FOCUS INTERNATIONAL TRADE

VOORJAAR 2026 - N° 11
HANDEL IN RUWE TIJDEN
ELKE SCHAKEL TELT P 12
BELGISCHE UITVOER ONDER DRUK P 08 IN GESPREK MET MAXIME PRÉVOT, VICEEERSTEMINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN P 30
![]()

VOORJAAR 2026 - N° 11
HANDEL IN RUWE TIJDEN
ELKE SCHAKEL TELT P 12
BELGISCHE UITVOER ONDER DRUK P 08 IN GESPREK MET MAXIME PRÉVOT, VICEEERSTEMINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN P 30
EDITO HANDEL IN RUWE TIJDEN 04
FACTS & FIGURES
BELGISCHE HANDEL 06
12
HET ABC VAN DE INTERNATIONALE HANDEL
ELKE SCHAKEL TELT: LOGISTIEK EN JUST-IN-TIME IN EEN WERELD ONDER DRUK

08 HEADLINE
BELGISCHE UITVOER ONDER DRUK: EEN WAKE-UPCALL

Focus International Trade verschijnt twee keer per jaar
Twee redenen voor deze publicatie: vooreerst omdat de internationale handel cruciaal is voor onze heel open economie met haar kleine en grote ondernemingen. Daarnaast wordt die economische werkelijkheid te vaak onderbelicht, en bovendien onvoldoende objectief bekeken, waardoor bestuurders en ondernemers er weinig greep op hebben.

NIEUWS
EU EN INDIA SLUITEN STRATEGISCH VRIJHANDELSAKKOORD
AMERIKAANSE HANDELSINSTRUMENTEN BLIJVEN BRON VAN INSTABILITEIT
IMPACT VAN HET CONFLICT IN HET MIDDEN-OOSTEN
WAT ALS MIJN WAARDEKETEN WORDT VERSTOORD? 24
ADVIES AAN DE EXPORTEUR
ACTIES VAN HET VBO 26 16
18
EU-VRIJHANDELSAKKOORDEN WAT ZIT ERIN VOOR BELGIË?
30
MEET THE MINISTER
MAXIME PRÉVOT, VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

LEDEN LEDENSECTORFEDERATIES VAN HET VBO 32
HET COMPETENTIECENTRUM EUROPA & INTERNATIONAAL 33

Internationale handel is voor België geen keuze, maar een noodzaak. Net daarom raken de gebeurtenissen van de voorbije maanden ons zo hard. Wat zich aftekent, is geen tijdelijke dip of conjuncturele ruis, maar een wereldhandel die structureel grilliger, trager en minder voorspelbaar wordt. Voor open economieën betekent dat steeds vaker: handelen zonder berekenbaar kader.
Er is zonder twijfel ook positief nieuws. De Europese Unie bracht de voorbije maanden beweging in dossiers die jarenlang vastzaten. Het handelsakkoord met India en de vooruitgang met Australië tonen dat marktopening nog mogelijk is. Ook de voorlopige inwerkingtreding van het Mercosur-akkoord op 1 mei brengt eindelijk duidelijkheid na jaren van politieke stilstand. Dat alles creëert kansen voor bedrijven die actief zijn op groeimarkten en hun waardeketens verder willen diversifiëren.
BIEDEN ONDERNEMINGEN HOUVAST, TOEGANG EN POLITIEKE VERANKERING.
Die lichtpunten mogen echter niet verhullen dat de wereld van handeldrijven verhardt. De handelsrelatie met de Verenigde Staten blijft fundamenteel instabiel. Juridische wendingen, tijdelijke heffingen en nieuwe sectorale onderzoeken en/of tarieven, maken van markttoegang een bewegend doelwit. Voor ondernemingen vertaalt zich dat in rechtsonzekerheid, hogere kosten en uitgestelde investeringsbeslissingen. Handel wordt steeds vaker ingezet als drukmiddel, en almaar minder als motor van voorspelbare en wederzijdse groei.
Daarbovenop komen de buitengewone geopolitieke risico’s. Het conflict in het Midden-Oosten houdt energie en transportmarkten in een toestand van aanhoudende nervositeit. Logistieke verstoringen en scherpe prijsschommelingen zijn geen uitzonderingen meer, maar tekenen van een nieuwe realiteit. Voor Europa dreigt de impact daarbij groter te zijn dan elders, precies omdat onze economie zo sterk verweven is met internationale handelsstromen maar ook geconfronteerd blijft met hogere energiekosten.
Tegelijk legt deze harde realiteit onze eigen kwetsbaarheden bloot. De Belgische uitvoer staat onder druk en de verdieping van de Europese interne markt boekt te weinig vooruitgang. Toenemende regelgevende complexiteit en traagheid van hervormingen en vereenvoudigingen ondermijnen het concurrentievermogen van onze ondernemingen. In een wereld waarin handelspolitiek steeds assertiever wordt, dreigt Europa strategisch terrein te verliezen.
Initiatieven op het terrein blijven daarom cruciaal. Zo onderstreepte de Belgische economische missie naar Turkije in mei opnieuw het belang van economische diplomatie als hefboom om markten toegankelijk te houden en zakelijke relaties te verdiepen in een uitdagende regionale context. Dergelijke missies kunnen geen structurele onzekerheid wegnemen, maar ze bieden ondernemingen wel houvast, toegang en politieke verankering waar multilaterale kaders tekortschieten
Ik breng geen pleidooi voor pessimisme, wel voor realisme en scherpte. Internationale handel blijft essentieel voor onze welvaart, werkgelegenheid en innovatie. Maar openheid alleen volstaat niet meer. Ze moet worden ondersteund door een coherent Europees kader, een performante interne markt, een modern en robuust beleid ten bate van de industrie, en een handelsbeleid dat inzet op toegang, diversificatie, weerbaarheid en eerlijke concurrentie. Voor België staat er te veel op het spel om ons neer te leggen bij een wereld waarin duidelijke spelregels vervagen.
Pieter Timmermans CEO VBO FEB

BUITENLANDSE HANDEL IN 2025 1
BELGIË
503,67
MILJARD EURO
Vervoer-
478,29
MILJARD EURO
HANDELSPARTNERS 2025
TOP 5 KLANTEN
Duitsland
Frankrijk
Nederland
Verenigde Staten
Verenigd Koninkrijk




TOP 5 LEVERANCIERS
Nederland
Duitsland
Frankrijk
Verenigde




AANDEEL BUITENLANDSE HANDEL IN GOEDEREN 2
AANDEEL BUITENLANDSE HANDEL KLANTEN

AANDEEL BUITENLANDSE HANDEL LEVERANCIERS
HANDEL EN JOBS 3
De Belgische export naar landen buiten de EU ondersteunt 665.000 banen in België.
Bovendien zijn er nog eens 230.000 werknemers in België actief in functies die gelinkt zijn aan Belgische toegevoegde waarde of componenten in de export van andere EU-landen naar de rest van de wereld.
Daarnaast ondersteunt de Belgische export buiten de EU meer dan 301.000 banen in andere EU-landen.
1 op de 5 jobs in België is gelinkt aan buitenlandse handel.


België is een open en sterk exportgerichte economie. Internationaal ondernemen is dus een noodzaak. Toch staat die internationale verankering onder druk. De Belgische uitvoer (in volume) is sinds 2019 nauwelijks gegroeid met een dalend marktaandeel naar onze exportlanden tot gevolg. Dat verlies aan marktaandeel is geen exclusief Belgisch probleem, maar het raakt België als open economie bovengemiddeld hard.1 In een wereld waar de uitvoerwaarde met 3% is gedaald, daalde de Belgische export met 4%. Een zeer alarmerende vaststelling.2
Recente cijfers3 wijzen op een structurele verzwakking van de internationale handelsstromen. In 2025 daalden zowel de Belgische invoer (-2,1%) als uitvoer (-1,7%) in vergelijking met één jaar eerder. Het gaat daarbij niet
om een eenmalige correctie, maar om een neerwaartse trend: onze in- en uitvoer dalen ondertussen al voor het derde jaar op rij.
Doordat de invoer sterker daalde dan de uitvoer, ‘verbeterde’ het saldo van de Belgische handelsbalans tot een overschot van circa 25 miljard euro. Dat positieve cijfer maskeert echter een onderliggende verzwakking van onze internationale verwevenheid. De internationale goederenhandel bedroeg slechts 77% van het bbp, wat historisch laag is in vergelijking met het afgelopen decennium, waarin deze verhouding doorgaans tussen 80% en 85% lag.
De tegenvallende Belgische handelscijfers moeten worden gelezen tegen de achtergrond van een fundamenteel gewijzigde wereldhandelscontext. De periode van snelle globalisering, waarin de wereldhandel jaar na jaar sneller groeide dan het mondiale bbp, ligt al geruime tijd achter

Belgische goederenhandel
ons. Vandaag wordt internationale handel steeds vaker afgeremd door geopolitieke spanningen, protectionistische reflexen en strategische onzekerheid.
Invoertarieven zijn opnieuw een expliciet beleidsinstrument geworden, niet alleen in de relatie tussen de Verenigde Staten en China, maar ook breder als onderdeel van een assertiever industrieel en economisch veiligheidsbeleid. Tegelijk zorgen conflicten in onder meer het Midden-Oosten en de aanhoudende oorlog in Oekraïne voor verstoringen in logistieke ketens en voor verhoogde volatiliteit op energie- en grondstoffenmarkten.
“VOOR DE BELGISCHE ECONOMIE IS INTERNATIONALE HANDEL GEEN KEUZE, MAAR EEN ONMISBARE SCHAKEL IN ONZE WELVAARTSCREATIE.”
China blijft een centrale speler in de wereldhandel, maar de relatie met westerse economieën is ingrijpend veranderd en tal van sectoren lijden onder (oneerlijke) concurrentie. De focus verschuift steeds meer van marktopening naar risicobeperking, diversificatie en strategische autonomie.
Het resultaat is geen plotse deglobalisering, maar wel een langdurige fase van tragere, meer gefragmenteerde wereldhandel, waarin onzekerheid structureel is geworden en open economieën, zoals België, disproportioneel blootstaan aan externe schokken.
Die gewijzigde wereldhandelscontext laat zich duidelijk voelen in de Belgische sectorstructuur. Net de sectoren die België jarenlang economisch vooruithielpen –industrie, chemie en farma – bleken in 2025 bijzonder kwetsbaar.
Energieintensieve sectoren blijven kampen met internationale prijsdruk en wereldwijde overcapaciteit, terwijl de hogere energiekosten een blijvend concurrentienadeel vormen. Na de energiecrisis van 2022-2023 nam onze loonkostenhandicap fors toe4. Die forse achteruitgang heeft nadien zeker gewogen op onze exportcijfers.
De geopolitieke context versterkt de onzekerheid, onder meer door spanningen in het Midden-Oosten die wegen op energieprijzen en bevoorradingszekerheid.
4 In 2024 bedroeg de absolute (historische) loonkostenhandicap zo’n 10%.
Belgische goederenhandel met de VS
Ook de farmaceutische industrie kende in 2025 een ongewoon sterke terugval van zowel in- als uitvoer, wat een aanzienlijk deel van het totale Belgische exportverlies verklaart. De sector is goed voor ruim de helft van de Belgische uitvoer naar de Verenigde Staten en voor 14% van onze wereldwijde uitvoer. De vooruitzichten blijven onzeker. De Trump-administratie zet, onder meer via invoertarieven en lokalisatiedruk, bedrijven aan om productieactiviteiten naar de VS te verplaatsen. Hoewel de farmaceutische sector voorlopig grotendeels is uitgezonderd van specifieke tarieven, blijft de beleidsomgeving moeilijk voorspelbaar.
Opvallend is dat België in 2025 meer uitvoerde naar Duitsland (+3,6%), terwijl de invoer uit Duitsland daalde (-1,9%), wat resulteerde in een handelsoverschot van 37 miljard euro. Met Frankrijk bleef de handelsbalans eveneens positief, al nam het overschot af. Ten opzichte van Nederland bleef de goederenhandelsbalans negatief, al verminderde het tekort tot 30 miljard euro. Dat tekort is zelfs groter dan het handelstekort met China (-24 miljard euro) en komt vooral doordat België veel olie invoert die eerst in de haven van Rotterdam aankomt en van daaruit verder naar België wordt vervoerd.
Invoer Uitvoer
De terugval is bovendien het sterkst in enkele kritieke productcategorieën, zoals minerale (1,5%) en chemische producten (1,2%). Dat zijn net sectoren die traditioneel bijdragen aan groei, toegevoegde waarde en hoogwaardige werkgelegenheid. Het belang van de chemiecluster kan moeilijk worden overschat: hij is goed voor maar liefst een kwart van de Belgische mondiale uitvoer.
Ongeveer 70% van de Belgische uitvoer is bestemd voor andere EU-lidstaten. Duitsland, Frankrijk en Nederland blijven binnen de Europese Unie onze belangrijkste handelspartners en zijn samen goed voor meer dan 40% van de Belgische in- en uitvoer.
Buiten Europa viel vooral de achteruitgang van de handelsbalans met de Verenigde Staten op. Door een combinatie van stijgende invoer en dalende uitvoer (-7%) werd het saldo in 2025 negatief. Ongeveer een kwart van de totale uitvoerdaling is toe te schrijven aan de verminderde uitvoer naar de VS, onder invloed van invoertarieven en een sterkere euro, die Belgische producten duurder maakte voor Amerikaanse afnemers.
Invoer Uitvoer
De recente handelscijfers leggen niet alleen conjuncturele schommelingen bloot, maar ook enkele structurele kwetsbaarheden van de Belgische economie.
Belgische uitvoer naar de rest van de wereld
Chemische en aanverwante industrieën
Als open economie is België sterk ingebed in internationale waardeketens, maar beschikt het over beperkte hefbomen om externe schokken autonoom op te vangen. Verstoringen in handelsstromen, wisselkoersschommelingen, geopolitieke spanningen of plotse beleidswijzigingen bij grote handelspartners vertalen zich daardoor sneller en directer in onze export en productiecijfers.
Die kwetsbaarheid wordt versterkt door de sterke specialisatie van de Belgische uitvoer. Sectoren met een hoge toegevoegde waarde, zoals chemie en farma5, zijn diep geïntegreerd in mondiale productienetwerken en afhankelijk van vlotte grensoverschrijdende handel, voorspelbare regelgeving en stabiele markttoegang. Wanneer internationale spelregels onder druk komen te staan, bijvoorbeeld door unilaterale tarieven, subsidies of lokalisatievereisten, weegt dat disproportioneel zwaar op bedrijven die vanuit België exporteren.
In dat kader blijft de Europese Unie een cruciale hefboom. De interne markt biedt schaalvergroting, stabiliteit en rechtszekerheid, maar staat steeds meer onder druk door fragmentatie, nationale reflexen en toenemende complexiteit van regels. Volgens schattingen van het IMF komen de resterende interne belemmeringen binnen de EU voor bedrijven overeen met tariefequivalenten van 44% voor industriële goederen en zelfs tot 110%
voor diensten. Voor exportgerichte ondernemingen is het daarom niet alleen essentieel om toegang te hebben tot derde markten, maar ook om te kunnen rekenen op een goed functionerende interne markt zonder bijkomende administratieve lasten of ‘gold-plating’. Concurrentiekracht begint immers binnen Europa.
De recente handelscijfers vormen geen reden tot paniek, maar wel een duidelijke wake-upcall. Als open en exportgerichte economie kan België zich geen langdurige verzwakking van zijn internationale handelspositie permitteren. Aanhoudend dalende handelsstromen ondermijnen niet alleen het toekomstige groeipotentieel, maar ook de innovatieve slagkracht en de strategische positie van Belgische bedrijven in internationale waardeketens.
Net daarom is een actief en coherent handels- en concurrentiekrachtbeleid essentieel. België moet zijn kostenhandicaps resoluut aanpakken, en Europa moet de toegang tot buitenlandse markten veiligstellen en versterken, en blijven inzetten op diversificatie van aanvoer en afzetmarkten. In een wereld waarin handel steeds vaker wordt gepolitiseerd, is openheid geen vanzelfsprekendheid meer, maar een bewuste beleidskeuze.
5 Vorig jaar daalde de industriële


Internationale handel is voor België geen abstract beleidsdomein, maar een dagelijkse realiteit voor vrijwel alle sectoren van onze economie. Bedrijven zijn verweven met internationale waardeketens, waarbij tijdige levering, voorspelbaarheid en vlotte grensoverschrijdende stromen essentieel zijn om te kunnen concurreren op wereldmarkten. Logistiek en just-intimehandel vormen daarbij het stille fundament van onze open economie. Maar dat fundament komt steeds vaker onder druk te staan door geopolitieke onzekerheid, verstoringen in toeleveringsketens en toenemende regelgevende complexiteit.
In volgende passages zoomen we in op die realiteit aan de hand van drie praktijkgetuigenissen uit cruciale schakels van het Belgische handels- en logistieke ecosysteem:
1. de haven van Antwerpen-Brugge
2. de luchtvrachtactiviteiten op Brussels Airport
3. het wegtransport via Febetra (federatie van transport en logistieke dienstverleners).

De berichten die we elke dag in de krant lezen over oorlogen en blokkades, zijn een bittere realiteit die zich ook op onze kades laat voelen. Zodra iets significants in de wereld gebeurt, vertaalt zich dat in onze volumecijfers. Als de conflicten in de wereld vandaag één ding duidelijk maken, dan is het dat Port of Antwerp-Bruges een absolute wereldhaven is die Europa met de rest van de wereld verbindt.
Het conflictcontinuüm waarin we na COVID-19 zijn beland, maakt van de verstoorde supplychain het nieuwe normaal. De maritieme industrie leerde omgaan met de opeenvolgende schokken en blijft manieren zoeken om de wereldhandel op een zo economisch efficiënt mogelijke manier te ondersteunen en te organiseren. Als haven moeten we ons voortdurend aanpassen aan die nieuwe realiteit die impact heeft op de beschikbare ruimte op terminals, de havenarbeiders en de investeringsbeslissingen. Zorgen dat cargo en containers gemakkelijk van punt A naar punt B kunnen reizen, om die containers vervolgens naar punt C of terug naar punt A te laten reizen, klinkt eenvoudig, maar vergt een complexe organisatie.
Reken daar de impact van aangekondigde of ingevoerde handelstarieven en de hoge energieprijzen bij en je weet dat voorspelbaarheid een woord uit het verleden is. Het is tegen die achtergrond van onvoorspelbaarheid dat de zorg om de energiebevoorradingszekerheid van het Europese continent zich kristalliseert. Waar aanvankelijk nog sprake was van energietransitie spreken we nu over energieveiligheid. Een wereld van verschil. De toegang verzekeren tot voldoende energie is een heel ander verhaal dan werken aan de energiemix van de toekomst.
Beide zijn heel nauw verbonden, maar de drijfveer erachter is anders. In het beste geval kan energieveiligheid de deus ex machina zijn die de energietransitie nodig heeft om meer strategische autonomie en minder energieafhankelijkheid te realiseren.

Tom Hautekiet Chief Business and Transition Officer, Port of Antwerp-Bruges

“Als Port of Antwerp-Bruges moeten we er mee over waken dat onze haven, zowel de industriële als de maritieme cluster, toegang heeft tot voldoende energie en grondstoffen om het productiepotentieel te garanderen. Voor onze organisatie zijn weerbaarheid en veerkracht dan ook meer dan ooit werkwoorden én een kwestie van mentaliteit en attitude.”
Brussels Airport is de toegangspoort tot de wereld voor Belgische ondernemingen. De luchthaven verbindt ons land met meer dan 205 rechtstreekse bestemmingen, waarvan 41 intercontinentale verbindingen en de belangrijkste economische polen wereldwijd. Een sterk netwerk dat essentieel is voor bedrijven die internationaal actief zijn, zowel op het vlak van passagiersverkeer (toerisme en zakenreizen), als voor de cargoactiviteiten.
In 2025 werd maar liefst 795.000 ton vracht vervoerd via Brussels Airport, een cruciale schakel dus voor de luchthavenactiviteiten en voor de Belgische import en export. Brussels Airport en de luchthavengemeenschap werken nauw samen met de Belgische industrie en ondernemingen om hun logistieke noden maximaal te faciliteren. Cargoverkeer gaat bovendien hand in hand met passagiersvluchten, want liefst een derde van alle vervoerde vracht gaat mee aan boord van passagierstoestellen. Die complementaire werking maakt het verschil in het netwerk en zorgt ervoor dat Belgische bedrijven snel en efficiënt met internationale afzetmarkten verbonden zijn.
Brussels Airport is gespecialiseerd in verschillende segmenten van cargotransport, zoals het vervoer van machineonderdelen, hoogwaardige e-commerce, maar ook bederfbare goederen (bloemen, fruit, groenten, noten en vlees) en zelfs levende dieren. Maar de luchthaven staat vooral bekend als de belangrijkste farmahub van Europa, ter ondersteuning van de sterke farmasector in ons land en het vervoer van heel tijdskritieke zendingen. Zo was Brussels Airport de eerste luchthaven ter wereld die de CEIV Pharma-certificering behaalde, een internationale erkenning door de International Air Transport Association (IATA) voor kwaliteit en veiligheid in de farmalogistiek. Brussels Airport speelt ook een sleutelrol in het Precision Therapy
Logistics Gateway (PTLG)-project. Dat proefproject onderzoekt hoe precisietherapieën voor onder meer kankerbehandelingen optimaal kunnen worden vervoerd om zo een internationaal protocol te ontwikkelen.
Bovendien beschikt de luchthaven over gespecialiseerde infrastructuur om de koudeketen te waarborgen. Zo is er een totale capaciteit aan gekoelde opslag van maar liefst 45.000 m², de grootste oppervlakte in Europa. De luchthaven blijft inzetten op de verdere ontwikkeling van de cargozone om de oppervlakte te optimaliseren met het oog op blijvende groei. Zo werd vorig jaar Brucargo Centraal geopend, een site van 83.500 m² met drie innovatieve gebouwen.

Arnaud Feist CEO Brussels Airport

“Brussels Airport is een betrouwbare partner die de nodige ruimte, flexibiliteit en expertise biedt om Belgische bedrijven te helpen groeien in een steeds veranderende markt. Als tweede economische motor van ons land is het onze missie om ons land en onze bedrijven te verbinden met de rest van de wereld via een sterk netwerk.
Dankzij ons uitgebreide passagiersen cargonetwerk helpen we onze Belgische ondernemingen om handelsrelaties op te bouwen en ondersteunen we elke dag opnieuw hun internationale slagkracht.”
BELEEFT PITTIGE TIJDEN
De transportsector zit in zwaar weer. Een sputterende economie gecombineerd met geopolitieke spanningen en piekende olieprijzen zetten de sector, die al heel lang te kampen heeft met een concurrentiehandicap, extra zwaar onder druk.
In het verleden opteerde het beleid er heel vaak voor om volop te gaan voor koopkracht en de factuur voor het behoud van die koopkracht quasi volledig door te schuiven naar de ondernemingen. Met alle gevolgen van dien voor al onze Belgische ondernemingen die in een internationale context opereren en moeten opboksen tegen buitenlandse concurrenten. Onze alom gekende loonkostenhandicap is de grote schuldige. In een sector, zoals transport, waar de loonkosten veruit de grootste kostenpost zijn, is dat een immens probleem. Verladers op zoek naar zo kostenefficiënt mogelijk transport kiezen (bijna) nooit voor een Belgische transporteur.
Sinds de uitbreiding van de Europese Unie zitten onze Belgische transporteurs in een negatieve spiraal. Op 20 jaar tijd verloren ze 60% van hun internationale transportactiviteit. Wegens te duur ten opzichte van de buitenlandse concurrentie. Dat is heel kort samengevat, al twee decennia lang, hun belangrijkste probleem en tegelijk hun grootste frustratie. De moeilijke budgettaire context waarin ons land zit, mag voor de regering(en) geen excuus zijn om het herstel van de concurrentiekracht stiefmoederlijk te behandelen.
De vergroening van het zwaar vervoer dat nu nog voor 98% afhankelijk is van fossiele diesel, wordt nog zo’n huzarenstuk. Van kapitaal belang is dat het door de politiek uitgestippelde tijdspad niet alleen praktisch haalbaar is, maar bovenal betaalbaar blijft. Realisme en betaalbaarheid zijn parameters die
absoluut moeten worden meegenomen in het volledige energietransitieverhaal. Niemand, maar dan ook niemand, kan zich de luxe veroorloven om zich blauw te betalen aan de vergroening.
Fossiele diesel is op termijn ten dode opgeschreven, daar moeten we ons met z’n allen bewust van zijn. Maar nu al de begrafenis van de professionele diesel organiseren, zoals sommige partijen zouden willen, dat is voor Febetra duidelijk een brug te ver. Zolang er geen volwaardige alternatieven zijn op financieel, operationeel en technisch vlak, is het behoud van de professionele diesel van existentieel belang voor de bijna 11.000 transportondernemers die ons land rijk is.

Philippe Degraef General Manager Febetra

“Een verlaging van de torenhoge kosten op arbeid en een gezonde dosis realisme in de energietransitie, beide items prijken helemaal bovenaan het verlanglijstje van de Belgische transportsector.”
Het internationale handelsnieuws brengt een stroom aan – vaak –cryptische en wisselvallige berichten. In deze rubriek ontcijferen we de jongste feiten en evoluties die van ver of dichtbij te maken hebben met de internationale activiteiten van onze Belgische ondernemingen.
Laatste update: mei 2026



Op 27 januari 2026 sloten de EU en India, na bijna twintig jaar onderhandelen, een historisch vrijhandelsakkoord. Samen creëren ze een vrijhandelszone van bijna twee miljard mensen.

India is vandaag de meest bevolkte natie ter wereld en een van de snelst groeiende grote economieën. Toch was de markt tot nu toe moeilijk toegankelijk door hoge invoertarieven, complexe procedures en zwakke bescherming van intellectuele eigendom. Het akkoord past in de bredere EU-strategie om waardeketens te diversifiëren en minder afhankelijk te zijn van geopolitiek gevoelige landen. Beide partijen positioneren het akkoord als een antwoord op toenemende mondiale spanningen en als hefboom voor een nauwere strategische samenwerking.
India schroeft de invoerrechten op 96,6% van de waarde van Europese export terug of schaft ze af, goed voor naar schatting vier miljard euro aan jaarlijkse besparingen. De EU verwacht hierdoor haar export naar India tegen 2032
te verdubbelen. Belgische sterkhouders, zoals chemie, farma, en machinebouw, genieten rechtstreeks van de lagere tarieven. Ook voor bepaalde voedingsproducten zal de invoerkost aanzienlijk dalen.
Daarnaast opent het akkoord extra toegang voor Europese dienstverleners, onder meer in financiële diensten, maritieme activiteiten en logistiek.
De Europese Unie verlaagt of schrapt meer dan 90% van haar invoertarieven, met name voor sectoren als textiel, lederwaren, juwelen en bepaalde chemische producten. Strikte monitoring en, indien noodzakelijk, het nemen van passende maatregelen zijn vereist bij onverwachte stijgingen van de importvolumes. Verder blijven gevoelige landbouwsectoren binnen Europa beschermd. Producten zoals suiker, ethanol, rijst, rundvlees en kippenvlees worden uitgesloten van liberalisering.
Daarnaast gelden er strikte regels inzake oorsprong. Die moeten vermijden dat goederen uit derde landen via India richting de EU worden verscheept. Uiteraard is het noodzakelijk dat de Europese Commissie versterkte controles en audits uitvoert, onder meer op de kwaliteit van de producten en of ze wel voldoen aan de relevante Europese wetgeving.
Het akkoord kan de positie van Belgische bedrijven op een snelgroeiende markt aanzienlijk versterken. Tegelijk blijft de impact afhankelijk van een transparante, voorspelbare en consequente uitvoering in beide economieën.
Het akkoord wordt momenteel juridisch getoetst en vertaald. Daarna moeten de Raad, het Europees Parlement en India hun goedkeuring geven. De inwerkingtreding wordt ten vroegste in 2027 verwacht.
De Europese Unie sloot handelsakkoorden met meer dan 70 landen over de hele wereld. Op deze kaart laten we een aantal recente of belangrijke akkoorden zien en noemen we een specifiek voordeel voor de Belgische economie. Dankzij handelsakkoorden (FTA’s) betalen bedrijven minder invoerheffingen en krijgen ze bijvoorbeeld gemakkelijker toegang tot essentiële grondstoffen. Wist je dat bijna de helft (46,7%) van de Europese import van kritieke grondstoffen via FTA-partners loopt? Dit schept extra kansen voor Belgische bedrijven in allerlei sectoren, en biedt ook mogelijkheden bij openbare aanbestedingen in partnerlanden. Onder de kaart vindt u enkele concrete voorbeelden:
CUSTOMS
ADOPTION / RATIFICATION ON-GOING BEING NEGOTIATED
Geen invoerrechten meer op machines en delicatessen
Zekerheid over aanvoer van kritieke grondstoffen (aluminium, lithium, mangaan)
Succesverhaal: Belgische export +70% sinds akkoord
Bescherming voor Belgische streekproducten, zoals jenever
Koper en lithium zonder invoerheffing
Samenwerking rond groene waterstof
Antwerpse diamant goedkoper in India
Bieraccijns gehalveerd – nieuwe kansen voor Belgische brouwers
Auto’s en onderdelen goedkoper naar Indonesië
Strenge milieunormen voor palmolie – eerlijke concurrentie
(Brazilië, Argentinië, Paraguay, Uruguay)
Belgische chocolade en textiel straks zonder invoerheffing
Betere toegang tot lithium en grafiet voor batterijen
Nieuwe kansen voor farma en voeding
Toegang tot openbare aanbestedingen
Blijft cruciale bestemming voor Belgische export (1ste handelspartner buiten de EU)
Belangrijke markt voor farma, chemie en machines

De handelsontwikkelingen in de Verenigde Staten tonen aan hoe snel het internationale handelsklimaat blijft wijzigen. Juridische uitspraken, administratieve beslissingen en nieuwe onderzoeken illustreren dat de Amerikaanse handelspolitiek sterk dynamisch blijft. Voor een open economie als België heeft die voortdurende volatiliteit directe gevolgen voor export, investeringsplanning en logistieke ketens.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft bevestigd dat de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) geen rechtsgrond biedt voor de invoering van de wederkerige invoerheffingen. De wet was immers bedoeld voor financiële sancties in noodsituaties, niet voor algemene handelsmaatregelen. Als gevolg hiervan zijn de op IEEPA gebaseerde tarieven ingetrokken.
Belangrijk: de uitspraak beperkt de overige Amerikaanse handelspolitieke instrumenten niet. Section 232 (nationale veiligheid) en Section 301 (oneerlijke handelspraktijken) en de bijbehorende tarieven blijven volledig van kracht.
Na de IEEPA-uitspraak van het Hooggerechtshof schakelde Washington over op Section 122 van de Trade Act van 1974, een clausule die tijdelijke invoerheffingen mogelijk maakt wanneer sprake is van internationale betalingsproblemen. De maatregel voert een globaal tarief in van 10% boven op de bestaande MFN-tarieven
(‘Most Favoured Nation’ of meest begunstigde natie). Dat tarief heeft een vastgelegde maximale looptijd tot en met 24 juli 2026. En geldt niet voor verschillende productgroepen, zoals bepaalde kritieke grondstoffen, farmaceutische producten en specifieke industriële componenten. De uitzonderingen binnen Section 122 doen echter geen afbreuk aan het gebruik van andere rechtsgronden, met name Section 232, voor sectorspecifieke maatregelen.
Het Framework Agreement tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten voorziet in een plafond van 15% (inclusief het MFN-tarief) op een groot deel van de Europese export. De toevoeging van tijdelijke heffingen zorgde ervoor dat bepaalde productcategorieën dichter tegen dat plafond werden geduwd of zelfs boven dat plafond stegen. Vraag was dan of het akkoord verder moest worden uitgevoerd? Toch voerde de EU de aanpassingen aan de Europese tariefverlagingen in voor specifieke producten uit de VS.
Voor bedrijven betekent dit dat de markttoegang tot de VS momenteel wordt beïnvloed door de samenloop van het Framework Agreement enerzijds en tijdelijke Amerikaanse maatregelen anderzijds. Daarom blijft regelmatige monitoring noodzakelijk.
Belgische bedrijven hebben in de eerste plaats te maken met onzekerheid, aangezien verschillende Amerikaanse maatregelen tijdelijk zijn of onderhevig aan evaluatie. Dat bemoeilijkt contractafspraken, prijszetting en bevoorradingsplanning. Daarbovenop wordt ook de farmaceutische sector intussen effectief door Amerikaanse tarieven geraakt. Via een afzonderlijke ‘Section 232’-proclamatie van 2 april 2026 werden tarieven ingevoerd op bepaalde farmaceutische producten, met een gefaseerde inwerkingtreding en bepaalde uitzonderingen. Hoewel de 15% van het EU-VS Framework Agreement wordt gerespecteerd, ondervinden Europese en Belgische producenten hierdoor directe impact.
Daarnaast blijven de bestaande heffingen onder Section 232 op staal en aluminium een belangrijk aandachtspunt voor exporteurs. De aanpassingen van 2 april 2026 hertekenen het regime: het toepassingsgebied wordt selectiever afgebakend, waardoor bepaalde producten niet langer onder de heffingen vallen. Dat is dan weer positief.
De volatiliteit is nog niet voorbij. Gezien de maatregelen onder Section 122 tijdelijk zijn, gaan de Amerikanen op zoek naar alternatieve grondslagen om tarieven te kunnen heffen. Zo werden door de Amerikaanse United States Trade Representative (USTR) nieuwe onderzoeken opgestart op basis van Section 301. Die onderzoeken richten zich op:
structurele industriële overcapaciteit;
het falen van wetgeving die het verbod op producten uit gedwongen arbeid moet tegengaan.
Beide trajecten, die ook de EU en dus België viseren, kunnen leiden tot bijkomende tarifaire maatregelen. Ze vormen tegelijk een signaal dat de VS zijn handelspolitiek herstructureert op basis van alternatieve wettelijke pijlers nu IEEPA geen tariefgrondslag meer biedt.
De handelsrelatie tussen de EU en de VS blijft economisch cruciaal, maar de huidige combinatie van tijdelijke heffingen, juridische transities en nieuwe onderzoeken creëert een volatiel kader. Voor Belgische ondernemingen is voorspelbaarheid essentieel, zowel voor exportplanning als voor investeringsbeslissingen.
Het VBO blijft daarom sterk inzetten op tijdige informatie, afstemming met BusinessEurope en structureel overleg met de Europese instellingen. Een stabiel en transparant handelsbeleid aan beide zijden van de Atlantische Oceaan blijft de beste garantie voor concurrentiekracht, investeringszekerheid en duurzame trans-Atlantische waardeketens.

De geopolitieke en militaire spanningen in het Midden-Oosten vormden de afgelopen periode een belangrijke bron van onzekerheid voor de wereldeconomie, vooral door de storingen op het vlak van energie en logistiek. Die turbulente situatie bewijst nogmaals hoe kwetsbaar internationale handels- en productieketens blijven voor conflicten in die strategische regio.
ENERGIE EN BRANDSTOFFEN:
NOG GEEN TEKORTEN, WEL AANHOUDENDE
PRIJSSCHOMMELINGEN
De eerste gevolgen van het Midden-Oostenconflict – de blokkering van de Straat van Hormuz en de beschadiging van productie-infrastructuur voor olie en gas – hadden nog geen directe impact op de Europese energiebevoorrading. Dat is onder meer te danken aan het gedaalde gasverbruik in de EU en een sterkere diversificatie van leveranciers. De energie- en brandstofprijzen zijn daarentegen bijzonder gevoelig voor geopolitieke ontwikkelingen. Olie- en gasmarkten reageren snel op nieuwe incidenten, wat op zeer korte termijn leidt tot uitgesproken prijsschommelingen.
Die volatiliteit vertaalt zich ook in hogere brandstofprijzen, met name voor diesel en kerosine. Vooral transport, logistiek en energie-intensieve sectoren ondervinden daarvan snel de gevolgen. Via hogere transport- en productiekosten kunnen prijsstijgingen bovendien breder in de economie doorwerken, onder meer via de elektriciteits- en goederenprijzen.
Het Midden-Oosten speelt een sleutelrol in het internationale transport. Verhoogde veiligheidsrisico’s rond de Straat van Hormuz, de Rode Zee en het Suezkanaal kunnen leiden tot omleidingen, langere vaartijden en hogere kosten voor zowel zee- als luchttransport. Dergelijke verstoringen hebben een impact op internationale waardeketens en treffen zowel industrie als handel. Ook stijgende vrachtprijzen en aangepaste verzekeringsvoorwaarden versterken de onzekerheid en verhogen structureel de kostenbasis voor bedrijven.
Naast energie en transport blijven diverse industriële inputstromen gevoelig voor verhoogde risico’s. Grondstoffen, zoals meststoffen, metalen en gespecialiseerde materialen kunnen te maken krijgen met prijsstijgingen en leveringsrisico’s. Voor landbouw en voedselproductie leidt dat tot hogere kosten, die op termijn kunnen doorwerken in de consumentenprijzen.
Bij aanhoudende of nieuwe escalaties dreigen echter meer langdurige gevolgen, zoals hogere inflatie, druk op de internationale concurrentiekracht en terughoudendheid bij investeringen. Voor België kunnen die internationale kostenstijgingen, in combinatie met de automatische loonindexering en al hoge arbeidskosten, de impact versterken en de speelruimte voor ondernemingen beperken. Dat benadrukt het belang voor Europa van betaalbare energie, robuuste logistieke routes en weerbare, gediversifieerde toeleveringsketens.
Midden april publiceerde het IMF haar meest recente World Economic Outlook-rapport. Wegens de grote geopolitieke onzekerheid hanteert het daarbij verschillende scenario’s.1 De regionale gevolgen van het conflict verschillen in elk geval sterk. Men verwacht de grootste negatieve impact op zowel groei als inflatie voor Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het feit dat Europa een netto-invoerder is van fossiele brandstoffen, speelt daarbij een belangrijke rol.
1 In het beste scenario daalt de mondiale groei dit jaar naar 3,1%. Dat is 0,2 procentpunt lager dan de raming van de World Economic Outlook in januari. In een worstcasescenario belandt de mondiale groei onder de 2%, de grens die het IMF hanteert om te spreken van een mondiale recessie.


Belgische ondernemingen zijn sterk verweven met Europese en internationale waardeketens. Die openheid creëert kansen, maar maakt bedrijven tegelijk extra kwetsbaar voor geopolitieke spanningen, handelsconflicten, pandemieën of andere externe schokken. Zodra dergelijke stromen haperen, voelen bedrijven uit alle sectoren de impact vrijwel onmiddellijk. De sleutel tot competitiviteit ligt dan ook in tijdig anticiperen en versterken van de weerbaarheid.
Verstoringen treffen sectoren op verschillende manieren. Productie-, energie- en transportbedrijven rapporteren de zwaarste doorwerking omdat ze nauw ingebed zijn in internationale supplychains, terwijl diensten minder direct worden geraakt. Maar in elke sector geldt: verstoringen werken door in alle opeenvolgende processen – van sourcing tot levering.
Handelsspanningen kunnen de toegang tot markten plots bemoeilijken. De oorlog in Oekraïne en de bijbehorende sancties toonden hoe snel logistiek, bevoorrading en klantenrelaties kunnen worden ontwricht. Ook exportrestricties voor ‘dual use’-goederen illustreren hoe beleid directe gevolgen heeft voor bedrijven. Gezondheidscrisissen zoals de COVID-19-pandemie legden dan weer de kwetsbaarheid van wereldwijde logistieke netwerken bloot: gesloten havens, vertraagde leveringen, stilvallende productie. Daarnaast nemen klimaatgerelateerde risico’s toe, van extreme weersomstandigheden tot geblokkeerde transportroutes – denk aan de tijdelijke blokkering van het Suezkanaal. Kortom: internationale handel blijft blootstaan aan een breed scala aan mogelijke schokken.
Breng de supplychain van de organisatie in kaart (‘as is’-analyse).
Identificeer kwetsbaarheden via een grondige risicoanalyse.
Diversifieer leveranciers en logistieke routes.
Creëer strategische voorraden.
Investeer in scenariosimulatie en (digitale) zichtbaarheid in voorraden, transport en ‘demand planning’.
Stel flexibele responsplannen op (zowel scenariospecifiek als generiek).
Samenwerking is de sleutel tot succes.
Communiceer transparant en consistent naar alle stakeholders.
Gebruik realtimedata en digitale tools voor snelle besluitvorming.
Voorzie financiële buffers voor onverwachte kosten.
Spring dynamisch om met voorraden en planning.
Identificeer geleerde lessen na de verstoring.
Meer do’s-and-don’ts bij het risico op een supplychainstoring leest u in de toolkit ‘BE PREPARED Building Business Resilience in a Disruptive World’.
U kunt de ‘BE PREPARED’toolkit raadplegen via onze website: www.vbo.be > publicaties


VAN KWETSBAARHEID
NAAR WEERBAARHEID
Weerbaarheid begint bij inzicht. Bedrijven moeten hun productstromen, locaties, afhankelijkheden en kosten in kaart brengen en een grondige risicoanalyse uitvoeren. Kwetsbaarheden zoals afhankelijkheid van één leverancier, beperkte transparantie of logistieke knelpunten moeten expliciet worden benoemd. Scenariooefeningen en impactanalyses helpen om gerichte mitigatiestrategieën op te bouwen. Parallel is een evaluatie van de maturiteit op vlak van sourcing, transparantie, disruptieplanning en voetafdruk aangewezen. Zo ontstaat een roadmap met concrete initiatieven – van digitalisering en traceerbaarheid tot crisismanagement – die de hele organisatie end-to-end versterkt.
Bij een verstoring telt snelheid, maar evenzeer structuur. Organisaties die vooraf duidelijke rollen, draaiboeken en communicatiekanalen hebben, stabiliseren sneller. Alternatieve leveranciers en logistieke routes moeten onmiddellijk inzetbaar zijn. Financiële buffers bieden ruimte om duurdere transporten of noodproductie op te vangen. Realtimedata, digitale platforms en flexibel voorraadbeheer versnellen beslissingen en garanderen continuïteit. Een systematische evaluatie achteraf zorgt ervoor dat elk incident wordt omgezet in kortere hersteltijden en duurzame verbeteringen.
Ook beleidsmakers spelen een belangrijke rol. Toegang tot internationale markten moet verzekerd blijven via een ambitieus en voorspelbaar EU-handelsbeleid en een goed functionerende interne markt. Voor kritieke grondstoffen is nood aan monitoring, circulaire alternatieven en strategische voorraden. Een coherent industrieel en handelsbeleid fungeert zo als hefboom voor competitieve en veerkrachtige waardeketens in een steeds complexere wereld.

Op 1 mei 2026 werd het handelsluik van het EU-Mercosur-akkoord voorlopig van kracht voor de vier Mercosur-landen. Daardoor zijn tarieven op een reeks industriële en andere producten meteen verlaagd en beschikken exporteurs over duidelijkere en voorspelbare handelsregels. Dat creëert extra markttoegang in een regio van ruim 260 miljoen consumenten en ondersteunt langetermijninvesteringen.
Voor Belgische exporteurs loont het om nu systematisch te controleren welke productlijnen effectief goedkoper worden, hoe de regels van oorsprong precies zijn opgebouwd en welke douanevereisten gelden.
De meest actuele gegevens over tarieven, markttoegang en documentvereisten zijn beschikbaar via Access2Markets, dat sinds de inwerkingtreding van het verdrag de relevante Mercosur-informatie geleidelijk up-to-date houdt.
Meer weten?
Access2Markets
Het VBO is bijzonder actief op het gebied van economische diplomatie, zowel in het buitenland (in het kader van staatsbezoeken en economische missies) als in België. Zo stimuleert het de contacten tussen de Belgische bedrijfswereld en buitenlandse overheden en onderhoudt het nauwe banden met de diplomatieke wereld in Brussel en in het buitenland.


Het VBO en de leden van zijn Platform International gingen tijdens hun vergadering van 10 december 2025 in gesprek met Hubert Roisin, kabinetschef van minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot, over de prioriteiten van de Belgische economische diplomatie en de geopolitieke actualiteit. Uit de gesprekken bleek duidelijk hoe cruciaal de economische diplomatie is om ondernemingen te ondersteunen bij hun internationalisering. Daarnaast werd bijzondere aandacht besteed aan de handelsopportuniteiten in Kazachstan, Oezbekistan en Azerbeidzjan, snelgroeiende markten die het potentieel van de regio illustreren en het belang van lokale partnerschappen onderstrepen.

30 JANUARI 2026 – PLATFORM INTERNATIONAL – EEN JAAR TRUMP II
Op 30 januari kwam het Platform International van het VBO bijeen in aanwezigheid van Frédéric Bernard, de Belgische ambassadeur in de Verenigde Staten. Een ideaal moment om van gedachten te wisselen over de evolutie van de trans-Atlantische relaties, in het bijzonder over de balans na het eerste jaar van de regeringTrump II en de handelsspanningen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Verder ging het ook over de economische en veiligheidsuitdagingen, de toekomstige rol van de NAVO en het binnenlandse politieke klimaat in de Verenigde Staten. Tot slot blikten we vooruit naar de komende jaren, in het bijzonder naar de tussentijdse verkiezingen in november en de mogelijke gevolgen daarvan voor de samenwerking van de Verenigde Staten met de EU en België.
In het kader van de Diplomatieke dagen organiseerde het VBO samen met BECI, AKT en Voka de jaarlijkse ontmoeting ‘Diplomaten-Ondernemers’, waar ondernemers en diplomatieke vertegenwoordigers van gedachten wisselden over de uitdagingen van een gespannen geopolitieke en economische context. In zijn toespraak schetste René Branders, uittredend voorzitter van het VBO, de kwetsbaarheid van de Belgische economie voor de dalende exportvolumes en de druk op de industrie. Hij riep op om de veerkracht te versterken en volop in te zetten op export, innovatie en internationale samenwerking om groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen te vrijwaren.


Op 12 februari nam René Branders deel aan een exclusief rondetafelgesprek van de FOD Buitenlandse Zaken, naar aanleiding van het bezoek aan België van de Saoedische minister van Industrie Bandar bin Ibrahim Al-Khorayef, in aanwezigheid van onder meer vicepremier en minister van Werk en Economie David Clarinval. De gesprekken focusten op de sectoren rond de maakindustrie en minerale grondstoffen en vormden tegelijk de aanzet tot verdere uitwisselingen in de aanloop naar het staatsbezoek aan Saoedi-Arabië in november.

3 APRIL 2026 –PLATFORM
INTERNATIONAL - CHINA
Op 3 april kwam het Platform International van het VBO bijeen in aanwezigheid van Bruno Angelet, de Belgische ambassadeur in China. Tijdens de uitwisseling werden de uitdagingen en aandachtspunten van de relatie België/EU-China besproken, waaronder de Chinese industriële strategie, de positionering van de Europese Unie en de vooruitzichten voor Belgische bedrijven tegen de achtergrond van een complexe economische en internationale context. Daarnaast stond de vergadering in het teken van de overdracht van het voorzitterschap van het Platform International. Jan Grauls gaf de fakkel door aan René Branders.
24-26 MAART 2026 –STAATSBEZOEK
In maart brachten koning Filip en koningin Mathilde een staatsbezoek aan Noorwegen, samen met een Belgische bedrijfsdelegatie. Het bezoek bouwde voort op de economische missie onder leiding van prinses Astrid twee jaar geleden. Doel? De politieke, diplomatieke en economische banden verder versterken. Noorwegen is, als betrouwbare energieleverancier in een volatiele geopolitieke context en als land dat opportuniteiten biedt in uiteenlopende sectoren, zoals technologie, de maritieme sector en defensie, een strategische partner. Pieter Timmermans, CEO van het VBO, maakte deel uit van de delegatie en organiseerde samen met de Noorse werkgeversfederatie NHO een ‘breakfast briefing’ die de Belgische bedrijven concrete inzichten gaf in de Noorse markt en economische vooruitzichten.

Op 6 mei 2026 was het tijd voor de jurydag van de tweede editie van de Xplorer Award, een initiatief van het VBO dat student-ondernemers met internationale ambities ondersteunt. Het doel: hen van bij de start stimuleren om over de grenzen heen te denken en te ondernemen. Tijdens de jurydag selecteerde de jury uit een preselectie van tien kandidaten uiteindelijk vijf laureaten. Zij winnen een intensief groeitraject met persoonlijke coaching door een jurylid, gerichte opleidingen en workshops. En als hoogtepunt een internationale ondernemers- en netwerkreis naar New York en Chicago, waar ze hun netwerk en internationale inzichten verder kunnen uitbouwen.


Van 10 tot 14 mei vond de Belgische economische missie naar Turkije plaats, onder het voorzitterschap van koningin Mathilde, met bezoeken aan Istanbul en Ankara. De missie bracht ruim 400 deelnemers uit ongeveer 200 Belgische bedrijven samen en bood een stevig platform om de economische relaties met Turkije verder te verdiepen. Het VBO maakte deel uit van de delegatie en organiseerde in samenwerking met TÜSIAD, de Turkse werkgeversorganisatie, een ‘Power Lunch’ met de Turkse minister van Financiën Mehmet Şimşek als gastspreker evenals een ‘Success Stories Breakfast’ waarin succesvolle Belgisch-Turkse samenwerkingen centraal stonden. Het VBO werd tijdens de missie vertegenwoordigd door René Branders, erevoorzitter van het VBO.


In deze nieuwe editie van ‘Meet the ...’ stellen we een prominente persoonlijkheid voor die een centrale rol speelt in de Belgische handel. We hebben het genoegen in gesprek te gaan met Maxime Prévot, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking.
WELKE PLAATS HEEFT ECONOMISCHE
DIPLOMATIE IN UW BELEID EN HOE KAN ZE
VOLGENS U EEN VERSCHIL MAKEN VOOR
BELGISCHE ONDERNEMINGEN DIE ACTIEF ZIJN OP BUITENLANDSE MARKTEN?
“Economische diplomatie is een speerpunt van mijn buitenlands beleid. België is een van de meest open economieën ter wereld. Onze uitvoer is goed voor 85% van het Belgische bbp. Elke Belgische job houdt rechtstreeks of onrechtstreeks verband met ons vermogen om te exporteren, investeringen aan te trekken en onze toeleveringsketens veilig te stellen. Mijn prioriteit is dan ook om ons volledige diplomatieke netwerk te mobiliseren ter ondersteuning van die realiteit.
Economische diplomatie is niet langer zomaar een departement, ze krijgt in mijn beleid een centrale plaats. En dat engagement vertaalt zich concreet op het terrein. Zo vergezelde ik de koning en de koningin tijdens staatsbezoeken aan Vietnam en Chili in 2025 en aan Noorwegen in maart dit jaar, en zal ik mee afreizen naar Kazachstan in oktober. Na de missie naar India vorig jaar, nam ik recent deel aan de economische missie naar Turkije en later dit jaar, in november, neem ik deel aan de missie naar Saudi-Arabië. Elk van die missies heeft een duidelijk doel: deuren openen voor onze ondernemingen en onze economische belangen verdedigen.
Maar economische diplomatie is veel meer dan buitenlandse missies. We doen ook essentieel werk op de achtergrond: onze afhankelijkheden in kaart brengen, onze strategische sectoren versterken en al onze hefbomen activeren –Credendo, Finexpo, instrumenten voor internationale samenwerking – binnen een ‘team België’-logica. Mijn boodschap aan ondernemers is eenvoudig: we behoren misschien niet tot de grootste mogendheden, maar de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van onze diplomatie kunnen concrete resultaten opleveren. Maak daar gebruik van. Ons netwerk van diplomatieke posten, de collega’s van de FOD Buitenlandse Zaken en mijn kabinet zijn er voor u.”
WELKE ROL ZIET U VOOR BELGIË, BINNEN
HET EUROPESE KADER, IN HET VERDER BEVORDEREN VAN EEN OPEN EN VOORSPELBAAR INTERNATIONAAL HANDELSKLIMAAT?
“In een context van toenemende handelsspanningen is de rol van zowel de Europese Unie als van België belangrijker dan ooit. Als open economie zijn wij het eerste slachtoffer van protectionisme. Maar ik weiger een defaitistische houding aan te nemen. België kan en moet een drijvende kracht zijn binnen de EU.
Ten eerste moeten we de handelsakkoorden die we al hebben gesloten finaliseren en ratificeren. Dat is een kwestie van geloofwaardigheid. Ik steun daarnaast de verkenning van nieuwe constructies zoals Clean Trade and Investment Partnerships, waarmee sneller concrete resultaten kunnen worden geboekt.
Ten tweede moeten we ons durven te verdedigen. Ik pleit ervoor om handelsbeschermingsinstrumenten op een assertieve, snelle en proportionele manier in te zetten wanneer oneerlijke concurrentie onze bedrijven bedreigt. Onze kortetermijnbelangen verdedigen en tegelijk streven naar de-escalatie op de middellange termijn: naar dat evenwicht ben ik op zoek. Een geloofwaardige hervorming van de WTO is daarbij noodzakelijk. Het multilaterale systeem staat onder druk. Voor een land als België is een handelsorde op basis van duidelijke regels de beste levensverzekering.
Ten derde moet het Europese concurrentievermogen deel uitmaken van een bredere en meer strategische aanpak. Een vereenvoudiging van de regelgeving, via omnibuspakketten, blijft een belangrijk vertrekpunt en een voorwaarde voor geloofwaardigheid. Maar vereenvoudigen volstaat niet. Om een internationaal handelsklimaat te creëren dat open, voorspelbaar en investeringsvriendelijk is, moeten we onze belangrijkste doelstellingen nastreven: de integratie van de interne markt en de versterking van onze industriële basis. Initiatieven zoals de Industrial Accelerator Act (IAA) zijn in dat opzicht van cruciaal belang.”
HOE ERVAART U DE ACTUELE INTERNATIONALE
ONTWIKKELINGEN EN HUN GEVOLGEN OP DE BELGISCHE HANDEL EN INVESTERINGEN, EN WELKE AANDACHTSPUNTEN
ZIJN VOOR U ESSENTIEEL?
“De wereld wordt steeds meer gekenmerkt door transacties. En daaraan herinneren de recente gebeurtenissen ons met een ongekende wreedheid. Een aantal ontwikkelingen baren mij in het bijzonder zorgen.
Eerst en vooral de energiezekerheid. De spanningen in de Straat van Hormuz hebben gevolgen voor de wereldwijde bevoorrading. Het Internationale Energieagentschap ging over tot de grootste vrijgave van strategische voorraden ooit. Dat uit zich voor onze bedrijven in een grote volatiliteit in de prijzen van kerosine, diesel en gas, en dat tegen de achtergrond van het invoerverbod op Russisch gas vanaf januari 2027 en aanhoudende onzekerheid over Qatarese en Amerikaanse leveringen. De risico’s zijn reëel, maar beheersbaar als we anticiperen.

Daarom moeten we onze energiepartnerschappen diversifiëren, resoluut handelen binnen het Europese kader, de energietransitie versnellen en Europa ertoe aanzetten te investeren in zijn eigen infrastructuur. Energieonafhankelijkheid is van cruciaal belang voor onze soevereiniteit en ons economisch concurrentievermogen.
Maar ook de trans-Atlantische relatie is essentieel. De Verenigde Staten blijven onze grootste handelspartner buiten de EU. De 900 Amerikaanse ondernemingen in België zorgen voor meer dan 115.000 jobs. Die relatie is van levensbelang, maar moet wederkerig zijn. Met het oog op de protectionistische tendensen verdedigt onze diplomatie onze belangen en blijft ze inzetten op een positieve agenda.
Een andere grote uitdaging is de toegang tot kritieke grondstoffen. De geopolitieke rivaliteit rond zeldzame aardmetalen en halfgeleiders, essentiële componenten voor onze industrie, neemt toe. Onze Belgische ‘speciale gezant’ rond kritieke grondstoffen is nauw betrokken bij dat dossier. We kunnen het ons niet veroorloven om in die strategische race naar de zijlijn te worden verbannen.
Tot slot is er de diversificatie van onze markten. Onze diplomatie heeft bepaalde regio’s te lang veronachtzaamd.
Ik investeer in onze betrekkingen met de Golfstaten, Centraal-Azië - door een post te openen in Oezbekistan -, Latijns-Amerika en Afrika, een continent in volle expansie dat bepalend wordt voor de toekomst van onze economische partnerschappen.
Als we geen vogel voor de kat willen zijn, moeten we onze economische belangen complex lozer en meer vastberaden verdedigen.”

Samen met zijn leden-sectorfederaties werkt het VBO hard om de belangen van onze ondernemingen die internationaal actief zijn te behartigen. En ondernemend België op de hoogte te houden van de geopolitieke dynamiek, nieuwe Europese en supranationale regelgeving, bi- en multilaterale verdragen … die een belangrijke impact hebben op onze internationale handelsactiviteiten.
EFFECTIEVE LEDEN














TOETREDENDE LEDEN










Het competentiecentrum (CC) Europa & Internationaal van het VBO verzorgt de redactionele inhoud van deze nieuwe Focus International Trade, die eens per semester verschijnt.
HET TEAM

Olivier Joris


Executive Manager Benoit Monteyne Eerste Adviseur
Torre Van de Walle
Attaché
HET VBO SPEELT EEN ACTIEVE ROL IN DIVERSE FACETTEN VAN DE INTERNATIONALE HANDEL. OP ONZE AGENDA STAAN ONDER ANDERE:
• het permanent waken over de goede werking van de interne Europese markt;
• de follow-up van het Europees handelsbeleid;
• de promotie van vrijhandelsakkoorden bij ondernemingen;
• de opvolging van de handelsspanningen en hun impact;
• het beschermen van de investeringen van onze ondernemingen in het buitenland, en omgekeerd, van de buitenlandse investeringen in ons land;
• de organisatie van tal van activiteiten inzake economische diplomatie, waaronder de actieve deelname aan staatsbezoeken en economische missies.
The Federation of Enterprises in Belgium (FEB) has set up a state-of-the-art webcast and video studio in the heart of Europe. We offer a cost-effective way to create impactful video content and increase your communication reach.
• Webinars, live streams and webcasts from our professional studio in Brussels with full technical, audiovisual and content support
• Personalised coaching to help you prepare and present your live webinar, keynote video or vlog recording
• Time-efficient video productions and live webinars with a clear return on investment

• Facilitating hybrid events in collaboration with BeVenue, the FEB conference center in central Brussels
• Professionals ready to design your slides, visuals, graphical videos and animations if you don’t have the time
• Client-focused approach
• Fair and affordable rates
• GDPR-compliant streaming platforms




We would be delighted to tell you more about our customised and integrated solutions!
Pierre Seghers bevenue@vbo-feb.be BeVenue
Rue Ravensteinstraat 4 - 1000 Brussels
Tel. 00 32 2 515 09 64
Brought to you by:

FOCUS INTERNATIONAL TRADE
Semestriële uitgave van het Verbond van Belgische Ondernemingen
REDACTIE
Olivier Joris, Torre Van de Walle, Benoit Monteyne
EINDREDACTIE
Johan Van Praet, Anne Michiels, Charlotte Jonné, Wouter Spriet
VERTALING
Vertaaldienst VBO
PUBLICATIEVERANTWOORDELIJKE
Stefan Maes
VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Stefan Maes, Ravensteinstraat 4, 1000 Brussel
Publicatiedatum: 10 juni 2026
Cette publication est également disponible en français
Deze publicatie kunt u ook lezen op www.vbo.be > Publicaties
ISSN 2736-4437
Het VBO, dé stem van de ondernemingen in België, staat – via een 50-tal lid-bedrijfsfederaties –voor meer dan 50.000 kleine, middelgrote en grote ondernemingen die 75% van de tewerkstelling in de private sector voor hun rekening nemen.
Onze leden zorgen voor 80% van de export en creëren 2/3 van de toegevoegde waarde in ons land. Als enige overkoepelende interprofessionele werkgeversorganisatie vertegenwoordigen we ondernemingen uit de drie gewesten van ons land.

+50.000
kleine, middelgrote en grote ondernemingen 75%
van de tewerkstelling in de privésector 2/3
van de toegevoegde waarde 80%
van de export
3 gewesten
Kompas bij uitstek voor de ondernemingen in België
Het VBO is het Belgische lid van BusinessEurope
LEES ONZE RECENTSTE PUBLICATIES OP VBO-FEB.BE/NL/PUBLICATIES/