Nieuws
01/2020
Protocollair, transdiagnostisch of modulair?
KIEZEN VAN DE MENUKAART
Wat werkt voor wie? Het congres ‘Protocollaire behandelingen voor kinderen en adolescenten’ op 23 januari jl. gaf een goed inkijkje in de ontwikkelingen op het gebied van stoornisspecifieke protocollen, transdiagnostische protocollen en modulaire methoden.
A
gedrag en angst bij jonge kinderen. Daarnaast is ook in de toenemende behoefte aan transdiagnostische protocollen voorzien.
BIG MAC
De komst van de protocollen en het naslagwerk geven een nieuwe boost aan de evidence-based zorg. Toch kennen ze ook beperkingen, pag 2
Nieuwe e-learning eetstoornissen 3
Mensen die last hebben van ernstige achterdocht (paranoia) kunnen goed geholpen worden met cognitieve gedragstherapie. Voor deze mensen heeft de sectie ‘stemmen, achterdocht en andere bijzondere belevingen’ (SAABB) in samenwerking met het communicatieteam van de VGCt een folder ontwikkeld. Hierin kunnen patiënten en hun verwanten lezen wat overmatige achterdocht is, wat cognitieve gedragstherapie is en hoe de behandeling werkt. Je kunt de folder gebruiken om uit te delen aan patiënten of om in de wachtruimte van je praktijk of instelling te leggen. Ze zijn te bestellen via vgct.nl tegen een speciaal ledentarief. Je vindt de folder en het bestelCognitieve gedragsthera pie formulier bij ‘mijn ledenvoordelen’ bij achterdocht en op het kennisnet. Hier vind je ook een download-versie. (ML) ACH-0220
anleiding voor het congres was het verschijnen van de herziene edities van de boeken ‘Protocollaire behandelingen voor kinderen en adolescenten met psychische klachten 1, 2 en 3’. In deze naslagwerken gericht op evidencebased zorg aan jeugdigen worden meer dan vijftig behandelingen gecombineerd, waaronder nieuwe behandelingen gericht op ARFID, zelfverwondend
Nieuwe folder ‘Cgt bij achterdocht’
Informatie voor mensen
die hun probleem willen
aanpakken
Back to the Future 5 Dit najaarscongres mag je niet missen Voorjaars-
workshops! 5
De mooiste parel 8 N=1: behandeling van PTSS met het interventiemodel van Stöfsel en Mooren 6-7 En Enverder: verder: •EMDR Positionering van niet BIGvoor jongeren geregistreerden met depressie 82 • Trots op ereleden 9 •2020 Word– ook van de Ledenraad 2023lid10 NVGzP 10 Nieuw: boekrecensies 12
vervolg pag 1
‘Zo’n standaardrecept past niet altijd bij wat een patiënt nodig heeft’
Colofon Deze nieuwsbrief is een uitgave van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën en verschijnt vier keer per jaar. Informatie over lidmaatschap en opzeggen vind je op vgct.nl. Overname en vermenigvuldiging van artikelen is toegestaan met bronvermelding. T 030 254 30 54 E info@vgct.nl W vgct.nl LinkedIn en Facebook: VGCt Twitter: @VGCtwit YouTube: VGCtube Instagram: vgct_insta Eindredactie: Mariëtte Lammers en Annet Reusink Aan dit nummer werkten mee: Arnold van Emmerik, Mieke Ketelaars, Casper Kleist, Saskia Mulder, Dalanda Ouchene, Annet Reusink, Pieter-Jan van Zwieten
aldus Denise Bodden. Zij is docent bij de Radboud Universiteit Nijmegen en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht en was een van de sprekers tijdens het congres. ‘Het is als een Big Mac bij McDonald’s: altijd hetzelfde recept. Een hamburger, een zacht broodje, gesmolten kaas, een blaadje sla en twee schijfjes augurk. Zo’n standaardrecept past niet altijd bij wat een patiënt nodig heeft. Wat als een patiënt een crisis doormaakt? Of als de verzekering maar negen sessies vergoedt, terwijl het protocol er twaalf voorschrijft? Ook bij comorbide problemen sluit een stoornisspecifiek protocol niet altijd even goed aan. Het is dan ook niet zo vreemd dat de overgrote meerderheid van de therapeuten van het protocol afwijkt.’
TOEPASSEN
Bij comorbide problemen biedt een transdiagnostisch protocol wellicht uitkomst. Maar ook transdiagnostische protocollen zijn niet altijd dé oplossing. Een transdiagnostisch protocol als “ACT your way” vraagt bijvoorbeeld meer van een therapeut dan een stoornisspecifiek protocol. Denise Bodden: ‘Voor “ACT your way” moet een therapeut al iets afweten van Acceptance and Commitment Treatment en dit kunnen toepassen. Bovendien geven transdiagnostische protocollen, net als stoornisspecifieke protocollen, weinig ruimte 2
pak nog niet; de keuze voor specifieke modules is vooral afhankelijk van de ideeën van de therapeut of de patiënt.
VRIJ VAN ANGSTKLACHTEN
‘Misschien maakt het niet uit waar je op insteekt, als je de cirkel maar doorbreekt’ om een behandeling aan te passen aan de behoeften van een patiënt.’
VEELBELOVEND
Moeten we dan toe naar een modulaire aanpak? Om in de eetanalogie te blijven: een modulaire insteek laat zich nog het beste vergelijken met het concept van fastfoodketen Subway. Je kiest zelf je vlees, groente, saus en topping. Het resultaat is in alle gevallen een broodje, maar wel een dat specifiek is aangepast aan jouw behoeften. Vertaald naar de ggz betekent het dat je bij een patiënt met een gegeneraliseerde angststoornis wellicht meer tijd besteedt aan ontspanningsoefeningen, terwijl je bij een specifieke fobie juist vooral inzet op exposure. Dat klinkt veelbelovend, maar echt evidence-based is deze aan-
Onderzoeker en gz-psychologe Bonny van Steensel doet onderzoek naar die modulaire aanpak. De eerste resultaten suggereren dat er geen relatie is tussen de tijd die aan bepaalde modules wordt besteed en de behandeleffectiviteit. Betekent dit dat een modulaire aanpak niet werkt? Bonny van Steensel: ‘Misschien weten therapeuten wel heel goed wat ze moeten inzetten en zien we daarom geen specifiek effect van een bepaalde module. Maar het zou ook zomaar kunnen dat het niet uitmaakt waar je op insteekt: op gevoel, gedachten of gedrag, als die ggg-cirkel maar ergens doorbroken wordt. Bovendien blijkt uit de onderzoeksresultaten dat de modulaire aanpak wel degelijk werkt: een grote groep kinderen is na behandeling volledig vrij van angstklachten.’
KEUZE BEPALEN
Stoornisspecifiek, transdiagnostisch, óf modulair? Wellicht moeten we de verschillende vormen vooral zien als een keuze op een menukaart waarbij het specifieke moment je keuze bepaalt. Soms voldoet een Big Mac, en andere momenten wil je zelf je broodje samenstellen. (MK)
Leren werken met EDE
Voor de diagnostiek van eetstoornissen wordt Eating Disorder Examination gebruikt. Van dit semigestructureerde interview bestaat een versie voor volwassenen (EDE) en een versie voor kinderen: de Child-EDE (Ch-EDE). Dit interview wordt in de Zorgstandaard Eetstoornissen omschreven als gouden standaard en aanbevolen als eerste keuze bij diagnostiek van eetstoornissen. Toch wordt het niet gebruikt door alle zorgprofessionals die met eetstoornissen werken. De reden: het is een ingewikkeld instrument om af te nemen. Door training en supervisie moet je er eerst mee leren werken.
TRAINING VOOR THERAPEUTEN
Sandra Mulkens en Hermien Elgersma ontvingen in 2019 subsidie van de VGCt. Met dit bedrag, plus een injectie van het PAOS-fonds, ontwikkelden zij in samenwerking met de VGCt en Blend Leren in Utrecht een e-learningmodule voor de
INTERESSE?
Dit voorjaar komt de e-learning (gratis) online beschikbaar via naeweb.nl, de website van de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen. Wil je deelnemen aan de Train-de-trainerworkshop op 3 juni? Mail dan naar s.mulkens@maastrichtuniversity.nl
afname van de EDE. De bedoeling is om deze kennis en kunde zo toegankelijk mogelijk te maken. Door het hele land worden therapeuten getraind in afname, scoring, interpretatie en verslaglegging van de EDE.
SUPERVISIE
Inmiddels hebben Sandra Mulkens en Hermien Elgersma twee Train-de-trainer-workshops gegeven, waarin ze de e-learningmodule presenteerden en informatie gaven over de manier waarop de afname van de EDE (in blended vorm) getraind wordt. Het idee is dat de deelnemers deze kennis meenemen naar hun eigen instelling en daar actief collega’s trainen in het gebruik van de module. Idealiter geven de trainers die de workshop volgden ook supervisie aan de collega’s die gaan leren de EDE af te nemen. (CK)
Laatst kwam een representant van therapie X naar me toe. ‘Door de dominantie van de gedragstherapie raakt therapie X gemarginaliseerd,’ was zijn boodschap. ‘Dat doen ze handig hoor, die gedragstherapeuten, door allerlei activiteiten te organiseren waar dan weer leden op af komen,’ ging hij verder. Ik dacht eerst het maar stilletjes als een compliment op te vatten, maar nee: er ging boosheid, frustratie, in ieder geval iets negatiefs achter zijn woorden schuil. En ook enig zelfbewustzijn: ‘We hebben natuurlijk zelf zitten slapen. Maar zonde is het wel!’ Over dat laatste heb ik nog een tijd lopen nadenken. Is het inderdaad ‘zonde’ als therapievormen die behandelaars en patiënten kennelijk niet zo aanspreken, zoals therapie X, van het toneel verdwijnen? Ja en nee. Ja, omdat het op zichzelf vaak interessante en mooie therapievormen zijn, die alleen al om die reden niet verloren mogen gaan. Net zoals we een weinig gesproken taal in leven willen houden. Nee, omdat louter het behoud van therapievormen, welke dan ook, geen reden mag zijn om deze aan te bieden aan onze patiënten. Daar is de ggz niet voor. Persoonlijk ben ik, met veel anderen, buitengewoon geïnteresseerd in eigenlijk zo goed als elke therapievorm. Maar ik vind niet dat elke therapievorm daarom maar beoefend moet worden. En dus ook niet dat we de groei van onze vereniging en de cognitieve gedragstherapie daarom maar moeten indammen. Wij kunnen en willen er ook niets aan doen dat cognitieve gedragstherapie zoveel behandelaars en patiënten aanspreekt. Goede waar verkoopt zichzelf. Reageren? Mail Arnold van Emmerik via a.a.p.vanemmerik@uva.nl 3
van de voorzitter •
Lang niet alle zorgprofessionals die met eetstoornissen werken, zijn getraind in de afname van Eating Disorder Examination (EDE). Daarom ontwikkelden Sandra Mulkens en Hermien Elgersma, samen met onder meer de VGCt, een e-learningmodule.
Goede waar
sectienieuws •
Kennismaken met Attachment Based Family Therapy? Schrijf je snel in! Op 9, 10, 16 en 17 april organiseert de sectie relatie- en gezinstherapie een introductie in Attachment Based Family Therapy (ABFT). ABFT is een evidence-based behandelprogramma voor depressieve en suïcidale jongeren dat daarnaast wordt gebruikt in de behandeling van jongeren met diverse problematiek. De vierdaagse introductie vindt plaats in kasteel Maurick in Vught. Wil je kennismaken met deze behandelvorm? Schrijf je in via vgct.nl/agenda. (ML)
studiedag positieve cgt
De sectie positieve cgt organiseert een studiedag met de titel ‘Voorbij symptoomreductie – drie modellen voor versterking van weerbaarheid’. Meer informatie volgt via vgct.nl/agenda, maar reserveer vast deze datum! (ML)
Gezocht: cgw’ers voor sectiebesturen Diverse secties hebben plek voor cognitief gedragstherapeutisch werkers in hun bestuur. Ben jij cgw’er en wil je graag actief worden in een sectie binnen de VGCt? Neem contact op met sectiecoördinator Casper Kleist via c.kleist@vgct.nl. (ML)
Een eetstoornisbehandeling is van oudsher sterk gericht op gewichtsherstel. Voor zo’n dertig procent van de cliënten werkt dit niet. Voor hen helpt cgt met een positieve insteek soms wel, aldus Marieta Verhoeven, verpleegkundig specialist i.o.
uit de
PRAKTIJK
MET EEN GOED GEVOEL DE BEHANDELKAMER UIT D Marieta Verhoeven
wangopnames. Verplichte sondevoeding. Demoralisatie omdat niets leidt tot resultaat. Het zijn allemaal traumatische ervaringen waarmee mensen met een eetstoornis geregeld te maken krijgen. Marieta Verhoeven: ‘Voor cliënten met een chronische eetstoornis voelt een eetstoornisprotocol als een keurslijf dat niet past. Positieve cgt geeft dan een heel andere insteek. Je kijkt naar wat er wél goed gaat en sluit aan bij de doelen die iemand als haalbaar en wenselijk ziet. Zo’n doel kan bijvoorbeeld zijn dat je er met een cliënt naartoe werkt dat hij of zij genoeg is aangesterkt voor een weekendje Rome.’
vanwege zijn vaste eetpatroon kon hij onmogelijk uitgaan of bezoek ontvangen: hij at vooral ’s avonds heel laat. Marieta: ‘In kleine stapjes zijn we gaan werken aan het vervroegen van het eetmoment. En omdat hij toch bezig was, wilde hij ook wel wat bijeten. Vervolgens zagen we een toename in gewicht, terwijl dit niet eens het primaire doel was.’ Of de positieve ervaringen standhouden in wetenschappelijk onderzoek moet nog blijken, maar Marieta ziet wel dat patiënten met een goed gevoel de behandelkamer uitlopen.
GOED GEVOEL
MOGELIJKHEDEN
Marieta herinnert zich ook nog een cliënt die behoefte had aan wat meer sociale contacten na werktijd. Maar 4
Een sceptisch persoon zou zich kunnen afvragen of je met deze andere benadering niet juist angst en vermijding in
stand houdt. Je werkt immers niet direct aan gewichtsherstel. Marieta denkt van niet. ‘De doelgroep is divers. Sommige cliënten streven wél naar een
‘ We zagen een toename in gewicht, terwijl dit niet eens het primaire doel was’ gezond BMI, maar voor een grote groep is dat niet het eerste doel. Dat betekent niet dat iemand ongemotiveerd is voor behandeling. Ze willen wel degelijk verandering, maar op andere vlakken of in een andere mate. Dat biedt mogelijkheden.’ (MK)
G N BUBBELS! PRIKKE LI VOOR DE THERAPEUTENGEEST Kom naar de voorjaarsworkshops!
Voor therapeuten die (nog) beter willen worden in hun vak!
Op 15 mei gaan wij de therapeutengeest prikkelen. Stijg op in bubbels vol kennis en ervaring, laat je ontregelen en vind een nieuwe balans. Digitale bubbels, bubbels met nieuwe toepassingen van oude technieken, bubbels met vernieuwende technieken: we wijken af van bestaande paden of ontdekken ze juist opnieuw.
Waarom zou je naar de VJW gaan? Tijdens de VJW gaan we diep in op de materie. Op één dag volg je twee workshops van drie uur waarin je ook de kans krijgt om uitgebreid te oefenen. Je komt met nieuwe of verbeterde vaardigheden naar huis. De voorjaarsworkshops bieden je de kans om beter te worden in je vak. Wat valt er te beleven? Te veel om op te noemen en voor ieder wat wils. Workshops over kinderen en jeugdigen, lvb, eetstoornissen, angstbehandeling en nog veel meer. Een kleine greep uit het aanbod:
een functionele en topografische analyse van suïcidaal gedrag en een daarop afgestemd veiligheidsplan.
GIT-PD Guideline Informed Treatment for Personality disorders (door Thera Koetsier en Horusta Freije)
behandelmodules in algemene termen uitgewerkt. In de workshops maken we de vertaalslag naar cgt-termen.
De GIT-PD is een algemene richtlijn voor de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. De generalistische factoren die werkzaam zijn binnen de specialistische psychotherapieën zijn hierin verenigd tot een samenhangend behandelkader. Psychotherapie is de aangewezen vorm van behandeling bij persoonlijkheidsstoornissen, maar slechts 23 procent van de patiënten ontvangt dit ook. De GIT-PD probeert behandelaren en afdelingen die geen specialistische behandelingen kunnen aanbieden een kader voor goede zorg te bieden. Binnen de GIT-PD worden
De kurk op de fles houden: veiligheidsplanning met suïcidale patiënten (door Sander de Vries) In deze workshop draait het om het integreren van een veiligheidsplanning in een cgt-behandeling. Een veiligheidsplan maken is een belangrijk onderdeel van de multidisciplinaire richtlijn voor de behandeling van suïcidaal gedrag. Toch beschikken veel suïcidale patiënten niet over een veiligheidsplan. Na een korte introductie van de wetenschappelijke evidentie voor het gebruik van veiligheidsplanning gaan de deelnemers aan de slag met het maken van 5
Herstelgerichte cgt: verdieping met vier herstelfasen en een interview (door Klaas Huijbregts) De herstelbeweging is inmiddels niet meer weg te denken uit de ggz. Toch zijn het vooral de ervaringsdeskundigen die met herstelmethodieken werken. Als psychotherapeut moet je uit je bubbel stappen om te zoeken naar praktische aanknopingspunten. In deze workshop komen eerst de theorieën en dimensies van herstel aan bod. Daarna wordt de vertaalslag naar de klinische praktijk gemaakt. Deelnemers oefenen met een herstelgericht interview en met strategieën om steeds een herstelfase verder te komen. Ook gaan we in op hoe cgt kan verdiepen door aan te sluiten bij deze ontwikkeling. (SM) Ga naar vgct.nl/agenda en meld je aan.
Casus N=1
In iedere nieuwsbrief lees je het verslag van een afgeronde behandeling. In deze editie de N=1 van Yvonne Mesman, uitgevoerd in het kader van haar registratie tot cg-therapeut. Mesman behandelde de 49-jarige Mireille D., die al ruim 20 jaar kampt met een verslaving aan alcohol en drugs. Pas onlangs vertelde ze haar hulpverleners dat ze vroeger seksueel misbruikt is.
6
VERDOOFD
Vanwege haar verslavingen is Mireille D. (49) al tientallen jaren in beeld bij de hulpverlening. Toch kwam pas onlangs aan het licht dat ze vanwege ernstig seksueel misbruik lijdt aan PTSS. Al snel blijkt dat Mireilles problematiek te complex is om de behandeling meteen én uitsluitend te richten op traumaklachten.
MOOIE WEERGAVE
Yvonne Mesman start de behandeling op basis van het interventiemodel van Stöfsel en Mooren (2017). In dit model
staat de verwerking van traumatische gebeurtenissen centraal en daarnaast is er aandacht voor onder meer emotieregulatievaardigheden, praktische zaken en het systeem. Mesman: ‘De kern van dit model is dat je flexibel interventies kunt toepassen in de verschillende probleemgebieden. Samen met de cliënt bepaal je welk segment aandacht nodig heeft. Daarbij blijft de traumaverwerking centraal staan.’ Mesman koos voor dit model omdat bij Mireille allerlei problemen speelden die onderling met
‘ Ze is bang dat ze de controle verliest als ze stilstaat bij wat er vroeger is gebeurd’
TERUGVAL
In de sessies die volgen, neemt de spanning toe. Mireille heeft een paar keer een terugval zowel met alcohol als met heroïne. Met grote regelmaat vraagt ze zich af of het wel zin heeft om de confrontatie aan te gaan met haar traumatische verleden. Ze is bang dat hierdoor haar verslavingsbehandeling op het spel komt te staan. Uiteindelijk besluit Mireille eerst de behandeling in de kliniek af te ronden en daarna pas verder te gaan met de traumabehandeling. Haar worsteling wordt steeds duidelijker zichtbaar. Enerzijds wil ze haar trauma’s onder ogen zien. Tegelijkertijd is ze bang om de controle te verliezen als ze stilstaat bij wat er vroeger is gebeurd. Ze is bang dat ze het niet aankan.
OPLUCHTING
Yvonne Mesman toont begrip voor de angst, maar benadrukt dat ze denkt dat Mireille het wél aankan. Als de traumabehandeling (opnieuw) start, nemen de spanningen bij Mireille aanvankelijk toe, maar uiteindelijk slaagt ze erin om niet 7
meer te gebruiken. Mesman: ‘Wat daarbij hielp, is dat Mireille altijd eerlijk was over een terugval. Daardoor kwam in de behandeling ook de verslavingsproblematiek aan bod. Ze leerde anders omgaan met spanningen.’ Mireille wordt steeds opener. Gaandeweg ervaart ze soms opluchting na de exposure. Dit motiveert haar om een punt te zetten achter het middelengebruik en de traumabehandeling door te zetten. Met name de exposure in vivo levert een belangrijke bijdrage. Daarnaast is ook het leren uitspreken van haar eigen wensen en behoeften een eyeopener voor Mireille.
TERUGBLIK
Yvonne Mesman: ‘Na tien maanden hebben we de behandeling afgerond. Mireille had toen al een paar maanden niet meer gebruikt en haar klachten waren aanzienlijk afgenomen. Opvallend is dat ze op het laatst wel oogcontact maakte. Bij deze cliënt viel mij opnieuw op hoe belangrijk het is om niet blind te varen op een of meerdere DSM-classificaties, maar iemand als mens met een levensloop, persoonlijkheid en copingstrategieën en de gevolgen daarvan te zien en te behandelen. Daardoor kon ik de verslavingsproblematiek van Mireille integreren in een geheel en vormde het geen obstakel voor het behandelen van andere klachten.’ (AR)
Casus N=1
A
ls Mireille D. haar hulpverlener in de verslavingskliniek vertelt dat ze in haar jeugd meermalen seksueel misbruikt is, wordt ze doorverwezen naar Yvonne Mesman. Doel: behandeling van de klachten die samenhangen met dit traumatische verleden. Mireille staat open voor hulp, maar is tegelijkertijd geneigd de confrontatie met haar trauma’s uit de weg te gaan. Tijdens de kennismaking met Mesman stelt ze zich vriendelijk maar afstandelijk op. Gevoelens komen in haar verhaal niet voor en ze maakt geen oogcontact. In het tweede gesprek zegt Mireille dat ze wel behandeld wil worden voor haar traumaklachten. Ze kiest voor (imaginaire) exposure om zo haar hele verhaal te kunnen vertellen.
elkaar samenhingen. ‘Dit model is een mooie weergave van hoe het in een behandeling vaak loopt: je hebt een specifiek behandeldoel, in dit geval traumaverwerking. Maar in het leven van de cliënt speelt daaromheen natuurlijk van alles. Dat kun je niet negeren.’
Column
KILLERCLOWNS J
e zult het maar hebben: een allesoverheersende angst voor killerclowns. Coulrofobie heet zoiets, hoewel de angst voor de bloeddorstige variant van deze lachebek vast een specifiek subtype is. Gelukkig biedt cgt op dat soort momenten soelaas. Het grootste probleem bij een fobie voor killerclowns is dat je in het dagelijks leven te weinig clowns tegenkomt om iets zinnigs te zeggen over hun moordlustige gewoontes. En afwezigheid van bewijs is nu eenmaal geen bewijs van afwezigheid. Bovendien schijnen ze wel degelijk te bestaan, die killerclowns. Denk bijvoorbeeld maar aan Pennywise uit de film It, gebaseerd op serie-
‘De kans is groot dat hij met zijn grote schoenen blijft haken achter een oud wasrekje’
COLUMN Mieke Ketelaars
moordenaar John Wayne Gacy, die overigens wél een clownspak had maar er niet in moordde. En dan heb ik het nog niet eens over de heuse rage in Engeland met killerclowns op de hoek van zowat iedere straat. Dat díe copycatclowns zich enkel bezighielden met het op de kast jagen van argeloze voorbijgangers doet aan het bestaan van killerclowns niets af. Het suggereert hoogstens dat de kans vrij klein is dat je er een tegenkomt, zeker op de zolder van je eigen huis. De exacte kans op een kennismaking kun je in cgt gelukkig berekenen met cumulatieve kansrekening. Hoe groot is de kans dat jij op je zolder pardoes een clown tegen het lijf loopt, en dan ook nog de bloeddorstige variant? Precies, klein. En in die berekening houd je nog geen rekening met de staat van de 8
gemiddelde zolder: die van totale wanorde. Mocht je zo’n clown in huis hebben, is de kans groot dat hij met zijn grote schoenen blijft haken achter een oud wasrekje en jij daardoor met gemak kunt ontkomen. Om dat te toetsen zou je natuurlijk de zolder op kunnen gaan. Zit-ie er niet, dan hoef je de volgende keer minder bang te zijn. Zit-ie er wel, dan is het waarschijnlijk einde oefening. De kans dat een killerclown plotseling in gewetensnood raakt, is vrij klein. Hoewel deze killerclown er toevallig eentje zou kunnen zijn met een sociale fobie. Er moet immers een reden zijn dat-ie zich op zolder verbergt. Gelukkig kunnen we ook daarvoor een beroep doen op cgttechnieken. Mieke Ketelaars is kennisredacteur bij de VGCt.
Meer weten? Wil je weten hoe EMDRexperts Ad de Jongh en Suzy Matthijssen denken over EMDR bij depressie? Luister dan naar de vierde aflevering van de VGCt-podcast. Meer informatie over wat werkt bij kinderen en jongeren met een depressie vind je ook in de NJI-publicatie ‘Preventie en behandeling van depressie. Wat werkt?’ uit 2018.
Depressieve jongeren zijn gebaat bij EMDR, blijkt uit onderzoek van Corine Paauw en collega’s. In gemiddeld zes sessies van een uur nemen symptomen als depressie, PTSS, angst en somatische klachten af en verbetert het sociaal-emotioneel functioneren.
A
chter een depressie gaan vaak negatieve jeugdervaringen schuil. Vroeger gepest zijn, een echtscheiding tussen ouders, maar ook conflicten in de thuissituatie kunnen leiden tot een depressie. Cg-therapeut Corine de Ruiter-Paauw onderzocht in hoeverre depressieve jongeren baat hebben bij EMDR. Grofweg 61 procent van de adolescenten voldeed na behandeling met EMDR niet meer aan de criteria voor depressie. Na drie maanden was dit percentage verder gestegen naar 70 procent. De resultaten suggereren dat EMDR ook bij depressie een effectieve behandelmethode kan zijn. Tegelijkertijd was bij de ‘intent to treat-groep’ – dat is de groep die nog geen behandeling kreeg – eveneens een verbetering zichtbaar. Voor een deel kan de effectiviteit van EMDR dan ook terug te leiden zijn tot spontane remissie.
BETERE BEHANDELUITKOMST
De resultaten van het onderzoek roepen de vraag op of EMDR specifiek geschikt
is voor de groep depressieve jongeren met traumatische jeugdervaringen of dat álle jongeren met een depressie gebaat zijn bij EMDR. Vooralsnog lijkt de behandeling vooral werkzaam voor jongeren met negatieve jeugdervaringen. Corine de Ruiter-Paauw vond dat alleen de ernst van PTSS-symptomen voorspellend was voor de behandeluitkomst: depressieve jongeren met ernstiger PTSS-symptomen hadden een betere behandeluitkomst in vergelijking met depressieve jongeren met milde PTSS-symptomen.
MOOIE AANVULLING
Helaas is de werkelijkheid nóg iets complexer. PTSS en depressie vertonen namelijk veel overlap in symptomen. Met name dysforische gevoelens en een verminderde belangstelling voor belangrijke activiteiten zijn zichtbaar bij zowel depressie als PTSS. Bovendien worden traumatische ervaringen vaak niet uitgevraagd met als gevolg dat PTSS-problematiek gemakkelijk gemist
Oproep: denk mee over zorgstandaarden of generieke modules
wordt. De vraag wat er precies behandeld wordt en met welk effect, is dus een lastige. Voor nu suggereren de resultaten dat EMDR in elk geval kan helpen wanneer er sprake is van traumatische ervaringen bij jongeren met depressieve symptomatologie. En zeker omdat we weten dat cgt bij deze groep minder effectief is, is dat een mooie aanvulling op ons behandelarsenaal. (MK) Paauw, C., de Roos, C., Tummers, J., de Jongh, A., & Dingemans, A. (2019). Effectiveness of trauma-focused treatment for adolescents with major depressive disorder. European journal of psychotraumatology, 10 (1), 1682931.
‘De vraag wat er precies behandeld wordt, is een lastige’ 9
Akwa GGZ is een alliantie die zich inzet om de kwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg te waarborgen. Zij doen dit door de ggz te ondersteunen bij de (door)ontwikkeling en implementatie van kwaliteitsstandaarden, kwaliteitsindicatoren en meetinstrumenten. Met als doel de juiste zorg, door de juiste professional, op het juiste moment. Akwa GGZ heeft P3NL gevraagd om ideeën of onderwerpen voor nieuwe zorgstandaarden of generieke modules.
OVER KWALITEITS- EN ZORGSTANDAARDEN
Volgens Akwa GGZ vallen zowel richtlijnen, zorgstandaarden als generieke modules onder de verzamelnaam ’kwaliteitsstandaard’. Een zorgstandaard beschrijft in algemene termen vanuit het perspectief van de patiënt wat goede zorg is voor mensen met een bepaalde psychische aandoening gedurende het complete zorgcontinuüm: de patient journey. Een zorgstandaard geeft de (landelijke) norm aan waaraan multidisciplinaire, integrale zorg bij psychische aandoeningen moet voldoen, aldus Akwa GGZ. Op ggzstandaarden.nl vind je in de kennisbank alle huidige zorgstandaarden en generieke modules. Mis je nog een zorgstandaard of generieke module over een bepaald onderwerp? Dien deze dan inclusief uitgebreide motivatie in bij P3NL via info@P3nl.nl. Je kunt ook een mail sturen als je graag eerst wat meer informatie wilt over de criteria voor het indienen van een idee of onderwerp. (DO)
P3NL nieuws •
EMDR BIJ DEPRESSIE
NIEUW NIEUWE LEDENRAAD: WELKOM! bij de VGC t
In februari kozen de VGCt-leden hun nieuwe ledenraad. De 17 gekozen kandidaten maken zich op voor de behartiging van de belangen van leden binnen alle registraties en werksettingen in de periode 2020–2023.
De ledenraadsverkiezing vond plaats tussen 1 en 29 februari. In totaal brachten 1252 leden hun stem uit. Dat is 19 procent van het aantal stemgerechtigde leden. In 2017 bracht 11,6 procent van de leden hun stem uit en in 2014 was dat 12,6 procent. Een heel mooie stijging dus van de opkomst voor de verkiezing! Het totaal aantal kandidaten dat zich dit jaar verkiesbaar stelde was 39. De nieuwe ledenraad bestaat uit 17 kandidaten die 5 registraties en 3 werksettingen vertegenwoordigen. Daarbij zijn 13 mensen die voor het eerst toetreden.
ACTUELE ONDERWERPEN
wat zij als kansen en bedreigingen ziet en beoordeelt beleidsvoorstellen van De nieuwe ledenraad bepaalt voor de periode 2020-2023 het strategisch beleid het bestuur, die bij instemming definitief worden. Actuele onderwerpen zijn: de en de algemene kaders van de verenisamenwerking met andere verenigingen ging en behartigt de belangen van alle VGCt-leden. Daarnaast houdt zij toezicht die ook een evidence-based practice op het bestuur. De ledenraad signaleert voorstaan, de ontwikkeling van de opleiook maatschappelijke trends, geeft aan ding en de ontwikkeling en verspreiding Supervisoren Kieskring A1, 2 zetels
LEDENRAAD 2020 - 2023 Hanneke Schuurmans
Jeroen de Jong
Inge Jager
Loondienst (g)gz-instelling Kieskring B6, 2 zetels
Cgt’ers en WO’ers Kieskring A2, 4 zetels
Tijdens de verkiezing kon je bij het stemmen kans maken op een gratis dagkaart voor het VGCt-najaarscongres 2020. De winnaars zijn: • Maartje Waleson – van Zuijlen • Renée Raaijmaakers • Marloes Jasperse
Loondienst Universiteit Kieskring B7, 1 zetel
van kennis en externe PR. Verder stelt de ledenraad de begroting en de jaarrekening vast en benoemt bestuursleden. Op 18 april a.s. is de eerste vergadering. De oude ledenraad zal dan haar taken overdragen aan de nieuwe ledenraad.
CONTACT MET DE KANDIDATEN
In de bijlage bij deze nieuwsbrief vind je een overzicht van alle kandidaten en hun kieskring. Op vgct.nl/ledenraad staan ook hun contactgegevens. Zijn er zaken waarvan jij vindt dat ze besproken moeten worden? Neem dan gerust contact op met het ledenraadslid voor jouw registratie of werksetting. (ML)
Larissa Cloudt-van Hinsberg Elena Leijten-Willekers Francisco Steenbakkers
Fatiha Ben Messaoud
Eigen praktijk Kieskring B5, 1 zetel
Anna Joosten-Brouwer
Esther Lijesen
Fred Verschuur
Cgt’ers i.o. (KP) Kieskring A3, 5 zetels
Paulien Jansen
10
Bob Zijp
Jamal Lamchraa
Tamara van der Pauw-Verweij
Cgw’ers en cgw’ers i.o. Kieskring A4, 2 zetels
Merel van Garderen
Carla Steeman
Jorinde Bisschop
HET BESTUUR EN HET BUREAU BEDANKEN ALLE VERKIEZINGSKANDIDATEN EN ALLE LEDEN DIE GESTEMD HEBBEN EN WENSEN DE NIEUWE LEDENRAAD VEEL SUCCES!
leden voor de registratie- en accreditatiecommissie
Wil jij met een bredere blik kijken naar je vak? Dat kan! Er is weer plek voor nieuwe leden in de accreditatie- en de registratiecommissie. ‘Het is fijn om deel uit te maken van een groep bevlogen professionals die de liefde voor het vak delen.’
Elke vierde donderdag van de maand, aan het eind van de dag, vult het bureau van de VGCt in Utrecht zich met geroezemoes. Zo’n 27 supervisoren gaan, na een gezamenlijke maaltijd, aan de slag met twee doelen. De leden van de accreditatiecommissie hebben tot taak de kwaliteit van de opleiding hoog te houden. En de leden van de registratiecommissie beoordelen of therapeuten bekwaam genoeg zijn voor een VGCt-registratie.
DE ACCREDITATIECOMMISSIE: ‘ HET MAAKT ME EEN BETERE DOCENT’
De accreditatiecommissie is een zelfstandige commissie die bestaat uit acht leden. Zij beoordelen de aanvragen voor accreditatie van basis- en vervolgcursussen, nascholingsactiviteiten en supervisorencursussen. Waarom steken leden hier graag tijd en energie in? Thera Koetsier, voorzitter van de commissie: ‘De commissieleden hebben allemaal passie voor het docentenvak. Tijdens de vergadering discussiëren we veel over de inhoud van de draaiboeken; we vinden het belangrijk dat er goede cursussen gegeven worden. Deze discussies zijn inhoudelijk en geëngageerd, maar er is ook humor. Door het beoordelen van draaiboeken scherp je je kennis over cgt aan. Het maakt je een betere docent.’ Commissielid Rebecca Warner vult aan: ‘Het is fijn om deel uit te maken van een groep bevlogen professionals die de liefde voor het vak delen.’
De discussies zijn inhoudelijk en geëngageerd, maar er is ook humor
DE REGISTRATIECOMMISSIE: ‘ HET HOUDT ME SCHERP EN UP-TO-DATE’
Beide commissies zoeken nieuwe leden. Ben je supervisor en enthousiast? Kijk op vgct.nl/vacatures en solliciteer snel. Meer informatie: Margot Regtien, coördinator opleidingssecretariaat VGCt, m.regtien@vgct.nl.
Margreet van der Plas en Hilda van der Steen zijn lid van de registratiecommissie. Samen met nog zeventien leden beoordelen zij de N=1-verslagen. Margreet: ‘De registratiecommissie is een leuke club van supervisoren afkomstig uit alle werkvelden. Het leren van elkaar vind ik zo waardevol.’ Hilda: ‘We lezen veel interessante en mooie N=1-verslagen. Doordat je collega’s ontmoet die op allerlei plekken werken, krijg je een bredere kijk op je vak. We praten over inhoud op een manier die net anders is dan bijvoorbeeld in intervisie. Als een N=1 minder goed is, is het leerzaam om te verwoorden waarom dat zo is. Je kunt met meer vertrouwen een N=1-studie begeleiden. Voor wat we doen, krijgen we veel waardering van de vereniging en daarnaast ook nog eens nascholingspunten.’ Margreet: ‘Het lezen van een N=1 buiten je eigen doelgroep verrijkt. En je bent meteen op de hoogte van de eisen voor de N=1 en de nieuwste ontwikkelingen. Ik ben er een betere supervisor door geworden: scherper en meer up-to-date.’ (ML) 11
Opleidingsnieuws •
Gezocht:
AGENDA
Beter worden in je vak 2020
9, 10, 16 en 17 april Studiedagen Attachment Based Family Therapie, door sectie relatie- en gezinstherapie – Vught
Nieuw: boekrecensies Nieuw bij de VGCt zijn onze digitale boekrecensies. Wil je weten welke boeken een must-read zijn in jouw werkveld? Abonneer je dan via jouw voorkeuren op de boekrecensies. Uiteraard zijn we ook altijd op zoek naar professionals die een boek willen recenseren. Via onze socialmediakanalen plaatsen we geregeld oproepen. Is er een boek bij dat jij wilt recenseren? Dan mag je het boek houden! (MK)
15 mei Voorjaarsworkshops ‘Bubbels! – Prikkeling van de therapeutengeest’ – Zwolle 26 mei Workshop sectie eetstoornissen met Glenn Waller – Utrecht 27 mei Begeleiden van het schrijven van een N=1 – Utrecht 29 mei Voorbij symptoomreductie – drie modellen voor versterking van weerbaarheid Workshop sectie positieve cgt – Amersfoort Meer informatie en aanmelden: vgct.nl/agenda
Hoe word ik online vindbaar? Wil je graag gevonden worden door VGCt-leden en patiënten? Zorg er dan voor dat je profiel op vindbaar staat. Jezelf vindbaar maken gaat heel eenvoudig via ‘Mijn VGCt’ op de website. Je komt dan in de zoekresultaten naar voren zowel op de VGCt-website voor leden als op onze publiekswebsite voor patiënten. Je kunt jezelf vindbaar maken als: • Individuele therapeut • Praktijk | Instelling • Supervisor Check de handleiding op vgct.nl/vindbaar (PJvZ)
Winnaars budget kennisworkshop Afgelopen jaar zijn de zomerworkshops omgedoopt tot kennisworkshops. Tot en met 10 januari 2020 had je de mogelijkheid om te motiveren waarom jouw instelling kans moet maken op een budget (maximaal € 500) voor het organiseren van een VGCt- kennisworkshop. We hebben maar liefst 24 inzendingen ontvangen! Op basis van inhoud en motivatie koos onze jury vier winnaars:
Lees meer op vgct.nl
• Marthe Ford (Heliomare) • Jaap Wanningen (Koninklijke Visio) • Renske Wichers (IP ggz) • Marthe Ligtenberg (Dokter Bosman) (DO)
EN DIT ZIJN DE ONDERWERPEN VAN DE WINNENDE KENNISWORKSHOPS:
• cgt bij perfectionisme • hypnose • katalepsie-inductie en shapingtechnieken bij (visuele) conversiestoornissen • alexithymie in de behandelkamer
12