Skip to main content

Nieuwsbrief nr. 3 2021

Page 1

Nieuws

HET NUT VAN VOORTGANGSFEEDBACK Voortgangsfeedback (ROM) wordt slechts door 13 tot 30 procent van de professionals gebruikt. Het heeft een nare bijsmaak gekregen; verzekeraars zouden het gebruiken om zorg al dan niet te vergoeden. Jammer, vindt klinisch psycholoog Pauline Janse: ‘Het kan de therapeut helpen om nog beter zijn werk te doen.’ Even het geheugen opfrissen: wat is voortgangsfeedback ook alweer? ‘Het zijn vragenlijsten, zoals de OQ-45, ORS en SRS, die je tijdens de behandeling afneemt om te evalueren of de behandeling goed verloopt en hoe de

cliënt de band met de therapeut ervaart. Zo krijgen therapeut en cliënt meer inzicht in hoe het met de behandeling gaat. Zit er schot in de zaak? En zo niet, wat moet er gebeuren om weer op koers te komen? pag 2

03/2021

VGCt najaarscongres 2021 ‘We’re only human’ is het thema van het najaarscongres op 3, 4 en 5 november. We gaan het hebben over allerlei vormen van diversiteit en hoe we daar in de behandeling mee kunnen omgaan. Ook is er aandacht voor de therapeut als mens: hoeveel mens mag je zijn? Hoe word en blijf je een goede therapeut? Waar liggen je grenzen en die van de cliënt? Keynotesprekers zijn dit jaar Marian Bakermans, Harry Aponte, Anton Hafkenscheid en Judith Daniels. Schrijver, cabaretier en taalkundige Wim Daniëls sluit het congres af met een voordracht over stigmatisering van taal. Wil jij je wetenschappelijke kennis en praktische vaardigheden aanscherpen en verdiepen? (ML) Meld je aan via vgctnajaarscongres.nl najaarscongres 2021

we’re only

human 3 | 4 | 5 november 2021 vgctnajaarscongres.nl

Dien je abstract in van 1 februari tot 1 mei 2021

Aanvullende training alcoholverslaving 4 Back to the Future 5 Dit najaarscongres mag je niet missen Interview

keynotespreker Harry Aponte 5-6

De mooiste parel 8 N=1: behandeling van vermoeidheid na een CVA 8-9 Enverder: verder: En Leerlijn professionaliteit • Positionering van niet BIGvervangt leertherapie 11op geregistreerden 2 • Trots ereleden 9 • Word ook lid van de NVGzP 10


vervolg pag 1

Colofon Deze nieuwsbrief is een uitgave van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën en verschijnt vier keer per jaar. Informatie over lidmaatschap en opzeggen vind je op vgct.nl. Overname en vermenigvuldiging van artikelen is toegestaan met bronvermelding. T 030 254 30 54 E info@vgct.nl W vgct.nl LinkedIn en Facebook: VGCt Twitter: @VGCtwit YouTube: VGCtube Instagram: vgct_insta Samenstelling en eindredactie: Mariëtte Lammers en Annet Reusink Aan dit nummer werkten mee: Wouter de Boer, Hilde Bout, Ine Bijker, Lena Ter Haar, Jorn Hövels, Mieke Ketelaars, Otje van der Lelij, Saskia Mulder en Annet Reusink.

De feedback is ook een spiegel voor de therapeut. Hij ziet op welke punten hij het goed doet en waar nog verbetering te halen valt.’

Pauline Janse: Het verbeteren van de efficiëntie van cognitieve gedragstherapie door middel van voortgangsfeedback (promotie), Radboud Universiteit, juni 2021.

Kan de therapeut de voortgang niet beoordelen op basis van gesprekken met de cliënt? ‘Uit onderzoek blijkt dat therapeuten niet altijd goed kunnen inschatten of iemand gaat uitvallen en of de behandeling vastloopt. Ook blijkt uit onderzoek dat cliënten en therapeuten niet altijd op een lijn zitten wat betreft hun visie op de therapeutische relatie. Dat betekent niet dat de klinische blik van een behandelaar niet nuttig is. Maar het is wel belangrijk om te erkennen dat je als behandelaar – net als ieder ander mens – blinde vlekken en vooroordelen hebt.’

‘Het is belangrijk om te erkennen dat je als behandelaar blinde vlekken en vooroordelen hebt’ 2

Is het niet lastig voor cliënten om eerlijke feedback aan hun therapeut te geven? ‘Dat kan inderdaad heel spannend zijn. Daarom is het belangrijk dat de therapeut in de eerste sessie benadrukt dat hij de feedback echt nodig heeft, omdat hij geen gedachten kan lezen. Als iemand niet zo assertief is, is voortgangsfeedback een goede manier om hiermee te oefenen. Je kunt dit als therapeut ook zo uitleggen: ‘Ik snap dat het lastig voor je is, maar ik kan het hebben. Oefen maar op mij met het uiten van je mening.’ Uit mijn onderzoek blijkt in ieder geval dat cliënten er baat bij hebben. Hetzelfde behandeldoel wordt in gemiddeld 14 sessies bereikt in plaats van 16. Mijn onderzoeksresultaten laten ook zien dat de effectiviteit van cgt niet verbetert. Daar is een goede verklaring voor. De behandeling van de controleconditie met alleen cgt, zonder frequente voortgangsfeedback, is al zeer effectief. Dus dan is er ook minder winst te behalen.’ Wat is precies de meerwaarde van voortgangsfeedback voor de therapeut? ‘Het kan de therapeut helpen om nog beter zijn werk te doen. Als je ontdekt dat je het op bepaalde punten niet zo goed doet, dan kun je daaraan werken.

Maar het moet niet zo zijn dat je als therapeut in het beklaagdenbankje komt te zitten. Je moet je wel veilig voelen om die negatieve feedback met je collega’s te bespreken. Daarbij kun je bijvoorbeeld ontdekken dat je heel goed bent met mensen met angststoornissen en dat je collega weer beter is met mensen met persoonlijkheidsstoornissen. Dat kan inzichtgevend zijn. Ik kreeg een keer de feedback dat een cliënt het lastig vond dat ik zo snel door de gang liep. Dat was de aanleiding voor een goed gesprek, omdat het symbool stond voor dat ik in de behandeling ook vaak te snel ging. Deze cliënt had iets meer tijd nodig om dingen te laten bezinken. Dat was nuttige feedback, waar ik de behandeling met haar meteen op heb aangepast.’ Verzekeraars zouden voorgangsfeedback aangrijpen om zorg wel of niet te vergoeden. Hoe zie je dat? ‘Sommige organisaties nemen moeilijke cliënten aan waardoor ze minder ‘scoren’. Het zou niet zo mogen zijn dat ze daarop worden afgerekend. Ik vind dat we een duidelijk onderscheid moeten maken tussen het maatschappelijke debat: willen we value based care en hoe gaan we daarmee om als veld? En: wat is het beste voor de cliënt en de therapeut? Door die laatste bril gezien kan frequente voortgangsfeedback nuttig zijn.’ (OvdL)


Boekbespreking

JE EIGEN ERVARING INZETTEN: (HOE) DOE JE DAT?

Pim Peeters en Koen Westen, ‘Behandelen met eigen ervaring’. Uitgeverij SWP Amsterdam (januari 2021). Prijs: 23 euro.

Op welke manier kunnen professionals hun persoonlijke ervaring in de hulpverlening inzetten in hun functie? Daarover gaat het boek ‘Behandelen met eigen ervaring’ van Pim Peeters en Koen Westen. Ine Bijker las het en schreef een boekbespreking.

I

n het eerste deel van het boek geven de auteurs, die beiden jarenlange ervaring hebben in zorg, welzijn en onderwijs, een theoretische onderbouwing van ervaringsdeskundigheid. Ze beschrijven een onderzoek naar de inzet van eigen ervaring van professionals. In het tweede deel geven ze heldere voorbeelden uit de praktijk over de manier waarop professionals hun eigen ervaringen in het herstelproces inzetten in hun werk. In het derde deel wordt vanuit verschillende perspectieven feedback gegeven op de uitkomsten van het onderzoek.

METEEN AAN DE SLAG

Het boek zet vooral aan tot nadenken. Wil ik mijn eigen ervaringen in de hulpverlening gebruiken in de behandeling van mijn cliënt? Is het gepast en helpend om eigen ervaringen te delen? Vormt dat geen belasting voor de cliënt? Door middel van een gedegen theoretische onderbouwing en veel praktijkvoorbeelden geven de auteurs handvatten voor de praktijk. Een sluitend antwoord of een checklist krijgt de lezer niet, maar dat biedt juist mogelijkheden om zelf tot een weloverwogen besluit te komen. (IB)

‘Is het gepast om eigen ervaringen te delen?’ Ine Bijker is verpleegkundig specialist ggz en cognitief gedragstherapeut i.o. Zij werkt bij GGZ Drenthe op de afdeling Medium Care (een open opname-afdeling) en in haar eigen praktijk Bij Ine.

3


sectienieuws •

Workshop eerste hulp bij eetbuien De sectie eetstoornissen en obesitas organiseert op 1 oktober van 9.00 tot 12.30 uur de online workshop ‘Eerste hulp bij eetbuien – hoe herken je ze en wat kun je doen in de basis ggz?’. Vaak wordt de eetbuistoornis niet (h)erkend. Om deze succesvol te behandelen is het nodig om te snappen hoe het probleemgedrag ontstaat en wat de triggers en instandhoudende factoren zijn. In deze workshop is aandacht voor de eetbuistoornis en bestaande theorieën over eetbuien, voor diagnostiek en voor de richtlijnen voor behandeling uit de zorgstandaard eetstoornis. Aanmelden: vgct.nl/agenda. (ML)

Hoe cgt is de GIT-PD? De GIT-PD, Guideline-Informed Treatment for Personality Disorders, geeft een blauwdruk voor een goede behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Deze bestaat uit de algemeen werkzaam gebleken onderdelen van psychotherapie in een samenhangend kader. Maar hoe verhoudt de GIT-PD zich tot de evidence-based specialistische behandelingen? Op 7 oktober leer je er alles over tijdens de studiedag van de sectie persoonlijkheidsstoornissen. ‘s Ochtends is er een plenair programma met sprekers en discussie. Tijdens het middagprogramma kun je kiezen uit verschillende workshops. Aanmelden: vgct.nl/agenda. (ML)

ApBM-TRAINING BIJ ALCOHOLVERSLAVING: SIMPEL ÉN EFFECTIEF Hoewel we verschillende effectieve behandelingen hebben voor alcoholmisbruik, zijn de terugvalpercentages hoog. Een toegevoegde training, gericht op automatische processen, kan die terugval met tien procent verminderen.

B

ij Approach Bias Modificationtraining (ApBM) leren patiënten hun toenadering tot alcohol af. Met een joystick moeten patiënten horizontale plaatjes naar zich toetrekken en verticale plaatjes van zich afduwen. Omdat de verticale plaatjes uit alcoholische versnaperingen bestaan, leren patiënten op indirecte wijze afstand te nemen van alcohol. Het lijkt misschien ver af te staan van de realiteit, maar volgens onderzoeker Elske Salemink levert dat in de praktijk geen problemen op. ‘Door het principe erachter uit te leggen, snappen patiënten het doel van de training al snel.’

delingen. Als standalone-behandeling is het effect van ApBM bovendien minder groot. Bij cgt leer je bewuster om te gaan met denkprocessen en emoties, terwijl ApBM zich richt op de automatische neiging. Daarom is het ook zo mooi aanvullend.’ Dat er in het veld nog discussie is over de effectiviteit van de bias modification wijt Elske vooral aan de diversiteit binnen bias modification-trainingen. ‘Aandachtsbias lijkt moeilijker te veranderen dan bijvoorbeeld interpretatiebias en approachbias. Als je ze op één hoop gooit, vervuil je je interpretatie van de effecten.’

ADD-ON

COMORBIDE PROBLEMEN

De training moet volgens Elske vooral gezien worden als add-on-behandeling. ‘We hebben natuurlijk effectieve behan4

Het mooie is dat ook patiënten met bijkomende psychische problematiek geholpen zijn met ApBM-training.

uit de

PRAKTIJK

‘ Een eenvoudige ApBM-training kan een goede ingang zijn voor cgt’

Elske: ‘Vaak zien we dat een verslavingsbehandeling minder succesvol is als er ook sprake is van comorbide problematiek. Maar uit ons onderzoek blijkt dat het toegevoegde effect van de training sterker is in de groep met comorbide angst en depressie.’ Natuurlijk geldt voor hen dat er meer ruimte is voor verbetering. Maar ook generalisatie kan volgens Elske een rol spelen. Daarnaast vermoedt ze dat de eenvoud van de training bijdraagt aan het succes. ‘Als je angstig of gestrest bent, kan het best complex zijn om je goed op een cgt-behandeling te richten. Een eenvoudige ApBM-training kan dan een goede ingang zijn.’ Helaas is de training in Nederland momenteel nog niet beschikbaar, maar met het huidige bewijs hoopt Elske dat dit snel verandert. (MK)


Keynotespreker Harry Aponte:

‘ GEBRUIK JE EIGEN KWETSBAARHEID ALS THERAPEUTISCH INSTRUMENT’ ‘We’re only human’. Dat is het thema van het komende VGCt-najaarscongres. De Amerikaanse hoogleraar Harry Aponte is een van de keynotesprekers. ‘Je kunt andermans problemen alleen begrijpen door je eigen levensworstelingen onder ogen te zien.’

Wat vind je van het congresthema ‘We’re only human’? Harry Aponte: ‘Een actueel en relevant thema. In de ggz zijn we momenteel zo druk met technologie en neurologie, met het aantoonbare en bewijsbare, dat de problematiek van de kwetsbare, worstelende mens op de achtergrond is geraakt. Maar de manier waarop mensen met hun kwetsbaarheden omgaan is essentieel voor hun welbevinden.’ Wat is je kernboodschap? ‘Onderzoek doen naar effectieve therapieën is en blijft nodig, maar het belangrijkste voor ons geestelijk welzijn is dat we onze gedeelde menselijkheid

kunnen voelen en zien; alleen dan kunnen we oprecht met elkaar meeleven, wat ook in de ggz een basisvoorwaarde is voor een succesvolle behandeling.’ Meeleven met de patiënt, is dat niet vanzelfsprekend? ‘Sommige behandelaren doen dit van nature, maar het is allesbehalve vanzelfsprekend. Om patiënten goed te kunnen behandelen moet een thera-

‘ Meeleven met de patiënt is allesbehalve vanzelfsprekend’

peut een diepgaand empathisch begrip hebben van de gevoelens en ervaringen van de patiënt. En dat is alleen mogelijk als de behandelaar daarvoor put uit zijn eigen herinneringen en ervaringen.’ Niet iedereen maakt hetzelfde mee ‘Iedereen maakt zich zorgen over universele thema’s als werk, liefde, ziekte en dood. Je kunt andermans problemen alleen begrijpen door je eigen levensworstelingen onder ogen te zien. Het gaat er niet alleen om dat je de woorden van de patiënt begrijpt, je moet diens ervaringen doorleven. Sta je daarvoor open, dan roept dit onvermijdelijk ook allerlei spanningen bij jou op. Daar moet je als behandelaar niet van weggaan, want dat geeft diepte aan de therapie en het is informatie waarmee je richting en invulling kunt geven aan de behandeling.’ pag 6 5


vervolg pag 5

Zijn behandelaren onvoldoende bereid om te doorleven wat patiënten voelen? ‘De tendens is dat behandelaren patiënten in therapie steeds cognitiever benaderen. Maar ik geloof niet dat het mogelijk is om alleen vanuit die benadering een complete indruk van de innerlijke gevoelsbeleving van de patiënt te krijgen.’ Wat is de grootste therapeutische uitdaging? ‘Dat behandelaren twee dingen tegelijkertijd moeten kunnen: diepgaand doorleven wat de patiënt ons vertelt en wetenschapper zijn, want vervolgens moeten we de doorleefde problematiek kunnen duiden en analyseren. Dat is heel lastig, want als we emotioneel betrokken zijn verliezen we onze objectiviteit. Daarom moeten we ook afstand kunnen nemen van de gevoelswereld van de patiënt.’ Wat stel je voor? ‘Dat we een methode hanteren waarmee behandelaren zichzelf empathisch kunnen opstellen en gelijktijdig onder-

zoeker kunnen zijn. In een notendop komt deze methode - The use of self hierop neer: als ik tijdens een behandeling verdriet, intimidatie of irritatie voel, onderdruk ik die gevoelens niet, maar neem ik deze ervaringen mee als informatie voor verdere sturing van de therapie.’ Deel je ook persoonlijke ervaringen met patiënten? ‘Dat is afhankelijk van de situatie. Een voorbeeldcasus: onlangs behandelde ik een gezin waarvan de vader zijn zoon hard op zijn borst had geslagen. De vader wist niet waarom, maar vertelde terloops dat zijn moeder stervende was. Dat was moeilijk voor hem, want zijn moeder had hem geadopteerd en alleen opgevoed. Nu, op haar sterfbed, had zij hem nodig. Toen hij dit vertelde, werd hij emotioneel, waarop zijn kinderen zeiden: hij is zoveel met zijn moeder bezig dat hij helemaal geen aandacht meer heeft voor ons. Ik vroeg toen nog eens naar het incident met zijn zoon. Dat bleek te hebben plaatsgevonden in een discussie met diens moeder, zijn vrouw. Mijn verklaring: de man sloeg zijn zoon uit loyaliteit naar zijn eigen moeder. Ik zei: als je controle wilt over je woede, zul je meer moeten delen met je vrouw en zoon. Na de behandeling zei de vader: ongelofelijk, je hebt me door de stervensbegeleiding van mijn 6

‘Ik ben een Puerto Ricaan, ik sta mijn mannetje’ moeder heen geholpen. Hij wist niet dat mijn eigen moeder twee weken daarvoor was overleden. Ik kon hem zo goed helpen omdat ik opnieuw doorleefde wat dat voor mij had betekend. Maar ik heb er geen woord over gezegd, om te voorkomen dat hij zich in mij zou inleven.’ Wanneer deel je jouw ervaringen wel? ‘Ander voorbeeld: ik behandelde een succesvol koppel met relatieproblemen. Toen de vrouw opzichtig haar armen kruiste, zei ik: je vertrouwt hem niet. Toen zij dat beaamde, werd de man woedend. Ik dacht: straks slaat hij haar

en moet ik ertussen springen. Je moet weten: ik ben een Puerto Ricaan uit Harlem (NY, VS) - ik sta mijn mannetje maar dat zou een belabberde interventie zijn. Vroeger, op straat, mocht je geen angst voelen, want dan kun je niet vechten. Maar tegen mijn cliënt zei ik nu wel voor het eerst in mijn leven: Robert, ik ben bang voor je. Daarop begon de man te huilen en hij vroeg naar het waarom. Hij realiseerde zich dat zijn eigen vrouw ook bang voor hem moest zijn. In zijn ontsteltenis stelde hij zich kwetsbaar op, wat de relatie ten goede kwam. In deze behandeling heb ik mijn persoonlijke ervaringen dus wel gedeeld, maar in beide gevallen kostte het mij moeite om de discipline op te brengen om mijn persoonlijke ervaringen bewust wel of niet met de patiënt te delen.’ (JH)

Harry Aponte heeft een eigen behandelpraktijk en is hoogleraar aan Drexel University’s Couple & Family Therapy Department (Philadelphia, Pennsylvania, V.S.). Tijdens het VGCt-najaarscongres geeft hij de lezing: ‘The Person of the Therapist Model: The Purposeful Use of Self in Therapy - the Good & the Bad.’


REKENANGST

COLUMN Mieke Ketelaars

Brieven aan de politiek

M

ijn dochter van acht heeft een rekenfobie. Het is een klassiek beeld, waarbij ze – zodra ze in contact komt met sommen – een ernstige vorm van mazelen ontwikkelt in het gelaat en in de nek. Het Rorschach-achtige vlekkenpatroon gaat gepaard met Touretteuitlatingen, waarbij ze afwisselend willekeurige cijfers en ‘Ik snap er niks van!’ als een scheldkanonnade op ons afvuurt. Bij nadere bestudering van de literatuur blijkt het eerste symptoom vooral een onderdeel van affectieve rekenangst: de fysiologische reacties die door wiskundige bewerkingen worden opgeroepen. De willekeurige antwoorden lijken eerder te passen bij de cognitieve component van rekenangst. Gezamenlijk zorgen de componenten ervoor dat kinderen onvoldoende aan leren toekomen. Zo ook mijn dochter. De afgelopen jaren wordt er gelukkig steeds meer onderzoek gedaan naar de behandeling van rekenangst. Nou ja, ze noemen het wiskundeangst, maar dan lijkt het alsof mijn dochter haar leeftijd

‘Als mijn dochter niet doorheeft dat ze rekent, is er geen vuiltje aan de lucht’ al ver vooruit is. Met name cgt blijkt voor kinderen met deze angst vaak een uitkomst te zijn. Een combinatie van desensitisatie en cognitief herstructureren leert hun om de angst onder controle te krijgen. Een leuk neveneffect is de stijgende lijn die vervolgens zichtbaar is in de rekenprestaties. Natuurlijk pas ik deze kennis graag meteen toe op mijn dochter. Door bijvoorbeeld haar gedachten uit te dagen, en door voorbeelden te verzamelen van de momenten waarop het wel goed gaat. Want als mijn dochter niet doorheeft dat ze rekent – wanneer ze ingrediënten voor een cake afweegt of controleert of

het al tablettijd is – is er geen vuiltje aan de lucht. Tegelijkertijd zetten we hard in op exposure: onze dochter moet nu verplicht dagelijks een kwartier naar Graaf Tel kijken. Je weet wel, die aritmomanische vampier uit Sesamstraat die kinderen op ‘speelse wijze’ kennis laat maken met cijfers. En wat blijkt? Haar angst is zeker afgenomen en haar rekenvaardigheden gaan er zienderogen op vooruit. Het enige nadeel is dat er langzaam ook een Duits accent insluipt. Maar ach, als dat de enige bijwerking is… Mieke Ketelaars is kennisredacteur bij de VGCt.

De afgelopen tijd stuurde P3NL twee brieven naar ‘Den Haag’: een formatiebrief en een brief over een wetsvoorstel over aanbesteding van jeugdhulp. In de formatiebrief zijn drie onderwerpen aangedragen die belangrijk zijn bij de formatie en het nieuwe kabinet: • inzetten op antwoordgerichte zorg • het instellen van een fonds voor het bekostigen van de extra inzet van gedragswetenschappers tijdens de hersteloperatie die na de coronacrisis nodig is om de mentale veerkracht te versterken • het met man en macht wegnemen van de knelpunten in de jeugdhulp en jeugd-ggz In een brief aan de Kamerleden van de Commissie VWS heeft P3NL een aantal punten onder de aandacht gebracht met betrekking tot het wetsvoorstel Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015.

Klachten- en geschillenregeling Ruim 2.000 (vrijgevestigde) leden van de 13 P3NLverenigingen zijn aangesloten bij de klachten- en geschillenregeling die P3NL faciliteert. Door aansluiting bij deze regeling voldoen deze vrijgevestigde zorgaanbieders aan de eisen die de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) stelt. De informatie hierover op p3nl.nl is aangevuld. (LtH) Kijk voor meer informatie op www.p3nl.nl

7

P3NL nieuws •

Column


Casus N=1

In iedere nieuwsbrief lees je het verslag van een afgeronde behandeling. In deze editie de N=1 van neuropsycholoog en gz-psycholoog Wouter de Boer (43) over de cgtbehandeling van de 33-jarige Rob die sinds een CVA kampt met ernstige vermoeidheidsklachten.

8


ALTIJD MOE In 2015 wordt Rob (33) getroffen door een CVA. Sindsdien mist hij de energie en de focus om ook maar iets nuttigs te ondernemen. Hij voelt zich gefrustreerd en boos. Hoe kan hij zorgen voor zingeving als hij altijd zo vreselijk moe is?

GRENZEN

In het begin van de behandeling laat Rob weinig emoties zien. Zijn chronische beperkingen op het gebied van cognitie, energie en prikkelgevoeligheid koppelt hij niet aan de CVA. Vragen hierover ontwijkt hij. Zijn ziekte-inzicht is beperkt en er is sprake is van acceptatieproblematiek ten aanzien van het

hersenletsel. Doordat Rob zijn klachten negeert is hij jarenlang over zijn grenzen gegaan. Daarnaast voldoet hij aan de criteria van een persisterende complexe rouwstoornis en heeft hij nog altijd last van het feit dat hij op de middelbare school is gepest. Spanning veroorzaakt door emotionele problemen lijkt zich te uiten in fysieke klachten en functioneel neurologische uitvalverschijnselen. De hypothese van Wouter is dat Rob door emotionele verwerking minder last van spanning zal hebben. Ook zal hij moeten leren om binnen zijn grenzen te functioneren.

BEHANDELING

In het begin van de behandeling zet Wouter cgt in om de ervaren vermoeidheidsklachten te verminderen. Hij doet dit door middel van registraties van ver-

‘ Zijn focus gaat van presteren naar accepteren’

DYNAMIEK

In totaal bestaat de behandeling uit 36 wekelijke sessies van een uur. Zowel Rob als Wouter ervaren de samenwerkingsrelatie als goed. Wouter: ‘Ik volgde dit door actief om feedback te vragen en na iedere sessie de SRS af te nemen. Rob en ik waren allebei enthousiast, gemotiveerd en bereid om hard te werken. Achteraf bleek wel dat het streefniveau bij beiden erg hoog lag; soms heb ik Rob wellicht wat overvraagd. Deze dynamiek van te veel willen en te hard werken heeft de vermoeidheid misschien onbedoeld wat langer in 9

stand gehouden.’ Niettemin is bij de eindevaluatie sprake van een afname van alle klachten. Rob heeft het verlies van zijn moeder verwerkt en hij heeft geen last meer van zelfverwijt. Ook heeft hij meer inzicht in de gevolgen van het hersenletsel en slaagt hij erin een betere balans te vinden tussen inspanning en ontspanning. Hij is minder moe en beter in staat de vermoeidheidsklachten die er nog zijn te aanvaarden als blijvende restklachten. De focus is van presteren naar accepteren gegaan. Rob legt de lat minder hoog. Binnen de beschikbare belastbaarheid heeft hij een zinvolle dagbesteding gevonden. Hij maakt websites, heeft een LinkedInprofiel aangemaakt en is in gesprek met het UWV over re-integratie.

N=1 NIEUWE STIJL

Wouter: ‘Over de behandeling zelf ben ik tevreden. Bij de N=1-nieuwe stijl staan de onderzoeksvragen meer centraal. Achteraf had ik die bij aanvang wel graag wat scherper willen hebben. Een paar vragen bleken tijdens het proces van schrijven niet interessant te zijn of ze waren lastig te beantwoorden. Ik heb ze alsnog gewijzigd. Mijn tip: formuleer bij de start heldere en te beantwoorden onderzoeksvragen. Dit helpt je tot de kern te komen: wat wil ik nu eigenlijk weten? Wat is belangrijk? Kan ik dit wel onderzoeken? Zo ja, hoe dan?’ (WdB/AR)

Casus N=1

R

ob wordt door zijn huisarts verwezen naar behandelcentrum Vitaalpunt*, waar Wouter de Boer werkt als regiebehandelaar. Bij aanmelding zit Rob werkloos thuis en brengt zijn dagen door met gamen en Netflix kijken. Zijn hoofddoel: van de vermoeidheid afkomen. Ook heeft hij problemen met concentreren en het filteren van prikkels. De klachten zijn ontstaan nadat hij in 2015 een CVA kreeg. Rob is somber, geagiteerd en mist zingeving. Hij heeft het gevoel dat hij faalt en wil graag weer werken, sporten en leuke dingen doen. Ook wil hij het verlies van zijn moeder verwerken. Zij overleed aan borstkanker toen Rob 15 jaar was.

moeidheid, g-schema’s, graded activity, conditie verbeteren en het gevolgenmodel. Ook is er aandacht voor psychoeducatie rondom de gevolgen van het hersenletsel. Vervolgens werkt hij met ACT-interventies aan een accepterende benadering van de vermoeidheidklachten. De behandeling is erop gericht om de cognities rondom zelfverwijt te veranderen en verlies te verwerken. Daarbij maakt Wouter gebruik van het protocol voor Persisterende Complexe Rouw en zet hij aanvullende EMDR in. De zelfbeeldproblematiek en Robs neiging om te hoge eisen aan zichzelf te stellen maken deel uit van de behandeling. Tot slot werkt Wouter met Rob aan diens negatieve zelfbeeld met behulp van het boek ‘Negatief zelfbeeld’ van Manja de Neef.

* Vitaalpunt maakt deel uit van de organisatie Mentaal Beter en is een afdeling met expertise op het gebied van Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK).


NIEUW bij de VGC t

Esther Frusch:

‘ IK GA ME INZETTEN VOOR VERSTERKING VAN DE POSITIE VAN DE CGW’ER’

In juni van dit jaar is Esther Frusch benoemd als VGCtbestuurslid met de portefeuille cgw. In het najaar start zij officieel met de uitvoering van haar bestuursfunctie. Hoewel deze portefeuille binnen het bestuur nieuw is, is Esther voor velen geen onbekende.

E

sther Frusch werkt als coördinerend behandelaar bij de Parnassiagroep: Brijder jeugd. Ze biedt hier hulp aan jongeren van 12 tot 23 jaar die overmatig gokken, gamen of alcohol en/of drugs gebruiken. ‘Ik doe de zorgcoördinatie rondom de cliënt en zijn systeem en geef individuele behandelingen’, vertelt Esther. ‘Waar nodig zorg ik voor ouderbegeleiding en sluit ik aan bij systeemtherapieën. Daarnaast geef ik groepstrainingen mindfulness bij middelengebruik, emotieregulatietraining en leefstijltraining.’

lende therapieën beter begreep, kon ik meer spelen met de stof. De kwaliteit van mijn werk verbeterde hierdoor beduidend. Dit gunde ik andere collega’s met een hbo-achtergrond ook. Zodoende ben ik een actieve rol gaan spelen binnen de vereniging.’

Waar kunnen VGCt-leden je van kennen? ‘In 2014 ben ik bestuurslid geworden van de sectie cognitief gedragstherapeutisch werkers en in 2017 werd ik voorzitter. In de eerste jaren waren we vooral druk met het organiseren van het cgwHoe lang ben je al lid van de VGCt? congres. Later hebben we ons er meer ‘Sinds 2012. Door de opleiding tot cogop gericht om samen tot een visie, misnitief gedragstherapeutisch werker sie en jaarplan voor cgw’ers te komen. kreeg ik eindelijk een theoretische basis. Zodoende veranderde de doelstelling Doordat ik de structuur van de verschil- van de sectie naar kennisverspreiding, positieversterking, vertegenwoordiging

‘ Dat er nu plek is voor een cgw’er in het bestuur is voor mij de kers op de taart’ 10

van de achterban, opleiding, supervisie en verenigingsbeleid. Daarnaast heb ik ook deelgenomen aan de commissie voor het competentieprofiel van de cgw’er.’ Wat is je motivatie om bestuurslid te worden? ‘De afgelopen jaren hebben we hard gewerkt aan een sterkere positie van de cognitief gedragstherapeutisch werker binnen de VGCt en in het werkveld, met als doel verdere professionalisering van de hbo’ers werkzaam in de hulpverlening. Ons streven was om in ieder organisatieonderdeel van de VGCt een cgw’er toe te voegen: in de secties, commissies en in de ledenraad. De laatste stap was het bestuur. Begin dit jaar ben ik gevraagd om als vertegenwoordiger van de cgw’ers zitting te nemen in het bestuur. Dat er nu een plek is gecreëerd voor een cgw’er in het bestuur is voor mij de kers op de taart. Maar er is nog genoeg te doen: de positie van de cgw’er kan binnen de VGCt en het werkveld nog veel verder versterkt worden. Daar wil ik me de komende jaren voor gaan inzetten.’ (LtH)


Basiscursus 100 uur

Vervolgcursus 100 uur

E-learning + POP

Supervisie 75 sessies

begeleid door een supervisor VGCt en richt zich op de ontwikkeling van de rol van therapeut. (ML)

N=1

Begeleide intervisie 10 sessies

LEERLIJN COGNITIEF GEDRAGSTHERAPEUTISCHE DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING LEERLIJN PROFESSIONALITEIT

VERNIEUWDE OPLEIDING TOT COGNITIEF GEDRAGSTHERAPEUT In de opleiding tot cg-therapeut wordt de leertherapie in 2022 vervangen door een doorlopende leerlijn gericht op persoonsgerichte vorming: de leerlijn professionaliteit. Het werken met leerlijnen is nieuw. Evenals de e-learning en het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) en de begeleide intervisie.

WAT ZIJN LEERLIJNEN?

De leerlijnen geven aan waar de opleidingsonderdelen inhoudelijk over gaan. Gedurende de hele opleiding is aandacht voor cognitief gedragstherapeutische diagnostiek en behandeling en voor de ontwikkeling van professionaliteit. In de leerlijnen komen alle competenties aan bod die beschreven staan in het competentieprofiel cg-therapeut VGCt. In de leerlijn cognitief gedragstherapeutische diagnostiek en behandeling is aandacht voor het ontwikkelen van de competenties cognitief gedragstherapeutisch handelen,

kennis en wetenschap, en maatschappelijk handelen. In de leerlijn professionaliteit focussen we op de persoonsgerichte vorming van de therapeut door aandacht te besteden aan therapeutfactoren. In deze leerlijn komen de competenties communicatie, samenwerking, organisatie en professionaliteit aan de orde.

POP EN E-LEARNING

Voordat je een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) kunt maken, is het belangrijk om theoretische kennis op te doen over therapeutfactoren en hoe je

deze in de dagelijkse praktijk kunt toepassen. Deze kennis doet de cgt’er i.o. op in de e-learning die op termijn via de website van de VGCt te vinden is.

We voeren de vernieuwde opleiding stapsgewijs in. Daarbij maken we in twee pilots gebruik van de feedback van cgt’ers i.o. en supervisoren. Meer informatie over de vernieuwde opleiding, de fasering en de overgangsregeling vind je op vgct.nl

SUPERVISIE

De supervisie blijft grotendeels hetzelfde, alleen wordt het POP straks de leidraad voor de supervisie. Aan de bestaande praktijktoetsen voegen we één praktijktoets toe die gericht is op therapeutfactoren. Tijdens de supervisie moet aandacht worden besteed aan beide leerlijnen.

BEGELEIDE INTERVISIE

In dit nieuwe onderdeel hebben cgt’ers i.o. met vier tot acht andere cgt’ers i.o. intervisiesessies over onderdelen die in de persoonlijke ontwikkelingsplannen zijn opgenomen. De intervisie wordt 11

Intervisie voor supervisoren Op 20 september van 19.30 tot 21.30 uur is er weer een intervisie voor supervisoren. Het thema is dan wederom de N=1 nieuwe stijl. Inschrijven kan via www.vgct.nl/agenda. Houd de website in de gaten voor nieuwe data en thema’s. (SM)

Opleidingsnieuws •

Leerlijn professionaliteit vervangt leertherapie


AGENDA

Beter worden in je vak 2021 20 september 2021 Intervisie N=1 nieuwe stijl – Online

1 oktober 2021 Eerste hulp bij eetbuien, hoe herken je ze en wat kun je doen in de basis ggz? ’ – Online

7 oktober 2021 Hoe cgt is de GIT-PD? – Aristo, Amsterdam

3, 4 en 5 november 2021 Najaarscongres 2021 – NH Koningshof, Veldhoven

8 december 2021 Begeleiden van het schrijven van een N=1 – Kantoor VGCt, Utrecht eer informatie en aanmelden: M vgct.nl/agenda Evenementen op locatie zijn onder voorbehoud, afhankelijk van de coronamaatregelen.

Nieuw: kennisclips over probleemanalyses Zoals aangekondigd in het VGCt-jubileummagazine, hebben we twee kennisclips ontwikkeld over het maken van probleemanalyses. Een volgens het model van Korrelboom & Ten Broeke en een volgens het model van Hermans, Raes, & Orlemans. Deze filmpjes zijn voor VGCt-leden te zien op vgct.nl/video. Wil je gebruikmaken van de filmpjes in een cursus, workshop of anderszins? Stuur dan een mailtje naar info@vgct.nl. De VGCt dankt Kees Korrelboom, Dirk Hermans en Rebecca Warner voor hun bijdrage aan de kennisclips! (SM) vgct.nl/video

Podcast over anorexia Nu te beluisteren: de nieuwste VGCt-podcast. In deze achtste aflevering vertelt Klaske Glashouwer over de behandeling van anorexia bij jongeren. Hoe motiveer je jongeren voor behandeling? Welke rol spelen de ouders in de behandeling? En waarmee moeten we ons de komende jaren bezighouden? Wil je niets missen? Neem dan snel een abonnement op ons kanaal. De volgende podcast gaat over ARFID. (MK)

Wil je meedenken over de voorjaarsworkshops?

De VGCt heeft plaats voor twee nieuwe leden in de commissie voorjaarsworkshops. Wil je meedenken over het thema en de invulling van het programma? En ben je bij voorkeur een supervisor, heb je een goed netwerk van potentiële workshopgevers en ervaring met workshops? Dan zijn wij op zoek naar jou. Meer informatie over de aard van de werkzaamheden, het tijdsbeslag en de vergoeding vind je op de nieuwspagina van vgct.nl. Interesse? Stuur dan een mail met je motivatie en cv naar Esther Oomen, evenementen VGCt via e.oomen@vgct.nl. Voor meer informatie over de functie kun je Esther ook mailen of bellen op 030-2301565. (HB)

12

Lees meer op vgct.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Nieuwsbrief nr. 3 2021 by VGCt - Issuu