Topstukken SPECIAL VAN HET NATIONAAL ARCHIEF
2 Uitgave bij de tentoonstelling Topstukken in perspectief 22 maart 2019 t/m 5 januari 2020
15 HISTORISCHE DOCUMENTEN
IN PERSPECTIEF
PLAKKAAT VAN VERLATINGE
De Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring
AFSCHAFFING VAN DE SLAVERNIJ Een geschiedenis van lijden en onrecht
VAN HOUTENS KINDERWETJE De eerste sociale wetgeving
In samenwerking met Historisch Nieuwsblad
VOORWOORD
DE TENTOONSTELLING TOPSTUKKEN IN PERSPECTIEF IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR 2 | NATIONAAL ARCHIEF
VOORWOORD 4
INHOUD
Welk belang hebben de 15 topstukken voor de samenleving van vandaag?
DE CAPITULATIE VAN DE SULTAN 8 Vanaf 1612 mag de Republiek handelen met Turkije.
VAN HOUTENS KINDERWETJE 22
In 1874 maakt Nederland een begin met sociale wetgeving.
ZUIDERZEEWET 24
Door de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 wordt het water getemd.
ONAFHANKELIJKHEID VAN INDONESIË 26
STATENBIJBEL 10
Een goede vertaling van Gods woord voorziet in 1637 in een grote behoefte.
Na jaren van conflict stemt Nederland in 1949 in met de soevereiniteitsoverdracht.
DE LANGE WEG NAAR ARTIKEL 1 14
VAN EGKS NAAR EU 28
De officiële vervolging en discriminatie van homoseksuelen begint in de Republiek in 1730. Pas na 250 jaar zijn alle wettelijke belemmeringen opgeheven.
Het enthousiasme voor Europese samenwerking is groot. Zo blijkt bij een proefreferendum in 1952.
PLAKKAAT VAN VERLATINGE 6
In 2018 kiezen televisiekijkers dit document tot het ‘Pronkstuk van Nederland’. Ze zien het grote belang in van onze ‘Onafhankelijkheidsverklaring’ en de strijd die daarvoor is geleverd.
14
WET-VAN OVEN 30
30
Vanaf 1956 worden gehuwde vrouwen niet meer als onmondigen behandeld.
AFSCHEID VAN BELGIË 16
Met spijt ondertekent koning Willem I in 1839 het scheidingsverdrag.
SURINAME ZELFSTANDIG 32
Na de onafhankelijkheid in 1975 blijven Nederland en Suriname met elkaar verbonden.
GRONDWET VAN 1848 18
De herziening is fundamenteel en nog steeds van belang.
VREDE VAN MUNSTER 12
Het einde van de Tachtigjarige Oorlog met Spanje betekent een keerpunt voor de Nederlanders. Het vredesverdrag in 1648 vormt het ‘geboortekaartje’ van de Republiek.
AFSCHAFFING VAN DE SLAVERNIJ 20
Nederland zet de eerste stap in de bevrijding van tot slaaf gemaakten.
COLOFON
Tekstbijdragen: Max Bosschaart,
Ontwerp Erik Flokstra, Pixels&inkt.
Deze uitgave is een samenwerking
Paul Brood, Ron Guleij, Elwin
Druk Senefelder Misset,
van Historisch Nieuwsblad en het
Hendrikse, Arjan Poelwijk (Nationaal
Doetinchem.
Nationaal Archief ter gelegenheid
Archief).
Beeld: alle beelden zijn afkomstig
van de tentoonstelling Topstukken in
Redactie Menke van Daalen
uit de collecties van het Nationaal
perspectief in het Nationaal Archief,
(correctie), Bas Kromhout, Mirjam
Archief, tenzij anders aangegeven.
Prins Willem-Alexanderhof 20 in
Janssen, Erica van Rijsewijk
Fotografie: Jan Zweerts, Jossy
Den Haag.
(correctie), Bram van der Wilt.
Photography (coverfoto).
KONINGIN BEATRIX TREEDT AF 34
In 2013 volgt Willem-Alexander zijn moeder op. Kenmerkend voor haar regeerperiode van 33 jaar is haar optreden als steun en troost bij rampen.
NATIONAAL ARCHIEF | 3
2
VOORWOORD
FOTO: MICHEL SCHNATER
22 MAART 2019 T/M 5 JANUARI 2020
PRONKSTUK VAN NEDERLAND Algemeen rijksarchivaris Marens Engelhard en Irene Gerrits, directeur Collectie & Publiek, nemen namens het Nationaal Archief live op NPO2 de trofee in ontvangst in aanwezigheid van minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 25 januari 2018.
4 | NATIONAAL ARCHIEF
TOPSTUKKEN IN PERSPECTIEF: TENTOONSTELLING IN HET NATIONAAL ARCHIEF
Nog altijd relevant
E
en paar jaar geleden bezocht ik de National Archives in Washington. Ik zag daar hoe de Declaration of Independence werd tentoongesteld. Het gebouw is ingericht als een tempel: de Declaration ligt middenin achter gepantserd glas in een vitrine die om vijf uur ’s middags in de grond zakt. Ondanks het warme juliweer stond tot buiten aan toe een rij Amerikanen te wachten om hun Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776 te mogen bewonderen. Weinigen weten dat ons Plakkaat van Verlatinge het voorbeeld en de inspiratie was voor de Declaration. Het Plakkaat kan worden gezien als de Onafhankelijkheidsverklaring van de Lage Landen, destijds de Zeventien Provinciën. In 2014 kwam de toenmalige president van de Verenigde Staten, Barack Obama, samen met premier Mark Rutte het bijzondere stuk bewonderen. Begin 2018 stond het weer in de schijnwerpers. In het televisieprogramma Het pronkstuk van Nederland, waarin kijkers mochten stemmen op een object dat hen trots maakte, werd het Plakkaat van Verlatinge tot ‘pronkstuk’ gekozen. Kennelijk realiseerden veel kijkers zich dat het niet vanzelfsprekend is dat wij in een democratisch land leven met veel vrijheden en rechten. Dat daarvoor hard is gewerkt,
gestreden en pijn geleden. Daarmee krijgen topstukken als het Plakkaat, de Unie van Utrecht en de Grondwet een andere waarde. Ze representeren onze strijd voor onafhankelijkheid, voor internationale erkenning, voor burgerrechten en nog veel meer. Dankzij programma’s als Het pronkstuk van Nederland, Verborgen verleden en Andere tijden krijgen gebeurtenissen uit het verleden een context die vandaag de dag nog relevant is. Toch waren er ook kritische reacties op de uitverkiezing. Er werd onder meer geschreven dat die meer zegt over de nationale trots nu dan over wat er toen gebeurde. Dat het archiefstuk vrijwel onleesbaar en amper te begrijpen is, maar dat dat er niet toe deed in het tv-referendum. Een opiniemaker in NRC Handelsblad meende dat alleen de toegeschreven symboolwaarde telde. En de hoofdredactie van Trouw schreef in een commentaar dat deze keuze past bij de oplevende belangstelling voor de Nederlandse geschiedenis. De geschiedenisboekjes geven vaak een aaneenschakeling van belangrijke momenten: 1584 – Willem van Oranje vermoord; 1648 – Vrede van Munster; 1839 – Nederland en België definitief gescheiden. Te weinig realiseren wij ons daarbij dat zulke momenten gedocumenteerd zijn. Dat als er vrede gesloten wordt, er ook een verdrag en een ratificatie zijn. Dat als de slavernij wordt afgeschaft, er ook een wet gemaakt
moet zijn. De documenten bij dit soort momenten zouden we ‘topstukken’ van de Nederlandse geschiedenis kunnen noemen. Momenten met een grote invloed op de samenleving. Maar de stukken staan niet op zichzelf; ze vertegenwoordigen verhalen met verschillende perspectieven. Zo wilde de Zuider zeewet van 1918 meer veiligheid bieden voor de gebieden rondom de Zuiderzee, omdat de watersnood van 1916 veel schade had aangericht en vele slachtoffers had geeist. Dat leidde tot de Afsluitdijk, die van de Zuiderzee een zoetwaterbassin maakte: het IJsselmeer. Maar daar was de beroepsvisserij in de oude Zuiderzeestadjes – op z’n zachtst gezegd – niet blij mee. Die dubbelheid geldt natuurlijk voor meer documenten. De afschaffing van de slavernij was een hoogtepunt voor Nederlanders die waarde hechtten aan de gelijkheid van mensen. Maar ook voor eigenaren van de slaafgemaakten, die door de Nederlandse overheid met 300 gulden per slaafgemaakte werden afgekocht. De wet was zeker geen hoogtepunt voor degenen die formeel geen slaaf meer waren, maar nog wel tien jaar vastzaten aan hun eigenaren. Welk belang hebben stukken als deze voor de samenleving van vandaag? Om hier uitgebreider bij stil te staan, toont het Nationaal Archief tot begin 2020 vijftien documenten uit de eigen collectie op de tentoonstelling Topstukken in perspectief. Van Plakkaat van Verlatinge tot Abdicatie. Bij de keuze is gekeken naar de actuele betekenis van de stukken. Dat gebeurtenissen lang geleden hebben plaatsgevonden, wil niet altijd zeggen dat de discussie erover is verstomd. Integendeel zelfs. De tentoon stelling belicht dan ook verschillende kanten van een document. Bezoekers worden uitgenodigd hun eigen perspectief toe te voegen. Wat zeggen de stukken u? Vindt u ze belangrijk, of had u een andere keuze gemaakt? Deze uitgave laat de vijftien topstukken zien, in beeld gebracht door fotograaf Jan Zweerts. De beschrijvingen en de beelden geven inzicht in hun belang. Maar dat daarover kan worden getwist, blijkt uit de prikkelende citaten en uitspraken die erbij zijn geplaatst. Paul Brood Nationaal Archief
←
NATIONAAL ARCHIEF | 5
ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING 1581
Een aantal documenten uit de Nederlandse Opstand kent iedereen uit de geschiedenisboekjes: de Pacificatie van Gent, de Unies van Atrecht en Utrecht, en het Plakkaat van Verlatinge. Het Plakkaat kreeg in 2018 speciale aandacht, toen het in een televisieprogramma werd gekozen tot ‘Pronkstuk van Nederland’. Want het is ‘onze Onafhankelijkheidsverklaring’.
D
e behoefte aan een Onafhankelijkheidsverklaring is begrijpelijk. Hoe trots zijn de Amerikanen niet op hun Declaration of Independence? Toch is het Plakkaat niet meer dan een stap – zij het een belangrijke – op weg naar een onafhankelijke staat. Gaandeweg blijkt de Opstand zich direct te richten tegen koning Filips II zelf. De consequentie is dan ook dat de StatenGeneraal op zoek gaan naar een nieuwe landsheer. Maar die is niet eenvoudig te vinden. Uiteindelijk laat de hertog van Anjou zich overhalen. Op 23 januari 1581 sluiten de Staten-Generaal een overeen-
6 | NATIONAAL ARCHIEF
komst met hem. De opzegging van trouw aan Filips II is nu onvermijdelijk. Op 26 juli 1581 gaan de Staten-Generaal daartoe over in hun gewone vergadering, maar van een plechtige afzwering is geen sprake.
Recht op bescherming In de tekst van het besluit tot ‘verlatinge’ van de landsheer duikt ineens het volk op. De bekendste en meest geciteerde passage is, in hertaalde vorm: Het is algemeen bekend dat een vorst van een land door God tot hoofd van zijn onderdanen is aangesteld om dezen te beschermen en te bewaren voor alle onrechtvaardigheid, schade en geweld, zoals een herder zijn schapen moet beschermen, en dat de onderdanen niet door God ge-
2
HET PLAKKAAT VAN VERLATINGE ‘ROMANTISCHE ZIELEN IN DE VLAAMSE BEWEGING ZIEN HET PLAKKAAT VAN VERLATINGE ALS EEN MODEL VOOR EEN TOEKOMSTIG ONAFHANKELIJK VLAANDEREN.’ – Karl van den Broeck in Knack Extra, 2 februari 2011
VERPLICHT Stempel dat op alle in bruikleen gegeven documenten van het voormalige Algemeen Rijksarchief werd gezet.
schapen zijn ten behoeve van de vorst, om hem in alles wat hij beveelt – of dat nu godvruchtig of niet godvruchtig, rechtvaardig of niet rechtvaardig is – onderdanig te zijn om hem als slaven te dienen. Integendeel, de vorst is er ter wille van de onderdanen, zonder welke hij geen Vorst is, om hen rechtvaardig en verstandig te regeren en te verdedigen, en hen lief te hebben zoals een vader zijn kinderen en een herder zijn schapen; hij zet zijn lichaam en leven op het spel om hen te beschermen. Dat werpt een nieuw licht op de verhouding tussen vorst en onderdaan. De onderdanen hebben recht op leiding en bescherming van hun vorst. Wanneer hij daarin tekortschiet, mogen zij een andere landsheer zoeken. Deze redenering maakt in elk geval een einde aan de gedachte dat de soevereine vorst de personifiëring van de hoogste macht is, die aan geen wet is gebonden. Het verbond met de hertog van Anjou duurt uiteindelijk maar kort. Aangezien de gewesten in de daaropvolgende jaren geen nieuwe landsheer kunnen vinden, vormen ze vanaf 1588 een Republiek, een statenbond met een zwak centraal gezag.
‘Den stempel’
OPZEGGING Het Plakkaat van Verlatinge, het concept-besluit van de StatenGeneraal om Filips II af te zweren als landsheer, 1581.
Wie het originele document goed bekijkt, wordt verrast door een stempel met de tekst ‘Algemeen Rijksarchief’. Welke cultuurbarbaar heeft dat op zo’n belangrijk document gezet? Ongetwijfeld was het een archivaris, maar hij stempelde omdat dat was voorgeschreven. Volgens een Koninklijk Besluit uit 1856 mochten archiefstukken uitsluitend ter inzage worden gegeven aan bezoekers wanneer deze waren gestempeld. Ook als stukken werden uitgeleend – voor een tentoonstelling bijvoorbeeld – mocht dat pas ‘na behoorlijk gestempeld te zijn met den stempel van de Rijksarchief-bewaarplaats’. Het Besluit is verschillende keren herhaald en formeel nooit ingetrokken. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 7
HANDELSVERDRAG TURKIJE-NEDERLAND 1612
DE ‘AHIDNAME’ VAN DE SULTAN Ruim 400 jaar geleden geeft sultan Ahmed I de Nederlanders het recht handel te drijven in het Ottomaanse Rijk. Vanaf 1612 is Nederland vrijwel onafgebroken in Turkije vertegenwoordigd door een ambassadeur.
D
e Turkse naam van dit privilege voor handel en verkeer met het Ottomaanse Rijk is ahidname. Deze term wordt in het Nederlands vertaald als ‘(akte van) capitulatie’, omdat de bepalingen in kleine hoofdstukjes – in het Latijn capitula – worden opgesomd. Een ahidname is alleen geldig gedurende de regeerperiode van de heersende sultan. Daarom moet deze telkens worden vernieuwd. Het document uit 1612 is indrukwekkend door het formaat – wel zeven meter lang – en de fraaie decoraties. Het meest opvallend is de tughra, het monogram van de sultan die de capitulatie verleent. Ook het diwanischrift, dat tegen het einde van elke regel omhoogloopt, is zeer decoratief.
Bondgenoot tegen Spanje De handelsbetrekkingen tussen de (Noordelijke) Nederlanden en het Ottomaanse Rijk dateren van de tweede helft van de zestiende eeuw. De Nederlanders die dan met de Levant handeldrijven, varen echter vaak onder Franse of Engelse vlag. Dat
8 | NATIONAAL ARCHIEF
doen ze omdat de sultan dikwijls in oorlog is met de Spaanse koning, de officiële soeverein van de Nederlanden. Maar ook omdat Franse en Engelse kooplieden in het Ottomaanse Rijk speciale voorrechten genieten, te weten: erkenning van het recht om ongestoord handel te drijven en lage exporttarieven. Het initiatief om diplomatieke betrekkingen tussen de Republiek en het Ottomaanse Rijk aan te gaan komt niet van Nederlandse, maar van Turkse zijde. Aanleiding is de Zeeslag bij Gibraltar in 1607, waarin de Nederlandse vloot de Spaanse pal onder de eigen kust een belangrijke nederlaag toebrengt. De grootadmiraal van het Ottomaanse Rijk, Khalil Pasha, ziet daardoor in de Republiek een belangrijke potentiële bondgenoot tegen Spanje. Hij krijgt in 1610 – na de totstandkoming van het Twaalfjarig Bestand – de Turkse regering zover dat ze de StatenGeneraal uitnodigt voor besprekingen over
2
UITGESTREKT Kaart van het Ottomaanse Rijk, uit Joan Blaeus zeventiendeeeuwse Atlas Maior.
‘LIEVER TURX DAN PAEPS’
DECORATIEF Privilege van de sultan voor handel en verkeer met het Ottomaanse Rijk. Te zien is de tughra, het monogram van de sultan die de capitulatie verleent.
TEKST OP VERSCHILLENDE GEUZENPENNINGEN. DE TURKEN STREDEN NET ALS DE PROTESTANTSE NEDERLANDERS TEGEN DE KATHOLIEKE SPANJAARDEN. DAAROM ZAGEN DE GEUZEN HEN ALS BONDGENOTEN.
een capitulatie, die de basis vormt voor goede betrekkingen tussen de twee staten.
Man in Constantinopel In september 1611 vertrekt de Nederlandse diplomaat Cornelis Haga naar Constantinopel. Deze Schiedammer heeft zich eerder verdienstelijk gemaakt als gezant van de Republiek in een korte missie naar Zweden. Daarom zien de Staten-Generaal hem ook als een geschikte afgevaardigde in de Ottomaanse hoofdstad. Als hij daar in het vroege voorjaar van 1612 aankomt, stuit hij op hevig verzet van de Venetianen en Fransen, die niet erg gecharmeerd zijn van de komst van een nieuwe concurrent. Op 20 mei 1612 beginnen de feitelijke onderhandelingen tussen de Turkse regering en het Nederlandse gezantschap, en ruim een maand later worden beide partijen het eens over de inhoud van de capitulatie. De officiële akte waarin de voorrechten zijn vervat, wordt op 6 juli 1612 overhandigd. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 9
STATENBIJBEL 1637 Op 17 september 1637 ontvangen de StatenGeneraal het eerste exemplaar van een prachtig boek. Het is gebonden in paars fluweel en verguld op snee. Wat begon als ‘een nieuwe Nederlandsche Oversettinge der H. Schrifture, uijt de oorspronckelijcke talen’ heet voortaan de Statenvertaling of Statenbijbel.
NIEUWE VERTALING De titelpagina uit de Statenbijbel, 1637.
WOORD VAN GOD
A
l sinds de opkomst van het protestantisme, begin zestiende eeuw, bestaat er behoefte aan een goede, bruikbare Nederlandse Bijbel, die direct is vertaald vanuit een van de oorspronkelijke talen: Hebreeuws, Aramees of Grieks. Verschillende pogingen stranden en het is uiteindelijk de nationale vergadering van de gereformeerde kerk, de Nationale Synode in Dordrecht 1618-1619, die het initiatief neemt. Voorzitter Johannes Bogerman noemt drie redenen voor een nieuwe bewerking. In andere landen bestaat al langer een goede bijbelvertaling in de eigen taal. Daarnaast maakt een nieuwe, correcte vertaling het mogelijk om aanhangers van andere geloven naar de enige juiste leer te verwijzen. En dan gaat het niet alleen om rooms-katholieken, maar ook om andere protestantse stromin-
10 | NATIONAAL ARCHIEF
gen, zoals de wederdopers. Tot slot moeten predikanten die alleen het Nederlands beheersen gebruik kunnen maken van een zuivere vertaling, omdat ze anders misschien onjuiste ideeën uit de Bijbel halen.
Vertaalvoorschriften Het pleidooi van Bogerman is overtuigend. De meerderheid van de aanwezigen stemt voor een nieuwe bijbelvertaling. De synode legt direct een aantal uitgangspunten vast. De belangrijkste is dat de vertalers uitgaan van de Bijbel in een van de oorspronkelijke talen. Alleen bij hoge uitzondering, als ze twijfelen aan de juistheid van hun vertaling, mogen ze ook gebruikmaken van al bestaande vertalingen of de hulp van geleerden inroepen. Hebreeuwse, Aramese of Griekse zegswijzen moeten zo letterlijk mogelijk worden vertaald. Alleen als de Nederlandse tekst daardoor onduidelijk of zelfs onbegrijpelijk wordt, kan daarvan worden afgeweken. En dan nog moet in de kantlijn de oorspronke-
2 ‘IK KOM UIT EEN ORTHODOX-GELOVIGE GEMEENSCHAP WAARIN DE STATENVERTALING INTENSIEF WERD GEBRUIKT. HET WAS VOOR ONS NORMAAL OM IN ZEVENTIENDE-EEUWS NEDERLANDS MET ELKAAR TE DISCUSSIËREN OVER GODDELIJKE ZAKEN. IK ZOU EEN GESPREK KUNNEN VOEREN MET DE EINDREDACTEUR, DOMINEE VAN RENESSE.’
– Franca Treur, schrijfster en freelance journaliste
PRIEGELWERK Proefdruk van de nieuwe Statenvertaling met aantekeningen van Ludovicus van Renesse, 1633-1635.
lijke zegswijze worden opgenomen. De vertalers mogen zelf geen woorden aan de tekst toevoegen. Mocht dat toch nodig zijn, dan uitsluitend tussen haakjes. Al deze uitgebreide en specifieke voorschriften voor de vertaling komen voort uit het idee dat het Hebreeuws, het Aramees en het Grieks letterlijke uitingen zijn van het Woord van God.
Aan het werk in Leiden De Staten-Generaal scharen zich in 1625 volledig achter het project, ook financieel, zodat de vertaling nu van landsbelang is. De vertalers gaan aan het werk in Leiden, een van de universiteitssteden van de Republiek. Ze hopen te profiteren van de daar aanwezige theologische kennis en de bibliotheken. Ze beginnen op 13 november 1626 met het Oude Testament en in oktober 1627 met het Nieuwe Testament. Als het werk van de vertalers erop zit, gaan de revisoren verder. Vanuit elk van de zeven provincies van de Republiek wordt een theoloog of predikant afgevaardigd die de vertaling van het Oude en het Nieuwe Testament zal controleren. In 1633 komen de vertalers van het Oude Testament en de revisoren in Leiden bijeen om het eindresultaat te bespreken. Een jaar later is het de beurt aan het Nieuwe Testament. In 1637 is de klus geklaard. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 11
GEBOORTEKAARTJE VAN DE REPUBLIEK 1648
VREDE VAN MUNSTER AFBEELDING SCHILDERIJ GERARD TER BORCH: RIJKSMUSEUM AMSTERDAM
I
n het verdrag staat dat Spanje en de Republiek de gebieden behouden die ze op dat moment bezitten, zowel in Brabant, Vlaanderen en Limburg als in Oost- en West-Indië. De uitoefening van de rooms-katholieke eredienst in de Repubiek wordt niet toegestaan. Het calvinisme blijft de dominante geloofsrichting.
Strikte rangorde
Van het vredestraktaat zijn vier exemplaren gemaakt: twee in het Frans en twee in het Nederlands. In het Nationaal Archief berust zowel een Nederlandstalige als een Franstalige versie. Beide exemplaren zijn ondertekend en bezegeld door de gezanten. Voor Spanje zijn dat Gaspar de Bracamonte y Guzman, graaf van Peñaranda, en Antoine Brun uit Franche-Comté. Voor de Republiek Barthold van Gent, heer
12 | NATIONAAL ARCHIEF
van Loenen en Meynerswijk, namens Gelre; Johan van Matenesse en Adriaan Pauw namens Holland; Johan de Knuyt namens Zeeland; Godard van Reede, heer van Nederhorst, namens Utrecht; Frans van Donia namens Friesland; Willem van Ripperda namens Overijssel, en Adriaan Clant namens Stad en Lande van Groningen. De plaats van de zegels en handtekeningen geeft de rangorde weer van de ondertekenaars. Voor de Republiek tekent eerst de vertegenwoordiger van Gelre – vroeger een hertogdom – en daarna de vertegenwoordigers van Holland en Zeeland. Op 30 januari 1648 zetten zij hun handtekeningen en drukken zij hun stempels in de zegelwas van het traktaat.
2
De Vrede van Munster markeert het einde van de Tachtigjarige Oorlog. Spanje erkent de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als een onafhankelijke staat. Als je het Plakkaat van Verlatinge onze Onafhankelijkheidsverklaring wilt noemen, dan is deze Vrede het geboortekaartje van Nederland.
PLECHTIG MOMENT Detail uit het schilderij van Gerard ter Borch van de ondertekening van het vredesverdrag, 1648. Onderin het kistje.
‘MET BETREKKING TOT DE TACHTIGJARIGE OORLOG ONTBREEKT HET NOGAL AAN EVENWICHTIGE GESCHIEDSCHRIJVING. ZO LIJKEN MIJN HOLLANDSE VAKGENOTEN NIET TE BESEFFEN DAT HET CONFLICT NIET ALLEEN BIJ HEN WOEDDE, MAAR IN ZEVENTIEN GEWESTEN IN NOORD EN ZUID.’
Ratificatie Beide traktaten worden vervolgens door de koning van Spanje en de Staten-
– De Limburgse historicus Jos Mosmuller in de Volkskrant, 23 januari 2019
BEKRACHTIGING Het verdrag, de ratificaties en het kistje van de Vrede van Munster.
Generaal geratificeerd. Spanje doet dat met twee documenten in het Frans, waarvan het een ondertekend is met ‘Yo el Rey’ (‘Ik de koning’) en het ander met ‘Philippe’. Aan beide stukken hangt het gouden zegel van Filips IV. Op 15 mei 1648 bekrachtigen de Spaanse en Nederlandse gezanten het vredesverdrag in de grote zaal van
het raadhuis van Munster met hun eed. Dit gebeurt met open deuren en onder grote belangstelling van het publiek. Daarna worden de ratificaties uitgewisseld. De Spaanse stukken worden overgedragen in een kistje, aan de buitenkant met rood fluweel bekleed, voorzien van zilverbeslag en zilverdraad. Het wordt bewaard in het Nationaal Archief. De schilder Gerard ter Borch, die is mee-
gereisd naar Munster in het gevolg van de Hollandse afgevaardigde Pauw en daar in dienst is getreden van Peñaranda, legt de bekrachtiging van het verdrag op doek vast. Hierop zijn het kistje en de ratificaties duidelijk te zien. Ook de gezanten van Nederland, Frankrijk en Spanje zijn afgebeeld. Het schilderij van Ter Borch behoort tot de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 13
VERBOD OP ‘SODOMIE’ 1730
FOTO VAN DE RAINBOW DRESS: HENRI VERHOEF EN AMSTERDAM RAINBOW DRESS FOUNDATION
DE LANGE WEG NAAR ARTIKEL 1
2
In 1730 worden twee mannen gearresteerd bij de Utrechtse Domkerk op beschuldiging van ‘sodomie’, oftewel homoseksuele handelingen. Het is het begin van een afschuwelijke klopjacht op homoseksuelen, waarbij tientallen van hen worden geëxecuteerd. Pas 250 jaar later zal artikel 1 van de Grondwet elke vorm van discriminatie verbieden.
‘AFKEURENSWAARDIG, MAAR NIKS NIEUWS ONDER ZON. EIGENLIJK OOK NIET DAT ONDER DIE VERKLARING DE NAAM STAAT VAN SGPLEIDER KEES VAN DER STAAIJ. ZIJN PARTIJ NEEMT DE BIJBEL IN VEEL OPZICHTEN LETTERLIJK. VOOR ZOVER DIE ARCHAÏSCHE PRINCIPES BINNEN DE CONSTITUTIONELE GRENZEN WORDEN BELEDEN IS DAT HET GOEDE RECHT VAN DIE PARTIJ.’ – Commentaar op de Nashville-verklaring in NRC Handelsblad, 8 januari 2019
14 | NATIONAAL ARCHIEF
VERVOLGING Plakkaat van de Staten van Holland waarin gelijkgeslachtelijk verkeer strafbaar wordt gesteld, 1730.
maat vervolgd en terechtgesteld. Als Pieter van Steijn op zijn achttiende een kamer betrekt in de Molenstraat in Den Haag, weet hij al dat hij bij mannen in de smaak valt. Om aan de normen van de tijd te voldoen, trouwt hij met de Utrechtse Lucia Schouten. Zo probeert hij de aandacht af te leiden van de herenliefde die hij met verschillende mannen bedrijft.
Procesgolf
U VEELKLEURIG PROTEST In deze Rainbow dress zijn 72 nationale vlaggen verwerkt van landen waar homoseksualiteit nog altijd is opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Elk jaar wordt de actuele situatie bekeken. Zodra een land homoseksualiteit niet langer strafbaar stelt, wordt de vlag vervangen door een regenboogvlag. De Rainbow dress verovert Europa stormenderhand, zegt Arnout van Krimpen van de Amsterdam Rainbow Dress Foundation.
it de getuigenverklaringen in het proces dat in 1730 op de arrestaties volgt, blijkt al snel dat er in de Republiek een heel netwerk van homoseksuelen bestaat. In talloze herbergen ontmoeten mannen elkaar discreet en bestellen mannelijk gezelschap. Overigens niet alleen in Utrecht, ook in andere gewesten. Berucht is de Groninger edelman Rudolph de Mepsche. Op barbaarse wijze vervolgt hij een grote groep mannen die na martelingen worden veroordeeld. Tegen die veroordelingen is geen hoger beroep mogelijk. Uiteindelijk worden 22 mensen geëxecuteerd. De processen over het crimen nefandum (‘de stomme zonde’) brengen homoseksualiteit voor het eerst in de openbaarheid. In de meeste gewesten en steden is die verboden. Het Drentse landrecht stelt bijvoorbeeld geslachtsgemeenschap met een dier en de stomme zonde op één lijn en schrijft dezelfde straf voor: verbranding van de daders. Ondanks het verbod weet ieder van het bestaan van homoseksualiteit. In de grotere steden zijn alom bekende plaatsen van samenkomst; op het platteland doet de hooiberg als zodanig dienst. Ook van vorsten als Frederik Willem II van Pruisen en de duc d’Orléans, broer van de Franse koning, is de homoseksuele geaardheid algemeen bekend. Toch worden sodomieten, zoals homoseksuelen worden genoemd, met grote regel-
Wanneer in 1730 de Staten van Holland opeens een plakkaat afkondigen waarin gelijkgeslachtelijk verkeer wordt bestraft, wordt alles anders. Sommigen zien de bui al hangen en vluchten op tijd. Maar velen menen dat het zo’n vaart niet zal lopen en worden weldra opgepakt. Ze worden gevangengezet in afwachting van ondervragingen en hun berechting. Op 12 juni 1730 worden twaalf mannen in Den Haag ter dood veroordeeld. De wijze van executie wordt duidelijk omschreven: ‘Met den koorde dat er de dood nae volght, en wijders immediaet daernae desselfs doode ligchaem in ’t vuur geworpen en tot assche verbrand te worden.’ Een nog grotere groep wordt op 5 oktober 1731 bij verstek veroordeeld tot eeuwige verbanning uit de gewesten Holland, Zeeland, West-Friesland en Utrecht. In totaal wordt over 33 mannen gevonnist. En Pieter van Steijn? Pieter wordt veroordeeld tot de strop en zijn ‘zondige lijf’ wordt in zee geworpen, omdat het niet in de aarde mag worden begraven. Hij is dan 28 jaar oud.
Artikel 248bis Het zal nog lang duren voordat de samenleving anders gaat denken over homoseksualiteit. Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1810 wordt de strafbaarheid van gelijkgeslachtelijk seksueel verkeer opgeheven, maar geaccepteerd is het nog lang niet. In 1911 worden homoseksuele contacten tussen meerderjarigen en minderjarigen verboden. Pas in 1971 wordt met het schrappen van artikel 248bis uit het Wetboek van Strafrecht aan deze situatie een einde gemaakt. En in 1983 verschijnt in de Grondwet het antidiscriminatieartikel – bijna 250 jaar na de executie van Pieter van Steijn. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 15
SCHEIDINGSVERDRAG 1839
BELGIË VERLAAT HET KONINKRIJK Ter gelegenheid van de 58ste verjaardag van koning Willem I staat in de Brusselse Muntschouwburg op 25 augustus 1830 een opera op het programma. Het gaat om La Muette de Portici (De Stomme van Portici) van de Franse componist Daniel Auber. De opera wordt het begin van een omwenteling.
D
e koning zelf is niet aanwezig bij deze feestelijke voorstelling; hij is in Den Haag. Willem I is op dat moment vijftien jaar koning van het Koninkrijk der Nederlanden, waarin het huidige Nederland en België zijn verenigd. Dat nieuwe land is vooral op instigatie van Engeland tot stand gekomen tijdens de onderhandelingen op het Congres van Wenen in 1813-1815. Groot-Brittannië ziet het nieuwe koninkrijk na de nederlaag van Napoleon als een buffer tegen eventuele nieuwe Franse expansiedrift. Vanaf het begin van zijn koningschap probeert Willem I de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden zo goed mogelijk te integreren. Dat lukt nog wel met de infrastructuur: er worden doorgaande wegen en kanalen aangelegd. Maar de economische en sociale integratie stuit al snel op grote tegenstand.
Zware strijd De uitvoering van de opera in Brussel is de spreekwoordelijke druppel die de emmer
16 | NATIONAAL ARCHIEF
AFSCHEID In 1839 ondertekent koning Willem I het scheidingsverdrag tussen Nederland en België.
doet overlopen. Het verhaal is gebaseerd op een historische gebeurtenis. Centraal staat de opstand uit 1647 van inwoners van Napels onder leiding van de visser Masaniello tegen de Spaanse overheersing. Dat blijkt in de Nederlandse context van 1830 een vrij ontvlambare thematiek. Met name de aria ‘Amour sacré de la patrie’ (‘De heilige liefde voor het vaderland’) spreekt tot de verbeelding van de nationalistische Belgen onder de aanwezigen. Ze zijn ontevreden over de godsdienst-, onderwijs- en taalpolitiek van Willem I. De opera brengt dat ongenoegen in een stroomversnelling: de hele nacht vinden hevige rellen plaats in de straten van Brussel. De Belgische Opstand is begonnen. De volgende dagen breiden de ongeregeldheden zich snel uit. In de nacht van 26 op 27 september woedt een zware strijd bij het Koningsplein en in het Warandepark in Brussel. Er komen daarbij 400 mensen om en ruim 1500 militairen en burgers raken gewond.
2
Definitief uit elkaar
‘ALS BELGIË, NEDERLAND EN LUXEMBURG NU NOG EEN GEHEEL ZOUDEN VORMEN, BEHOORDEN WE TOT DE INVLOEDRIJKSTE LANDEN TER WERELD. IK BETREUR DE SCHEIDING, MAAR ONGEDAAN MAKEN, DAT KAN JE NIET MEER.’ – Louis Tobback bij het 175-jarig bestaan van België in de Volkskrant, 16 december 2005
Op 4 oktober roept het Voorlopig Bewind van de Zuidelijke Nederlanden de Belgische onafhankelijkheid uit. Dan is er geen weg meer terug. Zeker als de verzamelde internationale mogendheden in december op de Conferentie van Londen verklaren dat ze zich zullen inspannen voor de onaf hankelijkheid van België, is duidelijk dat het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden niet meer bestaat. Willem I legt zich in februari 1831 neer bij de uitgangspunten voor een afscheiding van België, die in Londen zijn opgesteld. Maar met de moed der wanhoop blijft hij zich verzetten tegen afspraken waarin de nieuwe grens tussen België en Nederland wordt vastgelegd. Hij is zelfs bereid een tamelijk ingrijpende stap te zetten. Op 2 augustus 1831 stuurt hij legers naar de voormalige zuidelijke provincies. De Nederlandse militairen rukken snel op. Maar als Frankrijk op 12 augustus dreigt zich ten gunste van België in de strijd te werpen, blaast Willem I de aftocht en komt er een einde aan de Tiendaagse Veldtocht. In de daaropvolgende jaren ontstaat grote diplomatieke druk op de koning om het onafhankelijke België te erkennen. Na bijna tien jaar verzet zwicht hij uiteindelijk toch. Op 19 april 1839 ondertekent hij het scheidingsverdrag. Nederland en België zijn definitief uit elkaar. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 17
GRONDWETSHERZIENING 1848
RECHTSTREEKSE VERKIEZING
E
en van de belangrijkste vernieuwingen is zonder twijfel de invoering van de rechtstreekse verkiezing van de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraden. Ook komt er een einde aan speciale politieke rechten van de hogere standen, zoals de ridderschap, die in 1814 weer in het leven waren geroepen. Wel geldt nog altijd het censuskiesrecht: kiezers moeten aan bepaalde vereisten voldoen, zoals een minimumbedrag aan belasting betalen. De Tweede Kamer krijgt het recht van amendement en mag voortaan dus wijzigingen in voorstellen van de regering aanbrengen. Verder krijgt ze het recht van interpellatie en van enquête. De Eerste Kamer wordt
18 | NATIONAAL ARCHIEF
gekozen door de colleges van Provinciale Staten. Alle vergaderingen van vertegenwoordigende lichamen worden openbaar.
De koning is onschendbaar Fundamenteel is ook de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid. Geestelijk vader van de grondwetsherziening Johan Rudolph Thorbecke zegt het zo: ‘Men fingeert, dat het stelsel der ministers den vorstelijken wil uitdrukt; doch inderdaad is het de wil der ministers, die onder koninklijke handteekening regeert. Zoo de koning nog kapitein is op het vaartuig, het sturen, koers en bestemming hangen geheel van de stuurlieden af.’ De Grondwet vat het krachtig samen: de koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. De herziene Grondwet kent ook een aantal grondrechten, zoals de vrijheid
2
De beroemde Grondwet van 1848 is eigenlijk niet meer dan een herziening van die van 1840, maar de wijzigingen zijn fundamenteel en vandaag de dag nog steeds van kracht. Ze gaan over grondrechten, vrijheden en ministeriële verantwoordelijkheid.
‘WIJ LEVEN IN EEN HEEL ANDERE WERELD DAN THORBECKE, ZELFS IN EEN HEEL ANDERE WERELD DAN WIJZELF TWINTIG JAAR GELEDEN. DE TIJDEN ZIJN VERANDERD.’ – Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht, tijdens zijn Thorbeckelezing op 19 mei 2016.
NIEUWE KOERS De herziening van de Grondwet met handtekening van koning Willem II, 1848.
van vereniging en vergadering, de vrijheid van drukpers, alsmede de vrijheid van godsdienst.
‘Mijn zoet Madonnaatje!’ Thorbecke is formeel niet verantwoordelijk voor deze grondwetsherziening. Hij wordt pas in 1849 minister van Binnenlandse Zaken. Maar hij heeft invloed op de ideeënvorming in de jaren veertig van de negentiende eeuw, waarvan de grondwetsherziening het gevolg is. Zelf kan hij in de daaropvolgende decennia als minister zijn ideeën op het terrein van staatsinrichting, onderwijs, politiek, gezondheidsbeleid en infrastructuur uitvoeren. In de brieven die Thorbecke aan zijn vrouw Adelheid schrijft zien we de mens achter de staatsman. De aanhef van de brieven is al vertederend: ‘Mijn zoet Madonnaatje!’ Maar hij schrijft ook over staatszaken. Zo laat hij op 14 april 1848 weten: ‘De Koning is zeer tevreden met onze Grondwet.’ Dat hij op zijn vele reizen zijn kinderen mist wordt ook duidelijk: ‘De kindertjes hartelijk gezoend. Dat mijn zoete oogjes mij van tijd tot tijd tegenblinken!’ Ondertekend door ‘Uw Thorbecke’. ←
GEESTELIJK VADER Johan Rudolph Thorbecke heeft grote invloed op de totstandkoming van de Grondwet.
NATIONAAL ARCHIEF | 19
EINDE AAN DE SLAVERNIJ 1860-1863
‘EEN GESCHIEDENIS VAN LIJDEN EN ONRECHT’
PLOETEREN Slaafgemaakten op het land in Suriname. Aquarel van een anonieme kunstenaar, circa 1850.
‘Ja Sire! Het is de wensch van ons allen, onze vurigste bede: dat Neerlands geliefde Koning eerlang met opgeruimd hart zeggen mag: Wij hebben onder de vele millioenen menschen die wij in onderscheidene werelddelen der aarde regeeren geene slaven meer, alle onze onderdanen zijn vrij.’ Zo schrijven vrouwen uit het Groningse dorp Marum op 7 oktober 1855 aan koning Willem III.
AFBEELDING SLAAFGEMAAKTEN: RIJKSMUSEUM AMSTERDAM
D
e vrouwen vertolken een standpunt dat op dat moment al vrij breed wordt gedeeld in Nederland. Maar hoe de afschaffing moet worden vormgegeven en vooral hoe de plantagehouders moeten worden gecompenseerd voor het verlies van hun gratis arbeidskrachten, zijn vragen die in de Tweede Kamer en in het kabinet felle discussies opleveren. Afschaffing van de slavernij zou een logisch gevolg zijn van het besluit dat koning Willem I al op 15 juni 1814 heeft genomen. Hij bepaalde dat voortaan ‘uit geene haven of van geene reede binnen het gebied der Vereenigde Nederlanden’ schepen zouden mogen varen ‘welker bestemming is om negers van de Kust van Afrika (...) af te halen en naar het vaste land of de Eilanden van Amerika over te brengen’. Daarmee heeft Willem I de handel in slaafgemaakten door Nederlanders verboden.
20 | NATIONAAL ARCHIEF
Hoewel een aantal van hen onder een andere vlag actief blijft, zorgt dit besluit er inderdaad voor dat de handel tot een minimum wordt gereduceerd. Het betekent niet dat slaafgemaakten en hun kinderen die al in de koloniën leven vrij zijn.
Niet echt vrij Om de meningsverschillen te beëindigen, komt er in 1853 een parlementaire commissie. Die moet onderzoeken wat de beste manier is om de slavernij in Nederland en zijn koloniën af te schaffen. Twee jaar later sturen de vrouwen uit Marum hun brief aan Willem III. Ze zullen hem vooral tot haast hebben willen aanzetten.
EEN EERSTE STAP Koninklijke Besluiten die de slavernij beëindigen in Nederlands-Indië op 7 mei 1859; in Suriname op 8 augustus 1862 en op Curaçao, Bonaire, Aruba, Sint-Eustatius, Saba en Sint-Maarten op 8 augustus 1862.
2
BOEKHOUDING Een overzicht van de slaafgemaakten op plantage Nurserij in Suriname, 1863.
‘SLAVERNIJ GESCHIEDENIS MOET EEN VAST ONDERDEEL ZIJN VAN HET ONDER WIJS. HERDENKEN HOORT, OMDAT HET IETS IS WAT ONS ALLEMAAL AANGAAT. WIJ MOETEN ERVAN KUNNEN LEREN, IN ALLE LANDEN DIE MET SLAVERNIJ TE MAKEN HEBBEN GEHAD.’ Valika Smeulders n.a.v. haar proefschrift Slavernij in perspectief: Mondialisering en erfgoed in Suriname, Ghana, Zuid-Afrika en Curaçao in Ware Tijd, 17 november 2012.
Eerst komt er een einde aan de slavernij in Nederlands-Indië. Vanaf 1 januari 1860 is het daar niet langer toegestaan om slaafgemaakten te houden. De Nederlandse koloniën in West-Indië (Suriname en Antillen) moeten dan nog drie jaar op een dergelijk besluit wachten. Dat heeft er vooral mee te maken dat juist in deze koloniën veel grote plantages bestaan. De eigenaren daarvan laten zich de goedkope arbeid door slaafgemaakten niet zo gemakkelijk afnemen. Ze willen een flinke financiële vergoeding. Voor iedere tot slaaf gemaakte ontvangen ze uiteindelijk 300 gulden. De voormalige slaafgemaakten krijgen niets. En wat misschien nog erger is: in de praktijk blijkt dat ze na 1863 nog helemaal niet vrij zijn. In Suriname worden ze verplicht om gedurende tien jaar bij een plantagehouder in dienst te blijven. Pas na af-
loop van die periode, dus in 1873, krijgen ze volledige burgerrechten en zijn ze echt vrij.
Onmenselijk Ook in andere Nederlandse koloniën betekent het officiële besluit tot afschaffing van de slavernij niet dat er daadwerkelijk een einde komt aan onvrije arbeid of onmenselijke arbeidsomstandigheden. Een rapport over de toestand op de particuliere plantages in Deli, uitgebracht op 28 januari 1905, laat zien dat er in de praktijk van alledag helaas nog weinig is veranderd ten opzichte van de periode voor 1860. Naar de naam van de opsteller ervan is dit rapport bekend geworden als het Rhemrev-rapport. De toenmalige minister van Koloniën A.F.W. Idenburg schrijft op het rapport: ‘Een treurige geschiedenis van lijden en onrecht.’ Het verhaal van de slavernij in Nederland is dan nog niet ten einde. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 21
EERSTE SOCIALE WETGEVING 1874
VAN HOUTENS KINDERWETJE Schrijver Jacob Jan Cremer ziet tijdens een bezoek aan een textielfabriek schrijnende werkomstandigheden. Hierover publiceert hij in 1863 de novelle Fabrieks kinderen. In 1874 wordt in Nederland een wet ingevoerd – het ‘Kinderwetje van Van Houten’ – die fabrieksarbeid voor kinderen onder de twaalf jaar verbiedt. Het is een initiatief van de liberaal Samuel van Houten.
D
e wet heet voluit de ‘Wet houdende maatregelen tot het tegengaan van over matigen arbeid en ver waarlozing van kinderen’. De industrialisatie maakt in de negentiende eeuw een grote ontwikkeling door. Door technische ontwikkelingen – met name de uitvinding van de stoommachine en het gebruik van elektriciteit – ontstaan steeds grotere fabrieken, waar op grootschalige, machinale wijze producten worden gemaakt. Deze industriële revolutie heeft enorme gevolgen: door verstedelijking en migratie verandert de samenleving ingrijpend. Veel mensen in steden leven onder armoedige omstandigheden en in slechte huizen. De meeste arbeid in de fabrieken vereist weinig kennis en vaardigheden. Daarom worden behalve mannelijke arbeiders ook vrouwen en kinderen ingezet. Over werk
22 | NATIONAAL ARCHIEF
tijden en veiligheid be staat nauwelijks regelgeving. De toenemende produc tie en concurrentie zorgen voor extreem lange werkdagen tegen lage lonen.
Nauwelijks controle Het Kinderwetje is de eerste sociale wet die in Nederland wordt aangenomen. In de prak tijk blijven jonge kinderen in fabrieken werken, omdat er nau welijks controle is op naleving van de wet. Pas door de invoering van de Leerplichtwet in 1900 komt er echt een einde aan kinderarbeid. Deze wet ver plicht kinderen van zes tot twaalf jaar om onderwijs te volgen. Via een andere wet – de Arbeidswet van 1889 –komt er regelgeving over arbeids tijden. Kinderen jonger dan twaalf jaar
2
ROUTINEWERK Deze meisjes maken stromatjes in de Dutch Straw Works fabriek in Helmond. Inspecteur Jan Daniël Filarski heeft hen vastgelegd. Hij maakt van 1916 tot 1920 foto’s van hoge kwaliteit. Zijn foto’s zijn opvallend beter van compositie dan die van zijn collega’s.
‘PAS BIJ HET LAATSTE CONCERT KWAM IEMAND VAN DE ARBEIDSINSPECTIE EN BESTRAFTE ONS GELIJK. DAT IS HEEL FLAUW EN ABSURD. MAAR GOED, ZO IS DIT LAND EENMAAL.’
TEGEN VERWAARLOZING Het Kinderwetje van Van Houten, 1874.
André Rieu in een nieuwsbericht op NU.nl, 27 juni 2017 André Rieu kreeg – in eerste instantie – een boete wegens kinderarbeid, omdat twaalf minderjarige, Roemeense panfluitspelers tijdens zeven van zijn concerten hadden opgetreden.
mogen niet meer werken en vrouwelijke arbeiders en kinderen van dertien tot zes tien jaar niet langer dan 58 uur per week en tien uur per dag. Ook is het voortaan verboden om op zondag te werken.
Overtuigend bewijs Als uitvloeisel van deze wet wordt in 1890 de Arbeidsinspectie opgericht. Inspecteurs voeren controles uit in fabrieken en werkplaatsen, en rapporteren daarover. Vanaf ongeveer 1900 – wanneer er hand zame camera’s op de markt komen, waar mee sneller kan worden gewerkt – maken de inspecteurs tijdens hun bezoeken ook foto’s. Die vormen naast hun rapportages sterker en overtuigender bewijs van de wantoestanden die ze soms aantreffen. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 23
ZUIDERZEEWET 1918
FOTO VAN DE AFSLUITDIJK: K. MAASKANT/COLLECTIE RIJKSVOORLICHTINGSDIENST
AANLEG VAN DE AFSLUITDIJK HET WATER GETEMD Een van de laatste ladingen keileem van de Afsluitdijk wordt gestort, 1932.
2
In januari 1916 teistert een stormvloed het gebied rond de Zuiderzee. Dijken breken, rivieren treden buiten hun oevers. Kades en polders in Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Noord-Holland en Utrecht lopen onder. Op het eiland Marken vallen zestien slachtoffers. Deze ramp leidt in 1918 tot de Zuiderzeewet.
‘VISSCHERSROUW. NU VANDAAG HET LAATSTE GAT IN DEN AFSLUITDIJK, DE ZGN. VLIETER, GEDICHT ZOU WORDEN EN DE ZUIDERZEE DUS FEITELIJK OPGEHOUDEN ZOU HEBBEN TE BESTAAN, HEBBEN VANDAAG DE VISSCHERS ALHIER TEN TEEKEN VAN ROUW OP HUN JOLLEN EN BOTTERS DE VLAG HALFSTOK GEHESCHEN.’ – Leeuwarder Courant, 27 mei 1932
24 | NATIONAAL ARCHIEF
De afsluiting van de Zuiderzee duurt bijna twaalf jaar. Op 29 juni 1920 wordt de eerste bak keileem in zee gestort en op 28 mei 1932 de laatste. Jan Schaffelman, de machinist van kraan 6, schrijft geschiedenis. Hem is de eer gegund de laatste lading keileem in het gat te storten. Op 28 mei 1932, om één minuut na enen, is de Afsluitdijk gedicht. Ingenieur J.H. Telders, president van de Maatschappij tot Uitvoering van de Zuiderzeewerken, spreekt minister Charles Ruys de Beerenbrouck toe: ‘Excellentie, wij hebben uw opdracht vervuld. De Zuiderzee is afgesloten.’ Hoofduitvoerder ingenieur Jan Lely krijgt veel complimenten, die hij ook aan zijn vader, de bedenker van het plan, opdraagt. Cornelis Lely is in 1929 overleden en maakt de voltooiing van zijn levenswerk dus niet meer mee. Op 23 september 1954, zijn 100ste geboortedag, onthult koningin Juliana een standbeeld van hem op de Afsluitdijk.
Gemengde gevoelens
MEER VEILIGHEID Wet tot droogmaking van de Zuiderzee, 1918.
D
e Zuiderzeewet betekent dat de inpolderingsplannen van ingenieur Cornelis Lely – die al langer klaarliggen – eindelijk worden uitgevoerd. Zonder de overstromingen was de wet er misschien niet gekomen. Lely wil de kustlijn korter maken, omdat de bedijking van de Zuiderzee een zwak punt bleek tijdens de watersnood van 1916. Er komt een grote afsluitdijk van Wieringen tot de Friese kust en er worden vijf polders met een totale oppervlakte van 220.000 hectare drooggemaakt. De bedoeling is om de veiligheid rond de Zuiderzee te vergroten en om meer landbouwgrond te creëren.
Tijdens de opening van de Afsluitdijk heerst niet overal een jubelstemming. In Zuiderzeesteden als Enkhuizen, Urk en Volendam hangen de vlaggen halfstok. Drieduizend vissers en toeleveranciers zijn hun bron van inkomsten kwijt. Twee jaar eerder zijn de anders zo gezagsgetrouwe vissers in groten getale naar Den Haag gekomen om de zoutwatervisserij op de Zuiderzee te redden. Beleefd wordt er naar hen geluisterd, maar aan de afsluitings- en droogleggingsplannen wordt niets veranderd. De Zuiderzee moet dicht.
Ook de Waddenzee Al in de negentiende eeuw worden er bedijkingplannen voor de Zuiderzee bedacht. De ene keer zijn het serieuze technische plannen van civiel ingenieurs van Rijkswaterstaat, de andere keer ontwerpen van particulieren, behoorlijk ambitieus maar tegelijkertijd onuitvoerbaar. Ingenieur van Rijkswaterstaat J. Welcker noemt deze plannenmakers minachtend ‘fantasten, tinnegieters en dilettanten’. Een fantastisch bedijkingsplan is dat van de Belg Jerôme Wenmaekers uit 1876. Hij wil niet alleen de hele Zuiderzee indijken, maar ook de gehele Waddenzee met de eilanden. Het is er gelukkig nooit van gekomen. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 25
OVERDRACHT SOEVEREINITEIT INDONESIË 1949
EEN MOEIZAAM VAARWEL
I
NIEUW BEGIN Verdrag tot overdracht van de soevereiniteit van Indonesië, 1949.
Tijdens een radiorede op 7 december 1942 kondigt koningin Wilhelmina een conferentie aan over de relatie tussen Nederland en zijn koloniën. Die moet voortaan op basis van gelijkwaardigheid worden vormgegeven. Maar op 17 augustus 1945 roepen de nationalisten Soekarno en Hatta al de onafhankelijkheid van Indonesië uit.
n Nederland is de situatie zo vlak na de bevrijding nog chaotisch. Een directe reactie van de Nederlandse regering op de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring blijft dan ook uit. Al snel is duidelijk dat van de plannen van koningin Wilhelmina uit 1942 niets meer terechtkomt. Wel beginnen onderhandelingen tussen Nederland en de Republiek Indonesië, maar die verlopen erg moeizaam en duren lang. Het wederzijdse wantrouwen is groot. Daarnaast heerst er binnen de Nederlandse politiek grote verdeeldheid over de beste aanpak van de kwestie. Bovendien werkt de bemoeienis van buitenstaanders complicerend. Aanvankelijk zijn dat de Britten, later de Amerikanen en de Verenigde Naties.
Vaag akkoord Op 15 november 1946 sluiten de onderhandelaars in Linggadjati in het westen van Java een principeakkoord. Daarin staat dat Nederland voor dat moment erkent dat de Republiek Indonesië in feite de macht op
26 | NATIONAAL ARCHIEF
Java heeft. De Indonesische Republiek zegt op haar beurt toe mee te werken aan de opbouw van een federale staat en aan een unie met Nederland. Er wordt een ruime overgangsperiode afgesproken. Maar de inhoud van de overeenkomst is zo vaag geformuleerd dat iedereen er zijn eigen interpretatie aan geeft. De spanningen lopen snel op. In juli-augustus 1947 besluit de Nederlandse regering tot militair ingrijpen, indertijd ‘politionele actie’ genoemd. De bedoeling is om de Republiek Indonesië met geweld tot meer medewerking te dwingen. Dat doel wordt niet bereikt, maar de internationale bemoeienis met het conflict neemt wel toe. Het aantreden in 1948 van KVP-politicus Louis Beel als onderhandelaar leidt tot een verharding van het Nederlandse standpunt tegenover de Republiek. Het gevolg daarvan is dat er opnieuw een grote militaire operatie plaatsvindt, de tweede ‘politionele actie’. De internationale druk op Nederland neemt daardoor nog verder toe. Uiteindelijk
komt het tot een definitieve scheiding tussen Indonesië en Nederland.
Verzet van Zuid-Molukken De overdracht van de soevereiniteit vindt plaats op 27 december 1949 in het Paleis op de Dam in Amsterdam. Indonesië wordt officieel een federatie, maar binnen een jaar volgt de omvorming tot een eenheidsstaat. Slechts één provincie van de deelstaat Oost-Indonesië, de Zuid-Molukken, gaat hiermee niet akkoord en verklaart zichzelf onafhankelijk. De centrale Indonesische regering onderdrukt dit verzet bloedig. Het westelijk deel van Nieuw-Guinea blijft in eerste instantie onder Nederlands bestuur, maar onder zware internationale druk moet Nederland in 1962 de zeggenschap over dit gebied alsnog aan Indonesië overdragen. ←
2
AFSLUITING Koningin Juliana (midden), de Indonesische vicepresident Mohammed Hatta (links naast haar) en premier Willem Drees (helemaal rechts) ondertekenen de soevereiniteitsoverdracht in het Paleis op de Dam, 27 december 1949.
‘NEDERLAND HEEFT LANGE TIJD EEN ZELFBEELD GEKOESTERD VAN EEN IN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF VOORBEELDIGE KOLONISATOR DIE IN “ZIJN” INDIË EEN PROGRESSIEVE EN “ETHISCHE POLITIEK” VOERDE EN DAARBIJ MILITAIR GEWELD MET CHIRURGISCHE PRECISIE INZETTE.’ – Rémy Limpach, auteur van De brandende kampongs van Generaal Spoor, op de website van Historiek, 4 oktober 2016
NATIONAAL ARCHIEF | 27
BEGIN EUROPESE SAMENWERKING 1952 ‘Meent U, dat de Europese volkeren bepaalde gemeenschappelijke belangen voortaan gezamenlijk dienen te behartigen, en wenst u daartoe een VERENIGD EUROPA onder een EUROPESE OVERHEID met een DEMOCRATISCHE VERTEGENWOORDIGING te omschrijven in een EUROPESE GRONDWET?’ Deze vraag krijgen de stemgerechtigde inwoners van de steden Bolsward en Delft op 17 december 1952 voorgelegd.
VAN EGKS NAAR EU
H
et gaat om een proefreferendum dat is georganiseerd door de Nederlandse Raad der Europese Beweging. Een aanleiding voor deze volksraadpleging is de wet van 21 februari in dat jaar. Met die wet keurt het Nederlandse parlement de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) goed. Bijna een jaar eerder, op 18 april 1951, is de EGKS in Parijs opgericht. Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Italië en de Benelux zetten dan de eerste stap naar Europese samenwerking. In het Verdrag van Parijs spreken ze af om het economische beleid voor de kolen- en staalindustrie te beleggen bij een nieuwe organisatie, die uitstijgt boven hun nationale staten. Ze hopen door economische integratie het gevaar van een nieuwe oorlog af te wenden. De EGKS wil zo veel mogelijk kolen en
28 | NATIONAAL ARCHIEF
staal produceren tegen zo laag mogelijke kosten. De lidstaten kunnen de producten inkopen tegen een gezamenlijk overeengekomen prijs. Ze dragen bevoegdheden over aan een Hoge Autoriteit, die verordeningen opstelt waaraan alle lidstaten zich dienen te houden. Beslissingen met implicaties voor de lidstaten moeten wel worden goedgekeurd door een Raad van Ministers. De betrokkenheid van de nationale parlementen wordt verzekerd via een Parlementaire Assemblee, een Europees gerechtshof ziet toe op de interpretatie en de toe passing van de regels.
Getouwtrek De structuur van de EGKS wordt later de basis voor de Europese Gemeenschap
SAMENWERKING Wet tot goedkeuring van de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, 21 februari 1952.
2
ENTHOUSIAST Verpleegsters in Delft doen mee met een proefreferendum over Europa, 17 december 1952.
‘HET IS STEEDS DUIDELIJKER WAT DE KERN VAN HET PROBLEEM IS: DE EUROPESE UNIE IS EEN MISVERSTAND.’ – Thierry Baudet op de website Business Insider, 7 maart 2017
en de Europese Unie. De Hoge Autoriteit wordt de Europese Commissie, maar Raad, Parlement en Gerechtshof zijn gebleven. Ook de pijnpunten zijn begin jaren vijftig al herkenbaar: er is discussie over de taal, de vestigingsplaats en de invulling van de Hoge Autoriteit. Hoewel de Fransen aanvankelijk vinden dat de Franse taal voldoende is, worden toch vier talen gebruikt: Frans, Duits, Italiaans en Nederlands. Na veel getouwtrek wordt gekozen voor Luxemburg als zetel. Daar vestigen zich de Hoge Autoriteit en het Europees Gerechtshof. De Parlementaire Assemblee vindt onderdak in Straatsburg. Voorzitter van de Hoge Autoriteit wordt de grondlegger van de EGKS, de Fransman Jean Monnet;
de andere acht leden worden aangewezen door de lidstaten.
93 procent zegt ‘ja’ De opkomst bij het Nederlandse proefreferendum over Europa in 1952 is hoog. De propaganda en de tijdgeest werken mee. In Delft gaat 75 procent van de stemgerechtigden naar het stemlokaal; 93 procent van hen zegt ‘ja’ tegen de instelling van een Europese grondwet. Bolsward overtreft die cijfers met een opkomst van 88 procent en 96 procent ja-stemmers. Een heel ander beeld dan we vandaag de dag zouden zien. Het aanvankelijk grote enthousiasme voor Europa is vooral in de eenentwintigste eeuw behoorlijk afgenomen. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 29
VROUWEN HANDELINGSBEKWAAM 1956 OVERLEG De Kamerleden Corry Tendeloo (links) en Ans Ploeg-Ploeg, beiden van de Partij van de Arbeid.
Wie dacht dat met de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 de emancipatie van de vrouw voltooid was, heeft het mis. Getrouwde vrouwen blijven ‘handelings onbekwaam’. Ze moeten hun man gehoorzamen en mogen geen geld uitgeven zonder zijn toestemming. Ook is het gebruikelijk dat vrouwen worden ontslagen op de dag van hun huwelijk. In 1956 komt daar een eind aan.
2
TRAGE EMANCIPATIE ‘DE MAN KAN MOEILIJK DE HELE DAG THUISBLIJVEN OM BAKKER EN MELKBOER TE BETALEN. HIJ HEEFT WEL WAT BETERS TE DOEN.’ – Vrij Nederland, 1949
30 | NATIONAAL ARCHIEF
K
amerlid Corry Tendeloo dient in 1955 een motie in tegen het verbod op arbeid voor getrouwde vrouwen. Tendeloo is geboren in Nederlands-Indië en wordt in Nederland lerares en advocate. Voor de oorlog is zij gemeenteraadslid in Amsterdam en actief in diverse vrouwenorganisaties. In 1945 komt ze in de Tweede Kamer voor de VrijzinnigDemocratische Bond, die later de Partij van de Arbeid gaat heten. De motie van Tendeloo wordt met een krappe meerderheid aangenomen en
brengt ook de discussie op gang over de handelingsonbekwaamheid van vrouwen. Ondanks verzet van christelijke zijde slaagt zij erin voldoende steun te krijgen voor de afschaffing daarvan. Verantwoordelijk minister van Justitie is Julius van Oven, gepensioneerd hoogleraar Romeins recht en op 74-jarige leeftijd minister geworden in het kabinet-Drees III. Hij pleit al jaren voor de afschaffing van de handelingsonbekwaamheid van vrouwen en krijgt nu de kans zijn wens te realiseren. Refererend aan zijn affiniteit met het Romeinse recht spreekt men dan ook van de ‘Lex-Van Oven’ (lex is het Latijnse woord voor ‘wet’).
Freule Wttewaall Ook in de Tweede Kamer zelf speelt de discussie over arbeid door gehuwde vrouwen. In 1922 neemt de 37-jarige Frida Katz namens de Christelijk-Historische Unie (CHU) zitting in de Tweede Kamer. Hoewel zij van mening is dat een getrouwde vrouw geen openbare functies mag bekle den, ziet ze na haar huwelijk in 1937 met baron Mackay toch niet af van het Kamer lidmaatschap. In 1946 wil ze opnieuw de Tweede Kamer in, maar CHU-fractieleider Arnold Tilanus blokkeert dat en schuift in haar plaats jonkvrouw Christine Wttewaall van Stoetwegen naar voren. Frida Katz is zeer ontgoocheld en ook de freule voelt zich wel enigszins bezwaard, zo blijkt uit brieven die ze aan Katz schrijft. In 1955 komt Wttewaall van Stoetwegen zelf in aanvaring met Tilanus. Dan steunt uitgerekend zij de motie-Tendeloo tegen het ver bod op arbeid door getrouwde vrouwen. Ze vindt dat de staat gehuwde vrouwen niet mag verbieden te werken. ←
KEERPUNT Wet tot afschaffing van de handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen, 1956.
NATIONAAL ARCHIEF | 31
REPUBLIEK SURINAME 1975 GESCHEIDEN VERDER Verdrag tussen Nederland en Suriname over de onafhankelijkheid, 1975.
EEN VERDEELD VOLK In 1975 erkent Nederland de Republiek Suriname als een onafhankelijke en soevereine staat. Dat moment markeert het formele einde van de politieke relatie tussen beide landen. De bevolking van Suriname en Nederland blijft ook na 1975 sterk met elkaar verbonden. De Surinamers komen voor moeilijke keuzes te staan.
O
p 21 november 1971 wordt het standbeeld van koningin Wilhelmina op het Oranjeplein in Paramaribo verwijderd – een belangrijke symbolische handeling. Op die plek komt de Surinaamse vlag te staan en het Oranjeplein heet voortaan ‘Onafhankelijkheidsplein’. Op 24 november wordt ’s avonds voor het laatst de Nederlandse vlag gestreken, waarna rond middernacht een groot feest begint. De eerste dag van de onafhankelijke Republiek Suriname vieren prinses Beatrix, prins Claus en premier Joop den Uyl mee in Paramaribo. In Den Haag tekent koningin Juliana de akte van erkenning van de Republiek Suriname.
Traag begin De aanloop naar de onafhankelijkheid van
32 | NATIONAAL ARCHIEF
VOL VERWACHTING Twee Surinaamse jongetjes met een papieren versie van de nieuwe vlag van de Republiek Suriname, november 1975.
Suriname is lang. Al in 1942 zegt koningin Wilhelmina in een van haar radioredes dat de overzeese gebiedsdelen na afloop van de oorlog een grotere mate van vrijheid krijgen. Een vervolg hierop komt pas in 1954 met het ‘Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden’, dat de verhouding tussen de landen binnen het koninkrijk regelt. In het statuut staat de gelijkwaardigheid van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen centraal. Suriname krijgt een grotere mate van eigen bestuur waar het lokale aangelegenheden betreft. Begin jaren zeventig wordt de roep om zelfstandigheid steeds groter, zowel in Suriname als in Nederland. Maar niet iedereen is ervoor. Tegenstanders in Suriname vrezen voor een verdeeld land. De plannen voor onafhankelijkheid zorgen voor spanningen tussen bevolkingsgroepen in Suriname.
2
Welke nationaliteit?
‘HOGE WAARDERING OPLOSSING PROBLEMEN IN SURINAME NA 312 JAREN RACISTISCHE CORRUPTIE EN BARBAARSE UITBUITING SURINAME EINDELIJK VRIJ DE RIJKSTE ZEGEN VOOR MIJN DOOD.’ – Telegram van een Surinamer aan de regering-Den Uyl, 23 november 1975.
Moeilijk is ook dat de inwoners moeten kiezen tussen de Nederlandse en de Surinaamse nationaliteit. Wie na 25 november 1975 in Suriname woont, wordt automatisch Surinamer. En wie naar Nederland emigreert, wordt Nederlander. Daarnaast geldt een overgangsperiode van vijf jaar – dus tot 25 november 1980 – waarin de Nederlandse nationaliteit behouden blijft. Wie voor de Nederlandse nationaliteit kiest, moet binnen die periode naar Nederland emigreren. Mede daarom vertrekken in 1979 en 1980 alsnog veel Surinamers. In 1975 zijn er al ruim 39.000 geëmigreerd.
Cassettebandjes De keuze zorgt soms voor verdeeldheid en scheuring binnen hechte families. Sommigen kiezen voor behoud van het Nederlanderschap, anderen willen liever in Suriname blijven. Het is ook een kwestie van geld: de overtocht naar Nederland moet door Surinamers zelf bekostigd worden. Emigratie betekent in elk geval dat familieleden elkaar lange tijd niet meer zullen zien. Bellen naar Suriname is duur en bovendien hebben veel mensen geen huistelefoon. Om toch contact te onderhouden, worden er cassettebandjes ingesproken en naar Suriname opgestuurd. De bandjes komen daarna per post weer terug of worden meegegeven aan familieleden, met op de andere kant van de cassette een ingesproken antwoord. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 33
ABDICATIE BEATRIX 2013
EEN VORST ALS STEUN EN TROOST Op 30 april 2013 doet koningin Beatrix na 33 jaar afstand van de troon. Ze wordt opgevolgd door haar oudste zoon Willem-Alexander. Kenmerkend voor Beatrix is haar optreden als steun en troost bij rampen.
H
et Nederlandse volk heeft koningin Beatrix leren kennen als een meelevende en verbindende vorstin. Iconisch is de foto van een duidelijk aangeslagen koningin bij haar bezoek aan de Bijlmer op 5 oktober 1992, de dag nadat daar een vliegtuig van de Israëlische vliegtuigmaatschappij El Al is neergestort. Maar ook als er andere rampen in het Koninkrijk der Nederlanden plaatsvinden, zoals de vuurwerkramp in Enschede in 2000, de cafébrand in Volendam in 2002 of een zware storm op Curaçao in november 1999, is koningin Beatrix vaak snel ter plaatse om slachtoffers te bezoeken en zich te laten informeren. Daardoor ontwikkelt Beatrix
34 | NATIONAAL ARCHIEF
EINDE VAN EEN TIJDPERK De akte van abdicatie van koningin Beatrix, 30 april 2013.
NIEUWE GENERATIE Kroonprins Willem-Alexander wordt lid van de Raad van State in 1985. Naast hem zijn moeder, koningin Beatrix.
gewonden, en 220 woningen worden verwoest. Nog diezelfde avond reist koning Lodewijk Napoleon naar Leiden om de ramp met eigen ogen te aanschouwen. De koning stelt een premie in van 10 dukaten (52,10 gulden) voor iedere burger die levend onder het puin vandaan wordt gehaald. De dag na de ramp zegt hij de stad Leiden een voorschot van 100.000 gulden toe voor het lenigen van de eerste nood. Op 16 januari gaat op initiatief van de koning een landelijke geldinzamelingsactie van start. De actie wordt een groot succes en levert ruim een miljoen gulden op.
2
Overstromingen
‘EEN ERFELIJK AMBT PAST NIET MEER IN DEZE TIJD. JE WIEG MAG NIET BEPALEN WELKE MAATSCHAPPELIJKE FUNCTIE JE GAAT BEKLEDEN.’ – Alexander Pechtold in Reformatorisch Dagblad, 20 april 2013
zich gedurende haar regeerperiode steeds meer als een symbool van eenheid en een soort moeder van het land. Die rol van de regerende vorst als verbeelding van de nationale eenheid is op zich niet nieuw. Ook eerder in de geschiedenis laten Nederlandse koningen zich zien bij rampen.
Buskruitramp Lodewijk Napoleon, koning van Holland, wil graag goed voor zijn volk zijn. Illustratief is zijn optreden in 1807 in Leiden. Op 12 januari om kwart over vier ’s middags ontploft daar een schip met ruim 17.000 kilo buskruit aan boord. De knal is tot in Den Haag te horen en wordt zelfs in Amsterdam gevoeld. De ravage is enorm. Er vallen meer dan 150 doden en ruim 2000
Het lijkt erop dat koning Lodewijk Napoleon met zijn alom gewaardeerde bezoek aan de rampstad Leiden de toon heeft gezet voor Nederlandse vorsten na hem. Voortaan laten koningen en koninginnen zich nadrukkelijk zien bij catastrofes. Zo kunnen we het meelevende optreden van koning Willem III bij enkele natuurrampen ook bezien – al zullen sommigen beweren dat zijn optreden vooral is ingegeven door de wens om zijn slechte reputatie op te krikken. Als in januari 1861 grote delen van de Bommelerwaard overstromen en vrijwel direct daarna ook delen van het Land van Maas en Waal, vertrekt de koning snel naar de getroffen gebieden. Eerst gaat hij op 24 januari, samen met onder anderen zijn broer Hendrik, naar de Bommelerwaard. Hij bezoekt Gorinchem en reist via Brakel, Zuilichem en Nieuwaal naar Zaltbommel en Den Bosch. Later – na berichten over nieuwe dijkdoorbraken door kruiend ijs in het Land van Maas en Waal – vertrekt hij samen met zijn broer en zijn oudste zoon naar het rampgebied. Om de situatie van de bewoners van het getroffen gebied te verlichten, dringt koning Willem III aan op een nationale collecte om geld in te zamelen voor noodhulp. De koninklijke familie laat zich bij deze collecte niet onbetuigd. Zelf doneert Willem III 40.000 gulden. Zijn moeder Anna Paulowna (‘koningin-moeder’) en zijn zoon, de prins van Oranje, geven ieder 5000 gulden. De grote betrokkenheid van Willem III bij watersnoden levert de koning de bijnaam ‘de waterheld van Het Loo’ op. Een verwijzing naar het heldhaftige optreden van zijn vader Willem II – toen nog prins – tijdens de Slag bij Waterloo en ‘de held van Waterloo’. ←
NATIONAAL ARCHIEF | 35
2
PRIKKELEND PROGRAMMA
NANCY JOUWE
DEBATTEN
Bij de tentoonstelling Topstukken in perspectief organiseert het Nationaal Archief een afwisselend en prikkelend programma met debatten, lezingen, rondleidingen en theatervoorstellingen. Sprekers, acteurs en musici gaan op zoek naar een andere blik op de archiefstukken. Er is volop ruimte om in gesprek te gaan. Kijk voor meer activiteiten en informatie op nationaalarchief.nl/agenda.
Wat betekenen de topstukken uit de tentoonstelling voor de samenleving van vandaag? Welke perspectieven zijn er? En waar schuurt het? Een debat onder leiding van Nancy Jouwe over verschillende topstukken en hun betekenis.
VAN HET VERBOD OP SODOMIE TOT DE NASHVILLE-VERKLARING Zondag 30 juni 2019 Tijd: 13.00 uur Prijs: € 12,50 (incl. entree Topstukken in perspectief)
AFSCHAFFING SLAVERNIJ: ONZICHTBARE AANWEZIGHEID Zondag 28 juli 2019 Tijd: 13.00 uur Prijs: € 12,50 (incl. entree Topstukken in perspectief)
PODIUMPRAAT
Thema’s uit Topstukken in perspectief worden uitgediept in spectaculaire theaterproducties.
DE SAATHI NATHAK GROUP EN MUZIEK VAN MINA & FRIENDS
Zondag 9 juni 2019 Tijd: 13.00 uur Prijs: € 20,00 (incl. hapje, drankje & entree Topstukken in perspectief)
EVELINE VAN RIJSWIJK MET PREMIÈRE
Vrijdag 1 november 2019 Tijd: 18.30 uur Prijs: € 20,00 (incl. hapje, drankje & entree Topstukken in perspectief) PAUL BROOD
LEZINGEN
EVELINE VAN RIJSWIJK
FOTO’S: ANNE REITSMA EN ANNE VAN ZANTWIJK
Sprekers stellen de hedendaagse betekenis van de topstukken centraal, vaak naar aanleiding van recente publicaties.
PAUL BROOD OVER HET PLAKKAAT VAN VERLATINGE Zondag 28 april 2019 Tijd: 13.00-14.00 uur Prijs: € 10,00 (incl. entree Topstukken in perspectief)
REMIEG AERTS OVER ZIJN BIOGRAFIE THORBECKE WIL HET Zondag 26 mei 2019 Tijd: 13.00-14.00 uur Prijs: € 10,00 (incl. entree Topstukken in perspectief)
AANMELDEN
Aanmelden kan via events@nationaalarchief.nl of koop uw kaarten online via nationaalarchief.nl/webwinkel.