PETER DERIE
( e n
n i e t
z e g t )
PETER DERIE
( e n
n i e t
z e g t )
Derie, Peter Wat de Koran echt zegt (en niet zegt) © 2016, Davidsfonds / WPG Uitgevers België nv, Mechelsesteenweg 203, B-2018 Antwerpen en Peter Derie Gemaakt onder licentie van Davidsfonds. ‘Davidsfonds’ is het geregistreerde merk van Davidsfonds vzw met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Quinten Metsysplein 12. www.davidsfondsuitgeverij.be www.facebook.com/davidsfondsuitgeverij info@davidsfondsuitgeverij.be Redacteur: Bjorn Gabriëls Vormgeving: Grraphs D/2016/0034/233 ISBN 978-90-5908-713-2 NUR 717 Exploitatierecht voor Nederland: Uitgeverij Kok Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl ISBN 978-90-435-2697-5 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd – op enige manier – zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoud
Inleiding
7
1. God spreekt
11
2. De recitatie
18
18 19 21
De Koran is geen boek Schoonheid redt De spraak van Allah
3. Van mondelinge qoer’aan naar geschreven korans
27
28 34 41 44 46
De Koran tijdens het leven van Mohammed Na Mohammed Nieuwe poging: de zeven lezingen Terug naar de grondtekst De voordracht als correctie
4. De tekst is perfect
48
De moetazilieten Al-Baqillani, al-Shafie en het iejaaz-dogma De sacralisering van het Arabisch Uitlegkunde
51 53 56 61
5. Kalligraferen en drukken: de fysieke tekst in Oost en West
64
6. Wat vertelt de Koran?
73
De ordening in hoofdstukken (soera) In Mekka of Medina? De profetenverhalen Opschriften bij de soera’s Stijl Enkele bijzondere soera’s
74 76 88 154 159 161
7. Aya: vers
167
Teken De ingetrokken verzen
167 169
8. Wat is de Koran? Nieuwe antwoorden van de revisionisten
172
Twee vertrekpunten: de geschiedenis en de taal De tradities in diskrediet Harde feiten: archeologie Joods messianisme Wanneer ontstond de Koran? Manicheeërs en christelijke groeperingen in de late oudheid Sjiieten
173 174 180 183 185 188 196
9. Conclusie. De nacht van het goddelijke raadsbesluit
206
Noten
215
Transliteratie
226
Bibliografie
227
Register
241
Inleiding
In het begin schiep Allah een Tafel, een wit paarlemoeren schrijftablet, die alles bevat wat was en zal zijn. En uit een ander juweel schiep Hij een Pen, met een lengte van wel vijfhonderd jaar, een Pen met een gespleten punt waaruit licht vloeit, zoals inkt uit de pennen van deze wereld. Toen werd tot de Pen geroepen: ‘Schrijf!’, waarop de Pen uit angst voor de oproep zo schudde en schokte dat ze hortend Zijn lof zong, als het rommelen van de donder. Toen schreef ze op de Tafel… (Een scheppingsverhaal uit de elfde eeuw1)
Geen oervloed, godenstrijd of kosmische knal. De islam begint zijn scheppingsverhaal met een Tafel. Ooit kreeg Mozes de tien geboden als ‘stenen tafelen’. God schreef daarmee Zijn contract met het volk. Nu doet Allah zijn zeg op een hemels schrijftablet. Hij schrijft de Koran. Zo wordt God een auteur. Talrijke koranboeken in boekhandels, gekalligrafeerde verzen op architectuur en zelfs recitaties in mp4-formaat gelden als een exacte kopie van die hemelse Koran. Bovendien verzekert de godheid dat hij het mensdom een helder boek brengt, in duidelijk Arabisch. Is er dan nog een boek nodig ‘over’ de Koran? We vinden van wel. Na de aanslagen van 11 september 2001 nam de aandacht voor de islam alleen maar toe, maar was er nauwelijks aandacht voor de theologische context waarbinnen islamitische richtingen bestaan. Religie werd niet als een factor gezien die invloed uitoefent op sociaal gedrag. Zo was er in het hoogtij van het multiculturalisme ~7~
veel aandacht voor gelijke rechten en politieke emancipatie, maar geen interesse voor de manier waarop groepen islamitische gelovigen zich het sacrale voorstellen. Een gesprek over religie was ongepast. Zo bleef de Koran een verlaten boek. Nochtans maakt de islam deel uit van de culturele interactie in Vlaanderen. De islam is niet langer iets van buitenaf. Nieuwe religieuze woorden in Van Dales woordenboek komen twee keer zoveel uit de islam als uit het christendom. Bovendien geeft de Koran opnieuw een plaats aan het sacrale in het sociale leven: spijswetten, kledij, taboes in de biologie, bidden tijdens de lunchpauze, gebedshuizen erkennen, een vakantiedag om de vasten te beëindigen. Het maakt komaf met ons secularistatiemodel, zoals tot voor kort in opleidingen theologie gedoceerd. Hoogleraar Lieven Boeve heeft het bij dit nieuwe paradigma over ‘God onderbreekt de geschiedenis’. Misschien is het beter te zeggen: ‘God verschuift de geschiedenis’, waarbij de islam in de perceptie de rol overneemt van ‘wat een godsdienst is’. Burgers van dit land die de islam belijden, illustreren dat mensen wonen in betekenisgevende verhalen en ritueel handelen op grond van die verhalen. Zo krijgt de Koran een eigen betekenis als postkoloniale religie in de Europese Unie. Evengoed wordt hij het lijdend voorwerp van het zogeheten ‘nieuwe atheïsme’. Bij heel wat klassieke atheïsten was God een weg te verklaren misverstand. Zo schafte Auguste Comte (17981857) het goddelijke theoretisch af, en verving hij het door het zelfbewustzijn van de mens. Comte vertrouwde op de natuurwetenschappen omdat die de werkelijkheid kunnen onthullen ‘zoals zij echt is’, en vond dat technologie vooruitgang en stabiliteit zal brengen. Nieuwe atheïsten vinden dat religie niet alleen onwaar is, maar ook slecht, en op een assertieve manier moet worden bestreden. Christopher Hitchens’ bestseller heet veelbetekenend: God is niet groot! – een duidelijk neen aan Allah. Godsdienst, dus ook de islam, is voor deze strekking een ontegenzeggelijk maatschappelijk verderf. Hun militanten brengen de oude, religieuze terminologie terug in het publieke forum, zoals sharia en Koran of moslim, en stellen deze begrippen voor als een tegenstelling met een vrije, westerse maatschappij. Zo roept de Vlaamse ‘belijdende atheïst’ Wim Van Rooy de islam uit tot ‘non-religie’, een a-theologie. Door die militante vorm van vrijdenkerij zetten gelovigen nog meer de hakken in het zand. Iedere uitspraak wordt in het kader van pro- of anti-islam geplaatst. De overheid, bezorgd om polarisatie, probeert met ~8~
een verontrust middenveld bepaalde geloofsvoorstellingen, praktijken, instituties en publieke manifestaties van de islam te reguleren. Maar die bemoeienis stimuleert net een revitalisering van religie. Ook zo draait de camera zich naar een boek uit het verre Arabië van de zevende eeuw. Sigmund Freud omschreef religie als ‘een illusie in de toekomst’. Feitelijk is het net omgekeerd. Het visioen van Freud, een toekomst zonder religie, is net de illusie. Onze islam maakt deel uit van de superdiversiteit die zich in België, Nederland en Frankrijk ontwikkelt. Auteur Dirk Geldof omschrijft die nieuwe werkelijkheid ook als ‘een verborgen stad’. Om die realiteit te begrijpen zetten we het best geen oude bril op, maar een kosmopolitische. We kunnen dus niet vertrekken vanuit een negentiende-eeuwse vooronderstelling dat in een hoogontwikkelde samenleving religie als vanzelf zal verdwijnen. Religie kan helemaal niet verdwijnen: zij kan alleen maar veranderen. Dit boek knoopt daarom aan bij een principe van de Franse socioloog Emile Durkheim (18581917). Wie de maatschappij ten volle wil beluisteren, moet religie kunnen verstaan. Het geloof in een anonieme kracht achter een ideale wereld is een reële psychoculturele realiteit. Of dat nu moeder aarde is, een witte mars, de multiculturaliteit of een monotheïstische god; geloof draagt bij tot groepssolidariteit, en creëert met veel emotionele energie een morele standaard. Voor gelovigen maakt dit net de ruggengraat uit van hun individualiteit. Wie daarom in een superdivers Vlaanderen de maatschappij wil verstaan, moet de Koran openslaan. En wie dat wil doen, krijgt het niet gemakkelijk. Stijl, inhoud, woordgebruik, indeling en verteltechniek creëren een vervreemdend effect. Zo blijft de welwillende lezer met vragen zitten en is de Koran opnieuw ‘een verlaten boek’. Wat de Koran echt zegt komt hieraan tegemoet. Arabist Peter Derie bespreekt de tekst- en cultuurgeschiedenis, het literaire genre, de thema’s en leerstellingen of gebruiken die rond de Koran zijn gegroeid. Een aantal kwesties is nog volop een voorwerp van fascinerend wetenschappelijk onderzoek, zoals de interculturele context waarin de Heilige Schrift werd geboren maar ook werd verlaten. Want ook in de vroege middeleeuwen schreven islamitische auteurs over ‘een verlaten boek’. Ze vonden dat de oorspronkelijke intenties van de Koran door een teveel aan diverse opinies waren vervormd. Ze ontwikkelden daarom geloofspunten die de Koran huldigden als een hemels, uniek en ongeschapen werk. Dat heeft echter een islam in de hand gewerkt die de tekst naar de letter begrijpt. ~9~
De geloofsleer heeft de aandacht afgeleid van de mogelijkheid om de tekst te lezen, laat staan te begrijpen. Wat de Koran echt zegt gaat echter geen vraag uit de weg en bespreekt het spanningsveld tussen cultuur en openbaring, zoals bij onderwerpen als vrouwenrechten en terrorisme. Tot slot besteedt dit boek ook aandacht aan hoe de wetenschap de traditionele ontstaansgeschiedenis van de islam verlaat en de geboorte van de Koran in een brede interreligieuze context van de late oudheid situeert.
~ 10 ~