Skip to main content

DNG 2026 02

Page 1


WACHTEND AAN DE GRENS

De Nieuwe Gemeenschap – driemaandelijks tijdschrift van het August Vermeylenfonds juli - september 2026 – AFGIFTEKANTOOR GENT X erkenningsnummer P 309 575 – vu: Willem Debeuckelaere - p/a V.F. Tolhuislaan 88, 9000 Gent

Wachtend aan de grens...

Zoveel mensen staan aan een grens, wachten om er voorbij te komen. Landsgrenzen worden steeds moeilijker te overschrijden. De grens van menswaardigheid echter niet, die wordt dagelijks geschonden en met de voeten getreden.

Op 20 juni 2026, Wereldvluchtelingendag, staan we stil bij miljoenen mensen die hun thuis moesten verlaten. Hun verhalen zijn vaak onzichtbaar, maar hun hoop blijft bestaan. Vluchten is voor velen geen keuze, maar een noodzaak. Oorlog, geweld en klimaatverandering dwingen mensen tot het ondenkbare. En toch zoeken ze, net als ieder van ons, naar veiligheid, naar een plek waar ze opnieuw kunnen beginnen.

Zo is er Amr, alias Poppers Fairy, die zijn machteloosheid en woede tegen het immigratiesysteem omzette iets creatiefs; een gids/boek over hoe je navigeert doorheen het hele proces.

Olga Bubich, essayiste, journaliste, kunstcritica en beeldend kunstenaar uit Belarus, vertelt over hoe “goedbedoelde” initiatieven zoals ‘refugee slow dating’ de bal soms helemaal misslaan. In haar werk richt ze zich op (traumatische) collectieve herinneringen, taal en identiteit.

Frederik Sioen en Iseyas Afewerki uit Eritrea zijn méér dan ‘buddies’. Ze fietsen samen in de wielerclub ‘Spaak en Spier’. Wielrennen is wat hen samenbrengt maar het is meer dan dat. Het brengt hen ook vooruit in het leven, als op een figuurlijke tandem waarbij elk afwisselend vooraan zit.

De grote Eritrese gemeenschap in Roeselare was de aanleiding voor Guido Declercq om ‘Beneden in RSL’ te organiseren. Een verbindend initiatief; over de gedeelde passie voor het wielrennen, persoonlijke verhalen van Eritreeërs in Roeselare en een ruimer gesprek over samenleven, integratie en stedelijke uitdagingen.

In haar column verwijst Anita naar het gedicht van Annie M.G. Schmidt “Vluchten kan niet meer”. In een wereld vol grenzen en onzekerheid klinkt de boodschap van

dat gedicht verrassend actueel: we kunnen niet wegkijken, niet doen alsof het ons niet aangaat. Misschien betekent “vluchten kan niet meer” vandaag iets anders: dat wij niet langer kunnen vluchten voor onze verantwoordelijkheid. Dat we kiezen voor menselijkheid, voor solidariteit, en voor een wereld waarin iedereen een thuis kan vinden.

Het beeld op de cover ‘Awaiting the frontier’ is een schilderij van Els Borghart. Een Belgische kunstenares die reeds jaren in Ierland woont en werkt rond thema’s als migratie, immigratie en het ‘in between’ zijn. Ontdek haar werk op elsanddeclan.com.

Sarah Mistiaen

INHOUD juli - september 2026

03 Eyecatcher

04 Frederik en Iseyas, buddies op wielen

06 ‘They Want us out’, gesprek met Poppers Fairy

11 Een gesprek met Olga Bubich

14 Memory Landscapes

17 U was weer geweldig!

18 Nieuws

COLOFON

DE NIEUWE GEMEENSCHAP driemaandelijks ledenblad van het August Vermeylenfonds vzw; verschijnt op 15 maart, 15 juni, 15 september en 15 december.

REDACTIE Peter Benoy, Tom Cools, Willem Debeuckelaere, Sarah Mistiaen, Johan Notte, Kristel Gijbels, Nico Pattyn, Paul Teerlinck, Eliane Van Alboom, Hans Vandevoorde, Anita Van Huffel en Anne Van De Genachte (+ vormgeving)

ALGEMEEN SECRETARIAAT Tolhuislaan 88, 9000 Gent, 09 223 02 88 - e-mail: info@vermeylenfonds.be - website: vermeylenfonds.be - openingsuren: 9u - 12u en van 13u tot 17u

ABONNEMENT 15 euro (4 nummers)

LIDMAATSCHAPSBIJDRAGE 15 euro per individu. U kunt lid worden door aan te sluiten bij een plaatselijke afdeling of door overschrijving op rek.nr. BE50 0011 2745 2218 van het Vermeylenfonds vzw, Tolhuislaan 88, 9000 Gent. Leden ontvangen gratis De Nieuwe Gemeenschap.

COVER ‘Awaiting the frontier’ schilderij van Els Borghart VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Willem Debeuckelaere, p/a Tolhuislaan 88, 9000 Gent Auteursrechten personen die we niet hebben kunnen bereiken i.v.m. eventuele auteursrechten kunnen de redactie contacteren.

STEUN HET VERMEYLENFONDS Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar. Reknr. BE50 00112745 2218, Vermeylenfonds, Tolhuislaan 88, 9000 Gent. Om reden van milieuvriendelijkheid wordt dit tijdschrift op chloorvrij recycleerbaar papier gedrukt.

19 Recensent

20 Agenda

21 Aanrader

22 BV - Guido Declercq

24 Column - Peter Benoy

26 Column – Lina Corrigan

27 Column - Anita

Ontvang 4 maal per jaar DNG in uw brievenbus voor slechts 15 euro!

Deze pagina is een coproductie tussen het Vermeylenfonds en Creatief Schrijven vzw.

De tekst werd geoogst op het platform Azertyfactor, een vrijhaven waar pennenvoerders hun vruchten publiceren.

Wil je kans maken op publicatie in het volgende nummer?

Post je tekst op azertyfactor.be

uit de vaart genomen

zoals water zich wel vaker gedraagt zal het ook die dag geduldig zijn geweest wiegend om voorgoed te troosten

wie heeft jou bemerkt voorbij de vloedlijn de meeuwen rondom je lichaam verjaagd het zout van de lippen geveegd

waarom sloot je de ogen terwijl je kijken kon naar de hemel jou zo vaak beloofd

wie doorzocht jouw zakken op zoek naar wat woorden je naam door een verre vader een moeder bedacht

achter de hand hield je zonder twijfel nog een kaartje met groeten vanuit het niemandsland

Beeld Els Borghart

Frederik en Iseyas, buddies

op wielen

Interview: Nico Pattyn Foto’s: Paul Teerlinck

Iseyas, je hebt vanaf veertienjarige leeftijd een hele tocht afgelegd van Eritrea in Oost-Afrika tot in Gent. Wat deed je besluiten om zo jong te vertrekken? Iseyas: “Ik ben vooral de politieke situatie in Eritrea ontvlucht. Vanaf zestien jaar moet je er naar het leger. Als je na een jaar niet slaagt voor een examen wordt de dienstplicht verlengd. Velen blijven tientallen jaren in het leger, zoals mijn vader. Bovendien riskeer je

naar de oorlog te worden gestuurd. (red. Eritrea is sterk gemilitariseerd en vaak in oorlog. Van 1961 tot 1991 woedde de Eritrese onafhankelijkheidsoorlog tegen Ethiopië, in 1998 begon een grensoorlog met Ethiopië die pas in 2018 tot vrede leidde, en van 2020 tot 2022 intervenieerde Eritrea aan de zijde van Ethiopië in de opstandige provincie Tigray.)

Je trok eerst naar het buurland Ethiopië. Was het daar veilig?

Iseyas: “Eerst moest ik de grens over. De grenswachten schieten als ze je opmerken, dat was heel gevaarlijk. Eenmaal in Ethiopië kreeg ik een soort tijdelijk asiel. Zolang je papieren niet vervallen ben je veilig, zonder papieren vlieg je de gevangenis in. In Ethiopië had ik geen problemen, ik werkte in Addis Abeba bij een garagist. Maar door de burgeroorlog

tussen de Amhara en de Tigray werd de situatie moeilijker en heb ik besloten om naar Europa te trekken.”

Hoe verliep die tocht? Je moest door Soedan naar Libië, twee landen in chaos. En dan met de boot de Middellandse Zee over.

Iseyas: “Ik ben met een andere vluchteling vertrokken. In Soedan was het toen rustiger, de burgeroorlog was nog niet begonnen. In Libië moesten we twee weken door de Sahara. Ik ben dan een aantal maanden in Libië moeten blijven tot ik met de boot de oversteek naar Europa kon maken. Dat was heel moeilijk, het kostte mij 8.000 euro.”

Frederik: “Dat is hier al veel geld, laat staan voor iemand uit Eritrea. Hoe ben je aan dat geld geraakt?”

Iseyas: “Ik heb zelf wat gespaard door te werken maar mijn familie heeft ook geholpen. Mijn ouders, ooms, iedereen schonk een beetje geld en zo kwam ik aan het bedrag.”

Je kende ongetwijfeld ook de verhalen over mensen die de tocht niet overleven. Hoe bang was je?

Iseyas: “Natuurlijk was ik erg bang. Mijn oom is in 2013 gestorven bij de overtocht. Sommigen durfden op het laatste moment niet op de boot. Je zit met honderd personen ’s nachts op een kleine rubberboot tegen elkaar aan, mannen, vrouwen, kinderen. Je kunt amper bewegen. ’s Anderendaags kwam een grote boot op ons af. Het was de kustwacht, we waren gered en werden naar Lampedusa gebracht.”

Frederik: “Droom je nog soms van die gevaarlijke reis?”

Iseyas: “Vroeger wel, nu niet meer. Ik was wel bang toen ik in Gent naar de Renoboot moest. Dat is de boot waar asielzoekers in Gent door Fedasil werden opgevangen. Toen dacht ik: “O nee, niet weer op een boot.”

Toen je in België aankwam, verbleef je eerst in Brussel en daarna in Luik. Was dat een aanpassing? Ben je dan naar het Franstalig onderwijs geweest?

Iseyas: “Ik was maar een week in Brussel. Daarna woonde ik drie maanden in Luik, waar ik naar school ging. In het Frans, maar dat heb ik weer verleerd.”

Frederik (glimlacht): “Je zou het nochtans kunnen gebruiken voor de interviews na de koers.”

Iseyas: “In december 2022 kwam ik dan in Gent terecht, op de Renoboot van Fedasil. Vanaf januari 2023 ging ik hier naar school.”

Belandde je in België omwille van het wielrennen?

Iseyas: “Wielrennen is de populairste sport in Eritrea. Dat dateert nog van de tijd toen het een Italiaanse kolonie was. Mijn eerste idool was Daniel Teklehaimanot, de Eritreeër die in 2015 de Tour reed en als eerste Afrikaan de bolletjestrui droeg. Ik fietste in Eritrea ook al bij de ploeg van Biniam Girmay. Dat was mountainbiken, als je in Eritrea aan wielersport doet moet je de eerste twee jaar kiezen voor mountainbike. Vroeger trokken veel Eritreeërs naar Italië, maar het is moeilijker geworden om er papieren te krijgen. Ik had verre familie in Aalst, verder kende ik hier niemand. Ik zag ook hoe Biniam Girmay Gent-Wevelgem won toen ik nog in Libië was. Zo belandde ik in België.”

Hoe zijn jullie beiden met elkaar in contact gekomen?

Frederik: “Ik werd gecontacteerd door iemand van Fedasil, omdat ze wisten dat ik in een wielerclub zat, Spaak & Spier. Ze zeiden mij dat een vluchteling uit Eritrea graag wou koersen. Ik sprak eerst met hem afzonderlijk af en had voor een fiets gezorgd – zelf had hij er geen. Hij sprong op die fiets en snelde meteen in een razende vaart weg. De eerste keer dat hij met de groep meereed deden we een tocht van een zeventigtal kilometer. Ook nu weer toonde hij zijn brandende ambitie. Hij trok als jonge snaak tussen al die onbekenden onmiddellijk naar de kop. Hij heeft zestig kilometer op kop gereden, op het einde was hij doodop. Hij had dan ook twee jaar niet meer gekoerst. We wisten onmiddellijk dat dit geen ‘gewone gast’ was. Na een half jaar konden we niet meer mee met hem. Tegenwoordig rijdt hij niet meer mee met onze groep, hij is ons ontgroeid.”

Jij bent dan zijn ‘buddy’ geworden?

Frederik: “Ja, maar eigenlijk was de hele groep van Spaak & Spier meteen zijn buddy. We hebben een actie opgezet om aan een fiets te geraken voor Iseyas, we verkochten kousen (steunkousen). Ondertussen rijdt hij op een Cannondale. Hij heeft zich dan bij een wielerploeg aangesloten in het Meetjesland, en daarna de Meulenbeekse Molentrappers. Ook andere mensen hebben hem geholpen, zoals Tomas Van den Spiegel. Er is Ayco, die hem nog steeds trainingsschema’s geeft. En Laurence, zijn voogd als niet-begeleide minderjarige nieuwkomer. Zij is juriste en heeft fantastisch werk gedaan voor hem.”

Iseyas: “Zij is als een moeder voor mij. En jij als een vader.”

Frederik (glimlacht): “Als een broer zou beter passen. Het is niet altijd gemakkelijk voor hem. Toen hij van club veranderd was, was er bij de eerste gezamenlijke tocht aanvankelijk niemand die met hem kwam praten. Tot ze aan de Kemmelberg kwamen en hij er als eerste boven kwam.”

Iseyas: “Ik kende de berg al, we waren er al eens samen naar boven gereden bij een graveltocht.”

Wat zijn de moeilijkheden waar je op gestoten bent om hier te integreren? En wat heeft er geholpen? Iseyas: “Okan (de onthaalklas) was niet zo moeilijk maar wel om vrienden te maken, er was niemand uit mijn geboorteland. De eerste maand op de gewone school was wel moeilijk. Iedereen sprak Nederlands, er werd door elkaar geroepen. Maar daarna ging het beter.”

Frederik: “Iseyas volgde carrosserie en was meteen de beste voor de praktijkvakken. Hij had in Addis Abeba al veel geleerd door in een garage te werken. Belangrijk is dat je bij problemen hulp durft vragen. Iseyas is zeer enthousiast. Zo begon hij bij het trainen te snel en te vlug. Hij was te ongeduldig, hij trainde drie uur op een groot verzet op de rollen. Via gericht trainingsschema’s van Ayco maakt hij veel meer vooruitgang. Maar dat enthousiasme blijft, hij traint tot vijf uur aan een stuk op Zwift.”

Iseyas: “Ik kan niet meer terug naar Eritrea en zie mijn familie niet meer. Naast mijn ouders heb ik ook nog twee broers en een zus. Wij bellen vooral, met internet zijn er meestal problemen. Voor hen is dat niet vanzelfsprekend, 40 minuten bellen kost 10 euro. Ik ga ook naar mijn familie in Aalst, daar kan ik Eritrees eten. Ik ken ook een tiental Eritreeërs in Gent.”

Frederik: “Er zouden ongeveer 200 mensen uit Eritrea in Gent zijn. Velen ervan zijn dakloos. Eenmaal erkend is er geen opvang meer, en moeten ze het stellen met hun leefloon. Er zijn initiatieven zoals Erigent. Zij organiseren activiteiten waar Eritreeërs elkaar kunnen ontmoeten en eens dansen, feesten.”

Iseyas: “Het is aanpassen aan het weer, in Eritrea is het nooit frisser dan 13 à 14°. Het is ook aanpassen aan de dialecten in Vlaanderen. Dat kennen we niet in Eritrea,

BI O Frederik Sioen (°1979) werd bekend als zanger en muzikant.

Van 2020 tot 2024 was hij coördinator van het platform Kunstenoverleg Gent.

Sedert 2024 is hij Vlaams Parlementslid voor Vooruit, vanaf 1 januari 2025 is hij ook gemeenteraadslid te Gent.

Hij werd, via zijn recreantenwielerclub Spaak & Spier, de buddy van Iseyas.

al zijn daar wel verschillende talen. Maar iedereen leert Tigrinya op school, je kunt met iedereen vlot spreken.”

Wat vind je positief in België?

Iseyas: “Hier gebeurt niets. Ik bedoel dat er geen onverwachte dingen gebeuren. Er is niet plots oorlog, je kan niet zomaar worden opgepakt. Het is hier veilig en rustig. Er is vrijheid. Je krijgt veel kansen om je dromen na te jagen. Dat is een heel verschil met waar ik vandaan kom.”

Frederik: “Vind je de mensen hier vriendelijk? Ondervind je racisme?”

Iseyas: “Vriendelijk? Soms. Racisme? Verbaal valt het mee, maar ik krijg soms rare blikken, bv. als je met een groep Eritreeërs ergens wandelt. Als ze iets racistisch zeggen reageer ik niet. Ik zeg dan zelf niets.”

Frederik: “Je bent slimmer dan hen.”

Wat zijn de dromen die je wil verwezenlijken?

Iseyas: “Ik volg nu mijn laatste lessen fietsenmaker. Als ik geslaagd ben wil ik werken. Ik deed stage bij Fietsen Wildiers. Ik zou graag op mijn stageplaats blijven werken. Ik zie ook hoe andere mensen uit Eritrea aan hun toekomst werken. Iemand werkt in de bouw, een ander in de kringloopwinkel, nog een

BI O Iseyas Afewerki (°2006) werd geboren in Asmara en kwam in 2022 als vluchteling in België terecht.

Hij studeerde carrosserie aan het HTI Sint Antonius en werkt nu de opleiding fietshersteller af aan het Kisp te Gent.

Hij is ook wielrenner bij de wielerploeg de Molenspurters Meulebeke.

ander behaalde zijn attest heftruckbestuurder. En uiteraard droom ik ervan om profwielrenner te worden.”

Je hebt dezelfde naam en voornaam als de president van Eritrea, sedert 1993 onafgebroken aan de macht. Is dat daar een veel voorkomende naam?

Iseyas: “Afewerki is een Tigrinya naam, maar geen bijzonder veel voorkomende naam. Iseyas is een variant van Jesaja. Maar we zijn geen familie.”

Frederik, wat heeft de vriendschap met Iseyas jou geleerd. Heeft het jou veranderd? En vertaalt zich dat in je politiek engagement?

Frederik: “Iseyas is als familie voor mij. Ik denk dat wij allebei een goede klik hebben met andere culturen. Hij vertrouwde mij al snel. Het geeft je als mens een fantastisch gevoel als je zo iemand kunt helpen en op weg zetten. Persoonlijk was het voor mij ook een hernieuwde kennismaking met Afrika. Ik heb veel met Zuid-Afrikaanse muzikanten gewerkt. Politiek helpt het om zaken te relativeren. Je beseft zo hoe goed wij het hier hebben, hoe vrij we hier zijn. In contact komen met mensen uit landen die dat niet kennen, daar leer je veel van.

Negatieve houdingen komen vaak voort uit onwetendheid. Als ik het evenwicht kan

bewaren tussen mijn parlementair werk en de realiteit van de straat, gepaard gaand met echt menselijk contact, dan denk ik dat ik alles in perspectief en in evenwicht kan houden.”

Iseyas, Frederik, bedankt voor het gesprek.

T hey want us out’, een wanhopige schreeuw naar het systeem

Wij zijn Margo, Aron en Simon, drie eerstejaars studenten agogische wetenschappen aan de VUB. In het kader van onze opleiding volgen wij een ministage bij het Vermeylenfonds. We hebben een gesprek met Poppers Fairy, de auteur van het boek ‘They want us out’.

Hallo Amr, Vertel ons, wie ben jij?

Amr: “Ik ben Amr, alias ‘Poppers Fairy’. Ik ben een queer Egyptische onderzoeker en schrijver. Ik deed mijn onderzoek aan de VUB over de dekolonisering van de Afrikaanse politiek. En ik ben de auteur van ‘They Want Us Out’”.

Kan je ons iets vertellen over je boek?

“They Want Us Out’ is een soort liefdesbrief aan queer mensen die door het migratieproces gaan. Technisch gezien is het een gids over hoe je door het Belgische immigratiesysteem navigeert. Maar het is meer dan dat — er zit satire in, poëzie, woede tegen het systeem, en ook een juridische handleiding. Het boek is eigenlijk bij toeval ontstaan — het was nooit de bedoeling om een boek te schrijven. Aanvankelijk wou ik een evenement organiseren waarbij ik advocaten samenbracht met queer migranten om correct met die doelgroep te communiceren. Maar dan liep het anders. Ik zat zelf in de hel met mijn eigen papieren, en dat deed me van richting veranderen. Het werd een twee-jarig project, waarna dit boek ontstond. Via het Vermeylenfonds vond ik uiteindelijk EPO als uitgever.”

Kan je iets vertellen over je eigen persoonlijk verhaal als queer immigrant?

“Ik ben hier gekomen om te studeren aan de KU Leuven, wat een hel was. Gaandeweg

Het systeem is ontworpen om dingen te bemoeilijken en doolhoven te creëren. Er zit een intentionele poortwachtersfunctie in.

BI O Poppers Fairy, is schrijver, onderzoeker, activist, bruggenbouwer en systeemverstoorder, met een achtergrond in beleidsonderzoek, queer-migrant-belangenbehartiging en curriculumontwikkeling voor de dekolonisatie van Afrikaans handelsbeleid.

merkte ik complicaties op bij de praktische zaken, zoals de financiële zekerheid die je moet bewijzen aan het Belgische immigratiesysteem. Hoe verder ik in het aanvraagproces zat, hoe meer advocaten ik nodig had voor de meest basale zaken. En dat was niet omdat ik niet capabel was, maar omdat het systeem zelf ontworpen is om dingen te bemoeilijken, te compliceren en doolhoven te creëren zodat je je eigen verblijfsvergunning niet kunt krijgen. Een tijdlang had ik geen documenten ook al studeerde ik aan de VUB en deed ik onderzoek voor mijn doctoraat. Door dat ongedocumenteerde statuut (red. sans-papiers) kon ik mijn doctoraat niet verderzetten.

Liefde is niet alleen een gevoel, het is een actie.

Dat heeft mijn traject volledig ontspoord en creëerde een soort woede die ik moest uiten. Ik was aanvankelijk geen schrijver; ik deed film, scenario’s, fotografie en poëzie. Uiteindelijk dacht ik: ‘laat ik gewoon een boek schrijven’. Het boek is in essentie een wanhopige schreeuw naar het systeem.”

Waarom gebruik je het pseudoniem Poppers Fairy?

“Het was gewoon een grap tussen mij en mijn vrienden. Ze noemden me Poppers Fairy en toen werd het mijn Instagram-handle. Ik wil

mijn echte naam niet gebruiken want ik zit zelf nog steeds in het systeem. Mijn papieren zijn nog niet compleet en ik heb hier nog geen permanent verblijf. Ik wil mijn legale naam niet verbinden aan een boek dat het systeem, waarvan ik nog deel uitmaak, zeer kritisch bekijkt. Het is gewoon een grappige bijnaam, vol fantasie.”

Hoe voel je je nu in België?

“Dat is een complexe vraag. Ik heb geleerd wat

‘chosen family’ betekent en wat liefde voor mij inhoudt. Liefde is niet alleen een gevoel, het is een actie. Het is kiezen om er te zijn, om te leren van iemand, om samen te groeien, om te weten wanneer ruimte nodig is. Nu voel ik dat ik die mensen om me heen heb. Maar het was met veel vallen en opstaan. In het begin was ik een beetje verloren, op zoek naar een soort “Europese droom”. Maar dingen raken onderweg verloren in de vertaling.”

Als je iets kon zeggen aan het Europese en Belgische immigratiesysteem en de verantwoordelijken, wat zou je zeggen?

“Lees mijn boek en behandel ons als mensen, dat is het voornaamste. Eerlijk gezegd zou ik het gesprek niet eens aangaan. Want het gaat niet over individuen, het is een systemisch probleem, verweven met patriarchaat, kapitalisme en structuren die al lang bestaan. Het wordt er alleen maar erger op, en dat is bewust. Er zit een intentionele poortwachtersfunctie in het systeem. Het is zo opgebouwd dat informatie pas via de gemeente bij jou terecht komt en zelfs de gemeente begrijpt het grotere plaatje niet.”

Kan je een anekdote geven die je boek goed omschrijft?

“Twee dagen voor de boeklancering in Gent ging ik naar mijn advocaat. Ik had reeds drie maanden geen nieuws gekregen van de gemeente over mijn dossier, terwijl ze binnen één maand moesten communiceren. Ik had net een brief gekregen dat ze een onderzoek wilden openen, iets dat al acht maanden eerder had moeten gebeuren. Mijn advocaat keek me aan en zei: ‘Het spijt me enorm, dit slaat nergens op, en ik kan je niet helpen.’ Dat omschrijft het systeem perfect.”

Wat zijn je plannen na ‘They Want Us Out’?

“Eerst moet ik mijn papieren in orde krijgen zodat ik nog luider kan schreeuwen. Ik plan een schrijversresidentie bij Passa Porta. En ik wil een volgend boek schrijven, een soort ‘They Want Us Out, deel 2’ maar dan met meer focus op het emotionele aspect. Het zwaartepunt van dit eerste boek is de wetgeving en de procedures; hoe navigeer je het systeem? Het volgende boek zou verder gaan op de emotionele kant.

Ontdek seizoen 25|26

Krijg 20% korting op een selectie van concerten. Info & tickets via vermeylenfonds.be

Aaron en Margo

Ik hou ook een dagboek bij van het hele proces, zowel op video als via tekst en poëzie. Dat wil ik bundelen tot iets wat de emotionele uitputting die het systeem veroorzaakt, vastlegt. Misschien wil ik ook mijn doctoraat verderzetten aan de VUB over de dekolonisering van Afrikaanse republieken.”

Waar kan je het boek kopen?

“Je kan het online kopen en bij boekhandel Rokko in Gent. Ook via het Vermeylenfonds. We werken er ook aan om het boek toegankelijk te maken voor de mensen die het echt nodig hebben — bij immigratieadvocaten, asielcentra, queer spaces en plaatsen zoals Çomfort, die medische zorg aanbieden.”

2026 - paperback, 108p. - geïllustreerd, in kleur - in samenwerking met Merhaba en Vermeylenfonds, 15 €. www.epo.be/ shop/they-want-us-out

Je kan het boek ook uitlenen bij het Vermeylenfonds!

Een gesprek met Olga Bubich

Verhalen die wachten om te worden verteld. In zowat alles houden zich herinneringen schuil.

Interview: Ine Pisters

Foto: Olga Bubich (c)Andrey Dubinin

Eenrichtingsverkeer in de Antwerpse kathedraal

In ‘The Eyes of the Thorn’ (een ‘memory image ’ uit je bundel ‘Studies from Memory’ waar je tijdens je PEN-residentie aan werkt) beschrijf je je ervaringen met ‘Refugee Slow Dating’, een jaarlijks vrij toegankelijk evenement georganiseerd in en door de Antwerpse kathedraal, waar individuele migranten en locals elkaar informeel kunnen ontmoeten, face to face, aan kleine tafeltjes.

Olga Bubich: “Vooraleer in te gaan op deze ervaringen, wil ik eerst mijn grote dank uitdrukken aan PEN Vlaanderen voor de uitnodiging om naar Antwerpen te komen en er zes maanden aan mijn boek te werken. Ik verblijf in een gezellige en veilige ruimte in het historische centrum van de stad. Inmiddels heb ik heel uiteenlopende PENleden ontmoet – stuk voor stuk schrijvers! Het

bijwonen van sociale evenementen is voor mij een mooie gelegenheid om daarnaast even uit de creatieve bubbel te stappen en deze nieuwe omgeving en cultuur vanuit een ander perspectief te ontdekken.

Dus toen ik een advertentie zag voor het initiatief van en in de kathedraal, dacht ik dat het interessant zou kunnen zijn om zowel de lokale bevolking als de mensen die ze als vluchtelingen bestempelen te leren kennen, en misschien wat vrienden te maken.

Tijdens dit ‘dating’ evenement werd ik geconfronteerd met stereotypen: men labelde me automatisch als een Antwerpenaar. Ik nam plaats aan een van de tafeltjes en knoopte een gesprek aan met mijn tafelgenoot, een in Nepal geboren journalist met de Portugese nationaliteit. Formeel was hij dus meer Europeaan dan ik met mijn Belarussische paspoort. We hadden een fijn gesprek, maar werden om de haverklap ‘gecontroleerd’ door Belgen die ons vroegen waarom we Engels

spraken. En dat we Nederlands moesten spreken. Het kwam neerbuigend over. Er lag een vragenlijst met vragen over wat je hierheen bracht, je verleden en familie, enzovoort. Pijnlijk. Mensen op de vlucht willen misschien helemaal niet over oorlogen en trauma's praten. Dit zijn geen onderwerpen voor een gezellige babbel.

Ik was blij dat ik het met Pemdu over muziek, journalistiek, religie en de etymologie van namen kon hebben. In die twintig minuten heb ik veel van hem geleerd. Aan een ander tafeltje zat ik tegenover een Belgische man, een ‘echte Belg’, die er moe en verdrietig uitzag. Hij voerde een lange monoloog over zijn persoonlijke problemen, en leerde me dat Belgen de grootste pessimisten zijn. Dat was zo gek, en het putte mij uit. Neerbuigend vond ik ook de vrouw die met een enorme, pluizige microfoon rondliep en verkondigde dat ze kunstenaar was en alles opnam voor haar project. Waarom? Er werd ons geen toestemming gevraagd. Besefte ze niet dat wij ons in deze gesprekken in een kwetsbare situatie bevonden? Na een tijdje wilde ik er weg. De prachtige setting en de goede intenties ten spijt, kon ik alleen maar vaststellen dat het hele gebeuren een soort mismatch was. De wereld zag er in die zin meer uit als een doorn dan als de bloem uit het lied van de Nepalese vrouwelijke monnik Ani Choying Drolma ‘In the eyes of the flower, the world appears as a flower’.”

Het triviale praatje over herkomst noopt mensen uit Belarus al snel tot het houden van een hele uiteenzetting. “Heel vaak weet niemand waar Belarus ligt: ‘O, ik dacht altijd dat Wit-Rusland een deel is van Oekraïne.’ Belarus ligt vlakbij Polen en Duitsland en is ongeveer even groot als deze twee landen bij elkaar. We wonen heus niet op een eiland ergens verloren in de oceaan!

Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie heet het land officieel de ‘Republiek Belarus’. In vertaling wordt deze naam vaak niet correct weergegeven. In Nederland en Vlaanderen heeft men het nog steeds over ‘Wit-Rusland’.

1ICORN-steden vormen een internationaal netwerk van tijdelijke toevluchtsoorden voor schrijvers en artiesten die bedreigd, vervolgd of gevangengezet (dreigen te) worden als gevolg van hun geschreven of artistieke producties. Via ICORN stelt een stad deze schrijvers, kunstenaars en journalisten in staat hun werk en de strijd voor de vrijheid van meningsuiting voort te zetten. In België zijn, naast Antwerpen, ook Leuven en Brussel ICORN-steden.

‘Er wonen alleen maar witte Russen’, zeg ik wel eens. Grapje! Je kunt het niet echt vertalen. De etymologische achtergrond van ‘Rus’ verwijst niet naar het land maar naar de roeiers die over het netwerk van waterwegen navigeerden. Er zit dus een etymologisch verhaal achter.

Tijdens mijn verblijf in Berlijn als ICORNfellow (International Cities of Refuge Network)1 bezocht ik negentien gedenkplaatsen en musea van voormalige concentratiekampen en andere oorden van massavernietiging in

‘Mensen op de vlucht willen misschien helemaal niet over oorlogen en trauma’s praten.’

heel Europa. Men heeft het er over ‘Rusland’. Maar niet alleen Rusland heeft het fascisme mee overwonnen, wél de Sovjet-Unie met haar vijftien republieken.

In Weimar bezocht ik het nieuwe Museum Zwangarbeit, het enige museum in Duitsland dat volledig gewijd is aan de Ostarbeiter en Ostarbeiterinnen onder het nationaal-socialistische regime. We troffen er drie verschillende spellingen aan: Weißrußland, Belarus, Belorussia! Een interessant museum, de vorm en de intentie zijn goed, maar inhoudelijk is het betreft de verwijzingen naar Belarus niet in orde.

Narratieve slordigheid zie je ook in het verhaal over de vernietigingen dat vaak bij Polen eindigt. Er zijn zoveel meer locaties, ook op het grondgebied van Belarus. Ze worden weggegomd. Behalve op de Stolpersteine, die kleine stenen op voetpaden hier en daar met namen van mensen die vanuit Europa naar concentratiekampen zijn afgevoerd. Minsk of Baranovichi staan er vaak op vermeld. Dat zijn steden in Belarus.”

‘Ooit komt er vrijheid’. Wachten, zoals beschreven in je essay ‘The State of Deferred life’. Uitgesteld leven, zelfs de taal zit aan de deur te wachten (‘The Language that waited at the Doorstep’). “Mensen denken dat ze vrij zijn met wat ze hebben en zijn daarmee gelukkig. De werkelijkheid is dat ze leven binnen opgedrongen grenzen en heel wat beperkingen. Dat is geen echte vrijheid.

Dat werd me heel duidelijk in de twintig jaar

BIO Olga Bubich is een essayiste, journaliste, kunstcritica en beeldend kunstenaar uit Belarus.

In haar werk richt ze zich op (traumatische) collectieve herinneringen, taal en identiteit.

Ze leefde in ballingschap in Berlijn (2022-2024) als resident bij ICORN (International Cities of Refuge Network), en momenteel is ze in residentie bij PEN Vlaanderen.

In Antwerpen blijft ze werken rond de thema’s herinnering, taal en identiteit, die centraal staan in haar schrijven en kunst van haar toekomstige boek Studies from Memory. Dit omvat zogenaamde ‘geheugenbeelden’ (‘memory-images’): minutieuze beschrijvingen van echte of denkbeeldige herinneringen, opgeroepen door een grote verscheidenheid aan beelden, gaande van pasfoto’s, Sovjetschoolfoto’s, koekjesverpakkingen en krantenadvertenties tot vingertoppen, screenshots van CCTV-camera’s en het Amerikaanse nieuwsprogramma The Record.

Haar eerdere boek over dezelfde thema’s, Memory as a Verb, wordt momenteel in het Catalaans vertaald en zal dit jaar worden gepubliceerd door Rayo Verde Publishing (Barcelona). Eerdere projecten combineren eveneens tekst en beeld. Memory Landscapes (2023–2025) behandelt haar reflecties op de rol van de natuur als gijzelaar, slachtoffer en getuige van het traumatische verleden van Europa onder nazi-, fascistische en bolsjewistische regimes, en werd tentoongesteld in Tsjechië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk.

Het fotoboek The Art of (Not) Forgetting (2021) gaat in op het fenomeen van de kneedbaarheid van het geheugen en nodigt uit om te zoeken naar emoties en ervaringen die mensen kunnen verbinden over grenzen van naties, talen en tijd heen. Zie ook https://en.bubich.by/ memorylandscapes en portfolio hierna.

dat ik werkte met kinderen uit Tsjernobyl. Ik reisde met hen naar de uithoeken van Europa en naar Canada. Een meisje maakte een tekening van haar dorp, waar ‘het’ leven zich afspeelt. In het dorp is er een hoofdstraat die natuurlijk Sovjetska-straat heet, en zijn er huizen, een school, een ziekenhuis. Ze tekende straten die nergens heen leidden. Als kind denk je dat de wereld ophoudt bij de rand van het bos en ken je maar een beperkt aantal rolmodellen. Daar blijft het vaak bij. Eind jaren '90 of begin 2000 was er op het platteland in Belarus ook nog nauwelijks internet. Toen de kinderen gingen reizen, zagen ze dat het ook anders kon. Ze ontdekten en verkenden een totaal andere wereld, en dat veranderde hun perceptie. Mijn project heet ‘Bigger Than I’. Want zo had iemand het omschreven: ‘Ik zag de wereld, die groter was dan ik.’”

Taal, herinneren, vergeten, zwijgen, censuur

“Er is in Belarus veel trauma gerelateerd aan oorlog, aan de vier bezettingen in één eeuw. Tijdens WOII is een groot deel van Belarus volledig verwoest en massaal veel Belarussen van de generatie van mijn grootouders zijn omgekomen, gewond geraakt, of hebben een zwaar psychologisch trauma opgelopen.

Veel leeft voort in het collectieve geheugen. Maar er zijn ook hiaten. Gebeurtenissen zijn weggegomd door zelf-censuur. Men wist niet hoe men erover moest praten. Mijn

‘Het collectief geheugen wordt telkens weer opgepikt, want “wat daar gebeurde zijn dingen die we moeten weten”.’

grootmoeder kon niet naar de psychotherapeut gaan en zeggen: ‘Laten we het eens hebben over het feit dat ik getuige was van de verwoesting van ons dorp door de nazi’s.’

Ik ontdekte dat mijn overgrootvader, in 1937 door de bolsjewieken op verdenking van spionage is vermoord in de gevangenis van Slutsk, nadat hij als arbeidsmigrant naar de VS was gereisd. Mijn moeder wist er niets van. Al haar nog levende familieleden wisten er niets van, of wisten het wel, maar hielden hun mond. ‘We wisten alleen dat er op een nacht mensen kwamen en dat hij verdween’, vertelde mijn moeder.

‘Angst is echt iets vreselijks, het is de beste vriend van onderdrukking.’

Ik had ontdekt dat hij was geregistreerd op Ellis Island en dat hij dus het Vrijheidsbeeld heeft gezien. Ik vond ook de documenten in het Russische Memorial (dat alle informatie over de stalinistische onderdrukking bewaart): hij was vermoord wegens opruiing en spionage. Voor de bolsjewieken was je verdacht en werd je vervolgd als je een geen Sovjet, Rus, Belarus, enzovoort was, als je naar het buitenland reisde, als je joods was, als je tot de intelligentsia behoorde.

Dit soort gebeurtenissen leiden dus tot de hiaten in het geheugen waar ik het over heb. Omdat mensen het niet verwerkt kregen via taal, emoties of wat dan ook. Ze blijven onopgelost omdat hun grootouders zijn overleden en er nooit over hebben gepraat. Volgens hoogleraar Mariana Hirsch is het meestal de derde generatie (mijn generatie) die de stap zet om onderzoek te gaan doen en de verhalen te vertellen. De generatie van onze ouders, dus de eerste naoorlogse generatie, was sowieso gepreoccupeerd met overleven.

Het collectief geheugen kent ups en downs maar gaat nooit helemaal verloren. Het wordt telkens weer opgepikt, want ‘wat daar gebeurde zijn dingen die we moeten weten’. Dat geldt ook voor onze generatie, omdat wij nu geconfronteerd worden met een situatie die ons dwingt het land te verlaten. Bovendien woedt er een oorlog en stellen we verbijsterd de terugkeer van het stalinisme vast in Rusland, en in Belarus. Er worden nog steeds zo’n elf mensen per week gearresteerd. We weten er weinig over, omdat hun families uit angst zwijgen. Angst is echt iets vreselijks, het is de beste vriend van onderdrukking. Als je bang bent, zwijg je, en functioneer je letterlijk in die wachtmodus van ‘het uitgestelde leven’ waar ik het over heb. Je functioneert dan als het ware automatisch, je censureert jezelf. Het is een overlevingsmodus.”

In je essay ‘The Language that waited at the Doorstep’ citeer je iemand die zegt: ‘Ik zou graag willen geloven dat mensen niet zullen zwijgen en alles accepteren’ en hier en daar in een publieke ruimte Belarussiche woorden gebruikt. Een symbolische manier om de eigen taal in leven te houden.

“Het is zo essentieel om je te kunnen uitspreken

in je eigen taal. Onafhankelijke uitgeverijen in Belarus hebben veel te lijden onder de repressie. Veel uitgevers hebben het land verlaten en zijn helemaal opnieuw begonnen, vaak in Polen. Het Pools ligt vrij dicht bij het Belarussisch. De uitgeverijen doen veel om Belarussische auteurs in het Belarussisch uit te geven, evenals vertalingen. Ik zou willen pleiten voor meer steun van de Europese Unie aan deze uitgeverijen. Vandaag realiseren zij in ballingschap in Polen, Litouwen en Duitsland dingen die in Belarus onmogelijk zijn. Steeds meer boeken worden er totaal onterecht als extremistisch en terroristisch bestempeld en verboden.”

Trajecten, tijd. Wat samenkomt in de verbeelding

“In plaats van vooruit te gaan, zijn we achteruitgegaan. We kunnen niets meer plannen. Praten over de toekomst is een privilege geworden. Het idee van een voorspelbaar, soepel en geleidelijk traject voor je leven bestaat niet meer. Alles is opgebroken, geatomiseerd, gefragmenteerd. We ondervinden het voortdurend, het vindt plaats op verschillende niveaus.

Het is interessant om in deze context stil te staan bij de notie ‘Tijd’. Tijdens een cursus die ik ooit volgde, was er een oefening: ‘Laten we even stilstaan en denk nu aan je heden. Vervolgens, ‘Doe nu een stap terug en ga zo’n tien jaar terug in de tijd’. Dit werkte niet voor mij: ik hoef geen stap terug te doen, ik kan gewoon hier blijven. Het schrijven over het verleden en over mijn grootouders zie ik als het weergeven van een opeenstapeling, zoals een taart met heel veel lagen bladerdeeg.

In mijn perceptie zijn alle gebeurtenissen op dit moment aanwezig. Zowel het verleden, het heden als de toekomst. Ik bedoel en druk dit figuurlijk uit. Maar in termen van epigenetisch geheugen is het letterlijk de realiteit. Psychiater Rachel Yehuda toonde aan dat trauma’s drie generaties worden overgeërfd. Ze zitten echt in ons DNA.”

Memory Landscapes

Memory Landscapes is een multidisciplinair project dat archiefonderzoek, museologie, beeldende kunst en schrijven combineert rond de thema’s van collectief geheugen en de manipulatie ervan, evenals van nostalgie en de rol van musea en gedenkplaatsen op de locaties van Europa’s traumatische verleden.

Het idee ontstond in januari 2023 tijdens een bezoek aan het memoriaal in Dachau, Duitsland — een plek die mij diep raakte. Maar wat daar ook mijn aandacht trok, waren de populieren die er al die tijd bleven groeien, terwijl heel wat andere structuren na 1945 zijn afgebroken om er vervolgens opnieuw te worden opgebouwd — in functie van de herinnering.

De innerlijke nood aan reflectie, contact en interactie met de natuur op plaatsen van historisch trauma bracht mij er uiteindelijk toe om er negentien te bezoeken (in Duitsland, Oostenrijk, Polen, Italië, Litouwen, Nederland en Montenegro). Daarbij verzamelde ik informatie over het herdenkingsbeleid van deze landen, nam ik soms contact op met activisten of bewoners van nabijgelegen steden, creëerde ik kunstwerken en schreef ik teksten, die werden gepubliceerd in het Duits, Oostenrijks en Zweeds.

Waar werd de natuur op de terreinen van voormalige concentratiekampen en plaatsen van massa-executies aan blootgesteld en wat is achtergebleven in het ‘geheugen’ van hun dikke schors, machtige takken en het dichte netwerk van wortels dat vanaf de grond onzichtbaar is?

Deze vraag brengt me onvermijdelijk bij de eindeloze discussie over de definitie van geheugen. Hoe werkt het? Wie (of wat) is in staat om herinneringen aan te maken en op te slaan? Ook de natuur heeft herinneringen. Wij, mensen, kunnen er dingen van en over leren. Laten we daarom de focus verschuiven, en onze mensgerichte opvatting over geheugen en herinnering verbreden (ook al hebben we, om eerlijk te zijn, nog steeds geen woorden om dit exact te definiëren).

Vanuit mijn interesse in dergelijke vragen voeg ik steeds nieuwe hoofdstukken toe. In het urgente kader van het overdenken van het Antropoceen moeten we leren van de oude meer op de natuur gebaseerde culturen die erkennen dat stenen en bomen herinneringen bewaren. Iedereen die ooit de kans heeft gehad om rond de drieduizend hoge stenen van Carnac te wandelen, zal beamen dat deze laatste beschrijving slechts gedeeltelijk een metafoor is.

Buchenwald concentration camp, Germany

51.0120° N, 11.1453° E July, 1937 - April, 1945

Buchenwald was een van de eerste en grootste nazi-concentratiekampen in Duitsland. Net als veel andere kampen werd het omringd door een prachtig bos. Hier bevond zich een van de oudste bomen, een eik met de bijnaam ‘Duitse’ of ‘dikke’ eik. Hij stond op de Ettersberg, dicht bij het administratieve gebouw van de nazi’s. Toen het kamp werd aangelegd, heeft de SS de eik laten staan – hij viel sowieso onder de natuurbescherming.

De gevangenen herinnerden zich dat ze de boom associeerden met Goethe, die op de Ettersberg had verwijld en die hen inspireerde tot daadkracht en standvastigheid in hun verzet.

Op 24 augustus 1944, tijdens een bombardement, vatte de dikke eik vlam en brandde af. Daarna heeft de SS hem omgehakt.

Plaszow concentration camp, Poland 50.0252° N, 19.9672° E

October 1942 - January, 1945

Het voormalige terrein van het KZ is vandaag een uitgestrekt gebied dat onbebouwd is gebleven en voornamelijk wordt bezocht door bewoners van de omliggende flatgebouwen. Ze laten er hun honden uit, joggen, picknicken, spelen met drones.

De heuvelachtige velden ogen verwilderd, in de zomer zijn ze bedekt met hoog gras en dichte struiken met onbekende rode bessen.

In het zuidelijke deel van het gebied kun je zomaar resten van Joodse grafstenen vinden. Wat de bouwwerken hier verzinnebeelden, is de triomf van kapitalisme en geheugenverlies.

Auschwitz-Birkenau complex, Poland

50.027416° N, 19.201899° E May 1940 - January, 1945

‘De aanwezige vegetatie werd door de nazi’s gebruikt om de massavernietigingsinstallaties te verbergen. De eerste gaskamers, massagraven en brandstapels voor het verbranden van lichamen bevonden zich midden in een dennenbos. Aanvankelijk werden rieten hekken gebruikt om de gaskamers en crematoria te camoufleren. […] Naar het einde van de oorlog, in de herfst van 1944, werd een groene gordel (Grüngürtel) van voornamelijk populieren en lijsterbessen, aangeplant om de gaskamers en crematoria II en III aan het zicht te onttrekken.’ (Informatie op de Auschwitz herdenkingssite)

U was weer geweldig!

Congo aan Zee in Oostende bestaat 10 jaar

Dit werd gevierd in bibliotheek Kris Lambert met twee panelgesprekken, een kleine maar fijne boekenbeurs met signeersessie, een lekkere Congolese maaltijd en aansluitend in Kinepolis een panelgesprek en een filmvoorstelling over het leven van Nobelprijswinnaar Denis Mukwege ‘Muganga: Celui qui Soigne.’

Boekvoorstelling van ‘¡Me Gusta! - Waarom de Spanjaarden zo Spaans zijn’ van Sarah De Vlam.

Het was een feestelijke avond, met een muzikale omlijsting door Juan Sampé en een boeiend panelgesprek over Spanje en al haar facetten.

Georganiseerd door VF Gent i.s.m. Boekhandel Walry, Uitgeverij Ertsberg & VIERNULVIER.

Slam Gent

In kunstencentrum VierNulVier ging het Gents Slampioenschap door. Negen finalisten zetten hun scherpste performance op het podium. De jury kroonde Xavier Roelens tot winnaar van de avond. Met diepgaande teksten en sterke beeldspraak wist hij zowel publiek als jury te overtuigen. Daarmee plaatst hij zich voor de finale van het Belgisch kampioenschap Poetry Slam op 28 november ook in kunstencentrum VierNulVier. De publieksprijs ging naar Zoë, die het publiek raakte met innige en geëngageerde teksten rond Palestina en menselijke verbondenheid.

Paul Teerlinck

Nieuws

Afscheid van Guido D’hont

Op donderdag 16 april moesten we helaas afscheid nemen Guido D’hont, initiatiefnemer en stichtend voorzitter van de afdeling Waarschoot. Nadien was hij ook nog enkele jaren bestuurslid van de afdeling Gent waar hij ook woonde. Professioneel was hij vele jaren actief in de theaterwereld o.m. in het Brugse theater De Korrekelder, theater Leen Persijn en het Nederlands Toneel Gent (NTG). Guido was een geëngageerde kunstliefhebber. Op zijn herinneringskaartje nam hij afscheid van ons met het mooie gedicht van Hella Haasse.

Dans als Pierrot het leven rond,

Met brandend hart, maar houd je mond.

Want wie veel spreekt van wat hem let, Verliest de liefde van Pierrette.

Vergeet, vergeet, bewaar de schijn

Dat wij op aard’ niet eenzaam zijn. En leest men het op je gezicht,

Doe dan als ik … gordijnen dicht

ERRATUM

In het vorige nummer van DNG staat een fout op pag.18. Het is niet de Verwoording maar De Verwoordering.

De Verwoordering bestaat uit vier ervaren, gepassioneerde vertellers die, onder begeleiding van Griet Pauwels, hun stem lenen aan datgene wat u wil uitdrukken, maar zelf niet volledig onder woorden krijgt. Zij vormen uw gedachten om tot poëzie, gedreven door hun liefde voor taal en zeggingskracht. Zij werken met een aantal vaste programma’s en ontwikkelen daarnaast met evenveel zorg voor elk verzoek een volledig op maat uitgewerkt voorstel.

Op hun repertorium staat ondermeer een programma met hedendaagse poëzie rond het werk van August Vermeylen.

Zuheir Sebiy is een multidisciplinaire storyteller gevestigd in Brussel, zijn werk strekt zich uit van film en muziek tot eventmanagement en de creatie van foto- en videocontent voor diverse opdrachtgevers. Dit jaar sluit hij zich aan bij het Vermeylen-

fonds voor de langspeeldocumentaire Into The Alphabet van Hind Eljadid en Mary Elarbi, waar hij als cameraman meewerkt. Daarnaast coördineert hij als communicatiemedewerker het evenement Queer X, waarvoor hij ook een tentoonstelling ontwikkelt rond het thema van het recht op protest.

Recensent

Stilte is mijn moedertaal - Sulaiman Addonia In de wereldliteratuur bestaat er een traditie van door ballingen geschreven literatuur, waarin de auteurs hun vlucht en de hiermee gepaard gaande ervaringen verwerken. Wie moet vluchten raakt hierdoor getekend. Traumatische gebeurtenissen laten hun sporen na, hertekenen hun levensloop. Uiterlijk dragen ze de littekens. Innerlijk verandert het hun karakter, hun weerbaarheid, hun ingesteldheid. In het beste geval slagen ze erin zichzelf een plaats te geven in hun nieuwe omgeving, maar het gevoel van thuisloosheid blijven ze meedragen. De ontheemde is dan ook een van de oudste archetypes in de literatuur, met Odysseus - wiens jarenlange omzwervingen door Homeros werden beschreven - als voorbeeld par excellence. Expliciete verbanningsliteratuur vinden we terug bij Ovidius. Nadat die om onduidelijke redenen door keizer Augustus werd verbannen naar de Zwarte Zee schreef hij zijn klaagzang neer in zijn Tristia en Epistulae ex Ponto. Beide werken behoren tot de grondteksten van de vluchtelingenliteratuur. Elementen als weemoed, heimwee, vernedering, de arrogantie van de macht en het verlies uit de eigen cultuur zelf te zijn verbannen, komen telkens terug in de hieropvolgende vluchtelingenliteratuur.

Meer recent lag de persoonlijk geleefde vluchtervaring aan de basis van enkele literaire meesterwerken. Alleen de bergen zijn mijn vrienden van Behrouz Boochani is een mokerslag. Na zijn vlucht uit Iran belandt de schrijver in Australische detentie op Manus Island waar hij 6 jaar gevangen zit. Tijdens zijn detentie legt hij de gruwelijke omstandigheden daar vast. Ontluisterend. Een ander boek dat zijn plaats in de canon van de vluchtelingenliteratuur verdient is Stilte is mijn moedertaal van Sulaiman Addonia.

Het levensverhaal van Addonia leest als een verhaal van meervoudige ontworteling, van verlies van taal en cultuur. Hij wordt geboren tijdens de Eritrese onafhankelijkheidsoorlog, zoon van een Eritrese moeder en een Ethiopische vader. Als zijn vader in 1976 omkomt tijdens een bloedbad bij Omhajer, slaagt het gezin op de vlucht en belandt in een vluchtelingenkamp in Soedan. Al vrij snel vertrekt zijn moeder naar Saudi-Arabië om als huisbediende te werken voor een Saoedische prinses en blijft hij bij zijn grootouders achter in het kamp.

Stilaan verliest hij zijn moedertaal, het Tigrynia, en valt hij stil. ‘Stilte werd mijn taal’, schrijft hij hierover is zijn essay Een vluchteling heeft geen moedertaal. Om emotionele redenen lukt het hem niet het Amhaars te leren, de taal van zijn vader, omdat hij die associeert met rouw, geweld, verlies. Aan een Soedanese school leert hij het Arabisch en snuift hij gretig het poëtische en bloemrijke Arabische proza op.

In 1984 wordt hij terug herenigd met zijn moeder als hij samen met zijn broer verhuist naar Saoedi-Arabië. Hij komt er in een sterk hiërarchische samenleving terecht en wordt er geconfronteerd met structurele ongelijkheid en geweld tegen migranten. Toch bloeit hier zijn liefde voor de literatuur op.

Op 15-jarige leeftijd stuurt zijn moeder hem en zijn broer naar Londen. Opnieuw dient hij een andere taal te leren. Het is alsof er een sloophamer door zijn Arabische huis jaagt: ‘Mijn toenemende vaardigheid in het Engels correleerde negatief met mijn Arabisch. Hoe meer ik me thuis voelde in het Engels, hoe minder het Arabisch als een thuis voelde. Om een nieuwe taal aan te leren, moest ik in mezelf kerven. Meertaligheid betekende nog meer verwondingen.’

De liefde brengt hem uiteindelijk in Brussel. Hier richt hij de Creative Writing Academy for Refugees & Asylum Seekers op, een schrijfacademie waar vluchtelingen hun verbeelding aan het werk kunnen zetten. Hier krijgt ook het boek vorm dat nog moet geschreven worden, tijdens wandelingen door de binnenstad en in typisch Brusselse cafés. Dat boek is Stilte is mijn moedertaal. De titel schiet hem te binnen tijdens een wandeling langs de vijvers van Elsene.

Het boek opent met een rechtszaak in een Oost-Afrikaans vluchtelingenkamp tegen de jonge vrouw Saba, die van incest met haar

stomme broer Hagos wordt beschuldigd. Vervolgens neemt de roman ons mee terug in de tijd en vertelt het verhaal van Saba en Hagos van bij hun aankomst in het kamp, bekeken vanuit het perspectief van Saba.

Saba en Hagos zijn half Ertitrees, half Ethiopisch. Elk op hun eigen manier gaan ze om met de verwachtingen rond gender en seksualiteit die hen worden opgedrongen. Saba is trots, intelligent en ondernemend. Haar droom verder te studeren staat noodgedwongen ‘on hold’ maar blijft leven in haar. Hagos is dan weer ‘het meisje’ dat moeder altijd had gewild. Hij bekommert zich om het huishouden en verzorgt de kleding, het haar en de make-up van zijn zus. Beiden voelen ze de groeiende druk van de vluchtelingengemeenschap om zich te schikken naar de tradities. Anders-zijn in gender en seksualiteit wordt ontkend, moet onderdrukt worden, en vrouwen dienen zich te onderwerpen aan de dictaten van de man. Dat Saba en haar broer zich niet laten intomen, zet kwaad bloed bij diegenen die macht over hen willen hebben. In het dramatische einde zal blijken dat ze voor hun hang naar vrijheid een zware prijs moeten betalen.

Doorheen de roman stelt Sulaiman Addonia het recht om anders te zijn centraal, om ook in een context van ballingschap, van thuisloosheid, zelf invulling te kunnen geven aan gender- en seksualiteitsbeleving, aan het recht op individualiteit. Hij doet dit aan de hand van kleine verhalen, verhalen die voor iedereen herkenbaar zijn, ongeacht de eigen situatie. In plaats van een autobiografisch verhaal te schrijven gebruikt hij zijn eigen ervaringen in het kamp om een tijdloos verhaal te schrijven over dromen, aspiraties en de moeilijkheden die overwonnen moeten worden om deze waar te maken. Juist door de hoofdpersonages niet vast te pinnen op hun ballingschap maar door hen tot leven te wekken als mensen van vlees en bloed, als complexe en verlangende wezens, maakt Sulaiman Addonia van Stilte is mijn moedertaal een ode aan de verbeelding. Grootse literatuur die het vluchtelingenthema overstijgt van een meedogenloos eerlijke auteur.

Tom Cools

Stilte is mijn moedertaal van Sulaiman Addonia, Uitgeverij Jurgen Maas, 2021

Een greep uit het aanbod, voor meer...kijk op vermeylenfonds.be

VF Oostende

Locatie: VLC De Geuzetorre, Kazernelaan 1, 8400 Oostende.

Info en inschrijving: oostende@vermeylenfonds.be

5/07/2026 11.00u

Fotografie-tentoonstelling ‘KIJKEN’

Daniel de Kievith, Abbie Verschuren en Mustafa Arslan. Gratis inkom.

29/09/2026 19.30u- 23.00u

Hendrik Vos ‘Dit is Europa’

Hendrik Vos is als Belgisch politicoloog verbonden aan de Universiteit Gent, waar hij ook directeur van het Centrum voor EU-studies is. Zijn specialisaties zijn Europese Politiek, Besluitvorming in de Europese Unie en Actuele vraagstukken van de Europese politiek. Met ‘Dit is Europa’ schreef hij het verhaal over de Europese eenmaking dat iedereen wilde lezen – dat blijkt onder meer uit het fenomenale succes van het boek. Het is dan ook een fantastisch verhaal; het traject van de Europese eenmaking was een grillige lijn vol onverwachte kronkels. Er was nooit een draaiboek of een breed gedragen plan, en toch ontstond, stap voor stap, de Europese Unie. Gratis inkom.

VF Roeselare

20/6/2026

Beneden in RSL: een double bill in het kader van Wereldvluchtelingendag

Op zaterdag 20 juni organiseren we met het Vermeylenfonds, Oxfam-Wereldwinkel en Dogbo-Dogbo vzw een avondvullend programma, met o.a.VRT-correspondent Stijn Vercruysse als gast.

Aanleiding is Wereldvluchtelingendag, de internationale dag ter ere van mensen die gedwongen op de vlucht zijn. Deze dag staat in het teken van de kracht en moed van mensen die hun thuisland hebben moeten ontvluchten om te ontsnappen aan conflicten of vervolging.

19.00u: “Beneden in RSL” een panelgesprek over en met de Eritrese gemeenschap in onze stad. Met Stijn Vercruysse (VRT), Elien Spillebeen (MO*Magazine) en Tina De Gendt (historica en auteur met focus op migratie- en stadsgeschiedenis).

20.30u: de boekvoorstelling door Stijn Vercruysse: de Eeuw van Afrika.

Een organisatie van het Vermeylenfonds i.s.m. Oxfam Wereldwinkel en Dogbo Dogbo vzw.

Locatie: Aula Vives, Wilgenstraat 32, 8800 Roeselare. Inkom: 10€pp. Inschrijven voor 18 juni op rekening Belfius BE59 0689 0918 0926 met vermelding “Beneden in RSL”. Deuren geopend vanaf 18.30u.

BEYOND BORDERS

Kunst van het verzet Frans & Serena Wuytack

VF Kortrijk 19u30.

20/06/2026: Stadswandeling in Kortrijk. 8/09/2026: ‘Als de wapens zwijgen’ door Leente Van Hoorne.

Locatie: Mozaïek, Overleiestraat 15A, 8500 Kortrijk.

VF Ternat

Stokschermen in noodweer. Een invulling van wettige zelfverdediging.

Het Vermeylenfonds - afdeling Ternat "De Maan Onder Water" i.s.m. BUDO Ternat vzw, organiseert oefenstonden ‘Noodweer’, hoe zich veilig, harmonisch en wettelijk verdedigen. Met dit initiatief proberen we de kunst van zelfverdediging te leren, te begrijpen en de principes toe te passen in het dagelijkse leven. Met een turn- schermstok en aan de hand van historische en moderne bronnen, via lezing en oefening, beogen wij, samen, het verbreden, verdiepen, vergroten en verbinden van ons bewustzijn en ons handelen. Info: jean.trembloy@telenet.be

VF Zelzate

28/6/2026 13.30u

Bezoek Verbeke Foundation

We trekken er samen op uit naar de Verbeke Foundation - een plek waar kunst, natuur en heerlijke verwondering elkaar ontmoeten. Denk aan gigantische installaties, serres vol creativiteit en kunstwerken die je doen denken: "Hoe verzinnen ze het?" Met gids, die ons meeneemt langs de meest verrassende verhalen en verborgen parels op het domein. Locatie: Verbeke Foundation, Kemzeke. Prijs: €12 leden/ €15 niet-leden. Inschrijven via vf.zelzate@gmail.com

VF Lievegem en VF Eeklo

16/07/2026

Bezoek met gids aan tentoonstelling: "Macht, verlies en herleving in Ename" in het archeologische museum van de abdij Ename en het huis Beaucarne.

30/08/2026 15u.

Dagelijks toegankelijk van 3 juli tot en met 16 augustus van 13u tot 17u maandag gesloten

Concert Pauwel, singer songwriter, The Sports Inn, Lievegem. September 2026

"Stil Verzet" lezing door Hans Van De Voorde en oorlogsdagboekenpresentatie door Archiefpunt. Datum nog nader te bepalen. Info: vermeylenfonds.lievegem@gmail.com en vermeylenfonds.eeklo@gmail.com

Aanrader

Pacificatie van GentEendracht in verscheidenheid

In 1576 werd de pacificatie van Gent ondertekend. Dit zou een periode van rust moeten inluiden na jaren van onrust en terreur veroorzaakt door muitende Spaanse soldaten en door een woeste menigte die een spoor van vernieling veroorzaakten in kerken en kloosters.

De pacificatie van Gent gaf ook haar naam aan de beroemde zaal in het stadhuis met een opmerkelijk labyrint. Een jaar later zal Gent deel uitmaken van de Calvinistische Republiek.

Wat gebeurde er achter de muren van het Hof van Ryhove, het bolwerk van de Calvinistische Republiek? En welke rol speelde Willem van Oranje hierbij? We wandelen voorbij het Gravensteen en langs het Prinsenhof. Meer verklappen we je hier niet. Alle verhalen en anekdotes hoor je tijdens deze unieke rondleiding.

Een aanrader voor afdelingen en leden! Meer info op walkingent.be/rondleidingen

In 2026 vieren we 450 jaar Pacificatie van Gent. Duik mee in de historische gebeurtenis en neem deel aan een boeiend cultureel programma. Meer info op stad.gent.be/450 jaar pacificatie. En hou ook onze website in het oog!

Wandel mee met de Refugee walk!

Op 4 oktober 2026 zet de Refugee Walk een historische stap. Voor het eerst strijken we neer in Brussel. Onze hoofdstad. Het kloppend hart van België, van Europa, en van solidariteit in actie.

Dat Brussel de nieuwe uitvalsbasis wordt, is geen toeval. Als hoofdstad van ons land en van Europa is Brussel een plek waar beslissingen worden genomen die het leven van mensen op de vlucht rechtstreeks beïnvloeden. Tegelijk is het ook een stad van aankomst. Voor velen begint hier hun verhaal in België: bij aankomst, bij registratie, bij het zoeken naar bescherming, veiligheid en een toekomst. Wandel je mee? Alleen, met vrienden of met je afdeling. Kijk op www.refugeewalk. be voor meer info.

© Paul Teerlinck

Guido Declercq BV

Reisleider

Interview: Johan Notte

Enkele jaren geleden richtte Guido Declercq een afdeling van het Vermeylenfonds op in Roeselare. Voordien leerde ik hem kennen als een bevlogen gids op een uitstap naar Charleroi. Hij was ook stichter van het boekingskantoor La Barraca die in België en Nederland tournees van Flamencoartiesten organiseerde.

Guido Declercq: “Mijn belangstelling voor flamenco ontstond tijdens mijn reizen eind de jaren negentig in Andalusië in Spanje. Een flamencovoorstelling is een ideale plaats om sociale contacten te leggen. In Andalusië merkte ik hoe trots mensen zijn op hun cultuur. Als buitenstaander met oprechte belangstelling werd ik al snel meegenomen naar festivals en optredens. De eerste ervaringen maakte grote indruk op mij: sfeervolle voorstellingen

op dorpspleinen die pas laat op de avond begonnen en duurden tot diep in de nacht. Maar gaandeweg hoorde ik toch ook kritische beschouwingen over de evolutie van de flamenco. De echte flamenco zou aan het verdwijnen zijn. Wat nu nog vooral jonge artiesten brachten zou slechts een afkooksel zijn van de authentieke flamenco. Dat was evenwel niet de ervaringen die ik had. Ik zag juist veel jonge mensen die de kunstvorm levend hielden. Op dat moment was ik zelf nog actief in de bedrijfswereld maar voelde al een tijdje dat ik daar niet meer thuishoorde, dat als ik dat pad zou blijven volgen ik er compleet onderdoor zou gaan. Daarom besloot ik in 2003 om het anders aan te pakken: ik richtte een eigen boekingskantoor ‘La Barraca’ op met de bedoeling om jonge flamencoartiesten naar België en Nederland te halen. Dankzij mijn contacten met verschillende cultuurhuizen zoals

het Zuiderpershuis en de Singel in Antwerpen, het Tropentheater in Amsterdam, het Rasa in Utrecht, enz, kon ik al snel meerdere tournees per jaar organiseren. Maar ook daar heerste er een heel competitieve sfeer en na twintig jaar was ik er volledig op uitgekeken. In 2017 bracht ik een reisgids (1) uit over waar en hoe je flamenco kunt ontdekken in Andalusië en dat boek werd mijn toegangsticket tot de toeristische sector.”

Ben je daarna in de toeristische sector gaan werken?

“Simpelweg omdat ik een boek had geschreven kreeg ik binnen de toeristische sector een zekere erkenning. Van daaruit ben ik reizen beginnen begeleiden. In het begin was mijn begeleiding te elitair en heb ik moeten leren dat niet alle reizigers cultuurminnaars zijn. Gewone vakantiegangers hebben ook recht op een fijne reis. Ik bereid mijn reizen zo goed mogelijk voor. Als je goed voorbereid vertrekt, straal je rust uit en voelen de reizigers dat je ernstig met je werk bezig bent. Momenteel ben ik gelukkig met wat ik doe en krijg ik er veel waardering voor terug.”

Welke reisbestemmingen?

“Vooral Andalusië omdat mijn boek daarover gaat maar onlangs heb ik ook een 14-daagse rondreis begeleid en gegidst over vrijwel heel Spanje, ook minder gekende bestemmingen in Spanje zoals Aragon, Zaragoza,…”

Organiseer je ook daguitstappen?

“De grote buitenlandse reizen in Spanje doe ik vooral in april, mei, september en oktober: daartussen is het te warm en ervoor en erna vaak te koud. In die periode moet meer reizen weigeren dan ik aanneem. In de andere rustigere maanden organiseer ik op aanvraag daguitstappen die ik zelf kan voorbereiden. Meestal gaat het om plaatsen op minder dan twee uur afstand omdat ik die dan vooraf kan verkennen zoals Rotterdam, Roubaix en Rijsel maar ook minder bekende bestemmingen zoals Diest. Ik zet immers graag onbekende plekken in de kijker.”

Naast je professioneel engagement in de reissector heb je ook een belangrijk vrijwilligers engagement opgenomen nl. de lancering van een samenlevingsopbouwproject voor vluchtelingen uit Eritrea. Zijn er dan zoveel vluchtelingen uit Eritrea in Roeselare?

“Er is inderdaad op korte termijn in Roeselare een grote zichtbare gemeenschap van Eritrese vluchtelingen ontstaan. Waar het vroeger om een heel kleine groep ging, gaat het vandaag

Bogaert

om enkele honderden mensen. Vermoedelijk speelt onderlinge informatie een grote rol: mensen vertellen elkaar waar het relatief goed is, waar er steun is en waar al bekenden verblijven. Veel van deze vluchtelingen hebben een lange en zware tocht achter de rug: ze verlaten Eritrea, trekken door de woestijn, steken de Middellandse Zee over en proberen ergens terecht te komen waar ze denken een toekomst te kunnen opbouwen.”

Worden Eritreeërs gemakkelijk erkend als vluchtelingen?

“Voorlopig wel. De mensen vluchten voor een dictatuur en vooral voor het feit dat de verplichte legerdienst onbeperkt is. De mannen zijn een soort fulltime reservisten die de hele tijd ter beschikking moeten blijven van de overheid. Elke toekomst wordt in feite onmogelijk gemaakt. Iedereen die kan, vlucht het land uit zonder eigenlijk te weten waar ze zullen terechtkomen.”

Ongetwijfeld zijn er nog vluchtelingen van een andere nationaliteit in Roeselare. Is er een reden waarom je met je project enkel tot de Eritreeërs richt?

“Eritreeërs hebben zoals de Vlamingen een passie voor wielrennen. De vrij bekende Wielrenner Biniam Girmay is trouwens een Eritreeër. Ik kan dus een verbindend initiatief op poten zetten; samen een fietsclub oprichten bijvoorbeeld.

We gaan in dit verband samenwerken met het museum Koers, het wielermuseum in Roeselare. Er zijn dus met die groep aanknopingspunten voor verbinding.”

Wat is de uiteindelijke bedoeling van het project?

“De zichtbare aanwezigheid van de vluchtelingen roept in Roeselare uiteenlopende reacties op. Vele van de Eritreeërs leven in bijzonder precaire omstandigheden. Sommigen slapen effectief buiten, anderen worden tijdelijk opgevangen in overvolle appartementen waar ze op matrassen op de vloer slapen. Er zijn dus reële spanningen rond de huisvesting maar ook rond hygiëne, veiligheid en de druk op voorzieningen zoals de gezondheidszorg. Die bezorgdheden mag je volgens mij niet zomaar wegwuiven. Dat is een realiteit die je ernstig moet nemen. Met dit project wil ik het racisme en de vijandigheid niet ontkennen maar wel proberen te temperen door een tweede verhaal zichtbaar te maken: dat van dialoog, respect en menselijkheid. Ik wil tonen dat deze mensen niet alleen ‘de ander’ zijn, maar ook mensen met talent, inzet en ambities. Leraars in het volwassenenonderwijs kunnen getuigen dat veel Eritreeërs erg gemotiveerd zijn in de les.

Sommigen combineren avondonderwijs met werk in sectoren waar weinig lokale arbeidskrachten te vinden zijn. Er zijn dus ook veel positieve verhalen.”

Wat is de bedoeling van het gebeuren ‘Beneden in RSL’ op 20 juni?

“Die manifestatie wordt georganiseerd samen met onder meer Oxfam Wereldwinkel en andere partners met een hart voor Afrika. Zij zal bestaan uit drie onderdelen: de gedeelde passie voor het wielrennen, de persoonlijke verhalen van Eritreeërs in Roeselare en een ruimer gesprek over samenleven, integratie en stedelijke uitdagingen. Als voorbereiding heb ik een vragenlijst voor de Eritreeërs opgesteld met heel directe vragen over hun vlucht, hun verblijf in Roeselare en hun dromen en verwachtingen. Er worden ook verschillende sprekers aangetrokken: de journalisten Stijn Vercruysse en Elien Spillebeen en historicus en auteur Tina De Gendt. Zij zullen een bijdrage leveren vanuit hun eigen invalshoek: journalistieke duiding, kennis van Eritrea en ervaring met diversiteit en stedelijke samenlevingsvraagstukken. Er is die avond ook de boekvoorstelling van ‘De eeuw van Afrika’ van auteur en VRT-journalist Stijn Vercruysse.”

Is er nog een vervolg gepland op deze avond?

“De avond van 20 juni is voor mij geen einddoel maar een beginpunt. De echte ambitie ligt in het opzetten van trajecten waarin Eritreeërs via vrijwilligerswerk, ontmoetingen en gezamenlijk activiteiten meer aansluiting vinden bij

de stad. Van daaruit wil ik bekijken welke socioculturele initiatieven kunnen groeien, bijvoorbeeld via fotografie, storytelling of een recreatief fietsproject. Als mensen samen iets doen, samen verhalen delen en elkaar op een andere manier leren kennen, ontstaat er misschien ruimte voor een ander beeld: niet naïef en niet blind voor problemen maar wel gericht op verbinding. Ik pretendeer niet dat dit alles oplost, alleen dat je ergens moet beginnen.”

Hartelijk dank voor dit gesprek!

Meer info over ‘Beneden in RSL’ op www.vermeylenfonds.be

(1) Declercq Guido, Naar Andalusië op het ritme van flamenco, Bergerhoff & Lamberigts, 2017, 248 p.

Een Aards Paradijs voor iedereen

(deel 2 en slot)

Deel één behandelde enkele utopische teksten van Aristofanes, Plato en Thomas More. Daarnaast hebben we een stap gezet in de historische realiteit: de primitief communistische samenleving van de Guarani indianen, die ondanks het oprukkende Spaanse en Portugese kolonialisme heeft bestaan van 1610 tot 1768.

Twee decennia na de ondergang van de Guarani utopie schreef D.A.F. De Sade (1740-1814), de beruchte markies, de meer dan 800 pagina’s van zijn brievenroman Aline et Valcour ou Le roman philosophique tijdens zijn gevangenschap in de Bastille, een jaar voor de Franse revolutie. De eerste publicatie verscheen pas in 1795. In algemene studies over utopische literatuur wordt zijn naam slechts zelden vermeld. Zijn utopie zit vervat in Brief XXXV gericht aan Valcour en omvat toch zo’n 170 pagina’s. Nadat het personage Sainville getuige is geweest van een dystopische dictatuur ergens in Afrika belandt hij op het tropische eiland Tamoé en voert er uitgebreide gesprekken met de koning-filosoof Zamé.

In Tamoé bestaat geen privé-bezit; iedereen heeft gelijke rechten, krijgt een woning, de nodige levensmiddelen en bewerkt een stuk grond. De samenleving is zo gestructureerd dat een uitgebreide wetgeving overbodig is geworden; door de gelijkheid van goederen

is er geen sprake van diefstal of gierigheid. Door echtscheiding mogelijk te maken wordt de bandeloosheid sterk beperkt (?). Talloze misdrijven vinden hun oorsprong in godsdiensten, zegt Zamé en hij geeft talloze voorbeelden uit de Europese geschiedenis. L’athéisme le plus décidé devenait mille fois préférable à l’admission d’un Dieu, dont le culte s’opposerait au bonheur de l’humanité. De enige religie die hier beleden wordt is het eren van de natuur. Kinderen worden heel jong aan de ouderlijke woonst onttrokken en gemeenschappelijk opgevoed.

Een van de belangrijke activiteiten is het bewerken van het stuk grond dat iedereen ter beschikking heeft: Chacun a là ce qu’il faut pour nourrir et sa femme et lui. Daarnaast is er nog veel tijd om deel te nemen aan een actief cultureel leven en om kennis op te doen. Iedereen kan lezen en schrijven, velen spreken Frans. Een 50.000-tal boeken zijn te vinden in de bibliotheken van de 16 steden van het eiland. De meeste Tamoéers kennen wat van astronomie, elementaire geneeskunde, bouwkunde. Sommigen schrijven gedichten. De koning legt uit dat ontoelaatbaar gedrag slechts licht gestraft wordt, maar bij zwaardere vergrijpen worden de schuldigen door de straten geleid tussen twee mannen die het vergrijp omroepen. ‘U hebt toch minstens gevangenissen?’, vraagt Sainville. Ignorerez-vous, reageert Zamé, que la prison, la plus mauvaise et la

plus dangereuse des punitions, n’est qu’un ancien abus de la justice (…) ce n’est pas en isolant un malfaiteur qu’on le corrige, c’est en le livrant à la société qu’il a outragée. C’est d’elle qu’il doit recevoir journellement sa punition, et ce n’est qu’à cette seule école qu’il peut redevenir meilleur.

De Sade refereert ergens naar More’s Utopia; een aantal elementen komen er sterk mee overeen, maar in Tamoé bestaat bv. geen slavernij en het rechtssysteem is er revolutionair en ongezien voor zijn tijd. Wie het werk van de markies kent moet zich wel de vraag stellen in hoeverre Zamé een alter-ego van de auteur kan zijn.

Met Théorie des quatre mouvements et des destinées générales (1808) en Nouveau Monde industriel et sociétaire (1829), gepubliceerd door de utopische socialist Charles Fourier (1772-1837), wordt het streefdoel, tot dan vooral gericht op het egalitaire en op het collectieve bezit, verlegd naar een gemeenschapsleven waarin de volmaakte harmonie ligt in de totale bevrediging van driften en passies, of het nu gaat over arbeid, seksualiteit of voeding. De grote armoede, de onmenselijke omstandigheden waarin de arbeidersklasse toen leefde en de economische uitbuiting wil Fourier oplossen door de organisatie van phalanstères, coöperatieve gemeenschappen tot 1.600 personen, geleid door een democratisch verkozene; architecturale eenheden met bescheiden

Le Familistère de Guise

appartementen, tuinen, gemeenschappelijke ruimtes, ateliers, een kerk, een theater, enz. De economie is vooral gericht op agrarische activiteiten, hoewel elke phalanstère ook over eigen manufacturen beschikt. Tegenover de eentonigheid van de arbeid stelt hij de voortdurende wisseling van taken waarbij het onderscheid tussen geestelijke en fysieke arbeid opgeheven wordt. De winsten van de phalanstères komen toe aan de leden en worden verdeeld op grond van geleverde arbeid, bekwaamheid en geïnvesteerd kapitaal, zodat er toch sprake is van een beperkte sociale stratificatie.

Het meest controversieel waren zijn standpunten over huwelijk en seksualiteit. Tegenover het monogame huwelijk stelde hij een volledige seksuele bevrijding, overigens volgens hem ook een voorwaarde om de emancipatie van de vrouw te bewerkstelligen. Hij gaat daarin zo ver te beweren dat seksuele promiscuïteit tussen volwassenen geoorloofd is mits mensen niet tegen hun wil worden gebruikt, ook wat betreft homoseksualiteit en incest. Fourier was zeker vertrouwd met de standpunten van De Sade, die weliswaar verder gaan (hoewel dat niet blijkt uit de utopie van de filosoof-koning Zamé die op dat vlak een heel moraliserend taal spreekt).

Navolgers van Fourier hebben dat aspect sterk afgezwakt en het verdween grotendeels uit latere edities van zijn werken.

Naast de nauwkeurigheid en uitvoerigheid van zijn concrete voorstellen ontwikkelde hij soms zeer speculatieve profetieën. Hij stelde zich nogal messianistisch op en zag zich als het nederig werktuig waarvan God zich heeft bediend om een nieuwe boodschap op aarde te brengen. Hij zag zijn concept ook op mondiaal en kosmisch niveau.

Fourier is er nooit in geslaagd een phalanstère op te richten. De familistère van de kachelmaker Godin te Guise (nabij Saint-Quentin) opgericht in 1859 met appartementen, tuinen, een zwemdok, een theater en collectieve voorzieningen voor zijn werknemers is een geslaagde illustratie van het fouriérisme; het heeft gefunctioneerd tot 1968 en is nu een erfgoedmonument dat een bezoek waard is.

Engels en Marx hebben de utopische socialisten bekritiseerd omdat hun visies niet de omverwerping van het kapitalisme door de arbeidersklasse beoogde, voor hen een voorwaarde voor de opbouw van een socialistische samenleving. Voor de marxistische filosoof Ernst Bloch, auteur van Das Prinzip Hoffnung (1959), is er geen tegenstelling tussen utopisch en wetenschappelijk socialisme;

hoop en concrete utopie zijn drijfkrachten en richtingwijzers van het historisch proces. Zij voeden het anticiperend bewustzijn.

De Belgische vroeg-socialist Jacob Kats (1804-1886), lid van de Charbonnerie démocratique universelle, speelde in 1835 met zijn theatergroep De Verbroedering het door hem geschreven stuk Het Aerdsch Paradys of den zegeprael der broederliefde. Hij situeert het in een hoek van Amerika waar een groep kolonisten leven in een utopische maatschappij. In Bergop (1962) vat Julien Kuypers de grondslagen ervan samen:

Afschaffing van het geld, dat vervangen wordt door een kaartje tot het bekomen van voedsel. Gemeenschap van goederen en afschaffing van het erfrecht; het persoonlijk eigendom wordt beperkt tot de roerende goederen, die echter na de dood aan de staat vervallen. Opvoeding van de jeugd, van het zesde jaar af in scholen van de staat en op kosten van de gemeenschap; dit wordt van het grootste gewicht geacht, op de ontwikkeling van de arbeider komt het immers aan! Algemeen stemrecht voor mannen en vrouwen. Jaarlijkse verkiezing van de ambtenaren. Een gelijkheidskostuum of broederkleed. Zelfs het verplichte huwelijk, met mogelijkheid van echtscheiding… Arbeidsplicht. Maar drie werkuren daags volstaan om zijn voedselkaart te verdienen. Het staande leger wordt afgeschaft, maar in geval van bedreiging van buitenuit neemt ieder aan de landsverdediging deel.

De afstand tussen historische realiteit en utopie is dikwijls zo gigantisch dat ze alle geloofwaardigheid verliest. In 1845 doet een Commission Royale pour l’amélioration du sort des classes ouvrières et indigentes du Pays een wetsvoorstel: arbeidsduur in fabrieken met machines: max. 12,5 uur per dag; verbod op kinderarbeid beneden de 10 jaar; arbeidsduur kinderen tussen de 10 en 14 jaar: max. 6,5 uur per dag; arbeidsduur tussen 14 en 18 jaar: max. 10,5 uur per dag; verbod op mijnarbeid voor kinderen beneden de 12 jaar. Het voorstel werd verworpen als ‘socialistisch’ en ‘utopisch’ (Johan Wambacq, Kats, 2021).

Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw is er een terugval van sociale utopieën; hun fictief karakter wordt voorbijgestreefd door de arbeidersstrijd voor betere werkomstandigheden en hogere lonen, geïnspireerd door marxistische en anarchistische publicaties. Ook in de 20ste eeuw wagen nog enkele belangrijke auteurs zich aan het genre zoals bv. A. Huxley, H.G. Wells en B.F. Skinner. Laatstgenoemde, een gedragswetenschapper, publiceerde Walden Two (1948) waarin hij een commune beschrijft: een groot gebouw waarin iedereen woont, bijgebouwen

en boerderijen, verder crèche, een school, een ziekenhuis, een bibliotheek, winkels, danszalen, enz.. De arbeidsduur bedraagt ongeveer 4 uren per dag, min of meer het gekende verhaal, maar Skinner (1904-1990) gebruikt zijn commune als kader om zijn behavioristische opvattingen te demonstreren bij monde van leider Frazier. Kinderen worden gemeenschappelijk opgevoed en worden getraind in gelijkmoedigheid zodat ze opgewassen zijn tegen emoties en tegenslagen. De commune is erop gericht om haar leden gelukkig te maken door de behavioristische opvattingen van de leider. Een bezoeker van de commune vraagt aan een vrouw, die op een heuvel kijkt naar de zonsondergang, of ze gelukkig is. Dat is grappig. Daar heb ik al jaren niet meer over nagedacht, zegt ze, je lijkt een beetje op die knul die eens per jaar komt kijken of je met alles tevreden bent.

Wat in ogen van de ene een utopie is kan in de ogen van een andere als een dystopie ervaren worden en omgekeerd. Ideologie en historische context spelen daarin een grote rol. Laten we deze column over diverse vormen van sociaalgerichte utopische literatuur afsluiten met de waarschuwing uit een nog niet gepubliceerd artikel van Tony Van den Heurck: … een realistische utopie moet niet alleen kritiek kunnen aanvaarden, maar is erop aangewezen. Zonder kritiek dreigt de dialectiek tussen horizon en perspectief te verarmen, te verschralen en te verstenen; het project verliest zijn dynamiek en blijkt achterhaald.

COLUMN

Column – Lina Corrigan is een feministische activiste en schrijver, die met lyrische non-fictie het onbespreekbare verwoordt, verborgen patronen verlicht en een hoopvolle toekomst schetst.

Wachten als beleid

Verlaten hallen, lege perrons, trappen naar het schijnbaar niets. Liminale plekken geven een gek gevoel. Alsof tijd werd onderbroken. Herinneringen weergalmen in de leegte en een verleden echoot in de akelige kunstmatigheid. Niet per sé jouw verleden, dus niet echt nostalgie. Zwevende melancholie zonder bron. Fluorescerende kilte maakt de ruimte bijna onmenselijk of toch ontheemd. Een plek van worden, niet zijn. Niet thuishoren, maar een passeren.

Het Latijnse Limen vertaalt zich naar grens, drempel. In psychologie wordt Liminaliteit omschreven als een overgangsfase. Het veranderen. Het oude leven afgerond en het nieuwe nog niet helemaal daar. De transitie zelf en het knagende bewustzijn van het onbepaalde. Het maakt ons kribbig. De drang is teruggrijpen naar het bekende, hoe miserabel, vervallen en verstreken ook. Zekerheid voelt veilig.

Er bestaan verschillende soorten liminale ruimtes die dat gevoel uitademen. Een bushalte, een lege school, een asielzoekerscentrum. De opvang is een kille wachtruimte, meer een gevangenis dan een warm ontvangst. Een plaats waar levens worden gereduceerd tot plekken, procedures en criteria. Aanslepend. Een jaar of twee jaar of langer zit je vastgeschroefd in de ontworteling. Verstild en onbeslist.

Zo wordt liminaliteit ingezet als politiek instrument. Een zorg voor de zwakken. Voor zij die moeten wachten op hulp, op antwoord, op behandeld worden als waardig persoon. Of het nu een opzettelijke strategie of de onvoorziene uitkomst van een doordacht beleid is, laat ik in het midden. Het toont wel duidelijk aan waar de prioriteiten liggen. Hoe hoog het welzijn op de agenda staat.

Als samenleving zitten we in een liminale fase. Het archaïsche Belgisch systeem, gebouwd op fundamenten van wit suprematisme en kolonialisme, van patriarch en katholicisme, van kapitalisme en vertekende meritocratie kraakt langs alle kanten. Maar het nieuwe is nog niet helemaal daar.

Ik hoop dat we de drang naar het teruggrijpen weerstaan. Dat we samen de hallen van het

verleden verlaten, de lege perrons met in groepen bemannen en de trappen naar het schijnbaar niets durven nemen. Dat deze akelige periode het overgangsritueel is naar een samenleving waar we mensen als mensen behandelen.

© Els Borghart

Vluchten kan niet meer

Uit gesprekken met leeftijds- en zielsgenoten blijkt wat we dachten te hebben opgebouwd in snel tempo verdwijnt. Alsof het niet alleen ons lichaam is dat aftakelt, maar ook ons gedachtengoed over solidariteit, vrede, medemenselijkheid…

Heeft onze inzet dan niets betekend? Toch wel, en dat moeten we volhouden. Het is de accumulatie van wereldwijde calamiteiten, de kwalijke economische en geopolitieke keuzes en de vreemdsoortige snel veranderende technologie die mijn generatie zorgen baart. Oorlog, oorlogsdreiging én genocide, werpt ons terug in de geschiedenis van de Wereldoorlogen. Het is in die context te begrijpen dat wij aan de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen denken. Als een regering ons, bij gebrek aan schuilkelders, aanmaant om een noodpakket aan te leggen is de link met ‘vluchten’ gauw gelegd.

Tijdens de late jaren 1970 was de wereld ook zo woelig, onvoorspelbaar en oorlogsziek. Er was een liedje, geschreven door Annie M.G.Schmidt dat ons kippenvel bezorgde en verwittigde: “vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe, ‘k zou niet weten waar naartoe, hoever moet je gaan? De verre landen, zijn oorlogslanden…ontbladeringslanden… En op aarde zingt de laatste vogel in de laatste lente…vluchten kan niet meer…schuilen kan, alleen nog bij elkaar…”.

We zijn niet gevlucht, er was geen noodzaak toen, nu is het actueler dan ooit.

Als ik vandaag beelden zie van tentjes in Brussel en van de rijen asielzoekers die er in slapen, dan kan ik mij daar hun lijden en de miserie van hun misleid zijn, bij voorstellen. Evengoed, hun telefoontjes naar huis: “hier is alles goed, heb geen zorgen”.

Dat niet alleen, ik kan mij ook het verdriet, het gemis én de hoop voorstellen van de

‘Weerzien met Ramallah’

achterblijvers in hun land van herkomst: de verloofde die al haar hoop vestigt op een toekomst met haar geliefde, ergens waar het veilig is. De moeder, de grootmoeder die kinderen en kleinkinderen helpt het huis te verlaten, op zoek naar een beter leven, weg van een plek waar geen toekomst is; waar de criminaliteit loert…

Dan denk ik ook terug aan het aangrijpend gedicht dat ik jullie niet wil onthouden:

Ze wil naar een planeet buiten de aarde, waar de gangen afgeladen zijn met mensen die van de ene naar de andere rennen, waar de bedden ’s ochtends wanordelijk zijn en de kussens vol kreukels ontwaken met een diepe kuil in het midden.

Ze wil de waslijnen volhangen en veel, veel rijst voor het middagmaal en een grote pot thee, die ’s middags pruttelt op het vuur en ’s avonds een tafel voor iedereen, met een kleed dat druipt van de sesam, van het gebabbel.

Ze wil dat de geur van knoflook in de middag de afwezigen bijeenbrengt Het verbaast haar dat de okraschotel van een moeder minder invloed heeft dan het gezag van de heersers dat haar pannenkoeken ’s avonds drogen op een laken, onaangeroerd door enige hand.

Is de aarde groot genoeg om de eenzaamheid te bevatten van een moeder, die alleen haar koffie zet, op een ochtend van de diaspora?

Ze wil naar een andere planeet, waar alle wegen leiden naar de haven van haar boezem, de golf van twee armen, die ontvangen en geen afscheid kennen.

Ze wil dat de vliegtuigen thuiskomen, meer niet, Dat de vliegvelden er zijn voor hen die terugkeren, dat de vliegtuigen landen en nooit meer opstijgen.

Kom met familie en vrienden naar het Vurig Verbonden Lichtfestival in Boom op zaterdag 24 oktober. Maak samen een verrassende fakkeltocht en geniet van eten, drinken, muziek en verbinding op het Verlichte Plein. Reserveer nu je tickets voor het vrijzinnig humanistisch lichtfestival!

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
DNG 2026 02 by August Vermeylenfonds - Issuu