeltrajecten; • Ervaring of affiniteit met het begeleiden van gezinnen of koppels. Interesse? Mail je cv en korte motivatie naar c.kleist@vgct.nl (Casper Kleist).
Sectie eetstoornissen De sectie heeft een nieuwe LinkedIngroep. Je kunt je aanmelden via www.linkedin.com/groups/13955987/
uit de
Slapeloosheid
SUPERSNELLE CGT VOOR INSOMNIA
PRAKTIJK
Mensen met psychiatrische aandoeningen en in gesloten (forensische) instellingen hebben vaker dan gemiddeld te maken met slaapproblematiek, voornamelijk insomnia. Voor hen kan cgt-i uitkomst bieden, aldus gz-psycholoog Inge Ensing.
S
lecht slapen en psychische problemen gaan vaak hand in hand. ‘Slapeloosheid kan leiden tot psychische stoornissen. En als je bijvoorbeeld een stemmings- of angststoornis hebt en daardoor veel piekert, kun je last krijgen van slapeloosheid,’ vertelt Inge Ensing. Mensen in een instelling hebben bovendien een extra uitdaging: ‘Ze brengen veel tijd door in hun kamer. Als ze televisie kijken, lezen of een spelletje spelen, liggen ze vaak op bed. Daardoor gaan deze mensen hun bed associëren met wakker zijn, wat tot slapeloosheid kan leiden.’ Inge behandelt hen met cognitieve gedragstherapie voor insomnia (cgt-i): een vast protocol dat ze vervolgens op maat maakt voor haar patiënten.
4
TELEVISIE KIJKEN
Eén patiënt staat Inge nog helder voor de geest: een man die was opgenomen in een forensische instelling. ‘Deze man had vooral psycho-educatie nodig: hoe werkt slaap en wat is wel en niet handig om te doen? Door stimuluscontrole leerde hij daarna hoe hij zijn bed weer kon associëren met slaap: ga alleen in bed liggen om te slapen en ga eruit als het niet lukt. In zijn geval betekende dat niet meer op bed maar in zijn stoel televisie kijken en pas naar bed gaan wanneer hij slaperig werd.’
EENVOUDIG
De duur van de behandeling wisselt. ‘Soms ben ik wel een jaar bezig, maar met de patiënt uit dit voorbeeld was één sessie voldoende,’ vertelt Inge.
Inge Ensing
‘Hij was stomverbaasd, maar ik niet!’ ‘We hebben nog twee afspraken gemaakt om te zien of het effect aanhield. Dat deed het. Hij was stomverbaasd, maar ik niet! Soms is de oplossing namelijk heel eenvoudig. Slapeloosheid wordt vaak als vanzelfsprekend gezien bij psychische klachten, maar het is goed behandelbaar. Het verdient meer aandacht want het kan psychische klachten in stand houden of verergeren.’ (MK) Inge Ensing werkt bij het Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie van GGZ Drenthe
Exposuredag 2020:
‘ KENNIS EN KUNDE BEVORDEREN’ Naar aanleiding van de verschijning van het Handboek Exposure vond eind november 2020 - online - de Exposuredag plaats. Een dag vol lezingen en vooral praktische workshops. Wat was het effect?
De lezingen en workshops gingen over de diverse vormen van exposure die in het boek aan bod komen, zoals exposure in vivo, imaginaire exposure, interoceptieve exposure, cue exposure en geschreven exposure. Exposure wordt minder vaak toegepast dan je op grond van behandelrichtlijnen (en het onderzoek waarop deze gebaseerd zijn) zou verwachten. De ideeën en attitudes van therapeuten ten aanzien van exposure spelen daarbij mogelijk een rol. Aan de Exposuredag was daarom een onderzoek verbonden, waarin werd nagegaan wat het effect van de dag was op de ideeën en attitudes van deelnemers ten aanzien van exposure. Het ligt immers voor de hand - en enkele onderzoeken tonen dat ook aan - dat deze ideeën en attitudes samenhangen met de mate waarin en de manier waarop exposure daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Heb je negatieve ideeën of attitudes ten aanzien van exposure (bijvoorbeeld dat
exposure schadelijk is voor de patiënt of voor de therapierelatie), dan is de kans groter dat je exposure bijvoorbeeld minder vaak of te weinig intensief zult uitvoeren.
ONDERZOEK
Aan het onderzoek deden 81 deelnemers mee, die voor en na de Exposuredag vragenlijsten invulden over hun ideeën en attitudes ten aanzien van exposure, en over de mate waarin zij angstig zijn voor angstige gevoelens (anxiety sensitivity) en slecht kunnen omgaan met onzekerheid (intolerance of uncertainty). Uit de resultaten bleek dat de Exposuredag een bescheiden maar significant positief effect had: deelnemers aan het onderzoek hadden na de Exposuredag positievere ideeën en attitudes ten aanzien van exposure dan ervoor. ’Anxiety sensitivity’ en ‘intolerance of uncertainty’ hingen zowel voor als na de Exposuredag samen met
de ideeën en attitudes ten aanzien van exposure, maar niet met het effect van de Exposuredag op deze ideeën en attitudes. Een verklaring voor de bescheiden grootte van het positieve effect is dat de ideeën en attitudes van de deelnemers ten aanzien van exposure vooraf in het algemeen al behoorlijk positief waren (deelnemers waren relatief ervaren VGCt-leden).
HOUDING
Het onderzoek kende de nodige beperkingen, zoals het ontbreken van een controlegroep of nameting op lange termijn. Toch bevestigen de resultaten dat het bevorderen van kennis en kunde in exposure zin heeft: de houding van therapeuten ten aanzien van exposure wordt er positiever van. Toekomstig gecontroleerd onderzoek zou zich kunnen richten op de vraag of de positieve effecten van training op ideeën en attitudes ten aanzien van exposure
zich vervolgens ook vertalen in een betere uitvoering van exposure, op de effecten op langere termijn, en op de effecten onder therapeuten die minder bekend zijn met exposure of daar minder positief tegenover staan. (AvE) Greeven, A., & van Emmerik, A. (2020). Handboek Exposure. Amsterdam: Boom.
‘ Exposure wordt minder vaak toegepast dan je zou verwachten’ 5
Casus N=1
In iedere nieuwsbrief lees je het verslag van een afgeronde behandeling. In deze editie de N=1 van gz-psycholoog Maartje Saelman. Zij behandelde de 36-jarige Ilonka die na de traumatisch ervaren behandeling voor baarmoederhalskanker kampt met anticipatieangst en negatieve cognities over vaginale penetratie.
6
NOOIT MEER EEN MAN
‘ De pijn werd beïnvloed door de herinnering aan pijn’
Zodra een man toenadering zoekt, houdt Ilonka de boot af. Niet dat ze geen relatie zou willen. Na alles wat er gebeurd is, verlangt ze juist extra naar iemand om het leven mee te delen. Maar alleen al de gedáchte dat ze dan ook weer seksueel actief moet zijn, is onverdraaglijk. norm en werd verwacht dat je je problemen zelfstandig oploste. Over emoties werd niet gepraat.’
OEFENING VERMIJDEN
Maartje twijfelt tussen de diagnose somatische symptoomstoornis met voornamelijk pijn en de classificatie genitopelvienepijn/penetratiestoornis – en kiest uiteindelijk de eerste. Maartje: ‘Op dat moment stond herstel van een beschadigde lichaamsfunctie centraal. Bovendien wilde ik naar Ilonka uitdragen dat seksualiteit en intimiteit meer is dan alleen vaginale penetratie.’ Als tweede classificatie kiest Maartje voor de aanpassingsstoornis met angst. ‘Eerst werd de pijn veroorzaakt door de schade van de inwendige bestralingen, maar later werd dit ook beïnvloed door de herinnering aan pijn. Dit heeft geleid tot anticipatieangst en negatieve cognities over de vaginale penetratie. Het is aannemelijk dat deze cognities en de anticipatieangst heftiger werden door vaginale penetratie, waardoor Ilonka het oefenen met pelottes ging vermijden.’
PIJN IN CIJFERS
In overleg met Ilonka stelt Maartje drie behandeldoelen op: geen aan psychotrauma gerelateerde klachten meer, vermindering van de pijn en het wegnemen van de angst voor de pijn. ‘Om deze doelen te bereiken stel ik Ilonka traumagerichte cognitieve gedragstherapie (cgt-t) en Eye Movement Desensitisation and Reprocessing (EMDR) voor,’ vertelt Maartje. ‘De pijnklachten en de angst voor de pijn wil ik behandelen met cognitieve therapie en in vivo exposure. Daarnaast wordt een bekkenbodemfysiotherapeut bij de behandeling betrokken.’ De EMDR levert meteen een goed resultaat op: al na een paar sessies gaat het inbrengen van de pelottes beter. De effecten van de cognitieve therapie en in vivo exposure zijn trager, maar hebben eveneens resultaat. Maartje: ‘De aan psychotrauma gerelateerde klachten brengen we in kaart met de PTSSchecklist voor de DSM-5 (PCL-5). De pijn en de angst voor de pijn meten we met een zelfgemaakte registratielijst. Hierop geeft Ilonka cijfers aan de pijn 7
tijdens de exposure en aan de angst voor de pijn, voorafgaande aan de exposure.’
MEER DAN TEVREDEN
Na 15 sessies zijn de aan psychotrauma gerelateerde klachten verdwenen en is de pijn verminderd. Hoewel de angst voor de pijn niet helemaal weg is, laat Ilonka weten dat ze ‘meer dan tevreden’ is met de behandelresultaten. Maartje is ook tevreden. ‘In sommige sessies kwam Ilonka terug met een registratie met hogere pijncijfers. Ook op zulke momenten hield ik vertrouwen in mijn behandelplan en ben ik in staat geweest de structuur vast te houden.’ Toch zou Maartje volgende keer een ding anders doen. ‘Ik zou starten met de in vivo exposure, niet met de cognitieve therapie. De mismatch tussen de verwachting van de patiënt en de daadwerkelijke uitkomst van de exposure is dan groter. Dit zal de behandeling ten goede komen.’ (MS/AR)
Casus N=1
A
ls de oproep voor het bevolkingsonderzoek op de deurmat valt, overweegt Ilonka in eerste instantie om niet te gaan. Ze heeft immers helemaal geen klachten? Uiteindelijk besluit ze het uitstrijkje toch even te laten maken. De diagnose baarmoederhalskanker komt als donderslag bij heldere hemel. Binnen twee weken wordt ze geopereerd. Drie inwendige bestralingen volgen, het zijn de ergste uren van haar leven. Met geen pen is de verschrikkelijke pijn te beschrijven. Om verklevingen te voorkomen, moet Ilonka na de bestralingen oefenen met pelottes (kunststof voorwerpen om in te brengen in de vagina). Zelfs met de allerkleinste pelotte lukt dit nauwelijks. Het doet te veel pijn. Omdat Ilonka in de toekomst graag weer intiem wil kunnen zijn met een man, besluit de gynaecoloog haar door te sturen naar gz-psycholoog Maartje Saelman. Bij de kennismaking neemt Ilonka een afwachtende houding aan. ‘Van huis uit was Ilonka niet gewend om om hulp te vragen,’ vertelt Maartje. ‘In het gezin waar ze opgroeide, was hard werken de
VGCt-najaarscongres 2021: een terugblik
WE’RE ONLY HUMAN
Lid van verdienste Ed Berretty volgt sinds 1979 vrijwel elk najaarscongres. Vorig jaar vond het congres noodgedwongen online plaats. Echt wennen deed dit niet. Dit jaar waagden ruim 1100 leden zich weer in levenden lijve op het congres, dat als toepasselijk thema had: ‘We’re only human’.
V
‘Vier clinici maken er een spetterend gesprek van’
oor het eerst in 55 jaar staat niet de techniek van cgt centraal, maar de mens die cgt bedrijft. Daar zijn we wel aan toe na anderhalf jaar virtueel contact! De keynotesprekers pakken het ieder op hun eigen manier aan. Marian Bakermans normaliseert onveilige gehechtheid: lang niet altijd een stoornis. Harry Aponte bepleit het bewust verwoorden van eigen gevoelens in de therapeutische relatie. Anton Hafkenscheid is beducht voor de verregaande verzakelijking in de ggz. Hij onderzoekt manieren waarop de therapeut als uniek mens de gereduceerde werkelijkheid van RCT’s kan optimaliseren. Judith Daniëls onderzoekt het fenomeen van secundaire traumatisering. Niets menselijks is de traumatherapeut vreemd: nare herinneringen van de patiënt tijdens diens exposure kunnen ook de behandelaar kwellen.
ZELFKRITIEK
Als ultieme vorm van de menselijke factor bij het bedrijven van cgt staat zelfonthulling op de congresagenda. Vier
clinici met verschillende visies maken er een spetterend gesprek van. Self-disclosure is vanuit een experimentele achtergrond te zien als een gewoon onderdeel van een goed gesprek tussen twee normale mensen die samen iets onderzoeken. Maar self-disclosure is ook iets wat je selectief toepast om een patiënt een unieke kans te geven een ‘hot cognition’ experiëntieel te toetsen. Bijvoorbeeld wanneer je openlijk refereert aan de psychose die je vroeger zelf had of aan het achterblijvend effect van cgt bij je eigen dwangstoornis.
ECHTE INTERACTIE
‘Ouderwets’ wetenschappelijk onderzoek op groepsniveau levert onverminderd nieuwe informatie op. Een willekeurig voorbeeld: behandeling van tabaksverslaving. Dit verhoogt de prognose van de behandeling van andere verslavingen met 75 procent. In Nederland rookt 20 procent van de bevolking; in de Jellinek 75 procent. Werkt consequente co-behandeling van roken? Tja, poliklinisch een beetje, (dag)klinisch 8
een beetje meer. Specifieke varianten van cgt in workshops worden zoals elk jaar goed gewaardeerd: schematherapie, oplossingsgerichte therapie (deze keer inclusief protocollen!), ACT en dit jaar ook Beknopte Eclectische Psychotherapie voor (PTSS met) Moreel Trauma (BET-MT). En dan hebben we dit jaar ook weer echte interactie tijdens de borrel, het diner en de silent disco.
AFVINKCULTUUR
Waar leidt dit allemaal toe? In elk geval tot een uitwerking van een leerlijn professionaliteit. Het Persoonlijke Ontwikkelingsplan (POP) wordt de rode draad door de leerlijn. Van de zeven CanMEDS-competenties zijn er vier (communicatie, samenwerking, professionaliteit en maatschappelijk handelen) terechtgekomen op de leerlijn in plaats van leertherapie. Een serie van tien intervisiebijeenkomsten en (deels e-)modules over effectieve therapeutvariabelen worden ingezet. Het ziet er goed uit! Laten we er samen voor waken dat ook dit systeem niet verwatert tot een administratieve afvinkcultuur. Op naar 2022: het oude normaal? (EB)
Column
Kitlyn Tjin A Djie wint P3NL-prijs
Ook een busje WD-40 is wat mij betreft een echte must op vakantie. Want piepende deuren leiden tot wakkere kinderen en wakkere kinderen vragen om ducttape. En voor je het weet liggen je kinderen weliswaar lekker te slapen, maar moet je de helft van je koffers achterlaten vanwege die verrekte autokofferrails. Nee, ik geniet heus van vakanties.
De jury en het bestuur van P3NL waren unaniem in hun beslissing. De P3NL-prijs gaat dit jaar naar Kitlyn Tjin A Djie. De prijs is bedoeld als beloning en aanmoediging voor vakgenoten die de psychologische en pedagogische zorg op een innovatieve en kwalitatief hoogstaande manier voor het voetlicht brengen.
COLUMN Mieke Ketelaars
R
eparatiereflex. Een prachtwoord dat ik toevallig tegenkwam in het najaarscongresabstract van Thera Koetsier. Ik herken mezelf wel in die term. Ik ga bijvoorbeeld nooit op vakantie zónder ducttape. Het komt dan altijd wel een keer van pas: van een kapot laatje tot de gesprongen dop van de autokofferrails, ducttape plakt alles weer vast. En dan heb ik het nog niet eens over het nut van ducttape tijdens lange autoritten. Je weet wel, als de oergeluiden van de kinderen op de achterbank steeds heftiger worden. Hoewel ik me afvraag of Thera deze reflex ook schaart onder een reparatiereflex.
‘Nee, ik geniet heus van vakanties’ Even terug naar het najaarscongres. Thera Koetsier bedoelde natuurlijk iets heel anders met reparatiereflex. Zij gebruikt deze term in het kader van motiverende gespreksvoering. Soms is het namelijk zo dat je als therapeut harder loopt dan je cliënt. Bijvoorbeeld omdat je cliënt nog niet helemaal overtuigd is van de noodzaak van behandeling of omdat de drempel om aan de slag te gaan net iets te groot is. Veranderen is zo gemakkelijk nog niet. Op zulke momenten is het fijn om een bus WD-40 in je gereedschapskist te hebben. In de vorm van motiverende gespreksvoering dan, niet een echte natuurlijk. In plaats van de boel te
P3NL nieuws •
REPARATIEREFLEX
repareren, begeleid jij je cliënt in het proces om gedragsverandering mogelijk te maken. Zo verloopt de behandeling een stuk soepeler en loop jij als professional niet harder dan je cliënt. Prachtig natuurlijk. Of het werkt? Jazeker. En in dat kader kan ik het niet nalaten om je ook nog even te wijzen op de herkomst van de naam WD-40. De naam verwijst namelijk naar het aantal pogingen dat nodig was om een succesvolle formule te vinden tegen corrosie. Dát is pas echt hardcore motivatie. Mieke Ketelaars is kennisredacteur bij de VGCt. 9
Beschermjassen Kitlyn begon haar loopbaan als jeugdhulpverlener en merkte dat de Nederlandse opvattingen over hulpverlening niet aansloten bij kinderen met een migratieachtergrond. Ze ontwikkelde de ‘beschermjassen’; een model dat ruimte maakt voor diversiteit en interculturele dialoog. Deze ‘beschermjassen’ zijn op veel plekken inzetbaar. Op de werkvloer, in hulp- en dienstverlening, in het onderwijs en in de wijk. Zowel professionals als familieleden kunnen het model gebruiken. Kitlyn krijgt de prijs ook voor haar open communicatie, waarbij ze diverse kanalen inzet. Haar boeken en de website www.beschermjassen.nl bieden veel informatie aan iedereen die zich wil verdiepen of ontwikkelen in het ruimte bieden voor diversiteit en verbinding.
Uitreiking Tijdens de P3NL-middag op 11 maart 2022 neemt Kitlyn de prijs in ontvangst. Aansluitend aan de uitreiking houdt zij een lezing. Meer informatie over het (digitaal) bijwonen van deze prijsuitreiking en de lezing volgt later via P3NL. (HB)
NIEUW bij de VGC t
Marije van der Lee:
‘ IK VIND HET MOOI DAT ONDERZOEK LEIDT TOT EEN VERNIEUWING DIE GOED AANSLUIT BIJ DE PRAKTIJK’
Marije van der Lee is gz-psycholoog, hoofd wetenschappelijk onderzoek bij het Helen Dowling Instituut en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Tilburg. Onlangs startte ze als VGCt-bestuurslid. Haar portefeuille: Opleiding en registratie Cognitief Gedragstherapeut VGCt® en Supervisor VGCt®. Marije van der Lee
Waarom wilde je in het bestuur? ‘Ik ben gz-psycholoog, cognitief gedragstherapeut, supervisor en mijn onderzoek en leerstoel aan de Universiteit Tilburg gaan over de psycho-oncologie. Verschillende functies, maar ze raken eigenlijk allemaal aan hetzelfde. In het veld zijn veranderingen op komst en zowel als onderzoeker als in mijn rol als clinicus denk ik erover na hoe we het beste kunnen opleiden. De VGCt is, in samenspraak met anderen, veel bezig met vernieuwing . Ik wil eraan bijdragen dat mensen zo goed mogelijk opgeleid worden. Dat doe ik graag samen met de VGCt omdat het een mooie club is die zaken projectgewijs ook echt voor elkaar krijgt.’ Wat zijn jouw aandachtspunten als bestuurslid? ‘In mijn werk vind ik de netwerkbenadering van psychische klachten heel interessant. In 2013 las ik in De Psycholoog daar voor het eerst een artikel over van Denny Borsboom. Hij beargumenteerde 10
dat symptomen als depressie, slapeloosheid en schuldgevoel elkaar beïnvloeden en niet door één achterliggend iets worden veroorzaakt. Er ontstaat een netwerk van elkaar versterkende symptomen. Dat idee is aangeslagen en dringt nu ook door tot de klinische praktijk, omdat het past bij de holistische theorie waarmee je een gedragstherapeutisch proces begint. Ik vind het mooi dat onderzoek leidt tot een vernieuwing die goed aansluit bij de praktijk. Dit moet ook worden meegenomen in de opleiding. Een ander aandachtspunt zijn de vernieuwingen van de leertherapie naar de leerlijn professionaliteit. Het gaat er dan bijvoorbeeld om wat belangrijke therapeutvaardigheden zijn, ondersteund door wetenschap.’ Wat is de rol van cgt bij oncologiepatiënten? ‘Psychologische behandelingen leunden de laatste tijd sterk op de categorieën in de DSM. We moesten werken met diagnose-behandelcombinaties (DBC’s); het
‘ Werken in de oncologie daagt je uit om breder te kijken’
idee was dat iedereen met de DSM-categorie depressie een daarbij passende behandeling zou krijgen. In de oncologie passen die protocollen niet goed. Patiënten hebben vaak lichamelijk heel veel klachten en laten geregeld een combinatie zien van vermoeidheid, depressie en angst. Bovendien is angst voor de terugkeer van kanker vaak deels een reële angst. Standaard angstbehandeling past dan niet goed. Wat wél helpt, is het gedragstherapeutische proces volgen en onderzoeken wat wel en niet aanslaat. We zetten ook vaak op acceptatie gerichte behandelingen in zoals mindfulness-based cognitieve therapie en ACT. Kennis van de DSM is nuttig, maar werken in de oncologie daagt je uit om breder te kijken. Voor mij gaat het er in de cognitieve gedragstherapie ook om dat je als een soort wetenschapper blijft kijken naar wat werkt.’ (HB)
Wat vind jij van de opleiding?
Met ingang van 1 januari 2022 is het mogelijk om de cgt-opleiding nieuwe stijl te volgen waarin de leertherapie vervangen is door andere opleidingsonderdelen. Die datum is het startsein van een pilotperiode.
Bij de VGCt vinden we het belangrijk om te weten hoe onze leden hun opleiding tot cognitief gedragstherapeut of cognitief gedragstherapeutisch werker ervaren. Daarom krijgt iedereen via structurele opleidingsevaluaties de gelegenheid om ons feedback te geven op het opleidingstraject. In februari worden de evaluaties weer verstuurd. Ben jij cgt’er i.o. of pas geregistreerd als cgw’er? Dan ontvang je per mail de uitnodiging. Met jouw feedback help je om de kwaliteit van de opleiding te verbeteren en je maakt meteen kans op gratis deelname aan een VGCt-evenement. (SM)
In plaats van de leertherapie komt het werken met leerlijnen, een e-learning en een persoonlijk ontwikkelingsplan en begeleide intervisie. Om deze opleidingsonderdelen, die vanuit het VGCt-bureau in samenwerking met diverse leden, experts en een onderwijskundige zijn ontwikkeld, te testen in de dagelijkse onderwijspraktijk, gaat op 1 januari 2022 een pilot van start. In de pilotfase wordt onderzocht of de opleiding praktisch haalbaar is en goed functioneert, of de opleiding compleet is, of alle competenties aan bod komen en of door het verdwijnen van de leertherapie belangrijke aspecten minder aan bod komen. De essentie van de verandering is dat cognitief gedragstherapeuten in opleiding gestructureerd, transparant en volgens meetbare doelen werken aan de ontwikkeling van zowel cognitief gedragstherapeutische diagnostiek en behandelmethoden, als aan diverse inter- en intrapersoonlijke therapeutfactoren die nodig zijn om op een goede manier cgt te geven. Dit past in de competentiegerichte opleiding. Alle cognitief gedragstherapeuten in opleiding (die voor 1 januari 2022 nog geen supervisie hebben gevolgd) en alle supervisoren hebben inmiddels bericht gekregen en thuis een informatiepakket ontvangen over de praktische en inhoudelijke zaken rondom de pilot cgt-opleiding nieuwe stijl. Kijk voor meer informatie en een video op vgct.nl
Opleidingsnieuws •
Start pilot cgt-opleiding nieuwe stijl
‘ Iedereen krijgt de gelegenheid om ons feedback te geven op het opleidingstraject’
‘ De veranderingen passen in een competentiegerichte opleiding’
Cgw-registratie onder de loep
We willen de opleiding tot cognitief gedragstherapeutisch werker competentiegericht maken, net als de opleiding tot cognitief gedragstherapeut. Welke doorgroeimogelijkheden hebben cgw’ers of moeten ze krijgen? Hoe verbeteren we de kwaliteit van de opleiding tot cgw’er? En hoe kunnen we de positionering van de cgw’er binnen het werkveld verduidelijken? Dat zijn zaken waaraan het VGCt-bureau de komende jaren gaat werken. Dit doen we uiteraard samen met de leden, de sectie cgw, het bestuur en de ledenraad. (SM)
11
AGENDA
Beter worden in je vak ’21-’22 Terugkijken tot 31 december 2021 Hoe cgt is de GIT-PD? Online
14 januari 2022 De Cognitief Gedragstherapeutisch Werker in de EPAzorg in stelling Online
24 januari 2022 Intervisie - De supervisor als poortwachter Online
Blijf creatief en veerkrachtig Hoe zorg je dat je cliënt en jijzelf creatief en veerkrachtig blijven? Op 22 mei vinden revitaliserende voorjaarsworkshops plaats over herstel, het opdoen van energie en het behoud ervan. Laat je inspireren en breng je nieuw aangeleerde technieken in de praktijk! (KdM) Aanmelden via vgct.nl/agenda
Preach what you practice! Op 18 maart 2022 vindt het jaarlijkse cgw-congres plaats, met dit jaar als thema ‘Preach what you practice!’. Ofwel: hoe pas jij de competenties in het vernieuwde competentieprofiel toe in de praktijk? Keynotespreker Bas van Heycop ten Ham vertelt over de verschillende moeilijkheden die je kunt tegenkomen bij protocollaire behandelingen. Martin Appelo belicht in zijn lezing het lotgenootschap als therapeutisch instrument. (KdM)
Podcast over ARFID
Zorg dat je ‘m niet mist: nieuwe VGCt-podcast! In deze negende aflevering vertelt gedragswetenschapper Diana Kroes over ARFID bij kinderen en jongeren. Hoe onderscheid je ‘normale’ eetproblemen van ARFID? En hoe betrek je de ouders bij een behandeling, zonder de autonomie weg te halen bij een jongere? Volg ons kanaal via Spotify of iTunes om op de hoogte te blijven van nieuwe afleveringen. (MK)
11 februari 2022 Workshop: Het schrijven van een N=1-verslag Utrecht Meer informatie en aanmelden: vgct.nl/agenda Evenementen op locatie zijn onder voorbehoud, afhankelijk van de coronamaatregelen.
De VGCt wenst je een fijne jaarwisseling en een heel gezond 2022! We hopen je tijdens onze evenementen en bijeenkomsten weer te zien, in het echt of online.
CGW’ER HOE PAK JIJ HET AAN?
14 e
jaarcongr es voor cog nitief gedragsth erapeutisc h werkers
PREACH WHAT YOU PRACTICE Dien je abstract in voor
cgwcongres.nl 18 maart 2022 Veenendaa l
1 december
Trauma bij kind en jeugd
Op 2 juni 2022 vindt het eerste evenement plaats dat is ontstaan uit de samenwerking tussen VEN, VSt en VGCt. Tijdens deze bijeenkomst word je bijgepraat over de behandeling van trauma bij kinderen en jeugdigen. Het interactieve programma bestaat uit lezingen, clinical masterclasses en een workshop waarin je informatie krijgt over verschillende effectieve behandelvormen. Daarnaast is er voldoende gelegenheid om te netwerken. Inschrijven is binnenkort mogelijk via www.vgct.nl/agenda. (SM)
Lees meer op vgct.nl 12