Nieuws
03/2020
Trudy van der Weijden:
‘ GEEF PATIËNTEN EEN STEM IN RICHTLIJNONTWIKKELING’ Trudy van der Weijden doet onder meer onderzoek naar het integreren van patiëntperspectieven in richtlijnen, en naar patiëntparticipatie in medische besluitvorming. Ze is een van de keynotesprekers op het komende VGCt-najaarcongres. We stellen haar vast zes vragen.
1
Waaruit bestaat het spanningsveld tussen richtlijnen en persoonsgerichte zorg? ‘Richtlijnen zijn gebaseerd op wetenschappelijk bewijs, maar behandelaren passen deze toe in de ontmoeting met een patiënt. Daarin schuilt een conflict:
de aanbevelingen komen tot stand in Randomized Controled Trials (RCT’s) onder honderden - zo niet duizenden mensen, maar in hoeverre gaan ze op voor de unieke persoon die we in onze praktijk behandelen?’ pag 2
Online najaarscongres: mis het niet! Do you practice what you preach? Hoe evidence-based werk jij eigenlijk? Antwoorden op deze vragen krijg je op 5 november tijdens het online VGCt-najaarscongres. In de plenaire sessies gaan keynotesprekers Bea Tiemens en Johan Vlaeyen en vervolgens Trudy van der Weijden en David Tolin met elkaar om de tafel over hoe evidencebased we werken in de ggz. In de parallelsessies van 45 minuten kun je workshops, clinical masterclasses en symposia volgen. Bij aanmelding krijg je de hele maand november de gelegenheid om parallelsessies terug te kijken voor accreditatiepunten. Het volledige programma vind je what you op de congreswebsite. Hier vind je ook informatie over de sprekers, accreditatie en de mogelijkheden EN WE EIGENLIJK? HOE EVIDENCE-BASED WERK om partner te worden. (ML) vgctnajaarscongres.nl najaarscongres 2020
practice preach 5 november 2020 sses en symposia vgctnajaarscongres.nl
workshops, clinical mastercla
Online • Online • Online • Online • Online • Online
Boekrecensie: ‘Hoe swipe je een trauma weg?’ 3 5 Back to the Future Dit najaarscongres mag je niet missen N=1: behandeling
van een socialeangststoornis 6-7
De mooiste parel 8 Stigma rond psychose 8 En verder: Pilot ‘actualisering N=-1’ En verder: 10 afgerond •Dit Positionering jaar gratis: van niet BIGgeregistreerden VGCt-webinars 211• Trots op ereleden 9 • Word lid van de Wetenschap: zie jijook door NVGzP 10 het bos? 12 de bomen
vervolg pag 1
Trudy van der Weijden is hoogleraar Implementatie van richtlijnen en samen beslissen in de geneeskunde aan Maastricht University.
Colofon Deze nieuwsbrief is een uitgave van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën en verschijnt vier keer per jaar. Informatie over lidmaatschap en opzeggen vind je op vgct.nl. Overname en vermenigvuldiging van artikelen is toegestaan met bronvermelding. T 030 254 30 54 E info@vgct.nl W vgct.nl LinkedIn en Facebook: VGCt Twitter: @VGCtwit YouTube: VGCtube Instagram: vgct_insta Samenstelling en eindredactie: Mariëtte Lammers en Annet Reusink Aan dit nummer werkten mee: Arnold van Emmerik, Ingrid Grutters, Jorn Hövels, Thomas Jonkergouw, Mieke Ketelaars, Clara Koek, Annet Reusink, Ingrid Ritmeijer, Tonnie Staring
‘Evidence based care en persoonsgerichte zorg gaan prima samen’
2
Hoe voorkomen we dat richtlijnen ‘dogmatisch’ worden toegepast? ‘Het begint al bij het opstellen van de richtlijnen: welke input is relevant? Dat we daarin op de wetenschap varen, is nog niet zo lang vanzelfsprekend. Vroeger werd medische kennis overgedragen van gezel op gezel. Dat heeft de geneeskunde mooie dingen gebracht, maar ook rariteiten. Zo moest mijn moeder na de bevalling tien dagen in het kraambed blijven liggen, dat was algemeen beleid. Hierdoor kregen veel vrouwen last van trombosebenen, sommige vrouwen zijn hier zelfs aan overleden. Tegenwoordig baseren we alle interventies op evidence, al is dat in de ggz wat lastiger dan in de reguliere geneeskunde. Hoe meet je nou of patiënten beter worden van een psychotherapeutische sessie, hoe maak je daarvan een placebo en hoe zorg je dat zelfrapportages en cultuurverschillen de onderzoeksresultaten niet vertekenen?’
3
Ook in het opstellen van de richtlijnen zie je uitdagingen. Welke? ‘Als je een richtlijn uitsluitend vanuit het professionele perspectief opstelt, wordt het nooit een goede richtlijn. Het is belangrijk dat ook de patiënten zich goed laten vertegenwoordigen in de richtlijncommissies. Het Trimbosinstituut doet zijn best, maar overleg in richtlijncommissies is erg complex. Wil 2
je alle discussies over RCT’s en cohortstudies goed kunnen volgen, dan moet je tenminste een academische achtergrond hebben. Dat kan niet de bedoeling zijn, maar wat blijkt nu? Patiëntvertegenwoordigers proto-professionaliseren. Na verloop van tijd nemen ze de visie van de professionals over, waardoor ze het onbevooroordeelde patiëntperspectief niet meer kunnen innemen.’
4
Proto-professionaliseren, hoe werkt dat? ‘Bijvoorbeeld: als reumapatiënten geen medicatie nemen, gaan hun gewrichten stuk. In de richtlijnen wilden reumatologen daarom aanbevelingen doen over de dosering van in RCT’s ontwikkelde pillen. Geïntimideerd door de ingewikkelde discussies staken de patiëntvertegenwoordigers pas laat - schoorvoetend - hun hand op: ‘Dokters, jullie hebben het alleen over pillen en gewrichten; van reuma word je ook doodmoe.’ In de richtlijnen is nu een aanbeveling opgenomen over advies bij vermoeidheid.’
5
Hoe zorg je dat patiënten een volwaardige stem krijgen in een richtlijncommissie? ‘Dat begint al bij het samenstellen van de commissie: er moet een voorzitter worden gekozen die openstaat voor patiënten, en die daarin wordt getraind. De patiëntvertegenwoordiger kan beter
niet alleen in de commissie zitten; hij of zij moet een buddy hebben, en is bij voorkeur aanwezig met een groepje lotgenoten. Patiëntvertegenwoordigers moeten ook verder kunnen denken dan hun eigen persoon, ze moeten de doelgroep vertegenwoordigen.’
6
Hoe pakt dit uit in de ggz? ‘Met de groeiende inspraak van patiënten worden de richtlijnen persoonsgerichter: heeft iemand een lichte depressie, dan zijn er meerdere mogelijkheden: pillen, gedragstherapie, een combinatie, of een zorgvuldige wait-andsee-benadering. Behandelaar en patiënt kiezen samen de aanpak die het best bij de patiënt past. ‘Richtlijnen nieuwe stijl’ zijn zo geformuleerd dat je patiënten ‘een menu’ kunt aanbieden. De behandelaar legt de patiënt uit wat de richtlijnen zijn, biedt hem of haar mogelijkheden en laat de patiënt terugkomen voor een tweede consult, waarin de behandelaar en patiënt samen voor een aanpak kiezen. Op die manier gaan evidence-based care en persoonsgerichte zorg prima samen. De verhouding tussen behandelaar en patiënt is niet gelijkwaardig, maar we kunnen wel gelijkwaardigheid nastreven in het verhaal dat ze samen maken, door het gezamenlijk vaststellen van het probleem. Dat moet de uitkomst zijn van een dialoog, waarin de stem van de patiënt weerklinkt.’ (JH)
Hoe swipe je een trauma weg?
Handzaam en overzichtelijk. Dat is wat ‘Hoe swipe je een trauma weg?’ kenmerkt. Het boek begint met een beknopt overzicht van de neurobiologische effecten van trauma die zich kunnen uiten in stressklachten. Karsten brengt de ernst van deze stressklachten in verband met de hechtingstheorie, de ontwikkeling van zelfbeeld en pathologische schaamte die het gevoel van veiligheid kunnen versterken of afzwakken. Tevens legt ze vanuit neurobiologisch perspectief een verband tussen burnout en traumatische stress.
METEEN AAN DE SLAG
Vervolgens passeren verschillende technieken de revue: EMDR 2.0, Flash (2.0), CT, HAT en VSDT. Karsten beschrijft bij iedere techniek de wijze waarop deze is ontstaan en besteedt ook aandacht aan
Carien Karsten, ‘Hoe swipe je een trauma weg’. Uitgeverij SWP Amsterdam (juni 2020). Prijs: 26 euro. de manier waarop je tot een keuze kunt komen. De bespreking van de technieken voorziet ze bovendien van heldere schema’s, protocollen en casuïstiek. Als lezer nodigt het zeker uit om meteen aan de slag te gaan.
VERDER ONDERZOEK
De beknoptheid en overzichtelijkheid maken het boek handzaam en waardevol. Voor professionals die behoefte hebben aan uitgebreide achtergrondinformatie of diepgang om zich de technieken eigen te maken, biedt ‘Hoe swipe je een trauma weg?’ wellicht nog iets te weinig informatie. Daarnaast moet de lezer beseffen dat het hier gaat om de nieuwste behandelmethoden. Die zijn potentieel van grote waarde, maar ze moeten nog verder onderzocht worden. Wordt vervolgd dus. (IR) Ingrid Ritmeijer is gz-psycholoog. Ze werkt als traumatherapeut in het Elisabeth-TweeStedenziekenhuis in Tilburg
Voor een boek over B.F. Skinner mocht ik mij de afgelopen twee jaar onderdompelen in het werk van deze ‘founding father’ van de gedragstherapie. Ik dacht dat ik dat werk kende, maar dat bleek een flinke vergissing. Wij associëren hem met de toepassing van de operante conditionering in de functie-analyse, maar zijn maatschappelijke interesse (en bezorgdheid) reikte veel verder. Ook zijn afkeer van de cognitieve psychologie zat dieper dan ik dacht. Aan dat laatste moest ik denken toen ik een recent artikel vond waarin de cognitieve psychologie zichzelf een centrale rol toedicht in het oplossen van de klimaatcrisis - tientallen jaren geleden al een zorg van Skinner. Het artikel was getiteld ‘The climate crisis needs attention from cognitive scientists’ 1, en stelt zeven ‘avenues to action’ voor. Het artikel zou Skinner een gruwel zijn geweest: voor zover er al nuttige adviezen in staan (zoals ‘reducing one’s carbon footprint’) zijn dat immers vooral gedragsmatige adviezen. De pretentieuze opening van het artikel (‘Cognitive scientists are in a special position to facilitate collective action by researching the factors underlying belief and action, and by teaching students how to think about the biggest problem of their lives.’) illustreert prachtig Skinners belangrijkste bezwaar tegen de cognitieve psychologie: het belang van ‘collective action’ wordt weliswaar onderstreept, maar voor het bevorderen daarvan wordt niet gekeken naar de omgeving, maar naar processen en constructen in de persoon zelf. Studenten moet geleerd worden ‘how to think’ (in plaats van ‘how to act’), en collectieve actie zou vergemakkelijkt worden door niet alleen ‘beliefs’ te onderzoeken, maar zelfs de ‘factors underlying belief and action’. Er is hier geen ruimte om dieper op het artikel in te gaan, dus je moet het maar eens lezen. Net als het prachtige werk van Skinner zelf. Reageren? Mail Arnold van Emmerik via a.a.p.vanemmerik@uva.nl 1 Aron, A.R. (2019). The climate crisis needs attention from cognitive 3 scientists. Trends in Cognitive Sciences, 23(11), 903-906.
van de voorzitter •
Kun je met snelle therapieën net zo makkelijk van trauma’s afkomen als van beelden die je met een swipe van je mobiele scherm veegt? Daarover schreef psychotherapeut, EMDR-practitioner en flash-therapeut Carien Karsten het boek ‘Hoe swipe je een trauma weg?’. Ingrid Ritmeijer las het en schreef een recensie.
Denken of doen?
sectienieuws •
Gezocht: bestuursleden voor de sectie cgw Het aantal VGCt-leden dat cognitief gedragstherapeutisch werker (cgw’er) is, stijgt gestaag. Een actief sectiebestuur helpt om de belangen te behartigen van cgw’ers binnen de vereniging en het werkveld. Als bestuurslid organiseer je bijvoorbeeld studiedagen, promoot je de cgw-opleiding bij hogescholen en versterk je het imago van cgw’ers bij onder meer huisartsen en ziekenhuizen. Daarnaast zorg je voor verbinding door het organiseren van netwerkborrels en themadagen. Om ook de onderlinge verbinding te stimuleren is, naast twee cgw’ers, eveneens een cgt’er van harte welkom in de sectie. (ML) Ben je geïnteresseerd en wil je meer weten? Neem contact op met Casper Kleist via c.kleist@vgct.nl
Je bent ook welkom bij andere secties!
Naast de sectie cgw zijn er diverse andere secties die versterking zoeken. Wil jij je collega’s helpen om beter te worden in hun vak? Meld je dan bij Casper Kleist via c.kleist@vgct.nl. Casper kan je vertellen hoe leuk en inspirerend het is om je, samen met andere leden en het VGCt-bureau, in te zetten voor de vereniging! (ML)
Wist je dat de VGCt ook een publiekswebsite heeft? Op cognitievegedragstherapie.nl vinden mensen informatie over psychische klachten en cgt en kunnen ze gericht zoeken naar een therapeut. Op de website staan ook interviews met ex-cliënten. Een van hen is Marlous (47).
uit de
PRAKTIJK
‘ MIJN HUISARTS VOND DAT IK IN THERAPIE MOEST. WAS IK ZO DIEP GEZONKEN?’
‘We gingen niet op z’n freudiaans helemaal terug naar mijn verleden’
M
arlous: ‘Als kwaliteitsconsulent in de zorg maakte ik structureel overuren. Vanwege de enorme werkdruk was de spanning binnen ons team hoog opgelopen. Mijn man begreep niets van mijn verhalen en vond dat ik me harder moest opstellen. Aan alle kanten liep ik tegen een muur aan. Toch ging ik maar door. Ik kreeg last van pijn op de borst en brandend maagzuur. Doodeng, zeker omdat mijn vader aan een hartstilstand is overleden.’ Noodgedwongen heb ik me ziek gemeld. Thuis kwam ik tot niets. Ruim 25 jaar had ik keihard gewerkt. Goed voor anderen zorgen, dát had ik wel 4
geleerd. Maar ik had geen idee hoe je ook voor jezelf moet zorgen. Mijn huisarts vond dat ik in therapie moest. Dat kwam hard binnen. Was ik zo diep gezonken? De eerste gesprekken met mijn therapeute Anke heb ik alleen maar zitten huilen. Ik voelde me vooral heel schuldig.’
ONTSLAG
‘Stapje voor stapje liet Anke me inzien dat ik me altijd overál verantwoordelijk voor voelde. Ook als ik het niet was. Mijn leven had altijd in het teken gestaan van moeten, moeten, moeten. Waar ik zélf behoefte aan had, voelde ik niet eens meer. In totaal ben ik een jaar
in therapie geweest. Langzamerhand leerde ik te luisteren naar signalen van mijn lichaam en mijn grenzen te herkennen. Ik zag in dat het juist getuigt van kracht als je durft toe te geven dat je iets niet aankunt. Vervolgens was de vraag: hoe pas ik deze inzichten toe in de praktijk? We gingen niet, zoals ik verwacht had, op z’n freudiaans helemaal terug naar mijn verleden. In het hier en nu leerde ik de nieuwe technieken toepassen. Dat was vooral een kwestie van oefenen. Na een jaar heb ik – jawel – mijn ontslag genomen. Binnenkort begin ik met een andere baan. Ik heb er vertrouwen in dat ik nu wel mijn grenzen zal aangeven’ (AR)
Als supervisor beter worden in je vak
‘SUPERVISIE GEVEN IS EEN VAK APART’ Wist je dat een supervisor voor herregistratie 60 nascholingspunten nodig heeft, waarvan ten minste 10 punten door nascholing op het gebied van supervisievaardigheden en/of didactiek? ‘Een goede therapeut zijn is niet voldoende’.
H
et halen van didactiekpunten is bedoeld voor de professionele ontwikkeling van supervisoren op het gebied van het geven van les en supervisie. Vaardigheden die, naast het bijblijven in de cgt, onmisbaar zijn voor het opleiden van kwalitatief goede cognitief gedragstherapeuten. Twee ervaren VGCt-supervisoren, Angeline Smeltink en Charlotte Aartsen, weten hier alles van: ‘Supervisie geven is een vak apart. Een goede therapeut zijn is niet voldoende. Je moet jezelf blijven ontwikkelen, ook op gebied van ethiek en didactiek. Dat hoort bij toekomstbestendig leren.’ Maar hoe doe je dat?
visie een belangrijke rol speelt. Charlotte: ‘Als supervisor ben je vaak alleen bezig. Je hebt weinig tijd voor het ontwikkelen van je vaardigheden, terwijl je veel meer kunt halen uit je supervisie
‘ Jezelf blijven ontwikkelen hoort bij toekomstbestendig leren’
als je met anderen reflecteert op je eigen kunnen.’ Tijdens zo’n training worden middelen ingezet zoals videopnamen en uitwisseling van ervaringen en vaardigheden -samenwerkend lerenin intervisiegroepen. Ook de feedback van de supervisant die het supervisieevaluatieformulier invult, kun je goed gebruiken voor je eigen ontwikkeling.
ZEKERDER
Ingeborg Visser, nu ruim anderhalf jaar geregistreerd als supervisor, volgde een didactische training. ‘Ik wilde graag zeker weten dat supervisanten goede supervisie ontvangen van mij. Door de training ben ik zekerder geworden in het geven van supervisie aan psychologen die in opleiding zijn tot cognitief gedragstherapeut. Ik ben mij meer bewust van de actieve werkvormen die je kunt inzetten binnen de supervisie, zoals rollenspellen en het voordoen van technieken. Daar maak ik steeds beter Ingeborg Visser
HOE KUN JE NASCHOLINGSPUNTEN DIDACTIEK HALEN?
• Deelname aan een door de VGCt geaccrediteerde nascholingsactiviteit op het gebied van supervisievaardigheden of didactische vaardigheden. Bijvoorbeeld: de e-learning praktijktoetsen, de jaarlijkse docenten-/supervisorenmiddag; • Volgen van supervisie over supervisie of docentschap of deelname aan intervisiebijeenkomsten over supervisie of docentschap, waarbij elke supervisie- of intervisiesessie staat voor een nascholingspunt; • Andere activiteiten, zoals het schrijven van een artikel over supervisievaardigheden en/of didactiek (ter beoordeling door de registratiecommissie).
afwisselend gebruik van. Wanneer ik nu een nieuwe supervisie start, vraag ik de supervisant naar zijn of haar sterke kanten en naar wat nog in ontwikkeling is, zodat ik de competenties beter kan inschatten. Ik kom elke vijf sessies terug op de leerdoelen van de supervisant, zodat ik die goed in het oog houd. Tussentijds vraag ik nu ook om feedback over de supervisie.’ (ML) Er zijn diverse trainingen waarmee je als supervisor je didactische competenties kunt verbeteren. Je vindt ze in PEonline in de rubriek ‘SV-nascholing didactiek’. Op vgct.nl vind je onder opleidingen en cursussen ook een rubriek met advertenties in de categorie (na)scholing supervisor.
REFLECTIE
Didactische vaardigheden aanscherpen kan op verschillende manieren (zie kader). Een daarvan is het volgen van een didactische training waarin inter5
Casus N=1
In iedere nieuwsbrief lees je het verslag van een afgeronde behandeling. In deze editie de N=1 van Mariella Cumbo Nacheli. Zij behandelde de 37-jarige Ilonka, bij wie na een (hernieuwde!) intake een sociale-angststoornis en enkele trekken van een vermijdende en afhankelijke persoonlijkheidsstoornis worden geclassificeerd, in combinatie met een aandachtdeficiĂŤntie-/ hyperactiviteitsstoornis.
6
NOOIT GOED GENOEG I
lonka is getrouwd en heeft een dochtertje van drie. Ze werkt als hulpverlener, volgt daarnaast een opleiding en heeft voldoende sociale contacten. Toch is ze niet gelukkig. Bij aanmelding zegt ze in toenemende mate last te hebben van onzekerheid – zozeer dat ze er somber van wordt. Cumbo Nacheli: ‘Zowel in privésituaties als op het werk is Ilonka altijd bang dat ze dom of incompetent overkomt. Uit angst voor afkeuring durft ze geen beslissingen te nemen; ze overlegt alles met haar moeder. Naast het piekeren heeft ze last van een voortdurende gedachtestroom, chaotisch gedrag en problemen met plannen en structureren. Ze vraagt zich af of dit misschien door ADHD komt.’
ONVOORSPELBAAR GEDRAG
Aanvankelijk lijken Ilonka’s klachten geen relatie te hebben met problemen
in haar jeugd of haar huidige (thuis) situatie. De tweede intake – die Cumbo Nacheli doet omdat de angstklachten ernstiger zijn dan gedacht – laat een ander beeld zien. ‘Ilonka is opgegroeid in een gezin waar veel spanningen zijn. Haar beide ouders vertonen onvoorspelbaar gedrag. Vader heeft psychische problemen. Moeder reageert de spanningen af op Ilonka; ze heeft heftige woedeaanvallen. Ilonka doet thuis erg haar best om te helpen, maar volgens moeder – een dominante vrouw – is het nooit goed genoeg. Ilonka krijgt voortdurend negatief commentaar. Omdat ze
‘ Durft Ilonka mij wel kritiek te geven?’
VERMIJDING DOORBREKEN
Cumbo Nacheli besluit cgt toe te passen op basis van de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen in combinatie met elementen uit de schematherapie. De ADHD neemt ze alleen mee waar dit verbonden is met de angstklachten en onzekerheid. Verdeeld over het basisen het specialistisch traject zijn er 27 sessies. ‘Ilonka had de neiging om gevoelens te vermijden en snel door te praten. Om haar te leren stilstaan bij haar gevoelens zet ik imaginatie-oefeningen in. Gaandeweg krijgt Ilonka inzicht in het verband tussen haar verleden en haar huidige klachten. Imaginatie en rescripting dragen bij aan het doorbreken van onderliggende patronen. Bewerking van disfunctionele cognities en het meervoudig dimensioneel evaluaren helpen bij het vergroten van de assertiviteit en het verbeteren van haar zelfbeeld. Het uitwerken van deze 7
cognities en het oefenen van nieuw gedrag zorgen ervoor dat Ilonka nieuwe situaties ook daadwerkelijk aangaat. Met name exposure-oefeningen en rollenspellen doorbreken de vermijding. We nemen de rollenspellen op en kijken ze samen terug. Dit blijkt heel waardevol te zijn; Ilonka krijgt een positiever beeld van zichzelf.’
TWIJFELS
Tijdens de behandeling is een zeer duidelijke gedragsverandering zichtbaar. Ilonka geeft beter haar grenzen en behoeften aan, is minder bang voor afwijzing en neemt zelfstandig beslissingen. Over de sessies is ze altijd zeer positief. Toch gaat Cumbo Nacheli twijfelen: is hier geen sprake van vermijding? Durft Ilonka haar wel kritiek te geven? ‘Na een gesprek met mijn supervisor besluit ik deze twijfel niet te delen met Ilonka. Zowel binnen als buiten de sessies voelt Ilonka zich veilig om alle oefeningen en opdrachten uit te voeren. Mijn twijfels met haar delen zou haar vertrouwen in mij kunnen schaden. Achteraf ben ik blij dat ik mijn relatie met haar niet op het spel heb gezet. Het gaat goed met Ilonka, ze is trots op zichzelf. Ze is assertiever en autonomer en laat zich niet meer zo snel van de wijs brengen door buien van anderen. Ik ben onder de indruk van haar vorderingen.’ (MCN/AR)
Casus N=1
De 37-jarige Ilonka is met milde angstklachten aangemeld voor een basistraject. Als na een paar sessies blijkt dat de problemen ernstiger zijn, besluit Cumbo Nacheli in overleg met de regiebehandelaar de intake over te doen. Resultaat: de behandeling wordt omgezet naar een specialistisch traject.
blijft hopen op complimenten gaat Ilonka steeds harder haar best doen. Ook als volwassen vrouw blijft ze bang voor haar moeders afkeuring – en vraagt haar daarom bij alles om bevestiging. De angst om dom en incompetent gevonden te worden, sijpelt door naar haar werk, in haar vriendschappen en in haar rol als moeder. De toenemende onzekerheid leidt tot vermijding van situaties en belemmert haar in haar functioneren.’
Column
POST-HOLIDAY SYNDROOM D
it jaar verruilde ik de Noorse fjorden voor een heuse staycation. De aantrekkelijkheid van een buitenlandse vakantie is nou eenmaal ver te zoeken wanneer bij iedere stap die je buiten de deur zet mogelijk iemand met corona in je nek staat te hijgen. Bijkomend voordeel? Geen postholiday-syndroom voor mij. Het post-holiday-syndroom, ofwel de ‘after-vacation-dip’, kenmerkt zich door een grote weerstand tegen werk, een gevoel van leegte en een gebrekkige frustratietolerantie. Deze gevoelens worden vervolgens afgetopt bij het openen van je mailbox die minuten-
‘Trek je mailbox open, boek je agenda vol met afspraken. Bijt door die zure appel heen’
lang volstroomt met oeverloze discussies en draadjes waar je ‘iets’ mee moet. Maar liefst 35 procent van de werknemers schijnt er last van te hebben. Van post-holiday-syndroom dan, want die overlopende mailbox kent iedereen. Of je nu op vakantie gaat of niet. Het post-holiday-syndroom mag dan niet in de DSM staan, het internet staat bol van behandelingsvormen gericht op dit vervelende fenomeen. Zo schijnt het goed te helpen om je vakantieherinneringen prominent op je werktafel te zetten. Of beter nog, te delen met anderen. Persoonlijk vraag ik me af of kiekjes van wapperende mondkapjes op zo’n fjord nu echt het gevoel van ultiem vakantiegenot weten te vangen, maar laat dat jouw pret niet drukken. Ook kan het helpen om je volgende vakantie vast te boeken. De dip die je vervolgens krijgt 8
COLUMN Mieke Ketelaars
Clara Koek
doordat je plannen vanwege de volgende coronagolf in het water vallen, is waarschijnlijk wat lastiger te behandelen. In plaats van al die halfbakken oplossingen zou ik gaan voor een exposure-aanpak. Trek je mailbox open, boek je agenda vol met afspraken. Bijt door die zure appel heen. Een beetje zoals de Haagse burgemeester Jan van Zanen, die het nog wat radicaler aanpakte door zelfs eerder terug te keren van vakantie om rellende jongeren een aai over de bol te geven. Voelt het echt overweldigend? Probeer dan een beetje mindfulness. Accepteer dat het treurig is dat je vakantie voorbij is. En bedenk je dat er ook lichtpuntjes zijn: je hoeft voorlopig nog níet op kantoor te zijn. Zo houd je dat vakantiegevoel toch nog een beetje vast. Mieke Ketelaars is kennisredacteur bij de VGCt.
Tonnie Staring
Wil je met ons in gesprek? Wil je dat wij meedenken over een specifieke situatie? Laat het ons weten! In de LinkedIn-groep van de VGCt kun je opmerkingen bij het artikel posten of een gesprek starten.
Opiniestuk van Clara Koek en Tonnie Staring
We zijn overtuigd van de goede intenties van onze collega-VGCt-leden. Maar: we ervaren ook onder therapeuten een stigma rondom psychose. Deze ervaring willen we delen. Ter informatie, niet als beschuldiging. Met de hoop het samen anders te doen.
WAT IS ER AAN DE HAND?
1. Patiënten met psychose krijgen te weinig goede zorg. Ze krijgen te weinig cgt voor psychose, en minstens zo erg: we sluiten ze uit van andersoortige therapie die ook nodig is. Vrijwel allemaal hebben ze nog iets: persoonlijkheidsproblemen, PTSS, angst, depressie, dwangstoornis… Sommigen kloppen bij jullie aan voor hulp (cgt, SFT, MBT, EMDR). Vaak worden ze afgewezen op basis van de psychose-kwetsbaarheid, ook al krijgen ze daarvoor elders zorg. Voor dit uitsluiten is geen valide wetenschappelijke basis. Integendeel: uit onderzoek blijkt dat deze mensen evenveel baat hebben bij reguliere behandelingen voor hun co-morbiditeit. 2. Collega-psychologen met psychose lopen tegen dit stigma aan. Ik (Clara) heb psychosen gehad. Tijdens mijn studie raadde de decaan mij af om een
psychiatriestage te doen. In mijn opleiding tot psychotherapeut was ik bij voorbaat niet welkom bij maar liefst drie (!) leertherapeuten. Men vreesde ontregeling. Om stigmatisering te voorkomen heb ik bij medische keuringen voor banen en mijn aanstelling bij de RINO het onderwerp vermeden.
WAT ZIJN DE FEITEN?
• In Nederland hoort 1 op de 10 volwassenen weleens een stem en krijgt 1 op de 33 een psychotische stoornis. Daarbij zijn genoeg mensen die op hoog niveau functioneren zonder deze kwetsbaarheid met collega’s te delen. Dus ook veel VGCt-leden. •C gt voor psychose is voor het overgrote merendeel (75 procent) van de patiënten in Nederland niet beschikbaar.
• Stigmatisering van patiënten gebeurt vaker onder hulpverleners dan in de reguliere bevolking (ze focussen meer op tekorten). • Je mag iemand vanwege psychose niet alleen op basis daarvan uitsluiten van zorg, als die persoon met een (andersoortige) hulpvraag bij jou aan het juiste adres is. Recht op goede zorg is een mensenrecht. • Je mag collega-psychologen die psychose hebben gehad niet op basis daarvan uitsluiten. Dit is in onze wet vastgelegd als discriminatie.
WAT KUN JE DOEN?
• Ga in gesprek met een hulpvrager, ook al heeft hij of zij psychosen gehad. • Neem mensen met (psychose-)kwetsbaarheid aan als supervisant, cursist, et cetera. Overleg wat specifieke behoeften zijn en behoud uiteraard reguliere eindtermen. • Promoot als instelling, afdeling of professional veiligheid en openheid over (psychose)kwetsbaarheid bij collega’s. • Psychose-ervaringskennis kan soms juist nuttig gebruikt worden in opleidingen en behandelen. Denk bijvoorbeeld aan leren hoe persoonlijke betekenisgeving een rol speelt in herstel. • Het zou mooi zijn als meer VGCt-leden kiezen voor het leren behandelen van psychose. (CK/TS) 9
P3NL-dag Op 30 oktober vindt voor de twee keer een P3NLdag plaats. Er wordt dan onder meer een prijs uitgereikt aan iemand die zich op een bijzondere manier heeft ingezet voor het vak van psycholoog, pedagoog of psychotherapeut. Afgelopen jaar ging de prijs naar prof. dr. Mark van der Gaag voor zijn grote verdienste op het terrein van de cognitieve gedragstherapie bij psychotische stoornissen. Op de P3NL-dag wordt ook de kennisagenda gepresenteerd. Waarvoor is deze kennisagenda bedoeld? Het beantwoorden van vragen als ‘Hoe kunnen we de zorg voor álle cliënten verbeteren?’ en ‘Welke middelen kunnen we daarvoor inzetten?’ vraagt om wetenschappelijke kennis. P3NL heeft het afgelopen jaar samen met partners, hoogleraren en vertegenwoordigers van de bij P3NL aangesloten beroeps- en wetenschappelijke verenigingen gewerkt aan een kennisagenda. Deze kennisagenda legt hiaten in evidente kennis bloot. Een stuurgroep heeft in samenwerking met de conventen van hoogleraren in de psychologie een top10 van kennishiaten samengesteld. De kennisagenda benoemt deze hiaten. De kennisagenda is bedoeld als input voor wetenschappelijk onderzoek om de zorg in de ggz op een systematische en onderbouwde wijze te verbeteren. Na 30 oktober hoor je meer over de kennisagenda. (IG)
P3NL nieuws •
HET STIGMA VAN PSYCHOSE BINNEN DE VGCt
NIEUW PILOT ‘ACTUALISERING N=1’ AFGEROND bij de VGC t
Afgelopen maanden liep er een pilot voor een nieuwe vorm van de N=1. Wat zijn de belangrijkste verschillen met de huidige vorm? En hoe zijn de ervaringen met de nieuwe vorm?
Een door het bestuur ingestelde commissie heeft zich gebogen over de vraag of de N=1 in de huidige vorm nog wel past bij de vernieuwde, competentiegerichte opleiding en de veranderende praktijk van de ggz. Deze commissie heeft het bestuur geadviseerd de N=1 te actualiseren op de volgende punten:
• de N=1 kan beknopter •g a uit van minimaal 8 behandelsessies in plaats van 20 • l eg meer de nadruk op metingen in een single case experimental design • v erweef de literatuur in het verslag in plaats van in een apart hoofdstuk. Het gedragstherapeutisch proces is en blijft de basis.
Om te checken of dit haalbare en correcte richtlijnen zijn, is in januari van dit jaar een pilot gestart waarin deze adviezen in praktijk zijn gebracht. Een aantal cgt’ers in opleiding maakte de N=1 volgens de nieuwe richtlijnen en de deelnemende supervisoren hebben deze N=1’s begeleid. Inmiddels zijn drie van deze N=1’s goedgekeurd.
DE VERSCHILLEN
Wat zijn volgens supervisoren uit de pilot de belangrijkste verschillen met de reguliere N=1? Supervisor Rebecca Warner noemt de onderdelen gericht op de onderzoeksvragen design en metingen en de analyse van de uitkomsten als grootste verschillen. Warner: ‘Met wat extra uitzoekwerk van de supervisant en het samen secuur bespreken van de adviezen van de VGCt is het gelukt. Het specifiek formuleren van onderzoeksvragen, het onderzoeksdesign en de analyse van de uitkomsten is verschillend ten opzichte van de werkwijze van de eerdere N=1. Doordat je dieper in het proces duikt, wordt de N=1 nog meer een echte casestudy. Er is meer aan10
dacht voor wat je wilt onderzoeken in je N=1, op welke manier je dat gaat doen en hoe je de resultaten weergeeft. Kortom, je kijkt met meer afstand naar de casus en reflecteert op het gehele proces.’ Ook volgens supervisor Tom Deenen zit het grote verschil in de onderzoeksvragen. Hij plaatst wel een kritische kanttekening: ‘Het is lastig om onderzoeksvragen te vinden die goed aansluiten op de behandeldoelen. Daarbij is het de vraag in hoeverre dit bijdraagt aan het hoofddoel van de N=1, namelijk laten zien dat je het gedragstherapeutisch proces beheerst en kunt spelen met cgt-begrippen.’ Een ander verschil is het verdwijnen van het literatuurhoofdstuk. Dit heeft volgens supervisor Sanne Kriens tot gevolg
dat je in de nieuwe vorm veel gerichter literatuur moet betrekken bij de N=1. Beoordelaar Cisca Zwiep ziet dit als een voordeel: ‘De literatuur wordt gebruikt als onderbouwing bij de diverse onderdelen. De N=1 leest meer als een artikel.’ Het verminderen van het aantal behandelsessies doet volgens Rebecca Warner meer recht aan de huidige manier van werken in de ggz: ‘Behandelingen duren geen 20 sessies meer. De registratiecommissie wil graag beoordelen of onze cognitief gedragstherapeut in spé het cognitief gedragstherapeutisch proces goed in de vingers heeft. Dat kan ook in minder woorden en met een verslag over een behandeling die bestaat uit minder dan 20 sessies.’
‘Je kijkt met meer afstand naar de casus en reflecteert op het gehele proces’
VERVOLG
Op basis van de ervaringen uit de pilot is een adviesrapport opgesteld en is een voorstel voor een reglementswijziging geschreven. Begin oktober doet de ledenraad hierover uitspraak. Als de ledenraad positief adviseert, mag de N=1 vanaf 1 januari 2021 volgens het nieuwe format worden geschreven en ingediend. Op dat moment zal ook een overgangsregeling ingaan die twee jaar geldig is. Zodra de ledenraad akkoord is, worden supervisoren en cgt’ers i.o. over de nieuwe N=1 geïnformeerd en wordt aanbod ontwikkeld om supervisoren te trainen de nieuwe N=1 te begeleiden. (ML)
VGCt-webinars het hele jaar gratis beschikbaar Veel fysieke nascholingsbijeenkomsten gaan dit jaar niet door of zijn toegankelijk voor een beperkt aantal deelnemers. Daarom is besloten dat je in 2020 de VGCt-webinars nog het hele jaar gratis kunt volgen. Oorspronkelijk zou de zomeractie tot 1 september lopen. Vanwege het grote enthousiasme waarmee de webinars gevolgd worden, is besloten deze termijn te verlengen. Voorlopig kun je je nascholingspunten dus halen wanneer het jou past. De webinars zijn geaccrediteerd voor één nascholingspunt VGCt. Sommige webinars zijn ook geaccrediteerd door de FGzPt en de VEN. Je vindt alle webinars op vgct.nl/agenda. Per webinar staat beschreven voor welke verenigingen je punten kunt halen. (TJ)
Zoals we in oktober 2019 al hebben gecommuniceerd, is de ledenraad akkoord gegaan met het voorstel de leertherapie te vervangen door een nieuw opleidingsonderdeel gericht op persoonsgerichte vorming. Graag informeren we je over de planning van dit traject. Voorlopig verandert er nog niets. Je kunt in 2020 en 2021 als cognitief gedragstherapeut in opleiding gewoon leertherapie volgen en als supervisor leertherapie geven. De planning voor de ontwikkeling van een nieuw opleidingsonderdeel dat de leertherapie gaat vervangen, is als volgt: 2020 • Inhoudelijk uitdenken van het nieuwe opleidingsonderdeel door het VGCt-bureau, het bestuur, leden en andere betrokkenen en voorbereiden van een overgangsregeling • Huidige leertherapie blijft bestaan 2021 • Ontwikkelen van middelen die nodig zijn om in 2022 te kunnen starten met de geleidelijke invoering van het opleidingsonderdeel • Huidige leertherapie blijft bestaan 2022 • Start pilot en geleidelijke invoering nieuw opleidingsonderdeel (met overgangsregeling)
WAAROM VERVANGING?
In een rapport van september 2019 heeft de commissie ‘actualisering leertherapie’ het bestuur geadviseerd de huidige leertherapie te vervangen door een nieuw opleidingsonderdeel gericht op persoonsgerichte vorming. In dit opleidingsonderdeel wordt gewerkt aan therapeutfactoren waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat deze bijdragen aan de effectiviteit van therapieën. De VGCt heeft besloten het advies van de commissie ‘actualisering leertherapie’ op te volgen en streeft hiermee naar het ontwikkelen van een opleidingsonderdeel dat meer gebaseerd is op wetenschappelijke evidentie dan de leertherapie in de huidige vorm en dat beter past bij competentie-gericht opleiden. (ML) Heb je vragen? Stuur een mail naar opleidingen@vgct.nl 11
Opleidingsnieuws •
Vervanging leertherapie: de planning
AGENDA
Beter worden in je vak 2020
29 september Wetenschappelijke intervisie – Online 8 oktober Studiedag: ‘De EPA-psycholoog in stelling’ – Online 5 november Najaarscongres ‘Practice what you preach – hoe evidence-based werken we eigenlijk?’ – Online 28 november 2020 Exposuredag – Veenendaal /Online 28 januari 2021 Studiedag: ‘Psychose vroegsignalering preventie in Nederland’, door sectie stemmen, achterdocht en andere bijzondere belevingen (SAABB) – Utrecht
Wetenschap = leuk
Op 29 september organiseert de VGCt de wetenschappelijke intervisie. Waarom is het belangrijk om je wetenschappelijke vaardigheden op te frissen? Docent dr. Jenneke Wiersma: ‘Om scherp te blijven als therapeut! Een therapie lijkt op een wetenschappelijk proces. Informatie verzamelen, interpreteren en falsificeren doe je zowel in de wetenschap als in therapie. Tijdens de intervisie leer je ook zin van onzin te onderscheiden in wetenschappelijke artikelen. Er wordt zoveel gepubliceerd; soms zie je door de bomen het bos niet meer. We willen deelnemers meegeven dat het leuk is om af en toe de literatuur in te duiken. Zo kunnen ze vaker nieuwe wetenschappelijke inzichten inzetten in hun praktijk.’ (TJ) Meer informatie op vgct.nl/agenda
Exposure is een van de meest effectieve technieken in de cognitieve gedragstherapie. Tijdens de exposuredag op 28 november staan we stil bij het werkingsmechanisme van exposure en de ontwikkelingen die we de komende jaren kunnen verwachten. Experts gaan in op specifieke vormen van exposure en je gaat zelf aan de slag. Vragen over imaginaire exposure? Meer weten over VR-Exposure Therapie óf wil je bijvoorbeeld aan de slag met cue-exposure? Dan is deze dag echt iets voor jou! (ML) Meer info: vgct.nl/agenda
Lees meer op vgct.nl
Online studiedag: ‘De EPA-psycholoog in stelling’
4 februari 2021 Supervisorenmiddag – Locatie volgt 19 maart 2021 Cgw-congres 2021: ‘Terug naar de basis’ – Veenendaal Meer informatie en aanmelden: vgct.nl/agenda
Stel je bloot aan de exposuredag
Jenneke Wiersma
Uit het recent verschenen rapport Zinnige Zorg - Verbetersignalement Psychose blijkt dat de kwaliteit van zorg voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA-zorg) onder de maat is. De EPA-zorg bevindt zich in een ingrijpend veranderingsproces, waarbij de psycholoog een belangrijke rol krijgt toebedeeld.
Tijdens een studiedag op 8 oktober brengen we in kaart wat onze rol nu is en verkennen we hoe we de nieuwe rol op ons kunnen nemen. De organisatie is in handen van de VGCt, de VEN, het NIP en NVGzP. (TJ) Meer weten? Aanmelden? vgct.nl/agenda beeld uit rapport Zinnige zorg
12