Skip to main content

vmagazine 2021-2022

Page 1

vmagazine Holocaust Namenmonument | Liberation Route Europe | Oorlogsmusea | ­Voormalig Nederlands-Indië | Loterijen | Veteranen Search Team | ­Nationale vfonds Kinderprijs | WO2 op Curaçao en Aruba | De Slag om de Schelde | 25 jaar Srebrenica: Gevaarlijke Namen 1


Het verschil maken Een podium vol met in uniform gestoken militairen en een groep energieke ­kinderen en tieners. Militairen die muziek maken als eerbetoon voor veteranen die zich hebben ingezet voor vrijheid en democratie, en kinderen en jongeren die zich hardmaken voor deze ‘grote ­mensen zaken’ in hun eigen wereld. Tijdens de uitreiking van de Nationale vfonds Kinderprijs 2021 eind september in de Schouwburg in Utrecht kwam het allemaal samen. Een groot koperensemble ondersteunde filmbeelden van militairen die in de afgelopen decennia zijn uitgezonden om elders in de wereld te bereiken wat wij hier in ons land ‘gewoon’ zijn gaan vinden: een vreedzame samenleving waarin iedereen vrij is om te zijn wie je wil zijn, waarin we tolerant en respectvol met elkaar omgaan, begrip hebben voor het anders zijn van de ander en voorkomen dat verschillen leiden tot conflict.

04 Holocaust Namenmonument

In gesprek met de motor achter het Holocaust ­Namenmonument in Amsterdam, Jacques ­Grishaver. Waarom móest deze plek met de n ­ amen van 102.220 Joden, Sinti en Roma er komen?

Dat dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is en dat zo’n maatschappij van binnen en van buiten onder druk kan komen te staan, lieten de genomineerde kinderen van de Nationale vfonds Kinderprijs zien door elk op hun eigen manier op te komen voor vrijheid en gelijkheid in ons land. Kinderen die zich keren tegen zinloos geweld en pesten, die zich inzetten voor daklozenopvang en voor Limburgse slachtoffers van de overstromingen. Kinderen die het ook opnemen voor de mensen die door de coronacrisis te lijden hebben gehad. Of die strijden tegen racisme en discriminatie, voor het klimaat en voor hun stem voor de toekomst. Gelukkig leven op we op een plek in de wereld waar vrede en vrijheid meestal als water uit de kraan komt. Het is iets om te koesteren en daar willen we ons bij vfonds hard voor maken. Soms met een bijdrage aan iets groots als het Holocaust Namenmonument of de speelfilm De Slag om de Schelde, maar soms ook aan initiatieven die minder zichtbaar – maar daarmee niet minder relevant zijn. Zoals het Veteranen Search Team. Met een financieel steuntje in de rug kan de stichting op gestructureerde en succesvolle wijze de politie ondersteunen met het zoeken naar vermisten en daarmee cruciaal zijn voor de verwerking van intens verdriet van mensen. Met vfonds willen we ons inzetten voor al die zaken die we hier in ons koninkrijk met vallen en opstaan hebben opgebouwd en die het verdienen om beschermd te worden. In dit magazine staat talloze voorbeelden om te laten zien dat het allemaal niet eenvoudig en makkelijk is, dat we daarbij moeten leren omgaan met een soms pijnlijk verleden, maar dat je met hoop en inzet, én met een beetje financiële ondersteuning van onder andere vfonds, een heel eind kunt komen. Lisette Mattaar Directeur / Secretaris Raad van Bestuur vfonds 2

48 Erevelden en begraafplaatsen

Beeldverslag van bovenaf van vier indrukwekkende militaire begraafplaatsen.

30 Oorlog op Aruba en Curaçao Het verhaal over de Tweede ­Wereldoorlog in de Cariben.


71 De Slag om de Schelde

Drie jongeren bekeken de oorlogsfilm De Slag om de Schelde en beantwoorden de vraag wat zij zouden doen als zij in de schoenen zouden staan van karakters in de film.

15

Liberation Route Europe

21 Oorlogsmusea

Hoe vertel je het verhaal van de Tweede Wereldoorlog zodat het nu relevantie heeft? Een gesprek erover met de directeuren van Herinneringscentrum Kamp Amersfoort en het Oorlogsmuseum Overloon.

De bevrijding van Europa begon vanuit het Westen in Londen en eindigde in Berlijn. Nu is het een wandelroute geworden langs plekken waar de vrijheid meter voor meter moest worden ­bevochten.

68

Loterijen

Jaarlijks spelen zo’n vier miljoen Nederlanders mee met een loterij. Dorine Manson, managing director van de Goede Doelen Loterijen, over de maatschappelijke rol en impact ervan. En over de ­uitdagingen van nu.

74

Particuliere giften

Drie donateurs over hun gift aan vfonds.

54 De oorlog in Indonesië

Een geschiedenis die ons niet los kan laten. Een gesprek over wat er is gebeurd en hoe we dat moeten begrijpen met schrijver van Revolusi David van ­Reybrouck en programmadirecteur van het NIOD Frank van Vree.

64 De Wereld van de Oost

Hoe met een educatief programma naast de speelfilm de Oost jongeren bewust worden gemaakt over wat er daadwerkelijk is gebeurd vanuit verschillende perspectieven.

34

Nationale vfonds Kinderprijs

Ook kinderen bemoeien zich met zaken als oorlog, conflict, vrijheid en gelijkheid. Een dertienjarig ­meisje won er zelfs een prijs mee.

16

25 jaar Srebrenica: Gevaarlijke Namen

Het verhaal achter 8.372 namen van omgekomen burgers.

44

Veteranen Search Team Met veteranen zoeken naar ­vermiste personen.

78

Bestuurlijke rollen

Een gesprek met Ton Rombouts, Matthieu Borsboom en John Bakker. 3


4


‘Heel veel ouders die de Holocaust hebben overleefd droegen hun verdriet alleen’ Jacques Grishaver (1942), voorzitter van het Nederlands ­Auschwitz Comité en initiatiefnemer van het Holocaust Namenmonument. Tekst Koos de Wilt

5


E

lk jaar organiseren wij met het Nederlands Auschwitz Comité een lezing ‘Nooit meer Auschwitz’ in het Tropenmuseum. Dat is een bijeenkomst waar altijd zo’n man of vijfhonderd op af komen. Nog steeds. We nodigen altijd invloedrijke mensen uit en in 2011 hadden we Daniel Libeskind gevraagd om een lezing te geven over het Joods Museum dat hij in Berlijn had gebouwd. Ik haalde hem en zijn vrouw op van het Centraal Station hier in Amsterdam en voelde gelijk dat er een klik was tussen ons. Wij zijn ongeveer dezelfde types: niet zo groot, een beetje gedrongen en ongeveer net zo oud. Hij is van vlak na de oorlog, geboren in Polen, zijn ouders hadden allebei de kampen overleefd. Ook mijn ouders hadden als een van de weinigen in de familie de oorlog overleefd. Ik vertelde hem wat ik van plan was met een Namenmonument. Hij zei onmiddellijk dat hij dat wilde maken. Ik zei nog: ‘Maar voor een superarchitect als jij hebben we geen geld.’ Waarop hij zei: ‘Heb je mij over geld horen praten?’ Bijzonder is dat hij voortdurend aan boord bleef, ook toen het allemaal niet zo makkelijk verliep. Ik was er al sinds 2006 mee bezig, we hadden al vijftienduizend steunbetuigingen en het werd echt serieus. In 2012 zijn we naar New York gevlogen om het verder te bespreken met Libeskind. In eerste instantie was het plan het Namenmonument te maken in het Wertheimpark in de Plantagebuurt in Amsterdam, bij het Auschwitzmonument van Jan Wolkers. Zijn beeld moest een soort entree zijn voor het Namenmonument. Maar veel omwonenden waren tegen ons plan. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat er zoveel hobbels op de weg zouden zijn. In de documentaire die gemaakt is over het proces naar dit monument zegt Libeskind dat het wel lijkt of het uitlaten van honden belangrijker is dan de moord op 102 duizend mensen. Gelukkig waren er ook veel mensen die voor waren. Toenmalige burgemeester van Amsterdam Eberhart van de Laan stelde toen voor een andere plek te zoeken en toen kwam een van zijn ambtenaren met deze plek op de Weesperstraat, tussen de Nieuwe Herengracht en de Nieuwe Keizersgracht, direct achter Hermitage Amsterdam. Het rare was dat ik deze plek wel kende, maar nooit was opgevallen. Ik heb er nog met mijn

6

‘Het enige wat ik Libeskind heb ­meegegeven is dat er een ­vermelding moest zijn van de naam, geboortedatum en de leeftijd.’

verloofde langs gelopen, met Loes, de vrouw met wie ik nu zestig jaar getrouwd ben. Bijzonder was dat hier lange tijd een monument stond waar de Joden de Amsterdammers bedankten voor hun hulp in de oorlog. Bijzonder eigenlijk als je je realiseert dat er 60 duizend Amsterdammers zijn weggehaald en vermoord. Nu staat dat Erkentelijkheidsmonument op het Westerplein, op de oude plek voor de Diamantbeurs, waar nu Capital C in zit. Ons monument, het Namenmonument komt helemaal tot zijn recht op de Weesperstraat. Midden in de Joodse buurt. Vlak bij de synagoge, bij het Joods Historisch Museum en om de hoek van waar de Joodse Raad zetelde in de oorlog. Veel mensen vonden dat er wel genoeg beelden waren voor de Joodse slachtoffers. Ook veel prominente Joodse mensen zagen het niet zitten. Er was al veel en was het niet tijd om verder te gaan? Maar er was nog geen monument met de namen van de mensen die vermoord zijn en die geen eigen graf hebben. Het Namenmonument geeft een plek aan alle 102.220 Joden, Sinti en Roma die vanuit Nederland zijn vervolgd en gedeporteerd, ook aan gedeporteerde Nederlandse Joden woonachtig in andere landen en die in naziconcentratie- en vernietigingskampen zijn vermoord en ook aan hen die zijn omgekomen door honger of uitputting tijdens transporten en dodenmarsen en van wie geen graf bekend is. Hier komt alles samen. Op de hekken staan alle dorpen


en steden waar Joden zijn weggehaald. Net als Parijs en Boedapest heeft Amsterdam nu een plek met de namen van mensen die zijn weggehaald. Het enige wat ik Libeskind heb meegegeven is dat er een vermelding moest zijn van de naam, geboortedatum en de leeftijd. Niet waar ze zijn omgekomen en ook niet het jaartal waarop ze zijn vermoord. Elke naam moest ook apart worden vermeld. Ieder persoon krijgt zijn of haar eigen plek tussen medeslachtoffers. Zeker voor jongeren zal die leeftijd indruk maken. Dan zie je je eigen leeftijd of die van je vader of moeder en ben je niet aan het rekenen. Ook wilden we een bak hebben met steentjes die mensen op basaltranden kunnen neerleggen. Ik krijg regelmatig te horen: maar Jacques, het is allemaal zo lang geleden en dan laat ik het even zitten. Maar dan kom ik er later toch op terug. Dan komt het gesprek

op het feit dat ze morgen met de hele familie naar de voetbal gaan. En wat nou, zeg ik dan, als je ’s morgens wakker wordt en je erachter komt dat al die mensen met wie je naar de voetbal wilde, allemaal zijn weggehaald en vermoord. Dan pas realiseren ze zich wat dat betekent. Bij ons thuis ging het altijd, altijd over de oorlog. Als jongen verborg ik mij, trok me met een boek terug in mijn kamer. Ik sloot me af van het feit dat mijn hele familie is vermoord, behalve mijn vader en mijn moeder. Vooral mijn moeder had een trauma en elke keer als we voetstappen in de portiek hoorden, hoopte mijn moeder dat het iemand van haar familie was. Maar iedereen was vermoord. Ik heb een broer en een zus die er allebei echt aan onderdoor zijn gegaan. Ik niet, ik had Loes. Ik ben in eerste instantie ook gewoon doorgegaan met mijn leven, maar kwam

7


mezelf natuurlijk op een gegeven moment tegen. Ik weet nog, dat was op een moment dat ik liedjes aan het luisteren was van Toon Hermans, een heel alledaags moment eigenlijk. Ik was als baby ondergedoken met mijn opa in een straatje in Amsterdam-Oost. Mijn hele familie zat opgesloten in de Hollandse Schouwburg: mijn grootouders, mijn vader en moeder en haar twee jongste zussen. Twee andere zussen waren al afgevoerd naar Auschwitz. De vijfde zus was gemengd gehuwd en sprak vloeiend Duits, dus die had weinig problemen. Mijn ouders zijn via de tuin aan de achterkant van de schouwburg bevrijd door Jacques van der Kar, een Joodse verzetsstrijder en een vriend van mijn opa. Die zei tegen hem: haal mijn dochter en schoonzoon er maar uit, want die hebben nog een kleintje. Dat was mijn geluk en van mijn ouders. De rest van de familie heeft de oorlog niet overleefd. Alles is weg. Het feit dat mijn ouders het hebben overleefd kwam dus omdat ik er was. Later konden we weer thuis wonen, omdat mijn vader illegaal een hervormd doopbewijs had kunnen bemachtigen. Ik stel me weleens voor dat het lijkt alsof je bij de dokter komt die vertelt dat je nog maar een paar weken te leven hebt. Die radeloosheid moet het zijn geweest. Toen ik een keer een IKEA-kastje maakte voor mijn dochter kwam ik klem te zitten in het kastje en zag ik ineens het beeld van mijn vader die zijn hand voor zijn mond hield om stil te blijven. Ik was één, dus kan het mij niet echt herinneren, denk ik. Toen begon ik ineens te zweten in dat IKEA meubel, terwijl ik normaal gesproken nooit transpireer. Ineens voelde ik de angst van opgehaald te worden bij een razzia. Na de oorlog heeft mijn vader zich uitgeschreven van de Joodse gemeente, de J moest uit de documenten. Op mijn zestiende had ik me weer ingeschreven. Toen ik dat thuis vertelde, vroegen mijn ouders of ik gek was geworden. Die drang zat er bij mij dus al vroeg in. Ik ben er een paar keer behoorlijk ziek van geweest. Ik heb jarenlang bij psychiater Eddy de Wind gelopen. Hij was ook een overlevende van de oorlog en heeft daar een boek over heeft geschreven, Eindstation Auschwitz. Later ben ik bij een jonge, vrouwelijke psychiater gekomen die niet Joods was en die niets wist van Auschwitz. Met haar had ik de afspraak dat zij me zou helpen en ik haar Joods zou

8

leren koken. Van haar kwam het idee om manieren te vinden om meer te betekenen voor de Joodse gemeenschap. Erover spreken heeft mij enorm geholpen. Mijn vrouw was niet Joods, maar is het wel geworden, en mijn zoon is ook in Israël gaan studeren. Heel veel ouders die Auschwitz hebben overleefd droegen hun verdriet alleen, die wilden hun kinderen er niet mee confronteren. In 1998 ben ik, nadat ik al lang betrokken was, eerst interim en later echt voorzitter geworden van Auschwitz Comité. Met leden ben ik heel vaak naar Auschwitz en Sobibor gegaan. Heel bijzonder, toen ik daar voor de eerste keer was, voelde ik helemaal niks. De jaren erna heb ik altijd gehuild. Ik weet niet waarom ik zo koel bleef die eerdere keer.

‘Alles is weg. Het feit dat mijn ouders het hebben overleefd kwam dus omdat ik er was.’

Het monument is 250 meter lang, hier tussen de golvende muren, opgebouwd uit 102 duizend bakstenen, zie je erbovenop een spiegelend roestvrijstalen geheel in de vorm van vier Hebreeuwse letters die staan voor ‘ter herinnering’. En kijk, daar zie je de namen van mijn familie. Heel veel stenen met de naam Walvis en Grishaver. Heel veel stenen zijn er ook van Cohen en van Polak. Daar verderop is de lange lijst van mensen met de naam Frank. Anne staat er ook bij, zij heette eigenlijk Annelies. Annelies Frank, 12.6.1929 - 15 jaar, staat er. Kinderen zien dit ook en krijgen daar iets van mee. Het begint met pesten. Bij twee peuters die allebei het blauwe blokje willen hebben. De volgende fase is


Holocaust Namen­monument | vfonds

groepsvorming en de volgende stap is uitsluiting van Joden of Marokkanen. Het eindigt uiteindelijk bij een monument als dit. Het monument is een plek waar nabestaanden hun geliefden kunnen herdenken. Maar het vormt ook een blijvende waarschuwing voor de dramatische gevolgen die racisme en discriminatie kunnen hebben. Het Holocaust Namenmonument is gratis toegan­ kelijk en is dagelijks geopend van 8:00 tot 20:00 uur.

Bij vfonds proberen we met de projecten die we steunen ­relevantie en betekenis van herdenken te bieden voor zoveel mogelijk mensen. Dat doen we door meerdere gezichtspunten te laten zien en aansluiting te vinden bij ieders belevingswereld, in een vorm die bij hen past. Het Auschwitz Comité heeft hier met de bouw van het Namenmonument een unieke bijdrage aan geleverd. Dat was een uitdaging, want welke vorm en welke intentie kun je bieden, passend bij de tijdsgeest en de behoeften uit de s­ amenleving? Met deze plek is een unieke herdenkingsplek gecreëerd voor de maatschappij. Een plek als deze biedt openingen om het gesprek aan te gaan met elkaar, om troost uit te putten, om even stil te staan bij wat zich hier heeft afgespeeld, om te rouwen en samen te herdenken. Met name voor de jongere generatie is de Tweede Wereldoorlog iets wat behoort tot het verleden. Daarom is het educatieprogramma dat gekoppeld is aan het ­Namenmonument een belangrijke toevoeging. Hierbij kunnen scholieren uit heel Nederland het monument ­bezoeken, gecombineerd met andere belangrijke ­historische locaties, waaronder het Joods Historisch Museum, de Portugese Synagoge of het Verzetsmuseum. Onderweg leren ze over de geschiedenis van deze voormalige Joodse buurt van Amsterdam. Ter voorbereiding op het bezoek volgen leerlingen op school de lesmodule ‘Een mens is pas vergeten…’. Via deze les maken zij kennis met een leeftijds- of plaatsgenoot die de Holocaust niet heeft overleefd. Het Namenmonument wordt daarmee meer dan een fysieke plek, en onderdeel van een les die altijd actueel blijft. Kijk voor meer­i­ nformatie over het lesmateriaal en hoe dit te gebruiken op joodsmonument.nl. Vfonds is vanaf het begin betrokken geweest bij de ­totstandkoming van het Namenmonument en subsidieerde een substantieel deel van de bouw, de opening en het educatieve programma.

9


Over de ­­achter­gronden van het beleidsplan van vfonds Burgerschap en het bereiken van duurzame vrede

10


Sinds 2021 heeft vfonds een aangescherpt beleidsplan. De m ­ issie: vanuit de lessen getrokken uit oorlog en conflict ­bijdragen aan een democratische rechtsstaat en een vreed­zame samenleving. Hiermee wil vfonds verschillende generaties ­inspireren en stimuleren zich hier actief voor in te zetten. Maar welke lessen kunnen we eigenlijk trekken uit oorlog en conflict? Hoe bereik je vrede? En hoe probeert vfonds vanuit die lessen bij te ­dragen? Tekst Renee Middendorp en Koos de Wilt | Illustratie Renee Middendorp

N

oorwegen staat op nummer 1 van het Positive Peace Report van 2020, een jaarlijks rapport over hoe vredebestendig een land is. Nederland staat op nummer zeven onder Scandinavische landen en Zwitserland. Helemaal onderaan bungelen landen als Yemen, Somalië en Afghanistan. Volgens Marcel Smits is de hoge score van Noorwegen tekenend. ‘Het laat zien hoe duurzaam de vrede daar is, hoe veerkrachtig dat land blijkt te zijn, tien jaar na de bomaanslag in Oslo en de schietpartij op een politiek jeugdkamp op het eilandje Utøya waar 77 mensen om het leven kwamen.’ Smits is directeur van FCS Impact Onderzoek, een bureau dat advies en training geeft op het gebied van duurzame economische ontwikkeling en verantwoord ondernemen in fragiele settings en

Het Institute for Economics and Peace Het IEP is het instituut dat verantwoordelijk is voor het jaarlijkse Positive Peace Report. Het IEP adviseert over­heden, internationale organisaties, de Wereldbank, de Verenigde Naties, investeerders en bedrijven. Het gaat daarbij steeds over staten met een zwak bestuur en economie, met grote sociale en politieke spanningen en interne conflicten. IEP heeft bijvoorbeeld onderzoek gedaan om de kosten te begrijpen die vluchtelingen opleggen aan de economieën van gastlanden in de regio in het Midden-Oosten. Ook deed het onderzoek naar de impact van geweld van extremisme op de economie van zestien Afrikaanse landen. Daarnaast heeft IEP de Verenigde Naties en de Wereldbank geholpen om de risico’s in te schatten waar de landen Oeganda, Sierra Leonne en de Filippijnen mee te maken hebben.

(­ post-) conflictgebieden. Daarnaast werkt Smits voor het Institute for Economics and Peace (IEP).

Marcel Smits adviseerde ook vfonds bij het onderbouwen van de nieuwe missie met het negative en Positive Peace Framework als uitgangspunt. Wat is dat framework precies, en op welke manier kan het gebruikt worden? Smits: ‘Het gedachtegoed gaat terug op dat van de Noorse socioloog Johan Galtung, vanaf de jaren vijftig de belangrijkste grondlegger van de discipline van vredes- en conflictstudies. Het IEP heeft zijn gedachtegoed meetbaar gemaakt. Negative peace staat voor de mate van vrede, waarbij de aanwezigheid dan wel afwezigheid van oorlog, conflict en geweld als indicatoren fungeren. Dit wordt gemeten door de Global Peace Index (GPI), die onafhankelijke staten en territoria rangschikt op basis van hun niveau van vreedzaamheid. Met de Global Peace Index kunnen grote dalingen in vrede op basis van data worden voorspeld. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken werkt met het model in haar ontwikkelingsbeleid. De GPI wordt ieder jaar geproduceerd en gepubliceerd door het IEP.’ Minder bekend is haar tegenhanger, de Positive Peace Index (PPI), zo vertelt Marcel Smits: ­‘Positive peace staat voor de mate van duurzame vrede en de veerkracht van een samenleving. Om zoiets abstracts duidelijker te maken kan een vergelijking worden getrokken met de medische wetenschap. Geneeskunde heeft geleid tot vele doorbraken in ons inzicht in hoe ziekten te ­behandelen en te genezen. Het was echter

11


pas toen de medische wetenschap haar aandacht verlegde naar de studie van gezonde mensen dat we begrepen wat we moesten doen om gezond te blijven, bijvoorbeeld door lichaamsbeweging, een goede mentale instelling en een uitgebalanceerd dieet. Dit kan alleen zijn geleerd door te bestuderen wat werkte en wat niet. Op dezelfde manier is de studie van conflict anders dan de studie van vrede, en levert deze heel verschillende uitkomsten op.’ Maar waaruit bestaat die positive peace dan precies? ‘Uit statistisch onderzoek’, zo legt Smits uit, ‘blijkt dat de meest vreedzame landen in de wereld acht dingen gemeen hebben. Dat zijn een goed functionerende overheid, een min of meer rechtvaardige verdeling van middelen, een vrij informatieverkeer, een goede relatie met buren, een hoog niveau van opleiding en kennis, acceptatie van andermans rechten, een laag corruptieniveau en een gezond ondernemingsklimaat. Hier spreek je van samenlevingen met een hoge mate van positive peace, oftewel duurzame vrede en veerkracht. De mate van positive peace kan bepaald worden door goed te kijken naar alle factoren die daaraan bijdragen - de gedragingen, de aanwezigheid en werking van instituten en overheidsstructuren de mate waarin een land inclusief is, of er welzijn wordt ervaren en of mensen bijvoorbeeld gelukkig zijn.’ Dat wordt vervolgens uitgedrukt in de zogenoemde Positive Peace Index. Wat kun je met dergelijke uitkomsten? Een tekort aan positive peace is vaak een voorspeller van een toekomstige toename van gewelddadige conflicten en dus van negative peace. Terwijl dezelfde factoren die bestendige vrede creëren, leiden juist tot vele andere positieve resultaten, zoals een bloeiende economie, een schoner milieu, een hogere veerkracht en het vermogen om als samenleving om te gaan met veranderingen. Met andere woorden, landen met een hoge positieve vrede hebben meer kans om hun stabiliteit te behouden en gemakkelijker te herstellen van interne en externe schokken.

12

NEGATIVE PEACE

Oorlog en conflict

1. Kennis van oorlog en conflict

2. W aardering voor de democratische ­rechtsstaat

Begripsbepalingen Democratische rechtsstaat

Vreedzame samenleving

In een democratische rechtsstaat worden de vrede en vrijheid van ­mensen beschermd door wetten, systemen en kwalititatieve, onafhankelijk van elkaar functionerende instituties. Onze rechtsstaat is g­ ebaseerd op het menselijke gelijkheidsideaal en is onderdeel van de internationale rechtsorde. Na de Tweede Wereldoorlog is Nederland onderdeel geworden van grotere internationale instituties zoals de NAVO, de EU en de Verenigde Naties. Deze bondgenootschappen zijn in het leven geroepen om veiligheid, vrijheid en internationale samenwerking van de aangesloten landen te garanderen en te bevorderen. Hier horen afspraken en verdragen bij. Zo staat in de Neder­ landse grondwet dat de regering zich actief inzet voor de bevordering van de internationale rechtsorde. De inzet van Nederlandse militairen op internationale missies draagt hieraan bij. Het versterken van de democratische rechtsstaat draagt bij aan één van de indicatoren van de Positive Peace Index, namelijk een goed functio­ nerende overheid.

In een vreedzame samenleving is ­iedereen vrij om te zijn wie hij wil zijn. Mensen respecteren tegelijker­tijd de vrijheid en rechten van ­anderen. Mensen zijn tolerant en ­hebben begrip voor het anders zijn van de ander. Hierdoor wordt voorkomen dat verschillen uitmonden in conflict. De vreedzame samenleving heeft daarbij een inclusief karakter. Elke inwoner van het Koninkrijk der Nederlanden voelt zich onderdeel van het geheel. Het versterken van de vreedzame samenleving draagt bij aan één van de indicatoren van de Positive Peace Index, namelijk de acceptatie van andermans rechten.

Oorlog en conflict Kennis over oorlog en conflict, zowel nationaal als internationaal, zowel in heden als verleden maakt ons duidelijk wat het belang is van een democratische rechtsstaat en hoe deze door oorlog en conflict wordt verstoord. Vfonds vindt het daarom heel belangrijk om deze kennis te b ­ lijven verzamelen, verrijken en delen. Vfonds richt zich daarbij


4. Vaardigheden om actief bij te dragen aan de vreedzame ­samenleving

POSITIVE PEACE

Versterken ­democratische ­rechtsstaat en ­vreedzame samenleving

3. W aardering voor ­veteranen en politie

op oorlogen en conflicten waar de ­huidige i­ nwoners van het Koninkrijk der Nederlanden mee te maken hebben of hebben gehad. Om als krachtig middel te dienen waaruit lessen worden getrokken, is het van belang dat er een relatie is tussen de oorlog of conflict en de doelgroep die vfonds aanspreekt. De Tweede Wereldoorlog blijft de centrale rol spelen, omdat deze oorlog grote invloed heeft gehad op onze samenleving en democratische rechtsstaat en hiermee een verbindend cultureel ijkpunt is.

Veteranen Veteranen zijn militairen en ex-militairen die actief hebben bijgedragen aan het versterken van onze democratische rechtsstaat en de vreedzame samenleving door het dienen van het Koninkrijk der Nederlanden in oorlogsomstandigheden of vredesmissies in internationaal verband. Naast de individuele waardering voor veteranen vanuit het overheidsbeleid, gelooft vfonds dat ook de publieke waardering voor veteranen onverminderd van belang blijft. Veteranen

spreken bovendien uit eigen ervaring over oorlog en conflict. Hun verhalen en getuigenissen blijven daarom ook in de toekomst belangrijk voor onze samenleving.

Politie Veteranen hebben bijgedragen aan het beschermen en handhaven van onze vrede en vrijheid. De politie zet zich hier dagelijks voor in en zorgt voor de handhaving van de democratische rechtsstaat in het Koninkrijk der Nederlanden. Zij beschermt iedereen die in Nederland woont of verblijft en verleent hulp aan mensen die deze nodig hebben. Vfonds richt zich zowel op de actief dienende als de politie veteraan, ongeacht of er ervaringen zijn opgedaan in binnenof buitenland. Deze inzet vormt het fundament van onze democratische rechtsstaat en vreedzame samen­ leving, oftewel positive peace.

Positive peace is volgens Smits dus niet iets wat je van de ene op andere dag kunt realiseren en zijn in bijvoorbeeld landen als Afghanistan en Somalië nog ver te zoeken. ‘Het is echt iets van de lange adem en ieder land zal eraan moeten blijven werken want vrede is jammer genoeg niet vanzelfsprekend. Door het te meten, kunnen we positive peace ook beginnen te beïnvloeden met gericht beleid en innoverende programma’s. Precies hierin wil vfonds de komende jaren investeren.’ Duurzame vrede ‘Met de projecten die vfonds steunt willen we ook daadwerkelijk impact hebben’, zegt Lisette Mattaar, directeur van vfonds. ‘Je wil het verschil maken. De Positive Peace Index is een mooie meetlat waarlangs je vrede en het functioneren van democratische systemen kunt meten. Het gaat hier natuurlijk om hele grote mechanismen. Je moet je realiseren dat ondanks dat je invloed op het geheel beperkt is, je wél invloed kunt hebben op een kleiner gedeelte, mits dat goed gefundeerd is.’ Maar de vraag is dan: hoe beoordeel je dat? Hoe zorg je dat het gebaseerd is op heldere criteria? De middenas van het model is het ontbreken van oorlog, maar dat wil nog niet zeggen dat er dan sprake is van een vreedzame samenleving. Dan kun je nog steeds in een dictatuur leven waar mensenrechten worden geschonden.’ Om dat te illustreren verwijst Mattaar naar de winnaars van de Nobelprijs van de Vrede. ‘In 2021 waren dat de Filipijnse Maria Ressa en de Rus Dmitri Moeratov. Het comité erkende daarmee de inspanningen van de twee journalisten om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen, een voorwaarde voor democratie en duurzame vrede. Opvallend is dat Maria Ressa eerder dit jaar al onderscheiden was met de Four Freedoms Award, een prijs die vfonds ondersteunt. Het ging bij deze prijzen over vrijheid van meningsuiting en daarvoor hoeft een land niet in oorlog te zijn. Een vreedzame samen­ leving is meer dan dat.’

13


‘De studie van conflict is ­ anders dan de studie van ­vrede en levert heel verschillende ­uitkomsten op.’ Volgens de directeur kan ook Nederland hier lering uit trekken. Mattaar: ‘We staan op de ­zevende plek van de Global Peace Index. Zijn we dan goed op weg of is er dan nog werk te doen? Hier zit een dubbel signaal in. We kunnen enerzijds blij zijn met de vrijheid en vrede die we zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden in ons land, anderzijds mogen we zeker niet achteroverleunen. Ik vind de situatie best zorgelijk als het gaat over het functioneren van ons democratisch stelsel, over discriminatie van minderheidsgroepen en geweld op straat. Er zijn steeds meer ­spanningen in de samenleving en de politie krijgt steeds meer te maken met geweld. Daarom zet vfonds zich ook in voor meer erkenning en waardering voor hun werk.’ En hoe geeft vfonds daar dan handen en voeten aan? Mattaar: ‘We hebben bij vfonds ervaren dat mensen positief worden beïnvloed door hen op meerdere niveaus te verrijken: op het gebied van kennis, waardering en vaardigheden. Om van meer negative peace naar meer positive peace te komen hebben we daarom vier doelstellingen geformuleerd. Ten eerste is dat het vergroten van kennis van oorlog en conflict, ten tweede het vergroten van waardering voor de democratische rechtsstaat, ten derde het vergroten van de waardering voor veteranen en politie en ten slotte het vergroten van vaardigheden om actief bij te dragen aan de vreedzame samenleving. We steunen projecten die aan ten minste drie van de vier doelstellingen bijdragen.’ Wie bereikt vfonds hiermee? Mattaar: ‘we richten ons op de volle breedte van de samenleving in het gehele Koninkrijk der Nederlanden. Zowel bij de keuze voor de projecten en de doelgroepen

14

die daarmee worden bereikt, de partners, personen en organisaties met wie vfonds nauw samen­ werkt als de mensen die werken voor vfonds. Om aansluiting te (blijven) vinden bij een jong en divers publiek is bovendien het type ­project nodig dat juist voor hun aansprekend is en die de verbinding maken tussen het verleden en het heden. Denk aan organisaties die de inhoudelijke boodschap van nationale herdenkingen steunen, die kennis over het ontstaan van oorlog en de kennis over militaire (vredes)missies vergroten en waarin persoonlijke ­getuigenissen en verhalen over oorlog en conflict centraal staan. Ook gelooft vfonds dat leerlingen al op jonge leeftijd kunnen leren hoe zij zelf actief kunnen bijdragen aan een vreedzame samenleving. Hiervoor zijn vaardigheden nodig. Het gaat hier dan over de bekwaamheden om al jong te oefenen, de ­dialoog aan te gaan, te onderhandelen, kritisch na te denken en vooral ook goed te luisteren. In dat kader steunt vfonds ­diverse ­educatieve projecten die aansluiten op burgerschapsonderwijs, zoals de interactieve tentoonstelling De Democratiefabriek, over democratie, burgerschap en diversiteit. Of het Nationaal G ­ esprek over Vrijheid, waarin minder vanzelfsprekende ontmoetingen tot stand worden gebracht tussen mbo-­studenten en bewindslieden en politici over vrijheid en actief burgerschap. Maar ook lespakketten waarin leerlingen aan de slag k­ unnen met thema’s en dilemma’s uit films als De Slag om de Schelde en De Oost. Wilt u met uw project bijdragen aan onze m ­ issie? Lees op vfonds.nl ons subsidiekader en meer ­informatie over het indienen van een subsidie­ aanvraag.


Liberation Route Europe Een wandelroute door het verleden, een pad naar de toekomst.

en bijzondere gesprekken op gang brengen. De Liberation Route Europe Hiking Trails combineert een wandelroute vol bezinning langs memorabele plekken uit de Tweede Wereldoorlog en de opmars van de geallieerden, vanuit Londen, naar Normandië, langs de Ardennen, door Nederland en uiteindelijk doorstekend richting Berlijn.

Richting geven

Wandelen, beleven, met elkaar in gesprek gaan en ­herdenken. De wandelroutes van de Liberation R ­ oute Europe zijn op 22 juli 2021 geopend en leiden langs heel veel plekken uit de Tweede Wereldoorlog. Zo ­komen de verhalen over de oorlog vanuit verschillende ­perspectieven samen in één wandelroutenetwerk. Tekst Koos de Wilt en Renee Middendorp Bij oorlogvoering denken we al snel aan raketten, vliegtuigen, tanks en auto’s, maar veel militairen moesten gedurende de Tweede Wereldoorlog ook gewoon heel veel marcheren. Net zoals ­Romeinse militairen dat duizenden jaren eerder ook deden toen ze de grenzen van Rome oprekten. Bij lange wandelroutes

over grenzen heen denken we vooral aan de pelgrimsroute naar Santiago de ­Compostella, de route waarlangs de wandelaars, zich konden bezinnen en met elkaar in gesprek konden komen. Door de natuurlijke snelheid van wandelen registreren we de omgeving op z’n scherpst, kunnen we ­bijzondere ervaringen opdoen

Het idee van de Liberation Route Europe startte zo’n dertien jaar geleden met het doel om de vele internationale en nationale verhalen bijeen te brengen in één Hiking Trail. Verhalen van de verschillende r­ egio’s, gedenkplaatsen en mensen, verteld vanuit vele verschillende perspectieven. Door al die plaatsen met elkaar te verbinden wordt door elk verhaal de complexiteit van de oorlog voelbaar. Feitelijk is de Liberation Route Europe Hiking Trails daarmee een betekenisvolle en duurzame vorm van toerisme geworden met tast­ bare markeringen in het landschap die de plaatsen niet alleen markeren, maar ook richting geven. Deze zogenaamde Vectors of Memory worden de komende tijd op meer dan honderd iconische plekken in het landschap geplaatst. Sommige zijn monumentaal groot en andere kleiner en fungeren voor de wandelaars steeds als een kleine ontdekking, zoals je een zeldzaam dier ontdekt in het bos. Met de Liberation Route Europe worden de vele lagen van de oorlog blootgelegd en wordt duidelijk wat oorlog daadwerkelijk ­betekende voor burgers en militairen.

15


Van Londen naar P ­ ortsmouth

Van Portsmouth naar Normandië

Feitelijk is er geen begin van de trail, je kunt beginnen op elke willekeurige locatie die je maar wilt. Een mooi begin is misschien wel de Churchill War Rooms even ten westen van de Westminister Brigde in Londen. Hier kwamen tijdens de meest donkere dagen Winston Churchill, zijn oorlogskabinet en het leger samen om plannen te maken die uiteindelijk zouden leiden tot D-Day, het begin van de bevrijding van Europa. Aan de andere kant van de Theems, ten oosten van Waterloo Station bevindt zich het imposante Imperial War Museum, aanvankelijk opgericht ter herdenking van de gevallenen in de Eerste Wereldoorlog. Vanaf 1939 begon men hier met het aanleggen van een collectie Tweede Wereldoorlog-materiaal en vanaf 1953 werd de collectie uitgebreid met materialen uit alle oorlogen van het Verenigd Koninkrijk.

Hemelsbreed maar enkele tientallen kilometers van de Britse kust vond op 6 juni 1944 op de kust van Normandië de massale landing plaats van ongeveer 24.000 man geallieerde troepen. Doel was een bruggenhoofd te vestigen om van daaruit nazi-Duitsland te verslaan, dit met de hulp van het Sovjetleger aan het Oostfront. Er was een vloot van meer dan 6.900 ­schepen nodig om de aanvalstroepen op vijf stranden te zetten. De landingsstranden kregen van west naar oost de codenamen Utah en Omaha (V.S.), Gold (Brits), Juno (Canadees) en Sword (Brits). Het waren vooral Amerikanen, Britten en Canadezen die een hoofdrol vervulden, maar ook de Nederlandse luchtmacht, marine en landmacht leverden een bijdrage, evenals de Franse, Griekse, Noorse en Poolse ­marine. Ondanks het slechte weer en de felle Duitse tegenstand was de operatie een succes. Daarvoor werd wel een hoge prijs betaald. De Britten, Canadezen en Amerikanen verloren op D-day vele duizenden manschappen. Maar de meeste sneuvelden onder de Franse burgerbevolking. Ook aan Duitse zijde vielen vele duizenden doden. Aan de kusten van Normandië herinneren veel plekken langs de ­Liberation Route aan de eerste dagen in juni 1944. Bij Vierville-sur-Mer, is ook het Omaha Beach National Guard Monument, bij Colleville-sur-Mer de American Cemetery, waar 9387 Amerikaanse militairen liggen begraven en de begraafplaats van La Cambe. Ook hier in de buurt is de Pegasusbrug, een brug over het Kanaal van Caen nabij Ouistreham. De brug was een van de belangrijke in te nemen doelen door de Britse 6e Luchtlandingsdivisie voorafgaand aan de landingen in Normandië.

Zo’n 80 kilometer ten zuiden van Londen ligt de kustplaats Portsmouth. In het Southwick House kregen de plannen vorm van Operation Overlord; de invasie van Normandië. Vele duizenden ­militairen gingen aan boord om weer aan land te komen op de kust van Normandië. Vlak bij Southwick House kun je de Golden Lion Pub nog bezoeken waar de generaals Eisenhower en Montgomery samenkwamen voor een laatste borrel. In Portsmouth kun je het D-Day Story Museum bezoeken, in 2018 op de shortlist van de verkiezing van het Europese Museum van het Jaar. Verder is er in Portsmouth het Quay House dat tijdens de D-Day-campagne fungeerde als het hoofdkwartier van het inschepingsgebied.

Het Ardennenoffensief In het najaar van 1944 waren de geallieerde legers opgerukt tot aan de lijn van Luxemburg naar A ­ ntwerpen. De bedoeling was snel door te stoten, maar tot onaangename verrassing van de geallieerde troepen botsten zij tijdens het Ardennenoffensief in december op Hitlers beste troepen. De geallieerde en Duitse troepen kwamen

16

meer dan zes weken lang tegenover elkaar te staan. Bij het knooppunt Bastogne groeven de verkleumde paratroepers van de Amerikaanse 101st Airborne Divisie zich in om het laatste wanhoopsoffensief van nazi-Duitsland te dwarsbomen. Uiteindelijk lieten de uitgeputte Duitse troepen op 25 januari hun voertuigen achter omdat er geen brandstof meer was. Het Ardennenoffensief bleek de duurste militaire operatie ooit te worden van het Amerikaanse leger. Bij de slag om de Ardennen vielen aan geallieerde en Duitse zijde bijna 40.000 doden en meer dan 80.000 gewonden. Ook verloren zo’n 2.500 burgers in België en 500 in Luxemburg bij deze strijd het leven. Het Bastogne War Museum, onderdeel van de Liberation Route Europe herinnert aan deze Slag om de Ardennen. Het museum bevindt zich op een steenworp van het beroemde Mardassonmonument, de belangrijkste herdenkingsplaats van de Tweede Wereldoorlog in de Ardennen en in België. Verder op de route bevinden zich hier in de buurt onder andere de Bastogne Barracks, het Monument Patton, het Monument voor generaal McAuliffe en het 101st Airborne Museum.

Operatie Market Garden In september 1944 dropten de geallieerden ook drie luchtlandingsdivisies in het bezette Nederland. Het doel was een paar belangrijke bruggen veilig te stellen om een snelle tocht naar Berlijn mogelijk te maken. Operatie Market Garden werd uitgevoerd door 41.628 Engelse, Amerikaanse en Poolse luchtlandingstroepen en drie divisies grondtroepen. Men hoopte met een snelle opmars de oorlog voor de kerst te kunnen beëindigen. Vooral door het slechte weer, hevig Duits verzet en het feit dat


1 er een te grote afstand was tussen de luchtlandingszones en de bruggen bij Arnhem en Nijmegen verliep het allemaal anders. Bij Nijmegen werd de brug over de Waal veroverd, maar de brug bij Arnhem bleek een brug te ver te zijn. Vele oorlogsmusea staan daarbij stil en worden door de Liberation Route Europe Hiking Trail voor het eerst met elkaar verbonden. De route volgt het populaire Aribornepad en het Brabantse deel gaat met dank aan Visit Brabant Routebureau volledig bewegwijzerd worden.

Themaroute De Slag om de ­Schelde Alle aandacht van de geallieerden voor Operatie Market Garden had ook gevolgen elders, zoals voor het gebruik van de haven van Antwerpen als logistieke aanvoerhaven. Het grote probleem was namelijk dat ondanks dat de haven in geallieerde handen was, deze niet gebruikt kon worden doordat de Duitsers de Scheldemonding naar de haven controleerden. De Duitsers waren zich bewust van het belang van Antwerpen en hadden hun po-

sities rond de Westerschelde zwaar versterkt. Deze situatie leidde tot wat bekend werd als de Slag om de Schelde. De inzet was het gebruik van de haven van Antwerpen en daarmee de mogelijkheid voor de geallieerden om de laatste fase van de oorlog op een effectieve manier te voeren. De speciale themaroute die het verhaal van de Slag om de Schelde vertelt sluit in Antwerpen aan op de hoofdroute Londen-­ Berlijn. Behalve Zuid-­Beveland en Walcheren doorkruisen we hier ook Zeeuws-­Vlaanderen, Antwerpen en de Brabantse Wal. Tal van Floor- en Wall Vectors markeren de route.

Bevrijding Limburg Het legeronderdeel dat tijdens zijn opmars richting Aken en passant een groot deel van Zuid-Limburg zou bevrijden, was het 19e Amerikaanse Legerkorps (bij- naam ‘Tomahawk’) onder leiding van Charles H. Corlett. Op zondag 12 september om 10.00 uur in de ochtend overschreden zij de Nederlands-Belgische grens bij Mesch in Eijsden-­Margraten. Het dorpje wordt als eerste dorp in N ­ ederland bevrijd! ­

4

Het Oorlogsmuseum Overloon is het oudste ­museum over de Tweede Wereldoorlog met een indruk­wekkende collectie aan militair materieel. Hier beleef je de bezetting en de vervolging, het verzet, D-Day en de Slag om Overloon tijdens de bevrijding van Zuid-­Nederland. Bij de opening van het vernieuwde m ­ useum in oktober 2021 is ook de eerste ­Remembrance Site Vector van Europa geplaatst als onderdeel van de Hiking Trail. De maar liefst 3,40 m ­ eter hoge vector werd op spectaculaire wijze onthuld onder toeziend oog van o.a. de voorzitter van de Raad van Bestuur van vfonds, Matthieu Borsboom en de Directeur van LRE Foundation.

2

In het Vrijheidsmuseum Groesbeek wordt de ­geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in ­Duitsland en Nederland getoond. Vanuit verschillende perspectieven worden de menselijke dilemma’s en onbekende verhalen van burgers en militairen in beeld gebracht. Vrijheid en onvrijheid vormen de rode lijnen. Met een vaste en steeds een tijdelijke tentoonstelling, zoals in 2021 De Democratiefabriek, waarbij kinderen zelf konden ‘sleutelen’ aan thema’s als democratie, diversiteit en burgerschap.

3

Rijen, eindeloze rijen van witte marmeren kruizen en Davidssterren. In totaal liggen precies 8.301 Amerikaanse militairen onder deze kruizen en Davidssterren begraven. Nog eens 1.722 namen staan vermeld op de Muren der Vermisten. Tot ver in de omtrek is de Amerikaanse Begraafplaats Margraten zichtbaar door een dertig meter hoge toren. De Fields of Honor Foundation organiseert het tweejaarlijkse eerbetoon De Gezichten van Margraten waarbij mensen de kans krijgen om kennis te maken met deze militairen. Verwijzend naar onder meer de Four Freedoms van voormalig Amerikaans president Roosevelt wil het eerbetoon bewustzijn creëren over de vele soorten vrijheid en hoe deze door ieders inspanningen betekenis krijgen.

In Airborne Museum bij Arnhem ontdek je de wereld­ beroemde Slag om Arnhem in Villa Hartenstein, het voormalige hoofdkwartier van de Britse troepen tijdens de slag. Hier zie je een uitgebreide collectie wapens, kleding, uitrustingsstukken, interviews, foto’s en video’s en de met prijzen bekroonde Airborne Experience. In deze ondergrondse ruimte treden bezoekers zelf in de voetsporen van een soldaat.

17


Berlijn Londen

Portsmouth Bastogne Parijs

De Hiking Trail is niet bewegwijzerd maar maakt gebruik van bestaande ­wandelinfrastructuur zoals LAW-paden en wandelknooppunten. De verhalen langs de route worden de komende jaren staps­gewijs gemarkeerd met honderden Vectors of ­Memory, ontworpen door Studio Libeskind. De eersten zijn al in Nederland te zien. Zelf de route lopen? Op l­ iberation­route.com lees je de talrijke storylines en kun je je eigen route samenstellen. Op de smartphone is vanaf voorjaar 2022 de Liberation Route Europe app te downloaden. Deze gratis app biedt direct toegang tot historische gebeurtenissen, bezienswaardi­heden, biografieën, luister­ verhalen en Vectors of Memory. Bij de ANWB is de Nederlandstalige Rough Guide ­‘Bevrijdingsroute Europa’ verkrijgbaar die je goed geïnformeerd op weg helpt.

5

3 2 1

6

18

7

4


5

Op zaterdag 5 mei 1945 kwam in Hotel de Wereld de Canadese generaal Charles Foulkes met de Duitse bezettende militairen de overgave van de Duitsers in Nederland overeen. Wageningen noemt zich tegenwoordig ‘Stad der Bevrijding’. In het hotel leer je aan de hand van vijf bijzondere verhaallijnen in beeld en geluid meer over de rol van het hotel in die eerste meidagen van 1945, de capitulatiebesprekingen en het einde van de oorlog voor Nederland. Loop zelf om de onderhandelingstafel heen, beleef het mee en doe de virtuele tour via capitulatie45.nl

6

Het Bevrijdingsmuseum Zeeland maakt met een Wall Vector zichtbaar onderdeel uit van de Liberation Route. Hier ervaar je aan de hand van de Slag om de Schelde hoezeer de vier vrijheden, die Franklin D. Roosevelt op 6 januari 1941 uitsprak in zijn Four Freedoms Speech, nog zo met onze eigen tijd te maken hebben. Deze vrijheden - vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees – zijn noodzakelijk voor een menswaardig bestaan en voorwaarden voor een leven in een wereld van vrijheid en democratie.

Op vele l­ ocaties in de wijde omgeving liggen gemarkeerde veldkeien, de zogenoemde luisterplekken waar je indrukwekkende belevenissen van één of meerdere personen in de jaren ’44-’45 kunt beluisteren. Van Margraten tot Mook komen tientallen Vectors of Memory die belangrijke plekken markeren. Met dank aan Visit Zuid-Limburg en Limburg Marketing komen er ook dagroutes en ‘zondagmiddaguitjes’ om korte wandelingen mogelijk te maken.

Themaroute Noord-Nederland Na het mislukken van operatie Market Garden besloten de geallieerden om eerst oostwaarts aan te vallen, ­richting de Rijn en het Duitse binnenland. Later zou het noordelijk deel van Nederland worden bevrijd. Dat uiteindelijk driekwart van Nederland werd bevrijd door de Canadezen is maar bij weinig mensen bekend. Om dit onderbelichte verhaal te vertellen wordt er een speciale themaroute gemaakt van Zeeland naar Groningen. De route volgt op enkele plekken de al ontwikkelde tracés, zoals door Zeeland en het Rijk van Nijmegen, maar een groot deel van de route wordt nieuw ontwikkeld. In Drenthe, Friesland en Groningen zijn grootse plannen. De nationale route is naar verwachting eind 2022 open voor bezoekers.

De Slag om Berlijn Twee weken na de landing van de geallieerden in Normandië begon het Sovjetleger vanuit het oosten aan de laatste campagne tegen de Duitse Wehrmacht. Op 16 oktober 1944 staken Sovjettroepen de Duitse grens over. Stalin wilde dat zijn troepen koste wat kost eerder in Berlijn zouden aankomen dan de Amerikanen en op 16 april 1945 begon het Sovjetleger aan het laatste offensief richting Berlijn. Op 21 april 1945 bereikten de eerste eenheden uiteindelijk de stad. In huis-aan-huis gevechten werden de Sovjetsoldaten geconfronteerd met wanhopige, maar felle Duitse weerstand. Britse en Amerikaanse luchtaanvallen ondersteunden het Sovjetoffensief op de grond. Uiteindelijk gaf op 2 mei het Berlijnse garnizoen zich over aan het Sovjetleger. In wat nu het Duits-Russische Museum heet werd de overgave getekend. In de Slag om Berlijn verloren de Sovjets meer dan 80.000 man, terwijl de Duitse militaire verliezen worden geschat op bijna 100.000 gesneuvelden. Het aantal burgerslachtoffers is niet bekend, maar moet indrukwekkend zijn. In de stad herinneren vele plekken, monumenten en musea aan de oorlog. Zo is er het AlliertrenMuseum, het Joods Museum, het Holocaust Monument en het Berlin 1939-1945 Commonwealth War Cemetery.

7 Liberation Route Europe F ­ oundation | vfonds

De Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn is de enige Duitse oorlogsbegraafplaats in Nederland. Hier liggen zo’n 32.000 Duitse oorlogsdoden begraven, maar ook enkele burgers en andere nationaliteiten die voor de Duitsers gevochten hebben en in Nederland omgekomen zijn. Het nieuwe bezoekerscentrum draagt bij aan het vergroten van kennis over een beladen plek die voor velen nog onbekend terrein is.

De Liberation Route Hiking Trail is een van de projecten van onze partner de Liberation Route Europe Foundation. Door vanuit verschillende invalshoeken verhaallijnen uit de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog te belichten, richt de route zich op de waarde van internationale samenwerking, het belang van democratie, vrijheid en de instituties die deze beschermen maar ook hoe deze door oorlog en conflict kunnen worden verstoord. Vfonds vindt het belangrijk om deze kennis te blijven verzamelen, verrijken en delen en heeft de Liberation Route Europe vanaf de beginperiode, in 2008, ondersteund. Mede hierdoor kon de organisatie worden opgezet, is het netwerk uitgebreid en vond de internationale lancering plaats. Daarnaast is de wetenschappelijke onderbouwing van de Liberation Route gerealiseerd en werden succesvolle publiekscampagnes rond 75 jaar vrijheid ontwikkeld. In 2021 zijn we een derde partnership aangegaan om de route verder te verduurzamen. Vfonds steunt daarnaast ook vele musea en herinneringsplekken die verbonden zijn aan de route.

19


Tips voor 2022 Houd deze sportevenementen in de gaten

Invictus Games The Hague | Den Haag, 16-22 april

World Police & Fire Games | Rotterdam, 22 – 31 juli

Het internationale sportevenement voor fysiek en mentaal gewonde (oud-)militairen is tweemaal noodgedwongen uitgesteld, maar in april 2022 is het dan zo ver: 500 deelnemers uit 20 landen komen samen in Den Haag en laten zien wat zij, ondanks hun verwondingen, kunnen bereiken. Ieder met een eigen verhaal, maar allen hebben ze de innerlijke kracht gevonden om door te gaan en zichzelf op te richten. Vfonds stond als founding partner aan de wieg van deze editie in ­Nederland om breder begrip en respect te genereren voor hen die zich die zich hebben ingezet voor onze vrede en vrijheid. Blijf op de hoogte van het laatste nieuws, tickets en coronamaat­regelen via invictusgames2020.com

Binnen onze landsgrenzen zijn politiemensen degene die zich inzetten voor het beschermen en handhaven van onze vrede en vrijheid. Een prachtig moment om hen in de schijnwerpers te zetten is de World Police & Fire Games. Vfonds is dan ook trotse partner van de editie die in 2022 voor het eerst plaatsvindt in Nederland. De internationale spelen draait om ontmoeting, sportiviteit en respect. Vanuit 70 verschillende landen doen er zo'n 10.000 deelnemers mee aan tal van sportdisciplines. Naast politie bestaan de deelnemers uit mensen die werken bij de brandweer, douane en Dienst Justitiële Inrichtingen. Rotterdam vormt het kloppende hart. Kijk voor meer informatie over deelname, tickets en coronamaatregelen op wpfgrotterdam2022.com

COLUMN

Vrijheid door de ogen van Isabel Provoost Als je de betekenis van het woord democratie opzoekt staat er dat dit een bestuursvorm is, waarin het volk regeert. Dit is natuurlijk wel erg letterlijk genomen, maar je kunt hieruit wel concluderen dat de stem van het volk erg belangrijk is. Ik denk dat we vandaag de dag de kritische vraag mogen stellen of dit dan ook wel écht zo is. Ik praat vaak met mijn vrienden, collega’s of medestudenten over de situatie waarin we nu leven en veel van hen voelen,

20

net als ik, een beperking in hun vrijheid. Ik heb anderhalf jaar niet naar school kunnen gaan, ik kan al anderhalf jaar niet optreden en ook een uitlaatklep zoals festivals of naar feestjes gaan is er niet voor ons als jongeren. Ik merk bij mezelf, maar ook bij de mensen om mij heen dat dit een grote druk op ons legt. Ik denk dat ik namens vele jongeren, maar ook muzikanten mag spreken dat wij ons niet gehoord voelen in onze democratie. Ik ben vorige week na anderhalf jaar twee keer op de universiteit van Tilburg geweest om aan mijn studie te kunnen werken en toen merkte ik nóg meer hoeveel dit voor mij betekende. Ik voelde me sinds lange tijd weer vrij om te doen waar ik goed in ben en waar ik veel plezier aan beleef. Tijdens de Four Freedom Awards mocht ik een ontzettend bijzonder gesprek voeren met de Filipijnse journalist Maria Ressa (zij won eind 2021 ook de Nobelprijs voor de Vrede red.).

Op het eind van het gesprek vertelde ze mij “what we do now matters” en dat vond ik enorm inspirerend. Ik denk dat als het gaat om onze vrijheid van meningsuiting hierin ook geldt, dat wat we nu doen en waar we ons nu hard voor maken, telt. En dat dit al helemaal een enorm grote rol speelt in de tijd waarin we nu leven. Ieder jaar krijgen vijf personen en/of organisaties een Four Freedoms Award uitgereikt, als blijk van waardering voor hun strijd voor de Vier Vrijheden van Franklin D. Roosevelt. Deze onderscheidingen worden in de even jaren uitgereikt in Middelburg en in de ­oneven jaren in New York. Samen met Stichting Vrijheidscolleges organiseerde de Roosevelt Foundation in 2021, na afloop van de ceremonie, een Meet-up waar jongeren met de awardwinnaars in gesprek gingen. Zangeres en rechtenstudent Isabel Provoost sprak met Maria Ressa over ‘Freedom of Speech’, ofwel vrijheid van meningsuiting.


Herdenkings­musea 2.0 Hoe oorlogsmusea en herdenkingscentra hun verhaal vertellen aan toekomstige generaties

Door heel Nederland zijn er musea en herdenkingscentra die verhalen vertellen over oorlog en hun bezoekers prikkelen na te denken over het verleden en de betekenis daarvan in het heden. Wat is hun verhaal en hoe wordt dat verteld bij Herinneringscentrum Kamp Amersfoort en het oudste Tweede Wereldoorlog museum van Nederland in Overloon? Een gesprek met de directeuren. Tekst Koos de Wilt 21


‘Verhalen uit Kamp Amersfoort v­ anuit v­ erschillende ­perspectieven’  Directeur Willemien Meershoek over Nationaal Monument Kamp Amersfoort

De barakken van Kamp Amersfoort werden vanaf eind jaren zestig stukje bij beetje afgebroken tot in het begin van de nieuwe eeuw de Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort werd opgericht. Het oude kazerneterrein werd een herdenkingsplek aan wat vanaf 2007 Loes van Overeemlaan is gaan heten. Inmiddels is er een volwaardig museum van gemaakt waar het doorvoer-, straf-, en werkkamp in herinnering wordt gehouden en waar bezoekers met zichzelf geconfronteerd worden over vragen over goed en kwaad.

O

p een grote grijze binnenplaats zijn honderden afdrukken geplaatst van voeten waar je als bezoeker op kunt staan en van waar je uitkijkt op grote bronzen laarzen van een kampcommandant. Op de appèlplaats kijk je ook uit op wat de rozentuin werd genoemd, een smalle strook waar gevangenen tijdens de oorlog soms een etmaal lang, in weer en wind, stil moesten staan tussen het prikkeldraad. Willemien Meershoek is sinds zes jaar directeur van Nationaal Monument Kamp Amersfoort en neemt plaats op een van de voetafdrukken: ‘De bronzen laarzen laten de machtsverhouding zien in deze verbeelding van het appèl. Scholieren gaan daar allemaal op staan, zo valt me op. Die uniformlaarzen komen beneden in de tentoonstelling terug bij het verhaal van de Karl Peter

22

Berg, de Lagerkommandant die hier in het kamp berucht was om zijn wreedheden en die daarnaast betrokken was bij de executie van 77 Russische en circa 200 niet-Russische gevangenen.’ Een jaar voor de oorlog zou uitbreken was het terrein in gebruik genomen als kazernecomplex voor Nederlandse gemobiliseerde militairen. In 1941 nam de bezetter het in bezit als Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, een doorvoerkamp voor doorzending naar concentratiekampen over de grens. Daarnaast was het een werk- en strafkamp met een extreem regime. In eerste instantie belandden er politieke gevangenen, zwarthandelaren en vooral veel opgepakte onderduikers die aan de arbeidsinzet wilden ontkomen. Het werd een berucht kamp. Beulen en kapo’s traden wreed op, de gevangenen moesten zwaar werk verrichten terwijl het eten er weinig en beroerd was. Tussen 1941 en 1945 belandden hier zo’n 37.000 gevangenen van wie er ongeveer 20.000 werden gedeporteerd naar concentratiekampen overal in vooral Duitsland. Er stierven 650 mensen in het kamp zelf. Kamp Amersfoort werd met de directe omgeving de grootste executieplaats in Nederland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Armando

Halverwege de jaren zeventig waren alle barakken er weggehaald. Er is niet veel over van het oorspronkelijke kamp, alleen een appèlklok, een uitkijktoren, de beruchte schietbaan, een deel van de toegangspoort en vijf eikenbomen die stille getuigen zijn van het kwaad. Een schuldig landschap, de bomen hebben alles gezien, zoals kunstenaar Armando zou zeggen’,


zo vertelt Meershoek als ze in de winkel naar een T-shirt wijst met Armando’s kortste gedicht: Zwart Zwart. ‘Armando was hier in de omgeving opgegroeid, hij heeft soldaten en uitgeputte gevangenen gezien en bleef zijn leven lang gefascineerd door de plek. Veel ervan is terug te zien in zijn werk als beeldend kunstenaar. Tot aan zijn dood in 2018 kwam hij hier elk jaar. “Al zou ik op mijn knieën moeten komen”, zo vertelde hij me eens.’ Ook zonder veel historische objecten is het kampterrein met de roestig stalen omheining een indruk-

wekkende plek geworden. Op de binnenplaats staat een maquette van de barakken die er ooit stonden en aan de andere zijde een modern glazen paviljoen waar ooit het huisje van de kampcommandant stond en waardoor je naar beneden loopt naar de tentoonstelling. Beneden aan de trap naar de ondergrondse tentoonstellingszalen zijn ook nog twee muurtekeningen van het kamp te zien die tijdens de verbouwing achter schrootjes zijn teruggevonden, zo legt Meershoek uit. De tekeningen vertellen het onware verhaal van een vredig kamp. Wat wil Meershoek bereiken met wat hier te beleven is? ‘In de vaste

23


tentoonstelling laten we de verschillende perspectieven ervaren van wat er hier in de oorlog allemaal is gebeurd. Met zowel de verhalen van slachtoffers als die van daders. Heel lang wisten we nauwelijks iets over de daders. Dat waren de kwaaien en daar mochten we ons niet mee associëren. Nu lichten we die juist ook uit en daarmee ook hoe het kwaad in iedereen zit. Nabestaanden willen weten waarom hun opa hier zat en ook wat hun opa hier gedaan heeft. Kamp Amersfoort is een verschrikking geweest; niet alleen door het gedrag van de SS-bewakers, maar ook door het gedrag van de Nederlandse bewakers, en zelfs een aantal gevangenen. Met afscheidsbrieven van mensen die werden geëxecuteerd, maar ook met knuppels en kamplaarzen van daders vertellen we dat verhaal. Ook zie je daar een rijtje restanten van oude schoenen die rond het kamp zijn gevonden waar je als bezoeker achter staat, oog in oog met een rijtje in de lucht hangende geweren die op jou is gericht.’

Loes van Overeem

In de grote zaal beneden wordt aan de hand van korte teksten, veel persoonlijke spullen en met veel foto’s de verhalen verteld van kampbewaarders en slachtoffers. Meershoek: ‘Die man die je aankijkt hier is de oorspronkelijke verzetsman Teun van Es die ook antisemiet bleek te zijn en hier in Amersfoort een meedogenloze kampbeul werd. Hij bestempelde de Amsterdams-Joodse Monne de Miranda van onder tot boven met het cijfer 7, onder meer op zijn voorhoofd, en vertelde hem dat dit het aantal dagen was dat hij nog te leven had. De 67-jarige SDAP-­ wethouder overleed uiteindelijk tien dagen na aankomst in het kamp aan de gevolgen van het onder onmogelijke omstandigheden werken en zeer ernstige mishandelingen door Van Es. Hierachter zie je een grote foto en de knuppel van de oorlogsmisdadiger Joseph Kotalla, een van de zogenaamde Drie van Breda. Hij hangt naast het verhaal en foto van vrijwilligster van het Rode Kruis Loes van Overeem, de vrouw die op eigen initiatief actief betrokken was met het lot van gevangenen in Kamp Amersfoort, Kamp Vught, Amsterdam en Utrecht. Van Overeem bracht medicijnen en voedsel naar de kampen en organiseerde dat er wekelijks duizenden boterhammen werden gesmeerd in zogenaamde ‘smeer­ stations’. Toen de Duitse ­kampleiding

24

‘De kampbeul bestempelde de ­Amsterdams-Joodse Monne de M ­ iranda van onder tot boven met het cijfer 7, onder meer op zijn voorhoofd, en vertelde hem dat dit het aantal dagen was dat hij nog te leven had.’ was vertrokken was ‘de Witte Engel’ tot de bevrijders er waren kampcommandant. Er is ook een restant van een schep te zien die gebruikt is door gevangenen en de bronzen laarzen van de kampbeul Berg. Daarachter een enorme wand met zwart-wit foto’s van duizenden slachtoffers, wiens naam je kunt intypen waarna hun foto oplicht. We hebben nu vierduizend foto’s van de 47.000 gevangenen die hier hebben gezeten. Steeds komen er nieuwe bij.’ Wat kunnen kinderen met deze plek? Meershoek: ‘Leerlingen van MBO Amersfoort komen hier allemaal in het kader van burgerschap. Wat je vaak ziet is dat ze nauwelijks geïnteresseerd binnenkomen en dan ineens geraakt worden door de uitvergrote foto’s van gezichten met de verhalen en denken: verhip, dat zou ik zelf kunnen zijn of mijn eigen broer. Het


Oorlogsmusea en ­herinneringscentra | vfonds Vfonds is ervan overtuigd dat het levend houden van de herinnering aan oorlog bijdraagt aan het bewustzijn rond de onze democratie en de betekenis van vrede en vrijheid vandaag de dag. Oorlogsmusea en herinneringscentra spelen hierin een belangrijke rol. Dit zijn de plekken waar de geschiedenis gevoeld en doorgegeven wordt. Soms beladen en confronterend en altijd vol met verhalen. Dankzij de Stichting Musea en Herinneringscentra ‘40-’45 (SMH) heeft vfonds toegang tot 14 samenwerkende musea- en herinneringscentra die zich richten op de periode 1940-1945. Unieke locaties door heel Nederland waarin we al sinds 2013 grootschalig geïnvesteerd hebben. De SMH vormt bovendien een directe gesprekspartner voor vfonds, zoals in 2020 en 2021 rondom het noodsteunloket. Vfonds heeft het Ministerie van VWS voorgesteld om financiële steun te bieden aan deze locaties om de coronacrisis door te komen. Ook zijn we met de SMH betrokken bij het samenwerkingsverband Platform WO2, dat de Staatssecretaris van VWS in 2016, mede op initiatief van vfonds, in het leven heeft geroepen.

komt hier onder de grond heel dichterbij allemaal. We proberen de bezoeker te laten ervaren waar wij als mensen toe in staat zijn in tijden van rechteloosheid. Naast de vaste tentoonstelling hebben we een groepsprogramma in een aparte zaal waar je in een kring op witte stoelen zit en met een virtual reality bril op dilemma’s krijgt voorgelegd door Journaal presentator Winfried Baijens. Ook dat komt heel dichtbij. Dan blijkt ineens hoe moeilijk het soms is keuzes te maken en waardoor je bewust wordt van je motieven, vooroordelen, de groepsdruk of andere zaken die je keuzes beïnvloeden.’

Verwerking

Wat moeten we in deze tijd eigenlijk nog met verhalen van slachtoffers en daders van gebeurtenissen die meer dan vijfenzeventig jaar geleden hebben plaatsgevonden? Meershoek: ‘Toen het vijftig jaar geleden was dachten veel mensen ook al dat het afgelopen zou zijn met herdenken. Dat blijkt hele-

maal niet zo te zijn. Datzelfde zien we bijvoorbeeld in België bij de Eerste Wereldoorlog. Dat is nu meer dan honderd jaar geleden en ook dat leeft als nooit tevoren. Het lijkt dat we nu pas aan de verwerking toekomen. Naast confrontatie met wat je zelf zou doen, is dit ook de plek waar de herinnering van Kamp Amersfoort in ere wordt gehouden. Verdiepen in de geschiedenis, bijwonen van herdenkingen en elkaar ontmoeten helpen nabestaanden steeds een stukje verder in de verwerking. Kamp Amersfoort geeft op deze plek van terreur oud-gevangenen weer een naam en een gezicht. En daar is nog steeds behoefte aan.’ Vlak voordat je de trap weer naar boven neemt en door een ijzeren poort uitzicht hebt op de beruchte schietbaan is er nog een wand waarop je met een witte stift een reactie kunt schrijven op de vraag wat deze bespiegeling met je doet. Meershoek: ‘Hier blijkt dat niet alleen nabestaanden worden geraakt, maar ook nabestaanden van de tweede, derde en nu zelfs vierde generatie. Vaak hebben de slachtoffers nauwelijks iets verteld over wat ze hebben meegemaakt. Dat deed men vroeger niet. Niet alleen kregen de slachtersoffers door hun zwijgen verschijnselen van PTSS, maar ook hun kinderen en zelfs kleinkinderen hebben er last van. Maar opvallend is ook wat jongeren delen op de muur.’ Ook een bezoek brengen aan Nationaal Monument Kamp Amersfoort? Het museum is van dinsdag t/m vrijdag van 11:00 tot 17:00 uur geopend en op z­ ater-, zon- en feestdagen van 12:00 tot 17:00 uur. Kijk voor meer informatie over het reserveren van ­tickets, rondleidingen en coronamaatregelen op kampamersfoort.nl

25


‘Voor mij is het van belang dat we met deze verhalen kunnen gaan herkennen ­welke maatschappelijke onderstromen kunnen ­leiden tot zoiets afgrijselijks als oorlog’

26


‘Objecten zijn dragers van v­ erhalen’ Directeur Erik van den Dungen van Oorlogsmuseum Overloon

Oorlogsmuseum Overloon is in 1946 als eerste WOII-museum in Europa begonnen met een verzameling van objecten die waren achter­gebleven na de Slag bij Overloon, voor velen de zwaarste ­tankslag die ooit op ­Nederlands grondgebied heeft plaats­gevonden. Tegenwoordig staat het museum voor de vraag hoe een ­oorlogsmuseum over de Tweede W ­ ereldoorlog nog a ­ ctueel is voor een eigentijds publiek. Een gesprek daarover met de d ­ irecteur van het museum.

O

m nazi-Duitsland op de knieën te krijgen bedacht de Britse generaal Montgomery in september 1944 het beroemde aanvalsplan Market Garden. Door luchtlandingen bij Arnhem en het vrijmaken van een smalle corridor door Zuid-Nederland zouden geallieerde militairen een verdere opmars maken naar Berlijn. Dat plan slaagde echter maar gedeeltelijk en op 30 s­ eptember raakten beide partijen in hevig gevecht in de buurt van het plaatsje Overloon. Duitse Panther-tanks en Amerikaanse Sherman-tanks bestookten elkaar onophoudelijk en ongeveer een week later mengden ook Britse troepen zich in de strijd. Bijna drie weken duurde het voordat Overloon en het zuidelijker gelegen Venray werden bevrijd. De Slag bij Overloon kwam bekend te staan als de zwaarste tankslag die ooit op Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden en geschat wordt dat er meer

dan duizend militairen sneuvelden en idem aantal gewonden. In het Oorlogsmuseum Overloon zijn verschillende voertuigen uit die strijd te zien, zoals een Duitse Panther-tank en Britse en Amerikaanse tanks en kanonnen. Een Overloonse ambtenaar vond dat er iets moest gebeuren met deze restanten van de Slag. Toen deze Harrie van Daal na de Slag was teruggekomen in zijn totaal verwoeste dorp bleek niet alleen zijn eigen achtertuin een soort tweede Ieper te zijn geworden, maar ook in het Overloonse bos vond hij veel meer overblijfselen van de strijd. Al de gevonden voorwerpen vormden in 1946 basis van het eerste museum over de Tweede Wereldoorlog in West-­Europa, nog voor het dorp was opgebouwd. Een verzameling objecten die de oorlog tastbaar hielden. Aan de huidige directeur van het museum was het zes jaar geleden de taak het museum naar een nieuwe fase te trekken. Erik van den Dungen (56) heeft niet een traditionele museale achtergrond. Hij studeerde bedrijfseconomie in Tilburg, werkte lange tijd in het bedrijfsleven, ging daarna in het onderwijs werken en solliciteerde uiteindelijk op de functie van directeur bij Overloon. ‘Eigenlijk heb ik altijd een fascinatie voor geschiedenis gehad. Ik wilde dat ook gaan studeren na mijn Gymnasium, maar mijn moeder dacht dat het toen beter was dat ik “een echt vak leerde”, zoals ze dat noemde. Maar mijn economische kennis en ervaring heb ik in het museum zeker kunnen gebruiken.’ Waar gaat het bij zijn museum om? Van den Dungen: ‘In onze communicatie zeggen we al een tijdje dat de oorlog in het museum hoort. Ons museum gaat

27


over het ontstaan, verloop en de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. In een film die sinds kort in ons museum wordt vertoond wordt niet alleen gezegd dat de oorlog in het museum hoort, het vult aan dat het daarbuiten aan jou is. We proberen onze bezoekers op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken. De objecten die de basis vormen van ons museum zijn voor sommige bezoekers op zich al interessant om te zien, maar wij zien deze hardware vooral als dragers van verhalen. Het gaat ons er niet zozeer om vijf verschillende stenguns naast elkaar te presenteren voor mensen die gefascineerd zijn door deze wapens, eerder om te laten zien wat zo’n wapen is en wat daarmee is gebeurd in de oorlog. Het wrak van een Britse Lancaster bommenwerper dat we hier in het museum laten zien is voor de meeste bezoekers ook een drager van een verhaal. Van de mannen die hierin zijn omgekomen en waarvoor zijn hun leven hebben gegeven.’ In de buurt van Oorlogsmuseum Overloon is de eerste grote Vector of Memory van de Liberation Route geplaatst. Een speciale markering op het unieke routenetwerk van Londen tot Berlijn, dat op een duurzame manier onze gedeelde Europese geschiedenis verbindt. Wat betekent dat voor de museumdirecteur? Van den Dungen: ‘Ik hoop dat het helpt ons museum met de andere musea te verbinden die zich ook bezighouden met het verhaal van de oorlog. Ons museum ligt voor veel Nederlanders niet op de bekende Market Garden-route terwijl we wel het oudste en in vierkante meters het grootste WOII-museum zijn van Nederland. Samen met anderen vertellen we het verhaal van de oorlog en een verbinding kan een breder begrip vergroten.’

Het #Vteam test-panel over hun bezoek aan ­Oorlogsmuseum ­Overloon: 12 #Vteamers worden rondgeleid door de enthousiaste Marlon. In het museum kun je in het leven stappen van acht mensen die de oorlog hebben meegemaakt en welke keuzes zij gemaakt hebben, waaronder een ­Auschwitz-overlevende. Marlon vertelt: ‘wat hij ontzettend naar vond was dat hij dag en nacht werd herinnerd aan zijn slechte tijd door het getatoeëerde nummer op zijn arm. Dat stukje huid heeft hij operatief laten verwijderen en gedoneerd aan het museum.’ In de koepel waar het verhaal van de 11-jarige Helene Egger verteld wordt is iedereen even stil. Namen van vrienden en familieleden,

28

Waarom is die boodschap van de Tweede Wereldoorlog eigenlijk nog zo urgent vandaag de dag? Van den Dungen: ‘Daar zijn allerlei antwoorden op te geven. Voor mij is het van belang dat we met het verhaal over die oorlog kunnen gaan herkennen welke maatschappelijke onderstromen uiteindelijk kunnen leiden tot zoiets afgrijselijks als een oorlog. Armoede, politieke onwetendheid en populisme hebben in de jaren twintig van de twintigste eeuw zoveel kans gekregen dat de situatie niet meer onder controle kon worden gehouden. Daarvan kunnen we leren. Daarnaast is er de kracht van persoonlijke verhalen. Als je mensen alleen probeert te bereiken met abstracte begrippen als “Nationaalsocialisme” en “Fascisme” dan kom je er niet. Het gaat erom dat je met de verhalen die je vertelt deze begrippen klein maakt en dichterbij brengt. Als je je tegenstander recht in de ogen kijkt, dan zie je dat die ook gewoon een mens is en is de oorlog niet meer iets abstracts.’ Wat doen jullie nu anders dan wat musea in het verleden deden? Van den Dungen: ‘Dit museum is ontstaan vanuit spullen die ooit door de Overloonse ambtenaar Harrie van Daal zijn verzameld en waarmee al in 1946 een museum is gemaakt. In het laatste decennium hebben alle musea wel begrepen dat het niet zozeer gaat over de objecten maar de verhalen eromheen en dat je die verhalen persoonlijk moet maken. Iedereen doet dat tegenwoordig ook wel. In een volgende fase is de uitdaging hoe je de jeugd betrokken kunt houden bij wat we kunnen leren van de Tweede Wereldoorlog. Dat is de grote opgave van dit moment. In ons museum mag je ook gewoon een leuke dag hebben. We zijn tegelijk een recreatieve én een educatieve

waaronder vader en moeder, verschijnen doorgestreept op de wand. Een meisjesstem vult de ruimte en vertelt over haar leven en hoe ze de oorlog is doorgekomen zonder haar familie. Hasse: ‘Ik vind het mooi hoe je ook van haar hoort hoe het is als kind is geweest.’ Tijn: ‘Heftig om te zien hoe ze steeds meer familie en vrienden verliest en dat ze in haar eentje over blijft.’ Door het hele museum plakken de jongeren stickers met hun gedachten. ‘Medelijden’ bij het getatoeëerde stukje huid. ‘Indrukwekkend’ bij het neergestorte Dakota vliegtuig. ‘Je ziet hier echt de gevolgen van een neergestort vliegtuig, erg indrukwekkend.’ De video en de geluiden maken veel indruk, meer dan wanneer je het alleen leest, zo vertellen de Vteam-ers. ‘Omdat je zo meevoelt wat zij hebben meege-

maakt.’ Jari: ‘Je moet het verhaal niet vergeten, zoals de hongerwinter, of dat mensen echt m ­ oeilijke keuzes moesten maken.’ Ook benieuwd wat het #Vteam van ­Nationaal Monument Kamp Amersfoort vond? Deze reportage en dat van nog meer musea zijn te bekijken op vteam.tv.


Het #Vteam | vfonds

instelling. Maar érgens in het museum moet er bij de bezoeker wel een kwartje vallen. Wat we weten is dat de jeugd minder te grijpen is met tekst en meer met beeld, maar wat betekent dat voor het verhaal over tien jaar? Hoe vertellen we dan het verhaal? Ik denk dat het goed zou zijn voor musea dat ze daarbij niet alleen naar elkaar kijken, maar vooral ook buiten de museale wereld. Wat doen supermarkten, banken en bedrijven als Amazon om dicht bij hun klanten te komen. In de museale wereld begroeten we onze gasten en zwaaien ze vriendelijk uit, maar wat ze nu daadwerkelijk hebben beleefd en wat ze meenemen is onvoldoende duidelijk. Ik ben daar zeer mee bezig. Ik ben dan ook niet zo geïnteresseerd in het digitaliseren van de collectie, maar meer in de digitalisering van de bezoekers van de musea om grip te krijgen op wat je aan hen wilt meegeven en in hoeverre je daar als WO2-sector in slaagt.’ Welk topstuk staat symbool voor jullie locatie, wat maakt het uniek? Van den Dungen: ‘Wij hebben een uitgebreide collectie van objecten die de oorlog heel dichtbij brengen. Zo hebben we naast de Lancaster en ander militair materieel ook het originele capitulatiedocument, maar wat ik zelf het meest bijzonder vind is de tatoeage op een stuk huid die we al lange tijd in onze collectie hebben. Het is de tatoeage van de arm van de verzetsstrijder Bill Minco, een man die in de 1941 als minderjarige jongen betrokken was bij

Op initiatief van vfonds, de Kindercorrespondent en in ­samen­werking met de Stichting Nijmeegse Vierdaagse is in 2018 het #Vteam opgericht. Door ­vrolijke en i­ nhoudelijke content te maken laat het #Vteam zien hoe belangrijk én leerzaam het is om de jeugd te betrekken bij thema’s als oorlog, h ­ erdenken, vrede en democratie. De jonge a ­ mbassadeurs haken aan bij diverse projecten die vfonds steunt. Ook lid worden van deze positieve club? Je hoeft geen 18 te zijn om bij te dragen aan een v­ reedzame samenleving. Kijk voor meer informatie op vteam.tv.

verzetswerkzaamheden en daarbij werd gesnapt. Hij werd ter dood veroordeeld, samen met zeventien anderen. Deze groep van achttien personen vormen De Achttien Dooden in het beroemde gedicht van Jan Campert. Zijn straf werd omgezet naar levenslang, omdat hij nog minderjarig was. Hij overleefde vervolgens de concentratiekampen Mauthausen, Auschwitz en Dachau. Als je in Auschwitz niet direct werd vergast kreeg je een nummer op je arm getatoeëerd. Nu is die tatoeage op de huid van Minco zelf een onderdeel geworden van een film die we vertonen. In de film zie je hoe je van een mens een nummer wordt gemaakt. Dat komt binnen! De weduwe van Minco heeft de film gezien en vertelde ons geroerd dat ze zeker wist dat Bill vanuit de hemel met instemming toekijkt hoe zijn huid is gebruikt om het verhaal te vertellen van waartoe onverdraagzaamheid kan leiden.’ Ook een bezoek brengen aan Oorlogsmuseum ­Overloon? Het museum is dagelijks geopend van 10:00 tot 17:00, in de weekenden vanaf 11:00. Kijk voor meer informatie over het reserveren van tickets, rondleidingen en coronamaatregelen op oorlogsmuseum.nl

29


Oorlog in de West Sporen van de Tweede Wereldoorlog in het Caribisch gebied

Hoewel de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse Antillen nooit hebben bezet, was de oorlog er wel voel- en zichtbaar. De verhalen daarover zijn lange tijd onderbelicht gebleven. Voor de mensen in Nederland, maar ook in de rest van het Koninkrijk der Nederlanden. Hoe wordt de geschiedenis op de eilanden beleefd, wat betekent die en wat kunnen we er vandaag de dag nog mee? Tekst Koos de Wilt en Renee Middendorp

N

et als Suriname worden ook de Nederlandse Antillen betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Reden: hun rol in de doorvoer en verwerking van aardolie. De raffinaderijen op Curaçao en Aruba, waaronder Eagle en Lago, zijn zelfs

30

verantwoordelijk voor de productie van tot wel 90% van de kerosinebehoefte van de geallieerden. Na de inval van Duitsland in 1940 in Nederland komen de Staten van de Nederlandse Antillen bijeen. Ze betuigen hun steun aan koningin Wilhelmina en de regering in ballingschap. Vrijwel direct

worden op Curaçao van NSB-sympathieën verdachte burgers, Duitsers en Oosten­ rijkers opgepakt en geïnterneerd op Bonaire. In de periode daarna stationeren geallieerde troepen op Aruba en Curaçao om de olieraffinaderijen te bewaken. Men weet dat de Duitsers de olietoevoer willen


blokkeren en de eilandbewoners worden voorbereid op luchtaanvallen. De dreiging van oorlog wordt echt werkelijkheid in februari 1942. Duitse duikboten vallen olietankers en olieraffinaderijen aan met grote schade en vele slachtoffers tot gevolg. In de oude Eagle compound zijn nog steeds schuilkelders aanwezig uit die tijd. Ondanks de reële oorlogsdreiging leven de Antillianen erg mee met het bezette deel van het Koninkrijk aan de andere kant van de oceaan. Er worden liefdadigheidsevenementen georganiseerd. Een bekende actie is het zogenoemde Spitfire Fund (het huidige Prins Bernhard Cultuurfonds red.), dat in 1940 in Londen door Prins Bernhard wordt opgericht om

geld in te zamelen voor de aanschaf van bommenwerpers, torpedobootjagers en Spitfires voor de geallieerden. Dankzij zijn connecties bij onder meer het bedrijfsleven in Suriname, voormalige Nederlands-Indië en de Antillen had het fonds een jaar na de Duitse inval al veel geld weten in te zamelen. ­‘Ingezamelde’ Spitfires droegen de namen van Nederlandse koloniën. Zo werd de eerste met Arubaans geld gekochte Spitfire ‘Aruba’ gedoopt. Ook in Nederland zijn Antilianen betrokken bij het lot van het bezette gebied, zoals de Curaçaoënaar George Maduro en Boy Ecury uit Aruba. Zij waren naar Nederland gekomen om te studeren. In plaats van naar huis terug te keren in de oorlog sluiten ze zich aan bij het verzet.

Na de oorlog bedankte Nederland de eilanden met een monument in Willemstad. Vandaag de dag hebben veel mensen een link hebben met deze oorlogsgeschiedenis of herinneringen aan deze tijd. Toch is het een tamelijk onbekend onderdeel van de geschiedenis gebleven, zowel op de eilanden als in Nederland. Pas recent vindt er een verschuiving plaats, onder andere met de ontwikkeling van verschillende i­nitiatieven op Curaçao en Aruba. ­Projecten die uitblinken vanwege de wederzijdse en gelijkwaardige samenwerking en ervoor zorgen dat de herinneringen aan en de ervaringen met de Tweede Wereldoorlog op de Antillen duurzaam op de kaart worden gezet.

Eer-herstel Eagle op Aruba ­ ‘De geschiedenis van de Tweede ­Wereldoorlog is over het algemeen onderbelicht op Aruba’, zegt Anne Witsenburg, directeur van Stichting Monumentenfonds Aruba. ‘Vaak wordt er gedacht aan de verzetsheld Boy Ecury, waarvan een standbeeld op de Boulevard staat. Ook staat er een beeld van Anne Frank in het Wilhelminapark. En op 4 mei wordt weliswaar een krans gelegd bij het monument door de Gouverneur, maar de dag van de grootste aanval in f­ ebruari 1942, waarbij 48 slachtoffers vielen in San Nicolas bij de Lago Raffinaderij, wordt niet door de regering herdacht. De echt eigen geschiedenis is uit beeld geraakt. Dat komt vooral doordat er in het onderwijs eigenlijk alleen Nederlands materiaal wordt gebruikt waarin over de eilanden niets vermeld staat. Een andere reden is dat Aruba, na de Status Aparte van 1986, vooral vooruit heeft gekeken. Alles moest nieuw en modern en zoals bij elke nieuwe staat is er dan relatief weinig oog voor de geschiedenis. Nu de volgende generatie aan het roer staat, wordt die behoefte wel groter. Zodra we mensen ernaar vragen, heeft iedereen wel iemand in de familie die op een of andere manier herinneringen heeft aan de oorlog en de twee raffinaderijen hier op Aruba.’ Met de subsidie van vfonds werkt het Monumentenfonds Aruba aan een wandel- en fietsroute die leidt langs de zichtbare overblijfselen van de Eagle Refinery. Witsenburg: ‘Er zijn zes locaties gekozen om met slim gebruik van licht de geschiedenis te

tonen. Zo wordt er een optische illusie gecreëerd bij de oude hoofdpier waar de olie werd verscheept voor de ­geallieerden, zullen er boeien met lichten in de zee het pad van de torpedoaanval in de Tweede Wereld­ oorlog tonen, brengen lichtgevende ballen in de zee de secundaire pier in beeld, wordt er een oude foto nagebootst bij het oude hoofdkwartier, krijgen de oude huizen van de werknemers lichtgevende contouren en wordt de spoorlijn op de oude Taratata werf met belichting afgebeeld. De historische lichtroute verbindt de verschillende locaties met elkaar om dit erfgoed zichtbaar en tastbaar te maken, en op een duurzame manier in de route van bewoners en bezoekers op te nemen. Daarnaast is er nu meer aandacht voor thema’s als discriminatie en vrijheid. Ook in dat kader is de Eagle raffinaderij een mooi voorbeeld. De veelal uit Noord-Amerika en Europa afkomstige toezichthouders woonden in grote huizen in de compound, hadden daar zwembaden en tennisclubs, terwijl de arbeiders uit Aruba en uit landen en gebieden in de regio verderop onder veel slechtere omstandig­ heden woonden en de compound niet eens mochten ­betreden. Ook hun verhaal verdient het om verteld te worden. Dat dit wenselijk is, blijkt ook uit de wens van eilandbezoekers. Die willen niet alleen van de zee, de zon en het strand genieten, maar ook daadwerkelijk iets van Aruba te weten komen. Al met al reden om de herinneringen, de zichtbare resten, maar ook de vrijheid die we nu kennen onder de ­aandacht te brengen.’

31


Amerikaanse soldaten op wacht bij de Lago raffinaderij

Willemstad, mei 1945

Onontplofte torpedo na aanval op de Eagle raffinaderij 1942

Het Jewish Heritage Center op Curaçao De herinnering aan en de herdenking van WO2 wordt op de eilanden door velen niet ervaren als iets belangrijks uit de eigen geschiedenis,’ vertelt Saskia Luckmann-Meijer, een van de initiatiefnemers van het project. ‘Ondanks dat op alle eilanden op 4 mei de oorlog jaarlijks wordt herdacht. Het gevoel wat in Nederland bestaat over die oorlog - al het lijden, de hongerwinter, vreselijke taferelen - is er niet op de Caribische eilanden. Omdat de eilanden niet bezet waren maakt dat het gevoel voor velen anders. Maar ook hier hebben mensen dierbaren verloren. Velen zijn omgekomen op zee, of tijdens de beschietingen van de olietransporten. Er zijn tal van verhalen te vertellen van mensen die door de oorlog geraakt zijn. We zien dat daar steeds meer interesse voor is.’ Een van de plekken waar de Caribische verhalen een blijvende plek krijgen, is het Jewish Heritage Center. Midden in het oude centrum van Willemstad staat de synagoge Mikvé Istrael-Emanuel, de zogenoemde SNOA. Deze dateert uit 1720 en is daarmee de oudste synagoge van het zuidelijk halfrond dat nog in gebruik is. Het is ook een toeristische trekpleister voor (cruise)toeristen. Op Curaçao wonen al lange tijd Joodse mensen. Vanaf 1600 vestigden Portugees-Joodse kooplieden zich in Amsterdam om te ontkomen aan de Inquisitie. Vanuit Nederland vertrokken zij naar de overzeese koloniën waar zij gemeenten stichtten die sterke banden onderhielden met de Amsterdamse Portugees-Joodse moedergemeente. Zo kwamen ook de Joodse voorouders van de latere verzetsheld George Maduro op Curaçao wonen. Na de afschaffing van de slavernij en latere emancipatiebewegin-

32

gen werd de gemeenschap een van de vele verschillende etnische groepen op het eiland. Het Jewish Heritage Center (JHC) wordt gevestigd in een van de aanpalende gebouwen naast de synagoge. Een samenwerking tussen Stichting Cultuur Kameleon, het Joods Cultureel en Historisch M ­ useum Curaçao en de Anne Frank Stichting. ­Luckmann-Meijer: ‘Het JHC zal de Caribische oorlogsgeschiedenis onderzoeken, onder de aandacht brengen en levend houden. Het verhaal van de Curaçaose verzetsheld George Maduro krijgt daarbij een centrale plek. Hij was als jonge student naar Leiden vertrokken waar hij zich in 1939 aanmeldde bij het Nederlandse leger. Onder zijn leiding werd de door de Duitsers bezette Villa Dorrepaal bij Leidschendam heroverd. Later zou hij zich aansluiten bij het verzet, bij studievrienden van hem waaronder de ‘Soldaat van Oranje’ en de Curaçaoënaar Ernest Henriques. Hij is door zijn daden meerdere keren gevangengezet. Uiteindelijk is hij vlak voor de bevrijding op 28-jarige leeftijd in concentratiekamp Dachau overleden aan vlektyfus. Op 9 mei 1946 werd hem postuum, als enige Antilliaan, de Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde toegekend. Zijn verhaal staat dicht bij de lokale geschiedenis en beleving van mensen en is de laatste jaren veel meer in het collectieve bewustzijn beland. Dat zagen we bijvoorbeeld in 2016, toen n.a.v. zijn 100ste geboortedag een tentoonstelling in de openbare bibliotheek van Willemstad werd georganiseerd. Mensen kregen ook interesse in andere lokale verhalen. Naast een permanente tentoonstelling over Maduro zal er in het


Carmencita Senchi-Leon (91)

‘De behoefte aan kennis over de lokale geschiedenis wordt groter onder ­bewoners én toeristen: die komen niet alleen voor zon, zee en strand.’ JHC daarom ook tal van ander bijzonder fotomateriaal, verhalen en films van ooggetuigen die de oorlog als kind hebben meegemaakt op een van de eilanden getoond worden. ‘De tentoonstelling ‘let me be myself’ verbindt Anne Franks levensverhaal met het nu en maakt het lot van de miljoenen slachtoffers van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog persoonlijk en invoelbaar. Daarbij zal ook een koppeling worden gemaakt tussen de lokale oorlogsgeschiedenis en hedendaagse thema’s zoals discriminatie, identiteit en gender. Zo zullen rondleidingen vaak worden verzorgd door (jonge) gidsen. Scholieren kunnen door middel van vragen en opdrachten rondom vooroordelen en beeldvorming actief aan de slag en zich inleven in de thematiek. Het JHC zal naar verwachting in 2022 zijn deuren openen. We hopen dat het grote aantal toeristen dat elk jaar neerstrijkt op Curaçao ook een bezoek zal brengen aan deze nieuwe plek.’ Bronnen: Joods Cultureel Kwartier, ­Nationaal Monument Oranjehotel, ­Nationaal Archief Curaçao, Nationaal Comité 4 en 5 mei

Caribisch gebied | vfonds Vfonds richt zich zonder onderscheid op alle inwoners van het Koninkrijk der ­Nederlanden, zo ook de bewoners van Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten, ­Curaçao, Aruba en Bonaire. Vfonds steunt diverse projecten die zich inzetten om materieel en immaterieel erfgoed tastbaar te maken, zoals de ontwikkeling van het Jewish Heritage Center en

Woont in Willemstad en maakte als kind de Tweede ­Wereldoorlog mee ‘Toen de oorlog uitbrak, was ik tien jaar. We woonden in een landhuis op een heuvel en wat ik me als eerste herinner is dat er lange, d ­ onkere gordijnen bij de deuren en ramen werden ­opgehangen zodat er ‘s avonds geen glimpje licht van buiten kon worden gezien. De autolampen werden blauw geverfd met een streepje open voor wat licht. Ook de straatlantaarns kregen een blauwe kleur met een opening. We noemden deze tijd de black-out tijd. In die tijd heb ik leren breien. We maakten mutsen voor de piloten die ze onder hun helm droegen. Oude lakens werden in repen geknipt waarvan wij rollen moesten maken om als verband te kunnen dienen. Op school werd ons over de oorlog verteld. Ook over het alarm dat zou overgaan als er iets mis was. Wanneer het alarm klonk, moesten we onder de bank gaan zitten totdat het veiligheidssignaal weer klonk. De klas van de school waar ik op zat, keek uit op de zee die toegang gaf tot de haven. Op een middag hebben we gezien hoe een tanker werd getorpedeerd even buiten de haven. Dat vergeet ik nooit meer. In de Sint Annabaai werd er een net gespannen om de toegang voor de onderzeeërs te beletten. Ik heb gezien hoe ze het net weghaalden om de tankers binnen te laten. Eerst hadden we Engelse militairen die op het terrein van het landhuis ­oefeningen hielden. Daarna kwamen de Amerikanen en Porto Ricanen die tot eind van de oorlog zijn gebleven. Ook de bevolking werd ­opgeroepen om in dienst te treden. De schutterij, werd die genoemd. Het was een spannende tijd. Ik herinner me gelukkig ook dat er op de eerste vrijdag van de maand een dansavond werd georganiseerd voor de ­militairen in het gymlokaal van een school.’

eerherstel Eagle. Maar ook de vrijheidsmaaltijden op Aruba en Curaçao en het Caribisch Denkboek, een lesboek ontwikkeld door het Nationaal Comité 4 en 5 mei over de lokale oorlogsgeschiedenis op de eilanden. Deze initiatieven laten zien hoe belangrijk kennis en begrip van de eigen geschiedenis is en wat het leert over hoe om te gaan met ­eerdere (traumatische) ervaringen als oorlog, slavernij en arbeidsmigratie. Dit doen zij door de bevolking in

al haar diversiteit hier direct bij te raadplegen en te betrekken. Ook kunnen deze projecten helpen om de verbinding tussen Nederland en de overzeese ­gebieden te verrijken. Het kan de basis vormen voor meer transnationale initiatieven die samenwerking, wederzijds respect en waardering voor elkaars erfgoed binnen het Koninkrijk benadrukken.

33


De vrijheid en het ­recht aan het roer te staan van je eigen toekomst Uitreiking Nationale vfonds Kinderprijs

Op 22 september vond in de Utrechtse Schouwburg de uitreiking plaats van de Nationale vfonds Kinderprijs 2021. De prijs ging naar de dertienjarige Amsterdamse Imane Valk, een dame met een indrukwekkend cv inmiddels. Tekst Koos de Wilt

J

urylid van de Nationale vfonds Kinderprijs Gijs Blom, hoofdrolspeler in de oorlogsfilm De Slag om de Schelde, was onder de indruk. Op het podium staat hij met kinderen die nog maar de helft van zijn leeftijd zijn en al zoveel gedaan hebben voor een mooiere samenleving. ‘Veel volwassenen hebben de neiging een beetje kinderlijk toontje aan te slaan als ze praten met deze kinderen. Geheel onterecht’, vindt de acteur. ‘Deze jongeren laten zien dat ze ook wat te melden hebben, zelfs als het gaat over moeilijke en abstracte thema’s zoals oorlog, conflict, vrijheid en gelijkheid.’ Directeur vfonds Lisette Mattaar, ook jurylid van de kinderprijs, is het daarmee eens. ‘Dat is precies wat hier gebeurt. Doel van de prijs is om die stem van de jeugd te laten horen en daarmee jong en oud te inspireren om zich in te zetten voor een vreedzame samenleving. Met vfonds willen we ons inzetten voor een samen­leving waarin iedereen vrij is om te zijn wie hij wil zijn, waarin we tolerant

34

en respectvol met elkaar omgaan, begrip hebben voor het anders zijn van de ander en voorkomen dat verschillen leiden tot conflict. De finalisten laten zien dat veel kinderen hier mooie en inspirerende ideeën over hebben die verdienen gehoord te worden. Grootse en stoere ideeën én initiatieven die klein en ­betekenisvol zijn. Al de finalisten tonen moed om actie te ondernemen om anderen te helpen.’

Finalisten

Het podium is afgeladen met alle finalisten van de derde editie van de Nationale vfonds Kinderprijs en het grote koperensemble met slagwerk ‘Garde Grenadiers en Jagers’. Ook Cees de Veer is als voorzitter en bedenker van de Kinderprijs van de partij, samen met zijn kleindochter Moon. Aan Kindercorrespondent en mede-initiator is het aan Tako Rietveld om orde te scheppen en er samen met het publiek, finalisten en het koperensemble een feestelijke middag van te maken. De winnaars van de prijs in 2020, Carla

en Senna, maakten de winnaar van 2021 bekend. Het was een indrukwekkende lijst van finalisten en activiteiten waarover de jury zich moest buigen. Xavi Dors (13 jaar) organiseerde voetbaltoernooien om het jongerengeweld in zijn wijk tegen te gaan. Stef Smits (10 jaar) had een eigen kledinglijn bedacht waarmee hij aandacht vraagt voor zinloos geweld en pesten. Tijs & Jesse Buddingh (6 en 9 jaar) ruimen het zwerfafval op in de beek van hun dorp. Tijs Schenk (14 jaar) zet zich in voor daklozenopvang. Evi Nafzger (13 jaar) organiseerde een grote inzamelingsactie voor getroffen gezinnen door de overstromingen in Limburg deze zomer. Lars Westra (14 jaar) schreef het boek ‘Ons Recht’ om de wereld een beetje eerlijker en mooier te maken. Bram Zeilmaker (9 jaar) organiseerde een demonstratie in Den Haag voor het klimaat en de wereld. Rosalina Petronilia (10 jaar) is een actie gestart om het zorgpersoneel op de covid afdeling en de IC’s te steunen. Frédérique (14 jaar) kwam deze zomer in het nieuws toen zij in juli door leeftijdsgenoten in elkaar werd geslagen omdat zij niet wilde zeggen of ze een jongen of een meisje is. In de envelop een briefje met slechts een winnaar. En dat was de dertienjarige Imane Valk. De leerlinge van het A ­ msterdamse Caland Lyceum heeft al een serieus cv opgebouwd als het gaat om de strijd


tegen racisme en ­discriminatie. Ze zat in de eerste Amsterdamse Kinderraad, ze is oprichter van kindercoalitie Jong Plein ’40-’45, is het jongste lid van het 4 en 5 mei comité in Slotermeer en is Erfgoeddrager van Koloniale Sporen in mijn Buurt. Tijdens de coronatijd werd ze ook ‘Amsterdammertje van het jaar’. En nu dus winnaar van de Nationale vfonds Kinderprijs 2021.

Hokjesdenken

De prijs past volgens Imane bij haar eigen strijd tegen hokjesdenken, racisme en discriminatie en vóór gelijke kansen. Imane: ‘Ik sta op voor de vrijheid en het recht om jezelf te kunnen zijn, voor de vrijheid en het recht je stem te laten horen en voor de vrijheid en het recht aan

‘Ook al toen ik nog jonger was lag ik soms wakker over dingen als gelijke kansen, hokjesdenken en racisme’ het roer te staan van je eigen toekomst. In vrijheid te kunnen doen wat je kan dus. Mijn oma Augus kwam zeventig jaar geleden in Amsterdam aan met de boot uit Indonesië. Zij heeft altijd moeten

strijden voor gelijke kansen, dat begon al met een lager schooladvies. Mijn oma’s strijd is doorgezet door mijn moeder en daarna door mij. Als Erfgoeddrager van Koloniale Sporen in mijn Buurt zet ik mij in om mensen te leren wat er echt is gebeurd en hoe we het in de toekomst beter kunnen doen.’ ‘Ook al toen ik nog jonger was lag ik soms wakker over dingen als gelijke kansen, hokjesdenken en racisme’, zegt de tiener. ‘Ik realiseerde mij dat ik mij eraan kon gaan ergeren of er wat aan kon gaan doen. Ik besloot het laatste te doen. Persoonlijk heb ik regelmatig te maken met hokjesdenken, bijvoorbeeld als mensen voor de zoveelste keer vragen waar ik vandaan kom. Ik kom uit Amsterdam, zeg

35


ik dan. Het moet niet uitmaken waar mijn grootouders vandaan komen. Het is vaak aardig bedoeld als mensen dat vragen, maar het zegt iets over hoe mensen naar de wereld kijken. Zeker als ze dan niet verder kijken. Ik heb liever dat mensen vragen wie ik ben, wat ik doe en wat bijvoorbeeld mijn beste eigenschappen zijn.’

Met de Nationale Kinderprijs Award wint de Amsterdamse een bedrag van duizend euro, dat ze mag besteden aan een van haar initiatieven. Wat gaat zij ermee doen? ‘Een deel van het geld wil ik b ­ esteden aan het opzetten van een kinderraad in Nieuw-West zodat onze

stemmen blijvend gehoord worden. ­Daarnaast ga ik het gebruiken voor Jong Plein ’40-’45, een kindercoalitie bestaande uit jonge Amsterdammers die zich inzetten voor stadsdeel Nieuw-West. De coalitie hielp bij de vrijheidsmaaltijd en bij het uitdelen van ramadanpakketten.’

Aan Imane dus de vraag: Wat zijn jouw beste eigenschappen? ‘Ik wil mensen graag helpen op welke manier dan ook. Ik wil kinderen een stem geven. Ik wil dat mensen niet meer gediscrimineerd worden. Ik probeer daarom lessen op school te maken over wat discriminatie en racisme in het gewone leven eigenlijk betekenen. Ik wil later bestuurskunde of filosofische politicologie studeren en misschien wel de politiek ingaan. En misschien lukt het me wel om premier te worden, dan kan ik nog veel meer doen om te zorgen dat iedereen gelijke kansen heeft. Tijdens Prinsjesdag heb ik m ­ inister-president Rutte al een keer geïnterviewd.’

COLUMN

Vrijheid door de ogen van Jaïr Stranders Wanneer je mensen in de laatste fase van hun leven vraagt terug te kijken op wat ze wel en niet bereikt hebben, zullen weinig mensen antwoorden dat ze meer geld hadden willen hebben, of meer roem. Meer tijd met dierbaren, dat wordt het vaakst geantwoord. Enerzijds is dat mooi, dat mensen weten te waarderen wat ertoe doet in het leven. Anderzijds is het ook vreemd, want je zou hopen dat mensen dan tijdens hun leven meer tijd en aandacht zouden

36

besteden aan hun dierbaren. Mijn onlangs onverwacht overleden moeder heeft dit laatste gelukkig volop gedaan. Soms stel ik me voor dat ik een gezegende leeftijd heb bereikt en kijk ik vanuit die verbeelde toekomst naar mijn daden in het heden. Wat zou ik dan anders doen? Zo werken herdenkingen van gebeurtenissen uit het verleden ook het best, in tegenstelling tot tendensen om ze vooral ‘actueel’ te maken. Juist door stil te staan bij de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust, kan een herdenking waardevolle vragen oproepen voor onze tijd. Dat gaat alleen niet vanzelf. Bijna 10 jaar geleden sprak ik de oud-Februaristaker Harry Verheij. Hij vroeg zich af waarom het publiek bij de herdenking van de Februaristaking met het gezicht naar de Dokwerker gericht staat, naar het verleden. Is het niet beter met de rug naar de Dokwerker te staan, met het verleden in de

rug met hem de toekomst in te kijken? Niet lang na ons gesprek stierf hij. Bij Theater Na de Dam doen we dat. Door jongeren die in heel het land met ouderen in gesprek gaan over hun herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog en dit vanuit eigen vragen theatraal delen met publiek op 4 en 5 mei. Door theatermakers die hun licht laten schijnen op onbelichte oorlogsverhalen die voor onze tijd van waarde kunnen zijn. Met de oorlog in onze rug ontstaat er zo op honderden podia, straathoeken en in klaslokalen direct of indirect een besef over waarom we in deze tijd in opstand moeten komen tegen onrecht, discriminatie, en autoritaire macht. Jaïr Stranders is theater- en filosofiedocent en een van de oprichters van Theater Na de Dam.


Wat is een veteraan? Nederland telt op dit moment ruim 105.000 veteranen, van 20 tot boven de 100 jaar. Wie zijn zij precies en hoe zit het met waardering? Tekst en illustratie Renee Middendorp

V

roeger kreeg de militair pas de veteranenstatus als hij of zij de dienst had verlaten. De gemiddelde Nederlander had vaak het beeld van een oudere man, in grijze pantalon en blauwe blazer met een baret op en pinnetjes opgespeld. Toen in 2014 de Veteranenwet door het Ministerie van Defensie werd doorgevoerd is dat ­veranderd. Veteranen zijn niet alleen militairen die actief zijn geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook ­diegene die nadien namens Nederland zijn ingezet om de vrede te dienen, bijvoorbeeld in Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea en Korea. Het grote verschil is dat er nu ook jonge, actief-dienende veteranen zijn die zijn ingezet tijdens recentere vredesmissies in bijvoorbeeld Libanon, Bosnië, Irak, Afghanistan, Mali en Somalië. ‘Veteraan’ is een wettelijk gedefinieerde status geworden, waar rechten en voordelen bij komen kijken en natuurlijk: erkenning en waardering.

Veteraan tegen wil en dank

De veteranendefinitie lijkt in beton gegoten, maar wordt constant ter discussie gesteld. Hans van Griensven, voorzitter

van het Veteranen Platform, legt uit: ‘Voorheen was je veteraan als je op missie naar het buitenland was geweest. Maar tijden veranderen, oorlogsvoering verandert en daarmee is de situatie niet meer zo zwartwit.’ Zo kun je als dronepiloot in Leeuwarden op afstand meewerken aan een missie duizenden kilometers verderop. Ben je dan ook veteraan? Of als je meerdere malen op dienstreis bent geweest naar een missiegebied; waarom krijg je dan geen veteranenstatus? Zij die destijds bij de acties bij de treinkaping bij De Punt betrokken waren, hebben van de toenmalige Minister van Defensie de veteranenstatus gekregen, maar oud-militairen die lang gediend hebben tijdens de Koude Oorlog niet. Het kan zo zijn dat mensen zich miskend voelen die zich jarenlang met hart en ziel hebben ingezet maar geen veteranenstatus hebben en hierdoor nooit worden genoemd in het kader van erkenning en waardering. Er zijn ook andere geüniformeerde beroepen, zoals de politie, die vinden dat ze de veteranenstatus zouden moeten krijgen. Veel jonge actief-dienende veteranen hechten daar dan weer niet zoveel waarde aan. Zij beschouwen het vaak gewoon als iets wat bij het werk

hoort en raken pas op latere leeftijd meer betrokken bij de veteranengemeenschap.’

Zorg, erkenning en waardering

Zorg, erkenning en waardering: dat zijn de termen die vaak genoemd worden als het over veteranen gaat. Ongeveer zes procent van de veteranen is gebaat bij de zorg die het Veteranenloket biedt. Met de meesten gaat het wel goed. Ze hadden hun uitzending niet willen missen en zijn dienstbaar aan de samenleving. Volgens van Griensven en Paul Hoefsloot, directeur van het Nederlands Veteraneninstituut, is het dan ook een grote misvatting dat veteranen toch vaak geassocieerd worden met problemen. Die beeldvorming moet meer in evenwicht komen. ‘Al deze mensen werden namens de Nederlandse regering ingezet in dienst van vrede. Daarvoor verdienen ze onze erkenning en waardering. Ook als er achteraf maatschappelijke discussie ontstaat over het nut en de noodzaak van hun missie’, aldus Hoefsloot. Van Griensven: ‘Erkenning heeft te maken met respect: dat mensen je dankbaar zijn dat jij het land gediend hebt en onze vrijheid veilig hebt gesteld. Waardering is meer stoffelijk, een gratis trein-

37


COLUMN

kaartje, de veteranenspeld, in het zonnetje worden gezet op een Veteranendag. Die zichtbaarheid is belangrijk, daarmee voel je dat je erkend en gewaardeerd wordt.’ Veel organisaties zetten zich hiervoor in. Zo vertegenwoordigt het Veteranen Platform ruim tachtig ledenorganisaties en alle veteranen die daaraan verbonden zijn op politiek-bestuurlijk niveau. En sinds 2021 bundelen zes grote veteranenorganisaties hun krachten in het Nederlands Veteraneninstituut, dat in opdracht van het Ministerie van Defensie het veteranenbeleid uitvoert. Daarmee is een duidelijke plek, een ‘single point of contact’, gecreëerd waar veteranen terecht kunnen. Hoefsloot: ‘Altijd zijn onze inspanningen erop gericht om erkenning en waardering, kennis en participatie te vergroten. Wij luisteren en verbinden veteranen met de samenleving.’ Hierin schuilt ook een maatschappelijke opdracht. Hoefsloot: ‘Dat is een taak voor ons als belangenbehartiger, maar ook voor gemeenten en de burger’.

Veteranen | vfonds Vfonds is van oudsher een echt veteranenfonds, opgericht voor en door veteranen. De Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (BNMO) stond aan onze wieg en die band blijft tot op de dag van vandaag bijzonder. Vfonds steunt hen en vele andere veteranen­organisaties door middel van eenmalige financiering of langdurige samenwerking om het brede publiek te informeren over de inzet van veteranen en hun in al hun diversiteit een podium te bieden. Zoals het Veteranen Platform met de uitvoering van reünies en de nuldelijnsondersteuning, een vorm van buddy support. Maar ook de Nationale Taptoe, de Nederlandse Veteranendag, de Invictus Games 2022 en het educatieve bezoekerscentrum op de Veteranenbegraafplaats.

Vrijheid door de ogen van Henk van Essen

‘Altijd waakzaam blijven’ In het vmagazine van 2020 las ik een aantal interessante interviews met directeuren van oorlogsmusea. Het ging over de vraag waarom zij hun museum vernieuwd hadden en wat ze de bezoeker willen meegeven. Eén van hen was Anke van der Laan, directeur van het Oranjehotel. Dat was de bijnaam voor de Scheveningse gevangenis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hier zaten tussen 1940 en 1945 ruim 25.000 mensen opgesloten. Te wachten op hun verhoor. Of erger. Verzetsmensen, maar ook Jehova’s getuigen, Joden, communisten. Vaak mensen, die veroordeeld werden om wie ze waren, niet om wat ze deden. Van der Laan verwoordde het heel treffend: ‘We hopen dat mensen bij hun vertrek beseffen dat je altijd waakzaam moet blijven en dat je de grens tussen een onafhankelijke rechtsstaat en rechteloosheid voortdurend moet bewaken.’ Je weet pas wat vrijheid en democratie waard zijn als ze er niet meer zijn. Voor ons zijn ze zo vanzelfsprekend. Voor mijn collega Saman Hassan, bij de politie-eenheid Noord-Nederland, was het dat absoluut niet. Hij begon als politieman in Iraaks-Koerdistan. Een nieuw land, met een beginnende democratie. Maar die eindigt helaas al snel in een burgeroorlog, in totale chaos. Saman vlucht en komt uiteindelijk in ons land. Van een land waar iedereen bang is voor de politie naar een land met een politie van en voor iedereen. Eenzelfde verhaal hoorde ik toen ik met mbo-leerlingen op het ROC Midden-­ Nederland in gesprek ging over vrijheid. In

38

de zaal zaten ook zeven Syrische jongeren die gevlucht waren voor de oorlog in hun land. Eén van hen vertelde hoe hij net in Nederland was en voor het eerst de politie zag. Hij zette het meteen op een rennen want als je de politie in Syrië zag, dan moest je wegwezen. En nu zegt hij de wijkagent gedag en wil hij zelf graag bij de politie. 75 jaar vrijheid had groots gevierd moeten worden, maar het liep helaas anders. Daarnaast zijn er steeds minder getuigen van de verschrikkingen van toen, steeds minder mensen die zich daartegen verzet hebben. Daarom is het een mooi moment om over te gaan van herdenken naar vieren. Om de veteranen en slachtoffers van toen blijvend te eren door onze vrije, democratische rechtsstaat te koesteren. Om na te blijven denken over de betekenis van vrijheid. Daar moet je alert op blijven, zeker in deze tijd van toe­ nemende spanningen in onze samenleving. Vrijheid betekent voor mij dat je kunt zijn wie je bent. Dat je vrijuit kunt spreken, ook als het moeilijk is. Dat je geaccepteerd en gerespecteerd wordt om wie je bent. Buiten op straat en ook binnen ons korps. Maar vrijheid brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee, er zitten grenzen aan. Het is de kunst niet alleen vrijheid voor jezelf op te eisen, maar deze ook te geven aan anderen. En soms moeten we vrijheid met strenge hand beschermen. Wij hebben als politie een belangrijke taak om onze rechtsstaat te helpen waarborgen, de vrijheid te beschermen. Daarbij sta ik voor een politie die niet zozeer de overheid dient, maar vooral oog en oor heeft voor wat er in de samenleving speelt. Wij willen een politie zijn die verbonden is met de samenleving en herkenbaar voor de wijk waarin we werken. Niet tegenover de mensen, maar tussen de mensen. “Dienstbaar en altijd waakzaam”. Henk van Essen is korpschef van de ­Nationale Politie en lid van de Raad van ­Toezicht van vfonds. In 2020 was hij gastspreker bij het Nationaal Gesprek over Vrijheid, een reeks ontmoetingen tussen mbo-studenten en bewindslieden en politici over vrijheid en actief burgerschap.


Op pad met het ­ Veteranen Search Team Verslag van een zoekactie

Gestart als eenmalig initiatief ten tijde van de vermissing van Anne Faber en u ­ itgegroeid tot een betrouwbare partner van de politie. De bevlogen oprichters ­Dennis en Mariska van der Kraats zetten zich samen met zo’n 2000 vrijwilligers met name veteranen, maar ook politieagenten, b ­ randweerlieden, ambulancemedewerkers,

oud-militairen en boswachters - belangeloos in tijdens door de politie gecoördineerde zoekacties naar vermiste personen. Alles draait om ­kameraadschap, discipline, kennis en kunde. Eind 2021 staan er ruim 54 zoekacties op de teller. Tekst Renee Middendorp

39


08.10

08.15

Een plukje mensen heeft zich al verzameld bij de tijdelijke CMP (commandopost) op de P+R Westraven in Nieuwegein. Vandaag hebben er zo'n 90 vrijwilligers gereageerd op de oproep. Mariska geeft een korte tour: 'Dat is de cadi' - ze wijst naar de cateringwagen. 'Blauwe jasjes zijn algemene vrijwilligers. Een blauw jasje krijg je na drie inzetten. Bij vijf krijg je een rugzak. Gele jasjes zijn de groepscommandanten. Zij halen daar hun benodigdheden.' Ze wijst naar de tafel waar iedere vrijwilliger zich inschrijft. Er liggen onder andere walkietalkies en kompassen. 'Oranje hesjes zijn de flanken, zij lopen aan de buitenkant van de zoeklinie. Richard en Dennis zijn vandaag de IC's (inzetcoördinatoren). Zij maken het plan en doen de voorbereiding met de vrijwilligers.'

08.30

Er komen steeds meer blauwe jasjes het terrein op. In het busje wordt de inzet besproken door de twee IC’s. Dennis: ‘We baseren ons op feiten. Met aannames doen we niks. Feit is dat een 27-jarige Poolse man zonder aanwijsbare reden een maand geleden is verdwenen uit het Bastion Hotel. Om uit te sluiten dat hij niet in de directe omgeving van het hotel is gaan we deze driehoek uitkammen.’ Dennis scrollt langs een aantal versies van dezelfde kaart waarop water, paden, begroeiing en gebouwen staan aangegeven. Af en toe steekt een vrijwilliger zijn hoofd naar binnen om de IC’s te begroeten. ‘We pakken alles mee wat groen is. Bouwterrein laten we voor wat het is. Als ze beton hebben gestort is het toch te laat.’ Hij laat een paar foto's van de man zien. 'Die zijn niet zo interessant. Na 24 verandert je gelaat al. Laat staan na een maand.'

Twee agenten van de districtsrecherche arriveren. Per casus wordt bekeken of er wel of geen politie meegaat. 'In bewoond gebied is dat handig,' vertelt Dennis, 'voor als je vragen krijgt uit de burgermaatschappij. Wij doen iedere zoekactie echt alleen op verzoek van en in afstemming met de politie. Op die manier blijft het lijntje zuiver.’ De sfeer is gemoedelijk. Dat komt volgens IC in opleiding Piet omdat je hier echt weer even ‘terugkomt in het oude groene gevoel. Je hoeft hier niks uit te leggen. De verbondenheid, de kameraadschap, dat heb je niet bij een burgerbedrijf.’ Kleding, schoenen en een gevulde rugzak heeft hij – net als veel vrijwilligers – standaard in zijn kofferbak liggen. Klaar om direct te reageren als het alarm in de MultiBel-app afgaat.

40


09.00

09.15

De groep is verdeeld in vier teams. Dennis spreekt de groep toe: ‘Er is maar één persoon belangrijk vandaag en dat ben jij. Denk goed na hoe jouw staat is vandaag. Ook als je halverwege denkt, ik vind het een beetje pittig. Nokken. Terugkomen, dan doen we een bakkie. Spreek elkaar er ook op aan, als je het ziet bij degene naast je.’

09.10

Tussen de A12 en het hotel wordt onze linie geformeerd. ‘Linie klaar? Voorwaarts, nu!’ De groep beweegt in een ­horizontale lijn naar voren. Steeds vijf stappen, dan even omkijken. De rechterflank bevindt zich ergens langs een sloot. Het bewegende riet verraadt hun locatie. ‘Rechterflank, jouw man staat echt bijna in het water. Ik vind het best wel link en hij is alleen.’ Rob: ‘Op sommigen moet je extra goed letten. Die gaan maar door, want dat is hun taak. Ze willen niet opgeven omdat ze dan het gevoel hebben dat ze falen.’ Er wordt continu gecommuniceerd over de route, snelheid en locaties van de searchers. Het is soms een uitdaging om de linie goed ‘strak te krijgen,’ vanwege alle begroeiing, slootjes, gebouwen en hoogteverschillen.

09.45 Gewapend met een blauwe stok, proviand en een zakje poeder (‘voor de vochthuishouding’) gaan de teams op pad. Ik loop mee met team Alfa onder leiding van groepscommandant Rob en plava (plaatsvervanger) René. Via de app houden ze continu contact met de IC’s en de andere groepscommandanten. De GPS trackt iedere beweging zodat ze ook naderhand aan de politie kunnen laten zien welk gebied ze precies hebben doorzocht. Er lopen twee nieuwe vrijwilligers mee. Rob: ‘Die koppelen we altijd aan iemand die ervaren is zodat ze elkaar in de gaten kunnen houden en van elkaar kunnen leren.’

Rob wijst talloze details aan. Een leeg sigarettenpakje (‘rookte hij? Welk merk dan?’), een flesje, kledingstukken, platgeslagen gras. De vrijwilligers zijn erop getraind om op dit soort signalen te letten, en die verschillen per zoekactie. ‘Nu letten we vooral op kleding en een rugzak. Maar kijk, dit is een verstoring.’ Rob wijst naar een spoor in het kroos. ‘Waarschijnlijk een eend, maar bij acute vermissingen zou dit interessant zijn. Maar misschien dat we wel een onderwaterdrone inzetten.’

41


10.45

Er is een bundeltje kleding en iets wat lijkt op een hotelhanddoek gesignaleerd op het industrieterrein. Rob vindt het verdacht. De linie houdt een tijdje halt. Onderling worden veel grappen gemaakt. Rob: ‘Militairen hebben een speciaal soort humor. Ze spreken dezelfde taal. Dat is ook om te verwerken. En het is mooi hoe ze elkaar allemaal helpen. Even een noodbrug maken, elkaar over slootjes heen helpen.’ Er wordt ook veel gesproken over andere zoekacties. Een dementerende man die na twee dagen dankzij het VST levend is teruggevonden komt vaak ter sprake. Het heeft diepe

13.00

42

We naderen de Jutfasebrug, het puntje van de search grid. Leegstaande auto’s, viaducten; niets wordt overgeslagen. Een voorbijkomende journalist informeert naar wie we op zoek zijn. Rob verwijst hem naar de CP. ‘Wij geven geen informatie, dat coördineert de politie.’ Een uur later verschijnt de zoekactie op de website van RTV Utrecht.

indruk achtergelaten op de betrokken vrijwilligers. ‘De familie, daar doe je het voor,’ aldus een van de vrijwilligers. Rob: ‘Niet iedereen kan goed de eigen emoties onder ogen komen. Soms komt het te dichtbij. In principe heeft het VST ook geen contact met familieleden, dat doet de politie. Maar laatst hadden familieleden van een vermist persoon Kanjers-stroopwafels achtergelaten bij de cadi. Een mooi gebaar maar veel jongens hadden moeite om er een te pakken.’ Even later arriveert Dennis met de twee politieagenten, de vondst wordt overgedragen.

11.00

Lunchtijd. Voor iedereen staat een gevuld tasje klaar. Ik praat met twee leden van het onderhoudsteam. ‘Het VST heeft me echt uit een gat gehaald. Er is voor iedereen hier wat te doen. Wij zijn beiden afgekeurd, maar hier niet.’ Zijn collega vult aan: ‘Ik ben in korte tijd drie keer uitgezonden geweest naar Afghanistan. Dat ging me niet in de koude kleren zitten. Ik kreeg een hartinfarct, vorig jaar zijn er meerdere stands geplaatst en heb nu nog een hartcapaciteit van 13%. Ik heb geprobeerd om mee te lopen met een search maar dat kan niet meer. Maar op deze manier kan ik me ook nuttig maken.’ Even later heb ik het er met Mariska over: ‘Of het nou gaat om lichamelijke of mentale problematiek; het VST biedt een platform

waar niet gekeken wordt naar wat de vrijwilliger niet meer kan maar naar wat wel kan. Dat we zo’n open groep zijn krijgen we veel terug. Gelijkheid is zijn wie je bent. Dat is ons streven van begin af aan: iedereen is welkom. Alle soorten en maten, wat je ook hebt meegemaakt. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met het maken van 1025 kerstpakketten, gefinancierd door drie externe partijen. Die gaan we uitrijden naar verschillende inloophuizen. Een stukje wat we weer terug proberen te doen voor de veteranen. Deze keer maken we ook 200 vrouwenpakketten. Want het is nog steeds zo in de veteranenwereld dat het op de man gericht is. Die vrouwelijke veteraan erkennen we ook. Zij hebben ook in het bos zitten kakken.’


14.00

14.30

Ondanks de dichte bramenstruiken langs de snelweg ploegen de vrijwilligers erdoorheen. Iemand vertelt over een zoekactie in het bos, door manshoge begroeiing vol prikstruiken. ‘Dat was echt gekkenhuis. Maar als je aan het zoeken bent en je bent gefocust heb je het helemaal niet door.’ Ik denk aan Mariska die vertelde over hoe ze een paar weken na een zoekactie doornen uit haar been zag zweren. ‘Niet normaal

wat hier allemaal ligt’, verzucht iemand. Ontlasting, schoenen, een lading wierrookstokjes, tissues, onderbroeken, spuiten. Even later houdt de linie halt. Iemand ruikt een ‘penetrante lucht’ bij het slootje. Rob: ‘Helaas weet ik hoe het ruikt, veel veteranen hebben de geur in hun neus. Maar dit is geen lijkenlucht. Maar ik zie wel dat je hier makkelijk tussendoor kan, dus dat terrein pakken we straks ook even mee.’

15.00

Veteranen Search Team | vfonds Bij het Veteranen Search Team staat de vrijwilliger voorop. Zij laten zien wat de meerwaarde van een veteraan – in het verleden, maar ook voor de maatschappij vandaag de dag - en wat een politiefunctionaris in zijn vrije tijd bereid is om te doen.

Bij de rotonde houden we halt en wachten tot de linkerflank zich bij ons heeft gevoegd. Een vrijwilliger uit Brabant vertelt dat hij al vanaf het begin bij het VST zit en er inmiddels tientallen zoekacties op heeft zitten. ‘Een soort dubbele veteraan ben ik eigenlijk, haha. Ik heb wel een limiet aan reistijd, langer dan 1,5 uur rijden doe ik niet. Is ook lastig met werk. Veel werkgevers geven hier niet zomaar vrij voor maar er zijn er ook die tijd voor tijd geven. Dat is wel mooi.’

‘Iedereen klaar om terug te verplaatsen?’ Rob leidt groep Alfa weer terug naar CP. De vermiste is vandaag niet gevonden, maar vandaag was ‘uitsluiten’ het sleutelwoord en in die zin was de zoekactie succesvol. Piet: ‘Veel vrijwilligers hebben dat echt moeten leren accepteren. Het liefst vind je natuurlijk iemand en breng je diegene thuis, op welke manier dan ook.’ Ook de districtsrechercheur benoemt het in zijn dankwoord: ‘Als jullie hem niet kunnen vinden dan zal de vermiste hier ook

Zij zijn dienstbaar voor de samenleving en trots op zichzelf en de (oud)werkgever. Het VST is als organisatie hard aan het groeien. Om hen daarin te steunen, de kwaliteit van de inzetten op deze schaal te kunnen blijven garanderen en de nodige persoonlijke begeleiding en ontwikkeling te blijven bieden aan de vrijwilligers is vfonds in 2021 een langdurige samenwerking aangegaan met het VST. Vfonds biedt daarbij financiële

niet zijn. Wij houden alle scenario’s open. Wij zijn blij met jullie inzet. Dank daarvoor.’ De twee vrijwilligers van het onderhoudsteam ruimen het busje in. ‘Hij is niet gevonden. Dat moet je loslaten. We hebben al genoeg dingen in ons hoofd en daar past dit niet bij.’ Terug naar HQ (hoofdkwartier), de kazerne in Huis ter Heide. ‘Dat is echt thuiskomen voor een militair.’ De mobieltjes staan weer aan, klaar voor een nieuwe oproep.

steun ten behoeve van praktisch uitvoerende onderdelen. Het VST zet deze steun ook in om het werk tijdens en buiten de inzetten nog beter zichtbaar te maken om inzicht en begrip vanuit de maatschappij voor de mensen in de zoeklinie te vergroten. Op die manier kan vfonds als vliegwiel fungeren zodat zij in de toekomst op eigen benen kunnen staan.

43


Het verhaal achter 8.372 namen 25 jaar Srebrenica: Gevaarlijke Namen

44


In 1995 vond de genocide in Srebrenica plaats: 50 jaar na het ­einde van de Tweede Wereldoorlog, op E ­ uropese bodem. Een gebeurtenis waar ruim 8.000 mensen het leven lieten. Toch heeft een grote meerderheid van de Nederlandse jongeren nog nooit van Srebrenica g­ ehoord. Wat kunnen we leren van twee ooggetuigen die vanuit hun eigen perspectief vertellen wat zij hebben meegemaakt? Tekst Renee Middendorp

A

lma Mustafic (40) was 14 jaar toen ze zag hoe haar vader Rizo werd weggestuurd van de Nederlandse militaire c ­ ompound in Potocari, waar hij bij ­Dutchbat elektricien was. Hij dacht daar met zijn gezin veilig naartoe te zijn gevlucht, net als duizenden andere moslims. Haar woede en onmacht hierover vertaalde zich decennia later in onderzoeken en rechtszaken tegen de Nederlandse staat. Alma won, maar kreeg haar vader en andere familieleden er niet mee terug. In de theatervoorstelling 25 jaar ­Srebrenica: Gevaarlijke Namen blikt ze terug op een verleden dat ze voor altijd bij zich zal dragen. Ze wil dat iedereen hiervan leert. ‘Achter elk van de 8.372 namen op de marmeren gedenkstenen in Srebrenica schuilt een verhaal. Daarom vertel ik het onze.’ De voorstelling is een initiatief van theatermaker Boy Jonkergouw i.s.m. Het Zuidelijk Toneel en Vredesorganisatie PAX. Jonkergouw bracht Alma samen met een andere ooggetuige, oud-Dutchbatter Raymond Braat (45). Waar Alma als tiener meemaakte wat het betekent om plots door je beste vriendin en buren gehaat, bedreigd en opgejaagd te worden, was Ray ook pas 19 toen hij als VN-militair werd uitgezonden naar Bosnië’. Van het buitenland kende de Helmonder alleen

Benidorm. In Srebrenica - Bosnisch voor ‘zilverstad’ - zag hij wreedheden die hem permanente mentale littekens hebben gegeven. Therapie heeft hem weerhouden van zelfmoord. Op de zuil verschijnt een nieuwsfoto waarop Ray naast de Servische generaal en oorlogsmisdadiger Ratko Madlic staat. ‘Als ik toen had geschoten…’, zegt hij met spijt in zijn stem aan het begin van de voorstelling. Hij mocht niet.

Van kwaad tot erger

Alma en Raymond delen samen met acteurs Mike Weerts, Jolijn Henneman en Karen Sibbing het podium om hun persoonlijke verhaal en gedeelde onmacht te vertellen. Mike Weerts laat als vader Rizo zien hoe wreed het is dat iemand die voor alle technische problemen handige oplossingen weet, de veiligheid van zijn gezin op het laatst niet heeft kunnen ‘fixen’. Henneman maakt met jeugdige energie als puber Alma in alles voelbaar waar Alma’s woede over het wegkijken van de wereld is ontstaan. Langzaam zie je hoe de oorlog in hun leven komt. Dat begint onschuldig. ‘Wat is jouw achternaam, Alma?’, vraagt haar beste vriendin op een gegeven moment, verwijzend naar haar niet-Servische afkomst. Het zijn deze momentopnames in de voorstelling die laten inzien hoe een oorlog klein begint, met demoniseren, het verspreiden

van haat en desinformatie. ‘Angst is de knop waarmee je het geweten van een volk uitzet’, roept Alma. Het decor maakt de scènes aanschouwelijk. Met foto- en filmprojecties op beweegbare verhogingen, die eerst trappen, dan een huis, een tank, een bombardement en tot slot een gedenkplaats vormen. De verhalen van Alma en Ray worden ondersteund met livemuziek van Wouter de Belder. Ondertussen scrollen complete stambomen van namen op alfabetische volgorde voorbij op een witte projectiezuil in de vorm van een grafsteen. De lijst maakt zichtbaar hoe onvoorstelbaar de aantallen zijn achter de moord op Bosnische moslims. Aan het slot van de voorstelling klinkt een aangrijpende Balkanzang. We zijn pas bij de letter H. De lijst is nog lang niet afgelopen.

Naast elkaar laten bestaan

De perspectieven van Alma en Ray op de gebeurtenissen zijn compleet verschillend, waarbij heftige emoties en confronterende uitspraken niet worden vermeden. Alma heeft uiteindelijk met haar moeder, broer en jonge zusje naar ­Nederland weten te vluchten. Alma: ‘Maar zeg niet dat we gered zijn door Dutchbat. Wij hebben het zelf overleefd. Meer dan 8.000 moslimmannen en -jongens niet.’ Jonkergouw laat het verschil 45


‘In de ruimte die er ­gecreëerd wordt voor e­ lkaars verhaal ligt de kracht, een ­opening.’

van opvatting en emotie naast elkaar bestaan, juist door in te zoomen op het menselijke drama dat hen verbindt. De zaal voelt mee met het intense verdriet, het voortdurende gevoel van machteloosheid en boosheid. Hiermee hoopt Jonkergouw de geschiedenis invoelbaar en menselijk te maken. Om begrip, of in ieder geval een dialoog op gang te brengen. ‘In de ruimte die er gecreëerd wordt voor elkaars verhaal ligt de kracht, een opening.’

Heling

De dialoog tussen Ray en Alma op het podium werkt ook buiten de voorstelling door. Ray beschrijft de rivier die tussen hen inlag en hoe ze samen hebben gebouwd aan een brug die hen verbindt. ‘Er zat zoveel emotie in mijn hoofd, en zoveel schaamte. Het was een goede verwerking om hardop te vertellen over mijn ervaring als negentienjarige jongen, hoeveel pijn me dat nu doet. Die onmacht over wat ik juist wel of niet heb gedaan, de dingen die we zagen. En dan reageert Alma: “denk je dat dat het ergste was?” Dat is heel confronterend, maar het is ook het begrip van: fuck, inderdaad. Wij lieten jullie in de steek. En wij lieten jullie alleen met de bus weggaan en er was niemand meer bij. Dat besef is er pas sinds ik Alma heb leren kennen. Onze gesprekken zijn heel helend geweest.’ Door aan

46

deze voorstelling mee te doen, wil Ray getuigen van wat hij heeft gezien en onderstrepen hoe we kunnen leren van historische fouten. Maar ook dat het zo ontzettend belangrijk is om je emoties te uiten. ‘Dat laten we denk ik wel heel mooi zien op het toneel.’ Jonkergouw: ‘Toneel kan echt iets doen wat films en documentaires niet kunnen. Om echt contact te maken en de essentie van waar gaat een conflict of probleem nu eigenlijk over. Dat zie je ook terug bij de scholieren die de voorstelling zien: ze worden er echt diep door geraakt en leren via die emotie de thematiek begrijpen.’ De voorstelling vormt een belangrijke stap om

het onderwerp verder aan de kaak te stellen. De Canon van de Nederlandse geschiedenis besteedt wel aandacht aan Srebrenica, maar slechts kort, en alleen in de context van vredesmissies. Er is daarom ook gewerkt aan een inhoudelijke randprogrammering en een lespakket voor middelbare scholen. Het lespakket is bedoeld om de kennis van de val van Srebrenica te vergroten en leerlingen vaardigheden aan te leren om voortekenen te herkennen. Het kan ook los van de voorstelling gebruikt worden. Zo leren ze over het Stanton-model, de fases van hoe een genocide zich ontwikkelt en de preventieve maatregelen die dit proces kunnen stoppen. Maar ook over gebeurtenissen die plaatsvonden tijdens de


COLUMN

Hannah Hoekstra

Kunst laat je het echte leven doorvoelen

Srebrenica | vfonds Vfonds stelt zich als doel projecten te subsidiëren die tezamen recht doen aan de geschiedenis op een constructieve manier, in al zijn complexiteit en belicht vanuit meerdere kanten. Ook een geschiedenis die dichter bij het heden staat en die vaak gepaard gaat met complexe emoties en soms zelfs ophef losmaakt, zoals Srebrenica. Wederzijds inzicht en inlevingsvermogen zijn belangrijke ­ingrediënten om ervoor te zorgen dat verschil van perspectief niet uitmondt in een polarisatie van standpunten. Daarom steunde vfonds niet alleen de voor­stelling maar ook het lespakket dat inzet op kennis en vaardigheden. Hiervoor is op initiatief van vfonds in samenspraak met het Veteraneninstituut een k­ lankbordgroep gevormd, met een vertegenwoordiging van nabestaanden, mensen uit het onderwijs en veteranen. Op die manier wordt meerstemmigheid gewaarborgd.

Joegoslavische burgeroorlog, zoals het bestaan van concentratiekampen. Iets dat veel mensen niet weten. Inmiddels is men vanuit Defensie bezig om herdenkingsreizen voor Dutchbat-­veteranen op te zetten. Ray zelf krijgt steeds meer positieve reacties van Dutch­­batters die zich gesteund en herkend voelen in zijn verhaal. Maar ook vanuit de Bosnische gemeenschap. Alma: ‘Die zijn hem zo dankbaar, dat hij dit ­allemaal nu vertelt.’

Het kleeft een beetje aan mij dat ik altijd heftige rollen krijg. Ik doe dat graag, het verbreedt mijn horizon. Ook de voorstelling Een Duits leven, die ik speelde bij Theater Na de Dam, grijpt het publiek bij de keel. Ik speelde Brunhilde Pomsel, de secretaresse van Hitlers minister van propaganda Joseph Goebbels. Brunhilde bewoog zich tussen de grootste misdadigers van de vorige eeuw en toch was ze nooit helemaal op de hoogte van wat er om haar heen gebeurde. Althans, dat hield ze tot het eind van haar leven vol. Ze had zich nooit zo geïnteresseerd voor politiek en schuldgevoel had ze nooit gekend. Het stuk laat zien hoe makkelijk mensen hun beeld van de realiteit kunnen aanpassen om maar geen gewetensnood te krijgen. Dat verhaal kun je zo naar onze eigen tijd en je eigen leven verplaatsen. Zo’n rol grijpt niet alleen het publiek, maar ook mij. Ik realiseerde me dat ik net zo oud ben als Brunhilde was toen ze voor Hitlers propagandaminister Goebbels ging werken. Het stuk gaat over de Tweede Wereldoorlog, maar het resoneert met allemaal situaties die niet in de haak zijn en die je als jonge vrouw om je heen ziet gebeuren. Dingen waar je ook makkelijk omheen zou kunnen kijken. De kracht van kunst zit ‘m in mensen in beweging te krijgen, mensen te ontroeren en na te laten denken over zaken waar ze tussen leven en vaak gedachteloos langsheen gaan. Een tijd geleden speelde ik in de heftige voorstelling Na het einde, van de Toneelschuur. Het ging over twee mensen in een schuilkelder nadat de bom is gevallen en de duistere kant van de mens in moeilijke tijden. Hoelang kunnen mensen elkaar verdragen? Na afloop kwamen een moeder en zoon naar me toe die me vertelden dat ze helemaal flabbergasted waren. Ze behoorden niet tot het typische toneelpubliek en hadden zich vergist want ze dachten eigenlijk dat ze naar een filmvoorstelling gingen. Zo’n ervaring in een schuilkelder hadden zij nooit meegemaakt of ook maar kunnen bedenken. Als het goed is laat theater je doorvoelen wat er dan met je gebeurt. Ik weet nog dat ik als kind de film Mathilde zag, dat ging over een meisje dat dingen met haar ogen in beweging bracht. Ik ging dat vervolgens thuis zelf ook proberen. Feitelijk is dat wat een acteur doet, gevoelens en emoties in beweging zetten zodat mensen dat meenemen naar hun dagelijkse leven. Theater Na de Dam en Koninklijk Theater Carré presenteerden op 4 mei 2021 een livestream van het stuk Een Duits Leven. Actrice Hannah Hoekstra bracht een monoloog over de ­onbetrouwbaarheid van ons moreel kompas.

47


Militaire erevelden en oorlogsbegraafplaatsen Fotoreportage

Canadese Begraafplaats Holten 48


Er heerst een serene rust. Uitgezoomd een haast c­ aleidoscopisch landschap in v­ erstilde tijd. O ­ naangedaan door de w ­ isseling van de ­seizoenen, het verstrijken van de tijd. ­Rijen met graven, duizenden i­ ndividuen. Voor wie inzoomt en durft te kijken, o­ ntvouwt zich een wereld van o­ ntelbare verhalen. Tekst Renee Middendorp | Beelden Nick Cornelissen / Aerial Intelligence

M

eer dan een naam op een grafsteen zijn dit plekken waar herinnering tijdloos wordt. Om hen te herdenken die hun leven gaven voor onze vrijheid. En waar de verhalen achter de gesneuvelden verteld en doorgegeven worden. Ook die van degenen die kozen voor of belandden aan de ‘andere kant’. Vfonds onderschrijft het belang om deze verhalen en de lessen die we hieruit kunnen trekken te behouden en door te geven en heeft daarom bijgedragen aan de totstandkoming van verschillende bezoekerscentra. Zij vormen een bron van informatie om een bezoek aan de begraafplaats of ereveld meer diepgang te geven. We lichten er vier uit.

Canadese Begraafplaats ­Holten

Aan de Eekhoornweg op de Holterberg ligt een stukje Canada. Hier bevindt zich het ereveld waar 1394 Canadese militairen liggen begraven die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwamen in Oost- en

Noord-Nederland en Noord-Duitsland. Na de oorlog zag men in weilanden, bermen of tuinen witte houten kruisjes staan. Deze markeerden waar geallieerde militairen waren gesneuveld en begraven. De Nederlandse overheid stelde in Overijssel gronden beschikbaar om hen een laatste rustplaats te geven. Sindsdien beheert het CWGC de begraafplaats. Achter elke steen hoort een persoonlijk verhaal. Verhalen van veel te vroeg gestorven soldaten in een voor hen vreemd land. In het nieuwe naastgelegen informatiecentrum wordt de gedachte aan hen levend gehouden met anekdotes en foto’s - vaak geschonken door nabestaanden. In de filmzaal is een impressie van de bevrijding van Noord- en Oost-Nederland te zien en luister je naar indrukwekkende verhalen over de gesneuvelde bevrijders. Het bezoekerscentrum is ­geopend wo t/m zo van 13:30 tot 16:00 en ‘s zomers de hele week tot 17:00

49


Erevelden met ­perspectieven en verhalen achter de g­ esneuvelden. Ook die van ­degenen die kozen voor of ­belandden aan de ‘andere kant’

Duitse Oorlogsbegraafplaats ­Ysselsteyn

Nergens liggen in Nederland zoveel doden uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog bij elkaar als hier. 32.000 namen en verhalen van Duitse soldaten, Nederlandse collaborateurs maar ook Indiërs en Turkmenen die door de Duitsers in de Sovjet-Unie krijgsgevangen zijn gemaakt. Onbekende en confronterende verhalen die vaak niet gehoord (willen) worden maar wel een belangrijke boodschap met zich meedragen. Over de gevolgen van oorlog en geweld, en de urgentie van verdraagzaamheid, vrede en geweldloosheid. De Duitse Oorlogsbegraafplaats wordt hierdoor in feite een waarschuwingsmonument: nooit meer oorlog. Met het nieuwe bezoekerscentrum legt de Stichting Vrienden van Ysselsteyn de basis om deze belangrijke opgave ook in de toekomst waar te blijven maken voor een breder ­publiek. In de nieuwe multimediale tentoonstelling kun je zelf de verhalen achter de kruizen ontdekken: wie waren deze mensen, wat hebben zij gedaan en hoe worden zij herinnerd? Ook kan men zelf zoeken naar namen in een database. Hiermee biedt het bezoekerscentrum een nieuwe kijk op de geschiedenis. De begraafplaats is dagelijks open van zons­ opgang tot zonsondergang en het bezoekers­ centrum van 9.00 tot 17.00

50

Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn


51


Nationale Veteranen Begraafplaats Loenen

Pools Militair Ereveld Breda

Dat ook de Poolse troepen een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de bevrijding van grote delen van Nederland is maar bij weinig mensen bekend. Velen vochten in de Poolse 1e Pantserdivisie, onder leiding van generaal Stanisław Maczek. Ruim 160 Poolse gesneuvelde militairen liggen nu begraven op het ereveld in Breda. Hun verhaal draagt een belangrijke boodschap van medemense-

52

lijkheid, kameraadschap en toewijding met zich mee. Om hun inzet te eren en deze geschiedenis door te geven aan de volgende generaties is naast het ereveld het Generaal Maczek Memorial gerealiseerd. Het memorial heeft een ruwer karakter dan het gecultiveerde ereveld; in dat contrast schuilt het verhaal van ­Maczek en zijn mannen. Het biedt plaats aan de permanente tentoonstelling van het Generaal Maczek Museum, heeft

een ­informatie- en documentatiecentrum, een ­Chambre de ­Reflection en een filmzaal. De geschiedenis wordt achterwaarts verteld, te beginnen bij de bevrijding van Breda, en verbeeldt de zegentocht die ze hebben getrokken. Het Maczek Memorial is open op woensdag van 13.00 tot 17.00, zaterdag en zondag van 11.00 tot 17.00


‘Zo zien mensen eruit die in vrede l­even’. Dat is wat het spiegelbeeld je vertelt ­zodra je de begraafplaats betreedt. Nationale Veteranen­begraafplaats Loenen

‘Zo zien mensen eruit die in vrede leven’. Dat is wat het spiegelbeeld je vertelt zodra je de begraafplaats betreedt. Hiermee is gelijk ook de toon gezet, want op deze unieke plek midden in de Veluwse bossen liggen mensen begraven die zich in hun militaire carrière hebben ingezet voor onze vrede en vrijheid, hier of elders in de wereld. De Oorlogsgravenstichting en de Stichting Veteranenbegraafplaats Loenen hebben een mooie en waardige plek gerealiseerd, een laatste rustplaats die recht doet aan hun inzet. De veteranenbegraafplaats, naar een idee van voormalig vfonds voorzitter Robert Croll, werd mede door vfonds in gang gezet

en ­gefinancierd. Samen met het naastgelegen ereveld en het nieuwe herdenkings- en educatiecentrum vormt de begraafplaats een plek van ontmoeting, bezinning en waardering. Naast dat er uitvaartdiensten gehouden worden kan de bezoeker in de tentoonstelling informatie vinden en persoonlijke verhalen lezen over de inzet en ervaringen van Nederlandse burgers en militairen tijdens de Tweede Wereldoorlog en die van veteranen tijdens actuele internationale (vredes)missies. De begraafplaats is dagelijks open van 9.00 tot 17.00. Het herdenkings- en educatiecentrum woe t/m zo van 10.00 tot 16.00.

Pools Militair Ereveld Breda

53


‘Er zit geen s­ tructuur in het verleden, die brengen we zelf aan’   ­ Prof. dr. Frank van Vree, b ­ ijzonder hoogleraar G ­ eschiedenis van Oorlog, Conflict en Herinnering aan de Universiteit van Amsterdam, ­programmadirecteur en voormalig directeur van het NIOD

54


In februari 2022 verschijnt een omvangrijk onderzoeksrapport over het geweld dat Nederland in de jaren na de oorlog uitoefende in Indonesië. Een onderzoek dat onder andere door wetenschappers van het NIOD werd uitgevoerd. Een gesprek met de programmadirecteur en voormalig directeur van het NIOD over hoe wetenschappers in Nederland en Indonesië aankijken tegen deze tijd en hoe daar een verhaal van kan worden gemaakt waar iedereen zich in kan vinden.

Ne d e r l Indië

an d s -

Interview Koos de Wilt

H

oe kijkt u aan tegen het verschuivende beeld over de geschiedenis die je nu op veel terreinen ziet plaatsvinden?

Een vergelijkbare worsteling met de geschiedenis zien we nu ook, in een globaliserende wereld waarbinnen verschillende groepen in de samenleving zich op een of andere manier met elkaar moeten leren verhouden en eerlijk in de spiegel van de geschiedenis moeten leren kijken. Dat zet veel op z’n kop. En wat betekent dat voor al die standbeelden die we in de negentiende eeuw, als onderdeel van het opkomende nationalisme, hebben opgezet voor een natie die nog maar kort daarvoor gevormd was? Nederland bestond helemaal niet in de zestiende of zeventiende eeuw, het was toen een federale republiek van zelfstandige gebieden, zonder eenduidige nationale identiteit. Nu leven we weer in een nieuwe fase waarbij geschiedbeelden worden herzien, ook het beeld van het kolonialisme. De manier waarop naar het verleden wordt aangekeken, is aan verandering onderhevig, niet alleen het beeld van het grote publiek, maar ook van de professionele historicus. Geschiedenis gaat altijd over interpretaties. Op grond van dezelfde feiten kun je tot verschillende interpretaties komen. Maar dat is geen vrijbrief voor willekeur. Mijn devies is: objectiviteit is niet de uitkomst, maar objectiviteit is de methode. De taak van de historicus en in zekere zin ook van de journalist is uit de chaos van feiten en bronnen een zo goed mogelijke interpretatie te geven, die een zo groot mogelijke mate van aannemelijkheid heeft. Er zit geen structuur in het verleden, die brengen we er zelf in aan.’

Wat zijn de verschillen tussen hoe er in I­ ndonesië en Nederland tegen die geschiedenis wordt a ­ angekeken?

‘Er zijn van oudsher grote verschillen in de manier waarop in Indonesië en Nederland tegen deze geschiedenis wordt

aangekeken. Dat heeft natuurlijk niet alleen te maken met een verschil in bronnen waaruit wordt geput. Voor de ene kant is het de geschiedenis van een bevrijdingsoorlog met een positieve lading, terwijl het in Nederland een enigszins besmuikte geschiedenis is. Een oorlog die verloren is en een tijd waarvan iedereen weet dat er dingen zijn gebeurd die niet in de haak waren, ook heel ernstige zaken. Deze verschillende perspectieven zien we ook terug in het werk van de professionele historici. Ten slotte is iedere historicus een product van de eigen omgeving en eigen tijd. Tegelijk is het de taak van de historicus een stap verder te komen en te proberen de verschillende perspectieven zoveel mogelijk bij elkaar te brengen, vanuit de overtuiging dat je daarmee ook beter kunt begrijpen wat er is gebeurd. Want die oorlog kon er alleen maar zijn doordat er verschillende perspectieven waren. Een goed historicus probeert daar zo diep mogelijk in door te dringen. Het doel van ons onderzoek is om de dynamiek van de gebeurtenissen in kaart te brengen, door te laten zien wat er feitelijk gebeurde. Door de verschillende perspectieven daarbij te betrekken doe je recht aan de gebeurtenissen.’

Wat betekent 17 augustus 1945 in die context?

‘Op die datum, twee dagen na de capitulatie van Japan, werd in Indonesië een onafhankelijke republiek uitgeroepen – een gebeurtenis waar je dus op verschillende manieren naar kan kijken. Er werd een politiek feit ge­creëerd dat in eerste instantie door vrijwel geen enkel land werd geaccepteerd, waarna het nog ruim vier jaar duurde voordat de onafhankelijkheid door de wereldgemeenschap juridisch werd erkend en Indonesië als soevereine staat werd gezien. Nederland erkende die soevereiniteit ook niet, maar zag de onafhankelijkheidsverklaring als een vorm van opstand. De regering besloot tot wat zij betitelde als ‘politionele acties’. Interessant is dat niet alleen de KVP en andere behoudende partijen in Nederland de r­ echtmatigheid van

55


het Indonesische onafhankelijkheidsstreven niet wilde erkennen, ook de Partij van de Arbeid met hun voorman Drees wilde dat niet, zij het dat de partij verdeeld was. Tegelijkertijd zien we dat de Nederlandse autoriteiten de feitelijke soevereiniteit van de Republiek erkenden van de delen van het land die door de republikeinen waren bezet. Ze onderhandelden er ook mee. Het is daarmee een heel genuanceerd verhaal. Maar die nuances worden lang niet altijd gezien en zo zijn de verschillende perspectieven over het uitroepen van de republiek en de oorlog die daarop volgde tot op de dag van vandaag blijven bestaan. Met name een deel van de veteranen en hun kinderen zullen niet snel van inzicht veranderen: erkennen dat Indonesië op 17 augustus 1945 onafhankelijk werd, betekent voor hen dat de oorlog voor niets is gevoerd.’

In hoeverre heeft de Bersiap-periode de ­Nederlandse reactie bepaald?

‘Op het moment dat besloten werd tot het sturen van troepen ging het om een politiek besluit, waarbij Nederland de geallieerden zou aflossen die Indonesië tot dat moment hadden gecontroleerd. Dan hebben we het over het najaar van 1945. Doel was een herbezetting, het herstel van het Nederlandse gezag over Indonesië, tegen Soekarno en de republiek. Het nationalistische geweld dat in die maanden plaatsvond en zich vooral richtte tegen Nederlanders, Indische Nederlanders, Chinezen – maar ook Japanners en andere groepen, speelde in die besluitvorming nog nauwelijks een rol. Eigenlijk had de Nederlandse regering geen idee hoe de zaken er in augustus 1945 in Indonesië voorstonden. Men zag niet hoe diep het nationalisme wortel had geschoten, eigenlijk al voor de Tweede Wereldoorlog, en dat het tijdens de Japanse bezetting alleen maar was bevorderd. Die Japanners hebben ook de eerste paramilitaire groepen opgezet. De Japanse bezetting bleek een onherstelbare breuk. Veelzeggend is een dagboekaantekening van een Britse officier die in 1942 al schrijft dat op het moment dat de Japanners kwamen de hoffelijkheid van de Indonesiërs richting de Nederlanders in één klap was verdwenen. Alsof het doek eindelijk was gevallen. Dit terwijl de Nederlandse gouverneur De Jonge in 1936 nog zei dat de Nederlanders al drie eeuwen in Indonesië waren en het nog minimaal driehonderd jaar zou duren voordat de Indonesiërs rijp zouden zijn voor onafhankelijkheid.’ ‘De bestuurders waren blind voor de tekenen van de tijd. Nederland raakte vanaf 1945 internationaal dan ook snel geïsoleerd, ook door de Amerikanen en de Britten. Zeker toen duidelijk werd dat door het toenemende geweld de Amerikaanse en Britse positie in andere delen van de

56

‘Op grond van dezelfde feiten kun je tot verschillende interpretaties komen. Maar dat is geen vrijbrief voor willekeur. Mijn devies is: objectiviteit is niet de uitkomst, maar objectiviteit is de methode.’

wereld onder druk kwam te staan. Alleen Frankrijk bleef Nederland steunen. Die zaten in hetzelfde schuitje met Indochina en later in Algerije. Dat Nederland zo halsstarrig in zijn eigen gelijk bleef geloven, was ook een erfenis van de vooroorlogse jaren. Rond de Eerste Wereldoorlog waren er nog allerlei plannen geweest voor vergaande hervormingen, maar die waren in de jaren dertig allemaal weer teruggedraaid door politici als De Jonge en Colijn. Kritiek werd hardhandig bestreden en politieke tegenstanders opgesloten in concentratiekampen. De houwdegen Colijn, die als adjudant van Van Heutsz had gevochten in Atjeh, wilde de koloniale suprematie geen seconde ter discussie stellen. De hervormers hadden onder Colijn voor de oorlog het onderspit gedolven.’

In hoeverre was de situatie anders in de ­verschillende delen van Indonesië?

‘Er waren veel regionale verschillen die te maken hadden met verschillen in religie, in mate van vestiging van gezag en in het plaatselijke karakter. Er zijn grote verschillen in de geografische, demografische en economische structuur in bijvoorbeeld Celebes en West-Java. Die zorgden voor grote verschillen in de mate van organisatie van de republiek en de militaire operaties in de verschillende gebieden. Er is ook een groot verschil tussen Oost- en West-Java en tussen de stedelijke gebieden en het platteland. Gevolg daarvan is dat er andere blikken in diverse delen van Indonesië konden ontstaan. Dat blijkt uit het onderzoek van Indonesische onderzoekers. Op lokaal niveau was de strijd vaak ook meer sociaal dan politiek en was er veel interne strijd. Dat levert geheel verschillende verhalen op.’

Hoe was het eigenlijk gesteld met de informatievoorziening in die tijd als het gaat over wat het publiek en wat de autoriteiten wisten?

‘Een van de onderzoeken gaat over de informatiestromen


Ne d e r l Indië

en wat er binnenkwam bij de Nederlandse ministerraad vanuit Batavia. Die resultaten moeten nog gepresenteerd worden, maar je kunt stellen dat de journalistiek in die tijd volledig embedded was, volledig gecontroleerd door de Nederlandse autoriteiten. De Nederlandse, verzuilde pers gedroeg zich gedwee. Een van de weinige onafhankelijk bronnen waren de brieven die de militairen naar huis stuurden. Die kwamen soms ook bij politici terecht en die maakten daar soms werk van. Ook journalisten – vooral uit de kringen van het voormalig verzet - schreven er vervolgens kritisch over, maar die waren wel in de minderheid.’

Schrijvers, advocaten, onderzoeksjournalisten en documentairemakers hebben zich er de laatste jaren over gebogen. Ook de historicus Rémy Limpach toonde in zijn studie De brandende kampongs van generaal Spoor (2016) aan dat Nederlandse militairen structureel grensoverschrijdend geweld hebben gebruikt. Het was deze publicatie die de Nederlandse regering uiteindelijk deed besluiten financiële middelen ter beschikking te stellen om een diepgaand onafhankelijk onderzoek over de oorlog in Indonesië mogelijk te maken. In februari 2022 worden de resultaten gepresenteerd bij de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Onafhanke-

an d s -

Wat valt er te zeggen van de aanpak van David van Reybrouck in zijn boek Revolusi als het gaat om de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd?

‘Zijn aanpak van oral history is een combinatie van geschiedschrijving en een studie van herinnering. Het geeft aan hoe het verleden doorwerkt in het heden en is niet per se een beschrijving van wat er daadwerkelijk is gebeurd. Het is een speciaal soort benadering die heel veel oplevert. Het vertelt een andere geschiedenis, een geschiedenis van onderaf. Eigenlijk deden Loe de Jong en Jacques Presser dat overigens ook al in de jaren zestig.’

lijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 heet het gezamenlijk onderzoeksprogramma van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Het onderzoeksprogramma, dat bestaat uit 8 deelprojecten, moet een wetenschappelijk gefundeerd antwoord geven op verschillende vragen. Het gaat dan om vragen naar de aard, omvang, oorzaken én impact van het Nederlandse geweld, bezien in een brede politieke, maatschappelijke en internationale context. Centraal in het onderzoeksprogramma staat de vraag naar

de dynamiek van de gebeurtenissen rond het geweld, vanaf de uitroeping van de Republiek Indonesia op 17 augustus 1945 tot het einde van de oorlog in 1949. Binnen een aantal deelprojecten werd samengewerkt met wetenschappers uit Indonesië en andere landen. Doel daarvan is de geschiedenis van de oorlog in Indonesië en de impact daarvan op de Indonesische samenleving in de jaren 1945-1950 meer reliëf te geven, en zo niet alleen los te komen van traditionele Eurocentrische perspectieven en terminologie maar ook de ontwikkeling van postkoloniale perspectieven te versterken.

57


‘Veel gaat ­ voorbij, ­behalve het ­verleden’ Schrijver David Van Reybrouck over de pijn van een gewelddadig Indisch verleden

Bijna honderdduizend exem­plaren zijn er inmiddels verkocht van ­Revolusi. Voor zijn boek inter­viewde de B ­ elgische cultuurhistoricus ­gedurende vier jaar lang bijna tweehonderd hoogbejaarde ervarings­ deskundigen om te achterhalen wat er echt gebeurde tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Een gesprek met David Van Reybrouck over de feilbaarheid van het geheugen, over de pijn na een gewelddadig verleden en de manieren om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen gaan door de confrontatie met het verleden. Interview Koos de Wilt

V 58

orig jaar verscheen Revolusi, een monumentaal boek over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Een boek vol verhalen van de laatste nog levende getuigen van de onafhankelijkheids-

strijd, hoogbejaarden in Nederlandse en Indonesische rusthuizen, in Japanse miljoenensteden en op verafgelegen eilanden. Wat levert een boek met herinneringen van gewone mensen op anders dan de verhalen die verteld worden op basis van documenten in archieven? Van Reybrouck: ‘Ik werk graag met interviews. Ik vind dat oral history echt iets toevoegt. Je hoort de stem van mensen die vaak niet doordringt tot de papieren archieven. Archieven zijn nooit neutraal, ze vertegenwoordigen heel vaak de macht en vaak maar één kant van de samenleving. Archieven zijn vaak de neerslag van de bovenkant van de samenleving: van het bestuur, het gerecht, de diplomatie, de legertop en de economische machthebbers. Die verhalen van de veteranen zijn meestal niet terug te vinden in de officiële stukken. Soms kennen we ze uit familiearchieven en uit geschreven familiegeschiedenissen. Maar heel vaak raken ze vergeten. En deze verhalen sterven in de meeste gevallen met het overlijden van de mensen die ze hebben meegemaakt. Het voordeel daarvan is dat ze op het moment zelf zijn geschreven, daardoor hebben ze een onmiddellijkheid, maar aan de andere kant zijn ze vaak gefilterd. Je gaat niet aan je bange moedertje op de Veluwe vertellen in wat voor hachelijke situatie je bent beland. En je zal al helemaal niet vertellen dat je jezelf hebt misdragen. Het voordeel van de interviews die ik heb gedaan is juist dat de tijd erover is gegaan en dat mensen er soms makkelijker over vertellen. Aan de andere kant: wat mensen vandaag zeggen is wat ze vandaag zeggen. Daar is in Indonesië vooral decennialange nationale propaganda overheen gegaan. Dat moet je beseffen. Ik herinner dat ik twee keer een veteraan in Zierikzee heb geïnterviewd en de eerste keer maakte hij zich heel erg


Ne d e r l Indië

kwaad over hoe de klokkenluider Joop Hueting zijn maten door het slijk haalde. Toen ik hem twee jaar later voor de tweede keer sprak, had hij Rémy Limpachs studie De brandende kampongs van generaal Spoor gelezen en zei me dat hij het gevoel had in een ander leger te hebben gezeten en tot een nieuw inzicht was gekomen. Dat is wat er in twee jaar kan gebeuren. Wat in die interviews helpt is dat ik niet vraag naar opinies over wat men van de politionele acties vond, maar triviale dingen vraag als: wat aten jullie, hoe sliepen jullie, hoe zagen jullie uniforms eruit en gingen jullie ’s nachts of overdag op stap? De documentairemakers met wie ik een tv-serie maakte bij het boek vertelden mij vaak dat het ze opviel dat ik zo ver ging in het doorvragen. Ik doe dat omdat je dan concrete, tastbare herinneringen krijgt. Door zo door te vragen bij die man uit Zierikzee over hoe zijn dag eruitzag, kwam ik erachter dat hij door zijn slechte ogen eigenlijk altijd op de basis was gebleven en zich daar bezighield met telegrafie. En toen begreep ik waarom zoveel veteranen zo kwaad waren op mensen als Hueting die getuigden over de gewelddadigheden. Het blijkt namelijk dat maar een kwart van de soldaten daadwerkelijk aan de gevechtshandelingen meedeed, driekwart van de militairen hield zich bezig met personeelsadministratie, vrachtwagens repareren, eten bereiden, etc. Oorlog is vooral een enorme logistieke operatie waarbij de meeste mensen zich

an d s -

niet bezighouden met vechten. In mijn boek heb ik het over een plastic gordijn tussen de troepenmacht, tussen de mensen die in het veld stonden en alles wisten en zwegen en degenen die zich bezighielden met logistiek, zoals die man in Zierikzee.’

Joop Hueting

Lang kregen veteranen te horen dat het beter is te zwijgen en te vergeten. Daar is verandering in gekomen de laatste jaren. Wat betekent dat? Van Reybrouck: ‘We hebben heel lang geloofd dat verdringing de beste manier was om ermee om te gaan. Praat er niet over, dan verdwijnt het wel. Maar de psychologie heeft ons inmiddels geleerd dat veel voorbijgaat behalve het verleden. Dat is ook de titel van een boek van de Belgisch socioloog Luc Huyse: Alles gaat voorbij, behalve het verleden. Het is inmiddels ook de slogan geworden van AfricaMuseum in Tervuren. Het gaat niet voorbij. Ik heb volwassen mannen gezien die in tranen zijn uitgebarsten. Verdringen helpt niet. Het is als het toedekken van een wond waarbij het aan het oppervlak lijkt dat het is genezen, maar eronder is er pus dat eruit wil. Mensen vergeten veel, behalve de trauma’s. Op tv in 1969 hanteerde Joop Hueting een rustige, analytische toon die niet op de details inging, maar aan het eind van zijn leven benoemde hij de rauwe traumatische beelden: een gebedshuis waar

59


Vanaf maart 1951 kwamen zo'n 12.500 ­Molukkers naar Nederland. Een groot deel van het kampterrein in Vught werd ­‘ Woonoord Lunetten’

mensen door Nederlandse soldaten waren neergemaaid, een vrouw die hem op haar knieën smeekte om haar leven. De geest kan de herinneringen trachten te verdringen, maar het lichaam slaat het allemaal op, zoals de psychiater Bessel van der Kolk schrijft in zijn boek The Body Keeps the Score. Wat de geest niet meer weet of wil weten, schreeuwt het lichaam uit. Gelukkig is daar vandaag meer aandacht voor.’

De Oost

In de film De Oost probeert de hoofdpersoon Johan de schande van het hebben van NSB-ouders af te schudden en dit goed te maken door naar Indië te gaan. Uiteindelijk leiden alle goede bedoelingen ertoe dat hij betrokken raakte in een oorlog. Hoe kijkt de schrijver aan tegen jongens als Johan? Van Reybrouck: ‘In mijn boek schrijf ik dat de verontwaardiging niet kan stoppen bij het wangedrag van militairen dat er onmiskenbaar geweest is. Maar ik vind het veel te makkelijk om met het morele beschuldigende vingertje alleen te wijzen naar achttienjarige jongens uit Zeeland, Friesland of de Achterhoek of waar ze ook gerekruteerd werden. Dat is niet eerlijk met de structurele problemen van een slechte opleiding en een slechte geestelijke omkadering door aalmoezeniers die ook meededen. In het archief van Hueting vond ik een opsomming van het gebrek aan training, aan opleiding, aan eten, aan manschappen en ga zo maar door. Allemaal structurele factoren die het wangedrag in de hand hadden gewerkt. Maar we moeten ook kijken naar de Nederlandse regering, naar het Nederlandse parlement en naar de hoofdredacties van de Nederlandse kranten op dat moment. De grote les voor mij was dat we ook aandacht moeten geven naar de acties van Louis Beel en Willem Drees. Tijdens de Eerste Politionele Actie was Beel minister-president. Drees was minister-president op het moment van de Tweede Politionele Actie toen Beel als Hoge vertegenwoordiger van de Kroon in Indonesië was om de Nederlandse belangen te behartigen. Ik denk dat Drees

60

in december 1948 beter had moeten weten, maar Beel stuurde vanuit Jakarta echt aan op oorlog. Problematischer was zijn rol in 1949 bij de onderhandelingen op de Ronde­ tafelconferentie over de afkoopsom die Indonesië ging moeten betalen. Eigenlijk was dat verbijsterend: Drees vond dat Indonesië moest betalen voor zijn onafhankelijkheid. Dat is dus vergelijkbaar met hoe slaven in de negentiende eeuw hun eigen vrijheid moesten kopen! Nee, het was nog cynischer: hij vond dat Soekarno zelfs voor de politionele acties moest betalen, want die hadden Nederland veel geld gekost. Ik weet dat ‘vadertje Drees’ gekoesterd wordt als de bedenker van de verzorgingsstaat, maar hij heeft zijn AOW eigenlijk alleen maar kunnen betalen met deze afkoopsom van in eerste instantie zes miljard gulden, later teruggebracht tot zo’n vier miljard. Nederland lag na de Tweede Wereldoorlog in puin en de economie moest in zijn geheel weer worden opgebouwd en feitelijk hebben heel veel bejaarden dus niet ‘getrokken van Drees’ maar van Soekarno. Die heeft tot diep in de jaren vijftig ongeveer tachtig procent betaald van de afkoopsom. Het is dus veel te beperkt om te wijzen naar individuele militairen en naar de achterliggende structuren. Je moet kijken naar die mix van militaire, diplomatieke en politieke processen. Het is wat Von Clausewitz in zijn beroemde boek Vom Kriege uit 1832 al scheef: Oorlog is politiek met andere middelen. Dat is absoluut ook het geval bij wat er tussen 1945 en 1949 is gebeurd. Het kantelpunt was het wankele akkoord dat Wim Schermerhorn en Soetan Sjahrir op voet van gelijken in de villa in Linggadjati hadden bereikt. Het compromis verdiende geen schoonheidsprijs, maar het had alle bloedvergieten kunnen voorkomen. In november 1946 was dat akkoord bereikt en het is in de maanden daarna stukje bij beetje uitgehold door de Nederlandse regering en daarna het parlement. In april 1947 komt de Minister van Financiën Piet Lieftinck, bijgenaamd Piet Paniek, tot de conclusie dat de Nederlandse economie in zijn geheel in puin ligt. In een brief geeft Lieftinck de


Ne d e r l Indië keuze aan het parlement om of de militaire troepen terug te trekken om zo de kosten te drukken of, zo stelt hij in de brief, een militaire slag toe te brengen waardoor de economische productiegebieden in Java en Sumatra in handen zouden komen van Nederland. En daarmee brak Den Haag finaal met het akkoord van Linggadjati.’

Nieuw-Guinea en de Molukken

In Nederland hebben we op dit moment te maken met onderbelichte kwesties van Nieuw-Guinea en van de ­Molukken. Hoe moeten we daar met de ogen van vandaag naar kijken? Van Reybrouck: ‘Nieuw-Guinea is een merkwaardig verhaal omdat tijdens de koloniale periode de Nederlandse belangstelling voor dit gebied helemaal niet zo groot was. De Japanners hadden er meer belangstelling voor omdat het strategisch lag om naar Australië te kunnen gaan. In Linggadjati is Nieuw-Guinea nooit besproken en het gebied kwam pas ter sprake toen de Nederland een laatste stukje van de kolonie wilde bewaren, een plek waar Indische Nederlanders naartoe gebracht zouden kunnen worden. Het werd een laatste stuiptrekking van een overzees koloniaal bezit. Dat heeft tot 1962 geduurd. Het is pijnlijk te zien hoe men in Java op dit moment een soort interne kolonisatie heeft afgekondigd van de Papoea’s. Als het gaat om de Molukse kwestie zien we een vergelijkbaar proces met de harki’s in Frankrijk, de Algerijnen die hebben meegewerkt met de Franse kolonialen. Frank Westerman heeft een boek geschreven over de Molukken, maar de grote film of de grote roman over de Molukse treinkaping moet nog geschreven worden. Ik weet nog dat ik als kind naar de televisie keek en zag hoe het leger de trein bestormde. De kaping was het werk van kinderen van KNIL-militairen. Het was een gemeenschap die in de jaren vijftig bij wijze van tijdelijke maatregel in Kamp Vught en andere barakken werd gehuisvest en daar jaren later nog zaten. Je kan zeker niet zeggen dat Nederland in de jaren vijftig en zestig ruimhartig is geweest naar deze gemeenschap. Tegelijkertijd: hun kinderen hebben de grootste aanslagen op de Nederlandse bodem gedaan tijdens de treinkaping en de gijzeling van de school in Bovensmilde. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Dat moet je echt uitspitten. Het is moeilijk om je enerzijds op de borst te kloppen over je eigen voortreffelijkheid als je niet de moeite doet te achterhalen wat daar is gebeurd. Er is al zoveel veel verdringing geweest van pijn bij de eigen veteranen, de pijn van andere groepen mag nog veel minder bestaan. Daardoor zijn allerlei wonden uit het verleden slecht of niet geheeld. Het is absurd dat we anno 2021 nog steeds moeten werken aan de wonden van de jaren veertig, maar het zal absoluut noodzakelijk zijn nu we ons moeten voorbereiden op nieuwe uitdagingen als het gaat over klimaatopwarming. Hoe kunnen we collectief aan de toekomst werken als er nog zoveel pijn is van het verleden op zoveel plekken in de samenleving? Ik ben nu bezig met een

an d s -

boek over klimaat en democratie. Het gaat over de kolonisatie van de toekomst, over hoe we onze kleinkinderen aan het bestelen zijn. Daar gaat ook de Huizingalezing over die ik aan het eind van het 2021 mag geven.’ Eerder schreef David van Reybrouck zijn grote boek over het Belgische koloniale verleden met de Congo. Wat zijn volgens de schrijver eigenlijk de verschillen tussen hoe Belgen en Nederlanders omgaan met hun koloniale verleden? Van Reybrouck: ‘Ik denk dat de Nederlanders beter waren op het vlak van kolonisatie dan de Belgen, maar de Belgen waren beter op het vlak van dekolonisatie. De Belgische koloniale

‘Ik vind dat oral history echt iets ­toevoegt. Je hoort de stem van ­mensen die vaak niet doordringt tot de papieren archieven. Archieven zijn nooit n­ eutraal, ze vertegenwoordigen heel vaak de macht en vaak maar één kant van de samenleving.’

tijd was gewelddadiger, hardvochtiger en nog brutaler, maar de Belgische overheden hebben niet gevochten om de onafhankelijkheid te voorkomen. Misschien omdat ze het Nederlandse voorbeeld hadden gezien in de jaren veertig en dat van de Fransen in de jaren vijftig. Toen men in de jaren zestig in Congo ook onafhankelijk wilde zijn, zeiden de Belgen: doe maar, maar achter de schermen bleven ze nog wel de touwtjes stevig in handen houden. Toch is er in België een kentering gekomen wat betreft de omgang met het koloniale verleden. Misschien heeft dat te maken met het feit dat er veel Congolezen in België wonen. Bij jullie wonen er behalve Molukkers en Indische Nederlanders nauwelijks Indonesiërs in Nederland. Er is alleen een migratiestroom geweest van linkse Indonesiërs na de genocide in 1965 van Soeharto. Maar ook in Nederland evolueert het denken en het herdenken. Een lastig verleden laat zich niet verdringen. Alles gaat voorbij, inderdaad, behalve het verleden.’

61


Vfonds steunt verschillende projecten die de periode en de thematiek rond voormalig Nederlands-Indië vanuit meerdere kanten belichten en die tezamen recht doen aan deze geschiedenis. We lichten er een paar uit die vanuit een persoonlijk perspectief inzicht en begrip geven in de periode na de Tweede Wereldoorlog.

plotselinge vertrek van de Nederlanders die onafhankelijkheid hadden beloofd. En voor de Indo-Europeanen was het de tweede keer dat ze moesten vluchten. Weinig Nederlanders zijn bekend met wat zich hier afspeelde, over de rol van de verschillende betrokken partijen, het ­geopolitieke conflict en nog minder met het lot van de Indo-Europeanen en Papoea’s. De Stichting ­Be-wonder wil hier verandering in brengen door de persoonlijke verhalen over deze periode vast te leggen. Voor dit project sprak de stichting zo’n dertig Nieuw-Guineagangers en Papoea’s die na de overdracht in 1962 gedwongen waren Nieuw-Guinea te verlaten. Onder hen onder meer ­ex-DETA, ambtenaren, Papoea’s in Europa, Nederlandse militairen, onderwijzers, echtgenoten, bestuursambtenaren en missionarissen.

Tabee Nieuw ­Guinea De laatste dag op Nieuw-Guinea Toen in 1949 het bestuur over Nederlands-Indië werd overgedragen aan de Indonesische regering was Nieuw-Guinea in de soevereiniteitsoverdracht niet meegenomen. Enkele duizenden Indische-Nederlanders besloten om dit als nieuw thuisland te beschouwen. Zij konden niet voorzien dat Nieuw-Guinea inzet zou worden in het almaar oplopende steekspel tussen de Nederlandse en de Indonesische regering. Uiteindelijk droeg Nederland in 1962 het gebied over aan de Verenigde Naties, die het vervolgens weer aan Indonesië overdroegen. In datzelfde jaar werden de laatste Indische-Nederlanders naar Nederland overgebracht. De Papoea’s waren overrompeld door het

62

Deze methode wordt ook wel oral history genoemd, letterlijk vertaald: gesproken geschiedenis. Door middel van persoonlijke interviews worden ervaringen, belevenissen en indrukken die vaak alleen mondeling worden doorgegeven - maar soms ook helemaal niet uitgesproken of gehoord - vastgelegd en behouden voor toekomstige generaties. De verhalen zijn ontzettend waardevol, vooral omdat de laatste ooggetuigen uit die periode verdwijnen en hun getuigenissen een unieke inkijk geven in de emotionele onderstroom rondom dit onderwerp. Deze verhalen worden op verschillende manieren vastgelegd en gepresenteerd. Zo wordt er gewerkt aan multidisciplinaire docu-theater met symposia, een multimediale installatie, een boek, een website en er wordt samengewerkt met verschillende instellingen en musea. De première van de multimediale installatie Tabee Nieuw Guinea vindt plaats op 1 oktober 2022, exact zestig jaar na de overdracht, in het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag. Het docu-theater en de symposia een week later. Kijk voor meer informatie op tabeenieuwguinea.nl


Ne d e r l Indië

an d s -

Mijn oma de ­soldaat Podcast

Op klompen door de Dessa Unieke theaterbeleving Zo’n 200.000 jonge Nederlandse soldaten vertrokken– ­nauwelijks voorbereid op hun taak – in een oorlog die wel vier jaar duurde. Was het uit kameraadschap en vaderlandsliefde dat ze vertrokken naar ‘De Oost’? Of was er geen sprake van een keuze en kwamen ze simpelweg op voor ‘hun nummer’? Bij thuiskomst in Nederland werden ze vaak geconfronteerd met onbegrip van hun naasten. Hoe hebben zij nadien invulling gegeven aan hun verdere leven?

Het is 1948 als de jonge Mies van Bekkum zich in een opwelling aansluit bij het vrouwenkorps van het Koninklijk Nederlands ­Indisch Leger (KNIL). Als een van de eerste vrouwelijke ­militairen vertrekt ze naar de oorlog in voormalig Nederlands-­ Indië. Nederland verliest, het KNIL wordt opgeheven en het vrouwenkorps raakt in de vergetelheid. Mies heeft 70 jaar gezwegen over haar soldatenbestaan, maar nu vertelt ze aan kleindochter Jorien Wallast haar verhaal. Wat dreef vrouwen zoals oma Mies? Jorien Wallast gaat in de vijfdelige podcast serie ‘Mijn Oma de Soldaat’ op zoek naar het vergeten Vrouwenkorps. Met elk stukje informatie dat ze boven tafel krijgt, komen de vrouwen van het KNIL verder tot leven. Luister de podcast op nporadio1.nl/podcasts/mijn-oma-de-soldaat

Stichting Studio Immersief zocht naar een manier om de persoonlijke herinneringen en ervaringen te reconstrueren en bovenal om deze voor buitenstaanders van heel dichtbij te laten doorleven. Dat doen ze op succesvolle wijze met ‘Op k­ lompen door de Dessa’. Niet de theatervoorstelling waarmee we vertrouwd zijn maar een combinatie van locatietheater, ­storytelling en real life gaming. In plaats van de theaterstoel kiest de ­bezoeker al rondlopend in een speciaal nagebouwde boerderij zijn eigen weg en wordt aan de hand van verschillende erfgoedbronnen ondergedompeld in het verhaal van oud-­Indiëgangers. Na afloop wordt het publiek in een expositie uitgenodigd te reflecteren op de verschillende perspectieven, verhalen en ervaringen. Op klompen door de Dessa' is ontwikkeld in samenwerking met artOloco en Netwerk Oorlogsbronnen. Kijk op opklompendoordedessa.nl voor meer informatie.

Vfonds stelt zich als doel projecten te subsidiëren die tezamen recht doen aan de geschiedenis van voormalig Nederlands-­ Indië en daarin een breed publiek op een constructieve manier meenemen. In dit kader past vfonds aanvullende richtlijnen toe voor aanvragen. Meer weten? Kijk op v ­ fonds.nl/­ projectsubsidie-aanvragen

63


De Wereld van de Oost gaat in op de context van de gebeurtenissen uit de film De Oost rondom de Indonesische Onafhankelijkheids­ oorlog en brengt deze tot leven met historische en persoonlijke verhalen. Een lesprogramma dat naadloos past bij de speelfilm, maar waarbij ook veel ander bronmateriaal samenkomt, waaronder persoonlijke getuigenissen en onderzoek vanuit verschillende perspectieven. Een gesprek met een van de makers. Interview Koos de Wilt 64


‘Het gesprek aangaan over een tijd waarover we maar weinig ­hebben geleerd’

Ne d e r l Indië

an d s -

Ariadne Asimakopoulos over De Wereld van de Oost

‘W

e waren ons altijd bewust van de gevoeligheden en dat namen we mee in de keuzes die we maakten tijdens het maakproces’, zegt Ariadne Asimakopoulos, een van de makers van de website www.dewereldvandeoost.nl. ‘Net als de regisseur Jim Taihuttu daar rekening mee hield bij het maken van zijn film De Oost. Maar we vonden dat deze verhalen verteld moesten worden. Het koloniale verleden is nog steeds heel gevoelig, ook nog na zoveel jaar. Dat was al zo toen de veteraan Joop Hueting in 1969 voor het eerst openlijk sprak over oorlogsmisdaden begaan door Nederlandse militairen tijdens de politionele acties in Nederlands-Indië. En die gevoeligheid is er nog steeds.’ Ariadne Asimakopoulos studeerde Conflict Studies en Human Rights en is nu creatief & impact producer en redacteur van het educatieve platform De Wereld van de Oost.

Wat wist jij van deze tijd? Asimakopoulos: ‘Bijzonder was dat ik met mijn studie die vooral ging over gewapende conflicten in onze tijd eigenlijk maar heel weinig wist van wat er in die tijd is gebeurd. Het koloniale verleden was mij niet goed bekend en op de middelbare school had ik er weinig over

geleerd. En wat ik ervan wist was eigenlijk alleen het Nederlandse perspectief. De makers van de film, de regisseur Jim Taihuttu en toenmalig producent van De Oost Julius Ponten hebben vanaf het begin de intentie gehad om meer verdieping bij de film De Oost te bieden zodat het publiek zich zou kunnen inleven in deze periode waarover in het algemeen beperkte kennis is. Voor verhalen “achter” De Oost is in de film weinig ruimte en zo ontstond het idee om een project te ontwikkelen waarin meerdere perspectieven de ruimte krijgen. Een team werd ­samengesteld en toen kwam ik aan boord.’

Wat kun je leren van conflicten met jouw ­kennis en ervaring? ‘Tijdens mijn studie ging het

erom wat een conflict is en hoe het ontstaat. Mijn masterscriptie ging over wat er gebeurde met soldaten in Oeganda die ooit als kindsoldaten waren geronseld en later als volwassenen ontsnapten aan het leger. Hoe gaat dat dan met het weer integreren en hoe ga je om met berechting voor daden die je als kind hebt begaan? Ik heb daar later ook een documentaire over gemaakt. Door daar lang mee bezig te zijn leer je dat dingen vaak enorm complex zijn en ook dat geen conflict hetzelfde is. Maar je leert ook hoe belangrijk het is om open te blijven kijken naar een onderwerp, je oordeel uit te stellen. Juist bij dit

65


soort gevallen, de gevallen dus waar we het grijze gebied tussen de zogenaamde hokjes van goed/ kwaad, schuld/onschuld willen onderzoeken. Door conflicten te onderzoeken leer je ook hoe je conflicten af kunt pellen om ze beter te begrijpen. Dat is waar we mensen toe willen aanzetten met De Wereld van de Oost. Er zijn zo’n twee miljoen mensen die op een en of ander manier betrokken zijn geweest bij wat er in Indonesië is gebeurd en er niet het fijne van weten. Niet iedereen zal het boek Revolusi van David van Reybrouck lezen, ook deze site helpt je om je eigen mening te vormen.’

Over welke perspectieven hebben we het dan? ‘De film heeft vooral het perspectief van één

persoon, de soldaat Johan die naar Indië gaat om voor zijn land orde op zaken te stellen. Naast de hoofdpersoon leren we in de film vier andere karakters kennen die we voor De Wereld van de Oost verder hebben uitgediept. Deze karakters zijn een ingang naar historische en persoonlijke verhalen. Op de website komen verschillende gezichts­punten aan bod. Het gaat het over het perspectief van de fictieve persoon Agus, die het verhaal vertelt van de vrijheidsstrijders. Er is het verhaal van ­Samuel, een fictieve Molukse KNIL-soldaat. Verder is er het verhaal van een vrouw die in de film Gita heet en die een ingang vormt naar verhalen over de bevolking. Ten slotte is er het perspectief van het koloniale gezag, verteld door ‘De Turk’. In de film zien we hen tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog en op de website volgen we hun levens ervoor en erna. Niet alleen vertellen we over hun fictieve persoonlijke levens, maar ook over de historische gebeurtenissen waarbinnen hun levens zich bewogen. Alle karakters zijn gebaseerd op de levens van echte personen, gebaseerd op jonge Indonesiërs in die tijd. Alleen De Turk is echt terug te brengen tot een echt persoon, de man die we kennen als kapitein Raymond Westerling.’

Heb je zelf iets met een van de karakters? ‘Wat mij bij het uitwerken van het karakter van Gita opviel is dat bij gewapende conflicten het perspectief van de vrouw vaak veel minder aandacht krijgt. Ik vind het interessant wat zo’n conflict met gewone burgers doet. Meestal gaat het over de strijd tussen soldaten

66

‘Je leert hoe belangrijk het is om open te blijven kijken naar een onderwerp, je oordeel uit te stellen.’ en wat regeringsmensen daarover te zeggen hebben, terwijl het in de meeste gevallen toch vooral gewone mensen zijn die het slachtoffer worden. Hoe kom je als burger uit het conflict en hoe ga je dan verder? Welke strijd en offers moeten dan gebracht worden, ook voor vrouwen? Bij vrouwen wordt dan vaak gesproken over seksueel geweld en over slachtofferschap, maar vrouwen zijn ook vaak strijders. Wat doet een conflict met zo iemand als Gita en hoe kan ze ermee verder leven? Ik kwam tijdens mijn research ook het verhaal tegen van een oude vrouw, die toen een jonge vriendin was van een soldaat die is uitgezonden. Zij staat voor het achterblijversperspectief. Zij vertelde dat er nooit aandacht is geweest voor hun verhaal. Ook niet over hoe het is om te leven met een getraumatiseerde man. Dat is een perspectief dat je zelf kunt ontdekken.’

Jullie kiezen voor vijf perspectieven. Zijn er niet veel meer? ‘Natuurlijk zijn er veel meer per-

spectieven dan de vijf die we hebben uitgewerkt, maar het gaat ons vooral om de houding die we aan de hand willen doen. Dat je dit gewapend conflict, maar ook in heel veel andere conflicten waarmee je te maken kan krijgen, vanuit verschillende perspectieven kunt bekijken en dat je door dat te doen samen verder kunt komen. Dat is de waarde van een multiperspectieve benadering. In de sociale media zie je vaak alleen het perspectief van je eigen bubbel. Door deze website kun je misschien makkelijker van het ene perspectief naar het andere overstappen, ook al zijn het er maar vijf. Op basis daarvan kun je eigen perspectief creëren die gebaseerd is op vele andere.’

Voor wie maakten jullie de website? ­‘We merken dat er veel docenten zijn die heel erg hebben gewacht op dit initiatief. Maar de site is niet alleen bedoeld voor het onderwijs, het is voor iedereen die benieuwd is naar wat er is gebeurd en wat je daarvan zou kunnen leren. Doel is dat mensen zich gaan afvragen wat de Indonesische


Ne d e r l Indië

­ nafhankelijkheidsoorlog betekent en misschien O ook aan opa vragen gaan stellen over die tijd. Het gaat er ons om mensen te inspireren en voeden met kennis waarmee ze hun eigen positie kunnen bepalen. De Wereld van de Oost is dus voor iedereen bedoeld, niet alleen jongeren. Iedereen vanuit zijn of haar eigen motivatie. Tegelijkertijd is het bronmateriaal voor lesmateriaal. We hebben mooie werkvormen gemaakt waarmee de docenten aan de slag kunnen. In het vmbo is het een eindexamenonderwerp, daar kunnen ze de site gebruiken voor verdieping. Daarnaast is het te gebruiken van de derde tot de zesde klas van het havo en vwo en past het goed in het burgerschapsonderwijs in het mbo. Wat op dit moment de situatie is, is dat dit verhaal weinig aandacht in het curriculum krijgt. Leraren moeten er nu zelf ruimte voor maken. Als ik mijn inbox mag geloven is daar veel behoefte aan in het middelbare onderwijs.’

Wat hopen jullie te bereiken in het onderwijs? ‘We hopen dat we in de komende jaren met

de website relevant blijven in het lesmateriaal. Het gaat niet alleen om de historische feiten, maar ook hoe je die kritisch kunt afpellen. Over onderwerpen als makerschap bijvoorbeeld. Door het analyseren van scènes leer je informatie te plaatsen. Dat je niet alleen leert wat de maker wilde overbrengen, maar ook dat je die boodschap kritisch kunt onderzoeken. En dat er paralellen zijn met andere conflicten, met dezelfde dilemma’s en vraagstukken. Zo kunnen we misschien bijdragen aan meer mediawijsheid. Dat je bijvoorbeeld leert waarom Jim zijn scenes zo heeft

an d s -

gedraaid en wat het Polygoonjournaal probeerde over te brengen.’

Wat denk je, zijn ouderen mediawijzer of jongeren? ‘Ik vind het moeilijk om daar iets over

te zeggen. Misschien dat oudere generaties vaker traditionele media blijven gebruiken en gewend zijn daarop te kunnen vertrouwen. Er zijn nu echter veel meer bronnen en beelden en ook nemen jongeren misschien wat vaker nieuws tot zich via (sociale) media waarvan de herkomst niet altijd duidelijk is. Dat maakt het kritisch leren kijken naar bronnen en informatie nog belangrijker dan dat het al was. Nadenken over makerschap, wie een foto, poster of film heeft gemaakt en met welke bedoeling dat is gebeurd is iets waar we ook op ingaan op De Wereld van de Oost.’

De Wereld van de Oost | vfonds De gebeurtenissen rondom het einde van N ­ ederlands-­Indië als kolonie en de start van de nieuwe natie Indonesië zijn complexe en gevoelige onderwerpen. Voor vfonds is het dan ook van belang dat een onderwerp of verhaallijn hierover vanuit meerdere oogpunten wordt gepresenteerd. Bij de film De Oost heeft vfonds geen inhoudelijke

of financiële b ­ etrokkenheid, wel is het fonds (mede)financier van het educatieve project. De Wereld van de Oost gaat in op de context van de gebeurtenissen in de film en brengt die tot leven met historische en persoonlijke verhalen en getuigenissen. Jongeren kunnen zich op die manier inleven in de verschillende perspectieven en leren over wat er voor, tijdens en na de oorlog in Indonesië is gebeurd. Hiermee maken zij kennis met de complexe geschiedenis en het belang van vrijheid in onze tijd.

67


Loterijen als fondsen­wervers voor de maatschappij Dorine Manson over het belang van de Goede Doelen Loterijen

Nederland kent een unieke eeuwenoude traditie van fondsenwerven voor de samenleving via loterijen. Een geschiedenis die gekenmerkt wordt door gulle gevers, grote prijzenpotten én een steeds sterker wordend ­maatschappelijk middenveld. Tegenwoordig spelen jaarlijks zo’n vier miljoen N ­ ederlanders mee met een loterij. Een gesprek met Dorine Manson, managing director van de Goede Doelen Loterijen, over hun maatschappelijke rol, de impact op de samenleving en de uitdagingen waar ze nu voor staan. Interview en illustratie Renee Middendorp

68

A

l in de vijftiende eeuw organiseerde het stadsbestuur van Utrecht een loterij om uit de financiële malaise te komen. Een paar eeuwen later, net na de Tweede Wereldoorlog, liepen oorlogsveteranen langs de deuren om eerst luciferdoosjes en vervolgens loten te verkopen voor hun gewonde kameraden. De eerste belangenorganisatie voor veteranen, de BNMO, werd geboren. Diens voorzitter en oprichter richtte vervolgens in de jaren ‘70 de Giroloterij (de latere BankGiro ­Loterij) op om de loterijopbrengsten verder te professionaliseren en te verdelen. De loterij ging zich inzetten voor het behoud van cultureel erfgoed in Nederland, ook dat met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog. Jaren later, in 1989, gingen meer dan honderdduizend basisschoolleerlingen de deuren langs om PostcodeLoten te verkopen voor het goede doel.


In totaal haalden ze driehonderdduizend machtigingen van tien gulden op. De gehele opbrengst ging naar de Stichting VluchtelingenWerk. Daarmee was de Postcode Loterij geboren. Volgens Dorine Manson, managing director van de Goede Doelen Loterijen, een belangrijk moment: ‘Voor het eerst was het mogelijk dat de sectoren ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten, natuurbescherming en milieu een substantieel deel van de kansspelopbrengsten gingen ontvangen. Sindsdien vormen de Nationale Postcode Loterij en de VriendenLoterij ( sinds 1 augustus 2021 gaan de BankGiro Loterij en de VriendenLoterij samen verder onder de naam VriendenLoterij, red.) samen de Goede Doelen Loterijen. En heel succesvol, want ze zijn de op twee na grootste private geldgever aan goede doelen ter wereld.’

door loterijdeelnemers in Nederland bijeengebracht. Een deel van dit bedrag bestaat uit afdracht aan de staatskas, waaronder kansspelbelasting. Het overgrote deel - ruim 500 miljoen euro - uit bijdragen van loterijen aan goede doelen, sport en culturele partners. Bij de VriendenLoterij kun je meespelen voor een zelfgekozen goed doel dat zich inzet voor het behoud van het cultureel erfgoed en het welzijn van mensen. Het afgelopen jaar ging er 124,8 miljoen euro naar iets meer dan 50 organisaties. Bij de Postcode Loterij was dat 361,5 miljoen euro dat ten goede kwam aan zo’n 150 organisaties. Bij die

Hoe wordt dit loterijgeld verdeeld?

Manson: ‘Uit alle lagen van de bevolking doen mensen mee met de loterij. Bij de verdeling van het geld kijken we daarom altijd goed naar de maatschappelijke achterban van de organisaties. Het is belangrijk dat je laat zien wie er achter jouw doel staan. Dat is wat ons betreft de democratische rechtvaardige bijdrage. Het legitimeert het gekozen doel, omdat daar blijkbaar veel draagvlak voor is. Links, rechts, activistisch, braaf, klein, groot; voor elk wat wils. We vertrouwen er vervolgens op dat zij het beste weten waar en voor wie ze het moeten inzetten.

Wat is de toegevoegde waarde van de Goede Doelen Loterijen vandaag de dag? Manson: ‘Het kabinet staat nu

voor de opgave om Nederland uit de crisis te halen; en ook het bedrijfsleven moet alles op alles zetten om onze economie weer op te bouwen en te verduurzamen. Zij zullen dit niet alleen kunnen doen. Honderden maatschappelijke organisaties werken hier dag in dag uit keihard aan. Zij spelen een cruciale rol in het aanpakken van problemen en kwetsbaarheden in onze samenleving die de coronacrisis nog verder heeft uitvergroot zoals kansenongelijkheid, of juist naar de achtergrond heeft gedrukt, zoals de aanpak van klimaat­verandering en polarisering. Met de loterijopbrengsten kunnen we bijdragen aan een breed, gediversifieerd maatschappelijk middenveld. Dat vormt de basis van een slagvaardige en veerkrachtige samenleving die niet alleen snel kan inspringen op acute noden maar ook de motor vormt van verandering en wanneer nodig tegengeluid kan bieden. Loterijen zijn een middel om fondsen te werven voor organisaties zodat zij kunnen doen waar zij goed in zijn.’

Om hoeveel geld gaat het? Manson: ‘Jaarlijks wordt er zo’n 800 miljoen euro

‘Dankzij de loterijen en onze deelnemers ­hebben we het maatschappelijk middenveld duurzaam versterkt.’ Dorine Manson

loterij kies je niet zelf, maar speel je mee voor goede doelen die werken aan een duurzamere en rechtvaardiger wereld.’

Wat gebeurt er vervolgens met het geld? Manson: ‘De loterijopbrengsten

worden ongeoormerkt geschonken. Dat houdt in dat je als goed doel zelf kunt bepalen waar je het geld aan besteed en meerdere jaren verzekerd bent van financiën. Die onafhankelijke positie is nodig om daadkrachtig, effectief en waar nodig kritisch te kunnen zijn. We zijn ervan overtuigd dat democratie sterker wordt door tegengeluid.’

We vinden het wel belangrijk dat het loterij­geld niet te versnipperd terecht komt en de projecten waar uiteindelijk het geld naartoe gaat elkaar op efficiënte manier versterken.’

Kunt u een voorbeeld geven van hoe vfonds dat doet? Manson: ‘Vfonds onderstreept het belang van de aanwezigheid en behoud van cultuur-historisch erfgoed rondom de Tweede Wereldoorlog om de lessen van toen naar het nu te trekken en dat voor een zo breed mogelijke doelgroep. Vanuit de ­Postcode Loterij heeft vfonds extra bijdragen

69


ontvangen voor de vernieuwing van Nationaal ­Monument Kamp Amersfoort, Nationaal Monument Oranjehotel en het Bevrijdingsmuseum Zeeland. Het is heel belangrijk dat deze plekken er überhaupt nog staan en behouden worden.’

Onlangs was u met vfonds op bezoek bij Kamp Amersfoort. Hoe heeft u dat ervaren? Manson: ‘Ik ben

historica van huis uit dus dat was dan extra interessant. De presentatie in het nieuwe museum is heel goed en ook de educatieve touch die dankzij vfonds is aangebracht is heel waardevol. Het geeft je echt een kans om je te verdiepen in de verhalen en verschillende perspectieven. Zo krijg je in de virtual reality-ruimte vragen over goed en slecht voorgelegd waardoor je langzaam meegezogen wordt in steeds moeilijkere dilemma’s. Juist voor de jonge generatie wordt het steeds moeilijker om de geschiedenis op zichzelf te betrekken en zijn dit soort dingen nodig. Daarnaast is vfonds ook echt een nichefonds en een belangrijke speler om mensen handvatten te bieden om het gesprek met elkaar te voeren in een polariserende wereld. Door onderwerpen soms heel klein en lokaal te maken kan een heel breed publiek bereikt worden. Dat past ook heel erg bij de missie van de Postcode Loterij: dat je mensen meegeeft dat de vrijheid waarin we nu leven geen vanzelfsprekendheid is, dat de democratie en de rechtsstaat onder druk staan en dat het hard werken is voor iedereen om hier iets aan te doen.’

Zijn de goede doelen die jullie financieren ook de reden waarom mensen meespelen met de loterij?

Manson: ‘Mensen kennen ons niet altijd vanwege onze maatschappelijke missie. De belangrijkste motivatie om mee te spelen met een loterij is de kans op het winnen van een mooie prijs. Daar richt onze werving zich dan ook op. Maar als deelnemers eenmaal meedoen blijven ze vaak meespelen omdat ze zien dat hun bijdrage voor minimaal 40% terecht komt bij goede doelen en culturele partners. Die beide kanten zijn belangrijk.

70

Dat was ook de visie van de oprichters: u een kans zij een kans. Het is leuk om mee te doen, en als je niks wint deze maand: die goede doelen winnen deze maand in ieder geval wel iets. Die boodschap proberen we op verschillende manieren over te brengen, met campagnes en televisieprogramma’s zoals Koffietijd en 1 tegen 100. Deelnemers winnen flinke geldbedragen en wij vertellen over de goede doelen, dat we er zijn om fondsen te werven en bekendheid te geven aan hun werk.’

Sinds 1 oktober 2021 mogen een aantal online kansspelaanbieders - zoals casinospelen en sport­ weddenschappen - hun kansspelen legaal aanbieden in Nederland. Wat betekent dit voor de loterijen? ‘We

moeten meebewegen in een veranderende wereld die steeds digitaler en internationaler wordt. We zijn daarom constant bezig om ons aanbod te innoveren, ook met nieuwe spelvormen. Maar er is een verschil tussen deze nieuwe verslavende, online gokspelen enerzijds en onze bewezen veilige loterijen anderzijds. Met deze nieuwe wet (Kansspelen op Afstand (KOA) red.) wil de Nederlandse overheid de consument beter beschermen, gokverslaving tegengaan en fraude en criminaliteit voorkomen. Terecht. Maar deze wijziging heeft ook gevolgen voor de goede doelen loterijen. Wij moeten keer op keer uitleggen in Den Haag waarom loterijen niet in de sfeer en in de beperkingen van risicovolle kansspelen zoals weddenschappen, casino’s en speelautomaten horen. De

Nederlandse Loterij Naast de jaarlijkse bijdrage van de Nationale Postcode Loterij en de ­VriendenLoterij ontvangt vfonds ook ­financiering van de Nederlandse L ­ oterij. Dat is de organisatie achter zeven ­bekende kansspelen: de Staatsloterij, Lotto, Eurojackpot, Miljoenenspel, Lucky Day, Krasloten en TOTO. De missie van de Nederlandse ­Loterij is bijdragen aan een gelukkig, gezond en sportief Nederland. De achter­

buitenlandse aanbieders die met veel reclamegeweld de markt op zijn gekomen roepen terecht veel irritatie op bij consumenten en dat gaat ongetwijfeld in Den Haag repercussies hebben. Maar als de verkoopkanalen ook voor loterijen worden dichtgezet heeft dit grote gevolgen voor de schenkingen aan al die goede doelen.’

Wat stellen jullie voor? ‘Het belang-

rijkste uitgangspunt in het kansspel­ beleid ontbreekt volgens ons: het borgen van hoge maatschappelijke opbrengsten zodat die 800 miljoen euro voor de samenleving behouden blijft. Wij doen daarom drie voorstellen voor een nieuwe kansspelwetgeving. Allereerst, maak een onderscheid tussen risicovolle ­kansspelen en fondsenwervende loterijen in wet- en regelgeving. Ten tweede, zorg voor een gelijk speelveld tussen loterijen waarbij alle loterijen evenveel aan de samenleving bijdragen. En ten derde; voeg fondsenwerven voor de samenleving toe als extra doelstelling van het kansspel­beleid.’

Is er een wereld voor te stellen ­zonder jullie? ‘Wat ik me niet kan voor-

stellen is een wereld zonder een sterk en onafhankelijk maatschappelijk middenveld. Ik denk dat we dat hebben bewezen in Nederland, en dat is echt wel uitzonderlijk als je kijkt naar de landen om ons heen, dat dankzij de loterijen en onze deelnemers we het maatschappelijk middenveld duurzaam versterkt hebben.’

liggende gedachte daarbij is dat sport en ­beweging voor iedereen in N ­ ederland ­mogelijk moet zijn. Een groot deel van de opbrengsten schenkt de loterij aan NOC*NSF en 77 sport­bonden, het ­Ministerie van Financiën en 18 goede ­doelen waaronder vfonds. Zo zijn de World Police and Fire Games en de ­Invictus Games 2022, het sportevenement voor ­f ysiek en mentaal gewonde m ­ ilitairen, mooie voorbeelden waarbij de missie van de Nederlandse Loterij en vfonds ­samenkomen.


De Slag om de Schelde ­ door de ogen van jongeren Wat zou jij hebben gedaan?

D

e Slag om de Schelde trok ruim 500.000 bezoekers in de bioscoop, won vijf Gouden Kalveren tijdens het Nederlands Film Festival en werd vervolgens een wereldwijde topper op Netflix. De oorlogsfilm vol spektakel gaat over een haast vergeten slag die heel belangrijk was voor het vervolg van de oorlog. Die slag moest de weg vrijmaken naar de Antwerpse haven voor de bevoorrading van de geallieerde opmars op het land. Dat dit zou lukken was zeker geen gelopen

Tekst Koos de Wilt en Renee Middendorp race. Hevige gevechten vonden er plaats op een Zeeuws eiland waar er maar één toegang was, de Sloedam. Veel soldaten sneuvelden in een zee van kogels. De ingrediënten van een spannende oorlogsfilm voor producent Levitate Film, regisseur Matthijs van Heijningen jr. en scenarist Paula van der Oest. Maar er is meer. De film zoomt in op het leven van een paar jongeren die voor belangrijke en gevoelige keuzes staan. Karakters die werden vertolkt door Britse steracteurs als Jamie Flatters en Tom Felton en door

onze eigen topacteurs Susan Radder en Gijs Blom. Zij brachten jonge burgers en soldaten tot leven die voor keuzes stonden die niet alleen van invloed waren voor henzelf, maar ook voor anderen, vele anderen. De speelfilm moet je bij je lurven pakken, maar probeert het publiek ook te verleiden in de spiegel te kijken. Wat zou jij doen als je in hun schoenen stond? Wat doe jij als het gaat om leven of dood? Drie jongeren die de film gezien hebben, vertellen wat zij ervan vonden en leggen uit in wie zij zich het meeste herkenden.

71


ee D e sir ) (17 jr

Desiree (17 jaar) uit Utrecht

‘Ik denk dat ik ook wel zo stoer zou zijn’ Desiree (17) zit in het tweede jaar van het ROC Utrecht en bekeek samen met haar vader De Slag om de Schelde. ‘Mijn vader was een tijdje beroepsmilitair en allebei kijken we graag naar oorlogsfilms. Zo hebben we bijvoorbeeld Midway gezien, over de aanval op Pearl Harbor. En De jongen in de gestreepte pyjama, over een Duits jongetje dat naast een concentratiekamp komt te wonen. Kortgeleden keken we ook naar Mijn Beste Vriendin Anne Frank. De Slag om de Schelde is bijzonder omdat het een verhaal vertelt dat ik helemaal nog niet kende. Mijn vader ook niet terwijl hij heel veel over de oorlog weet. Maar vooral hoe Teuntje handelde, maakte de film voor mij interessant. In haar kon ik mij het meest inleven.’ Teuntje Visser is de dochter van een Zeeuwse dorpsarts die bij het verzet betrokken raakte nadat haar broertje Dirk door de nazi’s was gearresteerd. ‘Zij wilde de landkaart naar de Engelsen brengen en daar was behoorlijk wat moed voor nodig. Eerlijk gezegd denk ik dat ik dat ook wel gedaan zou hebben. Ze kon niet anders, het was heel belangrijk, anders zou alles mis zijn gegaan. In het gewone leven durf ik ook best veel, meer dan anderen zo heb ik wel gemerkt. De film is ook heel spannend. Marinus – die aan de Duitse kant stond - was bij gevechten

72

aan het oostfront gewond geraakt en naar Zeeland gestuurd voor een administratieve functie. Toen Teuntje werd ondervraagd over haar broertje Dirk werd het heel stil toen de Duitse officier aan Marinus vroeg wat het precies was wat ze zei. Je vroeg je toen als kijker af wat hij zou gaan doen. Zou hij het goede kiezen of zou hij haar erbij lappen? Een bijzonder stuk vond ik ook toen het zweefvliegtuig van William neerstortte boven Zeeland. Samen met een paar anderen ontsnapte hij uit het wrak, slopen ze door het water en kwamen aan bij wat verlaten huizen. Een paar van hun kameraden lieten hen achter en even later werd ook nog hun commandant vermoord. Uiteindelijk vonden ze een boot om mee verder te gaan en stonden ze voor de keuze wel of niet door te gaan. Een van de twee durfde niet en liet William dus in de steek. Dat vond ik wel heftig. William stond aan het eind van de film ineens oog in oog met Marinus. Heel spannend was of hij hem zou neerschieten.’ In het gewone leven en zeker in oorlogssituatie kom je voor beslissingen te staan waar je voor het goede of het slechte moet kiezen. Wat nu als je wegkijkt of zelfs voor het foute kiest? Kun je dan als kind verantwoordelijk worden gesteld voor je keuzes? Desiree: ‘Ik denk dat er niet veel verschil is tussen kinderen en volwassenen in oorlogssituatie. Maar ik vind wel dat volwassenen verstandiger horen te zijn en zwaarder gestraft moeten worden als ze er uiteindelijk voor kiezen om foute dingen te doen in de oorlog.’

Liu (17 jaar) uit Ledeacker

‘Het was een v­ olwassen ­oorlog waar ook ­kinderen aan ­mee­deden’ Liu zit in haar examenjaar havo. ‘Mijn oma was een paar jaar jonger dan ik in de oorlog en zij hadden soldaten op zolder. Die waren toen met parachutes in het weiland achter hun huis geland. Dat was heel dicht bij waar ik nu woon. Het is lang geleden, maar je beseft dat het ook anders had kunnen

L iu (17 jr)

zijn. Het waren jonge mensen, net als de hoofdrolspelers uit de film. In een bepaalde scene vroeg de Duitser die Teuntjes broer Dirk liet executeren aan Marinus: ‘Als je 17 jaar bent, ben je dan nog een kind?’ Dat vond ik een moeilijke vraag. Ik vind dat je dan wel al eigen keuzes kunt maken. Maar je bent ook makkelijker te beïnvloeden en over te halen, en laat je eerder vertellen wat goed en kwaad is. Het was een volwassen oorlog maar er deden ook jongeren en zelfs kinderen aan mee. Gedwongen, maar ook die daar zelf voor kozen. Zoals William, die helemaal uit Engeland kwam om hier voor ons te vechten. Zelf zou ik dat misschien ook doen. Als iedereen denkt van ‘oh dat doen anderen wel’ of ‘het heeft toch geen zin’, dan gebeurt er helemaal niks. Je wilt het gevoel hebben dat je iets goeds doet voor je land of familie. Marinus had ook het gevoel dat hij het goede deed. Best begrijpelijk, als je alleen maar oorlog of armoede kent en er alleen maar slechte dingen in je land gebeuren, zoals nu in Afghanistan. Ik denk dat mensen op een gegeven moment hoop verliezen. Als er dan een groep is die opstaat en gaat vechten voor hun vrijheid dan kies je er misschien wel voor om mee te doen. Ik denk dat als je er dan eenmaal aan begonnen bent dat je niet gauw wilt en kunt opgeven. Op een gegeven moment zag je Marinus steeds meer twijfelen of hij wel het goede deed. Eerst had hij Teuntje exposed, en vervolgens hield hij zich steeds toch een beetje afzijdig.


Ik heb me de hele film afgevraagd wanneer hij nou wat ging doen. Al zou ik ook bang zijn, want in beide gevallen zou het niet goed aflopen. Uiteindelijk maakte hij toch de keuze om iets anders te doen. De Slag om de Schelde is wel echt anders dan andere oorlogsfilms. Die gaan vaak over goed en slecht en helden en vijanden. Maar hier viel dat minder op. Ze filmen van zo dichtbij en de muziek is heel intens waardoor het leek alsof je er zelf bij was. Dat is gaaf gedaan. Daardoor kan je heel goed de emoties zien en voelen die op dat moment door iemand heengaan. Ondanks dat het is gebeurd in een hele andere tijd zijn de angst en verdriet heel herkenbaar.’

Bonno ) r (26 j

Bonno (26 jaar) uit Breda

‘Het is moeilijk voor te ­stellen wat ik zou doen’ Bonno werkt bij een bedrijf dat in tuinmeubelen handelt. Oorlog kent hij alleen uit films. Zijn opa was veertien toen de Slag om de Schelde plaatsvond in de buurt van Vlissingen, de stad waar hij opgroeide. Bonno: ‘Tijdens de opnames ben ik met mijn opa bij de opnames van de film geweest. Heel indrukwekkend was dat en dat bracht vele herinneringen bij mijn opa terug. De straten stonden in die tijd heel hoog onder

water omdat de dijken waren doorgestoken, zo vertelde mijn opa mij. Voor mij was het een bekende slag, maar ik begrijp dat het voor de meeste Nederlanders een onbekend verhaal was.’ Voor de mensen in Zeeland leek de oorlog op zijn einde te lopen tot in oktober 1944 de bombardementen weer begonnen en de Canadezen op de dorpen schoten waar de Duitsers nog zaten. Bonno: ‘Ik heb het er met mijn opa over gehad en hij vertelde mij dat de strijd op de Sloedam heel bloedig moet zijn geweest. Die gevechten zie je eigenlijk pas laat in de film. Daarvoor gaat het vooral over de hoofdrolspelers in de film.’ De Slag om de Schelde is een film met veel actie, maar gaat inderdaad ook over wat jongeren deden toen het erop aankwam. Een Nederlandse jongen die aan Duitse kant vocht en uiteindelijk sneuvelt, het meisje dat op het stadhuis werkte en doordat haar broer zich in de nesten werkt een verzetsheldin werd en de Britse soldaat die uiteindelijk meevocht bij de zeer bloedige gevechten op de Sloedam, de plek waar de Slag om de Schelde gewonnen werd. Bonno: ‘Goed vond ik hoe hun verschillende verhalen aan het einde van de film, heel kort, bij elkaar kwamen. Wat mij betreft had dat samenkomen tussen de karakters wel wat langer mogen duren. Ik ben wel benieuwd hoe ze zouden reageren als ze elkaar echt zouden ontmoeten. Maar ik ben geen regisseur natuurlijk, misschien goed dat hij dat overlaat aan de fantasie van de kijkers.’ Volgens Bonno is het moeilijk voor te stellen wat een oorlog daadwerkelijk betekent. ‘Ik

De Slag om de Schelde | vfonds Film is een belangrijk middel om onderwerpen toegankelijk en bespreekbaar te maken én een van de belangrijkste bronnen waar jongeren hun kennis over de geschiedenis vandaan halen. Reden voor vfonds om als initiator en grootste financier betrokken te zijn geweest bij de verfilming van een belangrijke historische gebeurtenis. Levitate Film maakt er een spectaculaire oorlogsfilm van dat werd bekroond met maar liefst vijf gouden kalveren. Een bijzondere gebeurtenis waar voorzitter van de Raad van Bestuur van vfonds,

behoor tot de gelukkige generatie die nooit zoiets heftigs heeft meegemaakt als wat je ziet in de film. Bij mijn oma thuis hebben ze tijdens de Tweede Wereldoorlog drie J­ oodse meisjes onderdak gegeven. Daar hebben mijn grootouders de yad vashem-onderscheiding voor gekregen, een belangrijke Israëlische onderscheiding voor hulp aan Joodse mensen. Dat kun je met recht een heldendaad noemen. Ik heb ook weleens in noodsituaties ­moeten handelen, maar waar mijn oma’s familie en die ­jongeren in de film voor stonden heb ik ­gelukkig niet meegemaakt. Ik ben opgegroeid in een tijd dat we niet zo bang hoefden te zijn voor een oorlog. En dat is best bijzonder. Een Griekse vriendin van mij is bang voor een oorlog met de Turken. Gelukkig hebben wij die angst niet in ons land.’

Matthieu Borsboom, bij aanwezig was. De Slag om de Schelde is inmiddels op Netflix te zien. Als aanvulling steunde vfonds het educatiepakket voor de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en het mbo, ontwikkeld door Young Crowds. Onder de titel V. worden aan de hand van fragmenten en interviews actuele thema’s besproken die ook in vakken als maatschappijleer en geschiedenis aan bod komen. Denk aan de dunne lijn tussen goed en fout, vrijheid versus onvrijheid en het belang van grondrechten. Kijk op vechtenvredevrijheid.nl voor meer informatie en om het educatiepakket te bestellen. Het is geschikt voor leerlingen vanaf 14 jaar en kan ook gebruikt worden zonder de film gezien te hebben.

73


Geven en n­ emen: het b­ elang van ­donaties Vfonds is van oudsher een echte fondsenwervende organisatie. Ooit ontstaan vanuit de BNMO, toen veteranen lootjes en lucifers verkochten voor hun gewonde kameraden. Vandaag de dag krijgt het fonds geld dankzij de deelnemers van drie maatschappelijke loterijen. Ook steeds meer particulieren weten ons te vinden. Dankzij deze ­bijdragen kan vfonds vele organisaties steunen die het geld goed en gericht inzetten om de erkenning en waardering voor veteranen en politiemensen te verhogen, de kennis over oorlog en conflict te vergroten en vaardig­heden aanleren om ook zélf een actieve bijdrage te leveren. Aan het woord drie c ­ reatieve ­donateurs die de missie van vfonds een warm hart toedragen. Tekst Koos de Wilt en Renee Middendorp

74

John van Steen, directeur/CEO van M ­ eisterSinger over de gift aan vfonds

‘Tijd is te belangrijk om te verspillen aan oorlog’

Speciaal voor het jubileumjaar 75 jaar vrijheid bracht het horlogemerk MeisterSinger een ­speciaal ­horloge uit om een leven lang vrede en ­vrijheid te herinneren en te vieren. Een deel van de o­ pbrengst ging naar vfonds. Het in 2001 in het Duitse Münster opgerichte horlogemerk MeisterSinger bestaat uit een klein team. Echte horlogeliefhebbers kennen het mechanische uurwerk dat zich onderscheidt doordat het maar één wijzer gebruikt in plaats van twee of drie. Volgens CEO van MeisterSinger John van Steen onderscheidt het horloge zich op meer punten: ‘Speciaal voor het jubileumjaar 2020 hebben we een unieke, gelimiteerde editie van 75 horloges gemaakt om 75 jaar vrijheid te herdenken en te vieren.’ Ondanks dat het een jong horlogemerk is, gaat het terug tot de begindagen van het meten van tijd. Het is een horloge dat is ontworpen volgens de regels van eenvoud. Wat is er bijzonder aan dit specifiek horloge? Van Steen: ‘Voor het bijzondere Vrijheidsjaar hebben we de schijf die bij de Urban Day Date normaliter de dag van de week aanduidt anders gemaakt. In plaats van maandag staat er hier Vrijheid, dinsdag heet


Democratie, woensdag wordt Je Maintiendrai, donderdag is Privilege, vrijdag wordt Soevereiniteit, zaterdag krijgt de aanduiding Onafhankelijk en zondag is Dankbaarheid. Verder verschijnt er op elke vijfde van de maand de Nederlandse vlag. De bedoeling is duidelijk: het horloge staat stil bij het belang van vrede. Tijd is te belangrijk om te verspillen aan oorlog.’

Wat heeft een commercieel bedrijf als Meister­ Singer eigenlijk met thema’s als vrede en vrijheid?

Voor CEO van MeisterSinger hoort het bij waar het merk voor wil staan: ‘Samen met mijn Brand Manager Mark Hastman bedenken we steeds nieuwe manieren om als organisatie onze maatschappelijke betrokkenheid te tonen. We doen dat steeds in samenwerking met onze dealers die het ook interessant vinden om niet alleen geld te verdienen, maar ook iets bij te dragen en daarover een verhaal te kunnen vertellen. Aan het begin van de pandemie en toen verkoop vooral online was, deden we dat door van elk verkocht horloge honderd euro te schenken aan het Rode Kruis. Zo werken we vanaf dit najaar ook samen met het Wereld Natuur Fonds en tonen we ook op lange termijn onze betrokkenheid met het milieu. En wat is er leuker dan in je werk niet alleen bezig te zijn met verkopen, maar tegelijkertijd ook iets terug te doen voor de maatschappij met wat je verkoopt?’

Heb jij zelf iets met de Tweede Wereldoorlog? ‘Ik ben van 1966 en heb de oorlog gelukkig niet meegemaakt, die ken ik alleen van films en boeken. Mijn broer is Libanon veteraan. Voor Dutchbat was hij begin jaren tachtig actief binnen het Nederlands infanteriebataljon dat de bijdrage vormde aan de VN-vredesmacht in Libanon, UNIFIL. Ik voel zeker dat die tijd in het Midden-Oosten meer met mijn broer heeft gedaan dan hij erover vertelt. Elk jaar gaat hij met zijn maten een weekend weg. Dat is belangrijk voor hem. Mijn persoonlijke ervaring met wat oorlog betekent gaat gelukkig niet verder. Wij mogen onszelf gelukkig prijzen dat we hier in dit land leven waar we inmiddels meer dan 75 jaar in vrede mogen leven.’ Van elk verkocht horloge ging 75 euro naar het vfonds. In totaal ging dat om een bedrag van 75 maal 75 euro. Waarom kozen jullie vfonds? Van Steen: ‘Het mooie van

dit fonds is dat het de taak heeft de huidige generaties eraan te blijven herinneren dat vrijheid en democratie geen vanzelfsprekend goed is en we er ten allen tijden aan moeten blijven werken om dit in stand te houden. Grappig is dat mijn broer mij er verheugd op aansprak dat wij een deel van de opbrengst aan vfonds gaven. Hij kende als veteraan het fonds en had er zo over gelezen en gehoord.’

Gemeente Rotterdam schenkt opbrengst Brandgrenslampen aan vfonds

‘Geen woorden maar daden’

De brandgrens is bij veel Rotterdammers van grote emotionele waarde. De lampen die deze grens vandaag de dag fysiek markeren waren aan vervanging toe. In plaats van weggooien wilde Gemeente Rotterdam ze op een goede manier hergebruiken. Zo kwam ze op het idee de ­lampen te verkopen en de opbrengst te schenken aan vfonds. De Tweede Wereldoorlog is onlosmakelijk verbonden met Rotterdam. Het bombardement van de Duitsers op 14 mei 1940 verwoestte binnen een paar minuten bijna de hele binnenstad. De stad smeulde nog dagen na. Nog geen vier dagen na het bombardement begonnen ze aan de wederopbouw van hun stad, waarbij ze kozen voor een compleet nieuw stedenbouwkundig plan. Het moderne stadshart en indrukwekkende skyline is een blijvende herinnering aan deze geschiedenis. Wethouder Vincent Karremans: ‘Het is niet voor niets dat ‘Sterker door strijd’ de wapenspreuk is van Rotterdam. De geschiedenis leeft voort in de Rotterdammer met een mentaliteit van aanpakken: geen woorden maar daden. Net als toen.’ Elk jaar op 14 mei staan de bewoners stil bij het bombardement en de slachtoffers. Er worden kransen gelegd bij het beeld ‘De Verwoeste Stad’ van Ossip Zadkine op plein 1940. Daarnaast is de brandgrens van toen sinds 2006 fysiek gemarkeerd met 385 lampen die ‘s avonds rood of groen ­oplichten. De 350 rode aan de noordkant van de Nieuwe Maas geven de verwoesting aan door de Duitse bommen. 35 groene lampen geven de verwoesting aan door eigen

75


‘Vfonds vonden wij een hele mooi ­optie omdat zij projecten mogelijk maken over de herdenking van oorlog en die bijdragen aan een blijvende vreedzame ­samenleving.’ vuur van de verdediging op het Noordereiland in de Nieuwe Maas, het zogenaamde ‘friendly fire’. De brandgrens vormt hiermee als het ware een ‘lieu de mémoire’ van de catastrofale verwoesting, een herdenkingsmonument aan de Tweede Wereldoorlog. ‘Voor altijd zichtbaar in de stad, maar zeker ook in de harten van de Rotterdammers,’ aldus Karremans. Vorig jaar waren de brandgrenslampjes aan vervanging toe. De gemeente wil en kan geen winst maken, maar deze lampen hebben vanuit een duurzaam oogpunt nog wel waarde. ‘Het leek ons mooi om een symbolisch bedrag te vragen om die waarde te verzilveren en hier iets moois mee te doen voor de hele samenleving. Vfonds vonden wij een hele mooi optie omdat zij projecten mogelijk maken over de herdenking van oorlog en die bijdragen aan een blijvende vreedzame ­samenleving.’ De gemeente dacht al dat er veel animo voor zou zijn maar dat het zo storm zou lopen hadden ze niet gedacht. ‘Het feit dat de eerste verkoop binnen een uur uitverkocht was laat wel zien hoe gewild de lampen waren. We hebben met onze oproep ik denk wel duizenden mensen bereikt, maar uiteindelijke waren er ruim 350 gelukkigen. De lampen zijn verkocht voor 25 euro per exemplaar, meer betalen mocht. Dus iedereen die nu een lamp heeft, heeft ook echt een bijdrage geleverd.’

Wilt u zelf ook een steentje bijdragen aan een sterke democratische rechtsstaat en een vreedzame samenleving? Dat kan, uw bijdrage is van harte welkom! Ons rekeningnummer voor donaties bij de Triodos Bank is: NL64 TRIO 0197 642 691. Ons ANBI / RSIN nummer is: 8106.50.332. Bent u van plan om een groot bedrag te doneren om de missie van vfonds te steunen of wilt u een Fonds op Naam oprichten zodat er gericht geschonken kan worden aan een specifiek doel? Dan wilt u wellicht wat meer begeleiding of advies. Dat kan. Onze adviseurs filantropie vertellen u graag meer over onze strategie en projecten. Neem contact op via filantropie@vfonds.nl.

76

Minerva doneert aan vfonds in kader van ­ Bevrijdingsweek ‘Studenten in verzet’

‘Verzet begint in het klein’

Naast gezelligheid en feestjes vindt men het bij de Leidse studentenvereniging Minerva ook ­belangrijk stil te staan bij de bevrijding en wat dat in onze tijd betekent. Minervanen Isabel de Jager en Roos Schutte over de Bevrijdingsweek die ze erover organiseerden en de donatie die de ­studentenvereniging deed aan vfonds.

Bij de Leidse studentenvereniging Minerva is er nog altijd de associatie met de film en musical Soldaat van Oranje. Daarin worden verschillende leden van de vereniging gevolgd in aanloop en tijdens de bezetting. Niet alleen zien we de ervaringen van Erik Hazelhoff Roelfzema, maar ook die van studenten die andere paden kozen tijdens de oorlog. ‘Soldaat van Oranje was een inspiratie voor ons om iets te doen met het feit dat we inmiddels 76 jaar bevrijd zijn van de Nazi Duitse bezetter’, vertelt Roos Schutte, praeses van die Bevrijdingscommissie. ‘Soldaat van Oranje was een startpunt, maar we wilden het thema wel gelijk breder trekken dan de Tweede Wereldoorlog. We wilden stilstaan bij het feit hoe bijzonder de vrijheid en bevrijding is geweest en welke rol je als student


COLUMN kunt spelen. Daarom is er een Bevrijdingscommisie gekomen die het eerste Bevrijdingssymposium ‘Studenten in verzet’ heeft georganiseerd met daaraan gekoppeld een sponsorloop.’ Geneeskundestudent Isabel de Jager is bestuurslid van M ­ inerva en is enthousiast over het initiatief van haar leden midden in de coronatijd: ‘In mei 2021 kon de Bevrijdingsweek 2020 pas plaatsvinden, een jaar nadat we in ons land 75 jaar vrede vierden en herdachten. Tijdens dit online symposium stonden vrijheid en bevrijding in de ruimste zin van het woord centraal. Ook werd er ingegaan op de unieke rol die de stad Leiden had tijdens het verzet en hedendaagse vrijheidskwesties. Professor Willem Otterspeer sprak over verzet bij de Leidse universiteit in oorlogstijd en Maarten Asscher sprak over het icoon van het verzet, professor Cleveringa. Daarnaast was er de plaatsvervangend commandant van de strijdkrachten B ­ oudewijn Boots en Dagmar Oudshoorn, de directeur van Amnesty International. Ieder van de sprekers gaf op een eigen manier invulling aan wat mensen aan de universiteit, zowel docenten en studenten, deden en kunnen doen in omstandigheden zoals die tijdens de oorlog.’ Maar er was meer te doen tijdens de Bevrijdingsweek. ‘Als onderdeel van de week was er ook de sponsorloop die begon bij het graf in Wassenaar van Erik Hazelhoff Roelfzema en eindigde bij de sociëteit op de Breestraat in Leiden’ zegt Roos. ‘Het was heel gaaf om vfonds te benaderen met het idee om hiermee geld op te halen en te doneren. Ze waren er gelijk enthousiast over en boden aan om te helpen. Uiteindelijk hebben we in de week een bedrag van 7500 euro opgehaald en dat bedrag officieel overhandigd bij vfonds in het Vredesbolwerk in Utrecht. Het geld was niet alleen opgehaald bij de Bevrijdingsloop, maar ook met de afhaalmaaltijden die we tijdens die week verkochten. Voor die Bevrijdingsweek hebben we met de commissie ook de documentaire ‘Oorlogsverhalen op het witte doek’ gemaakt, een film met een vijftal reünisten die op dit moment over de honderd zijn, maar nog konden vertellen over hun ervaringen tijdens de Duitse bezetting. Ook een neef van de Hazelhoff Roelfzema zat in die documentaire. Ik herinner me het verhaal van emeritushoogleraar reumatologie Nol Cats die in 1937 lid werd en kon vertellen over hoe spannend die tijd was en hoe belangrijk de vriendschap voor hem was in de oorlogsjaren.’ Voor Minerva is het van belang midden in de maatschappij te staan en mee te praten over wat we belangrijk vinden. ‘Wat ik tijdens de week vooral geleerd heb is het besef dat verzet niet groots en meeslepend hoeft te zijn’, vertelt Roos. ‘Verzet kan heel klein zijn en het begint ermee om je ervoor open te stellen en er over te lezen. Daarna word je misschien geïnspireerd om meer te doen als de gelegenheid daarom vraagt.’ Isabel vult haar medestudent aan: ‘Het plan is om hiermee door te gaan en om de vijf jaar een bevrijdingsweek te organiseren en om in de tussenliggende jaren steeds iets te doen met het thema ‘Studenten in verzet’. We willen tussen het feesten door blijven stilstaan bij het feit dat vrede niet vanzelfsprekend is en dat je daar als student een rol in kunt spelen. Ook nu in onze eigen tijd.’

Vrijheid door de ogen van Rapper Cycz Het begon allemaal toen mijn vader hier naartoe kwam. Met zwangere mama die hij hier mee naartoe nam. 24/7… Ze waren niet af en toe bang. Beperkte sleutels naar succes, maar zij hadden toegang. Ik hield van op straat rellen, zwarte saaf tellen, en het rechtssysteem aan de kaak stellen. Af en toe bij junkies aanbellen om te kijken of ze vraag hebben naar dingen die wij gaan sellen. Tot het besef kwam en dacht: ‘’Wat ben ik een oen?’’ M’n ouders vochten voor mijn vrijheid en hadden geen poen. Onder geen enkel beding willen zij terug naar toen, en ik loop zonder reden gangster te doen. In het verleden is gestreden voor mijn toekomst. Daarom moet ik dankbaar zijn en elke kans pakken die mij toekomt. Niet het type zijn waarbij het brein gevangen is. De vrijheid misbruiken om te belanden in de gevangenis. Wat belangrijk is… is om het goede voorbeeld te geven. Tegelijkertijd niet claimen dat wij als ouderen alles beter weten. Maar zeker door onze kennis te delen, kunnen wij de generaties na ons behoeden voor problemen. Leoluca Orlando is hiervan het perfecte voorbeeld. Strijden voor mensen zonder eigen belang of voordeel. Vechten voor gelijke rechten zonder een vooroordeel, terwijl de Italiaanse maffia met hem een oorlog wil. Uit zulke laureaten haalt eenieder veel kracht en moed. En zal zijn missie voortgezet worden in voor- en tegenspoed. Hij is DE definitie van wat een influencer doet, en dat is je bereik gebruiken voor een positieve invloed. Sommige legendes leven nog en sommigen zijn overleden. Beide hebben voor vrede en vrijheid gestreden. Liefde en waardering tonen aan deze helden is gratis, dus besef hun bestaan en impact niet pas wanneer het te laat is. Ieder jaar krijgen vijf personen en/of organisaties een Four Freedoms Award uitgereikt, als blijk van waardering voor hun strijd voor de Vier Vrijheden van Franklin D. Roosevelt. Samen met Stichting Vrijheidscolleges organiseerde de Roosevelt Foundation in 2021 ook een digitale Meet-up waar jongeren met de awardwinnaars in gesprek gingen. Rapper Cycz (Bram Mvambanu) sprak met de Palermitaans ­burgemeester Leoluca Orlando over ‘Freedom from Fear’, ofwel vrijwaring van angst.

77


John Bakker

Matthieu Borsboom

Ton Rombouts

Besturen als het erop a­ ankomt Het bestuur van vfonds wordt ­gevormd door een team dat nog niet eens zo lang met elkaar werkt. Toch hebben ze de afgelopen tijd een uitzonderlijk klus moeten klaren, deels zelf gekozen, deels aangezet door omstandigheden. Een interview met bestuurslid John Bakker, de voorzitter van de Raad van Bestuur Matthieu Borsboom en de voorzitter van de Raad van Toezicht Ton Rombouts. Interview Koos de Wilt

S

inds 2014 was vice-admiraal b.d. Matthieu Borsboom al lid van de Raad van Toezicht van vfonds. Begin 2018 werd hij voorzitter van de Raad van Bestuur waarin ook vfonds directeur Lisette Mattaar sinds eind 2019 zitting heeft. Vorig jaar kwam daar de jurist John Bakker bij. Borsboom: ‘Met John kwam een enorm netwerk en veel bestuurlijke ervaring mee. Hij weet precies hoe de

78

hazen lopen, zeker met zijn juridische en financiële achtergrond. Daarnaast werd Ton Rombouts voorzitter van de Raad van Toezicht. Hij heeft naast zijn burgermeesterschap van Den Bosch jarenlange bestuurlijke ervaring met ingewikkelde processen.’ Dat ook dit ingewikkeld zou zijn, heeft Borsboom mogen ervaren. ‘Naast de nieuwe personele invulling gebeurde er veel in de coronaperiode. We hadden net met het hele veld jarenlang toegewerkt naar 75 jaar vrijheid, waarbij er vijftien miljoen euro in nieuwe museale infrastructuur en vijftien miljoen in projecten werd gestoken. En toen kwam corona. Het was enorm intensief toen vele projecten daarbij in de problemen kwamen. We probeerden een waardevolle partner te zijn bij beslissingen om de gesteunde projecten uit te stellen of aan te passen en hebben daarnaast tweemaal een groot noodsteunloket opgezet om SMH-musea financiële steun te verlenen. John Bakker: ‘Deze samenwerking, met publiek en privaat geld die elkaar ontmoeten en versterkten is voor mij als

bestuurder een unieke ervaring geweest. Dat was ­allemaal een gevolg van zoeken naar wat er wél kan. Dat gold ook bij zoiets als digitaal bloemen leggen. Zorg er maar eens voor dat vfonds erop mag vertrouwen dat dat goed gaat? We hadden ook de ervaring dat afschalen moeilijker is dan opschalen, met alle emoties die daarbij komen kijken. Ook viel me op dat de Koning alleen op de Dam misschien wel moeilijker te organiseren is dan met allemaal mensen eromheen.’

Nieuwe fase

Toch was het in deze crisisperiode dat het bestuur besloot door te pakken en te kiezen om een nieuw beleidsplan door te voeren. Borsboom: ‘Met doelstellingen waarbij we zowel keken naar onze roots en banden met veteranen en politie, naar de verhalen uit de oorlog en daar nieuwe doelstellingen aan toevoegden. Tegelijkertijd namen we nieuwe initiatieven op onbekend terrein. De Slag om de Schelde was wat je noemt een broodje speciaal. Ook toen de première van de film steeds


moest worden uitgesteld. Daarnaast deden we een project van een 360 graden feedback en gingen we de dialoog aan met onze strategische partners. Naast dit alles zijn we aan de slag gegaan met een verbetering van onze customer journey voor aanvragers, nieuwe vormen van fondsenwerving en kijken we naar hoe we de impact van onze projecten kunnen meten.’ Bij dit alles is de militaire achtergrond van Borsboom zinvol. ‘Lessen leren uit oorlog en conflict is voor mij niet een academische kwestie, het is een deel van mijn leven. Het is belangrijk dat we in het bestuur de gevoeligheden kennen. Veel van wat je daarbij kunt betekenen vindt plaats onder de radar. Heel veel tijd gaat zitten in het stimuleren, coördineren en samenbrengen van partijen buiten alle camera’s. Zeker waar er zenuwen in de samenleving blootliggen, zoals gevoeligheden rondom Srebrenica, de Punt en Nederlands-Indië. Juist die spanningen hebben veel te maken met onze doelstellingen. En die spanningen nemen in deze tijd alleen maar toe met de ervaringen van de tweede en derde generatie en polarisatie binnen de samenleving in het algemeen. Voordat er subsidie kan worden toegekend vindt er daarom veel dialoog plaats met heel veel betrokkenen. Er is daarbij niet één waarheid, maar vele perspectieven. Dat is de onzichtbare rol die wij hebben en die alleen maar belangrijker wordt. Dat is een team effort, ook in timing. In één week waren er de premières van drie films waar vfonds bij betrokken was. Als initiator van De Slag om de Schelde, als partner van IFFR, waar we een panelgesprek rondom de film Quo Vadis, Aida organiseerden. En als financierder van het educatiepakket behorende bij de film De Wereld van De Oost. Wij hebben daarbij geen activistische rol, maar zijn er voor het meervoudige perspectief.’

Wederkerigheid

John Bakker was voor hij in juli 2020 toetrad tot de RvB jarenlang lid van het Dagelijks Bestuur van het Nationaal C ­ omité 4 en 5 mei. Bakker: ‘Door mijn werk voor het comité kende ik vfonds goed en heb

de randvoorwaarden die waren gesteld door vfonds soms wel als lastig ervaren. Juist dan is zoiets als wederkerigheid heel belangrijk. Dus het samen optrekken, zorgen dat één en één drie kan worden en elkaar zeggen wat er gezegd moet worden. Bijzonder was dat zowel het comité en vfonds een nieuw beleidsplan hadden en we op een of andere manier bij elkaar moesten komen. We hebben toen besloten alles bespreekbaar te maken. Je hebt dan het referentiekader van het beleidsplan en anderzijds gaat het dan ook steeds om goed luisteren naar de mensen die er invulling aan moeten geven. Onze partners zijn de handen en voeten van wat we als vfonds willen bereiken. Binnen het bestuur proberen we de partners zo goed mogelijk in hun kracht te zetten zonder op hun stoel te gaan zitten. Tegelijkertijd moeten we kritisch een vinger aan de pols houden.’

Ervaringen

Ton Rombouts is sinds vorig jaar voorzitter van de Raad van Toezicht. Hoe heeft hij de afgelopen tijd ervaren? ‘Wat mij opviel was het gebrek aan hectiek. We hebben veel online vergaderingen gehad en zijn er veel minder op uit geweest om evenementen en projecten te bekijken. Desondanks hebben we mooie dingen gezien. Ik heb in de afgelopen jaren verschillende kippenvelervaringen mogen hebben. In mijn vorige rol was dat bijvoorbeeld bij de Duitse Oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn, de grootste militaire begraafplaats van Nederland met meer dertigduizend Duitse soldaten. De meeste van die achttien- en negentienjarige jongens wilden helemaal geen oorlog. En het verdriet van een ouder is overal in de wereld hetzelfde. Met Brabant Remembers, mogelijk gemaakt door vfonds, hebben we die en vele andere plekken meer in schijnwerpers willen zetten. Recent werd ik getroffen door de schoonheid van de Veteranenbegraafplaats in Loenen en de passie van de mensen die ervoor gevochten hebben om die militaire begraafplaats mogelijk te maken.’ John Bakker had een vergelijkbare ervaring bij de door vfonds geïnitieerde Veteranenbegraafplaats in Loenen. ­

‘Bij het startschot van 75 jaar Oorlogs­ gravenstichting liepen we achter Peter van Uhm naar het graf van zijn zoon Dennis. Daar sprak de generaal b.d. over de idealen van zijn zoon en waar hij het grootste offer voor heeft gebracht. Onze zoon is net zo oud als Dennis en daar moest ik toen aan denken. Dan valt al het bestuurlijke weg en is het van hart tot hart en schouder aan schouder.’

Verschillende rollen

Hoe ziet Borsboom de verschillende rollen binnen vfonds? ‘We hebben heldere regels bij besluiten voor toekennen van subsidies. Onder vijftigduizend is die taak gemandateerd aan onze directeur Lisette Mattaar, maar zij legt alles voor wat gevoelig is. Bij bedragen daarboven is het aan het hele bestuur, maar soms gaan we wel de mening pijlen van de RvT en bij voorgaande bestuurders. Als bestuur zitten we ook bij de RvT vergaderingen. Met name bij gevoelige projecten is er veelvuldig contact. Dat levert de beste besluiten op.’ Rombouts ligt toe: ‘Toezichthouders zijn toekomsthouders. De Raad van Toezicht moet de toekomst in het vizier houden. Hoe kunnen wij ook de kennis over oorlog en conflict op peil houden? Hoe kunnen wij eraan bijdragen dat de waardering voor veteranen en politiemensen op niveau blijft? En - heel belangrijk - hoe kunnen de vaardigheden van toekomstige generaties versterkt worden, opdat zij actief bijdragen aan een democratische rechtsstaat en een vreedzame samenleving? Of - in de woorden van Roman Krznaric - hoe zorgen wij ervoor dat wij, jong en oud, tijdens ons leven ‘goede voorouders’ zijn?’ Bakker: ‘Ik heb veel contact met de wereld van filantropie, en denk dat we in vergelijking goed scoren. Ik zie onze rollen ook als een gezamenlijke inspanning. De Raad van Toezicht heeft daarbij de belangrijkste rol om inbreng te leveren in het collectief en ons daarin scherp houdt, ondervraagt en uitdaagt. Tegelijkertijd moet je elkaar ook motiveren. Ik ben blij dat we een stevige deskundigheid aan tafel hebben, maar het is ook dagelijks leren en open staan voor veranderingen.’

79


Collega’s over vfonds

Ik kom uit een defensiefamilie en was vroeger al gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog. Mijn scriptie was een dagboekenanalyse van Nederlandse militairen in de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Een beladen onderwerp, waar ik heb geprobeerd om de menselijke kant te laten zien. Een thema dat ook binnen

Voor mij zijn innerlijke vrede, rechtvaardigheid en gelijkheid onlosmakelijk verbonden met wie ik ben en waar ik voor sta. Ik vind het mooi dat we verschillende doelgroepen bereiken met de projecten die vfonds steunt. Met mijn kinderen heb ik de theatervoorstelling Sultan in de Maan gezien, over de M ­ arokkaanse sultan die

80

Emma Scheuer Junior adviseur filantropie

Isabel van Amelsvoort Project- en beleidsadviseur

‘Ik hoop mijn ­bevlogenheid over ons werkveld over te brengen’

‘Mooie mix tussen mensen en hun drijfveren’

vfonds belangrijk is. Net als hoe je jongeren hierover kunt laten nadenken. Hun kijk op de maatschappij en de geschiedenis is zeer waardevol. Een mooi project in dat kader is van Bureau Halt. Zij ontwikkelen voorlichting voor scholieren over tolerantie en respect.

Als projectadviseur zie ik veel projectenaanvragen waar de passie voor het project van af spat. Van kleine vrijwilligersorganisaties tot professionele aanvragers. Ieder met hun eigen drijfveren. Het is helaas niet mogelijk om iedereen persoonlijk te woord te staan. We zijn nu bezig met de bezoekersreis om meer naar de aanvra-

gers toe te bewegen. Vfonds probeert de waarden van onze democratische rechtsstaat in te laten zien en vooral: dat iedereen hier een rol in kan spelen. Deze waarden sluiten aan bij mijn persoonlijke drijfveren, om verschil te maken in de hedendaagse maatschappij.

Karima Koubia Bohassani Medewerker Vredesbolwerk

Chrismar Huls Bestuurssecretaris

‘Verschillende ­werelden samenbrengen’

‘Professionele ­organisatie’

het leven van 250.000 Joodse Marokkanen redde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het stuk brengt twee werelden en geloven samen. Dat soort verbindende projecten zijn heel belangrijk, juist met betrekking tot hoe we vandaag de dag met de zogenoemde ‘ander’ omgaan.

Ik woon in Wageningen, dicht bij Hotel de Wereld dat bij ­iedereen wel bekend is vanwege de vredesonderhandelingen in 1945 en het jaarlijkse bevrijdingsfestival. Ook door mijn ervaring bij Vluchtelingenwerk is de vfonds thematiek me niet onbekend. Ik vervul een echte spilfunctie. Zo ondersteun ik de Raad van Bestuur, Raad

van Toezicht en de directie bij bestuurlijke taken rondom vergaderingen, afspraken en uitnodigingen en draag ik zorg voor bewaking van de governance. Vfonds steunt prachtige projecten en ik hoop dat we hier allemaal weer volop van kunnen genieten na deze lastige coronaperiode.


Vfonds ondersteunt projecten die deze waarden bevorderen. Ik heb kunstgeschiedenis en filosofie gestudeerd. Vanuit die expertise en kennis pak ik projecten op. Ik neem de tijd om te reflecteren op de zaken die voor me liggen en oplossingen te vinden die projecten en mensen samenbrengen. Samen met de andere pro-

Philip Romer Project- en beleidsadviseur

Paulien Hofstede Coördinator Vredesbolwerk

‘Empathie en ­meerstemmigheid zijn hard nodig in de wereld’

‘Vredesbolwerk als ontmoetingsplek’

jectadviseurs analyseer en beoordeel ik aanvragen, denk na over de subsidiekaders en de invulling van het nieuwe beleidsplan en adviseer ­aanvragers over onze doelstellingen en missie. Het werk is een breed palet aan projecten en mensen waarmee ik contact heb en dat maakt het afwisselend en uitdagend.

Na de oorlog koos Bib van Lanschot niet voor zijn familiebedrijf, de bank Van Lanschot, maar richtte hij de BNMO en voorloper van vfonds op. Ik begon zelf grappig genoeg wel bij die bank maar wilde na 20 jaar iets wezenlijkers doen. In mijn vrije tijd ben ik betrokken bij de lokale 4 mei-herdenking. Voor vfonds houd ik me bezig met

Lisette Mattaar Directeur en secretaris Raad van Bestuur

Laura van Schalm Projectondersteuner

‘Ik deel de ­bevlogenheid met mijn ­collega’s’

‘Wij dragen als maatschappij de verantwoordelijkheid’ Vfonds zit in een dynamisch werkveld met allerlei stakeholders: aanvragers, ministeries, provincies, overlegstructuren. Het onderhouden van die relaties kost veel tijd maar is ook enorm belonend. Vijf keer per jaar ontvangen we een grote aantal projectplannen. Wat volgt is een proces van bespreken, beoordelen, vragen stellen. Ik beslis over

aanvragen tot 50.000, de grotere projecten gaan voorzien van een advies naar de Raad van Bestuur. Het is mooi om verschil te kunnen maken door middel van de projecten die we steunen. Het bezoeken van een evenement of project dat recht doet aan die gezamenlijke missie voelt dan echt als een cadeau voor onszelf en de samenleving.

het reilen en zeilen van ons kantoor. De betrokkenheid bij de missie is hier heel voelbaar. Bovendien is het een ontmoetingsplek voor de sector. Platform WO2 vergadert er en we verhuren een deel aan een duurzaam bedrijf.

Vfonds trok me aan door zijn maatschappelijke betrokkenheid, met name de erkenning en waardering richting veteranen. Mijn oudoom was een Engelandvaarder. Zelf ben ik actief als militair bij Korps Nationale Reserve. Ik spreek de ‘taal’ en kan me op twee manieren maatschappelijk inzetten. Bij vfonds houd ik me bezig met veteranenreünies,

ondersteun ik de projectadviseurs en Hoofd Bedrijfsvoering en ben ik aangesteld als intern vertrouwenspersoon. Hopelijk kunnen we met de projecten die we steunen een golfbeweging in gang zetten waardoor iedereen beseft dat we allemaal een aandeel hebben in vrede in Nederland.

81


Charlotte Rommes Project- en beleidsadviseur

Jemma Land Hoofd Partnerships en ­Communicatie

‘Urgente d­ oelstellingen’

‘De buiten- en ­binnenwereld met elkaar verbinden’ Samen met alle projecten en partners zoeken we continu naar manieren om het belang van vrijheid en democratie over het voetlicht te krijgen bij zoveel mogelijk mensen. Mijn hart gaat sneller kloppen van projecten die gevoelige thema’s aansnijden en daarin een brug weten te slaan tussen hoe verschillende mensen

Ik kwam vfonds diverse keren tegen, o.a. als financier van de expositie Making Peace en als mogelijkmaker van Festival de Basis op voormalige militaire vliegbasis Soesterberg. Als voormalig zakelijk directeur van onder andere Stichting Vrede van Utrecht en het Nederlands Film ­Festival

82

daarnaar kijken. Om te delen wat er op het gebied van vrede en vrijheid gebeurt in Nederland is goede communicatie met onze achterban en beneficiënten essentieel. Samen met mijn team werk ik aan strategische plannen zoals het positioneringstraject en kijk ik met partners hoe we elkaar kunnen versterken.

Als project- en beleidsadviseur adviseer ik de directie en Raad van Bestuur van vfonds over de aanvragen die vfonds ontvangt. Met het Beleidsplan 2021-2025 heeft vfonds urgente doelstellingen te pakken. Na de grootse herdenking en viering van 75 Jaar Vrijheid blijft de Tweede Wereldoorlog een belangrijk ijkpunt en

slaagt vfonds er tegelijkertijd in om midden in de samenleving van vandaag te staan. Elk project dat vfonds ondersteunt draagt op een eigen manier bij aan versterking van de democratische rechtsstaat en de vreedzame samenleving – uiteindelijk zijn we daarvan allemaal – en: gezamenlijk - de dragers.

Petra Remmen Hoofd Bedrijfsvoering

Joris de Jager Communicatiemedewerker

‘Ik draag de doelstellingen een warm hart toe’

‘Inzetten voor de ander’

was fondsenwerven een belangrijk onderdeel van mijn takenpakket. In mijn nieuwe rol bij vfonds maak ik het van de andere kant mee. Ik draag bij aan een soepel verloop van alle interne processen en de realisatie van de mooie en relevante doelstellingen.

In de coronaperiode ben ik gaan nadenken wat ik belangrijk vind in mijn (werk)leven. Ik ben een sociaal persoon en zet me graag in voor een ander. Zo help ik nu op vrijwillige basis een kunstenaar bij mij uit de buurt met zijn stichting om geld in te zamelen voor onderzoek naar Parkinson.

Dat geeft me energie en een goed gevoel. Het werd mij duidelijk dat ik daar meer mee moest doen. Diezelfde maatschappelijke betrokkenheid vond ik bij vfonds waar ik met veel plezier communicatie en (video)content naar een hoger niveau hoop te tillen.


COLUMN

Vrijheid door de ogen van Krystal van Dinter Evelyn Houtriet Projectondersteuner

‘Ik ben het g­ eheugen van de organisatie’ In 2009 was ik de eerste medewerker van het vfonds bureau. Eerst secretarieel medewerker, nu projectondersteuner. Ik heb veel mooie projecten voorbij zien ­komen. Persoonlijk heeft de eerste Bridge To Liberation veel indruk gemaakt. Met mijn gezin zat ik vooraf aan de ­Rijnkade toen de veteranen voorbijkwamen op zoek naar een plek om het concert te bekijken. Iedereen op de terrassen stond op en ­applaudisseerde luid. De Slag om Arnhem is ook het verhaal van mijn opa en oma, die met mijn vader in de ­kinderwagen hebben moeten evacueren.

vmagazine is een uitgave van vfonds www.vfonds.nl Redactie Concept & redactie| Renee M ­ iddendorp en Koos de Wilt Eindredactie| vfonds: Jemma Land, Emma Scheuer, Joris de Jager Ontwerp Noortje Boer Aan dit nummer werkten mee: Bureauteam en Raad van Bestuur vfonds, Canadese Begraafplaats Holten, CWGC, Gemeente Rotterdam, Liberation Route Europe Foundation, Maczek Memorial Breda, Nationaal Comité Herdenking Capitulaties 1945, Nederlands Auschwitz Comité, Oorlogsgravenstichting, Roosevelt Foundation,

Als klein meisje wist ik al snel dat ik meer van de wereld wilde zien. Ik was een zorgzaam kind, hielp liever anderen dan mijzelf. In mijn familie bestond een langere militaire traditie en vanaf mijn 16e was het voor mij duidelijk: ik ging het leger in! Het leger bleek een mooie omgeving om mijn behulpzaamheid tot uiting te brengen. Toen ik voor de eerste keer op missie ging kwamen mijn jeugdambities volop tot hun recht. In Bosnië ging ik op een avontuur waar mijn hulp gewenst was. Het gaf me energie om de kinderen in Bosnië te helpen groeien. Je voelde de verbeteringen in levenskwaliteit, de hoop, de belofte van een betere toekomst. In Afghanistan was de situatie ingewikkelder, onze aanwezigheid stond continu onder druk. Het voelde als een overlevingsmissie. Een bomaanslag op de bazaar in Deh Rawod, waarbij zowel burgers als collega’s slachtoffer werden, vormde de spreekwoordelijke

St. Be-Wonder en Betsy Torenbos, St. Vrienden van Ysselsteyn, St. Monumentenfonds Aruba, St. Nat. Veteranenbegraafplaats Loenen, St. De Cultuur Kameleon, Veteranen Search Team, #Vteam, Young Crowds, MeisterSinger, LSV Minerva, Ariadne Asimakopoulos, Bonno Meuldijk, Boy Jonkergouw, Carmencita Senchi-Leon, Erik van den Dungen, Dorine Manson, David van Reybrouck, Desiree de Vries, Frank van Vree, Hans van Griensven, Hannah Hoekstra, Henk van Essen, Imane Valk, Isabel Provoost, Jaïr Stranders, Krystal van Dinter, Liu Middendorp, Marcel Smits, Paul Hoefsloot, Rapper Cycz, Tako Rietveld, Ton Rombouts, Willemien Meershoek Fotografie Cover: Kindercorrespondent, ­

druppel. Ik keerde vervroegd terug uit Uruzgan met een mentale beperking. De uitzending had mij dusdanig geraakt, dat ik nooit meer de oude Krystal zou worden. Ik liep voor mijn gevoel op één been. Naast die persoonlijke tegenslag, had ik simpelweg mijn missie niet kunnen afmaken: een onvervuld gevoel! Tijd om nieuwe ambities te vormen. Mentale rust vond ik terug in de sport, altijd al belangrijk in mijn leven. De Invictus Games speelt daarin een belangrijke rol, om samen met mijn teamgenoten, mentaal fit te blijven. Daarnaast is het een prachtig platform om het verhaal van geestelijke beperkingen, naast fysieke beperkingen, op de kaart te zetten. Iedereen mag er zijn, iedereen kan op een eigen manier een bijdrage leveren aan de maatschappij. Het was voor mij daarom een eer om als ‘Verschilmaker’ van Wageningen45, het Bevrijdingsvuur en mijn verhaal te kunnen verspreiden. Ik moest mijn Afghanistan-missie weliswaar vroegtijdig afbreken, deze maatschappelijke missie vervolg ik als een andere maar vastberaden Krystal! Krystal van Dinter is veteraan en ­deelnemer bij de Invictus Games in Den Haag in 2022 en was als een van de 14 ‘hedendaagse verschilmakers’ op 4 en 5 mei in Wageningen 2021.

Friso K ­ euris, 2: Royal Press Europe, Nick Cornelissen, Nationaal Archief Curaçao, 3: Young Crowds, Mike Bink, Nationaal Archief, Stella Matthes, 4: Marcel Molle, 7-9: Dirk P. H. Spits/ DPHOTO, 15: Albert Hendriks, 16: Calvados Tourisme, NARA, 17vbnb: Matthijs Iseger, Renee Middendorp, Daan van Oort, 19vbnb: Beeldbank WO2/NIOD, Bevrijdingsmuseum, JBS Ysselsteyn, 20: Getty Images for The IG Foundation, 21: Mike Bink, 23,27,54: Friso Keuris, 29: Oorlogsmuseum Overloon, 35,36: Tycho Müller, 39: Nick Franken, 44,46: Jostijn Ligtvoet, 49-53: Nick Cornelissen (Aerial Intelligence), 57: Beeldbank WO2/NIOD, 59: Frank Ruiter, 61: Collectie NM Kamp Vught, 62: Nationaal Archief, 63vlnr: Studio Immersief, Jorien Wallast, 64: Milan van Dril, 69: Roy Beusker Fotografie, 71: Mark de Blok, 2,78, 80-83: Vera Bos.

Illustraties Renee Middendorp Druk Libertas Pascal Utrecht December 2021 vfonds kan jaarlijks ruim 200 projecten mede mogelijk maken dankzij:

83


Voor een ­vreedzame s­ amenleving w ­ aaraan ­iedereen kan ­bijdragen De uitdagingen waar we als maatschappij voor staan, ­vragen om nieuwe aandacht en bewustwording. Met aandacht voor de lessen uit het verleden, bouwen jaarlijks honderden ­initiatieven aan een vreedzame toekomst waaraan iedereen kan bijdragen. Zij inspireren jong en oud om zich hier actief voor in te (blijven) zetten. Vfonds is dankbaar voor alle ­bijzondere samenwerkingen.

84


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
vmagazine 2021-2022 by Vfondsutrecht - Issuu