Pastoraat en Gemeenteopbouw Oktober 2014, nummer 1052 - Jaargang 92
Thema
Predikant en ...
Redactioneel wijnen en vette spijzen. Tegelijk schildert Jezus Wat kom ik deze dagen tijdens pastorale bezoein donkere kleuren wat er zal gebeuren voordat ken en ook in vergaderingen veel angst tegen. het einde is aangebroken: er zullen oorlogen De ontwikkelingen van de laatste maanden maken diepe indruk. Vooral de publieke onthoofding en geruchten van oorlogen zijn, mensen zullen elkaar niet meer kunnen vertrouwen, maar van twee Amerikaanse journalisten en de dreitegen elkaar opstaan; ze onderdrukken en ging die van IS uitgaat maakt veel mensen bang. doden elkaar. Zon en maan zullen geen licht Maar er is meer. Het ebola-virus in Afrika trekt meer geven en de sterren zullen uit de hemel even diepe sporen van onzekerheid en angst. vallen. Ook voor wie deze beelden behoren tot En er zijn zoveel vragen: houdt het bestand tushet mythologische gedachtegoed van die tijd is sen de Palestijnen en Israel stand? Hoe lang zal duidelijk dat er een einde aan de tijd zal komen. de wapenstilstand in het oosten van Oekraïne Maar is dat nu? Daar ligt nog een vraag vóór: duren? Wat zal de volgende stap van Poetin zijn? hoe blijven we overeind? De evangelist Matteüs ‘Dit is het einde van de tijd, waar de Bijbel over vertelt dat de leerlingen van Jezus hem volgen spreekt’ zei laatst iemand tegen mij. Zulke geluiden zijn meer te horen. Zoals ze ook te horen wa- als hij in de boot stapt (Mat. 8, 23-27). Terwijl Jezus ligt te slapen breekt er een storm uit als ren toen op 11 september 2001 twee vliegtuigen een aardbeving. de Twin Towers in New York binnenvlogen en De leerlingen schreeuwen het uit van angst. Dan ruim tweeëneenhalf duizend onschuldige burstaat Jezus op, bestraft de wind en de golven en gers de dood vonden. En toen tien jaar daarvoor wordt het stil. Matteüs maakt gebruik van woorde Golfoorlog uitbrak. Met enig recht kun je stelden, die hij later in zijn evangelie ook gebruikt len, dat iedere tijd zich als een eindtijd beleeft. als Jezus sterft en uit de dood opstaat. In de Bijbel lezen we hoe de tijd een Vanuit het kruis en de opstanding van begin en een einde heeft. Jezus valt er een straal licht midden in Er is geen eeuwige wederkeer van onze duisternis. Zo wil Matteüs zijn de dingen, maar we komen ergens lezers een hart onder de riem steken. vandaan en zijn ook ergens heen op Het is geen antwoord op hun en onze weg, namelijk naar de toekomst van vragen, op hun en onze angst, maar God. Hoe die eruit zal zien komen een teken, dat die niet het laatste woord we op het spoor in beelden van een zullen hebben. De kerk gelooft dat het nieuwe hemel en een nieuwe aarde laatste woord is aan Hem die ook het en van alle volkeren die samen koeerste woord gesproken heeft. men en zich tegoed doen aan belegen Richard Vissinga
2
OuderlingenBlad, oktober 2014, nummer 1052
4
Predikant en …
18
Een themanummer over de predikant – Nelleke Boonstra
6
10
22
26
Samen aan het werk in de wijngaard van de Heer In gesprek over het ambt, de werkvelden en de agenda – Nelleke Boonstra
Predikant en privé De invloed van het werk op het leven van de predikant – Mathilde de Graaff
Predikant en kerkorde In de kerkorde staan ook voor de predikant de regels van het spel – Roelof de Wit
Het werk in de gemeente Gedachten over het werk van de gemeentepredikant – Jaap de Lange
14
De plaats van de predikant in oecumenische verbanden – Richard Vissinga
Predikant en agenda Tijd om vrij en bewust in te vullen – Erica Hoebe-de Waard
Predikant in oecumenisch perspectief
2 26 32 33
Redactioneel Gedichten Boeken Prikbord
In dit nummer Volgend nummer Geloven in zicht
Het lied in de kerkdienst
Iconen en hun spiritualiteit
Met elkaar in gesprek
Basiswoorden gemeenteopbouw
Begraven of cremeren
Kernbegrippen in de opbouw van de gemeente
Pastorale gedachten en overwegingen
Nieuw ingekomenen
KKG en KKA
Hoe verwelkomen we nieuwe leden?
Kerkelijke kantoren stellen zich voor
P
Een themanummer over de predikant. Dat is een bijzonderheid in het ouderlingenblad. Een speciaal nummer over één van de ambten in de kerk.
Predikant en……
Nelleke Boonstra
Mw. drs. C.A. Boonstra is predikante in algemene dienst voor de kerk in haar geheel, voor de werkbegeleiding van predikanten en kerkelijk werkers in de Protestantse Kerk in Nederland
Het is van belang dat een kerkelijke gemeente zorgvuldig omgaat met haar beroepskrachten en weet heeft van de soms zware taak die op hen rust. Dat is de drijfveer van de redactieleden om dit themanummer te maken. Natuurlijk zou het ook kunnen gaan over de kerkelijk werker, de koster, de andere betaalde krachten die werken in de gemeente, maar nu richten we ons op de predikant in relatie tot verschillende aspecten van zijn/haar werk. In het vorige nummer is een artikel geschreven over kerkelijk werkers, en in het komende jaar komen we misschien ook nog wel tot een themanummer kerkelijk werker en/of andere werkers in de kerk.
Redactieleden De schrijvers zijn allen redactieleden van het Ouderlingenblad. Zij zijn predikant of zij werken of werkten voor de predikant. Zij schrijven allen van binnen uit. En
4
dat niet alleen, zij hebben ook overlegd met collega’s in hun omgeving om het onderwerp bespreekbaar te maken. De namen die genoemd worden bij deze doorkijkjes zijn gefingeerd.
Wat kunt u zoal verwachten in dit themanummer? Ook al gaat het in dit themanummer specifiek over het werk van de predikant, gemeente ben je samen. Samen geef je als leden van de gemeente en als ouderlingen, diakenen, kerkelijk werkers en predikanten vorm aan het gemeentewerk. Dat ‘samen’ komt vooral in het laatste artikel naar voren, zij het in relatie tot het werk van de predikant. Daar zet het eerste artikel dan ook bij in. Het eerste artikel neemt u mee naar de dagelijkse praktijk van het werk van de predikant. Een deeltijdpredikante en een doorgewinterde 55-plusser zijn aan het woord over hun weekindeling.
OuderlingenBlad, oktober 2014, nummer 1052
Zorgvuldig omgaan met beroepskrachten
Erica Hoebe-de Waard legt er de vinger bij en wijst op de waarde en het nut van ‘vrije tijd’ zowel tijdens de werkuren als daarbuiten. ‘Een predikant werkt niet, maar vervult een ambt’, stelt ze. Ook noemt ze de waarde van begrenzing in overleg met de andere ambtsdragers. Het tweede artikel is van de hand van professor Jaap de Lange. Hij heeft jarenlang theologen opgeleid tot de arbeid van predikant en vanuit zijn kennis en ervaring spreekt hij over werkvelden en taken die er in de kerkelijke gemeente zijn. Er zijn werkvelden zoals lerenvieren-dienen en er zijn taken die daarin uitgevoerd moeten worden. De predikant is één van de uitvoerders tussen de andere vrijwilligers of professionals. Ook noemt hij ontwikkelingen in de praktijk. Het predikantsambt is in de loop van de jaren veranderd. ‘De veranderende plaats van de kerk in de samenleving vraagt om bezinning’ stelt hij. En hij daagt iedere kerkenraad uit om een visie te ontwikkelen op de gemeente in relatie tot de eigen directe samenleving. Ter verluchtiging van het geheel heeft hij ook een aantal gedichten over de predikant verzameld. Het derde artikel brengt ons dicht bij de persoon van de predikant. Hoe verwerkt hij of zij in het persoonlijk leven alles wat aangereikt wordt vanuit het werk? In samenspraak met een paar collega’s komt Mathilde de Graaff tot een paar belangrijke thema’s die van belang zijn voor de persoon van de predikant. Je bent veel alleen werkzaam in je eigen studeerkamer (‘geen collega’s om even een babbeltje mee te maken tijdens koffie- of theetijd’) weinig scheiding tussen werk en privé, de persoonlijke band en de distantie met kerkenraadsleden en gemeenteleden als je het
zelf even zwaar hebt, en de waarde van de broodnodige ontspanning. Als laatste wijst ze op de eigen spiritualiteit en geestelijke begeleiding. Richard Vissinga spreekt met zijn collega. Hij is veel aan het werk in de oecumenische setting en op grond daarvan komt in beeld wat daar allemaal bij komt kijken. In Enschede is veel overleg met de katholieke medegelovigen maar de samenwerking staat onder druk. Het brengt hem tot bezinning over de predikant in de protestantse traditie en de ontwikkelingen in de oecumene. Hij besluit ermee dat voorgangers een belangrijke rol spelen in de zeker wel mogelijke oecumenische contacten. Roelof de Wit heeft de kerkorde uit de kast gehaald en neemt u mee naar de vastgestelde regels rond de predikant. Hij wijst erop dat de kerkorde ‘regels zijn die bij het spel horen’. Maar het gaat om het spel. In een overzichtelijke volgorde legt hij uit hoe het ambt van de predikant een plek heeft gekregen in deze kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland. Nadrukkelijk vermeldt hij dat een predikant geen werknemer is, en hij legt ook uit dat dat bij het eigene van het ambt hoort. ‘Binnen de kerkenraad worden wel afspraken gemaakt over de verdeling van het werk in de gemeente, maar de kerkenraad kan niet voorschrijven wat hij moet doen of niet’, een wijze uitspraak die in deze tijd nogal eens veronachtzaamd wordt. Tot slot: Nelleke Boonstra brengt u weer bij het overleg in de kerkenraad. Wat kan wel en wat kan niet in de bespreking met de predikant? Aan de hand van enkele gespreksvragen daagt ze de kerkenraden uit om dit themanummer eens aan de orde te stellen vanuit de vraag waar en hoe we hier samen aan werken, ieder met haar en zijn eigen inbreng. ▪
OuderlingenBlad, oktober 2014, nummer 1052
5
De dagelijkse praktijk van het werk van de predikant