Nieuws
PROBLEEM IN DE SAMENWERKING? BEL EEN VERTROUWENSPERSOON! Als vertrouwenspersonen van de VGCt geven Cecile Exterkate en Tom van der Schoot advies en ondersteuning aan leden die problemen ondervinden in de samenwerking met andere leden, of in de omgang met cliënten. ‘Collega’s kunnen ons over alles in vertrouwen nemen.’
M
et welke problemen kloppen VGCt-leden zoal aan bij een vertrouwenspersoon? ‘We worden veelal benaderd door een supervisor die een probleem heeft met de supervisant, of andersom. Dan is er sprake van een (dreigend) conflict of geschil, waarvoor ze onderling geen uitweg vinden. Vaak speelt het probleem in het supervisie-
traject – en spitst het zich toe op de n=1 studie – maar niet altijd. Leden kunnen met vrijwel elke beroepsgerelateerde vraag bij ons terecht.’
#METOO De vertrouwenspersonen zijn voorzichtig met het geven van voorbeelden, maar ze willen wel kwijt dat ze met pag 2
01/2019
VGCt ledenenquête 2019 De VGCt zet dit jaar weer een ledenenquête uit onder haar leden. Op 18 maart heb je van het bureau DirectResearch per mail de link naar deze enquête ontvangen. Hier krijg je de mogelijkheid om jouw mening te geven over de vereniging. Wat vind je bijvoorbeeld van de kwaliteit van de opleiding en registratie? En ben je tevreden over ons producten- en dienstenaanbod? Je kunt de enquête eenvoudig online invullen. De resultaten en feedback gebruiken we bij de ontwikkeling van het komende beleidsplan. Bijna vijf jaar geleden heeft de VGCt ook je mening gevraagd via een grootschalige ledenenquête. We hopen dat we dit jaar opnieuw op je medewerking mogen rekenen. ▶ Meer weten? Ga naar vgct.nl/nb
De voorjaarsworkshops 3 De cliënt in 360 Back to the Future 5 0
Dit najaarscongres mag je niet missen Dieren met
dilemma’s 5 Boekrecensie
De mooiste parel 8 10 Nieuwe factsheets ADHD, schoolweigering en dwangstoornis
En Enverder: verder: •Uit Positionering niet BIGde praktijk:van de sterke geregistreerden 2 • Trots kanten van autisme 4 op ereleden 9 • Word ook lid van de Tweede pilot NVGzP 10 wetenschappelijke intervisie 8
‘Leden kampen met meer dilemma’s dan wij voorgelegd krijgen’
RUIME ERVARING
Tom van der Schoot en Cecile Extercate
vervolg pag 1 enige regelmaat worden gebeld door een supervisor die wil weten of hij of zij juist heeft gehandeld in de bejegening van een supervisant. ‘Zo vermoedde een recente beller dat een collega zich schuldig maakte aan grensoverschrijdend gedrag, waardoor hij zijn werk niet meer naar behoren kon doen. Hij vroeg ons: “Hoe kan ik dit gedrag stoppen?”’ Maar de vertrouwenspersonen zijn bijvoorbeeld ook weleens gebeld door iemand die een conflict had met zijn werkgever. Kortom, de adviesvragen lopen sterk uiteen. Hebben de vertrouwenspersonen ook nog wat gemerkt van de ontwikkelingen rondom #MeToo? ‘Nee, de laatste jaren hebben zich bij ons geen leden beklaagd over seksuele grensoverschrijding. Dat is best bijzonder, gezien het grote aantal leden en de vele opleidingstrajecten.’
Soms verwijzen de vertrouwenspersonen iemand door. ‘Bij een “conflict van plichten” binnen de eigen werkkring raden we de beller meestal aan om dit binnen de eigen organisatie te bespreken.’
MEERWAARDE Jaarlijks worden de vertrouwenspersonen slechts ‘tussen de tien en twintig keer’ benaderd. Dat roept de vraag op: zijn de vertrouwenspersonen wel voldoende zichtbaar? ‘Leden kampen met meer dilemma’s dan wij voorgelegd krijgen, maar voor de meeste problemen vinden de betrokkenen zelf een oplossing. Toch wordt er ongetwijfeld vaker een beroep op ons gedaan als er binnen de vereniging meer bekendheid wordt gegeven aan het bestaan van de vertrouwenspersoon.’ Kunnen leden hun 2
problemen niet evengoed bij andere instanties inbrengen? ‘Onze grootste meerwaarde is dat leden zeker weten dat wij de informatie niet doorspelen. Dat geldt ook voor informatie over eventuele overtredingen en/of schendingen van de beroepscode. Ook op casusniveau wordt er niets vrijgegeven. Dat is anders als iemand een klacht indient binnen de vereniging. Wij beperken ons echt tot het geven van advies en ondersteuning. Het is vervolgens aan de beller om te bepalen wat hij of zij daarmee doet.’
‘Ik zet mijn ervaring graag in om collega’s te helpen’
Waarom kwamen juist Exterkate en Van der Schoot in aanmerking voor de functie van vertrouwenspersoon? Van der Schoot: ‘Dat heeft onder andere te maken met mijn betrokkenheid bij de VGCt in de afgelopen jaren, als bestuurslid en als lid van de ledenraad en congrescommissie. Daarnaast ben ik lid van het College van Toezicht van het NIP en het Regionaal Tuchtcollege Den Haag. Verder zit ik vanuit P3NL in de Geschillencommissie Psychische en Pedagogische Zorg en ik geef Gezondheidsrecht en ethiek aan de GZopleiding in Groningen (PPO). Kortom, ik adviseer leden vanuit een ruime ervaring met complexe dilemma’s in de zorg.’ Voor Exterkate geldt eigenlijk hetzelfde: ‘Dankzij mijn functies als bestuurder in de zorg, arbiter bij het Scheidsgerecht Gezondheidszorg en mijn jarenlange ervaring als behandelaar en leiding– gevende, heb ik erg veel ervaring in complexe zorgvraagstukken. Die ervaring zet ik graag in om collega’s te helpen.’ (JH) Cecile Exterkate, tel. 06-27024118 Tom van der Schoot, tel. 06-13531325
Kom naar de voorjaarsworkshops!
De cliënt in 360 – behandeling in een breder perspectief 0
BETER WORDEN IN JE VAK DOOR DELIBERATE PRACTICE In tegenstelling tot in veel andere professies is bij cgt het verband tussen kennis en ervaring en het behandelresultaat niet vanzelfsprekend. Hoe weet je wanneer je met je behandeling op de goede weg bent? Deliberate practice is de verzamelnaam voor een benadering waarbij professionals hun professioneel handelen systematisch monitoren om zo de doelmatigheid en de effectiviteit van dat handelen kritisch onder de loep te nemen. In deze workshop, gegeven door Anton Hafkenscheid, oefenen deelnemers met eenvoudige en gebruiksvriendelijke digitale monitorinstrumenten die de cognitief gedragstherapeut van onmiddellijke grafische feedback voorzien. Zo leer je
a rs wo
De clië
snel wanneer en waarom je behandeling suboptimaal verloopt. De monitorinstrumenten zijn natuurlijk nuttig voor jezelf maar ook handig om in te brengen in supervisie en intervisie.
DEEL JE EIGEN KWETSBAARHEID Bij ACT zijn de mate waarin iemand is vastgelopen en de mate waarin iemand over vaardigheden beschikt om weer te kunnen bewegen, bepalend voor de behandeling. ACT richt zich op het menselijk functioneren; therapeuten kunnen de principes van ACT ook voor zichzelf gebruiken. In deze workshop, gegeven door Jacqueline A-Tjak, oefenen deelnemers met ACT. Dit kan onder meer behulpzaam zijn in de therapiekamer. Therapeuten kunnen een uitstekend rolmodel zijn voor cliënten, juist als het gaat om hun eigen vastlopen. In de workshop is ook aandacht voor waarden die kunnen werken als intrinsieke bekrachtigers voor blijvende gedragsverandering. Durf jij het aan om je eigen kwetsbaarheid op een therapeutische manier te delen? (SM) Aanmelden kan nog: vgct.nl/agenda
rkshop
Over Walden Two en broccoli
s
nt in 3
60 0
In 1948 publiceerde Skinner zijn Walden Two. Hij schreef het in twee maanden vrije tijd die hij had tussen zijn aanstellingen in Minnesota en Indiana. As you do: de een gaat de tuin opruimen, de ander schrijft een van de bekendste utopieën van de twintigste eeuw. Bekend als dit elegante werkje (of in ieder geval de titel ervan) onder ons mag zijn, het grote publiek heeft er geen of nauwelijks weet van. Dat leest liever de ook in 1948 geschreven bekendste dystopie van de twintigste eeuw: 1984 van George Orwell. Het verschil tussen de bekendheid van beide werken is interessant, en eigenlijk moeilijk te begrijpen. Dat geldt ook voor het feit dat Walden Two zoveel controverse en zelfs afkeer opriep, en nog steeds oproept. Skinner is erdoor verguisd. Hoe kan het toch dat we zo’n voorkeur lijken te hebben voor dystopieën, en niet voor utopieën? Skinner zelf had wel een idee over waarom niemand in zijn Walden Two zou willen leven. Volgens hem moet je een cultuur (of utopie) vooral laten beoordelen door de mensen binnen die cultuur, en niet door de mensen erbuiten. De logica daarvan maakte hij in zijn Contingencies of Reinforcement duidelijk met een eenvoudige vergelijking. Mensen die gruwen van zijn Walden Two zijn volgens hem als een kind dat redeneert: ‘Ik ben blij dat ik geen broccoli lust, want als ik het wel zou lusten, dan zou ik er veel van gaan eten, en dat wil ik niet, want ik lust het niet.’ Briljant, en nog geestig ook. Maar zo was Skinner.
Reageren? Mail Arnold van Emmerik via voorzitter@vgct.nl 3
van de voorzitter •
Op 12 april is het weer tijd voor de voorjaarsworkshops. We beperken ons die dag niet tot de behandeling van specifieke klachten. Een probleem staat immers nooit op zichzelf. Hoe zet je een behandeling in een breder perspectief? Een greep uit het aanbod.
Vo o r j a
sectienieuws •
Sectie cgt voor mensen met vb zoekt bestuurslid Wil jij meer bekendheid geven aan cgt voor mensen met verstandelijke beperkingen? Wil je activiteiten organiseren, kennis delen over onderzoeken en behandeltechnieken en netwerken met mensen met dezelfde interesse? Meld je dan aan als bestuurslid van de sectie cgt voor mensen met vb. Ook cgw’ers zijn van harte welkom. Voorbeelden van activiteiten uit het verleden zijn studiemiddagen bij instellingen zoals Transfore en Trajectum, netwerkborrels op het najaarscongres, symposia, workshops, intervisies en het ontwikkelen van een richtlijn. Enthousiast? Neem contact op met Ragna Plomp, praktijkadisa@gmail.com
Positieve cgt: the next generation Je bent van harte welkom op 7 juni bij de jaarlijkse bijeenkomst van de sectie positieve cgt (voorheen oplossingsgerichte cgt). Het thema van deze studiemiddag is Positieve cgt: the next generation. Nicole Geschwind van de Universiteit van Maastricht zal spreken over het onderzoek naar de vergelijking van positieve cgt met traditionele cgt. Fredrike Bannink spreekt over haar model van positieve cgt en de toepassingen ervan. We zien je graag van 13.30 tot 17.00 uur in de Observant in Amersfoort. Aanmelden kan via vgct.nl/agenda
‘ MET CGT KUN JE INZETTEN OP DE STERKE KANTEN VAN AUTISME’ Cognitieve gedragstherapie bij autismespectrumstoornissen wordt niet specifiek aan- of afgeraden. Ondanks deze terughoudendheid heeft cognitief gedragstherapeutisch werker Ron de Joode er positieve ervaringen mee.
R
on de Joode: ‘Bij het Leo Kannerhuis bieden we individuele- en groepstrainingen aan voor mensen met ASS en angstklachten. Daarin laten we ze vooral ervaring opdoen in de praktijk. We gaan bijvoorbeeld met een metro Amsterdam in om ervaring op te doen met het doorbreken van vermijding. Door te oefenen met lotgenoten ontstaat meer zelfvertrouwen.’
ONVOLDOENDE BEWIJSMATERIAAL ‘Behandeling van ASS is een jonge tak van sport in vergelijking met bijvoorbeeld behandeling van depressie. Veel van wat we doen, is gebaseerd op ervaringen vanuit de klinische praktijk. Niets 4
staat het aanbieden van cognitieve gedragstherapie aan mensen met ASS in de weg. We hebben alleen nog niet genoeg bewijsmateriaal verzameld.’
RISICO OP OVERPRIKKELING Bang voor overprikkeling bij mensen met ASS is Ron niet. ‘Natuurlijk speelt het mee, zeker bij informatieverwerking en het betekenis geven aan situaties. Maar als je daar rekening mee houdt, is het goed te hanteren. Bij depressie en paniekklachten is er evengoed een risico op overprikkeling. Iemand met een
‘ We zouden wat minder krampachtig mogen omgaan met de diagnose’ paniekstoornis confronteer je in de eerste oefening toch ook niet met zijn grootste angst? Dat is gedoemd te mislukken. In die zin wordt het groter gemaakt dan het is. We zouden wat
uit de
PRAKTIJK gegrepen
minder krampachtig mogen omgaan met de diagnose.’
ZWART-WIT-DENKERS In zijn behandeling zet Ron vooral in op de sterke kanten van autisme. ‘Veel mensen met ASS zijn zwart-wit-denkers. Het is goed of het is fout. Als je dat inzet bij het uitwerken van een cognitief schema, kun je snel resultaat boeken. Want wat gebeurt er als die eerste gedachte niet klopt? Dan klopt de rest van de gedachten automatisch ook niet. En dan hoef je dus ook niet angstig te zijn of veiligheidsgedrag in te zetten. Je moet het gedrag dan natuurlijk nog wel stap voor stap afbouwen. Maar dat je die krachten kunt inzetten, is prachtig.’ (MK) Lees het uitgebreide interview op vgct.nl/nb
Boekrecensie: Een verrassende verjaardag van dr. Juliette Liber
DIEREN MET ALLEDAAGSE DILEMMA’S Juliette Liber zocht hulpmiddelen bij de toepassing van cgt bij jonge kinderen. Omdat ze geen geschikt materiaal vond, ging ze zelf aan de slag. Het resultaat: een boek met interactieve dierenverhalen speciaal voor cgt’ers en cgw’ers die werken met jonge kinderen.
E
en verrassende verjaardag is een voorlees- en praatboek voor kinderen van 5 tot 8 jaar. In dit boek neemt orthopedagoog en cg-therapeut Juliette Liber de lezer mee naar een dierenbos waar de protagonisten worstelen met alledaagse dilemma’s. Haar verhalen zijn interactief: kinderen worden met vragen en opdrachten gestimuleerd om emoties te herkennen, perspectief te nemen, oplossingen te bedenken en te reflecteren op zichzelf. In de verhalen komen diverse cgt-technieken terug. De kribbige krab Kobus leert met ontspanningsoefeningen zijn woedeaanvallen te reguleren. Koos de koe is verlegen en doet aan exposure om haar sociale angst te overwinnen. En Tijn de toekan komt van zijn piekergedachten af met behulp van cognitieve herstructurering.
IDENTIFICEREN De personages zijn herkenbaar en grappig en ze komen nog meer tot leven dankzij de prachtige illustraties van Anne Klusman. De sterke en zwakke
kanten van de dieren worden genuanceerd en invoelend beschreven. Hierdoor is het voor kinderen aantrekkelijk om zich met hen te identificeren. Sommige vragen zijn voor de allerkleinsten misschien wat hoog gegrepen. Bijvoorbeeld: hoe vertel je Nadine het Nijlpaard dat ze met haar valse stem beter niet kan meezingen op het verjaardagspartijtje, zonder haar te kwetsen? Om dit te ondervangen, geeft Juliette Liber in haar boek tips hoe je vragen en opdrachten kunt vereenvoudigen of andere voorbeelden kunt geven.
‘ De kribbige krab Kobus leert zijn woedeaanvallen te reguleren’
PSYCHO-EDUCATIE Mooi aan dit boek is de transdiagnostische inslag. Emotieregulatie staat centraal en zowel internaliserende als externaliserende copingstijlen komen aan de orde. Daarmee is het een breed inzetbaar en normaliserend boek geworden, met veel psycho-educatie over emoties, gedachten en gedrag. Dat is niet toevallig: psycho-educatie komt in diverse wetenschappelijke studies
naar voren als een succesvolle interventie bij diverse stoornissen. Aan de verhalen merk je niet dat het boek is geschreven door een wetenschapper, maar je ziet dit wel terug in de bijlagen. Daarin staat nauwkeurig beschreven in welk verhaal welke cgttechniek wordt gebruikt, wat deze techniek inhoudt en wat aandachtspunten 5
zijn. Om de empirische cyclus te sluiten gaat Juliette Liber binnenkort met haar studenten onderzoeken of de emotieherkenning en -regulatie verbetert na het werken met dit boek. (NvS) Heb je het boek gebruikt en wil je feedback delen? Stuur dan een mailtje naar Juliette Liber: j.m.liber@uu.nl
Casus N=1
In iedere nieuwsbrief lees je het verslag van een afgeronde behandeling (N=1). In deze editie lees je over de N=1 van gz-psycholoog en cg-therapeut Natasha van den Ameele-Mullié. Haar 14-jarige cliënt Alex durft al maanden niet meer naar school. Zijn ouders weten zich geen raad met de situatie: met hun zoon valt niet te praten. Gelukkig dringt Natasha van den Ameele-Mullié – uiteindelijk – wel tot hem door.
6
TERUG NAAR SCHOOL Iedereen kent verhalen over kinderen die niet naar school willen terwijl er geen belemmeringen zijn. Maar andersom bestaat ook: kinderen die graag naar school willen, maar belemmeringen ervaren. Na een vervelend incident durft Alex (14) niet meer naar school.
WENS Wanneer Van den Ameele Alex vraagt naar zijn hulpvraag is hij wél duidelijk: hij wil graag terug naar school. Van den Ameele mag hem daarbij helpen, maar zijn ouders liever niet. Zijn ouders gaan akkoord met deze wens. Hoofddoel van de behandeling is dat Alex iedere dag op tijd aanwezig is bij alle lessen. Subdoelen zijn traumaverwerking, het doorbreken van vermijdingsgedrag, zorgen dat zijn ouders en ook school het thuisblijven niet langer bekrachtigen en tot slot: zowel Alex als zijn ouders leren te mentaliseren. De behandeling start met EMDR. Van den Ameele: ‘Dit had meteen effect. Alex was onder de indruk dat hij zich rustiger voelde en thuis niet meer agressief reageerde op het onderwerp school. Zijn ouders kregen vertrouwen dat hulpverlening kon helpen om cliënt weer naar school te krijgen.’ Vervolgens zet Van den Ameele exposure in om het vermijdingsgedrag te doorbreken. Ze voorziet dat Alex vanwege zijn beperkte mentaliseringsvaardigheden niet goed
in staat zal zijn om angstgevoelens te herkennen en benoemen. Daarom zet ze ook interventies in ter bevordering van het mentaliserend vermogen. Alex krijgt instructies om goed te letten op wat hij zintuiglijk ervaart. Zo leert hij geleidelijk lichamelijke signalen herkennen en ze te labelen als angst.
TRANSPARANT Van den Ameele merkt dat zijzelf en de therapeutische relatie een belangrijke rol speelden bij het vergroten van het mentaliserend vermogen. ‘Ik heb geprobeerd om de emotionele signalen van cliënt zoveel mogelijk te spiegelen zodat hij zich bewust zou worden van zijn gevoelens, gedachten en gedrag. Hierbij was ik heel transparant: ik dacht hardop, gaf betekenis aan wat ik bij hem zag en hoorde, stond open voor verschillende gezichtspunten en reflecteerde op alles wat er tijdens de sessie gebeurde.’ Uiteindelijk slagen ouders en school erin om het vermijdingsgedrag van Alex niet langer te bekrachtigen. Van den Ameele kijkt met plezier terug 7
op de N=1 behandeling. ‘Mijn jonge cliënt was gemotiveerd en bereid nieuwe dingen te leren. Ook het werken met metaforen heb ik als ondersteunend ervaren, evenals het aansluiten bij iets waar iemand goed in is. Cliënt voetbalde, en als voetballer heb je een team nodig om tot een goede prestatie te komen. Hij liet mij toe in zijn team om hem te helpen scoren; om weer naar school te gaan. Wat voor hem goed werkte als ontspanning, als tegenhanger van zijn angst, was een herinnering aan een mooie pass op het voetbalveld. Doordat hij scoorde, kreeg hij zelfvertrouwen. Dat gaf hem moed.’ Na 30 sessies is het hoofddoel behaald en kon de behandeling worden afgesloten. (AG) Kijk op pagina 10 voor informatie over onze nieuwe factsheet cgt bij schoolweigering.
Casus N=1
B
ij een uit de hand gelopen stoeipartij is Alex door zijn klasgenoten gestompt en opgesloten in het toilet. Sindsdien wil hij niet meer naar school. Als hij wordt aangemeld, zit hij al zes maanden thuis. Alex komt uit een druk, traditioneel gezin met vier kinderen en zes honden. Zodra zijn ouders het onderwerp ‘school’ ter sprake brengen, reageert Alex agressief. Door de manier waarop ze reageren, bekrachtigen ze – onbedoeld – het feit dat Alex thuisblijft. Het valt Van den Ameele op dat Alex het moeilijk vindt om zijn gedachten en gevoelens over het incident te verwoorden. Ook zijn moeder vindt het lastig om negatieve emoties te herkennen en benoemen. Van den Ameele vraagt zich af in hoeverre Alex is gevormd door het beperkte mentaliseringsvermogen van het gezin. Ze vermoedt dat dit, samen met de inconsequente reacties thuis, ertoe heeft geleid dat de ingrijpende gebeurtenis op school heeft geresulteerd in PTSS-klachten.
‘Alex liet mij toe in zijn team om hem te helpen scoren’
Column
14 MINUTEN I
nsomnie leidt tot allerhande lichamelijke en psychische problemen, waaronder bijvoorbeeld overgewicht, diabetes, depressie en geheugenproblemen. Allemaal hartstikke vervelend, totdat de geheugenproblemen zo groot worden dat je pardoes vergeet dat je slecht hebt geslapen. Maar er is hoop. Cognitieve gedragstherapie geeft over het algemeen positieve resultaten bij insomnie. Bij 63 tot 88 procent van de patiënten zorgt een digitale module bijvoorbeeld al snel voor een volledige remissie. Dat klinkt mooi, nietwaar? Maar het omgekeerde is ook waar. Een simpel rekensommetje leert ons name-
‘Soms moet je drie kansloze behandelingen doorstaan voordat je er eentje krijgt die wel werkt’
lijk dat 12 tot 37 procent van diezelfde groep patiënten na behandeling nog steeds slapeloze nachten heeft. Als je het zo leest, klinkt het toch net een tikkie minder. Zo’n vernuftig trucje waarbij de boodschap door de vorm een andere lading krijgt, noem je ook wel framing. In de praktijk wordt daar vaak dankbaar gebruik van gemaakt. De NS geeft allang niet meer aan dat de trein vertraagd is. Nee, ze laten op optimistische toon weten dat ‘de trein over een paar minuten vertrekt’. Nu is het allemaal zo erg nog niet. Een slagingspercentage van 60 tot 90 procent is nog altijd drastisch beter dan de percentages die we zien bij de behandeling van angst en depressie. Maar hoe mooi zou het zijn als we op voorhand kunnen inschatten welke patiënten baat hebben bij een behandeling? Dat blijkt helaas niet zo simpel. Verschillende studies hebben weliswaar voorspellers gevonden voor behandelsucces, maar die zijn zo gemengd en zwak dat we er niet veel aan hebben. Daarom werken we vaak met het principe van stepped care. Bij stepped care wordt de intensiteit van een behandeling opgebouwd wanneer de lichtere varianten minder succesvol zijn. Maar ook hier geldt: dat klinkt mooi, totdat je het omdraait. 8
COLUMN Mieke Ketelaars
Stepped care kan namelijk ook betekenen dat je drie kansloze behandelingen moet doorstaan voordat je er eentje krijgt die wél werkt. In het geval van insomnie ben je dan inmiddels een bedlegerige drop-out met zerotolerance én doorligplekken geworden. Een wakkere nog wel. Het proof of concept van Forsell en collega’s biedt nieuwe kansen. Zij stellen een andere aanpak voor, waarbij je tijdens de behandeling wijzigingen doorvoert op basis van een risicotaxatie. In hun onderzoek keken ze vroeg in de behandeling bij welke patiënten de cognitieve gedragstherapie niet aansloeg. Die groep werd onderverdeeld in een groep waarbij de behandeling werd
aangepast en een groep die op dezelfde wakkere weg door moest. Wat bleek? De groep die een aangepaste behandeling kreeg, kon alsnog succesvol behandeld worden. Een op maat aangepaste intensivering van gemiddeld 14 minuten per week leidde tot significant meer remissie in vergelijking met de groep zonder aanpassingen. 14 minuten kunnen dus het verschil maken tussen succes en falen. Maar laat ze het bij de NS niet horen, want voor je het weet vertrekken alle treinen standaard over 14 minuten. En of we daar nou blij van worden? Mieke Ketelaars is kennisredacteur bij de VGCt. In de komende nieuwsbrieven kun je haar columns lezen in deze nieuwe rubriek.
Pilot
TWEEDE PILOT WETENSCHAPPELIJKE INTERVISIE In oktober 2017 ging bij de VGCt de eenjarige pilot wetenschappelijke intervisie van start. Binnenkort begint de tweede pilot. Op basis van de ervaringen bij de eerste pilot pakken we het ditmaal een beetje anders aan.
A
ls wetenschappelijke vereniging vinden we het belangrijk dat het academische niveau van onze leden op peil is. Ons streven is immers dat cgt’ers evidence-based werken. Om cliënten een bewezen effectieve behandeling op maat te bieden, is het kritisch kunnen lezen van studies een belangrijke vaardigheid. Daarom zijn we in oktober 2017 gestart met een eenjarige pilot wetenschappelijke intervisie. Dit is een vorm van intervisie voor supervisoren, gericht op het opfrissen van wetenschappelijke vaardigheden en het opdoen van nieuwe wetenschappelijke kennis. Een groep van 24 enthousiaste supervisoren ging aan de slag met het beantwoorden van een onderzoeksvraag rondom een
zelfgekozen thema door middel van het lezen van wetenschappelijke literatuur. Inmiddels hebben we de pilot afgerond, geëvalueerd en plannen gemaakt voor een vervolg.
ZINNIGE AANVULLING De deelnemers vonden de intervisie een zinnige aanvulling op het nascholingsaanbod. De bijeenkomsten waren leuk en inspirerend. Met name het intercollegiale contact werd positief gewaardeerd. Tegelijkertijd gaven de supervisoren aan dat de belasting in tijd hoog was. Het zoeken en beoordelen van wetenschappelijke artikelen bleek uitdagend te zijn. Deelnemers hadden daarbij behoefte aan meer structuur en begeleiding.
VERBETERINGEN
‘De deelnemers hadden behoefte aan meer structuur en begeleiding’
Op basis van de feedback van de deelnemers hebben we diverse verbeteringen doorgevoerd voor de tweede pilot, die eind maart van start gaat. De belangrijkste veranderingen zijn dat de bijeenkomsten vooraf meer worden gestructureerd en de totale belasting
omlaag gaat. Ook komt er een uitgebreidere startbijeenkomst om academische vaardigheden op te frissen. Na deze pilot zullen we besluiten of de wetenschappelijke intervisie permanent wordt opgenomen in het nascholingsaanbod. (NvS) 9
NIEUW DRIE NIEUWE FACTSHEETS: bij de VGC t
ADHD, SCHOOLWEIGERING EN DWANGSTOORNIS
?
Factsheet
?
Samen met haar leden heeft de VGCt inmiddels negentien cgt-gerelateerde factsheets ontwikkeld. De drie nieuwste factsheets gaan over gedragstherapie bij ADHD, cgt bij schoolweigering en cgt bij een dwangstoornis.
CGT BIJ ADHD Tegelijkertijd met de nieuwe zorgstandaard ADHD verscheen de VGCt factsheet ADHD. We spreken van ADHD als mensen ernstig beperkt worden door problemen op het gebied van concentratie en aandacht en/of door hyperactief of impulsief gedrag. Gedragstherapie is een evidencebased behandeling die wordt aanbevolen voor kinderen en jongeren in de zorgstandaard ADHD. Als het gaat om kinderen, dan leren ouders en/of leerkrachten hoe ze het gedrag van het kind op een positieve manier kunnen beïnvloeden. Bij jongeren neemt, naast de ouders en/of leerkracht, de jongere zelf ook deel aan de behandeling. In de factsheet lees je hoe je ADHD kunt herkennen, wat veelvoorkomende comorbide klachten zijn en hoe en wanneer je gedragstherapie kunt inzetten bij kinderen en
10
voor kinderen en
jongeren met ADHD
door ernstig beperkt wordt in zijn functioneren en/of door Wanneer iemand atie en aandacht gebied van concentr problemen op het spreken we van ADHD. of impulsief gedrag, ernstig hyperactief
Hoe herken je ADHD?
meerten signaleren in Ouders en/of leerkrach van en op het gebied dere settings problem atie. pulsiviteit of concentr hyperactiviteit/im ren een gezonde Deze problemen belemme voorveel van lden ontwikkeling. Voorbee en zijn: komende problem
CGT BIJ EEN DWANGSTOORNIS
We spreken van een dwangstoornis als jongeren met ADHD. Ook vind je in de iemand minimaal een uur per dag kwijt factsheet informatie over hoe ouders, is aan dwanggedachten en/of dwangleerkrachten en jongeren gemotiveerd handelingen. Dwanggedachten (obseskunnen worden voor de behandeling. sies) zijn steeds terugkerende, zich opdringende beangstigende of weerzinCGT BIJ SCHOOLWEIGERING wekkende gedachten of beelden. Bij schoolweigering ervaren kinderen en Dwanghandelingen (compulsies) zijn jongeren spanning en stress rondom het handelingen die iemand in gedrag of in naar school gaan en/of het op school denken uitvoert, vaak om angst, spanzijn. Dit leidt vaak tot schoolverzuim. ning of walging te verminderen. In de Schoolweigering heeft vaak een grote factsheet lees je onder meer hoe je een impact op de ontwikkeling en het gaat dwangstoornis kunt herkennen en wat niet zomaar over. Het is dus belangrijk de essentiële kenmerken zijn van cogniom op tijd te reageren. In de factsheet tieve gedragstherapie bij deze stoornis. lees je waarom schoolweigering moeilijk Cgt ziet dwangklachten als een uit de te herkennen is en dat lichamelijke hand gelopen manier om met spanning klachten vaak schoolweigering maskeom te gaan. Tijdens de therapie leren ren. Waar moet je op letten? Wat is mensen dat ze met dwanghandelingen belangrijk bij een effectieve cgt-behanproberen om iets te voorkomen, maar deling? Bij schoolweigering hebben de dat ze daarmee het tegenovergestelde cliënt en zijn ouders vaak al veel gedaan. bereiken. Met de dwanghandelingen Ter verhoging van de motivatie is het houden ze de angst juist in stand. van belang om duidelijk uit te leggen Als hulp bij psycho-educatie staat in de dat eerst wordt gekeken naar de oorzaak factsheet een visuele weergave van de van de aanhoudende schoolweigering. dwangcirkel. Voor het verhogen van de Maak ook duidelijk dat de betrokken motivatie is het belangrijk dat de cliënt partijen goed zullen samenwerken. de cirkel begrijpt. (SM)
Gedragstherapie
, kind met broertjes De relatie van een anoten is problem zusjes of leeftijdge weinig vrienden of tisch; een kind heeft
een kind veel Volwassenen moeten en/of hebben corrigeren en bijsturen een kind. veel conflicten met
wordt gepest.
een kind en ouders De relatie tussen onder druk. en/of leerkracht staat regelmatig in ruzies Een kind belandt . met andere kinderen
De leerprestaties
blijven achter.
Een kind heeft weinig
zelfvertrouwen.
eld. dan bij meisjes vastgest vaker bij jongens naar de kindertijd en wordt en jongeren, waarvan • ADHD begint in van alle kinderen geschat op 3-5% • De prevalentie wordt volwassenheid. en houdt tot in de bestaan uit schatting 60% problem ducatie en kan daarna e of altijd met psycho-e begint medicati ling met start behande • De voor een herapie. De keuze en of er sprake is medicatie en/of gedragst de ernst van de ADHD af van de leeftijd, gedragstherapie hangt n. kinderen met ADHD. van gedragsprobleme circa 50% van de en komen voor bij n ‘genezen’. • Gedragsproblem mptomen bij jeugdige lingen die ADHD-sy • Er zijn geen behande
Factsheet
Cognitieve gedragstherapie bij schoolweigering
?
bij kinderen Bij schoolweigering ervaren jeugdigen spanning en stress rondom het naar school Zowel jongeren als bijen/of gaan op school zijn. Dit leidt vaak tot schoolverzuim (thuisblijven, te laat op is gedrags school komen, eerder weggaan of vermijden van bepaalde schoolse activiteiten). therapie relatief kortdurend, ureerd en Hoe herken je schoolweigering? gestruct doelgericht De jeugdige: Anders dan bij spijbelen: • Toont tegenzin of weigert naar school te gaan. • Raakt overstuur wanneer hij/zij naar school moet of op school is (zich bijvoorbeeld uitend in angsten, lichamelijke klachten of een depressieve stemming).
• Is de jeugdige meestal thuis tijdens het verzuim; de ouders zijn hiervan op de hoogte. • Gaat het verzuim niet gepaard met antisociaal gedrag. Anders dan bij schoolonthouding: • Blijven ouders zich inspannen om hun kind naar school te laten gaan.
Feiten over schoolweigering • De prevalentie wordt internationaal geschat op 0.4-5.4% . • 50 tot 80% van de doorverwezen schoolweigeraars heeft lichamelijke klachten. • Het wordt niet altijd herkend wanneer lichamelijke klachten op de voorgrond staan. • Ongeveer 50% van de doorverwezen schoolweigeraars heeft een angststoornis en/of een depressieve stoornis. • Angst kan zich richten op schoolsituaties, maar ook op wat gezinsleden kan overkomen terwijl de jeugdige op school is.
• Schoolverzuim kan een negatieve invloed hebben op zowel de schoolprestaties als het sociaal-emotionele functioneren van de jeugdige. Er kan ook stress ontstaan in de familie. • Het geeft een hoger risico op psychosociale klachten in de volwassenheid. • Het gaat vaak niet vanzelf over. Wacht niet met reageren tot de jeugdige langdurig verzuimt.
Risicofactoren voor het ontstaan van schoolweigering • Jeugdige: zwak probleemoplossend vermogen, gebrekkige emotieregulatie, sociale isolatie, sociale angst, piekeren, faalangst, separatieangst, depressie. • School: weinig samenwerking tussen ouders en school, weinig steunende leerkracht, onvoorspelbare schoolomgeving, weinig toezicht en structuur, pesten. • Familie: psychopathologie voor ouders (met name angst) en gezinsproblemen. • Veranderingen: zoals overgang naar de middelbare school (complexere sociale situatie), nieuwe docent, scheiding.
Factsheet
?
Cognitieve gedragstherapie bij een dwangstoornis (OCS) Van een dwangstoornis is sprake als iemand minimaal een uur per dag kwijt is aan dwanggedachten en/of dwanghandelingen. Dwanggedachten (obsessies) zijn steeds terugkerende, zich opdringende beangstigende of weerzinwekkende gedachten of beelden. Dwanghandelingen (compulsies) zijn handelingen die iemand in gedrag of in denken uitvoert, vaak om angst, spanning of walging te verminderen.
Hoe herken je een dwangstoornis? De patiënt: wast vaak handen, maakt veel schoon, controleert veel of heeft andere rituelen klaagt over gedachten die hem of haar maar bezig blijven houden doet dingen overdreven vaak of zorgvuldig of een vast aantal keren, of vermijdt juist veel situaties
is veel tijd kwijt om dagelijkse dingen af te krijgen schaamt zich voor de dwangklachten is gespannen, vraagt om slaapof kalmeringsmiddelen
Een dwangstoornis wordt ook een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) genoemd. Deze komt bij ongeveer 2% van de bevolking voor, ongeveer even vaak bij mannen als bij vrouwen. OCS ontstaat bijna altijd voor het 35e levensjaar en gemiddeld voor het 20e jaar. Dwangstoornissen worden vaak niet herkend omdat dwangklachten over zeer uiteenlopende thema’s kunnen gaan. Wassen, controleren, de angst een gewelddadig persoon te zijn of twijfels over de eigen seksuele geaardheid komen het vaakst voor, maar ook tal van andere onderwerpen kunnen de patiënt aanzetten tot dwanghandelingen. OCS veroorzaakt veel ziektelast, ook voor naasten. Spontaan herstel van OCS is zeldzaam.
Cognitieve gedragstherapie (cgt) bij een dwangstoornis
50% tot 70% van de mensen met een dwangstoornis heeft baat bij cognitieve gedragstherapie
• ziet dwangklachten als een uit de hand gelopen manier om met spanning om te gaan • leert mensen dat je angst blijft houden voor datgene wat je probeert te voorkomen, juist doordat je de dwanghandelingen steeds opnieuw uitvoert
• leert mensen om de cyclus van (bang makende) gedachten, angst en dwanghandelingen te doorbreken • is kortdurend: ongeveer 20 sessies van 45 tot 60 minuten • is gestructureerd, doelgericht en kent een vastomlijnde aanpak
Ontwerp je de basiscursus voor cognitief gedragstherapeuten of geef je deze cursus? Dan is het van belang om te weten dat de toetsing in de cursus per 1 juli 2019 wordt uitgebreid met een praktijkopdracht. Volgens het accreditatiereglement vindt de kennismaking met de cognitieve gedragstherapie in de basiscursus zowel plaats op theoretisch als op praktisch niveau, maar de nadruk ligt op de praktijk. Toch werd tot nu toe uitsluitend de theoretische kennis getoetst. Om recht te doen aan de doelen van de basiscursus – die dus grotendeels gericht zijn op het vertalen van de theorie naar de praktijk – heeft het bestuur van de VGCt besloten om naast de huidige theorietoets ook een praktijkopdracht toe te voegen aan de basiscursus.
Om recht te doen aan de doelen is besloten om ook een praktijkopdracht toe te voegen aan de basiscursus
GOEDE PRAKTIJKOPDRACHT Voor cursussen die op of na 1 juli 2019 starten, geldt dat er in de basiscursus minimaal twee toetsen moeten worden afgenomen:
• een theorietoets na het introductiedeel van de basiscursus; • een praktijkopdracht en/of een mini N=1 in het verdiepende deel van de basiscursus, waarin de cursist laat zien dat hij een cgt-procedure beheerst en de rationale kan uitleggen.
Aanpassing herregistratie als supervisor Supervisoren die zich willen herregistreren moeten in totaal 60 nascholingspunten gehaald hebben. Met ingang van 1 juli 2019 moeten hiervan tien punten behaald zijn met het volgen van een nascholing op het gebied van supervisievaardigheden en/of didactiek.
didactiek. Dat kan bijvoorbeeld door op 23 mei deel te nemen aan de bijeenkomst ‘Begeleiden van het schrijven van een N=1’ in Utrecht. Een andere mogelijkheid is het bijwonen van de supervisorenmiddag op 13 juni in Amersfoort. Op vgct.nl vind je het registratiereglement. Je vindt hier ook de pagina herregistratie supervisoren, waar een Ben je supervisor en wil je je vanaf deze overzicht staat van alle activiteiten die datum herregistreren? Zorg er dan voor meetellen voor het behalen van de pundat je nascholing hebt gevolgd op het ten op het gebied van supervisievaargebied van supervisievaardigheden en/of digheden en/of didactiek. Supervisorenmiddag 2017
Een goede praktijkopdracht zou bijvoorbeeld een zelfmodificatieopdracht kunnen zijn. De wijziging geldt zowel voor basiscursussen in de gz-opleiding als voor losse basiscursussen. Omdat het gaat om een verbetering van de kwaliteit van de basiscursus, raden we je aan om de twee toetsen al bij de eerstvolgende accreditatieaanvraag op te nemen. Heb je vragen? Neem dan contact op met Saskia Mulder, s.mulder@vgct.nl 11
Opleidingsnieuws •
Uitbreiding toetsing basiscursus per 1 juli 2019
AGENDA Beter worden in je vak 2019
Dien nu je abstract in voor het najaarscongres najaarscongres 2019
WORK IN P R O G R E SS transitie in
behandelin
g
Vrijdag 12 april Voorjaarsworkshops – Zwolle Donderdag 23 mei Studiedag - Imagery rescripting bij angststoornissen – Utrecht Donderdag 23 mei Bijeenkomst - Begeleiden van het schrijven van een N=1 – Utrecht Vrijdag 7 juni Studiemiddag – Positieve cgt: the next generation – Amersfoort Donderdag 13 juni Supervisorenmiddag – Amersfoort 17 tot 20 juli World congress of behavioural and cognitive therapies – Berlijn
Meer informatie en aanmelden: vgct.nl/agenda
27 | 28 | 29 november 2019 NH-Hotel Koningshof Veldhoven vgctnajaarscongres.nl
De wereld beweegt! Binnen ons werkveld zien we dit duidelijk terug. In de organisatie van de (jeugd)zorg bijvoorbeeld en ook onze manier van denken over ziekte, gezondheid en behandelen verandert. Technologische ontwikkelingen maken het mogelijk om interventies op andere manieren te selecteren en aan te bieden. En binnen de behandeling komt er steeds meer aandacht voor transities. Hoe kunnen we al deze ontwikkelingen het beste integreren in ons therapeutisch handelen? Welke uitdagingen, kansen en mogelijkheden bieden ze ons? Voor het najaarscongres 2019 zijn we op zoek naar bijdragen die aansluiten bij het thema Work in progress, transitie in behandeling. Dien uiterlijk 1 mei je abstract in via vgctnajaarscongres.nl
Dien je abstract in van 1 februari tot 1 mei 2019
Hoe wil jij online gevonden worden? Via de zoekfunctie ‘Vind een therapeut’ op vgct.nl kunnen cliënten een cognitief gedragstherapeut vinden. Veel therapeuten weten niet of, hoe en met welke gegevens ze nu geregistreerd staan. Daarom hebben alle cognitief gedragstherapeuten en supervisoren een mail ontvangen. Hierin staat een link naar een online formulier waarmee je zelf alle relevante data in één oogopslag kunt controleren en aanpassen. 1700 leden hebben inmiddels hun data gecheckt? Heb jij dit nog niet gedaan? Doe dit dan van-
daag nog. Het kost je hooguit twee minuten. Dit kan tot uiterlijk 31 maart. Uiteraard kun je na die datum via Mijn VGCt nog steeds zelf je gegevens aanpassen.
MAAK JE BIG-NUMMER BEKEND Door een wijziging in de wet BIG zijn BIG-geregistreerde zorgverleners per 1 april 2019 verplicht hun BIG-nummer actief bekend te maken, onder meer op websites. Is jouw BIGnummer (correct) bij de VGCt geregistreerd? Check het op vgct.nl bij ‘Mijn registraties’. Klopt er iets niet? Stuur dan een mail naar info@vgct.nl. Wij zorgen dat de aanpassing voor 1 april verwerkt is. Ook is jouw BIG-nummer vanaf die datum voor iedereen zichtbaar via de zoekfunctie ‘Vind een therapeut’.
12
Lees meer op vgct.nl
Colofon Deze nieuwsbrief is een uitgave van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën en verschijnt vier keer per jaar. Overname en vermenigvuldiging van artikelen is toegestaan met bronvermelding. T 030 254 30 54 E info@vgct.nl W vgct.nl LinkedIn en Facebook: VGCt Twitter: @VGCtwit YouTube: VGCtube Instagram: vgct_insta Eindredactie: Mariëtte Lammers en Annet Reusink Aan dit nummer werkten mee: Arnold van Emmerik, Anja Greeven, Ingrid Grutters, Jorn Hövels, Mieke Ketelaars, Saskia Mulder, Dalanda Ouchene, Nienke van Sambeek