Skip to main content

Reflect NL#40 - No Data No Business

Page 1

OKTOBER 2026 #40

Inspirerende publicatie van het Verbond van Belgische Ondernemingen

NO DATA ALLES IS DATA UW NIEUWE IMMATERIËLE ACTIVA

P8

INTERVIEW VERANDERING VAN DATA DOET ETEN Annick Van Overstraeten (CEO Le Pain Quotidien)

P 26

NO BUSINESS


Digitaal waar het kan. Een expert als u dat wil.

De MyAG Employee Benefits app voor uw werknemers, da’s:

Meer informatie op www.ag.be/myagebapp

●

Groepsverzekeringen in hun broekzak.

●

Ondersteuning van een expert wanneer het telt.


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS WOORD VOORAF

DATA, HET NIEUWE BEDRIJFSKAPITAAL De afgelopen jaren was het bij onze bedrijven al digitalisering en interconnectiviteit die de klok sloeg. We noemden het ‘de vierde industriële revolutie’ en die is nog altijd in volle ontwikkeling. Intussen dient de vijfde industriële revolutie zich al met een onvoorstelbare snelheid aan: de samenwerking tussen mens en machine in een duurzaam en veerkrachtig proces. Het fundament voor die vijfde revolutie zijn data en het welslagen ervan hangt af van een optimaal databeheer.

van een doelgericht databeleid is, met andere woorden, geen optie meer. Rekening houdend met het risico overspoeld te worden door een tsunami aan data, stellen zich een aantal vragen. Welke data zijn relevant? Welke leiden tot de meest accurate conclusies? En hoe kun of moet je met de relevante data aan de slag? Een databeleid komt niet zomaar uit de lucht vallen, het is een doelbewuste strategie. Daarover hebben we het in deze editie van REFLECT.

DATA VERHOGEN PRODUCTIVITEIT

EUROPESE BESCHERMING

Data zijn de onontbeerlijke grondstof voor de nieuwste modellen van artificiële intelligentie en van elke vorm van bedrijfsbeleid. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het allerminst. De meeste bedrijven zitten boven op een berg data, maar zijn er zich nauwelijks van bewust. Bovendien zijn data als ruwe grondstof ook helemaal niets waard, tot ze – volgens de regels van de kunst – worden ontgonnen. Wie betrouwbare data op een correcte manier kan analyseren, zal meer dan ooit productiviteitswinsten kunnen realiseren: de markt effectiever servicen, minder verspillen, vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen en dus de verkoopprijzen drukken. Data zijn het manna dat dit mogelijk en haalbaar maakt.

DOELBEWUSTE DATASTRATEGIE Bedrijven die hun data niet op een optimale manier ‘ontginnen’ kampen met een concurrentienadeel. Het niet uitrollen

Die strategie moet bovendien compliant zijn met specifieke regelgeving. Data mogen dan wel een primaire grondstof vormen, niet alle data kunnen zomaar worden ontgonnen. De Europese Unie lanceerde jaren geleden de privacyregelgeving. Die Algemene Verordening Gegevensbescherming, of ook wel de zogenaamde ‘GDPR’, legt het databeheer van persoonsgegevens echt wel aan banden. Of spreken we beter van ‘beschermen’ in plaats van ‘aan banden leggen’? Want ook onze bedrijven houden hun belangrijkste grondstoffen het liefst in eigen handen. Opnieuw neemt Europa het voortouw om via de Data Act en de AI Act onze data te beschermen. Dat is nuttig, want als data ons belangrijkste nieuwe kapitaal worden, is de bescherming ervan levensnoodzakelijk. Belangrijke vraag hierbij is in welke mate onze bedrijven hun cybersecurity al voldoende op orde hebben. Vooral kmo’s blijken door hun vaak beperkte IT-budgetten en verouderde systemen extra kwetsbaar.

VIJFDE INDUSTRIËLE REVOLUTIE De meest cruciale bedenking houd ik voor het einde. We mogen niet vergeten dat de ‘A’ in AI staat voor ‘artificial’. Het blijft kunstmatig. Een succesvol databeleid in elke organisatie kan pas lukken wanneer ook met de menselijke factor rekening wordt gehouden. Het menselijke moet het kunstmatige sturen, niet omgekeerd. Zeg niet te snel: “Dit is een taak voor HR.” Het verzoenen van het humane en het digitale wordt een centrale uitdaging in elke bedrijfsstrategie. De vijfde industriële revolutie is losgebarsten en is noodzakelijk om van de vierde revolutie een succesverhaal te maken. Willen we als Europeanen een rol van betekenis spelen in dat verhaal, dan moet databeleid een primordiale rol innemen in élke onderneming en met de mens aan het stuur. Dat is alvast onze kernboodschap in deze REFLECT. Veel leesplezier.

Pieter Timmermans CEO VBO FEB

“BEDRIJVEN DIE HUN DATA NIET OP EEN OPTIMALE MANIER ‘ONTGINNEN’ KAMPEN MET EEN CONCURRENTIENADEEL.” 1


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS

EXECUTIVE INSIGHT

ALLES IS DATA

DATA EN CONFORMITEIT

08

DATA EN HUMAN RESOURCES

14

10

04 ‘RUBBISH IN’ BETEKENT ‘RUBBISH OUT’ “Beschouw databeheer niet als administratieve last, maar als strategisch voordeel. Voor wie het efficiënt aanpakt tenminste. Want, …”

GEGEVENS, DE NIEUWE STRATEGISCHE ACTIVA VAN BEDRIJVEN

DATA, AI EN CYBERVEILIGHEID: EUROPEES KADER VOOR BETROUWBAAR DIGITAAL ECOSYSTEEM Nieuwe Europese dataregels creëren kansen én risico's. Kent u de spelregels?

Data zijn volwaardige immateriële activa, net zoals merken en octrooien

TALENT AANTREKKEN, BEHEREN EN ONTWIKKELEN IN AI-TIJDEN AI verandert de tools, de processen en de vaardigheden

WEDLOOP NAAR HET NIEUWE BUITENLAND - REFLECT FEBRUARI 2027 Internationaal ondernemen wordt geopolitiek en omgekeerd. Bedrijven moeten vandaag navigeren tussen handelsconflicten, nieuwe risico's en veranderende machtsverhoudingen. Hoe beschermt u uw concurrentiekracht? Welke marktkansen blijven overeind? Hebben familiebedrijven een streepje voor? En hoe bouwt Europa opnieuw wereldspelers uit? U komt het allemaal te weten in de volgende editie van REFLECT.

2


DATAGOVERNANCE

ETHIEK EN DATABEHEER

INTERVIEW

22 36

THEMA’S

Een selectie van dossiers waarop onze experts vandaag actief zijn.

18

MEER DAN COMPLIANCE: STUREN MET DATA Governance staat innovatie niet in de weg, wel integendeel

26 WAT IS WENSELIJK, VERANTWOORD EN MAATSCHAPPELIJK AANVAARDBAAR? De waarde van uw data en AI hangt af van hoe u ze gebruikt

ANNICK VAN OVERSTRAETEN & JOOST VASTENAVONDT (LE PAIN QUOTIDIEN) “We gebruiken enkel AI als er een directe return on investment mogelijk is”

48

VBO ONDERNEEMT

54

SOCIALE RECHTSPRAAK

56

VBO AGENDA

Nathan Peeters, Marie-Lise Pottier, Nathalie Ragheno, Edward Roosens, Danny Van Assche en Elke Van Overwaele verzorgden de redactionele inhoud van dit nieuwe REFLECT-nummer.

3


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS EXECUTIVE INSIGHT

GEEN DATA, GEEN BUSINESS Meten is weten, weten is business. Data op orde hebben, is voorsprong creëren. Kwaliteitsvol databeheer ondersteunt efficiëntere processen, betere beslissingen en nieuwe businesskansen. AI kan een krachtige bondgenoot zijn, maar nooit zonder betrouwbare data.

In deze REFLECT stelt ook de CEO van Le Pain Quotidien het haarscherp: “Meten is weten, is businesskansen creëren.” Efficiënt databeheer is een niet te onderschatten differentiator? Edward Roosens (AR): “Databeheer op macroniveau is een essentiële strategische prioriteit voor de concurrentiekracht. Beschouw het niet als administratieve last, maar als strategisch voordeel, al lukt dat alleen als je ook investeert in datakwaliteit om ruis (denk aan AI-hallucinaties) te voorkomen. ‘Rubbish in’ betekent ‘rubbish out’.”

Spelen data op microniveau een even cruciale rol? Elke Van Overwaele (EVO): “Zeker. Databeheer leidt tot operationele excellentie maar heeft pas kans op slagen, inclusief directe en indirecte voordelen, als iedereen er correct mee omgaat en zijn of haar rol en verantwoordelijkheden gedisciplineerd opneemt.”

“HET GROOTSTE RISICO SCHUILT NIET IN HET ONBEKENDE, MAAR IN DE ILLUSIE DAT RISICO'S VOLLEDIG ZIJN AFGEDEKT DOOR HET BESTAANDE BELEID.”

Dat klinkt goed, maar hoe zit het op de werkvloer? Danny Van Assche (DVA): “Compliance op papier is inderdaad nog geen garantie voor effectieve controle. Data worden immers vaak via informele kanalen (zoals WhatsApp) verkregen of gedeeld. Hands-on policy’s

Edward Roosens

Elke Van Overwaele

Executive Manager Competentiecentrum Digitaal & Innovatief Ondernemen

Executive Manager Competentiecentrum Recht & Onderneming

Danny Van Assche Executive Manager Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid

4

Effectief databeheer veronderstelt dus een heldere rolverdeling? EVO: “Evident. De data-eigenaar gaat over de inhoud; de datasteward bewaakt de kwaliteit en de IT-expert en Data Protection Officer (DPO) staan in voor de beveiliging van inkomende en uitgaande datastromen. Als spilfiguur coördineert de Chief Data Officer (CDO) de transversale datastrategie en rapporteert als directielid aan de board. Die positie is in elke organisatie cruciaal. In een kleinere structuur kan een andere leidinggevende die functie opnemen, de DPO uitgezonderd om belangenconflicten tussen controle en uitvoering te vermijden.”


dichten de kloof tussen theorie en praktijk om schaduwgebruik van data te voorkomen, en bakenen de toegang af in functie van de echte noodzaak (commercieel, juridisch, HR …). Een werkbaar evenwicht tussen cybersecurity en gebruiksgemak voor medewerkers, zonder de innovatie-appetijt te verstikken, is cruciaal.” EVO: “Het is de taak van de ‘transversale’ CDO om mogelijke visieverschillen te stroomlijnen en een helder conflictbeheer uit te werken. Het grootste risico schuilt niet in het onbekende, maar in de illusie dat risico's volledig zijn afgedekt door het beleid.”

ER: “Beschouw AI als een instrument voor efficiëntie en productiviteit, niet enkel als besparingstool. Gebruik AI om repetitieve taken (‘dirty, dull, dangerous, difficult’) te automatiseren, zo komt er tijd vrij voor soft HR, menselijke creativiteit en strategisch werk. In de beginfase vergt dat aanzienlijke investeringen (lees ook het interview met Le Pain Quotidien, p. 26) in toepassingen parallel met bestaande processen, die pas op (middel)lange termijn hun ROI bewijzen.”

HORIZON BELGIË 2030 Wat met de sociale impact van AI? Toekomstvisie voor een beter België DVA: “Een actief beleid moet AI als ondersteunend instrument positioneren en de vrees voor baanverlies of ontmenselijking bij vakbonden en medewerkers wegnemen via proactieve dialoog en focus op de (onmisbare) menselijke toegevoegde waarde. AI moet inderdaad vooral de ‘dirty, dull, HORIZON BELGIË 2030 dangerous, difficult’-taken overnemen.Horizon_BE_Graphic_CMYK Het blijft Horizon_BE_Graphic_CMYK essentieel dat mensen hun kritische analyse en In onze toekomstvisie voor een innovatievermogen door AI niet verliezen.” beter België pleiten we voor een omwenteling waarbij ondernemers ER: “Interne competitie tussen medewerkers en overheden de nieuwe digitale op basis van AI-vaardigheden moet worden en technologische mogelijkheden voorkomen. Om de collectieve productiviteit te ten volle benutten. Om zo te verhogen, dient iedereen worden meegenomen komen tot innovatieve producten, in het verhaal.” productieprocessen en diensten die het leven van iedereen DVA: “Zorg ten slotte voor voldoende aangenamer maken en minder druk leermogelijkheden. AI doet aan ‘machine-learning’; zetten op de natuurlijke rijkdom maar wie AI louter inzet om (routine)taken uit te van onze planeet. voeren, schakelt ‘human learning’ uit. Zeker jonge collega’s zonder ervaring moeten ook zelf kunnen blijven leren.” Download ons toekomstplan op www.vbo-feb.be > publicaties > Horizon België 2030. Versie 2. Versie 2.0

AI is niet meer weg te denken uit data(kwaliteits)beheer. Hoe komt dat? ER: “Het fundamentele verschil tussen klassieke algoritmes en AI ligt in de verwerking van data en de aard van de uitkomst. Algoritmes werken volgens een strikte logica (A + B = C) en leiden tot binaire ja/nee-conclusies, terwijl AI traint op datasets om patronen te herkennen en resultaten continu te verbeteren via feedback. In mensentaal: AI kan zelfs waarde halen uit ongestructureerde of kwalitatief matige data.” EVO: “Je moet de cruciale valkuilen identificeren. Ondermaatse datakwaliteit kan leiden tot hallucinaties waardoor AI onjuiste informatie als feiten presenteert, omdat het foutieve data hetzelfde behandelt als correcte data. Het risico op conformisme kan dan weer leiden tot een gebrek aan innovatie, zelfs bij de board. Een divers bestuur (economen, juristen, financiële experten …) verzekert verschillende (menselijke) insteken en inzichten. Het gebruik van gelijkaardige prompts of agents resulteert vaak in uniforme en weinig creatieve output. Innovatie vereist altijd menselijke creativiteit en inzichten, die kunnen worden versterkt door intelligente data-analyse, met AI als sterke tool.”

5


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS GLOSSARIUM

DATA & AI WOORDENLIJST Data, AI, governance, compliance: terminologie rond data en AI is inmiddels op geen enkel niveau van het bedrijf weg te denken. We zetten enkele belangrijke begrippen op een rij. AI Act

Europese verordening die het gebruik van artificiële intelligentie regelt op basis van het risiconiveau, met bijzondere aandacht voor de gevolgen voor mensen en werk.

Algoritme

Reeks geautomatiseerde instructies waarmee gegevens kunnen worden verwerkt. Algoritmes kunnen de besluitvorming ondersteunen, maar nemen de menselijke verantwoordelijkheid niet over.

Artificiële intelligentie (AI)

Geheel van systemen die gegevens kunnen verwerken om resultaten te genereren (voorspellingen, beslissingen, aanbevelingen). Het gebruik ervan wordt geregeld door de AI Act, volgens een risicogebaseerde aanpak.

Compliance

Naleving van de wettelijke en regelgevende verplichtingen met betrekking tot gegevens. Compliance is essentieel, maar geen strategie op zich.

Cyberveiligheid

Geheel van maatregelen die digitale systemen en gegevens moeten beschermen tegen incidenten, aanvallen of lekken. Cyberveiligheid is een noodzakelijke voorwaarde voor digitaal vertrouwen.

Cyber Resilience Act (CRA)

Europese regelgeving om de veiligheid van digitale producten gedurende hun volledige levenscyclus, van ontwerp tot gebruik, te versterken.

Data Act

Europese regelgeving die de toegang tot en de uitwisseling van gegevens, met name industriële gegevens, regelt, om innovatie en eerlijkere concurrentie te bevorderen.

Data-ethiek

Geheel van overwegingen over verantwoord gegevensgebruik, die verder gaan dan de loutere naleving van de wet. Data-ethiek is gebaseerd op beginselen als transparantie, rechtvaardigheid en respect voor personen.

Datagovernance

Geheel van regels, rollen en processen die het verzamelen, gebruiken, delen en beschermen van gegevens binnen de onderneming regelt. Voor de directie is dat een strategische uitdaging.

Data Governance Act (DGA)

Europese verordening met als doel een vertrouwensklimaat te creëren voor het vrijwillig delen van gegevens, met name via Europese gegevensruimten.

Digitaal vertrouwen

Het klimaat van betrouwbaarheid en transparantie bij het gebruik van gegevens. Digitaal vertrouwen is uitgegroeid tot een concurrentievoordeel voor bedrijven.

6

Digitale soevereiniteit

Het vermogen van Europa en zijn bedrijven om controle te behouden over hun gegevens, hun infrastructuur en hun technologische keuzes.

GDPR

De General Data Protection Regulation of Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De GDPR vormt de hoeksteen van de gegevensbescherming in Europa.

Gegevens (data)

Ruwe of gestructureerde informatie die kan worden verzameld, opgeslagen en gebruikt (bv. naam, verkoopcijfers enz.). Gegevens zijn voor bedrijven strategische activa geworden.

Gegevensuitwisseling

Het ter beschikking stellen van gegevens tussen actoren (bedrijven, partners, overheden) binnen een beveiligd en contractueel kader. De Data Act en de Data Governance Act hebben tot doel de toegang tot gegevens te vergemakkelijken en tegelijkertijd de legitieme belangen te beschermen.

Hoogrisicosysteem (AI Act)

AI-toepassing die een aanzienlijke impact kan hebben op de rechten van personen (bv. aanwerving, beoordeling van werknemers). Het gebruik ervan is onderhevig aan strengere controle- en transparantie-eisen.

HRgegevens

Gegevens in verband met werknemers (aanwerving, beoordeling, opleiding, arbeidstijd). Het gebruik ervan moet doeltreffendheid verzoenen met bescherming van rechten en vertrouwen.

Interoperabiliteit

Vermogen van digitale systemen of diensten om samen te werken en gegevens uit te wisselen. Interoperabiliteit is een belangrijke hefboom om technologische afhankelijkheid te voorkomen.

Nietpersoonsgebonden gegevens

Gegevens die het niet mogelijk maken om een persoon te identificeren (bv. industriële gegevens, machinegegevens). Die gegevens spelen een centrale rol in innovatie en industrie.

Persoonsgebonden gegevens

Alle informatie die betrekking heeft op een geïdentificeerde of identificeerbare persoon (klant, werknemer, leverancier). Het gebruik ervan is gereguleerd, met name door de GDPR.


BESTEMMING GEKEND RECYCLAGE VERZEKERD

Valipac is de eerste Europese organisatie die erin geslaagd is de bestemming van het bedrijfsmatig plastic verpakkingsafval in kaart te brengen en de recycleurs te controleren. Een initiatief dat de effectieve recyclage van jouw verpakkingsafval verzekert. Goed voor jou en de planeet! Meer info op valipac.be


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS ALLES IS DATA

GEGEVENS, DE NIEUWE STRATEGISCHE ACTIVA VAN BEDRIJVEN De versnelde digitalisering van processen, de veralgemening van online-interacties en de opmars van AI hebben tot een exponentiële productie van informatie geleid. Gegevens zijn vandaag strategische immateriële activa die een centrale rol spelen in alle bedrijfsactiviteiten. Maar waarover hebben we het eigenlijk? Om van gegevens een hefboom voor prestaties te maken, moeten we ze eerst begrijpen.

WAT IS EEN GEGEVEN? Een gegeven is een gecodeerde waarde die een feit beschrijft. Gegevens kunnen worden geregistreerd, overgedragen, opgeslagen, vergeleken ... Dat ‘feit’ kan betrekking hebben op een persoon (een (gebruikers)naam, een voorkeur), een voorwerp (een serienummer, een temperatuur), een handeling (een aankoop, een klik), een gebeurtenis (een panne, een levering) of een context (een locatie, een datum, een kanaal). Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen gegevens, informatie en kennis. Een gegeven is een ruw signaal (bv. 23,4). Informatie ontstaat wanneer dat signaal binnen een bepaalde context een betekenis krijgt (om 8.15 uur is het in het atelier 23,4°C). Kennis is wat we daaruit afleiden om te handelen (boven 25°C raakt de productielijn ontregeld: we moeten ventileren). Een gegeven ontstaat zodra een proces in gang wordt gezet via een formulier, een verbonden apparaat, de boekhoudsoftware, een toegangsbadge, een klantenoproep … Kortom: elke activiteit genereert gegevens. Door de vermenigvuldiging van kanalen (web, mobiel, onlineplatformen, IoT of Internet of Things) is de ‘dataficatie’ in een stroomversnelling beland.

8


PERSOONSGEBONDEN EN NIETPERSOONSGEBONDEN GEGEVENS: EEN STRATEGISCH ONDERSCHEID Gegevens worden persoonsgebonden genoemd als ze betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Die identificatie kan rechtstreeks (naam, foto, e-mail) of onrechtstreeks (online gebruikersnaam, locatie, combinatie van elementen) gebeuren. Deze categorie is strategisch omdat ze wettelijke verplichtingen met zich meebrengt op het vlak van doelen, minimale1 gegevensverwerking, transparantie, beveiliging, rechten van betrokken personen, bewaartermijnen, een kader voor verwerkers … Niet-persoonsgebonden gegevens zijn technische, industriële of commerciële gegevens of data afkomstig van verbonden apparaten (sensoren, machines, voertuigen, software), die het niet mogelijk maken om een persoon te identificeren. De afbakening is niet altijd evident: gegevens kunnen persoonsgebonden worden door ze met andere gegevens te kruisen. Persoonsgegevens onder een pseudoniem of schuilnaam (bv. een naam vervangen door een gebruikersnaam) blijven persoonsgegevens zolang identificatie mogelijk is. Voor een leidinggevende is de inzet duidelijk: het type gegeven bepaalt wat je ermee mag doen en hoe je ermee moet omgaan.

DE LEVENSCYCLUS VAN GEGEVENS: VAN VERZAMELING TOT ARCHIVERING Gegevens doorlopen een traject, vaak onzichtbaar, dat lijkt op een waardeketen: • Verzameling: creatie van het gegeven en rechtvaardiging van het doeleinde. • Opslag: databanken, bestanden, cloud, back-ups, toegangsregels. • Verwerking: berekeningen, koppelingen, verrijkingen, AI, rapportage. • Uitwisseling: interne en externe uitwisseling met dienstverleners, partners, dochterondernemingen, overheden, vaak over de landsgrenzen heen. • Bewaring en verwijdering: archivering, beveiligde verwijdering. In elk stadium hangt de waarde van een gegeven af van de kwaliteit van dat gegeven. Onvolledige, verouderde, ongeschikte of niet-traceerbare gegevens veroorzaken kosten: operationele fouten, verkeerde beslissingen, handmatige controles, geschillen of onbetrouwbare AI-modellen. Het is daarom essentieel om op alle niveaus een duidelijk beleid voor gegevensbeheer in te voeren dat vastlegt wie verantwoordelijk is voor

wat: controle, validatie, traceerbaarheid (waar komen de gegevens vandaan, wie heeft ze gewijzigd, wanneer), bewaartermijn, afwijzing van dubbele gegevens enz.

WAAROM REGULEERT DE EUROPESE UNIE HET BEHEER VAN GEGEVENS? Net om dat noodzakelijke evenwicht te vinden tussen potentieel en risico is data-governance uitgegroeid tot een verantwoordelijkheid van de bedrijfsleiding, en bij uitbreiding van alle leiders.

DATA FUNGEREN STEEDS MEER ALS VOLWAARDIGE IMMATERIËLE ACTIVA, NET ZOALS MERKEN EN OCTROOIEN.

Want ook de Europese Unie heeft interesse in gegevens, en wel om drie redenen: • Ten eerste omwille van het vertrouwen: zonder duidelijke regels aarzelen burgers, klanten en werknemers om gegevens te delen, wat innovatie afremt. • Ten tweede voor de soevereiniteit: technologische afhankelijkheid en datahosting buiten de EU roepen vragen op over controle, veerkracht en strategische autonomie. • Tot slot wegens de concurrentie: als een handvol platformen de markt domineert, kunnen zij de toegang tot bepaalde gegevens afsluiten of de waarde ervan naar zich toe trekken. Gegevens zijn pas strategisch als ze goed worden omkaderd. Dat kader is niet bedoeld om gegevens te ‘beteugelen’, maar om het gebruik ervan te organiseren: wie mag wat doen, onder welke voorwaarden en met welke mechanismen op het vlak van beveiliging en aansprakelijkheid? Door de Europese regelgeving op dat gebied (gegevensbescherming, gegevensuitwisseling, cyberbeveiliging, AI …) te integreren, zullen ondernemingen hun interne praktijken pragmatischer en efficiënter kunnen beheren.

WAAROM GEGEVENS IMMATERIËLE ACTIVA ZIJN In onze digitale economie fungeren gegevens steeds meer als volwaardige immateriële activa, net zoals merken en octrooien. In tegenstelling tot materiële activa, die gaandeweg verslijten, neemt de waarde van immateriële gegevens toe door ze te verrijken, combineren, kruisen en analyseren. Gegevens hebben alleen waarde als het bedrijf de controle heeft over de toegang, de beveiliging, de naleving, het gebruik ... Alleen dan kunnen ze de besluitvorming verbeteren, processen optimaliseren en de weg vrijmaken voor nieuwe bedrijfsmodellen. Omgekeerd kunnen gegevenslekken, ongeoorloofd gebruik of slecht omkaderde gegevensdeling leiden tot financiële verliezen, sancties, reputatieschade en verlies van vertrouwen.

1 Alleen de strikt noodzakelijke gegevens verzamelen en die verwijderen ze zodra ze niet langer nodig zijn.

9


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS DATA EN CONFORMITEIT

DATA, AI EN CYBERVEILIGHEID EUROPESE KADER VOOR EEN BETROUWBAAR DIGITAAL ECOSYSTEEM Data zijn zowel een economische troef als een bron van risico. Europa bouwde daarom een heel arsenaal aan regelgeving uit (GDPR, delen van data, cybersecurity, artificiële intelligentie), dat vervolgens werd omgezet in Belgisch recht. Het doel van dat kader is niet om regels tégen bedrijven op te stellen, maar om een betrouwbare digitale omgeving te creëren.

10


OVER WELKE DATA GAAT HET? In de praktijk zijn er twee grote categorieën data die bedrijven aanbelangen: • Persoonsgebonden data: data die betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (klant, prospect, werknemer, websitebezoeker, b2b-contact op naam enz.). • Niet-persoonsgebonden data: technische, industriële of commerciële gegevens of data afkomstig van verbonden apparaten (sensoren, machines, voertuigen, software), die het niet mogelijk maken om een persoon te identificeren. Dat onderscheid is cruciaal: de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) richt zich enkel op persoonsgegevens, terwijl andere Europese teksten ook de toegang tot, en het delen en beveiligen van data in brede zin regelen. De kernvraag is immers verschoven: het draait niet langer zozeer om wie de data bezit, maar om wie er toegang toe heeft en onder welke voorwaarden.

HET EUROPESE EN BELGISCHE KADER BENADEREN DATA VANDAAG ALS MARKT, TECHNOLOGIE EN RISICO.

COOKIES EN PROSPECTIE: GDPR EN ePRIVACY-WET Cookies en andere trackers vallen zowel onder de GDPR als onder de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie (vaak de ePrivacy-richtlijn genoemd). In België zijn die regels opgenomen in de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, die de ePrivacy-richtlijn gedeeltelijk omzet. Het toezicht op de correcte toepassing van cookies en trackers is in handen van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), die ook klachten behandelt, onderzoeken voert (Inspectiedienst) en beslissingen neemt (Geschillenkamer). De mogelijke maatregelen variëren van waarschuwingen tot bevelen tot naleving en zelfs administratieve boetes. Naast de financiële gevolgen speelt ook reputatie een rol: een gepubliceerde beslissing kan het vertrouwen van klanten en partners onmiddellijk aantasten.

GDPR: DE BASIS VOOR PERSOONSGEGEVENS

DATA GOVERNANCE ACT: EEN BETROUWBAAR KADER VOOR HET DELEN VAN DATA

De GDPR geldt voor vrijwel alle ondernemingen − e-commerce, diensten-kmo’s, industrie, vrije beroepen, verenigingen enzovoort − zodra ze data over personen verzamelen of gebruiken. Het uitgangspunt is eenvoudig: je moet kunnen uitleggen en aantonen waarom je gegevens verwerkt, om welke data het gaat, hoe lang je ze bewaart, welke beveiligingsmaatregelen je neemt en welke partners er toegang toe hebben.

De Data Governance Act wil het delen van data eenvoudiger en veiliger maken, onder meer via ‘gemeenschappelijke Europese dataruimten’ in domeinen zoals gezondheid, mobiliteit, industrie en energie. Het doel: vrijwillige uitwisseling stimuleren tussen bedrijven, en soms ook met de publieke sector, binnen een betrouwbaar kader: governance, beveiliging, toegangsregels en bescherming van bedrijfsgeheimen.

Drie essentiële verplichtingen:

Voor Belgische bedrijven is de impact vaak indirect, maar wel degelijk voelbaar: sectorprojecten, gedeelde middelen of toegang tot datasets die voorheen moeilijk te verkrijgen waren. Dat vraagt wel dat gebruiksrechten, verantwoordelijkheden en zowel contractuele als technische beschermingsmaatregelen helder in kaart worden gebracht voor de data die worden gedeeld.

• Correct informeren (privacybeleid, contractuele clausules, HR-data): wie verwerkt de data, waarom, hoe lang worden ze bewaard, wie ontvangt ze, worden ze doorgegeven buiten de EU, welke rechten hebben de betrokken personen? • Een duidelijk kader scheppen voor uw partners (onderaannemingscontracten): instructies, vertrouwelijkheid, beveiliging, verdere onderaannemers, bijstand bij de uitoefening van rechten of bij incidenten. • Risico’s beheren: passende beveiligingsmaatregelen, effectbeoordelingen (DPIA:Data Protection Impact Assessment) voor risicovolle verwerkingen, en voorzien in de mogelijkheid om gegevensinbreuken te melden aan de autoriteit en/of de betrokkenen wanneer de wet dat vereist.

DATA ACT: TOEGANG TOT DATA VAN VERBONDEN PRODUCTEN De Data Act is gericht op gegevens gegenereerd door verbonden producten (machines, voertuigen, apparatuur, IoT-toestellen) en gerelateerde digitale diensten. De boodschap is helder: wie het product of het platform beheert, kan bepaalde data niet langer ‘vergrendelen’. De gebruiker (vaak een bedrijf) moet toegang hebben tot de gegevens die hij zelf genereert en mag die, in bepaalde gevallen, ook delen met een derde, zoals een hersteller, een onderhoudspartner of een dienstverlener die de prestaties optimaliseert.

11


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS

In de praktijk betekent de wetgeving dat bepaalde b2b-contracten moeten worden herbekeken, denk aan toegang tot data, voorwaarden voor het delen van data, bedrijfsgeheimen en beveiliging. De Data Act geldt ook voor clouddiensten: de act wil drempels wegwerken, onder meer bij het wisselen van leverancier (switching), en bepaalde contractuele praktijken in goede banen leiden.

DSA/DMA: PLATFORMEN DIE DE MARKT STRUCTUREREN

HET DOEL VAN DE DATA GOVERNANCE ACT IS OM VRIJWILLIGE UITWISSELING TE STIMULEREN BINNEN EEN BETROUWBAAR KADER.

In België is de NIS2-richtlijn (Network and Information Security) omgezet via de wet van 26 april 2024 tot vaststelling van een kader voor de cyberbeveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang. De wet viseert essentiële en belangrijke entiteiten (afhankelijk van sector en omvang), en legt hen verplichtingen op rond risicobeheer, governance en de melding van significante incidenten. Voor sommige bestuurders betekent dat ook dat ze hun cybersecuritybeleid formeel moeten vastleggen, interne controles moeten organiseren en hun leveranciersketen tegen het licht moeten houden.

De DSA (Digital Services Act) en de DMA (Digital Markets Act) omkaderen de platformeconomie. Ze richten zich niet rechtstreeks tot elke onderneming, maar beïnvloeden uw activiteiten zodra u verkoopt via ‘marketplaces’, online adverteert of afhankelijk bent van grote digitale tussenpersonen. Beide teksten versterken de transparantie rond reclame en aanbevelingen, de verantwoordelijkheid van bepaalde spelers en het concurrentiële evenwicht.

Voor bedrijven die digitale producten op de markt brengen, denk aan hardware, software of verbonden producten, scherpt de Cyber Resilience Act het principe van ‘security by design’ aan: beheer van kwetsbaarheden, updates en opvolging gedurende de hele levenscyclus. Ook als uw onderneming niet rechtstreeks betrokken is, kunnen klanten en partners contractuele garanties vragen rond beveiligingsniveau, hersteltermijnen en audits.

AI ACT: HET GEBRUIK VAN AI IS NIET NEUTRAAL

INTERNE ORGANISATIE

De AI Act, de Europese verordening over artificiële intelligentie, hanteert een eenvoudige logica: hoe groter het risico van een AI-systeem voor mensen (op het vlak van rechten, veiligheid en non-discriminatie), hoe strenger de eisen. Voor een onderneming geldt dat zowel voor de ontwikkeling van AI-tools als voor het gebruik ervan in interne processen − denk aan HR, ‘scoring’, toegangscontrole, fraudedetectie of klantenservice. Drie basisreflexen: • Breng uw gebruik in kaart: welke AI-tools zet u in, op welke data en voor welke beslissingen? • Vermijd werken op automatische piloot: voor gevoelige toepassingen, zeker rond werk en aanwerving, legt de AI Act garanties op rond controle, traceerbaarheid en menselijk toezicht. • Vergeet de GDPR niet: als het AI-systeem persoonsgegevens verwerkt (trainingsdata, prompts, logs of profielen), blijven de GDPR-verplichtingen onverkort gelden.

CYBERSECURITY: EEN GESTRUCTUREERDE VERPLICHTING Cyberveiligheid is allang geen kwestie meer van goede IT-praktijken alleen. Voor steeds meer sectoren is het een wettelijke verplichting.

12

Het Europese en Belgische kader benaderen data vandaag op drie manieren: als een markt (delen, toegang, concurrentie), als een technologie (AI) en als een risico (cyberveiligheid). De uitdaging voor Belgische bedrijven is om die regels om te zetten in governancereflexen. Zes stappen volstaan, afhankelijk van hun omvang en risico’s: • Inventariseren: welke data verzamelt u, waar worden ze bewaard en wie heeft er toegang toe? • Kwalificeren: gaat het om persoonsgegevens of niet? Om een eenvoudige verwerking of een risicovolle verwerking? • Verantwoorden: leg voor elke verwerking een rechtsgrond, een doel, een bewaartermijn en de bestemmelingen vast. • Contractueel verankeren: herbekijk uw contracten met dienstverleners (cloud, payroll, marketing, IT, AI). • Beveiligen: pas gerichte maatregelen toe rond toegang, wachtwoorden en 2FA, back-ups, encryptie waar nodig, beheer van kwetsbaarheden en sensibilisering. • Anticiperen: leg eenvoudige procedures vast voor (i) GDPR-verzoeken (toegang, wissen van data, verzet), (ii) incidenten (wie doet wat, wanneer melden) en (iii) data- en AI-projecten (impactanalyse waar nodig, tests en menselijk toezicht).


VBO-MAGAZINE REFLECT

UW INZICHT BEPAALT ONZE KOERS

Volledig digitaal, of toch print? Of beide?

Wij horen graag hoe u REFLECT wilt lezen. Beantwoord zeven korte anonieme vragen en bepaal mee de koers van uw REFLECT.

tinyurl.com/ys7bwjny


REFLECT | VBO FEB | NO DATA NO BUSINESS DATA EN HUMAN RESOURCES

TALENT AANTREKKEN, BEHEREN EN ONTWIKKELEN IN AI‑TIJDEN Artificiële intelligentie hertekent de arbeidsmarkt. Voor ondernemingen brengt dat behalve enorme kansen, ook flinke uitdagingen mee. Aan de ene kant kan AI de productiviteit, het concurrentievermogen en de innovatie versterken. Aan de andere kant heeft ze uiteenlopende effecten op de werkgelegenheid, met wisselende gevolgen op sectoren, beroepen en werknemersprofielen.

I

n die context voltrekt zich binnen de HR-wereld een hele transformatie. Nieuwe technologieën maken het mogelijk om ongeziene hoeveelheden gegevens te analyseren, bepaalde beslissingen te objectiveren en tal van processen te vereenvoudigen. Zo groeit AI uit tot een volwaardig werkinstrument dat HR-diensten aanvult en versterkt, en HR-professionals toelaat zich opnieuw te focussen op hun kerntaak: talenten begrijpen, loopbanen begeleiden en prestaties ondersteunen.

MYTHES ONTKRACHT “AI kan alles in mijn plaats doen”: niet waar AI kan bepaalde taken automatiseren en analytische ondersteuning bieden, maar ze kan geen situaties begrijpen of kritisch analyseren. Ook de relationele dimensie of de verantwoordelijkheid voor beslissingen ontbreekt. De belangrijkste meerwaarde van AI bestaat erin teams van repetitieve taken te ontlasten, zodat HR‑professionals zich kunnen concentreren op activiteiten met een hogere toegevoegde waarde.

14

“AI bevordert rechtvaardigheid in aanwervingsprocedures”: waar … en niet waar AI-tools zorgen voor meer samenhang bij de verwerking van sollicitaties. Ze vergemakkelijken de analyse van grote hoeveelheden informatie en helpen bepaalde selectiecriteria te objectiveren. Maar AI is in se niet neutraal. Ze weerspiegelt de gegevens waarmee ze werd getraind en kan bestaande menselijke vooroordelen reproduceren. Daarom moeten AI‑tools zorgvuldig worden ingesteld en gevoed met diverse gegevens om diversiteit, gelijkheid en inclusie te ondersteunen.


Die vaststelling geldt ook voor beslissingen in verband met loopbaanontwikkeling en de processen voor prestatie-evaluatie.

“Vrouwen zijn minder geïnteresseerd in AI”: niet waar De vastgestelde verschillen zijn hoofdzakelijk te verklaren door structurele factoren − zoals opleiding, studiekeuze, toegang tot vaardigheden − en niet zozeer door een gebrek aan interesse. AI legt voor ondernemingen een essentiële uitdaging bloot: vaardigheden op een inclusieve manier ontwikkelen, zodat alle werknemers optimaal gebruik kunnen maken van de AI-tools.

DATA ALS HEFBOOM OM TALENTEN TE BEGRIJPEN Gegevens spelen in HR-beleid een steeds grotere rol. Ze faciliteren een beter inzicht in loopbaantrajecten, competentiebehoeften, organisatorische dynamieken en prestatiefactoren. Ze moeten dus van goede kwaliteit zijn. Die uitdagingen kregen ook in het verleden een centrale plaats binnen HR-afdelingen, maar hun systematische verwerking maakt het mogelijk om voortaan meer proactief dan reactief op te treden. Gegevens zijn echter geen doel op zich: ze blijven een hulpmiddel bij besluitvorming, en moeten steeds worden geïnterpreteerd en gekaderd. Net dat vermogen tot interpretatie blijft door en door menselijk. AI stelt voor, de mens beslist. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat die praktijken ook belangrijke verplichtingen met zich meebrengen: 1. transparantie en vertrouwen; 2. gegevensbescherming en het voorkomen van vooroordelen; 3. sociaal overleg via de informatie en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers. Tot slot verandert de opmars van AI ook de HR-diensten zelf. Er ontstaan nieuwe rollen zoals data steward

(gegevensbeheer), AI ethicist (ethiek van de systemen) en quality keeper (controle van de modellen). In bredere zin heeft AI een impact op alle functies binnen de onderneming, en dat vergt een transversale benadering van vaardigheden.

VERTROUWEN ALS SLEUTEL VOOR PRODUCTIVITEIT, PRESTATIES EN CONCURRENTIEKRACHT

AI STELT HRPROFESSIONALS IN STAAT ZICH OPNIEUW TOE TE LEGGEN OP DE KERN VAN HUN VAK.

AI biedt een aanzienlijk potentieel op het vlak van productiviteit en prestaties. Ze maakt het mogelijk HR‑processen te optimaliseren, beslissingen te objectiveren en de wendbaarheid van ondernemingen te versterken. Eén factor blijft immer doorslaggevend: vertrouwen. Zonder vertrouwen laten werknemers nieuwe tools links liggen, stellen ondernemingen investeringen uit en blijven productiviteitswinsten achterwege.

EEN TRANSFORMATIE DIE AL VOLOP BEZIG IS De integratie van AI in human resources is nu al een tastbare realiteit. Ze komt onder meer tot uiting in: • de opmaak en verspreiding van vacatures; • de verwerking en preselectie van sollicitaties; • de ondersteuning van werknemers via digitale assistenten; • de ontwikkeling van opleidingsmateriaal; • de analyse van prestatiegegevens. Die toepassingen illustreren iets essentieels: AI vervangt de bestaande processen niet, ze optimaliseert en verrijkt ze. Ze maakt het mogelijk om zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het uitgevoerde werk te verhogen, wat een reële winst oplevert voor zowel ondernemingen als werknemers. De transformatie verloopt dus geleidelijk, pragmatisch en verankerd in de praktijk. Een van de meest betekenisvolle effecten van AI is dat ze de rol van HR opnieuw in evenwicht brengt. Door bepaalde administratieve en repetitieve taken te automatiseren, komt er tijd vrij voor de begeleiding van werknemers, de ontwikkeling van vaardigheden, talentbeheer en strategische planning. AI ontmenselijkt HR-diensten dus niet. Integendeel, ze stelt hen in staat om zich opnieuw ten volle toe te leggen op de essentie. Ze bevordert de evolutie naar HR-diensten die kwalitatiever en strategischer zijn en dichter staan bij de realiteit op het terrein.

15


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS

AI OVERSTIJGT HET BEDRIJFSNIVEAU. OOK DE OVERHEID IS MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORDELIJK.

MENS EN MACHINE ALS COMPLEMENTAIRE KRACHTEN ACHTER PRESTATIES AI mag niet worden gezien als een vervanger, maar als een partner. De complementariteit berust op een duidelijke taakverdeling: de machine verwerkt informatie, analyseert en doet suggesties; de mens beslist, plaatst in context en draagt de verantwoordelijkheid. AI-technologieën leveren geen enkel voordeel op zonder de menselijke vaardigheden om ze te bedenken, te ontwikkelen en aan te vullen. Dat brengt een belangrijk vraagstuk van talentmanagement en de afstemming ervan op de tool met zich mee. Betrekken en informeren zijn in elk geval cruciale stappen in het AI-integratietraject. Tegelijk moeten ondernemingen anticiperen op de opleidingsbehoeften van hun medewerkers om hen enerzijds met de nodige kennis voor te bereiden en hen anderzijds te begeleiden bij de veranderingen door de nieuwe technologieën. In dat kader benadrukt het VBO dat de beheersing van AI zich niet uitsluitend op het niveau van de onderneming afspeelt. Het gaat om een maatschappelijk vraagstuk dat tot de bevoegdheden van de overheid behoort, in casu het onderwijs. Pas als de basiskennis voldoende solide is, is het mogelijk om in te spelen op de specifieke kenmerken van sectoren en ondernemingen.

AI INTEGREREN: ENKELE BELANGRIJKE STAPPEN Kortom: met artificiële intelligentie wordt een grote stap gezet in de evolutie van human resources. Ze verandert de tools, de processen en de vaardigheden. AI is een krachtige hefboom voor human resources, op voorwaarde dat ze wordt opgezet als een versterkend en complementair instrument. Dat vergt een duidelijke strategie om een werkmodel te ontwikkelen dat tegelijk performanter, wendbaarder en menselijker is. Enkele kernstappen kunnen daarbij als leidraad dienen: • Breng de organisatie van human resources in kaart en bepaal waar artificiële intelligentie een toegevoegde waarde kan bieden op het vlak van strategie. • Wijs een AI-verantwoordelijke aan vóór de start van de implementatie. • Voer een risico- en impactanalyse uit die in overeenstemming is met de GDPR, de AI Act (de Europese verordening inzake artificiële intelligentie) en de wetgeving inzake welzijn op het werk. • Betrek de werknemers bij de (ontwikkeling en) implementatie van AI. • Zorg steeds voor menselijke tussenkomst. • Informeer en vorm de medewerkers tijdig en op continue basis. • Werk het bestaande beleid bij en hernieuw het indien nodig (met inbegrip van goede praktijken). • Documenteer en bewaar de informatie over het ontwikkelings- en implementatieproces. • Zorg voor transparantie tegenover andere stakeholders en evalueer die. • Zie toe op een robuuste cyberbeveiliging.

MEER WETEN? • Women in Digital: meer vrouwen in digitale sector | FOD Economie (economie.fgov.be/nl/themas/online/digitale-inclusie/women-digital-meer-vrouwen) • Artificiële intelligentie en de arbeidsmarkt in België - februari 2026, verslag van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (hrw.belgie.be/nl/home/verslagen-adviezen/verslagen-2026/artificiele-intelligentie-op-de-belgischearbeidsmarkt-februari-2026) • L’économie numérique: Enjeux et ressorts d’une révolution – prof. Nicolas van Zeebroeck (vanzeebroeck.net/econo_numerique/) (enkel in het Frans beschikbaar) • Opleiding AI en human resources (hecexecutiveschool.be/ia-et-ressources-humaines) (enkel in het Frans beschikbaar)

16


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS DATAGOVERNANCE

MEER DAN COMPLIANCE STUREN MET DATA

D

atagovernance betekent meer dan het Europese en Belgische regelgevingskader naleven (lees ‘Data, AI en cyberveiligheid: Europese kader voor een betrouwbaar digitaal ecosysteem’, p. 10), maar ook een veilige en efficiënte digitale omgeving waarborgen, en de besluitvorming optimaliseren. De echte vraag luidt niet langer uitsluitend: ‘Voldoen we aan de regels?’, maar: ‘Zetten we onze data en ons gebruik van AI in als echte strategische troeven voor de besluitvorming en het concurrentievermogen?’. Het antwoord op beide vragen moet deel uitmaken van het bedrijfsbestuur, de corporate governance, net zoals financiële, operationele en cyberrisico’s.

BRENG GEBRUIK IN KAART. EERST BEGRIJPEN, DAARNA HANDELEN Een goede governance begint met een inventarisatie. Welke tools maken gebruik van gegevens? Welke AI-oplossingen zijn er al? Verwerken die oplossingen persoonlijke, vertrouwelijke of gevoelige gegevens? Worden ze gebruikt om klanten te werven, te beoordelen of te begeleiden, systemen te beveiligen of beslissingen te nemen? Die inzichten moeten het mogelijk maken om de datastromen, verantwoordelijkheden, leveranciers, eventuele overdrachten en daarmee gepaard gaande risico’s in kaart te brengen. Vervolgens kan een onderscheid worden gemaakt tussen gewoon en gevoelig gebruik. Met AI een tekst herwerken heeft niet dezelfde gevolgen als kandidaten voorselecteren of de solvabiliteit van een klant beoordelen. Voor die laatste twee gevallen zijn strengere waarborgen nodig: kwaliteit van de gegevens, menselijke

18

De governance van gegevens groeide uit tot een volwaardige discipline die veel verder gaat dan het loutere beheer data (verzameling, opslag, onderhoud ...). Wie bezit de gegevens, wie heeft toegang, hoe kunnen de kwaliteit en veiligheid ervan worden gewaarborgd, en hoe kan aan de regelgeving worden voldaan? Al die vragen vallen onder de governance, een strategisch domein dat het mogelijk maakt om risico’s te beheersen, informatie te benutten en uiteindelijk betere beslissingen te nemen.


controle, traceerbaarheid, informatieverstrekking aan betrokkenen en vermogen om het gebruik toe te lichten.

VERANTWOORDELIJKHEDEN VERDUIDELIJKEN De verantwoordelijkheid voor data- en AI-governance ligt bij het management. Het is een verantwoordelijkheid die het niet kan delegeren, ook niet door een beroep te doen op experts. Het management moet er zelf op toezien dat de ingevoerde procedures worden nageleefd en aansluiten bij de algemene mechanismen: risicoidentificatie, beoordeling, opvolging en rapportage. Voor data- en AI-governance zijn een heldere rolverdeling en duidelijke coördinatie- en arbitragemechanismen echter noodzakelijk, met het management als eindverantwoordelijke. • Management: bepaalt de strategie en de risicobereidheid en blijft verantwoordelijk voor keuzes. • IT: zorgt voor de architectuur, de cyberbeveiliging en het toegangsbeheer. • Juridische dienst/Data Protection Officer (DPO): houdt toezicht op het regelgevingskader en de naleving van de rechten. • Aankoopdienst: neemt de eisen op in de leverancierscontracten. • HR: komt tussen wanneer maatregelen gevolgen hebben voor de medewerkers of de arbeidsorganisatie. Afhankelijk van de omvang of de digitale maturiteit van het bedrijf kan een Chief Data Officer (CDO) de datastrategie coördineren en verantwoording afleggen aan de directie of de raad van bestuur. Wanneer er zowel een CDO als een DPO is, moeten hun taken gescheiden blijven: de eerste stuurt het gebruik van gegevens aan; de tweede vervult een onafhankelijke raadgevende en toezichthoudende rol zoals vastgelegd in de Europese privacyverordering (GDPR).

MENS BLIJFT VERANTWOORDELIJK VOOR AI AI is in staat om razendsnel patronen te herkennen en taken te automatiseren, maar is niet onfeilbaar: zonder eigen beoordelingsvermogen, kritisch inzicht of juridische verantwoordelijkheid kan ze fouten maken, vooroordelen overnemen of plausibele maar onjuiste resultaten opleveren. De governance moet daarom duidelijk maken in welke gevallen AI de mens ondersteunt en in welke gevallen ze geen autonome beslissingen mag nemen. De menselijke controle moet echt, deskundig en gestructureerd zijn gedurende de volledige levenscyclus

van de data en het gebruik ervan: van verzameling en ontwikkeling tot implementatie, gebruik, actualisering en eventuele verwijdering. Gebruikers moeten begrijpen waar de grenzen liggen, een resultaat kunnen betwisten en fouten kunnen corrigeren. De teams – inclusief leidinggevenden, bestuurders en medewerkers op sleutelposities – moeten worden opgeleid zodat ze beslissingen kunnen nemen, controles kunnen uitvoeren en hun verplichtingen kunnen nakomen.

GOVERNANCE STAAT INNOVATIE NIET IN DE WEG, WEL INTEGENDEEL.

MAAK VAN VERTROUWEN EEN CONCURRENTIEVOORDEEL Governance staat innovatie niet in de weg. Integendeel, governance maakt het mogelijk om op verantwoorde wijze te innoveren. In een economie waarin klanten, medewerkers, partners en overheden steeds meer transparantie eisen, creëren bedrijven die data en AI verantwoord gebruiken een voorsprong. Conformiteit wordt zo een factor die het verschil maakt en het concurrentievermogen versterkt. Aan Europa om te zorgen voor consistentie regelgeving en om onnodige administratieve lasten te vermijden. Vertrouwen opbouwen doen bedrijven door: • een intern beleid en documentatie op te stellen van belangrijke gebruiken; • de verzamelde gegevens beperken en de toegang beveiligen; • betrouwbare leveranciers te selecteren en regelmatig audits uit te voeren; • duidelijke informatie te verstrekken, snel te reageren op incidenten en afstand te doen van te risicovolle praktijken. Tot slot valt data- en AI-governance ook onder de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijf. Digitale keuzes hebben gevolgen voor klanten, medewerkers, leveranciers, burgers en in sommige gevallen ook voor het milieu. En ze maken integraal deel uit van de governance-dimensie van de Europese ESG‑criteria (Environment, Social, Governance).

AFWACHTEN IS ONDERGAAN Bedrijven die afwachten, lopen het risico te worden geconfronteerd met wettelijke verplichtingen, incidenten, keuzes die door leveranciers worden opgelegd en ga zo maar door. Door te anticiperen en vanaf vandaag uw governance te structureren – en precies te weten wat u doet, waarom en hoe – creëert u een duurzaam voordeel. Op termijn zullen bedrijven die al bij de opzet van hun projecten de juiste reflexen hanteren op het vlak van data en AI – het zogenaamde ‘governance by design’ – beter gewapend zijn tegen technologische, regelgevende en maatschappelijke veranderingen.

19


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS ADVERTORIAL

VAN ON(DER)BENUTTE TECHNOLOGIE NAAR WERELDWIJDE IMPACT Het Impact Licensing Initiative (ILI) helpt technologie eigenaars om maatschappelijke impact op grote schaal te creëren door hun technologie toegankelijk te maken voor markten waar ze sociale en ecologische problemen kunnen oplossen. Vandaag blijven nog te veel waardevolle technologieën onderbenut of onaangepast, terwijl ze een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de VN en het Klimaatakkoord van Parijs. “Met behoud van kansen op commercieel succes”, benadrukt Bruno Vandermeulen, bestuurder en IP director.

Het instrument dat ILI – opgericht in 2019 – hiervoor gebruikt heet ‘impact licensing’: een tijdgebonden toestemming van een technologiehouder om een IP-recht, technologie, product of dienst tegen voorkeurtarieven beschikbaar te stellen voor een vooraf gedefinieerde markt ten behoeve van maatschappelijke waardecreatie. “Vroeger hadden technologieeigenaars slechts de keuze tussen het vrijgeven van hun intellectuele eigendom voor publiek gebruik enerzijds of exclusieve commercialisering anderzijds”, legt Bruno Vandermeulen uit. “Impact licensing biedt een hybride oplossing om zo’n keuze te vermijden. Het is een (al dan niet exclusieve) licentie die uitsluitend wordt verleend voor vooraf gedefinieerde maatschappelijke of ecologische doelstellingen. Daarbij wordt het volledige potentieel van intellectuele activa benut zonder de economische duurzaamheid uit het oog te verliezen.”

ZES I.M.P.A.C.T.-PRINCIPES Impactlicenties stoelen op zes principes die op individuele maat en op verschillende niveaus van afdwingbaarheid kunnen worden ingebouwd.

I

Intentionaliteit

M Meetbaarheid

P Participatie

A Additionaliteit

C Volledigheid

Bewust streven naar een maatschappelijke uitdaging, met meetbare resultaten en ethische normen.

Duidelijke indicatoren voor monitoring, verificatie door derden en transparantie.

Afbakening van rollen van alle stakeholders, met onafhankelijke mechanismen voor naleving.

Aanvullend marktsegment, afgescheiden van de commerciële markt van de technologie-eigenaar.

Uitgebreide toegang tot relevante informatie, ondersteuning en voldoende exclusiviteit.

20

T Totaalrendement op activa

Versterking van IP-waarde via ‘realworld’ data, nieuwe intellectuele eigendom en preferentiële partnerships.


ZES VOORDELEN VOOR BELGISCHE ONDERNEMERS Alle goede zaken bestaan uit zes. Johan Moyersoen, general manager van ILI: “Impact licensing is een strategisch instrument dat nieuwe commerciële trajecten ontsluit, innovatie versterkt en industriële activa in Europa verankert. De voordelen voor de ondernemers en technologieeigenaars die hun technologie via een impactlicentie ter beschikking stellen, zijn legio.”

1

Nieuwe commerciële trajecten

Bestaande O&Oactiva worden omgezet tot kansen in opkomende markten, zonder onderzoeksinspanningen te dupliceren.

2

Frugale en wederkerige innovatie

Aanpassingen voor markten met beperkte middelen leveren verbeterde efficiëntie, modularisering en aanvullende IP op.

3

Verankering in Europa

Hoogwaardige activiteiten, productiecapaciteit en geschoolde werkgelegenheid blijven verankerd in de EU.

EUROPEES NETWERK VOOR TECHNOLOGIE-OVERDRACHT MET IMPACT Het Impact Licensing Ecosysteem is een gecoördineerd kader van complementaire actoren voor technologische innovatie, licentieovereenkomsten en technologieoverdracht, afgestemd op de SDG’s van de VN en het klimaatakkoord van Parijs. “Via een strategisch partnerschap met de United Nations Technology Bank (UNTB) worden ‘Technology Needs Assessments’ uitgevoerd om technologieprioriteiten en implementatiepaden te identificeren en zo technologieën te identificeren vanuit een vraaggedreven propositie”, legt dr. Silvie Daniels, European network coordinator bij ILI, uit. Een Europees netwerk van ‘Tech Transfer Facilities for Impact’ (TT4I's) fungeert dan als neutrale tussenpersoon voor het screenen van technologieën en het onderhandelen van licentieovereenkomsten in hun eigen innovatieecosysteem, en zodoende commerciële doelstellingen en maatschappelijke impact in balans te houden. “Daarnaast zetten we een wereldwijde referentieorganisatie op voor standaardisatie van impact licensing, certificering van overeenkomsten en compliancebeheer van impactlicentieovereenkomsten. Een Impact Licensing Kwaliteitslabel garandeert ethisch verantwoorde en juridisch solide licenties.” “Tot slot, stellen strategische partnerschappen met mondiale en lokale organisaties ons in staat om afhankelijk van de context, oplossingen aan te reiken die gepast, kostenefficiënt en opschaalbaar zijn.” Op die manier integreert impact licensing commercieel succes, maatschappelijke impact en geopolitieke doelstellingen op coherente wijze – een paradigmaverschuiving in hoe Europese ondernemingen hun innovatieactiva mondiaal inzetten. Meer informatie www.impactlicensing.eu www.impactlicensing.org

4

Risicoreductie

Vraaggestuurde implementatie via ‘Technology Needs Assessments’ vermindert markten implementatierisico's.

5

Investeerbaarheid

6

Een SDGgeoriënteerde implementatie verschuift de kostenpost naar een commercieel levensvatbaar model dat privékapitaal aantrekt.

Technologiediplomatie

Europese ondernemingen positioneren zich als leiders in duurzame innovatie op wereldwijde schaal.

“MAATSCHAPPELIJKE WAARDE ÉN COMMERCIEEL SUCCES COMBINEREN VOOR INNOVATIES EN TECHNOLOGIE? DAN KAN MET IMPACT LICENSING” OPROEP AAN BELGISCHE BEDRIJVEN • U beschikt over een succesvolle technologie en wil graag weten wat impact licensing voor uw bedrijf kan betekenen? • U wil weten hoe uw technologie kan worden aangepast en ingezet voor de creatie van maatschappelijke meerwaarde zonder uw commerciële markt te moeten prijsgeven? • U bent op zoek naar het aantrekken van alternatieve investeerders? • U wil uw technologie aanpassen en inzetten om nieuwe marktsegmenten aan te trekken of nieuwe sectoren aan te boren? Is het antwoord ‘ja’ op een van de vragen? Neem dan contact op met ons en wij bekijken vrijblijvend hoe impact licensing voor uw bedrijf een meerwaarde kan betekenen! Johan Moyersoen General manager johan@impactlicensing.org

Bruno Vandermeulen IP director bruno@impactlicensing.org

dr. Silvie Daniels European network coordinator silvie@impactlicensing.org

IMPACT LICENSING STUDIO (ILS) Samen met de Impact Licensing Studio (www.impactlicensing.studio) transformeert ILI technologieën tot impact-gelicentieerde technologieën met SDG-conforme oplossingen. De ILS past bovendien bewezen technologieën aan voor opkomende markten, trekt impactinvesteringen aan en zet impactventures op in Europa met begeleiding voor sterke ondernemersteams. Voorbeelden van succesverhalen zijn: • www.ikic.cool • www.coosha.org • www.readimpactventures.com

21


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS ETHIEK EN DATABEHEER

DATA, RECHT EN ETHIEK REM OF HEFBOOM? Nu ondernemingen volop inzetten op data en artificiële intelligentie, en het regelgevende kader almaar complexer wordt, draait de vraag niet langer alleen om wat technisch mogelijk is, maar ook om wat wenselijk, verantwoord en maatschappelijk aanvaardbaar is. Data leveren pas duurzame waarde als ondernemingen er verantwoord en ethisch mee omgaan. Ethiek is een vanzelfsprekend onderdeel van goed databeheer.

VAN VERPLICHTING NAAR STRATEGISCHE KEUZE De vele regels rond data en artificiële intelligentie worden vaak als last ervaren. Op voorwaarde dat ze geen onnodige administratieve lasten met zich meebrengen, ligt hun meerwaarde in het vertrouwen dat ze helpen opbouwen. Het VBO steunt de voorstellen van de Europese Commissie om de digitale regelgeving af te stemmen op de realiteit van de bedrijven. De zogenaamde Digitale Omnibussen proberen een aantal regels (denk aan de AI Act, Data Act en GDPR) te transformeren in een coherent, duidelijker en werkbaar Europees kader. Zo wordt het Europese kwaliteitslabel praktisch haalbaar, zonder verlies aan concurrentiekracht. De vraag is niet langer of ondernemingen zich met dataregelgeving moeten bezighouden, maar hoe ze dat strategisch kunnen doen en er de kwaliteit, veiligheid en betrouwbaarheid van hun processen mee versterken – op een moment waarop die aspecten belangrijker zijn dan ooit. Onderzoek toont aan dat compliance ook economische voordelen kan opleveren, onder meer door een betere cyberveiligheid en het voorkomen van incidenten.1 Regelgeving is dus niet alleen een vorm van 1 Cybersecurity economics and the benefits of GDPR, p 10.

22

bescherming, maar ook een hefboom voor meer efficiëntie en een sterker risicobeheer.

ETHIEK ALS KOMPAS VOOR DUURZAME GROEI Naast het juridische kader groeit ook het belang van ethische reflectie. Hoe bedrijven data gebruiken, bepaalt mee hun maatschappelijke legitimiteit. Een onderneming moet zich essentiële vragen stellen rond transparantie van datagebruik, proportionaliteit bij het verzamelen van data – welke data zijn écht nodig en welke zijn ‘nice to have’ – en of de gebruikte data niet te ‘gekleurd’ zijn (de zogenaamde bias). Ze gaan dus niet enkel over technologie, maar over keuzes: welke data gebruiken we, met welk doel en binnen welke grenzen?


DE WAARDE VAN DATA EN AI HANGT IN GROTE MATE AF VAN HOE ZE WORDEN GEBRUIKT.

Bedrijven die die vragen expliciet opnemen in hun governance, creëren duidelijkheid voor zichzelf én hun stakeholders. Ethiek is dan geen bijkomende laag, maar een kompas richting innovatie en besluitvorming, en mogelijk een beslissende factor voor investeerders om voor de onderneming te kiezen.

het vertrouwen van klanten in de beveiliging van hun (betaal)gegevens. Die medaille heeft ook een keerzijde: wanneer een bedrijf slachtoffer wordt van een datalek of cyberaanval lijdt het immense schade en riskeert het dat klanten en investeerders kiezen voor een betrouwbaarder alternatief.

Een bedrijf dat duidelijk inzet op de veiligheid van zijn data, daarover transparant communiceert naar gebruikers en klanten en niet meer gegevens dan nodig verzamelt, kan daar vruchten van plukken. Wanneer gebruikers bewust hun data beschikbaar stellen om een product te verbeteren, maken ze een autonome keuze in het belang van innovatie. Denk aan data die

Ondernemingen die proactief inzetten op vertrouwen, onderscheiden zich. Ze bouwen sterkere relaties op, verhogen hun aantrekkelijkheid en creëren een stabiele basis voor innovatie. Vertrouwen vertaalt zich zo rechtstreeks in competitiviteit. Het gaat dan niet alleen om naleving van regels, maar om geloofwaardigheid in de praktijk: transparantie, consistentie en verantwoordelijk handelen.

DE JUISTE BALANS ALS COMPETITIEF VOORDEEL De uitdaging voor ondernemingen ligt in het vinden van een evenwicht tussen innovatie, concurrentiekracht en bescherming. Te veel rigiditeit kan innovatie afremmen – zeker in AI-tijden waar de snelheid van verandering exponentieel is –, terwijl een gebrek aan kader het vertrouwen ondermijnt. Een coherent, proportioneel en helder regelgevingskader speelt een cruciale rol. Werkbare en duidelijke regels ondersteunen ondernemingen in plaats van ze af te remmen, maar dat is binnen Europa nog niet het geval. De intentie is vaak heel goed, de uitwerking kan beter. Net daarom is de stem van de ondernemingen hierin onmisbaar. Zij moeten actief kunnen bijdragen aan het debat om mee een omgeving te creëren die innovatie ondersteunt en tegelijk de bescherming van personen en het verantwoord gebruik van data garandeert. Zo maakt Europa van zijn regelgevend kader geen nadeel, maar een echt kwaliteits- en vertrouwenslabel. consumenten delen over het gebruik van een toestel waarmee de producent aan de slag kan om het product te optimaliseren. Een bedrijf dat dergelijke data gebruikt zonder medeweten en goedkeuring van de klant, riskeert reputatieschade zodra dit aan het licht komt of de data worden gelekt na een cyberincident.

MEER DAN COMPLIANCE ALLEEN

VERTROUWEN CREËERT WAARDE

Data, recht en ethiek gaan verder dan louter naleving. Ze raken de kern van het ondernemerschap: hoe creëer je waarde op een verantwoorde en duurzame manier? De start-upleuze ‘do now, regulate later’ ten spijt, zouden bedrijven er baat bij hebben de Europese datastrategie te integreren in hun businessmodel.

In een digitale economie wordt vertrouwen een bepalende factor voor succes. Wie tien jaar geleden op het internet en met betaalkaart een reis boekte, of een kerstcadeau kocht, deed dit vaak met klamme handen. Vandaag is e-commerce even courant als een fysieke winkel binnenwandelen: een gevolg van

Bedrijven die hierin slagen, tonen dat vertrouwen, eerlijkheid en verantwoordelijkheid geen abstracte principes zijn, maar concrete bouwstenen van succes. Data, recht en ethiek zijn geen rem op innovatie, maar een voorwaarde om ze op lange termijn te laten renderen.

23


Become a Bozar member

Listen to Your Art Join our community of patrons and enjoy exceptional concerts, exhibitions, films, talks, performances and other premium events.

You wish to join? For more information, contact: maecenasrelations@bozar.be www.bozar.be

Copyright : Barbara Deprez

Discover our Exclusive Memberships


Experience Bozar

A SmArt Choice Share a unique and magical experience with your clients or colleagues at a concert or a private visit to one of our exhibitions. Discover our Corporate Hospitalities

For more information, contact: helene.fraipont@bozar.be or 0494 573 578 www.bozar.be


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS INTERVIEW LE PAIN QUOTIDIEN

VERANDERING VAN DATA DOET ETEN Een letterlijk smaakvolle ervaring, dat is wel het minste dat je kunt zeggen over ons gesprek met Annick Van Overstraeten (CEO) en Joost Vastenavondt (CGO) van Le Pain Quotidien. Maar achter de culinaire beleving schuilen uiterst rationele data en processen die het mogelijk maken om in te spelen op het onverwachte. Meten is weten, is businesskansen creëren. Hoe klein die ook zijn …

26


Annick Van Overstraeten, sinds juni 2020 CEO van Le Pain Quotidien, is een naam als een klok in de Belgische voedings- en horecasector. Ze is geen tafelspringer, maar weet perfect waar ze naartoe wil. “Wie echte waarde wil creëren, moet zijn data op orde hebben.” Sinds ze aan het roer staat van de bakkerijketen, zet Le Pain Quotidien expliciet in op een light franchisemodel, waardoor de groep minder zelf uitbaat en sneller internationaal kan groeien. Haar Chief Growth Officer, Joost Vastenavondt, stuurt mee en zet de onderliggende datastrategie om in de praktijk.

STENEN TIJDPERK WORDT DIGITAAL Voorspellen wat de klant op dag x of y zal consumeren en je business on demand aanpassen, is als een wiskundig model loslaten op een berg onsamenhangende data. Hoe werkt het? Annick Van Overstraeten (AVO): “Onze visie op databeheer wordt heel tastbaar in wat we doen met onze menukaart (‘menu engineering’): dag in dag uit volgen we exact het consumentengedrag in onze meer dan 220 vestigingen wereldwijd. Wat wordt besteld op welk moment van de dag? Welke gerechten vallen minder in de smaak? Hoe wordt betaald? Die data brengen het gedrag en de consumptie van onze klanten in kaart en proberen dat te voorspellen, voor elk land verschillend uiteraard. Zo leerden we dat het gerecht bovenaan de menukaart, de nudgingkeuzes, de gebruikte kleuren en foto(’s) wel degelijk invloed hebben op wat er wordt besteld.”

Als CEO van Lunch Garden wist u de restaurantketen opnieuw op de kaart te zetten. Cruciaal daarbij was het loyaliteitsprogramma. De klanten binden was cruciaal voor het succes, maar onmogelijk zonder grondige kennis van die klanten? AVO: “Klopt. We zijn ook bij Le Pain Quotidien met een loyaliteitsprogramma gestart. Gemiddeld is meer dan een kwart van onze klanten lid van de ‘Tartine Club’. Dat is mooi, maar onvoldoende. Sommige locaties scoren hoger dan 50%, terwijl meer ‘toeristische’ locaties logischerwijs een stuk lager scoren. Klantenkennis is van levensbelang, niet alleen om hun gewoontes en voorkeuren in kaart te brengen en ze aan je merk te binden, maar ook om nieuwe menu’s te testen.”

“WE GEBRUIKEN ENKEL AI ALS ER EEN DIRECTE RETURN ON INVESTMENT MOGELIJK IS.” Annick Van Overstraeten CEO - Le Pain Quotidien

JV: “Vijf jaar geleden stond op onze website een pdfbestand van onze menukaart. Bestellen kon zelfs nog via fax. Anno 2026 hebben we een enorme inhaalbeweging gemaakt. We bieden onze klanten geavanceerde e-com-applicaties, waaronder dus ‘Tartine Club’, en we beschikken over een digitaal kassasysteem waarmee we onder meer het herkomstland van onze klanten via de betaalkaarten kunnen detecteren. Klanten kiezen via QR‑codes de taal van het menu – ook dat biedt info over origine. En zo kan ik nog tal van voorbeelden geven.”

Joost Vastenavondt (JV): “Ik vergelijk onze menukaart graag met een stad. Er zijn heel drukke locaties, wijken waar nauwelijks iemand komt en plekjes waar mensen doelbewust naar zoeken. Met die gedetailleerde kennis passen we onze kaart voortdurend aan. En proberen we klanten te sturen naar producten die goed draaien en voor Le Pain Quotidien economisch interessant zijn.” AVO: “Een coverfoto bijvoorbeeld stuwt de verkoop van een gerecht met zo’n 20%. Wij moeten het hebben van de croissants en de koffies. Voor een bedrijf als het onze dat met relatief kleine marges werkt, tellen op het einde van de dag alle centjes. Opgeteld kunnen ze een kwartaal maken of kraken.” Weg met het buikgevoel … of zijn data alsnog niet alleenzaligmakend? JV: “Het experiment met de werkplanning – ‘Hoeveel medewerkers zet ik de volgende dagen in op welke momenten van de dag?’ – toonde aan dat zelflerende algoritmes, gevoed met een rist data en 320 parameters over klantenbezoek, verkoop, randgebeuren … niet konden optornen tegen de menselijke ervaring en het inschattingsvermogen van de store managers. Misschien waren we te vroeg?”

27


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS

“DURF TESTEN ÉN MISLUKKEN. MAAR DOE HET SNEL!” Annick Van Overstraeten CEO - Le Pain Quotidien

AVO: “Waren we vijf jaar geleden niet parallel gestart met de digitalisering en het databeheer, dan was van de Le Pain Quotidien vandaag nog nauwelijks sprake. De volgende stap is de volledige integratie van alle datastromen en diepe datamining om crossovereffecten te ontdekken die onze dienstverlening, ons aanbod en onze interne en externe werking wereldwijd nog optimaliseren. Zaak is nu om onze CFO nog meer van de noodzaak te overtuigen. Een geïntegreerd databeheer vergt immers aanzienlijke investeringen, terwijl de ROI maar op middellange termijn voelbaar wordt in de cijfers.” De wereldwijde groep steunt voor 85% op franchisenemers verspreid over zowat 20 landen. Stapt iedereen mee in de digitale datastrategie? AVO: “Data zijn harde cijfers en onderbouwen het resultaat van een strategie. Ze hebben dus de grootste overtuigingskracht – we dwingen onze franchisers niet. België vormt het labo voor de groep. Wat hier werkt, werkt met grote waarschijnlijkheid ook elders. We nemen ook de tijd om de mensen te overtuigen.” JV: “Een mooi voorbeeld van de op feiten gebaseerde overtuigingskracht is ‘Alain.AI’, onze receptendatabank (Alain Coumont richtte in 1990 Le Pain Quotidien op). Dankzij artificiële intelligentie konden we alle recepten van de voorbije 36 jaar inventariseren en toegankelijk maken voor onze franchisers wereldwijd, inclusief de omzetting naar Amerikaanse en metrische maatstelsels. Zo kan een uitbater in Mexico die een lentefrisse salade wil maken voor vrouwen tussen de 35 en 45 jaar en een ‘foodcost’ heeft van x%, in de databank een recept opvissen en, desgewenst, met zijn lokale keukenapparatuur voor zijn publiek verfijnen. Die databank was op zich overtuigend vanwege de on demand beschikbare inhoud en gebruiksvriendelijke interactiviteit.” AVO: “De Mexicaanse chef hoeft vandaag niet meer in overleg te gaan met een chef in het verre Brussel. Hij kan direct en in zijn eigen taal aan de slag met de ‘digital twin’ of virtuele kopie van onze oprichter, met respect voor het DNA van Le Pain Quotidien. Het succes van ‘Alain.AI’ vertalen we momenteel naar ‘Audrey. AI’ (verwijzend naar Audrey Machuret, internationaal franchiseverantwoordelijke), een digitaal handboek voor franchisers die met een nieuw filiaal willen starten en die we interactief begeleiden in alle stappen, van idee tot opening. In de voorbije decennia openden er wereldwijd 15 nieuwe restaurants. Dankzij ‘Audrey.AI’ waren er dat de voorbije twee jaar al zeven. Dat zegt alles, niet?”

28

VERWACHTINGEN EN UITDAGINGEN Wat kun je niet van data verwachten? Veel bedrijven willen via AI en databeheer snel efficiëntiewinsten boeken. Hoe realistisch zijn die verwachtingen? JV: “Databeheer, met AI als motor, speelt een rol in en heeft impact op alles wat we doen bij Le Pain Quotidien: van de menukaart en de schermen met bestellingen in de keuken, over de tafelschikking en kassa in het restaurant, tot ons HR- en franchisebeleid en de financiële planning, communicatie en marketing. Altijd op voorwaarde dat de toepassing een duidelijke return on investment heeft. Geen data om de data, geen AI om de AI. De vraag luidt niet ‘Kunnen we het doen met AI?’, maar wel ‘Moeten we het doen met AI?”


AVO: “Of een toepassing rendeert, kom je te weten door te experimenteren. Bijvoorbeeld: zodra een bestelling binnenkomt in de keuken, zien de koks op het scherm onmiddellijk hoeveel tijd ze hebben om het gerecht te bereiden. Dat stimuleert de productiviteit. Met de ‘papieren’ flow konden we dat onmogelijk meten, laat staan bijsturen. Voor het voorraadbeheer bleek het resultaat echter niet op te wegen tegen de investering. We hadden de idee om intelligente camera’s te plaatsen in de voorraadkamers om zo elk moment van de dag perfect op de hoogte te blijven van welke grondstoffen meer of minder moest worden aangekocht. We hebben het niet gedaan, vanwege de immense installatiekost wereldwijd.” JV: “Onze marketing hebben we wél op zijn kop gezet. Waar we vroeger in hoofdzaak productgericht communiceerden, focussen we vandaag op de beleving. Affichecampagnes zijn in onze sector verleden tijd. Sociale media zijn het kanaal bij uitstek. Tien posts lanceren en binnen het half uur weten welke het best scoort en daar verder op bouwen, zo doen we het. Elke(!) review – enkele honderden per dag – ontvangt een standaard antwoord via een AI-agent. Moeilijkere vragen of klachten worden persoonlijk door medewerkers beantwoord. Reviews niet beantwoorden, wordt afgestraft en kannibaliseert de klantenloyaliteit. Bovendien vormt deze database met meer dan een miljoen reviews – en de aangroei gaat door – een schatkamer aan consumenteninformatie.”

“DE VRAAG LUIDT NIET ‘KUNNEN WE HET DOEN MET AI?’, WEL ‘MOETEN WE HET DOEN MET AI?” Joost Vastenavondt Chief Growth Officer - Le Pain Quotidien

AVO: “Durf testen én mislukken. Maar doe het snel!” Snel handelen en reageren is essentieel? AVO: “Veel meer nog dan vroeger. Snelheid werkt trouwens in twee richtingen. Je kunt een idee niet alleen te laat maar ook te vroeg lanceren. Gooi echter wat vandaag niet lukt niet weg. Geef het later, wanneer de sterren beter staan, opnieuw een kans.” Veranderde de invoering van die technologieën de vaardigheden die van de medewerkers worden verwacht? JV: “Daar kan ik kort over zijn: uiteraard wel. Waar ik tot vijf jaar geleden voor onze social mediacommunicatie op zoek moest naar een creatief contentprofiel en een digital contentmarketeer, worden beide vaardigheden nu in één profiel verenigd. ” AVO: “Uitermate belangrijk in het hele verhaal is de aandacht voor de veiligheid van de data. En dat begint bij de mensen. Daar zit nog altijd de zwakste schakel. Daarom zetten we heel zwaar in op sensibilisering en training, en ook op monitoring van de medewerkers. Hoe sterk of minder goed scoren ze bijvoorbeeld op phishingsimulaties? Waarop moeten we nog harder inzetten om risico’s maximaal te vermijden?”

29


COMPETING TO LEAD 01 Feb 2027

BRUSSELS EXPO

How Belgium can drive a more competitive Europe CEO TRANSITION Passing on leadership at VBO FEB FORUM

Chair AB InBev & Mondelēz Dirk Van de Put

Prime Minister of Belgium Bart De Wever

CEO Euroclear Valérie Urbain

Founder & CEO Collibra Felix Van de Maele

CEO Sioen Industries Michèle Sioen


Wie wil leiden, moet kunnen concurreren. In Europa en wereldwijd. Wie wil groeien, moet durven kiezen. Wie leiderschap doorgeeft, moet de ambitie voortzetten. Op 1 februari 2027 brengen we bedrijfsleiders en beleidsmakers samen voor de keuzes die ertoe doen. Schrijf u nu in!

CEO International Markets Randstad Herman Nijns

CEO Le Pain Quotidien Annick Van Overstraeten

CEO BusinessEurope Markus J. Beyrer

CEO VBO FEB Pieter Timmermans

CEO Econopolis Group Geert Noels


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS

NEXT STEPS “HOE KUNNEN WE DANKZIJ DATA PROBLEMEN TACKELEN, DIE WE ZELF NIET OPGELOST KRIJGEN?” Joost Vastenavondt Chief Growth Officer Le Pain Quotidien

Wat zijn de volgende stappen of prioriteiten in jullie gebruik van data en AI? AVO: “Vandaag analyseren we al heel wat datastromen, maar het blijft nog te gefragmenteerd. Ieder departement handelt nog te veel binnen zijn eigen silo met zijn eigen grote KPI als doel. Een datamanager moet die stromen verder verdiepen en consolideren, zodat we nog sneller en fijner kunnen bijsturen. De tijd is rijp voor een doordachte ‘data governance’-structuur. Nogmaals, we zijn een ‘penny profit business’ met flinterdunne winstmarges per verkocht product en we moeten het hebben van elke cent. En die telt in de huidige uitdagende en onvoorspelbare economische tijden, meer dan ooit.” JV: “We gaan trouwens niet alleen op zoek naar wat we met data kunnen verbeteren, maar ook hoe we met data problemen kunnen tackelen, die we zelf niet opgelost krijgen. Voor de werkplanning vonden we, zoals gezegd, nog geen afdoende oplossing. Even moeilijk is het om de foodkost – goed voor dik 30% van al onze kosten – in kaart te brengen. Hoeveel gram zalm willen we minimaal gebruiken in een salade, zonder afbreuk te doen aan onze hoogstaande kwaliteit? We willen de portionering van elk gerecht perfect beheersen, en tegelijk verspilling en afval tot een minimum beperken, bijvoorbeeld door ook de weersvoorspelling als indicator te gebruiken.” Standaardisatie is een tweede werf? AVO: “Momenteel vult elk land de term ‘ontbijt’ in volgens eigen inzichten, met andere gerechten

LE PAIN QUOTIDIEN KERNCIJFERS • Opgericht: 1990 door Alain Coumont • Hoofdzetel: Brussel • +/- 220 restaurants/bakkerijen in +/- 20 landen wereldwijd. Waarvan +/- 30 in eigen beheer (vooral in België) • +/- 2.300 medewerkers wereldwijd (550 in België) • Geconsolideerde groepsomzet: 271 miljoen euro (2025) • Omzet Belgische restaurants in eigen beheer: 39,4 miljoen euro (2025) • Nettowinst groep: 3,38 miljoen euro (2025)

lepainquotidien.com

32

en andere klemtonen. Dat anders-zijn gaat vandaag te ver om voldoende efficiënt te fungeren als groep. Of nog: geef het zaalpersoneel handhelds om bestellingen op te nemen en je zal merken dat er veel meer upselling gebeurt en dus bottomline meer omzet wordt gerealiseerd.” JV: “Bovendien kun je dankzij standaardisatie data uit verschillende filialen op een geautomatiseerde manier correct vergelijken. Dat vergt nu nog handenarbeid. Weet wel, standaardisatie betekent allerminst dat we enkel inzetten op de veilige keuzes. Ik zei het al: durf ook mislukken. Daar kun je enorm veel uit leren.” Voelen franchisers en medewerkers zich niet bedreigd in hun autonomie? AVO: “Heel veel sectoren werken nog heel traditioneel en ervaren digitalisering en databeheer meer als een bedreiging dan als een kans. Ook wij komen van ver. De grootste weerstand komt heel vaak van medewerkers die moeilijk om kunnen met verandering. Ze beseffen onvoldoende hoe motiverend het kan zijn als ze, dankzij automatisering, meer tijd krijgen om echt met hun klanten bezig te zijn. Ook naar de franchisers toe moeten we echt de tijd nemen om ze met onderbouwde feiten te overtuigen van de meerwaarde van een uitgekiend databeheer waarin de mens een centrale rol speelt. Technologie is er om de medewerkers te ondersteunen, niet om ze te vervangen. Kijk, data zijn meer dan data, het is een filosofie: zonder data kunnen we onmogelijk de relatie met onze klanten verdiepen, en tegelijk de kwaliteit bewaken.”


ADVERTORIAL

ELK BEDRIJF HEEFT IETS TE GEVEN!

Met geld. Met tijd. Met kennis. Met spullen. Met aandacht.

Laat het zien op Giving Tuesday Belgium

Ondernemingen creëren elke dag economische waarde. Maar ook maatschappelijke waarde. Via giften of sponsoring, maar evengoed met kennis, mensen, infrastructuur, netwerken en expertise. Met welke troef maakt u een verschil?

Dinsdag 1 december 2026 wordt de Belgische dag van de vrijgevigheid.

Wat voor een bedrijf vanzelfsprekend lijkt, kan voor een maatschappelijke organisatie van grote waarde zijn. Een onderneming kan communicatieof digitale expertise delen, logistieke ondersteuning bieden, medewerkers laten vrijwilligerswerk verrichten of infrastructuur ter beschikking stellen. Veel bedrijven zijn maatschappelijk actief zonder zich daar altijd bewust van te zijn. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen: "Hoeveel kunnen we geven?", maar ook: "Wat hebben wij dat voor een maatschappelijke organisatie waardevol kan zijn?" Expertise, logistieke ondersteuning, communicatiekracht of infrastructuur.

“ VEEL ONDERNEMINGEN ZIJN

ZICH ONVOLDOENDE BEWUST VAN DE MAATSCHAPPELIJKE WAARDE DIE ZE AL CREËREN.”

Isabel Penne, voorzitter Fundraisers Belgium "Ondernemingen hebben veel meer te bieden dan financiële steun alleen", weet Isabel Penne, voorzitter van Fundraisers Belgium en mede-initiatiefnemer van Giving Tuesday Belgium. "Wanneer ze hun kennis, mensen, netwerken of infrastructuur

© Tineke Bultinck

Maatschappelijke betrokkenheid zit diep verankerd in het Belgische bedrijfsleven. Uit een nulmeting van HOGENT (20241) blijkt dat 8 op de 10 Vlaamse en Brusselse kmo's maatschappelijke organisaties of goede doelen ondersteunen. Meer dan de helft doet dat via giften (56%) of sponsoring (51%), maar ondernemingen zetten steeds vaker ook andere troeven in om maatschappelijke impact te creëren. Ook grotere bedrijven kiezen steeds vaker voor duurzame partnerschappen. Naast financiële steun delen zij expertise, medewerkers, communicatiekracht en professionele netwerken. Maatschappelijke impact wordt zo een volwaardig onderdeel van hun engagement.

DOE MEE MET GIVING TUESDAY BELGIUM!

Isabel Penne en Josefien D’haene inzetten voor een maatschappelijk doel, ontstaat vaak een impact die veel verder reikt dan één gift. Net daarin schuilt een enorme, vaak nog onderbenutte kracht."

IMPACT WERKT AANSTEKELIJK Josefien D’haene, community manager Fundraisers Belgium en mede-initiatiefnemer Giving Tuesday Belgium “Bescheidenheid siert, maar zichtbaarheid heeft óók waarde. Wanneer ondernemingen hun engagement delen, inspireren ze klanten, leveranciers, medewerkers en andere bedrijven. Goede voorbeelden creëren nieuwe initiatieven. Engagement zet engagement in beweging.”

Welke kennis, mensen, middelen of expertise kan uw onderneming inzetten voor een maatschappelijk doel? Maak uw engagement zichtbaar op Giving Tuesday Belgium en inspireer anderen om hetzelfde te doen. Eén zichtbaar moment kan een hefboom zijn voor engagement gedurende het hele jaar. MEER INFO? Giving Tuesday Belgium

Fundraisers Belgium

Vanuit die overtuiging lanceerde Fundraisers Belgium Giving Tuesday Belgium, de Belgische tak van de internationale beweging die actief is in meer dan 110 landen. De campagne wil bedrijven inspireren om op 1 december 2026 stil te staan bij hun maatschappelijke rol en hun engagement zichtbaar te maken. Niet omdat impact zich beperkt tot één dag, maar omdat zichtbaarheid nieuwe initiatieven kan inspireren en een sneeuwbaleffect op gang kan brengen. Daarom lanceerden we vanaf 1 september ook de ‘Elke Dinsdag Telt’-campagne op sociale media. Daarbij plaatsen we iedere week verhalen rond vrijgevigheid binnen een specifiek veld of thema in de kijker.

1 www.hogent.be/projecten/fondsenwerving/onderzoek/corporate-fundraising-en-partnerships/

33


VOLLEDIG UITGERUST

powered by VBO FEB


VOLLEDIG ONTZORGD

High-end infrastructuur Hartje Brussel Scherpe prijzen Technische ondersteuning Catering op maat Tot 200 gasten Persoonlijke begeleiding Van boardmeeting tot bedrijfsevent, we denken met u mee. bevenue@vbo-feb.be bevenue.be


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS

THEMA'S Beste lezer, Graag houden we voor u in REFLECT ook de vinger aan de pols van de actualiteit. In elke uitgave krijgt u een overzicht van voor het bedrijfsleven belangrijke thema’s die onze experts nauw en secuur aansturen, onderhandelen en opvolgen op zowel economische, sociale, juridische als fiscale domeinen. In de nu volgende bladzijden van REFLECT vindt u een selectie van dossiers waarop onze experts vandaag actief zijn om de belangen van onze lidfederaties en de aangesloten bedrijven maximaal te behartigen, dit zowel op federaal, Europees als internationaal niveau. Per thema krijgt u een status van het dossier, de positionering van het VBO en lichten we ook de ‘next steps’ toe. Op die manier hebt u een 360°-kijk op dossiers met een mogelijke belangrijke impact op uw business. Een totaaloverzicht van alle dossiers en thema’s die onze experts opvolgen, vindt u op www.vbo-feb.be.

38

VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL PPWR luidt nieuw tijdperk in voor verpakkingen in Europa

41

ELEKTRIFICATIE VAN DE INDUSTRIE Een uitdaging met vele facetten

36


42

44

ARBEIDSMARKT

EENHEIDSOCTROOI

Arbeidsmobiliteit blijft in België te zwak

Europa innoveert, maar gerechtelijk zwaartepunt ligt in Duitsland

43

45

CONJUNCTUUR

AI-OMNIBUS

Heropleving Zuid‑Europese economie. Wat kan België leren?

Europese regelgever luistert naar de industrie

46

EUROPEES HANDELSBELEID Van Brussel tot New Delhi: het VBO bouwt mee aan een sterke EU-India-relatie

47

BELASTING VAN DE DIGITALE ECONOMIE Belgisch antwoord op internationaal vraagstuk?

37


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL

PPWR - NIEUWE EUROPESE SPELREGELS VOOR VERPAKKINGEN

S

inds 12 augustus 2026 is de Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) van toepassing. De verordening moet verpakkingen circulairder maken én het regelgevend kader binnen Europa harmoniseren. De komende jaren zullen bedrijven, overheden en andere actoren de nieuwe regels stap voor stap moeten vertalen naar de praktijk. De Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) markeert een belangrijke mijlpaal in het Europese circulaire-economiebeleid. Met de verordening wil Europa verpakkingsafval terugdringen, efficiënter omgaan met grondstoffen en de omschakeling naar een meer circulair verpakkingssysteem versnellen. Tegelijk vervangt de PPWR het versnipperde regelgevend kader dat jarenlang gebaseerd was op nationale omzettingen van Europese richtlijnen door één rechtstreeks toepasselijke Europese verordening. Daardoor moeten ondernemingen in de toekomst kunnen rekenen op meer harmonisatie binnen de interne markt. De impact van de verordening zal de komende jaren geleidelijk zichtbaar worden. Verpakkingen zullen beter recycleerbaar moeten worden ontworpen en voor bepaalde kunststofverpakkingen zullen minimumpercentages gerecycleerd materiaal gelden. Daarnaast worden regels ingevoerd om overbodige verpakkingen en lege ruimte te beperken. Ook consumenten zullen veranderingen merken. Zo moeten fastfoodrestaurants en takeaways vanaf 2027 klanten toelaten hun eigen drankbeker of voedselverpakking te gebruiken.

38

Een van de meest ingrijpende Europese productwetten De PPWR behoort zonder twijfel tot de meest ingrijpende Europese regelgeving voor producenten, verpakkingsfabrikanten, merkeigenaars, importeurs en distributeurs. Vrijwel elke onderneming die producten verpakt of verpakte goederen op de markt brengt, zal met de nieuwe verplichtingen in aanraking komen. Dat is niet verwonderlijk. Verpakkingen spelen een essentiële rol in onze economie. Ze beschermen producten, maken transport mogelijk, verlengen de houdbaarheid van voedingsmiddelen en informeren consumenten. Tegelijk vertegenwoordigen zij een aanzienlijke stroom van gebruikte materialen. De uitdaging bestaat er dus in om verpakkingen duurzamer te maken zonder afbreuk te doen aan hun economische en functionele rol. Van regelgeving naar implementatie Hoewel de verordening sinds augustus van toepassing is, betekent dit niet dat alle verplichtingen onmiddellijk gelden. Veel bepalingen voorzien overgangsperiodes en verschillende technische aspecten moeten nog verder worden uitgewerkt via uitvoerings- en gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie. Voor ondernemingen markeert 12 augustus daarom niet het einde van een wetgevingsproces, maar het begin van een langdurige implementatiefase.


De PMD-zak op de werkvloer? Die hoort er gewoon bij.

Sorteer PMD op het werk, net zoals thuis. Sluit een PMD-contract af met een aangesloten afvalophaler en ontvang een welkomstpremie. Zo kom je de verplichting na om PMD te sorteren op je werkplek en draag je samen met je bedrijf bij aan de circulaire economie. Opgelet, bedrijfsmatige plastic folie hoort thuis in de foliezak en niet bij het PMD.

Meer info en gratis communicatiemateriaal op sorterenophetwerk.be

Samen goed sorteren, beter recycleren


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS

Heel wat bedrijven zijn daar ondertussen al actief mee bezig. Producenten, verpakkingsfabrikanten en andere actoren in de waardeketen evalueren hun huidige verpakkingen, ontwikkelen alternatieven en investeren in innovatie. Ook sectorfederaties en bedrijven werken steeds vaker samen om kennis uit te wisselen en praktische oplossingen te ontwikkelen voor gemeenschappelijke uitdagingen. Nood aan rechtszekerheid Tegelijk blijven er nog belangrijke vragen bestaan. Voor verschillende onderdelen van de verordening wachten ondernemingen nog op bijkomende verduidelijkingen vanuit Europa. Technische definities, interpretaties van bepaalde verplichtingen en praktische uitvoeringsmodaliteiten zijn niet altijd volledig uitgewerkt. Voor bedrijven die vandaag investeringsbeslissingen moeten nemen, is die rechtszekerheid nochtans van groot belang. De omschakeling naar meer circulaire verpakkingen vraagt immers aanzienlijke investeringen, zowel in productontwikkeling als in productieprocessen en logistieke systemen. Ondernemingen hebben daarom nood aan duidelijke, werkbare en tijdige regels die voldoende voorspelbaarheid bieden.

Daarom blijft harmonisatie een van de belangrijkste troeven van de PPWR. Eén duidelijk Europees kader kan ondernemingen helpen om circulaire oplossingen op grotere schaal uit te rollen en tegelijkertijd een gelijk speelveld binnen Europa te garanderen. De komende jaren worden bepalend De PPWR legt de basis voor een fundamentele verandering in de manier waarop Europa naar verpakkingen kijkt. Veel ondernemingen hebben de voorbije jaren al belangrijke stappen gezet en blijven investeren in nieuwe oplossingen. De komende jaren zullen bepalen in welke mate die inspanningen kunnen uitgroeien tot een breed gedragen Europese successtory. De ambitie is duidelijk: minder afval, efficiënter grondstoffengebruik en meer circulaire verpakkingen. Om die doelstellingen te realiseren, zullen beleidsmakers en bedrijven samen moeten zorgen voor een werkbare uitvoering van de nieuwe regels. Alleen zo kan de PPWR haar dubbele belofte waarmaken: een duurzamere verpakkingseconomie én een competitieve Europese industrie.

Competitiviteit en circulariteit hand in hand Het VBO ondersteunt de ambitie van de PPWR om verpakkingen duurzamer te maken en de circulaire economie te versterken. Tegelijk is het essentieel dat de uitvoering van de verordening voldoende rekening houdt met de economische realiteit waarin bedrijven actief zijn. Een succesvolle transitie vereist meer dan ambitieuze doelstellingen alleen. Ook innovatie, investeringen, voldoende beschikbaarheid van secundaire grondstoffen en een goed functionerende interne markt zijn cruciaal. Wanneer de uitwerking van de regels leidt tot onnodige complexiteit of uiteenlopende interpretaties tussen lidstaten, dreigt net het tegenovergestelde effect: bijkomende administratieve lasten, hogere kosten en minder investeringsbereidheid.

40

De ambitie is duidelijk: minder afval, efficiënter grondstoffengebruik en meer circulaire verpakkingen. De uitdaging is nu om die ambities om te zetten in werkbare en voorspelbare regels.

Contact

Noémie Janssens Competentiecentrum Sustainability & Circulaire economie nj@vbo-feb.be

ZOEKEN OP VBO‑FEB.BE PPWR


ELEKTRIFICATIE VAN DE INDUSTRIE

EEN UITDAGING MET VELE FACETTEN

E

lektrificatie speelt in de Europese Clean Industrial Deal1 een belangrijke rol, net als koolstofarme en -vrije brandstoffen, circulaire economie en energie-efficiëntie.

Hoewel de elektrificatie van industriële processen bij temperaturen lager dan 200°C haalbaar en zelfs wenselijk is, vormen processen bij hoge temperaturen (staalproductie, glasproductie …) een uitdaging van een andere orde. Niettemin staat de innovatie op het gebied van processen bij hoge temperaturenniet stil. Elektrificatie is een kans ... Een concreet voorbeeld daarvan vinden we in de productie van staalkabels (voor liften, bruggen ...) – waarover we een casestudy uitvoerden. Het transformatieproces van kabels gebeurt bij hoge temperaturen (van 450°C tot zelf meer dan 700°C). Het is vandaag mogelijk om die productieketen te elektrificeren dankzij verschillende innovaties. Het proces produceert zo geen rechtstreekse CO2uitstoot meer. Schommelingen in de gasprijs hebben dan ook weinig tot geen invloed meer op de productiekosten.

dan vlamgegenereerde verwarming). Dat proces moet bovendien opnieuw gecertificeerd worden om te garanderen dat het eindproduct daadwerkelijk aan de vereiste kwaliteitsnormen voldoet, wat bijkomende verplichtingen met zich kan meebrengen. 3. TOEGANG TOT HET NET Voor de elektrificatie van processen is een zekere hoeveelheid bijkomend elektrisch vermogen nodig. De toegang tot dat vermogen hangt echter af van de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet en van de aansluiting op dat netwerk waarover de afnemer beschikt. In de komende jaren zal de beschikbare netcapaciteit op korte termijn schaarser worden of slechts onder voorwaarden toegankelijk zijn (flexibiliteit). Contact opnemen met de netbeheerder alvorens aan die omschakeling te beginnen, is dan ook essentieel.

Contact

Olivier Van der Maren Executive Manager Competentiecentrum Energie, Klimaat & Mobiliteit ovm@vbo-feb.be

ZOEKEN OP VBO‑FEB.BE Energietransitie

4. OPLEIDING De invoering van elektrische technologieën vereist een gerichte opleiding van het fabriekspersoneel. Operatoren, onderhoudspersoneel en ingenieurs moeten over de nodige kennis en vaardigheden beschikken om de nieuwe systemen efficiënt te beheren.

… maar staat ook voor grote uitdagingen Verschillende uitdagingen moeten worden aangepakt om de elektrificatie van dergelijke processen mogelijk te maken: 1. KOSTEN Ten eerste zijn de kosten voor de aankoop van elektrische apparatuur doorgaans hoger (vaak 30% tot 70% duurder). Daarnaast is het verschil tussen de elektriciteits- en gasprijs een belangrijke factor. Hoewel in sommige landen, zoals Zweden, elektriciteit duidelijk voordeliger is, is het prijsverschil tussen gas en elektriciteit niet overal in het voordeel van elektriciteit … wat de financiële aantrekkelijkheid van een elektrificatie vermindert. 2. AANPASSING VAN PROCESSEN Elektrificatie vereist aanpassingen aan het productieproces (warmteverdeling via elektrische warmteproductie moet anders worden aangepakt

1 De Clean Industrial Deal, die in februari 2025 door de Europese Commissie werd voorgesteld, heeft tot doel de decarbonisatie van de Europese industrie te versnellen.

5. RUIMTE Sommige elektrische alternatieven kunnen aanzienlijk verschillen in grootte ten opzichte van vergelijkbare gasinstallaties. Een belangrijk onderdeel van de energietransitie is de elektrificatie van industriële processen. Zelfs voor bepaalde processen bij hoge temperaturen blijkt elektrificeren haalbaar, zoals bij de productie van kabels. De elektrificatie van productieprocessen brengt echter verschillende uitdagingen met zich mee die moeten worden aangepakt.

Een belangrijk onderdeel van de energietransitie is de elektrificatie van industriële processen, en zelfs voor bepaalde processen bij hoge temperaturen blijkt dat haalbaar.

41


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS ARBEIDSMARKT

ARBEIDSMOBILITEIT BLIJFT IN BELGIË TE ZWAK

A

rbeidsmobiliteit wordt vaak naar voren geschoven als een belangrijke hefboom voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Hoe scoort België voor arbeidsmobiliteit en de overgang naar werk? Welke resultaten boekt ons land en welke impact hebben die op de arbeidsmarkt? Een werkgelegenheidsgraad van 72,8% begin 2026 De arbeidsmarkt blijft kampen met structurele uitdagingen die wegen op de werkgelegenheidsgraad. Die stijgt wel, maar relatief traag. Begin 2026 had 72,8% van de 20- tot 64-jarigen een job, tegenover een Europees gemiddelde van 76,1%. Volgens de recentste vooruitzichten van het Federaal Planbureau stijgt dat aandeel tegen 2031 tot 74,8%, maar daarmee blijft België nog ver verwijderd van de doelstelling van 80% die het zichzelf heeft opgelegd. Onze arbeidsmarkt krijgt, net als die van andere landen, te maken met de vergrijzing en de digitale en groene transitie, die de evenwichten hertekenen. Om de werkgelegenheidsgraad verder op te krikken, moeten we alle arbeidskrachten activeren, mensen aanmoedigen om langer effectief aan het werk te blijven en de uittredeleeftijd verhogen.

Oorzaken? De OESO wijst onder meer op de rigiditeit van onze arbeidsmarkt. De sterke arbeidsbescherming stimuleert werknemers niet om van job te veranderen. Met de uitvoering van het regeerakkoord van 2025 werden de opzeggingstermijnen wel aangepast, met onder meer een plafonnering bij ontslag. Daarnaast blijft ook de geografische en interregionale mobiliteit ontoereikend.

1 https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/ reports/2026/05/promoting-better-career-mobility-for-longerworking-lives-in-belgium_da6feb44/1fb0ed74-en.pdf

42

Alice Defauw Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid ald@vbo-feb.be

Te weinig doorstroming naar werk Ook de overstap van werkloosheid of inactiviteit naar werk verloopt in België moeizaam. Tussen het eerste kwartaal van 2025 en het eerste kwartaal van 2026 vond 35% van de werkzoekenden opnieuw een job. Bij de inactieven maakte slechts 7,9% de overstap naar werk. België moet die overgangen sterker ondersteunen en aanmoedigen. De hervormingen die de duur van de werkloosheidsuitkeringen beperken en de hervormingen in het stelsel van ziekte en invaliditeit vormen alvast een eerste stap in de goede richting. De OESO benadrukt daarnaast dat het belangrijk is om drempels naar werk weg te nemen en de financiële en andere prikkels om deel te nemen aan de arbeidsmarkt verder te versterken.

Arbeidsmobiliteit te zwak In een thematisch verslag wijst de OESO op de beperkte arbeidsmobiliteit in België (6,6%) tegenover het OESO-gemiddelde (9,9%). In Zweden loopt dat percentage bijvoorbeeld op tot 23,8%, in het Verenigd Koninkrijk bedraagt het 14,8%.1 De OESO herinnert aan het belang van meer arbeidsmobiliteit om meer mensen langer aan het werk te houden. Die mobiliteit ondersteunt bovendien de economische groei, verhoogt de productiviteit en draagt bij aan houdbare overheidsfinanciën. Jongere werknemers wisselen doorgaans vaker van job dan meer ervaren collega's, al blijft België ook voor die groep relatief zwak presteren.

Contact

De arbeidsmobiliteit in België blijft steken op 6,6%, terwijl het gemiddelde van de OESO‑landen 9,9% bedraagt.

ZOEKEN OP VBO‑FEB.BE Arbeidsmobiliteit


CONJUNCTUUR

HEROPLEVING ZUID‑EUROPESE ECONOMIE. WAT KAN BELGIË LEREN?

V

olgens een studie van de Nationale Bank (NBB) presteerden Spanje, Portugal en Griekenland de voorbije jaren opvallend beter dan de traditionele kernlanden van de eurozone, waaronder België. Een decennium geleden stonden die landen nog symbool voor economische kwetsbaarheid. Vandaag combineren ze sterkere groei met een gezondere begroting. Wat doen zij beter dan ons land? De schuldencrisis van de jaren 2010 maakte duidelijk hoe gevaarlijk een economische situatie wordt wanneer groei vooral steunt op consumptie, vastgoed of overheidstekorten. Spanje, Portugal en Griekenland voerden ingrijpende hervormingen door op het vlak van arbeidsmarkt, concurrentievermogen, overheidsfinanciën en financiële stabiliteit. Die aanpassingen leidden tot een herstel van het investeerdersvertrouwen, betere exportprestaties en in fine een sterkere economische groei. Belgische uitdaging Voor België is de boodschap bijzonder relevant. De studie toont aan dat duurzame economische groei niet kan steunen op tijdelijke stimuli of extra overheidsuitgaven alleen. Zonder structurele hervormingen kunnen we het groeipotentieel van een economie niet versterken. Vertaald naar ons land betekent dat prioritair:

Ook België moet blijven waken over zijn loonkostenhandicap en inzetten op productiviteitsverhogende investeringen. 2. Hervormen loont A rbeidsmarkthervormingen, een hogere werkzaamheidsgraad en een efficiëntere overheid droegen in Spanje, Portugal en Griekenland aanzienlijk bij tot een sterker groeipotentieel. De hervormingen uit het Belgische regeerakkoord moeten daarom snel en consequent worden uitgevoerd. 3. Begrotingssanering en groei zijn geen tegenpolen België kan zich niet veroorloven om de schuldgraad verder te laten oplopen. Een geleidelijke maar structurele begrotingssanering is noodzakelijk om de rentelasten onder controle te houden en budgettaire ruimte te creëren voor toekomstige uitdagingen, zoals defensie, vergrijzing en investeringen. De Zuid‑Europese landen tonen aan dat geloofwaardig begrotingsbeleid het vertrouwen van investeerders versterkt en financieringskosten kan drukken.

Contact

Michiel Mariën Competentiecentrum Economie & Conjunctuur mma@vbo-feb.be

ZOEKEN OP VBO‑FEB.BE Zuid-Europese economie

Lessons learnt Voor België is de les duidelijk: zonder structurele hervormingen dreigt onze economie verder terrein te verliezen. Met doordachte en doorgezette hervormingen kunnen we opnieuw een duurzaam groeipad uitbouwen.

1. Competitiviteit centraal stellen D e Zuid-Europese landen herwonnen hun concurrentievermogen door de loonkosten beter onder controle te houden en exportgerichte groei te stimuleren. Na de schuldencrisis voerden Spanje, Portugal en Griekenland ingrijpende hervormingen door, zoals: • een sterkere koppeling van de loonvorming aan de productiviteitsgroei; • een beperking van automatische loonstijgingen; • een hervorming van de collectieve loononderhandelingen; • flexibelere arbeidsmarkten; • forse stimuli om langer te werken.

Budgettaire duurzaamheid is geen rem, maar een voorwaarde voor groei.

43


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS EENHEIDSOCTROOI

EUROPA INNOVEERT, MAAR GERECHTELIJK ZWAARTEPUNT LIGT IN DUITSLAND

H

et eenheidsoctrooi en het eengemaakt octrooigerecht (EOG) zijn oorspronkelijk ingevoerd om innovatie in Europa eenvoudiger, goedkoper en toegankelijker te maken voor bedrijven, in de eerste plaats voor kmo’s. In de praktijk tekent zich echter een onevenwicht af: de meeste octrooigeschillen worden in Duitsland behandeld. Sinds 1 juni 2023 beschikt Europa over een nieuw instrument om uitvindingen te beschermen: het eenheidsoctrooi1. Het eengemaakt octrooigerecht (EOG), een gespecialiseerde, voor achttien EU-lidstaten gemeenschappelijke rechtbank, staat in voor het toezicht op dat eenheidsoctrooi. De uiteindelijke invoering ervan nam veertig jaar in beslag, onder meer door taalkundige vraagstukken die het proces lange tijd vertraagden. Een eengemaakt octrooigerecht: welke voordelen voor bedrijven? Tot dusver moesten bedrijven die de geldigheid van een octrooi wilden verdedigen, betwisten of beschermen, heel vaak stappen ondernemen per land, wat gepaard ging met hoge kosten, voornamelijk vertaalkosten, en een risico op uiteenlopende uitspraken. Een eengemaakt octrooigerecht had dus verschillende voordelen: • centralisatie van geschillen; • uniforme bescherming; • kostenbesparing en efficiëntiewinst (het EOG voorkomt parallelle procedures in verschillende lokale rechtsgebieden); • meer rechtszekerheid.

De eerste cijfers tonen echter een duidelijk onevenwicht ten gunste van Duitse lokale afdelingen, die het overgrote deel van de vorderingen naar zich toe trekken. Die concentratie in Duitsland is niet toevallig: ze is toe te schrijven aan zijn octrooitraditie, hooggespecialiseerde rechters en doorgewinterde praktijkbeoefenaars. Maar ze staat haaks op de doelstelling van het EOG om over één gedecentraliseerd rechtssysteem te beschikken dat in achttien landen op uniforme wijze toegankelijk is. Het was nooit de bedoeling om de geschillen te concentreren bij enkele Duitse afdelingen. Voor België, dat het EOG actief heeft gesteund, staan concrete belangen op het spel. De lokale afdeling in Brussel werkt in vier Europese talen (Engels, Frans, Nederlands en Duits) en wordt gekenmerkt door een gespecialiseerde rechtspraak die dicht bij het bedrijfsleven staat. Een daling van het aantal lokale dossiers vertaalt zich in minder ervaring voor onze rechters, minder zichtbaarheid voor het innovatie‑ecosysteem en, voor kmo’s, rechtszaken op grotere afstand met hogere kosten.

Contact

Nathalie Ragheno Competentiecentrum Recht & Onderneming nr@vbo-feb.be

ZOEKEN OP VBO‑FEB.BE Eenheidsoctrooi

Call to action Het VBO roept beleidsmakers dan ook op om onmiddellijk actie te ondernemen: zorg voor een evenwichtigere verdeling van rechtszaken, verhoog de mobiliteit van rechters, harmoniseer de procedurele praktijken en waarborg een daadwerkelijk Europese samenstelling van de lokale gerechtelijke instanties. Zoniet dreigt het EOG zijn belofte te ondergraven: innovatieve kmo’s een efficiënte, toegankelijke en echt Europese octrooirechtspraak bieden.

Onevenwicht als gevolg van disproportioneel aandeel Duitse lokale afdelingen De oprichting van het EOG werd gevolgd door een echte ‘stresstest’ in de rechtszalen. Een Europese gerechtelijke instantie krijgt immers gestalte door de zaken die zij behandelt en de plaatsen waar zij rechtspreekt.

1 Het Europees octrooi met eenheidswerking (of Europees eenheidsoctrooi) maakt het mogelijk om een uitvinding via één enkele aanvraag uniform te laten octrooieren en beschermen in meerdere lidstaten van de Europese Unie.

44

Zorg voor een evenwichtigere verdeling van rechtszaken, verhoog de mobiliteit van rechters, harmoniseer de procedurele praktijken en waarborg een daadwerkelijk Europese samenstelling van de lokale gerechtelijke instanties.

44


AI-OMNIBUS

EUROPESE REGELGEVER LUISTERT NAAR DE INDUSTRIE

O

De AI-omnibus vervangt artikel 10(5) door het nieuwe artikel 4(a). Dat nieuwe artikel breidt de kring van wie gevoelige data mag verwerken voor biascontrole uit naar gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen en naar aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen.

Wat is er precies veranderd?

Artikel 6 – classificatie ‘hoog risico’: ruimere uitzondering

Op 19 november introduceerde de Europese Commissie twee vereenvoudigingspakketten: de digitale omnibus en de digitale omnibus inzake AI (kortweg: AI‑omnibus).

Vroeger werden bepaalde AI systemen per definitie als ‘met een hoog risico’ gekwalificeerd, met een hele resem bijkomende verplichtingen tot gevolg.

Hieronder overlopen we de belangrijkste wijzigingen, van belang voor onze bedrijven.

De AI-omnibus beoordeelt die AI-systemen op een meer praktische manier en creëert uitzonderingen waar zinvol: “… AI systemen die uitsluitend worden gebruikt voor niet veiligheidsgerelateerde aspecten van bijstand aan gebruikers, optimalisering van de prestaties, efficiëntie van de dienstverlening, automatisering of gemak of kwaliteitscontrole, [worden] niet als veiligheidscomponenten aangemerkt.”

p 24 juli publiceerde de Europese Commissie de finale versie van de AI‑omnibus. De tekst bouwt al een aantal obstakels af die de industrie ondervond bij de initiële AI Act. Het VBO ijverde voor een vereenvoudiging die haalbaar en realistisch was voor onze ondernemingen. Een beknopt overzicht.

Artikel 4 – AI geletterdheid: van quasiverplichting naar gedeelde inspanning De initiële versie van de AI Act legde een ‘quasiverplichting’ op aan de werkgever om te voorzien in de AI geletterdheid van zijn werknemers. Met de AI-omnibus werd dat een ‘gedeelde verplichting’ tussen de werkgever enerzijds en de Europese Commissie en de lidstaten anderzijds. Bovendien wordt nu expliciet aangegeven dat de werkgever géén specifiek niveau van AI geletterdheid moet garanderen. Het gaat dus om een inspanningsverbintenis, en niet om een resultaatsverbintenis. Nieuw: artikel 4a – gebruik van bijzondere persoonsgegevens

Contact

Nathan Peeters Competentiecentrum Digitaal & Innovatief ondernemen npe@vbo-feb.be

ZOEKEN OP VBO‑FEB.BE Digitale omnibus Europese AI Act

Artikel 6 biedt een welgekomen verduidelijking voor veel bedrijven die dergelijke AI systemen op de markt willen brengen. Artikel 11 – technische documentatie: ruimere versoepeling Vroeger konden kmo's en start-ups hun technische documentatie op een vereenvoudigde manier opstellen. De AI-omnibus breidt die versoepeling uit naar small mid caps (bedrijven tot 750 medewerkers).

Een nieuw artikel 4(a) behandelt naast AI geletterdheid ook het gebruik van bijzondere categorieën van persoonsgegevens. Ook voor dat artikel was het VBO een pleitbezorger. Immers, een AI systeem moet kunnen worden gecontroleerd op mogelijke vooringenomenheid (de zogenaamde bias). Voorheen bestond die mogelijkheid al in artikel 10(5) van de AI Act, maar enkel voor aanbieders van hoogrisico-AI‑systemen.

Heel wat wijzigingen in de AI-omnibus sluiten direct aan bij wat het VBO namens zijn ondernemingen vroeg.

45


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS EUROPEES HANDELSBELEID

VAN BRUSSEL TOT NEW DELHI HET VBO BOUWT MEE AAN EEN STERKE EU-INDIA-RELATIE

N

a bijna twintig jaar onderhandelen bereikten de Europese Unie en India op 27 januari 2026 een politiek akkoord over een vrijhandelsverdrag. Daarmee zetten beide partners een belangrijke stap naar nauwere economische samenwerking in een wereld waarin handel steeds sterker wordt beïnvloed door geopolitieke spanningen. Het akkoord moet Europese ondernemingen betere toegang geven tot een snelgroeiende markt, handelsbelemmeringen verminderen en waardeketens diversifiëren. Voor een open economie als België biedt dat belangrijke businesskansen. India zal de invoertarieven afbouwen of afschaffen voor 96,6% van de Europese goederenexport. Vooral sectoren zoals chemie, farmaceutica, machines, voeding, financiële diensten, maritiem transport en logistiek kunnen profiteren van betere markttoegang. India is daarbij meer dan een afzetmarkt. Het land combineert een grote binnenlandse markt met een omvangrijke industriële basis en een groeiende vraag naar gespecialiseerde producten en diensten. Die combinatie biedt Belgische ondernemingen perspectief om hun activiteiten en partnerschappen verder uit te bouwen. Tegelijk blijft waakzaamheid nodig. Een akkoord levert pas resultaten op wanneer de afspraken correct worden uitgevoerd, administratieve procedures werkbaar zijn en Europese normen worden gerespecteerd. Ook bestaande uitdagingen op het vlak van regelgeving en markttoegang verdwijnen niet automatisch. Een voorspelbare en transparante uitvoering van het akkoord wordt daarom minstens even belangrijk als de inhoud ervan.

en mogelijkheden voor verdere samenwerking. Zo kregen onze bedrijven informatie uit eerste hand en konden zij hun ervaringen en aandachtspunten delen. Ook bij de Belgische beleidsmakers volgt het VBO het dossier actief op. In juli nam het deel aan een hoorzitting in de Kamer. In augustus briefte het de Belgische ambassadeur in India over de kansen en uitdagingen voor Belgische ondernemingen. De boodschap was evenwichtig: het akkoord kan nieuwe uitvoer- en investeringsmogelijkheden creëren, maar transparante en voorspelbare regels en een strikte naleving van de gemaakte afspraken blijven essentieel. Economische diplomatie en handelsbeleid moeten elkaar daarbij versterken. De onderhandelingen zijn afgerond, maar het akkoord is nog niet van kracht. Na de juridische en taalkundige finalisering volgen de formele Europese goedkeuringsstappen. De ondertekening wordt in december verwacht, waarna ook het Europees Parlement zijn fiat moet geven. Het akkoord zal dus in de loop van 2027 van kracht worden. Het EU-India-akkoord kan een hefboom worden voor diversificatie, groei en sterkere economische banden. Door beleidsmakers en ondernemingen samen te brengen en Belgische belangen consequent te verdedigen, helpt het VBO die politieke ambitie te vertalen in concrete kansen voor bedrijven in België.

Van handelsakkoord naar concrete samenwerking Het VBO volgt de toenadering tussen de Europese Unie en India van nabij en brengt de belangen van Belgische ondernemingen actief onder de aandacht. Zo ontvingen onze experten juli jl. drie leden van de Indiase regering voor een rondetafel met Belgische bedrijfsleiders. De ministers gingen rechtstreeks in gesprek met ondernemingen over het regelgevingsen investeringsklimaat, economische hervormingen

46

Het VBO bouwt mee aan een sterk en vruchtbaar EU-India-akkoord.

Contact

Torre Van de Walle Competentiecentrum Europa & Internationaal tvw@vbo-feb.be

ZOEKEN OP VBO‑FEB.BE EU-India


BELASTING VAN DE DIGITALE ECONOMIE

BELGISCH ANTWOORD OP INTERNATIONAAL VRAAGSTUK?

D

e belasting van de digitale economie doorkruist regelmatig de politieke vaarwateren, zowel op nationaal als internationaal niveau. Het federale regeerakkoord plande bovendien de invoering ervan en recente wetgevende voorstellen gaan in dezelfde richting. Het thema verdient een diepgaande reflectie, want de invoering van een eenzijdige Belgische heffing zou wel eens verstrekkende gevolgen kunnen hebben. De digitalisering van de economie heeft de afgelopen decennia veel zaken fundamenteel veranderd. Een van de zaken die volgens sommigen nog niet voldoende is aangepast, is de internationale fiscaliteit. De vraag welke staat welke (digitale) inkomsten en operatoren mag belasten, moet volgens hen opnieuw onder de loep. Fysieke vs. digitale aanwezigheid De fysieke aanwezigheid van ondernemingen binnen een bepaalde jurisdictie is altijd het basiscriterium geweest om de belastingbevoegdheid van staten te bepalen. De digitalisering van de economie maakt het voor bedrijven mogelijk om in een bepaald land een significante digitale aanwezigheid te hebben, zonder daar ook (of slechts beperkt) fysiek aanwezig te zijn. De vraag hoe je waardecreatie in een digitale economie belast, ligt daardoor al lang op tafel bij onder andere de OESO, de VN en de EU. De discussies binnen internationale organisaties verlopen moeizaam, en dat is logisch. Om begrijpelijke redenen zijn landen die wél een grote fysieke aanwezigheid van digitale spelers hebben zeer afkerig tegen elk voorstel dat hun capaciteit om die ondernemingen te belasten vermindert. Wanneer die landen dan ook nog eens de economische macht hebben om anderen te verbieden er zelf aan te sleutelen, wordt het moeilijk om resultaten te boeken. Nationale oplossing voor internationaal vraagstuk? Het is mogelijk dat de internationale fiscaliteit vandaag niet volledig in staat is om een passend antwoord te bieden op de actuele uitdagingen. Beweren dat er voor dit internationale vraagstuk een nationale oplossing bestaat, is daarom nog niet juist.

De kunst van het verdelen van belastingbevoegdheden tussen staten bestaat erin dubbele belasting te vermijden. De gevonden evenwichten zijn in de eerste plaats gebaseerd op wederkerigheid. Een eenzijdige belasting van activiteiten die volgens de klassieke internationale spelregels niet onder de bevoegdheid van de staat in kwestie vallen, leidt daardoor bijna per definitie tot schending van internationale verdragen én tot dubbele belasting. De centrale vraag is immers niet alleen of België zelf een nieuwe interpretatie kan toepassen, maar ook of de andere verdragsstaten dezelfde interpretatie zullen willen volgen. Verstrekkende gevolgen De potentiële nevenschade van een eenzijdige digitaks mag niet worden onderschat. Het is namelijk een illusie om te denken dat een belasting op digitale diensten enkel de grote digitale spelers zal treffen. Zelfs als men erin slaagt om te definiëren welke ondernemingen of diensten geviseerd zullen worden, zullen ondernemingen en consumenten die gebruik maken van die diensten ongetwijfeld mee de rekening betalen. Bovendien zouden ook alle ondernemingen mee de gevolgen dragen van eventuele handelssancties en het competitieve nadeel van duurdere digitale diensten. Dergelijke verstoringen staan simpelweg niet in verhouding tot de verhoopte baten, zeker in de context van de Europese interne markt.

Contact

Robbe Reyns Competentiecentrum Fiscaliteit & Investeringen rr@vbo-feb.be

ZOEKEN OP VBO‑FEB.BE Digitale economie

Als men de spelregels van de internationale fiscaliteit wil aanpassen is een globale en geharmoniseerde aanpak de enige redelijke optie. Laten we in afwachting daarvan niet in onze eigen voet schieten.

De vraag is immers niet alleen of België een nieuwe interpretatie zelf kan toepassen, maar ook of de andere staten die interpretatie zullen willen volgen.

47


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS HET VBO ONDERNEEMT

HET VBO ONDERNEEMT 1 JULI 2026

KICK-OFF DAY XPLORER AWARD 2026

Vijf student-ondernemers mochten de Xplorer Award in ontvangst nemen, een prijs die het VBO lanceerde om ondernemerschap bij jongeren te stimuleren.

Joy Ledeck (Animalitix), Yorin De Smet (RevOnc), Emme Neirynck (Serge The Label), Lindsay Verswyvel (DateWatch) en Léon Missoul (Luniq) kwamen voor het eerst samen tijdens de Kick-Off Day op het VBO. Daarmee ging hun traject officieel van start.

Hier, in gezelschap van Theo Francken, minister van Defensie, belast met Buitenlandse Handel.

7 SEPTEMBER – 11 SEPTEMBER 2026

ONZE VIJF XPLORERS OP STUDIEREIS!

Onze vijf Xplorers trokken naar New York en Chicago voor een unieke inkijk in de Amerikaanse ondernemerswereld. Die studiereis was het hoogtepunt van hun traject als ‘Xplorer Award’-laureaten.

Een boeiende week, vol nieuwe perspectieven en inspirerende ontmoetingen.

48


15 JULI 2026

DRIE INDIASE MINISTERS OP HET VBO

Het VBO ontving drie leden van de Indiase regering voor een exclusieve rondetafel met Belgische bedrijfsleiders.

22 JUNI 2026

16 JUNI 2026

OESO-RICHTLIJNEN 50 JAAR

ENERGIETRANSITIE VOOR KMO’S

Naar aanleiding van de 50e verjaardag van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen organiseerde de FOD Economie een evenement op het VBO.

© FOD Economie – SPF Économie

Het VBO organiseerde, in samenwerking met Elia, Fluxys, Fluvius, ORES en Climact, een praktisch en resultaatgericht seminar over de energietransitie van kmo’s.

Rodolphe Mouriau, expert Sustainability & Circulaire economie bij het VBO, leidde het panelgesprek.

Geen theorie, maar concrete ideeën, realistische voorbeelden en direct toepasbare oplossingen volgens Olivier Van der Maren en Maarten Van Eeckhoute, experts Energie, Klimaat & Mobiliteit bij het VBO.

49


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS HET VBO ONDERNEEMT

11 JUNI 2026

ONTMOETING MET DE EUROPARLEMENTSLEDEN

Het VBO bracht de Belgische ‘Europese bubbel’ bijeen ter gelegenheid van zijn jaarlijkse Europese avond. Het centrale thema was dit jaar ‘BE PREPARED’, met Europees commissaris Hadja Lahbib (verantwoordelijk voor gelijkheid, paraatheid en crisisbeheersing) als eregast.

28 MEI 2026

20 JAAR HR GALA Op donderdag 28 mei werd de 20 e verjaardag van HR GALA gevierd. Een prestigieus event georganiseerd door het VBO, in samenwerking met Antwerp Management School, Colorclub, Federgon, HRPro.be, HRSquare en Jobat. Het HR-team van UZ Brussel werd er verkozen tot 20 e HR Ambassadeur. Jan Van Raes (Head of Corporate Talent) ontving in de Planet Group Arena in Gent de prijs uit handen van Pieter Timmermans, juryvoorzitter en CEO van het VBO. Het HR GALA illustreert hoe het VBO, samen met zijn partners, blijft inzetten op het versterken van HR als strategische hefboom voor competitieve en toekomstgerichte ondernemingen.

Joris Vandersteene (VBO FEB), Jan Van Raes (UZ Brussel), Nancy Deweirdt (vdk bank), Lien Meuleman (Barco), Pieter Timmermans (VBO FEB)

David Ducheyne (HRPro.be)

Luc Sels (Universiteit Leiden)

50

Prof. dr. Lou Van Beirendonck (Antwerp Management School)

Een zeer enthousiast publiek vulde de tribune om dit 20-jarige jubileum te vieren.


U WENST TOEGANG TOT ONS ‘ADRESSENBOEK’?* Cijfers die de KRACHT en IMPACT VAN ONS NETWERK onderbouwen. • • • • •

24.000 volgers, jaarlijks 1.130.000 impressies en 55.000 interacties op onze socialmediakanalen (LinkedIn, Facebook, X, Instagram, Youtube) 18.000 C-level abo’s op REFLECT-magazine (3 uitgaven/jaar) 22.000 abonnees op onze wekelijkse IMPACT-nieuwsbrief 1.000 bezoekers gemiddeld per dag op www.vbo.be Honderden events per jaar in ons in-house conferentiecentrum BeVenue.

Het VBO geeft u toegang tot een netwerk van duizenden bedrijfsleiders, ondernemers, C-level managers, HR-directors, captains of industry, politici, sectorverantwoordelijken en decisionmakers, actief in het zuiden, het centrum en het noorden van het land.

HOE ? Onze communicatie-experten bieden u een exclusieve formule: NATIVE ADVERTORIAL REFLECT

Een advertentie of advertorial (inclusief copywriting door onze senior writers) in het VBO-magazine REFLECT. Met een digitale versie op www.vbo.be, in de IMPACT-nieuwsbrief. Dubbele pagina in REFLECT + 1 maand native content met push op www.vbo.be = 9.700 EUR (excl. btw). Enkele pagina in REFLECT + 1 maand native content met push op www.vbo.be = 7.900 EUR (excl. btw).

*

ADVERTORIAL REFLECT + WWW.VBO.BE =

•7 0.000 businesscontacten op topniveau •3 0 dagen visibiliteit op de homepagina www.vbo-feb.be INFO

Stefan Maes sm@vbo-feb.be + 32 475 89 43 46

W e houden onze ‘native content’- bijdragen bewust beperkt. Zo krijgt u meer impact. Daarom: first come, first ser ved.


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS ADVERTORIAL

WERK … MET GROOTSTE ONDERSCHEIDING! In een tijd waarin talent schaars is, betrokkenheid niet vanzelfsprekend en maatschappelijke verantwoordelijkheid steeds zwaarder doorweegt, wint één vraag aan belang: hoe erken je mensen écht? Door hun werk en de waarde ervan voor mens en maatschappij te valoriseren. Het Royal Work Honors Institute bekroont mensen die – individueel of collectief – het beste van zichzelf geven. Dankzij de unieke en hoge koninklijke onderscheiding Be.krown wordt hun toewijding een inspiratiebron voor de huidige en toekomstige generaties.

“BE.KROWN IS EEN ERKENNING DIE VERDER GAAT DAN VERDIENSTE ALLEEN”

52

Erkenning op het werk bestaat al lang en is nog altijd relevant. Vandaag zet het Royal Work Honors Institute mensen met opmerkelijke professionele of maatschappelijke loopbanen – individueel of collectief – publiekelijk in de Robert de schijnwerpers. “Het specifieke Mûelenaere aan Be.krown is de focus op de kwaliteit van het professionele parcours”, beklemtoont Robert de Mûelenaere, voorzitter van het bestuur en directiecomité. “De bekroning onderscheidt zich van bedrijfsgebonden erkenningen door haar nationale reikwijdte en levenslange geldigheid. Waar traditionele, automatische onderscheidingen steunen op het aantal dienstjaren kijkt Be.krown vooruit: welke bijdrage levert iemand en welke betekenis heeft die voor de organisatie en de maatschappij?” Het belang en de waarde die worden gehecht aan de kwaliteit van de prestatie wordt nog versterkt door het niveau van het comité van werkgevers en werknemers dat de kandidaten voordraagt.


ERKENNING ALS STRATEGISCH HR‑INSTRUMENT Bedrijven staan onder druk om talent aan te trekken én te behouden, medewerkers te motiveren op lange termijn en waarden, zoals engagement, loyaliteit en maatschappelijke bijdrage tastbaar te maken. Het ereteken Be.krown wordt Herwig daarbij meer dan een symbolisch Muyldermans gebaar. Herwig Muyldermans, ondervoorzitter van het directiecomité: “Waar onderscheidingen vroeger vooral ceremonieel waren, krijgen ze vandaag een nieuwe rol. Be.krown speelt in op een duidelijke evolutie: erkenning wordt een strategische hefboom binnen HR en employer branding.” Het is een vorm van erkenning die intern trots en verbondenheid creëert, extern het imago van de organisatie versterkt en een duidelijk signaal geeft over wat een bedrijf waardevol vindt. “Erkenning moet vandaag authentiek zijn en aansluiten bij de identiteit van de organisatie. Daar ligt precies de kracht van Be.krown.” Kortom, een Be.krown in de wacht slepen is een garantie voor kwaliteit, zowel voor de medewerkers als voor de onderneming of organisatie. De onderscheiding brengt het bedrijf onder de aandacht en boost de naamsbekendheid. “Voor de laureaten betekent het een bijzondere individuele erkenning, toegekend door Z.M. de Koning”, gaat Robert de Mûelenaere verder. “Een geweldige vermelding op een cv of LinkedIn‑profiel, maar ook een mooie ervaring die de band tussen werkgevers en hun teams sterker maakt.”

NOMINEER VANDAAG NOG EEN TALENT (IN DE GEOPENDE SECTOREN) Levert u kwaliteitswerk af? Of kent u iemand die uitblinkt in zijn of haar vak? Wilt u een medewerker of team steunen waarvan u de professionele waarde erkent? Iedereen komt in aanmerking, ongeacht beroep, sector, leeftijd, functie of anciënniteit. Waarom inschrijven? • Omdat u goed werk levert en daar trots op mag zijn! • Omdat het een geweldige stimulans kan zijn voor uw carrière of uw bedrijf. • Omdat het uw beroep in de schijnwerpers zet. • Omdat u een koninklijke medaille en een brevet ontvangt die de hoogste professionele erkenning van het land symboliseren! Inschrijven kan digitaal op bekrown.be/nl/inschrijving. Kandidaten kunnen zichzelf aanmelden of voorgedragen worden door een collega, leidinggevende, klant of als team. Een paritair comité beoordeelt de dossiers op basis van de kwaliteit van het professionele parcours, met aandacht voor loopbaanontwikkeling, opleidingen en maatschappelijk engagement. Grijp de kans en geef talent de erkenning die het verdient.

EEN NIEUWE IDENTITEIT Het ‘Koninklijk Instituut der Arbeidselites van België Albert I’, opgericht in 1954, is een erfgenaam van het verleden. De arbeidsmarkt is sindsdien sterk geëvolueerd. Het instituut kon niet achterblijven. “Omdat het werk is geëvolueerd, moest ook de erkenning van het werk evolueren”, vertelt Christine Beausaert, directrice-generaal. Zo ook de naam. Zo werd het ‘Royal Work Honors Institute’ geboren. “We begrepen al snel dat het hier niet alleen om een naam ging, maar om een nieuwe identiteit en het versterken van de geloofwaardigheid in een hedendaagse context. Die nieuwe identiteit breekt niet met het verleden, maar herbevestigt de waarden van gisteren in de context van vandaag." Via zijn nieuwe identiteit ondersteunt het instituut de arbeidswereld (ambachtslieden, werknemers, werkgevers, sectoren, beroepsfederaties) en maakt het mogelijk om met trots een unieke en onvervangbare erkenning te ontvangen: de Be.krown. Voor meer informatie, bezoek bekrown.be of scan de QR‑code

53


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS SOCIALE RECHTSPRAAK

SELECTIE VAN UITGEGEVEN EN NIET‑UITGEGEVEN RECHTSPRAAK VAN ARBEIDSGERECHTEN EN -HOVEN JAARLIJKSE VAKANTIE

Arbeidsongeschiktheid

Het recht op jaarlijkse betaalde vakantie, dat verworven wordt over een referteperiode, dooft niet uit, noch wordt het verminderd, aan het einde van die periode, wanneer de werknemer gedurende diezelfde periode in ziekteverlof was wegens een aandoening die niet te wijten was aan de beroepsuitoefening en die niet gepaard ging met enige restrictie op het vlak van het uitgaan of het uitoefenen van activiteiten door de werknemer, tenzij er specifieke omstandigheden voorhanden zouden zijn op grond waarvan afgeweken kan worden van het fundamenteel recht op een jaarlijkse periode van betaald verlof. Europese Hof van Justitie, 15 juli 2025, JTT, 2026, 27

ARBEIDSDUUR

Overuren – Bewijs

De werknemer die beweert overuren gepresteerd te hebben en daarvoor betaling vordert moet aantonen, met een redelijke graad van zekerheid, dat hij effectief een bepaald aantal uren extra gepresteerd heeft. Het arrest van het Europees Hof van Justitie van 14 mei 2019 laat onverlet de bewijslastregeling in het geval van een vordering tot het bekomen van overloon voor overuren. De afwezigheid van protest tijdens de loopduur van het contract heeft een impact op de manier waarop het bewijs van de overuren moet worden geleverd. Arbeidshof Bergen, 22 januari 2025, JTT, 2026, 86

BEËINDIGING

Opzegging tegen de pensioenleeftijd De opzeggingstermijn die maximaal zesentwintig weken bedraagt wanneer het ontslag van de werkgever uitgaat indien het ontslag gegeven wordt om aan de voor

54

onbepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst een einde te maken vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, mag niet beginnen lopen meer dan zesentwintig weken vóór het tijdstip waarop de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. Hof van Cassatie, 16 januari 2026, JTT, 2026, 55

COLLECTIEF CONFLICT

Eenzijdig verzoekschrift – Derdenverzet De eiser in verzet heeft een belang om in rechte op te treden wanneer de aangevochten beslissing hem in abstracto een eventuele schade kan berokkenen. De vakbondsecretarissen die betrokken zijn bij een sociaal conflict hebben het vereiste belang om derdenverzet in te stellen en de opheffing te vragen van een beschikking die aan eenieder het verbod oplegt om de toegang tot de onderneming te belemmeren, en dit zelfs nadat de beschikking haar uitwerking heeft verloren. Het loutere feit dat een stakingsbeweging een inbreuk inhoudt op het eigendomsrecht is niet voldoende om de situatie te beschouwen als een van volstrekte noodzaak, hetgeen een voorwaarde uitmaakt voorde ontvankelijkheid van het eenzijdig verzoekschrift. Om te bewijzen dat het onmogelijk was om de tegenpartij te identificeren moet de indiener van het verzoekschrift aantonen dat hij redelijke pogingen tot identificatie heeft ondernomen. Wanneer er meerdere tegenpartijen zijn, moet de procedure op tegenspraak jegens hen worden ingesteld, zelfs indien ze op eenzijdig verzoekschrift wordt ingesteld ten aanzien van niet-identificeerbare personen. Van hoogdringendheid is geen sprake wanneer het gaat om een collectief conflict dat al meerdere weken is aangekondigd en systemisch verankerd is, en dat reeds aanleiding heeft gegeven tot een eerdere beschikking


die van toepassing was gedurende een maand, gedurende dewelke de verzoekers in kortgeding hadden kunnen dagvaarden. Hof van Beroep Luik, 18 november 2025, JTT, 2026, 81

DISCRIMINATIE

Gezondheid – Welzijn op het werk – Preventie – Niet nemen van maatregelen

BESCHERMDE WERKNEMER

De werkgever die het ontslag van de werknemer verantwoordt door te verwijzen naar een gebrek aan ontwikkeling en het feit dat de werknemer zich niet goed voelde, maakt zich schuldig aan een directe discriminatie op grond van de gezondheidstoestand.

Het voordeel dat bestaat uit een werkgeversbijdrage in een groepsverzekering moet gehonoreerd worden voor de periode die gedekt wordt door de beschermingsvergoeding.

De werkgever verwijst op die manier expliciet naar de gezondheidstoestand, aangezien de mentale gezondheid een onderdeel uitmaakt van de algemene gezondheidstoestand in zijn geheel beschouwd.

Wet 19 maart 1991 – Berekening beschermingsvergoeding – Discriminatie – Cumul

Maar wanneer dit gebeurde door een storting van de verschuldigde premie aan de groepsverzekeringsmaatschappij, heeft de werkgever zijn verplichting nageleefd en kan hij niet verplicht worden hetzelfde bedrag nogmaals op te nemen in de beschermingsvergoeding. De mogelijkheid tot inhouding van een tussenkomst van de werknemer voor de kosten van outplacement ten belope van maximaal vier weken loon wordt uitdrukkelijk beperkt tot de opzeggingsvergoeding, zodat er geen inhouding voor outplacement mogelijk is op een beschermingsvergoeding toegekend met toepassing van de wet van 19 maart 1991. De uitoefening van een mandaat van vakbondsafgevaardigde en lid van de overlegorganen binnen de onderneming valt onder het begrip ‘syndicale overtuiging’ in de zin van artikel 3 van de Discriminatiewet. De werkgever die een beschermde werknemer, lid van de overlegorganen in de onderneming, ontslaat zonder naleving van de procedure van de wet van 19 maart 1991, kort vóór de werknemer twintig jaar dienst zou bereiken – waardoor de beschermingsvergoeding zou stijgen van drie naar vier jaar loon – op dezelfde dag als de aankondiging van het einde van het akkoord tot oprichting van een Europese Ondernemingsraad waarin de werknemer tijdens de onderhandelingen een belangrijke rol speelde, en waarbij in de ontslagbrief uitdrukkelijk wordt verwezen naar de uitoefening van zijn syndicale mandaten, maakt zich schuldig aan directe discriminatie op basis van syndicale overtuiging. De Discriminatiewet voorziet niet in een cumulatieverbod van de forfaitaire vergoeding op grond van deze wet met enige andere vergoeding, zodat de cumulatie met de beschermingsvergoeding op grond van de wet van 19 maart 1991 toegelaten is. Beide vergoedingen hebben een andere doelstelling en dekken een andere schade. Arbeidshof Brussel, 8 april 2025, JTT, 2026, 58

De werkgever is verplicht om preventiemaatregelen te nemen om psychosociale risico’s op het werk te voorkomen na inwinning van het advies van de preventieadviseur psychosociale aspecten. Wanneer de stress die het gevolg is van de werkorganisatie een element is dat – met zekerheid – heeft bijgedragen aan de pathologie van de werknemer, kan deze een vergoeding bekomen voor de schade die het gevolg is van de fout die erin bestaat dat de aanbevelingen van de risicoanalyse die dat specifieke risico identificeerden, niet werden opgevolgd.

Contact

Antoine Vanden Abeele Geassocieerd advocaat, IUXTA Legal avandenabeele@iuxta.legal www.iuxta.legal

De morele schade kan ex aequo et bono begroot worden op 5.000 euro. Arbeidshof Bergen, 21 februari 2025, JTT, 2026, 73

DISCRIMINATIE

Gezondheidstoestand – Kennelijk onredelijk – Cumulatie Zodra aan de werkneemster die wegens haar gezondheidstoestand is ontslagen, het recht is toegekend op de vergoeding die de werkgever bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd is krachtens de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, is de vergoeding voor kennelijk onredelijk ontslag, zoals bepaald in de CAO nr. 109, die lager is, niet verschuldigd. Deze twee vergoedingen zijn beide een sanctie voor een specifieke ontslagreden. Zij zijn niet cumuleerbaar. Het feit dat een werkneemster tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid is ontslagen, vormt op zich geen fout en is bovendien toegestaan op grond van artikel 38, lid 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Arbeidshof Brussel, 26 augustus 2025, JLMB, 2026/15

55


REFLECT | VBO FEB | NO DATA, NO BUSINESS VBO AGENDA

VBO AGENDA Meer info: www.vbo-feb.be > Events

SAVE THE DATE KLAAR VOOR DE SOCIALE VERKIEZINGEN 2028? LAAT U NIET VERRASSEN! Dinsdag 27 oktober 2026, van 09.00 u. tot 12.30 u. (onthaal vanaf 08.30 u.)

Waar moet ik vandaag al op letten?

In mei 2028 staan de sociale verkiezingen voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden (OR) en de comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) op de agenda. Een mijlpaal voor de sociale relaties in uw onderneming.

Zijn er grote veranderingen in vergelijking met 2024?

Een strategische voorbereiding is daarbij van kritiek belang, want de inzet is groot. De sociale verkiezingen bepalen de manier waarop het sociaal overleg in uw onderneming zal verlopen van 2028 tot 2032. Ze zijn dus veel meer dan de loodzware procedure die u elke vier jaar moet doorploegen. Om ervoor te zorgen dat u nooit voor verrassingen komt te staan, stelt het VBO opnieuw al zijn expertise ter beschikking. Als lid van de Nationale Arbeidsraad is het VBO betrokken bij de allereerste besprekingen, en het overleg met de FOD Werkgelegenheid, over de verkiezingsprocedure.

Wat zijn valkuilen, wat zijn kansen?

Met welke zaken kan ik op korte termijn al aan de slag? U wil (onaangename) verrassingen vermijden? Kom dus zeker naar onze eerste workshop, dinsdag 27 oktober 2026, over de sociale verkiezingen. Onze experten geven er u concrete en praktische info waarmee u dadelijk aan de slag kunt om uw strategie richting te geven op weg naar mei 2028. Een multidisciplinair team van experten • Jean-Charles Parizel, eerste adviseur – competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid, VBO FEB • Liesbet Vandenplas, advocaat-vennoot Employment, Eubelius • Sofie Claes, expert sociale relaties, Social Dialogue Network

Volgende workshops in onze reeks thematische seminars over de sociale verkiezingen • Oktober 2027: Vóór de procedure – Praktische voorbereiding en laatste check‑up • Januari 2028: Tijdens de procedure – ‘Must‑knows’, valkuilen en geschillenvermijding • Maart-april 2028: Na de procedure – Installatie van de nieuwe organen en eerste stappen met het oog op duurzame sociale relaties

Info Héloïse Dierckx T. 02 515 09 11 events@vbo-feb.be Meer info www.vbo-feb.be > Events

REFLECT Semestriële uitgave van het Verbond van Belgische Ondernemingen Redactie Nathan Peeters, Marie-Lise Pottier, Nathalie Ragheno, Edward Roosens, Danny Van Assche, Elke Van Overwaele, Johan Van Praet Redactie thema’s Alice Defauw, Noémie Janssens, Michiel Mariën, Nathan Peeters, Nathalie Ragheno, Robbe Reyns, Olivier Van der Maren, Torre Van de Walle Redactie Sociale Rechtspraak Antoine Vanden Abeele Eindredactie Hilde De Brandt, Anne Michiels Vertaling Vertaaldienst VBO FEB Publicatieverantwoordelijke Stefan Maes Opmaak Landmarks Fotografie VBO, Tineke Bultinck, Silvie Daniels, Impact Licensing Initiative vzw, Herwig Muyldemans, Ilot Production of Promethea, Sébastien Van de Walle (Triptyque), Jeroen Vranckaert (Beeldvorm), Royal Work Honors Institute Illustraties Peter Willems (Vec-star) Druk Van der Poorten Verantwoordelijke uitgever Stefan Maes, Ravensteinstraat 4, 1000 Brussel Reclameregie Stefan Maes, sm@vbo-feb.be, + 32 475 89 43 46 Publicatiedatum Oktober 2026 Cette publication est également disponible en français. Deze publicatie kunt u ook lezen op www.vbo.be > Publicaties > REFLECT ISSN: 2684-1851

Vraag over uw abonnement, (adres)wijzigingen doorgeven, nummer niet ontvangen? Stuur een mail naar reflect@vbo-feb.be

56


“De circulaire economie is niet alleen een ecologische keuze, maar ook een hefboom voor concurrentievermogen, veerkracht en waardecreatie voor ondernemingen.” Vanessa Biebel Executive Manager Sustainability & Circulaire economie VBO FEB

Let’s Talk Circulaire economie als bedrijfsstrategie Beluister de podcasts op Spotify & Apple Podcasts.

z

Onze gast spreekt in het Frans.


Sometimes artificial, always intelligent.

Independent Brussels-based communication agency, creating B2C communication for B2B organisations.

www.kwin.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Reflect NL#40 - No Data No Business by VBO FEB - Issuu