Nieuwsgierig naar de rest van de inhoud? Neem een (proef)abonnement of bestel een los nummer op www.orgelvriend.nl De Proefabonnement van 3 nummers voor slechts € 14,50 Of neem een abonnement. Het eerste jaar voor € 44,00 daarna € 60,00
Jaargang 63
•
nr. 1
•
januari/febru
ari 2021
rgelvriend
Samenwerking Elber
tse - Verschueren
Immanuelkerk Groni
ngen
(bij betaling via machtiging € 1,00 korting) Interview Rogér van
Dijk (2)
Prijs los numm er € 7,00
De
rgelvriend
Alphen aan den Rijn,
Adventskerk
Uit de inhoud ‘Leuk dat er van alles beweegt in orgelland’
Rogér van Dijk, orgeladviseur en intensief speurder (2)
Een gesprek over de samenwerking tussen Elbertse Orgelmakers en Verschueren Orgelbouw, opgetekend door Jaap Jan Steensma en Gerco Schaap. Naast het gezamenlijk optrekken bij grotere opdrachten hopen de orgelmakers ook een manier van werken te borgen en van elkaar te leren. ‘Dat effect van één en één is drie, dat willen we houden’
Vervolg van het interview dat Wim van der Ros met Rogér van Dijk had. In dit tweede deel gaat het vooral over archiefonderzoek, het beheer van monumentale orgels en de benadering van het orgel door de organist. ‘Is het niet veel spannender om je blindelings te laten verrassen door de klankmogelijkheden die een orgel biedt?’
6
Steinmeyer-orgel Alphen aan den Rijn klinkt als herboren In oktober jl. rondde Elbertse Orgelmakers uit Soest de restauratie van het Steinmeyer-orgel in de Adventskerk in Alphen aan den Rijn af. Het instrument klinkt misschien wel beter dan ooit. De presentatie en het openingsconcert door Simon Stelling vond online plaats en is nog steeds terug te kijken. ‘Aan de vele reparaties in dit orgel kon je zien dat dit instrument nooit echt serieus is genomen’
16
Engels orgel voor Immanuelkerk Groningen Op de eerste adventszondag van 2020 nam de Immanuelkerk in Groningen een uit Engeland afkomstig orgel in gebruik. Het werd in 1877 gemaakt door J.C. Bishop & Son voor een kerk in Birmingham. Orgelrestaurateur Fokke Rinke Feenstra verzorgde de overplaatsing en restauratie. Een reportage door Peter Sneep
32
Fotoverantwoording omslag Adventskerk Alphen a/d Rijn en Elbertse-Verschueren: Gerco Schaap Immanuelkerk Groningen: Luuk Sikkema Rogér van Dijk: Matteo Imbruno
1
De Orgelvriend
38
Lezersvragen (2): ‘Prestantenvraag’ In een van onze vorige nummers riepen we lezers op om een vraag te stellen over orgelbouw. De eerste vraag gaat over verschillen tussen soorten prestanten. Een Franse ‘Montre’ klinkt anders dan een Engelse Diapason en ziet er ook anders uit. Jaap Jan Steensma gaat terug naar de opkomst van de allereerste registernamen
43
En verder ... Uit de orgelwereld 2 Column Trouwens 15 Muziekbijlage 27-30 In memoriam Agnes Hylkema 42 Boekbespreking 45 Nieuwe muziekuitgaven 47 Cd-recensies 50 Wegwijzers 56 Op onze website www.orgelvriend.nl: •D ownload: Index De Orgelvriend 2020 •A udio: Simon Stelling speelt Reger in Alphen aan den Rijn • Video: Vijf eeuwen Nederlandse orgelmuziek
Het maartnummer verschijnt op 26 februari a.s. In onze volgende nummers onder meer: • Interview met Koen van Andel • Harrison-orgel Wijk bij Duurstede • Orgelrestauratie Nederweert • Muziekbijlage van Harke Iedema
januari/februari 2021
Orgelhistorie Interview
‘Leuk dat er van alles beweegt in orgelland’ Gerco Schaap
Een gesprek over de samenwerking tussen Elbertse en Verschueren Op 30 september 2020 werd de orgelwereld verrast door een gezamenlijk persbericht van Verschueren Orgelbouw en Elbertse Orgelmakers. De twee bedrijven maakten bekend in de toekomst intensief te gaan samenwerken. De vorm moet nog preciezer worden uitgewerkt, maar Hans Elbertse (Elbertse Orgelmakers) en Johan Zoutendijk (Verschueren Orgelbouw) wilden het nieuws toch vast naar buiten te brengen: “Het gaat om vertrouwen. Dat is er bij ons beiden, en dan willen we daar ook open en eerlijk over zijn.” V.l.n.r. Johan Zoutendijk, Jos en Hans Elbertse.
Jaap Jan Steensma en Gerco Schaap
6
Terwijl er echte orgelmakerskoffie op tafel komt – zwart en lekker stevig – is het gesprek al in volle gang. Over de alom verwachte crisis, over de vooruitzichten bij klanten en collega’s. Op dit moment is er nog nauwelijks reden tot klagen, maar komt de crisis dan misschien met vertraging? Johan: “Ja, zo gaat dat altijd. De overeenkomsten voor de orgels waar we nu aan werken zijn al een jaar geleden getekend. Als er nu opdrachtgevers zijn die zitten te wikken en te wegen, of misschien zelfs afhaken, dan zullen we dat pas over een jaar gaan merken. Denk daarbij ook eens aan alle inkomsten die kerken mislopen, niet wat betreft de collectes, maar ook op het gebied van exploitatie. Neem nu de commercieel geëxploiteerde kerkgebouwen, wat die mislopen aan bezoekers- en verhuurinkomsten. Maar vooralsnog zien
De Orgelvriend
we bij ons gelukkig dat de aanvragen nog gewoon doorlopen.” Invloed van corona Ondanks alles hebben de coronabeperkingen ook een paar voordelen. Als orgelmaker zit je veel in de auto – “niet erg, je kunt onderweg ook telefoneren” – en dan is het prettig dat het op de weg een stuk rustiger is. Net als in andere delen van de samenleving is het videobellen nu ook in de orgelbouw definitief doorgebroken. Hans heeft bijvoorbeeld onlangs nog per video vergaderd met de Vereniging van Orgelbouwers in Nederland: “Dat werkt toch wel efficiënt, mensen luisteren beter naar elkaar, lijkt het wel.” En zo is ook het klantencontact soms op een positieve manier veranderd. Johan: “Als je vroeger een vergadering op locatie
januari/februari 2021
Column Trouwens… Een compositie die op mij altijd een onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft gehad zonder er echt heel veel van te houden is de Sonate over Psalm 94 van Julius Reubke, een van de grootste orgelcomposities uit de 19e eeuw. Op 23-jarige leeftijd een werk te schrijven met zo veel zeggingskracht is een ongelooflijke prestatie. In de Romantiek zijn meer grote virtuoze werken gecomponeerd, lang niet alle hebben kunnen overleven. Deze sonate behoort echter tot het repertoire van talloze organisten over de hele wereld. Julius Reubke (1834-1858) was een zoon van orgelbouwer Adolf Reubke, wiens belangrijkste instrument, het drieklaviers orgel in de Dom van Magdeburg, in de laatste oorlog verloren is gegaan. In 1851 ging hij naar het conservatorium in Berlijn om piano en compositie te studeren; zijn oeuvre bestond tot dan toe hoofdzakelijk uit enkele liederen en korte pianowerken, die helaas voor een deel verloren zijn gegaan. Via dirigent Hans von Bülow en organist Alexander Winterberger, twee jonge musici die een grote naam zouden krijgen, kwam hij in contact met Franz Liszt in Weimar bij wie hij vanaf 1855 verder studeerde. Liszt was het illustere middelpunt van de ‘Neudeutsche Schule’, een stroming die sterk theatraal en literair was, waarin traditionele vormen plaats moesten maken voor een ’verhaal’ dat het verloop van de compositie bepaalde, zogenaamde programmamuziek. Zijn belangrijke symfonische gedichten Tasso, Mazeppa, Les Préludes en Orpheus zijn er sprekende voorbeelden van, alsmede – overgebracht op de piano en het orgel – zijn grote Pianosonate en de Fantasie en Fuga over ‘Ad nos, ad salutarem undam’ – composities die alle tussen 1848 en 1855 zijn ontstaan. Deze werken en de bezielende lessen van Liszt hadden grote invloed op de jonge Reubke. Hij schreef twee kolossale sonates, de Sonate in bes kl.t. voor piano en onze Sonate over Psalm 94 voor orgel, beide uit 1857, die verreweg de beroemdste van de twee is. Afgaande op deze twee meesterwerken kunnen we vaststellen dat Julius een virtuoos pianist en organist geweest is. Psalm 94, die zelfs Liszts Ad nos in dramatiek nog ver overtreft, is opgedragen aan zijn leraar Carl Riedel. Reubke speelde op 17 juni 1857 zelf de première op het immense vierklaviers Ladegast-orgel van de Dom in Merseburg, dat twee jaar eerder gereedgekomen was en ook voor Liszt een grote inspiratiebron is geweest. De geselecteerde teksten uit psalm 94, die Reubke heeft uitgebeeld, stonden in het programmaboekje afgedrukt. Dit gebeur-
januari/februari 2021
de eveneens in de postume publicatie van 1871 waarvoor Julius’ broer Otto, eveneens pianist, organist en componist, de verantwoordelijke redacteur was. Reubke laat zich in het werk leiden door fragmenten uit de onberijmde psalm 94. Het is hier niet de plaats voor een diepgaande analyse, daarom enkele globale aanwijzingen over het ‘programma’ om het luisteren te vergemakkelijken. De sonate bestaat uit drie delen die elkaar zonder onderbreking opvolgen waarin één thema voor de onderlinge samenhang zorgt. Dat thema bevat een ritmische component en een lyrische component in de vorm van een gelijkmatige chromatisch dalende lijn. Het eerste deel bestaat uit twee onderdelen. ‘Grave’ en ‘Larghetto’ functioneren als inleiding en illustreren de tekst God der wrake, Here, God der wrake, verschijn in lichtglans. Verhef U, Richter der aarde, breng vergelding over de hovaardigen. Het ‘Allegro con fuoco’ direct erna is gebaseerd op de tekst Hoe lang nog zullen de goddelozen juichen? Weduwe en vreemdeling doden zij, zij zeggen: de Here ziet het niet, de God van Jacob merkt het niet. De muziek is aanvankelijk een smeekbede, opstandig maar tegelijk vol verwachting. De mens lijkt tot rust te komen maar roept opnieuw om hulp. De vertwijfeling en ontreddering slaan dan toe, steeds heftiger en radelozer. Het ‘Adagio’ heeft als tekst Indien de Here mijn hulp niet was geweest, mijn ziel zou bijna in stilte gewoond hebben. Bij de veelheid van mijn gedachten in mijn binnenste verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel. Nu overheersen troost en inkeer, de verstilde meditatie weerspiegelt het godsvertrouwen van de mens, dat ondanks alle nood niet verdwenen is. Het ‘Allegro’ gaat uit van de tekst Maar de Here was mij tot een burcht, en mijn God de rots mijner toevlucht. Hij toch vergold hun het onrecht, in hun boosheid verdelgde Hij hen. De virtuoze finale opent met een tamelijk vrije fuga-expositie. Wanneer de laatste stem daarvan het thema heeft afgesloten wordt de muziek turbulenter, triomfantelijker en monumentaler. Vanaf ‘più mosso’ neemt de intensiteit van de beweging aanzienlijk toe en leidt naar een grandioos ‘allegro assai’. Verdwenen zijn angst en twijfel, godsvertrouwen en vreugde triomferen. Nog geen jaar na de première is Reubke overleden, slechts 24 jaar oud.
De Orgelvriend
Lourens Stuifbergen
15
Een mens opaarde aarde Een menste te zijn zijn op
538
(Liedboek 2013 nr. 538)
Bewerking: Martine der 128 Meiden Melodie:van Psalm
5
10
14
Deze bewerkingen zijn met vriendelijke toestemming van Boeijenga Music overgenomen uit Voorspelen bij het Liedboek deel 1 en 2 van Martine van der Meiden . (zie bespreking in De Orgelvriend van december 2020)
28
De Orgelvriend
januari/februari 2021
Orgel en zang
Haite van der Schaaf was vooral geïnteresseerd in ‘oude muziek’. In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw, toen dat nog helemaal niet zo gebruikelijk was, verzorgde hij orgelseries met renaissance- en barokmuziek. Op zijn programma’s prijkten de namen van componisten die pas veel later bekendheid kregen. In 1961 verscheen een grammofoonplaat met werken van Sweelinck, een aantal jaren later maakte hij opnames met blokfluitiste Marijke Ferguson. Hij verzorgde orgelbespelingen voor de NCRV en redigeerde radioseries waaraan bekende organisten meewerkten. Voor de EO-radio bespeelde hij een aantal Poolse orgels. Okke Dijkhuizen stelde een prachtige cd samen waarop Haite het Ahrend & Brunzema-orgel in de Oude Kerk te Amsterdam bespeelt. In een viertal Sweelinckwerken horen we het instrument nog in de gelijkzwevende stemming, de rest (onder meer Roberday, Blow en opnieuw Sweelinck) is opgenomen nadat het orgel in 2002 in middentoonstemming is gestemd. Een prachtig document. Haite heeft zich altijd verbonden gevoeld met amateurs en orgelliefhebbers. Twintig jaar lang werkte hij mee aan orgeltochten in Noord-Holland waarvoor veel belangstelling was.
Cd 1 J.P. Sweelinck: Echofantasie in C; A. van Noordt: Psalm 6; L. da Viadana: Ego sum pauper et dolens; G. Gabrieli: Canzon prima ‘La spiritata’; J. Seeger: Fuga in A; C. Huygens: Psalmus CXXII: ‘Laetatus sum’; H. Speuy: Duo van den 100sten Psalm met zetting uit Susanne van Soldtmanuscript 1599; A. Düben: Fantasia ‘Wo Gott der Herr nicht bei uns hält’; D. Buxtehude: Solocantate ‘Jubilate Domino’; M. Weckmann: Toccata in d / Fuga in d; G.F. Händel: Solocantate ‘La Solitudine’; J.S. Bach: Praeludium en Fuga in a BWV 543 Cd 2 W.A. Mozart: Zeven variaties over ‘Willem van Nassau’; S. de Lange: Carillon; A. Dvorák: 2 Bijbelse Liederen; J. Langlais: Dialogue, Flûtes & Grand Jeu uit Suite Baroque; A. van der Horst: Psalm 121; H. Badings: uit Drie geestelijke liederen: Sonate voor alt en orgel: ‘Droom is ’t leven’; C. Kee: Allegro con spirito uit Suite Bavo-Orgel 1958; P. Eben: Lied der Ruth; J. Koers: Fantasia super ‘De profundis’; S.G. Schönberg: Alleluja! Singt die Weise; D. Manneke: Fantasia Psalm 146; G. Stam: Passacaglia en Fuga (met aankondiging door Haite van der Schaaf) Haite van der Schaaf, diverse orgels in o.m. Amsterdam, Marienhafe, Norden, Castricum, Toulon, Haarlem, Leeuwarden, m.m.v. Annelies van der Schaaf-Bos (alt-mezzo) en Eduard Plagge (gamba) Live-opnamen uit privé-collectie Mastering: Ars Audio, Hilversum Speelduur 2 × 74’ Prijs € 18,00 (incl. verzendkosten) Te bestellen door overmaking van dit bedrag op IBAN NL89 INGB 0004 8307 64 t.n.v. A. van der Schaaf-Bos of door een e-mail te zenden aan h.schaaf66@upcmail.nl
Haite van der Schaaf (1927-2016) studeerde aan het Amsterdamsch Conservatorium orgel bij Jacob Bijster en behaalde in 1948 cum laude het einddiploma; muziektheoretisch werd hij geschoold door Ernest W. Mulder. Hij gaf les aan het Muzieklyceum te Hilversum en had een privé-lespraktijk. Als concertorganist speelde hij in eigen land, maar ook bezocht hij Engeland, Duitsland, Frankrijk, Zweden, Polen en Israël.
januari/februari 2021
Collectie Annelies van der Schaaf
Hommage Haite van der Schaaf
De dubbel-cd Hommage, die eind oktober verscheen, vormt een eerbetoon aan deze belangrijke organist. Maar een waarschuwing is op zijn plaats. We zijn eraan gewend geraakt dat in deze tijd alles zo volmaakt mogelijk is, en als de opname ons niet helemaal bevalt kunnen we er naar believen nog een scheutje akoestiek aan toevoegen, wat laagte erbij maken of de scherpste tonen een beetje afvlakken. Op deze twee cd’s is dat niet het geval. Het
De Orgelvriend
gaat vrijwel uitsluitend om live-registraties en de opnamen zijn niet professioneel (m.u.v. die van de Concertzender). Dat betekent dat we het nodige missen maar daar staat een grote intimiteit tegenover. En dat is nu precies wat Haite van der Schaaf en zijn echtgenote Annelies (alt-mezzo) vaak nastreefden. Talloze concertjes vonden plaats op kleine orgels, ook de composities die Haite speelde waren vaak beperkt van omvang, hij was er niet de man naar om grote Viernes, Widors of Regers te spelen, en ik kan me zo voorstellen dat hij met enkele tientallen luisteraars geheel tevreden was. Wat van deze twee cd’s afstraalt is het grote plezier dat beiden beleven aan het samen musiceren en anderen daarin te laten delen. En dat er dan wel eens een nootje onder de tafel valt is van geen belang. De eerste cd bevat globaal genomen werken uit de periode 1550-1750, de tweede biedt op enkele werken na composities uit de 20e eeuw. En precies zoals dat tijdens zijn leven is gegaan, bespeelt Haite allerlei verschillende orgels, van huisorgels met één klavier en een paar registers tot aan grote drie- of vierklaviers orgels. Op de eerste cd valt vooral op de Fantasia ‘Wo Gott er Herr nicht bei uns hält’ van Andreas Düben op het orgel van de Nieuwe Kerk in Amsterdam, en de Toccata in d van Matthias Weckmann op het Schnitger-orgel in Norden (D). Op de tweede cd zijn dat de werken van Jean Langlais en George Stam, beide op het Müller-orgel in Haarlem, en Fantasia super ‘De profundis’ van Johan Koers op het Müller-orgel in Leeuwarden. De orgelwerken worden van tijd tot tijd afgewisseld met intieme werkjes voor orgel en alt, zelfs is er één keer klavecimbelbegeleiding. Ik neem aan dat de in 1997 verschenen cd Nederlandse klanken uit een huiskamer, waarop Haite zijn Strümphlerbureauorgel uit 1797 bespeelt, van dezelfde intimiteit is. In het boekje vinden we enkele toelichtingen, bij de vocale werken worden de teksten gegeven (hoewel bij een Italiaanse tekst de vertaling voor de helft ontbreekt), er is een overzicht van de veertien orgels die worden bespeeld, foto’s en een Zweedse recensie die ik helaas niet lezen kan. Al met al als hommage heel geslaagd. Lourens Stuifbergen
55